<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>          Sectoradvies
     Monumenten en archeologie
M  e  t
e r f g  o   e    d
m   e   e  r
 r u  i m      t  e    l i j  k e
 kw      a    l i t  e    i  t
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>   Voorwoord                                  4
1. Van monumentenzorg naar omgevingsbeleid    7
   Achtergrond en context                     7
   Vergelijking met andere cultuursectoren    9
   Korte (beleids)geschiedenis van de sector 10
2. Het monumentale ecosysteem                16
   Eigenaren                                 16
   Uitvoeringspraktijk                       18
   Onderwijs                                 19
   Belangenverenigingen en koepels           20
   Aanbevelingen                             21
3. Erfgoed en Ruimte                         24
   Waarden en kennis                         25
   Gemeenten                                 28
   Provincies                                30
   Aanbevelingen                             32
4. Erfgoed en Samenleving                    36
   Meerstemmigheid en multi-perspectiviteit  37
   Communicatie                              40
   Aanbevelingen                             43
5. Erfgoed en Financiering                   46
   Publieke financiering                     46
   Private financieringsstromen 		           53
   Overwegingen van de raad                  55
   Aanbevelingen                             59
6. Aanbevelingen                             64
   Het monumentale ecosysteem                64
   Erfgoed en Ruimte                         64
   Erfgoed en Samenleving                    64
   Erfgoed en Financiering		                 65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Bijlagen		                 66
Adviesaanvraag             67
Samenstelling commissie    78
Overzicht gesprekspartners 79
Literatuur                 81
Colofon                    84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>          Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten en Archeologie / Voorwoord
           Voorwoord
De erfgoedsector kende de afgelopen jaren een grote dynamiek: het denken over
erfgoed, de omgang ermee, de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, de
voorbereidingen voor de Nationale Omgevingsvisie en de aankomende
Omgevingswet, transities, verduurzaming en ‘Erfgoed telt’, om enkele onderwerpen
te noemen. Er gaat veel goed en er is behoorlijk wat geld beschikbaar.
Een sectoradvies over monumenten en archeologie, is dat dan wel nodig?
Ja, toch wel.
De raad is in grote lijnen positief over de staat van de erfgoedsector. Terugkijkend
zijn de bezuinigingen op cultuur grotendeels aan de sector voorbijgegaan; die heeft
een groot draagvlak, zowel publiek als politiek, en in de cultuursector is dat een
luxepositie. Daarnaast kunnen we constateren dat het grootste deel van de
monumenten in Nederland er, dankzij de inzet van eigenaren, wettelijke
bescherming, beleid en het daaraan gekoppelde financieel instrumentarium,
goed bijstaat.
Dit is een mooie uitgangspositie om de volgende stap te zetten. Tegelijkertijd
onderkent de raad dat er op een aantal deelgebieden ontwikkelingen zijn die niet
altijd bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit of duurzame instandhouding. Wanneer we
de grote lijn verlaten en inzoomen op een aantal monumenttypen, dan blijkt het
daar minder goed te gaan. Ook met de cultuurlandschappen gaat het minder
vanzelfsprekend goed dan met gebouwde en archeologische monumenten, terwijl zij
juist de basis en verbindende factor vormen bij ruimtelijke kwaliteit. [ 1 ]
Kijkend naar de aankomende Omgevingswet met de omgevingsvisies, wordt van de
sector ook een volgende stap verlangd: een bredere blik en een andere houding,
waarbij erfgoed gezien wordt als een van de dragers van onze ontwikkeling als
samenleving. Daarbij komen vragen op die voorbijgaan aan objecten en terreinen an
sich. Want hoe verbind je erfgoed aan andere disciplines, om samen de ruimtelijke
kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren? Hoe zorg je voor bewustwording en
krijg je een goede kennisinfrastructuur? Hoe breng je die publieke verankering tot
stand? Of: hoe versterk je het culturele leven, met een logischer verbinding tussen
erfgoed en andere cultuursectoren? Ondanks een algemeen positief beeld van de
erfgoedsector ziet de raad ook een hobbelig terrein. Achteroverleunen is geen optie.
De laatste decennia zien we een vermaatschappelijking van erfgoed en ruimte.
De erfgoedpraktijk is aan het veranderen en dat is niet alleen in Nederland het
geval. [ 2 ] Participatie en draagvlak zijn eenvoudigweg niet meer weg te denken als
voorwaarde voor een duurzame omgangsvorm met erfgoed. Daarnaast laten
kunstenaars en ontwerpers erfgoed leven en maken zij het voor een breed publiek
toegankelijk. In de Delhi Declaration on Heritage and Democracy, waarmee
ICOMOS haar General Assembly in India in december 2017 afsloot, wordt gesteld
dat erfgoed een fundamenteel recht en verantwoordelijkheid van ons allen is. [ 3 ] Dit
                                                                                       4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>komt aardig overeen met het ideaalbeeld voor de omgang met erfgoed dat tijdens
een bijeenkomst in de aanloop naar dit advies werd geschetst: over tien jaar is
erfgoed en de waarde ervan gemeengoed, wordt het breed gedragen waardoor de
continuïteit van het behoud is geborgd en is er een grotere betrokkenheid van de
samenleving. Over tien jaar is erfgoed toegankelijker voor publiek en is er een open
dialoog over de waarde ervan. Er ontstaat een concert van meerdere stemmen, van
verschillende partijen en posities, waarin kennis en reflectie op een verregaande
manier worden gedeeld. Ook de overheden doen mee in deze discussie en werpen
zich op als ‘matchmaker’ voor projecten of zijn een actieve partner in
de PPS-constructie. [ 4 ]
De raad heeft gewacht met het uitbrengen van dit advies tot de behandeling van
‘Erfgoed telt’ in de Eerste en Tweede Kamer was afgerond. Dit om te voorkomen dat
ons advies telkens werd ingehaald door de actualiteit. Dat gebeurt misschien alsnog,
want de ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Maar een sectoradvies wordt
ook gemaakt om de stand van zaken in kaart te brengen, terug te blikken en lange
lijnen uit te werpen die niet meteen politiek-bestuurlijke consequenties
zullen hebben.
De raad heeft ervoor gekozen om zich te richten op thema’s die met name de
monument- en archeologiesector aangaan, maar ziet dit niet los van de waardevolle
cultuurlandschappen als onderlegger. Het Nederlandse cultuurlandschap is immers
het grootste en oudste erfgoed dat we hebben. Vooruitlopend op onze bevindingen
kunnen we al stellen dat er voldoende kennis en financiële middelen in de sector
beschikbaar zijn, maar dat zij zich niet altijd op de juiste plek bevinden. Hierdoor
worden kansen gemist om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. De raad verkent de
mogelijkheden hoe dit kan worden verbeterd en gaat daarbij verder in op de
kennisinfrastructuur van ruimtelijk beleid, op het contact met de samenleving
en op de financiën.
De raad dankt de commissie die dit advies heeft voorbereid:
Jaap ‘t Hart (voorzitter), Martin van Bleek, Yttje Feddes, Arna Mačkić, Hans Renes,
Ben Verfürden en Anja van Zalinge. Hun inbreng, inspiratie en tijd waren cruciaal.
De raad draagt de verantwoordelijkheid voor het advies.
Marijke van Hees, voorzitter
Jakob van der Waarden, directeur
                                                                                     5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  1
In ‘Verbindend landschap’ uit 2016 adviseerde de Raad voor de
leefomgeving en infrastructuur (Rli) om aan dit onderwerp aandacht
te besteden in de Nationale Omgevingsvisie. De Rli constateert dat de
bescherming van de culturele waarden van landschappen niet goed is
geregeld. Daarnaast speelt het feit dat cultuurlandschappen geen
privaat maar publiek goed zijn waardoor mensen minder geneigd zijn
zich daar (financieel) voor in te zetten. In 2012 werd het landschap
gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten.
  2
Karakterschetsen.
Nationale Onderzoeksagenda Erfgoed en Ruimte.
2013
  3
Daaraan werd toegevoegd dat erfgoed het startpunt is van een
betekenisvolle en eerlijke toekomst die diversiteit, sociale
betrokkenheid, gelijkheid en rechtvaardigheid viert en veiligstelt.
  4
Expertmeeting governance en regelgeving.
5 oktober 2017
                                                                      6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten
        en Archeologie / Van monumentenzorg naar omgevingsbeleid / 1. Van monumentenzorg
        naar omgevingsbeleid
         1. Van monumentenzorg
         naar omgevingsbeleid
Achtergrond en context
In dit advies beschrijven we de stand van zaken in de monumenten- en
archeologiesector en formuleren we een aantal beleidsaanbevelingen. Het advies
maakt deel uit van een reeks sectoradviezen die de raad in de periode november
2017 – maart 2019 heeft uitgebracht.
Dit advies maakt formeel geen deel uit van de verkenningsaanvraag ‘Cultuurbeleid
2021 en verder’ van toenmalig minister Bussemaker. Zij schreef daarin dat de sector
monumenten en archeologie een eigen dynamiek kent en een wettelijk stelsel;
de Erfgoedwet en de aankomende Omgevingswet. Zij kondigde aan dat “er een
aparte adviesaanvraag zal worden voorgelegd over de herijking van het stelsel voor
monumentenzorg en archeologie. Deze zal ook ingaan op de professionele
organisaties voor monumentenbehoud als beherende instanties.”
Advies ‘Brede blik op erfgoed’
De aparte adviesaanvraag die in 2017 aan de raad werd voorgelegd, betrof niet
zozeer een herijking van het stelsel voor monumentenzorg en archeologie, maar de
invloed van transities op erfgoed en vice versa. De raad werd samen met de Raad
voor de leefomgeving en infrastructuur gevraagd hierover advies te geven.
Dit resulteerde in het gezamenlijke advies ‘Brede blik op erfgoed. Over de
wisselwerking tussen erfgoed en transities in de fysieke leefomgeving’. De raden
pleitten ervoor bij erfgoed niet alleen naar het monument zelf te kijken, maar vooral
naar de betekenis en de toegevoegde waarde ervan voor de omgeving. Verschuif de
focus, kortom, van gebouw naar gebruiker en gebied.
De insteek van ‘Brede blik op erfgoed’ was agenderend en het erfgoedbeleid werd
bekeken vanuit één perspectief: de aankomende transities. Hierdoor zijn andere
belangrijke onderwerpen buiten beschouwing gelaten. De raad brengt nu ook een
sectoradvies over monumenten en archeologie uit, omdat hij over de volle breedte
van zijn werkgebied wil kunnen adviseren. In dit advies brengen we de huidige stand
van zaken in kaart, geven we aan waar het goed en minder goed gaat, welke
ontwikkelingen worden verwacht, hoe de sector kan worden versterkt en welke
onderdelen in de sector moeten worden gekoesterd, gestimuleerd of bijgestuurd.
Tegelijkertijd gaat het ook over de verantwoordelijkheid van het Rijk en over de
langere termijn: wat is er nodig? De sector monumenten en archeologie heeft ook te
maken met de Erfgoedwet en de aankomende Omgevingswet en Nationale
Omgevingsvisie (NOVI), en er speelt een al verregaande decentralisatie: wat zijn de
gevolgen en hoe geven we (of behouden we voor) monumenten een goede plek in
alle ruimtelijke ontwikkelingen? Monumenten en archeologie worden bij de raad als
                                                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>twee vakgebieden gezien maar als één sector opgevat, die sinds de inwerkingtreding
van de Erfgoedwet ook in één wet zijn samengebracht.
‘Brede blik op erfgoed’ en dit sectoradvies zijn complementair; dat is de bedoeling.
Waar ‘Brede blik op erfgoed’ twee werelden – erfgoed en omgevingsbeleid – aan
elkaar koppelt, draagt het sectoradvies juist vanuit de erfgoedsector belangrijke
thema’s aan.
Beleidsbrief ‘Erfgoed telt’
Parallel aan de analyse van de raad liep het beleidstraject ‘Erfgoed telt’ dat werd
ingezet om te bezien of het erfgoedbeleid en het bijbehorend (financieel)
instrumentarium nog voldeden. [ 1 ] Naast vele onderzoeken en adviezen werd ook het
advies ‘Brede blik op erfgoed’ als input gebruikt voor de beleidsbrief van de
minister van OCW aan de Tweede Kamer.
De brief ‘Cultuur in een open samenleving’ was een uitwerking van de plannen uit
het regeerakkoord. De brief ‘Erfgoed telt’ gaat specifieker in op het erfgoedbeleid.
De visie van waaruit de minister het erfgoed wil beschermen en toegankelijk wil
houden, is de overtuiging dat erfgoed telt vanwege de historische waarde, de waarde
voor de leefomgeving en de verbindende waarde. Geconstateerd wordt dat
historische gebouwen zijn opgeknapt; de volgende stap is ze nieuw leven in te
blazen, erfgoed te verbinden met grote uitdagingen in onze leefomgeving en de
verbindende waarde van erfgoed te benutten.
Hoewel in ‘Erfgoed telt’ een flinke set maatregelen werd gepresenteerd met
bijbehorende budgetten, spitste de discussie in het veld en in de Tweede Kamer zich
vooral toe op de afschaffing van de mogelijkheid voor woonhuiseigenaren om
onderhoudskosten voor rijksmonumenten fiscaal te kunnen aftrekken.
Na instemming van zowel de Eerste als Tweede Kamer is per 1 januari 2019 een
vervangende subsidieregeling beschikbaar voor particuliere eigenaren van
rijksmonumenten met een woonfunctie: de Instandhoudingssubsidie
woonhuis-rijksmonumenten. [ 2 ]
De raad is in grote lijnen positief over de beleidsbrief. Met ‘Erfgoed telt’ zet de
minister een aantal goede stappen en maakt ze veel partijen in de sector blij met
extra geld. Dat biedt ruimte voor een meer structurele stap. Want hoewel ‘Erfgoed
telt’ een aantal knelpunten verzacht of verhelpt, gaan die vooral over gebouwde
monumenten en worden voor archeologie en cultuurlandschap weinig structurele
oplossingen geboden. We zien ‘Erfgoed telt’ dan ook als een opmaat naar beleid voor
de langere termijn, waar verbindingen worden gemaakt, zowel beleidsmatig als
projectmatig. In dit advies willen we daarvoor de contouren schetsen en daaraan
aanbevelingen verbinden.
‘Erfgoed telt’ is ook de reactie van de minister op ons advies ‘Brede blik op erfgoed’.
De verwijzing ernaar bleek direct in de zinsnede dat “[…] een bredere blik op ons
erfgoed gewenst is: een blik die het erfgoed verbindt met de toekomst door oude
gebouwen een nieuw leven te geven, door vanuit creativiteit het erfgoed te verbinden
met onze leefomgeving en door de verbindende kracht van erfgoed te benutten.”
We lezen daarin de drie thema’s terug die de raad in zijn advies noemde: van
gebouw naar gebruik, van object naar omgeving en van collectie naar connectie.
                                                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Deze brede opvatting ondersteunt de raad van harte. Des te opmerkelijker vindt hij
het in de beleidsbrief het behoud van gebouwde monumenten leidend is. Dat komt
op de raad wat statisch over, terwijl er, juist nu de collectie er goed bijstaat, ruimte is
voor dynamiek en een bredere inbedding. In dit advies zoeken we
de verbinding daartussen.
Werkwijze raad
Voor dit sectoradvies heeft de raad gebruikgemaakt van de expertise van de
commissie, van onderzoeken van onder andere de Boekmanstichting, van
expertmeetings (zowel voor dit traject als voor het advies ‘Brede blik op erfgoed’) en
van de verschillende onderzoeken die gepubliceerd zijn in de aanloop naar of na
publicatie van ‘Erfgoed telt’.
Vergelijking met andere cultuursectoren
Ten aanzien van monumenten en archeologie heeft de raad een specifieke adviesrol
bij zowel de beoordeling van aanvragen voor erkenning als professionele organisatie
voor monumentenbehoud (POM) als bij aanwijzingsprogramma’s. Sinds een aantal
jaar is er een terughoudend aanwijzingsbeleid; de meeste rijksmonumenten wijst de
minister van OCW daarom aan op grond van een door de Rijksdienst voor het
Cultureel Erfgoed voorbereid aanwijzingsprogramma. De meest recente
aanwijzingsprogramma’s waren de Wederopbouwperiode 1940 – 1958, de
Wederopbouwperiode 1959 – 1965 en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In het kader
van mogelijk nieuwe aanwijzingsprogramma’s worden verkenningen uitgevoerd
naar de periode Post ‘65, militair en herdenkingserfgoed en archeologie. Momenteel
ligt het Aanwijzingsprogramma Houten Huizen Nieuwe Hollandse Waterlinie voor
advies bij de raad.
Cultuurdoelstellingen
Deze adviesrol staat los van de taken die de raad heeft in het kader van de Wet op
het specifiek cultuurbeleid. [ 3 ] Omdat in deze wet een duidelijke omschrijving van
algemene doelstellingen van cultuurbeleid ontbreekt, heeft de raad in ‘Cultuur voor
stad, land en regio’ vier doelstellingen geformuleerd, waarin in zijn ogen het
cultuurbeleid idealiter zou moeten voorzien:
1.  Creatief talent is in staat zich optimaal artistiek te ontplooien.
2.  Iedereen in Nederland, ongeacht leeftijd, culturele achtergrond, inkomen of
    woonplaats, heeft toegang tot cultuur.
3.  Er is een pluriform aanbod van cultuur, waarin het bestaande wordt gekoesterd
    en het nieuwe wordt omarmd.
4.  Er is een veilige haven voor cultuur, waar kritische reflectie kan plaatsvinden op
    de samenleving en haar burgers, zonder ten prooi te vallen aan beknotting van
    vrijheid of censuur.
De vier cultuurdoelstellingen van de raad passen niet naadloos op de erfgoedsector,
maar met een beetje goede wil zijn ze er wel naar te vertalen. De positie van
monumenten en archeologie ten opzichte van de politiek is echter anders dan bij
andere sectoren, zelfs bij de collega-erfgoedsectoren musea en archieven:
                                                                                            9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>het Thorbecke-principe is minder aan de orde. [ 4 ] [ 5 ] De minister van OCW, namens
haar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) draagt zelf rijksmonumenten,
zowel gebouwd als archeologisch, voor bescherming voor (weliswaar na consultatie
van het veld en de raad) en wijst ze zelf aan.
Verantwoordelijkheid
Erfgoed heeft altijd een eigenaar. Hoewel duizenden mensen zich geestelijk mede-
eigenaar van een monument kunnen voelen en er zelfs sprake is van collectief bezit,
ligt het juridisch eigendom ervan bij een particulier, organisatie of overheid. Tot
waar de rijksverantwoordelijkheid voor erfgoed strekt, heeft de raad uiteengezet in
zijn advies ‘Het tekort van het teveel’. Eigenaren zijn allemaal afzonderlijk
verantwoordelijk voor hun eigen monument (primaire verantwoordelijkheid); de
verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de instandhouding van het totale
monumentenbestand is een overheidsverantwoordelijkheid (complementaire
verantwoordelijkheid). [ 6 ] Dit verklaart ook waarom zo’n groot deel van de in de
sector omgezette middelen privaat geld is. Het Rijk ondersteunt met flinke
bedragen, maar de eigenaren dragen nog altijd het meeste bij.
Een ander groot verschil is dat participatie, bezoek of toegankelijkheid, in
tegenstelling tot andere sectoren, hoegenaamd geen voorwaarde is voor
rijkssubsidie. Instandhouding van het monument – bij grote voorkeur op duurzame
wijze – is de leidraad bij subsidiëring. Overigens wil de minister de toegankelijkheid
van erfgoed verbeteren, wat de raad van harte ondersteunt.
Wat betekent deze positie nu voor het erfgoedbeleid in de huidige Nederlandse
samenleving? In dit advies werpt de raad hierop zijn licht, maar één ding willen we
direct benadrukken: een gesprek over erfgoed verengt snel naar een discussie over
gebouwde monumenten. De raad benadrukt dat de sector veel breder is en dat
erfgoedbeleid dat voortkomt uit een integrale, inclusieve visie op gebouwde
monumenten, archeologie en cultuurlandschap de toekomst heeft. Het perspectief
van de raad is de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke omgeving, waarover door
iedereen gediscussieerd kan worden.
Korte (beleids)geschiedenis van de sector
     Begripsbepaling
     Dit advies gaat over onroerend cultureel erfgoed. Met andere woorden: over
     monumenten en archeologie en hun ruimtelijke context. Wij rekenen daartoe:
     gebouwde, archeologische en aangelegde monumenten, stads- en dorpsgezichten
     en waardevolle cultuurlandschappen. [ 7 ] De raad volgt hiermee de definitie van
     cultureel erfgoed zoals die in de memorie van toelichting van de Omgevingswet is
     beschreven. In de Omgevingswet wordt cultureel erfgoed beperkt tot de
     elementen die verband houden met de fysieke leefomgeving.
     Als in dit advies over ‘erfgoed’ wordt gesproken, wordt onroerend cultureel
     erfgoed bedoeld, ongeacht of dit een beschermde status heeft. [ 8 ]
     De raad wijst hierop om het onderscheid te kunnen maken met ‘roerend erfgoed’,
     zoals (museum)collecties, interieuronderdelen, mobiel erfgoed en archieven, of
     tradities en gebruiken, waarvoor de term ‘immaterieel erfgoed’ wordt gebruikt.
                                                                                       10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    Wettelijke bescherming genieten in Nederland ruim 60.000 rijksmonumenten,
    56.000 gemeentelijke monumenten, enkele honderden provinciale
    monumenten, een kleine 500 beschermde stads- en dorpsgezichten en
    circa 1.450 archeologische rijksmonumenten (en een enkel provinciaal
    archeologisch monument). Op de werelderfgoedlijst van UNESCO staan
    tien Nederlandse erfgoederen, Willemstad op Curaçao meegeteld.
Erfgoedwet, en wat eraan voorafging
Op 1 juli 2016 trad de Erfgoedwet in werking. Hiermee werd bestaande wet- en
regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland
gebundeld in één wet. Het beschermingsniveau zoals dat in de oude wetten en
regelingen gold, zou worden gehandhaafd en aan de nieuwe wet werden een aantal
nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de nieuwe Omgevingswet
(inwerkingtreding naar verwachting in 2021) maakt de Erfgoedwet integrale
bescherming van cultureel erfgoed mogelijk. De Erfgoedwet verving onder andere de
Monumentenwet 1988 en de Wet tot behoud van Cultuurbezit; twee wetten waarin
de Raad voor Cultuur een vastgelegde adviesfunctie had. [ 9]
De bekommernis om monumenten in Nederland gaat terug tot 1874, toen na
aandringen van Victor de Stuers een College van Rijksadviseurs voor de
Monumenten van Geschiedenis en Kunst tot stand kwam, dat zich toelegde op
beginnende monumentenzorg, de zorg voor de (weinige) museale collecties en het
onderhoud en de stichting van rijksgebouwen. Het Rijk bepaalde wat van waarde
was en waarom, vervolgens dat een object bewaard moest worden en, als dat het
geval was, dat het Rijk er zich dan over ontfermde.
In de eerste helft van de twintigste eeuw was monumentenzorg vooral een zaak van
het particulier initiatief. In 1899 werd de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige
Bond in het leven geroepen, in 1911 Bond Heemschut, voor het behoud van
bedreigde historische gebouwen, en in 1918 Vereniging Hendrick de Keyser, die zich
richtte op aankoop en beheer van historische gebouwen. Voor landschappelijke
gebieden werd in 1905 de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten opgericht,
die gebieden kocht waarvan de natuur en het landschap bedreigd werden.
Monumentenwet
Natuur en landschap kregen eerder een wettelijke basis dan erfgoed.
De Natuurschoonwet uit 1928 – vanuit erfgoedperspectief van belang in verband
met landgoederen en buitenplaatsen – bestreed versnippering van natuur en
landschap met fiscale maatregelen. Nederland kreeg in 1961 de Monumentenwet,
vooral bedoeld om de ergste kaalslag in historische binnensteden te voorkomen die
zich voltrok als gevolg van de naoorlogse drang naar vernieuwing en modernisering.
Dat is laat, vooral wanneer je je realiseert dat in Frankrijk de eerste lijst met
monuments historiques in 1840 voor bescherming werd vastgelegd en in het
Verenigd Koninkrijk sinds 1882 wetgeving bestaat om monumenten te beschermen.
De nieuwe wet voor het behoud van de cultuurhistorie resulteerde in de aanwijzing
van 34.000 beschermde rijksmonumenten. In de jaren zestig en zeventig van de
vorige eeuw kwamen daar stads- en dorpsgezichten bij. Eind 2018 stond de teller op
61.908 rijksmonumenten, waarvan tweederde woonhuizen. [ 10 ]
                                                                                   11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Grote verandering bracht de Monumentenwet van 1988. [ 11 ] Kern van deze wet was
‘decentralisatie’ van de verantwoordelijkheid voor erfgoed van het Rijk naar
gemeenten: dichter bij ‘de burger’. De grote operaties uit de jaren na 1988 gaven
daaraan invulling. Met het Monumenten Inventarisatie Project en het Monumenten
Selectie Project werd de nieuwe verantwoordelijkheid geagendeerd en ingevuld. [ 12 ]
Monumentenzorg kwam op de agenda’s van de gemeenteraden. [ 13 ] Gemeenten
werden actiever en in hoog tempo werden gemeentelijke monumenten aangewezen,
inmiddels zo’n 56.000. [ 14 ] Ook twee provincies (Noord-Holland en Drenthe)
hebben provinciale monumenten, waaronder ook landschappelijke structuren.
In Nederland is zo vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw een landsdekkende
deken ontstaan van beschermde gebouwen en objecten (rijks-, provinciale en
gemeentelijke monumenten), beschermde bebouwde gebieden (stads- en
dorpsgezichten), beschermde archeologische monumenten en, althans in naam,
beschermde cultuurlandschappen, alle met cultuurhistorie als gemeenschappelijke
basis. Een extra impuls werd gegeven doordat Nederland in 1994 toetrad tot het
Verdrag van Granada, waarin staat dat de bescherming van het architectonische
erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening: niet alleen bij de
planologische uitwerking, maar ook bij het vormgeven aan ontwikkelingen.
Een integrale blik: van Belvedere naar Erfgoed en Ruimte
Een omslagpunt in het denken over cultureel erfgoed was de interdepartementale
nota Belvedere, over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting,
waaraan het stimulerings- en innovatieprogramma Belvedere (1999 – 2009) was
gekoppeld. Het monumentenbeleid was tot die tijd vooral gericht op behoud.
Belvedere kon ontstaan door een erfgoedbrede beweging die een andere plek voor
erfgoed in de samenleving wilde: integratie en ontwikkeling in plaats van
afzondering en bescherming.
Nederland stond in deze ontwikkeling niet alleen; sterker, we waren er zelfs
– alweer – wat laat mee ten opzichte van landen als Frankrijk, Duitsland en het
Verenigd Koninkrijk waar ook initiatieven voor de integratie van erfgoed in
ruimtelijke plannen werden ontplooid. De archeologie, een veel kleiner vakgebied
dan gebouwde monumenten, ging hierin voor. Door het Verdrag van Valletta
van 1992 (‘Malta’) werden de financiële en politiek-beleidsmatige
verantwoordelijkheden voor een goede omgang met archeologische resten opnieuw
vastgelegd, en werd de archeologie een integraal onderdeel van de ruimtelijke
ordening. [ 15 ] ‘Behoud door ontwikkeling’ werd het adagium. De omslag naar
ontwikkeling betekende dat voor een duurzame instandhouding het monument zelf
niet langer het uitgangspunt was, het ging erom hoe het gebruikt kon worden. Voor
gebouwde monumenten betekende het dat ze in een bredere context werden bezien;
er ontstond meer ruimte om het gebouw aan te passen aan de behoefte van de
gebruiker en er kwam structureel aandacht voor herbestemming.
Belvedere was een positieve impuls die veel verandering in gang heeft gezet.
Het uitgangspunt is inmiddels breed omarmd door zowel erfgoedsector als
maatschappij en het is inmiddels praktijk geworden dat erfgoed wordt meegenomen
in bestemmingsplannen. In navolging van Belvedere kwam de beleidsnota
Modernisering Monumentenzorg, waarbij in het rijksbeleid een wat behoudende
                                                                                     12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>houding werd omgezet in een meer ontwikkelingsgerichte opvatting over de omgang
met historische gebouwen. [ 16 ] Herbestemming kreeg niet alleen meer aandacht,
maar nu ook meer ruimte.
De nota’s laten een steeds ruimere en dynamischer interpretatie van erfgoed zien:
van gebouw naar gebied, van beschermen naar ontwikkelen en steeds vaker ook met
aandacht voor beleven en benutten. In ‘Kiezen voor karakter; visie erfgoed en
ruimte’ wordt erfgoed nadrukkelijk verbonden met onderwerpen als
bevolkingskrimp, energietransitie en waterveiligheid. [ 17 ] Deze beleidsontwikkeling
heeft ertoe geleid dat cultuurhistorie wettelijk is ingebed in de ruimtelijke ordening.
Hierdoor komt er ook meer ruimte voor inspraak, omdat burgers en
maatschappelijke organisaties al bij de planvoorbereiding hun visie kunnen geven
op het belang van cultureel erfgoed.
Omgevingswet en Nationale Omgevingsvisie
De volgende grote stap is de Omgevingswet met de Nationale Omgevingsvisie
(NOVI) die in 2021 in werking zal treden. In deze nieuwe wet gaan erfgoed en
ruimtelijke ontwikkelingen van hetzelfde omgevingsbeleid deel uitmaken. In de
herfst van 2018 heeft minister Ollongren het rapport ‘Kabinetsperspectief Nationale
Omgevingsvisie’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is een stap naar de NOVI;
drie onderwerpen die ‘nu urgent zijn en om politieke richting vragen’ staan centraal:
energietransitie, extra woningbouw en kringlooplandbouw.
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft daarna zijn advies
‘Nationale Omgevingsvisie. Lakmoesproef voor de Omgevingswet’
gepresenteerd. [ 18 ] De Rli is bezorgd, hij constateert dat een samenhangende visie op
de toekomst van Nederland ontbreekt en een samenhangende aanpak van de grote
opgaven onvoldoende uit de verf komt. Hij is daarnaast van mening dat meer
politieke aansturing door het kabinet en interbestuurlijke samenwerking nodig zijn
bij de totstandkoming van de NOVI. De Rli adviseert een robuuste visie te schetsen
op Nederland in 2050, waarvan een sturende werking uitgaat. Hij gaat in op hoe
uitvoering moet worden gegeven aan de visie.
De raad heeft twijfels of de erfgoedsector wel klaar is voor de Omgevingswet.
Hij uitte die zorg al in ‘Brede blik op erfgoed’ en herhaalt die hier. In het hoofdstuk
‘Erfgoed en Ruimte’ gaan we hierop verder in. Erfgoed was goed verankerd in de
ruimtelijke ordening, maar het is de vraag of in het omgevingsbeleid, waarvan ook
thema’s als veiligheid, gezondheid, energie en economische ontwikkeling onderdeel
worden, erfgoed als zwaarwegend en vanzelfsprekend in de afwegingen zal
worden betrokken. [ 19 ]
                                                                                        13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   1
Drie doelen werden daarbij geformuleerd:
1. Het toekomstbestendig maken en houden van monumenten
(functie, energierekening, sober en doelmatig onderhoud, draagvlak);
2. Erfgoed nog volwaardiger onderdeel van de fysieke leefomgeving
laten zijn door het leggen van verbindingen met andere sectoren;
3. Waar nodig regelgeving aanpassen aan de nieuwe doelen van het
erfgoedbeleid.
   2
Op 11 september 2018 is de beleidsbrief in de Tweede Kamer
behandeld, op 16 oktober heeft de Tweede Kamer ingestemd met het
wetsvoorstel ‘Wet fiscale maatregel rijksmonumenten’ (de afschaffing
van de fiscale aftrek) en op 18 december heeft de Eerste Kamer
ingestemd met het wetsvoorstel.
   3
In artikel 2 van deze wet uit 1993 staat het volgende: “Onze Minister is
belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden,
ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden
van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen
van kwaliteit en verscheidenheid”.
Wet op het specifiek cultuurbeleid,
Ministerie van OCW, overheid.nl
   4
Geen politieke bemoeienis met de inhoud van kunst en cultuur.
   5
In de museumsector is sprake van instellingenbeleid, in de
archiefsector van zowel instellingen- als collectiebeleid.
   6
De raad stelde toen ook dat het monumentenbeleid een hybride beleid
is. Enerzijds is het collectiebeleid, waarvoor de verantwoordelijkheid
ligt bij de onderscheiden overheden en private spelers. Anderzijds is
het een vorm van archiefbeleid voor zover monumenten fungeren als
(toekomstige) kennisbron, wat met name voor archeologische
monumenten geldt.
   7
Ook bekend als groene monumenten (landgoederen, tuinen, parken,
buitenplaatsen).
   8
Verreweg de meeste archeologische resten die na een inventariserend
proces zijn gewaardeerd als waardevol en behoudenswaardig hebben
geen monumentenstatus. Deze worden in situ beschermd door plan-
aanpassing of ex situ bewaard door opgraving.
   9
De Erfgoedwet heeft zes wetten vervangen: de Monumentenwet 1988,
de Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten; de Wet tot behoud
van cultuurbezit; de Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet
gebied; de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 over onrechtmatige
invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen en de
Regeling materieel beheer museale voorwerpen.
   10
Dit zijn 57 rijksmonumenten minder dan eind 2017.
                                                                         14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>  11
Bescherming van monumenten op rijksniveau dateert van mei 1940
(Besluit op de Wederopbouw). Die maatregel werd opgevolgd door het
Besluit op de Wederopbouw van 1945 en de Tijdelijke Monumenten-
wet van 1950. In 1961 werd de Wet houdende voorzieningen in het
belang van monumenten van geschiedenis en kunst aangenomen, met
als korte naam Monumentenwet. De Monumentenwet (van 1961) is
vervangen door de Monumentenwet 1988.
  12
In de MIP-objecten database zijn cultuurhistorische gegevens
opgenomen van 152.400 waardevolle Nederlandse gebouwde objecten
uit de periode 1850 – 1940.
  13
Iteretur decoctum, anno 2013.
Baalman, D.,
7 november 2013
  14
Eind 2015 waren er 55.801 gemeentelijke monumenten. De gemeente
met de meeste gemeentelijke monumenten is Utrecht met 3.491,
gevolgd door Maastricht met 2.000 monumenten. Er zijn 74
gemeenten die geen gemeentelijke monumenten hebben aangewezen.
bron: De Erfgoedmonitor
  15
Oude sporen in een nieuwe eeuw.
De uitdaging na Belvedere.
2013
  16
Als gevolg van de MoMo zijn het Besluit ruimtelijke ordening en de
Monumentenwet op 1 januari 2012 aangepast. Belangrijk gevolg was
de plicht voor gemeenten om bij het opstellen van
bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige
cultuurhistorische waarden.
Staatsblad 5 juli 2011, nr 339.
Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg, 2009
  17
Kiezen voor karakter.
Visie erfgoed en ruimte, 2011;
Geactualiseerd in 2017:
Erfgoed en ruimte: kiezen voor karakter!
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  18
Nationale Omgevingsvisie: lakmoesproef voor het omgevingsbeleid.
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur,
20 november 2018
  19
Brede blik op erfgoed.
2017
                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten
        en Archeologie / Het monumentale ecosysteem / 2. Het monumentale ecosysteem
         2. Het monumentale ecosysteem
De erfgoedsector neemt binnen het cultuurbestel een aparte positie in. Hij bestaat
voor een groot deel uit particuliere eigenaren en heeft geen landelijke
(ondersteunende) instellingen in de BIS. De sector heeft daarentegen wel een eigen
kennisinstituut, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en een eigen
financieringsinstituut, het Nationaal Restauratiefonds. De decentralisatie is in deze
sector ver doorgevoerd en al decennialang gaande. Er is een nauwe verwevenheid
met de bouwwereld, die de sector conjunctuurgevoelig maakt. Tijdens de crisis liep
zowel het aantal archeologische opgravingen en onderzoeken als het aantal
restauraties flink terug. Voor archeologische onderzoeksbedrijven,
restauratieaannemers en vaklieden daalde het werk, maar de beschermde
monumenten zelf, zowel boven als in de grond, hadden een paar rustige jaren.
Sinds 2015 is de bouwsector weer flink aan het groeien, wat direct zijn effect heeft op
de monumentensector. [ 1 ]
Wanneer de raad kijkt naar het ecosysteem van de erfgoedsector, springen daar
vijf dominante actoren uit: eigenaren, instandhoudingspraktijk, onderwijs,
financiering en beleid, en belangenbehartiging. Het overall beeld van de raad is dat
de actoren in deze sector elkaar redelijk in balans houden en dat er binnen de
actoren veel beweging is. Zo is de rol van woningcorporaties als eigenaar aan het
verkleinen en dient zich een bewuster eigenaarschap bij waterschappen aan. [ 2 ] [ 3 ]
Op het gebied van instandhouding volgen de ontwikkelingen elkaar als gevolg van
duurzaamheidsopgaven in rap tempo op; het onderwijs is in beweging door een
tekort aan vaklieden. Als gevolg van ‘Erfgoed telt’ zijn er veranderingen zichtbaar op
het terrein van de financiering.
Eigenaren
Van de bijna 62.000 gebouwde rijksmonumenten in Nederland is circa 59 procent
eigendom van particuliere (woonhuis) eigenaren, circa 12 procent van agrariërs,
circa 9 procent van woningcorporaties en 3 procent van het Rijk. [ 4 ] De overige
17 procent is eigendom van waterschappen, gemeenten en honderden institutionele
eigenaren, zoals stadsherstelorganisaties, kerkgenootschappen, natuur- en
landschapsorganisaties en landelijk, provinciaal of lokaal opererende verenigingen,
stichtingen en bedrijven. [ 5 ] Ook waardevolle cultuurlandschappen en
archeologische terreinen hebben particulieren, natuurverenigingen, overheden,
kerkgenootschappen, bedrijven en agrariërs als eigenaar. Er is, kortom, sprake van
een enorme verscheidenheid aan eigenaren.
Over de eigenaren van gebouwde rijksmonumenten heeft de raad in zijn advies ‘Van
statisch naar dynamisch’ al het een en ander gezegd. [ 6 ] Hij concludeerde dat er voor
de particuliere eigenaren aanzienlijk veel geregeld was, vooral op financieel gebied.
Voor de institutionele eigenaren is dit anders. Dit ligt onder meer aan de enorme
diversiteit van de groep, maar ook aan het feit dat vele van hen, denk aan
                                                                                        16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>kerkgenootschappen, woningcorporaties, natuurbeheerders of waterschappen, het
behoud of de ontwikkeling van erfgoed niet als primaire doelstelling hebben.
Governance Code Cultuur
In relatie tot eigenaren wil de raad twee onderwerpen aansnijden: het gebruik van
de Governance Code Cultuur en het Rijk als eigenaar.
De raad adviseert over aanvragen van institutionele eigenaren om door de minister
van OCW aangewezen te worden als Professionele Organisatie tot
Monumentenbehoud (POM). Over onze ervaringen hiermee hebben wij u in 2015
geadviseerd. Een van de onderwerpen destijds was het gebruik van de Governance
Code Cultuur in de monumentensector. De raad adviseerde POM’s en andere
organisaties te vragen om gebruik te maken van deze code. Omdat dit onderwerp in
de beantwoording van de minister destijds niet terugkwam en het gebruik van de
code inmiddels in andere sectoren gemeengoed is geworden, vraagt de raad hiervoor
nogmaals aandacht.
De raad constateert, mede op basis van de 72 POM-adviezen die hij sinds 2013
uitbracht, dat de Governance Code Cultuur in de monumentensector nog nauwelijks
wordt gebruikt. Hoewel bij de totstandkoming van de Governance Code
Cultuur 2019 geen vertegenwoordigers uit de monumenten- en archeologiesector
betrokken waren, meent de raad dat de code ook voor deze sector goed bruikbaar is.
De raad wil de professionalisering in de sector verder bevorderen en deze code helpt
hieraan invulling te geven. Naar erfgoed gaat veel cultuurgeld en hieraan zijn
spelregels verbonden, ook in relatie tot professionaliteit. De raad adviseert dan ook
om bij subsidieverlening aan organisaties die monumenten bezitten te vragen om
gebruik te maken van de Code Governance Cultuur.
Het Rijk als monumenteneigenaar
In zijn advies uit 2015 aan de Tweede Kamer over de afstoting van
29 rijksmonumenten en de overdracht aan de Nationale Monumentenorganisatie
bepleitte de raad een inhoudelijke en integrale visie op te stellen, en beleid te
ontwikkelen over vervreemding van monumenten in rijksbezit op de lange
termijn. [ 7 ] De raad was toen, en nog steeds, kritisch op het Rijk over de verkoop van
zijn eigen monumenten. [ 8 ] Wat de raad vooral mist, is een visie van het Rijk.
Heldere criteria en randvoorwaarden over wat het Rijk wel – en vooral niet – wil
verkopen, ontbreken. Afgelopen jaren zorgde verkoop regelmatig tot ophef en veel
daarvan is terug te leiden naar een gebrek aan visie. Dit speelde ook een rol in de
aangenomen motie van de Tweede Kamer van 13 september 2018, waarin de
regering werd verzocht ‘met een samenhangende visie en actieplan te komen voor
het beheer, behoud, onderzoek en aan een breed publiek tonen van erfgoed en
archeologie uit de Tweede Wereldoorlog’. Hier speelde de voorgenomen verkoop
door het Rijk van de bunker van Seyss-Inquart in Wassenaar een rol. [ 9 ]
Het is overigens niet zo dat er niets gebeurt op dit gebied: in 2010 heeft de Raad
voor Vastgoed Rijksoverheid (RVR) in het Protocol Cultureel Erfgoed Rijksoverheid
vastgelegd hoe zij zullen omgaan met hun cultureel erfgoed. [ 10 ] In 2017 is de
Intentieverklaring Cultureel Erfgoed Rijksoverheid opgesteld door de RVR, waarin
staat dat de leden zich bewust zijn van hun voorbeeldrol voor andere
                                                                                         17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>monumenteigenaren en de culturele waarde wegen bij vervreemding. Toch heeft de
raad nog steeds de indruk dat bij de beslissing tot vervreemding de financiële
opbrengst in de afweging zwaarder weegt dan het behoud van cultuurhistorische
waarden. [ 11 ]
De raad adviseert dat het Rijk een visie op zijn eigen monumentenbezit ontwikkelt
en bij vervreemding vooraf meer randvoorwaarden en kwaliteitseisen stelt.
Ook geeft de raad de overweging mee om monumentenorganisaties te betrekken bij
de afstoting van incourant monumentaal vastgoed. Dit is zeker minder lucratief voor
het Rijk, maar geeft maatschappelijke baten een grotere rol en verzekert
instandhouding op de lange termijn van afwijkende monumenten. [ 12 ]
Uitvoeringspraktijk
De instandhoudingspraktijk wordt in Nederland met kennis ondersteund door
organisaties zoals de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de provinciale
steunpunten monumentenzorg en archeologie en Erfgoedhuizen, het Nationaal
Restauratiefonds, gemeenten, lokale monumentencommissies en door de vele
historische en archeologische verenigingen. Ook de markt, in de vorm van
adviesbureaus, restauratiebedrijven en archeologische opgravings- en
onderzoeksbureaus, speelt een belangrijke rol bij de zorg en instandhouding voor
gebouwd en archeologisch erfgoed.
De laatste jaren is bij (opgravings)bedrijven de druk om snel te werken groot en de
raad vraagt zich af welk effect dit heeft op de kwaliteit van het onderzoek en de
rapporten. Vorig jaar is deze vraag ook door de Tweede Kamer bij de minister
neergelegd; de raad wacht de uitkomsten van dat onderzoek af. [ 13 ]
Kwaliteitsnormen
Om de kwaliteit van de uitvoering meer eenduidig en objectief te kunnen
beoordelen, zijn verschillende kwaliteitsnormen ontwikkeld. Zo is Stichting Erkende
Restauratiekwaliteit (ERM) vanuit het Rijk opgericht om de instandhouding en
restauratie van gebouwde monumenten op een breed gedragen kwaliteitsniveau te
brengen en te houden. Restauratiearchitecten, georganiseerd in de Vereniging van
Architecten Werkzaam in de Restauratie, hebben een eigen erkenningsregeling
(GEAR) en ook de restauratieaannemers hebben een branchevereniging voor
erkende restauratiebedrijven, de Vakgroep Restauratie. In 2017 is daarnaast het
Platform Restauratie van de Gespecialiseerde Aannemers opgericht, waarin
brancheverenigingen van verschillende restauratiedisciplines zoals leidekkers,
voegers, steenhouwers, metselaars, rietdekkers en timmerlieden zijn verenigd.
Per restauratiediscipline zijn er certificeringen en richtlijnen van ERM.
In de archeologie is het stelsel van vergunningen voor opgravingen in de Erfgoedwet
vervangen door een systeem van certificering. Dit heeft stevige gevolgen gehad voor
de beroepsgroep en met name voor de opgravingsbedrijven en de inrichting van het
kwaliteitssysteem. Om te mogen opgraven, is een certificaat verplicht. Voor andere
onderdelen van de archeologische werkcyclus, zoals voor archeologisch
bureauonderzoek of voor het opstellen van programma’s van eisen, kunnen vrijwillig
certificaten worden behaald.
                                                                                    18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>De archeologie heeft de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, van belang voor
het toezicht, en geldt voor een ieder die gecertificeerd is om archeologisch onderzoek
uit te voeren. [ 14 ] Het Centraal College van deskundigen Archeologie stelt de
leidraden vast. [ 15 ] Deze zijn een aanvulling op de KNA en kunnen via een
Programma van Eisen verplicht worden gesteld door een gemeente.
Inspectie
In elke provincie is een Monumentenwacht actief die monumentale gebouwen
inspecteert en eigenaren adviseert over het onderhoud van hun monumenten.
Eigenaren zijn hiervan op vrijwillige basis lid. Er is ook een Groene
Monumentenwacht en tot 2013 een was er een Archeologische Monumentenwacht.
Uit het veld krijgt de raad geluiden dat deze laatste behoorlijk wordt gemist.
Het toezicht en de handhaving met betrekking tot het onroerend erfgoed zijn de
laatste jaren in beweging geweest. Handhaving ligt in de regel bij gemeenten en de
toezichthoudende rol van de Erfgoedinspectie, sinds kort Inspectie
Overheidsinformatie en Erfgoed, is voor een groot deel overgenomen door de
provincies. Dit gebeurde in het kader van de rijksbrede operatie van specifiek naar
generiek toezicht. De Erfgoedinspectie richt zich nu meer op het toezicht op het
functioneren van het archeologiestelsel en houdt toezicht op de aangewezen POM’s.
Onderwijs
Wat voor de bouw in het algemeen geldt, geldt voor de erfgoedsector in het
bijzonder: de komende jaren is een forse instroom van arbeidskrachten
noodzakelijk. Er is sprake van vergrijzing en het aantal leerlingen dat een
bouwopleiding volgt, is sinds het uitbreken van de crisis fors afgenomen en voor de
komende jaren niet toereikend om in de benodigde instroom te voorzien.
Het toenemende tekort aan specialisten en vaklieden, zowel gebouwd, groen als
archeologisch, is een urgent probleem in de sector. De zorg bestaat dat de tekorten
in de toekomst nog erger zullen worden, dat kennis en kunde verloren gaan en dat
sommige specialismen zullen uitsterven.
Gaat het in de restauratiesector vooral om een nijpend tekort aan vaklieden, in de
archeologie dreigt een terugloop van specialistische, wetenschappelijke kennis.
Dit terwijl specialistisch onderzoek voor het doen van onderbouwde uitspraken van
toenemend belang is. Denk bijvoorbeeld aan kennis op het gebied van maritieme
archeologie of materiaalkennis. Ook bij bedrijven lijkt door de grote druk om snel te
werken er minder aandacht te zijn voor opleiding en kennisontwikkeling.
Meer duidelijkheid hierover zal het onderzoek van de minister moeten uitwijzen. [ 16 ]
Er wordt weinig geïnvesteerd in opleidingen en jongeren worden niet verleid een
restauratievak te kiezen. De minister onderkent dit en heeft in haar beleidsbrief
‘Erfgoed telt’ de komende drie jaar in totaal 3,8 miljoen euro voor opleidingen en
vakmanschap gereserveerd. Het afgelopen jaar is de handschoen ook opgepakt door
de sector zelf. Het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen is naar aanleiding van de
beleidsbrief ‘Cultuur in een open samenleving’ met een masterplan gekomen voor
opleidingen. [ 17 ] Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft daarnaast een
inventarisatie uitgevoerd van de omzet, scholing en certificering in de
restauratiesector. Dit alles is positief, maar hiermee zijn we er nog niet. Er is
                                                                                       19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>financiële ondersteuning en de sector biedt leerplekken genoeg aan, maar het punt
is: er zijn geen leerlingen om deze te vullen. De vraag is: hoe maak je
het vak aantrekkelijker?
Het is een probleem dat niet alleen in deze sector speelt. Een moeizaam imago, te
weinig marketing en een lagere maatschappelijke status voor vakmanschap is wat
breder in de samenleving speelt. De raad constateert dat hier een programma
ontbreekt dat meer jongeren verleidt een ambacht te leren en adviseert de minister
te verkennen wat er verder mogelijk is.
Tegelijkertijd adviseert de raad de sector te investeren in ambassadeurs die op
opleidingen voorlichting geven en daaraan dus tijd mogen besteden. Een jonge
timmerman, meubelrestaurator of steenhouwer met een goed verhaal uit de
praktijk, spreekt aan. Die kan het meest overtuigend laten zien dat er een goede
toekomst in dit vak zit, ook qua verdiensten. Op het Nationaal Monumentencongres
2018 was bijvoorbeeld een van de Monumenten Talenten een aanstekelijke jonge
metselaar, die zich gespecialiseerd heeft in gevelrestauraties. Zijn rol als
projectleider bij de gevelrestauratie van Het Schip in Amsterdam was een
persoonlijk hoogtepunt voor hem.
Belangenverenigingen en koepels
In Nederland bestaan tientallen erfgoedorganisaties. Die behartigen de belangen van
alle mogelijke categorieën monumenten: van kerken tot molens, van boerderijen tot
kastelen en van mobiel erfgoed tot industrieel erfgoed. Organisaties met een bredere
insteek zijn bijvoorbeeld Erfgoedvereniging Heemschut en het Cuypersgenootschap.
Particuliere eigenaren van rijksmonumenten worden vertegenwoordigd door de
Federatie Particuliere Monumenteneigenaren en eigenaren van een flink aantal
monumenten en andere erfgoedorganisaties zijn verenigd in de Federatie
Instandhouding Monumenten, een brancheorganisatie waarvan inmiddels veertig
organisaties lid zijn en die als spreekbuis richting de overheid opereert. [ 18 ]
De archeologiesector kent een breed scala aan verenigingen en koepels: de
Vereniging van Ondernemers in de Archeologie, Nederlandse Vereniging van
Archeologen, het Biologisch-Archeologisch Platform, het Convent van Gemeentelijke
Archeologen, het IPO van de provinciaal archeologen en de Archeologische
Werkgemeenschap Nederland voor de vrijwilligers. In deze sector blijkt er nog
behoefte te zijn aan een spreekbuis waar de verschillende ‘bloedgroepen’ in de
Nederlandse archeologie zijn vertegenwoordigd: ondernemers, gemeentelijke en
provinciale archeologen, wetenschappers, musea, erfgoedinstellingen en
vrijwilligers. De Stichting Reuvens probeert dit voor elkaar te krijgen, wil een
platform voor de beroepsgroep vormen en een belangenbehartiger zijn.
                                                                                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
– De raad adviseert, bij subsidieverlening door het Rijk, dat organisaties die
  monumenten bezitten gebruikmaken van de Code Governance Cultuur. Zo wordt
  de professionalisering in de sector verder bevorderd.
– De raad adviseert dat het Rijk een visie op zijn eigen monumentenbezit
  ontwikkelt en bij vervreemding vooraf meer randvoorwaarden en kwaliteitseisen
  stelt. Ook geeft de raad de overweging mee monumentenorganisaties te
  betrekken bij de afstoting van incourant monumentaal vastgoed.
– De raad adviseert dat het Rijk verkent welke mogelijkheden er zijn voor een
  programma dat meer jongeren verleidt een ambacht te leren. Daarnaast
  adviseert de raad de sector te investeren in ambassadeurs.
                                                                                21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>  1
Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid.
Economisch Instituut voor de Bouw,
2016
  2
Woningbouwcorporaties verkopen in toenemende mate, als gevolg
van de Woningwet 2015 waarbij de corporaties zich op hun kerntaken
moesten richten, hun monumentale bezit.
  3
Bij waterschappen is sprake van een groeiend bewustzijn over hun
erfgoed. Erfgoed in bezit van waterschappen werd meestal uitsluitend
gewaardeerd vanwege hun waterbouwkundige waarde en niet
vanwege hun cultuur(historische) waarde.
  4
In 2011 hadden de corporaties samen circa 5800 rijksmonumenten in
bezit.
bron: Economisch Instituut voor de Bouw.
  5
Staatsbosbeheer heeft 800 rijksmonumenten in bezit (waarvan 206
archeologisch) en Vereniging Natuurmonumenten bijna 400 waarmee
ze samen 2 procent bezitten.
  6
Van statisch naar dynamisch.
Advies professionalisering monumentenbehoud.
Raad voor Cultuur, 2015
  7
Advies aan Tweede Kamer over afstoting monumenten door Rijk en
overdracht aan NMo,
29 juni 2015, rc-2015.07100/2
  8
De Rijksoverheid heeft ongeveer 1800 rijksmonumenten in eigendom.
De meeste daarvan worden ingezet voor het primaire proces: sluizen,
kantoren, gevangenissen, bruggen et cetera.
  9
Tweede Kamer,
vergaderjaar 2017 – 2018,
32 820, nr. 266
  10
In de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid werken samen:
Rijkswaterstaat, Dienst Landelijk Gebied, Rijksvastgoedbedrijf,
Nationale politie, ProRail, Staatsbosbeheer en het Centraal Orgaan
opvang asielzoekers.
  11
Intentieverklaring Cultureel Erfgoed Rijksoverheid.
Raad voor Vastgoed Rijksoverheid,
september 2017
  12
Vrijkomend rijksvastgoed, over maatschappelijke doelen en geld.
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur,
Den Haag, 2014
                                                                     22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>  13
In de Tweede Kamer is op 31 januari 2018 aan de minister gevraagd
wat zij gaat doen aan de kwaliteit van het archeologisch onderzoek,
dat als gevolg van de marktwerking onder druk kan komen te staan.
Minister Engelshoven heeft in haar brief aan de Tweede Kamer van 8
maart 2018 toegezegd onderzoek te laten uitvoeren naar de kwaliteit
van onderzoek en rapportages uit de periode voor invoering van
certificering (Erfgoedwet) en de periode daarna. De uitkomst zal
beschikbaar komen via de Erfgoedmonitor.
  14
De KNA bestaat uit een aantal protocollen die elk een deel van het
archeologisch werk beschrijven. De KNA-protocollen bevatten de
minimale inhoudelijke en ambachtelijke eisen die worden gesteld aan
archeologische werkzaamheden van inventariserend onderzoek tot
aan depotbeheer.
  15
Leidraden worden opgesteld door diverse specialisten op het
betreffende terrein (bijv. anorganisch vondstmateriaal) en zijn
bedoeld om het verzamelen en registreren van vondsten te
uniformeren. De leidraden voorzien in een behoefte aan inhoudelijke
verdieping, kennisvermeerdering en betere ontsluiting van gegevens.
  16
Brief Minister van OCW aan Tweede Kamer, Evaluatie en vervolg
‘archeologiefonds’,
18 september 2017
  17
Het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen is opgericht om de
toekomst van het restauratievakonderwijs veilig te stellen. Het NCE
werkt samen met de restauratiebranche, het onderwijs en de
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, om voor zo veel mogelijk
restauratiedisciplines goede opleidingen en keuzedelen te
ontwikkelen, die aansluiten bij de behoefte van de restauratiesector en
dus op de arbeidsmarkt.
‘erfgoedopleidingen.nl’
  18
De organisatie bestaat sinds 2017. Initiatiefnemers zijn de vereniging
Bewoond Bewaard, de Vereniging Particuliere Historische
Buitenplaatsen en de stichting Agrarisch Erfgoed Nederland.
                                                                        23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten
         en Archeologie / Erfgoed en Ruimte / 3. Erfgoed en Ruimte
         3. Erfgoed en Ruimte
Elk type monument heeft zijn problematiek, en die is bij religieus erfgoed anders
dan bij agrarisch erfgoed, bij archeologisch erfgoed anders dan bij landgoederen en
bij molens anders dan bij groen erfgoed. Daarnaast zijn er knelpunten bij de
cultuurlandschappen. De raad is zich bewust van deze verscheidenheid. Hij heeft er
echter voor gekozen niet specifiek op elke problematiek in te gaan. De keuze is
pragmatisch – we willen het document leesbaar houden – maar ook inhoudelijk.
De meeste typen monumenten, met uitzondering in de archeologie, zijn op landelijk,
provinciaal of regionaal niveau vertegenwoordigd in een organisatie die voor de
belangen ervan opkomt en haar stem al dan niet via de Federatie Instandhouding
Monumenten ook in de politiek voor het voetlicht weet te brengen. Daarnaast komt
de minister met ‘Erfgoed telt’ de komende jaren tegemoet aan knelpunten bij
bepaalde monumenttypen. Zo is er meer geld beschikbaar voor groen erfgoed, voor
kerkenvisies en voor archeologie, en wordt de lijst toonaangevende
interieurensembles uitgebreid en de kennis daarover gestimuleerd. De raad wil eerst
de effecten van ‘Erfgoed telt’ op deze punten afwachten.
Omgevingswet
De aankomende Omgevingswet geeft aanleiding om als sector volop in beweging te
zijn. De raad stelde dat al ongeveer een jaar geleden in ‘Brede blik op erfgoed’, in
relatie tot transities. Hij vroeg zich toen af of de erfgoedsector klaar was voor de
Omgevingswet en ging daarbij in op de transities in de fysieke leefomgeving (zoals
energietransitie, klimaatadaptatie en bodemdaling), de sociaaleconomische
transities (zoals ontkerkelijking, groei versus krimpgebieden, veranderende
bevolkingssamenstelling en schaalvergroting) en de transities in governance en
regelgeving (zoals de verandering in de verhouding overheden – burgers,
decentralisatie, digitale communicatie). Vooral de energietransitie, bodemdaling,
ontkerkelijking en bevolkingskrimp hebben al jaren vergaande gevolgen voor
erfgoed en cultuurlandschappen. Tegelijkertijd zijn er transities die juist kansen
bieden voor erfgoed, zo stelde de raden. [ 1 ] De sector heeft tenslotte ook iets te
bieden. Nederland staat voor een aantal grote verbouwingen en de
erfgoeddisciplines kunnen met monumenten, structuren en verhalen kwaliteit
toevoegen aan plannen en ontwerpen.
Sinds bovengenoemd advies heeft het Rijk met betrekking tot de Omgevingswet niet
stilgezeten en is er veel gebeurd op het gebied van voorlichting en wet- en
regelgeving. Op basis van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving
liggen er concrete opdrachten voor gemeenten en provincies in relatie tot erfgoed. [ 2 ]
Overheden moeten in hun omgevingsvisies een beschrijving geven van de kwaliteit
van de fysieke leefomgeving, voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer,
bescherming en behoud van het grondgebied en het te voeren integrale beleid. In
hun omgevingsplan worden gemeenten vervolgens geacht rekening te houden met
cultureel erfgoed in zowel stad en dorp als in het buitengebied.
                                                                                         24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Waarden en kennis
De vraag of de erfgoedsector klaar is voor de Omgevingswet stelt de raad hier
opnieuw, en dit keer in relatie tot waarden en kennis. [ 3 ] De uitgangspunten om
erfgoed mee te nemen in ruimtelijke projecten zijn goed: de bescherming van
monumenten en archeologie an sich is afdoende geregeld, de huidige stand van
zaken is behoorlijk inzichtelijk met de Erfgoedmonitor, er is voldoende kennis en
deskundigheid in de sector, en de instrumenten van de overheden zijn aanwezig om
te kunnen sturen op een goede omgang met monumenten. Maar willen we
erfgoedwaarden van volwaardig belang laten zijn in het omgevingsbeleid, en van
meet af aan meepraten bij ruimtelijke transformaties, dan is de erfgoedsector gebaat
bij een meer offensieve houding en samenwerking. [ 4 ]
Waarden
De raad stelt dat de inbreng van de sector bij ruimtelijke processen nog te vaak een
onderzoeksrapport is. Die worden in ruime mate geproduceerd en zijn meestal van
goede kwaliteit; over de cultuurhistorische waarde van de Deltawerken bijvoorbeeld
is een lezenswaardig rapport geschreven. [ 5 ] Ook in de archeologie, vaak al vooraan
in ruimtelijke processen, wordt hoofdzakelijk vertrouwd op (wetenschappelijke)
rapporten. Op basis van zo’n rapport zouden er concrete oplossingen bedacht
moeten kunnen worden en ‘omgangsvormen’ met de benoemde waarden
geformuleerd kunnen worden. Maar de toepasbaarheid ervan blijkt lastig, want de
rapporten blijven constaterend en er vindt geen weging plaats. De sector zou volgens
de raad hieraan voorbij moeten gaan en zich de kernvraag moeten stellen: welke
waarden willen we voor de toekomst behouden? En waarom, en onder welke
voorwaarden? Een actiever waardendebat kan daarbij helpen. Dat wordt in de
erfgoedsector nauwelijks gevoerd en het resultaat daarvan is dat naar monumenten
en archeologie vooral wordt gekeken als een economische waarde. [ 6 ] Terwijl juist de
intrinsieke waarde van erfgoed aansluit bij maatschappelijke waarden, zoals
identiteit en cohesie.
Om de erfgoedwaarden goed te kunnen bepalen en een basis in hun omgevingsvisies
te laten zijn, moeten overheden aan visievorming doen. Om te weten wat je wilt en
waarom, moet er gewogen worden en keuzes worden gemaakt. Sterker: erfgoed is
een keuze die in opdrachten voor ruimtelijke projecten vastgelegd moet worden. [ 7 ]
Overheden kunnen daarin ondersteund worden door het monumenten- en
archeologieveld, dat vanuit zijn deskundigheid een vaste gesprekspartner is.
Erfgoed Deal
Een recente en nadrukkelijk positieve ontwikkeling die aansluit bij deze gedachte is
de Erfgoed Deal. Vier bewindslieden, IPO, VNG en diverse maatschappelijke
organisaties hebben de Erfgoed Deal ondertekend. [ 8 ] Daarmee wil het Rijk samen
met provincies, gemeenten en maatschappelijke partners de bijdrage van erfgoed
aan veranderingen in onze leefomgeving versterken. [ 9 ] De Erfgoed Deal heeft een
looptijd van vier jaar (2019 – 2022), wil erfgoed en ontwerp inspireren, verrijken en
de uitvoering ervan naar een hoger kwaliteitsniveau tillen. Het streven is op basis
van een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma te komen tot ‘een beperkt
aantal substantiële projecten die bijdragen aan een stevige uitvoeringspraktijk’.
Er zal worden aangesloten bij bestaande initiatieven en provincies en gemeenten
kunnen voorgedragen worden voor opname in het uitvoeringsprogramma.
                                                                                       25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Opdrachtgeverschap
Toch wil de raad ook wijzen op een andere rol van het Rijk; die van eigenaar en
opdrachtgever. Naast een offensieve houding van de sector enerzijds is anderzijds
goed opdrachtgeverschap nodig om de erfgoedsector in positie te brengen. Wanneer
we erkennen dat erfgoedwaarden de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving
verbeteren, dan is het geen vreemde gedachte dat het Rijk (of een partij als
Rijkswaterstaat) zelf begint om bij ruimtelijke projecten of maatregelen ook de
voorwaarde te stellen dat de erfgoedwaarden en/of cultuurhistorie zwaar meetellen
bij het vinden van ruimtelijke oplossingen. En daarbij erfgoedwaarden niet te zien
als risico voor ontwikkelingen, maar juist de ambitie te hebben om met erfgoed een
beter plan te maken. Dit zou in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en
Transport (MIRT) opgenomen kunnen worden.
De projecten waar dit al gebeurde, zijn bijvoorbeeld de versterking van de Afsluitdijk
en de aanleg van een derde kolk van de Beatrixsluis, waar rekening gehouden moest
worden met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Bij deze projecten van Rijkswaterstaat
heeft de inzet van cultuurhistorie ertoe geleid dat het project als geheel integraal en
met ambitie voor ruimtelijke kwaliteit werd aangepakt. De raad pleit er dan ook voor
dat bij projecten in de fysieke omgeving die met publiek geld worden gefinancierd,
het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit (op basis van erfgoedwaarden) onderdeel
van de opgave is.
    Afsluitdijk
    Een voorbeeld waar het waardendiscours heeft plaatsgevonden, is bij de
    versterking van de Afsluitdijk: cultuurhistorische waarden versus waarden van
    veiligheid en waterhuishouding. De Afsluitdijk is, ondanks zijn iconische status
    van waterstaatkundig monument geen rijksmonument geworden, maar er is een
    publiek debat ontstaan over de waarde van de waterwerken. Deze waarde is
    onderdeel geworden van de aanpassing en ontwikkeling van de Afsluitdijk, en
    dat bleek belangrijker dan de bescherming. Door een bewustwordingsproces
    konden er cultuurhistorische, ruimtelijke en architectuurhistorische
    randvoorwaarden gesteld worden.
De raad twijfelt eraan of er op bestuurlijk niveau voldoende besef is hoe moeilijk de
integrale aanpak van de Omgevingswet zal zijn en hoe lastig het is om erfgoed hierin
goed mee te nemen. De Omgevingswet vraagt een andere, integrale manier van
denken en werken, zowel van de sector als van het provincie- en gemeentebestuur.
De wet zal echter als een nieuw instrument in bestaande organisaties vallen, terwijl
het andere competenties vraagt van de mensen die er werken. De ambtenaar of
adviseur wordt het integratie- en interactiepunt van verschillende kennisdisciplines
(naast erfgoed is dat stedenbouw, planologie en architectuur en meer) en zal hieraan
richting moeten geven. Integrale afwegingen waarbij erfgoed strategisch wordt
ingezet om inspirerend en richtinggevend te zijn, vragen om zowel interdisciplinaire
kennis als om een visie van gemeenten en provincies op hun erfgoed.
    Kennis en waarden Rotterdam
    Dat kennis en waarden hand in hand gaan, bewijst de aanwijzing van naoorlogse
    monumenten in Rotterdam. Toen in 2007 de Top 100 wederopbouw 1940 – 1959
    werd voorgedragen voor bescherming, stonden er op de lijst maar liefst 20
    monumenten uit Rotterdam. De meeste Rotterdammers deed het destijds
                                                                                        26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>    weinig, maar sindsdien is er wat veranderd in de havenstad die een haat-
    liefdeverhouding heeft met haar eigen geschiedenis. ‘Rotterdam is een stad
    achtervolgd door haar verleden, nostalgisch naar de toekomst en niet in staat om
    in het heden te leven’, schreef Crimson Architectural Historians in 2009 nog.
    Het draagvlak om de historie te respecteren, doorstond in november 2013 de
    vuurproef toen de gemeenteraad een motie aannam van de ChristenUnie-SGP
    voor meer ‘historisch besef’. Hoewel de sloopkogel-angst bleef, is Rotterdam
    tegelijk koploper in herbestemming en transformatie geworden.
    De wederopbouwmonumenten uit de Top 100 zijn inmiddels omarmd en zijn
    richtinggevend bij herontwikkeling geworden. [ 10 ]
Kennis
De raad stelde al dat er voldoende kennis beschikbaar is in de erfgoedsector. Tegelijk
constateert hij dat de kennis niet altijd op de juiste plek zit. Met name bij veel
kleinere gemeenten (<50.000 inwoners) blijkt de kennis te beperkt, waardoor zowel
de vertaling van kennis naar ruimtelijke kwaliteit als de verbinding tussen kennis en
instrumentarium te weinig plaatsvindt. [ 11 ] Gemeentelijk erfgoedbeleid blijft vaak
beperkt tot ‘rekening houden met erfgoed’. Hierdoor worden kansen gemist, omdat
erfgoed juist een motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen en een meerwaarde
kan zijn voor de omgeving. Wanneer gemeenten beter in staat zijn erfgoedwaarden
te benoemen en onderling te wegen, zijn zij ook beter in staat diezelfde
erfgoedwaarden in ruimtelijke processen in te brengen en, met behulp van
ruimtelijk ontwerp, een vertaalslag naar ruimtelijke kwaliteit te maken. Gemeenten
hebben kennis als slagkracht nodig en de raad kijkt hierbij naar de rol van het Rijk,
want veel kennis zit op dat niveau.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een rol als nationaal
kennisinstituut. Ze blinkt uit in thematische programma’s en projecten en pikt zaken
met maatschappelijke urgentie op. De informatie over herbestemming,
ontkerkelijking, onderwaterarcheologie of wederopbouwmonumenten zijn hier
goede voorbeelden van. Voor cultuurlandschappen wordt de RCE zelfs als een van
de belangrijkste kennisinstituten gezien. De Cultuurhistorische IJsselmeerbiografie
is volgens de raad een goed voorbeeld.
    IJsselmeerbiografie
    Dit driedelige rapport geeft een overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling
    van het IJsselmeergebied en onderscheidt vier karakteristieken die bepalend zijn
    voor de ruimtelijke kwaliteit zoals die nu ‘beleefbaar’ is. Deze karakteristieken
    zijn de archeologische en aardkundige schatkamer, de oude kustlandschappen,
    de historische handels- en vissersplaatsen, nieuw land en nieuwe veiligheid en
    ingenieurskunst. Voor ontwerpers, planologen, bestuurders en andere
    ruimtelijke professionals zijn er per karakteristiek richtinggevende principes om
    de ruimtelijke kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van het gebied te
    behouden en waar mogelijk te versterken. [ 12]
De RCE beschikt over veel erfgoedkennis, stelt die ook beschikbaar, maar de
kennisdeling en het beheer van kennis is voor de raad een punt van aandacht: de
informatie blijkt voor gebruikers op gemeentelijk niveau weinig toegankelijk; dit
geldt zowel voor gebouwde als archeologische monumenten. [ 13 ]
                                                                                       27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Vragen die bij de raad tijdens bijeenkomsten opkwamen waren: hoe verspreid je
kennis? Hoe kom je tot een kennisnetwerk? Is het instrumentarium van de
Omgevingswet een nieuwe wegwijzer om kennis beter te benutten en beter te laten
doorwerken? Nederland is zo’n klein land, dat moet toch voor elkaar te krijgen zijn.
De kennis moet beter bij de lokale overheden terechtkomen. De raad ziet de RCE als
actieve aanjager van een kennisnetwerk dat verder gaat dan handreikingen.
De dienst zou hierin een regierol moeten nemen en samen moeten optrekken met de
provincies. Een extra reden om de regierol aan de RCE toe te wijzen, is dat zij in
staat is crossovers met andere sectoren te maken, waarbij een gebiedsgerichte
aanpak van erfgoed door de dienst wordt uitgedragen.
Gemeenten
Met de Omgevingswet wordt de regelgeving decentraler en flexibeler en krijgen
overheden een instrument om omgevingszaken vast te leggen: de omgevingsvisie.
Hierin legt de gemeente of provincie haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke
leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente kan met een andere gemeente
of de provincie een gezamenlijke omgevingsvisie opstellen. Die visie is de
onderlegger van het omgevingsplan waarin de regels komen te staan voor de fysieke
leefomgeving; daarbij wordt er rekening gehouden met het belang van het behoud
van cultureel erfgoed. [ 14 ]
Of gemeenten hierop voorbereid zijn en ermee uit de voeten kunnen, is voor de raad
een punt van zorg. Ook het Rijk zelf stelt in Erfgoed Deal dat er nog weinig concrete
voorbeelden zijn van gemeenten die al anticiperen op hun verbrede erfgoedtaak.
Daarbij wordt opgemerkt dat dit ook geldt voor de positionering van ontwerp in het
ruimtelijk beleid. [ 15 ]
De verschillen in Nederland tussen gemeenten en provincies in de omgang met
cultureel erfgoed zijn groot, als het gaat om kennis, kunde en capaciteit. De 74 grote
monumentengemeenten, verenigd in de Federatie Grote Monumentengemeenten,
hebben niet onze zorg: hun erfgoedbeleid is doorgaans op orde. Zij beschikken in de
regel over voldoende kennis en deskundigheid en het opstellen van een
omgevingsvisie zal voor hen weinig problemen opleveren. Een aantal gemeenten
heeft al – vooruitlopend op de nieuwe wetgeving – een omgevingsvisie. Zo heeft
Tilburg een integrale omgevingsvisie ontwikkeld, waarin cultureel erfgoed goed
vertegenwoordigd is. Ook in Amsterdam, Leiden en ‘s-Hertogenbosch is er al sprake
van een integrale benadering.
De zorg van de raad zit bij de kleinere gemeenten, zo’n driehonderd in Nederland.
In veel daarvan is er geen visie op erfgoed en te weinig capaciteit en kennis om op
een goede manier met monumenten en archeologie in de fysieke ruimte om te
gaan. [ 16 ] Analyses van gebiedskenmerken ontbreken, waarin de
omgevingskwaliteiten in essentie staan benoemd. Er is geen minimum kwaliteitseis
voor de visies en de vrees van de raad is dat mede daardoor het ambitieniveau van
gemeenten niet hoog is, dat het gevoel van urgentie ontbreekt en dat een brede en
integrale blik op ruimtelijke kwaliteit daardoor niet tot stand zal komen.
                                                                                       28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Overigens, en dat stelt de raad nadrukkelijk, krijgen sommige kleinere gemeenten
juist de omslag voor elkaar omdat ze zelfbewuster zijn. Maar meestal wordt het
opstellen van ruimtelijke plannen door kleinere gemeenten uitbesteed aan (vaak
verschillende) adviesbureaus. Dat is niet per se verkeerd, maar het grote nadeel is
dat deze gemeenten daardoor zelf geen kennis opbouwen en afhankelijk zullen
blijven van de adviseurs en organisaties die hen ondersteunen. Dit zal ook gebeuren
bij het opstellen van omgevingsvisies, is de verwachting van de raad.
Positief in dit verband is dat de meeste gemeenten wel beschikken over
archeologische verwachtingskaarten. Uit een inventarisatie in 2015 van RAAP
Archeologisch Adviesbureau kon worden geconcludeerd dat 94 procent van de
Nederlandse gemeenten beschikte over een archeologische beleidskaart en
achterliggende archeologische bronnen- en/of verwachtingskaarten. [ 17 ] De
Erfgoedinspectie deed in 2017 – 2018 een onderzoek waaruit een vergelijkbaar
percentage naar voren kwam en waarbij ook kon worden aangegeven dat 81 procent
van de gemeenten beleid heeft vastgesteld voor archeologie. [ 18 ] Op het gebied van
gebouwde monumenten en cultuurlandschap blijken er weinig gemeenten te zijn die
beschikken over een cultuurhistorische beleidskaart. Het merendeel van de
gemeenten beschikt slechts over een lijst met rijks- en gemeentelijke monumenten;
uit het onderzoek blijkt ook dat bijna de helft (47 procent) van de Nederlandse
gemeenten geen eigen monumentenbeleid heeft. [ 19 ] [ 20 ]
De onderzoeken van RAAP en de Erfgoedinspectie onderschrijven de bevindingen
van de raad dat er bij gemeenten te weinig kennis is over ruimtelijke kwaliteit. In de
praktijk houden overheden bij ruimtelijke opgaven wel rekening met de bekende
beschermde monumenten; de spreekwoordelijke ‘krenten in de pap’. Daarentegen
wordt er amper gekeken naar het behoud van waarde bij gebouwen die geen
beschermde status hebben, terwijl zij ook stadsbeeldbepalend kunnen zijn of een
hoge cultuurhistorische waarde kunnen hebben.
Om de cultuurhistorische waarden in een (stedelijk) cultuurlandschap te borgen,
kunnen waardenkaarten met kwaliteiten behulpzaam zijn. Naar het voorbeeld van
de archeologie kan zo’n kaart aangeven waar er kans is op gebouwde omgeving met
erfgoedwaarde. Deze waardenkaarten kunnen gekoppeld worden aan de
omgevingsvisie, waar de ruimtelijke kwaliteiten en daarmee de karakteristieken van
de steden/dorpen benoemd en vastgelegd worden. [ 21 ] Ook hier geldt dat het in kaart
brengen en het beschikbaar maken van kennis het uitgangspunt is, en dat er op basis
daarvan een waardestelling en keuzes gemaakt moeten worden.
Een omslag hierin begint bij de bewustwording van gemeenten dat heel Nederland
een cultuurlandschap is en dat elke interventie in de omgeving een interventie is in
de bestaande kwaliteit. De boodschap van de raad aan gemeenten is dan ook: zorg
dat er kennis in huis is, en dan bedoelen we zowel de data (weten wat je hebt) als de
deskundigheid om die kennis te vergaren, te waarderen en te beheren. Want met
kennis van de bestaande ruimtelijke kwaliteit kunnen betere plannen gemaakt
worden, kan beleidsontwikkeling plaatsvinden en heeft een gemeente een sterkere
positie, ook in ontwikkelingen die het lokale niveau ontstijgen.
                                                                                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>    Amsterdam verankert cultuurhistorie
    Amsterdam heeft in de processen van ruimtelijke ordening en
    transformatieopgaven de cultuurhistorie verankerd. De gemeente heeft een
    getrapt beschermingsbeleid en gebruikt daarvoor verschillende onderleggers.
    Naast de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie
    Noord-Holland, een gemeente-overschrijdende kaart met informatie over
    landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische
    objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als
    militaire structuren en historische dijken, heeft zij beleidsnota’s die specifiek
    gericht zijn op Amsterdam. [ 22 ]
    Dit zijn ‘Ruimte voor Geschiedenis’, ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van
    Amsterdam’ en ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend
    Amsterdam’. Daarnaast hanteert Amsterdam een welstandsbeleid, dat gericht is
    op een zorgvuldige omgang met de architectuur en het gevelbeeld. Daarvoor zijn
    voor grote delen van de stad ordekaarten gemaakt; per orde gelden specifieke
    kwaliteitseisen, waarin tegenwoordig ook de waarde van de stedenbouwkundige
    ensembles en van het aanwezige groen is meegenomen. Samen met de
    beschermde stadsgezichten en monumenten vormt dat een
    getrapt beschermingsbeleid. [ 23 ]
Provincies
De raad ziet in relatie tot de Omgevingswet een belangrijke rol voor provincies
weggelegd. Een duidelijke en brede provinciale omgevingsvisie met aandacht voor
regionale verschillen kan kleinere gemeenten helpen. Veel provincies hebben al een
omgevingsvisie. Gemeenten zouden hierop kunnen aansluiten en alleen op enkele
punten afwijken. Bijvoorbeeld waar het hun regionale identiteit betreft, een
onderwerp dat gemeenten en provincies steeds belangrijker zijn gaan vinden in de
toenemende behoefte om onderscheidend te zijn.
Cultuurlandschappen
Dit geldt trouwens ook voor de betekenis van waardevolle cultuurlandschappen.
Rijksadviseur Benno Strootman stelde eind 2018 dat een actievere houding van het
Rijk nodig is om de kwaliteiten van het Nederlandse landschap in ere te houden. [ 24 ]
Een plan voor een betere bescherming en ontwikkeling van waardevolle
cultuurlandschappen kan daarbij helpen. Dit kan uitvloeien tot de provinciale
omgevingsvisies, kan de regionale invulling extra betekenis geven en sturing bieden
aan een visie op ruimtelijke kwaliteit en de ontwikkeling ervan. [ 25 ]
Een voorbeeld hiervan is de provincie Noord-Holland, die begin dit jaar
aankondigde bijzondere provinciale landschappen te gaan beschermen via de
Omgevingsverordening. Dit volgt op het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie
NH2050. In opdracht van de provincie zijn de bureaus Tauw, BügelHajema en
H+N+S samen van start gegaan met een beschrijving van de kernkwaliteiten van
deze bijzondere landschappen. [ 26 ]
Overigens hebben provincies nu al de mogelijkheid om in het kader van de Wet
Natuurbescherming (gaat t.z.t. op in Omgevingswet) ‘Bijzondere provinciale
landschappen’ aan te wijzen en voor die gebieden met gemeenten,
terreinbeheerders, waterschappen en belangenorganisaties specifiek planologisch
                                                                                        30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>beleid af te spreken. Midden-Delfland was in 2018 het eerste cultuurlandschap met
die status, die het belang aangeeft van het open en groen houden van dit
waardevolle, agrarische veenweidelandschap tussen de steden.
Belangrijker nog dan inspiratie is dat een brede omgevingsvisie van de provincie kan
zorgen voor consistent erfgoedbeleid, dat verder reikt dan de gemeentegrenzen.
Het ligt volgens de raad binnen de capaciteit van provincies om een dergelijke visie
te ontwikkelen, maar zij moeten dan wel gestimuleerd en uitgedaagd worden om aan
deze rol invulling te geven; tot nu toe is de rol van de provincies in de Omgevingswet
en in de bespreking daarvan nog onderbelicht. [ 27 ]
     Gelders Arcadië
     Naar aanleiding van de verstedelijkings- en woningbouwopgave in de regio
     Arnhem is bij het provinciaal steunpunt Gelders Genootschap het idee ontstaan
     om het project (Nieuw) Gelders Arcadië te lanceren ten behoeve van de
     landgoederenzone in de Veluwezoom. Daar ligt een groot aantal landgoederen,
     buitenplaatsen en kastelen, zoals Kasteel Middachten, Huis Zypendaal, Kasteel
     Doorwerth en Villa Sanoer. In 2007 is het project gestart waarbij de Provincie
     Gelderland, de vijf gemeenten en landgoedeigenaren samen het gebied
     ontwikkelen. De landgoederenzone omvat de gemeenten Wageningen, Renkum,
     Arnhem, Rozendaal en Rheden. Het gebied wordt van oudsher gekenmerkt door
     een samenhangende, gemeentegrensoverschrijdende structuur van reliëfrijke
     landschapsparken, lanenstelsels, weidse panorama’s en bijzondere waterwerken.
     Uit het project zijn twee publicaties voortgekomen; begin 2017 hebben alle
     partijen de gezamenlijke regionale visie gepresenteerd, die is opgesteld door
     Gelders Genootschap en Poelmans Reesink Landschapsarchitectenbureau.
     Hierin geven zij aan ook in de toekomst te willen samenwerken om de honderd
     buitenplaatsen aan de Veluwezone in stand te houden, verder te ontwikkelen en
     bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. De visie dient ook weer als
     onderlegger voor projecten die gemeenten met eigenaren willen oppakken
     in de zone. [ 28 ]
Uit het IPO-rapport ‘Ruimte voor erfgoed’ blijkt dat er sprake is van een groeiend
bestuurlijk draagvlak voor de provinciale inzet voor erfgoed. Bovendien staat de
relatie tussen erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling bij provincies hoog in het vaandel.
Het besef dat investeren in erfgoed in economisch en ruimtelijk opzicht zeer lonend
is, heeft de belangstelling ook buiten de cultuurportefeuille doen toenemen. Dat uit
zich ook in groeiende erfgoedbudgetten. [ 29 ] De verantwoordelijkheid van de
provincies voor de besteding van rijksmiddelen voor restauratie heeft dit
aantoonbaar positief beïnvloed. [ 30 ]
De provincies tonen zich bewust van de beperkte ambtelijke capaciteit en
kennis(ontwikkeling) bij kleinere gemeenten. Ze signaleren dit bij gebouwd,
archeologisch en landschappelijk erfgoed en voelen zich verantwoordelijk om de
ondersteunende rol ten aanzien van kleinere gemeenten op zich te nemen. De raad
vindt dit een belangrijke bestuurlijke ambitie en is positief hierover. De provincie is
een goed niveau om de kennis samen te brengen en te verspreiden. De raad pleit
ervoor dat er meer aandacht komt voor de rol van de provincie in het kader van de
Omgevingswet. De provincie kan de kleinere gemeenten helpen met de omgang met
erfgoed en de provinciale steunpunten kunnen hierin een rol vervullen.
                                                                                        31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>In samenwerking met de RCE kunnen zij ondersteuning bieden en gemeenten in
contact brengen met diensten of specialisten uit een naburige gemeente, wanneer
het specialistische of zeer regionale kennis betreft.
Van belang is dat provincies en de RCE hierin samen optrekken, waarbij de raad de
RCE als actieve aanjager van een kennisnetwerk ziet. In ‘Erfgoed telt’ wordt de
intentie uitgesproken dat de RCE samen met andere organisaties, zoals provinciale
steunpunten voor monumenten, de Erfgoedacademie en kennisinstellingen, de
ondersteuning van gemeenten zal versterken. De raad is hier blij mee, en adviseert
op korte termijn deze intentie verder vorm te geven, zodat kleinere gemeenten goed
voorbereid de Omgevingswet aankunnen. [ 31 ]
    Team archeologie West-Friesland
    De gemeente Hoorn heeft een archeologische dienst met voldoende menskracht,
    vrijwilligers en veel kennis. De dienst doet aan kennisopbouw, kennisbeheer en
    kennisdeling, niet alleen voor het publiek, maar ook met andere
    (buur)gemeenten. De vrijwilligers vervullen taken die het archeologisch
    onderzoek ondersteunen en assisteren bij de opgravingen en verkenningen.
    Via overeenkomsten verlenen zij archeologiediensten voor een grote regio om de
    gemeente Hoorn heen, inclusief Texel. Archeologie West-Friesland ondersteunt
    zo kleinere gemeenten waar de deskundigheid en kennis op archeologiegebied
    ontoereikend zijn.
Aanbevelingen
– De raad pleit ervoor dat bij projecten in de fysieke omgeving die met publiek geld
    worden gefinancierd, het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit (op basis van
    erfgoedwaarden) onderdeel van de opgave is.
– De raad roept gemeenten op te investeren in kennis, deskundigheid en
    visievorming. Hierdoor kan beleidsontwikkeling plaatsvinden, kunnen betere
    plannen gemaakt worden en heeft een gemeente een sterkere positie in
    ontwikkelingen die het lokale niveau ontstijgen.
– De raad adviseert dat de RCE zich erover buigt hoe haar kennis beter bij lokale
    overheden kan belanden, zodat kleinere gemeenten goed voorbereid de
    Omgevingswet aankunnen. Van belang is dat provincies en RCE hierin samen
    optrekken, waarbij de RCE een regierol zou moeten nemen. De RCE is in staat
    crossovers met andere sectoren te maken en een gebiedsgerichte aanpak van
    erfgoed wordt ook door de dienst uitgedragen. De provincie is een goed niveau
    om de kennis samen te brengen en te verspreiden. De raad adviseert een
    samenwerking hierin met IPO en VNG.
                                                                                     32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>   1
Brede blik op erfgoed.
december 2017
   2
Op 31 augustus 2018 zijn de vier Algemene maatregelen van bestuur
van de Omgevingswet gepubliceerd in het Staatsblad. Het gaat om het
Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit
activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken
leefomgeving (Bbl). Deze lagere regelgeving geeft de regels voor het
praktisch uitvoeren van de Omgevingswet, die in 2021 in werking
treedt.
Staatsblad 2018 292. Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de
kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en
bevoegdheden.
   3
Brede blik op erfgoed
2017
   4
Conclusie op basis van expert meetings.
   5
Een inventariserend, waarderend rapport door SteenhuisMeurs in
opdracht van de RCE met een analyse van het vigerende en
toekomstige beleid, het toetsen van de bruikbaarheid van bestaande
en beschikbare waarderingssystematiek voor jongere
waterstaatkundige werken; en een eerste voorzet voor het formuleren
van ontwerpthema’s, 2013 – 2014
‘steenhuismeurs.nl’
   6
Waarde in meervoud.
Naar een nieuwe vormgeving van de waardering van erfgoed.
in: Cultureel erfgoed op waarde geschat. Economische waardering,
verevening en erfgoedbeleid.
Bazelmans, J., 2013
   7
Het Gelders Genootschap heeft bijvoorbeeld de Dynamische
waardenstelling, een hulpmiddel in het bepalen waar wel en waar niet
een interventie gepleegd kan worden.
   8
Op 21 februari 2019 in Den Haag ondertekend.
   9
Het kabinet stelt hiervoor 20 miljoen euro ter beschikking vanuit de
middelen van het regeerakkoord en gaat daarbij uit van matching door
de andere overheden.
Erfgoed Deal.
Samen werken aan een waardevolle leefomgeving.
Ministerie van OCW, 2019.
   10
Rotterdam: van sloop naar historisch besef
7 maart 2014
‘platvormvoer.nl’
   11
Bij elke expert meeting kwam naar voren dat bij de meeste gemeenten
in Nederland te weinig fte voor erfgoed is en de kennis (daardoor) te
beperkt.
   12
RCE i.s.m. bureau Overland, 2017
                                                                        33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>  13
Voor de archeologiesector is er een digitale databank met
archeologische onderzoeken, maar het enthousiasme hierover is
gering. ‘archeologieinnederland.nl’
  14
‘aandeslagmetdeomgevingswet.nl’
  15
Erfgoed Deal.
Samen werken aan een waardevolle leefomgeving.
Ministerie van OCW, 2019
  16
De capaciteit op het gebied van ruimtelijke ordening is in veel
gemeenten in de afgelopen jaren zelfs teruggelopen.
  17
Op 1 januari 2012 werden de Monumentenwet 1988 en het Besluit
ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd als gevolg van de Modernisering
Monumentenzorg (MoMo). Vastgelegd werd op dat moment dat in de
ruimtelijke ordening rekening gehouden dient te worden met
cultuurhistorische waarden, zowel boven- als ondergronds. De
cultuurhistorische waardenkaart werd daarmee een instrument voor
gemeentelijke overheden om aanwezige kennis over het erfgoed vast te
leggen en van daaruit een selectie planologisch te beschermen.
  18
Monitor gemeenten monumenten en archeologie 2017 –2018.
Benchmark.
Erfgoedinspectie, 2019
  19
Wanneer er een cultuurhistorische waardenkaart is blijft die
constaterend en wordt niet vertaald naar beleid.
Waardenkaarten in Veelvoud; Een landelijke inventarisatie van
gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische waardenkaarten.
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2015
  20
Of het is ouder dan 15 jaar.
Monitor gemeenten monumenten en archeologie 2017 – 2018,
Benchmark.
Erfgoedinspectie, 2019
  21
Dit kan in een omgevingsverordening.
  22
De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie is een geografische
uitwerking van de leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De kaart
geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen,
aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten,
archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire
structuren en historische dijken.
  23
Cultuurhistorische Verkenning Marine Etablissement C17-53.
bron: Gemeente Amsterdam, 2018
  24
‘Nederland-veranderd/t.’
Werkconferentie over erfgoed in de leefomgeving.
RCE, 2018
  25
Dit gebeurt ook als gevolg van de aanwezigheid van Werelderfgoed. De
erfgoedwaarden hiervan zijn sturend op ruimtelijke ontwikkelingen.
In het huidige planologische beleid worden zo de voormalige
schootsvelden rond forten van de Stelling van Amsterdam vrij
gehouden van bebouwing.
                                                                     34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>   26
‘tauw.nl’
   27
Evenals overigens de waterschappen, die ook veel waterbouwkundige
monumenten in bezit hebben. Hoe zij invulling gaan geven aan de aan
hen toebedeelde rol is nog onduidelijk.
   28
‘geldersarcadie.nl’
   29
‘Erfgoed en Financiering’
   30
Ruimte voor erfgoed.
IPO-rapport, december 2017
   31
In 2018 is op initiatief van de steunpunten en samen met de RCE
begonnen met Provinciale bijeenkomsten Omgevingswet en Erfgoed
voor gemeenten.
                                                                    35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>         Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten
         en Archeologie / Erfgoed en Samenleving / 4. Erfgoed en Samenleving
         4. Erfgoed en Samenleving
Het draagvlak voor erfgoed in Nederland is groot; 25 procent van de Nederlanders
doet ‘iets’ met erfgoed en tienduizenden vrijwilligers zijn actief op dit terrein. [ 1 ] Het
SCP heeft meerdere onderzoeken naar erfgoed gedaan; in een van die rapporten
staat dat waar kunst veel overeenkomsten vertoont met sport (iedereen is vrij het te
beoefenen), cultureel erfgoed meer lijkt op natuur: het heeft een grote
aantrekkingskracht op mensen, er is een grote burgerbetrokkenheid, mensen willen
het beschermen, maar burgers mogen er niet aankomen, dat mogen alleen de
experts. [ 2 ] De experts zijn professionals, die geholpen worden door tienduizenden
vrijwilligers. Dat zorgt voor een spanningsveld; enerzijds wil je als overheid de
energie van burgers niet in de weg zitten, anderzijds wil je niet dat iedereen overal
aan kan komen. Dat spanningsveld is onderwerp van ‘Straatwaarden’, een project
van de Reinwardt Academie, waarin de veranderende omgang met erfgoed
wordt onderzocht. [ 3 ]
Participatie
Een bijdrage aan de maatschappelijke waardering van en draagvlak voor
(archeologische) monumenten zijn de dagen waarop zij toegankelijk zijn. De Open
Monumentendag is met jaarlijks circa 5.000 openstellingen en één miljoen
bezoekers een van de grootste culturele evenementen van Nederland. Daarnaast zijn
er andere grotere evenementen zoals de Nationale Molendag (in 2018: 900 locaties,
90.000 bezoekers), de Dag van het Kasteel (in 2018: 158 locaties, 85.000 bezoekers)
en de Nationale Archeologiedagen (in 2018: 350 activiteiten, 56.000 bezoekers). [ 4 ]
De liefhebbers van erfgoed vormen een vrij homogene groep. Stichting Open
Monumentendag doet al meer dan dertig jaar onderzoek naar de samenstelling van
de bezoekers van haar evenement. Ondanks diverse pogingen een diverser publiek te
bereiken, verandert de samenstelling nauwelijks. Dit beeld ziet de raad ook bij
historische en erfgoedverenigingen, al ligt de gemiddelde leeftijd hier iets hoger,
maar ook bij andere sectoren.
    Het begrip erfgoed
    Erfgoed is over het algemeen niet breed toegankelijk, fysiek noch geestelijk.
    Een deel van deze ontoegankelijkheid schuilt in de term ‘erfgoed’ zelf.
    Veel mensen, ook jongere generaties, kennen wel de term monument (waarbij
    overigens als eerste een standbeeld wordt genoemd) en archeologie, maar veel
    minder het begrip cultureel erfgoed. Het woord erfgoed heeft een wat
    programmatisch karakter, waar een element van toe-eigening in zit. [ 5 ]
    Vergeleken met het Engelse heritage heeft het ook een wat andere betekenis.
    De term heritage heeft een bredere, meer open geformuleerde betekenis. Bij
    heritage ligt het accent niet zozeer op de materiële cultuur, maar juist op taal,
    religie en gebruiken (immaterieel erfgoed). Heritage is ook in een ander opzicht
    in het Engelse taalgebruik een ruimer begrip dan het Nederlandse ‘erfgoed’. In
                                                                                             36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    het Engelse begrip zit al heel lang de waardering besloten voor de natuur en het
    gecreëerde landschap. Hoewel Nederland sinds de negentiende eeuw ook zijn
    ‘natuurmonumenten’ kent, wordt er hier maar sporadisch van ‘natuurlijk’ of
    ‘landschappelijk erfgoed’ gesproken. [ 6 ] Het Nederlandse woord erfgoed staat
    dan dichter bij het Franse patrimoine, dat neigt naar het meer nationaal
    georiënteerde patria, patrimonium, héritage du père. [ 7 ]
Maar met ruimtelijke kwaliteit komt iedereen in aanraking, en erfgoed is er voor
iedereen. Hoe zorg je dan als overheid, als erfgoedprofessional, als sector, dat
erfgoed ook echt voor iedereen bereikbaar is? Dat gebeurt niet vanzelf. Om dit te
bereiken, moet er actie ondernomen worden door de sector. In ‘Erfgoed’‘ en Ruimte’
geven we al aan dat de aankomende Omgevingswet, met de omgevingsvisies,
overheden een uitstekende kans biedt om op het gebied van kennis en waardering
een slag te maken. De omgevingsvisies vormen een goede aanleiding om vroegtijdig
een discussie over erfgoedwaarden te starten en om burgers te betrekken bij
participatietrajecten. In het advies ‘Brede blik op erfgoed’ stelde de raad dat dit nog
maar matig gebeurt. Een zekere gevoeligheid voor de emotionele, associatieve en
affectieve kant van cultureel erfgoed ontbreekt nog vaak bij gemeenten en
ontwikkelaars. Er moet dus nog wel een slag geslagen worden om erfgoed (ook het
immateriële erfgoed) daadwerkelijk als inspiratiebron voor een ruimtelijk ontwerp
te gebruiken of te verbinden aan ruimtelijke opgaven. Goed opdrachtgeverschap
kan daarbij helpen.
Gelukkig heeft ook de minister in ‘Erfgoed telt’ aangegeven dat zij alle inwoners van
Nederland wil betrekken bij het erfgoed en de toegankelijkheid ervan wil vergroten.
Ondersteuning kan right to challenge bieden, een vorm van burgerparticipatie die in
het regeerakkoord wordt genoemd. Dit instrument zal meer ruimte bieden aan
maatschappelijke initiatieven: burgers en lokale verenigingen krijgen de
mogelijkheid om zelf voorstellen in te dienen voor het behoud, gebruik en de
toegankelijkheid van erfgoed in hun directe omgeving. De raad ondersteunt dit,
maar naast ruimte voor de burgerinitiatieven is het ook de sector zelf die naar de
burgers toe moet gaan.
Meerstemmigheid en multi­perspectiviteit
Bijzonder aan erfgoed zijn de verhalen, die kunnen bijdragen aan de duiding van een
plek, landschap of regio. Ze kunnen het inzicht vergroten en vormen daarmee de
verbinding tussen mens en object of tussen mens en landschap. Dat roept wel
meteen vragen op, zoals: wie vertelt dat verhaal? En: welk verhaal? Leg het verhaal
voor aan een willekeurige groep mensen en een deel zal zich er niet in herkennen.
Bij gebouwde monumenten (meer dan bij cultuurlandschap dat van nature al
‘meerlagig’ is) is een veelgehoord bezwaar dat er vaak maar één verhaal wordt
verteld. En dat die verhalen selectief en oppervlakkig zijn, en kunnen leiden tot
mythevorming of bestaande situaties in stand houden. [ 8 ] Dat dit (in elk geval ten
dele) het geval is, is op zich verklaarbaar; bescherming van erfgoed komt meestal
voort vanuit groepen gelijkgestemden. Verschillende groepen in de samenleving
creëren hun eigen erfgoed.
                                                                                        37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>In een ideale erfgoedwereld worden juist mensen betrokken die met verschillende
perspectieven naar hetzelfde object kijken, waarbij verhalen vanuit meerdere
gezichtspunten en over meerdere periodes worden verteld. Het beeld dat dan
ontstaat, wordt vollediger, gelaagder en toont de (vaak) eeuwenlange dynamiek.
Dat maakt het erfgoed interessanter, zorgt voor een beter begrip ervan en maakt het
inclusiever. Belangrijker nog is dat elke extra laag van toegevoegde waarde is voor
alle mensen. Onderzoek van de Reinwardt Academie laat zien dat mensen het als
positief ervaren als ze inzien waar zij staan ten opzichte van een onderwerp en de
verhalen van anderen horen. Erkenning van diversiteit in perspectief is van belang
in de verbinding met erfgoed en de kwaliteit van de leefomgeving. [ 9 ]
Meerstemmige verhalen kunnen met ontwerpend onderzoek zichtbaar worden
gemaakt en zo richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen.
De meerstemmigheid vergroot ook het eigenaarschap van erfgoed door de
maatschappij, dat weer van belang is voor de duurzame instandhouding ervan. De
raad ziet hier een rol weggelegd voor de ontwerpende disciplines. Ruimtelijke
ontwerpers, architecten en kunstenaars zijn in staat met een wezenlijk andere blik
naar erfgoed te kijken.
    Garage Kempering Amsterdam Zuidoost
    Parkeergarage Kempering is erfgoed dat veel, soms tegenstrijdige, emoties
    oproept. Stedenbouwkundig en cultuurhistorisch van belang, van belang voor de
    hiphopscene, de Pinkstergemeente en meer. Omwonenden zien na acht jaar
    leegstand het gebouw het liefste gesloopt worden. De betrokken architect wil
    mensen laten inzien hoe prachtig en belangrijk dit gebouw weer kan worden.
    De garage is een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijke
    stedenbouwkundige plan van de Bijlmermeer. Vanaf de verhoogde rijweg van de
    Karspeldreef reed je er met je auto zo in; nadat je had geparkeerd, liep je via een
    overdekte verbindingsstraat naar je flat. Onderweg had je uitzicht op de groene
    voetgangersoase van bosschages en gazons, waaruit alle Bijlmerflats oprezen.
    Vijftig jaar later is de Karspeldreef verlaagd en de flat Kempering gesloopt.
    De parkeergarage van deze flat staat op de nominatie om ook te worden
    afgebroken. Er liggen plannen voor woningbouw. In de buurt en de stad is
    daarvoor belangstelling. Maar er is ook nostalgie, verontwaardiging en verzet.
    Want in de garage wordt op dit moment nog gekerkt en gewoond. En er wordt
    gedroomd over een herontwikkeld gebouw met een verbindende rol in de K-
    buurt. Imagine IC maakte een tentoonstelling over alle uiteenlopende gevoelens
    en ambities rond Kempering en de plek die deze garage inneemt in het leven
    van velen. [ 10 ]
De essentie van erfgoed zit in het heden. In zijn oratie zei Hans Renes: “Voor mij is
erfgoed altijd omstreden, altijd onderwerp van discussies, altijd zowel bindend als
scheidend, soms bevestigend maar vaak ook emanciperend. Het gaat over wie wij
willen zijn en over de wereld die we na willen laten aan een volgende generatie.” [ 11 ]
Wat de raad terugkreeg uit de expertmeeting ‘publiek en identiteit’ is dat het erfgoed
gaat over jezelf in relatie tot het object, en dat is voor iedereen anders. Erfgoed is ook
niet altijd iets waar burgers trots op zijn. Ook het ‘ongewenste’ erfgoed is interessant
en belangrijk om te behouden, omdat het herinnert aan donkere kanten van de
geschiedenis. In Nederland en in de rest van Europa wordt steeds bewuster
                                                                                           38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>geprobeerd een weg te vinden in de omgang met beladen erfgoed. ‘Omarm de
complexiteit van erfgoed’ was een van de conclusies; versimpel niet, juist
complexiteit en multi-perspectiviteit zijn nodig. Bevraag burgers, betrek ze erbij en
maak dan keuzes als sector. [ 12 ]
De raad onderschrijft deze geluiden. Gelukkig is er ruimte om het belang van
erfgoed in een veranderende samenleving te herijken en van meer betekenis te
voorzien. Erfgoed zal daardoor een volgende fase ingaan, waarbij overheden en veld
zullen meebewegen.
Onze bijeenkomsten vonden plaats voordat ‘Erfgoed telt’ verscheen. We waren dan
ook verheugd daarin te lezen dat het Rijk een onderzoek laat uitvoeren naar de
ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag van de Raad van Europa plaatst
erfgoed in een maatschappelijke context en als onderdeel van een ontwikkelings- of
transformatieproces. [ 13 ] Het verdrag benoemt expliciet de functies van cultureel
erfgoed als middel om diversiteit te waarborgen en om burgers te engageren en te
verbinden. Voorbeelden ‘in de geest van Faro’ worden inmiddels verzameld ter
inspiratie. Het gaat daarbij om burgerinitiatieven die verder gaan dan verhalen. Het
gaat over reconstructie, over herbestemming of over restauratie. Zoals bij de Sint
Catharinakapel in het Limburgse Lemiers, waar een aantal dorpsbewoners met
elkaar de bijzondere interieurschilderingen restaureerde. Het toonde bovendien aan
dat burgerinitiatieven rondom erfgoed in krimpregio’s van onschatbare waarde
kunnen zijn. [ 14 ]
    Monument Indië-Nederland
    Een voorbeeld van een veranderend verhaal is het monument op het
    Olympiaplein in Amsterdam-Zuid dat in 1935 is opgericht ter ere van generaal
    J.B. van Heutsz. Van Heutsz, commandant van het Nederlands-Indische leger en
    gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, is een omstreden figuur. Voor de
    een symboliseert hij het geweld van de Nederlandse koloniale praktijk, voor de
    ander de ethiek van de Nederlandse koloniale politiek. Niet alleen Van Heutsz
    zelf, maar ook het naar hem vernoemde monument was vanaf het begin
    controversieel. Er werden oproepen gedaan om het monument af te breken of
    een andere naam te geven, het werd met verf besmeurd, er vond een bomaanslag
    plaats, er is geprobeerd het met dynamiet op te blazen en onderdelen van
    het monument verdwenen.
    Uiteindelijk werd de naam van het monument in 2001 gewijzigd in Monument
    Indië-Nederland. Het monument zou niet langer een eerbetoon aan Van Heutsz
    vormen, maar een symbool zijn voor de relatie tussen Nederland en Indonesië
    tijdens de koloniale periode (1596 – 1949). In 2007 werden er vier zuilen
    toegevoegd met historische afbeeldingen die deze relatie verbeelden. Op de
    achterkant van het monument werd een plaquette aangebracht waarop de
    geschiedenis en de bedoeling van het monument werden toegelicht. Bijna twintig
    jaar na de naamsverandering moet vastgesteld worden dat het niet gelukt is om
    de associatie met Van Heutsz uit te wissen. Het is de vraag of het mogelijk is om
    aan zo’n omstreden monument een nieuwe betekenis toe te kennen, en op welke
    manier dat bereikt zou kunnen worden. [ 15 ]
                                                                                      39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>We constateren dat de monumentensector is gebaat bij een bredere blik en een
grotere meerstemmigheid, zeker in het licht bezien van de aankomende
Omgevingswet waarin een flinke rol wordt toegedicht aan burgers. De afgelopen
jaren is de belangstelling voor methoden om meerstemmigheid te creëren,
toegenomen. Er zijn al goede stappen gezet; een voorbeeld hiervan is ‘Op de museale
weegschaal. Collectiewaardering in zes stappen’ van de RCE. Bij Imagine IC levert
het veldwerk input voor de methodiekontwikkeling. De discussie rondom
inclusiviteit wordt ook opener, maar vooralsnog blijft het bij debatten, projecten of
statements en is er nog weinig structureels.
De raad adviseert daarom te investeren in methodieken om de verhalen over
monumenten en archeologie daadwerkelijk diverser, betekenisvoller en rijker te
maken. Tegelijkertijd kunnen de professionals in het veld zelf actief op zoek gaan
naar deze andere perspectieven met een soort ‘scouts’, naar voorbeeld van het
platenlabel Top Notch, dat actief in alle lagen van de samenleving op zoek gaat naar
talent en innovatie.
     Omgevingswet en participatie
     Door burgerparticipatie te stimuleren bij het ontwikkelen van plannen, geeft de
     Omgevingswet een grote rol aan burgers. Dit zou voor de aanwijzing van
     monumenten van belang kunnen worden, omdat de keuze van burgers nog
     weleens anders kan uitpakken dan die van erfgoedprofessionals. Wat daarbij
     opvalt, is dat burgers vaak traditionelere ideeën hebben over monumenten dan
     experts. Sommige gemeenten experimenteren hier al langer mee. Zo nodigde
     Zwolle tien jaar geleden zijn inwoners uit om mee te denken over de voordracht
     van nieuwe gemeentelijke monumenten. Behalve dat bewoners monumenten
     konden voordragen, werden er verschillende belangengroepen betrokken bij de
     selectie. De gemeente had een set criteria opgesteld en een speciale commissie
     toetste alle voordrachten. Voor het draagvlak was het goed.
Communicatie
Bij archeologie speelt iets merkwaardigs: er gaat veel geld naar waardestellende
rapporten en gravend onderzoek en de interesse voor archeologie is groot, maar de
verbinding met de maatschappij ontbreekt dikwijls. Archeologie is bij uitstek de
discipline van het verhaal. Archeologie gaat leven en krijgt betekenis wanneer het
verhaal achter de vondsten wordt verteld. Goede voorbeelden daargelaten,
constateert de raad dat er bij archeologie in veel gevallen een gebrekkige
communicatie is. Op de vraag waarom er veel geld gaat naar iets wat niet zichtbaar
is, heeft de archeologiesector nog geen goed antwoord.
Communicatie speelt op drie momenten: voorafgaand, tijdens en na afloop van het
onderzoek of de opgraving. Voorafgaand aan het onderzoek gaat het om de
communicatie tussen de gemeente en de opgravende partij enerzijds en de
initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten anderzijds, over de noodzaak en
het belang van het onderzoek. Wanneer duidelijk gemaakt kan worden dat de
verstoorder – naast gesaneerde grond en de ruimte om zijn initiatief te realiseren –
een verhaal terugkrijgt dat hij kan inzetten voor zijn geplande ontwikkelingen, zal de
betrokkenheid bij het onderzoek waarvoor hij moet betalen groter zijn. Dat verhaal
moet dan wel toegankelijker zijn dan een wetenschappelijk rapport.
                                                                                       40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Niet alleen richting de verstoorder maar ook richting het publiek is het tijdens de
opgraving van belang om te communiceren. Archeologische vondsten bieden een
toegankelijke manier om publiek of bewoners inzicht te geven in het verleden en hen
hiervoor te enthousiasmeren. Ook het resultaat van de opgraving moet beter worden
gecommuniceerd. De raad spoort gemeenten, verantwoordelijk voor hun erfgoed,
aan de handschoen op te pakken in samenwerking met de archeologische bedrijven
die het onderzoek uitvoeren.
In Nederland worden jaarlijks duizenden archeologische rapporten geproduceerd
door tientallen opgravingsbedrijven, universiteiten en gemeenten. Het afgelopen
decennium waren dat er gemiddeld zo’n 7.400 per jaar. [ 16 ] De meeste onderzoeken
worden niet gepresenteerd als een maatschappelijke bijdrage, maar als een
wetenschappelijk rapport voor de eigen beroepsgroep. Enerzijds is dat noodzakelijk:
een objectieve vastlegging van feiten is nodig om volgende generaties de gelegenheid
te bieden verder onderzoek te doen. Anderzijds is daarvan een ‘vertaling’ nodig naar
een verhaal dat begrijpelijk is voor niet-archeologen.
De raad adviseert dan ook: maak archeologie zichtbaarder, maak duidelijk waarom
er een archeologisch onderzoek plaatsvindt, welke waarde het kan hebben voor de
stad, gemeente of ontwikkelaar en maak de resultaten begrijpelijk en zichtbaar.
Denk hierbij aan een lekenvertaling van rapporten en meer aandacht voor
communicatie met de opdrachtgever en het publiek. Het verhaal van de vindplaats
moet worden verteld, de manier waarop is cruciaal. De maatschappelijke
verankering moet er komen, om te voorkomen dat het draagvlak voor
archeologie afkalft.
    Plechelmusplein Oldenzaal
    Tussen 2011 en 2013 zijn tijdens archeologische opgravingen op het
    Plechelmusplein in Oldenzaal 2.750 skeletten ontdekt en gedocumenteerd, mede
    dankzij 1,5 miljoen euro steun van gemeente en provincie. Het plein bleek ruim
    duizend jaar als begraafplaats in gebruik te zijn geweest, veel langer dan
    aanvankelijk werd aangenomen en er werden veel meer begravingen
    aangetroffen. Een selectie van tweehonderd individuen is nader onderzocht via
    een populatieonderzoek, bestaande uit DNA-onderzoek, fysisch antropologisch
    onderzoek en een isotopenonderzoek. Het leverde een schat aan informatie op,
    bijvoorbeeld over mobiliteit, migratie en verwantschappen. Hierover kon een
    aansprekend verhaal aan het publiek verteld worden over tien eeuwen begraven
    in hartje Oldenzaal. Het publiek werd daarmee een trouwe supporter van het
    onderzoek en een gretig afnemer van alles wat gemeente, archeologen en andere
    onderzoekers te bieden hadden.
    Het opgravingsrapport werd veel gedownload, Oldenzalers kijken uit naar het
    publieksboek en waren aanwezig bij talloze lezingen, exposities, rondleidingen
    en presentaties. Tien inwoners zijn extra trots: zij mogen zich ‘Oer-Oldenzaler’
    noemen. Bijna 130 mannen uit de stad die konden aantonen dat ze in een rechte
    mannelijke lijn afstammen van voorouders die tot ten minste de achttiende eeuw
    in Oldenzaal of omstreken woonden, hebben DNA afgestaan voor een
    vergelijking met op het Plechelmusplein opgegraven en nader onderzochte
    individuen. Tien mannen bleken genetisch verbonden met drie van de
                                                                                     41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>    onderzochte individuen. Ze vormen een directe link tussen de huidige bevolking
    en hun begraven voorouders. [ 17 ]
Overigens moet de raad in dit verband drie positieve kanttekeningen maken,
waarvan er twee voortkomen uit de inzet van vrijwilligers en bijdragen aan het
creëren van draagvlak voor archeologie. De eerste betreft de gemeentelijke
archeologische depots (er zijn er 27 in Nederland), waar archeologisch erfgoed voor
publiek ontsloten wordt via educatieve projecten. [ 18 ] De tweede zijn de dertien
ArcheoHotspots, plekken waar bezoekers kunnen meehelpen met (de uitwerking
van) archeologisch onderzoek. De derde kanttekening is er een van financiële aard:
het Mondriaan Fonds heeft in de periode 2018 – 2021 in de Bijdrage
meerjarenprogramma’s speciale aandacht voor grootschalige publieksactiviteiten
voor archeologie, zodat de toegankelijkheid van archeologie voor het bredere publiek
en het publieksbereik kunnen worden vergroot.
    Noord-Zuidlijn Amsterdam
    Vanaf 2003 is bodemonderzoek gedaan in de bouwputten van de Noord-Zuidlijn.
    Met name de bouwputten voor de stations Damrak en Rokin waren interessant;
    deze liggen in het historisch centrum van Amsterdam en konden de meeste
    informatie bieden over de vroege geschiedenis van de stad. Bovendien loopt het
    metrotracé hier door de bedding van de Amstel.
    Door de 700.000 bodemvondsten te verbinden met al bekende gegevens uit
    bodemonderzoek werd het inzicht vergroot in het ontstaan van Amsterdam in
    het derde kwart van de twaalfde eeuw en kon geconcludeerd worden dat de
    eerste Amsterdammers ambachts- en kooplieden waren. Géén boeren, zoals in
    geschiedenisboeken staat.
    Het 6 miljoen euro kostende onderzoek is toegankelijk gemaakt voor het publiek.
    Er kwamen een monumentaal boek en een fotocatalogus met 11.279 van de
    circa 700.000 voorwerpen. Daarnaast zijn tienduizenden voorwerpen
    geselecteerd voor een tentoonstelling in twee grote vitrines
    in Metrostation Rokin.
    In een digitale rondleiding op de website ‘belowthesurface.amsterdam/nl’ zijn de
    vondsten aan een tijdbalk gekoppeld en virtueel te zien. Daar zijn straks ook de
    achterliggende datasets van alle gevonden voorwerpen geplaatst, waarmee het
    voor iedereen mogelijk wordt zelf onderzoek te doen naar de vondsten en eigen
    catalogi samen te stellen. Door de opzet van het boek en de website worden de
    resultaten van het langjarige onderzoek in het tracé Noord-Zuidlijn niet alleen
    voor de professionele archeoloog, maar ook voor de geïnteresseerde leek en
    het onderwijs ontsloten.
                                                                                     42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
– Meerstemmige verhalen kunnen met ontwerpend onderzoek zichtbaar worden
  gemaakt en zo richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. De raad ziet
  hier een rol weggelegd voor de ontwerpende disciplines.
– De raad adviseert overheden te investeren in methodieken om de verhalen over
  monumenten en archeologie daadwerkelijk diverser, betekenisvoller en rijker te
  maken. Tegelijkertijd kan direct gestart worden met een actieve ‘Top Notch-
  benadering’, waarin in alle lagen van de samenleving stemmen
  gerekruteerd worden.
– De raad spoort gemeenten in samenwerking met de archeologische bedrijven
  aan: maak archeologie zichtbaarder, maak duidelijk waarom er een archeologisch
  onderzoek plaatsvindt, welke waarde het kan hebben voor de stad, gemeente of
  ontwikkelaar en maak de resultaten begrijpelijk en zichtbaar. Denk hierbij aan
  een lekenvertaling van rapporten en meer aandacht voor communicatie met de
  opdrachtgever en het publiek. Het verhaal van de vindplaats moet worden
  verteld, de manier waarop is cruciaal.
                                                                                  43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>  1
Gisteren vandaag.
Erfgoedbelangstelling en erfgoedbeoefening.
Het culturele draagvlak, nr. 15.
Broek, van den, A., Houwelingen, van. P., 2015
  2
Natuur en Cultuur.
Een vergelijkende verkenning van betrokkenheid en beleid.
Steenbekkers, A., Broek, A. van den, 2014
  3
Straatwaarden.
Het nieuwe speelveld van maatschappelijke erfgoedpraktijken.
Knoop, R., Schwarz, M. (red.), 2017
  4
‘archeologiedagen.nl’
  5
Erfgoed.
De geschiedenis van een begrip.
pagina 12, 13, Grijzenhout, F., 2007
  6
Erfgoed.
De geschiedenis van een begrip.
Krabbe, C.P., 2007
  7
Questions sur le patrimoine.
Audrerie, D.,
Bordeaux 2003
  8
Expertmeeting publiek en identiteit.
november 2017
  9
Momenteel werkt het SCP aan een beschouwing over erfgoed en
identiteit, dat nationale identiteit als onderwerp heeft. Aan de orde
komt onder meer de spanning tussen de gedachte dat erfgoed verbindt
enerzijds en het gegeven dat erfgoed ook betwist kan zijn en tot twist
kan leiden anderzijds. Als eerste staat in 2019 een project op de rol
over erfgoed in het licht van vraagstukken als cohesie en inclusie. In
beide genoemde projecten gaat het bij erfgoed nadrukkelijk ook over
immaterieel erfgoed.
  10
‘Beladen Erfgoed.
Garage de Kempering (video)’;
‘Kempering: modern monument’
  11
In rede ‘Erfgoed in interessante tijden’, uitgesproken bij de
aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Erfgoedstudies, in
het bijzonder erfgoed van stad en land, vanwege het ministerie van
OCW/RCE, bij de faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit
Amsterdam op 7 juli 2011.
                                                                       44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>  12
Als suggestie aan de sector werd door aanwezigen meegegeven: let op
de taal die gebruikt wordt. De terminologie is er niet een die veel
mensen herkennen.
  13
Inmiddels hebben achttien landen het verdrag geratificeerd.
  14
‘ruimtevolk.nl’
  15
Van standbeeld naar schandpaal?‘
voertaal.nu’
  16
De rapporten zijn te raadplegen via het online portaal voor
wetenschappelijke publicaties.
‘narcis.nl’
  17
Archeologie in Nederland.
ADC ArcheoProjecten,
nr. 3 juni 2017
  18
Meer dan de helft van het Nederlandse archeologisch erfgoed ligt in 27
gemeentelijke depots opgeslagen. Samen met provinciale depots
vormen zij de archeologische schatkamer van Nederland.
Verder graven in depots.
Erfgoedinspectie, oktober 2018
                                                                       45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten
        en Archeologie / Erfgoed en Financiering / 5. Erfgoed en Financiering
         5. Erfgoed en Financiering
“Monumentenmarkt niet zo hijgerig. Voor wie iets moois wil, de tijd heeft en zich wil
verdiepen, biedt een monumentaal pand een geschikt alternatief op de huidige
krappe koopwoningmarkt.” Begin vorig jaar meldden het Nationaal
Restauratiefonds (NRF) en de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) dit bij
de bekendmaking van de cijfers over 2017 van de monumentenmarkt. De
gemiddelde vierkante-meterprijs van de door NVM-makelaars verkochte
monumenten was in 2017 9,5 procent hoger dan in 2016; voor de totale bestaande
koopwoningmarkt was dat 7,8 procent. Voor een monument werd in 2017 gemiddeld
481.000 euro neergeteld, terwijl dit voor de totale markt dit 260.000 euro was. Een
(rijks)monument is prijzig, maar dan heb je ook wat, volgens het NRF en de NVM,
want de hogere prijzen geven ook meteen de bijzondere meerwaarde ervan aan. [ 1 ]
Dat de instandhouding van monumenten niet alleen geld kost maar ook geld
oplevert, maakt het bovenstaande wel duidelijk. Tenminste, wanneer het gebouwde
monumenten betreft, maar niet elk type en ook niet op elke plek. Bovendien, voor
archeologische monumenten en cultuurlandschappen geldt dit niet. De raad plaatst
daarom hierbij wel de kanttekening dat er in Nederland, wat de economische waarde
van monumenten betreft, sprake is van een flinke ongelijkheid.
Waar gebouwde monumenten in elk geval voor een hogere economische waarde
zorgen, is in de stad. Uit verschillende onderzoeken blijkt een directe relatie tussen
een gebouwde omgeving met veel monumenten en hogere grond- en
vastgoedprijzen. [ 2 ] Daarnaast blijkt uit de ‘Atlas voor gemeenten 2015’ dat mensen
bereid zijn gemiddeld 60.000 euro meer te betalen voor een monument in een
monumentale omgeving en 30.000 euro voor een niet-monument in dezelfde
monumentale omgeving. Puur vanwege het historische karakter van het pand, en dat
staat nog los van de vele voorzieningen, die zich meestal ook in zo’n monumentale
omgeving bevinden. Het geld dat geïnvesteerd is in de instandhouding van
monumenten heeft externe effecten; niet alleen op de buurt eromheen, maar op de
hele stad en zelfs op zijn omgeving, tot zo’n tien kilometer ervandaan. [ 3 ]
Investeren in monumenten loont. Dit is dan ook jarenlang door het Nationaal
Restauratiefonds verkondigd. Toen in 2010 de toenmalig staatssecretaris van
Cultuur aantrad, was een van de eerste rapporten die hem werd aangeboden
‘Investeren in monumenten 2010’, waarin het Nationaal Restauratiefonds uiteenzet
dat het Rijk voor elke euro subsidie aan monumenten 1,5 euro terugkrijgt. [ 4 ]
Publieke financiering
Het draagvlak voor de instandhouding van onroerend erfgoed is groot, zowel
politiek als privaat. [ 5 ] De bereidheid daarvoor in de buidel te tasten, is ook groot.
Opeenvolgende kabinetten hebben de erfgoedsector uit de wind gehouden en de
overheidsbijdrage aan investeringen in monumenten is, in tegenstelling tot andere
                                                                                         46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>cultuursectoren, nauwelijks teruggelopen. Naast het Rijk trekken ook provincies en
gemeenten middelen uit voor cultureel erfgoed, onder meer voor restauraties en
instandhouding, maar ook voor publieksevenementen zoals de Open
Monumentendag en de Nationale Archeologiedagen. [ 6 ]
Tegelijkertijd is de financiële bijdrage door particulieren en private partijen in deze
sector vanouds groot. Sterker, monumenteneigenaren brengen zelf het grootste deel
van de investeringen in monumenten op. Bij archeologie is het private aandeel in de
kosten ook groot vanwege het ‘verstoorder betaalt-principe’.
De instandhouding van (archeologische) monumenten wordt door het ministerie
van OCW op verschillende manieren financieel ondersteund: via subsidieregelingen
en het Nationaal Restauratiefonds. Ook het Fonds voor Cultuurparticipatie, het
Fonds voor Creatieve Industrie en het Mondriaan Fonds hebben een budget voor
(beleving van) erfgoed beschikbaar. Daarnaast levert het ministerie van Financiën
een bijdrage via fiscale voordelen voor eigenaren van landgoederen die vallen
onder de Natuurschoonwet.
Jaarlijks wordt door het Rijk circa 180 miljoen euro aan instandhouding van
monumenten beschikbaar gesteld. [ 7 ] In het huidige regeerakkoord is er nog eens
323,5 miljoen extra beschikbaar voor erfgoed en monumenten, waarvan 95 miljoen
extra voor restauratie en extra geld voor het Nationaal Restauratiefonds. [ 8 ] [ 9 ]
Daarnaast is er 31,5 miljoen extra begroot voor archeologie, 13,5 miljoen euro voor
een gezamenlijke kerkenaanpak in Nederland en 15 miljoen euro voor de Groningse
monumenten in het aardbevingsgebied. [ 10 ] [ 11 ]
Rijkssubsidies
Het Rijk wil een goede zorg voor en het behoud van cultureel erfgoed stimuleren.
Met verschillende subsidieregelingen heeft het Rijk in de periode 1995 – 2010 een
restauratieachterstand bij het monumentenbestand teruggebracht van 40 naar
10 procent. [ 12 ] Dit percentage wordt algemeen acceptabel gevonden, maar mag niet
verder oplopen. Om de monumenten in goede staat te houden en kostbare en
ingrijpende restauraties te voorkomen, wordt planmatig onderhoud gestimuleerd
met de Subsidieregeling instandhouding monumenten (hierna: Sim, bedoeld voor
niet-woonhuizen).
Voor woonhuismonumenten was tot voor kort een combinatie van leningen en
fiscale aftrek beschikbaar. Per 1 januari 2019 is de fiscale aftrek voor particuliere
eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie komen te vervallen. Hiervoor
is nu een subsidieregeling beschikbaar: de Instandhoudingssubsidie woonhuis-
rijksmonumenten. Door de omvorming van de fiscale aftrek naar een
subsidieregeling is vanaf 2019 jaarlijks 62 miljoen euro beschikbaar: 45 miljoen euro
voor particuliere woonhuiseigenaren en 17 miljoen euro extra voor de Sim (waarvan
5 miljoen euro voor groen erfgoed). [ 13 ]
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is verantwoordelijk voor de
uitvoering van de rijkssubsidieregelingen. De uitbetaling wordt gedaan door het
Nationaal Restauratiefonds. De Sim betreft circa 25.000 rijksmonumenten, zoals
kerken, kastelen en molens, maar ook groene en archeologische monumenten vallen
onder deze regeling. [ 14 ] De subsidie hiervoor is bedoeld voor sober en doelmatig
                                                                                        47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>onderhoud op basis van een instandhoudingsplan met een looptijd van zes jaar.
Het Rijk draagt maximaal 60 procent van de totale kosten bij. Met de
Instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten erbij
(circa 36.000 rijksmonumenten), zal de RCE jaarlijks circa
15.000 subsidieaanvragen behandelen.
Volgens de raad werkt de Sim over het algemeen goed voor de meeste gebouwde
monumenten. Uit gesprekken met het veld bleken er echter nog een paar knelpunten
in de regeling te zitten. [ 15 ] Twee daarvan, de problematiek van de subsidieperiode
van zes jaar voor eigenaren van grote monumenten en de beschikbare middelen voor
groen erfgoed, zijn goeddeels ondervangen in ‘Erfgoed telt’. Wat volgens ons
daarmee nog niet helemaal wordt opgelost, is de instandhouding van de
1.400 archeologische monumenten. De Sim blijkt onvoldoende een duurzaam
beheer van archeologische monumenten te stimuleren.
Van de Sim wordt voor de instandhouding van archeologische monumenten weinig
gebruikgemaakt, waardoor er gek genoeg voor archeologie geld overblijft. Het veld
geeft hiervoor twee redenen aan: ten eerste dat de meeste eigenaren van
archeologische monumenten te weinig kennis hebben van de Sim; ten tweede dat
eigenaren – wanneer ze de Sim wel kennen – niet snel subsidie aanvragen voor de
instandhouding van een – meestal – onzichtbaar monument dat ze niet kunnen
gebruiken, waarmee ze geen geld verdienen en waaraan ze ook nog bijna de helft zelf
moeten bijdragen. Zolang het in de grond zit, voelt een eigenaar zich niet
aangesproken iets te ondernemen en ervoor te zorgen. Dan geldt ‘wat niet weet,
wat niet deert’.
Hoewel ‘Erfgoed telt’ hieraan aandacht besteedt en plannen heeft voor een betere
communicatie, financiering van klein onderhoud en een monitor, vraagt de raad zich
af of de Sim wel geschikt is voor archeologie. Voor een duurzame instandhouding
van archeologische monumenten is meer nodig dan alleen een regeling die de helft
van de kosten voor sober en doelmatig onderhoud vergoedt. Naast bewustwording is
er vooral een prikkel nodig die eigenaren verleidt wel het onderhoud van hun
archeologische rijksmonument ter hand te nemen. Compensatie komt dan weer om
de hoek kijken in de klassieke redenering van de eigenaar die door de overheid
wordt beperkt – door het nationale belang ervan – in de vrijheid van omgang met
zijn bezit. Wanneer in ruil voor deze inperking van vrijheid de eigenaar enige vorm
van compensatie ontvangt, erkent de overheid dat de instandhouding is afgewenteld
op de eigenaar, meestal een particulier. De raad adviseert nog eens te verkennen op
welke wijze het budget dat bestemd is voor instandhouding van archeologische
monumenten het meest doelmatig kan worden ingezet.
Naast de Sim en de Instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten is er de
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten. Deze subsidie
ondersteunt eigenaren, gemeenten en provincies financieel bij het onderzoek naar
nieuwe functies voor monumenten zoals kerken, fabrieken en scholen, en het wind-
en waterdicht maken van leegstaande panden. De regeling moet leegstand zoveel
mogelijk voorkomen c.q. opheffen en geldt voor rijks-, provinciale- en gemeentelijke
monumenten, en zelfs voor gebouwen zonder monumentstatus, die volgens de
betrokken gemeente wel een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben. [ 16 ]
                                                                                      48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Restauratiesubsidies werden tot 2012 direct door het Rijk verleend. Sindsdien is het
budget hiervoor ondergebracht bij de provincies.
Nationaal Restauratiefonds
Al in 1985 zijn restauratiesubsidies voor woonhuismonumenten vervangen door
laagrentende leningen. Bewoners van een monument blijken veel meer geneigd te
zijn eigen geld in het onderhoud te steken dan eigenaren die het monument niet als
woonhuis gebruiken. Voor de overheid een reden subsidie als prikkel juist daar in te
zetten, waarin minder vanzelfsprekend wordt geïnvesteerd. [ 17 ]
Voor de verstrekking van de leningen heeft het Rijk in hetzelfde jaar Stichting
Nationaal Restauratiefonds (NRF) opgericht, met een initiële storting vanuit het
Rijk. Later heeft het NRF ook middelen aangetrokken van decentrale overheden en
andere, private partijen, waaronder banken en fondsen. Het NRF is een succesvol
revolverend fonds, omdat het stabiliteit en continuïteit biedt aan de
monumenteigenaar, onafhankelijk van de conjunctuur. Deels komt dit omdat het
fonds politiek ‘met rust gelaten’ is, waardoor het kapitaal heeft kunnen groeien.
Inmiddels beschikt het fonds over 500-600 miljoen euro fondsvermogen en is het
voor de financiering van restauratie en onderhoud aan rijksmonumenten
onafhankelijk van bijdragen uit het cultuurbudget van het ministerie van OCW.
Jaarlijks wordt circa 40 miljoen euro via restauratieleningen geïnvesteerd,
beschikbaar uit aflossingen van lopende leningen.
Het NRF ondersteunt eigenaren die een rijksmonument willen onderhouden,
restaureren of verduurzamen met een lening tegen gunstige voorwaarden. Voor de
financiering van het behoud en het benutten van een monument kan de eigenaar
terecht bij één loket. Het biedt verschillende typen leningen aan voor projecten,
waarvoor eigenaren bij een reguliere bank niet terechtkunnen, lang en tegen een
lagere rente, en geeft specifieke informatie. Er zijn leningen voor rijksmonumenten
met een woonfunctie, voor rijksmonumenten zonder woonfunctie, voor
monumentale kerken, voor monumentale scholen, voor provinciale en gemeentelijke
monumenten en beeldbepalende panden in beschermde dorps- en stadsgezichten.
Inmiddels is er ook een lening voor verduurzaming opgenomen. De leningen worden
op annuïtaire wijze afgelost met een rente vanaf 1 procent voor eigenaar-bewoners
van een rijksmonument.
Het NRF onderscheidt zich door een combinatie van financieringsproducten en
kennis. Het beschikt over financial engineering; bij het NRF zijn ingewikkelde
financieringsopgaven aan de orde van de dag. De raad is enthousiast over het NRF,
zijn positie is uniek, zijn draagvlak is groot en betekenis verrijkend.
Toch wil hij graag een aanbeveling over het NRF meegeven. De raad mist een meer
ontwikkelingsgerichte visie van deze ‘bankier van het verval’. Onder invloed van de
transities in de fysieke leefomgeving en de sociaal-maatschappelijke transities
verandert de monumentenwereld. Met deze verandering, in combinatie met de
toenemende behoefte aan maatwerk en differentiatie, ziet de raad ook een verder
verschuivende rol voor het NRF. De raad ziet die rol met name op het terrein van de
verduurzaming van erfgoed, een grote uitdaging de komende periode.
                                                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Het aantal rijksmonumenten maakt slechts 1 procent uit van de totale
gebouwenvoorraad, maar heeft zeer specifieke duurzaamheidseisen. Voor de
verduurzaming van monumenten is er vanuit de eigenaren een toenemende behoefte
aan specialistische informatie. Die voorlichtingstaak is nog niet goed belegd en door
de directe koppeling met financieringsvragen ziet de raad hier een rol voor het NRF.
Het NRF is gestart met de financiering van verduurzaming, maar zou zich verder
kunnen ontwikkelen tot hét financieel expertisecentrum in de erfgoedwereld, waar
zich alle kennis concentreert rond de financiering van verduurzaming en
herbestemming van monumenten; voor interieurs en kerken, voor een onrendabele
top en dat allemaal voor zowel rijks- provinciale als gemeentelijke monumenten.
De raad adviseert de mogelijkheden daartoe te verkennen.
NWO-programma archeologie
Sinds 2016 had het ministerie van OCW een bescheiden fonds (jaarlijks
250.000 euro) ondergebracht bij de NWO voor verdiepend wetenschappelijk
onderzoek naar archeologische vondsten van (inter)nationaal belang.
Dit programma steunde de gemeenten, die volgens het principe ‘de verstoorder
betaalt’ ook verantwoordelijk zijn voor de afhandeling van heel bijzondere vondsten,
en bood de mogelijkheid daarnaar verder onderzoek te doen. In de uitvoering
werkten de NWO en de RCE samen. De raad was blij met dit initiatief, vanuit de
gedachte dat de financiering van aanvullend onderzoek niet altijd van de
‘verstoorder’ verlangd kan worden, terwijl het wetenschappelijk en maatschappelijk
belang van archeologisch onderzoek, namelijk het vergroten van de kennis over ons
verleden, hiermee wel is gediend.
Het programma is inmiddels gestopt, maar op dit moment is er een nieuwe call voor
archeologie die in maart opengaat. Het ministerie heeft samen met de NWO het
onderzoeksprogramma ‘Archeologie telt. Op weg naar toekomstbestendig
archeologisch onderzoek’ ontwikkeld. Het doel van het nieuwe programma (met een
looptijd van drie jaar) is het stimuleren van onderzoek, waarbij (innovatieve)
methoden en technieken worden ingezet. Daarbij is de hele kennisketen betrokken.
Een belangrijke ambitie van het programma is om publiek-private samenwerkingen
te ontwikkelen die leiden tot een structurele uitwisseling van kennis. Het totale
budget voor deze call is circa 2,5 miljoen euro. [ 18 ]
Fiscale regelingen
Tot 1 januari 2019 konden eigenaren van woonhuismonumenten 80 procent van de
kosten voor het onderhoud aan het pand fiscaal verrekenen in hun belastingaangifte.
Sinds dit jaar is dat omgezet in de regeling Instandhoudingssubsidie woonhuis-
rijksmonumenten. Eigenaren van landgoederen en buitenplaatsen die volgens de
Natuurschoonwet (NSW) zijn gerangschikt als NSW-landgoed, kunnen
gebruikmaken van bijzondere regelingen voor: de onroerendezaakbelasting, de
erfbelasting, de schenkbelasting, de overdrachtsbelasting, de inkomstenbelasting en
de vennootschapsbelasting. [ 19 ] Overigens kunnen eigenaren van een NSW-landgoed
sinds 2019 ook gebruikmaken van de Instandhoudingssubsidie woonhuis-
rijksmonumenten. [ 20 ] Monumentenorganisaties hebben daarnaast profijt
van de Geefwet. [ 21 ]
                                                                                      50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Rijkscultuurfondsen
Voor erfgoedcategorieën die buiten reguliere subsidieregelingen vallen, zoals mobiel
erfgoed, en crossover-projecten met andere cultuursectoren heeft het Rijk middelen
ondergebracht bij de rijkscultuurfondsen. Zo heeft het Mondriaan Fonds de Bijdrage
Mobiel Erfgoed, bedoeld voor bijzondere projecten van organisaties die gericht zijn
op zichtbaarheid, draagvlakvergroting of educatie en bijdragen aan de
professionalisering en versterking van mobiel erfgoed als geheel. [ 22 ] Ook
ondersteunt het Mondriaan Fonds rijksmonumenten die als presentatieplek
gebruikt worden via de Bijdrage Meerjarenprogramma’s Presentatie-instellingen.
Een voorbeeld is het Kunstfort Vijfhuizen, onderdeel van de Stelling van Amsterdam
en een presentatieplek waar militair erfgoed en hedendaagse beeldende kunst elkaar
versterken. Vanuit de bijdrage Meerjarenprogramma’s Musea en overige
Erfgoedinstellingen is er in de periode 2018 – 2021 speciale aandacht voor
grootschalige publieksactiviteiten voor archeologie, bedoeld om de toegankelijkheid
ervan te vergroten.
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie heeft het Ontwerpprogramma Erfgoed en
Ruimte, waarvoor jaarlijks 800.000 euro subsidie beschikbaar is voor
samenwerking tussen ontwerpers en erfgoedsectoren die ontwerp verbinden aan
ruimtelijk cultureel erfgoed. Het programma is in nauwe samenwerking met de RCE
opgezet en uitgevoerd. [ 23 ] Het Fonds Cultuurparticipatie heeft altijd een regeling
die aansluit bij een project voor de vele vrijwilligers die actief zijn in de sector, of bij
een educatieproject.
Provinciale subsidies
Tot 2012 verstrekte het Rijk zelf de subsidies voor restauratiewerkzaamheden aan
rijksmonumenten. Sindsdien is het budget hiervoor (circa 20 miljoen euro per jaar)
ondergebracht bij de provincies. Die hebben nu een eigen fonds dat zij aanvullen
door het bedrag van het Rijk te matchen. Drenthe, Friesland, Groningen, Limburg
en Utrecht verdubbelen dat bedrag; Flevoland, Friesland, Noord-Holland,
Overijssel, Zuid-Holland en Zeeland dragen bij, maar halen de verdubbeling niet.
Noord-Brabant en vooral Gelderland dragen veel meer bij. [ 24 ] De onderlinge
budgetten verschillen per provincie sterk, evenals de restauratieregelingen en
prioriteiten. [ 25 ] In totaal omvatten de erfgoedbudgetten van de provincies ongeveer
85 miljoen euro per jaar; dus bovenop de 20 miljoen euro van het Rijk dragen zij
samen zo’n 65 miljoen euro bij. [ 26 ] Omdat er ook vanuit economische, ruimtelijke,
culturele en maatschappelijke programma’s bijgedragen wordt aan
erfgoeddoelstellingen, gaan de investeringen feitelijk nog verder.
    Noord-Brabant
    Een van de instrumenten binnen het erfgoedbeleid van Noord-Brabant is de
    Erfgoedfabriek. Dit is een langlopend investeringsprogramma voor het behoud
    van waardevolle cultuurhistorische complexen als identiteitsdragers in het
    Brabantse landschap. De Erfgoedfabriek richt zich voor een duurzame exploitatie
    van erfgoedcomplexen op herbestemming of facilitering. Daartoe kan met
    kennis, expertise en beperkte middelen het proces naar een haalbare
    businesscase worden gefinancierd. Wanneer het gaat om iconen binnen de
    verhaallijnen van Noord-Brabant, kan er mee worden geïnvesteerd. [ 27 ]
                                                                                             51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>    De verhaallijnen zijn Bevochten Brabant, Religieus Brabant, Innovatief Brabant
    en Bestuurlijk Brabant; zij vertellen elk een specifiek verhaal uit de Brabantse
    geschiedenis. De provincie verbindt hiermee locaties, verhalen en landschappen.
Provinciale cultuurfondsen voor Monumenten
Vanaf 2003 – 2005 hebben de provincies, het Nationaal Restauratiefonds (NRF) en
het Prins Bernard Cultuurfonds (PBC) samen revolverende cultuurfondsen voor
monumenten opgericht, bedoeld voor de instandhouding van provinciale en
gemeentelijke monumenten. Deze fondsen opereren naast het NRF en de budgetten
verschillen per provincie. Eigenaren kunnen bij deze fondsen een laagrentende
lening aanvragen voor de restauratie of instandhoudingswerkzaamheden aan hun
monument. Negen provincies hebben een fonds; in Drenthe, Limburg en Flevoland
bestaat er (nog) geen cultuurfonds voor monumenten. Drenthe heeft wel het Drents
Monumentenfonds. In Friesland en Groningen is de regeling verbreed; ook
herbestemmings- en verduurzamingskosten komen in aanmerking voor
financiering. In 2017 werden uit deze revolverende fondsen 30 laagrentende
leningen toegekend voor een totaalbedrag van 2 miljoen euro. [ 28 ]
Over de rol van de provincies in relatie tot de financiering van erfgoed, wil de raad
het volgende opmerken: kijkend naar de ontwikkeling van monumenten en de drie
overheidslagen, dan zien we een aantal pluspunten voor de provincie ten opzichte
van zowel het Rijk als de gemeenten. Er kan een goede financiële basis worden
gelegd; de provincie heeft al de verantwoordelijkheid voor het verdelen van het
rijksgeld voor restauraties en er zijn cultuurfondsen voor monumenten. In het
algemeen gaat het verdelen van de restauratiegelden goed en volgens de raad zou dit
middenniveau zich verder mogen ontwikkelen.
Daarnaast kunnen de provincies relaties leggen tussen erfgoed en ruimtelijke,
maatschappelijke en economische doelstellingen. De provincie is, eerder dan het
Rijk, in staat financiering uit verschillende beleidsterreinen te combineren, wat
waarschijnlijk ook doelmatiger en efficiënter uitpakt. [ 29 ] Tot slot past niet elke
oplossing overal in Nederland. De provincie heeft inzicht in de voorraad
monumenten, weet wat er speelt in de omgeving en zit sterk in de ruimtelijke
ordening. De provincie kan hierdoor kan beter prioriteiten stellen en meer sturen op
kwaliteit, in plaats van vooral toetsing aan juridische kaders.
Tegelijk constateert de raad dat bij een aantal provincies voldoende kennis en kunde
is, maar niet bij allemaal. Wil het bovenstaande goed uitwerken, dan moet die
kennis in alle provincies voorhanden zijn. De raad adviseert te verkennen hoe de
toekomstige rol van provincies in het erfgoedbestel verder versterkt kan worden en
hoe het kennisniveau in alle provincies op peil te krijgen is. Hij spoort OCW, BZK,
RCE, IPO en VNG aan de samenwerking hierin te versterken.
Gemeentelijke subsidies
Naast de provincies heeft een aantal gemeenten een eigen restauratiefonds opgericht
voor eigenaren van gemeentelijke monumenten, bedoeld om restauraties en
hypotheken te financieren. Op dit moment zijn dat Amsterdam, Deventer,
Dordrecht, Haaglanden (MonumentenFonds 1818), Hilversum, Maastricht
(Elisabeth Strouven Fonds), Moerdijk, Leeuwarden, Rotterdam, Schiedam en
                                                                                      52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Utrecht. De fondsen zijn ondergebracht bij het Nationaal Restauratiefonds. [ 30 ]
Daarnaast is er ook in Gelderland een aantal gemeenten met een eigen regeling.
De raad constateert dat – los van bovengenoemde gemeenten – de meeste
gemeenten geen (financieel) beleid hebben dat voorzieningen of ondersteuning biedt
aan de zelf aangewezen monumenten en evenmin aan provinciale of
(archeologische) rijksmonumenten. De gemeentelijke bijdrage wordt door de sector
gemist, zowel bij gebouwde en archeologische monumenten als bij
cultuurlandschappen. Dit hoeft zich niet altijd te vertalen in financiële middelen,
maar zou ook kunnen in de vorm van een belastingkorting of een verlaging van de
leges. Een grote bijdrage kan de gemeente leveren door akkoord te gaan met een
bestemmingswijziging van een monument. De raad wil gemeenten oproepen hieraan
meer aandacht te besteden, ook met de toekomstige omgevingsvisies
in het achterhoofd.
Private financieringsstromen
Het aandeel privaat geld is in deze sector vanouds groot. Dat heeft alles te maken
met het feit dat veruit de meeste monumenten of terreinen in eigendom zijn van
particulieren of private stichtingen en verenigingen, en slechts in beperkte mate van
overheden. Monumenteneigenaren betalen zelf het grootste deel van de
investeringen in monumenten. Bij archeologie is het private aandeel in de kosten
ook groot vanwege het ‘verstoorder betaalt-principe’. Daar wordt het meeste
onderzoek betaald door de verstoorder; naast overheden zijn dat meestal grote
aannemers, bouwbedrijven en particulieren. [ 31 ] Hierdoor gaat er verplicht veel
privaat geld naar archeologie; specifieker, naar de opgraving.
Naast eigenaren investeren ook een flink aantal private partijen en private fondsen
in het behoud van erfgoed. De voorwaarden en doelstellingen van deze fondsen zijn
zeer divers. Die lopen uiteen van een fonds voor stolpboerderijen in Noord-Holland
tot een fonds voor het energiezuinig maken van monumentale woningen in de regio
Utrecht. Sommige fondsen ondersteunen elk type erfgoed, van rijksniveau tot
gemeentelijke niveau, en andere fondsen richten zich juist op één type erfgoed. We
gaan hier specifieker in op drie typen financiers: het Prins Bernard Cultuurfonds, de
loterijen en crowdfunding.
Prins Bernhard Cultuurfonds
Het grootste private fonds in Nederland is het Prins Bernard Cultuurfonds (PBC).
Dit fonds participeert in revolverende fondsen, zoals de cultuurfondsen voor
monumentennen het MonumentenFonds 1818, maar stelt daarnaast ook zelf geld ter
beschikking voor de instandhouding van rijksmonumenten. [ 32 ] In 2017 gaf het
fonds hieraan 4,8 miljoen euro uit, vooral aan monumenten met een publieke
bestemming. Voor archeologie is er een aantal fondsen op naam beschikbaar,
waarbij moet worden opgemerkt dat de onzichtbaarheid van archeologie de bijdrage
van fondsen remt. [ 33 ] Het PBC draagt bij aan diverse soorten restauraties, van
kerken tot molens. Vaak gaat het om de restauratie van het exterieur van deze
monumenten. De grootste inkomstenbronnen van het fonds zijn de BankGiro Loterij
(16 miljoen euro) en de Nederlandse Loterij (5 miljoen euro).
                                                                                      53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Loterijen
De BankGiro Loterij heeft zich in Nederland ontwikkeld tot een geldstroom die
losstaat van markt- en beleidsontwikkelingen. [ 34 ] Het grootste aandeel in de
afdracht gaat naar het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ook een paar
monumentenorganisaties zijn vaste partners, zoals Vereniging Hendrick de Keyser,
BOEi, De Hollandsche Molen en Kasteel de Haar. Daarnaast gaan jaarlijks
eenmalige schenkingen naar grote restauratieprojecten, zoals de Eusebiuskerk in
Arnhem, Kasteel Helmond of Sterrenwacht Sonnenborgh. [ 35 ] Ook de Postcode
Loterij geeft geld aan erfgoed, maar spitst zijn bijdrage meer toe op
cultuurlandschappen. Zo steunt de Postcode Loterij de Vereniging Nederlands
Cultuurlandschap, LandschappenNL en Natuurmonumenten.
In diverse Europese landen gaan loterijopbrengsten naar erfgoed. [ 36 ] Dit gebeurt
bijvoorbeeld in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Deze laatste twee
hebben speciale erfgoedloterijen: de Heritage Lottery Fund (sinds 1994) en de Loto
du Patrimoine (sinds 2018). [ 37 ]
Crowdfunding
In 2011 startte Stadsherstel Amsterdam met zijn eerste crowdfundingsactie, meteen
ook de eerste voor erfgoed in Nederland. Na een half jaar was er 50.000 euro
beschikbaar voor het Schooltje van Dik Trom in Etersheim. Het Prins Bernhard
Cultuurfonds verdubbelde het bedrag, waardoor sloop van dit monument werd
voorkomen en het een kinderboekenmuseum kon worden. Het was niet zo dat deze
actie meteen navolging kreeg, maar dat crowdfunding kon werken bij het behoud
van monumenten toonde Stadsherstel aan. Zijn volgende acties waren het gebouwde
houten NACO-huisje en de Westzaanse schuurkerk de Zuidervermaning, waar
50.000 euro nodig was voor de restauratie van de poeren, die elk voor 2.000 euro
konden worden geadopteerd. Ook hier verdubbelde het Prins Bernhard
Cultuurfonds het bedrag. [ 38 ]
In dezelfde tijd startte de provincie Noord-Holland de pilot Crowdfunding & Erfgoed
met als doel niet alleen geld, maar ook het vergroten van de betrokkenheid van de
directe omgeving. De resultaten verschenen in ‘Handboek Crowdfunding & Erfgoed.
Van eenmalige actie naar duurzame interactie met de crowd’. Vanaf 2014 is een
stijgende trend te zien voor erfgoedcampagnes, zowel in aantal als
in opbrengsten. [ 39 ]
    Dartagnans
    Dat crowdfunding voor instandhouding van monumenten ook op nationale
    schaal kan werken, bewijst het Franse initiatief Dartagnans, een platform voor
    crowdfunding (financement participatif) dat is gewijd aan het behoud van
    erfgoed. Bij Dartagnans kan iedereen voor 50 euro een aandeel kopen in een
    project en zo meebeslissen een kasteel, kerk of een ander monument te
    behouden. Inmiddels kent het online platform een grote en internationale
    community (de donoren komen uit meer dan 115 landen), die de afgelopen jaren
    voor circa 200 projecten zo’n 3 miljoen euro online bijeenbracht.
                                                                                    54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>    Tegenover de gift, die valt onder de Franse mecenaatwetgeving en aftrekbaar is,
    staan bijzondere bezoeken en diners. Het doel van Dartagnans is enerzijds
    erfgoed, kunst en cultuur te ondersteunen dankzij mecenaat 2.0, en anderzijds
    de toegang tot cultuur voor iedereen te bevorderen dankzij digitale
    communicatie. De organisatie zoekt naar innovatieve manieren om cultuur
    aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Met slogans als ‘Behoud van erfgoed
    was nog nooit zo eenvoudig’, ‘Word een kasteelheer voor 50 euro’ en ‘Iedereen
    kan een mecenas worden’ kunnen mensen op een laagdrempelige manier en met
    weinig geld ‘aandeelhouder worden van hun historische omgeving’. [ 40 ]
Overwegingen van de raad
Voor onroerend erfgoed (met name gebouwde rijksmonumenten) heeft het Rijk de
afgelopen dertig jaar een financieel stelsel ontwikkeld waarin de instandhouding,
restauratie en ontwikkeling worden ondersteund door een combinatie van leningen,
subsidies en fiscale voordelen. [ 41 ] Voor gebouwde monumenten gaat er op
instrumenteel niveau veel goed en is er behoorlijk wat geld beschikbaar, zowel
vanuit de publieke als de private hoek. Het systeem biedt een grote mate van
continuïteit en zekerheid – voor monumenteneigenaren erg belangrijk. Er zit ook
veel vermogen in de sector, waardoor bij leningen garanties gegeven
kunnen worden.
Het financiële systeem voor onroerend erfgoed moet volgens de raad gekoesterd
worden; een grote koersverandering is daarom niet nodig. [ 42 ] Over de hele linie gaat
het behoorlijk goed, de raad heeft de indruk dat de financiële middelen voldoende
zijn en de betrokkenheid groot. Dat is mooi, maar er blijven knelpunten.
Elk type monument heeft zijn eigen financiële eigenaardigheden en uitdagingen. Die
zijn meestal nauwelijks met elkaar te vergelijken; de financieringsproblematiek van
kerken is wezenlijk anders dan die van molens, groen erfgoed, boerderijen of
interieurs. Dit erkent het Rijk en voor een deel van de knelpunten die zijn
gesignaleerd, wordt in ‘Erfgoed telt’ een oplossing geboden, of in elk geval daartoe
een aanzet gegeven. Toch blijven er onderwerpen die worden ervaren als
knelpunten, zoals verdienpercentages, krimpgebieden en rentabiliteit, terugkeren in
de gesprekken van de raad, net als de vraag of het geld wel op de juiste plek belandt.
Onrendabele top
Hoewel de politieke bereidheid groot blijft om bij te dragen aan erfgoed, signaleert
de raad een beweging waarbij de overheid steeds meer alleen nog het onrendabele
deel van een erfgoedproject subsidieert. Gestimuleerd door de overheid is het voor
eigenaren steeds belangrijker geworden om een pakket met verschillende soorten
inkomsten te hebben. Dat bestaat geregeld uit een combinatie van een fonds, een
lening, crowdfunding en subsidie. De subsidie is hierin alleen bedoeld voor het deel
dat onrendabel is. Om de subsidie te kunnen aanvragen, moet eerst de rest van de
financiën via andere wegen zijn geregeld. [ 43 ]
Door deze beweging slinkt de overheidsbijdrage per project en stijgt de private
bijdrage. Dat is niet per se slecht, maar daarmee worden de risico’s voor
initiatiefnemers of beheerders groter. En daar dreigt een gevaar, want investeerders
en projectontwikkelaars houden niet van risico’s en zullen minder geneigd zijn grote
                                                                                        55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>investeringen te doen. Uit onze gesprekken blijkt dat fondsen zien dat deze trend
van invloed is op het type aanvragen dat zij krijgen. Aangevraagde projecten worden
kleiner, minder ambitieus, vaak daardoor kwalitatief minder en minder interessant.
Of projecten worden opgeknipt en het is de vraag of dat verstandig is. [ 44 ]
De vraag is of deze ontwikkeling het beoogde effect heeft. De raad denkt van niet.
Een afnemende prikkel voor investeerders en kleinere projecten is niet het doel dat
nagestreefd moet worden. Een kleiner aandeel subsidie is daarnaast niet op te
vangen met een goed leenstelsel; dat is al goed, en voor sommige typen erfgoed
niet geschikt.
Ondanks het grote aandeel privaat geld in de sector blijft subsidie daarom
belangrijk. Het geeft een basis aan projecten of ontwikkelingen om financiën te
verkrijgen via andere wegen. Daarnaast kan het de ban breken; de markt heeft soms
een prikkel nodig. De raad vraagt het Rijk bij het verstrekken van subsidies hiermee
meer rekening te houden. De ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving is een
gezamenlijke inspanning en vanuit het belang van erfgoed zou het Rijk bij projecten
niet als laatste, maar ook als eerste moeten willen toezeggen.
Ongelijkheid, differentiatie en verdienpercentages
Denkend aan krimpgebieden en verdienpercentages, moet de raad constateren dat
de huidige verdeelsystematiek niet voor alle monumenten even goed werkt. Zoekend
naar een oplossing heeft de raad zich gebogen over de vraag in hoeverre elk
monument, of elke eigenaar, gelijk behandeld moet worden als het om financiële
ondersteuning gaat. Met andere woorden: moet een arme landgoedeigenaar voor de
instandhouding van zijn buitenplaats meer subsidie krijgen dan een rijke? Het zou
de inzet van geld misschien (tijdelijk) doelmatiger maken, maar ons antwoord op de
vraag is: nee. De raad is er geen voorstander van om inkomenspolitiek te verweven
met instandhoudingssubsidies.
Ongelijkheid speelt echter ook bij de monumenten zelf, vooral regionaal zijn de
verschillen groot. In Amsterdam is door de enorme vraag naar ruimte nagenoeg alles
rendabel te krijgen en is de noodzaak voor subsidie kleiner dan in bijvoorbeeld
Friesland, Groningen of Drenthe. In deze gebieden met een lage economische druk,
waar de ruimtebehoefte ‘nul’ is, is financiering voor instandhouding of
herbestemming moeilijk voor elkaar te krijgen. De woningwaarde is hier laag, de
woonhuismonumenten staan ‘onder water’ en bij leeninstrumenten is de waardering
van het onderpand cruciaal. Dat betekent dat goede plannen hier vaak niet kunnen
worden gerealiseerd, omdat er te weinig privaat vermogen beschikbaar is. Hoewel de
plannen misschien economisch niet interessant zijn en niet voldoen aan de
voorwaarden die het Rijk stelt, kunnen zij wel zorgen voor een goede of
vernieuwende omgang met erfgoed, een economische impuls geven, of een
maatschappelijke of culturele functie als broedplaats vervullen. Op dit moment zijn
alleen fondsen bereid hun nek uit te steken voor dit soort projecten, op voorwaarde
dat ze kwaliteit hebben.
                                                                                     56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>    Joods Werkdorp Wieringermeer
    In de polder Wieringermeer ligt het voormalige Joods Werkdorp Nieuwe Sluis.
    Het bestond van 1934 tot 1941 en werd door de bewoners zelf gebouwd.
    De inwoners van dit dorp waren aanvankelijk vooral joodse vluchtelingen uit
    Oostenrijk en Duitsland. De Nederlands Joodse gemeenschap nam het initiatief,
    zorgde voor het geld en regelde 52 hectare pachtgrond in de juist
    drooggelegde polder.
    In 1934 werd het werkdorp geopend. In het dorp, op zionistische grondslag
    opgezet, kregen jongens een scholing tot ambachtsman of boer en de meisjes een
    opleiding in de landbouw en huishouding. Daarnaast kregen de bewoners les in
    ‘Palestinakunde’: Palestijnse geografie, joodse geschiedenis en Hebreeuws. Na de
    capitulatie van Nederland op 14 mei 1940 veranderde alles. Meer dan de helft
    van de toenmalige 400 bewoners kwam uiteindelijk om
    in de concentratiekampen. [ 45 ]
    Het voormalige gemeenschapsgebouw en het bijbehorende terrein zijn beide
    rijksmonument. Na de Tweede Wereldoorlog werd er een proefboerderij van de
    Dienst Landbouwkundig Onderzoek gevestigd, maar inmiddels staat het al jaren
    leeg en mislukken pogingen om het gebouw een nieuwe bestemming te geven
    steeds, omdat een duurzame financiering niet rondkomt. Niemand lijkt te
    twijfelen aan de bijzondere cultuurhistorische waarde van het gebouw, maar de
    private bijdrage blijkt (naast de subsidie) niet voor elkaar te krijgen. Nadat een
    initiatief voor een tentoonstellingsruimte strandde, is nu een stichting van plan
    het rijksmonument te verwerven, te restaureren en er een multifunctioneel en -
    cultureel centrum op te richten.
De raad vraagt zich af of er in het financiële stelsel ruimte voor differentiatie
gecreëerd kan worden. Want uit maatschappelijk of cultureel belang kan het
wenselijk zijn om niet met elk monument gelijk om te gaan, maar meer te
differentiëren. Het leenstelsel als basis van de instandhouding zou voor elk
monument gelijk kunnen zijn, maar de subsidies afhankelijk van de locatie van het
monument. De raad is voorstander van meer differentiatie en meer maatwerk,
waarbij kwaliteit zwaarwegender zou moeten zijn bij de bepaling van de
financiering. De toetsing op de kwaliteit van beheer, behoud en ontwikkeling bij de
toekenning van monumentensubsidies moet dan wel verbeterd te worden, want die
vindt nu nauwelijks plaats. De raad adviseert de mogelijkheden hiertoe
verder te onderzoeken.
De raad meent dat bij instandhouding van monumenten van nationaal belang ook
mee zou moeten wegen welk verdienpercentage redelijkerwijs gehaald zou kunnen
worden, daarbij rekening houdend met bepaalde type monumenten in bepaalde
regio’s. Met het ene monument is eenvoudiger geld te verdienen dan met het andere.
Zo profijtelijk als gebouwde monumenten in gebieden met een hoge economische
druk kunnen zijn – vooral woonhuismonumenten, die vaak ook nog in
appartementen kunnen worden opgesplitst – zo is het verdienvermogen voor veel
andere typen monumenten nihil. Bij groene of archeologische monumenten
bijvoorbeeld vindt er nauwelijks waardecreatie plaats en hun economische
toegevoegde waarde is minder duidelijk dan bij gebouwde monumenten. Ze zijn
                                                                                       57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>zelden rendabel te krijgen, terwijl de investering om de tuin of landgoed in goede
staat te houden groot is. [ 46 ] [ 47 ]
Wanneer er rekening gehouden wordt met verdienpercentages zou een uitkomst
kunnen zijn dat bijvoorbeeld groen erfgoed en archeologie categorieën monumenten
zijn, die onmogelijk zonder subsidie in stand kunnen worden gehouden. Of dat
monumenten in gebieden met een lage economische druk voor hun instandhouding
extra subsidie nodig hebben. Het zoeken naar een financieringssystematiek die met
allebei rekening houdt, heeft onze voorkeur. Dat zou naar voorbeeld kunnen van de
Regeling Vermindering Verhuurderheffing, waar de differentiatie die we voorstaan
met een vergelijkbare achterliggende gedachte is toegepast.
    Regeling Vermindering Verhuurderheffing
    De Regeling Vermindering Verhuurderheffing was een regeling van het
    ministerie van BZK die een herverdelend effect binnen de verhuursector als doel
    had. Zo’n herverdeling past in de gedachte dat de beschikbare financiële
    draagkracht niet altijd beschikbaar is op de plekken waar de grootste
    maatschappelijke behoefte is. Deze regeling moest daarin meer balans brengen
    en richtte zich op de aanpak van urgente maatschappelijke opgaven. [ 48 ]
    De regeling was bedoeld voor verhuurders met meer dan 50 huurwoningen
    (onder liberalisatiegrens), dus met name corporaties (die bezitten overigens ook
    rijksmonumenten). De heffingsvermindering gold voor de (ver)bouw van
    woningen in Rotterdam-Zuid, transformatie van kantoren tot huurwoningen in
    heel Nederland en de sloop van huurwoningen in krimpgebieden en Rotterdam-
    Zuid. De regeling is op 1 juli 2018 wegens succes gestopt, omdat de grens van het
    beschikbare bedrag van 698,5 miljoen euro was bereikt.
Andere beleidsterreinen
Voor een bredere financiële basis bij het Rijk heeft de raad gekeken of er financiën te
verkrijgen zijn uit andere beleidsterreinen dan cultuur. Is het bijvoorbeeld mogelijk
om gebruik te maken van financiering met een economisch doel (erfgoed als
economische trekker), natuurbehoud of bedoeld voor de gezondheidszorg (erfgoed
bevordert welzijn)? Bijkomend voordeel is dat hierdoor erfgoed bij meer en andere
actoren/ministeries/bestuurslagen op de agenda komt te staan.
De opmerking gaat dus verder dan financiën, want ook beleidsmatig zal er
samenwerking gezocht moeten worden. In het kader van de duurzaamheidsopgave is
er een directe link met het ministerie van EZK. Klimaatadaptatie en krimp zijn een
link met het ministerie van BZK. De raad roept op tot een nauwere samenwerking en
is er een voorstander van dat het Rijk probeert de condities te creëren zodat gebruik
kan worden gemaakt van financiën uit andere beleidsvelden. Dit kan helpen bij de
aankomende Omgevingswet en omgevingsvisies. Ook het recente advies van de raad
over financiering van cultuur gaat hierop in.
                                                                                        58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
– De raad adviseert het ministerie van OCW de mogelijkheden te onderzoeken om
  ruimte voor differentiatie in het financiële stelsel te creëren. Dit hangt samen
  met het zoeken naar een financieringssystematiek die rekening houdt met een
  differentiatie tussen regio’s met een hoge en een lage economische druk.
– De raad adviseert het ministerie van OCW en het NRF de verdere mogelijkheden
  te verkennen om het NRF tot hét financieel expertisecentrum in de
  erfgoedwereld te ontwikkelen, waar zich alle kennis concentreert rond
  bijvoorbeeld de financiering van verduurzaming en herbestemming van
  monumenten; voor interieurs en kerken, voor een onrendabele top en dat
  allemaal voor zowel rijks- provinciale als gemeentelijke monumenten.
– De raad adviseert het ministerie van OCW te verkennen op welke wijze het
  budget dat bestemd is voor instandhouding van archeologische monumenten het
  meest doelmatig kan worden ingezet.
– De raad adviseert te verkennen hoe de toekomstige rol van provincies in het
  erfgoedbestel verder versterkt kan worden en hoe het kennisniveau in alle
  provincies op peil te krijgen is. Hij spoort de ministeries van OCW, BZK, RCE,
  IPO en VNG aan de samenwerking hierin te versterken.
– De raad wil gemeenten uitdagen na te gaan welke bijdrage – anders dan
  financiële middelen – er geleverd kan worden aan de instandhouding
  van monumenten.
– De raad roept het ministerie van OCW op tot een nauwere samenwerking met de
  ministeries van BZK en EZK. Dit met het oog op een stevige inhoudelijke
  samenwerking en om gebruik te kunnen maken van financiën uit andere
  beleidsvelden.
                                                                                   59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>   1
Monumenten kopen biedt mooi alternatief op steeds krappere
woningmarkt.
‘restauratiefonds.nl’
   2
Stad en Land.
CPB Bijzondere Publicatie 89.
Den Haag/Utrecht, 201o
   3
Historic Amenities and Housing Externalities.
Evidence from The Netherlands Tinbergen Institute.
Koster, H.R.A., Rouwendal, J., 2015
   4
Voor elke bestede euro in de vorm van subsidies, hypotheken en
fiscale maatregelen in de periode 1995 – 2009 kreeg het Rijk via
belastingen direct 0,97 euro terug. Een macro-economische
doorrekening door het Centraal Planbureau leerde dat uiteindelijk van
elke euro die de overheid investeerde 1,50 euro terugvloeide.
In: Investeren in Monumenten 2010.
Nationaal Restauratiefonds
   5
Gisteren vandaag.
Erfgoedbelangstelling en erfgoedbeoefening.
Het culturele draagvlak, nr. 15.
Broek, A. van den, Houwelingen, P., 2015
   6
Van gemeenten laat de geldstroom zich minder goed in kaart brengen.
Het aantal monumenten en oppervlakte stads- en dorpsgezichten
telde mee bij de uitkering uit het Gemeentefonds.
   7
De circa 180 miljoen euro op jaarbasis: fiscale aftrek 57 miljoen euro,
Sim 49,7 miljoen euro, Rfh 24,5 miljoen euro, Provinciefonds 20
miljoen euro, Rfh+ 19,6 miljoen euro, Erfgoed en Ruimte 8 miljoen
euro, + overige.
In: Samenhangende evaluatie van het financiële stelsel voor
monumentenzorg.
Ecorys, 15 januari 2018
   8
De 95 miljoen is in 2018 door het kabinet 34 miljoen euro bestemt
voor de restauratie van 27 rijksmonumenten, groot onderhoud aan 50
molens en voor de toegankelijkheid van mobiel erfgoed.
   9
Voor de Duurzaamheidslening en de verhoging van de
Restauratiefonds+hypotheek.
   10
In totaal is 6,2 miljoen euro voor het programma maritiem
binnenland beschikbaar, waaronder ook voor verstoring als gevolg van
natuurlijke processen.
   11
Op 10 november 2018 is de samenwerkingsafspraak ‘Nationale
aanpak kerken’ getekend tussen ministerie OCW met provincies,
gemeenten, kerkeigenaren en verschillende erfgoedorganisaties.
   12
Onder meer door rapporten van het Nationaal Contact Monumenten
(In de steigers, Uit de steigers) kwam in de jaren negentig van de
vorige eeuw het besef dat de restauratieachterstand (inmiddels
opgelopen tot 40 procent) niet meer door particulieren alleen
weggewerkt kon worden en er flinke investeringen vanuit het Rijk
nodig waren.
                                                                        60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   13
Kamerbrief minister van OCW.
Aanbieding reactie op schriftelijke vragen over uitvoering van motie
Geluk-Poortvliet.
9 oktober 2018.
   14
In 2018 heeft de RCE 1744 subsidieverzoeken ontvangen en alle
ontvankelijke aanvragen konden net als in 2017 (toen voor het eerst)
worden gehonoreerd. In 2017 was het budget 49,7 miljoen euro.
   15
Gesprekken en expertmeeting Financiering 22 september 2017.
   16
In maart 2019 is de herbestemmingssubsidie bekendgemaakt. Er was
2,4 miljoen euro beschikbaar. 267 verzoeken (van de 393) voor
herbestemmingsonderzoek werden gehonoreerd. Voor de wind- en
waterdichtregeling werden van de 19 aanvragen 14 toegekend.
‘cultureelerfgoed.nl’
   17
Narekenen met monumenten; Actualisering effecten van investeren in
monumentenzorg.
R.C.D. Berndsen, et al, 2010
   18
‘nwo.nl’
   19
De Belastingdienst en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voeren
samen de Natuurschoonwet uit.
   20
De woonhuissubsidie geldt alleen voor de rijksmonumenten met een
woonfunctie, inclusief de daartoe behorende en aan die woonfunctie
verbonden tuin.
   21
Per 2012 werd de Geefwet ingevoerd, die schenkers van giften aan
culturele instellingen met de ANBI-status fiscaal voordeel biedt. In het
regeerakkoord is vastgelegd dat de Geefwet ook de komende jaren van
kracht blijft.
   22
Bijdrage Mobiel Erfgoed.
‘mondriaanfonds.nl’
   23
Ontwerpprogramma Erfgoed en Ruimte.
‘stimuleringsfonds.nl’
   24
Ruimte voor erfgoed.
IPO-rapport, 2017
   25
Overzicht provinciale restauratieregelingen.
‘www.monumenten.nl’
   26
Gemiddeld per jaar 2012 – 2017. Dit is exclusief inleg in revolverende
fondsen, musea en streektaal.
Ruimte voor erfgoed.
IPO-rapport, 2017
   27
Ruimte voor erfgoed.
IPO-rapport, 2017
                                                                         61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   28
Jaarverslag 2016.
Prins Bernhard Cultuurfonds, 2017
   29
Op rijksniveau staan de subsidies voor cultuur, de functie in het
gebouw en ruimtelijke ordening los van elkaar. Bij de provincie staan
deze beleidsterreinen meestal dichter bij elkaar, al is het omdat een
persoon meerdere dossiers beheert.
   30
‘restauratiefonds.nl’
   31
Bij elke ontwikkeling in de ruimtelijke ordening wordt door het
bevoegd gezag bekeken of er eisen ten aanzien van archeologie gesteld
moeten worden. Is er een kans op archeologische vondsten, dan is een
waardestellend rapport verplicht. Daaruit volgt een besluit: is het niet
behoudenswaardig, dan geen onderzoek en opgraving, is het wel
behoudenswaardig, dan planaanpassing, een begeleiding of een
opgraving.
   32
Het het fonds stelde in 2017 in totaal 29 miljoen euro aan de
Cultuurfondsen beschikbaar.
   33
Jaarverslag 2016.
Prins Bernhard Cultuurfonds, 2017
   34
De BankGiro Loterij is onderdeel van Novamedia/Postcode Loterijen,
de grootste actieve fondsenwerver ter wereld. Op de ‘City A.M. Charity
Index 2016’ van grootste donoren ter wereld (in absolute bedragen)
staan ze met 613 miljoen euro op nummer 3, achter de Bill & Melinda
Gates Foundation (VS) en de Wellcome Trust (Verenigd Koninkrijk).
   35
Vereniging Hendrick de Keyser (jaarlijks 1,2 miljoen euro), BOEi
(jaarlijks 500.000 euro), De Hollandsche Molen (jaarlijks 400.000
euro) en Kasteel de Haar (jaarlijks 72.000 euro).
Jaarverslag 2017,
‘bankgiroloterij.nl’
   36
In dit verband is ook een Europese uitwisseling voorzien. De Europese
Commissie zal in 2020 en 2021 twee workshops organiseren om
alternatieve bronnen van financiering te onderzoeken voor cultureel
erfgoed.
‘data.consilium.europa.eu’ (pdf)
   37
Van de ruim 40.000 gebouwen die in Frankrijk als historisch
monument staan geregistreerd, verkeert een kwart in slechte staat,
waarbij vijf procent als vervallen wordt beschouwd. De Franse
staatsloterij heeft vanaf september 2018 12 miljoen krasloten
verspreid en heeft daarmee circa 14 miljoen euro binnengehaald voor
restauraties.
Krassen tegen het verval.
in: de Volkskrant,
Kool, D., 6 juni 2018
   38
‘stadsherstel.nl’
   39
‘Erfgoedmonitor’
                                                                         62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>   40
De afgelopen jaren ging Dartagnans een partnership aan met Adopte
un Chateau.
A web of angels.
in: World of Interiors.
pagina 176, Romain Delaume, maart 2018
‘dartagnans.fr’
   41
Voorlichting, educatie, participatie, experimentele projecten,
toegankelijkheid of anderszins worden overgelaten aan de sector zelf.
   42
Dat is ook het beeld dat naar voren komt bij de expertmeeting
‘Financiering’,
22 september 2017.
   43
De provincie Noord-Holland vraagt bij subsidieaanvragen het hele
plan van aanpak inclusief financiën, om zelf te kunnen beoordelen
welk deel onrendabel is.
   44
Het Prins Bernhard Cultuurfonds stelt soms voor een project groter
aan te pakken, om een kwalitatief beter plan te krijgen, en wil dan als
fonds met een groter bedrag steunen.
   45
‘joodsamsterdam.nl’;
‘joodswerkdorpslootdorp.nl’
   46
Voor NSW-landgoederen geldt bijvoorbeeld de verplichting het
publiek toegankelijke landgoed veilig voor bezoekers te maken.
   47
Om een landgoed toch rendabel te maken zoeken eigenaren
regelmatig de oplossing in de bouw van nieuwe woningen op het
terrein. Die kunnen zij verkopen met behoud van de ondergrond. Dit
hoeft niet slecht te zijn, maar is wel ingewikkeld vanwege de spanning
tussen vernieuwing en ontwikkeling enerzijds en instandhouding en
behoud van het karakter anderzijds.
   48
Minister Ollongren in brief aan de Tweede Kamer, 16 april 2018. De
minister geeft verder aan dat op dit moment een nieuwe
heffingsvermindering ten behoeve van verduurzaming wordt
uitgewerkt, conform het regeerakkoord.
                                                                        63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten en Archeologie / Aanbevelingen / 6.
        Aanbevelingen
         6. Aanbevelingen
Het monumentale ecosysteem
– De raad adviseert, bij subsidieverlening door het Rijk, dat organisaties die
   monumenten bezitten gebruikmaken van de Code Governance Cultuur. Zo wordt
   de professionalisering in de sector verder bevorderd.
– De raad adviseert dat het Rijk een visie op zijn eigen monumentenbezit
   ontwikkelt en bij vervreemding vooraf meer randvoorwaarden en kwaliteitseisen
   stelt. Ook geeft de raad de overweging mee monumentenorganisaties te
   betrekken bij de afstoting van incourant monumentaal vastgoed.
– De raad adviseert dat het Rijk verkent welke mogelijkheden er zijn voor een
   programma dat meer jongeren verleidt een ambacht te leren. Daarnaast
   adviseert de raad de sector te investeren in ambassadeurs.
Erfgoed en Ruimte
– De raad pleit ervoor dat bij projecten in de fysieke omgeving die met publiek geld
   worden gefinancierd, het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit (op basis van
   erfgoedwaarden) onderdeel van de opgave is.
– De raad roept gemeenten op te investeren in kennis, deskundigheid en
   visievorming. Hierdoor kan beleidsontwikkeling plaatsvinden, kunnen betere
   plannen gemaakt worden en heeft een gemeente een sterkere positie in
   ontwikkelingen die het lokale niveau ontstijgen.
– De raad adviseert dat de RCE zich erover buigt hoe haar kennis beter bij lokale
   overheden kan belanden, zodat kleinere gemeenten de Omgevingswet
   aankunnen. Van belang is dat provincies en RCE hierin samen optrekken,
   waarbij de RCE een regierol zou moeten nemen. De RCE is in staat crossovers
   met andere sectoren te maken en een gebiedsgerichte aanpak van erfgoed wordt
   ook door de dienst uitgedragen. De provincie is een goed niveau om de kennis
   samen te brengen en te verspreiden. De raad adviseert een samenwerking hierin
   met IPO en VNG.
                                                                                     64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Erfgoed en Samenleving
– Meerstemmige verhalen kunnen met ontwerpend onderzoek zichtbaar worden
   gemaakt en zo richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. De raad ziet
   hier een rol weggelegd voor de ontwerpende disciplines.
– De raad adviseert overheden te investeren in methodieken om de verhalen over
   monumenten en archeologie daadwerkelijk diverser, betekenisvoller en rijker te
   maken. Tegelijkertijd kan direct gestart worden met een actieve ‘Top Notch-
   benadering’, waarin in alle lagen van de samenleving stemmen
   gerekruteerd worden.
– De raad spoort gemeenten aan samen te werken met de archeologische
   bedrijven: maak archeologie zichtbaarder, maak duidelijk waarom er een
   archeologisch onderzoek plaatsvindt, welke waarde het kan hebben voor de stad,
   gemeente of ontwikkelaar en maak de resultaten begrijpelijk en zichtbaar. Denk
   hierbij aan een lekenvertaling van rapporten en meer aandacht voor
   communicatie met de opdrachtgever en het publiek. Het verhaal van de
   vindplaats moet worden verteld, de manier waarop is cruciaal.
Erfgoed en Financiering
– De raad adviseert het ministerie van OCW de mogelijkheden te onderzoeken om
   ruimte voor differentiatie in het financiële stelsel te creëren. Dit hangt samen
   met het zoeken naar een financieringssystematiek die rekening houdt met een
   differentiatie tussen regio’s met een hoge en een lage economische druk.
– De raad adviseert het ministerie van OCW en het NRF de verdere mogelijkheden
   te verkennen om het NRF tot hét financieel expertisecentrum in de
   erfgoedwereld te ontwikkelen, waar zich alle kennis concentreert rond
   bijvoorbeeld de financiering van verduurzaming en herbestemming van
   monumenten; voor interieurs en kerken, voor een onrendabele top en dat
   allemaal voor zowel rijks- provinciale als gemeentelijke monumenten.
– De raad adviseert het ministerie van OCW te verkennen op welke wijze het
   budget dat bestemd is voor instandhouding van archeologische monumenten het
   meest doelmatig kan worden ingezet.
– De raad adviseert te verkennen hoe de toekomstige rol van provincies in het
   erfgoedbestel verder versterkt kan worden en hoe het kennisniveau in alle
   provincies op peil te krijgen is. Hij spoort de ministeries van OCW en BZK, RCE,
   IPO en VNG aan de samenwerking hierin te versterken.
– De raad wil gemeenten uitdagen na te gaan welke bijdrage – anders dan
   financiële middelen – er geleverd kan worden aan de instandhouding
   van monumenten.
– De raad roept het ministerie van OCW op tot een nauwere samenwerking met de
   ministeries van BZK en EZK. Dit met het oog op een stevige inhoudelijke
   samenwerking en om gebruik te kunnen maken van financiën uit
   andere beleidsvelden.
                                                                                    65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Bijlagen
         66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>67</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>68</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>69</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>70</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>71</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>72</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>73</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>74</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>75</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>76</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>77</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Bijlagen / Samenstelling commissie
         Samenstelling commissie
Commissie
Jaap ’t Hart                  Arna Mačkić                     Ben Verfürden
(voorzitter)                  Architect,                      Partner/directeur bij
Directeur                     medeoprichter van               Hylkema Erfgoed,
Koninklijke Haagse            Studio LA,                      gespecialiseerd in
Woningbouwvereniging          afdelingshoofd                  herbestemming,
1854, voorzitter              Architectuur                    herontwikkeling en
POM-commissie                 Rietveld Academie               restauratie van
Raad voor Cultuur                                             historisch
                              Hans Renes                      waardevolle
Martin van Bleek              Docent/onderzoeker              objecten, complexen
Bouwkundige                   Historische                     en gebieden
gespecialiseerd in            Geografie
architectuur,                 Universiteit Utrecht,           Anja van Zalinge
restauratie en                bijzonder hoogleraar            Stadsarcheoloog
ruimtelijke kwaliteit,        Erfgoed van Stad en             gemeente Haarlem,
medewerker Gelders            Land Vrije                      bestuurslid Convent
Genootschap                   Universiteit                    van Gemeentelijk
                              Amsterdam                       Archeologen
Yttje Feddes
Partner bureau
Feddes/Olthof
Landschapsarchitecten,
Rijksadviseur voor
het Landschap
(2008 –2012)
Bureau Raad voor Cultuur
Annet Pasveer
Senior
beleidsadviseur
                                                                                    78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten en Archeologie / Bijlagen / Overzicht
        gesprekspartners
        Overzicht gesprekspartners
Dit sectoradvies is mede tot stand gekomen op basis van de informatie die
uiteenlopende partijen in de erfgoedsector en daarbuiten ons hebben
aangereikt. Dat gebeurde in expertmeetings, georganiseerd in het kader van
zowel dit advies als in het kader van het advies ‘Brede blik op erfgoed’, dat de
raad samen met de Rli uitbracht. Wij danken alle gesprekspartners voor hun
bereidheid om hun ervaringen en ideeën met ons te delen.
Expertmeeting financiering
22 september 2017
Roelof Balk                   Saskia van Dockum              Marc Kocken
Fondsmanager                  Directeur-                     Archeoloog en
Fonds                         rentmeester                    erfgoedadviseur
Cultuurfinanciering           Stichting                      MARC
Cultuur+Ondernemen            Het Utrechts
                              Landschap                      Barend Jan
Jemima de                                                    Schrieken
Brauwere                      Dorien Fröling                 Hoofd strategie en
Architect en                  Directeur                      ontwikkeling
eigenaar/beheerder            ADC-Archeo                     Nationaal
Landgoed Zuylestein           Projecten                      Restauratiefonds
Henk Dijkstra                 Tony Jansen
Adviseur                      Hoofd kerkelijk
Monumentenzorg                bureau Grote of Sint
Prins Bernhard                Bavokerk Haarlem
Cultuurfonds
Expertmeeting sociaaleconomische transities
27 september 2017
Arno Boon                     Antoinette Le                  Simon van
Directeur BOEi                Coultre                        Dommelen
                              Sectorhoofd Erfgoed            Directeur Stichting
Mickey Bosschert              en Ruimte Stichting            Leegstand
Directeur Reliplan            Cultureel Erfgoed              Oplossers Amsterdam
Real Estate                   Zeeland
International                                                Radboud Engbersen
                              Gerben van Dijk                Senior projectleider
                              Voorzitter                     Platform31
                              Herbestemmingsteam
                                                                                  79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Joep de Roo
Teamlid Linkeroever
Expertmeeting governance en regelgeving
5 oktober 2017
Anette van Dijk        Hans Jacobs          Jeanine Perryck
Adviseur beleid en     Medewerker           Hoofd afdeling
strategie              strategie en         kastelen en
Monumenten en          ontwikkeling         fondswervingen
Archeologie,           Nationaal            Geldersch
Amsterdam              Restauratiefonds     Landschap &
                                            Kasteelen
Teun van den Ende      Riemer Knoop
Voorzitter platform    Lector erfgoed       Philip Rogaar
VOER en College        Reinwardt Academie   Hoofd
van Rijksadviseurs                          gebouwenbeheer
                       Karel Loeff          Natuurmonumenten
Henk Hoogeveen         Directeur
Adviseur erfgoed       Erfgoedvereniging    André van der Zande
gemeente Rheden        Heemschut            Directeur generaal
                                            RIVM
Arno van den Hurk      Onno Meerstadt
Programmamanager       Directeur
Grote                  Stadsherstel
Erfgoedcomplexen       Amsterdam
provincie
Noord-Brabant
Expertmeeting publiek en identiteit
27 oktober 2017
Mathis J. Bout         Hester Dibbits       Michiel van Iersel
Architect en           Lector Reinwardt     Urbanist en mede-
oprichter URBMATH      Academie en          oprichter
                       bijzonder hoogleraar Non-fiction en
Pepijn van             Erasmus School of    Failed Architecture
Houwelingen            History, Culture and
Wetenschappelijk       Communication        Jurriaan de Mol
medewerker Sociaal                          Directeur Business
en Cultureel           Evert van Ginkel     Development &
Planbureau             Directeur TGV        Operations
                       teksten              Nederlands Bureau
Heske ten Cate         en presentatie       voor Toerisme &
Directeur Nest                              Congressen
                                                                80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>        Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten en Archeologie / Bijlagen / Literatuur
         Literatuur
Alkemade, F.                  Crimson                        Erfgoedinspectie
De emancipatie van            Architectural                  Verder graven in
de periferie                  Historians                     depots.
Den Haag, 2016                Monumenten als                 Behoud en
                              aanjager                       toegankelijkheid in
Audrerie, D.                  voor gebiedsontwikkeling       gemeentelijke
Questions sur                 Rotterdam, 2017                archeologische depots
le patrimoine                                                Den Haag, 2018
Bordeaux, 2003                Dibbits, H.
                              Uit de bubbel.                 Erfgoedinspectie
Baalman, D.                   Erfgoedprofessionals           Monitor gemeenten
Iteretur decoctum,            in tijden van                  monumenten en
anno 2013                     toenemende polarisatie         archeologie 2017 – 2018.
Voordracht 7                  in: Boekman 7                  Benchmark
november 2013                 Amsterdam, 2017                Den Haag, 2019
Baarsma, B.                   Dommelen, S. van,              Gelders
Reken je niet rijk.           Pan, C.J.                      Genootschap
Over economische              Cultureel erfgoed op           Monumentale
waardering van                waarde geschat.                interieurs in
baten                         Economische                    Nederland.
van monumentenzorg            waardering,                    Verborgen &
Amsterdam, 2012               verevening                     kwetsbaar erfgoed
                              en erfgoedbeleid               Arnhem, 2016
Berndsen, R.C.D.,
                              Den Haag, 2013
Rijken, T. van der,                                          Grijzenhout, F.
Gennip, P.P. van,             Economisch                     (red.)
Boendermaker, C.              Instituut voor de              Erfgoed.
Narekenen met                 Bouw                           De geschiedenis van
monumenten;                   Gespecialiseerde               een begrip
Actualisering                 restauratiebedrijven           Amsterdam, 2007
effecten van                  in beeld
investeren                    Amsterdam, 2018
in monumentenzorg
Utrecht, 2010                 Economisch
                              Instituut voor de
Boekmanstichting              Bouw
Quickscan                     Verwachtingen
Archeologie                   bouwproductie
en monumenten                 en werkgelegenheid
2017                          Amsterdam, 2016
                                                                                      81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Hylkema                  Koster, Hans R.A.,       Netwerk Erfgoed &
Consultants              Rouwendal, J.            Ruimte
in opdracht van IPO      Historic Amenities       (Janssen, J.,
Ruimte voor              and                      Luiten, E.,
erfgoed.                 Housing Externalities.   Renes, H.,
Adviezen voor de         Evidence from            Rouwendal, J.)
inzet van provincies     The Netherlands          Karakterschetsen.
voor het gebouwde        Amsterdam/Rotterdam,     Nationale
en                       2015                     Onderzoeksagenda
landschappelijke erfgoed                          Erfgoed en Ruimte
Den Haag, 2017           Gerard, M.,              Amersfoort, 2013
                         Woerkens, C. van
Hylkema Erfgoed          Atlas voor               Netwerk Erfgoed &
in opdracht van IPO      Gemeenten 2018           Ruimte
Ruimte voor              Nijmegen, 2018           (Janssen, J.,
erfgoed.                                          Luiten, E.,
De provincies als        Ministerie van           Renes, H.,
schakel tussen           Binnenlandse Zaken       Rouwendal, J.)
erfgoed,                 en Koninkrijksrelaties   Oude sporen in een
ruimte en economie       Kabinetsperspectief      nieuwe eeuw.
Den Haag, 2017           NOVI                     De uitdaging na
                         Den Haag, 2018           Belvedere
ICOMOS                                            Amersfoort, 2013
Delhi Declaration on     Ministerie van
Heritage and Democracy   Infrastructuur           Observatoire de la
Delhi, 2017              en Milieu                Fondation de France
                         De opgaven voor de       & CERPhi
Janssen, J.,             Nationale Omgevingsvisie An overview of
Luiten, E.,              Den Haag, 2017           philanthropy
Renes, H.,                                        in Europe
Rouwendal, J.            Ministerie van
                                                  2015
Heritage as sector,      Onderwijs,
factor and vector.       Cultuur en Wetenschap    Provincie Noord-
Conceptualizing the      Erfgoed telt.            Holland
shifting relationship    De betekenis van         Handboek
between heritage         erfgoed voor             Crowdfunding &
management               de samenleving           Erfgoed.
and spatial planning     Den Haag, 2018           Van eenmalige actie
European Planning                                 naar duurzame
                         Ministerie van
Studies, 2017                                     interactie
                         Onderwijs,
                                                  met de crowd
Knoop, R.,               Cultuur en Wetenschap
                                                  Haarlem, 2017
Schwarz, M. (red.)       Kiezen voor
Straatwaarden.           Karakter.
In het nieuwe            Visie erfgoed en
speelveld van            ruimte
maatschappelijke         Den Haag 2011
erfgoedpraktijken
Amsterdam, 2017
                                                                      82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Raad voor Cultuur,        Raad voor de            Rijksdienst voor het
Raad voor de              leefomgeving            Cultureel Erfgoed
leefomgeving              en infrastructuur       Wat is de rol van de
en infrastructuur         Verbindend              RCE in de
Brede blik op             landschap               archeologie in 2030?
erfgoed.                  Den Haag, 2016          Amersfoort, 2017
Over de
wisselwerking             Raad voor de            Sociaal en Cultureel
tussen erfgoed en         leefomgeving            Planbureau
transities                en infrastructuur       (Broek, A. van den,
in de leefomgeving        Vrijkomend              Yvette Gieles, Y.)
Den Haag, 2017            rijksvastgoed.          Het culturele leven.
                          Over                    10 culturele
Raad voor Cultuur         maatschappelijke        domeinen bezien
Van statisch naar         doelen en geld          vanuit
dynamisch.                Den Haag, 2014          14 kernthema’s
Advies                                            Den Haag, 2018
professionalisering       Right
monumentenbehoud          Marktonderzoek          Sociaal en Cultureel
Den Haag, 2015            in opdracht van         Planbureau
                          Nationaal               (Broek, A. van den,
Raad voor Cultuur         Restauratiefonds        Houwelingen, P. van)
De                        Onderzoek onder         Gisteren vandaag.
Cultuurverkenning.        monumenteneigenaren 2017Erfgoedbelangstelling
Ontwikkelingen en         2018                    en erfgoedbeoefening
trends in het                                     Den Haag, 2015
culturele leven           Rijksdienst voor het
in Nederland              Cultureel Erfgoed       Sociaal en Cultureel
Den Haag, 2014            Cultuurhistorische      Planbureau,
                          IJsselmeerbiografie     (Steenbekkers, A.,
Raad voor Cultuur         Amersfoort, 2017        Broek, A. van den)
Het tekort van het                                Natuur en Cultuur.
teveel.                   Rijksdienst voor het    Een vergelijkende
Over de                   Cultureel Erfgoed       verkenning van
rijksverantwoordelijkheid Erfgoed en Ruimte.      betrokkenheid
voor                      Kiezen voor             en beleid
cultureel erfgoed         Karakter!               Den Haag, 2014
Den Haag, 2005            Amersfoort, 2017
                                                  Witteveen + Bos
Raad voor de              Rijksdienst voor het    Historische
leefomgeving en           Cultureel Erfgoed       buitenplaatsen
infrastructuur            Theoretisch kader       en landgoederen
Nationale                 Interieurensembles      In stand houden
Omgevingsvisie            Amersfoort, 2018        loont!
Lakmoesproef voor                                 Deventer, 2012
het omgevingsbeleid
Den Haag, 2018
                                                                        83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>           Toekomst Cultuurbeleid / Monumenten en Archeologie / Colofon
           Colofon
‘Met erfgoed meer ruimtelijke kwaliteit’
is een uitgave van de Raad voor Cultuur.
Leden
Marijke van Hees voorzitter
Brigitte Bloksma
Lennart Booij
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Cees Langeveld
Thomas Steffens
Liesbet van Zoonen
Jakob van der Waarden directeur
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
070 – 3106686
‘info@cultuur.nl’
‘www.cultuur.nl’
Ontwerp
‘High Rise’
Alle adviezen van de raad zijn ook te vinden op ‘cultuur.nl’.
Wilt u op de hoogte blijven van de activiteiten van de raad?
Dan kunt u zich aanmelden voor de ‘nieuwsbrief’.
Volg ons ook op ‘Twitter’.
Het is toegestaan (delen van) de inhoud van het advies
te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur
en het advies als bronnen worden vermeld.
Aan de adviezen kunnen geen rechten worden ontleend.
© Raad voor Cultuur, maart 2019
                                                                        84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke
adviesorgaan van de regering en
het parlement op het terrein van kunst,
cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over actuele
beleidskwesties en subsidieaanvragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>