<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                           Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                                           2595 BE Den Haag
                                                                                           t 070 3106686
                                                                                           info@cultuur.nl
                                                                                           www.cultuur.nl
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Mevr. dr. M. Bussemaker
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
30 juni 2016
Kenmerk: RVC-2016-1077
Betreft: advies Actieagenda voor Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2017-
2020
Geachte mevrouw Bussemaker,
De ministeries van OCW en IenM werken aan een nieuwe Actieagenda voor
Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp (AARO) voor de periode 2017 – 2020.
U heeft de raad verzocht advies uit te brengen over de waarde en betekenis
van het thema ‘internationalisering’ voor deze actieagenda.1 Concreet
verzoekt u de raad de volgende vragen te beantwoorden:
      1. Welke kansen biedt internationalisering van en voor het
           Nederlandse ontwerp?
      2. Welke profielen van het Nederlands ontwerp zijn van internationale
           waarde?
      3. Wat is de meerwaarde van export en import van kennis en
           vakmanschap voor het Nederlandse werkveld en de urgente
           (internationale) maatschappelijke opgaven?
      4. Welke instrumenten moeten worden ingezet om kansen te benutten?
De raad licht in dit advies eerst zijn werkwijze toe. Vervolgens worden de
vier bovenstaande vragen behandeld. Het advies wordt afgesloten met
enkele aanbevelingen.
1 In de beleidsperiode 2013-2016 zet de actieagenda in op de versterking van ontwerpkracht en -kwaliteit
bij regionale en lokale overheden, ontwerpers, marktpartijen en particulieren. De belangrijkste
programma’s die het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie in dit kader heeft ontwikkeld, richten zich op
Zorg en Scholenbouw, Stad en Regio, Stedelijke Transformaties en Innovatieve Vormen van
Opdrachtgeverschap.
                                                                                                       1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De raad heeft een commissie samengesteld om dit advies voor te bereiden.
Die bestaat uit Tom Avermaete, Arzu Ayikgezmez, Dick van Gameren, Anne
Hoogewoning, Jorn Konijn (voorzitter), Mathias Lehner, Ellen Schindler,
Gerrit Schilder, Klazien Brummel (projectleider) en Romy Akkerman
(stagiaire).2 De raad dankt de commissie voor haar werkzaamheden.
De raad heeft het veld geraadpleegd via een online enquête (zie bijlage 2).
Hij heeft hiervoor ontwerpbureaus benaderd die werkzaam zijn in binnen-
en buitenland op het terrein van architectuur, stedenbouw,
landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur. Daarnaast is er contact
geweest met vertegenwoordigers van het College van Rijksadviseurs, Het
Nieuwe Instituut, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en
vertegenwoordigers van diverse culturele instellingen die direct betrokken
zijn bij internationaliseringsprogramma’s.
Op uw verzoek heeft de raad de infrastructuur van instellingen en
opleidingen betrokken bij zijn advisering. De meeste van de door u
genoemde culturele instellingen hebben sinds 2013 geen positie meer in de
culturele basisinfrastructuur (BIS).3 Deze instellingen worden met behulp
van projectsubsidiëring van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en
het ministerie van IenM gefinancierd. Ook heeft de raad bij zijn advisering
rekening gehouden met het recent gepubliceerde strategische beleidskader
voor het Internationaal Cultuurbeleid 2017-2020.4
Omdat de voorbereidingstijd voor dit advies relatief kort was, heeft de raad
uw vragen vooralsnog op hoofdlijnen beantwoord. Enkele aspecten vergen
nader onderzoek. De raad zal daarop terugkomen bij zijn sectoradvies over
de ontwerpende disciplines die naar verwachting in de tweede helft van 2017
zal verschijnen.
Vraag 1: welke kansen biedt internationalisering van en voor het
Nederlandse ruimtelijke ontwerp?
Voor ontwerpende disciplines in het ruimtelijke domein is de internationale
dimensie van vitaal belang. Dat belang laat zich samenvatten in drie
aspecten:5
2 Voor een korte biografie van de commissieleden: zie bijlage 1
3 In dit verband verwijst de raad naar de brief Scheefgroei in de kunsten, november 2015, waarin gepleit
wordt voor vertegenwoordiging van de architectuur, vormgeving en e-cultuur in de culturele
basisinfrastructuur.
4 Beleidskaders ICB 2017-2020
5 Naar analogie van de dimensies voor internationaal cultuurbeleid die de raad onderscheidt in zijn
gelijknamige advies van maart 2016
                                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>      1. Talentontwikkeling en kennisuitwisseling
      De Nederlandse markt is relatief klein. Om zich verder te ontwikkelingen
      en praktijkervaring op te doen, moet ontwerptalent zich oriënteren op
      een mondiale markt. Uitwisseling, dialoog en samenwerking met
      internationale bureaus zijn belangrijk voor inspiratie en kennisopbouw.
      Ook biedt het buitenland kans om te experimenteren met andere
      thema’s en vraagstukken en met andere materialen dan gebruikelijk.
      2. Economisch profijt
      Voor veel bureaus is internationalisering een economische noodzaak.6
      Sinds de economische crisis en de daaropvolgende
      overheidsbezuinigingen is het aantal binnenlandse opdrachten sterk
      afgenomen. Als gevolg daarvan zijn ook de opdrachtenportefeuilles
      geslonken. Bovendien is de druk op de thuismarkt vergoot doordat
      buitenlandse bureaus meedingen naar Nederlandse opdrachten.
      Zonder buitenlandse opdrachten is het opbouwen van een omvangrijk
      bureau dat prestigieuze projecten kan binnenhalen zeer moeilijk; de
      Nederlandse markt is daarvoor nu te klein. Nederland biedt weinig kans
      voor marktverruiming, schaalvergroting en groei. Om dat te bereiken,
      zijn bureaus aangewezen op een internationaliseringsstrategie en een
      internationale orderportefeuille.
      3. Branding
      Nederland heeft een rijke bouwtraditie, waarmee het zich internationaal
      kan onderscheiden en profileren. Voor langlopende
      overheidsinvesteringen in het ruimtelijke domein worden vaak complexe
      technische vraagstukken gecombineerd met de opgave om de ruimtelijke
      kwaliteit een impuls te geven. Op terreinen als watermanagement,
      complexe stedenbouwkundige vraagstukken, infrastructuur,
      landschapsarchitectuur, woningbouw, het ontwerp van ecologische
      structuren en herbestemmingsopgaven spelen Nederlandse architecten,
      ontwerpers en ingenieurs in internationaal opzicht een voorhoederol.
      Door middel van een geïntegreerde internationaliseringsstrategie in de
      AARO kan Nederland de impact vergroten van zijn investeringen in het
      ruimtelijke domein en tegelijkertijd de concurrentiekracht van
      Nederland versterken.
6
  In Toekomsten. Scenario’s voor architectenbureaus en architectenbranche (2011) schetst de BNA vier
scenario’s, waarbij in elk scenario internationalisering een van de uitkomsten is om opdrachten te
verkrijgen.
                                                                                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De raad is van mening dat de architectuursector en andere ontwerpende
disciplines er internationaal minder rooskleurig voorstaan dan over het
algemeen wordt verondersteld.
Tussen 2008 en 2012 heeft zich een scherpe omzetdaling voorgedaan,
kromp de werkgelegenheid van circa 19.000 werknemers (plus zzp’ers) naar
9.000 in 2012 en zijn veel bureaus afgeslankt tot eenmansbedrijven.7 Deze
terugval kan deels worden toegeschreven aan de economische recessie, maar
de raad ziet ook meer structurele problemen. Zo veranderde de positie van
de architect in ontwerp- en bouwprocessen en vragen de professionalisering
en innovatie van het opdrachtgeverschap aandacht en zorg.
Mede door de Europese regelgeving is de competitie veranderd en zullen
architecten steeds meer internationaliseren. Bureaus melden via de online
enquête dat zij hierbij vaak praktische problemen ondervinden van
communicatieve (taalbarrières), juridische en administratieve aard.
Studenten worden tijdens hun opleiding onvoldoende voorbereid op deze
praktische kant van een internationale beroepspraktijk.
Niettemin zijn er internationaal wel degelijk in het oog springende
successen op diverse terreinen in het ruimtelijke domein. Zo kreeg Francine
Houben met Mecanoo onlangs de prestigieuze opdracht om de New York
Public Library te renoveren. Het internationaal opererende bureau had zich
op dit terrein al bewezen in Washington en Birmingham. Ook Nederlandse
landschapsarchitecten weten belangrijke buitenlandse opdrachten te
verwerven, zoals West 8 in New York, !Melk in Las Vegas, LOLA landscape
architects in Duitsland en OKRA in Athene.
De raad wijst erop dat veel van deze bureaus vaak zijn gestart in de jaren ’80
en ’90 van de vorige eeuw, toen er in Nederland een experimenteel en
uitdagend ontwerpklimaat heerste. Mede ondersteund door de economische
hoogconjunctuur en een goed functionerende culturele infrastructuur
werden ontwerpexperimenten destijds daadwerkelijk gerealiseerd.
Nederland functioneerde daardoor als show case en als magneet voor
buitenlandse bureaus, buitenlandse studenten en stagiairs, hetgeen het
architectuurklimaat rijk en divers maakte.
De culturele infrastructuur voor architectuur, met daarin onder meer ruimte
voor instellingen, een stimuleringsfonds, festivals, een postacademische
opleiding en ondersteunende instelling, is na 2013 sterk gewijzigd. De
nieuwe basisinfrastructuur stimuleert kruisbestuivingen tussen de
verschillende disciplines, maar daarmee is de zichtbaarheid van de
architectuurdiscipline verminderd.
7
  Opstap naar een betere toekomst, sectorplan architectenbureaus 2014-2016.
                                                                              4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>De raad juicht de cross-over van digitale cultuur, architectuur en
vormgeving onder de noemer van de creatieve industrie toe; hij pleit er
tegelijkertijd voor om de ontwerpende disciplines in het ruimtelijke domein
te erkennen door de herkenbaarheid ervan te versterken.
Om een positie in het internationale netwerk te behouden en uit te bouwen,
is het zinvol om lessen te trekken uit de succesfactoren die in de jaren ’80
en ’90 van de vorige eeuw ertoe hebben bijgedragen dat de Nederlandse
architectuur een hoge vlucht nam, en deze lessen mee te nemen in het
nieuwe beleid voor internationalisering in relatie tot de AARO. De raad
denkt hierbij aan promotie van Nederlandse ontwerpers en het stimuleren
van opdrachtgeverschap. Daarnaast wijst hij op het belang van een breed
gedragen architectuurbeleid.
De maatschappelijke opgaven van dit moment vragen om betrokkenheid
van diverse ministeries: IenM, vanwege de wateropgave en infrastructurele
projecten; VWS, vanwege de opgaven in de zorgsector; Buitenlandse Zaken,
vanwege de culturele profilering en humanitaire agenda; Defensie, vanwege
de herbestemming van hun erfgoed; Binnenlandse Zaken, vanwege de
huisvestingsopgave. Een breed gedragen actieagenda voor nationale
ontwerpopgaven heeft ook potentie en relevantie voor een ambitieuze
internationale agenda.
Vraag 2: welke profielen van het Nederlands ontwerp zijn van
internationale waarde?
Uit de online enquête en gesprekken die de raad met het veld heeft gevoerd,
komt het beeld naar voren dat de Nederlandse architectuur zich
internationaal in het bijzonder kan onderscheiden op de profielen
betaalbare woningbouw & herbestemming; watermanagement;
utiliteitsbouw voor zorg, onderwijs en ouderen.
    Betaalbare woningbouw & herbestemming
    In Nederland is in de vorige en deze eeuw veel ervaring opgebouwd met
    de ontwikkeling van nieuwe stedelijke gebieden. Verstedelijking vraagt
    wereldwijd aandacht en is onderwerp van talrijke conferenties en
    tentoonstellingen. Het thema staat ook al geruime tijd op de agenda van
    het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, dat inhaakt op de UN Habitat
    met deelname aan ‘UN-Habitat’s Global Network of Urban Planning and
    Design Labs’. Ook de Internationale Architectuur Biënnale van
    Rotterdam (IABR) agendeert de wereldwijde verstedelijking in relatie tot
                                                                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>     maatschappelijke thema’s, zoals veiligheid, energietransitie en
     duurzaamheid.
     In het verlengde van haar programmering organiseert de IABR
     internationale werkgroepen met ontwerpers op locaties in het
     buitenland.
     De Nederlandse ervaring met de aanpak van volkshuisvesting en de
     realisatie van sociale, betaalbare woningen biedt kansen voor
     internationale deelname en doorontwikkeling. In snelgroeiende
     economieën is er behoefte aan grootschalige, kwalitatief goede
     woningbouw voor een groeiende, kapitaalkrachtige middenklasse.
     Verder ziet de raad kansen in de herbestemmingsagenda, waarbij in
     onbruik geraakte gebouwen, bijvoorbeeld op kantoren- en
     industrieterreinen, worden herbestemd en door middel van
     architectonische interventies worden herontwikkeld. Met name in
     opkomende economieën zijn de afgelopen decennia in hoog tempo
     steden opgetrokken en productiesites gecreëerd. Op veel plekken is al
     zichtbaar dat deze op grote schaal in onbruik raken en leeg komen te
     staan – bijvoorbeeld in China, maar ook bij eerder ontwikkelde
     industriële gebieden in Afrika. De herbestemming en aanpassing van
     deze gebouwen en stadsdelen zijn een opgave waaraan Nederlandse
     ontwerpbureaus kunnen bijdragen.
     Watermanagement
     Watermanagement is voor deltagebieden zoals Nederland een belangrijk
     thema. Langlopende projecten als ‘Ruimte voor de rivier’ en de studie
     ‘De adaptieve dijk’ trekken internationaal de aandacht, ook door de
     integrale aanpak waarbij ingenieurs, architecten en
     landschapsarchitecten samenwerken.8 Een voorbeeld van een
     internationale uitrol hiervan is de opdracht aan architectenbureau
     KuiperCompagnons om het concept van ‘Ruimte voor de rivier’ uit te
     werken voor de Poolse rivier de Warta.
     In de nieuwe wateragenda (2016-2021) wordt gesteld dat Nederland de
     veiligste delta in de wereld moet zijn. Alle mogelijke watervraagstukken
     staan in ons land op de agenda; projecten als ‘Ruimtelijk ontwerpen met
     water’ (2005-2008) en ‘Ruimte voor de rivier’ (2006-heden) getuigen
     daarvan. Nederlandse ingenieurs en ontwerpers bewijzen dat technische
     eisen voor het waterbeheer samengebracht kunnen worden met
     programma’s die de ruimtelijke inrichting en ruimtelijke kwaliteit van
8 Ruimte voor de rivier: www.ruimtevoorderivier.nl; De adaptieve dijk: www.bna.nl/onderzoeks-
project/de-adaptieve-dijk
                                                                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    een gebied verbeteren, onder meer door de inzet van architectuur, kunst
    en landschapsarchitectuur.
    Als resultaten daarvan zien we in Nederland nieuwe woonvormen,
    hybride landschappen en duurzame recreatiegebieden ontstaan.
    De Branchevereniging voor Nederlandse Architectenbureaus (BNA)
    promoot op basis van de verdiensten op dit terrein Nederlandse
    architecten in het buitenland. Dat dit thema veel kansen biedt voor
    Nederlandse ontwerpteams bewees ook de ‘Rebuild by Design’-
    competitie in 2013-2014 naar aanleiding van de orkaan Sandy in de
    Verenigde Staten. Drie van de zes winnende teams waren van
    Nederlandse origine: ZUS en De Urbanisten, OMA en Royal
    HaskoningDHV en het Interboro Team met onder andere Bosch
    Slabbers, H+N+S Landschapsarchitecten, Palmbout Urban Landscapes,
    TU Delft en Deltares. Daarnaast wijst de raad op projecten die in
    ontwikkeling zijn, zoals ‘Public Energy River’ van bureau Krill in
    Bandung (Indonesië) en het meerjarige, ontwerpend onderzoek naar het
    effect van klimaatveranderingen op snelgroeiende Afrikaanse steden aan
    de kust en in de delta.9
    Utiliteitsbouw voor zorg, onderwijs en ouderen
    Nederlandse ontwerpers onderscheiden zich ook op thema’s die
    samenhangen met veranderende opvattingen over zorg, onderwijs en
    werk. Al geruime tijd is er, onder meer via het Stimuleringsfonds
    Creatieve Industrie, aandacht voor zorgarchitectuur - waaronder ook de
    architectuur voor ouderenhuisvesting valt - met de relatief nieuwe Hedy
    D’Ancona prijs voor excellente zorgarchitectuur. Deze prijs is ingesteld
    voor gebouwen met een vernieuwend zorgconcept, waarbij stedenbouw,
    tuin- en landschapsarchitectuur, architectuur en/of
    interieurarchitectuur het zorgconcept ondersteunen. De prijs ging onder
    meer naar de Veilige Veste in Leeuwarden (opvang van meisjes die
    gedwongen werden tot prostitutie) en recentelijk naar Xenia, een
    hospice voor jongeren in Leiden.
    De centrale gedachte is dat de ontwerpende disciplines een bijdrage
    kunnen leveren aan de verbetering van zorg en onderwijs. Zo komen
    nieuwe opvattingen over de kwaliteit van leeromgevingen tot
    uitdrukking in het ontwerp en materiaalgebruik in schoolgebouwen.
    Goede voorbeelden hiervan zijn MBO-College Zuid in Amsterdam, Gilde
    Opleidingen in Venray en de St. Michaëlschool van De Zwarte Hond in
    Rotterdam.
9 www.nleworks.com/case/african-water-cities-project/
                                                                             7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>      Ook maatschappelijk gevoelige vraagstukken over bijvoorbeeld de zorg
      voor demente ouderen worden met behulp van proeftuinen en
      interdisciplinaire ontwerpteams onderzocht. Zo ondersteunt het
      Stimuleringsfonds Creatieve Industrie projecten voor zorginstellingen,
      waarbij ontwerpers samenwerken met wetenschappers en professionals
      in de zorg aan concrete ruimtelijke oplossingen en/of prototypes voor
      objecten die de omgeving van mensen met dementie verbeteren.
Vraag 3: wat is de meerwaarde van export en import van kennis
en vakmanschap voor het Nederlandse werkveld en de urgente
(internationale) maatschappelijke opgaven?
De export en import van kennis voor het Nederlandse werkveld begint al bij
de architectuuropleidingen. Het aandeel buitenlandse studenten op de
hogescholen, academies en technische universiteiten groeit de laatste jaren
sterk, nu de opleidingen Engelstalige programma’s aanbieden en de ambitie
hebben om internationaal georiënteerde ontwerpers op te leiden.10
De gevarieerde studentenpopulatie heeft tot gevolg dat Nederlandse
ontwerpbureaus ook buitenlandse stagiairs aan zich binden. Het is in deze
sector een beproefde route om via hen een basis in het buitenland op te
bouwen. Buitenlandse studenten blijven na afronding van hun opleiding
vaak verbonden met Nederland, nodigen bij terugkeer in hun land van
herkomst Nederlandse bureaus uit om samen te werken, publiceren of
organiseren congressen en tentoonstellingen over Nederlandse architectuur.
In het verlengde hiervan benadrukt de raad het belang van
kennisuitwisseling, ook met het oog op vernieuwing van de
architectuurtheorie, architectuurkritiek en reflectie op architectuur.
Wanneer er de komende jaren sprake is van een economische upswing in de
sector, hetgeen de prognose is van brancheorganisaties11, dan is het volgens
de raad belangrijk om de groei ook te ondersteunen met publicaties,
congressen en tentoonstellingen die de Nederlandse kennis en vakmanschap
etaleren en bevorderen.
Vraag 4: welke instrumenten moeten worden ingezet om kansen
te benutten?
De raad heeft slechts een beperkt beeld van de behoeften in het veld
gekregen.
10 Uit monitoring van de BNA blijkt dat de omzet van toonaangevende, Nederlandse ontwerpers tot 90%
afkomstig is uit buitenlandse opdrachten. Bureaus met een internationale oriëntatie lijken beter te
herstellen na de economische crisis van 2010. Sinds 2011 voert de BNA daarom een
internationaliseringsprogramma.
11 Opstap naar een betere toekomst, sectorplan architectenbureaus 2014-2016
                                                                                                    8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Het is daarom raadzaam een uitgebreidere behoefteanalyse te laten
uitvoeren door Het Nieuwe Instituut en brancheorganisaties als BNO, BNA
en BNI, in samenwerking met het College van Rijksadviseurs. Hierbij kan
bijvoorbeeld de recent gepubliceerde studie van Bureau Urbanos naar
ondernemerschapservaringen van ontwerpers in het buitenland als basis
dienen.12
De raad proeft in het veld de behoefte aan praktische ondersteuning op
juridisch gebied, onder meer bij visa, belastingen of aansprakelijkheid.
Daarnaast heeft het veld platforms, spreekbuizen, aanspreekpunten en
bemiddelaars nodig; hier in Nederland, maar ook in het buitenland, via de
diplomatieke posten. Uit de gesprekken en de online enquête spreekt een
grote waardering voor de bemiddelaars die ter plekke actief zijn in een
buitenlands netwerk en behulpzaam kunnen zijn om de regel- en wetgeving
in het buitenland te doorgronden. Het Nieuwe Instituut heeft onlangs de
opdracht gekregen om voor de creatieve industrie
internationaliseringsactiviteiten te coördineren. De raad vindt het belangrijk
dat het instituut goede contacten opbouwt en voeling houdt met de
buitenlandse posten.
Ook de mogelijkheid om kennis te kunnen nemen van potentiële
prijsvragen, nieuwe projecten en aanbestedingen helpt bureaus die
internationaal actief willen worden. Veel bureaus merken op dat een gemis
aan kennis over het reilen en zeilen in andere landen de samenwerking kan
frustreren.
In gesprekken en de online enquête zijn veel suggesties gedaan om de
internationale uitwisseling te bevorderen:
Kennisuitwisseling
       Op elkaar aansluiten van (online) platforms met nieuws,
           databanken, tips, prijsvragen, informatie over regelingen, wet- en
           regelgeving, honoraria, contractvormen, et cetera.
       Organisatie van vakinhoudelijke seminars, fora en congressen met
           internationaal deelnemersveld.
Zichtbaarheid
       Presentatie van (jonge) ontwerpers in internationale publicaties, op
           internetportals, in (reizende) tentoonstellingen.
       Deelname aan internationale tentoonstellingen, zoals biënnales,
           beurzen en festivals.
12 Pepijn Verpaalen, URBANOS, Buiten de Grenzen kleuren. Ontwerpers ondernemen in het buitenland,
juni 2016.
                                                                                                  9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Ontwerpklimaat en onderzoek
     Organisatie van zogenaamde ‘Living Labs’, bij wijze van tijdelijke
        ‘Urban Labs’, waarin lokale overheden/gebieden een urgente opgave
        voorleggen aan een internationaal multidisciplinair team met onder
        meer opdrachtgevers, gebruikers, ontwerpers en overheden.
     Organisatie van kleine ‘verandersessies’ in het buitenland die zich bij
        bewezen succes over een langere periode kunnen uitstrekken. Denk
        hierbij bijvoorbeeld aan de olievlekstrategie die tijdens de
        designweek in Beijing (2011) werd gehanteerd. Twee jaar later
        werden de geïnitieerde projecten op het gebied van onder meer
        luchtverontreiniging en infrastructuur uitgebreid naar andere
        steden/regio’s.
Bemiddeling en matchmaking
     Onderling afstemmen van bemiddelaars en belangenbehartiging.
     Contactpersonen op consulaten/ambassades, cultureel attachés op
        buitenlandse posten. Ambassades zijn essentiële schakels tussen de
        partijen, vanwege de kennis, diplomatie en ruimte om bijvoorbeeld
        evenementen te organiseren.
     Centraal loket voor informatie over subsidieregelingen, praktische
        zaken, ondersteuning, etc.
Het is volgens de raad wenselijk om bijvoorbeeld onder leiding van het
College van Rijksadviseurs, Dutch Culture en Het Nieuwe Instituut met de
brancheorganisaties te laten onderzoeken waarmee de strategische posten in
binnen- en buitenland moeten worden toegerust om de stap over de grens te
vergemakkelijken; zowel op het gebied van relaties als op het gebied van
wet- en regelgeving.
Slotopmerkingen
De basis voor succes is volgens de raad een krachtig geformuleerde visie en
een concreet internationaliseringsprogramma. Hij benadrukt het belang om
in te zetten op een langetermijnambitie. Meerjarig, stabiel beleid biedt de
sector mogelijkheden om een strategie op te bouwen en zich internationaal
te profileren. De raad adviseert daarom aandacht te geven aan de volgende
punten:
Herijking en profilering
De Nederlandse architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur
kunnen nog altijd bogen op een sterk onderscheidend internationaal profiel,
maar zijn wel toe aan herijking.
                                                                            10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Een onderscheidend element is vanouds de integrale aanpak, waarin
verbinding plaatsvindt tussen ontwerpdisciplines - met name tussen
architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. De verbinding tussen
de ruimtelijke en sociale agenda verdient daarbij bijzondere aandacht. De
raad moedigt de actoren binnen de Nederlandse infrastructuur aan om dit
profiel gezamenlijk te herijken, bijvoorbeeld op basis van de typisch
Nederlandse onderzoekende houding en out of the box mentaliteit. De
inhoudelijke thema’s die kunnen bijdragen aan het Nederlandse profiel zijn
hierboven al genoemd: betaalbare woningbouw & herbestemming;
watermanagement; utiliteitsbouw voor zorg, onderwijs en ouderen.
Versterking van nationale infrastructuur en samenwerking van AARO-
partners
De raad pleit voor een versterking van de samenwerking tussen AARO-
partners. Versnippering draagt immers niet bij aan de zichtbaarheid van de
diverse programma’s voor internationalisering. Door de inspanningen en
het instrumentarium te bundelen, wordt het programmatische karakter
versterkt. De raad adviseert organisaties die bij de AARO betrokken zijn om
in overleg met leading partners als het Stimuleringsfonds Creatieve
Industrie, Het Nieuwe Instituut, onderwijs- en kennisinstellingen,
brancheorganisaties en culturele instellingen een gezamenlijke
programmering uit te werken. Kennisontwikkeling, het delen van netwerken
en uitwisseling tussen verschillende sectoren zijn hierbij essentieel. AARO-
programma’s hebben deze potentie maar moeten daarvoor wel beter op
elkaar aansluiten.
Balans en wisselwerking tussen culturele, diplomatieke en economische
motieven
Een groot deel van het succes van het internationale architectuurbeleid is
toe te schijven aan de betrokkenheid van diverse ministeries. De raad wijst
erop dat de balans tussen de culturele, diplomatieke en economische
motieven daarbij ook belangrijk is. Economische motieven kunnen de
katalysator vormen, maar uiteindelijk wint het profiel van de Nederlandse
architectuur in internationaal opzicht aan kracht als er een duidelijke
culturele opdracht en signatuur aan wordt verbonden.
Uit het beleidskader voor internationaal cultuurbeleid blijkt dat er financiële
middelen kunnen worden ingezet om de internationalisering van de
architectuursector te bevorderen. Om deze component van de AARO
handen en voeten te kunnen geven, adviseert de raad om te bezien of
bijvoorbeeld via het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie middelen
beschikbaar gesteld kunnen worden.
                                                                             11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Zichtbaarheid, netwerkvorming: belang van deelname aan internationale
platforms
De raad benadrukt het belang om zichtbaar te zijn op internationale
platforms zoals biënnales, vakinhoudelijke congressen en evenementen.
Deze internationale podia spelen een belangrijke rol bij het tonen van talent
en nieuwe ontwikkelingen, kennisuitwisseling, de opbouw van netwerken en
het creëren van internationale bekendheid. De raad adviseert daarom te
investeren in de aanwezigheid op deze podia. De rol van de buitenlandse
posten is cruciaal voor initiatieven over de grens. Het verdient aanbeveling
om die posten te versterken en vanuit Nederland voeling te houden met wat
er daar speelt en een overzicht te krijgen van de internationale activiteiten.
Als Nederland zelf een spraakmakende show case is en het
architectuurklimaat is hier aangenaam, verwacht de raad een positief effect
van de kansen om te internationaliseren. Dat manifesteert zich niet alleen in
concrete projecten, maar ook bijvoorbeeld in opleidingen, op festivals, in
publicaties, debatten en de media. De raad adviseert om een sterke en
aantrekkelijke thuismarkt te ondersteunen, onder meer door visionaire
langlopende, ruimtelijk projecten te initiëren, waarbij ontwerpers hun
meerwaarde kunnen bewijzen. De raad is ervan overtuigd dat de
investeringen die onder meer via de AARO in het ruimtelijke domein
worden gedaan, bijdragen aan de realisatie van
internationaliseringsambities die onder veel ontwerpers, architecten en
ingenieurs leven.
Met vriendelijke groet,
Joop Daalmeijer                                       Jeroen Bartelse
Voorzitter                                            Directeur
                                                                               12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Bijlage 1
Biografieën leden adviescommissie
Tom Avermaete is hoogleraar methoden & analyse (TU Delft). Hij is
gespecialiseerd in naoorlogse stedelijke architectuur in westerse en niet-
westerse contexten. Hij is ook redacteur van OASE Tijdschrift voor
Architectuur, van de Journal of Architectural Education en van
het Jaarboek Architectuur in Nederland.
Arzu Ayikgezmez studeerde architectuur aan de Universiteit Stuttgart. In
2008 richtte zij bureau Vitibuck Architects op. Zij geeft regelmatig les aan
de Academie van Bouwkunst in Tilburg en aan de TU Delft. Ayikgezmez was
voorzitter van de commissie Internationale Projecten bij het
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.
Dick van Gameren is hoogleraar architectonisch ontwerpen (TU Delft).
Sinds 2013 is hij partner bij architectenbureau Mecanoo. Ook is Van
Gameren redacteur van DASH, Delft Architectural Studies on Housing. In
2007 ontving hij de Aga Kahn Award voor het ontwerp van de Nederlandse
ambassade in Addis Abeba, Ethiopië.
Anne Hoogewoning studeerde architectuurgeschiedenis (UvA). Zij werkte
van 2001-2011 als coördinator vormgeving en architectuur bij het Fonds
BKVB en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. In 2013 richtte zij
bureau ABCultural Producers op. Hoogewoning doceert bij de Master
Interieurarchitectuur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten
in Den Haag.
Jorn Konijn is onafhankelijk curator. In 2013 was hij curator van de
Architectuur Biënnale in Hong Kong/Shenzhen. In 2015 werd
hij curator van de vijfde Braziliaanse Design Biënnale en in 2016 treedt hij
op als curator van het culturele programma rondom de Olympische Spelen
in Rio de Janeiro.
Mathias Lehner studeerde architectuur aan de Technische Universiteit van
Wenen en aan de TU Delft. Hij is medeoprichter van bureau Lehner
Gunther en doceert landschapsarchitectuur aan de Academie van
Bouwkunst Amsterdam. Daarnaast is hij programmamanager
Internationaal bij de Branchevereniging voor Nederlandse
Architectenbureaus.
                                                                             13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Ellen Schindler studeerde interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning
Academie en kunst- en cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit.
Zij is partner en CEO bij bureau Kossmann.dejong. Daarnaast doceert zij
ondernemerschap aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in
Den Haag en aan de Design Academy te Eindhoven.
Gerrit Schilder studeerde interieurarchitectuur aan de Constantijn Huygens
Academie en architectuur aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam.
Van 2003 tot 2009 was hij voorzitter van de beroepsvereniging van
Nederlandse interieurarchitecten. In de jaren ’90 werkte hij bij Neutelings
Riedijk en Mecanoo. Hij is eigenaar en medeoprichter van SchilderScholte
architecten.
                                                                           14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Bijlage 2
Online enquête
   1. Wat is uw motief om in het buitenland te willen werken?
       (economisch, culturele uitwisseling, sociaal-maatschappelijk,
       vakinhoudelijk, etc.)
   2. Is het volgens u gangbaarder geworden dat ontwerpers een
       internationale oriëntatie hebben? Worden ontwerpers in de
       opleiding voldoende voorbereid op een internationaal speelveld?
   3. Met welke (ruimtelijke) thema’s worden Nederlandse ontwerpers
       gewoonlijk geassocieerd in het buitenland?
       De top drie.
   4. Wordt het werk van uw bureau geassocieerd met aan Nederland
       verbonden thema’s?
   5. Is het belangrijk dat in Nederland (showcase) projecten worden
       gerealiseerd, die belangstelling van buitenlandse opdrachtgevers
       trekken? Zo ja – met welke projecten/opgaven kan Nederland zich
       profileren?
   6. Is het volgens u een gunstig ontwerpklimaat, inclusief ruimte voor
       debat en reflectie, van belang om de aandacht van buitenlandse
       professionals en opdrachtgevers te trekken? Zo ja/nee – waarom?
   7. Welke thema's zijn in internationaal opzicht volgens u urgent om –
       bijvoorbeeld in opleidingen – aandacht aan te besteden?
   8. Wat houdt volgens u de zogenaamde ‘Dutch Approach’ in?
   9. Wat kunnen Nederlandse ontwerpers leren van werken in een
       internationale context?
   10. Is het volgens u belangrijk om in Nederland een aanspreekpunt te
       hebben voor internationale contacten? Zo ja, welke activiteiten zou
       een dergelijk aanspreekpunt moeten ontwikkelen?
   11. Welke drempels komt u tegen op weg naar een internationale
       portefeuille? Hoe kunnen deze worden weggenomen?
   12. Wat kan de Nederlandse overheid doen om de Nederlandse
       ontwerpcultuur zichtbaar(er) te maken in het buitenland?
       (faciliteren, initiëren, stimuleren, etc.)
   13. Hoe komt uw bureau aan opdrachten in het buitenland? (delegaties,
       eigen initiatief, op uitnodiging, matchmaking)
   14. Welk podium is goed voor ontwerpers om zich in het buitenland te
       manifesteren? (beurzen, biënnales, festivals, tijdschriften, etc.)
   15. Wat zou u de raad nog willen meegeven voor zijn advies?
                                                                           15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>De volgende bureaus hebben de enquête ingevuld:
AKKA Architects, Archis, Artgineering, Archiprix, Bergplaats, Casanova-
Hernandez architecten, Design Erick van Egeraat BV, De Kort Van Schaik,
gmp do Brasil – von Gerkan Marg und Partner (Rio de Janeiro), Hulshof
Architecten, Dok architecten, Gutundgut B.V. , Institute for Housing and
Urban Development Studies, INTI (International New Town Institute), Jaap
Bakema Study Centre, KCAP Architects&Planners, Krill architecture,
onderzoek, stadsontwerp, LINT landscape architecture, LOLA landscape
architects, Mei architects and planners, MORE Architecture, NEXT
architects, OKRA, Ole Bouman (Shekou Design Museum, Shenzhen, China),
One Architecture, Powerhouse Company, RAAAF [Rietveld Architecture-
Art-Affordances], SO-IL, Temp.architecture, The Cloud Collective Civic,
UNStudio, VenhoevenCS architecture+urbanism, Urbanos, We love the city.
                                                                         16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>