<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Briefadvies
De kaders van de
rechtsstaat
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Briefadvies
De kaders van de rechtsstaat
Over buitenlandse financiering
van moskeeën en gebedshuizen
Den Haag, september 2014
r a a d v o or
ma atsch a ppelijk e
on t w i k k e l i ng
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling is de adviesraad van de regering en het parle-
ment op het terrein van participatie van burgers en stabiliteit van de samenleving. De rmo
werkt aan nieuwe concepten voor de aanpak van sociale vraagstukken.
De Raad bestaat uit onafhankelijke kroonleden: de heer mr. S. Harchaoui (voorzitter), de
heer drs. B.J. Drenth, de heer prof. dr. P.H.A. Frissen, de heer dr. E. Gerritsen, mevrouw drs.
J.G. Manshanden mpa, de heer prof. dr. L.C.P.M. Meijs en mevrouw prof. dr. I. van Staveren.
De heer dr. R. Janssens is algemeen secretaris van de Raad.
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling
Rijnstraat 50
Postbus 16139
2500 bc Den Haag
Tel. 070 340 52 94
www.adviesorgaan-rmo.nl
rmo@adviesorgaan-rmo.nl
isbn 978 90 77758 50 2
nur 740
Zet- en binnenwerk: Textcetera, Den Haag
Basisontwerp: Christoph Noordzij, Wierum
© Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, 2014
Niets in deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataver-
werkend systeem of uitgezonden in enige vorm door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke
wijze dan ook zonder toestemming van de rmo.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Geachte heer Asscher,
De rmo is door u gevraagd een briefadvies uit te brengen over buitenlandse finan-
ciering van moskeeën. Meer in het bijzonder is de vraag gesteld naar een verkenning
van instrumenten om als overheid ‘de buitenlandse financiering van moskeeën en
gebedshuizen (indirect) te beïnvloeden’, in het besef dat ‘directe overheidsinmenging in
bestuurssamenstelling en financiering van moskeeën mogelijk noch wenselijk is’. Als
belangrijke vraag wordt daarbij gezien ‘wat legitieme instrumenten zijn om als over-
heid het gedrag van burgers direct en indirect te beïnvloeden’. Via dit schrijven voldoen
wij gaarne aan uw verzoek om advies.1
   Buitenlandse financiering van moskeeën is al enige tijd voorwerp van zorg en
onderwerp van publiek debat. De Raad herkent deze zorgen als het gaat om bijvoorbeeld
maatschappelijke spanningen in wijken rondom moskeeën en hun financiering. Sinds
2001 keert het onderwerp via Kamervragen steeds terug op de politieke agenda. Het is
goed dat naast de adviesvraag aan de rmo het wodc de opdracht heeft gekregen de aard,
omvang en gevolgen van de financiering in al haar facetten te onderzoeken. Zicht op
de empirie is belangrijk, omdat de aard en vooral de gevolgen van de financiële relatie
mede bepalen of er aangrijpingspunten voor de overheid zijn om iets te kunnen, willen
of moeten ondernemen.
De rechtsstaat bepaalt
De rechtsstaat biedt een helder kader om de financiering van maatschappelijke organi-
saties en activiteiten te beoordelen. Financiering is legitiem voor zover er geen sprake
is van financiering van geweldsuitoefening en criminele praktijken, ondermijning
van de rechtsstaat, grootschalige verspreiding van ‘niet-democratische’ opvattingen
en destabiliserende praktijken. Externe financiering van verenigingen (religieuze of
niet) en stichtingen is in Nederland én internationaal gangbaar en bij afwezigheid van
overheidsfinanciering onvermijdelijk. Dat daarbij religieuze en maatschappelijke over-
tuigingen een rol spelen, is eveneens onontkoombaar. Nederland kent geen algemene
publieke financiering van kerken of andere religieuze gebouwen, evenmin van op reli-
gie of levensbeschouwing gebaseerde activiteiten. Dat is het resultaat van de scheiding
van kerk en staat, zoals die zich in de afgelopen eeuwen heeft ontwikkeld. Elke moskee,
evenals elke kerk, staat het vrij zelf financiering aan te trekken vanuit ofwel de eigen
gemeenschap ofwel externe (buitenlandse) bronnen. Daar is juridisch niets tegen in te
brengen. Het past in een samenleving waarin financiering van maatschappelijke activi-
teiten niet vanuit de overheid, maar vanuit particuliere bronnen plaatsvindt. Dat bete-
kent niet dat alles is geoorloofd, wel dat de financiering als zodanig niet het probleem
vormt.
                                                               De kaders van de rechtsstaat 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Reciprociteit maakt verbieden lastig
Ingrijpen in financiering botst bovendien met het internationale principe van recipro-
citeit en gelijkheid. Buitenlandse financiering gebeurt ook op andere domeinen (voet-
balclub Vitesse was bijvoorbeeld enige tijd in handen van een Georgische ondernemer)
en is geen eenrichtingsverkeer van het buitenland naar Nederland. Nederlandse (chris-
telijke) zendingsorganisaties zijn actief over de hele wereld. Soms is er expliciet sprake
van financiële steun vanuit de Nederlandse overheid. Een organisatie als Women on the
Frontline ontvangt van het ministerie van Buitenlandse Zaken 5,8 miljoen euro voor
haar strijd voor gendergelijkheid in landen als Syrië, Irak, Bahrein, Yemen, Egypte, Libië
en Tunesië. 2 En Women on Waves draagt in het buitenland via de abortusboot normen
uit die in West-Europa breed geaccepteerd zijn. Het principe van reciprociteit werkt
daarbij wel naar twee kanten. Als Nederland zelf maatschappelijke activiteiten in het
buitenland financiert, kan het dat moeilijk buitenlandse organisaties of mogendheden
binnen de eigen Nederlandse grens verbieden. Tegelijk gaat reciprociteit ook uit van het
respecteren van elkaars interne waarden waarbinnen die financiering gestalte krijgt.
Gebeurt dat niet, dat ontstaat er een titel om daarover op internationaal niveau met
elkaar het gesprek aan te gaan. We komen daar nog op terug.
Eerste kader voor optreden: het strafrecht
Het criterium voor een overheid om in te grijpen is of er sprake is van strafrechtelijke
praktijken, van ondermijning van de democratie, van inbreuk op de staatsveiligheid
en van ondergraving van de maatschappelijke stabiliteit en pluriformiteit. Het kader
hiervoor is het strafrecht. Als er strafrechtelijke overtredingen plaatsvinden die niet
op terrorisme en staatsondermijning zijn gericht (de adviesvraag noemt bijvoorbeeld
discriminatie, gedwongen uithuwelijking en huwelijk zonder voorafgaand burger-
lijk huwelijk), dan is dat een taak van de politie en het openbaar ministerie (om).
Strafrechtelijke vervolging van de overtreder ligt vervolgens meer voor de hand dan
van de achterliggende financier. Onder omstandigheden ligt er een opening om via
zogeheten ketenaansprakelijkheid ook de financier via een strafrechtelijke of civiel-
rechtelijke procedure aansprakelijk te stellen.3 Het moet dan een ernstig vergrijp betref-
fen waarvan duidelijk is wie de externe drijvende kracht is. De kans van slagen van een
dergelijke procedure hangt af van minutieuze vaststelling van de feiten. Internationale
verdragen als de cedaw4 bieden in de aanpak van overtredingen weinig aangrijpings-
punten. De meeste verdragen kennen bij ratificatie door islamitische landen voorbe-
houden, zodat sommige artikelen voor hen niet van kracht zijn. Een toets via het evrm
(artikel 10 ev.) biedt meer kans, maar ook dan vooral om de overtreder zelf aan te pak-
ken en niet de financier.5
     4 Briefadvies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Tweede kader om op te treden: de internationale betrekkingen
Zijn de financiering en de daaruit volgende praktijken gericht op terrorisme en staats­
ondermijning, dan is dit geen zaak meer van de politie en het om in Nederland, maar
van de aivd en de internationale diplomatie. De noodzaak tot waakzaamheid inzake
democratie- of staatsondermijnende activiteiten wordt groter naarmate de financiering
plaatsvindt vanuit vreemde mogendheden die zelf geen godsdienstvrijheid kennen.
Financiering vanuit de zakaat (de islamitische plicht tot ondersteuning van behoefti-
gen) is gerechtvaardigd, financiering van jihad (democratieondermijning vanuit religi-
euze overwegingen) niet. Het is niettemin wrang dat (organisaties in) landen die geen
democratie en pluriformiteit erkennen, de formele vrijheid hebben tot financiering
van religieuze activiteiten in Nederland, terwijl ze zelf het werk van Nederlandse maat-
schappelijke organisaties in hun land ontmoedigen of verbieden. Het is het verkennen
waard of ook hier het reciprociteitsprincipe van toepassing kan zijn, vooral wat betreft
financiering vanuit gouvernementele organisaties. Dit houdt in dat Nederland financie-
ring van religieuze activiteiten vanuit andere landen ontmoedigt indien Nederlandse
organisaties niet de vrijheid hebben om in die landen gefinancierde activiteiten te ont-
plooien. Reciprociteit is geen rechtsstatelijk beginsel dat Nederland het recht verleent
financiering van religieuze activiteiten te verbieden, louter vanwege de herkomst uit
‘onvrije landen’. Een dergelijk verbod zou bovendien strijdig zijn met onze eigen rechts-
statelijke uitgangspunten. Maar reciprociteit biedt wel een titel en instrument om in
het diplomatieke verkeer het gesprek aan te gaan over wat binnen Nederland toelaat-
baar is en wat niet. Zeker als de financiering vanuit gouvernementele organisaties
plaatsvindt, ligt een gesprek vanuit het oogpunt van reciprociteit voor de hand. Wat
vervolgens precies de mogelijkheden van ontmoediging zijn verdient nader onderzoek.
Investeer in diplomatieke aanwezigheid
De noodzaak van een sterke diplomatie is naar de mening van de Raad een onderbe-
lichte invalshoek in deze problematiek alsook in uw adviesvraag. We nodigen u daarom
uit in deze kwestie meer gezamenlijk op te trekken met uw collega van Buitenlandse
Zaken. De taak van de Nederlandse overheid om haar ingezetenen te beschermen reikt
verder dan de Nederlandse landsgrenzen. Hiervoor is het noodzakelijk de behartiging
van het ‘nationaal belang’ breder te definiëren dan alleen in economische termen. Als
de bescherming van de democratische vrijheden op Nederlandse bodem deel uitmaakt
van Nederlands internationaal beleid, dan schept dat mogelijkheden om vroegtijdig
op te treden als blijkt dat buitenlandse financiering gepaard gaat met democratie- en
staatsondermijnende intenties. Sterke aanwezigheid van de diplomatie leidt tot kennis
over wat er speelt bij financiers, alsook tot mogelijkheden om tegendruk uit te oefenen,
bijvoorbeeld door staten aan te spreken, door openheid van subsidieverstrekkingen en
contractbepalingen te vragen, door donateurs te wijzen op de democratische rechtsorde
in ons land, en door indien nodig een norm te stellen en een persoon die de regels van
de rechtsstaat niet respecteert uit te wijzen.
                                                             De kaders van de rechtsstaat 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Overheden treden niet in de inhoud van religies
Niet alleen de diplomatie, ook lokale overheden hebben de taak de democratische orde
en de maatschappelijke stabiliteit te beschermen. Ze doen dit binnen het kader van het
grondwettelijk beginsel van de scheiding van kerk en staat, het non-discriminatiebe-
ginsel en de neutrale overheid. Uitgangspunt is dat de staat zich onthoudt van beleid en
maatregelen die intreden in de godsdienstvrijheid van haar ingezetenen. De scheiding
van kerk en staat verbiedt overheidsbemoeienis met de interne aangelegenheden van
religieuze organisaties: de overheid bemoeit zich niet met bestuursbenoemingen en de
inhoud van preken en onthoudt zich ook van financiering.6 De staat is neutraal en gaat
uit van de negatieve vrijheid. De overheid dient dan ook niet vanuit het beginsel van
compenserende neutraliteit (andere) religieuze stromingen te ondersteunen.7 Indien
dit toch gebeurt,8 dan kan dat alleen vanuit het oogpunt van sociale orde en niet vanuit
bemoeienis met de godsdienst zelf. De Raad ontraadt evenwel sterk deze vorm van over-
heidsbemoeienis.
De overheid beschermt de sociale orde, pluriformiteit en godsdienstvrijheid
Het principe van negatieve vrijheid garandeert burgers recht op overheidsonthouding,
maar ook op bescherming tegen dwang door andere burgers en organisaties. Op basis
hiervan garandeert de overheid iedere ingezetene de vrijheid van geloofskeuze en
het recht op geloofsafval. Vanuit de gedachte van positieve vrijheid heeft de overheid
bovendien de taak de religieuze pluriformiteit en keuzevrijheid van haar ingezetenen
te beschermen. Ze draagt zorg voor een vrij en pluriform maatschappelijk speelveld,
niet door de inhoud van die pluriformiteit in te vullen, maar door de pluriformiteit zelf
te garanderen. Deze opdracht is in de Nederlandse Grondwet verankerd en onder het
label ‘positieve verplichtingen’ vele malen door het Europese Hof voor de Rechten van
de Mens bevestigd. Dit betekent dat de overheid kan optreden tegen sociale destabili-
sering, bijvoorbeeld als minderheden in een wijk onder druk komen te staan. Hier zijn
geen algemene richtlijnen voor te geven. Het betreft maatwerk op lokaal niveau. Sociale
stabiliteit kan een overheid ertoe brengen in gesprek te gaan met vertegenwoordigers
van religieuze groeperingen of een bouwvergunning voor een moskee of gebedshuis
(of een kerk) te weigeren. Een verdergaand criterium is gelegen in de toepassing van het
‘absorptievermogen’ van een wijk. Dit is in Frankrijk overwogen en betekent dat bij de
beslissing over religieuze gebouwen niet alleen de architectuur, maar ook het absorp-
tievermogen van een wijk als criterium geldt, uitgaande van de gedachte dat een wijk of
een straat slechts een bepaalde hoeveelheid aan religieuze accommodaties aankan. Een
generieke richtlijn in deze acht de Raad niet nodig.
     6 Briefadvies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Gedragsbeïnvloeding niet als instrument van heimelijke beïnvloeding
De adviesvraag stelt expliciet de vraag naar legitieme instrumenten voor de overheid
om het gedrag van burgers te beïnvloeden. De Raad heeft onlangs een advies over
gedragsbeïnvloeding uitgebracht, waarin hij bespreekt in hoeverre de overheid – naast
haar bestaande instrumentarium van verboden en geboden, financiële belasting en
beloning, en communicatie en voorlichting – een nieuw instrumentarium mag inzet-
ten dat inspeelt op onbewuste en irrationele keuzeprocessen van burgers. Vanwege de
bescherming van de negatieve vrijheid is een dergelijke strategie in de kwestie van bui-
tenlandse financiering van moskeeën en gebedshuizen niet aan de orde. Beïnvloeden
van gedrag door de overheid is alleen mogelijk als het transparant gebeurt, bij niet-con-
troversiële onderwerpen die niet raken aan de eigen levenssfeer van burgers. Keuzes
inzake religie en godsdienst vallen hier ten principale niet onder. In Nederland bestaat
het fundamentele recht om eigen ideeën te hebben, ook over de invulling van de demo-
cratie. De democratische rechtsstaat is daarbij de enige grens en het kader, niet een
instrumentele vorm van gedragsbeïnvloeding. Dat neemt niet weg dat overheden zoals
eerder aangegeven de mogelijkheid hebben het gesprek aan te gaan indien er sprake is
van inbreuk op de sociale orde en de godsdienstvrijheid. Ook is het vanzelfsprekend
mogelijk dat religieuze organisaties zelf vormen van tegen- en veerkracht organiseren.
Ze kunnen bijvoorbeeld hun eigen kwetsbaarheid verminderen door zich niet te verbin-
den met één geldschieter. Ze kunnen zelf democratische controle organiseren door hun
contractbepalingen voor donateurs openbaar te maken.
Tot slot
De adviesvraag wekt de suggestie dat buitenlandse beïnvloeding specifiek via moskee-
ën en gebedshuizen plaatsvindt. Dit is slechts ten dele waar. In Frankrijk bijvoorbeeld
lijkt de (financiële) relatie tussen de Golfstaten en Franse moslims vooral vorm te krij-
gen via eigen jeugdwerkers en microkredieten in de banlieues en niet via de moskeeën.
Ook al vormt ook hier de financiering en beïnvloeding als zodanig niet het probleem,
het plaatst de adviesvraag wel in een ander perspectief: moskeeën kunnen ook tegen-
wicht bieden in het krachtenveld van allerlei particuliere, normatieve beïnvloedingen.
Wellicht dat de empirie hierover meer inzicht verschaft.
                                                              De kaders van de rechtsstaat 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De Raad spreekt de wens uit dat bovenstaand advies u verder helpt in uw stand-
puntbepaling omtrent buitenlandse financiering van moskeeën en gebedshuizen.
Samenvattend bestaat ons advies uit:
– Consistente benadering vanuit en handhaving van de rechtsstaat;
– Maximale investering in het internationale diplomatieke gesprek;
– Reciprociteit als basis om financiering toe te staan alsook om deze te ontmoedigen;
– Geen instrumentele vorm van gedragsbeïnvloeding, wel een (lokaal) gesprek bij ver-
storing van de sociale orde.
Vanzelfsprekend zijn we tot nadere toelichting bereid.
Met vriendelijke groet,
Sadik Harchaoui					Rienk Janssens
Voorzitter					Algemeen secretaris
Noten
1 Dit advies is voorbereid door Paul Frissen, Sadik Harchaoui, Lucas Meijs en Rienk Janssens,
   met raadpleging van diverse deskundigen.
2 http://hivos.org/activity/women-frontline
3 Deze vorm van aansprakelijkstelling is tot op heden vooral aan de orde binnen het domein
   van consumptieartikelen. Wanneer een aankoop in een Nederlandse winkel gebreken
   blijkt te hebben, dan is dat niet slechts een zaak tussen de koper en de desbetreffende
   winkel, maar kunnen ook voorafgaande schakels in de keten (leveranciers, fabriek enz.)
   aansprakelijk worden gesteld.
4 Convention on the Elimination of Discrimination against Women.
5 Diverse landen hebben ook nog wederzijdse investeringsverdragen, bedoeld om
   buitenlandse investeerders te beschermen tegen aanvullende regelgeving, onteigening,
   belastingheffing en andere voor de investeerder nadelige maatregelen. Maar die bieden
   voor deze kwestie weinig aanknopingspunten. Ze werken eerder beschermend voor de
   financier dan dat ze overheden mogelijkheden bieden om tegen de financier op te treden.
6 De scheiding van kerk en staat werkt naar twee kanten. Enerzijds weerhoudt ze de
   overheid om religieuze gebouwen of verenigingen te steunen, anderzijds mogen
   overheidsinstellingen bij het toekennen van subsidies ten behoeve van sociale
     8 Briefadvies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>  activiteiten organisaties niet uitsluiten wegens het enkele feit dat ze een religieuze of
  levensbeschouwelijke achtergrond hebben. In beide richtingen klinken de onpartijdigheid
  en neutraliteit van de overheid door.
7 ‘Compenserende neutraliteit’ wordt onderscheiden van ‘exclusieve neutraliteit’ en
  ‘inclusieve neutraliteit’. Exclusieve neutraliteit betekent dat de overheid een publieke
  sfeer nastreeft die vrij is van religie (vergelijk het Franse model van de Laïcité). Inclusieve
  neutraliteit houdt in dat de overheid een diversiteit aan religies en religieuze organisaties
  accepteert, maar geen verschil maakt in de bejegening ervan (de huidige Nederlandse
  situatie). Compenserende neutraliteit gaat uit van de inclusieve neutraliteit, maar
  creëert ruimte om als overheid de accommodatie en praktijken van bepaalde religieuze
  organisaties te ondersteunen, met als doel om evenwicht te garanderen in de keuze uit
  verschillende godsdiensten of religieuze stromingen. Tot halverwege de jaren tachtig zijn
  verschillende kerken en moskeeën zo door de overheid ondersteund.
8 Het ministerie van bzk en de vng houden onder stringente voorwaarden deze
  mogelijkheid open in hun handreiking aan gemeenten inzake vraagstukken rondom
  religie en het publiek domein (vng en bzk 2009).
                                                                  De kaders van de rechtsstaat 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Literatuur
aivd (2004). Van dawa tot jihad. De diverse dreigingen van de radicale islam tegen de democratische
    rechtsorde. Den Haag: aivd.
Esman, A.R. (2013). Kuwait funding muslim brotherhood growth in western mosques. 13 september,
    2013. Investigativeproject.org.
Gerards. J.H. (2012). The Positive Obligations of the State under the European Convention of Human
    Rights. Londen/New York: Routledge.
Greenfield, D. (2012). The mega mosques boom. In: FrontPage Magazine, 3 augustus 2012.
Haastrecht, R. van (2008). Financiering moskee / Gratis geld bestaat niet. In: Trouw, 24 juni
    2008.
Stichtingen krijgen publicatieplicht balans en staat van baten en lasten. Geraadpleegd juni
    2014 via http://www.antwoordvoorbedrijven.nl/wetswijziging/publicatieplicht-balans-
    staat-baten-lasten
Kern, S. (2012). Qatar Financing Wahhabi Islam in France, Italy, Ireland and Spain. Geraadpleegd
    9 februari 2012 via http://www.gatestoneinstitute.org/2833/qatar-financing-­­wahhabi-
    islam-europe.
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. De verleiding weerstaan. Grenzen aan beïnvloeding
    van gedrag door de overheid. Den Haag: rmo.
Sasse van Ysselt, P. (2013). Financiële verhoudingen tussen overheid, kerk en religieuze
    organisaties. In: Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, jg. 4, nr. 1, p. 65-86.
Scott Moore, M. (2010). Funding mosques from the state treasury. In: Pacific Standard,
    15 december 2010.
tk 2008/2009. Terrorismebestrijding, Brief van minister van bzk. Tweede Kamer, vergaderjaar
    2008/2009, 29754, nr. 145.
vng en bzk (2009). Tweeluik religie en publiek domein. Handvatten voor gemeenten. Den Haag:
    Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken en
    Koninkrijksrelaties.
     10 Briefadvies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>