<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Een kwestie van waarde(n)</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>     Inhoud
     Inleiding                                        1
1.   Ouderen en cultuur in een veranderend
     sociaal domein: een waardenkader                 3
                                                          Inhoud
2.   Ouderen en cultuurparticipatie in
     Nederland anno 2015                              8
3.   Van waarden naar handelingsperspectieven        13
     Bijlagen                                        18
1.   Ouderen en cultuurparticipatie
     Verkennende notitie van de RMO commissie        19
2.   Adviesaanvraag ouderen en cultuurparticipatie   25
3.   Brief van de minister van OCW
     Adviesaanvraag ouderen en cultuurparticipatie   28
4.   Samenstelling en werkwijze commissie
     ‘ouderen en cultuurparticipatie’                29
5.   Verslagen expertmeeting
     ‘ouderen en cultuurparticipatie’                30
6.   Convenant ‘ouderen en cultuur’                  36
7.   Bronnen                                         43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>      Inleiding
In juni 2013 hebben de minister van OCW en de staatssecretaris
                                                                                                Inleiding
van VWS, samen met een aantal private en publieke partijen,
het convenant Ouderen en Cultuur ondertekend. Dit document
‘komt voort uit de overtuiging van de ondertekenaars dat:
cultuurparticipatie bijdraagt aan de gezondheid, het welzijn,
het welbevinden en de persoonlijke ontwikkeling van ouderen’.
    De ondertekening van het convenant betekende de start
van het meerjarige programma Lang Leve Kunst dat, net als het
convenant, tot doel heeft cultuurparticipatie door ouderen te
bevorderen en de raakvlakken tussen de sectoren cultuur, maat-
schappelijke participatie, welzijn en zorg te versterken. Een
van de afspraken in het convenant was een adviesaanvraag van
de ministeries van OCW en VWS aan de Raad voor Cultuur
(RvC) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)
over cultuurparticipatie door ouderen. [1]
De RvC en de RMO zijn gevraagd te adviseren ‘over de wijze
waarop overheden, culturele instellingen, welzijnsinstellingen en
zorgaanbieders optimaal kunnen inspelen op cultuurparticipatie
door ouderen’. Meer in het bijzonder is de RvC en de RMO
gevraagd om de rol van de nationale en lokale overheid op dit
terrein nader te verkennen. [2]
Door de fusie – per 1 januari 2015 – van de RMO met de
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg tot de Raad voor Volks-
gezondheid en Samenleving (RV&S) bleek een gezamenlijk
                                                                         1
adviestraject niet meer haalbaar. Het gevolg was een tweesporen-       Convenant
aanpak waarbij een commissie van de RMO, in overleg met de             ‘Ouderen en Cultuur’,
                                                                       18 juni 2013		
RvC, een verkennende notitie [3] over dit thema heeft uitgebracht      2
en de RvC, in overleg met de RV&S, het advies heeft voorbereid.        Adviesaanvraag
                                                                       ‘Ouderen en
De verkennende notitie van de RMO is bij de voorbereiding van          cultuurparticipatie’,
dit advies betrokken en is als bijlage opgenomen. Dit is in over-      26 november 2014
                                                                         3
eenstemming met de brief van de minister van OCW, die de raad          ‘Ouderen en cultuur-
eind april 2015 heeft ontvangen heeft, waarin zij mede namens          participatie’, verken-
                                                                       nende notitie RMO
de staatssecretaris van VWS met de gekozen tweesporen-aanpak           commissie,
heeft ingestemd. [4]                                                   2015.                    1
                                                                         4
    Een ad hoc commissie, bestaande uit deskundigen uit het            Brief van minister
                                                                       Bussemaker aan de
veld, heeft dit advies voorbereid. In de bijlage is de samenstelling   Raad voor Cultuur,
van deze commissie opgenomen. Daarnaast zijn vele andere               22 april 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>deskundigen in individuele gesprekken en tijdens een expert-
meeting geraadpleegd. De raad wil hen bedanken voor hun
waardevolle inbreng en betrokkenheid.
De raad heeft voor het beantwoorden van de adviesvraag een
brede invalshoek gekozen. Het thema ‘ouderen en cultuur’ raakt
immers aan veel meer maatschappelijke vraagstukken dan
                                                                                                 Inleiding
cultuurparticipatie door ouderen alleen. Al jaren is de vergrijzing
van de Nederlandse samenleving onderwerp van gesprek in de
politiek en de maatschappij.
Een deel van de discussie heeft betrekking op de kwaliteit van
leven en persoonlijke ontwikkeling van ouderen. Een belangrijk
streven dat hierin tot uitdrukking komt, is dat ouderen zo
lang mogelijk in de eigen woon- en leefomgeving kunnen blijven.
Ondersteuning, begeleiding, (een deel van de) zorg en dag-
besteding dienen een lokale invulling te krijgen.
    In de discussie over het veranderende sociaal domein
domineren termen als ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘samenred-
zaamheid’ en is er veel aandacht voor de rol van mantelzorg en/
of het sociaal netwerk. [5] De discussie over de kwaliteit van leven
en persoonlijke ontwikkeling van ouderen raakt dus aan een
breder debat over maatschappelijke participatie en aan de trans-
formatie van het sociaal domein. De raad beziet de adviesvraag
over cultuurparticipatie door ouderen in deze bredere context.
Het advies bestaat uit drie delen. Allereerst duidt de raad
de discussie over ouderen en cultuurparticipatie aan de hand van
drie waarden: individuele ontplooiing, maatschappelijke partici-
patie en gezondheid & welbevinden. Op grond van deze waarden
schetst de raad daarna het huidige landschap van initiatieven
rondom ouderen en cultuurparticipatie.
   Tot slot formuleert de raad op basis van een waardenkader
een aantal handelingsperspectieven.
                                                                          5                      2
                                                                       ‘Leren innoveren
                                                                       in het sociaal domein’,
                                                                       Raad voor Maatschap-
                                                                       pelijke Ontwikkeling,
                                                                       2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1.      Ouderen en cultuur in een
        veranderend sociaal domein:
        een waardenkader
Voordat de raad dieper op de materie ingaat, vindt hij het
                                                                                              Ouderen en cultuur in een veranderend sociaal domein: een waardenkader
belangrijk eerst zijn uitgangspositie ten aanzien van de begrippen
‘ouderen’ en ‘cultuurparticipatie’ te verduidelijken.
Ouderen
  Volgens Jan Baars, een van de grondleggers van de kritische
  gerontologie, is de betekenis van chronologische tijd in relatie
  tot ouderen, veroudering en ouder worden betrekkelijk en
  rudimentair. Het leven van een mens voltrekt zich nu eenmaal
  in de tijd en ieder mens wordt elk moment dat hij verder
  leeft ouder en kwetsbaarder. Onder invloed van allerlei sociaal-
  economische ontwikkelingen (vervroegde pensionering,
  flexibilisering van de arbeidsmarkt, medicalisering, enz.) is in
  de loop der jaren de nadruk steeds meer komen te liggen op
  de chronologische leeftijd van mensen. Minder aandacht is er
  voor het vermogen van diezelfde mensen om, ondanks hun
  leeftijd, een normaal leven te kunnen leiden en een zinvolle en
  een nuttige bijdrage aan de maatschappij te kunnen leveren.
  Jan Baars pleit eigenlijk voor een benadering waarbij de
  chronologische leeftijd niet verabsoluteerd wordt, omdat deze
  in wezen niet zoveel zegt over de kwaliteit van leven van een
  oudere. [6]
      De raad sluit zich aan bij deze benadering, omdat ouderen
  hiermee niet op kunstmatige wijze van de rest van de bevol-
  king worden afgezonderd en in samenhang met de jongere
  generaties worden gezien. Een intergenerationele benadering
  vloeit hieruit automatisch voort.
Cultuurparticipatie
  Bij cultuurparticipatie gaat het om actieve of passieve
  deelname aan kunst- en/of erfgoedactiviteiten in de vrije tijd.
  Dit zijn activiteiten die zowel een bepaalde mate van sociale
  interactie met zich brengen als ook van persoonlijke betekenis
  zijn voor degene die eraan deelneemt. De commissie van
  de RMO ziet dit als een combinatie van sociale interactie en
                                                                                              3
  individuele betekenisgeving.                                          6
                                                                     ‘Ouder worden.
                                                                     Leven in verschillende
     Cultuurparticipatie heeft dus een betekenis voor de kwaliteit   tijden’, Jan Baars,
     van het leven en de persoonlijke ontwikkeling van ieder mens.   2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   Daarin is cultuurparticipatie bijzonder, maar niet uniek.
   Andere vormen van maatschappelijke participatie (bijvoor-
   beeld sportbeoefening of vrijwilligerswerk) kennen ook een
   combinatie van sociale interactie en individuele zingeving.
      De partijen die het convenant Ouderen en Cultuur onder-
   tekend hebben, delen de overtuiging dat cultuurparticipatie
   een meerwaarde heeft voor de kwaliteit van leven en de
                                                                                                Ouderen en cultuur in een veranderend sociaal domein: een waardenkader
   persoonlijke ontwikkeling van ouderen. Volgens de raad dient
   deze meerwaarde geduid te worden vanuit de betekenis van
   cultuur hiervoor (denk bijvoorbeeld aan interactie, participatie,
   zingeving). Daarmee zet de raad, in navolging van het advies
   Cultuur herwaarderen van de Wetenschappelijke Raad voor het
   Regeringsbeleid, expliciet in op een benadering gebaseerd
   op waarden in plaats van een instrumentele aanpak. [7]
      Om deze abstracte meerwaarde nader te duiden, vertaalt
   de raad deze naar drie specifiekere waarden: [8]
   – Individuele ontplooiing
   – Maatschappelijke participatie
   – Gezondheid en welbevinden
   Deze waarden zijn van betekenis voor de verbinding tussen
   zorg, welzijn en cultuur. Ze komen ook terug in het bredere
   debat over de transformatie van het sociaal domein.
       Overigens zijn deze waarden niet de enige die aan cultuur-
   participatie ontleend kunnen worden. Bovendien zijn zij voor
   iedereen van belang, niet alleen voor ouderen. Ook hebben
   deze waarden zowel op individueel als op collectief niveau een
   betekenis; cultuurparticipatie kan bijvoorbeeld een positief
   effect hebben op de gezondheid en welbevinden van een indi-
                                                                          7
   vidu, maar wanneer dit op grote schaal gebeurt dan heeft            ‘Cultuur
   dit ook maatschappelijke impact.                                    herwaarderen’,
                                                                       Wetenschappelijke
       Het gaat hier om waarden die elk hun eigen kracht               Raad voor het
   en betekenis hebben en als zodanig op zichzelf kunnen staan.        Regeringsbeleid, 2014.
                                                                          8
   Om de vraag naar hoe te handelen op het gebied van ouderen          De raad heeft zich
   en cultuurparticipatie te beantwoorden, is het van belang           hierbij onder meer
                                                                       laten inspireren door
   om deze waarden te onderscheiden.                                   het onderzoek van
                                                                       socioloog Cees van
                                                                       den Bos naar de
Individuele ontplooiing                                                betekenis van vrijwil-
   Bij de waarde ‘individuele ontplooiing’ gaat het om de              ligerswerk. Een aantal
                                                                       van deze waarden
   mogelijkheden die een individu heeft om zijn ambities,              worden ook reeds
                                                                                                4
   dromen, wensen en behoeften te realiseren en competenties           genoemd in het
                                                                       onlangs verschenen
   te ontwikkelen die bijdragen aan persoonlijke zingeving.            advies van de raad
                                                                       ‘Agenda Cultuur.
   In het specifieke geval van cultuurparticipatie heeft dit ook       2017 – 2020
   betrekking op artistieke ontplooiing en (talent)ontwikkeling.       en verder’, 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>   Individuele ontplooiing kan zowel in een persoonlijke context
   (alleen) als ook in een gemeenschappelijke context (groep
   of gemeenschap, waarbij sociale interactie en groepsdynamiek
   belangrijke aspecten zijn) plaatsvinden. [9]
       Het is belangrijk zich hierbij te realiseren dat mensen
   bij het bereiken van een hogere leeftijd niet opeens minder
   behoefte aan individuele ontplooiing hebben dan in hun
                                                                                                Ouderen en cultuur in een veranderend sociaal domein: een waardenkader
   jongere levensjaren. Individuele ontplooiing is een heel men-
   senleven van betekenis. Het verdient dus geen aanbeveling
   om bij individuele ontplooiing onderscheid te maken naar
   leeftijd. Het zijn de omstandigheden waarin mensen kunnen
   komen te verkeren die het verschil maken; die zijn niet
   uitsluitend en altijd afhankelijk van leeftijd.
   Gelet hierop meent de raad dat de intergenerationele dimensie        9
   een belangrijk element in de discussie is. Zo’n benadering        ‘Leren innoveren in
                                                                     het sociaal domein’,
   opent ook de ogen voor de mogelijkheid van overdracht en          Raad voor Maatschap-
                                                                     pelijke Ontwikkeling,
   interactie tussen generaties, het delen van ervaringen over en    december 2014.
   weer, het levend houden van c.q. nieuw leven of inhoud               10
                                                                     ‘Leren innoveren in
   geven aan oude en bekende verschijningsvormen.                    het sociaal domein’,
       In het specifieke geval van cultuur is dit overigens ook      Raad voor
                                                                     Maatschappelijke
   belangrijk omdat het voortbestaan van bepaalde culturele          Ontwikkeling,
   uitingen en activiteiten (zoals bijvoorbeeld cultureel erfgoed)   december 2014.
                                                                        11
   hiervan mede afhankelijk is.                                      Raad voor Cultuur,
                                                                     ‘Agenda Cultuur.
                                                                     2017 – 2020 en
Maatschappelijke participatie                                        verder’, april 2015.
  Bij de waarde ‘maatschappelijke participatie’ gaat het om             12
                                                                     Een empirisch-
  het recht van iedere burger om, ongeacht zijn persoonlijke         wetenschappelijke
  omstandigheden, mee te (blijven) doen in de samenleving.           benadering gaat uit
                                                                     van meetbaarheid
  Maatschappelijke participatie in al zijn verschijningsvormen       (meten is weten).
                                                                     Cultuurparticipatie
  is het cement van ons gedeeld sociaal kapitaal. Hierdoor           ‘werkt’ indien een
  kunnen – vitale – burgers iets voor de samenleving betekenen       meetbaar effect op de
                                                                     gezondheid van
  (bijvoorbeeld in de sfeer van mantelzorg en vrijwilligerswerk)     ouderen kan worden
  maar kan de samenleving ook iets voor – kwetsbare – burgers        aangetoond. In een
                                                                     wereld waarin evidence
  betekenen (denk aan ondersteuning, begeleiding, bestrijding        based medicine en effec-
  van eenzaamheid en sociale uitsluiting). Bij een terugtredende     tiviteitsonderzoek een
                                                                     sleutelrol spelen, is
  overheid wordt het beroep op de participatie van burgers           een dergelijke weten-
  alleen maar groter. Maatschappelijke participatie is vooral een    schappelijke bewijs-
                                                                     voering een nood-
  zaak van burgers zelf. [10]                                        zakelijke voorwaarde
      Cultuurparticipatie is een verschijningsvorm van maat-         om de inzet van cul-
                                                                     tuurparticipatie door
  schappelijke participatie. In zijn Agenda Cultuur wijst de raad    de medische wereld,
                                                                                                5
  al op het belang van cultuurbeleid dat de verbinding tussen        de zorgverzekeraars
                                                                     (i.v.m. de financiering
  cultuur en samenleving als uitgangspunt neemt. [11] Cultuur-       van de therapie) en
                                                                     de zorginstellingen
  participatie kan betekenis hebben om maatschappelijke              daadwerkelijk te laten
  problemen als toenemende sociaal-economische ongelijkheid          omarmen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   (niet alleen rijk-arm maar ook hoogopgeleid-laagopgeleid)
   en sociaal-culturele verschillen (allochtoon-autochtoon) op
   een innovatieve manier aan te pakken.                               13
                                                                    Hieronder worden
                                                                    enkele onderzoeken
                                                                    genoemd die
Gezondheid en welbevinden                                           een positief verband
  In de discussie over ‘ouderen en cultuur’ speelt ook het          aantonen tussen
                                                                    cultuurparticipatie
  veronderstelde positieve effect van cultuurparticipatie op de     en gezondheid:
                                                                                               Ouderen en cultuur in een veranderend sociaal domein: een waardenkader
  gezondheid en het welbevinden een grote rol. Hoewel er            ‘Normalisation of
                                                                    salivary cortisol levels
  nog weinig empirisch-wetenschappelijk onderzoek is dat een        and self-report stress
  causale relatie tussen cultuurparticipatie en meetbare            by a brief lunchtime
                                                                    visit to an art
  (fysieke) gezondheidsaspecten bevestigt, [12] zijn er veel aan-   gallery by London
  wijzingen dat gezondheid, mits breder gedefinieerd (niet          City workers’, Journal
                                                                    of Holistic Healthcare
  alleen fysiek, maar ook mentaal en sociaal), positief wordt       3.2, mei 2006.
  beïnvloed door diverse vormen van cultuurparticipatie. [13]       Het onderzoek gaat
                                                                    over het verlaagde
      Een empirische benadering is te smal. Gezondheid is meer      stressniveau (afge-
  dan een set van meetbare (fysieke) kenmerken. Als de ‘sub-        meten aan het stress-
                                                                    hormoon cortisol) na
  jectieve’ dimensie van gezondheid (welbevinden) – samen met       een kort bezoek aan
                                                                    een kunstgalerie.
  de mentale en de sociale dimensie ervan – onderdeel zijn          ‘Patterns of receptive
  van een breder gezondheidsbegrip, dan is het aannemelijk dat      and creative cultural
                                                                    activities and their
  cultuurparticipatie hierop een positief effect kan hebben. [14]   association with per-
                                                                    ceived health, anxiety,
                                                                    depression and satis-
   De raad zoekt aansluiting bij de discussie die momenteel         faction with life among
   gevoerd wordt rondom het formuleren van een nieuwe, ‘dyna-       adults: the HUNT
                                                                    study, Norway’,
   mische’ benadering van gezondheid waarbij naast de fysieke       Cuypers, Koenraad
   aspecten evenveel aandacht wordt besteed aan de spirituele       e.a., augustus 2011.
                                                                    Het onderzoek gaat
   dimensie, de kwaliteit van leven, het sociaal-maatschappelijk    over het verband
   functioneren, het dagelijks functioneren, de mentale kracht      tussen culturele activi-
                                                                    teiten en de ervaren
   en weerbaarheid. [15]                                            gezondheid, tevreden-
      Zo geredeneerd ligt de conclusie voor de hand dat             heid met het leven,
                                                                    angst en depressie in
   mensen niet per se fysiek gezond hoeven te zijn om zich          beide geslachten
                                                                    ‘perceived health’.
   mentaal en sociaal gezond te voelen en om in de samenleving      ‘Kunstbeoefening met
   mee te kunnen doen. Het gaat hier meer om het algemene,          ambitie. Naar een
                                                                    lokaal stimulerings- en
   persoonlijke welbevinden dan pure, lichamelijke gezondheid.      faciliteringsprogramma
   Cultuurparticipatie kan een bijdrage leveren aan het creëren     voor kunstbeoefening
                                                                    door ouderen’,
   van de voorwaarden waaronder mensen zich in algemene             R. Hortolanus e.a.,
   zin beter kunnen voelen.                                         2012.
                                                                    ‘Attendance at cultural
                                                                    events and physical
                                                                    exercise and health: a
                                                                    randomised controlled
                                                                    study’, Public Health
                                                                    114.5, september 2000.
                                                                    Het onderzoek gaat
                                                                    over het positieve
                                                                    effect dat cultuur-        6
                                                                    participatie op de
                                                                    bloeddruk kan hebben
                                                                    (lagere bloeddruk
                                                                    met minder risico op
                                                                    hart- en vaatziekten).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                            Ouderen en cultuur in een veranderend sociaal domein: een waardenkader
   14
Zie voetnoot 12.
   15
‘Het vermogen om zelf
de regie te voeren’,
Medisch Contact,
februari 2014.
Machteld Huber
heeft het concept
‘positieve gezond-
heid’ geïntroduceerd,
waarbij zes dimensies
worden onderscheiden
waaraan je gezond-
heid kunt aflezen:
lichamelijke functies,
mentale functies en
beleving, de spirituele/
existentiële dimensie,
kwaliteit van leven,
sociaal-maatschap-
pelijke participatie en
dagelijks functioneren.
De letterlijke definitie
luidt: ‘Gezondheid
is het vermogen zich
aan te passen en een
eigen regie te voeren,
in het licht van de
fysieke, emotionele en
sociale uitdagingen
van het leven’. Volgens
Machteld Huber is
deze definitie flexibeler
en dynamischer en
neemt de veerkracht
van mensen mee.
Mensen kunnen met
een ziekte om leren
gaan en daarnaast toch
nog behoorlijk gezond       7
in het leven staan. Met
deze definitie kunnen
mensen dus gezond
zijn, naast het hebben
van een ziekte.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>2.    Ouderen en cultuurparticipatie
      in Nederland anno 2015
Zowel in de aanloop naar de verkennende notitie van de
                                                                                                    Ouderen en cultuurparticipatie in Nederland anno 2015
commissie van de RMO, als in de aanloop naar het RvC-advies
zijn verschillende experts uit het veld geraadpleegd. [16] Hieruit
is gebleken dat er op dit moment in Nederland talloze initiatieven
en projecten zijn op het gebied van ouderen en cultuurpartici-
patie.
    Deze grote variëteit moet gekoesterd worden omdat het
iets zegt over de creativiteit en de inzet van instellingen (uit de
sectoren cultuur, zorg en welzijn) en burgers (bijvoorbeeld
vrijwilligers). [17] Het is van belang dat deze creatieve kracht en
maatschappelijke betrokkenheid behouden blijven en gesti-
muleerd worden. De overheid blijkt hiervoor niet altijd nodig
te zijn.
In de korte tijd die voor de voorbereiding van dit advies                 16
                                                                       Zie ook bijlage 5 deel-
beschikbaar was, was het niet mogelijk om alle initiatieven en         nemers expertmeeting
projecten diepgaand te analyseren. De raad heeft daarom                ‘Ouderen en cultuur-
                                                                       participatie’.
getracht, op basis van bovengenoemde waarden, een algemeen                17
beeld te schetsen van wat er momenteel in Nederland rondom             Bij cultuurparticipatie
                                                                       is de artistieke kwaliteit
ouderen en cultuurparticipatie gebeurt. Hieronder wordt                het leidende principe.
per waarde steeds één voorbeeld ter illustratie genoemd. [18]          Bij sociaal-cultureel
                                                                       werk gaat het vooral
                                                                       om de kwaliteit van
Individuele ontplooiing                                                het sociale proces.
                                                                          18
   Cultuurparticipatie kent veel verschijningsvormen.                  Voor een overzicht
                                                                       van projecten en acti-
   De huidige, dagelijkse praktijk laat een grote verscheidenheid      viteiten op het gebied
   aan projecten en initiatieven zien waarvan grote aantallen          van ouderen en
                                                                       cultuurparticipatie
   ouderen gebruikmaken. Ouderen kunnen een keuze maken                verwijst de raad naar
   uit een ruim aanbod aan onderwerpen en activiteiten. Die            de volgende bronnen,
                                                                       websites en publicaties:
   kunnen ook betrekking hebben op artistieke ontplooiing en           www.worlddatabaseof-
   (talent)ontwikkeling, want die hoeven niet alleen aan               happiness.eur.nl, www.
                                                                       langlevekunst.nl, ‘Lang
   jongere generaties of professionals voorbehouden te zijn.           Leve Kunst. Over
       Cultuurparticipatie biedt ook genoeg aangrijpingspunten         ouderen en cultuur’,
                                                                       ‘Kunstbeoefening met
   om de intergenerationele dimensie effectief in te vullen.           ambitie. Naar een
   Dit blijkt duidelijk uit het feit dat veel initiatieven hierop al   lokaal stimulerings- en
                                                                       faciliteringsprogramma
   inzetten. Deze initiatieven brengen de levenslange ontplooiing      voor kunstbeoefening
                                                                                                    8
   van het individu tot uitdrukking, waarbij specifieke leeftijden     door ouderen’
                                                                       en ‘Zicht op actieve
   worden losgelaten en een intergenerationele uitwisseling            cultuurparticipatie.
                                                                       Thema’s en trends in
   tot stand komt. In dit kader wijst de raad naar het belang van      praktijk en beleid
   de meester-gezelrelatie, waarbij een, meestal oudere, expert        2014’.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>zijn kennis persoonlijk aan een leerling overdraagt. Het beleid
van de minister om deze intergenerationele uitwisseling in het
MBO te stimuleren, biedt volgens de raad interessante aan-
knopingspunten om vergelijkbare initiatieven ook in andere
sectoren te initiëren.
Voorstelling Oudkast [19]
                                                                                        Ouderen en cultuurparticipatie in Nederland anno 2015
   Stichting Delfts Peil richt zich met de voorstelling
   ‘Oudkast’ op homoseksuele ouderen. Dit is een opmerke-
   lijke keuze omdat homoseksualiteit onder ouderen nog
   steeds een taboe is, terwijl ongeveer 7 tot 10 procent van
   de ouderen homoseksuele gevoelens kent. Instellingen
   die met ouderen te maken hebben, zijn hierop nog niet of
   nauwelijks ingericht. Het onderwerp homoseksualiteit
   is moeilijk bespreekbaar waardoor homoseksuele ouderen
   zich niet geaccepteerd voelen, zich niet welkom voelen of
   niet zichzelf kunnen zijn. Dit kan leiden tot discriminatie,
   depressie, sociaal isolement en een slechtere gezondheid.
       De behoefte onder ‘roze’ ouderen om dit onderwerp
   bespreekbaar te maken, is dus groot. ‘Oudkast’ wil met dit
   project roze ouderen extra aandacht en een gezicht geven.
   Iedereen moet kunnen zijn wie hij/zij wil zijn. De voor-
   stelling is gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van een
   groep homoseksuele ouderen met hun seksualiteit en
   het wel of niet uit de kast (durven) komen. De betrokken
   groep homoseksuele mannen speelt zelf ook in de
   voorstelling. Roze ouderen maken kennis met het project
   tijdens maandelijkse bijeenkomsten van de Roze Ouderen
   Salon waar in een speciaal gecreëerde opnameruimte
   persoonlijke ontboezemingen kunnen worden gedaan.
   Deze ontboezemingen vormen het uitgangspunt voor een
   korte montagevoorstelling, waarin toneel, dans, muziek
   en beweging samenkomen. Deelnemende ouderen volgen
   hieraan voorafgaand workshops onder leiding van
   professionele theatermakers. Hierna wordt de voorstelling
   uitgebreid tot een avondvullende voorstelling met vertel-
   lers, live muziek en oude archiefbeelden. Om duidelijk het
   contrast neer te zetten met een ander tijdsbeeld worden
   ook jonge homoseksuele amateurspelers bij het project
   betrokken.
                                                                                        9
                                                                    19
                                                                  www.cultuurpartici-
                                                                  patie.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>      Oudkast is een voorbeeldstellend ouderenproject, omdat
      het homoseksualiteit onder ouderen bespreekbaar maakt.
      Daarnaast geeft het ouderen de kans zich te ontwikkelen
      op artistiek gebied en brengt het project hen in contact
      met elkaar en met jongeren.
Maatschappelijke participatie
                                                                                        Ouderen en cultuurparticipatie in Nederland anno 2015
  Het aantal initiatieven op het gebied van ouderen en cultuur-
  participatie is groot. De raad ziet verschillen in de wijze
  waarop projecten geïnitieerd worden. Sommige projecten zijn
  in het leven geroepen door professionele instellingen uit de
  zorg- en cultuursector. Andere zijn onderdeel van een breder
  programma dat de randvoorwaarden (bestuurlijk en finan-
  cieel) schept waarbinnen het project gerealiseerd kan worden.
  In weer andere projecten nemen betrokken burgers het
  initiatief. Ook de invalshoek van projecten is erg verschillend.
  Waar het ene project kiest voor een bepaalde kunstdiscipline
  en van daaruit activiteiten ontwikkelt, ligt de nadruk bij een
  ander project weer op een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld
  mensen met een specifieke aandoening zoals Alzheimer).
      Deze verscheidenheid aan organisatievormen en invals-
  hoeken illustreert de verschillende manieren waarop cultuur-
  participatie waarde toevoegt ten aanzien van maatschappelijke
  participatie. De enorme inzet van vrijwilligers op dit terrein
  bevestigt dat beeld alleen maar.
   Maatschappelijke participatie is idealiter een systeem van
   ‘vraag en aanbod’. In dit opzicht kunnen ouderen meer
   betekenen dan nu het geval is. Het aspect ‘aanbod’ zou volgens
   de raad meer invulling moeten krijgen. Ouderen zijn een
   enorme bron van kennis, kunde en ervaring.
       Volgens de raad zou het potentieel dat ouderen op dit
   gebied te bieden hebben maatschappelijk meer ingezet kunnen
   worden ter ondersteuning van jongere generaties, waardoor
   ook de intergenerationele dimensie invulling krijgt.
   Stichting Vier het Leven [20]
       Doel van Stichting Vier het Leven (in 2005 opgericht) is
       het sociaal isolement en de eenzaamheid onder ouderen te
       beperken en de kwaliteit van leven te verbeteren.
           Dit lokaal initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een
       landelijke organisatie van meer dan 1000 vrijwilligers die                       10
       in samenwerking met veel verschillende partners en
       organisaties volledig verzorgde film-, theater- en concert-     20
       bezoeken organiseert voor duizenden ouderen door heel         www.4hetleven.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>      Nederland. Maatwerk, persoonlijke aandacht en
      het wegnemen van drempels (bijvoorbeeld vervoer door
      vrijwilligers die de deelnemer thuis ophaalt en na de
      voorstelling weer naar huis brengt) zijn daarbij leidend.
      Uit de groeicijfers (van 600 deelnemers in 2006 naar
      15.000 deelnemers in 2014) blijkt dat Vier het Leven in
      een grote behoefte onder ouderen voorziet. Het Landelijk
                                                                                              Ouderen en cultuurparticipatie in Nederland anno 2015
      Expertise-centrum Sociale Interventie (LESI) heeft in
      2013 een onderzoek uitgevoerd naar de impact van deel-
      name aan activiteiten van Vier het Leven. [21]
      Deelnemende ouderen zijn unaniem zeer tevreden.
      Zij kijken met plezier uit naar de activiteit (voorpret) en
      beleven veel plezier aan de herinnering aan de activiteit
      (napret). Het contact met vrijwilligers en andere deel-
      nemers wordt als zeer waardevol en positief ervaren.
      Deelnemers ontlenen voldoening aan het feit dat zij ergens
      bij horen. Hoewel de activiteiten van Vier het Leven
      gevoelens van eenzaamheid niet wegnemen, dragen zij wel
      bij aan vermindering ervan. De activiteiten van Vier het
      Leven dragen zo bij aan het welbevinden van ouderen; de
      meeste ouderen geven aan dankbaar en blij te zijn dat
      de vrijwilligers van Vier het Leven zich belangeloos voor
      hen willen inzetten. Verder hebben de activiteiten van
      deze stichting ook uitstralingseffecten naar lichamelijke en
      psychische gezondheid, sociaal netwerk, maatschappelijke
      activiteiten , zingeving en inspiratie.
Gezondheid en welbevinden
  Er zijn veel projecten die vooral gericht zijn op het
  verbeteren en versterken van de gezondheid, het welzijn en
  het welbevinden van ouderen. Hier is vaak een link met
  preventie; de insteek hierbij kan verschillend zijn. Sommige
  projecten richten zich vooral op geestelijke problematiek
  (bijvoorbeeld dementie), andere projecten meer op lichame-
  lijke problematiek (bijvoorbeeld ziekte van Parkinson), weer
  andere initiatieven focussen meer op sociale problematiek
  (bijvoorbeeld eenzaamheid).                                           21
                                                                     ‘Ik ben geen zielig
      De raad stelt vast dat de waarde ‘gezondheid en wel-           achter-de-geraniums-
  bevinden’ eigenlijk in alle initiatieven en projecten op de een    vrouwtje. Een
                                                                     onderzoek naar de
  of andere manier terugkomt. Op het moment dat de waarden           impact en ervaren
  ‘individuele ontplooiing’ en ‘maatschappelijke participatie’       baat van deelname aan    11
                                                                     activiteiten van ‘Vier
  invulling krijgen, wordt ook de waarde ‘gezondheid en wel-         het Leven’, Landelijk
                                                                     Expertisecentrum
  bevinden’ automatisch meegenomen. Dat komst omdat                  Sociale Interventie,
  deelname aan culturele activiteiten (actief of passief, alleen     2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>of in groepsverband) per definitie zinvolle dagbesteding,
sociaal contact, activering, bevrediging van een interesse,
creatieve expressie, enz. inhoudt. Dit zijn allemaal zaken die
direct of indirect positief invloed hebben op de gezondheid,
het welzijn en het welbevinden van de deelnemende oudere.
Kunstproject Bloemetjesgordijn [22]
                                                                                         Ouderen en cultuurparticipatie in Nederland anno 2015
  De Lupinehof, onderdeel van zorgorganisatie Pameijer,
  is een beschermde woongemeenschap van 44 chronisch
  psychiatrische, voornamelijk oudere, patiënten met
  een complexe aandoening die permanent begeleiding nodig
  hebben en die sterk afhankelijk zijn van de zorg om hen
  heen. Pameijer zet zich in voor empowerment van bewoners.
  Zij staan voor de uitdaging om van een beschermde
  woonomgeving te gaan verhuizen naar verschillende
  woningen die meer geïntegreerd zijn in de samenleving.
  Een moeilijk onderwerp om te bespreken met de bewoners,
  omdat ze al zo lang afhankelijk zijn van de zorg. Men
  zocht naar nieuwe wegen om de verhuizing bespreekbaar
  te maken en bewoners te activeren, waardoor zij zich
  beter zouden gaan voelen en meer zelfvertrouwen zouden
  krijgen. Om dit te realiseren heeft Cultuur-Ondernemen,
  met kunstenaar Maartje Nevejan en in samenwerking met
  het Textielmuseum in Tilburg, het kunstproject
  ‘Bloemetjesgordijn’ uitgevoerd.
   Het project heeft een half jaar gedraaid en werd afgesloten
   met een tentoonstelling van alle producten die het had
   opgeleverd (kleurrijke rollen gordijnstof met tekeningen
   van de bewoners, een gezamenlijk gemaakt wandkleed, een
   fotoserie, een ontroerende videofilm). Belangrijker nog
   dan al die zichtbare resultaten is wat het kunstproject met
   de bewoners zelf heeft gedaan en wat het heeft opgeleverd.
   De bewoners hebben actief meegedaan en hebben een
   positieve ontwikkeling doorgemaakt; zij hebben het gevoel
   dat zij ertoe doen, dat zij er mogen zijn, zij hebben
   meer zelfvertrouwen gekregen, zij komen uit hun bed en
   uit hun huis.
                                                                    22
                                                                 Kunstproject
                                                                 Bloemetjesgordijn in    12
                                                                 opdracht van zorg-
                                                                 organisatie Pameijer,
                                                                 Cultuur-Ondernemen,
                                                                 essay van Jos van de
                                                                 Haterd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>3.    Van waarden naar
      handelingsperspectieven
Initiatieven op het terrein van cultuurparticipatie door ouderen
                                                                     Van waarden naar handelingsperspectieven
hebben dus een meerwaarde in termen van individuele ontplooi-
ing, maatschappelijke participatie en gezondheid en welbevinden.
Uit de verschillende individuele gesprekken en de expertmeeting
blijkt dat initiatiefnemers en betrokkenen zich ook bewust zijn
van die meerwaarde. Ze weten voor wie en waarom ze het doen.
    Ze zijn overtuigd van de betekenis die cultuurparticipatie
voor de kwaliteit van leven kan hebben. En ze zijn in staat om
maatwerk te leveren voor zeer uiteenlopende, specifieke
ondersteuningsvragen. Kortom: de initiatiefnemers voelen zich
eigenaar van wat ze ondernemen en van de waarden die
daarmee gediend zijn (ontplooiing, participatie, welbevinden).
Dat eigenaarschap is een positief gegeven. Het bevestigt nogmaals
dat het initiatief op het terrein van cultuurparticipatie door
ouderen zich al bevindt waar het thuishoort: in gemeenschappen
van mensen zelf, midden in de samenleving. Toch klinkt van
meerdere kanten de roep om een rol voor de overheid – om een
gedeeld eigenaarschap. Die roep is deels praktisch van aard:
er lijkt behoefte aan financiële ondersteuning, aan een partij die
de sectoren zorg, welzijn en cultuur verbindt, aan facilitaire
voorzieningen. Deels is de roep principiëler van aard: in een
vergrijzende samenleving zouden overheden cultuurparticipatie
door ouderen sterker moeten stimuleren, zeker als mensen
langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen.
De commissie van de RMO heeft in haar verkennende notitie al
een aantal praktische knelpunten rond financiering, onderzoek,
samenwerking en opleiding benoemd. In dit advies voegt de raad
daaraan een waardenperspectief toe.
   In deze paragraaf formuleert de raad een aantal handelings-
perspectieven die het eerdergenoemde eigenaarschap van
particuliere initiatiefnemers als uitgangspunt neemt. Het zijn dus
handelingsperspectieven die recht doen aan de meerwaarde van
cultuurparticipatie voor en in de samenleving. Andere partijen,
waaronder overheden, leveren voornamelijk een faciliterende of       13
ondersteunende bijdrage – een rolopvatting die ook past bij de
huidige debatten en veranderingen in het sociaal domein.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Beeldvorming rond ouderen en cultuur
  Nu zaken als ‘zelfredzaamheid’, ‘samenredzaamheid’,
  ‘participatie’ en ‘sociale innovatie’ het discours in het sociaal
  domein domineren, kan de discussie niet tot cultuurparti-
  cipatie door en voor ouderen verengd worden. Het idee van
  de participatiesamenleving biedt ruimte om het domein
  ‘ouderen en cultuur’ in zijn maatschappelijke context te
                                                                      Van waarden naar handelingsperspectieven
  bezien.
      Dat leidt idealiter tot het loslaten van ‘ouderen’ als
  categorie en tot het volwaardig accepteren van cultuurpartici-
  patie als een vorm van maatschappelijke participatie. In het
  verlengde hiervan wijst de raad elke vorm van leeftijds-
  discriminatie af en waarschuwt hij voor een te instrumentele
  inzet van cultuurparticipatie. De meerwaarde van alle vormen
  van cultuurparticipatie – in termen van sociale interactie
  en zingeving – staat op zich, en hangt niet af van een bepaalde
  leeftijdsdoelgroep of een wetenschappelijke onderbouwing.
   Bij deze nieuwe inkleuring van ouderen en cultuurparticipatie
   spelen in eerste instantie alle goede voorbeelden uit het hele
   land een cruciale rol. Het is daarom belangrijk om deze verder
   te verspreiden. Hierbij kunnen zowel de landelijke overheid
   (vanwege schaalgrootte en bereik) als de lokale overheid
   (vanwege de directe relatie met burgers en de verantwoorde-
   lijkheden op het gebied van maatschappelijke participatie)
   een waardevolle rol spelen. Dat geldt overigens ook voor
   culturele (onderwijs)instellingen – daar komt de raad later
   nog op terug.
Na transitie komt transformatie
  De inrichting van het zorg- en welzijnsstelsel is per
  1 januari 2015 op financieel, juridisch en bestuurlijk gebied
  grondig gewijzigd. De veel fundamentelere transformatie
  van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving is daarmee
  pas net begonnen. Deze transformatie – die zich veel meer
  afspeelt op het niveau van de waarden uit dit advies – kost tijd
  en ruimte. Over de hele breedte van het sociaal domein wordt
  gezocht naar nieuwe verhoudingen, nieuwe financierings-
  arrangementen, nieuwe verantwoordingsstructuren en nieuwe
  organisatievormen. Wat de overheid betreft ligt deze zoek-
  tocht vooral bij de gemeenten. Dat is een veeleisend traject.
      Het is dan ook niet verstandig om daar nu het thema             14
  ‘cultuurparticipatie’ (en ouderen) achteloos aan toe te voegen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>   Dat neemt niet weg dat er juist in tijden van grootschalige
   verandering ruimte is om cultuurparticipatie als onderdeel
   van het sociaal domein op de kaart te zetten.
   De raad adviseert gemeenten daarom beleid te ontwikkelen
   waarbij thema’s als zorg, welzijn, participatie, begeleiding,
   ondersteuning, cultuur niet als losse onderdelen maar
                                                                     Van waarden naar handelingsperspectieven
   in samenhang met elkaar worden benaderd. Dat geldt niet
   alleen inhoudelijk, maar ook financieel (zie ook onderstaande
   paragraaf). Bovendien: juist nu is er ruimte om nieuwe
   spelers toe te laten, om projecten op innovatieve wijze te
   financieren, om te experimenteren en te mogen falen. Nieuwe
   initiatieven op het terrein van cultuurparticipatie passen
   uitstekend in deze context. De lokale overheid is in dit speel-
   veld een belangrijke partner van de initiatiefnemers, maar
   uitdrukkelijk niet de enige. Een passende rol voor de lokale
   overheid kan het faciliteren van zogenaamde kwartiermakers
   zijn: personen of instanties die de verschillende betrokken
   partijen met elkaar verbinden en zo een uitwisseling van goede
   voorbeelden en ervaringen mogelijk maken; bijvoorbeeld
   door een overleg tussen verschillende lokale organisaties (of
   op lokaal niveau werkend) en, indien aanwezig, adviesraden
   zoals jongerenraad, sportraad, Wmo-raad en cultuurraad.
Randvoorwaarden: onderwijs, financiering,
toegankelijkheid
Onderwijs en opleiding van professionals
  In zijn Agenda Cultuur stelde de raad dat cultuureducatie
  bijdraagt aan het verwerven van competenties die belangrijk
  zijn om maatschappelijk te participeren. In aanvulling daarop
  benadrukt de raad in dit advies het belang van cultuur-
  participatie, een mensenleven lang.
      Samen vormen deze punten een oproep aan culturele
  opleidingen én opleidingen op het terrein van zorg en onder-
  steuning om cultuurparticipatie als vorm van maatschap-
  pelijke participatie meer te omarmen. Dan leren toekomstige
  professionals de vaardigheden die nodig zijn om in een
  participatiesamenleving op een goede manier aan te sluiten
  bij initiatieven en projecten van gemeenschappen. Ze leren,
  met andere woorden, om professional te zijn zonder het
  eigenaarschap van mensen te willen overnemen. Bovendien            15
  ligt hier een mogelijkheid om te investeren in de ontschotting
  van de professionele praktijk (voor zover nodig en wenselijk)
  in de domeinen zorg, welzijn en cultuur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>   Daarnaast ligt in het cultuuronderwijs een kans om meer
   intergenerationele verbindingen tot stand te brengen. Hierbij
   kan men denken aan het overdragen van specifieke ambachten
   of het delen van cultureel erfgoed. Dan snijdt het mes aan
   twee kanten: kennis en deskundigheid worden behouden en
   er is sprake van verbinding tussen generaties rond maat-
   schappelijk relevante thema’s.
                                                                                           Van waarden naar handelingsperspectieven
       Het Rijk kan hierin – vanuit zijn betrokkenheid bij het
   onderwijsstelsel – een stimulerende rol spelen.
Beleidsvisie en financiering door gemeenten
   Gemeenten zijn al verantwoordelijk voor de financiering van
   lokaal cultuurbeleid. Met de nieuwe Wmo is ook de finan-
   ciering van de niet-medische thuiszorg en begeleiding binnen
   hun verantwoordelijkheid gekomen. Gemeenten hebben nu
   zeggenschap over zowel het zorg- en welzijnsbudget als over
   het (lokaal) cultuurbudget. Dat biedt een uitgelezen
   mogelijkheid om verbindingen tussen deze twee domeinen,
   die vaak nog gescheiden worden aangestuurd, te slaan en
   de schotten tussen verschillende financieringsstromen op te
   heffen. [23] Het verdient aanbeveling om dit als gemeenteraad
   ook in het periodiek verplichte plan [24] op te nemen,
   waarbij er aandacht moet zijn voor de functie van algemene
   voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. [25]
   Als lokale overheden daarin slagen, kunnen ze op het terrein
   van ouderen en cultuurparticipatie een solide partner van
   initiatiefnemers worden. Ook hierbij tekent de raad aan dat
   de lokale overheid slechts een van de partners is. Het domein
   van cultuurparticipatie leent zich voor vele financierings-
   vormen en -constructies. Het uitgangspunt zou in principe
   moeten zijn dat het particulier initiatief leidend is bij het
   verzamelen van eigen financiële middelen voor een project of
   doelstelling en dat het daarbij, indien nodig, een beroep op
                                                                       23
   een andere partij zoals de overheid kan doen.                    Zie ook de verken-
       Dit alles vergt nieuwe relaties en arrangementen op lokaal   nende notitie van de
                                                                    RMO-commissie.
   niveau, met meer oog voor en inzicht in levensloopbestendige        24
   mogelijkheden voor burgers.                                      Het gaat hier om het
                                                                    op basis van artikel
                                                                    2.1.2 van de WMO
                                                                    periodiek verplichte
                                                                    plan.
                                                                       25
                                                                    Burgers mogen          16
                                                                    overigens bij hun
                                                                    aanvraag voor een
                                                                    WMO-voorziening
                                                                    ook een persoonlijk
                                                                    plan inleveren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor
burgerinitiatieven
  Initiatieven op het terrein van maatschappelijke participatie,
  en dus ook op het terrein van cultuurparticipatie, hebben
  belang bij een goede infrastructuur. Letterlijk: in de zin van
  vervoer, bereikbaarheid, goed afgestemde openingstijden en
  passende informatievoorziening.
                                                                      Van waarden naar handelingsperspectieven
      Maar ook meer figuurlijk, door oog te hebben voor
  de specifieke kwetsbaarheden van bepaalde groepen en een
  flexibele opstelling ten aanzien van nieuwe initiatieven
  en initiatiefnemers. Lokale overheden kunnen een bijdrage
  leveren aan deze goede infrastructuur, zonder daarbij
  het eigenaarschap van initiatiefnemers te verstoren. Dit kan
  bijvoorbeeld door praktische voorzieningen als vervoer of
  locaties ter beschikking te stellen of door nieuwe initiatief-
  nemers in hun opstartfase facilitair te ondersteunen.
Tot slot
  De raad heeft de meerwaarde van cultuurparticipatie
  door ouderen met een waardenkader willen duiden. Cultuur-
  participatie kan een positieve betekenis hebben voor de
  kwaliteit van leven als het gaat om individuele ontplooiing,
  maatschappelijke participatie en gezondheid en welbevinden.
  Daarvan is ook de raad overtuigd.
      Die meerwaarde krijgt vorm in de samenleving zelf; bij
  de initiatiefnemers die vanuit een intrinsieke motivatie energie,
  tijd en geld steken in het realiseren van projecten. Zij zijn
  de eigenaren van de initiatieven op het terrein van cultuur-
  participatie door ouderen.
   In de context van het veranderende sociaal domein is het van
   cruciaal belang om dat eigenaarschap te erkennen en te
   behouden. Sociale innovatie ontstaat pas echt, als we dit soort
   initiatieven aan hun eigenaren in de samenleving durven en
   blijven toevertrouwen. Ook als ze soms vragen om een vorm
   van (financiële of facilitaire) ondersteuning. De handelings-
   perspectieven in dit advies gaan daarom uit van waarden in
   plaats van instrumenten. Ze nemen het eigenaarschap van
   burgers steeds als uitgangspunt bij de discussie over cultuur-
   participatie door ouderen. Een uitgangspunt, waarom de
   transformatie in het sociaal domein vraagt.
                                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Bijlagen</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>1.   Ouderen en cultuurparticipatie
     Verkennende notitie van de
     RMO commissie
                                      Bijlagen
                                      Verkennende notitie van de RMO commissie
                                      19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Bijlagen Verkennende notitie van de RMO commissie 20</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Bijlagen Verkennende notitie van de RMO commissie 21</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Bijlagen Verkennende notitie van de RMO commissie 22</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Bijlagen Verkennende notitie van de RMO commissie 23</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Bijlagen Verkennende notitie van de RMO commissie 24</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>2.   Adviesaanvraag
     ouderen en cultuurparticipatie
                                      Bijlagen
                                      Adviesaanvraag
                                      25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag 26</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Bijlagen Adviesaanvraag 27</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>3.   Brief van de minister van OCW
     Adviesaanvraag ouderen
     en cultuurparticipatie
                                     Bijlagen
                                     Brief van de minister van OCW
                                     28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>4.   Samenstelling en werkwijze commissie
     ‘ouderen en cultuurparticipatie’
Dit advies is voorbereid door een ad hoc commissie.
De commissie heeft geen gebruikgemaakt van een vaste voorzitter.
Het voorzitterschap rouleerde per vergadering. De commissie
heeft in totaal zes keer vergaderd.
                                                                   Bijlagen
Ten behoeve van de voorbereiding van dit advies is ook een
expertmeeting georganiseerd op 12 maart 2015 in het Stedelijk
Museum te Amsterdam. De expertmeeting is door twintig
deskundigen uit het veld bezocht. De verslagen van de expert-
meeting zijn als bijlagen bij dit advies opgenomen.
Daarnaast zijn ook andere deskundigen geraadpleegd.
De waardevolle inbreng van alle gesprekspartners is in dit
advies verwerkt.
Commissieleden
  Marijke van Hees, Thijs Kuipers, Lucas Meijs,
  Stefanie Metsemakers, Jos Verbeeten
Ambtelijke ondersteuning
  Caspar Laffrée Raad voor Cultuur, Egidio Memeo Raad voor
  Cultuur, Willemijn van der Zwaard Raad voor Volksgezondheid
  en Samenleving
Deelnemers expertmeeting
                                                                   Samenstelling en werkwijze commissie
Stedelijk Museum, 12 maart 2015, Amsterdam
    E. Berman, J. Le Clercq, L. Delfgaauw, M. van Hees,
    A. Heesakkers, K. Heijster, A. van der Horst, M. Juffermans,
    A. Klarenbeek, T. Kuipers, C. Laffrée, L. Meijs, E. Memeo,
    G. Mesters, S. Metsemakers, A. Potter, W. Rosenboom,
    C. Scholten, J. Verbeeten, A. Vonk, E. Zoete
                                                                   29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>5.   Verslagen
     expertmeeting ‘ouderen
     en cultuurparticipatie’
Groep 1
Introductie
    De bijeenkomst vond plaats op 12 maart 2015 in het Stedelijk Museum
                                                                                              Bijlagen
    in Amsterdam. Dit deel van het verslag is de samenvatting van de gedachte-
    wisseling die plaatsvond in groep 1.
        Uitgangspunt daarvoor was de korte inleiding van Lucas Meijs (voorzitter
    van de expertmeeting) en de korte notitie die deel uitmaakte van de uitnodiging
    voor de bijeenkomst en die aangeeft dat het advies zal worden opgebouwd aan
    de hand van een viertal waarden.
Gedachtewisseling
1. Een advies opgebouwd langs de lijnen van de waarden (culturele ontplooiing,
   participatie, markt, gezondheid) moet wel herkenbaar blijven voor de uiteen-
   lopende partijen die een rol spelen als het gaat om de positie van ouderen in de
   samenleving. Daarvoor is van belang dat er relatie wordt gelegd met praktische
   zaken, al was het maar illustratief.
        Het advies moet ook er blijk van geven oog te hebben voor het feit dat allerlei
   ontwikkelingen, veranderingen en vraagstukken het hele leven omspannen en
   zich in alle levensfasen kunnen voordoen in uiteenlopende verschijningsvor-
   men, maar die in combinatie met de term ‘ouderen’ ineens een negatieve lading
   krijgen. Dat werkt uitsluitend.
     Voorbeeld hiervan is het fenomeen amateur en amateurkunst. In combinatie
                                                                                              Verslagen expertmeeting
     met jeugd, jong, wordt dat gewaardeerd als leuk, stimulerend, uitdagend, kans-
     rijk ook. Maar voorbij de levensfase die nog met enig recht ‘jong’ kan worden
     geduid, wordt het begrip amateur steeds negatiever beleefd: onbeduidend,
     gênant, mislukt, nooit wat geweest. De benadering via waarden biedt de moge-
     lijkheid het permanente karakter daarvan over het voetlicht te brengen, los van
     een bepaalde levensfase. De waarde blijft, de verschillende verschijningsvormen
     ervan kunnen naar plaats en tijd verschillen.
          In dit verband is beklemtoond dat het in essentie erom gaat dat mensen in
     welke fase van het leven ook, zichzelf zijn en blijven. En dat ook vooral moeten
     kunnen zijn en blijven. Voor iedereen in elke levensfase is van belang te weten
     dat ‘je ertoe doet’.
2.   Imagovorming, het belang daarvan verdient aandacht. Het imago van ouderen/
     ouderdom lijkt nu overheerst te worden door twee uitersten: de kwetsbare
     ouderen enerzijds en het Zwitser leven gevoel aan de andere kant. Alsof daar niet
     nog een hele wereld, d.w.z. de echte wereld en het echte leven tussen ligt.
         Het verdient ook niet direct aanbeveling binnen cultuurparticipatie een
     verder onderscheid te maken naar leeftijd van de participanten. De leeftijd maakt
     hier niet het verschil. Dat doen de omstandigheden waarin mensen kunnen
     komen te verkeren en die ook niet uitsluitend en altijd afhankelijk zijn van leeftijd.
     Effectiever is het de aandacht te richten op deelname van geschakeerde, brede
     groepen: intergenerationeel en los van leeftijd gebonden rolpatronen.
         Een intergenerationele benadering opent ook de ogen voor de mogelijkheid             30
     van overdracht tussen generaties, delen van ervaringen over en weer, het levend
     houden van c.q. nieuw leven of inhoud geven aan oude en bekende verschijnings-
     vormen. Het voortbestaan, de duurzaamheid, van uitingen van immaterieel
     erfgoed is b.v. daarvan mede afhankelijk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>     Een voorbeeld van intergenerationele participatie is de voorleesexpres.
     Daar snijdt het mes bovendien aan verschillende kanten. Het is vaak intercultu-
     reel en het is een vorm van cultuureducatie die al op heel jonge leeftijd start.
     Het intergenerationele aspect vind je ook terug in de meester – gezel relatie
     waar het gaat om overdracht en behoud van kennis en vaardigheden op
     ambachtelijk terrein.
3.   De invalshoek mag dan cultuurparticipatie zijn, maar in essentie gaat het om
                                                                                            Bijlagen
     maatschappelijke participatie waarvan cultuurparticipatie een vorm is. Zo zijn
     voor cultuurparticipatie allerlei zaken relevant die veel verder reiken dat cultuur
     of cultuurbeleid. Denk aan bereikbaarheid, (openbaar) vervoer, (virtuele) toe-
     gankelijkheid. ICT biedt een veelheid aan mogelijkheden om passieve en actieve
     participatie aan cultuur te ondersteunen en bevorderen. Ook dit in eerste
     aanleg weer los van leeftijd.
     Meedoen in de maatschappij heeft waarde. Als dat meedoen gekoppeld wordt
     aan cultuur krijgt die waarde niet zelden een bijsmaak van exclusiviteit. Terwijl
     maatschappelijk meedoen en meetellen op zichzelf wordt gezien als includerend.
     Als het aankomt op een financiële politieke afweging met andere zaken,
     b.v. sport, rijst niet zelden de vraag naar de waarde van cultuur (exclusief) ten
     opzichte van zoiets als sport, meer handen aan het bed, zaken die worden
     gepercipieerd als van grotere maatschappelijke betekenis.
          Die afweging zal altijd blijven. Maar dan kan het geen kwaad als men zich
     realiseert dat cultuurparticipatie heel breed is en betrekking heeft op een veelheid
     aan uitingen en verschijnselen: carnaval en theater, bloemencorso en opera,
     concertgebouw en harmonie, majorettes en ballet, bibliotheek en musea.
          Cultuurparticipatie van ouderen moet niet benaderd worden als probleem
     c.q. als oplossing van een probleem. Het gaat erom dat het waarde heeft in
                                                                                            Verslagen expertmeeting
     zichzelf, zoals elke vorm van maatschappelijke participatie. Vergrijzing is niet
     alleen maar een probleem: het biedt ook een kapitaal aan tijd en kennis dat
     kan worden uitgedaagd en aangesproken. Er zijn zeker probleem gevallen, maar
     die zijn er in alle leeftijden.
     Leeftijd / ouderdom beïnvloedt op velerlei terrein de vraag en behoeften.
     Maar die vraag en behoeften zijn in elke levensfase in eerste aanleg persoonlijk
     bepaald en door persoonlijke voorkeuren ingegeven. Met het klimmen der
     jaren verandert dat niet.
4.   Cultuurparticipatie is vooral een zaak die op het lokale, regionale niveau
     gestalte kan en moet krijgen. Vooral de lokale overheden zijn aan zet. Daar is
     de doelgroep aanspreekbaar zowel voor actieve als passieve vormen van partici-
     patie. Lokale besturen hebben de verantwoordelijkheid voor en beschikken over
     uiteenlopende voorzieningen die cultuurparticipatie van ouderen rechtstreeks
     kunnen beïnvloeden, bevorderen en ondersteunen.
         Daar liggen ook de mogelijkheden om verbanden te leggen met het bredere
     terrein van de maatschappelijke participatie. Het lokale bestuurlijke niveau kent
     minder strakke scheidingen tussen beleidsterreinen c.q. is beter in staat om
     dergelijke scheidingen te doorbreken. Het beschikt daardoor over meer armslag
     om aan te knopen bij verwante ontwikkelingen. De verantwoordelijkheid voor
     de uitvoering van de WMO biedt zo’n aanknopingspunt.
                                                                                            31
     Het landelijk niveau, de landelijke overheid, kent weinig directe uitvoerende
     betrokkenheid. Op secundair niveau zijn er wel aspecten die aandacht voor en
     ontwikkeling van de lokale cultuurparticipatie ouderen kunnen ondersteunen
     en bevorderen en waar de rijksoverheid een betrokkenheid bij heeft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>     Bijvoorbeeld onderwijs en opleiding. Zowel aan de kant van het kunstvak-
     onderwijs als opleidingen op het vlak van zorg en maatschappelijke ondersteuning
     kan meer worden ingespeeld op elkaars terrein en de raakvlakken daartussen
     zodat de nu bestaande onbekendheid over en weer wordt verminderd. Bezien
     vanuit het kunstvakonderwijs biedt de cultuurparticipatie van specifieke groepen
     ouderen ook een aanvullend carrièreperspectief. Zowel bezien vanuit de nationale
     betrokkenheid bij WMO als bij het (vak)onderwijs ligt hier een taak voor de
     rijksoverheid. Het gaat zowel om de initiële opleiding als om het bevorderen van
     na- en bijscholing.
                                                                                              Bijlagen
     In het onderwijs ligt ook in andere zin nog een kans voor verbinding tussen jong
     en oud: de al eerder genoemde introductie van de meester – gezel relatie waar
     het gaat om specifieke ambachten. Dat mes snijdt aan twee kanten: behoud van
     kennis en er is sprake van verbinding tussen generaties rond een maatschap-
     pelijk relevante kwestie. Ook in de sfeer van de voorlichting kan de rijksoverheid
     bijdragen. Dat kan zowel inhoud betreffen als doorbreking van stereotype
     beeldvorming.
4.   Initiatieven en activiteiten op het vlak van participatie of de bevordering daarvan
     kosten ook geld. Voor zover het om de draagkrachtige en ook daadkrachtige
     ouderen gaat hoeft dat geen probleem te zijn. Maar er is ook een grote groep die
     daartoe niet behoort hetzij omdat één van beide, hetzij omdat beide ontbreken.
     Daar zullen lokale overheden keuzes in moeten maken.
          De ouderen zelf zijn als vrijwilliger overigens ook vaak een bron van activiteit:
     in uitvoerende en ondersteunende zowel als initiërende zin. De ervaring leert
     wel dat het van belang is te voorzien in enige continuïteit, zodat op ervaringen kan
     worden voortgebouwd en niet telkens het wiel moet worden uitgevonden.
          Op lokaal/regionaal niveau zou in ieder geval moeten worden voorzien in
     enige vorm van organisatorische kennis en continuïteit waarop de initiatieven een
                                                                                              Verslagen expertmeeting
     beroep kunnen doen en die initiatieven de weg kan wijzen. Dat gebeurt al maar
     vaak is dat op jaarbasis, en dan is juist de continuïteit ver te zoeken. Voor
     opbouw is een verder reikend perspectief van tenminste enige (drie) jaren nodig.
     Onderzocht zou moeten worden en hier en daar zijn daar wel al aanzetten toe,
     welke rol de verplichte verzekering hier zou kunnen oppakken. In de plenaire
     terugkoppeling werd een initiatief in Nieuw Vennep genoemd waar sprake is van
     ‘kunst op recept’ zoals er ook hier en daar ‘welzijn op recept’ bestaat.
Groep 2
Introductie
    De bijeenkomst vond plaats op 12 maart 2015 in het Stedelijk Museum
    in Amsterdam. Dit deel van het verslag is de samenvatting van de gedachte-
    wisseling die plaatsvond in groep 2. Uitgangspunt daarvoor was de korte
    inleiding van Lucas Meijs (voorzitter van de expertmeeting) en de korte notitie
    die deel uitmaakte van de uitnodiging voor de bijeenkomst en die aangeeft
    dat het advies zal worden opgebouwd aan de hand van een viertal waarden.
Gedachtewisseling
   De sessie begint met een bespreking van de vier waarden die tijdens de plenaire
   sessie gepresenteerd zijn: culturele ontplooiing, participatie, markt en gezondheid.
   Uit de groep wordt opgemerkt dat de waarden die de Raad voor Cultuur                       32
   geformuleerd heeft vooral gericht zijn op de ‘hogere’ cultuur. Verder vindt men
   gezondheid een hele belangrijke waarde maar alle stakeholders (patiënt,
   zorgverlener/-aanbieder en zorgverzekeraars) moeten dan wel betrokken zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Ten slotte wordt aangegeven dat bovenstaande waarden ook in andere domeinen
terugkomen en dat een bepaalde waarde niet te veel benadrukt moet worden.
Als een waarde te dogmatisch wordt benaderd dan botst het meteen met de
andere waarden. Het is belangrijk om juist de verbinding tussen deze waarden
te zoeken. Ze moeten in evenwicht zijn omdat ze allemaal even belangrijk zijn.
Mist men nog een waarde? De aanwezigen missen niet zo zeer een waarde
maar vinden eerder dat er een overkoepelend begrip moet worden gevonden dat
alle waarden kan ‘omarmen’. Verschillende begrippen passeren de revue: wel-
bevinden, kwaliteit van leven, zingeving, vermogen om met je problemen om te
                                                                                    Bijlagen
gaan, zelfredzaamheid, zelfstandig leven, eigen regie, enz..
     De waarde ‘markt’ wordt door iedereen als een hele belangrijke waarde
genoemd en leidt tot een uitgebreide discussie. De kern van de discussie is dat
de ‘markt’ veel meer kan betekenen dan alleen de markt in economische zin.
Een belangrijk aspect van een markt is het ruil- en transactie-element waarbij
niet alleen geld maar ook kennis en deskundigheid kunnen worden gevraagd
en overgedragen. Als voorbeeld wordt de mantelzorg genoemd. Dit is ook een
markt waar diensten worden gevraagd, aangeboden en afgenomen. Een
belangrijke actor op de markt zijn de vrijwilligers. Zonder hen zouden bepaalde
markten minder of helemaal niet functioneren.
Duurzaamheid en continuïteit zouden belangrijke aspecten van het advies moeten
zijn. Als een activiteit na een eerste projectmatige fase niet duurzaam wordt
verankerd dan is er eigenlijk sprake van kapitaalsvernietiging. Op het gebied van
ouderen en cultuurparticipatie is er nog weinig sprake van duurzaamheid
en continuïteit. De meeste projecten zijn tijdelijk en komen helaas tot een einde
zodra de financiering stopt. Duurzaamheid wordt ook gezien als een belangrijk
aspect in de omschakeling van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte markt.
In het verlengde hiervan wordt ook gediscussieerd over de visie van kunstenaars
op de duurzaamheid en continuïteit van hun werk. De oudere generatie kunste-
                                                                                    Verslagen expertmeeting
naars wil alleen kunstenaar zijn en met kunst genoeg geld verdienen om
rond te kunnen komen. De nieuwe generatie ziet het anders en meestal moeten
zij naast hun werk als kunstenaar noodgedwongen andere banen hebben
(bijvoorbeeld lesgeven ) om rond te kunnen komen.
     Ten slotte wordt nog opgemerkt dat duurzaamheid niet altijd per
definitie financieel hoeft te zijn. Duurzaamheid kan overigens ook een andere
gedaante aannemen, namelijk: opgedane kennis en deskundigheid, hechte
samenwerkingsrelaties, enz.
Geconstateerd wordt dat een drietal ontwikkelingen van groot invloed zouden
kunnen zijn op de cultuurparticipatie door ouderen in de toekomst, te weten:
Chroniciteit:
   Dit gaat in de toekomst exploderen. Steeds meer mensen zullen chronisch
   ziek worden en zij zullen, in het kader van kwaliteit van leven, wellicht baat
   hebben bij cultuurparticipatie;
Sociaal-economische verschillen:
    Deze nemen steeds meer toe ondanks alle beleidsmaatregelen die door
    de overheid genomen worden. Cultuurparticipatie kan een rol spelen bij het
    dichten van de sociaal-economische kloof;
Migranten:                                                                          33
   Deze groep wordt enerzijds ook ouder, net als autochtonen, en anderzijds
   valt het op verschillende gebieden buiten de boot. Ook in dit kader kan
   cultuurparticipatie iets betekenen. Gelet op de omvang van de groep zou
   je dan een ‘grote klap’ maken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Er wordt uitgebreid gediscussieerd over de vraag in hoeverre ‘ouderen’ als een
bijzondere groep benaderd moeten worden en in hoeverre er beleid speciaal
gericht op ouderen ontwikkeld moet worden. Dit is een zeer belangrijke aspect
van de hele discussie. De meningen binnen de groep zijn hierover verdeeld.
Een deel van de groep meent dat ‘ouder zijn’ gewoon een fase in het leven is.
Iedereen wordt ouder. Het hoort erbij. Men moet dus niet zoveel in vakjes
denken. Een ander deel van de groep meent dat ‘ouderen’ juist anders benaderd
moeten worden en dan vooral in praktische zin: hoe bereik je deze doelgroep?
Welke voorlichtingsstrategieën en –middelen moet je inzetten? Het is belangrijk
                                                                                       Bijlagen
dat wij ons realiseren dat het huidige aanbod niet specifiek op ouderen gericht
is omdat het niet in overleg met hen ontwikkeld is. Dit moet juist gebeuren om
beter op de behoeften en wensen van ouderen te kunnen inspringen en hen
beter te kunnen bereiken. In het verlengde hiervan worden drie groepen ouderen
onderscheiden: ouderen zonder problemen (vitale ouderen), ouderen met
verlies en kwetsbare ouderen. Iedereen is het wel over eens dat het belangrijk is
om over de hele linie blijvend in ouderen te investeren. Zeker tegen de achter-
grond van de vergrijzing.
Een belangrijke invalshoek in de discussie is ‘everybody is young at heart’.
Dit moet meer in de samenleving doorklinken en men moet niet teveel op
de pure leeftijd letten. Dit kan al beginnen in het alledaagse taalgebruik waarbij
‘ouder zijn/worden’ niet meer als iets negatiefs wordt geformuleerd en gedefi-
nieerd. Een ander frame en begrippenapparaat zijn wenselijk, bijvoorbeeld:
niet praten over het subsidiëren van ouderenprojecten maar over investeren in
participatieprojecten.
Men vindt dat in de adviesaanvraag twee angels zijn waardoor de adviesaanvraag
een soort van tweede laag krijgt:
–   De mogelijke rol van ouderen als vrijwilligers in de cultuursector.
                                                                                       Verslagen expertmeeting
    Als sommige betaalde functies door vrijwilligers vervuld kunnen worden
    dan zou dit tot bezuinigingen in de cultuursector kunnen leiden;
–   Het mogelijke effect van cultuurparticipatie op de gezondheid.
    Als het idee dat cultuurparticipatie een positief effect op de gezondheid 		
    heeft de overhand krijgt dan zou dit tot bezuinigingen in de zorgsector
    kunnen leiden.
Er wordt ook gediscussieerd over het effect van cultuurparticipatie op de
gezondheid (fysiek en psychisch). Dit is een belangrijk thema maar het is vaak
heel moeilijk om dit effect objectief te meten en hard te maken terwijl dit tegen de
achtergrond van ‘evidence based medicine’ juist heel relevant en wenselijk is.
Men vindt echter ook dat te veel focussen op onderzoek niet wenselijk is omdat
het je kwetsbaar maakt. Als het objectieve bewijs ontbreekt dan kan dat juist een
reden zijn om onderzoek en projecten stop te zetten. Een belangrijke vraag is
dus of cultuurparticipatie echt bewijs behoeft en of je hier echt naar moet
streven. Het is reeds bekend/bewezen dat als je er even uit gaat, dat je dan je pijn
en zorgen even vergeet (rapport van LESI). Er is dan per definitie geen sprake
van structurele genezing of rehabilitatie waarvoor hard, objectief bewijs nodig is,
maar van een tijdelijk effect dat voor de betrokkene hoe dan ook plezierig en
dus positief is. Het is eerder een middel naast andere die het individu weer helpt
onderdeel te zijn van het dagelijkse leven, zich beter te voelen, met veranderingen
om te gaan, enz.. Besloten wordt dat de discussie over de waarde van weten-            34
schappelijk onderzoek en over de vraag of cultuurparticipatie wel/geen effect heeft
in het advies meegenomen moet worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Er heerst ook verschil van mening over de verbinding tussen zorg en cultuur.
De ene ziet een trend naar meer verbinding en samenwerking, terwijl de andere
juist weinig verbinding tussen beide domeinen ervaart. Er wordt uitgebreid
gediscussieerd over de vraag in hoeverre en op welke manier de zorg betrokken
moet worden. Er wordt ook gewezen op de rol die de zorgverzekeraars zouden
kunnen spelen. Zij zijn zonder meer een belangrijke partner maar vooralsnog
niet of moeilijk toegankelijk (uitzonderingen daargelaten).
Iedereen is het er over eens dat een belangrijke schakel in de discussie de WMO
                                                                                      Bijlagen
moet zijn. In de hele discussie over participatie, decentralisatie, enz. ligt
de nadruk meer op het verschil kwetsbaar – niet-kwetsbaar dan op het verschil
jong – oud. Doordat gemeenten nu in het kader van decentralisaties steeds meer
taken en verantwoordelijkheden krijgen, is nu het juiste moment om de ver-
binding tussen cultuur en zorg (beter) tot stand te brengen. Dit zou men kunnen
doen door gemeenten op ‘goede voorbeelden’ op het gebied van ‘ouderen
en cultuurparticipatie’ te wijzen, b.v.: Doetinchem, Emmen, Arnhem, Zaanstad
en Wageningen.
    Opgemerkt wordt ook dat gemeenten vaak wel een en ander willen oppak-
ken maar dat zij vaak niet weten hoe. Er bestaan vaak geen verbindingen tussen
de betrokken afdelingen zorg/welzijn en cultuur. Bestaande regelingen zijn vaak
niet flexibel en creëren vaak schotten. In principe is geld dus geen probleem
maar is vaak door deze formele schotten moeilijk of niet toegankelijk. Het weg-
halen van dergelijke schotten is dus een prioriteit. Het advies moet daarom naast
een algemeen strategisch kader ook concrete handvatten voor gemeenten en
een pallet aan goede voorbeelden bieden.
De aanwezigen vinden ook dat in het advies ook de problematiek rond beeld-
vorming moet worden besproken. Er zijn globaal twee uitersten. Enerzijds het
‘Zwitser Leven’-gevoel, d.w.z. de vitale oudere. Anderzijds het ‘blok aan het
                                                                                      Verslagen expertmeeting
been’-gevoel, d.w.z. de kwetsbare oudere. Daar tussenin zit de grootste groep,
d.w.z. de gemiddelde oudere. Hier gaat het juist om. Het advies moet dus
vooral niet uitsluitend focussen op de kwetsbare oudere, maar de doelgroep
moet breed benaderd worden. Het gaat om de oudere in het algemeen.
    Verder moet het advies ook aandacht besteden aan het intergenerationele
aspect. Denk maar eens aan ouderen die aan kleuters voorlezen. Dit aspect kan
ook een rol spelen in de verankering en verduurzaming van cultuurparticipatie
voor/door ouderen. Het leidt ook tot sociale cohesie en dat is weer een belangrijk,
maatschappelijk aspect.
                                                                                      35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                 Bijlagen   Convenant ‘ouderen en cultuur’   36
Convenant ‘ouderen en cultuur’
         6.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 37</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 38</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 39</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 40</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 41</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Bijlagen Convenant ‘ouderen en cultuur’ 42</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>7.   Bronnen
Publicaties                         Cultuur-Ondernemen                 Raad voor Cultuur
                                    Kunstproject Bloemetjesgordijn     Meedoen is de kunst.
Minister Bussemaker en              in opdracht van zorgorganisatie    Advies over actieve
staatssecretaris Van Rijn           Pameijer,                          cultuurparticipatie
aan de Raad voor Maatschap-         essay: Jos van de Haterd           Den Haag, maart 2014
pelijke Ontwikkeling en
de Raad voor Cultuur                Cuypers, Koenraad, e.a.            Raad voor Maatschappelijke
                                                                                                         Bijlagen
Adviesaanvraag Ouderen              Patterns of receptive and          Ontwikkeling
en cultuurparticipatie              creative cultural activities and   Leren innoveren in het
Tweede Kamer, vergaderjaar          their association with perceived   sociaal domein
2014 – 2015, kamerstuk 696194       health, anxiety, depression        Den Haag, december 2014
Den Haag, november 2014             and satisfaction with life among
                                    adults: the HUNT study,            Raad voor Maatschappelijke
Minister van Onderwijs,             Norway                             Ontwikkeling
Cultuur en Wetenschap               augustus, 2011                     Ouderen en cultuurparticipatie
Brief van minister Bussemaker                                          Verkennende notitie van de
aan de Raad voor Cultuur            Dangermond K.,                     RMO commissie
Den Haag, 22 april 2015             Machielse A.                       Den Haag, 2015
                                    Ik ben geen zielig achter-
Jan Baars                           de-geraniums-vrouwtje.             Zicht op actieve cultuur-
Ouder worden.                       Een onderzoek naar de impact       participatie 2014
Leven in verschillende tijden       en ervaren baat van                Thema’s en trends in
uit de bundel: De kunst van         deelname aan activiteiten          praktijk en beleid
het ouder worden                    van Vier het Leven                 Utrecht, 2014
Amsterdam, 2013                     Landelijk Expertisecentrum
                                    Sociale Interventie                Joost Visser
Cees van den Bos                    Utrecht, 2013                      Het vermogen om zelf
                                                                                                         Literatuur
Using volunteering infra-                                              de regie te voeren
structure to build civil society    Hortolanus R., e.a.                interview met arts-onderzoeker
Arnhem, 2014                        Kunstbeoefening met ambitie.       Machteld Huber over de vraag
                                    Naar een lokaal stimulerings-      wat gezondheid eigenlijk is
Clow A., Fredhoi C.                 en faciliteringsprogramma          Medisch Contact
Normalisation of salivary           voor kunstbeoefening door          februari, 2014
cortisol levels and self-report     ouderen
stress by a brief lunchtime         Utrecht, 2012                      Wetenschappelijke Raad
visit to an art gallery                                                voor het Regeringsbeleid
by London City workers              Konlaan, BB, e.a.                  Cultuur herwaarderen
Journal of Holistic Healthcare 3.2, Attendance at cultural             Amsterdam, 2014
pagina 29-32, 2006                  events and physical exercise
                                    and health: a randomised           ZonMw
Minister van Onderwijs,             controlled study                   Effectiviteit van
Cultuur en Wetenschap,              Public Health 114.5,               complementaire
Ministerie van Volksgezond-         pagina 316-319, 2000               zorginterventies
heid, Welzijn en Sport,                                                Den Haag, 2011
Stichting RCOAK, Fonds              Arko Oderwald,
Sluyterman van Loo, Landelijk       Wouter Schrover                    Websites
Kennisinstituut Cultuur-            Humaniora: Wat heeft kunst
educatie en Amateurkunst            de geneeskunde te bieden?          www.cultuurparticipatie.nl/
(LKCA), Fonds voor Cultuur-         in: Nederlands Tijdschrift voor    magazine/oudkast-van-stichting-
participatie (FCP), VSBfonds,       Geneeskunde, 155; A4189;           delfts-peil                       43
Vereniging Nederlandse              pagina 1-3, 2011                   www.langlevekunst.nl
Organisaties Vrijwilligerswerk                                         www.oudkast.nl/over-oudkast
(NOV)                               Raad voor Cultuur                  www.4hetleven.nl
Convenant Ouderen en Cultuur Agenda Cultuur.                           www.worlddatabaseofhappiness.
juni, 2013                          2017 – 2020 en verder              eur.nl
                                    Den Haag, april 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Colofon
Ouderen en cultuur
Een kwestie van waarde(n)
Dit advies is een uitgave van
de Raad voor Cultuur
Leden
Joop Daalmeijer
voorzitter
Melle Daamen
Özkan Gölpinar
Marijke van Hees
Jessica Mahn
Annick Schramme
Mathieu Weggeman
Jeroen Bartelse
algemeen secretaris
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
070 – 3106686
info@cultuur.nl
www.cultuur.nl
Het is toegestaan (delen van) de
inhoud van deze publicatie te citeren
of te verspreiden, mits daarbij de Raad
voor Cultuur en deze publicatie als
bronnen worden vermeld.
Aan deze publicatie kunnen geen
rechten worden ontleend.
Den Haag, mei 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan
van de regering en het parlement op het terrein van
kunst, cultuur en media. De raad is onafhankelijk
en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele
beleidskwesties en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>