<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>  Sectoradvies Musea
In
wankel
even-
wicht
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>1. Inleiding		                                4
   Jubelen of vrezen?                         4
   Doelstellingen voor cultuurbeleid          5
   Verantwoording en opzet van het advies     6
2. Een schets van de museumsector             8
   Afbakening van de sector                   8
   Beheer en behoud                          10
   Presentatie/aanbod                        15
   Publiek                                   15
   (Beroeps)opleidingen voor de museumsector 17
   Arbeidsmarkt & financiën		                17
3. De museumsector vanuit
   inhoudelijk perspectief                   22
   Vernieuwingen in het concept museum       22
   Beheer en behoud                          23
   Presentatie                               26
   Onderzoek                                 28
   Collectiemobiliteit                       29
   Digitalisering                            33
   Aanbevelingen                             37
4. De museumsector vanuit
   maatschappelijk perspectief               41
   Publieke waarde                           41
   Samenwerking                              44
   Educatie en participatie                  45
   Aanbevelingen                             48
5. Economie van de sector, governance en
   het rijksgesubsidieerde bestel		          53
   Trends in financiering van de musea       53
   Een gespleten beeld                       56
   Ondernemerschap                           58
   Richtlijn honoraria kunstenaars           59
   Het rijksgesubsidieerde museumbestel      59
   Aanbevelingen                             62
                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>6. Hoofdaanbevelingen                               65
   1. Verbeter de zorg voor de collectie van musea  66
   2. Kies voor een meerstemmige benadering
		 in het collectie- en presentatiebeleid           67
   3. Houd de collectie vitaal en mobiel            68
   4. Geef digitalisering alle ruimte               69
   5. Ontwikkel een visie op ondernemerschap
		 en governance 		                                 70
   6. Schep extra ruimte in het rijksgesubsidieerde
		museumbestel                                      71
   Bijlagen		                                       72
   Adviesaanvraag                                   73
   Samenstelling commissie                          84
   Overzicht gesprekspartners                       85
   Literatuur                                       88
   Colofon                                          92
                                                       3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Inleiding / Doelstellingen voor cultuurbeleid
         Inleiding
Jubelen of vrezen?
De museumsector in ons land is vitaal en divers. Zo hebben de musea het afgelopen
jaar meer publiek getrokken dan de jaren daarvoor en is de Collectie Nederland de
afgelopen tijd met tientallen grote en kleine aanwinsten verrijkt, uiteenlopend van
de portretten van Marten en Oopjen door Rembrandt tot een orgelklok van Charles
Clay met muziek van Händel. Ontwikkelingen als de aandacht voor de donkere
kanten van ons (koloniale) verleden en het dekoloniseren van het Nederlandse
erfgoed, getuigen ervan dat musea zich bewust en veerkrachtig in het actuele
discours begeven.
In dit advies heeft de raad uiteraard oog voor de grote successen die veel musea de
afgelopen jaren hebben gehad. Tegelijkertijd vragen we aandacht voor de
knelpunten waarmee musea op dit moment worstelen, zoals oplopende financiële
tekorten, onvoldoende middelen om de collecties uit te breiden en een dreigend
verlies aan kennis over collecties en conserveren. Vooral de kleinere musea hebben
hiermee te maken. Overheidsbezuinigingen hebben niet alleen gezorgd voor
krappere budgetten waardoor beheertaken noodgedwongen verwaarloosd worden;
de raad constateert dat er onder maatschappelijke druk te veel het accent op (grote)
tentoonstellingen en bezoekcijfers is komen te liggen. Dit dreigt musea uit te hollen,
van binnenuit. Tentoonstellingen leveren weliswaar publieksopbrengsten op, maar
die wegen niet op tegen de kosten voor bijvoorbeeld personeel en onderhoud.
In de museumsector tekent zich een aantal spanningsvelden af:
1.  Er is maatschappelijke druk om in hoge frequentie tentoonstellingen te
    organiseren die veel bezoekers trekken en/of inspelen op actuele thema’s (denk
    aan diversiteit, slavernij, LHTBQ en sekseverschillen). Tegelijkertijd moeten
    musea het erfgoed koesteren, maar het beheer van collecties is een taak van de
    lange adem die veel geld kost en weinig aandacht oplevert.
2.  De sector profiteert nu van een grote groep oudere, hoogopgeleide bezoekers met
    veel vrije tijd. Maar hij moet er wel rekening mee houden dat museumbezoek
    voor de komende generatie niet vanzelfsprekend is. Bovendien laat die generatie
    zich meestal via digitale media informeren.
3.  Musea worden gestimuleerd om zich ondernemend op te stellen en op allerlei
    manieren eigen inkomsten te verwerven. Maar ondernemen betekent ook risico
    nemen; commerciële activiteiten kunnen ook verliesgevend zijn. Wanneer het
    een keer misgaat, is er vaak sprake van maatschappelijke ophef.
                                                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>4.  Er is in de sector een spanningsveld tussen de vlaggenschepen van de
    Nederlandse museumwereld met een miljoenenbegroting die veel
    (internationale) aandacht krijgen en de vele middelgrote en kleinere musea die
    op lokaal niveau van grote betekenis zijn maar met minimale middelen moeten
    opereren.
De raad doet in dit advies aanbevelingen om met deze dilemma’s om te gaan. Wij
willen twee kanten van dezelfde medaille tonen: minder in het oog springende
knelpunten mogen niet overschaduwd worden door de jubelverhalen.
Aanbevelingen die voor sommige musea gemeengoed zijn, kunnen voor andere
musea niets minder dan een overlevingsstrategie betekenen. Wij benoemen in dit
advies ook de ambities waarop musea zich in de komende decennia moeten richten.
De aandacht gaat hierbij uit naar het bereiken van verschillende publieksgroepen, de
borging van behoud- en beheertaken, de toegankelijkheid van collecties en het
benutten van de mogelijkheden van digitalisering.
Doelstellingen voor cultuurbeleid
De museumsector is niet levensvatbaar zonder overheidssteun. Het rijke erfgoed dat
de musea beheren, kan niet voor de toekomst behouden en tentoongesteld worden
zonder dat het Rijk, de gemeenten en provincies daarvoor verantwoordelijkheid
hebben genomen. Het is daarom van eminent belang dat in het cultuurbeleid wordt
verankerd welke doelen moeten worden nagestreefd om een bloeiend cultureel
klimaat te waarborgen, en welke rol de musea daarbij kunnen spelen. In onze
verkenning ‘Cultuur voor stad, land en regio’ constateren we dat de doelstellingen
voor cultuurbeleid onvoldoende duidelijk zijn. We formuleren daarom vier algemene
cultuurpolitieke doelen die richting kunnen geven aan het handelen van overheden
en instellingen in het culturele veld. [ 1 ]
Allereerst vinden we het belangrijk dat creatieve en kunstzinnige talenten kansen en
mogelijkheden krijgen om zich artistiek te ontplooien. Dit betekent onder andere dat
er in iedere fase van de culturele loopbaan faciliteiten en begeleiding beschikbaar
zijn om talenten te laten groeien. Een museum vormt wat dit betreft het podium
waarop kunstenaars met hun werken zichtbaar worden voor de samenleving. De
raad vindt het daarbij vanzelfsprekend dat deze kunstenaars een eerlijke vergoeding
krijgen, zodat zij in staat zijn zich verder te ontwikkelen. In het verlengde hiervan
maakt de raad zich in de museumsector ook hard voor een betere
arbeidsmarktpositie voor het brede spectrum aan museumprofessionals: van
conservatoren en beheer- en behoudsmedewerkers tot communicatie- en
educatiemedewerkers.
Een volgende doelstelling is dat iedereen in Nederland, ongeacht leeftijd,
achtergrond, inkomen of woonplaats, toegang heeft tot cultuur. Het gaat om een
goed gespreid aanbod over het land dat voor iedereen te betalen is, om
uiteenlopende genres die een breed en divers publiek aanspreken en, voor zover
mogelijk, om een aanbod dat op uiteenlopende, voor iedereen toegankelijke plekken
wordt getoond. In dit licht bezien, hebben musea oog voor verschillende
publieksgroepen en geven zij aan de collecties steeds weer een actuele lading. Dit
leidt tot inclusieve musea: plekken waar uiteenlopende bevolkingsgroepen zich
welkom, gekend en erkend voelen en waar zij ook in aanraking kunnen komen met
andere perspectieven.
                                                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Ten derde is de raad van mening dat er een pluriform aanbod moet zijn, waarin het
bestaande wordt gekoesterd en het nieuwe wordt omarmd. Hierbij is het van belang
dat er ruimte is voor het ontwikkelen van nieuwe betekenissen en dat in het kunst-
en cultuuraanbod nieuwe en interdisciplinaire stijlen aan bod komen.
Meerstemmigheid is in dit verband een belangrijke term die recht doet aan de
gelaagde en dynamische betekenisvorming rondom kunst- en erfgoedcollecties.
Museale collecties moeten digitaal geregistreerd zijn en op een duurzame manier
geconserveerd worden. Ook moet er de mogelijkheid zijn om de collecties te
raadplegen en te onderzoeken, en om die collecties te verrijken met nieuwe stukken
of eventueel stukken af te stoten. Zo houdt een museum de collectie actueel en
relevant.
Tot slot vinden we het belangrijk dat er voor cultuur een veilige haven is om te
kunnen reflecteren op de samenleving en haar burgers, waarop ook kritiek geleverd
kan worden. Dit kan alleen als de samenleving een open podium biedt. In musea
geven educatiemedewerkers, conservatoren, curatoren en kunstenaars een eerste
aanzet om bezoekers op verschillende, niet altijd voor de hand liggende manieren
naar de wereld om ons heen te laten kijken. Kunst en erfgoed kunnen discussies en
meningsverschillen ontlokken; in musea moeten meningen gehoord en
bediscussieerd kunnen worden.
Verantwoording en opzet van het advies
Dit advies is een van de tien sectoradviezen die de raad tussen november 2017 en juli
2018 uitbrengt. Het doel van deze adviezen is trends en ontwikkelingen binnen de
disciplines te beschrijven, knelpunten en kansen te duiden en beleidsopties voor de
korte en lange termijn te verkennen. Wij hopen met dit advies recht te doen aan de
succesverhalen, de hartenkreten en de ideeën die de afgelopen periode met ons zijn
gedeeld.
Het advies is tot stand gekomen dankzij het voorbereidende werk van een brede
commissie met experts uit de museumsector: Teus Eenkhoorn (voorzitter), Lennart
Booij, Wim Hupperetz, Dieuwertje Wijsmuller, Emilie Gordenker, Gunay Uslu,
Steven ten Thije, Harry Tupan en Hélène Besanςon. Hun ervaring, inzet, inspiratie
en kritische blik waren onmisbaar bij het opstellen van dit advies.
Tijdens het adviestraject heeft de commissie gesproken met uiteenlopende
deskundigen uit het veld, onder wie museumdirecteuren, conservatoren,
educatiemedewerkers, onderzoekers, (beleids)adviseurs en ondernemers (bijlage:
‘Overzicht gesprekspartners’). Dankzij hun kennis en openhartigheid hebben wij een
goed beeld gekregen van de successen die de afgelopen jaren zijn geboekt en van de
zorgen die er zijn. De commissie heeft ook gebruikgemaakt van schriftelijke bronnen
en van de verkenningen en adviezen die de raad de afgelopen tijd heeft uitgebracht
(bijlage: ‘Literatuur’).
                                                                                      6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Dit sectoradvies bestaat uit drie delen: een beschrijving, een analyse en een advies.
In het vervolg van dit eerste deel geven we een ‘schets van de museumsector’ en
laten we zien welke onderdelen deel uitmaken van het museumlandschap. In deel 2
analyseren we de museumsector vanuit ‘inhoudelijk’, ‘maatschappelijk’ en
‘economisch perspectief’. Wij zijn ons er overigens van bewust dat er tussen deze
perspectieven geen duidelijke grenzen lopen. De ontwikkelingen en
tussenaanbevelingen moeten daarom in samenhang worden gezien. Deel 3 vormt
het slot van dit sectoradvies, waarin we komen tot de ‘hoofdaanbevelingen’ voor een
bloeiende, toekomstbestendige en creatieve museumsector.
Marijke van Hees, voorzitter
Jeroen Bartelse, directeur
  1
‘Cultuur voor stad,
land en regio’
Raad voor Cultuur, 2017
                                                                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Een schets van de museumsector
         Een schets van de museumsector
De verschillende actoren in het museale ecosysteem – beheer, behoud, onderzoek en
presentatie – komen aan bod en we brengen, aan de hand van zo recent mogelijke
gegevens, de stand van zaken in kaart. [ 1 ]
Afbakening van de sector
Voor het museumbegrip volgt de raad de definitie van de International Council of
Museums (ICOM), het internationale samenwerkingsverband van musea. Volgens
de meest recente begripsomschrijving uit 2007 is een museum een “permanente
instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten
dienste staat aan de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft,
behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de
materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor
doeleinden van studie, educatie en genoegen.” [ 2 ]
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt elk jaar het aantal musea in
Nederland. Het CBS maakt onderscheid tussen geregistreerde musea, niet-
geregistreerde musea en musea die volgens de criteria geen museum zijn, maar wel
als zodanig worden gezien door het publiek. [ 3 ] [ 4 ] Hiervoor hanteert het bureau een
vergelijkbare definitie als de ICOM. [ 5 ] In Nederland waren er volgens die definitie
in 2016 694 musea. [ 6 ] Op grond van andere definities kan het aantal musea in
Nederland echter veel groter zijn, omdat het begrip ‘museum’ niet beschermd is. [ 7 ]
                                                                                         8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Spreiding van musea over Nederland
(in aantallen)
● Nationaal Museum van Wereldculturen is verspreid over drie locaties:
Amsterdam, Leiden, Berg en Dal.
bron: CBS, Museumvereniging. Als gevolg van geheimhoudingsregels (te weinig musea) is Flevoland
toegevoegd aan Utrecht.
Wanneer we de musea onder de loep nemen, ontdekken we instellingen in alle
soorten en maten. De Nederlandse museumsector kent een enorme diversiteit. Zo
zijn er bijvoorbeeld, naast alle gerenommeerde kunstmusea en grote volkenkundige
musea, een bakkerijmuseum, een tassenmuseum en een jenevermuseum. Daarnaast
is er een grote variëteit in de omvang van musea. Musea als het Van Goghmuseum,
het Nationaal Museum van Wereldculturen, het Rijksmuseum en Museum Boijmans
van Beuningen beschikken over een miljoenenbudget en hebben soms honderden
personeelsleden in dienst. Maar er zijn ook veel kleine musea met een minimale
omzet die draaiende worden gehouden door enkele betaalde personeelsleden en
voor de rest door vrijwilligers. Ook de financieringsvorm verschilt: er zijn musea die
door één of meer overheden worden gesubsidieerd en een collectie beheren waarvan
een overheid de eigenaar is, maar er zijn ook particuliere musea.
                                                                                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Ook is er een enorm verschil in de omvang van collecties: zo bezit Naturalis
42 miljoen objecten, terwijl het Mauritshuis zo’n 900 objecten beheert. Bij zulke
uiteenlopende aantallen horen heel andere vormen van collectiebeheer.
Beheer en behoud
Musea behouden en beheren een collectie op het gebied van kunst, geschiedenis,
natuurhistorie, volkenkunde, bedrijf, wetenschap en techniek. In 2016 was het
merendeel van de Nederlandse musea een geschiedenismuseum (ongeveer
59 procent) en hield een vijfde zich bezig met bedrijf en techniek. 12,5 procent was
een kunstmuseum, bijna 6 procent natuurhistorisch en nog geen 3 procent viel in de
categorie volkenkunde. [ 8 ]
Musea per categorie
(in percentages)
bron: CBS, 2017
Een bijzondere categorie in het museumveld vormen kastelen en buitenplaatsen. In
de meeste gevallen zijn dit opengestelde monumenten met een museale
(ensemble)functie, die de ontstaans- en bewonersgeschiedenis van het
monumentale gebouw en zijn omgeving tonen. [ 9] De waarde van deze instellingen
ligt met name in de combinatie van roerend, onroerend en immaterieel erfgoed.
Musea zijn niet de enige instellingen die een (erfgoed)collectie beheren.
Erfgoedinstellingen als archieven en bibliotheken zijn net als musea gericht op het
bewaren van erfgoedcollecties en laten die ook zien aan het bredere publiek. Er zijn
steeds meer bibliotheken en archieven die tentoonstellingen organiseren, zoals de
Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, universiteitsbibliotheken in Leiden,
Amsterdam en Utrecht, en stedelijke archieven als het Utrechts Archief en het
Stadsarchief Amsterdam.
                                                                                     10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Toch is de primaire publiekstaak van deze instellingen een andere dan die van
musea: de nadruk ligt op het ontsluiten van de documenten voor gebruikers in
plaats van het tonen ervan. Deze instellingen vallen – voor zover ze niet ook
geregistreerd zijn als museum – dan ook buiten de scope van dit sectoradvies.
   Rijksgesubsidieerde musea
   De rijksgesubsidieerde musea nemen een aparte positie in de Nederlandse
   museumsector in. Ze vormen een groep musea waarvan de
   ontstaansgeschiedenis start aan het begin van de negentiende eeuw, toen
   achtereenvolgens koning Lodewijk Napoleon en koning Willem I een aantal
   musea stichtten en daar stadhouderlijke collecties onderbrachten, zoals het
   Rijksmuseum, het Koninklijk Kabinet van Schilderijen (nu het Mauritshuis), en
   het latere Rijksmuseum voor Oudheden, Museum voor Volkenkunde en
   Naturalis. Door de eeuwen heen is deze groep gegroeid tot enige tientallen
   musea. Hiertoe behoren ook historische gebouwen met een collectie
   (zogenaamde ensembles) zoals Huis Doorn, het Muiderslot en Paleis Het Loo,
   alsmede musea waarvan de collectie ooit aan het Rijk is geschonken, zoals het
   Kröller-Müller Museum, Rijksmuseum Twenthe en in 2009 nog het
   Glasmuseum. Van een aantal collecties is de Staat geen eigenaar, maar neemt hij
   wel verantwoordelijkheid voor het beheer ervan, zoals bijvoorbeeld bij het
   Teylers Museum, het Joods Historisch Museum en het Princessehof. In de
   huidige subsidieperiode maken 25 musea deel uit van de BIS. Slot Loevestein
   ontvangt na negatieve adviezen van de raad sinds 2017 geen BIS-subsidie meer,
   alleen subsidie in het kader van de Erfgoedwet.
   Aanvankelijk maakten de musea deel uit van de Rijksoverheid, maar in 1993
   werd de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten ingevoerd. Collecties en
   huisvesting bleven eigendom van het Rijk, maar beheer en exploitatie werden
   ondergebracht in een stichting. De Staat sloot een beheerovereenkomst over de
   collectie en de gebouwen werden verhuurd aan de stichting. Op die manier
   kwamen de rijksmusea vanaf 1996 in de pas van de vierjaarlijkse
   cultuurnota-systematiek.
   Met de invoering van de BIS in 2009 werden de rijksmusea vervolgens
   zogenaamde aangewezen instellingen, die een ‘langjarig subsidieperspectief’
   kregen en door middel van visitatie op hun functioneren werden beoordeeld.
   Vier jaar later kwam daar naar aanleiding van de bezuinigingsoperatie van
   toenmalig staatssecretaris Zijlstra een einde aan en kwamen de musea weer
   terecht in de vierjaarlijkse beoordelingsrondes.
   Met de Erfgoedwet, die in 2016 in werking is getreden, heeft het deel van de
   financiering van rijksgesubsidieerde musea dat betrekking heeft op beheer en
   behoud van collecties en huisvesting een langjarig perspectief gekregen. Er vallen
   29 instanties onder de Erfgoedwet: behalve 26 musea ook de beheer- en
   behoudsfunctie van het RKD, Het Nieuwe Instituut en EYE. Presentatie van de
   collecties valt nog wel onder de BIS. De subsidiehoogte wordt vierjaarlijks na
   advies van de raad binnen een vastgesteld financieel kader bepaald.
                                                                                      11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De gemeentelijke overheden nemen, bezien vanuit het aantal musea, het grootste
aandeel in subsidie voor hun rekening: 54 procent van de geregistreerde musea heeft
een gemeente als hoofdfinancier; 14 procent van de musea krijgt subsidie van het
Rijk en 6 procent van de provincie; 27 procent van particulieren. Qua budget is het
Rijk de belangrijkste subsidiegever: 25 procent van de totale omzet van alle musea is
een rijksbijdrage; 19 procent is een gemeentelijke subsidie; provincies nemen
4 procent voor hun rekening. 1 procent van de subsidies is afkomstig van
overheidsfondsen en Europese subsidies. [ 10 ]
Omzetaandeel
(in percentages)
Hoofdﬁnancier
(in percentages)
bron: Museumvereniging, 2017
                                                                                      12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>De Rijkscollectie
De Staat is verantwoordelijk voor een omvangrijke collectie erfgoed- en
kunstvoorwerpen: de rijkscollectie. Het gaat om erfgoed van bijzonder belang
waarvan de Staat eigenaar is of waarvan de zorg (gedeeltelijk) aan de Staat is
toevertrouwd, zoals bij de collecties van het Joods Historisch Museum en het
Nederlands Fotomuseum.
De rijkscollectie kent veel verschillende beheerders. Een gedeelte wordt beheerd
door ministeries, Colleges van Staat, uitvoerende diensten en Nederlandse
ambassades en consulenten. [ 11 ] Het grootste deel van de rijkscollectie is
ondergebracht bij de verzelfstandigde rijksgesubsidieerde musea, die op grond van
de Erfgoedwet door de minister van OCW zijn aangewezen om collecties te beheren.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beheert namens de minister van
OCW de rijkscollectie die niet elders is ondergebracht. Een deel hiervan bevindt zich
in het depot in Rijswijk, een deel is uitgeleend.
De Collectie Nederland
Alle collecties die vanwege het maatschappelijke belang ervan met publieke
middelen in stand worden gehouden, waaronder de rijkscollectie, vallen onder de
Collectie Nederland. Die bestond in 2015 uit bijna 75 miljoen objecten, waarvan
ruim 42 miljoen objecten in beheer waren bij Naturalis. [ 12 ] In 2015 was 65 procent
van de totale Nederlandse collectie eigendom van de museumorganisaties zelf,
gemeenten waren eigenaar van 13 procent, het Rijk van 4 procent en provincies van
2 procent. [ 13 ]
Om de (digitale) zichtbaarheid en toegankelijkheid van de Collectie Nederland te
vergroten, stuurt de overheid aan op een actief bruikleenverkeer tussen musea.
Overheden en musea werken hiervoor aan een Code Bruikleenverkeer. Specifiek
voor internationale bruiklenen en bruiklenen uit particuliere collecties in Nederland
die niet openbaar toegankelijk zijn, heeft de overheid een indemniteitsregeling in het
leven geroepen: een garantstelling waarbij de Nederlandse Staat een deel van het
risico op schade aan en verlies van tentoonstellingsbruiklenen overneemt.
Indemniteitsgarantie kan worden aangevraagd voor tijdelijke tentoonstellingen en
langdurige bruiklenen die van uitzonderlijk belang zijn voor Nederland. Het
indemniteitspercentage is maximaal 30 procent, waarbij de gevraagde garantstelling
ten hoogste 75 miljoen euro bedraagt. [ 14 ] In 2015 zijn er 12 indemniteitsaanvragen
voor tentoonstellingen gehonoreerd en is aan 680 buitenlandse bruiklenen
indemniteit verleend. [ 15 ] 1 procent van de totale collectie in Nederland is in
bruikleen van buitenlandse particulieren, 11 procent in bruikleen van Nederlandse
particulieren en 2 procent in bruikleen van andere musea. [ 16 ]
Aankopen en afstoten
Musea kunnen hun collectie aanvullen door objecten of verzamelingen (gezamenlijk)
aan te kopen. Bij aankopen wordt verwacht dat musea rekening houden met hun
profiel en de Collectie Nederland. Voor het aankopen van collecties kunnen musea
een financiële bijdrage vragen aan onder andere hun eigen vriendenvereniging, de
Vereniging Rembrandt en het Rijk via het Nationaal Aankoopfonds en het
Mondriaan Fonds.
                                                                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>     Financiële bijdragen
     Financiële bijdragen uit zowel publieke als private financieringsbronnen zijn
     onmisbaar voor de aankoopcapaciteit van musea. In 2015 ontving het
     Rijksmuseum 30 miljoen euro uit het Nationaal Aankoopfonds voor de aankoop
     van de portretten van Marten en Oopjen door Rembrandt. [ 17 ] Het Mondriaan
     Fonds droeg in 2016 bij aan dertien incidentele aankopen van musea en met de
     tweejaarlijkse Bijdrage Collectieprogramma’s ondersteunde het fonds in 2015
     (in 2016 was er geen aanvraagronde) zeventien musea bij een aankoop van of een
     opdracht aan een beeldend kunstenaar. [ 18 ] [ 19 ] In 2016 droeg de Vereniging
     Rembrandt bij aan aankopen van 26 musea, met een totaalbedrag van bijna
     5 miljoen euro. [ 20 ] In 2016 heeft het VSBfonds 557 duizend euro uitgegeven aan
     negen aankopen door musea. [ 21]
Niet alleen verrijken musea hun collectie door nieuwe onderdelen aan te schaffen;
zij kunnen de collectie ‘opschonen’ door onderdelen af te stoten. Objecten worden
geruild, verkocht, geschonken of vernietigd. Het Mondriaan Fonds kent hiervoor de
Bijdrage Collectiemobiliteit, die gebruikt kan worden voor het afstoten en
overdragen van collectie-onderdelen. Voor het afstoten van collecties en objecten is
er de Leidraad voor Afstoting van Museale Objecten (LAMO). Voor zover wij konden
nagaan, is er op landelijk niveau nog geen overzicht beschikbaar van het aantal
afgestoten objecten in de afgelopen jaren.
RCE, Erfgoedinspectie, RKD en KIEN
Op het gebied van onderzoek en ondersteuning zijn de RCE, de Erfgoedinspectie, het
Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (RKD) en het Kenniscentrum
Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) belangrijke instellingen voor de
museumsector.
De RCE is het kennisinstituut voor roerend en onroerend erfgoed. Hij ondersteunt
de Rijksoverheid op het gebied van beheer en behoud, en musea op het gebied van
collectiemanagement. De Erfgoedinspectie houdt toezicht op een deel van het
Nederlandse Erfgoed en de archieven van de Rijksoverheid, en controleert of er goed
voor het erfgoed wordt gezorgd.
Het RKD beheert, behoudt, onderzoekt, presenteert en publiceert kunsthistorische
kennis en informatie voor musea, wetenschap en publiek. Hiervoor ontvangt het
instituut als ondersteunende instelling rijkssubsidie in het kader van de BIS. Het
ministerie van OCW financiert via het RKD het zelfstandige CODART, een netwerk
van Nederlandse en Vlaamse conservatoren. Het KIEN heeft de taak om een
inventaris op te stellen van het Nederlandse immaterieel erfgoed, die te onderzoeken
en toegankelijk te maken. Met ingang van 2017 is het KIEN ondergebracht bij het
Nederlands Openluchtmuseum. KIEN ondersteunt ook erfgoedgemeenschappen die
hun immaterieel erfgoed levend willen houden en willen doorgeven.
                                                                                       14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Museumvereniging en ICOM Nederland
De Museumvereniging is de branchevereniging voor musea en is in 2014 ontstaan
uit een fusie van de Nederlandse Museumvereniging en de Vereniging Rijksmusea.
In 2016 waren 420 musea aangesloten bij de Museumvereniging. [ 22] ICOM
Nederland is een vereniging van museumprofessionals die toegang geeft tot een
internationaal netwerk en jaarlijkse bijeenkomsten. 44 instellingen en
2.500 individuele leden zijn aangesloten bij ICOM Nederland. [ 23 ]
Museumregister
Het Museumregister is een accreditatiesysteem van museale instellingen die
aantoonbaar voldoen aan de criteria voor een kwalitatief hoogwaardige invulling van
de functies van een museum (aan de hand van de ICOM-definitie). Het doel van deze
registratie is het zichtbaar maken, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de
Nederlandse musea, voor een verantwoord beheer van het museale erfgoed in
Nederland. Eind 2015 waren er 486 musea geregistreerd. [ 24]
Presentatie/aanbod
Behalve beheer en behoud is het presenteren van de collectie aan het publiek een
hoofdtaak van een museum. Dat doen musea onder meer aan de hand van de vaste
opstelling van de kerncollectie, tentoonstellingen en educatieve programma’s.
Musea organiseren rondleidingen, speurtochten, workshops, cursussen, symposia,
debatten en lezingen. Collecties van musea worden ook gepresenteerd op
uiteenlopende plekken, zoals galeries, kunstuitleencentra, festivals, kunstbeurzen,
veilingen, presentatie-instellingen, de openbare ruimte en online.
In 2016 programmeerden de Nederlandse musea gezamenlijk 2.140 tijdelijke
tentoonstellingen. 92 procent van alle tijdelijke exposities werd georganiseerd in het
eigen museum; 6 procent in een ander museum in Nederland; 2 procent in een
museum in het buitenland. [ 25 ] Niet alleen voor exposities vinden musea een podium
over de grens, ook voor bijvoorbeeld lezingen, workshops en bruiklenen.
Een steeds groter deel van de collecties van de Nederlandse musea wordt
toegankelijk via internet. De RCE zorgt samen met musea en Digitaal Erfgoed
Nederland (DEN) voor de uitbreiding van de digitale infrastructuur van de sector.
Iets meer dan 70 procent van alle museumobjecten is gedigitaliseerd in een
registratiesysteem. Gemiddeld is informatie van een derde van de objecten online
toegankelijk. [ 26 ]
Publiek
De Nederlandse musea zijn in trek. In 2016 ontvingen de 694 Nederlandse musea
die het CBS monitort ruim 34,4 miljoen bezoeken, waarvan ruim 28,3 miljoen
betalende bezoeken. 28 procent is buitenlands bezoek. [ 27 ]
                                                                                       15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Bereik Nederlandse musea per leeftijdscategorie, 2014
(in percentages)
Het SCP maakt in het bereik onderscheid tussen zes typen musea: kunst, geschiedenis of archeologie,
natuur(geschiedenis), wetenschap of techniek, volkenkunde en gemengd. Voor ons overzicht zijn wij
uitgegaan van een gemiddelde van deze percentages per leeftijdscategorie.
Bereik Nederlandse musea per etniciteit, 2014
(in percentages)
Het SCP maakt in het bereik onderscheid tussen zes typen musea: kunst, geschiedenis of archeologie,
natuur(geschiedenis), wetenschap of techniek, volkenkunde en gemengd. Voor ons overzicht zijn wij
uitgegaan van een gemiddelde van deze percentages per etniciteit.
bron: SCP, 2016
                                                                                                    16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Op initiatief van de musea zelf is in 1981 de Museumkaart geïntroduceerd. Die is
bedoeld om Nederlanders voordelig toegang te bieden tot musea en zo de
bezoekersaantallen te laten stijgen. Meer dan 400 musea doen hieraan mee; in 2017
waren 1,35 miljoen Nederlanders in het bezit van deze kaart. Kaarthouders hebben
in 2016 8,3 miljoen bezoeken gebracht aan de musea waar de kaart geldig is.
Gemiddeld reizen kaarthouders 49 kilometer (enkele reis) voor een museumbezoek.
42 procent van de kaarthouders is 65 jaar en ouder; 41 procent is tussen de 35 en
64 jaar. [ 28 ]
(Beroeps)opleidingen voor de museumsector
Wie opgeleid wil worden tot museumprofessional kan terecht bij een flink aantal
opleidingen. Op universitair niveau is er onder meer een tweejarige master (curating
arts and cultures) voor museumconservator aan de Universiteit van
Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU), een duale master
erfgoed- en museumstudies aan de UvA, een opleiding erfgoedstudies aan de VU,
een masteropleiding museums and collections aan de Universiteit Leiden en een
conservatorenopleiding aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
Tilburg University en de Erasmus Universiteit Rotterdam bieden bredere
masteropleidingen aan voor de museumsector: kunsten, publiek, samenleving in
Tilburg en de masters culturele economie & cultureel ondernemerschap en kunst en
cultuurwetenschappen in Rotterdam. Aan de UvA kun je diverse specialisaties
volgen op het gebied van de museumsector, zoals cultuurwetenschappen,
archiefwetenschap en culturele informatiewetenschap. Daarnaast zijn er
kunstgeschiedenisopleidingen aan onder andere de Universiteit Utrecht, UvA,
Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit Leiden en de RUG.
Er bestaat in Nederland één hbo-opleiding tot museumprofessional: cultureel
erfgoed aan de Reinwardt Academie, die onderdeel is van de Amsterdamse
Hogeschool voor de Kunsten. De Reinwardt Academie heeft ook een Engelstalige
internationale master Museology.
Op het gebied van onderwijs en ontwikkeling bieden meerdere musea fellowships en
talentonwikkelingsprojecten aan. Dit zijn onder andere het Rijksmuseum
Amsterdam, het Groninger Museum met Conservator in Opleiding in samenwerking
met de RUG en het Mauritshuis met het American Friends of the
Mauritshuis-Fulbright Fellowship.
Vanuit de Nationale Kennisagenda voor het Museale Veld is een programma van
museumbeurzen via NWO ontwikkeld, maar dat is sinds maart 2016 niet meer
actief. [ 29 ] [ 30 ]
Arbeidsmarkt & financiën
In 2016 werkten in totaal bijna 10.000 mensen in loondienst bij musea in
Nederland. Naast de werknemers in vaste dienst, werden in 2016 bijna
5.000 freelancers ingehuurd. Veruit de meeste medewerkers waren
vrijwilligers (35.000). [ 31 ]
                                                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Financiën
In 2016 maakten subsidies het grootste deel uit van de inkomsten van musea in
Nederland (49 procent). De Rijksoverheid besteedde 255 miljoen euro aan musea;
gemeenten subsidieerden de musea gezamenlijk met een bedrag van
203 miljoen euro, provincies met 52 miljoen euro. In datzelfde jaar ontvingen alle
musea samen 299 miljoen euro aan publieksinkomsten (21,7 procent),
33 miljoen euro aan sponsorinkomsten (3,1 procent) en 75 miljoen euro aan horeca-
en winkelinkomsten (7,1 procent). [ 32 ] De leden van de Museumvereniging waren in
2016 samen goed voor een omzet van iets meer dan 1 miljard euro. [ 33 ]
    Sponsors en fondsen
    Musea kunnen bij sponsors en fondsen terecht voor bijvoorbeeld aankopen,
    tentoonstellingen, restauraties en kortlopende projecten. Naast de directe
    financiering door de drie overheden, verstrekt bijvoorbeeld het Mondriaan
    Fonds bijdragen aan musea. Het Mondriaan Fonds is een stimuleringsfonds voor
    beeldende kunst en erfgoed. Het kent meerdere regelingen voor musea,
    bijvoorbeeld voor meerjarenprogramma’s en collectieprogramma’s, voor
    incidentele aankopen en voor projectinvesteringen. In 2017 had het Mondriaan
    Fonds een budget van ongeveer 27 miljoen euro. [ 34 ] Een greep uit de
    toekenningen in 2016: 6 musea ontvingen een Bijdrage Opdrachtgeverschap,
    18 musea een Bijdrage Projectinvestering Beeldende Kunst, 21 musea een
    Bijdrage Projectinvestering Erfgoed en 4 musea een Bijdrage Internationale
    Samenwerkingsprojecten. [ 35 ]
    In 2017 schonk de BankGiro Loterij bijna 33 miljoen euro aan 58 musea en bijna
    16 miljoen euro aan het Prins Bernard Cultuurfonds. [ 36 ] Via Creative Europe,
    het Europese subsidieprogramma voor de culturele sector, werd in 2016
    11 miljoen euro ontvangen voor samenwerkingsprojecten binnen de culturele
    sector. In 2015 waren het Van Abbe Museum en het Allard Pierson Museum in
    deze regeling bijvoorbeeld succesvol. [ 37 ]
                                                                                    18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   1
Zie voor beschrijving van het begrip ecosysteem in cultuursector Raad
voor Cultuur, 2017.
   2
‘icom.museum.nl’
   3
Een geregistreerd museum voldoet aan de museumnorm zoals gesteld
door het Museumregister.
   4
Niet-geregistreerde musea worden door het CBS meegeteld mits wordt
voldaan aan een viertal criteria.
Onderzoeksomschrijvingen Musea.
CBS, 2017
   5
Vanaf 2015 hanteren het CBS, de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed en de Museumvereniging een gezamenlijke definitie voor het
bepalen van het aantal musea, in plaats van verschillende criteria. Dit
heeft ertoe geleid dat het aantal instellingen dat als museum wordt
geclassificeerd is teruggelopen van 799 in 2013 naar 685 in 2015.
   6
Cultuur in Beeld.
OCW, 2017b
   7
Nieuwe museumvormen vragen om andere afbakeningscriteria.
Bergevoet, F., 2013
   8
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   9
Voorbeelden hiervan zijn Paleis Het Loo, Huis Doorn en Kasteel de
Haar.
   10
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
   11
‘cultureelerfgoed.nl’
   12
‘erfgoedmonitor.nl’
   13
De raad vermoedt dat het overige deel eigendom is van particulieren.
Van de musea die zijn aangesloten bij de Museumvereniging is in 2015
16 procent van de collectie eigendom van musea zelf; voor overheden
is dat 78 procent. Het verschil in percentages kan worden verklaard
omdat het merendeel van de populatie van de Museumvereniging
bestaat uit geregistreerde musea, die de collectie beheren van de
overheid.
‘erfgoedmonitor.nl’
   14
Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016.
OCW, 2015
   15
‘erfgoedmonitor.nl’
                                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   16
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   17
In 2016 is er geen beroep gedaan op het Aankoopfonds.
‘erfgoedmonitor.nl’
   18
‘mondriaanfonds.nl’
   19
‘mondriaanfonds.nl’
   20
Jaarverslag 2016.
Vereniging Rembrandt, 2017
   21
Tot 1 januari 2018 konden musea ook voor aankopen terecht bij het
VSBfonds. De komende jaren richt dit fonds zich intensiever op actief
burgerschap. Dit betekent dat het budget voor aankopen is komen te
vervallen.
‘erfgoedmonitor.nl’; ‘vsbfonds.nl’
   22
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
   23
‘icomnederland.nl’
   24
‘erfgoedmonitor.nl’
   25
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   26
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   27
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   28
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
‘museumvereniging.nl’
   29
‘cultureelerfgoed.nl’
   30
‘nwo.nl’
   31
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   32
Musea in Nederland 2016.
CBS, e.a., 2017
   33
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
   34
Toekenningen 2015 en 2016.
Mondriaan Fonds, 2017
                                                                      20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>  35
‘mondriaanfonds.nl’
  36
‘erfgoedmonitor.nl’; ‘bankgiroloterij.nl’
  37
Feiten & cijfers Creative Europe Cultuur 2015.
Creative Europe Desk NL en Dutch Culture, 2016
                                               21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Musea / De museumsector vanuit inhoudelijk perspectief
         De museumsector vanuit
         inhoudelijk perspectief
We bespreken de inhoudelijke kerntaken van het museum en gaan in op de manier
waarop collecties veranderen via aankopen, afstoten, bruiklenen en digitaliseren. We
nemen kennis van vernieuwingen in het museumconcept en van in het oog
springende ontwikkelingen rondom onder andere meerstemmig erfgoed, de
zichtbaarheid van collecties en tentoonstellingsbouw en -vormgeving. Ook kijken we
naar de uitdagingen voor musea, bijvoorbeeld als het gaat om collectiemobiliteit en
kennisborging en -overdracht. We sluiten af met aanbevelingen aan de overheden en
de sector.
Vernieuwingen in het concept museum
Wanneer we de Nederlandse museumsector in vogelvlucht beschouwen, dan zien we
op het eerste gezicht een vitale sector. Dat uit zich niet alleen in cijfers, zoals een
toename van het aantal bezoekers, maar ook in het museumconcept. Hoewel dit
concept al eeuwenoud is, is het nog altijd springlevend. Zo is er de afgelopen jaren
een aantal particuliere musea bijgekomen, zoals Museum Voorlinden en Museum
MORE. Ook de plannen voor een Slavernijmuseum en het daarmee verweven
maatschappelijk debat over nieuw op te richten musea, bevestigt de actuele waarde
ervan. Het laat ook zien dat het museum als instituut gezag en erkenning uitstraalt.
De vitaliteit van de musea is op vele manieren manifest. In de ruim twee eeuwen dat
zij bestaan, zijn er periodes van transitie geweest, zoals de nadruk op educatie aan
het einde van de negentiende eeuw en een groter accent op het recreatieve en
gastvrije aspect van musea in de jaren zestig van de twintigste eeuw. [ 1 ] Vandaag de
dag is dat niet anders: musea zijn dynamische instellingen die zich onder andere
voegen naar de ontwikkelingen in de maatschappij. Musea zijn daarbij op allerlei
manieren bezig om hun eigen gebouwen open te breken. Zij treden uit hun
comfortzone en slechten muren van hun eigen bastion om nieuwe verbindingen met
de samenleving aan te gaan.
Grensverkenningen zijn volgens de raad essentieel om het museum in deze eeuw
vitaal te houden en aantrekkelijk te maken voor nieuwe doelgroepen. We vinden het
een van de grote uitdagingen van de museumsector voor de komende decennia om
zich meer te profileren als platform van verbinding tussen de verschillende
maatschappelijke groepen. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat museale
collecties door middel van nieuwe ‘openingen’, verhalen en verbindingen
aanspreekbaar worden of blijven voor het publiek van de toekomst.
De raad is van mening dat de museumsector hierop de komende tijd moet inzetten
en dat de subsidiërende overheden zulke ambities optimaal moeten faciliteren. De
collectie vormt bij die transitie het uitgangspunt. Daarbij hoort ook dat musea zich
continu afvragen in hoeverre hun collectie nog voldoende aansluit bij hun
                                                                                         22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>veranderende taakopvatting. Veel van de thema’s die in dit advies worden
aangesneden, zoals digitalisering, collectiemobiliteit, maatschappelijke verbindingen
en duurzaam beheer van de collectie, staan ook in dienst van dit grotere doel.
Het morrelen aan de eigen grenzen roept de vraag op wat we tegenwoordig onder
een museum verstaan. Het Museumregister hanteert zeventien criteria voor goed
museaal handelen, op het gebied van bedrijfsvoering, collectie en publiek. Deze
Museumnorm kent drie belangrijke uitgangspunten: het museum neemt de definitie
van de ICOM als uitgangspunt voor museaal handelen; het museum onderschrijft de
Ethische Code en het museum volgt de LAMO bij het afstoten van de collectie. [ 2 ]
Het is echter de vraag of de ICOM-definitie genoeg recht doet aan de rol die de
musea wereldwijd in het huidige tijdsgewricht kunnen spelen. In een recente
aanbeveling stelt UNESCO dat het museumconcept aan verbreding toe is: hef de
kunstmatige scheiding tussen materieel en immaterieel erfgoed op en zorg, in het
verlengde daarvan, voor een meer pluriforme museumsector. [ 3 ]
We verwachten dat het museumconcept zich de aankomende jaren verder zal
verbreden, onder andere doordat immaterieel erfgoed steeds meer aandacht krijgt
en er hybride vormen ontstaan van instellingen die zowel een museale als een
andere functie hebben. Ook zijn er veel wetenschapscentra waarvoor de presentatie
van wetenschap en techniek belangrijker is dan het beheer van een museale
collectie. De Tweede Kamer heeft eind vorig jaar een motie aangenomen waarin zij
de regering verzoekt om de raad advies te vragen over de positie van
wetenschapsmusea. [ 4 ] De raad is bereid om hierop in een later advies terug te
komen.
Het begrip ‘museum’ is niet beschermd, waardoor iedereen die een verzameling
openstelt of een expositie ontwerpt voor publiek, een bordje met het woord museum
aan de gevel mag hangen. Voor de gemiddelde bezoeker is er ook niet zo veel
onderscheid tussen een traditioneel museum, een archief, een Hortus, een
bibliotheek, een kunsthal, de Star Wars Identities Expo, een eigentijds
rariteitenkabinet als Ripley’s Believe it or not of Corpus. Hij of zij is zich er
waarschijnlijk niet van bewust dat die plek volgens de ICOM-definitie wel of geen
museum is; al helemaal niet als men met de Museumkaart naar binnen kan, zoals bij
de Hermitage en de Kunsthal.
We zijn van mening dat musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en
publiek gefinancierd worden, de plicht hebben om kwaliteit te (blijven) garanderen.
Dit kan door oog te hebben voor verschillende culturele tradities, door gebruik te
maken van multimediale presentatievormen en door buiten de traditionele culturele
canon te durven treden. En ook door de waarden te respecteren waarop het publiek
en de maatschappij de musea kunnen vertrouwen, zoals een (solide)
wetenschappelijke onderbouwing van kennis en een verantwoorde manier van
collectiebeheer.
Beheer en behoud
Collectiebeheer is de basis waarop het functioneren van een museum rust. Musea
hebben de taak om te zorgen voor de objecten die zij, soms al eeuwenlang, in beheer
hebben. Dit doen zij door die objecten onder optimale omstandigheden te
registreren, conserveren, restaureren, onderzoeken, documenteren en te
                                                                                      23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>presenteren. Een museum staat niet alleen in het hier en nu, maar moet ook de
verantwoordelijkheid ervoor nemen dat zijn collectie beschikbaar blijft voor de
komende generaties. Beheer en behoud van de collectie is daarom een taak die zich
uitstrekt over de lange termijn.
In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft minister Hedy d’Ancona met het
Deltaplan voor Cultuurbehoud ervoor gezorgd dat het achterstallig onderhoud van
de collecties van rijksmusea werd weggewerkt. Omdat de nationale kunst- en
erfgoedschatten werden bedreigd door ‘sluipend verval’, werd er een grootscheepse
reddingsoperatie op touw gezet, waarbij collecties werden geregistreerd,
geconserveerd en gerestaureerd. [ 5 ] De omstandigheden waaronder de objecten
werden bewaard, verbeterden.
De Erfgoedinspectie heeft in 2016 in kaart gebracht wat de stand van zaken is op het
gebied van het beheer van de rijkscollectie. Daaruit blijkt dat de meeste musea hun
volledige collectie hebben geregistreerd. Wel zijn er knelpunten op het gebied van
opslagcapaciteit en klimaatbeheersing. De Erfgoedinspectie constateert verder dat
de musea voldoende personele capaciteit beschikbaar stellen voor het
collectiebeheer, maar waarschuwt dat door de bezuinigingen het budget voor
personeel onder druk staat. Dit heeft gevolgen voor het collectiebeheer. Daarnaast
leidt een grotere ‘tentoonstellingsdynamiek’ tot meer collectiebewegingen,
bruiklenen en administratieve handelingen. Dit soort activiteiten drukken volgens
de Erfgoedinspectie op de capaciteit voor het beheer. [ 6]
De raad herkent deze observaties en vreest dat ze nog sterker gelden voor de musea
die geen rijkscollectie beheren. De musea die we hebben gesproken, uiten hun
zorgen over de aandacht die ze aan collectiebeheer kunnen besteden. Veel musea
hebben (deels onder maatschappelijke druk) een duidelijke ambitie om meer
bezoekers te trekken, waardoor taken op het gebied van beheer op de achtergrond
raken. Om die reden zijn de bezuinigingen van de afgelopen jaren vooral bij de
collectietaken terechtgekomen.
We zien een parallel met het verleden: d’Ancona constateerde destijds bij de
lancering van het Deltaplan dat in de jaren zeventig en tachtig ook prioriteit werd
gegeven aan presentatie en zoveel mogelijk bezoekers trekken, waardoor behoud van
collectie minder aandacht kreeg. [ 7 ] Als collectiebeheer een ondergeschoven kindje
wordt bij de financiering van musea, dan dreigt de staat van de collecties opnieuw in
verval te raken. Daarom zijn we van mening dat er een goed evenwicht moet zijn
tussen de aandacht voor publiekstaken enerzijds én voor beheer en behoud
anderzijds.
Voor het behoud van collecties is het daarnaast belangrijk dat overheden die
museale collecties in eigendom hebben, actief eigenaar zijn. Door bezuinigingen,
fusies, gemeentelijke herindelingen en sluiting van musea en andere beherende
organisaties kunnen collecties verweesd raken. Het is aan de verantwoordelijke
overheden om te zorgen voor een goed onderkomen voor deze collecties, met een
beheerplan voor de lange termijn.
                                                                                      24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Kennis over de collectie
Behalve op beheertaken is er de afgelopen jaren ook bezuinigd op inhoudelijke
krachten. Hierdoor is er minder kennis in huis over de collectie. Hoewel op
verschillende schaalgrootte, speelt dit zowel bij grotere als kleinere musea. We
onderscheiden – naast afnemende budgetten – drie knelpunten als het gaat om
kennisborging.
Ten eerste sluit het curriculum van universiteiten en hogescholen onvoldoende aan
op de behoefte van musea. Alumni beschikken niet meteen over de specialistische
kennis die van conservatoren wordt verwacht. Ten tweede kost het overdragen van
de expertise van oudere conservatoren naar een nieuwe generatie veel tijd. Ten
derde wisselt het personeel sneller van baan, ook omdat het als werknemer steeds
lastiger wordt om een vast contract te krijgen. Hierdoor is het voor musea moeilijker
om in personeel, en daarmee in kennis, te investeren.
Goede kennisborging bij conservatoren zal de komende jaren een steeds groter
probleem worden, omdat het bestand vergrijst: de helft van de beroepsgroep zit in
de leeftijdscategorie 55-65 jaar en ongeveer een kwart in de categorie 45-55 jaar. [ 8 ]
De raad pleit ervoor dat musea in staat worden gesteld om junior-conservatoren in
dienst te kunnen nemen die door de huidige conservatoren opgeleid kunnen
worden. Om de (wetenschappelijke) kennis van conservatoren te vergroten, zouden
er ook meer mogelijkheden moeten komen om onderzoeksbeurzen te krijgen.
Meerstemmigheid
De verhalen over de fysieke collecties van musea winnen aan belang: dat zijn de
verhalen die vanuit verschillende perspectieven verteld kunnen worden over de
objecten in het museum en de thema’s waarop het museum zich richt. We vinden dit
een essentiële verrijking van de wijze waarop collecties tot leven kunnen komen. Op
die manier verandert ook de rol van musea: het tonen wordt uitgebreid met het
vertellen. Dit biedt de gelegenheid om de schil aan betekenissen en interpretaties die
zich in de loop der eeuwen om de objecten heeft gevormd, open te breken. Zo
worden onder meer de eerste stappen gezet om het museum te ‘dekoloniseren’. Een
goed voorbeeld hiervan is Black Heritage Tours. [ 9]
Meerstemmig erfgoed stimuleert een meer inclusieve benadering van musea: ook
groepen in de samenleving waarvan de stem tot nu toe weinig in het museum klonk,
voelen zich op die manier vertegenwoordigd. Dat kunnen LHTBQ-gemeenschappen
zijn, waar het Queering the Museum Project zich voor inzet, maar ook
kloosterlingen, van wie de verhalen en geschiedenissen worden geboekstaafd in het
Erfgoedcentrum Kloosterleven. Een dergelijke heroriëntatie veronderstelt dat
immaterieel erfgoed ook een vanzelfsprekende plek krijgt in collecties. Zo verzamelt
Museum Rotterdam ‘Echt Rotterdams Erfgoed’. Dat zijn niet alleen objecten, maar
ook personen, ontwikkelingen en organisaties: de straatverkoper, de Sambalman, de
Volkswagenbus van een Bulgaarse Rotterdammer en burgemeester Aboutaleb zelf.
Collecties zichtbaar en in depot
Collectiestukken die niet op zaal hangen of in bruikleen zijn gegeven, bewaren
musea in hun depot. Daar is onder andere ruimte voor restauratie en het veilig
opslaan van kwetsbare werken. Het depot kan het museum ook gebruiken voor
tijdelijke tentoonstellingen, bruiklenen en onderzoek. De afgelopen jaren is het
maatschappelijk debat over de (on)zichtbaarheid van collecties toegenomen,
                                                                                         25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>vanwege het idee dat het merendeel van de objecten in depots is opgeslagen. [ 10 ] Als
bijdrage aan dit debat kiezen musea voor interessante strategieën: bijvoorbeeld door
(delen van) het depot op zaal te zetten, zoals in het Glasmuseum, het Rijksmuseum
voor Oudheden of het Zaans Museum; door in een tentoonstelling te thematiseren
waarom bepaalde werken niet op zaal hangen, zoals het Mauritshuis deed in
‘Hoogte- en dieptepunten uit het depot’. Museum Boijmans van Beuningen bouwt
zelfs een apart collectiegebouw, waarin een deel van het depot voor het publiek
toegankelijk is.
De raad vindt het een positieve ontwikkeling dat er in Nederland depots verrijzen
waarin een aantal musea gezamenlijk hun collectie onderbrengt. [ 11 ] Drie Friese
musea participeren in het Kolleksjesintrum Fryslân, de Leidse musea Museum
Boerhaave, Rijksmuseum voor Oudheden en Museum Volkenkunde hebben een
gedeeld depot en de RCE, het Rijksmuseum, Nederlands Openluchtmuseum en
Paleis Het Loo bouwen gezamenlijk aan het Collectie Centrum Nederland.
Een deel van de collecties die overheden in bezit hebben, staat in de openbare
ruimte: in parken, op rotondes of in het landschap. Wanneer de zorg voor deze
objecten niet goed is geregeld, bestaat het risico dat ze worden verwaarloosd. De
raad stelt voor dat er structureel afspraken worden gemaakt tussen overheden en
musea over het beheer van kunst en erfgoed in de openbare ruimte. Hij komt hier
eventueel in een volgend advies graag op terug.
Presentatie
Collecties worden zichtbaar voor het publiek in de vaste collectiepresentatie, en in
tijdelijke presentaties van het eigen museum en van instellingen die de objecten
lenen. De vaste collectie is de basis voor het tentoonstellingsbeleid van het museum.
Het bepaalt als het ware het DNA en biedt de voedingsbodem voor de tijdelijke
tentoonstellingen die een museum kan organiseren.
Tentoonstellingen
In de periode 2009 – 2016 is het aantal tijdelijke tentoonstellingen met 2 procent
afgenomen. Het aantal bezoekers is, mede door de heropening van een aantal
musea, in die periode gestegen met 42 procent. [ 12 ] Dit betekent dat musea met
minder tijdelijke presentaties meer bezoek weten te trekken.
                                                                                       26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Trends op het gebied van aantal tijdelijke tentoonstellingen en van bezoeken musea
(index: 2009 = 100)
bron: CBS, bewerking Dialogic/APE
Deze cijfers laten zien dat er met minder tentoonstellingen meer publiek is bereikt.
Bij de verbouwingen die musea de afgelopen jaren hebben gerealiseerd, hebben de
mogelijkheden voor grote tijdelijke tentoonstellingen vaak extra aandacht gekregen:
niet alleen het scheppen van extra zalen voor de tentoonstellingen zelf, maar ook het
scheppen van ruimte voor bezoekersstromen, horeca en dergelijke.
Musea laten weten dat er een maatschappelijke druk is om hoge bezoekersaantallen
te halen, wat een laagdrempelige programmering in de hand zou werken. De grotere
musea kunnen publiekstrekkers afwisselen door kleine exposities, waarmee zij een
heel specifiek publiek aanspreken. Op die manier wordt een afgewogen aanbod
gepresenteerd dat recht kan doen aan de veelzijdigheid van de collectie en de
behoeften van een divers publiek. Er bestaat daarentegen het risico dat grote
tentoonstellingen een enorm beslag leggen op de financiën en het personeel. De
nadruk op bezoekersaantallen kan leiden tot een voorkeur voor grote,
publieksvriendelijke exposities. Het gevaar bestaat dat de inhoudelijke diepgang
afneemt en dat de musea te grote risico’s nemen, terwijl het de vraag is of dit de
binding met het publiek versterkt.
Met tijdelijke tentoonstellingen opereren musea niet alleen in een binnenlands
netwerk, maar begeven zij zich ook op het internationale speelveld. Dat geldt zeker
niet alleen voor de rijksmusea, maar bijvoorbeeld ook voor provinciale en
gemeentelijke musea die tentoonstellingen programmeren van internationale allure.
Internationale exposities kunnen niet georganiseerd worden zonder buitenlandse
bruiklenen. Daarvoor zijn vaak persoonlijke contacten en internationale netwerken
onontbeerlijk. Musea ontdekken ook de markt om in samenwerking met
buitenlandse musea tentoonstellingen in te richten, die vervolgens aan andere
musea verkocht kunnen worden.
                                                                                      27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Een ander succesvol model is het gezamenlijk, met meerdere musea, ontwikkelen
van tentoonstellingen om daarmee de kosten, expertise en collecties van reizende
tentoonstellingen te delen. [ 13 ] Daarnaast heeft een aantal grote exposities er de
afgelopen jaren voor gezorgd dat het organiserende museum de reis waard was voor
buitenlands publiek.
Op het gebied van tentoonstellingsbouw en -vormgeving laat Nederland wereldwijd
van zich horen. Van China tot Groot-Brittannië vinden bedrijven in deze
commerciële sector, die aanschurkt tegen de museumsector, emplooi. De
ontwikkelingen komen voort uit de eigentijdse, vooruitstrevende en zeer
geprofessionaliseerde manier waarop binnen de Nederlandse museumwereld
gedacht wordt over onder andere de omgang met publiek, storytelling en het gebruik
van nieuwe en digitale media. Dit komt mede doordat de musea vaak de
ontwikkeling en uitvoering van tentoonstellingen (gedeeltelijk) uitbesteden.
Kennisdeling en meer gestructureerd onderzoek naar de (on)mogelijkheden is
belangrijk voor de sector.
Vaste collectie
Naast de tijdelijke tentoonstellingen zijn de collectiepresentaties een vaste waarde
voor ieder museum. De collectiepresentatie is een meerjarige opstelling van stukken
die semipermanent op zaal hangen en het museum in eigen beheer heeft. Bij grotere
kunstmusea zorgen topstukken uit de vaste collectie voor een constante stroom van
binnenlands en met name buitenlands bezoek. Bij veel musea krijgt de
collectiepresentatie door gebrek aan middelen niet altijd evenveel aandacht – het
gevaar bestaat daar dat bezoekers vooral voor tijdelijke tentoonstellingen komen en
de vaste collectie links laten liggen.
Het vernieuwen van de vaste opstelling kost veel (financiële) inspanningen, maar
musea realiseren zich dat het belangrijk is om naast kortdurende presentaties
aandacht te besteden aan het blijven updaten van de presentatie van de vaste
collectie. Zo hebben Museum Boijmans van Beuningen, Museum Boerhaave en het
Stedelijk Museum Amsterdam het afgelopen jaar hun vaste presentatie vernieuwd.
Door de opstelling van de vaste collectie te veranderen, krijgt een museum nieuwe
perspectieven op de eigen collectie en worden bezoekers geconfronteerd met nieuwe
inzichten en verbanden.
Onderzoek
Het is essentieel voor musea om wetenschappelijk onderzoek te doen. Zodoende
kunnen zij de kennis over hun collectie verrijken. In 2011 is de wetenschappelijke
taak belegd bij zes rijksgesubsidieerde musea. [ 14 ] Naturalis Biodiversity Center
ontvangt hiervoor een aparte subsidie van OCW. Het Rijksmuseum participeert met
een aantal partners (NWO, RCE, UvA en TU Delft) in het Netherlands Institute for
Conservation, Art and Science (NICAS).
De wetenschappelijke activiteiten beperken zich echter allerminst tot deze zes
instellingen. Veel musea hebben contacten met universiteiten, maken deel uit van
wetenschappelijke netwerken en hebben een wetenschappelijke kennisbasis.
                                                                                     28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>De raad is van mening dat de rol van musea in het wetenschappelijke veld nog
verder verankerd kan worden. Idealiter fungeren musea als opleidingsinstituten
voor jonge wetenschappers en is er een structurele rol voor musea weggelegd bij
wetenschappelijk onderzoek. Daarvoor is het van belang dat de banden tussen
musea, universiteiten en hogescholen hechter worden.
In het rapport ‘Nationale Kennisagenda voor het Museale Veld’ heeft het ministerie
van OCW de breedte geschetst van de museale taken die door de wetenschap kunnen
worden verrijkt: niet alleen de collectie, maar ook kennisoverdracht, beleving bij het
publiek, economische impact en de verbindende rol van musea in de
samenleving. [ 15 ] Deze agenda was een veelbelovende start om de verbinding tussen
de museumwereld en de wetenschap een nieuwe impuls te geven en daarbij met
name het onderzoek naar de maatschappelijke betekenis van musea te agenderen.
We constateren echter dat de ambities van de Kennisagenda niet zijn gerealiseerd.
Daarom pleiten we ervoor dat de RCE, samen met het museumveld en in lijn met de
Kennisagenda, de aanjager wordt van een gezamenlijke aanpak en uitvoering van
musea en wetenschap.
Daarnaast pleit de raad ervoor dat musea meer mogelijkheden bieden om binnen de
muren van de instelling het wetenschappelijke onderzoek te stimuleren. Het is
noodzakelijk dat het museumpersoneel zich inhoudelijk en wetenschappelijk blijft
ontwikkelen. Het ministerie van OCW had tot en met 2016 een aantal
onderzoeksbeurzen ter beschikking gesteld om talentontwikkeling en
wetenschappelijk onderzoek in de museale sector te bevorderen. De raad vindt
museumbeurzen aansprekende instrumenten, omdat zo financiële ruimte ontstaat
om mensen op te leiden. Musea zijn een goede plek voor studenten om werkervaring
op te doen. We hopen dat wanneer de banden tussen wetenschap en de
museumsector zijn aangehaald, musea structureel stagiairs in hun gelederen kunnen
opnemen.
Collectiemobiliteit: aankoop, afstoting en bruikleenverkeer
Een collectie is idealiter permanent in transitie: het is het doel van een museum om
zijn collectie te optimaliseren en ervoor te zorgen dat missie en visie én de collectie
zo veel mogelijk op elkaar aangesloten zijn. Musea kunnen in dat opzicht de ambitie
hebben om de collectie uit te breiden door middel van aankopen of schenkingen.
Selectie en waardering van de collectie kunnen er ook toe leiden dat de collectie erbij
gebaat is om juist voorwerpen af te stoten. Naast dergelijk permanent in- en
uitvoerverkeer zijn collecties onderhevig aan de dynamiek van bruikleenverkeer: het
tijdelijk of permanent uitlenen van stukken uit de collectie en het zelf lenen van
objecten.
Aankopen
De meeste musea beschikken over een beperkt (of zelfs geen) budget om hun
collectie uit te breiden. Daarom zijn zij aangewezen op fondsen die de financiering
van aankopen kunnen ondersteunen. Vanuit de Rijksoverheid kunnen aankopen
worden ondersteund door het Nationaal Aankoopfonds en het Mondriaan Fonds. De
belangrijkste particuliere fondsen zijn de Vereniging Rembrandt en de BankGiro
Loterij. Ook worden bij aankopen kleinere regionale fondsen, fondsen op naam en
particuliere donateurs aangesproken.
                                                                                        29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>De raad waardeert het dat zulke fondsen beschikbaar zijn en ziet de giften als een
noodzakelijke aanvulling op het budget dat musea nodig hebben om hun collecties
uit te breiden. Zulke bijdragen zijn in wezen schenkingen aan de Nederlandse
overheden, want ze dragen rechtstreeks bij aan de verrijking van de Collectie
Nederland. Daarnaast ontvangen veel musea schenkingen, zowel in natura als in de
vorm van bijdragen waarmee nieuwe aankopen kunnen worden gefinancierd. Bij
grotere musea is een deel van het stakeholdersmanagement erop ingericht om
particulieren te stimuleren een bijdrage te leveren.
Wij signaleren vijf knelpunten op het gebied van het verwerven van nieuwe objecten:
– Ten eerste leveren de fondsen een bijdrage aan de aankoopsom; de rest moeten
    musea zelf aanvullen. Vooral voor musea die geen aankoopbudget hebben, is het
    moeilijk om het resterende bedrag zelf te verwerven.
– Daarnaast staat de kunstmarkt zodanig onder druk dat Nederlandse musea niet
    altijd op kunnen bieden tegen prijzen die voor kunstwerken worden gevraagd.
– Ten derde zijn de mogelijkheden te beperkt om objecten aan te kopen die geen
    kunstwerken zijn. De Vereniging Rembrandt levert alleen een bijdrage voor de
    aankoop van kunstobjecten. Het aankoopbudget van het Mondriaan Fonds is wel
    beschikbaar voor alle typen erfgoedobjecten, maar de bijdragen voor aankopen
    van kunstwerken zijn onevenredig hoog – zeker gezien de verhouding tussen het
    aantal kunstmusea en andere musea.
– Daarbij hanteert het Mondriaan Fonds voor de Bijdrage Incidentele Aankopen
    een minimumbedrag van 50.000 euro waarop het object getaxeerd moet zijn.
    Collectieonderdelen met een lagere taxatiewaarde, waaronder veel
    erfgoedcollecties, vallen hierdoor buiten de regeling.
– Tot slot is het niet zeker of de bijdragen van particuliere financiële bronnen op de
    lange termijn stabiel zijn. Zo is afgelopen jaar het VSBfonds weggevallen als
    mogelijke financier voor museale aankopen.
De raad vindt het zeer positief dat de minister van OCW in haar recente visiebrief
‘Cultuur in een open samenleving’ aankondigt het budget van het Nationaal
Aankoopfonds te verhogen. [ 16 ] Ook het budget voor het Mondriaan Fonds is in onze
ogen te laag en verdient een structurele financiële impuls. Om met name kleinere
musea te helpen, adviseren we de mogelijkheden te onderzoeken van een apart
fonds bij het Mondriaan Fonds, voor aankopen van bescheiden omvang die voor een
regio van groot belang zijn. Daarnaast pleit de raad ervoor dat de Rijksoverheid
maatregelen neemt om particuliere giften te stimuleren.
Afstoting
Goed collectiebeleid vereist dat musea objecten afstoten wanneer deze niet meer in
de collectie passen, in te slechte staat verkeren of beter passen in de collectie van een
ander museum. Daarnaast kan afstoting noodzakelijk zijn omdat de collectie te veel
ruimte in beslag neemt. Hoewel musea als beheerders over het algemeen het
initiatief nemen voor afstoting, is de eigenaar van de collectie verantwoordelijk voor
het uiteindelijke besluit.
                                                                                          30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>In de Erfgoedwet heeft afstoting een wettelijke basis gekregen; overheden en publiek
gesubsidieerde musea zijn verplicht om hun voornemen op dat gebied openbaar te
maken. Als het erfgoed mogelijk van nationaal belang is, dan moet dit voornemen
worden beoordeeld door een onafhankelijke adviescommissie. De nieuwe regels tot
afstoting zijn vastgelegd in de herziene LAMO. [ 17 ]
In het verleden was ontzamelen een taboeonderwerp en heeft de voorgenomen
verkoop van delen van de collectie soms tot veel ophef geleid. [ 18 ] We constateren dat
afstoting tegenwoordig minder omstreden is en dat steeds meer musea beleid
hierover ontwikkelen. De Erfgoedwet en de LAMO zijn een reactie op de incidenten
en beogen een nog kleinere foutmarge, doordat het museumveld zelf uitgenodigd
wordt een aangekondigde afstoting te controleren op eventueel nationaal belang. De
keerzijde hiervan is dat de nieuwe procedure voor selectie en afstoting nog
tijdrovender en kostbaarder is geworden. Dit kan musea demotiveren om het proces
te starten: ze steken hun energie liever in het koesteren van het dierbare deel van de
collectie.
De raad is van mening dat de nieuwe LAMO een werkzaam instrument lijkt en juicht
het toe dat er nu ook aandacht wordt besteed aan bulkafstoting. De praktijk zal de
komende jaren moeten uitwijzen hoe effectief de nieuwe leidraad is. We constateren
wel dat de nieuwe LAMO de procedures nog verder heeft gecompliceerd,
bijvoorbeeld door vermelding op de ‘afstotingsdatabase’ verplicht te stellen. Het is
goed dat er zorgvuldigheid en transparantie wordt betracht wanneer musea van plan
zijn om een object te vervreemden, maar het maakt wel verschil of dit object een
kostbaar schilderij is van een wereldberoemd kunstenaar, of dat het gaat om een
verzameling identieke gebruiksvoorwerpen.
Wat dat betreft gaat de LAMO in de ogen van de raad nog te weinig uit van
maatwerk. Hij pleit dan ook voor een leidraad die het verschil tussen typen
voorwerpen en collecties respecteert en daarvoor verschillende strategieën
ontwikkelt. De sleutelwoorden daarbij zijn vertrouwen en transparantie: musea
moeten het vertrouwen van eigenaren krijgen dat er veel typen voorwerpen en
collecties zijn waarvoor geen uitvoerige, tijdrovende procedure hoeft te worden
gevolgd. Anderzijds moeten de musea openbaar maken welke procedures ze hebben
gevolgd.
Nationaal bruikleenverkeer
Het belang van bruiklenen is evident. Een tentoonstelling waarin bruiklenen van
verschillende musea worden gepresenteerd, plaatst de objecten in een nieuwe
context, en laat ze een dialoog met elkaar aangaan die anders niet tot stand kon
worden gebracht. De werken worden zo vanuit een nieuw perspectief belicht.
Daarnaast kan het publiek kennis nemen van werken die normaal gesproken in een
ander museum (niet zelden in depot) hangen. De afgelopen jaren zijn er stappen
gezet die collectiemobiliteit weer onder de aandacht hebben gebracht en het
bruikleenverkeer verder moeten stimuleren.
Zo heeft toenmalig minister Bussemaker in haar Museumbrief aangedrongen op een
ruimhartiger bruikleenverkeer en op samenwerking, die het delen van elkaars
collectie tot doel kan hebben. [ 19 ] Het Mondriaan Fonds ondersteunt een en ander,
zoals in de regelingen Bijdrage Samenwerking musea en Bijdrage Collectiemobiliteit.
Daarnaast heeft de Museumvereniging in de publicaties ‘Uitlenen is een kans’ en
                                                                                         31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>‘Slimmer lenen’ handreikingen gedaan om het contact tussen zowel bruikleengevers
als -nemers te optimaliseren. Ook wordt er gewerkt aan maatregelen om het
bruikleenverkeer te vereenvoudigen.
Het ministerie heeft samen met de Museumvereniging en een aantal steden het
afgelopen jaar een Code Bruikleenverkeer opgesteld, die als doel heeft de
zichtbaarheid van publieke collecties te bevorderen. Deze code, die waarschijnlijk in
het voorjaar van 2018 wordt gepubliceerd, ligt in het verlengde van de zogenaamde
Kaderovereenkomst, die een aantal gemeenten met het Rijk in 1989 heeft gesloten.
In de Code Bruikleenverkeer worden overheden (vaak eigenaren van collecties) en
musea onder andere aangespoord om de bestuurlijke en administratieve lasten te
minimaliseren en de aansprakelijkheid te beperken tot herstelbare schade. De raad
ondersteunt deze code en beschouwt haar als een goede basis voor een optimaal
bruikleenverkeer.
De raad constateert dat er in de museumwereld over het algemeen een grote
bereidwilligheid is om kunstwerken in bruikleen te geven. De afgelopen jaren is het
aantal bruiklenen gestegen; digitalisering heeft de collectiemobiliteit een extra
impuls gegeven. Doordat collecties nu beter via de computer geraadpleegd kunnen
worden, zijn die zichtbaarder en zijn musea ook beter op de hoogte van elkaars
kunstwerken en erfgoedobjecten. Ook het beter faciliteren van het bruikleenverkeer
slecht barrières. Het gesprek tussen bruikleengever en -nemer is hierdoor
vereenvoudigd. Het biedt kaders voor de voorwaarden waaraan goed
bruikleenverkeer moet voldoen.
We merken wel dat het bruikleenverkeer in de praktijk nog altijd op obstakels stuit.
Vaak hangen die samen met de verschillen die in de museumsector bestaan, en de
verwachtingen die er over en weer leven. Wat voor het ene museum een realistische
bruikleenaanvraag lijkt, is voor het bruikleengevende museum in de praktijk
onhaalbaar. Enerzijds ervaren bruikleenvragers – met name kleinere musea – niet
altijd genoeg goodwill bij de grotere musea waarvan ze voorwerpen willen lenen. De
kosten zijn vaak te hoog voor de bruikleenvragers, zowel voor handling en
verzekering als voor restauratie. Anderzijds klagen grotere musea over het gebrek
aan realisme bij de bruikleenvragers: de aangevraagde stukken zijn te populair, de
aanvragen worden op een te korte termijn ingediend of zijn niet volledig.
Dat verschil tussen kleinere en grotere musea wreekt zich ook omdat die eerste
groep meestal minder stukken in de collectie heeft die voor de andere partij
interessant kunnen zijn om als ‘wisselgeld’ te dienen. In het algemeen merken
musea ook dat de bruikleengevers hoge, haast buitenproportionele eisen stellen,
zoals op het gebied van klimaatbeheersing, vervoerskosten en verzekeringspremies.
De toegenomen professionalisering van beheer en behoud werkt het niveau van die
eisen ook in de hand: omdat de technische mogelijkheden van klimaatbeheersing en
het kunsttransport zijn verbeterd, verhogen bruikleengevers hun normen ook. Maar
de daarbij behorende kosten zijn navenant hoog voor de bruikleennemers.
De raad constateert dat er in deze kwestie een spanningsveld tussen vertrouwen en
financiën bestaat. Wanneer musea meer vertrouwen zouden hebben in de
professionaliteit van de bruikleenvrager, hoeven ze minder begrotelijke eisen te
stellen die nu drempels opwerpen voor het bruikleenverkeer.
                                                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Wij hopen dat een goede toepassing van de Code Bruikleenverkeer zal bijdragen aan
het onderlinge vertrouwen. De raad is van mening dat het bruikleenverkeer beter
gefaciliteerd kan worden door middel van een (online) hulpmiddel dat minder
ervaren musea ondersteunt bij hun bruikleenaanvraag, en ook inzicht kan geven in
procedures en kosten. Met zo’n middel kunnen praktische obstakels voor
binnenlands bruikleenverkeer worden weggenomen. Ook kan zij de juiste
verwachtingen over de aanvraag creëren. De RCE ziet desgevraagd voor zichzelf een
rol weggelegd in het ontwerpen en faciliteren van een dergelijk hulpmiddel in
samenwerking met het museumveld.
Ten slotte willen we de verwachtingen van de overheden en de maatschappij over
het bruikleenverkeer temperen. Hoewel de kwaliteit van de Nederlandse
museumsector gebaat is bij ruimhartig bruikleenverkeer, wijst de raad op de grenzen
hiervan. Musea met gewilde collecties zijn heel veel tijd en menskracht kwijt aan het
in behandeling nemen van bruikleenaanvragen. Juist omdat de collectietaak van
musea onder druk staat, is er een maximum aan het aantal bruiklenen.
Internationaal bruikleenverkeer
Wanneer het gaat om internationale bruiklenen, verkeren de Nederlandse musea in
een ander speelveld. Om van buitenlandse collega’s of particulieren kunstwerken en
erfgoedobjecten te kunnen lenen, gelden er hoge garantstellingen, die eventueel
verlies, diefstal of beschadiging moeten afdekken. De Rijksoverheid heeft een klein
budget gereserveerd waarop musea voor dit doel aanspraak kunnen maken. Op basis
van de aangepaste indemniteitsregeling uit 2016 kan er tegelijkertijd voor maximaal
300 miljoen euro aan indemniteitsverklaringen worden aangevraagd, met een
maximum van 75 miljoen euro per aanvraag. Maximaal 30 procent van de kosten
worden hieruit gedekt.
Het is een vaak gehoorde klacht in de museumwereld dat dit bedrag te laag is.
Daardoor zit er een rem op de mogelijkheid om buitenlandse waardevolle
kunstschatten en tentoonstellingen in Nederland te tonen. Door die te beperkte
indemniteitsregeling verkeert de Nederlandse museumsector vanuit internationaal
perspectief in een ongunstige concurrentiepositie. Musea mijden soms
bruikleenaanvragen uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Rusland vanwege de
hoge verzekeringskosten.
Hoewel we vinden dat het niveau van de tentoonstellingen hoog is, gaan er als gevolg
van de te lage indemniteitsgelden wel eens bijzondere objecten aan Nederland
voorbij. De raad vindt het positief dat het huidige kabinet in het Regeerakkoord het
belang van de regeling onderschrijft. We stellen hierbij voor de regeling zo aan te
passen dat er geen sprake meer is van een indemniteitsplafond, waardoor er voor
musea geen financiële drempel is om objecten van buitenlandse musea te lenen.
Digitalisering
Naast het fysieke beheren en tonen van collecties is de digitalisering ervan een
integraal onderdeel van het beleid van musea. De mogelijkheden van de digitale
media werken door in alle activiteiten en zijn haast oneindig. Collecties worden
geregistreerd in databases, musea ontsluiten collecties online voor het publiek en
zetten digitale technieken in tijdens tentoonstellingen. Online content biedt
verdieping tijdens het fysieke bezoek. Daarnaast kan het ingezet worden voor sociale
                                                                                      33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>media, die van groot belang zijn voor de marketing van musea. Online
beschikbaarheid zorgt voor de toegankelijkheid van originele kennisbronnen. In de
huidige samenleving dreigen meningen regelmatig te prevaleren en staat de status
van feiten ter discussie. Musea en archieven kunnen tegenwicht bieden aan een
devaluatie van onomstotelijke waarheden, omdat zij beschikken over de originele
kennisbronnen die ‘alternatieve feiten’ kunnen ontzenuwen.
We zijn onder de indruk van de inspanningen die musea de afgelopen jaren hebben
geleverd op het gebied van registratie. Grote achterstanden zijn weggewerkt en
vrijwel alle musea die een rijkscollectie beheren, werken met een geautomatiseerde
collectieregistratie. De Erfgoedinspectie concludeert in ‘Zicht op de rijkscollectie’ dat
door de digitalisering het risico op vermissingen van museale voorwerpen uit de
rijkscollectie is afgenomen. [ 20 ] Wel constateren we bij een aantal musea nog een
achterstand in collectieregistratie. Voor musea van beperkte omvang en musea die
met enorme hoeveelheden objecten werken, zoals het Nederlands Fotomuseum met
kunstenaarsarchieven, zijn de middelen voor digitalisering ontoereikend. Het is
daarom belangrijk dat musea stilstaan bij de vraag wat belangrijk is om te
digitaliseren en wat niet. Born digital materiaal verdient hierbij bijzondere
aandacht. Dit type erfgoed is erg kwetsbaar, omdat hard- en software in snel tempo
verouderen en op termijn niet meer bruikbaar zijn. Hierdoor kan het gebeuren dat
dit erfgoed in de toekomst niet meer geraadpleegd of hergebruikt kan worden. [ 21]
Om digitalisering optimaal te benutten, heeft het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE) in
samenwerking met DEN een Nationale Strategie Digitaal Erfgoed opgesteld. [ 22] Uit
gesprekken met het veld maken we op dat deze strategie nog niet erg bekend is. Dat
is jammer, omdat digitalisering vraagt om een planmatige aanpak. De raad pleit er
daarom voor dat de Rijksoverheid erop toeziet dat de Nationale Strategie ook
daadwerkelijk uitgevoerd wordt en dat het NDE een meer leidende positie gaat
spelen in de regie van het Nederlandse digitaliseringsbeleid van musea.
Daarnaast vinden we dat digitalisering een integraal onderdeel moet zijn van het
beleid over behoud en beheer. Daarbij verdienen niet alleen de collecties aandacht,
maar ook de archieven van musea zelf, die inzicht geven in hun geschiedenis. In dat
kader is het belangrijk dat het digitaliseringsprogramma Metamorfoze wordt
voortgezet. [ 23 ]
Zichtbaarheid, kennisdeling en presentaties
Digitalisering biedt veel mogelijkheden voor het vergroten van de zichtbaarheid en
toegankelijkheid van omvangrijke (depot)collecties en kwetsbare objecten. Veel
musea hebben al een flinke online database opgebouwd. Ook landelijk en op
Europees niveau worden op dit vlak inspanningen geleverd. [ 24] Recentelijk is het
RKD dankzij het Toekomstfondskrediet Onderzoeksfaciliteiten van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RvO) een digitale onderzoeksomgeving gestart dat
musea, kennisinstellingen en professionals kunnen gebruiken voor kunsthistorisch
onderzoek. Daarvoor zullen zij onder meer de eigen beeldcollectie digitaal
beschikbaar stellen. De raad ziet dit als een kansrijk initiatief voor musea.
                                                                                          34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Door collecties digitaal beschikbaar te stellen, is een museum altijd ‘open’: online
bezoekers kunnen 24 uur per dag en op eigen gelegenheid collectiestukken
raadplegen. Hoewel de échte beleving plaatsvindt in het museum zelf, kan het
museumbezoek online verlengd worden: bezoekers kunnen zich vooraf en na afloop
thuis verder oriënteren en verdiepen. Op deze manier heeft online gebruik ook een
educatieve functie. Via digitale platforms krijgt het publiek ook de gelegenheid om
interactief te zijn. Voorbeelden hiervan zijn Modemuze, een online platform voor
mode- en kostuumerfgoed, en Kerkcollectie digitaal. Dit is een initiatief van
Museum Catherijneconvent en biedt de mogelijkheid voor kerken, parochies en
kloosters om de inventarisatie van hun verzameling religieuze voorwerpen zelf
online te kunnen beheren.
Gezien de wijze waarop nieuwe generaties sociale media als een verlengstuk van
henzelf gebruiken en inzetten voor cultuurbeleving, kunnen musea gedigitaliseerde
media inzetten om nieuwe publieksgroepen aan zich te binden. Door middel van
Google Arts & Culture kun je vanuit je eigen huis door de gangen van een museum
wandelen en inzoomen op werken die je onderweg tegenkomt. Ook initiatieven als
ARTtube en MuseumTV transponeren de collecties en tentoonstellingen van musea
naar het digitale domein, en maken die toegankelijk voor het publiek dat het
museum nog niet heeft bezocht, of na afloop van een bezoek zijn kennis wil
verrijken. Ook maken musea gebruik van sociale media en kanalen als YouTube.
Technische vooruitgang biedt ook de mogelijkheid om in tentoonstellingen steeds
interactiever te worden, bijvoorbeeld door middel van interactieve applicaties en
serious games. Het Internet of Things biedt ook vele mogelijkheden om voorwerpen
te koppelen aan informatie en gebruikersprofielen, zodat interessegebieden van
bezoekers kunnen worden gekoppeld aan de museale collectie. Het Internet of
Things kan zich zelfs ontwikkelen tot een virtuele curator die tijdens een
museumbezoek aanbevelingen doet, doordat bezoekers in een museum steeds meer
online zijn. [ 25 ] Ook XR-technologie kan de museale ervaring verrijken. [ 26 ]
Naast zichtbaarheid heeft digitalisering een belangrijke informatie- en
onderzoeksfunctie. Digitalisering is belangrijk voor het onderwijs, namelijk voor de
toegang tot de voorbereidende lesstof, en een digitale omgeving is bij uitstek
geschikt om specialistische kennis te delen en (vergeten) verhalen te vertellen. Denk
hierbij bijvoorbeeld aan de website ‘entoen.nu’ van het Nederlands
Openluchtmuseum. Een voorbeeld van de internationale uitwisseling van kennis is
de ‘Rembrandt Database’ waarop niet alleen collecties van verschillende musea te
zien zijn, maar die ook dient als een platform voor wetenschappelijke publicaties
over de grote schilder. [ 27 ]
Digitalisering biedt de musea een waaier aan mogelijkheden, die nog lang niet
allemaal benut zijn. Het onderzoek van die mogelijkheden kost tijd en geld, en
innovaties zijn niet bij voorbaat geslaagd. Daarom zij we van mening dat het
belangrijk is dat musea kennis en ervaringen op dit gebied met elkaar delen, en
elkaar ook ondersteunen bij het verder benutten van de technologische innovaties.
                                                                                      35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Musea lopen bij het online beschikbaar maken van moderne en hedendaagse werken
ook aan tegen de grenzen van de auteurswet. Beeldmateriaal van deze werken kan
niet online worden vertoond, omdat de rechten ervan bij de maker liggen. De raad
ziet het als een gemiste kans dat niet alle kunstwerken die musea in collectie hebben
optimaal digitaal beschikbaar zijn. Daarom pleit de raad ervoor om te onderzoeken
hoe de kunstenaar een eerlijke vergoeding kan krijgen als zijn werk online wordt
vertoond. [ 28 ]
                                                                                      36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
Aanbevelingen over het museumconcept
Aan de sector
– Onderzoek de grenzen van het museumconcept en ga door middel van een
  meerstemmige benadering nieuwe verbindingen met de samenleving aan.
Aanbevelingen over beheer en behoud
Aan de overheden
– Neem verantwoordelijkheid voor collecties en laat de aandacht voor
  publiekstaken niet ten koste gaan van beheer en behoud.
– Neem verantwoordelijkheid voor collecties die verweesd dreigen te raken: zorg
  voor een goed onderkomen met een beheerplan voor de lange termijn.
– Faciliteer de opleiding en doorstroom van nieuwe generaties conservatoren.
Aan de sector
– Zorg voor een goede kennisoverdracht aan nieuwe generaties conservatoren,
  door het creëren van meer opleidingsplekken voor jonge conservatoren en
  stagiairs.
Aanbevelingen over presentatie
Aan de sector
– Stimuleer en ontwikkel het gezamenlijk realiseren van tentoonstellingen, zowel
  nationaal als internationaal.
Aanbevelingen over onderzoek
Aan de overheden
– Gebruik de Kennisagenda als aanjager voor samenwerking tussen musea en
  wetenschap.
Aan de sector
– Stimuleer de mogelijkheden voor conservatoren om te promoveren.
– Creëer meer opleidingsplekken voor jonge conservatoren.
Aanbevelingen over collectiemobiliteit
Aan de overheden
– Vul het aankoopfonds van het Mondriaan Fonds aan.
– Vereenvoudig de procedures voor afstoting van objecten.
– Volg de Code Bruikleenverkeer.
                                                                                 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>– Ontwikkel een (online) hulpmiddel voor musea bij het ondersteunen van
  bruikleenaanvragen.
– Wees realistisch over het maximale Nederlandse bruikleenverkeer.
– Laat het plafond in de indemniteitsregeling voor internationaal bruikleenverkeer
  vervallen.
Aan de sector
– Wees genereus bij het honoreren van bruikleenaanvragen.
– Volg de Code Bruikleenverkeer.
– Wees realistisch over de slagingskans van een bruikleenaanvraag.
Aanbevelingen over digitalisering
Aan de overheden
– Zorg voor voldoende budget om collecties te digitaliseren en maak het tot een
  kerntaak van beheer en behoud.
– Spoor het Netwerk Digitaal Erfgoed aan de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed
  beter te communiceren met de musea.
– Verken nieuwe manieren om digitalisering in te zetten voor taken als registratie,
  presentatie, educatie en marketing.
– Onderzoek hoe kunstenaars een eerlijke vergoeding kunnen krijgen als hun werk
  online wordt getoond.
Aan de sector
– Wees genereus bij het delen van kennis en ervaring over de mogelijkheden van
  digitalisering.
– Laat digitalisering onderdeel zijn van het beleid over behoud en beheer.
                                                                                    38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>  1
Towards a methodology
of museology.
Mensch, P. van, 1992
  2
‘museumregisternederland.nl’
  3
Recommendation concerning the Protection and Promotion of
Museumsand Collections, their Diversity and their Role in Society.
UNESCO, 2015
  4
Motie nr. 29, 34 775 VII
Tweede Kamer,
Vergaderjaar 2017 – 2018.
  5
Deltaplan.
Cultuurbehoud in Nederland.
Ministerie van WVC, 1990
  6
Zicht op de rijkscollectie.
Erfgoedinspectie, 2016
  7
Deltaplan.
Cultuurbehoud in Nederland.
Ministerie van WVC, 1990
  8
‘bibliotheekblad.nl’
  9
Black Heritage Tours organiseert vanuit een ‘zwart’ perspectief
rondleidingen door Amsterdam en musea in de stad.
  10
Het is onduidelijk welk deel van de Collectie Nederland zich in depot
bevindt. Volgens de Erfgoedmonitor bevindt 52 procent zich in het
depot, terwijl volgens de Museumvereniging 93,3 procent van de
collecties (van de musea aangesloten bij de Museumvereniging) zich
in het depot bevindt. Het percentage verschilt ook sterk per type
museum (zoals kunstmuseum, natuurhistorisch museum of
volkenkundig museum).
  11
In ‘Ontgrenzen en Verbinden’ schreef de raad al dat het opzetten van
gemeenschappelijke depots een kansrijk perspectief biedt op
samenwerking tussen musea op het gebied van behoud en beheer.
Raad voor Cultuur, 2013
  12
Economische ontwikkelingen in de cultuursector,
2009 – 2016.
Ape en Dialogic, 2017
  13
Zie COBBRA netwerk gestart door Allard Pierson Museum in 2014.
  14
Dat zijn het Rijksmuseum Amsterdam, Rijksmuseum voor Oudheden,
Museum Volkenkunde, Naturalis Biodiversity Center, Museum
Catherijneconvent en het Letterkundig Museum.
  15
‘cultureelerfgoed.nl’
                                                                      39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>   16
Cultuur in een open samenleving.
Ministerie van OCW,
2018
   17
Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten. Instituut Collectie
Nederland, 2006; Slimmer Lenen. Museumvereniging, 2016b;
‘wetten.overheid.nl’
   18
De meest recente voorbeelden zijn Museum Gouda en Wereldmuseum
Rotterdam. De raad bracht een advies uit naar aanleiding van
eerstgenoemde casus.
Raad voor Cultuur, 2011
   19
‘Museumbrief.
Samen werken,
samen sterker.’
OCW, 2013
   20
Zicht op de rijkscollectie.
Erfgoedinspectie, 2016
   21
Generieke Workflows Born Digital Erfgoed.
Wijers, G., Bosma, H., 2015
   22
Het NDE is een samenwerkingsverband dat op initiatief van OCW tot
stand is gekomen. In het verband zitten de Koninklijke Bibliotheek,
het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, de RCE, de Koninklijke
Nederlandse Academie van Wetenschappen en het Nationaal Archief.
Netwerk Digitaal Erfgoed, 2015
   23
Metamorfoze financiert projecten voor het conserveren en
digitaliseren van archieven en collecties. Metamorfoze krijgt hiervoor
subsidie van OCW.
‘metamorfoze.nl’
   24
Met de Digitale Collectie Nederland zijn meer dan 90 collecties van
musea en andere cultuurinstellingen, samen goed voor meer dan 3,3
miljoen objecten, te vinden via één website. Via Europeana delen meer
dan 3700 instellingen gezamenlijk zo’n 53 miljoen items.
‘collectienederland.nl’; ‘europeana.eu’
   25
Het museum als medium van het geheugen.
Hupperetz, W.M.H., 2017
   26
De VR industrie is booming en had in 2017 een driedaags Europees
event in Amsterdam waar de museumsector als toekomstige markt
werd verkend.
‘vrdays.co’
   27
‘rembrandtdatabase.org’
   28
In Finland is hieromtrent een overeenkomst gesloten tussen Finse
kunstenaars en Finse musea.
‘museoliitto.fi’
                                                                       40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Musea / De museumsector vanuit maatschappelijk perspectief
         De museumsector vanuit
         maatschappelijk perspectief
We analyseren hieronder hoe musea zich tot de samenleving verhouden. We gaan in
op het bezoek aan musea, de samenwerkingen die zij aangaan met elkaar en andere
organisaties, en educatie en participatie. We zien een toename van het
museumbezoek en constateren inventieve strategieën om nieuwe generaties aan te
spreken. De komende jaren zullen, wat de maatschappelijke waarde van musea
betreft, in het teken staan van het diversiteitsvraagstuk, stakeholdersmanagement,
duurzaamheid en de afstemming tussen musea en het onderwijs. Tot slot doen we
aanbevelingen aan de overheden en de sector.
Publieke waarde
Het bezoek aan de Nederlandse musea is de afgelopen jaren aanzienlijk
toegenomen: van ruim 20 miljoen bezoeken in 2007 naar 34,4 miljoen bezoeken
in 2016. [ 1 ] [ 2 ] De hechte band met het Nederlandse publiek blijkt ook uit het aantal
Museumkaarthouders. In tien jaar tijd is het aantal verkochte kaarten bijna
verdrievoudigd, van 450.000 in 2006 naar bijna 1,3 miljoen in 2016. [ 3 ] [ 4 ] Het
aantal Nederlanders dat een museum bezoekt, is internationaal gezien hoog. Het
meest recente onderzoek laat zien dat 60 procent van de Nederlanders in 2013
minstens één museum of galerie bezocht, tegenover 37 procent elders in Europa.
Daarmee staat Nederland samen met Zweden en Denemarken in de top drie. [ 5 ]
Musea zitten qua publiekbereik voorlopig in een vrij comfortabele positie. Ze
profiteren de komende jaren van de 50-plussers die veel belangstelling hebben voor
cultuur. Toch moeten musea rekening houden met het publiek van de toekomst, dat
vaak op een andere manier aankijkt tegen erfgoed en de traditionele wijze waarop
dat wordt gepresenteerd. [ 6 ] Dat zorgt voor een balanceeract: enerzijds moet men
het publiek aan zich blijven binden dat het museum beschouwt als een
contemplatieve plek waar je je tussen kunstwerken en erfgoedobjecten kunt
spiegelen aan je eigen en andere culturen. Die functie mag niet verloren gaan.
Anderzijds hebben nieuwe generaties over het algemeen een andere culturele canon,
een meer dynamische beeldcultuur, andere interesses en een andere
vrijetijdsbesteding. Het is voor musea een uitdaging om aantrekkelijk te zijn voor
alle generaties, jong en oud.
Musea zullen zich continu moeten afvragen hoe zij het draagvlak in de samenleving
op de lange termijn kunnen behouden. [ 7 ] De mogelijkheden zijn er, want musea zijn
bij uitstek dragers van diversiteit: bij hun collecties hoort een veelzijdig scala aan
verhalen die mensen en gemeenschappen van verschillende culturele
achtergronden, leeftijden en seksuele voorkeuren (online) met elkaar kunnen
verbinden. Het is de kunst om de collectie van een nieuwe context te voorzien en
voor andere publieksgroepen aansprekend te maken.
                                                                                             41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>De raad ziet twee strategieën waarmee musea een dergelijke meerstemmigheid
kunnen inbedden: door buiten de muren van het museum te treden en door de
samenleving meer tot het museum toe te laten.
Buiten de eigen muren treden
Er zijn veel goede voorbeelden van musea die nieuwe strategieën ontwikkelen om
hun actuele waarde te verstevigen. Een van de beproefde manieren is om buiten de
eigen muren te treden. Zo hebben het Rijksmuseum en NEMO dependances
ingericht op Schiphol. Dit soort vooruitgeschoven posten (‘pop-up musea’) zijn
tegenwoordig op vele plekken te zien, zoals in bibliotheken, warenhuizen,
stationshallen of op festivals als de Parade, Pinkpop, Noorderzon en Lowlands. Ook
de tijdelijke buurtwinkels die het Amsterdam Museum in de Indische Buurt en
Amsterdam Noord had geopend, waren pogingen om een verbinding aan te gaan
met de lokale bevolking en hen te laten nadenken over de waarden in hun eigen
omgeving. Of denk aan de manier waarop Museum Catherijneconvent met ‘Het
grootste museum van Nederland’ religieus erfgoed in situ ontsluit.
Een ander voorbeeld van een museum zonder gebouw is het Amsterdamse initiatief
‘Museum zonder Muren’. Dit initiatief ziet een wijk, buurt of gebied als museum en
inspiratiebron voor het maken van programma’s en tentoonstellingen. Ook Museum
Rotterdam richt zich op een groot bereik in de stad. Het bouwt een collectie op die
niet in het museum staat, maar nog een actieve rol speelt bij de oorspronkelijke
eigenaren. We zien veel kansen voor musea om naar buiten te treden in de wijk en
de stad. In dit verband zijn er voor stedelijke regio’s goede aanknopingspunten om
dit samen met musea te initiëren. Overigens ligt het niet voor alle musea voor de
hand om buiten de eigen muren te programmeren, bijvoorbeeld als het gebouw een
centrale rol speelt in de presentatie.
De deuren open zetten
Daarnaast kunnen musea de samenleving meer binnenlaten. Er zijn groepen
Nederlanders die potentieel publiek kunnen zijn, maar zich onvoldoende
uitgenodigd voelen om een museum te bezoeken. Het is de uitdaging om niet zozeer
aanbod vóór hen, maar mét hen te maken. Musea kunnen met specifieke
gemeenschappen in gesprek gaan en tentoonstellingen ontwikkelen waarmee ze op
een nieuwe manier sociale inclusiviteit en meerstemmigheid organiseren. [ 8 ] Dat
kan ook door gastcuratoren uit te nodigen. Zo had het Amsterdam Museum in 2016
een jonge curator gevraagd om een tentoonstelling samen te stellen over ‘zwarte
rolmodellen’ in de stad, waardoor de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap de
weg vond naar het museum. De voorbereiding van deze tentoonstelling
confronteerde het museum ook met zijn identiteit, zijn huidige publiek en zijn
personeelsbestand.
Een andere manier om een dynamische wisselwerking tussen het museum en de
samenleving tot stand te brengen, is door ‘ambassadeurs’ uit verschillende wijken
aan te stellen die hun achterban bij het museum betrekken. Deze ambassadeurs
vervullen een brugfunctie tussen het publiek en het museum. [ 9] De raad ziet voor
musea ook een rol weggelegd in het bereiken van kwetsbare groepen. Een bekend
voorbeeld hiervan is de samenwerking van het Van Abbemuseum en het Stedelijk
Museum Amsterdam met het Alzheimer-programma, speciaal bedoeld voor mensen
met Alzheimer en hun mantelzorgers. Foam bood in 2016 plek aan twaalf dove
                                                                                    42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>deelnemers die intern werden opgeleid tot museumgids en daarna in negen
Amsterdamse museale instellingen rondleidingen verzorgden voor dove bezoekers.
Het project ‘Musea in Gebaren’ wordt in 2018 landelijk uitgevoerd. [ 10 ]
Een kwalitatieve benadering van het publiek
Al deze voorbeelden laten zien dat de sector via nieuwe presentatievormen en
verbindingen met het publiek zorgt voor een meerstemmige benadering van de
collectie. De innovatieve kracht waarover veel musea beschikken, wordt hierbij
optimaal ingezet. Vooraf is succes nooit verzekerd, maar de ambitie om nieuwe
strategieën te ontwikkelen is belangrijk.
Publieksaantallen spelen een grote rol in het maatschappelijk debat, als houvast
voor subsidieverleners. Volgens de raad staat de fixatie op meetbare doelstellingen,
zoals publieksaantallen en eigen inkomsten, op gespannen voet met het bereiken
van nieuwe doelgroepen. Het zou niet alleen moeten gaan om hoeveel mensen je wilt
bereiken, maar vooral om wie je wilt bereiken. Dat betekent dus eerder een
kwalitatieve, dan een kwantitatieve benadering van het publiek. [ 11 ] Dat is voor elk
museum anders, zodat de doelgroepen passen bij het profiel van het museum en zijn
omgeving.
Dit betekent niet dat we verwachten dat musea alle bevolkingsgroepen kunnen
bedienen, maar wel dat zij elkaar daarin aanvullen. Het vergt namelijk een enorme
inspanning om nieuwe doelgroepen te bereiken. De waarde hiervan is minder goed
in financieel-economische termen uit te drukken, maar heeft vooral
maatschappelijke betekenis. Overheden zouden musea hiervoor meer ruimte
moeten geven.
Het is van groot belang dat musea zicht hebben op de resultaten van hun strategieën
om nieuw publiek te bereiken. Daarom pleit de raad voor extra middelen om te
verkennen waar de museale behoeften van verschillende doelgroepen liggen, wat het
effect is van specifieke programma’s en om te zorgen voor een lerend vermogen voor
de sector door resultaten en goede voorbeelden met elkaar te delen.
Code Culturele Diversiteit
Willen musea daadwerkelijk verandering teweegbrengen op het gebied van
publieksbereik, dan is het cruciaal om structureel aandacht te besteden aan het
diversiteitsvraagstuk. Dit gaat verder dan het op projectbasis aantrekken van divers
publiek. Het gaat om het leren kennen van doelgroepen, als onderdeel van de
(marketing)activiteiten van musea. Ook achter de schermen en bij het aanspreken
van sponsors is het van groot belang te werken aan diversiteit.
Een stap in de goede richting is in 2011 gezet met de invoering van de Code Culturele
Diversiteit (CCD). [ 12 ] De CCD biedt een kapstok om integraal op het terrein van
personeel, publiek, programma en partners diversiteitsbeleid te ontwikkelen. In het
advies over de Basisinfrastructuur 2017 – 2020 constateerde de raad nog dat veel
instellingen te weinig invulling geven aan de code. [ 13 ] Hij is van mening dat de
aandacht voor culturele diversiteit de komende jaren moet toenemen.
                                                                                       43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>De raad pleit er dan ook voor om de toepassing van deze code voortaan als een apart
subsidiecriterium in de beoordelingssystematiek te verwerken. De
subsidieaanvragen van musea zullen dan worden getoetst op de wijze waarop
instellingen daadwerkelijk handen en voeten geven aan de code, die het principe
volgt van ‘pas toe of leg uit’.
Het is daarbij essentieel om personeel, publiek, programma en partners in
samenhang met elkaar te zien. Het is lastig om publiek met een andere culturele
achtergrond te werven, zonder in te grijpen in het inhoudelijke beleid van een
museum. En zulke veranderingen kunnen pas effectief worden als de organisatie zelf
ook cultureel divers is samengesteld. Tot onze spijt constateren we dat musea nog
weinig personen met een migratieachtergrond in de backoffice hebben. Een
cultureel diverse museumorganisatie kan helpen een veelzijdig publiek aan te
spreken dat zich herkent in het aanbod.
Samenwerking
Sinds een aantal jaren is ‘samenwerking’ het toverwoord wanneer musea wordt
gevraagd om zich te verbreden en te verdiepen. In haar Museumbrief noemt
toenmalig minister Bussemaker samenwerken ‘de sleutel voor succes’. [ 14 ] Om deze
samenwerking te stimuleren, heeft het Mondriaan Fonds een Bijdrage
Samenwerking Musea. In de periode 2013 – 2016 is via deze regeling aan
94 samenwerkingsprojectenbijgedragen. [ 15 ] Sinds 2017 is het budget hiervoor
gehalveerd tot 1 miljoen euro per jaar, met de eis dat lokale overheden de bijdrage
van het fonds matchen. Uit de praktijk blijkt dat het aantal aanvragen sindsdien is
afgenomen: van 45 aanvragen in 2016 naar 13 in 2017. De eis van matching lijkt een
belemmerende factor te zijn. Ook voor het vergroten van de maatschappelijke
waarde van kunst en erfgoed heeft de landelijke politiek een impuls gegeven. Het
ministerie van OCW heeft voor de jaren 2015 en 2016 7 miljoen euro beschikbaar
gesteld voor het programma ‘The Art of Impact’ dat kunstprojecten met een
maatschappelijke effect stimuleerde. [ 16 ]
De raad heeft in het verleden ook gewezen op het belang van samenwerking. In het
museumadvies ‘Ontgrenzen en Verbinden’ pleit de raad voor een museaal bestel
waarin samenhang en samenwerking meer aandacht krijgen. [ 17 ] De raad beschreef
in ‘Agenda Cultuur’ hoe samenwerking ertoe kan bijdragen dat de zichtbaarheid van
collecties wordt vergroot en dat er een groter of ander publiek bereikt kan
worden. [ 18 ] We constateren tot ons genoegen dat musea de afgelopen jaren enorm
veel nieuwe samenwerkingen zijn aangegaan. Soms heeft samenwerking ook de
vorm gekregen van een fusie, zoals bij volkenkundige musea als het Tropenmuseum
en het Wereldmuseum die met het Museum Volkenkunde samen als Museum van
Wereldculturen verdergaan.
Bij de meeste musea is samenwerking een integraal onderdeel geworden van de core
business. Samenwerking geeft een impuls aan nieuwe betekenissen van collecties en
zorgt ervoor dat musea sterker in de maatschappij staan. Musea werken veel samen
met collega-musea, bijvoorbeeld voor een gezamenlijke tentoonstelling,
bruikleenverkeer, beheer en behoud, gezamenlijk aankopen of het vergroten van
publieksbereik. Ook zijn er verschillende netwerken waarin musea
wetenschappelijke kennis delen, zoals NICAS, Stichting Behoud Moderne Kunst en
                                                                                    44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>CODART. Daarnaast werken musea samen met andere culturele instellingen,
maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. Ook lokaal, zoals met buurthuizen
en scholen, of juist internationaal zoeken musea naar samenwerkingspartners.
Samenwerking die vanuit allerlei perspectieven en met allerlei doelen wordt gezocht,
wordt tegenwoordig ook wel development of stakeholdersmanagement genoemd –
in het Rijksmuseum is hiervoor in 2016 zelfs een directieplek ingeruimd. Daaronder
vallen ook sponsorrelaties, vriendenverenigingen en samenwerkingen met
universiteiten. We beschouwen dit als een geslaagde manier om samenwerking naar
een hoger niveau te tillen, waarbij het gemeenschappelijke kenmerk is dat het
museum verbindingen legt met andere actoren in de samenleving. Samenwerking is
inmiddels een term geworden voor uiteenlopende activiteiten, die eigenlijk niet
onder één noemer kunnen worden gebracht. De vraag is niet meer of musea
voldoende samenwerken, maar of het juiste resultaat wordt bereikt.
De raad is van mening dat internationale samenwerkingen verder benut kunnen
worden. Musea zijn een belangrijke plek waar Nederland als onderdeel van Europa
en de wereld begrepen kan worden. We wijzen erop dat de Europese Unie via een
programma als ‘Creative Europe’ als medefinancier kan optreden. Europese
samenwerkingen kunnen de scope van Nederlandse musea verbreden en zorgen
voor een sterkere worteling in de omringende landen.
Educatie en participatie
Zoals de raad beschrijft in ‘De Cultuurverkenning’ en ‘Agenda Cultuur’, is
cultuureducatie een noodzakelijke voorwaarde voor effectief cultuurbeleid. Via
cultuureducatie verwerven mensen, jong en oud, competenties die zij nodig hebben
om volwaardig deel te kunnen nemen aan een complexe, pluriforme en snel
veranderende samenleving. [ 19 ] In een gezamenlijk advies benadrukken de Raad
voor Cultuur en de Onderwijsraad het belang ervan: cultuureducatie op school
maakt kunst en cultuur toegankelijk voor leerlingen die dit van huis uit niet
meekrijgen en draagt bij aan de ontwikkeling van vaardigheden als analyseren,
creëren en reflecteren. [ 20 ] In de meest recente museumbrief, ‘Samen werken, samen
sterker’, schrijft toenmalig minister van OCW, Jet Bussemaker, dat educatie een
zaak is die permanente aandacht verdient. In het verlengde hiervan heeft zij de
Museumeducatie Prijs in het leven geroepen voor het beste samenwerkingsproject
tussen scholen en musea. [ 21 ]
Het museumbezoek in schoolverband zit al een aantal jaren in de lift: tussen 2011 en
2016 is dit aantal bezoeken gestegen van 1,17 miljoen naar ruim 2 miljoen. [ 22] In het
regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ wordt in de paragraaf over cultuur
aandacht besteed aan cultuureducatie, in relatie tot de Nederlandse identiteit en de
wijze waarop we in tijden van globalisering en onzekerheid houvast kunnen vinden.
Net als het leren van het Wilhelmus op school en een bezoek brengen aan het
parlement, wordt ook een bezoek aan het Rijksmuseum genoemd. [ 23 ] Hiermee
krijgt museumbezoek een prominente plek in de cultuurplannen van de nieuwe
regering. Volgens ons zou een dergelijk bezoek zich niet moeten beperken tot één
museum. De huidige minister van OCW, Ingrid van Engelshoven, gaf tijdens het
debat over de cultuurbegroting 2018 vergelijkbare interpretatie van het
regeerakkoord. Volgens Van Engelshoven is een bezoek aan het Rijksmuseum geen
                                                                                        45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>verplichting, maar alle scholen krijgen wel het aanbod. [ 24] In haar visiebrief kondigt
ze aan extra middelen beschikbaar te stellen voor schoolbezoek aan musea. [ 25 ]
Scholen kunnen beginnen met te onderzoeken welk aanbod er in de buurt
beschikbaar is. Met ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ kunnen basisscholen zelf kiezen
uit regionale projecten waarbij zij willen aansluiten. [ 26 ]
We zijn onder de indruk van de kwaliteit van de educatieprogramma’s van musea.
De raad vindt het een goede zaak dat musea gebruikmaken van interactieve
benaderingen in educatieprogramma’s, zodat bezoekers – zowel kinderen als
volwassenen – op een actieve manier en spelenderwijs oefenen met vaardigheden en
leren over de (geschiedenis van de) museumcollectie en de verhalen hierover. Een
mooi voorbeeld is het Lorentz Lab in Teylers Museum, waar bezoekers via een
theatrale tour kennismaken met de natuurkundige collectie van Lorentz. [ 27 ] In het
Van Abbemuseum konden bezoekers met de workshop ‘Doe-het-zelf Archief’
kunstwerken van rekken pakken en zelf een tentoonstelling samenstellen. [ 28 ]
Museumeducatie heeft de potentie om aan te sluiten bij uiteenlopende
schoolvakken. Het meest voor de hand liggend zijn de vakken geschiedenis en
kunstgeschiedenis, maar er zijn ook musea die educatieprogramma’s verzorgen op
het gebied van natuurkunde (zoals Teylers Museum, Rijksmuseum Boerhaave en
NEMO), aardrijkskunde (bijvoorbeeld GeoFort), muziek (onder andere Museum
Speelklok) en biologie (denk aan Naturalis Biodiversity Centre of Micropia).
Tegelijkertijd merken we op dat sommige musea minder geschikt zijn voor educatie
of bepaalde educatiedoelgroepen, bijvoorbeeld omdat de inhoud zich daarvoor niet
goed leent.
We zien dat er steeds meer overleg plaatsvindt tussen musea onderling en tussen
musea en scholen. We vinden wel dat er nog meer afstemming mogelijk is, zodat
musea kunnen aansluiten bij de vraag uit het onderwijs. Het is zorgelijk dat veel
basis- en middelbare scholen vaak onvoldoende verantwoordelijkheid voelen voor
cultuureducatie en hiervoor niet genoeg ruimte maken in het lesprogramma. Daarbij
gaan er flinke kosten gemoeid met het vervoer naar musea, waardoor de drempel
hoog is om met scholieren een bezoek te gaan brengen.
Er zijn voorbeelden van succesvolle initiatieven om het vervoer te faciliteren, zoals
de Museumpleinbus. [ 29 ] Zo’n voorziening kan zorgen voor meer belangstelling
vanuit het onderwijs om naar musea te gaan. We denken dat verbanden binnen
stedelijke regio’s hierbij van belang zijn. We pleiten ervoor dat het onderwijs en de
musea binnen regionale verbanden met elkaar samenwerken en tot een goede
afstemming komen welke musea het beste educatieve programma’s en leerlijnen
kunnen ontwikkelen voor specifieke leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus. Zowel
het primair als het voortgezet onderwijs kan hierbij worden betrokken, waarbij
vooral de vmbo- en mbo-opleidingen niet vergeten moeten worden. De raad is van
mening dat in iedere regio een gevarieerde mix van musea aanwezig is voor de
verschillende opleidingen. Op deze manier kan ook een oplossing gevonden worden
voor het overaanbod in sommige gemeenten: spreiding in focus kan dubbelingen
voorkomen.
                                                                                         46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Vrijwilligers
Een grote betrokkenheid vanuit de maatschappij blijkt uit de talloze vrijwilligers die
zich inzetten voor musea. Veel musea kunnen zonder hen niet bestaan; de
belangrijkste reden om met vrijwilligers te werken, is dan ook van financiële aard.
Daarnaast hebben vrijwilligers veel expertise en zijn ze belangrijk voor het draagvlak
in de (lokale) samenleving. De meest voorkomende taken van vrijwilligers zijn
gericht op educatie en presentatie, publieksfuncties en collectiebeheer- en behoud.
Het merendeel van de vrijwilligers is zestig jaar of ouder. [ 30 ]
We hebben waardering voor de grote hoeveelheden vrijwilligers die in musea actief
zijn. In de hele cultuursector is het aantal vrijwilligers toegenomen, maar in de
museumsector is deze stijging procentueel het grootste: van bijna
20.000 vrijwilligers in 2005 tot ruim 32.000 in 2015. [ 31 ] [ 32 ] Gemiddeld hebben
musea 66 vrijwilligers, maar er is een groot onderling verschil. Er zijn zelfs musea
met meer dan 200 vrijwilligers, zoals het Nationaal Militair Museum en Paleis Het
Loo.
Omdat musea soms volledig afhankelijk zijn van vrijwillige inzet, constateren we dat
in sommige gevallen functies worden ingevuld door vrijwilligers die eigenlijk de
verantwoordelijkheid en expertise van een betaalde kracht vereisen. Er vindt dan als
het ware verdringing plaats. Tegelijkertijd kan de toename van het aantal
vrijwilligers ook het gevolg zijn van de introductie van nieuwe werkzaamheden. [ 33 ]
De raad vindt dat musea een goed evenwicht moeten vinden tussen het aandeel vast
personeel, vrijwilligers, zzp’ers en stagiairs. Het is van belang dat de professionaliteit
van het museum – ook op de lange termijn – wordt gewaarborgd.
Duurzaamheid
We vinden het belangrijk dat musea inzetten op een duurzame bedrijfsvoering. We
zien dat een aantal musea al inspanningen op dit gebied verricht. Zo zijn er musea
die een milieubeleidsplan ontwikkeld hebben en hiervoor een internationaal
duurzaamheidscertificaat, BREEAM-NL In-Use, hebben ontvangen. Maar er kunnen
nog veel meer maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld door
tentoonstellingsmateriaal te hergebruiken en te streven naar energieneutrale
huisvesting en depots. We raden musea aan om zich bij het verduurzamen van hun
gebouw te laten adviseren door gespecialiseerde, particuliere organisaties.
Duurzaamheid is een verantwoordelijkheid van de musea zelf, maar we zijn van
mening dat de subsidiërende overheden hierbij een belangrijke faciliterende en
stimulerende rol kunnen spelen.
Zo kunnen stedelijke regio’s hun podia stimuleren om duurzamer te worden,
bijvoorbeeld door instellingen op dit vlak te laten samenwerken. Een mooi voorbeeld
hiervan is de samenwerking die musea en theaters in de Amsterdamse
Plantagebuurt zijn gestart, door gezamenlijk afval in te zamelen en te verwerken. Als
het aan de raad ligt, mogen overheden van instellingen verlangen dat zij een
duurzaamheidsparagraaf opnemen in de subsidieaanvragen. Deze paragraaf kan
worden getoetst aan de hand van de Code Duurzaamheid, die de sector zelf gaat
opstellen.
                                                                                           47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
Aanbevelingen over publiek en maatschappelijk bereik
Aan de overheden
– Stimuleer musea om nieuwe publieksgroepen aan te trekken, ook als dat veel
  inspanning vergt en niet per se zorgt voor stijgende bezoekersaantallen.
– Faciliteer publieksonderzoeken die meer inzicht bieden in de succesfactoren van
  het bereiken van nieuw publiek.
– Beoordeel de subsidieaanvragen van musea op toepassing van de Code Culturele
  Diversiteit, volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.
Aan de museumsector
– Ga verbindingen aan met andere maatschappelijke organisaties en nodig
  personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit om te
  participeren.
– Presenteer de collectie vanuit een meerstemmig perspectief om haar
  aansprekend te maken voor publiek met een andere culturele canon, en om
  ontmoetingen tussen verschillende publieksgroepen tot stand te brengen.
– Volg de Code Culturele Diversiteit. Let daarbij specifiek op inhoudelijke functies
  (zoals conservatoren) bij het personeel.
– Deel kennis over succesvolle manieren van publieksbenadering met collega-
  musea.
Aanbevelingen over educatie
Aan de overheden
– Neem de regie als het gaat om meer afstemming binnen stedelijke regio’s tussen
  musea onderling en tussen musea en scholen.
– Zorg voor centraal geregelde voorzieningen voor (bus)vervoer, zodat voor
  scholen de drempel lager wordt om met schoolklassen musea te bezoeken.
Aan de sector
– Werk samen met andere musea in de omgeving en met scholen bij het
  ontwikkelen en afstemmen van educatieprogramma’s.
– Creëer maatgerichte educatieprogramma’s voor verschillende leeftijden,
  opleidingsniveaus en schoolvakken.
– Besteed speciale aandacht aan het vmbo en mbo.
Aanbevelingen op het gebied van vrijwilligers
Aan de sector
                                                                                     48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>– Zoek in de museumorganisatie naar een goed evenwicht tussen vast personeel,
  zzp’ers, vrijwilligers en stagiairs.
– Waak ervoor dat vrijwilligers taken uitvoeren die belegd moeten worden bij
  professioneel personeel.
Aanbevelingen op het gebied van duurzaamheid
Aan de overheden
– Faciliteer en stimuleer musea om duurzamer te functioneren.
Aan de sector
– Ontwikkel een Code Duurzaamheid.
                                                                              49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>   1
‘opendata.cbs.nl’
   2
Onderzoeksomschrijvingen.
CBS, 2017
   3
Jaarverslag 2016.
Museumvereniging, 2007
   4
Jaarverslag 2006.
Museumvereniging, 2017b.
   5
Cultural Access and Participation.
European Commission, 2013
   6
Het museum als medium van het geheugen..
Hupperetz, W.M.H., 2017
   7
Het geëmancipeerde museum.
Thije, S. ten, 2016
   8
The Participatory Museum.
Simon, N., 2010
   9
Met het Stadsdelenproject investeerde het Gemeentemuseum Den
Haag in een dergelijk netwerk van ambassadeurs. Via de
ambassadeurs konden de stadsdeelbewoners van Den Haag een
halfjaar gratis het museum bezoeken. Daarbij organiseerde het
museum per stadsdeel een speciale avond in het museum waarvoor
bewoners zelfs met bussen werden opgehaald.
   10
‘foam.org’
   11
Het geëmancipeerde museum.
Thije, S. ten, 2016
   12
In 2017 ontwikkelt de stuurgroep Code Culturele Diversiteit een nieuw
plan met meer ambitie om diversiteit de komende jaren een
vanzelfsprekend onderdeel in de bedrijfsvoering van culturele
instellingen te laten worden
   13
‘Advies Culturele Basisinfrastructuur
2017 – 2020’
Raad voor Cultuur, 2016
   14
Museumbrief.
Samen werken,
samen sterker.
Ministerie van OCW, 2013
   15
De regeling is bedoeld voor gezamenlijke initiatieven op het gebied
van educatie, publieksbereik, zichtbaarheid, wetenschap, digitale
mogelijkheden en collectiebeleid. Het fonds draagt maximaal 40
procent bij. Met het Platform Samenwerking Musea deelt het
Mondriaan Fonds ervaringen die musea opdoen op het gebied van
samenwerking.
‘mondriaanfonds.nl’
                                                                      50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>   16
‘theartofimpact.nl’
   17
‘Ontgrenzen en Verbinden’
Raad voor Cultuur, 2013
   18
‘Agenda Cultuur
’Raad voor Cultuur, 2015
   19
‘De Cultuurverkenning’, 2014; ‘Agenda Cultuur’, 2015
Raad voor Cultuur
   20
‘Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren!’
Onderwijsraad en Raad voor Cultuur, 2012.
Zie ook het advies ‘Ons onderwijs 2032’ over de rol van
cultuuronderwijs in het primair en voortgezet onderwijs.
Platform Onderwijs2032, 2016.
   21
Museumbrief.
Samen werken,
samen sterker.
Ministerie van OCW, 2013;
‘museumeducatieprijs.nl’
   22
Museumcijfers 2011.
Stichting Museana, 2012;
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
   23
Vertrouwen in de toekomst.
VVD, CDA, D66, ChristenUnie, 2017
   24
Meer geld voor kunst en cultuur.
Tweede Kamer, 2017
   25
Cultuur in een open samenleving.
Ministerie van OCW, 2018
   26
‘cultuureducatiemetkwaliteit.nl’
   27
‘teylersmuseum.nl’
   28
‘vanabbemuseum.nl’
   29
Met de Museumpleinbus kunnen groepen 6, 7 en 8 van basisscholen
gratis naar het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Stedelijk
Museum Amsterdam worden gebracht.
‘museumpleinbus.nl’
   30
Vrijwilligers: pijlers onder de musea.
VSBfonds e.a., 2016
   31
‘Verkenning arbeidsmarkt culturele sector’
Raad voor Cultuur,
Sociaal-Economische Raad, 2016
                                                                  51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>  32
‘opendata.cbs.nl’
  33
‘Passie gewaardeerd.’
Raad voor Cultuur,
Sociaal-Economische Raad, 2017
                               52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>            Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Economie van de sector, governance en het
            rijksgesubsidieerde bestel
            Economie van de sector, governance
            en het rijksgesubsidieerde bestel
We gaan hieronder in op de ontwikkelingen, pluspunten en knelpunten rondom de
verschillende inkomstenbronnen van musea. We zien een donkere wolk op de sector
afkomen: publieksinkomsten zijn weliswaar toegenomen, maar dat geldt ook voor de
kosten. Daarbij zijn subsidies afgenomen. We constateren dat de sector een enorme
professionaliseringsslag heeft doorgemaakt, maar dat musea worstelen met de
speelruimte die zij krijgen als het gaat om ondernemerschap en governance. We
gaan ook in op de toekomst van het rijksgesubsidieerde museumbestel. We sluiten af
met aanbevelingen aan de overheden en de sector.
Trends in financiering van de musea [ 1 ]
De inkomsten van musea kunnen ruwweg in drie posten worden onderverdeeld:
subsidies, eigen inkomsten (publieksinkomsten en andere inkomsten, zoals uit
horeca) en private bijdragen (sponsoring en giften van bedrijven en private
fondsen). Sinds 2011 is het aandeel subsidies afgenomen ten gunste van het aandeel
eigen inkomsten. Het aandeel private bijdragen (private fondsen, giften en
sponsoring) vertoont kleine schommelingen, maar is niet wezenlijk veranderd. [ 2 ]
Subsidies
Overheidssubsidies zijn de afgelopen jaren afgenomen. Volgens de
Museumvereniging zijn de subsidies tussen 2011 en 2016 per saldo met 3,7 procent
gedaald. [ 3 ] Onderzoeksbureaus Ape en Dialogic hebben de bedragen gecorrigeerd
met de inflatie en hebben berekend dat de subsidies vanaf 2011 met 14 procent zijn
gedaald. Voor de rijksgesubsidieerde musea geldt een inflatie-gecorrigeerde daling
van subsidies van 17 procent. [ 4 ]
Naast de overheidssubsidies is het Mondriaan Fonds een belangrijke publieke
financier voor musea. Met de teruglopende subsidies en het probleem van met name
de kleinere musea om private inkomsten te verwerven, neemt de druk op het
Mondriaan Fonds toe. Het fonds wordt overvraagd, waardoor lang niet alle
aanvragen gehonoreerd kunnen worden.
Publieksinkomsten
Met de grote stijging van het aantal bezoeken zijn ook de publieksinkomsten van
musea flink toegenomen, met 112 procent tussen 2009 en 2016. [ 5 ] De
overheidsfinanciering is in die periode afgenomen, waardoor de subsidie per bezoek
tussen 2011 en 2016 is gedaald met 40 procent. [ 6] 21 procent van de entree-
inkomsten komen voor rekening van de Museumkaart. Musea ontvingen in 2017
68 procent van de gemiddelde toegangsprijs. De Museumkaart is een belangrijke
motor achter het bezoek: kaarthouders gebruiken hem gemiddeld 6,5 keer per
jaar. [ 7 ]
                                                                                       53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>We constateren ook een keerzijde van deze stimulator: musea die zijn aangesloten
bij de Museumkaart ontvangen weliswaar extra bezoekers, maar de entreekosten die
ze daarvoor terugkrijgen, zijn lager. Met name voor kleinere musea kan dit nadelig
zijn. We zijn van mening dat de Museumvereniging haar verantwoordelijkheid moet
nemen om tot een rechtvaardigere verdeling te komen.
Private inkomsten
Het afgelopen decennium en vooral tijdens het kabinet Rutte I zijn culturele
instellingen aangespoord om zich ondernemend op te stellen en de eigen inkomsten
te verhogen. De museumsector heeft op dat vlak goed gepresteerd. De private
inkomsten van de leden van de Museumvereniging zijn tussen 2012 en 2016
gestegen met bijna 60 procent. De totale private inkomsten van deze musea
bedroegen in 2016 in totaal 115 miljoen euro. [ 8 ] Er treedt hier echter een
Mattheus-effect op. [ 9 ] Het bedrag komt namelijk voor 85 procent voor rekening van
de grote musea. [ 10 ] De heropening van een aantal grote musea in deze periode, zoals
het Rijksmuseum, Stedelijk Museum Amsterdam en het Mauritshuis, hebben
ongetwijfeld veel gewicht in de schaal gelegd.
Voor de kleine musea zijn dit soort inkomsten veel moeilijker te verwerven. [ 11 ] Zij
hebben private inkomsten van gemiddeld 13.000 euro; in totaal hebben zij
3 miljoen euro aan private inkomsten binnengehaald. De afgelopen zes jaar is bij
deze musea deze inkomstenbron zelfs gedaald met 25 procent. Bij de middelgrote
musea zijn de private inkomsten met 9 procent gestegen. [ 12 ]
Private inkomsten, totaalbedrag 115 miljoen euro, 2016
(miljoenen euro in percentages)
bron: cijfers beschikbaar gesteld door Museumvereniging
                                                                                       54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Grootteklasse van musea, 2012 – 2016
(in aantallen)
bron: cijfers beschikbaar gesteld door Museumvereniging
In 2012 is de Geefwet geïntroduceerd, die het particulieren mogelijk maakt om op
een fiscaal aantrekkelijke wijze te doneren aan culturele organisaties. Uit een
evaluatie uit 2016 blijkt dat het effect van de Geefwet in het algemeen nog beperkt is.
Wel geldt dat de museumsector meer profiteert van de wet dan andere sectoren. In
het onderzoek wordt ook geconcludeerd dat zo’n wet pas na langere periode
werkelijk effectief kan zijn. Daarom juicht de raad het toe dat de Geefwet door de
nieuwe regering wordt gecontinueerd. Belangrijk is wel dat instellingen zelf ook
meer communiceren over de mogelijkheden van de Geefwet.
We zijn van mening dat een extra financiële prikkel particulieren kan stimuleren om
meer bij te dragen aan aankopen van musea. We stellen ons voor dat er een fiscaal
product kan worden ontwikkeld dat op die manier het mecenaat ondersteunt. We
denken ook dat er op het gebied van private giften nog veel kansen onbenut blijven.
Daarom zou het goed zijn als er meer en langlopend onderzoek wordt gedaan naar
het geefgedrag van particulieren. Op basis daarvan kunnen lessen worden getrokken
over succesvolle manieren om donaties te stimuleren.
Private fondsen
Private fondsen leveren substantiële bijdragen aan de museumsector. Het
Blockbusterfonds, opgericht door de VandenEnde Foundation, het Prins Bernhard
Cultuurfonds, het VSBfonds en de BankGiro Loterij steunen uitzonderlijke culturele
projecten, waaronder tentoonstellingen. De BankGiro Loterij ondersteunt musea
jaarlijks: in 2017 met bijna 33 miljoen euro. De continuïteit van private fondsen is
echter niet gegarandeerd. Zo heeft het VSBfonds vorig jaar zijn donatiebeleid
veranderd. De nadruk ligt nu meer op de bevordering van actief burgerschap,
waardoor de doelen waarvoor musea een bijdrage kunnen vragen zijn versmald.
Instellingen zijn soms volledig afhankelijk van de bijdragen van fondsen. Dit maakt
hen kwetsbaar: valt een bijdrage weg, dan is de kans groot dat het museum bepaalde
taken niet meer kan uitvoeren.
                                                                                        55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Een gespleten beeld
Het publieke succes van de museumsector heeft de afgelopen jaren bepaald niet tot
een stabielere financiële situatie geleid. Met de groeiende bezoekersaantallen zijn
weliswaar de publieksinkomsten toegenomen, maar de subsidies afgenomen. Per
saldo is de financieringsmix veranderd. De musea zijn de afgelopen jaren minder
subsidie-afhankelijk geworden: het aandeel subsidies van het Rijk, provincies en
gemeenten is tussen 2011 en 2016 gedaald van bijna 514 miljoen euro naar ruim
500 miljoen euro, terwijl de eigen inkomsten (publieksinkomsten,
sponsorinkomsten, evenementen, verhuur, verkoop en dergelijke) zijn gestegen van
bijna 320 miljoen euro naar zo’n 516 miljoen euro.
Dat wil niet zeggen dat de musea er tussen 2011 en 2016 op vooruit zijn gegaan.
Tegenover een stijging van de baten met 21 procent staat een toename van de kosten
met 24 procent. [ 13 ] De gestegen kosten (die voor twee derde bestaan uit personeels-
en huisvestingskosten) worden dus niet gecompenseerd door de gestegen inkomsten
aan de kassa. De cijfers tonen een gespleten beeld en dat komt tot uitdrukking in
twee aspecten: ten eerste laten ze zien dat een ogenschijnlijk bloeiende
museumsector financieel niet gezond is; ten tweede toont een nauwkeuriger blik op
de cijfers hoe groot de verschillen tussen musea binnen de sector zijn. Hieronder
lichten we dit toe.
De museumsector kan niet opboksen tegen de teruglopende overheidssubsidies en
stijgende kosten. De totale omzet van 1,02 miljard euro laat zodoende geen stijging
zien, maar een stabilisering ten opzichte van 2015. [ 14 ] Dat heeft tot gevolg dat steeds
meer musea de afgelopen jaren een negatief exploitatieresultaat hebben gekregen:
de kosten stijgen sneller dan de omzet. [ 15 ]
Wij ontwaren hier een structureel probleem: hoe goed musea ook presteren, ze
roeien tegen de stroom in van de hogere kosten. Interessant is hierbij dat de
afgelopen jaren vooral het aandeel van de tentoonstellingskosten een stijgende trend
vertoont: van 6 procent in 2011 naar 9 procent in 2016. [ 16 ] Dat ondersteunt de
indruk van de raad dat er bij musea een sterkere nadruk is komen te liggen op de
presentatie. De zogenaamde ‘blockbusters’ leveren grote bezoekersaantallen op,
maar zorgen ook voor veel extra kosten zoals bezoekersontvangst, transport,
verzekeringen, beveiliging, schoonmaak en slijtage van het gebouw. Het publieke
succes eet het museum van binnenuit leeg.
Het huidige succesverhaal geldt met name voor de grote musea. Hierboven zagen we
al dat de private inkomsten vooral door deze groep worden verdiend. Hetzelfde geldt
voor bezoeken: terwijl het totaal aantal bezoeken sinds 2012 met 35 procent is
gestegen, is de stijging bij de kleine musea slechts 4 procent. Voor de middelgrote
musea geldt een stijging van 30 procent, voor de grote musea 43 procent.
                                                                                           56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Totaal aantal museumbezoeken naar grootte van musea
(aantallen x 1.000)
bron: cijfers beschikbaar gesteld door Museumvereniging
Zoals eerder beschreven, neemt het aantal musea met een negatief
exploitatieresultaat jaarlijks toe. Dit gold al langer voor kleine musea en middelgrote
musea, maar in 2016 doken ook de grote musea (omzet van 3,2 miljoen euro) onder
nul. Bijna de helft van deze musea heeft een negatief resultaat.
Trends in het exploitatiesaldo per museum naar grootteklasse
(x 1.000)
bron: cijfers beschikbaar gesteld door Museumvereniging
                                                                                        57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>De raad vindt die neerwaartse spiraal buitengewoon zorgelijk. Hij vreest de gevolgen
die deze tekorten kunnen hebben voor de duurzaamheid van de bedrijfsvoering en
met name voor de collectietaken.
Ondernemerschap
We constateren dat het beleid voor ondernemerschap de afgelopen jaren zijn
vruchten heeft afgeworpen. De stijging van de private inkomsten bij de grote musea
is deels het gevolg van een professionaliseringsslag die dit segment van de sector
heeft doorgemaakt. Het stimuleren van ondernemerschap heeft ertoe geleid dat
musea voortvarend op zoek gaan naar nieuwe manieren om eigen inkomsten te
verwerven. Het ondernemerschap is hier vaak een integraal onderdeel van de
organisatie geworden.
Sommige instellingen hebben hun commerciële activiteiten bij een aparte
rechtspersoon (stichting of bv) ondergebracht. Ook is er bij musea een groter
bewustzijn om partners aan zich te binden. Stakeholdermanagement en
development nemen in museumorganisaties belangrijkere posities in: zulke taken
zijn gericht op alle verbindingen die musea kunnen aangaan, en om die
samenwerking te bekrachtigen (in geld of natura). Het is goed dat voor zo’n integrale
aanpak wordt gekozen, waarin niet sponsoring of private financiering de
gemeenschappelijke noemer is, maar partnerschappen die op allerlei manieren
‘winst’ kunnen opleveren.
We hebben er waardering voor dat musea de afgelopen jaren veel eigen inkomsten
hebben verworven. Maar subsidiërende overheden moeten ervan doordrongen
worden dat het aanboren van zulke private financieringsbronnen een plafond kent.
Ze dienen vooral als extra financiering voor concrete projecten: de kosten van een
extra (educatief) programma, de aankoop van een object of een verbouwing. Het is
echter fictie om te denken dat de basisexploitatie van musea (substantieel)
afhankelijk kan zijn van sponsors of particuliere fondsen. Daarbij is het aanboren
van nieuwe bronnen en het onderhouden van zulke contacten een tijdrovende
activiteit die ervaring en expertise vereisen. Alleen grote musea hebben de
mogelijkheden om aandacht te besteden aan het werven van private inkomsten – dat
blijkt ook uit de resultaten die daar worden behaald.
We zien echter ook de schaduwzijden. Ondernemen betekent risico nemen en
innovatieve commerciële projecten kunnen uiteindelijk ook verliesgevend zijn. Het
museum als onderneming: natuurlijk bezitten veel musea een groot commercieel
potentieel, maar het vereist andere capaciteiten en een andere inzet van het
personeel. Het is dan de vraag in hoeverre die activiteiten zich terugverdienen en of
ze niet ten koste gaan van de kerntaken van musea.
                                                                                      58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Motie Van Veen
Gelet op de roep om ondernemerschap zijn we kritisch over de uitvoering van de
motie Van Veen, op grond waarvan de rijksgesubsidieerde musea de bedragen in het
OCW Bestemmingsfonds moesten afstaan, die ze in de jaren 2013 – 2016 hadden
opgebouwd. [ 17 ] Als van musea een ondernemende instelling wordt verlangd en zij
reserves willen opbouwen voor toekomstige investeringen, dan past het niet om die
reserves vervolgens af te romen voor een andere doelstelling.
Governance
Een focus op ondernemerschap veronderstelt extra zorg voor de governance. Een
aantal kwesties dat zich de afgelopen tijd heeft voorgedaan (zoals bij het
Wereldmuseum Rotterdam, Het Valkhof in Nijmegen en het Stedelijk Museum
Amsterdam), wijst daar ook op. Als er onvoldoende duidelijkheid is over de
speelruimte die besturen van musea hebben en de toezichthoudende partijen
onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen, dan gebeuren er ongelukken.
De raad vindt dat zulke incidenten dwingen tot een duidelijke visie van
subsidiërende overheden op cultureel ondernemerschap. Wat zijn de marges
waarbinnen culturele instellingen kunnen opereren en welke mogelijkheden krijgen
ze hiervoor? Maar ook: welke voorwaarden moeten aan bestuur en toezicht worden
gesteld wanneer instellingen meer private inkomsten moeten verwerven? Vraagt dit
om andere kwaliteiten van een directeur en het management? We moedigen
overheden, instellingen en raden van toezicht aan hierover in gesprek te gaan. We
komen hierop terug in een advies over de (alternatieve) financiering van cultuur dat
wij in de loop van dit jaar uitbrengen.
Richtlijn Kunstenaarshonoraria
De SER en de Raad voor Cultuur hebben in hun ‘Verkenning arbeidsmarkt culturele
sector’ geconstateerd dat het honorarium van kunstenaars over het algemeen niet
overeenkomt met de tijdsbesteding. [ 18 ] In het verlengde hiervan hebben De Zaak
Nu, Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars, Kunstenbond en Vereniging
Platform Beeldende Kunst de Richtlijn Kunstenaarshonoraria ontwikkeld. [ 19 ] Deze
richtlijn geeft duidelijke aanwijzingen voor de hoogte van een honorarium dat de
kunstenaar redelijkerwijze kan vragen, wanneer een museum zijn werk tentoonstelt.
Inmiddels ondersteunen zo’n 25 musea deze richtlijn. We pleiten ervoor dat die
sectorbreed door de musea wordt gevolgd, zodat de inkomenspositie van
kunstenaars verbetert. We rekenen erop dat de Museumvereniging haar
verantwoordelijkheid neemt en het gebruik van de richtlijn uitdraagt. We vinden
ook dat subsidiënten deze richtlijn moeten opnemen in de subsidievoorwaarden.
Het rijksgesubsidieerde museumbestel
De groep rijksgesubsidieerde musea is vrij heterogeen. Ten eerste lopen de
subsidiebudgetten (BIS en Erfgoedwet tezamen) uiteen van meer dan
30 miljoen euro voor het Rijksmuseum tot enkele tonnen voor bijvoorbeeld het
Glasmuseum Leerdam of Museum de Gevangenpoort. Ten tweede constateerde
toenmalig minister Brinkman al in 1985 dat niet van alle musea kan worden
beweerd dat ze een collectie van nationaal belang hebben; toch hebben ze tot op
heden die status aparte. [ 20 ]
                                                                                     59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Ten derde zijn de collecties en presentaties van bijvoorbeeld het Centraal Museum
Utrecht, Textielmuseum, Van Abbemuseum of Bonnefantenmuseum wel van
nationaal belang, maar worden zij niet door het Rijk, maar door de desbetreffende
standplaatsgemeente of -provincie gesubsidieerd.
Wanneer de museumsector in deze eeuw vanaf de tekentafel zou worden ontworpen,
dan zag het rijksgesubsidieerde deel er ongetwijfeld anders uit: het huidige bestel is
nu eenmaal samengesteld op grond van een groot aantal historisch gegroeide
toevalligheden. Desondanks is de raad van mening dat het nu niet opportuun is om
het rijksgesubsidieerde bestel te herverkavelen, waardoor bijvoorbeeld
gemeentelijke musea met collecties van landelijk belang onder de Rijksoverheid
zouden vallen.
Dat zou een ingrijpende operatie worden die meer inspanning kost dan dat het winst
oplevert. Het zou ook een grote koerswijziging betekenen ten opzichte van het beleid
van de afgelopen jaren, waarbij door middel van de Erfgoedwet is gezorgd voor een
stabiele en duurzame basis voor beheer en behoud van de bestaande
rijkscollecties. [ 21 ] De BIS ondersteunt de publieke taken van musea met een
rijkscollectie. We vinden het noodzakelijk dat er een goede financiële grondslag is
voor de subsidies die in het kader van de Erfgoedwet worden toegekend. Op dit
moment is een werkgroep van het ministerie van OCW en de Museumvereniging
bezig om hierover tot overeenstemming te komen.
De Erfgoedwet biedt de mogelijkheid om de rijksfinanciering van de publieke
activiteiten meer los te koppelen van het contingent musea dat een rijkscollectie
beheert. Bij de beoordelingsronde voor de Basisinfrastructuur 2017 – 2020 kregen
de Erfgoedwet-musea voorrang bij toekenning van subsidies en was bovendien het
subsidiebudget voor musea niet verhoogd. Daardoor was het voor aanvragende
musea die geen rijkscollectie beheren in de praktijk onmogelijk om een positief
subsidieadvies te krijgen. Dat is een gemiste kans geweest: de Erfgoedwet biedt juist
meer mogelijkheden om ook andere musea financieel te ondersteunen.
Het Rijk hoeft dan immers geen financiële verantwoordelijkheid te nemen voor
beheer en behoud, maar beperkt zich tot financiering van publieke taken. De raad
pleit ervoor dat in de toekomst musea die buiten de Erfgoedwet vallen ook in
aanmerking kunnen komen voor rijkssubsidie. Dit zou dan wel gaan om extra
financiële middelen, zodat dit niet ten koste gaat van het budget voor de rijksmusea,
en is alleen mogelijk wanneer andere overheden de financiële zekerheid van beheer
en behoud langjarig garanderen.
De raad vindt het van belang dat musea die een gemeentelijke of provinciale
collectie beheren, net als het Rijk, een financiële scheiding maken tussen beheer en
behoud enerzijds en publieksfuncties anderzijds. We denken dat op grond van de
ervaringen met de Erfgoedwet ook andere overheden kunnen werken aan een
langdurige borging van de taken op het gebied van beheer en behoud van musea,
waarin hun collecties zijn ondergebracht. Men kan leren van de lessen die de
voorbereiding van de invoering van de Erfgoedwet hebben opgeleverd; daarnaast
moet worden voorkomen dat het onnodige reglementaire ballast veroorzaakt.
                                                                                       60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Voor een duurzame toekomst van het museumbestel en eventuele toekomstige
wijzigingen in de inrichting ervan, vinden we het goed als het beheer van de
collecties in ieder geval langjarig gezekerd is door de eigenaren ervan. De gemeente
Rotterdam bijvoorbeeld heeft op dit vlak al de eerste stappen gezet door een visie te
presenteren op de Collectie Rotterdam en de wijze waarop de musea in die stad
daaraan optimaal invulling kunnen geven.
Omgekeerd biedt de invoering van de Erfgoedwet de mogelijkheid om musea niet
langer voor hun activiteiten te subsidiëren, zonder dat het beheer van de
rijkscollectie in gevaar komt. Medio 2016 heeft de raad een negatief advies
uitgebracht over het herziene activiteitenplan 2017 – 2020 van Slot Loevestein.
Dankzij de Erfgoedwet zijn de taken van dit museum op het gebied van beheer en
behoud echter zeker gesteld. In een toekomstig bestel zou er op meer plekken een
scheiding gemaakt kunnen worden tussen subsidie door de Rijksoverheid voor
beheer en behoud, en financiering – door een andere overheid of privaat – voor de
activiteiten van musea.
We denken dat uitvoering van de aanbevelingen die we in onze verkenning ‘Cultuur
voor stad, land en regio’ hebben gedaan de samenhang van het (door verschillende
overheden gevoerde) erfgoedbeleid verder kan versterken. In onze verkenning
pleiten we ervoor dat het cultuurbestel zo wordt ingericht dat er naast de BIS (voor
instellingen die een nationale en internationale functie vervullen) en de
rijkscultuurfondsen (voor projectsubsidies) ook erkenning en waardering is voor het
geheel van voorzieningen dat door stedelijke regio’s wordt ondersteund.
Voor de invulling van deze regionale culturele infrastructuur (RIS) zijn decentrale
overheden verantwoordelijk. De RIS kan het rijksgefinancierde museumbestel
versterken, wanneer stedelijke regio’s in hun cultuurplannen ook
(tentoonstellings)programma’s van stedelijke en/of provinciale musea opnemen. De
raad heeft het Rijk geadviseerd zulke regionale plannen ook financieel te honoreren,
bijvoorbeeld in de vorm van medefinanciering of matching. Dat geeft een impuls aan
het lokale museale ecosysteem. [ 22 ]
                                                                                      61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
Aan de overheden
– Zorg ervoor dat de mogelijkheden van de Geefwet beter bekend zijn bij potentiële
  donateurs.
– Ontwikkel een fiscaal product dat particulier mecenaat stimuleert om bij te
  dragen aan aankopen.
– Heb oog voor de benarde financiële positie van veel musea en voorkom dat
  hierdoor taken op het gebied van behoud en beheer worden veronachtzaamd.
– Ontwikkel een visie op de speelruimte die musea hebben op het gebied van
  ondernemerschap en de gevolgen die dat heeft voor de governance van de
  instellingen.
– Stel rijkssubsidie ook beschikbaar voor publieksfuncties van zowel musea die
  subsidie ontvangen in het kader van de Erfgoedwet als musea die buiten deze wet
  vallen.
– Kies, ook bij niet-rijksgesubsidieerde musea, voor een langjarige financiering van
  taken op het gebied van beheer en behoud, waarbij de reële kosten van deze
  taken het uitgangspunt vormen.
– Neem de Richtlijn Kunstenaarshonoraria op in de subsidievoorwaarden voor
  musea.
Aan de musea
– Communiceer beter over de mogelijkheden om fiscaal aantrekkelijk te doneren.
– Volg de Governance Code Cultuur.
– Volg de Richtlijn Kunstenaarshonoraria.
                                                                                     62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>  1
In onderstaande tekst wordt zowel geput uit de jaaroverzichten van de
Museumvereniging als uit het rapport Economische ontwikkelingen in
de cultuursector, 2009 – 2016 van Ape en Dialogic. Beide overzichten
maken gebruik van een ander ‘panel’: de Museumvereniging
extrapoleert de cijfers van 238 musea die zijn aangesloten bij de
Museumvereniging naar de totale onderzoeksgroep. Ape en Dialogic
baseren de gegevens op basis van een panel van de 363 musea die
gedurende de observatieperiode zijn opgenomen in de
Museumstatistieken van het CBS. Het panel rijksgesubsidieerde
musea van Ape en Dialogic bestaat uit 24 instellingen.
  2
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
  3
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
  4
Economische ontwikkelingen in de cultuursector, 2009 – 2016.
Ape en Dialogic, 2017
  5
Economische ontwikkelingen in de cultuursector, 2009 – 2016.
Ape en Dialogic, 2017
  6
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
  7
‘museumvereniging.nl’
  8
Op basis van cijfers die aan de raad ter beschikking zijn gesteld door
de Museumvereniging.
  9
Dit is een zelfversterkend effect waarbij een voordelige uitgangspositie
leidt tot grotere voordelen, terwijl instellingen met een nadelige
uitgangspositie daar meer nadelen van ondervinden.
Zie ook: Cultuur herwaarderen.
WRR, 2015
  10
Dit zijn 71 leden van de Museumvereniging die een omzet
hebben van 3,2 miljoen euro.
  11
Dit zijn 218 leden van de Museumvereniging die een omzet
hebben tot 400.000 euro.
  12
Dit zijn 131 leden van de Museumvereniging die een omzet hebben
tussen 400.000 en 3,2 miljoen euro.
  13
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
  14
Museumcijfers 2015.
Museumvereniging, 2016a;
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
                                                                         63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>  15
63 procent van de geregistreerde musea had in 2016 een negatief
exploitatieresultaat.
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a, 2017a
  16
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a
  17
Uitvoering van de motie-van Veen over de besteding vanuit het
bestemmingsfonds OCW.
Minister van OCW, 2017a
  18
‘Verkenning arbeidsmarkt culturele sector’
Raad voor Cultuur,
Sociaal-Economische Raad, 2016;
Kunstenaarshonoraria in de praktijk.
Boonzaaijer, G., e.a., 2015
  19
‘kunstenaarshonorarium.nl’
  20
Nota Museumbeleid.
Ministerie van WVC, 1985
  21
Hiervoor is het wel van belang dat de subsidiebedragen de werkelijke
kosten voor behoud en beheer dekken.
  22
‘Cultuur voor stad,
land en regio’
Raad voor Cultuur, 2017
                                                                     64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Hoofdaanbevelingen
         Hoofdaanbevelingen
In dit advies hebben we een beeld gegeven van de stand van zaken en
ontwikkelingen in de museumsector. Op het eerste gezicht staat de sector er goed
voor. De musea beheren een schat aan kunstwerken en erfgoedobjecten van
wereldklasse, en er worden per jaar vele tentoonstellingen van hoog niveau
georganiseerd. De verbouwingen van een aantal belangrijke musea hebben ook
bijgedragen aan het succes, dat zich niet alleen vertaalt in het jaarlijks stijgende
aantal bezoekers. Ook het imago en de maatschappelijke impact van musea zijn
positief. We constateren tot ons genoegen dat musea hun verantwoordelijkheid
nemen om zich te verbreden. Zij werken op allerlei manieren met elkaar samen en
gaan verbindingen aan met partners buiten de eigen sector, om daarmee hun
maatschappelijke invloed en betekenis te vergroten.
Achter dit positieve beeld tekenen zich echter ook knelpunten en risico’s af.
Allereerst hebben steeds meer musea, ondanks de toename van publieksinkomsten,
exploitatietekorten. Er is een grote maatschappelijke druk om veel tentoonstellingen
te organiseren en dat drukt weer zwaar op de begroting. We maken ons daarbij grote
zorgen over de taken van musea op het gebied van beheer en behoud; door
vergrijzing van het conservatorenbestand zijn extra investeringen in kennisborging
en -overdracht vereist.
Ten tweede worden musea gestimuleerd om eigen inkomsten te verwerven en
commerciële activiteiten te ontwikkelen. Dit betekent dat zij soms risico’s moeten
nemen, waarvoor zij niet altijd de ruimte krijgen. Ook zijn musea niet altijd in de
gelegenheid om een buffer op te bouwen. Ten derde profiteert de sector momenteel
van oudere, hoogopgeleide bezoekers met veel vrije tijd, maar musea moeten er
rekening mee houden dat de komende generatie museumbezoek niet
vanzelfsprekend vindt. Tot slot zien we een spanningsveld tussen enerzijds de grote
musea met een miljoenenbegroting en veel (internationale) aandacht en anderzijds
de kleine en middelgrote musea met een voornamelijk lokaal belang en minimale
middelen.
Op grond van de geschetste ontwikkelingen in de museumsector komen we tot zes
hoofdaanbevelingen die we hieronder toelichten. Zo kunnen de Rijksoverheid,
andere overheden en de musea optimaal ondersteuning kunnen geven aan de
continuïteit van een florerende sector. Als de museumsector zich echter niet tijdig op
de toekomst voorbereidt, kan zijn maatschappelijke positie en legitimatiegrond aan
kracht inboeten. De overheden moeten deze transitie van de musea faciliteren en
ervoor zorgen dat nu en in de toekomst de doelstellingen van het cultuurbeleid
optimaal gewaarborgd blijven.
                                                                                       65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>1. Verbeter de zorg voor de collectie van musea
De raad constateert dat onder invloed van maatschappelijke druk het accent in het
museumbeleid te veel ligt op de presentatie van de collectie. Bezuinigingen zijn
afgewenteld op het beheer en behoud van de collectie, waardoor er een sluipend
verval dreigt. Daarnaast vergrijst het conservatorenbestand en vindt er onvoldoende
overdracht van kennis over de collecties plaats. Om de kennis te vergroten, kan de
band tussen museumsector en wetenschap worden versterkt.
Aanbevelingen aan overheden
– Neem verantwoordelijkheid voor collecties en laat de aandacht voor
   publiekstaken niet ten koste gaan van beheer en behoud.
– Kies, ook bij niet-rijksgesubsidieerde musea, voor een langjarige financiering van
   taken op het gebied van beheer en behoud, waarbij de reële kosten hiervan het
   uitgangspunt vormen.
– Neem verantwoordelijkheid voor collecties die verweesd dreigen te raken als
   gevolg van een gemeentelijke herindeling, sluiting van een museum of andere
   omstandigheden.
– Faciliteer de opleiding en doorstroming van nieuwe generaties conservatoren.
– Gebruik de Kennisagenda als aanjager voor samenwerking tussen musea en
   wetenschap.
– Continueer de museumbeurzen.
Aanbevelingen aan de museumsector
– Zorg voor goede kennisborging en kennisoverdracht aan nieuwe generaties
   conservatoren.
– Creëer meer opleidingsplekken voor jonge conservatoren en stagiairs.
– Besteed daarbij speciale aandacht aan conservatoren met een
   migratieachtergrond.
– Stimuleer conservatoren om te promoveren.
– Zorg voor een evenwichtige taakverdeling tussen beheer en behoud enerzijds en
   publiekstaken anderzijds.
                                                                                     66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>2. Kies voor een meerstemmige benadering in het collectie­ en
    presentatiebeleid
Musea kunnen mensen van iedere leeftijdsgroep en culturele en maatschappelijke
achtergrond een inspirerende confrontatie met kunst, natuur, techniek of erfgoed
bieden. De collecties van musea bieden daarvoor genoeg aanknopingspunten. Een
museum is idealiter ook een ontmoetingsplek voor uiteenlopende bezoekers van
allerlei leeftijden, met een verschillende achtergrond en opleidingsniveau. Zij
kunnen kennismaken met elkaars blik op de collectie, de samenleving en de
werkelijkheid.
Hierbij is meerstemmigheid een sleutelterm: door collecties vanuit verschillende
perspectieven te tonen, verbindingen aan te gaan met andere maatschappelijke
organisaties en personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit te
nodigen, verbreedt én verdiept de museumsector zich. Het bereiken van andere
publieksgroepen kost echter extra inspanning en levert niet altijd grote
bezoekersaantallen op.
Aanbevelingen aan overheden
– Geef musea de ruimte om nieuwe publieksgroepen aan te trekken, ook als dat
    veel inspanning vergt en niet per se zorgt voor stijgende bezoekersaantallen.
– Faciliteer publieksonderzoeken die meer inzicht bieden in de succesfactoren van
    het bereiken van nieuw publiek.
– Beoordeel de subsidieaanvragen van musea specifiek op de toepassing van de
    Code Culturele Diversiteit, volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.
Aanbevelingen aan de museumsector
– Ga verbindingen aan met andere maatschappelijke organisaties en nodig
    personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit om te
    participeren.
– Presenteer de collectie vanuit een meerstemmig perspectief om haar
    aansprekend te maken voor publiek met een andere culturele canon, en om
    ontmoetingen tussen verschillende publieksgroepen tot stand te brengen.
– Volg de Code Culturele Diversiteit. Let daarbij op inhoudelijke functies bij het
    personeel (zoals conservatoren) en op het onderwijs.
– Deel kennis over succesvolle manieren van publieksbenadering met collega-
    musea.
                                                                                   67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>3. Houd de collectie vitaal en mobiel
Pluriform aanbod en deugdelijk collectiebeheer betekenen ook dat musea in staat
zijn om hun collecties regulier te verrijken met nieuwe voorwerpen, en waar
noodzakelijk ook afstotingsbeleid kunnen uitvoeren. Ondanks de publieke en private
fondsen die voor aankopen beschikbaar zijn en de vele particulieren die aan musea
schenken, zijn we van mening dat er te weinig middelen beschikbaar zijn.
De raad constateert dat de collegialiteit en het vertrouwen om bruikleenverkeer
mogelijk te maken, is toegenomen. De nieuwe Code Bruikleenverkeer kan ook een
verdere stimulans zijn. We waarschuwen er wel voor dat het honoreren van
bruikleenaanvragen veel werk kost, waarvoor musea niet altijd voldoende personeel
hebben. Ook constateren we dat, als het gaat om internationale bruiklenen, het
maximumbedrag dat kan worden aangevraagd via de indemniteitsregeling te laag is.
Aanbevelingen aan overheden
– Vul het aankoopfonds van het Mondriaan Fonds aan, zodat musea aanspraak
    kunnen maken op de verwerving van kostbare objecten.
– Richt bij het Mondriaan Fonds een regionaal aankoopfonds in voor aankopen die
    voor een regio van groot belang zijn.
– Vereenvoudig de procedures voor het afstoten van voorwerpen en houdt daarbij
    rekening met de aard en hoeveelheid ervan.
– Volg de Code Bruikleenverkeer die onder auspiciën van het ministerie van OCW
    wordt uitgebracht.
– Wees realistisch over de hoeveelheid bruiklenenaanvragen die musea kunnen
    honoreren.
– Ontwikkel een (online) hulpmiddel dat musea kan ondersteunen bij het
    aanvragen van bruiklenen en geef de RCE de ruimte om dit in samenwerking met
    het museumveld op te pakken.
– Pas de indemniteitsregeling aan, zodat er geen sprake is van een
    maximumbedrag dat musea kunnen aanvragen voor een bruikleen uit het
    buitenland.
Aanbevelingen aan de museumsector
– Wees genereus bij bruikleenverkeer.
– Volg de Code Bruikleenverkeer.
– Wees realistisch over de slagingskans van een bruikleenaanvraag.
                                                                                   68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>4. Geef digitalisering alle ruimte
Ook digitalisering draagt bij aan de kwaliteit van het beheer en behoud van
collecties, en biedt enorme mogelijkheden voor presentaties en marketing. De
afgelopen jaren zijn grote delen van de Collectie Nederland gedigitaliseerd. Ook is de
Nationale Strategie Digitaal Erfgoed van start gegaan, die instellingen kan
ondersteunen bij de digitalisering en het gebruik ervan. De raad constateert echter
dat deze strategie nog niet optimaal functioneert en vindt dat de expertise en
infrastructuur ervan verder benut moeten worden. Hier ligt volgens ons een
opdracht voor het Netwerk Digitaal Erfgoed.
Digitalisering behoeft constante aandacht. Omdat software en hardware continu in
ontwikkeling zijn, moet ook de digitale collectie worden geüpdatet, zowel in opslag
als ontsluiting. Daarnaast is er nog een wereld te winnen in het gebruik van de
digitale content die musea beheren. Het is van groot belang dit te stimuleren, juist
omdat voor nieuwe generaties digitale content een vanzelfsprekend onderdeel is van
hun natuurlijke leefomgeving.
Aanbevelingen aan overheden
– Zorg voor voldoende budget om collecties te digitaliseren en er gebruik van te
    maken.
– Stimuleer het Netwerk Digitaal Erfgoed om de Nationale Strategie Digitaal
    Erfgoed beter te communiceren richting het museale veld.
– Faciliteer manieren om digitalisering in te zetten voor taken van het museum als
    registratie, presentatie, educatie en marketing.
– Faciliteer experiment (vanuit fondsen) als continue factor van betekenis op het
    gebied van digitale toepassingen.
Aanbevelingen aan de museumsector
– Zet digitalisering in voor nieuwe vormen van presentatie.
– Deel kennis over succesvolle manieren van multimediale presentaties met
    collega-musea.
– Hanteer de drie pijlers van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed: Zichtbaar,
    Bruikbaar en Houdbaar
– Maak digitalisering tot een integraal onderdeel van het beleid over behoud en
    beheer.
                                                                                       69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>5. Ontwikkel een visie op ondernemerschap en governance
In het verlengde van de bezuinigingen zijn musea aangespoord ondernemender te
zijn en meer eigen inkomsten te verwerven. In de praktijk blijkt dat een
commerciëlere houding van musea op gespannen voet kan staan met de speelruimte
die zij van hun subsidiënten krijgen. Ondernemen betekent risico nemen en hun
innovatieve commerciële projecten kunnen op gespannen voet staan met de
afspraken die zij met hun overheden maken. Ook vraagt dit om andere competenties
van directie, management en raad van toezicht. Voor kleine en middelgrote musea is
het verwerven van private inkomsten een bijna onmogelijke opgave: de
kernactiviteiten mogen hiervan niet afhankelijk zijn en het vergt een langdurige
investering.
Aanbevelingen aan overheden
– Ontwikkel een visie op het evenwicht tussen commerciële activiteiten, de
    publieke taken van musea en de verantwoordelijkheden van bestuur, raad van
    toezicht en subsidiërende overheden in dit spanningsveld.
– Wees realistisch over de mogelijkheden van musea om private inkomsten te
    verwerven.
– Maak meer middelen vrij voor musea die onvoldoende ondernemerschap kunnen
    ontwikkelen.
– Laat de bedragen in het OCW bestemmingsfonds voor de rijksgesubsidieerde
    musea bij deze categorie.
– Maak de Richtlijn Kunstenaarshonoraria onderdeel van de subsidievoorwaarden.
Aanbevelingen aan de museumsector
– Volg de Governance Code Cultuur.
– Integreer beleid over meerstemmigheid in de museumregistratie.
– Volg de Richtlijn Kunstenaarshonoraria.
                                                                                   70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>6. Schep extra ruimte in het rijksgesubsidieerde museumbestel
In ‘Cultuur voor stad, land en regio’ schetsen we een nieuw cultuurbestel, waarin er
naast de BIS en de zes cultuurfondsen voor programma’s, projecten en incidentele
bijdragen ook erkenning en waardering is voor de regionale culturele infrastructuur.
Door cultuurplannen die een stad of stedelijke regio ontwikkelt ook financieel te
honoreren, kan het lokale museale ecosysteem een impuls krijgen.
Met de komst van de Erfgoedwet is de BIS gericht op de financiering van de
presentatie van collecties. De raad kan zich voorstellen dat musea die buiten de
Erfgoedwet vallen ook in aanmerking kunnen komen voor rijkssubsidie. Zulke
bijdragen zullen dan wel specifiek bestemd moeten zijn voor taken die buiten het
beheer van de collecties vallen, zoals presentaties, programma’s en samenwerkingen
tussen musea en andere instellingen binnen een stedelijke regio.
Aanbevelingen aan overheden
– Stel extra rijkssubsidie (bovenop de huidige rijkssubsidie voor musea) ter
    beschikking aan musea die buiten de Erfgoedwet vallen.
– Onderzoek de mogelijkheid om de financiering van beheer en behoud van niet-
    rijksgesubsidieerde musea met een overheidscollectie langjarig vast te zetten.
                                                                                     71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Bijlagen
         72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>73</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>74</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>75</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>76</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>77</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>78</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>79</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>80</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>81</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>82</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>83</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Bijlagen / Samenstelling commissie
         Samenstelling commissie
Kerncommissie musea
Teus Eenkhoorn                Wim Hupperetz                     Gunay Uslu
(voorzitter)                  Directeur Allard                  Curator en docent
Directeur Reinwardt           Pierson Museum                    cultureel erfgoed,
Academie                                                        museologie en
                              Steven ten Thije                  cultuurbeleid
Lennart Booij                 Conservator Van
(raadslid)                    Abbemuseum                        Dieuwertje
Ondernemer en o.a.                                              Wijsmuller
directeur                     Hélène Besançon                   Eigenaar Creative
Amsterdam Light               Conservator                       Culture Consultancy
Festival                      Nationaal
                              Glasmuseum                        Harry Tupan
Emilie Gordenker                                                Algemeen directeur
Directeur                                                       Drents Museum
Mauritshuis
Bureau Raad voor Cultuur
Pieter Bots                   Philippine Jenster
senior                        beleidsadviseur
beleidsadviseur
                                                                                    84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Bijlagen / Overzicht gesprekspartners
        Overzicht gesprekspartners
De commissie heeft expertmeetings georganiseerd over verschillende
onderwerpen: beheer, presentatie, maatschappelijke activiteiten en publiek,
marketing en publiek, en financiën. Verder vonden er expertmeetings plaats
met musea van uiteenlopende grootte. De commissie heeft apart gesproken
met vertegenwoordigers van de Museumvereniging, het Mondriaan Fonds,
de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Vereniging Rembrandt en de
BankGiro Loterij.
Emily Ansenk                  Marjolein                         Marieke
Kunsthal                      van Breemen                       van der Donk
                              NEMO                              MuseumTV
Onno Bakker
muZEEum                       Laura van Breen                   Birgit Donker
                              Rijksdienst voor het              Mondriaan Fonds
Marièlle Beek                 Cultureel Erfgoed
Perspekt Studio’s                                               Margo Elemans
                              Annemies                          Museum Jan Cunen
Willem Bijleveld              Broekgaarden
Nederlands                    Rijksmuseum                       Sjarel Ex
Openluchtmuseum               Amsterdam                         Museum Boijmans
                                                                van Beuningen
Fusien Bijl                   Edwin Buijsen
de Vroe-Verloop               Mauritshuis                       Anastasia
Vereniging                                                      van Gennip
Rembrandt                     Saskia Cornelissen                Van Abbemuseum
                              Nederlands
Andreas Blühm                 Fotomuseum                        Karin van Gilst
Groninger Museum                                                tijdens het
                              Annemarie                         adviestraject
Bert Boer                     den Dekker                        Stedelijk Museum
Muiderslot                    Amsterdam Museum                  Amsterdam
Jelle Bouwhuis                Taco Dibbits                      Tonko Grever
Stedelijk Museum              Rijksmuseum                       Museum Van Loon
Amsterdam                     Amsterdam
                                                                Chris Groeneveld
Jeroen Branderhorst           Nicole van Dijk                   Cultuurmaatschappij
BankGiro Loterij              Museum Rotterdam
                                                                Hendrik Hachmer
Marie-Luce Bree                                                 Veenkoloniaal
Foam                                                            Museum
                                                                                    85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Mijke Harst          Amber Leguit        Axel Rüger
van den Berg         Museumvereniging    Van Gogh Museum
Museumplein
Limburg              Imara Limon         Bart Rutten
                     Amsterdam Museum    Centraal Museum
Hans Hooijmaijers
Rijksmuseum          Hans Looijen        Hedwig Saam
Boerhaave            Museum het          tijdens het
                     Dolhuys             adviestraject
Jan Hovers                               Nationaal Militair
Zaans Museum         Frits Loomeijer     Museum
                     Maritiem Museum
Michael Huijser      Rotterdam           Marjan Scharloo
Scheepvaartmuseum                        Teylers Museum
                     Ben van Loon        Jos Schatorjé
Stijn Huijts         Gemeente            Limburgs Museum
Bonnefantenmuseum    Rotterdam
                                         Marieke
Edwin van Huis       Michel van          van Schijndel
Naturalis            Maarseveen          Museum
Biodiversity Center  Paleis Het Loo      Catharijneconvent
Sigrid Ivo           Sarah Malko         Stijn
Tassenmuseum         Mondriaan Fonds     Schoonderwoerd
                                         Museum voor
Cathy Jacob          Lisette Mattaar     Wereldculturen
Museum Boijmans      Humanity House
van Beuningen                            Emile Schrijver
                     Kees van der Meiden Joods Cultureel
Geertje Jacobs       Noorderlicht        Kwartier
Het Noordbrabants
Museum               Behrang Mousavi     Catrien Schreuder
                     Het Nieuwe          Museum Boijmans
San Jonker           Instituut           van Beuningen
Museum zonder
Muren                Arnoud Odding       Klaartje Schweizer
                     Rijksmuseum         Nederlands
Eva Kalis            Twenthe en          Openluchtmuseum
Rijksmuseum          Twentse Welle
Amsterdam                                Willemijn
                     Jolande Otten       Simon van Leeuwen
Lodewijk Kuiper      Stichting Onterfd   GeoFort
Museumvereniging     Goed
                                         Renée Steenbergen
Fransje              Marineke            Bureau Renée
Kuyvenhoven          van der Reijden     Steenbergen
Rijksdienst voor het Mondriaan Fonds
Cultureel Erfgoed
                                                            86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>Björn Stenvers    Jennifer Tosch    Siebe Weide
tijdens het       Black Heritage    Museumvereniging
adviestraject     Tours
Samenwerkende                       Gaby Wijers
Amsterdamse Musea Claudia Urru      LIMA
                  Zeeuws Museum
Marco Streefkerk                    Diana Wind
DEN               Ruud Visschedijk  freelance
                  Nederlands        management
Benno Tempel      Fotomuseum        consultant
Gemeentemuseum                      en curator
Den Haag          Agnes Vugts
                  RaadSaam          Bauke Zeilstra
Anna Tiedink      Erfgoedprojecten  Rijksdienst voor het
tijdens het                         Cultureel Erfgoed
adviestraject     Melissa de Vreede
Zuiderzeemuseum   LKCA
Anne-Floor        Stephan Warnik
van Tilburg       Zuiderzeemuseum
Stadsschouwburg
Amsterdam
                                                         87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Bijlagen / Literatuur
         Literatuur
Ape en Dialogic                Boonzaaijer, G.,         CODART
Economische                    Geukema, R.,             ‘codart.nl’
ontwikkelingen in de           Goudriaan, R.
cultuursector,                 Kunstenaarshonoraria     Collectie Nederland
2009 – 2016                    in de praktijk.          ‘collectienederland.nl’
In opdracht van het            Beeldende kunst in
                                                        Creative Europe
ministerie van OCW             Nederland
                                                        Desk NL,
Utrecht, 2017                  2015
                                                        Dutch Culture
BankGiro Loterij               Bossema, W.              Feiten & cijfers
‘ bankgiroloterij.nl’          Musea                    Creative Europe
                               dekoloniseren,           Cultuur 2015
Bergevoet, F.                  hoe doe je dat?          Amsterdam, 2016
Nieuwe                         Volkskrant Webblog
museumvormen                                            Cultuureducatie met
                               ‘volkskrant.nl’
vragen om andere                                        Kwaliteit
                               2017
afbakeningscriteria.                                    ‘cultuureducatie
Is een museum een              BREEAM NL                metkwaliteit.nl’
museum als er                  ‘breeam.nl’
                                                        Erfgoedinspectie
‘museum’ op staat?’
                               CBS                      Zicht op de
In Boekman 97
                               In samenwerking          rijkscollectie.
De Staat van
                               met RCE,                 Onderzoek naar het
Cultuur
                               Museumvereniging,        beheer van de
Lancering
                               OCW                      rijkscollectie
Cultuurindex
                               Musea in                 Den Haag, 2016
Nederland
Amsterdam, 2013                Nederland 2016
                                                        Europeana
                               Den Haag, 2017
                                                        ‘ europeana.eu’
Bibliotheekblad
Bibliothecarissen              CBS
                                                        European
meest vergrijsde               Onderzoeks-
                                                        Commission
beroepsgroep                   omschrijvingen
                                                        Cultural Access and
van Nederland                  Musea
                                                        Participation
‘bibliotheekblad.nl’           ‘cbs.nl’
                                                        2013
2017                           2017
                               CBS StatLine
                               Musea; bezoeken,
                               tarieven en type
                               collectie,
                               1993 – 2013
                               ‘opendata.cbs.nl’
                               2017
                                                                                88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>Finnish Museums         Kwink Groep,          Minister van OCW
Association             Panteia, Rebel        Uitvoering van de
Agreement on the        Sectorbeschrijvingen  motie-van Veen
rights to publish art   cultuur               over de besteding
in Finnish museums’     In opdracht van het   vanuit het
collections             ministerie van OCW    bestemmingsfonds OCW
‘museoliitto.fi’        2017                  Den Haag, 2017a
2017
                        Lent, D. van,         Ministerie van OCW
FOAM                    Ribbens, A.           Cultuur in Beeld
‘foam.org’              Gratis kunst die      Den Haag, 2017b
                        stiekem toch
Hupperetz, W.M.H.       1,5 miljoen kost      Ministerie van OCW
Het museum als          ‘nrc.nl’              Erfgoedbalans 2017
medium                  2017                  Den Haag, 2017c
van het geheugen.
Over de biografie       Lent, D. van          Ministerie van OCW
van erfgoedcollecties   Strop in Beijing voor Cultuur in een
Amsterdam, 2017         het Van Gogh          open samenleving
                        ‘nrc.nl’              Den Haag, 2018
ICOM                    2017
Museumdefinitie                               Ministerie van WVC
‘icom.museum’           Mensch, P. van        Deltaplan.
2017                    Towards a             Cultuurbehoud in
                        methodology           Nederland
Idema, J.,              of museology          Den Haag, 1990
Herpt, R. van           PhD onderzoek,
Beyond the black                              Ministerie van WVC
                        Universiteit
box and the white                             Nota Museumbeleid
                        van Zagreb
cube.                                         1985
                        Zagreb, 1992
Hoe we onze musea
                                              Mondriaan Fonds
en theaters kunnen      Metamorfoze
                                              Toekenningen 2015
vernieuwen              ‘ metamorfoze.nl’
                                              en 2016
2010
                        Ministerie van CRM    ‘
Instituut Collectie     Naar een nieuw        mondriaanfonds.nl’
Nederland               museumbeleid          2017
Leidraad voor het       Rijswijk, 1976
                                              Mondriaan Fonds
afstoten van museale
                        Ministerie van OCW    Positieve
collecties
                        Museumbrief.          tussenbalans.
2006
                        Samen werken,         Bijdrage
KIEN                    samen sterker         Samenwerking
‘immaterieelerfgoed.nl’ Den Haag, 2013        Musea
                                              ‘mondriaanfonds.nl’
                        Ministerie van OCW    2017
                        Subsidieregeling
                        indemniteit           Mondriaan Fonds
                        bruiklenen 2016       Jaarverslag 2016
                        Den Haag, 2015        Amsterdam, 2017
                                                                   89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>Museumeducatie           Museumvereniging      Raad voor Cultuur
Prijs                    ‘museumvereniging.nl’ De
‘museumeducatieprijs.nl’                       Cultuurverkenning.
                         NBTC Holland          Ontwikkelingen en
Museumpleinbus           Marketing             trends in het
‘museumpleinbus.nl’      ‘nbtc.nl’             culturele leven in
                                               Nederland
Museumregister           Netwerk Digitaal
                                               Den Haag, 2014
Nederland                Erfgoed
‘museumregister          Nationale strategie   Raad voor Cultuur
nederland.nl’            digitaal erfgoed      Agenda Cultuur.
                         Den Haag, 2015        2017 – 2020 en
Museumvereniging
                                               verder
Jaarverslag 2006         NWO
                                               Den Haag, 2015
Amsterdam, 2007          ‘nwo.nl’
                                               Raad voor Cultuur
Stichting Museana        Onderwijsraad,
                                               Advies Culturele
Museumcijfers 2011       Raad voor Cultuur
                                               Basisinfrastructuur
Amsterdam, 2012          Cultuureducatie:
                                               2017 – 2020
                         leren, creëren,
Museumvereniging                               Den Haag, 2016
                         inspireren!
Museumcijfers 2014.      Den Haag, 2012        Raad voor Cultuur
Jaaruitgave
                                               Cultuur voor stad,
Stichting Museana        Overheid.nl
                                               land en regio.
Amsterdam, 2015          Erfgoedwet
                                               De rol van stedelijke
                         ‘wetten.overheid.nl’
Museumvereniging                               regio’s in het
Museumcijfers 2015       Platform              cultuurbestel
Jaaruitgave              Onderwijs2032         Den Haag, 2017
Stichting Museana        Ons onderwijs2032.
                                               Raad voor Cultuur,
Amsterdam, 2016a         Eindadvies
                                               Sociaal-
                         Den Haag, 2016
Museumvereniging                               Economische Raad
Slimmer Lenen.           Raad voor Cultuur     Verkenning
Uitgangspunten           Leidraad voor het     arbeidsmarkt
bruikleenverkeer         Afstoten van          culturele sector
binnen Nederland         Museale Objecten      Den Haag, 2016
Amsterdam, 2016b         Den Haag, 2011
                                               Raad voor Cultuur,
Museumvereniging,        Raad voor Cultuur     Sociaal-
Stichting Museana,       Ontgrenzen en         Economische Raad
Stichting                Verbinden.            Passie gewaardeerd.
Museumkaart              Naar een nieuw        Versterking van
Museumcijfers 2016       museaal bestel        de arbeidsmarkt
Amsterdam, 2017a         Den Haag, 2013        in de culturele en
                                               creatieve sector
Museumvereniging                               Den Haag, 2017
Jaarverslag 2016
Amsterdam, 2017b                               RCE
                                               ‘cultureelerfgoed.nl’
                                                                     90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>RCE                   The Art of Impact       VSBfonds
Erfgoedmonitor        ‘theartofimpact.nl’     Aanpassingen
‘erfgoedmonitor.nl’                           donatiebeleid
                      The Rembrandt           ‘vsbfonds.nl’
RCE                   Database                2017
Nationale             ‘rembrandtdatabase.org’
Kennisagenda                                  VSBfonds, Movisie,
voor het              Thije, S. ten           Erfgoed Gelderland,
Museale Veld          Het geëmancipeerde      Landelijk Contact
Amersfoort, 2014      museum.                 van
                      Essay 012,              Museumconsulenten
Richtlijn voor        Mondriaan Fonds,        Vrijwilligers: pijlers
Kunstenaarshonoraria  Amsterdam, 2016         onder de musea.
‘kunstenaars                                  1-meting onderzoek
honorarium.nl’        Tweede Kamer
                                              naar vrijwilligers in
                      Meer geld voor
                                              musea
SCP                   kunst
                                              2016
Sport en cultuur.     en cultuur
Patronen in           ‘tweedekamer.nl’        VVD, CDA, D66,
belangstelling en     2017                    ChristenUnie
beoefening                                    Vertrouwen in de
Den Haag, 2016        Tweede Kamer
                                              toekomst.
                      Motie nr. 29, 34
                                              Regeerakkoord
Sigmond, J.P.,        775 VII
                                              2017 – 2021
Jacobs, E.M.          Vergaderjaar
                                              Den Haag, 2017
Uitlenen is een kans. 2017 – 2018
Museaal                                       Wijers, G.,
bruikleenverkeer      UNESCO
                                              Bosma, H.
in Nederland          Recommendation
                                              Generieke
Museumvereniging      concerning the
                                              Workflows Born
Amsterdam, 2014       Protection and
                                              Digital Erfgoed.
                      Promotion of
                                              Behoud van Born
Simon, N.             Museums and
                                              Digital Erfgoed in
The Participatory     Collections, their
                                              Nederland: film,
Museum                Diversity and their
                                              fotografie,
2010                  Role in Society
                                              architectuur, kunst
                      Parijs, 2015
Staatscourant                                 2015
Cultuurconvenant      Van Abbemuseum
                                              WRR
2017 – 2020           Doe-het-zelf Archief
                                              Cultuur
2017                  ‘vanabbemuseum.nl’
                                              herwaarderen
                      2017
Stichting Museana                             Den Haag, 2015
Museumcijfers 2011    Vereniging
Amsterdam 2012        Rembrandt
                      Jaarverslag 2016
Teylers Museum        Den Haag, 2017
Het Lorentz Lab
‘teylersmuseum.nl’    VRdays
2017                  ‘vrdays.co’
                                                                     91
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>           Toekomst Cultuurbeleid / Musea / Colofon
           Colofon
In wankel evenwicht,
is een uitgave van de Raad voor Cultuur.
Leden
Marijke van Hees voorzitter
Brigitte Bloksma
Lennart Booij
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Cees Langeveld
Thomas Steffens
Liesbet van Zoonen
Jeroen Bartelse directeur
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
070 – 3106686
‘info@cultuur.nl’
‘www.cultuur.nl’
Ontwerp
‘High Rise’
Alle adviezen van de raad zijn ook te vinden op ‘cultuur.nl’.
Wilt u op de hoogte blijven van de activiteiten van de raad?
Dan kunt u zich aanmelden voor de ‘nieuwsbrief’.
Volg ons ook op ‘Twitter’.
Het is toegestaan (delen van) de inhoud van de jaarverslagen
te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur
en het jaarverslag als bronnen worden vermeld.
Aan de jaarverslagen kunnen geen rechten worden ontleend.
© Raad voor Cultuur, april 2018
                                                                92
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke
adviesorgaan van de regering en
het parlement op het terrein van kunst,
cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over actuele
beleidskwesties en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>