<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                   Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                   2595 BE Den Haag
                                                                   t 070 3106686
                                                                   info@cultuur.nl
                                                                   www.cultuur.nl
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
T.a.v. de heer drs. S. Dekker
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
5 oktober 2017
Kenmerk: RVC –2017- 1219
Betreft: advies Concessiebeleidsplan 2017-2025 Regionale Publieke Omroep
Geachte heer Dekker,
Op 13 juni 2017 heeft u de Raad voor Cultuur om advies gevraagd over het
concessiebeleidsplan 2017-2025 van de Regionale Publieke Omroep (RPO).
De RPO is sinds 31 mei 2016 het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor
de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau. Met de
oprichting ervan zou meer onderlinge samenwerking moeten ontstaan en
een gemeenschappelijke begrotings- en verantwoordingscyclus voor alle
regionale omroepen.
De RPO heeft een concessiebeleidsplan (CBP) opgesteld, waarin hij
beschrijft hoe de publieke mediaopdracht tot 2025 op regionaal niveau
wordt uitgevoerd.
In lijn met de eisen die de Mediawet stelt aan een concessiebeleidsplan,
vraagt u aan de raad in welke mate het CBP van de RPO een beschrijving
bevat van de wijze waarop de publieke mediaopdracht op regionaal niveau
wordt uitgevoerd. En, in hoeverre die is uitgewerkt in kwantitatieve en
kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en publieksbereik.
Aandachtspunten hierbij zijn de mate waarin wordt bijgedragen aan de
journalistiek in de regio, de toekomstbestendigheid van de regionale
omroepen en de rol van de koepelorganisatie RPO daarbij.
Eveneens verzoekt u de raad in te gaan op de samenwerking met de NPO,
lokale publieke media-instellingen en andere partijen, en ook op de
samenwerking tussen regionale publieke media-instellingen onderling en de
rol van de RPO daarbij.
                                                                              1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De raad heeft een commissie ingesteld die het advies heeft voorbereid. Die
commissie bestaat uit Wim Jansen (voorzitter), Bart Brouwers, Joop
Daalmeijer en Jaap Visser (secretaris). De raad is verantwoordelijk voor de
inhoud van het advies.
Aanbevelingen
De RPO heeft voor het eerst een concessiebeleidsplan opgesteld. Om deze
organisatie goed toe te rusten voor de uitvoering van haar taak voor de
komende periode, adviseert de raad u:
-      De RPO te vragen binnen een jaar een aangepast beleidsplan in te
       dienen, waarin duidelijker wordt beschreven wat de organisatie gaat
       doen, op welke wijze en binnen welke termijn. Zonder een concrete
       uitwerking van de plannen is het namelijk niet mogelijk om tot een
       prestatieovereenkomst tussen het Rijk en de RPO te komen.
-      In overleg met de RPO nu al duidelijke prestatieafspraken te maken
       op het gebied van, in elk geval:
           o Gebruik van non-lineaire mediaproductie
           o Samenwerking met zowel de NLPO, de Lokale Publieke
               Omroep als met de Nederlandse Publieke Omroep
           o Afstemming met de regionale dag- en nieuwsbladen en
               aandacht voor de stedelijke regio
-      De RPO de opdracht te geven de regionale omroepen te ontwikkelen
       tot streekomroepen, waarbij de provinciale grenzen worden
       losgelaten. Dit raakt de strategie van de lokale omroepen; daarom
       moet er worden gewerkt aan vervlechting en samenhang met die
       organisaties.
-      Binnen de Mediawet meer mogelijkheden te bieden voor publiek-
       private samenwerking, met name tussen media-instellingen op
       lokaal en regionaal terrein.
-      Toe te werken naar een integratie van de Amsterdamse
       ‘streekomroep’ AT5 in de RPO, in het kader van het werken in een
       stedelijke regio.
Hieronder gaat de raad dieper in op het CBP en onderbouwt hij
bovenstaande aanbevelingen.
                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Het Concessiebeleidsplan
Algemeen
Uit het CBP spreekt positiviteit, motivatie en ambitie. Net als andere media
moeten regionale omroepen, onder invloed van het snel veranderende
mediagebruik en -aanbod, hun positie, functie en taken opnieuw definiëren
en daarmee hun eigen positie helder beschrijven.
Het CBP is een goede samenvatting van het heden, terwijl de raad juist ook
graag een goed doordachte toekomstvisie had willen zien. Hierbij horen
concrete en afrekenbare doelstellingen. Die bevat het CBP nu vrijwel niet.
Ook mist de raad in het CBP een beschrijving van de eigen taak en positie
van de koepel RPO. Het is daardoor onduidelijk wat de rol van de RPO is. De
afzonderlijke omroepen worden beschreven, maar de plaats en positie, de
taak, de opdracht en de verantwoordelijkheid van de RPO zelf worden niet
verwoord.
Verschillende stakeholders op regionaal niveau (gemeenten,
provinciebestuurders, dagbladuitgevers) en ook het Stimuleringsfonds voor
de Journalistiek hebben gewezen op de precaire situatie van de regionale en
lokale nieuwsvoorziening. Velen wijzen op de noodzaak tot samenwerking
tussen alle mediapartijen op lokaal en regionaal niveau. In uw brief aan de
Eerste Kamer constateerde u dat lokale publieke omroepen steeds
belangrijker worden voor een onafhankelijke informatie- en
cultuurvoorziening en dat samenwerking en meer eenheid tussen publieke
omroepen op alle niveaus van essentieel belang zijn.1
Er ontbreekt in het CBP helaas een analyse van het Umfeld: van de actuele
mediasituatie in de regio, van de te verwachten mediaontwikkelingen in met
name de stedelijke regio en op lokaal niveau, en van de rol die de RPO en de
daarin samenwerkende regionale omroepen daarin spelen. Ook mist de raad
een koppeling met onderzoeken, adviezen en beleidsbrieven van uw
ministerie.
De RPO lijkt zich dit wel te realiseren en hoopt er het beste van; hij rekent
erop dat de staatssecretaris coulant is in zijn beoordeling en meedenkt bij de
vormgeving van beleid dat eigenlijk nog moet worden uitgestippeld. Daar
valt in deze prille fase van de nieuwe organisatie wellicht begrip voor op te
brengen, maar om daarvoor een periode van drie jaar te nemen, zoals de
RPO vraagt is, zeker gezien de snelle ontwikkelingen op het gebied van
technologie en online mediagebruik, volgens de raad niet verstandig.
1 ‘Lokale publieke omroep’, brief van 23 november 2016
                                                                              3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De raad heeft het CBP vooral beoordeeld op de wijze waarop invulling wordt
gegeven aan de publieke mediaopdracht. De meest opvallende zaken loopt
hij hieronder langs.
Ambities
De RPO beschrijft in het CBP veel doelstellingen en ambities die nog niet
concreet zijn uitgewerkt. Hierdoor is het niet duidelijk hoe en binnen welke
termijn de RPO deze doelstellingen wil bereiken en wat daarvoor nodig is.
Doordat de doelen nauwelijks worden gekwantificeerd, kan de RPO binnen
de concessieperiode ook niet worden geëvalueerd op basis van hetgeen
wordt beschreven. Een voorbeeld: ‘Om aan te blijven sluiten bij de
veranderende behoeften van het publiek gaan de regionale omroepen
experimenteren met nieuwe journalistieke werkwijzen en innovatieve
distributiemethoden.’2 Wat zijn dat precies? Hoe zien die experimenten
eruit? Wanneer zijn ze geslaagd?
Samenwerking
De raad mist een visie en bijbehorende keuzes als het gaat om de
samenwerking met de landelijke en lokale publieke omroepen en andere
partijen. Dat geldt bijvoorbeeld voor samenwerking met dagbladen en
andere media-initiatieven in de regio. In het CBP staat o.a. dat de ‘regionale
publieke omroepen een leidende rol [hebben] in de productie van het
regionale media-aanbod’.3 Hiermee lijkt aan het bestaan van regionale dag-
en nieuwsbladen voorbij gegaan te worden, terwijl die een minstens zo
belangrijke rol vervullen in de productie van regionaal nieuws. Daarnaast
hebben omroepen en kranten soms hetzelfde verzorgingsgebied (al is dat bij
de dag- en nieuwsbladen fijnmaziger dan bij de regionale, provinciaal
georganiseerde omroepen), delen ze het online speelveld en hebben ze met
dezelfde problemen te maken, zoals bijvoorbeeld teruglopende reclame-
inkomsten. Uit het CBP blijkt niet hoe de regionale omroepen zich
verhouden tot die dag- en nieuwsbladen en hoe zij zichzelf zien tussen
andere aanbieders van nieuws.
In 2015 wees de raad op de noodzaak van een nieuwe vorm van een
regionale publieke omroep; een die doordringt tot in de haarvaten van de
samenleving en die gebaseerd is op samenwerking met andere partijen en
waarbij ook publiek-private samenwerking (PPS) wordt bepleit.
2 CBP, blz. 3
3 CBP, blz. 18
                                                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>In dat advies, over een voorstel van ROOS4, constateerde de raad dat meer
naar ‘boven’ wordt gekeken - naar de landelijke publieke omroep - dan naar
‘beneden’ - naar de lokale omroepen in de verzorgingsgebieden. Terwijl
daar, op streek- en lokaal niveau, juist de gezochte haarvaten van de
maatschappij zitten.
In verschillende studies is de penibele situatie van de regionale
nieuwsvoorziening aangetoond. Om verdere verschraling van het
informatieaanbod op lokaal en regionaal niveau tegen te gaan, adviseerde de
raad toen, zoals ook beschreven is in De tijd staat open (2014), dat ROOS in
zijn beleid meer nadruk zou moeten leggen op samenwerking - ook met
lokale omroepen - in zogenaamde mediacentra. Partijen kunnen elkaar zo
versterken, waarbij ook de burger baat zal hebben. Hoewel een aantal
experimenten op dat gebied zijn mislukt, blijft de raad van mening dat een
samenwerking bij het vergaren van het feitelijke nieuws en een gedeelde
technische infrastructuur van grote waarde zijn voor de regionale/lokale
nieuws- en informatievoorziening. Dat is een belangrijke manier om verdere
verschraling in het media-aanbod te voorkomen.
Publieke en private media in de regio
Kijkend naar het veranderende mediagebruik, zal de strijd tussen publieke
en commerciële regionale journalistieke organisaties om de aandacht van de
nieuwsconsument zich uiteindelijk afspelen op het online platform. Volgens
de private nieuwsorganisaties is juist daar sprake van een ongelijk speelveld.
Regionale omroepen kunnen zich tenslotte met gebruik van rijkssubsidie
online een sterke positie verwerven, maar doen dat inhoudelijk vooral met
algemeen nieuws en het populaire spotnews: branden, aanrijdingen,
criminaliteit, shownieuws, etc. De regionale publieke omroep moet vooral
aanvullend zijn op wat wordt aangeboden door bijvoorbeeld commerciële
omroepen en dag- en weekbladen. Regionale omroepen moeten de
pluriformiteit en kwaliteit van de regionale journalistiek bewaken en de
macht controleren door onder meer raadsvergaderingen te verslaan. Zij
moeten erop letten commerciële media niet met belastinggeld uit de lokale
markt weg te drukken. Hoewel de dagbladuitgevers niet staan te springen,
blijft de raad van mening dat samenwerking tussen regionale
nieuwsorganisaties van belang is om de kwaliteit van de regionale
nieuwsvoorziening op peil te houden. Er zal daarvoor een vorm gevonden
moeten worden die voor beide partijen vruchten kan afwerpen.
4 Advies over voorstel ROOS ‘Het nieuwe publieke regionale mediabedrijf: betrokken en
betrouwbaar’. Raad voor Cultuur, 13 augustus 2015.
                                                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Dat een dergelijke samenwerking kansrijk is, laat de bestaande
samenwerking tussen sommige kranten van de Persunie en lokale publieke
omroepen zien.5
Mediagebruik
De regionale omroepen verliezen vooral terrein door een verandering van
het mediagedrag van het publiek. Hoewel de RPO erkent dat lineair kijken
en luisteren minder wordt, blijft het toch nog steeds centraal staan in het
beleid. Het CBP lijkt geschreven te zijn vanuit de idee dat er ook straks nog
volop lineair televisie wordt gekeken en naar lineaire radio wordt geluisterd.
De programmering (ook de streams) is voornamelijk lineair, terwijl er juist
kansen liggen voor on demand luisteren en kijken. De programmering van
de regionale omroepen, zoals gepresenteerd in het CBP, past niet bij de
huidige trend in het mediagebruik, waarin kijkers en luisteraars vooral info
tot zich nemen wanneer het hun uitkomt.
De raad leest in het CBP dat er maatwerk op streekniveau geleverd wordt,
maar in dit verband wordt er ook gesproken over een programmaschema,
een begrip in lineaire programmering. Door lineair programmeren is het
echter lastiger maatwerk en programma’s op streekniveau te leveren , zo
meent de raad. Als dit lineaire denken verlaten wordt, is het eenvoudiger
voor (kleine) clusters programma’s te maken en om als streekomroep te
functioneren.
Het is voor de raad niet duidelijk waarom de RPO schrijft: “Door nieuws-
apps en andere snelle media neemt de urgentie om te kijken af.”6 Dit gaat
volgens de raad voornamelijk over landelijk nieuws. Dit landelijke aanbod
zou echter geen concurrentie moeten vormen. Integendeel, als de regionale
omroepen zich richten op nieuws dat dicht(er) bij de mensen in hun eigen
woon- en leefomgeving staat, kun je je onderscheiden en een toegevoegde
waarde creëren. Paragraaf 5.4 van het CBP over de samenwerking met
lokale omroepen is wat dat betreft hoopgevend. Hier beschrijft de RPO
precies waar het om zou moeten gaan: het verbinden van kennis en
netwerken; hoe en met wat bereik je mensen? Helaas blijft dit onderdeel
steken in onduidelijke voornemens. Wat zijn de afspraken, bijvoorbeeld op
basis van reciprociteit? De RPO zou snel concrete afspraken moeten maken
met de Lokale Publieke Omroep, zeker nu daar ook een koepelorganisatie is
opgericht.
5 In september 2017 won de Groningse lokale omroep OOG-tv de Lokale Omroep Award voor
beste videojournalistiek met hun maandelijkse programma ‘De stand van de Stad’, dat in
nauwe samenwerking met het Dagblad van het Noorden wordt geproduceerd.
6 CBP, blz. 27
                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Bereik
Het is goed om vast te stellen dat radio in het CBP een duidelijke positie
heeft. De regionale omroepen hebben als taak in voorkomende gevallen op
te treden als rampenzender en lineaire audio is daarvoor nog steeds het
aangewezen middel. Dat betekent ook dat het medium gangbaar moet
blijven en een logisch toevluchtsoord is in chaotische omstandigheden. Dat
zal niet eenvoudig zijn, getuige de teruglopende luistercijfers. De RPO
schrijft dat radio luisteren een grote verbondenheid heeft met de auto. Uit
onderzoek van het Nationaal Luister Onderzoek blijkt dat niet het geval te
zijn. Naar de regionale omroep wordt vooral thuis naar radio geluisterd:
maar liefst 71% van de luisterminuten wordt thuis geconsumeerd en slechts
12% in de auto.7
In het CBP wordt het behaalde bereik van de regionale omroep via radio,
televisie en online gegeven. Volgens de RPO is er de laatste jaren, na een
daling, weer sprake van een kleine groei bij het televisiebereik. Hetzelfde
geldt voor radio. Het online bereik blijft consequent groeien.8 De raad zet
hier vraagtekens bij.
De RPO schrijft dat de regionale omroep ruim 5 miljoen tv-kijkers per week
bereikt.9 Maar wat is ‘weekbereik’? Waarop is dit gebaseerd, wat is de maat
en hoe wordt er gemeten? Bij de NPO wordt eronder verstaan: 15 minuten
aaneengesloten kijken. Bij regionale omroepen wordt onder weekbereik
verstaan: 1 minuut aaneengesloten kijken. Dat zegt volgens de raad wel erg
weinig over of er echt gekeken wordt. Zelfs korte nieuwsreportages duren
langer dan 1 minuut.
De raad komt bovendien tot een ander totaal weekbereik dan de RPO. Ook
bij de ‘1 minuut meting’ blijkt uit officiële cijfers van SKO dat het
totaalbereik voor de regionale omroepen niet 45% is (zoals in het CBP staat
vermeld) maar 28,8%. Het veel hogere bereik dat in het CBP wordt vermeld,
wordt veroorzaakt door het mengen van het landelijke kijkonderzoek met
aanvullend onderzoek op regionaal niveau door Motivaction.10 Bereikcijfers
van de landelijke en de regionale omroep zijn daardoor dan ook niet te
vergelijken.
Onder alle Nederlanders ouder dan 10 jaar was het marktaandeel van de
regionale radio in juli-augustus 2016 nog 10,5%; een jaar later is dit gedaald
naar 9,3%.11
7 Blijkt uit cijfers van het Nationaal Luisteronderzoek.
8 CBP, blz. 8
9 CBP, blz. 8
10 Methodologisch is dit wellicht onjuist, c.q. onwenselijk. In de bijlage vindt u een overzicht
van het bereik op basis van door de raad opgevraagde cijfers.
11 Bron: http://www.nationaalluisteronderzoek.nl/images/Persbericht_201708.pdf.
                                                                                                 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Volgens cijfers van het Nationaal Luisteronderzoek is het marktaandeel van
de regionale radio sinds 2010 niet zo laag geweest. Bij de radiocijfers wordt
in het CBP een gemiddeld marktaandeel genoemd. Overigens zegt het
marktaandeel weinig over het feitelijke aantal luisteraars. De cijfers zouden
veel inzichtelijker en zinniger zijn als zowel de relatieve als de absolute
cijfers per regio getoond worden; wellicht dat er wel degelijk omroepen zijn
waarvan het aantal kijkers en luisteraars (flink) gestegen is.
Provinciegrenzen
Het CBP is uitgegaan van de huidige situatie waarin het verzorgingsgebied
van de regionale omroep in het algemeen de provincie is. De enige
uitzondering is Zuid-Holland, waar twee omroepen zijn die niet provinciaal,
maar regionaal georganiseerd zijn: RTV Rijnmond en Omroep West. In
Noord-Holland is er een samenwerkingsverband tussen de lokale omroep
AT5 en RTV N-H, maar een verdere uitsplitsing naar streekniveau is er daar
niet.
De raad stelde al eerder de indeling van regionale omroepen langs
provinciegrenzen ter discussie.12 Naar zijn mening is die indeling niet langer
vol te houden. Het valt bijvoorbeeld sterk te betwijfelen of een kijker in het
Gooi geïnteresseerd is in wat er in Den Helder of Alkmaar gebeurt. De
huidige indeling maakt het moeilijk om in de haarvaten van al die
verschillende streken het nieuwsbloed te laten stromen. Terwijl dat juist van
groot belang is.
Dat de verdeling van regionale omroepen langs provinciegrenzen lang niet
altijd een logische is, blijkt ook uit het rapport De veranderende geografie
van Nederland.13 Dit stelt dat veel regio’s los te zien zijn van de provincie
waarin ze liggen. Het zijn gebieden met eigen sociale, economische en
culturele verbanden - en dus met eigen mediabehoeften - die
provinciegrenzen kunnen overschrijden. In de Memorie van Toelichting bij
de wijziging van de Mediawet 2008 schrijft het kabinet: ‘Wanneer het bestel
onveranderd blijft, zullen zij hun relevantie steeds verder verliezen’.14 Dit
gaat om zowel de landelijke als de regionale publieke media-instellingen.
Om ‘toekomstbestendig’ te worden, moeten ze in staat zijn hun ‘specifieke
eigen regionale identiteit en cultuur’ uit te dragen.
12 Onder andere in: ‘AT5 - aanvullend advies voorstel ROOS Het nieuwe publieke regionale
mediabedrijf: betrokken en betrouwbaar.’ Raad voor Cultuur, 7 oktober 2015.
13 Door Regioplan/Atelier Tordoir, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
14 34 264. Nr. 3. Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig
maken van de publieke mediadienst
                                                                                          8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Opvallend genoeg wordt het rapport Maatwerk in de regio niet genoemd in
het CBP. Uit dit rapport blijkt dat de RPO beschikt over profielen van 57
zogeheten mediaregio’s. Bij de bepaling hiervan is gekeken naar de culturele
en infrastructurele samenhang en de daarbij behorende mediaconsumptie.
Binnen die samenhang zou in een gedecentraliseerd model wel een verdere
opsplitsing in mediakernen kunnen plaatsvinden, om de eigenheid van de
stedelijke regio’s niet te laten ondersneeuwen door de grote stad. Dit is een
andere indeling dan de RPO beschrijft, waarin de 12 regionale omroepen de
provincies bedienen en maatwerk leveren op streekniveau.
De indeling die de raad voor ogen heeft - waarbij er mediakernen bestaan,
waaronder streekomroepen functioneren - zal er naar zijn mening voor
zorgen dat omroepen hun functie als informatieverschaffer en bewaker van
de democratie beter kunnen uitvoeren.
In dit verband wijst de raad op een interessant experiment van journalist
Jacky de Vries in Noord-Holland, waarbij RTV-NH nauw samenwerkt met
lokale omroepen en andere plaatselijke ‘mediapartners’.
De ideeën voor onderwerpen komen van onderaf, RTV-NH helpt bij het
invullen en uitwerken en kijkt of er een bredere verspreiding (geschikt voor
andere streken) inzit. De Vries wil uiteindelijk af van het centrale regionale
journaal, dat gepresenteerd en uitgezonden wordt vanuit een centrale
studio, met een provinciale invulling. Hij voorziet een niet-lineaire
streaming van nieuwsvoorziening waarbij audio- en
videonieuws/achtergronden per streek zijn gegroepeerd.15
Terecht schrijft de RPO in het CBP dat “De journalisten van de regionale
omroepen midden in de samenleving [staan] en als eerste [zien] hoe onze
maatschappij, wijken, buurten en straten zich ontwikkelen. De verslaggeving
in en over deze gebieden is inhoudelijk sterk, dichtbij, betrouwbaar en
herkenbaar.”16 De raad is het hiermee eens en het laat, wat hem betreft,
precies de argumentatie zien die pleit voor streekomroepen, en niet voor
omroepen die hoofdzakelijk de provinciegrenzen volgen.
Nu de provincies niet langer de regionale omroepen financieren, is het ook
gemakkelijker geworden het verzorgingsgebied niet meer te definiëren
volgens de provinciegrenzen. De RPO schrijft dat de regionale omroepen
samenwerking zoeken ter versterking van de regionale journalistiek. Dat kan
ook van betekenis zijn voor stedelijke regio’s die provincie-overschrijdend
zijn. Ook wil de RPO de samenwerking met de lokale media met prioriteit
uitbouwen. Dat gaat in de richting van een focus op stedelijke regio’s die
over provinciegrenzen heen kan gaan.
15 Een sloot vol kiezelstenen. Lokale journalistiek in een nieuwe tijd, Jacky de Vries.
16 CBP, blz. 16
                                                                                        9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Hiermee geeft het CBP een aanzet in de goede richting; de raad had echter
graag gezien dat ook de concretisering hiervan ter hand zou zijn genomen en
dat doelstellingen in omvang en oplevertijd genoemd zouden zijn.
Bij het afschudden van de provinciegrenzen door de vorming van
streekomroepen, of in elk geval stad- of streekgebonden journalistieke
productie-eenheden, zou het ook logisch zijn dat de Amsterdamse lokale
omroep AT5 op termijn een volwaardige plaats binnen de RPO krijgt. De
raad heeft u daarover eerder geadviseerd17: het gaat hier bij uitstek om een
lokale omroep met de omvang van een regionale, die de haarvaten van de
samenleving in de regio weet te vinden. Het is hierbij ook van belang nu
deze beslissing te nemen, omdat anders pas over acht jaar (de tijdspanne
van het CBP) tot een nieuwe indeling gekomen kan worden.
Ten slotte
Een beleidsplan dat maar liefst acht jaar bestrijkt, dient onderbouwd te
worden door een visie die is gebaseerd op een analyse van de huidige
situatie, van de nu zichtbare trends en de te verwachten ontwikkelingen. De
RPO heeft voor een dergelijk plan blijkbaar onvoldoende tijd gehad. Maar de
raad vindt dat de RPO nu stappen moet zetten om die heldere toekomstvisie
op te schrijven en daarbij duidelijke afspraken en afrekenbare doelstellingen
formuleert. Pas dan omarmt de RPO de toekomst en beschrijft hij duidelijk
de eigen journalistieke positie in de regio: tot in de haarvaten van de
samenleving. De raad adviseert u de RPO zo’n plan binnen een jaar te laten
opstellen.
Vriendelijke groet,
Marijke van Hees                                              Jeroen Bartelse
Voorzitter                                                    Directeur
17 ‘AT5 - aanvullend advies voorstel ROOS Het nieuwe publieke regionale mediabedrijf:
betrokken en betrouwbaar.’ Raad voor Cultuur, 7 oktober 2015.
                                                                                      10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>BIJLAGE
De RPO geeft de volgende percentages over weekbereik televisie: 46%
(2010) en 45% (2016). Volgens SKO zijn deze percentages gebaseerd op de
rekenmaat van 1 minuut per week aaneengesloten kijken. Als we de
rekenmaat van de NPO hanteren (15 minuten aaneengesloten kijken), dan
zou het bereik van de regionale omroepen zijn:
                                  Week 1 t/m 52 (2016)
                                  Gemiddeld weekbereik (%) bij bereikseis:
Doel-
          Zender
groep                                1 minuut       5 minuten        15 minuten
6+        Omrop Fryslân Televisie           3,5             1,3              0,8
          TV Noord                          4,1             1,9               1,1
          TV Drenthe                        3,7             1,5              0,7
          TV Oost                           4,0             1,9              1,2
          TV Gelderland                     5,8             3,6              2,5
          Kanaal 9 Utrecht                  3,0             1,3              0,7
          TV Flevoland                      2,5             0,6              0,2
          TV Noord-Holland                  3,9             2,0              1,0
          Omroep West                       4,2             1,7              0,8
          TV Rijnmond                       3,5             1,7              0,9
          TV Zeeland                        3,5              1,1             0,4
          Omroep Brabant TV                 5,7             3,2              1,9
          L1 TV                             4,2             2,2              1,4
          Totaal                          28,8             17,1             11,1
13+       Omrop Fryslân Televisie           3,6             1,4              0,8
          TV Noord                          4,3             2,0              1,2
          TV Drenthe                        3,9             1,6              0,8
          TV Oost                           4,2             2,1              1,3
          TV Gelderland                     6,1             3,8              2,7
          Kanaal 9 Utrecht                  3,2             1,4              0,8
          TV Flevoland                      2,7             0,7              0,2
          TV Noord-Holland                  4,2             2,1               1,1
          Omroep West                       4,5             1,9              0,9
          TV Rijnmond                       3,7             1,8              1,0
          TV Zeeland                        3,7             1,2              0,5
          Omroep Brabant TV                 6,1             3,4              2,0
          L1 TV                             4,4             2,3              1,5
          Totaal                          30,3            18,3              11,9
Bron: SKO
                                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Hierbij wordt duidelijk dat ook bij 1 minuut bereik de officiële cijfers van
SKO (totaal voor de regionale omroepen) niet 45% is, maar 28,8%. Dit
wordt veroorzaakt door het mengen van het landelijke kijkonderzoek met
aanvullend onderzoek op regionaal niveau door Motivaction.
                                                                             12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>