<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                   Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                                   2595 BE Den Haag
                                                                                   t 070 3106686
                                                                                   info@cultuur.nl
                                                                                   www.cultuur.nl
  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  Mevrouw drs. I. K. van Engelshoven
  Postbus 16375
  2500 BJ Den Haag
6 juli 2020
Kenmerk: RVC-2020- 1539
Betreft: advies visitatiekader Museumvereniging
Geachte mevrouw Van Engelshoven,
In uw uitgangspuntennota heeft u besloten dat met ingang van de nieuwe
subsidieperiode 2021-2024 de rijksmusea niet langer worden gesubsidieerd
in het kader van de Culturele basisinfrastructuur (BIS). De financiering van
collectietaken, de huisvesting én de publiekstaken wordt in de toekomst
geregeld via de Erfgoedwet. Dat is een wijziging ten opzichte van de huidige
subsidieperiode, waarin publiekstaken nog in de BIS zijn ondergebracht.1
In het verlengde van dit besluit heeft u ook aangekondigd dat de rijksmusea
voortaan gevisiteerd zullen worden. U heeft de Museumvereniging (MV)
verzocht een visitatiekader te ontwikkelen. Dit visitatiekader heeft u op 7
februari van de MV ontvangen en aan de raad ter beoordeling voorgelegd.
De raad vindt dat het visitatiekader dat de MV heeft opgesteld een goede
aanzet biedt voor de visitatiesystematiek. Ook volgt de raad in grote lijnen
de stappen van het visitatieproces die de MV heeft uitgezet. Hij beveelt
echter enkele verbeteringen aan, die naar zijn oordeel essentieel zijn voor
een onafhankelijke en kwalitatief hoogwaardige visitatiesystematiek.
De raad hecht veel waarde aan een doordachte visitatiesystematiek voor de
rijksmusea. Deze musea zijn publiek gefinancierde instellingen, waarvan
inzichtelijk moet zijn hoe zij functioneren, presteren en hoe zij hun culturele
1
  Deze verandering heeft niet alleen betrekking op de musea die collecties beheren waar het
Rijk verantwoordelijkheid voor heeft genomen, maar ook op enige andere culturele
instellingen met een dergelijke collectie. In dit advies spreekt de raad niettemin kortweg
over ‘rijksmusea’; in de paragraaf ‘Welke instellingen vallen onder de visitatie?’ gaan we
dieper in op dit aspect.
                                                                                              1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>en maatschappelijke taken volbrengen. Zij leggen hierover zelf verant-
woording af, onder andere in hun jaarrekening en jaarlijkse bestuurs-
verantwoording. Minstens zo belangrijk is daarnaast een periodieke
beoordeling door een onafhankelijke partij die op grond van criteria over
kwaliteit, bereik en maatschappelijk belang toetst of de musea voldoende
functioneren en presteren. De raad heeft dit basisprincipe als uitgangspunt
genomen voor zijn advies. Hij heeft zich bij de invulling van de visitatie-
systematiek laten inspireren door de wijze waarop die in het hoger
onderwijs wordt uitgevoerd.
De raad gaat in voorliggend advies over het visitatiekader in op de volgende
punten:
     •   Doel van de visitatie
     •   Opdrachtgeverschap en onafhankelijkheid
     •   Samenstelling van de visitatiecommissies
     •   Toetsingskader
     •   Thema’s voor de visitatie
     •   Invulling van het visitatieproces
     •   Visitatie binnen de kwaliteitszorgcyclus
     •   Welke instellingen vallen onder de visitatie?
Doel van de visitatie
De raad heeft er in zijn besteladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ voor
gepleit de presentatietaken van musea, net als de collectietaken en de
huisvesting, onder te brengen in de Erfgoedwet. Als de bekostiging van alle
taken van de rijksmusea langjarig wettelijk wordt vastgelegd, dan hoeven de
musea niet langer beoordeeld te worden op basis van vierjaarlijkse
activiteitenplannen, zoals dat geldt voor de instellingen in de BIS. Het
bestaansrecht van de musea is dan verzekerd; het draait bij zulke langjarig
gesubsidieerde instellingen vooral om het functioneren in het verleden met
het oog op de toekomst. Een belangrijke vraag luidt dan: is het museum op
de goede weg?
Visitatie is een geschikt instrument om dit te toetsen. Een groep van
onafhankelijke deskundigen krijgt op basis van documenten (zoals een
zelfevaluatie) en gesprekken met de instelling en betrokkenen een breed
beeld van het functioneren van de instelling. Op basis hiervan formuleert hij
een oordeel. Dit is cruciaal. Uit de visitatie moet blijken of het functioneren
van het museum in het verlengde ligt van de doelen die de subsidiënt aan de
instelling heeft gesteld. Zulke doelen worden geformuleerd in het toetsings-
kader dat de minister meegeeft aan een visitatiecommissie.
                                                                                 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>In een visitatierapport wordt het functioneren van een museum
geëvalueerd. Zoals de MV zelf ook schrijft, is hierbij essentieel dat de
visitatie een overkoepelende en integrale visie geeft op het functioneren. De
visitatiecommissie kan zodoende de minister rapporteren of de rijksmusea
de belangrijke collecties van ons land goed beheren. Als een instelling
onvoldoende functioneert, dient de commissie de minister te waarschuwen.
De bewindspersoon kan in dat geval besluiten in te grijpen en ervoor te
zorgen dat het museum zijn koers verandert.
De raad vindt hierbij een vergelijking met het hoger onderwijs relevant.
Iedere zes jaar worden opleidingen in het hoger onderwijs gevisiteerd. Op
grond van deze visitaties besluit de minister of zij de accreditatie voor de
opleidingen verlengt.
De raad deelt de mening van de MV dat de uitkomsten van de visitatie van
waarde kunnen zijn voor andere betrokken instanties, organisaties en
overheden. De visitatierapporten bieden inzicht in het functioneren van de
individuele musea waarmee deze organisaties op een of andere manier zijn
verbonden. De rapporten kunnen een bijdrage leveren aan het gesprek dat
de musea met hun stakeholders voeren. Daarnaast kan de Raad voor
Cultuur de visitatierapporten gebruiken voor zijn beleidsadviezen over de
museumsector.
De minister en de MV benoemen naast de onafhankelijke beoordeling nog
een tweede functie van de visitatie, namelijk de interne kwaliteitszorg die
een stimulans biedt om de prestaties en het functioneren van de musea te
verbeteren. Een visitatiecommissie zou dan kunnen functioneren als een
‘kritische vriend’ die de musea adviseert over de organisatie, over interne
processen en bedrijfsvoering. Het visitatierapport kan dan een richtsnoer
zijn voor innovatie, zodat een museum zijn culturele en maatschappelijke
taken nog beter kan uitvoeren.
De raad onderkent dat een visitatie een instelling een spiegel voorhoudt en
haar tot zelfinzicht kan brengen, waarmee een visitatie kan bijdragen aan de
interne kwaliteitszorg van een instelling. De raad is echter van mening dat
dit doel in de kern allerminst samenvalt met het eerstgenoemde doel van de
visitatie. Een beoordeling die de minister inzicht geeft in het functioneren
van een museum is wezenlijk anders dan een reflectie die een museum zelf
op weg helpt om te innoveren. Het gevaar is reëel dat beide doelen elkaar in
de weg zitten en de commissie in een spagaat belandt: moet zij bijvoorbeeld
streng zijn in haar oordeel over het verleden of mild zijn in de wijze waarop
zij de instelling vooruit helpt om uit een dal te klimmen, of juist omgekeerd?
De raad pleit daarom voor een zuivere, eenduidige doelstelling: de visitatie
is primair een onafhankelijk kwaliteitszorginstrument dat de vierjaarlijkse
                                                                              3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>beoordeling van de raad vervangt, en de minister integraal inzicht geeft in
het functioneren van het museum. Het is vervolgens mooi meegenomen
wanneer musea de visitatie kunnen gebruiken om zelf hun processen en
doelstellingen te verbeteren. Dat zou echter niet de inzet van de visitatie
moeten zijn: iedere instelling hoort zichzelf immers kritisch te (laten)
bevragen, aan interne kwaliteitszorg te doen en zodoende op zoek te gaan
naar verbetering van haar functioneren.2
Om tegemoet te komen aan de wens van de MV en de minister om de
visitatie als intern kwaliteitszorginstrument te laten dienen, stelt de raad
voor dat de musea de visitatiecommissie een aanvullende opdracht geven
om separaat mondeling of schriftelijk aanbevelingen te doen aan het
gevisiteerde museum. In zo’n separate rapportage kan de commissie het
museum adviseren over het beleid, de organisatie, de bedrijfsvoering en
dergelijke. Bij de visitaties in het hoger onderwijs heeft de minister van
OCW ook voor een dergelijke systematiek gekozen. Een dergelijke rappor-
tage wordt vervolgens vertrouwelijk gedeeld met de directie en de raad van
toezicht van het museum. In het daaropvolgende bestuursverslag kan het
museum terugblikken op die rapportage en erop reageren.
De minister beschouwt in haar adviesaanvraag de visitatie ook als ‘een
middel om musea van elkaar te laten leren en hun kennis en expertise te
delen’. Dit is een ongebruikelijk doel van een visitatie en vergroot de scope
ervan aanzienlijk. De raad twijfelt over de noodzaak om zo’n uitgebreide
functie aan de visitatie mee te geven, naast de activiteiten die de branche-
vereniging, de MV, al op dit vlak organiseert. Om toch aan deze behoefte te
voldoen, zouden de visitatiecommissies een eindrapport kunnen opstellen
met gezamenlijke conclusies over alle visitaties. Hierin zouden ook goede
praktijkvoorbeelden opgenomen kunnen worden.
Opdrachtgeverschap en onafhankelijkheid
Zoals gezegd vindt de raad de beoordelende functie van de visitatie-
systematiek voor rijksmusea van primair belang. Die functie is onlos-
makelijk verbonden met het feit dat de minister opdrachtgever is. Daaruit
volgt dat de minister de leden van de commissie benoemt. De raad
ondersteunt het voorstel van de MV dat musea zelf ook commissieleden
kunnen voordragen voor hun eigen visitatie.
2
  Omdat de minister heeft besloten de visitatie te organiseren en het primaire doel
van de visitatie de beoordeling van de rijksmusea is, vindt de raad het het meest
zuiver wanneer het Rijk de kosten van de visitatie voor zijn rekening neemt. In haar
brief van 3 april 2020 aan de Museumvereniging gaat de minister er juist van uit dat de
musea zelf een deel van de kosten voor hun rekening zullen nemen, omdat de MV ‘de
visitatie zelf omschrijft als een middel voor interne kwaliteitsborging’.
                                                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>De raad zou het kwestieus vinden wanneer de MV de uitvoering van de
visitatie voor haar rekening neemt. Immers, de MV is de brancheorganisatie
van de Nederlandse musea en in het bestuur van de MV hebben onder
anderen directeuren van rijksmusea zitting. De raad vindt dat, met het oog
op de onafhankelijkheid, ongeoorloofd en strijdig met de regels van good
governance. Net zoals in het hoger onderwijs de visitatiesystematiek is
belegd bij een onafhankelijke organisatie (de NVAO),3 pleit de raad ervoor
dat de minister de organisatie en uitvoering van de visitaties uitbesteedt aan
een onafhankelijke organisatie die geen banden heeft met de rijksmusea. Dit
moet een extern bureau zijn dat de inrichting, secretariële ondersteuning en
verslaglegging faciliteert.4
Samenstelling van de visitatiecommissies
De raad onderschrijft het uitgangspunt van de MV dat er moet worden
gestreefd naar ‘een optimum tussen maximale flexibiliteit en continuïteit’.
Het is belangrijk dat de visitaties een hoge mate van consistentie hebben.
Een eenduidig visitatiekader met duidelijke uitgangspunten is daarbij
onontbeerlijk, maar ook de samenstelling van de commissies kan bijdragen
aan die consistentie.
Daarom is het belangrijk dat de voorzitter en/of enige leden betrokken zijn
bij verscheidene visitaties, zodat de visitaties met elkaar vergeleken kunnen
worden. De raad adviseert om bijvoorbeeld een aantal clusters van ongeveer
vijf leden te vormen, met telkens een voorzitter en één of twee vaste leden
met algemene kennis van musea of een meer generalistisch profiel, die de
museumsector en de desbetreffende rijksmusea met een brede blik kunnen
beschouwen. Daarnaast is ook meer specialistische kennis van de te
visiteren musea onontbeerlijk, met één of meer experts per commissie. De
rijksmusea verschillen immers van elkaar in missie en verzamelgebied;
daarom moeten de commissies afgestemd worden op de eigenheid van de
musea. Voor sommige groepen musea zouden dezelfde museumexperts in
de commissies zitting kunnen nemen. Voor andere instellingen is specialis-
tische kennis voor specifieke aandachtsgebieden een vereiste. Te denken valt
aan expertise op het gebied van natuurhistorie en biodiversiteit voor
Naturalis Biodiversity Center, op het gebied van cinema en het Nederlandse
filmaanbod voor Eye Filmmuseum en op het gebied van etnografie voor het
Nationaal Museum van Wereldculturen.
3
  Er zijn vergevorderde plannen om ook de visitatie van de GGZ-opleidingen niet meer door
de brancheorganisatie te laten uitvoeren, maar door een onafhankelijke organisatie (de
NVAO).
4
  In zijn advies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ betoogde de raad al dat de visitatie
belegd moet worden bij een onafhankelijke partij. De raad adviseerde dat hij zelf invulling
zou kunnen geven aan de visitatie.
                                                                                            5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De raad pleit ervoor dat de meerderheid van de commissie beschikt over
brede of specialistische kennis en ervaring op het gebied van musea.
Internationale ervaring is een pre. Ter bevordering van de continuïteit en de
snelheid van het proces is het nodig dat de visitatiecommissies worden
ondersteund door een klein team van vaste secretarissen.
Toetsingskader
De raad beschouwt de beoordeling zoals gezegd als het primaire doel van de
visitatie. Hij is van mening dat een dergelijke beoordeling alleen goed kan
plaatsvinden indien de minister een duidelijk toetsingskader meegeeft aan
de organisatie die de visitaties uitvoert. Pas dan kan een visitatiekader
opgesteld worden dat recht kan doen aan die beoordelende taak. Tot op
heden heeft de minister een dergelijk toetsingskader nog niet opgesteld. De
raad doet hier enige handreikingen voor, waarbij het van belang is onder-
scheid te maken tussen het toetsen op procesniveau en het toetsen op
prestatieniveau.
Op procesniveau speelt een rol hoe een museum als organisatie is ingericht,
hoe processen zijn georganiseerd en hoe het museum bepaalde doelen
probeert te bereiken. Op prestatieniveau gaat het om de resultaten die een
museum behaalt. Dit kunnen kwantitatieve resultaten zijn, zoals het aantal
bezoekers, het aantal tentoonstellingen, het aantal educatieve activiteiten en
het aantal bruiklenen. Deels worden die al in de jaarlijkse verantwoording
vastgelegd, en zijn dus al voor de minister beschikbaar. Relevanter voor het
toetsingskader zijn daarom kwalitatieve resultaten, zoals de kwaliteit van de
tentoonstellingen, de kwaliteit van samenwerkingen die een museum is
aangegaan, de tevredenheid van het publiek en dergelijke. De minister dient
in haar toetsingskader ook te formuleren wat voor maatregelen zij neemt
indien de visitatiecommissie een museum negatief beoordeelt.
Het toetsingskader is gericht op het primaire doel van de visitatie, namelijk
de vraag of het museum voldoet aan de door de minister gestelde doel-
stellingen en prestaties. In haar visitatiekader beschrijft de MV dat zij de
visitatie tevens beschouwt als middel waarmee de musea zich kunnen
verbeteren. Vanuit dat perspectief kan de commissie in de eerdergenoemde
separate mondelinge of schriftelijke rapportage ook toekomstgerichte
conclusies trekken die het museum kan gebruiken voor verdere beleids- en
organisatieontwikkeling.
Thema’s voor de visitatie
Het toetsingkader kan aan de hand van concrete thema’s nadere invulling
krijgen. De MV heeft in haar visitatiekader een lijst met vijftien thema’s
gegeven. De raad merkt op dat deze lijst willekeurig en ongestructureerd
oogt en dat onderwerpen met elkaar overlappen. Zodoende vindt de raad
deze lijst weinig bruikbaar.
                                                                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De raad pleit ervoor te streven naar een beknopte, gefocuste visitatie. Hij
stelt daarom voor zich te beperken tot drie hoofdonderwerpen: inhoudelijke
kwaliteit (1), publiek en maatschappelijk belang (2) en organisatie en
management (3). Voor de nadere invulling adviseert de raad waar mogelijk
aan te sluiten bij de criteria die voor BIS-instellingen worden gehanteerd,
inclusief de nadere invulling die de raad daaraan heeft gegeven in zijn
Beoordelingskader voor de BIS 2021-2024:
Inhoudelijke kwaliteit
    • Missie, visie en profiel van de instelling, waarbij ook van belang is
        hoe het museum zich verhoudt tot de aandachtspunten van de
        minister
    • Collectiebeleid
    • Presentatiebeleid en publieksactiviteiten
    • Wetenschappelijke activiteiten
Publiek en maatschappelijk belang
    • Publiekbereik
    • Educatie en participatie
    • Maatschappelijke positie en samenwerkingen
Organisatie en management
    • Gezonde bedrijfsvoering en governance
    • Huisvestingsbeleid
    • Omgang met de Governance Code Cultuur, de Code Diversiteit en
        Inclusie en de Fair Practice Code
Een aantal zaken moet hierbij in ogenschouw worden genomen:
    •   De visitatiecommissie beschouwt bovenstaande onderwerpen zowel
        op procesniveau als op prestatieniveau. Met andere woorden: zij
        bestudeert enerzijds hoe het museum de uitvoering van bepaalde
        taken heeft georganiseerd, hoe de verantwoordelijkheden zijn belegd
        en dergelijke; en gaat anderzijds na welke prestaties zijn geleverd en
        of deze prestaties voldoen aan de voorwaarden die de minister stelt.
        Zulke prestaties dienen vooral kwalitatief te worden uitgedrukt.
    •   De raad vindt het heel belangrijk dat het functioneren van het
        museum en de geleverde prestaties altijd in het licht van de missie,
        visie en het profiel van de instelling worden bezien. Voor het ene
        museum is een bepaald aantal bezoekers veel moeilijker te behalen
        dan voor het andere museum. En ook heeft ieder museum andere
        verantwoordelijkheden ten opzichte van de sector en de
        maatschappij. De beoordeling van de musea is maatwerk. Er kunnen
                                                                               7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>         niet dezelfde voorwaarden aan ieder museum worden gesteld;
         voorwaarden zijn afhankelijk van missie, visie en profiel.
    •    De commissie geeft een kwalitatief oordeel over elk van de drie
         hoofdonderwerpen uit de visitatie. Uiteindelijk concludeert de
         commissie of het museum voldoende of onvoldoende functioneert.
         In een toelichting kan zij dit oordeel verder uitwerken.
    •     In een separate rapportage kan de commissie, zoals reeds
         besproken, aanbevelingen doen aan het museum.
Invulling van het visitatieproces
Hoe kan op grond van de doelstelling en het beschreven toetsingskader het
visitatieproces het beste worden ingericht? In grote lijnen volgt de raad de
stappen die de MV op pagina 4 en 5 van het visitatiekader schrijft, behalve
met betrekking tot de punten waarover de raad in zijn beoordeling van het
kader tot andere inzichten is gekomen, zoals de voordracht van de
commissie. De raad benadrukt dat als leidraad voor de visitatie een goed
uitgewerkt protocol moet worden opgesteld, zodat verschillende commissies
zoveel mogelijk een gelijk proces doorlopen. De raad onderscheidt vier
belangrijke stappen:
Stap 1:
De musea schrijven een zelfevaluatie. Dit is een vertrouwelijk document dat
alleen bestemd is voor de visitatiecommissie, waarin het museum
openhartig kan zijn over het eigen functioneren. Hierin reflecteert het
museum op elk van de hierboven genoemde onderwerpen. De zelfevaluatie
dient als achterliggende informatie voor de visitatie. In zo’n zelfevaluatie
wordt ook verslag gedaan van onderzoeken die het museum heeft uitgevoerd
of laten uitvoeren door externe partijen, zoals publieksonderzoek, klant-
tevredenheidsonderzoeken onder stakeholders en evaluaties van
programma’s (bijvoorbeeld op het gebied van educatieve activiteiten). Ook
verwijst het museum in de zelfevaluatie naar een aantal specifieke rapporten
en verantwoordingen, zoals bijvoorbeeld het beleidsplan over collectie-
beheer en veiligheidszorg, rapporten van de Inspectie Overheidsinformatie
en Erfgoed, toetsingsrapporten van Museumregister en Museana.
Stap 2:
De visitatiecommissie neemt ter voorbereiding kennis van bovengenoemde
zelfevaluatie en van een beperkt aantal andere relevante documenten, zoals
het vierjaarlijkse activiteitenplan en meerjarenbegroting, de jaarlijkse
bestuursverantwoording en de jaarrekening.
Stap 3:
De visitatiecommissie brengt een bezoek aan het museum. Zij voert
gesprekken met de directie, een afvaardiging van de raad van toezicht en de
ondernemingsraad. De raad vindt het essentieel dat daarnaast ook met
                                                                             8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>enige belangrijke stakeholders van het museum wordt gesproken, zoals
bijvoorbeeld de vriendenvereniging, sponsors, belangrijke bruikleengevers,
kunstenaars die bij het museum zijn betrokken, publieksgemeenschappen of
educatieve partners. Zulke gesprekken zorgen ervoor dat de commissie
tijdens haar visitatie meer gewicht geeft aan andere perspectieven op het
museum.
Stap 4:
De visitatiecommissie stelt het (concept)rapport op. Na voltooiing hiervan
wordt dit aan het museum voorgelegd om eventuele feitelijke onjuistheden
aan te wijzen. Na deze toets wordt het visitatierapport definitief gemaakt en
aan de minister aangeboden. Het rapport is dan ook openbaar. Daarnaast
vindt er een separate mondelinge of schriftelijke rapportage plaats, waarmee
de visitatiecommissie aanbevelingen kan doen aan het museum.
Visitatie binnen de kwaliteitszorgcyclus
De visitatie moet worden geplaatst binnen een doorlopende cyclus van
toezicht en verantwoording die het ministerie van OCW als belangrijkste
subsidiënt met de musea heeft afgesproken. Die bestaat in ieder geval uit
een jaarlijkse verantwoording aan de hand van een jaarrekening, een
bestuursverslag, een prestatieverantwoording en een accountantsverklaring.
In het kader van de Erfgoedwet moet het museum een beleidsplan opstellen
over behoud en veiligheid van de collectie. In de adviesaanvraag van de
minister staat dat de rijksmusea uiterlijk 1 december 2020 een activiteiten-
plan 2021-2024 en een begroting moeten inleveren. Dit is zodoende ook een
element dat deel uitmaakt van de toekomstige cyclus voor rijksmusea.
Voor een optimaal ingerichte cyclus is het belangrijk dat de elementen uit de
visitatie goed aansluiten bij deze bestaande elementen. Het verbaast de raad
dat de MV hier in haar voorstel nauwelijks aandacht aan besteedt, terwijl
een goede afstemming tussen planvorming, uitvoering, verantwoording en
beoordeling essentieel is in de kwaliteitszorgsystematiek en ook de admini-
stratieve belasting vermindert.
De eerste stap in deze cyclus is het activiteitenplan met begroting dat de
instellingen bij het ministerie van OCW inleveren. Volgens de planning van
het ministerie vindt dit plaats vóór 1 december 2020. Dit document
beschrijft de ambities en activiteiten van de instellingen voor de komende
vier jaar en biedt zodoende ook het referentiekader voor de jaarlijkse
verantwoording van de instellingen. Het hoeft minder uitgebreid te zijn dan
het activiteitenplan dat de BIS-instellingen indienen; het vormt immers niet
meer de grondslag voor een subsidiebesluit. De raad meent dat dit plan één
op één kan aansluiten op de zaken die het ministerie van de rijksmusea
verlangt in de jaarverantwoordingen.
                                                                              9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>De visitatie overstijgt de horizon van het activiteitenplan: zij beschouwt niet
alleen de uitvoering van het activiteitenplan, maar ook het functioneren en
presteren van het museum op alle vlakken. Vervolgens kan het museum
voor zijn toekomstig beleid, onder andere verwoord in het nieuwe
activiteitenplan en het collectieplan, gebruikmaken van de aanbevelingen
van de visitatiecommissie, nieuwe beleidsprioriteiten en eventuele bijsturing
van de bewindspersoon.
Welke instellingen vallen onder de visitatie?
De MV schrijft dat haar visitatiekader vooral betrekking heeft op ‘reguliere,
rijksgesubsidieerde musea’. Terecht merkt zij op dat er nog meer instel-
lingen zijn die collecties beheren waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid
heeft genomen en die daarvoor in het kader van de Erfgoedwet middelen
ontvangen van het ministerie van OCW. Het gaat hier concreet om Het
Nieuwe Instituut, Eye Filmmuseum, Nederlands Instituut voor Beeld en
Geluid, Sieboldhuis (onder Naturalis Biodiversity Center), Kenniscentrum
Immaterieel Erfgoed Nederland (opgenomen in het Nederlands Openlucht
Museum) en het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.
De raad vindt het vanzelfsprekend dat ook deze instellingen in het kader van
de kwaliteitszorg gevisiteerd worden. Voor de visitatiecommissies die deze
instellingen beoordelen, geldt net als voor de andere visitatiecommissies dat
een aantal leden betrokken kan zijn bij meer visitaties, en dat een aantal
leden met specifieke vakkennis betrokken is bij één instelling.
Eye Filmmuseum en Het Nieuwe Instituut worden voor bepaalde taken ook
vanuit de Basisinfrastructuur gefinancierd; het Eye Filmmuseum bijvoor-
beeld voor taken op het gebied van landelijke filmeducatie en mediawijsheid
en Het Nieuwe Instituut voor de internationale promotie van de Neder-
landse ontwerpsector.5 De raad brengt over de subsidiëring van deze taken
eens per vier jaar een subsidieadvies uit. Bij de advisering over de BIS-
periode 2021-2024 bleek dat zowel de taakomschrijving als de afbakening
van het budget niet bij alle partijen duidelijk is vastgelegd. Dat bemoeilijkt
de advisering, en ook voor de visitatiecommissie kan het lastig zijn te
ontvlechten over welke taken zij dient te oordelen. Daarom pleit de raad
ervoor dat de minister bij dergelijke instellingen een eenduidig onderscheid
maakt tussen de EGW- en de BIS-taken en dat de minister beschrijft welke
subsidiebedragen met welke taken gemoeid zijn en welke taken door de
visitatiecommissie dan wel in het kader van de BIS worden beoordeeld.
5
  Zie voor een volledige beschrijving van de taken van deze instellingen de Subsidieregeling
2021-2024, resp. artikel 3.34 en 3.39.
                                                                                          10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Conclusie
De raad beschouwt de visitatie als een passend kwaliteitszorginstrument dat
aansluit bij de nieuwe positie die de rijksmusea innemen in het cultuur-
bestel. Hij vindt dat het visitatiekader dat de MV heeft opgesteld een goede
aanzet biedt voor de visitatiesystematiek. Ook volgt de raad in grote lijnen
de stappen van het visitatieproces die de MV heeft uitgezet. Wel doet de
raad de minister de volgende aanbevelingen die zij aan de MV kan geven
voor een verdere uitwerking van het visitatiekader:
   •    Het primaire doel van de visitatie is een beoordeling van het
        functioneren van de instelling om met het oog op de continuïteit te
        beoordelen of de instelling aan de gestelde verwachtingen en
        randvoorwaarden voldoet.
   •    Musea kunnen de visitatie ook gebruiken als instrument voor
        verdere ontwikkeling maar dat is niet het primaire doel. De
        visitatiecommissie kan in een besloten, separate mondelinge of
        schriftelijke rapportage specifieke aanbevelingen doen aan het
        gevisiteerde museum.
   •    De minister is opdrachtgever van de visitatie en benoemt de
        commissieleden. Het te visiteren museum kan zelf commissieleden
        voordragen.
   •    Om de onafhankelijkheid van de visitaties te waarborgen, dienen de
        organisatie en uitvoering van de visitatie niet bij de MV te liggen,
        maar bij een organisatie die geen formele banden heeft met de te
        visiteren musea.
   •    De minister moet de visitatiecommissie een toetsingskader
        meegeven waaruit blijkt wat zij van de rijksmusea verwacht. Ook
        dient zij te formuleren wat voor maatregelen zij neemt wanneer de
        visitatiecommissie een museum negatief beoordeelt.
   •    De visitatie dient zich te concentreren op drie hoofdonderwerpen: de
        inhoudelijke kwaliteit; het publieke en maatschappelijke belang; en
        organisatie en management.
   •    Alle instellingen die collecties beheren waarvoor het Rijk in het kader
        van de Erfgoedwet verantwoordelijkheid neemt, moeten worden
        gevisiteerd.
Tot slot: in de periode dat de minister de raad heeft verzocht een advies uit
te brengen over het visitatiekader is de wereld getroffen door de
coronacrisis. Deze crisis heeft ook majeure gevolgen voor de museumsector:
de musea zijn maandenlang gesloten geweest en zullen in de komende tijd
veel minder bezoekers kunnen ontvangen. Daardoor zijn de
publieksinkomsten drastisch gedaald. De raad onderkent dat de musea nog
geruime tijd nodig hebben om van deze crisis te herstellen.
                                                                             11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De minister heeft in haar brief van 27 mei jl. aangekondigd dat de culturele
instellingen in de BIS tot 1 juni 2021 de tijd krijgen om voorgenomen
plannen en prestaties vanwege de coronacrisis waar nodig aan te passen. De
rijksmusea hebben echter nog geen activiteitenplan voor de komende vier
jaar ingediend. De raad is van mening dat zij tot 1 december 2020 nog
voldoende gelegenheid hebben om een plan op te stellen dat zich verhoudt
tot de nieuwe situatie.
De raad vertrouwt erop u hiermee een bruikbaar advies te hebben gegeven.
Wij zien uit naar uw reactie en zijn gaarne bereid met u en de Museum-
vereniging in gesprek te gaan over het advies en over de wijze waarop verder
invulling gegeven kan worden aan het visitatiekader.
Met vriendelijke groeten,
Marijke van Hees                       Jakob van der Waarden
Voorzitter                             Directeur
Bijlagen:
- Schema taakverdeling visitatie rijksmusea
- Adviesaanvraag met visitatiekader Museumvereniging
                                                                            12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>13</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                         Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                                         Wetenschap
>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
Raad voor Cultuur                                                                      Erfgoed en Kunsten
                                                                                       Rijnstraat 50
Prins Willem Alexanderhof 20
                                                                                       Den Haag
2595 BE DEN HAAG                                                                       Postbus 16375
                                                                                       2500 al Den Haag
                                                                                       www.rijksoverheid.n1
                                                                                       Onze referentie
                                                                                       23897006
                                                                                       Bijlagen
                                                                                       1
Datum          0 2 APR, 2020
Betreft       adviesaanvraag visitatiekader rijksgesubsidieerde musea
Geachte Raad,
Met deze brief vraag ik om uw onafhankelijk en deskundig advies over het
voorstel van een visitatiekader en bijbehorend proces zoals opgesteld door de
Museumvereniging.
Ik sta kort stil bij het proces, het voorstel van de Museumvereniging en de
planning, zoals geschetst in de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiering
museale instellingen. Ik verzoek u uw advies, indien mogelijk met het oog op de
consequenties van het Covid-19, uiterlijk 29 mei 2020 uit te brengen.
Proces
In juni 2019 stuurde ik mijn uitgangspuntenbrief voor het cultuurbeleid in de
periode 2021-2024 naar de Tweede Kamer. In deze brief kondigde ik aan om in
de nieuwe cultuurperiode de subsidiering van publiekstaken door
rijksgesubsieerde musea niet meer via de basisinfrastructuur te laten verlopen,
maar via de Erfgoedwet. In het verlengde hiervan schreef ik dat ik de
rijksgesubsideerde musea zou vragen een visitatie vorm te geven. Bij brief van 5
november 2019 heb ik de Museumvereniging gevraagd een voorstel te doen voor
een visitatiekader en een bijbehorend proces. Op 7 februari 2020 heb ik een
voorstel ontvangen.
Het visitatiekader Rijksgesubsidieerde musea
Het voorgestelde visitatiekader rijksgesubsideerde musea stelt enerzijds als doel
een integrale en transparante beoordeling van het functioneren van het
rijksgesubsidieerde museum te bereiken en anderzijds te toetsen of de
maatschappelijke betekenis van het museum en zijn doelstellingen passend zijn
bij het beleid van OCW.
Ik vind de balans tussen beide doelstellingen belangrijk. Daarmee zie ik visitatie
als een instrument van interne kwaliteitszorg en maatschappelijke
verantwoording, en tegelijkertijd een middel om musea van elkaar te laten leren
en hun kennis en expertise te delen. Op basis van deze uitgangspunten vraag ik
in uw advies in ieder geval aandacht voor het volgende:
     •     In hoeverre het kader voorziet in een integrale en transparante
           beoordeling van het functioneren van musea.
                                                                                      Pagina 1 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>      •   De balans tussen interne kwaliteitszorg en maatschappelijke                     Onze referentie
                                                                                           23897006
          verantwoording en de toegevoegde waarde van visitatie.
      •   De reikwijdte van de visitatie met het oog op instellingen die
          (aanvullende) activiteiten vervullen als bijvoorbeeld ondersteunende
          instelling voor de sector. Denk bijvoorbeeld aan het RKD-Nederlands
          Instituut voor Kunstgeschiedenis.
      •   De borging van onafhankelijkheid in het voorgestelde visitatieproces.
      •   De invulling van het visitatieproces en de belangrijkste onderwerpen bij
          de visitatie. Daarbij vraag ik ook aandacht voor onderwerpen die relevant
          zijn voor de vormgeving van het activiteitenplan 2021-2024.
Planning
Uw advies vormt een belangrijke stap in de vormgeving van visitatie van
rijksgesubsidideerde musea voor de periode 2021-2024. De planning is als volgt:
•    29 mei 2020:                    oplevering advies visitatiekader Raad voor Cultuur
•    voor 3 juli 2020:               definitief vaststellen van visitatiekader
•    voor 1 oktober 2020:            ambtshalve beschikken subsidie Erfgoedwet
•    uiterlijk 1 december 2020: inleveren activiteitenplan 2021-2024 en begroting
•    1 januari 2021:                 start nieuwe subsidieperiode
Ik zie uw advies met               en tegemoet.
Met vriendelijke
                  Ar
de minister        el      I s , Cultuur en Wetenschap,
   • d v. • ngelshov
                                                                                        Pagina 2 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>/ \museum
     Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
     T.a.v. Hare Excellentie Mr. Drs. I.K. Van Engelshoven
     Postbus 16375
     2500 BJ Den Haag
      Datum
      7 februari 2020
      Betreft
      visitatiekader rijksgesubsidieerde musea 20.007
      Geachte mevrouw Van Engelshoven,
     Bijgaand ontvangt u ons voorstel voor een visitatiekader en bijbehorend proces naar aanleiding van
     uw brief van 5 november jongstleden aan de Museumvereniging. Hierin heeft u ons verzocht om
      voor de rijksgesubsidieerde musea visitatie vorm te geven om verdere verbetering te stimuleren en
     daarbij rekening te houden met enkele (uitgangs)punten. De Museumvereniging ziet visitatie bij
     uitstek als een middel dat bij kan dragen aan het verder verstevigen van het publieke belang van de
     rijksgesubsidieerde musea in Nederland en zo doende een blijvende binding van de inwoners van
     ons land met de rijkscollectie stimuleert. We vatten ons voorstel hierna kort samen.
     Juist vanwege hun maatschappelijke functies vinden de rijksgesubsidieerde musea het van belang
     om daarover verantwoording of te leggen aan de samenleving: het publiek, de partners, de politiek
     en andere belanghebbenden. Visitatie is een instrument waarmee deze musea zich willen
     verantwoorden en continu hun eigen prestaties en functioneren willen verbeteren. In het
     voorgestelde kader zijn lessen geleerd uit de eerdere visitatierondes, evenals uit ervaringen bij de
     visitatie van universitaire onderzoeksgroepen. Ook houden wij bij visitatie rekening met de (soms
     aanzienlijke) verschillen tussen de rijksgesubsidieerde musea in onder meer omvang, aard van de
     collecties, huisvesting, activiteiten, publiek en budget. Daarnaast dient visitatie ruimte te bieden aan
     de ambities van een museum en aan specifieke onderwerpen die het betreffende museum wil
     agenderen. En verder zal de visitatie duidelijk moeten maken welke condities er zijn voor continditeit
     en innovatie van de rijksgesubsidieerde musea. Daarom ligt in bijgaand visitatiekader het accent op
     een kwalitatieve beoordeling met voldoende aandacht voor het verhaal achter de cijfers.
     De rijksgesubsidieerde musea hechten aan een integrale beoordeling van taken en
     maatschappelijke doelen die transparant is, in dialoog tot stand komt en mede is gebaseerd op
     specialistische kennis over de collectie en de activiteiten van het betreffende museum. De visitatie
     wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie die de doelstellingen van een
     rijksgesubsidieerd museum evalueert, de prestaties van het museum afzet tegen de eigen missie en
     doelstellingen en tegen uw beleidsprioriteiten. Aan elke visitatie ligt een zelfevaluatie ten grondslag
     waarin het museum uiteen zet wat zijn doelstellingen en maatschappelijke betekenis zijn, wat er
     goed gaat, wat voor verbetering vatbaar is, hoe het museum daaraan werkt en wat het museum
     nodig heeft voor die verbetering, voor zijn continuIteit en voor innovatie. Want wij delen de mening
     van de Raad voor Cultuur dat het van essentieel belang is dat rijksgesubsidieerde musea innovatief
     zijn, en dat ze hun inhoudelijke en maatschappelijke relevantie continu blijven bevragen.
                                                                                                              1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>/ \museum
     Al met al hanteren de rijksgesubsidieerde musea een fijnmazig netwerk van kwaliteitszorg en
     verantwoordingsinstrumenten. In de set van instrumenten bedoeld om verantwoording of to leggen
     aan de minister van OCW (inspectie, monitorgesprek, jaarverantwoording), dient de visitatie als een
     overkoepelende en integrate evatuatie van het museum. Daarmee wordt op een hoger niveau, over
     langere terrnijn en toekomstgericht gekeken naar het functioneren van rijksgesubsidieerde musea en
     kan een relatie gelegd worden tussen beleidsprioriteiten van u als minister van OCW en het beleid
     van het betreffende rijksgesubsidieerde museum.
     Wij geven na uw reactie graag uitwerking van het leader in een protocol en zijn gaarne bereid tot
     nadere toelichting.
     Met vriendelijke groe
     Prof. Mr. Irene A     er-Vonk
     Voorzitter M umvereniging
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                          `museum
 Visitatiekader Rijksgesubsidieerde Musea
 Rijksgesubsidieerde musea zijn van publiek belang
 Rijksgesubsidieerde musea zijn niet alleen gebouwen waar waardevolle cultuurhistonsche objecten,
 verzamelingen en kunstschatten worden bewaard en getoond.1 Het zijn ook plekken waar eigentijdse verhalen
 worden verteld over wie we zijn en waar we vandaan komen. Het zijn plekken van ontmoeting, verbinding en van
 bijzondere ervanngen. De musea bieden ruimte aan reflectie en debat; in musea is 'een leven lang leren' de
 praktijk. Oak aan actuele, maatschappelijke opgaven als kansengelijkheid, de Nederlandse identiteit en een
 florerende economie leveren zij een bijdrage. Een belangrijk deel van de ruim 30 miljoen bezoeken aan
 Nederlandse musea is aan de rijksgesubsidieerde musea gebracht en verreweg het grootste deel van de ruim 80
 miljoen objecten in Nederlandse musea behoort tot de rijkscollectie. Anders gezegd: de musea zijn niet alleen de
 hoeders van ons cultureel erfgoed maar ze vervullen ook belangrijke maatschappelijke functies.
 Verantwoording afleggen aan de samenleving
Juist vanwege de genoemde maatschappelijke functies vinden de rijksgesubsidieerde musea het van belang om
 daarover verantwoording of te leggen aan hun publiek, hun partners, de politiek en andere belanghebbenden,
ofwel aan de samenleving als geheel. Zij zijn daarom voorstander van een periodieke visitatie door een
onafhankelijke commissie van deskundigen. De evaluatie van de visitatiecommissie is tweeledig. Ze beoordeelt
enerzijds de maatschappelijke betekenis van het museum en of zijn doelstellingen congruent zijn met het beleid
van de minister van OCW. Anderzijds beoordeelt de commissie de prestaties van het museum, afgezet tegen zijn
eigen doelstellingen.
 Zo'n visitatieproces heeft bij de rijksgesubsidieerde musea al eerder plaatsgevonden in de periode 2008-2012.
Een aantal musea is toen zelfs twee keer gevisiteerd. In de volgende twee Cultuurnotaperioden is er niet
gevisiteerd. Een reden om nu opnieuw een visitatie te organiseren is het felt dat de musea met ingang van 2021
volledig worden gefinancierd uit de Erfgoedwet, waarmee de vierjaarlijkse beoordeling door de Raad voor
Cultuur is komen to vervallen.2
De minister van OCW heeft in de Uitgangspuntenbrief 2021-2024 `Cultuur voor iedereen' kenbaar gemaakt dat
ze de rijksgesubsidieerde musea zou vragen om een visitatie vorm te geven.3 Met ingang van 2021 zijn de
rijksgesubsidieerde musea verplicht om zich eens in de vier jaar te laten visiteren door een onafhankelijke
commissie.4 In haar brief d.d. 5 november 2019 gaf de minister aan de Museumvereniging de opdracht om een
visitatiekader en een bijbehorend procesvoorstel to ontwikkelen, waarover de minister vervolgens de Raad voor
Cultuur advies zal vragen. Voor u ligt nu het voorstel van de werkgroep Kwaliteitsborging van de
Museumvereniging voor een visitatiekader en voor het bijbehorende proces dat uitgebreid besproken is in een
vergadering van de rijksgesubsidieerde musea. Het bestuur van de Museumvereniging legt dit voorstel dan ook
graag aan de minister van OCW voor.
De werkgroep is gestart met een terugblik op de visitatierondes in 2008-2012. De rijksgesubsidieerde musea
concluderen dat ze de visitatie in principe een nuttig instrument vinden voor kwaliteitsontwikkeling en
verantwoording. Ze maken daarbij echter de kanttekening dat de beoordeling niet aitijd evenwichtig was en dat
1 Rijksgesubsidieerde musea zijn de musea zijn die een subsidie van het rijk ontvangen omdat zij een wettelijke taak (beheer van een
deel van de rijkscollectie) uitvoeren krachtens de Erfgoedwet,
2 Begin 2020 zijn 26 rijksgesubsidieerde musea opgenomen in de regeling die op basis van de Erfgoedwet het beheer van de
rijkscollecties bekostigt..
3  Uitgangspuntenbrief voor het cultuurbeleid in de periode 2021-2024, juni 2019.
4 Deze verplichting vloeit voort uit de Regeling beheer Rijkscollectie en subsidiering museale instellingen, §3 Visitatie, Artikel 3.19.
1.Een instelling met een wettelijke taak verleent haar medewerking aan een eenmaal per vier jaar te houden visitatie, die ten doel heeft
de wijze waarop die instelling haar taken en publieksactiviteiten verricht te beoordelen 2. De minister kan nadere eisen stellen aan de
visitatie, bedoeld in het eerste lid.
                                                                                                                                         1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>  het proces bureaucratische trekken vertoonde. In het hieronder voorgestelde visitatiekader is geprobeerd om
  lessen te leren uit de eerdere visitatierondes, evenals uit ervaringen bij de visitatie van universitaire
  onderzoeksgroepen. Daarom willen de rijksgesubsidieerde musea het accent leggen op een kwalitatieve
  beoordeling met voldoende aandacht voor het verhaal achter de cijfers. Dit betekent dat minder dan voorheen
  sprake zal zijn van een beoordeling in kwantitatieve termen. Verder dient meer rekening te worden gehouden
  met de (soms grote) verschillen tussen de rijksgesubsidieerde musea in onder meer omvang, aard van de
  collecties, huisvesting, activiteiten, publiek en budget. Ook dienen ambities, innovatie en continuiteit aan bod te
  komen en moet de visitatie ruimte bieden aan specifieke onderwerpen die het betreffende museum wil
  agenderen.
  Dit voorstel voor een visitatiekader en bijbehorend proces voor musea met wettelijke taken op grond van de
 Erfgoedwet heeft vooral betrekking op 'reguliere, rijksgesubsidieerde musea'. Er zijn ook instellingen - zoals Het
 Nieuwe Instituut, EYE Filmmuseum, Persmuseum en Het Instituut voor Beeld & Geluid en het RKD-Nederlands
 Instituut voor Kunstgeschiedenis - die museale collecties beheren en hiervoor middelen ontvangen van de
 minister van OCW. Het is aan de minister om een besluit te nemen over de reikwijdte van het visitatie-
 instrument. Hetzelfde geldt voor erfgoedorganisaties met specifieke taken die ooit zelfstandig subsidie ontvingen,
 maar nu zijn ondergebracht bij een grotere instelling, zoals bijvoorbeeld het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed,
 Codart of het Japanmuseum Sieboldhuis.
 Hierna komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde:
 1. Wat is het doel van de visitatie?
 2. Wat is de toegevoegde waarde van visitatie?
 3. Wie is de opdrachtgever voor de visitatie en wat is de samenstelling van de commissies?
 4. Hoe ziet het visitatieproces er op hoofdlijnen uit?
 5. Wat zijn de belangrijkste onderwerpen bij de visitatie?
 6. Wat is het tijdspad voor visitatie in de komende vier jaar?
 7. Kosten
 8. Leren van het visitatieproces
 1. Wat is het doel van de visitatie?
 Het doel van de visitatie is om te komen tot een integrale en transparante beoordeling van het functioneren van
 het rijksgesubsidieerd museum in het realiseren van zijn taken en maatschappelijke doelen. Het is een
 instrument waarmee rijksgesubsidieerde musea zich willen verantwoorden tegenover hun publiek, hun partners,
 de politiek en andere belanghebbenden, ofwel de samenleving als geheel. Daarbij zal de visitatie de
 rijksgesubsidieerde musea helpen om hun eigen prestaties en functioneren continu te verbeteren. De visitatie is
bij uitstek een instrument waarmee musea zichzelf periodiek de maat nemen ten behoeve van interne
kwaiiteitszorg. Ook maakt de visitatie duidelijk welke condities er zijn voor contintliteit en innovatie van de
rijksgesubsidieerde musea.
De rijksgesubsidieerde musea hechten aan een integrale beoordeling die transparant is, in dialoog tot stand komt
en mede is gebaseerd op specialistische kennis over de collectie en de activiteiten van het betreffende museum.
De visitatie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie die de doelstellingen van een rijksgesubsidieerd
museum evalueert, de prestaties van het museum afzet tegen de eigen missie en doelstellingen en tegen de
beleidsprioriteiten van de minister van OCW en deze vooral in kwalitatieve termen beoordeelt. Aan de visitatie
ligt een zelfevaluatie ten grondslag waarin het museum uiteen zet wat zijn doelstellingen en maatschappelijke
betekenis zijn, wat er goed gaat, wat voor verbetering vatbaar is, hoe het museum daaraan werkt en wat het
museum nodig heeft voor die verbetering, voor zijn continuIteit en voor innovatie. Wij delen de mening van de
Raad voor Cultuur dat het van essentieel belang is dat musea op alle vlakken innovatief zijn, en dat ze hun
inhoudelijke en maatschappelijke relevantie continu blijven bevragen.
De uitkomsten van de visitatie kunnen behalve voor de rijksmusea zelf en het ministerie van OCW relevant zijn
voor verschillende andere organisaties en instanties, in het bijzonder de Raad voor Cultuur. In de set van
instrumenten die dient om verantwoording of to leggen aan de minister van OCW (inspectie, monitorgesprek,
jaarverantwoording), dient de visitatie als een overkoepelende en integrale evaluatie van het museum. Daarmee
wordt op een hoger niveau, over langere termijn en ook toekomstgericht gekeken naar het functioneren van de
musea. Tweede Kamerleden kunnen kennis nemen van de visitatierapporten wanneer zij het regeringsbeleid
aangaande de rijksgesubsidieerde musea behandelen. Waar ook provincies en gemeentebesturen
rijksgesubsideerde musea steunen, kunnen deze ten behoeve van hun beleidsontwikkeling gebruik maken van
                                                                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>  de visitatierapporten. Het is van cruciaal belang dat de Raad voor Cultuur de visitatierapporten op geaggregeerd
  niveau gebruikt als input voor haar sectoranalyse. Ook voor de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed en
  andere bij de rijksgesubsidieerde musea betrokken instanties kunnen de rapporten interessante informatie
  bevatten.
  2. Wat is de toegevoegde waarde van visitatie?
  De rijksgesubsideerde musea hebben to maken met een fijnmazig netwerk van kwaliteitszorg en
  verantwoordingsinstrumenten. Bijlage 3 bevat daarvan een globaal, niet uitputtend overzicht.
  De toegevoegde waarde van de visitatie is onder andere dat een onafhankelijk commissie van deskundigen:
      •     terugkijkt over een langere periode (vier jaar) dan jaarverslagen en andere jaarlijks of tweejaarlijks
            terugkerende verantwoordingsinstrumenten en daardoor langer lopende ontwikkelingen kan evalueren;
      •     een integrate beoordeling geeft, waarin tevens de bevindingen van andere toezichthouders en de
            uitkomsten van andere verantwoordingsdocumenten worden betrokken;
      •     gelegenheid geeft tot een inhoudelijk gesprek met experts. Dit betekent een verdieping ten opzichte van
            andere verantwoordingsinstrumenten. Zo kijkt het museumregister bijvoorbeeld vooral naar de
            aanwezigheid van verschillende zaken, maar wordt daar geen inhoudelijk gesprek aan gekoppeld. Bij
            de visitatie gebeurt dit wet;
      •     de ambities en plannen van een museum voor de toekomst kan beoordelen en daarmee het innovatief
            vermogen;
      •     een relatie kan leggen tussen beleidsprioriteiten van de minister van OCW en het beleid van een
            museum;
      •     aanbevelingen kan doen vanuit een integrate beoordeling;
      •     meer dan andere instrumenten bedoeld is als intern instrument van kwaliteitszorg.
 Overigens doet de visitatiecommissie zelf geen onderzoek naar zaken die al door andere toezichthouders of
 instanties worden gecontroleerd. De commissie kan evenwel de rapportages van andere toezichthouders
gebruiken als informatiebron. Zo wordt voorkomen dat de visitatiecommissie als het ware dubbel werk doet,
 hetgeen de toegevoegde waarde van de commissie zou beperken.
3. Wie is de opdrachtgever voor de visitatie en wat is de samenstelling van de commissies?
Wie de commissie moet instellen en de leden van de commissie moet benoemen, is uitgebreid onderwerp van
gesprek geweest in de werkgroep Kwaliteitsborging. In de huidige situatie ligt het meest voor de hand dat het
opdrachtgeverschap berust bij de Raad van Toezicht van het te visiteren museum of bij de minister van OCW.
Beide opties hebben voor- en nadeten.
Opdrachtgeverschap
De Raad van Toezicht houdt toezicht op het functioneren van een museum en is daarmee tevens
verantwoordetijk voor instrumenten van kwaliteitszorg. Uit dien hoofde zou hij opdrachtgever van de
visitatiecommissie kunnen zijn. War deze optie pleit dat de visitatie, als instrument van kwaliteitszorg van de
musea zelf, er is om de taken van musea in hun voile breedte to beoordelen en zich niet te beperken tot de
specifieke taken die musea volgens de Erfgoedwet behoren uit te voeren. Een tweede argument voor instelling
door de Raad van Toezicht is dat de minister van OCW zo op enige afstand blijft van de verzelfstandigde
rijksgesubsidieerde musea.
Risico van instelling door de Raad van Toezicht is echter dat in de buitenwereld de indruk kan ontstaan van de
'stager die zijn eigen vlees keurt', waardoor er mogelijk minder waarde aan de uitkomsten wordt gehecht.
Bovendien is de Raad van Toezicht eveneens zelf object van visitatie.
Het instellen van de visitatiecommissie door de minister van OCW is een voor de hand liggende optie omdat de
visitatie een door de minister van OCW opgelegde verplichting is. Het feit dat de minister meer op afstand staat,
vergroot de kans dat de uitkomsten als onbevooroordeeld worden gezien. Tegen instelling door de minister pleit
het risico dat de visitatie gebruikt zou kunnen worden voor doelen waarvoor het proces van zetfevaluatie en
visitatie niet is bestemd.
Na rijp beraad heeft de grootst mogelijke meerderheid van de werkgroep Kwaliteitsborging een voorkeur
                                                                                                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>uitgesproken voor instelling door de minister. AIle 29 musea met wettelijke taken op grond van de Erfgoedwet
zijn uitgenodigd voor de vergadering van de rijksgesubsidieerde musea en hebben daaraan voorafgaand het
voorstel voor een Visitatiekader en bijbehorend proces ontvangen. Tijdens deze vergadering die plaatsvond op 3
februari 2020 bleek dat de keuze voor de minister van OCW als opdrachtgever een stevig draagvlak onder de
aanwezige Rijksgesubsidieerde musea genoot.
Samenstelling
Om voldoende balans te brengen in het samenspel tussen minister en musea is het belangrijk dat het
rijksgesubisdieerde museum vervolgens de leden van de commissie voordraagt. De minister toetst de
voorgedragen commissieleden op onafhankelijkheid.
Bij de samenstelling wordt gestreefd naar een optimum tussen maximale flexibiliteit en maximale continuIteit.
Daarom wordt een aantal van minimaal vijf en maximaal zeven leden voorgesteld, waarvan minimaal twee leden
deelnemen aan de visitatie van meerdere musea. Dit Iaatste om de vergelijkbaarheid van de visitatieprocedures
te borgen. Dat betekent dat er clusters gevormd moeten worden van musea die door dezelfde vaste kern kunnen
worden bezocht.
De commissie als geheel dient in staat te zijn een deskundig en onafhankelijk oordeel uit te brengen over het
betreffende museum. In iedere commissie moeten bedrijfsstrategische en bestuurskundige competenties
aanwezig zijn. Daarnaast kan het rijksgesubsidieerde museum aangeven welke specifieke competenties of
expertises voor hen relevant zijn, waaronder bijvoorbeeld expertise op het terrein van de collectie van het
betreffende museum. Ook kan worden gedacht aan expertise op het terrein van bijvoorbeeld ICT en
digitalisering, publieksbereik of intemationalisering, afhankelijk van de activiteiten en ambities van het
betreffende museum.
De commissie wordt ondersteund door een secretaris.
Uiteindelijk gaat het erom dat in de wijze waarop de commissie benoemd en wordt samengesteld sprake is van
een evenwicht tussen de belangen van enerzijds de minister van OCW en anderzijds de rijksgesubsidieerde
musea.
4. Hoe ziet het visitatieproces er op hoofdlijnen uit?
Hieronder stippen we enkele van de belangrijkste elementen uit organisatie en inrichting van het visitatieproces
aan.
Algemeen
     •    De visitatie wordt eens in de vier jaar uitgevoerd door een onafhankelijke commissie van deskundigen.
     •    Alle instellingen met een wettelijke taak die subsidie ontvangen via de Erfgoedwet zijn verplicht deel te
          nemen aan een visitatie in de periode 2021-2024.
     •    De eerstvolgende visitatieronde vindt plaats in de periode 2021 — 2024. Vervolgens worden alle
          rijksgesubsidieerde musea eens in de vier jaar gevisiteerd.
     •    De doorlooptijd van het visitatieproces is maximaal 6 maanden, 3 maanden voor de zelfevaluatie en 3
          maanden voor de werkzaamheden van de commissie.
     •    De visitatiecommissie wordt ondersteund door een secretaris. Het grote aantal visitatieprocedures in
          combinatie met de omvang van de werkzaamheden maakt dat er twee secretarissen nodig zijn om alle
          commissies adequaat te kunnen ondersteunen. De Museumvereniging kan op verzoek van de musea
          de financiele afspraken afwikkelen met de benoemde commissieleden en de ter ondersteuning van de
          commissie aangestelde onafhankelijke secretarissen.
Voorbereiding visitatie
     •    Het museum stelt de planning voor de evaluatie vast.
     •    Het museum kan aan het standaardkader dat de visitatiecommissie hanteert voor evaluatie en
          beoordeling zelf enkele vragen toevoegen die voor het betreffende museum op dat moment of met het
          oog op de toekomst van belang zijn.
     •    Het museum stelt de voor te dragen visitatiecommissie samen.
     •    Het museum stelt een zelfevaluatie op. In het zelfevaluatierapport evalueert het museum zijn
                                                                                                                    4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>           doelstellingen en prestaties en zet het uiteen wat er goed gaat, wat voor verbetering vatbaar is, hoe het
           museum daaraan werkt en hoe het naar de toekomst kijkt.
      •    De zelfevaluatie en bijbehorende documenten, waaronder bijvoorbeeld de jaarrekeningen en
          bestuursverslagen uit de to evalueren periode moeten tijdig (een maand tevoren) beschikbaar zijn voor
          de visitatiecommissie.
      •   De minister benoemt op voordracht van het museum de commissie en stelt de opdrachtomschrijving
           vast.
Uitvoering visitatie
     •    De visitatiecommissie neemt kennis van de zelfevaluatie en bepaalt aandachtspunten voor de visitatie.
     •    Het museum plant en organiseert het bezoek van de visitatiecommissie.
     •    De visitatiecommissie bezoekt het betreffende museum en voert een inhoudelijk gesprek met de
          directie, medewerkers, (vertegenwoordigers van) de Raad van Toezicht en de Ondernemingsraad en —
          eventueel — met andere belanghebbenden (bijvoorbeeld 'de vrienden van', scholen, belangrijke
          bruikleengevers). Dit gebeurt op basis van het zelfevaluatierapport en overige aangeleverde
          documenten.
     •    De  visitatiecommissie kan om aanvullende documenten of informatie vragen.
     •    De visitatiecommissie deelt aan het slot van de visitatie haar voorlopig oordeel met het bestuur van het
          museum en vraagt om een eerste reactie.
Rapportage en publicatie
     •    De commissie brengt een rapport uit met haar bevindingen, inclusief aanbevelingen. Het bestuur van
          het gevisiteerde museum kan feitelijke onjuistheden corrigeren en een reactie op het rapport geven. De
          resultaten van de visitatie en de reactie van het bestuur worden aangeboden aan de minister en deze
          maakt beide openbaar.
     •    De zelfevaluatie en overige vertrouwelijke documenten die de commissie ontvangt, zijn alleen bestemd
          voor de leden van de commissie, omdat deze bedrijfs- en privacygevoelige informatie kunnen bevatten.
Overige
Bij de uitwerking van dit kader in een protocol met handleiding en vragenlijst voor de zelfevaluatie en voor het
door de commissie to hanteren beoordelingskader gelden verder de volgende uitgangspunten:
     •    De administratieve lasten moeten zo beperkt mogelijk blijven. De inspanning die de musea moeten
          leveren voor het beantwoorden van vragen in de zelfevaluatie en het aanleveren van informatie moet in
          redelijke verhouding staan tot het doel van de visitatie.
     •    Onder de onderwerpen die in de visitatie aan de orde komen vallen in ieder geval ook de onderwerpen
          uit de activiteitenplannen van de rijksgesubsidieerde musea voor de periode 2021 -2024.
     •    Onderwerpen en/of accenten in de visitatie kunnen per visitatieronde verschillen.
5. Wat zijn de belangrijkste onderwerpen bij de visitatie?
De rijksgesubsidieerde musea vormen een historisch gegroeid, veelkleurige palet met verschillende collecties,
sterk varierende budgetten en personeelsomvang en waarvan sommige internationaal en andere vooral
nationaal opereren. De visitatie is enerzijds een instrument van individuele kwaliteitszorg. Anderzijds zijn ook het
afleggen van verantwoording naar de samenleving en het leveren van een bijdrage aan de kwaliteit van het
bestel belangrijke doelen. Met die laatste doelen voor ogen, hanteren alle commissies hetzelfde visitatiekader,
doorlopen ze dezelfde procedure en gebruiken ze hetzelfde format voor verslaglegging. Oak de samenstelling
van de commissies met een vaste kern en vaste secretarissen die meerdere musea visiteren, waarborgt een
zekere mate van vergelijkbaarheid; niet van de beoordeling op zich, maar wel in de wijze waarop deze tot stand
komt.
Aan de visitatie ligt een gedegen zelfevaluatie ten grondslag. Hierin beziet het betreffende museum zijn
doelstellingen en maatschappelijke betekenis en zet het uiteen wat er goed gaat, wat voor verbetering vatbaar is,
hoe het museum daaraan werkt en wat het museum nodig heeft voor die verbetering, voor zijn continufteit en
voor innovatie. De visitatiecommissie evalueert de doelstellingen van de musea en toetst vervolgens in hoeverre
het museum heeft voldaan aan zijn eigen missie en doelstellingen. Ze kijkt daarbij onder meer naar de volgende
onderwerpen:
                                                                                                                   5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>        •    Doelstellingen, visie en strategie;
        •   Het collectiebeleid betreffende verwerving, restauratie, afstoting en het collectiebeheer;
        •   De publieksactiviteiten;
        •   De educatieve activiteiten;
        •   De wetenschappelijke activiteiten;
        •   Het huisvestingsbeleid;
        •   De ondersteunende activiteiten;
        •   De organisatie, bedrijfsvoering (financien en personeel op hoofdlijnen) en governance;
        •   De wijze waarop het museum de Governance Code Cultuur, de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair
            Practice Code uitvoert;
        •   De wijze waarop het museum de beleidsprioriteiten van de minister van OCW heeft verwerkt in zijn
            strategie, beleid en activiteiten;
       •    De wijze waarop het museum kijkt naar zijn innovatievermogen;
       •    De wijze waarop het museum zich maatschappelijk positioneert;
       •    De toekomstambities van het museum inclusief de ambities van het museum die voortvloeien uit de
            beleidsnota 'Uitgangspunten Cultuur Beleid 2021-2024: Cultuur voor iedereen', van de minister van
            Onderwijs Cultuur en Wetenschap, juni 2019;
       •    Overige onderwerpen: deze kunnen per museum verschillen, afhankelijk van de prioriteiten van het
            betreffende museum;
       •    Het unieke profiel van het museum en de positie die het museum inneemt binnen het museale
            landschap in (inter) nationaal perspectief.
 Niet alle onderdelen uit de vragenlijst voor de zelfevaluatie en uit het beoordelingskader van de visitatie zullen
 voor alle musea in gelijke mate relevant zijn. Zo verrichten niet alle rijksgesubsidieerde musea wetenschappelijke
 activiteiten. De mogelijkheid bestaat om van de gestandaardiseerde vragen of to wijken, mits onderbouwd.
 Hierbij geldt als stelregel: 'pas toe of leg uit'. Ook dienen de zelfevaluatie en de visitatie ruimte to bieden voor
 aandachtspunten die samenhangen met specifieke eigenschappen van een individueel museum. Verder kan de
 commissie bij een volgende visitatie van het rijksgesubsidieerde museum tevens de aanbevelingen betrekken uit
 de vorige visitatie.
De visitatiecommissie beoordeelt de prestaties van elk rijksgesubsidieerd museum vooral in kwalitatieve termen.
 Voor de rijksgesubsidieerde musea staat leren en verbeteren voorop. Dit weegt zwaarder dan een cijfermatig
oordeel. Evaluatie van de visitaties van onderzoeksgroepen van universiteiten door de Vereniging van
Universiteiten (VSNU) heeft recent uitgewezen dat kwantitatieve beoordelingen steeds minder bruikbaar blijken.5
De VSNU werkt daarom momenteel aan de herziening van haar standaard evaluatie protocol (SEP). Daarbij is
een ontwikkeling ingezet van 'beoordelen en ranken'naar 'leren en verbeteren'.
6. Wat is het tijdspad voor visitatie in de komende vier jaar?
Na vaststelling van het visitatiekader door de minister van OCW en rekening houdend met het advies van de
Raad voor Cultuur zal de Museumvereniging een protocol (laten) opstellen voor de visitatiecommissie. Dit
protocol zal bestaan uit een handleiding en een beoordelingskader. Ook zal zij een handleiding, vragenlijst en
format ontwerpen voor de zelfevaluatie. De uitgangspunten in het vastgestelde visitatiekader zijn daarbij leidend.
                                         Vormgeven en uitschrijven visitatieproces door Werkgroep
                                         Kwaliteitsborging en eventuele aanpassingen van het
  VoOr 1 juli 2020
                                         visitatiekader na afstemming met de minister OCW op basis van
                                         advies van de Raad voor Cultuur
                                         Rijksgesubsidieerde musea ontvangen een ambtshalve
  VOOr 1 oktober 2020
                                         subsidiebeschikking van de minister van OCW
                                         Rijksgesubsidieerde musea hebben hun activiteitenplannen en
  VoOr 1 december 2020
                                         beleidsplan voor 4 jaar ingediend
5
  Reden hiervan zijn onder meer dat diversiteit tussen onderzoeksgroepen en het eigen profiel van de onderzoeksgroepen belangrijker
worden gevonden dan onderlinge vergelijkbaarheid. Ook het optreden van een zogenaamd 'plafondeffect' speelt een rol. De scores van
visitatiecommissies vertoonden een stijgende tendens; alle onderzoeksgroepen werden bij wijze van spreken als excellent beoordeeld.
Daarmee verloor de toegepaste ranking haar waarde.
                                                                                                                                  6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                                     Ingang nieuwe cultuurplanperiode waarbij alle
  1 januari 2021                     rijksgesubsidieerde musea volledig vanuit de Erfgoedwet worden
                                     gefinancierd
  2021 - 2023                        Visitaties
7. Kosten van zelfevaluatie en visitatie
Het visitatiemodel brengt kosten met zich mee. Deze kosten omvatten in ieder geval vacatiegelden, de
vergoeding van reis- en verblijfkosten van commissieleden en de kosten samenhangend met onafhankelijke en
deskundige secretarissen. Wij vertrouwen erop dat de minister van OCW het redelijk en billijk vindt am de musea
vergaand tegemoet to komen in de dekking hiervan. De interne kosten die musea maken voor het opstellen van
hun zelfevaluaties en die van de ontvangst van de visitatiecommissie worden gedragen door betreffende musea.
8. Leren van het visitatieproces
De Museumvereniging evalueert in de Kring Rijksmusea periodiek het verloop van de visitaties. Dit gebeurt
zowel tussentijds als na afloop van een visitatieronde. Op basis daarvan stelt zij verbeteringen voor aan de
opdrachtgever, de minister van OCW. Ook de Raad voor Cultuur en de minister van OCW kunnen na afloop van
een visitatieronde desgewenst aanbevelingen doen voor verbeteringen van het kader. Idealiter ontwikkelt het
visitatieproces zich in de loop van de tijd, opdat het steeds beter toegesneden raakt op het doel en het
daadwerkelijk bijdraagt aan continue kwaliteitsverbetering in de rijksgesubsidieerde musea.
9. Tenslotte
Dit voorstel voor het visitatiekader van de rijksgesubsideerde musea met bijbehorende procedure is opgesteld
door de werkgroep Kwaliteitsborging. Deze werkgroep is vanuit de Kring Rijksmusea door het bestuur van de
Museumvereniging in het !even geroepen. De werkgroep bestaat uit Marjan Scharloo (Teylers Museum,
voorzitter), Birgit Donker (Nederlands Fotomuseum), Hans Dautzenberg (Naturelis), Marieke van Schijndel
(Museum Catharijneconvent) en Pia van de Wiel (Rijksmuseum). Andra Leurdijk (Forel!media) was secretaris.
Het bureau van de Museumvereniging leverde logistieke en inhoudelijke ondersteuning.
                                                                                                              7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>BIJLAGE 1
Wie zijn bij het visitatiekader actief betrokken?
Bij het visitatieproces zijn verschillende partijen betrokken. In onderstaand schema wordt de rol van de
verschillende betrokken partijen in het visitatieproces beknopt weergegeven.
     Betrokken actoren                 Rol in visitatieproces
     Minister van OCW                      •    Is opdrachtgever van de visitatie en stelt de visitatiecommissie in.
                                           •    Benoemt de commissieleden, na voordracht door de musea.
                                           •    Maakt het visitatierapport openbaar.
                                           •    Geeft aandachtspunten mee voor het visitatiekader.
                                           •    Gebruikt de visitatierapporten als input voor monitorgesprekken I
                                                jaarlijkse contactmomenten van de accountmanager met de
                                                rijksgesubsidieerde musea.
                                           •    Stuurt de visitatierapporten naar de Tweede Kamer.
     Raad voor Cultuur                     •    Adviseert de minister van OCW over het visitatiekader.
                                           •    Gebruikt de visitatierapporten op geaggregeerd niveau voor zijn
                                                sectoranalyse.
     Rijksgesubsidieerde                   •    Doen voorstellen voor samenstelling visitatiecommissie.
     musea                                 •    Kunnen aan de algemene opdrachtomschrijving en het
                                                standaardprotocol enkele vragen toevoegen die specifiek van
                                                belang zijn voor het betreffende museum.
                                           •    Maken een zelfevaluatie op basis van een vooraf vastgestelde
                                                handleiding en vragenlijst en leveren aan de commissie alle overige
                                                relevante informatie.
                                           •    Verzorgen de ontvangst van de visitatiecommissie.
                                           •    Geven een reactie op de eerste bevindingen van de commissie
                                                tijdens het bezoek van de commissie aan het museum.
                                           •    Corrigeren feitelijke onjuistheden in het visitatierapport.
                                           •    Informeren hun medewerkers over de resultaten van de visitatie en
                                                de aanbevelingen van de visitatiecommissie. Gebruiken het
                                                visitatierapport en de aanbevelingen van de commissie om hun
                                                functioneren to verbeteren.
                                           •    Rapporteren over de opvolging van de aanbevelingen uit de visitatie
                                                in het publieke jaarverslag.
     Museumvereniging                      •    Bewaakt met de Kring Rijksmusea het visitatiekader; zij evalueren
                                                gezamenlijk het visitatiekader en stellen het zo nodig (tussentijds)
                                                bij.
                                           •    Verzorgt op verzoek van de rijksgesubsidieerde musea de planning
                                                van de visitaties in samenspraak met de betreffende musea.
                                           •    Verzorgt op verzoek van de rijksgesubsidieerde musea de
                                                financiele afwikkeling met de benoemde commissieleden en de ter
                                                ondersteuning van de commissie aangestelde onafhankelijke
                                                secretarissen.
                                                                                                                     8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>BIJLAGE 2 TOEZICHTHOUDERS EN INSTRUMENTEN
 Toezichthoudend / controlerend Instrument + toelichting            Vindplaats
 orgaan
 Ministerie OCW                 Erfgoedwet en regeling beheer       https://wettenoverheid.nl/BWBRO
                                rijkscollectie en subsidierinq      037521/2017-09-01#Hoofdstuk2
                                museale instellingen
                                                                    https://wetten.overheid.ni/BWBRO
                                Hierin zijn de normen vastgelegd    037533/201 9-1 1-1 2
                                voor het behoud en beheer van de
                                rijkscollectie. Deze normen gelden
                                voor alle beheerders van de
                                rijkscollectie en betreffen de
                                volgende onderwerpen:
                                     zichtbaarheid;
                                     registratie en administratie;
                                     conservering;
                                     veiligheidszorg;
                                     administratieve organisatie.
                                Voor instellingen, die op grond van
                                de Erfgoedwet specifiek worden
                                belast met een beheertaak en
                                hiervoor van het ministerie OCW
                                subsidie ontvangen, geldt ook dat
                                zij over een planmatig beleid
                                dienen to beschikken voor het
                                collectiebeheer en de
                                veiligheidszorg.
                                Meerjarenonderhoudsplan (MJOP)
                                Handboek Verantwoordinq             https://tinyurl.com/ubssoot
                                Cultuursubsidies
                                Bevat voorschriften en modellen
                                m.b.t. de verantwoording d.m.v.
                                Jaarrekening
                                Bestuursverslag
                                Prestatieverantwoording
                                Accou ntantsproducten
 Inspectie Overheidsinformatie  Ziet toe op naleving van de         https://www.inspectie-
 en Erfgoed                     Erfgoedwet en de regeling beheer    oe.nlipublicaties/publicatie/2017/1
                                rijkscollectie.                     2/21/toetsingskader-rijkscollectie
                                Op basis van het Toetsinoskader
                                Rijkscollectie
                                Daarin worden normen gesteld
                                t.a.v.:
                                Planmatig beleid
                                Toegankelijkheid
                                Registratie en administratie
                                Veiligheidszorg
                                Administratieve Organisatie
                                De normen worden vertaald in een
                                aantal indicatoren.
                                                                                                        9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                            De inspectie stuurt lx per 2 jaar
                            een standaardvragenlijst. ledere
                            keer wordt er naast de vaste
                            onderwerpen 1 onderwerp
                            specifiek uitgelicht (bijv.
                            bruikienen, verhuizingen).
                            Uitkomst is een
                            'stoplichtenrapport'. Rood betekent
                            niet per se dat een museum het
                            niet goed doet, maar vraagt om
                            uitleg.
Museumreoister              Kwaliteitskader voor                httos://www.museumregisterneded
                            geregistreerde musea. Controleert   and.nl/Portals/0/Museumnorm%20
                            museale instellingen op naleving    2020.odf?ver=2019-11-29-
                            van de Museumnorm. De               143713-323
                            Museumnorm bevat de criteria
                            voor een hoogwaardige invulling
                            van de functies van een museum.
                            Heeft onder meer betrekking op
                            bedrijfsvoering, collectie en
                            publiek.
                            Ook implementatie van de Code
                            Governance Cultuur, de
                            Fair Practice Code,
                            De Code Diversiteit & Inclusie en
                            de Ethische Code zijn onderdeel
                            van de norm
                            De Museumnorm fungeert als
                            entreetoets voor het Iidmaatschap
                            van de Museumvereniging en
                            deelname aan de Museumkaart.
                            Een update van de norm is per
                            1-1-2020 ingegaan.
Museana                     Is een financiele en cijfermatige   https://museumcontact.nliartikelen/
                            benchmark van musea die zijn        museana
                            aangesloten bij de
                            Museumvereniging. Bevat onder
                            meer informatie over aantal
                            bezoekers, aantal
                            tentoonstellingen, aantal
                            bezoekers website, oppervlakte,
                            onderwijsactiviteiten. Is de
                            informatiebron voor de hele
                            branche.
                            Vormt de basis van de
                            Cultuurindex die OCW uitgeeft,
                            gecombineerd met cijfers uit het
                            CBS voor musea die niet
                            meedoen aan Museana.
Statuten en reglementen van Bijvoorbeeid:
musea                       directieregiement, RvT reglement,
                            treasury reglement
Raad van Toezicht van een        •    Houdt onder meer
rijksgesubsidieerd museum             toezicht op strategie en
                                                                                                 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                        realisatie van statutaire
                                        doelstellingen,
                                        risicobeheersing,
                                        functioneren directie,
                                        naleving Governance
                                        Code Cultuur
                                   •    Stelt activiteitenplan,
                                        begroting, jaarverslag en
                                         jaarrekening vast.
Accountant                         •    Geeft controleverklaring
                                        of op de jaarrekening en
                                        kijkt of deze consistent is
                                        met het bestuursverslag
                                        en voldoet aan het
                                        Handboek
                                        Verantwoording
                                        Cultuursubsidies.
Visitatie                     In Artikel 3.19 van de Regeling       https://wetten.overheid.nl/BWBRO
                              beheer Riikscollectie en              037533/2019-11-
                              subsidiering museale instellingen     12/#Hoofdstuk3_Paragraaf3
                              staat:
                              1. Een instelling met een
                                   wettelijke taak verleent haar
                                   medewerking aan een
                                   eenmaal per vier jaar to
                                   houden visitatie, die ten doel
                                   heeft de wijze waarop die
                                   instelling haar taken en
                                   publieksactiviteiten verricht to
                                   beoordelen.
                              2.   De minister kan nadere eisen
                                   stellen aan de visitatie,
                                   bedoeld in het eerste lid.
Publieke waarde, instrumenten Gericht op het aantonen van een
voor bepaling van de          verband tussen de middelen, wat
maatschappelijke waarde van   het museum ermee doet en de
rijksgesubsidieerde musea     impact of maatschappelijke en
                              publieke waarde die het daarmee
                              credert. Uitgewerkt in aantal
                              publicaties van de voormalige
                              VRM met indicatoren om kwaliteit,
                              waarde, bereik en impact to meten
                              van de collectie-, publieks- en
                              wetenschapsfunctie van musea.
                              Het instrumentarium is niet meer
                              doorontwikkeld.
                                                                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>BIJLAGE 3 OPDRACHTBRIEF MINISTER VAN OCW
                                                                             Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                                                             Wetenschap
             >Retournr1r�s Po�tlHJS 16375 2]00 BJ Dtn H-1ao
            M\Jseumverenlglng                                                                              Ertgoad an Kunrtan
                                                                                                           f\,Jn;traat 50
            t.a.v. mevr. Asscher-Vonk                                                                      D�r. Haag
            Rapenburgerstraat 123                                                                          Po�tlJUS lGJ r::,
             1011 VL AMSTERDAM                                                                             JS00 BI D�n Haag
                                                                                                           .,,ww rtiksov�rhela 111
                                                                                                           Contactpersoon
                                                                                                           onze referentie
                                                                                                            176212ll
            Datum                - 5 NOV. 2019
            Betre�          visitatiekader rijksgesubsideerde musea
            Geachte mevrouw Asscher-Vonk,
            1n Juni 2019 stuurde Ik mijn ultgangspuntenbrief voor het cultuurbeleid in de
            periode 2021-2024 naar de Tweede Kamer. In deze brief kondigde ik aan om in
            de nieuwe cultuurperiode de subsldierlng van publiekstaken door
            rijksgcsubsleerde musea niet meer via de basisinfrastructuur te laten verlopen,
            maar via de Erfgoedwet. Dit deed ik in navolging van het advies van de Raad voor
            01lt1111r E>n met hP.t rlnel m1.1<:e<1 di.> moaeliJkhP.id te CJ!?ven een meer integrale
             bedriJfsvoenng te voeren. In het verlengde hiervan schreef Ik tevens dat ik de
            rijksgesubsideerde musea zou vragen een visitatie vorm te geven om verdere
            verbetering van de musea te stimuleren.
            Graag wll Ik in deze brief de opdracht nader toelichten en u vragen om een
            visitatiekader te ontwikkelen. De visitatie zie ik als instrument van kwalite,tsz.org
            en om het functioneren van musea inzichtelijk te maken. Ik vertrouw op uw
            Inhoudelijke expertise en op de Prvarlngen die u heeft opgedaan met eerdere
            visitaties en zelfevaluatles.
            Ik verzoek u 1n het kader de volgende punten een plaats te geven;
                       Instellingen die subsidie ontvangen via de Erfgoedwet zijn verplicht deel
                       te nemen aan een visitatie in de periode 2021-2024;
                       WetteliJke taken die de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed voor wat
                       betreft collectiebeheer uitvoert, dienen te worden betrokken in het kader;
                       Toetsing op naleving van de code Culturele Diversiteit, de Governance
                       Code Cultuur en de Fair Practice Code;
                       De wijze waarop de visitatie verbetering stimuleert;
                       De verantwoordelijkheden die musea hebben in relatie tot hun missie,
                       visie en profiel;
                       De uitvoering van de verscheidenheid aan functies die instellingen in de
                       Erfgoedwet vervullen. Ik maak daarbij oncerscheid tussen:
                             o het verrichter. van publieksactiviteiten, waaronder educatieve
                                   actlvite 1ten;
                             o wetenschappelijke activiteiten;
                             o collectie-beherende activiteiten;
                             o hu1svestingsar:t1viteiten;
                             o en ondersteunende activiteiten.
                                                                                                          Pagina 1 V"1n 2
                                                                                                                                   12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                                                                    Orue refierentie
                                                                                    17621212
Proces en planning
De rijksgesubsidieerde muses zulien N./6 6r 1 oktober 2020 een ambtshalve
subsidiebeschikking krljgen. Voor 1 december 2020 verwacht ik van de muses
een activiteitenplan en een begroting te ontvange.n. Ideahter vormen het
activlteitenpian en de begroting de basis voor de ult te voeren vlsitatie. Dat
betekent dat het visitatiekader en visitatieproces voor 1 JO 2020 vormgegeven
dienen te zijn, zodat muses voldoende tijd hebben hun plannen voor de periode
2021-2024 op to stellen.
Daarom vraag lk u het visitatiekader en een procesvoorstel voor de ultvoering van
de visitatle veer 20 januarl 2020 bij mij aan to leveren. Vervolgens zal lk de Raad
veer Cultuur vragen hierover te adviseren. Voor 2021 zal ik de opdracht geven tot
uitvoering van de vlsitatie.
1k kijk ult naar uw voorstel en ik verzoek u mij van uw bevindingen op de hoogte
to houden.
Met vnendeli      greet(
de nninsstervan          ijs, Cultuur en Wetenschap,
Ingrid.an En st     von
                                                                                      Paging 2 v., 2
                                                                                                     13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>