<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies samenwerkingsplan Symfonische Voorziening Landsdeel Oost
Subsidieadvies
Op verzoek van de minister hebben Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten een
samenwerkingsplan ingediend voor het inrichten van een duurzame symfonische voorziening
in het landsdeel Oost, te starten per 1 september 2019. De minister heeft dit plan voor advies
voorgelegd aan de Raad voor Cultuur.
De raad oordeelt positief over het plan en ziet hierin grond de subsidierelatie
van het ministerie van OCW met beide orkesten voort te zetten met de nieuwe
organisatie, de Stichting Symfonische Voorziening Landsdeel Oost (SVLO).
In het plan worden twee scenario’s gepresenteerd voor de ontwikkeling van de
orkestvoorziening. De raad verbindt aan zijn positieve advies de voorwaarde dat wordt
gekozen voor het zogenaamde ‘gewenste scenario’. Hierin dragen de provincies in hogere
mate bij aan de orkestvoorziening. De raad vertrouwt erop dat met de realisatie van dit
scenario een gezonde, duurzame, wendbare muziekvoorziening kan ontstaan, die bijdraagt
aan een veelzijdig muziekklimaat voor een brede groep inwoners van de gehele regio Oost.
Bij het uitblijven van structurele, verhoogde steun van de provincies per 1 september 2019 zal
de organisatie moeten terugvallen op het zogenoemde ‘basisscenario’. Hoewel de raad hier
kritisch tegenover staat, acht hij dit scenario voor de lopende subsidieperiode voldoende
levensvatbaar om door het Rijk te worden ondersteund met de huidige middelen, maar hij
ziet geen levensvatbaarheid in dit scenario op langere termijn.
Beoordeling
In 2016 adviseerde de raad de BIS-subsidie voor het Orkest van het Oosten en Het Gelders
Orkest te verbinden aan de voorwaarde dat de twee orkesten per 2019 samen één duurzame
en kwalitatief hoogwaardige symfonische voorziening zouden vormen voor de regio Oost.
Naar aanleiding van de hierop volgende opdracht van de minister hebben de directies een
uitvoerig traject doorlopen om hun beider orkesten om te vormen tot één orkestorganisatie.
Zij kozen daarbij al snel voor een fusie, en richtten daartoe begin 2017 alvast de Stichting
Symfonische Voorziening Landsdeel Oost (SVLO) op.
De raad heeft bewondering voor de constructieve wijze waarop de twee instellingen de
afgelopen periode hun plannen hebben ontwikkeld, gebruikmakend van input van
werknemers/musici, stakeholders, de provincies Gelderland en Overijssel en de gemeenten
Arnhem en Enschede.
Uit het nu voorgelegde samenwerkingsplan spreekt duidelijk de wil om een
orkestvoorziening op te richten die beantwoordt aan de uitdagingen waarvoor de
muziekpraktijk zich vandaag de dag gesteld ziet in termen van publieksbereik, regionale
                                                 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>worteling en werkgeverschap.1 De orkesten schetsen de nieuwe voorziening als een
netwerkorganisatie, ‘waarbij ingezet wordt op duurzame co-creatie met o.a. culturele
partners, onderwijs, zorg en welzijn, toeristische sector en bedrijfsleven, om gezamenlijk
maatschappelijke en economische meerwaarde te creëren.’ De nieuwe organisatie zal
samenwerken met professionele cultuurpartners – van de Nederlandse Reisopera tot Zwarte
Cross – én partners uit het amateurcircuit, zoals jeugdorkesten, amateurorkesten en
amateurkoren. De musici krijgen een ruimere taak en worden, naar wens en kunnen, ingezet
voor bijvoorbeeld kamermuziek, vernieuwende voorstellingen, educatieve activiteiten of
experimenten; ook kunnen ze zelf verbindingen leggen met culturele partners of kiezen voor
coachingstrajecten.
Om de geschetste rol te kunnen vervullen, kiezen de orkesten voor één orkestvoorziening met
twee standplaatsen, met één directeur, één chef-dirigent, één raad van toezicht, één artistieke
commissie en één medezeggenschapsorgaan. De musici vormen samen één orkestformatie,
maar opereren in de praktijk meestentijds als twee gescheiden groepen; zij blijven in beide
steden repeteren, spelen en zich mengen in het bredere muzikale of culturele veld, waarbij
nadrukkelijk een ‘parallelle programmering’ wordt nagestreefd in Enschede en Arnhem. Het
totale aantal musici in dienst van de voorziening stijgt met 2; het aantal fte stijgt met 15,6. Dit
komt omdat de contracten van de musici worden opgehoogd van gemiddeld 63 procent bij
het Orkest van het Oosten en 59 procent bij Het Gelders orkest naar gemiddeld 72 procent in
de gehele voorziening. Het totale aantal fte komt daarmee op 92,2.2
De raad ziet in de gepresenteerde visie potentie voor een toekomstbestendig orkestmodel. Er
ontstaat een orkestvoorziening die is geworteld in het culturele en maatschappelijke klimaat
in het gehele landsdeel Oost. Deze voorziening heeft ruimte voor publieksonderzoek, artistiek
experiment, verbinding met andere partijen en permanente organisatieontwikkeling. Er kan
worden samengewerkt tot ver over de grenzen van de symfonische muziek. De musicus wordt
in staat gesteld zijn beroepspraktijk te verbreden en te verdiepen, aansluitend op zijn eigen
interesses en de verwachtingen die de maatschappij anno 2018 van een musicus heeft.
Bovendien ziet hij zijn positie op de arbeidsmarkt verbeterd, waarvoor de raad zich in zijn
recente advies over de muzieksector reeds hard maakte.3
Deze hervorming aan de vooravond van een mogelijke stelselherziening kan, mits goed
uitgewerkt en mits tot stand gebracht in samenspraak met werknemers/musici, de
verschillende overheden en culturele/maatschappelijke partners, een voorbeeld stellende
functie krijgen voor andere culturele instellingen en stedelijke cultuurregio’s.
Voor de realisatie van de plannen is een toezegging van beide provincies nodig om voor
langere termijn de orkesten te ondersteunen. Momenteel ontvangen de orkesten samen
structureel 7,37 miljoen euro per jaar van het Rijk, 350.000 euro van de provincie Overijssel
en 140.000 euro van de steden Arnhem, Apeldoorn en Enschede. De provincie Gelderland
geeft een incidentele kapitaalimpuls die afloopt tot 2020, en die in 2019 575.000 euro zal
bedragen. Voor de nieuwe orkestvoorziening vragen de orkesten aan de provincies een
1 Zie het recent uitgebrachte raadsadvies over de muzieksector, ‘De balans, de behoefte’, uitgebracht in november
2017, voor een nadere analyse van deze uitdagingen.
2 De nieuwe orkestvoorziening wordt daarmee het vierde grootste orkest van Nederland, na het Koninklijk
Concertgebouworkest (118), het RadioFilharmonisch Orkest (99,3) en philharmonie zuidnederland (96,1). Gezien
de omvang van het landsdeel Oost, met ruim 3 miljoen inwoners, en de grote maatschappelijke functie van de op
te richten organisatie lijkt dit ons gerechtvaardigd.
3 Zie het recente advies ‘De balans, de behoefte’.
                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>totaalinvestering van 1,9 miljoen euro per jaar. Dit stelt hen in staat hun samenwerkingsplan
in zijn geheel uit te voeren en de structurele problemen te ondervangen die de raad er in 2016
toe bracht een samengaan van beide organisaties te adviseren. De bijdrage van de provincies
is echter nog onzeker.
In een brief aan de orkesten van 6 maart 2018 schrijven de voorzitters van de Gedeputeerde
Staten van Gelderland en Overijssel dat zij de ambitie van de twee orkesten om te komen tot
één voorziening met twee standplaatsen en twee herkenbare merken volmondig
onderschrijven. De Staten ambiëren een symfonische voorziening met een brede rol en
betekenis in de samenleving in alle delen van het landsdeel Oost; deze ambitie wordt ook
door de betrokken steden gedeeld. De betrokkenheid van beide provincies toonde zich ook
reeds in de intensieve dialoog die de provincies met de acht grote gemeenten in de regio
Oost4 hebben gevoerd. Deze mondde onder andere uit in een ambitiedocument van maart
2017 waarin de tien overheden zich gezamenlijk uitspreken voor een symfonische
voorziening in Oost-Nederland die breder is dan de optelsom van de twee afzonderlijke
orkesten. Op dit terrein hebben de overheden in Oost-Nederland een unieke rol op zich
genomen, die inspiratie kan bieden voor overige interprovinciale en interlokale
samenwerkingen.
De provincies overwegen momenteel echter nog hun aanvullende mogelijkheden voor
financiële ondersteuning; ze baseren zich hiervoor onder andere op een onderzoek door
organisatieadviesbureau Berenschot op basis van het samenwerkingsplan van de orkesten, en
op voorliggend advies van de Raad voor Cultuur. Om die reden dient het orkest naast het
beoogde samenwerkingsplan (het ‘gewenste scenario’) tevens een beknopt ‘basisscenario’ in,
dat in wezen uitgaat van een gelijkblijvend budget, een gelijkblijvende omvang en
gelijkblijvende aanstellingen.
De raad heeft het basisscenario gelezen als een terugvalmogelijkheid voor in het geval de
provincies er niet voor kiezen extra te investeren in de orkestvoorziening. In het
basisscenario is er geen of minder ruimte voor artistiek onderzoek, individuele ontwikkeling
van musici, innovatie, activiteiten op het gebied van educatie en talentontwikkeling, en
inspanningen ter vergroting van de regionale binding. Omdat de huidige subsidie van de
provincie Gelderland tot 2020 wordt afgebouwd, besparen de orkesten in dat geval op
personeel en activiteiten. Bovendien wordt de efficiëntie enigszins vergroot door te werken
met één directeur en één staf.
De nieuwe orkestvoorziening voldoet in dit geval aan de prestatie-eisen van het ministerie
van OCW voor de lopende subsidieperiode, maar er ontstaat een orkestvoorziening die in
krapte moet opereren en weinig speelruimte kan nemen om de eigen rol in de regio af te
tasten en uit te bouwen. Het is zeer de vraag of dan nog sprake zal zijn van een duurzame
voorziening of dat er eerder twee orkesten in stand worden gehouden met (nog) minder
middelen dan nu het geval is. De problematiek rond de orkesten die de raad ertoe bewoog
een samengaan te adviseren, ziet de raad hiermee niet ondervangen. Dit scenario kan
bovendien niet de ambities van het landsdeel waarmaken om een bredere symfonische
muziekvoorziening in dit deel van het land te waarborgen. De raad vindt dit daarom geen
wenselijk scenario.
4 Arnhem, Nijmegen, Apeldoorn, Ede, Enschede, Hengelo, Deventer en Zwolle.
                                                    3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De raad benadrukt ook dat dit scenario hem niet toekomstbestendig lijkt met het oog op de
beoogde stelselherziening. Daarvan zal naar verwachting een geïntensiveerde samenwerking
tussen het Rijk en andere overheden deel uitmaken, juist om lokale, regionale en landelijke
overwegingen een gelijkwaardige rol te geven in het vormgeven van het culturele klimaat in
stedelijke regio’s, en om ervoor te zorgen dat kunst en cultuur die op een bepaalde plek wordt
gemaakt, daar ook beklijft.5 In aanloop naar de periode 2021-2024 trekt het Rijk middelen
uit voor zogenaamde ‘proeftuinen’, zoals aangekondigd in de cultuurbrief ‘Cultuur in een
open samenleving’ van minister Van Engelshoven. De op handen zijnde fusie tussen de twee
orkesten in Oost-Nederland biedt naar de opvatting van de raad bij uitstek mogelijkheden
om zo’n nieuwe relatie tussen Rijk, provincies en gemeenten vanaf september 2019 te
toetsen.
De vraag hoe de bijdrage van de twee provincies er precies moet uitzien, kunnen de
provincies op basis van het te verwachten onderzoeksrapport van Berenschot en in overleg
met de orkesten nader bekijken. De orkesten schetsen in hun gewenste scenario een duidelijk
uitgewerkt formatieplan met een realistische begroting, uitgaande van een formatie-omvang
die kwaliteit kan waarborgen en een beter werknemersperspectief biedt. Toch kan de raad
zich enkele besparingen voorstellen, door bijvoorbeeld minder parallel te programmeren en
remplaçanten in te huren voor groot symfonisch werk, waardoor de totale formatie iets
kleiner kan worden. Dit mag echter niet ten koste gaan van de zichtbaarheid in het landsdeel,
de kwaliteit van het orkest en de financiële gezondheid van de instelling.
Ten slotte wil de raad de orkesten enkele kritische overwegingen meegeven ten aanzien van
beide scenario’s. Deze betreffen voornamelijk de vraag hoe de orkestvoorziening straks ook
daadwerkelijk een eenheid kan gaan vormen.
Ten eerste vindt de raad het belangrijk dat de nieuwe organisatie ervoor zorgt dat de huidige
twee orkestformaties zich in de nieuwe praktijk met elkaar verbonden zullen voelen en samen
de schouders onder de gezamenlijke voorziening zullen zetten. De raad onderschrijft de
instandhouding van twee standplaatsen, juist gezien de noodzakelijke en gewenste worteling
in het grote landsdeel Oost. De orkesten geven aan per activiteit de orkestformatie(s) samen
te stellen vanuit één pool van musici, waarbij vooral bij activiteiten op het gebied van opera,
educatie of kleine-zaalconcerten altijd wordt gestreefd naar een mix van musici uit beide
voormalige kernen. Tegelijk kunnen praktische overwegingen ertoe leiden dat veel musici
van het voormalige Orkest van het Oosten vooral in Enschede zullen werken, en veel musici
van het voormalige Gelders Orkest in Arnhem. Dit gaat gepaard met een stevige
verantwoordelijkheid voor de organisatie om ook die musici die weinig met elkaar in
aanraking komen toch intensief bij de organisatie te betrekken. Juist omdat voor musici de
fusie een flinke overstap is – de raad ziet dat besef overigens ook in het plan weerspiegeld –,
is het belangrijk dat onder de musici een gedeeld gevoel kan ontstaan deel uit te maken van
een nieuwe, toekomstbestendige muziekvoorziening. Er moet voor worden gewaakt dat dit
gevoel niet alleen bij staf en directie leeft.
5 Zie hierover verder de recent uitgebrachte verkenning van de raad, ‘Cultuur voor stad, land en regio’,
gepubliceerd in november 2017.
                                                         4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Het is met het oog op bovenstaande van wezenlijk belang dat er een directeur wordt
aangesteld die oog heeft voor zowel de externe als de interne belangen van het orkest. Hij of
zij moet optreden als stevig boegbeeld van de organisatie jegens overheden, partners en
media, én als betrokken werkgever met oog voor het transitieproces dat de medewerkers en
musici doorlopen. Net zo belangrijk voor de musici en de uitstraling van het orkest is de
keuze voor de aan te stellen chef-dirigent. Hij of zij zal een zichtbaar, charismatisch leider
moeten zijn, die erin slaagt musici in twee steden in artistiek opzicht naar grote hoogten te
stuwen. Het samenwerkingsplan bevat nog geen profielen voor de nieuwe directeur en chef-
dirigent; de raad vindt het belangrijk dat deze snel worden opgesteld en dat met de werving
wordt begonnen, gezien de nabije start van de nieuwe organisatie. Met betrekking tot de
organisatie-inrichting merkt de raad verder op dat de beoogde staf klein lijkt voor de te
verwachten werkzaamheden, met name in de transitieperiode.
De raad kan zich daarnaast niet vinden in de motivatie om de nieuwe muziekvoorziening
vooralsnog onder twee merknamen te laten opereren: Het Gelders Orkest en Orkest van het
Oosten. Hiermee zou volgens de orkesten de verankering in beide provincies worden geborgd
‘richting publiek, sponsoren, vrienden en andere stakeholders’. De raad voorziet vooral
onduidelijkheid en verwarring wanneer hetzelfde orkest onder een andere naam optreedt
zodra het de provinciegrens oversteekt, en wanneer in de media drie namen voor één
orkestvoorziening gaan rouleren. Ook draagt het volgens hem niet bij aan de integratie van
de musici in de nieuwe voorziening. Voor de overkoepelende stichting wordt op korte termijn
een nieuwe, goede naam gezocht. Het is de raad niet duidelijk waarom deze nieuwe naam
niet ook aansprekend zou zijn voor de gehele organisatie. De orkesten kondigen aan
binnenkort een kwartiermaker aan te stellen om de komende jaren de bestaande relaties te
versterken en nieuwe verbindingen en netwerken te creëren. Het lijkt de raad een taak voor
deze kwartiermaker om de nieuwe voorziening direct bij de start met haar nieuwe naam te
introduceren in de regio. Juist deze wendbare beginfase lijkt de raad bij uitstek het moment
om ook in de nieuwe naamsbekendheid te investeren. Zo’n campagne kan juist worden
aangegrepen om het nieuwe muziekhuis van het Oosten trots te presenteren en het
tegelijkertijd te verbinden aan de rijke historie van zijn voorgangers: het Orkest van het
Oosten en Het Gelders Orkest.
De raad benadrukt dat de periode 2019-2020 als pilotperiode kan dienen in de opmaat naar
de eerste BIS-aanvraag door de nieuwe muziekvoorziening voor 2021 en verder. Hij adviseert
de minister, de gedeputeerden en de wethouders van de betrokken provincies en gemeenten
deze periode te gebruiken om hun commitment aan gezamenlijke, structurele investering in
de nieuwe orkestvoorziening nader te verkennen in samenspraak met de directie en de raad
van toezicht van de nieuwe organisatie, en hierbij ook de te maken prestatieafspraken op
elkaar af te stemmen.
                                                 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>