<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Dossier Consumenten-eHealth
Samenvattingen achtergrondstudies
Dossier uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en
Zorg bij het advies Consumenten-eHealth.
Den Haag, 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Inhoudsopgave
1   Inleiding                                                     4
    Neeltje Vermunt
2   Scoping review over de toegevoegde waarde van
    eHealth voor zelfmanagement bij ouderen                       6
    IQ Scientific Institute for Quality of Healthcare:
    Lise Verhoef, Tijn Kool en Marjan Faber
3   Doe-het-zelf Zorg: disruptieve effecten van
    consumenten-eHealth                                          10
    TNO innovation for life: Jop Esmeijer, Denise van der Klauw,
    Tom Bakker, Bas Kotterink, en Ronald Mooij
4   Financiering en bekostiging van eHealth                      14
    Flim Projectmanagement (Chris Flim) en Simone de Graaf
5   Het perspectief van artsen in de ouderenzorg
    op het gebruik van eHealth                                   16
    Simone de Graaf
6   Juridische drempels voor toepassing
    (consumenten) eHealth                                        19
    Marina de Lint
7   Consumenten-eHealth: a game changer?!                        27
    Leo Ottes
8   Gebruik van eHealth bij zelfmanagement:
    verschillen die het verschil uitmaken                        34
    Ayeh Zarrinkhameh
9   eHealth in het gemeentelijk domein                           47
    Annet den Hoed
10  Consumenten-eHealth en de zorg van de
    toekomst                                                     51
    Henri Boersma enNeeltje Vermunt
11  Adoptie van professionele eHealth                            56
    Bert van Raalte
RVZ                                     Dossier Consumenten-eHealth 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>1      Inleiding
Neeltje Vermunt
In deze bundel vindt u een overzicht van de achtergrondstu-
dies welke behoren tot het advies: ‘Consumenten-eHealth’.
In dit advies brengt de Raad voor de Volksgezondheid en
Zorg de opkomst van consumenten-eHealth onder de aan-
dacht. Onder consumenten-eHealth verstaat de Raad direct op
de markt zonder tussenkomst van zorgverleners aan de con-
sument aangeboden informatie-en communicatietechnologie,
die beoogt de gezondheid van gebruikers te ondersteunen of te
verbeteren. De ontwikkelingen op het gebied van consumen-
ten-eHealth gaan snel en kunnen ingrijpende gevolgen hebben
voor vraag en aanbod in de zorg zoals nu bekend en gebruike-
lijk. Consumenten-eHealth speelt direct in op wensen van
mensen en biedt mensen gevraagde en ongevraagde mogelijk-
heden. De reguliere zorg is onvoldoende voorbereid op de
komende ontwikkelingen en dit probleem zal zich niet zelf
oplossen. Maatregelen zijn nodig om consumenten-eHealth
veilig en bruikbaar te laten zijn voor mensen en maatschappij.
In het kader van dit adviesproject zijn de volgende externe en
interne achtergrondstudies gedaan.
1.     Scoping review over de toegevoegde waarde van
       eHealth voor zelfmanagement bij ouderen
       IQ healthcare: Lise Verhoef, TijnKool, Marjan Faber
2.     Doe-het-zelf Zorg
       Disruptieve effecten van consumenten-eHealth
       TNO innovation for life: Jop Esmeijer Denise van der Klauw
       Tom Bakker, Bas Kotterink, Ronald Mooij
3.     Financiering en bekostiging van eHealth
       Flim Projectmanagment in samenwerking met RVZ
       Chris Flim, Simone de Graaf
4.     Het perspectief van artsen in de ouderenzorg op het
       gebruik van eHealth-toepassingen
       Simone de Graaf
5.     Juridische drempels voor toepassing (consumenten)-eHealth
       Marina de Lint
RVZ                                      Dossier Consumenten-eHealth 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>6.    Consumenten-eHealth: A game changer?!
      Leo Ottes
7.    Gebruik van eHealth bij zelfmanagement: verschillen
      die het verschil uitmaken
      Ayeh Zarrinkhameh
8.    eHealth in het gemeentelijk domein
      Annet den Hoed
9.    Consumenten-eHealth en de zorg van de toekomst
      Henri Boersma, Neeltje Vermunt
10. Adoptie van professionele eHealth
      Bert van Raalte
In de adviesvoorbereiding is in de achtergrondstudies van
Ottes (nummer 6) en Van Raalte (nummer 10) onderzoek
gedaan naar consumenten-eHealth respectievelijk professione-
le eHealth.
De achtergrondstudie van Boersma en Vermunt, (nummer 9),
geeft een perspectief op de mogelijke transformatie in de zorg
die de opkomst van consumenten-eHealth teweeg zou kunnen
brengen. De studies van TNO (nummer 2), Zarrinkhameh
(nummer 7), Den Hoed (nummer 8), De Graaf (nummer 4) en
IQ healthcare (nummer 1) gaan in op specifiekere onderdelen
van dit advies.
Flim en De Graaf (nummer 3) en De Lint (nummer 5) hebben
onderzoek gedaan naar de randvoorwaarden op het gebied van
financiering en bekostiging en naar juridische randvoorwaar-
den.
De volledige achtergrondstudies kunt u downloaden via de
website.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>2      Scoping review over de toegevoegde
       waarde van eHealth voor zelfmanagement
       bij ouderen
IQ healthcare:
Lise Verhoef
Tijn Kool
Marjan Faber
De RVZ heeft voor het advies Consumenten-e-health aan IQ
healthcare gevraagd de volgende onderzoeksvragen te onderzoe-
ken:
a.    Welke e-health-toepassingen zijn beschreven in de weten-
      schappelijke literatuur die als doel hebben het bevorderen
      van zelfmanagement en empowerment bij ouderen?
b. In welke mate leidde het inzetten van deze e-health-
      toepassingen tot verbetering van het zelfmanagement en de
      empowerment bij ouderen?
Omdat de laatste jaren een forse consumentenmarkt is ontstaan
waar e-health leveranciers zich direct tot de gebruiker richten, ligt
de focus bij bovenstaande vragen vooral op e-health-toepassingen
die gericht zijn op de patiënt.
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is de methode
van een scoping review gehanteerd. We hebben eerst een zoek-
strategie opgesteld op basis van drie pijlers: ‘e-health’, ‘self ma-
nagement’ en ‘elderly’. We hebben in zes wetenschappelijke data-
bases gezocht te weten Web of Science, Cochrane Database,
PsychInfo, EMBASE en CINAHL. De zoekstrategie in deze
wetenschappelijke databases leverde 820 unieke artikelen op.
Vervolgens hebben twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar
de titel en samenvatting van deze 820 artikelen doorgenomen op
zoek naar artikelen over e-health-interventies bij ouderen gericht
op het bevorderen van empowerment en zelfmanagement. Dat
leverde 66 artikelen op waarvan de twee onderzoekers ieder de
helft hebben doorgenomen en hebben samengevat in een tabel
met de meest relevante kenmerken zoals doel van het artikel,
beschreven e-health-interventie, uitkomstmaten en conclusie. Op
basis van deze beschrijving beoordeelden de twee onderzoekers
of de door hen gelezen studies geïncludeerd moesten worden.
Uiteindelijk bleven er 19 artikelen over die voldeden aan alle
criteria.
RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De studies beschrijven e-health-interventies die in grote lijnen drie
doelstellingen beogen:
1. monitoring van data (op afstand of via een Persoonlijk Ge-
      zondheidsdossier);
2. het hebben van online contact van patiënten met zorgverle-
      ners, via geschreven tekst of visueel en
3. het geven van gezondheidseducatie aan patiënten.
Bijna alle studies beschreven een interventie waar patiënten gege-
vens moesten monitoren en (laten) versturen naar een centrale
database waar de data werden geanalyseerd. De meeste onderzoe-
ken combineerden deze interventie met de mogelijkheid contact
te hebben met zorgverleners, met behulp van e-mail, sms of in
sommige gevallen face-to-face met een beeldverbinding. Drie
studies concentreerden zich enkel op het effect van online ge-
zondheidseducatie. Bijna alle studies betroffen patiënten met één
of meerdere chronische aandoeningen zoals COPD of diabetes.
Alle studies hadden zelfmanagement als uitkomstmaat (dat was
een selectiecriterium). Een deel van de studies vergeleek de inter-
ventie- en controlegroep op basis van gezondheidsuitkomsten
zoals HbA1c. Een beperkt deel van de studies mat het effect op
basis van kwaliteit van leven. In 13 van de 19 studies werd een
positief effect op (een onderdeel van ) zelfmanagement gevonden.
Van de 10 studies die ook naar gezondheidsuitkomsten keken is
bij 7 een positief effect gevonden. Voor kwaliteit van leven was in
4 van de 6 studies een positief effect te zien.
De primaire uitkomstmaat was zelfmanagement. Deze was in
grote lijnen te verdelen in drie categorieën te weten (1) de mate
van zelfeffectiviteit om met de ziekte om te gaan, (2) het ken-
nisniveau over de ziekte, en (3) de mate van activering. Van de
14 studies die keken naar zelfeffectiviteit vonden 9 studies een
positief effect van de e-health-interventie. In 5 van 7 studies
die keken naar kennis werd een positief effect hierop gevon-
den. Geen van de drie studies die keken naar activering von-
den een positief effect.
Wat opvalt is dat er nog geen studies zijn verschenen die mobile
health of sociale media gebruiken om de zelfmanagementvaar-
digheden van ouderen te vergroten.
Het effect op zelfmanagement dat werd gevonden in de stu-
dies was significant maar niet extreem groot. Alleen in de stu-
die van Neafsey et al. werd aangegeven dat hun Personal Edu-
cation Program een groot effect had op zowel kennis als zelf-
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>effectiviteit. Verschillende factoren lijken een rol te spelen bij
het bereiken van een positief effect op zelfmanagementuit-
komsten. Dit zijn bijvoorbeeld het inzetten van een interventie
die verschillende invalshoeken heeft (bijvoorbeeld data moni-
toring én educatie), het betrekken van ouderen bij de ontwik-
keling van de interventie, het maken van een gebruiksvriende-
lijke interventie (groot lettertype, groot gebruiksgemak etc.) en
het inzetten van goede begeleiding en instructie om implemen-
tatie en gebruik van de interventie te bevorderen.
Enkele geïncludeerde studies konden geen effect op zelfmana-
gement aantonen. Een factor die mee lijkt te spelen is de leng-
te van follow-up: studies die geen effecten lieten zien op zelf-
management betroffen in alle gevallen een studie met een
follow-up van maximaal één jaar, in één geval zelfs acht we-
ken. Ook betrof het studies waarin een interventie werd inge-
zet die alleen gericht was op educatie. Daarnaast wordt het
ontbreken van een effect tussen de interventiegroep en contro-
legroep ook veroorzaakt door een laag gebruik van de inter-
ventie. Soms ontbreekt dit effect doordat een toename van
zelfmanagement in zowel in de interventie- als controlegroep
gezien werd maar er geen significant verschil tussen beide was.
Deze scoping review doorbreekt het vooroordeel dat moderne
technologie slecht inzetbaar is bij oudere patiënten. E-health
kan helpen om de zelfeffectiviteit van deze groep te verster-
ken. Voordat e-health-interventies op grote schaal bij de
thuiswonende chronische patiënten gebruikt kunnen worden,
zal verder maatwerk nodig zijn. Ten eerste werden de beschre-
ven interventies toegepast bij groepen van beperkte omvang.
Ten tweede hanteerden de meeste studies beperkingen in cog-
nitief en fysiek functioneren als exclusiecriteria en voldoende
computervaardigheden als inclusiecriteria. Hierdoor zijn de
uitspraken lastig generaliseerbaar voor alle ouderen. Toekom-
stig onderzoek moet aantonen of de huidige e-health-
toepassingen ook geschikt zijn voor de ouderen met beperkte
fysieke en cognitieve vermogens. Ten derde kunnen e-health-
interventies mogelijk schadelijke effecten hebben. Ouderen
kunnen ook juist vereenzamen. Daar is in deze studie niet naar
gekeken.
Bijna alle studies betroffen e-health-interventies die werden
ingezet bij ouderen die zelfstandig thuis woonden. Voor deze
groeiende groep Nederlanders is het feit dat e-health-
interventies effect hebben op zelfeffectiviteit, activering en de
kennis van thuiswonende ouderen van groot belang. Deze
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>uitkomst kan derhalve ook gevolgen hebben voor de toekom-
stige inrichting van de Nederlandse gezondheidszorg. E-health
kan het proces van zelfstandig thuis blijven wonen ondersteu-
nen.
RVZ                                Dossier Consumenten-eHealth 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>3     Doe-het-zelf Zorg
      Disruptieve effecten van consumenten-eHealth
TNO innovation for life:
Jop Esmeijer
Denise van der Klauw
Tom Bakker
Bas Kotterink
Ronald Mooij
De kosten van de gezondheidszorg in Europa en Nederland
dreigen op korte termijn onbeheersbaar te worden. Dit pro-
bleem, samen met maatschappelijke veranderingen, maakt dat
het voorkomen van ziekten door gezond leven en actieve par-
ticipatie belangrijker wordt. Ook biedt het nauwkeuriger voor-
spellen van ziektes en het personaliseren van therapie kansen.
Een helder signaal van de ongekende mogelijkheden op dit
vlak, is de onstuitbare opmars van health-apps en smart devi-
ces. Hierbij gaat het niet alleen om de talloze fitness- en life-
style-apps voor smartphones, maar juist ook om sporthorloges
zoals de Fitbit, Google Glass, digitale weegschalen, bloed-
drukmeters, schoenen met sensoren, slimme tandenborstels en
overige apparatuur met draadloze sensoren (Internet of
Things). Deze nieuwe toepassingen worden doorgaans niet
ontwikkeld door bedrijven uit de ‘traditionele’ medische we-
reld en tegenstelling tot traditionele eHealth-diensten zijn ze
niet expliciet gericht op de relatie tussen zorgprofessionals en
patiënten. We spreken daarom ook van consumenten-eHealth.
Doorslaggevende ontwikkelingen in consumenten-eHealth
Het kenmerk van consumenten-eHealth is dat het gaat om
digitale en online producten en diensten die gericht zijn op de
consumentenmarkt en die niet via de traditionele ‘medische’
kanalen hun weg naar patiënten en consumenten vinden. Een
belangrijke groep in het ecosysteem van consumenten-eHealth
zijn spelers die faam hebben verworven in andere sectoren en
die nieuw zijn in het domein van gezondheid. Een aantal par-
tijen heeft inmiddels een dominante positie als ‘gatekeeper’ in
het nieuwe waardennetwerk. Zo is een groot deel van de par-
tijen in het ecosysteem van consumenten-eHealth afhankelijk
van Apple of Google. Naast - maar voor een deel ook dankzij
- de toetreding van deze grote platformpartijen heeft het eco-
systeem van consumenten-eHealth een grote aantrekkings-
kracht op grote aantallen startende bedrijven, die via de ver-
schillende app stores hun diensten kunnen verkopen.
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Consumenten-eHealth rekt het begrip “gezondheid” op omdat
er steeds meer producten en diensten komen die gebruikers in
staat stellen om bepaalde aspecten uit hun leven (zoals voe-
ding, slaappatronen, beweging, werk en stress) te bezien vanuit
het perspectief van gezondheid, functioneren en welzijn. Dit
kan grote gevolgen hebben voor de zorg door de kenmerkende
gebruiksvriendelijkheid van consumenten-eHealth en de ver-
minderde noodzaak tot tussenkomst van een medische profes-
sional voor het monitoren van gegevens of het leveren van
diensten. Consumenten-eHealth is daardoor een typerend
voorbeeld van een P4-zorginnovatie, immers Preventie, actieve
Participatie van burgers, Personalisering van diagnoses en
therapie en betere Predictie op basis van data, leveren in ge-
zamenlijkheid een unieke kans op om de kosten in de zorgsec-
tor in de toekomst beheersbaar te houden.
Wat opvalt aan de ontwikkelingen in het gebied van Consu-
menten-eHealth, is dat er niet direct één zeer recentelijke dis-
ruptieve innovatie heeft plaats gevonden. Wel is het zo een
aantal belangrijke ontwikkelingen sterk zichtbaar en dominant
worden, juist op het moment dat de urgentie voor een transitie
in de zorg steeds groter wordt. Deze met elkaar samenhangen-
de ontwikkelingen worden hieronder omschreven.
1.    De technologie zelf: de exponentiële groei in rekenkracht
      van computers in navolging van Moore’s Law; steeds nauw-
      keurigere en kleinere sensoren (miniaturisering); de uitrol
      van draadloze technologieën voor het transport van data
      (3G, 4G, Wifi); de opkomst van het Internet of Things.
2.    De democratisering die deze technologieën teweeg brengt,
      a.    Voor aanbieders: de drempel voor nieuwe spelers –
            met name van buiten de traditionele zorgsector - om
            producten en diensten te ontwikkelen is sterk gedaald
            (o.a. door een breed verspreide infrastructuur van
            hardware (tablets en smartphones), app marktplaatsen,
            cloud-diensten en open source software)
      b. Voor consumenten: de massale adoptie van deze infra-
            structuur door consumenten, in het bijzonder smartp-
            hones en tablets die als platformen dienen voor nieuwe
            diensten. Met name de ontwikkeling van intuïtieve,
            grafische interfaces (in het bijzonder de iPhone in
            2007) heeft hier een grote rol in gespeeld. Deze pro-
            ducten worden gebruikt in het dagelijkse leven van
            consumenten in, om en buiten het huis.
RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>3.    Het ontstaan van een uiterst modern en dynamisch eco-
      systeem waaruit in hoog tempo veelbelovende
      (zorg)innovaties worden gecreëerd. Vooral belangrijk hierbij
      is dat preventie, participatie, predictie en personalisering niet
      alleen leidende principes zijn bij deze innovaties, maar ook
      vaak succesfactoren voor daadwerkelijke adoptie. Ook op-
      vallend in dit nieuwe ecosysteem, zijn de snelle innovatiecy-
      cli (als gevolg van sterke concurrentie, gebruikersreviews
      binnen app stores, etc.) en de uitbreiding naar nieuwe doel-
      groepen (gezonde burgers in plaats van alleen patiënten).
Kansen en aanbevelingen
Om kansrijke maar disruptieve zorginnovaties rond consumen-
ten-eHealth een kans van slagen te geven moeten een aantal
belangrijke barrières worden geslecht. Deze barrières doen
zich vooral voor in het samenspel van traditionele eHealth en
consumenten-eHealth. Het aantonen van de meerwaarde en
effectiviteit van consumenten-eHealth is de eerste uitdaging.
Daarnaast spelen er belangrijke vragen rondom privacy, veilig-
heid en accountability, gezien in het licht van een groeiende rol
van (internationale) gatekeepers zoals Apple, Google en Sams-
ung in het ontluikende ecosysteem van consumenten-eHealth.
Uit vergelijkbare ontwikkelingen in andere sectoren leren we
dat het adequaat inspelen op ingrijpende veranderingen vraagt
om een gezond innovatiesysteem. Drie aspecten zijn bepalend voor
het slagen van consumenten-eHealth:
1.    Een stimulerend innovatieklimaat met ruimte voor nieuwe
      ontwikkelingen als consumenteneHealth vraagt om een be-
      tere afstemming tussen beschikbare Nederlandse middelen
      in programma’s zoals van ZonMw en de topsectoren LSH,
      HTSM en CI, met meer aandacht voor bottom-up innovatie
      door innovatieve startups en het MKB. Daarbij is het van
      belang de aansluiting te vinden met Europese startup- en
      MKB-activiteiten zoals ICT Labs, Future Internet PPP en
      het SME Instrument. Toegang tot financiële middelen en
      het beschikbaar stellen van relevante datasets, data-
      infrastructuur en domeinkennis zijn belangrijke incentives in
      het nieuwe eHealth ecosysteem.
2.    Het creëren van ‘lerende ecosystemen’ om de wisselwerking
      tussen het traditionele zorgdomein en innovatieve spelers
      van buiten de zorg te verbeteren. De nadruk moet daarbij
      liggen op kennisuitwisseling tussen ondernemers, onderzoe-
      kers en zorgverleners, gekoppeld aan investeringsinitiatieven
RVZ                                     Dossier Consumenten-eHealth 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    (zie 1) en nieuwe onderzoeksmodellen. Voor overheden en
    de zorgsector betekent dit dat zij een actieve rol moeten spe-
    len bij het bevorderen en verbeteren van innovatie-
    ecosystemen en initiatieven als het gaat om het benutten van
    consumenteneHealth. Dit zijn bijvoorbeeld Health Valley,
    CreateHealth, Dutch Health Hub en de verschillende zorg-
    proeftuinen in Nederland. In deze ecosystemen zouden de
    grote maatschappelijke uitdagingen centraal moeten staan
    (bijvoorbeeld dementie, diabetes) om de belangen en activi-
    teiten van verschillende stakeholders beter af te stemmen.
3.  In het zorgdomein is vertrouwen van zowel consumenten
    als zorgprofessionals van groot belang om innovatie – en de
    adoptie van innovaties – te stimuleren. Privacy speelt een
    belangrijke rol, maar ook de kwaliteit, transparantie en be-
    trouwbaarheid van producten en diensten is essentieel. Het
    actief betrekken van partijen als NICTIZ, CBP en IGZ in
    het lerende ecosysteem (zie 2) kan ‘vertrouwen’ en innovatie
    stimuleren. Onder invloed van de nieuwe gangmakers als
    Google en Apple ontwikkelt het internationale ecosysteem
    zich razendsnel. Voor het borgen ven vertrouwen is het es-
    sentieel de nieuwe businessmodellen en platformen in het
    eHealth-ecosysteem in kaart te brengen.
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>4     Financiering en bekostiging van eHealth
Flim Projectmanagement (Chris Flim)/Simone de Graaf
Bekostiging en financiering zijn belangrijke voorwaarden voor
implementatie en opschaling van eHealth en zijn tegelijk in de
context van professionele eHealth een veelgenoemde (maar
zeker niet de enige) barrière. Professionele eHealth wordt
voornamelijk geïnitieerd door de zorgverlener. Voor eHealth
geïnitieerd door de zorgvrager, in deze notitie consumenten-
eHealth genoemd, lijkt deze barrière een minder grote rol te
spelen. Er zijn (nieuwe) verdienmodellen die het voor markt-
partijen interessant maken om hierin te investeren en voor
zorgvragers om deze vormen van eHealth te gebruiken.
Ook voor professionele eHealth lijkt er voldoende ruimte om
te investeren. Deze ruimte wordt tot op heden echter onvol-
doende benut door zorgverleners en zorginkopende partijen
(met name zorgverzekeraars). Door alle wijzigingen in bekosti-
ging van zorg en ondersteuning die vanaf 2015 ingevoerd
worden, neemt de ruimte voor financiering en bekostiging van
eHealth verder toe.
Financiering en bekostiging van consumenten-eHealth en
professionele eHealth staan nu nog grotendeels los van elkaar.
Op termijn zullen de twee vormen van eHealth zich steeds
meer vermengen, evenals de mogelijkheden voor financiering
en bekostiging.
Consumenten-eHealth kan voor de korte termijn een aanjager
zijn voor het gebruik van professionele eHealth. Aan de hand
van twee beredeneerde scenario’s (hartfalen en obesitas) wordt
geschetst hoe dat zou kunnen plaatsvinden, met aandacht voor
zowel de potentiële kosten als baten en de mogelijkheden om
substitutie van reguliere zorg te stimuleren. Substitutie van
reguliere zorg blijft een essentiële voorwaarde om de ruimte
voor zowel consumenten-eHealth als professionele eHealth
meer te benutten zonder dat dit leidt tot een forse stijging van
de (collectieve) zorgkosten. Die noodzaak tot substitutie is
tegelijk een belangrijke reden waarom zorgpartijen niet altijd
de juiste incentives ervaren om de beschikbare ruimte in finan-
ciering en bekostiging ook actief te benutten.
De notitie sluit af met enkele suggesties om het gebruik van
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>eHealth de komende jaren te stimuleren door maatregelen op
het gebied van financiering, bekostiging en inkoop:
-    meer kennis over financiering/bekostiging van eHealth benut-
     ten;
-    meer financiële incentives voor veldpartijen voor het gebruik
     van eHealth
     (professioneel én consumenten);
-    meer eigen budget en meer eigen verantwoordelijkheid voor
     zorgvragers;
-    meer eHealth voor kwetsbare groepen (‘lage SES’).
De oplossing op langere termijn, met name voor de vermen-
ging van consumenten-eHealth en professionele eHealth, is
het vervangen van bekostiging gericht op behandelen door
bekostiging gericht op uitkomsten in termen van gezondheid.
Daarmee worden financiële incentives voor veel partijen ge-
lijk(er) geschakeld. Dat is een stip op de horizon, ook voor
grootschalige inzet van eHealth.
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>5       Het perspectief van artsen in de ouderen-
        zorg op het gebruik van eHealth
Simone de Graaf
In de gezondheidszorg is steeds meer een trend te zien van
passieve naar actieve patiëntparticipatie door middel van ge-
zamenlijke besluitvorming, patient empowerment en zelfma-
nagement. Dit proces kan ondersteund worden door de inzet
van eHealth-toepassingen. Met eHealth wordt het gebruik van
informatie- en communicatietechnologieën om gezondheid en
gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren bedoeld. Er
heersen positieve verwachtingen over het gebruik van eHealth:
het zou de doelmatigheid en betaalbaarheid van de zorg kun-
nen bevorderen, voor betere continuïteit in de zorg kunnen
zorgen en de zorg beter toegankelijk kunnen maken. Echter
blijkt uit de jaarlijkse eHealth monitor uitgebracht door Nictiz
en NIVEL dat het gebruik van eHealth in Nederland nog
amper van de grond komt. Hierdoor worden de positieve ver-
wachtingen nog niet of nauwelijks waar gemaakt.
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is momen-
teel bezig met het opstellen van een advies over eHealth, zelf-
management en gezondheidsvaardigheden. Binnen dit advies
zullen ouderen als casus genomen worden aangezien zij moge-
lijk minder gebruik maken van eHealth vanwege beperkte
vaardigheden. In een andere afstudeerscriptie is hierbij geke-
ken naar het perspectief van oudere patiënten zelf op het ge-
bruik van eHealth-toepassingen. Om echter een goed beeld te
krijgen van het gebruik van eHealth in de zorg rondom deze
ouderen is het perspectief van de arts ook van belang. Daarom
heeft dit onderzoek zich gericht op artsen in de ouderenzorg
en zijn de volgende twee hoofdvragen gesteld:
1. Welke ervaringen hebben artsen in de ouderenzorg met het
     gebruik van eHealth-toepassingen ter versterking van de posi-
     tie van multimorbide ouderen en wat zijn hun verwachtingen
     op dit vlak voor de toekomst?
2. Wat denken deze artsen nodig te hebben om voorbereid te
     zijn op de toekomst als het gaat om gebruik van dit soort
     eHealth-toepassingen?
Om deze twee onderzoeksvragen te beantwoorden is een con-
ceptueel model opgesteld op basis van het ‘Unified Theory of
Acceptance and Use of Technology’ (UTAUT2) model van
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Venkatesh et al. (2012). In dit model worden zeven factoren
beschreven die iemands intentie om een bepaald gedrag te
vertonen – in dit geval het gebruik van een eHealth toepassing
– beïnvloeden. Voor dit onderzoek is allereerst een literatuur-
studie gedaan naar wat artsen in algemene zin vinden van het
gebruik van eHealth-toepassingen op het gebied van zelfmana-
gement, gezamenlijke besluitvorming en patient empower-
ment. Vervolgens zijn zes casussen met elkaar vergeleken.
Hierbij werd een casus gezien als een eHealth toepassing die
gebruikt wordt door artsen en mogelijk ook door ouderen en
gericht is op het versterken van de positie van de patiënt. Van
iedere casus zijn één of meerdere artsen geïnterviewd die ge-
bruik maken van de eHealth toepassing. Uiteindelijk zijn negen
semigestructureerde interviews afgenomen met huisartsen,
kaderhuisartsen ouderengeneeskunde, klinisch geriaters en een
specialist ouderengeneeskunde. De interviewvragen waren
hierbij gebaseerd op de concepten van het conceptueel model.
Bij de zeven concepten van het conceptueel model zijn de
volgende resultaten gevonden:
-   Performance expectancy: artsen hadden positieve verwach-
    tingen over het gebruik van eHealth met name op het gebied
    van communicatie en samenwerking tussen zorgverleners van
    verschillende disciplines. Wel werden kanttekeningen gezet bij
    de wil van andere zorgverleners om samen te werken en de
    tijdsinvestering die gemaakt moet worden om met de toepas-
    sing te leren werken.
-   Effort expectancy: artsen vonden de eHealth-toepassingen
    erg gebruiksvriendelijk en ervaarden daarom geen problemen
    bij het gebruik ervan. Artsen omschreven dat ouderen meer
    moeite kunnen hebben met het gebruik van eHealth door hun
    beperkte computervaardigheden en eventuele fysieke proble-
    men.
-   Social influences: collega’s van de geïnterviewde artsen wa-
    ren wisselend positief en negatief over het gebruik van eHeal-
    th. Artsen die geen gebruik maken van dit soort toepassingen
    kunnen er echter voor zorgen dat het ervaren nut voor de art-
    sen die er wel gebruik van maken minder wordt.
-   Facilitating conditions: verschillende faciliterende voor-
    waarden werden genoemd zoals technische hulp en samen-
    werking met leveranciers, training en tijd om met de toepas-
    sing te leren werken. Ook zou het laten zien van goede eHeal-
    th voorbeelden andere artsen over kunnen halen om er ook
    gebruik van te gaan maken.
-   Price value: duidelijkheid rondom financieringsmogelijkheden
    voor eHealth werd met name door huisartsen gezien als een be-
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>     langrijk beïnvloedende factor in de keuze om eHealth wel of
     niet te gaan gebruiken.
-    Hedonic motivation: artsen vonden het leuk om met de
     toepassing te werken.
-    Habit: het gebruik van eHealth werd nog niet als gewoonte
     gezien door de vaak beperkte mate van ervaring die de geïn-
     terviewde artsen met het gebruik van de toepassing hadden.
In de discussie zijn een aantal onderwerpen aan bod gekomen.
Ten eerste is ingegaan op de gekozen casussen en de mate van
actieve patiëntparticipatie die hieraan gekoppeld kan worden.
Ook is gekeken in welke mate de huidige generatie ouderen
hier gebruik van kan en wil maken. Daarna is de samenwerking
tussen zorgverleners en de invloed van zorgverleners die geen
gebruik maken van eHealth op deze samenwerking bediscussi-
eerd. Verder zijn een aantal faciliterende voorwaarden uitge-
werkt, waaronder scholing en het uitdragen van goede voor-
beelden. Ook zijn het belang van duidelijkheid over financie-
ringsmogelijkheden en het feit dat het gebruik van eHealth nog
niet altijd als gewoonte wordt gezien verder bediscussieerd.
Op basis van de resultaten en de discussie kan geconcludeerd
worden dat artsen in de ouderenzorg over het algemeen posi-
tief waren over het gebruik van eHealth om de positie van
ouderen te versterken. Het gebruik van eHealth-toepassingen
lijkt momenteel belemmerd te worden door het feit dat andere
zorgprofessionals er nog niet altijd gebruik van maken. Dit
achterblijvende gebruik van collega-artsen en ook van patiën-
ten kan van invloed zijn op het ontwikkelen van een gewoonte
om eHealth te gebruiken, voor zorgverleners die wel gebruik
maken van eHealth.
Om in de toekomst meer gebruik te kunnen maken van eHeal-
th hebben artsen meer gebruikende medeprofessionals nodig.
Door goede voorbeelden aan hen te laten zien, wordt de
noodzaak van het gebruik mogelijk beter zichtbaar. Verder is
een scholing een belangrijke faciliterende voorwaarde, zowel
training in het gebruik van een specifieke toepassing als inbed-
ding van eHealth in het medisch onderwijs. Een goede sa-
menwerking tussen arts en leverancier kan bijdragen aan betere
implementatie van een toepassing in de dagelijkse werkzaam-
heden van een arts. Ten slotte, is duidelijkheid rondom finan-
cieringsmogelijkheden erg belangrijk. Wanneer aan deze voor-
waarden voldaan is, zal dit het gebruik van eHealth door artsen
ten goede komen.
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>6     Juridische drempels voor toepassing
      (consumenten) eHealth
Marina de Lint
In het advies over eHealth dat de RVZ momenteel in voorberei-
ding heeft, staat de opkomst van consumenten-eHealth centraal.
Dit is een vorm van eHealth die direct op de consumentenmarkt
gericht is en niet op de professionele markt. De producten en
diensten vinden hun weg rechtstreeks vanaf de producent naar de
consument/patiënt en niet via de ‘medische kanalen’. Het gaat
onder andere om lifestyle gadgets, apps voor de smart-phone,
gezondheidsplatforms en ook Persoonlijk Gezondheids Dossiers
(PGD’s). Een van de hoofdvragen van het advies is welke trans-
formatie in de gezondheidszorg zal plaatsvinden als gevolg van de
opkomst van consumenten-eHealth.
Deze vraag is relevant, omdat de ontwikkeling van consumenten-
eHealth onstuitbaar is en vroeg of laat om respons vraagt vanuit
het professionele zorgdomein. Maar we weten ook dat de imple-
mentatie en adaptatie van eHealth door zorgaanbieders moeizaam
verloopt. Dit heeft verschillende oorzaken, waaronder belemme-
ringen die voortvloeien uit wet- en regelgeving (of het ontbreken
daarvan).
In deze notitie worden de juridische belemmeringen voor de
implementatie en adaptatie van (consumenten)-eHealth in kaart
gebracht aan de hand van zeven thema’s. Vervolgens worden,
daar waar relevant, suggesties gegeven voor oplossingsrichtingen.
1. Gegevensbescherming
Voor zorgaanbieders/zorgverleners vormt de wettelijk gere-
gelde privacybescherming (medisch beroepsgeheim en be-
scherming persoonsgegevens) een voorwaarde waaraan te allen
tijde moet worden voldaan. De regels rond het medisch be-
roepsgeheim en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
zijn vooral aan de orde wanneer in contacten tussen zorgverle-
ners persoonsgegevens over patiënten worden uitgewisseld. De
hoofdregel is dat een hulpverlener alleen met toestemming van
de patiënt informatie over die patiënt aan anderen mag ver-
strekken. Op die hoofdregel bestaan verschillende uitzonde-
ringen, bijvoorbeeld wanneer verstrekking van gegevens wette-
lijk verplicht is, wanneer gegevens worden verstrekt aan ande-
ren die rechtstreeks bij de uitvoering van de behandelingsover-
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>eenkomst met de patiënt betrokken zijn of in geval van een
conflict van plichten. Alleen wanneer gegevens zonder schen-
ding van het beroepsgeheim zijn verkregen komt men toe aan
het toetsen van de verwerking van de patiëntgegevens aan de
Wbp. Behalve een rechtmatige grondslag (artikel 8) dient ook
sprake te zijn van een ontheffing van het verbod op het ver-
werken van gezondheidsgegevens (artikel 21) of van een uit-
zondering (artikel 23).
De privacybeschermingsregels gelden ongeacht of er sprake is van
conventionele zorg dan wel van eHealth. In geval van eHealth
zullen vooral de eisen uit de Wbp navranter aan de orde zijn, door
de veel ruimere mogelijkheden tot electronische gegevensuitwisse-
ling.
In beginsel is zowel in nationaal als in Europees verband de
bescherming van persoonsgegevens toereikend geregeld. Con-
sumenten en patiënten hebben in dit opzicht houvast in de
vorm van de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Wet
op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Consumen-
ten moeten zich realiseren dat dit niet het geval is wanneer zij
zich via het internet buiten Europa begeven en persoonsgege-
vens verstrekken.
Momenteel wordt de Europese dataprotectierichtlijn herzien en
(waarschijnlijk) omgezet in een Verordening. Deze Verordening
voorziet ook in een oplossing voor dit probleem: zij bepaalt na-
melijk dat voor doorgifte van Europese persoonsgegevens aan
buitenlandse overheden toestemming is vereist van een toezicht-
houdende autoriteit (No-NSA clause). Andere belangrijke punten
in de voorgestelde Verordening zijn: een verplichting voor de
verantwoordelijke en mogelijk de bewerker tot het uitvoeren van
risicoanalyses bij de verwerking van de persoonsgegevens; het
melden van datalekken binnen 72 uur aan de toezichthoudende
autoriteit; en het recht van betrokkenen om te eisen dat alle per-
soonsgegevens van hem of haar worden gewist (right to erasure).
Aanvankelijk was het de ambitie om voor de verkiezingen in het
Europees Parlement, in mei 2014, een definitief akkoord te heb-
ben over de Verordening. Dit is niet gelukt. Op dit moment is
niet bekend wanneer de nieuwe Verordening zal kunnen worden
vastgesteld.
Oplossingsrichtingen
Indien de voortgang in de totstandkoming van de Verordening
uitblijft biedt het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016 een
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>goede gelegenheid om dit onderwerp prominenter op de agenda
te krijgen.
Daarbij kan expliciet in de overwegingen worden betrokken of
een wettelijk geregeld ‘patiëntgeheim’ een goede aanvulling is
op de waarborgen voor patiënten die de nieuwe Verordening
in zich draagt. De RVZ heeft in zijn advies Patiënteninforma-
tie reeds ervoor gepleit om in aanvulling op het medisch be-
roepsgeheim voor het PGD een ‘patiëntgeheim’ in het leven te
roepen. Dit beschermt de patiënt tegen de oneigenlijke invloed
van politie- en opsporingsdiensten, schade- en levensverzeke-
raars, financiële instellingen, ICT-bedrijven en andere, al dan
niet commerciële partijen die macht kunnen uitoefenen om
toegang te krijgen tot de inhoud van het PGD.
2. Zeggenschap over medische gegevens
Op grond van de WGBO is de hulpverlener verplicht een
dossier bij te houden over de patiënt waarmee hij een behan-
delingsovereenkomst heeft. De patiënt heeft het recht om zijn
dossier in te zien en om (evtueel tegen geringe vergoeding)
afschrift te vragen van (delen van) het dossier. Er is een voor-
nemen om in de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) een recht van
de
patiënt op elektronische toegang tot en afschrift van het me-
disch dossier op te nemen.
De zeggenschap over medische gegevens die zijn opgenomen
in het door de hulpverlener aangelegde medische dossier be-
hoort volgens de RVZ bij de betreffende patiënt te liggen. De
Raad heeft meerdere malen bepleit dat de patiënt/burger kan
beschikken over al zijn gezondheidsgegevens als hij dat kan en
wil, uiteindelijk in de vorm van een levenslang persoonlijk
gezondheidsdossier (PGD). Dit biedt mogelijkheden om het
medische dossier te integreren in het PGD van de patiënt.
Daarvoor moet wel geregeld zijn dat de zorgaanbieder ver-
plicht is gegevens uit het medische dossier aan de patiënt te
leveren.
Het wetsvoorstel met regels voor elektronische
patiëntendossiers (nummer 33 509) voorziet hierin. Het be-
paalt dat ‘indien de cliënt verzoekt om inzage of afschrift van
het dossier van de desbetreffende cliënt, of van de gegevens
betreffende deze cliënt die de zorgaanbieder via een elektro-
nisch uitwisselingssysteem beschikbaar stelt, wordt de inzage
of het afschrift op verzoek van de cliënt, met redelijke tussen-
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>pozen, door de zorgaanbieder op elektronische wijze ver-
strekt.’(artikel 15d eerste lid).
3. Technische standaarden en infrastructuur
Regelingen die voorzien in de toepassing van uniforme techni-
sche standaarden ontbreken, zowel op nationaal als op Euro-
pees niveau. Dit houdt in dat eenieder die e-Health-
toepassingen aanbiedt, zelf bepaalt welke ‘standaarden’ ge-
bruikt worden. Dit heeft tot gevolg dat systemen niet op elkaar
aansluiten c.q. gegevens niet geautomatiseerd kunnen worden
uitgewisseld. Dit leidt tot fragmentatie, inefficiëntie, fouten,
onnodig dubbel onderzoek, enz. Dit gegeven vormt een fors
obstakel voor eHealth, zowel vanuit het perspectief van de
zorgverlener als van de patiënt.
Het ontwikkelen van standaarden (interoperabiliteit) wordt
momenteel opgepakt door de Europese Commissie (actieplan
eHealth 2014-2020).
4. Standaarden van zorg
Zorgverleners dienen te behandelen overeenkomstig hetgeen
onder beroepsgenoten gebruikelijk is (de professionele stan-
daard). Deze standaard is onder meer vastgelegd in protocollen
en richtlijnen. In beginsel geldt het uitgangspunt: wat offline
geldt, geldt ook online. Er zijn nog weinig specifieke standaar-
den ontwikkeld voor het toepassen van eHealth. Tot op heden
is volgens de standaard eHealth alleen toegestaan in het kader
van een reeds bestaande behandelrelatie.
5. Aansprakelijkheid
De relatie tussen zorgverlener en patiënt wordt in het Nederlands
recht beheerst door de Wet op de Geneeskundige Behandelings-
overeenkomst. Op grond van deze wet is de zorgverlener verant-
woordelijk en aansprakelijk voor al hetgeen in het kader van deze
behandelingsovereenkomst plaatsvindt. Deze volledige aansprake-
lijkheid impliceert dat de zorgverlener (ook) verantwoordelijk en
aansprakelijk is voor het handelen van personen die bij de uitvoe-
ring van de behandelingsovereenkomst zijn betrokken (zoge-
noemde hulppersonen) en voor de hulpmiddelen die worden
ingezet. Het is om deze reden dat een van de gedragsregels voor
artsen is dat eHealth-contacten uitsluitend kunnen plaatsvinden
binnen het kader van een reeds bestaande behandelovereenkomst.
Wil de zorgverlener verantwoordelijk en aansprakelijk kunnen zijn
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>voor hulpmiddelen, zoals eHealth-applicaties, dan moet hij de
kwaliteit en betrouwbaarheid ervan immers kunnen kennen en
kunnen beoordelen.
Hoewel deze uitgebreide (en niet uit te sluiten) aansprakelijkheid
de zorgvrager in de Nederlandse situatie een hoog beschermings-
niveau biedt vormt het tegelijkertijd een obstakel voor de verdere
implementatie van eHealth. De ontwikkeling van consumer dri-
ven eHealth brengt met zich mee dat zorgverleners steeds vaker
geconfronteerd worden met ‘ad hoc’ vragen om advies, zonder
dat (reeds) sprake is van een behandelingsovereenkomst. Hierbij
wordt de zorgverlener geconfronteerd met gegevens die de zorg-
vrager zelf heeft gegenereerd met behulp van een door hem aan-
geschaft electronisch hulpmiddel. Omdat het geven van raad of
advies onder de reikwijdte van de WGBO valt, zal de zorgverle-
ner, teneinde te kunnen voldoen aan de verplichtingen die deze
wet stelt, geneigd zijn ‘van voren af te beginnen’, onderzoek te
herhalen etc. De zorgvrager zal hierdoor geneigd zijn zijn heil
elders te zoeken. Commerciële (buitenlandse) aanbieders springen
hierop in. Zo heeft bijvoorbeeld Google het voornemen om
medische apps en andere eHealth-diensten op de markt te zetten,
met in de backoffice door hen gecontracteerde artsen, die bijpas-
sende adviezen kunnen geven. Deze commerciële aanbieders
zullen veelal elke vorm van aansprakelijkheid uitsluiten. Boven-
dien is er geen garantie dat de artsen die zij achter de hand hebben
bevoegd en bekwaam zijn.
Als we in Nederland geen passende aansluiting vinden op deze
ontwikkeling missen we niet alleen de boot, maar zijn zorgvragers
ook aanzienlijk minder goed beschermd dan mogelijk is.
Oplossingsrichting: overeenkomst van geneeskundig advies
Een oplossingsrichting voor dit probleem is het ontwerpen van
een lichtere variant op de geneeskundige behandelingsovereen-
komst voor eHealth-diensten, met een bijbehorend lichter aan-
sprakelijkheidsregime; een ‘overeenkomst van geneeskundig ad-
vies’. Dit moet het mogelijk maken dat de zorgverlener op basis
van door de zorgvrager aangeleverd (onderzoeks)materiaal kan
inspelen op diens ad hoc en/of incidentele adviesvragen, zonder
verantwoordelijk te zijn voor het (onderzoeks)materiaal en de
hulpmiddelen die gebruikt zijn om dat te verkrijgen.
Uiteraard moet voor zorgvragers te allen tijde duidelijk zijn of de
overeenkomst die zij met een zorgverlener aangaan een genees-
kundige behandelingsovereenkomst is (waarvoor laatstgenoemde
volledig aansprakelijk is) dan wel een ‘overeenkomst van genees-
RVZ                                       Dossier Consumenten-eHealth 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>kundig advies’ (waarvoor de zorgverlener beperkt aansprakelijk
is). Dit kan bereikt worden door zorgverleners te verplichten bij
het ingaan op een advies(aan)vraag de aansprakelijkheidsclausule
kenbaar te maken (vgl. verplichting voor opdrachtgevers en –
nemers om algemene voorwaarden kenbaar te maken).
Om te voorkomen dat door de introductie van een lichtere
variant naast de bestaande geneeskundige behandelingsover-
eenkomst het beschermingsniveau van zorgvragers afneemt,
zijn voorts aanvullende maatregelen nodig: zie onder punt 6 en
7.
6. Jurisdictie en rechtsmachtconflicten
In geval van grensoverschrijdende geschillen in relatie tot de
toepassing van eHealth is zowel voor patiënten als voor zorgver-
leners onvoldoende duidelijk welk recht van toepassing is. Wan-
neer bijvoorbeeld een arts in het buitenland gevestigd is, kan deze
als voorwaarde voor de dienstverlening bepalen dat de overeen-
komst onderworpen is aan het recht van het land waarin hij, de
arts, gevestigd is. Dat kan ten nadele van de zorgvrager zijn, wan-
neer het beschermingsniveau van zorgvragers in het land waarin
de dienstverlener (in casu de arts) gevestigd is lager is dan in Ne-
derland. Binnen de EU is dit probleem opgelost met het Verdrag
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst
(Verdrag 80/934/EEG. Op grond van dit verdrag kan de zorgvra-
ger/patiënt dwingende bepalingen die te zijner bescherming zijn
opgenomen in het recht van het land waar hij zijn gewone ver-
blijfplaats heeft inroepen. Dit betekent dat de consument/patiënt
een beroep kan doen op de rechten die voor hem voortvloeien uit
de WGBO. Het betekent ook dat de arts, zelfs wanneer hij in het
buitenland is gevestigd, aansprakelijkheid voor een tekortkoming
zijnerzijds niet kan uitsluiten of beperken.
Vanuit de zorgvrager bezien is een probleem dat de reikwijdte
van dit verdrag begrensd is tot de lidstaten van de EU. Wan-
neer zorgvragers eHealth-diensten betrekken van daarbuiten
gevestigde aanbieders is onduidelijk welk recht (en dus welk
beschermingsniveau) van toepassing is op de overeenkomst.
Oplossingsrichting: uitbreiding reikwijdte verdrag inzake rechtsmacht (ad 6):
Dit onderwerp zou geagendeerd kunnen worden voor het
Nederlandse EU-voorzitterschap; onderzocht dient te worden
of het openstellen van dit verdrag voor bredere (wereldwijde?)
ratificering een reële mogelijkheid is.
RVZ                                         Dossier Consumenten-eHealth 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>7. Gebruik van electronische hulpmiddelen
Als de zorgverlener in geval van een overeenkomst van genees-
kundig advies (zie onder punt 5) niet aansprakelijk is voor gebre-
ken in de gebruikte hulpmiddelen, is het temeer van belang dat de
fabrikanten daarvan wel aangesproken kunnen worden voor ge-
breken. Momenteel geldt dat als een medische app gebruikt wordt
voor diagnostiek of therapie het volgens de wet een medisch
hulpmiddel is. In dat geval is de Richtlijn Medische Hulpmiddelen
(RMH) van toepassing en is een CE-markering verplicht. De
meeste medische apps vallen vooralsnog in de minst strenge risi-
coklasse van de registratie. Dit betekent dat het bedrijf dat de app
op de markt brengt, hem zelf mag certificeren door het maken en
bijhouden van een technisch dossier, waarin de veiligheid en
prestaties van de app worden onderbouwd. Indien de app echter
een meetfunctie bevat, dan moet de beoordeling daarvan worden
verricht door een onafhankelijke ‘aangemelde’ instantie.
Het gegeven dat het de fabrikant zelf is die kan bepalen of een
app een medisch hulpmiddel is en dus een CE-markering be-
hoeft, is een probleem omdat hij zo gemakkelijk toepassing
van de wet (en de Europese richtlijn waarop deze gebaseerd is)
kan ontlopen. Hij kan bijvoorbeeld stellen dat de app uitslui-
tend als spel bedoeld is. Uit een marktverkennend onderzoek
dat de IGZ in 2013 heeft uitgevoerd naar de mate waarin fa-
brikanten bekend zijn met de wetgeving, komt naar voren dat
dit een reëel probleem is: twee van de twintig onderzochte
softwareproducten waren ten onrechte niet als medisch hulp-
middel aangemeld.
Overigens is een probleem dat een CE-markering niet de kwa-
liteit van het product of klinische relevantie voor het stellen
van een bepaalde diagnose garandeert. zijn.
Oplossingsrichting: aanscherping regulering omtrent ‘medical devices’
In het kader van het aanstaande Nederlandse EU-
voorzitterschap, dat eHealth als topic heeft, zou dit onderwerp
geagendeerd kunnen worden om te bezien of aanscherping van
de regelgeving mogelijk is. Inzet zou kunnen zijn CE-
markering verplicht te stellen voor apps die betrekking hebben
op gezondheid en gezondheidsstatus.
Daarnaast kan in Europees verband, in het kader van het Joint
Action Plan voor medische hulpmiddelen, onderzocht worden
of het toezicht op medische apps beter afgestemd kan worden,
RVZ                                      Dossier Consumenten-eHealth 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>waarbij de resultaten van dat toezicht actief openbaar gemaakt
worden.
Om de betrouwbaarheid en medische functionaliteit van medi-
sche apps te kunnen waarborgen is het verder wenselijk tot een
keurmerk te komen.
RVZ                                Dossier Consumenten-eHealth 26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>7      Consumenten-eHealth: a game changer?!
Leo Ottes
Professionele eHealth
In 2002 heeft de RVZ in zijn advies E-health in zicht de (toen-
malige) mogelijkheden van eHealth tot de verbetering van de
kwaliteit, efficiency en toegankelijkheid van de zorg aangege-
ven. Dit zijn in de regel toepassingen waarbij zorgverleners
betrokken zijn. Het kan hierbij gaan om communicatie tussen
zorgverleners, bijvoorbeeld telediagnostiek, of tussen zorgver-
lener en patiënt, zoals elektronisch afspraken maken, e-mailen,
zelfmanagement. De producten hiervoor zijn gericht op de
professionele markt. We kunnen hierbij dan ook spreken van
professionele eHealth.
Consumenten-eHealth
Inmiddels zijn we twaalf jaar verder en is de technologie
voortgeschreden. Met name buiten de zorg hebben zich de
afgelopen jaren grote ontwikkelingen voorgedaan, zoals de
grootschalige intrede van smartphones en tablets. Deze appa-
raatjes zijn voorzien van draadloze communicatiefaciliteiten en
uitgerust met allerlei sensoren, bijvoorbeeld voor temperatuur,
magnetisch veld en versnelling. Elektronische sensoren wor-
den steeds kleiner en goedkoper en de dingen die zij kunnen
meten breiden zich in sneltreinvaart uit.
Deze ontwikkelingen hebben geleid tot nieuwe toepassingen
op het terrein van gezondheid, die door de relatief lage kosten,
binnen het bereik van de gewone consument zijn gekomen. De
zogenoemde lifestyle gadgets waarmee zaken zoals lichaamsbe-
weging, slaap, hartfrequentie, gewicht, percentage lichaamsvet
en BMI gemeten kunnen worden zijn een goed voorbeeld. De
meetgegevens worden draadloos doorgestuurd naar een
smartphone, die ze weer door kan sturen via het internet.
De mogelijkheden van deze op de consumentenmarkt gerichte
toepassingen, die we aanduiden met de term consumenten-
eHealth, nemen exponentieel toe en verschuiven zich van lifesty-
legadgets naar ‘echte’ medische toepassingen van zonnebrand-
bewaking naar draadloze bloeddrukmeters, apps voor de dia-
gnose van kwaadaardige huidaandoeningen en een gezonde
geest tot biochemische bepalingen. Van de producten die mo-
menteel ontwikkeld zijn of worden voor de professional, zoals
‘smartphoneversies’ van elektronische stethoscopen, oor- en
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>oogspiegels, ECG- en manchetloze continue bloeddrukmoni-
toren, zakformaat echoapparaten, medicijnen met een inge-
bouwde chip en slimme contactlenzen, zullen uiteindelijk voor
de gewone consument betaalbare versies op de markt komen.
Ook beslissingsondersteunende systemen, die nu in ontwikke-
ling zijn voor artsen, zoals WatsonPaths van IBM, zullen uit-
eindelijk ook hun weg vinden naar de consument, zodat de
mogelijkheden voor zelfdiagnose toenemen.
Op dit moment vinden we het gewoon dat een patiënt die zich
grieperig voelt, zelf zijn lichaamstemperatuur meet. Als die
verhoogd is, zal de patiënt zelf de diagnose ‘griep’ stellen en in
bed uitzieken. Door consumenten-eHealth nemen de moge-
lijkheden van zelfdiagnose en behandeling sterk toe, zaken die
voorheen voorbehouden waren aan de arts. Consumenten-
eHealth zal dan ook ingrijpende gevolgen hebben voor de
reguliere zorg. Deze zal hierop in moeten spelen. In de achter-
grondstudie Consumenten-eHealth, disruptie in de zorg wordt nader
ingegaan op dit transitieproces.
Big Data
De gegevens die consumenten-eHealth-toepassingen genere-
ren, met name als ze gekoppeld worden aan (reguliere) zorg-
gegevens en gegevens over andere levensgebieden, zijn voor
vele partijen interessant: niet alleen de consument zelf, maar
ook voor zorgverleners, wetenschappers en commerciële be-
drijven, bijvoorbeeld voor marketingdoeleinden.
Standaarden
De markt voor gezondheidsproducten is groot en bedrijven
zoals Apple, Google, Microsoft en Philips hebben deze con-
sumenten-eHealth markt ontdekt en geven er vorm aan.
Elk bedrijf probeert een zo groot mogelijk marktaandeel te
verwerven. De integratie van de vele verschillende gezond-
heidsgegevens die door al deze toepassingen worden gege-
neerd staat centraal. Zo heeft bijvoorbeeld Apple een gezond-
heidsdashboard app, Health genaamd, standaard in zijn nieuw-
ste versie van zijn besturingssysteem iOS voor smart-phone en
tablet opgenomen Een belangrijk wapen hierbij zijn leveran-
ciersgebonden standaarden. Op dit terrein is momenteel een
forse strijd gaande. Verschillende bedrijven hebben zoge-
noemde ontwikkelplatforms aangekondigd, zoals Healthkit van
Apple, Google Fit en SAMI van Samsung. Het zijn specifica-
ties voor ontwikkelaars om hun producten te kunnen laten
samenwerken met de apparatuur van de betreffende bedrijven.
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Wie de standaarden beheerst, beheerst de markt. Het is ana-
loog aan de strijd die in de jaren zeventig werd gevoerd op de
videorecordermarkt, met concurrerende systemen als VHS,
Betamax en Video2000, waarbij VHS als winnaar uit de strijd
kwam.
Kansen en bedreigingen
De sterke opkomst van consumenten-eHealth biedt zowel
kansen als bedreigingen voor zowel de individuele burger als
de maatschappij.
Voor de burger
Consumenten-eHealth geeft de burger die over de benodigde
kennis en gezondheidsvaardigheden beschikt, de mogelijkheid
om zelf zijn of haar gezondheid te meten. Zo kan hij of zij met
behulp van lifestyle gadgets werken aan een gezonde levensstijl.
Aandoeningen kunnen in een vroeg stadium zelf ontdekt wor-
den, met bijvoorbeeld de eigen bloeddrukmeter of app voor de
diagnose van kwaadaardige huidaandoeningen, waardoor ze
eerder kunnen worden behandeld en erger kan worden voor-
komen.
Anderzijds kan het zelfmeten leiden tot medicalisering. Elke
afwijkende meting zou geduid kunnen worden als dat er iets
aan de hand is en medische hulp gezocht moet worden. Geen
enkele meting is 100% betrouwbaar, er zijn altijd fout-
positieve en fout-negatieve uitslagen en naarmate men vaker
meet neemt het absolute aantal hiervan toe. De betrouwbaar-
heid van de consumenten-eHealth producten is uitermate
belangrijk.
Een ander belangrijk aspect voor de burger is de privacy. Con-
sumenten-eHealth-toepassingen genereren een grote hoeveel-
heid privacygevoelige gezondheidsgegevens. Deze big data
bieden waardevolle informatie voor wetenschappelijk onder-
zoek. Het is evenwel ook een waardevolle bron voor bijvoor-
beeld marketinginformatie. De vraag is hoe de verzamelde
gegevens verwerkt worden. Belangrijk daarbij zijn de belangen
van de betrokken bedrijven, wat sterk gerelateerd is aan het
gehanteerde businessmodel. Zo zal voor een bedrijf dat zijn
inkomsten vooral haalt uit de verkoop van producten, de
noodzaak van verkoop van gegevens kleiner zijn, dan voor een
bedrijf wiens businessmodel gebaseerd is op advertentie-
inkomsten.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Volgens een artikel in de Financial Times verstrekken negen
van de twintig meest gebruikte gezondheidsgerelateerde apps
gegevens aan derden zonder dat de gebruiker dit weet. Als
gegevens door Amerikaanse bedrijven worden bewerkt, dan
vallen zij onder de Amerikaanse Patriot Act en kunnen Ameri-
kaanse inlichtingendiensten alle gegevens inzien.
Voor de samenleving
Voor de samenleving kan consumenten-eHealth leiden tot
lagere collectieve lasten, bijvoorbeeld door het bevorderen
van een gezonde levensstijl. Vroegtijdige opsporing van ziek-
ten kan wellicht initieel tot extra zorgkosten leiden, maar op
termijn tot lagere. Daarnaast kunnen de voordelen ook neerda-
len in andere sectoren, bijvoorbeeld door een hogere producti-
viteit door langer gezond leven en minder ziekte-uitval. Verder
biedt consumenten-eHealth kansen voor het Nederlandse
bedrijfsleven en wetenschap.
Daarnaast zijn er ook bedreigingen. Het kan leiden tot medica-
lisering met onnodig doktersbezoek gevolgd door onnodige
diagnostiek en in een aantal gevallen ook onnodige behande-
lingen. Dit kan leiden tot een toename van de zorgkosten waar
geen voordelen tegenover staan voor zowel het individu als de
samenleving. De eerder genoemde mogelijke kostenbesparin-
gen door een gezondere levensstijl en vroege opsporing kun-
nen hierdoor teniet worden gedaan en zouden per saldo de
zorgkosten juist kunnen toenemen.
Als consumenten-eHealth een grote vlucht neemt en de pati-
ënt ‘zijn eigen dokter’ wordt, kan dit consequenties hebben
voor professionele arbeidsmarkt. In andere sectoren is dit
reeds het geval. Zo zijn door e-bankieren veel bankmedewer-
kers overbodig geworden. Binnen de zorg zou dit mogelijk ook
het geval kunnen zijn al lijkt de kans hierop kleiner. Zo is het
niet waarschijnlijk dat patiënten in de (nabije) toekomst zich-
zelf (kunnen) gaan opereren. Daarnaast mogen ze zichzelf
geen receptgeneesmiddelen voorschrijven.
Het Nederlands bedrijfsleven kan gehinderd worden doordat
grote marktpartijen drempels opwerpen voor nieuwe aanbie-
ders. Zo heeft een vendor lock-in door leveranciersgebonden
standaarden niet alleen gevolgen voor gebruikers, maar kan
ook leiden tot afsluiting van de markt voor nieuwe toetreders.
Innovatie en economische bedrijvigheid zijn gebaat bij een
vrije competitieve markt. Op dit moment zijn enkele grote
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>bedrijven bezig met het ontwikkelen van gezondheidsplat-
forms, die gegevens van consumenten-eHealth-toepassingen
kunnen koppelen met andere gegevens. Zo worden er samen-
werkingsovereenkomsten gesloten met ziekenhuisinformatie-
systemen. Indien deze platformen werken op basis van leve-
ranciersgebonden standaarden kan een oligopolie van enkele
grote aanbieders ontstaan. Zij krijgen de beschikking over
waardevolle gezondheidsinformatie en kunnen barrières op-
werpen voor nieuwe toetreders tot de markt. Voor de indivi-
duele burger kan het betekenen dat hij of zij de beschikkings-
macht over de eigen gegevens verliest.
Oplossingsrichtingen om de kansen van consumenten-
eHealth te vergroten en de bedreigingen te verkleinen
De consumenten-eHealth markt is een mondiale markt waarbij
Nederland slechts een kleine afzetmarkt is. De gezamenlijke
Europese markt is evenwel uitermate belangrijk voor fabrikan-
ten. Dit betekent dat beleid voor een belangrijk deel op Euro-
pees niveau vormgegeven moet worden. Verheugend is dat
Consumenten-eHealth binnen het bredere kader van het Actie-
plan e-gezondheidszorg 2012 - 2030 de aandacht heeft van de
Europese commissie. Dit betekent niet dat er geen actie in
Nederland nodig is. Nederland moet actief bijdragen aan de
totstandkoming van Europese regelgeving.
Bij consumenten-eHealth ligt het initiatief om al dan niet ge-
bruik te maken van door bedrijven aangeboden producten en
diensten bij de consument. De overheid heeft evenwel een
belangrijke taak om deze ontwikkeling in goede banen te lei-
den. De overheid draagt verantwoordelijkheid voor een goed
functionerende vrije concurrerende markt. Daarnaast draagt zij
bij de zorgmarkt ook verantwoordelijkheid ten aanzien van de
kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Last
but not least dient de overheid de privacy en de veiligheid van
de burger te waarborgen. Vanuit deze verantwoordelijkheden
kunnen de volgende oplossingsrichtingen voor realisering van
de hiervoor geschetste kansen en tegengaan van de bedreigin-
gen, geschetst worden.
Veiligheid en betrouwbaarheid
Producten die op de Europese markt worden aangeboden
dienen voorzien te zijn van een CE-markering en moeten
voldoen aan de geldende Europese richtlijnen. Toepassingen
die gezondheidgegevens bewerken zullen in beginsel gaan
vallen onder de herziene Europese richtlijn betreffende medi-
sche hulpmiddelen.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>In de huidige situatie hebben fabrikanten ruimte om zelf het
gebruiksdoel aan te geven en zo de van toepassing zijnde eisen
voor CE-markering te kiezen. Om aansprakelijkheid te ontlo-
pen geven zij bijvoorbeeld aan dat het product niet voor medi-
sche doeleinden gebruikt mag worden of dat een app alleen ter
informatie is of dat het een spel betreft. Het is wenselijk dat de
keuzevrijheid wordt ingeperkt en niet de fabrikant bepaalt
waar een product voor gebruikt mag worden, maar dat de
eigenschappen van het product, gerelateerd aan de wijze en het
doel waarvoor de consument het redelijkerwijs gaat gebruiken,
bepalend zijn voor de eisen die eraan gesteld worden.
Privacy
De Europese Commissie heeft een algemene verordening
gegevensbescherming voorgesteld. Het voorstel introduceert
onder meer de beginselen van minimale gegevensverwerking,
gegevensbescherming by design en gegevensbescherming by
default om er voor te zorgen dat bij de ontwikkeling van proce-
dures en systemen van het begin af aan rekening wordt gehou-
den met gegevensbeschermingswaarborgen.
In het advies Patiënteninformatie heeft de RVZ ook gepleit
voor privacy voor design. Daarnaast is een wettelijk patiënten-
geheim voorgesteld analoog aan het beroepsgeheim voor zorg-
verleners. Dit voorstel zou op Europees niveau ingebracht
kunnen worden.
Standaardisatie
De Europese commissie worstelt met het probleem van stan-
daardisatie. Zij geeft aan dat interoperabiliteit in het kader van
e-gezondheidszorg lastig te bewerkstelligen is.
In het advies Patiënteninformatie heeft de RVZ de minister gead-
viseerd om het gebruik van open internationale standaarden
voor gegevensuitwisseling van, naar en tussen PGD’s voor te
schrijven. Gezondheidsplatformen bevatten gezondheidsgege-
vens en zouden moeten aangemerkt worden als persoonlijke
gezondheidsdossiers. Op deze wijze kan een vendor lock-in
voorkomen kunnen worden en houdt de burger/consument de
beschikkingsmacht over zijn of haar gegevens. Hij of zij kan
de gegevens bijvoorbeeld beschikbar stellen voor wetenschap-
pelijk onderzoek. Daarnaast wordt de drempel voor nieuwe
aanbieders lager doordat consumenten hun gezondheidsgege-
vens zonder problemen kunnen overzetten naar een andere
PGD-provider cq. health platform. Verder versterkt het het
belang voor providers om het vertrouwen van consumenten te
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>behouden. Een provider die het vertrouwen schaadt van con-
sumenten door bijvoorbeeld een loopje te nemen met de pri-
vacy, zal zijn klantenkring snel zien afnemen.
Medicalisering
Om het gevaar van medicalisering te verminderen en onnodig
beroep op de reguliere zorg te verminderen, is een goede voor-
lichting belangrijk. Het is belangrijk hier vroeg in het leven
mee te beginnen c.q. binnen het onderwijs aandacht aan te
besteden. Zoals eerder vermeldt vinden we de zelfdiagnose en
behandeling van ‘griep’ heel normaal. De kennis en gezond-
heidsvaardigheden van de burger zullen gelijke tred moeten
houden met de toegenomen mogelijkheden die consumenten-
eHealth biedt.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>8       Gebruik van eHealth bij zelfmanagement
        verschillen die het verschil uitmaken
Ayeh Zarrinkhameh
Deze achtergrondstudie richt zich op de vraag “welke factoren
zijn bepalend voor het gebruik van eHealth in het kader van
zelfmanagement?”
Dit is een studie in het kader van het advies ‘Consumenten-
eHealth. eHealth kan veel mogelijkheden bieden voor zelfma-
nagement. Daarbij is het wel van belang om in beeld te hebben
welke factoren een rol spelen in acceptatie en gebruik van
technologie voor gezondheidsdoeleinden. Zijn er bijvoorbeeld
bepaalde groepen die extra aandacht, begeleiding en onder-
steuning nodig hebben in gebruik van eHealth? Welke indivi-
duele kenmerken gaan hiermee gepaard?
Extra aandacht voor en investering in mensen die niet over
voldoende (e)gezondheidsvaardigheden beschikken in zelfma-
nagement en gebruik van eHealth kan bijdragen aan het ver-
kleinen van de bestaande gezondheidsverschillen. Uiteindelijk
is het uitgangspunt eHealth voor iedereen die er baat bij heeft.
Bepalende factoren in gebruik van technologie
Nut, gebruikersgemak/gebruikersvriendelijkheid, sociale norm
van de omgeving1, faciliterende omstandigheden bestaande uit
kennis en aanwezigheid van goede ICT-infrastructuur, plezier
dat voortkomt uit het gebruik, prijswaarde 2 en gewoonte door
ervaring, worden vaak genoemd als bepalende factoren voor
acceptatie en gebruik van technologie in brede zin (zie ook het
theoretisch UTAUT2-model van Venkatesh et al., 2012).
Bepalende factoren in gebruik van technologie voor gezondheidsdoeleinden-
(eHealth)
Uit onderzoek naar categorisering van doelgroepen voor eHe-
alth komt tevens een aantal factoren naar voren dat relevant
lijkt voor acceptatie en gebruik van technologie voor gezond-
heidsdoeleinden. We zien dat in de verbinding van technologie
1 Mate van gebruik of bereidheid tot gebruik van technologie in de sociale
omgeving, houding van de sociale omgeving ten opzichte van nieuwe techno-
logie, etc.
2 Dit is positief als de voordelen van het gebruik door de consument hoger
worden geplaatst dan de kosten die aan het gebruik zijn verbonden.
RVZ                                          Dossier Consumenten-eHealth 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>met het zorg- en welzijnsdomein nieuwe aspecten aan het licht
komen die bepalend lijken voor acceptatie en gebruik van
eHealth. Er is vooral veel overlap met de factoren die ge-
noemd worden in het UTAUT2-model.
Bepalende factoren voor gebruik van eHealth gebundeld in vier hoofdthe-
ma’s
De data, verzameld uit verschillende theoretische modellen en
literatuur, laten zien dat vier elementen belangrijk zijn om in
de beschouwing mee te nemen als het gaat om acceptatie en
gebruik van eHealth in het kader van zelfmanagement.
Persoonlijke (e)gezondheidsvaardigheden
Allereerst gaat het om de persoonlijke (e)gezondheidsvaardig-
heden. In het rapport van IOM3 worden gezondheidsvaardig-
heden gedefinieerd als: ‘de mate waarin individuen over het
vermogen beschikken basisinformatie over gezondheid en de
nodige zorg te verkrijgen, de verkregen informatie te verwer-
ken en deze zodanig te begrijpen om passende keuzes te ma-
ken met betrekking tot hun gezondheid.’ Wat betreft gezond-
heidsvaardigheden verwijst Nivel (2014) naast de functionele
lees- en rekenvaardigheden en het vermogen om informatie te
vinden en deze te verwerken, ook naar bredere definities van
gezondheidsvaardigheden. Deze zouden ook psychologische
kenmerken, zoals zelfvertrouwen, motivatie, kritisch vermogen
en sociale vaardigheden omvatten.
Meerdere literatuurstudies (Norman et al., 2006; Nictiz, 2012,
Motivaction & NPCF, 2012) laten zien dat hoe hoger de gelet-
terdheid en het opleidingsniveau, des te meer men beschikt
over (e)gezondheidsvaardigheden. Denk hierbij aan zoeken
naar informatie over gezondheid online, gebruik van online
zorgmogelijkheden om afspraken te maken, advies te vragen,
geïnteresseerd zijn en inzage willen in medisch dossier, etc.
(e)Gezondheidsvaardigheden zijn echter leerbaar. Naast uit-
komsten en resultaten is dus ook het leerproces belangrijk. Dat
wil zeggen dat het (leer)vermogen tot zelfmanagement en de
benodigde (e)gezondheidsvaardigheden in de loop der tijd kan
worden verbeterd, maar ook achteruit kan gaan. Bijvoorbeeld
3 Institute of Medicine (2004) Health Literacy: A Prescription to End Confu-
sion. Washington, DC: The National Academies Press.
RVZ                                        Dossier Consumenten-eHealth 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>vanwege fysieke achteruitgang door progressie van de aandoe-
ning(en) of door het wegvallen van steun uit de directe
leefomgeving.
De leerbaarheid van zelfmanagement en de benodigde
(e)gezondheidsvaardigheden hebben ook hun grenzen. Bij-
voorbeeld bij mensen met verstandelijke beperking(en), zwak-
begaafden en andere doelgroepen met een zeer beperkt leer-
vermogen. Daar de RVZ een advies voorbereidt over mensen
met een verstandelijke beperking, zijn deze doelgroepen niet
opgenomen in deze achtergrondstudie.
Gezondheidstoestand
Ten tweede is de (ervaren) gezondheidstoestand een belangrij-
ke factor. Dit is vertaald in aard en (ervaren) ernst van aan-
doening(en).
De (ervaren) ernst van aandoening(en) heeft invloed op het
fysieke en mentale vermogen tot zelfmanagement- en ADL-
vaardigheden4. Bovendien kan de fase en progressie van aan-
doening(en) ook van invloed zijn op de voorkeuren, waarden
en verwachtingen van mensen gedurende het zorg- en onder-
steuningsproces.
De aard van de aandoening(en) heeft invloed op de keuze voor
bijpassende eHealth als het gaat om: (1) informeren
van de zorgvrager; (2) laten meten en monitoren ofwel bewa-
ken van de gezondheidstoestand en de daarbij relevante waar-
den (gewicht, bloeddruk, suiker, etc.); (3) in contact bren-
gen/laten communiceren met lotgenoten (Vilans, 2011).
Omgeving (informeel/professioneel)
Ten derde speelt de omgeving een belangrijke rol. Hierin is
onderscheid te maken tussen de informele en de professionele
omgeving. De eerste betreft het sociaal economische milieu en
het sociale kapitaal van mensen. Bij de laatste gaat het om de
formele setting van zorg en ondersteuning.
De sociale norm en waardeoriëntatie van de omgeving beïn-
vloedt de intentie tot gebruik van technologie en is daarmee
indirect van invloed op het gebruikersgedrag. In enkele litera-
tuur (Motivaction, 2013) wordt het sociaal-economische milieu
zelfs als de meest bepalende factor genoemd voor acceptatie
en gebruik van technologie, in dit geval eHealth.
4 Algemene dagelijkse levensverrichtingen
RVZ                                       Dossier Consumenten-eHealth 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Het sociaal-economische milieu is namelijk bepalend voor de
wijze waarop iemand in het leven staat. Bijvoorbeeld de mate
waarin men open staat voor nieuwe technologie, de mate waar-
in men interesse en belangstelling heeft voor digitale applica-
ties en toepassingen, de mate van sociale mobiliteit ofwel het
(on)gemak waarin men zich beweegt in diverse sociale netwer-
ken, ervaren regie, de waarde die men hecht aan zelfredzaam-
heid, persoonlijk contact, gezonde leefstijl, veiligheid en priva-
cy, efficiëntie waarbij men niet de deur uit hoeft te gaan.
Daarbij is het van belang of men steun krijgt uit de directe
leefomgeving, zoals familie, vrienden, mantelzorgers, kleinkin-
deren, vrijwilligers en andere sociale netwerken voor zelfma-
nagement (Nivel, 2014; Galenkamp et al., 2012; Vilans, 2011;
NPCF, 2009). Steun uit de directe leefomgeving is niet alleen
ondersteunend in zelfmanagement, maar kan ook de nodige
begeleiding en advies bieden in het gebruik van eHealth. Het
mobiliseren van de nodige hulpbronnen uit de directe leefom-
geving en andere sociale netwerken wordt ook het sociale
kapitaal genoemd. Het is echter van belang om te beseffen dat
het sociale kapitaal van mensen geen statisch gegeven is. Het
verandert gedurende onze levensfasen, zowel kwantitatief als
kwalitatief.
Naast de informele omgeving is ook de formele setting en
structuur van zorg een belangrijk gegeven. Bijvoorbeeld de
fase en doelstelling van zelfmanagement. Iedere fase en doel-
stelling impliceert een andere rolverdeling en verwachting van
zowel de zorgvrager en zijn sociale netwerk als de zorgprofes-
sional(s). In de keuze voor bijpassende eHealth is het dan ook
van belang om rekening te houden met de fase en doelstelling
van zelfmanagement en de behoefte van betrokkenen daarbij.
Zoals gezegd, verschillen de rolverdelingen en verwachtingen
bij zelfmanagement per fase en doelstelling. Dit heeft ook
gevolgen voor het nut van bepaalde toepassingen. In de fase
waarin de zorgverlener slechts een faciliterende rol vervult in
het zorg- en ondersteuningsproces en de zorgvrager volledig
eigen regie heeft, is bijvoorbeeld toegang tot een EPD 5 of het
beheer van een PGD 6 zinvoller dan wanneer de arts als ‘autori-
teit’ de patiënt nog geheel moet informeren over de mogelijk-
heden van zelfmanagement en de daarbij gebruikte instrumen-
ten.
5 Elektronisch patiëntendossier.
6 Persoonlijk gezondheidsdossier.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Kwaliteit van ICT
Uit empirische onderzoeken, al moet hierbij vermeld worden
dat dit maar een beperkt aantal onderzoeken betreft, komt een
aantal waarden, motieven en overwegingen naar voren dat men
zou aanzetten tot gebruik van eHealth. Dit betreft onder ande-
re factoren als nut, gebruikersgemak oftewel gebruikersvrien-
delijkheid, efficiëntie, gevoel van vertrouwen vertaald in vei-
ligheid en privacy, plezier dat voortkomt uit het gebruik, aan-
wezigheid van en toegang tot goed werkende ICT-
infrastructuur.
De waarden, motieven en overwegingen die belangrijk zijn
voor potentiële gebruikers zijn belangrijke maatstaven voor de
kwaliteit van eHealth. Anders gezegd, de kwaliteit van eHealth
hangt samen met de mate waarin deze voldoet aan de wensen
en behoeften van (potentiële) gebruikers.
De bovengenoemde factoren zijn samengevat in het volgende
overzicht. Deze is gebaseerd op de in de achtergrondstudie
genoemde literatuur.
Al is prijswaarde tevens een belangrijke factor in (de overwe-
ging tot) gebruik van eHealth is deze niet meegenomen in dit
rapport. Een belangrijke reden hiervoor is dat ik deze factor
zelden ben tegengekomen in de empirische onderzoeken naar
de vraagzijde van eHealth. Daarnaast is ook de behoefte aan
enige focus aanleiding geweest om een selectie te maken van
alle mogelijk beïnvloedende factoren in acceptatie en gebruik
van eHealth. In deze studie zijn die factoren geselecteerd die ik
het meest voorbij heb zien komen in de literatuur over de
consument. Een afzonderlijk onderzoek naar de betalingsbe-
reidheid van consumenten met betrekking tot eHealth-
applicaties en toepassingen en de factoren die daarin een rol
spelen, is zeker relevant.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Overzicht van beïnvloedende factoren
Kwaliteit ICT
Nut
Gebruikersgemak/
gebruiksvriende-     Informele omgeving
lijkheid
                     Sociaal-economisch milieu Sociale norm en waardeoriëntatie van de omgeving en de
Efficiëntie          wijze waarop iemand in het leven staat.
Gevoel van           Sociaal kapitaal Betrokkenheid van familie, vrienden, mantelzorgers, vrijwilligers,
vertrouwen (w.o.     buurtbewoners, zelfmanagement netwerken in het zorg- en ondersteuningsproces. Gedu-
veiligheid en        rende onze levensfasen kan ons sociaal kapitaal zowel kwantitatief als kwalitatief veran-
privacy)             deren. Verandering in sociaal kapitaal zorgt vaak voor verandering in voorkeuren, waar-
                     den en verwachtingen van patiënten in het zorg- en ondersteuningsproces.
Plezier
                     Professionele omgeving
Aanwezig-            Formele setting van zorg en ondersteuning: Fase en doelstelling zelfmanage-
heid/toe-            ment(vaardigheden) + Relatie zorgvrager/zorgverlener zorgverlener als autoriteit,
gang goed wer-       partner of facilitator.
kende ICT-
infrastructuur
                                   Gezondheidstoestand
                                   Aard van aandoening(en)
                                   belangrijk voor:
                                   (1) informeren van de zorgvrager over de aandoening(en)
                                   (2) laten meten en monitoren ofwel bewaken van de gezondheidstoestand
                                   en de daarbij relevante waarden (gewicht, bloeddruk, suiker, etc.)
                                   (3) in contact brengen/laten communiceren met lotgenoten
                                   Ernst (fase en progressie) van aandoening(en)
                                   bepalend voor:
                                   (1) vermogen (fysiek en mentaal) tot zelfmanagement(vaardigheden) en
                                   ADL-vaardigheden7
                                   (2) voorkeuren, waarden en verwachtingen van mensen gedurende het
                                   zorg- en ondersteuningsproces
                                                       Persoonlijke (e)gezondheidsvaardigheden
                                                       geletterdheid
                                                       opleidingsniveau
                                                       (e)gezondheidsvaardigheden zijn tot op zekere
                                                       hoogte leerbaar
                                                       inspelen op individuele leerstijl, leer- en aanpas-
                                                       singsvermogen
7 Algemene dagelijkse levensverrichtingen
RVZ                                         Dossier Consumenten-eHealth 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Oplossingsrichtingen
De onderstaande oplossingsrichtingen zijn bedoeld om zelf-
management en gebruik van eHealh daarbij zo toegankelijk en
laagdrempelig mogelijk te maken voor mensen. De oplossings-
richtingen zijn met name gericht op professionals en organisa-
ties in het domein van zorg en welzijn, producenten van eHe-
alth voor professionals en gemeenten die nu met de decentrali-
saties nog meer dan voorheen betrokken zijn bij het organise-
ren van zorg en maatschappelijke ondersteuning voor de lokale
burgers.
Professionals
1. Heb bij zelfmanagement en de benodigde
    (e)gezondheidsvaardigheden vooral oog voor het dy-
    namische leerproces en houd rekening met ambities
    en leerstijl van mensen en hun individuele mogelijk-
    heden gedurende hun levensfasen. Creëer daarom
    ruimte voor flexibiliteit om tijdig en adequaat in te
    spelen op veranderingen die ten goede komen van
    zelfmanagement en veranderingen die ten koste gaan
    van zelfmanagement. De signaleringsfunctie van de
    professional en regelmatige evaluatie op het proces
    zijn belangrijke voorwaarden.
    Bij zelfmanagement en de benodigde
    (e)gezondheidsvaardigheden gaat het niet alleen om de uit-
    komst en de resultaten, maar vooral om het leerproces. Dit
    is een zeer dynamisch proces waarin verschillende factoren
    van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan verschil in per-
    soonlijke (e)gezondheidsvaardigheden, leer- en aanpas-
    singsvermogen van individuen, mentale en fysieke vermo-
    gen tot zelfmanagement, fase en progressie van ziekte, ma-
    te van sociaal kapitaal, voorkeuren, waarden en verwach-
    tingen van mensen gedurende het zorg- en ondersteu-
    ningsproces, toegang tot goed werkende ICT-
    infrastructuur, etc.
    Een kanttekening bij zelfmanagement en gebruik van eHe-
    alth daarin is dat de patiënt/consument eigenaar wordt van
    de tools. Daarbij komt het streven dat de pati-
    ent/consument zijn gezondheidsvaardigheden verder ont-
    wikkelt en beter leert om te gaan met zijn gezond-
    heid(stoestand). Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot
    een andere verhouding en machtsbalans tussen de pati-
    ent/consument en de zorgaanbieder. Hierin schuilt een
    dubbelzinnigheid. Enerzijds streven professionals/
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   zorgaanbieders naar zelfsturende patiënten, terwijl die zelf-
   sturende patiënten een bedreiging kunnen worden voor
   hun macht, professionaliteit en verdienmodellen. Dit is een
   interessant dilemma om mee te nemen in een vervolgon-
   derzoek.
Producenten van eHealth voor professionals
2. Integreer professionele eHealth-applicaties ook in de
   leefstijl van diegenen die minder bereid en gemoti-
   veerd zijn om gebruik te maken van (nieuwe) ICT-
   apparatuur voor gezondheidsdoeleinden. Betrek deze
   potentiële gebruikers vanaf het begin bij het ontwikke-
   lingsproces van technologische apparatuur. Leveran-
   ciers van professionele eHealth lijken toch moeite
   hiermee te hebben, ook al wordt in de praktijk vaak
   gezegd dat patiënten steeds meer betrokken worden
   bij het proces.
   Uitgaande van de in achtergrondstudie genoemde doelgroe-
   pen zien we dat de houding ten aanzien van eHealth en (be-
   reidheid tot) gebruik ervan enorm varieert. Alsnog valt on-
   geveer 45% van de Nederlandse bevolking onder de catego-
   rie ‘minder zelfredzame zorgconsumenten’. Uit literatuur
   lijkt het hier vooral te gaan om een deel van ouderen ofwel
   65-plussers en laagopgeleiden. Beide doelgroepen lijken
   minder gemotiveerd in gebruik van ICT voor gezondheids-
   doeleinden.
   Hoe meer mensen, met name ouderen, hun leefstijl moeten
   aanpassen voor gebruik van eHealth, des te minder zij ge-
   motiveerd zullen zijn om gebruik te maken van eHealth-
   applicaties en/of toepassingen. Om de gebruikersintentie
   en het gebruikersgedrag te stimuleren, is het belangrijk dat
   technologische apparatuur, in dit geval eHealth, laagdrem-
   pelig en gebruikersvriendelijk wordt ervaren. Dat wil vooral
   zeggen, eenvoudig en vertrouwd. Aanpassingen kunnen
   ook nodig zijn bij mensen met een specifieke aandoening.
   Denk bijvoorbeeld aan geluidsfunctie en mondeling sturen
   van de applicatie voor mensen met een visuele beperking.
   Wat betreft ouderen zullen aanpassingen vooral nodig zijn
   voor een deel van de huidige generatie. De ouderen van de
   toekomst zijn relatief gezien meer gewend om gebruik te
   maken van digitale toepassingen, omdat technologie al op
   jonge leeftijd geïntegreerd is in hun dagelijkse leven. Denk
   aan het steeds meer benutten van onderwijs door middel
RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   van digitale applicaties; internetbankieren; online boeken
   van reizen en vakanties; chatten; beeldbellen zoals skypen
   met familie en vrienden; deelnemen aan digital communi-
   ties en platforms, gebruik van smartphone, iPad, tablet,
   laptop, etc.
   Bovendien zien we dat in ander sectoren, zoals het
   bankwezen steeds meer e-commerce toepassingen ontstaan
   en ingevoerd worden in de dienstverlening en het sociale
   verkeer. ING en ABN AMRO bijvoorbeeld communiceren
   met hun klanten via Skype of Google Hangouts. Hoe meer
   digitalisering in andere sectoren plaatsvindt, des te groter
   de kans dat eHealth steeds meer geaccepteerd en makkelij-
   ker toepasbaar wordt. Als men eenmaal ervaring heeft met
   verschillende gebruiksvormen van ICT zou de drempel
   voor een consult met de huisarts mogelijk lager zijn. Inte-
   ressant is te onderzoeken of meer acceptatie en gebruik van
   eHealth ook daadwerkelijk samenhangt met gebruik van
   ICT in andere sectoren.
   Ouderen en eHealth
     Het onderzoek van M. Honig (2010) naar ouderen en
     technologie brengt een aantal interessante aspecten aan
     het licht.
     Meest gebruikte technologie
     Televisie, radio en telefoon zijn de meest gebruikte
     apparaten. TV en radio zijn technologieën die een vaste
     plaats hebben in het dagelijkse leven van een groot deel
     van de huidige generatie ouderen.
     Gebruikswijze
     De belangrijkste redenen voor gebruik zijn ontspan-
     ning, communicatie en nieuws. Ook worden deze appa-
     raten vooral monofunctioneel gebruikt. Dus ondanks
     dat de hedendaagse televisie over meerdere technologi-
     sche functies beschikt, wordt deze vooral gebruikt om
     beelden uit te zenden.
     Nieuwe technologie
     Uit interviews blijkt dat de huidige generatie ouderen
     grotendeels een afwijzende houding heeft ten aanzien
     van nieuwe technologie. Men lijkt moeite te hebben om
     zich te verdiepen in de nieuwe technologie en deze
     eigen te maken. Nieuwe technologie impliceert vaak
     multifunctionaliteit wat gepaard gaat met multitasken.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>        Dit terwijl ouderen vooral gewend zijn monofunctio-
        neel gebruik te maken van apparaten, meer moeite heb-
        ben met multitasken en schakelen tussen meerdere
        functies. Het gebruik moet eenvoudig en duidelijk zijn.
        Ook vinden ouderen het belangrijk dat een apparaat
        echt nuttig blijkt te zijn, goed werkt, van goede kwaliteit
        is en altijd hetzelfde vertrouwde resultaat geeft.
        Conclusie van het onderzoek
        - Niet de leefstijl van ouderen aanpassen aan nieuwe
          technologie, waaronder eHealth, maar juist inspelen
          op de mogelijkheden die hun leefstijl biedt.
        - Nieuwe technologieën, waaronder eHealth, introduce-
          ren via televisie daar ouderen hier het meest gebruik
          van maken.
        - De nieuwe technologie moet het vertrouwde resultaat
          geven of zelfs beter zijn.
-         -       Ook al gaat het bij nieuwe technologie om
          multifunctionele apparaten toch kunnen kiezen voor
          monofunctioneel gebruik en monotasking bij ouderen
          die hier behoefte aan hebben. Er zijn echter ook ou-
          deren die wel in staat zijn technologie die multifuncti-
          oneel is eigen te maken. Het is belangrijk vooral voor
          ouderen de drempel voor gebruik zo laag mogelijk te
          houden. Dat wil zeggen per situatie inspelen op de
          huidige mogelijkheden en vaardigheden van ouderen
          om de functionaliteit van het apparaat voor zover
          mogelijk te benutten.
       Krijgsman (2013) verwijst naar het belang van ‘co-
       creatie en mensgerichte innovatie in de zorg’. Een eHe-
       alth toepassing zou vanuit de perceptie van ouderen een
       wezenlijk probleem moeten oplossen. Het is dan ook
       van belang om potentiële gebruikers vanaf het begin bij
       het ontwikkelingsproces te betrekken met als doel de
       toepassingen zoveel mogelijk te laten aansluiten op de
       percepties en verwachtingen van potentiële gebruikers.
     Bron: Honig, 2010 & Krijgsman, 2013
  Zorg- en welzijnorganisaties & gemeenten
  3. Praat de burger bij in begrijpelijke taal en niet in be-
     leidsjargon. Duidelijke communicatie en structurele
     interactie met de burger door middel van eenvoudige
     taal en illustraties kan de bestaande kloof tussen be-
     leid en praktijk verkleinen.
  RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>   Niet alleen professionals, maar ook de overheid moet in-
   vesteren in communicatie met patiënten en burgers over de
   mogelijkheden van zelfmanagement en de rol van eHealth
   daarin. In het voorlichtingstraject moet er vooral aandacht
   zijn voor de groepen met lagere (e)gezondheidsvaardig-
   heden. Denk aan burgers die onder de eerder geschetste
   profielen vallen als ‘minder zelfredzame zorgconsumenten’,
   ‘machteloze ouderen’ of ‘afwachtende ouderen’. Dit zijn re-
   latief grote aantallen. In het onderzoek van NPCF & Moti-
   vaction (2012) wordt verondersteld dat ongeveer 45% van
   de Nederlandse bevolking tot de groep ‘minder zelfredza-
   me zorgconsumenten’ behoort. Meerdere onderzoeken wij-
   zen uit dat anderhalf miljoen burgers laaggeletterd zijn en
   dat 60% van de Nederlandse bevolking een taalniveau van
   B1 of lager heeft. Dat betekent dat zinnen van meer dan
   tien woorden te moeilijk zijn om te begrijpen.
4. Mate van toegang tot en gebruik van internet is geen
   maatstaf voor (e)gezondheidsvaardigheden. Besteed
   vooral extra aandacht aan burgers met beperkte moge-
   lijkheden en lagere (e)gezondheidsvaardigheden. Dit
   blijkt succesvol te werken en zou de kloof tussen ho-
   ger- en lageropgeleide burgers kunnen verkleinen.
   Hoewel eHealth kan bijdragen aan bevordering van ge-
   zondheidsvaardigheden en vermogen tot zelfmanagement,
   kan het ook de kloof tussen mensen die het al kunnen en
   die minder beschikken over de benodigde
   (e)gezondheidsvaardig-heden vergroten.
   Ook al scoort Nederland het hoogste van alle Europese
   landen in internetaansluiting (84% huishoudens in 2010)
   zien we dat 10% van de bevolking nog nooit gebruik heeft
   gemaakt van internet. Het gaat hier vooral om ouderen of-
   wel 65-plussers (44% van deze groep) en laagopgeleiden
   (19% van deze groep). Zoals eerder vermeld, komt daarbij
   dat anderhalf miljoen van de Nederlandse bevolking laag-
   geletterd is en 60% een taalniveau van B1 of lager heeft.
   Ook verschilt het doel van internetgebruik enorm. Waar
   hoger opgeleiden internet vaker gebruiken voor het zoeken
   naar informatie in relatie tot onder andere hun carrière en
   gezondheid, gebruiken lager opgeleiden internet vooral
   voor vermaak, ontspanning en groepscommunicatie.
   Kenmerken die om extra aandacht kunnen vragen bij zelf-
   management en gebruik van eHealth, zijn:
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>    -    laaggeletterdheid;
    -    weinig tot geen ICT-vaardigheden;
    -    alleenstaand met weinig tot geen familiebanden en soci-
         ale netwerken waardoor het ontbreekt aan samenred-
         zaamheid (met name alleenstaande mannen, omdat
         diens sociale netwerken vaak kleiner zijn dan die van
         vrouwen);
    -    ernstig (ervaren) gezondheidstoestand wat leidt tot
         minder fysiek en mentaal vermogen tot zelfmanage-
         ment- en ADL-vaardigheden;
    -    laag inkomen ofwel lage SES8; weinig tot geen toegang
         tot onder andere de meest moderne en geavanceerde
         technologie, met name bij een deel van de huidige gene-
         ratie ouderen.
    Een ethisch vraagstuk hier is in hoeverre professionals
    kunnen aandringen bij patiënten om gebruik te maken van
    eHealth. Kan dit überhaupt op dezelfde wijze als hoe klan-
    ten in het bankwezen zijn aangezet tot gebruik van inter-
    net? Door het sluiten van veel kantoren en het veranderen
    van de dienstverlening bleef er namelijk niet veel keuze
    over voor de klant dan internetbankieren. Of zijn prikkels
    die men verleiden en uitnodigen tot gebruik van eHealth
    voldoende? Zo ja, hoe wenselijk is nudging eigenlijk in ge-
    bruik van eHealth? De wenselijkheid van en de mogelijk-
    heden voor nudging zijn tevens interessante thema’s voor
    nader onderzoek.
    Investeren in (e)gezondheidsvaardigheden blijkt suc-
    cesvol bij de meer ‘kwetsbare’ doelgroepen
      Butala et al. (2014) verwijzen in hun onderzoek naar
      Medicare, een sociaal verzekeringsprogramma van de
      Amerikaanse overheid. Medicare richt zich op de toe-
      gang van de gezondheidsverzekering van Amerikanen
      die 65 jaar of ouder zijn en jongeren met een handicap
      of een terminale nierziekte.
      Een investering van 30 miljard dollar in het faciliteren
      van ‘zinvol’ gebruik van het elektronisch medisch dos-
      sier (EMRs = Electronic Medical Records), heeft gere-
      sulteerd in een drastische toename van internetgebruik
      bij de Medicare populatie. De analyse van internetge-
      bruik is gebaseerd op twee meetmomenten, namelijk:
      2002 en 2010. De investering heeft geleid tot de volgen-
      de resultaten:
8 Sociaal-economische status.
RVZ                                  Dossier Consumenten-eHealth 45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>    - Internetgebruik in het algemeen verdubbeld van 2002
      tot 2010 (van 21% tot 42%)
    In verhouding is het internetgebruik in groepen met het
    laagte percentage gebruik het sterkst toegenomen:
    - Opleiding lager dan middelbaar school (van 4% in
      2002 naar 9% in 2010)
    - Etnische afkomst (van 7% in 20012 naar 21% in
      2010)
    - Functionele beperking (van 10% in 2002 naar 23% in
      2010)
    - Laag of redelijk ervaren gezondheidsstaat (van 11%
      naar 25%)
    - 75 jaar of ouder (van 12% in 2002 naar tot 27% in
      2010)
    - Alleenstaand (van 12% in 2002 naar 29% in 2010)
    - Chronische aandoening (van 19% in 2002 naar 40% in
      2010)
   Bron: Butala et al. in JAMA Internal Medicine (2014) Volume 174,
         Number 7
RVZ                                      Dossier Consumenten-eHealth 46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>9      eHealth in het gemeentelijk domein
Annet den Hoed
Door de decentralisaties 9 vindt vanaf 2015 meer zorg en on-
dersteuning thuis plaats met een grotere verantwoordelijkheid
voor gemeenten. Digitale toepassingen zoals eHealth kunnen
dit ondersteunen. Daarom is inzicht in de toepassing van (pro-
fessionele en consumenten) eHealth in het gemeentelijk do-
mein interessant. Er is echter geen landelijk zicht op hoeveel
gemeenten zich in welke mate bezighouden met eHealth. Om
hierover meer informatie te verkrijgen, is een beperkte verken-
ning in het kader van het RVZ-advies ‘Consumenten-
eHealth10’ uitgevoerd.
In deze verkenning zijn het gebruik en de verwachtingen van
gemeenten en maatschappelijke organisaties inzake (professio-
nele en consumenten) eHealth en andere digitale toepassingen
op het terrein van preventie, ondersteuning en zorg onder-
zocht. Ten eerste is er met een beperkt aantal landelijke orga-
nisaties op het terrein van (gemeentelijke) preventie, zorg en
ondersteuning gesproken. Het beeld bij alle geïnterviewde
partijen is dat gemeenten nog weinig aandacht voor eHealth
hebben. De drie decentralisaties eisen alle aandacht op. Bij
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en KING
(kwaliteitinstituut gemeenten) zijn digitale toepassingen zoals
eHealth nog geen thema. Daarnaast is een enquête11 gehouden
onder 39 gemeenten die geïnteresseerd zijn in eHealth waarvan
15 gemeenten de enquête hebben ingevuld. Hieruit blijkt dat
ook deze gemeenten nauwelijks aandacht hiervoor hebben in
hun beleid(sdocumenten). Ruim de helft van de gemeenten die
de enquête hebben ingevuld, is in de praktijk wel op een of
andere manier hiermee bezig. Als gemeenten betrokken zijn bij
digitale toepassingen in preventie, ondersteuning en zorg be-
9 Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet.
10 Onder consumenten-eHealth verstaat de Raad voor de Volksgezondheid en
Zorg (RVZ) direct op de markt zonder tussenkomst van zorgverleners aan de
consument aangeboden informatie- en communicatietechnologie die beoogt
de gezondheid van gebruikers te ondersteunen of te verbeteren. Zorgverle-
ners kunnen in dit verband zowel werkzaam zijn in welzijn, preventie, care en
cure.
11 Zorgende Stad Digitale Steden Agenda heeft in samenwerking met de RVZ
eind 2014 een enquête gehouden over eHealth bij 39 gemeenten.
RVZ                                      Dossier Consumenten-eHealth 47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>treft het vooral het (tijdelijk) stimuleren van initiatieven. Voor-
al digitale toepassingen die het inschakelen en ondersteunen
van maatschappelijke steunsystemen (vrijwilligers, buren en
mantelzorgers) vergemakkelijken zoals we.helpen.nl en
buuv.net worden op dit moment gefinancierd door een be-
perkt aantal gemeenten.
De VNG, de geënquêteerde gemeenten en de koepelorganisa-
ties zijn er overigens wel van overtuigd dat digitale toepassin-
gen als eHealth de decentralisaties goed zouden kunnen onder-
steunen. Voorkomen van eenzaamheid, het versterken van
zelfredzaamheid van kwetsbare burgers zoals mensen met
psychiatrische problemen, digitale ondersteuning van mantel-
zorgers en matchen van vrijwilligers met hulpvragers worden
in dit kader vaak genoemd. Met als aanname dat hiermee het
beroep op de gemeentelijke ondersteuning wordt beperkt om-
dat de onderlinge hulp van burgers wordt bevorderd én als er
professionele hulp nodig is dit efficiënter kan. Gemeenten
worstelen met hun rol. Inzicht in de mogelijkheden en het
rendement van eHealth kan hierbij helpen.
Een belemmering voor gemeenten om te investeren in de
ontwikkeling van eHealth is het feit dat gemeentegrenzen er
niet toe doen. Gemeenten schromen om diensten te ontwikke-
len of te financieren waarvan (burgers van) andere gemeenten
kunnen profiteren. Daarnaast vergt het ontwikkelen van digita-
le hulpmiddelen zoals eHealth grote investeringen die pas later
opbrengst opleveren. En het meest effectief is het als dit sec-
toroverstijgend toepasbaar is dus zowel voor (gemeentelijke)
welzijn- als (landelijke)zorginstellingen bijvoorbeeld. Dit alles
past niet in de bestaande financieringsystematiek van gemeen-
ten. Daarnaast is het van belang dat gemeenten samenwerking
zoeken met andere gemeenten, zorgverzekeraars en zorg- en
welzijnaanbieders (GGZ) en private partijen. Dit komt nog
maar sporadisch van de grond. Voor wat betreft consumenten-
eHealth ziet de helft van de respondenten van de gemeentelij-
ke enquête (7 gemeenten) wel kansen maar zien nauwelijks een
rol voor henzelf weggelegd. Ze zien het vooral als een onder-
steuning voor burgers in het versterken van eigen regie en
zelfredzaamheid.
Voor wat betreft de aanbieders in het gemeentelijk domein
zien de koepelorganisaties MOgroep, Jeugdzorg Nederland, en
GGD GHOR Nederland veel potentie in digitale toepassingen
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>zoals eHealth. Jeugdzorg Nederland is - naast een afgeronde
pilot in het kader van jeugdreclassering - verder zelf niet actief
op dit thema. Sommige aanbieders van jeugdzorg zijn wel al
bezig met digitale toepassingen voor contact met cliënten maar
nog niet met eHealth als onderdeel van de hulpverlening. MO-
groep heeft aantal jaren geleden ‘blended’ hulpverlening (mix
van online toepassingen en persoonlijk contact met de hulp-
verlener) bij het maatschappelijk werk gestimuleerd. Hieruit is
Coöperatie I-Kracht voortgekomen. Bij zowel GGD GHOR
Nederland als de achterban (GGD-en en jeugdgezondheids-
zorg) is aandacht voor digitale toepassingen. GGD-en hebben
de opdracht om de gezondheidssituatie van burgers in ge-
meenten te monitoren. Ook op dit vlak ziet GGD GHOR
Nederland mogelijkheden. Gezondheidsgegevens zouden via
digitale systemen kunnen worden verzameld. Digitale toepas-
singen maken ook het verbinden van hulpverlenende instellin-
gen rondom een cliënt mogelijk. Alle partijen vinden dit vooral
voor de wijkteams relevant. Het koppelen van gegevens levert
wel risico’s op voor de privacy van burgers. Vrijwel alle partij-
en geven aan dat er nauwelijks aandacht is voor nieuwe tech-
nologieën en ontwikkelingen zoals eHealth in de opleidingen
van professionals. Zorgen zijn er over de kwaliteit van (con-
sumenten)eHealth. Daarnaast is er zoveel op de markt voor
zowel burgers als professionals waardoor men soms door de
bomen het bos niet meer kan zien. Ondersteuning bij de keuze
van (effectieve) digitale hulpmiddelen is gewenst. 12
GGD GHOR Nederland ziet - op het preventieve vlak - mo-
gelijkheden voor consumenten-eHealth op het vlak van zelf-
management en leefstijl. Belemmering hierbij is het feit dat
digitale toepassingen voor consumenten niet communiceren
met professionele digitale systemen. Ook de betrouwbaarheid
van gegevens is een aandachtspunt.
Verder kan de aandacht voor en kennis van innovaties zoals
eHealth in besturen van hulpverlenende instellingen groter.
Technologische vernieuwingen en innovatie worden vaak nog
als iets frivools gezien. Tot nu toe wordt er ook nauwelijks
echt geïnnoveerd door maatschappelijke organisaties. Het is
met name de gebruikelijke manier van hulpverlening maar dan
deels via de digitale weg. Aandachtspunt is verder de toeganke-
12 Bijvoorbeeld de eHealth-koffer van het platform Geef Friesland. Zij maken
op basis van een analyse van cliënten en medewerkers van de welzijnsinstel-
ling een toegankelijk overzicht van bruikbare eHealth-hulpmiddelen die
kunnen worden gebruikt bij de ondersteuning van cliënten.
RVZ                                        Dossier Consumenten-eHealth 49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>lijkheid van eHealth voor kwetsbare burgers. Alle partijen
hebben behoefte aan goede voorbeelden.
Concluderend staat het gebruik van eHealth en andere digitale
toepassingen op het terrein van preventie, ondersteuning en
zorg bij gemeenten en maatschappelijke organisaties nog in de
kinderschoenen. De partijen hebben wel hoge verwachtingen
van de toepassingsmogelijkheden. Er is op korte termijn voor-
al behoefte aan kennisoverdracht en -ontwikkeling en landelij-
ke afstemming en ondersteuning. Het gaat dan meer specifiek
om het informeren van gemeenten en maatschappelijke orga-
nisaties over de mogelijkheden van digitale toepassingen zoals
eHealth voor de decentralisaties, het verspreiden van goede
voorbeelden en het stimuleren van experimenten en onder-
zoek.
Deze verkenning is beperkt van aard maar brengt een aantal
interessante aandachtspunten naar voren die zich lenen voor
een nadere analyse. Het is daarom aan te bevelen om het on-
derwerp ‘eHealth in het gemeentelijk domein’ in de toekomst
meer diepgaander te onderzoeken.
RVZ                                Dossier Consumenten-eHealth 50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>10       Consumenten-eHealth en de zorg van de
         toekomst
Henri Boersma/Neeltje Vermunt
Nieuwe technologie speelt een belangrijke rol binnen de zorg.
Zo worden er steeds nieuwe manieren van diagnostiek en
therapie ontwikkeld en werd jaren geleden (professionele)
eHealth geïntroduceerd. Professionele eHealth kan gedefini-
eerd worden als: het gebruik van nieuwe informatie- en com-
municatietechnologieën, en met name internettechnologie, om
gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbete-
ren. Deze technologie wordt ontwikkeld vanuit traditionele
partijen: zorgverzekeraars, zorgprofessionals of (bekende) aan
de zorg gerelateerde bedrijven. Deze achtergrondstudie is
gericht op de vraag: “Wat zijn de gevolgen van de opkomst
van consumenten-eHealth voor de burger/patiënt, de zorgpro-
fessional en de maatschappij?”
Consumenten-eHealth als disruptieve innovatie
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) voorziet de
opkomst van een nieuw soort eHealth: de consumenten-eHealth.
Het gaat hierbij om door (inter)nationale marktpartijen aangebo-
den informatie- en communicatie-technologie die gebruikers helpt
hun gezondheid te ondersteunen of verbeteren. Het kenmerk van
consumenten-eHealth is dat deze direct op de markt aan de con-
sument wordt aangeboden en niet via professionals. De Raad
denkt dat consumenten-eHealth de potentie heeft om een disrup-
tief effect te hebben op het zorglandschap. Disruptieve innovatie
is een proces waarbij een innovatie de bestaande markt transfor-
meert of een nieuwe markt creëert. De Raad voorziet dat consu-
menten-eHealth de potentie heeft om de reguliere zorg te trans-
formeren door wederzijdse vervlechting.
De kwaliteit van consumenten-eHealth
Voordat consumenten-eHealth de mogelijkheid heeft om met
de reguliere zorg te vervlechten, moet de kwaliteit van de ser-
vice of het product goed genoeg zijn. Goede kwaliteit kan
vanuit verschillende belangengroepen (patiënt/consument,
zorgprofessional en zorgverzekeraar) gedefinieerd worden. Zo
kan er gekeken worden naar de (klinische) effectiviteit, het
gebruikersgemak, de toegankelijkheid, de kosteneffectiviteit, de
veiligheid en de persoonlijke meerwaarde. Aangezien consu-
menten-eHealth voornamelijk gericht is op de consument
RVZ                                     Dossier Consumenten-eHealth 51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>(burger of patiënt), wordt er vooral gelet op wat de consument
het belangrijkste vindt. Een product of dienst kan echter alleen
deel uitmaken van de reguliere zorg en aanspraak maken op
een vergoeding van de zorgverzekeraar als het ook aan de
eisen van de zorgprofessional en zorgverzekeraar voldoet.
Gevolgen van opkomst consumenten-eHealth op het zorgproces
Tot nu toe is consumenten-eHealth alleen een aanvulling op
het zorgproces en heeft dit geen directe gevolgen voor de
zorginfrastructuur. Patiënten en burgers gebruiken applicaties
om lichaamsfuncties te meten, maar hier worden nog geen
gevolgen aan verbonden. De Raad verwacht dat de opkomst
van consumenten-eHealth invloed zal uitoefenen op het zorg-
proces zoals we dat nu kennen. Mits de kwaliteit goed genoeg
is, zal consumenten-eHealth mogelijk ervoor zorgen dat pati-
ënten en burgers beter in staat zullen zijn om mee te denken
over hun zorg en hun eigen zorg te managen, zowel in de
chronische zorg (care) als de curatieve zorg (cure).
Gevolgen opkomst van consumenten-eHealth op het zorglandschap
Wanneer het zorgproces verandert, zal ook het zorglandschap
mee veranderen. De belangrijkste veranderingen voor het
zorglandschap kunnen onderverdeeld worden in drie hoofd-
thema’s: machtsverhoudingen binnen de zorg, de infrastructuur in de
zorg en de scholing/opleiding van zorgprofessionals.
1. Machtsverhoudingen binnen de zorg
Consumenten-eHealth zal een nieuwe markt zijn die in princi-
pe open is voor iedereen. Op de markt van consumenten-
eHealth zijn zowel traditionele als nieuwe aanbieders actief.
Nieuwe spelers zijn partijen die eerder actief waren op de
business-to-business markt en zich nu richten op consumen-
ten-eHealth. Een ander deel van de nieuwe toetreders heeft
eerder de markt verworven in een ander domein. Daarnaast is
er ook een groeiende groep startende bedrijven die zich volle-
dig richten op gezondheid.
In de huidige situatie is de macht in de ‘zorg’ verdeeld over de
patiënt/burger, de professional (en zorgorganisatie) en verze-
keraar. In de nieuwe situatie komt daar een vierde speler bij,
commerciële ICT ondernemingen. Het is onduidelijk wie di-
rect bepalend gaat zijn voor de zorgagenda en volgens welke
spelregels het spel gespeeld gaat worden.
Een andere mogelijke ontwikkeling is dat ook zorgverzekeraars
zich op de consumenten-eHealth markt gaan begeven door het
RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>aanbieden van eigen applicaties. Naarmate consumenten-eHealth
meer vervlochten raakt met reguliere zorg neemt de kans toe dat
zij hiermee feitelijk gaan handelen als aanbieders van zorg. Dit
zou een aanzienlijke verschuiving in de machtsverhoudingen tot
gevolg kunnen hebben.
Nieuwe aanbieders hebben daarbij hun hoofdkantoor niet
alleen in Nederland of elders in Europa, maar er is toenemend
sprake van een globale markt. Hierdoor is het moeilijk om
invloed uit te oefenen door de overheid om kwaliteit af te
dwingen. Naast het toevoegen, zullen ook sommige schakels
mogelijk verdwijnen.
2. Infrastructuur in de zorg
De focus voor bekostiging in de huidige zorg ligt vooral op
vergoedingen voor de tijd en middelen die professionals be-
steden aan een behandeling (via overhead) of bekostiging van
middelen van zorginstellingen zoals aanschaf, beheer en on-
derhoud van gebouwen, inrichting, medische apparatuur en
ICT. Het perspectief van de burger met betrekking tot bekos-
tiging/financiering beperkt zich hierbij tot de eigen bijdragen
en/of het eigen risico.
De grootste impact van de opkomst van consumenten-eHealth is
de grote verandering dat niet het aanbod van de zorgprofessional
en zijn zorgsysteem en - stelsel het vertrekpunt is, maar de inten-
tie van de patiënt/burger als persoon. Dat betekent dat het toe-
komstige aanbod volgend zal moeten worden en meer coachend
van karakter. Hierdoor zal de zorginfrastructuur veel flexibeler
moeten worden. In de nabije toekomst worden drie manieren van
zorg verwacht: bij mensen thuis, in kleine lokale inloopklinieken,
en hyper-gespecialiseerde centrale ziekenhuizen. Ook weten-
schappelijk onderzoek kan door gebruik van consumenten-
eHealth veranderen. Door datamining kunnen waardevolle
gegevens verzameld en geanalyseerd worden zonder tussen-
komst van zorgprofessionals. Andere consumenten-eHealth
applicaties zijn gericht op het aanbieden van extra diensten
zoals juridische, technische of medische support. Deze dien-
sten zullen dus mogelijk in de toekomst geen (vast) deel meer
uitmaken van het ziekenhuis.
3. Scholing van zorgprofessionals
Het disruptieve karakter van de opkomst van consumenten-
eHealth brengt met zich mee dat het werk van professionals in de
toekomst dynamischer en onvoorspelbaarder zal gaan worden. In
de toekomst is er dus een behoefte aan continu lerende professi-
RVZ                                   Dossier Consumenten-eHealth 53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>onals, die creatief, innovatief en nieuwsgierig zijn. Hoewel er nu al
ontwikkelingen gaande zijn, zijn er momenteel nauwelijks bijscho-
lingen of opleidingen voor zorgprofessionals die hun digitale
kennis en vaardigheden willen bijspijkeren. Ook in het huidige
curriculum van de zorgprofessional en arts is er nog weinig aan-
dacht voor ICT in de zorg of eHealth.
Kansen van de opkomst van consumenten-eHealth
De opkomst van consumenten-eHealth kan dus veel gevolgen
hebben voor de gezondheidszorg. Bij deze opkomst kunnen er
verschillende kansen ontstaan. Zo kan het voor de bur-
ger/patiënt gaan betekenen dat hij of zij meer gepersonaliseer-
de zorg en meer controle over het zorgproces krijgt (eigenaar
van gegevens en keuze van zorgverlener in plaats en tijd).
Voor de zorgprofessional liggen de kansen bij een nieuwe rol
in het zorgproces (van expert naar coach), in toegang tot rele-
vante gegevens en digitale ondersteuning in de reguliere zorg.
De maatschappij krijgt de kans om met behulp van consumen-
ten-eHealth ‘Big Data’ te gebruiken voor de wetenschap en
kwaliteitsborging, er kan efficiëntere zorg gerealiseerd worden
en er ontstaan mogelijkheden voor de decentralisaties en ont-
schotting. Consumenten-eHealth kan daarnaast als katalysator
zorgen voor de vergroting van het gebruik van eHealth en
bedrijvigheid en innovatie stimuleren in Nederland.
Risico’s van opkomst consumenten-eHealth
Er zijn naast kansen echter ook risico’s voor de pati-
ënt/burger, de zorgprofessional en de maatschappij. Voor de
burger/patiënt vormenzorgen rondom privacy, minder face-
to-face-contact met de zorgprofessional en consumenten-
eHealth als performatieve technologie aandachtspunten. Bij de
zorgprofessional zijn onduidelijkheid over de aansprakelijkheid
en twijfels over betrouwbaarheid en veiligheid/privacy obsta-
kels. Zaken die op maatschappelijk niveau mogelijk een be-
dreiging zouden kunnen zijn door de vervlechting van consu-
menten-eHealth en reguliere zorg zijn: het ongeoorloofd ge-
bruik van biomedische gegevens (risicoprofilering), een meer-
deling in de maatschappij (zwakkeren in de maatschappij die
niet mee kunnen), medicalisering van de maatschappij, ondui-
delijkheid over kosten en baten, en het kunnen borgen van de
kwaliteit van de zorg (aansluiten van reguliere zorg op consu-
menten-eHealth, certificering, inspectie en controle).
Conclusie
De opkomst van consumenten-eHealth kan leiden tot verande-
ringen van de ‘zorg’ zoals we haar nu kennen. Dit is met name
RVZ                                    Dossier Consumenten-eHealth 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>het gevolg van de te verwachten vervlechting van consumen-
ten-eHealth in het zorgproces en uiteindelijk ook in het zorg-
landschap. Het is belangrijk te anticiperen op deze ontwikke-
ling aangezien deze zal komen en vrijwel niet te sturen of te-
gen te houden is. De opkomst van consumenten-eHealth zal
verschillende kansen bieden voor de persoon, zorgprofessional
en maatschappij, maar het is belangrijk om waakzaam te zijn
voor potentiële risico’s. Hoewel het moeilijk te voorspellen is
hoe consumenten-eHealth zich zal ontwikkelen, is het duide-
lijk dat de opkomst op termijn ingrijpende gevolgen zal heb-
ben voor de zorg. De meest onzekere factor hierin is het tem-
po waarop deze veranderingen zullen gaan plaatsvinden.
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>11 Adoptie van professionele eHealth
Bert van Raalte
De achtergrondstudie Adoptie van professionele eHealth gaat over
online zorg waarvoor zorgaanbieders verantwoordelijk zijn.
De vraagstelling luidt: Hoe kan gebruik van professionele eHealth
door burgers en zorgverleners toenemen, tegen de achtergrond van kansen
en bedreigingen bij beleid, vraag en aanbod?
We bezien de vraag met inzichten uit marketing, psychologie
en innovatie vanuit persoonlijke voordelen (nut, gemak en
prijs), faire interactie (eerlijk en gelijkwaardig) en schaalgrootte
(ook de vroege meerderheid bereiken).
Internationaal verwacht men dat eHealth zorg toegankelijker,
beter en meer betaalbaar zal maken. Zorggebruikers gebruiken
eHealth nog weinig voor informatie of voor communicatie met
zorgverleners. Zorgverleners weten weinig over mogelijkheden
van digitaal contact en ervaren financiële en technische be-
lemmeringen. Gemengde zorg heeft ook weinig bereik door
beperkte evidentie, niet koppelbare ICT, versnipperde initia-
tieven en gebrekkige samenwerking. Online hulpverlening stelt
speciale eisen aan de kennis, vaardigheden en houding (eSkills).
De bewindslieden van VWS willen dat de meeste chronisch
zieken en veel overige Nederlanders in vijf jaar digitaal toegang
krijgen tot hun medische gegevens, zelf metingen kunnen
uitvoeren en via een beeldscherm 7/24 uur met een zorgverle-
ner kunnen communiceren. VWS zet enkele generieke en spe-
cifieke maatregelen in. Een helder tijdpad en actieplan ontbre-
ken. Het NIA presenteerde in 2014 een implementatieagenda.
Notified Bodies beoordelen in Europa of medische hulpmid-
delen voldoen aan de gestelde eisen voor een CE-certificaat.
Het toezicht op toelating fungeert lang niet overal even goed.
Nederlandse burgers worden ouder, krijgen meer chronische
ziekten en participeren meer. Leefstijl, opleiding en omgeving
hebben invloed op gezondheid en zelfmanagement. Preventie
krijgt weinig aandacht, ondanks de invloed van leefstijl en
gedrag op gezondheid, beperkingen en ziekte.
RVZ                                      Dossier Consumenten-eHealth 56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>De zorg wordt herschikt door aanpassing van de curatieve
zorgmarkt, door inperking van de langdurige zorg en door
decentralisatie van de ondersteuning en de jeugdzorg.
eHealth kan meer kansen krijgen door meer keuzes voor ge-
meenten bij de Wmo en de jeugdzorg. Bezuinigingen en
schaalgroottes vormen bedreigingen. In de langdurige zorg
kunnen domotica en eHealth kwaliteit en doelmatigheid verbe-
teren. Faire interactie met burgers en opschaling zijn nodig.
De minister sloot hoofdlijnenakkoorden met zorgaanbieders
en zorgverzekeraars over transities in het curatieve zorgstelsel.
Selectieve zorginkoop bij specialistisch medische zorg en gees-
telijke gezondheidszorg biedt kansen voor innovatie bij kwali-
teit en doelmatigheid. Faire interactie met zorgaanbieders en
burgers en een goede schaal verhogen slaagkansen.
Landing van (professionele) eHealth in de zorg is wereldwijd
beperkt. Nederland kent ingewikkelde verhoudingen. Realise-
ring van complexe veranderingen vereist een veelzijdige aan-
pak, met evenredige aandacht voor strategie, competenties,
belangen, middelen en planning. Opschaling vergt nationale
regie, bundeling van krachten, eHealth in strategische agenda’s
en professioneel verandermanagement.
Faire interactie is onmisbaar bij opschaling van eHealth. Bur-
gers hechten aan betrouwbare en discrete hulp. Zonder goede
service zullen hun houding en expertise trager veranderen.
Zorgverleners willen betrokkenheid bij nieuwe eHealth, infor-
matie over resultaten van gemengde zorg en steun van profes-
sionele kaders. Privacy en veiligheid zijn belangrijk. eSkills zijn
thans schaars aanwezig. Zij vergen extra investeringen.
Burgers kunnen vanuit hun belang “met hun device kunnen
gaan stemmen”, als zij meer mogelijkheden kennen. Professio-
nals zullen vasthouden aan oude patronen, als zij geen urgentie
of geen nieuwe mogelijkheden ervaren. Angst voor verlies aan
werk of inkomen kan verlammen.
De actuele voorstellen voor opschaling van de rijksoverheid en
veldpartijen missen een heldere visie en een krachtige strategie
om die visie te realiseren. Ze veroorzaken geen aanpassing van
traditionele praktijken en gebruikelijke verdienmodellen. Het
doorbreken van de stagnatie bij de groei van professionele
eHealth vraagt om meerjarige:
- slimme, selectieve landelijke regie met doorzettingsmacht;
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>-  deels niet competitieve samenwerking tussen zorgverzeke-
   raars, gemeenten en zorgaanbieders, onderling en samen;
-  stimulering van eSkills van burgers en professionals.
RVZ                                 Dossier Consumenten-eHealth 58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>