<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre> Sectoradvies Audiovisueel
Zicht op
zo veel
meer
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>   Voorwoord                                                         4
1. Inleiding		                                                       8
   Gezellig samen tv-kijken?                                         8
   De adviesvraag                                                    9
   Publieke waarden en de audiovisuele sector                       11
   Een veranderd landschap                                          13
   Opzet van het advies                                             17
2. De audiovisuele sector vanuit
   cultureel perspectief                                            19
   Artistieke ontwikkelingen in productie en presentatie            19
   Scholing                                                         23
3. De audiovisuele sector vanuit
   maatschappelijk perspectief                                      29
   Ons kijkgedrag                                                   29
   De opkomst van internationale superplatforms                     33
   Pluriformiteit en toegankelijkheid                               35
   Bioscopen, filmtheaters en filmfestivals                         39
   Bewaren en ontsluiten van audiovisueel materiaal                 41
   Mediawijsheid en filmeducatie                                    43
   Diversiteit voor en achter de camera                             46
4. De audiovisuele sector vanuit
   economisch perspectief                                           49
   Algemeen beeld                                                   49
   Markt                                                            50
   Overheid                                                         57
   Bevorderen van circulariteit                                     62
   Naar een AV Fonds                                                66
5. Samenvatting en aanbevelingen		                                  70
   1. Creëer de randvoorwaarden voor een vitale audiovisuele sector 71
   2. Stel een investeringsagenda op                                72
   3. Stimuleer mediawijsheid en filmeducatie                       72
   4. Versterk het culturele audiovisuele product                   73
   5. Zorg voor brede toegankelijkheid van
		 Nederlands audiovisueel materiaal                                73
   6. Vergroot de organisatiegraad en slagkracht                    74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Bijlagen		                  76
Adviesaanvraag              77
Schets van de sector        79
Samenstelling commissie     94
Overzicht gesprekspartners  95
Literatuur                 100
Colofon                    105
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / Voorwoord
         Voorwoord
“Whoever controls the media, the images,
controls the culture” – Allen Ginsberg
De Nederlandse audiovisuele sector heeft te maken met een ongekende dynamiek.
De productie, distributie en consumptie van ‘mediacontent’ veranderen razendsnel.
In slechts een paar jaar tijd is ons mediagebruik spectaculair toegenomen, met name
door mobiele apparaten met snelle internettoegang. [ 1 ]
De kracht van beeld is groot: we kijken vaak en veel. Dat doen we wel steeds minder
via televisie, minder lineair en meer online. En dat online mediagebruik wordt sterk
beïnvloed door de (distributie)mogelijkheden van een handvol grote Amerikaanse
bedrijven: betaalplatforms als Netflix en superplatforms zoals Google, Facebook,
Apple en Amazon. Hun algoritmen bepalen wat wij persoonlijk voorgeschoteld
krijgen. Door hun enorme economische kracht distribueren zij veelbekeken en veelal
kwalitatief hoogwaardige series, films en een veelheid aan andere content, die zij in
toenemende mate zelf laten produceren. Ze helpen die producties de wereld in met
uitgekiende marketing, gebaseerd op kennis opgebouwd uit grote hoeveelheden
gebruikersdata.
Op het eerste gezicht vaart de Nederlandse audiovisuele sector nog manmoedig en
zonder al te veel averij door deze beeldenstorm. Nederland kent een internationaal
gewaardeerde traditie, met name op het gebied van kinder- en jeugdfilms en
documentaires. Op prestigieuze internationale filmfestivals krijgen Nederlandse
producties een podium en winnen ze regelmatig prijzen. [ 2 ]
Nederland loopt daarnaast voorop bij de implementatie van innovatieve
technologieën en formats. Een flink aantal bedrijven en productiehuizen
onderscheidt zich met immersive technology-toepassingen als augmented en
virtual reality. Door onze open geest en economie adopteren we in Nederland
gemakkelijk internationale programma’s en techniek. [ 3 ] Daardoor zijn we een
veelgebruikte ‘testmarkt’. De Nederlandse technische infrastructuur – kabel
(glasvezel en koper) en 4G – heeft een hoge penetratie, waardoor nieuwe diensten
gemakkelijk de weg naar consumenten vinden.
De groeiende aanwezigheid en invloed van grote buitenlandse partijen, met
voornamelijk internationale content, brengen echter de levensvatbaarheid van de
Nederlandse audiovisuele sector in gevaar. Het bereik van Nederlandse programma-
aanbieders – zowel commercieel als publiek – vermindert door de groei van de
buitenlandse betaal- en superplatforms en hun grote , voornamelijk internationale,
aanbod. Er is sprake van een verdringingsmechanisme: als je kijkt naar het een, sluit
je het ander uit. Dat leidt op termijn tot een winner takes all-markt. In de
bioscoopsector zien we dezelfde ontwikkeling: het grootste deel van de markt is in
                                                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>handen van drie buitenlandse concerns en het marktaandeel van het Nederlandse
product neemt af. [ 4 ] De toegang tot en zichtbaarheid van Nederlandse content
worden daarmee kleiner. En wanneer Nederlandse omroepen of producties minder
mensen bereiken, nemen relevantie en daarmee de exploitatiemogelijkheden ook af.
Recente prognoses over dramatisch dalende reclame-inkomsten voor de
commerciële en publieke omroep illustreren dit eens te meer. [ 5 ] Daar komt bij dat
publieke financiering voor de publieke omroep de afgelopen jaren is gedaald.
Het gevaar dreigt hierdoor dat de Nederlandse audiovisuele sector in een
neerwaartse spiraal belandt. Met minder middelen zijn kwaliteitsproductie in de
gewenste hoeveelheden en innovatie moeilijker te realiseren. Verlies aan relevantie
en marginalisering van het Nederlandse audiovisuele product liggen dan in het
verschiet.
Is dat erg? De raad vindt van wel.
De Nederlandse audiovisuele sector vertelt de verhalen van Nederland. Hij
produceert een beeldenstroom die gemaakt is vanuit Nederlandse perspectieven,
identiteiten en in de Nederlandse taal. In die zin zijn Nederlandse audiovisuele
producties een spiegel van onze cultuur en ‘mede vormend voor de wijze waarop wij
onszelf en anderen waarnemen’. [ 6] De audiovisuele sector draagt bij aan ons creatief
klimaat, aan een veelzijdig aanbod van kwalitatief hoogwaardige films,
dramaproducties, documentaires en journalistieke producties. Het is bovendien een
sector die een cruciale rol speelt voor een onafhankelijke pluriforme
nieuwsvoorziening. De publieke waarden die de Nederlandse audiovisuele sector
vertegenwoordigt, waaronder een pluriform, onafhankelijk en kwalitatief
hoogwaardig media-aanbod, zijn dermate belangrijk dat de overheid deze heeft
vastgelegd in de Mediawet en de Wet op het specifiek cultuurbeleid en erop toeziet
dat deze gewaarborgd blijven. Het is in het licht van deze waarden dat wij hechten
aan een vitale Nederlandse audiovisuele sector. Een sector waarin pluriforme,
kwalitatief hoogwaardige content gemaakt wordt, die zichtbaar en toegankelijk is
voor een breed publiek.
Het overheidsbeleid en de wetgeving van nu zijn geënt op een medialandschap van
enkele jaren terug. Daardoor kan er onvoldoende adequaat en snel ingespeeld
worden op de transformatie die de sector nu doormaakt en komen publieke waarden
onder druk.
In dit advies zijn wij nagegaan welke stappen de overheid kan nemen om het
Nederlandse audiovisuele bestel toekomstbestendig te maken. Vanuit cultureel,
economisch en maatschappelijk perspectief hebben wij ontwikkelingen in de
audiovisuele wereld geanalyseerd en daaraan adviezen verbonden.
Een vingerwijzing vooraf: het is te laat voor incrementele stappen – een beetje meer
zus, een beetje minder zo. We stellen een aantal vergaande ingrepen voor. Maar niet
overal hebben we pasklare antwoorden op. Sommige ontwikkelingen in deze sector
veranderen terwijl je erover schrijft. Wij roepen daarom de audiovisuele sector in
Nederland op om gezamenlijk in te spelen op de razendsnelle technologische en
economische ontwikkelingen. Wij zien op dit moment een versplinterde sector,
waarin veel partijen vanuit het eigen rationale vechten voor lijfsbehoud, eye balls of
marktaandeel. Een winner takes all-scenario ontvouwt zich, waarin enkele
                                                                                       5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>internationale partijen steeds groter worden en veel andere, vooral nationale,
partijen met steeds minder ruimte genoegen moeten nemen en waardoor de
Nederlandse burger steeds minder Nederlands audiovisueel product krijgt. De
oproep is dan ook: werk daarom samen – om de verhalen van Nederland te
vertellen.
De raad is grote dank verschuldigd aan de commissie die dit advies heeft voorbereid:
voorzitter Guido van Nispen en de leden Joop Daalmeijer, René Delwel, Dorien
Goertzen, Sander van Meurs, Tom de Mol, Erwin Provoost, Géke Roelink, Pim
Schmitz, Annemiek van der Zanden en Taco Zimmerman. De commissie werd
ondersteund door Jaap Visser, Anna Pedroli en Onno Aerden. Hun inbreng,
inspiratie en tijd waren cruciaal. De raad draagt de verantwoordelijkheid voor het
advies.
Het advies van de raad is mede gevormd door de vele gesprekken die zijn gevoerd,
met uiteenlopende partijen. Van (vertegenwoordigers van) scenarioschrijvers,
acteurs en editors tot de bioscoopexploitanten, omroepen en Amerikaanse bedrijven
als Facebook, Google en Netflix. Vertegenwoordigers van vrijwel alle partijen uit de
audiovisuele keten – productie, distributie, exploitatie, presentatie en beheer – zijn
gehoord. We hebben ook elders in Europa onze ogen en oren de kost gegeven. Net
als in de VS en Israël. [ 7 ] Vele landen worstelen met dezelfde nationale en
internationale problematiek en hebben soms belangwekkende en voor Nederland
interessante stappen gezet.
Wij danken alle gesprekspartners voor hun bereidheid om ervaringen, zorgen en
ideeën met ons te delen. Het discours is gestart maar zeker nog niet afgerond met dit
advies: er is zicht op zo veel meer. De raad zet het gesprek graag voort.
Marijke van Hees, voorzitter
Jeroen Bartelse, directeur
                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>   1
In 2016 had 86 procent van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder
een smartphone.
   2
In 2016 wonnen Nederlandse films 171 prijzen op internationale
filmfestivals (in 2015: 108); 47 Nederlandse speelfilms werden
geselecteerd op A-filmfestivals als Venetië, Locarno, Toronto en San
Sebastian. Speelfilms en makers wonnen in totaal 56 prijzen.
Documentaires, animatiefilms, filmisch experiment en korte films en
makers werden 160 keer geselecteerd voor A-filmfestivals en beloond
met 115 prijzen (in 2015: 61).
   3
De Nederlandse markt heeft daarnaast als voordeel dat programma’s
ondertiteld worden, in plaats van het veel duurdere en tijdrovende
nasynchroniseren.
   4
De drie grote concerns zijn: Pathé, Vue en Kinepolis.
   5
Onderzoek inkomstenopties
2017 – 2022.
Landelijke Publieke Omroep (LPO), EY,
Hilversum,
17 november 2017
   6
Hoe komen wij in beeld? Cultuurhistorische aspecten van de
Nederlandse televisie.
Leeuw, S. de
Universiteit Utrecht, 2003
   7
In Israël zijn, zeker voor een land met slechts negen miljoen inwoners,
zeer veel technologiebedrijven en startups gevestigd. Alle
superplatforms hebben er dan ook R&D-centra. Die superplatforms
hebben bovendien intensieve ‘accelerator’ programma’s voor
Israëlische startups. Tel Aviv is inmiddels de tweede stad ter wereld
(na Silicon Valley) als het gaat om innovatie.
                                                                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / Inleiding / 1. Inleiding
         1. Inleiding
Gezellig samen tv­kijken?
Hoewel inmiddels breedbeeld, ultradun, ultra­high­definition, ‘smart’, en voorzien
van 3D-features – de televisie is als apparaat dat centraal in de huiskamer staat of
hangt, bezig aan een ongekend snelle ‘afmars’. Ervoor in de plaats heeft een waar
leger aan kleinere schermen onze levens betreden, soms meer dan tien per
huishouden. Intelligente schermen zijn het, touchscreens die gekoppeld zijn aan
servers thuis of in de cloud.
Het ‘televisieavondje’ van nog niet heel lang geleden, waarbij het gezin zich als
vanzelfsprekend rond de beeldbuis verzamelde om gezamenlijk al dan niet met een
half oog de voorgeschotelde beelden te consumeren, is inmiddels vervangen door
avondjes waarbij gezinsleden min of meer in elkaars buurt verzonken zijn in een
eigen mediale wereld – of die nu bestaat uit games, Netflix-series, sociale media of
lineaire televisieprogramma’s. De kans is bovendien reëel dat ook zo’n
oorspronkelijk voor televisie gemaakt programma niet ‘lineair’ – via een uitzending
op tv – wordt geconsumeerd maar online, in een lange teug of in kleine slokken, op
een moment en op de plek dat het uitkomt en niet op het tijdstip dat in de tv-gids
vermeld staat.
Wie denkt dat dit het einde is van een ontwikkeling die zich pakweg twintig jaar
geleden inzette met de komst van mobiele apparaten en streamingvideo’s op
internet, heeft het mis. De ‘beeldenstorm’ die de televisie van zijn voetstuk heeft
getrokken, woedt in alle hevigheid verder. Grote, hoofdzakelijk Amerikaanse
internetplatforms – we noemen ze in dit advies vaak ‘superplatforms’ – domineren
inmiddels nagenoeg wereldwijd audiovisuele markten. Feitelijk is er sprake van een
oligopolie van een beperkt aantal zeer machtige en rijke internet-conglomeraten, die
steeds nadrukkelijker aan het roer staan van allerlei lokale discussies over
rechtenkwesties, datagebruik en productiekwaliteit.
Als we niet uitkijken – en dat is precies wat de grondslag is van dit rapport en onze
aanbevelingen: uitkijken en ingrijpen, voor het te laat is – valt onze nationale,
rijkgeschakeerde en op sommige vlakken succesvolle, audiovisuele industrie ten
prooi aan die megabeweging. Dan valt niet uit te sluiten dat het beeld uit de
Amerikaanse bestseller ‘Ready Player One’ van Ernest Cline uit 2011 werkelijkheid
wordt. [ 1 ]
Het boek is een hit omdat het, net als Dave Eggers’ ‘The Circle’, beschrijft hoe de
nabije toekomst eruit kan zien als we simpelweg de lijntjes doortrekken die op
mediagebied vandaag al zijn getrokken. ‘Ready Player One’ schetst mogelijk een te
sombere maar niet geheel ondenkbare nabije toekomst, waarin een virtuele wereld
de plaats heeft ingenomen van onze huidige mediabeleving.
                                                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Die wereld, die in handen is van één organisatie, wordt geleverd door een device dat
alle gezinsleden voorziet van een virtuele vluchtheuvel te midden van een snel
wegkwijnende buitenwereld.
Vooruit, het boek is ‘for the sake of argument’ zwaar aangezet, maar de essentie is
duidelijk: er is sprake van een sluipende beweging van het verlies van controle over
wat we zien, en waar en wanneer. De vraag is: hoe kunnen wij voorkomen dat de
Nederlandse audiovisuele industrie zelf niet werkelijk meer zal kunnen beslissen
over vorm en inhoud van producties en informatiestromen? Die vraag kun je
beantwoorden langs de economische meetlat, en dan kun je hem herformuleren tot
deze: leiden de snelheid en de impact van de veranderingen in media-aanbod en -
gebruik tot een onherstelbare, onomkeerbare teloorgang van die nu nog vitale
Nederlandse av-industrie?
Of je kunt de vraag formuleren langs de maatschappelijke meetlat. Waar televisie
altijd werd gezien als spiegel en medevormgever van de cultuur, geldt dit net zo goed
voor de huidige veelgebruikte en veelbekeken platforms. [ 2 ] Wat betekenen de
veranderingen van het media-aanbod en -gebruik voor de Nederlandse cultuur of
publieke waarden? Voor de Nederlandse culturele rijkdom? Wat betekent het
veranderende mediagebruik voor de zichtbaarheid van pluriforme en onafhankelijke
informatie vanuit Nederlandse perspectieven? Is de content die we zien eenzijdig,
gekleurd of misschien wel nep? Wat zijn de gevolgen voor de kwaliteit: wordt er
steeds meer eenheidsworst gemaakt en is productie te veel gericht op de
veronderstelde vraag? Dergelijke vragen hebben betrekking op de maatschappelijke
en culturele rol van de Nederlandse audiovisuele sector in het nieuwe
medialandschap.
De adviesaanvraag
Dit advies over de audiovisuele sector is een van de tien sectoradviezen die de Raad
voor Cultuur tussen november 2017 en juli 2018 uitbrengt. Het doel van deze
adviezen is trends en ontwikkelingen te beschrijven, knelpunten en kansen te duiden
en beleidsopties voor de korte en lange termijn te verkennen. Dit advies over de
audiovisuele sector neemt een bijzondere positie in omdat het zowel het cultuur- en
onderwijsbeleid als het economisch en mediabeleid raakt.
Dat beleid vergt wat ons betreft zowel een verrekijker als een microscoop: we
analyseren veranderingen in de mondiale audiovisuele media-industrie, maar kijken
ook naar het dagelijkse werk van de makers – de werkvloer van de audiovisuele
sector. In dit advies doen wij een poging om uiteenlopende ontwikkelingen in deze
sector in samenhang met elkaar te bezien.
Een punt van afbakening vooraf. Wij richten ons in dit advies op het deel van de
audiovisuele sector waar het scherm, het beeld, heerst. Zo laten we radio en
audiopodcast in dit advies buiten beschouwing. Deze media zijn in onze ogen van
groot belang, maar we richten ons hier op de productie, distributie en exploitatie van
audiovisuele producten; bewegend beeld dus. [ 3 ]
                                                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Tijdens de voorbereiding van het advies kwamen, naast radio, nog twee
onderwerpen naar voren die een apart en eigenstandig adviestraject verdienen:
mediawijsheid en journalistiek. In 2005 introduceerde de raad het begrip
mediawijsheid. Dertien jaar later heeft het geenszins aan belang ingeboet. De vraag
hoe we ervoor kunnen zorgen dat alle burgers – kinderen en volwassenen –
mediawijs zijn, ligt aan de basis van elke discussie over de invloed van digitalisering,
media en beeldcultuur op onze samenleving. Het onderwerp komt in dit advies wel
aan de orde, maar wij zullen er mogelijk in een later stadium uitgebreider over
adviseren.
Het derde thema dat de raad in een ander adviestraject verder zal uitwerken, is de
vraag onder welke randvoorwaarden betrouwbare en onafhankelijke
nieuwsvoorziening, zowel op nationaal als op regionaal niveau, gewaarborgd kan
blijven. Zo’n nieuwsvoorziening is een pijler onder de Nederlandse democratie.
Maar zij staat onder druk. Nepnieuws, informatiefilters en de rol en invloed van
grote internationale mediaplatforms roepen de vraag op of de pijler nog wel stevig
genoeg is. [ 4 ] Veel dagbladen hebben te maken met dalende oplagen en advertentie-
inkomsten. De regionale journalistiek verschraalt en lijkt langzamerhand uit onze
steden en streken te verdwijnen. [ 5 ] Het behoud van een pluriforme en
onafhankelijke nieuwsvoorziening komt wel enigszins aan de orde in dit advies,
maar wij zullen er in een later stadium een eigenstandig advies over uitbrengen.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft ons de volgende vragen
gesteld: [ 6]
1.  Wat is er nodig om pluriforme en kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele
    audiovisuele content te stimuleren, gezien het veranderende medialandschap?
2.  Wat is er nodig om te zorgen dat deze content toegankelijk is en het publiek
    bereikt, ook internationaal?
In deze vragen liggen de publieke waarden van het media- en cultuurbeleid besloten.
De Nederlandse audiovisuele sector produceert content die gemaakt is vanuit een
diversiteit aan Nederlands perspectieven en – doorgaans – in de Nederlandse taal.
Zij draagt bij aan ons creatief klimaat, staat voor een pluriform aanbod en voor
kwalitatief hoogwaardige speelfilms, animatiefilms, dramaseries, documentaires en
innovatieve producties. Zij speelt een cruciale rol in de onafhankelijke
nieuwsvoorziening en zorgt ervoor dat mensen in contact komen met andere kunst-
en cultuuruitingen.
In dit advies gaan wij na wat de impact is van de stormachtige ontwikkelingen in de
audiovisuele sector op deze publieke waarden. Staan zij onder druk? En zo ja, op
welke wijze kunnen zij gewaarborgd blijven?
Omdat deze publieke waarden zo centraal staan in dit advies werken wij ze
hieronder eerst verder uit.
                                                                                         10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Publieke waarden en de audiovisuele sector
De overheid benadert de publieke waarden van de audiovisuele sector in essentie
vanuit twee beleidsdomeinen: het mediabeleid en het cultuurbeleid.
In het mediabeleid staat van oudsher de regulering van het omroepbestel centraal.
In ons land hebben we sinds de geboorte van radio en televisie – in 1924 startte de
radio en de televisie volgde in 1951 – een unieke oplossing gevonden voor de
inrichting van het omroeplandschap: een vertegenwoordiging op basis van
levensbeschouwing of politieke richting, waardoor verschillende geluiden uit de
maatschappij te horen zijn. Het ‘omroepbestel’ dat daaruit groeide en zich
ontwikkelde via nieuwe toetreders – deels niet meer gebaseerd op geloof of politieke
kleur, maar wel op een specifieke, vaak leeftijdsgebonden doelgroep – is nog steeds
een van de fundamenten onder het medialandschap. Het omroepbestel draait deels
op advertentie-inkomsten (ongeveer 20 procent), maar vooral op overheidssubsidies
en bijdragen van leden van omroepverenigingen. De politiek bemoeit zich niet actief
met de inhoud, met uitzondering van het stellen van voorwaarden in de Mediawet en
de prestatieovereenkomst die zij sluit met de NPO. Echter, de budgetten voor de
publieke omroep zijn wel onderdeel van politieke besluitvorming – een actueel
thema gezien de voorziene forse verdere terugval van de reclame-inkomsten.
In het cultuurbeleid staat de bevordering van de productie en van de verspreiding
van kwalitatief hoogwaardig cultureel audiovisueel aanbod centraal, zoals
speelfilms, documentaires, animaties en innovatieve mediaproducties. [ 7 ] Het Rijk
stimuleert dit via de zogenaamde culturele basisinfrastructuur (BIS), het Filmfonds
en het Fonds Creatieve Industrie. De BIS bevat vier filmfestivals en een
ondersteunende instelling, EYE. De andere rijksbijdrage voor de audiovisuele sector
verloopt voornamelijk via het Filmfonds. Het fonds werkt met een op de
audiovisuele sector toegesneden instrumentarium van selectieve regelingen waarbij
de kwaliteit van aanvragen inhoudelijk wordt getoetst. Ook heeft het fonds een
semiautomatische regeling: de Netherlands Film Production Incentive. Hierbij
gelden juridische, financiële en zakelijke criteria. Deze regeling heeft tot doel
productieactiviteit in Nederland te bevorderen en de internationale
concurrentiepositie te verbeteren.
Ontwikkeling, productie, distributie en vertoning van films worden via deze partijen
gegarandeerd en gefinancierd. Commerciële en publieke omroepen financieren een
aantal speelfilms mee en investeren in drama en documentaires. Daarnaast geven,
op lokaal niveau, een aantal gemeentebesturen subsidies aan filmtheaters en
festivals. In de bijlage schetsen we uitgebreider welke actoren er zijn binnen de
audiovisuele industrie van ons land.
Voor zowel het media- als het cultuurbeleid hanteert de overheid een aantal publieke
waarden – die in meer of mindere mate zijn vertaald naar doelstellingen. In de
adviesaanvraag wordt aangegeven dat het gaat om “het waarborgen en stimuleren
van een kwalitatief hoogstaand, pluriform, toegankelijk en zichtbaar cultureel
audiovisueel product in Nederland”. Wij vinden het belangrijk deze waarden nog
wat verder te expliciteren in de vorm van beleidsdoelstellingen. Heldere
doelstellingen geven houvast als het gaat om de vraag waarop beleid zich moet
richten en wie waarvoor verantwoordelijk is. Ook fungeren ze als kompas voor het
handelen van overheden en (semipublieke) instellingen in het cultuur- en
                                                                                     11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>mediaveld. In een poging om zowel recht te doen aan zowel het media- als aan het
culturele perspectief, onderscheiden wij hieronder vier hoofddoelstellingen voor
overheidsbeleid voor de audiovisuele sector.
Doelstelling 1
De overheid stimuleert de ontwikkeling van een pluriform en kwalitatief
hoogstaand cultureel en journalistiek audiovisueel product.
Deze doelstelling verwijst naar de verantwoordelijkheid van de overheid dat haar
burgers niet slechts een eenzijdig aanbod van audiovisuele content aangeboden
krijgen. In cultureel opzicht gaat het erom dat niet alleen binnen gevestigde genres
of naar de smaak van de meerderheid wordt geproduceerd, maar ook vernieuwende
stijlen aan bod komen. De overheid stimuleert kwalitatief hoogwaardige producties,
van speelfilms en drama tot experimentele films, documentaires, animaties en
dergelijke.
In maatschappelijk opzicht gaat deze doelstelling over Nederlandse verhalen en
Nederlandse identiteiten en regio’s: over nieuwsgaring vanuit een Nederlands
perspectief. Onze perspectieven op de wereld worden ook vertaald in audiovisuele
producties vanuit onze eigen historische context en tradities, maar ook door de ogen
van jongere generaties en cultureel diverse makers die met hun beeldtalen en
verhalen Nederland een hedendaags gezicht geven.
In journalistiek opzicht ziet deze doelstelling erop toe dat er voldoende pluriforme
en onafhankelijke journalistieke producties via de media worden gedistribueerd.
Doelstelling 2
De overheid waarborgt een toegankelijk audiovisueel aanbod.
Een publiek gefinancierd audiovisueel product moet toegankelijk en zichtbaar zijn.
Iedereen in Nederland, ongeacht leeftijd, culturele achtergrond, inkomen of
woonplaats, dient optimaal toegang te hebben tot uit publieke middelen
gefinancierde audiovisuele content. Idealiter ziet de overheid erop toe dat er
voldoende mogelijkheden zijn voor iedereen om kennis te maken met culturele
mediaproducties en objectieve nieuwsvoorziening.
Deze doelstelling gaat ook over de toegang tot ons audiovisuele erfgoed. Wij zien het
als een verantwoordelijkheid van de overheid dat dit wordt bewaard, onderhouden
en (digitaal) ontsloten – zodat ook generaties na ons er kennis van kunnen nemen.
Doelstelling 3
De overheid ziet erop toe dat er een veilige haven is voor makers van audiovisuele
content, om onafhankelijk te kunnen reflecteren op de samenleving en haar leden,
ook in kritische zin.
Makers van audiovisuele content, documentairemakers bijvoorbeeld, houden de
maatschappij een spiegel voor. Ze moeten vrijuit in staat zijn om gevestigde waarden
en opvattingen te bevragen en te bekritiseren. Deze doelstelling verwijst ook naar
het belang van een onafhankelijke nieuwsvoorziening, een pijler onder de rechtstaat.
                                                                                      12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Doelstelling 4
De overheid zorgt ervoor dat creatieve talenten kansen en mogelijkheden krijgen
om zich artistiek te ontplooien.
Met deze doelstelling geven we aan dat er in iedere fase van de medialoopbaan
faciliteiten en begeleiding beschikbaar moeten zijn om de beste talenten te laten
groeien. Dat betekent dat kinderen van jongs af aan digitale vaardigheden leren,
mediawijs worden, dat zij ‘leren kijken en maken’ en dat ze gelegenheid krijgen om
te ontdekken of ze creatieve talenten hebben. Het betekent ook dat jonge talenten
toegang kunnen krijgen tot plekken waar zij zich verder kunnen ontwikkelen:
medialabs, bibliotheken, filmtheaters, etc. En dat er faciliteiten zijn waar
mediamakers (startend, mid­career of gevestigd) zich verder kunnen ontwikkelen,
wanneer zij het kunstvakonderwijs hebben afgerond en een professionele
beroepspraktijk kunnen starten of al hebben gestart.
Deze doelstelling wijst ook op de verantwoordelijkheid van de overheid, sociale
partners en andere belanghebbenden om een gezond functionerende arbeidsmarkt
in de culturele en creatieve sector te waarborgen. Dat is namelijk niet
vanzelfsprekend; vraag en aanbod verkeren in een structurele disbalans. [ 8 ] Dat
drukt in delen van de sector de prijzen tot een maatschappelijk onwenselijk niveau
en leidt tot een zwakke onderhandelingspositie van een deel van de werkenden in de
audiovisuele sector, vooral zzp’ers. Met deze doelstelling leggen we vast dat de
overheid erop toeziet dat de arbeidsmarkt goed blijft functioneren.
De vier doelstellingen en de publieke waarden die zij vertegenwoordigen lopen als
een rode draad door dit advies. [ 9] In de audiovisuele sector worden deze waarden
vaak gekoesterd en beschermd. Maar we signaleren nu ook ontwikkelingen die deze
waarden onder druk zetten en compromitteren.
Een veranderd landschap
In de adviesaanvraag wordt opgemerkt dat het meeste overheidsbeleid voor de av-
sector tot stand is gekomen in een volstrekt ander medialandschap dan dat van nu,
en dat veel voorzieningen en regelingen mogelijk niet aansluiten bij de huidige
situatie. Dat is dus inderdaad het geval: techniek, spelers en het mediagebruik zijn
ingrijpend veranderd.
Nog geen vijftien jaar geleden bestond het Nederlandse audiovisuele landschap
vrijwel uitsluitend uit omroepen, bioscopen, filmtheaters, distributeurs van beeld-
en geluidsdragers en er was een omvangrijk verkoop- en verhuurcircuit (eerst
videobanden, later dvd’s/blu ray). En natuurlijk waren er ‘makers’ – van regisseurs
tot belichters, van editors tot geluidsexperts, van scenarioschrijvers tot producenten.
Een televisieprogramma keek je op het moment van uitzending of je nam het op. Als
je een nieuwe film wilde zien moest je naar de bioscoop en als je die daar had gemist
moest je wachten totdat die op VHS of later op dvd uitkwam. Of totdat die op tv
werd uitgezonden. Al deze windows van openbaarmaking dienden hun doel en
droegen bij aan een relatief gezond exploitatiemodel waarmee partijen binnen de
keten hun aandeel verdienden. Dat lijkt een eeuw terug, maar het is zoals gezegd nog
maar tien, vijftien jaar geleden.
                                                                                        13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>De komst van internet en digitalisering in dit landschap zorgde voor allerlei
veranderingen: van lineair naar on demand, van uitzendgemachtigden naar
technologiebedrijven.
Toch duurde het even voordat de audiovisuele industrie die zich rond die dragers,
distributeurs en vertoners had opgebouwd, aan het wankelen werd gebracht.
Daarvoor zorgde vooral de opkomst van betaalbaar snel draadloos internet en
mobiele apparaten. [ 10 ] Sindsdien zijn businessmodellen, hier te lande maar ook in
andere economieën, compleet veranderd; de nieuwe, snelgroeiende modellen zijn
afkomstig van bedrijven die zich naar de techniek hebben geplooid. Amerikaanse
ondernemingen als Facebook, Google/YouTube, Apple en, meer recent, Netflix
(begonnen als een verzendhuis van dvd’s in de VS) en Amazon Prime bepalen
inmiddels voor het grootste deel vorm en inhoud van de onlineomgeving en daarmee
deels het dagelijkse mediagebruik van de Nederlanders. De mediaconsument kan nu
via allerlei platforms en aanbieders, waar hij maar wil, een schier oneindige
hoeveelheid (internationale) content in topkwaliteit zien. Waar, wanneer en hoe hij
maar wil, rechtstreeks vanaf het platform.
Zo heeft de strijd om de tijd van kijkers zich verplaatst. Niet langer wordt die
gevoerd tussen publieke en commerciële omroepen. Het nieuwe strijdperk is de
wereld. Nou ja, strijd… Gezien de (marketing- en content)budgetten en
technologische kracht van de spelers die ongeveer de gehele productie-, distributie-
en exploitatiemarkt in handen hebben, is nauwelijks nog sprake van een serieuze
gelijke strijd.
De zogenaamde superplatforms zijn machtige partijen geworden – zeer machtig.
Netflix verwacht dit jaar acht miljard dollar te besteden aan content, exclusief en
non-exclusief. Amazon wil voor Amazon Prime 4,5 miljard dollar besteden aan
content. En ook Facebook en Apple hebben aangekondigd meer eigen producties te
maken. De budgetten van deze superplatforms zullen naar verwachting de komende
jaren verder toenemen. Immers, met hun wereldwijde vensters en de behoefte zich
van de andere aanbieder te onderscheiden, zal exclusieve content een steeds
belangrijkere rol spelen.
Onderstaande grafiek geeft een beeld van de verhoudingen op de markt met de
nieuwe spelers. De vijf grote platforms zijn gezamenlijk elf keer zo groot als alle
Europese publieke omroepen bij elkaar. En die verhouding verandert niet
noemenswaardig als bij de publieke ook de commerciële omroepen worden
opgeteld.
                                                                                     14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>De markt met nieuwe spelers
(in relatieve grootte)
bron: EBU, 2016
We adopteren in ons land gemakkelijk internationale content. Dat heeft
verschillende redenen. We zijn erg op het buitenland en op buitenlandse cultuur
gericht en programma’s van buiten zijn relatief goedkoop, mede doordat we ze hier
ondertitelen, in plaats van het kostbare nasynchroniseren. [ 11 ] Bovendien maken we
ons makkelijk nieuwe technieken eigen en is Engels voor veel Nederlanders een
vanzelfsprekende tweede taal. Op deze punten verschillen we van landen als
Duitsland en Frankrijk, waar de burgers meer voor lokale aanbieders kiezen, ook al
omdat de eigen lokale productie door de grootte van de markt aanzienlijk is.
Engelstalige films weten in Nederland in de regel meer publiek te trekken dan
producties van eigen bodem en ook digitale content-platforms uit het buitenland –
en dan met name uit Silicon Valley – weten het Nederlandse publiek meer te
behagen: een kwestie van goede kwaliteit en kwantiteit van producties, van ruime
distributiemogelijkheden, veel geld voor productietechnieken en goede marketing.
Uit onderstaand overzicht wordt duidelijk hoezeer de positie van Nederlandse online
platforms is veranderd. In vijftien jaar is het aantal Nederlandse bedrijven in de top-
tien gedaald, van tien naar twee.
                                                                                        15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Populairste online platforms in Nederland,
2001 en 2016
bron: Multiscope/GfK DAM
Met grote budgetten en distributiekracht zijn de buitenlandse partijen nu aanwezig
op de Nederlandse markt en komt het in Nederland geproduceerde audiovisuele
product steeds meer in de knel. Bedrijven als Facebook, Google/YouTube en Netflix
behalen grote omzetten in Nederland, door abonnees en door advertentie-
inkomsten, maar ze investeren nagenoeg niets in de Nederlandse av-sector. [ 12 ]
In het overzicht hieronder, van de populairste platforms die via de smartphone
worden bereikt, staat er één Nederlands bedrijf in de top-tien, op de tiende plaats.
De overige negen zijn van Facebook en Google. Nummer elf, Instagram, is overigens
ook van Facebook.
Populariteit platforms via de smartphone,
november 2017
bron: online bereikcijfers GfK DAM, november 2017
                                                                                     16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>De snelheid waarmee de sector in economisch en technologisch opzicht verandert, is
zo groot dat op korte en middellange termijn de financiering en levensvatbaarheid
van de Nederlandse audiovisuele sector in het gedrang zijn. Het bereik van
Nederlandse programma-aanbieders – commercieel en publiek – zal door de groei
van de buitenlandse superplatforms verminderen. In de bioscoopsector zien we
dezelfde ontwikkeling: het grootste deel van de markt is in handen van drie
buitenlandse concerns. [ 13 ]
Door het enorme aanbod, en de universele toegankelijkheid daarvan, van
internationale producties neemt de relatieve toegang tot en zichtbaarheid van
Nederlandse content af. We zien dat in de bioscopen waar het internationale aanbod
het Nederlandse product steeds verder verdringt. En ook bij nieuwe en
snelgroeiende ondemandplatforms als Netflix, Amazon Prime, Pathé Thuis, Ziggo on
demand en bij nichespelers als Picl en IFFR’s Unleashed is het Nederlandse aanbod
slechts beperkt vertegenwoordigd.
En wanneer Nederlandse omroepen of producties minder mensen bereiken, dan
worden de relevantie en daarmee de exploitatiemogelijkheden kleiner. Recente
prognoses over dramatisch afnemende reclame-inkomsten voor de commerciële en
publieke omroep illustreren dit. [ 14 ] Daar komt bij dat de publieke omroep in de
voorafgaande jaren fors is gekort, net als de filmsector overigens. Dat heeft de druk
op de kwaliteit en kwantiteit die in Nederland wordt gemaakt sterk vergroot.
Het gevaar dreigt dat de Nederlandse audiovisuele sector in een neerwaartse spiraal
belandt, doordat hij minder middelen heeft voor kwaliteitsproductie en innovatie,
steeds kleiner wordt, aan relevantie verliest en uiteindelijk marginaliseert. En
daarmee zal de zichtbaarheid van de Nederlandse publieke waarden aanzienlijk
minder worden.
Opzet van het advies
In dit advies analyseren wij bovenstaande ontwikkelingen vanuit cultureel,
maatschappelijk en economisch perspectief.
In de audiovisuele sector vanuit ‘cultureel perspectief’ besteden we aandacht aan de
ontwikkeling en presentatie van audiovisuele producten. Ook gaan we in op
opleiding en talentontwikkeling.
In het hoofdstuk dat de audiovisuele sector vanuit ‘maatschappelijk perspectief’
belicht, beschrijven we de ontwikkeling van het mediagebruik: hoe ziet ons
kijkgedrag eruit, en wie bepalen wat wij zien?
De audiovisuele sector is van oudsher een sector waarin zowel markt als overheid
prominent aanwezig is. In het hoofdstuk over het ‘economische perspectief’
beschrijven en duiden we de verschillende geld- en financieringsstromen in de
sector en bezien we de situatie op de arbeidsmarkt.
Het advies eindigt met een ‘samenvatting en aanbevelingen’ voor de overheid en de
sector.
                                                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>  1
Ready Player One stond lang in de bestsellerslijst van The New York
Times en is inmiddels meer dan twintig keer vertaald. In 2018 is de
verfilming ervan door Steven Spielberg gereed.
  2
Hoe komen wij in beeld?
Cultuurhistorische aspecten van de Nederlandse televisie
Leeuw, S. de,
Universiteit Utrecht, 2003
  3
Een separaat onderzoek naar en advies over publieke radio is zinvol.
  4
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en het Commissariaat voor
de Media (CvdM) brengen in 2018 een onderzoek uit naar de
mogelijke invloed van online platforms als Facebook en Twitter op de
vrije nieuwsgaring en pluriformiteit van de media.
  5
Nieuwsvoorziening in de regio 2014. “Gelukkig zijn hier geen
journalisten”.
Studies voor het Stimuleringsfonds voor de journalistiek/ S40,
Stimuleringsfonds voor de journalistiek,
Landman, L. en Kik, Q. e.a.,
Den Haag, 2015
  6
‘Adviesaanvraag cultureel audiovisueel product’
18 november 2016,
met referentie 1045562
  7
Vanwege de scheiding tussen media- en cultuurbeleid, staat drama er
niet bij. Een integratie van media- en filmbeleid is wenselijk.
  8
‘Verkenning arbeidsmarkt culturele sector’ 2016;‘ Passie gewaardeerd’
2017.
Raad voor Cultuur, Sociaal-Economische Raad
  9
Waarbij de raad nogmaals opmerkt dat ‘journalistiek’ niet uitgebreid
in dit advies aan bod komt. De adviesaanvraag is namelijk gericht op
culturele audiovisuele producties.
  10
Onder druk van Europese en nationale toezichthouders op
mededinging zijn tarieven voor datatransport gedaald en is online
streaming van videocontent goed van kwaliteit en betaalbaar.
  11
Dit is ook zichtbaar in de terughoudende rol van de Nederlandse
overheid, in vergelijking met andere landen, om het eigen aanbod te
beschermen en te stimuleren.
  12
Ter illustratie: de omzet van Netflix in Nederland is in slechts enkele
jaren groter geworden dan de omzet van de gehele bioscoopsector.
  13
Te weten: Pathé, Vue en Kinepolis.
  14
Onderzoek inkomstenopties
2017 – 2022.
Landelijke Publieke Omroep
EY, Hilversum,
17 november 2017
                                                                        18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / De audiovisuele sector vanuit cultureel
         perspectief / 2. De audiovisuele sector vanuit cultureel perspectief
         2. De audiovisuele sector vanuit
         cultureel perspectief
In dit hoofdstuk beschrijven wij de audiovisuele sector in artistiek opzicht. We
besteden aandacht aan de ontwikkeling en presentatie van audiovisuele producten
zoals film, drama, documentaire en immersive mediaproducties. Vervolgens gaan
we in op opleiding en talentontwikkeling. De lezer die eerst wegwijs wil worden
gemaakt in de audiovisuele sector verwijzen wij naar de bijlage ‘Schets van de av-
sector’.
Artistieke ontwikkelingen in productie en presentatie
Speelfilm, animatie, documentaire, drama en innovatieve producties
Nederlandse av-producenten maken in internationaal opzicht voor relatief weinig
geld kwalitatief hoogstaande filmproducties. De Nederlandse audiovisuele industrie
heeft een goede staat van dienst in het buitenland. Zo vallen op toonaangevende
internationale filmfestivals elk jaar Nederlandse documentaires, jeugd- en
familiefilms, artistieke films en animaties in de prijzen vanwege de artistieke
betekenis of eigenzinnige aanpak. Ook televisieformats uit Nederland hebben een
uitstekende positie op de internationale markt.
Ontwikkeling van kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele audiovisuele
content kost tijd om het nieuwe en onverwachte een kans te geven. Tijd om, voorbij
het voorspelbare, verhalen te vertellen die doordringen tot het wezen der dingen. [ 1 ]
Oftewel tijd om te zoeken en te schaven, om research te doen voor een
documentaire, om informatie in te winnen over het onderwerp maar ook om grondig
na te denken over de manier waarop je als maker dat onderwerp in beeld wilt
brengen. En tijd om goed te kunnen produceren en geen genoegen te hoeven nemen
met ondermaatse takes. Of tijd om iets anders te kunnen proberen, als iets niet blijkt
te werken. Want ook dat is inherent aan audiovisuele producties. Al met al
voldoende tijd om tot production value te kunnen komen. En tijd kost
vanzelfsprekend geld, want elke productiedag telt op de begroting.
De druk om producties te realiseren is doorgaans hoog. Dat wordt sterk in de hand
gewerkt door een onbalans in de verdeling van inkomsten uit exploitatie. Het
grootste deel van de inkomsten komt terecht bij de eindexploitanten zoals
bioscoopketens of digitale platforms – die niet investeren in de lokale industrie: de
‘maker’ wordt relatief karig bedeeld. Deze situatie leidt tot risicomijdend financieel
gedrag van producenten en hun distributeurs, wat weer gevolgen heeft voor de
productie. De raad vindt juist de subversiviteit en het experiment essentieel voor een
gezond en vernieuwend productieklimaat. Een zogenaamde vrije ruimte is
belangrijk voor de ontwikkeling van makers, voor het creatieve proces en het
onderzoek.
                                                                                         19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>In de basis hebben we een professionele sector, met goede acteurs, sterke regisseurs
en scenarioschrijvers, gedegen en gedreven crewleden en gekwalificeerd technisch
en facilitair personeel. De hierboven genoemde beperkingen leiden er wel toe dat
sommige ‘grotere’ verhalen of onderwerpen niet of onvoldoende aan bod komen, of
dat concessies gedaan moeten worden aan de kwaliteitsnorm. Bovendien ontberen
producenten vaak voldoende budget voor het gedegen ontwikkelen van projecten en,
aan het eind van de keten, voor de promotie daarvan. Het is vaak problematisch om
films uit kleine landen zoals het onze, succesvol onder de aandacht te brengen van
een groot of juist een specifiek publiek; los van het beperkte budget speelt mee dat
het aanbod aan buitenlands product overweldigend is en dat deze producties
doorgaans een groter productie- en promotiebudget tot hun beschikking hebben.
Internationaal is er een sterke ontwikkeling zichtbaar van kwaliteitsseries met een
hoge productiewaarde, hoogwaardige scripts (soms door meerdere auteurs in
gezamenlijkheid geschreven in zogeheten writers’ rooms) en cinematografische
kwaliteit op het gebied van drama, documentaire en animatie. De productiewaarde
stijgt vaak vooral omdat men kiest voor zogenaamde verdikking: bij gelijkblijvend
totaalbudget maakt men minder series of minder afleveringen van een serie, zodat er
per aflevering meer geld te besteden is. Dit is ook niet zaligmakend; het zorgt
namelijk ook voor een kleinere markt, met als gevolg dat werknemers in de sector
minder meters kunnen maken.
Via televisie en met name de grote internationale (ondemand)platforms – zoals
Netflix – weten zulke series wereldwijd een groeiend publiek aan zich te binden.
Verenigingen van regisseurs, scenarioschrijvers en producenten in ons land willen
graag bij deze ontwikkelingen aansluiten. [ 2 ] Dat willen ze doen door meer
hoogkwalitatieve content, al dan niet in coproductie ‘over de landsgrens heen’, te
ontwikkelen, produceren en distribueren. Dat kost geld dat nu niet beschikbaar is.
Zij vragen daarvoor op korte termijn een investering van tenminste 20 miljoen euro.
Enerzijds ten behoeve van een structurele injectie om speelfilms, animatiefilms,
documentaires, kwaliteitsseries en innovatieve producties op een hoog niveau te
kunnen ontwikkelen, produceren en distribueren. Anderzijds om de pilot voor high
end TV drama-, documentaire- en animatieseries structureel onderdeel van de
Netherlands Production Incentive te kunnen maken, waarvoor zowel in binnen- als
buitenland grote belangstelling bestaat. [ 3 ] [ 4 ] Binnen de pilot die het Filmfonds op
1 oktober 2017 is gestart komen high-end tv-drama-, documentaire- en
animatieseries in aanmerking voor een cash rebate van 30 procent. De pilot is dan
ook zeer populair gebleken: binnen een paar maanden was 7 miljoen van de
beschikbare 10 miljoen uitgekeerd. Hiermee is een veelvoud aan buitenlands geld in
Nederland besteed.
Het NPO-fonds heeft grotendeels de taken van het opgeheven Mediafonds
overgenomen met een budget van 16,6 miljoen euro uit bestaande NPO-middelen.
Daarmee is het wegvallen van het Mediafonds in geld niet gecompenseerd, maar is
binnen de NPO een vergelijkbaar productiestimuleringsloket geopend. In zijn eerste
jaar heeft het NPO-fonds meer dan 14 miljoen euro toegekend aan hoogwaardige
drama- en documentaire-projecten en aan talentontwikkeling. Binnenkort zal het
NPO-fonds ook open komen te staan voor podcast-series enweb only-drama–
en documentaire-producties. Dus ook voor producties die niet voor het lineaire
televisiekanaal bedoeld zijn. Gezien het veranderende mediagebruik is dit een
                                                                                          20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>vanzelfsprekende stap. Het NPO-fonds heeft daarnaast aangekondigd beginnend
scenariotalent te stimuleren. De raad ondersteunt dit: een goed verhaal maakt de
kans op een goede productie groter. Bovendien sluit dit aan bij de kerntaken van de
publieke omroep.
Live­uitzendingen
Een belangrijke productiecategorie bestaat uit programma’s met live-relevantie.
Publieke en commerciële omroepen (in een oorspronkelijk lineaire omgeving)
spelen nog altijd een belangrijke rol als het gaat om live-evenementen met
maatschappelijk belang, groots opgezette entertainmentprogramma’s met een
spanningsboog (bijvoorbeeld ‘Wie is de Mol?’, ‘The Voice of Holland’, ‘Maestro’),
nationale gebeurtenissen en evenementen en belangrijke sportwedstrijden.
Nederland heeft, als klein land met bescheiden budgetten, voor de financiering van
live registraties slimme en efficiënte productiemethoden ontwikkeld. Culturele
evenementen als Het 5 meiconcert op de Amstel, Prinsengrachtconcert, Koningsdag,
‘The Passion’, (muziek)festivals, maar ook uitzendingen in het kader van nationale
en internationale sportcompetities en -toernooien worden in Nederland in maximaal
twee dagen geproduceerd; dat is grofweg de helft van de productietijd – en
productiebudgetten – die veel omringende landen beschikbaar hebben.
In zijn ‘Entertainment & Media Outlook’ concludeert adviesorganisatie PwC dat het
belang van live-uitzendingen, en dan met name van sport, steeds meer toeneemt. [ 5 ]
Voor de eigenaar van een kanaal is dergelijke content, met het oog op de hoge
kijkersaantallen en bijbehorende advertentie-inkomsten, zeer belangrijk. Online-
platforms (bijvoorbeeld Twitter en Facebook) bieden inmiddels volop technische
mogelijkheden om ‘live te gaan’, zowel voor de kijkers/ consumenten zelf als voor
professionele mediapartijen. Op dit moment leiden infrastructuur en
gebruikersinteractie nog niet vanzelfsprekend tot het uitzenden van live-events op
online platforms, maar de verwachting is dat dit snel verandert. Onder meer
Amazon en Facebook hebben aangekondigd het komende jaar grote investeringen te
doen, om live-sportwedstrijden uit te zenden. [ 6] Aangezien binnen de lineaire
omgeving live-events van belang zullen blijven en hoge kijkcijfers blijven genereren,
is het van belang dat de Nederlandse av-partijen aansluiting houden bij de
(technologische) ontwikkelingen om kwaliteit te kunnen blijven bieden voor de
uitzending van live-uitzendingen.
Vernieuwende mediaproducties
Technische ontwikkelingen en de opkomst van de superplatforms bepalen steeds
nadrukkelijker het consumentengedrag en daarmee ook vaak de vorm of het format
van de content.
‘Video on demand’ platforms hebben mede gezorgd voor de snelle opkomst van
internationale kwaliteitsseries, met sterke karakters en een hoge production value
en cinematografische kwaliteit. Wereldwijd hebben die een publiek aan zich weten te
binden. En voor een nieuw fenomeen gezorgd: binge-kijken. Behalve deze vorm van
het langdurig achter elkaar bekijken van een aantal afleveringen van een dramaserie,
ontstaat er met het toenemende mobiele gebruik ook een daaraan juist tegengestelde
kijkerswens: hoe korter, hoe beter. Deze ontwikkeling heeft in korte tijd geleid tot
een groot aanbod van short­form­content die als ‘kijksnack’ snel kan worden
geconsumeerd. In de lineaire tv-wereld passen deze korte producties niet in de
                                                                                      21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>uitzendschema’s. Tegelijkertijd trekken de eerste – ook hier: Amerikaanse –
partijen, zoals die van voormalig Disney- en Dreamworks-topman Jeffrey
Katzenberg, nu al miljarden uit voor de ontwikkeling van content en formats die bij
het nieuwe mediagebruik passen. [ 7 ]
Ook liggen er veel kansen op het gebied van nieuwe formats voor de nieuwe
platforms die zich specialiseren in virtual reality (VR) en augmented reality (AR).
De verzamelnaam voor dit soort technologie is immersive, letterlijk:
onderdompelend of meeslepend. De raad is van mening dat het NPO-fonds een
grotere rol kan spelen bij de stimulering van de vernieuwende producties. In 2018
zal het een beperkt budget ongeveer 2,5 miljoen euro inzetten voor vernieuwing. Wij
moedigen deze beweging aan: de publieke omroep heeft een belangrijke
kraamkamerfunctie; er moet ruimte zijn voor experimenten en vernieuwing. De raad
kijkt uit naar de resultaten van het NPO-fonds op dit vlak.
De Nederlandse gamesector, een sector die wat betreft techniek en vormgeving
grenst aan de immersive media, boekt grote successen. [ 8 ] Wij constateren dat er
aan daadkracht en ambities geen gebrek is. Bovendien is de immersive markt groot
en potentieel groeiend. De financieringsmogelijkheden zijn echter nog te krap om de
ontwikkelingen bij te houden. Het is mogelijk om, in navolging van andere Europese
landen, de zogenaamde producties voor nieuwe platforms en formats en immersive
technologie op de lokale markt te stimuleren. Een kleine voorhoede van bestaande
en nieuwe productiehuizen in Nederland is volop bezig VR- en AR-content te
produceren en zich daarmee een plek te verwerven in de wereld. Onlangs heeft een
aantal producenten zich verenigd in de Interactieve Producenten Nederland (IPN).
Behalve beleidsruimte vragen zij ook een goed onderbouwd investeringsbudget om
dit soort producties te ontwikkelen. [ 9]
Bij de opheffing van het Mediafonds is er onvoldoende gesproken over het belang en
het waarborgen van deze interactieve en innovatieve culturele mediaproducties. [ 10 ]
Het NPO-fonds heeft dit deel van het takenpakket niet overgenomen en investeert
vooralsnog niet in interactieve producties. Er zijn in Nederland nog te weinig
stimuleringsmogelijkheden voor nieuwe vormen van mediaproducties, zoals nieuwe
online ‘short drama’-formats en andere vormen van storytelling (bijvoorbeeld
gericht op non-lineair kijken en/of mobiele platforms) en innovatieve, interactieve,
crossmediale en cross-sectorale projecten. Bij het Filmfonds en het
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie is het budget hiervoor beperkt; regelingen
worden overvraagd, de druk op de fondsen is groot. Gevolg is dat de productie van
innovatieve producties stagneert. Dit is met name problematisch omdat veel
ontwikkelingen erop wijzen dat dit soort nieuwe producties een vanzelfsprekend
deel gaat uitmaken van de av-toekomst en hiermee een relevante en innovatieve
bijdrage gaat leveren aan de doelstellingen van het media- en cultuurbeleid. Het
Sundance Festival – het grootste Amerikaanse filmfestival voor de onafhankelijke
film – heeft er in januari 2018 een groot deel van het programma voor ingeruimd en
ook platforms als Facebook en Instagram richten zich er steeds meer op. [ 11 ]
                                                                                      22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Scholing
Kunstvakonderwijs
De ontwikkelingen op het gebied van mediagebruik en technologie zorgen meer dan
ooit voor een hybride beroepspraktijk. Het onderwijs dient daarop voorbereid te
raken. Opleidingen dienen makkelijk te kunnen schakelen, ze moeten – in modern
jargon – agile zijn. Snelle ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat een eenmaal
afgestudeerde maker geconfronteerd wordt met technologieën en ontwikkelingen
die hij nog niet is tegengekomen tijdens zijn opleiding. Het is voor
kunstvakopleidingen noodzakelijk om het curriculum aan te blijven passen en
vooruit te kijken naar nieuwe vormen van artistieke verhalen. Bijvoorbeeld op basis
van eerdergenoemde immersive technieken (virtual reality, augmented reality en
mixed reality).
Hoewel deze industrie nog in de kinderschoenen staat, worden er al miljarden in
geïnvesteerd, wordt dit soort content nadrukkelijk geselecteerd op festivals en zijn er
in verschillende Nederlandse steden veel bedrijven – waaronder een groot aantal
start-ups – die zich specifiek op deze immersive media richten.
Het is duidelijk dat genoemde nieuwe technieken een grote rol kunnen gaan spelen
in de audiovisuele industrie. De opleiding voor specifieke genres en media
(jeugdcontent-productie, de inzet van technische kennis, nieuwe manieren van
scenarioschrijven en regie) is vooralsnog onvoldoende verankerd in de
vakopleidingen. Hierdoor zijn veel bedrijven genoodzaakt de expertise uit het
buitenland te halen.
Om niet achterop te raken en om mee te kunnen in de internationale
ontwikkelingen, moet Nederland snel investeren in talentontwikkeling en
innovatieve onderwijsvormen, waarbij kennisinstellingen nauw samenwerken met
bedrijven in deze sector. Door onder andere beperkte en weggevallen
financieringsmogelijkheden is de kans aanwezig dat talent in andere landen of
andere sectoren aan de slag gaat. Deze braindrain kan ook weer negatieve gevolgen
hebben voor de kwaliteit van de producties.
Het actualiseren en up-to-date houden van het hoger kunstvakonderwijs is – zeker
gezien alle ontwikkelingen binnen de industrie – onontbeerlijk. Net zoals
samenwerking met opleidingen als Kunstmatige Intelligentie. Met name om in te
kunnen spelen op technologische ontwikkelingen als VR, AR, MR en andere
interactieve of non-lineaire manieren van verhalen vertellen, zijn flexibiliteit en
veranderkracht nodig bij makers, maar zeer zeker ook binnen opleidingen die de
makers voorbereiden op de praktijk. Dat geldt niet alleen voor de technologie; ook
de inhoudelijke disciplines, zoals regie en scenarioschrijven, dienen aangepast en
uitgebreid te worden, en de ruimte te krijgen om de nieuwe vertelmogelijkheden te
onderzoeken. Het beleven van een verhaal dat verteld wordt in een VR-omgeving
biedt een ander perspectief en vergt dus een andere aanpak dan het schrijven voor
film of televisie.
                                                                                        23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>De makers van de toekomst dienen niet alleen creatief te zijn en interdisciplinaire
vaardigheden te bezitten, maar ook cultureel ondernemend te zijn en te beschikken
over kennis van techniek en technologische ontwikkelingen. Daarnaast moeten ze
goed voorbereid zijn op de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Daar hoort bij dat
ze buiten de kaders van gevestigde formats en productievormen leren denken.
Gamemakers en filmmakers ontmoeten elkaar op de opleidingen. Van belang is
vervolgens dat al deze makers, zowel met steun van de regelingen als van
commerciële partijen, ‘meters kunnen maken’, om voor de kwaliteit te kunnen
zorgen die nodig is om tegenwicht te kunnen bieden ten opzichte van het
buitenlandse aanbod – kortom: om hun talent optimaal te kunnen ontwikkelen.
Nederland kent verschillende opleidingen op het gebied van media. De Nederlandse
Filmacademie is het enige gespecialiseerde onderwijsinstituut in Nederland waar
film-, televisie- en (vooralsnog in beperkte mate) ook VR-makers worden opgeleid.
De Filmacademie heeft inmiddels wel een specialistische afdeling voor Immersive
Media (IMVFX). Ook is er sinds enkele jaren een tweejarige masteropleiding voor
film die studenten ondersteunt bij hun artistieke ontwikkeling door middel van
research, experiment en uitwisseling.
Er zijn ook andere hogescholen, zoals de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, de
Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda en Den Bosch, de Artez
Hogeschool in Arnhem, Zwolle en Enschede, de Koninklijke Academie van
Beeldende Kunsten in Den Haag en de Willem de Kooning Academie in Rotterdam
waar studenten succesvol worden opgeleid om (digitale) audiovisuele content te
maken, inclusief specialisaties in gaming, mediamanagement of animatie. Bij enkele
van deze opleidingen worden studenten ook opgeleid tot scenarioschrijver.
In 2017 is aan het Sandberg Instituut Amsterdam – onderdeel van de Gerrit Rietveld
Academie – een tijdelijke masteropleiding gestart, gericht op film, design en
propaganda.
Onlangs is, op initiatief van de Filmacademie en in opdracht van EYE, een
verkenning gedaan naar de beroepsprofielen van de nabije toekomst. [ 12 ] Wat zijn de
gevolgen van de innovaties en ontwikkelingen in de audiovisuele sector voor de
beroepsgroep? Er zijn nu al beroepsgroepen bij waarvoor nog geen volledige
opleidingen bestaan, zoals ‘impact producent’, ‘VFX-supervisor’ of dronepiloot. [ 13 ]
De verkenning moet een breder debat bij alle beroepsorganisaties in gang zetten.
Samen met deze gebundelde informatie moet het kunstvakonderwijs een stap verder
komen en zelf het av-beroepsprofiel verder actualiseren.
Met de verschuiving van lineair naar non-lineair en online mediagebruik zal ook de
technische infrastructuur in de audiovisuele sector een transitie dienen te ondergaan
van lineaire broadcast naar IP en online broadcast. Dit vraagt ook om de
ontwikkeling van toegepaste technische opleidingen, zodat gekwalificeerd technisch
personeel kan worden aangenomen binnen dit nieuwe domein.
                                                                                       24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Talentontwikkeling
Onder talentontwikkeling verstaat de raad: de doorstroming en ontwikkeling van
talenten tijdens de professionele loopbaan. Hierbij gaat het zowel om beginnend
talent als om bewezen talent (mid­career) dat behoefte heeft aan verdere verdieping
en ontwikkeling. Talentontwikkeling wordt op uiteenlopende manieren ingevuld:
bijvoorbeeld door training on the job (begeleiding van makers bij ontwikkeling en
productie), coaching, deelname van professionals aan kortere trainingstrajecten in
labs of aan langere trajecten in ateliers of werkplaatsen. Deskundigheidsbevordering
vindt plaats via masterclasses, lezingen, seminars en workshops en gerichte
netwerk- en speeddatingbijeenkomsten waarvoor festivals een belangrijk platform
vormen.
De optimale ontwikkeling van talent geldt dus ook voor mensen die al werken in de
av-sector. De techniek binnen de audiovisuele sector verandert tenslotte in hoog
tempo. Door opleiding en eventueel omscholing kunnen gemotiveerde medewerkers
binnen de industrie hun werk behouden en kan uitstroom gedeeltelijk voorkomen
worden. Om- en bijscholing vindt nu al op beperkte schaal plaats binnen
commercieel gefinancierde opleidingen. Dat zou echter op grotere schaal moeten
gebeuren; er zou meer toegepaste educatie gefaciliteerd moeten worden binnen
publiek gefinancierde opleidingsinstellingen – opnieuw om talenten op te sporen en
zich verder te laten ontwikkelen. Zeker als volume, zichtbaarheid, innovatie en
kwaliteit van Nederlandse av-producties gaan toenemen – hetgeen de raad wenselijk
acht – dienen opleidingen ruimte te bieden om hiermee te experimenteren.
De ingrijpende technologische ontwikkelingen en internationale concurrentie
maken het nodig dat er na aanvang van een carrière in de av-sector voor de nieuwe
generatie makers – van technische specialisten tot verhalenvertellers – voldoende
betaalbare bijscholingsmogelijkheden zijn.
Er zijn verschillende initiatieven voor talentontwikkeling in de sector. Onderlinge
afstemming tussen bestaande programma’s is van belang om doorlopende leerlijnen
voor talent te creëren. Om dit te realiseren is blijvend overleg tussen betrokken
partijen (festivals, opleiders, fondsen, beroepsverenigingen, filmtheaters) van groot
belang. Dat is een nadrukkelijke opgave voor dit deel van de sector, gezien de grote
hoeveelheid actoren en de eigen doelstellingen van al die actoren. [ 14 ]
In 2015 bracht de raad een advies uit over talentontwikkeling in de audiovisuele
sector, waarin gesteld werd dat talentontwikkeling niet vanzelf gaat: het vereist
maatwerk. [ 15 ] Er is een rijkgeschakeerd palet aan trajecten en initiatieven ontstaan,
die verschillende subgroepen bedienen en verschillende doelstellingen hebben. De
sector is gebaat bij een duurzame en efficiënte organisatie van talentontwikkeling bij
de verschillende spelers in de keten en bij een goede afstemming van datgene wat
lokaal en landelijk gebeurt. Lokale en regionale fondsen kunnen aan de basis liggen
van lokaal en regionaal talent, dat vervolgens de overstap voor een professionele
carrière naar landelijke opleidingen of landelijke cultuurfondsen kan maken.
Met ondersteuning van het Filmfonds zetten de filmfestivals uit de BIS al stappen
naar gezamenlijke programma’s met zowel kortlopende als verdiepende projecten,
bijvoorbeeld in de vorm van labs: plekken waar onder leiding van ervaren makers
ideeën worden uitgewisseld en ontwikkeld. Voor het vergroten van de samenhang
tussen de verschillende voorzieningen voor talentontwikkeling en het garanderen
                                                                                         25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>van de continuïteit ervan is meer regie wenselijk. De raad adviseerde al in het advies
‘Talentontwikkeling in de audiovisuele sector’ uit 2015 om deze coördinerende rol
bij het Nederlands Filmfonds te leggen.
Scholing en talentontwikkeling voor iedereen
Een publiek mediabestel is er in principe voor alle Nederlanders. Het dient divers en
pluriform opgezet te zijn; niet alleen in programmasoorten, genres en vormen, maar
ook in de stemmen die spreken en de verhalen die verteld worden. Mensen moeten
zich er in kunnen herkennen en tegelijkertijd kennis kunnen maken met verhalen
die ze nog niet kenden. Wie de samenleving als geheel wil aanspreken moet zorgen
voor diversiteit van de vertellers van zulke verhalen.
De raad vindt het van groot belang dat er bij opleidingen en
talentontwikkelingstrajecten voldoende instroom is van makers met uiteenlopende
culturele achtergronden. Wij adviseren dan ook dat het kunstvakonderwijs een
praktisch uitvoerbaar plan opstelt, om de diversiteit van de studentenpopulatie te
stimuleren. De Filmacademie heeft al een start gemaakt met vertaling van
diversiteitsbeleid naar concrete actielijnen. De raad moedigt dit aan en ook om
andere audiovisuele opleidingen daarbij te betrekken. Pluriformiteit van Nederlands
cultureel aanbod kan alleen tot stand komen als de makers van de toekomst ons ook
alle stemmen en stromingen laten zien.
                                                                                       26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>   1
Zoeken en schaven.
in: Valt er iets zinnigs te zeggen over kwaliteit?
Mediafonds, 2016
   2
Brief van DDG, Netwerk scenarioschrijvers, FPN, DPN, ApN, IPN en
OTP aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
t.b.v. de behandeling Cultuurbegroting 2018.
9 november 2017
   3
Dit is een financiële bijdrage in de vorm van een cash rebate voor
aantoonbaar bestede en kwalificerende Nederlandse productiekosten
voor speelfilms, lange documentaires en lange animatiefilm.
Op 1 oktober 2017 is er een pilot van een jaar gestart waarbij ook high-
end tv-series- drama-, animatie- en documentaireseries in
aanmerking voor een cash rebate.
   4
In december 2017 zijn de eerste toekenningen gedaan; in totaal 7
miljoen cash rebate voor elf high end televisieseries.
   5
Entertainment & Media Outlook for the Netherlands
2016 – 2020.
PwC, pagina 42
   6
Amazon and Facebook to compete for live sports supremacy in 2018,
new report predicts.
‘geekwire.com’
   7
Dit bleek uit een artikel in Variety, juli 2017.
   8
Nederlandse gameontwikkelaars leveren gerenommeerde games en
hebben de aandacht van grote buitenlandse partijen. Sommige
daarvan vestigen zich zelf in Nederland. PUBG Corporation, dat
oorspronkelijk een gameontwikkelaar was, is daarvan het nieuwste
voorbeeld.
   9
‘interactieveproducenten.nl’
   10
Per 1 januari 2017 is het Mediafonds opgeheven als gevolg van de
bezuinigingen van het kabinet Rutte II. Het fonds was opgericht om de
artistieke programma’s van de publieke omroepen te bevorderen en
had daarvoor jaarlijks zo’n 16 miljoen euro tot zijn beschikking.
   11
How Facebook and Instagram are looking to redefine TV.
‘mipblog.com’
   12
Verkenning Beroepsprofiel Audiovisueel.
EYE, 2017
   13
Verkenning Beroepsprofiel Audiovisueel.
EYE, 2017
                                                                         27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>  14
‘Talentontwikkeling in de audiovisuele sector’
Raad voor Cultuur,
10 september 2015
  15
‘Talentontwikkeling in de audiovisuele sector’
Raad voor Cultuur,
10 september 2015
                                               28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / De audiovisuele sector vanuit maatschappelijk
         perspectief / 3. De audiovisuele sector vanuit maatschappelijk perspectief
         3. De audiovisuele sector vanuit
         maatschappelijk perspectief
Tot voor kort bereikten bewegende beelden ons via de tv, de bioscoop en later ook
via de computer. Inmiddels bepalen in toenemende mate mobiele apparaten als
smartphones en tablets onze mediaconsumptie. In dit hoofdstuk beschrijven we
deze ontwikkeling vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief. Hoe ziet ons
kijkgedrag eruit? Wie bepalen wat wij zien?
Ons kijkgedrag: televisie, online en on demand
Een mens kan maar een beperkt aantal uren besteden aan media; er moet tenslotte
ook geslapen en gewerkt worden. In 2015 besteedde de Nederlander (leeftijd 13+)
gemiddeld 8 uur en 33 minuten op een dag aan media. Naar een scherm kijken is de
populairste mediabesteding. Men gebruikt het voor lineair en uitgesteld kijken; voor
video on demand en voor andere ondemanddiensten. [ 1 ]
Het aantal kijkers dat lineair – op het moment van uitzending – televisiekijkt, is nog
altijd aanzienlijk. Zo trekt het NOS Journaal als best bekeken dagelijkse programma
doorgaans rond de twee miljoen kijkers. Maar ook live uitgezonden
(sport)evenementen en programma’s als ‘The Voice of Holland’, ‘De Luizenmoeder’,
‘Heel Holland Bakt’, ‘Boer zoekt Vrouw’ en ‘Wie is de Mol?’ weten dit soort
kijkersaantallen met gemak te behalen.
    Andere successen boeken de publieke omroepen op het gebied waarvoor zij met
    name publiek gefinancierd worden: maatschappelijke verankering. Er zijn
    verschillende onderwerpen en programma’s waarmee, al dan niet in
    samenwerking met andere omroepen of maatschappelijke organisaties,
    publieksbinding wordt gecreëerd. Voorbeelden hiervan zijn: Tegenlicht Meet
    Ups (VPRO), Stichting Max maakt mogelijk (MAX), ‘The Passion’ (EO in
    samenwerking met KRO-NCRV), ‘Week tegen het pesten’ (KRO-NCRV),
    Debatavonden (BNNVARA) en ‘Serious Request’ (3FM).
    Het begrip ‘impactproductie’ heeft de afgelopen jaren zijn intrede gedaan in
    Nederland. Producenten, makers en ook omroepen onderzoeken samen hoe
    maatschappelijke impact gegenereerd kan worden met documentaires. Een
    voorbeeld van een documentaireserie die flinke impact had en leidde tot
    Kamervragen, is ‘Schuldig’ van HUMAN over de armoede in Amsterdam
    Noord. [ 2 ]
                                                                                               29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Niettemin zijn er wel degelijk grote veranderingen. Volgens Stichting Kijkonderzoek
(SKO) was in 2017 de gemiddelde dagelijkse tv-kijktijd 178 minuten. Dat is 3 procent
minder dan in 2016, toen er per dag 183 minuten werd gekeken. En dat is weer 7
minuten minder dan in 2015 en 17 minuten minder dan in 2014, terwijl 2016 een
jaar was met twee grote sportevenementen: de Olympische Spelen en het
EK voetbal. [ 3 ]
Gemiddelde kijktijd
(in minuten per dag)
bron: SPOT TV Jaarrapport 2016
De daling in kijktijd naar televisieprogramma’s via een televisiescherm komt
doordat mensen steeds vaker via het televisiescherm van een video-on-
demanddienst gebruikmaken, maar ook doordat televisieprogramma’s en andere
videocontent steeds vaker via andere apparaten online worden bekeken. Het
percentage uitgesteld kijken binnen zes dagen na de uitzending steeg van
6,9 procent (2016) naar 8,6 procent (2017) van de totale kijktijd. [ 4 ]
                                                                                     30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Gemiddeld weekbereik televisienetten NPO
(in percentages)
bron: NPO Terugblik 2016
Terwijl het toestel aanstaat, glijden onze ogen steeds vaker weg – niet naar krant of
tijdschrift, maar vooral naar ons eigen schermpje, op onze eigen schoot. Daarop
suggereren allerlei notificaties urgentie en wacht eindeloos veel content die min of
meer op ons is toegesneden, voor onmiddellijk gebruik.
Vooral de smartphone is ons veel waard: het is tv, telefoon, mailbox, krant, game
console en chatdienst ineen en voorziet aldus in vrijwel al onze mediale behoeften.
In een Vlaams onderzoek werd kandidaten gevraagd wat voor hen het meest
essentiële scherm is. 34,6 procent antwoordde dat dit de smartphone is en slechts
voor 16,8 procent was dit het tv-scherm. Uit Brits onderzoek onder 18 tot 30-jarigen
(2013) blijkt dat zij liever zonder seks door het leven gaan dan dat ze hun mobiele
telefoon moeten inleveren. Meer dan de helft van de ondervraagden gaf aan
verslaafd te zijn aan de telefoon. [ 5 ]
Dat is deels het gevolg van de ongekend succesvolle opmars van sociale netwerken,
zoals Facebook. In juni 2017 maakte Mark Zuckerberg van Facebook bekend dat dit
netwerk een nieuwe mijlpaal had bereikt: het had twee miljard actieve gebruikers
per maand. Daarvan zit 66 procent, dus zo’n 1,3 miljard mensen, iedere dag op
Facebook. [ 6]
Door het toegenomen gebruik van mobiele devices neemt de televisiekijktijd af. De
daling is het sterkst in de leeftijdsgroep 13-35 jaar. Als deze al ‘televisie’kijkt, dan
gebeurt dat steeds meer non-lineair. Onder millennials – geboren tussen ongeveer
1980 en 2000 – heeft in 2016 de smartphone de televisie vervangen als meest
gebruikte apparaat. [ 7 ] Deze groep heeft in zes jaar tijd 30 procent minder tijd
besteed aan televisie. [ 8 ]
                                                                                         31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Ander onderzoek laat zien dat ook bijna de helft van de 22- tot 45-jarigen ‘televisie’-
content kijkt op andere platforms dan een televisieapparaat. [ 9] Het veranderende
mediagebruik, naar non-lineair, is een wereldwijde ontwikkeling. Ook in Nederland
is dit zichtbaar. Onder alle leeftijdsgroepen daalt de kijktijd, maar die daling is het
sterkst onder de groep van 13 tot19 jaar. Daar is de daling tussen 2015 en 2016 maar
liefst 19 procent, van 90 naar 73 minuten. Bij de groep daarboven, de 20- tot
34-jarigen, is de daling ook groot: 10 procent, van 140 naar 126 minuten. [ 10 ]
Omdat vooral jongeren tot 35 jaar steeds minder gebruikmaken van lineaire
televisie, ligt het voor de hand de netprofilering van de publieke omroep te
heroverwegen. NPO 3 bijvoorbeeld is ingericht om vooral de leeftijdsgroep tot
35 jaar te bedienen.
Mediagebruik
(in minuten per dag)
bron: Presentatie NPO, op basis van data uit Media: Tijd, 2015
                                                                                        32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>De opkomst van internationale superplatforms
Er is een groot en groeiend aanbod van mediaproducties die niet in Nederland
worden gemaakt. Apple, Google, Facebook en Amazon (via het Prime-video-
aanbod), hieronder zichtbaar als de oranje lijn, zijn in amper vijf jaar uitgegroeid tot
echte superplatforms in de audiovisuele waardeketen.
Nieuwkomers via internet
(in miljarden euro’s)
De verticale as geeft de gezamenlijke omzetten weer.
bron: EBU, 2016
Superplatforms zijn de grootste distributeurs van av-content geworden. Met name
YouTube en Netflix zijn binnen een paar jaar tijd uitgegroeid tot videoplatforms met
miljoenen gebruikers wereldwijd en een onverkort stijgend aantal in Nederland.
Waar YouTube zich van oorsprong richtte op het beschikbaar maken van kortere
video’s, is het inmiddels uitgegroeid tot een videoplatform waarop ook live wordt
uitgezonden en waar complete films en series op staan. Een en ander is het gevolg
van steeds meer beschikbare – en goedkopere – bandbreedte. YouTube is het
afgelopen jaar in Amerika begonnen met het inkopen van producties die exclusief te
zien zullen zijn op het betaalkanaal YouTube Red. In Nederland is het – evenals in
de rest van de wereld – vooralsnog een kosteloos doorgeefluik. Netflix daarentegen
profileert zich als ‘online omroep’ op abonneebasis. Abonnees hebben toegang tot
een almaar groeiende online database van direct opvraagbare films, series en andere
av-content. Zo heeft Netflix aangekondigd het komende jaar 8 miljard dollar aan
exclusief voor het eigen kanaal geproduceerde content uit te geven. Steeds vaker is
Netflix behalve distributeur dus ook (co)producent van de content, alleen of
bijvoorbeeld met de Zweedse publieke omroep of met de Canadese omroep.
                                                                                         33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>De groei van platforms als Google, Facebook, Apple, Amazon Prime en Netflix gaat
snel. Deze partijen slokken steeds meer kijktijd op en bieden zoveel – ook kwalitatief
hoogwaardige – content aan dat het voor het Nederlandse aanbod lastiger wordt om
bij de kijker in beeld te komen. En het einde van de groei van deze bedrijven is niet
in zicht.
In Nederland is sprake van een – internationaal gezien – relatief snelle groei van de
consumptie van buitenlandse av-content. Netflix, met ongeveer 5 procent
Nederlandse, vooral wat oudere, content heeft in Nederland met meer dan 2 miljoen
aanzienlijk meer abonnees dan Videoland. Dit vod-platform, dat veel kleiner van
omvang is, heeft veel meer Nederlandse content in zijn catalogus: 34 procent van de
series en 25 procent van de films is Nederlands. In de top 20 van best bekeken series
op Videoland staan maar liefst 14 Nederlandse series. En in de top 20 van best
bekeken films op Videoland staan 18 Nederlandse films. Hieruit zou je de conclusie
kunnen trekken dat de Nederlander wel degelijk waarde hecht aan Nederlandse
fictie. Tegelijkertijd had het nationale onlineplatform Hyves in 2010 nog ongeveer
8,6 miljoen gebruikers, maar daarvan vier jaar later niets meer van over. Terwijl in
dezelfde periode Facebook groeide van 5,7 miljoen naar 9,7 miljoen gebruikers. [ 11 ]
Gebruikers sociale media wereldwijd, 2017
(in miljoenen)
bron: Newcom, januari 2017
                                                                                       34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Pluriformiteit en toegankelijkheid
Hierboven hebben we uiteengezet dat ons kijkgedrag in slechts een paar jaar tijd
ingrijpend is veranderd. Door de opkomst van mobiele apparaten kijken we vaker
naar beeldschermen dan ooit. We doen veel meer online. Dat online mediagebruik
wordt sterk beïnvloed door een handvol grote Amerikaanse bedrijven:
superplatforms zoals Google, Facebook, Apple, Netflix en Amazon Prime. Hun
algoritmen bepalen wat wij persoonlijk voorgeschoteld krijgen.
Komen met de hierboven geschetste ontwikkelingen de pluriformiteit en
toegankelijkheid – publieke waarden die vanuit ons maatschappelijk perspectief van
belang zijn – in het gedrang?
Op het eerste gezicht niet. Integendeel, zou je zeggen. Dankzij internet is de wereld
met een paar vingerbewegingen – en al voorzichtig: met stemcommando’s – binnen
handbereik. Via platforms als YouTube en Facebook hebben we toegang tot de meest
uiteenlopende beelden en informatie. Diverse ondemandplatforms – aangeboden
door mediabedrijven als Netflix en HBO, door telecombedrijven als VodafoneZiggo
en KPN, en door publieke en commerciële omroeporganisaties – geven ons een scala
aan mogelijkheden om films, drama en documentaires te zien voor betaalbare
prijzen.
Pluriformer en toegankelijker kan bijna niet.
Toch is er reden tot zorg. De commerciële doelstellingen van de superplatforms zijn
gericht op het bereiken van zoveel mogelijk gebruikers en niet op culturele of
publieke waarden. Bedrijven als Netflix of Amazon zijn commercieel ingesteld; je
kunt niet van ze verwachten dat zij uit commerciële overwegingen cultureel
waardevolle maar weinig bekeken Nederlandstalige films of nieuws in de catalogus
opnemen. Facebook en YouTube zijn geen kanalen voor objectieve
nieuwsvoorziening, getuige de discussies over trolls en fake news en de algoritmen
die ervoor zorgen dat je ziet wat je wilt zien. Deze superplatforms richten zich op de
consument, en niet op de burger De overheid dient daarom oog te hebben voor de
burger, door deze via hiervoor beschikbaar gestelde publieke middelen te voorzien
van content die hem aanspreekt als burger en niet als consument.
Dat wil overigens niet zeggen dat de doelstellingen van deze spelers niet kúnnen
samenvallen met die van het Nederlandse media- en cultuurbeleid – zij bieden daar
zelfs unieke kansen voor, waarover zo dadelijk meer. Maar er is geen waarborg, geen
garantie voor, terwijl zij wel voor een steeds groter deel van de Nederlandse burgers
en mediaconsumenten bepalen wat die horen en zien, en op welke wijze en hoelang.
Een sterke publieke omroep is naar de mening van de raad essentieel om die
garantie te bieden. De publieke omroep heeft immers de taak om met
onderscheidende kwaliteitsprogramma’s uiteenlopende publieksgroepen te
bereiken. Maar het bereik van nationale, kleinere partijen als publieke, maar ook
commerciële omroepen en lokale platforms neemt juist af. Nederlandse
contentaanbieders (zowel publieke als commerciële omroepen, bioscopen en
filmtheaters alsmede distributiepartijen zoals KPN en VodafoneZiggo) ontwikkelen,
als antwoord op het verschuivende mediagebruik, hun eigen platforms met content.
Het aanbod raakt daardoor steeds meer versplinterd. Geen partij achter de dijken
                                                                                       35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>beschikt over de schaalgrootte, de catalogus, het gebruiksgemak en de
marketingkracht van de buitenlandse platforms. Het marktaandeel van nationale
aanbieders blijft zo relatief klein en advertentie-inkomsten nemen navenant af,
waardoor investeringsmogelijkheden beperkt blijven. Hierdoor zijn er uiteindelijk
steeds minder Nederlandstalige kwaliteitsproducties te zien.
Op lokaal en regionaal niveau is dit effect nog groter en zichtbaarder. Al eerder is
door het Fonds voor de Journalistiek gesignaleerd dat de regionale journalistiek op
zijn minst verschraalt. [ 12 ] Dalende abonnements- en advertentie-inkomsten zorgen
ervoor dat dagbladen minder aanwezig kunnen zijn in de regio. In zijn advies over
het concessiebeleidsplan van de Regionale Publieke Omroep heeft de raad ook zijn
zorg uitgesproken over de regionale nieuwsvoorziening. [ 13 ] Zoals gezegd in de
‘inleiding’ zal de raad mede gezien de zorgelijke ontwikkelingen in de regionale
nieuwsvoorziening in een later stadium een advies over het behoud van een
pluriforme en onafhankelijke nieuwsvoorziening voorbereiden en er in dit advies
niet dieper op ingaan.
Nederland staat niet alleen in de discussie over de gevolgen van de toenemende
invloed van superplatforms op de nationale en regionale audiovisuele sector. In veel
landen in Europa worden daarover zorgen geuit. Daarbij worden niet alleen
economische argumenten aangehaald ( ‘De audiovisuele sector vanuit economisch
perspectief’), maar ook sociaal-maatschappelijke: als de bevolking zich dag in dag uit
urenlang laaft aan door algoritmen gedreven internationale content, wat betekent
dat dan voor de lokale cultuur, voor sociale cohesie, voor nationaal aanwezige
maatschappelijke normen en waarden?
    Denemarken: tech­ambassadeur
    Denemarken heeft een opvallende, maar interessante, maatregel getroffen om de
    pluriformiteit van en toegankelijkheid tot nationale audiovisuele producties te
    waarborgen. De Deense regering heeft een zogenaamde ‘tech ambassador’
    aangesteld die zich volledig richt op het onderhouden van betrekkingen met
    bedrijven als Google, Apple, Facebook en Amazon en hun Chinese
    evenknieën. [ 14 ] De Deense redenering is dat deze bedrijven qua belang en
    waarde op hetzelfde niveau zitten, of hoger, dan de meeste landen. Ook zien de
    Denen dat de impact van deze bedrijven op het gedrag van hun burgers groot is.
    Zij vinden deze punten een volledige ambassadeursrol rechtvaardigen. De
    tech-ambassadeur smeedt relaties en partnerships met de superplatforms, oefent
    invloed uit op het beleid ervan, signaleert de grote trends en bewegingen in de
    markt en vertaalt deze naar de politieke arena om slagvaardig overheidsbeleid te
    helpen creëren. De raad adviseert naar Deens voorbeeld ook voor Nederland een
    tech-ambassadeur in te stellen.
    De hoge productiebudgetten die vod-kanalen, en dan met name Netflix,
    beschikbaar stellen, hebben er daarnaast voor gezorgd dat men in Denemarken
    voor zogenaamde verdikking heeft gekozen. Om enigszins te kunnen concurreren
    met de series die Netflix aanbiedt, heeft men de productiekosten per aflevering
    verhoogd: er worden minder series gemaakt met hetzelfde totaalbudget. Deze
    stap, in combinatie met het benutten van een eigen signatuur – de
    Scandinavische sfeer –, heeft voor grote internationale successen gezorgd van
                                                                                       36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    Deense (en ook Zweedse) series. ‘Borgen’, ‘Forbrydelsen’ (‘The Killing’) en
    ‘Bron/Broen’ (‘The Bridge’) zijn hiervan de bekendste voorbeelden.
Om het Nederlandse media-aanbod – gegeven bovenstaande trends en
ontwikkelingen – zichtbaar en toegankelijk te houden voor uiteenlopende
doelgroepen, zijn naar de mening van de raad ten minste drie acties nodig. We
behandelen deze hierna.
Verspreid publiek gefinancierde content via relevante distributiekanalen
Om de toegankelijkheid van het publieke media-aanbod te bevorderen, adviseert de
raad samenwerking tussen (publieke en commerciële) omroepen en grote
distributieplatforms. Zorg ervoor dat zeker het publieke media-aanbod te vinden is
op de plekken waar veel gekeken wordt. Een strategie exclusief gericht op eigen
kanalen –of het nu tv-netten zijn of ondemandplatforms – is niet meer houdbaar.
De situatie is te vergelijken met een markt. Wie zijn fruit en groente in een kraam
presenteert buiten de loop, verkoopt ze niet – hoe goed en lekker de producten ook
zijn. Samenwerking met grote internationale distributeurs – de marktkramen die
veel publiek trekken – zal de vindbaarheid en zichtbaarheid van Nederlandse
audiovisuele content vergroten. De publieke omroeporganisaties maken hier tot nu
toe slechts mondjesmaat gebruik van. Dat ligt in beperkte mate aan wet- en
regelgeving, maar is vooral ingegeven door de strategie van de NPO. Die is tot op
heden gericht op marketing van het eigen ‘merk’ via de eigen platforms. Vermenging
met andere ‘mediamerken’ zou volgens de NPO ten koste kunnen gaan van de
waarde van het eigen merk. Dat geldt volgens de NPO ook voor de content; wanneer
publieke-omroepcontent tussen andere, niet-publieke content staat, zou dit ten
koste kunnen gaan van de waarde ervan. De NPO vindt het belangrijk dat zijn
content binnen de juiste context wordt gezien. Dus niet te midden van content die
mogelijk in strijd is met de waarden die de NPO nastreeft of uit wil dragen.
De raad is het eens met de NPO dat publieke content als zodanig herkenbaar moet
zijn. In de eerste plaats is het de inhoud zelf die zorgt voor deze herkenning. Het
gaat om kwalitatief hoogwaardige content, gemaakt vanuit de waarden die NPO en
omroepverenigingen voorstaan. De inhoud van de NPO-programma’s dient ervoor te
zorgen dat het herkend wordt als publieke content. Daarnaast zijn er nog genoeg
mogelijkheden om via het beeld het publiek helderheid te geven over de ‘afzender’
van het programma.
De raad deelt dus niet de zorgen van de NPO dat publieke content onherkenbaar
wordt en het publiek in verwarring raakt als programma’s van omroepverenigingen
in een andere ‘verpakking’ te zien zijn. Naar de mening van de raad is dat een
achterhaald beeld, gezien het huidige en toekomstige mediagebruik van de
Nederlander.
Wij moedigen de NPO aan een onlinestrategie te ontwikkelen die niet slechts
gebruik maakt van eigen distributiekanalen maar vooral ook gericht is op
samenwerking met andere relevante (internationale, al dan niet commerciële)
distributieplatforms. Hiermee wordt de zichtbaarheid van Nederlandse publieke
programma’s sterk vergroot. Eventuele wet- en regelgeving die een belemmering
vormt voor de verspreiding van publiek gefinancierd materiaal via private partijen,
dient daarvoor aangepast te worden.
                                                                                    37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Creëer één Nederlands vod­platform
Als tweede strategie pleit de raad voor de verdere ontwikkeling van één herkenbaar
ondemandplatform voor Nederlandse nationale, regionale en lokale content op basis
van NLZIET.
Consumenten zijn naar verwachting bereid voor een beperkt aantal
ondemandplatforms te betalen. De lessen uit de muziekindustrie zijn hier
waardevol. In de muziekindustrie is gebleken dat een zo compleet mogelijke
catalogus van groot belang is voor massale adoptie van een platform. Voor Spotify,
inmiddels de marktleider voor streaming muziek, waren er al diverse pogingen van
individuele labels om met hun eigen diensten, met alleen hun eigen catalogus,
consumenten te binden. Die pogingen bleken niet succesvol en niet voldoende
schaalbaar, en dergelijke initiatieven zijn dan ook door de industrie verlaten ten
voordele van Spotify en enkele andere grote vergelijkbare platforms. Schaal en
compleetheid zijn naar analogie van de muziekindustrie van groot belang om
substantiële groepen te binden voor een vod-service die verder gaat dan een
specifieke niche.
De toenemende behoefte bij het Nederlandse televisiepubliek om programma’s te
kijken op een zelf gekozen plek en tijdstip, heeft ertoe geleid dat de drie grootste
partijen die Nederlandse tv uitzenden (NPO, RTL en Talpa TV) na jarenlang wikken
en wegen een gezamenlijk ondemand-tv-platform zijn gestart: NLZIET.
NLZIET levert in hoge beeldkwaliteit toegang tot het online aanbod aan
programma’s van de drie partners. Sommige content is te zien voordat deze op
televisie is uitgezonden. Gebruikers kunnen voor zo’n acht euro per maand een
abonnement afsluiten op de dienst, die ook via mobiele apparaten af te nemen is.
Per 1 april 2018 vervalt bovendien de geoblocking in de EU, zodat abonnees de
NLZIET-catalogus dan in heel de EU kunnen bekijken. In combinatie met de
afschaffing van de roaming-tarieven zal dit naar verwachting voor een toename in
online kijktijd zorgen, met name tijdens de vakanties. Daarmee krijgen de
Nederlandse burgers toegang tot Nederlandse producties en de daarbij behorende
publieke waarden, ook als ze zich buiten Nederland bevinden.
Een belangrijke beperking voor het succes van NLZIET, is dat de promotie die nodig
is om een breed publieksplatform neer te zetten onderhevig is aan de regelgeving ten
aanzien van de NPO. Het Commissariaat voor de Media heeft besloten dat de NPO
NLZIET niet mag promoten buiten de reclameblokken, omdat commerciële derden
hiermee ook geholpen zouden worden. Dit zorgt ervoor dat er bij de NPO een
aanzienlijke beperking is om dit ook binnen de publieke omroep breed gedragen
initiatief in te zetten, en om het daartoe noodzakelijke informeren van het publiek en
de bijbehorende promotie te verzorgen. Het opheffen van deze beperking maakt
succes voor dit platform veel waarschijnlijker. De promotie vanuit de zenders kan
dan door alle partijen identiek en op grote schaal plaatsvinden.
Gezien de geschetste situatie en ontwikkelingen vindt de raad het van groot belang
dat de NPO de wettelijke ruimte krijgt om deze samenwerking tot een succes te
maken.
                                                                                       38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Daarnaast adviseren wij dat publieke en commerciële omroepen die op Nederland
gericht zijn, gezamenlijk verder werken aan de ontwikkeling van dit hoogwaardig en
gebruiksvriendelijke ondemandkanaal, en ook andere partijen met relevante
Nederlandse content uit nodigen om hieraan mee te werken. Dan kan naar de
mening van de raad op termijn veel van de Nederlandse audiovisuele content
zichtbaar en toegankelijk worden gemaakt te midden van het grote internationale
aanbod.
Ook voor deze uitbreidingsstrategie geldt dat eventuele wet- en regelgeving die
daarvoor een belemmering vormt, moet worden aangepast.
Voer quota in voor de vertoning van nationale en Europese producties
In Nederland en andere Europese landen gelden, vooral voor de publieke omroepen,
quota voor de vertoning van nationale en Europese producties. Anders dan in
verschillende andere Europese landen gelden dergelijke quota in Nederland niet
voor eindexploitanten, zoals private vod-platforms of voor bioscopen en
(gesubsidieerde) filmtheaters. [ 15 ] De strategie die wij adviseren om de zichtbaarheid
van nationale content te vergroten, ontlenen wij aan ingrepen die andere Europese
landen hebben gedaan, binnen de context van de Europese wetgeving op dit gebied.
In Frankrijk, bijvoorbeeld, geldt niet alleen een quotum voor de catalogus van een
vod-dienst, maar ook voor het openingsscherm van de dienst: het openingsscherm
van Netflix dient op zijn minst 20 procent Franse of Europese content te bevatten.
Wij adviseren de overheid over te gaan tot het instellen van (minimum)quota voor
de vertoning van Nederlandse films, series, documentaires en animaties voor video-
on-demandplatforms die op Nederland zijn gericht en voor bioscopen en
filmtheaters. [ 16 ]
Bioscopen, filmtheaters en filmfestivals
Ondanks de alomtegenwoordigheid van schermen in huis en de schier oneindige
hoeveelheid films die men daarop, op de bank, in bed of onderweg, kan bekijken,
hebben de bioscopen en filmtheaters niets van hun aantrekkingskracht verloren. 3D
– nu zelfs 4D – kijken, een indrukwekkend geluid en de donkere zaal bieden veel
mensen een waarde die filmkijken thuis niet heeft. Het aantal bezoeken per inwoner
is gestegen en de recette per bezoeker stijgt al jaren. Het aantal filmzalen is ook de
laatste jaren flink gestegen: in 2016 zijn er meer dan 50 zalen bij gekomen, goed
voor zo’n 9500 extra stoelen. In 2015 werden 33 miljoen bezoeken aan bioscopen en
filmtheaters afgelegd. Waarvan 6,2 miljoen aan Nederlandse films. De totale
bioscoopomzet is gestegen van 159,7 miljoen euro in 2007 tot 287,7 miljoen euro in
2016. [ 17 ]
Bij de bioscopen en filmtheaters is er in het aanbod eveneens sprake van
buitenlandse dominantie. Deze sector heeft in ons land financieel een zeer goed jaar
achter de rug, maar het aandeel Nederlandse films speelde daarbij een beperkte rol.
Het marktaandeel van bezoek aan Nederlandse films is verder gedaald in 2017: naar
slechts 12 procent. [ 18 ] Dit is vooral het gevolg van een gebrek aan Nederlandse
blockbusters. De positieve ontwikkeling in het bezoek aan Nederlandse
documentaires, arthouse- en cross-overfilms kan het gebrek aan belangstelling voor
Nederlandse publieksfilms niet compenseren. De verwachting is dat de
bioscoopbezoekersaantallen de komende jaren blijven groeien. [ 19 ] Die groei is
                                                                                         39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>vrijwel geheel te danken aan de bouw van nieuwe bioscopen en zalen van
buitenlandse partijen (Pathé, Vue, Kinepolis), die in Nederland de markt domineren
– in 2016 hebben zij 70 procent van de markt.
Niet alleen in de zalen, maar ook op het gebied van distributie domineren
buitenlandse bedrijven. Van de filmdistributeurs die actief zijn in Nederland is
85 procent in buitenlandse handen en de allergrootste maatschappijen, de ‘majors’,
maken hiervan 67 procent van uit. Deze vier majors hebben op het gebied van
distributie met 64,8 procent – en dat percentage stijgt alleen maar – het grootste
aandeel, terwijl zij, in tegenstelling tot de meeste onafhankelijke distributeurs, al
jaren niet investeren in de uitbreng van Nederlandse films. [ 20 ] Deze laatste hebben
een aandeel van 35,2 procent op de distributiemarkt en dit percentage daalt. [ 21]
De concurrentie is groot en er is weinig tijd en weinig geld beschikbaar om de
Nederlandse film het podium te geven dat die verdient. Door gebrek aan
substantiële marketingbudgetten en het ontbreken van lange vertoningsperiodes
krijgt een groeiend aantal nationaal geproduceerde films geen (serieuze) kans.
Behalve meer middelen voor marketing en distributie van Nederlandse films is ook
een grotere inspanning van bioscopen en filmtheaters wenselijk. Echter, bij die
laatste ontbreekt hiervoor vaak het budget.
Filmtheaters bieden vaak een verdiepende randprogrammering aan om publiek te
betrekken en te verbinden. De meerderheid van de filmtheaters is vanwege de
concurrentie genoodzaakt ook cross-overs te draaien of te kiezen voor
commerciëlere buitenlandse arthouse-films. Het gevolg is een versterking van een
neerwaartse spiraal van het aanbod die zich ook manifesteert bij televisieproducties:
minder (goed) Nederlands cultureel aanbod leidt tot minder kans om er publiek
voor te vinden, leidt tot minder waardering en draagvlak voor de Nederlandse film
en leidt daarmee tot minder kans om er geld mee te verdienen. Bovendien komen de
filmtheaters met deze programmering in het vaarwater van de commerciële partijen
terecht. Resultaat: verschraling van het aanbod, minder concurrentie op content en
meer van hetzelfde.
Afhankelijk van de ambitie van een filmtheater is er echter wel degelijk ruimte om
de neerwaartse spiraal te doorbreken. Daar waar commerciële bioscopen
voornamelijk voor omzetgroei kiezen, hebben filmtheaters een belangrijke culturele
verantwoordelijkheid. Zij vertonen een divers artistiek aanbod, dikwijls voor een
kleiner publiek. Distributeurs die doeken zoeken voor hun bijzondere films kunnen
doorgaans niet terecht bij commerciële theaters; zij kunnen wel aankloppen bij
filmtheaters. De raad hecht aan deze culturele functie van de filmtheaters. Wij
moedigen gemeentelijke overheden aan om deze theaters in staat te stellen om tot
avontuurlijke arthouse-programmering te komen. Nederlandse films horen daar ook
bij.
Ondanks een subsidierelatie tussen (gemeentelijke) overheden en filmtheaters
worden er op dit moment nauwelijks nadere voorwaarden gesteld aan de
filmprogrammering. Bijvoorbeeld dat een gesubsidieerd filmtheater voldoende
ruimte moet bieden aan (door het Filmfonds ondersteunde) Nederlandse films en
coproducties. Wat de raad betreft zou deze ketenbreuk hersteld moeten worden.
Daarnaast adviseert de raad tot quota afspraken te komen met bioscopen en
filmtheaters over de inzet voor Nederlandse en Europese films.
                                                                                       40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Festivals in de basisinfrastructuur
Nederland onderscheidt zich met drie gerenommeerde internationale filmfestivals
en een nationaal filmfestival, te weten: International Documentary Festival
Amsterdam, Cinekid en International Film Festival Rotterdam en het Nederlands
Filmfestival. Deze festivals zijn opgenomen in de BIS. De filmfestivals worden goed
bezocht, de bezoekersaantallen nemen de laatste jaren toe. Deze festivals hebben een
belangrijke functie in het cureren en etaleren van (inter)nationaal aanbod en op het
gebied van talentontwikkeling en educatie. Daarnaast wordt het publiek inhoudelijk
betrokken via masterclasses, discussieprogramma’s en andere randactiviteiten.
De festivals hebben bovendien een goed oog voor wat er in de wereld gebeurt op het
gebied van av-techniek, -productie en -formats. In hun programma is er in het
algemeen niet alleen ruimte voor het gesprek en de discussie over innovatie maar
ook voor innovatieve content zelf.
In zijn BIS-advies over de filmfestivals heeft de raad de positieve rol van de
filmfestivals benadrukt – de festivals bieden onder meer context, verdieping,
internationale samenwerking en educatie. Vanwege de aanwezigheid van
buitenlandse partijen bij IDFA, IFFR en Cinekid kunnen deze festivals een goed
platform of promotie-instrument zijn voor de Nederlandse av-sector. De Wet op het
specifiek cultuurbeleid kent iedere functie binnen het artikel ‘Film’ een vast budget
toe. Hierdoor is het niet mogelijk om een festival dat bijzonder goed functioneert of
zich profileert met bijzondere publieke waarde, te belonen. Ook niet als een ander
festival het volgens de raad met minder subsidie kan doen. De raad adviseert dan
ook om deze normbedragen los te laten.
Bewaren en ontsluiten van audiovisueel materiaal
Idealiter zou al het av-materiaal dat (deels) met publiek geld gefinancierd is, in de
best mogelijke vorm gedigitaliseerd en opgeslagen moeten kunnen worden. Zulk
materiaal dient dan ook laagdrempelig (online) toegankelijk te zijn voor de
Nederlandse burgers. EYE en Beeld en Geluid zijn de twee officiële organisaties voor
het opslaan en toegankelijk maken van het Nederlandse audiovisuele erfgoed. Beide
organisaties beschikken daartoe over eigen voorzieningen en personeel. Allebei
hebben ze te maken met dezelfde problematiek: onvoldoende geld om av-content te
digitaliseren en voor de toekomst te bewaren en voor het publiek te ontsluiten. EYE
heeft overigens behalve de kerntaken van filmarchief en -museum ook belangrijke
ondersteunende taken voor de sector: landelijke coördinatie van educatie en
internationale promotie van de Nederlandse film, waarbij de raad opmerkt dat EYE
voor beide taken ook een eigen verantwoordelijkheid heeft.
Digitalisering schept veel mogelijkheden voor beheer en behoud, maar levert ook
uitdagingen op. Het gaat dan vooral om de (auteurs)rechten bij het voor het publiek
ontsluiten van materiaal: modernisering van het auteursrecht is noodzakelijk. Van al
het gedigitaliseerde materiaal bij Beeld en Geluid uit het project Beelden voor de
Toekomst (2007 – 2017) is slechts 2,3 procent beschikbaar voor algemeen publiek
en 15 procent voor het onderwijs.
                                                                                      41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Door deze beperking worden superplatforms zoals YouTube in toenemende mate als
‘publiek archief’ gebruikt; de burger zoekt immers de makkelijkste weg. Deze
superplatforms zijn zeer toegankelijk en er is eenvoudig veel te vinden, ook als dat
niet altijd auteursrechtelijk is geregeld. Dat laatste is overigens voor de Nederlandse
burger slecht te signaleren. Het staat immers op een publiek toegankelijk platform.
Ook bestaat er nog veel en belangwekkend materiaal dat (snel) gedigitaliseerd dient
te worden. Daarnaast is er een beter perspectief nodig op beschikbaarstelling van
gedigitaliseerd materiaal. Hiervoor is het van belang de wetgeving aan te passen,
evenals het hierboven genoemde auteursrecht. Een afkoopconstructie met
collectieve beheersorganisaties die rechthebbenden vertegenwoordigen, zou online
beschikbaarheid van gedigitaliseerd materiaal zeer kunnen vergroten.
In 2018 zal Beeld en Geluid het nieuwe archiefsysteem Digitaal Audiovisueel Archief
Nederland (DAAN) starten. Hiermee zullen de ontsluiting en toegang voor alle
gebruikers makkelijker moeten zijn dan voorheen. De afgelopen jaren zijn er meer
grote stappen gezet. De raad waardeert dat en moedigt EYE en Beeld en Geluid aan
de toegankelijkheid tot publiek gefinancierde content, zonder restricties, te
vergroten. Wij vinden het belangrijk dat burgers – al dan niet tegen betaling –
eenvoudig toegang hebben tot publiek gefinancierd audiovisueel materiaal uit een
van deze twee archieven. Bij nieuwe producties dient aan de voorkant geregeld zijn
dat de publiek gefinancierde content ook online opvraagbaar en beschikbaar blijft,
dus ook op het gebied van (auteurs)rechten.
                                                                                        42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Mediawijsheid en filmeducatie
Mediawijsheid
In 2005 introduceerde de raad de term ‘mediawijsheid’, in een advies waarin hij zijn
zorg uit sprak over het kunnen meekomen van burgers in een gemedialiseerde
samenleving. Indertijd waren er nog nauwelijks mensen actief op sociale media, was
er geen draadloos internet en had nog vrijwel niemand gehoord van algoritmen of
fake news.
Aantal Nederlandse gebruikers
op sociale media vanaf 2005
(in miljoenen)
bron: emerce.nl, 2017
Toch heeft dit advies – ‘Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap’ –
weinig van zijn waarde verloren. Mobiel internet heeft in nog geen tien jaar tijd het
leven van miljarden mensen beïnvloed. De ‘medialisering’ van de samenleving
maakt het meer dan ooit noodzakelijk dat kinderen en jongeren worden onderwezen
over de aspecten ervan. Vrijwel alle kinderen tussen de twee en achttien jaar krijgen
dagelijks via tv en mobiele apparaten de meest uiteenlopende beelden
voorgeschoteld. Dit maakt de noodzaak van het kritisch ‘lezen’ van beelden – begrip
van de wijze waarop ze tot stand zijn gekomen, kennis van de afzender en kunnen
interpreteren – groter dan ooit. Om goed te kunnen functioneren en mee te kunnen
komen in de samenleving zijn toegang tot media en kennis van de werking van
(techniek van) media van groot belang voor iedereen – jong en oud.
                                                                                      43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Door de grote hoeveelheid platforms en content, die vaak zonder curator en zonder
context worden gepresenteerd, is het voor de gebruiker steeds lastiger te herkennen
en te begrijpen wat hij precies ziet en wat de waarde ervan is. In de huidige tijd,
waarin gemiddeld meer dan acht uur per dag aan media wordt geconsumeerd, is het
cruciaal om te weten hoe media werken, wat algoritmen zijn en wat ze doen, en om
te begrijpen waarom je ziet wat je ziet. En hoe daarmee om te gaan. Mede dankzij
het visietraject Onderwijs2032, waarvan het vervolg gestart is onder de naam
Curriculum.nu, en de daaruit volgende acties krijgen dit soort vaardigheden die bij
de moderne en toekomstige tijd horen, een structurele plek in het basisonderwijs.
De raad hecht er waarde aan dat de acties die volgen uit Curriculum.nu, van
toepassing zijn op zowel het basis als het voortgezet onderwijs. Die acties kunnen
eventueel in samenwerking met of in aanvulling zijn op de activiteiten van het
Expertisecentrum Mediawijsheid (Mediawijzer.net), dat zicht richt op alle
Nederlanders, van alle leeftijden.
Via het basis- en voorgezet onderwijs dienen kinderen niet alleen beelden en teksten
kritisch leren te beschouwen, maar ook de technologische kennis en vaardigheden –
bijvoorbeeld basaal leren programmeren en digitaal creëren, maar ook: wat zijn
algoritmen en hoe werken die?
De raad is van mening dat kinderen vroeg het idee moeten meekrijgen dat niet alles
op internet gratis is. Dat er investeringen zijn gedaan om iets te maken, dat mensen
een inkomen uit die content halen en er met de opbrengsten weer nieuwe producties
gemaakt kunnen worden. De raad pleit ervoor dit een onderdeel van mediawijsheid
te maken. Mediaconsumenten, jonge en oude, dienen ‘auteursrechtwijs’ te zijn.
Filmeducatie
Mede vanwege het grote aandeel aan tijd dat bewegend beeld opslokt, is
filmeducatie van belang.
Culturele, artistieke en journalistieke producties geven een beeld van de wereld; ze
verklaren gebeurtenissen of werpen er een bepaald licht op. Ze laten de identiteiten
van Nederland zien en geven er mede vorm aan. Culturele programma’s kunnen een
bijdrage leveren aan actuele maatschappelijke kwesties, en kunnen agenderen en
onderzoeken wat er leeft – zowel aan de oppervlakte als wat onderhuids gonst.
Vanwege het grote bereik vormt film sterker dan vele andere kunstvormen een
gemeenschappelijk referentiekader. Het medium heeft dan ook, naast een
esthetische, een belangrijke sociaal-maatschappelijke waarde. Films kunnen
ethische dilemma’s, misstanden en de veranderende mores blootleggen, het
maatschappelijk debat aanzwengelen, en de basis vormen voor educatieve
programma’s op scholen of het gesprek in de klas. Dat geldt niet alleen voor
(jeugd-)documentaires, maar ook voor speelfilms en jeugd- en familiefilms. Denk
aan op jeugd gerichte films rond thema’s als kanker, pesten en verlies.
Filmeducatie maakt van burgers beter geschoolde kijkers en gebruikers die het
aangeboden product beter op waarde kunnen schatten. Dit komt ook de afname ten
goede: investeren in educatie van kinderen leidt tot meer, kritischer maar vooral ook
kwalitatiever mediagebruik in de toekomst.
                                                                                      44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Ondanks de stappen die in het onderwijs zijn gezet, is filmeducatie (of breder:
media-educatie) nog te weinig structureel ingebed in het onderwijscurriculum. Ook
het Filmfonds stelt in zijn beleidsplan: “In het primair en voortgezet onderwijs en
ook op de pabo is geen structurele aandacht voor de beeldcultuur waarmee kinderen
opgroeien, noch voor het creëren van of reflecteren op bewegend beeld. (…) Een
actieve rol van de minister is voor de verwezenlijking hiervan noodzakelijk.
Mediageletterdheid en filmeducatie zijn evenals als lezen en schrijven
basisvaardigheden die scholing vergen.” [ 22]
Intermediairs die vraag en aanbod bij elkaar brachten, zijn op veel plekken in het
land wegbezuinigd. Daarnaast ontbreken middelen voor de ondersteuning van
educatieve activiteiten van (landelijke en lokale) filmfestivals, filmtheaters en andere
organisaties, sinds in 2010 de middelen van het Filmfonds zijn overgeheveld naar
EYE. Andere publieke en private fondsen zetten de beperkte middelen voor educatie
in voor andere kunstdisciplines.
De afstemming over filmeducatie bij filmfestivals in de BIS en lokale
(gesubsidieerde) theaters en festivals verdient verbetering. Voor scholen is er een
versnipperd aanbod en het verschil tussen de programma’s is vaak onduidelijk.
EYE heeft een eigen taak als instelling maar ook een landelijke taak op het gebied
van filmeducatie. Enkele filmtheaters ontwikkelen zelf educatieprogramma’s voor de
scholen in de steden en dorpen waar de theaters gevestigd zijn. Tegelijkertijd
verzorgen grote en kleine festivals eveneens educatie in diezelfde theaters in het land
(o.a. IFFR, Cinekid, NFF, IDFA, Movies that Matter). Opvallend is ook dat vanwege
een verschil in subsidiehoogte vergelijkbare film- en media-educatie voor
verschillende bedragen wordt aangeboden.
Hieruit blijkt in elk geval dat de afstemming en samenwerking beter kunnen
worden, in het belang van de leerlingen en ook van het film- en media-onderwijs. De
financiering van alle film- en media-educatie zou vanuit één gedachte geregeld
moeten worden, en in hun onderlinge relatie moeten worden beschouwd. Dat kan
bijvoorbeeld door filmeducatie, net als mediawijsheid, in het schoolcurriculum op te
nemen en dit landelijk te laten coördineren. Het verdient de voorkeur filmeducatie
onder te brengen bij een landelijke instelling, die zelf geen belang heeft bij de
realisatie.
Nu er in de BIS expliciet geld voor is vrijgemaakt, zou de omschrijving ten aanzien
van de landelijke taak op het gebied van filmeducatie scherper geformuleerd moeten
worden, gekoppeld aan de identiteit van het betreffende festival, rekening houdend
met de andere landelijke aanbieders, zodat verschillende partijen niet dezelfde of
vergelijkbare educatieve producten ontwikkelen.
In dit kader is onlangs een vanuit filmtheater Lux gepresenteerd plan interessant om
aanbod en vraag bij elkaar te brengen. Vanwege de vele, ook elkaar
beconcurrerende, instellingen die zich bezighouden met mediawijsheid en
filmeducatie, zien scholen vaak door de bomen het bos niet meer. Filmtheater Lux
heeft mede daarom in samenwerking met het filmtheater van Den Haag een pilot
voorgesteld waarbij zij als ‘filmeducatiehub’ een rol gaan spelen in de eigen regio.
Ook EYE is hierbij betrokken. Het idee is dat er meerdere van deze hubs in
Nederland ontstaan. De lokale instellingen voor media en film weten doorgaans
                                                                                         45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>beter de weg naar scholen te vinden – en andersom – dan een landelijke organisatie.
Regionale en lokale inbedding zijn van essentieel belang om goed in te kunnen
spelen op de vraag van het onderwijs.
Aansturing en coördinatie van filmeducatie en mediageletterdheid vindt dan plaats
op regionaal niveau, maar de algehele coördinatie en afstemming tussen de hubs
zouden wel op nationaal niveau moeten plaatsvinden. De bekostiging van een hub
zou vorm kunnen krijgen via een matchingsregeling tussen Rijk en regio kunnen
gebeuren.
De raad merkt ten slotte het volgende op. Er hoeft geen btw te worden berekend
voor onderwijs in muziek, dans, drama en beeldende vorming aan personen jonger
dan 21 jaar. Omdat film hier niet tussen staat, valt onderwijs in film aan personen
jonger dan 21 jaar niet onder de btw-vrijstelling. Onlangs is de lijst uitgebreid met
onderwijs in circus-technieken, omdat dat gerelateerd is aan ‘drama’ en ‘dans’.
Aangezien ‘film’ ook aan ‘drama’ gerelateerd kan worden, pleiten wij ervoor dat ook
deze kunstdiscipline aan de lijst wordt toegevoegd.
Diversiteit voor en achter de camera
Om een inclusief divers audiovisueel aanbod te krijgen zal door het gehele veld – van
alle ‘witte redacties’ in Hilversum tot het kunstvakonderwijs waar het opleiden van
veel makers begint – actie ondernomen moeten worden. [ 23 ]
De NPO is zich zeer bewust van zijn verantwoordelijkheid op dit vlak, maar
constateert dat de veelkleurigheid van de samenleving onvoldoende te zien is in het
eigen programma-aanbod, en ook dat daarin te weinig vrouwen in voorkomen. [ 24]
Daarom blijft diversiteit, in brede zin, een aandachtspunt voor de NPO.
Het Filmfonds, de andere grote speler in het publieke av-veld, benadrukt ook het
belang van diversiteit. Voor alle regelingen moeten aanvragers tonen op welke
manier bij het beoogde project invulling wordt gegeven aan diversiteit. Dit maakt
deel uit van de beoordelingscriteria die integraal worden gewogen. Het Filmfonds
kijkt daarbij naar diversiteit voor en achter de camera, in thematiek en bereik.
De raad moedigt deze stappen van NPO en Filmfonds aan en benadrukt voor alle
spelers in het audiovisuele veld, van opleiding tot vertoner, de toepassing van de
Code Culturele Diversiteit.
                                                                                      46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   1
‘Jaarrapport 2017’
Stichting Kijkonderzoek
   2
‘human.nl’
   3
‘Jaarrapport 2017’
Stichting Kijkonderzoek
   4
‘Jaarrapport 2017’
Stichting Kijkonderzoek
   5
‘94 percent of UK adults would rather live without sex than their
mobile phone’.
‘dailymail.co.uk’
   6
It Zucks!
De Groene Amsterdammer,
17 september 2017
   7
Nielsen, 2016
   8
The Nielsen Comparable Metrics Report 2016.
The Nielsen Company,
2016
   9
‘adage.com’
   10
‘Jaarrapport TV 2016’
Stichting Kijkonderzoek
   11
‘marketingfacts.nl’
   12
Nieuwsvoorziening in de regio 2014.
“Gelukkig zijn hier geen journalisten”.
Landman, L. en Kik, Q. e.a.
Studies voor het Stimuleringsfonds voor de journalistiek/ S40,
Stimuleringsfonds voor de journalistiek, 2015
   13
‘Advies Concessiebeleidsplan 2017 – 2025 Regionale Publieke
Omroep’
Raad voor Cultuur,
5 oktober 2017
   14
Dat Denemarken dit als een serieuze positie ziet, blijkt uit het feit dat
deze ambassadeur, Casper Klynge, een jarenlange ervaring heeft als
ambassadeur.
   15
Bijvoorbeeld Litouwen, Malta, Slowakije, Frankrijk, Kroatië, Tsjechië,
Italië, Polen, Roemenië, Slovenië, Spanje.
   16
Voor een uitleg van ‘Nederlands’: zie de criteria die het Filmfonds
hiervoor hanteert.
                                                                          47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>  17
Jaarverslag 2016.
Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters
  18
Wel is het zo dat het totale aantal bezoeken aan een Nederlandse film
tussen in 2017 ten opzichte van 2016 met ongeveer 3 procent is
gestegen naar 4,3 miljoen en ook de omzet toonde met 1,79 procent
een lichte stijging.
‘denvbf.nl’
  19
PwC Media Entertainment and Media Outlook
2017 – 2021.
2017
  20
Universal Pictures International Netherlands, Warner Bros. Pictures
International (Holland), The Walt Disney Company (Benelux), Sony
Pictures Releasing Holland.
  21
Film Facts & Figures of the Netherlands 2016.
Nederlands Filmfonds,
mei 2017
  22
Beleidsplan 2017 – 2020.
Nederlands Filmfonds,
2016
  23
‘voorbeeld-allochtoon.nl’
  24
Begroting 2018.
NPO
                                                                      48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / De audiovisuele sector vanuit economisch
        perspectief / 4. De audiovisuele sector vanuit economisch perspectief
         4. De audiovisuele sector vanuit
         economisch perspectief
De audiovisuele sector is van oudsher een sector waarin zowel de markt als de
overheid een belangrijke rol hebben. In dit hoofdstuk beschrijven en duiden we de
verschillende geld- en financieringsstromen in de sector en bezien we de situatie op
de arbeidsmarkt.
Algemeen beeld
Audiovisuele producenten scheppen mede de werkelijkheid zoals die zich dagelijks
aan miljoenen Nederlanders voordoet. Door het bieden van vermaak, reflectie en
informatie dragen ze zo inhoudelijk bij aan de Nederlandse samenleving. Maar de
sector heeft behalve die maatschappelijke waarde ook een aanzienlijke economische
waarde. Die uit zich in de mate waarin de spelers in de sector de economie voeden,
in omzet, in investeringen en in aantallen mensen die werkzaam zijn in de av-sector.
Uit gegevens van het CBS blijkt dat de av-sector in 2017 uit 91.720 grote en kleine
bedrijven bestond – een robuust getal, dat ook duizenden eenmansbedrijfjes
omvat. [ 1 ] De filmsector beslaat ongeveer 13 procent van de audiovisuele sector, die
als geheel voornamelijk bestaat uit zzp’ers en kleine bedrijven met twee tot vijf
werkzame personen. Het CBS heeft berekend dat er gemiddeld in 2017
114.233 personen in de ‘brede audiovisuele sector’ – inclusief branche-gerelateerde
ondernemingen zoals toeleveranciers – werkzaam waren. Hiervan is 76 procent
zzp’er. De filmsector telt volgens het CBS 17.381 werkzame personen, waarvan bijna
64 procent zzp’er is. Het CBS constateert dat het aantal werkzame personen in de
Nederlandse audiovisuele sector de laatste jaren fors is toegenomen; deze groei is te
verklaren door de toename in het aantal zzp’ers.
Binnen de media- en entertainmentindustrie onderscheidt de Monitor topsectoren
2017 van het CBS de volgende sectoren: radio & televisie, persmedia, film,
muziekindustrie, boekenindustrie, overige uitgeverijen en live-entertainment.
Gaming en Dutch Digital Agencies worden tot de creatieve zakelijke dienstverlening
gerekend.
Dat er in de media- en entertainmentindustrie – waarvan de av-sector deel uitmaakt
– slechts van beperkte banengroei sprake was, kwam vooral door het banenverlies in
de persmedia. In de filmindustrie steeg het aantal banen juist het meest, met ruim
vierduizend, naar ruim veertien duizend.
De nieuwe audiovisuele disciplines ‘digital design’ en ‘gaming’ worden door de
monitor onder de creatieve zakelijke dienstverlening geschaard. In 2015 waren er
bijna zevenduizend mensen werkzaam in digital design en ruim drieduizend in de
game-industrie. Gaming is in de laatste twee jaar met 2,6 procent per jaar gegroeid.
Dat staat gelijk aan een netto toename van driehonderd banen.
                                                                                         49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>De groei van de sector betekent overigens niet dat het overal even goed gaat. Veel
zzp’ers werken op of net onder het minimumloon en de onderhandelingspositie voor
deze mensen is zwak. Uit onderzoek blijkt dat met name de sociaal-economische
positie van de audiovisuele maker bij de publieke omroep door een aantal onderling
samenhangende factoren ernstig verzwakt is. [ 2 ] Als belangrijke oorzaken worden
onder andere gezien: de bezuinigingen, digitalisering en diversificatie van de
distributiekanalen van de publieke omroep, de centralisering en concentratie van de
rechtenverwerving door de publieke omroepinstellingen, de toename van het aantal
producenten en de beëindiging van vergoedingen voor herhalingen en voor
distributie via de kabel.
Met de in 2015 ingevoerde Wet auteurscontractenrecht is de juridische positie van
(audiovisuele) makers weer iets sterker geworden. Die wet waarborgt dat de makers
van de producent ‘een billijke vergoeding’ ontvangen voor ‘de verlening van
exploitatiebevoegdheden’, en geeft scenaristen, regisseurs en acteurs het recht op
‘een proportionele vergoedingsaanspraak’ onder andere jegens de uitzendende
omroepen en kabelmaatschappijen. In de wet zijn echter geen punten opgenomen
die een garantie bieden voor een redelijk basissalaris van de makers. [ 3 ]
Dit was in het verleden anders. De publieke omroep hanteerde lange tijd – collectief
uit-onderhandelde – normen voor een redelijke honorering van freelance makers. In
andere Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland bestaan nog
steeds regels die een redelijke honorering van audiovisuele makers bij de publieke
omroep moeten waarborgen.
Voor de audiovisuele producties die voor subsidiëring vanuit het CoBO-fonds (het
Coproductiefonds Binnenlandse Omroep) en/of het Filmfonds in aanmerking
komen, geldt in de praktijk dat er wel in enige mate sprake is van normering van de
honoraria. Deze fondsen zien er informeel op toe dat de voor makers begrote
honoraria niet ‘onredelijk laag’ liggen. In de filmsector is de honorering in de regel
beter dan bij televisieproducties.
Het is van groot belang om de financiële positie van de makers gezond te houden,
vooral ook gezien de te verwachten verder krimpende budgetten bij ongewijzigd
beleid.
Markt
De markt van de audiovisuele sector kent een aantal geldstromen uit exploitatie:
betalingen door consumenten, reclame-inkomsten, de handel in dataverkeer en
inkomsten uit rechten. Als we deze stromen successievelijk langslopen, wordt de
recente verandering van de economische structuur van de sector eens te meer
duidelijk.
Consumenten
De audiovisuele sector verwerft een groot deel van de inkomsten uit de afname door
consumenten: miljoenen kijkende en luisterende mensen, Nederlanders die graag
een avondje uitgaan naar bioscoop of filmtheater of zich thuis laven aan het aanbod
op televisie, al dan niet via ‘uitgesteld kijken’ of vod.
                                                                                       50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>We belichtten de – elk jaar teruglopende – televisiekijktijd al in ‘De audiovisuele
sector vanuit maatschappelijk perspectief’. Daar constateerden we tevens dat het
goed gaat met de bioscoopsector. De totale bioscoopomzet is gestegen van
159,7 miljoen euro in 2007 tot 301,7 miljoen euro in 2017. [ 4 ] Het aantal
bioscoopbezoeken per inwoner is in die periode met meer dan 30 procent gestegen
en de recette per bezoeker met meer dan 20 procent. De Nederlandse film heeft
daarvan helaas niet kunnen profiteren: het aandeel ervan is sterk teruggelopen en is
lager dan het de afgelopen acht jaar was. In absolute zin zijn omzet en bezoek
overigens wel groter dan acht jaar geleden, alleen zijn de inkomsten voor de
Amerikanen harder gegroeid dan die voor de Nederlandse film.
De verhuur en verkoop van dvd en blu-ray zijn vrijwel verdwenen; de inkomsten
hieruit zijn inmiddels verwaarloosbaar. Daartegenover staat de explosieve groei van
een nieuwe inkomstenbron: opbrengsten uit abonnementen van vod-platforms. Het
aantal kijkminuten is bij video on demand tussen 2015 en 2017 ruim verdubbeld:
van gemiddeld 11 naar 23 minuten per dag. Twintigers besteden met 43 kijkminuten
zelfs bijna twee keer zo veel tijd als de gemiddelde Nederlander aan vod. [ 5 ]
Die stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de groei van Netflix. Uit onderzoek
blijkt dat ongeveer 5,6 miljoen Nederlanders gemiddeld 84 minuten per dag naar
deze Amerikaanse vod-aanbieder kijken. Dit is ongeveer een derde van de totale
kijktijd van video on demand. YouTube en Netflix samen zijn in Nederland goed
voor de helft van de kijktijd van video on demand. [ 6] Netflix heeft in Nederland
circa 2,5 miljoen abonnees, die tussen de acht en vijftien euro per maand betalen. [ 7 ]
De omzet van alleen Netflix in Nederland is met zo’n 300 miljoen dus nagenoeg
gelijk aan de omzet van de hele Nederlandse bioscoopsector en zal deze naar
verwachting snel voorbij streven.
Kijktijd video on demand
bron: Smart Media Monitor 2017
                                                                                         51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Naast Netflix zijn er nog andere Nederlandse en op Nederland gerichte vod-
platforms, zoals Videoland, Film1, Amazon Prime, YouTube, RTLXL, NPO Start
Plus, Pathé Thuis, Cinetree, Picl en NLZIET.
De consument zal bereid zijn om voor een beperkt aantal van deze diensten te
betalen. Dat houdt in dat een consolidatie zal plaatsvinden om de noodzakelijke
schaal te behalen of behouden. Een zo groot mogelijke catalogus zal daarbij van
belang zijn. De raad roept de sector dan ook op om samen te werken, om zo het
Nederlandse product te bundelen en daarmee een interessante propositie te
bouwen. De tv-zenders zijn daarvoor bij uitstek voorgesorteerd en kennen al een
samenwerkingsverband op dit terrein in de vorm van NLZIET.
De av-sector is innovatief en actief in het aanbieden van nieuwe vormen van
distributie. De Nederlandse consument is ook bereid voor de content te betalen,
maar het aandeel van betalingen voor het Nederlandse product blijft daarbij achter.
Op deze nieuwe distributieplatforms is namelijk voornamelijk internationale en
niet-Nederlandstalige content beschikbaar.
Terwijl de financiering van Nederlandse audiovisuele content het steeds zwaarder
krijgt en de grote buitenlandse partijen juist groter worden, zowel in bereik als in
vermogen, doen deze bedrijven geen noemenswaardige content-investeringen in
Nederland. Ze voelen geen verantwoordelijkheid voor serieuze en bij hun omvang
passende lokale content productie, ondanks de grote rol die zij spelen op de
Nederlandse platforms. De keuzes die zij maken, zijn gebaseerd op economische
groei en maximalisering van vooral de aandeelhouderswaarde.
    Piraterij
    Piraterij – het verveelvoudigen en openbaar maken van materiaal zonder
    toestemming van de rechthebbenden – moet zoveel mogelijk worden bestreden.
    Het Europese Hof van Justitie heeft in 2014 beslist dat downloaden uit illegale
    bron niet onder de uitzondering voor privé-kopiëren valt en zonder voorafgaande
    toestemming van rechthebbenden niet is toegestaan. In januari 2018 heeft de
    Nederlandse rechter bepaald dat nu ook andere providers als VodafoneZiggo en
    XS4ALL de torrentsite The Pirate Bay moeten blokkeren. Als Stichting Brein
    nieuwe IP-adressen of domeinen aan de providers aanlevert, moeten de
    providers deze ook blokkeren. [ 8 ] Deze bepaling is een zeer belangrijke stap in
    het verder tegengaan van het illegaal downloaden en verspreiden van
    auteursrechtelijk beschermd materiaal In gesprekken tussen
    internetserviceproviders en rechthebbenden is onder meer gesproken over een
    convenant over het blokkeren van illegale sites: als de rechter een provider
    verboden heeft een site door te geven, dan zouden de andere providers die site
    ook moeten blokkeren, zodat daar niet steeds apart over hoeft te worden
    geprocedeerd.
                                                                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>    De raad vindt het wenselijk dat naast dit restrictieve beleid ook een stimulerend
    beleid gevoerd wordt door de sector. Dat zou in de promotie van legaal
    beschikbaar materiaal moeten voorzien en consumenten dienen te wijzen op
    mogelijkheden voor zulke legale toegang. Daartoe zou een
    internetserviceprovider bezoekers van (inmiddels) afgesloten websites waarop
    aantoonbaar illegaal aanbod staat, kunnen doorverwijzen naar Film.nl. [ 9]
    Daarnaast zouden providers gerichte ‘alerts’ kunnen sturen naar consumenten
    van wie het IP-adres wordt gebruikt om te downloaden uit illegale bron en hen
    daarbij, bijvoorbeeld ook weer via Film.nl, te attenderen op plekken waarop
    legaal aanbod te verkrijgen is.
    Piraterij is in de eerste plaats een morele kwestie – voor veel mensen is alles op
    internet ‘vanzelfsprekend’ gratis – maar wordt extra in de hand gewerkt door
    ontoegankelijkheid van het aanbod. Netflix is mede zo succesvol omdat het
    gemakkelijk is om het aanbod te zien en te blijven kijken. Film.nl is een poging
    om de legale toegankelijkheid van films en series te vergroten, waaronder ook
    Nederlandse content. Of het in 2016 begonnen portal een succes is, kan nog niet
    gezegd worden.
Advertentiegelden
De advertentie-inkomsten maken een groot deel uit van het businessmodel van de
sector. Dit geldt met name voor televisiezenders: zij baseren hun verdienmodel
voornamelijk op het uitzenden van advertenties tussen en binnen programma’s. Dit
geldt deels ook voor de publieke omroep, waar de advertentie-inkomsten zorgen
voor ongeveer 22 procent van de financiering. [ 10 ] De opkomst van online kijken en
van de superplatforms die kijktijd weghalen, zoals hierboven beschreven, heeft grote
veranderingen tot gevolg. De reclame-inkomsten via lineaire televisie zullen blijven
dalen en naar verwachting zal dat de komende tijd zelfs versneld doorzetten.
De afname van reclame-inkomsten voor lineair kijken heeft enerzijds te maken met
teruglopende absolute kijkersaantallen voor deze vorm van distributie, waardoor
adverteerders minder betalen voor tv-reclame, en anderzijds met een toenemende
aantrekkingskracht op adverteerders van platforms als Google en Facebook. Uit een
rapport dat EY eind 2017 in opdracht van het ministerie van OCW heeft uitgevoerd,
blijkt dat de te verwachten reclame-inkomsten van de NPO via de STER de komende
jaren een verdere forse daling laten zien. [ 11 ] Afhankelijk van het scenario kan dit
oplopen tot een negatief effect van 50 miljoen euro per jaar.
Het verlies op televisiereclame-inkomsten wordt niet gecompenseerd via de eigen
Nederlandse onlineadvertenties: de opbrengsten daaruit gaan voornamelijk naar de
superplatforms. Dit betekent een enorme verliespost voor Nederlandse
mediabedrijven. Onderstaande grafiek laat zien dat de online reclamebestedingen in
2017 voor het eerst hoger waren dan die voor offline.
                                                                                       53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Inkomsten advertenties online t.o.v. andere kanalen
(in miljoenen euro’s)
bron: PwC, Ovum
De verwachting is dat de online reclamebestedingen tot 2020 met ruim een derde
toenemen. Deze groei komt bij ongewijzigd beleid voornamelijk ten goede van de
omzetten van Google en Facebook. In Canada en de VS komt inmiddels 90 procent
van de groei van onlineadvertentie-opbrengsten bij Google en Facebook terecht. [ 12 ]
In Nederland gaat 60 procent van de online reclamebudgetten naar ‘social’ en
‘search’, oftewel: Facebook en Google. [ 13 ] PwC schrijft in zijn ‘Entertainment and
Media Outlook 2017’ dan ook dat Google de Nederlandse internet advertentiemarkt
beheerst en voor andere partijen slechts kleine marktaandelen overlaat. Dezelfde
situatie geldt voor de advertentiemarkt op sociale media; in lijn met bovengenoemde
cijfers is het Facebook dat hier de nummer-een-positie inneemt.
Aangezien de superplatforms online de grootste spelers zijn en zij te maken hebben
met een groeiend aantal gebruikers, verdwijnt steeds meer advertentiegeld over de
grenzen. Het gevolg van deze verschuiving – van reclamebesteding op Nederlandse
zenders en platforms naar buitenlandse – is dat er minder investeringen in de
Nederlandse tv-industrie kunnen worden gedaan en de eigen Nederlandse
av-productie in zowel kwaliteit als kwantiteit onder grote druk komt te staan.
Ook voor de partijen die een verdienmodel hebben met advertenties – zoals de
superplatforms – geldt dat die geen noemenswaardige investeringen doen in
Nederlandse content. Ook deze partijen voelen geen verantwoordelijkheid voor
contentproductie, ondanks de grote rol die zij spelen in het mediagebruik van de
Nederlanders en ook hun keuzes zijn, net als die van de on demand betaalplatforms,
gebaseerd op economische groei en maximalisering van de aandeelhouderswaarde.
                                                                                      54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Exploitatie van rechten
De exploitatie van een productie dient om inkomsten te genereren. Die bieden
immers een financiële stimulans om een volgende productie te maken. Wanneer de
exploitatiemogelijkheden beperkt zijn, bijvoorbeeld door een beperkte afzetmarkt en
een klein taalgebied of door het ontbreken van exploitatierechten omdat die bij
verkoop van een productie aan een omroep moesten worden afgestaan, kan er
minder worden verdiend door de producent en komt er dus minder nieuwe
Nederlandse av-content beschikbaar.
    Rechten­convenant
    De NPO, de individuele omroepen en de televisieproducenten, samen
    vertegenwoordigd in de Vereniging van Onafhankelijke Televisieproducenten
    (OTP), hebben sinds 1 juli 2017 in een convenant onderlinge afspraken
    vastgelegd over de verdeling van IP- en exploitatierechten en de rol van de
    verschillende partijen bij het naleven van die rechten. [ 14 ] Dit convenant heeft
    echter een korte duur; het loopt namelijk tot 1 juli 2019 en omvat enkel
    producties die volledig door omroepen en daaraan gelieerde fondsen zijn
    gefinancierd. Nieuwe afspraken met film- en documentaire producenten, die in
    de regel hun producties financieren door naast bijdragen van omroepen ook
    financiering van andere publieke en private partijen aan te trekken, hebben nog
    geen gestalte gekregen. Terwijl nu juist de exploitatie van rechten een meerjarige
    opzet vereist.
    De eerder door de NPO aangekondigde rechtenentiteit is inmiddels opgericht.
    Deze entiteit heeft de vorm van een coöperatie en heeft als doel het beheren en
    exploiteren van programmarechten van de publieke omroepen. De coöperatie zal
    optreden als agent bij het verlenen van licenties aan binnenlandse video-on-
    demanddiensten van derden en bij de internationale exploitatie van media-
    aanbod en formats van de leden van de coöperatie. Het is nog onduidelijk wat
    precies de implicaties zijn voor de producenten die buiten de omroepen werken.
Aan een programma(concept) zijn rechten verbonden: IP-rechten (intellectual
property) en exploitatierechten. De raad constateert dat er sprake is van een trend
waarbij omroepen zich behalve de exploitatierechten ook de formatrechten van
content willen toe-eigenen. Daarnaast belemmert de NPO de exploitatie (behalve op
het eigen kanaal) van in opdracht van de NPO geproduceerde content, en
touwtrekken omroepen met buitenproducenten over het IP van de content. Deze
situatie komt deels voort uit de dubbele positie die omroepen binnen het publieke
bestel bekleden.
Enerzijds zijn ze zendgemachtigden met de beschikking over een budget voor een
bepaald tijdsslot dat is toegewezen door de NPO. Anderzijds dingen ze zelf mee naar
de invulling van een dergelijk ‘slot’, in rechtstreekse concurrentie met
buitenproducenten. Ze concurreren zo, als het ware, met hun eigen leveranciers.
Omroepen schuiven steeds meer op richting productiehuizen. Op zich is het een
logische stap als zij hun voortbestaan willen garanderen, maar het is wel een
ingewikkelde rol ten opzichte van de onafhankelijke producenten in de av-industrie.
Voor commerciële omroepen is het belang van het verkrijgen van rechten ook
toegenomen. Mede gezien de ontwikkelingen op de advertentiemarkt achten zij,
voor het behoud van een verdienmodel, de noodzaak hiervoor groter dan ooit.
                                                                                       55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>De tegenvallende STER-inkomsten hebben ook op het gebied van rechtenkwesties
gevolgen. We vrezen in navolging van de EY-rapporteurs dat de NPO steeds meer
rechten van publiek gefinancierde producties naar zich toe zal proberen te trekken
om mogelijk daarmee nieuwe inkomsten te verwerven. Naar de mening van de raad
zou dat de kracht van de sector echter ondergraven en slechts een interne
verschuiving opleveren, omdat de producenten dan de rekening betalen.
De hierboven geschetste problemen en de daaruit voortvloeiende beperkingen liggen
verankerd in de manier waarop ons omroepbestel momenteel is vormgegeven. Er
blijft sprake van een ‘concurrentie’ tussen omroepverenigingen en de NPO,
waardoor samenwerking, zoals op het gebied van rechtenafspraken en -exploitatie
via bijvoorbeeld een centraal orgaan, in de praktijk erg ingewikkeld blijkt. Ook de
bestuurlijke relatie tussen de NPO en de STER blijkt ingewikkeld en aan
vernieuwing toe, zoals EY heeft geconcludeerd.
Ten slotte bestaat het probleem dat de rechten belemmerend kunnen werken om
met Nederlands publiek geld gefinancierde producties op de nieuwe platforms te
krijgen. Immers, als die nieuwe platforms niet als kans worden gezien maar als
bedreiging, zullen de rechthebbenden uitzending via die platforms ten behoeve van
eigen platforms voorkomen. En daarmee mist de Nederlandse burger een kans om
goede Nederlandse producties te bekijken.
Data als economische waarde
De waarde en macht van de grote buitenlandse bedrijven worden niet alleen bepaald
door de enorme omzetten die ze maken met de productie en wereldwijde distributie
van digitale content. Een zeer grote waarde ligt besloten in de data van gebruikers
die opgeslagen zijn in grote serverparken van deze spelers. De geaggregeerde
gebruikersgegevens, big data, die voor adverteerders zeer waardevol zijn, zijn dan
ook de grootste inkomstenbron van het internet. De handel in deze data – die onder
meer ons consumptiegedrag in kaart brengen – zorgt er mede voor dat de
geldstromen richting de superplatforms verder toenemen: ze vormen het fundament
onder de advertentie-inkomsten.
Ook voor videoconsumptie wordt het steeds relevanter om gebruikersgegevens
(‘user data’) te gebruiken, om daarmee verschillende doelgroepen te voorzien van
relevante content. Op het moment dat de content relevant is en de juiste doelgroep
bereikt, zullen adverteerders geïnteresseerd zijn om te adverteren. Een op de juiste
doelgroep gemikte campagne levert immers meer verkopen op dan een schot hagel
op een brede groep consumenten, zoals televisiereclame nu ongeveer werkt.
Door het delen van gebruikersgegevens zouden adverteerders de content die de
consument zou willen bekijken, kunnen financieren. Hierdoor ontstaat een situatie
waarbij beide partijen belang kunnen hebben.
In de bioscoopsector is het gebruikelijk dat de bioscoopexploitant gegevens over
bezoek en omzet deelt met rechthebbenden van de vertoonde producties. Digitale
platforms zouden rechthebbenden naar de mening van de raad ook zulke inzage
moeten bieden in onder meer de omzet, het aantal abonnees (bij aanbieders van
video-on-demand zoals Netflix), het aantal transacties (waarbij online een film
wordt ‘bekeken’), het aantal Nederlandse producties en hun aandeel in de catalogus
en het aantal streams of transacties van Nederlandse aanbod. Wanneer deze data
                                                                                     56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>voor rechthebbenden transparant zijn, krijgen zij zicht op de waarde van hun
product en op de context ervan: door wie wordt het bekeken en waar kijken die nog
meer naar? Dat laatste is relevant om te weten waar je op het ‘menu’ staat, zodat
programmering beter wordt en de vindbaarheid van de individuele producties kan
worden verbeterd door ze in de juiste context aan te bieden.
    Privacy
    In mei 2016 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking
    getreden. De verordening gaat over de bescherming van personen in verband
    met de verwerking van hun persoonsgegevens en het vrije verkeer van die
    gegevens. Organisaties hebben tot mei 2018 de tijd om hun bedrijfsvoering
    hierop aan te passen. De AVG heeft grote impact op de manier waarop
    organisaties, en zeker ook culturele instellingen, persoons- en
    gebruikersgegevens mogen verzamelen en digitale marketing kunnen uitvoeren.
    De wet volgt op de Wet bescherming persoonsgegevens uit 1995. De AVG stelt
    dat elke opslag van persoonsgegevens een inbreuk is op het grondrecht van de
    bescherming van de persoonlijke levenssfeer (lees: privacy) – en daarmee een
    inbreuk op de rechten van de mens. Dat betekent dat organisaties niet langer
    persoonlijke data van mensen kunnen opslaan van mensen. Het gaat niet alleen
    om persoonsgegevens, maar ook om surfgedrag, IP-adressen, etc. Vanaf
    25 mei 2018 mag een organisatie deze alleen nog verzamelen als mensen daar
    actief toestemming voor hebben gegeven. Daarbij is het zo dat de verzamelde
    gegevens doelmatig moeten zijn (waarom moet je bijvoorbeeld je geboortedatum
    invullen als je online je schoenen koopt?) en dat personen te allen tijde de
    informatie die organisaties van hen hebben opgeslagen mogen opvragen en,
    indien gewenst, mogen laten verwijderen of de organisatie mogen verzoeken de
    data te delen met een andere organisatie. De verantwoordelijkheid voor het
    correct en veilig bewaren van gegevens ligt bij de organisatie die de gegevens
    heeft ontvangen: zij moet aantoonbaar de juiste veiligheidsmaatregelen getroffen
    hebben. Een datalek moet zij binnen 72 uur melden aan de Autoriteit
    Persoonsgegevens.
De raad hecht veel waarde aan transparantie van de verzamelde data. Hij
ondersteunt alle initiatieven die de privacy van mediaconsumenten vergroten.
Aangezien veel activiteiten rond big data inmiddels grensoverschrijdend van
karakter zijn, is samenwerking met internationale partijen daarbij belangrijk. De
Nederlandse wetgeving dient leidend te zijn, ook voor buitenlandse aanbieders op de
Nederlandse markt.
Momenteel regelt een Europees-Amerikaans verdrag de opslag van persoonlijke
gegevens van Europese internetgebruikers in de VS. Na kritiek van het Europese Hof
van Justitie op de eenzijdigheid van de eigendom van die data (voornamelijk bij de
platforms in de VS) zijn er nieuwe regels vastgelegd, maar die hebben de zorg bij de
tegenstanders van de wet niet weggenomen.
Overheid
De Nederlandse overheid ondersteunt de audiovisuele sector op verschillende
manieren. Het omroepbestel wordt gefinancierd via de Nederlandse Publieke
Omroep (NPO) en de Regionale Publieke Omroep (RPO), die hun geld krijgen van
de Rijksoverheid. Lokale overheden subsidiëren lokale radio- en televisiezenders
                                                                                     57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>binnen de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO). De
ontwikkeling, productie en distributie van kwalitatief hoogwaardige en
vernieuwende audiovisuele content worden met name gefinancierd via het
Filmfonds en voor een klein deel via het Fonds Creatieve Industrie. Ten slotte
financiert de overheid een aantal instellingen in de culturele basisinfrastructuur.
Het omroepbestel
De NPO en het Filmfonds zijn de twee voornaamste publiek gefinancierde
organisaties in de Nederlandse audiovisuele sector voor de verdeling van de
overheidsgelden. De NPO wordt gefinancierd uit de mediabegroting en heeft
(inclusief STER-opbrengsten) meer dan 800 miljoen euro te besteden – waarvan
met inbegrip van het CoBO-fonds en het NPO-fonds, circa 70 miljoen euro voor
televisiedrama en documentaires. De NPO besteedt dit budget, via de omroepen,
voor ongeveer 85 procent aan Nederlandse content.
Binnen de NPO verdient het CoBO-fonds aparte vermelding. De meeste
coproducties waar deze Stichting Coproductiefonds Binnenlandse Omroep een
bijdrage aan levert, vinden plaats tussen een publieke omroep en een onafhankelijke
filmproducent of tussen een publieke omroep en een instelling uit de
podiumkunsten. De inkomsten van CoBO komen uit vergoedingen die in het
buitenland betaald worden voor doorgifte van NPO 1, 2 en 3 (7,2 miljoen euro), en
uit de mediabegroting ruim 8 miljoen euro voor het filmbeleid. [ 15 ]
Ook is er van het NPO-budget 16,6 miljoen euro geoormerkt voor het recent gestarte
NPO-fonds dat deels de insteek van het wegbezuinigde Mediafonds overneemt. Met
dit geld worden de ontwikkeling en productie van kwalitatief hoogwaardige en
artistieke documentaires en dramaproducties voor volwassenen en jeugd, voor
televisie en radio, ondersteund. Of ook makers en producenten van interactieve en
‘transmediale’ producties – producties die via meerdere soorten mediaplatforms
worden ‘verteld’ – die losstaan van programma’s op televisie, in de toekomst
subsidie kunnen aanvragen is nog de vraag; vooralsnog voorziet het fonds hier niet
in.
Daarnaast zijn er 260 lokale omroepen, samenwerkend binnen de NLPO, die van de
gemeente waarin zij uitzenden in beginsel 1,14 euro per huishouden per jaar kunnen
ontvangen.
De Rijksoverheid is ook verantwoordelijk voor de financiering van de regionale
publieke omroepen. Zij doet dit via de Regionale Publieke Omroep (RPO); deze
verdeelt ongeveer 150 miljoen euro over de dertien regionale omroepen.
De stijging van de mediabegroting in onderstaande tabel wordt veroorzaakt doordat
het geld bestemd voor de RPO vanuit de provincies is overgeheveld naar het Rijk.
                                                                                    58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Mediabegroting
(in miljoenen euro’s)
bron: website OCW
De raad vindt de publieke omroep een van de belangrijkste aanbieders en financiers
van Nederlandse kwaliteitsprogramma’s en daarmee ook een van de motoren van de
audiovisuele sector. Nieuwe bezuinigingen op de NPO zullen de sector verder
schaden, aangezien de bezuinigingen vooral aan de makers en leveranciers buiten de
NPO zullen worden doorberekend, zo leert het verleden. Dat ontslaat de NPO niet
van de plicht om in het licht van de ontwikkelingen toekomstbestendige
alternatieven te ontwikkelen voor het huidige doelgroepbeleid, dat werkt op basis
van zenderprofilering.
Film
Vanuit de cultuurbegroting wordt de tweede grote speler in de Nederlandse av-
sector gefinancierd: het Filmfonds. Dit ontvangt jaarlijks zo’n 52 miljoen euro,
waarvan 48,9 miljoen voor filmproducties en activiteiten. Het budget van het
Filmfonds komt geheel ten goede aan de Nederlandse filmsector enerzijds voor
ontwikkeling, productie en distributie van filmproducties (speelfilms,
documentaires, animatiefilms, korte films en innovatieve producties), anderzijds
voor activiteiten als festivals, training en deskundigheidsbevordering, publicaties en
onderzoek. Binnen de regelingen van het Filmfonds is een onderscheid tussen
selectieve regelingen, waarbij de nadruk ligt op de cinematografische kwaliteit van
de film, en economische regelingen, waarbij de nadruk ligt op verhoging van de
productieactiviteit in Nederland en de versterking van de internationale
concurrentiepositie van de Nederlandse filmsector.
                                                                                       59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie heeft jaarlijks zo’n 15 miljoen euro te
besteden, waarvan een kleine miljoen beschikbaar is voor innovatieve producties
waaronder games. Het grootste deel van het budget ontvangt het fonds van het
ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Dat geld wordt aangevuld met
budget vanuit de ministeries van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur
& Waterstaat.
Op gemeentelijk niveau wordt de Nederlandse av-sector ook gestimuleerd,
voornamelijk met subsidies voor filmfestivals en filmtheaters. Er zijn
119 filmtheaters in Nederland, terwijl er 154 commerciële bioscopen zijn.
Binnen de culturele basisinfrastructuur ontvangen daarnaast verschillende
organisaties een langjarige rijkssubsidie op basis van een functie die is omschreven
in de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Organisaties in de BIS moeten iedere vier
jaar opnieuw een aanvraag indienen. Daarbij gaat het om: het International Film
Festival Rotterdam, het International Documentary Festival Amsterdam, het
Nederlands Filmfestival, Cinekid en EYE. Voor de filmfestivals stelt het Rijk jaarlijks
3,48 miljoen euro ter beschikking. Deze organisaties vertonen niet alleen av-
producties, maar vervullen ook allerlei andere taken, onder andere op het gebied van
innovatie, talentontwikkeling en promotie. Voor EYE stelt het ministerie van OCW
jaarlijks 3 miljoen euro beschikbaar via de BIS en 3,3 miljoen euro op basis van de
erfgoedwet. Daarnaast is vorig jaar voor een periode van vier jaar een miljoen euro
extra beschikbaar gesteld voor het digitaal beheer en behoud van de collectie. Het
andere audiovisuele archief van Nederland, het Instituut voor Beeld en Geluid,
ontvangt 22,6 miljoen euro per jaar uit de mediabegroting.
BIS-instellingen Film en Media, 2016
(in miljoenen euro’s)
bron: OCW, jaarverslagen van de instellingen
                                                                                        60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>BTW­regime
Het ministerie van Financiën heeft per 1 januari 2015 de printprijsregeling en
integratieheffing afgeschaft. De printprijsregeling hield in dat onder meer
externe producenten van tv-programma’s en speelfilms geen 21 procent btw
hoefden af te dragen over de ontvangen vergoeding of over de totale
voortbrengingskosten. In plaats daarvan betaalden zij – voor de afschaffing –
uitsluitend btw over een vastgesteld bedrag (de ‘printprijs’) van 0,34 euro per
meter film of videoband. Daardoor was een minimaal bedrag aan btw
verschuldigd.
De integratieheffing beoogde het verschil in btw-afdracht op te heffen tussen een
door een ondernemer zelf vervaardigd goed en een soortgelijk product als de
ondernemer dat kant-en-klaar van een andere ondernemer zou kopen. Via de
integratieheffing werd alsnog omzetbelasting geheven over een door de
ondernemer zelf vervaardigd goed.
Gelijktijdig met de afschaffing van voornoemde regelingen heeft het toenmalige
kabinet besloten tot het verstrekken van een permanente compensatieregeling
aan de publieke omroep. Als reden werd gegeven dat voor de ontvanger
(opdrachtgever) van de productie, die niet of niet of nauwelijks btw
aftrekgerechtigd is – zoals in dit specifieke geval de publieke omroep – het
afschaffen van deze regeling een verhoogde btw-kostenpost tot gevolg heeft.
De publieke omroep wordt als gevolg hiervan jaarlijks structureel
gecompenseerd voor een bedrag van ongeveer 105 miljoen euro, waarvan
85 miljoen euro voor de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en ongeveer
20 miljoen euro voor de regionale publieke omroep.
Binnen het publieke omroepbestel fungeren de (individuele) omroepen, zoals
eerder gemeld, niet alleen als zendgemachtigde maar ook als producent. In 2016
werd ongeveer 70% van het totale programmabudget van de publieke omroep
besteed aan televisieproducties die door de omroepen zelf vervaardigd waren. De
omroepen – in hun hoedanigheid als producent – zijn geen btw verschuldigd
over de component eigen personeel, en evenmin over technische faciliteiten
(zoals editing suites, studio’s e.d.) voor zover die in eigendom zijn. Producerende
omroepen (zogenaamde ‘in-besteders’) zijn hierdoor geen btw-afdracht
verschuldigd over deze componenten, met als resultaat dat zij in de praktijk bij
eenzelfde productieopdracht 10-15 procent goedkoper kunnen werken dan
buitenproducenten. Ten aanzien van prijsstelling is er dus geen sprake van een
level playing field: de buitenproducent zal zijn meerwaarde moeten bewijzen op
basis van creativiteit en formatontwikkeling. Een ander gevolg van de afschaffing
van de voornoemde regelingen is dat de zogenaamde derde financier van
programma’s eveneens duurder uit is dan voorheen. Partijen zoals goede doelen
en loterijen betaalden in het verleden uitsluitend btw over de (technische)
drager, terwijl men nu btw betaalt over het volledige productiebudget; dat heeft
een prijstoename van 21 procent als gevolg.
                                                                                    61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>    Bij de behandeling van het besluit in de Tweede Kamer (onderdeel van de
    begroting 2015), heeft de staatssecretaris toegezegd dat, ingeval deze maatregel
    zou leiden tot oneerlijke concurrentie, deze geëvalueerd zal worden. Met het oog
    op het openstellen van het omroepbestel is een gelijk speelveld van belang.
    Volgens de raad is er inderdaad sprake van een ongelijk speelveld; hij vraagt dan
    ook om een zo spoedig mogelijke evaluatie van de maatregel. Met een gelijk
    speelveld tussen omroep en buitenproducent kunnen extra opbrengsten worden
    geherinvesteerd in de av-sector. De raad verwijst hiervoor naar eerdere adviezen,
    zoals met name ‘De tijd staat open’ uit 2014, het ‘advies over het
    concessiebeleidsplan 2016 – 2020 NPO’ en het advies over NPO Plus.
In de regio
In acht Nederlandse provincies en steden zijn zogeheten lokale of regionale Film
Commissions opgericht. Deze stimuleren het maken van filmopnamen in de regio of
dragen daaraan bij, en werken samen met de Netherlands Film Commission, die als
liaison opereert tussen buitenlandse producenten en de Nederlandse creatieve
industrie. Om de regio in het spotlicht te plaatsen is het wenselijk dat er meer ruimte
komt in de regio om producties ook financieel te stimuleren. Dit gebeurt
bijvoorbeeld al in Limburg. Door dit verder uit te bouwen kan Nederland in den
brede zichtbaarder worden en direct of indirect de regionale economie steunen. Het
Filmfonds stelt in lijn met veel andere landen voor dat de regionale Film
Commissions gekoppeld worden aan een lokaal of regionaal filmfonds om de
slagkracht te vergroten. De raad ondersteunt dit voorstel. Bijdragen worden dan
geleverd als de regio zichtbaar is in de productie en/of er gebruikgemaakt wordt van
lokale mensen of faciliteiten. Daarnaast kunnen lokale en regionale fondsen een
impuls geven aan lokale en regionale talentontwikkeling. [ 16 ]
Bevorderen van circulariteit
Als wij de economische situatie in de audiovisuele sector overzien, valt op dat de
opbrengsten in de audiovisuele sector voor een groot deel vloeien naar
eindexploitanten: bioscopen, telecommaatschappijen, kabelaars, betaalplatforms en
de superplatforms.
Daarnaast is er sprake van een veranderend verdienmodel door de verschuiving van
het kijkgedrag: van lineair tv-kijken, naar non-lineair, onder meer via vod. De eerste
kijkwijze van free­to­air televisie is afhankelijk van advertentie-inkomsten; de
tweede van abonnees of kopers/huurders van individuele producties.
Het goede nieuws hierbij is dat de Nederlanders bereid zijn te betalen voor content,
zeker als het reclamevrij is. Dat is een ontwikkeling die bijvoorbeeld ook in de
krantensector heeft plaatsgevonden en waarbij de advertentie-inkomsten fors zijn
teruggelopen, maar waar inkomsten uit abonnementen en losse verkoop nog steeds
zorgen voor een gezond businessmodel. Daarnaast heeft er een snelle consolidatie
plaatsgevonden bij de kranten waardoor een schaalvoordeel is gecreëerd. Mede
hierdoor is de sector als geheel nog steeds winstgevend.
Er is echter een groot verschil tussen gedrukte media en de nieuwe av-aanbieders.
De eerste zijn vrijwel volledig op Nederlandse en Nederlandstalige productie
gestoeld, terwijl de av-aanbieders grotendeels internationale producten beschikbaar
stellen en slechts in beperkte mate Nederlands en Nederlandstalig zijn. Zij
                                                                                        62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>investeren dus nauwelijks in Nederlandstalige producten. Dat heeft, zoals eerder
geschetst, grote economische en maatschappelijke gevolgen.
Het kan ten koste gaan van een gezonde nationale audiovisuele sector, maar ook van
Nederlandstalige producties of producties die vanuit een Nederlands perspectief
worden gemaakt, die Nederlandse publieke waarden uitdragen.
De raad vindt dat buitenlandse platforms te weinig rekening houden met de
maatschappelijke ‘setting’ van Nederland. Hij pleit daarom voor een oplossing
waarbij lokale en internationale partijen samen verantwoordelijkheid nemen – in dit
geval: het beschermen en stimuleren van lokale ‘ecosystemen’, waarbinnen lokale
producenten bijdragen aan het delen van lokale waarden.
Zo’n oplossing kan zijn dat het door internationale platforms op lokale markten
verdiende geld deels terugvloeit naar de productiesector in die markt. Alle partijen,
zowel de lokale als de internationale partijen die hiermee een financiële bijdrage
leveren aan de productiesector, kunnen daarvan ook weer profiteren door deel te
nemen in nieuwe producties die worden gecreëerd. De raad acht het wenselijk om in
de Nederlandse av-sector een dergelijke circulariteit te creëren door middel van een
audiovisueel fonds.
De raad wees al in zijn ‘Agenda Cultuur’ ten aanzien van de filmsector op het belang
van circulariteit in de keten van productie, distributie en exploitatie. Net als in het
buitenland zullen ook de partijen die betrokken zijn bij de exploitatie van films – van
bioscoopexploitanten tot kabelmaatschappijen en telecombedrijven, maar vooral de
snelgroeiende betaalkanalen en de superplatforms – moeten bijdragen aan
ontwikkeling en productie. Gezamenlijke financiering zorgt voor een
gemeenschappelijk belang om (film) producties optimaal te exploiteren, en zal
daarmee ten goede komen aan de professionaliteit van de sector in zijn geheel. [ 17 ]
Dit stelt ook het Filmfonds in zijn beleidsplannen voor 2013 – 2016 en 2017 – 2020.
Door de disbalans in de verdeling van inkomsten uit exploitatie, die grotendeels bij
de eindexploitanten terechtkomen terwijl die op hun beurt nauwelijks bijdragen in
de financiering van nieuwe producties, komt de productiesector steeds verder in de
verdrukking. Deze situatie is verergerd door het instorten van de dvd-markt, het
verlies aan inkomsten door piraterij en de komst van de nieuwe betaalplatforms met
voornamelijk internationale content en de superplatforms die de advertentiemarkt
beheersen. De verenigingen van producenten (FPN, DPN, ApN, IPN, OTP),
regisseurs (DDG) en scenaristen (Netwerk Scenarioschrijvers) vragen om een
wettelijk kader op basis waarvan afspraken met alle eindexploitanten kunnen
worden gemaakt die leiden tot structurele bijdragen aan de financiering van
Nederlandse producties. [ 18 ] Daarbij bepleiten zij ook het verplichten van
transparantie op het gebied van datagebruik. Het gaat dan om data over
opbrengsten en publieksbereik. Ten slotte bepleiten ze het reserveren van geld voor
een actieve promotie.
De grote uitdaging voor de sector is het vergroten van circulariteit, waarbij ook de
nieuwe betaalplatforms worden betrokken, zoals Netflix en de superplatforms.
Alleen door het opzetten van een systeem waarin binnen de sector verdiend geld
opnieuw ten goede komt aan de sector en kan worden geherinvesteerd in producties,
kunnen publieke waarden via Nederlandse content gewaarborgd worden. Dit vraagt
om zowel quota voor Nederlandse content als heffingen op de diverse platforms.
                                                                                        63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Heffingen
In de Richtlijn audiovisuele mediadiensten wordt geregeld dat ook
ondemandkanalen (‘mediadiensten op aanvraag’) ‘de vervaardiging en verspreiding
van Europese producties promoten om aldus een actieve bijdrage te leveren aan de
bevordering van de culturele verscheidenheid’. [ 19 ] Naast deze algemene regel mag
iedere Europese lidstaat specifiekere en striktere regels instellen.
Momenteel ligt er een voorstel voor een update van de Richtlijn waarin de lidstaten
de mogelijkheid krijgen om financiële bijdragen van ondemandkanalen te eisen die
in een ander land zijn gevestigd, maar die met hun producten gericht zijn op het
publiek in de betreffende lidstaat.
Over de hele wereld zijn er landen die, onder meer vanwege de macht van de
superplatforms, nadenken over hoe ze deze bedrijven niet alleen maar laten ‘halen’,
maar ook kunnen laten ‘brengen’. Dat is ook niet gek: overal ter wereld hebben
nationale media te maken met advertentieopbrengsten die vooral naar Google en
Facebook gaan. En vrijwel overal kijkt men steeds meer naar Netflix, Amazon Prime
en andere Amerikaanse platforms, terwijl het juist voor nationale media moeilijker
worden om kijkers vast te houden.
    Internationale voorbeelden
    Eindexploitanten investeren doorgaans niet direct in audiovisuele producties,
    maar ontvangen wel een substantieel deel van de opbrengsten. Daarom kennen
    verschillende landen in de EU een zogenaamde heffing aan de bron waarmee ook
    de exploitatieketen bijdraagt in filmproductie. Voorbeelden van deze landen zijn
    Duitsland, Frankrijk, Polen, Noorwegen, Estland en Zweden. Met hun intrede op
    de mediamarkt zijn deze maatregelen ook voor de digitale platforms gaan gelden.
    De opbrengsten hieruit komen direct ten goede aan de av-sector. Waar het
    Nederlandse av-landschap wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan
    organisaties, zijn in verschillende landen veel taken en bevoegdheden
    ondergebracht in één publieke organisatie. Ook in andere landen komen
    inkomsten uit heffingen ten goede aan het budget van nationale filmfondsen, in
    aanvulling op de middelen die de overheid beschikbaar stelt.
    Ook buiten Europa zijn voorbeelden te vinden van overheden die de financiële
    circulariteit in hun audiovisuele sector willen stimuleren. Zo gelden in Brazilië,
    Argentinië en Colombia inmiddels ook speciale heffingen voor online platforms.
    De Canadese regering koos onlangs voor een alternatieve financieringsbron, door
    het maken van een afspraak met Netflix om de volgende vijf jaar
    340 miljoen euro in originele Canadese content te investeren.
    Net als in enkele andere Europese landen, geldt de heffing in Frankrijk voor
    zowel betaalde als gratis onlineservices zoals YouTube. Die is initieel vastgesteld
    op 2 procent van de opbrengsten uit de verkoop en verhuur van videomateriaal,
    van bioscoopkaartjes of andere av-producten en de advertentieopbrengsten van
    platforms die content beschikbaar stellen.
    De heffing wordt geïnd door een directoraat-generaal onder het ministerie van
    Economische Zaken, dat het overmaakt naar het Centre National du Cinéma et
    de l’Image Animée (CNC). Het CNC ondersteunt de Franse av-sector. [ 20 ] Het is
    verantwoordelijk voor de promotie van de nationale film, televisie en multimedia
                                                                                        64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>    en digitale producties. Het doet dit via de fondsen die het beheert. De twee
    voornaamste doelen van het CNC zijn: de aanwezigheid verzekeren van Franse
    en Europese av-projecten in Frankrijk en daarbuiten en een bijdrage leveren aan
    de diversiteit en vernieuwing van de creaties. Het CNC promoot niet alleen, maar
    ondersteunt ook de ontwikkeling, productie, distributie en vertoning van films.
    Daarnaast financiert deze instelling filmtheaters, filmeducatie voor kinderen en
    het heeft een taak op het gebied van filmarchivering. Dezelfde taken verricht het
    CNC ook voor televisieproducties en nieuwe media. Het financiert daarnaast
    technologische organisaties en innovatie en draagt bij aan de financiering die
    gericht is op ondersteuning van de regionale film- en televisieproductie. Het CNC
    wordt gefinancierd uit de heffingen op bioscoopkaartjes, televisiediensten en die
    op video en video on demand.
    In 2016 heeft de heffing op bioscoopkaartjes in Frankrijk 151,6 miljoen euro
    opgeleverd, de belasting op televisiediensten 509,4 miljoen euro en de belasting
    op video/dvd-exploitatie 17,7 miljoen euro. Deze bedragen gingen niet naar de
    staatskas maar vloeiden via het CNC direct terug naar de landelijke en regionale
    av-branche.
    In Duitsland is de heffing bepaald op basis van de netto-omzet die wordt
    behaald, in relatie tot de exploitatie van bioscoopfilms, als deze opbrengsten de
    500 duizend euro overschrijden. Bij een netto-omzet van minder dan
    20 miljoen euro bedraagt de heffing 1,8 procent; bij meer dan 20 miljoen
    bedraagt die 2,5 procent.
    De bedragen worden geïnd door de Filmförderungsanstalt (FFA) en komen ten
    goede aan de filmproductie, de marketing, het script, de distributie en andere
    filmgerelateerde activiteiten. In 2016 hebben vod-serviceproviders en de dvd-
    industrie in Duitsland 13,2 miljoen euro bijgedragen.
    Ook bij een zeer grote partij als de BBC bestaan zorgen over de almaar sterker
    wordende positie van Netflix en Amazon. Uit onderzoek blijkt dat de Britse
    staatsomroep verhoudingsgewijs steeds minder kan investeren in
    kwaliteitsproducties. Hierdoor kunnen partijen die dat wel doen, de marktmacht
    verder naar zich toe trekken. [ 21] Daardoor komt de zichtbaarheid van de eigen
    nationale zenders en producties verder onder druk te staan. Om die druk weg te
    nemen kunnen quota en investeringen door en voor de sector een oplossing zijn.
    Daarover wordt ook in Engeland serieus gesproken.
Financiële circulariteit is de essentiële groeimotor voor de audiovisuele sector – en
deze hapert op dit moment. Eindexploitanten investeren doorgaans niet direct in
filmproducties maar ontvangen wel een vaak substantieel deel van de opbrengsten.
Daarom kennen verschillende landen in de EU een zogenaamde heffing aan de bron
waarmee ook de exploitatieketen bijdraagt in filmproductie. [ 22]
Om de circulariteit te bevorderen stellen wij, in lijn met bewegingen in andere
landen, voor om over te gaan tot het instellen van heffingen die de sector als geheel
ten goede komen. Wij adviseren om deze heffingen in te stellen voor alle
eindexploitanten van zowel betaalde als gratis offline en online services. In de
meeste landen, die een heffing hanteren, is het marktaandeel voor de nationale film
relatief hoog. [ 23 ]
                                                                                      65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Analoog aan andere Europese landen stellen wij een heffing voor die ligt tussen
2 procent en 5 procent van de omzet. Bij de bepaling van het exacte percentage moet
rekening gehouden worden met de kwetsbaarheid of culturele betekenis van
sommige eindexploitanten –bijvoorbeeld filmtheaters. Een gestaffelde heffing, zoals
dat in Duitsland het geval is, kan daarvoor worden gebruikt.
De raad adviseert de heffing te laten vallen op:
– De opbrengsten uit de verkoop/verhuur/abonnementen van audiovisueel
    materiaal.
– De opbrengsten uit de toegang tot cinematografisch/audiovisueel materiaal
    (bioscopen en filmtheaters).
– De opbrengsten uit aansluitingen van telecom- en kabeldistributie.
– De advertentieopbrengsten van platforms die av-content beschikbaar stellen.
Bij het instellen van heffingen dient er vanzelfsprekend te worden gekeken naar de
bestaande regelingen binnen de sector. De raad pleit voor een systeem waarbij de
gehele sector betrokken is, zodat het ‘stapelen’ van regelingen wordt voorkomen.
Sommige bestaande regelingen, zoals subsidiëring door het Abraham Tuschinski
Fonds, kunnen dan ook opgaan in het voorgestelde systeem van sector brede
heffingen.
Naar een AV Fonds
Naar de mening van de raad kan de productie van kwalitatief hoogwaardig
audiovisueel materiaal het best worden gestimuleerd via een onafhankelijk fonds.
De raad stelt voor dat het huidige Filmfonds, onder begeleiding van de rijksoverheid
en met steun van de gehele sector, verandert in een breed audiovisueel fonds dat
zich met nadruk richt op de gehele sector, en aandacht heeft voor relevante nieuwe
ontwikkelingen.
De verbreding van de opdracht van het fonds kan gedeeltelijk worden gefinancierd
uit extra gelden die in het regeerakkoord voor cultuur in het vooruitzicht zijn
gesteld. Maar de belangrijkste voeding moet komen uit heffingen.
Omdat heffingen vastgelegd moeten worden in wetgeving, zal de financiële
circulariteit pas na invoering kunnen worden gerealiseerd. Voor de tussenliggende
fase adviseren wij de overheid een overbruggingskrediet beschikbaar te stellen van
jaarlijks 50 miljoen euro. Dat krediet kan te zijner tijd weer (gedeeltelijk)
terugbetaald worden uit de opbrengsten van heffingen.
Wij benadrukken dat alle partijen – omroepen, producenten en ook degenen die
voor heffingen zijn aangeslagen – aanvragen kunnen (laten) indienen voor
Nederlandse, lineaire en non-lineaire, kwalitatief hoogwaardige culture producties,
en aanspraak kunnen maken op het fonds voor financiering van deze (digitale)
producties. Het fonds kan nadere criteria opstellen om te voorkomen dat enkele
partijen een onevenredig groot beslag leggen op de beschikbare middelen.
                                                                                     66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Wij adviseren het nieuwe AV Fonds te laten werken met compartimenten voor
verschillende genres en formats zoals speelfilm, documentaires, tv (on demand en
lineaire netten), immersive technologieën en games. Op deze wijze wordt
voorkomen dat een bepaald deel van de sector of bepaald productietype de
meerderheid van de beschikbare middelen opeist. Met cross-overs moet binnen elk
van deze compartimenten ruimhartig worden omgegaan. De raad adviseert voor alle
regelingen, en naar analogie van het huidige instrumentarium van het Filmfonds,
met zogenaamde achtergestelde leningen te werken. Dit is ook internationaal
gebruikelijk. Op deze manier kunnen verstrekte bijdragen voor producties bij
voldoende opbrengsten aan het AV Fonds worden terugbetaald, zodat het AV Fonds
ook op deze wijze circulair gefinancierd wordt en de druk op overheidsmiddelen
vermindert.
Het AV Fonds dient een bij de taken passende cultuur, organisatie en governance te
hebben. De transformatie van het bestaande Filmfonds naar het AV Fonds zal
daarom door de overheid begeleid moeten worden, waarbij wij ervoor pleiten dat
vertegenwoordigers uit de gehele sector –publiek en commercieel – erbij worden
betrokken, teneinde het draagvlak blijvend te verzilveren en het fonds
toekomstbestendig te maken.
                                                                                   67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>  1
Monitor topsectoren 2017.
Centraal Bureau voor de Statistiek
  2
De Rechtspositie van de Audiovisuele Maker binnen de Publieke
Omroep.
Onderzoek in opdracht van de Raad voor Cultuur,
Hugenholtz, P.B., Instituut voor Informatierecht (IViR),
Amsterdam, juli 2015
  3
Hugenholtz, 2015
  4
Jaarverslag 2017.
Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters
  5
De toekomst van televisie.
Stilzitten is geen optie
ABN Amro, december 2017
  6
Smart Media Monitor.
Multiscope, 21 december 2017
  7
Het kleinste pakket voor één gebruiker in sd-kwaliteit kost 7,99 euro;
een hd-pakket met twee gebruikers 10,99 euro en een ultra hd 4K-
abonnement voor vier gebruikers 14,99 euro.
  8
Stichting BREIN bestrijdt intellectueel eigendomsfraude namens
auteurs, uitvoerende kunstenaars, uitgevers, producenten en
distributeurs van muziek, film, video, boeken, games en interactieve
software.
  9
Film.nl is een samenwerkingsproject van bedrijven en instellingen uit
de Nederlandse av-sector. Via deze website en app kunnen legaal films
en series worden gevonden. Film.nl is o.a. mogelijk gemaakt door het
Filmfonds, Abraham Tuschinski Fonds, Filmdistributeurs Nederland,
Filmproducenten Nederland, NLKabel, ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, ministerie van Veiligheid en Justitie en
ministerie van Economische Zaken.
  10
Cijfers gebaseerd op begroting en prognose 2017.
  11
Onderzoek reclame-inkomsten mediabegroting OCW.
EY, 9 september 2017
  12
The Shattered Mirror,
Canada, januari 2017
  13
‘emerce.nl’
  14
De OTP vertegenwoordigt zo’n 75 procent van het onafhankelijke
marktvolume.
                                                                       68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>   15
Waaronder zes telefilms, twee telescoopfilms, Teledoc, Kort! en
zestien speelfilms. Het zijn coproducties van onafhankelijke
filmproducenten en de publieke omroep.
   16
Uit notitie Filmfonds t.b.v. overleg OCW, Raad voor Cultuur,
Cultuurfondsen: Verkenning naar de Stedelijke Regio, 19 oktober
2017.
   17
‘Agenda Cultuur. 2017 –2020 en verder’
Raad voor Cultuur, april 2015
   18
Brief aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
t.b.v. de Cultuurbegroting,
9 november 2017
   19
Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad.
   20
‘cnc.fr’
   21
‘BBC minder eigen producties door macht Netflix en Amazon’
‘ emerce.nl’
   22
Zoals bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk, Polen, Noorwegen en
Zweden.
   23
Peacefulfish, European Perspective of Levy Schemes for Film Support
Policy.
in opdracht van het Filmfonds,
oktober 2011
                                                                    69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / Samenvatting en aanbevelingen / 5.
         Samenvatting en aanbevelingen
          5. Samenvatting en aanbevelingen
De audiovisuele sector in ons land is economisch belangrijk en van vitaal belang
voor het vormgeven van onze cultuur en democratie. Het uitgangspunt voor de
aanbevelingen van de raad in dit hoofdstuk is, met het oog op die dubbele
vooraanstaande positie van de sector, te behouden wat goed en krachtig is en te
versterken wat bij ongewijzigd beleid ten prooi kan vallen aan veranderde
marktomstandigheden.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de raad de volgende
adviesvragen voorgelegd:
– Wat is er nodig om pluriforme en kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele
    audiovisuele content te stimuleren, gezien het veranderende medialandschap?
– Wat is er nodig om te zorgen dat deze content toegankelijk is en het publiek
    bereikt, ook internationaal? [ 1 ]
In deze adviesaanvragen liggen de publieke waarden van de Nederlandse
audiovisuele sector besloten. Producties van Nederlandse signatuur verbeelden onze
verhalen en zienswijzen. Zij zijn vaak in onze eigen taal en representeren onze
identiteit – in al zijn gelaagdheid en meerstemmigheid. De Nederlandse
audiovisuele sector draagt bij aan ons creatief klimaat, staat voor een veelzijdig
aanbod en voor kwalitatief hoogwaardige speelfilms, dramaproducties en
documentaires. Hij speelt een cruciale rol in de onafhankelijke nieuwsvoorziening
en zorgt ervoor dat mensen in contact komen met andere kunst- en cultuuruitingen.
Deze functies zijn zo waardevol dat de overheid ze heeft vastgelegd in de Mediawet
en de Wet op het specifiek cultuurbeleid, en erop toeziet dat deze gewaarborgd
blijven.
In het advies hebben wij vanuit cultureel, maatschappelijk en economisch
perspectief de ontwikkelingen in de audiovisuele wereld in kaart gebracht en
geanalyseerd – niet alleen om de lezer te kunnen voorzien van een statusrapport,
maar ook om een solide fundament te leveren voor de aanbevelingen.
De geschetste stormachtige ontwikkelingen die de sector parten spelen, zetten de
publieke waarden die deze sector vertegenwoordigt onder druk. De productie,
distributie en consumptie van mediacontent verandert razendsnel. In een paar jaar
tijd is ons mediagebruik spectaculair toegenomen, vooral via mobiele apparaten met
snelle internettoegang. Wij kijken veel, maar doen dat steeds minder via televisie,
minder lineair en meer online en mobiel. Dat online mediagebruik wordt sterk
beïnvloed door de distributiemogelijkheden van een handvol grote Amerikaanse
bedrijven: betaalplatforms als Netflix en superplatforms zoals Google, Facebook,
Apple en Amazon. Door hun enorme economische kracht distribueren zij
veelbekeken en veelal kwalitatief hoogwaardige series, films en een veelheid aan
andere content, die zij in toenemende mate zelf laten produceren.
                                                                                    70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Het bereik van Nederlandse programma-aanbieders – zowel commercieel als
publiek – vermindert sterk door de groei van buitenlandse betaal- en
superplatforms. Er is sprake van een verdringingsmechanisme: als je kijkt naar het
een, sluit je het ander uit. Een winner­takes­all scenario ontvouwt zich, waarin
enkele partijen steeds groter worden en veel andere, vooral nationale, partijen met
steeds minder ruimte genoegen moeten nemen. In de bioscoopsector zien we
dezelfde ontwikkeling: het grootste deel van de markt is in handen van drie
buitenlandse concerns en het marktaandeel van het Nederlandse product neemt af.
De toegang tot en zichtbaarheid van Nederlandse content neemt daarmee af. En
wanneer Nederlandse omroepen of producties minder mensen bereiken, nemen
relevantie en daarmee de exploitatiemogelijkheden ook af. Recente prognoses over
dramatisch teruglopende reclame-inkomsten voor de commerciële en publieke
omroep illustreren dit eens te meer. [ 2 ] Daar komt bij dat publieke financiering voor
de publieke omroep en de filmsector de afgelopen jaren sterk is gedaald.
In dit adviestraject zijn we nagegaan welke stappen de overheid en de sector kunnen
nemen om het Nederlandse audiovisuele bestel toekomstbestendig te maken. De
betonvloer daarvoor wordt gelegd in het onderwijs: met mediawijsheid en
filmeducatie. Het is ons daarnaast duidelijk geworden hoe belangrijk de kwaliteit is
van de culturele audiovisuele producties in het internationale krachtenveld. Zonder
een kwalitatief goed product kan de sector zich niet staande houden in het
internationale aanbod. Ook bleek ons eens te meer dat de ruime toegankelijkheid tot
Nederlands audiovisueel aanbod van groot belang is. Hoe zorg je dat je vindbaar en
herkenbaar blijft in het overweldigende aanbod?
Om dit te realiseren is geld nodig. Wij houden een pleidooi voor extra investeringen
in de audiovisuele sector. Maar wij vinden dat deze investeringen voor een groot
deel uit de sector zelf gehaald kunnen worden. De opbrengsten van in Nederland
vertoonde audiovisuele content, zoals films en series, komen meer en meer terecht
bij eindexploitanten. Dat zijn voornamelijk grote buitenlandse distributieplatforms
zoals bioscoopketens en kabelmaatschappijen, en betaal- en superplatforms, die niet
of nauwelijks bijdragen aan de financiering van Nederlandse producties. Daardoor
komen de vitaliteit van de Nederlandse audiovisuele sector en de daaraan verbonden
publieke waarden in het gedrang. De raad heeft daarom in dit advies onderzocht hoe
de financiële circulariteit binnen de sector kan worden bevorderd.
Onze analyse vatten wij hieronder samen in zes adviezen. Als een advies of
aanbeveling een specifieke ontvanger heeft, geven we dat aan.
1. Creëer de randvoorwaarden voor een vitale audiovisuele sector.
Om de financiële circulariteit van de sector te vergroten adviseren wij de
Rijksoverheid de volgende acties te ondernemen:
– Stel in navolging van ons omringende landen heffingen in voor alle
    eindexploitanten van zowel betaalde als gratis offline en online-services. De raad
    vindt een afdracht van indicatief tussen 2 procent en 5 procent redelijk. Wij
    adviseren deze heffing te laten vallen op:
                                                                                        71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>    1.  De opbrengsten uit de verkoop/verhuur/abonnementen van audiovisueel
        materiaal.
    2.  De opbrengsten uit de toegang tot cinematografisch/audiovisueel materiaal
        (bioscopen en filmtheaters).
    3.  De opbrengsten uit aansluitingen van telecom- en kabeldistributie.
    4.  De advertentieopbrengsten van platforms die av-content beschikbaar stellen.
    Houd bij de bepaling van het percentage rekening met de kwetsbaarheid of
    culturele betekenis van sommige eindexploitanten, zoals filmtheaters.
– Stel richtlijnen op voor datatransparantie door eindexploitanten ten behoeve van
    rechthebbenden. Naar analogie van de bioscoopsector dienen ook digitale
    platforms aan rechthebbenden inzage te bieden in onder meer de omvang van
    het bereikte publiek van hun productie.
– Bestrijd piraterij en maak bestrijding van piraterij onderdeel van media-educatie.
– Zorg ervoor dat langdurige afspraken gemaakt worden over de rol van
    productiebedrijven en omroepen over de verdeling van rechten, waardoor een
    optimale exploitatie kan worden gerealiseerd. Waarborg een gelijk speelveld
    tussen omroep en buitenproducent.
2. Stel een investeringsagenda op die de toekomst van de Nederlandse
av­sector faciliteert en het culturele audiovisuele product versterkt.
– Financier de investeringsagenda uit de hierboven genoemde afdrachten. Omdat
    de invoering van heffingen en afdrachten een wettelijk kader vergt en dus nog
    enige tijd op zich zal laten wachten, adviseren wij het kabinet om de sector met
    een overbruggingskrediet van 50 miljoen euro per jaar te ondersteunen. Dit
    krediet dient vanaf het moment van in werking treden van de afdrachten te
    worden terugbetaald aan de Rijksoverheid. Onder punten 3, 4 en 5 adviseren wij
    over de bouwstenen van deze investeringsagenda.
3. Stimuleer mediawijsheid en filmeducatie van alle Nederlanders.
– Maak mediawijsheid een structureel onderdeel van het curriculum van zowel het
    basis- als het voortgezet onderwijs.
– Breng de ondersteuning van mediawijsheid en filmeducatie per stedelijke regio
    onder in filmeducatiehubs, zodat maatwerk in de regio’s geleverd kan worden en
    waarborg daarbij de landelijke coördinatie. Financier deze hubs door middel van
    een matchingregeling tussen rijk en regio’s.
– Stel filmvertoning in het kader van onderwijs vrij van btw.
                                                                                     72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>4. Versterk het culturele audiovisuele product.
Wij roepen overheden, fondsen en de sector op om de prioriteit te leggen bij
onderstaande punten:
– Investeer in talentontwikkeling en houdt daarbij rekening met de diversiteit van
    de Nederlandse samenleving. Leg de focus op regie, scenario en nieuwe
    technologieën. Om samenhang te creëren tussen lopende initiatieven op het
    gebied van talentontwikkeling, is een betere afstemming van belang. Dat vergt
    blijvend overleg tussen opleidingen, fondsen, festivals en de omroepen.
– Stimuleer de ontwikkeling en productie van kwalitatief hoogwaardige films,
    series, documentaires en animaties – inclusief specifiek op kinderen gerichte
    producties. Stimuleer de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse
    filmindustrie door de Film Production Incentive structureel te verruimen en te
    verbreden naar kwaliteitsseries en andersoortige culturele producties zoals
    games en andere immersive media. [ 3 ]
– Verstevig de platformfunctie van filmfestivals in de basisinfrastructuur die zich,
    al dan niet op onderdelen, richten op het vergroten en verbreden van
    publieksbereik, talentonwikkeling, educatie en promotie van Nederlandse
    av-content.
5. Zorg ervoor dat met publiek geld gefinancierd Nederlands
audiovisueel materiaal voor zoveel mogelijk kijkers uit alle lagen van de
bevolking toegankelijk is, ongeacht leeftijd, culturele achtergrond,
inkomen of opleidingsniveau. Verspreid dit materiaal via alle relevante
distributievormen, lineair en online.
– NPO
    Creëer een platformonafhankelijk beleid, omarm daarbij de samenwerking met
    andere relevante, al dan niet commerciële, (internationale) online
    distributieplatforms. Zet in op onderscheidende publieke content, honoreer
    samenwerking, stimuleer innovatie.
– Nederlandse publieke en commerciële omroeporganisaties
    Consumenten zijn naar verwachting slechts bereid om voor een beperkt aantal
    ondemandkanalen te betalen. Daarom adviseren wij om gezamenlijk verder te
    werken aan de ontwikkeling van één hoogwaardig ondemandkanaal op basis van
    NLZIET, en om zoveel mogelijk Nederlandse contentaanbieders bij dit platform
    te betrekken.
– Eye en Beeld en Geluid
    Maak audiovisueel (archief)materiaal online toegankelijker voor het publiek en
    werk daarbij samen.
                                                                                     73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>– Rijk
   Pas indien noodzakelijk wet- en regelgeving aan die een belemmering vormt voor
   verspreiding van met publiek geld gefinancierd materiaal via private partijen.
– Stel quota in voor de vertoning van Nederlandse films, series, documentaires en
   animaties voor: [ 4 ]
   1.  Ondemandplatforms die in Nederland actief zijn.
   2.  Bioscopen en filmtheaters.
6. Vergroot de organisatiegraad en slagkracht van
de audiovisuele sector.
– Begeleid de transformatie van het huidige Filmfonds tot een breed audiovisueel
   fonds. Geef dit AV Fonds de opdracht om de uit heffingen verkregen – en in
   eerste instantie door de Rijksoverheid voorgefinancierde – middelen in te zetten
   om kwaliteit, productie, toegankelijkheid en internationale promotie van
   Nederlandse av-content ter hand te nemen. Voorzie het fonds van een bij zijn
   taken passende cultuur, organisatie en governance. Maak de regelingen van het
   fonds toegankelijk voor publieke en commerciële mediapartijen, maar voorkom
   dat enkele partijen een onevenredig groot beslag kunnen leggen op de
   beschikbare middelen.
– Geef de NPO de ruimte en slagkracht om zijn voortrekkersrol in de mediasector
   waar te maken en daarmee de creativiteit en maatschappelijke verbindingen van
   de omroepen en makers te benutten. Ruimte door mogelijke beperkingen op
   samenwerking tussen publieke en private partijen zo veel mogelijk weg te nemen.
   Slagkracht door niet verder te bezuinigen op de publieke omroep.
– Stel, naar Deens voorbeeld, een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan, een
   tech-ambassadeur, die als vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid
   namens alle sectoren gesprekspartner wordt voor grote buitenlandse media- en
   technologiepartijen. Daaronder begrepen zijn de superplatforms. De tech-
   ambassadeur smeedt relaties en partnerships met de superplatforms, oefent
   invloed uit op het beleid, signaleert de grote trends en bewegingen in de markt en
   vertaalt deze naar de politieke arena om slagvaardig overheidsbeleid te helpen
   creëren.
Als wij de adviezen in dit rapport zouden willen voorzien van een onwrikbaar
fundament, hebben we daarvoor maar twee woorden nodig: werk samen! Alleen met
een gezamenlijke inspanning kan de audiovisuele sector immers effectief inspelen op
de razendsnelle technologische en internationaal gedreven ontwikkelingen in het
mediadomein. En kan er sprake zijn van een vitale en lange toekomst voor deze
sector. We zouden bijna zeggen: een beeldige toekomst.
                                                                                      74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>   1
‘Adviesaanvraag cultureel audiovisueel product’
18 november 2016,
met referentie 1045562
   2
Onderzoek inkomstenopties
2017 – 2022.
Landelijke Publieke Omroep (LPO), EY,
17 november 2017
   3
‘filmfonds.nl’
   4
Voor ‘Nederlands’; zie de criteria die het Filmfonds hiervoor hanteert.
                                                                        75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>Bijlagen
         76
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>77</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>78</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Bijlagen / Schets van de av-sector
         Schets van de av-sector
In deze bijlage schetsen we de audiovisuele sector van Nederland. Dat doen we in
vogelvlucht, aan de hand van de actoren, de stakeholders en de organisaties die er
samen voor zorgen dat Nederlandse content geproduceerd, gedistribueerd en
bewaard wordt. Het Nederlandse medialandschap kent vele organisaties;
gezamenlijk vormen zij een ecosysteem binnen de av-industrie. Hieronder richten
we ons op de ketenonderdelen waar de invloed van de grote platforms het meest
voelbaar is. Duidelijk moge zijn dat de audiovisuele sector breder en rijker is dan
alleen het met publiek geld gefinancierde omroepbestel en het domein van de
speelfilm, en dat ook andere subcategorieën, media en genres van belang zijn voor
de diversiteit. Denk aan radio/podcast, maar ook aan commercials, bedrijfs- en
opdrachtfilms en de vloggers, de youtubers, de korte Facebook filmpjes. Ook hier
zijn makers actief die met een geheel eigen kleur en geluid bijdragen aan ons
rijkgeschakeerde medialandschap.
Productie – makers en producenten
Het hart van de audiovisuele industrie wordt gevormd door de makers, de creatieven
die verhalen bedenken en vertellen in beeld en geluid. We hebben het over
regisseurs, over scenarioschrijvers, over formatontwikkelaars en onafhankelijke
buitenproducenten die samen een substantieel onderdeel van de sector vormen.
Maar ook over de mensen voor en achter de schermen: acteurs, cameramensen,
editors, sounddesigners, enzovoorts. Het categoriseren van deze ‘groep’ is meteen
arbitrair; veel professionals begeven zich in meerdere van deze domeinen tegelijk.
Filmmakers regisseren bijvoorbeeld zowel speelfilms als dramaseries en soms een
commercial. En documentairemakers maken zowel documentaires voor televisie als
voor de bioscoop, zoals ook de financiering van een documentaire vaak door zowel
een omroep als het Filmfonds wordt gefinancierd.
TV – documentaire en drama
Bij het tot stand brengen van drama en documentaire op televisie spelen de publieke
omroepen een grote rol en vormen zij een substantieel onderdeel van de productie-
tak.
De meeste documentaires worden in Nederland door onafhankelijke regisseurs
gemaakt en geproduceerd door buitenproducenten. Deze laatsten spelen vaak vanaf
een vroeg stadium inhoudelijk een belangrijke rol en zijn zakelijk en productioneel
eindverantwoordelijk. Kunst- en cultuurdocumentaires worden op NPO 2
uitgezonden in de slots als ‘Het Uur van de Wolf’ (NTR) en ‘Close Up’ (AVROTROS).
Creatieve documentaires die maatschappelijke onderwerpen belichten, worden
onder de noemer 2Doc op NPO 2 uitgezonden. Op het op jongeren gerichte NPO 3
worden alle documentaires onder de noemer 3Doc uitgezonden. Alle met publiek
geld gefinancierde documentaires zijn ook online te bekijken.
                                                                                    79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Het genre documentaire strekt zich ook uit tot andere domeinen met interactieve
documentaires, transmediaprojecten en VR-documentaires; ook daar zijn makers
actief. [ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] De meeste (Nederlandse) televisiedocumentaires worden
gefinancierd via het NPO ‘geld op schema’-systeem en het NPO-fonds, maar ook het
CoBO-fonds en het Filmfonds zijn belangrijke financiers van deze documentaires.
Het NPO-fonds heeft grotendeels de taken van het opgeheven Mediafonds
overgenomen en heeft een budget van 16,6 miljoen euro. In het najaar van 2017 is
het Filmfonds gestart met een pilot om via de production incentive ook de
financiering van high end tv-series mogelijk te maken.
In de afgelopen jaren is de dramaserie immens populair geworden. Mensen kijken
op een moment dat het ze uitkomt, en langlopende, kwalitatief hoogstaande
dramaseries lenen zich daar uitstekend voor. Met name de nieuwe platforms hebben
succes met hun ‘originals’, maar ook Europese met publiek geld gefinancierde series
lukt het soms om een wereldwijd publiek te vinden. Ook in Nederland haken de
publieke omroepen in op dit internationale succes van het genre, met bijvoorbeeld
misdaadserie ‘Penoza’ (KRO-NCRV, vijf seizoenen) – in 2017 afgesloten met
855.000 kijkers – en stadsportret en liefdesvertelling ‘A’dam- E.V.A.’
(VPRO/NTR/VARA, drie seizoenen), ook al zijn de middelen van een andere
orde. [ 4 ] [ 5 ] Op het gebied van televisiedrama moet ook de commerciële omroep
genoemd worden: daar worden ook al jaren succesvolle dramaseries
geprogrammeerd. [ 6]
Film –commercieel, arthouse, animatie
In 2016 zijn in Nederland 49 speelfilms gemaakt (inclusief 21 minoritaire
coproducties), in totaal aan productieactiviteit een waarde vertegenwoordigend van
92,6 miljoen euro. [ 7 ] 22 hiervan zijn in Nederland gedraaid, de andere 27 in het
buitenland. [ 8 ] Daarnaast zijn er nog vier zogenaamde inward investment-films
deels in Nederland gemaakt, waaronder ‘DunkirkÆ van Christopher Nolan. De
scope van de Nederlandse speelfilm is breed; hieronder vallen artistieke films, zoals
radicaliseringsdrama ‘Layla M.’ (2016) van Mijke de Jong, maar ook grote
publieksfilms als ‘Soof 2’ (2016), en films voor jong en oud.
Het Nederlands Filmfonds is een van de zes landelijke cultuurfondsen en heeft een
jaarlijks budget van circa 50 miljoen euro voor film. Het leeuwendeel van het
Filmfondsgeld gaat naar live action-films, maar ook animatie heeft een levendige
sector die steeds professioneler en internationaler werkt. Initiatieven als Ultra Kort
en ook Nu of Nooit! Animatie droegen en dragen hieraan bij.
Financiering uit het buitenland komt via onder andere Eurimages, het
coproductiefonds van de Raad van Europa, dat zich inzet voor coproductie,
distributie en vertoning van de Europese film. Het Nederlands Filmfonds
vertegenwoordigt Nederland in Eurimages. [ 9]
                                                                                       80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Zie voor kerncijfers over de Nederlandse filmsector de tabel hieronder.
Games en interactieve, digitale en immersive media
Zoals elders in dit advies uitgebreider aan bod komt zijn de digital design- en
gaming-industrie de laatste jaren hard gegroeid. Nederland is de thuisbasis van
gamebedrijven zoals Guerrilla Games, maar ook van indie-gamemakers als Adriaan
de Jongh. De een groot en commercieel, de ander klein en onafhankelijk, maar
allebei in 2017 genomineerd voor een ‘interactive’ Gouden Kalf. [ 10 ] Het domein van
interactieve, digitale en immersive media is echter nog breder. Ook op het gebied
van nieuwe formats, virtual reality (VR) en augmented reality (AR) is er in
                                                                                      81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Nederland veel kennis en creativiteit beschikbaar. Naast verschillende start-ups voor
zowel technologie als content is er in dit veld ook een VR-festival: de VRDays. [ 11 ]
De Transmediaregeling wordt uitgevoerd door het Filmfonds en het
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) en wordt momenteel overvraagd. Voor
games kan bij het SCI geld aangevraagd worden binnen de Deelregeling Digitale
Cultuur.
Onlangs heeft een aantal producenten zich verenigd in de Interactieve Producenten
Nederland (IPN). Deze groep maakt zich hard voor de middelen en
groeimogelijkheden van content voor nieuwe platforms en de belangen van de
branche. Ook in het onderwijs is men bezig in te spelen op deze ontwikkelingen: in
2017 zijn bijvoorbeeld twee projecten op het gebied van VR gestart. [ 12 ]
Content specifiek voor online platforms
Het internet en nieuwe platforms bieden nieuwe mogelijkheden voor content:
behalve voor de hierboven geschetste non-lineaire, interactieve en immersive
projecten ook voor lineair online drama. Nieuwe platforms lenen zich voor kortere
formats en andere manieren van verspreiden en ze trekken een ander publiek. Er
zijn wat schreden op dit terrein gezet met bijvoorbeeld de internetserie ‘De meisjes
van Thijs’. [ 13 ]
Presentatie en distributie
Onze infrastructuur om content te verspreiden bestaat sinds lange tijd uit twee types
schermen: groot (filmdoeken) en klein (televisie). Inmiddels zijn er vele mobiele
devices als tablets, mobieltjes en laptops aan toegevoegd. Ook deze vormen
belangrijke middelen voor presentatie en distributie.
De landelijke publieke omroep
Nederland kent een bijzonder publiek bestel waarbinnen pluriformiteit een van de
kernwaardes is, met vele omroepverenigingen die van oudsher terugleiden naar de
verzuiling binnen onze maatschappij. Na bezuinigingsrondes in 2004 en 2012 van
respectievelijk 64 miljoen en 200 miljoen euro, hebben verschillende fusies plaats
gevonden tussen de grotere omroepverenigingen, en nu zijn er drie fusieomroepen:
AVROTROS, BNNVARA en KRO-NCRV, en daarnaast de EO, de VPRO en Omroep
MAX. Er zijn twee taakomroepen, NTR en NOS. De voormalige kleine
zendgemachtigden met een kerkelijke of geestelijke grondslag zijn grotendeels
opgegaan in de bestaande leden- en taakomroepen, behalve HUMAN. Naast deze
laatste zijn er nog twee aspirant-omroepen met een voorlopige erkenning: WNL en
PowNed, waarvan de laatste begin 2018 geen zendtijd op televisie meer had, maar
vooral op internet opereert. Volgens de huidige Mediawet mag het bestel uit niet
meer dan acht organisaties bestaan.
Sinds 1989 bestaat er in Nederland naast de drie publieke netten ook commerciële
televisie: omroepen die zonder overheidsgeld maar met winstoogmerk (via reclame-
en sponsorinkomsten) televisie maken. [ 14 ]
                                                                                       82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Regionale publieke omroep
Er zijn dertien regionale publieke omroepen die uitzendingen maken voor de
inwoners van een regio. [ 15 ] Ook zijn ze in voorkomende gevallen rampenzender.
Regionale omroepen hebben geen leden; ze worden direct betaald door het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Stichting RPO (Regionale
Publieke Omroep) is vanaf 31 mei 2016 hun samenwerkings- en
coördinatieorgaan. [ 16 ] De oprichting van de stichting vloeit voort uit beleid van het
kabinet-Rutte II en een wijziging van de Mediawet met het doel te komen tot een
gemeenschappelijke begrotings- en verantwoordingscyclus voor alle regionale
omroepen en meer onderlinge samenwerking.
Lokale Publieke Omroep
Lokale publieke omroepen verzorgen uitzendingen voor de inwoners van een
bepaalde gemeente. Bijna alle Nederlandse gemeenten hebben een lokaal radio- en
televisiestation. Ze zijn verenigd in de Organisatie van Lokale Omroepen in
Nederland (OLON). [ 17 ] Lokale omroepen krijgen financiële steun van de gemeente.
De omroep moet dan wel voldoen aan de eisen uit de Mediawet. Het aantal zenduren
verschilt per omroep en is afhankelijk van de financiële steun die ze krijgen.
Filmzalen
Het aantal filmzalen is de laatste jaren flink gestegen: in 2016 zijn er meer dan
50 zalen bijgekomen, goed voor zo’n 9500 extra stoelen. Daarmee zijn er in totaal
276 bioscopen en filmtheaters, met bij elkaar 944 doeken en 155.167 stoelen,
inclusief alle filmtheaters, interne filmtheaters (in 2016: 11) en reis- en
openluchtbioscopen (in 2016: 4, met 2 doeken), aldus het ledenbestand van de
Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF), gemeten op
1 januari 2017. [ 18 ] Deze laatste groep buiten beschouwing gelaten is er een totaal
van 262 bioscopen en filmtheaters; van Pathé Arena met 14 doeken (3211 stoelen)
tot Cinema Enkhuizen met 1 doek (100 stoelen). De groei van de bezoekersaantallen
in de bioscopen en filmtheaters is vrijwel geheel te danken aan de bouw van nieuwe
bioscopen en zalen van buitenlandse partijen (Pathé, Vue, Kinepolis).
Festivals
Er zijn (in 2016) in Nederland maar liefst 117 filmfestivals.[ 19 ] Er zijn specifieke,
thematische georiënteerde festivals als Cinedans (dansfilms) en de Roze Filmdagen.
Ook zijn er festivals die zich toespitsen op een genre of thema, zoals het HAFF, het
Klik! Amsterdam Animation festival, Go Short (korte films) en het Imagine Film
Festival, dat met films de verbeelding wil prikkelen, maar ook bijvoorbeeld Film by
the Sea, dat zich profileert met boekverfilmingen.
De landelijke BIS-festivals omschrijven we hieronder. Deze worden over het
algemeen goed bezocht: de bezoekersaantallen nemen de laatste jaren zelf toe. Ze
hebben een belangrijke functie in het cureren en etaleren van (inter)nationaal
aanbod en betrekken het publiek er inhoudelijk bij, via nagesprekken en andere
randactiviteiten ten behoeve van reflectie en debat.
                                                                                         83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>BIS-instellingen Film, festival bezoeken, 2016
(bezoeken x 1.000)
bron: OCW, jaarverslagen van de instellingen
International Documentary Filmfestival Amsterdam
Het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) biedt het
Nederlandse publiek (in 2016 280.000 bezoeken) een belangrijk platform op het
gebied van documentaires. [ 20 ] Als grootste in zijn soort speelt IDFA een belangrijke
rol in de internationale documentaire-industrie met zijn Forum en ‘Docs for Sale’,
maar ook met (inter)nationale trainingsprogramma’s gericht op talentontwikkeling.
Onderdeel van het festival is het Bertha Fonds, dat bedoeld is om de
documentairesector in landen in onder andere Afrika en het Midden-Oosten te
stimuleren. In de afgelopen elf jaar is ook het Doclab-programma, voor de
interactieve tak van de documentairesector, uitgegroeid tot een vaste en belangrijke
poot van het festival. Ook groeit het aantal schoolvoorstellingen.
Nederlands Film Festival
Het Nederlands Film Festival (NFF) kreeg in 2016 149.000 bezoeken. Het festival is
een podium voor Nederlandse film- en televisieproducties, en sinds de laatste edities
ook voor interactieve projecten. Het festival informeert, adviseert, bemiddelt en
begeleidt, reagerend op vragen en behoeften uit het veld. [ 21] Het festival biedt een
podium voor nieuw talent en een omvangrijk educatieprogramma. Ook heeft het
festival een industrietak met de nationale film conferentie en de Holland Film
Meeting (‘Dutch Industry Days’), waar ook expertisebevordering en debat onderdeel
van het programma vormen.
International Film Festival Rotterdam
Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) brengt jaarlijks tijdens een
twaalfdaags festival werk van filmmakers van over de hele wereld onder de
aandacht. Dat doet het voor de (inter)nationale industrie, maar ook voor een groot
                                                                                        84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Nederlands publiek; in 2017 werd het festival 314.000 maal bezocht. Het festival
profileert zich met artistieke films. Onderdelen van het festival zijn onder meer de
CineMart en het Hubert Bals Fonds dat artistieke filmprojecten ondersteunt van
makers uit landen in onder andere Afrika en Azië. Als onderdeel van de markt wordt
ook het Rotterdam Lab georganiseerd, een vijfdaags trainingsprogramma voor
opkomende producenten uit de hele wereld.
Cinekid
Cinekid is het festival voor kinderen van vier tot veertien jaar met films,
televisieproducties en het Medialab (games, installaties en dergelijke). Daarnaast
biedt het festival workshops voor kinderen waarin zij zelf met media aan de slag
kunnen gaan. Gedurende het jaar zet Cinekid zich daarnaast via projecten ook in
voor de mediaontwikkeling van kinderen, waarbij ook wordt samengewerkt met
onder meer scholen en musea. Met het Cinekid AppLab wil het festival apps cureren
in de overdaad aan beschikbare applicaties voor de doelgroep. Ook heeft Cinekid een
onderdeel voor professionals, en doet het aan talentontwikkeling voor makers.
Online distributie
Er zijn verschillende publieke en private Nederlandse platforms voor online
distributie. NPO Start (voorheen ‘Uitzending Gemist’ en later ‘NPO Gemist’) bevat
de televisieprogramma’s die uitgezonden zijn op de publieke omroep, dus NPO 1, 2
en 3, en ook de radioprogramma’s. [ 22] De site biedt eigen producties die permanent
beschikbaar blijven. NPO Start Plus biedt sinds halverwege 2017 extra programma’s
aan zoals (buitenlandse) series, documentaires en films. Bovendien is het aanbod
van NPO Start Plus voor langere tijd beschikbaar en kan het aanbod zonder reclame
en in hd-kwaliteit worden teruggekeken. De NPO stelt op zijn website dat de
inkomsten uit dit platform zijn bedoeld om uitzendrechten in hogere kwaliteit te
bekostigen. [ 23 ] Het resterende budget wordt in nieuwe programma’s gestopt. RTL
XL biedt gedurende zeven dagen gratis de programma’s van RTL online aan, en met
de Premium-variant kan de content zonder reclame terug- of vooruitbekeken
worden. Videoland is de streamingdienst van RTL via alle apparaten, van telefoon
tot AppleTV, met een aanbod van duizenden series en films uit binnen- en
buitenland. KIJK.NL is een website en een app voor verschillende apparaten
waarmee alle programma’s van SBS 6, NET 5, Veronica en SBS 9 worden
aangeboden, aangevuld met clips die nooit op televisie zijn vertoond. NLZIET ten
slotte is een samenwerking tussen de zendergroepen NPO, SBS en RTL, en biedt via
één login een programma-aanbod van Nederlandse bodem in een hoge
beeldkwaliteit en zonder reclame. Naast terug- en vooruitkijken kan men hier ook
live-tv-kijken.
De afgelopen jaren zijn er tevens verschillende pogingen gedaan om de Nederlandse
film voor een breed publiek toegankelijk te maken. Ximon en Cinema Link zijn hier
voorbeelden van. Film.nl is een recent initiatief vanuit onder andere de overheid en
de filmsector zelf, met name om piraterij tegen te gaan en als portal het publiek de
weg te wijzen naar waar films en series legaal te bekijken zijn. En Picl is in 2017
gelanceerd door de filmtheaters om de nieuwste films en documentaires thuis online
te kunnen bekijken. Ook filmfestivals als IDFA en het IFFR profileren zich met
onlinekanalen en brengen daarmee, of via hun eigen website als portal,
kwaliteitsproducties.
                                                                                     85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Internationale platforms
De grootste distributeurs van av-content zijn de verschillende online platforms,
veelal Amerikaanse bedrijven. In relatief korte tijd zijn ze wereldspelers geworden
die sterk ingrijpen in ons dagelijkse mediagebruik.
Netflix is van oudsher een Amerikaanse online video-uitleenservice die films per
post aan abonnees stuurde. Sinds 2013 profileert het bedrijf zich als svod-service
(subscription video on demand) waarbij abonnees toegang hebben tot een online
database van films, series en andere av-content. Het bedrijf investeert steeds meer
in eigen exclusieve content. Netflix had in juli 2017 meer dan 100 miljoen abonnees;
in Nederland hadden drie op de tien huishoudens een abonnement. [ 24]
YouTube richtte zich oorspronkelijk op het beschikbaar maken van kortere video’s
maar is inmiddels uitgegroeid tot videoplatform waarop ook live wordt uitgezonden
en waar complete films en series op staan. YouTube is met name een ‘doorgeefluik’,
maar begeeft zich ook op het vlak van productie. YouTube is eigendom van Google.
Apple is een Amerikaans technologie bedrijf dat sinds de jaren zeventig een stempel
drukt op de technologische ontwikkelingen door onder andere het introduceren van
de iPod, iPhone en de iPad. Apple is de waarde van 800 miljard dollar gepasseerd.
Samen met Apple is Google, met moederbedrijf Alphabet, een van de meest
waardevolle merken. Google voert in Nederland zo’n 95 procent van de
zoekopdrachten uit. [ 25 ] YouTube is onderdeel van Google.
Sociaalnetwerksite Facebook is sinds 2004 uitgegroeid tot een platform met meer
dan 2 miljard gebruikers. Gemiddeld brengen die er per dag bijna 50 minuten door.
Sinds 2016 kunnen gebruikers zelf livevideo streamen. Het bedrijf is vooral groot in
hypertargeting: persoonlijke marketing op schaal. [ 26 ] In het tweede kwartaal van
2017 verdiende het bedrijf met advertenties 9164 miljard dollar.
Amazon is een e-commerceretailbedrijf dat van oorsprong boeken verkocht en later
ook media en inmiddels ook goederen. Het produceert ook eigen e-readers, de
Kindle, en heeft inmiddels ook een eigen subscription service, Amazon Prime Video.
Het bedrijf is naar schatting zo’n 470 miljard dollar waard. [ 27 ]
Naast deze grote tech-bedrijven zijn Chinese platforms als Alibaba, Tencent en
Baidu intussen ook wereldspelers waar we in Nederland mee te maken kunnen
krijgen.
Educatie
Kunstvakonderwijs
De Nederlandse Filmacademie is het bekendste onderwijsinstituut waar film- en
televisiemakers worden opgeleid. Het heeft sinds enkele jaren ook een tweejarige
masteropleiding: Master of Film, waar studenten worden ondersteund bij hun
artistieke ontwikkeling door middel van research, experiment en uitwisseling. Er
zijn ook andere hogescholen – de HKU in Utrecht, St. Joost in Breda, de Willem de
Kooning Academie in Rotterdam en Artez in Arnhem, Enschede en Zwolle – waar
studenten worden opgeleid om audiovisuele content te maken. Op kunstacademies
wordt steeds meer discipline-overschrijdend gewerkt en aandacht gegeven aan
audiovisuele media in brede zin. Bij veel opleidingen worden ook studenten
                                                                                     86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>geschoold als scenarioschrijver. Op dat terrein zijn er ook particuliere opleidingen,
zoals de ScriptAcademy en de Amsterdam Film School.
Talentontwikkeling
Het Filmfonds biedt vrije ruimte in de vorm van vrijplaatsen voor ervaren en
beginnende scenaristen en voor documentaire-regisseurs (OASE, in samenwerking
met het Prins Bernhard Cultuurfonds). Ook biedt het fonds wildcards in alle
categorieën voor makers die net zijn afgestudeerd aan een academie, en – in het
kader van talentontwikkeling – mogelijkheden voor beginnende makers om korte
films en lowbudgetspeelfilms te maken. Ook wordt binnen alle projecten ruimte
geboden voor het betrekken van externe (script)coaches en experts bij de
ontwikkeling. Daarnaast is er ruimte voor trainingen en deskundigheidsbevordering,
en is er voor productiehuizen de mogelijkheid tot slatefunding voor de ontwikkeling
van speelfilms en documentaires. [ 28 ]
Het Filmfonds heeft samenwerkingsprojecten met de publieke omroep voor nieuw
en gevestigd talent. Ook zijn er projecten met collega-fondsen die aan talenten
ruimte bieden voor training on the job, om meters te maken en een eigen signatuur
te ontwikkelen. Op internationaal vlak heeft het fonds partnerships gesloten met
gezichtsbepalende internationale labs, onder andere voor de ontwikkeling en
packaging van genrefilms, voor script- en projectontwikkeling van films en series en
voor creatieve en zakelijke talentontwikkeling van ervaren producenten
Filmeducatie en mediawijsheid
EYE heeft vanuit zijn functie als sectorinstituut een wettelijke en landelijke taak op
het gebied van filmeducatie. Veel filmtheaters ontwikkelen (ook) eigen
educatieprogramma’s, net als de grote en kleinere filmfestivals. IDFA bijvoorbeeld
biedt tijdens het festival (in 2016 kwamen er 10.000 scholieren naar speciale
voorstellingen), maar ook door het jaar heen, documentaireprogramma’s en
workshops aan, voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo. Filmeducatie.nl
is een landelijk netwerk van zeventien partijen die educatieve programma’s
ontwikkelen. In Amsterdam is door verschillende filminstellingen in 2014 het
Amsterdam Filmmenu gestart, dat zich met name richt op scholen die nog helemaal
niets doen met filmeducatie. Deze twee initiatieven worden gecoördineerd vanuit
EYE. Ook Beeld en Geluid doet aan media-educatie, met onder meer de vaste en
wisselende tentoonstellingen, een nieuwsbrief voor het onderwijs en workshops.
De ondersteunende instellingen
In het Nederlandse medialandschap zijn vele andere organisaties, groot en klein,
actief die een rol spelen naast alle partijen die in deze bijlage al aan bod komen. Het
Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de naleving van de Mediawet.
Stichting BREIN bestrijdt intellectuele eigendomsfraude voor auteurs, producenten
en distributeurs en bestrijdt piraterij. Dutch Culture stimuleert internationale
samenwerking in kunst, cultuur en erfgoed en voert met Europese gelden het
Creative Europe-programma uit, waar de Nederlandse audiovisuele sector
aanspraak op kan maken. [ 29 ] Hieronder worden een aantal organisaties uitgelicht.
                                                                                        87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Branche­ en belangenverenigingen
Nederland kent verschillende branche-, belangen- en beroepsverenigingen. Zo’n
beetje elk departement heeft zijn eigen organisatie. Bij de een ligt het accent op
kennisuitwisseling, inspiratie en service verlening, bij de ander op belangen
behartiging. Van ‘directors of photography’ (NSC) tot regisseurs (Dutch Directors
Guild, DDG), van scenarioschrijvers (Netwerk Scenarioschrijvers) tot acteurs (ACT).
Producenten hebben verschillende brancheorganisaties: Filmproducenten
Nederland (FPN), de Vereniging voor Onafhankelijke Televisie Producenten (OTP),
Animatie Producenten Nederland (APN) en de Documentaire Producenten
Nederland (DPN). En dit jaar is de IPN opgericht, de Interactieve Producenten
Nederland, die de belangen behartigt van producenten van interactieve, non-lineaire
content, nieuwe media en platforms. FPN, ApN, DPN en IPN werken aan een
alliantie om vanuit een krachtenbundeling de belangen van de productiesector te
kunnen behartigen.
Organisaties voor promotie, beheer en behoud
Om het Nederlandse audiovisuele materiaal – onderdeel van ons culturele erfgoed –
te behouden, te beheren en toegankelijk te houden, hebben twee met publiek geld
gefinancierde instellingen een taak: het Instituut voor Beeld en Geluid en EYE
Filminstituut.
EYE
EYE digitaliseert, beheert en archiveert films en heeft daarnaast een collectie van
onder andere stills, posters en boeken. Ook heeft EYE, met zijn internationale tak
(EYE International), een taak in de internationale filmpromotie. Mede door het
omvangrijke filmarchief en dankzij deskundigheid op het gebied van beheer, behoud
en ontsluiting van de collectie is EYE een belangrijke internationale speler. In het
nieuwe EYE Collectiecentrum is de Filmcollectie Nederland sinds 2016 onder één
dak gehuisvest en kan in het studie- en expertisecentrum een betere service geboden
worden aan filmprofessionals, onderzoekers en filmstudenten.
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Het in Hilversum gevestigde Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid digitaliseert,
beheert en archiveert vooral materiaal van de omroepen en begeeft zich ook steeds
meer in het digitale domein, zoals het conserveren van games. Als een van de
knooppunten binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed is Beeld en Geluid een belangrijk
archief voor publieke en commerciële televisieproducties. Het instituut vervult ook
een kennisfunctie op het gebied van digitalisering, duurzame instandhouding van
digitale collecties, digitale (ontsluitings)technologie, omvang en spreiding van
collecties, hergebruik en terugverdienvermogen. Deze kennis wordt gedeeld via de
knooppuntfunctie en via AVA-Net, de belangenbehartiger van het audiovisuele
erfgoed.
Beelden voor de Toekomst was een project van vier organisaties (EYE, Beeld en
Geluid, het Nationaal Archief en Kennisland) dat liep van 2007 tot en met 2014 en
dat was bedoeld om het audiovisueel erfgoed van de twintigste eeuw te redden en
beschikbaar te maken. Meer dan 90.000 uur video, 20.000 uur film en 100.000 uur
audio is in dit kader gerestaureerd, geconserveerd en gedigitaliseerd.
                                                                                     88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>EYE International is verantwoordelijk voor de internationale marketing en promotie
van Nederlandse films. De organisatie biedt verschillende diensten (zoals het
jaarlijks publiceren van een catalogus en een gids over de nationale industrie) voor
internationale sales-agents, distributeurs en festivals om Nederlandse producties in
het buitenland over het voetlicht te brengen.
BIS-instellingen Film en Media, 2016
(in miljoenen euro’s)
bron: OCW, jaarverslagen van de instellingen
Debat en reflectie
Een gezonde av-industrie heeft baat bij reflectie en debat. De krant speelt nog een
rol als het gaat om film- en televisiekritiek, de grote dagbladen hebben een recensent
voor film en/of televisie. Daarnaast is er maandelijks De Filmkrant, waarin sinds
1981 alle films die in Nederland uitkomen op kritische wijze besproken worden. Ook
zijn er online media en fora waar gereageerd en gereflecteerd wordt op content. De
VPRO presenteert bijvoorbeeld met de website Cinema.nl recensies, interviews,
video’s en festivalverslagen over films en series. En daarnaast fungeren de sociale
media als platform voor debat over wat er op televisie is.
Reflectie en debat vindt voor een groot deel zowel plaats in filmtheaters als op
festivals, tijdens talkshows, nagesprekken en debatten. Het IFFR biedt filmcritici
onder de noemer ‘Critic’s choice’ bijvoorbeeld een platform om de filmkritiek
opnieuw uit te vinden, door filmjournalisten en -critici essayistische films te laten
maken, en vormen van live-filmjournalistiek te onderzoeken en te experimenteren
met vormen van audiovisuele kritiek. De BIS-filmfestivals organiseren ook de nodige
                                                                                       89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>debat- en reflectieve activiteiten en programma’s rondom de vertoonde films,
doorgaans thematisch ingegeven.
De Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF) is de beroepsvereniging voor alle
in Nederland werkzame filmjournalisten en filmcritici. De KNF behartigt de
belangen van deze groep en fungeert als aanspreekpunt in Nederland en
daarbuiten. De KNF reikt jaarlijks verschillende prijzen uit op festivals.
                                                                                  90
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>  1
Zoals Jheronimus Bosch de Tuin der Lusten (NTR), deze
documentaire heeft in april 2017 de Webby Award Publieksprijs 2017
in de categorie Art gewonnen, de Oscars van het internet.
  2
Zoals Refugee Republic van Martijn van Tol en Jan Rothuizen.
  3
Zoals The Last Chair van Jessie van Vreden en Anke Teunissen,
geselecteerd voor IDFADoclab 2017.
  4
Van beide series zijn de internationale verfilmingsrechten verkocht
aan het buitenland.
  5
De kijkcijfers van Penoza vielen wat tegen (eerder waren meer dan een
miljoen kijkers gehaald), maar dat is te verklaren door de concurrentie
van de GP van de Formule 1 in Mexico.
‘ad.nl’
  6
Commerciële dramaseries zijn bijvoorbeeld Gooische Vrouwen,
Zwarte Tulp (RTL4) en Dokter Tinus (SBS6).
  7
In 2009 was dit aantal 39.
uit: Economische ontwikkelingen in de cultuursector
2009 – 2016,
Dialogic/Ape, 2017
  8
Film Facts & Figures of the Netherlands.
May 2017 issue,
Nederlands Filmfonds,
Amsterdam, 2017
  9
Eurimages is opgericht in 1988 en kent inmiddels 38 lidstaten.
  10
Guerrilla was genomineerd met Horizon Zero Dawn, een
actierollenspel gesitueerd in een post-apocalyptische wereld
ontwikkeld voor Play Station 4, en Adriaan de Jongh met Hidden
folks, een door kunstenaar Sylvain Tegroeg handgetekend interactief
zoekspel ontwikkeld voor smartphone en computer.
  11
VR Days beleefde in 2017 zijn derde editie.
  12
VR Academy is een samenwerking tussen de Hilversum Media
Campus, NHTV, MediaMonks en de HKU en biedt trainingen voor de
basisbeginselen van VR. Ook is er de VRAcademy, een initiatief van de
afdeling Immersive Media (IMVFX) van de Nederlandse
Filmacademie.
  13
Drie seizoenen zijn online verschenen (2010 – 2013) en later
uitgezonden door Comedy Central.
                                                                        91
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>   14
Om zich in Nederland te mogen vestigen, moeten commerciële
omroepen toestemming hebben van het Commissariaat voor de
Media. Ook zijn ze gebonden aan de regels van de Nederlandse
Mediawet. Dat geldt bijvoorbeeld voor SBS 6, SBS 9, NET 5 en
Veronica. RTL is in Luxemburg gevestigd. De zenders van RTL vallen
daarom onder de Luxemburgse wet.
   15
Dit is het bedrag van 2016; tot 2013 waren deze kosten ondergebracht
bij het provinciefonds.
   16
‘stichtingrpo.nl’
   17
‘olon.nl’
   18
Jaarverslag 2016.
Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters,
Amsterdam, 2017
   19
Festival Atlas 2016
Vliet, H., van
   20
Jaarverslag IDFA
2016
   21
Slagen in Cultuur.
Culturele basisinfrastructuur
2013 – 2016
Raad voor Cultuur, 2012
   22
Abonnementskosten van deze platforms: NPO Start 2,95 euro per
maand; RTL XL 3,99 euro per maand; Videoland 8,99 euro per
maand; NL ZIET 7,95 euro per maand.
   23
‘help.npo.nl’
   24
Netflix door grens van 100 miljoen gebruikers.
‘nrc.nl’
   25
De tech-revolutie groeit helemaal scheef.
‘nrc.nl’
   26
Hoe Facebook advertenties héél precies op maat maakt.
‘nrc.nl’
   27
Alibaba en Tencent zijn de enige die Google en Facebook kunnen
bijhouden.
fd.nl
   28
Bij slatefunding krijgt een productiehuis een toekenning voor twee
jaar om meerdere projecten van verschillende makers te kunnen
ontwikkelen.
                                                                     92
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>  29
De Nederlandse audiovisuele sector ontving in 2016 meer dan 6
miljoen euro van de Europese Commissie. 5,73 miljoen euro aan
financiële steun is uit het subprogramma MEDIA zekergesteld,
waarmee Nederland 5,46 proecnt uit het totale budget ontvangt.
Uit: Feiten en Cijfers.
Creative Europe Media 2016,
Creative
                                                               93
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Bijlagen / Samenstelling commissie
        Samenstelling commissie
Commissie Audiovisueel
Guido van Nispen              Sander van Meurs                Pim Schmitz
(voorzitter)                  Partner, producent              Oprichter en
Onafhankelijk                 Pupkin Film                     directeur Talpa
toezichthouder                                                Media
en adviseur                   Tom de Mol
                              Tom de Mol                      Annemiek van der
Joop Daalmeijer               Productions                     Zanden
Adviseur Raad voor                                            Studieleider
Cultuur                       Erwin Provoost                  Documentaire
                              Directeur-Intendant             De Nederlandse
René Delwel                   Vlaams Audiovisieel             Filmacademie
Managing director             Fonds
United                                                        Taco Zimmerman
                              Géke Roelink                    Oprichter en
Dorien Goertzen               Directeur                       directeur
Scenarioschrijver en          Filmhuis Den Haag               Tuvalu Media
adviseur op gebied
van digitale content
Bureau Raad voor Cultuur
Jaap Visser
Senior                        Anna Pedroli                    Onno Aerden
beleidsadviseur               Beleidsadviseur                 Co-auteur
                                                                               94
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Bijlagen / Overzicht gesprekspartners
         Overzicht gesprekspartners
Jip Samhoud                    Melanie                          Christophe Tardieu
&Samhoud/VR                    Groenendijk                      Centre national du
Cinema                         Autoriteit                       Cinéma
                               Consument                        et de l’image animée,
Oege Boonstra                  en Markt (ACM)                   Parijs
3Rivers
                               Stefan Haasbeek                  Floor van
Anna Drijver                   Autoriteit                       Spaendonck
ACT                            Consument                        Cinekid
(Acteursbelangen)              en Markt (ACM)
                                                                Madeleine de Cock
Ari Hemelaar                   Jan Tichem                       Buning
ADC (Assistant                 Autoriteit                       Commissariaat voor
Directors Club)                Consument                        de Media
                               en Markt (ACM)
Marie-Jose                                                      Eric Eljon
Grotenhuis                     Peter van Gorsel                 Commissariaat voor
Adviseur                       AVROTROS                         de Media
Ancilla van de Leest           Ed Nijpels                       Gerard Huisman
Adviseur inzake                AVROTROS                         Contact Film
privacy,
lijsttrekker                   Joram Willink                    Ronald Kleverlaan
Piratenpartij                  Bind Film                        Crowdfunding
                                                                strateeg,
Ton Crone                      Wilko van Iperen                 CrowdfundingHub
Animatie                       BNNVARA
Producenten                                                     Diana Janssen
Nederland (ApN)                Gerard Timmer                    DDMA
                               BNNVARA
Sigrid Sijthof                                                  Sanne Mulder
Arts, Kick your                Julie-Jeanne                     DDMA
habits                         Régnault
                               Centre national du               Yoeri Albrecht
Sander Veenhof                 Cinéma                           De Balie
AR-VR kunstenaar               et de l’image animée,
                               Parijs                           Jos de Putter
                                                                De Correspondent
                                                                                      95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>Jan Doense        Frank van Oirschot   Wimar Jaeger
De Filmkrant      Ex Machina,          Gemeente
                  oprichter            Hilversum
Bart Römer
De Nederlandse    Marijke Rawie        Mary Ann Schreurs
Filmacademie      ExpertDocs           Gemeente
                                       Hilversum
Winston           Lex ter Braak
Gerschtanowitz    EYE Filmuseum        Anne Visser
DFRNT Media                            Gemeente
                  Sandra den Hamer     Hilversum
Taco Ketelaar     EYE Filmuseum
DFRNT Media                            Jan Jelle Bruinsma
                  Marten Rabarts       Google Youtube
Simone van den    EYE Filmuseum
Broek                                  Marijn Poeschmann
Documentaire      Michiel de Rooij     Google/YouTube
Producenten       EYE Filmuseum
Nederland (DPN)                        Kaspar van den Ham
                  Florine Wiebenga     Handvestgroep
Jules van den     EYE International    Publiek
Steenhoven                             Verantwoorden
Dutch Academy for Edo Haveman
Film (DAFF)       Facebook             Meüs van der Poel
                                       Hofstaten public
Andrea Posthuma   Marjan van der Haar  affairs
Dutch Culture/    Film Producenten
Creative Europe   Nederland (FPN)      Cees van ’t
Desk                                   Hullenaar
                  Dana Linssen         IDFA
Colette Bothof    Filmkrant, NRC
Dutch Directors                        Caspar Sonnen
Guild (DDG)       Rianne Brouwers      IDFA Doclab
                  Filmtheater ’t Hoogt
Juliette Jansen                        Bernadette Kuiper
Dutch Directors   Martin Kothman       Impact Academy
Guild (DDG)       FNV KIEM vakgroep
                  crewbelangen         Paola Cassone
Arjan Lock                             Initiative
EO                San Fu Maltha        Performance
                  FuWorks              strategy director
Ruurd Bierman
European          Sieneke Croes        Miriam Rasch
Broadcasting      Gemeente             Instituut voor
Union (EBU)       Eindhoven            Netwerkcultuur
Jeroen Elfferich
Ex Machina, CEO
                                                          96
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>Barbara Visser           Bob Vlemmix         Suzanne Kunzeler
International            Manus VR            Nederlandse
Documentary                                  Publieke Omroep
Festival Amsterdam       Ruud de Langen
                         Mindshare           Anne-Lieke Mol
Bero Beyer                                   Nederlandse
International Film       Willemien van Aalst Publieke Omroep
Festival Rotterdam       Nederlands Film
                         Festival            Sjoerd Pennekamp
Michiel Leenaars                             Nederlandse
Internet Society         George van Breemen  Publieke Omroep
Nederland                Nederlands
                         Filmfonds           Shula Rijxman
Noëlle Haitsma                               Nederlandse
Investeerder/commissaris Doreen Boonekamp    Publieke Omroep
Impact Cinema            Nederlands
                         Filmfonds           Gulian Nothenius
Jacqueline                                   Nederlandse
Gerritsma                Margo van der Valk  Vereniging
Investico                Nederlands          van
                         Filmfonds           Bioscoopexploitanten
Michiel Frackers
Jaunt VR                 Mardou Jacobs       Job ter Burg
                         Nederlandse         Nederlandse
Paul Keller              Beroepsvereniging   Vereniging
Kennisland               van                 van Cinema Editors
                         Film- en            (NCE)
Maurice Hoogeveen        Televisiemakers
KPN                      (NBF)               Cees van Koppen
                                             Netflix
Jos Huigen               Anton Scholten
KPN                      Nederlandse         Frankie Ribbens
                         Beroepsvereniging   Netwerk
Marnix Laurs             van                 Scenarioschrijvers
KPN                      Film- en
                         Televisiemakers     Paulien Dresscher
Frank van der Post       (NBF)               NFF Interactive
KPN
                         Marije Andela       Niels Baas
Jan Wildeboer            Nederlandse         NLZIET
KPN                      Publieke Omroep
                                             Ferry Kesselaar
Annemie Degryse          Mezen Dannawi       NOS
Lumière                  Nederlandse
                         Publieke Omroep     Hanneke Bouwsema
Jeroen Doucet                                NPO-fonds
Managing Director
ComingNext.TV
                                                                  97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>Paul Römer           Esmé Lammers         Cees de Laat
NTR                  Regisseur            Universiteit van
                                          Amsterdam,
Jaap Bruijnen        Wendy Bernfeld       Faculteit
NVPI                 Rights Stuff         Natuurwetenschappen,
(Branchevereniging                        Wiskunde en
entertainment        John de Jong         Informatica
industrie)           RTL Nederland
en Filmdistributeurs                      Roel Kooi
Nederland (FDN)      Marjolein van der    Vereniging
                     Linden               Onafhankelijke
Gerrit-Jan           RTL Nederland        Televisie
Wolffensperger                            Producenten
Onafhankelijk        Sven Sauvé
copyright            RTL Nederland –      Arie Landsmeer
professional         VCO Nederland        Vereniging
                                          Onafhankelijke
Gamila Ylstra        Z.K.H. Constantijn   Televisie
Onafhankelijk film & van Oranje           Producenten
media professional   Startupdelta
                                          Pierre Drouot
Lex Slaghuis         Syb Groeneveld       Vlaams Audiovisueel
Open State           Stimuleringsfonds    Fonds
                     Creatieve Industrie
Roeland Mackloet                          William Linders
PowNed               Theo Camps           VodafoneZiggo
                     Tias, hoogleraar
Dominique Weesie     organisatiekunde &   Stein Smeets
PowNed               bestuurskunde,       VodafoneZiggo
                     vicevoorzitter raad
Roeland              van                  Geert-Jan Bogaerts
Stekelenburg         toezicht KRO-NCRV    VPRO
Regionale Publieke
Omroep               Mandy van der Wal    Geert-Jan
Raad van toezicht    TMG                  Strengholt
                                          VPRO
Rinie van Elst       Menno Grootveld
Rathenau Instituut   Uitgever, schrijver, Marije Meerman
                     vertaler, journalist VPRO Tegenlicht
Linda Kool
Rathenau Instituut   Dirk Wauters         Daan Doornink
                     Universiteit Luik    VR Base
Magda Smink
Rathenau Instituut                        Benjamin de Wit
                                          VR Days Europe
Richel Bernsen
Regionale Publieke                        Marleen Stikker
Omroep                                    Waag Society
                                                               98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>Avinash Changa Lars Boering
WeMakeVR       World Press Photo
                                 99
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / Bijlagen / Literatuur
         Literatuur
Geraadpleegde                  Centraal Bureau                    Dialogic
bronnen                        voor de Statistiek                 in opdracht van
en literatuur                  Monitor topsectoren                het Nederlands
                               2017                               Filmfonds
ABN AMRO                       Den Haag, 2017                     Talentontwikkeling
Peters, S.,                                                       in de Nederlandse
Arendshorst, H.                Commissariaat voor                 AV-sector
De toekomst van                de Media                           Utrecht, 2015
televisie, stilzitten          in opdracht van
is geen optie                  het ministerie                     EBU
Amsterdam, 2017                van OCW                            Vision 2020.
                               Televisie à la carte.              Connect, grow
APE Onderzoek                  Een onderzoek naar                 and influence,
& Advies,                      de interesse van de                our strategic
Paul Postma                    Nederlandse kijker                 objectives 2017
Marketing                      en ervaringen in het               Switzerland, 2016
Consultancy                    buitenland
Meta-analyse                   Hilversum, 2016                    Econopolis
BIS-aanvragen                                                     Wauters, D.,
2017 – 2020                    Commissariaat voor                 Raats, T.
Den Haag, 2017                 de Media                           i.s.m. imec-SMIT
                               15 jaar                            Studies in Media.
APE Onderzoek                  Mediamonitor.                      Innovation and
& Advies, Dialogic             Van media-                         Technology, Vrije
Economische                    concentratie                       Universiteit Brussel,
ontwikkelingen                 naar mediagebruik                  Eindrapport
in de cultuursector            Hilversum, 2017                    Doorlichting
2009 – 2015                                                       van het Vlaams
Utrecht, 2016                  Creative Europe                    Audiovisueel Beleid
                               Feiten & Cijfers.                  Brussel, 2017
EYE Filmmuseum                 Creative Europe
Boonzajer Flaes, R.,           Media 2016,                        EY
Ylstra, G.                     Nederland in de                    Onderzoek
Verkenning                     Europese                           inkomstenopties
Beroepsprofiel                 filmindustrie                      2017 – 2022
Audiovisueel                   Amsterdam, 2017                    Landelijke Publieke
Amsterdam, 2017                                                   Omroep (LPO),
                                                                  Hilversum, 2017
Cline, E.
Ready Player One
Crown Publishers,
New York, 2011
                                                                                        100
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>EY                   Hugenholtz, P.B.      Ministerie van
Onderzoek            De Rechtspositie van  Onderwijs, Cultuur
reclame-inkomsten    de Audiovisuele       en Wetenschap
mediabegroting       Maker binnen          Cultuur in
OCW                  de Publieke Omroep    Beeld 2016
Hilversum, 2017      in opdracht van       Den Haag, 2016
                     Raad voor Cultuur,
EYE, NVBF,           Instituut voor        Ministerie van
Nederlands           Informatierecht       Onderwijs, Cultuur
Filmtheater Overleg  Universiteit van      en Wetenschap
Filmtheaters in      Amsterdam,            Cultuur in
beweging,            Amsterdam, 2015       Beeld 2017
Handreiking voor                           Den Haag, 2017
bestuurders van      Joichi, I., Howe, J.
gemeenten,           Whiplash              Multiscope,
beleidsmakers en     Hachette Book         Smart Media
-bepalers            Group                 Monitor
Amsterdam, 2015      New York, 2016        Onderzoek naar
                                           digitaal
García Martínez, A.  Landman, L.,          mediagebruik in
Chaos Monkeys.       Kik, Q., e.a.         Nederland
Inside the Silicon   Nieuwsvoorziening     ’s-Hertogenbosch,
Valley               in de regio 2014,     2017
Money Machine        “Gelukkig zijn
Ebury Press,         hier geen             Nederlands
London, 2016         journalisten”         Filmfonds
                     Stimuleringsfonds     Reader Filmtop
GroupM               voor                  april 2014
This Year Next Year. de journalistiek,     Amsterdam, 2013
Worldwide media      Den Haag, 2015
and marketing                              Nederlands
forecasts            Leeuw, S. de          Filmfonds
Londen, 2016         Hoe komen wij in      Beleidsplan
                     beeld?                Nederlands
ICF Consulting       Cultuurhistorische    Filmfonds
Services             aspecten van de       2017 – 2020
Emanuela Carta, E.,  Nederlandse           Amsterdam, 2016
Dorenburg, J., e.a.  televisie
Analysis of the EU                         Nederlands
                     Universiteit Utrecht,
audiovisual sector                         Filmfonds
                     Utrecht, 2003
labour market and of                       Film Facts & Figures
changing forms of    Mediafonds            of the Netherlands
employment and       Valt er iets zinnigs  May 2017 issue,
work arrangements,   te zeggen over        Amsterdam, 2017
Londen, 2016         kwaliteit?
                     Amsterdam, 2016
IDFA
Jaarverslag 2016
Amsterdam, 2017
                                                                101
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>Nederlands           Peacefulfish           Raad voor Cultuur
Filmfonds            European               Agenda Cultuur.
Notitie t.b.v.       Perspective            2017 – 2020 en
overleg OCW,         of Levy Schemes for    verder
Raad voor Cultuur,   Film Support Policy    Den Haag, 2015
Cultuurfondsen:      in opdracht van het
Verkenning naar      Nederlands             Raad voor Cultuur
de Stedelijke Regio  Filmfonds              Talentontwikkeling
Amsterdam, 19        Berlijn, 2011          in de audiovisuele
oktober 2017                                sector
                     PriceWaterhouseCoopers Den Haag, 2015
Nederlandse          PwC Global Media
Publieke Omroep      & Entertainment        Raad voor Cultuur,
Het publiek voorop.  Outlook                Sociaal-
Concessiebeleidsplan 2016 – 2020            Economische Raad
2016 – 2020          Amsterdam, 2016        Passie gewaardeerd.
Hilversum, 2015                             Versterking van
                     PriceWaterhouseCoopers de arbeidsmarkt in
Nederlandse          Entertainment &        de culturele en
Vereniging van       Media Outlook for      creatieve sector
Bioscopen en         the Netherlands        Den Haag, 2017
Filmtheaters         2017 – 2021
Jaarverslag 2016     Amsterdam, 2017        Raad voor Cultuur
Amsterdam, 2017                             Advies
                     Public Policy Forum    Concessiebeleidsplan
Oxford Economics     The shattered          2017 – 2025
Economic             mirror: News,          Regionale Publieke
contribution of      Democracy and          Omroep
the Dutch film and   Trust in the Digital   Den Haag, 2017
audio-visual         Age
industry.            Ottawa, 2017           SCP
Final report                                Wennekers, A.,
Oxford, 2013         Raad voor Cultuur      Haan, J. de,
                     Slagen in Cultuur.     Huysmans, F.
The Nielsen          Culturele              Media:Tijd in kaart
Company              basisinfrastructuur    Den Haag, 2016
The Nielsen          2013 – 2016
Comparable Metrics   Den Haag, 2012         Stichting
Report 2016                                 Filmonderzoek
New York, 2016       Raad voor Cultuur      Bioscoopmonitor
                     De tijd staat open.    2016
Olsberg, J.          Advies voor een        Amsterdam, 2017
How Film drives      toekomstbestendige
the growth of the    publieke omroep        Stichting
creative industries  Den Haag, 2014         Kijkonderzoek
SPI, 2016                                   Jaarrapport TV 2016
                                            Amsterdam, 2017
                                                                 102
</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>Stichting             Camps, T.            Schuldig
Kijkonderzoek         Versimpel debat      ‘human.nl’
Jaarrapport TV 2017   over publieke
Amsterdam, 2018       omroep niet tot de   Position Paper IPN
                      vraag hoeveel hij    ‘interactieveproducenten.nl’
Verenigingen van      mag kosten
producenten (FPN,                          Marktaandelen
                      in Het Financieele
DPN, ApN, OTP,                             sociale netwerken in
                      Dagblad,
IPN), regisseurs                           Nederland
                      7 december 2017
(DDG), scenaristen                         ‘marketingfacts.nl’
(Netwerk              Woudt, J.
                                           How Facebook and
Scenarioschrijvers)   Zelfs Murdoch buigt
                                           Instagram are
Brief aan de vaste    voor opkomst
                                           looking to redefine
commissie voor        Facebook en Netflix
                                           TV
Onderwijs, Cultuur    in Het Financieele
                                           ‘mipblog.com’
en Wetenschap,        Dagblad,
t.b.v de              8 december 2017      Hoe Facebook
Cultuurbegroting 2018                      advertenties héél
Amsterdam,            855.000 kijkers voor
                                           precies op maat
9 november 2017       bloedstollende
                                           maakt
                      laatste Penoza
                                           ‘nrc.nl’
Vliet, H. van         ‘ad.nl’
Festival Atlas 2016.                       Netflix door grens
Een overzicht en      Nearly Half of
                                           van
analyse van het       Millennials and Gen
                                           100 miljoen
landschap van film-,  Xers Don’t Watch
                                           gebruikers
food- en              Any Traditional TV:
                                           ‘nrc.nl’
muziekfestivals in    Study
Nederland in 2016     ‘adage.com’          De tech-revolutie
MXStudio/Lectoraat                         groeit helemaal
                      94% of UK adults
Crossmedia                                 scheef
                      would rather live
Hogeschool van                             ‘nrc.nl’
                      without sex than
Amsterdam,
                      their mobile phone   Het belang van
Amsterdam, 2017
                      ‘dailymail.co.uk’    talentontwikkeling
WRR, Amsterdam                             ‘stimuleringsfonds.nl’
                      Alibaba en Tencent
University Press
                      zijn de enige die    We should levy
Focus op Functies.
                      Google en Facebook   Facebook and
Uitdagingen voor
                      kunnen bijhouden     Google to fund
een
                      ‘fd.nl’              journalism – here’s
toekomstbestendig
                                           how
mediabeleid           ‘filmkrant.nl’
                                           ‘theconversation.com’
Amsterdam, 2005
                      ‘geekwire.com’
                                           Inside Jeffrey
Geraadpleegde en
                      It Zucks!            Katzenberg’s Plan to
gebruikte artikelen
                      ‘groene.nl’          Revolutionize Media
en publicaties
                                           on Mobile Screens
                                           ‘variety.com’
                                                                        103
</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>Zo wit is de redactie The first Silicon
van DWDD              Valley ambassador is
‘voorbeeld-           out to make nice
allochtoon.nl’        with tech giants
                      ‘wired.co.uk’
                                           104
</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>           Toekomst Cultuurbeleid / Audiovisueel / Colofon
           Colofon
Zicht op zo veel meer,
is een uitgave van de Raad voor Cultuur.
Leden
Marijke van Hees voorzitter
Brigitte Bloksma
Lennart Booij
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Cees Langeveld
Thomas Steffens
Liesbet van Zoonen
Jeroen Bartelse directeur
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
070 – 3106686
‘info@cultuur.nl’
‘www.cultuur.nl’
Ontwerp
‘High Rise’
Alle adviezen van de raad zijn ook te vinden op ‘cultuur.nl’.
Wilt u op de hoogte blijven van de activiteiten van de raad?
Dan kunt u zich aanmelden voor de ‘nieuwsbrief’.
Volg ons ook op ‘Twitter’.
Het is toegestaan (delen van) de inhoud van de jaarverslagen
te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur
en het jaarverslag als bronnen worden vermeld.
Aan de jaarverslagen kunnen geen rechten worden ontleend.
© Raad voor Cultuur, februari 2018
                                                                105
</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke
adviesorgaan van de regering en
het parlement op het terrein van kunst,
cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over actuele
beleidskwesties en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>