<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                   Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                   2595 BE Den Haag
                                                                   t 070 3106686
                                                                   info@cultuur.nl
                                                                   www.cultuur.nl
 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
 Mevrouw dr. J. Bussemaker
 Postbus 16375
 2500 BD Den Haag
27 februari 2017
Kenmerk: RVC-2017-1170
Betreft: aanvulling subsidieaanvragen BIS 2017-2020
Geachte mevrouw Bussemaker,
De Raad voor Cultuur heeft in mei 2016 advies uitgebracht over de
subsidieaanvragen van culturele instellingen in het kader van de
Culturele Basisinfrastructuur 2017 – 2020 (BIS). De raad heeft toen
aan zijn positieve advies over een aantal instellingen de voorwaarde
verbonden dat zij één of meer onderdelen van hun activiteitenplan
vóór aanvang van de nieuwe subsidieperiode moesten aanpassen. Op
12 januari jl. heeft u de raad verzocht aanvullend advies uit te
brengen over deze aangepaste plannen.
In totaal hebben 24 instellingen hun subsidieaanvraag aangepast.
Tien instellingen hoefden alleen een nieuwe, sluitende begroting in te
dienen omdat het subsidiebedrag dat ze ontvangen lager is dan het
bedrag dat ze hebben aangevraagd. Het gaat om de volgende
instellingen: Joods Historisch Museum, Keramiekmuseum Het
Princessehof, Letterkundig Museum, Nationaal Glasmuseum
Leerdam, Nederlands Fotomuseum, Rijksmuseum van Oudheden,
Rijksmuseum Twenthe, Rijksakademie van Beeldende Kunsten,
Nederlands Filmfestival en Fonds voor Bijzondere Journalistieke
Projecten.
De raad heeft kennisgenomen van de aangepaste plannen van deze
instellingen en ziet daarin geen aanleiding tot aanvullende
opmerkingen.
Twee instellingen, De Rijksakademie Beeldende Kunsten en De
Ateliers, hebben een bezwaarschrift bij het ministerie van OCW
                                                                              1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>ingediend tegen de beschikking en de hoogte van hun subsidie. Naar
aanleiding hiervan heeft de raad een aparte adviesaanvraag gekregen.
Deze procedure loopt nog; de raad gaat daarom in dit advies niet in
op de aangepaste begroting van deze instellingen.
Veertien instellingen hebben naar aanleiding van het advies van de
raad van u de opdracht gekregen hun oorspronkelijke
subsidieaanvraag inhoudelijk aan te passen. De raad heeft deze
aangepaste plannen beoordeeld en geeft in dit advies richtinggevende
aandachtspunten mee. Het gaat om de volgende instellingen: Theater
Rotterdam, Metropole Orkest, NedPhO | NKO, philharmonie
zuidnederland, Residentie Orkest, Rotterdams Philharmonisch
Orkest, De Nationale Opera & Ballet, Nederlandse Reisopera,
Nederlandse Dansdagen, Marres, De Ateliers, Cinekid, Stichting
Lezen en LKCA.
Daarnaast reageert de raad ook op de aanpassingen in het
activiteitenplan van Het Gelders Orkest naar aanleiding van het
aanvullende advies over deze instelling op 2 december 2016.
Theater Rotterdam
U heeft Theater Rotterdam verzocht zijn aanvraag aan te vullen met
de volgende aandachtspunten:
    - Een artistieke visie over de positionering van de makers en
        hun bijdrage aan het nieuwe profiel van de instelling.
    - Oriëntatie van de instelling op de stad en de (cultureel)
        diverse inwoners.
    - Een marketingstrategie en educatiebeleid, in het licht van het
        nieuwe profiel.
    - Een strategie bij tegenvallende inkomsten.
De raad vindt dat de instelling aan deze voorwaarden heeft
voldaan, al mist hij op onderdelen nog concrete informatie. De raad
geeft Theater Rotterdam enkele aandachtspunten mee.
Theater Rotterdam heeft de positie van de makers - in relatie tot het
gezelschap en tot elkaar - helder in kaart gebracht. De raad is te
spreken over de manier waarop de makers, in al hun
verscheidenheid, gezamenlijk een open ensemble vormen en met
elkaar gaan samenwerken. Wel vindt de raad het jammer dat de
instelling niet concreet beschrijft welke makers de komende tijd
                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>producties gaan maken, en hoeveel dat er zijn. Ook is het onduidelijk
welke producties op tournee door het land gaan. De raad had hierover
graag meer gelezen, omdat dat ook meer inzicht geeft in het
daadwerkelijke profiel van het gezelschap.
De raad vindt de beschrijving van de manier waarop Theater
Rotterdam zich op de stad wil oriënteren een goede eerste aanzet. Er
ontbreekt nog wel een duidelijke verbinding met het ensemble van
makers. Ook is de raad benieuwd naar de rol die het productiehuis
kan spelen in de verbinding met de stad, juist omdat deze
substantieel bijdraagt aan de identiteit van Theater Rotterdam.
De raad kan zich vinden in de meer op ‘belevenis’ gerichte strategieën
die in de programmalijnen zijn uitgewerkt. Hij moedigt de instelling
aan haar merkbekendheid te versterken en daaraan een (landelijke)
marketing- en communicatiestrategie te koppelen.
De raad heeft vertrouwen in de educatieplannen die helder zijn
beschreven. De komende jaren zet Theater Rotterdam stevig in op
educatie waarmee het de hele keten bedient: van scholen, jong talent
tot volwassenen. De strategie bij tegenvallende inkomsten vindt de
raad realistisch.
De raad zal de ontwikkeling van Theater Rotterdam met
belangstelling blijven volgen. Hij hoopt dat de fusie snel wordt
afgerond en dat de instelling kan beginnen met de uitvoering van
haar plannen.
Metropole Orkest
U heeft het Metropole Orkest verzocht zijn aanvraag aan te vullen
met een sluitende begroting die uitgaat van het integrale,
ingediende activiteitenplan, en met een realistische, verder
uitgewerkte strategie om de eigen inkomsten te vergroten. Hieraan
voldoet het orkest volgens de raad niet. De instelling stelt alleen
haar begroting bij naar 3,044 miljoen euro. Wel vraagt het orkest in
een brief aan de raad aandacht voor het toegekende subsidiebedrag
van 3 miljoen euro, terwijl het Metropole Orkest stelt 3,5 miljoen
euro nodig te hebben voor de exploitatie.
In zijn activiteitenplan nam het Metropole Orkest al een paragraaf op,
waarin het omschreef welke consequenties het orkest zou verbinden
aan een daling van de subsidie van 3,5 miljoen naar 3 miljoen euro.
                                                                       3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>In zijn advies van 16 mei 2016 uitte de raad kritiek op de voorgestelde
activiteitenvermindering. Vooral het verkleinen van de Metropole
Academy leek hem onnodig, omdat deze academie extern
gefinancierd is.
Hij vindt het jammer dat het orkest nu een ongewijzigd
activiteitenplan indient en alleen zijn begroting heeft bijgesteld. Het
orkest heeft geen realistische, verder uitgewerkte strategie ingediend
om de eigen inkomsten te vergroten. De raad vindt dit zorgelijk,
gezien de grote subsidieafhankelijkheid van het orkest.
In zijn brief van 3 januari 2017 pleitte het Metropole Orkest bij de
raad voor herstel van het budget dat het orkest in de periode 2013-
2016 heeft ontvangen (3,5 miljoen euro per jaar). De raad wijst erop
dat hij zich in zijn advies heeft gehouden aan het vastgestelde
subsidieplafond, maar brengt de brief onder uw aandacht.
NedPho | NKO
U heeft het NedPho | NKO gevraagd zijn aanvraag aan te vullen met
een uitgewerkt plan voor de positionering en profilering van het
Nederlands Kamerorkest. Volgens de raad heeft het orkest hieraan
voldaan.
In zijn advies van 19 mei 2016 beoordeelde de raad de profilering en
positionering van het Nederlands Kamerorkest (NKO) als zwak. In de
gevraagde aanvulling komt het orkest met een uitvoerige profilering,
waarin het zijn positie en meerwaarde in het Nederlandse
muzieklandschap beziet. Bij het opstellen van dit profiel zijn ook
medewerkers en andere relaties betrokken, waaronder concertzalen
en De Nationale Opera. Het plan positioneert het NKO ten opzichte
van het NedPho en andere (nationale en internationale)
kamerorkesten, en besteedt ook aandacht aan de eigen historie.
De artistieke keuzes en waarde van het orkest krijgen veel aandacht.
De raad is positief over het plan, maar vindt het wel jammer dat er
nauwelijks wordt gereflecteerd op verbeterpunten van het NKO.
Volgens de raad was het eigen profiel van het orkest de afgelopen
periode weinig zichtbaar.
Hij hoopt daarom dat de instelling haar plan om de merkbekendheid
te gaan versterken - via betere marketing en communicatie - prioriteit
zal geven.
                                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>De raad heeft ook met belangstelling kennisgenomen van de wijze
waarop het NKO andere presentatievormen en
marketingdistributiekanalen benut. Met een innovatieve
programmering voor bijvoorbeeld sociale netwerken van jongeren
investeert het in de toekomst van de klassieke muziek. Het NKO is
betrokken bij educatieve trajecten en talentontwikkeling, onder meer
in het kader van de Orkestacademie. Ook speelt het orkest op
ongebruikelijke locaties zoals Paradiso en Felix Meritis.
De raad kijkt uit naar de uitwerking van het geschetste profiel, de
beoogde veelzijdigheid en brede inzetbaarheid van het NKO in de
programma’s.
philharmonie zuidnederland
U heeft philharmonie zuidnederland verzocht haar aanvraag aan te
vullen met een plan om binnen de komende subsidieperiode via
volledige integratie van de twee orkestkernen tot één orkest te
komen - met inbegrip van een strategie ten aanzien van de
geografische vestiging van het orkest. Daarnaast heeft u gevraagd
om een uitgewerkte strategie voor een groter publieksbereik en het
behalen van meer eigen inkomsten. De raad is van mening dat het
orkest aan beide voorwaarden heeft voldaan.
philharmonie zuidnederland benadrukt in een notitie het belang van
het ontwikkelen van één identiteit van waaruit alle orkestactiviteiten
worden ontwikkeld. Het omschrijft enkele maatregelen die het
hiertoe in de afgelopen subsidieperiode al heeft genomen. Zo is er een
indelingsbeleid waardoor bij elk concert musici uit beide
vestigingsplaatsen spelen. Ook vindt er geregeld overleg plaats op
diverse niveaus binnen de organisatie (zowel artistiek als
bedrijfsmatig), en verwacht het orkest dat de aanstelling van chef-
dirigent Dmitri Liss zal leiden tot een herkenbaarder identiteit. De
raad vindt dit goede eerste aanzetten.
Het onderzoek dat naar aanleiding van het advies van de raad door de
provincies Noord-Brabant en Limburg is uitgezet bij de Berenschot
Groep en bMH Management & Advies wekt vertrouwen. Het verheugt
de raad dat de twee provincies samen tot een onderzoeksopdracht
zijn gekomen.
Dit geeft philharmonie zuidnederland de gelegenheid haar eigen
                                                                       5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>positie en rol in beide provincies te analyseren. Het onderzoek
concentreert zich op de vraag hoe het orkest zich kan ontwikkelen tot
één orkest (en in welke formatie) en of het zich daarvoor het beste op
één of op twee standplaatsen kan ophouden. Daarbij wordt rekening
gehouden met artistieke ontwikkelingen, bedrijfsvoering, regionale
functies, subsidieafhankelijkheid, eigen inkomsten en publieksbereik.
philharmonie zuidnederland scherpt op basis van de scenario’s die nu
worden ontwikkeld (gereed voorjaar 2017) haar toekomstplan verder
aan en belooft voor de zomer een voorstel naar de minister te sturen.
Hiermee heeft het orkest een constructieve manier gevonden om iets
te doen met de kritiek van de raad. Deze werkwijze is volgens de raad
kansrijk als het gaat om de afstemming tussen Rijk en provinciale
overheden.
De raad heeft daarnaast met belangstelling het plan gelezen om het
publieksbereik en de eigen inkomsten te vergroten. Het orkest laat
zien met welke programmaonderdelen, orkestformules en activiteiten
het verschillende publieksgroepen bedient en aanspreekt. Het toont
aan een uitstekend inzicht te hebben in de potentiële publieksgroepen
en -aantallen.
Programma- en marketingplannen zijn uitvoerig toegelicht en goed
gedifferentieerd naar de verschillende doelgroepen. Met diverse
serieabonnementen en (innovatieve) concertformules en
publieksevenementen spreekt het orkest diverse soorten luisteraars
aan. Het orkest presenteert daarnaast een klantgericht
marketingbeleid, dat zowel op de korte als langere termijn is gericht.
Uit het plan spreekt het enthousiasme dat de raad eerder heeft
gemist.
Residentie Orkest
U heeft het Residentie Orkest gevraagd om samen met het
Rotterdams Philharmonisch Orkest een plan in te dienen dat is
gericht op het gezamenlijk verzorgen van een complementair
symfonisch aanbod in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag,
waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende profielen
van beide instellingen. U heeft het orkest daarnaast gevraagd zijn
activiteitenplan aan te vullen met een uitgewerkte strategie om zijn
financiële positie te versterken. De raad is van mening dat het
Residentie Orkest aan deze voorwaarden heeft voldaan.
Het plan dat Het Residentie Orkest samen met het Rotterdams
                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Philharmonisch Orkest heeft opgesteld, reflecteert naar de mening
van de raad goed op de onderscheidende profielen van de twee
orkesten. De instellingen lichten in het plan toe waar zij elkaar in de
periode 2013-2016 al versterkten, in welke opzichten de
samenwerking onvoldoende van de grond kwam en welke kansen ze
tot nu toe lieten liggen. Zij signaleren onder andere dat het
abonnementenpubliek het niet waardeert als de orkesten in elkaars
series spelen. Daarom spelen zij de komende periode alleen
aanvullend in elkaars zalen (drie concerten per jaar per orkest). Ook
spelen ze hedendaags repertoire op andere plekken dan in elkaars
steden. Daarnaast zien de orkesten mogelijkheden tot samenwerking
op het vlak van talentontwikkeling – die worden onderzocht met het
Koninklijk Conservatorium en Codarts - en gaan ze gezamenlijk
educatieprogramma’s en familievoorstellingen ontwikkelen.
De raad vindt dit goed gekozen terreinen van samenwerking. Het feit
dat de orkesten hun kennis delen rond bijvoorbeeld het spelen in een
multiculturele context, de rol van een stadsorkest en het aangaan van
partnerships vindt de raad interessant, in het licht van hun rol in de
veranderende stedelijke samenleving. De raad heeft vertrouwen in de
realisatie van de plannen, ook omdat hierin de twee zalen –Dans- en
Muziekcentrum Den Haag en Concert- en congresgebouw de Doelen
in Rotterdam in de overeenkomst – als partners worden opgevoerd.
Het Residentie Orkest heeft daarnaast zijn activiteitenplan aangevuld
met een uitgewerkte strategie voor het versterken van zijn financiële
positie. Hierin geeft het orkest een verklaring voor de verslechterde
financiële situatie en het zet uiteen hoe die de komende periode,
onder leiding van de vernieuwde directie, verbeterd kan worden door
artistieke, marketingtechnische en bedrijfsmatige aanpassingen. De
gemaakte keuzes worden toegelicht in het plan; de raad kan zich
hierin vinden.
De raad vindt het opvallend dat in het plan een strategie ontbreekt
voor de omgang met tegenvallende inkomsten. Hij wijst erop dat een
organisatie met een dermate kwetsbare financiële positie en flinke
ambities op het vlak van extra publieksbereik zo’n strategie wel achter
de hand moet hebben. Ook is het aangevraagde bedrag van
€ 3.255.935 hoger dan het toegekende subsidiebedrag.
Rotterdams Philharmonisch Orkest
U heeft het Rotterdams Philharmonisch Orkest gevraagd om samen
                                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>met het Residentie Orkest een plan in te dienen dat is gericht op het
gezamenlijk verzorgen van een complementair symfonisch aanbod
in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, waarbij rekening wordt
gehouden met de verschillende profielen van beide instellingen. De
raad is van mening dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest
hieraan heeft voldaan, zoals hierboven onder ‘Residentie Orkest’ al
is onderbouwd.
Het Gelders Orkest
U heeft Het Gelders Orkest gevraagd om een aanvulling op het
activiteitenplan, waarin het reflecteert op zijn ondernemerschap.
Volgens de raad heeft het orkest aan deze voorwaarde voldaan.
Het Gelders Orkest beschrijft hoe zijn ondernemerschap en financiële
situatie de komende twee jaar, de periode waarin het nog zelfstandig
opereert, eruitzien. Het heeft een begroting over de jaren 2017 en
2018 bijgesloten. De instelling laat zien hoe het de kapitaalimpuls van
de provincie Gelderland (5 miljoen euro voor de komende vier jaar)
gebruikt om onder andere nieuw publiek binnen te halen, het
productaanbod te vernieuwen en strategische allianties te vormen.
Het orkest reflecteert goed op de resultaten die in de vorige periode
met eenzelfde impuls van de provincie zijn behaald, en hoe het hierop
de komende twee jaar voortborduurt. Het orkest ziet een stijgende
lijn in zijn bezoekersaantallen door onder andere nieuwe
concertconcepten en verwacht de komende twee jaar een toename
van publiek, ook door afspraken over recettes met de zalen. Met
Introdans, Oostpool en Musis|Stadstheater wordt vanaf 2017
samengewerkt in de backoffice en aan een gezamenlijke profilering.
Het Gelders Orkest verwacht extra publiek na de opening van de
nieuwe, grotere concertzaal van Musis. Ook zijn extra sponsors
aangetrokken en wordt een toename van sponsorgelden verwacht.
Het orkest geeft verder aan dat de inkrimping van de contracten van
musici tot 60 procent in de praktijk meer consequenties heeft dan
destijds verwacht. Het zal hieraan extra aandacht besteden bij het
vormgeven van de samenwerking met het Orkest van het Oosten. Dit
moedigt de raad aan.
Hij hoopt dat er een gezamenlijke orkestvoorziening tot stand komt
die voldoende speelruimte geeft aan zowel staf als musici.
                                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Het orkest geeft in het aangepaste plan helderheid over zijn nieuwe
organisatiestructuur. Het orkest kent drie stichtingen: Stichting Het
Gelders Orkest, Stichting HGO Fonds en Stichting Remplaçanten
HGO. De begroting gaat uit van de cijfers zoals die naar verwachting
geconsolideerd worden met Stichting Remplaçanten HGO. Het
jaarlijkse resultaat van het HGO Fonds (vrienden, legaten, fondsen)
wordt in de rekening-courant met Stichting Het Gelders Orkest
verantwoord. De gelieerde bv’s zijn per 1 januari 2017 geliquideerd.
Ook dit vindt de raad een verstandige keuze.
De Nationale Opera & Ballet
U heeft De Nationale Opera & Ballet verzocht om zijn aanvraag aan
te vullen met een onderbouwing van de governance. Daarnaast
heeft u gevraagd om een uitgewerkt plan voor de operastudio. De
raad is van mening dat de instelling aan beide voorwaarden heeft
voldaan.
De Nationale Opera & Ballet werkt beknopt maar duidelijk uit hoe hij
omgaat met de principes van de Governance Code Cultuur. De raad
krijgt hieruit een positieve indruk van de wijze waarop het toezicht bij
de organisatie is georganiseerd.
De organisatie dient verder een plan in voor de oprichting van een
operastudio vanaf 2018. Hierin beschrijft De Nationale Opera (DNO)
hoe talent wordt geworven, begeleid en ingezet voor producties. DNO
heeft een begroting bijgesloten.
De raad staat positief tegenover de plannen, maar vindt de
betrokkenheid van de Nederlandse Reisopera en Opera Zuid
summier. De twee gezelschappen zullen meeprofiteren van de studio,
doordat zij in hun reguliere producties gebruik kunnen maken van de
jonge zangers. Hiervoor moet DNO echter toestemming geven. Dit
wijst volgens de raad niet op een gelijkwaardige samenwerking. De
naamgeving van de studio - DNO Studio - wijst daar ook niet op.
De raad begrijpt bovendien niet waarom talenten die onder contract
staan bij DNO gelijktijdig door een van de andere
operagezelschappen zouden moeten worden gecontracteerd.
Volgens de raad is het Nederlandse operaklimaat gebaat bij een
constructieve samenwerkingsvorm voor talentontwikkeling,
bijvoorbeeld door Opera Zuid en de Nederlandse Reisopera een rol te
geven bij het curriculum, de studioproducties en de selectie en
                                                                         9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>begeleiding van talenten.
Daarnaast vraagt de raad zich af welke gevolgen de oprichting van
DNO Studio heeft voor de samenwerkingsovereenkomst uit 2012
tussen DNO en De Nationale Opera Academie van het Koninklijk
Conservatorium en het Conservatorium van Amsterdam. Daarin
kwamen zij overeen om de krachten te bundelen op het gebied van
talentontwikkeling.
Nederlandse Reisopera
U heeft de Nederlandse Reisopera verzocht een aangepaste,
sluitende begroting in te dienen met een daarop aangepast
activiteitenplan, en een uitgewerkte strategie om het
verdienvermogen te verbeteren en de financiële positie te versterken.
De raad is van mening dat de instelling aan de voorwaarden heeft
voldaan.
De Nederlandse Reisopera dient een aangepaste begroting in, waarin
hij rekening houdt met de toegekende subsidiebedragen van het
ministerie van OCW en van de provincies Overijssel en Gelderland.
De instelling heeft het activiteitenplan op enkele punten aangepast:
het aantal voorgenomen producties wordt teruggebracht van twaalf
naar elf; van elke productie worden er één of twee voorstellingen
minder gespeeld; het gezelschap speelt meer voorstellingen in minder
steden. De raad kan zich in deze keuzes vinden.
De raad heeft er begrip voor dat het talentprogramma, waarbij
jaarlijks één grotezaalproductie met jong talent wordt bewerkt voor
kleinere theaters, om financiële redenen wordt losgelaten. Hij vindt
het een goed idee om in plaats daarvan samen te werken met zangers
die de DNO Studio hebben doorlopen. Wel vindt de raad de rol die de
Nederlandse Reisopera speelt in de DNO Studio erg klein.
De Nederlandse Reisopera dient ook een plan in om het
verdienvermogen te verbeteren en zijn financiële positie te
versterken. Die is overigens al flink verbeterd doordat de voormalige
locatie eind 2016 werd verkocht voor 1,8 miljoen euro.
De boekwinst van 0,6 miljoen euro wordt, zoals overeengekomen met
OCW, toegevoegd aan het vermogen van de stichting.
De Nederlandse Reisopera beoogt zijn verdienvermogen te
                                                                      10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>verbeteren door een manager commercie en relations development
aan te stellen, die het Reisgenoten-programma verder zal
ontwikkelen en de relatie met donateurs en (potentiële) sponsors zal
aanhalen. Ook wordt een flinke bijdrage verwacht uit een particulier
vermogensfonds. Het plan wekt vertrouwen; de inkomsten uit
sponsoring en particulieren/vrienden zullen naar verwachting
stijgen.
Nederlandse Dansdagen
U heeft de Nederlandse Dansdagen gevraagd om een aanvulling op
het activiteitenplan, waarin de zelf geïnitieerde (co)producties
verder worden uitgewerkt. Volgens de raad heeft het festival aan
deze voorwaarde voldaan.
De raad kan zich vinden in de gepresenteerde plannen en de
signatuur van de nieuwe directeur, Ronald Wientjes. De Nederlandse
Dansdagen wil zich ontwikkelen van een branchefestival naar een
meer publieksgericht festival, naar eigen zeggen zonder afbreuk te
doen aan de kwaliteit van het programma. De raad waardeert de
ambitie van de Nederlandse Dansdagen om een breder en jonger
publiek op te bouwen.
In het aanvullende plan zet de instelling uiteen dat zij geen eigen
producties maakt, maar juist de taak van coproducent op zich neemt.
Dit doet de Nederlandse Dansdagen door zich te richten op bestaande
initiatieven, waarbinnen ruim baan wordt gemaakt voor talent. De
raad vindt de keuze om ook de nadruk te leggen op mid career
makers lovenswaardig.
Het festival meldt in zijn aanvullende brief dat de subsidies van de
provincie en gemeente lager uitvallen dan verwacht. De instelling wil
het verschil via private fondsen en incidentele publieke subsidies
compenseren. De raad vindt het plan van de Nederlandse Dansdagen
om bij tegenvallende inkomsten/honoreringen een aantal projecten
niet door te laten gaan, realistisch.
 Marres
 U heeft Marres gevraagd om een aangepast activiteitenplan in te dienen
 met een sterker accent op experiment en vernieuwing. Volgens de raad
 heeft Marres aan deze voorwaarde voldaan.
                                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>In het advies van 19 mei 2016 oordeelde de raad dat Marres een ambitieuze
programmering heeft met toegankelijke, op de ervaring gerichte
tentoonstellingen. Maar de raad vond dat Marres onvoldoende inzet op de
experimentele, autonome positie die een presentatie-instelling moet
innemen. De raad is van mening dat Marres zich in het aangepaste plan op
dat vlak beter positioneert. De instelling zet zich opnieuw sterk in voor
talentontwikkeling met de organisatie van het programma Marres Currents,
een internationale samenwerking met jonge kunstenaars en academies die
artistieke uitwisseling bevordert. Een begeleidingscommissie met
onderzoekers op het grensvlak van kunst en wetenschap ondersteunt de
lezingen- en workshopserie Training the senses, die in 2016 als pilot is
gestart. Marres gaat meer samenwerken met lokale en (inter)nationale
onderzoeksinstituten. De raad vindt deze plannen interessant en is
benieuwd hoe de samenwerkingen vorm gaan krijgen.
Het profiel van Marres zou volgens de raad meer scherpte krijgen als de
instelling een inhoudelijke lijn in haar zogenaamde ‘zintuigenprogramma’
zou aanhouden. De raad mist bijvoorbeeld de onderbouwing voor een
uitbreiding van het zintuigenonderzoek naar niet-Westerse culturen. Door
vast te houden aan een consequente vraagstelling kan worden voorkomen
dat de denkrichtingen en presentaties een optelsom worden van individuele
ervaringen. De raad kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek dat
Marres verricht en ziet graag dat deze opbrengsten breed worden gedeeld,
binnen en buiten de sector.
De Ateliers
U heeft De Ateliers gevraagd de governance aan te passen. Volgens de
raad beschikt De Ateliers over een competent en gevarieerd samengesteld
bestuur. Hij verwacht dat de instelling de doelstellingen van de
Governance Code Cultuur toepast.
In het opnieuw ingediende activiteitenplan schrijft De Ateliers dat uit het
advies van de raad niet duidelijk wordt waarop hij doelt met zijn opmerking
over de governance. De instelling weet daarom niet weet welke aanpassing
gewenst is.
De Ateliers hanteert naar eigen zeggen een ‘horizontale organisatievorm’,
waarbij de begeleidend kunstenaars, de (kleine) staf en het bestuur samen
de verantwoordelijk voor het beleid dragen. De raad vindt deze vorm op zich
consequent en passend bij de missie en visie van De Ateliers, die is
geïnspireerd op het uitgangspunt ‘door kunstenaars voor kunstenaars”.
Maar deze organisatievorm kan mogelijk op gespannen voet staan met de
                                                                            12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Governance Code Cultuur. De raad spoort De Ateliers aan om in haar beleid
rondom governance de toepassing van deze code uit te leggen.
Cinekid
U heeft Cinekid verzocht om een aanvulling op het activiteitenplan, waarin
de instelling uitwerkt op welke wijze de eigen inkomsten kunnen worden
verhoogd en het bereik buiten Amsterdam kan worden vergroot.
Daarnaast heeft u Cinekid gevraagd om te beschrijven hoe het de
presentatie van de jeugdfilm en media-educatie meer met elkaar in
evenwicht gaat brengen, en hoe het de samenwerking met in elk geval het
Nederlands Filmfestival gaat organiseren. De raad constateert dat Cinekid
nog niet voldoende aan deze voorwaarden heeft voldaan.
In de nieuwe begroting van Cinekid vallen een aantal zaken op. Zo meldt de
instelling dat de publieksinkomsten in de periode 2017-2020 zullen stijgen.
Het festival schrijft dit toe aan een hogere recette, hogere opbrengsten uit
educatieve activiteiten en een verhoging vanuit mediabarters. Het totaal van
de publieksinkomsten voor 2017-2020 bedraagt in de bijgestelde begroting
€ 285.350; dat is echter lager dan de publieksinkomsten in 2014. Die waren
namelijk € 377.002. De raad concludeert op basis van deze, door Cinekid
verstrekte gegevens, dat de publieksinkomsten dus aanmerkelijk zullen
dalen. Die daling is opvallend aangezien het aantal activiteiten en
voorstellingen tussen 2014 en 2017 wel toeneemt, van 33 naar 168,
respectievelijk, van 598 naar 2107. Dat geldt ook voor het aantal bezoeken in
dezelfde periode, die neemt toe van 52.881 naar 96.000.
Cinekid wil het bereik buiten Amsterdam vergroten door meer bezoekers in
het land te trekken. Cinekid ambieert met het scholenprogramma
‘Klassenfilm’ en het platform ‘defilmvandaag.nl’ in elk geval 3500 leerlingen
op locatie te bereiken. In 2017 zal Cinekid onderzoek doen naar de manieren
waarop het kan zorgen voor nog meer bezoek. De raad waardeert de
ambities en kijkt uit naar de resultaten.
Cinekid stelt dat er een evenwicht is tussen het aantal filmvertoningen en de
activiteiten ten behoeve van media-educatie. De instelling beschrijft hoeveel
en op welke plekken filmvertoningen worden geprogrammeerd. Uit de
cijfers van Cinekid blijkt dat er een aanzienlijke stijging is van het aantal
vertoningen/ voorstellingen.
Deze stijging wordt verklaard door een ruimere definitie van het begrip
‘voorstellingen’. Hierin zijn nu de voorstellingen meegenomen die via
streaming worden opgevraagd. De substantiële stijging van 21 naar 1300
                                                                              13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>‘schoolgebonden voorstellingen primair onderwijs’ wordt daarmee
verklaard.
Door te streamen kan tegen geringe kosten een groot bereik worden
behaald. Dit is een efficiënte methode om kinderen in het hele land
gemakkelijk te bereiken. Het is echter niet bekend wie er dan aan de andere
van het scherm zit; evenmin is duidelijk hoeveel kinderen naar het scherm
kijken. Er is nog weinig ervaring met deze wijze van distribueren en
presenteren; harde cijfers ontbreken daarom ook nog. De raad adviseert u
Cinekid in een volgend plan gedetailleerder verslag te laten doen van het
bereik per voorstelling via streaming. In dat kader merkt de raad nog op dat
nu streaming wordt meegenomen in het aantal voorstellingen, het aantal
bezoeken per voorstelling aanzienlijk daalt, van 82 naar 31.1
Cinekid schrijft in het activiteitenplan dat het de komende periode zal
bekijken hoe de samenwerking met de andere festivals in de BIS versterkt
kan worden. Cinekid zal dit in ieder geval doen door deel te nemen aan het
gezamenlijke educatieoverleg. De raad hoopt dat het extra toegekende
bedrag voor film(educatie) voor de jeugd een prikkel is om de samenwerking
met de andere festivals te intensiveren.
De raad constateert dat het gewijzigde activiteitenplan niet aansluit op de
verstrekte begroting, en dat Cinekid geen toelichting geeft op de prognose
voor 2020. Hij adviseert u daarom Cinekid opnieuw te vragen om een
begroting, die aansluit bij het activiteitenplan en meer duidelijkheid geeft
over de hierboven beschreven aandachtspunten.
Stichting Lezen
U heeft Stichting Lezen verzocht om een overtuigender visie te geven op de
eigen identiteit, mede in relatie tot de activiteiten van collega-instellingen.
Ook heeft u gevraagd om een overzicht dat alle activiteiten, kosten en
resultaten van de stichting met elkaar verbindt, en om een overzicht van de
onderzochte mogelijkheden voor aanvullende financiering. De raad is van
mening dat de stichting aan deze voorwaarden heeft voldaan.
Stichting Lezen gaat in het aangepaste activiteitenplan in op de genoemde
aanvullende voorwaarden. Zij beschrijft nu helder haar visie op
leesonderzoek en leesbevordering en maakt haar positie in het werkveld
duidelijk. De instelling geeft een opsomming van de activiteiten en het per
1
  Het aantal bezoeken per voorstelling was 82 (2050 : 25) en bij streaming is het aantal
bezoeken per voorstelling 31 (41.000 : 1307).
                                                                                         14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>activiteit behaalde bereik. Ook heeft Stichting Lezen beter aangegeven wat
de samenhang tussen de verschillende activiteiten is, en licht zij de
financiering ervan toe. De samenwerkingsverbanden van de instellingen
worden nu uitgebreid beschreven.
Voor een ondersteunende instelling zijn de mogelijkheden om de eigen
inkomsten te verhogen beperkt. Stichting Lezen schrijft dat het zich hiervoor
niettemin blijft inzetten. Met name private partijen (sponsors) zullen
worden benaderd voor aanvullende inkomsten. De raad waardeert de
voorgenomen inspanningen van de instelling.
Landelijke Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst
U heeft het Landelijke Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst
(LKCA) verzocht om een aangepast activiteitenplan voor de jaren 2017 en
2018 in te dienen, waarin zichtbaar wordt hoe de instelling omgaat met de
verbeterpunten die de raad in zijn advies heeft benoemd. Het LKCA heeft
aan deze voorwaarde voldaan. De raad geeft nog wel enkele
aandachtspunten mee.
De voorwaarden die de raad in zijn advies over de subsidieaanvraag van het
LKCA had gesteld, waren substantieel. Hij constateert dat er hard is gewerkt
om aan deze eisen te voldoen, en de raad complimenteert de instelling
daarvoor. Het aangepaste plan geeft een beter inzicht in de doelstellingen op
korte en middellange termijn. Ook vindt de raad dat de ambities voor
cultuurparticipatie concreter zijn beschreven. Wel mist hij een nadere
toelichting op de samenwerking met het Fonds Cultuurparticipatie. Wat
opvalt, zijn de inzet op meer zichtbaarheid in het veld en een rol als
verbindende factor. Het voornemen van het LKCA om een helpdesk in te
richten, kan hieraan bijdragen.
De raad vindt dat het betrekken van provinciale en lokale partijen bij de
uitvoering van de activiteiten nog niet goed uit de verf komt. In het plan
wordt niet duidelijk hoe de instelling wil samenwerken met partners in
provincies, grote steden en op maatschappelijke terreinen zoals bijvoorbeeld
onderwijs, welzijn en sport. De raad spoort de instelling aan zich hiervoor te
gaan inspannen.
Een toelichting op de werkwijze van het kenniscentrum is nog te summier
beschreven. De raad is benieuwd hoe het LKCA zijn organisatie flexibeler en
slagvaardiger gaat maken, zodat de geformuleerde doelstellingen kunnen
worden behaald.
                                                                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Met het oog op het door u aangekondigde onderzoek naar bovensectorale
ondersteunende instellingen had de raad enige reflectie verwacht op de
toegevoegde waarde van een landelijk kennisinstituut voor cultuureducatie
en amateurkunst in de BIS. Hij moedigt de instelling aan dit alsnog te doen,
zodat zij goed voorbereid dit onderzoek en de discussie over de inrichting
van de ondersteunende functies in het cultuurbestel ingaat.
De raad wenst alle instellingen de komende jaren veel succes met de
uitvoering van hun plannen.
Met vriendelijke groet,
Marijke van Hees                               Jeroen Bartelse
Voorzitter                                     Directeur
                                                                           16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>