<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
Mevrouw drs. K.H. Ollongren
Postbus 20011
2500 EA Den Haag
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De heer drs. A. Slob
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
Kenmerk: RVC-2019-1450
Betreft: Advies organisatie en financiering lokale publieke omroepen
Den Haag, 3 september 2019
Zeer geachte mevrouw Ollongren,
Zeer geachte heer Slob,
Op 12 februari 2019 heeft u de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en
Raad voor Cultuur (RvC) gevraagd uiterlijk 6 september aanstaande een
gezamenlijk advies over de toekomstige organisatie en financiering van de
lokale publieke omroep uit te brengen. Dit tegen de achtergrond van het
regeerakkoord en de maatschappelijke opgave om de democratische functie
van lokale publieke omroepen te waarborgen. Met deze brief brengen de
raden in reactie op uw aanvraag een gezamenlijk advies uit op grond van
artikel 23 van de Kaderwet adviescolleges. In de bijlage treft u onze analyse
aan.
Kern van het advies
Goede lokale journalistiek dient alle burgers én het lokale bestuur over grote
en kleine maatschappelijke en politieke thema’s en onderwerpen
(signalerende en agenderende functie) te informeren. Zij controleert het
lokale bestuur (waakhondfunctie) en draagt bij aan een gemeenschappelijke
                                                                              1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>lokale identiteit (verbindende functie tussen de verschillende groepen
binnen de lokale gemeenschap). Lokale publieke omroepen moeten daarbij,
als onderdeel van de lokale media-infrastructuur een belangrijke rol spelen
De raden constateren dat het huidige stelsel van publieke lokale omroepen
daar niet in voldoende mate toe in staat is omdat het onder hoge spanning
staat. Daardoor kunnen de lokale omroepen deze functies niet naar behoren
waarmaken.1 Om dit te herstellen adviseren de raden in elk geval op korte
termijn op drie manieren in te grijpen.
Ten eerste constateren wij dat het voor lokale omroepen erg kostbaar is om
uit te zenden via radio en tv en online. Dit is niet duurzaam werkbaar, zeker
niet in het licht van de schaal waarop die omroepen nu acteren. Daarom
adviseren wij om de wettelijke mogelijkheid te creëren dat lokale omroepen
zelf bepalen welke kanalen zij gebruiken voor uitzending.
Ten tweede is het van belang om samenwerking te stimuleren; tussen
publieke lokale omroepen onderling en tussen lokale en regionale
omroepen. Dit kan bijvoorbeeld door een positieve financiële prikkel.
Daarbij is enerzijds van belang dat het aggregatieniveau van de
samenwerkingsorganisatie niet te hoog is en de lokale omroepen goed
aansluiten bij de omgeving van de burger. Anderzijds moet de
samenwerking zodanig zijn dat de organisatie schaalvoordeel behaalt, zodat
de journalistieke taak inhoudelijk goed wordt vormgegeven.
Ten derde adviseren wij om de financieringssystematiek van de publieke
lokale omroep grondig te herzien: de financiering moet niet meer vanuit het
gemeentefonds, maar vanuit de mediabegroting komen. Financiering via de
mediabegroting vergroot de journalistieke onafhankelijkheid. Daarnaast
biedt het een steviger waarborg dat het beoogde normbudget per
huishouden voor de lokale omroep hier ook daadwerkelijk aan wordt
besteed.
Vervolg
Daarmee hebben we niet al uw adviesvragen beantwoord. De vragen die
gaan over de mogelijke toekomstige organisatie staan nog open. Op basis
van de gesprekken en bevindingen hebben de raden geconcludeerd dat zij
meer tijd nodig hebben om een fundamenteler vervolgadvies te kunnen
geven. Wij stellen voor om hierin nader in te gaan op de vraag welke
publieke waarden en functies van lokale media en nieuwsvoorziening
moeten worden gewaarborgd, met het oog op het levend houden en
1 Waar staat ‘lokale omroep’, bedoelen wij ‘publieke lokale omroep’.
                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>vitaliseren van de lokale democratie, waarin iedereen gehoord en gezien
wordt.
De raden willen onderzoeken in hoeverre die waarborg er nu is; welk beleid,
welk budget en welke organisatievorm hiervoor nodig zijn. Dit alles tegen de
achtergrond van de ontwikkelingen in de digitale wereld. Publieke lokale
omroepen maken deel uit van de lokale media-infrastructuur, maar de
raden menen dat ze niet los kunnen worden gezien van het grotere geheel
van lokaal media-aanbod en het digitale aanbod via de superplatforms, als
Google/YouTube, Twitter en Facebook. Deze worden in toenemende mate
gezien als risico’s voor een cruciale maatschappelijke en democratische
infrastructuur. Dit vraagt om een beleid van overheden ter bescherming van
publieke waarden.2
De Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur gaan graag
met u in gesprek over het onderhavige briefadvies en over de vraagstelling
en opzet van het vervolgadviestraject. Afhankelijk van de uitkomsten van dat
gesprek verwachten wij het vervolgadvies in het voorjaar van 2020 gereed te
kunnen hebben.
Voorliggend briefadvies is, gegeven de tijd, noodzakelijkerwijs vooral
beperkt tot betaalbaarheid, kostenverdeling en organisatie van lokale
omroepen – of beter: een lokale journalistieke nieuwsvoorziening – en heeft
in de ogen van beide raden vooral een signalerende en agenderende functie.
Hoogachtend,
Marijke van Hees                                     Han Polman
Voorzitter                                           Voorzitter
Raad voor Cultuur                                    Raad voor het Openbaar
                                                     Bestuur
Jakob van der Waarden                                Rien Fraanje
Secretaris-directeur                                 Secretaris-directeur
Raad voor Cultuur                                    Raad voor het Openbaar
                                                     Bestuur
                                                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Bijlage Analyse advies Organisatie en financiering lokale
omroepen
De adviesvragen
De omvorming van lokale omroepen naar streekomroepen ziet het kabinet
als een interessante ontwikkeling, omdat die bijdraagt aan de
professionalisering van de organisaties. Daarom is in het regeerakkoord
opgenomen dat het kabinet zich beraadt op de organisatie en financiering
van lokale omroepen. Ook de ambitie om de lokale democratie te versterken,
mede omdat er meer verantwoordelijkheden bij gemeenten komen te liggen
– bijvoorbeeld in het sociale domein – vormt een aanleiding voor uw
aanvraag. Lokale omroepen zijn daarbij volgens u van belang, “omdat zij
burgers informeren over wat er in hun directe omgeving gebeurt” en “omdat
lokale journalisten vanuit publieke waarden beleid controleren, tegels
lichten en zaken aan de kaak stellen”.
U vraagt ons om expliciet in te gaan op de transitie van lokale omroepen
naar streekomroepen en de toegevoegde waarde ervan voor de
democratische functie van de lokale publieke omroep, zonder daarbij
unusual suspects en alternatieve perspectieven uit het oog te verliezen.
Vanwege bovenstaande ontwikkelingen stelt u de raden de volgende vragen:
     1. Wat zou het voor lokale publieke (streek)omroepen concreet moeten
          betekenen om ‘lokaal toereikend media-aanbod’ (LTMA) te
          verzorgen?3
     2. Hoe is zo objectief en onafhankelijk mogelijk vast te stellen in
          hoeverre een lokale publieke (streek)omroep aan het verzorgen van
          LTMA voldoet?
     3. In hoeverre slagen de reeds gevormde streekomroepen er op dit
          moment in om invulling te geven aan hun democratische functie?
     4. In hoeverre stelt de huidige hoogte en wijze van bekostiging ‒ via het
          gemeentefonds ‒ lokale publieke (streek)omroepen in dicht- en
          dunbevolkte gebieden in staat om aan de wettelijke eisen uit de
          Mediawet te voldoen?8
     5. Wat is nodig om tot een professioneel aangestuurde,
          toekomstbestendige publieke omroep op lokaal niveau te komen die
          in heel Nederland kan voorzien in LTMA en invulling kan geven aan
          zijn democratische functies?
3 ‘Lokaal toereikend media-aanbod’ staat in artikel 2.170b, tweede lid
Mediawet 2008.
                                                                             4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    6. Gegeven het feit dat de gemeenten nu verantwoordelijk zijn voor de
        bekostiging van lokale omroepen, welke sturings- en
        bekostigingsverantwoordelijkheid vanuit de nationale, provinciale
        en/of gemeentelijke overheid is daar volgens u bij nodig?
    7. Welke stappen moeten deze kabinetsperiode gezet worden om daar
        te komen, en door wie?
Bevindingen
Lokaal nieuws ligt het dichtst bij de burger; lokale gebeurtenissen en
ontwikkelingen hebben de meeste impact op die burger. We constateren
echter dat lokale publieke media niet de kwaliteit en financiering hebben om
die lokale gebeurtenissen en ontwikkelingen voor het voetlicht te brengen en
te duiden voor de burger.
Tenminste drie ontwikkelingen maken dat er een somber beeld ontstaat van
de staat van het huidige (lokale) medialandschap.
Steeds meer aandacht en advertentiegeld gaan naar sociale media partijen,
zoals Facebook, YouTube en Twitter, en online publicaties – al dan niet
gevuld met nepnieuws en extremistische content. Dit gaat ten koste van
advertentie-inkomsten van traditionele platforms als radio, krant en
televisie.
Ter vergelijking: op landelijk niveau is er een stevig, publiek gefinancierd
nieuwsplatform – de NOS en de andere omroepen – maar op lokaal niveau
ontbreekt een nieuwsvoorziening van die kwaliteit volledig. Voor een goed
functionerende lokale democratie is kwalitatief hoogwaardig –
onafhankelijk, gevarieerd en pluriform – lokaal nieuws net zo onmisbaar als
een goede nationale nieuwsvoorziening.
Een tweede ontwikkeling is het ‘gratis op maat aanbod’ van nieuws in
digitale omgevingen dat burgers overspoelt en ze eenzijdig en gekleurd
informeert. Dit zorgt onder andere voor ‘filter bubbles’. Met name burgers
met een minimaal inkomen dreigen steeds meer afhankelijk van te worden
van gratis nieuws nu het betaalde nieuwsaanbod via kranten steeds duurder
wordt. De opkomst van betaalmuren bij veel mediawebsites versterkt dit
effect. Waardoor burgers afhankelijker worden van gratis nieuws, waar de
gewenste journalistieke onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd is.
Ten derde hebben de lokale politiek en overheden de online en sociale
media inmiddels ook massaal ontdekt. Dit heeft in een aantal gemeentes
geresulteerd in een communicatie-infrastructuur, waarbij wordt ingezet op
                                                                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>de sociale-mediakanalen en online dienstverlening, op basis van forse
budgetten. Ook hierdoor komen traditionele lokale media verder in de
verdrukking.
Conclusies
Hieronder schetsen wij onze conclusies van de afgelopen maanden. Wij gaan
daarbij eerst in op het belang van Lokaal Toereikend Media-aanbod (LTMA)
voor een vitale lokale democratie. Vervolgens wordt ingegaan op de
uitdagingen voor de lokale omroepen; de ontwikkeling van streekomroepen;
de rol van de gemeente; en de financieringssystematiek. De raden sluiten af
met aanbevelingen voor beleid.
In de vele gesprekken en bij de bestudering van wet- en regelgeving hebben
de raden opgemerkt dat lokale publieke omroepen te maken hebben met
enkele lastige voorwaarden en een complexe context waarin zij hun werk
moeten doen. Dit heeft geleid tot de volgende vijf conclusies.
1.   De vereisten die verbonden zijn met het Lokaal Toereikend Media
     Aanbod (LTMA) zijn erg uitgebreid en talrijk.
In de praktijk lijken maar weinig lokale omroepen erin te slagen hun rol
naar behoren te vervullen. Dat heeft onder andere te maken met hun vaak
zwakke financiële basis, maar ook met de eisen die de Mediawet, zij zelf
en/of de gemeente aan hen stellen.
Het Commissariaat voor de Media houdt bij de bepaling van wat lokaal
toereikend media-aanbod is, rekening met de eisen die de Mediawet aan dat
media-aanbod stelt:
     het uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen
        van media-aanbod dat is gericht op en bestemd is voor de inwoners
        van het verzorgingsgebied;
     het verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van
        media-aanbod op het terrein van informatie, cultuur, educatie en
        verstrooiing via alle beschikbare aanbodkanalen;
     het voldoen aan het programmavoorschrift en het
        productievoorschrift.
In het ‘Vernieuwingsconvenant 2015 -2018’ van de VNG, de Organisatie van
Lokale Omroepen in Nederland (OLON) en de stichting Nederlandse Lokale
Publieke Omroep (NLPO) staat dat de lokale publieke media-instelling in
staat moet zijn het aanbod te verspreiden via alle mogelijke
distributieplatforms; er moet interactie met het publiek mogelijk zijn via
                                                                            6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>mobiele apparaten en sociale media; bedrijfsvoering en de
redactie/journalistiek moeten op niveau kunnen functioneren; en er moet
voldoende ruimte zijn voor samenwerking op landelijk en streekniveau, die
verhoging van de kwaliteit en de maatschappelijke waarde en verlaging van
productiekosten met zich mee kan brengen.
Voor veel omroepen is de brede verspreiding echter veel te duur; met name
televisie maken is erg kostbaar. Bovendien hebben omroepen er vaak de
mankracht niet voor.
Om zenders te vullen of voor omlijsting bij een ‘televisiekrant’
programmeren lokale omroepen vaak relatief veel muziek. Hierdoor gaat
een ander groot deel van de uitgaven naar Buma-Stemra.
De NLPO en VNG hebben twintig criteria opgesteld waaraan
streekomroepen moeten voldoen om een keurmerk te krijgen, waaruit blijkt
dat ze voldoen aan lokaal toereikend media-aanbod.4 De criteria zijn deels
op de verschillende wet- en regelgeving gebaseerd en richten zich op zowel
organisatie als soort/kwaliteit van content. De twintig criteria zijn zinvol en
belangrijk, maar ook erg uitgebreid en talrijk. Gevolg hiervan is dat zelfs
omroepen die volgens velen goed presteren en functioneren niet altijd in
aanmerking komen voor het keurmerk.
De criteria hebben nu louter een signalerende functie; mogelijk dat ze, na
eventuele aanpassing, verbonden kunnen worden aan de financiering.
     2. De grote online platforms stellen lokale omroepen voor zware
          opgaven.
Lokale publieke media hebben, net als landelijke en regionale, niet louter
een informerende en verbindende functie. Onafhankelijke
(onderzoeks)journalistiek is van vitaal belang voor de controlerende taak die
publieke media óók hebben. Samen met de regionale en lokale private
journalistiek, zijn regionale en lokale publieke omroepen van belang voor
het functioneren van de lokale democratie en voor de lokale
nieuwsvoorziening.
Het toenemende belang en bereik van online nieuwsvoorziening en sociale
media plaatst de lokale en streekomroepen voor grote uitdagingen. Vroeger
versloeg ‘de krant’ al het lokale nieuws. Met het verdwijnen van vele lokale
dagbladen en door de beperkte fijnmazigheid van de regionale dagbladen is
die functie (deels) overgenomen door de lokale omroep, maar meer nog
door online en sociale media. Deze zijn nog van veel groter belang geworden
voor de lokale nieuwsvoorziening. Voor lokale publieke omroepen wordt
4 https://www.nlpo.nl/Keurmerk
                                                                                7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>online aanwezigheid steeds belangrijker. De grote platforms zoals Facebook
en Google zien dat het lokale nieuws (nieuws uit de directe omgeving en
informatie over aankomende evenementen) nog altijd het belangrijkste is
voor hun gebruikers en spelen hierop in. Facebook financiert lokale
gemeenschapsprojecten die journalistiek bedrijven in gebieden waar geen
andere partij dat doet. Ook Google heeft verschillende programma’s voor de
ondersteuning van uitgevers en journalistiek. Lokale omroepen die van
belang willen zijn/blijven voor hun publiek, moeten hun content (ook)
online op orde hebben. Dat vergroot ook hun bereik en bekendheid via de
grote platforms, zeker wanneer deze lokaal nieuws nog meer gaan promoten
bij hun gebruikers. Online zijn de interactiemogelijkheden met burgers
bovendien veel gemakkelijker en talrijker.
Het online bereik van lokale, streek- en regionale omroepen stijgt met het
gebruik van digitale media onder de Nederlander. Waren het eerst vooral
jongeren, nu maken ook ouderen steeds meer gebruik van mobiel en online
lokaal en regionaal nieuwsaanbod. De kanttekening bij dit verhaal is dat het
online bereik extra kan groeien zodra lokale publieke omroepen beter weten
om te gaan met de grote platforms waar de burger haar of zijn tijd aan
besteedt (zoals Google/YouTube en Facebook).
Op dit moment benutten lokale publieke omroepen die platforms nog lang
niet optimaal, mede omdat de lokale publieke omroep zich op distributie op
alle kanalen moet richten en veelal onvoldoende kennis van de digitale
wereld heeft. Omroepen zouden dan ook zelf hun distributieplatforms
moeten kunnen kiezen en niet moeten worden vastgepind op traditioneel
radio- en televisieaanbod.
Daarbij valt ook op te merken dat politieke partijen, individuele politici en
vooral gemeenten erg veel doen aan informatievoorziening die verspreid
wordt via eigen digitale kanalen, zoals websites en nieuwsbrieven, maar ook
zeer (inter)actief via sociale mediakanalen, waaronder Facebook, YouTube,
LinkedIn en Twitter.
Gemeenten roepen intussen zogenaamde newsrooms met woordvoerders en
beeldvoerders in het leven om het eigen beleid en gebeurtenissen zo goed
en snel mogelijk in beeld en woord bij de burger te krijgen, die voornamelijk
in de digitale wereld verkeert. Lokale publieke omroepen krijgen door dit
actieve, intensieve communicatiebeleid een beperkte rol toebedeeld via hun
traditionele kanalen. Zij zullen hier een antwoord op moeten vinden door
een veel actiever digitaal beleid te voeren, aangezien daar de bulk van de
aandacht van het publiek is dat zich steeds verder daar naar toe zal
verplaatsen.
                                                                              8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Een belangrijke uitdaging voor de lokale nieuwsvoorziening is gelegen in
haar bijdrage aan een inclusieve lokale samenleving door in de
programmering rekening te houden met de diversiteit van de lokale
samenleving. Een divers samengesteld medewerkersbestand helpt daarbij,
net zoals gebalanceerde programmaraden en intensief contact met alle
groepen in de samenleving. Uiteindelijk kan inclusiviteit gezien worden als
een graadmeter voor een duurzame lokale omroep, op journalistiek,
maatschappelijk en commercieel vlak:
- Journalistiek: een ander beeld van de samenleving geven door verhalen
van verschillende bevolkingsgroepen en vanuit verschillende perspectieven
te vertellen.
- Maatschappelijk: zoveel mogelijk inwoners moeten zich kunnen herkennen
in de programmering en daarin een stem hebben.
- Commercieel: hoe beter de lokale omroep erin slaagt nieuwe doelgroepen
te bereiken, hoe beter die bijvoorbeeld ook lokale adverteerders kan
binnenhalen.
Op het gebied van diversiteit en inclusiviteit is er nog een wereld te winnen
voor lokale publieke omroepen.5 Gemeentebesturen kunnen hen daarbij
helpen en sturen.
3.    De vorming van streekomroepen kan helpen om enige massa te
      creëren en daarmee de (financiële) kwetsbaarheid te verminderen en
      de professionaliteit te vergroten.
Het lokale medialandschap is in beweging. Zo werken verschillende lokale
omroepen samen met regionale omroepen of hebben zich omgevormd tot
streekomroep. Dit moet leiden tot schaalvergroting, kwaliteitsverbetering,
financiële schaalvoordelen en een betere aansluiting bij de directe omgeving
van burgers. Volgens de NLPO en de VNG blijkt de stap naar een
professionele en financieel gezonde organisatie echter vaak toch nog
moeilijk te zetten. Dit heeft onder meer te maken met de huidige
bekostigingssystematiek en de omvang van het budget. En wat voor
streekomroepen geldt, geldt vaak in nog sterkere mate voor lokale
omroepen.
Op dit moment zijn er 57 lokale omroepen die een uitzendlicentie hebben
voor meerdere gemeenten.6 Deze worden streekomroep genoemd. Hiervan
bestaan verschillende vormen. Zo kan er sprake zijn van een
mediaorganisatie die als een samenwerkingsverband uit meerdere lokale
5 De exacte gegevens hiervan kunnen deel uitmaken van het voorgenomen vervolgadvies.
6 https://www.svdj.nl/nieuws/de-lokale-omroep-is-overal-maar-zit-wel-in-de-verdrukking
                                                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>omroepen bestaat waarin samen televisie- en radioproducties worden
gemaakt.7 Of een vorm waarbij de lokale omroepen die onder een paraplu
vallen, allemaal hun eigen tv-productie hebben. Of bijvoorbeeld het model
van de Omroep Venlo, die niet uit meerdere lokale omroepen bestaat maar
een organisatie op zichzelf is.8
De NLPO heeft in samenwerking met de VNG een kaart van Nederland
gemaakt met de streken die zij voor het lokale omroeplandschap voor ogen
heeft. Hierbij is uitgegaan van de ‘natuurlijke habitat’ van de burger: de
sociaal-culturele en economische omgeving waarin mensen wonen, leven,
werken en recreëren, die los staat van een bestuurlijke eenheid, zoals een
gemeente of provincie. 9 Maar een indeling in streken, op welk terrein dan
ook, heeft altijd een vrij arbitrair karakter. Ook als die indeling is gebaseerd
op zaken als economische en maatschappelijke samenhang. Zo bleek uit
onze gesprekken dat er lokale omroepen zijn die niet met een omroep uit de
buurgemeente willen samengaan, maar wel met een omroep die niet aan de
gemeente grenst. Voor de raden is van belang dat vorming van
streekomroepen van onderop plaats moet vinden en niet als een blauwdruk
van bovenaf wordt opgelegd. De ‘natuurlijke habitat’ van de burger is
overigens wél een goed uitgangspunt bij het nadenken over het
bedieningsgebied van een streekomroep. Daarbij zullen ook de nieuwe
technische mogelijkheden in het digitale domein nadrukkelijk moeten
worden meegenomen.
De NLPO meent, zoals eerder al gesteld, dat lokaal toereikend media-
aanbod niet verzorgd kan worden zonder een samenwerkingsverband te
vormen tussen meerdere lokale omroepen, i.e. de streekomroep. De NLPO
maakt zich sterk voor een ‘duale publieke bekostiging’: vanuit het Rijk (€
375.000 per streekomroep per jaar) en vanuit de gemeente (genormeerde
bijdrage uit gemeentefonds € 1,28 per huishouden per jaar). Dit tegen de
achtergrond van de bevinding van de NLPO dat streekomroepen er in het
algemeen niet in slagen om met de huidige bekostigingssystematiek en
omvang van het budget de stap naar een professioneel aangestuurde,
professioneel functionerende en financieel gezonde organisatie te zetten.
Het grote voordeel van een samenwerkingsverband in een streekomroep is
dat het budget voor de daarin ondergebrachte omroep(en) groter is. Een
groter budget biedt in het algemeen, ceteris paribus, een grotere kans op
een sterkere, professionelere en bestendigere omroep.
7 http://over.1twente.nl
8 https://omroepvenlo.nl/organisatie
9 https://www.stichtingnlpo.nl/overzichtstreekomroepen
                                                                               10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat wanneer de streekomroep
bestaat uit, bijvoorbeeld, vier lokale omroepen, met vier
programmabeleidbepalende organen en vier besturen, dit ten koste gaat van
de efficiëntie. Daar komt nog bij dat er in dat geval niet één bestuurlijke
tegenhanger is van de streekomroep. Die heeft in dit geval namelijk te
maken met vier verschillende gemeenten, met verschillend beleid en
verschillende financiering. Daarnaast blijkt het behouden van evenwicht in
de programmering soms moeilijk wanneer een streekomroep meerdere
gemeenten met een groot aantal woonkernen moet bedienen.
4.    Veel gemeenten blijken geen mediabeleid te hebben.
De toenmalige minister van OCW stelde in 2011 dat het aan de gemeenten
en de media-instellingen is om binnen de kaders van de Mediawet met
elkaar het gesprek aan te gaan over de uitvoering van beleid en de
financiering van de media-instelling.
De raden constateren dat de gemeentelijke betrokkenheid bij lokale
omroepen erg verschillend is.
Veel gemeenten hebben nauwelijks of geen mediabeleid. Hierdoor is er
veelal geen expliciete lokale politiek-bestuurlijke aandacht voor de
lokale/streekomroep. Het rapport ‘Pas Op! Breekbaar’ van het
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (2019) signaleerde dat eerder dit
jaar al.10 Van de vier grote steden blijkt alleen Den Haag een mediabeleid te
hebben. In gesprekken met de VNG en gemeenten zelf komt naar voren dat
de lokale omroep niet in de top-tien van gemeentelijke prioriteiten staat.
In zijn de brief ‘Visie toekomst publiek omroepbestel: waarde voor het
publiek’ schrijft minister Slob dat mensen betalen voor, en daarom recht
hebben op, een publieke omroep die in alle opzichten kwalitatief sterk en
onderscheidend is en niemand buitensluit. Uit de gesprekken die de
commissie heeft gevoerd, bleek dat naar schatting 10 procent van de
gemeenten geen lokale publieke omroep heeft en ongeveer 30 procent van
de gemeenten minder dan het genormeerde bedrag (jaarlijks € 1,28 per
huishouden) besteedt aan een lokale publieke omroep. Het commissariaat
doet hier eens in de drie jaar onderzoek naar.
De actuele kennis over de lokale omroep, over de processen erachter en een
visie daarop bij de gemeente zijn over het algemeen beperkt. Dat is een
ernstige constatering tegen de achtergrond van de gedachte dat lokale en
streekomroepen een belangrijke rol (kunnen) spelen bij het levendig houden
10 Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Pas op! Breekbaar. Een onderzoek naar het
nieuwsecosysteem in de grote steden van Nederland, 2019.
                                                                                      11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>van de lokale democratie. Zeker nu gemeenten, bijvoorbeeld in het sociaal
domein, meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden hebben gekregen, is
een lokale of streekomroep waardevol die als ‘waakhond’ fungeert en
politieke en maatschappelijke ontwikkelingen publiekelijk in beeld brengt
en duidt. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er voorbeelden zijn van
gemeenten (en overigens ook provincies), zoals Amersfoort en Tilburg, die
vanwege de door hen gewenste journalistieke waakhondfunctie lokale
fondsen voor onderzoeksjournalistiek hebben opgericht.11
Een tweede gebrek van de politiek-bestuurlijke laag ziet men op het niveau
waarop de streekomroep acteert. Dialogic constateert dat lokale publieke
omroepen die voor meerdere gemeenten uitzenden vaak te maken hebben
‘met verschillende beleidslijnen in verschillende gemeenten, in het bijzonder
ten aanzien van financiering. Dat levert een behoorlijke additionele
bestuurlijke en administratieve last op’.12
Mediabeleid bestaat niet of nauwelijks op gemeentelijk niveau, laat staan op
een niveau dat formeel niet bestaat: het streekniveau. Besluitvorming over
een streekomroep of het toekennen van extra geld eraan wordt hiermee
problematisch. Verschillende gemeenteambtenaren die de
concessieverlening van hun gemeente in portefeuille hebben, nemen
onafhankelijk besluiten over één streekomroep of over de lokale omroepen
die in een streekomroep functioneren. Bij het toekennen van de concessie
aan een nieuwe partij zal er opnieuw een samenwerkingsverband moeten
worden bewerkstelligd of de streekomroep een kleiner gebied gaan beslaan
met als gevolg dat zij minder budget heeft. Er bestaat dus een verschil in de
lagen waarop de omroep en het politieke bestuur acteren. Om deze reden
werd in 2009 in het rapport ‘Streekomroepen in Nederland’ in opdracht van
OCW al geopperd om aanpassingen te doen in wet- en regelgeving, zodat
omroepen deze drempel niet meer ontmoeten wanneer ze gaan
onderhandelen met gemeenten.
De waarde die gemeenten zeggen te hechten aan goede lokale
nieuwsvoorziening lijkt vaak niet aan te sluiten bij het door hen gevoerde
beleid. Dat terwijl gemeenten meer zeggenschap krijgen en hebben gekregen
over tal van onderwerpen die eerder bij het rijk lagen. Hierdoor is het belang
van een behoorlijke lokale journalistieke voorziening alleen maar groter
geworden. De raden constateren dat veel gemeenten er voor kiezen om
voorlichters en communicatiemedewerkers aan te stellen – in grote
11 Zie: NRC Handelsblad. Tegels lichten met overheidssteun, 17 juli 2019.
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/16/tegels-lichten-met-overheidssteun-a3967278
12 Dialogic. Streekomroepen in Nederland, juli 2009. https://www.dialogic.nl/wp-
content/uploads/2016/12/2008.018-0908.pdf
                                                                                 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>gemeenten kan dit oplopen tot 200 – of om zogenaamde newsrooms op te
zetten, die ervoor moeten zorgen dat het gemeentelijk beleid goed voor het
voetlicht bij de burger wordt gebracht. Maar als de informatievoorziening
vooral in handen van de gemeente is, is het voor een lokale omroep – die
vaak ondergefinancierd is – en grotendeels op vrijwilligers draait, lastig om
zijn controlerende en agenderende waakhondfunctie naar behoren te
vervullen. De lokale publieke omroep staat bij voorbaat al op achterstand.
De raden stellen verder vast dat er in veel gevallen sprake is van een
spanning tussen de gemeente en de lokale omroep. Die is er voornamelijk
omdat de omroep financieel afhankelijk is van de gemeente. Er zijn, zo bleek
uit onze gesprekken, voorbeelden bekend van lokale omroepen die kwesties
die met hun gemeente(n) te maken hebben, laten liggen, of pas oppakken
nadat de financiering rond is.
5.    De wijze van financiering zorgt ervoor dat lokale omroepen financieel
      afhankelijk zijn van de gemeenten waarover zij moeten berichten en
      die zij vanuit hun journalistieke opdracht moeten controleren.
Het Rijk stelt via de Mediawet regels op voor de lokale publieke omroep,
maar die heeft vervolgens vooral met de gemeente te maken. RvC en ROB
stellen vast dat gemeenten – via de Algemene uitkering van het
gemeentefonds – de vrijheid is gegeven om zelf te bepalen wat zij doen met
de bijdrage die voor de lokale publieke omroep in de algemene uitkering is
opgenomen. Voor de bekostiging van de lokale of streekomroep wordt in
2019 € 1,28 per huishouden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Het totale budget dat vanuit het gemeentefonds in 2019 beschikbaar is voor
de lokale omroepen in 355 gemeenten is ongeveer € 10 miljoen. Ter
vergelijking: voor de NPO is op jaarbasis ongeveer € 740 miljoen
beschikbaar en voor de 13 regionale omroepen € 145 miljoen.13 Dat betekent
dat één regionale omroep gemiddeld meer krijgt dan alle lokale omroepen
samen.
De gemeenten erkennen het belang van een goede en betrouwbare
nieuwsvoorziening en van de journalistieke waakhondfunctie voor het
functioneren van de lokale democratie. Desondanks kan die functie in het
algemeen niet goed uitgevoerd worden. De voornaamste oorzaak hiervan is
de vaak beperkte bekostiging vanuit de gemeente.
Ter illustratie: een gemeente van 100.000 inwoners krijgt met het
richtsnoerbedrag ongeveer € 57.000 per jaar, iets meer dan € 1000 per
13 Brief Mediabegroting 2019, 16 november 2018.
                                                                             13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>week. En daar moet dan een radiozender, tv-station en nieuwswebsite van in
de lucht worden gehouden (inclusief studio, apparatuur, vervoer,
rechtenvergoedingen, etc.). Nederland heeft maar 30 gemeenten van
100.000 inwoners of meer, de 325 andere gemeenten moeten het met vaak
veel minder doen.14 30 procent van de lokale omroepen heeft een zorgelijke
financiële positie.15
Er zijn gemeenten die meer dan het genormeerde bedrag van € 1,28 per
huishouden uitgeven aan lokale omroepen. Zo ontvangt de lokale omroep
Venlo van de gemeente Venlo jaarlijks € 260.000 subsidie (€ 2,55 per
inwoner, oftewel ruim € 5 per huishouden: vier maal het normbedrag van
het gemeentefonds).16 Lokale omroep Venlo heeft een groot bereik en
verwerft jaarlijks rond € 400.000 aan advertentie-inkomsten en rond €
340.000 aan productie-inkomsten. Wellicht is hier sprake van een
‘vliegwiel-effect’: geld genereert kwaliteit, kwaliteit genereert bezoekers en
mogelijke afnemers van producties, en kwaliteit en bezoekers lokken
adverteerders. Deze veronderstelling verdient nader onderzoek.
De huidige financiering en financieringssystematiek van lokale omroepen is
niet geschikt om een volwaardige lokale omroep in stand te houden. Om te
voldoen aan de LTMA-eisen is € 1,28 per huishouden voor een lokale
omroep erg karig. Daar komt bij dat dunbevolkte gebieden/streken
goeddeels dezelfde kosten hebben als dichtbevolkte gebieden/streken – een
microfoon kost op Schiermonnikoog net zo veel als in Amsterdam.
Omroepen in beide gebieden zouden vanuit de wenselijkheid van een
publiek gewaarborgde onafhankelijke lokale nieuwsvoorziening en
journalistiek in heel Nederland eenzelfde uitgangspositie moeten hebben.
Bewoners van dunbevolkte gebieden hebben evenveel recht op een
kwalitatief goede publieke lokale dan wel streekomroep als inwoners van de
Randstad.
Het beperkte totaalbudget heeft uiteraard gevolgen voor de betaling van de
medewerkers van de omroepen. Journalisten van streek- en lokale
omroepen worden doorgaans noodgedwongen onder het door de NVJ
bepleite minimumsalaris betaald. Vele streek- en lokale omroepen draaien
dan ook goeddeels op vrijwilligers. Dat is positief te waarderen vanuit de
14 https://www.svdj.nl/nieuws/de-lokale-omroep-is-overal-maar-zit-wel-in-de-verdrukking
15 Dat blijkt uit de laatste (2016) driejaarlijkse evaluatie van de bekostiging van lokale
publieke omroepen door het Commissariaat voor de Media.
16 De lokale omroep Venlo werkt op redactioneel en programmatisch vlak veel samen met de
regionale omroep L1. Zij delen ook huisvesting en apparatuur. Omroep Venlo is op alle
kanalen actief, met nieuws, nieuwsgaring en nieuwsduiding, van ‘112’ tot grote politieke
kwesties. In Venlo is het bereik groter dan dat van de regionale omroep L1.
                                                                                           14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>gedachte van de participatiesamenleving, maar het werkt amateurisme in de
hand en brengt de continuïteit van omroepen in gevaar.
De bekostiging door de gemeente vormt zelden het gehele budget van de
omroep. De omroepen zijn daarom vaak genoodzaakt flinke extra inkomsten
te genereren om het hoofd boven water te houden. Als omroepen meer
budget willen, moeten ze dat uit de markt halen of via andere kanalen
(subsidies, productiedeals) genereren. Er zijn gevallen bekend waar 70
procent van de inkomsten op die manier binnenkomt, wat tot een wankel
businessmodel leidt. Het merendeel van de lokale omroepen mist echter de
professionaliteit, en vaak ook het bereik, om veel uit de markt te halen.
Het bescheiden budget van lokale omroepen zorgt er ook voor dat hun
bereik en het aantal aangeboden programma’s klein is of kleiner wordt.
Hierdoor daalt ook de kennis/het zicht van de lokale bevolking over/op het
functioneren van de lokale democratie en de uitvoering van de lokale macht.
Mogelijk investeren gemeenten en provincies mede hierdoor meer in hun
communicatie-afdelingen om hun eigen functioneren zichtbaar te maken.
Deze vicieuze cirkel dient doorbroken te worden voordat de lokale
nieuwsvoorziening zover is verschraald dat ingrijpen bijna niet meer
mogelijk is.
Aanbevelingen
Structuur en Organisatie
    1. De RvC en ROB zijn van mening dat de structuur van de publieke
        nieuwsvoorziening op lokaal niveau veranderd moet worden om die
        kwalitatief hoogwaardig en inclusief te maken. Het gaat daarbij in
        essentie om de versterking van de lokale journalistiek, niet om het in
        standhouden van lokale publieke omroepen.
    2. De raden zien het belang van opschaling om de (lokale)
        journalistieke infrastructuur en nieuwsvoorziening steviger te
        maken. Die opschaling kan van lokale- naar streekomroep gebeuren,
        maar ook van lokale- of streekomroep naar regionale omroep. Om
        samenwerking te stimuleren, adviseren de raden om een positieve
        financiële prikkel te geven aan die omroepen die samenwerken in
        streekomroepen en/of met de regionale omroepen.
    3. Bij opschaling is het wel van belang dat het aanbod en de
        journalistieke focus van de streekomroep recht doen aan alle
        gemeenten/kernen die zij bedient, en meer in het algemeen aan de
        diversiteit van de bevolking binnen het bedieningsgebied. Hierover
                                                                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>        moeten heldere prestatieafspraken tussen betrokken gemeenten en
        de streekomroepen worden gemaakt, en moet worden toegezien op
        de naleving daarvan. Een en ander moet worden gewaarborgd in
        redactiestatuten, programmaraden en door een Raad van Toezicht.
        Het Commissariaat voor de Media zorgt voor het toezicht en de
        handhaving vanuit de Rijksoverheid; de omroepen volgen daarnaast
        de leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Het provinciale
        bestuur, dat zicht heeft op de maatschappelijke en politiek-
        bestuurlijke ontwikkelingen binnen zijn provincie, kan hierbij naar
        onze mening een signalerende rol spelen in de richting van het
        Commissariaat voor de Media.
    4. Op termijn kan een professionele landelijke coördinerende
        nieuwsorganisatie ingericht worden, min of meer langs de lijnen van
        de huidige gedefinieerde streekomroepen, die met opgeleide lokale
        journalisten nieuws maakt en voor de verspreiding van
        lokaal/streeknieuws zorgt. Daarbij zal rekening moeten worden
        gehouden met de plaats binnen het medialandschap en de dynamiek
        daarbinnen. Edities van regionale dagbladen hebben veel
        raakvlakken met streekomroepen: zij vallen qua bedieningsgebied
        bijna samen. Hier kunnen overigens wel wrijvingen ontstaan tussen
        de (commerciële) regionale dagbladen en de (publieke)
        streekomroepen. Eerdere samenwerkingsverbanden tussen
        omroepen en dagbladen in de regio zijn nog weinig succesvol
        geweest, maar de raden zijn van mening dat op grond van gedeelde
        publieke waarden en in onderling overleg, de verschillende
        verdienmodellen mogelijk met elkaar te verenigen zijn.
LTMA
De RvC en de ROB hechten aan een met publiek geld gewaarborgde
nieuwsfunctie in elke gemeente in Nederland. Maar of dat per se via een
publieke lokale omroep moet, die zowel op radio, tv en internet content
plaatst, staat voor de raden niet bij voorbaat vast.
De raden vragen zich na de vele gesprekken die zij afgelopen maanden
hebben gevoerd af of een uniforme, gestandaardiseerde uitwerking van wat
een lokale publieke omroep vermag het juiste antwoord is om de lokale
democratieën te versterken.
    5. Een streek- of lokale omroep moet zelf kunnen bepalen van welke
        kanalen zij gebruik maakt. Die keuze moet gebaseerd zijn op een
        onderzoek naar de wensen van de doelgroepen en naar de wijze
                                                                            16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>       waarop een zo groot en divers mogelijk bereik gerealiseerd kan
       worden. Ook kan rekening worden gehouden met het overige
       aanbod. Dit is dan lokaal toereikend. Omroepen moeten niet worden
       vastgepind op traditioneel radio- en televisieaanbod, zeker nu het
       online bereik van lokale, streek- en regionale omroepen sterk stijgt
       en superplatforms als Facebook, YouTube en Twitter de
       (media)aandacht van de Nederlandse burger naar zich toe trekken.
       Een standpunt hierover van de raden en met name van de ministers
       heeft overigens gevolgen voor de discussie over en de visie op de
       taken van alle publiek gefinancierde media, zoals de landelijke en
       regionale omroepen.
Financiering
   6. De raden stellen voor de wijze waarop de lokale publieke omroepen
       worden gefinancierd anders in te richten. Wij adviseren de streek-/
       lokale omroepen vanuit de mediabegroting van het Rijk te
       bekostigen. Dit betekent dat het totale budget dat nu als richtsnoer
       geldt wordt overgeheveld van het gemeentefonds naar de
       mediabegroting van het ministerie van OCW. Vervolgens dient
       iedere toegelaten streek-/ lokale mediaorganisatie het volgens de
       richtsnoer vastgestelde bedrag te krijgen, aangevuld met een nader
       vast te stellen bedrag dat als vaste voet wordt bepaald. Financiering
       vanuit de mediabegroting zal voor een stevigere informatie- en
       nieuwsvoorziening zorgen, niet alleen vanwege het zekere budget,
       maar ook omdat de (mogelijke) spanning tussen gemeente en
       mediaorganisatie die onder meer als waakhond moet functioneren
       van zijn baasje, van wie hij financieel afhankelijk is, wordt
       weggenomen. Bovendien hoeft een streekomroep zich dan niet meer
       te verhouden tot verschillende gemeenten met verschillende
       subsidievoorwaarden. In het vervolgadvies werken we de
       uiteindelijke governance uit, rekening houdende met de onder 3.
       genoemde onderdelen.
   7. Daarnaast kan er eventueel een aanvullende
       bekostiging/betrokkenheid komen vanuit de lokale gemeenschap,
       oftewel gemeenten (educatieve en culturele functie) en bedrijfsleven
       (reclames en advertorials). Een gemeente zou daarbij ook zendtijd
       kunnen kopen voor specifieke publieke doeleinden zoals
       verslaglegging en duiding van raadsdebatten en verslaglegging van
       bijzondere activiteiten, zoals lokale verkiezingen.
                                                                            17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Samenstelling van de commissie
Ter voorbereiding op dit advies is door de RvC en ROB een commissie
ingesteld, bestaande uit diverse experts:
Guido van Nispen (voorzitter)
Piet Bakker
Chafina Bendahman
Joop Daalmeijer
Martha Riemsma
Huri Sahin
Miranda de Vries
Pieter de Jong (ROB)
Olaf Smit (RvC)
Jaap Visser (RvC)
Geconsulteerde partijen
1Twente (Streekomroep voor Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen en
Hengelo) – Flip van Willigen
Alphens.nl – Jurre van Eyndhoven, Bas Fruman
Commissariaat voor de Media - Madeleine de Cock Buning, Jan Buné
DTV MFM (Streekomroep voor Oss-Bernheze, ’s-Hertogenbosch en Uden) –
Eric Horvath
Facebook – Edo Haveman, Guido Buelow
GeenPeil/GeenStijl – Bart Nijman
Google – Arjan El Fassed
Nederlandse Dagbladpers (NDP) - Tom Nauta, Cees van Koppen
Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) – Jan Hoek, Marc Visch,
Toos Bastiaansen
Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) – Thomas Bruning
NOS – Gerard Timmer
Omroep Venlo – Eric Cuijpers
OPEN Rotterdam - Celeste Boddaert, Femke IJsinga-van Boxsel
Open State Foundation – Wilma Haan
Raad voor de Journalistiek – Frits van Exter
Regionale Publieke Omroep (RPO) – Roeland Stekelenburg, Gerard
Schuiteman, Guus van Kleef, Gijs Lensink
Sliedrecht24 – Peter Donk, Brenda Donk
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek - René van Zanten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten - Sjoerd Feitsma, Paul de Rook,
Lydia Jongmans
                                                                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>