<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Essays over de toekomst van de
zorg
behorende bij het advies Met de kennis van later
                                   1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Voorwoord
In het voorjaar van 2013 hebben studenten van de Radboud Universiteit, de
Universiteit van Groningen, de Erasmus Universiteit Rotterdam, en de Universiteit
Maastricht meegedaan aan een essaywedstrijd van de RVZ. We legden hen de vraag
voor “Wat is jouw visie op de toekomst van de zorg?” De resultaten zijn gebruikt ter
voorbereiding van het advies “Met de kennis van later”.
Nadat alle ingezonden essays zijn beoordeeld op originaliteit, overtuigingskracht en
structuur, zijn de drie beste essays in deze bundel opgenomen. Ze leveren interessante
ideeën op, die vooral opvallen doordat ze zo uiteenlopen. Waar Erik Verschuren vooral
toekomst ziet in een versterking van de eerstelijnszorg en het meer op wijkniveau
organiseren van voorzieningen, ziet Marthe Schaaf informele ruilhandel in zorg
ontstaan waarbij ouderen zorgkrediet kunnen opbouwen. Dit krediet kunnen zij later
inzetten als zij zelf zorg nodig hebben. Hisse Arnts gaat onder meer in op de
vernieuwing van opleidingen, en ziet ook een volledig veranderd ziekenhuislandschap,
met superziekenhuizen en, vooral, veel minder ziekenhuizen dan nu.
Ik wens u veel plezier en inspiratie bij het lezen van de essays.
Willem Jan Meerding,
projectleider
                                              2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoud
1    Erik Verschuren, Toekomstbestendig zorgbeleid in 2040 4
2    Marthe Schaaf, Ruilhandel tussen buurtbewoners om de
     zelfredzaamheid te behouden                           6
3    Hisse Arnts, Mijn visie op de zorg van 2040           8
                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Toekomstbestendig zorgbeleid in 2040
Erik Verschuren
Student geneeskunde, Radboud Universiteit Nijmegen
Toekomstbestendig zorgbeleid?
De huidige trend en prognoses geven een somber vooruitzicht wat betreft de kosten en
betaalbaarheid van onze gezondheidszorg in 2040. Sinds de invoering van de
Zorgverzekeringswet in 2006 en berichten over stijgende zorgkosten wordt de
volksgezondheidsbeleid gedomineerd door economische overwegingen. Zorg is een
kwestie van geldstromen en financiële prikkels geworden. Het beleid wordt temeer
bepaald door managers en economen. Datzelfde zorgbeleid dat met bezuinigingen en
efficiëntieslagen tracht de zorg goedkoper te maken, heeft de afgelopen jaren geleid tot
een enorme volume vergroting: de bezuinigingsparadox. Als voorbeeld is 40% van de
dotterbehandelingen volgens het CVZ overbodig. Marktwerking heeft nieuwe markten
gecreëerd. Denk maar eens aan de stop-roken of snurkpoli’s die uit de grond worden
gestampt. Er wordt te makkelijk behandeld en de technologische vooruitgang maakt
steeds meer mogelijk. De integriteit van zorgverleners als onafhankelijke deskundige is
in het geding als medische besluitvorming gestuurd wordt door financiële belangen.
Wat we nodig hebben, is zorg gericht op kwaliteit, zorginhoudelijke uitkomstmaten en
demedicalisatie van onze – aan zorg verslaafde – maatschappij. We moeten naar een
maatschappij en zorglandschap waar gezond het uitgangspunt is. Dat kunnen we alleen
maar bereiken door het bevorderen van een gezond bewustzijn en het verhogen van
zelfredzaamheid. Om dit doel te bereiken, hebben we komende decennia twee
praktische uitdagingen: innovatie in preventie en versterking van de eerstelijn.
Innovatie in preventie
De hedendaagse uitdagingen in het Nederlandse zorglandschap vereist een
intensivering van gezondheid bevorderende maatregelen, in het bijzonder preventie van
welvaartsziekten veroorzaakt door ongezonde leefstijl. Preventie is het sleutelwoord
voor zowel een gezondere alsmede goedkopere volksgezondheid. De hedendaagse
aandacht voor leefstijl en preventie moet verder geëffectueerd worden. Onontbeerlijke
ingrediënten zijn slim gebruik van technologische innovatie en het creëren van
bewustzijn voor een gezonde leefstijl.
Bewustzijn van eigen gedrag stimuleert gezond leven zonder ieders autonomie te
beperken. Er is meer nodig om bewust gezond komende jaren aandacht te geven. Om
te beginnen op basisscholen met onderwijs over het toepassen van gezonde leefstijl en
dagelijks één uur sport. Kennis over gezond leven moet concreter worden dan alleen
veel bewegen en gezond eten. Betere kennis over gezondheid en ziekte bevordert de
zelfredzaamheid van mensen en beperkt het aantal onnodige bezoeken aan de
(huis)arts.
In 2040 komen contactlenzen op de markt waar mensen realtime feedback krijgen van
hun omgeving én met behulp van nanotechnologie op het interne milieu: zo worden
diabetes patiënten gewaarschuwd bij een lage bloedsuiker; verschijnt er een alarm bij te
hoge blootstelling aan zon; of wordt men herinnerd aan de medicatie inname.
Technologische ontwikkeling stelt ons in staat om leefstijlinterventies te integreren in
de dagelijkse routine.
Innovatie maakt het straks ook mogelijk om patiëntenzorg te personaliseren met
risicoprofielen op basis van leefstijl én genetische kwetsbaarheid. De dalende prijs voor
DNA sequencing en verregaande kennis over risicogenen maken het mogelijk meer
kosteneffectieve screeningsprogramma’s op te zetten maar ook om een behandeling te
                                             4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>kunnen inzetten aangepast aan iemand genetisch karakteristieken. Tot slot moeten
preventieve maatregelen worden ondersteund door de commerciële sector.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen krijgt een nieuwe dimensie: ondernemen
met zorg voor een gezonde leefstijl. De levensmiddelen industrie werkt in 2040 volgens
een code ‘Gezond ondernemen’. In 2040 krijgen bedrijven die vooroplopen in het
stimuleren van gezonde keuzes privileges, bijvoorbeeld een vergunning om zich op
voordelige locaties te mogen vestigen.
Het belang van gezonde werknemers heeft de afgelopen jaren al geresulteerd in
verschillende gezondheidsbevorderende initiatieven op de werkvloer. Tegen 2040
zouden werkgevers verplicht moeten worden een beleid te hebben om de lichamelijk en
psychische gezondheid van werknemers te verbeteren.
Versterking eerstelijn
De uitvoering van preventie maatregelen komt voor een groot deel op het bord van de
eerstelijns zorg. Ook wordt de rol van de eerstelijn groter naarmate de tweede- en
derdelijn zich verder gaat concentreren en specialiseren. Artsen in ziekenhuizen zullen
zich steeds verder specialiseren door toenemende geneeskundige kennis en
maatschappelijke druk voor diepgaande deskundigheid. Deze ontwikkeling maakt de rol
van de generalist – lees de huisarts – des te belangrijker.
De eerstelijn is bij uitstek de setting waar gezondheid het uitgangspunt is en waar ziekte
van kwalen kunnen worden gescheiden. Eerstelijns zorgverleners kennen het sociaal
netwerk van patiënten en zijn beter in staat de mantelzorgers te mobiliseren.
Zorg moet dichter bij huis worden ingezet. Herkenbare en toegankelijke
zorgvoorzieningen in de buurt of digitaal bereikbaar (ehealth) kunnen hieraan bijdragen.
De communicatie tussen de eerste- en tweedelijn wordt gefaciliteerd door digitalisering.
Het is op zich al vreemd genoeg dat er nu nog geen landelijk elektronisch patiënten
dossier (EPD) is. In 2040 is het EPD er zeker wel. De huisarts is beheerder van het
EPD en de patiënt kan zijn dossier online inzien zodat hij meer grip krijgt op eigen
behandeling. Patiënten kunnen korte vragen via de digitale weg makkelijk en goedkoop
bij de huisarts of specialist voorleggen. Als je straks bewusteloos op de spoedeisende
hulp binnen wordt gebracht is er altijd een overzicht van de actuele medicatie en is
bekend welke operaties de patiënt heeft ondergaan. Het landelijk EPD is gekoppeld aan
het EPD in ziekenhuizen. Na ieder artsenbezoek in het ziekenhuis komt er direct een
bericht met conclusie en nieuw beleid in het landelijk EPD zodat de huisarts het
overzicht behoud. Door digitalisering wordt de coördinerende taak van de huisarts
verbeterd.
Door zorg meer op wijkniveau te organiseren kunnen voorzieningen op lokale
behoeften en uitdagingen worden aangepast. Eerstelijns zorg in grotere wijken is straks
georganiseerd in gezondheidscentra met huisartsen, fysiotherapeuten, eerstelijns
geestelijke gezondheidszorg, thuiszorg, verloskundigen, apotheek, maatschappelijk werk
en gemeentelijke gezondheidsdienst onder één dak. Bovendien wordt ziekenhuiszorg in
2040 deels extramuraal georganiseerd: de specialist dicht bij u in de wijk. Door afname
van de fysieke afstand tussen eerste- en tweedelijn is een betere samenwerking te
verwachten.
Door alle versterkende interventies in de eerstelijn zullen huisartsen relatief meer tijd
kwijt zijn per patiënt. Een normpraktijk kan dan niet groter zijn dan 1500 patiënten. Uit
onderzoek blijkt dat patiënten die beter zijn voorgelicht en meer betrokken zijn bij hun
behandeling en herstel vaak kiezen voor een goedkopere vorm van zorg. Tijd nemen
voor de patiënt is dus ook goedkoper.
                                              5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Ruilhandel tussen buurtbewoners om de
zelfredzaamheid te behouden
Marthe Schaaf
Student zorgmanagement, Erasmus Universiteit Rotterdam
Hoe denk ik dat de ouderenzorg er in 2040 uitziet?
In 2040 is de oudere generatie sterk vertegenwoordigd in de samenleving. De
zekerheid die mijn grootouders hadden dat het allemaal geregeld was voor de oude
dag zal er dan niet meer zijn. Wanneer de kosten voor de zorg werkelijk 40% van
de inkomsten gaan bedragen wordt het lastig om er bij voorbaat vanuit te gaan dat
de oude dag goed geregeld is.
De toekomstige ouderen willen thuis blijven wonen en niet in de situatie terecht
komen waarin hun ouders zaten. Wanneer er zich beperkingen gaan aftekenen
wordt het echter lastig om de vertrouwde thuissituatie te behouden. Er zal veel
worden gevraagd van de sociale omgeving. De ontwikkelingen van de laatste eeuw,
mondialisering, individualisering en emancipatie, zorgen ervoor dat er niet zomaar
vanuit kan worden gegaan dat de zorg overgenomen kan worden door de kinderen.
Ik denk dan ook dat de Protestgeneratie (1940-1955) en de Verloren generatie
(1956-1970) hierop tijdig zullen inspelen zodat hun oude dag niet veel anders zal
zijn dan hun huidige leven. Hierbij zal er wel een groot verschil tussen arm en rijk
ontstaan omdat de welgestelde burgers meer financiële middelen hebben om de
zorg en hun fysieke omgeving te organiseren zoals zij dit willen. De minder
welgestelde burgers zullen het creatief gaan oplossen. Door meer samen te gaan
doen met de buurt en familie. De zorgcrisis zal ervoor zorgen dat er een
verschuiving gaat plaatsvinden van het individualisme naar een meer sociale
maatschappij.
Technologie is in de jaren dat ik hier op aarde ben met sneltreinvaart veranderd.
Deze ontwikkeling zal zich voortzetten. Zowel op het gebied van curatieve zorg als
de care. Echter technologie zal nooit leidend worden maar altijd ondersteunend
blijven. Naarmate je ouder wordt, wordt de sociale omgeving steeds kleiner en de
eenzaamheid wordt groter. De verschillende media kunnen contacten op afstand
regelen, maar het menselijke (lichamelijke) contact is er dan niet. Daarnaast denk ik
dat er onderdelen zijn in de ouderenzorg, zoals de ondersteuning bij het wassen,
die niet overgenomen kunnen worden door machines. Handen aan het bed blijven
dus van belang. In 2040 zal het personeel in de zorg schaars zijn. Vandaar dat het
noodzakelijk is dat er goed wordt omgegaan met het personeel in de zorg.
Zorgmanagers moeten zich niet alleen laten leiden door de cijfers maar moeten
zich ook verdiepen in wat kwalitatief goede patiëntenzorg leveren inhoudt en
proberen te begrijpen waarom medewerkers voor de zorg gekozen hebben.
Wanneer dat goed gedaan wordt, zal dit zich uiteindelijk ook vertalen in de cijfers.
Een gemotiveerde zorgverlener werkt beter en efficiënter. Ook de aankomende
generaties zorgverleners zitten er niet op te wachten gedwongen te worden om de
menselijke maat uit het oog te verliezen.
Hoe wens ik dat de zorg voor ouderen er in 2040 uitziet?
In het voorgaande gaf ik aan dat de ouderenzorg zoals Nederland deze gekend
heeft er niet meer zal zijn in 2040. Het is dan ook zaak dat de toekomstige ouderen
er rekening mee houden dat ze later de hulp deels zelf zullen moeten inkopen. Ik
hoop dat er in 2040 op dit punt meer samenwerking tussen de verschillende
generaties is ontstaan. De verschillende generaties kunnen veel voor elkaar
betekenen. Samen kunnen ze ervoor zorgen dat er geen onnodige kloof ontstaat.
                                           6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De werkende generaties zullen in 2040 hard moeten werken om de samenleving
draaiende te houden. Het zijn vooral de jongeren en de jonge ouderen die de
informele zorg op zich kunnen nemen. Het streven voor 2040 moet dan ook zijn
dat in de directe woonomgeving altijd verschillende generaties woonachtig zijn.
Wanneer er dan iets gebeurt waardoor de zelfredzaamheid van een persoon
bedreigd wordt, zijn er altijd mensen in de nabije omgeving die dit kunnen
opvangen. Ik denk hierbij aan een soort ruilhandel in burenhulp. Door de korte
afstand is het eenvoudiger om wat voor elkaar te doen dan wanneer hulp van
verder weg moet komen.
Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten en samen zou je deze goed kunnen bundelen
om ervoor te zorgen dat iedereen zelfstandig maar met elkaar kan samenleven. Het
vergt creativiteit om met minder middelen de zelfredzaamheid te behouden. Dit
kan bijvoorbeeld worden verwezenlijkt door een systeem waarbij men “buurtjes”
(uren burenhulp) uitruilt. Hierbij kunnen jonge ouderen, de pensioengerechtigden
tot een jaar of 75-80, de oudere ouderen ondersteunen met verschillende hand- en
spandiensten. Zo bouwen de jonge ouderen een soort van zorgkrediet op (in de
vorm van “zorguurtjes”) voor de tijd dat zij het zelf nodig hebben. Wanneer je nog
niet gespaard hebt, dan is er de mogelijkheid om “buurtjes” in te kopen. Van deze
opbrengsten kan het systeem professioneel digitaal georganiseerd worden. Doel is
om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de jonge senioren nog
hebben. Doel is tevens om de samenhorigheid in de buurt te bevorderen en op een
vriendelijke manier het "voor wat, hoort wat" principe in ere te houden.
De formele ouderenzorg zoals verzorgingshuizen en verpleeghuizen zoals we die
nu kennen moeten blijven bestaan voor degenen die niet meer in staat zijn door
lichamelijke en/of geestelijke achteruitgang thuis te blijven wonen. Voor de
partners en kinderen die hun familielid intensief verzorgen moet ondersteuning
blijven. Er moet bewustwording komen dat er in een jaar 52 weken, 7 dagen in een
week en 24 uur in een dag zitten en dat de zowel psychische als fysieke belasting
van de mantelzorgers groot is. Ik zou willen dat de overheid deze ondersteuning
verzorgt, al is het maar om de mantelzorger voor een dag in de week te ontlasten.
Daarnaast zou ik willen dat we in 2040 een stuk verder zijn met de discussie over
de kwaliteit van leven, en hoe ver er wordt doorbehandeld. Niemand wil aan het
einde van het leven stilzwijgend aan een tafel in een verpleeghuis zitten om
vervolgens bij een longontsteking keer op keer weer behandeld te worden. Het
moet humaan blijven. Mijn wens is dat de oudere en de jongere generaties in 2040
met zorg met elkaar omgaan.
                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Mijn visie op de zorg van 2040
‘Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst,
want daarin ben ik van plan te leven’
Hisse Arnts
Coassistent en Voorzitter Ko-Raad, Faculteit geneeskunde,
Radboudumc Nijmegen
Introductie
Wij zijn de dokters van de toekomst en wij zorgen later voor de dokters van
vandaag. De huidige jeugdige generatie dokters bevindt zich in de stilte voor de
storm. Een storm waarvan wij de omvang nog niet weten en die voor veel jonge
studenten en jonge dokters plotsklaps zal komen aanwaaien. Het zorglandschap
met de spelers daarbinnen en daarbuiten zal in de komende jaren drastisch
veranderen. Ik denk dat de zorg er in 2040 als volgt uitziet:
De zorgprofessional
Een groot deel van de artsen zal zich in 2040 toe hebben gespitst op een beperkte
hoeveelheid behandelingen en zal daarmee ‘supergespecialiseerd’ zijn in plaats van
alles te kunnen binnen het vakgebied. Dit zal de kwaliteit en effectiviteit van de
behandelingen bevorderen. In tegenstelling tot de specialisten hebben huisartsen
een groter takenpakket gekregen. Veel behandelingen die voorheen (poliklinisch) in
het ziekenhuis werden uitgevoerd, zullen in 2040 door de (goedkopere) eerste-
lijnsgeneeskunde worden opgevangen. De huisartsgeneeskunde zal zich, net als de
artsen in het ziekenhuis, hebben onderverdeeld in subspecialisaties die gericht zijn
op veelvoorkomende klachten en de daarbij behorende behandelingen. Daarnaast
zullen de huisartsen zich beter hebben georganiseerd en zijn vrijwel alle huis-
artsenpraktijken onderdeel van een integraal gezondheidscentrum waarin meerdere
zorgaanbieders samenwerken en goedkope zorgtotaalpakketten worden aan-
geboden aan de patiënt.
Zorgonderwijs
In 2040 is er in het reguliere medisch curriculum in een vroeg stadium meer
aandacht voor de organisatorische kwaliteiten en vaardigheden waarover artsen
moeten beschikken en staan ook de economische en bestuurlijke aspecten van de
zorg centraal. Dit zal het fundament zijn voor nieuwe generaties kostenbewuste
zorgprofessionals die openstaan voor nieuwe kostenefficiënte en kwaliteits-
bevorderende innovaties. Door deze ontwikkeling zal er ook minder behoefte zijn
aan overbodig management binnen het ziekenhuis. Studenten zullen daarnaast in
een vroeg stadium van de opleiding kiezen voor een eindrichting/specialisatie
waardoor de opleiding kan worden verkort en studenten in een vroeger stadium
ingezet kunnen worden in de daadwerkelijke zorg voor patiënten. Tevens wordt
daarmee de kwaliteit van zowel opleiding als zorg verbeterd.
Ook zal in de (para)medische opleidingen ruimte zijn voor omgang met nieuwe
technologieën en zullen de opleidingen verzorgde en verpleegkunde beschikken
over nieuwe richtingen zoals ‘zorg op afstand’.
De patiënt
Niet alleen de zorgprofessional, maar ook de patiënt is zich in 2040 meer bewust
van de kosten van de zorg. De patiënt neemt een actieve rol in zijn eigen
zorgproces. De patiënt heeft de beschikking over toegang tot zijn eigen EPD en
krijgt een digitaal overzicht van het eigen zorgproces en zorguitgaven. In dit
digitale systeem zal er ook de mogelijkheid zijn om de hulp in te roepen van
zorgadviseurs. Deze zorgadviseurs zijn in dienst bij de zorgverzekeraar en geven
                                           8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>financieel zorgadvies voor de individuele patiënt of het gezin.
Patiënten zullen in 2040 beter zijn georganiseerd binnen (bestuurlijk) sterke
patiëntenorganisaties. Deze patiëntenorganisaties kunnen niet alleen politie ke
invloed uitoefenen, maar ook in samenspraak met zorgverzekeraars en
zorgaanbieders bepalen welke zorg zal worden afgenomen.
Zorginfrastructuur
In 2040 zijn er veel perifere ziekenhuizen en kleine klinieken uit het zorglandschap
verdwenen. Het belangrijkste gedeelte van de zorg is gecentraliseerd in grote
(academische) ziekenhuizen waar kostbare apparatuur kosteneffectief kan worden
ingezet en ‘supergespecialiseerde’ zorgprofessionals kwalitatief goede zorg aan
kunnen bieden. Naast deze ‘superziekenhuizen’ zullen er nog enkele kleine (niche)
klinieken blijven bestaan, waar zeer gespecialiseerde zorg zal worden aangeboden in
een totaalpakket, zoals bijvoorbeeld operatieve behandelcentra van klachten van
het steun- en bewegingsapparaat.
Daarnaast zal veel chronische (ouderen)zorg worden geleverd middels nieuwe
technologieën waarbij ‘telehealth’ een belangrijke rol zal spelen. Ook zal deze zorg
voor chronische klachten, zoals bijvoorbeeld neuromusculaire aandoeningen,
worden gereguleerd vanuit zogenaamde zorgnetwerken. In dit zorgnetwerk is de
zorg voor één bepaalde (groep van) aandoeningen geconcentreerd in een daarvoor
specifiek getrainde behandelgroep. Een voorbeeld hiervan zou het ParkinsonNet
van Professor Bloem uit Nijmegen kunnen zijn.
Zorgverzekeraars
In 2040 zijn door fusie van verschillende zorgverzekeraars slechts nog enkele grote
spelers overgebleven die bepalen waar de zorg zal worden ingekocht. De
zorgpremie die moet worden betaald, bevat tegen die tijd ook een percentage dat
zal worden gebruikt om nieuwe kostenefficiënte en kwaliteitsbevorderende
projecten binnen de zorg te ondersteunen. De resultaten van deze projecten zullen
transparant teruggekoppeld worden aan het patiëntenbestand.
Zorgbestuur en politiek
In 2040 zijn binnen de bestuurlijke facetten van het zorglandschap de
zorgprofessionals ‘in the lead’. Er is een nieuwe generatie jonge dokters
bijgekomen die organisatorisch, economisch en bestuurlijk inzicht hebben en die
een belangrijke sturende rol hebben in het ziekenhuis en zich bewust zijn van het
feit dat we werken aan een financieel gezonde zorg in Nederland. Ook de politiek
heeft een belangrijke sturende rol die zich met name concentreert op het
handhaven van marktwerking in de zorg, voorkomt dat zorgverzekeraars een
onnodig machtige positie krijgen en een belangrijke rol speelt in de regulatie van de
preventieve gezondheidszorg.
Wens voor de toekomst en afsluiting
Mijn wens voor de toekomst is duurzame en kwalitatief uitstekende zorg in
Nederland waarmee we tot de beste in de wereld behoren. Ik wens Nederland voor
2040 een zorglandschap toe waarin bekwame en kostenbewuste zorgprofessionals
kunnen leven en werken in optima forma en zich met hart en ziel in kunnen zetten
voor de zorgen van de individuele patiënt. In mijn wens voor de toekomst is er
voor de zorgprofessionals een perfecte symbiose tussen medisch inhoudelijk werk
waarin de patiënt centraal staat en organisatorische bedrijfsvoering. In mijn wens
van toekomstwerkelijkheid speelt de patiënt een actieve rol in zijn eigen zorg-
proces, is zich bewust van eigen zorgkosten en heeft samen met de zorgverzekeraar
een belangrijke rol in de ontwikkeling van nieuwe kostenefficiënte en kwa -
liteitsbevorderende innovaties in de zorgwereld.
De komende veranderingen in de zorg stelt onze jeugdige generatie in al zijn
facetten op de proef. Het wordt tijd dat de jongere generatie studenten en jonge
                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>dokters wakker worden en dat er door hen landsbreed nagedacht gaat worden over
de zorg van de toekomst en welke plek zij daar zelf in denken te gaan nemen.
Alleen op deze manier ontstaat duurzame en hoogwaardige zorg in de toekomst en
kunnen we zeggen: 2040, wij zijn er klaar voor!
                                        10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>