<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                    Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                    2595 BE Den Haag
                                                                    t 070 3106686
                                                                    info@cultuur.nl
                                                                    www.cultuur.nl
Ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De heer drs. A. Slob
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
05 september 2019
Kenmerk: RVC-2019- 1449
Betreft: advies over kamerbrief toekomst publieke omroep
 Zeer geachte heer Slob,
 De Raad voor Cultuur heeft met belangstelling kennisgenomen van uw
 kamerbrief ‘Visie toekomst publiek omroepbestel: waarde voor het publiek’
 van 14 juni jl.
 Na lezing van uw brief heeft de raad besloten u een advies te sturen, zoals
 aangekondigd in ons schrijven d.d. 10 juli. We brengen dit advies uit na
 consultatie van verschillende belanghebbenden in het Nederlandse
 medialandschap, zoals vertegenwoordigers van omroepen, producenten,
 digitale platforms en providers.
 De raad adviseerde eerder over het mediabestel in Zicht op zo veel meer
 (2018), over de toekomst van de Nederlandse audiovisuele sector, en in De
 tijd staat open (2014), over de toekomst van het omroepbestel. Beide
 rapporten zijn gebaseerd op uitgebreide consultatierondes onder vrijwel alle
 belanghebbenden. De raad constateert dat een aantal aanbevelingen daaruit
 (deels) in het nu voorgestelde beleid is overgenomen. In voorliggende brief
 scherpt de raad de eerder uitgebrachte adviezen en aanbevelingen aan en
 plaatst ze in de context van uw beleidsvoornemens.
 Centraal in ons advies staat de opvatting dat de huidige inrichting van ons
 bestel niet voldoende bestand is tegen wezenlijke veranderingen in het
 medialandschap. Daarvan zijn een sterke groei van online kijk- en
 luistergedrag, een aanhoudende daling van het aantal omroep-
 lidmaatschappen en het wegvallen van een financieringsbasis vanuit
                                                                               1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>advertentiegelden de belangrijkste. Onze aanbevelingen dienen als
bouwstenen voor een mediabeleid dat inspeelt op deze fundamentele en
naar ons inzicht blijvende veranderingen.
Daarbij is van wezenlijk belang dat Nederlandse mediaproducties – met
Nederlandse publieke waarden – de burgers blijvend weten te vinden en te
inspireren.
Met vriendelijke groet,
Marijke van Hees                                   Jakob van der Waarden
Voorzitter                                         Directeur
                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>ADVIES OVER DE TOEKOMST VAN DE PUBLIEKE OMROEP
Inleiding
In uw kamerbrief van 14 juni jl. schrijft u dat het Nederlandse omroepbestel
toe is aan een ingrijpende vernieuwing om het ‘wendbaar en
toekomstbestendig’ te houden. De raad ondersteunt dit van harte. De raad
deelt met u het uitgangspunt dat een vitale publieke omroep van groot
cultureel en maatschappelijk belang is voor Nederland. De programma’s,
websites en livestreams die ons via de publieke omroep bereiken, verbeelden
en becommentariëren de cultuur in Nederland. Zij verbinden
bevolkingsgroepen, informeren, leren en vermaken ons. Het is van groot
belang dat publieke waarden als pluriformiteit, onafhankelijkheid, kwaliteit
en toegankelijkheid van het aanbod voor iedereen niet uit het oog raken.
Een onafhankelijke en betrouwbare publieke omroep is en blijft een groot
goed, zeker in een tijd waarin de betrouwbaarheid van de nieuwsvoorziening
onder druk staat.
U besteedt in uw brief aandacht aan verschillende onderwerpen die om
bijstelling van beleid vragen. Wij herkennen de relevantie van deze
onderwerpen en zien daarin ook verschillende wensen vertaald van de
politiek en de betrokken stakeholders. Uw brief laat op het gebied van
inhoud en tempo van maatregelen nog vrij veel ruimte. De raad is van
mening dat de urgentie voor het maken van wezenlijke keuzes groeit. Die
urgentie is de aanleiding tot het uitbrengen van dit advies. De raad beoogt u,
de politiek en de betrokken stakeholders hiermee van dienst te zijn.
De raad verwijst naar de eerdere adviezen over dit onderwerp: Zicht op zo
veel meer (2018), over de toekomst van de Nederlandse audiovisuele sector,
en De tijd staat open (2014), over de toekomst van het omroepbestel. De
raad constateert met genoegen dat een aantal aanbevelingen (deels) in het
nu voorgestelde beleid is overgenomen.
Met de adviezen in deze brief scherpt de raad de eerder uitgebrachte
adviezen aan en plaatst ze in de context van uw schrijven.
Daarbij staan twee keuzes centraal:
   - De keuze voor snelle noodzakelijke aanpassingen in het mediabestel
        die recht doen aan het veranderende mediagebruik van
        mediaconsumenten. Die zijn steeds vaker online en kijken en
        luisteren steeds minder vaak ‘lineair’. Die keuze heeft consequenties
        voor bestaande verantwoordelijkheden en productie-, distributie- en
        organisatievormen.
                                                                              3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>     -    De keuze voor het ondersteunen en stimuleren van kwalitatief
          hoogwaardige Nederlandse omroepproducties in het speelveld van
          internationaal opkomende platformen, die vaak ook producties van
          hoge kwaliteit aanbieden.
Het doel van deze keuzes is te komen tot een beleid dat gestuurd wordt door
waardering voor audiovisuele inhoud die gemaakt is vanuit een Nederlands
perspectief, met Nederlandse waarden en een Nederlands programma-
aanbod zichtbaar maakt te midden van de vele buitenlandse online
aanbieders van audiovisuele producties.
In dit advies gaat de raad allereerst in op de kans die de verschuiving naar
online kijkgedrag betekent voor het mediabestel en hoe hierop kan worden
ingespeeld. Vervolgens beschrijft de raad het belang van goede regie op
inhoud en kwaliteit en wat dit betekent voor de samenwerking tussen de
NPO, producenten en omroepen. Daarna volgt een financiële paragraaf
waarin wordt ingegaan op de rol van reclame en kansen voor financiering.
Gaandeweg doet de raad 23 concrete beleidsaanbevelingen.
Publiek steeds meer online actief
We hebben alweer enige tijd te maken met een werkelijkheid waarin kijkers
en luisteraars zich bewegen van publieke lineaire kanalen – de traditionele
radio en tv-zenders – naar platforms als YouTube, Spotify, Netflix,
Facebook, Amazon, NPO Start en Videoland. En de keuze voor de kijker
wordt nog groter want dit jaar komen daar nog Disney+ en Apple TV+ bij.
Het aandeel kijkminuten van video on demand (vod) is dit jaar in Nederland
voor het eerst groter dan het aandeel lineaire televisie: 27 procent, tegenover
24 procent van de totale mediatijdsbesteding.1 Hoewel dit vooral komt door
het mediagebruik van de 18- tot 36-jarigen, neemt ook het online-
mediagebruik van de oudere generaties sterk toe.2 Dat surfen gaat deels – en
in toenemende mate – ten koste van lineair mediagebruik. Tussen 2010 en
2018 is het dagelijks bereik van Nederlandse radio- en televisiekanalen
gedaald met 13 procent.3 Tegelijkertijd is het bereik van de vele nieuwe
aanbieders van online audio- en videocontent enorm toegenomen.
Het budget van consumenten voor mediagebruik is natuurlijk niet oneindig
groot. Een kijker of luisteraar zal keuzes moeten maken – de verwachting is
dat die zich op maximaal drie subscription video on demand (SVOD)
1
  http://www.multiscope.nl/persberichten/video-on-demand-verslaat-tv.html
2
  https://www.digitaltveurope.com/2018/12/19/brightcove-millennials-more-satisfied-with-streaming-
services
3
  Mediamonitor Commissariaat voor de Media, fig. 2, p.16
                                                                                                  4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>kanalen abonneert.4 De concurrentie tussen online aanbieders zal de
komende jaren, mede om deze reden, fors zal toenemen.
De meeste online aanbieders bevinden zich buiten onze landsgrenzen. Ze
hoeven de in de Nederlandse Mediawet vastgestelde inhoudelijke eisen aan
programma’s niet te volgen. Ze hebben ook geen direct belang om hun geld
te investeren in versteviging van het Nederlandse medialandschap of in
Nederlandse audiovisuele producties. De raad spreekt in Zicht op zo veel
meer over het ontstaan van een ‘winner takes all’-markt die wordt
gedomineerd door tech-bedrijven uit vooral Noord-Amerika. De
Nederlandse publieke en commerciële omroepen hangt een reëel risico
boven het hoofd om op termijn een marginale rol te krijgen. Dit geldt zowel
voor de omroepen als voor de brede audiovisuele sector. Een mediabeleid
dat zich richt op versterking en samenwerking kan dit risico omzetten naar
een kans.
Eén Nederlands online platform
Het omroepbeleid zal meer dan ooit de kijkers en luisteraars moeten volgen.
Het traditionele, lineaire bestel moet daarom worden aangepast aan een
digitale, niet-lineaire toekomst. De raad maakt de fundamentele keuze om
de NPO en de omroepen niet te beperken in hun onlinemogelijkheden, maar
het juist mogelijk te maken om hun wettelijke taak op alle bestaande en
nieuwe afzetkanalen invulling te geven.
Het Nederlandse medialandschap kent momenteel een aantal
onlineplatforms die zich met verschillende soorten Nederlandse producties
– van series, films en documentaires tot clips en vlogs –richten op de
Nederlandse kijker. Het gaat daarbij om NPO Start en NPO Start Plus
(NPO), NLZIET (commerciële en publieke omroepen), KIJK (Talpa), RTL
XL en Videoland (RTL). Vooral het laatste platform wint in snel tempo aan
populariteit: het aantal abonnees beslaat in 2019 ‘ruim 600 duizend’.5
De raad vindt het onwenselijk dat al die verschillende platforms zich met
Nederlandstalige producties in onderlinge concurrentie op de Nederlandse
mediaconsument richten. Het risico op versplintering van het bereik is
levensgroot. Dit zal op korte termijn leiden tot teloorgang van het
Nederlandse aanbod tussen dominante buitenlandse online platforms. Dat
4
  Een goede analyse van de Amerikaanse situatie staat op de site van het Amerikaanse Forbes:
https://www.forbes.com/sites/petercsathy/2019/08/19/35-gets-you-netflix-disney-and-only-1-more-
svod/
5
  Eigen opgave van algemeen directeur RTL Sven Sauvé in de Volkskrant,
https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/videoland-gaat-jonge-filmmakers-met-een-miljoen-euro-
steunen~b856b92d/
                                                                                                5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>geldt zowel voor de publieke als de commerciële omroepen. Door
krachtenbundeling van alle stakeholders in één online platform kan
voldoende schaalgrootte en technische kwaliteit worden bereikt om een
goede marktpositie te verkrijgen en aantrekkelijker te worden voor de
Nederlandse burgers. Dat is van belang voor de zichtbaarheid en
toegankelijkheid van kwalitatief hoogwaardige Nederlandse producties.
Bovendien levert één platform de kijker gebruiksgemak op en dalen de
ontwikkelingskosten.
In het Verenigd Koninkrijk is in 2017 Britbox opgericht in een publiek-
private samenwerking tussen BBC en ITV. 6 Dit is een platform op
abonnementsbasis, dat de zichtbaarheid van Britse programma’s vergroot.
Het is een antwoord op de enorme hoeveelheid Amerikaanse programma’s
die de Britse markt overspoelt. Er zijn volgens plan eerst abonnees in de VS
en in Canada geworven. Dit najaar gaat het platform voor de thuismarkt van
start.7
In Frankrijk start volgend jaar vod-platform Salto. De Franse
concurrentieautoriteit keurde deze zomer de samenwerking goed tussen
publieke zender France Télévisions en commerciële zenders TF1 en M6.8 In
Nederland lijkt een dergelijke constructieve, duurzame en door de wetgever
ondersteunde samenwerking nog ver. Er is momenteel wel sprake van
samenwerking tussen publieke en commerciële omroepen bij de
ontwikkeling van het platform NLZIET. De verschillende partijen zijn bereid
om tot één platform te komen, waarbinnen de eigen diensten herkenbaar en
bereikbaar zijn. De groei van dit platform behoeft echter nog extra inzet van
de betrokkenen.
De raad ziet in samenwerking tussen publieke en commerciële omroepen in
één, duidelijk afgebakend onlineplatform een noodzakelijke stap om het
Nederlandse product en de Nederlandse publieke waarden zichtbaar te
maken tussen het aanbod van alle buitenlandse platforms. Bijkomend
voordeel hiervan is dat consumenten niet door steeds meer verschillende
abonnementen tot steeds hogere kosten worden gedreven. In het
gezamenlijke platform kunnen de verschillende publieke en commerciële
aanbieders herkenbaar blijven als afzenders van de programma’s.
1. De raad adviseert u om binnen de bestaande concessieperiode bindende
      afspraken te maken met de NPO over deelname aan één breed
6
  https://www.reuters.com/article/us-britbox-usa-idUSKBN16E2A9
7
  https://www.bbc.co.uk/mediacentre/latestnews/2019/britbox-agreement
8
  https://www.digitaltveurope.com/2019/08/13/salto-the-french-netflix-gets-green-light-but-with-
conditions/
                                                                                                 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    toegankelijk ondemand platform voor Nederlandse audiovisuele
    producties. Betrokken partijen stellen een convenant op waarin ze
    deelname garanderen en afspraken maken over marketinginspanningen
    en de verdeling van abonnementsgelden.
2. Dat platform, met gratis en betaalde diensten, wordt opengesteld voor
    bestaande commerciële platforms als Videoland, KIJK en RTLXL.
3. Het wordt publieke omroepen toegestaan om content uitsluitend voor
    het online platform te produceren als bepaalde doelgroepen dan beter
    bereikt worden.
4. De online advertentieverkoop voor een kosteloze variant van het
    platform komt in handen van Ster voor zover het de publieke
    programmering betreft.
De publieke omroep op externe platforms
Een dezer dagen doet u voorstellen om publiek-private
samenwerkingsverbanden mogelijk te maken. Zulke samenwerkingen
leveren prachtkansen voor de internationale profilering van Nederlandse
omroepproducties. Publieke omroepen kunnen bijvoorbeeld
samenwerkingsverbanden starten op en met andere onlineplatforms dan
bovenstaand ‘eigen’ platform. Te denken valt aan coproducties van
omroepen met Netflix of Videoland, of cofinanciering van omroepproducties
door aanbieders als Netflix. Kwaliteit is hierbij altijd leidend. Naar
buitenlands voorbeeld kunnen zulke coproducties na vertoning op de
publieke kanalen ook beschikbaar komen via de coproducerende
platformen. De raad volgt de verdere invulling van dat beleid met interesse.
5. De raad adviseert om de genoemde publiek-private
    samenwerkingsverbanden in te zetten voor het verspreiden van
    Nederlandse audiovisuele producties binnen en buiten de landsgrenzen
    en het realiseren van nieuwe verdienmodellen voor Nederlandse
    producenten.
Samenwerking tussen NPO, producenten en omroepen
De door de raad onderkende fundamentele verschuiving van lineair naar
online vergt een slagvaardige en eenstemmige publieke omroeporganisatie.
De raad deelt dan ook uw streven naar een eenduidiger sturingsmodel van
de publieke omroepbestel, die een eind moet maken aan de permanente
Hilversumse strijd om geld en aandacht tussen omroepen en NPO.
                                                                             7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Ook de onzekere financiering komt de slagvaardigheid van de NPO niet ten
goede. De NPO voelt zich soms een speelbal van politieke grilligheid, wat
langeretermijnplanning lastig maakt.9
De door u geschetste rol van de raad van toezicht van de NPO als
gesprekspartner van het College van Omroepen (CvO) wringt naar het
inzicht van de raad met de wettelijk geborgde governance: het toezicht op
individuele omroepen ligt immers bij hun eigen raden van toezicht.10 Het
CvO zou bij de invulling van het omroepbeleid de gesprekspartner moeten
zijn van de raad van bestuur van de NPO.
Een heldere governance-structuur brengt uiteindelijk rust en balans in het
bestel – als het zich richt op de handhaving van de kwaliteit van de
programmering en minder op het behoud van traditionele
distributievormen en verworven rechten. Daarvoor is nodig dat het
sturingsmodel slagvaardig tot besluitvorming kan komen. Dit kan worden
bereikt door de NPO, mogelijk via een wetswijziging, nadrukkelijker
beslissingsbevoegdheid te geven over de invulling van het omroepbeleid en
de positie van de omroeporganisaties en producenten eveneens helder te
maken. Hiermee wordt tegengegaan dat over beleidsstukken eindeloos
wordt gedebatteerd waarbij een tweekampenstrijd optreedt. Daarbij is
essentieel dat de raad van de bestuur en de raad van toezicht van de NPO
inhoudelijk en organisatorisch voor deze verzwaarde taken zijn toegerust.
6. De raad adviseert om in het sturingsmodel van de publieke omroep de
     raad van bestuur van de NPO eenduidig de regisseur te maken van de
     uitvoering van het omroepbeleid. Het bestuur is daarmee het
     eindverantwoordelijke bestuursorgaan voor organisatie en financiën. In
     die hoedanigheid zorgt de raad van bestuur voor de budgettoekenning in
     de vorm van een concessiebeleidsplan en prestatieafspraken met het
     College van Omroepen (CvO). Die afspraken behelzen zowel online- als
     lineaire programma’s. De omroepen en de buitenproducenten leveren
9
  De Evaluatiecommissie NPO constateert in zijn rapport (juni 2019) dat het de NPO in de
programmering ontbreekt aan lange termijnvisie/-planning. De commissie schrijft als oorzaak: “De
NPO is in de evaluatieperiode regelmatig geconfronteerd met bezuinigingen en heeft daardoor
onvoldoende zekerheid gehad over zijn financiering. Dit heeft impact op de mate waarin hij de
doelstellingen uit het concessiebeleidsplan kon realiseren en heeft de interne verhoudingen extra onder
druk gezet. Ook kon de NPO daardoor onvoldoende lange-termijnplannen ontwikkelen en
bijbehorende investeringen doen, bijvoorbeeld in drama. Met meer financiële zekerheid is de NPO
beter in staat om zijn publieke taakopdracht te vervullen. Dit heeft ook gunstige effecten op het
personeelsbeleid van omroepen en NPO-organisatie en op het behoud van talenten voor de NPO.”
bron: https://over.npo.nl/organisatie/openbare-documenten/evaluatierapport-npo-2013-2017#content,
p. 125.
10
   De raad van toezicht van de NPO is door de raad benaderd voor een gesprek. Helaas heeft dit
gesprek niet plaatsgevonden.
                                                                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>     programmavoorstellen aan de domeinmanagers. De domeinmanagers
     vormen de inhoudelijke tegenmacht voor dit bestuur.
7. De raad van toezicht van de NPO ziet erop toe dat alle
     (overleg)procedures goed verlopen en controleert de prestatieafspraken
     van de NPO op de wijze waarop dat de samenwerking stimuleert en
     vormgeeft.
Regie op de inhoud
De aanboddomeinen van de NPO vormen het uitgangspunt voor de
programmering voor de Nederlandse publieke omroep. De NPO
onderscheidt er zeven: nieuws, opinie, samenleving, kennis, sport, expressie
en amusement.11 De raad vindt het wenselijk om voor een inhoudelijke
invulling van de domeinen – en daarmee de genres – functionarissen aan te
stellen in een hoofdredactionele rol. Eerder sprak de raad van
‘genremanagers’, maar de NPO volgend ligt de naam ‘domeinmanager’ meer
voor de hand. Domeinmanagers zijn creatieve en inhoudelijk betrokken
hoofdredacteuren, die, gevoed door een inhoudelijke adviesraad, toezien op
de productie van kwalitatief hoogwaardige televisie- en radioprogramma’s
binnen het domein en de vertoning van die programma’s op de beschikbare
en geschikte online- en lineaire kanalen.
De raad constateert dat momenteel de omroepen noch NPO een duidelijke
taakomschrijving hebben om de door de NPO onderscheiden domeinen in te
vullen en op die invulling toezicht te houden. Daarbij pleit de raad ervoor
dat de raad van bestuur van de NPO via eerdergenoemde domeinmanagers
meer regie voert op de inhoud. Dat vergt nauwere samenspraak met de
omroepen en andere aanbieders van content. De domeinmanagers krijgen
daarbij een zware inhoudelijke taak. Zij moeten samen met de omroepen
een redactioneel beleid voor een domein ontwikkelen dat zich uitstrekt over
alle distributievormen voor publiek gefinancierde programma’s.
In deze opzet verdwijnt de netmanager; de raad streeft niet naar het
instellen van nieuwe bestuurslagen maar naar een relatief eenvoudig
governance-model dat de productie van hoogkwalitatieve producties ten
dienste staat.
8. De raad adviseert om het aantal genremanagers – momenteel één: voor
     drama – op korte termijn uit te breiden naar de domeinmanagers voor
     alle aanboddomeinen. Deze domeinmanagers dienen, voor een bepaalde
     tijd benoemd en gesteund door een inhoudelijke adviesraad, op
     transparante en integere wijze aan alle aanbieders duidelijk te maken
     waarom producties al dan niet worden ingepast. Ze dragen – onder
11
   Begroting 2019 NPO, p. 19
                                                                            9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>      leiding van het NPO-bestuur – een hoofdredactionele
      verantwoordelijkheid voor de invulling van genres en het bereiken van
      doelgroepen. Ze bestellen en ‘plaatsen’ aangeboden content binnen de
      context van de publieke missie van het omroepbestel.12
9. Het Commissariaat voor de Media dient het beleid van de NPO jaarlijks
      te toetsen aan de prestatieafspraken en het ministerie van Onderwijs,
      Cultuur en Wetenschap dient sancties op te leggen bij niet-nakomen.
Regionale programmering
Uw brief zet één inhoudelijke keuze in het volle licht. Het derde net wordt op
termijn ‘omgevormd tot een kanaal waarvan het zenderprofiel overwegend
gericht is op aanbod met een regionaal karakter’.
Het huidige NPO3 is op basis van het in 2006 ingevoerde
programmeermodel een doelgroepenzender voor jongeren. Uw constatering
dat jongeren steeds meer online te vinden zijn en het lineaire NPO3 links
laten liggen wordt gestaafd door de cijfers. De kijkcijfers van deze zender
dalen fors, juist onder de beoogde doelgroep. In 2018 was de kijkdichtheid
van NPO3 per dag onder jongeren tussen de 6 en 34 jaar 24.000; tien jaar
eerder was dat 47.000. 13 Het bereik onder de doelgroep is in die periode dus
vrijwel gehalveerd.
Kijkdichtheid per dag en gemiddeld dagelijks bereik nationale zenders14
                       2008                        2013                        2018
                       Kdh.        Bereik          Kdh.       Bereik           Kdh.         Bereik
NPO1                   405.000     8.216.000       395.000    7.376.000        418.000      6.629.000
NPO2                   130.000     5.332.000       134.000    4.338.000        109.000      3.548.000
NPO3                   134.000     5.479.000       139.000    4.641.000        80.000       3.115.000
NPO3 6-12 jaar         13.000      426.000         15.000     453.000          10.000       310.000
NPO3 13-19 jaar        7.000       346.000         7.000      247.000          3.000        115.000
NPO3 20-34 jaar        27.000      1.126.000       24.000     782.000          11.000       440.000
Totaal NPO3            47.000      1.898.000       46.000     1.482.000        24.000       865.000
jongeren
Kijkdichtheid: het gemiddeld aantal kijkers gedurende een etmaal, bereik: kijkers die in een bepaalde
periode minstens één minuut naar een zender hebben gekeken.
12
   Een uitwerking van de taken van de genremanager/hoofdredacteur staat omschreven in De tijd staat
open, v.a. p.30.
13
   De kijkdichtheid in 2018 voor het ‘avondtijdvak’ 18.00-24.00 uur, is 41.000, toelichting SKO.
14
   Gegevens SKO Stichting Kijkonderzoek; absolute kijkdichtheid gemeten inclusief uitgesteld kijken
via televisiescherm tot en met 6 dagen na uitzending.
                                                                                                    10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>De NPO geeft aan dat het jongeren nu nog vooral bereikt via NPO1 en NPO3,
maar de raad verwacht dat dit op termijn niet meer zal opgaan – jongeren
kijken in toenemende mate online naar content.15 De raad vindt het
essentieel dat jongeren ook daar eenvoudig en herkenbaar publieke
programma’s vinden. Dit gebeurt al, gefragmenteerd, op platforms als
YouTube, waar omroepen ‘experimenteren’. Op dat platform alleen al
bedroeg het gemiddelde dagelijkse bereik in 2018 onder jongeren van 13 tot
24 jaar 54 procent.16 Dat komt neer op ongeveer 1,35 miljoen jongeren.17 Het
dagelijkse bereik van NPO3 onder jongeren van 6 tot 34 jaar (een veel
ruimere groep) was in dat jaar 865 duizend, 55 procent minder dan tien jaar
eerder.
De raad pleit voor de ontwikkeling van een jongerenlabel op het
eerdergenoemde Nederlandse online platform – in combinatie met een
stevige onlinemarketing die jongeren van andere platforms naar binnen
loodst. De lineaire jongerenprogrammering zal daarbij steeds meer als
‘aanvliegroute’ fungeren voor de online programmering. De veranderende
distributievorm mag niet leiden tot kortingen op programmabudgetten. Zo
kan de hoge kwaliteit van de publieke jongerenprogramma’s behouden
blijven.
10. De raad vindt dat het produceren van innovatieve - en
      jongerenprogramma’s een van de kerntaken is van de publieke omroep.
      De raad adviseert daarom de budgetten die naar dit soort programma’s
      op NPO3 vloeien, volledig te behouden. Bij een herdefiniëring van het
      ‘derde net’ zullen jongerenprogramma’s op een andere landelijke NPO-
      zender te zien moeten zijn. Het budget gaat deels dienen voor de
      ontwikkeling van jongerenprogramma’s op het onlineplatform.
Uw brief laat de mogelijkheid open om een van de drie landelijke publieke
televisiezenders (deels) te reserveren voor aanbod met een regionaal
karakter. Programma’s van de regionale omroep werken verbindend tussen
verschillende bevolkingsgroepen. Lokale en regionale journalistieke - en
achtergrondprogramma’s zijn onmisbaar voor controle op lagere overheden.
Het aantal dagelijkse lineaire kijkers naar de dertien regionale omroepen in
15
   In 2018 keken jongeren van 6-12 jaar 68 minuten televisie per etmaal, 13-19-jarigen: 58 minuten en
20-34-jarigen: 109 minuten. Vijf jaar eerder waren de cijfers: 6-12: 121 minuten, 13-19: 111 minuten,
20-34: 161 minuten. Bron: SKO Jaarrapport televisie 2018, p. 49 en Jaarrapport televisie 2013, p. 51.
16
   https://www.gfk.com/nl/insights/press-release/gfk-dam-jaaroverzicht-2018.
17
   Volgens CBS waren er in 2018, 2,517 miljoen jongeren tussen 13 en 24 jaar.
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7461bev/table?dl=1EFBB.
                                                                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>ons land blijft echter beperkt tot enkele tienduizenden mensen. Over 2018
ging het landelijk om 24.000 kijkers op elk moment gemiddeld per dag.18
De raad ziet, mede naar aanleiding van de reacties in de gevoerde
gesprekken, geen heil in het reserveren van de door u voorgestelde
omvorming van het ‘derde net’. Dit lijkt namelijk een keuze in te houden
voor integraal uitgezonden regioprogrammering of voor regionale
samenvattingsprogramma’s. Daarbij hebben de regionale omroepen ook
hun bedenkingen geuit over nut en noodzaak (en financiële haalbaarheid)
van het vullen van zo’n landelijke zender. Kijkers en luisteraars in het hele
land kunnen via de kabel nu ook alle regionale omroepen ontvangen, al
zouden de distributeurs de posities van deze omroepen veel ‘hoger’ in hun
zenderaanbod moeten plaatsen om het bereik te vergroten.
Volgens de raad is vensterprogrammering op een landelijke publieke zender
een beter middel om de regionale programmering zichtbaarder te maken.
Daarbij wordt tijd gereserveerd voor nieuwsprogramma’s van regionale
omroepen (zogeheten regiovensters) in landelijke programmering. Dit
gebeurt reeds jaren bij de BBC, in Scandinavië en Vlaanderen. Kijkers in
elke provincie krijgen via zo’n venster een op de eigen regio gericht
programma aangeboden. Een mix van landelijk en regionaal nieuws – denk
aan vijf minuten nieuws uit de eigen provincie als afsluiting van een NOS
Journaal – draagt bij aan betere bereikcijfers voor regionale
omroepprogramma’s. Een dergelijke aanpak vergt ook minder middelen dan
het inrichten van een volledig landelijke zender. Verschillende regio-
omroepen ontwikkelen met de NOS reeds een technische infrastructuur
(‘Mediacloud’) die uitwisseling van content vereenvoudigt.
11. De raad adviseert om de door u voorgestelde vijftien miljoen euro
     structurele rijksbijdrage voor de regionale omroepen in te zetten voor de
     technische en journalistiek-inhoudelijke ontwikkeling van
     vensterprogrammering op een landelijke publieke zender in
     samenwerking tussen NPO, de NOS en de publieke regionale omroepen.
     De hoogte van het jaarlijks uit te keren bedrag zou op termijn moeten
     worden gekoppeld aan de prestatieafspraken die door het
     Commissariaat voor de Media worden getoetst. De verantwoordelijkheid
     voor de regionale nieuwsblokken moet liggen bij de hoofdredacties van
     de regionale omroepen.
In het advies over de organisatie en financiering van de lokale publieke
omroepen, dat u begin september van ons ontving, kondigt de raad samen
18
   Gegevens SKO Stichting Kijkonderzoek; inclusief uitgesteld kijken tot en met 6 dagen na
uitzending.
                                                                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>met de Raad voor het Openbaar Bestuur een fundamenteler advies aan
waarin wordt beschreven welke publieke waarden en functies van lokale
media publiek moeten worden gewaarborgd, in hoeverre die waarborg er nu
is en welk beleid, welk budget en welke organisatievorm hiervoor nodig zijn.
Bij dit advies wil de raad ook de rol en structuur van de regionale publieke
nieuwsvoorziening betrekken. De Raad voor Cultuur en de Raad voor het
Openbaar Bestuur gaan hierover graag met u in gesprek.
De rol van NPO3
De keuze voor een strategische herijking van het bestel moet kunnen leiden
tot ingrijpende heroverwegingen rond bestaande, lineaire afzetkanalen. De
politieke bereidheid lijkt aanwezig NPO3 ter discussie te stellen. Gezien de
hierboven beschreven huidige opzet (jongeren) en de door u voorgestelde
invulling (regio) van de zender is een discussie over nut en noodzaak van
een volledig derde net begrijpelijk.
Volgens de meerjarenbegroting van de NPO bedragen de kosten voor NPO3
structureel 81 miljoen euro per jaar.19 De Ster genereert 15 miljoen euro aan
inkomsten op NPO3, waarvan een significant deel ‘meeverhuist’ als
succesvolle programma’s op NPO1 of NPO2 onderdak vinden.20
12. De raad adviseert u te investeren in vensterprogrammering op een
      landelijke zender en er tegelijkertijd voor te zorgen dat er een
      garantiebudget is voor talentontwikkeling, jeugdprogrammering en de
      ontwikkeling van nieuwe innovatieve formats. Dit met het oog op
      behoud van de kijker en het aantrekken van nieuwe, in de hierboven
      geschetste context van veranderend mediagebruik. Zie ook onder
      aanbeveling 10.
Gelijk speelveld voor producenten en omroepen
Alleen een gelijk speelveld voor alle aanbieders van content kan de muur
slechten die in de loop der tijd om Hilversum is opgetrokken voor
producenten die wel goede ideeën hebben maar geen omroep zijn – het was
de kern van de adviezen in De tijd staat open (2014).
De raad ziet in uw voornemen om 25 procent van het
programmaversterkingsbudget (inclusief sport en spel) te beleggen bij
buitenproducenten als welkome eerste stappen naar een opener bestel.
19
   Begroting 2019 NPO, p. 38,
https://over.npo.nl/storage/configurations/overnpo/files/npo_begroting_van_2019.pdf.
20
   Inschatting van Ster, tijdens gespreksronde juli 2019.
                                                                                     13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>13. De raad herhaalt het advies dat hij van mening is dat 50 procent van het
      programmaversterkingsbudget ook beschikbaar moet komen voor
      externe producenten. 21
14. Producenten moeten hun programma direct kunnen aanbieden aan een
      domeinmanager van de NPO. De domeinmanagers zoeken een omroep
      voor uitzending en als dat niet lukt wordt de productie geplaatst via de
      NTR. Dit voorkomt ‘dubbel inzenden’ van producenten (zowel naar een
      omroep als naar de NPO) en overbodige bureaucratie rond het
      selecteren en plaatsen van programmavoorstellen.
In deze opzet blijft toetsing van programmavoorstellen plaatsvinden via de
eerder omschreven domeinmanagers – op grond van de wettelijke criteria,
met name om tot een ‘evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief
hoogstaand’ aanbod te komen met ‘een grote verscheidenheid naar vorm en
inhoud.22’
NTR als neutrale taakomroep
De raad onderschrijft de bijzondere positie van de NTR als neutrale
zendgemachtigde, taakomroep zonder leden, niet gebonden aan
maatschappelijke, geestelijke, politieke of leeftijdsgebonden doelgroepen.
De omroep voorziet in de kerntaak van de publieke omroep via programma’s
binnen de genres geschiedenis, wetenschap, diversiteit,
onderzoeksjournalistiek, jeugdcultuur, levensbeschouwing en kunst en
cultuur. Daarbij wordt objectief, neutraal, onafhankelijk en op continuïteit
gericht gewerkt. In de loop der tijd is het programma-aanbod wel verwaterd
ten opzichte van de taak, constateert de raad.
15. De raad adviseert u er bij de NTR op aan te dringen zich te concentreren
      op zijn wettelijke taak en uitsluitend programma’s te maken voor
      specifieke doelgroepen en binnen de genoemde genres, voor zover die
      elders in het bestel geen onderdak kunnen vinden. 23
16. De raad volgt u in uw voornemen om de NTR bestuurlijk en wat betreft
      bedrijfsvoering (met name juridische zaken, financiële- en
      salarisadministratie, ICT, facilitymanagement, productiebureau) samen
21
   In 2017 bedroeg het programmaversterkingsbudget €283,7 miljoen. Bron: Begroting NPO 2018,
p.10. https://over.npo.nl/download/nl/164.
22
   Mw 2008, 2.1.2a.
23
   In de Mediawet staat, art. 2.35 lid 1: De Stichting NTR heeft tot taak media-aanbod voor de
landelijke publieke mediadienst te verzorgen dat voorziet in de bevrediging van in de samenleving
levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke behoeften, zodanig dat dit media-
aanbod samen met het media-aanbod van de andere landelijke publieke media-instellingen een
evenwichtig beeld oplevert van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke
verscheidenheid in Nederland.
                                                                                                    14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>      te voegen met de NOS, teneinde efficiency in de organisatie te vergroten
      en organisatiekosten te verlagen.
Omroepen als community’s
De positie van publieke omroeporganisaties wordt de komende jaren steeds
kwetsbaarder. De jarenlang onbetwiste legitimiteit van het ledenaantal als
criterium voor bestaansrecht verliest geleidelijk waarde. Het aantal leden
van omroepverenigingen daalt – in vijf jaar tijd met zo’n 30 procent, blijkt
uit eigen onderzoek van de pers.24 De raad constateert dat ledenaantallen
aan het begin van de huidige concessieperiode weliswaar nog substantieel
waren, maar dat jongeren en jongvolwassenen in afnemende mate bereid
zijn tot een lidmaatschap, hoe hoog of laag de bijdrage ook is.25 Ergo: de
dalende trend zal doorzetten, met dalende inkomsten voor de
omroepverenigingen tot gevolg.
Een toekomstbestendigere beleidslijn is volgens de raad om de rol van
omroepen binnen het extern pluriforme bestel te herpositioneren.
Omroepen zouden bij gebrek aan betalende leden hun huidige, soms
aarzelend, ingezette ontwikkeling tot community’s met urgentie verder door
moeten zetten. In De tijd staat open werd geadviseerd dat deze community’s
er goed aan doen zich te specialiseren in genres (inmiddels: domeinen) of op
thema’s. Waar mogelijk kunnen zij daarbij samenwerken met culturele en
maatschappelijke organisaties die actief zijn op betreffende thema’s.
Ledenaantallen alleen kunnen niet het enige criterium meer zijn voor het
aandeel van een omroep in de totale programmering. Niet op de
middellange termijn – en al helemaal niet op de lange termijn. In plaats
daarvan moeten vooral de kwaliteit, het onderscheidend vermogen en de
‘impact’ van de aangeboden programmavoorstellen doorslaggevend zijn. Als
de trend van dalende ledenaantallen zich voortzet ontkomen de omroepen
er niet aan zichzelf uiteindelijk op te heffen, dan wel zichzelf om te vormen
tot productiehuizen. Uiteraard heeft dat gevolgen voor hun rol, via het CvO,
in de voorgestelde governance-structuur.
17. De Raad voor Cultuur onderschrijft het belang van het grondig en
      spoedig inzetten van andere en extra meetmethoden, zoals
      impactmeting, voor beschikbare productiecapaciteit. Daarmee kan de
      binding tussen bestaande en nu nog niet gekende publieksgroepen en
24
   Tussen 2014 en 2019 daalde het totale ledenaantal van 3,5 miljoen naar 2,5 miljoen.
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/09/publieke-omroepen-hebben-miljoen-minder-leden-a3966624
25
   https://www.cvdm.nl/nieuws/ledenaantal/.
                                                                                            15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>     omroepen worden geobjectiveerd en blijvend legitimering worden
     verschaft voor bestaande en nieuwe partijen in het omroepbestel.
18. De raad adviseert daartoe meetresultaten transparant te maken opdat
     partijen meetmethodes kunnen ontwikkelen voor off- en online kijk- en
     luisterdichtheid en andere publieksbetrokkenheid.
Het publieke bestel moet bestaande en nieuwe mediapartijen rechtstreekse
toegang bieden. De NPO dient via de domeinmanagers hierover regie te
voeren, om met het oog op de pluriformiteit ‘blinde vlekken’ in de
programmering te voorkomen.
Minder inkomsten
Niet alleen kijkers bewegen zich langzaam maar zeker weg van
televisiescherm en radio – ook het geld doet dat. Het publieke bestel kent
drie inkomstenbronnen: een rijksbijdrage, Ster-inkomsten en betalingen
van telecomproviders als Ziggo en KPN voor doorgifte van de publieke
zenders. Daarnaast kunnen omroepen hun lidmaatschapsinkomsten deels
besteden aan programmering.
De rijksbijdrage is in de afgelopen jaren afgenomen. In de mediabegroting
voor 2017 reserveerde de minister van OCW – inclusief Ster-gelden – €
765,5 miljoen voor de landelijke publieke omroep, in 2018 € 752,1 miljoen
en in 2019, € 740,2 miljoen. 26 In een deel van politiek Den Haag lijkt het
animo voor verdere bezuinigingen onverkort aanwezig.
De reclame-inkomsten voor de publieke omroep nemen de laatste jaren
eveneens af. Voor een groot deel omdat reclamegeld de kijkers en luisteraars
is gevolgd naar andere media. De Ster meldt een daling van de afdracht aan
de publieke omroep van ongeveer € 179 miljoen in 2014 tot € 149 miljoen
dit jaar.27 Dat is een verlies van bijna 20 procent in vijf jaar tijd. Daar staat
een groei tegenover van online Ster-inkomsten voor de NPO van 3,6 naar 7,5
miljoen euro in hetzelfde tijdvak.28 Percentueel fors, maar nominaal nog
bescheiden.
Aangaande de derde geldstroom, afdrachten van telecomdistributeurs aan
de NPO voor doorgifte van de publieke zenders, merkt de raad op dat deze
traditionele distributeurs in toenemende mate concurrentie ondervinden
van online aanbod. In 2018 werd voor het eerste wereldwijd meer video via
26
   Kamerbrief mediabegroting 2017, 21 november 2016; kamerbrief mediabegroting 2018, 27
november 2017; kamerbrief mediabegroting 2019, 16 november 2018.
27
   Bijlage bij reactie Ster op brief minister Slob, 13 juni 2019.
28
   Bijlage bij reactie Ster op brief minister Slob, 13 juni 2019.
                                                                                        16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>platforms als Netflix en Apple gestreamd dan via de telecomdistributeurs
bekeken.29 Te verwachten valt dat de telecomdistributeur steeds meer
transportmiddel worden: ze leveren breedband voor internetgebruik in
plaats van content. In Amerika – waar ‘kabelabonnementen’ overigens
duurder zijn – is inmiddels op grote schaal sprake van ‘cord cutting’.30 De
consument kiest er dan voor geen kabelabonnement voor televisie te
hebben, maar alleen nog maar internet.
Mocht een dergelijke ontwikkeling zich ook in Nederland voordoen, dan
komt een belangrijke financieringsbron van de NPO onder druk te staan: de
afdrachten van de telecomdistributeurs. Die betalen jaarlijks tientallen
miljoenen euro’s aan commerciële en publieke omroepen in ruil voor
doorgifte. De doorgifte van publieke omroepen is nu nog wettelijk verplicht
(‘must carry’), maar die verplichting komt onder druk te staan als
afdrachten te hoog worden en/of het aantal abonnees afneemt. Dat heeft
financiële gevolgen voor alle aanbieders van programma’s – zowel
commerciële als publieke omroepen. Telecomdistributeurs betalen nu alle
aanbieders immers voor doorgifte van hun signaal via hun
distributienetwerk. In 2018 betaalden telecomdistributeurs naar schatting
zo’n 40 miljoen euro aan de NPO voor de wettelijk verplichte doorgifte van
de NPO-zenders. Verschillende mediapartijen voorzien een afname van deze
afdracht op de langere termijn.
19. De raad adviseert u om voor de toekomst van het bestel en de
      noodzakelijke investeringen in het eerder beschreven online platform tot
      nieuwe afspraken te komen met de omroepen en de kabelbedrijven over
      datagebruik, financiering van het stelsel en daarbij te nemen financiële
      verantwoordelijkheden.
Reclamevrije omroep
Idealiter is een publiek gefinancierde omroep reclamevrij, zodat de
marktkrachten een zo klein mogelijke rol spelen bij de ordening van het
bestel. Dat geldt ook voor onlinereclame op publieke kanalen. Dit is niet
alleen een principieel uitgangspunt. Gelet op de dalende inkomsten is het
ook reëel om de afhankelijkheid van reclame-inkomsten te verminderen. De
raad richt zich daarbij op de fundamentele analyse van consultancybureau
EY dat op uw verzoek onderzoek uitvoerde naar de ontwikkeling van
reclame-inkomsten. EY voorziet een verdere ‘structurele daling’ van de
reclame-inkomsten.31 De analisten van Deloitte rapporteren ook dat in 2018
29
   https://www.mpaa.org/wp-content/uploads/2019/03/MPAA-THEME-Report-2018.pdf, p. 5.
30
   https://www.tomsguide.com/us/cord-cutting-guide,news-17928.html.
31
   ‘Uit ons onderzoek blijkt dat OCW, rekening moet houden met een structureel lager niveau van de
reclame-inkomsten. 2016 blijkt een kantelpunt te zijn geweest. Dit geldt voor de Nederlandse tv- en
radioreclamemarkt, maar ook voor de Ster. De inkomsten van de Ster zullen volgens onze raming de
                                                                                                    17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>de onlinereclamebestedingen wereldwijd hoger zijn dan die op alle andere
mediatypen samen.32
Het is belangrijk te weten over welke bedragen het gaat als er gesproken
wordt over reclame-inkomsten. De raad constateert dat er verschillende
getallen de ronde doen over de omzet uit reclame-inkomsten voor de NPO.
De Ster voorziet in het geval van het door u voorgestelde korte-termijn
scenario (geen televisiereclame voor 20.00 uur, geen online-reclame) een
inkomstenderving van 80 à 90 miljoen euro, ongeveer 30 procent meer dan
de door u geschatte inkomstenderving van 60 miljoen. 33 Om een goede
analyse te kunnen maken van de effecten van het wegvallen van deze
inkomstenbronnen, zijn eenduidige cijfers nodig.
Het financiële gat bij een volledige reclamevrije omroep wordt door u
geschat op 161 miljoen euro per jaar. Een dergelijke inkomstenderving zal
onmogelijk kunnen worden gedicht zonder forse systeemingrepen – in uw
brief vindt de raad geen richting voor het opvullen van het geslagen gat. Hij
vraagt zich af onder welke voorwaarden een reclamevrij bestel te realiseren
is en in welk tempo afbouw van het huidige model mogelijk is. De raad deelt
op zich uw motivering dat bekostiging uit louter rijksbijdragen een stabieler
en dus bestendiger financieringsmodel kan opleveren dan de huidige
hybride financiering. Dat kan alleen onder één harde voorwaarde: dat de
publieke omroep in zo’n model voor een langere periode, over een
kabinetsperiode heen, kan rekenen op een gegarandeerde budgetstabiliteit.
Zo blijft de kwaliteit van de programmering gegarandeerd. Hiervoor mag
het kabinet wel terugverlangen dat ‘Hilversum’ verdere besparingen
realiseert door lagere overhead en meer shared services. Als zo’n garantie
ontbreekt, kan het voorsorteren op een reclamevrij bestel de publieke
omroepen op termijn opzadelen met enorme tekorten op de begroting.
U motiveert uw voornemen tot een verbod op onlinereclame met het
argument dat nieuwe vormen van (online)reclame leiden tot ‘data mining’.
De raad hier plaatst vraagtekens bij. De Ster en de NPO hebben afspraken
gemaakt over datagebruik en privacy binnen de wettelijke bepalingen.34 Het
is noodzakelijk een goed beeld te houden op het gebruik van nieuwe
technologieën binnen online-advertising en waar nodig de privacy te
beschermen. De Ster geeft aan dat inmiddels ongeveer 80 procent van de
komende jaren structureel dalen: van €187,4 mln. in 2016 naar €155,6 mln. in 2022.’ Onderzoek
reclame-inkomsten mediabegroting OCW, EY, 9 september 2017, p.3.
32
   https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/technologie-media-telecom/articles/digital-ad-spend-
study.html.
33
   ‘STER waarschuwt het kabinet voor overhaaste besluitvorming rondom een reclameluwe publieke
omroep’, www.ster.nl, 14 juni 2019.
34
   Reactie Ster op brief minister Slob, 13 juni 2019.
                                                                                              18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>potentiële online-adverteerders voor de publieke omroepen door deze
regelingen wordt geweigerd.
20. De raad ziet geen aanleiding voor een generiek onlineverbod op reclame
     – ook in het licht van de gewenste ontwikkeling van een onlineplatform.
     Dat platform zal naar verwachting een gratis reclame-dragende variant
     kennen en een reclamevrije variant tegen een hoger abonnementstarief.
21. De raad adviseert, uw motivering volgend, om de komende
     concessieperiode de jeugdprogrammering op alle kanalen, platformen
     en tijdstippen reclamevrij te maken. Dit is een deelvariant van scenario
     1. Ook adviseert de raad uw ambitie om te komen tot een volledig
     reclamevrije omroep te voorzien van een realistisch tijdpad, een
     duurzame financiële onderbouwing inclusief budgetgarantie en inzet op
     realisatie van efficiency. Dit begint met een eenduidig beeld over de
     hoogte van reclame-inkomsten.
Heffingen en audiovisueel fonds
De raad herhaalt hier een eerder advies voor een nieuwe financieringsvorm
van het bestel, passend bij zowel het op drift geraakte publiek als bij het
primaat van de inhoud van de publieke programmering. In het sectoradvies
Zicht op zo veel meer uit 2018 adviseerde de raad om, nu alle bestaande
financieringsbronnen stukje bij beetje wegvallen, een nieuwe geldbron aan
te boren voor het omroepbestel. Een geldbron die volledig ten dienste staat
van de creatie van hoogkwalitatieve content vanuit de door de NPO
onderscheiden publieke waarden: onafhankelijkheid, betrouwbaarheid,
pluriformiteit, diversiteit, impact, engagement, authenticiteit en
eigenzinnigheid.35
Deze bron dient een circulaire geldstroom op te leveren: de revenuen uit de
exploitatie van alle content die via de publieke omroep op de markt komt,
vloeien daarbij via heffingen aan eindexploitanten terug in een nationaal
audiovisueel fonds, waaruit nieuwe producties worden gefinancierd.
De raad herhaalt dit advies met klem. Wie in deze tijd, waarin enkele zeer
grote internationale bedrijven de markt beheersen, geen landelijk systeem
van heffingen overweegt, laat een grote kans lopen voor een gezonde en
duurzame financiële bodem onder Nederlandse audiovisuele producties. De
raad wacht met spanning op uw ideeën hierover. U zegde de Tweede Kamer
die voor dit najaar toe.
35
   Zoals onder andere beschreven in Terugblik 2018, NPO.
                                                                             19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>22. De raad onderschrijft uw voornemen voor het samenvoegen van de voor
     productie bestemde gelden in één fonds en adviseert om heffingen voor
     eindexploitanten samen met bestaande gelden voor mediaproducties –
     onder meer CoBo-filmgelden, de gelden voor het Filmfonds – te laten
     vloeien in een nieuw Nederlands audiovisueel fonds, zoals voorgesteld in
     Zicht op zo veel meer. De raad adviseert, in lijn met dit advies, dat het
     Filmfonds wordt omgevormd tot dit nationale fonds.
Het verleggen van het stimuleringsbudget van OCW van 8,3 miljoen euro
voor films en documentaire van de NPO naar het Filmfonds is een
begrijpelijke stap ter vereenvoudiging van financiering van de Nederlandse
speelfilm. Voor de noodzakelijke versterking en vernieuwing van film-,
drama- en documentaire-productie is echter tevens een integrale aanpak
van het filmbeleid vereist.
23. De raad adviseert u het initiatief te nemen om samen met NPO,
     Filmfonds, CoBO, omroepen en een vertegenwoordiging van
     producenten de contouren van een toekomstbestendig beleid voor film,
     drama en documentaire vorm te geven. Dit overleg zou tot een nieuw
     film- en documentaire-convenant moeten leiden met bijbehorende
     financiering en prestatieafspraken met de NPO vanaf de nieuwe
     concessieperiode.
Ten slotte
De raad ziet in uw Kamerbrief een eerste aanzet voor een werkelijk
toekomstgericht en duurzaam publiek-omroepbeleid, dat echter nog flinke
aanscherping vereist en stevige keuzes. De raad adviseert om voor het
maken van die keuzes een krachtenbundeling te entameren. Daarbij dienen
alle betrokken partijen – van omroepen tot distributeurs en van
meetinstituten tot ministerie – de consequenties in kaart te brengen van de
wezenlijke veranderingen die de raad hierboven heeft geschetst. Daartoe zou
de Autoriteit Consument en Markt de randvoorwaarden moeten opstellen
met het oog op concurrentiebepalingen en wettelijke restricties.
Omroepbeleid moet zich vooral richten op het waarborgen van de kwaliteit
van Nederlandse content en daarnaast zorgdragen voor het zo ongehinderd
mogelijk verspreiden van die content over alle relevante platforms – de
kijker en de luisteraar volgend. Representatief, vindbaar en herkenbaar,
zoals de NPO aangeeft.36 Het publieke omroepbestel komt dan in dienst te
staan van ‘publieke content’, geleverd door (samenwerkingsverbanden
tussen) de NPO, de omroepen, producenten en andere partijen die
36
   Ons publiek verdient een beter plan, blog Shula Rijxman, www.pers.npo.nl, 20 juni 2019.
                                                                                           20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>programma’s van publieke waarden weten te maken, die daartoe directe
toegang krijgen tot de publieke platforms.
In de recent gepubliceerde evaluatie van de NPO is gepleit voor rust en
stabiliteit. De raad constateert dat deze op korte termijn niet te verwachten
is. Alleen door nu fundamentele keuzes te maken en daarnaar te handelen,
ontstaat uiteindelijk rust en balans in het bestel.
Samenstelling werkgroep
Ter voorbereiding op dit advies is door de raad een werkgroep ingesteld,
bestaande uit:
Marijke van Hees (voorzitter)
Joop Daalmeijer
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Jakob van der Waarden
Onno Aerden
Olaf Smit
Jaap Visser
Geconsulteerde partijen
College van Omroepen – Gerard Timmer, Eric van Stade, Lonneke van der
Zee
CleverLions – Erik van Heeswijk
Commissariaat voor de Media - Jan Buné, Gerda van Hekesen
KPN – Jos Huigen, Maurice Hoogeveen
Nederlandse Content Producenten – Arie Landsmeer, Willem Zijlstra
Nederlandse Publieke Omroep – Shula Rijxman, Anne-Lieke Mol
NLZIET – Niels Baas
NTR – Willemijn Francissen
Regionale Publieke Omroep (RPO) –Gerard Schuiteman
RTL Nederland – Marjolein van der Linden
STER – Frank Volmer
Stichting Kijkonderzoek – Sjoerd Pennekamp, Mariana Irazoqui, Guus van
der Salm,
Talpa – Pim Schmitz
VodafoneZiggo – Raymond van der Vliet, Marcel Eswilder, Elmar Krack,
Stein Smeets
                                                                             21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>