<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Naar een wendbare        Raad voor Cultuur
en weerbare culturele
en creatieve sector
onderweg                over-
                        morgen
 naar
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoud
    Samenvatting                                                           3
    Inleiding                                                              6
1.  Transitieopgaven voor de culturele en creatieve sector                 10
2.  Aanbevelingen ter bevordering van transities                           17
2.1 Inrichting van drie fieldlabs en een Taskforce Stedelijke Cultuurregio 17
2.2 Omgang met BIS-instellingen in de periode vanaf 2021                   25
2.3 Verkenning en ontwerp van een beter bestel                             31
2.4 Verruiming van mogelijkheden en financieel kader voor cultuur          35
    Bijlage: Kwadrantenanalyse                                             40
                                                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Cultuur is van grote waarde voor de samenleving. Dat blijkt te meer nu als gevolg van de
coronacrisis de meeste culturele activiteit is stilgevallen. De sector wordt onevenredig hard
getroffen door de crisis.1 Dit tast niet alleen de werkgelegenheid in de sector aan (de culturele
en creatieve sector is goed voor 4,5 procent van de werkgelegenheid in Nederland), maar ook
de aanpalende werkgelegenheid in bijvoorbeeld horeca, beveiliging en infrastructuur.
Daarnaast is het wegvallen van cultureel aanbod (om te bezoeken of om zelf aan mee te doen)
van negatieve invloed op de sociale cohesie, de mentale gezondheid, de vrijetijdsbesteding, de
ontwikkelmogelijkheden en de leefbaarheid van de (binnen)steden.
De Raad voor Cultuur maakt zich grote zorgen over de brede gevolgen die de crisis in de
culturele en creatieve sector op de hele samenleving heeft. Hij doet daarom een dringende
oproep aan de minister om de ernst van de crisis te blijven onderkennen en de sector tijd,
vertrouwen, extra middelen en experimenteerruimte te geven om voor de langere termijn te
herstellen en haar rol in het culturele en sociale domein weer te kunnen spelen.
Transitieopgaven
Dit advies valt uiteen in twee delen. In het eerst deel wijst de raad op basis van een analyse
van de huidige situatie in de sector enkele transitieopgaven aan waar de sector volgens hem
voor staat:
Artistiek:                  In plaats van zich te specialiseren in één artistieke vorm of
                            presentatiewijze, moeten culturele organisaties gemakkelijker (de vorm
                            van) hun aanbod kunnen aanpassen bij de overgang tussen ‘normaal’,
                            anderhalve-metermaatschappij en verschillende vormen van lockdown
                            (productdifferentiatie);
Technologisch:              Omdat fysiek bijeenkomen niet in elk scenario mogelijk is, wint digitale
                            aanwezigheid aan belang; het is nodig goed werkzame platforms te
                            ontwikkelen, goede digitale aanbiedingsvormen te vinden, publiek te
                            zoeken voor digitale uitingen, een verdienmodel hieraan te koppelen, et
                            cetera (digitalisering);
Ruimtelijk:                 Bestaande theater-, concertzaal-, festival- en museumopstellingen zijn
                            niet in elk scenario op de gangbare wijze bruikbaar. Het is nodig op
                            zoek te gaan naar alternatieve vormen van ruimtegebruik en
                            alternatieve ruimtes binnen de anderhalve-metermaatschappij
                            (ruimtelijk ontwerp);
Financieel:                 Aanbod voor minder bezoekers of digitaal aanbod levert tot dusverre
                            minder inkomsten op. Het is noodzakelijk dat hier nieuwe
                            verdienmodellen voor worden ontwikkeld. Voor kunstenaars en
                            artiesten die zowel digitaal als live werken (zoals muzikanten) is het
                            van belang een betere verhouding te vinden tussen inkomsten uit
                            optredens en inkomsten uit rechten, streaming en verkoop.
Maatschappelijk:            Het was al een flinke opgave voor de sector maar ook nu, bij verlies aan
                            inkomsten en onzekerder werkvooruitzichten, blijft het van belang dat
1 In september bleek uit cijfers van de tweede aanvraagronde van de NOW-steun bij het UWV dat de culturele
sector afgelopen zomer van alle sectoren relatief het grootste omzetverlies leed, namelijk 62 procent.
                                                                                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                      culturele organisaties eerlijke betaling aan werknemers en zzp’ers
                      kunnen blijven garanderen, en op een passende manier met
                      vrijwilligers omgaan. De waarden solidariteit, diversiteit, vertrouwen,
                      duurzaamheid en transparantie uit de Fair Practice Code mogen niet
                      worden vergeten.
Sociaal:              Met het veranderen van aanbod en aanbiedingswijze, en met een
                      verminderde zichtbaarheid, is het van belang nieuw publiek aan te
                      boren, bestaand publiek te behouden en lokaal (live) publiek te zoeken
                      bij het wegvallen van landelijke en internationale zichtbaarheid. Het
                      includeren van een breed en divers publiek blijft onverminderd van
                      belang.
Bestuurlijk:          Waar verschillende overheden (Rijk, provincies, gemeenten, vaak ook
                      nog rijkscultuurfondsen) betrokken zijn bij de culturele infrastructuur
                      binnen een regio, leeft behoefte aan een betere afstemming tussen
                      overheden en sector om gezamenlijk de schouders te zetten onder
                      culturele en creatieve problemen of behoeften die in die specifieke
                      regio leven. Op dit moment werken overheden veelal geïsoleerd en
                      werken rijks- en gemeentelijk beleid elkaar soms tegen.
Met een groot deel van deze transities is de sector al intensief aan de slag gegaan. Om dit
goed te kunnen doen, is echter steun van de minister nodig. In deel 2 van dit advies doet de
raad enkele aanbevelingen aan de minister om de sector te helpen genoemde transities te
versnellen:
Zet de huidige steunmaatregelen voort en bekijk waar maatregelen kunnen
worden versoepeld voor de culturele sector.
De raad houdt vast aan zijn pleidooi van 14 september jl. voor maatwerk per regio en
versoepeling van het maximumaantal bezoekers in culturele gebouwen. De routekaart die de
Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft ontwikkeld voor de sector kan hier handvatten
voor bieden; deze routekaart sluit aan bij de routekaart die sinds 14 oktober door de
rijksoverheid wordt gehanteerd maar is beter op de sector toegespitst. Daarnaast vindt de
raad het van belang dat het steunpakket aan gemeenten wordt geoormerkt, zodat het ook
daadwerkelijk ten goede komt aan de culturele en creatieve sector. De steunmiddelen moeten
zoveel mogelijk terechtkomen bij kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en
achterliggende culturele organisaties.
Financier drie fieldlabs waarin de sector kan experimenteren met nieuwe
werkwijzen en verdienmodellen, en richt een Taskforce Stedelijke Cultuurregio
in waarin regio’s van elkaar kunnen leren.
De raad adviseert drie fieldlabs in te richten waarin de sector op grote schaal
(praktijk)onderzoek kan doen en kan experimenteren met nieuwe werkwijzen. Hij schetst de
contouren voor drie fieldlabs op het gebied van digitalisering, herontwerp van binnen- en
buitenruimtes en productdifferentiatie. De bedoeling is dat deze labs worden geïnitieerd door
consortia van grotere instellingen en kennisinstellingen, met een grote toegankelijkheid voor
kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties, zowel gesubsidieerd
als ongesubsidieerd. Daarnaast adviseert de raad een Taskforce Stedelijke Cultuurregio in te
richten waarin succesvolle samenwerkingen in en met de sector in stedelijke cultuurregio’s
op landelijke schaal kunnen worden onderzocht, uitgewisseld en versterkt.
                                                                                              4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Betracht coulance voor BIS-instellingen gedurende de hele periode vanaf 2021.
De raad adviseert de minister om BIS-instellingen de komende vier jaar op een alternatieve
manier te monitoren, waarbij de instellingen op basis van hun artistieke missie en visie in
grotere vrijheid kunnen werken. Het is belangrijk dat ze daarbij wel de
verantwoordelijkheden behouden die passen bij instellingen op dit niveau, zoals op het
gebied van fair practice, governance en inclusie.
Doordenk een alternatief voor het huidige landelijke subsidiebestel.
De raad wil de komende periode oplossingen ontwerpen voor een aantal gesignaleerde
problemen in de sector. Deze bevinden zich hoofdzakelijk op het vlak van -
arbeidsmarkt/verdienvermogen, de inhoudelijke inrichting van het gesubsidieerde bestel
(waarin vele genres en kunstenaars/artiesten geen plek vinden), en de mate en wijze van
samenwerking tussen investerende overheden. De raad wil de komende periode alternatieven
voor het huidige bestel verkennen om vervolgens te kunnen adviseren over een nieuw of
verbeterd bestelontwerp voor de periode hierna. Hij zal hierbij gebruikmaken van de
inzichten en resultaten uit de fieldlabs, de Taskforce Stedelijke Cultuurregio en de
monitoring.
Onderzoek aanvullende financieringsmogelijkheden voor de sector.
De raad is al langer van mening dat de financiële armslag voor de culturele en creatieve
sector onvoldoende is om een solide sector draaiende te houden. De voortdurende krapte is
mede debet aan de grote ravage die de coronacrisis in de sector aanricht. De raad acht
daarom een ruimer structureel cultuurbudget en een breder palet aan
financieringsinstrumenten noodzakelijk om de sector uit de crisis te redden en op langere
termijn gezond te maken. De raad doet enkele aanbevelingen om meer gebruik te maken van
publiek-private financiering en om fiscale maatregelen te ontwikkelen die investeringen in
cultuur aantrekkelijker maken voor private organisaties en particulieren. Het totale pakket
aan financiering en maatregelen dient ten goede te komen aan de wendbaarheid en
weerbaarheid van zowel het gesubsidieerde als het ongesubsidieerde deel van de sector.
                                                                                            5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Inleiding
Onmiddellijk na de start van de ‘intelligente lockdown’ in maart van dit jaar reageerde de
culturele en creatieve sector met ongekende creativiteit en aanpassingsvermogen op de
nieuwe situatie. Veel was ineens niet meer mogelijk, maar kunstenaars, artiesten,
ontwerpers, docenten en culturele organisaties (en andere werkenden in de sector, inclusief
de vele vrijwilligers2) lieten zich niet uit het veld slaan en zochten en vonden verrassende
nieuwe wegen om hun werk bij het publiek te brengen.3 Met het voortduren van de crisis
komt de cultuur echter steeds meer onder spanning te staan. De creatieve energie wordt
getemperd door financiële problemen die de hele sector aangaan.
De crisis in de culturele en creatieve sector raakt inmiddels de hele samenleving; dat zien we
ook internationaal. De terugvallende en soms helemaal wegvallende activiteiten en
inkomsten van kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties hebben
veel grotere consequenties dan voor de beroepssector alleen. Niet alleen de productie en
creatie van nieuw werk staan immers onder druk; de crisis raakt in even sterke mate de
vrijetijdsbesteding, de sociale uitwisseling van publiek, amateurkunstbeoefening,
talentontwikkeling en cultuureducatie. Tevens tast de crisis in deze sector de aanpalende
werkgelegenheid en bedrijvigheid aan (zoals horeca, veiligheid, logistiek). De sector staat te
popelen om aan de slag te gaan met artistieke, sociale en economische vraagstukken, maar
lijdt onder een verlies aan inkomsten en gebrek aan nieuwe verdienmodellen voor
alternatieve werkwijzen.
Het crisisvraagstuk is een transitieopdracht geworden om ten eerste de sector zélf wendbaar
en weerbaar te maken, en ten tweede de culturele en sociale ontmoeting in de samenleving
weer mogelijk te maken.
Crisis met een onzeker perspectief
De aanvankelijke uitbarsting van creatieve energie bij het begin van de coronacrisis ontstond
in de veronderstelling dat de maatregelen die met de crisis gepaard gingen in het nieuwe
seizoen 2020-2021 versoepeld, dan wel helemaal opgeheven zouden zijn. We zagen bij
aanvang van dat nieuwe seizoen echter dat dat nog lang niet het geval was. Eerst werd in een
aantal regio’s de regelgeving verzwaard en sinds 13 oktober 2020 verkeert Nederland
opnieuw in een gematigde vorm van lockdown, de ‘gedeeltelijke lockdown’ – met een
tijdelijke verzwaring van de maatregelen tot en met (in elk geval) 18 november. Bibliotheken,
2 Het is vanwege de omvang en diversiteit in de sector niet mogelijk elke beroepsgroep in dit advies afzonderlijk te
benoemen. We spreken daarom in dit advies van ‘kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele
organisaties’ om de veel bredere beroepsgroep aan te duiden die werkzaam is in de culturele en creatieve sector –
die sector die zich bezighoudt met kunst, ontwerp en media, inclusief amateurkunst en cultuureducatie. Hier
hoort de regisseur bij, de popmuzikant, de hiphopper, de dichter, de bibliothecaris, de koorleider, de
filmproducent, de installatiekunstenaar, de digital born artist, de educatiemedewerker, de technicus, de
programmeur, de museumdirecteur, et cetera. We richten ons op producerende, presenterende, organiserende en
onderwijzende werkenden en organisaties binnen de culturele en creatieve sector, gesubsidieerd en
ongesubsidieerd. Met betrekking tot culturele organisaties maken we een uitzondering voor het
kunstvakonderwijs, dat onder onderwijs valt en (tenzij anders vermeld) niet expliciet is meegenomen in onze
analyse. Werkenden in dit veld hebben we echter wel op het oog; veel docenten aan het kunstvakonderwijs hebben
daarnaast immers hun eigen uitvoerende praktijk als kunstenaar/artiest of geven ook les op muziekscholen of aan
particulieren.
3
  Over de getoonde veerkracht en wendbaarheid berichtten we al in onze eerdere adviezen over de coronacrisis
van 18 mei en 14 september 2020.
                                                                                                                   6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>bioscopen, musea, kunstencentra en theaters zijn op het moment van schrijven grotendeels
gesloten. Ook internationale activiteiten liggen voorlopig stil. De scenario’s die we in ons
advies van 18 mei nog speculatief schetsten, zijn inmiddels pijnlijke realiteit geworden en
hebben zich zelfs uitgebreid. Naast de ‘normale’ situatie kennen we nu de anderhalve-
metermaatschappij, de landelijke lockdown (met steeds wisselende beperkingen voor het
sociale en economische verkeer) en de mogelijkheid tot regionale verzwaringen en
versoepelingen waar de ontwikkeling van de coronabesmettingen daar aanleiding toe biedt.
Nabije en verdere toekomst zijn onzeker, voor de samenleving als geheel en voor de culturele
en creatieve sector in het bijzonder. Voor een terugkeer naar ‘normaal’ zijn we afhankelijk
van de snelheid waarmee een sneltest, een vaccin en een medicijn ontwikkeld en voor
iedereen beschikbaar kunnen worden gemaakt. Mogelijk zijn er tussenstappen realiseerbaar
in veiligheidsregio’s waar de besmettingsrisico’s als eerste zeer laag worden – keuzes die aan
de hand van een landelijke routekaart voor de culturele sector consistent te maken zijn.4
Maar een volledige terugkeer naar de oude situatie zal naar verwachting minstens een jaar, zo
niet langer duren. En dan nog is de vraag of we meteen teruggaan naar ‘normaal’, of dat
makers en publieksgroepen elkaar eerst opnieuw moeten vinden. We zien nu al dat zelfs de
beperkte capaciteit die musea en theaters mogen bieden, nog niet altijd ‘volle zalen’ oplevert.
Op lokaal niveau slaan kunstenaars en organisaties de handen ineen om het culturele
ecosysteem (zowel voor professionele cultuuruitingen als voor cultuureducatie en -
participatie) binnen de grenzen van wat mogelijk is zo goed mogelijk te laten blijven
functioneren, en om zo snel mogelijk oplossingen te vinden voor problemen die sectorbreed
worden gevoeld. Rendabel is dat echter nog lang niet, en de stemming in de sector is in het
beste geval gelaten, vaak echter wanhopig, boos of droef.
De raad verwacht dat de crisis in de culturele sector een langdurig effect zal hebben. We
realiseren ons inmiddels dat de herstelperiode die onvermijdelijk volgt op een crisis, gepaard
zal gaan met een veel grotere transitie. Herstel is niet: terug naar het oude. De crisis heeft in
de sector én de samenleving zaken blootgelegd die om veel ingrijpender aanpassingen
vragen.5
De waarde van cultuur voor de samenleving
De culturele en creatieve sector kent een groot economisch belang. In 2019 becijferde het
CBS dat het economisch belang van de culturele en creatieve sector (inclusief media) met een
toegevoegde waarde van 25,5 miljard euro aan het bruto nationaal product (3,7 procent) iets
kleiner is dan de bouwnijverheid, maar twee keer zo groot als de landbouw. De sector is goed
voor zo’n 320 duizend banen (4,5 procent van de totale werkgelegenheid). Daarin is dan nog
niet de toegevoegde waarde voor aanpalende sectoren als horeca, beveiliging, infrastructuur,
techniek et cetera meegenomen. Ook de bijdrage die de sector met haar creatieve concepten
4 De Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft een dergelijke routekaart ontwikkeld, aanvullend op en
aansluitend bij de routekaart van de rijksoverheid.
5
  Over de wendbaarheid en weerbaarheid van de culturele sector deden we al uitspraken in onze eerdere analyses
en adviezen van de afgelopen vier jaar. Uit door de raad uitgevoerde analyses van de arbeidsmarkt-problematiek,
de rol van Rijk, provincies en gemeenten, de stand van zaken binnen verschillende culturele sectoren en de
inrichting van het landelijke subsidiebestel bleek al dat op allerlei plekken de bestaande kaders knellen en dat er
voor noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen te weinig ruimte is. Bevindingen vanuit de sector en diverse
onderzoeksinstanties (CBS, Boekmanstichting, hogescholen en universiteiten, private onderzoeksbureaus, et
cetera) staven dit.
                                                                                                                    7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>levert aan het ontwikkelen van goederen en diensten in andere sectoren, is dan nog niet
meegeteld.
Daarnaast is de sector in sociaal en verbindend opzicht cruciaal – en dat zien we juist nu.
Het uitdoven van cultureel aanbod (cultuur om te bezoeken én cultuur om zelf aan mee te
doen) heeft niet alleen negatieve gevolgen voor inkomsten van kunstenaars, artiesten,
ontwerpers, docenten en culturele organisaties. Het heeft ook zichtbaar een negatief effect op
de sociale cohesie in gemeenten, op de mentale volksgezondheid, de leefbaarheid van de
(binnen)steden, de kwaliteit van de fysieke omgeving en het vestigingsklimaat. Het verarmt
het onderwijsaanbod en de expressiemogelijkheden voor kinderen en jongeren. We zien als
gevolg van het wegvallen van sociaal en cultureel verkeer (denk aan cultuur, sport, horeca en
evenementen) dat in de hele samenleving gevoelens van isolatie, somberheid en verveling
worden versterkt. Vanuit de geestelijke gezondheidssector klinkt de zorg over een forse groei
van depressiviteit en eenzaamheid. Er ontstaat een grote onvervulde behoefte aan
ontmoeting, geruststelling, steun, troost en schoonheid.
Bovenstaand beeld bevestigt hoe cruciaal de culturele en creatieve sector is voor een vitale
samenleving. Deze sector heeft de vermogens in huis het mentale peil van de samenleving te
verhogen. Het is daarom van cruciaal belang dat het culturele aanbod zoveel mogelijk intact
kan blijven en dat de werkgelegenheid in deze sector wordt behouden. Hier geldt een
economisch, maar zeker ook een sociaalmaatschappelijk motief.
De sector draagt in hoge mate bij aan het formuleren van antwoorden op corona-gerelateerde
problemen die in wezen de hele samenleving aangaan. De ontwerpende, creatieve kracht in
deze sector kan beter dan nu het geval is worden benut. De sector werkt hard aan het
ontwikkelen van manieren om elkaar op een veilige manier te blijven ontmoeten in digitale of
fysieke ruimtes, aan het vinden van nieuwe werkwijzen en vormen die binnen beperkende
maatregelen wél mogelijk zijn, en aan het versterken van de relatie met partners en publiek
binnen gemeente, regio, land of internationaal. Ze heeft daarmee een grote toegevoegde
waarde voor het bevorderen van sociale cohesie, het organiseren van gezonde ontmoetingen
en het terugvinden van creativiteit en vitaliteit in een door een crisis geraakte samenleving.
De creatieve sector heeft zich op allerlei manieren gemanifesteerd op het gebied van stedelijk
ontwerp, klimaat, zorg en onderwijs, en is bij uitstek in staat nieuwe oplossingen te
ontwerpen.
Ook de politiek is meer dan ooit van dit belang overtuigd; kabinet en Tweede Kamer spraken
zich de laatste tijd herhaaldelijk uit voor een versterking van deze zwaar getroffen sector, er
werden twee flinke steunpakketten voor cultuur vrijgemaakt en het laatst aangekondigd
generieke steunpakket bood specifieke middelen voor vrije theaterproducenten.
Inhoud van dit advies
In dit advies wijzen we een aantal transitieopgaven aan waar de culturele en creatieve sector
voor staat als gevolg van de coronacrisis of van al langer lopende ontwikkelingen in de sector
en de maatschappij (deel 1). Vervolgens doen we enkele aanbevelingen om de sector te
helpen genoemde transities te versnellen (deel 2).
De in de huidige kabinetsperiode gedane investeringen hebben de sector goed gedaan. De
extra middelen hebben een eerste verbreding en versterking van het rijkssubsidiestelsel
                                                                                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>mogelijk gemaakt. Met door de minister vrijgemaakte steunpakketten kan de schade door de
crisis gedeeltelijk worden opgevangen. Dit advies doet een dringende oproep aan de minister
om de ernst van de crisis te blijven onderkennen en de sector tijd, vertrouwen, extra
middelen en experimenteerruimte te geven om op duurzame wijze te herstellen en haar rol in
het culturele en sociale domein weer te kunnen spelen.
                                                                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Deel 1. Transitieopgaven voor de culturele en creatieve sector
De crisissituatie en de bijbehorende overheidsmaatregelen dwingen kunstenaars, artiesten,
ontwerpers, docenten en culturele organisaties sinds februari 2020 steeds opnieuw op zoek
te gaan naar andere manieren van werken, alternatieve uitingsvormen, andere partners en
een nieuwe omgang met publiek. Hoewel deze zoektocht gepaard gaat met een aanzienlijke
mate van onzekerheid over de toekomst en een hoge werkdruk, legt de sector hierbij een
grote creativiteit en vindingrijkheid aan de dag, waarmee veel kansrijke ontwikkelingen
worden aangezwengeld. Om deze op grote schaal te kunnen voortzetten en ze naar een hoger
niveau te brengen, zijn echter tijd, extra middelen en experimenteerruimte vereist. Ook is er
nood aan nieuwe verdienmodellen. Tot nu toe zijn de vele inspanningen nog onvoldoende
lucratief; de sector lijdt massaal verlies en nieuwe creatie- en presentatievormen leveren nog
geen of nauwelijks inkomsten op.
De raad identificeert enkele grote transitieopgaven waar de sector voor staat om de
artistieke output op peil te houden, de werkgelegenheid te behouden en haar verbindende rol
in de maatschappij te kunnen blijven spelen.6 Deze transitieopgaven brengen we hieronder in
kaart aan de hand van een kwadrantenanalyse. Vele gesprekken met het veld, input vanuit
producerende, presenterende en ondersteunende instellingen, brancheverenigingen en de
Taskforce Culturele en Creatieve Sector hebben hieraan bijgedragen. Daarnaast hebben we
gebruikgemaakt van onze eerdere advisering omtrent knelpunten in de sector.
Vier kwadranten van culturele activiteit
In ons briefadvies van 18 mei 2020 presenteerden we een kwadrantenmodel om eenvoudig te
kunnen identificeren hoe de coronacrisis en de bijbehorende overheidsmaatregelen de
verschillende dimensies van de culturele en creatieve praktijk beïnvloeden (zie onder). Voor
elke situatie waarin een culturele activiteit plaatsvindt, hebben we geïnventariseerd welke
gevolgen de coronamaatregelen hebben voor de artistieke praktijk, voor de relatie met het
publiek, voor de relaties met partners binnen en buiten het culturele ecosysteem en voor het
verdienvermogen.
We zien aan de resultaten in hoeverre kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en
culturele organisaties worden beperkt door coronamaatregelen en welke alternatieve werk-
en presentatiewijzen ze in reactie daarop ontwikkelen. We zien ook welke artistieke,
technologische, financieel-economische en sociaal-maatschappelijke uitdagingen ze daarbij
tegenkomen. Nieuwe werkvormen vragen om andere expertise, kennis, techniek en middelen
dan die reeds in huis zijn. Op te veel plekken in de sector zien we dat kunstenaars, artiesten,
ontwerpers, docenten en culturele organisaties hiermee op eigen houtje aan de slag gaan en
allemaal proberen het wiel uit te vinden. Dit kost hun veel tijd, geld en energie, en falen ligt
6 Bij deze analyse hebben we dankbaar gebruikgemaakt van de vele initiatieven die al in de sector gaande zijn om
de situatie in kaart te brengen en oplossingen te bedenken. Vanuit de Taskforce Culturele en Creatieve Sector,
waarin een groot aantal brancheverenigingen zich heeft verenigd, kwamen al bruikbare herstelplannen,
protocollen, een ticketregeling en een routekaart voor de culturele sector. Ook bracht de Taskforce de
economische schade van de crisis voor de sector reeds in kaart. We baseren ons daarnaast op gesprekken met een
brede vertegenwoordiging van de sector (inclusief rijkscultuurfondsen, private fondsen en ondersteunende
instellingen), en grijpen terug op eerdere adviezen: ‘Verkenning arbeidsmarkt culturele sector’ en ‘Passie
gewaardeerd’ in samenwerking met de SER (resp. 2016 en 2017), de verkenning ‘Cultuur voor stad, land en regio’
(2017), de recente sectoradviezen (2017-2019) en het besteladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ (2019).
                                                                                                                10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>op de loer. De raad ziet dat de transitieopgaven dusdanig groot zijn, dat ze de hele sector
betreffen; ze dienen daarom ook sectorbreed te worden aangepakt. Dat vraagt dus om
experiment en aanpassingen op grotere schaal, uitgevoerd met grote expertise, waarvan de
hele culturele en creatieve sector uiteindelijk kan profiteren. Hier kan de minister een
belangrijke rol in spelen.
        Een jeugdig publiek enthousiasmeren voor digitaal aanbod. Een koor online een
        partituur laten instuderen. Je culturele gebouw zo gebruiken dat je publiek veilig op
        anderhalve meter kunt ontvangen. Lezen bevorderen bij het sluiten van de
        bibliotheek. Je compositie aanbieden aan een ensemble dat niet weet wanneer het
        weer kan optreden. Een idee voor een grootschalig project of festival zo aanpassen dat
        het in maat kan slinken als de maatregelen daarom vragen. Je internationale rol
        blijven spelen als podiumkunstgezelschap zonder reismogelijkheden. Een inkomen
        halen uit het geven van saxofoon- of schilderles terwijl muziekschool en cultureel
        centrum gesloten zijn. Medewerkers en freelancers blijven betalen voor werk op veel
        kleinere schaal. Publieksinkomsten op peil houden bij de overgang van fysiek naar
        digitaal aanbod. De huur blijven betalen zonder dat er inkomsten tegenover staan?
        De uitdagingen zijn talloos, lijken vaak nog onhaalbaar, en overal in de sector
        proberen kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties hun
        eigen wiel uit te vinden. Dit kan anders, meent de raad.
Kwadrantenmodel
Het kwadrantenmodel onderscheidt vier kwadranten, of situaties, waarin culturele activiteit
plaatsvindt:
        1. Eén-op-één: een kunstenaar, artiest, ontwerper of docent maakt of doet iets voor
             individuele ontvangers: lezers, kijkers, luisteraars of deelnemers.
        2. Eén-op-meer: een kunstenaar, artiest, ontwerper of docent maakt of doet iets
             waar vervolgens in een andere context meer mensen tegelijk naar kijken of
             luisteren, of aan meedoen.
        3. Meer-op-één: een groep kunstenaars, artiesten, ontwerpers of docenten, of een
             culturele instelling, maakt of doet samen iets voor individuele ontvangers: lezers,
             kijkers, luisteraars of deelnemers.
        4. Meer-op-meer: een groep kunstenaars, artiesten, ontwerpers of docenten, of een
             culturele instelling, maakt of doet samen iets waar vervolgens in een andere
             context meer mensen tegelijk naar kijken of luisteren, of aan meedoen.
Het werk van de meeste werkenden in de sector speelt zich af in verschillende kwadranten.
Een acteur die met vele collega’s een theaterproductie maakt en speelt in een theaterzaal, is
werkzaam in het kwadrant meer-op-meer. Maar als diezelfde acteur een monoloog opneemt
voor zijn YouTube-kanaal, bevindt hij zich in het kwadrant één-op-één. En maakt zijn
producent een online registratie van een voorstelling die via internet toegankelijk wordt
gemaakt, dan is hij actief in het kwadrant meer-op-één. Evenzo is een auteur die in zijn
eentje aan een roman werkt, die vervolgens door een lezer thuis op de bank wordt gelezen,
actief in het kwadrant één-op-één. Maar diezelfde auteur treedt ook op in boekhandels, op
literaire festivals, op boekenbeurzen, op scholen (één-op-meer), of werkt in teamverband aan
een scenario voor een tv-serie (meer-op-één) of een theatervoorstelling (meer-op-meer).
                                                                                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Dit model is bruikbaar gebleken om te doordenken welke gevolgen de coronacrisis en de
bijbehorende maatregelen hebben voor de dagelijkse praktijk. In veel sectoren werd de
afgelopen periode gezocht hoe activiteiten die in het zwaarst getroffen kwadrant niet meer
mogelijk waren (meer-op-meer) konden worden verlegd naar kwadranten waar de
bewegingsvrijheid nog wat groter was: theatervoorstellingen werden gestreamd, musici
traden online op, festivals vonden online plaats, producties werden geschikt gemaakt voor
één bezoeker tegelijk, publiek trok langs scènes in plaats van samen plaats te nemen in een
zaal, et cetera.
Coronacrisis: inperking van de mogelijkheden
De coronacrisis en de bijbehorende overheidsmaatregelen troffen de culturele en creatieve
praktijken in het meer-op-meer-kwadrant als eerste. Concerten, theatervoorstellingen,
debatten, festivals, tentoonstellingen en kunstmanifestaties konden aanvankelijk geen
doorgang vinden. De podiumkunsten werden daarna sterk aan banden gelegd door het
maximaal toegestane aantal van dertig bezoekers. Dankzij goede protocollen werd vervolgens
de ruimte gecreëerd om wat meer mensen toe te laten (echter nog altijd te weinig om uit de
kosten te komen). Sinds de gedeeltelijke lockdown die per 13 oktober werd afgekondigd, was
de situatie echter ‘terug bij af’. Organisaties als musea, publiek toegankelijke monumenten en
bibliotheken (zogenoemde ‘doorstroomlocaties’) hoefden aanvankelijk niet opnieuw hun
bezoekersaantallen aan te passen met behulp van tijdslots en reserveringen vooraf, maar de
maatregel om vanaf 4 november 22.00 uur alle culturele gebouwen voor minimaal twee
weken te sluiten, heeft alle activiteit in dit kwadrant tijdelijk on hold gezet.
Voor organisaties in de podiumkunsten is duidelijk: de interactie met live publiek heeft voor
publiek en spelers een enorme meerwaarde en die vorm zal zeker in de normale situatie weer
terugkomen. Maar het besef wordt ook steeds groter dat digitalisering voor de organisaties
een kans biedt om ander publiek te bereiken. Zo was het voor Nationale Opera & Ballet
mogelijk met de première van ‘Ritratto’ internationaal 75.000 mensen te bereiken. Een
                                                                                             12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>verbluffend resultaat, zij het nog niet kostendekkend qua exploitatie. De mogelijkheid om te
repeteren en livestreams op te nemen blijft bij de maatregelen die op 4 november werden
aangekondigd voor professionele gezelschappen en acteurs (ook in de audiovisuele sector)
bestaan. Amateurkunstbeoefening als acteren, blazen, dansen en zingen, waar miljoenen
Nederlanders plezier aan beleven, is momenteel maar toegestaan met twee personen of met
een huishouden, en mag niet plaatsvinden in publiek gefinancierde gebouwen (waarbij een
uitzondering geldt voor activiteiten voor jongeren tot en met zeventien jaar). Een
complicerende factor voor de dans (inclusief de jeugddans) is dat deze sector in de
overheidsmaatregelen nu eens tot cultuur, dan weer tot sport wordt gerekend, waardoor
onduidelijk is welk protocol moet worden gevolgd.
Ook alle activiteiten binnen het één-op-meer-kwadrant raakten in de problemen vanwege
de lockdown en de maximaal toegestane publieksaantallen. Solotentoonstellingen,
solovoorstellingen, soloconcerten en boekpresentaties stopten in maart en werden vervolgens
hervat met heel veel minder publiek, en in het geval van tentoonstellingen met behulp van
tijdslots en reserveringen vooraf. Door de lage toegestane zaalbezetting in zalen betekende
elke speelbeurt: verlies. Het advies van de raad op 14 september om het maximaal aantal
toegestane bezoekers in theater- en concertzalen te verruimen in goed overleg met het RIVM
en de veiligheidsregio’s, op basis van de grote nauwkeurigheid waarmee de zalen de
anderhalve-metermaatregel voor hun bezoekers wisten te bewaken, werd helaas ingehaald
door de op 13 oktober aangekondigde verdere aanscherping van de restricties, waardoor
opnieuw slechts een maximaal aantal van dertig bezoekers werd toegestaan. Steeds meer
zalen sloten daarop de deuren, en kunstenaars en artiesten besloten hun solo-optredens
(gedeeltelijk) te staken. Vanaf 4 november 22.00 uur geldt voor in elk geval twee weken een
totale sluiting voor alle culturele gebouwen. Daarmee liggen ook alle activiteiten op
muziekscholen, bij amateurverenigingen en centra voor de kunsten stil (waarbij een
uitzondering mag worden gemaakt voor activiteiten voor jongeren tot en met zeventien jaar).
Ateliers en galeries zijn (grotendeels) wel open voor bezoekers en kopers.
De activiteiten in het meer-op-één-kwadrant, zoals het opnemen van albums, het maken
van series, films, televisie- en radioprogramma’s of het uitvoeren van gezamenlijke
ontwerpprojecten, kwamen tijdens de intelligente lockdown stil te liggen of gingen onder
ingeperkte omstandigheden door. Dankzij stevige protocollen, testmogelijkheden en
aanpassingen op de set, in studio’s en op het podium, konden deze activiteiten weer worden
hervat. Desondanks werken de maatregelen nog (sterk) beperkend bij producties en studio-
opnames waar een volle set of studio noodzakelijk is, wat zorgen geeft over het aanbod voor
volgend jaar en verder (en wat producenten in financiële problemen brengt). Kunstenaars en
ontwerpers moeten bij het uitwerken van hun artistieke ideeën rekening houden met de
omvang van de culturele activiteit. Veel groepen kunstenaars en organisaties die normaliter
live voor toeschouwers spelen, verschoven (een deel van) hun activiteiten naar dit kwadrant,
door voorstellingen of concerten (live) te streamen voor publiek.
Het één-op-één-kwadrant bleef logischerwijs de meeste ruimte bieden. De kunstenaars en
ontwerpers die hierin actief zijn, konden blijven schrijven, schilderen, componeren,
ontwerpen, bloggen, vloggen en podcasten. Veel makers verlegden ook voor het eerst hun
activiteiten naar dit kwadrant. Toch werden, met het langer duren van de crisis, ook deze
kunstenaars en ontwerpers in hun mogelijkheden beteugeld, en zagen ook zij hun
werkgelegenheid en hun inkomen verdampen. Immers, een boek vindt geen lezers zonder
                                                                                            13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>uitgever, boekenbeurzen, boekhandels, voorleesavonden, schoolbezoeken, en optredens in
media of op festivals. Een compositie of album dient te worden uitgevoerd, een beeldend
kunstwerk geëxposeerd, spoken word voorgedragen – zonder opdrachten of contracten zitten
ook deze kunstenaars en ontwerpers zonder (betaald) werk, en zonder toekomstperspectief.
Eén-op-één lessen in de amateurkunstbeoefening, zoals privézangles of gitaarles, zijn
momenteel alleen thuis toegestaan en niet in publiek gefinancierde gebouwen.
In de bijlage ‘Kwadrantenanalyse’ is een uitvoeriger beschrijving opgenomen van de gevolgen
van de crisis en de maatregelen binnen elk kwadrant van cultuurbeoefening.
Transitieopgaven
Met het voortduren van de crisis en het veranderende perspectief voor de gehele sector, raakt
de gangbare activiteit in alle kwadranten aangetast. Voor wat wél mogelijk is, zijn vaak de
techniek en expertise nog onvoldoende ontwikkeld, bestaan geen goede platforms of
samenwerkingsverbanden, en ontbreekt zoals gezegd een gezond en duurzaam verdienmodel.
Vooral belangrijk is ook dat de sector veel gemakkelijker leert laveren tussen de kwadranten
indien omwille van een anderhalve-metermaatregel of een lockdown (al dan niet met
verzwaringen of versoepelingen) het werk in het meer-op-meer-kwadrant, het één-op-meer-
kwadrant of het meer-op-één-kwadrant tijdelijk niet mogelijk is.
Transitieopgaven die we door alle kwadranten heen zien, zijn met name:
Artistiek:             In plaats van zich te specialiseren in één artistieke vorm of
                       presentatiewijze, moeten culturele organisaties gemakkelijker (de vorm
                       van) hun aanbod kunnen aanpassen bij de overgang tussen ‘normaal’,
                       anderhalve-metermaatschappij en verschillende vormen van lockdown
                       (productdifferentiatie);
Technologisch:         Omdat fysiek bijeenkomen niet in elk scenario mogelijk is, wint digitale
                       aanwezigheid aan belang; het is nodig goed werkzame platforms te
                       ontwikkelen, goede digitale aanbiedingsvormen te vinden, publiek te
                       zoeken voor digitale uitingen, een verdienmodel hieraan te koppelen, et
                       cetera (digitalisering);
Ruimtelijk:            Bestaande theater-, concertzaal-, festival- en museumopstellingen zijn
                       niet in elk scenario op de gangbare wijze bruikbaar. Het is nodig op
                       zoek te gaan naar alternatieve vormen van ruimtegebruik en
                       alternatieve ruimtes binnen de anderhalve-metermaatschappij
                       (ruimtelijk ontwerp);
Financieel:            Aanbod voor minder bezoekers of digitaal aanbod levert tot dusverre
                       minder inkomsten op. Het is noodzakelijk dat hier nieuwe
                       verdienmodellen voor worden ontwikkeld. Voor kunstenaars en
                       artiesten die zowel digitaal als live werken (zoals muzikanten) is het
                       van belang een betere verhouding te vinden tussen inkomsten uit
                       optredens en inkomsten uit rechten, streaming en verkoop.
Maatschappelijk:       Het was al een flinke opgave voor de sector maar ook nu, bij verlies aan
                       inkomsten en onzekerder werkvooruitzichten, blijft het van belang dat
                       culturele organisaties eerlijke betaling aan werknemers en zzp’ers
                       kunnen blijven garanderen, en op een passende manier met
                       vrijwilligers omgaan. De waarden solidariteit, diversiteit, vertrouwen,
                                                                                               14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                             duurzaamheid en transparantie uit de Fair Practice Code mogen niet
                             worden vergeten. Belangrijk is ook oog te hebben voor moreel gedrag,
                             waarvoor Mores.online gedragsregels heeft ontwikkeld.
Sociaal:                     Met het veranderen van aanbod en aanbiedingswijze, en met een
                             verminderde zichtbaarheid, is het van belang nieuw publiek aan te
                             boren, bestaand publiek te behouden en lokaal (live) publiek te zoeken
                             bij het wegvallen van landelijke en internationale zichtbaarheid. Het
                             includeren van een breed en divers publiek blijft onverminderd van
                             belang.
Bestuurlijk:                 Waar verschillende overheden (Rijk, provincies, gemeenten, vaak ook
                             nog rijkscultuurfondsen) betrokken zijn bij de culturele infrastructuur
                             binnen een regio, leeft behoefte aan een betere afstemming tussen
                             overheden en sector om gezamenlijk de schouders te zetten onder
                             culturele en creatieve problemen of behoeften die in die specifieke
                             regio leven. Op dit moment werken overheden veelal geïsoleerd en
                             werken rijks- en gemeentelijk beleid elkaar soms tegen.7
Aanbevelingen ter bevordering van transities
Zoals al eerder gezegd zien we een rol weggelegd voor de minister bij het opschalen van reeds
ingezet experiment en aanpassingen en bij het inroepen van de juiste expertise hierbij. De
crisistijd vraagt om snellere, krachtiger ontwikkelingen op grotere schaal, waar ook snel
nieuwe verdienmodellen aan kunnen worden gekoppeld. Samenwerking is hierbij cruciaal.
Voor de drie eerstgenoemde transitieopgaven (productdifferentiatie, digitalisering,
herontwerp van ruimtes) adviseren we de minister drie fieldlabs te financieren waarin
nieuwe mogelijkheden kunnen worden verkend in een lerende, experimenterende omgeving.
We adviseren verder een Taskforce Stedelijke Cultuurregio in te richten om de in het laatste
voorbeeld genoemde samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten binnen
zogenaamde ‘stedelijke cultuurregio’s’ te optimaliseren. De fieldlabs en de taskforce dienen
alle vier tevens ten goede te komen aan de te realiseren transities op het gebied van
verdienmodellen, fair practice en publiek.
Daarnaast roepen we de minister op om de coulancemaatregelen voor BIS-instellingen en
instellingen die subsidie ontvangen in het kader van de Erfgoedwet8 de gehele aankomende
subsidieperiode voort te zetten. We roepen ook de rijkscultuurfondsen, provincies en
gemeenten op deze lijn te volgen. Bij de raad grijpen we deze tijd aan om samen met de
gesubsidieerde instellingen te bekijken hoe mogelijk een andere manier van
kwaliteitsbeoordeling en monitoring tot stand kan komen, meer gericht op de impact die
7 Een voorbeeld van dit laatste is dat steunmaatregelen vanuit gemeenten soms hun doel voorbijschieten omdat
culturele organisaties die hiervan profiteren vervolgens worden gekort op hun NOW omdat de steunmiddelen
hiermee worden verrekend.
8
  Het Rijk kondigde in maart 2020 een aantal coulancemaatregelen aan voor BIS-instellingen en instellingen die
subsidie ontvangen in het kader van de Erfgoedwet. Het gaat dan met name om de maatregel dat subsidies
doorlopen en instellingen niet worden gekort als voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege corona.
Deze door de minister afgekondigde maatregel werd destijds ook gevolgd door gemeenten en provincies. Ook de
vrije inzetbaarheid van opgebouwde reserves en van toekomstige positieve resultaten voor de kernactiviteiten van
een instelling past hierbij. (Vanaf 2019 zijn voor instellingen in de BIS de voorschriften over het
bestemmingsfonds OCW afgeschaft).
                                                                                                               15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>instellingen hebben op het artistieke, sociale en economische klimaat dan op kwantitatieve
presentatie-, bezoekers- en inkomstengegevens. Dit geeft in elk geval gesubsidieerde
instellingen ruimte om de komende periode flexibel te werken en te doen wat nodig is om uit
de crisis te komen en hiervan te herstellen. Dit zonder zich te hoeven bekommeren om het
herschrijven van plannen in een tijd waarin volgende maand zich net zo moeilijk laat plannen
als volgend jaar.
Genoemde transitieopgaven zijn niet mals. En voor een deel is ook een krap en onvoldoende
inclusief bestel debet aan de ontstane problematiek. De sector kan al haar transitieopgaven
niet aangaan, als we niet bekijken hoe het bestel op langere termijn ruimhartiger en
inclusiever kan worden gemaakt zodat de doorgemaakte transities ook worden
verduurzaamd. De raad wil daarom de komende periode aangrijpen om een aantal
alternatieven te verkennen, om uiteindelijk te komen tot een ontwerp voor een nieuw of
aangepast bestel dat de sector beter past.
Tot slot zijn financieel herstel en financiële hervorming van de sector noodzakelijk.
Dat gaat niet alleen om het beperken en herstellen van de schade van de coronacrisis, maar
ook om reeds ingezette bewegingen richting eerlijke betaling, het ontwikkelen van nieuwe
verdienmodellen, het aanboren van alternatieve financieringsbronnen en – vanuit overheden
– het verhogen van het structurele budget voor cultuur en het uitbreiden van
financieringsvormen (zoals leningen en garantiefondsen) en fiscale voordelen voor cultureel
ondernemers en publiek.
Bovenstaande aanbevelingen werken we uit in deel 2 van dit advies.
                                                                                            16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Deel 2. Aanbevelingen ter bevordering van transities
Dit deel van dit advies biedt een concrete uitwerking van enkele aanbevelingen die kunnen
bijdragen aan de in deel 1 geconstateerde transitieopgaven.
2.1. Inrichting van drie fieldlabs en een Taskforce Stedelijke Cultuurregio
Advies
De raad adviseert de minister drie fieldlabs te financieren op het gebied van digitalisering,
ruimtelijk ontwerp en productdifferentiatie. Binnen de fieldlabs kunnen nieuwe,
duurzame perspectieven worden ontworpen, getest en opgeschaald voor een wendbare en
weerbare culturele sector op de langere termijn. Daarnaast adviseert de raad een Taskforce
Stedelijke Cultuurregio in te richten waarin goede voorbeelden van samenwerkingen in en
met de sector binnen stedelijke cultuurregio’s zichtbaar worden gemaakt, op grote schaal
gedeeld en waar mogelijk en wenselijk geïmplementeerd in andere stedelijke cultuurregio’s.
Het kan daarbij ook gaan om goede voorbeelden van samenwerking tussen de verschillende
overheidslagen.
Waarom fieldlabs?
De raad heeft in zijn eerste brief naar aanleiding van de coronacrisis, op 18 mei 2020, gesteld
dat de sector dringend behoefte heeft aan innovaties. In zijn briefadvies van 14 september
heeft hij op basis daarvan enkele voorstellen gedaan voor te initiëren fieldlabs. De minister
van OCW heeft in haar tweede steunpakket voor de sector 5 miljoen euro beschikbaar gesteld
voor dergelijke fieldlabs.
De raad ziet de fieldlabs als een deel van het antwoord op de behoefte aan
experimenteerruimte in de sector. De raad constateerde eerder dat er in de hele culturele en
creatieve sector behoefte is aan tijd en gelegenheid om nieuwe dingen uit te proberen en
ervaring op te doen met nieuw aanbod en nieuwe werkwijzen. Er worden tijdens de
coronacrisis rap andere distributiemethoden ontwikkeld, de omgang met het publiek (en het
gedrag van dat publiek) verandert, en de weg naar het ‘nieuwe normaal’ vergt allerlei
technische en organisatorische aanpassingen. In veel gesprekken die de raad heeft gevoerd
was de noodzaak voelbaar tot meer en stevigere samenwerking tussen Rijk, provincies en
gemeenten, én tussen diverse partijen in het culturele veld. De voorgestelde fieldlabs
faciliteren de gevoelde experimenteerruimte door middel van ontwerpend praktijkonderzoek.
Hieronder schetst de raad de contouren en vereisten voor drie stevige, interdisciplinaire
fieldlabs rond digitalisering, ruimtelijk ontwerp en productdifferentiatie, en voor een
Taskforce Stedelijke Cultuurregio. De fieldlabs en de taskforce maken het werken aan een
wendbare toekomst concreet, ook op de langere termijn. Ze hebben financiële weerbaarheid
als essentieel aandachtspunt. De fieldlabs en de taskforce zijn zo ingestoken dat zij bestaande
initiatieven zoveel mogelijk betrekken, zodat wordt voorkomen dat op verschillende plekken
hetzelfde werk wordt verricht. Zo komt de werkvorm ook tegemoet aan de door de raad
veelgehoorde roep om betere, intensievere samenwerking binnen de culturele en creatieve
sector.
                                                                                              17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>In zijn brief van 14 september stelde de raad ook een fieldlab voor omtrent beter gebruik van
publieksdata; dit vindt reeds in een andere vorm doorgang bij het ministerie van OCW, zoals
aangekondigd in de uitgangspuntenbrief van de minister.9 De raad onderstreept, in lijn met
zijn besteladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ (2019), het belang van dit onderzoek
naar een landelijk samenwerkingsverband voor publieksgegevens, zoals dat in het Verenigd
Koninkrijk al enige tijd bestaat als The Audience Agency. Het gaat hierbij om meer dan
beleidsmatige data maar vooral om de ontwikkeling van data analytics en real time tools die
organisaties in staat stellen hun traditionele publiek vast te houden en nieuw publiek te
vinden.
Wat is een fieldlab?
Een fieldlab is een methode die in de creatieve industrie is ontwikkeld om op een
systematische manier en in bestaande omgevingen in de praktijk te experimenteren met
nieuwe oplossingen voor dringende problemen. In korte, intensieve projecten ontwikkelen en
testen de deelnemers nieuwe toepassingen, om daar in een volgende stap op verder te
bouwen, steeds weer opnieuw totdat de optimale oplossing is bereikt. De grote vragen in
fieldlabs betreffen de haalbaarheid, levensvatbaarheid en uitwisselbaarheid van de
oplossingen. Het fieldlab onderscheidt zich van de experimenten die makers en organisaties
momenteel in de culturele en creatieve sector uitproberen doordat er een cumulatieve
opbouw in zit, en doordat er altijd systematische monitoring en onderzoek aan zijn
gekoppeld.
               ‘Experimentele omgevingen bieden de mogelijkheid om innovaties te
               ontwikkelen en te testen die verandering in een maatschappelijke
               context teweegbrengen. Deze transities laten zich echter niet
               makkelijk sturen, en gerelateerde vraagstukken zijn vaak omgeven
               met onzekerheden en meerduidige informatie. Er is daarom behoefte
               aan ruimte in de beginstadia van het ontwikkelproces, om eenvoudige
               ideeën uit te proberen en te valideren. Daarnaast moet men ook
               verder in het proces de effecten van ontwikkelde interventies op
               veranderingen in nagebootste en/of levensechte contexten kunnen
               testen en eventueel bijsturen.’10
Fieldlabs moeten innovatie stimuleren, werkwijzen en methoden testen en verbeteren, de
resultaten opschalen en hun bevindingen breed verspreiden. In de voorgestelde fieldlabs
werken makers en organisaties samen en dat betekent ook dat het overgrote deel van de
middelen voor de labs direct ten goede komt aan werkenden in de sector. De rest van de
middelen wordt besteed aan begeleiding, onderzoek en kennisoverdracht.
Kaders
De raad heeft voor de preciezere invulling van de fieldlabs geput uit de ervaringen die in de
topsector Creatieve Industrie al zijn opgedaan met fieldlabs en uit de opzet en organisatie van
het recent gestarte Fieldlab Evenementen, waaraan ook vertegenwoordigers van de
9 Dit wordt op dit moment uitgevoerd met een budget van 0,5 miljoen euro per jaar.
10 Beschrijving van Click NL op de website van het fieldlab 'Missiegedreven Innovatie’ (2020).
https://kems.clicknl.nl/
                                                                                               18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>cultuursector deelnemen.11 Hij stelt op basis hiervan de volgende algemene kaders voor de
fieldlabs voor:
Inrichting en werkwijze
     1. Elk fieldlab wordt opgezet door een groter, organiserend consortium, dat voor een
          optimale werking een brede groep kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en
          culturele organisaties betrekt.
     2. Bij elk fieldlab is een relevante onderzoeksinstelling of -partner betrokken ten
          behoeve van monitoring en onderzoek, bij voorkeur een hogeschool of universiteit.
     3. Elk fieldlab dient relevante ondersteunende instellingen te betrekken.
     4. Elk fieldlab betrekt waar mogelijk en relevant reeds bestaande (aanzetten tot)
          fieldlabs in zijn werk.
     5. Elk fieldlab werkt volgens een helder omschreven projectplan met duidelijk
          geformuleerde doelen en criteria voor succes.
     6. Elk fieldlab beslaat een periode van achttien maanden, waarvan minstens een jaar
          aan de daadwerkelijke experimenten wordt besteed.
     7. Financiering binnen de kaders van de fieldlabs dient plaats te vinden op basis van
          solidariteit en dient met nadruk ook ten goede te komen aan niet of mager
          gesubsidieerde organisaties en makers. Zoveel mogelijk middelen dienen ten goede te
          komen aan deelnemende kunstenaars, artiesten, ontwerpers en docenten.
     8. De fieldlabs hebben veel onderlinge dwarsverbanden. Ze staan goed met elkaar in
          contact en werken samen. Ze wisselen inzichten uit met elkaar en met de sector.
     9. De fieldlabs zijn gecommitteerd aan de Fair Practice Code, de Governance Code
          Cultuur en de Code Diversiteit en Inclusie.
Inhoudelijke doelstellingen
     10. Doel van elk fieldlab is om toepasbare inzichten en werkvormen te ontwikkelen die
          voor de culturele en creatieve sector in verschillende scenario’s van
          coronamaatregelen bruikbaar en uitvoerbaar zijn, en die de sector ook na de
          coronacrisis wendbaar en weerbaar houden.
     11. De experimenten in elk fieldlab betreffen een samenhangende combinatie van
          artistieke kwaliteit, de relatie met het publiek, het verdienvermogen en de relatie
          binnen het culturele ecosysteem en met andere domeinen. Experimenten die slechts
          op een of enkele van deze dimensies inzetten, komen niet in aanmerking.
     12. Elk fieldlab betrekt kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele
          organisaties uit het ongesubsidieerde en het gesubsidieerde deel van de sector,
          waarbij geen disciplines of genres worden uitgesloten. De fieldlabs dienen ten goede
          te komen aan zowel gesubsidieerde als ongesubsidieerde partijen. De resultaten
          dienen breed te worden gedeeld.
Organisatie en governance
De raad stelt voor de begeleiding, monitoring en evaluatie van de fieldlabs te laten uitvoeren
door een begeleidingscommissie met deskundigen uit de creatieve en culturele sector en/of
met veel ervaring met (vormen van fieldlabs), bijgestaan door de Boekmanstichting. Deze
commissie toetst de ingediende voorstellen van de organiserende consortia en kan ze waar
11 Dit wordt momenteel uitgevoerd met steun van vier departementen: OCW, Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Economische Zaken en Klimaat, en Justitie en Veiligheid.
                                                                                                          19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>nodig helpen het kader aan te scherpen. Bovendien heeft de commissie de
verantwoordelijkheid op integrale wijze de leerervaringen rond de verschillende
experimenten en de taskforce te benoemen en te duiden – dit mede in het licht van de
beoogde lessen in relatie tot het subsidiebestel. De commissie werkt onder
verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW.
Trekkers van de fieldlabs zijn robuuste organisaties of consortia die bij voorkeur ervaring
hebben met de werkwijze. Er is voldoende organisatorische slagkracht aanwezig. Zij dragen
de verantwoordelijkheid voor de besteding van de middelen binnen het lab, behouden het
overzicht en dragen zorg voor kennisdeling. Enerzijds initiëren zij projecten, anderzijds
honoreren zij kleinere ingediende projecten en experimenten die binnen de kaders passen.
De fieldlabs volgen het governance-model en de tijdsplanning van het al bestaande Fieldlab
Evenementen, tenzij in samenspraak met de commissie anders wordt overeengekomen. Deze
behelst een periode van (maximaal) zes maanden voor het maken van een projectplan, het
betrekken van de juiste partners en de vaststelling van succesindicatoren, en een periode van
(minimaal) een jaar voor daadwerkelijke experimenten en testen.
Middelen
De minister heeft voor de gezamenlijke fieldlabs 5 miljoen euro beschikbaar gesteld. De raad
voorziet dat de fieldlabs digitalisering en ruimtelijk ontwerp elk met 1,25 miljoen euro
voldoende ruimte hebben voor experimenten en opschaling. Hij adviseert voor het fieldlab
productdifferentiatie minimaal 1,5 miljoen euro ter beschikking te stellen. Ten behoeve van
de Taskforce Stedelijke Cultuurregio en voor algemene kennisdeling adviseert hij voor elk 0,5
miljoen euro te reserveren. De middelen worden onder verantwoordelijkheid van de
begeleidingscommissie beheerd en toegedeeld.
Voorgaande schets van de toedeling van de middelen is indicatief. Op basis van de plannen
van de consortia is enige aanpassing van definitieve bedragen mogelijk. Op voorstel van de
begeleidingscommissie kan het ministerie de middelen aan de consortia toekennen. Elk
consortium zorg voor transparant beheer van de middelen voor de afgesproken activiteiten.
Geadviseerde fieldlabs
Binnen bovenstaande kaders doet de raad de volgende voorstellen voor de drie fieldlabs:
Fieldlab Digitalisering
De raad adviseert een fieldlab op te zetten op het gebied van digitalisering met een tweeledig
doel:
    •   Onderzoeken hoe op een digitaal platform voor de culturele en creatieve sector
        verschillende culturele en creatieve praktijken (en hun doelgroepen) bij elkaar
        kunnen komen, met in het bijzonder oog voor gebruikers- en publieksperspectief. Het
        is belangrijk dat een dergelijk platform volgens publieke waarden wordt
        vormgegeven.
    •   Het verkennen en mogelijk maken van artistieke digitale vernieuwingen en hybride en
        gemengde praktijken.
                                                                                             20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>In de recente en actuele periodes van lockdown is het belang van goede en vindbare digitale
vertoningskanalen van cultuur en creatief aanbod urgent geworden. Verschillende
organisaties in de podiumkunsten, musea en debatcentra zijn hier al zelf mee aan de slag
gegaan. Zij hebben al ervaringen opgedaan; ook bijvoorbeeld met digitale lessen voor het
kunstonderwijs. Daarnaast gaat de NPO de komende tijd meer ruimte maken voor culturele
programma’s; van belang is dat deze ontwikkeling niet incidenteel blijft, maar een structurele
aard kent en uitgebreid wordt naar de regionale en lokale omroepen, die immers in de
haarvaten van de samenleving weten door te dringen. Maar vindbaarheid en bekostiging zijn
gediend met schaalgrootte om niet het wiel meerdere keren opnieuw uit te vinden.
Interessant is de vraag welke artistieke vernieuwingen nodig zijn om de relatie tussen makers
en publiek digitaal zodanig vorm te geven dat voor beide partijen een hoogwaardige
gezamenlijke ervaring ontstaat. Dat die anders zal zijn dan live (en de live ervaring niet zal
kunnen vervangen) staat buiten kijf, maar nog lang niet alle digitale mogelijkheden zijn
verkend. In het recente verleden is het vaak een grote uitdaging gebleken om kostendekkende
verdienmodellen te vinden voor digitale alternatieven, mede omdat de benodigde techniek en
expertise duur zijn en publiek voor digitaal aanbod minder bereid lijkt te betalen. Op welke
manier inkomsten uit nieuwe digitale vormen kunnen worden gegenereerd en op welke
manier efficiënter samengewerkt kan worden om kosten te besparen, zijn belangrijke vragen
bij dit fieldlab.
De raad adviseert om de organisatie van dit fieldlab te beleggen bij een consortium bestaande
uit DEN (Kennisinstituut Cultuur & Digitalisering) en twee partners uit het netwerk Public
Spaces. Hier is expertise op het gebied van zowel digitalisering als ontwerp belegd. De raad
verzoekt dit consortium tevens geëigende partners uit de media, podiumkunsten, de musea
en de beeldende kunst te betrekken, en daarnaast waar nodig en mogelijk een beroep te doen
op de expertise van ondersteunende instellingen. Hij adviseert tevens om een beroep te doen
op kenniscentrum Creating 010, onderdeel van de Hogeschool Rotterdam, als
onderzoeksinstelling. Het is belangrijk om reeds bestaande of in ontwikkeling zijnde
netwerken en platforms bij de inrichting van dit fieldlab te betrekken.
De raad adviseert voor dit fieldlab een bedrag van 1,25 miljoen euro beschikbaar te stellen.
Fieldlab Ruimtelijk ontwerp
In het ‘anderhalve-meterscenario’ heeft de culturele en creatieve sector intensief
geëxperimenteerd met nieuwe binnen- en buitenruimtes, en hard gewerkt aan het corona-
proof maken van de eigen ruimtes. Daarmee is heel snel een gemengde praktijk ontstaan van
programmering in en buiten de eigen ruimte, binnen en buiten, en zijn innovatieve manieren
ontwikkeld om publiek toch live cultuur te laten ervaren. Zo is er een arena-opstelling
bedacht, waarin de maker in een centrale ruimte optreedt en het publiek de voorstelling
vanuit meerdere zalen kan ervaren. We zien ook het opschalen van voorstellingen naar
grotere ruimten waar het publiek, vaak gezeten aan tafeltjes, een voorstelling kan bekijken. In
musea zijn er in plaats van rondleidingen experimenten met op elke zaal een eigen rondleider
die vanaf een hoge stoel, als een badmeester, overzicht houdt en het verhaal vertelt. Een
gerichte placering en inschrijving zorgen voor een beheersbare in- en uitstroom van het
publiek op gepaste afstand.
In dit fieldlab gaat het om het verankeren, bestendigen en breder implementeren van al
uitgeprobeerde oplossingen en om het zoeken naar nieuwe oplossingen. Deels sluit dit aan bij
                                                                                               21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>de inzet van het Fieldlab Evenementen. De raad moedigt dan ook aan dat beide fieldlabs
waar nuttig aansluiting zoeken bij elkaar. Waar het Fieldlab Evenementen echter vooral
gericht is op een wetenschappelijke onderbouwing voor versoepeling van maatregelen en een
terugkeer naar de traditionele vorm van het evenement, gaat het in dit fieldlab met nadruk
ook om nieuwe artistieke vormen van ruimtegebruik die ook post-corona interessant zullen
blijven. De raad denkt hierbij bijvoorbeeld aan voorstellingen of tentoonstellingen op
alternatieve locaties (zoals de open lucht) en met nieuwe publieksbenaderingen, of aan
nieuwe manieren waarop beeldende-kunstorganisaties hun presentaties inrichten.
De raad adviseert om dit fieldlab te beleggen bij een consortium bestaande uit de Federatie
Creatieve Industrie, de Dutch Design Week en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie,
vanwege de daar aanwezige expertise met fieldlabs en ruimtelijk ontwerp. De raad adviseert
dit consortium in elk geval de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties
(VSCD), de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF), de Museumvereniging en
De Zaak Nu te raadplegen vanwege hun kennis over het brede scala aan zalen en ruimtes in
de sector. Zij moeten worden uitgenodigd om hun uitdagingen in kaart te brengen, mogelijke
oplossingen te valideren en uiteindelijk de getrokken lessen te delen.
De kunstenaars en ontwerpers die in dit fieldlab gaan experimenteren, dienen net als bij
andere labs nadrukkelijk uit de brede sector te komen; hun vragen over het gebruik van
ruimtes in hun werkpraktijk moeten leidend zijn voor de opzet van dit fieldlab (geen ‘design
om het design’). De call moet open staan voor kunstenaars en ontwerpers uit alle disciplines.
Het ligt voor de hand om hier ook projecten bij te betrekken die gestart zijn met middelen
vanuit het Kickstart Cultuurfonds.
De raad adviseert als kennisinstelling bij dit fieldlab de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
(HKU) te betrekken, dat veel ervaringen heeft met het ervaren van labs en waar dit lab
aansluit bij bestaand onderzoek en onderwijs (met name het programma ‘Mixed Reality’
vanuit Interactive Performance Design en de onderzoeksgroep ‘Expended Scenography’
verbonden aan de masteropleiding Scenography en de bachelor Theater).
Ook kunnen bij dit fieldlab gemeenten worden betrokken; zij zijn immers vaak eigenaar van
cultureel vastgoed.
De raad adviseert voor dit fieldlab een bedrag van 1,25 miljoen euro beschikbaar te stellen.
Fieldlab Productdifferentiatie
Het doel van dit fieldlab is om zogenaamde modulaire producties te ontwerpen en te testen,
zodanig dat aparte modules in lockdown of anderhalvemeterscenario’s flexibel op maat van
de maatregel ingezet en aangeboden kunnen worden. Zoals de raad al eerder stelde: onder
veel jonge en nieuwe kunstenaars en ontwerpers is het al gebruikelijk om een verhaal of beeld
in verschillende vormen en via verschillende kanalen of media te creëren en aan te bieden. In
dit fieldlab zouden deze kunstenaars de mogelijkheid krijgen om deze manier van werken
verder uit te bouwen, zo mogelijk in samenwerking met grotere organisaties. Deze zijn hier
ook naar op zoek, maar zijn in hun organisatie en werkvorm vaak nog hoofdzakelijk
gebonden aan één kunstvorm in een min of meer vast format. Dergelijke samenwerking zou
ook voor grootschalige, institutioneel verankerde vormen kunnen zorgen, waarvan ook
digitale varianten onderdeel kunnen uitmaken.
                                                                                             22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>De raad ziet dit fieldlab in de vorm van een gerichte call aan individuele kunstenaars,
artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties die niet meerjarig worden
ondersteund. Hij adviseert de uitwerking en organisatie te beleggen bij de samenwerkende
rijkscultuurfondsen; zij treden samen op als het aanvragende consortium. De commissie voor
de fieldlabs schrijft samen met de fondsen het kader voor een call voor experimenten uit; de
selectie en uitvoering wordt gedaan door de cultuurfondsen. De raad hecht eraan dat de
middelen voor dit fieldlab zoveel mogelijk bij kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten
en kleinere productiekernen terechtkomen en wijst hierbij op het belang van het
ondersteunen van nieuwe verhalen en makers die nog minder bekend zijn met de
subsidiesystematiek. Vanwege hun onder-representatie in het gesubsidieerde domein,
verdienen kunstenaars, artiesten, ontwerpers en docenten met een migratieachtergrond
hierbij bijzondere aandacht. De raad ziet in dit fieldlab een extra kans voor de fondsen om
samen hybride, domein-overstijgende praktijken te stimuleren en een ontschotte werkwijze
voor het ondersteunen van interdisciplinair werk nader te toetsen en te evalueren. Dit sluit
aan bij ontwikkelingen die al bij de rijkscultuurfondsen zichtbaar zijn. Een verschil met
bestaande projectsubsidies is dat niet het eindproduct centraal staat, maar het experiment,
het leren en het delen van resultaten. De rijkscultuurfondsen zijn verantwoordelijk voor deze
kennisdeling, waarbij de raad adviseert voor de inhoudelijke monitoring en evaluatie een
relevante onderzoekspartner te betrekken met kennis van hybride kunstenaarschap. Het is
wenselijk dat ook private fondsen bij de uitvoering worden betrokken.
De raad adviseert voor dit fieldlab een bedrag van 1,5 miljoen euro beschikbaar te stellen.
Taskforce Stedelijke Cultuurregio
Naast bovengenoemde drie fieldlabs stelt de raad voor een Taskforce Stedelijke Cultuurregio
in te richten. Deze is bedoeld om succesvolle samenwerkingen in en met de sector in
stedelijke cultuurregio’s zichtbaar te maken, zodat ze in andere regio’s of op landelijke schaal
verder kunnen worden uitgerold en versterkt.
Veel gemeenten en provincies hebben op lokaal of regionaal niveau maatregelen genomen
om de sector uit de crisis te helpen, maar onderzoek en initiatieven vinden veelal los van
elkaar plaats en resultaten worden niet opgeschaald naar een regionaal of landelijk niveau.
Bovendien staan de cultuurbudgetten bij veel gemeenten onder druk als gevolg van
bezuinigingen.12 Tegelijkertijd zijn provincies en gemeenten samen de grootste financiers van
cultuur in dit land, en ligt er bij hen een grote wil én verantwoordelijkheid om de
infrastructuur ook in crisistijd overeind te houden.
De raad stelt voor dat de stedelijke cultuurregio’s zich bundelen in een taskforce om de vele
aansprekende voorbeelden én moeilijkheden die zich voordoen in de actuele samenwerking
onderling te delen, waar mogelijk over te nemen, er lessen uit te trekken, en om elkaar te
helpen op die manier op landelijke schaal culturele ecosystemen binnen stedelijke
cultuurregio’s te versterken. Zo kunnen in de ene regio geleerde lessen snel worden gedeeld
en van waarde zijn voor andere regio’s. Uiteraard ligt de motivatie voor samenwerking
binnen regio’s in het behoud van de mogelijkheden voor culturele activiteiten; de focus moet
12 Zie bijvoorbeeld Amsterdamse Kunstraad, ‘Advies gemeentebegroting 2021’ (5 november 2020).
                                                                                              23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>liggen op het versterken van het primaire proces en de daarin actieve professionals en
amateurs en hun publieksbereik.
De Taskforce Stedelijke Cultuurregio heeft een nauwe samenhang met de drie fieldlabs en
bestaat uit vertegenwoordigers van de vijftien stedelijke cultuurregio’s, die systematisch
bevindingen met elkaar uitwisselen en resultaten met elkaar delen. De Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) zijn hier nauw bij
betrokken. De raad adviseert een aanjagende rol voor de Boekmanstichting, die de goede
voorbeelden kan ophalen, laten bekendmaken en delen, en daartoe ook de inzet van
middelen coördineert.
In de taskforce wordt het volgende proces doorlopen:
    1. Inventariseren wat er al gebeurt aan goede samenwerking binnen stedelijke
        cultuurregio’s en deze delen (bijvoorbeeld via een ‘goede-voorbeeldenjournaal’).
    2. In kaart brengen welke voorbeelden ook elders van waarde kunnen zijn en stimuleren
        dat andere regio’s deze gaan uitproberen (denk aan werkmethoden, maatregelen,
        instrumenten, samenwerkingsprojecten, enz.).
    3. Testfase: implementeren, testen en waar nodig aanpassen van methoden,
        maatregelen, instrumenten, samenwerkingsprojecten.
    4. De resultaten breed delen en evalueren: onderling tussen regio’s, met de culturele en
        creatieve sector, en met de minister en de rijkscultuurfondsen. De resultaten zijn ook
        voor de raad bruikbaar in het doordenken van een betere samenwerking tussen Rijk,
        provincies en gemeenten in een volgende bestelperiode.
De raad adviseert de taskforce waar nodig en mogelijk kennis en advies in te roepen van
ondersteunende instellingen en/of (kunst)hogescholen.
De raad adviseert verder het onderzoek naar publieksdata dat OCW momenteel uitvoert te
koppelen aan de Taskforce, zodat vanaf de start geborgd wordt dat de data bruikbaar zijn
voor de afstemming van landelijk en lokaal cultuurbeleid. Deze data dragen bovendien bij
aan een inschatting van de impact van voorstellingen, tentoonstellingen en dergelijke.
De raad adviseert voor deze taskforce een bedrag van 0,5 miljoen euro te reserveren.
                                                                                             24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>2.2. Omgang met BIS-instellingen in de periode vanaf 2021
Advies
Met betrekking tot de monitoring en subsidieverantwoording van meerjarig gesubsidieerde
instellingen adviseert de raad een aangepast, op vertrouwen en verantwoordelijkheid
gebaseerd beleid voor de gehele komende periode, die ingaat in 2021. Dit advies betreft zowel
rechtstreeks door het Rijk gefinancierde (BIS)instellingen als instellingen die subsidie
ontvangen van een van de zes rijkscultuurfondsen en/of gemeenten en provincies. Ten
aanzien van de BIS-instellingen doet de raad enkele concrete suggesties aan de minister voor
de omgang met subsidiecriteria, codes en prestatieafspraken. Hij adviseert de
rijkscultuurfondsen, gemeenten, provincies en private fondsen deze zelfde suggesties te
overwegen voor gesubsidieerde instellingen die onder hun verantwoordelijkheid vallen.
De raad ziet de periode vanaf 2021 als opmaat voor een verbetering van de subsidieregeling
en subsidievoorwaarden voor de volgende periode. Hij is daarom voornemens een
interactieve vorm van monitoring te gaan voeren die een eerste aanzet kan vormen voor
verbetering van het bestel op langere termijn.
Waarom een aangepast monitoringsbeleid gedurende de hele periode?
Als gevolg van het onvoorspelbare verloop van de coronapandemie en de wisselende
landelijke en regionale maatregelen om het aantal besmettingen te beperken, zijn de
mogelijkheden voor culturele instellingen op korte en langere termijn onzeker geworden.
Deze situatie zal nog geruime tijd voortduren. Het is op dit moment voor producerende en
presenterende instellingen niet alleen moeilijk om realiseerbare activiteiten te ontwikkelen
voor de komende maand, het is ook onmogelijk om vooruit te plannen voor over twee, drie
jaar. De ontwikkeling van de coronapandemie en de aard van de maatregelen laten zich niet
voorspellen en dat maakt zelfs korte-termijnplannen onzeker. Omdat het (medewerkers van)
instellingen veel tijd, moeite en energie kost om haalbare plannen te ontwikkelen in een
steeds veranderende context (waarbij eenmaal ingezette plannen vaak op het laatste moment
moeten worden teruggetrokken of aangepast) daalt vanzelfsprekend de output, ondanks
harder werken. Zie bijvoorbeeld wat er na 13 oktober 2020 is gebeurd met veel net
heropgestarte en volledig ‘corona-proof’ gemaakte projecten; ze werden alsnog afgeblazen
met de afkondiging van een landelijke ‘gedeeltelijke lockdown’ en de verdere verzwaring
daarop van 4 november.
Zelfs als over twee, drie jaar de maatschappij weer ‘normaal’ functioneert, zal de culturele
sector op dat moment niet kunnen doen wat ze zich eind 2019 voornam in de plannen voor
2021 – 2024, omdat:
    a. voorbereidend werk op dit moment niet kan worden gedaan als gevolg van de huidige
        maatregelen en de onzekerheid over het verdere verloop hiervan; denk aan repeteren,
        draai- en opnamedagen voor audiovisuele en audio-producties, vastleggen van
        kunstenaars en artiesten, verstrekken van opdrachten voor over twee, drie jaar uit te
        brengen werk, enz.;
    b. het speelveld waarin deze instellingen opereren, zal veranderen en zal verarmen:
        theaters, concertzalen, festivals, musea enz. sluiten of hebben minder te besteden,
        professionals laten zich omscholen, professionele instellingen en
                                                                                             25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>        samenwerkingspartners vallen weg, vooral ongesubsidieerde partners zullen eerst de
        financiële schade moeten inlopen met minder kostbare projecten, enzovoort.
Het is kortom ondenkbaar dat de gesubsidieerde sector bij het opheffen van de maatregelen
direct en snel volledig kan terugschakelen naar de oorspronkelijke werkwijze, nog los van de
vraag hoelang we er landelijk en internationaal over doen om de coronapandemie op te
lossen. Ook verminderen veranderende prioriteiten en een veranderend artistiek en
maatschappelijk debat de urgentie van veel in 2019 gemaakte plannen; de reeds gevoelde
behoefte aan nieuwe projecten, verhalen en werkwijzen wordt nog verder versterkt.
Hoe dient het monitoringsbeleid eruit te zien?
De raad heeft een adviserende taak aangaande de beoordeling en monitoring van de
instellingen die rechtstreeks door de minister worden gesubsidieerd in het kader van de
Culturele basisinfrastructuur (BIS). De raad doet hieronder enkele suggesties voor de
invulling van een op vertrouwen en verantwoordelijkheid gebaseerd beleid ten aanzien van
de producerende en presenterende instellingen in de periode vanaf 2021.
De minister dient deze instellingen enerzijds het vertrouwen te geven om in vrijheid te doen
wat ze het beste achten om de crisis te overleven, hun wendbaar- en weerbaarheid te
vergroten en te blijven handelen in het licht van hun artistieke missie en visie, zonder dat ze
daarbij gehouden zijn aan de vooraf ingeschatte productie-, presentatie- en publieksaantallen
en inkomstengegevens over die jaren. Deze coulance ten aanzien van de gemaakte
prestatieafspraken betekent echter geen vrijbrief; het is anderzijds noodzakelijk dat de BIS-
instellingen hun verantwoordelijkheid blijven nemen voor makers en andere werkenden in
de sector, voor het culturele aanbod en voor het publiek; en dat ze in de geest van de
beleidsdoelstellingen en de criteria voor de BIS hun middelen optimaal inzetten. Hierop
mogen ze worden aangesproken.
Dit leidt tot de volgende suggesties ten aanzien van de subsidiecriteria en -voorwaarden:
    •   Het ingediende BIS-activiteitenplan blijft leidend waar het gaat om de artistieke en/of
        maatschappelijke missie en visie van de instelling, maar de invulling hiervan in
        programma’s, samenwerkingspartners, presentatiemomenten, publieksaantallen en
        formats is vrij. Dat betekent dat instellingen niet hoeven worden gehouden aan vooraf
        ingediende (kwantitatieve) gegevens met betrekking tot de artistieke output.
        Hetzelfde geldt voor ramingen van eigen inkomsten(bronnen). Het blijft evenwel van
        belang nieuwe artistieke programma’s te ontwikkelen en te tonen binnen de
        behouden mogelijkheden, hiervoor een passend publiek te vinden en externe
        inkomstenbronnen waar mogelijk te behouden. Instellingen dienen te motiveren hoe
        ze hiermee omgaan in het plan dat ze voor 1 juni 2021 indienen bij OCW: hoe lukt het
        hen zich aan te passen, wat zijn nieuwe plannen, tegen welke onzekerheden en
        obstakels lopen ze daarbij aan, hoe gaan ze daarmee om?
    •   Instellingen dienen in elk geval expliciet in te gaan op de omgang met specifieke
        voorwaarden waaraan ze normaliter moeten voldoen binnen het betreffende BIS-
        artikel, zoals de voorwaarde om jaarlijks een festivaleditie te organiseren, om
        internationale optredens te verzorgen of om de grote zaal te bespelen. In overleg met
        OCW kunnen deze voorwaarden vervallen of kan er een alternatieve invulling aan
        worden gegeven. Instellingen die voor internationalisering extra financiering
                                                                                               26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>  ontvangen, dienen afspraken te maken met OCW over een mogelijke invulling
  hiervoor.
• Belangrijk is dat instellingen hun verantwoordelijkheid blijven nemen (en afleggen)
  als goede werk- en opdrachtgevers en voor (het tonen van) de ontwikkeling in hun
  genre of discipline. Dit leidt tot de volgende kaders:
      o   De Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en
          Inclusie vormen een goede leidraad om in tijden van crisis de juiste
          afwegingen te blijven maken en hierover met partners en subsidiënten in
          gesprek te gaan. Naleving van deze codes blijft een subsidievoorwaarde, net
          als het verbeteren hiervan. De instellingen wordt, vanwege de gevolgen van de
          crisis, gevraagd expliciet in te gaan op de waarde ‘solidariteit’ uit de Fair
          Practice Code. Ook de omgang met gedragsregels, zoals uitgewerkt door
          Mores.online, is van belang.
      o   De basiscriteria artistiek-inhoudelijke kwaliteit, bijdrage aan vernieuwing,
          eerlijke beloning en gezonde bedrijfsvoering, bevordering van educatie en
          participatie (inclusief publieksbenadering) blijven van kracht. Hier gaat het
          om wezenlijke functies van BIS-instellingen, die op verschillende manieren
          kunnen worden ingevuld, ook ten tijde van crisis.
      o   Het criterium geografische spreiding leidt met de beperking van
          reismogelijkheden en het wegvallen of sluiten van presentatieplekken en -
          festivals gemakkelijk tot problemen. Dit criterium blijft van kracht binnen de
          beperkte mogelijkheden die instellingen hiervoor hebben; van instellingen kan
          worden verwacht keuzes met betrekking tot spreiding gedurende de periode
          toe te lichten. Aanwezigheid in/rond de eigen standplaats wint aan belang
          boven reizen en fysieke landelijke aanwezigheid. Wel kan landelijke en
          internationale zichtbaarheid worden vergroot middels (veelal nieuwe) digitale
          modellen, waarvan er al enkele goede voorbeelden zijn geweest bij BIS-
          festivals en andere BIS-instellingen. Van de BIS-instellingen kan worden
          verwacht dat ze dit de komende periode verder onderzoeken, uitwerken en
          toepassen, bij voorkeur in samenwerking met partners en/of in aansluiting op
          een van de geadviseerde fieldlabs of de Taskforce Stedelijke Cultuurregio.
• Bij het monitoren van instellingen (door raad en OCW) en het afrekenen van subsidie
  (door OCW) moet rekening worden gehouden met het feit dat instellingen opereren in
  een crisissituatie, waarin hun vrijheden en mogelijkheden nog lang zullen worden
  beperkt door het (onvoorspelbare) verloop van de coronapandemie en bijbehorende
  maatregelen, en door het wegvallen van eigen inkomsten, partnerorganisaties,
  kunstenaars en publiek. In een dergelijke crisis is de keuzevrijheid van instellingen
  beperkt – veelal zijn zij afhankelijk van de keuzes van anderen – en zal bovendien de
  keuze voor het één vaak ten koste gaan van de keuze voor iets anders, dat eveneens
  van belang is. Redelijk verstand en coulance in de omgang met keuzes die instellingen
  hierin maken, zijn geboden. Van instellingen wordt verwacht dat zij deze keuzes goed
  toelichten.
      •   Een voorbeeld is de omgang met de Fair Practice Code in het volgende geval:
          een instelling die geplande programma’s moet cancelen, bijvoorbeeld met
          internationale kunstenaars, en in plaats daarvan kleinere, wel haalbare
                                                                                        27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                programma’s wil uitvoeren, zoals met beginnend talent. Deze instelling staat
                voor de keuze om de oorspronkelijk geboekte kunstenaars bij het cancelen van
                het programma tóch uit te betalen en hiermee haar verantwoordelijkheid te
                nemen als goed opdrachtgever, óf de middelen uit te geven aan beginnende
                talenten en hiermee verantwoordelijkheid te nemen voor het continueren van
                artistiek aanbod en het ontwikkelen van talent. Deze keuze zal elke instelling
                vanuit haar eigen visie en missie moeten maken en motiveren.
             •  Vergelijkbaar is de vraag of in crisis in eerste instantie de instelling veilig moet
                worden gesteld (later goed voor het snel weer verschaffen van werk aan velen,
                maar schadelijk voor de directe werkgelegenheid van zzp’ers) of de daar
                werkzame makers (goed voor de directe werkgelegenheid, maar met het risico
                dat de instelling op den duur verder verzwakt en haar belang als werk- en
                opdrachtgever op langere termijn verder afneemt).
     •    Relevant is in dit licht ten slotte de eerder in dit advies voorgestelde Taskforce
          Stedelijke Cultuurregio. Instellingen kunnen in overleg met deze taskforce
          mogelijkerwijs hun BIS-middelen op een alternatieve wijze aanwenden om hun
          impact te vergroten binnen stedelijke cultuurregio’s, en dus afwijken van in hun
          BIS-aanvraag gepresenteerde plannen. De vrijheid hiervoor moeten ze kunnen
          nemen zonder risico op verlies van BIS-subsidie; dit komt ten goede aan de beoogde
          verbetering van de samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten binnen
          stedelijke cultuurregio’s.
De raad adviseert de minister bij de subsidievaststelling en de prestatieverantwoording
bovengenoemde omgang met criteria en prestatieafspraken te hanteren.
Het aangepaste monitoringsbeleid geldt ook voor de ondersteunende instellingen, zodat ook
zij hun plannen kunnen bijsturen waar nodig en ruimte hebben om prioriteit te kunnen
geven aan actuele vragen en verzoeken.
Impact maken en meten: naar een nieuwe vorm van monitoring
Bovenstaande heeft ook gevolgen voor de wijze waarop de raad de BIS-instellingen de
komende periode wil monitoren.
De raad denkt graag in lange lijnen. Al eerder riep hij op tot een regeling die meer is
gebaseerd op maatwerk en flexibiliteit. Ook vanuit diverse andere hoeken is het laatste
decennium opgeroepen tot een systeem van subsidiëring dat meer uitgaat van impactmeting
dan van afspraken vooraf over kwantitatieve output en bereik. Immers, dertig bezoekers
trekken die nooit eerder naar opera of hiphop zijn geweest, is misschien wel van even grote of
zelfs grotere impact dan een paar honderd abonnementhouders die trouw elk jaar
terugkomen, en kost een instelling ook veel meer inspanningen; in de aangeleverde
prestatiegegevens bij OCW is dit echter niet terug te zien. Hetzelfde kan gezegd worden voor
activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld cultuureducatie en -participatie, waar het gaat om
het uitbreiden van genres of het betrekken van nieuwe (groepen) deelnemers.
De raad verwacht dat een op impactmeting gericht systeem zal bijdragen aan de wendbaar-
en weerbaarheid van de culturele sector en meer ruimte zal bieden voor de ontwikkeling van
nieuwe makers, nieuwe disciplines/genres (inclusief cross-overs), nieuwe publieksgroepen en
                                                                                                  28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>nieuwe samenwerkingsverbanden binnen het culturele ecosysteem. Het zal instellingen
immers een grotere vrijheid geven om te doen wat ze goed dunkt om hun rol in gemeente,
regio, land of wereld te spelen, in plaats van hun plannen toe te schrijven naar door de
subsidiënt geopperde maatstaven.
Echter, de denkoefeningen en inspanningen die tot nu toe zijn verricht vanuit Rijk, fondsen
en het veld hebben nog geen concrete handvatten geboden om criteria, voorwaarden en
aanvraagwijze op een bevredigende manier te herzien. Het zal belangrijk blijven dat de
subsidiegever voldoende informatie in handen heeft om het beleid aan derden (zoals de
Tweede Kamer) te verantwoorden. Tegelijk is het niet raadzaam om bestaande invulveldjes te
vervangen door nieuwe.
Om instellingen op een andere manier te gaan beoordelen en monitoren, is een veel
intensiever dialoog vereist tussen subsidiegever/adviesorgaan en instellingen, waarin wordt
besproken hoe instellingen erin slagen hun artistieke missie en visie om te zetten in impact
voor publiek en partners. Hierbij kunnen bijvoorbeeld ook de voornaamste stakeholders van
instellingen, zoals theaters, concertzalen, educatie-instellingen of scholen, coproducenten et
cetera, worden betrokken. Instellingen dienen te worden uitgedaagd om verantwoording af te
leggen over het realiseren van hun artistieke missie en visie, in plaats van over de mate
waarin ze voldoen aan de vereisten die binnen de betreffende subsidiecategorie(en) aan hen
worden gesteld. Dit zorgt ervoor dat ze veel dichter ‘bij hun kern’ kunnen blijven. Het
voorkomt ook dat instellingen voor verschillende subsidiënten – vaak Rijk of
rijkscultuurfonds én gemeente en/of provincie en/of privaat cultuurfonds) – heel
uiteenlopende data moeten aanleveren. De roep om lastenverlichting voor aanvragers klinkt
ook al langer – merk op dat de lastendruk de afgelopen periode juist stevig is verzwaard door
de noodzakelijke verantwoording van generieke en specifieke steun, waarvoor steeds andere
definities en voorwaarden gelden.
De coronacrisis en het hierboven voorgestelde beleid bieden wat dat betreft een kans. De raad
wil met de makende en presenterende BIS-instellingen gedurende de periode vanaf 2021
intensief in gesprek gaan om hen te monitoren op basis van bovengenoemde criteria en de
door de instellingen zelf beoogde impact. Uiterlijk 1 juni 2021 dienen alle BIS-instellingen
een aanvulling in op hun activiteitenplan voor de periode vanaf 2021. De raad adviseert de
minister om de instellingen niet te vragen om een geheel nieuw activiteitenplan, maar om
hun te vragen in een appendix hierop uit te leggen hoe ze, hun artistieke visie en missie
indachtig, in deze tijd van crisis willen en kunnen omgaan met bovengenoemde criteria en
codes, en toe te lichten welke impact ze beogen met hun werk – bijvoorbeeld voor makers,
voor publiek, voor het culturele aanbod of voor het maatschappelijk debat. Uitgangspunt
daarbij vormt natuurlijk dat in deze tijd van crisis niets zeker is, en veel plannen niet langer
haalbaar. Een integere werkwijze en de juiste prioriteitsstellingen prevaleren in zo’n periode
boven prestatiedruk en kwantitatief bereik.
De raad wil de instellingen de komende periode monitoren op basis van deze ingediende
toelichtingen. Hij wil dat doen door middel van een inhoudelijke dialoog met de instellingen,
en in samenspraak met de minister en de financierende gemeenten en provincies. Het is
gedurende en na afloop van de periode aan instellingen zelf om te evalueren of en in hoeverre
ze de beoogde impact hebben bereikt, en wat ze mogelijk beter kunnen doen om dichter bij
hun doel te komen. Een kwalitatieve verwerking van publieksgegevens en publieksbeleving,
                                                                                                 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>zoals door de Britse Audience Agency is ontwikkeld, kan hier als inspiratiebron dienen. De
raad zal de evaluaties meenemen in zijn monitoring van de instelling.
Een aantal BIS-instellingen is al actiever aan de slag gegaan met de vraag: ‘Hoe maken we en
meten we impact?’ Zij kunnen in bovengenoemde dialoog een voortrekkersrol vervullen.
Noodzakelijk is ook hierbij de rijkscultuurfondsen en de fondsgesubsidieerde instellingen te
betrekken, die voor dezelfde vragen staan en hier in sommige gevallen al verder mee zijn. De
Boekmanstichting kan in dit traject een rol spelen bij het verkennen van reeds gedaan
onderzoek naar impact.
Op de volgende pagina’s werkt de raad verder uit hoe hij de komende periode zal nadenken
over verbeteringen van het huidige bestel. De voorgenomen vorm van monitoring kan alvast
bijdragen aan het uitzetten van de contouren voor een subsidieregeling die meer maatwerk
biedt, meer ruimte laat voor flexibiliteit en die instellingen op een bevredigender wijze
beoordeelt en monitort.
                                                                                            30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>2.3. Verkenning en ontwerp van een beter bestel
Advies
De raad is voornemens de minister in de periode vanaf 2021 te adviseren omtrent verbetering
van het subsidiebestel per ingang van de volgende periode. Hij wil hiertoe in samenspraak
met de culturele en creatieve sector, het ministerie, de rijkscultuurfondsen en gemeenten en
provincies allereerst enkele alternatieven voor het huidige bestel nader verkennen. Op basis
daarvan wil de raad een uitgewerkt bestelontwerp aanbieden waarin de culturele en creatieve
sector beter kan gedijen. De raad adviseert de termijn van de periode die start in 2021
eenmalig op te rekken met één of twee jaar en de nieuwe periode pas in 2026 of 2027 te laten
beginnen.
Waarom een nieuw bestelontwerp?
In 2017 heeft de raad in zijn verkenning ‘Cultuur voor stad, land en regio’ aangegeven dat de
huidige verdeling van verantwoordelijkheden en de huidige samenwerking tussen Rijk,
gemeenten en provincies onsamenhangend is. In de daaropvolgende periode, tot 2019, heeft
de raad in een tiental sectoradviezen aanbevelingen gedaan voor de verbetering van landelijk
beleid binnen (deel)sectoren in het culturele en creatieve veld. Dit betrof zowel
aanbevelingen over de inrichting van de landelijke subsidiesystematiek als aanbevelingen
over kansrijke alternatieve financieringsvormen vanuit het Rijk. Ook deed de raad
aanbevelingen voor een betere organisatie van de culturele en creatieve sector, waarin
behalve voor productie en afname van professioneel aanbod – inclusief nieuwe genres en
disciplines – ook aandacht uitging naar zaken als cultuureducatie en -participatie,
talentontwikkeling, regionale spreiding, publieksbereik (kwantitatief en kwalitatief),
verdienvermogen, fair practice en internationalisering. De conclusie was over de hele breedte
dat er veel kwaliteit en talent in de sector zit, maar dat financiële krapte, versnippering,
gebrek aan wezenlijke faciliteiten en gebrek aan ruimte voor onderzoek, ontwikkeling en
experiment de sector gevangenhouden. Ook sluiten aanbod en vraag onvoldoende op elkaar
aan en werken verschillende overheidslagen niet effectief met elkaar samen in het stimuleren
van een vruchtbaar cultureel klimaat.
In zijn besteladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ heeft de raad oplossingen aangedragen
voor enkele geconstateerde problemen die met name betrekking hadden op de BIS. De
minister heeft een deel van deze oplossingen kunnen overnemen. Zo kwam er een nieuwe
categorie ontwikkelinstellingen voor (onder andere) nieuwe genres, werden de grenzen
tussen disciplines losgelaten in de categorie jeugdpodiumkunsten, en kregen
muziekensembles een plek in de BIS. Voor een ander deel zijn een langer tijdspad en een
concreter uitwerking nodig. Bovendien laten veel knelpunten zich binnen het huidige bestel
niet eenvoudig oplossen.
Inmiddels leven we in een andere, nog veel zorgelijker realiteit, die eens te meer de
knelpunten van het systeem blootlegt. Eerder in dit advies en in zijn adviezen van 18 mei en
14 september 2020 heeft de raad dit al aangekaart. De raad signaleert dat veel organisaties
het zonder de generieke en specifieke steunmaatregelen niet redden, maar dat overleven zelfs
mét die maatregelen moeilijk wordt. Dat maakt een heroverweging van het huidige bestel des
te urgenter. Met behoud van de huidige systematiek kan de sector de crisis niet te boven
komen.
                                                                                               31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Waarom een verlenging van de periode 2021 - 2024?
De raad adviseert de minister daarnaast om de vierjarenperiode eenmalig te verlengen tot vijf
of zes jaar. Verlenging van de periode geeft het ministerie, de raad, de rijkscultuurfondsen,
provincies en gemeenten de gelegenheid de resultaten uit de fieldlabs, de Taskforce
Stedelijke Cultuurregio en de monitoring te verwerken in een betere visie op de inrichting
van het bestel en van subsidieregelingen voor de volgende periode. Het is dan wel belangrijk
dat alle overheden deze koers volgen. Een verlenging van de periode biedt tevens
gesubsidieerde instellingen de rust en ruimte om straks eerst goed te herstellen van de crisis
en de draad weer op te pakken, alvorens nieuwe plannen te ontwikkelen en mensen aan te
trekken voor de volgende periode. Het is nog niet bekend hoe lang de coronacrisis nog zal
voortduren en de sector zal beïnvloeden. Op dit moment lijkt het voorbarig om per 2025
alweer klaar te kunnen zijn voor een nieuwe periode.
Naar een beter functionerend bestel: van verkenning naar ontwerp
In het delen van zijn gedachten over een nieuw of aangepast bestel, wil de raad niet overhaast
te werk gaan. De raad erkent dat het eerste belang voor de sector nu is om zo goed mogelijk
uit de crisis te komen. De eerder in dit advies voorgestelde fieldlabs en taskforce en het
voorgestelde afreken- en monitoringsbeleid voor meerjarig gesubsidieerde instellingen
dragen daar naar verwachting aan bij, samen met het tweede steunpakket dat de minister
heeft vrijgemaakt voor de culturele sector. De fieldlabs, de taskforce en het aangepaste
afreken- en monitoringsbeleid kunnen de wendbaar- en weerbaarheid helpen vergroten; het
steunpakket helpt naar verwachting de schade beperken. Nogmaals benadrukt de raad
hoezeer het van belang is dat deze laatste middelen vooral ook bij het níet rijksgesubsidieerde
deel van de sector landen; hiervoor heeft hij gepleit in zijn brief van 14 september 2020.
Maar er komt ook een toekomst aan. De raad meent dat de culturele sector niet kan worden
versterkt als niet ook op structureler basis en voor langere duur aanpassingen worden
verricht aan het beleid. Hij wil daarom de periode vanaf 2021 aangrijpen om in samenspraak
met de culturele en creatieve sector, het ministerie, de ondersteunende instellingen, de
kunstvakopleidingen, de rijkscultuurfondsen en gemeenten en provincies mogelijke
alternatieven voor het huidige bestel nader te verkennen, en op basis hiervan een definitief
bestelontwerp uit te werken.
Verkenning
In het uitdenken van elk van deze alternatieven staan in elk geval de volgende vragen
centraal:
    1. Hoe versterken we de wend- en weerbaarheid van de sector?
Al langer gaat er naar de opvatting van de raad te weinig geld om in de culturele en creatieve
sector. Daarbij bestaat er ook een cultuur waarin lage betalingen gangbaar zijn, met name
voor freelance kunstenaars en artiesten. Organisaties, kunstenaars maar ook het Rijk,
cultuurfondsen, provincies en gemeenten werken ‘met de hand op de knip’. Dit is funest voor
de maatschappelijke impact, de artistieke kwaliteit en de economische gezondheid van de
sector en alle werkenden hierbinnen. Eerlijke betaling en financiële gezondheid zijn sterk
ondergemiddeld ten opzichte van andere sectoren. Het krappe financiële kader wringt met de
roep om een breed en actueel bestel met vernieuwende criteria en hoge verwachtingen ten
aanzien van eerlijke betaling, spreiding, diversiteit, inclusie en ontwikkeling. De coronacrisis
                                                                                               32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>toont ons nog eens de risico’s van deze krapte; hierover is eerder in dit advies al het nodige
gezegd.
Om de sector duurzaam te verstevigen, is op den duur een ruimer palet aan
financieringsinstrumenten wenselijk. Naast subsidies kan, zoals al in eerdere adviezen van de
raad bepleit, ook een aantal alternatieve financieringsinstrumenten worden ingezet. Deel 2.4
van dit advies doet hier een voorzet voor. Hiernaast is het van belang fair practice in de sector
te blijven bevorderen, waarbij het zowel gaat om eerlijke betaling als om solidariteit.
    2. Hoe sluit het bestel beter aan op de actuele praktijk van kunstenaars,
         artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties?
In diverse recente adviezen heeft de raad aangegeven dat het huidige landelijke bestel
onvoldoende ruimte biedt voor innovatie, experiment, onderzoek en vernieuwing, zowel van
het gesubsidieerde palet aan organisaties, als binnen organisaties. Het gaat sterk uit van ooit
gangbare werkwijzen en past zich niet aan de hedendaagse culturele en creatieve praktijk
aan. Een voorbeeld is de categorie-indeling in de huidige BIS, waarbij multidisciplinair
werkende organisaties toch enkel gesubsidieerd kunnen worden als (bijvoorbeeld) dans-,
opera- of theaterinstelling, met de bijbehorende krappe kaders. Het bestel komt daarmee
onvoldoende ten goede aan de realisatie van de vier doelstellingen voor cultuurbeleid zoals
geformuleerd door de raad: elk talent in Nederland, van elke afkomst en uit elke discipline,
wordt in staat gesteld zich optimaal te ontplooien; er is een cultureel aanbod voor iedereen;
het ondersteunde aanbod is pluriform; cultuur is een vrijhaven binnen de maatschappij. De
problematiek is meerledig:
    a) Subsidieregelingen bieden geen maatwerk en zijn inflexibel. Ze schrijven voor wat
         instellingen moeten doen/maken in plaats van zich om hun praktijk heen te plooien;
         dit houdt innovatie tegen.
    b) Subsidiegevers beoordelen en monitoren instellingen vooral op kwantitatieve data
         (aantallen producties, aantallen publiek, aantallen presentatiemomenten) in plaats
         van op maatschappelijke/artistieke impact en publieksbeleving.
    c) Het bestel stimuleert nog onvoldoende (nieuwe) kunstenaars, creatieven en makers,
         nieuwe genres, nieuwe werkwijzen, nieuwe instellingen. Er is te weinig ruimte voor
         het vertellen van ‘nieuwe verhalen’. Hbo-geschoolde kunstenaars uit traditioneler
         genres vinden eerder hun weg naar het bestel dan autodidact of anders opgeleid talent
         uit nieuwere genres.
    d) Dit leidt er ook toe dat er een onvoldoende divers publiek wordt bereikt.
    e) Ten slotte is er te weinig ruimte voor onderzoek, ontwikkeling en experiment.
    3. Hoe stemmen we het beleid van Rijk, gemeenten, provincies en
         rijkscultuurfondsen beter op elkaar af?
In het verlengde van de voorgaande vraag is het ook nodig om naar bestaande bestuurlijke
afspraken te kijken. In de verkenning ‘Cultuur voor stad, land en regio’ alsmede in zijn
daaropvolgende besteladviezen heeft de raad aangetoond dat de huidige samenwerking
tussen de verschillende overheidslagen onvoldoende functioneel is. De geringe middelen
worden te versnipperd besteed en een gezamenlijke visie ontbreekt. De raad blijft
onverminderd van mening dat door de houtjes bij elkaar te leggen een hoger vuur kan
                                                                                               33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>ontstaan; als overheden gezamenlijk doelstellingen voor cultuurbeleid bepalen en de
middelen bij elkaar leggen om deze in land en regio te verwezenlijken, kan geld effectiever,
efficiënter en gerichter worden besteed, en wordt voorkomen dat subsidieregelingen elkaar
tegenwerken. Er is een herbezinning nodig op de rol van Rijk, gemeenten, provincies,
rijkscultuurfondsen en ook de Raad voor Cultuur, alsmede op hun wijze van samenwerking.
De raad verwacht dat de uitkomsten van de Taskforce Stedelijke Cultuurregio hierbij
behulpzaam zijn.
In de huidige systematiek bekleedt de raad een tweeledige rol: enerzijds adviseert hij de
minister over de inrichting van het (sectorbrede) cultuurbeleid, anderzijds heeft hij een
smallere taak in het beoordelen en monitoren van instellingen die rechtstreeks van de
minister subsidie ontvangen in het kader van de BIS. Soms wringen deze beide rollen, zoals
wanneer de raad na vele gesprekken met het veld – bedoeld om de minister goed te adviseren
over het beleid – de luiken noodgedwongen moet sluiten om te oordelen over de
subsidieaanvragen van een deel van dat veld, op basis van een door de minister vastgestelde
subsidieregeling. De raad vindt het nu meer dan ooit van belang om intensief met de sector in
gesprek te gaan, en net als in de voorgaande periode geregeld organisaties en regio’s te
bezoeken voor een nadere verkenning van de culturele praktijk. De nieuwe voorgenomen
wijze van monitoring in de periode vanaf 2021, waarin de raad een inhoudelijke dialoog met
de instellingen nastreeft, is hiermee in lijn. De raad wil naast de rol en positie van Rijk,
provincies, gemeenten en rijkscultuurfondsen ook zijn eigen positie in het veld nader bezien.
Bestelontwerp
Op basis van een verkenning van bovenstaande thema’s, in nauwe samenspraak met alle
betrokken partijen, wil de raad vervolgens een definitief bestelontwerp aanbieden waarin
wordt afgerekend met de knelpunten in de huidige systematiek.
De raad wil in overleg met de minister in het eerste kwartaal van 2021 komen tot een goede
en realistische adviesopdracht. Niet alleen de inrichting van de BIS, maar ook het bredere
bestel dient hierin centraal te staan.
                                                                                             34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>2.4. Verruiming van mogelijkheden en financieel kader voor cultuur
Advies
De raad adviseert een aantal verruimende maatregelen en financiële en fiscale instrumenten
om de culturele en creatieve sector op korte termijn te helpen de gevolgen van de coronacrisis
te overkomen. Daarnaast adviseert hij, mede op basis van eerdere adviezen, op langere
termijn in te zetten op een breder palet aan financieringsinstrumenten dat de sector
duurzaam kan verstevigen. Ondanks dat er de afgelopen jaren in de culturele sector is
geëxperimenteerd met alternatieve financieringsmogelijkheden, is de sector structureel
kwetsbaar. De raad pleit daarom voor een structurele verruiming van het landelijke
cultuurbudget.
Waarom nieuwe maatregelen voor de korte termijn?
De culturele en creatieve sector is zwaar geraakt door de coronacrisis en is structureel
kwetsbaar. Een paar honderdduizend mensen zijn voor hun werk en inkomen afhankelijk van
de culturele en creatieve sector.13 Met de generieke steunmaatregelen voor ondernemers en
de specifieke steunmaatregelen voor de culturele sector is er al heel wat in gang gezet.
In zijn briefadvies van 14 september schreef de raad over de beperkte effectiviteit van de
generieke steunmaatregelen voor veel werkenden en organisaties in de culturele sector. Het
eerste en vooral het tweede specifieke steunpakket voor de culturele sector bieden echter veel
aanknopingspunten om de sector te helpen uit de crisis te komen, mits ervoor wordt gewaakt
dat de middelen vooral ook ten goede komen aan het niet-gesubsidieerde deel van de sector.
De raad is daarom ook verheugd over de recent aangekondigde steunmaatregel van 40
miljoen euro die specifiek ten goede komt aan vrije theaterproducenten.
          Een mooi resultaat van het steunpakket is de totstandkoming van de Cultuur Opstart
          Lening, uitgevoerd door Cultuur+Ondernemen, die organisaties in staat stelt weer te
          investeren in producties, programma’s, projecten en producten, en zo weer inkomsten
          te verwerven.
          Een waardevol initiatief vanuit de private cultuurfondsen was het KickStart
          Cultuurfonds, gezamenlijk geïnitieerd door de BankGiro Loterij, VSBfonds, Prins
          Bernard Cultuurfonds en de VandenEnde Foundation. Het is verheugend dat hierbij,
          naast een aantal kleinere fondsen, ook het ministerie van OCW zich heeft aangesloten.
          In totaal is er ruim 16 miljoen euro besteed aan 418 aanvragen van musea, podia,
          theaters en producenten. Veel gehonoreerde aanvragen betroffen duurzame
          aanpassingen om publiek live en ‘corona-proof’ te kunnen ontvangen.
Echter, deze maatregelen alleen zijn niet voldoende om de achteruitgang van de sector in een
dusdanig lange crisisperiode tegen te gaan. De crisis is voorlopig niet bezworen. Daarom
onderstreept de raad het belang van extra maatregelen voor de korte termijn.
13 Zie over het economisch belang van de culturele en creatieve sector o.a.:
https://economie.rabobank.com/publicaties/2020/september/het-economische-belang-van-de-culturele-en-
creatieve-sector/
https://www.kunsten92.nl/publicaties/brieven/economisch-belang-culturele-creatieve-sector-vergelijkbaar-
bouw/
                                                                                                         35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Waarom een ruimer landelijk cultuurbudget?
De totale toegevoegde waarde van de culturele en creatieve sector bedraagt circa 25,5 miljard
euro.14 Een globale berekening laat zien dat er landelijk vanuit alle overheidslagen per jaar
3,3 miljard euro structureel naar cultuur gaat (waarvan circa 1 miljard euro vanuit het
Rijk).15,16 De specifieke steunmaatregelen die alle overheden in totaal hebben uitgetrokken
om de sector door de coronacrisis te helpen, bedroegen tot nu toe circa 1 miljard euro – dit is
naast de generieke maatregelen waarop deze sector aanspraak kan maken.
De verhouding tussen structurele financiering en noodsteun laat zien hoe krap het vaste
cultuurbudget is; de te verwachten inkomstenderving is een veelvoud van de totale omvang
van de steunpakketten (de laatste recente schatting van de Taskforce Culturele en Creatieve
Sector sprak van 4,5 miljard euro inkomstenderving tot medio 2021 tegenover 1,5 miljard
euro aan totale steun in dezelfde periode).
De afgelopen decennia zijn in de culturele sector veel instellingen verzelfstandigd. Reden was
in veel gevallen bevordering van cultureel ondernemerschap. Parallel hieraan was een
ontwikkeling zichtbaar van vergroting van marktafhankelijkheid door aangescherpte eigen-
inkomstennormen. Bij een hoger structureel budget, een grotere financiële gezondheid en
ruimere reserves zouden culturele instellingen beter toegerust zijn voor een crisis als deze. De
coronacrisis toont nog eens de risico’s van de krapte die wordt geconstateerd. Partijen die
voornamelijk van de markt afhankelijk zijn, zoals grote instellingen die afhankelijk zijn van
grote internationale bezoekersstromen, individuele makers, kleine gezelschappen en vrije
producenten, krijgen de grootste klappen.
De raad vindt de huidige situatie des te meer risicovol omdat kunst en cultuur door
creativiteit, ontwerpkracht en verbindend vermogen kunnen bijdragen aan de manier waarop
Nederland zich uit de crisis werkt. In de afgelopen maanden hebben we het belang van
sociale cohesie aan den lijve ondervonden. Investeren in de culturele en creatieve sector is
ook investeren in de mentale gezondheid van het publiek. De rol die podiumkunsten,
bibliotheken, monumenten of musea met hun uiteenlopende collecties hierbij kunnen spelen
is groot. Het werkveld van de beeldende kunst- en ontwerpsector is vanuit intrinsieke
betrokkenheid gericht op noodzakelijke innovaties binnen thema’s als verduurzaming,
inrichting van de leefomgeving, demografische ontwikkelingen, digitalisering binnen
onderwijs en gezondheidszorg et cetera. Deze transitieopgaven zijn door de crisis extra
urgent geworden.
De raad roept daarom op tot het vrijmaken van een ruimer structureel landelijk
cultuurbudget.
Aanbevelingen voor korte termijn: schadebeperking
De volgende maatregelen kunnen er, naast de reeds genomen maatregelen, volgens de raad
aan bijdragen dat de schade die de sector oploopt als gevolg van de coronacrisis zoveel
mogelijk beperkt blijft:
14 Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Satellietrekening Cultuur en Media 2015’ (2019)
15 Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Rapportage onderzoek detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies,
jaarrekening 2019’ (2020)
16 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jaarverslag en slotwet (2019)
                                                                                                               36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Maatwerk per veiligheidsregio
De raad heeft in zijn advies van 14 september gepleit voor maatwerk per regio en
versoepeling van het maximumaantal bezoekers in culturele gebouwen, zoals theaters en
concertzalen. Hij adviseerde dit te doen in nauwe samenwerking met het RIVM en de
veiligheidsregio’s. Inmiddels zijn de maatregelen juist verder aangescherpt; op moment van
schrijven van dit advies zijn alle culturele gebouwen gesloten, en volgens de routekaart van
het Rijk zijn zelfs op risiconiveau 2 (‘zorgelijk’) nog slechts 60 bezoekers toegestaan in zalen.
De raad wijst erop dat de sector over de gehele breedte grote inspanningen heeft verricht om
de veiligheid te waarborgen tijdens bezoek aan deze gecontroleerde omgevingen. Een groot
deel van de zalen kan bijvoorbeeld veel meer bezoekers veilig placeren, ook met
inachtneming van de gevraagde anderhalve meter afstand. De nieuwe routekaart betekent
een achteruitgang van mogelijkheden voor de sector, met verregaande financiële
consequenties. De raad herhaalt daarom zijn pleidooi voor maatwerk per regio en
versoepeling van het maximumaantal bezoekers. De sturing voor het maatwerk per regio zou
vanuit een landelijke regiefunctie moeten plaatsvinden.
De Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft met input van vele brancheverenigingen een
routekaart opgesteld voor de sector, aanvullend op en passend bij de routekaart die sinds 14
oktober 2020 door de rijksoverheid wordt gehanteerd. Deze routekaart stelt de sector in staat
zich telkens zo goed mogelijk voorbereid aan te passen naar het risiconiveau dat door de
rijksoverheid wordt vastgesteld. Een dergelijke, op de sector toegespitste routekaart draagt
bij aan het aanpassingsvermogen van de sector en, voor zover mogelijk, aan het beperken van
de schade. De raad ondersteunt dit initiatief en adviseert deze routekaart over te nemen. Ze
biedt bijvoorbeeld theaterzalen en doorstroomlocaties meer perspectief bij het risiconiveau
‘waakzaam’ en in mindere mate bij ‘ernstig’. De routekaart is gebaseerd op de huidige
testcapaciteit en kan worden aangepast bij het beschikbaar komen van sneltests, vaccins
en/of medicatie. Ook inzichten uit de door de raad voorgestelde fieldlabs en taskforce en
andere ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de routekaart.
Besteding steunpakket
Het is belangrijk dat de middelen uit het steunpakket voor de culturele sector zoveel mogelijk
terechtgekomen bij kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en achterliggende culturele
organisaties. Dat maakt het nodig om gelden vanuit het steunpakket aan gemeenten te
oormerken.
Daarnaast is het cruciaal dat culturele instellingen die middelen uit het specifieke
steunpakket voor cultuur ontvangen, niet worden gekort op de NOW. In zijn briefadvies van
14 september schreef de raad al over de beperkte effectiviteit van de NOW voor culturele
organisaties, aangezien uit de specifieke steunmaatregelen verkregen middelen als inkomen
gelden voor de NOW en zo tot een korting leiden op de generieke steun. De raad uit
onverkort zijn zorg hierover.
De raad pleit ervoor dat de effecten van de steunmaatregelen en steunpakketten gemonitord
en geëvalueerd worden. Hij ziet hier een rol voor de Boekmanstichting.
Annuleringsverzekeringen
Naar aanleiding van de coronacrisis zijn veel verzekeraars terughoudender met het verlenen
van dekking voor evenementen. Zij schrappen bijvoorbeeld pandemieën als uitkeringsgrond
                                                                                                37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>bij annulering. Het risico voor organisatoren van evenementen wordt hierdoor veelal te
groot. De raad adviseert daarom dat de rijksoverheid in 2021 en 2022 garant staat voor
annuleringsverzekeringen specifiek voor collectieve overmacht, zodat evenementen kunnen
doorgaan.
Huurkwijtschelding
Culturele instellingen die vastgoed in gebruik hebben van gemeente, provincie of Rijk, dragen
vaak hoge huurkosten waar op dit moment te weinig inkomsten tegenover staan. Het is aan
te bevelen huren zoveel mogelijk kwijt te schelden. Ook hier is het van belang dat dit niet
leidt tot een korting op de NOW en dat de vastgoedeigenaren niet de gederfde inkomsten
compenseren met middelen uit het steunpakket voor de culturele sector.
Aanbevelingen voor korte termijn: heropstarten
De volgende maatregelen kunnen er, naast de reeds genomen maatregelen, volgens de raad
aan bijdragen dat de sector na de coronacrisis haar activiteiten weer zo snel en soepel
mogelijk naar het oude niveau kan brengen:
Revolverend fonds
De raad adviseerde al eerder een revolverend fonds op te richten. In haar
uitgangspuntenbrief van juni 2019 kondigde de minister in reactie hierop aan in 2020
eenmalig 5 miljoen euro te investeren in een revolverend productiefonds voor innovatie in de
podiumkunsten, met als doel groei en innovatie te bevorderen en producenten in staat te
stellen meer risico’s te nemen en te experimenteren met nieuw werk, nieuwe makers en
nieuwe publieksbenaderingen. Het gaat om aanvullende financiering om grotere
investeringen mogelijk te maken via garantiestelling, lening en matching. De minister ziet dit
fonds als een eerste stap; voor de verbreding van het fonds naar de hele sector kondigde ze
voor de periode 2021 – 2024 jaarlijks een investering van 2 miljoen euro aan.17 Inmiddels
zijn de middelen voor dit fonds bestemd. Het fonds wordt vormgegeven door
Cultuur+Ondernemen, en wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2020 geopend.
De raad is hier verheugd over en zal de ontwikkelingen met belangstelling volgen.
De raad wijst erop dat de slagingskans van een dergelijk fonds groter wordt als ook andere
partijen worden uitgedaagd hieraan te gaan bijdragen. Hij adviseert daarom ook private
partijen bij dit fonds te betrekken, om op den duur de financiering van dit fonds publiek-
privaat te organiseren.
Private cultuurfondsen
De raad adviseert de minister meer aandacht te hebben voor, en meer erkenning te geven
aan, de rol van private cultuurfondsen. Zij kunnen ook worden betrokken bij
garantiefondsen. De raad constateert dat private fondsen snel inspelen op de actualiteit. In
de huidige crisis zoeken zij meer samenwerking door zich toe te leggen op ketenfinanciering.
Aanbevelingen voor langere termijn: weerbaarheid structureel vergroten
De volgende maatregelen kunnen er volgens de raad aan bijdragen dat de sector in de
toekomst structureel weerbaarder wordt, om in het vervolg beter bestand te zijn tegen grote
crises:
17 Zie het advies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ (2019), p. 83.
                                                                                             38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Reservevorming
De coronacrisis laat zien dat organisaties die in hogere mate inkomsten halen uit de markt
(en dus niet of voor een kleiner deel uit subsidies), grotere schade lijden wanneer de vraag
naar hun culturele aanbod wegvalt. Ondernemerschap wordt daarmee onevenredig bestraft.
Extra zuur is het als instellingen door subsidievoorwaarden niet in staat worden gesteld
voldoende reserves op te bouwen voor moeilijke tijden. Om weerbaar te zijn moeten
organisaties over voldoende eigen reserves kunnen beschikken. Voor instellingen in de BIS
zijn de opgebouwde reserves sinds 2019 vrij inzetbaar, maar niet alle subsidiegevers volgen
nog deze zelfde lijn. De raad adviseert afspraken te maken met provincies en gemeenten om
in de toekomst streefnormen of bandbreedtes te hanteren omtrent reservevorming (zoals in
het onderwijs). Hierbij moet rekening worden gehouden met de omvang van de organisatie,
marktafhankelijkheid en verantwoordelijkheden, zoals de instandhouding van collecties
en/of gebouwen.
Tax shelter
Private investeringen in grotere culturele producties, zoals voor theater, televisie en film,
kunnen fiscaal aantrekkelijk worden gemaakt door een middel als de tax shelter.18 Deze
stimuleert ondernemingen om te investeren in een theater-, film- of televisieproductie, in ruil
voor een aftrekpost voor de vennootschapsbelasting. Via dit instrument kan extra
werkgelegenheid en extra aanbod worden gecreëerd, wat het aanbod in Nederland en de
internationale concurrentiepositie van Nederland zal verstevigen als locatie voor bijvoorbeeld
grootschalige tv-producties. Een dergelijke maatregel moet in 2021 worden voorbereid om in
2022 toepasbaar te zijn. Van belang is dat de regeling eenvoudig is en van tevoren helderheid
verschaft over omvang en toekenning van bijdragen. Hier kan worden geleerd van de
ervaringen die in België met dit instrument zijn opgedaan. Vanzelfsprekend moet de tax
shelter in samenhang worden bezien met andere fiscale instrumenten.
Publiek-private samenwerking
De raad adviseert publiek-private samenwerkingen te bevorderen met betrekking tot de
productie, distributie en presentatie van cultuur op die plekken waar zij bijdragen aan
versterking van de weerbaarheid van de culturele sector, bijvoorbeeld waar podia en
gezelschappen/producenten gezamenlijk investeren en risico nemen in theaterproducties.
Hefboomwerking
De raad ziet ten slotte kansen in het vergroten van de totale financiële huishouding van de
sector door als rijksoverheid met een beperkte bijdrage derden te verleiden meer geld aan
cultuur te besteden (hefboomwerking). Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan
vraagbevorderende maatregelen als de KunstKoopregeling en aanvullende fiscale
stimulansen, of aan matchingsformules voor provincies en gemeenten.
De raad wil de periode vanaf 2021 aangrijpen om te adviseren over de verdere financiële
versterking van de sector, door een aantal eerder gedane aanbevelingen nader uit te werken
en op haalbaarheid en verwachte effectiviteit te toetsen.
18 Deze vorm van belastingvrijstelling wordt in België toegepast in de theater-, audiovisuele en cinematografische
sector.
                                                                                                                 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Bijlage: Kwadrantenanalyse
Binnen elke dimensie van cultuurbeoefening hebben de coronacrisis en de bijbehorende
maatregelen ingrijpende gevolgen voor de productie en creatie door kunstenaars, artiesten,
ontwerpers of culturele instellingen, voor de relatie met het publiek, voor het culturele
ecosysteem en voor het verdienvermogen. Hieronder staat een aantal belangrijke
consequenties weergegeven. Afwisselend schrijven we over individuele werkenden in de
sector (zoals een kunstenaar, artiest, ontwerper, docent et cetera) en culturele instellingen
(zoals musea, galeries, festivals, orkesten, ontwerpbureaus, gezelschappen).
                                                                                              40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                  Eén-op-één: een kunstenaar, artiest, ontwerper of docent maakt iets voor individuele
                  ontvangers: lezers, kijkers, luisteraars of deelnemers. Voorbeelden: het opnemen van een
                  podcast, het schrijven van een boek, gedicht, songtekst, rap of compositie, het vloggen of
                  bloggen, het maken van een beeldend kunstwerk.
        Productie en creatie                            Publiek                               Ecosystemen                           Verdienmodellen
We zien dat de artistieke               Voor veel lezers, kijkers en luisteraars Voor de verkoop of marketing van het     Het is vooral de stilstand van het
inspiratiebronnen van kunstenaars,      betekenen de coronamaatregelen een       product dat voortkomt uit de             ecosysteem om de kunstenaars,
artiesten en ontwerpers in dit          aanslag op hun alledaagse                artistieke activiteiten die plaatsvinden artiesten en ontwerpers heen dat hun
kwadrant steeds dichter bij huis en     vanzelfsprekendheden. Dat vertaalt       in de één-op-één kwadrant, denk aan      verdienvermogen ondermijnt. Op een
het eigen ‘zelf’ komen te liggen. Zoals zich deels in een hang naar al           een gedichtenbundel, een boek of een     enkele uitzondering na, kunnen zij
een van onze gesprekspartners zei:      bekende cultuur: er worden               beeldend kunstwerk, zijn                 niet leven van hun artistieke
‘Kunst maak je in context, en als die   bijvoorbeeld veel boeken (online)        kunstenaars, artiesten en ontwerpers     activiteiten in het één-op-één
context verandert, verandert ook je     gekocht, met name bestsellers en         aan de publiekskant afhankelijk van      kwadrant. Zij moeten het vooral
kunst.’ Misschien is een belangrijk     klassiekers. We zien ook dat             presentatieplekken in de vorm van,       hebben van aanvullende activiteiten
effect van een samenleving die in       boekhandels heel gericht de lezers       bijvoorbeeld, een boekhandel, beurs      in de andere scenario’s, denk aan
zichzelf moet keren, dat de kunst       hebben geprobeerd op te zoeken           of atelier. Veel presentatieplekken      optredens op (literaire) festivals,
meebeweegt naar binnen.                 middels reclamecampagnes.                hebben ook te kampen met de              samenwerkingen met orkesten, in
                                                                                 gevolgen van corona. Door het            groepsverband meewerken aan
Ook valt op dat degene die in dit       Tegelijkertijd zien we een behoefte      wegvallen van bijvoorbeeld               televisieproducties. Opdrachten en
kwadrant beweegt directer contact       aan meedoen en iets gezamenlijk          boekenbeurzen zullen internationaal      optredens, ook internationale, zijn
zoekt met de individuele ontvanger.     maken: het succes van het                minder rechten verkocht worden,          geannuleerd en worden niet altijd
Creatieve uitingen worden breed         Instagramaccount Tussen Kunst &          waardoor dit gevolgen zal hebben         meer ingehaald; in diverse gevallen
gedeeld op sociale media en YouTube.    Quarantaine waarin mensen met            voor het aanbod voor de lezer.           zijn de tarieven verlaagd;
Dit zien we tevens gebeuren bij         huiselijke spullen bekende                                                        bijverdiensten, zoals lesgeven in het
kunstenaars, artiesten en ontwerpers    kunstwerken namaken, getuigt             Aan de productiekant dreigen             kunstvakonderwijs en op
wier werkzaamheden in de andere         daarvan.                                 goedkope atelierruimtes te               muziekscholen/kunstencentra, staan
kwadranten kwamen stil te liggen en                                              verdwijnen omdat de huren niet           onder druk en de steunmaatregelen
die een online podium zochten.          Sinds lezers, kijkers en luisteraars     betaald kunnen worden, en eigenaren      passen niet altijd bij de situatie van
                                        meer tijd thuis doorbrengen, stijgt het  geen coulance betrachten.                deze kunstenaars, artiesten en
Daarnaast zien we dat bij               internetgebruik aanzienlijk. Zij                                                  ontwerpers.
kunstenaars, artiesten en ontwerpers,   kunnen putten uit veel (gratis)
nu een deel van het (internationale)    culturele uitingen beschikbaar op                                                 We horen ook in onze gesprekken dat
werk is weggevallen, –                  sociale media en YouTube die                                                      kunstenaars, artiesten en ontwerpers
noodgedwongen – ruimte ontstaat         toegankelijk beschikbaar zijn voor                                                voor hun projecten al flinke financiële
voor rust en reflectie om te werken     een breed publiek.                                                                investeringen hebben gedaan, die nu
aan eigen projecten of langere lijnen                                                                                     niet terugverdiend kunnen worden.
waar eerder geen tijd voor was.         Amateurkunstbeoefenaars die één-
                                        op-één lessen volgen, zoals
                                        privézangles, moeten steeds rekening
                                        houden met nieuwe situaties en
                                        protocollen.
                                                                                                                                               41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                  Eén-op-meer: een kunstenaar, artiest, ontwerper of docent maakt iets waar vervolgens in
                  een andere context meer mensen tegelijk naar kijken of luisteren, of aan meedoen.
                  Voorbeelden: het spelen van solovoorstellingen of het geven van soloconcerten, het
                  organiseren van een solotentoonstelling.
        Productie en creatie                           Publiek                           Ecosystemen                             Verdienmodellen
Een belangrijk effect van de           In dit kwadrant verandert het         Voor de presentatie van solo-            Met het wegblijven van bezoekers bij
coronamaatregelen op de artistieke     publiekgedrag eveneens. Het bezoek    optredens en solotentoonstellingen       culturele activiteiten in dit kwadrant
activiteiten in dit kwadrant is dat    aan solo-exposities in ateliers en    zijn kunstenaars, artiesten en           is de kaartverkoop drastisch gedaald
massaliteit niet meer mogelijk is.     galeries, en het bezoek aan           ontwerpers grotendeel afhankelijk        en de verkoop van kunstwerken
Grootschalige solo-optredens van dj’s  soloconcerten en solovoorstellingen   van zalen, podia, festivals, galeries en eveneens. Veel kunstenaars, artiesten,
of grootschalige solotentoonstellingen in zalen is sterk afgenomen of        ateliers. Deze presentatieplekken zijn   ontwerpers die hier sterk of volledig
van kunstenaars en ontwerpers          stilgevallen (afhankelijk van de      door de coronacrisis hard getroffen.     afhankelijk van zijn, leven in zeer
vinden (live) geen doorgang.           maatregelen). Bezoekers zijn huiverig Als kopers (o.a. verzamelaars, musea,    onzekere tijden.
                                       om onder de mensen te zijn of willen  bedrijfscollecties) voorzichtig zullen
Als reactie op de maatregelen zien we  momenteel bewust niet reizen.         zijn en internationale kunstbeurzen      Kunstenaars, artiesten en ontwerpers
een uitbreiding van vormen:                                                  voorlopig niet doorgaan, zal dat grote   kiezen ervoor om bijvoorbeeld de
kunstenaars, ontwerpers en artiesten   In gesprekken met het veld horen we   gevolgen hebben voor bijvoorbeeld        studio in te duiken of te werken aan
creëren intiemere settingen waarin ze  dat het streamen van (in dit geval    galeries en daarmee hun personeel en     een ander project, binnen of buiten
hun culturele activiteiten tonen (soms solo-)optredens ook kansen biedt om   de kunstenaars die zij                   de sector. Opdrachten en optredens,
nog gebruikmakend van het grote        meer en nieuw (internationaal)        vertegenwoordigen, en voor het           ook internationale, zijn geannuleerd
podium) of zetten digitale             publiek te bereiken.                  netwerk daaromheen van musea,            en worden niet altijd meer ingehaald;
mogelijkheden vaker en creatiever in.                                        presentatie-instellingen en het          in diverse gevallen zijn de tarieven
                                       Het beoefenen van cultuur als         kunstonderwijs.                          verlaagd; bijverdiensten, zoals
Door het wegvallen van                 amateur in het één-op-meer                                                     lesgeven in het kunstvakonderwijs of
internationale coproducties,           kwadrant, zoals zingen in een koor,   Ook horen we in gesprekken met het       als kunstdocent, staan onder druk en
samenwerkingen en uitwisselingen,      wordt door de coronamaatregelen in    veld dat door de coronacrisis veel       de steunmaatregelen passen niet
missen kunstenaars, artiesten en       grote mate beperkt, stilgelegd of     internationale uitwisselingen,           altijd bij de situatie van deze
ontwerpers een internationaal          online voortgezet.                    residenties, kunstbeurzen en             kunstenaars, artiesten en ontwerpers.
podium om werk te tonen en een                                               showcasefestivals slechts gedeeltelijk
netwerkplatform.                                                             doorgaan of zijn gestaakt.               De culturele activiteiten in dit
                                                                             (Beginnende) kunstenaars, artiesten      scenario leunen sterk op freelancers
Voor sommige debuterende                                                     en ontwerpers missen daarmee een         en kleine bedrijven, denk aan
kunstenaars, artiesten en ontwerpers                                         cruciaal podium om te groeien en hun     tentoonstellingsbouwers, technici,
biedt het vacuüm dat ontstaan is door                                        werk ook buiten Nederland te tonen.      docenten, curatoren, marketeers en
het uitstellen of het wegvallen van                                          Sommige internationale                   artiestenmanagers. Door de
grotere (internationale) projecten of                                        samenwerkingen en uitwisselingen         coronacrisis vallen veel opdrachten
exposities een kans om werk te tonen                                         kwamen alsnog digitaal tot stand,        weg voor deze groep werkenden in de
op plekken waar ze normaal                                                   maar bieden geen volwaardig              culturele sector, die voor langere
gesproken niet voor gevraagd                                                 alternatief voor de fysieke praktijk.    termijn zonder inkomsten zitten. De
worden.                                                                      Bij de postacademische instellingen      gevolgen hiervan zullen pas in 2021 in
                                                                             leiden beperkingen op het gebied van     volledige omvang te zien zijn maar
                                                                             mobiliteit bijvoorbeeld tot andere       met het wegvallen van het
                                                                             samenstellingen van groepen              verdienvermogen, dreigt ook het
                                                                             deelnemers. Workshops, presentaties      gevaar van een onherstelbaar verlies
                                                                             en atelierbezoeken vinden deels          aan expertise.
                                                                             digitaal plaats en peer-to-peer
                                                                             overdracht vindt in veel beperktere
                                                                             mate doorgang.
                                                                             Het niet of beperkt doorgaan van
                                                                             lessen voor amateurkunstbeoefening
                                                                             en het mislopen van bijdragen van
                                                                             cursisten/deelnemers vragen veel van
                                                                             de docenten en locaties waar de
                                                                             lessen grotendeels plaatsvinden, denk
                                                                             aan muziek-, dans- en theaterscholen
                                                                             en centra voor de kunsten. Door
                                                                             minder inkomsten en aanmeldingen
                                                                             staan de instellingen er (financieel)
                                                                             fragiel voor.
                                                                                                                                            42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                  Meer-op-één: een groep kunstenaars, artiesten, ontwerpers of docenten, of een culturele
                  instelling, maakt samen iets voor individuele ontvangers: lezers, kijkers, luisteraars of
                  deelnemers. Voorbeelden: het maken van een serie, film, televisie- en radioprogramma, het
                  streamen van voorstellingen en concerten, het opnemen van een album of het uitvoeren van
                  gezamenlijke ontwerpprojecten.
        Productie en creatie                            Publiek                             Ecosystemen                          Verdienmodellen
Artistiek gezien nemen groepen          Het gedrag en de samenstelling van      De gevolgen van corona op culturele    Teruglopende inkomsten, gebrek aan
kunstenaars, artiesten, ontwerpers en   het publiek, dat culturele activiteiten activiteiten die plaatsvinden in dit   verzekerbaarheid en hogere
culturele instellingen in dit kwadrant  uit het meer-op-één kwadrant bekijkt    kwadrant hebben ook consequenties      productiekosten door de maatregelen
hun toevlucht tot meer kleinschalige,   en beluistert, is al langer aan         voor werkenden in de productie,        zorgen ervoor dat het aantal culturele
lokale en kortlopende producties. Dat   verandering onderhevig: in              marketing, distributie en presentatie. activiteiten sterk is gedaald. In
heeft diverse oorzaken: reclame- en     toenemende mate consumeren we           Deze werkzaamheden worden              diverse gevallen zijn de tarieven
publieksinkomsten zijn teruggelopen     onze media op mobiele apparaten als     grotendeels ingevuld door freelancers  verlaagd; bijverdiensten verminderen
waardoor de budgetten voor              smartphones en tablets. We zien dat     en kleine bedrijven. Opdrachten en     en opdrachten vallen weg.
omroepen en producenten daalden,        het gebruik van streamingsdiensten      omzet vallen weg als projecten stil    Freelancers zitten voor langere tijd
en verzekeraars hebben ‘pandemie’       in deze coronacrisis nog een extra      komen te liggen, met als gevolg dat    zonder inkomsten en de
uit hun uitkeringsgronden geschrapt     vlucht neemt. Lezers, kijkers en        vakmanschap en expertise uit de        steunmaatregelen passen niet altijd
en grootschalige, langlopende           luisteraars brengen namelijk meer       sector wegvloeit, omdat freelancers    bij de situatie van deze werkenden in
projecten zijn daardoor niet meer       tijd door thuis, mede door het          zich omscholen.                        de sector.
verzekerbaar. Door de combinatie van    geringer aanbod van veel (culturele)
de stikstofcrisis en de coronacrisis    activiteiten buitenshuis.               Ook zien we dat door het toenemende    De meeste kunstenaars en
vallen bouwopdrachten weg.                                                      gebruik van streamingsdiensten het     instellingen vragen geld voor de
Architectenbureaus en                   Het streamen van voorstellingen en      klassieke omroepbestel en de lineaire  voorstellingen die ze online zetten of
ontwerperscollectieven missen           concerten, die voorheen alleen live te  programmering onder druk staan. Dit    digitaal streamen. We horen in
uitwisseling waardoor opdrachten        bewonderen vielen, kunnen nu            beschreef de raad ook eerder in het    gesprekken dat het verkopen van
uitblijven. De toepassing van de        gemakkelijk online bekeken worden.      advies ‘Zicht op zoveel meer’. Deze    online optredens echter vaak (nog)
percentageregeling beeldende kunst      Hoewel onlinebeleving niet altijd       ontwikkeling is geen consequentie      geen goede alternatieve
stagneert door het uitblijven van       gezien kan worden als een vervanging    van de coronacrisis maar wordt er wel  inkomstenbron is.
bouwprojecten.                          van een live-ervaring, zorgt het er wel door versneld.
                                        voor dat culturele activiteiten in deze                                        Doordat internationale coproducties
Daarnaast hebben de                     tijd toegankelijk voor (internationaal)                                        en samenwerkingen tot stilstand zijn
coronamaatregelen zelf tot gevolg dat   publiek blijven.                                                               gekomen, zijn inkomsten weggevallen
alleen crews die met elkaar in                                                                                         en leven er zorgen over bijvoorbeeld
quarantaine gaan, in staat zijn om                                                                                     opgestelde contracten.
intieme, fysieke scenes op te nemen,
en dat is bijzonder kostbaar. Om die
redenen stokken ook nieuwe,
risicovolle producties. Dat zien we
momenteel ook terug in de
herhalingen van succesvolle
televisieseries en films.
We zien dat het bouwen aan games en
animaties relatief weinig lijdt onder
de maatregelen; een groot deel van de
productie is al digitaal en de omzet in
de game-industrie is flink gestegen.
Tegelijkertijd zien we dat ook hier
ontwikkelaars niet zomaar even
vanuit huis kunnen werken.
We horen ook in de gesprekken met
het veld dat groepen kunstenaars die
normaliter live voor publiek spelen
inmiddels voorstellingen en
concerten streamen, en sommigen
werken daarvoor samen met de
publieke omroepen. Een aantal (van
de gesubsidieerde culturele
instellingen) onderzoekt bovendien
welke nieuwe artistieke
mogelijkheden de digitale dimensie
biedt.
                                                                                                                                            43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                  Meer-op-meer: een groep kunstenaars, artiesten, ontwerpers of docenten, of een culturele
                  instelling, maakt samen iets waar vervolgens in een andere context meer mensen tegelijk
                  naar kijken of luisteren, of aan meedoen. Voorbeelden: het maken van voorstellingen,
                  debatten, concerten voor in theater- en concertzalen en op festivals, het organiseren van
                  tentoonstellingen.
        Productie en creatie                           Publiek                              Ecosystemen                           Verdienmodellen
De groepen kunstenaars, artiesten,     Het is in deze maanden niet          Groepen kunstenaars, artiesten en            Veel niet-gesubsidieerde
ontwerpers of culturele instellingen   vanzelfsprekend om debatten,         culturele instellingen in de meer-op-        instellingen, die sterk of volledig
die zich in dit kwadrant bewegen       voorstellingen, concerten, festivals meer categorie werken nauw samen met         afhankelijk zijn van kaartverkoop,
zagen zichzelf genoodzaakt om in       en tentoonstellingen te bezoeken;    de zalen, podia en festivals waar ze         leven in zeer onzekere tijden; hun
korte tijd hun werkvormen aan te       nu zijn ze gesloten en straks        optreden. De wisselende maatregelen          verdienmodel is volledig ingestort.
passen, zodat het repetitie- of        wellicht weer open onder strikte     (dicht, open, dertig bezoekers,              En gezelschappen, musea en
ontwerpproces veilig werd en het       naleving van de maatregelen en met   vervolgens weer meer) zorgen voor een        orkesten met meerjarige subsidie
werk alsnog getoond kon worden aan     een klein aantal bezoekers.          hoge werkdruk bij programmering en           wier kaartinkomsten teruglopen,
het publiek dat thuis zat of zich op                                        planning. Steeds wordt opnieuw gekeken       zien buffers verdampen. Het is
locatie bevond (met inachtneming       Deze veranderingen hebben hun        of optredens door kunnen gaan,               bovendien in financieel opzicht
van de 1,5 meter).                     weerslag op de beleving. In de       geannuleerd of verzet worden.                complex om om te gaan met de grote
                                       gesprekken benadrukken de                                                         mate van onzekerheid, zeker gezien
Velen maken gebruik van digitale       werkenden in de podiumkunsten        Daarnaast trekken de maatregelen een         de grote voorinvesteringen die
mogelijkheden; eerder opgenomen        dat deze kunstvormen bestaan bij     zware wissel op de niet-gesubsidieerde       gepaard gaan met het produceren
werk wordt online beschikbaar          de gratie van de gezamenlijke        gezelschappen in de podiumkunsten en         van podiumkunsten en het
gesteld of liveoptredens worden        livebeleving. En die wordt nu        commerciële presentatieplekken zoals         organiseren van tentoonstellingen.
gestreamd. Sommigen kiezen voor        getart. Online een voorstelling      galeries. Als zij wegvallen, heeft dat grote
digitale content, anderen zoeken naar  bekijken of een cabaretvoorstelling  gevolgen voor het ecosysteem: er             Ook verliezen kunstenaars, artiesten,
een hybride vorm van digitaal en       met 30 mensen op 1,5 meter           verdwijnt aanbod voor een breed publiek      ontwerpers en culturele instellingen
fysiek. Weer anderen beperken zich     afstand meemaken, geeft een heel     en zzp’ers verliezen een inkomstenbron.      een belangrijke inkomstenbron
tot liveoptredens in een kleinere      andere ervaring.                     Theaters lopen veel inkomsten mis,           doordat internationale optredens en
setting of in de buitenlucht – mits                                         omdat zij veelal leunen op de                coproducties stilvallen.
haalbaar. Ook wordt van deze periode   Ook zien we dat het publieksgedrag   kaartverkoop uit commerciële producties
gebruikgemaakt om                      verandert. Men is huiverig om        en bijleggen op het overige aanbod. Zo       Het wegblijven van (buitenlandse)
bezoekerservaringen verder te          voorstellingen, concerten en         verdwijnen speelplekken.                     toeristen heeft grote financiële
personaliseren, zo zien we bij musea   tentoonstellingen te bezoeken,                                                    gevolgen voor instellingen. Dit geldt
digitale rondleidingen.                omdat bijvoorbeeld gereisd moet      Internationale coproducties en               in sterke mate voor musea die voor
                                       worden en de optredens binnen        samenwerkingen staan onder druk.             een aanzienlijk deel afhankelijk zijn
Wanneer optreden kan, staan            plaatsvinden. Weliswaar ziet men     Daardoor missen kunstenaars, artiesten,      van (buitenlandse) toeristen.
meerdere voorstellingen en concerten   kans om nieuw en jong publiek te     ontwerpers en culturele instellingen een
op een avond gepland of is er een      bereiken in de directe omgeving,     internationaal podium om werk te tonen       De culturele activiteiten in dit
dubbele cast voor het geval een speler maar daarmee keren de oude           of de mogelijkheid om werk uit het           scenario leunen sterk op freelancers
ziek wordt. Er is aandacht voor        (hoge) bezoekersaantallen            buitenland te laten zien en missen zij een   en kleine bedrijven, denk aan
monologen en solo-optredens.           voorlopig nog niet terug.            netwerkplatform.                             tentoonstellingsbouwers, technici,
Kunstenaars onderzoeken artistieke                                                                                       rondleiders, docenten, curatoren,
mogelijkheden van het virtuele. Het is Door het afgelasten van grote live   We horen in gesprekken met het veld dat      marketeers en artiestenmanagers.
belangrijk hierbij te vermelden dat    evenementen, zoals de Dutch          educatieactiviteiten op een lager pitje      Door de coronacrisis vallen veel
kunstenaars die meerjarig              Design Week, lopen allerlei          worden gezet, juist worden                   opdrachten weg voor deze groep
gesubsidieerd worden meer vrijheid     instellingen veel individuele        gecontinueerd of in een andere vorm          werkenden in de culturele sector, die
ervaren om te experimenteren dan       bezoekers mis.                       doorgaan. Scholen reizen zo min              voor langere termijn zonder
niet-gesubsidieerde kunstenaars.                                            mogelijk en vermijden grote groepen.         inkomsten zitten. De gevolgen
                                       We horen in gesprekken met het       Educatie voor scholen verplaatst zich        hiervan zullen pas in 2021 in
Daarnaast bestaan grote zorgen over    veld dat een groei in digitale       deels online, waarbij museumdocenten         volledige omvang te zien zijn maar
het beheer en behoud van museale       publieksaantallen waar te nemen      bijvoorbeeld gebruik maken van tools         met het wegvallen van het
collecties, evenals over onderzoek aan valt, waarvan ook nieuw en           die zijn ontwikkeld binnen het initiatief    verdienvermogen, dreigt ook het
collecties en ten behoeve van          internationaal publiek. Debatten en  Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.        gevaar van een onherstelbaar verlies
tentoonstellingen en programmering     andere vormen van                                                                 aan expertise.
van presentatie-instellingen.          randprogrammering bij                Door het niet of beperkt doorgaan van
                                       bijvoorbeeld musea en presentatie-   lessen voor amateurkunstbeoefening en        De meeste kunstenaars, artiesten,
We zien dat bibliotheken, die de       instellingen werden al digitaal      het mislopen van bijdragen van               ontwerpers en culturele instellingen
afgelopen jaren sterk geïnvesteerd     aangeboden maar genereren door       cursisten/deelnemers staan veel locaties,    vragen geld voor de voorstellingen
hebben in hun sociale functie en de    de crisis een groter bereik.         denk aan muziek-, dans- en                   die ze online zetten of digitaal
vormgeving van 21st century skills,                                         theaterscholen en centra voor de             streamen. We horen in gesprekken
door de coronamaatregelen weer                                              kunsten, er (financieel) fragiel voor.       echter dat het verkopen van online
volledig terugvallen op hun                                                                                              optredens vaak (nog) geen goede
uitleenfunctie.                                                                                                          alternatieve inkomstenbron is.
                                                                                                                                            44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van
de regering en het parlement op het terrein van kunst,
cultuur en media. De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties
en subsidieaanvragen.
‘Onderweg naar overmorgen.
Naar een wendbare en weerbare culturele en creatieve sector’,
is een uitgave van de Raad voor Cultuur.
Leden Raad voor Cultuur
Marijke van Hees (voorzitter)
Brigitte Bloksma
Lennart Booij
Özkan Gölpinar
Erwin van Lambaart
Cees Langeveld
Thomas Steffens
Liesbet van Zoonen
Jakob van der Waarden (directeur)
Raad voor Cultuur
Prins Willem Alexanderhof 20, 2595 BE Den Haag
070 – 3106686, info@cultuur.nl, www.raadvoorcultuur.nl
Het is toegestaan (delen van) de inhoud van deze publicatie
te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur
en deze publicatie als bronnen worden vermeld.
Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.
Den Haag, november 2020
                                                                45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>