<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Stoornis en delict Forensische en verplichte geestelijke gezondheidszorg vormen een keten Stoornis en delict</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Adviseur in gezondheid en Zorg
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is een onafhankelijk
adviesorgaan voor de regering en het parlement. Hij zet zich in voor een
kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg. Daarover
brengt hij strategische beleidsadviezen uit. Die schrijft de Raad vanuit het
perspectief van de burger. Durf, visie en realiteitszin kenmerken zijn adviezen.
Samenstelling Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
Voorzitter
Prof. drs. M.H. Meijerink
Leden
Mw. mr. A.M. van Blerck-Woerdman
Mr. H. Bosma
Mw. prof. dr. D.D.M. Braat
Mw. E.R. Carter, MBA
Prof. dr. W.N.J. Groot
Prof. dr. J.P. Mackenbach
Mw. drs. M. Sint
Prof. dr. D.L. Willems
Algemeen secretaris
Drs. P. Vos
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Stoornis en delict
Forensische en verplichte geestelijke gezondheids-
zorg vormen een keten
Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van
Veiligheid en Justitie
Den Haag, mei 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
Tel      070 340 50 60
Fax      070 340 75 75
E-mail mail@rvz.net
URL      www.rvz.net
Colofon
Ontwerp:          Broese en Peereboom
Fotografie:       Eveline Renaud
Druk:		           Broese en Peereboom
Uitgave:		        Mei 2012
ISBN:		           978-90-5732-238-9
U kunt deze publicatie bestellen via onze website (www.rvz.net) of per mail bij
de RVZ (mail@rvz.net) onder vermelding van publicatienummer 12/02.
© Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
RVZ                                                        Stoornis en delict   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Kern van het advies
Voor een succesvolle invoering van de Wet forensische zorg (Wfz) en
de Wet verplichte GGZ (WvGGZ), die gezamenlijk tot doel hebben de
aansluiting van forensische en reguliere geestelijke gezondheidszorg
te verbeteren, is noodzakelijk dat de ministers van VenJ en VWS een
gezamenlijk uitgedragen visie hanteren op de zorg voor patiënten
met ernstige psychische aandoeningen, waarin zij de voor- en
doorzorg voor deze patiënten als uitgangspunt nemen. De ggz
zal voor een herkenbaar en begrensd profiel moeten kiezen door
prioriteit te leggen bij de zorg voor deze patiënten. Hiertoe moet
krachtig worden ingezet op verdergaande ambulantisering, onder
meer door substantiële uitbreiding van het aantal (F)ACT-teams. Ook
zorgverzekeraars en gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid
voor de keten van forensische zorg nemen.
Welk probleem lost dit advies op?
Het advies reikt de voorwaarden aan voor een succesvolle invoering van
beide wetten, op een zodanige manier dat een integrale keten van forensische
zorg kan ontstaan. Daarmee levert het een bijdrage aan het opheffen van
het schot tussen forensische zorg en verplichte ggz, ofwel tussen beveiliging
en behandeling. In de praktijk blijken beide beleidsdoelstellingen namelijk
complementair te zijn.
Wat zijn de gevolgen voor de patiënt?
Een betere behandeling van mensen met ernstige psychische aandoeningen,
omdat niet langer het delict maar juist de stoornis als aangrijpingspunt wordt
genomen.
Wat zijn de gevolgen voor de zorgverlener?
Zorgverleners in de ggz zullen moeten investeren in risicotaxatie, effectieve
interventies voor veelplegers met ernstige psychische stoornissen, omgang
met ernstige agressie en met verslaafden en verstandelijk gehandicapten met
multiproblematiek. En vooral in (F)ACT.
Wat kost het?
De kosten blijven beperkt. De noodzakelijke uitbreiding van het aantal
(F)ACT teams van 160 naar 400 á 500 kan gefinancierd worden door
beddenreductie in de open, algemene behandelcapaciteit.
Wat is nieuw?
Samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen en sectoren op basis van
de gezamenlijk uit te dragen visie dat goede forensische ketenzorg zowel de
behandeling van patiënten met een ernstige psychische aandoening ten goede
komt, als de veiligheid van de samenleving.
RVZ                                                         Stoornis en delict 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 4</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
      Samenvatting                                                              7
1     Over dit advies                                                          13
1.1 De adviesaanvraag                                                          13
1.2 Achtergrond en context adviesaanvraag                                      13
1.3 De functie, het profiel en vraagstelling van dit advies                    14
1.4 De aanpak van de advisering                                                15
2     Veranderingen en verwachtingen                                           19
2.1 De bevindingen van de RVZ                                                  19
2.2 Welke concrete veranderingen staan ons te wachten?                         26
3     Knelpunten. Een risicoanalyse                                            33
3.1 Geen specifieke actie nodig                                                33
3.2 Knelpunten: actie is nodig                                                 34
4     Oplossingsrichtingen bij de knelpunten                                   39
4.1 Knelpunt 1: is de ggz er klaar voor?                                       39
4.2 Knelpunt 2: continuïteit van zorg schiet tekort                            41
4.3 Knelpunt 3: de complexiteit van de forensische zorg is groot               42
4.4 Knelpunt 4: de procesgang is verbrokkeld                                   42
4.5	Knelpunt 5: zorgverzekering en forensische zorg sluiten
      niet goed op elkaar aan                                                  43
4.6 Het wetgevingsproces                                                       43
5     Conclusies en aanbevelingen                                              47
5.1 Conclusies                                                                 47
5.2 Aanbevelingen                                                              49
      Bijlagen                                                                 55
      1 Adviesaanvraag                                                         57
      2 Adviesvoorbereiding                                                    59
      3	Algemene Conclusies Patiëntenstromen bij invoering
         WvGGZ en WFZ, Significant                                             65
      4	Toelichting Synthese effecten patiëntenstromen bij
         invoering WVGGZ en WFZ, Significant                                   78
      5 Lijst van afkortingen                                                  80
      6 Literatuurlijst                                                        81
      Overzicht publicaties RVZ                                                84
RVZ                                                         Stoornis en delict  5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 6</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                            Stoornis en delict
                            Forensische en verplichte geestelijke
                            gezondheidszorg vormen een keten
                            Samenvatting
                              “One by-product of our nearly exclusive reliance on psychosocial explanatory theories was
                              that we rid ourselves of problems that did not fit our newly found identity. We abandoned
                              the epileptics, the demented, the developmentally disabled, and the retarded and asked
                              the police to take care of the alcoholics, the substance abusers, and the delinquents. We
                              displayed great compassion by embracing the existentially unhappy and were ready to treat
                              problems such as low self-esteem, failure to achieve one’s creative potential, and chronic
                              inability to trust”.
                              Thomas Detre, 1987.
De adviesaanvraag: gevolgen De minister van VWS en de staatssecretaris van VenJ hebben de RVZ
twee nieuwe wetten, Wfz en  gevraagd wat er nodig is voor een succesvolle invoering van de Wet
WvGGZ                       forensische zorg (Wfz) en de Wet verplichte GGZ (WvGGZ), die
                            gezamenlijk tot doel hebben de aansluiting van forensische en reguliere ggz-
                            zorg te verbeteren. Dat is zowel in het belang van patiënten en delinquenten
                            zelf als in het belang van de samenleving, omdat goede, aansluitende zorg
                            recidive kan verminderen en zo de veiligheid van de samenleving kan
                            verhogen.
Nieuwe wetten: een nieuw    Deze wetten vormen samen een nieuw stelsel van forensische zorg en
stelsel                     geestelijke gezondheidszorg (ggz). De kern van de verandering is de
                            WvGGZ. Deze nieuwe wet, die de Bopz vervangt, maakt verplichte
                            geestelijke gezondheidszorg mogelijk, die niet alleen tijdens een opname
                            gegeven kan worden, maar ook ambulant.
WvGGZ: het hart van de      Daarmee slaat de WvGGZ een brug tussen de forensische zorg (de Wfz) en
verandering                 de reguliere ggz of, als die niet meer nodig is, de samenleving. Deze wet biedt
                            namelijk meer mogelijkheden om delinquenten met ernstige psychische
                            stoornissen naar de ggz te verwijzen. Het adagium moet straks zijn “ggz,
                            tenzij…”. Daarnaast krijgen behandelaars in de ggz meer mogelijkheden
                            om mensen met ernstige psychische stoornissen die de zorg mijden de
                            noodzakelijke zorg te bieden.
Professionals zien de twee  Hoewel de politiek-bestuurlijke dynamiek op beide terreinen fors is en
wetten als complementair    de twee beleidsterreinen “veiligheid en justitie” en “zorg” in verschillende
                            richtingen lijken te drijven, zien de professionals op de werkvloer de doelen
                            van de beide segmenten – beveiliging en behandeling – als complementair en
                            is er draagvlak voor de stelselwijziging.
                            RVZ                                                                       Stoornis en delict 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Het gaat steeds om dezelfde   In zowel de forensische zorg als de reguliere ggz denkt men met een
patiënten                     nagenoeg vergelijkbare groep patiënten te maken te hebben. Er zijn veel
                              gemeenschappelijke kenmerken en het is vaak toeval (“omstandigheden”
                              anders dan de primaire stoornis) of betrokkene in de justitiële sfeer dan wel
                              in de zorg terecht komt. In beide sectoren beschouwt men de stoornis als het
                              primaire aangrijpingspunt voor actie, niet de justitietitel of de plaats waar de
                              patiënt zich bevindt.
Het gaat om patiënten         In feite is de vraag of de ggz een substantiële toestroom van patiënten met
met Ernstige Psychische       Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) kan accommoderen. Dit zijn
Aandoeningen (EPA)            patiënten met een ernstige psychische stoornis, met ernstige beperkingen in
                              het sociaal en/of maatschappelijk functioneren, die niet van voorbijgaande
                              aard zijn en die gecoördineerde interventies van zorgnetwerken/professionals
                              vereisen. De omvang van deze groep wordt geschat op 160.000-180.000
                              patiënten.
Ggz krijgt er zware patiënten De Raad verwacht dat de wetten tot gevolg zullen hebben dat de ggz meer
bij                           en andere patiënten krijgt: meer delictplegers, die in plaats van detentie
                              verplichte ggz opgelegd krijgen en meer zorgwekkende zorgmijders met
                              psychische stoornissen. Arbeidsintensieve patiënten met een vaak langdurige
                              zorgbehoefte en veel multiproblematiek.
Besparingen en dus: keuzes    Tegelijkertijd wordt de ggz geconfronteerd met bezuinigingen. Dit vergt
maken                         van de ggz dat zij strategische keuzes maakt: door prioriteit te geven aan
                              de behandeling van EPA-patiënten en door de ambulantisering krachtig te
                              stimuleren.
Er zijn ook besparingen:      Deze keuzes zijn ook in het belang van Veiligheid en Justitie en gemeenten.
bij VenJ en bij gemeenten     Immers een succesvolle WvGGZ kan de Wfz, de Wmo en de Wpg ontlasten.
                              Dit zal dan wel gepaard moeten gaan met verschuivingen in de financiering.
Welke maatregelen?            Om de implementatie van het nieuwe stelsel van forensische zorg succesvol
                              te laten zijn acht de Raad de volgende maatregelen noodzakelijk:
1. In de ggz:                 De ggz
- nieuw zorgaanbod           − De ggz zal moeten investeren in een aantal competenties, vaardigheden
                                   en nieuw zorgaanbod: risicotaxatie, effectieve interventies voor veelplegers
                                   met ernstige psychische stoornissen, omgang met ernstige agressie en met
                                   verslaafden en verstandelijk gehandicapten met multiproblematiek.
- forse uitbreiding (F)ACT-  − Het aantal gecertificeerde (reguliere en forensische) (F)ACT-teams en het
  teams                            aantal zware beschermende woonvormen met werkbegeleiding moet fors
                                   worden uitgebreid. De teams van ca. 180 tot 400-500.
- keuzes in de intramurale   − In de intramurale ggz moeten keuzes gedaan worden, die garanderen dat
  ggz                              ondanks noodzakelijke beddenreductie, voldoende capaciteit beschikbaar
                                   blijft voor intensieve, gesloten en gestructureerde behandeling van soms
                                   lange duur. Om verdringing en afwenteling op de grensvlakken (justitie/
                              RVZ                                                          Stoornis en delict 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                     zorg; verplichte ggz/reguliere ggz) te voorkomen, moet de overheid deze
                                     IC-capaciteit fixeren.
- één zorgstandaard voor Wfz    − Competenties, vaardigheden en zorgaanbod moeten onderdeel zijn van
  en WvGGZ                           een zorgstandaard voor Wfz en WvGGZ. De inspecties voor de twee
                                     beleidsterreinen, IGZ en ISt, houden hierop gezamenlijk toezicht.
2. Continuïteit van zorg:        Continuïteit van zorg
- ggz werkt voor gemeente        − De gemeente moet de ggz zeggenschap geven op een aantal
                                     maatschappelijke terreinen: huisvesting, arbeid, sociale zekerheid.
                                     Daarmee maakt de gemeente de ggz een uitvoeringsorgaan van locaal
                                     zorgbeleid, in het bijzonder van de voor- en de doorzorg voor forensische
                                     patiënten. De gemeente cofinanciert deze onderdelen van de keten met
                                     VenJ en met de zorgverzekeraar.
- zorgplan stuurt                − Zorgplannen maakt men zo vroeg mogelijk in de keten, bij voorkeur op
                                     basis van vroegdiagnostiek. Het zorgplan, dat regelmatig moet worden
                                     herijkt, stuurt de keten aan. Voorzorg, doorzorg en pendelzorg zijn de
                                     drie kerntaken van de (F)ACT-teams.
- pendelbeweging Wfz/           − De voor- en doorzorg en de pendelbewegingen tussen Wfz en WvGGZ
  WvGGZ ook monitoren                moeten onderdeel zijn van de monitor van patiëntenstromen door het
                                     WODC.
3. De procesgang:                De procesgang
- één regime voor indicatie­    − Voor de gehele keten (Wfz en WvGGZ) dient een geïntegreerd
  stelling, plaatsing, kwaliteit     wettelijk regime te komen voor indicatiestelling en plaatsing, voor
  en informatie                      kwaliteitsmeting, -borging en -transparantie en voor informatie-
                                     uitwisseling. De matrix Beveiligingsniveau /Behandelings-niveau
                                     bepaalt het zorgplan van een patiënt. Het ministerie van VenJ en het
                                     Kwaliteitsinstituut/NZi ontwerpen dit model, voorafgaand aan de
                                     inwerkingtreding van de nieuwe wetten. Maatschappelijke ondersteuning
                                     is een expliciete parameter op het Behandelingsniveau.
- indicatiestelling is sturend  − Sturing vindt plaats op basis van indicatiestelling, outcome-gerelateerde
                                     kwaliteitsindicatoren en transparantie van maatschappelijke opbrengsten.
                                     De opbrengsten liggen in ieder geval op het terrein van recidivepreventie,
                                     werken en zelfstandig wonen.
- professionals ontwikkelen     − Zorgprofessionals bouwen gezamenlijk een geautomatiseerd intersectoraal
  systeem voor berichten­            systeem voor patiëntvolgend berichtenverkeer. Dit regionale systeem
  verkeer                            fungeert primair voor zorgverleners, maar dient ook als basis voor de
                                     monitoring van het nieuwe stelsel. Een Trusted Third Party (TTP), dat
                                     wil zeggen een onafhankelijke instantie, beheert dit systeem landelijk. De
                                     overheid is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het systeem en
                                     voor de noodzakelijke ICT-investeringen.
4. Aansluiting zorg­             De aansluiting van zorgverzekering en forensische zorg
verzekering/forensische zorg:    − De justitiële instelling waar een delinquent geplaatst wordt, moet
- justitie informeert               verantwoordelijk gesteld worden voor het melden van aanvang en
  zorgverzekeraar                    beëindiging van de detentie bij de zorgverzekeraar.
                                 RVZ                                                         Stoornis en delict 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>- financiering keten: zorg­ − Zorgverzekeraars (via ZN), gemeenten (via de VNG) en minister van
   verzekeraars, gemeen­ten      VenJ zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van de
   en VenJ gezamenlijk           gehele keten van forensische zorg, inclusief de voor- en doorzorg. De
   verantwoordelijk              financiering is patiëntvolgend op basis van indicatiestelling en zorgplan.
                                 Dit betekent dat de financiering stoelt op zowel de Wfz (rijksbegroting)
                                 als de WvGGZ (premies zorgverzekering). De beide ministeries en
                                 gemeenten verrekenen onderling achteraf in de backoffice.
- VenJ en zorgverzekeraars: − VenJ en de zorgverzekeraars kopen en bekostigen gezamenlijk de
   gezamenlijke inkoop en        keten. Zij kopen gezamenlijk forensische zorg in. WODC-monitor en
   bekostiging                   indicatiesysteem leveren de input voor de zorginkoop en daarmee voor
                                 de allocatie van Wfz- en WvGGZ-middelen. Voor de pendelbewegingen
                                 tussen justitie en zorg (terugplaatsingen, vervroegd/voorwaardelijk
                                 ontslag et cetera) reserveren de inkopers budget. Hetzelfde geldt voor de
                                 zorg aan patiënten met een verstandelijke beperking.
- bekostiging is            − Bekostiging is patiëntvolgend en vindt plaats op geleide van een
   patiëntvolgend                ongedeeld tarievensysteem ontworpen door VenJ en de NZa. De
                                 overheid garandeert een minimaal noodzakelijke intramurale capaciteit.
5. Wetgevingstraject:        Het wetgevingstraject
- één visie VenJ/VWS         − De bewindslieden van VenJ en VWS maken een gezamenlijk uitgedragen
                                 beleidsvisie op de gehele keten van zorg geregeld in de Wfz en WvGGZ,
                                 waarin zij de voor- en doorzorg voor patiënten met ernstige psychische
                                 aandoeningen als uitgangspunt nemen. Deze visie kan de niet-parallelle
                                 parlementaire behandeling van de wetsontwerpen sturen en vervolgens in
                                 de praktijk als sturingsconcept gehanteerd worden.
- witte vlekken wetgeving   − Verder moeten zij de nog witte vlekken in de wetgeving snel invullen. Zij
   snel invullen                 geven tevens uitsluitsel over de relatie met relevante overige wetgeving,
                                 waaronder de Wet zorg en dwang.
- EPA: geen eigen bijdragen  − Patiënten met ernstige psychische stoornissen – de EPA-groep – worden
                                 gevrijwaard van eigen bijdragen.
- Overheid: wees duidelijk  − Voorts zal de overheid helderheid moeten verschaffen over het anti-
   over separeren                separeerbeleid. Men kan niet de ggz het recht ontzeggen dwang toe te
                                 passen en tegelijkertijd de WvGGZ en Wfz invoeren. Het doel van de
                                 WvGGZ is immers het onder voorwaarden verlenen van verplichte zorg,
                                 onder meer door middel van afzondering of separatie.
                             Tot slot
6. Start pilots              De RVZ beveelt de bewindslieden van VenJ en VWS aan het CVZ te vragen
                             om nog in 2012 een of meer pilots te starten waarin de kernpunten van dit
                             advies in de praktijk kunnen worden gebracht: indicatiestelling en plaatsing,
                             kwaliteit en verantwoording, voor- en doorzorg, financiering en bekostiging.
                             RVZ                                                          Stoornis en delict 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 11</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                              1		 Over dit advies
                              1.1      De adviesaanvraag
De adviesaanvraag: twee       De ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Veiligheid
nieuwe wetten, Wfz en         en Justitie (VenJ) vroegen in mei 2011 de RVZ om advies over de gevolgen
WvGGZ                         van twee nieuwe wetten (zie bijlage 1). Het ging hen om de Wet verplichte
                              geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) en de Wet forensische zorg (Wfz). De
                              WvGGZ en de Wfz komen in plaats van bestaande wetten. Het kabinet wil
                              de nieuwe wetgeving begin 2013 invoeren.
Wat zijn de gevolgen van      In de adviesaanvraag staat niet de nieuwe wetgeving centraal, wel de vraag
deze wetten?                  wat de gevolgen kunnen zijn voor de forensische psychiatrie en voor de
                              geestelijke gezondheidszorg (ggz) in bredere zin. In de volgende paragrafen
                              zal de Raad deze opdracht verduidelijken.
                              1.2      Achtergrond en context adviesaanvraag
Wfz: wat is forensische zorg? De twee wetten – WvGGZ en de Wfz – vormen met elkaar het
                              beleidskader van het nieuwe stelsel van de “forensische zorg”. De Wfz
                              definieert forensische zorg zo: “zorg als omschreven bij of krachtens de
                              Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                              (AWBZ), die wordt verleend in verband met een psychische stoornis,
                              verslaving of geestelijke beperking (…..) en die, al dan niet als een
                              voorwaarde, onderdeel uitmaakt van een straf, een maatregel, of van de ten
                              uitvoerlegging van een straf of maatregel (…..)” (art. 1.1).
Doel Wfz                      Met de Wfz beoogt de wetgever “de noodzakelijke aansluiting van de
                              forensische zorg te verbeteren en tevens de recidive van forensische patiënten
                              te verminderen, ten behoeve van de veiligheid van de samenleving.”
Wat is “verplichte ggz”?      Dit brengt ons bij de WvGGZ. Deze nieuwe wet maakt verplichte geestelijke
                              gezondheidszorg (ggz) mogelijk. Verplichte ggz kan zijn behandeling of
                              verzorging, klinisch of ambulant, waaronder bijvoorbeeld dwangmedicatie.
                              De wet beschrijft verplichte ggz als “uiterste middel”, alleen toegestaan
                              bij aanzienlijk risico op ernstige schade voor de patiënt of voor een ander
                              (artikel 3.3). Verplichte ggz kan worden verleend onder voorwaarden, zoals
                              het ontbreken van vrijwillige alternatieven (art. 3.3).
Wfz en WvGGZ samen: een       De nieuwe combinatie van WvGGZ en Wfz bevordert de samenhang in het
nieuw stelsel                 stelsel van zorg voor (ex)justitiabelen. Dat stelsel bestaat uit de forensische
                              psychiatrie in de engere zin en de uitstroom van voormalig justitiabelen naar
                              de ggz. De wetten bevatten bepalingen op het terrein van zorgaanbod, van
                              de financiering, de bekostiging en de sturing van het zorgaanbod en van de
                              RVZ                                                           Stoornis en delict 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                            procesgang in deze zorg. Op een aantal plaatsen heeft de wetgever bruggen
                            tussen de twee wetten geslagen.
Waarin de doelen van de     En dat is nodig, vanuit het perspectief van de patiënt. Nodig ook om het
wetten samenvloeien         doel van de Wfz – afkomstig uit het beleidsterrein VenJ – en dat van de
                            WvGGZ – afkomstig uit het beleidsterrein VWS – te kunnen realiseren.
                            Het doel van VenJ is recidive verminderen, ten einde de veiligheid van de
                            samenleving te vergroten. Het doel van VWS is de zorg aan psychiatrische
                            patiënten die hulp weigeren te verbeteren. In de praktijk van de forensische
                            zorgketen blijken deze doelen complementair te kunnen zijn.
WvGGZ en Wfz:               De WvGGZ en de Wfz vervangen, zoals gezegd, wetten. De vervanging
continuïteit en verandering brengt continuering en aanpassing, maar ook echte verandering. De
                            continuering en aanpassing schuilt in de zorgvoorzieningen, maar ook in de
                            codificering van gegroeide praktijk. Zo is de WvGGZ een door psychiaters
                            en verpleegkundigen al lang gewenste opvolger van de Wet Bijzondere
                            opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz), die hun handelen, soms
                            afwijkend van de Bopz, legaliseert.
WvGGZ verschilt wezenlijk   Kern van de verandering: de Bopz ging over opnemingen; de WvGGZ
van Bopz: dwangbehandeling  over transmurale zorg, dus over zowel de opneming als de ambulante zorg.
nu mogelijk                 Concreet: verplichte ggz kan men straks ook ambulant aanbieden. En verder:
                            de Bopz regelde de gedwongen opneming en meer niet; de WvGGZ maakt
                            gedwongen behandeling mogelijk. Dat is nieuw en dat verandert de relatie
                            tussen ggz en forensische zorg diepgaand.
WvGGZ: de brug tussen       De WvGGZ is daarmee een brug tussen de forensische zorg (de Wfz)
Wfz en ggz                  en de reguliere ggz of, als die niet meer nodig is, de samenleving. En die
                            brug creëert nieuwe mogelijkheden. In de eerste plaats komen er meer
                            mogelijkheden om delinquenten met ernstige psychische stoornissen naar de
                            ggz te verwijzen. Het adagium moet straks zijn “ggz, tenzij…”. In de tweede
                            plaats krijgen behandelaars in de ggz meer mogelijkheden om mensen met
                            ernstige psychische stoornissen die de zorg mijden de noodzakelijke zorg
                            te bieden. Bij elkaar voldoende verandering om van een stelselwijziging te
                            spreken.
Zie verder de               Bij dit advies behoren achtergrondstudies. Deze bevatten uitvoerige
achtergrondstudies!         beschrijvingen van de WvGGZ en de Wfz. Voor meer informatie verwijst de
                            RVZ naar deze studies, in het bijzonder naar die van Significant, Scholten en
                            Zarrinkhameh.
                            1.3     De functie, het profiel en vraagstelling van dit advies
RVZ wil invoering WvGGZ/    Met dit advies wil de RVZ een bijdrage leveren aan een succesvolle invoering
Wfz vergemakkelijken        van de WvGGZ en de Wfz in 2013. Hij doet dit door de voorwaarden voor
                            RVZ                                                         Stoornis en delict 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                            en de gevolgen van die invoering in kaart te brengen, door oplossingen voor
                            potentiële knelpunten te presenteren en door maatregelen en actoren te
                            benoemen. Zo ziet de RVZ de functionaliteit van dit advies.
Vier adviesvragen           De Raad formuleert deze adviesvragen.
                            a. Welke veranderingen brengen de nieuwe wetten met zich mee en hoe
                                groot zijn de veranderingen?
                            b. Veroorzaken de veranderingen knelpunten of aandachtspunten? Waar
                                zitten met andere woorden de risico’s en hoe beoordeelt de Raad deze?
                            c. Welke globale oplossingsrichtingen ziet de Raad voor de risico’s?
                            d. Welke concrete aanbevelingen doet hij vervolgens aan betrokkenen?
Vindplaats antwoorden       De antwoorden op de vragen vindt u in respectievelijk hoofdstukken 2(a),
                            3(b), 4(c) en 5(d).
Profiel advies              Daarbij past een advies met dit profiel.
                            − Geen commentaar op de technische details van de wetgeving (zie voor
                                een beschrijving van de twee wetten: Significant, 2012 en Scholten,
                                2012).
                            − Niet terugkijkend en beschrijvend, maar toekomstgericht (2012-2020),
                                rekening houdend met de grote trends in en rond de forensische zorg.
                            − Geadresseerd aan twee ministers, VenJ en VWS, en dus steeds de juiste
                                balans instellend van de met deze beleidsterreinen corresponderende
                                waarden.
                            − Voortbouwend op eerdere statements van de Raad:
                                - van zz (zorg en ziekte) naar gg (gezondheid en gedrag), dus altijd “naar
                                   voren denken”;
                                - prioriteit bij de zorg voor de meest kwetsbare patiënten;
                                - zorgprofessionals en -instellingen dragen verantwoordelijkheid voor de
                                   borging van de publieke belangen;
                                - sturen op gezondheidswinst (dit is ook recidivevermindering), niet op
                                   productie.
                            1.4      De aanpak van de advisering
Vijf achtergrondstudies bij De RVZ heeft, naast zijn eigen literatuurstudie, vijf achtergrondstudies laten
dit advies                  schrijven ten behoeve van de onderbouwing van dit advies:
                            1. Bouman, G., B. Riphagen en W. Jongebreur, De forensische zorg.
                                Beschrijving van het besturingsmodel. Significant, 2012.
                            2. Scholten, C.M., Mogelijke gevolgen Wfz en WvGGZ voor de reguliere
                                GGZ. Indigo beleidsonderzoek en advies, 2012.
                            3. Neijmeijer, L., A.M. Rijkoort en H. Kroon, In profiel: de doelgroepen
                                van GGZ en Jusitie. Trimbos-instituut, 2012.
                            RVZ                                                          Stoornis en delict 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                            4. Neijmeijer, L., A.M. Rijkoort en H. Kroon, Behandelgeschiedenis en
                                justitieverleden van forensische en GGZ-patiënten. Trimbos-instituut,
                                2012.
                            5. Zarrinkhameh, A. Zorg aan delinquent. Opsluiten van patiënt.
                                Cultuurverschillen justitie, forensische zorg en de reguliere GGZ. RVZ,
                                2012.
Vijf achtergrondstudies bij Significant heeft, naast de eigen achtergrondstudie, op verzoek van de RVZ
dit advies                  een quickscan uitgevoerd in samenwerking met GGZ Nederland naar
                            de verwachte veranderingen in de patiëntenstromen. Deze quickscan is
                            opgenomen in bijlage 3. De achtergrondstudies verschijnen samen met dit
                            advies.
Klankbordgroep              Een klankbordgroep van onafhankelijke deskundigen stond de Raad bij
ondersteunde RVZ            tijdens het schrijven van het advies. Er is een aantal werkbezoeken aan
                            instellingen afgelegd. Zie hiervoor de boxen in dit advies. En de RVZ maakte
                            gebruik van een internet-community van mensen werkzaam in de zorg. Meer
                            informatie over de voorbereiding van dit advies vindt u in bijlage 2.
                            RVZ                                                         Stoornis en delict 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 17</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Pompstationsweg

Osi A

Parkeren p

</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                              2       Veranderingen en verwachtingen
                              2.1     De bevindingen van de RVZ
                              Draagvlakken voor de nieuwe wetten
Er is draagvlak voor de       De indruk bestaat dat de twee nieuwe wetten door “veldpartijen” (“justitie”
nieuwe wetten                 en “zorg”) op zichzelf niet als problematisch worden beschouwd. Delen
                              van de nieuwe wetten worden ook al in de praktijk gebracht. Dit geldt in
                              ieder geval voor de Wfz, die het sluitstuk is van een in gang gezette praktijk.
                              Zorgverleners zien de WvGGZ als een verbetering vergeleken met zijn
                              voorganger, de Wet Bopz.
Maar ook zorgen over nog      Wel maakt men zich zorgen over de nog onuitgewerkte onderdelen van beide
lege plekken in de wetten     wetten: het verbindingsartikel (zie de MvT’s); professionele autonomie en
                              het beroepsgeheim; de rol van de officier van justitie; de zorgmachtiging; de
                              verschillende rechtsposities in de wetten. Dit maakt het lastig de twee wetten
                              al helemaal te doorgronden en de effecten ervan te kunnen voorspellen. Ook
                              de ontbrekende verbinding van de twee wetten met overige wetgeving baart
                              zorgen. Het gaat dan om: Wet zorg en dwang en Wet cliëntenrechten zorg
                              (VWS); Wijzigingen Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden,
                              Penitentiaire beginselenwet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                              (VenJ).
                              Effecten van de twee wetten
NB: wetten landen op een      Wil men de effecten van de twee wetten goed kunnen beoordelen, dan zal
akker                         men de politiek-bestuurlijke akker waarop zij landen in de beschouwing
                              moeten betrekken. Over die akker dit.
Op beide terreinen – justitie Op beide terreinen, dat van “veiligheid en justitie” en dat van “zorg” (ggz),
en zorg – veel dynamiek en    zien wij veel politiek-bestuurlijke dynamiek. Bij veiligheid en justitie meer
divergentie                   nadruk op centrale regie, op beveiliging (van de samenleving), op straf en
                              op recidivevermindering. Bij zorg (ggz) op bezuinigingen, op prioritering,
                              op extramuralisering en op gereguleerde marktwerking. De dynamiek op
                              beide terreinen is niet alleen groot; de twee beleidsterreinen lijken een andere
                              richting uit te drijven op geleide van politiek-bestuurlijke overwegingen
                              (Significant, 2012).
En cultuurverschillen         Naast de verschillen in politiek-bestuurlijke dynamiek, verschillen de twee
                              sectoren in cultuur. Zo staat in de ggz de patiënt met zijn stoornis centraal,
                              in de justitiële sfeer de wetsovertreder en zijn delict. In de ggz gaat het om
                              het individu, bij justitie om de samenleving. In de ggz staan voorkomen,
                              genezen en draaglijk maken centraal, bij justitie recidivevermindering en
                              beveiliging (Zarrinkhameh, 2012).
                              RVZ                                                            Stoornis en delict 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Box met casus
                               Spanning tussen straf en zorg
                               Cliënt wordt in 1983 geboren op Curaçao, waar hij speciaal basisonderwijs volgt en op zijn
                               vijftiende de LTS verlaat. Cliënt lijdt toenemend aan psychoses en wordt op zijn zeventiende
                               door zijn vader naar Nederland gestuurd. Hij stelt zich vrijwillig onder psychiatrische
                               behandeling en wordt in 2008 twee maanden opgenomen na een zelfmoordpoging.
                               Na zijn ontslag komt een vriend bij hem wonen, die hem verleidt tot een reeks berovingen
                               met geweld en autodiefstallen. Beiden worden hiervoor gearresteerd. De behandelaars
                               van cliënt zijn verbijsterd: cliënt zou de aanleg en de intelligentie missen voor stelselmatig
                               crimineel gedrag. Volgens de Pro Justitia-rapportage is cliënt schizo-paranoïde, laagintelligent,
                               maar niet zwakbegaafd, met antisociale trekken en een gebrek aan empathisch vermogen.
                               Zijn voorafgaand strafrechtelijk verleden is onbeduidend (belediging van een agent en
                               fietsendiefstal) en bij de berovingen was hij verminderd toerekeningsvatbaar. Hij zou meer
                               baat hebben bij behandeling – op te leggen als voor­waarde bij een veroordeling – dan bij
                               een straf. Korte, intensieve therapie en door­geleiding naar een beschermde woonomgeving
                               zouden hem op het rechte pad kunnen houden.
                               Cliënt wordt niettemin veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.
                               Deze zit hij uit in het PPC Haaglanden, waar Mozaïk in contact met hem komt. Mozaïk
                               spant zich in om een beschermde woonomgeving voor cliënt te zoeken in combinatie met
                               ambulante behandeling. Najaar 2011 gaat cliënt met een detentievervangende maatregel over
                               naar beschermd wonen in Rotterdam.
                               Dan beginnen echter de administratieve complicaties:
                               − Hij wordt uitgeschreven uit de GBA van Den Haag en ingeschreven in de GBA van
                                   Rotterdam. Omdat dit enige tijd duurt en cliënt in deze tijd niet solliciteert, wordt hem
                                   gedurende de eerste maand in de beschermde woonomgeving een uitkering onthouden.
                               − Omdat hij geen uitkering ontvangt, kan hij geen begin maken met de vergoeding van de
                                   schade die hij bij zijn delicten heeft aangericht. Om deze reden kan hij op elk moment in
                                   gijzeling worden genomen.
                               − Na afloop van de detentieperiode staat cliënt onder reclasseringstoezicht. De reclassering
                                   moet een nieuwe verwijzing voor behandeling afgeven. Dit gebeurt pas in april 2012.
                               Cliënt functioneert goed in de beschermde woonomgeving en zet zich volop in bij de
                               dagactiviteiten. Hij houdt zich aan de afspraken met zijn behandelaar en probeert te sparen
                               om zich weer op Curaçao te kunnen vestigen. De casus toont niettemin aan dat een labiele,
                               laagintelligente man die door omstandigheden misstappen begaat, in de eerste plaats met
                               vergelding te maken krijgt en pas in tweede instantie zorg ontvangt. Verder toont de casus
                               aan dat zelfs wanneer Justitie meewerkt aan een overgang naar zorg buiten de gevangenis,
                               administratieve problemen opdoemen die het zorgtraject potentieel verstoren.
                              Bron: Stichting Mozaik, Rotterdam
“Stelselverantwoordelijkheid” De borging van het publieke belang is in de zorgsector de taak van
VWS en casusverant­woor­de­   de private partijen (zorgaanbieders en zorgverzekeraars). De minister
lijkheid VenJ                 heeft ‘stelselverantwoordelijkheid’. Op het terrein van veiligheid en
                              RVZ                                                                         Stoornis en delict  20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                               justitie borgt de rijksoverheid het publieke belang en heeft de minister
                               ‘casusverantwoordelijkheid’. Zie verder Scholten (2012) en Zarrinkhameh
                               (2012).
Maar toch: gemeen­schap­       Toch vinden de meeste betrokkenen dat men de verschillen niet moet
pelijk belang voorop stellen   uitvergroten. Dat wij steeds moeten blijven zoeken naar het gemeenschap­
                               pelijke. Het is altijd zo geweest dat deze twee domeinen naast elkaar
                               stonden. Het gaat er om de verschillen op een in de praktijk werkbare
                               manier te overbruggen. Dat dit kan, laten succesvolle voorbeelden zien.
                               Succes vraagt wel iets, bijvoorbeeld accepteren dat men in de ggz meer
                               beveiligingselementen aanbrengt. En accepteren dat voor- en doorzorg ook
                               taken van VenJ zijn.
 n men groeit naar elkaar
E                              Bemoedigend is het dat de twee segmenten in de forensische zorgketen
toe!                           de laatste jaren naar elkaar toe zijn gegroeid. Op de werkvloer zien de
                               professionals de doelen van de segmenten als complementair. Recidive­
                               vermindering en herstel zijn functioneel verwant en heel goed te integreren
                               in één zorgprogramma. En het gezamenlijk hanteren van “beperking” en een
                               sociaal-psychiatrisch zorgmodel als leidende beginselen in de keten verbindt
                               mensen. Justitiële en diagnostische titels doen dat veel minder (Neijmeijer et
                               al., 2012).
                               Paradoxen, maar ook oplossingsrichtingen
De werkvloer ervaart           De mensen werkzaam in de beide sectoren ervaren paradoxale boodschappen
paradoxale boodschappen        vanuit politiek en samenleving. Men weet soms niet goed hoe hierop te
                               reageren. Hoe moet een zorginstelling de komst van een ‘zware’ groep
                               patiënten uit justitie opvangen als men niet mag separeren? En hoe verhoudt
                               de mogelijke komst van deze “justitie-patiënten” zich tot de verwachte
                               afbouw van klinische-psychiatrische capaciteit?
Máár: twee grote nieuwe        Toch ziet men niet alleen problemen, maar ook oplossingen.
oplossingen, nl.               − Meer aandacht voor preventie en vroegdiagnostiek
1. meer aandacht voor              (persoonlijkheidsstoornissen, psychosen) en ook meer voor de openbare
    preventie                       ggz (onderdeel van de Wet publieke gezondheid (Wpg)), voor de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en dus voor de rol van de
                                    gemeente en voor het locale intersectoraal beleid.
2. meer continuïteit van zorg − Meer aandacht voor continuïteit in de totale keten van beveiliging
                                    en zorg, voor “doorzorg” na het aflopen van de justitietitel en voor
                                    wederkerigheid en tweerichtingsverkeer tussen justitie en zorg.
                               Twee doelgroepen?
Twee doelgroepen? Nee,         In zowel de forensische zorg als de reguliere ggz denkt men, in termen van
overeenkomsten dominant        zorgbehoefte, grosso modo met een vergelijkbare groep patiënten te maken
                               te hebben. Grosso modo: er zijn veel gemeenschappelijke kenmerken en
                               het is vaak toeval (“omstandigheden” anders dan de primaire stoornis) of
                               betrokkene in de justitiële sfeer dan wel in de zorg terecht komt. In beide
                               RVZ                                                          Stoornis en delict 21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                         sectoren beschouwt men de stoornis als het primaire aangrijpingspunt voor
                         actie, niet de justitietitel of de plaats waar de patiënt zich bevindt.
Maar ook verschillen     Er zijn ook verschillen tussen beide populaties. Zo zien wij bij justitie veel
                         meer mannen, zedendelicten, waaronder pedosexuele, multiproblematiek,
                         verslavingen en historie in jeugdzorg. De verschillen liggen vooral in de
                         sociaal-culturele sfeer. Zij uiten zich in het gedrag van de patiënt. Zie verder
                         de twee achtergrondstudies van het Trimbos-instituut (en onder meer Van
                         Gestel c.s., 2002). De verschillen zijn van groot belang voor de effectiviteit
                         van de interventies in de zorgketen. En dit wijst ons op de noodzaak van
                         preventie en publieke gezondheid.
Verschil zit in sociaal- Maar voor de meeste patiënten geldt dat niet de (primaire) psychische
culturele factoren       stoornis de justitiabele van de ggz-patiënt onderscheidt, maar (secundaire)
                         sociaal-culturele factoren, gedrag en daaruit voortvloeiende beperkingen. Die
                         laatste zouden wel eens, meer dan de justitietitels en diagnostische labels,
                         doorslaggevend kunnen zijn voor het welslagen van het nieuwe systeem. Dit
                         roept een vraag op: is de (verplichte en de reguliere) ggz in staat beïnvloeding
                         van secundaire factoren een plaats te geven in haar behandelprogramma’s? En
                         heeft zij effectieve interventies in huis bij ernstige gedragsstoornissen en een
                         dreigende recidive van delict.
EPA is ggz, maar er zijn Hier past een kanttekening. De behandeling van deze patiënten is de
uitzonderingen           kerntaak van de ggz. Maar de behandeling van een kleine groep van
                         pedoseksuelen, van patiënten met ernstige (narcistische) persoonlijkheids­
                         stoornissen en van brandstichters kan beter in de forensische psychiatrie
                         plaatsvinden. Daar is de behandeldeskundigheid voor deze groep aanwezig.
Kan de ggz de EPA-groep  Kan de ggz een substantiële toestroom van patiënten met Ernstige
aan?                     Psychiatrische Aandoeningen (de EPA-patienten, Delespaul c.s., bij Scholten,
                         2012) accommoderen? Dit zijn patiënten met een ernstige psychische
                         stoornis, met ernstige beperkingen, als gevolg daarvan en interacterend
                         daarmee, in het sociaal en/of maatschappelijk functioneren, die niet van
                         voorbijgaande aard zijn en die gecoördineerde interventies van professionals
                         in zorgnetwerken vereisen. Delespaul schat de omvang van deze groep op ca
                         216.000 patiënten in zorg, waaronder 160.000 volwassenen.
Kenmerken EPA-patiënt    Het zijn patiënten met ernstige recidiverende stoornissen, met problematiek
                         op verschillende levensgebieden (wonen, werken), met een gebrekkig
                         ziekte-inzicht en een lage zorgmotivatie. Met comorbiditeit op terreinen
                         als verslaving en verstandelijke beperking (twee derde van de forensische
                         patiënten is verslaafd, Brand c.s., 2009). Patiënten die soms een
                         veiligheidsrisico vormen. De zorg voor deze patiënten impliceert bereidheid
                         en vaardigheid, maar zeker ook bevoegdheid. Bevoegdheid van de ggz om
                         beperkingen, ook als die op andermans terrein liggen (wonen, inkomen,
                         werk), actief en met doorzettingsmacht te bestrijden.
                         RVZ                                                            Stoornis en delict 22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Vraag: past de stelsellogica Dat roept direct een andere vraag op. Zal de “stelsellogica” van de
op de zorg bij EPA?          Zorgverzekeringswet (Zvw) – gereguleerde marktwerking, selectieve
                             zorginkoop, vrije prijzen, keuze van verzekeraar, risico’s bij veldpartijen –
                             de voorwaarden creëren voor een adequaat zorgaanbod voor de potentiële
                             nieuwe patiëntencategorie? Willen risicodragende zorgverzekeraars betalen
                             voor het compenseren van sociale beperkingen?
                             ACT: een onmisbare nieuwe vorm van ggz
(F)ACT-zorg: essentieel!     Er is consensus in het veld over het belang van de inzet van (F)ACT-teams
                             in de psychiatrie. ACT staat voor Assertive Community Treatment; de F
                             voor Functie. Er bestaan sinds enkele jaren ook Forensische (F)ACT-teams
                             (Place et al., 2011). Deze richten zich specifiek op de doelgroep van Wfz en
                             WvGGZ (zie Scholten, 2012 en Neijmeijer et al., 2012.
Wat doen (F)ACT-teams?       Deze multidisciplinaire teams vervullen psychiatrische functies die
                             traditioneel klinisch worden vervuld, maar doen dat op ambulante wijze. In
                             de praktijk is dit “bemoeizorg” voor de EPA-groep. De teams bieden zeer
                             intensieve zorg aan de meest complexe, zorgmijdende en zwaarst gestoorde
                             patiënten, waar ook verblijvend. Het zorgaanbod bestaat uit behandeling, uit
                             herstelfuncties en uit intensieve zorg bij crisis. Voorwaarde: laagdrempelige
                             psychiatrische consultatie over medicatie en over acute zorg.
En wat is (F)ACT-zorg?       Deze zorg is continu en individueel, altijd in de nabijheid van de patiënt.
                             Een team is volledig verantwoordelijk voor de patiënt en wel in alle
                             opzichten. Dus ook voor wonen, werken en inkomen. Een ACT-team werkt
                             voor een regio van 40.000 tot 50.000 inwoners; het is verantwoordelijk
                             voor een vaste groep van enkele honderden patiënten. ACT-doelen zijn het
                             creëren van voorwaarden voor zelfstandig wonen en het voorkomen van
                             opneming, onder meer door crisispreventie.
                             RVZ                                                           Stoornis en delict 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Box: FACT-principes
                           FACT is gebaseerd op de volgende zes principes:
                           1. “Wij zijn daar waar de klant wil slagen!”
                              FACT werkt herstelondersteunend. Doel van cliënt is richtinggevend voor de behandeling
                              en begeleiding die geboden wordt. Hierbij wordt zoveel mogelijk uitgegaan van het ‘place
                              then train’-principe.
                           2. Ondersteunen het meedoen door maatschappelijk netwerken
                              FACT ondersteunt bij de sociale participatie. Hiervoor is samenwerking met andere
                              organisaties, zoals woningbouwvereniging, politie, buurt en wijkcentra, etc. uitgangspunt.
                              FACT teams werken in vastgestelde regio’s (postcodegebied) van ongeveer 50.000
                              inwoners. en begeleiden de burgers met een ernstige psychiatrische aandoening. Door
                              zichtbaar te zijn in de buurten en wijken helpen de teams mee om de beeldvorming ten
                              aanzien van de psychiatrie positief te beïnvloeden.
                           3. Vinden en binden door transmurale GGZ ketenzorg
                              FACT zorgt ervoor dat de mensen die recht hebben op behandeling en begeleiding
                              deze ook ontvangen van een FACT team. Het FACT team heeft bindende kwaliteiten.
                              Tevens gaat het over optimale samenwerking tussen FACT team en opname afdeling. Een
                              opname is een intermezzo in een ambulante behandeling en dient zo kort als nodig te zijn.
                              FACT teams zijn verantwoordelijk voor opname en ontslag.
                           4. Bieden zo nodig intensieve zorg met ACT
                              Om een opname te kunnen voorkomen wordt ACT zorg ingezet. Er is een dagelijkse
                              FACT-overleg waarbij het digibord wordt gebruikt. Dit overleg is om af te stemmen wie
                              welke zorg levert. Indien nodig wordt dagelijks bezoek afgelegd, 24-uurs-bereikbaarheid is
                              gegarandeerd, het team werkt met een gezamenlijke caseload.
                           5. Behandelen volgens de multidisciplinaire richtlijnen
                              FACT kan gezien worden als een organisatiemodel, de ‘kerstboom’. De ballen in de
                              kerstboom zijn de interventies zoals beschreven in de multidisciplinaire richtlijnen
                              schizofrenie. Het gaat naast medicatie om psychologische interventies als cognitieve
                              gedragstherapie, familie interventies, individuele plaatsing en steun, IDDT, etc.
                           6. Ondersteunen rehabilitatie en herstel
                              Mensen met een ernstige psychiatrische aandoening hebben de mogelijkheid te herstellen,
                              hun leven te herpakken en richting te geven. De doelen van cliënt staan centraal. Het is
                              gericht op mogelijkheden, kwaliteiten en krachten. Respect en hoop zijn uitgangspunt.
                              Rehabilitatiemethodieken als strengths model (Rapp), Individuele rehabilitatiebenadering,
                              etc. kunnen hierbij ondersteunen. Ervaringswerkers zijn essentieel omdat zij alleen al door
                              hun aanwezigheid laten zien dat herstel mogelijk is en beter samen met de mensen die bij
                              het FACT in behandeling zijn kunnen werken aan motivatie voor behandeling.
                          Bron: GGZ Noord-Holland-Noord
Nu 180 (F)ACT-teams, maar De sociaal psychiatrische (F)ACT-filosofie is een conditio sine qua non
meer dan 400 nodig        voor het welslagen van de twee wetten. Feit is wel dat er in Nederland
                          nog te weinig (F)ACT-teams actief zijn: ca 180, waarvan 65 gecertificeerd
                          (eind 2012 waarschijnlijk 100), terwijl er, kijkend naar de omvang van
                          de doelgroep, ruim 400 nodig zijn. Hierin moet dus nog veel worden
                          RVZ                                                                       Stoornis en delict  24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                               geïnvesteerd de komende jaren. De bekostiging van deze vorm van ggz zal
                               een afspiegeling moeten zijn van de zorgzwaarte. Dit is nog niet het geval.
ACT-filosofie altijd aanvullen Het “ambulante asiel” of de “virtuele opneming” (ACT) moet men, zo wijst
met andere ggz                 praktijkervaring uit, complementeren met een robuuste vorm van beschermd
                               wonen, met arbeidsbemiddeling en met een continue terugvalmogelijkheid
                               op de klinische zorg. Daarnaast zullen er voldoende klinische plekken
                               voor gestructureerde en gesloten crisisinterventie (Intensive Care Units)
                               en behandeling moeten zijn. Intensivering van de ambulante ggz door de
                               inzet van (F)ACT schept de voorwaarden voor vermindering van het aantal
                               bedden in psychiatrische ziekenhuizen.
En voorzorg!                   In de voorzorg moet bovendien de vroegdetectie en -interventie een
                               belangrijke rol spelen: tijdig een stoornis kunnen detecteren en een risico
                               taxeren, bijvoorbeeld op geleide van signalen uit de omgeving van de patiënt.
                               En idealiter zijn deze vormen van zorg onderdeel van een geïntegreerde
                               transmurale keten, patiëntvolgend aangestuurd.
                               Liever 1 dan 2
Twee wetten, ok; maar één      In beide sectoren – justitie en zorg – vindt men dat er voor de totale keten
uitvoeringsregime!             van forensische zorg één wettelijk uitvoeringsregime zou moeten zijn. Men
                               erkent de legitimiteit van de twee systeemdoelen: beveiliging en behandeling.
                               Maar men is bang dat een te vergaande en separate institutionalisering van
                               de uitvoeringsregimes afstemmings- en correctiemaatregelen nodig maken
                               en dus veel administratieve lastendruk zal genre. Bovendien zou er in ieder
                               geval een en dezelfde rechtspositieregeling moeten zijn voor patiënten die in
                               behandeling zijn bij de verplichte ggz volgend op straf of justitiële titel en
                               voor patiënten in de verplichte ggz zonder voorafgaande justitiële titel.
Robuuste koppelingen tussen    Omdat men in de zorgketen nu eenmaal moet werken met twee wetten,
de wetten nodig                zijn robuuste en verplichtende koppelingen daartussen noodzakelijk.
                               Deze koppelingen zullen in het wetgevingsproces nog tot stand gebracht
                               moeten worden. Maar essentieel is toch een gezamenlijke en sturende
                               indicatiestelling.
Veiligheidshuizen: een kans    Bestuurlijk gezien lijken verder de Veiligheidshuizen mogelijkheden voor
                               een integrale uitvoeringspraktijk te bieden (zie box). Het gaat dan voorlopig
                               vooral om de afstemming van en de gegevensuitwisseling in de ambulante
                               zorg.
                               RVZ                                                         Stoornis en delict 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                             Wat is een Veiligheidshuis?
                             In een Veiligheidshuis werken instanties op één locatie samen aan opsporing, vervolging,
                             berechting en hulpverlening. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast,
                             huiselijk geweld en criminaliteit.
                             De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit.
                             Werkprocessen worden op elkaar afgestemd, zodat strafrecht en zorg elkaar aanvullen. Ingezet
                             wordt op gedragsverandering, recidivevermindering en verbetering van de kwaliteit van leven
                             van de delinquent. Men gaat dadergericht, gebiedsgericht en probleemgericht te werk.
                             Er zijn lokaal verschillen als het gaat om de partners die in het Veiligheidshuis participeren.
                             Een aantal organisaties participeert in alle Veiligheidshuizen:
                             − gemeenten
                             − politie
                             − openbaar Ministerie
                             − Raad voor de Kinderbescherming
                             − reclasseringsorganisaties
                             − welzijnsorganisaties
                             Een aantal organisaties is (nog) niet in alle Veiligheidshuizen vertegenwoordigd: Halt, Dienst
                             Justitiële Inrichtingen, Bureau Jeugdzorg, GGD, GGZ, algemeen maatschappelijk werk,
                             verslavingszorg en Slachtofferhulp Nederland.
                             Dadergroepen
                             Een Veiligheidshuis richt zich op de volgende dadergroepen:
                             − meerderjarige veelplegers
                             − jeugd(ige veelplegers)
                             − daders van huiselijk geweld
                             − ex-gedetineerden (nazorg)
                            Bron: Veiligheidshuis
Ook afstemming met de       Minstens zo belangrijk is een betere afstemming van WvGGZ en Wfz op de
zorgverzekeraar             zorgverzekeringswetten (Zvw en AWBZ) en op gemeentelijke wetten (Wmo
                            en Wpg).
                            2.2       Welke concrete veranderingen staan ons te wachten?
Wat zijn de gevolgen van de Wat betekent de komst van de WvGGZ en de Wfz nu concreet voor de
Wfz en WvGGZ?               forensische zorg? Wij brengen dit hieronder in kaart. Gemakkelijk is dat niet.
                            De gevolgen van de nieuwe wetgeving zijn voor een deel afhankelijk van
                            ontwikkelingen op andere terreinen, bijvoorbeeld die in de zorgverzekering.
                            En bovendien moet men de nieuwe wetten op onderdelen nog “invullen”.
                            RVZ                                                                        Stoornis en delict    26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                            Wat nu volgt kan niet veel meer zijn dan een ceteris paribus – redenering
                            met een als – dan karakter. Het gaat dus om risico’s en om plausibiliteit.
Dat zijn de volgende        Dit zouden de grote veranderingen kunnen zijn (Scholten, 2012; Neijmeijer
                            et al., 2012; Significant, 2012; quickscan Significant, bijlage 3).
                            a) Meer én andere patiënten voor de ggz
Meer delictplegers voor ggz Met de twee nieuwe wetten wil het kabinet meer delictplegers met een
door Wfz                    psychische stoornis onder behandeling van de ggz brengen. Van forensische
                            zorg naar ggz, dat is het beleidsdoel. De kans dat dit gaat gebeuren is groot.
                            (Zie voor een voorzichtige kwantificering de achtergrondstudie van Scholten
                            en de quickscan van Significant in bijlage 3).
Met zware problematiek en   Minstens zo belangrijk is de aard van de nieuwe cliëntèle. Het is duidelijk
stoornissen                 dat het om patiënten gaat die continuïteit van zorg nodig hebben. Het
                            zullen vooral, in de woorden van de IGZ, “meervoudige delictplegers met
                            psychische of psychiatrische problematiek” zijn. Dit is een subcategorie van
                            de 160.000 volwassen EPA-patiënten in zorg (zie 2.1). In de ggz vindt men
                            overigens dat de stoornis, ook in taalkundige zin, voorop moet staan. Daar
                            zegt men: psychiatrische patiënten die als gevolg van hun stoornis een delict
                            plegen (zie de titel van dit advies).
Door WvGGZ: een beter en    Tegelijkertijd krijgt de ggz meer werk door de komst van de WvGGZ. Er
groter bereik ggz           komen door deze wet meer zorgwekkende zorgmijders, waaronder dak- en
                            thuislozen, verslaafden en verstandelijk gehandicapten met een psychische
                            stoornis in zorg. Arbeidsintensieve patiënten met een vaak langdurige
                            zorgbehoefte en veel multiproblematiek. Dit is een doelgroep van de ggz
                            die straks beter bereikt zal worden. Maar men mag niet spreken over een
                            substantiële groei van het aantal ggz-patiënten (zie verder Significant, 2012,
                            in bijlage 3).
Andere doelgroep, dus       Het gecombineerde effect van WvGGZ en Wfz zal de samenstelling van het
keuzes doen                 patiëntenbestand van de ggz veranderen. Door een toenemende druk op de
                            kosten, bijvoorbeeld als gevolg van bezuinigingen, zullen instellingen voor
                            ggz strategische keuzes moeten doen. De omstandigheden zullen de ggz
                            dwingen prioriteit te geven aan EPA-patiënten.
                            b) Hoe succesvoller de WvGGZ, hoe minder Wfz
WvGGZ zal Wfz-domein        Door de komst van de WvGGZ krijgen behandelaars in de ggz meer moge­
ontlasten                   lijk­heden zorgweigeraars te behandelen. Omdat, zoals zojuist opgemerkt, een
                            flink deel van de patiënten van de verplichte ggz tot nu toe terecht komt in
                            de forensische zorg, kan de Wvggz de Wfz ontlasten. Meer patiënten naar de
                            ggz (zie punt a), maar dus minder naar de justitiële instellingen. De leegstand
                            die de afgelopen jaren in deze instellingen is ontstaan, zou door het succes
                            van de WvGGZ groter kunnen worden (zie ook de analyse van Significant,
                            2012, in bijlage 3).
                            RVZ                                                          Stoornis en delict 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Dus: leegstand VenJ          Deze leegstand zal alleen maar verder toenemen als de ggz kans ziet patiënten
                             eerder uit justitiële voorzieningen over te nemen, bijvoorbeeld door meer ­
                             (F)ACT-teams en beschermende woonvormen in te zetten. Dit zal bovendien
                             de kans op succesvolle resocialisatie groter maken (WODC, 2012).
Financiële verhouding        Deze interactie verandert de balans tussen de twee beleidsterreinen,
justitie en zorg verandert   Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid. De balansverstoring zal merkbaar
                             zijn in de zorgketen; daarin zullen volumina gaan verschuiven. Zal ook
                             merkbaar zijn op politiek-bestuurlijk niveau: macrobudgettaire verhoudingen
                             moeten meeveranderen, evenals het financieringssysteem.
                             c) Hoe succesvoller de WvGGZ (en de Wfz), hoe minder locale
                                 problemen
WvGGZ zal óók gemeente       Een analoge redenering zou kunnen gelden voor de verhouding tussen
ontlasten                    WvGGZ en gemeente. Een succesvolle uitvoering van de WvGGZ zal, met
                             de (F)ACT-aanpak als basis, de overlast en de problemen met de openbare
                             orde in de gemeente verminderen. Dit zijn potentiële besparingen in de sfeer
                             van de Wmo en de Wpg (in het bijzonder de openbare ggz).
Dus ook hier opnieuw naar    Ook hier zal men dus vroeg of laat de financiële verhoudingen, in dit geval
financiering kijken          die tussen zorgverzekering en locaal bestuur, moeten herijken. Maar ook de
                             rolverdeling zal veranderen: de ggz (zorgverzekering) krijgt gaandeweg een
                             zwaardere publieke rol te spelen. Voor een deel is dit herstel van historische
                             verhoudingen. Dit moet gevolgen hebben voor de bekostiging en voor de
                             sturing.
                             d) Een nieuw schot: tussen verplichte en reguliere ggz?
Pas op voor nieuw schot:     Er is een zeker risico dat het schot tussen justitie en zorg verschuift en in
binnen ggz                   de zorg komt te liggen tussen de verplichte en de reguliere, dat wil zeggen
                             “vrijwillige”, ggz. De veranderingen beschreven onder a en b zouden dit als
                             neveneffect kunnen hebben. De eigen bijdrage die het kabinet in de ggz
                             wil invoeren zou dit kunnen versterken. Omdat vormen van verplichte ggz
                             en bemoeizorg zijn gevrijwaard van eigen bijdragen, kan er een nieuwe,
                             mogelijk oneigenlijke, patiëntenstroom in die richting op gang komen. Hoe
                             dan ook, schotten in een zorgketen vormen een risico voor de continuïteit
                             van zorg.
                             e) Ook veranderingen in de zorgverzekeringen?
De veranderingen beïn­­vloe­ De zojuist beschreven potentiële veranderingen als gevolg van WvGGZ en de
den ook de zorgverzekering   Wfz kunnen ook gevolgen hebben voor de Zvw en de AWBZ. Eén daarvan
                             kwamen wij bij de punten b en c al tegen: zwaardere publieke taken voor de
                             ggz. Het is niet uitgesloten dat de stelselwijziging in de forensische zorg ook
                             het karakter van de Zvw zal veranderen.
Logica Zvw niet geschikt     De logica van de Zvw – gereguleerde marktwerking, risicodragende
voor deze zorgketen          veldpartijen, selectieve zorginkoop, vrije prijzen, keuze van verzekeraar – is
                             RVZ                                                           Stoornis en delict 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                             in strikte zin niet goed toepasbaar op de sturing van de keten forensische
                             zorg. Omdat die keten een interface van zorgverzekering en openbaar
                             bestuur vormt, zal de Zvw op dit terrein moeten meeveranderen met de
                             stelselwijziging forensische zorg. Het gaat dan om de zorginkoop door
                             individuele zorgverzekeraars, om de bekostiging en prijsvorming en om
                             territoriale in plaats van functionele decentralisatie.
                             f ) Gevolgen voor de klinisch-psychiatrische capaciteit
Beddenreductie ggz relevant! De WvGGZ en de Wfz zullen geen directe gevolgen hebben voor de
                             beddencapaciteit van de algemene psychiatrische ziekenhuizen. Maar door
                             andere oorzaken zou die beddencapaciteit wel eens substantieel kunnen
                             verminderen en dat is, omgekeerd, van direct belang voor de twee nieuwe
                             wetten.
Drie motieven                Er zijn drie mogelijke motieven voor beddenreductie in de ggz. In de eerste
beddenreductie               plaats zal de integrale prestatiebekostiging het risico van zorginstellingen op
                             intramurale capaciteit en op kapitaalintensief zorgvastgoed sterk vergroten
                             in de komende jaren. Dit zal de investeringen in vastgoed van instellingen
                             negatief beïnvloeden, uiteraard mede door de terughoudende opstelling
                             van kapitaalverschaffers. In de tweede plaats zal door het afschaffen van de
                             ex post verevening in de Zvw het inkooprisico van de zorgverzekeraar op
                             intramurale zorg toenemen. Dat maakt hem terughoudend bij het inkopen
                             van psychiatrische bedden. Hij koopt liever ambulante ggz in. Ook het
                             maatschappelijk klimaat staat in het teken van ambulantisering en deze
                             derde oorzaak versterkt alleen maar de houding van zorgaanbieders en
                             zorgverzekeraars.
Gevolgen beddenreductie      Deze trend kan zeker effect hebben op de keten van forensische zorg. In die
voor forensische keten       keten is de capaciteit van een aantal voorzieningen (Forensisch psychiatrische
                             centra (Fpc), Forensisch psychiatrische klinieken (Fpk) en Forensisch
                             psychiatrische afdelingen (Fpa)) landelijk gefixeerd (planningsregime). Het
                             is nog moeilijk te beoordelen wat het effect zal zijn van reductie van “vrij-
                             onderhandelbare” psychiatrische bedden. Dat hangt ook sterk af van de aard
                             van de bedden. Maar het valt niet helemaal uit te sluiten dat er verdringing
                             ontstaat binnen de klinische zorg voor subcategorieën psychiatrische
                             patiënten. Als men afwenteling van de gevolgen van beddenreductie op de
                             justitiële voorzieningen wil voorkomen, zal men ambulante alternatieven
                             voor klinische zorg moeten ontwikkelen. En zo blijken ambulantisering en
                             justitiedoelen complementair te zijn.
                             RVZ                                                          Stoornis en delict 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Synthese effecten patiëntenstromen bij invoering WVGGZ en WFZ
Huidige situa e                                 Voorzorg
    Geen    n zorg                                                                                         FZ
                                                 Nazorgg
                        Reguliere
                               liere GGZ                                  BOPZ
Toekomsge situae                                 Voorzorg
                                                + Reguliere GGZ en VZ
                                                + Ambulante GGZ en
                                                  VZ
       Geen    n zorg                                                                                        FZ
     - Meer mensen in                                                                              - FPA
     zorg, dus minder                                                                              - Reguliere GGZ en VZ
     mensen zonder zorg                                                                            - Ambulante GGZ en
                                                                                                   VZ
                                                   Nazorgg
                         Reguliereliere GGZ                                WVGGz
                                                                           WVGG
                          - Reguliere GGZ en VZ                       + Reguliere GGZ en VZ
                          - Ambulante GGZ en                          + Ambulante GGZ en
                          VZ                                          VZ
                          - RIBW                                      + RIBW
Bron: Significant, 2012, zie bijlage 4 voor toelichting.
RVZ                                                                                        Stoornis en delict            30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 31</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>SER

FENSISch psychiaty

aoe 8

| OLDENKOTI

& ingang personeel en bezoek

</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                          3       Knelpunten. Een risicoanalyse
Dan nu de knelpunten      Nu wij de mogelijke veranderingen, veroorzaakt door WvGGZ en Wfz, in
                          kaart hebben gebracht, kunnen wij de problemen die het gevolg kunnen zijn
                          van de veranderingen identificeren.
Twee soorten knelpunten   De knelpunten, die men tijdens de adviesvoorbereiding noemde, ondermeer
                          in de achtergrondstudies, zijn hieronder in twee rubrieken ondergebracht.
1. geen actie nodig       1. Knelpunten die bij nader inzien niet om specifieke actie vragen, die
                              onderdeel zijn van de reguliere verantwoordelijkheid van veldpartijen en
                              die geen risico vormen voor de borging van het publieke belang.
2. wel actie nodig        2. Knelpunten die vragen om beleidsmaatregelen gericht op de borging van
                              het publieke belang. Potentiële risico’s die de aandacht van het kabinet
                              behoeven bij de vervolmaking van de wetgeving.
                          3.1     Geen specifieke actie nodig
Geen actie nodig bij vier a) De beschikbare capaciteit van plaatsen in instellingen voor forensische
knelpunten                    zorg (door VenJ ingekocht) is toereikend (Fpc’s, Fpk’s, Fpa’s). Dit geldt
                              ook voor de bekostiging van deze plaatsen.
                          b) De intramurale capaciteit in psychiatrische ziekenhuizen is voldoende
                              voor de toekomstige zorgbehoefte, ook al zal die door vergrijzing toe­
                              nemen. Dat de benutting van deze capaciteit in de komende jaren keuzes
                              van psychiatrische ziekenhuizen vraagt, is een andere kwestie (zie 3.2).
                          c) De toepassing van dwang en drang in de ggz zal waarschijnlijk niet
                              toenemen. Het (F)ACT-zorgconcept zal juist het voorkomen van
                              dwang en drang, bijvoorbeeld in crisissituaties bevorderen. De WvGGZ
                              autoriseert gegroeide praktijk.
                          d) De doelstellingen van WvGGZ (zorg voor zorgmijders) en Wfz (recidive­
                              vermindering) zijn niet strijdig, zij zijn complementair, kunnen elkaar,
                              mits vertaald in synergetisch beleid, zelfs versterken in de zorg bij de
                              combinatie stoornis-delict.
                          3.2     Knelpunten: actie is nodig
                          a) Is de ggz er klaar voor?
Waar is wel actie nodig?  Komt de inrichting van de ggz, de kwaliteit en de kwantiteit van het beschik­
                          bare zorgaanbod, tegemoet aan de zorgbehoefte van nieuwe patiënten? De
                          indruk bestaat dat dit nog niet het geval is. Vier onderdelen van de zorgketen
                          voor ‘stelselmatige delictplegers met ernstige psychische stoornissen’
                          behoeven versterking:
                          RVZ                                                          Stoornis en delict 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Vier onderdelen ggz            − de vroegdiagnostiek van ernstige stoornissen (EPA) (die onder meer
versterken                         nauwe samenwerking met de “vindplaatsen” onderwijs, welzijnswerk en
                                   politie/justitie vereist); dit gekoppeld aan kennis en kunde op het terrein
                                   van de risicotaxatie;
                               − een krachtige uitbouw van de (F)ACT-teams (ook forensische) en van
                                   de regionale, sociaal-psychiatrische oriëntatie van de ggz; intensieve
                                   begeleiding aan huis staat centraal;
                               − voldoende kennis en kunde in de intramurale psychiatrie voor intensieve,
                                   gesloten en gestructureerde behandeling, eventueel langdurig;
                               − specifieke vormen van beschermd wonen met een op maatschappelijke
                                   ondersteuning en arbeidsbemiddeling toegesneden aanbod voor
                                   patiënten die meer woonstructuur nodig hebben dan (F)ACT kan
                                   bieden.
Dan is beddenreductie nodig    Succesvolle invoering van de nieuwe wetten is afhankelijk van de mate
                               waarin de ggz deze vier vormen van zorg prioriteit geeft. Dit vraagt om
                               ingrijpende keuzes van instellingen. Beddenreductie is conditio sine qua non.
En sepereermogelijkheden       Risico is ook het anti-separeersentiment in samenleving en politiek. Men
                               kan niet de ggz het recht ontzeggen dwang toe te passen en tegelijkertijd
                               de WvGGZ en de Wfz invoeren. Het doel van de WvGGZ is immers het
                               onder voorwaarden verlenen van verplichte zorg. “Afzondering of separatie”
                               is een van de toegestane vormen van verplichte zorg (art. 3.2, WvGGZ). De
                               politiek moet zich uitspreken over deze paradox. Dit is van belang, omdat
                               men daarmee een dreigend nieuw schot, namelijk dat tussen de forensische
                               zorg en de reguliere ggz kan voorkomen. De reguliere ggz moet in staat
                               zijn de meest problematische groep justitiabelen in zorg te nemen. Het
                               beleidsparadigma “ggz, tenzij…” impliceert de mogelijkheid van dwang en
                               drang in de ggz.
En meer aandacht voor          In de uitvoering van de WvGGZ en de Wfz is meer aandacht nodig voor de
verstandelijke beperkingen     forensisch-psychiatrische patiënten met een verstandelijke beperking. Dit
                               moeten ggz en verstandelijk gehandicaptenzorg gezamenlijk aanpakken.
                               b) De continuïteit van zorg in de forensische keten schiet tekort
Deze zorgketen bevat risico’s: De forensische keten bestaat uit ggz voor, tijdens en na detentie. Deze
                               keten bevat risico’s op discontinuïteit en de kenmerken van de doelgroep
                               maken dit risico extra groot. Het meest problematische deel van de
                               doelgroep bestaat uit de stelselmatige delictplegers met ernstige psychische
                               stoornissen. Uit zorgmijders. Uit mensen met verstandelijke beperkingen en
                               verslavingsziekten.
                               De keten bevat de volgende risico’s.
1. onvoldoende voorzorg        − Onvoldoende (effectieve) voorzorg: vroegsignalering en -diagnostiek,
                                   tijdige verwijzing en doorgeleiding, openbare ggz. De afstand tussen
                                   locaal bestuur en ggz is soms te groot. De voorzorg heeft, zeker vanuit
                               RVZ                                                          Stoornis en delict 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>2. onvoldoende doorzorg          het perspectief van VenJ, nog geen erkende plaats in de keten. Dit, terwijl
                                 vrijwel iedere justitiabele een voorgeschiedenis in de zorg heeft. Die zorg,
                                 onder meer voor jeugd en gezin, heeft tot nu toe bij de zojuist beschreven
                                 doelgroep zeer weinig effect.
                             − Onvoldoende (effectieve) ‘doorzorg’. Na afloop van de justitietitel
                                 heeft het merendeel van de patiënten nog steeds een sterke behoefte
                                 aan structurering en zorg, maar de hiervoor noodzakelijke rechterlijke
                                 machtiging ontbreekt nog wel eens. Bovendien is er, mede daardoor,
                                 niet altijd een terugvalgarantie (op de justitievoorziening), een essentieel
                                 element in de zorgketen. Probleem is ook dat de ggz onvoldoende
                                 zeggenschap heeft als het gaat om de benutting van maatschappelijke
                                 voorzieningen (werk, sociale zekerheid, wonen en onderwijs). De
                                 gemeente (Wmo, Wpg) is nog geen integraal onderdeel van de keten.
                             c) De complexiteit van de forensische zorg is groot
Deze sector erg complex      De forensische zorg is geen grote sector, wel een relatief complexe. De
door vele strafrechtelijke   complexiteit schuilt in de grote hoeveelheid strafrechtelijke titels, 22 in getal.
titels                       Titels die elk een sturende werking hebben op de uitvoering van de zorg.
Maar groter knelpunt: de     Belangrijker probleem is de financiering van deze zorg. De verschillende
verschillende financierings­ financieringsstromen (VenJ, Zvw (en binnen de Zvw Dbc’s en de
regimes                      zogenaamde Dbbc’s waarbij de tweede b staat voor beveiliging), AWBZ
                             en (soms) Wmo) hebben elk hun eigen administratieve logica (registratie,
                             verantwoording, inkoopprocedures, kwaliteitssystemen, bevoorschotting).
                             Zorgaanbieders ervaren deze verschillen als een grote administratieve last. De
                             indruk bestaat dat beleidsmakers in de forensische zorg te weinig vertrouwen
                             hebben in de zorgprofessional en in de zorginstelling. De sturing is te
                             centralistisch.
                             d) De procesgang is verbrokkeld
Volgend knelpunt: geen       Er is in de totale keten van forensische zorg (inclusief de voor- en de
eenheid van beleid           doorzorg) op een aantal momenten nog onvoldoende eenheid van beleid,
                             taal en uitvoering:
                             − de indicatiestelling;
                             − de prestatie-indicatoren, in het bijzonder de outcomes en een daarop
                                 gebaseerd sturingsinstrumentarium;
                             − de informatie-uitwisseling over de grenzen van beleidsterreinen
                                 (VenJ cq. VWS) heen (onderdeel hiervan zijn privacybepalingen en
                                 beroepsgeheim).
Door verkokering             Oorzaken zijn beleidsmatige verkokering (justitie en zorg), maar zeker
                             ook gebrek aan consensus tussen zorgprofessionals over richtlijnen voor
                             informatie-uitwisseling over de grenzen van de twee beleidsterreinen.
                             RVZ                                                          Stoornis en delict 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                            e) Zorgverzekering en forensische zorg sluiten niet goed op elkaar aan
Knelpunt: zorgverzekering   In drie opzichten sluit de uitvoering van de zorgverzekering niet goed aan op
en forensische zorg:        de forensische zorg.
1. zorgverzekering opge­   In de eerste plaats is het verplicht verzekerd zijn van de forensische patiënt
    schort tijdens detentie in de Zvw een probleem. Tijdens detentie of voorlopige hechtenis wordt
                            de zorgverzekering opgeschort en is de minister van Veiligheid en Justitie
                            volledig verantwoordelijk voor de gezondheidszorg van de gedetineerde
                            (art. 24 Zvw). In de procesgang (voor, tijdens en na detentie) vereist dit een
                            alerte communicatie door de justitie-instelling met de zorgverzekeraar. Als
                            men hierin tekortschiet en teveel een beroep doet op de verzekeringsplicht
                            van de burger (ex art. 24 Zvw), ontstaat risico op onverzekerd zijn. Dit
                            kan voor meervoudige delictplegers met ernstige psychische stoornissen
                            tot problemen, dat wil zeggen niet verzekerd zijn en boetes, leiden. Eigen
                            bijdragen kunnen dit risico vergroten.
2. Twee inkoopregimes       In de tweede plaats verschilt de praktijk van de zorginkoop in de zorg­
                            verzekering van die bij VenJ. Er is niet één inkoopregime. Bovendien is
                            de inkoop van forensische zorg voor VenJ core business, terwijl de inkoop
                            van verplichte ggz voor zorgverzekeraars een marginale taak is (maar enkele
                            procenten van de totale ggz-inkoop).
3. Twee bekostigingsregimes In de derde plaats vindt de bekostiging van de onderdelen van de
                            forensische zorgketen niet plaats vanuit een centrale gedachte en zijn er
                            onevenwichtigheden in de tarifering. Er zijn aanzienlijke verschillen in de
                            hoogte van de bekostiging van de forensische en de reguliere ggz in deze
                            keten. Zo levert (F)ACT-zorg de zorginstelling minder op dan de justitiële
                            zorg. Dit is voor het beleidsadagium “ggz, tenzij….” geen goede prikkel.
                            f ) Het wetgevingsproces
Pas op met afzonderlijke    De twee wetten, WvGGZ en Wfz, worden in het parlement afzonderlijk en
parlementaire behandeling   na elkaar behandeld. Hier zit een risico voor de samenhang. Het zou goed
wetten. Gezamenlijke visie  zijn als de betrokken bewindslieden een gedeelde visie presenteren op de
nodig.                      zorg voor de patiënt met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) en op
                            de forensische zorg als een onderdeel daarvan. Deze visie zou een synthese
                            moeten zijn van de ministeriële verantwoordelijkheid ter zake (stelsel- en/
                            of casusverantwoordelijkheid). En ook een lange termijn-visie op de effecten
                            van de twee wetten in hun onderlinge samenhang.
Eigen betalingen ook        De gezamenlijke visie moet ook de eigen betalingen van patiënten in de ggz
knelpunt                    omvatten. Deze betalingen vormen een risico voor de continuïteit van de
                            zorg voor patiënten met een ernstige psychische stoornis.
                            En verder zullen de twee bewindslieden de relatie tussen de twee wetten en
                            de wet Zorg en Dwang moeten uitwerken, onder meer naar rechtsposities
                            van patiënten.
                            RVZ                                                           Stoornis en delict 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Box spanning beveiliging
                          Spanning tussen beveiliging en zorg
en zorg
                          In de dagelijkse praktijk van de forensische psychiatrie bestaat een inherente spanning tussen
                          zorg en straf. Meestal gaan behandelen en beveiligen op een soepele manier samen. Soms
                          echter komt deze spanning glashelder boven de oppervlakte, vooral bij de behandeling van
                          TBS aan gestelden.
                          Een patiënt met paranoïde schizofrenie heeft TBS dwangverpleging gekregen na een
                          geweldsdelict. Na behandeling in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) wordt hij
                          overgeplaatst naar een minder beveiligde setting, een Forensisch Psychiatrische Afdeling
                          (FPA). Tussen FPC en FPA is contractueel vastgelegd dat de FPA binnen één uur contact
                          opneemt, indien patiënt zich niet aan gemaakte afspraken houdt. Het FPC garandeert
                          7x24 uur bereikbaarheid.
                          De resocialisatie verloopt voorspoedig en patiënt werkt inmiddels in de keuken van een
                          restaurant. Wel zijn er duidelijke afspraken gemaakt over het toezicht. Patiënt dient mobiel
                          bereikbaar te zijn als hij niet op de afdeling is. Op enig moment is patiënt niet op de
                          afgesproken tijd terug op de afdeling. Er wordt gebeld, patiënt neemt zijn mobiel niet op.
                          Er wordt contact opgenomen met het restaurant, maar patiënt is hier net weg. Op zich
                          maakt men zich geen zorgen: hij is stabiel en houdt zich over het algemeen prima aan de
                          afspraken. Als hij echter na een uur zijn mobiel nog niet opneemt, wordt er volgens afspraak
                          contact opgenomen met het FPC. Dan gaat ook daar de klok lopen en slaat men na een tijdje
                          landelijk alarm.
                          Op dat moment is er geen sprake meer van een stabiele patiënt die zijn mobiel niet opneemt,
                          maar van een (potentieel gevaarlijke) TBS’er die zich aan de behandeling onttrekt met alle
                          consequenties van dien.
                          In dit geval kwam patiënt na een tijdje – zijn brommer voortduwend – bij de afdeling aan.
                          Hij had panne gekregen onderweg. Zijn mobiel had op trillen gestaan, omdat zijn baas geen
                          rinkelende mobiel in zijn keuken duldde.
                         Bron: GGZ Noord-Holland-Noord
                         RVZ                                                                       Stoornis en delict    37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                 4        Oplossingsrichtingen bij de knelpunten
Dit hoofdstuk: oplossings­       In hoofdstuk 3 hebben wij knelpunten geïdentificeerd en daarmee risico’s
richtingen bij knelpunten        voor de transitie naar het nieuwe stelsel van forensische zorg. In dit vierde
                                 hoofdstuk zoeken wij oplossingsrichtingen bij de knelpunten. Het is de
                                 bedoeling deze globale oplossingsrichtingen in het volgende hoofdstuk te
                                 vertalen in concrete aanbevelingen voor veldpartijen en voor het kabinet.
                                 Wij bespreken de oplossingsrichtingen per knelpunt.
Knelpunt 1                       4.1      Knelpunt 1: is de ggz er klaar voor?
- ggz is er voor EPA             In de zorgsector zal de ggz door alle betrokkenen en door zichzelf erkend
                                 moeten worden als het zorgaanbod voor de meest kwetsbare groep
                                 psychiatrische patiënten, de EPA-groep, en dus ook voor de subcategorie
                                 ‘meervoudige delictplegers met psychische of psychiatrische problematiek’
                                 (IGZ). Deze erkenning stuurt de financiering en het kwaliteitssysteem.
                                 Als de ggz de zorg voor deze patiënten prioriteit geeft en moet geven,
                                 zal zij een aantal competenties en vaardigheden moeten versterken:
                                 vroegdiagnostiek en risicotaxatie, beveiliging en de zorg voor verslaafden
                                 en verstandelijke gehandicapten met psychische stoornissen (zie voor de
                                 diagnostiek van verslavingsziekten Brand c.s., 2009). Dit krijgt een plaats in
                                 de zorgstandaard.
- dus nieuw zorgaanbod in       De ggz zal in zijn zorgaanbod in de forensische keten (inclusief de verplichte
  ggz nodig                      ggz) de volgende accenten moeten aanbrengen.
                                 − Een forse groei van het aantal (forensische) (F)ACT-teams; de teams
                                     werken transmuraal, dus patiëntvolgend, onafhankelijk van locatie of
                                     titel. Voor- en doorzorg zijn kerntaken van de teams of liever: twee
                                     kanten van een en dezelfde zorgmedaille (complementaire functies).
                                 − Voldoende intramurale capaciteit voor gesloten, gestructureerde intensive
                                     care, desnoods van lange duur, ook voor verslaafden. Onderdeel van deze
                                     capaciteit moet zijn de leegstand in de forensische zorginstellingen.
                                 − Zware vormen van beschermd wonen met arbeidsbemiddeling voor
                                     forensische patiënten. Hier, net als bij de intramurale zorg, moet de ggz
                                     experimenteren met ICT-ondersteunde vormen van dwang en drang.
- als dit gebeurt, is de ggz er Met dit profiel van competenties, vaardigheden en concreet zorgaanbod zal
  klaar voor!                    de ggz de nieuwe wetgeving kunnen accommoderen. Bovendien vergroot
                                 dit profiel de kans op vervroegd ontslag uit justitiële voorzieningen. Het
                                 WODC laat zien dat naarmate het intramurale verblijf, bijvoorbeeld in
                                 een tbs-instelling, korter is, de kans op succesvolle resocialisatie toeneemt
                                 (WODC, 2012).
                                 RVZ                                                           Stoornis en delict 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Box: de rechterlijke
                            Rechterlijke machtiging als hulpmiddel voor zorg en herstel
machtiging, een casus
                            Maurice is een man van 38 jaar die sinds 6 jaar op locatie BW Hoograven van de SBWU
                            woont. Hier wordt 24-uurs zorg geboden aan mannen met een rechterlijke machtiging of een
                            justitiële titel zoals TBS proefverlof.
                            Maurice is al op zeer jonge leeftijd in aanraking gekomen met hulpverlening en justitie,
                            onder andere als gevolg van een alcoholafhankelijkheid. Vijf jaar geleden heeft hij vrijwillig
                            voor een rechterlijke machtiging gekozen. Met deze machtiging kon hij worden opgenomen
                            in een kliniek voor intensieve behandeling. Na een half jaar is hij naar een locatie Beschermd
                            Wonen van de SBWU gegaan. In zijn rechterlijke machtiging waren voorwaarden
                            opgenomen waaraan hij zich moest houden. Zo mocht hij geen middelen gebruiken, diende
                            hij zijn medicatie in te nemen en zijn afspraken met de hulpverleners na te komen. De
                            kliniek diende als vangnet voor momenten waarop het niet goed ging en hij de voorwaarden
                            schond. Hij werd dan voor enkele dagen opgenomen om even tot rust te komen. Vervolgens
                            keerde hij weer terug naar de locatie om de draad weer op te pakken.
                            Gedurende 5 jaar werkte deze constructie zeer goed. De rechterlijke machtiging vormde een
                            soort “ouderlijk gezag” : het bepaalde de grenzen waarbinnen Maurice zich mocht bewegen.
                            Maurice had deze duidelijkheid nodig om psychisch stabiel te blijven.
                            Na 5 jaar zag de psychiater geen redenen meer om de rechterlijke machtiging te verlengen.
                            Vanaf het moment dat de machtiging afliep is het helaas bergafwaarts gegaan met Maurice.
                            Hij is weer begonnen met drinken, voelt zich ongelukkig, vervuilt in zijn kamer en
                            veroorzaakt conflicten met medebewoners. Desondanks is er onvoldoende grond voor zijn
                            nieuwe behandelaren om opnieuw een rechterlijke machtiging aan te vragen. Zij zien een
                            rechterlijke machtiging als een inbreuk op het leven van de cliënt.
                           Bron: Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht
Een bredere monitor door   Het WODC zal de patiëntenstromen de komende jaren monitoren. De
WODC                       monitor zou ook de voor- en de doorzorg moeten omvatten. Zou bovendien
                           inzicht moeten geven in de maatschappelijke opbrengsten van de interventies
                           in de zorgketen op terreinen als wonen en werken. Zie verder de schema’s
                           patiëntenstromen van Significant in 2.2 en bijlage 4.
Financiering nieuw zorg­   De ggz zal haar nieuwe (verplichte en reguliere) zorgaanbod moeten finan­cie­
aanbod door beddenreductie ren uit de lopende middelen. Beddenreductie in de open, algemene be­han­
                           del­capaciteit zal hier de financiële basis voor moeten leveren. Dit is haalbaar:
                           − (F)ACT vergroot de doelmatigheid van het zorgaanbod, voorkomt
                                opnemingen en verkort de verpleegduur;
                           − de teamleden zijn normaal gesproken al in dienst;
                           − leegstaande forensische capaciteit moet aan de beschikbare intramurale
                                ggz-capaciteit worden toegevoegd.
                           In deze grote transitie gaat het eigenlijk om een herdefiniëring van het begrip
                           ‘bed’ (Van Veldhuizen, 2011).
                           RVZ                                                                       Stoornis en delict    40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Knelpunt 2:                   4.2      Knelpunt 2: continuïteit van zorg schiet tekort
- méér voorzorg!              De voorzorg, dat wil zeggen de vroegsignalering, -diagnostiek,
                              -interventies en publieke gezondheid (openbare ggz), moet het fundament
                              worden van de zorgketen en de zorgstandaard (cq. de prestatie-indicatoren).
                              De ggz voert deze functie uit samen met de GGD en in constant overleg met
                              de vindplaatsen van pre-forensische problemen: jeugd en gezin, onderwijs,
                              woningcorporaties, welzijnszorg, politie. De ggz opereert hier op het
                              interface van zorgverzekering en lokaal bestuur. Het verplichte ‘zorgplan’
                              vangt aan met voorzorg.
- en méér doorzorg            De doorzorg (of nazorg), dat wil zeggen: verplichte ggz in het kader van
                              de zorgverzekeringen, moet, wanneer daar een indicatie voor is, worden
                              aangeboden op geleide van een door de rechter afgegeven zorgmachtiging
                              ex art. 2.3 Wfz (na afloop strafrechtelijke titel). Rehabilitatie, resocialisatie,
                              reïntegratie en maatschappelijke ondersteuning zijn kerntaken van de
                              ggz (zorgstandaard). Zij wordt hierop afgerekend voor een formeel
                              verantwoordelijkheidsgebied.
- een terugplaatsgarantie     Ten behoeve van de effectiviteit van doorzorg bestaat voor de ggz een
                              terugplaatsgarantie binnen de Wfz-instellingen. Dit moet onderdeel zijn van
                              de rechterlijke machtiging.
- continuering van bege­     En verder is het noodzakelijk dat de begeleiding door een Forensisch
  leiding over grenzen heen   (F)ACT-team kan doorgaan, ook als de forensische titel en dus de forensische
                              financiering is opgeheven. De continuering van de begeleiding moet dan
                              naadloos voor rekening van de Zvw kunnen komen.
- ggz werkt ook voor         Zowel voor- als doorzorg maken het noodzakelijk dat de ggz functies voor
  gemeente                    de gemeente vervult, dat de ggz de gemeente als opdrachtgever-inkoper
                              beschouwt en dat de ggz deels bekostigd wordt vanuit de Wmo en de Wpg.
                              Deze bekostiging is afhankelijk van resultaten op locaal niveau.
- de veiligheidshuizen        In de totale keten (voorzorg, forensische zorg, doorzorg; voor, tijdens, na
                              detentie) zullen ggz, gemeente en politie, Openbaar Ministerie en rechter
                              nauw moeten samenwerken op casusniveau. De Veiligheidshuizen zijn,
                              ook voor de ggz-instellingen en voor de zorgverzekeraars, het facilitair en
                              bestuurlijk kader voor de samenwerking.
- maatschappelijke opvang    De Maatschappelijke Opvang (MO) en de reclassering kunnen en moeten
  en reclassering belangrijke zowel in de voor- als in de doorzorg een belangrijke functie vervullen. In
  schakels in keten           de voorzorg als vindplaats, eerste opvang, toegeleider en motiveerder; in de
                              doorzorg als voorziening voor resocialisatie en (woon)begeleiding. Daarmee
                              zijn zij voor de continuïteit van zorg een essentiële schakel in de keten. Het
                              Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang G4 en Rijk biedt een bestuurlijk
                              kader.
                              RVZ                                                           Stoornis en delict   41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Knelpunt 3                4.3     Knelpunt 3: de complexiteit van de forensische zorg is groot
- verminder complexiteit De complexiteit van het stelsel van forensische zorg moet worden
  door synchronisatie     teruggedrongen; de administratieve lastendruk voor zorgprofessionals
  administratief systeem  moet fors omlaag. Dit kan men realiseren door administratieve systemen te
                          synchroniseren en, door meer vertrouwen te geven aan zorgprofessionals.
                          Differentiatie zit in het zorgaanbod, niet in het aantal justitiële titels.
                          Oplossingsrichting hier is, ook voor het justitiële systeem, het sturen op
                          outcomes, bijvoorbeeld het tempo van resocialisatie (zie verder RVZ, 2011
                          voor “sturen op gezondheidsdoelen”).
- en harmonisatie        Ook in de financieringsstromen – Wfz, Wzv, AWBZ, Wmo – kan veel meer
  uitvoeringsregimes      worden geharmoniseerd (bijvoorbeeld in procedures voor verantwoording,
                          zorginkoop of indicatiestelling).
Knelpunt 4:               4.4     Knelpunt 4: de procesgang is verbrokkeld
- indicatiestelling en   De indicatiestelling en de daarop volgende plaatsing worden gestuurd door
  plaatsing: matrix       de matrix Beveiligingsniveau x Behandelingsniveau (Van Marle, 2012;
  indicatiestelling       Scholten, 2012). Over deze matrix het volgende.
                          a. “Behandelingsniveau” moet expliciet ook zorg en maatschappelijke
                              ondersteuning omvatten. Voor veel patiënten ligt de zorgbehoefte
                              toch primair in de combinatie van beveiliging (structurering) en
                              maatschappelijke ondersteuning (wonen en werken).
                          b. De indicatiestelling moet verwijzen naar evidence based zorgprogramma’s
                              (de resultante van de scores op de twee assen).
                          c. Het tweeassig systeem stuurt de indicatiestelling op een dynamische, dat
                              wil zeggen patiëntvolgende, wijze. In de zorgketen zal regelmatig een
                              herindicatie moeten plaatsvinden (vergelijk het Chronic Care Model).
                              Patiëntvolgend moet ook de bekostiging van de zorg-en dienstverlening
                              zijn.
                          Niveaus van behandeling en beveiliging
                           Behandelings­        Beveiligingsniveau
                           intensiteit
                                                High               Medium               Low
                           - Hoog               TBS/IC             FPA
                           - Medium             FPK                Vw.straffen/vw.tbs
                           - Laag               Prison             reclassering         out-patient
                          Bron: H.J.C. van Marle, Erasmus MC
- één systeem            Tussen de ketenpartners (justitie en zorg) moet een open, dat wil zeggen
  voorgegevensverkeer     grensoverschrijdende, uitwisseling van informatie kunnen plaatsvinden.
                          RVZ                                                          Stoornis en delict 42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>                              Een formele indeling in verantwoordelijkheidsgebieden voor de ggz (zie
                              4.2) kan dit bevorderen. Gegevensverkeer is randvoorwaardelijk voor een
                              effectieve uitvoering van het zorgplan, voor kennis delen en van elkaar
                              leren, voor over- en terugplaatsingen en voor de zorg in crisissituaties.
                              Belemmeringen, samenhangend met privacybepalingen, met administratieve
                              procedures of met beleidsmatige verkokering, voor een directe uitwisseling
                              van patiëntgegevens in een beveiligde professionele community in de keten
                              moeten verdwijnen.
Knelpunt 5:                   4.5	Knelpunt 5: zorgverzekering en forensische zorg sluiten niet
                                      goed op elkaar aan
- continuïteit van           Voor, tijdens en na detentie moet er continuïteit van zorgverzekering
  zorgverzekering             zijn. In deze keten zijn periodes van onverzekerd zijn, ook als gevolg van
                              opschorting van de verzekering tijdens detentie, ongewenst. Een heldere
                              toedeling van verantwoordelijkheid voor de communicatie tussen justitie en
                              zorgverzekeraar is noodzakelijk.
- in de zorginkoop trekken   In de zorginkoop moeten het ministerie van VenJ (inkoper Wfz), zorg­ver­
  VenJ en zorgverzekeraars    zekeraars (inkopers verplichte en reguliere ggz) en gemeenten (inkopers
  gezamenlijk op              Wmo-diensten) gezamenlijk optrekken (een inkoopmodel). De inkoop­
                              functie Wfz en WvGGZ moet aangestuurd worden door de gegevens uit het
                              indicatiesysteem (zie par. 4.4). De inkoop moet ook aangestuurd worden
                              door een landelijk vastgestelde beddencapaciteit, niet alleen in de Wfz, maar
                              ook in de verplichte intramurale ggz. Dit om verdringing in de klinisch-
                              psychiatrische zorg te voorkomen. Een centraal vastgestelde regio-indeling
                              voor de gehele keten (Wfz en WvGGZ) is dan behulpzaam (zie 4.2 en 4.4).
- en: één bekostigingsregime In de gehele keten van forensische zorg en verplichte ggz moet een
  voor justitie en zorg       en hetzelfde bekostigingsregime gelden. Het tweeassig systeem van
                              indicatiestelling (zie par. 4.4) vormt de grondslag voor de bekostiging.
                              Dat betekent dat functionele zorgprogramma’s worden bekostigd in plaats
                              van instellingen. Uitgangspunt voor bekostiging van zorgprogramma’s
                              is zorgresultaat, zoals vastgelegd in het zorgplan, niet zorgproductie. De
                              volgorde is dus: indicatiestelling => individueel zorgplan => zorgprogramma
                              => realisatie => bekostiging. Kortom, loopt het Wfz-kader af, dan neemt de
                              zorgverzekering het zorgplan onverkort over.
Knelpunt 6:                   4.6     Het wetgevingsproces
- afstemming parlementaire   In de parlementaire behandeling van de twee wetten moeten de tempo-
  behandeling                 verschillen (de Wfz ligt voor op de WvGGZ) geen afbreuk doen aan de
                              samenhang van forensische zorg en verplichte ggz. In dit advies benoemt de
                              RVZ een aantal aandachtspunten voor deze samenhang.
                              RVZ                                                          Stoornis en delict 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>- snel politieke duidelijkheid De bewindslieden van VenJ en VWS moeten in het wetgevingsproces zo snel
  over andere wetgeving en      mogelijk duidelijkheid geven over:
  eigen bijdragen               − De betekenis voor de Wfz en de WvGGZ van andere wetgeving in
                                    voorbereiding: Zorg en dwang en Beginselenwet.
                                − De eigen bijdragen in de ggz in de totale keten van forensische zorg en
                                    van verplichte en reguliere ggz.
                                RVZ                                                      Stoornis en delict 44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 45</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>M

KA

|
VN

</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>                              5       Conclusies en aanbevelingen
                              5.1     Conclusies
Conclusie 1: grote            1. De twee nieuwe wetten, de Wfz en de WvGGZ, kunnen grote
veranderingen met positieve       veranderingen te weeg brengen. Het woord transitie is op zijn plaats.
gevolgen!                         De RVZ denkt dat deze transitie een succes kan worden, zowel in
                                  zorguitkomsten als in recidivepreventie. Er zijn zeker knelpunten, maar
                                  ook oplossingen. Deze vragen van de twee bewindslieden en van de
                                  sectoren forensische zorg en ggz om forse inspanningen en keuzen, zeker
                                  gezien de politiek-bestuurlijke en financieel-economische context. Deze
                                  keuzen zijn in dit advies geadresseerd. De Raad verwacht dat de twee
                                  wetten veel zullen veranderen. Het zullen veranderingen ten goede zijn.
                                  In essentie: het bereik van de noodzakelijke zorg zal toenemen.
Conclusie 2: één beleidsvisie 2. Van de bewindslieden mag men, in aanvulling op de memories van
voor de 2 wetten nood­zake­       toelichting, een gezamenlijk uitgedragen beleidsvisie op de gehele keten
lijk. Optimaliseer synergie       van de zorg geregeld in de Wfz en de WvGGZ verwachten. Deze visie
                                  kan de niet-parallelle parlementaire behandeling van de wetsontwerpen
                                  sturen. En vervolgens in de praktijk als sturingsconcept dienst doen. De
                                  visie moet de eenheid van beleidsdoelstellingen en de daartoe ingezette
                                  middelen bekrachtigen en deze eenheid vertalen in verantwoordelijkheid
                                  en bevoegdheid. Het is voor een succesvolle implementatie van de
                                  nieuwe wetgeving van het grootste belang dat in de uitvoering maximale
                                  synergie in de gehele keten ontstaat. Inhoudelijk zou de beleidsvisie de
                                  voor- en de doorzorg als uitgangspunt moeten kiezen. Het gaat daarin
                                  om zorgfuncties, om mensen met beperkingen, om maatschappelijke
                                  opbrengst, niet om titels en locaties. Dit moet resulteren in een
                                  gezamenlijke verantwoordelijkheid van de twee ministers voor
                                  de financiering van de gehele keten. De bestaande scheiding van
                                  beleidsverantwoordelijkheid tussen justitie en zorg is niet te handhaven.
                                  De patiëntenstromen raken steeds meer met elkaar verweven. En dat is
                                  ook de bedoeling van de wetgever (zie ook de quick scan van Significant
                                  in bijlage 3).
Conclusie 3: nieuwe           3. Van de ggz vraagt het nieuwe stelsel van forensische zorg om keuzen. De
wetten vragen ingrijpende         ggz zal voor een herkenbaar en begrensd profiel moeten kiezen: prioriteit
portfoliokeuzes ggz               bij de zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening, in
                                  het bijzonder de meest kwetsbaren onder hen. Dat zijn mensen met
                                  multipele beperkingen (verstandelijk, verslaving, gedrag, stoornis).
                                  Dit is ook een keuze voor een publieke taak en voor het daarbij
                                  behorend maatschappelijk ondernemerschap. De ggz zal deze keuze
                                  moeten doen binnen krimpende financiële mogelijkheden. Dit maakt
                                  een keuze voor een sociaalpsychiatrisch zorgconcept onvermijdelijk
                                  en substitutie van klinische door ambulante zorg, dat wil zeggen het
                              RVZ                                                         Stoornis en delict 47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>                                  ACT-model, noodzakelijk. De relatief arbeidsintensieve ambulante
                                  7x24-uurszorg door een (F)ACT-team is, door het ontbreken van de
                                  vastgoedcomponent, in de regel substantieel goedkoper dan intramurale
                                  ggz. Belangrijker nog: ambulantisering komt de kwaliteit van leven
                                  (in termen van participatie) van patiënten met EPA ten goede. En
                                  ambulantisering vergroot de effectiviteit van de interventies. De
                                  afgelopen 10-20 jaar is duidelijk geworden dat dit wel 7x24-uurs
                                  persoonlijke begeleiding moet zijn, de ACT-filosofie dus. De traditionele
                                  ambulante ggz is zonder meer te licht. De omstandigheden maken van
                                  ambulantisering van ggz de dominante beleidsstrategie voor overheid en
                                  veldpartijen.
Conclusie 4: zorgverzekeraars 4. Van zorgverzekeraars vraagt de nieuwe forensische zorg eveneens een
zijn hier publieke actoren        investering in de publieke zaak. In stricte zin is de stelsellogica van de
                                  Zvw niet geschikt als sturingsprincipe voor de forensische zorg. Een
                                  aantal correcties op die logica is voor deze zorg nodig. Dat is de taak van
                                  de overheid. Dit advies beschrijft deze correcties.
Conclusie 5: veel promi­nen­  5. Gemeenten moeten een prominentere rol gaan spelen in de keten van
tere rol gemeenten nodig          forensische zorg. Die rol ligt op het terrein van de voor- en de doorzorg:
                                  in de keten dus voor en na de detentie. Zij moeten medeverantwoordelijk
                                  worden voor de uitkomsten van het nieuwe stelsel. Dit maakt hen
                                  partner in en cofinancier van het nieuwe stelsel. Maatschappelijke
                                  ondersteuning en opvang zal een expliciete indicatieparameter
                                  moeten zijn in Wfz en WvGGZ. Dit is een onmisbaar element van de
                                  ambulantisering van een tot nu toe klinische asielfunctie. Realisatie van
                                  die beleidsdoelstelling kan niet zonder de gemeente.
… Canadees voorbeeld:         6. Deze conclusies komen tot op zekere hoogte heel fraai samen in een
COSA                              praktijkvoorbeeld uit Canada, zie de volgende box.
                              RVZ                                                            Stoornis en delict 48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>                                Toezicht na afloop van detentie kan ook worden ingebed in lokale gemeenschappen. In
                                Canada zijn er overwegend positieve ervaringen met de zogeheten Circles of Support and
                                Accountability (COSA). Een COSA bestaat uit een groep vrijwilligers, voornamelijk uit de
                                gemeenschap van de kerk, die de ex-gedetineerde (veroordeeld voor een zedendelict) begeleidt
                                in een veilige re-integratie in de maatschappij. Doorgaans bestaat een COSA uit een ‘inner
                                circle’ van vijf mensen – van wie één de primaire contactpersoon is – die regelmatig, dagelijks
                                of eens per week, de ex-gedetineerde bezoekt. Daarnaast is er een ‘outer circle’ die bestaat uit
                                ondersteunende professionals in de gemeenschap, zoals psychologen, leden van de rechterlijke
                                macht, gevangenisbewaarders en sociaal werkers. Ook zij werken op vrijwillige basis. De
                                basisgedachte van de COSA is de wederzijdse openheid en vriendschap. Niet alleen de ex-
                                gedetineerde legt verantwoording af (vandaar ‘accountability’) voor zijn doen en laten, ook de
                                vrijwilligers zijn aanspreekbaar op hun gedrag.
                                De ervaringen met de COSA zijn zoals gezegd positief. Een enquête in 2005 onder
                                betrokkenen (ex-gedetineerden, vrijwilligers en andere leden van de gemeenschap) had als
                                resultaat dat de recidive naar verwachting aanzienlijk zou dalen. Een officieel onderzoek
                                waarin zestig ex-gedetineerden 4,5 jaar werden gevolgd, bevestigde dit beeld. Voor de COSA-
                                groep luidde het recidivepercentage 5% tegen 16,7% voor de niet-COSA-groep. Voor de
                                gewelddadige recidive lag het percentage op 15% voor de COSA-groep en 35% voor de
                                niet-COSA-groep, terwijl het voor de algehele recidive (inclusief seksuele en gewelddadige)
                                op achtereenvolgens 28,3% en 43,3% lag. De gevonden verschillen waren significant. De
                                COSA-groep vertoonde een daling van de recidive van 35% (algehele recidive) tot 70%
                                (seksuele recidive) in vergelijking met de niet-CORSA-groep (De Kogel en Nagtegaal 2006).
                                Samengevat: de opgave is een wijze van begrenzing en structuur te vinden die de
                                maatschappelijke veiligheid vergroot, die tevens de motivatie van de dader versterkt en die
                                op de lange duur de kans op re-integratie bevordert. Hoe beter de begrenzing en structuur
                                aansluiten bij de persoonlijke leefsituatie, des te meer effect er te verwachten valt.
                              5.2        Aanbevelingen
Aanbeveling knelpunt 1:       Is de ggz er klaar voor?
- investeringen ggz in nieuw De ggz zal moeten investeren in een aantal competenties, vaardigheden
  zorgaanbod                  en programma’s: risicotaxatie, effectieve interventies voor veelplegers
                              met ernstige psychische stoornissen, omgang met ernstige agressie en
                              met verslaafden en verstandelijk gehandicapten met multiproblematiek.
                              Intensieve samenwerking met verslavingszorg en verstandelijk gehandicapten­
                              zorg moet onderdeel van de zorgstandaard zijn. De ontwikkeling van
                              zorgstandaarden moet voorrang krijgen met als basis de huidige certificering/
                              CCAF. De IGZ houdt toezicht op de naleving.
- forse uitbreiding (F)ACT-  Het aantal gecertificeerde (reguliere en forensische) (F)ACT-teams en
  teams; certificering        het aantal zware beschermende woonvormen met werkbegeleiding moet
                              fors worden uitgebreid. De teams van ca. 180 (waarvan eind 2012 100
                              RVZ                                                                          Stoornis en delict    49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                 gecertificeerd) tot 400-500. Deze uitbreiding moet ten dienste staan
                                 van opname­preventie en ontslagbevordering, al dan niet voorwaardelijk.
                                 Beschermd wonen en (F)ACT zijn in de keten complementair. Financiering
                                 vindt plaats door beddenreductie.
- beddenreductie in de          In combinatie daarmee zullen in de intramurale ggz keuzen gedaan moeten
  open capaciteit; gesloten      worden. Die moeten garanderen dat, ondanks noodzakelijke beddenreductie,
  klinische zorg (IC) blijft     voldoende capaciteit beschikbaar blijft voor intensieve, gesloten en
  nodig                          gestructureerde behandeling en begeleiding van soms lange duur. Om
                                 verdringing en afwenteling op de grensvlakken (justitie/zorg; verplichte
                                 ggz/reguliere ggz) te voorkomen, fixeert de overheid deze IC-capaciteit.
                                 De leegstand in de forensische zorg vormt een integraal onderdeel van de
                                 besluitvorming hierover.
- één zorgstandaard              Competenties, vaardigheden en concreet zorgaanbod moeten onderdeel
                                 zijn van een zorgstandaard voor Wfz en WvGGZ. De inspecties voor de
                                 twee beleidsterreinen, IGZ en ISt, houden hierop toezicht. De resultaten
                                 van het project “Verantwoorde ketenzorg voor delictplegers met psychische
                                 of psychiatrische problematiek” van IGZ en ISt kunnen hiervoor de basis
                                 leggen.
Aanbeveling knelpunt 2:          Continuïteit van zorg
- ggz uitvoerder gemeentelijk   De gemeente moet de ggz handelingsbevoegdheid (zeggenschap) geven op
  beleid, met MO en              een aantal maatschappelijke terreinen: huisvesting, arbeid, sociale zekerheid.
  reclassering                   Daarmee maakt de gemeente de ggz een uitvoeringsorgaan van locaal
                                 zorgbeleid, in het bijzonder van de voor- en de doorzorg voor forensische
                                 patiënten. De gemeente cofinanciert deze onderdelen van de keten als
                                 inkooppartner van VenJ en van de zorgverzekeraar. Het integraal zorgplan
                                 is de inkoopparameter. Ggz, maatschappelijke opvang (MO) en reclassering
                                 zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de continuïteit in de keten.
- zorgplan stuurt in alle fasen Zorgplannen maakt men zo vroeg mogelijk in de keten, bij voorkeur op
  keten                          basis van vroegdiagnostiek. Het zorgplan, dat regelmatig moet worden
                                 herijkt, stuurt de keten aan. Doorzorg is, indien geïndiceerd, verplicht
                                 voor de forensische patiënt, op geleide van een door de rechter afgegeven
                                 zorgmachtiging (art. 2.3 Wfz). ‘Doorzorg’ betekent dat men het zorgplan,
                                 vrijwillig of verplicht, altijd uitvoert, waar ook de patiënt zich bevindt.
                                 Overdracht van zorgplannen is verplicht en verplichtend.
- pendelzorg wettelijk regelen   Noodzakelijke pendelbewegingen tussen justitie en zorg zijn wettelijk
                                 gegarandeerd. Dit onder meer door de mogelijkheid van terugplaatsing naar
                                 een forensische instelling op te nemen in de voorwaarden bij de door de
                                 rechter af te geven zorgmachtiging. Voorzorg, doorzorg en pendelzorg zijn de
                                 drie kerntaken van de (F)ACT-teams. Deze taken zijn postcode-afhankelijk.
                                 RVZ                                                           Stoornis en delict 50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>- WODC monitort óók             Het WODC zal, zoals al is besloten, de patiëntenstromen monitoren.
   voor- en doorzorg             De RVZ beveelt aan de voor- en doorzorg onderdeel te laten zijn van deze
                                 monitor en het WODC vooral ook de pendelbewegingen tussen Wfz en
                                 WvGGZ meerjarig in beeld te laten brengen.
Aanbeveling knelpunt 3:          De complexiteit van de forensische zorg
- administratieve backoffice    De overheid voorkomt dat de grote complexiteit van de forensische zorg
   voor zorgprofessionals        het probleem van de uitvoerders van die zorg wordt. Hiertoe richt zij een
                                 administratieve backoffice/helpdesk in ten behoeve van zorgaanbieders.
- sturen op uitkomsten           Sturing vindt plaats op basis van indicatiestelling, outcome-gerelateerde
                                 kwaliteitsindicatoren en transparantie van maatschappelijke opbrengsten. De
                                 opbrengsten liggen in ieder geval op het terrein van recidivepreventie, werken
                                 en zelfstandig wonen. Het Kwaliteitsinstituut/NZi geeft dit prioriteit.
Aanbeveling knelpunt 4:          De procesgang
- één wettelijk regime          Er komt voor de gehele keten (Wfz en WvGGZ) een geïntegreerd wettelijk
   indicatiestelling, plaatsing, regime voor indicatiestelling en plaatsing, voor kwaliteitsmeting, -borging en
   kwaliteit, informatie         -transparantie en voor informatie-uitwisseling. De matrix Beveiligingsniveau/
                                 Behandelingsniveau stuurt functionele zorgprogramma’s aan. Het ministerie
                                 van VenJ en het Kwaliteitsinstituut/NZi ontwerpen dit model, voorafgaand
                                 aan de inwerkingtreding van de nieuwe wetten. Maatschappelijke
                                 ondersteuning en opvang door intensieve persoonlijke begeleiding is een
                                 expliciete parameter op het Behandelingsniveau.
- grensoverschrijdend           Ketenpartners bouwen gezamenlijk (VenJ/VWS) een geautomatiseerd
   berichtverkeer mogelijk       intersectoraal systeem voor patiëntvolgend berichtenverkeer. De zorg­
   maken                         professionals leggen de basis door richtlijnen voor informatie-uitwisseling te
                                 ontwerpen. Dit regionale systeem fungeert primair voor zorgverleners, maar
                                 dient ook als basis voor de monitoring van het nieuwe stelsel. Een Trusted
                                 Third Party (TTP), dat wil zeggen een onafhankelijke instantie, beheert dit
                                 systeem landelijk. De overheid is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van
                                 het systeem en voor de noodzakelijke ICT-investeringen.
Aanbeveling knelpunt 5:          De aansluiting van zorgverzekering en forensische zorg
- verplichte melding aan­       In de Wfz moet een bepaling worden opgenomen over de continuïteit van
   vraag/beëindiging detentie    de zorgverzekering voor, tijdens en na de detentie. Deze bepaling betreft
   aan zorgverzekeraar           de communicatie tussen justitiële instellingen en zorgverzekeraars. De
                                 RVZ beveelt aan de verplichting aanvang en beëindiging van detentie bij
                                 de zorgverzekeraar te melden bij de justitiële instelling te leggen. Nu ligt
                                 deze verplichting bij de justitiabele/verzekeringnemer. Deze verplichting,
                                 opgenomen in artikel 24 Zvw, moet onderdeel worden van de Wfz.
- tripartiete sturing/          Zorgverzekeraars (via ZN), gemeenten (via de VNG) en minister van VenJ
   financiering: zorg­ver­ze­ke­ zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van de gehele keten
   raars, gemeenten, VenJ        van forensische zorg, inclusief de voor- en doorzorg. De financiering is
                                 RVZ                                                           Stoornis en delict 51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>                              patiëntvolgend op basis van een zorgplan op basis van indicatiestelling. Na
                              aflopen van een justitietitel, neemt de zorgverzekeraar in kwestie het zorgplan
                              over. Dit betekent dat de financiering stoelt op zowel de Wfz (rijksbegroting)
                              als de WvGGZ (premies zorgverzekering). De beide ministeries verrekenen
                              onderling achteraf in de backoffice.
- CVZ: inkoopmodel voor      Het CVZ ontwerpt een inkoopmodel voor de verplichte ggz als keerzijde van
  gehele keten                de forensische zorg. Zorgverzekeraars zijn, op basis van dit inkoopmodel,
                              de partner van VenJ in de inkoop en de bekostiging van de keten. Zij
                              kopen gezamenlijk in. Hierbij geldt de gebiedsindeling van de rechterlijke
                              macht – arrondissementen voor de regionale keten en hofressorten
                              voor de bovenregionale voorzieningen – als geografische ordening. De
                              Veiligheidshuizen fungeren als bestuurlijk en facilitair kader. De ggz-
                              instellingen en de zorgverzekeraars participeren in de Veiligheidshuizen voor
                              zowel de ambulante als de klinische zorg.
WODC-monitor: basis voor      WODC-monitor en indicatiesysteem leveren de input voor de zorginkoop
zorginkoop en dus allocatie   en daarmee voor de allocatie van Wfz- en WvGGZ-middelen. Voor de
middelen                      pendelbewegingen tussen justitie en zorg (terugplaatsingen, vervroegd/
                              voorwaardelijk ontslag et cetera) reserveren de inkopers budget. Hetzelfde
                              geldt voor de zorg aan patiënten met een verstandelijke beperking (15% van
                              het totaal).
- ongedeeld systeem tarieven Bekostiging is patiëntvolgend en vindt plaats op geleide van een ongedeeld
  met overheidsgaranties      tarievensysteem ontworpen door VenJ en de NZa. De overheid garandeert
                              een minimaal noodzakelijke intramurale capaciteit voor forensische patiënten
                              en voor verplichte ggz (een systeem voor intensieve zorg).
Box: financiering              Financiering keten FZ/vGGZ
                               1. Indicatiestelling cf ‘matrix’, NIFP
                               2. Zorgplan, locatie- en titel-onafhankelijk
                               3. Uitvoering zorgplan
                               4. Bekostiging uit virtueel fonds (gemeente, VenJ, VWS)
                               5. WODC monitort patiëntenstromen in de gehele keten
                               6. Ex post verevening op basis van realisatie zorgplan/zorginkoop
                               7. IGZ/ISt handhaven naleving zorgstandaard
Aanbeveling knelpunt 6:       Het wetgevingstraject
- witte vlekken invullen,    De bewindslieden van VenJ en VWS vullen de nog witte vlekken in de
  onder meer Wet zorg en      wetgeving in. Zij geven uitsluitsel over de relatie met relevante overige
  dwang                       wetgeving, waaronder de Wet zorg en dwang.
- EPA-patiënt: geen eigen    Patiënten met ernstige psychische stoornissen – de EPA-groep, ca 160.000
  bijdrage                    mensen – worden gevrijwaard van eigen bijdragen. Aldus interpreteert de
                              RVZ                                                                Stoornis en delict 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>                         RVZ de toezegging van de minister van VWS aan de Tweede Kamer inzake
                         exclusiecriteria eigen bijdragen ggz. De E van EPA staat voor “ernstig” en het
                         komt de Raad voor dat een zodanige stoornis objectiveerbaar moet zijn.
                         Tot slot
Tot slot: pilots starten De RVZ beveelt de bewindslieden van VenJ en VWS aan het CVZ te vragen
                         om nog in 2012 een of meer pilots te starten waarin de kernpunten van dit
                         advies in de praktijk kunnen worden gebracht: indicatiestelling en plaatsing,
                         kwaliteit en verantwoording, voor- en doorzorg, financiering en bekostiging.
                         De boxen in dit advies bevatten voorbeelden van mogelijk pilots.
                         Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
                         Rien Meijerink,			                     Pieter Vos,
                         voorzitter			                          algemeen secretaris
                         RVZ                                                        Stoornis en delict 53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 54</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Bijlagen
RVZ      Stoornis en delict 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 56</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Bijlage 1
Adviesaanvraag
RVZ            Stoornis en delict 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 58</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Bijlage 2
Adviesvoorbereiding
Het advies is vanuit de Raad voor de Volksgezondheid voorbereid onder leiding
van:
Prof. dr. D.L. Willems
Mevrouw E.R. Carter, MBA
Relevante functies en nevenactiviteiten raadsleden:
Prof. dr. D.L. Willems
− Lid Gezondheidsraad, beraadsgroep Ethiek en recht.
− Lid medisch-ethische commissie ten bate van Wetenschappelijk
    onderzoek met mensen, AMC.
Mevrouw E.R. Carter, MBA
− Lid bestuur ZonMw, Den Haag
− Lid Raad van Toezicht Laurentius Ziekenhuis, Roermond
De Raad is in de voorbereiding bijgestaan door een ambtelijke projectgroep
bestaande uit:
Mevrouw mr. M.W. de Lint, projectleider
Drs. P. Vos, algemeen secretaris en projectlid
Mevrouw A. Zarrinkhameh, projectlid
Mevrouw N.L. Buijs, projectsecretaresse
De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding
van een advies hebben niet het karakter van draagvlakverwerving. De
gesprekspartners hebben zich niet aan het advies gecommitteerd.
Achtergrondstudies
Projectlid Ayeh Zarrinkhameh heeft een achtergrondstudie geschreven met
de titel “Zorg aan delinquent. Opsluiten van patiënt. Cultuurverschillen
justitie en GGZ”.
Christel Scholten van Indigo beleidsonderzoek en advies heeft een
achtergrondstudie geschreven met de titel “Mogelijke gevolgen Wfz en
WvGGZ voor de reguliere GGZ”.
Significant heeft een achtergrondstudie geschreven met de titel
“De forensische zorg. Beschrijving van het besturingsmodel”.
Daarnaast heeft Significant een notitie geschreven “Algemene conclusies
Patiëntenstromen bij invoering WVGZ en WFZ” (zie bijlage 3).
RVZ                                                         Stoornis en delict 59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Het Trimbos Instituut heeft een achtergrondstudie geschreven met de titel
“In profiel: de doelgroepen van GGZ en Justitie” en een achtergrondstudie
“Behandelgeschiedenis en justitieverleden van forensische en GGZ-
patiënten”.
Klankbordgroep Samenhang GGz en Forensische Zorg
De Raad is bij de voorbereiding van het advies bijgestaan door een
klankbordgroep. Deze klankbordgroep bestond uit de volgende personen:
− Drs. H.J. Beintema, Forint Lentis
− J. Berndsen, Stichting Beschermd Wonen
− E. van der Burg, Wethouder Zorg en Welzijn, Gemeente Amsterdam
− A.J.K. Hondius, GGz Centraal
− R. Kartodirdjo, Veiligheidshuis Brenda
− Mevrouw M. Kossen, Van der Hoeven Kliniek
− Prof. dr. D.H. Linszen, Academisch Medisch Centrum Amsterdam
− Prof. dr. H.J.C. van Marle, Erasmus MC
− Prof. dr. C.L. Mulder, Parnassia
− Prof. dr. Ch. Van Nieuwenhuizen, GGz Eindhoven
− H. Slijpen, Politie Utrecht
− Mevrouw M. Stam-Hartenkamp, PI Scheveningen
− H. Swaters, Stichting Mozaik
− J. van Veen, Regio politie Amsterdam-Amstelland
− Drs. J.R. van Veldhuizen, Psychiater/adviseur
− Mevrouw drs. R.H.M. Vernimmen, Altrecht
− Mevrouw J. Wesselius, PI Amsterdam Over-Amstel
− B.J.M. van de Wetering, Bouman GGz
− Drs. J.K. van Wijngaarden, Inspectie voor de Gezondheidszorg
− Drs. J.C. Zwemstra, Nederlands Instituut voor Forensische Psychioatrie
    en Psychologie
Werkbezoeken
De Raad heeft tijdens het adviestraject een aantal werkbezoeken afgelegd.
Werkbezoek aan Oldenkotte en Dimence, 16 december 2011
Dimence biedt geestelijke gezondheidszorg voor iedereen in Oost-Nederland.
Ruim 2400 medewerkers werken dagelijks vanuit ruim 60 locaties voor
in totaal 30.000 cliënten en patiënten per jaar. Dimence helpt mensen
ontwikkelen. We geloven in de kracht van mensen om zich te ontwikkelen.
We zetten in op vooruitgang en herstel, met altijd het doel om beter te
worden. Niet alleen in de betekenis van genezen of (beter) leren omgaan met
beperkingen, maar ook van groei als persoon, professional en organisatie.
De onderstaande personen waren vanuit Oldenkotte en Dimence aanwezig:
− S. Bangma
− H. Bos
− T. Caglayan
− D. Dijkslag
RVZ                                                       Stoornis en delict 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>− Mevrouw T. Hendriks
− M. Mennen
− J. Nijhuis
Werkbezoek aan de Van der Hoeven Stichting en De Waag, 12 januari 2012
De Van der Hoeven Kliniek is als centrum voor klinische forensische
psychiatrie een gespecialiseerd ziekenhuis in Utrecht. De kliniek hanteert
een multidisciplinaire benadering in een strak gestructureerde klinische
leefgemeenschap, waarin de staf op basis van cognitief gedragstherapeutische,
systeemtherapeutische, educatieve en medisch-psychiatrische (evidence
based) inzichten en deskundigheid patiënten behandelt voor hun stoornissen
en de kans op een recidief zoveel mogelijk doet verminderen, waarbij
veiligheid in de kliniek en veiligheid in de maatschappij ten allen tijden
centraal staat.
De onderstaande personen waren vanuit de Van der Hoeven Stichting en
De Waag aanwezig:
− E. Heijdelberg
− M. Groesz
− Mevrouw M. Kavelaars
− J. Mulder
− N. Overvest
− E. Prinsen
− Mevrouw J. Mastenbroek
− Mevrouw M. Kossen
− Mevrouw V. de Vogel
Werkbezoek aan PPC Vught, 10 februari 2012
In Vught is zowel een Huis van Bewaring, als een gevangenis en een
Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). In totaal zijn er 15 verschillende
regimes gehuisvest met een capaciteit van 750 plaatsen.
De onderstaande personen waren vanuit PPC Vught aanwezig:
− J. Groeneveld
− E. Masthoff
Werkbezoek aan Stichting Mozaik, 28 februari 2012
Mozaïk is een GGZ-instelling met hoofdkantoor in Rotterdam. Mozaïk richt
zich op mensen met een meervoudige (psychische en sociale) problematiek,
die de greep op hun leven zijn kwijtgeraakt. Deze mensen worden door
Mozaïk naar passende zorg en hulpverlening toegeleid.
De onderstaande personen waren vanuit Stichting Mozaik aanwezig:
− Leon Geerinckx, SPV
− Peter Lakerveld, directiesecretaris Eno
− Bart van der Poel, accountant De Keijzer Nipius & Co
RVZ                                                         Stoornis en delict 61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>− Heman Swaters, directeur Stichting Mozaik
− Bert Wolters, arts Psychotherapeut
− Hans Karstel, bestuurssecretaris
Werkbezoek aan de SWBU, 16 maart 2012
De SBWU biedt begeleiding en huisvesting aan mensen met psychiatrische
en/of verslavingsproblemen. Deze begeleiding is herstelondersteunend
en draagt bij aan de kwaliteit van leven en de tevredenheid van de cliënt.
Op deze wijze ondersteunen wij onze cliënten in het benutten van hun
mogelijkheden om inhoud te geven aan hun leven.
De onderstaande personen waren vanuit de SWBU aanwezig:
− Jan Berndsen, Raad van Bestuur
− Huub Peters, persoonlijk begeleider forensische zorg
− M. Ros, cliënt
− Nynke Scheuneman, aandachtsfunctionaris forensische zorg
− F. Ubbels, cliënt
− Hans Verbeek, locatiehoofd
Werkbezoek aan GGZ Noord-Holland-Noord, 29 maart 2012
Het doel van GGZ NHN is het voorkomen en behandelen van ernstig
psychische problemen en psychiatrische stoornissen. De zorg is afgestemd
op de vraag van onze cliënten, mensen van alle leeftijden. Wij richten ons
daarbij op herstel en, waar dat niet of nog niet mogelijk is, op het draaglijk
maken van de gevolgen van de stoornis.
De onderstaande personen waren vanuit GGZ Noord-Holland-Noord
aanwezig:
− Ron Dhondt, directeur divisie ouderen- en ziekenhuis-psychiatrie
− Lucretia d’Fonseca, directeur organisatie divisie kortdurende psychiatrie
− René Keet, directeur behandelzaken divisie langdurende psychiatrie
− Nellieke de Koning, directeur behandelzaken divisie kortdurende
    psychiatrie
− Adriaan Jansen, voorzitter Raad van Bestuur
− Evert-Jan van Maren, directeur behandelzaken divisie forensische
    psychiatrie
− Marijke van Putten, lid Raad van Bestuur
Geconsulteerden
Tijdens het adviestraject is met de volgende personen gesproken:
− Mevrouw M. Beljaars, Projectmanagement, juridisch advies en mediation
− Mevrouw P.H. Buijze, Inspectie voor de Gezondheidszorg
− Mevrouw mr. M.E. Damave, Ministerie van Veiligheid en Justitie
− J. Kox, Ministerie van Veiligheid en Justitie
− Drs. A.J. Lamping, Zorgverzekeraars Nederland
RVZ                                                         Stoornis en delict 62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>− Mevrouw mr. L.J. Molenaar, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
    Sport
− Mr. K.J. Molthof, Ministerie van Veiligheid en Justitie
− M. Potjens, Zorgverzekeraars Nederland
− P. van Rooy, GGZ Nederland
− R.J. Welten, Ministerie van Veiligheid en Justitie
− J.H. Wenker, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Op 12 april 2012 is de onderhavige materie besproken met de heer L.A.M.
van Halder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en
mevrouw E.M. ten Hoorn Boer van het ministerie Veiligheid en Justitie
De Raad heeft het advies op 19 april 2012 vastgesteld.
RVZ                                                       Stoornis en delict 63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 64</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 
Algemene Conclusies Patiëntenstromen bij invoering WvGGZ en
WFZ, Significant
De WvGGZ en de WFZ maken in beginsel meer continuïteit mogelijk tussen
deze regimes
Het zogenaamde verbindingsartikel, dat zowel is beschreven in de memorie
van toelichting op de WFZ (pagina’s 12 en 13) als in de memorie van
toelichting op de WvGGZ (pagina 37), biedt de mogelijkheden voor
een integrale benadering. Op verschillende momenten in het strafrecht
kan besloten worden tot het aanvragen van een zorgmachtiging conform
de WvGGZ. Ook voor de periode na afloop van de strafrechtelijke titel
(voorwaardelijke sanctie met toezicht, detentie of TBS) kan de strafrechter
een verplichte zorgmachtiging afgeven. Met dit verbindingsartikel is de
juridische basis gelegd om de continuïteit van zorg (tussen forensische en
reguliere zorg) in de keten vorm te geven.
De WvGGZ leidt bij een goede werking tot vermindering van de zorg die in het
kader van de WFZ wordt geleverd en een toename van de zorg voor de GGZ
Lager aantal personen met zorg in een strafrechtelijk kader
De WvGGZ zorgt er in potentie voor dat er meer cliënten zorg krijgen in
een verplicht kader, omdat op deze wijze ook zorgweigeraars bereikt kunnen
worden. Hierdoor is het mogelijk dat mensen eerder zorg krijgen waardoor
crimineel gedrag wordt voorkomen en er minder recidive plaatsvindt. De
WvGGZ kan hierdoor een preventieve werking hebben en ervoor zorgen
dat er minder personen zorg moeten ontvangen in een strafrechtelijk kader.
Deze ontwikkeling heeft geen effect op de totale omvang van de groep
cliënten maar wel op het moment dat cliënten zorg krijgen. Er vindt wel een
verschuiving plaats van forensische zorg naar de (verplichte) GGZ.
Meer en tijdige nazorg door de WvGGZ
De WvGGZ kan in potentie ervoor zorgen dat meer personen zorg
ontvangen na afloop van een strafrechtelijke titel. Op dit moment is het
in een aantal gevallen lastig om personen in zorg te houden na het aflopen
van een strafrechtelijke titel. De WvGGZ kan door verruiming van de
mogelijkheden om in een verplicht kader zorg te leveren, het makkelijker
maken om mensen in een verplicht kader in zorg te houden. Het gaat hierbij
naar verwachting vooral om (intensieve) ambulante zorg en beperkt om
beveiligde klinische zorg. De WvGGZ zorgt daarmee voor een toename
van de nazorg en kan in potentie recidiveverminderend werken. Dit is naar
verwachting vooral van toepassing op personen die uitstromen uit een relatief
zwaarder beveiligd regime waarbij het makkelijker wordt om met (intensieve)
ambulante zorgvormen (ACT) vervolgzorg te regelen.
RVZ                                                         Stoornis en delict 65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>Verbreding Artikel 37 zorgt potentieel voor grotere toestroom naar reguliere GGZ
Het artikel 37 biedt de (straf )rechter de mogelijkheid om iemand die
volledig niet toerekeningsvatbaar is, geen straf op te leggen en naar een
psychiatrisch ziekenhuis te sturen. De toepassing van artikel 37 wordt na
invoering van de wet ook mogelijk voor andere zorgvormen (dus niet alleen
klinische zorg) en kan door de WvGGZ breder opgelegd worden. Dit zorgt
ervoor dat potentieel een grotere groep cliënten naar de GGZ kan toekomen.
Het is op dit moment niet duidelijk in welke mate dit ook daadwerkelijk zal
gebeuren.
In de achtergrondstudie van C. Scholten (Indigo beleidsonderzoek en advies)
voor de RVZ staat hierover vermeld: Het NIFP is gevraagd naar de aard en
omvang van de groep die voortaan conform artikel 2.3 te verwachten is. De
meest te verwachten groep conform artikel 2.3 is als volgt: forse stoornissen,
zoals schizofrenen met relatief kleine delicten. Het zal gaan om enkele
honderden per jaar.
De juridische mogelijkheden voor ‘voorzorg’ en ‘nazorg’ zijn groter; de
uitvoeringspraktijk is en blijft weerbarstig
Alhoewel de harmonisatie van beide wetten in potentie kan zorgen
voor betere afstemming en continuïteit is dit voor de praktijk van de
uitvoering niet voldoende. De belemmeringen in de uitvoering worden in
de achtergrondstudies uitgebreid beschreven. Bij het achterhalen van de
huidige patiëntenstromen tussen de reguliere en de forensische GGZ worden
nadrukkelijk onderstaande belemmeringen genoemd voor de weerbarstige
uitvoeringspraktijk.
Verschillende stelsels en besturingssystemen bemoeilijken de aansluiting
De zorg verleend in het kader van de WvGGZ wordt gereguleerd in
het reguliere zorgstelsel en valt onder de verantwoordelijkheid van de
zorgverzekeraars. De context van het reguliere zorgstelsel is een andere
dan van het forensische zorgstelsel. Er wordt in het beleid van VWS in
toenemende mate gestuurd op transparantie, ambulantisering en efficiëntie.
De zorgverzekeraars hebben in dit premiegefinancierde zorgstelsel de
verantwoordelijkheid voor voldoende en goede zorg voor hun verzekerden
én een beheerste premieontwikkeling. De zorginkoop door zorgverzekeraars
sluit qua hoogte van de tarieven voor ambulante zorg en de beschikbaarheid
van intramurale capaciteit beperkt aan bij de wenselijke zorginkoop
bezien vanuit de zorgaanbieders. De reguliere zorgcontext heeft daardoor
een andere dynamiek dan in het forensische zorgstelsel en bemoeilijkt
aansluiting tussen de reguliere en de forensische GGZ. Ook de verschillen
in de besturingssystemen, waarbij in de forensische GGZ gestuurd wordt
tot op het niveau van het individu, bevorderen niet in alle gevallen optimale
aansluiting tussen beide systemen.
RVZ                                                            Stoornis en delict 66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Het regelen van nazorg vraagt extra inspanning
Het regelen van nazorg voor cliënten na afloop van een strafrechtelijke titel
blijft extra inspanningen vragen in de vorm van het investeren in duurzame
relaties tussen zorgaanbieders, het wegnemen van negatieve beeldvorming en
imago, het (100%) waarborgen van crisisopvang en het tijdig aanvragen van
vervolgzorg gezien de lange doorlooptijd van dit proces.
Verschillende rechtspositieregelingen en culturen belemmeren flexibele doorstroom
De aanwezigheid van verschillende rechtspositieregelingen (BOPZ,
WGBO, Penitentiaire beginselen wet, Beginselenwet TBS-gestelden werkt
belemmerend op de interne plaatsingsmogelijkheden en op basis daarvan
cliëntenstromen te optimaliseren. De belangrijkste oorzaak daarvoor is
dat er andere regels gehanteerd dienen te worden rond dwang, drang,
en beheersmaatregelen. De culturen in de reguliere en forensische GGZ
verschillen. In de forensische zorg heeft men meer ervaring met toezicht,
controles en dwang. De reguliere GGZ is hierin terughoudender.
Bevindingen patiëntenstromen
Per type zorg wordt een overzicht gegeven van de patiëntenstromen. De
overzichten zijn gebaseerd op een quickscan die Significant in samenwerking
met GGZ Nederland heeft uitgevoerd. Later in deze memo wordt de
onderzoeksopzet nader toegelicht.
De cijfers moeten worden gezien als indicatief en zijn daarom afgerond op
vijftallen. Daar waar er bredere marges te verwachten zijn, bijvoorbeeld de
instroom of uitstroom onbekend is, is een bredere marge weergegeven. In de
figuren worden alleen de grootste stromen weergegeven. De in- en uitstroom
tellen daarom niet op tot 100%.
Penitentiair Psychiatrisch centrum (PPC)
Een Penitentiair Psychiatrisch centrum (PPC) is een psychiatrische zorg­
voorziening in een gevangenis. Vrijwel alle instroom in de PPC’s komt uit de
Penitentiaire Inrichtingen (PI’s) of uit een andere PPC. Er is in dit onderzoek
geen informatie verkregen over eventuele zorg voorafgaande aan de detentie.
                                                      PI/PPC
                                                        45%
      PI/PPC
        95%
                                                  Ambulante GGZ
                                                  A
                                                        20%
   Reguliere GGZ
                                PPC
     (klinisch)
                             (N = 600)
         5%                                        Reguliere GGZ
                                                   R
                                                     (klinisch)
                                                        10%
   Geen voorzorg
         0%
                                                    Geen nazorg
                                                        20%
RVZ                                                              Stoornis en delict 67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>Na verblijf in een PPC stroomt 45% door naar een andere PPC of terug
naar een PI. 20% stroomt uit naar een vorm van ambulante GGZ en 10%
stroomt door naar de reguliere GGZ. Rond de 20% van de uitgestroomde
patiënten ontvangt geen zorg.
Forensisch psychiatrisch centrum (FPC)
Een Forensisch psychiatrisch centrum (FPC) is een instelling waar zich
patiënten bevinden die door de rechter TBS met dwangverpleging opgelegd
hebben gekregen. De instroom in de FPC’s is voor 55% afkomstig vanuit
de PI’s en PPC’s, logischerwijs omdat TBS vaak wordt.gecombineerd met
een voorafgaande vrijheidsstraf. 35% is afkomstig uit een andere FPC.
Hierbij gaat het om overplaatsingen. 5% stroomt door uit de Justitiële
jeugdinrichtingen naar TBS. Dit betreft PIJ-maatregelen waarvan een deel
ten uitvoer worden gelegd in een FPC.
                                                Ambulante GGZ
                                                A
                                                      15%
      PI/PPC
        55%
                                                 Reguliere GGZ
                                                 R
                                                   (klinisch)
    Andere FPC                                        15%
        35%
                               FPC                   RIBW
                            (N= 100)                  15%
      JJI (PIJ)
         5%
                                                      FPA
                                                      15%
   Geen voorzorg
         0%
                                                  Geen nazorg
                                                      15%
Een groot deel van de personen in een FPC krijgen nazorg. In de uitstroom
zien we een gedifferentieerd beeld. Er is uitstroom naar de ambulante GGZ,
de reguliere GGZ (klinisch), forensisch psychiatrische afdelingen (FPA’s)
en beschermde woonvormen (RIBW’s). De kanttekening hierbij is dat wij
het aannemelijk vinden dat een deel van deze groep deze nazorg weliswaar
krijgt in een andere voorziening dan de FPC, maar dit valt strikt genomen
nog wel binnen de strafrechtelijke titel. Het is te verwachten dat de nazorg
plaatsvindt in het kader van de titels ‘voorwaardelijke beëindiging van de
TBS’ of ‘TBS met proefverlof ’. Strikt genomen is dit geen nazorg na afloop
van de strafrechtelijke titel.
Dit wordt onderschreven door verschillende experts met wie in het kader
van het verkrijgen van inzicht in deze patiëntenstromen, gesproken is.
Deze experts geven aan dat de TBS-behandeling relatief lang duurt en er
voldoende tijd is voor de volledige behandeling. Na afloop van de titel is er
minder behoefte aan nazorg omdat patiënten dan min of meer uitbehandeld
zijn.
RVZ                                                            Stoornis en delict 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Forensisch Psychiatrische kliniek (FPK)
Een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) is een gespecialiseerde
voorziening voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) met een in oorsprong
uitsluitend klinisch aanbod voor personen met een behoefte aan zorg
en behandeling in strafrechtelijk kader in een zwaar beveiligde setting.
Alle FPK’s zijn onderdeel van een reguliere GGZ-instelling. Forensisch
Psychiatrische Klinieken en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (zie
volgende paragraaf ) zijn in eerste instantie in het leven geroepen om
als brug te functioneren tussen de justitiële instellingen en de reguliere
GGZ-instellingen. In de FPK zijn cliënten opgenomen, met verschillende
strafrechtelijke en civielrechtelijke titels. Ook op vrijwillige basis kunnen
cliënten zich laten opnemen en behandelen in een FPK (bron: directie
Forensische zorg van DJI).
                                                      PI/PPC
                                                        25%
      PI/PPC
        90%
                                                   Reguliere GGZ
                                                   R
                                                     (klinisch)
   Reguliere GGZ                                      15-20%
                               FPK
     (klinisch)
                            (N = 200)
         5%
                                                  Ambulante GGZ
                                                  A
                                                       5-15%
   Geen voorzorg
         0%
                                                    Geen nazorg
                                                       5-10%
Instroom in de FPK vindt logischerwijs veel plaats door overplaatsing vanuit
een PI of een PPC. Dit zijn de uitplaatsingen vanuit detentie tijdens een
vrijheidsstraf.
Uitstroom: 25% gaat terug naar de PI. Deze mensen hebben een
behandeling gehad, deze behandeling is afgerond en men gaat weer terug
naar de PI. 10-15 % stroomt door naar de reguliere GGZ en 5 tot 15%
stroomt door naar de ambulante GGZ. Slechts een klein gedeelte stroomt
door naar een FPA, die in de praktijk dus niet als logische vervolgvoorziening
dient voor de FPK. 5-10% van de uitstroom ontvangt geen zorg.
Forensische psychiatrische afdeling (FPA)
In een FPA worden patiënten behandeld die lijden aan een psychische
stoornis en in contact zijn gekomen of dreigen te komen met justitie.
Patiënten kunnen ook op vrijwillige basis worden opgenomen en behandeld
op een FPA. De patiënten hebben niet (meer) de bewaking en beveiliging
van een FPC of een FPK nodig. De behandeling is gericht op het behandelen
van het ziektebeeld, socialisatie en re-integratie. Doelstelling van de FPA is
om patiënten door te plaatsen naar de reguliere zorg. In de meeste gevallen
is de FPA een aparte eenheid binnen een GGZ-instelling, soms gehuisvest
of gekoppeld aan een andere afdeling voor intensieve langdurige zorg. Hier
RVZ                                                              Stoornis en delict 69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>worden cliënten intensief behandeld, waarna ze doorverwezen worden naar
een ‘gewone’ afdeling of naar elders in de GGZ (Bron: directie Forensische
zorg van DJI).
                                                Reguliere GGZ
                                                R
      PI/PPC
                                                  (klinisch)
        60%
                                                   20-30%
        FPC                                    Ambulante GGZ
                                               A
        10%                                        10-15%
                              FPA
                           (N = 400)
   Reguliere GGZ
                                                   PI/PPC
     (klinisch)
                                                     10%
         5%
   Geen voorzorg                                 Geen nazorg
        10%                                         5-10%
De instroom van een FPA komt voor 60% uit een PI of een PPC. 10%
stroomt in vanuit een FPC en 5% komt uit de reguliere GGZ. Gezien het
lagere beveiligingsniveau van een FPA in vergelijking met een FPK, is het
logisch dat hier ook mensen instromen uit de reguliere GGZ. In vergelijking
met de FPK is de instroom vanuit de PI’s en PPC’s lager. De toeleiding
wordt vaker geïnitieerd door de reclassering. 20-30% % van de uitstroom
gaat naar de reguliere GGZ (klinisch) En 10-15% stroomt uit naar de
ambulante GGZ. 10% stroomt terug naar een PI of PPC na uitplaatsing,
waarschijnlijk na beëindiging van de behandeling of bij het niet naleven van
voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke straf. Tussen de 5 en 10%
krijgt geen nazorg.
Reguliere GGZ (klinisch)
Binnen de reguliere, klinische GGZ worden patiënten behandeld met een
hoge tot zeer hoge behandelintensiteit. De behandelduur is relatief lang
(gemiddeld 1,5 tot 2 jaar). De voorziening heeft een regionaal karakter. Hier
geldt een (zeer) laag beveiligingsniveau; een open setting, met toezicht en
eventueel controle op afspraken en middelenmisbruik.
                                                Reguliere GGZ
                                                R
      PI/PPC
                                                  (klinisch)
        25%
                                                   15-20%
        FPC                                    Ambulante GGZ
                                               A
        20%                                        15-20%
                         Reguliere GGZ
                         R
                           (klinisch)
                           (N = 100)
   Ambulante VZ                                     RIBW
        20%                                        10-15%
   Geen voorzorg                                 Geen nazorg
         5%                                        20-30%
RVZ                                                           Stoornis en delict 70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>Ongeveer 25% van de instroom in de reguliere, klinische GGZ komt uit de
PI of een PPC. 20% stroomt in vanuit een FPC en 20% stroomt in vanuit
de ambulante verslavingszorg. Rond de 5% van de patiënten heeft geen
voorzorg gehad.
De meeste patiënten stromen uit naar de reguliere GGZ; 15-20% naar een
klinische setting en 15-20% naar een ambulante setting. 10 tot 15% stroomt
door naar een RIBW. Tussen de 20 en 30% ontvangt geen nazorg.
Reguliere verslavingszorg (klinisch)
Naast de reguliere GGZ is er ook specifieke klinische verslavingszorg
mogelijk. Het grootste deel van de instroom komt vanuit de ambulante
verslavingszorg. Verder komt 20 tot 25% uit een PI of PPC en 10-15% zat al
in de reguliere verslavingszorg (niet op een strafrechtelijke titel).
   Ambulante VZ                                   Ambulante VZ
                                                  A
      30-40%                                         40-60%
                                                   Reguliere VZ
      PI/PPC
                                                    (klinisch)
      20-25%
                           Reguliere VZ              20-30%
                            (klinisch)
    Reguliere VZ            (N = 200)
                                                     PI/PPC
     (klinisch)
                                                       0-5%
      10-15%
   Geen voorzorg                                   Geen nazorg
       0-5%                                           0-5%
Bijna alle uitstroom vanuit de klinische verslavingszorg stroomt door naar de
reguliere verslavingszorg. Tussen de 40 en 60% stroomt door naar ambulante
zorg en 20 tot 30% naar klinische verslavingszorg. Slechts een klein deel (0-
5%) ontvang geen nazorg.
Regionale Instelling Beschermd wonen (RIBW)
De taak van de RIBW’s is het zo adequaat mogelijk begeleiden van een
forensische patiënt naar de samenleving. Aangezien een RIBW zich in de
laatste fase van de straf of maatregel bevindt is er meestal geen sprake van
behandeling. De patiënt wordt binnen de RIBW ondersteund. Deze zorg
wordt geboden via de verschillende soorten van begeleiding (Bron: directie
Forensische Zorg van DJI).
   Reguliere GGZ
                                                      RIBW
     (klinisch)
                                                       30%
      20-25%
      PI/PPC                                     Ambulante GGZ
                                                 A
      15-20%                                         20-25%
                              RIBW
                             N = 100
    Reguliere VZ                                     PI/PPC
        10%                                           5-10%
   Geen voorzorg                                   Geen nazorg
         5%                                          10-20%
RVZ                                                             Stoornis en delict 71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>De instroom laat een gedifferentieerd beeld zien: 15-20 % stroomt in
vanuit een PI, 20-25% vanuit de reguliere GGZ en 10% vanuit de reguliere
verslavingszorg. Ongeveer 5% heeft geen zorg voorafgaande aan het verblijf
in een RIBW.
Na afloop van de zorg in een strafrechtelijk kader door de RIBW blijft 30 %
in een RIBW en 20-25% stroomt door naar de ambulante GGZ. Tussen de
10 en 20% ontvangt geen zorg.
Ambulante zorg
Ambulante zorg wordt geleverd door forensische poliklinieken en door de
reguliere ambulante GGZ en ambulante verslavingszorg. Een groot deel van
de personen die instromen (20-30%) zijn voorafgaand aan de strafrechtelijke
titel (met daarin ambulante zorg) al betrokken in een ambulant
behandeltraject (vanuit de GGZ of verslavingszorg. Een grote groep (30 tot
40%) had voorafgaand geen zorg.
  Ambulante GGZ
      10-15%
                                                 Ambulante GGZ
                                                 A
                                                     20-40%
   Ambulante VZ
      10-15%
                         Ambulante zorg
                         A
                                                  Ambulante VZ
                                                  A
                           (GGZ en VZ)
                                                      5-10%
                            N = 1.800
      PI/PPC
       5-10%
                                                   Geen nazorg
                                                     15-30%
   Geen voorzorg
      30-40%
De meeste patiënten stromen na afloop van hun strafrechtelijke titel ook
weer uit naar de ambulante zorg. 20 tot 40% naar de ambulante GGZ en
5 tot 10% naar de ambulante verslavingszorg. 15 tot 30% ontvangt geen
zorg meer.
Algemene bevindingen patiëntenstromen
Uit de analyse van de aangeleverde gegevens komt een aantal algemene
bevindingen naar voren:
Des te lichter het regime, des te minder informatie en kennis bij de
instelling aanwezig lijkt te zijn over de uitstroom. Des te zwaarder het
beveiligingsregime, des te meer informatie er bij de instellingen bekend is
over de uitstroom.
De beweging van zwaardere naar lichtere zorg wordt bevestigd. Des te lichter
de zorg, de te lichter de nazorg.
Voor zover we kunnen beoordelen is vindt nazorg regelmatig plaats. Tussen
de 20 en 50% krijgt geen nazorg. Het percentage nazorg is hoger dan we uit
eerdere inventarisaties hebben kunnen afleiden.
RVZ                                                            Stoornis en delict 72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Onderzoeksaanpak
Eind februari 2012 heeft de RVZ Significant verzocht de patiëntenstromen
tussen de verschillende forensische en reguliere GGZ voorzieningen in
beeld te brengen. Op basis van centraal bevraagbare informatie en (centraal)
beschikbare gegevens was het vrijwel onmogelijk deze patiëntenstromen in
beeld te brengen. In samenwerking met GGZ Nederland is vervolgens in
maart 2012 een uitvraag gedaan onder alle reguliere GGZ zorgaanbieders die
lid zijn van het forensisch netwerk van GGZ Nederland. Hieraan nemen alle
FPK’s, FPA’s, reguliere GGZ zorgaanbieders en RIBW’s deel. Daarnaast is
een uitvraag gedaan bij twee PPC’s.
In de uitvraag is verzocht om alle aantallen met betrekking tot de instroom
en de uitstroom van forensische patiënten aan te geven en in welke type
capaciteit voor en/of na afloop van de strafrechtelijke titel zorg is ontvangen.
Het format van de uitvraag is opgenomen in bijlage I.
Parallel aan deze uitvraag is gesproken met vier experts over de mogelijk­
heden en onmogelijkheden rond de continuïteit van zorg en de samenhang
tussen de forensische en reguliere GGZ en de betekenis van de WvGGZ
en WFZ daarbij. De informatie uit deze gesprekken is gebruikt om de
patiëntenstromen beter te kunnen duiden en een beeld te krijgen van de
richting van de verwachte verschuivingen in patiëntenstromen als gevolg van
invoering van de WvGGZ en WFZ.
In totaal is van 40 zorgaanbieders informatie ontvangen over ongeveer
4.000 patiënten. De meeste zorgaanbieders hebben het standaardformat
aangeleverd. Enkele instellingen hebben andere informatie aangeleverd
(bijvoorbeeld managementrapportages of uitkomsten van ‘queries’).
Deze input is door de onderzoekers, voor zover mogelijk, verwerkt in het
standaardformat. Uiteindelijk bleek de respons van 36 partijen (deels)
bruikbaar.
Bij het lezen van de resultaten moeten de volgende voorbehouden worden
gemaakt.
1. Tijdens het analyseren van de patiëntenstromen is gebleken dat het
    standaardformat niet door iedereen juist is ingevuld. Zo is door
    een aantal instelling ook doorstroom tijdens de strafrechtelijke titel
    meegenomen. Om de betrouwbaarheid van de gegevens te vergroten
    verdient het aanbeveling om bij een aantal zorgaanbieders een controle
    uit te voeren op de wijze waarop de gegevens zijn verzameld en ingevuld.
2. De resultaten zijn een optelling van alle aangeleverde gegevens. Er is
    geen non-response analyse uitgevoerd om vast te stellen of de gegevens
    representatief zijn. Ook is er niet gecorrigeerd voor omvang van instelling
    of het aantal maal dat een specifiek type zorgvoorziening voorkomt of
    zou moeten komen.
3. Enkele instellingen hebben, mede vanwege de korte termijn waarop de
    uitvraag is gedaan, alleen gegevens van een specifieke afdeling opgeleverd
RVZ                                                           Stoornis en delict 73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>    (alleen van de polikliniek of alleen van de FPA) terwijl de zorginstelling
    waarschijnlijk wel meerdere zorgvormen levert.
4. Enkele instellingen geven aan de gevraagde gegevens niet te kunnen
    leveren en op basis van een inschatting het format te hebben ingevuld.
RVZ                                                         Stoornis en delict 74
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Aanleiding verzoek medewerking patiëntenstromen
De Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) is door de minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevraagd een advies uit
te brengen over de samenhang tussen de GGZ en de forensische zorg.
Aanleiding daarvoor is de beoogde inwerkingtreding van de Wet verplichte
geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) en de Wet forensische zorg (WFZ).
Ten behoeve van het advies wordt een aantal achtergrondstudies gemaakt.
De RVZ heeft Significant gevraagd de patiëntenstromen tussen de
diverse voorzieningen in beeld te brengen. Naast het gebruik van reeds
beschikbare data proberen we met behulp van informatie van verschillende
zorgaanbieders de stromen in beeld
te krijgen. Hiervoor willen de RVZ en GGZ Nederland graag uw
medewerking vragen.
Belang van de vraag voor GGZ Nederland
Het onderzoek komt ook voor GGZ Nederland op een goed moment.
GGZ Nederland, meer specifiek het Forensisch Netwerk, is bezig met
een Visievormingstraject. In deze dynamische tijden waarin de GGZ
geconfronteerd wordt met forse bezuinigen,eigen bijdragen voor patiënten
en druk op de capaciteit binnen bepaalde delen van de (forensiche) zorg,
is het voor het forensische veld van belang haar positie in de zorgketen
helder te krijgen. Weten waar onze forensische patiënten vandaan komen
en naar uitstromen geeft inzicht in onze plaats in de keten en biedt
aanknopingspunten voor vernieuwing en flexibiliteit waar nodig en daardoor
versterking van de (markt-)positie van zorgaanbieders. Eenduidig cijfermatig
inzicht in patiëntenstromen is daarvoor onontbeerlijk. Met dit onderzoek
kan een dergelijk inzicht gegeneerd worden, dat als basis kan dienen voor
verdere visie-ontwikkeling binnen het forensisch veld. Met de RVZ is
afgesproken dat de enquêteresultaten ook voor ons eigen (vervolg-)onderzoek
te beschikking komen.
Concreet verzoek om medewerking
Graag ontvangen we over het jaar 2011 van u de aantallen m.b.t. de in- en
uitstroom (voorzorg en nazorg) van forensische patiënten en welke type
zorg/capaciteit de patiënten voor en/of na de strafrechtelijke titel hebben
ontvangen, indien daar sprake van is geweest.
Met verschillende typen zorg/ capaciteit bedoelen we de het type zorg op
hoofdlijn (PPC’s, FPK’s, FPA’s, reguliere (verslavings)zorginstelling, reguliere
GGZ-instellingen, begeleiding door gemeenten, RIBW’s en ambulante
forensische zorgaanbieders). Voor de doelgroep ‘TBS’ brengen we alleen de
stromen in kaart voor de zorg die na uitstroom uit de TBS-instelling (FPC)
wordt ontvangen.
RVZ                                                         Stoornis en delict 75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>In de bijlage is een overzicht opgenomen met daarin alle vormen van
instroom (voorzorg) en alle vormen van uitstroom (nazorg). Bij ‘Voorzorg’
staat links het type voorzorg en rechts de zorg in strafrechtelijk kader die
in eerste instantie in uw organisatie wordt geleverd. Bij ‘nazorg’ staat links
de zorg in strafrechtelijk kader die in die als laatste door uw organisatie
werd geleverd en rechts de vorm van zorg waar naar wordt uitgestroomd.
Waarschijnlijk levert uw organisatie niet alle typen forensische zorg , de
typen zorg die u niet levert, kunt u aanmerken met n.v.t.
Veranderingen in capaciteit/type zorg gedurende het forensische zorg
traject zijn voor dit specifieke onderzoek niet van belang en kunnen
buitenbeschouwing worden gelaten. Overplaatsingen van en naar andere
forensische zorgverleners gedurende de strafrechtelijke titel, kunnen ook
buiten beschouwing worden gelaten.
We willen u verzoeken de onderstaande vragen te beantwoorden. De
aantallen kunt u invullen in de meegestuurde excelsheet:
a. Aan hoeveel nieuwe patiënten (instroom) is er zorg geleverd in een
    strafrechtelijk kader in 2011 en voor welk type capaciteit?
b. Was er voorafgaand aan de forensische titel sprake van zorg en zo ja welk
    type zorg/ capaciteit?
c. Hoeveel patiënten zijn uitgestroomd na zorg in een strafrechtelijk kader
    in 2011?
d. Was er vervolgzorg na afloop van de forensische zorg en zo ja welk type
    zorg/ capaciteit?
e. Indien van toepassing: Is bekend hoeveel van deze patiënten deze
    voorzorg of nazorg kregen in het kader van een aansluitende BOPZ
    machtiging of een RM?
Hieronder ziet u een eenvoudig voorbeeld van een ingevuld schema. In dit
voorbeeld zijn 7 personen ingestroomd in 2011 waarvan 1 uit een FPA, 3 uit
een reguliere verslavingskliniek en van 3 personen is de voorzorg ombekend.
De nazorg is voor 5 personen onbekend, 2 personen gaan naar een reguliere
verslavingskliniek.
RVZ                                                           Stoornis en delict 76
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>                                                                        2011	
  Type	
  capaciteit	
  i n	
  strafrechtelijk	
  kader
                                                                                                                     Ambulante	
  
                                        Type	
  capaciteit                                                              zorg	
  
                                                                                                                     (waaronder	
  
                                                                                PPC                   …                 ACT)
                               FPA	
  (niet	
  strafrechtelijk)	
                         1
                               Reguliere	
  verslavingszorg	
  klinisch                   3
                    Voorzorg
                               :
                               Overig	
  zoals                                                                                                          Indien	
  van	
  toepassing:	
  Is	
  bekend	
  
                               Onbekend                                                   3                                                             hoeveel	
  van	
  deze	
  patienten	
  deze	
  
                               Totaal                                                     7                       0                 0                   nazorg kregen	
  in	
  het	
  kader	
  van	
  e en	
  
                                                                                                                                                        civiele	
  rechterlijke	
  machtiging,	
  
	
                                                                                                                                                      bijvoorbeeld	
  de	
  BOPZ?
                                          Voorzorg
                                                                                       Zorg in	
  strafrechtelik	
  
       Indien	
  van	
  toepassing:	
  Is	
  bekend	
                                             kader                                                    Nazorg
       hoeveel	
  van	
  deze	
  patienten	
  deze	
  
       voorzorg	
  kregen	
  in	
  het	
  kader	
  van	
  
       een	
  civiele	
  rechterlijke	
  machtiging,	
                      2011	
  Type	
  capaciteit	
  i n	
  strafrechtelijk	
  kader
       bijvoorbeeld	
  de	
  BOPZ?                                                                                       Ambulante	
  
                                                                                                                            zorg	
                        Type	
  capaciteit
                                                                                                                         (waaronder	
  
                                                                                    PPC                   …                 ACT)
                                                                                                                                                     FPA	
  (niet	
  strafrechtelijk)
                                                                                              2                                                      Reguliere	
  verslavingszorg	
  (klinisch)
                                                                                                                                            Nazorg   :
                                                                                                                                                     Overig	
  zoals
                                                                                              5                                                      Onbekend
                                                                                              7                   0                    0             Totaal
Indien u vragen heeft over de vraagstelling verzoeken wij u om contact met
ons op te nemen. U kunt dan contact opnemen met Matthijs Goedvolk
(06‑10940629) of Georget Bouman (06-10733762).
We ontvangen het ingevulde sjabloon graag van u retour uiterlijk 13 april
aanstaande. U kunt het ingevulde sjabloon sturen naar email: matthijs.
goedvolk@significant.nl
Met vriendelijke groet,
drs. P. Vos                                                                                                                        Ir. P.M. van Rooij
Namens de Raad voor de Volksgezondheid                                                                                             Namens GGZ Nederland
					
RVZ                                                                                                                                                           Stoornis en delict                                 77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Bijlage 4 
Toelichting Synthese effecten patiënten­stromen bij invoering WVGGZ
en WFZ, Significant
In de patiëntenstromen zijn vijf fasen te onderkennen waar een patiënt zich
kan bevinden:
1. Voorzorg of de zorg voorafgaand aan de strafrechtelijke titel;
2. Zorg in het kader van een strafrechtelijke titel;
3. Nazorg in het kader van de WVGGZ bij de reguliere GGZ of
    verslavingszorg;
4. Nazorg vrijwillig in de reguliere (O)GGZ, verslavingszorg of
    maatschappelijke ondersteuning;
5. Geen zorg: uitstroom in vrije maatschappij.
Meer voorzorg door de WVGGZ
Op basis van de quickscan constateren we dat personen die in een zwaardere
setting in een strafrechtelijk kader zorg ontvangen (FPC, FPK, FPA) meestal
instromen vanuit een PI of PPC. We hebben geen zicht op de eventuele zorg
die nog geleverd is voorafgaande aan het moment dat zij instromen in een PI
of PPC.
Personen die in een strafrechtelijk kader zorg ontvangen in de reguliere
klinische GGZ of verslavingszorg hebben vrijwel allemaal enige vorm van
voorzorg gehad (70%) of komen uit een PI/PPC (25%). Van de personen
die ambulante zorg ontvangen in een strafrechtelijk kader heeft 30-40% geen
voorzorg gehad.
De WVGGZ kan er in potentie voor zorgen dat meer personen zorg krijgen
in een verplicht kader, omdat op deze wijze ook zorgweigeraars kunnen
worden bereikt. We verwachten dat er vooral een stijging zal plaats vinden
bij de groep personen waarbij het mogelijk is om in een ambulante setting
eerder te interveniëren in de fase van de voorzorg.
Meer nazorg door de WVGGZ
Op dit moment vindt nazorg regelmatig plaats. Hierin zien we wel een
verschil tussen de typen capaciteit. Bij de zwaarder beveiligde capaciteit
(FPC/PPC/FPK/FPA) ontvangt 85 tot 95% enige vorm van nazorg.
Van de personen die afkomstig zijn uit de klinische en ambulante GGZ
ontvangt tussen de 70 en 85 % een vorm van nazorg na het aflopen van
de strafrechtelijke titel. Naar de nazorg in het kader van de OGGZ en
maatschappelijke opvang door gemeenten is in deze quick scan niet gekeken.
Wij verwachten wel dat deze nazorg minder zal worden door invoering van
de WVGGZ.
RVZ                                                         Stoornis en delict 78
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>De WVGGZ kan er in potentie voor zorgen dat meer personen zorg
ontvangen na afloop van een strafrechtelijke titel. Omdat het mogelijk is
om ook aan de groep zorgmijders nazorg te leveren kan er een lichte stijging
plaatsvinden. Dit is vooral van toepassing op personen die uitstromen uit
een relatief zwaarder beveiligd regime waarbij het makkelijker wordt om met
intensieve ambulante zorgvormen vervolgzorg te regelen. Naar verwachting
gaat dit in absolute zin om een betrekkelijk kleine groep omdat een groot
gedeelte van deze ‘zwaardere’ populatie al nazorg ontvangt.
Minder zorg in een strafrechtelijk kader door voorzorg en/of nazorg in het
kader van de WVGGZ
Omdat meer personen door de WVGGZ eerder in zorg komen en betere
nazorg kan worden geboden, verwachten we een daling van de zorg in
strafrechtelijk kader. Deze daling verwachten we vooral in de FPA’s, de
klinische GGZ en verslavingszorg en de ambulante zorg. We vermoeden dat
het effect van voorzorg en nazorg op delictgedrag bij deze populatie groter is
dan bij personen die geïndiceerd worden voor voorzieningen met een relatief
zwaarder zorg- en beveiligingsniveau zoals de FPK en de FPC.
RVZ                                                        Stoornis en delict 79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Bijlage 5
Lijst van afkortingen
ACT           Assertive community Treatment
AWBZ          Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Bopz          Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Ca.           Circa
Cq.           Casu quo
CVZ           College voor Ziekenhuisvoorzieningen
Dbbc’s        Diagnose behandeling en beveiliging combinaties 		
Dbc’s         Diagnose-behandelcombinatie’s
EPA           Ernstig Psychiatrische Aandoeningen
FACT          Forensisch Assertive community Treatment
Fpa           Forensische psychiatrische afdeling
Fpc           Forensische psychiatrische centra
Fpk           Forensische psychiatrische kliniek
gg            gezondheid en gedrag
GGD           Gemeenschappelijke GezondheidsDienst
ggz           geestelijke gezondheidszorg
ICT           Informatiecommunicatie technologie
IGZ           Inspectie voor de Gezondheidszorg
ISt           Inspectie voor de Sanctietoepassing
NIFP	Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en
              psychologie
NZa           Nederlandse Zorgautoriteit
NZi           Nederlands Zorginstituut
Oggz          Openbare geestelijke gezondheidszorg
OM            Openbaar Ministerie
RVZ           Raad voor de Volksgezondheid en Zorg
TTP           Trusted Third Party
VenJ          Ministerie van Veiligheid en Justitie
VNG           Vereniging Nederlandse Gemeenten
VWS           Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wfz           Wet forensische zorg
Wmo           Wet maatschappelijke ondersteuning
WODC          Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum
Wpg           Wet publieke gezondheid
WvGGZ         Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Zfw           Ziekenfondswet
ZN            Zorgverzekeraars Nederland
Zvw           Zorgverzekeringswet
zz            zorg en ziekte
RVZ                                                      Stoornis en delict 80
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Bijlage 6
Literatuurlijst
Bouman, G., W. Jongebreur, B. Riphagen en R. Veeke. Het forensische
zorgstelsel, Beschrijving van het besturingsmodel in de forensische zorg.
Significant. Barneveld, 13 maart 2012.
Bregman, I.M. en B.S.J. Wartna. Factsheet 2011-6, Recidive TBS 1974-
2008. Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en
Documentatiecentrum, december 2011.
Detre, Th.. The Future of psychiatry. American Journal of Psychiatry. 1987,
144, 621-625.
Dorn, R. van, N. Johnson en J. Volavka. Mental disorder and violence:
is there a relationship beyond substance use? Soc Psychiatry Psychiatr
Epidemiol, 2012, no. 47, p. 487-503.
Embregts, P.J.C.M., H.L. Kaal, A.M. Negenman en E. Roeleveld. De
problematiek van gedetineerden met een licht verstandelijke beperking in het
gevangeniswezen. Tilburg: Tilburg University, december 2011.
Fazel, S., M. Grann, A. Hjern, N. Långström en P. Lichtenstein.
Schizophrenia, Substance Abuse and Violent Crime.
JAMA, may 20, 2009, 301, no. 19, p. 2016-2023.
GGZ Nederland. Resultaten Quickscan bezuinigingsmaatregelen GGZ.
Amersfoort, 30 maart 2012.
Inspectie voor de Gezondheidszorg. Staat van de gezondheidszorg 2010. Den
Haag, IGZ, 2010.
Kogel, C.H. de en M.H. Nagtegaal. Gewelds- en zedendelinquenten met
psychische stoornissen – een inventarisatie van wetgeving en praktijk in het
forensisch psychiatrische systeem en het gevangenissysteem in Engeland,
Duitsland, Canada, Zweden en België. Den Haag: Boom Juridische
uitgevers,Reeks Onderzoek en Beleid, 2012, nr. 240
Kroon, H., L. Neijmeijer, C. Place en M. van Vught. Modelbeschrijving (F)
ACT, richtlijnen voor de werkwijze en het zorgaanbod van forensische ACT-
en FACT-teams. Utrecht: Trimbos-instituut, september 2011.
RVZ                                                        Stoornis en delict 81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Kroon, H., L. Neijmeijer, A.M. Rijkaart. In profiel: De doelgroepen van
GGZ en Justitie. Utrecht: Trimbos-instituut, 2012.
Large, M. en O. Nielssen. Rates of Homicide During the First Episode of
Psychosis and After Treatment: A Systematic Review and Meta-analysis.
Schizophrenia Bulletin, vol 36, 2010, no. 4, p. 702-712.
Large, M., O.B. Nielssen, M.B. Paton, C.J. Ryan, S.P. Singh. The Predictive
Value of risk Categorization in Schizophrenia.
RIGHTSLINK, 2011, p. 25-33.
Large, M., R. Hayes, O. Nielssen, C.J. Ryan. Mental health laws that require
dangerousness for involuntary admission may delay the initial treatment of
schrizophrenia. Soc. Psychiatry Psychiatr Epidemiol, 2008, 43, p. 251-256.
Maassen, H.. Stoornis en delict, een complexe relatie. Medisch Contact,
2011, no. 15, p. 906-909.
Nederlandse Zorgautoriteit. Basis GGZ, consultatiedocument. Utrecht:
NZa, november 2011.
Nederlandse Zorgautoriteit. Geestelijke gezondheidszorg, Weergave van de
markt 2008-2011. Utrecht: NZa, januari 2012.
Nederlandse Zorgautoriteit. Marktordening forensische zorg, Toezicht en
regulering. Utrecht: NZa, april 2010
Neijmeijer, L., C. Place en A.M. Rijkaart. Behandelgeschiedenis en
justitieverleden van forensische en GGZ-patiënten. Utrecht: Trimbos-
instituut, 2012.
Nieuwenhuizen, Ch. van, S. Bogaerts, I.L. Bongers, M. Coppens,
R.A.A.C. Meijers en E.A.W. de Ruijter. TBS-behandeling geprofileerd, een
gestructureerde casussenanalyse. Tilburg: Tilburg University, 2011.
Oei, T.I.. Forensische psychiatrische aspecten en de ‘state of the art’.
Strafblad, 3, 5, 2005, p. 465-487.
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Straf en Zorg.: een paar apart.
Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, 2007.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Forensisch
psychiatrisch toezicht. Den Haag: Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming, 6 september 2008.
RVZ                                                         Stoornis en delict 82
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Geestelijke gezondheidszorg in
de 21e eeuw. Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, januari
1998.
Scholten, C.M.. Mogelijke gevolgen Wfz en WVGGZ voor de reguliere
GGZ. Indigo beleidsonderzoek en advies. Amsterdam, 29 februari 2012.
Stoker, E.. Criminelen in therapie. De Volkskrant, 25 februari 2012, p. 5.
Veldhuizen, J.R. van, J.J. Berkhout en L. Th. Horsman. Forensisch
psychiatrische patiënten en de maatschappij: checke, check, double check.
Proces, 2006/5, p. 170-171.
Veldhuizen, J.R. van. FACT wijkteams vernieuwen sociale psychiatrie.
PsychoPraktijk, 2012, no. 2.
Zarrinkhameh, A.. Zorg aan delinquent, Opsluiten van patiënt:
‘Cultuurverschillen Justitie, forensische zorg en de reguliere GGZ. Den
Haag, maart 2012.
RVZ                                                          Stoornis en delict 83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Overzicht publicaties RVZ
Publicaties RVZ vanaf 2008
12/05        Redzaam oud, zorg voor niet-redzame ouderen vraagt om
             voorzorg door iedereen, april 2012
             12/06 Jong over Oud, Jonge BN’ers over ouderenzorg,
             brochure, mei 2012
12/02        Delict en stoornis, april 2012
             12/03 In profiel: de doelgroepen van GGZ en Justitie
             (achtergrondstudie), mei 2012
             12/04 Het forensische zorgstelsel, beschrijving van het
             besturingsmodel in de forensische zorg (achtergrondstudie),
             mei 2012
             Publicaties bij dit advies, alleen te downloaden
12/01        Werkprogramma 2012, januari 2012
11/08        Preventie van welvaartsziekten, december 2011
11/04        Medisch-specialistische zorg in 20/20, oktober 2011
             Publicaties bij dit advies
             11/05 – Ziekenhuislandschap 2020: Niemandsland of
             Droomland (achtergrondstudie), oktober 2011
             11/06 – Medisch-technologische ontwikkelingen zorg 20/20
             (achtergrondstudie), oktober 2011
             11/07 – Brochure, oktober 2011
             Publicaties bij dit advies, alleen te downloaden
             Samenwerking en mededinging in de zorg (achtergrondstudie),
             oktober 2011
             Het contracteren en bekostigen van medisch specialistische
             netwerken (achtergrondstudie), oktober 2011
             De rol van e-Health in een veranderend ziekenhuislandschap
             (achtergrondstudie), oktober 2011
             Demografische krimp en ziekenhuiszorg (achtergrondstudie),
             oktober 2011
11/03        Sturen op gezondheidsdoelen, juni 2011
             Publicaties bij dit advies, alleen te downloaden
             Levensverwachting (achtergrondstudie), juni 2011
             Pay for performance and health outcomes: Promising, not
             proven (achtergrondstudie), juni 2011
             Sturen op uitkomsten in het primair proces
             (achtergrondstudie), juni 2011
             Sturen op gezondheidsdoeleinden en gezondheidswinst op
             macroniveau (achtergrondstudie), juni 2011
11/02        Prikkels voor een toekomstbestendige Wmo (briefadvies), mei
             2011
RVZ                                                           Stoornis en delict 84
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>11/01 Bekwaam is bevoegd: Innovatieve opleidingen en nieuwe
      beroepen in de zorg, februari 2011
      Publicaties bij dit advies
      Wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en
      nieuwe beroepen
      Het Chronic Care Model in Nederland
      Zorgredistributie, sturen op kwaliteit en doelmatigheid in de
      zorg
      Samenwerken in de opleiding Geneeskunde
10/13 Ruimte voor arbeidsbesparende innovaties in de zorg, november
      2010
      Publicaties bij dit advies
      10/14 – Krant bij het advies ruimte voor arbeidsbesparende
      innovaties in de zorg, november 2010
10/10 Perspectief op gezondheid 20/20, september 2010
      Publicaties bij dit advies
      10/11 – Komt een patiënt bij zijn coach……
      (achtergrondstudie behorende bij het advies Perspectief op
      gezondheid 20/20), september 2010
      10/12 – Veranderen met draagvlak (achtergrondstudie
      behorende bij het advies Perspectief op gezondheid 20/20),
      oktober 2010
10/05 Zorg voor je gezondheid! Gedrag en gezondheid: de nieuwe
      ordening (discussienota), april 2010
      Publicaties bij dit advies
      10/09 – Van zz naar gg
      Acht debatten, een sprekend verhaal
      10/08 – Moderne patiëntenzorg: Acht jaar later
      (achtergrondstudie behorende bij de discussienota Zorg voor je
      gezondheid!), april 2010
      10/07 – Leefstijl en de zorgverzekering (achtergrondstudie
      behorende bij de discussienota Zorg voor je gezondheid!), april
      2010
      10/06 – Een nieuwe ordening door het naar voren schuiven van
      zorg (achtergrondstudie behorende bij de discussienota Zorg
      voor je gezondheid!), april 2010
      Publicaties bij dit advies, alleen te downloaden
      Van eerste lijn naar primaire gezondheidsondersteuning
      (achtergrondstudie), april 2010
      Publicaties bij dit advies, alleen te downloaden
10/04 De patiënt als sturende kracht
10/03 De relatie medisch specialist en ziekenhuis in het licht van de
      kwaliteit van zorg
10/01 Gezondheid 2.0 (advies), februari 2010
      Publicaties bij dit advies
RVZ                                                    Stoornis en delict 85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>      10/02 – Health 2.0: It’s not just about medicine and
      technology, it’s about living your life (achtergrondstudie
      behorende bij het advies Gezondheid 2.0), februari 2010
09/14 Investeren rondom kinderen, september 2009
09/13 Numerus Fixus Geneeskunde: loslaten of vasthouden, januari
      2010
09/12 Brochure Numerus Fixus, januari 2010
09/11 Werkprogramma 2010, november 2009
09/10 Steunverlening zorginstellingen (advies), juni 2009
09/09 Buiten de gebaande paden. Advies over Intersectoraal
      gezondheidsbeleid, mei 2009
09/08 Buiten de gebaande paden: Inspirerende voorbeelden van
      intersectoraal gezondheidsbeleid (brochure,) mei 2009
09/07 Evaluatie RVZ 2004-2008, april 2009
09/06 Geven en nemen in de spreekkamer. Rapportage over
      veranderende verhoudingen, maart 2009
09/05 Tussen continuïteit en verandering. 27 adviezen van de RVZ
      2003-2009, februari 2009
09/04 Governance en kwaliteit van zorg (advies) maart 2009
09/03 Werkprogramma 2009, maart 2009
09/02 Farmaceutische industrie en geneesmiddelengebruik: evenwicht
      tussen publiek en bedrijfsbelang (debatverslag), januari 2009
09/01 De verzekeraar en de patiënt: een succesvolle coaltie:
      goede voorbeelden van patiëntgestuurde zorginkoop (in
      samenwerking met de NPCF), januari 2009
08/11 Uitgavenbeheer in de gezondheidszorg (advies), december 2008
      Publicaties behorende bij dit advies
      08/12 – Uitgavenbeheer in de gezondheidszorg:
      achtergrondstudies, december 2008
08/10 Versterking voor gezinnen. Preadviezen Raad voor
      Maatschappelijke Ontwikkeling (Versterken van de village:
      preadvies over gezinnen en hun sociale omgeving) en Raad voor
      de Volksgezondheid en Zorg (Zorg in familieverband: preadvies
      over zorgrelaties tussen generaties), september 2008
08/08 Schaal en zorg (advies), mei 2008
      Publicaties bij dit advies
      08/09 – Schaal en zorg: achtergrondstudies (achtergrondstudies
      behorende bij het advies Schaal en zorg), mei 2008
08/05 Zorginkoop (advies), maart 2008
      08/06 – Zorginkoop heeft de toekomst: maar vraagt nog een
      flinke inzet van alle betrokken partijen (achtergrondstudie
      behorende bij het advies Zorginkoop), maart 2008
08/07 Onderhandelen met zorg (achtergrondstudie behorende bij het
      advies Zorginkoop), maart 2008
08/03 Screening en de rol van de overheid (advies), april 2008
      Publicaties bij dit advies
RVZ                                                   Stoornis en delict 86
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>             08/04 – Screening en de rol van de overheid:
             achtergrondstudies (achtergrondstudie behorende bij het advies
             Screening en de rol van de overheid), april 2008
08/01        Beter zonder AWBZ? (advies), januari 2008
             Publicaties bij dit advies
             08/02 – Leven met een chronische aandoening (Acht portretten
             behorende bij het advies Beter zonder AWBZ?), januari 2008
Sig 08/01a Publieksversie Vertrouwen in de spreekkamer, februari 2008
Publicaties CEG vanaf 2008
Sig 12/01    De mens centraal? Ethische dilemma’s bij gezondheidsbeleid
             met goede zorg voor dier en natuur
Sig 10/11    Ver weg en toch dichtbij? Ethische overwegingen bij zorg op
             afstand
Sig 09/11    Dilemma’s van verpleegkundigen en verzorgenden.
Sig 09/05    Met de camera aan het ziekbed. Morele overwegingen bij
             gezondheidszorg op televisie, mei 2009
Sig 08/02    Dilemma’s op de drempel. Signaleren en ingrijpen van
             professionals in opvoedingssituaties (signalement), september
             2008
Sig 08/01    Afscheid van de vrijblijvendheid. Beslissystemen voor
             orgaandonatie in ethisch perspectief (studie in het kader van het
             Masterplan Orgaandonatie VWS), juni 2008
RVZ                                                        Stoornis en delict 87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>RVZ Stoornis en delict 88</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>Adviseur in gezondheid en Zorg De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en het parlement. Hij zet zich in voor een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg. Daarover brengt hij strategische beleidsadviezen uit. Die schrijft de Raad vanuit het perspectief van de burger. Durf, visie en realiteitszin kenmerken zijn adviezen. Samenstelling Raad voor de Volksgezondheid en Zorg Voorzitter Prof. drs. M.H. Meijerink Leden Mw. mr. A.M. van Blerck-Woerdman Mr. H. Bosma Mw. prof. dr. D.D.M. Braat Mw. E.R. Carter, MBA Prof. dr. W.N.J. Groot Prof. dr. J.P. Mackenbach Mw. drs. M. Sint Prof. dr. D.L. Willems Algemeen secretaris Drs. P. Vos</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Stoornis en delict Forensische en verplichte geestelijke gezondheidszorg vormen een keten Stoornis en delict</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>