<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in de spreekkamer
                             Publieksversie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>rvz raad in gezondheidszorg
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en voor
het parlement. Hij zet zich in voor de volksgezondheid en voor de kwaliteit en de toegankelijkheid
van de gezondheid. Daarover brengt hij strategische beleidsadviezen uit. Die schrijft hij vanuit het
perspectief van de burger. Durf, visie en realiteitszin kenmerken zijn adviezen.
Samenstelling Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
Voorzitter
Prof. drs. M.H. Meijerink
Leden
Mw. mr. A.M. van Blerck-Woerdman
Mr. H. Bosma
Mw. prof. dr. D.D.M. Braat
Prof. dr. W.N.J. Groot
Mw. J.M.G. Lanphen, huisarts (tot 1 januari 2008)
Prof. dr. J.P. Mackenbach
Mr. A.A. Westerlaken (tot 1 januari 2008)
Prof. dr. D.L. Willems
Algemeen secretaris
Drs. P. Vos
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in de spreekkamer
Bewerking van het advies Vertrouwen in de arts en het signalement Goed
patiëntschap.
Den Haag, februari 2008
    Vertrouwen in de spreekkamer                                       1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Samenstelling Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
Tel           070 340 50 60
Fax           070 340 75 75
E-mail        mail@rvz.net
URL           www.rvz.net
Colofon
Ontwerp:      Roos Wouters
Druk:         Quantes, Rijswijk
Uitgave:      2008
ISBN:         978-90-5732-1931
U kunt deze publicatie bestellen via onze website (www.rvz.net)
of telefonisch via de RVZ (070 340 50 60) onder vermelding van
publicatienummer Sig 08/01A
© Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inleiding
De afgelopen jaren is de relatie tussen arts en patiënt sterk veranderd.
De paternalistische geneesheer van weleer is niet meer. Maatschappelijke
veranderingen, zorginhoudelijke ontwikkelingen en veranderingen in het
zorgstelsel leggen steeds meer rechten én verantwoordelijkheden bij de patiënt
en de arts vervult steeds vaker ook een meer ondersteunende en coachende
rol richting de patiënt. Daarnaast zorgen deze ontwikkelingen er voor dat de
arts rekening moet gaan houden met (zakelijke) belangen van zorginstellingen,
verzekeraars en de maatschappij als geheel. Deze nieuwe verantwoordelijkheden
en verplichtingen kunnen gevolgen hebben voor het handelen van de patiënt
en de behandelaar en de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt. Om op
een concrete en constructieve wijze invulling te geven aan de rollen en
verantwoordelijkheden van artsen en patiënten is volgens de Raad voor de
Volksgezondheid en Zorg (RVZ) een breed maatschappelijk debat vereist.
Hoe moeten de verantwoordelijkheden van de behandelaar en
de patiënt worden ingevuld om een effectieve en doelmatige
behandelrelatie te bewerkstelligen?
In de spreekkamer komen de behandelaar en de patiënt samen en moeten ze in
samenspraak uitvoering geven aan hun verantwoordelijkheden. Het signalement
‘Goed patiëntschap’ en het advies ‘Vertrouwen in de arts’, die hieronder worden
besproken, laten zien dat de behandelrelatie en de spreekkamer, waar deze
behandelrelatie zich afspeelt, een vertrouwelijke sfeer ademden. De ‘buitenwereld’
werd op een afstand gehouden. Dit verandert echter steeds meer. Financiële
en maatschappelijke aspecten spelen een steeds grotere rol in de spreekkamer,
enerzijds ingebracht via de behandelaar en anderzijds via de patiënt. De vraag
is in hoeverre het voor publieke belangen noodzakelijk is dat de spreekkamer
transparant wordt.
De RVZ wil de aanzet geven tot een maatschappelijk debat over de invulling van
de rollen en verantwoordelijkheden van artsen en patiënten.
Vertrouwen in de spreekkamer                                                    3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in de Arts
Inleiding
Sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel zijn zakelijke belangen van
zorginstellingen, verzekeraars en zorgverleners een steeds grotere rol gaan
spelen in de gezondheidszorg. De introductie van gereguleerde marktwerking
dwingt alle betrokkenen tot een scherpe afweging van kosten en baten. Ook
artsen moeten steeds meer rekening houden met zakelijke belangen, zonder dat
de individuele patiëntenzorg daar onder mag leiden. Maar is dat wel mogelijk?
Zijn de professionele verantwoordelijkheden van de arts binnen
het nieuwe zorgstelsel wel in evenwicht te brengen met de
maatschappelijke behoefte aan zinnige en zuinige zorg?
Om antwoord op deze vraag te geven bracht de RVZ in mei 2007 het advies
Vertrouwen in de arts uit. Hierin komt naar voren dat het vertrouwen van de
patiënt in zijn arts vooral is gebaseerd op zijn vakspecifieke kennis en kunde,
zijn integriteit (het belang van de patiënt voorop te stellen) en zijn autonomie.
Autonomie betekent hier dat de arts in de spreekkamer vrij en onafhankelijk
het medische beleid bepaalt. Wil het vertrouwen van de patiënt in zijn arts
bewaard blijven, dan moeten primair artsen, maar ook andere zorgprofessionals,
zorgverzekeraars en overheid, maatregelen nemen om die professionele
autonomie te behouden, zeker in het nieuwe zorgstelsel.
Ondanks het feit dat alle betrokkenen het belang van de vakinhoudelijke
autonomie van de arts onderkennen, wordt die autonomie toch steeds verder
ingeperkt en kan het vertrouwen in de arts op het spel komen te staan. In het
volgende hoofdstuk wordt in kaart gebracht wat er volgens de RVZ nodig is
om het vertrouwen in de arts te behouden.
De patiënt moet de arts kunnen vertrouwen
De patiënt moet erop kunnen vertrouwen, dat de dokter zijn kennis,
vaardigheden en oordeelsvermogen inzet voor de bescherming en het herstel
van de gezondheid van zijn patiënten. Dit is vooral belangrijk omdat de patiënt
in zijn relatie met de arts kwetsbaar is. Die kwetsbaarheid wordt veroorzaakt
door zijn ziekte, zijn afhankelijkheid van de kennis en kunde van de arts en
door wat er op het spel staat: zijn gezondheid. De situatie waarin de patiënt
zich bevindt maakt dat hij zich aan een dokter moet overgeven, zelfs als hij die
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>niet kent. Vertrouwen speelt daarom een cruciale rol in het functioneren van
de arts. Medische professionaliteit wordt daarom ook wel gedefinieerd als het
geheel van waarden, gedragingen en relaties waarop het vertrouwen in dokters
is gebaseerd.
Maar kan de patiënt de arts nog wel vertrouwen?
Artsen moeten, méér dan in het verleden, belangen van individuele patiënten
afwegen tegen andere belangen. Zij krijgen te maken met financiële,
organisatorische en maatschappelijke belangen van instellingen en verzekeraars
en met de afspraken die deze met elkaar maken. De financiële belangen zijn
door de stelselwijziging toegenomen. Verzekeraars hebben financiële belangen
bij de zorgverlening en ook ziekenhuizen en individuele artsen kunnen meer
dan vroeger financieel belang krijgen bij bepaalde behandelingen of bij het
voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen. Zo kunnen huisartsen door de
zorgverzekeraars financieel worden beloond wanneer zij geneesmiddelen
‘rationeel voorschrijven’. De arts ontvangt dan een financiële vergoeding als
hij het goedkoopste middel voorschrijft. De vertrouwensrelatie tussen arts en
patiënt kan hierdoor op het spel komen te staan.
De arts is van goede wil
Uit een enquête onder artsen blijkt dat bij een meerderheid van de
ondervraagden de patiënt nog steeds op de eerste plaats staat. Deze
meerderheid omschrijft geneeskunde als een beroep waarin de arts zijn kennis,
vaardigheden en beoordelingsvermogen gebruikt voor de bescherming en het
herstel van de gezondheid van zijn patiënten. Op basis van de medische situatie
van de patiënt, wil de arts een onafhankelijke beslissing over de behandeling
kunnen nemen. Deze beslissing mag niet worden beïnvloed door financiële
belangen van de verzekeraar, het management of het ziekenhuis. Om de
patiënt tegen de invloed van de verzekeraar en het ziekenhuismanagement te
kunnen beschermen acht de arts professionele autonomie in de spreekkamer
noodzakelijk.
Maar hoe autonoom is de arts nog?
In de Westerse wereld proberen regeringen en verzekeringsmaatschappijen
de kosten van de gezondheidszorg onder controle te krijgen door zich
te concentreren op noodzakelijke, effectieve en doelmatig georganiseerde
zorg. Hierdoor krijgen artsen te maken met een toenemend gebruik van
richtlijnen, protocollen, beoordelingen en toezicht, wat zij vaak ervaren als
een uitholling van hun professionele autonomie. Al zijn deze beperkingen
Vertrouwen in de spreekkamer                                                  5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>meestal gerechtvaardigd, toch vertrouwt de patiënt zijn gezondheid uiteindelijk
aan de arts toe en niet aan de ziekenhuisdirecteur, de zorgverzekeraar of de
beleidsambtenaar. De patiënt vertrouwt op de professionele autonomie van de
arts.
Er is op dit moment nog geen bewijs dat verzekeraars, overheid of
instellingen de professionele autonomie van artsen ontoelaatbaar beperken.
Wel zijn er aanwijzingen dat zij steeds meer randvoorwaarden stellen aan
de behandelingsvrijheid van de arts en de autonomie in de spreekkamer
inkaderen. De invloed van het bestuur en management van ziekenhuizen
groeit bijvoorbeeld doordat zij voorwaarden stellen aan het gebruik van
medische middelen en medicijnen. Dure genees- en hulpmiddelen worden
minder toegepast, omdat twintig procent daarvan door het ziekenhuis zelf
betaald moet worden. Het management kan de arts dwingen over te gaan tot
een goedkopere behandeling, terwijl de arts juist de duurdere behandeling
had voorgeschreven. Ook externe instanties, zoals de zorgverzekeraars stellen
steeds meer randvoorwaarden aan de behandelrelatie. Deze zijn vaak door
doelmatigheid ingegeven. Zo moet de patiënt de zorgverzekeraar voor sommige
behandelingen vooraf om toestemming vragen. De verzekeraar kan, tegen het
oordeel van de arts in, besluiten om geen toestemming voor de behandeling te
geven of uitsluitend toestemming te verlenen voor een andere - goedkopere
- behandeling. Naar verwachting zal de invloed van zorgverzekeraars op de
behandelingsvrijheid van de arts alleen maar toenemen.
Hoewel er formeel gezien voldoende (rechts)mogelijkheden zijn om te toetsen
of er inbreuk op de behandelingsvrijheid van artsen wordt gemaakt, hangt het
voornamelijk af van de alertheid en assertiviteit van artsen en patiënten of die
toetsing ook daadwerkelijk plaatsvindt. Dit houdt een risico in, zeker omdat
de ervaringen met het nieuwe stelsel nog pril zijn en het te verwachten is
dat de voortschrijdende concurrentie op premies en prijzen de verzekeraars
en instellingen ertoe aanzet de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. Het
nieuwe stelsel schept dus naast kansen voor meer kwaliteit en doelmatigheid ook
een reëel risico dat de integriteit en de vakinhoudelijke autonomie op het spel
komen te staan.
Wat is er nodig om integriteit en vakinhoudelijke autonomie te beschermen?
Instellingen, zorgverzekeraars en overheid moeten de vakinhoudelijke
autonomie zoveel mogelijk waarborgen om het vertrouwen van de patiënt in
de arts te behouden, maar de arts moet het vertrouwen ook verdienen. Ook al
erkennen instellingsdirecties en zorgverzekeraars het belang van vakinhoudelijke
6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>autonomie en lijken ze die in de spreekkamer te willen respecteren, in een
krachtenveld van economische belangen kan niet uitsluitend op de goede
bedoelingen en de integriteit van de arts worden vertrouwd.
Het handelen van de arts moet daarom beveiligd en gewaarborgd worden
tegen onaanvaardbare druk en verleidelijke prikkels. Dit allereerst door de
beroepsgroep zelf. Zij kan het nodige doen aan het vertrouwen in artsen:
zoals een integriteitscode opstellen, belangenbehartiging scheiden van
kwaliteitsbevordering, kwaliteit zichtbaar maken, niet goed functionerende artsen
tijdig corrigeren en beter samenwerken met andere professionals.
Een integriteitscode zou duidelijk kunnen maken hoe artsen om moeten
gaan met financiële prikkels en met bijzondere beloningen van bijvoorbeeld
verzekeraars en farmaceutische bedrijven. In deze code zou ook duidelijk
moeten staan wat onder integriteit en vakinhoudelijke autonomie moet worden
verstaan. De beroepsgroep moet ook zorgen voor een goede naleving van haar
eigen richtlijnen en standaarden. Over taken en verantwoordelijkheden moeten
schriftelijke afspraken worden gemaakt, die voor patiënten zijn in te zien en te
controleren. Patiënten, verzekeraars en ziekenhuizen willen zicht krijgen in de
kwaliteit van artsen. Functioneringsgesprekken zouden dan ook niet vrijblijvend
moeten zijn, maar consequenties krijgen, zowel in positieve als negatieve zin.
Verder zouden artsen organisatorisch een scheiding moeten maken tussen de
behartiging van de inhoud van het vak en de behartiging van de belangen van de
beroepsgroep.
Anderen moeten het vertrouwen in de arts waarborgen
Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de beroepsgroep zelf om het
vertrouwen in de arts te waarborgen. De overheid en de andere partijen -
verzekeraars, instellingen en patiëntenorganisaties - kunnen ook het nodige
doen. Zij kunnen bijvoorbeeld mee werken aan het opstellen van richtlijnen en
standaarden en ervoor zorgen dat alles wat conform richtlijnen en standaarden
wordt gedaan, ook door de verzekeraar wordt vergoed. In het bijzonder geldt dit
voor dure genees- en hulpmiddelen. De RVZ is voorstander van strikte afspraken
over hun toepassing, maar ook – in tegenstelling tot de bestaande regeling - van
een kostendekkende vergoeding. Daardoor kan worden voorkomen dat het
geneesmiddelenbeleid per ziekenhuis verschilt. Ook zou er een meldpunt bij de
Inspectie Gezondheidszorg ingesteld kunnen worden, waarbij artsen anoniem
beperkingen van hun vakinhoudelijke autonomie kunnen melden.
Vertrouwen in de spreekkamer                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Met al deze maatregelen wordt de kwaliteit van de individuele
beroepsuitoefening niet meer vrijblijvend beoordeeld. Het toegenomen risico
dat het medisch handwerk in feite wordt aangestuurd door anderen dan de
professionals die ervoor zijn opgeleid en gekwalificeerd, wordt misschien niet
tot nul gereduceerd, maar wordt op deze manier wel beheersbaar gehouden en
beperkt. Het vertrouwen van de patiënt in de arts kan zo worden behouden.
 • Vakinhoudelijke autonomie komt door de stelsel­
     wijziging onder druk te staan, terwijl vooral daar het
     vertrouwen van de patiënt in de arts op gebaseerd is.
 • Vertrouwen is van groot belang maar niet
     vanzelfsprekend, het moet worden verdiend
 • Artsen en andere zorgprofessionals zullen maatregelen
     moeten nemen om het vertrouwen in hun beroep te
     behouden. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van
     richtlijnen en standaarden en toe te zien op de naleving
     ervan. Door toezicht te houden op de kwaliteit van de
     individuele beroepsuitoefening en zo nodig maatregelen
     te nemen. Prestatiegegevens beschikbaar stellen en
     samenwerking te bevorderen.
 • Overheid en andere partijen - verzekeraars, instellingen
     en patiëntenorganisaties moeten het vertrouwen in de
     arts beschermen en respecteren.
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Goed patiëntschap
Inleiding
Maatschappelijke veranderingen, zorginhoudelijke ontwikkelingen en
wijzigingen in het zorgstelsel hebben niet alleen effect op het handelen van de
arts maar ook op dat van de patiënt. Wordt de vakinhoudelijke autonomie van de
arts steeds verder ingeperkt, de patiënt krijgt steeds meer verantwoordelijkheden.
Dat is lang anders geweest. De afgelopen jaren zijn vooral de patiëntenrechten
verankerd in wettelijke regelingen. Dit weerspiegelt de wijze waarop er lange tijd
tegen ziekte en ziek-zijn is aangekeken: De patiënt heeft recht op verzorging en
wordt niet verantwoordelijk gesteld voor zijn ziekte of gezondheid. Wel moet hij
zich, waar mogelijk, inspannen om ‘beter’ te worden door mee te werken aan het
proces van herstel. In tegenstelling tot de rechten van de patiënt zijn de plichten
niet omgezet in wet- en regelgeving. De patiënt wordt er in de praktijk ook niet
of nauwelijks op aangesproken.
Tijden veranderen. De kosten van de gezondheidszorg stijgen snel. Wil
een collectief systeem betaalbaar en dus in stand kunnen blijven, dan moet
iedereen daar zijn steentje aan bijdragen, ook patiënten. Van patiënten mag
worden verwacht dat zij verantwoord omgaan met gezondheid en met de
gezondheidszorg. Bovendien is de moderne patiënt in toenenmende mate
niet langer enkel een leek die zich gewillig schikt naar de behandelbesluiten
van de arts. De huidige patiënt is mondig en wil zelf ook meebeslissen. Ook
zorginhoudelijke ontwikkelingen, zoals tele-geneeskunde, eisen een meer actieve
inbreng van de patiënt. Daarmee worden de patiënten mede verantwoordelijk
voor een goede relatie en een zo goed mogelijk behandelresultaat. Kortom,
nieuwe tijden vragen om ‘goed patiëntschap’. Maar wat is dat precies en hoe
moet dat in de praktijk gestalte krijgen?
Wat is goed patiëntschap; wat mag een patiënt worden aangerekend
en wat niet? Welke consequenties mag dat hebben zonder de
kwetsbaarheid van patiënten en de toegankelijkheid van de zorg uit het
oog te verliezen?
Omdat de RVZ de tijd rijp vindt om het debat hierover te voeren is in 2008 het
signalement Goed patiëntschap uitgebracht. In het volgende hoofdstuk volgt een
weergave van de belangrijkste aspecten uit dit signalement.
Vertrouwen in de spreekkamer                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Op naar meer verantwoordelijkheid voor de patiënt
De laatste decennia is er terecht veel aandacht besteed aan de rechten van
patiënten. Over de keerzijde daarvan, verantwoordelijkheden en verplichtingen
van patiënten, wordt nauwelijks gesproken. Zorginhoudelijke ontwikkelingen
vragen om een actieve inbreng van patiënten en ook wijzigingen in het
zorgstelsel leggen meer verantwoordelijkheden bij de patiënt. Door de stijgende
kosten van de gezondheidszorg groeit het belang doelmatig en efficiënt gebruik
te maken van de gezondheidszorg. Van patiënten mag worden verwacht dat ze
zich houden aan algemeen geldende omgangsvormen, dat ze als verzekerden hun
zakelijke verplichtingen nakomen en dat ze meewerken aan de behandeling. Het
naleven van deze verplichtingen is (nog) niet vanzelfsprekend. De vraag is dan
ook of er behoefte is aan nieuw beleid om patiënten te stimuleren tot het nemen
van meer verantwoordelijkheid.
Moeten de bestaande regels strenger worden toegepast of is er behoefte aan
nieuwe maatregelen om de patiënt te stimuleren, dan wel te dwingen zijn
verantwoordelijkheid te nemen? Deze vragen zijn aan de orde gesteld in het
signalement ‘Goed patiëntschap’ en daarbij is een onderscheid gemaakt naar drie
vormen van verantwoordelijkheden:
Algemeen geldende omgangsvormen
De patiënt moet, net als andere burgers, algemeen geldende omgangsvormen in
acht nemen. Hij dient zorgverleners met respect te behandelen, dat wil zeggen
zich niet agressief gedragen, geen onredelijke eisen stellen en op tijd op afspraken
verschijnen.
Zakelijke verplichtingen
Patiënten moeten hun zakelijke verplichtingen na komen. In Nederland is
iedereen verplicht zich te verzekeren tegen ziektekosten, en de bijbehorende
premie en eventuele eigen bijdragen op tijd te betalen.
Meewerken aan behandeling
Er mag van patiënten worden verwacht dat zij actief meewerken aan de
behandeling, dat wil zeggen de hulpverlener zo goed mogelijk informeren,
meedenken en meebeslissen over de behandeling, instructies en adviezen
opvolgen en leefregels in acht nemen.
10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Is er behoefte aan nieuwe maatregelen?
Wat de eerste twee categorieën verplichtingen betreft lijkt er nauwelijks behoefte
aan nieuwe maatregelen te bestaan. Er kunnen en worden al verschillende
maatregelen genomen om de naleving ervan te bevorderen en deze zijn ook
nauwelijks omstreden. Zo werken zorginstellingen met gele en rode kaarten
om agressieve of claimende patiënten tot de orde te roepen. Ook is het
‘no show’ tarief ingevoerd voor patiënten die zonder geldige reden niet op
afspraken verschijnen en worden er boetes opgelegd aan mensen die hun
verzekeringsplicht schenden of de premie niet betalen.
Dat ligt anders voor de derde categorie. De mogelijkheden om het meewerken
aan de behandeling te bevorderen zijn beperkt, terwijl juist hier de meeste winst
is te behalen, zowel in termen van gezondheid als doelmatigheid. De RVZ heeft
een aantal mogelijke maatregelen om hier verandering in te brengen tegen het
licht gehouden met behulp van het volgende toetsingskader:
-	Treft de maatregel doel, dat wil zeggen: leidt de maatregel tot het gewenste
     gedrag?
-	Is de maatregel te rechtvaardigen, met andere woorden: zijn er geen of
     verwaarloosbare negatieve effecten, waaronder schade aan de behandelrelatie,
     inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht van patiënten, afbreuk aan de
     toegankelijkheid van de zorg of de onderlinge solidariteit?
Mogelijke nieuwe maatregelen
De RVZ zoekt niet naar nieuwe juridische maatregelen voor het mee werken
aan de behandelrelatie, maar verwacht meer van het beter benutten van de
huidige mogelijkheden en het aanspreken van patiënten op hun gedrag. Zo zou
de maatschappelijke acceptatie van het stellen van grenzen door zorgverleners en
zorginstellingen bevorderd kunnen worden en goed patiëntschap door positieve
prikkels gestimuleerd kunnen worden.
Terug sturen van patiënt
Tot zulke mogelijke maatregelen hoort, behalve wanner acute zorgverlening
nodig is, het terugsturen van patiënten die hun medicatie en/of hun
verzekeringsbewijs niet bij zich hebben wanneer zij de Spoedeisende hulp of de
huisartsenpost bezoeken. Zekerheid over actueel medicatiegebruik is namelijk
noodzakelijk voor een goede behandeling. Daarnaast hoeft de zorgverlener dan
geen moeite te doen om deze informatie te achterhalen en de patiënt weet waar
hij de volgende keer aan toe is.
Vertrouwen in de spreekkamer                                                   11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Neerwaarts bijstellen behandeldoel of opzeggen van behandelrelatie
Als de patiënt verantwoordelijkheid zou kunnen nemen voor de eigen
gezondheid maar behandelafspraken niet nakomt, dan zou het eenzijdig aanpassen
van de behandelafspraken tot de mogelijkheden moeten behoren. Hierbij
moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het bijstellen van de frequentie van de
controle van een patiënt met hoge bloeddruk die stelselmatig zijn medicijnen
niet inneemt. Verder zou het mogelijk moeten zijn om de behandelrelatie op te
zeggen wanneer de patiënt zich niet houd aan de algemene fatsoensnormen en
ernstig wangedrag vertoont.
Confrontatie gemaakte kosten
Een andere mogelijke nieuwe maatregel is dat de zorgverzekeraars patiënten
jaarlijks een overzicht geven van de voor hen gemaakte kosten. Dat verhoogt
het kostenbewustzijn van patiënten. Wanneer patiënten zich niet of slecht aan
behandelafspraken hebben gehouden vindt zo bovendien een confrontatie met de
gemaakte kosten plaats.
Financiële sancties in de zorgverzekering
Financiële sancties, zoals een verplicht hoger eigen risico, een (hogere) eigen
bijdrage of een hogere premie bij het niet opvolgen van behandeladviezen of
leefregels, hebben waarschijnlijk meer negatieve dan positieve effecten en moeten
daarom worden afgewezen. De kans is namelijk aanwezig dat patiënten uit angst
voor de sanctie zwijgen of zelfs liegen over het werkelijke leefgedrag.
Slecht gedrag belasten
Als de overheid uit is op gedragsverandering, is meer te verwachten van directe
financiële prikkels in de vorm van (extra) accijns op ongezonde producten
(alcohol, sigaretten, fastfood). Zo kan de ontwikkeling of voortgang van aan het
gebruik van deze producten gerelateerde ziekten worden teruggedrongen. Het
beroep op de gezondheidszorg neemt daarmee af.
Tijd voor discussie
Hoeveel eigen verantwoordelijkheid is haalbaar en wat mag een patiënt
aangerekend worden? Om antwoord te geven op dit soort gevoelige vragen is
het volgens de RVZ noodzakelijk om in de samenleving discussie te voeren over
meer eigen verantwoordelijkheid voor patiënten. Hoe kijken burgers, patiënten,
zorgverleners, beleidsmakers en professionals er tegenaan. Een maatschappelijke
discussie maakt patiënten (meer) bewust van hun verantwoordelijkheden en
motiveert zorgverleners hun service, klantgerichtheid en vaardigheden te
12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>verbeteren. Het is de bedoeling met een debat ook de grenzen aan de eigen
verantwoordelijkheid voor patiënten én de grenzen aan de dienstverlening door
zorgverleners te verduidelijken.
 • De patiënt heeft niet alleen rechten, ook
     verantwoordelijkheden en plichten:
     - Het in acht nemen van algemeen geldende
          omgangsvormen
     - Voldoen aan de zakelijke verplichtingen
     - Meewerken aan de behandeling
 • Als een patiënt geen verantwoordelijkheid neemt, wat
     voor consequenties mag dat hebben?
 • Hoeveel eigen verantwoordelijkheid is haalbaar en wat
     mag een patiënt aangerekend worden en wat niet?
 • Is het zinvol en wenselijk om beloningen of sancties in
     te stellen?
Vertrouwen in de spreekkamer                                                13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Een maatschappelijk debat
Het goed functioneren van de gezondheidszorg is afhankelijk van een goede
afstemming tussen instituten, zorgverleners, en patiënten. Al deze verschillende
actoren hebben echter verschillende rollen, belangen en behoeftes. Mede onder
invloed van allerlei bredere maatschappelijke veranderingen en zorginhoudelijke
ontwikkelingen is de traditionele rolverdeling tussen arts en patiënt in een
nieuw daglicht komen te staan. Er zijn vragen ontstaan over bijvoorbeeld de
rechten en de plichten in de spreekkamer. Vooral sinds de invoering van het
nieuwe zorgstelsel zijn de verhoudingen gaan verschuiven. Hierdoor moeten de
verschillende partijen zich oriënteren op nieuwe taken en verantwoordelijkheden
zonder dat de kwaliteit van de zorg daaronder mag lijden.
In Goed Patiëntschap valt te lezen dat door zorginhoudelijke veranderingen en
maatschappelijke ontwikkelingen, zoals kostenstijging en afnemende solidariteit,
meer verantwoordelijkheden bij de patiënt worden neergelegd. En in Vertrouwen
in de arts wordt beschreven hoe deze ontwikkelingen er voor zorgen dat de arts
rekening moet gaan houden met andere (zakelijke) belangen.
De nieuwe verantwoordelijkheden en verplichtingen kunnen gevolgen hebben
voor de handelingsvrijheid van patiënt en arts en de vertrouwensrelatie tussen
arts en patiënt. Voor een goede en gezonde relatie tussen arts en patiënt moet het
voor beide helder zijn wat de rechten en plichten zijn. Op dit moment is dat nog
niet het geval. Vooral over de verantwoordelijkheden van de patiënt bestaat nog
onduidelijkheid. Tegelijkertijd moet het voor patiënten ook duidelijk zijn wat zij
van hun arts kunnen en mogen verwachten.
De RVZ acht het daarom van belang om een maatschappelijke discussie te
initiëren
In een traject dat in februari 2008 van start gaat, organiseert de RVZ een
debatreeks met patiënten, zorgverleners en andere betrokkenen. Het debat
beginnen op het niveau van individuele artsen en zorgvragers. Vervolgens
zullen de uitkomsten van die discussies dienen als input voor discussies op het
regionale en landelijke niveau. De politieke discussie vormt het sluitstuk, waarbij
de resultaten van het maatschappelijke debat zullen worden voorgelegd aan
beleidsmakers en politici.
De RVZ speelt hierbij de rol van gespreksleider. Kijk voor het programma op
www.rvz.net.
14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> • Voor een goede en gezonde relatie tussen arts en patiënt
     moet het voor beide helder zijn wat de rechten en
     plichten zijn.
 • Op dit moment is dat nog niet het geval en daarom
     acht de Raad een discussie noodzakelijk.
 • De centrale vraag is: Hoe moeten de
     verantwoordelijkheden van de behandelaar en de patiënt
     worden ingevuld om een effectieve en doelmatige
     behandelrelatie te bewerkstelligen?
Vertrouwen in de spreekkamer                             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>16</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>UZ

Raad voor de Volksgezondheid & Zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>