<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                      Over
                   bezorgd
Maatschappelijke
verwachtingen en
mentale druk onder
jongvolwassenen
Essay
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd ﻿      2
      Over
      bezorgd
       Maatschappelijke
       verwachtingen en
       mentale druk onder
       jongvolwassenen
       Essay
       2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS)        1   Inleiding                                                               4
is een onafhankelijk strategisch adviesorgaan. De RVS
heeft tot taak de regering en de Eerste en Tweede Kamer
van de Staten-Generaal te adviseren over hoofdlijnen van
                                                         2   Knelpunten in kaart                                                     6
beide beleidsterreinen.                                      2.1 Terminologie: een continuüm                                         6
                                                             2.2 Gevoelens van mentale druk                                          7
Samenstelling Raad
                                                             2.3 Klachten en knelpunten                                              8
Voorzitter: Pauline Meurs
Raadsleden: Daan Dohmen, Pieter Hilhorst, Jan Kremer,        2.4 Hoe was het vroeger, en hoe is het over de grens?                 10
Bas Leerink, Liesbeth Noordegraaf-Eelens, Jeannette          2.5 Conclusie                                                         10
Pols, Greet Prins en Loek Winter.
Interim-directeur: Oebele Tolsma
Adjunct-directeur: Marieke ten Have                      3   Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                       11
                                                             3.1 Jongvolwassenen van nu en van altijd                               11
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving                     3.2 Uniforme verwachtingen…                                           14
Parnassusplein 5
Postbus 19404
                                                             3.3 … werken door in dwingende maatstaven                             14
2500 CK Den Haag                                             3.4 Conclusie                                                         16
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
                                                         4   Handelingsperspectieven                                               17
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadrvs                                            4.1 Replicatie van eenzijdige maatstaven                              17
                                                             4.2 Maatstaven ter discussie                                          17
Publicatie 18-04
                                                             4.3 Handelingsperspectief 1: faciliteren van omgaan met verwachtingen 18
ISBN: 9789057322761
Grafisch ontwerp: Studio Duel                                4.4 Handelingsperspectief 2: meten met meerdere maten                 19
Fotografie: Adobe Stock                                      4.5 Tot slot                                                          21
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving,
Den Haag, 2018
                                                         Literatuur                                                                22
Niets in deze uitgave mag worden openbaar gemaakt        Voorbereiding                                                             26
of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend      Geraadpleegde deskundigen                                                 26
systeem of uitgezonden in enige vorm door middel
                                                         Afkortingen                                                               27
van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan
ook zonder toestemming van de RVS.                       Publicaties                                                               28
De websites in de noten en de literatuurlijst zijn,
tenzij anders vermeld, voor het laatst geraadpleegd
op 4 juli 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                                               4
      1 Inleiding                                                                          Onder noemers als #opgebrand en met alarmerende koppen over de
                                                                                           ‘volksziekte van een nieuwe generatie’5 is er de afgelopen tijd veel aan-
                                                                                           dacht voor in de media: de ervaren mentale druk onder jongvolwassenen.
         “In toetsperiodes is het zo druk dat ik nauwelijks nog adem kan halen.           Ook in de fragmenten in het kader hiervoor vertellen jongvolwassenen
           Je mag geen fouten maken - je moet meteen de juiste studie kiezen, en           over de prestatiedruk die zij ervaren en de psychische of zelfs fysieke
           daarna geen vertraging oplopen - anders heb je een flinke studieschuld.”        klachten die daar voor sommigen mee samen lijken te hangen. Dat juist
           Babette (20)                                                                    deze groep ermee in aanraking komt, kan gek klinken. Hun levensfase
                                                                                           staat in de beeldvorming vaak gelijk aan de vrijheid om het eigen leven
         “Ik was net twintig jaar, afgestudeerd en heel blij met mijn baan bij een        vorm te geven, na de strakke kaders van ouders, opvoeding en school.
           grote organisatie die supergoed aansloot bij mijn opleiding. Mijn eerste        Toch blijken veel jongvolwassenen deze fase anders te ervaren. Voor
           weken op de werkvloer vond ik echt geweldig. Ik had het gevoel heel de          hen staat die vooral in het teken van voldoen aan hoge verwachtingen:
           wereld aan te kunnen. Tot ik op een dag flauwviel.” 1 Rob (20)                  het halen van goede cijfers, het opbouwen van een cv en een flitsende
                                                                                           carrièrestart naast een rijk sociaal leven. En dat levert druk op.
         “Mijn familie heeft allemaal universitaire opleidingen gedaan. Dat ik
           vmbo deed vonden ze eigenlijk te laag. Ik voelde de druk van mijn               De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) stond in het
           omgeving op m’n schouders.” 2 Daan (20)                                         recente advies Recept voor maatschappelijk probleem (RVS 2017) al kort stil
                                                                                           bij het groeiende aantal jongvolwassenen dat te maken heeft met deze
         “Dan maar geen lunchpauze, dacht ze nadat ze zichzelf gedwongen                  gevoelens. Daarin liet de Raad zien dat die al snel worden geduid als
           had eindelijk haar mailbox te openen, en werkte door. Vaker wel dan             individuele problemen. De oplossing wordt daardoor ook al snel gezocht
           niet veertien uur aan een stuk. In het weekend ging ze feesten, liep ze         in het aanpakken van de ‘binnenwereld’ van jongvolwassen, bijvoorbeeld
           festivals af en had ze de ene na de andere koffiedate. Op haar tijdlijn         met yoga, mindfulness, psychische begeleiding of medicatie binnen het
           was Nienke’s leven één grote aaneenschakeling van hoogtepunten.                 medische circuit. Voor individuen kan dit van waarde zijn. Toch kan zo’n
           Work hard, play hard.” 3 Nienke (31)                                            eenzijdige focus ook leiden tot ongewenste medicalisering van gevoelens
                                                                                           die eigenlijk normaal zijn voor de levensfase waarin iemand zich bevindt.
         “Tentamens leren, voorbereidingen voor colleges, werken, hockeyen,               In ieder geval lost dit perspectief de achterliggende maatschappelijke
           borrels op de sociëteit en ga zo maar door. […] Iedereen verwacht               oorzaken van individuele knelpunten niet op. Het blijft daardoor als het
           iets van je, school moet goed gedaan, je collega’s hebben je nodig,             ware dweilen met de kraan open.
           je hockeyteam wil niet in de steek gelaten worden en studiegenoten
           verwachten je aanwezigheid.” 4 Sophie, Leanka, Romane en Elyna                  Dit essay richt zich – voortbouwend op het perspectief dat de Raad in zijn
           (eerstejaarsstudenten sociologie)                                               eerdere advies heeft geschetst – op de maatschappelijke achtergronden
                                                                                           van de mentale druk die jongvolwassenen ervaren. Het gaat dan bijvoor-
                                                                                           beeld om hoe onze samenleving de afgelopen jaren is veranderd, welke
      1    ‘Stress is een sluipmoordenaar’, op: #Nextnow, 23 oktober 2015, geraadpleegd op
           https://www.cnvvakmensen.nl/nextnow/blog/2015/october/jongeren-en-een-burn-out
                                                                                           institutionele factoren een rol spelen en welke beleidskeuzes de afgelo-
      2    ‘Ik ben dankbaar dat ik er nog ben’, in: AD, 13 november 2017                   pen jaren zijn gemaakt. Dat doen wij vanuit de volgende twee vragen:
      3    ‘Waarom we ziek worden van drukte’, in: Metro, 31 augustus 2017
      4    ‘Geef stress-student een normaal bestaan’, in: NRC Handelsblad, 4 oktober 2016  5   ‘Perfectionisme, volksziekte van een nieuwe generatie’, in: Trouw, 8 januari 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 1 — Inleiding                                                                                                                                     5
      >> Hoe komt het dat een grote groep jongvolwassenen in dezelfde fase                 onderwijsinstellingen en werkgevers voor de vraagstukken van andere
          van hun leven te maken krijgt met vergelijkbare mentale knelpunten?              groepen kunnen betekenen.
      >> Welke handelingsperspectieven biedt dit op maatschappelijk niveau?
                                                                                           Dit essay gaat verder in drie delen. Hoofdstuk 2 brengt de ervaren gevoe-
      Met de term ‘jongvolwassenen’ doelen wij ruwweg op de twintigers van                 lens van mentale druk onder jongvolwassenen in kaart. Hoe breed worden
      nu. Daarmee sluiten we aan bij het gebruik van de term in het maatschap-             ze ervaren, wat schuilt erachter en hoe vaak leiden ze daadwerkelijk tot
      pelijk debat. Het is de periode in het leven waarin mensen ‘de overstap              knelpunten? Hoofdstuk 3 analyseert de maatschappelijke achtergronden
      maken van puberteit naar volwassenheid en waarin ze te maken krijgen                 ervan. We schetsen de mismatch die wij als Raad zien tussen de starre,
      met allerlei veranderingen en keuzes op het terrein van opleiding, werk,             eenzijdige maatschappelijke maatstaf voor functioneren enerzijds en de
      woonsituatie en relatie. Keuzes die bepalend (kunnen) zijn voor de rest              juist grote pluriformiteit onder jongvolwassenen anderzijds. Ook laten we
      van het leven’ (Van der Mooren 2015:5). Een afbakening naar leeftijd is              zien hoe deze maatstaf desalniettemin sterk doorwerkt in onder andere
      voor deze fase overigens niet hard te maken; voor iedereen verschilt hoe             het onderwijs en de arbeidsmarkt, en zo kan gaan knellen: er lijkt steeds
      de fase er precies uitziet (zie ook RVS 2018).                                       lastiger aan te ontkomen. Hoofdstuk 4 vertaalt dit inzicht naar twee han-
                                                                                           delingsperspectieven: wat kunnen overheid en maatschappelijke actoren
      We gebruiken de term ‘mentale druk’ (RIVM 2018a) als noemer voor                     doen om meer ruimte en waardering te creëren voor de pluriformiteit in
      het continuüm van ervaren druk, somberheid, psychische klachten en                   (situaties van) jongvolwassenen?
      knelpunten. Deze worden in het maatschappelijk debat aangeduid met
      uiteenlopende labels als burn-outs, depressies en overspannenheid (zie
      hoofdstuk 2).
      Met onze focus op de maatschappelijke achtergronden van mentale
      druk willen we niet zeggen dat deze factoren voor iedereen even zwaar
      meespelen, of dat het alleen hierom draait. Natuurlijk speelt ook mee hoe
      iemand in elkaar zit. Ook willen we niet zeggen dat mentale druk alleen
      onder jongvolwassenen voorkomt, of dat alleen deze groep aandacht
      vraagt. In andere levensfasen is het verschijnsel eveneens relevant. Denk
      bijvoorbeeld aan de combinatie van een drukke baan, de zorg voor jonge
      kinderen en de zorg voor ouder wordende ouders onder veertigers en
      vijftigers (RVS 2017). Of de belasting die mantelzorg met zich mee kan
      brengen op oudere leeftijd.6 Door dit essay te richten op de levensfase
      (of casus) van jongvolwassenen beogen we ook in meer algemene zin
      het debat aan te wakkeren over de nu vaak onderbelichte maatschap-
      pelijke achtergronden van individuele knelpunten. Het kan daarmee
      eveneens aanknopingspunten bieden voor datgene wat beleidsmakers,
      6    Zie bijvoorbeeld ‘Oud met burn-out’, in: Trouw (de Verdieping), 2 februari 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                                         6
      2 Knelpunten in kaart
                                                                                                    Burn-out wordt in Nederland vaak aangeduid aan de hand van
                                                                                                    drie kenmerken: extreme vermoeidheid, een afstandelijke of
      Uit de grote media-aandacht voor het thema ontstaat het beeld dat een                         cynische houding ten opzichte van het werk en minder presteren
      grote groep jongvolwassenen te maken heeft met burn-outs, depressies                          dan voorheen. Centraal staat daarbij het gevoel van emotionele
      en overspannenheid. Koppen als Burn-out explosie7 en Driekwart van de                         uitputting. De term is specifiek werkgerelateerd (SCP 2014). Soms
      jongeren heeft last van stress en burn-out klachten8 suggereren een sterke                    wordt aanvullend als ondergrens genoemd dat dit gevoel – om
      groei van een breed ervaren probleem. Dat beeld wordt ondersteund door                        als burn-out gekwalificeerd te worden – minstens een half jaar
      de vaak heftige ervaringsverhalen die jongvolwassenen zelf optekenen                          aanhoudt (Verschuren et al 2011). Overigens heeft het begrip burn-
      in kranten, televisieprogramma’s en online blogs (zie ook de inleiding).9                     out in andere (Engelstalige) landen soms heel andere betekenissen.
      In dit hoofdstuk schetsen we kort de betekenis van veelgebruikte termen                       Die lopen van een metafoor voor het weglekken van energie op de
      en kijken we naar de beschikbare gegevens over de aard en omvang                              werkvloer in het dagelijks taalgebruik tot een afgebakend weten-
      van het fenomeen. Om hoeveel jongvolwassenen gaat het nu eigenlijk?                           schappelijk concept in de psychologie (Schaufeli et al 2009). Ook
      In hoeverre leidt de gevoelde druk ook echt tot knelpunten? En gaat het                       ontwikkelt het begrip zich door de tijd: van een specifiek risico voor
      inderdaad om een toename ten opzichte van vroeger?                                            jonge idealisten in een verstarrende bureaucratische werkomge-
                                                                                                    ving naar een onbalans tussen taakeisen en energiebronnen die in
                                                                                                    elke werksituatie kan opspelen.
      2.1 Terminologie: een continuüm
      In de media en het publieke debat lopen verschillende termen door elkaar                      Overspannenheid kent een grote overlap met gangbare interpre-
      bij het beschrijven van de ervaren mentale druk onder jongvolwassenen.                        taties van burn-out. Het belangrijkste verschil lijkt te zitten in de
      Hierna zijn een paar veelgenoemde begrippen kort uitgewerkt. Dit essay                        mate van gevoelde spanning en uitputting, en in de tijdsduur van
      gebruikt de term ‘mentale druk’ (RIVM 2018a) als algemene noemer voor                         deze klachten. Burn-out is te zien als een zware en langdurende
      het achterliggende fenomeen dat kan leiden tot verschillende knelpunten.                      vorm van overspannenheid. Waar burn-out in het Nederlandse
                                                                                                    gebruik een werkgerelateerd fenomeen is, kan overspannenheid
      Mentale druk lijkt grofweg op twee manieren tot knelpunten te kunnen                          meerdere oorzaken hebben.
      leiden. Ten eerste kan het zorgen voor stress-gerelateerde klachten.
      Gevoelens van stress zijn op zichzelf niets geks; daar krijgen we allemaal                    Overspannenheid en burn-out zijn niet opgenomen als stoornis
      mee te maken. Als gevolg van aanhoudende gevoelens van onrust of                              in het handboek voor classificatie van psychische stoornissen
      stress kunnen mensen zichzelf echter voorbij gaan lopen en daarvan                            (DSM-5).10 Wel kennen ze gezamenlijk een eigen behandelrichtlijn
      uitgeput raken. Als dat gebeurt, wordt wel gesproken van overspannen-                         in de eerstelijns gezondheidszorg voor bijvoorbeeld huisartsen en
      heid of een burn-out.                                                                         bedrijfsartsen (Verschuren et al 2011).
      7   Nederlands Dagblad, 18 november 2017
      8   GGZ Nieuws, 10 juli 2017
      9   https://www.nationaleonderwijsgids.nl/universiteit/nieuws/43372-gezamenlijk-actieplan- 10  https://www.beroepsziekten.nl/beroepsziekten/overspannenheid-burnout
          pleit-voor-integrale-aanpak-studentenwelzijn.html en https://www.metronieuws.nl/
          nieuws/showbizz/2018/04/sophie-hilbrand-iedereen-kan-een-depressie-krijgen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 2 — Knelpunten in kaart                                                                                                                  7
      Mentale druk kan ook leiden tot gevoelens van somberheid, bijvoorbeeld      Verschillende auteurs spreken om deze reden liever van een continuüm.
      als iemand niet meer weet welke keuze de juiste is. Dan ligt het risico     Dat loopt van kortdurende gevoelens van stress of somberheid naar
      op apathie en onzekerheid op de loer, en het gevoel ‘vast te lopen’ in de   aanhoudende en sterkere gevoelens van spanning of somberheid, die
      veelheid aan kansen en keuzes. Die gevoelens kunnen mogelijk leiden tot     iemand dusdanig uit balans brengen dat functioneren lastig(er) wordt. Op
      een depressie.                                                              dit zwaardere einde van het continuüm kunnen ook onderliggende psy-
                                                                                  choses opspelen. Het ervaren van druk om te presteren hoeft voor iemand
                                                                                  geen probleem te zijn. Naarmate iemand als het ware op dit continuüm
         Van depressieve klachten is sprake bij een voortdurende sombere          verschuift, en gevoelens langer aanhouden of sterker worden, kunnen ze
         stemming die langer dan twee weken duurt. Er bestaan verschil-           wel tot knelpunten leiden.
         lende vormen van depressies, variërend van licht tot zwaar. Om
         aan de definitie van een depressie zoals opgenomen in DSM-5 te           In de rest van dit hoofdstuk maken we (pragmatisch) onderscheid tussen
         voldoen moet naast somberheid ook sprake zijn van verschillende          wat er bekend is over de ervaren gevoelens van mentale druk (paragraaf
         andere symptomen, zoals slapeloosheid, moeheid, gevoelens van            2.2) en wat er bekend is over daadwerkelijke klachten en knelpunten waar
         waardeloosheid of een verminderd concentratievermogen.11                 jongvolwassenen tegenaan lopen (paragraaf 2.3). Daaruit ontstaat het
                                                                                  beeld dat gevoelens van mentale druk wijdverspreid zijn onder jongvol-
                                                                                  wassenen. Bij een kleiner deel van deze groep leiden deze gevoelens ook
      Het onderscheid tussen gevoelens van onrust, stress en somberheid lijkt     daadwerkelijk tot knelpunten, zoals uitval op het werk of het inschakelen
      overigens vaak niet scherp te maken. Het is daarom ook niet eenvoudig       van hulp van de huisarts of psycholoog. Ook ziet de Raad signalen van
      om te bepalen of er sprake is van overspannenheid, een burn-out of een      rauwe kanten die met mentale druk kunnen samenhangen, zoals de
      depressie. De gevoelens die met deze labels worden aangeduid lopen          toevlucht naar drank, drugs of kalmerende middelen, of in de vorm van
      vaak als het ware in elkaar over (iets dat psychologen aanduiden als        suïcidale gedachten.
      een hoge ‘comorbiditeit’; Verkuil et al 2010). Ook blijken onderliggende
      kwetsbaarheden voor psychoses mee te kunnen spelen, die vaak juist in
                                                                                  2.2 Gevoelens van mentale druk
      de jongvolwassenheid opspelen (Van der Werf 2011). En daar komt dus bij
      dat begrippen als burn-out zich door de tijd ontwikkelen (Schaufeli 2007,   De verschillende interpretaties van veelgebruikte termen komen terug
      zie kader).                                                                 in de diversiteit aan onderzoeken en meetmethoden over de omvang van
                                                                                  ervaren mentale druk onder jongvolwassenen. Dat maakt het lastig om
      De grens tussen normale gevoelens van stress of somberheid aan de ene       bestaande peilingen en enquêtes met elkaar te vergelijken en precies te
      kant en problematische gevoelens van overspannenheid, depressie of een      duiden hoe groot en omvangrijk het fenomeen is. Hierna schetsen wij het
      psychose, die vragen om psychische hulp aan de andere kant, is erg per-     algemene beeld dat uit recente onderzoeken naar voren lijkt te komen.
      soonlijk. Die lijkt te liggen bij de mate waarin iemand wordt belemmerd in
      zijn of haar functioneren. Maar het bepalen van die grens, en het stellen   Allereerst zijn Nederlandse jongvolwassenen over het algemeen erg
      van een eventuele diagnose, is niet eenvoudig en vaak deels subjectief (zie gelukkig. Van de jongeren tot 25 jaar is 90% blij met hun leven (Van
      bijv. Gezondheidsraad 2014; RVS 2017; Delespaul et al. 2016).               Beuningen en De Witt 2016). Gemiddeld geven ze er een 7,9 voor, en zelfs
                                                                                  een 8,4 voor hun geluk. Zij hebben ook meer vertrouwen in de toekomst
      11  https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/depressie                  dan andere leeftijdsgroepen (Dekker et al 2018).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 2 — Knelpunten in kaart                                                                                                                                                      8
      Tegelijkertijd komen zij ook prominent naar voren in onderzoeken                             al eens op de ‘stille plaag’ van gevoelens van eenzaamheid onder jonge
      naar gevoelens van mentale druk. In de Nationale Enquête Arbeids­                            mensen (zie ook RVS 2016a).16
      omstandigheden (NEA; Hooftman et al 2018) geven mensen tussen 25
      en 35 jaar zelfs het meest van alle leeftijdsgroepen aan te maken te                         Peilingen specifiek gericht op studenten bevestigen dit beeld. In een
      hebben met burn-outklachten op het werk (17,1% vergeleken met 14,6%                          enquête uitgezet door de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) geeft de
      gemiddeld).12 Beduidend minder (10,5%) van de jongeren tussen 15 en 25                       helft van de studenten aan in zijn studietijd last gehad te hebben van
      jaar geeft in deze enquête overigens aan te maken te hebben met deze                         psychische klachten, zoals stress, vermoeidheid of somberheid (Schmidt
      klachten op hun werk. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat zij                       en Simons 2013).17 Bij een peiling onder studenten van de Hogeschool
      vaak nog vooral naar school gaan of studeren, vaak nog thuis wonen en                        Windesheim blijkt dat 62% van de studenten prestatiedruk in het dagelijks
      werk (slechts) een bijbaan is.13                                                             leven ervaart (Dopmeijer 2017).
      Ook andere onderzoeken en peilingen wijzen op de breed ervaren mentale                       Er zijn ook signalen dat gevoelens van mentale druk steeds eerder de kop
      druk onder jongvolwassenen. Het jaarlijkse Nationale Salarisonderzoek                        opsteken. Zo werd in de media recentelijk het verhaal van Fleur opgete-
      (Van Muijen en Melse 2017) wijst op een relatief groot risico op overspan-                   kend. Zij kreeg er al op haar negende mee te maken.18 Die tendens sluit
      nenheid en burn-out bij mensen onder 35 jaar, met name onder vrouwen.                        aan bij onderzoek van de Kinderombudsman (2016). Dat laat zien dat ook
      Volgens een peiling uit het 1V-Jongerenpanel ervaart 78% van de jongeren                     kinderen en middelbare scholieren in toenemende mate stress ervaren,
      tot 24 jaar op hun werk of daarbuiten prestatiedruk (1V-Jongerenpanel in                     vooral door de werkdruk op school.
      RIVM 2018a). En een recente peiling van onderzoeksbureau GfK spreekt
      over zo’n 20% van de jongeren tussen 18 en 34 jaar.14
                                                                                                   2.3 Klachten en knelpunten
      Naast ervaren druk op de werkvloer gaat het bijvoorbeeld ook om de angst                     De vorige paragraaf laat zien dat een groot deel van de Nederlandse
      om iets te missen (fear of missing out; FOMO) of de sociale druk die het                     jongvolwassenen te maken heeft met gevoelens van mentale druk.
      gebruik van social media kan opleveren (Kloosterman en Van Beuningen                         Gelukkig blijkt het aantal jongvolwassenen dat mede hierdoor uitvalt of
      2015). In een onderzoek van MIND, Fonds Psychische Gezondheid en                             hulp nodig heeft om te kunnen blijven functioneren een stuk kleiner.
      Korrelatie uit 2017 gaf 43% van de ondervraagde jongeren aan dat zij                         Hier geldt eveneens dat verschillende onderzoeken niet eenvoudig zijn te
      psychische klachten ervaren zoals slecht slapen, piekeren of zich somber                     vergelijken door hun eigen insteek. Ook tekent de Raad aan dat er naast de
      voelen.15 Ook het subjectieve gevoel van tijdsdruk is bij de groep 20- tot                   gevoelde mentale druk andere zaken mee kunnen spelen wanneer iemand
      34-jarigen relatief hoog: bijna 60% voelt zich minstens één keer per week                    uitvalt of hulp nodig heeft. Er zal altijd sprake zijn van een samenloop van
      gejaagd (Portegijs et al 2016). En een paar jaar terug wees The Guardian                     persoonlijke en omgevingsfactoren (Taris et al. 2013).
      12  Het gaat hier dus om iets anders dan een ‘burn-out’ (zie kader in paragraaf 2.1).        16  https://www.theguardian.com/lifeandstyle/2014/jul/20/loneliness-britains-silent-plague-
      13  De NEA vraagt niet naar ervaren druk van bijvoorbeeld studie, maar focust op burn-out­       hurts-young-people-most; zie ook http://home.fsw.vu.nl/tg.van.tilburg/20171130%20ND%20
          klachten op de werkvloer.                                                                    Jongvolwassenen%20tevreden%20maar%20soms%20eenzaam.pdf
      14  https://nieuws.interpolis.nl/1-op-de-5-millennials-ondervindt-klachten-die-tot-een-burn- 17  In de rubriek Next Checkt van NRC Next (4 oktober 2013) worden wel vraagtekens geplaatst
          out-kunnen-leiden/                                                                           bij de representativiteit van deze peiling.
      15  https://www.ggznieuws.nl/home/driekwart-van-de-jongeren-heeft-last-van-stress-en-        18  https://nos.nl/artikel/2226986-fleur-raakte-al-op-haar-negende-overspannen-en-ze-is-
          burn-out-klachten/                                                                           zeker-niet-de-enige.html
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 2 — Knelpunten in kaart                                                                                                                                            9
      Onder de hele werkende bevolking veroorzaken psychische klachten een                 stimulerende middelen, bijvoorbeeld gebruikt als ‘studiedoping’ (Boekhoven
      derde van het ziekteverzuim op het werk. Daarbij gaat het met name om                2018). Of aan de afleiding en zelfbevestiging die sociale media kunnen
      overspannenheid en burn-out. Het is daarmee de meest voorkomende                     bieden (CBS 2018a).20 Ook wijst de Raad op het risico op suïcide. Zelfmoord
      ‘beroepsziekte’ (ArboNed 2015; Van der Molen et al. 2017). De groep jong-            is een van de belangrijkste doodsoorzaken onder jongeren en is, zo blijkt
      volwassenen komt daarbij minder prominent naar voren. Hoewel mensen                  uit cijfers van het CBS (2016b), onder deze groep de afgelopen jaren sterk
      van 30 tot 34 jaar het vaakst te maken hebben met ziekteverzuim door                 gestegen. Recentelijk merkte bijvoorbeeld ook anonieme hulplijn Sensoor
      psychosociale arbeidsbelasting, is dat voor twintigers nog beduidend                 een flinke stijging op in het aantal mensen onder de 30 dat contact zoekt
      minder (Houtman en De Vroome 2015). Ook het aantal gestelde diagnoses                vanwege suïcidale gedachten.21 Hoewel harde cijfers nog lijken te ontbreken,
      overspannenheid door de huisarts ligt voor de groep 20- tot 35-jarigen               moge duidelijk zijn dat gevoelens van mentale druk kunnen meespelen.
      lager dan voor mensen in de leeftijd 35-55 jaar (RIVM 2018b).
      Uit cijfers over het aantal gestelde psychische diagnoses blijkt wel dat                Ervaringen in de zorg
      ongeveer één op de vijftien mensen tussen de 18 en 25 te maken krijgt met               Ook specifiek in de zorgsector is (naast bijvoorbeeld in het onder-
      een depressie. Dat is relatief het hoogste aandeel van alle leeftijdsgroepen            wijs) veel aandacht voor het thema van mentale druk, met name
      en vergelijkbaar met cijfers van het CBS (2016a) onder 20- tot 39-jarigen.              onder jonge zorg- en hulpverleners. Verschillende studies (bijv.
      Uit ander onderzoek blijkt ook dat de groep 25- tot 34-jarigen, gevolgd door            Prins 2009; Wisman 2016) spreken van één op de acht medisch
      de groep 18- tot 24-jarigen, het meest van alle leeftijdsgroepen te maken               specialisten met burn-outklachten. Bij artsen in opleiding tot
      heeft met een psychische aandoening (De Graaf et al 2010). Stichting                    specialist (AIOS) komen deze klachten in het bijzonder regelmatig
      Farmaceutische Kengetallen wijst op een al enkele jaren aanhoudende                     voor (Van der Heijden et al. 2005). En ook één op de zes coassisten-
      stijging van het gebruik van antidepressiva onder jongeren.19 Voor                      ten heeft last van burn-outklachten (Van Twillert 2017; Conijn et
      sommige middelen is die stijging wel 40%.                                               al. 2015). Van de verpleegkundigen ervaart 90% stress door te hoge
                                                                                              werkdruk (V&VN 2017).
      Timmers en Steenkamp (2009 in Verschuren et al. 2011) noemen een
      percentage van 18% uitval onder studenten in het hoger onderwijs als                    De zorg komt ook naar voren als een van de sectoren waarin
      gevolg van psychische problematiek. Ongeveer 20.000 van hen loopt                       mensen zich het vaakst bij de bedrijfsarts melden met stressge-
      daardoor studievertraging op of moet helemaal met de studie stoppen.                    relateerde klachten (Van der Molen et al. 2017). Dat dit aantal in de
      Ook geven studentpsychologen aan dat ze steeds meer studenten in                        zorg relatief hoog is wordt wel toegewezen aan de hoge werkdruk,
      hun spreekkamer zien met steeds ernstiger en complexere klachten.                       de resultaatgerichte cultuur waarbij weinig ruimte is voor fouten,
      Daardoor verwijzen ze een groeiend aantal van hen door naar de huisarts                 en de tijd die administratieve lasten op de werkvloer vragen.22
      of geestelijke gezondheidszorg (Sinke en Zondervan 2016).
      Naast deze cijfers ziet de Raad ook signalen van de rauwe kanten waartoe             20  ‘Succesvol en aan de drank’, in: Financieele Dagblad, 5 januari 2017
                                                                                           21  https://www.113.nl/informatie/feiten-en-cijfers-over-suicide; https://www.folia.nl/
      mentale druk kan leiden. Bijvoorbeeld door het grijpen naar drank, drugs                 actueel/107262/bij-een-suicidepoging-van-een-student-weet-eigenlijk-niemand-hoe-
      of andere kalmerende middelen, om het onder deze druk toch te kunnen                     daarmee-om-te-gaan; http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=70
      redden. Het risico op verslaving ligt dan op de loer. Aan verdovende of                  52_95&D1=88&D2=a&D3=0,3-7&D4=10,30,65-66&HD=170913-1336&HDR=G1,G2,G3&STB=T
                                                                                           22  https://www.skipr.nl/actueel/id26339-een-op-acht-specialisten-heeft-burn-outklachten-.
      19  https://www.sfk.nl/publicaties/PW/2015/meer-oudere-tieners-aan-de-antidepressiva     html
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 2 — Knelpunten in kaart                                                                                                                                   10
      2.4 Hoe was het vroeger, en hoe is het over de grens?                                        hulp nodig hebben. In veel gevallen zijn deze gevoelens van somberheid
                                                                                                   of stress van voorbijgaande aard. Toch baren deze cijfers zorgen en ziet
      Recent onderzoek onder Britse, Canadese en Amerikaanse studenten                             de Raad rauwe kanten die serieus moeten worden genomen. Dat maakt
      toont aan dat de ervaren druk onder de jongvolwassenen van nu groter is                      het in onze ogen tot een verschijnsel dat aandacht vraagt. De aandacht in
      dan enkele decennia geleden (Curran en Hill 2018). Zij voelen 33% meer                       het maatschappelijk debat en de media is er daarmee niet voor niets. Ook
      druk dan hun generatiegenoten van ongeveer 30 jaar geleden, blijken                          het RIVM (2018a) noemt de verwachte toename van mentale druk onder
      kritischer naar zichzelf en hebben een beduidend hoger streefniveau. De                      jongeren bij zijn toekomstverkenning als één van de vijf ontwikkelingen
      onderzoekers wijzen daarbij als oorzaak expliciet naar de veranderende                       die belangrijke invloed zullen hebben op de zorgvraag van de toekomst.
      maatschappij. Dat beeld wordt bevestigd in Nederlandse cijfers van het                       Het risico is dus eveneens reëel dat de breed ervaren druk de komende
      CBS: het aantal jonge werknemers dat te maken heeft met burn-outklach-                       jaren zal leiden tot meer mensen die in de knel komen.
      ten is ook hier de afgelopen jaren gestegen.23
      Ook blijkt uit een recente internationale vergelijking (EU-OSHA 2013) dat
      het percentage Nederlandse werknemers in het algemeen dat aangeeft
      regelmatig tot zeer regelmatig werkstress te ervaren met 60% boven het
      gemiddelde van de Europese Unie ligt (51%). Nog ruimer ligt het boven het
      percentage in ons omringende landen zoals België (46%), Duitsland (52%)
      en Frankrijk (49%).
      2.5 Conclusie
      Het voorgaande geeft een algemeen beeld van de omvang van het feno-
      meen van mentale druk onder jongvolwassenen. Daarbij valt op dat het
      fenomeen heel verschillend wordt gemeten en geduid. Dat maakt het
      vergelijken en interpreteren van dit cijfermateriaal niet vanzelfsprekend.
      Enige voorzichtigheid is dan ook geboden.
      Tegelijkertijd ziet de Raad wel een duidelijke rode draad: de verschillende
      onderzoeken en peilingen suggereren dat mentale druk een groeiend feno-
      meen is dat ervaren wordt door grote groepen mensen. Jongvolwassenen
      komen daarbij prominent in de cijfers naar voren. Toch levert de presta-
      tiedruk gelukkig voor lang niet iedereen daadwerkelijk problemen in het
      functioneren op, die bijvoorbeeld maken dat ze uitvallen of professionele
      23  CBS Statline, Burn-outklachten, geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/
          nl/dataset/83049NED/table?ts=1523022084970
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                                                      11
      3 Knellende verwachtingen en                                                          3.1     Jongvolwassenen van nu en van altijd
               eenzijdige maatstaven                                                        Jongvolwassen zijn is zowel iets van alle tijden als iets van nu. Het is van
                                                                                            alle tijden als een levensfase25 die zich kenmerkt doordat jongvolwassenen
                                                                                            er heel verschillend in kunnen staan: iedereen ontwikkelt zich mentaal
      Het valt de Raad op dat oplossingen voor de gevoelde mentale druk onder               op zijn of haar eigen snelheid, zoekt zijn of haar eigen weg en vindt een
      jongvolwassenen vooral worden gezocht in wat jongvolwassenen zelf                     eigen balans tussen werk, gezin en persoonlijke ambities. Tegelijkertijd
      kunnen doen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het inschakelen van de hulp                is het ook iets van nu: juist de huidige twintigers hebben ten opzichte
      van een psycholoog of van andere professionals. Ook buiten het medische               van vroeger veel online materiaal om zichzelf mee te vergelijken en meer
      circuit ligt veel nadruk op wat jongvolwassenen kunnen doen in het                    mogelijkheden die vragen om het maken van keuzes. De afbreukrisico’s
      versterken van hun copingvaardigheden of ‘mentaal kapitaal’ (Geraerts                 van deze tijd zijn met andere woorden voor jongvolwassenen extra groot.
      2015). “Neem rust, ga op een cursus timemanagement, ga op yoga” is vaak
      het advies.24 Tegelijkertijd blijkt uit het vorige hoofdstuk dat het gaat om          Jongvolwassenheid: fase van ontwikkeling
      een verschijnsel waarmee een grote groep mensen in dezelfde levensfase                Jongvolwassenheid is, zeker in de eerste jaren na het verlaten van school of
      te maken krijgt. Er lijkt dus meer aan de hand. Dit hoofdstuk gaat in op de           studie, nog vaak een fase van persoonlijke ontwikkeling. Voortschrijdende
      maatschappelijke achtergronden van de mentale druk onder jongeren.                    wetenschappelijke kennis heeft laten zien dat individuele variatie in ont-
                                                                                            wikkelingssnelheid groot is (Giedd et al. 1999; Westenberg en Gjerde 1999).
      We beargumenteren dat de levensfase van jongvolwassenen inherent een                  Zeker niet iedereen is met andere woorden op zijn achttiende mentaal even
      fase is van zoeken, van ontwikkeling en – daarmee – van onzekerheid.                  volwassen (RVS 2018; Cohn 1991). Die ontwikkeling kan van persoon tot
      Dat maakt deze fase ook pluriform: voor iedereen ziet die zoektocht er                persoon verschillen en loopt vaak nog tot het vijfentwintigste levensjaar
      anders uit. Daartegenover staan in onze huidige samenleving starre en                 door. De delen van de hersenen die dan nog in ontwikkeling zijn, zijn vooral
      knellende maatschappelijke verwachtingen van hoe het leven van jong-                  gericht op langetermijnplanning, het reguleren van emoties, het maken
      volwassenen eruit zou moeten zien. Hoewel individuele situaties natuur-               van keuzes en het stellen van prioriteiten (Casey et al. 2005; Achterberg et
      lijk verschillen, speelt deze maatschappelijke mismatch telkens op een of             al. 2016). Het zou goed kunnen dat deze doorlopende ontwikkeling eraan
      andere manier mee. Hij lijkt de zoektocht naar de eigen levensinvulling,              bijdraagt dat sommige jongvolwassenen het lastig vinden om te gaan
      geredeneerd vanuit iemands eigen kwaliteiten, situatie en onvolkomen-                 met de druk van hoge verwachtingen, en om daarbij keuzes te maken in
      heden, te vervangen door pogingen om zo goed mogelijk te voldoen aan                  waar zij wel en niet aan willen voldoen. Dat heeft, naast iemands mentale
      maatschappelijke verwachtingen en maatstaven van anderen. Sommige                     ontwikkeling­, ook te maken met het opdoen van (levens)ervaring. Wat
      jongvolwassenen gaat dat goed af, maar voor anderen zijn die normen niet              vind ik leuk? Wat kan ik goed? En waar kies ik voor? Het ontwikkelen van
      passend of zelfs onbereikbaar. Het is dan op dit moment lastig om eraan               een eigen identiteit kost tijd en is eigenlijk nooit voltooid. Daarbij past een
      te ontkomen. En vooral dat kan gaan knellen.                                          proces van leren, vallen en opstaan. Mede daarom zijn jongvolwassenen
                                                                                            ook vatbaar voor het opspelen van bijvoorbeeld psychoses (Dahl 2006).26
      24   https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/21/opgebrand-dat-ligt-dus-niet-alleen-aan-jou- 25   Met begrip ‘levensfase’ doelen we op een deel van de tijd van een mensenleven dat zich
           4922079-a1527801                                                                      onderscheidt van andere delen, dus met een begin en een eind en gekoppeld aan een
                                                                                                 bepaalde leeftijd (RVS 2017).
                                                                                            26   https://www.ypsilon.org/feiten-en-cijfers
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 3 — Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                                                                                                      12
      Jongvolwassenheid: vrijheid en onzekerheid                                   functioneren. Onze maatschappij verandert en dat betekent concreet
      Naast een periode van ontwikkeling kenmerkt de levensfase van jong-          iets voor hun levens. Dat blijkt ook uit het eerder aangehaalde onderzoek
      volwassenen zich, zeker in de eerste jaren na de studie, vaak ook (althans   onder Britse, Canadese en Amerikaanse jongvolwassenen, die zichzelf
      in theorie) als een periode met veel vrijheid (RVS 2017). Tot de eerste baan hogere eisen opleggen en perfectionistischer zijn dan generatiegenoten
      bieden opvoeding, gezin en school structuur. Voor wie gaat studeren kan      van 30 jaar terug.
      studie nog een verlengstuk van die structuur vormen. Maar na de school-
      en eventueel studietijd lijkt het leven van veel jongvolwassenen open te     Het contrast tussen de veilige en geborgen periode tijdens de jeugd en de
      liggen om eigen keuzes te maken op veel gebieden, zoals werk, partner,       (perceptie van) vrijheid tijdens de jongvolwassenheid lijkt allereerst te
      gezin, woonvorm en de doelen die zij naast hun werk willen behalen (Herr     zijn gegroeid. Het veilige nest lijkt de afgelopen periode steeds veiliger en
      1999 in Thorspecken 2005).                                                   meer geborgen geworden. Jongeren van nu worden ook wel de ‘pamperge-
                                                                                   neratie’27 en de ‘achterbankgeneratie’28 genoemd vanwege de beschermde
      Door de vaak nog ontwikkelende identiteit kan deze vrijheid ook aanvoe-      opvoeding van veel ouders. Nadruk ligt op het belonen van waar kinderen
      len als onzekerheid. Wat zijn immers de goede keuzes? Voldoet mijn baan      goed in zijn, en het beschermen van kinderen tegen teleurstellingen.
      wel aan mijn eigen verwachtingen en aan de verwachtingen van anderen?        Tegenslag ervaren kinderen zo steeds minder. Het leidt ertoe dat sommi-
      Doe ik wel waar ik goed in ben? En wil ik niet liever op reis of voor mezelf gen spreken over jongeren die na de schooltijd ‘als tropische vissen van
      beginnen? Het zijn ingewikkelde vragen met inherent persoonlijke             een aquarium in de Noordzee terecht komen’.29
      antwoorden.
                                                                                   Maar ook de periode van vrijheid die daarop volgt, lijkt simpelweg vrijer
      Jongvolwassenheid: vinden van een balans tussen werk en privé                te zijn geworden (Van der Mooren 2015). De mogelijkheden van de huidige
      Na het afstuderen gaat de energie van veel jongvolwassenen zitten in de      generatie twintigers lijken vaak vele male groter dan die van hun ouders.
      professionele carrière en het (verder) ontdekken van de wereld. Dat zie je   Zij hebben minder te maken met een vast loopbaanperspectief, met vaste
      terug in een volle agenda van werk, sociale activiteiten, sporten en reizen  werktijden, met vaste rolpatronen, vaste levenspartners of vaste maat-
      (Portegijs et al. 2016). Geleidelijk vraagt vaak ook de thuissituatie meer   schappelijke posities. Ook brede maatschappelijke tendensen als indivi-
      aandacht, bijvoorbeeld bij het kopen van een eigen huis, bij het opbouwen    dualisering, ontkerkelijking en digitalisering werken in de levens van alle
      van een vaste relatie of als er aan kinderen wordt gedacht (en zeker als die jongvolwassenen door. Vooral de perceptie van mogelijkheden en kansen
      er eenmaal zijn). Ook het vinden van een balans tussen persoonlijke en       is door de geëxplodeerde online informatiebronnen enorm gegroeid. De
      professionele ambities enerzijds en het ‘settelen’ in een vaste gezinssitua- vele keuzemogelijkheden komen als het ware op jongvolwassenen af:
      tie anderzijds is daarmee een belangrijk onderdeel van de levensfase van     “er valt zo ontzettend veel te kiezen”, of dat lijkt althans toch zo.30 Het
      veel jongvolwassenen. Die passende balans zal voor iedereen anders zijn      maakt dat de gemiddelde jongvolwassene veel meer dan vroeger vrijheid
      en ontwikkelt zich door de tijd.                                             ervaart om ‘richting te geven aan zijn of haar meerkeuzebiografie’ (Du
      Jongvolwassenen van nu                                                       27  ‘De pampergeneratie: verwend, gekoesterd en daardoor dóódongelukkig’, in: HP De Tijd,
                                                                                       8 maart 2016
      Tot nu toe gaat het om kenmerken van jongvolwassenheid die min of            28  ‘Grenzeloze generatie is narcistisch’, in: Trouw, 1 december 2009
      meer van alle tijden zijn. Ook aspecten van de levens van jongvolwasse-      29  ‘De pampergeneratie: verwend, gekoesterd en daardoor dóódongelukkig’, in: HP De Tijd,
      nen van nu doen een groot appel op hun mentale, fysieke en cognitieve            8 maart 2016
                                                                                   30  Zie voetnoot 24.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 3 — Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                                                                                                                           13
      Bois-Reymond in RMO 2002). Meer keuzes hoeven het er echter niet gemak-                       Daarbij komt dat ook de daily hassle van jongeren is toegenomen
      kelijker op te maken: wanneer is iets immers in het licht van al die keuzes                   (Hoogendijk en De Rek 2017) ten opzichte van vroeger. Hun ontwikkeling
      ‘goed’ of ‘goed genoeg’? En zijn alle ervaren keuzemogelijkheden wel even                     en zoektocht vindt plaats te midden van een constante stroom van
      realistisch? Meer keuzemogelijkheden maken iemand niet altijd gelukkiger,                     e-mailverkeer, pop-upberichten en appjes die om aandacht vragen.
      zeker als wordt geprobeerd ze allemaal te benutten (Schwartz 2004).                           Onderzoek van het CBS (Kloosterman en Van Beuningen 2015) wijst erop
                                                                                                    dat jongvolwassenen (meer nog dan jongeren tot 18 jaar) vooral negatieve
      Tegelijkertijd zorgen deze ontwikkelingen voor een verlies aan inbedding                      kanten van social-mediagebruik ervaren, zoals concentratieverlies en
      en verbondenheid met anderen, zij het in een organisatie, in een kerkge-                      sombere gevoelens. Uit een recente peiling van onderzoeksbureau GfK
      meenschap of binnen de familie. We leven in een tijd van ‘atomisering’                        blijkt zelfs dat voor 5% van de jongeren tussen 18 en 34 ‘de nacht te lang
      (Monbiot 2018): contacten zijn vluchtiger geworden, dienstverbanden                           duurt’: zij zetten ’s nachts de wekker om hun smartphone te checken.
      korter en verhuizingen (ondanks de krapte op de woningmarkt) frequen-                         Ruim driekwart zegt later te gaan slapen doordat ze druk zijn met hun
      ter.31 Dat heeft zijn effect op gevoelens van gemeenschappelijkheid met                       telefoon.33
      en betrokkenheid bij de plek waar we wonen en de mensen met wie we
      omgaan.32 De gevoelde druk om mogelijkheden en kansen te benutten                             Dit alles maakt de levens van jongvolwassenen dus tegelijkertijd verge-
      komt nu vooral op de schouders van individuele jongvolwassenen terecht,                       lijkbaar als wezenlijk anders dan de levens van jongvolwassenen van een
      en is lastiger te delen.                                                                      paar decennia terug. Nog meer dan vroeger kan deze fase er voor iedere
                                                                                                    jongvolwassene anders uitzien; er zijn mogelijkheden te over, en maar
      Een specifiek thema in de jongvolwassenheid van nu dat past bij het                           weinig kaders – of althans, zo lijkt het. Deze fase duurt daarnaast langer
      verlies aan binding is ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt.                            door ‘uitstelgedrag’ onder jongvolwassenen – bijvoorbeeld doordat ze later
      Jongvolwassenen van nu hebben minder vaak een vaste baan dan vroeger                          over kinderen gaan nadenken (Beets 2007)34 of langer wachten met het
      (Van der Mooren 2015; Souren 2015). In het maatschappelijk debat komt                         aangaan van een vaste relatie (Te Riele en Harmsen 2015).
      daarbij al snel het beeld van de ‘hippe zzp’er’ naar voren. Dat beeld lijkt op
      het eerste gezicht goed te passen bij jongvolwassenen. Toch is de realiteit                   Anderen wijzen bij de jongvolwassenen van nu ook op de grote existen-
      vaak anders, bijvoorbeeld onder uitzendkrachten en oproep- of afroep-                         tiële onzekerheden die in hun toekomst kunnen gaan spelen (zie bijv.
      krachten (TNO 2017). Dat zijn vaak juist banen met een lage autonomie,                        Hoogendijk en De Rek 2017). Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de
      hoge taakeisen en veel onzekerheid. Er zijn daardoor genoeg jongvolwas-                       klimaatverandering, de houdbaarheid van pensioenen, de vraag hoe lang
      senen die vooral de keerzijde van deze flexibilisering beleven, zeker als                     zij door moeten werken en de gevolgen van robotisering op de arbeids-
      onzekerheden ook doorwerken bij bijvoorbeeld het kopen van een huis. Ook                      markt van de komende decennia. Misschien zijn dit soort vragen van alle
      deze groeiende flexibilisering en het wisselen van baan kunnen zorgen                         tijden. Maar jongvolwassenen zijn wel vaak voorlopers op het gebied van
      voor een verminderd gevoel van verbondenheid bij het werk dat iemand                          dergelijke maatschappelijke ontwikkelingen. Ook hebben ze van alle vol-
      doet en een verminderde inbedding bij een organisatie of directe collega’s.                   wassenen gewoonweg de langste toekomst voor de boeg. Het is vanuit die
                                                                                                    optiek niet gek dat juist zij dergelijke onzekerheden het scherpst ervaren.
      31   https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/22/recordaantal-nederlanders-verhuisd               33   https://nieuws.interpolis.nl/1-op-de-5-millennials-ondervindt-klachten-die-tot-een-burn-
      32   Er is juist onder jongvolwassenen tegelijkertijd inderdaad een groeiende behoefte aan         out-kunnen-leiden/
           (sociale) steun van bijvoorbeeld ouders dan een aantal decennia geleden (Bucx en De Roos 34   https://nos.nl/artikel/2214454-vrouwen-steeds-later-moeder-laagste-aantal-geboortes-
           2010).                                                                                        sinds-1919.html
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 3 — Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                                                                                                       14
      Daarbij tekent de Raad wel aan dat zij tegelijkertijd het positiefst naar de   Ideeën over maakbaarheid en zelfontplooiing lijken te zijn geëvolueerd
      toekomst kijken van alle leeftijdsgroepen (Dekker et al. 2018). Ook hier lijkt tot een verplichting tot succes, volgens door de maatschappij bepaalde
      te gelden dat onzekerheid niet voor iedereen problematisch hoeft te zijn.      normen die voor iedereen gelden.35 Een goed voorbeeld hiervan is de
                                                                                     positieve connotatie van het ‘stapelen’ van opleidingen. Dat wordt vrijwel
                                                                                     uitsluitend positief geduid. Het is immers een manier om het beste uit
      3.2 Uniforme verwachtingen…
                                                                                     jezelf te halen door een zo hoog mogelijke opleiding te voltooien. Voor veel
      In een levensfase van vrijheid, onzekerheid en veel afleiding voelen veel      mensen werkt dat ook heel goed uit. Maar de hoogst mogelijke opleiding
      jongvolwassen een sterke prestatiedruk. Waar komt die druk vandaan? In         hoeft niet voor iedereen de best passende opleiding te zijn. De impliciete
      ons eerdere advies wees de Raad reeds op een aantal dwingende maat-            verwachting om het hoogst haalbare te bereiken kan ook resulteren in
      schappelijke verwachtingen en idealen die nauw verweven zijn met onze          een gevoel altijd met je hakken over de sloot te komen. Oud-minister
      huidige maatschappij (RVS 2017). Onderliggend aan de gevoelde mentale          Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wees daarbij
      druk zien wij in ieder geval drie maatschappelijke verwachtingen en            op verborgen leed dat achter een uniforme norm voor stapelen voor alle
      idealen duidelijk terug.                                                       kinderen kan schuilgaan: “van altijd maar op je tenen te moeten lopen,
      >> Ten eerste de verwachting dat het leven maakbaar is en dat onprettige       van niet met je vriendjes spelen omdat je bijles hebt, van je kinderen niet
          gevoelens kunnen worden voorkomen. Het lijkt niet meer dan logisch         zien opgroeien omdat je avond aan avond moet overwerken”.36
          om kansen te (kunnen) benutten. Succes is een keuze, als je er maar
          vroeg genoeg mee begint. En falen is daarmee je eigen schuld. Daarbij
                                                                                     3.3 … werken door in dwingende maatstaven
          verliezen we echter al snel uit het oog dat tegenslag of onzekerheid
          ook gewoon bij (een bepaalde fase van) het leven horen. Ook ondank-        Hoe komt het nu dat deze maatschappelijke verwachtingen zo sterk wor-
          bare patiënten horen erbij, al doe je je werk als jonge arts of verpleeg-  den ervaren in de levens van jongvolwassenen en daar voor druk zorgen?
          kundige nog zo goed. Tijdens je loopbaan zul je te maken krijgen met       Waarom worden ze zo heftig beleefd, en voelen studenten en twintigers
          reorganisaties of conflicten met collega’s die anders tegen het werk       weinig ruimte om er even niet aan te voldoen, om even gas terug te nemen
          aan kijken dan jij, al werk je nog zo hard. Dat ligt niet aan jezelf, maar of hun eigen pad te kiezen? Waar jongvolwassenen in de jaren 60 massaal
          hoort bij het (samen) leven en werken.                                     de barricaden op gingen om heersende normen ter discussie te stellen,
      >> Ten tweede de verwachting dat ons functioneren statisch is, en              lijken ze nu vooral zo goed mogelijk aan die normen te willen voldoen. Dat
          bijvoorbeeld dat een goede opleiding een garantie is voor het leveren      is paradoxaal, want tegelijkertijd lijken jongeren op het eerste gezicht veel
          van goede prestaties op de werkvloer. Dat we ook zonder veel ervaring      meer vrijheid te hebben om eigen keuzes te maken.
          een ingewikkelde werkklus gelijk kunnen uitvoeren. Daarmee wordt
          ontkend dat iemands functioneren door het leven heen fluctueert en         De Raad denkt dat een belangrijk deel van de verklaring erin ligt dat deze
          dat er nu eenmaal verschillen in functioneren tussen mensen bestaan,       maatschappelijke verwachtingen al vanaf jonge leeftijd zijn vertaald naar
          afhankelijk van hun persoonlijke situatie.                                 concrete en zichtbare normen en maatstaven in de levens van jongvol-
      >> En ten derde het ideaal van perfectie op alle fronten, en daarmee het       wassenen: in hoe zij worden beoordeeld op school, tijdens hun studie en
          idee dat én er goed uitzien, én een flitsende carrière hebben, én tijd
                                                                                     35  http://www.hpdetijd.nl/2016-03-08/de-pampergeneratie-verwend-gekoesterd-en-daardoor-
          voor je gezin, én een gezond en sportief leven ook daadwerkelijk voor          doodongelukkig/
          iedereen mogelijk is. In de praktijk blijken deze verwachtingen echter     36  http://dub.uu.nl/nl/nieuws/bussemaker-wil-geen-zuid-koreaanse-toestanden-het-
          slechts voor een enkeling (makkelijk) haalbaar.                                onderwijs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 3 — Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                                                                                               15
      op hun werk. Ook op social media keren ze vervolgens terug. Hoe tegen      Op de werkvloer kunnen ook de starre verantwoordingseisen meespelen
      het stapelen van opleidingen wordt aangekeken ziet de Raad daarmee als     waarop medewerkers worden afgerekend. Dat speelt bijvoorbeeld in de
      een voorbeeld van een bredere maatschappelijke tendens, waarbij ‘preste-   zorg, waar verzorgenden en verpleegkundigen het gevoel hebben de mens
      ren’ en ‘excelleren’ sterk wordt afgemeten aan eenzijdige maatstaven.      uit het oog te verliezen door de hoge administratieve lasten en geproto-
                                                                                 colleerde werkprocessen. Maar bijvoorbeeld ook in de wetenschap, waar
      Die eenzijdige maatstaven zijn vaak gebaseerd op ‘harde’ momentopna-       onderzoekers met name worden afgerekend op het aantal publicaties.37
      men waarmee kinderen al op jonge leeftijd in aanraking komen. Denk
      bijvoorbeeld aan de toetsing in het onderwijs, waarbij de uitslag van de   Een andere maatstaf die jongvolwassenen in hun levens tegenkomen is de
      Cito-toets een belangrijke rol speelt in het vervolgpad. Maar denk ook     constante aanraking met ‘het perfecte plaatje’ op social media. Immers: “op
      aan de manier waarop cv’s en assessments worden gebruikt als selectie-     Facebook is iedereen mooier, avontuurlijker, en succesvoller” (De Vries en
      middel van jonge medewerkers. Een ‘goed’ cv is vooral een goed gevuld      Schohaus 2011). Dat maakt ook deze maatstaf dwingend als sociale norm.
      cv, bepaald door de hoogte van de cijfers, de gevolgde opleidingen en het
      aantal extracurriculaire activiteiten.                                     Harde maatstaven als de voorgaande maken dat mensen zich ernaar gaan
                                                                                 gedragen. Ze gaan zich erop richten om zo goed mogelijk te voldoen aan
      Op de arbeidsmarkt krijgen jonge werknemers ook al snel te maken met       deze normen. Wat studenten naast hun studie doen, wordt bijvoorbeeld
      inflexibele maatstaven over hoe zij hun werk moeten doen. Met name         lang niet alleen bepaald door wat zij leuk of interessant vinden. Het gaat
      lager opgeleiden blijken relatief lage ‘regelmogelijkheden’ op hun werk te erom iets te doen dat je cv interessanter maakt, ‘want alleen met een
      hebben. Zij hebben weinig zeggenschap over de inhoud van hun werk en       diploma red je het tegenwoordig niet meer’. Vergelijkbaar heerst in het
      over het bepalen van hun werktijden, of weinig mogelijkheden om mee te     onderwijs allang geen zesjescultuur meer, maar eerder een negenscultuur.
      denken met het beleid van hun organisatie. Ook lijkt er lang niet in alle  Hoewel een 6 officieel voldoende is, voelt het voor veel scholieren tegelij-
      gevallen voldoende aandacht voor scholing en doorgroeimogelijkheden.       kertijd onder de maat. Excelleren lijkt steeds meer iets normaals geworden.
      Voor sommigen is zo’n stabiele setting fijn, maar voor anderen kan die er  Die cultuur ontstaat niet voor niets, die hangt nauw samen met de grote
      toe leiden dat ze het plezier in het werk kwijtraken of dat hun ambities   nadruk die onderwijsinstellingen de afgelopen jaren hebben gelegd op
      stuklopen op demotiverende protocollen en starre eisen van werkgevers.     ‘excellentie’. Met het opzetten van excellentieprogramma’s en honneurson-
      Er lijkt dan moeilijk aan te ontkomen.                                     derwijs proberen zij hun aanbod zo uitdagend mogelijk te maken. Daarmee
                                                                                 spelen ze vooral in op de behoefte van studenten die meer kunnen dan het
      Er zijn ook anderen die juist te maken krijgen met de maatstaf waarin      reguliere onderwijsaanbod aan uitdaging biedt. Onbewust stellen ze met
      vooral flexibiliteit wordt verlangd. Hier lijken hoger opgeleiden relatief deze aandacht echter ook een norm voor andere studenten.
      vaker mee te maken te hebben. De grenzen tussen werk en privé vervagen
      door bijvoorbeeld digitalisering en de opkomst van thuiswerken. Het kan    Ook op social media zullen mensen (bewust of onbewust) hun best gaan
      de verwachting om professioneel te presteren al snel vertalen naar de      doen om zo goed mogelijk over te komen en zo te voldoen aan het daar
      verwachting om altijd bereikbaar te zijn. Lukt een taak niet binnen kan-   geldende ideaalbeeld. Mensen posten de toffe ervaring van een succes-
      tooruren, dan kun je makkelijk ’s avonds nog even je laptop openklappen.   volle presentatie, niet de stress die zij daarover de avond tevoren hadden
      Ook voor deze maatstaf geldt: voor sommigen werkt deze vrijheid om te      (Launspach 2017).
      werken wanneer het je uitkomt fijn; voor anderen maakt dit het juist nog
      lastiger om te bepalen waar de balans tussen werk en privé ligt.           37  https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/16/felle-kritiek-op-excellentie-in-wetenschap-
                                                                                     4845175-a1526869
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 3 — Knellende verwachtingen en eenzijdige maatstaven                                                                                            16
      Met een nadruk op ambitie en het waarderen van succes is op zichzelf           Dit is een voorbeeld van hoe het miskennen van de maatschappelijke
      natuurlijk niets mis. Het biedt veel studenten en medewerkers immers           achtergronden van individuele knelpunten kan leiden tot ongewenste
      een stimulans om zo veel mogelijk uit zichzelf te halen. En ook op             medicalisering.
      Facebook en Instagram werken likes stimulerend.
                                                                                     3.4 Conclusie
      Waar het ten eerste knelt, is dat het steeds ingewikkelder lijkt te worden
      om aan deze maatstaven te ontkomen. Ze worden met andere woorden               De Raad betoogt dat door de individuele ervaringen van mentale druk
      dwingender (of op social media zelfs verslavend). Dat is in het onderwijs      heen ook een maatschappelijke mismatch waar te nemen is. Aan de ene
      bijvoorbeeld terug te zien in de strakker geworden eisen voor studievoort-     kant een pluriforme levensfase, die zich kenmerkt door vrijheid en zoeken,
      gang. Nominaal studeren wordt als normaal gezien, en zelfs zo vastgelegd       met grote verschillen tussen jongvolwassenen tot gevolg. En aan de
      in onderwijsbeleid. Het bindend studieadvies is daar een afgeleide van.        andere kant in de praktijk hoge, maar vooral ook eenzijdige maatschappe-
      Die maatregelen zijn effectief in het vergroten van de doorstroom, maar        lijke verwachtingen over hoe jongvolwassenen behoren te functioneren.
      kunnen ook schaduwkanten hebben. Bijvoorbeeld doordat er daardoor te           Sommigen van hen voldoen aan dat plaatje, anderen niet. Dat kan stress
      weinig aandacht is voor de redenen waarom studenten studievertraging           en onzekerheid opleveren. Op zich is dat iets heel normaals dat past
      oplopen.38 Iets vergelijkbaars geldt voor de omvorming van de studiefinan-     bij deze levensfase. Op dit moment zijn eenzijdige maatschappelijke
      ciering naar een leenstelsel. Dat heeft ertoe geleid dat de noodzaak voor      verwachtingen echter doorvertaald in dwingende maatstaven op basis
      veel studenten om een bijbaantje te nemen is gegroeid. Daarmee hangt           waarvan jongeren al vanaf jonge leeftijd worden beoordeeld. Ze vragen
      impliciet de verwachting samen dat het voor hen mogelijk is een bijbaantje     een bepaalde manier van presteren, die niet voor iedereen vanzelfspre-
      nemen om de huur te betalen als hun ouders niet (kunnen) bijdragen.            kend is. Aan die maatstaven valt lastig te ontkomen. Het lijken ‘normale
      Tussen 2004 en 2014 halveerde het aantal studenten zonder bijbaan              normen’ die weinig worden bevraagd, en die in competitie soms tot het
      inderdaad. Zij geven ook aan vooral te werken uit ‘geldnood’ in plaats van     onmogelijke worden opgedreven.
      bijvoorbeeld omdat ze iets leuk of interessant vinden (Van Echelt et al 2016).
                                                                                     Hier speelt de maatschappelijke tendens richting individualisering een
      En het knelt ten tweede als de ondersteuning of flexibiliteit ontbreekt        belangrijke rol: de reflex om het zelf op de lossen door jezelf te verbeteren
      voor mensen die moeite hebben om aan zulke eenzijdige maatstaven voor          blijkt groter dan het gezamenlijk bevragen van heersende normen. Het
      presteren te voldoen. Zo is er veel aandacht voor het ondersteunen van         maakt dat jongvolwassenen hun energie steken in het voldoen aan deze
      topsporters, bijvoorbeeld in aantal lesuren en momenten voor toetsing.         externe maatstaven. Die zijn immers helder en die zien ze overal om
      Voor jonge mensen die bijvoorbeeld veel tijd kwijt zijn met de zorg voor       zich heen terug. De zoektocht naar een eigen levensinvulling, passend
      zieke ouders, zijn de mogelijkheden om daar in hun studieprogramma             bij iemands eigen kwaliteiten, situatie en onvolkomenheden, zo nauw
      rekening mee te houden een stuk beperkter. Hetzelfde geldt voor iemand         verbonden met jongvolwassenheid, verdwijnt naar de achtergrond. Dat
      die door een taalachterstand meer moeite heeft met de studiestof dan           kan immers een moeizaam proces zijn van vallen en opstaan dat tijd en
      anderen. Op dit moment lijkt de enige uitweg voor mensen in dergelijke         moeite kost. Het maakt echter wel dat verschillen tussen mensen worden
      situaties te zijn om daar via een medisch label aan te ontkomen. Alleen        miskend in plaats van dat ze tot hun recht komen. En dat sombere,
      met een diagnose van bijvoorbeeld ADHD of een depressie is het mogelijk        onzekere en aarzelende gevoelens, die volgens de Raad ook gewoon bij
      om bijvoorbeeld studiecompensatie te krijgen (Hilhorst en Spreksel 2017).      het leven kunnen horen, iets abnormaals worden. Het risico op uitval of
                                                                                     ongewenste medicalisering achteraf wordt daarmee vergroot (RVS 2017).
      38  https://nos.nl/op3/artikel/2208315-het-bindend-studieadvies-werkt-wel.html
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                                                           17
      4 Handelingsperspectieven                                                                       doorstroom van studenten, op aantallen studenten die op tijd afstuderen
                                                                                                      en op de scores van leerlingen op het gebied van taal en rekenen. Ook de
                                                                                                      sterker wordende sturing en financiering op basis van excellentie in het
      In het vorige hoofdstuk heeft de Raad laten zien dat de oorzaken van de                         hoger onderwijs draagt bij aan dwingende maatstaven (Scholten en Koier
      knelpunten die jongvolwassenen door mentale druk ervaren in ieder geval                         2018). In de zorg gaat het bijvoorbeeld om de strakke inkoopeisen op het
      ten dele op maatschappelijk niveau zijn te lokaliseren. Die analyse biedt                       gebied van kwaliteit en kosten. Gezien deze eisen is het logisch dat in het
      aanknopingspunten om individuele knelpunten voor te zijn. Daarvoor zijn                         onderwijs wordt ingezet op het verbeteren van de doorstroom en wordt
      wel structurele aanpassingen op maatschappelijk niveau noodzakelijk.                            geselecteerd op excellentie, en dat in de zorg de mens uit het oog kan
      Dit hoofdstuk schetst wat er nodig is om dat voor elkaar te krijgen.                            worden verloren. Het ontbreekt simpelweg aan stimulans om aandacht te
                                                                                                      besteden aan zaken als ‘studentenwelzijn’, om in te spelen op de behoef-
      Bij die aanpassingen gaat het er niet (slechts) om de druk te verlagen of                       ten van medewerkers of om ruimte te maken voor professionaliteit op de
      weg te nemen, zoals vaak wordt gesuggereerd. Minder druk kan immers                             werkvloer.40
      net zo goed werken als een eenzijdige maatstaf en de uitdaging wegne-
      men bij diegenen die er juist bij gedijen. Het gaat er vooral om meer ruimte                    Werkgevers blijken mede hierdoor in lang niet alle gevallen voldoende
      te bieden voor uiteenlopende levensinvullingen, passend bij pluriforme                          sensitief voor de persoonlijke behoeften en situatie van jonge medewer-
      persoonlijke situaties, kwaliteiten en onvolkomenheden. Er moet in de                           kers. Dat is eigenlijk gek: dat lijkt immers ook in hun eigen belang. Toch
      ogen van de Raad zowel ruimte (en waardering) zijn voor de topsporter die                       ervaren zij die prikkel om te investeren in jonge werknemers beperkt. Deze
      naast het vele trainen een diploma haalt als voor de jonge mantelzorger                         medewerkers wisselen immers relatief snel van baan of werken vanuit
      die ergens wat langer over wil doen, maar er daarmee wel kan zijn voor                          kortdurende contracten. Ook bij snelle doorgroei rijst vaak pas laat (of hele-
      zijn of haar zieke moeder.39 Ook een periode van reflectie kan zeker in de                      maal niet) de vraag of de werkdruk en verantwoordelijkheden die daarbij
      fase van jongvolwassenheid van waarde zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn                        samenhangen wel passen bij iemands ambities op andere levensterreinen.
      als dit helpt bij het ontdekken van een duurzame, passende levensinvul-                         Daarbij kan ook meespelen dat leidinggevenden zich ‘handelingsverlegen’
      ling. Voor zulke persoonlijke en pluriforme invullingen van de levensfase                       voelen. Hoe ga je als manager immers het gesprek aan over persoonlijke
      van jongvolwassenheid moet dan wel meer ruimte zijn.                                            ambities en ontwikkeling, buiten het bekende terrein van te behalen
                                                                                                      targets? Wat als een jonge werknemer haar werk goed doet, haar leidingge-
                                                                                                      vende zo helpt bij het behalen van zijn doelstellingen, maar haar vrienden
      4.1    Replicatie van eenzijdige maatstaven
                                                                                                      uit het oog verliest of iets doet dat eigenlijk niet goed bij haar past?
      Het is niet voor niets zo dat jongvolwassenen op dit moment zo sterk
      te maken krijgen met dwingende maatstaven. Ook degenen die deze
                                                                                                      4.2 Maatstaven ter discussie
      maatstaven opleggen, zoals schoolbestuurders en werkgevers, worden
      zelf in grote mate afgerekend via harde prestatie- en verantwoordings­                          Om de waardering en ruimte voor pluriforme levensinvullingen en
      eisen (zie RVS 2016b). In het onderwijs gebeurt dit bijvoorbeeld op de                          verdiensten te vergroten is het daarom allereerst belangrijk om onrealis-
                                                                                                      tische verwachtingen en de manier waarop ze zijn vertaald in eenzijdige
      39  Recent wees Movisie erop dat bijna één op de tien jongeren in Nederland als mantelzorger
          zorgt voor bijvoorbeeld een ziek of gehandicapt familielid. Zie https://www.zorgwelzijn.nl/ 40  De Raad werkt in 2018 aan een advies over de vraag hoe minder dwingende vormen van
          we-moeten-jonge-mantelzorgers-eerder-opsporen/                                                  verantwoording eruit zouden kunnen zien.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 4 — Handelingsperspectieven                                                                                                                                      18
      maatstaven ter discussie te stellen. Daarbij helpt het om bloot te leggen hoe                  medicaliserende effecten van dergelijke campagnes. Het is niet alleen
      deze verwachtingen nu knellen, en waar deze maatstaven vandaan komen.                          van belang het taboe op depressieve gevoelens te doorbreken. Ook is van
      Dat kan bijvoorbeeld door te laten zien dat er niet slechts één manier van                     belang duidelijk te maken dat onze huidige samenleving en bepaalde
      functioneren is die excellent is, maar dat dit juist pluriform en context-                     levensfasen gevoelens van somberheid of druk kunnen oproepen. Anders
      gebonden is, afhankelijk van iemands persoonlijke situatie, kwaliteiten                        bestaat immers het risico dat mensen hun gevoelens slechts gaan erva-
      en onvolkomenheden. Ongeacht of anderen het al dan niet ‘beter doen’,                          ren in termen van depressie, een individueel probleem, terwijl het niet per
      en ongeacht of daarmee wordt voldaan aan ‘hoe iets hoort’. Eenzijdige                          se gaat om een individueel probleem alleen.
      maatstaven doen op dit moment onvoldoende recht aan deze verschillen.
                                                                                                     Naast het bespreekbaar maken van het thema, ziet de Raad ook twee
      In ons eerdere advies hebben wij publieke figuren al eens opgeroepen het                       concrete handelingsperspectieven voor maatschappelijke actoren.
      debat aan te gaan over de knellende maatschappelijke normen die nu in de                       Deze laten zien dat er (naast de eigen rol van jongvolwassenen zelf) ook
      weg staan (RVS 2017). Gelukkig gebeurt dit ook al. Dat zien wij bijvoorbeeld                   maatschappelijke opgaven liggen. Die vragen om specifieke aandacht op
      in de recente media-aandacht (de #TrueSelfie-weken), op discussie- en                          structureel niveau, van beleidsmakers, werkgevers, onderwijsinstellingen
      debatavonden waar jongeren ervaringen delen en in boeken zoals De                              en andere maatschappelijke actoren.
      prestatiegeneratie (Van Baar 2014).
                                                                                                     4.3 Handelingsperspectief 1: faciliteren van omgaan met
      Ook de overheid heeft volgens de Raad een rol in dit debat. Dat kan
                                                                                                            verwachtingen
      bijvoorbeeld door het thema te betrekken bij de dialoog over zaken als de
      toekomst van werk of de schaduwkanten van de economie van nu en in                             Ten eerste is het belangrijk om jongeren al vanaf jonge leeftijd te onder-
      de toekomst (vgl. Frank 2012). Actuele discussies over het basisinkomen                        steunen om zich zelfstandig te verhouden tot externe verwachtingen.
      en het vaderschapsverlof zijn daarbij in het bijzonder relevant (Putters                       Daarbij hoort allereerst om hen te stimuleren tot nadenken over hoe zij
      2015).41 Ook het debat over alternatieven voor het bruto binnenlands                           hun eigen leven willen vormgeven. Wat ‘eigen drijfveren’ zijn zal daarbij
      product als maatstaf voor welvaart biedt daarvoor kansen.42 Daarnaast is                       altijd mede worden bepaald door externe verwachtingen. Niet voor niets
      het belangrijk bij nieuwe beleidsparadigma’s als ‘zelfredzaamheid’ niet                        willen zoveel kinderen later topsporter of uitvinder worden. Het gaat er
      te vervallen in nieuwe, eenzijdige maatstaven (vgl. WRR 2017; RVS 2016b).                      daarom ook om dat kinderen en jongeren leren om als het ware te navi-
      Ten slotte kan de overheid bijvoorbeeld gericht onderzoek stimuleren                           geren tussen deze verwachtingen, ze op waarde te schatten en zichzelf
      naar de manier waarop de inrichting van werk en studie nu tot stress of                        ertoe te relateren (is dit wel echt iets voor mij, en waar kies ik voor?). Die
      somberheid leiden, en hoe dat anders zou kunnen.                                               (zelf)kennis kan immers helpen om zich minder te laten leiden door de
                                                                                                     verwachtingen van anderen, of om wat meer los te komen van dwingende
      De overheid laat overigens nu al zien dat ze het thema serieus neemt,                          maatstaven. Daarbij hoort om – vanuit die basis – grenzen te leren stellen
      zoals in de recente maatschappelijke campagne om depressie beter                               en zich voor te bereiden op een (werkzaam) leven, waarin naast successen
      bespreekbaar te maken.43 Daarbij wijst de Raad wel op de mogelijke                             evengoed teleurstellingen en conflicten zullen voorkomen. Dit vraagt
                                                                                                     volgens de Raad in het onderwijs en op de arbeidsmarkt meer aandacht.
      41  ‘Zes weken vaderschapsverlof, maar wie betaalt?’. In: Trouw, 16 februari 2018.
      42  Een mooi initiatief is in dat kader de Monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voor
          de Statistiek, zie CBS 2018b.
      43  https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/01/09/%E2%80%98hey-het-is-
          oke%E2%80%99-campagne-maakt-depressie-bespreekbaar
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 4 — Handelingsperspectieven                                                                                                                                19
      Scholen en onderwijsinstellingen kunnen bijvoorbeeld invulling geven         van ingroeien op de arbeidsmarkt en aandacht voor ‘leren werken’ beter te
      aan dit perspectief door in opleidingen meer aandacht te besteden            faciliteren. Traineeships kunnen daar in potentie een goede rol in spelen,
      aan persoonsvorming en professionele ontwikkeling. Nu ligt nog               al komt nu toch vaak de nadruk te liggen op hard werken om een vervolg-
      veel aandacht bij het aanleren van inhoudelijke vaardigheden, zoals          contract te bemachtigen. Andere mogelijkheden zijn om meer te werken
      rekenen en taal of een inhoudelijk studiecurriculum. Dat is belangrijk,      met leerling-gezel relaties op de werkvloer of met actieve coaching en
      maar slechts één onderdeel van de opdracht die scholen hebben in het         intervisie.
      opleiden van kinderen. Deze aspecten draaien immers nog vooral om het
      helpen voldoen aan externe maatstaven, en nog niet om het helpen van         Om dat voor elkaar te krijgen is het nodig om werkgevers of leiding-
      kinderen om zich daar zelfstandig toe te verhouden. Dat vraagt naast het     gevenden hiervoor beter toe te rusten en passende tools aan te reiken.
      bijbrengen van kennis ook aandacht voor karakter- en persoonsvorming         Bedrijfsartsen zouden hier vanuit hun preventieve taken een stimulerende
      (Onderwijsraad 2016; Biesta 2012). De ontwikkeling in het onderwijs lijkt er rol kunnen spelen. Ook branche­organisaties en de overheid kunnen
      nu vooral een van verdergaande subspecialisatie. De Raad vraagt daarom       daarin een rol spelen, bijvoorbeeld door het opzetten van een systeem van
      aandacht voor het belang van een brede basis op school en in studies en      persoonlijke ‘loopbaanvouchers’. Die kunnen jonge werknemers in een
      het opdoen van brede (professionele) ervaringen. In de lopende discussie     flexibele arbeidsmarkt, waarin werkgevers huiverig zijn in hen te inves-
      over de toekomst van het onderwijscurriculum verdienen deze thema’s          teren, toch de mogelijkheid geven via ontwikkelings­trajecten aandacht te
      dan ook een belangrijke plaats. Scholen en hoger onderwijsinstellingen       besteden aan het verkennen van hun professionele ambities.
      zouden dit thema daarnaast concreet invulling kunnen geven door
      vakken te geven als arbeidsmarktkunde of beroepskeuze en door meer
                                                                                   4.4 Handelingsperspectief 2: meten met meerdere maten
      aandacht voor professionele vaardigheden in te bouwen in opleidings-
      programma’s. Te denken valt ook aan een mentor die vanaf de start van        Ten tweede roept de Raad op om jongvolwassenen meer ruimte te
      de middelbare school helpt bij het maken van keuzes, niet alleen op basis    geven om hun leven op een manier vorm te geven die past bij diverse
      van wat hoogst haalbaar lijkt, maar van wat bij iemand past.                 persoonlijke situaties. Daarvoor is het van belang de huidige, eenzijdige
                                                                                   en dwingende maatstaven te vervangen door maatstaven waarmee meer
      Om dit voor elkaar te krijgen, is het waarschijnlijk wel nodig dat er in de  waardering ontstaat voor meerdere vormen van functioneren en voor
      wijze waarop de overheid onderwijsinstellingen afrekent meer aandacht        de pluriforme situaties en kwaliteiten van jongvolwassenen. Ook is het
      komt voor de kwaliteit die ze op dit vlak leveren. Dat kan bijvoorbeeld door belangrijk om mensen daarbij indien nodig passend te ondersteunen. Dit
      meer te kijken naar waar scholieren en studenten na enkele jaren terecht     vraagt eveneens om actie op structureel niveau.
      zijn komen en of zij daar tevreden zijn. Ook vraagt het een professiona-
      liseringsslag van docenten en leraren om een goede rol in dit thema te       Onderwijsinstellingen kunnen hierbij een rol spelen door op andere
      kunnen spelen.                                                               manieren te selecteren en te beoordelen. Niet alleen op basis van cijfers of
                                                                                   via een vast, schriftelijk toets- of beoordelingsmoment, maar gebruikma-
      Ook op de arbeidsmarkt kunnen bedrijven en werkgevers meer doen om           kend van meerdere informatiebronnen en persoonlijke gesprekken. Een
      jonge medewerkers te stimuleren na te denken over hoe zij zich profes-       vaakgenoemd voorbeeld is daarbij Finland, waar in het onderwijs veel
      sioneel willen ontwikkelen en hoe zij bijvoorbeeld de match met hun          minder dan in Nederland gebruik wordt gemaakt van rapportcijfers en
      persoonlijke leven willen invullen. Dat kan bijvoorbeeld door een periode    schriftelijk toetsen. Daarnaast krijgen kinderen er een brede opleiding.44
                                                                                   44  https://nos.nl/artikel/2146878-waarom-doen-finse-scholieren-het-zo-goed-op-school.html
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 4 — Handelingsperspectieven                                                                                                                                                   20
      In Nederland ontstaat er langzamerhand debat over nieuwe vormen                                 zijn hier ook breder stappen gezet.48 Hier ligt eveneens een rol voor de
      van examinering. In het voortgezet onderwijs dringt bijvoorbeeld het                            overheid door meer flexibiliteit te bieden in het beleid omtrent studiefi-
      besef door dat nu “de druk op leerlingen om op dat ene moment in mei te                         nanciering en studie-uitstel.
      presteren onnodig groot is”.45
                                                                                                      Ook in de manier waarop selectie op de arbeidsmarkt plaatsvindt kan nog
      Ook vindt de Raad het in dit kader van belang dat er meer waardering                            een slag worden gemaakt. Selecteren en beoordelen gebeuren nog te veel
      komt voor vakmanschap in al zijn vormen. Er is op dit moment een groot                          op basis van cijferlijsten en assessments in plaats van op persoonlijkheid
      tekort aan bijvoorbeeld verzorgenden in de zorg en technische vakmen-                           en competentie. In de ogen van de Raad wordt nog te veel geprobeerd
      sen. Toch daalt juist het aantal kinderen op het vmbo.46 Het imago van                          vooral zogenaamde high potentials binnen te halen. Dat vergroot het risico
      deze opleiding lijkt daarbij een belangrijke rol te spelen. Het vwo wordt                       op een rat-race. Waarom durven werkgevers blijkbaar nog te weinig te
      nog altijd als ‘beter’ afgeschilderd dan de havo of het vmbo, terwijl soms                      vertrouwen op hun eigen oordeel over iemands kwaliteiten? De RVS vindt
      een vmbo-opleiding beter past dan vwo-onderwijs. Anders dan denken in                           dat werkgevers meer lef moeten tonen om papieren zoveel mogelijk aan
      hiërarchische termen van ‘hoger opgeleid’ en ‘lager opgeleid’ of ‘vakman-                       de kant te schuiven en op basis van een persoonlijk gesprek te kijken of
      schap’ en ‘wetenschap’ zouden ‘praktisch’ en ‘theoretisch’ onderwijs meer                       iemand past bij een organisatie en functie.
      naast elkaar moeten worden gezien, elk opleidend tot eigen vormen van
      professionaliteit en vakmanschap. De overheid kan hierin een rol spelen                         Het zou daarnaast goed zijn als de focus verschuift van het aannemen
      door het vmbo en het mbo steviger te promoten 47, en deze waardering                            van ‘excellente’ individuen naar het samenstellen en ontwikkelen van op
      ook te vertalen in de voorwaarden waaronder deze groep mensen komt te                           elkaar ingespeelde teams. Daarmee kan ook meer aandacht komen voor
      werken. Dat vraagt bijvoorbeeld meer ruimte en waardering voor ‘prak-                           het matchen van competenties en persoonlijkheden binnen deze teams
      tisch’ vakmanschap op de werkvloer. Dat komt nu door administratieve                            op de behoefte van de organisatie. Waar de een goed kan organiseren, is
      lasten en verantwoordingseisen nog te veel onder druk te staan, zeker in                        de ander sterk in analyseren of creatief denken. Die insteek creëert meer
      de zorg (zie ook RMO 2002).                                                                     aandacht voor de benodigde diversiteit aan talenten en kwaliteiten: niet
                                                                                                      uitsluitend de ‘beste’ mensen (gemeten op basis van externe maatstaven
      Op het gebied van passende ondersteuning vraagt het bijvoorbeeld meer                           zoals cijferlijsten), maar een passende mix. Door meer aandacht voor
      aandacht voor een gezond en veilig studieklimaat onder studenten.                               teamontwikkeling op de werkvloer ontstaat ook vanzelf meer sociale
      Een mooi voorbeeld is het zogenaamde Studiesuccescentrum van de                                 inbedding. Als team doe je immers iets samen en daar dragen de team-
      Hogeschool Windesheim. Hier is gericht aandacht voor het ondersteunen                           leden elk op hun eigen wijze aan bij. Er wordt bijvoorbeeld al geëxperi-
      van studenten met een taalachterstand en studenten die naast hun studie                         menteerd met systemen voor matching op de arbeidsmarkt zoals vanuit
      zorgtaken op zich nemen. Met het recente actieplan studentenwelzijn                             de Aanpak Jeugdwerkeloosheid.49 De focus ligt hier niet zozeer op hoge
                                                                                                      cijfers of diploma’s, maar op iemands persoonlijke competenties.
      45  https://nos.nl/artikel/2224821-eindexamens-moeten-anders-waarde-van-het-diploma-
          onder-druk.html
      46  https://www.onderwijsincijfers.nl/themas/demografische-ontwikkelingen/                      48  https://www.nationaleonderwijsgids.nl/universiteit/nieuws/43372-gezamenlijk-actieplan-
          leerlingendaling-in-het-vmbo/daling-sterker-in-vmbo-dan-rest-vo                                 pleit-voor-integrale-aanpak-studentenwelzijn.html
      47  De huidige minister van OCW, Arie Slob, heeft hier recent al een lans voor gebroken in een  49  https://www.aanpakjeugdwerkloosheid.nl/aanpak/samen-met-gemeenten-en-uwv-
          interview in het Algemeen Dagblad, zie https://nos.nl/artikel/2216105-slob-ouders-stop-met-     matchen-op-werk/matchen-op-werk/onderzoek-naar-de-meerwaarde-van-competenties-
          pushen-vmbo-is-geen-bezigheidstherapie.html                                                     bij-matching
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd 4 — Handelingsperspectieven                                                                                                                             21
      Op het gebied van passende ondersteuning kunnen ook werkgevers een                       De Raad laat met dit essay zien dat daarbij ongrijpbare maatschappelijke
      rol spelen, bijvoorbeeld door meer aandacht te besteden aan het bewaken                  verwachtingen, maar evengoed institutionele factoren en concrete
      van de grens tussen werk en privé, en door in werkvoorwaarden meer in                    beleidskeuzes van de overheid en andere partijen een rol spelen. Ruimte
      te spelen op individuele situaties en voorkeuren. Waar de ene persoon                    bieden vraagt dus aanpassingen op structureel niveau. Dit essay geeft een
      gedijt bij veel flexibiliteit, zal de ander het juist fijn vinden om die grens te        aanzet voor deze discussie in de vorm van concrete handelingsperspec-
      kunnen bewaken. Specifieke aandacht is daarbij nodig voor levensfasen                    tieven voor wat maatschappelijke actoren op dit niveau kunnen doen: stel
      en transitieperiodes voor medewerkers, bijvoorbeeld als iemand tijdelijk                 knellende maatstaven ter discussie, faciliteer bij kinderen en jongeren het
      mantelzorg verleent of tijdens en na de zwangerschap. Ook hebben                         aanleren van de vaardigheden om zich bewust te verhouden tot externe
      werkgevers natuurlijk zelf een voorbeeldrol. Veel werknemers ervaren                     verwachtingen,eigen keuzes te maken en grenzen te stellen. En vooral:
      nog een taboe op het bespreekbaar maken van gevoelens van spanning                       gebruik maatstaven waarmee verschillen beter worden gewaardeerd.
      of somberheid (Onsenk 2018). Positieve voorbeelden van leidinggevenden                   Dat biedt perspectief op verandering, maar vraagt wel actie. Niet alleen
      die zelf actief hun grenzen bewaken verdienen daarom aanmoediging.                       van jongvolwassen zelf, maar juist ook van beleidsmakers, bestuurders,
      Interessant zijn enkele recente ontwikkelingen in Frankrijk, waar bij wet                werkgevers en andere actoren.
      is vastgelegd dat medewerkers het recht hebben om buiten kantooruren
      niet op mail te reageren: le droit á la déconnexion.50
      4.5 Tot slot
      Het is belangrijk het probleem van mentale druk onder jongvolwassenen
      niet te groot te maken. Gevoelens van mentale druk zijn lang niet voor
      iedereen problematisch. De Raad pleit er daarom voor het debat, dat nu
      wordt gevoerd vanuit het frame van de ‘volksziekte van een nieuwe gene-
      ratie’, naar een maatschappelijk niveau te tillen. Het gaat vaak helemaal
      niet om zoiets als een ziekte, maar om iets heel normaals dat nu eenmaal
      hoort bij de jongvolwassenheid van nu.
      Daarmee is het fenomeen tegelijkertijd wel reëel, net als de knelpunten
      en rauwe kanten die er het gevolg van kunnen zijn. De diversiteit tussen
      jongvolwassenen wordt nu nog te veel miskend door knellende maat-
      schappelijke verwachtingen en eenzijdige maatstaven. Het is daarom
      belangrijk om op maatschappelijk niveau meer ruimte te bieden aan
      jongvolwassenen. Dat kan stimuleren om los te komen van dwingende,
      eenzijdige maatstaven en keuzes te durven maken die beter passen bij
      iemands persoonlijke situatie.
      50  https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/frankrijk-wil-werkmail-buiten-werktijd-bannen;
          https://facto.nl/nieuwe-franse-wet-recht-offline-te-zijn/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                                    22
      Literatuur                                                                         CBS (2016a). Meer dan 1 miljoen Nederlanders had depressie.
                                                                                         Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/04/
                                                                                         meer-dan-1-miljoen-nederlanders-had-depressie.
      ArboNed (2015). Verzuim door stress op steeds jongere leeftijd.
      Geraadpleegd op https://www.werkenbijarboned.nl/Nieuws-Updates/                    CBS (2016b). Meer zelfdodingen. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/
      Verzuim-door-stress-op-steeds-jongere-leeftijd.                                    nieuws/2016/26/meer-zelfdodingen.
      Achterberg, M., J.S. Peper, A.C.K. van Duijvenvoorde, R.C.W. Mandl en E.A.         CBS (2017). Psychosociale arbeidsbelasting: werknemers en bedrijfstak.
      Crone (2016). Frontostrational white matter integrity predicts development         Geraadpleegd 31 januari 2018 via www.statline.cbs.nl.
      of delay of gratification. A longitudinal study. In: Journal of Neuroscience, vol.
      36(6), p. 1954-1961.                                                               CBS (2018a). Jongvolwassenen vaker verslaafd aan sociale media.
                                                                                         Geraadpleegd op 30 mei 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/
      Baar, J. van (2014). De prestatiegeneratie. Een pleidooi voor middelmatigheid.     nieuws/2018/20/jongvolwassenen-vaker-verslaafd-aan-sociale-media.
      Amsterdam: Atlas Contact.
                                                                                         CBS (2018b). Monitor Brede Welvaart 2018. Den Haag: Centraal Bureau voor
      Beets, G. (2007). De timing van het eerste kind: demografische aspecten en         de Statistiek.
      achter­gronden. In: RVZ. Uitstel van ouderschap: medisch of maatschappelijk
      probleem?, p. 33-48. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Zorg.                  Cohn, L.D. (1991). Sex differences in the course of personality development:
                                                                                         A meta‑analysis. In: Psychological Bulletin, vol. 109(2), p. 252‑266.
      Biesta, G. J. J. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Den Haag:
      Boom/Lemma.                                                                        Conijn, M., H.J.M.V. Boersma en W. van Rhenen (2015). Burn-out bij
                                                                                         Nederlandse geneeskundestudenten. Prevalentie en oorzaken. In:
      Boekhoven, J. (2018). Studiedoping is uitwas van structurele prestatiedruk.        Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, vol. 159, p. 1-6.
      In: Sociale Vraagstukken, 7 februari 2018.
                                                                                         Curran, T. en A.P. Hill (2017). Perfectionism is increasing over time. A
      Bucx, F. en S. de Roos (2010). Uitwisseling van steun tussen ouders en hun         meta-analysis of birth cohort differences from 1989 to 2016. Geraadpleegd
      jongvolwassen kinderen. In: Wisseling van de wacht: generaties in Nederland.       https://www.apa.org/pubs/journals/releases/bul-bul0000138.pdf.
      Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
                                                                                         Dahl, R.E. (2006). Adolescent brain development. A period of vulnerabili-
      Casey, B.J., N. Tottenham, C. Liston en S. Durston (2005). Imaging the             ties and opportunities. Keynote Adress. In: Annals of the New York Academy
      developing brain: what have we learned about cognitive development?.               of Sciences, vol. 1021, p. 1-22.
      In: Trends in Cognitive Sciences, vol. 9(3), p. 104-110.
                                                                                         Delespaul, P., M. Milo, F. Schalken, W. Boevink en J. van Os (2016). Goede
      Beuningen, J. van en S. de Witt (2016). Welzijn van jongeren: geluk en tevre-      GGZ! Leusden: Diagnosis Uitgevers.
      denheid met het leven onder jongeren van 12 tot 25 jaar. Den Haag: Centraal
      Bureau voor de Statistiek.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd Literatuur                                                                                                                                          23
      Dekker, P., L. van der Ham en A. Wennekers (2018). Burgerperspectieven           Heijden, F.M.M.A. van der, J.T. Prins en A.B. Bakke (2005). Burn-out in
      2018|1. Kwartaalbericht van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven.           de opleiding tot medisch specialist. In: Medisch Contact, vol. 60(47),
      Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau                                        p. 1904-1907.
      Dopmeijer, J. (2017). Cijfers prestatiedruk. In: Onderzoek Studieklimaat,        Hilhorst, S. en D. Spreksel (2017). De universiteit als ziekenboeg. Zonder
      gezondheid en studiesucces. Geraadpleegd via https://www.windesheim.nl/          stempel word je niet serieus genomen. In: De Groene Amsterdammer,
      over-windesheim/persberichten/2017/november/62-procent-studenten-er-             nr. 38. Geraadpleegd via https://www.groene.nl/artikel/
      vaart-vaak-prestatiedruk-in-dagelijks-leven/.                                    zonder-een-stempel-word-je-niet-serieus-genomen.
      Echelt, P. van, S. Croezen, J.D. Vasblom en M. de Voogd-Hamelink (2016)          Hooftman, W.E., G.M.J. Mars, B. Janssen, E.M.M. de Vroome, B.J.M.
      Aanbod van arbeid 2016. Werken, zorgen en leren op een flexibele arbeidsmarkt.   Janssen, M.M.M.J. Ramaekers en S.N.J. van den Bossche (2018). Nationale
      Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.                                       Enquête Arbeidsomstandigheden 2017. Methodologie en globale resultaten.
                                                                                       Den Haag: TNO en Centraal Bureau voor de Statistiek.
      EU-OSHA (2013). Pan-European opinion poll on occupational safety and health.
      Geraadpleegd via https://www.slideshare.net/euosha/paneuropean-opini-            Hoogendijk, W. en W. de Rek (2017). Van big bang tot burnout. Het grote
      on-poll-on-occupational-safety-and-health-2013 .                                 verhaal over stress. Amsterdam: Balans.
      Frank, R. (2012). The Darwin Economy: Liberty, Competition, and the Common       Houtman, I. en E. de Vroome (2015). Jongeren, werkstress en flexibele
      Good. Princeton: Princeton University Press.                                     arbeidscontracten. Den Haag: TNO.
      Geraerts, E. (2015). Mentaal kapitaal. Versterk je mentale veerkracht en vermijd Kinderombudsman (2016). Als je het ons vraagt. De Kinderombudsman op
      burn-out.Tielt: Lannoo.                                                          Kinderrechtentour. Den Haag: De Kinderombudsman.
      Gezondheidsraad (2014). ADHD: medicatie en maatschappij.                         Kloosterman, R. en J. van Beuningen (2015). Jongeren over sociale media.
      Publicatienummer 2014/19. Den Haag: Gezondheidsraad.                             Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
      Giedd, J.N., J. Blumenthal, N.O. Jeffries, F.X. Castellanos, H. Liu, A.          Launspach, T. (2017). Waarom zitten millenials thuis met een burn-out?. Lezing
      Zijdenbox, T. Paus, A.C. Evans en J.L. Rapoport (1999). Brain development        bij de Universiteit van Nederland. Geraadpleegd via https://www.youtube.
      during childhood and adolescence: a longitudinal MRI study. In: Nature           com/watch?v=ZHTknnpZuoM.
      Neuroscience, vol. 2(10), p. 861-863.
                                                                                       Molen, H. van der, P. Kuijer en G. de Groene (2017). Kerncijfers beroepsziekten
      Graaf, R. de, M. ten Have en S. van Dorsselaer (2010). NEMESIS 2. De             2017. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
      psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. Utrecht: Trimbos
      Instituut. Geraadpleegd via https://www.trimbos.nl/kerncijfers/                  Monbiot, G. (2018). Out of the Wreckage: A New Politics for an Age of Crisis.
      psychische-gezondheid#qleeftijdsverschillen.                                     Londen: Verso Books.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd Literatuur                                                                                                                                          24
      Mooren, F. van der (2015). Het dynamische leven van twintigers. Den Haag:       RMO (2002). Werken aan balans. Remedies tegen burn-out. RMO-advies 22.
      Centraal Bureau voor de Statistiek.                                             Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.
      Muijen, J. van en E. Melse (2017). Nationaal Salarisonderzoek 2017.             RVS (2016a). De vele kanten van eenzaamheid. Den Haag: Raad voor
      Amsterdam: Intermediair en Nyenrode Business Universiteit.                      Volksgezondheid en Samenleving.
      Onderwijsraad (2016). De volle breedte van onderwijskwaliteit. Van smal         RVS (2016b). Verlangen naar samenhang. Over systeemverantwoordelijkheid en
      beoordelen naar breed verantwoorden. Den Haag: Onderwijsraad.                   pluriformiteit. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
      Onsenk, A. (2018). Psychische aandoening onbespreekbaar op de                   RVS (2017). Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levens­
      werkvloer. Geraadpleegd via https://www.socialevraagstukken.nl/                 fasen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
      psychische-aandoening-onbespreekbaar-op-de-werkvloer/.
                                                                                      RVS (2018). Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren.
      Portegijs, W., M. Cloin, R. Roodsaz en M. Olsthoorn (2016). Lekker vrij!? Vrije Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
      tijd, tijdsdruk en de relatie met de arbeidsduur van vrouwen. Den Haag: Sociaal
      en Cultureel Planbureau.                                                        Schaufeli, W.B. (2007). Burn-out in discussie. De stand van zaken.
                                                                                      In: De Psycholoog, oktober 2007, p. 534-540.
      Prins, J. (2009). Burnout among Dutch medical residents. Groningen:
      Rijksuniversiteit Groningen.                                                    Schaufeli, W.B., M.P. Leiter en C. Maslach (2009). Burnout: 35 years of research
                                                                                      and practice. In: Career Development International, vol. 14:3, p. 204-220.
      Putters, K. (2015). Laten we gewoon afspreken dat ‘druk zijn’ niet langer
      de norm is. In: TNO en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.         Scholten, W. en E. Koier (2018). Beleid voor excellente wetenschap. Den Haag:
      Jongeren en werkstress. Zeven wetenschappers over oorzaken en oplossingen.      Rathenau Instituut.
      Den Haag: TNO.
                                                                                      Schmidt, E. en M. Simons (2013). Psychische klachten onder studenten.
      Riele, S. te en C. Harmsen (2015). Relatievorming van twintigers. Den Haag:     Utrecht: Landelijke Studentenvakbond.
      Centraal Bureau voor de Statistiek
                                                                                      Schwartz, B. (2004). The Paradox of Choice – Why More is Less. New York:
      RIVM (2018a). Themaverkenning 1: Zorgvraag van de toekomst. De mentale druk     Harper Collins.
      op jongeren lijkt toe te nemen. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning
      2018. Geraadpleegd via https://www.vtv2018.nl/druk-op-jongeren.                 Sinke, D. en E. Zondervan (2016). Studentpsychologen: een stand van
                                                                                      zaken. Utrecht: ISO. Geraadpleegd via http://www.iso.nl/persbericht/
      RIVM (2018b). ‘Prevalentie overspannenheid in de huisartspraktijk’.             studentenpsychologen-zeer-gewaardeerd-onvoldoende-gefaciliteerd.
      Geraadpleegd via https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/
      overspannenheid-en-burn-out/cijfers-context/huidige-situatie#node-pre-          SCP (2014). Burn-out: verbanden tussen emotionele uitputting, arbeidsmarkt­
      valentie-overspannenheid-de-huisartsenpraktijk.                                 positie en Het Nieuwe Werken. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd Literatuur                                                                                                                                           25
      Souren, M. (2015). Het werkende leven van twintigers. Den Haag: Centraal       Vries, M. de en B. Schohaus (2011). Nog steeds aan de papfles. Twintigers vin-
      Bureau voor de Statistiek.                                                     den het goede leven moeilijk. In: De Groene Amsterdammer, 14 december 2011.
      Taris, T., I. Houtman en W. Schaufeli (2013). Burnout: de stand van zaken.     Werf, M. van der (2011). Kwetsbaarheid voor psychose: een levensloopbena-
      In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, vol. 29:3, p. 241-257.               dering. In: Tijdschrift voor Psychiatrie, vol. 53:2.
      Thorspecken, J.M. (2005). Quarterlife Crisis: The Unaddressed Phenomenon.      Westenberg, P.M. en P.F. Gjerde (1999). Ego Development during the
      In: G.M. Kapalka (red). Proceedings of the Annual Conference of the New Jersey Transition from Adolescence to Young Adulthood: A 9-Year Longitudinal
      Counseling Association Research Papers, p. 120-126.                            Study. In: Journal of Research in Personality, vol. 33(2), p. 233-252.
      TNO (2017). Wat u moet weten over flexwerkers & stress. Den Haag: TNO.         Wisman, R. (2016). Help, de dokter verzuipt. In: Arts en Auto, mei 2016, p. 16-18.
      Twillert, M. van (2017). Een op de zes co’s heeft last van burn-out. In:       WRR (2017). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaam-
      Medisch Contact, 26 mei 2017. Geraadpleegd via https://www.medisch­            heid. WRR rapport nr. 97. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het
      contact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/een-op-de-zes-cos-heeft-last-         Regeringsbeleid.
      van-burn-out.htm.
      V&VN (2017). Resultaten peiling werkdruk V&VN-ledenpanel.
      Powerpointpresentatie, 7 juni 2017. Geraadpleegd via http://www.venvn.
      nl/Portals/1/Nieuws/2017%20Documenten/Resultaten%20peiling%20
      werkdruk.pdf?ver=2017-06-08-162507-180.
      Verkuil, B., A. van Emmerik en R. Holtrop (2010). Een patiënt met stress en
      burnout in de huisartspraktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
      Verschuren, C.M., A.P. Nauta, M.H.H. Bastiaanssen, B. Terluin, A.A.
      Vendrig, M.J.P.M. Verbraak, S. Flikweert, J.A. Vriezen, I. van Zanten-
      Przybysz en M.A.J.M Loo (2011). Eén lijn in de eerste lijn bij overspanning en
      burnout. Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burnout voor eerstelijns
      professionals. Utrecht: Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen,
      Nederlands Huisartsen Genootschap en Nederlandse Vereniging voor
      Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                      26
      Voorbereiding                                                          Geraadpleegde deskundigen
      De commissie die dit essay heeft voorbereid bestond uit Liesbeth       De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding van
      Noordegraaf-Eelens (commissievoorzitter), Jan Kremer (raadslid), Evert dit essay hebben niet het karakter van draagvlakverwerving. De gespreks-
      Schot en Leo Ottes (adviseurs).                                        partners hebben zich niet aan de inhoud van dit essay gecommitteerd.
                                                                             Tijdens de voorbereiding zijn de volgende personen geconsulteerd:
                                                                             Prof. dr. Witte Hoogendijk	Hoogleraar en afdelingshoofd psychiatrie,
                                                                                                                Erasmus MC
                                                                             Drs. Jurriaan Penders	Bedrijfsarts en hoofd Arbodienst, AMC
                                                                                                                Amsterdam
                                                                             Prof. dr. Wilmar Schaufeli	Hoogleraar arbeids- en organisatie­
                                                                                                                psychologie , UU en KU Leuven
                                                                             Dr. Irene Houtman                  Senior onderzoeker, TNO
                                                                             Dr. Carol van Velzen               Klinisch psycholoog, UMCG
                                                                             Dr. Bertine Lahuis	Lid raad van bestuur Radboudumc,
                                                                                                                kinder,- en jeugdpsychiater
                                                                             Jeroen van Baar MSc                Auteur De Prestatiegeneratie
                                                                             Prof. dr. Ton Wilthagen	Hoogleraar arbeidsmarkt, Tilburg
                                                                                                                University
                                                                             Drs. Emile Dingjan	GZ psycholoog BIG, studentpsycholoog,
                                                                                                                Universiteit Leiden
                                                                             Jolien Dopmeijer MSc               Onderzoeker, Hogeschool Windesheim
                                                                             Prof. dr. Wilmar Schaufeli heeft als inhoudelijk expert meegelezen bij
                                                                             hoofdstuk 2 van dit essay.
                                                                             Voor dit essay is daarnaast dankbaar gebruik gemaakt van de denkkracht
                                                                             van VeRS, het talentennetwerk van de RVS. Zij hebben inbreng geleverd voor
                                                                             mogelijke handelingsperspectieven tijdens een bijeenkomst op 13 februari
                                                                             2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                       27
      Afkortingen
      ADHD		       Attention Deficit Hyperactivity Disorder
      AIOS		       Arts in opleiding tot specialist
      CBS		        Centraal Bureau voor de Statistiek
      DSM-5		      Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
      EU-OSHA      European Agency for Safety & Health at Work
      FOMO		       Fear of missing out
      NEA		        Nederlandse Enquête Arbeidsomstandigheden
      OCW		        Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
      RIVM		       Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
      RMO		        Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling
      RVS		        Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
      SCP		        Sociaal en Cultureel Planbureau
      V&VN		       Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
      WRR		        Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>RVS – Over bezorgd                                                                                                                                              28
      Publicaties
      Over bezorgd. Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder    Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg.
      jongvolwassenen.                                                      Advies, nummer 17-05, juni 2017.
      Essay, nummer 18-04, juli 2018.
                                                                            De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.
      Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren.              Publicatie, nummer 17-04, april 2017.
      Advies, nummer 18-03, juni 2018.
                                                                            Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen.
      WHO CARES. Ontwerpprijsvraag voor nieuwe vormen van wonen, zorg en    Advies, nummer 17-03, maart 2017.
      ondersteuning.
      Briefadvies, nummer 18-02, maart 2018.                                Inkoopsafari. Verkenning van de praktijk van zorginkoop.
                                                                            Verkenning, nummer 17-02, februari 2017.
      Gezien en gehoord. 17.000 ervaringen met zorg en hulp.
      Essay, nummer 18-01, februari 2018.                                   Implementatie van e-health vraagt om durf en ruimte.
                                                                            Briefadvies, nummer 17-01, januari 2017.
      De wereld thuis. Zeven beeldverhalen.
      Bundel, nummer 17-12, december 2017.                                  Wat ik met Kerst mis. Een bundel met wisselende perspectieven over eenzaamheid.
                                                                            Bundel, nummer 16-04, december 2016.
      Ontwikkeling nieuwe geneesmiddelen. Beter, sneller, goedkoper.
      Advies, nummer 17-10, november 2017.                                  Grensconflicten. Toegang tot sociale voorzieningen voor vluchtelingen.
                                                                            Essay, nummer 16-03, oktober 2016.
      Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige
      problemen.                                                            Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin.
      Advies, nummer 17-09, oktober 2017.                                   Advies, nummer 16-02, mei 2016.
      Zorgrelatie centraal. Partnerschap leidend voor zorginkoop.           Verlangen naar samenhang. Over systeemverantwoordelijkheid en pluriformiteit.
      Advies, nummer 17-08, oktober 2017.                                   Advies, nummer 16-01, april 2016.
      De vele kanten van eenzaamheid.                                       Wisseling van perspectief. De werkagenda van de RVS.
      Verkenning, nummer 17-07, juli 2017.                                  Publicatie, nummer 15-01, december 2015.
      Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen.
      Advies, nummer 17-06, juni 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadrvs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>