<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
T.a.v. Mevrouw dr. M. Bussemaker
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
De minister van Economische Zaken
T.a.v.: De heer H.G.J. Kamp
Postbus 20401
2500 EK Den Haag
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
T.a.v. De heer S. Dekker
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
Den Haag, 17 maart 2015
Kenmerk: rc-2014.06991/2
Betreft: advies De waarde van creativiteit
Geachte mevrouw Bussemaker,
De Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie hebben
gezamenlijk een verkenning uitgevoerd naar de dynamiek in de creatieve industrie. Ten
behoeve van deze verkenning zijn enkele rondetafelgesprekken georganiseerd met
professionals uit de wetenschap, de culturele sector en de creatieve industrie. De lijst van
deelnemers is opgenomen in de bijlage. De verkenning vormde de basis voor dit advies,
waarin de raden een aantal punten onder de aandacht brengen die zij voor
beleidsontwikkeling voor de creatieve industrie belangrijk vinden.
Inleiding
In 2010 richtte de regering met de introductie van het topsectorenbeleid de schijnwerpers op
sectoren die een waardevolle bijdrage aan de economische en innovatieve kracht van
Nederland leveren. De opname van de creatieve industrie in dit topsectorenbeleid is een
erkenning van de waarde die creatieve en culturele organisaties hebben voor de economie en
heeft ook positief bijgedragen aan de samenwerking tussen de ministeries van Economische
Zaken (EZ) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Daarnaast wordt ermee
onderstreept dat creativiteit een belangrijke grondstof is voor innovatie.
                                                                                             1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De creatieve industrie raakt echter ook aan het cultuurbeleid, want diverse actoren binnen de
creatieve industrie ressorteren hieronder. Zo zijn kunstenaars en kunstenorganisaties vaak
een belangrijke bron van creatie en innovatie. In de ontwikkeling van het stimuleringsbeleid
voor de creatieve industrie spelen de ministeries van OCW en EZ gezamenlijk een belangrijke
rol, waarbij het de kunst is om met verschillende doelstellingen tot een samenhangend beleid
te komen.
Door de creatieve industrie aan te wijzen als een economische topsector wordt onbedoeld de
suggestie gewekt dat er een tegenstelling is tussen een deel van de creatieve industrie dat
economische waarde heeft en de kunst- en cultuursector, waarin de nadruk doorgaans meer
op de intrinsieke waarde ligt.
In de praktijk blijkt echter dat bij het ondernemen op het snijvlak van cultuur en economie
deze waarden vaak worden gecombineerd of zelfs samenvallen.
Het beleid dat beide ministeries ontwikkelen voor de creatieve industrie is nog onvoldoende
op elkaar aangesloten. Daardoor blijft het volledige potentieel van de creatieve industrie voor
zowel de economie als de samenleving buiten beeld of wordt de mogelijke synergie
onvoldoende benut.
Clusters en definitie
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt dat voor de creatieve industrie een brede
en een smalle definitie bestaat. In de smalle definitie wordt de creatieve industrie ingedeeld
in clusters die alle drie een andere marktgerichtheid hebben: kunsten en erfgoed, media en
entertainment, toegepaste creatieve, zakelijke dienstverlening. In de CBS-monitor van de
topsectoren wordt een nog iets smallere definitie gehanteerd. Daardoor worden bepaalde
actoren uitgesloten, zoals bijvoorbeeld schouwburgen, kunstgaleries en radio- en
televisieomroepen, die in andere studies wel worden meegeteld. 1
De brede definitie omvat daarnaast ook creatieve detailhandel, kennisintensieve diensten en
overige creatieve industrie. 2 Wat in de meeste definities van de creatieve industrie
terugkeert, onder andere bij UNCTAD en de Europese Commissie, is dat er naast
economische waarde ook symbolische waarde wordt gecreëerd. De waarde van de ‘beleving’
staat hierin centraal, zoals in de experience economy.
Op beleidsniveau worden ook diverse sectorale indelingen gemaakt: mode, design,
architectuur, muziekindustrie, gaming, et cetera. Het Stimuleringsfonds voor Creatieve
Industrie richt zich vooral op e-cultuur, architectuur en vormgeving. Daarnaast spelen het
Mediafonds en het Mondriaan Fonds ook een rol. Hierdoor is het voor de actoren in de
creatieve en culturele sector niet altijd duidelijk welke maatregelen er vanuit de diverse
beleidsdomeinen beschikbaar zijn en vinden zij niet altijd de weg naar het voor hen
uitgewerkte instrumentarium.
1 Bijvoorbeeld in de Monitor Creatieve Industrie 2014 van iMMovator 2014, p. 84.
2 CBS hanteert een ruime én een smalle(re) definitie. De smalle definitie wordt standaard gebruikt voor CBS-
publicaties. http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/ADE415BA-7DAA-439A-81A9-
5339FC9E8324/0/2010creatieveindustrieart.pdf
                                                                                                             2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Kenmerken van de creatieve industrie
De creatieve industrie is geen homogene sector, maar een uitgebreid netwerk van creatieve,
veelal kleinschalige bedrijven, non-profit organisaties, culturele instellingen, freelancers en
een groeiend aantal zzp’ers. In dit netwerk is er sprake van een grote dynamiek en hoge
mobiliteit. Kenmerkend zijn verder de hybride beroepspraktijk en gemengde
verdienmodellen, onder meer omdat creatievelingen actief zijn in verschillende domeinen. Zo
kan een filmregisseur zowel art-house films als reclamefilms maken. Hij beweegt zich dan
tussen het culturele domein - waar symbolische en publieke waarden prevaleren - en het
economische domein.
Maar ook de verdienmodellen zijn hybride; de filmindustrie werkt bijvoorbeeld in een
marktgedreven context, maar filmmakers kunnen niet overleven zonder subsidie.
Tegelijkertijd wordt het ondernemerschap bij de gesubsidieerde cultuurproducenten
gestimuleerd om zo meer rendement te halen uit de publieke middelen.
Opvallend is ook dat de creatieve industrie over het vermogen beschikt om andere sectoren te
helpen hun toegevoegde waarde te vergroten. De diensten die zij leveren, fungeren vaak als
hefboom voor opdrachtgevers uit andere sectoren; die kunnen zich zo vernieuwen en/of beter
positioneren. Dit crosssectorale denken en samenwerken is essentieel binnen het
topsectorenbeleid. Op die manier wordt de creatieve industrie gezien als een belangrijke
aandrijver van de kennisintensieve economie die Nederland wil zijn en de basis vormt voor
innovatie.
Creatieve professional centraal
Naar analogie van de wetenschap wordt de functie van de kunsten binnen de creatieve
industrie wel eens vergeleken met de functie van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
voor innovatie. Dergelijk onderzoek kan leiden tot innovatie, maar wanneer en hoe is niet
altijd te voorzien. Zo vindt creativiteit zijn weg in verschillende vormen, zowel binnen als
buiten de sectoren die tot de creatieve industrie worden gerekend. Juist door zich
tegelijkertijd in verschillende domeinen te begeven, zorgt de creatieve professional voor spill-
over effecten.
Zonder het bestaan van verschillende waardesystemen binnen de creatieve industrie uit het
oog te verliezen, benadrukken de Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor wetenschap,
technologie en innovatie dat creativiteit en creatieve professionals de verbindende factoren
zijn die in beide beleidsdomeinen meer centraal gesteld kunnen worden.
Afstemming tussen diverse beleidsdomeinen
Uit de verkenning kwam naar voren dat er kansen onbenut blijven omdat de
financieringsinstrumenten - vooral van de ministeries van OCW en EZ - niet effectief op
elkaar aansluiten. Zo is er voor onderzoek en ontwikkeling een TKI-toeslag verkrijgbaar
(Topconsortia voor Kennis en Innovatie). Onderzoek dat bijvoorbeeld in aanmerking komt
voor subsidie uit het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie telt echter niet mee als
grondslag voor de TKI-toeslag. Kunstenaars die zich richten op ontwerpend onderzoek
kunnen tegelijkertijd niet in aanmerking komen voor NWO-calls voor de creatieve industrie.
                                                                                                3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Dat er verschillende en soms zelfs conflicterende randvoorwaarden gelden voor deelname
aan regelingen van EZ en OCW ligt voor de hand als de doelstellingen uit elkaar liggen. Het
EZ-instrumentarium is - met het oog op de economische meerwaarde op de langere termijn -
gericht op het verlagen van het ondernemersrisico. Daarom ondersteunt EZ onderzoek en
ontwikkeling via fiscale aftrekmogelijkheden (WBSO, RDA). Samenwerking op dit gebied
wordt ondersteund via subsidie (MIT) en fiscale toeslagen (TKI). Het OCW- instrumentarium
(Stimuleringsfonds Creatieve Industrie) is gericht op het vergroten van de culturele
meerwaarde door tekorten aan te vullen via subsidie.
Het is belangrijk om specifieke regelingen voor de creatieve industrie aan te laten sluiten op
elkaar én de praktijk. Kleine ontwerpbureaus kunnen bijvoorbeeld met ondersteuning vanuit
het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de mogelijkheden verkennen voor integrale
oplossingen voor klimaatadaptatie in ontwikkelingslanden. Maar voor een vervolgtraject
onder de paraplu van bijvoorbeeld Partners in Business moeten deze kleine bureaus
onderdeel van een consortium zijn, terwijl andere, meestal grotere partijen in dat stadium
niet altijd de meerwaarde zien van de betrokkenheid van ontwerpbureaus.
Als de diverse regelingen beter afgestemd zijn op elkaar, maakt de doorontwikkeling van
innovatieve ideeën meer kans op succes. De werkwijze van culturele instellingen of
ondernemingen botst nu nog vaak met de logica van de financieringsmethoden.
Onderzoek
Uit de expertmeetings kwam ook naar voren dat onderzoek van groeiend belang is voor de
creatieve en culturele sector. De ‘gouden driehoek’ vormt een van de basisuitgangspunten
voor de invulling van het topsectorenbeleid. Onderzoekers, bedrijfsleven en overheid trekken
samen op ten behoeve van de innovatiecontracten waarmee de samenwerkende partners
meehelpen economische kansen te benutten en oplossingen te vinden voor maatschappelijke
uitdagingen. Wetenschappelijk onderzoek is dus een belangrijk onderdeel van het
innovatieproces. Door een substantieel deel van de NWO-gelden aan het topsectorenbeleid te
verbinden, is een duidelijke stap genomen in de richting van verdere focus en benutting van
wetenschappelijk onderzoek. De gezamenlijke programmering van maatschappelijke
uitdagingen en economische kansen, zoals benoemd in de Wetenschapsvisie 2025, zal
daaraan zeker bijdragen.
Maar in de praktijk beperkt de innovatieagenda zich tot wetenschappelijk onderzoek dat
georganiseerd wordt binnen het innovatiecontract van de Topsector Creatieve Industrie. Er is
in de creatieve industrie echter ook behoefte aan kortlopend, praktijkgericht onderzoek door
hogescholen. Dat sluit beter aan bij de kortere innovatiecycli van creatieve en culturele
ondernemers.
Partijen uit de Topsector Creatieve Industrie weten binnen de calls van SIA RAAK de weg
naar het hoger beroepsonderwijs te vinden; het budget voor praktijkgericht onderzoek is
onlangs verhoogd. Dat is positief. Maar waar langlopend wetenschappelijk onderzoek een
gelabeld budget heeft per topsector, zijn de budgetten voor praktijkgericht onderzoek
gelabeld langs de lijnen van het MKB, publiek en beroepspraktijk.
                                                                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Daarnaast zou het budget, hoewel het met 13 miljoen euro is verhoogd naar 30 miljoen euro
per jaar, nog meer verhoogd kunnen worden - gelet op de verhouding met de NWO-
budgetten. De gelden zouden daarnaast, in navolging van de NWO-budgetten, thematisch
gelabeld kunnen worden. Op die wijze zou een beter op elkaar afgestemd programma voor
wetenschappelijk én praktijkgericht onderzoek kunnen worden vormgegeven en meer
aansluiten op het brede profiel van de creatieve industrie.
De NWO-call Research through design, waarvoor universitaire onderzoekers én
onderzoekers van hogescholen gezamenlijk projectvoorstellen kunnen indienen voor de
thema's architectuur, industrieel ontwerp en mode, is een experiment dat navolging
verdient. 3
Internationalisering
Internationalisering behoort tot het wezen van de creatieve industrie. Dat bleek ook weer uit
de rondetafelgesprekken. De stedelijke omgeving is de habitat van creatieve organisaties,
maar de wereld is hun speelveld. Creatieve, stedelijke hotspots onderhouden om
verschillende redenen relaties met vergelijkbare internationale netwerken. 4 De contacten
verlopen onder meer via festivals, beurzen en internationale opdrachtgevers, maar ook via
grote internationaal opererende bedrijven - met een eigen divers samengesteld reservoir aan
creatief talent.
Om de mogelijkheden van de creatieve industrie in het buitenland te vergroten, is het zaak
om de juiste kanalen aan te boren en ruimte te geven aan een combinatie van cultureel en
economisch gemotiveerde activiteiten. Ook hier kunnen beleidsmaatregelen beter afgestemd
worden op de praktijk. Het huidige programma Starters in Business voorziet al gedeeltelijk
in de behoefte aan een gedifferentieerde internationaliseringsagenda, maar richt zich daarbij
exclusief op de grote strategische beurzen en niet op de festivals of tentoonstellingen die voor
de creatieve industrie soms een beter platform kunnen zijn om zich in het buitenland te
manifesteren.
De relatief kleine partijen in de creatieve industrie hebben meestal niet de middelen of de
capaciteit om te kunnen deelnemen aan manifestaties in het buitenland. Niet zozeer de
kosten van een beurspaviljoen, maar de kosten van adequate projectleiding kunnen een
belemmering vormen. Er is dan ook behoefte aan een flexibele inzet van middelen ten
behoeve van samenwerking met de sectoren die binnen de creatieve industrie actief zijn; dit
geldt ook voor de crosssectorale samenwerking met andere topsectoren. De pilot voor de
samenwerking met Topsector Life Sciences & Health op de vakbeurs Medica is een stap die
navolging verdient.
3 Voor dit programma werkt NWO Geesteswetenschappen samen met de technologiestichting STW en het
Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. In april 2015 sluit de eerste call.
4 Zie AWTI advies ‘Regionale hotspots, broedplaatsen voor innovatie’
                                                                                                 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Tot slot
De creatieve industrie is een hybride ecosysteem, dat meer omvat dan alleen de gelijknamige
topsector. De belangrijkste driver van dit ecosysteem is het creatieve talent van de makers,
die mobiel zijn en hun talent op verschillende manieren in diverse sectoren en contexten tot
uitdrukking brengen. Door creatieve talenten de ruimte te bieden en tot bloei te laten komen,
kan hun potentieel voor de samenleving en de economie beter worden ingezet. Daarbij is het
van belang aandacht te schenken aan de culturele, maatschappelijke én economische waarde
van creatief ondernemerschap.
Aandachtspunten voor beleidsontwikkeling
    •  Betere afstemming realiseren tussen de relevante instrumenten van innovatie-,
       wetenschaps- en cultuurbeleid, zodat ruimte wordt geboden aan de culturele,
       economische en maatschappelijke waarde van creativiteit - binnen en buiten de
       creatieve industrie. In concreto zouden de middelen voor het Stimuleringsfonds
       Creatieve Industrie en de middelen voor onderzoek in de Topsector Creatieve
       Industrie tot één logisch geheel voor de aanvragers kunnen worden gemaakt. Hierbij
       moet een gecombineerde inzet op één project ook mogelijk zijn.
    •  Mogelijkheden creëren om ondersteuning op maat te bieden aan internationale
       ambities van de creatieve industrie, onder meer door het instrumentarium beter op
       elkaar te laten aansluiten; door samenwerking met andere topsectoren te
       vergemakkelijken; door de gebundelde inzet van culturele en innovatieattachés en de
       middelen voor culturele, wetenschappelijke en economische diplomatie.
    •  Een geïntegreerd programma ontwerpen voor wetenschappelijk, praktijkgericht en
       ontwerpend onderzoek met bijbehorend geoormerkt budget voor de creatieve
       industrie, langs de lijnen van het voorbeeld van de NWO-call Research through
       design.
Met vriendelijke groet,
Joop Daalmeijer                                            Uri Rosenthal
Voorzitter Raad voor Cultuur                               Voorzitter Adviesraad voor
                                                            wetenschap, technologie en
                                                            innovatie
                                                                                             6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Bronnen:
    •  Diensten Waarderen, AWT, 2012.
    •  Garnham N., From cultural to creative industries. An analysis of the implications of
       the ‘creative industries’ approach to arts and media policy making in the United
       Kingdom, International Journal of Cultural Policy, Vol. 11, No. 1, 2005.
    •  Jacobs D., Creatief ondernemerschap en het dubbel succescriterium,
       Holland/Belgium Management Review, no. 146, 2012
    •  Jacobs D., Een co-evolutionair perspectief op het dubbel succescriterium,
       Holland/Belgium Management Review, no. 147, 2013
    •  Monitor creatieve industrie 2014, iMMovator. Cross Media Network, 2014.
    •  Rutten P., Kracht van Verbeelding; perspectieven op creatieve industrie. Hogeschool
       Rotterdam Uitgeverij, Rotterdam, 2014
    •  Schramme A, Jacobs S., et al. De symbolische waarde van de creatieve industrie
       ontrafeld. In: Kunst en Zaken, Vlaams Theaterinstituut, 2013.
    •  Verslagen van de expertmeetings: 27-2-2014 en 8-4-2014
    •  Volkerling M., In search of the author of contemporary Australian life: cultural policy
       in Western Sydney, Nordisk kulturpolitisk tidskrift, 2013
    •  https://www.gov.uk/set-up-a-social-enterprise
Ten behoeve van dit briefadvies zijn oriënterende gesprekken gevoerd met
vertegenwoordigers van:
    • Federatie Dutch Creatieve Industries
    • Creatieve Council
    • Fonds Creatieve Industrie
                                                                                              7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Bijlage: Deelnemers aan de expertmeetings
27-2-2014, Tilburg
Ondernemen in de creatieve industrie
Martijn Arnoldus: Adviseur bij Kennisland op het vlak van creatieve industrie, sociaal
ondernemen en sociale innovatie. Adviseert daarnaast regelmatig overheden, onderwijs en
het bedrijfsleven en geeft onderwijs aan Hogescholen en Universiteiten. Martijn Arnoldus
heeft een achtergrond in sociale geografie.
Arzu Ayikgezmez: Lid van de domeincommissie Beeldende Kunst, Vormgeving en
Architectuur van de Raad voor Cultuur. Is afgestudeerd als architect aan de Universiteit
Stuttgart en heeft sinds 2008 een eigen architectenbureau. Daarnaast geeft ze regelmatig les
aan de Academie van Bouwkunst in Tilburg en aan de TU Delft.
Jeroen Bartelse: Algemeen secretaris van de Raad voor Cultuur. Daarvoor werkzaam als
directeur Kennis en Innovatie bij de ministeries van OCW en EZ. Is van huis uit
bestuurskundige (Erasmus Universiteit, Indiana University) en promoveerde in 1999 op een
proefschrift over wetenschaps- en hoger onderwijsbeleid (Universiteit van Twente).
Bas Berkhout: New Business Director bij VanBerlo Design Strategy in Eindhoven.
VanBerlo Group is actief het gebied van productontwikkeling en –design.
Matt Donnelley: Incubation Manager bij Dutch Game Garden. Heeft een internationale
achtergrond in bedrijfskunde, economie en ondernemerschap en staat startende
ondernemers bij met advies en coaching.
Valerie Frissen: Lid van de AWTI. Directeur Stichting SIDN Fonds, hoogleraar ICT en
Sociale Verandering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.. Lid van de Creative Council
(per oktober 2014).
Jo Houben: Algemeen directeur van Cultureel-Ondernemen. Voorheen directeur van
verscheidende culturele instellingen waaronder Kunstenaars&CO, Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars en SVM (tegenwoordig MOVISIE).
Berend Schans: Directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF).
Voorheen werkte hij als beleidsmedewerker bij de Vereniging van Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties (VSCD) en was hij hoofd publiciteit en marketing bij de Melkweg in
Amsterdam.
Jorinde Seijdel: Lid van de domeincommissie Beeldende Kunst, Vormgeving en
Architectuur van de Raad voor Cultuur. Daarnaast is ze auteur, redacteur, spreker, adviseur,
kunsttheoreticus. Is o.a. hoofdredacteur van Open! Platform voor Kunst, Cultuur & het
Publieke Domein en docent aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam.
Sacha van Tongeren: Project developer bij de Waag Society en lid van de Fairphone
Foundation. Heeft veel ervaring in de kunst- en cultuursector, onder meer als bij
beleidsadviseur bij gemeenten en als hoofd productie en zakelijk leider bij theaters in
Amsterdam.
Ena Voûte: Professor Industrial Design Engineering aan de TU Delft. In de jaren negentig
werkte ze bij Unilever waar ze launch-, merk- en marketingstrategieën ontwikkelde. Tevens
stond ze aan de wieg van de financiële vergelijkingssite Independer, was ze
innovatieconsulent bij Altuïtion en heeft ze negen jaar bij Philips Consumer Lifestyle
gewerkt.
                                                                                             8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> Annick Schramme (voorzitter): Lid van de Raad voor Cultuur, hoogleraar aan de
 Universiteit Antwerpen, waar ze ook coördinator is van de masteropleiding
 Cultuurmanagement) en Academic Director Creatieve Industrieën aan de Antwerp
 Management School. Is daarnaast nog actief in verschillende raden van bestuur en
 adviesraden.
 8-4-2014, Eindhoven:
Beleid voor de Culturele en Creatieve Industrie
Roelof Balk: Hoofd Financiële Faciliteiten a.i. bij Cultuur- Ondernemen en
verantwoordelijk voor cultuurleningen en microfinancieringen. Voorts is hij lid van de Raad
van Toezicht van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Werkt sinds 2010 werkt
zelfstandig adviseur / interim-manager onder de naam SlimmeVos.nl.
Ulrike Erbslöh: Zakelijk directeur bij het Van Abbemuseum. Heeft een achtergrond in
zakelijke economie en is vanaf 2004 ook actief geweest als freelance adviseur voor culturele
instellingen.
Jeroen Everaert: Oprichter en directeur van Mothership. Voltooide de kunstacademie in
Rotterdam en besloot vervolgens zijn liefde voor kunst en het vak van verkoper te
combineren in het bedrijf Mothership, dat fungeert als matchmaker tussen opdrachtgevers
en kunstenaars.
Ton van Gool: Projectleider cultuur Strijp S bij de gemeente Eindhoven. Was voorheen
directeur van MU.
Giep Hagoort: (Gast)hoogleraar aan diverse universiteiten en daarnaast zelf cultureel
ondernemer. Promoveerde in 1998 aan de Nyenrode Universiteit op het onderwerp
interactieve strategievorming. Hij werkt nauw samen met de creatieve bureaus Via Traiectum
en Festina Lente Inc.
Sophie van Hof-Rubens: Strategisch adviseur bij de gemeente Eindhoven op het gebied
van design en innovatie. Voltooide de masteropleiding Strategisch Management aan de
Rotterdam School of Management (RSM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft
o.a. managementfuncties vervuld bij KPN en Deloitte.
Ralph Keuning: Directeur van Museum de Fundatie. Daarnaast lid van de Raad van
Toezicht van ArtEZ hogeschool voor de kunsten, docent aan de businessschool Windesheim
en adviseur bij de Raad voor Cultuur. Studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht en Berlijn en
Strategisch Management in Utrecht.
Martijn Paulen: Directeur bij Capital D, de Design Coöperatie van de Brainport regio
Eindhoven. Daarnaast werkzaam als zelfstandig adviseur. Voorheen director Innovation &
Learning Strategies aan de TiasNimbas Business School.
Paul Rutten: Lector Creative Business bij Kenniscentrum Creating010 van Hogeschool
Rotterdam en zelfstandig onderzoeker en adviseur. Voorheen werkzaam bij de Universiteit
Antwerpen, Universiteit Leiden, TNO, Erasmus Universiteit Rotterdam, Hogeschool
INHOLLAND en Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn expertise ligt op het vlak van cultuur,
creatieve industrie, media en innovatie.
                                                                                             9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Berend Schans: Directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF).
Voorheen werkte hij als beleidsmedewerker bij de Vereniging van Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties (VSCD) en was hij hoofd publiciteit en marketing bij de Melkweg in
Amsterdam.
Annick Schramme (voorzitter): Lid van de Raad voor Cultuur, hoogleraar aan de
Universiteit Antwerpen, waar ze tevens coördinator is van de masteropleiding
Cultuurmanagement) en Academic Director Creatieve Industrieën aan de Antwerp
Management School. Is daarnaast nog actief in verschillende raden van bestuur en
adviesraden.
Angelique Spaninks: Directeur van het STRP festival en directeur van MU. Was voorheen
kunstredacteur en werkte in het redactiemanagement van het Eindhovens Dagblad. Is tevens
actief als adviseur in diverse culturele commissies, besturen en denktanks op zowel lokaal,
provinciaal als nationaal niveau.
Jeroen Verbruggen: Managing/Creative Director bij FLEX/theINNOVATIONLAB en lid
van de Dutch Creative Council. Is afgestudeerd aan de TU Delft (Industrial Design) en de
Erasmus Universiteit Rotterdam (Business Economics).
                                                                                            10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>