<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    De balans, 
    de behoefte
Pleidooi voor
een integraal,
inclusief 
muziekbeleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>   Voorwoord                                 4
   Muziek in dialoog		                       6
   Hoofdaanbevelingen                        7
1. Naar een integrale,
   inclusieve visie op muziek		              8
   Sectoradvisering                          8
   Een integrale blik		                      8
   De rol van de overheid                   11
   Muziek in relatie tot andere domeinen    12
2. Het muzikale ecosysteem                  14
   Inleiding                                14
   Kunstenaars en producerende instellingen 15
   Presentatieplekken: podia en festivals   28
   Digitale distributie                     30
   Talentontwikkeling                       31
   Kunstvakonderwijs                        32
   Ondersteunende instellingen              35
   Tot slot                                 37
3. De muzieksector vanuit
   artistiek perspectief                    41
   Artistieke ontwikkelingen in
   productie en presentatie		               41
   Talentontwikkeling                       48
   De creatie van nieuwe muziek		           50
   Documentatie en ontsluiting              50
   Aanbevelingen                            54
4. De muzieksector vanuit
   maatschappelijk perspectief 		           58
   Iedereen is een luisteraar		             58
   Publieksmarkt en toegankelijkheid        59
   Muziekeducatie en -participatie		        61
   Aanbevelingen                            66
5. De muzieksector vanuit
   economisch perspectief 		                70
   Financieringsstromen vanuit de overheid  70
   Private financieringsstromen             79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>6. Hoofdaanbevelingen		                                            91
   Ontwikkel een integraal, inclusief muziekbeleid		               91
   Besteed meer aandacht aan essentiële functies                   92
   Erken de kenmerken en kracht van een regionaal muziekklimaat    93
   Herbezie de samenstelling van de culturele basisinfrastructuur  94
   Besteed expliciet aandacht aan diversiteit                      95
   Besteed expliciet aandacht aan de arbeidsmarkt
   voor muziekprofessionals		                                      96
   Tot slot                                                        97
   Bijlagen		                                                      99
   Adviesaanvraag                                                 100
   Lijst van gesprekspartners                                     111
   Literatuur                                                     116
   Colofon                                                        122
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / Inleiding / Voorwoord
         Voorwoord
Muziek in Nederland, waar hebben we het dan over? De muzieksector is groot en Nederlandse
artiesten en ensembles brengen samen een lange, gevarieerde speellijst in praktijk. Op een
willekeurige dag tijdens het opstellen van dit advies klinken tegelijkertijd Janáčeks ‘Ave Maria’
door Cappella Amsterdam en ‘Nobody’s Wife’ van Anouk over de radio (respectievelijk op
NPO Radio 4 en 2). In de avond treden in het Urban House Groningen hiphoppers Fresku en
MocroManiac op, terwijl in Muziekgebouw Eindhoven philharmonie zuidnederland stukken
speelt van Lindberg, Stravinsky, Nielsen en Ravel.
In deze analyse beschouwt de raad de muzieksector in die volle breedte. We kijken naar klassieke
en hedendaagse gecomponeerde muziek, jazz en geïmproviseerde muziek, popmuziek,
wereldmuziek, urban muziek, dance en elektronische muziek, jeugdmuziek en amateurmuziek.
Gezien de omvang en complexiteit van al die deelsectoren is het onmogelijk om binnen het
bestek van één rapport volledig recht te doen aan alle ontwikkelingen en noden binnen de
muzieksector, daarvan zijn wij ons zeer bewust. Toch menen wij er goed aan te doen nu eens een
integrale visie te formuleren op de muzieksector, anders dan de raad tot nu toe heeft gedaan. [ 1 ]
Die gedachte hangt samen met een aantal ontwikkelingen die we horen op de podia, maar die we
niet in muziekbeleid zien vertaald. Moet alles wat uit de boxen schalt subsidie krijgen? Niet
zonder meer. Moet het muziekbeleid worden afgestemd op wat er in de volle breedte in de
muziek in Nederland gebeurt? Jazeker. Te lang is alleen maar gekeken naar de muziek die al deel
uitmaakt van het bestel. En dan vooral naar hoe men vond hoe die muziek zou moeten klinken.
Dat heeft een verkokerde visie opgeleverd op de muzieksector en op wat daarin gebeurt. Daar
willen we mee afrekenen, omdat muziekbeleid volgens ons veel meer teweeg kan brengen dan
het nu doet.
Door de vele muzikale genres in samenhang te bekijken, zien we ook hoe ze elkaar beïnvloeden
en voeden. Tussen al die deelsectoren staan namelijk geen stalen hekken. Urban artiesten
shoppen in de symfonische traditie; wereldmuziek en pop lopen vaak samen op; sommige
artiesten leggen zich toe op geïmproviseerde én hedendaags gecomponeerde muziek – de recente
winnaar van de Boy Edgar Prijs 2017, Martin Fondse, is hier een mooie exponent van. We
kunnen allang niet meer beweren dat er een hard onderscheid bestaat tussen ‘klassieke’ en
‘populaire’ muziek, of tussen ‘ernstige’ en ‘lichte’ muziek; er is hooguit onderscheid tussen ‘hoge’
en ‘lage’ tonen. En die verdienen allemaal ons oor.
Om die reden bekijken we dus de sector in zijn geheel. Onze hoofdfocus is daarbij de creatieve
kracht van de muzieksector en alle werkenden daarin, die zich vertaalt in een groot artistiek,
maatschappelijk en economisch gewin. De motor waar de muzieksector op draait, zijn de
artistieke geesten die met een onmetelijke liefde voor muziek dag na dag, avond na avond met
hun beste kunnen de muziek in Nederland laten klinken. Zij tonen ons een bloeiende, levendige
sector, maar evenzeer vele knelpunten die om een oplossing roepen. Knellende subsidie-eisen,
slechte arbeidsmarktomstandigheden, het feit dat de muzieksector lang niet voor iedereen
toegankelijk is, dat het huidige beleid samenwerking in de sector tegenwerkt en dat genres,
musici en deelsectoren zich vaak onvoldoende gehoord voelen in het debat.
Niet overal hebben we nu al pasklare antwoorden op. Sommige vraagstukken presenteren we in
dit stadium liever als denkstuk. Aan de minister, aan de sector, aan de fondsen en aan de overige
overheden. Wij roepen hen op om met elkaar en met ons in gesprek te blijven. Zodat we in 2021
en verder met een beter op de muzieksector afgestemd beleid kunnen beginnen.
                                                                                                     4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Tot slot past ons een dankwoord. Allereerst natuurlijk aan de commissie muziek, die zich van
een omvangrijke taak heeft gekweten door dit advies te helpen opstellen: voorzitter Sander van
Maas en commissieleden Shane Burmania, Kees Dijk, Maike Fleuren, Henca Maduro, Mark
Minkman, Tineke Postma, Jeroen Vanacker, Zafer Yurdakul en Willem van Zeeland. Als ergens
de afgelopen maanden de urban, de pop, de jazz, de klassieke en de hedendaagse muziek samen
aan tafel zaten, dan was het wel in deze groep muziekprofessionals. Zonder hun ervaring,
denkkracht en durf hadden wij dit advies niet tot stand kunnen brengen.
Daarnaast bedanken wij ook alle gesprekspartners die ons tijdens dit traject gevraagd en
ongevraagd van advies hebben gediend: de vele musici, artiesten, componisten, programmeurs,
orkest- en ensembledirecties, festivalorganisatoren, journalisten, belangenverenigingen en
koepels die bereid waren ons een inkijk te geven in hun praktijk, hun zorgen met ons te delen en
ons hun ideeën aan te dragen. Zij hebben ons in een relatief kort tijdsbestek een zeer rijk beeld
van hun werkpraktijk getoond.
Marijke van Hees, voorzitter
Jeroen Bartelse, directeur
De titel van dit advies, ‘De balans, de behoefte’,
is ontleend aan het nummer ‘Surfen’ van Typhoon,
onderdeel van het album Lobi Da Basi (2014).
   1
In onze meest recente sectoranalyse muziek (2011) besteedden we hoofdzakelijk
aandacht aan het rijksgesubsidieerde muziekaanbod en kwamen andere genres
slechts zijdelings aan bod.
                                                                                                  5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / Inleiding / Muziek in dialoog
          Muziek in dialoog
‘De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt
zich gereed om uit te marcheren’, beter bekend als ‘De Nachtwacht’, is niet dat schilderij aan de
muur. Het is wat er gebeurt tussen het schilderij en de kijker. Deze filosofie van het Participatory
Museum kunnen we rechtstreeks overhevelen naar de muziek: een concert of muziekstuk is wat
er gebeurt tussen de muziek en de luisteraar. Daarvoor hebben we componisten, zangers, musici,
dj’s en muziekinstellingen nodig die actief in dialoog gaan met hun omgeving. De broadcasting
institution heeft zijn beste tijd gehad. We hebben behoefte aan netwerkorganisaties, aan spelers
met een horizontale structuur, aan een open dialoog tussen muziekmakers en publiek. De dj op
het dancefestival is daar een goed voorbeeld van: zijn muziek ontwikkelde zich vanuit de
beleveniscultuur en stelt zich de vraag welke noten de juiste snaar raken bij zijn publiek. Maar
ook de dirigent voor het symfonieorkest, die letterlijk weliswaar met zijn rug naar het publiek
staat, is bezig die beleving op te roepen; hij probeert eeuwenoude muziek tot leven te brengen
voor het publiek dat vanavond in zijn zaal zit en een beetje dirigent weet hoe hij samen met de
musici de zaal bespeelt. De dirigent die een broertje dood heeft aan de gapende vrouw op rij 9 of
de dj die tijdens het draaien alvast zijn centen staat te tellen, valt door de mand. De muziek heeft
behoefte aan bevlogen netwerkspelers, die hun muziek overtuigend met ons uitwisselen. Die
behoefte aan een creatieve dialoog is een van de kerngedachten in ons advies.
                                                                                                     6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>        Sectoradviezen / Inleiding / Hoofdaanbevelingen
         Hoofdaanbevelingen
In dit advies brengen we de muzieksector in kaart en analyseren we deze vanuit artistiek,
maatschappelijk en economisch perspectief. Elk hoofdstuk eindigt met enkele aanbevelingen aan
overheden, fondsen en de sector die direct betrekking hebben op de analyse. In het slothoofdstuk
vatten we onze aanbevelingen samen in een zestal prioriteiten voor de minister van OCW:
1. Ontwikkel een integraal, inclusief muziekbeleid. Bezie hierbij alle genres, actoren en functies
   in het ecosysteem in samenhang met elkaar en sluit geen genres, makers of publieksgroepen
   uit. Besteed zowel aandacht aan innovatie als aan excellentie en topkwaliteit. We bepleiten
   niet dat alles en iedereen in aanmerking moet komen voor aandacht of subsidiëring vanuit de
   overheid; wel dat in alle genres creatie, innovatie, experiment, toptalent en topkwaliteit deze
   aandacht verdienen.
2. Besteed behalve aan productie en presentatie van muziek ook substantiële aandacht aan
   talentontwikkeling, educatie, beheer en behoud, en innovatie en experiment. Dit zijn functies
   die de sector duurzaam en veerkrachtig maken, maar die sinds de bezuinigingen in het
   gedrang zijn gekomen. Zonder deze essentiële functies is een gezond muzikaal ecosysteem
   ondenkbaar.
3. Erken de kenmerken en kracht van een regionaal muziekklimaat. Wij bepleiten een nauwe
   samenwerking tussen overheden, fondsen en de sector bij het ontwerpen van muziekbeleid.
   Breng samen met alle muzikale partijen per stad of stedelijke regio in kaart hoe het muzikale
   ecosysteem eruitziet, waar de muzieksector sterk in is, waar problemen bestaan en wat
   overheden en sector voor elkaar kunnen betekenen om kwaliteit te behouden en knelpunten
   te ondervangen. Koester hierbij het bestaande en omarm het nieuwe.
4. Herbezie de samenstelling van de culturele basisinfrastructuur en scherp de opdracht aan het
   Fonds Podiumkunsten aan. Onderzoek tevens de taak, inhoud en plaats van de
   omroepensembles. Wij pleiten voor een BIS die excellentie en topkwaliteit in de volle breedte
   van de muziek vertegenwoordigt en voor een Fonds Podiumkunsten dat beter is uitgerust om
   dynamiek, innovatie en experiment in de sector mogelijk te maken.
5. Besteed in het muziekbeleid expliciet aandacht aan diversiteit. Bijna iedereen houdt van
   muziek, maar toch vormt het gesubsidieerde muziekaanbod nog onvoldoende een
   afspiegeling van de Nederlandse bevolking of van de aanwezige variëteit aan genres, en ook
   worden lang niet alle publieksgroepen bediend. Juist de muzieksector biedt hier kansen; we
   zien een enorm potentieel aan genreverbreding en publieksuitbreiding. Muziekprofessionals
   komen uit zeer diverse hoeken, het totale Nederlandse muziekaanbod is veelkleuriger dan
   ooit, het publiek is breed en gevarieerd en bereid zich te verdiepen. Deze ontwikkelingen
   dringen echter nog onvoldoende door tot de gesubsidieerde sector. Dit bemoeilijkt voor veel
   genres en spelers professionalisering, artistieke uitwisseling en experiment, en staat
   verbreding, verdieping en interactie bij het publiek in de weg.
                                                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / Naar een integrale, inclusieve visie op muziek
         Naar een integrale,
         inclusieve visie op muziek
In dit hoofdstuk gaan we in op de aanleiding voor dit sectoradvies. We schetsen in het kort de
scope van dit advies en laten zien hoe we in deze analyse willen komen tot aanbevelingen voor en
over het overheidsbeleid ten aanzien van muziek. Ten slotte gaan we kort in op vier
cultuurpolitieke doelen die de raad heeft geformuleerd, en waaraan volgens ons een sterk
muziekbeleid moet voldoen.
Sectoradvisering
Dit sectoradvies Muziek is een van de tien sectoradviezen die de Raad voor Cultuur tussen
november 2017 en april 2018 uitbrengt. Het doel van deze adviezen is trends en ontwikkelingen
binnen disciplines te beschrijven, knelpunten en kansen te duiden en beleidsopties voor de korte
en lange termijn te verkennen. De sectoradviezen gelden, samen met de verkenning ‘Cultuur
voor stad, land en regio’, als de bouwstenen voor een discussie over de herziening van het
cultuurbestel. [ 1 ]
In dat licht bezien heeft voormalig minister Bussemaker ons gevraagd uitspraken te doen over de
artistieke, maatschappelijke en economische stand van zaken in de Nederlandse muzieksector,
zowel binnen als buiten het gesubsidieerde veld (zie ook de ‘Adviesaanvraag’).
De afgelopen periode heeft de raad zich aan de hand van gesprekken met musici, componisten,
programmeurs, orkesten, ensembles, bands, podia, festivals, productiehuizen, fondsen,
opleidingen, belangenverenigingen en koepels uit de muzieksector een beeld gevormd van de
stand van zaken in de sector en de kansen en knelpunten waarmee die zich op dit moment
geconfronteerd ziet. [ 2 ] Op basis daarvan komen wij tot dit advies. In de volgende hoofdstukken
nemen wij de lezer mee door het muzikale ecosysteem, waarbij we achtereenvolgens aandacht
besteden aan de afzonderlijke spelers en aan relevante artistieke, maatschappelijke en
economische ontwikkelingen. Deze analyse mondt uit in enkele aanbevelingen aan het Rijk, aan
andere overheden en fondsen en aan de sector zelf.
Een integrale blik
Wie de behoeften van de Nederlandse muzieksector in kaart probeert te brengen, stuit al snel op
een dilemma. ‘De’ Nederlandse muziek, waar hebben we het dan eigenlijk over? Denken we dan
aan de symfonische orkesten, verspreid over het land, die onze muzikale canon levend houden in
binnen- en buitenland? Aan de ensembles en koren in verschillende genres die door het hele
land actief zijn, en vaak ook internationaal? Denken we aan de pop- jazz- en
wereldmuziekartiesten (en alle kruisbestuivingen tussen die genres)? Hebben we het over de
hiphoppers en hun producers, of juist over de dj’s in de dance die vaak tot ver over de grens de
Nederlandse naam hooghouden? Kijken we naar de componist en zijn of haar oeuvre? Luisteren
we naar wat er over de radio klinkt of beperken we ons tot livemuziek? Beschouwen we de
belangen van organisaties of juist die van individuele makers en musici die zich tussen
organisaties door bewegen? En kijken we alleen naar de profs of ook naar de amateurspelers?
Wat hebben ze nodig, waar ligt hun kracht, waar kan en moet de overheid ze ondersteunen, wat
loopt zonder overheidsbemoeienis gesmeerd? Zoveel smaken, zoveel antwoorden.
                                                                                                  8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>In dit advies doet de raad een voorzet om dit vraagstuk – ‘hoe ziet de muzieksector eruit en wat
heeft hij nodig?’ – vanuit een integrale, inclusieve blik op de muzieksector te beantwoorden. Dat
doen we vanuit de observatie dat de muzieksector geholpen is bij een ruimere benadering dan tot
nu toe gebruikelijk was.
Lange tijd is vanuit het Rijk vooral gekeken naar klassieke muziek en, in iets mindere mate, jazz.
Zoals we zullen zien, is dat vanuit historisch perspectief niet verwonderlijk. Dit zijn immers de
langst bestaande genres, waarvoor ooit het muziekbeleid werd ontwikkeld. Sindsdien is
weliswaar geprobeerd dit beleid ook open te stellen voor nieuwere genres (popmuziek,
wereldmuziek, urban muziek) en er zijn daarvoor ook wat nieuwe subsidieregelingen ontworpen,
maar het bleef vooralsnog bij lapwerk: het raamwerk van het beleid stond al, er werden hooguit
wat nieuwe dingen aan gehangen. Om echt te bekijken hoe de muzieksector als geheel ervoor
staat en wat hij nodig heeft, lijkt ons een analyse van de gehele sector – gesubsidieerd,
ongesubsidieerd, commercieel, amateur – noodzakelijk. Die blik moet integraal zijn: alles in
samenhang beziend. En die blik moet inclusief zijn: niets of niemand uitsluitend.
We kijken in dit advies daarom (grofweg) naar klassieke en hedendaagse gecomponeerde
muziek, jazz en geïmproviseerde muziek, popmuziek, wereldmuziek, urban muziek en dance en
elektronische muziek – en naar de plekken waar al die genres elkaar raken en waar juist niet.
Een van de eerste dingen die we willen benadrukken, is dat al deze genres niet door harde
schotten van elkaar zijn te scheiden. Veel musici, zangers, componisten en producers bewegen
zich vrij door het muzikale spectrum heen, zonder onderscheid te maken tussen ‘klassiek’, ‘pop’,
‘rock’, ‘r&b’, ‘symfonisch’, ‘rap’, ‘hedendaags’, ‘wereldmuziek’ en noem de genres en stijlen maar
op. Hun inspiratie komt ongelabeld. Dat is nu juist een karakteristiek van de eigentijdse
kunstenaar die van onschatbare betekenis is voor de ontwikkeling van de muziek. Componisten
en musici (en ensembles, orkesten, koren) van vandaag putten inspiratie uit het hele brede
muziekpalet, zonder onderscheid naar genre, tijdvak of culturele herkomst.
Deze ontwikkeling vraagt om een herziening van het oude genre-denken. Het past niet langer om
muziekproductie, -presentatie en -receptie hoofdzakelijk langs lijnen van genres te beschouwen.
Het huidige muziekbeleid laat zien waar dit oude denken ons heeft gebracht; het is, zoals gezegd,
een lappendeken van subsidie-instrumenten die door de jaren heen zijn opgetuigd om
verschillende genres toe te laten tot het bestel, zonder al die genres en al die subsidie-
instrumenten ooit in samenhang tot elkaar te bezien. Nu de laatste jaren steeds vaker wordt
geprobeerd om subsidieregelingen ook open te stellen voor de jongste genres komt één makke
van het bestel wel heel duidelijk bovendrijven; het traditionele subsidiestelsel, ooit op maat
gemaakt voor in het bijzonder de symfonische klassieke muziek en de klassieke en hedendaagse
gecomponeerde muziek, laat zich niet goed om de nieuwere genres plooien. En ook voor de
spelers in het klassieke veld zijn de regelingen gaan knellen.
Dat zien we op landelijk, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Overal worstelen overheden
met dezelfde kwesties. Hoe moeten we omgaan met urban muziek, hoe met pop? Hoe met
symfonische orkesten of klassieke ensembles die nieuwe wegen zoeken? En hoe met festivals,
podia, talentontwikkelplekken, de moeizame arbeidsmarkt? Elke gemeente, provincie of fonds
neemt haar eigen ad-hocbeslissingen. Lang niet altijd zijn dat beslissingen die de muzieksector
als geheel vooruitbrengen. De gesubsidieerde sector vormt in elk geval geen afspiegeling van wat
er aan muzikale krachten borrelt in Nederland.
Hoe moet het dan wel? Hoe kunnen we het overheidsbudget voor muziek zo besteden dat het een
basis legt onder die hele brede muzieksector, zonder dat de verschillende spelers in het
ecosysteem elkaar verdringen? Een muziekbeleid waarin kruisbestuiving, samenwerking en
creatie eerder worden aangemoedigd, dat speelruimte geeft aan componisten, ensembles,
artiesten in alle fasen van hun ontwikkeling, en dat vooral ook niemand uitsluit? Van de spelers
in het muzikale ecosysteem en van verschillende overheden horen we steeds vaker de wens om
                                                                                                   9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>een beter afgestemd muziekbeleid, met meer aandacht voor verschillende genres en diversiteit.
Hoe ontwerpen we dat?
Wat ons passend lijkt als basis voor een integraal, inclusief muziekbeleid, is om alle verschillende
actoren in het muzikale ecosysteem in relatie tot elkaar te bezien, rekening houdend met hun
voornaamste rollen in het landschap. Dan hebben we het over individuele kunstenaars
(uitvoerend en creërend), producerende instellingen, presenterende instellingen, instellingen
voor talentontwikkeling, instellingen voor muziekeducatie, ondersteunende instellingen,
kunstvakopleidingen en media, dwars door alle genres heen. Brengen we al deze actoren in
kaart, en bekijken we welke rollen zij spelen in het ecosysteem, dan kunnen we vervolgens
bekijken waar de gaten vallen, in welke functies onvoldoende wordt voorzien en waar dus
koesteren, ingrijpen, stimuleren of bijsturen vanuit de overheid wenselijk is.
De zes omschreven genres analyseren we in dit advies daarom zo veel mogelijk in samenhang
met elkaar. Eerst bekijken we per genre hoe zaken als productie en creatie, presentatie en
digitale distributie, opleiding en talentontwikkeling, educatie en participatie, beheer, behoud en
reflectie zijn georganiseerd. Ook laten we zien hoe al deze genres zijn vertegenwoordigd in het
muziekbeleid. De weerslag hiervan is te vinden in ‘Het muzikale ecosysteem’.
Vervolgens zoomen we uit en proberen we onze vinger te leggen op actuele artistieke,
maatschappelijke en economische ontwikkelingen in de muzieksector, waarbij we zien dat ze
nagenoeg alle uitvoerende en creërende musici in Nederland aangaan. Zo proberen door het hele
land muziekmakers hun relatie tot de omgeving te verstevigen; kampen musici door alle genres
en deelsectoren heen met matige arbeidsomstandigheden en zien we door de hele sector heen
hoe ons traditionele palet wordt verrijkt met invloeden uit andere muzikale culturen (al loopt het
niet-gesubsidieerde deel van de sector hierin zichtbaar voorop).
De dwarsdoorsnede die hierdoor ontstaat van de Nederlandse muzieksector geeft ons
handvatten voor het ontwerpen van een integraal en inclusief muziekbeleid. Hiervoor laten we
ons leiden door de vier cultuurpolitieke doelen die de raad onlangs heeft geformuleerd als
uitgangspunt voor cultuurbeleid.
    Actoren in de Nederlandse muzieksector
    – Individuele kunstenaars (uitvoerend en creërend)
        Dirigenten, musici/muzikanten, zangers, rappers, dj’s, componisten, producers,
        liedschrijvers
    – Producerende instellingen
        Orkesten, ensembles, bands, koren, productiekernen
    – Presenterende instellingen
        Podia, festivals
    – Instellingen voor talentontwikkeling
        Productiehuizen (alsmede enkele producerende en presenterende instellingen)
    – Instellingen voor muziekeducatie
        Muziekscholen (en primair en voortgezet onderwijs, alsmede enkele producerende en
        presenterende instellingen)
    – Instellingen voor muziekparticipatie
        Amateurverenigingen, culturele centra (alsmede enkele producerende en presenterende
        instellingen)
    – Ondersteunende instellingen
        Belangenverenigingen, koepels, kennis- en onderzoekscentra, collectie- en
                                                                                                     10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>        erfgoedinstellingen, netwerkplatforms, private fondsen, evenementorganisatoren
    – Opleidingen
        Mbo’s, hbo’s universiteiten
    – Distributeurs
        Platenmaatschappijen, muziekuitgevers, streamingdiensten
    – Media
        Televisiezenders, radiozenders, internetplatforms (publiek en commercieel)
De rol van de overheid
Hoe ziet het huidige overheidsbeleid voor muziek er eigenlijk uit? In de veelkleurige, grote
muzieksector, waarin naar schatting jaarlijks minimaal 865 miljoen euro omgaat, speelt de
overheid naar verhouding een kleine rol, maar wel in sommige aspecten een cruciale. [ 3 ] Net als
in het overige podiumkunstenveld zijn het Rijk, provincies en gemeenten in de jaren ’80
overeengekomen dat het Rijk vooral verantwoordelijk is voor het professionele aanbod (dit
betrof destijds vooral de symfonische orkesten), de provincies voor het aanbod op provinciaal
niveau en de gemeenten voor de afname. [ 4 ] Langs grote lijnen houden de overheden hier nog
altijd aan vast, maar vanuit hun eigen beleidsprioriteiten nemen ze ook andere taken op zich. De
amateursector valt bijna geheel onder de verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies, al
vindt enige landelijke inmenging hier plaats via het Fonds voor Cultuurparticipatie.
In de praktijk betekent dit dat veel concertzalen, theaters en poppodia, maar ook veel festivals,
worden gesubsidieerd door gemeentelijke en soms provinciale overheden. Zonder deze steun zou
het fijnmazige netwerk van speelplekken voor de muziek niet kunnen bestaan. Omdat het voor
veel podia echter lastig is om risicovol aanbod te programmeren en musici naar behoren te
honoreren – ze komen daarbij vaak niet uit de kosten, publiek blijft mogelijk weg – springt het
Fonds Podiumkunsten landelijk bij door het verlenen van afnamesubsidies aan podia en
festivals. Ook ondersteunen het Rijk en vooral het Fonds Podiumkunsten een substantieel aantal
festivals meerjarig. De landelijk gesubsidieerde muziek moet immers wel op de podia te horen
(kunnen) zijn.
De productie en innovatie van muziek wordt, zoals gezegd, voor een klein gedeelte ondersteund
door het Rijk. Daarnaast zijn ook de meeste gemeenten en provincies de afgelopen decennia
gaan investeren in de muziekproductie in hun omgeving, met meerjarige en projectmatige
subsidies voor ensembles, orkesten en bands die passen binnen hun gemeentelijke cultuurbeleid.
Wat opvalt, is dat de afstemming die overheden in de jaren ’80 overeenkwamen in de loop der
jaren sterk is verwaterd. Ook heeft die afstemming bijna uitsluitend betrekking op de productie
en afname van (een klein segment van de) muziek. Over andere onmisbare facetten van het
muziekveld, zoals educatie, talentontwikkeling, inclusie, experiment en onderzoek of de
aansluiting tussen het amateurveld en de professionele sector, bestaat veel minder of zelfs geen
afstemming tussen de overheden. Daarbij is de aanbod- en vraagsubsidiëring die in de loop der
decennia voor de muzieksector is ontwikkeld niet evenredig passend voor alle spelers in het
muzikale ecosysteem, zoals we zullen zien; de urban scene heeft bijvoorbeeld heel andere
ondersteuningsbehoeften dan de symfonieorkesten.
Cultuurpolitieke doelen
De Raad voor Cultuur heeft onlangs vier doelstellingen geformuleerd waarin in zijn ogen het
cultuurbeleid idealiter zou moeten voorzien. Zo vinden wij het ten eerste, vanuit het perspectief
van de maker, belangrijk dat creatief talent in staat is zich optimaal artistiek te ontplooien. Dat
maakt het Rijk en andere overheden er medeverantwoordelijk voor dat Nederland beschikt over
                                                                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>de juiste faciliteiten en begeleidingsmogelijkheden voor elke fase van de culturele loopbaan, voor
elke vorm van creatief talent, waar ook in het land.
Een tweede doelstelling is dat iedereen in Nederland, ongeacht leeftijd, culturele achtergrond,
inkomen of woonplaats, optimaal toegang heeft tot kunst en cultuur. Dat betekent dat de
overheid erop moet toezien dat er voldoende mogelijkheden zijn voor kinderen en volwassenen
om kennis te maken met kunst en cultuur en dat er een breed, door het land gespreid
cultuuraanbod is voor iedereen. Belangrijk is ook dat het gezamenlijke publiek van gesubsidieerd
(maar ook van niet-gesubsidieerd) aanbod een afspiegeling is van de maatschappij, wat vraagt
om een breed aanbod in termen van genres, stijlen en aanbiedingsvormen.
Ten derde vinden wij het belangrijk dat de overheid zich bekommert om een pluriform aanbod
van kunst en cultuur, waarin het bestaande wordt gekoesterd en het nieuwe wordt omarmd. Dit
brengt voor de overheid de verantwoordelijkheid met zich mee om een veelzijdig cultureel
aanbod te ondersteunen, met gevestigd én nieuw aanbod, en om te zorgen voor het bewaren,
onderhouden, ontsluiten en steeds opnieuw betekenisgeven aan tradities. Daarvoor is zowel het
kunnen blijven spelen van de canon van belang, als het confronteren van die canon met nieuwe
interpretaties, vormen, genres, stijlen en uitvoeringswijzen; dat gebeurt bijvoorbeeld als
symfonische orkesten of klassieke ensembles hun repertoire verbreden, maar ook als luisteraars
in een stad de ene avond een symfonie van Beethoven of Mahler kunnen beluisteren en de
volgende avond een nieuw werk van een hedendaagse componist, of een antwoord op Beethoven
door een dj. Hoewel de landelijke overheid niet alles kan ondersteunen, is het belangrijk dat ze
topkwaliteit in diverse genres erkent, koestert en beloont; toonaangevende ontwikkelingen met
nationaal of internationaal aanzien, die het culturele veld verder kunnen helpen door hun
voorbeeldfunctie of voortrekkersrol. Evenzo verdienen initiatieven en ontwikkelingen die kleur
en kwaliteit geven aan provincies of steden de aandacht.
De vierde doelstelling waaraan het cultuurbeleid volgens ons moet bijdragen, is dat de
samenleving fungeert als veilige haven voor cultuur, waar kritische reflectie kan plaatsvinden op
de maatschappij en haar inwoners, en waar via kunst elk debat mag worden gevoerd zonder ten
prooi te vallen aan beknotting van vrijheid of censuur. Hier brengen we het oude Thorbecke-
principe nog eens in herinnering, dat zegt dat de politiek zich niet moet bemoeien met de inhoud
van kunst en cultuur. Het betekent voor de muziek dat de overheid goed zal moeten bekijken wat
er in de maatschappij leeft aan muzikale krachten, zonder te redeneren vanuit een
vooringenomen overheidsstandpunt over welke muziek van grotere waarde is.
Wat betekenen deze doelstellingen nu voor het muziekbeleid zoals dat er op dit moment uitziet?
In deze analyse werpen wij hier ons licht op, maar één ding blijkt al heel duidelijk uit het
bovenstaande: een cultuurbeleid dat blijft varen op oude afspraken over productie en afname en
dat niet voortkomt uit een integrale, inclusieve visie op de muzieksector van vandaag is gedoemd
te falen. Voordat overheden besluiten om de ene artiest, het ene experiment of het ene festival
wél te ondersteunen en het andere niet, zullen ze gezamenlijk de vraag moeten beantwoorden
waartoe hun inspanningen in de muzieksector dienen. Daarbij zullen ze zich rekenschap moeten
geven van de kenmerken en dynamiek van de muzieksector als geheel.
Muziek in relatie tot andere domeinen
Voordat we overgaan tot een verkenning van het veld nog dit: de muziekwereld kan niet
geïsoleerd worden beschouwd van andere kunstvormen en cultuuruitingen, zowel op als naast
het podium. Muzikanten werken vaak mee aan theater-, dans- en muziektheaterproducties; een
opera zonder live orkest is praktisch ondenkbaar, maar ook in teksttoneel maken vaak enkele
muzikanten hun entree of klinkt muziek van een band. Muziek wordt gebruikt voor films,
dramaseries, hoorspelen, documentaires, performances en beeldende installaties, digitale
kunstprojecten, reclames, websites en ga zo maar door. Muziek geeft inhoud aan
radioprogramma’s. Volksartiesten, ensembles en popacts luisteren feesten op, dancefeesten
                                                                                                   12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>bestáán bij de gratie van de muziek die er wordt gedraaid. En ook de sociale kant van muziek
mogen we niet vergeten; in de zorg zijn sommige patiënten zeer gebaat bij muziektherapie en in
het jongerenwerk wordt soms gebruikgemaakt van hiphop om sociaal-maatschappelijke
doelstellingen te bereiken. [ 5 ]
Het speelterrein van de muziek is groot en nieuwe composities klinken op de onverwachtste
plekken. In 2016 speelde het New Rotterdam Jazz Orchestra zijn ‘Rotterdam Suite’ onder andere
in de haven, de Markthal en een Surinaams bejaardentehuis. En in 2017 nam een speciaal
samengesteld Nederlands-Vlaams orkest in het Belgische Mol de door René Merkelbach
gecomponeerde ‘Symfonica Symbolica’ op voor de nieuwe Efteling-attractie Symbolica. We
bedoelen maar: muziek is uit onze samenleving niet weg te denken. In het vervolg van deze
analyse zoomen we vooral in op de artistieke, kunstinhoudelijke muziekpraktijk, maar niet
zonder ons van de veel ruimere betekenis van het muzikale veld bewust te zijn.
  1
Raad voor Cultuur, 2017.
  2
Een lijst van gesprekspartners is opgenomen in de bijlagen.
  3
Bedrag afkomstig uit PwC, 2017.
  4
PwC, 2017.
  5
Een uitzondering werd gemaakt voor de orkesten in de drie grote steden; het
Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam, het Rotterdams
Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest in Den Haag kwamen onder
gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk en gemeenten.
                                                                                               13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / Het muzikale ecosysteem
         Het muzikale ecosysteem
In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van de brede muzieksector in Nederland. We laten zien
welke actoren deel uitmaken van het ecosysteem en hoe zij in relatie tot elkaar staan. We gaan
vooral in op de aanbodzijde van het veld, door in vogelvlucht te schetsen hoe de verschillende
genres ervoor staan in Nederland. Daarnaast kijken we kort naar de podia en festivals waar
muziek in Nederland wordt opgevoerd, de digitale distributie, de plekken voor
talentontwikkeling en opleiding en tot slot naar de ondersteunende instellingen.
Inleiding
Wanneer we de programma’s van pop- en concertzalen, theaters, festivals, clubs en andere
podiumplekken eens bekijken, of als we achter onze laptop de streaminglijsten van diensten als
Spotify of YouTube oproepen, rijst daaruit een gevarieerd beeld op van de Nederlandse
muzieksector. Van grootstedelijke evenementen van internationale uitstraling, zoals het North
Sea Jazz Festival, het Holland Festival of het Amsterdam Dance Event, tot in de kleinste
pophonken in steden en dorpen in het hele land presenteert zich avond na avond een waaier aan
zangers, dj’s, musici en artiesten, die zich uiten via dance en elektronische muziek, popmuziek,
urban muziek, wereldmuziek, jazz en geïmproviseerde muziek, klassieke muziek en alle
mogelijke mengvormen. Elke avond klinkt in Nederland een polyfonie aan klanken; sommige
door middel van inventieve software uitgevoerd, andere zorgvuldig van blad gespeeld, weer
andere door middel van improvisatie tot stand gebracht. De totale Nederlandse muzieksector is
zeer omvangrijk en kent naar schatting 15.000 professionele musici, zangers en componisten, en
dan hebben we het nog niet over alle distributeurs, boekers, programmeurs, zaaldirecteuren,
marketingmedewerkers, ticketverkopers, garderobemedewerkers en barpersoneel die achter de
schermen werkzaam zijn. [ 1 ] Samen bereiken ze alleen al op de podia die zijn aangesloten bij de
Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) en de Vereniging van
Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) 8,5 miljoen live bezoekers en talloze streaming- en
radioluisteraars per jaar, een ongekend groot aantal. [ 2 ] De 25 muziekinstellingen die in 2015 via
structurele landelijke subsidieregelingen werden ondersteund, bereikten in dat jaar ruim
1,4 miljoen toeschouwers. [ 3 ] Daarnaast is er dan nog een amateurveld waar je u tegen zegt; bijna
elke gemeente heeft wel een of meer amateurorkesten en een aantal zangkoren met betrokken
leden die een paar keer per jaar optreden in hun gemeenschap.
In dit hoofdstuk schetsen we in vogelvlucht welke actoren samen de muzieksector in Nederland
bepalen. Waar nodig doen we dat per genre om de eigen dynamiek van elk genre te onderstrepen
en alvast een blik te werpen op hun onderscheidende positie in het cultuurbeleid. We kijken naar
de kunstenaars en de producerende instellingen (‘Kunstenaars en producerende instellingen’),
naar de plekken waar zij hun werk live spelen (‘Presentatieplekken: podia en festivals’), naar de
digitale distributie (‘Digitale distributie’), naar plekken voor talentontwikkeling
(‘Talentontwikkeling’), naar de opleidingsmogelijkheden (‘Kunstvakonderwijs’) en ten slotte
naar de ondersteunende instellingen die zorgdragen voor belangenbehartiging,
kennisvergroting, documentatie, archivering en discours (‘Ondersteunende instellingen’). We
nemen voornamelijk de professionele muzieksector in ogenschouw, maar we werpen ook een
blik op ‘de amateursector’.
                                                                                                     14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Kunstenaars en producerende instellingen
Klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek
Nederland telt een grote hoeveelheid klassieke orkesten, ensembles en koren op professioneel,
semiprofessioneel en amateurniveau. [ 4 ] Er zijn grote symfonieorkesten met meer dan honderd
musici, kleinere symfonieorkesten met zo’n zestig musici, er zijn grote en kleinere
kamerorkesten met bezettingen tot zo’n 34 man, er zijn kamermuziekensembles als pianotrio’s,
strijkkwartetten en rietkwintetten en er zijn koren gespecialiseerd in allerlei vormen van muziek.
In het amateurveld zijn vele klassieke muziekverenigingen actief. Al deze orkesten, ensembles en
koren spelen in concertzalen en theaters, op festivals, in buurthuizen en in horecagelegenheden,
en als de middelen het toelaten ook over de grens.
Ensembles en orkesten
Hoeveel ensembles en orkesten er in Nederland precies zijn, is moeilijk te achterhalen. Het
Muziek Centrum Nederland (MCN) becijferde in 2011 dat er op dat moment in Nederland zo’n
1.100 kamermuziekensembles actief waren. [ 5 ] We kunnen onderscheid maken tussen
professionele ensembles en amateurensembles, en tussen ensembles die het hele jaar door actief
zijn en ensembles die een paar keer per jaar bij elkaar komen of alleen kortdurend bestaan
omwille van een bepaald artistiek project. Veel musici en zangers bewegen zich als freelancer
tussen verschillende ensembles, anderen combineren hun ensemblewerk met bijvoorbeeld een
parttimebaan als orkestlid of muziekdocent.
De term ‘ensembles’ doet een eenvormigheid vermoeden die niet correspondeert met de
identiteit van deze grote groep spelers. Behalve rond klassieke muziek formeren zich ook veel
ensembles rond de jazz en geïmproviseerde muziek, met alle denkbare mengvormen. Het gaat
hier om organisaties met musici tussen de twee en ruim dertig musici, van pianoduo tot
strijkkwartet, van zangkoor tot slagwerkgroep, van jazzcombo tot strijkorkest.
Vanaf de jaren ’70 heeft zich een sterke Nederlandse ensemblecultuur ontwikkeld die tot ver over
de grens bekend werd en zich vooral richtte op de vernieuwing van de muziek en de
uitvoeringspraktijk daarvan. Tot de jaren ’90 maakte deze ensemblecultuur een
professionaliseringsslag door. In Amsterdam opende in 2005 het Muziekgebouw aan ’t IJ, dat
geldt als belangrijke ontmoetingsplek voor ensembles. Een aantal ontwikkelingsgerichte
ensembles, hoe divers hun specialisaties ook zijn, onderhouden sindsdien nauwe banden met
elkaar om gezamenlijk de variëteit aan muziek te vergroten en de ontwikkeling van nieuwe
muziek te stimuleren.
De populariteit van de Nederlandse ensemblecultuur over de grens is nog altijd zichtbaar in de
exportcijfers; in 2016 gaven Nederlandse ensembles en orkesten in totaal 819 klassieke-
muziekoptredens en 38 hedendaagse-muziekoptredens in het buitenland. [ 6] De meest buiten
Nederland optredende groepen waren Ton Koopman (66 keer, waarvan 31 keer met zijn
Amsterdam Baroque Orchestra & Choir), het Ricciotti Ensemble (44 keer) en het Koninklijk
Concertgebouworkest (30 keer).
    Meerjarig gesubsidieerde ensembles
    Het grootste deel van de professionele ensembles en orkesten wordt niet structureel
    gesubsidieerd maar werkt ongesubsidieerd of ontvangt projectsubsidies van provincie,
    gemeente of fondsen. Een beperkte toplaag kan rekenen op meerjarige subsidiëring van
    provincie of gemeente, zoals het Amsterdams Andalusisch Orkest, Cello8tet Amsterdam,
    Sinfonia Rotterdam of het Valerius Ensemble in Enschede.
                                                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    Een zeer beperkt aantal professionele muziekorganisaties ontvangt een meerjarige
    activiteitensubsidie van het Fonds Podiumkunsten; in 2017 gaat het om 29 organisaties,
    waarvan er achttien (62 procent) zich vooral met oude, klassieke en/of hedendaags
    gecomponeerde muziek bezighouden, twee met popmuziek (0,7 procent) en negen met jazz
    en/of cross-over (31 procent). [ 7 ] Onder deze ensembles is er in de lopende subsidieperiode
    één koor. [ 8 ] Veel van deze organisaties zijn gevestigd in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag
    en Utrecht, maar hun speelpraktijk is landelijk en vaak ook internationaal. In de periode
    2013 – 2015 speelden de meerjarig door het Fonds Podiumkunsten ondersteunde
    muziekorganisaties samen ongeveer even veel in de rest van het land als in de vier grote
    steden, respectievelijk 39,4 en 38,5 procent. In totaal bereikten ze per jaar bijna een
    half miljoen bezoekers. Een aanzienlijk deel van hun concerten werd in het buitenland
    gespeeld (22,1 procent).
    Zeventien Nederlandse professionele ensembles zijn aangesloten bij de Nederlandse
    Associatie voor Podiumkunsten (NAPK).
Symfonische orkesten
Een aparte positie binnen de klassieke muziek nemen de symfonische orkesten in: orkesten die
met zestig à honderd musici (voornamelijk) symfonisch repertoire uitvoeren. Hiervan kent de
professionele muziekwereld er een aantal en ook onder amateurmusici zijn klassieke symfonieën
populair. De muziek die in het kader van de culturele basisinfrastructuur (BIS) wordt
ondersteund, betreft voornamelijk symfonische muziek: de BIS biedt plaats aan negen orkesten
voor symfonische muziek en één orkest voor pop- en jazzmuziek. Zij houden zich bezig met het
uitvoeren van het klassieke symfonische repertoire maar slaan daarnaast ook steeds meer
verbindingen naar de huidige maatschappij door ander symfonisch werk toe te voegen aan hun
repertoire, in kleinere bezettingen en op alternatieve locaties te spelen en door nieuwe
concertvormen te ontwikkelen voor nieuwe doelgroepen. De negen orkesten die in 2015 deel
uitmaakten van de BIS trokken dat jaar 918.562 bezoekers en realiseerden bijna 23 miljoen euro
aan publieksinkomsten. [ 9]
Via een andere structuur gefinancierd, maar evenzeer onderdeel van het symfonische
orkestenlandschap is het Radio Filharmonisch Orkest, dat vanuit de mediabegroting wordt
gefinancierd als onderdeel van de Stichting Omroep Muziek (SOM). Dit orkest speelt een aantal
succesvolle mediaseries, zoals de NTR ZaterdagMatinee en het AVROTROS Vrijdagconcert, en
experimenteert daarnaast eveneens met nieuwe concertformules; ook heeft het als taak
onbekender werk en nieuwe composities uit te voeren.
Een klein aantal professionele symfonieorkesten opereert zonder subsidie, zoals het Amsterdam
Symphony Orchestra, in 2003 opgericht door dirigent en ondernemer Peter Santa, en de Nieuwe
Philharmonie Utrecht, in 2009 opgericht door violist-dirigent Johannes Leertouwer. Veruit het
bekendste ongesubsidieerde symfonieorkest is het Johann Strauss Orkest van André Rieu; met
zijn geliefde driekwartsmaat – de wals – veroverde Rieu met het enige ongesubsidieerde,
professionele orkest van deze omvang (vijftig tot zestig musici) de podia in binnen- en
buitenland, met als resultaat meer dan veertig miljoen verkochte cd’s en dvd’s en talloze
Nederlandse en internationale prijzen. Met 75 optredens over de grens in 2015 is hij de enige
klassieke-muziekartiest in de top-100 van meest in het buitenland optredende Nederlandse
artiesten. [ 10 ]
    Orkesten in de culturele basisinfrastructuur
    De negen symfonieorkesten in de BIS leggen zich hoofdzakelijk toe op het zo goed mogelijk
    uitvoeren van het klassieke symfonische repertoire, inclusief nieuwe composities. Daarnaast
    geven ze ook kamermuziekuitvoeringen in ensembleverband en kinderconcerten, en
    experimenteren sommige orkesten met nieuwe concertformules of ander repertoire, zoals
    filmmuziek. Het Metropole Orkest legt zich toe op groot bezette pop- en jazzmuziek. Een
                                                                                                  16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>    functie van de orkesten die nog te weinig op het netvlies staat van overheden is dat ze vaak
    verbindingen slaan naar de amateurmuziek (zoals de hafabra-sector), het muziekonderwijs,
    het bedrijfsleven en het bredere culturele veld in hun eigen regio. De meeste orkesten
    concentreren hun werkzaamheden voornamelijk in de eigen omgeving, waar musici ook vaak
    lesgeven, educatieve projecten begeleiden of musiceren in ensembleverband – al dan niet
    binnen hun baan bij het orkest. Enkele orkesten (Koninklijk Concertgebouworkest,
    Rotterdams Philharmonisch Orkest) hebben ook een sterke internationale functie.
    Gemiddeld speelden de orkesten in de BIS in de periode 2013 – 2016 8 procent van hun
    concerten in het buitenland. Het Koninklijk Concertgebouworkest doet in de periode
    2017 – 2020 alle 28 landen van de Europese Unie aan en toert daarnaast in de Verenigde
    Staten en Azië.
    In 2015 hebben de BIS-orkesten en het Radio Filharmonisch Orkest zich verenigd in de
    Vereniging van Nederlandse Orkesten (VVNO), die zich onder andere ten doel stelt de
    bijdrage van de orkesten aan de culturele en maatschappelijke omgeving te evalueren en te
    vergroten, het werkgeverschap te optimaliseren en hun behoeften onder de aandacht te
    brengen van overheden en andere partners.
Militaire orkesten
Behalve op de cultuur- en mediabegroting van het ministerie van OCW heeft ook het ministerie
van Defensie op zijn begroting van oudsher een post voor muziek. De Nederlandse krijgsmacht
telt tegenwoordig nog acht muziekgezelschappen, variërend van de Marinierskapel der
Koninklijke Marine tot het Trompetterkorps der Koninklijke Marechaussee. Elk orkest kent ook
ensembles in kleinere bezetting, zoals koperkwintetten, klarinetkwartetten of steelbands. De
militaire gezelschappen verzorgen muziek bij militaire ceremonies en staatsaangelegenheden,
zoals commando-overdrachten, ceremoniële ontvangst van bevriende staatshoofden, de
4-meiherdenking en wanneer een nieuwe ambassadeur geloofsbrieven aanbiedt aan de koning.
Daarnaast geven ze ook publieksconcerten; zo waren er themaprogramma’s over bijvoorbeeld
350 jaar Korps Mariniers of 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden en zal in 2019 aandacht
worden geschonken aan 200 jaar Militaire Muziek in het Koninkrijk. Hieraan werken vaak
bekende artiesten mee. Verder zijn er jaarlijks educatieprogramma’s, schoolconcerten en
speciale programma’s in het kader van de erkenning en waardering van veteranen. In 2016
werden zo’n 900 optredens gegeven. Er is bovendien een sterke verbinding met de orkesten van
Politie en Douane en de Reünieorkesten op militaire leest, die zich met name in het
amateursegment begeven. De militaire orkesten en het Impresariaat Militaire Muziek
Krijgsmacht tellen bij elkaar 276 fte, waarmee Defensie een van de grootste werkgevers van
beroepsmusici in Nederland is. Hiermee is circa 12 miljoen euro per jaar gemoeid.
Jazz en geïmproviseerde muziek
Net als in de klassieke muziek zien we ook in de jazz en geïmproviseerde muziek een landschap
van professionals, semiprofessionals en amateurmusici, die zowel solo als in ensemble-, orkest-
of koorverband optreden. De jazzsector is relatief klein; negen jaar geleden zouden er zo’n
1.500 actieve professionele jazzmusici zijn geweest, sindsdien zijn er geen tellingen bekend. [ 11 ]
Toch heeft de Nederlandse jazz een stevige internationale positie verworven. De grenzen tussen
klassieke muziek en jazz zijn diffuus; veel musici en ensembles combineren beide genres of
spelen mengvormen. Ook schuren veel jazzmusici aan tegen de pop.
Typerend aan de jazzsector is dat de meeste muzikanten in uiteenlopende ensembles spelen:
jazzmusici die aan slechts één band zijn verbonden, zijn zeldzaam. Deels heeft dit te maken met
het verzamelen van inkomen, maar vaak toont zich hierin ook de artistieke veelzijdigheid van
muzikanten. Zo wisselt een saxofonist als Benjamin Herman de dansbare soul- en latin-jazz van
New Cool Collective af met de gypsy-jazz van het Robin Nolan Trio, de jazzrock van Jan
Akkerman en vrije improvisaties op basis van het repertoire van Misha Mengelberg. Sommige
bands spelen langdurig in dezelfde bezetting, zoals het Artvark Saxophone Quartet, andere
                                                                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>groepen komen alleen voor een bepaald project bij elkaar tijdens een tournee of zelfs een enkel
concert. De dwarsverbanden tussen jazzmusici zijn eindeloos.
Een keerzijde van deze insulaire organisatie is een hoge mate van versnippering in de jazzsector.
Toen in 2008 zeven muziekorganisaties opgingen in het Muziek Centrum Nederland, waren daar
drie instellingen bij die zich tot die tijd onafhankelijk van elkaar hadden beziggehouden met jazz:
de Dutch Jazz Connection, de Nederlandse Jazzdienst en het Nederlands Jazz Archief. De
Beroepsvereniging Improvisatie Muzikanten representeert tegenwoordig slechts een klein deel
van de jazzmuzikanten; in augustus 2017 waren er 139 muzikanten bij aangesloten.
De meeste subsidieregelingen die landelijk en in gemeenten bestaan voor klassieke orkesten,
ensembles en koren zijn ook beschikbaar voor jazz en geïmproviseerde muziek. In de periode
2017 – 2020 ontvangen acht jazzensembles een meerjarige subsidie van het Fonds
Podiumkunsten en ook worden jazzensembles vaak via projectregelingen ondersteund. [ 12 ]
Onder de meerjarig gesubsidieerde ensembles vallen vaak meer formaties; zo spelen achttien
ensembles onder de vlag van muzikantencollectief DOEK. In de BIS is sinds 2017 het Metropole
Orkest opgenomen, een orkest voor pop- en jazzmuziek.
    Jazz op internationale podia
    Voor Nederlandse jazzmuzikanten is de wereld hun podium; in 2016 stonden er ruim
    zeshonderd concerten van meer dan honderd verschillende acts in het buitenland en ook
    werken Nederlandse musici vaak als sidemen mee met buitenlandse groepen. [ 13 ]
    Die populariteit begon in de jaren ’60. In die tijd ontstond rond artiesten als Willem Breuker,
    Misha Mengelberg en Theo Loevendie de ‘New Dutch Swing’, de typisch Nederlandse variant
    van improvisatiemuziek met invloeden uit de freejazz, Europese avant-gardecomposities en
    absurdisme. Nog altijd is deze stroming tot in het buitenland invloedrijk en levendig; het
    toonaangevende Amerikaanse jazztijdschrift DownBeat nam in zijn overzicht ‘80 coolest
    things in jazz today’ in 2014 een handvol niet-Amerikaanse spelers op, onder wie Han
    Bennink en het ICP Orchestra (Instant Composers Pool).
    Langzamerhand verschijnen er ook nieuwe Nederlandse namen op het netvlies van
    buitenlandse smaakmakers. Zo stond in de laatste Critics Poll van het Amerikaanse
    jazztijdschriftblad ‘Downbeat’, al sinds de jaren ’60 een toonaangevend overzicht van ‘who’s
    hot in jazz’, saxofonist Tineke Postma hoog vermeld in de categorieën ‘rising star soprano
    sax’ en ‘rising star alto sax’. [ 14 ] De docentschappen van bijvoorbeeld Ben van Gelder en
    Reinier Baas vormen voor sommige buitenlandse muziekstudenten aanleiding om in
    Nederland te komen studeren.
    Veel musici hebben desondanks de indruk dat de internationale positie van Nederlandse jazz
    terugloopt en ervaren dat het moeilijker wordt om buitenlandse optredens te regelen. Onder
    andere het wegvallen van de Dutch Jazz & World Meeting na het stopzetten van Muziek
    Centrum Nederland per 2013 lijkt hier debet aan; dit showcasefestival verleidde veel
    buitenlandse programmeurs tot een bezoek aan Nederland.
Popmuziek
De popmuziek in Nederland heeft zich sinds haar pioniersperiode in de jaren na de Tweede
Wereldoorlog ontwikkeld tot een zeer heterogeen veld. Er klinkt een grote muzikale diversiteit,
van symfonische metal tot liedjes van singer-songwriters, van reggae tot blues, van boybands tot
relipop. De muziek varieert van kleinschalig vernieuwend tot grootschalig commercieel, kan
gelaagd en complex zijn of zeer toegankelijk, en is te horen op alle mogelijke locaties, van
intieme huiskamers en cafés tot poppodia, schouwburgen en bomvolle stadions. Hoewel de
meeste artiesten zich bewegen in het livecircuit, zijn er ook acts die alleen in opgenomen vorm
bestaan.
                                                                                                    18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>De grens tussen amateur- en professionele spelers is in de popmuziek minder scherp te trekken
dan in de klassieke muziek. Lang niet iedere popmuzikant is geschoold aan een
kunstvakopleiding en veel op professioneel niveau spelende artiesten kunnen niet van hun
muziek leven. De popsector kent vele spelers die het amateurniveau ver zijn ontstegen, maar
desondanks hun inkomen uit andere werkzaamheden halen. [ 15 ] Recente cijfers zijn er niet, maar
in 2008 schatten Kunstfactor en de Popunie dat zo’n 100.000 mensen minstens één à twee keer
per maand optraden, de helft van hen zelfs wekelijks. [ 16 ]
Een festival als de Popronde biedt jaarlijks een selectie van 120 opkomende Nederlandse bands
en artiesten de kans om intensieve speel- en tourervaring op te doen. Invloedrijke bands als
Racoon, Mister and Mississippi, Blaudzun, Go Back to the Zoo en De Staat zetten hier hun eerste
stappen om te kunnen doorbreken naar een groot publiek. Boven op een brede, vruchtbare
voedingsbodem bloeit de toplaag van de Nederlandse popmuziek: Nederlandse bands als
Kensington en Anouk verkopen de Ziggo Dome, met een capaciteit 17.000 bezoekers, meerdere
avonden uit.
Dat Nederlandse popmuziek ook een groeiende afzet in het buitenland kent, blijkt uit cijfers over
de exportwaarde van Nederlandse muziek. Acts als Jacco Gardner, My Baby of de metalband
Delain treden ieder zo’n honderd keer per jaar op in het buitenland en een artiest als Caro
Emerald bespeelt prestigieuze podia als de Royal Albert Hall in Londen. Om de dominantie van
Amerikaanse, Britse en soms ook Zweedse bands op de popmarkt te trotseren, startte in 2003
mede op Nederlands initiatief het European Talent Exchange Program, met de jaarlijkse
popconferentie Eurosonic Noorderslag als centraal ontmoetingspunt en showcase voor
opkomende Europese bands.
Bij overheden neemt de aandacht voor popmuziek gestaag toe. Ontwikkelde beleidsinstrumenten
betreffen vooral de afnamekant, waarbij subsidie wordt verstrekt aan podia en festivals die
popacts programmeren. Behalve dat veel gemeenten poppodia en theaters ondersteunen, heeft
het Fonds Podiumkunsten enkele afnamesubsidieregelingen voor zalen. Zij worden zo in staat
gesteld popmuzikanten redelijker gages te betalen of om bands die nog geen vast publiek hebben
gevonden toch te programmeren, omdat het risico deels voor rekening komt van het FPK. In
geringe mate draagt het Rijk ook bij aan de productie van popmuziek; onder de meerjarig door
het Fonds Podiumkunsten gesubsidieerde ensembles zijn in de periode 2017 – 2020 twee
popgroepen: De Staat en De Kift. [ 17 ]
    Het Nederlandse lied
    Een muziekgenre dat over het algemeen nog weinig beleidsaandacht heeft gekregen, is dat
    van de Nederlandse volksmuziek of het Nederlandse lied; het muziekgenre dat klinkt in
    programma’s als ‘Bloed, Zweet en Tranen’, op commerciële zenders als RadioNL en
    TV Oranje, en op festivals als het Mega Piraten Festijn. Artiesten als Frans Bauer, Django
    Wagner en Marianne Weber zijn er populaire vertegenwoordigers van. Dit genre is lastig af te
    bakenen; in dit geval werkt zelfs de aanduiding verwarring in de hand. Vaak wordt de term
    ‘Nederlandstalig’ gebruikt, maar niet alle muziek die in het Nederlands wordt gezongen kan
    onder dit genre worden geschaard. Sterren NL heeft het over ‘Nederlandstalige en volkse
    muziek’, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en BumaNL gebruiken de term
    ‘levenslied’, en soms wordt de muziek ook aangeduid als ‘Hollandstalig’ of als ‘schlager’.
    Deze muziekpraktijk speelt zich grotendeels af buiten de reguliere podia en platforms.
    Optredens vinden meestal plaats op informele locaties zoals cafés, partycentra en feesttenten.
    Landelijke radio en televisie besteden er, op enkele programma’s van AVROTROS na,
    doorgaans beperkt aandacht aan.
                                                                                                   19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>    Toch is dit muzieksegment serieus van omvang. Volgens het SCP heeft 6 procent van de
    Nederlandse bevolking van zes jaar of ouder in 2014 een ‘levenslied’-optreden bezocht, met
    een bezoekfrequentie van 0,2 keer per Nederlander; dat komt neer op zo’n 3 miljoen
    bezoeken. De bezoekfrequentie is vergelijkbaar met die van jazz, dance en urban muziek, en
    het bereik is iets hoger dan dat van opera. Volgens onderzoek naar volkse muziek vonden er
    in dit segment in 2014 circa 12.500 optredens plaats, waarmee artiesten ongeveer
    37 miljoen euro aan inkomsten wisten te verwerven. [ 18 ]
    De ROC Rijn IJssel in Arnhem biedt per 2017 een mbo-opleiding die zich specifiek op dit
    genre richt: De School van het Nederlandse lied.
Wereldmuziek
Een gebied dat bestaat bij de gratie van zijn fluïditeit is de wereldmuziek, een genre met stevige
raakvlakken met klassieke en hedendaagse muziek, jazz en popmuziek. In de jaren ’80 werd de
term ‘wereldmuziek’ gemunt om vooral niet-westerse muziek onder de aandacht te brengen.
Muziek geïnspireerd door Antilliaanse, Kaapverdische, Surinaamse, Turkse en Indiase tradities
maakte toen mondjesmaat haar entree in de Europese zalen, ook in Nederland, maar moest nog
vechten om erkenning. Door de muziek te presenteren als ‘wereldmuziek’ en haar apart te
vertegenwoordigen, kon het belang ervan voor luisteraars, media en zalen worden onderstreept.
Inmiddels maakt de wereldmuziek onmiskenbaar onderdeel uit van het muzikale palet in
Nederland, en worden hiertoe ook andere dan ‘niet-westerse’ muziekstijlen gerekend, zoals
muziek uit Oost-Europese of Zuid-Europese muziektradities. De wereldmuziek heeft wat dat
betreft het tij mee; doordat onze samenleving steeds meer verbindingen kent met de rest van de
wereld, via media en migratie, wordt belangstelling voor muziek uit andere culturen
vanzelfsprekender. Veel muzikanten met een migratieachtergrond laten zich door de muziek van
hun thuisland (of dat van hun ouders of voorouders) inspireren. Een mooi voorbeeld is Vasile
Nedea, die in Roemenië zijn hele jeugd lang cymbaal en accordeon studeerde, in Nederland als
straatmuzikant aan de slag ging en door het Nederlands Blazers Ensemble letterlijk van straat
werd geplukt; hij speelde sindsdien met dit ensemble, met het Riciotti Ensemble, met Corrie van
Binsbergen, met Izaline Calister, bij Splendor en ga zo maar door. Maar ook autochtone
Nederlandse musici halen hun inspiratie steeds vaker overal vandaan. Inmiddels zien we
invloeden uit de wereldmuziek in alle genres doorsijpelen: Jazzband Sinas laat zich net zo sterk
voeden door westerse funk als door Colombiaanse cumbia en Balkanritmes; het Atlas Ensemble
brengt invloeden en instrumenten uit China of Azerbeidzjan in de context van de hedendaagse
gecomponeerde muziek; en Rembrandt Frerichs combineert met zijn in kwarttoon gestemde
fortepiano oude muziek, klassieke Arabische muziek en jazz. Ook een Marokkaans-Nederlandse
groep als Kasba of de Amsterdam Klezmer Band verrijken ons muzikale idioom.
Door deze ontwikkelingen zien we het genre wereldmuziek enigszins vervagen; musici die we
twintig jaar geleden onder de noemer wereldmuziek schaarden, benoemen we nu evengoed als
klassiek, hedendaags, jazz, pop of cross-over. Toch is de rol van de term ‘wereldmuziek’ daarmee
niet uitgespeeld. Wereldmuziekartiesten voorzien genrebreed onze muziektradities van een
bredere context door ze in dialoog te brengen met andere tradities. In het verruimen van onze
muzikale identiteit speelt de wereldmuziek een voortrekkersrol. Hier gaat het immers bij uitstek
om interculturele ontmoetingen – tussen musicus en de noten, tussen muzikale stromingen
onderling en tussen muziek en luisteraar.
De belangen van een groot deel van de wereldmuziek in Nederland worden sinds 2006 behartigd
door World Music Forum NL (WMFNL), een projectorganisatie met een open-sourcenetwerk
van ruim 2.000 professionals en organisaties die actief zijn in de wereldmuziek in Nederland.
Dit forum voedt het debat door de organisatie van netwerkbijeenkomsten, expertmeetings en
promotieactiviteiten en doet daarnaast eigen onderzoek.
                                                                                                   20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>WMFNL becijferde dat zo’n 1.500 professionele bands en ensembles zich specialiseren in
wereldmuziek en nog eens 400 bands in traditionele muziek, met gemiddeld respectievelijk zes
en vier muzikanten per groep. [ 19 ] Zij treden op in schouwburgen, concertzalen, poppodia,
openluchttheaters en in toenemende mate ook op festivals. Van de 25.000 componisten en
tekstdichters die zijn aangesloten bij Buma zijn er 1.500 (6 procent) actief in de wereldmuziek.
Naast dit zichtbare, professionele circuit is er ook een groot ‘informeel circuit’ van musici, al dan
niet professioneel, die vooral optreden buiten de traditionele zalen en festivals, bijvoorbeeld op
bruiloften, feesten en buurtpodia. Onder hen zijn ook veel internationale musici.
Urban muziek
Jong maar niet meer weg te denken uit het artistieke veld is de urban muziek, met verwante
genres als hiphop, reggaeton en r&b. Vaak speelt hierin rap een hoofdrol, maar er wordt
evengoed gebruikgemaakt van zang of instrumentele muziek. Behalve naar pop- en
wereldmuziek slaan urban muziekartiesten en -organisaties ook veel bruggen naar andere urban
kunstdisciplines, zoals beeldende kunst (vanuit graffiti), literatuur (vanuit spoken word), dans
(vanuit diverse hiphop- en streetdance stijlen), theater en soms ook urban sports (skating,
BMX, free running et cetera).
Hoewel urban muziek door Nederlandse beleidsmakers nog vaak onder amateurkunst wordt
geschaard, is het genre de puberteit allang ontgroeid. De eerste Nederlandse urban rapartiesten
begonnen al in de jaren ’80, met als publieke mijlpalen de internationale nummer-1-hit ‘Holiday
Rap’ van MC Miker G en DJ Sven (1986) en de opkomst van Nederlandstalige rap met onder
andere de hiphopgroep Osdorp Posse (1989). Intussen heeft de muziek zich stevig ontwikkeld en
is er een netwerk van de grond gebracht aan labels, festivals, boekingskantoren en
talentontwikkelaars, die de veelal selfmade artiesten in de scene ondersteunen. Aan de wieg van
vele artiesten staat platenlabel Top Notch van Kees de Koning, opgericht in 1995 als voorvechter
(en al gauw marktleider) van de Nederlandse hiphop.
Recentelijk heeft zich een duidelijk herkenbare Nederlandse sound ontwikkeld. Lag in het
verleden de nadruk op het navolgen van grote voorbeelden uit de Verenigde Staten, met Engels
als voertaal, op dit moment worden de meeste nieuwe urban nummers in het Nederlands gerapt
of gezongen. Artiesten als Fresku, Mocromaniac, Boef en Typhoon ontwikkelden duidelijk een
eigen geluid en zelfs een eigen taalvariant. Het aantal vrouwelijke artiesten loopt nog sterk
achter, al zijn er met Linde Schöne en I Am Aisha inmiddels enkele voortrekkers opgestaan.
Buiten de grote steden in de Randstad zijn Eindhoven, Tilburg, Zwolle en Groningen belangrijke
centra voor het voortbrengen van talent.
De Nederlandse sound heeft inmiddels ook in het buitenland de interesse gewekt. Artiesten die
in het Nederlands rappen worden niet snel over de grens geboekt, maar enkele Nederlandse
producers bouwen op hoog niveau internationale ervaring op. Pionier op dit vlak is Giorgio
Tuinfort, die sinds zijn samenwerking met Akon in 2006 muziek produceerde met onder
anderen Michael Jackson, Whitney Houston en David Guetta. Hedendaagse voorbeelden van
internationaal werkende urban producers zijn Boaz van de Beatz (die werkte met onder anderen
Diplo, The Weeknd, Ariana Grande en Madonna), Reverse (Chris Brown) en Jack $hirak (onder
anderen Tinie Tempah).
    Digitale opmars
    Urban muziek is geen nichesector meer; met name rap is dominant in de Nederlandse
    hitparade. Een van de verklaringen voor de snelle opmars van urban muziek is dat deze
    makers vanaf het begin toegang hadden tot manieren om zelf nummers op te nemen en te
    verspreiden; ze hoefden niet op platenmaatschappijen te wachten (zoals de eerste
    popmuzikanten die in de naoorlogse jaren van zich wilden laten horen). Een laptop, een
    microfoon en een goed idee zijn al genoeg om een nummer uit te brengen, en via
    streamingskanalen en social media vindt elke artiest snel zijn eigen publiek. Dit heeft niet
                                                                                                      21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>    enkel voordelen; de aansluiting bij podia, live publiek en beleidsmakers verloopt lastig en het
    is moeilijk een inkomen te vergaren uit de streaming van (niet altijd even professioneel
    opgenomen) muziek. Wel heeft deze do-it-yourself-praktijk bijgedragen aan de snelle opmars
    van urban muziek in Nederland.
Dance en elektronische muziek
De Nederlandse dancemuziek, eveneens opgekomen in de jaren ’80 en daarna razendsnel naar
grote hoogte gestuwd, speelt inmiddels een cruciale rol in het muzikale landschap. Doordat de
dance zich van meet af aan kon verheugen in een grote publieksbelangstelling kon er een sterke
infrastructuur tot stand worden gebracht, met een groot aantal clubavonden in het hele land en
een nog altijd toenemende hoeveelheid dancefestivals.
De dancesector kent een grote commerciële bovenlaag en een brede creatieve ondergrond. In de
wereldmarkt ligt op dit moment een grote nadruk op de dance-stijl die (internationaal) vaak als
EDM (Electronic Dance Music) en soms ook wel als ‘Dutch House’ wordt aangeduid. Nederlands
talent beweegt zich hier in de voorhoede, met dj’s als Martin Garrix, Tiësto, Armin van Buuren,
Ferry Corsten, Hardwell en Afrojack. Zij genereren wereldwijd media-aandacht en boeken groot
commercieel succes; in de jaarlijkse top-100 van beste dj’s van het toonaangevende Britse
tijdschrift DJ Mag kwam de laatste vijf jaar minstens de helft van de top-10 uit Nederland.
Daarnaast is er een circuit dat zich richt op een avontuurlijker, progressiever vorm van dance en
elektronische muziek, gecentreerd rond stijlen als techno en house. Ook hierin neemt Nederland
een serieuze internationale positie in, maar de commerciële belangen zijn er wat minder groot.
Vooral de Amsterdamse scene trekt de aandacht, met toonaangevende organisaties als het label
en festival Dekmantel, label, distributeur en platenzaak Rush Hour en de club De School.
In toenemende mate zien we tegenwoordig ook liveacts in de dance; optredens waarbij
elektronische muziek niet via geluidsdragers wordt afgespeeld maar ter plekke wordt gecreëerd
met drumcomputers en instrumenten. Het Amsterdam Dance Event wijdt hier sinds 2016 een
speciaal programma aan: ADE Live.
Een aantal Nederlandse evenementenorganisaties bekleedt inmiddels een belangrijke
internationale positie, zoals ID&T (organisator van onder andere de festivals Sensation en
Mysteryland), Alda Events (onder andere Flying Dutch) en Monumental (Awakenings). Hun
festivals zijn steevast ver voor aanvang uitverkocht.
    De opkomst van de dance
    De dancemuziek ontwikkelde zich vanaf het begin van de jaren ’80 vanuit de disco en andere
    stijlen, met belangrijke ijkpunten in Chicago en Detroit. In Nederland kwam de dance
    halverwege de jaren ’80 op met pioniers als Eddy de Clercq en Joost van Bellen. In de zomer
    van 1988 sloeg dance aan bij het brede publiek. Amsterdam werd een belangrijk centrum,
    met een club als RoXY als smaakmaker. Ook in Rotterdam, Den Haag en Eindhoven
    ontstonden eigen scenes.
    Aanvankelijk werden er vooral platen van Amerikaanse en Britse producers gedraaid, maar al
    snel stonden de eerste Nederlandse producers op. Vanaf het eind van de jaren ’80 raakte de
    Nederlandse dance in een stroomversnelling, met grootschalige feesten op megalocaties als
    de Energiehal in Rotterdam, de Houtrusthallen in Den Haag en de Maasvlakte in Rotterdam.
    De vraag naar dance bleek enorm en toen drie jongens in 1992 het aandurfden om als
    eindexamenfeest een grootschalig dance-event in de Jaarbeurs te organiseren, lukte het ze
    zomaar om daarmee 15.000 bezoekers te trekken. Het toonaangevende ID&T was geboren.
                                                                                                    22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>    In de jaren ’90 boekten Nederlandse producers succes met internationale hits van artiesten
    als 2Unlimited en de Vengaboys. Nederlandse dj’s werden tot ver over de grens geboekt.
    Naast grote nachtelijke dance events ontstonden in deze jaren ook festivals met
    danceprogrammering overdag, zoals Mysteryland, Dance Valley en Extrema Outdoor.
    Artiesten als Gert van Veen (met Quazar), Kees Heus (KC the Funkaholic, de bedenker van de
    term ‘gabberhouse’) en dj Isis (Isis van der Wel) droegen bij aan de snelle opmars van de
    dance.
    Rond de eeuwwisseling was Nederlands naam als wereldleider in de dance gevestigd, vooral
    in het subgenre trance, met artiesten als DJ Tiësto en Armin van Buuren. Dance had zich
    inmiddels ontworsteld aan de niche en was mainstream geworden; Tiësto verzorgde in 2004
    de muziek tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen (tot grote
    verontwaardiging van de Griekse zangeres Nana Mouskouri). Vandaag de dag is dance een
    van Nederlands grootste culturele exportproducten. Van alle Nederlandse optredens in het
    buitenland wordt een kwart door dance-artiesten gegeven. [ 20 ]
Jeugdmuziek
In het hele brede muziekspectrum zijn er vanzelfsprekend ook spelers die zich specialiseren in
muziek voor kinderen en jongeren. Soms bieden zij hun muziek aan via educatieprogramma’s
voor het onderwijs, maar evengoed staan er concerten voor een jong publiek in schouwburg-,
concert- en popzalen; van de ‘bubblegum-pop’ van de meidengroep K3 tot de symfonische
familieconcerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ook de markt voor opgenomen
muziek biedt van alles voor kinderen; denk aan de jaarlijkse ‘Kinderen voor Kinderen’-plaat van
BNNVARA of de baby-composities van Raimond Lap.
In het landelijk gesubsidieerde aanbod houdt één organisatie zich expliciet bezig met concerten
voor de jeugd: Oorkaan, een van de meerjarig door het FPK ondersteunde instellingen. Deze
organisatie produceert theatrale concerten voor kinderen, gebaseerd op de canon van het
klassieke repertoire, om jeugdige luisteraars wegwijs te maken in de wereld van de klassieke
muziek. Daarbij betrekt Oorkaan steeds andere ensembles; zo kwam de recente voorstelling ‘Het
Strijkkwartet van Meneer Sax’ tot stand met het Ebonit Saxofoonkwartet en werkte aan
‘Kwartetten met Beethoven’ het Dudok Quartet Amsterdam mee.
Andere landelijk gesubsidieerde ensembles en orkesten realiseren in meer of mindere mate
kinderconcerten. Amsterdam Sinfonietta formeert zich dan voor de gelegenheid tot
KleuterSinfonietta, met recentelijk de voorstelling ‘Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk’. Het
Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO | NKO) speelt elke maand op een woensdagmiddag
een kinderconcert in zijn koepel in Amsterdam-Oost. Ook andere orkesten zetten geregeld de
deuren open voor kinder- en familiemiddagen. Ook treden zij vaak op voor scholen; de orkesten
in de BIS gaven in 2015 31 procent van hun uitvoeringen voor het primair en
voortgezet onderwijs. [ 21]
Ook buiten het gesubsidieerde circuit produceren enkele makers aanbod voor kinderen. Het
Tony Overwater Kwintet realiseerde de concerten ‘Kikker Swingt’ en ‘Kikker heeft de Blues’,
gebaseerd op de ‘Kikker’-boeken van Max Velthuijs, om kinderen mee te nemen in het
jazzidioom. Zanger Dirk Scheele maakt aansprekende popliedjesprogramma’s voor kinderen,
met onder andere de ‘Pantoffelpolonaise’ en de ‘Pannekoekenparty’. Het Prinses Christina
Concours rijdt met de Classic Express, een tot concertzaal omgebouwde vrachtwagen, langs
scholen, waar jonge getalenteerde jazz- en klassieke musici optreden voor de jeugd.
Enkele poppodia ontdekken ook de jeugd als doelgroep, met evenementen die op maat zijn
gesneden voor tieners, zoals Teenage Jam in Rotterdam, of voor peuters en kleuters, zoals My
First Festival in TivoliVredenburg in Utrecht. Bij de dance-avond We Are The Future in AFAS
Live mogen alleen 11- tot 17-jarige bezoekers naar binnen. De organisatie FRIS organiseert sinds
zo’n tien jaar alcoholvrije dansavonden voor tieners onder de zestien jaar. Het gaat om zo’n
                                                                                                 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>honderd feesten per jaar in twintig steden, waar in hun beginjaren dj’s als Hardwell en Martin
Garrix muziek draaiden voor hun leeftijdsgenoten. Garrix, zelf een jonge twintiger, maakt zich
sowieso hard voor toegang tot zijn optredens voor een jonge doelgroep; op het Amsterdam
Dance Event 2016 gaf hij een speciale show voor fans onder de achttien jaar. Daarnaast trekken
veel boybands jonge fans, zoals het populaire B-Brave, en spreken ook urban artiesten als Yes-R,
Broederliefde en Lil’ Kleine veel jonge luisteraars aan.
Koormuziek
Volgens het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) bedraagt het
aantal koren in Nederland 13.000, een rijke mix aan kamerkoren, gospelkoren, close harmony-
groepen, shantykoren en ga zo maar door. [ 22] Het gaat hier om alle vormen van muziek. Naar
schatting 1,7 miljoen Nederlanders zingen het hele jaar door of incidenteel in een koor.
De meeste koren bestaan uit amateurzangers, dikwijls geleid door professionele dirigenten.
Soms werken deze koren samen met professionele ensembles en orkesten. Er is maar een relatief
beperkt aantal professionele koren, waarvan het Groot Omroepkoor (bekostigd uit de
mediabegroting van het Rijk), het Koor van De Nationale Opera (onderdeel van De Nationale
Opera en als zodanig gefinancierd vanuit het rijksbudget voor muziektheater), het Nederlands
Kamerkoor en Cappella Amsterdam de meest in het oog springende zijn.
Hoe groot de amateurkorensector in ons land ook is, dat vertaalt zich niet in beleid voor de
professionele koormuziek. Cappella Amsterdam zag haar subsidie bij het Fonds Podiumkunsten
per 2017 stopgezet, omdat de commissie bij het fonds haar aanvraag voor de periode
2017 – 2020 negatief beoordeelde. Het Nederlands Kamerkoor is daarmee nog het enige koor
dat in de huidige kunstenplanperiode meerjarige subsidie ontvangt van het Fonds
Podiumkunsten. Dit koor neemt zijn voortrekkersrol in het korenveld zeer serieus door op
reguliere basis samen te werken met amateurkoren, door op te treden als actieve
gesprekspartner in de korensector en door bij concerten in het land regionale amateurkoren te
laten optreden in het eigen voorprogramma.
De korensector zelf heeft in 2017 het manifest ‘Zingen, lekker belangrijk’ opgesteld, dat een
agenda presenteert voor de verdere professionalisering en samenwerking binnen de sector en
voor het vergroten van zijn bekendheid en het (politieke) draagvlak. Opvallend hierin is vooral
dat amateur- en professionele koren samen optrekken; amateurkoren maken in hoge mate deel
uit van het professionele kunstenlandschap en begeleiden vaak ook professionele
muziekensembles.
In 2017 is ook het Koornetwerk Nederland opgericht, voortgekomen uit de Vereniging van
Nederlandse Korenorganisaties. Dit netwerk houdt zich bezig met de ontwikkeling en promotie
van koorzang in Nederland en daarbuiten, en wil verder helpen een brug te slaan tussen de
amateursector en het professionele veld. De leden zijn op dit moment elf nationale korenbonden
en -organisaties, van de Bond voor Smart & Levensliederen tot de Koninklijke Bond van Zang-
en Oratoriumverenigingen in Nederland. Samen vertegenwoordigen zij zo’n
140.000 geregistreerde amateurzangers.
Het amateurveld
Naast alle professionele spelers is er in Nederland een groot, actief amateurveld. Zoals we
hebben gezien, lopen er in de popmuziek en de urban muziek geen strakke grenzen tussen de
professionele sector en de amateursector. Om onduidelijkheid te voorkomen, beschouwen we de
amateur in deze analyse als iemand die in zijn vrije tijd muziekoptredens geeft, zonder de
intentie er een inkomen uit te halen. Voor hem of haar staat het plezier van muziek maken
voorop. Veel Nederlanders spelen of zingen in bandjes of treden solo op in cafés, in wijkcentra,
op buurtfestivals, bruiloften, festivals, braderieën, muziekscholen, bedrijfsfeesten en ga zo maar
                                                                                                   24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>door. Sommigen nemen deel aan wedstrijden; zo is er voor muzikale jongeren de Kunstbende
(met als prijs een optreden op Zwarte Cross of Mañana Mañana). Volgens het SCP bespeelt 20
procent van de Nederlanders in hun vrije tijd een instrument en zingt 23 procent regelmatig;
daarmee zit Nederland zo’n twee keer boven het Europese gemiddelde. [ 23 ]
Naar schatting houdt 3,1 procent van de bevolking (500.000 Nederlanders) van zes jaar en ouder
zich wekelijks vijftig minuten of meer actief met popmuziek bezig. [ 24] Zo’n 200.000 van hen
(40 procent) treden regelmatig op; 225.000 mensen (45 procent) maken alleen muziek in
huiselijke kring. Veel professionele podia faciliteren oefenruimtes voor amateurmuzikanten,
zoals in Haarlem, Nijmegen, Hengelo, Purmerend, Utrecht, Venlo en Zwolle.
Daarnaast maken Nederlanders muziek in talloze muziekverenigingen: symfonieorkesten,
harmonieën, fanfares en brassbands (‘hafabra’) en koren, die zich veelal hebben georganiseerd in
bonden. Volgens het SCP waren er in 2010 bijna 12.500 muziekverenigingen met in totaal ruim
450.000 leden. [ 25 ] Er zouden zo’n 150 bigbands zijn, waarvan sommige ook professionele
jazzartiesten begeleiden, zoals trompettist Eric Vloeimans.
Blaasorkesten
Bij de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) zijn op dit moment 2.307 hafabra-
verenigingen aangesloten, met in totaal 112.268 leden. Deze verenigingen halen hun financiering
grotendeels uit ledencontributie en gemeentelijke bijdragen. Zij worden meestal geleid door
professionele dirigenten, die veelal meer orkesten onder hun hoede hebben (drie of vier) en zelf
vaak als musicus verbonden zijn aan een professioneel orkest. Vooral de hafabra-orkesten
bereiken veel publiek; hun speelterrein bestaat uit publieke evenementen als jaarfeesten,
avondvierdaagsen, sinterklaasintochten, carnavalsfeesten en bloemencorso’s. De meeste
verenigingen doen ook mee aan concoursen. Een van de bekendste internationale
festivalconcoursen is het vierjaarlijkse Wereld Muziek Concours Kerkrade, dat wordt
ondersteund door de provincie Limburg, de gemeente Kerkrade en het Fonds voor
Cultuurparticipatie. In 2017 trok dit concours 20.000 deelnemers van vijf continenten.
De laatste jaren staan de blaasorkesten onder druk. Het aantal jeugdleden neemt af, sommige
orkesten kampen met onderbezetting en verenigingen zouden minder frequent meedoen aan
concoursen. Binnen de sector leidt dit tot zorgen over de kwaliteitsbewaking. Een professioneel
orkest dat zich actief bezighoudt met harmonieën en fanfares is philharmonie zuidnederland, dat
een hafa-project ontwikkelde om uitwisseling te creëren tussen musici en dirigenten.
                                                                                                 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Leden van de KNMO,
de muziekkoepel voor instrumentale amateurmuziek, per provincie
(in aantallen x 1.000)
Bron: KNMO
Leden van de KNMO,
de muziekkoepel voor instrumentale amateurmuziek, per genre
(in aantallen x 1.000)
‘                                                               ’
Bron: KNMO
                                                                  26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Kamerorkesten, strijkorkesten en symfonieorkesten
Uit een eigen verkenning maakten we op dat er zo’n 108 amateursymfonieorkesten en
46 amateurstrijk- en kamerorkesten bestaan in Nederland. De meeste ontlenen hun naam aan
hun regio – het Veenkoloniaal Symfonieorkest, het Symfonieorkest Bloembollenstreek, het Oost
Gelders Symfonieorkest – en dragen via hun communicatiekanalen een grote trots uit over de
functie die ze hier vervullen. Een amateurorkest met een diepe regionale inbedding is
bijvoorbeeld Het Zeeuws Orkest, een semiprofessioneel, parttime orkest bestaande uit
55 professionele musici en twintig amateurmusici onder leiding van een professionele chef-
dirigent, dat in heel Zeeland optreedt. Hiervoor ontvangt het subsidie van de provincie Zeeland
en zeven Zeeuwse gemeenten. Ook vermeldenswaardig zijn de circa 35 studentenorkesten en
-koren die vaak van oudsher bestaan in universiteitssteden en nog altijd nieuwe leden trekken,
zoals het Groninger Studentenorkest Mira, het CREA Orkest in Amsterdam of de Wageningse
Studenten Koor en Orkest Vereniging. Daarnaast zijn er 58 jeugdorkesten in Nederland.
Amateur strijk-, kamer- en symfonieorkesten
(in aantallen)
Bron: eigen dataverzameling
                                                                                                27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Presentatieplekken: podia en festivals
Klassiek: goed uitgeruste zalen, maar ook het weiland in
In de jaren ’60 en’70 wees de toenmalige Raad voor de Kunst nog geregeld op de slechte kwaliteit
van veel zalen waar de rijksgesubsidieerde orkesten indertijd optraden. Vaak waren podia te
klein om het grote aantal musici te herbergen en was de akoestiek voor groot symfonisch werk
ondermaats. Tussen toen en nu ligt een wereld van verschil: Nederland beschikt inmiddels over
een fijnmazig net aan goed geoutilleerde concertzalen en schouwburgen, met hoogwaardige
faciliteiten en een hoge akoestische kwaliteit. Een aantal zalen werd sinds de eeuwwisseling
gerenoveerd om tegemoet te komen aan de hedendaagse technische eisen en behoeften, zoals
Theater Orpheus in Apeldoorn in 2004, Philharmonie Haarlem in 2005 en onlangs Musis in
Arnhem. De 141 podia die zijn aangesloten bij de Vereniging van Nederlandse Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties (VSCD) programmeerden in 2016 samen 3.418 klassieke-
muziekoptredens. [ 26 ]
Daarnaast staat klassieke muziek op steeds meer festivals: instrumentgespecialiseerde festivals
als het Utrechtse Dutch Harp Festival en het Amsterdamse Ud Festival, genregespecialiseerde
festivals als het Festival Oude Muziek in Utrecht en Musica Sacra in Maastricht, en breder
geprogrammeerde festivals zoals het Holland Festival in Amsterdam en November Music in
’s-Hertogenbosch. Sinds kort heeft de klassieke muzieksector ook twee eigen openluchtfestivals:
het Oranjewoud Festival in het historische Friese Parklandschap Oranjewoud en Wonderfeel op
het landgoed Schaep en Burgh in ’s-Graveland.
Steeds vaker betreden ensembles en orkesten ook alternatieve podia, zoals popzalen en
-festivals, om aansluiting te zoeken met publiek dat iets anders verwacht van een avond uit dan
het traditionelere concertpubliek. Plekken als Paradiso in Amsterdam en A Campingflight to
Lowlands Paradise in Biddinghuizen stellen zich hiervoor open. Een podium waar klassiek, jazz
en pop elkaar bij uitstek ontmoeten, is het in 2014 geopende nieuwe TivoliVredenburg in
Utrecht. Hier is merkbaar dat bij een gemengde programmering grenzen tussen muzikale genres
snel vervagen, zoals onder andere het succesvolle festival Le Guess Who? laat zien.
Jazz: hooggespecialiseerde speelplekken van internationaal niveau
De VSCD-podia die klassieke muziek programmeren, programmeren vaak ook jazz. Ook
poppodia kiezen voor jazzprogramma’s. Jazzmusici spelen verder op gespecialiseerde jazzpodia,
op (jazz)festivals en op informele podia, zoals jazzcafés. [ 27 ] De Vereniging Jazz- en
Improvisatiemuziek verenigt 24 gespecialiseerde jazzpodia. Het Bimhuis in Amsterdam geldt
internationaal als toonaangevend podium voor jazz en geïmproviseerde muziek en met North
Sea Jazz heeft Nederland een van de grootste jazzfestivals van Europa in huis. Veel gemeenten
hebben een eigen jazzfestival, zoals Jazz in Duketown in ’s-Hertogenbosch, Amersfoort Jazz of
de ZomerJazzFietsTour in Groningen. De laatste jaren richtten (jazz)musici daarnaast op
verschillende plekken zelf podia op, zoals de Jazzkerk Aartswoud, Splendor in Amsterdam,
Cultuurschip Thor in Zwolle en Jazzhuis Abcoude. Dit lijkt deels een reactie op teruglopende
speelmogelijkheden, maar lijkt ook een gevolg van een veranderende behoefte aan
zelforganisatie, samenwerking en flexibiliteit (zie ook ‘D’‘e muzieksector vanuit artistiek
perspectief’).
Popmuziek: op alle locaties thuis
Binnen- en buitenlandse popacts kunnen terecht in een wijdvertakt circuit van zalen. In 2017
zijn 57 poppodia in Nederland lid van de Vereniging van Nederlandse Poppodia en
-Festivals (VNPF). Daarnaast zijn er door het land heen vele podia die zich niet bij deze
vereniging hebben aangesloten, variërend van grote hallen als AFAS Live in Amsterdam
(voorheen de Heineken Music Hall) tot kleine zaaltjes en jongerencentra als dB’s in Utrecht,
SJOR in Roggel of ’t Ukien in Kampen. Veel popmuziek wordt ook geprogrammeerd in andere
cultuuraccommodaties, zoals schouwburgen en concertzalen, en op informele locaties als
(muziek)cafés, kraakpanden en verenigingen. Op de podia die zijn aangesloten bij de VSCD
                                                                                                 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>betrof 18 procent van de programmering in 2016 ‘populaire muziek’, 5.165 optredens in totaal.
Poppodia maken voor hun programmering daarnaast vaak gebruik van locaties buiten de eigen
zalen, zoals kerken, foyers, cafés of andere locaties in de stad. Hiermee spelen ze in op de
behoefte aan meer flexibiliteit en maatwerk, bijvoorbeeld om acts te tonen met een kleiner
publieksbereik. In 2016 vond 7 procent van de totale programmering van VNPF-podia plaats
buiten de eigen gebouwen. Om een indruk te geven van de omvang van het popmuziekcircuit,
inclusief achterafzaaltjes: in 2010 turfden onderzoekers in de stad Groningen in twee weken in
totaal 297 concerten. [ 28 ] Onderzoek naar muzikanteninkomens laat zien dat circa 15 procent van
de optredens plaatsvindt op gesubsidieerde poppodia; de rest speelt zich af op andere locaties
zoals theaters, cafés of festivals, al dan niet gesubsidieerd.
Van onmiskenbaar belang voor de distributie van popmuziek is ook het toenemende aantal
festivals. Jaarlijks zijn er inmiddels al meer dan duizend muziekfestivals op het gebied van pop,
dance en urban muziek, van Pinkpop in Landgraaf tot het Dynamo Metal Fest in Eindhoven of
Festival Hongerige Wolf in Groningen. [ 29 ] Het begin van het buitenfestivalseizoen wordt
gemarkeerd door Paaspop in Schijndel, dat al sinds de vroege jaren ’70 zonder subsidie het hoofd
boven water houdt. Ook veel andere festivals, zoals straattheater- of foodfestivals,
programmeren popmuziek. Vooral in de zomermaanden vormen de festivals een flinke
aanvulling op het aanbod, en festivals ontpoppen zich steeds meer als plekken bij uitstek om te
experimenteren met nieuwe formules en om nieuw publiek aan te boren. Zo’n 69 procent van de
programmering op popfestivals betreft Nederlandse artiesten. [ 30 ]
Wereldmuziek: vooral aangewezen op festivals en het informele circuit
Wereldmuziekartiesten treden op in schouwburgen, concertzalen, poppodia en
openluchttheaters. Dat gaat niet zonder slag of stoot, vooral niet na de bezuinigingen; tussen
2011 en 2014 nam het aandeel wereldmuziek in het podiumcircuit met 25 procent af, volgens
tellingen van World Music Forum NL. In de VSCD-zalen stonden in 2014 gemiddeld zeven
concerten per jaar voor gemiddeld 650 bezoekers; in de VNFP-zalen stonden gemiddeld vijf
concerten per jaar, voor 287 bezoekers per concert. Het populairder wereldmuziekaanbod en
cross-overs vinden nog wel hun weg, maar het kwetsbaarder werk, dat structurele aandacht in
goed doordachte programma’s behoeft en dat vraagt om een actiever publieksbeleid, zien we
verder naar de marge verdwijnen. Deels is dit te wijten aan het feit dat enkele podia die specifiek
voor wereldmuziek programmeerden hun gemeentelijke subsidies onlangs gekort zagen of zelfs
ophielden te bestaan, zoals het Utrechtse RASA of het Tropentheater in Amsterdam. Deels ook
lijken reguliere zalen na de bezuinigingen minder risico’s te durven nemen.
Meer profijt heeft de wereldmuziek van het festivalcircuit; daar nam het aantal bezoekers juist
toe van 1,6 miljoen in 2011 naar 2 miljoen bezoekers in 2012. Gespecialiseerde
wereldmuziekfestivals als het Amsterdam Roots Festival, Festival Mundial in Tilburg en Music
Meeting in Nijmegen bieden bezoekers aantrekkelijke programma’s met nationaal en
internationaal aanbod, en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Ook steeds meer genre-
brede muziekfestivals nemen wereldmuziek op in hun programma’s, zoals Lowlands in
Biddinghuizen en North Sea Jazz in Rotterdam.
Urban muziek: op festivals en uitgaansplekken
Urban artiesten worden geboekt op steeds meer poppodia en -festivals en staan daarnaast op
enkele specifieke urban muziekfestivals, zoals de hiphopfestivals Appelsap in Amsterdam en
Woo Hah! in Tilburg. Enkele huizen voor urban arts begeleiden talent én presenteren concerten,
zoals Epitome Entertainment in Rotterdam en Urban House Groningen. Hiernaast zijn
discotheken en partycentra belangrijke podia; zij boeken vaak succesvolle artiesten voor korte
optredens. De populariteit die veel artiesten genieten op streamingplatforms als Spotify of
YouTube blijkt vaak geen garantie voor een volle zaal in een poppodium; op festivals lukt het
vaak beter om publiek te trekken.
                                                                                                    29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Dance: lange festival­ en clubnachten
Dancemuziek vindt zijn oorsprong in het nachtleven, en nog steeds draait de dancecultuur voor
een groot deel om de nachtelijke ervaring in clubs: dansen tot het ochtendgloren. Vanaf het
begin waren de collectieve beleving, de wisselwerking tussen dj en danser en de interactie tussen
dansende bezoekers essentieel voor de dance. Deze collectiviteit laat zich des te sterker voelen bij
de soms zeer grootschalige dance-evenementen en -festivals, waar duizenden mensen zich
overgeven aan een gezamenlijke ervaring. Inmiddels zijn deze festivals gezichtsbepalend voor de
dance in Nederland, ook omdat dit de plekken zijn die zich kunnen veroorloven de grote namen
te boeken.
Naast de gemeenschappelijkheid en de gezamenlijkheid van de dansvloer onderscheidt de dance
zich in zijn verschijningsvorm van veel andere muziekvormen door de tijdspanne van
evenementen. Of het nu een buitenfestival overdag is of een clubnacht, een dance-evenement
strekt zich doorgaans over vele uren uit, soms tot etmalen lang. Tijdens het Amsterdam Dance
Event 2017 organiseerde De School zelfs een marathonsessie van 62,5 uur.
Overigens beperkt dancemuziek zich allang niet meer tot gespecialiseerde festivals en clubs;
dance zien we terug in de programmering van vrijwel alle poppodia en een groot aantal breed
georiënteerde festivals. Lowlands was ooit voorloper in het verbinden van het rock- en
dancepubliek; inmiddels heeft dance ook op festivals als Pinkpop en Zwarte Cross een vaste plek
in de programmering gekregen. Deze festivals voelen de verandering van publieksvoorkeuren
goed aan, met innovatie van hun formules als gevolg.
Digitale distributie
Muziek een podiumkunst noemen, doet de kunstvorm in de 21e eeuw eigenlijk tekort. Behalve
live is de meeste muziek immers ook in opgenomen vorm te beluisteren. Bij de Nederlandse
Publieke Omroep (NPO) specialiseren veel zenders zich in specifieke muziek. NPO Radio 2 is een
brede popzender met onder andere aandacht voor het Nederlandse lied. NPO 3FM focust op
jong talent, alternatiever popmuziek, hiphop en dance. NPO Radio 5 bedient de liefhebber van
wat oudere popmuziek en NPO FunX richt zich op grootstedelijke luisteraars met onder andere
urban muziek. Voor de klassieke-muziekluisteraar is er NPO Radio 4, met onder andere eigen
opnamen van concerten van onder meer de omroepensembles het Radio Filharmonisch Orkest
en het Groot Omroepkoor. Jazzluisteraars kunnen sinds de opheffing van Radio 6 per
1 januari 2016 nog terecht bij NPO Radio 2 Soul&Jazz, dat digitaal en via de kabel is te
beluisteren. Daarnaast zijn er veel commerciële zenders en zenders die door vrijwilligers in de
lucht worden gehouden, die uitzenden via kabel, internet en themakanalen – voor elke muzikale
smaak is er wel wat.
Voor veel klassieke musici en voor jazzmusici speelt opgenomen muziek vooral een rol als
documentatiemiddel, om het resultaat van projecten vast te leggen en als promotiemiddel voor
nieuwe projecten. De economische betekenis van deze opnamen is beperkt. [ 31 ] Voor de jongere
genres daarentegen is opgenomen muziek van wezenlijke betekenis. In de popmuziek zijn de
twee circuits – opnamen en live concerten – nauw met elkaar verweven; luisteraars worden vaak
aangetrokken tot concerten door wat ze horen op radio of streamingsdienst, of kopen een plaat
naar aanleiding van een concertbezoek. De functie van opnamen is de laatste decennia
verschoven. Waar vroeger (internationale) artiesten op tournee gingen om aandacht te
genereren voor hun album, brengen artiesten vandaag de dag hoofdzakelijk muziek uit om
publiciteit te genereren voor liveoptredens. De urban muziek heeft vooral dankzij streaming en
social media zijn snelle opmars kunnen maken. In de dance lopen opgenomen muziek en
livemuziek geheel door elkaar. Op de eerste dance-avonden brachten dj’s alleen opgenomen
muziek van andere artiesten ten gehore, inmiddels draait het bij EDM om het draaien van de
eigen muziek, terwijl dj’s in de techno­scene meer muziek van anderen onder de aandacht
brengen. Er zijn ook artiesten die voornamelijk als producer in de studio werken en niet per se
zelf optreden.
                                                                                                     30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>De opkomst van digitale distributiemethodes heeft grote gevolgen gehad voor de verdiensten van
popartiesten. De markt voor cd’s (niet voor vinyl!) loopt al jaren terug. [ 32 ] 2015 was het eerste
jaar waarin in Nederland digitale distributie (streaming en downloads) een grotere omzet
genereerde dan fysieke verkoop. De markt voor betaalde downloads, zoals via iTunes, neemt
sinds 2012 gestaag af. Ondanks de toename van streaming is radio nog steeds het belangrijkste
medium voor muziekdistributie; van alle keren dat luisteraars muziek via audio beluisteren,
betrof in 2015 82 procent live radio, 10 procent muziek in eigen beheer en 7 procent
muziekdiensten als Spotify. [ 33 ] Omdat trends onder invloed van technologie snel doorzetten,
neemt streaming naar verwachting inmiddels al een aanzienlijk groter marktaandeel in; het
aantal mensen dat dagelijks gebruikmaakt van YouTube steeg bijvoorbeeld al van 1,2 miljoen in
2015 naar 1,7 miljoen in 2017 (bijna 42 procent). [ 34 ]
Talentontwikkeling
Voor de eerste ontwikkeling van jong talent na (of naast) de opleiding en de verdere
ontwikkeling van al wat ervarener muziekprofessionals zijn vooral de producerende en
presenterende instellingen zelf verantwoordelijk; er zijn maar weinig organisaties die zich hierin
specifiek specialiseren. Tot 2008 werden er in het kader van de Cultuurnota enkele plekken voor
talentontwikkeling gesubsidieerd en in de periode 2009 – 2012 maakte een twintigtal
productiehuizen vanwege hun specifieke ‘ontwikkelingsfunctie’ deel uit van de BIS, maar zij
zagen hun subsidie per 2013 als gevolg van de bezuinigingen verdwijnen. Vier hiervan legden
zich toe op muziek: Muzieklab Brabant, Oorkaan, Paradiso Melkweg Productiehuis en
Productiehuis Oost-Nederland. Oorkaan, dat zich bezighoudt met klassieke muziek voor
kinderen, wordt inmiddels meerjarig ondersteund door het Fonds Podiumkunsten; Paradiso
Melkweg Productiehuis (pop in brede zin) wordt structureel ondersteund door de gemeente
Amsterdam. Muzieklab Brabant is per 2017 opgeheven omdat ook de provincie haar subsidie
terugtrok. Productiehuis Oost-Nederland is sinds 2017 weer opgenomen in de BIS, inmiddels als
onderdeel van De Nieuwe Oost. [ 35 ] In Maastricht is Intro nog actief, een productiehuis voor
hedendaagse muziek dat tot 2009 rijkssubsidie ontving, al worstelt ook dit huis met zijn
voortbestaan.
Door het land heen is er verder een web aan initiatieven, ontplooid door zalen, festivals,
ensembles, groepen, cultuurcentra en opleidingen, dat zich niet zo eenvoudig in kaart laat
brengen. De meeste BIS-orkesten hebben hun eigen orkestacademies of begeleiden op andere
manieren concourswinnaars of masterstudenten aan conservatoria. Ze geven
compositieopdrachten aan masterstudenten, begeleiden studenten en jonge concourswinnaars
in het orkestspel of treden op als partner in masteropleidingen (zoals de masteropleiding
dirigeren in samenwerking met het Rotterdams Philharmonisch Orkest of de orkestmaster in
samenwerking met het Residentie Orkest). Het Koninklijk Concertgebouw Orkest begeleidt in
zijn orkestacademie jaarlijks zeven conservatoriumstudenten met kans op een vaste baan; het
Metropole Orkest begeleidt studenten uit verschillende disciplines in de Metropole Academy en
Jong Metropole, en philharmonie zuidnederland heeft een eigen orkestacademie voor
conservatoriumstudenten uit Tilburg en Maastricht.
Ook veel landelijk gesubsidieerde ensembles investeren in jong talent door ervaringsplaatsen
aan te bieden en projecten te organiseren met getalenteerde musici en componisten, vaak al
tijdens hun opleiding. Zo organiseert het Asko|Schönberg Ensemble projecten met jong talent
gericht op de vernieuwing van de podiumpresentatie, ontwikkelen Calefax en Slagwerk Den
Haag masteropleidingen bij het Koninklijk Conservatorium (respectievelijk rietkwintet en
ensembleslagwerk), organiseert De Ereprijs onder andere de Young Composers Meeting en het
Ereprijs Living Lab en blaast Paul van Kemenade het Zuid-Nederlands Leerorkest nieuw leven
in, in samenwerking met de Jazz Academie in ’s-Hertogenbosch. Een aantal ensembles sloeg
recentelijk de handen ineen met het Koninklijk Conservatorium, Korzo en Muziekgebouw aan
het IJ voor de oprichting van de zogenaamde Ensemble Academie, waar studerende musici en
                                                                                                     31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>componisten alvast ensemble-ervaring kunnen opdoen en zich daarnaast kunnen bezighouden
met repertoireonderzoek, ondernemerschapsvaardigheden en het ontwikkelen van nieuwe
presentatieformules. [ 36 ] In de voormalige Frisokazerne in Ede-Wageningen bevindt zich
Akoesticum, een trainingscentrum voor muziek, dans en theater dat tegen betaling ruimte biedt
voor repetities, werkbijeenkomsten en opleidingstrajecten.
Daarnaast zijn er diverse organisaties in de pop- en urban muziek die fungeren als schakels
tussen de muzikant en de muziekindustrie, zoals De Coöperatie, de Popunie of Den Haag Aight.
In de hiphop speelt Encore een rol met Encore Freshmen; Jazz International Rotterdam heeft
programma’s voor aanstormende jazzartiesten en in de nieuwe hedendaagse muziek zijn
Gaudeamus Muziekweek en November Music goede kweekvijvers voor beginnend talent. Tot slot
is er verspreid door het land nog een aantal particuliere opleidingen voor dj’s en producers, zoals
de DJ School Nederland in Gorinchem en ’s-Hertogenbosch, de Pro DJ School in Amersfoort en
The School of House in Amsterdam, dat aandacht voor muziekcreatie combineert met zakelijke
aspecten en evenementenorganisatie.
Ook concoursen zijn voor de muziek belangrijke plekken voor het ontdekken en ontwikkelen van
talent; vaak gaan zij gepaard met workshopprogramma’s en masterclasses van ervaren musici of
docenten, en de prijs bestaat dikwijls uit een werkbudget, een cd-opname of een tournee.
Voorbeelden zijn, naast de Nederlandse Muziekprijs van het ministerie van OCW, het Prinses
Christina Concours, Dutch Classical Talent, het Internationaal Vocalisten Concours, de
Gaudeamus Prijs en Tromp Percussion Eindhoven. Voor de popmuziek zijn er onder andere De
Grote Prijs van Nederland en de Kunstbende. Hiphoppers kunnen meedoen aan Wanted, de
Amsterdamse competitie voor hiphopacts. [ 37 ] Jazzgroepen nemen het tegen elkaar op in onder
andere de Dutch Jazz Competition en de Keep an Eye Jazz Award.
Het Fonds Podiumkunsten en het Fonds voor Cultuurparticipatie hebben specifiek voor de
ontwikkeling van talent subsidieregelingen ontwikkeld, zoals de ‘subsidie nieuwe makers’ van
het Fonds Podiumkunsten. Makers die maximaal drie jaar professioneel actief zijn kunnen, in
samenwerking met producerende of begeleidende huizen, geld aanvragen voor persoonlijke
trajecten.
Kunstvakonderwijs
Hbo­opleidingen
Elf hogescholen bieden bachelor- en/of masteropleidingen aan in de muziek, in dertien steden
verspreid over het land. Studenten kunnen er opleidingen volgen tot musicus, zanger of docent
muziek, maar ook tot componist of dirigent. Enkele hogescholen bieden een opleiding in de
muziektheorie aan, bij vijf scholen kunnen studenten een bacheloropleiding tot muziektherapeut
afronden en op een paar plekken kunnen studenten terecht voor een opleiding tot
muziektechnicus.
Klassieke muziek en jazz/pop zijn het best vertegenwoordigd in de curricula van de hbo-scholen.
Opleidingen voor de historische uitvoeringspraktijk zijn er bij drie conservatoria. Daarnaast
ontstaan er steeds meer opleidingen voor opkomende genres als dance en elektronische muziek
(vijf conservatoria), urban muziek (twee conservatoria) en wereldmuziek (één conservatorium),
al dan niet als onderdeel van een popopleiding. In deze laatste opleidingen komen uitvoerende
én compositorische aspecten aan bod, in tegenstelling tot de traditionelere opleidingen voor
klassieke muziek en jazz, die aparte studierichtingen hebben voor instrumentstudie en
compositie. Vaak kunnen studenten keuzevakken volgen bij andere genres. Aan de opleiding
AMPA in Tilburg kunnen studenten aan de Master of Music zelfs hun eigen lesprogramma
vormgeven, met een persoonlijk budget voor individuele lessen.
                                                                                                    32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>De conservatoria spelen steeds meer in op de veranderende beroepspraktijk; zo biedt het
Utrechts Conservatorium de bacheloropleiding Musician 3.0, aan, waar studenten worden
opgeleid tot ‘multi-instrumentalist/vocalist, componist/arrangeur/improvisator en muzikaal
leider, ondernemer en coach’. In Groningen en Den Haag kunnen studenten na hun
(specialistische) bachelor de masterspecialisatie ‘New Audiences and Innovative Practice’ volgen,
met de nadruk op ondernemerschap, experiment en het ontwikkelen van een opvallend artistiek
portfolio. Ook traditionelere bachelor- en masteropleidingen gaan steeds meer aandacht
besteden aan ondernemerschap in de ruimste zin van het woord.
De opleidingen zijn populair; per jaar melden zich drie tot zeven keer zoveel aankomende
studenten aan dan er kunnen worden toegelaten. In 2015 begonnen in totaal zo’n
3.500 studenten aan een hbo-opleiding tot musicus, ongeveer een kwart van het totale aantal
kunstvakstudenten.
Om afgestudeerde studenten een reëler toekomstperspectief te kunnen bieden op een krappe
arbeidsmarkt en om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, spraken de hogescholen in
‘Focus op Toptalent, sectorplan HBO Kunstvakonderwijs 2012 – 2016’ onderling af het aantal
studenten in diverse kunstdisciplines, waaronder muziek, in vijf jaar tijd met circa 11 procent
terug te brengen, wat blijkens een voortgangsrapportage uit 2016 is gelukt (met een reductie van
12,4 procent in 2015 ten opzichte van 2010). [ 38 ] In 2016 rondden 908 hbo-studenten hun
muziekopleiding (bachelor en master) af aan een Nederlandse kunstvakopleiding. Daarnaast
studeerden 77 studenten af als docent muziek.
De hogescholen werken door middel van het sectorplan verder onder meer aan een betere
ontwikkeling van cultureel ondernemerschap onder studenten, een versterkte begeleiding van
jong talent, meer ruimte voor toptalent en meer aandacht voor praktijkgericht onderzoek. Ook
werden de afgelopen vier jaar de profielen van de opleidingen verder aangescherpt om zich
steviger van elkaar te onderscheiden.
Pre­ en post­hbo­opleidingen
Om studenten voor te bereiden op een muziekopleiding hebben alle conservatoria een
vooropleiding en meestal ook een jongtalentklas. Na de vakopleiding is het aanbod voor verdere
scholing vanuit conservatoria beperkt. Fontys in Tilburg biedt vijf post-hbo-cursussen aan,
waaronder Braziliaanse, Cubaanse en Afrikaanse percussie, koordirectie en jazz en pop voor
klassiek opgeleide musici. Het Conservatorium van Amsterdam heeft een post-hbo-opleiding
muziekeducatie en enkele cursussen, zoals over muziekbeleving in het speciaal onderwijs.
Mbo­opleidingen
Ook een aantal mbo-scholen heeft muziekopleidingen ontwikkeld. De meeste scholen leiden op
tot popmuzikant, in Arnhem zijn er de Nederlandse Musical Academie en De School van het
Nederlandse Lied. Verder kunnen mbo-studenten worden opgeleid tot producer en
sounddesigner. Zeven mbo’s hebben zich, samen met de Minerva Academie voor Popcultuur,
verenigd in The Real Band, een publiek-private samenwerking met onder andere Sony Music en
AT Bookings om de positie van afstuderende studenten op de arbeidsmarkt te verstevigen.
Universitaire opleidingen
De Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam kennen voltijdsopleidingen
muziekwetenschappen. Aan andere universiteiten, zoals in Nijmegen, Rotterdam en Groningen,
wordt muziek bestudeerd vanuit de cultuurwetenschap of de sociale wetenschap. De
Nederlandse conservatoria bieden na hun masteropleidingen beperkt aansluiting op een derde
cyclus (PhD), in tegenstelling tot conservatoria in andere landen (zoals in Groot-Brittannië). De
derde cyclus wordt in Nederland voornamelijk verzorgd door het Vlaams-Nederlandse
samenwerkingsverband docARTES, waaraan twee Nederlandse conservatoria deelnemen. Aan
het Koninklijk Conservatorium in Den Haag kunnen studenten na hun master een eenjarige
opleiding Artist’s Certificate Music volgen, een verlenging van de master die de nadruk legt op
                                                                                                  33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>het uitvoerende aspect. Codarts Rotterdam biedt in samenwerking met de Erasmus Universiteit
onder andere de Double Degree, waarbij studenten in vijf jaar tijd een universitaire bachelor
kunnen afronden én een hbo-muziekbachelor.
     Amateuropleidingen
     Ook in het amateurcircuit zijn er diverse opleidingsmogelijkheden voor volwassenen, tot op
     hoog niveau. Zo biedt de Bourdon Hogeschool voor Muziek op drie verschillende niveaus
     opleidingen koordirectie, hafabra-directie en orkestdirectie aan. Aan de Schumann
     Akademie kunnen muziektheoretische lessen gevolgd worden op hbo-niveau (zonder
     accreditatie), waarna studenten met een privé-hoofdvakdocent kunnen toewerken naar een
     praktijkexamen bij de Stichting Nederlandse Vakdiplomering Muziek.
HBO-opleidingen muziek, bachelor en master
(in aantallen)
‘
’
Bron: eigen dataverzameling
                                                                                                34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>HBO-opleidingen muziek, bachelor en master
Bron: eigen dataverzameling
Ondersteunende instellingen
Belangenverenigingen en koepels
Van oudsher heeft de muzieksector zichzelf georganiseerd in een groot aantal uiteenlopende
koepels en verenigingen, van de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO, de
muziekkoepel voor instrumentale amateurmuziek die voortkwam uit fusies van eerdere
verenigingskoepels) tot de Stichting Onafhankelijke Muziekproducenten (STOMP,
vertegenwoordiger van de onafhankelijke platenmaatschappijen). Sommige hiervan bestaan al
lang; NieuwGeneco, de belangenbehartiger voor componisten, werd opgericht in 1911. Andere
zijn van relatief recente datum; de Vereniging van Nederlandse Orkesten (VVNO) werd pas eind
2015 opgericht en in 2017 ontstond het Koornetwerk Nederland uit de Vereniging van
Nederlandse Korenorganisaties.
Wie wil weten welke speler in het muziekveld door welke belangenvereniging of koepel
vertegenwoordigd wordt, heeft daar een hele kluif aan. Een klein deel van de ensembles is
verenigd in de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK). Een groot aantal
schouwburgen en concertzalen is verenigd in de Vereniging van Nederlandse Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties (VSCD), een aantal popzalen en -festivals in de Vereniging van
Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF). Ruim veertig podiumkunstenfestivals (genrebreed)
hebben zich in de afgelopen kunstenplanperiode georganiseerd in De Verenigde
Podiumkunstenfestivals.
De raad sprak zich in het advies ‘Passie gewaardeerd’ al uit over de noodzaak dat
belangenorganisaties samen optrekken of in federatief verband samengaan. [ 39 ] Om als sector
met één gezicht te spreken, onderzochten de VSCD, de NAPK en de VVTP (de Vereniging van
Vrije Theater Producenten) het afgelopen jaar de mogelijkheden van een gezamenlijke koepel,
                                                                                              35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>maar onlangs werd bekend dat de verenigingen hier toch van afzien. De enige muzieksector die
enigszins met één mond spreekt, en daarmee ook al een en ander voor elkaar kreeg bij de
politiek, het ministerie en de fondsen, is de popsector, die in 2013 zo’n twintig pop- en
danceorganisaties verenigde in de Popcoalitie, van vakbonden en rechtenorganisaties tot
beroepsverenigingen en producenten. In de klassieke-muzieksector hebben vijftien koepels en
brancheverenigingen recentelijk de handen ineengeslagen om te komen tot een overkoepelende
Klassieke Muziek Coalitie. Ook hier is het veld breed vertegenwoordigd, van componisten en
musici tot uitgevers en impresario’s, van ensembles en orkesten tot podia en mediapartijen. Een
intentieverklaring rond de missie, visie en werkwijze van deze coalitie is reeds opgesteld, de
officiële oprichting wordt eind 2017 verwacht. Ook wordt er inmiddels gewerkt aan een
Comtemporary/Jazz/World Coalitie.
Organisaties voor beheer en behoud
Van 2008 tot 2013 hield Muziek Centrum Nederland, voortgekomen uit onder andere het
Nationale Pop Instituut, het Jazzarchief, Donemus, Gaudeamus en De Kamervraag, zich met
rijkssubsidie bezig met het verzamelen, documenteren en archiveren van ontwikkelingen in de
muzieksector. Sinds de functie van het MCN onder druk van bezuinigingen uit het muziekbestel
werd geschrapt – de sector kon volgens het ministerie het grootste deel van zijn ondersteunende
taken zelf organiseren – wordt deze functie in de muzieksector node gemist. Vanwege de
sectoroverstijgende rol die het centrum speelde, zijn de gevolgen van de opheffing in de hele
sector voelbaar, al slagen enkele genres erin hun archieffunctie enigszins in stand te houden.
Dat geldt onder andere voor de jazz, die sinds de jaren ’80 wordt gedocumenteerd en verzameld
door het Nederlands Jazz Archief. Deze organisatie werd sinds de jaren ’90 door het Rijk
ondersteund en maakte in de periode 2008 – 2012 onderdeel uit van het Muziek Centrum
Nederland, maar maakte na het opheffen daarvan een zelfstandige doorstart in samenwerking
met de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. [ 40 ] Sindsdien weet de
organisatie met behulp van mecenaat en particuliere fondsenwerving te overleven. De collectie
wordt actief beheerd, aangevuld en ontsloten. Daarnaast geeft het Jazz Archief het kwartaalblad
‘Jazz Bulletin’ uit.
Ook het documentatiecentrum voor hedendaagse muziek Donemus (opgericht in 1947 en
eveneens van 2008 tot en met en 2012 onderdeel van MCN) ging per 2013 in afgeslankte vorm
zelfstandig verder, waarbij veel originele manuscripten werden ondergebracht bij het
Nederlands Muziek Instituut (NMI) in Den Haag. Dit instituut werd op zijn beurt in 2006 door
het ministerie aangewezen als sectorinstituut voor het muziekerfgoed, maar verloor eveneens per
2013 zijn rijkssubsidie. Het is sinds 2015 ondergebracht bij het Haags Gemeentearchief. Een
gebrek aan middelen hindert deze instelling echter bij de uitoefening van zijn rol als nationaal
archief.
In de popmuziek was vanaf de jaren ’70 tot 2008 het Nationaal Pop Instituut (NPI)
verantwoordelijk voor documentatie, archivering en kennisdeling, totdat het opging in MCN. Dit
instituut nam onder andere het initiatief tot een online popencyclopedie, door MCN uitgebreid
tot Muziekencyclopedie.nl. Het Poparchief is inmiddels ondergebracht bij de afdeling Bijzondere
Collecties van de Universiteit van Amsterdam, de muziekencyclopedie bij het Nederlands
Instituut voor Beeld en Geluid. Hiermee kwam er wel een einde aan de integrale benadering van
collectievorming en context- en kennisproductie. De budgetten die deze collecties bij de
verhuizing meekregen, zijn bovendien spoedig uitgeput. Hierdoor kunnen de collecties niet
langer worden uitgebreid of onderhouden, waarmee het functioneren van deze archieven op het
spel staat.
De Stichting Gaudeamus ging na het opheffen van MCN verder met het organiseren van de
Gaudeamus Muziekweek, maar verricht geen archief- of documentatiewerk.
                                                                                                  36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Ook het Muziek Centrum van de Omroep (MCO) hield per 2013 als gevolg van bezuinigingen op
te bestaan. Onderzoek naar een doorstart tot Nationale Muziekbibliotheek, in samenwerking met
enkele Haagse instanties (waaronder het NMI), is nog gaande. Intussen houdt de Stichting
Omroep Muziek de catalogus en de website van het MCO in de lucht. Dankzij een projectsubsidie
van de gemeente Hilversum wordt een deel van de MCO-collectie gedigitaliseerd, maar van een
duurzaam perspectief voor deze muziekarchieven is geen sprake. [ 41]
Voor nieuwe genres als urban muziek en dance is de aandacht voor archivering en ontsluiting
nog nauwelijks van de grond gekomen. Dit is problematisch, omdat wij de vorming van
archieven als een belangrijke voorwaarde beschouwen voor bewustwording, identiteitsvorming
en erkenning.
Platforms voor debat en reflectie
De Nederlandse muzieksector beschikt in bijna elk genre over een toonaangevend, internationaal
georiënteerd platform dat professionals trekt uit het hele land en ver daarbuiten. De klassieke
muziek heeft met de Buma Classical Convention en de conferentie Classical:NEXT twee grote
evenementen in handen waar de stand van zaken in de muzieksector wordt besproken en
geëvalueerd. In de popmuziek geldt de jaarlijkse conferentie Eurosonic Noorderslag als
belangrijk platform voor informatie-uitwisseling en zaken. Het Amsterdam Dance Event, in 1995
begonnen als kleinschalige muziekconferentie, is uitgegroeid tot het belangrijkste danceplatform
ter wereld. De conferentie overdag trekt duizenden professionals uit de mondiale dance-
industrie en door de presentaties ’s avonds is het ook Nederlands grootste publieksevenement,
met 375.000 betalende bezoekers in 2016. Op urban muziekgebied is er New Skool Rules in
Rotterdam, met showcases, workshops en paneldiscussies voor een groeiend nationaal en
internationaal publiek. Buma Cultuur organiseert daarnaast conferenties op het gebied van
onder andere jazz (Injazz), muziekgebruik in films, games en andere media (Music in Motion) en
Nederlandstalige muziek (BumaNL). Daarnaast organiseren de VSCD en de VNPF hun eigen
congressen, die gelden als waardevolle centra voor kennisuitwisseling binnen het vakgebied.
Een nieuwe ontwikkeling is de rol van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek (NWO) en het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA bij het
stimuleren en bekostigen van onderzoek en reflectie in de kunstensector, met actieve deelname
van kunstenaars. Binnen dit baanbrekende programma, Smart Culture, worden drie projecten
uitgevoerd met een focus op muziek, in samenwerking met onder andere philharmonie
zuidnederland en Codarts. [ 42]
Tot slot
Met bovenstaande schets willen wij niet pretenderen een volledig beeld te hebben gegeven van
de muzieksector in Nederland. Wel biedt dit hoofdstuk naar ons idee voldoende handvatten om
onze analyse van de artistieke, maatschappelijke en economische stand van zaken in de komende
drie hoofdstukken te kunnen plaatsen.
Het mag duidelijk zijn dat enkele keuzes die beleidsmakers in de bezuinigingsronde van 2013
hebben gemaakt ten koste zijn gegaan van enkele onmisbare functies (waarin toch al niet
rijkelijk was voorzien), zoals behoud, beheer en talentontwikkeling. Ook hebben we laten zien
dat aanbodsubsidies vooral ten goede komen aan de klassieke muziek en in iets mindere mate
aan de jazz, terwijl het muzikale veld zoveel breder is. Dankzij kunstvakopleidingen, podia en
festivals en enkele initiatieven om jong talent te begeleiden, is het mogelijk in hoge mate van
professionaliteit muziek te creëren en uit te voeren in alle denkbare muziekgenres. Vaak staan
daar echter slechte verdiensten en een gebrek aan erkenning tegenover.
                                                                                                 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>In de komende hoofdstukken zullen we verder uitdiepen waar de muzieksector naar ons idee
kansrijk is, en waar hij versterking of begeleiding nodig heeft. Niet alleen beleidsmatige
oplossingen komen aan bod, maar ook stappen die de sector zelf kan nemen om zijn positie te
verstevigen.
  1
Aantal afkomstig uit Ministerie van OCW, 2016.
  2
CBS Statline, 2015.
  3
APE en Rebel, 2016.
  4
Onder ‘klassiek’ verstaan we in dit advies kort gezegd: klassieke en hedendaagse
gecomponeerde muziek: oude muziek, klassieke symfonische muziek,
kamermuziek, hedendaagse gecomponeerde muziek et cetera.
  5
Recenter tellingen ontbreken helaas; een van de gevolgen van het opheffen van
het MCN per 2013.
  6
Dutch Culture, 2016.
  7
Elf van deze 29 ensembles stonden (samen met een aantal andere
podiumkunstinstellingen) op de zogenaamde ‘B-lijst’; Het Fonds
Podiumkunsten beoordeelde hun aanvragen positief maar het beschikbare
budget was ontoereikend om ze te honoreren. Dankzij een eenmalige impuls van
minister Bussemaker werden deze ensembles alsnog voor het jaar 2017
ondersteund; op 10 november 2017 maakte minister Van Engelshoven bekend 9
miljoen euro vrij te maken om de subsidiëring van de gehele B-lijst ook in de
periode 2018 – 2020 te kunnen voortzetten. Dit komt de diversiteit aan genres
onder de landelijk gefinancierde instellingen ten goede; van deze elf leggen er
vijf zich toe op jazz, pop of cross-over.
  8
Dit is een gevolg van een negatieve subsidiebeslissing over de aanvraag van
Cappella Amsterdam voor de periode 2017 – 2020. We komen hierop terug in
‘Hoofdaanbevelingen’.
  9
OCW, 2016.
  10
Kroeske, 2017.
  11
MCN, 2008.
  12
Vijf daarvan stonden op de B-lijst en hoorden pas recentelijk dat hun subsidie in
de periode 2018 – 2020 wordt gecontinueerd.
  13
Dutch Culture, 2016.
  14
Downbeat, 2017.
  15
Kunstfactor e.a., 2008. Dat het onderscheid tussen amateur en professional in
de popmuziek moeilijk te maken is, concludeert ook Nuchelmans, 2002.
  16
Kunstfactor e.a., 2008. Hier worden ook urban en dance onder popmuziek
gerekend.
  17
De Kift stond op de B-lijst en hoorde pas recentelijk dat zijn subsidie in de
periode 2018 – 2020 wordt gecontinueerd.
                                                                                            38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>  18
Van der Linden, 2014.
  19
World Music Forum NL, 2016. Dit rapport schat op basis hiervan het aantal
wereldmuzikanten in Nederland op 10.600, maar houdt hierbij geen rekening
met het feit dat de meeste muzikanten in twee of meer ensembles of bands
spelen.
  20
Dutch Culture, 2016.
  21
OCW, 2016.
  22
LKCA e.a., 2017.
  23
SCP, 2016.
  24
Kunstfactor e.a., 2008. Dit is het meest recente beschikbare cijfer.
  25
SCP, 2010.
  26
VSCD, 2017. Dit zijn de cijfers over 141 VSCD-podia die in 2016 én 2017
aangesloten waren bij de VSCD. In 2017 kent de VSCD 142 leden. Ongeveer 30
procent van hun programmering betreft muziek.
  27
In 1998 vond naar schatting 60 procent van de optredens van jazzmuzikanten in
informele context plaats (bron: Oostveen, 1998); recenter gegevens zijn er helaas
niet.
  28
Bisschop Boele, 2010.
  29
Van Vliet, 2016.
  30
Van Vliet, 2016.
  31
Nederlandse cijfers zijn niet bekend, maar in de Verenigde Staten en Groot-
Brittannië is het marktaandeel klassiek muziek binnen de totale muziekmarkt
volgens enkele rapporten 1 tot 3,5 procent.
  32
NVPI, 2017.
  33
NLO en GfK, 2015.
  34
Newcom Research & Consultancy, 2015, 2016, 2017.
  35
Dit productiehuis houdt zich verder bezig met theater en literatuur. Hiernaast
maken sinds 2017 twee productiehuizen deel uit van de BIS die zich
bezighouden met (multidisciplinair) theater.
  36
ASKO|Schönberg Ensemble, Calefax, Ensemble Klang, het New European
Ensemble, Slagwerk Den Haag.
  37
De Amsterdamse Popprijs en Wanted worden beide georganiseerd door
Stichting GRAP.
  38
Vereniging Hogescholen, 2016.
                                                                                  39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>  39
SER en Raad voor Cultuur, 2017.
  40
Hier werden ook enkele werkzaamheden van het Theater Instituut Nederland
ondergebracht; zie hiervoor het sectoradvies Theater dat we begin 2018
publiceren.
  41
Oskamp, 2017.
  42
‘www.nwo.nl’
                                                                         40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / De muzieksector vanuit artistiek perspectief
         De muzieksector vanuit
         artistiek perspectief
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de muzieksector er in artistiek opzicht voor staat aan de
hand van enkele actuele ontwikkelingen. Vervolgens gaan we in op kansen en knelpunten met
betrekking tot talentontwikkeling en de creatie van nieuwe muziek. Ook bekijken we wat het
wegvallen van belangrijke functies voor beheer, behoud en reflectie in de muzieksector teweeg
heeft gebracht. Aan het eind van het hoofdstuk doen we enkele aanbevelingen om de sector te
ondersteunen in de verdere ontwikkeling van zijn artistieke kwaliteit in de komende jaren.
Artistieke ontwikkelingen in productie en presentatie
Een analyse van de artistieke ontwikkelingen binnen de muzieksector kunnen we niet beginnen
zonder eerst te onderstrepen dat de bezuinigingen van de afgelopen jaren de muzieksector stevig
hebben getroffen. Om de ontstane financiële nood het hoofd te bieden, moesten op vele plekken
de artistieke ambities enigszins worden getemperd. Rijksgesubsidieerde orkesten verloren per
2013 samen 20 procent van hun subsidie; bij het Fonds Podiumkunsten slonk het budget voor de
meerjarig gesubsidieerde muziekorganisaties met ruim 45 procent, resulterend in een kleiner
aantal gesubsidieerde ensembles. Gemeenten bezuinigden zo’n 21 procent op de kunsten,
provincies ongeveer 40 procent. [ 1 ] Behalve dat het aantal gesubsidieerde spelers afnam en de
gesubsidieerde producenten krapper in hun jas kwamen te zitten, hadden de bezuinigingen ook
een directe uitwerking op de speelmogelijkheden voor (gesubsidieerde en ongesubsidieerde)
musici. Een aantal belangrijke podia voor wereldmuziek – het Tropentheater in
Amsterdam (2013), Rasa in Utrecht (2017) – sloot zijn deuren, waardoor het risicovoller
wereldmuziekaanbod zijn afname zag slinken. De sluiting van het podium Axes in Eindhoven na
een subsidiestopzetting per 2017 en het faillissement van de NorthSeaJazzClub in Amsterdam in
ditzelfde jaar troffen vooral de jazz. Andere podia zagen zich door de bezuinigingen genoodzaakt
voorzichtiger te programmeren. Tegelijk zagen we ook de opening van enkele nieuwe
invloedrijke zalen, zoals de Ziggo Dome in Amsterdam-Zuidoost (2012) en TivoliVredenburg in
Utrecht, dat in 2014 een verbouwing van zeven jaar afrondde. [ 2 ] Ook kwamen enkele nieuwe
festivals van de grond, met name in de popmuziek.
In gesprekken met meerjarig gesubsidieerde muziekinstellingen over hun artistieke plannen en
drijfveren namen zorgen over afnemende subsidies en te rigide subsidie-eisen vaak de overhand,
omdat deze hun artistieke ontwikkeling in de weg hebben gestaan. Met weinig middelen en
gebrek aan mankracht is het lastig ambitieuze artistieke experimenten aan te gaan.
Ongesubsidieerde musici mogen vaak al blij zijn als ze een paar keer op hetzelfde podium
worden geboekt; relatief weinig artiesten en groepen krijgen van podia de kans om over een
langere periode een publiek op te bouwen met risicovoller werk. Ook componisten zagen de
vraag naar nieuw werk verder afnemen. Voor de artistieke duiding van de sector anno 2017 is het
van belang de kritieke situatie waarin veel spelers verkeren op het netvlies te houden. Het
verklaart waarom veel instellingen zich in artistieke zin wat minder vrij zijn gaan bewegen.
Dit betekent niet dat de artistieke motor van de muzieksector tot stilstand is gekomen. Op vele
plekken binnen en buiten de gesubsidieerde sector zien we musici zoeken naar nieuwe artistieke
wegen, al dan niet gedwongen door de bezuinigingen. Over de hele linie zit die ontwikkeling
vooral in het aftasten van de grenzen aan het concert zoals we dat van oudsher kennen, als vorm
én als gebeurtenis. Wat we zien: de traditionele concertformule is in transitie, net als de
                                                                                                 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>traditionele indeling naar genres en stijlen – met soms verrassende resultaten. Ook constateren
we dat de Nederlandse muziek zich gaandeweg verrijkt met invloeden uit andere culturen, omdat
een groep cultureel diverse professionals gestaag weet door te stoten naar de grotere podia en
festivals. Intensieve samenwerking en kruisbestuiving tussen musici uit verschillende genres is
een derde ontwikkeling die we willen adresseren.
Het concert is in transitie
    Een orkestdirecteur stuurt om drie uur ’s nachts zijn blazers naar een nachtclub vol
    studenten om samen met de dj een show weg te geven namens het orkest. Op de vraag of hij
    denkt dat die studenten straks ook naar zijn concertzaal zullen komen, antwoordt de
    orkestdirecteur: ‘Dat hoeft niet. Dit ís het concert.’
Een eerste in het oog springende ontwikkeling heeft betrekking op de rol die musici kiezen in
hun interactie met het publiek. Lange tijd bestond een concert doorgaans uit een optreden op
een podium voor een luisterend publiek in de zaal – staand of zittend, met een biertje in de hand
of met het programma op schoot. Die definitie van een concert is aan herziening toe. Door alle
gelederen van de muziek stijgt de aandacht voor alternatieve presentatiewijzen; het is een
onderdeel geworden van het artistieke proces om de juiste context te creëren voor een concert,
om de ervaring te veranderen voor de toeschouwer én de musicus. Deels komt deze ontwikkeling
misschien voort uit de toenemende druk om publiek uit alle mogelijke vrijetijdsbestedingen net
dat éne concert te laten kiezen, maar ze lijkt ook aan te sluiten bij een bredere ontwikkeling die
we zien in de kunsten, waarin de kunstenaar veel meer een ‘mediator’ wordt tussen zijn kunst en
zijn publiek. Het publiek neemt daarin een veel actiever rol. In ‘De Cultuurverkenning’ (2014)
schreven we al: ‘Kunstenaars en culturele instellingen zoeken andere partners op en doen dat
ook op andere manieren dan voorheen. De huidige generatie kunstenaars en hun publiek laten
zich niet meer leiden door ‘instituties’ of ‘experts’, maar zoeken hun eigen weg – vooral geleid
door vrienden en community’s, al dan niet via sociale media.’
De vraag wat een concert is, lijkt meer dan ooit weer actueel. Dat leidt tot interessante
oprekkingen en herdefiniëringen van het begrip. Zo worden er concerten gegeven met een rol
voor virtual reality (zoals een 360-graden huiskamerconcert van Amber Arcades tijdens
Noorderslag 2016) of voor telefoon-apps. De app Wolfgang leidt de klassieke luisteraar met extra
informatie op zijn smartphone door concerten – het licht blijft gedimd, zodat de app te
gebruiken is zonder de buren te storen. De app Tinmendo van Tin Men & the Telephone stelt
bezoekers in staat om de band muzikale suggesties te geven; de telefoonspeakers worden
aangestuurd door de muzikanten. De Nijmeegse band De Staat maakte de (viral) clip ‘Witch
Doctor’ tot onderdeel van zijn liveshow, waarbij het publiek in cirkels rond de zanger rent tijdens
zijn optreden. In 2015 schreef de toenmalige componist des vaderlands Willem Jeths met een
paar compositiestudenten een serie composities voor een installatie van schommels op Oerol,
getiteld ‘Wannaplay?’. Door sneller of langzamer, synchroon of ongelijk te schommelen,
beïnvloedden bezoekers zelf de muziek. Hier kwam geen concertzaal aan te pas, en de bezoeker
werd zelf de bespeler van het instrument: de schommel. Jeroen Strijbos & Rob van Rijswijk
(Strijbos & Van Rijkswijk) componeerden ruimtelijke klankcomposities, ‘Walk with me’, waar de
bezoeker zijn eigen wandeling aflegt met een koptelefoon op.
Ook veel symfonische orkesten tasten nieuwe concertformules en -settings af die klassieke
muziek in een eigentijdser licht kunnen plaatsen. Zij spelen hoofdzakelijk symfonisch repertoire
voor een trouw, doorgaans ouder publiek. Hierbij staat de concertformule min of meer vast: een
ouverture, gevolgd door een concert met een solist en ten slotte het symfonieconcert. Hoewel er
nog altijd een groot publiek is dat sterk hecht aan deze vorm, experimenteren orkesten daarnaast
steeds meer met andere formats voor jongere doelgroepen of doelgroepen waarvoor het allemaal
niet zo traditioneel hoeft. Merel Vercammen vond in haar recente onderzoek naar
publieksontwikkeling voor klassieke muziekdat jonge bezoekers die niet naar klassieke concerten
gaan onder andere vrezen dat de concerten te lang duren en dat ze niet voldoende kennis
                                                                                                    42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>hebben, en dat jonge bezoekers vooral van een concert verwachten dat het ze raakt, emotioneert,
ontspant en ze meevoert naar een andere wereld. [ 3 ] De nieuwe concertvormen spelen hierop in
door korte, krachtige stukken centraal te zetten, vaak met een laagdrempelige toelichting en in
een ander soort setting, informeler van aard. Dat loont zich; het traditionele concertpubliek is
gemiddeld voor 80 procent ouder dan 45 jaar, maar concerten in informele formats, op
alternatieve locaties of speciaal gericht op een jong publiek trekken vaak zo’n 40 tot 60 procent
publiek onder de 45. Een uitschieter is de maandelijkse serie ‘Pieces of Tomorrow’ van het Radio
Filharmonisch Orkest in TivoliVredenburg, dat gemiddeld 72 procent jong publiek trekt met
aangepaste vormen van het Vrijdagconcert. Hier is geen dresscode (ook niet voor het orkest), het
concert begint wat later, een dj host de avond, er worden visuals geprojecteerd en het drankje
mag mee de zaal in.
Het oprekken van de grenzen aan het concert komt in vele gedaanten. De Stichting Possibilize
zet zich in voor een bredere cultuurdeelname door mensen met een beperking en toonde onder
andere op het festival Sencity Haarlem (2016) hoe bands hun muziek kunnen vertalen naar alle
andere zintuigen: gebarentaal (door middel van een signdancer), gevoel (door middel van een
trillende dansvloer), zicht (door middel van animaties, lichteffecten en projecties van
songteksten), geur (door middel van een ‘aromajockey’) en smaak (door verschillende
smaaksensaties). De mogelijkheden die hiermee ontstaan openen niet alleen concertzaaldeuren
voor doven, maar bieden net zo goed nieuwe vergezichten voor horende bezoekers én voor
artiesten, die hierdoor worden uitgedaagd hun muziek eens met andere zintuigen te
‘beluisteren’.
Het concert nestelt zich in
Het zoeken naar nieuwe manieren om muziek te presenteren, leidt ook tot een toenemende
inbedding van concerten in festival- en randprogramma’s. Het aantal festivals neemt toe en
festivals winnen aan populariteit. Door de gebundelde presentatie komen op zo’n festival vaak
meer bezoekers af op onbekend of complexer werk dan wanneer hetzelfde werk in een zaal staat
geprogrammeerd; festivals werken in die zin publieksopbouwend. In
‘De Cultuurverkenning’ (2014) signaleerden we al: ‘De stijging van het museumbezoek bij
bijzondere tentoonstellingen en heropeningen en nieuwe presentatievormen bij festivals
illustreren dat er andere wegen zijn om publiek te blijven boeien en binden, soms ook aan
traditionele kunstuitingen.’ Maar er is meer aan de hand: de context en de setting waarin
concerten worden geprogrammeerd, zijn ook van invloed op de muziek zelf en de wijze waarop
musici en bezoekers haar beleven.
Zo laat het Utrechtse festival Le Guess Who? in TivoliVredenburg de grenzen tussen
muziekdisciplines varen om bezoekers een dwarsdoorsnede te tonen van kwalitatieve, actuele
muziek die zich beweegt in het spectrum tussen hedendaagse en popmuziek. Het festival stelt
zich niet de vraag of een act experimentele pop, klassieke koormuziek, freejazz of noise
vertegenwoordigt, maar of hij een nieuwsgierig publiek van nu iets te vertellen heeft. Dat werkt:
door onbekende wereldmuziekartiesten tussen grotere namen uit de pop te programmeren, stelt
het publiek zich ervoor open. Het grote aantal internationale bezoekers dat tijdens dit festival
Utrecht jaarlijks weet te vinden, is in dat opzicht veelzeggend.
Ook andere festivals zetten steeds vaker onverwachter werk in hun line-ups. Op het Dekmantel
Festival 2017 (voor dance) stond minimal music van Steve Reich en avant-gardejazz van Robert
Glasper. Op de laatste editie van het Amsterdam Dance Event klonk minimal music van Philip
Glass. Het Festival Oude Muziek ruimde in 2017 ook wat aandacht in voor jazz, en het Metropole
Orkest voor pop en jazz trad op tijdens de laatste editie van het dance-event Sensation. Grenzen
aan genres worden zo afgetast en verschoven, wat het publiek rijkere luisterervaringen biedt.
                                                                                                  43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Randprogramma’s winnen eveneens nog steeds aan populariteit. Voorbeelden zijn legio: Het
Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest organiseren gewilde afterparty’s na de
concerten van hun jonge-vriendenclub Entrée; bij Club Doelen (een samenwerking van de
Doelen met Jazz International) draaien de artiesten na afloop van het concert bij de bar hun
eigen muziek; en TivoliVredenburg programmeert zijn eigen gratis toegankelijke Biergarten
waar publiek van verschillende concerten na afloop kan dansen of een cocktail kan drinken.
Musici slaan de handen ineen
De veranderende concertpraktijk hangt nauw samen met de tendens dat musici, zangers,
componisten en producers steeds vaker buiten hun eigen specialisatieterrein kijken en
samenwerken met kunstenaars uit andere genres. Hoornist en componist Morris Kliphuis voelt
zich even goed thuis in het hiphoporkest van Kyteman als bij klassiek zangeres Nora Fischer,
voor wie hij nieuwe muziek componeerde. Iemand als trombonist Louk Boudesteijn speelt
breekbare kamermuziekjazz met Paul van Kemenade, maar begeleidt evengoed Guus Meeuwis
bij een popconcert in het PSV-stadion. Trompettist Eric Vloeimans speelt met Holland Baroque,
met flamencogitarist Vaarzon Morel en met zijn eigen jazzformaties. Singer-Songwriter
Ai Ming Oei boekt onder het alter ego Mingue successen bij dance-label Spinnin Records.
De Amerikaanse essayist en criticus William Deresiewicz duidt de kunstenaar in zijn artikel ‘The
Death of the Artist’ (2015) als een creatief ondernemer voor wie zijn netwerk het grootste goed is.
Tot nu toe, betoogt hij, was de kunstenaar een specialist, maar vandaag de dag zien we een nieuw
paradigma ontstaan: de vervanging van diepte door breedte. ‘One of the most conspicuous things
about today’s young creators is their tendency to construct a multiplicity of artistic identities.
You’re a musician and a photographer and a poet; a storyteller and a dancer and a designer – a
multiplatform artist, in the term one sometimes sees. Which means that you haven’t got time for
your 10,000 hours in any of your chosen media. But technique or expertise is not the point. The
point is versatility. Like any good business, you try to diversify.’
Deze netwerkende multiplatform-kunstenaar doet zich in de muziek stevig gelden. Veel musici
bewegen zich in verschillende domeinen van de muziek. Zo maakt Wilmar de Visser deel uit van
het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Blazers Ensemble, is hij bedenker en
oprichter van werkplek en podium Splendor én voorzitter van Ludwig. David Kweksilber speelt
in het ensemble Asko|Schönberg, combineert jazz en hedendaagse muziek met zijn eigen
bigband, is verbonden aan de New Cool Collective Bigband en het jaren-dertig-jazzorkest Beau
Hunks, en speelt eveneens klassieke muziek, zoals met het Ruysdael Kwartet. Iemand die
opereert op de grens van muziek en literatuur is Micha Hamel, die zowel componist als dichter
is. En filmregisseur Jim Taihuttu (in 2013 winnaar van een Gouden Kalf voor de film Wolf) heeft
daarnaast een reclamebureau én is met zijn dj-duo Yellow Claw een van de meest optredende
Nederlandse acts in het buitenland. [ 4 ]
Samenwerking is daarbij van toegenomen belang. Op allerhande manieren zoeken componisten,
producers, zangers en musici nieuwe verbindingen met elkaar. Van oudsher organiseerden
musici zich vooral met als doel een ensemble, orkest, koor of band te vormen. De huidige tijd
brengt flexibeler, meer fluïde samenwerkingsvormen voort, vaak met als eerste doel elkaar te
inspireren en van elkaar te leren. Er wordt samengespeeld, maar niet steeds in dezelfde bezetting
of in hetzelfde genre. Het beantwoordt aan de behoefte van musici om snel dingen met anderen
te kunnen uitzoeken, en het is ook een antwoord op de hedendaagse muziekpraktijk: flexibele
organisatievormen kunnen snel inspelen op maatschappelijke en artistieke ontwikkelingen en
gedijen ook vaak beter bij een fluctuerende, onzekere inkomstenstroom – bijvoorbeeld door het
combineren van verschillende projectsubsidies en crowdfunding, wat veel lastiger gaat met een
vaste organisatie en staf.
                                                                                                    44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Deze ontwikkeling leidde de afgelopen jaren onder andere tot de opkomst van enkele
alternatieve organisatiemodellen. Een mooi voorbeeld is de Amsterdamse zaal, club en werkplek
Splendor, in 2010 opgericht door vijftig musici en componisten met als doel een plek te
organiseren waar grenzeloos kan worden geëxperimenteerd en waar in nauw contact met het
publiek nieuwe muziek wordt gemaakt. De musici legden een startbedrag in en in ruil voor een
aantal jaarlijkse concerten voor leden – publiek wordt voor 100 euro per jaar lid en kan daarvoor
een groot aantal activiteiten bijwonen – staat hun het hele jaar een werk- en
experimenteerruimte ter beschikking. Een oplossing voor slechte verdiensten in de muzieksector
biedt dit model niet; een manier om, tegen het economische tij en politieke bezuinigingen in, een
eigen plek voor samenwerking en kruisbestuiving te creëren is het zeker. In dit licht is ook de
samenwerkingsvorm van het Orkest van de Achttiende Eeuw interessant, dat zich niet heeft
georganiseerd als een staf die musici inhuurt of contracteert, maar als een maatschap waarbij de
musici een aandeel in de opbrengst krijgen. Dit maakt iedereen letterlijk tot mede-eigenaar van
het orkest, waardoor beleidsmatige en artistieke keuzes door iedereen worden gedragen.
Bovendien delen de musici mee in het succes wanneer het goed gaat, anders dan wanneer ze
voor vaste honoraria op de begroting staan. (De keerzijde is vanzelfsprekend dat bij tegenvallend
resultaat de musicus meteen gedupeerd wordt.) Een derde aansprekende vorm is
De OefeningDe Kunst (DOEK), een ensemble van acht kernleden die zo’n twintig improvisatie-
ensembles rond zich formeren om in steeds wisselende bezettingen te kunnen werken.
Een genre waar het samenwerken in losse verbanden al sinds zijn ontstaan is ingebakken, is de
urban muziek. Deze artiesten zijn vaak solisten met een eigen gezicht, die elkaar voortdurend
opzoeken om elkaar aan te vullen en uit te dagen. Een mooi recent voorbeeld is het album ‘New
Wave’ dat zo’n twintig rappers en producers samen in een week opnamen bij Top Notch. Deze
kruisbestuiving resulteerde onder meer in de grote hit ‘Drank en Drugs’ van Lil’ Kleine en
Ronnie Flex en leverde deze artiesten de Popprijs 2016 op. Een blik op de hitparades leert dat
het in de rap eerder regel dan uitzondering is dat grote artiesten met elkaar meespelen; zo
maakte Lil’ Kleine meer dan de helft van de nummers waarmee hij de hitparade haalde in
samenwerking met een andere artiest. Ook rappers die eerder aan de weg timmerden, zoals
Lange Frans, Baas B., Postman en Dignity, vormden hechte pools met anderen.
Een keerzijde van deze fluïde praktijk, waarbij musici vaak als zelfstandigen werken, is dat het
moeilijk kan zijn continuïteit op te bouwen en artistiek onderzoek over langere tijd veilig te
stellen. Musici kunnen plekken organiseren waar ze elkaar in artistiek opzicht kunnen voeden,
maar zelden leidt dit ook tot voldoende inkomsten. Het is ook niet altijd duidelijk waar de grens
ligt tussen een inspirerende, veelzijdige beroepspraktijk en een uit nood geboren
schnabbelbestaan; voor de ene musicus is het combineren van dertien opdrachten misschien een
droom, voor de ander is het een nachtmerrie, ontstaan uit bittere noodzaak.
De stem van diversiteit roert zich
     ‘Die lyrics klinken tight man
     Maar helaas ben je niet een white man
     Je bent op internet een hype … kan
     Maar never dat Giel Beelen jou draait want
     Die yo-yo-hiphop is te saai man
     Doe iets met een band net als Kyteman …’
    Uit: Zo doe je dat (2015) van Fresku
De Nederlandse maatschappij, met inbegrip van een groot deel van de muziekwereld en de
Nederlandse overheden, heeft lang haar ogen gesloten gehouden voor artistieke ontwikkelingen
en vormen die voortkomen uit de veranderende Nederlandse bevolkingssamenstelling en een
veranderend cultureel behoeftepatroon. Dat is ook af te lezen aan ons huidige muziekbestel.
Terwijl onze samenleving, met name in de steden, al lang een smeltkroes is van inwoners met
Arabische, Surinaamse, Antilliaanse, Turkse, Afrikaanse, Aziatische, Nederlandse en andere
                                                                                                  45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Europese wortels, is vooral het gesubsidieerde muziekaanbod (met inbegrip van het aanbod op
de gesubsidieerde podia) vandaag de dag nog hoofdzakelijk ‘wit’. Dat betreft zowel de geboden
programma’s als de uitvoerenden, de producenten en de bezoekers. Wie als luisteraar
geïnteresseerd is in muziek met andere culturele wortels moet weten welk programmaboek hij
moet openslaan; slechts een handvol theaters en festivals houdt zich hier structureel mee bezig,
vaak dankzij wat gemeentelijke steun. [ 5 ] In het rijksbeleid hebben de bezuinigingen eerder een
negatieve tendens bewerkstelligd; zo’n tien jaar geleden werden vanuit de cultuurnota van het
Rijk nog enkele cultureel diverse muziekensembles ondersteund – FraFra Sound, de Ronald
Snijders Band, Iraqi Maqam, Raras Budaya – maar zij verloren in 2009 allemaal hun subsidie.
Daarmee verdween het kleine aandeel wereldmuziek en jazz, dat wel deel uitmaakte van het
bestel, grotendeels van het podium.
We zien inmiddels een kleine kentering ontstaan: gesubsidieerde organisaties lijken zich er meer
van doordrongen dat zij hier hun verantwoordelijkheid moeten nemen. In 2011 heeft de
cultuursector zelf de Code Culturele Diversiteit gelanceerd. Door zich hieraan te committeren,
onderschrijven organisaties de noodzaak van het diversifiëren van hun personeel, programma,
publiek en partners (‘de vier P’s’). Bij diverse landelijk gesubsidieerde ensembles en orkesten
zien we initiatieven van de grond komen om niet-westers aanbod te spelen of te werken met
artiesten met andere culturele achtergronden. Zo begeleidde het Rotterdams Philharmonisch
Orkest in 2016 een aantal Kaapverdische artiesten in de Doelen, zette het Nederlands Blazers
Ensemble dit seizoen onder andere een project op met muzikanten uit Georgië en laat Oorkaan
in een serie in Podium Mozaïek peuters kennismaken met onder meer de viool, de cello,
Afrikaanse percussie en de ud. Saxofonist Mete Erker maakte in 2015 met componist Martin
Fondse, Asko|Schönberg en de Turkse kemençe-speler Derya Türkan het programma ‘Near East
Up North’, dat jazz combineerde met hedendaagse en klassieke Turkse muziek. De Nederlandse
Reisopera bracht in 2013 met ‘Katibu di Shon’ van de Antilliaanse componist Randal Corsen de
eerste opera in het Papiaments.
Veel te vaak nog blijft het echter bij incidentele initiatieven van organisaties die van oorsprong
gespecialiseerd zijn in westerse muziek, waarmee het gesubsidieerde muzikale aanbod niet
structureel verkleurt. In onze verkenning zijn we veel gesubsidieerde spelers tegengekomen die
zich weliswaar hebben gecommitteerd aan de Code Culturele Diversiteit, zonder dat er echter
iets van is terug te zien in hun programma’s of hun personeelbestand. Desgevraagd geven veel
spelers aan moeite te hebben met het vinden van musici met wortels buiten Nederland of
Europa, of van geschikt personeel. Zulke uitspraken baren ons zorgen; ze duiden aan dat er
sprake is van een mismatch tussen Nederlanders met een migratieachtergrond – 35 procent van
de bevolking in grote steden, en dat is nog zonder de derde generatie migranten die hun eerste
concerten al bezoeken – en het gesubsidieerde muziekveld. Het feit dat de in- en uitstroom van
studenten met een migratieachtergrond aan de Nederlandse conservatoria relatief laag is,
verschaft volgens ons niet de volledige verklaring.
In dit licht bezien, is het verfrissend ons oor even te luisteren te leggen buiten het landelijk
gesubsidieerde bestel. Daar constateren we namelijk ook iets anders, en dat is dat de muzikant
met andere culturele wortels allang is opgestaan en zich op zijn manier volhardend een weg door
het landschap slaat. De ‘Arabicana’-band No blues uit Deventer (werkend onder de vlag van De
Nieuwe Oost/Productiehuis Oost-Nederland), het Amsterdams Andalusisch Orkest uit
Amsterdam (per 2017 meerjarig gesubsidieerd door het Amsterdams Fonds voor de Kunst), het
hiphopfestival Appelsap (winnaar Amsterdamprijs voor de Kunst 2017) zijn slechts enkele
voorbeelden. In de popmuziek levert de kruisbestuiving met niet-westerse muziekstijlen acts op
die met instrumentale muziek een groot publiek bereiken, zoals Jungle By Night, Koffie en
Gallowstreet, die zich deels laten inspireren door Afrikaanse muziek. Ntjam Rosie put uit haar
Kameroense achtergrond inspiratie voor nieuwe jazz, soul en pop. Zangeres Karsu (winnaar van
de Edison Jazzism Publieksprijs 2016) brengt pop en jazz met Turkse invloeden. Rapper
Typhoon bereikte met zijn album ‘Lobi Da Basi’ (2014) een groot publiek met een combinatie
                                                                                                   46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>van hiphop en Surinaamse muziek. En de Iraans-Nederlandse artiest Sevdaliza won onlangs de
3voor12 Award voor beste album voor haar debuutalbum ‘ISON’ vanwege haar grote muzikale
visie.
Veel hiphoppers met een migratieachtergrond putten in hun werk expliciet uit hun culturele
bagage; met de komst van de Nederlandstalige rap hebben genres en stijlen als zouk, bubbling,
afrobeats, Surinaamse ritmes et cetera het palet verrijkt. Tegelijk is ook inhoudelijk een nieuwe
wind gaan waaien, met lyrics die over het (vaak grootstedelijke) leven in Nederland anno nu
gaan. [ 6 ] In de jazz en wereldmuziek zien we bijvoorbeeld hoe FraFra Sound jazz combineert met
Surinaamse muziek. In de dance ligt de Caribische invloed van DJ Moortje aan de basis van de
huidige ‘Dirty Dutch’ housesound van artiesten als Afrojack, en Chuckie. In de koorsector zijn
onder andere diverse Molukse koren, Surinaamse kerkkoren, Braziliaanse koren en gospelkoren
actief, waaronder het professionele ZO! Gospel Choir. Ook zijn er talloze Caribische brassbands;
hiervoor werd onder andere de Brassbandschool Rotterdam opgericht.
Ook ‘autochtone’ Nederlandse artiesten laten zich inspireren door andere muzikale invloeden:
Paul van Kemenade door Zuid-Afrikaanse muziek, de band The Ex door Ethiopische muziek,
gitarist Jan Wouter Oostenrijk door Arabische muziek uit de Maghreb, Lucas van Merwijk door
latin ritmes en zo kunnen we nog wel even doorgaan. De Nederlandse latin-trompettist Maite
Hontelé is inmiddels een ster in Colombia.
Van belang zijn ook de boekingskantoren en bemiddelingsorganisaties die zich bezighouden met
de promotie van niet-westerse muziek, zoals Mystiek Productions, dat sinds 2011 mediterrane
kunst en cultuur in Nederland onder de aandacht brengt, of Stichting Inclusive, die samen met
podia werkt aan vernieuwende programmering voor nieuwe doelgroepen. Hun bemiddeling is
hard nodig; artiesten met een migratieachtergrond en artiesten die wereldmuziek of andere niet-
westerse muziek brengen, worden op maar weinig gesubsidieerde podia geboekt en treden
daarom vooral op in alternatieve circuits, zoals in partycentra en cafés. Hoewel het toe te juichen
is dat hun muziek daar klinkt en kan worden beluisterd, zijn de honoraria er vaak te laag om van
te leven. Veel artiesten die op hoog niveau presteren, blijven daarom veroordeeld tot een
semiprofessioneel bestaan als musicus; er is geen ruimte om zich als onderdeel van het landelijk
bestel verder te ontwikkelen. Dat maakt ook dat deze muzikanten via beleidslijnen vaak
gescheiden opereren van musici uit de gesubsidieerde circuits, wat artistieke kruisbestuiving en
daarmee vernieuwing in de weg staat. Juist waar traditionele en nieuwe kunstvormen op elkaar
botsen, langs elkaar schuren, van elkaar proeven, ontstaan van oudsher vaak nieuwe genres en
vormen en vinden publieksgroepen elkaar. Wij spreken daarom onze zorg uit over de gescheiden
circuits waarin traditionele en nieuwe(re) muziekgenres in Nederland opereren.
Wellicht ten overvloede willen we benadrukken dat wij culturele diversiteit niet beschouwen als
onderwerp voor de vier (of negen) grote steden. Ook mensen in dorpen en krimpgemeenten
elders in het land maken deel uit van een multiculturele maatschappij. Niemand in Nederland
leeft nog enkel in zijn eigen straat; via radio en televisie, internet, streamingkanalen, kranten en
tijdschriften komt de wereld vierentwintig uur per dag binnen. Wel zal een diversiteitsbeleid in
Overijssel of Drenthe om andere speerpunten vragen dan in Rotterdam of Den Haag,
eenvoudigweg omdat de bevolkingssamenstelling er anders uitziet. In de basis blijft het vooral
van wezenlijk belang om alert te zijn op wat er in de eigen stad of regio gebeurt, om te
voorkomen dat uitsluiting plaatsvindt op basis van herkomst.
Diversiteit heeft ten slotte ook betrekking op de noodzaak voor een gemêleerde muzieksector (en
een gemêleerd publiek) in termen van leeftijd, gender, geaardheid, opleidingsniveau, inkomen
en fysieke en mentale gezondheid.
                                                                                                     47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Tot slot
Hierboven hebben we enkele actuele ontwikkelingen geduid, de hoeken waar volgens ons op dit
moment de vernieuwing en de urgentie in de productie en presentatie van muziek vandaan
komen. Naast musici die nieuwe concertvormen, nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe
muzikale invloeden exploreren, bestaat er natuurlijk ook nog gewoon de musicus of het
ensemble dat op het podium gaat staan, steengoed (of soms wat minder goed) speelt en daarmee
het publiek in de zaal inspireert. En ook zal er altijd behoefte blijven aan verdieping binnen de
traditionele concertpraktijk: die noot nóg beter zingen, die fuga nóg scherper uitvoeren.
Hoe de muziekpraktijk zich in de toekomst verder zal ontwikkelen, is moeilijk te voorspellen. We
verwachten dat veel meer kunstenaars verschillende concertvormen zullen gaan combineren,
geïnspireerd door degene(n) met wie ze op dat moment samenwerken, en dat de kruisbestuiving
tussen verschillende muziekculturen zich verder zal intensiveren. Dat vraagt om stevige
aandacht in het muziekbeleid voor talentontwikkeling, artistiek onderzoek en diversiteit.
Talentontwikkeling
In de aanloop naar hun beroepspraktijk hebben veel jonge muziekprofessionals na school baat
bij begeleiding bij hun verdere artistieke ontwikkeling, het opbouwen van een netwerk, het
uitstippelen van hun koers, het opdoen van zakelijke kennis en vaardigheden of andere vormen
van coaching. Al deze leerdoelen vangen we onder de noemer ‘talentontwikkeling’; een functie
die naast het kunstvakonderwijs niet mag ontbreken in een gezond ecosysteem, maar die toch
vaak op het tweede plan komt. Bestond talentontwikkeling in de muziek van oudsher vooral uit
het maken van kilometers – spelen in voorprogramma’s, in kleine zalen, in randprogramma’s –,
inmiddels is de muzieksector doordrongen van het belang van gedegen aandacht voor
talentontwikkeling in een vak dat steeds meer vraagt om een ondernemende houding, een
stevige eigen identiteit en een sterke artistieke stem. Toch zien we deze begeleiding nog te vaak
struikelen, met als voornaamste oorzaken een gebrek aan sturing, afstemming en coördinatie
tussen overheden en het veld, en een beperkte structurele financiering.
Zoals al gezegd, werden er per 2013 geen productiehuizen meer ondersteund door het Rijk.
Vanaf dat moment werden alle podiumkunstinstellingen in de BIS aangespoord een grotere rol
te gaan spelen bij de ontwikkeling van talent, opdat zij net als grote organisaties in het
bedrijfsleven zelf hun verantwoordelijkheid zouden nemen voor de volgende lichting
professionals – mede als bron van blijvende innovatie. Hoewel de meeste orkesten in hetzelfde
jaar hun subsidies zagen afnemen, zetten zij het begeleiden van talent voort met hun
orkestacademies en andere activiteiten.
Daarmee zijn we er echter nog niet in de muzieksector. Talentontwikkeling door BIS-instellingen
komt immers slechts ten goede aan (een beperkt aantal) toekomstige orkestmusici en dirigenten.
De vraag werpt zich op waar ander muziektalent zich kan ontwikkelen. Er worden op dit vlak
weliswaar vele initiatieven ontplooid: veel door het FPK gesubsidieerde ensembles begeleiden
jonge talenten en festivals, en podia organiseren trajecten voor het begeleiden van doorgaans
jong talent. Zoals we echter al in de ‘De Cultuurverkenning’ constateerden, is de
verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling meer dan voorheen verspreid over een veelheid
aan spelers. [ 7 ] In dit advies wezen we al op een hoge mate van versnippering en een gebrek aan
centrale regie of onderlinge afstemming. Ook wordt de uitkomst van al die afzonderlijke
programma’s nergens centraal gemeten. Daarbij signaleerden we dat er veel nadruk ligt op
nieuw talent en nieuwe voorstellingen, maar dat de focus op verdieping en ontwikkeling van
topcreatie afneemt. We schreven destijds: ‘Het nieuwe kan daardoor de vijand worden van het
betere. De informele en kleinschalige initiatieven voor talentontwikkeling zijn bemoedigend,
maar missen een duurzaam karakter. De aandacht ligt vooral bij korte trajecten, terwijl er voor
verdieping en verdere ontwikkeling minder ruimte is.’
                                                                                                  48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Op deze plek herhalen we graag deze zorgen. We merken op dat talentontwikkeling door het hele
land ondervertegenwoordigd is in het muziekbeleid. Bij het FPK is nog wel enige structurele
ruimte voor talentontwikkeling, maar dit fonds moet strenge keuzes maken en kan niet als enige
speler zorgdragen voor de ontwikkeling van talent in de hele brede podiumkunstensector. In de
periode 2013 – 2016 werden in het kader van de ‘subsidie nieuwe makers’ elf jonge musici en
componisten ondersteund (van in totaal 70 makers), uit diverse genres (urban, pop, hedendaags,
jazz, klassiek). Daarnaast kregen elf jonge professionals een incidentele ‘subsidie beginnende
makers’ en ontvangen drie meerjarig gesubsidieerde ensembles een structurele bijdrage voor
talentontwikkeling. [ 8 ] Het relatief geringe aantal toekenningen aan muziekprojecten laat zich
verklaren door de voorkeur van veel organisaties om nog studerende talenten te begeleiden,
terwijl de FPK-regelingen zich op professionals richten. Hier lijken aanvragers uit de theater-,
muziektheater- en danssectoren inventiever aanspraak te maken op de regeling.
In indirecte zin draagt ook een aantal andere subsidieregelingen van het FPK bij aan
talentontwikkeling; de compositiesubsidies komen óók ten goede aan beginnende componisten,
de afnamesubsidies in met name de popmuziek geven podia net dat zetje in de rug om
beginnend, onbekend talent speelruimte te bieden. Toch kunnen we de verantwoordelijkheid
voor de ontwikkeling van talent in de hele sector niet zonder meer afschuiven op één fonds, dat
daarnaast ook nog eens de verantwoordelijkheid draagt voor theater, muziektheater en dans.
De muzieksector heeft een grote behoefte aan een structureler verankering van de
talentontwikkelingstaak in het landelijke, regionale en lokale beleid. Er worden door het hele
land wel plekken en initiatieven voor talentontwikkeling ondersteund, maar dit gebeurt zelden
op structurele basis, als vast en noodzakelijk onderdeel van beleid, en deze steun kan ook zo weer
verdwijnen.
Diverse muziekinstellingen proberen in netwerkverband, vaak binnen stedelijke regio’s, een
antwoord te formuleren op het gebrek aan integrale aandacht voor talentontwikkeling. Zo
werken in Noord-Brabant sinds 2013 enkele podia samen in het New Arrivals-programma, dat
jaarlijks een handvol individuele muzikanten uit de jazz en de hedendaagse gecomponeerde
muziek begeleidt. Samenwerkingsverbanden als het Brabantse ‘Proud of the South’ en het
Podiumplan Overijssel richten zich op poptalent. Enkele mbo-opleidingen zetten samen met
muziekbedrijven als Sony Music, Dox Records en AT Bookings het publiek-private
samenwerkingstraject ‘The Real Band’ op, om de aansluiting van hun pop- en urban opleidingen
op de arbeidsmarkt te verbeteren. Voor de dance is het programma ‘Nieuwe Elektronische Waar’
interessant, een samenwerkingstraject tussen Productiehuis Oost-Nederland/De Nieuwe Oost en
poppodia Burgerweeshuis (Deventer) en Doornroosje (Nijmegen) dat sinds 2015 producers helpt
zich te ontwikkelen in de studio en op het podium. Al deze initiatieven ten spijt ontstaat daarmee
echter nog geen samenhangend stelsel voor talentontwikkeling, en vooral genres als urban
muziek, jazz en wereldmuziek delven het onderspit waar het gaat om een gedegen begeleiding
van talentvolle musici.
De arbeidsmarkt voor musici is niet gemakkelijk, zoals we in ‘De muzieksector
vanuit economisch perspectief’ uitvoeriger zullen zien. Aan het begin van hun loopbaan, na hun
opleiding of na hun eerste succesvolle plaat, stuiten veel musici op een gebrek aan speel- en
ontwikkelplekken. Een goed circuit en goed beleid voor talentontwikkeling zijn van
wezensbelang om de sector gezond te maken en om artistieke innovatie te blijven waarborgen.
Wij onderstrepen in dit advies daarom dat talentontwikkeling in elk muziekbeleid, op landelijk,
regionaal en lokaal niveau, een rol zou moeten spelen. Overheden en de sector moeten in de
toekomst nadrukkelijker per regio bekijken welke behoeften er bestaan aan
talentontwikkelplekken en -initiatieven, rekening houdend met aanwezige opleidingen,
producerende instellingen en musici, podia en festivals. Vervolgens dienen zij af te stemmen
welke partijen daar verantwoordelijkheid voor kunnen nemen en hoe dit kan worden
gefinancierd. Het is daarbij van belang ook te voorzien in langere begeleidingstrajecten en in
trajecten voor muziekprofessionals in een verdere fase van hun loopbaan.
                                                                                                   49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>De creatie van nieuwe muziek
Een beroepsgroep die het sinds de bezuinigingen niet gemakkelijker heeft gekregen, is die van de
componisten. Zij ondervinden de schadelijke gevolgen van de kortingen op cultuur aan den lijve,
omdat zij vaak in opdracht werken voor gesubsidieerde ensembles en orkesten. Met het
wegvallen van een groot aantal FPK-ensembles per 2013 verloren zij een deel van hun
opdrachtgevers. Ook het aantal productiehuizen liep per 2013 af, waardoor er nog maar weinig
plekken over zijn die zich concentreren op creatie.
In ‘De muzieksector vanuit economisch perspectief’ komen we kort terug op de zwakke
inkomstenpositie van componisten. Op deze plek kaarten we graag aan hoe de creatie van
nieuwe muziek naar ons idee op de tocht staat doordat componisten minder complexe
opdrachten krijgen en minder in vrijheid kunnen werken; een compositie schrijven voor een
zelfgekozen bezetting en daar dan een groep musici voor weten te enthousiasmeren, is maar voor
zeer weinigen weggelegd. Veel ensembles kiezen na de bezuinigingen voor veiliger repertoire, of
hebben onvoldoende budget om nieuw werk te laten componeren.
Een extra punt van aandacht is de snelle omlooptijd van composities in een tijd waarin
ensembles veel programma’s slechts enkele keren uitvoeren; langere speellijsten krijgen ze vaak
niet afgezet bij de zalen. Dat betekent dat veel muziekstukken na enkele uitvoeringen in de la
belanden (bij de BIS-orkesten vaak zelfs al na twee keer). Met de idee dat een muziekstuk
gedurende enkele uitvoeringen kan rijpen, lijkt noodgedwongen afgerekend.
Het Fonds Podiumkunsten heeft gelukkig wel enkele goedlopende subsidieregelingen voor
componisten. Ensembles en festivals, al dan niet gesubsidieerd door dit fonds of het Rijk,
kunnen geld aanvragen om een componist een opdracht te geven; componisten kunnen zelf
aanspraak maken op een werkbijdrage die ze in staat stelt drie of zes maanden aan een
compositie te werken. Op het budget voor deze subsidieregeling ligt een stevige druk, die nog
wordt vergroot omdat ook veel meerjarig door het Rijk gesubsidieerde ensembles, orkesten en
festivals hier een beroep op doen. In de periode 2013 – 2015 waren gemiddeld 29 op
68 toekenningen per jaar (43 procent) voor meerjarig gesubsidieerde instellingen. Dit werpt de
vraag op of vooral BIS-instellingen composities niet uit hun rijksbudget zouden moeten
bekostigen, in plaats van een beroep te doen op een relatief klein, voor de hele sector opererend
fonds.
Het FPK merkt op dat de laatste vijf jaar cross-overs meer regel dan uitzondering zijn in de
compositieaanvragen, met uitzondering van de aanvragen door BIS-orkesten. Dit staaft onze
observatie dat muziekgenres meer en meer naar elkaar toe en door elkaar heen bewegen, niet als
cosmetische truc – ‘wat krijg je als je klassiek met jazz kruist?’ – maar als gevolg van een
veranderend idioom. Ook neemt bij het FPK het aandeel aanvragen en honoreringen uit de
popmuziek de laatste paar jaar fors toe.
Documentatie en ontsluiting
Zoals we in ‘Het muzikale ecosysteem’ lieten zien, heeft het stopzetten van Muziek Centrum
Nederland per 2013 negatieve gevolgen gehad voor de documentatiefunctie binnen de
muzieksector. Anders dan destijds verondersteld door de Rijksoverheid heeft de sector de taak
van bewaren, archiveren, beheren en ontsluiten niet zelf kunnen overnemen. Veel instellingen
hebben niet de mankracht en het budget om zelf hun archief op orde te brengen. Bovendien gaat
deze veronderstelling voorbij aan het feit dat archiveren een vak is en niet iets ‘wat je er zomaar
even bij doet’. Het bewaren, archiveren, beheren en ontsluiten van muzikaal erfgoed vergt een
eigen expertise, een visie op wat een muziekarchief is en vermag, die niet per se in elke
organisatie aanwezig is. Wat bewaren we? Hoe bewaren we dat? Hoe interpreteren we dat wat
we bewaren? Hoe zorgen we dat het nu en in de toekomst voor nieuwe interpretaties vatbaar is?
Hoe ontsluiten we ons archief op zo’n manier dat het geen kerkhof wordt voor uitgespeelde
                                                                                                    50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>stukken, maar een springlevende bron van inspiratie, kennis en kunde, waar historie, heden en
toekomst elkaar kunnen aanraken?
De vorming en ontsluiting van archieven zien wij als wezenlijke voorwaarden voor
bewustwording, identiteitsvorming en erkenning van muziek; zowel gecomponeerde muziek als
muziek van songwriters, dj’s, producers, sounddesigners en niet te vergeten oraal overgedragen
muziek. Dat deze functie zo in het gedrang heeft kunnen komen, is een groot punt van zorg. Het
zag er in de jaren tien van deze eeuw ook niet naar uit; toen werd juist voortvarend gewerkt aan
het bundelen en centraliseren van de archieffunctie teneinde haar zichtbaarheid en effectiviteit
te vergroten.
Tot 2008 liet het landschap een versnipperd beeld zien aan instellingen die zich met
ondersteunende taken en erfgoed bezighielden. Behalve de instellingen die dat jaar opgingen in
het Muziek Centrum Nederland (Donemus, De Kamervraag, Gaudeamus, de Nederlandse
Jazzdienst, het Nederlands Jazz Archief, de Dutch Jazz Connection en het Nationaal
Popinstituut) hielden ook de Stichting Vrouw en Muziek, de Toonkunstbibliotheek, het
Nederlands Muziek Instituut, Muziek Groep Nederland en de Koninklijke Vereniging voor
Nederlandse Muziekgeschiedenis zich gesteund door de overheid met kennisvermeerdering en
archivering bezig. [ 9] De Stichting Wereldmuziek in Nederland deed dit zonder
overheidssubsidie. Om de kennis, promotie en archivering van muziek centraler te organiseren
en het aantal instellingen te verkleinen, werden per 2009 alleen nog het Muziek Centrum
Nederland en het Nederlands Muziek Instituut en het Muziekcentrum van de Omroep
ondersteund (het laatste via de Mediabegroting). In deze instituten kwamen genres,
muziekstijlen, kennis en expertises samen; het onderzoek dat in die tijd werd gedaan en het
debat dat werd aangewakkerd resoneert nog altijd in de sector. Tijdens de bezuinigingen per
2013 koos het ministerie er echter voor alleen nog aandacht te besteden aan de totstandkoming
van muziek en de secundaire taken – reflectie, onderzoek, debat, archivering – uit het bestel te
snijden. De subsidies voor MCN, NMI en, via de Mediabegroting, de bibliotheek van het MCO
werden stopgezet, en het borgen van de collecties die moederloos achterbleven werd gezien als
een taak van de instellingen zelf. Toen al, maar zeker achteraf mogen we dit een fout noemen.
In haar onlangs verschenen boek ‘Opslaan en vernietigen: muziekarchieven bedreigd’ brengt
muziekpublicist Jacqueline Oskamp treffend de gevolgen in kaart van de verdwijning van deze
drie instituten. Het institutionele geheugenverlies dat is opgetreden is enorm: er zijn veel
mensen met kennis ontslagen en collecties zijn ingekrompen, gesplitst of in kelders
verdwenen. [ 10 ]
Met zijn geringe financiële middelen en mankracht is de sector niet zelf in staat gebleken dit op
te vangen. Archieven die er niet zijn, of die niet worden ontsloten, kunnen niet worden gebruikt.
En zonder ze te gebruiken zijn archieven Doornroosjes; ze praten niet, ze vragen niet, ze
verleiden niet. En nu geen enkele instelling voor beheer en behoud van collecties meer
rijkssubsidie ontvangt, is de situatie versnipperder en onoverzichtelijker dan vóór 2008.
    Waar zijn al die archieven gebleven?
    Zoals we al in het vorige hoofdstuk zagen, bouwt de jazzsector actief verder aan zijn
    Nederlands Jazz Archief bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van
    Amsterdam; het overleeft dankzij mecenaat en fondsenwerving. Donemus is ondergebracht
    bij het Haags Gemeentearchief maar een gebrek aan middelen verhindert dit instituut nog
    langer zijn rol als nationaal archief voor hedendaagse muziek te vervullen. Het Poparchief
    bevindt zich inmiddels bij Bijzondere Collecties, de muziekencyclopedie wordt beheerd door
    het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid; beider budgetten zijn aan het opraken.
    Stichting Gaudeamus verricht geen archief- of documentatiewerk meer. Het Nederlands
    Muziek Instituut (NMI) is ondergebracht bij het Haags Gemeentearchief. De Stichting
    Omroep Muziek houdt de catalogus en website van voormalige Muziek Centrum van de
    Omroep in stand zolang de doorstart in samenwerking met onder andere het NMI nog
                                                                                                  51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>    gaande is. Dankzij een projectsubsidie van de gemeente Hilversum wordt een deel van de
    MCO-collectie gedigitaliseerd, maar van een duurzaam perspectief voor deze
    muziekarchieven is geen sprake. [ 11 ] Vrouw en Muziek werkt sinds 2005 onbezoldigd; de
    Toonkunstbibliotheek splitste zijn collectie op over de Universiteit van Amsterdam
    (historische deel) en de Openbare Bibliotheek Amsterdam (moderne deel); het Nederlands
    Muziekinstituut (NMI) bestaat nog steeds, ondergebracht bij het Haags Gemeentearchief; de
    Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis fungeert nog altijd als
    instituut voor onderzoek en kennisdeling. Het World Music Forum NL vervult tegenwoordig
    de onderzoek- en kennisfunctie voor de wereldmuziek. Voor nieuwere genres als urban en
    dance zijn er nooit instituten geweest. In archivering, onderzoek en kennisdeling wordt hier
    op dit moment onvoldoende voorzien.
Toch, hoewel er een forse kaalslag heeft plaatsgevonden, zien we in de sector wel degelijk dat het
onderwerp ‘behoud, beheer en reflectie’ leeft, in die zin dat het bewustzijn groeit over de functie
van archieven. Het idee lijkt bijvoorbeeld verleden tijd dat muziek zich uitput in het moment van
uitvoering en dat de sporen daarvan gerust over een denkbeeldige schutting mogen worden
geworpen waarachter people who care wel zullen zorgen voor behoud, beheer en historische
evaluatie. De vraag moet de komende periode goed worden doordacht wat archieven vandaag de
dag betekenen.
Door de komst van opnametechnologie aan het eind van de negentiende eeuw, door de
introductie van digitale en mobiele technologieën in de muziek, door verandering van de manier
waarop we ons tot muziek verhouden, is podiumkunst niet langer in tijd en ruimte gescheiden
van het archief. We dragen archieven mee in onze zak en zijn verbonden met het mega-archief
dat het internet heet. Componisten en andere makers, van Michel van der Aa tot DJ Tiësto,
werken in belangrijke mate in het digitale domein: veel van hun werk ontstaat digitaal. Hun
machines zijn ingericht voor opslag en hergebruik van klankmateriaal, en iets soortgelijks doet
zich voor aan de kant van uitvoerders (denk aan de documentatie van het maakproces en van
uitvoeringen) en luisteraars (denk aan het digitale archief van ons luistergedrag, aan het
opnemen van muziek met telefoons, aan online evalueren en delen). Dat maakt ze nog niet tot
formele archieven, maar het maakt duidelijk dat het maken, uitvoeren en opslaan van muziek
dichter bij elkaar staan dan ooit. Alle opgenomen muziek wordt in Nederland overigens al
verzameld en digitaal ontsloten door Muziekweb, de voormalige Centrale Discotheek van de
Bibliotheek Rotterdam. Muziekweb krijgt daarvoor een jaarlijkse bijdrage van het Rijk.
Het veld staat naar ons idee voor de uitdaging om, in samenspraak met actoren binnen en buiten
de eigen sector, een nieuwe erfgoedpraktijk voor de muziek te ontwikkelen, en van daaruit de
vraag te beantwoorden hoe de toekomst eruit kan (of: zal moeten) zien van onze bestaande
archieven – archieven waar we trots op mogen zijn. We komen wat dat aangaat tot een aantal
overwegingen.
Ten eerste vormen de archieven een rijke voedingsbodem voor onderzoek, educatie, marketing
en innovatie. De vraag wie deze voedingsbodem aanlegt, dient eigenlijk al bij de productie van
muziek te worden gesteld. Hoe zal de geproduceerde muzikale waarde van nog te creëren muziek
na afloop worden behouden, beheerd en gedeeld? Hierover zijn afspraken nodig tussen
subsidiërende overheden of fondsen en muziekkunstenaars en –instellingen die subsidie
aanvragen – en hiervoor is ook budget nodig. Ook uitgevers kunnen nadrukkelijker worden
verzocht bij te dragen aan archivering; zo is in Frankrijk en Duitsland bij wet geregeld dat
uitgevers van alles wat zij uitbrengen een of meer exemplaren moeten afstaan aan de nationale
bibliotheek (depotplicht).
Heel direct relateren we ook de actuele discussie over diversiteit aan het archief van de
Nederlandse muziek. De vraag werpt zich op wie dit archief dragen: welke muziek is daarin
aanwezig? Welke muziek ontbreekt? Hoe en door wie wordt deze muziek gepresenteerd,
geïnterpreteerd, verbonden? De vorming van de muziekarchieven in Nederland (en de
                                                                                                    52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>zeggenschap daarover) ligt op dit moment onvoldoende in handen van de diverse culturele en
muzikale bloedgroepen die ons land vormgeven; zo worden urban muziek en dance nog
nauwelijks ontsloten, en is ook oraal overgedragen muziek en wereldmuziek
ondervertegenwoordigd in bestaande archieven. Dit is zorgelijk, maar hier ligt ook een heel
directe kans: weten we dit te sturen, dan liggen daar de ingrediënten voor een debat over de
Nederlandse muziek dat veel meer mensen en veel meer genres betrekt. Of het nu gaat om de
vraag waaruit de Nederlandse canon bestaat en hoe die er morgen uitziet, of om de
identiteitsvorming van nieuwe genres en muziekprofessionals; een goede archieffunctie kan
hieraan bijdragen.
Ten slotte sluit de vraag naar goede archivering aan bij het vraagstuk van innovatie. Archiveren
is deels een technische operatie, die verandert over tijd. De sector wijdt daar conferenties aan,
zoals vorig jaar de media-archeologische conferentie bij Sonologie, waar de voortdurende
verandering van technologie en daarmee van de toegankelijkheid en het voortbestaan van de
archieven van elektronische muziek werd besproken. Archivering is onderhevig aan snelle
innovatie, die de bruikbaarheid en zichtbaarheid kan bevorderen. Hierin staat de sector niet
alleen; wij zien mogelijkheden voor een intensieve samenwerking binnen bestaande netwerken
zoals de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid, via organisaties als DEN, Europeana, het
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, Vlaamse organisaties als VIAA en Resonant, en
andere Europese partners.
Het Rijk zal hier een rol kunnen vervullen in het toezien van de afstemming van opdrachten aan
verschillende instellingen binnen het erfgoeddomein, en in het borgen van het contextualiseren
en verbinden van archieven en collecties, waar gemeenten en instellingen zoals de Universiteit
van Amsterdam daar nu vaak alleen voor staan; dit geldt bijvoorbeeld voor het Nederlands
Muziek Instituut en het Muziek Centrum van de Omroep.
De sector zal zich op zijn beurt moeten bezinnen op nieuwe strategieën om de parels uit de
nationale archieven en collecties in onderlinge verbinding bij makers en het publiek te krijgen.
Daarbij is samenwerking met musici onontbeerlijk; ensembles, orkesten, componisten en bands
zullen ook zelf hun nieuwe, korte afstand tot het archief moeten munten, zoals bijvoorbeeld
wordt ondernomen door Asko | Schönberg. Tot innovatie rekent de raad ook het onderzoeken
van nieuwe samenwerkingsverbanden met de private sector, waarin het Holland Festival een
cruciaal voorbeeld heeft gesteld met zijn samenwerking met het Google Cultural Institute, ter
bestrijding van nieuwe en even onbetrouwbare ‘schuttingen’ als YouTube, Facebook of
Instagram.
Over de documentatiefunctie is het laatste woord nog niet gesproken. Binnenkort rondt
Berenschot een onderzoek af in opdracht van het ministerie van OCW naar de volledige
ondersteuningsstructuur in de cultuursector, met aandacht voor onder andere kennis- en
onderzoekscentra en collectie- en erfgoedinstellingen. De Raad voor Cultuur zal in 2018 een
advies uitbrengen over de ondersteuningsstructuur in de culturele sector. Het is van het grootste
belang dat de sector ook zelf zijn handen ineenslaat om hier een aanzet te formuleren tot een
archiefrijke toekomst. Immers, wat stilstaat verliest zijn waarde.
                                                                                                  53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen
Aan overheden en fondsen
– Hanteer bij het ontwerpen en aanpassen van subsidieregelingen een ruimer begrip van de
  artistieke activiteiten van musici en producerende muziekinstellingen als orkesten en
  ensembles. Faciliteer niet alleen concerten of concertreeksen, maar ook alternatieve artistieke
  activiteiten, zoals apps, digitale distributie, muziekinstallaties, concerten in alternatieve
  settings en formats, educatieve concerten et cetera. Juist met andere muziekvormen en
  nieuwe concertformules kan de muziek zich ontwikkelen en kunnen instellingen hun publiek
  verbreden.
– Bekijk bij het samenstellen van muziekbeleid op landelijk niveau of op het niveau van
  stedelijke regio’s of gemeenten niet alleen hoe productie en presentatie daarin worden
  gerepresenteerd, maar neem ook organisaties of netwerkstructuren op die zorgdragen voor
  educatie, participatie, talentontwikkeling en voor beheer en behoud. Bekijk per regio wat
  nodig is, rekening houdend met aanwezige opleidingen, producerende instellingen en musici,
  podia en festivals, muziekscholen et cetera. Ontwerp kortom een integraal muziekbeleid.
– Bekijk bij het samenstellen van muziekbeleid op landelijk niveau en op het niveau van
  stedelijke regio’s of gemeenten hoe de muzikale infrastructuur er in den brede uitziet,
  rekening houdend met alle genres en alle publieksgroepen. Ontwerp kortom een inclusief
  muziekbeleid.
– Houd bij het ontwerpen van muziekbeleid meer rekening met het feit dat musici zich vaak
  niet vast verbinden aan één ensemble of band, maar in wisselende samenstellingen
  samenwerken binnen een groot netwerk. Onderzoek de mogelijkheid om zulke netwerken te
  ondersteunen of om musici uit te rusten met een budget om zich bij verschillende
  ensembles/netwerken aan te sluiten. Dit kan tegemoetkomen aan de groeiende behoefte
  onder musici om hun eigen, individuele loopbaan vorm te geven. (Het Vlaamse model,
  waarin enkele managementbureaus in aanmerking komen voor subsidie, kan hier als
  voorbeeld dienen.)
                                                                                                  54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Aan producerende en presenterende instellingen
– Stel integrale activiteitenplannen op, waarbij concerten en inspanningen op het gebied van
  marketing, educatie, participatie, talentontwikkeling, experiment, beheer en behoud,
  digitalisering en onderzoek gezamenlijk het gekozen profiel en het muziekklimaat in de
  omgeving dienen. Breng je artistieke, maatschappelijke en economische voetafdruk in kaart.
Aanbevelingen ter bevordering van diversiteit
Aan overheden en fondsen
– Neem maatregelen om het muziekbeleid te diversifiëren. Hiervoor is het nodig om enerzijds
  bestaande spelers te vragen een actiever diversiteitsbeleid te voeren, en anderzijds nieuwe
  spelers toe te laten tot het stelsel, die reeds cultureel divers werken. Voorzie ook in plekken of
  financiering voor spelers die artistiek of publieksonderzoek willen doen op het gebied van
  diversiteit.
– Vraag producerende en presenterende instellingen een diversiteitsbeleid te voeren waar het
  de samenstelling van hun personeel, partners en publiek betreft. Maak bij het aangaan van
  subsidierelaties afspraken over de naleving van de Code Culturele Diversiteit en onderzoek
  welke subsidiecriteria hieraan kunnen bijdragen. Te overwegen zijn bijvoorbeeld
  biastrainingen voor gesubsidieerde instellingen, commissies, raden en overheden. Een
  diversiteitsbeleid moet de hele organisatie aangaan, inclusief het toezicht en de top.
– Bekijk ook het diversiteitsbeleid binnen de overheids- en fondsorganisatie; hiervoor gelden
  dezelfde aanbevelingen. Laat beoordeling van subsidieaanvragen plaatsvinden door
  commissies en experts die tezamen een goed afspiegeling vormen van de maatschappij.
  De Raad voor Cultuur wil deze transformatie de komende periode ook doormaken.
Aan de sector
– Neem je verantwoordelijkheid voor het voeren van een diversiteitsbeleid en betrek experts bij
  de organisatie wanneer je hier niet in slaagt. Onderschrijf de Code Culturele Diversiteit en
  pas deze toe.
Aan kunstvakopleidingen
– Onderzoek wat nodig is om meer studenten te trekken met een andere culturele achtergrond,
  zoals aanpassingen in het curriculum of een andere werving van studenten.
Aanbevelingen ter bevordering van talentontwikkeling
Aan overheden en fondsen
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende en presenterende instellingen
  afspraken over de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de ontwikkeling van talent
  (beginnend of gevorderd). Formuleer het begeleiden van nieuw talent explicieter als een
  kerntaak, in het belang van talentvolle musici of componisten maar ook om de eigen
  artistieke praktijk te blijven vernieuwen.
– Ontwerp een landelijke regeling voor talentontwikkeling die meer is toegespitst op de
  muzieksector dan de bestaande subsidie nieuwe makers van het FPK.
Aan producerende en presenterende instellingen
– Neem de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de ontwikkeling van talent (beginnend of
  gevorderd) en zie het begeleiden van talent als kerntaak, in het belang van succesvolle musici
                                                                                                     55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>  en componisten maar ook om je eigen artistieke praktijk te blijven vernieuwen.
Aanbevelingen ter bevordering van creatie en innovatie
Aan overheden en fondsen
– Bekijk hoe de creatie en innovatie van muziek nadrukkelijker kan worden gestimuleerd via
  opdrachtregelingen en werkbeurzen voor bijvoorbeeld componisten, producers en
  sounddesigners, niet alleen op landelijk niveau, maar ook binnen stedelijke regio’s.
– Voorkom dat landelijk meerjarig gesubsidieerde instellingen een beroep doen op de
  compositiesubsidies van het FPK door de taak tot muziekvernieuwing op te nemen in
  meerjarige subsidieafspraken; bestem de compositiesubsidies voor niet-gesubsidieerde
  groepen of componisten.
Aan producerende en presenterende instellingen
– Creëer in je programma ruimte voor de creatie van nieuwe muziek, door bijvoorbeeld een
  vast aandeel nieuwe muziek uit te voeren, composer-in-residence-trajecten te organiseren,
  componisten, producers of sounddesigners te betrekken in je artistieke team et cetera.
– Hanteer richtlijnen voor compositiehonoraria en leef deze na. Het is belangrijk goed
  opdrachtgeverschap in de sector te ontwikkelen, in samenwerking met partners als
  Nieuw Geneco.
Aanbevelingen ter bevordering van beheer en behoud
Aan overheden en fondsen
– Doe nader onderzoek naar de ondersteuningsstructuur in de muzieksector, in navolging van
  de te verwachten rapportage die onderzoeksbureau Berenschot binnenkort uitbrengt. Breng
  in kaart wat de muzieksector in Nederland aan ondersteuning nodig heeft en hoe deze
  functies het beste kunnen worden belegd.
– Bekijk welke organisatie (of netwerk van organisaties) de oude functie van het Muziek
  Centrum Nederland kunnen overnemen en bestem hier een budget voor in het landelijk
  bestel. Een organisatie (of groep organisaties) die sectorbreed zorgdraagt voor documentatie,
  archivering en kennisvermeerdering en -uitwisseling is cruciaal om ontwikkelingen in de
  sector te duiden en te bewaren.
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende instellingen of componisten
  afspraken over de verantwoordelijkheid voor het archiveren en waar nodig ontsluiten van het
  werk. Te veel werk gaat verloren of is onvoldoende raadpleegbaar.
Aan producerende instellingen
– Laat het beheer en behoud van je werk niet over aan degenen die je opvolgen. Besteed actief
  aandacht aan het archiveren en waar nodig ontsluiten van je werk. Doe dit indien nodig in
  samenspraak met anderen.
                                                                                                56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>  1
OCW, 2016.
  2
Hierin gingen het oude Muziekcentrum Vredenburg en Tivoli Oudegracht op.
  3
Vercammen, 2017.
  4
Buma Cultuur, 2017. Hij gaf in 2015 123 optredens buiten Nederland.
  5
Utrecht bijvoorbeeld stelde per september 2017 een budget van 200.000 euro
beschikbaar voor de Stichting Utrecht Wereldmuziek om na de sluiting van het
podium RASA de wereldmuziek voor Utrecht te behouden.
  6
Vaak ook ageren deze artiesten in hun werk expliciet tegen het racisme
waartegen ze aanlopen in Nederland, waarbij ze geen moeite doen hun kritiek in
eufemismen te verpakken. Zo fulmineert Fresku in het nummer ‘Zo doe je dat’
(2015) tegen de muziekkeuzes van ‘Hilversum’.
  7
Raad voor Cultuur, 2014.
  8
Nederlands Blazers Ensemble, het Nederlands Kamerkoor en Oorkaan.
  9
Berenschot, 2004.
  10
Oskamp, 2017.
  11
Oskamp, 2017.
                                                                               57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>        Sectoradviezen / Muziek / De muzieksector vanuit maatschappelijk perspectief
         De muzieksector vanuit
         maatschappelijk perspectief
In dit hoofdstuk bekijken we hoe de muzieksector zich verbindt met zijn publiek en hoe
Nederlanders zelf actief bezig zijn met muziek. We bekijken welke rol muziek speelt in de
maatschappij: dat gaat veel verder dan bezoek aan podia en het beluisteren van opgenomen
muziek. We laten zien hoe muziekinstellingen nieuw publiek zoeken, onder andere door middel
van educatie- en participatieprojecten. Ook gaan we in op binnen- en buitenschoolse
mogelijkheden voor kinderen om zich te bekwamen in muziek. Aan het eind van het hoofdstuk
doen we aanbevelingen om de maatschappelijke waarde van de muzieksector de komende
periode verder te vergroten.
Iedereen is een luisteraar
Anders dan veel andere kunstvormen is muziek in ieders leven aanwezig, en anders dan bij
bijvoorbeeld toneel of beeldende kunst is menig muziekliefhebber zich er bij het beluisteren van
zijn favoriete hits nooit van bewust dat hij met kunst bezig is. In ons leven worden we
voortdurend omringd door muziek. Soms kiezen we daarvoor; probeer de mensen maar eens te
tellen die ‘met oortjes in’ de stad doorkruisen. Soms worden we er ongevraagd mee
geconfronteerd, tot ons plezier of ergernis (wachtdeuntjes voor een telefonisch consult vindt
bijna niemand prettig; de achtergrondmuziek in de lift stelt ons misschien gerust). Muziek zorgt
ervoor dat we onverwacht met anderen samenkomen in de openbare ruimte, zoals rond een
piano in een stationshal, of juist dat we snel uiteengaan, zoals bij de Efteling-muziek die
ongewenste bezoekers uit station Amsterdam Centraal moet weren. Muziek heeft een sterke rol
in onze identiteitsvorming; we zien door de decennia heen hoe jongeren vaak idolaat zijn van een
bepaalde muzikale stroming. Slechts een heel klein percentage van de horende bevolking, naar
schatting 2 procent, wordt emotioneel niet geraakt door muziek; zij lijden aan specifieke
muzikale anhedonie en vertonen bij het luisteren naar muziek geen enkele (positieve of
negatieve) hersenactiviteit. [ 1 ] Voor de meeste andere horende mensen geldt dat ze in meer of
mindere mate van muziek houden.
De toegevoegde waarde van muziek beperkt zich dan ook niet tot het artistieke aspect ervan.
Samenspel en improvisatie zijn belangrijke elementen in de zogenaamde 21st century skills, de
competenties die burgers nodig hebben in de huidige kennis- en netwerksamenleving. Het is
daarom niet verbazingwekkend dat muziek nadrukkelijk aandacht krijgt bij de versterking van
cultuureducatie op scholen. Veel muzikanten zijn zich bewust van de sociaal-maatschappelijke
impact van muziek en geven sociaal-maatschappelijke activiteiten een rol in hun
beroepspraktijk. Zo wierp de organisatie Art in Rhythm, geïnitieerd door percussionist Joshua
Samson en pianist Marc van Roon, zich rond de eeuwwisseling op als Nederlands pionier bij het
inzetten van muzikale competenties in het bedrijfsleven. Ook de genre-overstijgende
masteropleiding New Audiences and Innovative Practice (NAIP) van de conservatoria in Den
Haag, Groningen en Reykjavik toont doeltreffend aan hoe muzikanten verbinding kunnen leggen
met maatschappelijke domeinen als de zorg, het bedrijfsleven of de politiek.
                                                                                                 58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Publieksmarkt en toegankelijkheid
De publieksmarkt voor muziek is groot. Het ene genre heeft het wat moeilijker om publiek te
trekken dan het andere – voor klassieke, traditionelere concerten blijft het publiek doorgaans
wat ouder, hoogopgeleid en van traditioneel Nederlandse herkomst; onbekendere en beginnende
artiesten hebben een aanlooptijd nodig om hun concerten vol te krijgen – maar in het algemeen
kunnen we zeggen dat het er met de publieksbelangstelling voor muziek goed voorstaat. Bijna
iedereen in Nederland houdt zich bezig met muziek, hetzij via livebezoeken, hetzij via streaming,
muziekaankoop of radio, hetzij via actieve participatie.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat uit van 8,5 miljoen bezoeken aan
muziekvoorstellingen in 2015, maar lijkt daarbij alleen de bezoeken mee te tellen aan podia die
zijn aangesloten bij de VNPF of de VSCD. [ 2 ] De VNPF-podia telden in 2016 4,8 miljoen
bezoeken voor hun activiteiten. [ 3 ] Bij de VSCD-podia werden dat jaar 1,5 miljoen bezoeken
afgelegd aan klassieke concerten en 1,8 miljoen aan populaire muziek (waartoe de VSCD stijlen
als pop, jazz en wereldmuziek rekent). [ 4 ] We hebben dan nog niet in beeld hoeveel bezoekers
andere muziekpodia en -festivals trekken, variërend van buurtcafé en straatfestival tot
commerciële partijen als Ziggo Dome en grote evenementen – maar evengoed de popzalen,
schouwburgen en concertzalen die zich niet bij een vereniging hebben aangesloten. Zo telt de
Festival Monitor (VVEM) in 2016 alleen al 16,9 miljoen bezoeken aan 639 muziekfestivals. [ 5 ]
Schattingen over het aantal bezoeken aan dancefestivals in Nederland lopen uiteen van 2,8 tot
4 miljoen bezoeken, voor 170 tot 430 festivals per jaar. [ 6 ] Een totaalindruk van het bezoek aan
muziek krijgen we wanneer we de cijfers van het SCP bekijken die weergeven welk deel van de
Nederlandse bevolking elk muziekgenre bezoekt. [ 7 ]
Bezoek aan muziek, 2014
(percentage van bevolking dat wordt bereikt)
Bron: SCP, 2016.
                                                                                                   59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Bezoek aan muziek, 2014
(bezoeken in miljoenen)
Bron: SCP, 2016. Op basis van bezoekfrequentie [ 8 ]
Hoewel dus veel mensen muziek bezoeken, ligt hier voor de muzieksector en voor overheden en
fondsen toch een aanzienlijke opdracht. Die hangt vooral samen met het feit dat juist het
gesubsidieerde aanbod veel minder zijn weg vindt naar alle Nederlanders. In een van de vier
cultuurpolitieke doelen benadrukt de raad dat de overheid ervoor moet zorgen dat het
cultuuraanbod iedereen in Nederland ten goede komt, ongeacht afkomst, leeftijd, opleiding,
inkomen of religie. Op dit moment lijkt dat met betrekking tot de muzieksector nog onvoldoende
het geval. De aandacht voor het betrekken van nieuwe publieksgroepen bij muziek komt
weliswaar op gang, maar nog altijd zien we publiek met een migratieachtergrond, publiek met
lagere opleidingsniveaus, publiek uit plattelandsdorpen en publiek met fysieke of mentale
beperkingen relatief weinig terug in gesubsidieerde muziekzalen.
Kijken we naar de gegevens van het SCP, dan blijkt dat mensen met lagere inkomens, lagere
opleidingsniveaus en met een niet-westerse etniciteit vooral ondervertegenwoordigd zijn in het
publiek voor ‘gecanoniseerde voorstellingen’, zoals klassieke muziek. Dit publiek is gemiddeld
ouder dan 50, is minimaal hbo-geschoold en valt in de inkomensgroepen vanaf 1,5 keer modaal.
[9]
    In de minder gesubsidieerde genres dance, urban en pop is het publiek grotendeels jonger
(gemiddeld onder de 35) en speelt (met uitzondering van de pop) etnische afkomst geen rol. Hier
zijn vooral lager opgeleiden sterk ondervertegenwoordigd. [ 10 ] De algemene indruk is dat het
publiek op festivals wat diverser is en dat er in grote steden meer aandacht komt voor publiek
met andere culturele achtergronden. Ook lijkt hoger opgeleid publiek met een niet-westerse
achtergrond het gesubsidieerde aanbod beter te gaan vinden. In zalen buiten het gesubsidieerde
circuit, waar vaak ook al een diverser aanbod klinkt, treffen we een minder homogeen publiek
aan.
De mismatch tussen het gesubsidieerde aanbod en de publieksbelangstelling verdient de
komende jaren nadrukkelijk aandacht in het muziekbeleid. In ‘De muzieksector vanuit artistiek
perspectief’ hebben we al laten zien hoe musici en muziekorganisaties zich bij het ontwikkelen
van nieuwe concertformules meer dan ooit laten leiden door hun publiek. Dat geldt door alle
genres heen. De artistieke motivaties van waaruit dit gebeurt zijn niet te scheiden van de
maatschappelijke motivaties. Onze positieve evaluatie van deze tendens neemt echter niet onze
opvatting weg dat er op dit vlak méér moet gebeuren. We roepen overheden en de sector daarom
op een goede agenda op te stellen voor het diversifiëren van het publiek voor gesubsidieerde
                                                                                                60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>muziek. Die moet volgens ons in elk geval de volgende drie elementen bevatten: er moet een
diverser aanbod worden gefaciliteerd via aanbod- en programmeringssubsidies, onderzoek naar
nieuwe publieksgroepen dient te worden gestimuleerd, en reeds gesubsidieerde organisaties
moeten worden aangespoord om een actiever diversiteitsbeleid te voeren. De Code Culturele
Diversiteit kan hierbij een handzame leidraad vormen, mits er minder vrijblijvend wordt
omgegaan met de clausule ‘pas toe of leg uit’. [ 11 ]
     Symfonische orkesten wortelen in de regio
     Een groep organisaties die van oudsher een traditioneel Nederlands, hoogopgeleid, ouder
     publiek trekt, zijn de symfonische orkesten in de BIS. De laatste jaren bouwen zij hun
     activiteiten echter uit met het oog op een hechtere connectie met het (potentiële) publiek in
     hun regio. De kerntaak van deze orkesten bestaat uit het geven van kwalitatief hoogwaardige
     uitvoeringen van symfonische muziek, maar steeds meer houden ze zich daarbij ook bezig
     met het spelen van andere muziek (zoals filmmuziek en cross-overs) en met het aanboren
     van bredere publieksgroepen in hun regio. Zo bereikte het Noord Nederlands Orkest in 2016
     tienduizend Groningers met een openluchtconcert in het dorpje Blauwestad met een ‘Tribute
     to the Stones’. Daarnaast mengen orkesten zich op velerlei manieren in het muziekleven in
     hun regio; ze werken met koren, maken voorstellingen met opera-, dans-, toneel- en
     jeugdtheatergezelschappen, verzorgen binnen- en buitenschoolse educatieprogramma’s en
     bewegen zich steeds vaker ook buiten de concertzaal om zich te presenteren in het
     bedrijfsleven, bij openbare gelegenheden of op festivals.
     In ons advies ‘Innoveren, Vitaliseren’ hebben we aan orkesten gevraagd hun betekenis voor
     de lokale, regionale en internationale muzikale infrastructuur in kaart te brengen, om
     kortweg hun voetafdruk in stad en regio te schetsen. [ 12 ] Onderzoeksbureau Berenschot heeft
     daarop een eerste voorzet gedaan in het rapport ‘Naar nieuwe prestatiemodellen voor
     orkesten’, waarin het onder andere de tendens blootlegt dat orkesten zich steeds meer
     ontwikkelen tot ‘muziekhuizen’, met een orkest als middelpunt van muzikale en
     maatschappelijke activiteiten in een stad of regio. [ 13 ] Orkesten zoeken actief naar wegen om
     hun inbedding in de culturele en muzikale infrastructuur van hun omgeving bloot te leggen,
     uit te breiden en te verdiepen. In het rapport ‘Orkesten van nu, van waarde voor de toekomst’
     roepen de gezamenlijke Nederlandse symfonieorkesten de overheid op om bij de beoordeling
     van hun resultaten alle prestaties mee te nemen: ‘Beoordeel de waarde van het
     orkestprogramma in brede zin; tel niet alleen bezoekers en opbrengsten per stoel maar laat
     ook de maatschappelijke betekenis van orkesten, de impact op hun omgeving en het bereik
     van nieuw publiek meewegen.’ [ 14 ]
     Deze oproep kan op onze instemming rekenen. Door in subsidierelaties met orkesten niet
     alleen afspraken te maken over aantallen concerten maar ook de educatieve en
     maatschappelijke activiteiten in ogenschouw te nemen, kunnen orkesten hun voetafdruk in
     hun stad of regio verder verstevigen. In gesprekken spreken veel orkesten over zichzelf als
     ‘muzikale krachtcentrales’, communities of musicians of ‘muziekhuizen van de toekomst’;
     profielen waaruit een nieuw elan spreekt, en waarin de relatie tussen muziek en luisteraar
     wordt uitgedrukt.
Muziekeducatie en ­participatie
Over twee dingen is de hele muzieksector het roerend eens. Ten eerste: het is van wezenlijk
belang dat kinderen en jongeren in aanraking komen met muziek. Ten tweede: kinderen en
jongeren komen veel te weinig in aanraking met muziek. In de ideale wereld begint
kennismaking met muziek – actief (zingend en musicerend) en passief (luisterend) – in het
primair onderwijs en krijgt die kennismaking een vervolg in het voortgezet onderwijs. Kinderen
en jongeren die een muziekinstrument willen leren spelen, kunnen terecht op muziekscholen en
bij jeugdorkesten en -koren. Jongeren die vervolgens een opleiding tot musicus ambiëren,
kunnen terecht bij vooropleidingen en jongtalentklassen. Scholen kunnen kinderen en jongeren
                                                                                                     61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>laten kennismaken met alle vormen van muziek door voorstellingen in te kopen van orkesten,
bands, ensembles en soloartiesten. Deze artiesten geven ook concerten voor kinderen in theaters
en concertzalen, die ze in hun vrije tijd met volwassenen kunnen bezoeken.
Heel grofmazig ziet het landschap voor educatie en (jeugd)participatie er nog wel zo uit, maar
helaas zijn er onder invloed van bezuinigingen flinke gaten in geslagen. Door het gebrek aan
aandacht voor muziekeducatie in het primair en voortgezet onderwijs en het wegvallen van een
groot deel van de muziekscholen onder invloed van gemeentelijke bezuinigingen, ligt het
initiatief voor educatie van kinderen en jongeren voor een groot deel bij muziekproducerende
instellingen, die daar veelal zelf niet de mankracht en middelen voor hebben.
Primair en voortgezet onderwijs
Een van onze grote zorgen is de geringe aandacht voor muziekeducatie in het curriculum van het
primair en voortgezet onderwijs. Verhalen van kinderen die tijdens de muziekles op school
alleen maar op de maat leren klappen, zijn geen uitzondering. Uit onderzoek blijkt dat 11 procent
van de leerkrachten in het basisonderwijs zich niet zelfverzekerd genoeg voelt om
muziekonderwijs te geven. [ 15 ] Aandacht voor genres, muziekinstrumenten, zangtechnieken of
componisten ontbreekt nagenoeg op scholen. Aan de andere kant staat de groeiende overtuiging,
die ook wordt gestaafd door onderzoek, dat muziekonderwijs behalve instrument- en
muziekkennis ook het cognitieve, emotionele, sociale en creatieve vermogen van kinderen
vergroot, en dat muziek kan bijdragen aan onderlinge verbinding. Dit laatste lijkt ons een
wezenskenmerk van het onderwijs in de 21e eeuw, waar kinderen uit verschillende culturen
samen groot worden.
Oud-minister Bussemaker heeft dit probleem tijdens haar regeerperiode serieus genomen en
heeft in 2015 het campagneprogramma ‘Méér Muziek in de Klas’ geïntroduceerd, samen met het
Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) en het landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en
Amateurkunst (LKCA). Het programma is pas sinds 2016 operationeel dus conclusies trekken is
nog te voorbarig, maar het afgelopen jaar werden al 542 scholen door het FCP ondersteund bij
het verbeteren van hun muziekonderwijs en hun relatie tot lokale muziekscholen, -verenigingen,
-gezelschappen of (pop)podia. [ 16 ] In juni 2017 heeft Bussemaker 5 miljoen euro extra
beschikbaar gesteld om pabo’s te helpen hun studenten beter voor te bereiden op het geven van
muziekles; de eerste drie pabo’s (in Rotterdam, Groningen en Helmond) zijn inmiddels al aan de
slag gegaan.
Mede gezien de grote belangstelling in de (sociale) media schept de start van het programma
positieve verwachtingen. Dit neemt vooralsnog niet weg dat tijdens de totstandkoming van dit
advies veel kinderen niet of nauwelijks in aanraking kwamen met muziek op school. Veel van
onze gesprekspartners uitten hun zorgen over het gemis aan muzikale belangstelling, kennis en
vaardigheden dat hierdoor bij jongvolwassenen is ontstaan. Bij het enthousiasmeren van nieuw
publiek moeten zij from scratch beginnen; dit geldt met name voor genres die kinderen niet via
streaming en media leren kennen, zoals klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek, jazz,
wereldmuziek en avant-gardistische vormen van pop.
Een ander project dat navolging verdient is ‘Ieder Kind een Instrument’ van Stichting
Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR), dat leerlingen aan basisscholen in de omgeving van
Rotterdam langere tijd de gelegenheid biedt een instrument te leren bespelen en samen muziek
te maken. In het lopende schooljaar doen zo’n dertig scholen hieraan mee; er zijn
65 muziekdocenten aan verbonden. Ook in andere steden komt dit programma inmiddels van de
grond, zoals in Haarlem en Zwolle.
                                                                                                  62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Concerten en educatiemateriaal
Kinderen komen voor een groot deel ook in aanraking met muziekaanbod via scholen; zo’n
50 procent van het muziekaanbod voor de jeugd wordt voor (en soms op) scholen
getoond. [ 17 ]In 2015 gaven de rijksgesubsidieerde orkesten 31 procent van hun uitvoeringen voor
het primair en voortgezet onderwijs. [ 18 ] Daarnaast is er ook ander aanbod, zoals de rijdende
concertzaal Classic Express van het door het Fonds voor Cultuurparticipatie ondersteunde
Prinses Christina Concours, waarin getalenteerde jonge musici (klassiek en jazz) met een tot
concertzaal omgebouwde vrachtwagen langs scholen gaan. Ook het landelijke digitale
muziekeducatieprogramma van Het Concertgebouw Amsterdam, ‘Kazoo’, is het vermelden
waard (inmiddels geïntegreerd met 123ZING).
Door het ontbreken van kennis over muziekeducatie in het primair en voortgezet onderwijs ligt
ook de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van muziekeducatief materiaal voor een groot
deel bij de muzieksector zelf. De orkesten in de BIS ontwikkelen allemaal doorlopende leerlijnen
voor kinderen en andere doelgroepen; zo ontwierp het Residentie Orkest speciale programma’s
voor senioren en voor kansarme jongeren. Door materiaal online beschikbaar te stellen, kunnen
scholen in het hele land er gebruik van maken; een mooi voorbeeld is de componeertool ‘Ik
Componeer’ van het Metropole Orkest. Ook veel andere partijen ontwikkelen online lesmateriaal
of programma’s die scholen op aanvraag kunnen boeken, zoals ‘Ukelele in de Klas’, de apps rond
klassieke muziekstukken van uitgeverij Follow a Muse, ‘DoReMixMax’ (een initiatief van
antropoloog-muzikant Miranda van der Spek dat kinderen de geschiedenis van de slavernij
bijbrengt door middel van liedjes) en ‘Wij maken samen muziek’, waarbij kinderen leren
componeren en improviseren. [ 19 ]
Hoewel professionals in alle genres zijn doordrongen van het belang van goede educatie, zijn
veel organisaties organisatorisch en financieel onvoldoende toegerust om hieraan een structureel
aandeel te kunnen leveren.
Een bijkomend probleem is dat scholen maar een zeer beperkt budget per leerling beschikbaar
hebben om aan cultuur te besteden. In 2014 was het jaarlijkse budget van het Rijk, gemeenten en
provincies samen gemiddeld 51 euro per leerling in het primair onderwijs en 12 euro per leerling
in het voortgezet onderwijs – bedoeld voor alle vormen van cultuur. [ 20 ] Bovendien hebben
docenten weinig tijd om het bestaande cultuuraanbod te inventariseren en organiseren. Vanuit
de landelijke regeling ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ worden daarom intermediairs ingezet (in
Noord-Brabant bijvoorbeeld via De Cultuur Loper) die scholen helpen hun
cultuureducatiecurriculum verder te ontwikkelen en hun relatie met de culturele omgeving te
versterken. In het kader van deze regeling werken scholen vooral samen met kleinere partners in
de regio. De educatieprogramma’s van rijksgesubsidieerde instellingen zijn in de praktijk voor
veel scholen te duur.
Muziekscholen
Van oudsher kunnen kinderen (en volwassenen) om een muziekinstrument te leren spelen
terecht bij een plaatselijke muziekschool. Daarin is de afgelopen jaren verandering gekomen.
Door bezuinigingen bij gemeenten daalde tussen 2007 en 2014 het aantal scholen waar kinderen
muziekles kunnen volgen met 45 procent. [ 21] Het aantal kinderen dat muziekles volgt op een
muziekschool liep met 29 procent terug. Muziekles loopt nu voornamelijk via zelfstandige
docenten, en daarnaast zouden tutorials op YouTube geliefde leermeesters zijn. [ 22]
                                                                                                  63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Schoolgaande kinderen die les volgen op een muziekschool
(in aantallen x 1.000)
Bron: Cultuurconnectie, 2014
Schoolgaande kinderen die les volgen op een muziekschool
(in percentages)
Bron: CBS, Cultuurconnectie, 2014 [ 23 ]
Omdat lessen aan muziekscholen voor een groot deel (indirect) gefinancierd worden door
gemeenten, is met het verdwijnen van deze voorzieningen ook de betaalbaarheid van
buitenschoolse, individuele muziekles onder druk komen te staan; in gemeenten zonder
muziekschool zijn leerlingen aangewezen op ongesubsidieerde privélessen, die niet iedereen zich
kan veroorloven. [ 24] In 142 van de 390 gemeenten wordt dit opgevangen door bijdragen uit het
publiek-private Jeugdcultuurfonds. In sommige gevallen hebben muziekdocenten de scholen
zelfstandig kunnen voortzetten; de Bachschool in Soest is daar een voorbeeld van. In andere
gemeenten ontstonden nieuwe initiatieven, zoals Het Leerorkest in Amsterdam; een initiatief op
basisscholen dat inmiddels uit dertig leerorkesten bestaat en ook in andere steden navolging
heeft gekregen. Dit laat onverlet dat de afname van het aantal gesubsidieerde muziekscholen een
flink gat heeft geslagen in de mogelijkheden voor muziekonderwijs voor kinderen en
volwassenen.
                                                                                                64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Met betrekking tot de nog bestaande muziekscholen is een veelgehoorde klacht dat leerlingen er
enkel nog traditionele instrumenten leren bespelen (piano, viool, klarinet, gitaar …), maar dat er
nog relatief weinig plekken zijn waar kinderen kunnen kennismaken met instrumenten waar de
hedendaagse muziekpraktijk daarnaast ook om vraagt: de draaitafel, de drumcomputer, of
Arabische instrumenten zoals de ud of de tarr. Een veel aangehaalde uitzondering is het Aslan
Muziekcentrum in Amsterdam, dat naast dwarsfluit-, viool-, gitaar- en drumles onder andere
lessen in ney, darbuka, saz en ud aanbiedt. Een onderzoek naar de diversiteit in het
muziekonderwijs en de representatie van de verschillende muziekgenres daarbinnen lijkt ons
raadzaam om te bekijken in hoeverre het aanbod van muziekscholen kansen biedt voor iedere
potentiële (amateur)musicus in spe.
Amateurbeoefening
Kinderen en jongeren die muziekles volgen, beoefenen hun instrument ook dikwijls in
ensemblevorm. Een eigen inventarisatie leverde zo’n zestig zelfstandige jeugdstrijkorkesten en -
symfonieorkesten op, variërend van het Britten Jeugd Strijkorkest in Zwolle en het Drechtsteden
Jeugd Orkest in Dordrecht tot een grote organisatie als de Nationale JeugdOrkesten Nederland
(dit jaar ontstaan uit een fusie van NJO en JON). Hier ontwikkelen kinderen en jongeren in
verenigingsverband hun muzikale vaardigheden. De organisatie van veel van deze orkesten ligt
bij vrijwilligers; financiering komt uit een mix van concertinkomsten, contributie, particuliere
giften, sponsoring en bijdragen van gemeenten. Daarnaast wordt een aantal orkesten met een
talentontwikkelingsfunctie ondersteund door het Fonds voor Cultuurparticipatie, zoals de
Nationale JeugdOrkesten Nederland en het Ricciotti ensemble. Vanaf hier kan jong talent
doorstromen naar kunstvakopleidingen.
Ook volwassenen houden zich in hun vrije tijd vaak bezig met muziek. Terwijl het aantal
muziekscholen afneemt, tekent zich een toename af van Nederlanders die in hun vrije tijd zingen
of een instrument bespelen; respectievelijk 23 en 20 procent. [ 25 ] In Europees verband scoort
Nederland hier hoog; er zingen anderhalf keer zoveel mensen als gemiddeld in Europa, en twee
keer zoveel mensen bespelen een muziekinstrument. [ 26 ]
In de keuze voor genres door jongeren blijkt opleidingsniveau sterk bepalend; slechts 2 procent
van de jongeren die meedoen aan klassieke participatietrajecten heeft een vmbo- of mbo-niveau,
6 procent heeft een havoniveau en 93 procent is opgeleid op vwo-, hbo- of universitair niveau.
Alleen urban kunstvormen trekken jongeren uit alle opleidingsniveaus aan.
                                                                                                   65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Deelname aan muziekgenres naar opleidingsniveau
(in percentages)
Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam en Bureau ART, 2017
Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen
Aan overheden en fondsen
– Hanteer bij het ontwerpen en aanpassen van subsidieregelingen een ruimer begrip van de
    activiteiten van musici en producerende muziekinstellingen als orkesten en ensembles door
    ook hun maatschappelijke voetafdruk in ogenschouw te nemen. Faciliteer naast concerten
    ook activiteiten op het gebied van educatie, publieksvergroting en -diversiteit, participatie,
    samenwerking met scholen en partnerschappen met andere domeinen, zoals het
    bedrijfsleven of de wetenschap. Hier ligt een kans om in regionale samenhang beleid te
    ontwikkelen (op de schaal van stedelijke regio’s).
Aan producerende en presenterende instellingen
– Stel integrale activiteitenplannen op, waarbij concerten en inspanningen op het gebied van
    marketing, educatie, participatie, talentontwikkeling, experiment, beheer en behoud,
    digitalisering en onderzoek gezamenlijk het gekozen profiel en het muziekklimaat in de
    omgeving dienen. Breng je artistieke, maatschappelijke en economische voetafdruk in kaart.
Aanbevelingen ter bevordering van diversiteit
Aan overheden en fondsen
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende en presenterende instellingen
    afspraken over het diversifiëren van het publiek, opdat het publiek een betere afspiegeling
    gaat vormen van de bevolking in het speelgebied. Pas hierbij maatwerk toe: een orkest in een
    provincie met veel krimpgemeenten staat hier voor een andere uitdaging dan een ensemble
    in een grootstedelijke omgeving.
                                                                                                   66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>– Maak het muziekaanbod op landelijk en regionaal niveau aantrekkelijker voor alle
  Nederlanders, door meer genres te ondersteunen en meer Nederlanders in aanraking te
  brengen met het muziekaanbod.
Aan producerende en presenterende instellingen
– Breng beter in kaart wie je potentiële publiek is en onderzoek hoe je dit kunt bereiken. Ga
  door met het onderzoeken van alternatieve concertformules, nieuwe settings en doe
  publieksonderzoek gericht op het diversifiëren van je publiek.
– Werk samen met culturele, maatschappelijke en economische partners om je voetafdruk in je
  omgeving of je speelgebied te vergroten.
– Wissel gegevens over publieksgroepen en publieksbereik onderling uit en span je als
  producerende en presenterende instelling gezamenlijk in voor het vergroten, verbreden en
  behouden van je publiek.
Aanbevelingen ter bevordering van muziekeducatie
Aan overheden en fondsen
– Voorzie in muziekeducatie en plekken voor muziekonderwijs voor alle kinderen, van alle
  mogelijke achtergronden, uit elke sociale en economische klasse. Besteed hierbij in het
  bijzonder aandacht aan muziekonderwijs voor groepen die dit zich financieel moeilijker
  kunnen veroorloven en voor leerlingen vanuit andere culturele achtergronden.
– Bekijk bij het inrichten van regionaal en lokaal cultuurbeleid hoe muziekles voor kinderen,
  maar ook voor volwassenen, hierin kan worden opgenomen; hetzij door organisaties uit te
  rusten met een budget om dit te organiseren, hetzij door muziekscholen weer op te nemen in
  het bestel.
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende en presenterende instellingen
  afspraken over educatieve activiteiten en activiteiten op het gebied van participatie.
Aan producerende instellingen
– Treed in contact met scholen in het primair en voortgezet onderwijs over het ontwikkelen van
  doorlopende leerlijnen muziek en bekijk hoe deze vast onderdeel kunnen gaan vormen van de
  curricula van scholen.
                                                                                               67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>  1
Mas-Herrero e.a., 2014.
  2
CBS, 2017.
  3
VNPF, 2017.
  4
VSCD, 2017.
  5
Respons, 2017. Deze monitor telt alleen festivals met ten minste 3.000
bezoekers.
  6
ING Economisch Bureau, 2017; Doeland, 2017.
  7
SCP, 2016. Veel mensen bezoeken meerdere genres.
  8
Het geschatte aantal bezoeken is afgeleid van de door SCP genoemde
bezoekfrequenties, gebaseerd op de inschatting dat 15,8 miljoen Nederlanders in
2014 6 jaar en ouder zijn (bron: CBS). Deze cijfers zijn indicaties, bedoeld om
een indruk te geven.
  9
SCP, 2012.
  10
SCP, 2016.
  11
Onze indruk is dat veel organisaties zich committeren aan de code, maar deze te
weinig aangrijpen om hun praktijk op het gebied van programmering, publiek,
personeel en partners te veranderen.
  12
Raad voor Cultuur, 2010.
  13
Berenschot, 2011.
  14
Commissie Nederlandse Beroepsorkesten, 2014.
  15
Stichting Méér Muziek in de Klas, 2017.
  16
Het totale aantal basisscholen in Nederland bedroeg in 2016 6.347 (bron:
Onderwijscijfers.nl); hiervan wordt dus al 8,5 procent ondersteund door Méér
Muziek in de Klas.
  17
OCW, 2016.
  18
OCW, 2016.
  19
Op de website van het LKCA staat een volledig overzicht van het aanbod.
  20
Cebeon, 2014.
  21
CBS, 2016.
  22
LKCA, 2015.
                                                                                68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>  23
Schatting op basis van gegevens van het CBS (geraadpleegd september 2017)
over de bevolkingsgrootte in de groep 5 t/m 17 jaar in combinatie met gegevens
van Cultuurconnectie 2014.
  24
Over de jaren 1991 – 2007 kwamen de baten van deze instellingen voor
gemiddeld 66 procent uit subsidie (CBS, 2016).
  25
SCP, 2016.
  26
SCP, 2012.
                                                                               69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>        Sectoradviezen / Muziek / De muzieksector vanuit economisch perspectief
         De muzieksector vanuit
         economisch perspectief
In dit hoofdstuk beschouwen we de Nederlandse muzieksector vanuit een economisch
perspectief. We evalueren de financieringsstromen die gemoeid zijn met muziek:
overheidsinvesteringen, private investeringen en sponsoring, en publieksinkomsten. Daarnaast
werpen we een blik op de arbeidsmarkt voor livemuziek en opgenomen muziek en bespreken we
enkele knelpunten die we daar signaleren. We beëindigen het hoofdstuk met een aantal
aanbevelingen om de economische positie van muziekprofessionals en -instellingen de komende
jaren te versterken.
Financieringsstromen vanuit de overheid
De productie en distributie van muziek wordt door het ministerie van OCW via zes kanalen
ondersteund: de culturele basisinfrastructuur van het Rijk, de mediabegroting, het Fonds
Podiumkunsten, het Fonds voor Cultuurparticipatie en, in beperkte mate, het Fonds voor
Creatieve Industrie en het Filmfonds. [ 1 ] Daarnaast worden er vanuit het ministerie van Defensie
acht muziekkorpsen gefinancierd. Ook provincies en gemeenten trekken geld uit voor muziek,
onder meer voor podia maar ook voor producerende instellingen. De exacte omvang van de
provinciale en gemeentelijke bijdrage aan het Nederlandse muziekleven laat zich lastig
becijferen, onder andere omdat er nauwelijks afstemming plaatsvindt tussen deze overheden en
het Rijk en deze gegevens niet centraal worden verzameld. De landelijke geldstroom laat zich iets
beter in kaart brengen; zie hieronder.
                                                                                                   70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Geldstromen naar muziek vanuit de rijksoverheid
Meerjarige muzieksubsidies Rijksoverheid 2017 – 2020 naar genre [ 2 ]
(in aantallen, cirkelgrootte in miljoenen euro’s)
Bron: eigen dataverzameling
                                                                      71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Meerjarige muzieksubsidies Rijksoverheid naar bron
(in miljoenen euro’s)
Bron: eigen dataverzameling [ 3 ]
Hieronder evalueren we de belangrijkste vormen van rijksfinanciering voor professionele
muziek.
Culturele basisinfrastructuur
Op dit moment maken negen symfonische orkesten en één orkest voor pop- en jazzmuziek deel
uit van de culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020. Zeven symfonieorkesten hebben als
kerntaak symfonisch aanbod te verzorgen met een breed repertoire in het eigen
verzorgingsgebied, en minimaal eens per jaar ‘om niet’ te spelen in een operaproductie: in
landsdeel Noord het Noord Nederlands Orkest, in landsdeel Oost het Orkest van het Oosten en
Het Gelders Orkest, in landsdeel Zuid philharmonie zuidnederland, in Amsterdam het
Koninklijk Concertgebouworkest, in Den Haag het Residentie Orkest en in Rotterdam het
Rotterdams Philharmonisch Orkest. [ 4 ] Eén orkest richt zich primair op operabegeleiding maar
geeft ook eigen concerten (Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamer Orkest) en
één orkest richt zich specifiek op dansbegeleiding (Het Balletorkest). Hoewel de raad al langer
aandringt op een diversifiëring van genres die directe steun van het Rijk krijgen, is er pas sinds
2017 een orkest met een aanbod van pop- en jazzmuziek in de BIS opgenomen: het Metropole
Orkest, dat eerder als omroepensemble werd gefinancierd vanuit de Mediabegroting. De negen
klassieke symfonische orkesten in de BIS ontvangen gezamenlijk ruim 48 miljoen euro subsidie.
Het orkest voor pop- en jazzmuziek ontvangt 3 miljoen euro subsidie.
Hoewel we in dit advies onze zorgen uitspreken over de verhouding tussen de
verantwoordelijkheid die het Rijk neemt voor symfonische muziek enerzijds en voor overige
muziek anderzijds, willen we niet de valse schijn wekken dat de symfonische muziekorganisaties
in Nederland ruim in hun jas zitten. Per 2013 werd er 12 miljoen euro (20 procent) bezuinigd op
de orkesten, waardoor de afgelopen subsidieperiode noodgedwongen vooral in het teken stond
van inkomstenvergaring en kostenbeheersing. Sommige orkesten kozen voor minder
speelplekken, vijf orkesten reduceerden de contracten van hun musici tot 50 à 70 procent. Dat
zijn zorgelijke ontwikkelingen voor veel musici en organisaties, volgend op enkele decennia van
overheidsbezuinigingen op de orkesten. Bovendien lijken de beschikbare orkestsubsidies
                                                                                                   72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>onevenwichtig verdeeld; ze zijn niet gerelateerd aan de omvang, het bereik, de cofinanciering of
de eigen inkomsten van de orkesten. Bij een herinrichting van het bestel zal in hoge mate
rekening moeten worden gehouden met deze factoren.
En er is meer aan de hand. Zoals we hebben gezien in ‘De muzieksector vanuit maatschappelijk
perspectief’ nemen de orkesten een steeds grotere verantwoordelijkheid in het muzikale leven in
hun eigen stad of regio. De huidige verantwoordingssystematiek van het ministerie van OCW
kijkt echter nog vooral naar de taak om concerten te geven; prestaties worden afgemeten aan
behaalde bezoekersaantallen en eigen inkomsten. Dit gaat naar ons idee uit van een beperkende
visie op wat het orkest vandaag de dag kan zijn, en belemmert eerder de functie die het orkest
kan spelen in zijn culturele en maatschappelijke omgeving dan dat het die faciliteert.
Vanzelfsprekend is het geven van concerten een hoofdtaak van een orkest, maar dit gaat niet
zonder zich te verbinden aan een bredere humuslaag: een divers publiek van trouwe bezoekers
én nieuwe aanwas, aanwezig talent in de regio en andere kunstinstellingen.
Aan de orkesten in het oosten van het land heeft de minister in 2016 naar aanleiding van een
advies van de raad gevraagd een gezamenlijk plan te ontwikkelen voor een symfonische
muziekvoorziening. [ 5 ] Zo’n voorziening, of ‘muziekhuis’, kan de vorm aannemen die past binnen
de vestigingsregio, in samenhang met andere podiumkunstproducenten, podia, festivals,
muziekscholen, culturele centra, maatschappelijke partners en het amateurveld, en bovendien in
afstemming met lokale, regionale en landelijke financiers. Een dergelijke organisatie, met een
vast aantal musici en met tentakels tot diep in het muziekleven van de eigen (omvangrijke) regio,
kan van grote waarde zijn, zowel voor het koesteren van ons muzikale erfgoed als voor het
vernieuwen van de muziekpraktijk. Hier ligt naar ons idee ook een kans om op een nieuwe
manier te kijken naar de aard van het partnerschap dat het Rijk, andere overheden en zo’n
muziekvoorziening met elkaar willen en kunnen aangaan. Door een bredere taak overeen te
komen dan alleen het spelen van klassieke symfonische concerten ontstaat naar verwachting
meer ruimte voor innovatie, voor maatschappelijke inbedding, voor bijdragen aan educatie en,
niet in de laatste plaats, voor de musicus (waarover meer in ‘Arbeidsmarkt’). Zo zouden ook de
subsidierelaties met andere orkesten opnieuw moeten worden bezien, waarbij elk orkest kan
worden ondersteund bij het realiseren en versterken van zijn eigen kenmerkende profiel.
In ‘Naar een integrale, inclusieve visie op muziek’ hebben we al de cultuurpolitieke doelen
omschreven die de raad recentelijk heeft geformuleerd. De hierboven geschetste
benaderingswijze van orkesten sluit naar ons idee beter aan bij deze doelen dan de huidige
financieringsafspraken. Zo beantwoordt een nieuwe omgang met orkesten aan de noodzaak om
als Rijksoverheid te zorgen voor een pluriform aanbod en voor een muziekklimaat waarvan elke
inwoner van Nederland kan genieten. Niet iedereen bezoekt met regelmaat een symfonisch
concert, maar met een breder pakket aan activiteiten, van binnen- en buitenschoolse educatie tot
concerten in alternatieve settings voor een nieuw publiek, kunnen deze muziekvoorzieningen
hun bereik vele malen vergroten. Juist omdat het er met de muziekeducatie zorgwekkend
voorstaat, zoals we hebben laten zien in ‘De muzieksector vanuit maatschappelijk perspectief’,
ligt hier een kans voor de orkesten.
Een derde punt dat we hier onder de aandacht willen brengen, is het gebrek aan afstemming
tussen het Rijk en provinciale en gemeentelijke overheden in hun steun aan de orkesten. In de
jaren ’80 kwamen het Rijk, provincies en gemeenten overeen dat het Rijk de aanbodkant van de
muziek voor zijn rekening zou nemen, de gemeenten de afnamekant en de provincies de
provinciale voorzieningen. Uitzonderingen golden voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en
Den Haag, die elk substantiële bijdragen zouden leveren aan ‘hun’ orkest. Deze convenanten uit
de jaren ’80 lijken door overheden in het noorden en westen van het land stilzwijgend verlengd
te zijn, terwijl in het oosten en zuiden van het land gemeenten en provincies inmiddels zijn gaan
meebetalen. Daarbij valt op dat verschillende overheden uiteenlopende prestatieafspraken
maken en uiteenlopende verwachtingen koesteren jegens ‘hun’ orkesten. Hoe dit snel tot
problemen kan leiden, bleek onlangs uit de beslissing van de provincie Noord-Brabant om
                                                                                                  73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>tijdens de kunstenplanperiode 2017 – 2020 haar bijdrage aan philharmonie zuidnederland met
25 procent terug te brengen, juist nadat dit orkest een nieuw toekomstplan met de verschillende
overheden had gedeeld. Door de beslissing van een van de vijf subsidiërende overheden moest
het orkest met de vier andere opnieuw aan tafel om de haalbaarheid van de prestatie-eisen
opnieuw te bezien. [ 6]
Wij pleiten in dit advies daarom nadrukkelijk voor een betere afstemming van
verantwoordelijkheden tussen het Rijk, provincies en gemeenten (stedelijke regio’s), die het
muzikale aanbod en de betekenis van de symfonische orkesten voor hun regio ten goede zal
komen. Niet altijd zal het gaan om meer budget; wel kunnen prestatieafspraken beter worden
afgestemd op elk specifiek orkest en kan de vraag naar de betekenis van een orkest binnen het
muziekbeleid per orkest worden beantwoord. Door op deze manier meer maatwerk te creëren,
kan de betekenis van een orkest binnen zijn omgeving – zijn regionale, maar soms ook zeker zijn
landelijke en internationale omgeving – alleen maar toenemen. Het ene orkest wordt gevraagd
zich te verhouden tot de bevolking in een krimpregio, het andere heeft te maken met een
multiculturele grootstedelijke maatschappij. Het ene orkest vervult een belangrijke functie voor
de regionale amateursector, bij het andere staat eerder het organiseren van educatieve trajecten
voor scholen centraal. Door beter te kijken naar de mogelijke functies binnen de eigen omgeving
en die beter op elkaar af te stemmen dan nu het geval is, kan een veel veelkleuriger
orkestenlandschap ontstaan, waarbij we ons ook kunnen voorstellen dat het ene orkest zich
ontwikkelt tot breder muziekhuis, het andere meer populaire klassieke muziek tot zijn kernpunt
maakt, en het volgende ervoor kiest zich te blijven specialiseren in de symfonische klassieke
canon. Er kan naar ons idee een veel diverser landschap ontstaan als we niet meer zullen spreken
over ‘de orkesten’, die allemaal voor dezelfde opdracht staan, maar over negen onderscheidende
muziekinstellingen met een eigen karakter, die zich bewust verhouden tot de muzikale
infrastructuur in hun omgeving en die hun verantwoordelijkheid nemen om de daar aanwezige
bevolking met hun werk aan te spreken.
Ten slotte zal uit voorgaande hoofdstukken al duidelijk zijn geworden dat de BIS, zoals die nu is
ingericht, ons te beperkt schijnt. Met de huidige rijkdom aan muziek in Nederland, waar op hoog
niveau gemusiceerd wordt door orkesten, koren, ensembles, bands en soloartiesten in alle
mogelijke genres, is het niet langer verdedigbaar dat alleen het symfonische orkest (vanwege zijn
historische belang of zijn grote omvang) een plaats heeft in de culturele basisinfrastructuur van
ons land. Naast bovenstaand pleidooi om de orkesten te begeleiden in hun ontwikkeling tot
maatschappelijk ingebedde muziekhuizen met een veel bredere muzikale taak, roepen we de
minister op de mogelijkheden te bekijken om ook enkele middelgrote of grote ensembles
rechtstreeks vanuit het Rijk te ondersteunen, evenals enkele productiehuizen en festivals of
platforms in de volle breedte van de muziek. Hierop komen we in de ‘Hoofdaanbevelingen’ terug.
Mediabegroting en muziek bij de publieke omroep
Ten aanzien van de bovengenoemde noodzakelijke herijking van het landelijke muziekbestel
vragen we ook aandacht voor de plek van de twee ensembles die sinds 2013 deel uitmaken van de
Stichting Omroep Muziek (SOM): het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor.
Deze ensembles staan van oudsher in functie van het kunst- en cultuurbeleid van de Nederlandse
Publieke Omroep, maar al vaker is de vraag gesteld of de gekozen structuur nog wel passend is in
het landelijke muziekklimaat, en of deze ensembles zelf hier nog wel mee gediend zijn.
Tot 2013 maakten de twee ensembles samen met het Metropole Orkest, de Radio Kamer
Filharmonie, de Muziekbibliotheek van de Omroep en de afdeling MCO Educatie onderdeel uit
van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO). Als gevolg van de bezuinigingen per 2013
werden de Radio Kamer Filharmonie en de Muziekbibliotheek opgeheven; het Metropole Orkest
maakt na een tussenperiode in 2013 – 2016 sinds januari 2017 deel uit van de BIS. [ 7 ] Bij de
publieke omroep bleef met de SOM een sterk afgeslankte organisatie over, bestaande uit het
programmerend en producerend team van de NPO-concertseries, het Radio Filharmonisch
                                                                                                  74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Orkest en het Groot Omroepkoor. Mediapartners zijn de NTR en AVROTROS; concerten worden
live uitgezonden op NPO Radio 4 en vooral gespeeld in het Koninklijk Concertgebouw in
Amsterdam en TivoliVredenburg in Utrecht.
De organisatie zit in financiële zin ‘op de korst’, onder andere ook als gevolg van de stijging van
de autonome salariskosten, afgezet tegen een geringe prijsindexering. Bovendien bewegen de
BIS-orkesten en de SOM-ensembles zich op ongelijke speelvelden, wat hier en daar wrijving
oplevert. De SOM-ensembles zijn niet gebonden aan de eigen-inkomstennorm van 23,5 procent,
maar het ontbreekt deze ensembles ook aan de mogelijkheid om eigen inkomsten te vergaren ter
verruiming van hun exploitatie. Dit maakt het onder andere lastig om activiteiten te ontwikkelen
die ten dienste staan van publieksbinding en -educatie, of om een subsidierelatie aan te gaan met
een gemeente of provincie.
Om bovenstaande redenen adviseren wij de taak, inhoud en organisatorische plaats van de
SOM-ensembles de komende periode nader te onderzoeken, met inbegrip van de budgettaire
aspecten, en in verhouding tot de orkesten in de BIS. Daarbij is het belangrijk de continuïteit van
deze ensembles te waarborgen; de kwaliteit van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot
Omroepkoor wordt breed erkend.
Het zou goed zijn om hierin ook de mogelijke rol te onderzoeken voor Nederlandse jazz-, pop-,
wereld- en urban spelers. Het muziekaanbod van NPO Radio spitst zich nu vooral toe op
opgenomen populaire muziek, terwijl alleen NPO Radio 4 eigen opnamen van (klassieke)
concerten en consertseries laat horen – van zowel de omroepensembles als van andere
rijksgefinancierde orkesten en ensembles. Voor het onderscheidende karakter van de omroep
zou NPO Radio er goed aan doen zijn luisteraars te bedienen met een ruimer palet aan
bijzondere muzikale uitingen. Dit zou ook kunnen aansluiten bij enkele speerpunten die de NPO
voor televisie heeft vastgesteld, zoals expressie, samenleving, kennis en amusement. De
toezegging van de netmanager van NPO Radio 2 tijdens de Buma NL Conferentie op
2 oktober 2017 om te streven naar minimaal 25 procent Nederlandse muziek in zijn
programmering is wat dat betreft hoopgevend. Het zou van een grote muzikale meerwaarde zijn
om daartoe ook meer eigen opnamen van concerten uit te zenden.
Fonds Podiumkunsten
Het Fonds Podiumkunsten vervult de opdracht om naast de BIS een samenhangend pakket aan
subsidieregelingen te bieden, waarmee kwalitatief hoogwaardig aanbod kan worden ontwikkeld
met een zo groot mogelijk maatschappelijk bereik. Dit pakket bevat enkele meerjarige subsidies
voor producerende instellingen en festivals, en daarnaast projectsubsidies,
programmeringsregelingen en mogelijkheden voor talentontwikkeling. Belangrijke kernwaarden
in al deze vormen van ondersteuning zijn dynamiek en doorstroming; het FPK stimuleert
hiermee artistieke innovatie, waar de markt daar niet altijd ruimte voor laat.
Met betrekking tot de meerjarige activiteitensubsidies staat het FPK voor de opdracht om
aanbod te ondersteunen dat complementair is aan wat in de BIS en in de ongesubsidieerde
(vrije) sector gebeurt. Hier gaat het, anders dan in de BIS, niet om het invullen van functies maar
om het honoreren van producerende instellingen en festivals met een eigen artistieke signatuur.
Hieronder werpen we een blik op enkele regelingen van het FPK.
Meerjarige activiteitensubsidies voor producerende instellingen
Op dit moment ondersteunt het Fonds Podiumkunsten 29 ensembles meerjarig voor een bedrag
van 8,2 miljoen euro per jaar. De druk op het totale meerjarige FPK-budget voor muziek is groot;
nog eens zestien organisaties dienden een aanvraag in maar kregen een negatief subsidieadvies.
Van de gehonoreerde groep ensembles kregen er elf de subsidie aanvankelijk slechts voor een
jaar toegekend. Zij kwamen na beoordeling door het FPK terecht op de zogenaamde ‘B-lijst’: een
groep producerende instellingen waarvan de aanvraag positief was beoordeeld, maar waarvoor
                                                                                                    75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>het budget ontoereikend was. Aanvankelijk werden deze instellingen door een eenmalige impuls
van toenmalig minister Bussemaker alsnog voor één jaar ondersteund. Op 10 november 2017
maakte minister Van Engelshoven bekend 9 miljoen euro vrij te maken om hun subsidiëring in
de periode 2018 – 2020 te kunnen continueren. Dit besluit draagt sterk bij aan de variëteit aan
landelijk gesubsidieerde genres: onder de elf instellingen op de B-lijst zijn vijf jazz- en
improvisatie-ensembles en een popgroep, waarmee in totaal 39 procent van de ensembles anders
dan klassieke muziek produceren.
De ensembles hebben de afgelopen vijf jaar hun plek en bewegingsruimte in het
rijksgesubsidieerde muziekaanbod stevig zien slinken. In 2009 – 2012 ontvingen 33 ensembles
meerjarige subsidie van het FPK, voor een totaalbedrag van 10,6 miljoen euro per jaar. Als
gevolg van de bezuinigingen onder staatssecretaris Halbe Zijlstra zag het FPK zich genoodzaakt
hun aantal per 2013 met bijna de helft terug te brengen tot zeventien, waarmee een totaalbedrag
van 5,8 miljoen euro per jaar was gemoeid. [ 8 ] Tegelijkertijd verving het FPK, om met minder
geld toch nog een substantieel deel van het podiumkunstenveld te kunnen ondersteunen, het
oude systeem van tekortfinanciering voor een systeem waarin normbedragen gingen gelden voor
objectief meetbare prestaties.
Dit laatste hebben de ensembles als een beperking van hun vrijheden ervaren; uit gesprekken
met vertegenwoordigers van de ensemblesector komt naar voren dat zij zich door de hoge eisen
belemmerd voelen in het nemen van artistieke risico’s en dat zij de productiedruk te hoog
vinden; alles draait om het geven van zoveel mogelijk concerten en daaraan gerelateerd het
ontwikkelen van zoveel mogelijk programma’s. Dit laatste hangt vooral samen met het feit dat
gesubsidieerde ensembles steeds meer moeite hebben om hun concerten af te zetten bij zalen,
waardoor ze om hun speelbeurten te halen een relatief hoog aantal programma’s moeten
ontwikkelen. Langere tournees van één programma, die de ensembles meer rust zouden kunnen
geven, lijken niet meer reëel. Het FPK en de ensembles zijn met elkaar in gesprek, ook met de
zalen, om te zien hoe de afname van hun artistiek hoogstaande aanbod kan worden
gestimuleerd. Dit zou ook bevorderlijk zijn voor de betaling van musici, die nu vaak het
onderspit delven op de begrotingen van de ensembles omdat de productiekosten niet opwegen
tegen de inkomsten – ook al zijn de eigen inkomsten van de ensembles doorgaans hoog; de
NAPK spreekt van gemiddeld 50 tot 70 procent.
Hoewel de meerjarige activiteitenregeling openstaat voor alle genres, vinden in de praktijk
vooral spelers uit de klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek en jazz hier aansluiting.
Dit lijkt vooral op historische gronden gebaseerd; in de popmuziek en de urban muziek is het
niet gebruikelijk om voor subsidiëring aan te kloppen bij de overheid. Ook zien we onder deze
laatstgenoemde groepen andere ondersteuningsbehoeften; zij zijn vooral gebaat bij
subsidieregelingen voor talentontwikkeling, (internationale) tournees en programmering.
Programmeringssubsidies
Halverwege de jaren ’80 ontwikkelde de Stichting Popmuziek Nederland het Podiumplan,
waarbij landelijke subsidies via podia ten goede kwamen aan popmuzikanten. [ 9] Deze regeling
werd in 1990 aangevuld met een Toursupportregeling. Beide subsidievormen maken inmiddels
vast deel uit van het instrumentarium van het FPK; er zijn zes verschillende
programmeringssubsidies (onder andere voor kleinschalige incidentele programmering, voor
popmuziekfestivals en voor incidentele popconcerten) en daarnaast is er een subsidie voor
internationale tournees. Bij deze subsidies gaat de financiering naar het programmerende
podium of festival, dat hiermee een gevarieerder, artistiek hoogstaander programma kan
samenstellen of een nieuw, divers publiek kan aanspreken. De subsidieregelingen voor grotere
podia en festivals zijn voor alle podiumkunsten toegankelijk; de helft van de concertzalen die
worden gesubsidieerd betreft popmuziek. In 2015 trok het FPK zo’n 1 miljoen euro uit voor
poppodia.
                                                                                                76
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Uit een evaluatie van de programmeringsregelingen van het FPK in 2013 bleken de regelingen
effectief voor het bevorderen van experimenteel kwaliteitsaanbod en voor de ontwikkeling van
talent; door de subsidiëring van kleine en grote podia bieden de regelingen een ‘ladder’ voor
veelbelovend talent. [ 10 ] Daarbij droegen de regelingen merkbaar bij aan de verbetering van het
aantal voorstellingen, het aantal bezoekers en de samenstelling van het publiek. Vooral de
muzieksector bleek in hoge mate gebaat bij de subsidies. Als minpunt werd onder andere
aangemerkt dat de bekendheid over de regelingen onder stakeholders als gemeenten en
producerende instellingen nog te wensen overliet, waardoor gemeenten hun podia er niet op
konden wijzen. Dit versterkt opnieuw ons pleidooi voor een integraal, door verschillende
overheidslagen gedragen beleid.
Overige FPK­subsidies
De ‘subsidie nieuwe makers’ die het FPK ontwikkelde voor de begeleiding van talent vindt
relatief weinig haar weg naar muziekprofessionals; van de zeventig ondersteunde nieuwe makers
in de periode 2013 – 2016 kwamen er vijf uit de popmuziek, vier uit de hedendaagse muziek en
twee uit de jazz. Een regeling die juist weer heel goed past bij de muzieksector is het ‘snelloket’;
een subsidie voor Nederlandse voorstellingen en concerten in het buitenland. Deze subsidie is
geschikt voor uitvoerende musici die concerten geven in het buitenland en voor Nederlandse
componisten die zijn uitgenodigd om een uitvoering van het eigen werk in het buitenland bij te
wonen. Ook van de compositiesubsidies, via opdrachten of in de vorm van werkbijdragen, wordt
dankbaar gebruikgemaakt in de sector, van klassieke muziek tot pop, zoals besproken in ‘De
muzieksector vanuit maatschappelijk perspectief’. De meerjarige activiteitensubsidie voor
festivals komt in de periode 2017 – 2020 ten goede aan zestien festivals die (vooral) muziek
programmeren, naast achttien festivals voor theater, dans en muziektheater.
Fonds voor Cultuurparticipatie
Het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) ondersteunt onder andere muziekfestivals en
-initiatieven voor kinderen, jongeren en amateurs, zowel op projectbasis als meerjarig. Hier
vinden ook initiatieven op het gebied van hiphop en urban arts soms middelen. Op dit moment
worden twee popwedstrijden, een klassiek concours, vier klassieke jeugd- en jongerenensembles,
een hafabra-festival en een urban conferentie en festival meerjarig gesubsidieerd.
Omdat urban muziek zich het afgelopen decennium sterk heeft geprofessionaliseerd, en omdat
veel gemeenteloketten en fondsen professionele urban muziekmakers nog altijd doorverwijzen
naar het FCP (of andere regelingen voor amateurmuziek of muziekparticipatie), heeft het FCP
zich de laatste jaren ontpopt tot deskundig fonds op het gebied van urban muziek, met ook
aandacht voor professionele urban initiatieven. De urban sector is hier zeer bij gebaat en wij
juichen deze deskundigheid toe. Tegelijk wijzen we ook andere fondsen en overheden op de
verantwoordelijkheid om in hun beleid aandacht te besteden aan urban muziek.
Gemeentelijke subsidies
De gemeentelijke subsidies voor muziek laten zich, onder andere door het gebrek aan
afstemming, lastiger in kaart brengen, maar duidelijk is dat ze ver uiteenlopen en dat elke
gemeente haar eigen prioriteiten stelt. Hieronder laten we zien hoe de vier grote steden
Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam hun meerjarige budgetten voor muziek verdelen.
In deze vier steden bevindt zich twee derde van de meerjarig gefinancierde instellingen door het
Rijk en het FPK. [ 11 ]
                                                                                                     77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>G4 meerjarig gesubsidieerde muziekinstellingen
(in aantallen, cirkelgrootte in miljoenen euro’s)
Bron: eigen dataverzameling
G4 meerjarig gesubsidieerde muziekinstellingen
(in aantallen)
Bron: eigen dataverzameling
Alternatieve overheidsondersteuning
                                                  78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Bij overheidsondersteuning voor muziek denken we al gauw aan subsidies; gelden die uit de
cultuurbegrotingen van het Rijk en andere overheden worden bekostigd. Er zijn echter ook
andere financieringsvormen waarmee de overheid de muzieksector kan steunen en reeds steunt.
Zo is de dancesector gebaat bij de faciliterende bijdragen die gemeentelijke overheden leveren in
de vorm van vergunningen.
Sommige gemeenten voeren hierop een actief stimulerend beleid, andere zijn terughoudender,
bijvoorbeeld vanuit zorgen over overlast en ordeverstoring. Een goed voorbeeld van actief beleid
zien we in Amsterdam, waar aanvragen voor 24-uursvergunningen worden getoetst door onder
anderen de N8burgemeester en Bureau Broedplaatsen in samenwerking met de afdeling
Openbare Orde en Veiligheid. Hiermee draagt de gemeente niet alleen bij aan het beperken van
overlast – alleen initiatieven buiten het centrum worden toegelaten – maar ook aan het culturele
klimaat in de stad. Op dit moment kent Amsterdam negen bedrijven met een
24-uursvergunning, waarvan vier specifiek voor danceclubs (A’DAM Toren, Radion, De School
en Nachtlab).
De gemeente Groningen is op dit vlak eveneens voortvarend; zij benoemt in haar nota
‘Strategisch evenementenbeleid’ specifiek de waarde van dancefestivals voor de stad en heeft in
het belang van aanvragers een centraal regiepunt ‘Evenementen Management’ ingesteld. Ook
Rotterdam heeft dance sinds zijn coalitieakkoord 2014 – 2018 weer hoog in het vaandel, wat zich
sindsdien vertaalt in een grote toename van het aantal dancefestivals. De stad wees in 2017 een
locatie in het Merwe-Vierhavensgebied aan voor herontwikkeling tot danceclub en
evenementenlocatie.
Private financieringsstromen
Rechtenorganisaties
De muzieksector kan zich behalve op subsidies ook verheugen in de steun van enkele private
financiers. De grootste zijn gelieerd aan de rechtenorganisaties Buma/Stemra (via
dochterorganisatie Buma Cultuur) en Sena. Zo organiseert en financiert Buma Cultuur een groot
aantal conferenties, zoals de Buma Classical Convention, Eurosonic Noorderslag, Injazz, het
Amsterdam Dance Event en zijn urban broertje ADE Beats. Ook bevordert Buma Cultuur de
export van Nederlandse muziek door cofinanciering van het subsidieprogramma Dutch Music
Export en ondersteuning van beursdeelnames. De organisatie ondersteunt bovendien de
ontwikkeling van (pop)talent door het organiseren van de Muzikantendag.
Sena, een rechtenorganisatie voor naburig recht, draagt financieel bij aan festivals, conferenties,
concoursen en talentontwikkelingstrajecten, en ondersteunt muzikanten die in eigen beheer
muziekopnamen willen uitgeven. Ook maakt deze organisatie zich hard voor een
Investeringsfonds Pop. Door begunstigden in geval van succes een deel van de bijdrage te laten
terugstorten, krijgt het fonds een revolving karakter. Sena wil hier de komende drie jaar
300.000 euro per jaar in steken, mits dit bedrag door de Rijksoverheid wordt gematcht. De
organisatie is sinds dit jaar in gesprek met het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie om een
dergelijk investeringsfonds mogelijk vanaf 2018 te realiseren. Uit dit fonds zouden projecten
kunnen worden gefinancierd op het gebied van artist development en innovatie op het kruisvlak
van popmuziek, beeldcultuur en technologie. Het is een ontwikkeling die onze positieve
aandacht heeft, als voorbeeld van hoe publieke en private financiers gezamenlijk kunnen
bijdragen aan creatieve innovatie in de muziek.
Particuliere investeerders
Naast Buma Cultuur en Sena richten enkele particuliere partijen zich op specifieke genres.
Vooral in de dancemuziek nemen particuliere geldschieters veruit de overhand boven andere
financiers. De A’DAM Toren in Amsterdam-Noord, waarin een aantal grote en kleine
muziekorganisaties kantoor houdt en samenwerkt, is ontwikkeld op initiatief van enkele
investeerders uit de dance-industrie, onder wie Duncan Stutterheim van ID&T en Sander Groet
                                                                                                    79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>van Mysteryland en Club AIR. Open House, een start-up-programma dat zich richt op innovatie
in de evenementenindustrie, is geïnitieerd door ID&T en wordt ondersteund door het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat. Stutterheim initieerde daarnaast ook Nachtlab, een
broedplaats voor jonge ondernemers in de Amsterdamse elektronische-muziekscene. Een deel
van het geld dat in de dance-industrie wordt verdiend wordt dus weer opnieuw geïnvesteerd
binnen Nederland: de circulariteit is hier redelijk goed ontwikkeld.
Private fondsen
Ten slotte is er een aantal private fondsen dat al dan niet op reguliere basis investeert in muziek,
zoals Fonds 21, het VSBfonds, het Jeugdcultuurfonds (per 2017 opgegaan in de Stichting
Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds), het Prins Bernhard Cultuurfonds en de VandenEnde
Foundation. Dit laatste fonds verleent onder andere studiebeurzen aan musici en zangers en
draagt bij aan educatieprogramma’s, zoals ‘Méér Muziek in de Klas’. Daarnaast zijn er vele
regionale fondsen die muziek bevorderen, waaronder het Fentener van Vlissingen Fonds in
Utrecht of de Stichting Bevordering van Volkskracht in Rotterdam.
Sponsoring
Een klein segment van de muzieksector is succesvol in het aantrekken van sponsoring. Hier gaat
het doorgaans om evenementen met een grote zichtbaarheid en hoge publieksvolumes, zoals
Robeco SummerNights in Het Concertgebouw Amsterdam, het Heineken-podium op Lowlands,
het Port of Rotterdam North Sea Jazz Festival (sinds 2013 de officiële naam) en de Ziggo Dome
in Amsterdam. Ook op kleinere schaal vindt enige sponsoring plaats. Zo hebben poppodia 013 in
Tilburg en Metropool in Hengelo biermerk Jupiler aan zich verbonden als naamgever van een
podium. Sommige podia beschikken over een businessclub waarin (lokale) bedrijven
participeren, variërend van Het Concertgebouw in Amsterdam tot popzalen als Patronaat in
Haarlem, Atak in Enschede, Gebouw-T in Bergen op Zoom en Hedon in Zwolle. Over de hele line
speelt sponsoring voor podia en festivals echter maar een kleine rol. Dat blijkt onder andere uit
cijfers van de VNPF: de hierbij aangesloten poppodia haalden in 2016 1,8 procent van hun omzet
uit sponsoring, de popfestivals 5 procent. [ 12 ]
Voor producerende instellingen en onafhankelijke muziekkunstenaars blijkt het nog een stuk
lastiger om duurzame relaties aan te gaan met sponsoren. De BIS-orkesten hebben door hun
uitstraling en publieksvolume nog enige aanknopingspunten voor sponsoring, al is ook hier de
markt lastig; deze orkesten haalden in 2015 gemiddeld 6,5 procent van hun omzet uit sponsoring
en schenkingen. [ 13 ] Voor andere muziekgroepen lijkt het nagenoeg onmogelijk om sponsoren
aan zich te binden. Zelfs een succesvol, internationaal opererend ensemble met een trouwe
aanhang als Calefax verwachtte in 2016, blijkens zijn jaarrekening, niet meer dan 2,5 procent van
zijn omzet uit sponsoring te halen. Het is niet ongebruikelijk dat ensembles een
vriendenvereniging oprichten, maar dit levert doorgaans weinig inkomsten op, terwijl de
relatieopbouw en het -beheer veel tijd kosten.
Voor de toekomst zou het een goed idee zijn om alternatieve financieringsmodellen van kunst in
het algemeen en muziek in het bijzonder nader te onderzoeken, bijvoorbeeld in samenwerking
met het kenniscentrum Cultuur+Ondernemen. Deze organisatie steunt culturele organisaties en
kunstenaars bij het behalen van meer rendement uit hun activiteiten en werkt nauw samen met
overheden en fondsen om het effect van hun cultuurbeleid en -investeringen te vergroten.
Publieksinkomsten
Binnenlandse publieksinkomsten
De publieksinkomsten voor muziek komen gedeeltelijk ten goede aan producerende instellingen
en uitvoerende musici, en vloeien gedeeltelijk naar de presenterende podia en festivals.
Afspraken over de opbrengsten uit kaartverkoop verschillen per podium en per optredend
ensemble of artiest; dit kunnen uitkoopsommen zijn, gages of ‘partagedeals’, in wisselende
verhoudingen. Een totaaloverzicht van publieksinkomsten in de hele muzieksector is daardoor
                                                                                                     80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>onmogelijk te geven. Hieronder brengen we grofweg in kaart wat podia en festivals aan
publieksinkomsten verwerven.
In 2016 bedroeg de totale omzet voor livemuziek in Nederland 560 miljoen euro. [ 14 ] Naar
verwachting blijft deze omzet de komende jaren licht stijgen, met ongeveer 1,5 procent per jaar.
De publieksinkomsten bestaan, behalve uit inkomsten uit kaartverkoop (recettes), voor een deel
ook uit horeca-inkomsten, vooral in de pop-, urban en dancemuziek. In 2016 realiseerden de
VNPF-poppodia een gezamenlijke omzet van 139,8 miljoen euro; daarvan maakte kaartverkoop
ongeveer 35 procent uit en horeca 25 procent. [ 15 ] De afgelopen negen jaar bleef het aandeel
recettes min of meer gelijk, maar nam het aandeel horeca-inkomsten met 9 procentpunt af. Dit is
vooral bij grote podia het geval; kleine en middelgrote podia hebben hun inkomstenmix in het
algemeen min of meer stabiel weten te houden. [ 16 ]
De schouwburgen en concertzalen die zijn aangesloten bij de VSCD genereerden in 2016 circa
282 miljoen euro aan publieksopbrengsten. [ 17 ] Horeca maakt hier een beperkter deel uit van de
inkomsten: 11 procent. Bij de 44 festivalleden van de VNPF worden behalve horeca ook
significante publieksinkomsten gerealiseerd met zaken als campings, kluisjes en parkeren.
Horeca-inkomsten, recettes en overige publieksinkomsten bedroegen gemiddeld elk circa
30 procent. [ 18 ]
Buitenlandse publieksinkomsten
Een niet te verwaarlozen geldstroom voor de Nederlandse muzieksector is ook de buitenlandse
markt. De totale exportwaarde van Nederlandse (populaire) muziek in het buitenland bedroeg in
2015 ruim 183 miljoen euro. [ 19 ] Optredens van Nederlandse dj’s in het buitenland maken hier
met bijna 70 procent het leeuwendeel van uit. In de top-50 van de meest in het buitenland
optredende artiesten staan 42 dance-acts. Andere acts in deze top-50 komen voornamelijk uit de
verschillende hoeken van de popmuziek, van de Zwolse metal-rockband Delain tot singer-
songwriter Tim van Tol. Een top-50-notering is er ook voor André Rieu met zijn symfonieorkest.
Andere componenten in de muziekexportwaarde zijn inkomsten uit auteursrecht, zoals door
hitnoteringen in het buitenland van artiesten als Mr.Probz of Martin Garrix (13 procent) en
inkomsten uit muziekverkoop (7 procent).
Opvallend is ook de grote economische spin-off van de Nederlandse dance-industrie in het
buitenland. De grote evenementenbedrijven die vanuit de dance-industrie zijn ontstaan, zoals
ID&T, Monumental Productions en ALDA Events, realiseren miljoenenomzetten in binnen- en
buitenland met internationale varianten van Nederlandse dancefestivals, van Mysteryland in
Chili tot Sensation in landen als de Verenigde Arabische Emiraten, Indonesië en Australië. In
2012 leverde dit 35 miljoen euroop. [ 20 ] Hieromheen is vanuit Nederland bovendien een
omvangrijke ondersteunende industrie opgebouwd, met bedrijven als de ticketverkoopsystemen
Paylogic en Ticketscript, de crowd­control­organisatie Mojo Barriers, het bedrijf Dutchband dat
festivalbandjes en consumptiemunten verzorgt en de security-organisatie TSC Crowd
Management. Nederlands organisatietalent is hiermee wereldwijd actief. [ 21]
                                                                                                 81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Aandeel muziek bij optredens in het buitenland
(in aantallen)
Bron: Dutch Culture, 2016
Publieksinkomsten uit opgenomen muziek
De totale omvang van de markt voor opgenomen muziek in Nederland bedroeg in 2016
305 miljoen euro per jaar. [ 22] Een snelle blik op hitparades en downloadstatistieken laat zien dat
deze markt wordt gedomineerd door pop-, dance- en urban muziek.
Jarenlang nam de muziekverkoop in Nederland sterk af, mede onder invloed van het
toenemende aantal gratis (vaak illegale) downloads. Sinds de opkomst van streamingplatforms
als Spotify neemt de bereidheid van het publiek om te betalen voor opgenomen muziek weer toe.
In het jaar 2015 genereerde digitale muziek voor het eerst meer omzet dan de verkoop van cd’s,
vooral door streaming. De downloadmarkt loopt inmiddels sterk terug.
De markt voor opgenomen muziek groeit in Nederland harder dan in andere Europese landen.
Volgens een analyse van Goldman Sachs zet deze trend de komende jaren wereldwijd door. De
investeringsbank verwacht in 2030 een wereldwijde omzet van 41 miljard dollar, bijna drie keer
zoveel als de omzet voor cd-verkoop tijdens de hoogtijdagen rond 2000. [ 23 ] Overigens komt
maar weinig van deze omzet terecht bij de creërende en uitvoerende kunstenaar. Hierop komen
we terug in ‘Arbeidsmarkt’.
Arbeidsmarkt
In onze ‘Verkenning arbeidsmarkt culturele sector’ stelden we de inkomenspositie van musici al
aan de kaak. [ 24] We lieten hierin zien dat muzikanten die als zelfstandige werkten in 2013 een
gemiddeld bruto-inkomen verwierven van 16.400 euro per jaar. In de hele sector zien we deze
lage verdiensten terug; ook muzikanten met een stevig publieksprofiel, die bijvoorbeeld een
grote bekendheid genieten door radio of televisie, hebben moeite een redelijk inkomen te
verwerven. Alleen de absolute top van musici kan van zijn muziekopbrengsten leven.
De meeste muzikanten werken vandaag de dag als zelfstandige; dat geldt door alle genres heen.
Inkomsten bestaan doorgaans uit een combinatie van gages, lesgeven en inkomsten uit
opgenomen muziek (royalty’s) en copyright. Alleen de orkesten in de BIS, het Radio
Filharmonisch Orkest en een aantal ensembles bieden hun musici vaste contracten. Ook de
musici bij de acht korpsen van Defensie staan daar op de loonlijst.
Orkestmusici
                                                                                                     82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Orkestmusici hebben een eigen cao, die in 2013 is vernieuwd waardoor zij flexibeler kunnen
werken. Toch biedt een baan bij een orkest na de bezuinigingen geen grote bestaanszekerheid
meer. Zoals gezegd, brachten veel orkesten de fulltime aanstellingen van hun musici terug tot
50 à 70 procent, bij salarissen die vaak vanaf 2009 niet zijn geïndexeerd. Voor veel musici levert
dit problemen op; de markt voor nevenactiviteiten is klein en het onregelmatige werk laat zich
slecht combineren met andere banen – een probleem dat overigens evengoed voor veel andere
musici geldt. De musicus, het grootste kapitaal van het orkest, delft sinds de bezuinigingen het
onderspit. Ook de remplaçant in het orkest – die doorgaans op freelancebasis wordt ingehuurd –
ondervindt hiervan de gevolgen. Hij of zij wijkt vaak uit naar het buitenland, omdat
internationale orkesten nog redelijke honoraria betalen.
Willen we het orkestenbestel gezond houden, dan zal de positie van de musicus een prioriteit
moeten zijn bij het vormgeven van nieuw beleid. Dit sluit ook aan bij onze eerste cultuurpolitieke
doelstelling, die zegt dat creatief talent in alle fasen van de loopbaan optimaal in staat moet zijn
om zich te ontplooien. Om de werkdruk te normaliseren, zouden overheden bij het aangaan van
nieuwe subsidierelaties met de orkesten goed moeten bekijken hoe zij gezamenlijk kunnen
zorgen voor een gezonder werkklimaat. Goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap
moeten hierbij volgens ons vooropstaan.
In het verlengde hiervan wijzen we ook op het belang van goed toezicht. We signaleren dat er
relatief weinig inzage wordt gegeven in de honoraria van directies, dirigenten en solisten. Zo is
niet altijd duidelijk of orkesten zich houden aan de Wet normering topinkomens, die per 2013 in
werking is getreden om bovenmatige bezoldigingen in de (semi)publieke sector tegen te gaan.
Wij bepleiten een grotere transparantie hierover, zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten al
langer gebruikelijk is; om internationaal te kunnen concurreren zijn hoge honoraria soms
onvermijdelijk, maar deze zouden duidelijker naar stakeholders en belangstellenden moeten
worden gecommuniceerd.
Ensemblemusici
De aanbeveling tot goed opdrachtgever- en werkgeverschap is eveneens van toepassing op de
ensemblesector. De musicus die werkt voor een rijksgesubsidieerd ensemble is vaak voor zo’n
70 procent aan het ensemble verbonden, met een gemiddeld bruto freelance-inkomen van
2.000 euro per maand. [ 25 ] Het Fonds Podiumkunsten baseerde zijn normbedragen bij de
vernieuwing van de meerjarige subsidiesystematiek per 2013 op redelijke gages voor musici,
maar in de praktijk vloeien deze bedragen bij de ensembles vaak naar andere kostenposten.
Sinds enige tijd is het FPK in gesprek met middelgrote ensembles, musici, podia, vakbond en
brancheorganisaties om te zien hoe verdienmodellen kunnen worden verbeterd, met als mogelijk
gevolg ook de implementatie van een honorariumrichtlijn. Hiertoe ontving het FPK eenmalig
600.000 euro van voormalig minister Bussemaker. De gesprekken hebben geresulteerd in een
tweeledige experimenteerregeling; enerzijds wordt met een tekortfinancieringsregeling
gestimuleerd dat uitkoopsommen voor ensembles kunnen stijgen, waardoor zij betrokken musici
een beter honorarium kunnen betalen. Anderzijds biedt de regeling podia een bijdrage in de
marketingkosten als ze besluiten ensembleproducties in serie te programmeren, wat de vraag
naar deze producties kan stimuleren. Aangezien het om tijdelijke middelen gaat, ligt tijdens het
traject een grote nadruk op het monitoren van de resultaten.
Enkele ensembles geven desgevraagd aan dat zij met het huidige subsidieniveau en de huidige
subsidie-eisen geen prioriteit kunnen geven aan een betere betaling van musici.
Wij menen echter dat het voortbestaan van elk ensemble staat of valt met zijn musici, en dat
goed werkgeverschap impliceert dat eerst de honoraria voor musici worden bepaald voordat het
programma kan worden samengesteld. Als dat betekent dat er minder programma’s kunnen
worden gemaakt (of dat er met minder musici moet worden gewerkt), dan is dat de enig
verdedigbare uitkomst van een gezond begrotingstraject. Ook hier geldt weer dat goede
afspraken met subsidiërende overheden en met zalen op den duur kunnen leiden tot een
                                                                                                     83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>zekerder positie voor de musicus. De experimenteerregelingen van het FPK bieden wat dit
aangaat stevige handvatten aan de sector om hier in de toekomst verantwoorder mee om te gaan.
Pop­ en urban artiesten
Onder zelfstandig opererende muziekprofessionals die niet zijn aangesloten bij een of meer
ensembles of orkesten zijn de inkomsten doorgaans laag, en het toekomstperspectief vaak weinig
rooskleurig. Pop- en urban artiesten verdienden in 2015 gemiddeld 18.000 euro bruto op
jaarbasis met hun muziekwerk, waarvan ongeveer de helft uit optredens en de rest uit lesgeven,
auteursrecht, compositie-opdrachten et cetera. [ 26 ] Daarnaast verdienden ze gemiddeld
10.000 euro met ander werk. Dit gemiddelde wordt vertekend door een kleine groep
goedverdienende musici; ruim de helft van de musici verdiende niet meer dan 9.000 euro bruto
met muziek. De gemiddelde gage bedraagt zo’n 125 euro per optreden per muzikant, al leverde
bijna 40 procent van de optredens in het inkomensonderzoek een gage op van 50 euro of
minder. Spelen in het buitenland kost meestal meer aan reis-, verblijfs- en marketingkosten dan
het oplevert aan honoraria.
Urban artiesten, die zich vaak in hoge streamingcijfers mogen verheugen, zien hun online
successen vaak nauwelijks vertaald in inkomsten. De gemiddelde uitbetaling per stream is
0,0027 euro, te verdelen over platenmaatschappij, distributeur, rechtenorganisaties en artiesten.
Pas bij extreem hoge streamingaantallen levert dit iets op; verder zijn deze artiesten afhankelijk
van liveoptredens. [ 27 ] Voor de bekendere artiesten vormt dit geen probleem – rapper Boef
verdient naar eigen zeggen 80.000 euro per maand – maar voor veel artiesten leidt hun grote
populariteit niet tot een evenredige kaartverkoop in de zaal; mogelijk omdat hun muziek vaak
wordt beluisterd door minderjarige fans of fans met lagere inkomens, die geen concertkaarten
kopen. [ 28 ]
Jazzmusici
Deze lage gages gelden ook voor jazzmusici, bij wie al in 1998 werd geconstateerd dat hun
financiële honorering achterbleef bij kunstenaars uit andere sectoren. [ 29 ] De substantiële
toename van aanbodsubsidies voor jazz rond de eeuwwisseling heeft niet geleid niet tot een
verbetering van de inkomenspositie, en de recente bezuinigingen hebben de situatie alleen nog
verder verslechterd. [ 30 ]
Componisten
Ook de inkomenspositie van componisten is op zijn minst zorgelijk te noemen. Velen van hen
ervaren aan den lijve de gevolgen van de bezuinigingen, omdat bijna de helft van hun
composities wordt gefinancierd door het Fonds Podiumkunsten of door gesubsidieerde
ensembles; deze budgetten zijn de laatste jaren fors geslonken. Bijna 44 procent van de
componisten heeft een bruto jaarinkomen van minder dan 20.000 euro, bij een werkweek van
gemiddeld 46 uur. Ruim 14 procent verdient zelfs minder dan 10.000 euro bruto per jaar. [ 31 ]
Honoreringsrichtlijnen
Het mag duidelijk zijn dat in de hele sector een strijd gaande is om inkomsten. Zelfs de meest
getalenteerde musici zien hun inspanningen nauwelijks beloond. Enerzijds komt dat doordat
freelancemusici vaak onvoldoende optredens hebben omdat ze niet bekend of gewild genoeg zijn
bij programmeurs of publiek, en omdat het aantal muzikanten in de sector aanzienlijk hoger is
dan de vraag. Hier bestaat het gevaar dat ofwel de populairste, ofwel degene die de laagste gage
vraagt de speelbeurt krijgt, waardoor musici die innovatiever werk maken of het experiment
aangaan het onderspit delven. Anderzijds zien we dat musici in veel gevallen sterk worden
onderbetaald voor optredens die ze wél geven, zowel door podia en festivals (lage
uitkoopsommen en gages) als door de producerende instellingen waarvoor ze werken (lage lonen
en honoraria), waardoor een groot aantal concerten toch maar een klein inkomen oplevert. Het
is bovendien zeldzaam dat honoraria de kosten voor het ontwikkelen van de muziek en voor de
nodige repetities dekken. Muzikanten kunnen deze essentiële aspecten van hun werk niet
                                                                                                   84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>verdisconteren in hun uurtarief, waarmee aan een belangrijke basisvoorwaarde voor de
zelfstandige op de arbeidsmarkt niet wordt voldaan.
Om de problematiek rond onredelijke honorering te helpen oplossen, zouden producerende
instellingen en podia om te beginnen redelijke honorariumrichtlijnen overeen moeten komen. In
oktober 2017 presenteerde Kunsten ’92 de Fair Practice Code, waarin de belangenvereniging
samen met andere betrokken partijen een kader schetst voor een redelijke vergoeding voor
kunstenaars uit alle sectoren. Deze code adviseert bestaande cao’s en honorariumrichtlijnen
zoveel mogelijk te volgen. Op dit moment zijn die er in de muzieksector echter onvoldoende.
De jazzsector kent sinds jaar en dag de BIM-norm, een minimumhonorarium per muzikant voor
optredens op gesubsidieerde jazzpodia, vastgesteld door de Beroepsvereniging van
Improviserende Musici. Deze norm van 285 euro per persoon per optreden is echter niet
bindend en slechts een klein aantal podia hanteert haar vandaag de dag als uitgangspunt.
Rechtenorganisatie Sena scherpte de discussie over muzikantenhonorering enige jaren geleden
aan door alleen nog bij te dragen aan evenementen waar een minimumbijdrage van 250 euro per
muzikant per concert wordt uitbetaald. Inmiddels hanteert ook de rechtenorganisatie NORMA
deze gagenorm voor financiële bijdragen aan evenementen. Het Fonds Podiumkunsten hanteert
bij het vaststellen van zijn bedragen voor compositieopdrachten de (geactualiseerde)
honorariumtabel van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, in 2007 een van de partijen die
opging in de voorloper van het huidige FPK, maar niet altijd nemen gesubsidieerde instellingen
ook de verantwoordelijkheid om musici en componisten daadwerkelijk volgens deze normen te
betalen.
Om het opdrachtgeverschap in de sector te vergroten, lijkt het ons daarom van wezenlijk belang
dat producerende en presenterende instellingen goede honorariumrichtlijnen opstellen, in
samenwerking met financiers, muzikantenorganisaties als de Nederlandse
Toonkunstenaarsbond, de Kunstenbond, FNV Media & Cultuur en partijen als de Popcoalitie, de
Klassieke Muziek Coalitie in oprichting en de Contemporary/Jazz/World Coalitie in oprichting.
Over de naleving hiervan kunnen vervolgens afspraken worden gemaakt bij het aangaan van
subsidierelaties met overheden.
Enkele partijen, zoals de VNPF, vrezen voor een vermindering van de vraag bij een striktere
hantering van gagenormen en keren zich daarom tegen vaste afspraken hierover. Wij menen
echter dat de gezondheid van de muzieksector kan verbeteren door in beginsel dit soort normen
wél te hanteren. Van muzikanten weten we dat ze altijd zullen blijven spelen, zelfs al is het voor
een schijntje van hun gebruikelijke gage; anders dan bij veel andere beroepen geldt geldelijk
gewin voor kunstenaars minder als motivator dan de intrinsieke motivatie om muziek te
maken. [ 32 ] Juist om die reden verdienen musici, in elk geval in het gesubsidieerde circuit en in
gesubsidieerde zalen, bescherming vanuit rechtenorganisaties, werkgevers, podia, festivals en
overheden. Het muzieklandschap is meer gebaat bij een kleiner aantal concerten tegen redelijke
vergoedingen dan bij de handhaving van een groot aantal optredens tegen te lage honoraria.
Onze indruk is geenszins dat er te weinig concerten worden gegeven in Nederland. Wel dat die
concerten veel te weinig op (in dit geval financiële) waarde worden geschat.
Verdiensten uit digitale distributie
De opkomst van digitale distributiekanalen heeft het de afgelopen jaren voor muzikanten veel
makkelijker gemaakt om hun muziek aan een wereldwijd publiek aan te bieden zonder
tussenkomst van een label. De mogelijkheden om hier significante opbrengsten uit te halen, zijn
voor musici en muziekauteurs echter beperkt. Net als voor veel andere online gedistribueerde
producten geldt hier in omvang weliswaar het zogenaamde long tail­effect, waarbij producten
met weinig afnemers gezamenlijk een groter deel van de markt innemen dan de grote hits,
zolang het distributiekanaal maar groot genoeg is. [ 33 ] In opbrengsten daarentegen is er nog
altijd sprake van een winner takes all­scenario; een paar grote artiesten verdienen het meeste
geld. [ 34 ]
                                                                                                    85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Met betrekking tot de betaling van copyrights bestaat onderscheid tussen masterrecht, ten
gunste van de eigenaar van de master of de opname; auteursrecht, waarmee de schrijver van een
nummer wordt beschermd; en naburig recht, dat de muzikanten betreft die de muziek hebben
ingespeeld. Afhankelijk van het medium worden deze rechten verdeeld; zo komen de
rechtenopbrengsten van Nederlandse radio- en televisiezenders grotendeels ten goede aan
auteurs en muzikanten en krijgt bij de verkoop van cd’s en platen (fysieke verkoop) de
mastereigenaar het grootste deel van de afdracht, en ontvangt de auteur een veel kleiner deel.
Streamingsplatforms als Spotify, die hun inkomsten halen uit abonnementen en advertenties,
keren royalty’s uit aan rechthebbende masters en auteurs. Daarmee volgt de digitale
muziekdistributie vooralsnog het rechtenmodel van fysieke verkoop. Het consumentengebruik
van digitale muziek lijkt, zeker in geval van streaming, echter steeds meer op radiogebruik,
waarbij voorgeselecteerde speellijsten voor een groot deel het luistergedrag bepalen.
Streamingsdiensten zijn echter niet verplicht naburige rechten af te dragen, waardoor betrokken
muzikanten überhaupt niets verdienen met streaming. Daardoor delen muzikanten en
muziekauteurs slechts beperkt mee in de opbrengsten uit digitaal gedistribueerde muziek.
In het samen met de SER uitgebrachte advies ‘Passie gewaardeerd’ (2017) heeft de raad al
aandacht geschonken aan de verdeling van inkomsten uit auteursrecht. De raad adviseert dat de
overheid zich hard maakt voor afspraken op Europees niveau om het auteursrecht beter te laten
aansluiten op de huidige digitale distributiesystemen voor muziek, waarbij onder meer aandacht
uitgaat naar het honoreren van naburige rechten.
Een bijkomend probleem voor musici en muziekauteurs ten aanzien van digitale
muziekdistributie is dat grote bedrijven als Facebook, Google en YouTube dankzij internationale
safe harbor­afspraken niets hoeven af te dragen aan de rechthebbenden van op hun platforms
beluisterde muziek. [ 35 ] Alleen de advertentie-inkomsten voor ‘officiële’ video’s komen hier ten
goede aan de artiest of het muzieklabel dat de video’s heeft geplaatst. We spreken hier wel van
een value gap; terwijl de best bekeken YouTube-video’s bijna allemaal muziekgerelateerd zijn en
YouTube daar goed garen bij spint, profiteren de muziekprofessionals die dit mogelijk maken
hier niet van. Ook wat dit aangaat dringen wij er bij de Nederlandse regering op aan deze kwestie
in EU-verband aan te pakken, om zo de circulariteit van de muziekindustrie te verbeteren.
Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen
Aan overheden en fondsen
– Stem subsidiebedragen en -afspraken met producerende en presenterende instellingen meer
    af op het gekozen profiel van instellingen, rekening houdend met hun rol en positie in hun
    stad of regio, in het land of internationaal. Houd bij het vaststellen van subsidiebedragen
    rekening met de omvang, het bereik, de cofinanciering en de eigen inkomsten van
    instellingen; in het huidige orkestenbestel gebeurt dit onvoldoende.
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende en presenterende instellingen
    afspraken over het hanteren en naleven van redelijke honorariumrichtlijnen en/of
    arbeidscontracten voor creërende en uitvoerende muziekkunstenaars en houd hiermee
    rekening in de vaststelling van subsidiebedragen.
– Maak tevens afspraken over goed toezicht / goed bestuur en maak duidelijke afspraken over
    de naleving van de Governance Code Cultuur.
– Houd bij het beoordelen van subsidieaanvragen meer rekening met de betekenis van
    instellingen voor de muzieksector. Dit vraagt mogelijk om een andere weging van aanvragen;
    in plaats van elke aanvraag op zichzelf te beoordelen en te ranken, zoals het Fonds
                                                                                                   86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>  Podiumkunsten nu doet, zou hierbij meer de samenhang in het uiteindelijk gesubsidieerde
  palet aan muziekinstellingen moeten worden bezien.
– De experimenteerregelingen die het FPK heeft ontwikkeld om de afname van meerjarig
  gesubsidieerd aanbod te stimuleren, is beloftevol. Rust het FPK uit met een budget om deze
  regeling voort te zetten.
– Programmeringssubsidies blijken bij het FPK goede instrumenten voor zowel
  talentontwikkeling als voor het verbeteren van het aantal voorstellingen, het aantal bezoekers
  en de publiekssamenstelling. Overweeg deze vorm van subsidiëring uit te breiden of ook op te
  nemen in muziekbeleid op het niveau van de stedelijke regio.
– Werk als overheden samen bij een gezamenlijke ondersteuning van grotere instellingen.
  Op dit moment hanteren verschillende overheden en fondsen andere subsidieprocedures,
  -criteria en prestatie-afspraken voor het ondersteunen van dezelfde instellingen.
  Een integraal muziekbeleid vraagt om samenhangende afspraken.
– Maak duidelijker afspraken over de verdeling van verantwoordelijkheden bij het aangaan van
  subsidierelaties met instellingen die zowel een lokaal of regionaal als een landelijk en/of
  internationaal belang dienen.
– Reserveer in een landelijk bestel niet enkel plekken voor symfonische orkesten (klassiek
  danwel pop/jazz) maar neem hierin ook andere functies op, zoals (middel)grote ensembles,
  plekken voor talentontwikkeling, festivals en/of initiatieven voor beheer en behoud.
  Te denken valt onder andere aan een aantal (middel)grote ensembles en festivals of platforms
  die nu door het Fonds Podiumkunsten worden ondersteund maar die niet aansluiten bij de
  doelstelling van doorstroming en innovatie die het FPK als opdracht heeft.
– Stel een onderzoek in naar de taak, inhoud en organisatorische plaats van de SOM-ensembles
  in de toekomst, met inbegrip van de budgettaire aspecten, en in verhouding tot de orkesten in
  de BIS.
– Onderzoek hierbij ook welke rol Nederlandse jazz-, pop-, wereld- en urban ensembles
  kunnen spelen voor NPO Radio.
– Kijk bij het vormgeven van muziekbeleid ook naar andere beleidsgebieden. Besteed in het
  landelijk economisch beleid aandacht aan de dance-industrie, inclusief de
  toeleveringsindustrie; stimuleer bij gemeenten de minimalisering van barrières bij
  vergunningverlening (en stuur hierbij ook op inhoudelijke overwegingen).
Aan gemeenten
– Voer een soepel vergunningenbeleid om muziekevenementen veilig en prettig te kunnen laten
  plaatsvinden, zonder overlast en ordeverstoring en met een goede artistieke impuls aan het
  culturele klimaat in de gemeente.
Aanbevelingen ter versterking van de arbeidsmarkt
Aan overheden en fondsen
– Maak bij het aangaan van subsidierelaties met producerende en presenterende instellingen
  duidelijke afspraken over redelijke honoreringen en salarissen. Vraag van instellingen goed
  werkgeverschap, goed opdrachtgeverschap en goed toezicht en zie daar beter op toe. Maak
  afspraken over de naleving van de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur.
– Ga in EU-verband in gesprek over de verdeling van inkomsten uit auteursrecht. [ 36 ] Er zijn
  afspraken nodig om het auteursrecht beter te laten aansluiten op de huidige digitale
                                                                                                 87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>  distributiesystemen voor muziek, waarbij onder meer aandacht uitgaat naar het honoreren
  van naburige rechten. Het betreft hier onder andere het afdragen van rechten aan creërende
  en uitvoerende artiesten door multinationals als Facebook, Google en YouTube, die door
  safe­harbor­afspraken niets hoeven af te dragen aan de rechthebbenden van op hun
  platforms beluisterde muziek.
Aan de sector
– Versterk het werkgeverschap en opdrachtgeverschap. Ontwikkel en hanteer richtlijnen voor
  honoraria voor musici en componisten, in samenwerking met financiers,
  muzikantenorganisaties als de Nederlandse Toonkunstenaarsbond, de Kunstenbond, FNV
  Media & Cultuur, Nieuw Geneco en partijen als de Popcoalitie, de Klassieke Muziek Coalitie
  in oprichting en de Contemporary/Jazz/World Coalitie in oprichting. Maak de betaling van
  medewerkers prioritair aan de output.
– Committeer je aan de Fair Practice Code en help deze verder ontwikkelen.
– Wees transparant en verantwoord salarissen en honoraria. Ontwikkel goed werkgeverschap,
  goed opdrachtgeverschap en goed toezicht en leg daar verantwoording over af.
– Onderzoek alternatieve financieringsmodellen van kunst in het algemeen en muziek in het
  bijzonder, bijvoorbeeld in samenwerking met het kenniscentrum Cultuur+Ondernemen. Een
  samenwerking tussen het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Sena aan een
  Investeringsfonds Pop kan als goed voorbeeld dienen voor gezamenlijke inspanning tussen
  publieke en private financiers aan de creatieve innovatie in de muziek.
                                                                                             88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>   1
Het Stimuleringsfonds ondersteunt o.a. Amsterdam Dance Event, Gaudeamus,
Sonic Acts, Incubate en Nederlandse muziek in games. Het Filmfonds
ondersteunt indirect Nederlandse muzikanten die hun muziek afleveren via (al
dan niet gesubsidieerde) films, zoals Bløf, Marco Borsato, Vincent van
Warmerdam en Henny Vrienten.
   2
De bedragen voor festivals en productiehuis zijn slecht te herleiden naar het
beschikbare budget voor muziek, omdat Holland Festival (3.180.000 euro) en
Oerol (500.000 euro) naast muziek ook veel theater, muziektheater en dans
programmeren. Productiehuis De Nieuwe Oost (500.000 euro) produceert
theater, literatuur en popmuziek. Alleen het Festival Oude Muziek (650.000
euro) programmeert enkel muziek.
   3
De BIS-bedragen voor festivals en productiehuis zijn slecht te herleiden naar het
beschikbare budget voor muziek, omdat Holland Festival, Oerol en
Productiehuis De Nieuwe Oost naast muziek ook andere disciplines presenteren.
Alleen het Festival Oude Muziek programmeert enkel muziek.Dankzij de
honorering van de B-lijst bij het Fonds Podiumkunsten steeg het budget voor
meerjarige activiteitensubsidies muziek in de periode 2017 – 2020 met 3,4
miljoen euro ten opzichte van 2013 – 2016. De bedragen voor BIS,
Mediabegroting, Meerjarige activiteitensubsidies FPK en Defensie betreffen
2017; de bedragen voor Programmeringssubsidies podia en festivals en
Projectsubsidies zijn de totale bedragen die in 2016 aan deze vormen van
subsidie zijn uitgegeven op het gebied van muziek.
   4
OCW, 2015, artikel 3.15.
   5
Dit plan wordt op 1 juni 2018 verwacht.
   6
philharmonie zuidnederland ontvangt subsidies van het Rijk, de provincies
Limburg en Noord-Brabant en de gemeenten Eindhoven en Maastricht.
   7
In de periode 2013 – 2016 kreeg het orkest een tijdelijke rijkssubsidie.
   8
Deze teruggang liet zich ook deels verklaren omdat het FPK voor de periode
2013 – 2016 vooral aanvragen van (middel)grote ensembles honoreerde en
minder van kleinere ensembles. (bron: Fonds Podiumkunsten, 2012).
   9
Deze stichting ging in 1997 verder als Nationaal Pop Instituut; dit ging in 2008
op in het nieuwe Muziek Centrum Nederland, dat in 2013 als direct gevolg van
rijksbezuinigingen werd opgeheven.
   10
Kwink Groep, 2013.
   11
OCW, 2016.
   12
VNPF, 2017.
   13
OCW, 2016.
   14
PwC, 2017.
   15
VNPF, 2017.
   16
APE, 2017.
   17
VSCD, 2017.
                                                                                  89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>  18
VNPF, 2017. Bijna de helft van de VNPF-festivals is gratis toegankelijk is en
heeft dus geen inkomsten uit kaartverkoop.
  19
Buma Cultuur, 2017.
  20
ADE, Buma e.a., 2012.
  21
Ticketscript werd begin 2017 overgenomen door de Amerikaanse branchegenoot
Eventbrite.
  22
PwC, 2017.
  23
Christman, 2017.
  24
Raad voor Cultuur en Sociaal-Economische Raad, 2016.
  25
NAPK en Cubiss, 2015.
  26
Ntb, Sena Performers e.a., 2015. Dit onderzoek schaart urban en dance onder
pop.
  27
De Meulder, 2017 berekende dat de 109 miljoen Spotify-streams van
Broederliefde elk bandlid 17.265 euro opleverden, en de 71 miljoen views op
YouTube nog eens 1.562 euro.
  28
Koster, 2017.
  29
Muziek en Theater Netwerk, 1998; Cap Gemini, Ernst & Young, 2002.
  30
Raad voor Cultuur, 2003.
  31
Berenschot, 2017.
  32
Onder anderen Pim van Klink toont dit helder aan, zoals in Van Klink, 2016.
  33
Anderson, 2006.
  34
Ordanini en Nunes, 2016.
  35
Deze afspraken leggen vast dat internetproviders niet verantwoordelijk kunnen
worden gehouden voor content die hun gebruikers online plaatsen.
  36
Zie ook Raad voor Cultuur, 2017.
                                                                              90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>         Sectoradviezen / Muziek / Hoofdaanbevelingen
         Hoofdaanbevelingen
In dit hoofdstuk komen we tot een aantal hoofdaanbevelingen aan de minister van OCW,
volgend uit voorgaande analyse van de muzieksector. We laten ons hierbij tevens leiden door de
vier cultuurpolitieke doelen zoals omschreven in ‘Naar een integrale, inclusieve visie op muziek’
en door de aanbevelingen uit onze verkenning ‘Cultuur voor stad, land ’‘en regio’. [ 1 ]
In dit advies pleiten wij voor een integraal, inclusief muziekbeleid, vormgegeven en gedragen
door de verschillende overheden. De vorige hoofdstukken hebben we afgesloten met
uiteenlopende aanbevelingen aan overheden, fondsen en sector om de artistieke,
maatschappelijke en economische kwaliteit van de muzieksector de komende jaren verder te
versterken. Hieronder vatten wij onze aanbevelingen samen in een zestal prioriteiten.
1. Ontwikkel een integraal, inclusief muziekbeleid.
Ontwikkel een integraal, inclusief muziekbeleid. Bezie hierbij alle genres, actoren en functies in
het ecosysteem in samenhang met elkaar en sluit geen genres, makers of publieksgroepen uit.
In het eerste hoofdstuk van dit advies kondigden we aan met een integrale, inclusieve blik naar
de muzieksector te willen kijken. In deze analyse hebben we gezien hoe in de loop der tijd andere
speelvelden zijn ontstaan voor professionals in verschillende muzikale genres. Voor een deel
komt dat voort uit de onderling verschillende beroepspraktijken van muziekprofessionals. Het
schrijven van een popsong door een singer-songwriter brengt nu eenmaal een heel andere
praktijk met zich mee dan het uitbrengen van een nieuwe compositie door een twintigkoppig
strijkorkest. Het is dus ook evident dat deze spelers een andere behoefte aan
overheidsondersteuning zullen ervaren.
Zoals we hebben gezien is er echter meer aan de hand: de mate van overheidsaandacht lijkt ook
sterk een gevolg van de verschillende perioden waarin genres in Nederland zich hebben
ontwikkeld en waarin de overheid zich met deze genres is gaan bemoeien. Zo bewegen
ensembles, die voor ondersteuning terechtkunnen bij het Fonds Podiumkunsten en bij
gemeenten, zich heel anders door de markt dan de symfonieorkesten die al van oudsher
rechtstreeks door het Rijk worden gesubsidieerd. Voor muziekprofessionals uit de pop, de
hiphop of de urban muziek, die zich pas later professionaliseerden en het grotendeels zonder
overheidsaandacht stellen, zien de speelvelden er weer heel anders uit.
Studenten die met goede resultaten afstuderen aan verschillende muziekopleidingen stuiten na
school op heel verschillende kansen op banen, ontwikkeltrajecten en ondersteuning. Niet overal
waarborgt de overheid de randvoorwaarden om talent tot wasdom te laten komen, genres zich
verder te laten ontwikkelen en publieksgroepen een pluriform aanbod te bieden. Niet overal
stimuleert de overheid innovatie, niet overal koestert ze excellentie en topkwaliteit. Deze
overheidszorg is vooral voorbehouden aan de traditionele genres – en ook daar hebben we laten
zien dat beleid op veel plekken tekortschiet. Van een integraal (alles in samenhang beziend) en
inclusief (niets of niemand uitsluitend) muziekbeleid is noch op rijksniveau, noch op regionaal
en gemeentelijk niveau sprake.
Deze constatering is in strijd met onze vier cultuurpolitieke doelen zoals toegelicht in ‘Naar een
integrale, inclusieve visie op muziek’, waarin we vastleggen dat creatief talent in staat moet
worden gesteld zich optimaal te ontplooien (1), elke Nederlander optimaal toegang moet hebben
tot kunst en cultuur (2), de overheid moet zorgdragen voor een pluriform aanbod (3) en de kunst
                                                                                                   91
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>een veilige haven moet bieden voor alle soorten uitingen en vrijheid van expressie (4). Deze
doelstellingen onderstrepen onder andere dat het muziekbeleid aandacht dient te schenken aan
álle vormen van talent en álle vormen van muziek; dus niet alleen de afgestudeerde violist, maar
ook haar ud-spelende collega; niet alleen de internationale toporganisatie, maar ook de freelance
musicus of componist, en niet alleen het koor dat zich laat inspireren door de rijke canon, maar
ook de rapper die met zijn maatschappijkritiek een groot publiek helpt mondiger te worden en
daarmee aan de basis staat van de canon van morgen.
We bepleiten in dit advies niet dat alles en iedereen in aanmerking moet komen voor aandacht of
subsidiëring vanuit de overheid; wel dat in alle genres creatie, innovatie, experiment, toptalent
en topkwaliteit deze aandacht verdienen. Hetzelfde geldt voor een aantal basisvoorzieningen
zoals educatie en participatie en voor stimulerende maatregelen die de hele sector zouden
moeten aangaan, zoals maatregelen ter bevordering van culturele diversiteit, professionalisering
(onder andere via talentontwikkeling) en de versterking en verduurzaming van de arbeidsmarkt.
Deze voorzieningen en maatregelen moeten ten goede komen aan de gehele Nederlandse
muzieksector.
    Wat lost dit op?
    – Te eenzijdige aandacht voor de oudere genres, zonder deze in relatie te zien tot jongere
        genres.
    – Te grote nadruk op productie en afname van muziek en gebrek aan aandacht voor functies
        als educatie en participatie, talentontwikkeling en professionalisering, innovatie en
        experiment, en beheer en behoud.
    – Een te weinig divers gesubsidieerd muzieklandschap, voor een te weinig divers publiek.
2. Besteed meer aandacht aan essentiële functies.
Besteed meer aandacht aan talentontwikkeling, educatie, beheer en behoud, en creatie,
innovatie en experiment. Dit zijn functies die de sector duurzaam en veerkrachtig maken, maar
die sinds de bezuinigingen in het gedrang zijn gekomen. Zonder deze essentiële functies is een
gezond muzikaal ecosysteem ondenkbaar.
Onze analyse laat zien dat verschillende wezenlijke functies sinds de bezuinigingen van 2013 zijn
weggevallen, zonder dat daarvoor alternatieven zijn ontstaan. Met het wegvallen van Muziek
Centrum Nederland verdween een belangrijke documentatie- en archieffunctie uit het bestel,
waarvan de hele sector de negatieve gevolgen ondervindt. De sector zelf is niet in staat gebleken
dit te ondervangen, eenvoudigweg omdat hem daarvoor de mankracht en de middelen
ontbreken.
Hetzelfde geldt voor structurele plekken voor talentontwikkeling, die uit de BIS en ook uit veel
gemeentelijke cultuurbegrotingen verdwenen. Ondanks vele informele, vaak kleinschalige en
tijdelijke initiatieven ontbreekt een duurzaam beleid voor talentontwikkeling. Door het
wegbezuinigen van een groot deel van de muziekscholen wordt daarnaast niet overal meer
voorzien in een belangrijke basisvoorziening in gemeenten en regio’s: muziekeducatie. Net als
het gebrek aan aandacht voor muziekeducatie in het primair en voortgezet onderwijs baart dit
ons zorgen.
Ten slotte zijn ook creatie, innovatie en experiment in het gedrang gekomen; gesubsidieerde
instellingen verkopen onder invloed van de bezuinigingen minder speelbeurten, ontvangen vaak
lage uitkoopsommen en gages en werken dikwijls met krappere budgetten dan voorheen,
waardoor ze zich minder artistiek risico kunnen veroorloven. Componisten krijgen bovendien
minder of kleinere opdrachten, en het aantal instellingen dat door het Fonds Podiumkunsten
kan worden ondersteund ter innovatie en doorstroming in de sector is beperkt geworden. De
bescherming van excellentie en topkwaliteit in de BIS is onder druk komen te staan door fikse
bezuinigingen.
                                                                                                  92
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>Wij signaleren kortom dat de infrastructuur voor de muzieksector onvoldoende in staat is om de
in het eerste hoofdstuk gepresenteerde doelstellingen onder handbereik te brengen.
We bepleiten in dit advies dat overheden niet enkel aandacht besteden aan de productie en
afname (programmering en presentatie) van muziek; wij zien het als een even belangrijke
overheidsopdracht om de muzieksector te helpen versterken op het gebied van educatie,
talentontwikkeling, creatie, innovatie en experiment, en beheer en behoud.
     Wat lost dit op?
     – Gebrek aan aandacht voor wezenlijke functies als educatie en participatie,
        talentontwikkeling en professionalisering, innovatie en experiment, en beheer en behoud.
     – Gebrek aan mogelijkheden voor kinderen en jongeren om actief en receptief kennis te
        maken met muziek en zich in muziek te bekwamen.
     – Gebrek aan initiatieven of plekken waar talentvolle musici, artiesten, componisten en dj’s
        hun talent onder begeleiding verder kunnen ontwikkelen en waar zij worden begeleid bij
        het opzetten van een volwaardige beroepspraktijk.
     – Gebrek aan mankracht en middelen om wat er in de muziek wordt gemaakt en gespeeld te
        bewaren, te archiveren en te ontsluiten, waardoor veel productie verloren gaat voor de
        geschiedenis en wat kennisdeling, onderzoek en kritische reflectie in de weg staat.
     – Afgenomen ruimte voor innovatieve en experimentele projecten.
     – Gebrek aan bescherming van excellentie en topkwaliteit.
3. Erken de kenmerken en kracht van een regionaal muziekklimaat.
Erken de kenmerken en kracht van een regionaal muziekklimaat. Ontwerp muziekbeleid in
nauwe afstemming met stedelijke regio’s (provincies, gemeenten) en de muzieksector zelf.
Breng samen met alle muzikale partijen per stad of stedelijke regio in kaart hoe het muzikale
ecosysteem eruitziet, waar de muzieksector sterk in is, waar problemen bestaan en wat
overheden en sector voor elkaar kunnen betekenen om kwaliteit te behouden en knelpunten te
ondervangen. Koester hierbij het bestaande en omarm het nieuwe.
We signaleren dat het beleid ten aanzien van muziek (en van kunst in het algemeen) versnipperd
is; afstemming tussen overheden onderling en tussen overheden en fondsen vindt onvoldoende
plaats. Dit is om verschillende redenen problematisch. Wat er aan muziekinstellingen en
-initiatieven op landelijk, regionaal en lokaal niveau wordt ondersteund, komt niet voort uit een
integrale visie op wat muziekbeleid moet en kan bewerkstelligen in land, stad of regio, maar is
een gevolg van de keuzes die gemeenten, provincies, Rijk en fondsen afzonderlijk maken. Zij
baseren zich daarvoor elk op hun eigen beleid. Dat levert een lappendeken op aan gesubsidieerde
initiatieven, die gezamenlijk niet per se een compleet ecosysteem vertegenwoordigen, die soms
meer van hetzelfde vertegenwoordigen en misschien nog wel meer hiaten laten zien.
Hier dient zich direct een bijkomend probleem aan: elke financier ontwerpt en hanteert zijn
eigen set subsidiecriteria en prestatieafspraken, wat het voor muziekorganisaties bemoeilijkt om
subsidierelaties te onderhouden met verschillende financiers (en wat bovendien de
aanvraagprocedures voor veel instellingen compliceert). Daarbij beconcurreren landelijk
gesubsidieerde, fondsgesubsidieerde en gemeentelijk gesubsidieerde instellingen elkaar hierdoor
dikwijls op ongelijke gronden; hun subsidiënten stellen andere eisen aan het aantal
speelbeurten, aan het publiek in de zaal, aan te behalen eigen inkomsten et cetera. Dit leidt ertoe
dat partijen met verschillende (co)financiers andere uitkoopsommen kunnen vragen (of
betalen), andere honoraria kunnen bieden (of accepteren) en andere artistieke risico’s kunnen
nemen.
                                                                                                    93
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>Ten slotte staan de budgetten van overheden en fondsen sinds de bezuinigingen sterk onder druk
en moeten er scherpere keuzes gemaakt worden, waardoor subsidierelaties veelal de vorm
hebben gekregen van harde afspraken over bedragen, aantallen en percentages. Een
inspirerende uitwisseling tussen subsidiënt en sector, waarin beide samen bekijken wat ze
kunnen bijdragen aan het muziekklimaat in hun stad, regio of land, is daardoor nauwelijks
mogelijk. Dit stimuleert noch excellentie, noch innovatie.
Wij bepleiten in dit advies een nauwere samenwerking tussen overheden onderling, tussen
overheden en fondsen en tussen overheden, fondsen en sector. Zij staan gezamenlijk voor de
opdracht om te bouwen aan een sterk, duurzaam muzikaal ecosysteem per regio, waarin
amateurmuziek, muzikaal experiment en de nationale top in een inspirerende wisselwerking met
elkaar worden gekoesterd en gestimuleerd. Of dit ecosysteem nu groot is (zoals in de vier grote
steden) of kleiner (zoals in een dunbevolkte regio), van het grootste belang is dat het inclusief is
en recht doet aan het muziekklimaat in de betreffende regio. Wij adviseren gemeenten en
provincies om voor een stedelijke regio te komen tot een integrale visie op muziekbeleid met
daarbij passende instrumenten. In ons recent verschenen verkenning ‘Cultuur voor stad, land en
regio’ pleiten we ervoor om zulke plannen, wanneer zij bijdragen aan vooraf te stellen
doelstellingen en voorwaarden, ook in aanmerking te laten komen van een rechtstreekse
financiële bijdrage van het Rijk. [ 2 ]
    Wat lost dit op?
    – Gebrek aan aandacht voor en erkenning van het belang van een regionaal muziekklimaat
        in nationaal beleid.
    – Gebrek aan afstemming tussen overheden, waardoor het totale muziekbeleid versnipperd
        is; Het probleem dat de onafhankelijke keuzes van verschillende overheden niet optellen
        naar een compleet ecosysteem.
    – Het probleem van uiteenlopende, soms tegenstrijdige subsidiecriteria en
        prestatieafspraken van verschillende financiers.
    – Eenzijdige, vaak historisch gegroeide beleidsaandacht op regionaal en/of lokaal niveau
        voor slechts enkele muzikale genres.
    – Gebrek aan uitwisseling tussen topinstellingen en de amateurvoorzieningen in hun regio.
4. Herbezie de samenstelling van de culturele basisinfrastructuur.
Herbezie de samenstelling van de culturele basisinfrastructuur en scherp daarbij ook de
opdracht aan het Fonds Podiumkunsten aan. Onderzoek tevens de taak, inhoud en plaats van
de omroepensembles.
Zoals we in voorgaande analyse hebben laten zien, is het Fonds Podiumkunsten met een zeer
beperkt budget verantwoordelijk voor een onevenredig groot segment van de muzieksector. In de
muziek is de producerende functie op landelijk niveau smal belegd; deze is voorbehouden aan de
symfonische orkesten. Het FPK, dat de opdracht heeft om een beleid te voeren gericht op
dynamiek en doorstroming binnen de verschillende podiumkunstsectoren (complementair aan
wat er in de BIS en de vrije sector gebeurt), draagt geen verantwoordelijkheid voor de
instandhouding van specifieke functies, zoals koorrepertoire, hedendaagse muziek of
popmuziek. Alle aanvragers voor meerjarige subsidie, van gevestigde instellingen tot jonge
groepen, concurreren bij het FPK elke vier jaar met elkaar, waarbij alle plannen langs dezelfde
meetlat worden gelegd. In de kleine pool die het FPK vanuit zijn opdracht en budget kan
ondersteunen, levert dit krapte en scherpe keuzes op.
Voor producerende instellingen die misschien niet staan voor dynamiek en niet per se gebaat
zijn bij de stimulering van doorstroming, is dit nadelig. Het gaat hier bijvoorbeeld om
(middel)grote ensembles die soms al dertig, veertig jaar bestaan, die landelijk en internationaal
stevig op de kaart staan en wier continuïteit niet is geholpen met de huidige systematiek.
                                                                                                     94
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>De gevolgen hiervan zagen we bijvoorbeeld recent met het wegvallen van Cappella Amsterdam
uit de meerjarige regeling van het FPK. Dit koor (opgericht in 1970) wordt in de muzieksector
onbetwist erkend als belangrijke vertegenwoordiger van modern repertoire en oude muziek, met
een sterk aanjagende functie voor de vele amateurkoren in Nederland. Echter, het FPK
oordeelde negatief over de laatste aanvraag van dit koor, waarmee het zijn subsidie per 2017 niet
zag gecontinueerd.
De systematiek struikelt hier over haar eigen voeten; het FPK heeft doelbewust niet als opdracht
gekregen bepaalde functies of topkwaliteit in een bepaald genre te waarborgen – hoofdtaak is
dynamiek en doorstroming in de sector – terwijl de Rijksoverheid alleen de symfonische functie
in de muziek garandeert. Topkwaliteit en excellentie die we willen behouden in andere genres is
in de huidige systematiek nergens zeker. De vraag is daarom legitiem – en al vaker door de Raad
voor Cultuur opgeworpen – of de BIS niet dient te worden uitgebreid met een aantal andere
functies.
Wij pleiten in dit advies voor uitbreiding van de BIS met enkele middelgrote of grote ensembles
of muziekhuizen in verschillende genres, die samen excellentie en topkwaliteit in de volle
breedte van de muziek vertegenwoordigen. Ook kunnen hier enkele (extra) productiehuizen, een
functie voor behoud en beheer, en enkele grotere festivals/platforms een plek vinden. Binnen
deze aanbeveling past ook een onderzoek naar de taak, inhoud en organisatorische plaats van de
omroepensembles. De verankering van bepaalde topkwaliteit in het bestel kan ook op regionaal
niveau plaatsvinden, zoals we betogen in de verkenning ‘Cultuur voor stad, land en ’‘regio’. [ 3 ]
Het FPK kan zich hierdoor explicieter toespitsen op de bevordering van innovatie, experiment en
doorstroming in de sector. Aanbevelenswaardig is dat niet alleen klassieke muziek en jazz, maar
ook pop, wereldmuziek, urban en dance hier meer profijt van hebben. Voor deze genres
ontbreekt de ruimte voor experiment om zichzelf in artistiek opzicht verder uit te dagen, waarbij
(vooral voor dance) geldt dat het commerciële succes de behoefte versluiert aan duurzame
ruimte voor experiment om te blijven concurreren in de internationale scene.
    Wat lost dit op?
    – Te eenzijdige samenstelling van de BIS.
    – Een te smalle koestering van excellentie en topkwaliteit in de BIS; namelijk beperkt tot
        instellingen voor symfonische muziek.
    – Gebrek aan continuïteit voor middelgrote spelers in alle genres.
    – Te grote druk op de budgetten van het FPK.
    – Gebrek aan ruimte voor innovatie en doorstroming bij het FPK.
    – Gebrek aan ruimte voor experiment voor spelers uit alle genres.
    – Ongelijke speelvelden voor BIS- SOM- en FPK-ensembles.
    – Gebrek aan aandacht voor talentontwikkeling en voor behoud en beheer vanuit de
        Rijksoverheid.
5. Besteed expliciet aandacht aan diversiteit.
Besteed in het muziekbeleid expliciet aandacht aan diversiteit. Op dit moment vormt het
gesubsidieerde aanbod nog onvoldoende een afspiegeling van de Nederlandse bevolking, en
worden ook lang niet alle publieksgroepen bediend. Personeel (inclusief de top), raden van
toezicht, beoordelingscommissies en partners zijn weinig cultureel divers. Hier moet
verandering in komen; juist de muzieksector biedt hiertoe kansen.
Zoals we hebben gezien is de muzieksector voor ensembles, bands en muziekprofessionals met
een diverse culturele achtergrond moeilijk toegankelijk. Hoewel gesubsidieerde instellingen zich
veelal committeren aan de Code Culturele Diversiteit, en er ook steeds meer programma’s
plaatsvinden rond niet-westerse muziek en/of voor diverse publieksgroepen, blijft het gros van
                                                                                                   95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>wat we in de gesubsidieerde concertzalen zien geïnspireerd door de westerse en vaak ook
academische cultuur, en is het publiek nog altijd hoofdzakelijk autochtoon, hoogopgeleid en
welgesteld.
Het is de hoogste tijd om het muziekklimaat te diversifiëren en ook lager opgeleide
publieksgroepen, publiek met lagere inkomens en publiek met een migrantenachtergrond bij het
gesubsidieerde muzieklandschap te betrekken. De diversiteit in de gesubsidieerde muzieksector
heeft veel te winnen. Dat zien we als we buiten het gesubsidieerde bestel, in vaak niet-
gesubsidieerde zalen kijken; daar weet een veel diverser publiek zijn weg naartoe te vinden, en
ontmoeten we ook een veel gemêleerder groep muzikanten en acts.
In genres als urban muziek en wereldmuziek liggen hier vooral kansen, maar ook de klassieke
muziek, de jazz, de popmuziek en de dance kunnen er veel gevarieerder uitzien. ‘Gevarieerd’
heeft dan niet overal dezelfde connotatie; zoals gezegd staat een orkest in een provincie met veel
krimpgemeenten hier voor een andere uitdaging dan een ensemble in een grootstedelijke
omgeving. Kernboodschap is dat elke Nederlander zijn muzieksmaak en -kennis moet kunnen
verbreden en verdiepen, en dat toptalent met elke culturele, maatschappelijke of economische
achtergrond zich moet kunnen vormen tot muziekprofessional – hetzij op het podium, hetzij
achter de schermen of aan de top.
Wij bepleiten in dit advies een muziekbeleid dat, in overeenstemming met de vier
cultuurpolitieke doelen, pluriform is, toptalent in elk muziekgenre en met elke mogelijke
afkomst in staat stelt zich te ontwikkelen, en elke Nederlander, ongeacht leeftijd, culturele
achtergrond, inkomen of woonplaats, optimaal toegang geeft tot kunst en cultuur. Hiervoor is
het nodig enerzijds bestaande spelers te vragen een actiever diversiteitsbeleid te voeren, en
anderzijds nieuwe spelers toe te laten tot het stelsel, die reeds een diverser praktijk voeren. Bij
het aangaan van subsidierelaties is het van belang duidelijke afspraken te maken over de
naleving van de Code Culturele Diversiteit. Daarnaast moeten ook andere mogelijke maatregelen
worden onderzocht, zoals het organiseren van biastrainingen voor gesubsidieerde instellingen,
commissies, raden en overheden en het instellen van quota voor divers beleid. Ten overvloede zij
gezegd dat een diversiteitsbeleid de hele organisatie moet aangaan, inclusief het toezicht en de
top.
    Wat lost dit op?
    – Een te weinig cultureel divers muzieklandschap in termen van programmering, publiek,
       personeel en partners.
    – Gebrek aan diversiteit met betrekking tot opleidingsniveau, inkomen, afkomst,
       woonplaats, leeftijd et cetera, zowel onder muziekprofessionals als onder hun publiek.
    – Gebrek aan diversiteit binnen organisaties, van de kassa tot aan de directie en het toezicht
6. Besteed expliciet aandacht aan de arbeidsmarkt voor muziekprofessionals.
Besteed in het muziekbeleid expliciet aandacht aan de verbetering van de arbeidsmarkt voor
muziekprofessionals.
Zoals we recent in onze arbeidsmarktadviezen in samenwerking met de SER adviseerden, laat de
culturele arbeidsmarkt sterk te wensen over. [ 4 ] Er gaapt een flinke kloof tussen de inzet van
werkenden in de sector en de verdiensten die daartegenover staan. Muzikanten en musici doen
in maatschappelijk en economisch opzicht een flinke duit in het zakje, maar krijgen daar zelf bar
weinig voor terug.
In voorgaande analyse van de muzieksector hebben we laten zien wat dit voor musici en
componisten betekent. Verdiensten zijn laag en perspectieven zijn ronduit slecht, en dat geldt
voor een zeer groot deel van de sector, of het nu om freelance popmuzikanten gaat of om
orkestmusici met gehalveerde contracten.
                                                                                                    96
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>De problematiek met betrekking tot de arbeidsmarkt is te groot om de oplossing ervan geheel
aan de sector over te laten; hier is de overheid nodig.
Recent publiceerde Kunsten ’92 op verzoek van voormalig minister Bussemaker de
‘Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve Sector 2017 – 2023’. Daarin wordt concrete
invulling gegeven aan de aanbevelingen uit het advies ‘Passie ’‘Gewaardeerd’. [ 5 ] De raad
moedigt de uitvoering van deze agenda aan. De verdere ontwikkeling en toepassing van de Fair
Practice Code en het ontwikkelen van nieuwe investeringsmodellen en -instrumenten in
samenwerking met Cultuur+Ondernemen zijn twee aanbevelingen die direct aansluiten op onze
analyse.
Wij bepleiten in dit advies dat de versteviging van de arbeidsmarkt prioriteit krijgt in het
cultuurbeleid. Het voornaamste doel van overheden moet daarbij zijn om de sector te stimuleren
zelf zijn arbeidsmarkt te verduurzamen. Hiertoe is het nodig met gesubsidieerde instellingen
overeen te komen dat zij zich committeren aan de Fair Practice Code en de Governance Code
Cultuur en dat zij zich houden aan redelijke honorariumafspraken en cao’s. Het verbeteren van
de arbeidsmarktpositie van werkenden in de sector zal mogelijk leiden tot hogere
toegangsprijzen, hogere honoraria en een lagere output, zoals ook de ‘Arbeidsmarktagenda’
schrijft. Dit betekent dat overheden en fondsen opnieuw in overweging moeten nemen welke
prestaties verwacht mogen worden voor bepaalde subsidiebudgetten. Zij dragen immers
medeverantwoordelijkheid voor een redelijke honorering van muziekprofessionals die werken
voor of bij overheidsgesubsidieerde muziekorganisaties. Behalve door te zorgen voor goede
honoraria voor composities en liveoptredens, kan de Rijksoverheid ook bijdragen aan de
verbetering van inkomsten van muziekprofessionals door zich hard te maken voor nieuwe
afspraken op het gebied van auteursrecht bij streaming.
    Wat lost dit op?
    –   Lage verdiensten van creërende en uitvoerende muziekkunstenaars bij liveconcerten.
    –   Lage verdiensten van creërende en uitvoerende muziekkunstenaars uit streaming.
    –   Slechte loopbaanperspectieven voor zzp’ers in de muzieksector.
    –   Lage verdiensten voor musici in loondienst door lang niet geïndexeerde salarissen en
        verkleinde arbeidscontracten.
Tot slot
Wij verwachten dat bovenstaande aanbevelingen, in combinatie met de aanbevelingen uit de
vorige hoofdstukken, bijdragen aan een evenwichtige, gezonde, gevarieerde muzieksector. De
ingrediënten liggen er; aan de kunstenaars zal het niet liggen. De kunstenaars en instellingen –
en laten we ze nog één keer allemaal noemen: musici en muzikanten, zangers, rappers,
dirigenten, dj’s, componisten, sounddesigners, arrangeurs, producers, liedschrijvers,
muziekdocenten, zangleraren, ensembles, bands, orkesten, koren, productiekernen,
muziekhuizen, productiehuizen, podia, festivals en alle professionals die zich dag na dag, avond
na avond inzetten voor de muziek – zijn er al. Laten we ze horen.
                                                                                                 97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>  1
Raad voor Cultuur, 2017.
  2
Raad voor Cultuur, 2017.
  3
Hier gaat het nadrukkelijk niet over regionalisering, maar over een systematiek
waarbij het Rijk reageert op plannen die vanuit de regio worden ontwikkeld, zie
verder Raad voor Cultuur, 2017.
  4
Raad voor Cultuur en SER, 2016; Raad voor Cultuur en SER, 2017.
  5
Kunsten ’92, 2017.
                                                                                98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>Bijlagen
         99
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>100</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>101</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>102</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>103</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>104</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>105</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>106</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 107 ======================================================================

<pre>107</pre>

====================================================================== Einde pagina 107 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 108 ======================================================================

<pre>108</pre>

====================================================================== Einde pagina 108 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 109 ======================================================================

<pre>109</pre>

====================================================================== Einde pagina 109 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 110 ======================================================================

<pre>110</pre>

====================================================================== Einde pagina 110 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 111 ======================================================================

<pre>        Sectoradviezen / Muziek / Bijlagen / Lijst van gesprekspartners
         Lijst van gesprekspartners
Kerncommissie muziek
Sander van Maas                      Kees Dijk                          Tineke Postma
(voorzitter)                         Oud-manager                        Jazzsaxofonist
Musicoloog                           Radio Filharmonisch                en componist
Universiteit                         Orkest en Radio Kamer
van Amsterdam                        Fiharmonie                         Zafer Yurdakul
                                                                        Directeur
Jeroen Bartelse                      Maike Fleuren                      Podium Mozaïek
Directeur                            Artistiek en zakelijk
Raad voor Cultuur                    leider                             Jeroen Vanacker
                                     De Nieuwe Oost/Productiehu         Directeur
Shane Burmania                       Oost-Nederland                     Concertgebouw Brugge
Programmeur
Muziekgebouw aan ’t IJ               Henca Maduro                       Willem van Zeeland
en Korzo                             Artistiek directeur                Eindredacteur
                                     Epitome Entertainment              internet & innovatie
                                                                        bij de NTR
                                     Mark Minkman
                                     Directeur Paradiso
Bureau Raad voor Cultuur
Lonneke Kok                          Lodewijk Reijs                     Merel Vercammen
Senior beleidsadviseur               Beleidsadviseur                    Beleidsmedewerker
Gesprekspartners
De commissie heeft expertmeetings georganiseerd over de verschillende muziekgenres:
popmuziek, wereldmuziek, jazz en geïmproviseerde muziek, koormuziek, klassieke en
hedendaagse muziek en symfonische muziek. Verder vonden expertmeetings plaats over
internationalisering, jeugdpodiumkunsten, economie in de muzieksector,
talentontwikkeling, culturele diversiteit, de rol van het orkest in de regio, flexibele
orkestmodellen en de musicus van 2021 en verder. Ook vonden enkele open spreekuren
plaats. De commissie heeft verder apart gesproken met belangenverenigingen en koepels.
Reinier Baas                         David Bazen                        Winston Bergwijn
Jazzgitarist en -                    Koninklijk                         (Winne)
componist                            Concertgebouworkest                Hiphopartiest
Emir Barhan                          (KCO)                              Sagitha Biekman
Mystiek Productions                  Samora Bergtop                     AT Productions
Robbert Baruch                       Theatermaker                       Mike Bindraban
Buma/Stemra                          Well Made Productions,             Good Music Company
                                     beleidsadviseur
                                     Raad voor Cultuur
                                                                                             111
</pre>

====================================================================== Einde pagina 111 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 112 ======================================================================

<pre>Max Boeree             Iris Daalder             Ron Ford
Houtblazer             Nederlandse Associatie   Fonds Podiumkunsten
Metropole Orkest       voor Podiumkunsten       Esther Gottschalk
Rob van den Bosch      (NAPK)                   Nieuw Geneco
Boekingskantoor        Monica Damen             Koen Graat
Radar Agency           Koninklijk               Programmeur
Marjorie Boston        Conservatorium           (o.a. November Music)
Rightaboutnow.inc,     Wilfred Damman           Sander Grande
adviseur Raad voor     Publishing, brands &     North Sea Jazz Festival
Cultuur                events en management     Cissy Gressmann
Yassine Boussaid       (o.a. Blaudzun)          Zangeres en spoken
o.a. ACLI, Amsterdams  Silvie Dees              word­artiest,
Andalusisch Orkest     De Verenigde             programmamaker Urban
Maarten van Boven      Podiumkunstenfestivals,  House Groningen
Muziekgebouw aan ’t IJ Motel Mozaïque           Syb Groeneveld
Janpier Brands         Arthur van Dijk          Stimuleringsfonds
WORM                   Raad en Daad,            Creatieve Industrie
Maartje Broekhans      oud-directeur Brabants   Johan Gijsen
Residentie Orkest      Orkest                   Le Guess Who?
Wouter Brouwer         Chris Dingjan            Pete Harden
Hoornist NedPhO | NKO  Vereniging van           Ensemble Klang
Niek vom Bruch         Nederlandse              Jan Harshagen
Grand Futura           Orkesten (VVNO)          Hoornist
Wiebren Buma           Danka van Dodewaard      Leonie Heezemans
Het Gelders Orkest     Amsterdam Roots          Brabantse Bond van
Arwen van der Burg     Festival                 Muziekverenigingen
Altviolist Het         Theo van Dooremalen      Sonja Heimann
Balletorkest           November Music           World Music Forum NL
Giovanni Campbell      David Dramm              Anne-Maarten van
Fonds voor             componist, Nieuw         Heuvelen
Cultuurparticipatie    Geneco                   Bassist en zanger
Adeline van Campen     Susanne Dumoulin         (o.a. NO blues)
philharmonie           Plein 23 Veghel          Henk Heuvelmans
zuidnederland          Ben van den Dungen       De Verenigde
Susanna von Canon      Jazzsaxofonist           Podiumkunstenfestivals,
Manager (o.a. ICP      Harrie van den Elsen     Gaudeamus Muziekweek
Orchestra)             Prins Claus              Maarten van Hinte
Amir Charles           Conservatorium,          Rightaboutnow.inc
3FM                    Netwerk Conservatoria    Wijnand Hollander
Bart Claessens         Jean-Paul Everts         o.a. Stichting Inclusive,
Trombonist Koninklijk  Bassist Het Balletorkest Het Postkantoor
Concertgebouworkest    Francis Faas             Sebastiaan Hooft
(KCO)                  Consensus Vocalis        DJ en producer
Marcus Cohen           Linda van de Fliert      Niels Hoogland
DEN                    Ministerie van OCW       FunX
Lodewijk Collette      Piet van Gennip          Arto Hoornweg
Regisseur/programmeur  Het Balletorkest         Trompettist Rotterdams
(o.a. MCO, NTR),       Mark Gerrits             Philharmonisch Orkest
adviseur Raad voor     Nederlandse              Mark Hospers
Cultuur                Toonkunstenaarsbond      Noorderzon, De
Ben Cruiming           (Ntb)                    Verenigde
Trombonist             Marie Fol                Podiumkunstenfestivals
Orkest van het Oosten  Dutch Culture            Sanne Huijbregts
                                                Jazzzangeres
                                                                          112
</pre>

====================================================================== Einde pagina 112 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 113 ======================================================================

<pre>Hans van der Hurk       Simone Mager            Michael Nieuwenhuizen
Rockacademie            Het Laagland            o.a. Classical:NEXT,
Niek Idelenburg         Renske Meertens         Klassieke Muziek
Holland Opera           Opera Zuid              Coalitie i.o.,
Geert van Itallie       Yolande Melsert         adviseur Raad voor
Melkweg, Vereniging     Nederlandse Associatie  Cultuur
van                     voor Podiumkunsten      Maarten Ornstein
Nederlandse Poppodia    (NAPK)                  Jazzsaxofonist en -
en                      Maarten Mendelaar       klarinettist
-Festivals (VNPF)       Manager (o.a. Efe       Bert Palinckx
Jilt Jansma             Erdem)                  November Music
Trombonist Het Gelders  Maria Mennen            Jan van der Plas
Orkest                  NedPhO | NKO            Popcoalitie
Roland Kieft            Henk van der Meulen     Hugo van de Poel
Stichting Omroep        Koninklijk              Stimuleringsfonds
Muziek                  Conservatorium,         Creatieve Industrie
Frank Kimenai           Netwerk Conservatoria   Henriëtte Post
Music Managers          Kees Meijer             Fonds Podiumkunsten
Forum NL                Orkest van het Oosten   Jan Raes
Marco van de Klundert   Bart van Meijl          Koninklijk
Nieuw Vocaal            Koninklijk Nederlandse  Concertgebouworkest
Amsterdam               Muziek Organisatie      (KCO)
Bart Kokx               (KNMO)                  Boukje Raes
Skyway Possibilize      Susanne Moed            Violist Het Gelders
Gijs Kramers            Dutch Performing Arts   Orkest
Altviolist (o.a.        Arrien Molema           Kiki Raposo de Haas
Philharmonia Orchestra, Songwriter,             Calefax
Londen)                 Beroepsvereniging       Edoardo Righini
en dirigent             Auteur-Muzikanten       Conservatorium
Marcel Kranendonk       (BAM!)                  Amsterdam
Vereniging van Jazz- en Geert Mooren            Jos Roeden
Improvisatiemuziek      Trompettist en dirigent philharmonie
Podia                   (o.a. Symfonisch        zuidnederland
Sieb Kroeske            Blaasorkest Drunen)     Gable Roelofsen
Deskundige radio en     Rajae El Mouhandiz      Muziektheatermaker,
hitparades              Zangeres, producer      Het Geluid Maastricht,
Martin Kothman          Ans Muijres             adviseur Raad voor
FNV Media & Cultuur     Intro Maastricht        Cultuur
Pepijn Lagerwey         Wouter Muste            Pieter Roos
Bond voor               Albeda College          Ministerie van EZ
Amateurmuziektheater    Wilbert Mutsaers        Ferry Roseboom
en Lichte Koormuziek    Spotify                 Into The Great Wide
(BALK)                  Mayke Nas               Open,
Sara Lambrecht          Componist des           De Verenigde
Booking agent           Vaderlands              Podiumkunstenfestivals
Kees Lamers             Sjouke Nauta            Stefan Rosu
Vereniging van          Friesland Pop           philharmonie
Nederlandse Poppodia    Marco de Niet           zuidnederland
en -Festivals (VNPF)    DEN                     Ingrid Ruijgh
Arjen Leendertz                                 Kunstbalie Tilburg
Bassist Rotterdams                              Stan Rijven
Philharmonisch Orkest                           World Music Forum NL
Jessica van Loon
Buma/Stemra
                                                                       113
</pre>

====================================================================== Einde pagina 113 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 114 ======================================================================

<pre>Nanette Ris             Martine Spanjers       Dave Vanderheijden
Directeur Leidse        ZIMIHC                 Hiphop In Je Smoel
Schouwburg –            Dennis Stam            Frank Veenstra
Stadsgehoorzaal,        Fonds Podiumkunsten    Muziekgebouw
adviseur                Arno Stoffelsma        Eindhoven
Raad voor Cultuur       Klarinettist           Victor van de Ven
Piet Roorda             Het Gelders Orkest     School of House
Landelijk Centrum voor  Rob Streevelaar        Gijs Verburg
Amateurkunst (LKCA)     NedPhO | NKO           Amsterdam Dance Event
Gaétan van de Sande     Aart Strootman         Anita Verheggen
Encore, Bravoure Music  Gitarist, componist    Nederlandse
Berend Schans           (o.a. Temko, Stargaze) Toonkunstenaarsbond
Vereniging van          Ingeborg Struyk        (Ntb),
Nederlandse             Urban House Groningen  Sena
Poppodia en -Festivals  Frederik Styns         Hedwig Verhoeven
(VNPF)                  Symfonieorkest         Vereniging van
Marlies Timmermans      Vlaanderen             Schouwburg- en
Ekko, Vereniging van    Tom Swart              Concertgebouwdirecties
Nederlandse Poppodia    Pianist-accordeonist   (VSCD)
en                      Blaudzun, Intro        Floris Vermeulen
-Festivals (VNPF)       Maastricht             Fonds Podiumkunsten
Haytham Safia           Jaïr Tchong            Jan Geert Vierkant
Zanger en ud-speler     Muziekjournalist       Metropole Orkest
(o.a. NO blues)         Gusta Teengs Gerritsen Wilmar de Visser
Said Salhi              Dramacoach,            Bassist (o.a. Radio
Marmoucha               adviseur               Filharmonisch Orkest,
Ries Schellekens        Raad voor Cultuur      Nederlands Blazers
Tubaspeler              Sven Arne Tepl         Ensemble)
philharmonie            Residentie Orkest      Tido Visser
zuidnederland           Fedor Theunisse        Nederlands Kamerkoor
Martin Schippers        Asko|Schönberg,        Roy Voogd
Trombonist Koninklijk   Slagwerk Den Haag      o.a. Nederlands
Concertgebouworkest     Caecilia Thunnissen    Koorfestival
(KCO)                   Oorkaan                Wim Vringer
Dorine Schoon           Marlies Timmermans     Muziekgebouw
Hoboïst                 Ekko, Vereniging van   Eindhoven
Gwen Sengers            Nederlandse Poppodia   Robert Vroegindeweij
Theaters Tilburg        en -Festivals (VNPF)   Fluitist,
Marijn Simons           Jasper Tjallingii      educatiespecialist,
Componist               Bassist Residentie     adviseur
Peter Smidt             Orkest                 Raad voor Cultuur
Buma Cultuur,           Yke Toepoel            Neil Wallace
Eurosonic Noorderslag   Voormalig fluitist en  de Doelen
Francis de Souza        manager,               Ingeborg Walinga
Freelance programmeur   adviseur Raad voor     Vereniging van
en boeker               Cultuur                Nederlandse Orkesten
Wim Soldaat             Merlijn Twaalfhoven    (VVNO),
Militaire Muziek        Componist              Noord Nederlands
Krijgsmacht, Ministerie (schriftelijke input)  Orkest
van Defensie            Jochem Valkenburg      Daphne Wassink
Masa Spaan              Holland Festival       Koornetwerk Nederland
Programmeur             De Verenigde           Renske Wassink
(o.a. De Vereeniging)   Podiumkunstenfestivals Codarts Wereldmuziek
                                                                      114
</pre>

====================================================================== Einde pagina 114 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 115 ======================================================================

<pre>Joost Westerveld      Thomas Winther       Rita Zipora
Amsterdam Sinfonietta Andersen             Zangeres, songwriter,
George Wiegel         Jazzbassist,         Beroepsvereniging voor
Rotterdams            Beroepsvereniging    Auteur-Muzikanten
Philharmonisch Orkest van Improviserende   (BAM!)
Erik Winkelman        Musici (BIM)         Richard Zijlma
Bassist Metropole     Janneke van der Wijk Amsterdam Dance
Orkest                Conservatorium van   Event (ADE)
                      Amsterdam, Netwerk   Martijn van Zon
                      Conservatoria        Buma/Stemra
                      Lisa van Woersem
                      Paradiso Melkweg
                      Productiehuis
                                                                  115
</pre>

====================================================================== Einde pagina 115 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 116 ======================================================================

<pre>        Sectoradviezen / Bijlagen / Literatuur
         Literatuur
ADE, Buma, ID&T en                   Berenschot              Buma Cultuur
EVAR Advisory Services,              in opdracht van         Rapport
Dance-onomics                        het ministerie van OCW  Nederlandstalige Muziek
The economic                         Naar nieuwe             Hilversum, 2015
significance of EDM for              presentatiemodellen
the Netherlands                      voor orkesten.          Buma Cultuur
Hoofddorp, 2012                      Eindrapport over het    Exportwaarde van
                                     orkesten-onderzoek voor Nederlandse populaire
Anderson, C.                         het ministerie van OCW  muziek 2015
The Long Tail: Why the               Utrecht, 2011           Hilversum, 2017
Future of Business is
Selling Less of More                 Berenschot              Bussemaker, J.
Hyperion,                            in opdracht van         Een investering in
New York 2006                        Nieuw Geneco            popmuziek (kamerbrief)
                                     Componistenmonitor      9 maart 2016
APE en Rebel                         2017
in opdracht van                                              Cap Gemini, Ernst &
                                     2017
het ministerie van OCW                                       Young
Economische                          Bestuursdienst          Arbeidsvoorwaarden in
ontwikkelingen                       Gemeente Amsterdam      de kunstensector, deel 3
in de cultuursector                  Amsterdams              –
2009 – 2015                          beleidskader            een samenvattend beeld.
2016                                 dance events.           Van achterstand naar
                                     Over drugs, gezondhei   professionalisering
APE                                  en veiligheid           Utrecht, 2002
in opdracht van Fonds                Amsterdam, 2015
Podiumkunsten                                                CBS
en Popcoalitie                       Bisschop Boele E.       Statline Professionele
Talentontwikkeling                   Muziekscape Groningen   podiumkunsten;
en de poppodia.                      – Live!                 capaciteit,
Onderzoek naar de                    Groningen, 2010         voorstellingen,
financiële                                                   bezoekers, regio
druk op poppodia en                  Bisschop Boele E.       statline.cbs.nl, 2017
hun                                  Het vak muziek in het
                                     creatieve tijdperk,     CBS
rol bij
                                     in Cultuur+Educatie     Kerngegevens
talentontwikkeling
                                     jaargang 13,            Kunst-/Cultuurconnectie
Den Haag, 2017
                                     nummer 38               1991 – 2014
Berenschot                           2013                    www.cbs.nl
in opdracht van                                              Voorburg/Heerlen,
het ministerie van OCW               Boekmanstichting:       10 maart 2016
Afwegingskader                       Lahaut, D., Aart K. van
Ondersteuningsstructuur              De Staat van Cultuur.
Cultuurbestel                        Cultuurindex Nederland
Utrecht, 2004                        2005 – 2013
                                     Amsterdam, 2015
                                                                                      116
</pre>

====================================================================== Einde pagina 116 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 117 ======================================================================

<pre>Cebeon                    Dutch Culture              HBO-raad
in opdracht van LKCA      Buitengaats, 2016          Focus op Toptalent.
Budget cultuureducatie    (data aangeleverd door     Sectorplan hbo
per leerling PO en VO     Dutch Culture              kunstonderwijs
in de                     ten behoeve van dit        2012 – 2016
35 grootste gemeenten     advies)                    Den Haag, 2011
(G35)
in de periode             Downbeat                   HBO-raad
2013 – 2014               Jazz, Blues & Beyond,      Focus op Toptalent.
Amsterdam, 2014           ‘65th Annual Critics Poll’ Houtskoolschets
                          volume 84,                 sectorplan hbo
Christman, E.             augustus 2017,             kunstonderwijs
Music industry will hit   nummer 8                   2012 – 2016
$41 billion by 2030       ‘www.downbeat.com’         Den Haag, 2012
according to New
Goldman Sachs Report      Erasmus Universiteit       ING Economisch Bureau
www.bilboard.com          Rotterdam, Bureau ART      Flying Dutch
29 augustus 2017          in opdracht van Fonds      (infographic)
                          voor Cultuurparticipatie   2015, 2016, 2107
Commissie Muziek          TOM volgt zijn talenten.
onder voorzitterschap     Eindrapport over de        Joustra, J.
van Hans Hierck           eerste                     in opdracht van
in opdracht van           peiling van het            Research Institute for
ministerie van OCW        talentvolgonderzoek        Trade and Transaction
Met het oog op de         2013 – 2017                Management
toekomst                  2017                       Industral Organization
Den Haag, 2001                                       in the Dutch
                          Fonds Podiumkunsten        Dance Industry.
Commissie Nederlandse     Meerjarige                 A transaction cost
Beroepsorkesten           activiteitensubsidie 2017  perspective on hybrid
Orkesten van nu,          – 2020                     organizations
van waarde voor           Den Haag, 2016             Utrecht, 2014
de toekomst.
De gezamenlijke           Fonds Podiumkunsten        Klink, P. van
Nederlandse               Vitale verbindingen.       De bijzondere economie
Symfonieorkesten over     Beleidsplan 2017 – 2020    van het
het huidige               Den Haag, 2016             kunstenaarschap.
orkestenlandschap                                    Wat iedere kunstenaar
                          Fonds Podiumkunsten        moet weten!
en de toekomst
                          Jaarverslag 2015           Amsterdam University
Eindhoven, 2014
                          Den Haag, 2016             Press
Deresiewicz, W.                                      Amsterdam, 2016
                          Fonds Podiumkunsten
The Death of the Artist –
                          Jaarverslag 2016           Kwink Groep
and the Birth of the
                          Den Haag, 2017             in opdracht van Fonds
Creative Entrepreneur
in The Atlantic,                                     Podiumkunsten
                          Haan, J. de
january­february issue                               Evaluatie
                          Streamingdiensten
2015                                                 Programmeringsregeling
                          veroveren de consument
                                                     Fonds Podiumkunsten.
                          in Boekman 97,
Doeland, D.                                          Eindrapport
                          jaargang 25, 2013
Dance Festival Monitor                               Den Haag, 2013
2017
                                                                            117
</pre>

====================================================================== Einde pagina 117 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 118 ======================================================================

<pre>Kwink Groep            LKCA, ZIMIHC,             Muziek Centrum
in opdracht van Fonds  Nederlands Kamerkoor,     Nederland (MCN)
Podiumkunsten          Europa Cantat             Sectortypering Muziek
Evaluatie Productie-   Utrecht e.a.              Amsterdam, 2010
en Compositiesubsidies Zingen, lekker
Fonds Podiumkunsten    belangrijk!               Muziek en Theater
Den Haag, 2014         Manifest samen            Netwerk
                       zingen 2020               Kwinten & kwartjes
Koster, M.             zingenlekkerbelangrijk.nl De sociaal-economische
Rapper Boef tegen      2017                      positie van jazz- en
Quote:                                           improviserende music
“80k per maand kom je  Mas-Herrero, E.,          in Nederland
al snel aan”           Zatorre, R.J.,            Amsterdam, 1998
quotenet.nl            Rodrigues-Fornells, A.,   Aangehaald in Cap
27 juni 2017           Marco-Pallarés, J.        Gemini,
                       Dissociation between      Ernst & Young, 2002
Kunsten ’92            Musical and Monetary
De aannames van        Reward Responses          Muziekcentrum
Zijlstra               in Specific               Vlaanderen
anderhalf jaar later   Musical Anhedonia         Landschapstekening
Amsterdam, 2014        in: Current Biology       Muziek
                       24 maart 2014             Brussel, 2014
Kunsten ’92
Arbeidsmarktagenda     Meulder, M. de            NAPK en Cubiss
culturele en creatieve Zó veel verdienen de      Beloning Ensembles.
sector 2017 – 2023     mannen van                Een inventarisatie
Amsterdam, 2017        Broederliefde             Amsterdam, 2015
                       met Spotify en YouTube
Kunstfactor                                      Nationaal Luister
                       quotenet.nl
Popunie en &Concept                              Onderzoek (NLO), GfK
                       28 maart 2017
395 Minuten                                      Audio Distributie
Amateur-               MIDiA Consulting          Onderzoek
popmuziekin Nederland  The Death of the          Amstelveen, 2015
Rotterdam, 2008        Long Tail.
                                                 Newcom Research
                       The Superstar Music
Kunstfactor                                      & Consultancy
                       Economy
Hiphop in Nederland                              Nationale Social Media
                       Londen, 2014
deel 1. Een beeld van                            Onderzoek 2015.
de scene               Ministerie van OCW        Het grootste
Utrecht, 2011          Subsidieregeling          trendonderzoek van
                       culturele                 Nederland naar het
Linden, E. van der                               gebruik en
                       basisinfrastructuu
Volkse muziek in                                 verwachtingen
                       2017 – 2020
Nederland.                                       van social media
                       Den Haag, 2015
Populariteit,                                    Amsterdam, 2015
kerngegevens           Ministerie van OCW
en media 2014          Cultuur in Beeld 2016
Music Motion,          Den Haag, 2016
Amsterdam, 2014
                       Muziek Centrum
LKCA                   Nederland (MCN)
Monitor Amateurkunst   Jazzkaart 2008
2015                   Amsterdam, 2008
Utrecht, 2015
                                                                        118
</pre>

====================================================================== Einde pagina 118 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 119 ======================================================================

<pre>Newcom Research          NVPI                     Popcoalitie
& Consultancy            Omzet Nederlandse        Pop naar het buitenland.
Nationale Social Media   muziekindustrie stijgt   Exportbeleid voor
Onderzoek 2016.          door in 2016             2017 – 2020
Het grootste             www.nvpi.nl              Amsterdam, 2015
trendonderzoek van       25 april 2017
Nederland naar het                                Popcoalitie
gebruik en               Oostveen, A.             Onderzoeksagenda
verwachtingen            Het informele            popmuziek
van social media         jazzcircuit.             Amsterdam, 2016
Amsterdam, 2016          Over het grote belang
                         van                      Popcoalitie
Newcom Research          de kleine informele      Reactie op popnota aan
& Consultancy            podia                    minister Bussemaker
Nationale Social Media   in Boekmancahier,        (brief)
Onderzoek 2017.          jaargang 10,             Amsterdam, 4 april 2016
Het grootste             nummer 37
                                                  POPnl, Vereniging
trendonderzoek van       september 1998
                                                  Nederlandse Poppodia
Nederland naar het
                         Ordanini, A., Nunes J.   en
gebruik en
                         From fewer blockbusters  -Festivals, DSP-groep
verwachtingen
                         by more superstars       De waarde van pop.
van social media
                         to more blockbusters by  De maatschappelijke
Amsterdam, 2017
                         fewer superstars:        betekenis
Ntb, Sena Performers,    How technological        van popmuziek
NORMA, FNV Kiem,         innovation has impacted  Amsterdam, 2013
Cubiss                   convergence on
                                                  Putten, B. van
Pop, wat levert het op?  the music chart
                                                  Over de staat van
Onderzoek naar de        in International Journal
                                                  de muziek
inkomsten popmusici      of Research
                                                  basvputten.wordpress.com
in Nederland             in Marketing 33
                                                  27 oktober 2016
Tilburg, 2015            2016
                                                  PwC
Nuchelmans, A.           Orkestmusici,
                                                  Entertainment & Media
Dit gebonk dient tot het ondersteund door FNV
                                                  Outlook for the
laatste toe te worden    Kiem Klassiek en Ntb
                                                  Netherlands 2017 – 2021
bestreden                Behoud, bewaak en
                                                  Amsterdam, 2017
Popmuziek en             koester de artistieke
overheidsbeleid          kwaliteit van de         Raad voor Cultuur
1975 – 2001              Nederlandse              Sectoranalyse muziek
Boekmanstudies,          symfonieorkesten         Den Haag, 2003
Amsterdam, 2002          Manifest Orkestmusici
                         2014                     Raad voor Cultuur
Nuchelmans, A.                                    Innoveren, participeren!
U vraagt, wij draaien’,  Oskamp, J.               Advies agenda
in Boekman 97,           Opslaan en vernietigen:  cultuurbeleid
jaargang 25              muziekarchieven          & culturele
2013                     bedreigd                 basisinfrastructuur
                         Ambo|Anthos,             Den Haag, 2007
                         Amsterdam, 2017
                                                                           119
</pre>

====================================================================== Einde pagina 119 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 120 ======================================================================

<pre>Raad voor Cultuur       Raad voor Cultuur en   Researchcentrum voor
(commissie-Oostvogel)   Sociaal-Economische    Onderwijs en
Innoveren, vitaliseren. Raad                   Arbeidsmarkt
Kompas voor een         (SER)                  (ROA) Universiteit
levendige               Passie gewaardeerd.    Maastricht,
symfonische traditi     Versterking van de     DESAN Research
in Nederland            arbeidsmarkt in de     Solutions
Den Haag, 2010          culturel               in opdracht van
                        en creatieve sector    Vereniging Hogescholen
Raad voor Cultuur       Den Haag, 2017         Kunsten Monitor 2016
Sectoranalyse                                  Maastricht, 2017
podiumkunsten           Raad voor Cultuur
Den Haag, 2011          Cultuur voor stad,     Respons
                        land en regio.         in opdracht van
Raad voor Cultuur       De rol van stedelijke  VVEM en VNPF
De Cultuurverkenning.   regio’s                Festival Monitor 2015
Ontwikkelingen en       in het cultuurbestel   Amsterdam, 2016
trends                  Den Haag, 2017
in het culturele leve                          Respons
in Nederland            Raad voor de Kunst     in opdracht van
Den Haag, 2014          Orkestenbestel.        VVEM en VNPF
                        Rapporten en adviezen  Festival Monitor 2016
Raad voor Cultuur       aangeboden aan de      Amsterdam, 2017
Meedoen is de kunst.    Minister
Advies over actieve     van Cultuur, Recreatie Schönberger, E. (red.)
cultuurparticipatie     en Maatschappelijk     in opdracht van Holland
Den Haag, 2014          Werk                   Festival en Donemus
                        Den Haag, 1975         Ssst! Nieuwe ensembles
Raad voor Cultuur                              voor nieuwe muziek
Agenda Cultuur          Researchcentrum voor   Uitgeverij International
2017 – 2020 en verder   Onderwijs en           Theatre & Film Books
Den Haag, 2015          Arbeidsmarkt           Amsterdam, 1996
                        (ROA) Universiteit
Raad voor Cultuur                              Sociaal en Cultureel
                        Maastricht,
Adviezen Culturele                             Planbureau (SCP)
                        DESAN Research
basisinfrastructuu                             Mogelijkheden tot
                        Solutions
2017 – 2020                                    kunstbeoefening in
                        in opdracht van
Den Haag, 2016                                 de vrije tijd
                        Vereniging Hogescholen
                        Kunsten Monitor 2014   Den Haag, 2010
Raad voor Cultuur en
Sociaal-Economische     Maastricht, 2015
                                               Sociaal en Cultureel
Raad                                           Planbureau (SCP)
                        Researchcentrum voor
(SER)                                          Culturele activiteiten
                        Onderwijs en
Verkenning                                     in 2012.
                        Arbeidsmarkt
arbeidsmarkt                                   Bezoek, beoefening en
                        (ROA) Universiteit
culturele sector                               steun
                        Maastricht,
Den Haag, 2016                                 Den Haag, 2012
                        DESAN Research
                        Solutions
                        in opdracht van
                        Vereniging Hogescholen
                        Kunsten Monitor 2015
                        Maastricht, 2016
                                                                        120
</pre>

====================================================================== Einde pagina 120 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 121 ======================================================================

<pre>Sociaal en Cultureel     Vercammen, M.          Vliet, H. van
Planbureau (SCP)         Audience development   Festival Atlas 2015.
Sport en cultuur.        for                    Een overzicht en analyse
Patronen in              classical music        van het landschap van
belangstelling           performances           film-,
en beoefening            in The Netherlands:    food- en muziekfestivals
Den Haag, 2016           how to attract young   in Nederland in 2015
                         audiences?             MXStudio / Lectoraat
SP, Oorstrelend en       (masterscriptie,       Crossmedia Hogeschool
Hartveroverend           onderzoek ten dele     van Amsterdam
Kwaliteit en diversiteit verricht               Amsterdam, 2016
in de Nederlandse        bij de
popmuziek                Raad voor Cultuur)     Vliet, H. van
Initiatiefnota           Erasmus Universiteit,  Festival Atlas 2016.
Den Haag, 2009           Rotterdam, 2017        Een overzicht en analyse
                                                van het landschap van
Stichting Méér Muziek    Vereniging Hogescholen film-,
in de Klas               Vierde                 food- en muziekfestivals
Jaarverslag 2016         Voortgangsrapportage   in Nederland in 2015
Amsterdam, 2017          Secctorplan HBO        MXStudio / Lectoraat
                         Kunstonderwijs         Crossmedia Hogeschool
Veen, G. van
                         studiejaar 2015 – 2016 van Amsterdam
Terphoven, A. van, e.a.
                         Den Haag, 2016         Amsterdam, 2017
Mary Go Wild.
25 Jaar Dance in         Vereniging van         Werkgroep Fair Practice
Nederland, Maslow,       Nederlandse Poppodia   Code
Amsterdam, 2013          en -Festivals (VNPF)   Fair Practice Code
                         Poppodia en festivals  versie 1.0
Ven, V. van de
                         in cijfers 2014        Amsterdam, 2017
Nederland danceland.
                         Amsterdam, 2015
Het succesverhaal van                           World Music Forum NL,
pragmatisch idealisme    Wetenschappelijke Raad Muziek Centrum
en                       voor                   Nederland
zelfredzame netwerken    het Regeringsbeleid:   A World of Sounds
in Boekman 100,          Schrijvers, E.,        & Opportunities
jaargang 26              Keizer, A.G.,          Klankrijk en kansrijk.
2014                     Engbersen, G.          Wereldmuziek in
                         Cultuur herwaarderen   Nederland
                         Amsterdam University   Amsterdam, 2012
                         Press, Amsterdam, 2015
                                                World Music Forum NL
                         Vereniging van         Pilot Barometer
                         Schouwburg- en         Wereldmuziek NL 2016
                         Concertgebouwdirecties Amsterdam, 2016
                         (VSCD)
                         Podia 2014.
                         Cijfers en kengetallen
                         Amsterdam 2015, 2016,
                         2017
                                                                         121
</pre>

====================================================================== Einde pagina 121 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 122 ======================================================================

<pre>           Sectoradviezen / Muziek / Colofon
           Colofon
De balans, de behoefte. [ 1 ]
Pleidooi voor een integraal, inclusief muziekbeleid,
is een uitgave van de Raad voor Cultuur.
Leden
Marijke van Hees voorzitter
Brigitte Bloksma
Lennart Booij
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Cees Langeveld
Thomas Steffens
Liesbet van Zoonen
Jeroen Bartelse directeur
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
070 – 3106686
‘info@cultuur.nl’
‘www.cultuur.nl’
Ontwerp
‘High Rise’
Alle adviezen van de raad zijn ook te vinden op ‘cultuur.nl’.
Wilt u op de hoogte blijven van de activiteiten van de raad?
Dan kunt u zich aanmelden voor de ‘nieuwsbrief’.
Volg ons ook op ‘Twitter’.
Het is toegestaan (delen van) de inhoud van de jaarverslagen
te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur
en het jaarverslag als bronnen worden vermeld.
Aan de jaarverslagen kunnen geen rechten worden ontleend.
© Raad voor Cultuur, november 2017
  1
Ontleend aan het nummer ‘Surfen’ van Typhoon, onderdeel van het album Lobi
Da Basi (2014).
                                                                           122
</pre>

====================================================================== Einde pagina 122 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 123 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke
adviesorgaan van de regering en
het parlement op het terrein van kunst,
cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over actuele
beleidskwesties en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 123 =================================================================

<br><br>