<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>BIS / Adviezen / Musea / Nederlands Openluchtmuseum
Nederlands Openluchtmuseum                                                                     € 4.901.059
                                                                                               geadviseerd
                                                                                               subsidiebedrag
                                                                                               € 790.000
                                                                                               gereserveerd
In het Nederlands Openluchtmuseum (hierna: Openluchtmuseum) staat het dagelijks leven          subsidiebedrag voor
in Nederland door de eeuwen heen centraal. Met ongeveer honderd historische gebouwen en        immaterieel erfgoed
circa 152.000 voorwerpen vertelt het museum het verhaal van de bewoners en gebruikers.
Dat levert een veelheid van levensstijlen, tradities, overtuigingen en meningen op. Het        € 5.916.000
Openluchtmuseum werkt nauw samen met Entoen.nu en het Nederlands Centrum voor                  gevraagd
Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). In 2017 zal het VIE een aparte afdeling binnen      subsidiebedrag
het museum vormen.
                                                                                               De aanvraag is gebaseerd op
Subsidieadvies                                                                                 artikel 3.26 lid 1 en op artikel
                                                                                               3.26 lid 2 van de
De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum een                    Subsidieregeling culturele
                                                                                               basisinfrastructuur 2017 –
subsidiebedrag toe te kennen van € 4.901.059. Dit bedrag is conform de indeling in             2020.
categorie 2.
De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum geen
subsidie toe te kennen voor de bevordering van de bescherming van en de kennis over
immaterieel erfgoed, tenzij het museum een nieuw activiteitenplan indient dat voldoet
aan de volgende voorwaarden.
– Het museum ontwikkelt een fundamentele visie op het gebied van immaterieel
     erfgoed.
– Het museum werkt de taken op het gebied van immaterieel erfgoed uit en
     concretiseert deze.
De raad vindt de nieuwe missie van het museum helder en is positief over de positie die het
wil innemen in het bestel. Hoewel het langer heeft geduurd dan verwacht, bieden de eerste
Canonvensters die zijn geopend vertrouwen voor de toekomst. De mogelijkheden die de
integratie met het VIE bieden om de presentatie van het museum naar een hoger plan te
tillen, worden echter onvoldoende benut. Ook is de invulling van de taken die het museum op
het gebied van immaterieel erfgoed wil uitvoeren, onvoldoende uitgewerkt. Op het vlak van
educatie opereert het museum toonaangevend en zoekt het aansluiting bij de actuele
ontwikkelingen. Het publieksbeleid is, evenals de governance, voldoende uitgewerkt. De raad
mist echter reflectie op het personeels- en vrijwilligersbeleid.
Beoordeling
Kwaliteit
Het Nederlands Openluchtmuseum heeft in 2014 gekozen voor een nieuwe missie: dichter bij
de geschiedenis dan ooit. Met het oog op de integratie van het Nederlands Centrum voor
Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), en parallel daaraan de integratie van de
presentatie van de Canon van Nederland, vindt de raad deze missie uitstekend gekozen. Het
museum wil het publiek het leven van alledag en de grote historische momenten laten ervaren
en profileert zich hierin helder. De afgelopen periode heeft het museum wederom een groot
publiek weten te bereiken, niet alleen met de vaste presentatie, maar ook met een groot aantal
evenementen. Wel mist de raad nog concrete aansluiting bij de actualiteit; het museum richt
zich met name op de nostalgie. Hoewel de raad ziet welke mogelijkheden die nostalgie biedt
voor het betrekken van publieksgroepen, kan een vertaalslag naar het heden volgens hem een
meerwaarde bieden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>In de afgelopen vier jaar zijn er enkele stappen gezet om de Canon in de presentatie te
integreren. In het park zijn vier fysieke Canonvensters geopend en er zijn plannen gemaakt
voor de digitale presentatie van de Canon in het entreegebouw. Deze presentatie zal medio
2017 openen. Naast de presentatie van de Canon in het Openluchtmuseum zelf, is het
museum ook initiatiefnemer van een netwerk van ‘Canonmusea’, waarin onder andere het
Scheepvaartmuseum, het Zuiderzeemuseum en het Instituut voor Beeld en Geluid
participeren. Daarbij ligt de nadruk vooral op de digitale connectie tussen de musea die
vensters van de Canon opnemen in de eigen presentatie. De aanjagende rol die het museum
hierbij inneemt, alsmede de eerste Canonvensters in het Openluchtmuseum, vindt de raad
geslaagd. Een heldere uitwerking van de inzet van het netwerk ontbreekt echter in het plan,
waardoor de raad dit niet goed kan beoordelen. Daarnaast is hij van mening dat de
daadwerkelijke integratie van de Canon voortvarender kan worden aangepakt.
Ook op de integratie met het VIE kan actiever worden ingezet. In de afgelopen vier jaar zijn
hier naar de mening van de raad onvoldoende stappen in gezet. Hoewel het VIE en het
Openluchtmuseum inmiddels een bestuurlijke eenheid vormen, is er nog geen sprake van een
organisatorische eenheid. Pas in 2017 wordt het VIE een afdeling van het museum. Het is de
raad niet duidelijk waarom deze integratie zo lang op zich laat wachten.
Ook wordt er in het plan onvoldoende ingegaan op de inhoudelijke consequenties van de
integratie van het VIE. De combinatie van materieel en immaterieel erfgoed kan de
presentatie van het Openluchtmuseum naar een hoger plan tillen. Het VIE heeft veel kennis
van het immaterieel erfgoed en beschikt over een uitgebreid netwerk van immaterieel-
erfgoedgemeenschappen. In het plan wordt echter onvoldoende duidelijk gemaakt op welke
wijze de twee instellingen elkaar gaan versterken. Daarnaast ontbreekt er een fundamentele
visie op het belang van het immaterieel erfgoed. De taak die het VIE heeft op het gebied van
de UNESCO-conventie Immaterieel Erfgoed is eveneens niet uitgewerkt. De raad vindt de
extra aanvraag die het Openluchtmuseum heeft ingediend voor het bevorderen van de
bescherming en kennis van immaterieel erfgoed onvoldoende uitgewerkt en daarmee
vooralsnog niet subsidiabel.
Educatie en participatie
Op het gebied van educatie opereert het museum toonaangevend. De raad is enthousiast over
de projecten die het museum opzet voor het onderwijs. Het educatieve aanbod is goed
doordacht en sluit aan bij de leerdoelen van het onderwijs. Het aantal leerlingen uit het
basisonderwijs dat het museum heeft bezocht, heeft in 2013 en 2014 een dalende lijn laten
zien, van bijna 19.000 naar 17.500, maar is in 2015 gestegen naar circa 24.000 leerlingen.
Door een extra inzet richting het voortgezet onderwijs is het totale leerlingenbereik gegroeid,
van circa 29.000 in 2013 en 2014 naar bijna 39.000 in 2015.
De raad is positief over de plannen van het museum betreffende educatie. Er vindt
samenwerking met het Cito plaats ten behoeve van de ontwikkeling van de educatieve
aspecten van de Canon. Ook richt het museum zich op het speciaal onderwijs, een nog
onderbelichte groep binnen de cultuureducatie. Het museum geeft in het plan blijk van
kennis van de actuele ontwikkelingen omtrent het onderwijs en speelt daar goed op in. Het
zoekt aansluiting bij het aanbod van het onderwijs en past zijn programma’s daarop aan. De
komende jaren zet het museum in op een bezoek van 21.000 leerlingen uit het primair
onderwijs en 15.000 leerlingen uit het voortgezet onderwijs, volgens de raad een reëel
streven.
Maatschappelijke waarde
Publieksbereik
Het museum weet zijn publiek goed te bereiken, ook digitaal. Het museum ontving in 2014
circa 548.000 en in 2015 ruim 556.000 bezoekers. Daarmee heeft het museum het hoogste
aantal bezoekers in 35 jaar ontvangen. De positionering van het museum is geherdefinieerd
en er zijn vier publieksgroepen benoemd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>In het plan is het publieksbeleid helder beschreven. De doelgroepen zijn goed uitgewerkt,
evenals de communicatie en het klantonderzoek. Het museum wil in 2020 630.000 bezoekers
per jaar gaan trekken. De raad vindt dit een ambitieus aantal, maar denkt dat dit, met het oog
op de populariteit van de Canon, realistisch is.
Het museum wil zich nadrukkelijk gaan richten op kwetsbare ouderen en vraagt hier extra
middelen voor aan. De raad vindt dat een goed streven, maar is van mening dat het museum
daar andere bronnen voor kan aanboren.
Ondernemerschap
De raad is positief over het ondernemerschap van het Openluchtmuseum. Het museum is
financieel gezond en heeft een gevarieerd verdienmodel. Het Nederlands Openluchtmuseum
voorziet een stijging van het eigen inkomstenpercentage van 67 procent in 2014 naar 73
procent in 2020. Deze stijging komt vooral voor rekening van de publieksinkomsten, die
volgens de raming van het museum toenemen van ruim 5,2 miljoen euro in 2014 naar bijna
6,7 miljoen euro in 2020. De raad is van mening dat het museum zijn verdienmogelijkheden
verder kan uitbreiden, bijvoorbeeld door meer fondsen en sponsoren te benaderen. De
inkomsten die het museum op dat vlak raamt, vindt de raad wat voorzichtig.
Uit het plan blijkt onvoldoende hoe het Nederlands Openluchtmuseum omgaat met het
personeel en of er beleid is ontwikkeld met betrekking tot de bijna 400 vrijwilligers. De
Governance Code Cultuur wordt nageleefd en in het plan voldoende toegelicht.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>