<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>ke A A Prins Willem Alexanderhof 20

2595 BE Den Haag

O t 070 3106686
info@cultuur.nl
C U U 5 www.cultuur.nl

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Mevrouw dr. M. Bussemaker

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

De Minister van Buitenlandse Zaken
De heer A.G. Koenders

Postbus 20061

2500 EB Den Haag

Den Haag, 8 maart 2016
Kenmerk: RC.2016.07336/1

Betreft: advies over internationaal cultuurbeleid

Geachte mevrouw Bussemaker en mijnheer Koenders,

In de adviesaanvraag ‘toekomst cultuurbeleid en basisinfrastructuur 2017-2020’ vroeg u
de raad hoe hij aankijkt tegen de wijze waarop instellingen en fondsen invulling geven
aan het internationaal cultuurbeleid. De raad kon die vraag toen niet volledig
beantwoorden, omdat er onvoldoende informatie beschikbaar was over de opbrengsten
van het huidige beleid en de invloed van de bezuinigingen daarop.

Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) voert momenteel een
evaluatie uit naar de effectiviteit van het internationaal cultuurbeleid. Deze evaluatie
biedt een uitgebreide terugblik op de periode 2009 - 2014. Normaliter zou deze
evaluatie de basis zijn voor een raadsadvies over het internationaal cultuurbeleid. De
evaluatie heeft echter vertraging opgelopen; daarom zullen het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (OCW) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) een
beleidsbrief over het internationaal cultuurbeleid gelijktijdig met de evaluatie
publiceren. De raad heeft besloten de evaluatie niet af te wachten maar alvast met een
beknopt briefadvies te komen. Daarin wijzen wij u op onderwerpen die naar onze
mening een plek verdienen in het internationaal cultuurbeleid.

1 Bussemaker, Jet. ‘Toekomst cultuurbeleid en basisinfrastructuur 2017-2020’. Den Haag: Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, 2015: 7.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>RAA
cUfuur

Een beknopt advies betekent niet dat de raad minder belang hecht aan internationaal
cultuurbeleid, integendeel. Wij zullen het onderwerp aandacht (blijven) geven in andere
adviezen, want de internationale dimensie van cultuur is een onlosmakelijk onderdeel
van regulier cultuurbeleid. Om aan die dimensie meer recht te doen in de beleidscyclus
adviseren wij u de evaluatie van internationaal cultuurbeleid voortaan võõr de
hoofdlijnenadvisering en cultuurnota te laten uitvoeren. Dan kan daarmee rekening
gehouden worden bij de inrichting van de Culturele Basisinfrastructuur (BIS), de
opdrachten aan de fondsen, de posten en DutchCulture. Voor de periode 2017 — 2020
zijn immers al regelingen opgesteld en door de politiek vastgelegd, zonder
gebruikmaking van de analyse van het IOB. In dit verband wijzen wij ook op ons advies
om de beleidseyclus van vier naar minimaal vijf jaar te brengen.? Een langere
planperiode brengt meer rust, verlaagt de plan- en verantwoordingslasten en geeft de
mogelijkheid beleid en besluiten te baseren op evaluaties, die nu grondig worden
uitgevoerd door het IOB.

De internationale dimensie van cultuurbeleid

Een internationale oriëntatie is een onlosmakelijk onderdeel van de culturele sector.
Instellingen, kunstenaars en makers werken immers in een mondiale context. Hun
netwerken spreiden zich tot ver over de grenzen uit. Via beurzen, biënnales, festivals
en digitale media vinden zij een internationaal podium. Daarnaast weten popmuziek,
dance, games en televisieproducties wereldwijd een groot publiek te bereiken3,
daarbij geholpen door de mogelijkheden die digitale productie en verspreiding
bieden. Maar er is ook sprake van reciprociteit: buitenlandse theater-, dans- en
muziekgezelschappen, schrijvers, beeldend kunstenaars en filmmakers komen naar
Nederland en zoeken hier direct contact met cultuurliefhebbers en collega’s. En
jaarlijks bezoeken vele buitenlandse toeristen culturele manifestaties, musea en
monumenten in ons land.4

Werken in internationaal verband inspireert, confronteert en vernieuwt. Artistiek
gezien groeit een gezelschap, orkest of kunstenaar erdoor: andere methoden en
stijlen, andere culturele achtergronden en nieuw publiek zorgen voor reflectie op de
eigen artistieke ontwikkeling. Dat zien we bijvoorbeeld bij het Nederlands
Danstheater, waar jaarlijks uit de hele wereld dansers naartoe komen voor
masterclasses; dagen waarop aanstormende talenten hun kwaliteiten kunnen laten
zien, waarop zij worden gestimuleerd en geprikkeld om een nieuw onbekend idioom
te proberen. Een ander voorbeeld is de Nederlandse ontwerper Joris Laarman die
met een eigenzinnige ontwerpvisie internationaal opzien baart. Vernieuwing speelt

2 Raad voor Cultuur. Agenda Cultuur. Den Haag: Raad voor Cultuur, 2014: 32.

3 Raad voor Cultuur. De Cultuurverkenning. Ontwikkelingen en trends in het culturele leven in Nederland. Den
Haag: Raad voor Cultuur, 2014: 17.

4 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Cultuur in Beeld 2015. Ontwikkelingen in de cultuursector. Den
Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2015: 10-11.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>RAA

cUÊDur

ook een grote rol bij materiaal-technisch onderzoek naar bijvoorbeeld schilderijen,
prenten en tekeningen. De tentoonstelling Late Rembrandt (2015) in het
Rijksmuseum bracht niet alleen een breed publiek uit Nederland en ver daarbuiten in
vervoering, maar stelde ook een uitgelezen gezelschap van wetenschappers en
restauratoren in staat met elkaar onderzoek te doen. Ook relatief kleine en regionale
instellingen, zoals het Drents Museum of het Noord-Brabants Museum, wisten
afgelopen jaren door goede internationale samenwerkingen succesvolle
tentoonstellingen te realiseren. En van de Nederlandse filmproductie komt inmiddels
het merendeel via internationale coproductie tot stand.

De overheid speelt grofweg vanuit drie verschillende invalshoeken een rol bij
internationalisering van cultuur:

- _ Hij zorgt voor voorzieningen die internationale culturele uitwisseling,
presentatie en samenwerking stimuleren. Dat is het beleid van
cultuurinhoudelijke aard.

- _ Daarnaast gebruikt de overheid cultuuruitingen om Nederland internationaal
te profileren. Cultuur is, net als sport en wetenschap, een krachtig middel om
een land of regio aantrekkelijker te maken en zodoende internationaal
aandacht en invloed te verwerven.5 Hier gaat het dus om cultuurbeleid van
diplomatieke aard.

- Tenslotte zijn er economische motieven te vinden in het internationaal
cultuurbeleid. De culturele en creatieve sector draagt bij aan exportproducten
in velerlei disciplines. Ook worden orkesten, dansgezelschappen en beeldend
kunstenaars ingezet bij handelsmissies van de ministeries van Buitenlandse
en Economische Zaken en bij bezoeken van het staatshoofd via de
zogenaamde contraprestatie, waarmee het staatshoofd het gastland bedankt.

De raad vindt dat in het huidige internationaal cultuurbeleid het economische
perspectief te dominant is geworden.® Er wordt prioriteit gegeven aan
cultuuruitingen, focuslanden of uitwisselingen die de economische positie van
Nederland versterken? Hoewel de raad meent dat dit perspectief zeker relevant is in
het internationaal cultuurbeleid, zijn de beleidskaders nu te eenzijdig daarop
ingericht. De raad pleit ervoor evenwichtiger om te gaan met de drie verschillende
perspectieven die aan het internationaal cultuurbeleid te verbinden zijn.

5 Bevers, Ton. Bernard Colenbrander, Johan Heilbron, Nico Wilterdink. Nederlandse kunst in de wereld. Literatuur,
architectuur en beeldende kunst 1980-2013. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2015: 15-16.

6 Zie Ministerie van OCW en Ministerie van BZ: Visie internationaal cultuurbeleid. Den Haag, 2012.

7 Zo is de keuze van het aantal prioriteitslanden meer gericht op economische doelstellingen, zijn de bilaterale jaren
vooral gericht op het versterken van handelsrelaties en krijgt de sector creatieve industrie in het bijzonder aandacht
waarbij het versterken van de internationale marktpositie centraal staat. Zie: Ministerie van OCW en Ministerie van
BZ. Visie internationaal cultuurbeleid, Den Haag: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en ministerie
van Buitenlandse Zaken, 2012: 3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>RAA

cUGuuR

Observaties

Vooruitlopend op de beleidsevaluatie van het IOB doet de raad hieronder een paar
observaties met betrekking tot de aansturing en uitvoering van het internationaal
cultuurbeleid. Wij baseren deze bevindingen op gesprekken met onze adviseurs en
commissieleden (zie bijlage 1) en met culturele instellingen in binnen- en buitenland.
Wel moeten wij benadrukken dat het om impressies gaat; de uitkomsten van een
systematisch onderzoek naar de effecten van het beleid volgt in de publicatie van het
IOB.

Visie

De raad constateert dat duidelijk geformuleerde doelstellingen in het huidige
internationaal cultuurbeleid en een daaraan verbonden strategische agenda
ontbreken of aan herijking toe zijn. Een inhoudelijke visie op het beleid is van belang
om een stevig fundament te creëren waarop culturele instellingen, fondsen en posten
met hun internationale activiteiten kunnen voortbouwen.

In ‘Agenda Cultuur 2017-2020 en verder’ hebben wij aangegeven dat zo’n herijking
urgent is, omdat het internationale speelveld verandert. Door economische
convergentie nemen mondialisering en internationale uitwisseling steeds meer toe.
Meer dan voorheen spelen stedelijke regio’s en netwerken daarin een prominente rol.
Nederlandse makers en kunstenaars vallen in dat speelveld op met aansprekende
exportproducten in velerlei disciplines. Maar tegelijkertijd wordt door de komst van
nieuwe spelers de concurrentie uit het buitenland groter, met name in de film en
muziek. Op gebieden als auteursrecht en aanbestedingsregels beconcurreren
Europese staten elkaar meer dan dat zij elkaar versterken. Er klinken
waarschuwingen dat Nederland in sommige opzichten ‘een wingewest’ is geworden
voor buitenlandse bedrijven in de creatieve en culturele industrie.®

Veranderende geopolitieke verhoudingen zijn ook van invloed op artistieke vrijheden
en kunnen leiden tot tot onbegrip en weerstand. In Nederland zelf is naar de mening
van de raad nog te weinig te zien welke mondiale artistieke ontwikkelingen er spelen;
de oriëntatie op westerse culturele tradities is sterk. Toch zijn confrontatie en
ontmoeting met andere culturen essentieel voor de artistieke praktijk. Zij
bevorderen het begrip voor andere artistieke en maatschappelijke opvattingen en
verwijzen ook naar alle nieuwe Nederlanders die andere culturele tradities hebben
meegenomen. Deze tijd van globalisering en confrontaties vraagt om een
nieuwsgierige houding ten opzichte van kunstuitingen die niet de onze zijn.

Aansturing
Bij de het internationaal cultuurbeleid zijn veel spelers betrokken. Verschillende
departementen en overheden maken beleid, een groot aantal cultuurfondsen en

8 Zie Van der Meulen, 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>RAA
cUfuur

buitenlandse posten geven uitvoering eraan en diverse ondersteunende instellingen
zijn hierbij ook betrokken. In zo'n complex beleidsterrein is een duidelijk
meerjarenbeleid, opgesteld en vastgesteld door alle actoren, een heldere regie en
aansturing van belang.

De raad constateert dat deze regie nog niet sterk aanwezig is. Daardoor zijn succes en
falen van het beleid vooral afhankelijk van de decentrale uitvoering ervan — met
wisselend succes als gevolg. De raad wacht eerst de evaluatie van de IOB af om goed
te kunnen beoordelen wat de doelmatigheid van het beleid is. Maar onze indruk is
dat de aansturing niet duidelijk genoeg is als het gaat om het formuleren van heldere
uitgangspunten en doelstellingen, onderlinge afstemming tussen de spelers en
afspraken over een integrale, goed werkende, informatie- en evaluatiefunctie.

Uitvoering

De uitvoering van het internationaal cultuurbeleid ligt grotendeels in handen van de
cultuurfondsen en de buitenlandse posten. Met relatief weinig middelen ziet de raad
veel inspanningen, programma’s en projecten van de grond komen. Wel constateren
wij dat de verantwoordelijkheden en de plannen van de verschillende actoren in het
internationaal cultuurbeleid nog onvoldoende inzichtelijk en weinig op elkaar
afgestemd zijn. Samenhang tussen de diverse actoren ontbreekt. Voor een goed
functionerend internationaal cultuurbeleid is het van belang dat fondsen en posten
elkaar informeren over hun activiteiten, zodat zij complementair aan elkaar werken
en de middelen meer strategisch inzetten.

Bij de uitvoering is een goed functionerende, ondersteunende infrastructuur
onontbeerlijk. De bovensectorale ondersteunende instelling voor internationaal
cultuurbeleid is DutchCulture. Bezuinigingen hebben echter ook in deze
infrastructuur hun sporen achtergelaten. Sectorinstituten zijn opgeheven, dan wel
gefuseerd.? En op de cultuurafdelingen van de buitenlandse posten moet men met
minder capaciteit de taken uitvoeren. De sectorinstituten vervulden in de BIS 2009-
2012 een aantal besteltaken, zoals afstemming en coördinatie; (internationale)
vertegenwoordiging en promotie; educatie, informatie en reflectie, documentatie en
archivering; inventarisatie, waardering en ontsluiting van erfgoed. Jarenlang
vervulden deze instituten de rol van vraagbaak met betrekking tot buitenlandse
activiteiten. Met het opheffen en fuseren van een aantal van deze instituten verdween
de expertise en verviel ook deels de registratie van gegevens en de mogelijkheid de
data te verzamelen en te analyseren met betrekking tot het internationaal
cultuurbeleid en internationalisering. Zo biedt de publicatie ‘Buitengaats’ van

? Het gaat hierbij om Theater Instituut Nederland (TIN), Muziekcentrum Nederland (MCN), Stichting Kunst in de
Openbare Ruimte (SKOR), Erfgoed Nederland en het fuseren van Stichting Premsela, Virtueel platform en Het
Nederlands Architectuur Instituut (NAi) tot Het Nieuwe Instituut (HNi). De minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap heeft in een reactie op de Agenda Cultuur aangekondigd dat er een onderzoek komt naar de behoefte
van cultuurproducerende instellingen aan bovensectorale instellingen voor overkoepelende taken voor de
cultuursector; zij zal de raad vragen aandachtspunten mee te geven voor het onderzoek. Aansluitend krijgt de raad in
2018 het verzoek te adviseren over de inrichting van de ondersteuningsstructuur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>RAA
cur

DutchCulture een jaarlijks overzicht van geplande Nederlandse, internationale
projecten en activiteiten in het buitenland*°, maar is het overzicht niet voldoende
uitputtend en geeft het geen uitsluitsel over de realisatie. De raad vindt dat de
omissies in deze kennisbasis en -deling moeten worden gerepareerd.

Aandachtspunten voor internationaal cultuurbeleid

Bovenstaande observaties geven de raad aanleiding tot een aantal aanbevelingen die
de internationale positie van de culturele sector kunnen versterken.

1. Bouw een sterk artistiek profiel

De raad adviseert het kabinet te komen tot een interdepartementale overkoepelende
visie, waarin zowel de culturele, economische als diplomatieke invalshoek een plaats
heeft. Elk van deze drie invalshoeken zal moeten worden vertaald naar heldere en
concrete doelen en verwachtingen, verwoord in een meerjarenbeleid. Bij het
opstellen van dit beleid moeten de fondsen uiteraard betrokken worden. Zij hebben
immers kennis van hun specifieke werkterrein en kunnen suggesties doen. Van
fondsen, posten en culturele instellingen mag verwacht worden dat zij duidelijk
maken hoe zij via beschikbaar gestelde middelen bijdragen aan deze doelen en hoe
deze activiteiten uiteindelijk passen in het meerjarenbeleid.

De raad stelt voor om de doelstellingen van het internationaal cultuurbeleid ook uit
te werken in een inhoudelijke artistieke agenda voor meerdere jaren. In zo’n agenda
krijgt het culturele profiel van Nederland meer ‘smoel’ en worden de artistieke
ambities van het beleid verwoord. Het gaat daarbij niet alleen om gevestigde namen
die zich gemakkelijk lenen voor export of profilering. Zo’n agenda geeft ook aan
welke (opkomende) disciplines, welke talentvolle kunstenaars net dat extra duwtje
moeten krijgen om internationaal door te breken of juist in Nederland voet aan de
grond te krijgen. Ook thema’s, zoals cultuureducatie of talentontwikkeling, kunnen
worden opgenomen als Nederland zich daarmee internationaal in de kijker wil
spelen.

Het artistieke profiel dat Nederland in zo’n agenda verwoordt, is niet gericht op
uitsluiting, maar moet inspireren. Het stelt makers, kunstenaars en culturele
instellingen in staat eraan bij te dragen, vanuit uiteenlopende disciplines. Een
artistieke agenda moet dynamisch zijn en meebewegen met maatschappelijke en
culturele ontwikkelingen. Betrek daarom het veld op actieve wijze bij het opstellen
van zo’n agenda en herijk periodiek de gekozen prioriteiten. De raad kan een

1o Zie voor Buitengaats: http://www.sica.nl/content/nl-over-buitengaats
'' Indicaties van het verlies aan exposure van kunstenaars in het buitenland zijn te vinden in de studie van de Ton
Bever, 2015: 382-383
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>RAA

cUÊOur

artistiek-inhoudelijk voorstel voor deze agenda doen.
2. Creëer meer samenhang in de uitvoering en ondersteuning van beleid

De raad pleit voor een eenvoudige en heldere uitvoeringstructuur. Het is van belang
meer samenhang aan te brengen tussen de activiteiten van fondsen, ondersteunende
instellingen en posten; en de verantwoordelijkheden van deze instellingen beter te
formuleren.

Voor afstemming en kennisdeling is een uitvoeringsorganisatie nodig die zicht houdt
op deze processen. DutchCulture is in het leven geroepen om sectoroverstijgende
culturele activiteiten in het buitenland te coördineren en om informatie te
verschaffen (of te verstrekken) over internationale culturele activiteiten. De instelling
heeft als taak het culturele veld en de diplomatieke posten te adviseren,
internationale kunstenaars- en collectiemobiliteit en erfgoedactiviteiten te
stimuleren, en kunstenaars en culturele instellingen te informeren over cultuur- en
mediasubsidiemogelijkheden bij de Europese Unie.!2

Met het wegvallen van een aantal sectorinstituten is de kennisfunctie echter nog
onvoldoende of te gefragmenteerd ingevuld. De raad onderstreept het belang van de
door de minister aangekondigde analyse naar de culturele ondersteuningsstructuur,
waarin deze problematiek verder wordt onderzocht. Maar om te voorkomen dat er
de komende jaren onvoldoende ondersteuning is, adviseert de raad u de
kennisfunctie voorlopig als verantwoordelijkheid bij Dutch Culture te leggen en
daarvoor voldoende mandaat en middelen te verstrekken, zodat deze instelling haar
data zorgvuldig kan verzamelen en analyseren en haar expertise kan verstevigen en
uitbreiden. Dit vereist wel een andere positie van DutchCulture. Er zal meer gewerkt
moeten worden als informatiemakelaar. Algemene data over het gehele ICB, van
plannen tot resultaten, zouden bij DutchCulture verzameld moeten worden. Dat
betekent ook dat instellingen, gezelschappen, fondsen en posten hun plannen en
resultaten tijdig en volledig aan DutchCulture moeten meedelen.

3. Gooi de luiken open en stimuleer de oriëntatie op niet-westerse culturen

Deze tijd van globalisering en confrontaties vraagt om een nieuwsgierige houding ten
opzichte van kunstuitingen die niet de onze zijn. In Nederland zelf is nog te weinig te
zien welke mondiale, artistieke ontwikkelingen er spelen; de oriëntatie op westerse
culturele tradities is sterk. Toch zijn confrontatie en ontmoeting met andere culturen

12 Zijlstra, Halbe. Meer dan kwaliteit. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2011: 7. En:
Zijlstra 2012: 4. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft hierin aangekondigd dat er een onderzoek
komt naar de behoefte van cultuurproducerende instellingen aan bovensectorale instellingen voor overkoepelende
taken voor de cultuursector; zij zal de raad vragen aandachtspunten mee te geven voor het onderzoek. Aansluitend
krijgt de raad in 2018 het verzoek te adviseren over de inrichting van de ondersteuningsstructuur.

13 Bussemaker, Jet. Ruimte voor Cultuur. Uitgangspunten cultuurbeleid 2017-2020. Den Haag: Ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2015: 34.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>RAA

cUGuuR

essentieel voor de artistieke praktijk. Zij bevorderen het begrip voor andere
kunstzinnige en maatschappelijke opvattingen en verwijzen ook naar alle nieuwe
Nederlanders die andere culturele tradities hebben meegenomen.

Nederland kan zijn krachten vaker internationaal bundelen door samen met andere
landen thema’s te agenderen. Dit ligt voor de hand bij Vlaanderen dat
(kunst)historisch gezien met Nederland, naast de taal, ook belangrijke kunstuitingen
gemeen heeft. Ook samenwerking in de Euregio voor provincies als Limburg,
Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Groningen biedt zulke mogelijkheden. In
de buurlanden - Belgié, maar ook een aantal Duitse deelstaten- wordt gezocht naar
culturele relaties met Nederland - of Nederlandse provincies - te ondersteunen via
matching funds.

De raad bepleit een conferentie waarop dit thema tussen overheden en culturele
instellingen besproken wordt.

4. Versoepel de strikte focus op prioriteitslanden

De raad adviseert de focus op prioriteitslanden los te laten. Kijk naar de kansen en
mogelijkheden die (opkomende) culturele en creatieve hotspots ook in andere landen
bieden. Deze plekken komen vaak als eerste in beeld door het vizier van het culturele
veld.

Betrek bij het internationaal cultuurbeleid ook stedelijke regio’s en richt daarbij niet
alleen de blik op de Randstad. Door het hele land zijn stedelijke regio’s creatieve
hotspots. Bij deze regio’s worden ook de landsgrenzen moeiteloos overschreden.
Maastricht heeft banden met Luik, Hasselt en Aken. Zeeuws-Vlaanderen richt zich
eerder op de cultuur in Gent en Brugge, dan op die van de eigen provincie.
Leeuwarden staat momenteel in het teken van Culturele Hoofdstad 2018. Enschede
valt binnen de stedelijke regio Osnabriick en Miinster. Venlo vormt een regio met
Duisburg, Essen en Düsseldorf en Arnhem en Nijmegen met Emmerich, Kleve en
Duisburg. Breda en Tilburg vinden binnen hun stedelijke regio Antwerpen als
culturele hotspot.

5. Versterk de diplomatieke vertegenwoordiging

De Nederlandse ambassades en consulaten zijn van belang in het netwerk van het
internationaal cultuurbeleid. De bezuinigingen op het Ministerie van Buitenlandse
Zaken hebben consequenties voor de omvang en breedte van het netwerk.
Ambassades zijn verdwenen of kleiner geworden, consulaten zijn verkleind of
gesloten. Maar het ambassadenetwerk blijft van belang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De raad adviseert: 14
           Bouw aan een herkenbaar cultureel profiel bij de invulling van de culturele
           relatie in een land, maak daarbij duidelijke keuzes en sluit aan bij de
           speerpunten van het Nederlandse cultuurbeleid. Liever gericht investeren,
           dan versnipperde inspanningen die slechts weinig impact hebben. Durf
           keuzes te maken. Dat stelt ook (andere) eisen aan de personele opbouw van
           een diplomatieke post.
           Werk samen met lokale partners. Bij hen is immers de kennis van nationale
           en lokale instituties, gebruiken en contacten aanwezig. Een succesvolle
           diplomatieke vertegenwoordiging staat of valt bij het netwerk dat in een land
           wordt opgebouwd en onderhouden.
           Maak, naast bemiddeling en presentatie, ook communicatie en marketing tot
           een primaire taak van diplomatieke culturele vertegenwoordigingen.
           Streef naar flexibiliteit bij de inrichting van de culturele
           vertegenwoordigingen, zodat er bemiddeling op maat kan worden geleverd en
           kan worden ingespeeld op de lokale omstandigheden in een land. Een door de
           raad bepleite mogelijkheid is het aanstellen van een beperkt aantal reizende
           culturele attachés (of noem het diplomatieke culturele producers). Zij
           kunnen worden ingezet op posten die door politieke en culturele
           ontwikkelingen voor korte tijd van belang zijn in het kader van ICB. Ook de
           lokale medewerker, als vaste kracht, is op de culturele afdeling van belang.
           Onderzoek de mogelijkheden meer gezamenlijk te doen met de Vlaamse
           regering. Uiteraard is de buitenlandse diplomatie in België in de eerste plaats
           een federale aangelegenheid, maar de Vlaamse minister-president stuurt
           daarnaast rechtstreeks Vlaamse vertegenwoordigers aan in verschillende
           landen, en de Vlaamse regering richt zich daarbij ook op cultuur.
Joop Daalmeijer
Voorzitter                                                            Directeur
14 Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op het advies Culturele vertegenwoordiging in Frankrijk dat de raad in 2013
heeft uitgebracht. Zie: Raad voor Cultuur. Culturele vertegenwoordiging in Frankrijk. Den Haag: Raad voor
Cultuur, 2013.
                                                          9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>RAA
cUfuuR

Bijlage 1: deelname commissieleden en adviseurs aan expertmeeting

Han Bakker
Cultureel adviseur en cultuurintendant in Dordrecht, mede-initiator Stichting
Internationale Culturele Activiteiten

Mirthe Berentsen

Schrijver, criticus, vertaler en adviseur op het gebied van beeldende kunst en
internationaal cultuurbeleid, en oud-beleidsmedewerker Culturele Zaken op de
Nederlandse ambassade in Berlijn

Andrea Möller
Cultureel adviseur, producent en redacteur bij onder andere Culturele Hoofdstad
Leeuwarden en Ars Independent International Film Festivals

Michael Nieuwenhuizen
Zelfstandig projectleider en adviseur werkzaam in binnen- en buitenland

Riemer Knoop
Parttime lector cultureel erfgoed Reinwardt Academie en zelfstandig ondernemer
bij Gordion Cultureel Advies

Jorn Konijn

Curator op het gebied van architectuur & design in binnen- en buitenland, onder
meer voor de Architectuur Biënnale van Sao Paulo, de Architectuur Biënnale van
HongKong/Shenzhen en de vijfde Braziliaanse Design Biënnale

Quinten Peelen
Directeur van het Internationaal Franz Liszt Pianoconcours en muziekintendant
van het Erasmus Huis in Indonesië

Suzanne van de Ven
Zelfstandig curator en schrijver, onder meer voor Badischer Kunstverein
Karlsruhe, Kunsthalle Fridericianum Kassel en Goethe Institut Amsterdam

Rien Vrijenhoek
Interim projectmanager en -coördinator in Voormalig eindredacteur van het kunst-

en cultuurprogramma Opium en oud-directeur van het Tropentheater

Astrid Weij

Waarnemend teamleider Verkeer & Benutten bij de provincie Utrecht, bestuurslid
bij Europa Nostra, Oud-Regio Randstad-coördinator in Brussel, en oud-
programmamanager Erfgoed in Internationaal Perspectief bij Erfgoed Nederland

10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>RAA
cuur

Bijlage 2: geraadpleegde bronnen

Bevers, Ton. Bernard Colenbrander, Johan Heilbron, Nico Wilterdink. Nederlandse
kunst in de wereld. Literatuur, architectuur en beeldende kunst 1980-2013.
Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2015.

Bussemaker, Jet. Cultuur beweegt: de betekenis van cultuur in een veranderde
samenleving. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2013.

Bussemaker, Jet. Toekomst cultuurbeleid en basisinfrastructuur 2017-2020’. Den
Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2015.

Bussemaker, Jet. Ruimte voor Cultuur. Uitgangspunten cultuurbeleid 2017-2020.
Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2015.

Demos. Influence and attraction. Culture and the race for soft power in the 21st
century. Londen: British Council, 2010.

Heilbron, Johan. Wouter de Nooy, Wilma Tichelaar, red. Waarin een klein land.
Nederlandse cultuur in internationaal verband. Amsterdam: Prometheus, 1995.

Meulen, Lennart van der. Nederland Winwingewest. Keynote Eurosonic
Noorderslag. Groningen, 2015.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Cultuur in Beeld 2015.
Ontwikkelingen in de cultuursector. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap, 2015.

Minnaert, Toine. Drang naar samenhang.’ In: Boekman, 80 (2009)

Raad voor Cultuur. Culturele vertegenwoordiging in Frankrijk. Den Haag: Raad
voor Cultuur, 2013.

Raad voor Cultuur. De Cultuurverkenning. Ontwikkelingen en trends in het
culturele leven in Nederland. Den Haag: Raad voor Cultuur, 2014.

Raad voor Cultuur. Agenda Cultuur 2017-2020 en verder. Den Haag: Raad voor
Cultuur, 2015.

Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid. Cultuur herwaarderen.
Amsterdam: Amsterdam University Press, 2015.

11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>RAA

cUGUuR

Zijlstra, Halbe. Meer dan kwaliteit. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap, 2011.

Zijlstra, Halbe. Uri Rosenthal. Visie internationaal cultuurbeleid. Den Haag:

ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en ministerie van Buitenlandse
Zaken, 2012.

12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>