<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Leeftijds
grenzen
   Betere kansen voor
  kwetsbare jongeren
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Voor u ligt een advies over een netelige kwestie. Wat is de betekenis
en de werking van een grens aan de leeftijd? We zijn zo oud als
we ons voelen en toch treffen we in wet- en regelgeving tal van
geboden en verboden die vanaf een bepaalde leeftijd worden gesteld.
Of dat past bij ieders ontwikkeling is nog maar de vraag, maar
vanuit het oogpunt van beleid en praktijk is het handig en soms
ook noodzakelijk om leeftijdsgrenzen te hanteren. Maar sommige
jongeren komen er bekaaid vanaf zoals blijkt uit dit advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>te
1

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Leeftijds
grenzen
  Betere kansen voor
  kwetsbare jongeren
            Den Haag, juni 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                   5
Voorwoord
Voor u ligt een advies over een netelige kwestie. Wat is de betekenis en de
werking van een grens aan de leeftijd? We zijn zo oud als we ons voelen en toch
treffen we in wet- en regelgeving tal van geboden en verboden die vanaf een
bepaalde leeftijd worden gesteld. Of dat past bij ieders ontwikkeling is nog maar
de vraag, maar vanuit het oogpunt van beleid en praktijk is het handig en soms
ook noodzakelijk om leeftijdsgrenzen te hanteren. Maar sommige jongeren
komen er bekaaid vanaf zoals blijkt uit dit advies.
Jongeren die om welke reden dan ook zorg en ondersteuning nodig hebben en/
of met regelingen op het gebied van onderwijs, werk en wonen, krijgen met
uiteenlopende (leeftijds)grenzen te maken. Als die grenzen zonder aandacht voor
de persoonlijke situatie van de jongeren worden gehanteerd liggen er risico’s op
de loer. Zo kan het gebeuren dat iemand aan zijn lot wordt overgelaten op zijn of
haar 18de terwijl hij of zij nog veel behoefte heeft aan een vangnet of aan onder-
steuning of begeleiding bij zijn of haar weg naar zelfstandigheid. Professionele
zorgverleners zitten ook weleens met hun handen in het haar om de weg te vin-
den in de wirwar aan regelingen waar kwetsbare jongeren mee te maken krijgen.
Als zij een opleiding volgen, een kamer huren, zorgtoeslag aanvragen, aangepast
werk zoeken; hoe zit dat dan met de verantwoordelijkheden? Wie is aan zet en wie
betaalt? Het gaat niet vanzelf en dit advies laat zien dat er veel creativiteit nodig
is om barrières te slechten.
De RVS heeft op verzoek van Kamerlid Vera Bergkamp dit advies opgesteld.
Aanvankelijk ging de vraag over de schijnbare willekeur van leeftijdsgrenzen.
Omdat de maatschappelijke knelpunten bij jongeren het meest in het oog springen,
heeft de Raad zijn analyse en aanbevelingen daarop gericht. Maar gelet op de
veelheid aan leeftijdsgrenzen zonder heldere onderbouwing, richt de RVS zich in
dit advies niet alleen tot gemeenten en jongerenwerkers. Ook de wetgever wordt
aangesproken: in wet- en regelgeving mag een afweging van argumenten bij de
keuze voor een bepaalde leeftijdsgrens niet ontbreken.
Dit advies laat zich verder lezen als een oproep aan beleidsmakers en professio-
nals in het brede domein van de jeugd. Een oproep om de ontwikkeling en moge-
lijkheden van jongeren centraal te stellen en daar eventuele leeftijdsgrenzen bij
aan te laten sluiten in plaats van andersom. Op deze manier kunnen jongeren de
weg vinden die bij hun eigen leeftijd past.
Pauline Meurs
Voorzitter RVS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS)
is een onafhankelijk strategisch adviesorgaan.
De RVS heeft tot taak de regering en de Eerste en
Tweede Kamer van de Staten-Generaal te adviseren
over hoofdlijnen van beide beleidsterreinen.
Samenstelling Raad
Voorzitter: Pauline Meurs
Raadsleden: Daan Dohmen, Pieter Hilhorst, Jan
Kremer, Bas Leerink, Liesbeth Noordegraaf-Eelens,
Jeannette Pols, Greet Prins en Loek Winter.
Plv. directeur: Marieke ten Have
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadrvs
Publicatie 18-03
ISBN: 978-90-5732274-7
Grafisch ontwerp: Studio Duel
Fotografie: Adobe Stock, iStock
Eindredactie: MC Communicatie, Renesse
Druk: Xerox/OBT
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving,
Den Haag, 2018
Niets in deze uitgave mag worden openbaar gemaakt
of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend
systeem of uitgezonden in enige vorm door middel
van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan
ook zonder toestemming van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                  7
Voorwoord                                                         5
Samenvatting                                                      9
1   Inleiding                                                    15
    1.1  Aanleiding                                              15
    1.2  Doel                                                    17
    1.3  Begrippen                                               18
    1.4  Aanpak                                                  19
    1.5  Leeswijzer                                              20
2   Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                       21
    2.1  Jongeren in Nederland                                   21
    2.2 De wet wringt                                            22
    2.3 Vier belangrijke obstakels                               31
    2.4 Conclusie                                                35
3   Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                            37
    3.1  Waar komen al die leeftijdsgrenzen vandaan?             37
    3.2 Afwegingskader voor het instellen van leeftijdsgrenzen   44
    3.3 Kanttekeningen bij huidige onderbouwingen                47
    3.4 Conclusie                                                48
4   Betere kansen voor kwetsbare jongeren                        51
    4.1  Verhogen van de jeugdhulpplicht naar 21 jaar            52
    4.2 Werken met levensdoelen en meerdere wetten vanaf 16 jaar 53
    4.3 Experimenteren met overgangsbudgetten                    54
    4.4 Inspelen op de belevingswereld van jongeren              56
    4.5 Versoepelen van de transitie van wettelijke minder- naar
         meerderjarigheid                                        57
    4.6 Kiezen voor passende leeftijdsgrenzen                    58
    4.7 Tot slot                                                 59
Bijlagen                                                         61
    1    Adviesaanvraag                                          61
    2    Overzicht van leeftijdsgrenzen in wetgeving             63
Literatuur                                                       69
Adviesvoorbereiding                                              73
Geraadpleegde deskundigen                                        75
Afkortingen                                                      77
Publicaties                                                      79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>8 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                9
Samenvatting
De Nederlandse wet staat bol van leeftijdsgrenzen. Die van 18 jaar is waarschijn-
lijk de meest ‘iconische’, maar andere leeftijden spelen ook een belangrijke
rol in domeinen als zorg en ondersteuning, werk en inkomen, onderwijs, in
het strafrecht en het Burgerlijk Wetboek. Over deze leeftijdsgrenzen valt te
twisten, niet alleen vanuit principieel oogpunt, maar vooral omdat sommige
leeftijdsgrenzen obstakels vormen in de ontwikkeling van jongeren, vooral van
kwetsbare jongeren.
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) signaleert vier obstakels
waardoor jongeren in een lastige situatie terecht kunnen komen. Ten eerste
sluiten bepaalde leeftijdsgrenzen niet goed aan bij kenmerken en situaties
van individuele jongeren, waardoor zij geen passende zorg, ondersteuning of
begeleiding krijgen. Zoals de bovengrens van 18 jaar bij de jeugdhulpplicht.
Veel jongeren hebben jeugdhulp ook na deze leeftijd hard nodig. Ze ontvangen
immers vaak weinig ondersteuning vanuit het gezin, moeten op hun 18de
ook ineens allemaal andere zaken regelen en zijn nog volop in ontwikkeling.
Sterker nog, ze lopen relatief vaak achter in hun ontwikkeling, waardoor de
grens van 18 jaar voor hen wel erg vroeg komt.
Ten tweede ervaren jongeren knelpunten als ze van de ene naar de andere wet
of voorziening overgaan. Zoals de transitie van wettelijke minderjarigheid naar
meerderjarigheid bij 18 jaar, of van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke
ondersteuning 2015 (Wmo) of Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze overstap kan
stroef verlopen doordat de jongeren slecht voorbereid zijn, of door het bureau-
cratische en tijdrovende proces. Jongeren hebben juist baat bij een geleidelijke
overgang en een warme overdracht. Dan vallen zij niet tussen wal en schip en is
de continuïteit van zorg en ondersteuning geborgd.
Ten derde sluit het aanbod van zorg en ondersteuning vaak slecht aan bij de
belevingswereld van jongeren. Met vervelende gevolgen: kwetsbare jongeren
worden niet bereikt of de hulp heeft onvoldoende effect – is in sommige gevallen
zelfs contraproductief. Sommigen zien niet in dat ze een probleem hebben en
vragen daarom geen voorziening aan. Anderen schamen zich ervoor, hebben er
slechte ervaringen mee, of het boeit ze simpelweg niet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>10                                                           RVS – Leeftijdsgrenzen
Ten vierde krijgen innovatie en preventie ‘over de grenzen’ van domeinen heen
weinig kans door een gebrek aan financiële prikkels en beperkte budgetten.
Gemeenten kunnen jeugdhulp voor 18-minners al nauwelijks bekostigen, laat
staan verlengde jeugdhulp aan jongeren van 18 tot 23 jaar. Daarnaast komen
jongeren boven de 18 soms toch in aanmerking voor zorg of ondersteuning uit de
Zvw, Wmo of Wet langdurige zorg (Wlz).
Met dit advies wil de Raad de obstakels zoveel mogelijk wegnemen. Een
samenhangend pakket aan maatregelen wordt voorgesteld om kwetsbare
jongeren beter te begeleiden naar hun zelfstandigheid. Dit pakket is toegespitst
op de jeugdhulp, omdat daar de meeste, en meest indringende problemen zijn.
Allereerst beveelt de Raad aan om op korte termijn de jeugdhulpplicht van
gemeenten te verhogen van 18 naar 21 jaar, met een mogelijke uitloop tot 23 jaar.
Op de lange termijn zou deze grens nog verder verhoogd moeten worden. Plus:
het leveren en staken van jeugdhulp moet afhankelijk zijn van de behoeftes en
situatie van de individuele jongere, en niet van de vraag of een gemeente dit
heeft ingekocht.
Zorg en ondersteuning moeten niet toewerken naar het bereiken van een leeftijd,
maar naar het bereiken van levensdoelen. Zoals het vinden van een passende
opleiding, een geschikte baan, een eigen woning of een op maat gesneden
behandeling. Gemeenten en professionals moeten de handen ineenslaan om
jongeren vanaf hun 16de te begeleiden bij het behalen van deze levensdoelen.
Het verhogen van de leeftijdsgrens zorgt dat er meer tijd en ruimte komt voor
dergelijk maatwerk. Maar dat zal niet genoeg zijn. Jongeren tussen de 16 en 21 jaar
– met een mogelijke uitloop tot 23 – moeten passende hulp krijgen, of dat vanuit
de Jeugdwet is of vanuit de Wmo, Zvw of Wlz. Daarvoor is wel een harmonisatie
nodig van de verschillen in eigen bijdragen én een nieuwe bekostigingsstructuur.
Om dat te realiseren beveelt de Raad gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders
aan om te experimenteren met overgangsbudgetten.
Ook is het volgens de Raad nodig dat gemeenten en aanbieders een gevarieerder
aanbod ontwikkelen waardoor jongeren meer gemotiveerd en betrokken raken.
Voorbeelden zijn laagdrempelige hulpverleningscentra, begeleid en beschermd
wonen, en de inzet van JIMs (Jouw Ingebrachte Mentor) en ervaringsdeskundigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                      11
De Raad vraagt zich af of nog andere, verdergaande maatregelen nodig zijn om
kwetsbare jongeren van 18 tot 21 jaar te helpen bij hun ontwikkeling. Zouden
‘hoog-risico-jongeren’ die op hun 18de de gedwongen jeugdhulp ontvluchten
wellicht maatregelen als voorwaardelijke dwang en vrijheidsbeperking
opgelegd moeten kunnen krijgen? Of hebben deze te veel juridische en morele
kanttekeningen? En zijn er mogelijkheden om ouders ook betrokken te houden
tussen 18 en 21? Oftewel: ‘ja, tenzij’ in plaats van het huidige ‘nee, tenzij’? De
Raad beveelt aan om eerst uitvoerig en zorgvuldig onderzoek te doen. Deze
vragen roepen immers belangrijke ethische en juridische vragen op.
Tot slot: hoe is de keuze voor al die verschillende leeftijdsgrenzen in de wet
ontstaan? Daar heeft de Raad zich ook over gebogen. Wat blijkt? Soms zijn ze
onvoldoende doordacht; belangrijke overwegingen hebben dan geen rol gespeeld,
of zijn onvolledig toegepast. De raad presenteert in dit advies een afwegings­
kader. Met behulp daarvan kunnen de verschillende overwegingen die spelen bij
een leeftijdsgrens expliciet worden gemaakt.
Het is aan te bevelen het afwegingskader ook op enkele bestaande leeftijds-
grenzen toe te passen. Denk aan de door leeftijd begrensde scholingsplicht of
huurtoeslag. Of de kiesgerechtigde leeftijd. Verder onderzoek naar de onderbou-
wing van deze grenzen is nodig; wellicht zijn aanpassingen zelfs aangewezen.
Dit vanuit het uitgangspunt dat goed doordachte en afgewogen leeftijdsgrenzen
de kwaliteit van onze wetgeving verhoogt. Alleen dan kan een optimale ontwik-
keling van jongeren in de toekomst geborgd worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>      Leeftijdsgrenzen
11
        Mag je orgaandonor worden.
        Mag je met instemming van je ouders een
   12           euthanasieverzoek indienen.
        Kun je strafrechtelijk worden vervolgd (via het jeugdstrafrecht).
        Moet de arts niet alleen van je ouders, maar ook van jou
                 toestemming krijgen als hij met een
                 medische behandeling start.
13
                   14              Ben je risicoaansprakelijk bij schade
                                          aan een derde partij.
15
        Kun je volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht.
        Ben je naast risicoaansprakelijk ook schuldaansprakelijk bij
               schade aan een derde partij.
   16   Ben je niet meer leerplichtig (maar heb je wel een 'kwaliﬁcatieplicht'!).
        Beslis je geheel zelfstandig over medische behandelingen
                  waar je voor in aanmerking komt.
        Mag je zelf een verzoek indienen tot euthanasie,
                maar moeten je ouders betrokken worden.
                   17              Mag je een rijexamen aﬂeggen.
          Ben je voor de wet meerderjarig en daarmee ‘beslissingsbevoegd’.
          Mag je stemmen.
          Mag je trouwen zonder dat je toestemming nodig hebt van je
                  ouders of de overheid.
          Mag je alcohol, sigaretten en softdrugs kopen.
          Mag je, als je een rijbewijs hebt, zonder begeleiding de weg op.
 18
          Mag je een bijstandsuitkering aanvragen.
          Mag je een schuld aangaan.
          Mag je zorgtoeslag aanvragen.
          Mag je huurtoeslag aanvragen (maar krijg je dit alleen als je voor
                  minder dan 417,34 euro per maand huurt!).1
          Mag je studieﬁnanciering aanvragen als je een MBO-opleiding
19                volgt (bij een HBO of WO-opleiding mag dit ook eerder).
          Mag je een 'tegemoetkoming scholieren' aanvragen.
          Heb je niet langer een kwaliﬁcatieplicht.
          Loopt in veel gevallen de jeugdhulp af als je dit ontving.
          Mag je geheel zelfstandig euthanasie aanvragen.
          Betaal je verplicht premie voor de zorgverzekeringswet.
20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                             Mag je leiding geven aan een horecabedrijf.
                             Zijn je ouders niet langer verplicht om te voorzien in de kosten
                                     van je levensonderhoud en je opleiding.
   21                        Krijg je in principe geen kinderalimentatie meer.
                             Krijg je de volwaardige bijstandsuitkering als je bijstands-
                                      gerechtigd bent.
                             Tel je mee voor de 'kostendelersnorm' als jij en/of een huisgenoot
                                    bijstand ontvangt.
                                    22            Heb je recht op het wettelijk minimumloon.2
                             Krijg je ook huurtoeslag bij een maandelijks huurbedrag boven
                                      de 417,34 euro (maar niet als het huurbedrag meer dan
                                      710,68 euro is!).1
   23                        Kan je niet langer worden vervolgd binnen het jeugdstrafrecht.
                             Kun je helemaal geen jeugdhulp meer ontvangen, als je dit nog
                                     kreeg na je 18de.
24                           Word je niet meer geregistreerd door de gemeente als
                                      ‘vroegtijdig schoolverlater’, mocht je een opleiding
                                      zonder startkwaliﬁcatie verlaten.
25
26                                                Hoef je niet meer te voldoen aan de
                                                          scholingsplicht als je een bijstands-
                                    27                    uitkering aanvraagt.
28                                                Kunnen je ouders niet langer de zorgkosten
                                                             die ze voor jou hebben gemaakt
                                                             aftrekken van hun inkomsten-
                                                             belasting.
29
   30                         Kun je geen studieﬁnanciering meer aanvragen.
   1
     Het genoemde bedrag geldt voor 2018, en kan na 2018 anders zijn.
   2
     Op 1 juli 2019 gaat de minimumloonleeftijd van 22 naar 21 jaar.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>14 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                15
1 Inleiding
1.1    Aanleiding
De leeftijd van 18 jaar is de meest iconische ‘grens’ in de Nederlandse wetgeving.
Dan mag je stemmen, trouwen zonder dat je daar toestemming voor nodig hebt, een
huis kopen, alcohol kopen, bijstand aanvragen en nog veel meer. Maar niet iedereen
kijkt reikhalzend uit naar die verjaardag. Bin is daar een goed voorbeeld van.
   Ontmoet Bin1
   Bin is 18 geworden. Reden voor een feest, zou je zeggen. Maar helaas niet
   voor hem. Bin heeft een autisme spectrum stoornis en woont al vier jaar
   in een gezinsvervangend huis. Een paar dagen voor zijn 18de verjaardag
   krijgt hij een onheilspellende brief: ‘Laatste kans voorwaarden’, staat
   erboven. Bin leest dat de jeugdhulpplicht van de gemeente stopt nu hij
   meerderjarig is. En dat hij weg moet uit het gezinsvervangend huis, tenzij
   hij aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo moet hij binnen vijf dagen
   werk hebben, en een woonbijdrage betalen. Dat lukt Bin niet. De instelling
   geeft hem nog een paar dagen en zet hem dan op straat.
   In een reactie zegt de gemeente Deventer dat zij er van overtuigd zijn dat
   de zorginstelling goed gehandeld heeft. De gemeente stelt dat Bin – in
   tegenstelling tot wat hij en zijn moeder beweren – al langer goede bege-
   leiding naar werk heeft gekregen. De instelling zou strikte maar haalbare
   afspraken maken met jongeren en verwacht van hen dat zij die naleven.
   “Het is natuurlijk niet niks om zo’n stap te nemen. Daarbij is niet over één
   nacht ijs gegaan.”
En wie denkt dat er vooral of louter bij 18 jaar problemen in de levensloop van
jongeren kunnen ontstaan, komt bedrogen uit. De situatie van Emma is daar een
goede illustratie van:
   Ontmoet Emma2
   De kersverse student Emma is 19 jaar en woont in een gezin dat het
   financieel moeilijk heeft. Maar er is goed nieuws. Emma heeft een baan
   gevonden, waardoor ze haar studie en zorgpremie, zo’n 3.000 euro per
   jaar, zelf kan betalen. Helaas volgt al snel een enorme domper: Emma en
   haar ouders verdienen samen net teveel om de volledige huurtoeslag te
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>16                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
   behouden. Die wordt gekort met maar liefst 3.120 euro per jaar! Daar gaat
   Emma’s collegegeld. Wat te doen? Als ze minder gaat verdienen, worden ze
   niet gekort op de huurtoeslag, maar dan kan ze haar studie niet betalen.
   Dan maar op zoek naar een appartementje. Huren is duur, maar met
   een huurtoeslag lukt het misschien wel. Maar ook daar zit een addertje
   onder het gras. Tot je 23 jaar bent, kan je alleen huurtoeslag krijgen als
   de huur niet boven de 417,34 euro uitkomt en voor dat bedrag kan Emma
   niets vinden. Het lijkt wel Catch-22: wat ze ook doet, ze zal geld moeten
   lenen. Dan vertelt een vriendin dat sommige woningcorporaties kamers
   verhuren voor precies 417 euro. Emma laat zich op de wachtlijst zetten,
   blijft zolang thuis wonen en gaat minder werken. Dan nog maar even de
   eindjes aan elkaar knopen.
Wie alle wettelijke leeftijdsgrenzen naast elkaar legt, komt erachter dat er
ontzettend veel verschillende leeftijdsgrenzen bestaan in de Nederlandse wetge-
ving. Hieronder een greep eruit, waarbij de blokkades waar Bin en Emma tegen
aanliepen achterwege zijn gelaten. In de infographic die hiervoor is afgebeeld
(pag. 12 en 13) en bijlage 2 (pag. 63-68) staat een meer compleet overzicht.
>> Vanaf je 12de mag je orgaandonor worden (Wet op orgaandonatie).3
>> Vanaf je 12de kan je strafrechtelijk worden vervolgd (Wetboek van strafvorde-
    ring). Maar pas vanaf je 14de ben je risicoaansprakelijk voor schade aan een
    derde partij (Burgerlijk Wetboek). Vanaf je 16de ben je ook schuldaansprake-
    lijk, en dus volledig aansprakelijk.
>> Vanaf je 16de mag je geheel zelfstandig beslissen over medische behan-
    delingen waar je voor in aanmerking komt (Wet op de Geneeskundige
    Behandelingsovereenkomst).
>> Vanaf je 17de mag je een rijexamen afleggen (Reglement Rijbewijzen).
>> Vanaf je 18de ben je bij wet meerderjarig en komen er een heleboel rechten en
    plichten bij. Je mag dan stemmen (Kieswet), alcohol, rookwaren en softdrugs
    kopen, (Drank- en horecawet, Tabaks- en rookwarenwet, Opiumwet), en een
    bijstandsuitkering aanvragen (Participatiewet). En je moet je aansluiten bij
    een zorgverzekeraar (Zorgverzekeringswet).
>> Tot je 21ste zijn je ouders onderhoudsplichtig (Burgerlijk Wetboek). En vanaf
    je 21ste mag je leiding geven aan een horecabedrijf (Drank- en horecawet).
>> Vanaf je 22ste geldt het wettelijk minimumloon. Van 15 tot 22 geldt het
    minimumjeugdloon.
>> Tot je 23ste kan je als verdachte van een misdrijf volgens het jeugdstrafrecht
    berecht worden (Wetboek van Strafrecht).
>> Op je 27ste vervalt de scholingsplicht als je een bijstandsuitkering aanvraagt
    (Participatiewet).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> 1 — Inleiding                                                                  17
>> Tot je 30ste kun je studiefinanciering aanvragen (Wet studiefinanciering 2000).
>> Afhankelijk van je geboortejaar ontvang je vanaf een leeftijd tussen de 65 en
    67 jaar een AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet).
De keuze voor deze verschillende leeftijdsgrenzen roept vragen op. Waarom mag je
vanaf je 12de een zwaarwegende beslissing nemen over orgaandonatie, maar pas
op je 18de stemmen? En waarom ben je pas op je 16de volledig aansprakelijk voor
schade aan een derde, terwijl je op je 12de al strafrechtelijk kan worden vervolgd?
Tweede Kamerlid Vera Bergkamp (D66) heeft deze ‘ogenschijnlijke willekeur’
verschillende keren aangestipt.4 Uiteindelijk heeft ze aan het ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevraagd of de Raad voor
Volkgezondheid en Samenleving (RVS) hier onderzoek naar kon doen. Naar
aanleiding daarvan heeft voormalig staatssecretaris Van Rijn in mei 2017 de
RVS concreet gevraagd om advies uit te brengen over leeftijdsgrenzen (zie
bijlage 1). Hierbij gaat het vooral om de “achterliggende gedachten en afwegingen
met betrekking tot de in wet- en regelgeving gehanteerde leeftijdsgrenzen ten
aanzien van jeugdigen”. Daarbij heeft Van Rijn gevraagd om ook specifiek in te
gaan op “de in de Jeugdwet gehanteerde leeftijdsgrens van 18 jaar.”
1.2 Doel
Met dit advies wil de Raad obstakels wegnemen die de ontwikkeling van
jongeren in de weg staan. We kunnen eindeloos discussiëren over leeftijdsgren-
zen. Politieke en morele overtuigingen kunnen verschillen en vaak is het niet
duidelijk hoe leeftijdsgrenzen beargumenteerd zijn; ze stroken ook niet altijd met
elkaar. Maar belangrijker dan dat: leeftijdsgrenzen kunnen de ontwikkeling van
jongeren – en meer algemeen – het welzijn van mensen in de weg staan. Kijk
naar Bin en Emma aan het begin van dit hoofdstuk. Gaandeweg het onderzoek is
de Raad erachter gekomen dat leeftijdsgrenzen op veel meer fronten vervelende,
soms zelfs schrijnende situaties kunnen veroorzaken.
Natuurlijk kunnen ook 30-plussers last hebben van leeftijdsgrenzen, maar
de Raad geeft prioriteit aan jongeren in dit advies. Deels omdat VWS dit heeft
verzocht, maar ook omdat jongeren met veel meer grenzen te maken krijgen dan
de rest van de Nederlanders, en dat in een gevoelige fase waarin zij nog volop in
ontwikkeling zijn. Met alle langetermijngevolgen van dien. Ook de onderbou-
wing van de keuze voor leeftijdsgrenzen neemt de Raad onder de loep. Want dat
is nodig om te beoordelen of een slechte onderbouwing problemen veroorzaakt,
of dat de leeftijdsgrenzen wel een goede onderbouwing hebben, maar problemen
onvermijdelijk zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>18                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
In dit advies staat daarom de volgende, drieledige vraagstelling centraal:
Op welke wijze veroorzaken wettelijke leeftijdsgrenzen obstakels in de ontwikkeling
van jongeren? Hoe zijn deze leeftijdsgrenzen onderbouwd? Zijn er wijzigingen nodig
in beleid en praktijk om de knelpunten aan te pakken en de ontwikkeling van jongeren
zo goed mogelijk te ondersteunen?
De centrale vraagstelling zal stapsgewijs beantwoord worden, in de volgorde
waarin de vraagstelling is gedefinieerd.
1.3 Begrippen
Jongeren kunnen in verschillende domeinen tegen lastige leeftijdsgrenzen aan-
lopen, zoals langdurige zorg en ondersteuning; onderwijs, werk en inkomen; en
medische zorg. De Raad gebruikt de bredere term ‘ontwikkeling’ in de centrale
vraagstelling, omdat hij wil voorkomen dat bepaalde domeinen op voorhand
worden gekozen of uitgesloten.
De Raad vermijdt het gebruik van termen als adolescenten, jongvolwassenen
en volwassenheid omdat er geen consensus bestaat over de definitie ervan. In
plaats daarvan is gekozen voor de meer algemene term ‘jongeren’. In lijn met
de wet maakt de Raad wel onderscheid tussen minderjarige (jonger dan 18) en
meerderjarige jongeren (18 en ouder). Het begrip meerderjarigheid wordt echter
wel los gezien van de term ‘volwassenheid’. Volwassenheid wordt immers niet
bepaald door een wettelijke leeftijdsgrens, maar door een grote hoeveelheid
factoren, die met name biologisch, psychologisch en sociaal-cultureel van aard
zijn. Daarnaast is het begrip voortdurend onderhevig aan veranderende weten-
schappelijke inzichten en maatschappelijke normen.
Verschillende wetten en internationale verdragen passeren de revue in dit advies,
zoals het Burgerlijk Wetboek (BW), de Jeugdwet, de Participatiewet en de Kieswet.
We staan hier even stil bij de Jeugdwet, omdat deze wet veel verschillende
soorten diensten en voorzieningen behelst. Bovendien komen in de media en
literatuur ook veel verschillende termen langs als het gaat om diensten en voor-
zieningen vanuit de Jeugdwet, zoals jeugdhulp, jeugdzorg, pleegzorg, jeugd-ggz,
jeugdbescherming en jeugdreclassering. De Raad volgt de begrippen en definities
zoals ze in de Jeugdwet staan: jeugdhulp betreft alle diensten en voorzieningen
die geleverd worden vanuit de Jeugdwet aan jongeren onder de 18 jaar, behalve
jeugdreclassering. Verlengde jeugdhulp is bedoeld voor jongeren van 18 tot 23
jaar. Jeugdreclassering wordt opgelegd vanuit het strafrecht en kent daarom een
bovengrens van 23 jaar. Deze voorziening speelt geen verdere rol in dit advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> 1 — Inleiding                                                                   19
Een belangrijke maatregel binnen de jeugdhulp is de ondertoezichtstelling (OTS).
Hierbij krijgt het betreffende gezin een gezinsvoogd toegewezen vanuit een
gecertificeerde instelling. De gezinsvoogd begeleidt het kind en helpt het gezin
bij het oplossen van de problemen.5 Gezinnen mogen deze hulp niet weigeren,
maar behouden wel het gezag over hun kind. Bij een machtiging uithuisplaat-
sing (MUHP) gaat een kind ergens anders wonen, bijvoorbeeld bij een pleeggezin,
en verliezen de ouders het gezag. Een MUHP kan gedwongen of vrijwillig zijn.
Een gedwongen MUHP of OTS kan alleen plaatsvinden als de kinderrechter
daartoe heeft besloten.
Voor een gedwongen opname in de ggz moet de rechter een machtiging opleggen
in het kader van de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen
(Bopz). De rechter kan een voorwaardelijke of voorlopige machtiging opleggen.
Bij een voorwaardelijke machtiging wordt de patiënt niet opgenomen, maar kan
daartoe worden overgegaan als de patiënt zich niet houdt aan vooraf opgestelde
voorwaarden. Bij een voorlopige machtiging is er sprake van acuut gevaar door
de stoornis, waarbij de patiënt maximaal 6 maanden opgenomen kan worden.
Onderwijs en werkgelegenheid komen ook aan bod, dus is het goed de verschil-
len te verhelderen tussen leerplicht, kwalificatieplicht en scholingsplicht. De
leerplicht dicteert dat jongeren van hun 5de tot hun 16de naar school moeten.
Met 16 en 17 jaar hebben ze een kwalificatieplicht. Dat houdt in dat ze naar school
moeten als ze nog geen startkwalificatie hebben. Oftewel, minimaal een diploma
havo, vwo of mbo niveau 2, 3 of 4. De scholingsplicht is er voor jongeren tot 27
jaar zonder startkwalificatie. Zij hebben geen recht op een bijstandsuitkering als
ze nog wel naar school kunnen gaan. In bijlage 2 staat een nadere toelichting.
1.4 Aanpak
Ter voorbereiding van dit advies heeft de Raad een groot aantal deskundigen
gesproken en kennisgenomen van relevante wetenschappelijke literatuur,
beleidsrapporten, wetteksten en Memories van toelichting. En rapporten over
de Jeugdwet, zoals de eerste evaluatie van die wet. Een concept van dit advies
is besproken in een expertbijeenkomst. En last but not least hebben raadsleden
uitgebreid gesproken met jongeren die te maken hebben (gehad) met leeftijds-
grenzen in de Jeugdwet, Participatiewet en/of andere wetten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>20                                                                          RVS – Leeftijdsgrenzen
1.5 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 laat zien in welke lastige situaties jongeren kunnen zitten door
wettelijke leeftijdsgrenzen. Hieruit destilleert de Raad de vier grootste obstakels
die daar de oorzaak van zijn. Hoofdstuk 3 geeft een analyse van de onderbou-
wing van de meest opvallende leeftijdsgrenzen uit hoofdstuk 2. Het hoofdstuk
eindigt met een samenvatting van de overwegingen die daarbij een rol spelen. In
hoofdstuk 4 komt de Raad met aanbevelingen. Deels om concrete problemen op
te lossen – met een hoofdrol voor de Jeugdwet – maar ook om leeftijdsgrenzen
voortaan beter te onderbouwen.
     Noten
1    De casus van Bin is uit: Pepijn van den Brink (2017). HalteZ in Deventer zet autistische Bin (18) op
     straat. De Stentor, 22 augustus 2017.
2    Casus is geïnspireerd op een artikel waarin deze constructie wordt aangestipt, namelijk: Peter
     Hendriks (2017). De schaduwzijde van de huurtoeslag. Follow the Money, 2 augustus 2017. De
     drempelbedragen gelden voor 2018.
3    Hoe de leeftijdsgrenzen in de nieuwe orgaandonatiewet zullen worden gedefinieerd is
     vooralsnog onbekend. Deze nieuwe wet is op 13 februari 2018 aangenomen in de Eerste Kamer en
     zal waarschijnlijk in 2020 ingaan.
4    Zie bijvoorbeeld: Vera Bergkamp e.a. (2016). Liever door schade en schande wijs worden. NRC, 27
     april 2016.
5    Een gezinsvoogd heeft een andere rol dan een voogd. Een gezinsvoogd krijgt geen volledig gezag
     over een kind, waar een voogd dat wel krijgt. De voogd krijgt een rol als de ouders zijn overleden,
     of als zij de zorg voor hun kind niet meer aankunnen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                                                 21
2 Lastige leeftijdsgrenzen
         voor jongeren
2.1 Jongeren in Nederland
Het gaat goed met de meeste jongeren in Nederland. Van de 12- tot 25-jarigen
zegt 90 procent gelukkig te zijn met zijn of haar leven, en dat is hoger dan in
omringende landen (Van Beuningen en Witt 2016). Daarnaast voelen zij zich over
het algemeen gezond. En: de jeugdwerkloosheid is met negen procent gedaald
naar het laagste niveau in vijf jaar. Daarmee kan Nederland zich scharen bij de
landen met de laagste jeugdwerkloosheid in Europa (CBS 2017). Nog meer goed
nieuws: het aantal kinderen met een kans op armoede is afgenomen van 378.000
in 2013 naar 357.000 in 2015.6 Ook op het gebied van onderwijs gaat het goed. Er
is een hoge onderwijsparticipatie (RIVM 2014) en het aantal jongeren zonder
startkwalificatie is sterk afgenomen: “Gingen in schooljaar 2001/2002 nog zo’n
71.000 jongeren voortijdig van school, inmiddels is dat aantal nu met ruim 48.000
geslonken naar 22.948 jongeren” (Rijksoverheid 2017).
Helaas floreren niet alle jongeren in Nederland. Circa vijftien procent van alle
jongeren tussen de 16 en 27 jaar is kwetsbaar, doordat zij problemen hebben op
één of meer leefgebieden. Het kan gaan om schulden, geen goede plek om te
wonen, een complexe thuissituatie, verslaving, geen werk, schooluitval of een
achterstand in ontwikkeling (NJi et al. 2017). Vaak is het een combinatie van
problemen en komt er jeugdhulp aan te pas. In Nederland maakt 11,2 procent van
de 10 jongeren tot 18 jaar daar gebruik van (CBS 2018). Onder jongeren van 18 tot
23 is dit aandeel overigens veel lager, met 1,2 procent.
In aantallen spreekt het nog meer tot de verbeelding: ongeveer 392 duizend
jongeren ontvingen jeugdhulp in 2017, waarvan meer dan 46 duizend met verblijf
(CBS 2018). Opvallend is dat van alle jongeren die jeugdhulp kregen, maar 3,2
procent boven de 18 jaar was.7 Slecht nieuws is dat het percentage jongeren dat
in een gesloten instelling wordt geplaatst met twaalf procent steeg tussen 2014
en 2017.8 De wachtlijsten in de jeugdhulp worden langer en er komen steeds
meer berichten over gemeenten die moeite hebben met het bekostigen van de
jeugdhulp. Hoe het met de kwaliteit van de jeugdhulp zit, is moeilijk te zeggen, zo
blijkt uit de eerste evaluatie van de Jeugdwet. Gekwantificeerde uitspraken zijn
niet te doen over de mate waarin de kwaliteitseisen worden gerealiseerd, omdat
cijfers ter vergelijking ontbreken (ZonMW 2018, pag. 530).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>22                                                           RVS – Leeftijdsgrenzen
Een van de grootste obstakels in de zorg en ondersteuning van jongeren is het
gebrek aan continuïteit voor jongeren vanaf hun 18de jaar. Dat komt nadrukkelijk
naar voren uit de evaluatie van de Jeugdwet. Zo blijkt dat ouders en jongeren
vaak niet goed genoeg worden betrokken bij het vervolg van zorg of onder-
steuning bij 18 jaar (pag. 534). Over voortzetting van hulp vanuit de Jeugdwet
bestaat overigens ook veel onduidelijkheid bij ouders en jongeren. Verder vinden
jongeren dat ze onvoldoende worden voorbereid op het bereiken van de meerder-
jarige leeftijd. Ook zien gemeenten en aanbieders dat de overgang niet zonder
problemen verloopt (pag. 535). Hoewel gemeenten wel de mogelijkheid hebben
om verlengde jeugdhulp in te zetten, doen zij dit weinig in de praktijk.
Ook op het domein onderwijs, werk en inkomen zijn er ‘uitdagingen’. In 2013 volg-
den zo’n 134.430 jongeren geen onderwijs, waren niet aan het werk én niet in beeld
bij het UWV of gemeenten (CBS 2015). Oftewel, zij kregen geen ondersteuning
bij het vinden van werk, ontvingen geen uitkering en waren niet ingeschreven
als werkzoekende. Het ging hierbij om 5,4 procent van alle 15- tot 27-jarigen.
Daarnaast is geschat dat ongeveer 14,5 procent van alle jongeren in de leeftijd van
18 tot en met 27 jaar één of meer risicovolle schulden of achterstanden hebben
(Westhof en De Ruig 2015).
Sommige jongeren verdwijnen vanaf hun 18de van de radar, waardoor instanties
hen niet kunnen ondersteunen. Dit is niet alleen problematisch voor de jongeren
zelf, maar ook voor de maatschappij. In het ergste geval komen ze in een
negatieve spiraal terecht, waarbij de situatie steeds uitzichtlozer wordt doordat
de complexe problemen elkaar versterken. Bijvoorbeeld én financiële problemen
én school niet afmaken én geen werk kunnen vinden én in de criminaliteit
belanden.
2.2 De wet wringt
Op hun 18de krijgen jongeren nieuwe rechten en plichten, maar verliezen ze
ook bepaalde rechten. Zo mogen zij een lening aangaan, maar moeten ze ook
een zorgverzekering afsluiten. Daarnaast verliezen ze in principe het recht op
jeugdhulpvoorzieningen. Allemaal veranderingen waarmee sommige (kwets-
bare) jongeren slecht om kunnen gaan.
Deze paragraaf beschrijft leeftijdsgrenzen waar jongeren last van kunnen heb-
ben op verschillende domeinen: langdurige zorg en ondersteuning; onderwijs,
werk en inkomen; medische zorg; het strafrecht; en de rechten en plichten die
voortvloeien uit het BW. Tot slot wordt de Kieswet ook aangestipt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                       23
Langdurige zorg en ondersteuning
   Ontmoet Thomas9
   Thomas werd op zijn 15de door de jeugdhulp uit huis gehaald en kwam in
   de residentiële jeugdzorg terecht. Een half jaar later mocht hij weer terug
   naar huis, zonder enige begeleiding. En daar ging het mis. “Als ik stress
   heb, ga ik me terugtrekken of loop ik weg voor dingen. De momenten dat
   ik van huis wegliep werden steeds langer en langer. Toen ik ongeveer
   17 jaar oud was ben ik weggelopen met de boodschap ‘ik kom niet meer
   terug’. Ik raakte dakloos. Rond een leeftijd van 17½ heb ik uiteindelijk bij
   mijn school aan de bel getrokken. Zij brachten me met jeugdzorg in con-
   tact, maar jeugdzorg weigerde iets voor me te doen. Ik zou deze situatie
   aan mezelf te danken hebben en ze hadden – naar eigen zeggen – hun
   best voor me gedaan.”
   De school van Thomas had gelukkig een persoonlijke mentor voor hem
   geregeld tijdens zijn uithuisplaatsing op zijn 15de. Toen Thomas dakloos
   was, heeft zij hem geholpen om naar de nachtopvang te gaan. Bij de
   nachtopvang mocht hij maximaal 6 weken blijven en Thomas regelde
   vanuit daar al snel een eigen kamer. Maar juist toen ging het echt mis.
   “Ik heb toen mijn lichaam helemaal kapot gemaakt. Ik dronk te veel
   alcohol, ik at veel te weinig – meestal maar twee boterhammen op een
   dag – sliep 18 uur per dag en was de rest van de dag alleen maar aan het
   gamen. Ik kwam ongeveer één keer in de week buiten.” Thomas is ervan
   overtuigd dat als er iemand was geweest die hem in de gaten had gehad
   en hem actief benaderd zou hebben, het niet zover had hoeven komen.
   Gelukkig kreeg hij op een gegeven moment uit het niets hulp; iemand van
   het sociale wijkteam klopte bij hem aan. Zij heeft hem toen op het hart
   gedrukt dat hij beter ‘beschermd’ kon gaan wonen. Daar kreeg hij geluk-
   kig meer structuur en meer sturing. Thomas is nu 22 en woont op zichzelf,
   hij krijgt twee keer per week ambulante begeleiding. Zijn leven gaat naar
   eigen zeggen met ups en downs.
Via de Jeugdwet kunnen jongeren onder andere hulp krijgen bij opvoed- en
opgroei­problemen en/of zorg bij psychische problemen. Deze ondersteuning vervalt
vaak op de dag dat een jongere 18 jaar wordt, omdat dan bij wet de ‘jeugdhulpplicht’
van de gemeente stopt. Vervolgens zijn er drie mogelijkheden: (1) hij kan mogelijk
nieuwe zorg of ondersteuning aanvragen via andere wettelijke voorzieningen; (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>24                                                              RVS – Leeftijdsgrenzen
hij kan verlengde jeugdhulp aanvragen als zijn situatie aan bepaalde voorwaarden
voldoet én als de gemeente dit heeft ingekocht; of (3) hij doet niets. Verlengde
jeugdhulp mag wettelijk gezien tot het 23ste levensjaar worden geboden.
Door de bovengrens van de jeugdhulpplicht kan het dus gebeuren dat een
jongere vanaf zijn 18de verjaardag nog jeugdhulp nodig heeft, maar dit niet
krijgt. Dit kan zijn omdat hij dit niet wil, omdat hij niet weet hoe hij dit moet
aanvragen, omdat hij er wettelijk gezien niet voor in aanmerking komt, of omdat
de gemeente simpelweg geen jeugdhulp voor 18-plussers heeft ingekocht.
Meerdere gesprekspartners van de Raad, onder wie Thomas, stipten een ander
probleem aan: jongeren worden soms slecht voorbereid op de nieuwe taken,
rechten en plichten die gepaard gaan met het bereiken van het 18de levensjaar.
De evaluatie van de Jeugdwet in 2017 benadrukt dat ook. Niet zo vreemd
trouwens; zelfs voor jongeren die in een stabiel gezin opgroeien en niet in de
Jeugdwet zitten brengt deze leeftijd al genoeg uitdagingen met zich mee. Ouders
kunnen hen hierbij ondersteunen, en een misstap zal niet vaak leiden tot een
negatieve spiraal met schulden, schooluitval of criminaliteit. Sterker nog, een
misstap kan voor hen op de lange termijn zelfs goed uitpakken, omdat de weg
naar volwassenheid een leerweg is waar vallen en opstaan bij hoort. Maar voor
jongeren in de Jeugdwet komt de leeftijd van 18 jaar meestal te vroeg, omdat ze
vaak psychisch kwetsbaar zijn en ondersteuning missen van familie.
Ook meerderjarige jongeren missen een vangnet zodra zij niet meer in aan-
merking komen voor hulp vanuit de Jeugdwet. Dat is een klacht die de Raad
veel gehoord heeft. Zoals eerder gezegd kunnen jongeren wel tot hun 23ste
verlengde jeugdhulp krijgen, maar alleen onder de voorwaarden dat zij aan
bepaalde criteria voldoen; dat de gemeente verlenging noodzakelijke acht; en
ook verlengde jeugdhulp heeft ingekocht. In de praktijk krijgen veel jongeren
geen verlengde jeugdhulp, omdat deze criteria vrij streng zijn10 en gemeenten
er geen aanvullende financiële compensatie voor krijgen.
Dus zowel minderjarige als meerderjarige jongeren kunnen last hebben van
de grens van 18 jaar in de Jeugdwet. Twee fictieve voorbeelden om dit te ver-
duidelijken: (1) Ahmed van 17 heeft zich ontworsteld uit een problematische
gezinssituatie, hij heeft een scherpe mentor die hem bijstaat. Ahmed heeft
geen behoefte meer aan pleegzorg of kamertraining en wil graag begeleid
wonen. (2) Bernadette is 19 en heeft een licht verstandelijke beperking en
gedragsproblemen. Professionals denken dat – gezien haar kenmerken en
haar situatie – zij het beste nog een tijdje in de jeugd-ggz kan blijven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> 2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                       25
De kans is echter groot dat zowel Ahmed als Bernadette niet de meest pas-
sende zorg of ondersteuning krijgen. Ahmed kan alleen een beroep doen op
begeleid wonen als hij een ziekte, beperking of psychische aandoening heeft
en Bernadette is te oud voor de jeugd-ggz. De kans is aanwezig dat vooral
Bernadette gefrustreerd raakt en van de radar verdwijnt. En dat is precies het
grote gebrek in de Jeugdwet; er kan door de leeftijdsgrens soms onvoldoende
maatwerk geleverd worden.
Overigens is de wettelijke leeftijdsgrens niet altijd de belangrijkste hobbel.
Soms maken gemeenten en professionals niet genoeg gebruik van hun vrijheid
of discretionaire ruimte om jeugdhulp aan meerderjarigen te bieden. Zo zou de
gemeente Hardinxveld-Giessendam al sinds 2015 pleegzorg bieden aan jongeren
tot 21 jaar11 en zijn er instellingen die jongeren na hun 18de nog een tijd zorg of
ondersteuning bieden of met ze in contact blijven.12 Ook zijn er gemeenten die op
andere vlakken maatwerk leveren over de grens heen. De gemeente Amsterdam
vergoedt sinds december 2017 het eigen risico van meerderjarige jongeren die in
de ggz blijven, om te voorkomen dat ze hun behandeling staken.13
Gemeenten geven aan dat zij vaak de financiële ruimte missen om maatwerk te
leveren. Sommige gemeenten worstelen met grote tekorten, waardoor er maar
nauwelijks verlengde jeugdhulp kan worden aangeboden – laat staan dat er
geld is voor initiatieven zoals in Amsterdam. Zo stuurden zestien gemeenten in
Noord-Brabant – waaronder Den Bosch, Oss en Vught – in april 2018 een brand-
brief aan minister Hugo de Jonge (VWS), vanwege enorme tekorten in de jeugd-
hulp.14 Ze moesten gezamenlijk 21,5 miljoen euro uit eigen middelen bijbetalen.
Bovendien was de vraag naar jeugdhulp toegenomen, vooral onder jongeren met
een licht verstandelijke beperking die – door aangescherpte criteria – minder
snel tot de Wlz worden toegelaten. In diezelfde maand verschenen soortgelijke
berichten over miljoenentekorten bij gemeenten als Steenbergen, Etten-Leur,
Hoogeveen, Stede Broec en Enschede.15
Onderwijs, werk en inkomen
    Ontmoet Chris16
    Chris behaalt op zijn 16de een certificaat in het praktijkonderwijs en
    rondt daarna een ‘entreeopleiding’ af (MBO niveau 1). Daarmee heeft hij
    nog geen diploma. In de hoop toch een diploma te halen stroomt hij snel
    door naar niveau 2. Maar dit blijkt te hoog gegrepen en uiteindelijk moet
    hij ermee stoppen. Omdat hij de opleiding zonder diploma heeft verlaten,
    heeft hij formeel de status van vroegtijdig schoolverlater. Daardoor komt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>26                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
   Chris niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Echt zuur; want als
   hij niet was begonnen met het MBO, dan was hij wél in aanmerking geko-
   men voor een bijstandsuitkering. Jongeren met alleen een certificaat in
   het praktijkonderwijs zijn namelijk uitgezonderd van de scholingsplicht.
   Maar: via oude contacten uit de praktijkschool krijgt Chris gelukkig vrij
   snel een baan. Dat is het begin van een stabiel leven; hij ontmoet een
   vrouw en samen krijgen ze twee kinderen. Dan, als hij 24 jaar is, raakt
   Chris zijn baan kwijt. Hij ontvangt een paar maanden WW en vraagt dan
   een bijstandsuitkering aan bij de gemeente. Deze legt hem een zoekperi-
   ode op van vier weken, waarbinnen hij werk of een opleiding moet vinden.
   Alleen als hij hard zoekt en niks vindt, komt hij in aanmerking voor een
   bijstandsuitkering. Sollicitatiebrieven schrijven is lastig voor hem, maar
   hij stort zich er toch op. Een opleiding zoekt hij niet, want die haalt hij
   toch niet, denkt Chris.
   Helaas. We zijn vier weken verder en Chris heeft nog geen baan gevonden.
   De gemeente vindt echter dat hij niet genoeg zijn best heeft gedaan in
   de zoekperiode. Waarom heeft hij bijvoorbeeld niet naar een opleiding
   gezocht? Zijn aanvraag wordt daarom afgekeurd. Chris besluit opnieuw
   bijstand aan te vragen, waardoor opnieuw een zoekperiode van vier
   weken ingaat. Nu schrijft hij zich toch maar in voor een MBO-opleiding en
   stuurt nog een aantal sollicitatiebrieven. Door het formele toelatingsrecht
   binnen het MBO wordt hij geaccepteerd. Dat levert een hoop stress op;
   Chris is bang dat de opleiding weer niet gaat lukken, hij krijgt nu geen
   bijstand én nu moet hij studiefinanciering aanvragen. Dat is nauwelijks
   genoeg om van rond te komen en hij bouwt nog een schuld op ook. Chris
   ziet zijn toekomst somber in.
Het voorbeeld van Chris laat goed zien dat beleid voor sommige jongeren tekort
schiet, of zelfs averechts werkt. Hij zou waarschijnlijk beter af zijn met een
bijstandsuitkering, zodat hij in alle rust een andere baan kan zoeken. Het uit-
gangspunt van de Participatiewet is echter dat jongeren tot 27 jaar geen recht op
bijstand hebben als ze geen startkwalificatie hebben en nog een ‘rijksbekostigde’
opleiding kunnen volgen (zie artikel 13, lid 2c). Het blijkt dat niet alle gemeenten
deze regel zo strikt interpreteren. Als Chris dus in een andere gemeente woonde,
had hij misschien wel een bijstandsuitkering gekregen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre> 2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                     27
Sommige gesprekspartners van de Raad vinden de scholingsplicht en andere
aanvullende regels en plichten voor 27-minners in de Participatiewet te dwin-
gend. Zoals de regel dat deze groep – in tegenstelling tot de 27-plussers – geen
recht heeft op een voorschot op de bijstand tijdens het zoeken naar een baan.
Daarnaast lieten sommigen weten dat ze in het duister tasten over hoeveel
discretionaire ruimte ze hebben om maatwerk te leveren met betrekking tot deze
scholingsplicht.
Op het moment van schrijven roept – naast de scholingsplicht – de kwalifica-
tieplicht ook vragen op. Het kabinet Rutte III heeft zich namelijk voorgenomen
om de kwalificatieplicht op te hogen van 18 naar 21 jaar. En ook hier bestaat het
risico dat er minder ruimte ontstaat voor maatwerk. Kan een jongere onder de
21 jaar straks bijvoorbeeld (tijdelijk) stoppen met de opleiding om mantelzorg
te leveren? Het is mogelijk dat daarvoor in de toekomst uitzonderingen worden
gemaakt, wellicht op basis van specifieke criteria, zoals het aanleveren van
een getuigschrift. Natuurlijk moeten deze criteria goed doordacht en nageleefd
worden om te voorkomen dat jongeren de kwalificatieplicht ontduiken en zo
hun scholing mislopen om de verkeerde redenen. Maar de ruimte om een andere
route te volgen moet er wel zijn.
En dan de huurtoeslag. Sommige meerderjarige jongeren zijn daar qua inkomen
afhankelijk van. Maar het lastige is: tussen de 18 en 23 jaar komen zij alleen
maar in aanmerking voor huurtoeslag bij een vrij lage huur. Hierdoor zien
sommige jongeren zich genoodzaakt om hun leven in te richten op basis van
een wettelijke maatregel, waarbij ze voorbij moeten gaan aan hun eigen wens en
behoefte. Zoals Emma in het begin van hoofdstuk 1.
Medische zorg
    Ontmoet Jasper17
    In 2010 is er een rechtszaak over Jasper, een jongetje van 11 jaar met een
    ernstige nierziekte. Jasper zit dan al negen jaar aan de nierdialyse. Zowel
    zijn behandelend nefroloog als een kindernefroloog vinden een trans-
    plantatie de beste optie voor hem. Maar Jasper en zijn moeder zijn hier
    geen voorstander van. De moeder vindt dat het op dat moment te goed
    gaat met haar zoon om dit risico te nemen.
    Het UMC Utrecht vraagt, ten einde raad, een OTS aan. Het Bureau Jeugdzorg
    is overtuigd van de medische noodzaak en stapt naar de rechter. De rechter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>28                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
   lijkt het verstandig dat Jasper achter gesloten deuren wordt gehoord, buiten
   de invloedssfeer van zijn moeder. Maar ook dan is Jasper ervan overtuigd
   dat dialyse nu beter voor hem is. De rechter oordeelt dat een niertransplan-
   tatie – en daarmee een OTS – niet afgedwongen kan worden. Hij neemt
   daarbij mee dat Jasper zelf geen transplantatie wil ondergaan, en om goede
   reden: hij doet het op dat moment inderdaad opmerkelijk goed.
Kinderen zijn vanaf hun 12de wilsbekwaam inzake medische beslissingen over
hun behandeling volgens de Nederlandse wet. In de medische sector betekent
dit dat zij mogen meebeslissen over een medische behandeling of euthanasie en
zelf mogen beslissen of ze orgaandonor worden. In sommige gevallen kunnen
professionals van dit uitgangspunt afwijken. In bovenstaande casus besloot de
rechter dat Jasper gehoord moest worden, ook al was hij nog geen 12 jaar oud.
In de media staan meer soortgelijke verhalen. Zo is een meisje van 15 jaar tegen
haar wil – en die van haar vader – verplicht om door te gaan met een psychische
behandeling.18
Twee vragen dringen zich op. Ten eerste kan je je afvragen of een 12-jarig kind
de gevolgen overziet van een ingrijpende medische behandeling. Om nog maar
te zwijgen over euthanasie – voor volwassenen is dat al heel lastig. Het feit dat
andere landen hogere leeftijdsgrenzen hanteren voedt deze twijfel. Portugal
heeft een ondergrens van 14 jaar en Denemarken 15 jaar. En ten tweede: waarom
staat deze grens überhaupt in wetgeving rondom medische behandelingen en
euthanasie? Bij twijfel beslissen professionals immers altijd op basis van de
competenties van het kind, niet op basis van de leeftijd. Zou het dan niet beter
zijn om de leeftijdsgrens van 12 af te schaffen? In België is dat bijvoorbeeld
gebeurd in de euthanasiewet. In het volgende hoofdstuk wordt op deze vraag
ingegaan.
Strafrecht
In 2014 is het adolescentenstrafrecht geïntroduceerd, waarbij een leeftijdsgrens
plaatsmaakte voor een ‘leeftijdsbandbreedte’. Een belangrijke verandering in
het strafrecht. In deze bandbreedte kan een jongere van 16 tot 23 jaar volgens het
jeugdstrafrecht óf het volwassenenstrafrecht worden berecht. Voorheen gold het
jeugdstrafrecht voor minderjarigen, en het volwassenenstrafrecht voor meerder-
jarigen. Tot nu toe lijkt het adolescentenstrafrecht goed te werken. Het volgende
hoofdstuk gaat hier verder op in.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                       29
Er is wel onenigheid over de ondergrens in het jeugdstrafrecht. In 2017 publi-
ceerde de Raad van Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een rapport
over de minimumleeftijd van 12 jaar. Daarin wordt gepleit voor een verhoging
naar 14 jaar. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) reageerde hier
gereserveerd op. Deze discussie komt ook in het volgende hoofdstuk aan bod.
Rechten en plichten
   Ontmoet Monika19
   De ouders van Monika zijn gescheiden toen ze 2 jaar was. Met haar vader
   heeft ze weinig contact. Als ze 16 is gaat ze toch bij hem en haar stiefmoe-
   der wonen: ze is weggelopen van huis en mag niet meer terugkomen. En
   ze is bang dat ze opgesloten wordt in een inrichting.
   Al vrij snel krijgt de vader bericht van de Raad van Kinderbescherming.
   Er ligt een behoorlijk dossier over Monika, er zijn verschillende inci-
   denten thuis geweest en er staat nog een taakstraf open. In goed overleg
   wordt Monika onder toezicht geplaatst. Thuis bij haar vader gaat het
   steeds slechter. Monika luistert niet, liegt, wordt weggestuurd van haar
   stage, haalt slechte cijfers en spijbelt. Bij nader onderzoek blijkt dat ze
   verschillende psychiatrische problemen heeft. Na onderling overleg gaat
   Monika naar een Regionale Instelling voor Beschermd Wonen (RIBW)
   en wordt ze onder bewind gesteld. Daar bloeit ze helemaal op. Zodra ze
   spijbelt, krijgt ze feedback. Ze verzorgt zichzelf goed, haalt goede cijfers
   en haar financiën zijn op orde.
   Maar dan wordt Monika 18 jaar en verandert alles. De OTS vervalt van-
   wege haar leeftijd en ze mag de RIBW verlaten. Dat laatste vertelt niemand
   haar uit angst dat ze weggaat en weer afglijdt. Als ze er toch achter komt,
   vertrekt ze onmiddellijk. Ze trekt in bij een vriend, Robert, die zelfstandig
   woont. Waarvoor gevreesd werd gebeurt: ze omzeilt haar bewindvoerder,
   wordt van school verwijderd en heeft veel ruzie met Robert. De ruzies
   lopen op en worden haar uiteindelijk fataal: Monika wordt door haar
   vriend om het leven gebracht.
   Monika’s stiefmoeder is ervan overtuigd dat haar leven niet zo’n nood-
   lottige wending had genomen, als ze vanaf haar 18de nog in de RIBW was
   blijven wonen, ook al was het tegen haar eigen wens in. “Niet iedere jongere
   kan op zijn 18de al overzien wat de gevolgen van zijn of haar keuzes zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>30                                                           RVS – Leeftijdsgrenzen
   Een kind wat eigenlijk haar hele leven omringd is geweest door de zorg
   van instanties kun je niet los laten op het moment dat ze 18 wordt. […]
   Maar op het moment dat er een verandering in de wet komt omtrent deze
   problematiek, van jongeren van 18+ die niet zelfstandig kunnen opereren
   in de maatschappij, maar geen hulp willen, dan wordt dit wellicht anderen
   bespaard.”
In het BW is vastgelegd dat Nederlandse burgers vanaf 18 jaar beslissingsbe-
voegd zijn. Hieruit vloeit voort dat jongeren vanaf deze leeftijd ook het recht
hebben om voorzieningen uit de verlengde jeugdhulp te weigeren. Het kan echter
in hun belang zijn om de jeugdhulp wel voort te zetten. Zoals de stiefmoeder van
Monika betoogt.
Ook bepaalde informatie over meerderjarige jongeren mag zonder hun toe-
stemming niet meer gedeeld worden met ouders, voogd of instanties als sociale
wijkteams. Bijvoorbeeld informatie over de geestelijke gesteldheid of problemen
met justitie. Terwijl dat wel in het belang kan zijn van deze jongeren. Soms wil-
len jongeren het wel, maar is de instelling of dienst daar niet van op de hoogte, of
zijn hun interne structuren en/of (IT)-systemen daar niet op ingericht.
Nog iets waar de wet wringt: Het BW verplicht ouders om bij te dragen in de kos-
ten van studie en levensonderhoud van hun kinderen tot hun 21ste (artikel 395a
boek 1). Deze voortgezette onderhoudsplicht is opgenomen omdat veel kinderen
met 18 jaar nog niet zijn uitgeleerd. Ouders blijven dus financieel verantwoor-
delijk voor hun kind tot 21 jaar. Des te vreemder dat de pleegzorgvergoeding
standaard stopt bij 18 jaar. Jongeren met een voogdijmaatregel zijn daardoor op
hun 18de in principe zelf financieel verantwoordelijk voor hun onderhoud. En
dan te bedenken dat het hier gaat om kwetsbare jongeren die een groter risico
lopen op financiële problemen zoals schulden of dakloosheid.
Kieswet
Als je 18 wordt, mag je stemmen. Dat is een belangrijk recht, vastgelegd in de
Kieswet. Deze leeftijdsgrens staat ter discussie. Ondermeer omdat het ‘pijnlijk’ is
dat geëngageerde minderjarige jongeren hierdoor geen stem hebben in hun eigen
toekomst. In verschillende landen is de kiesgerechtigde leeftijd verlaagd naar 16
en ook in Nederland gaan geluiden op dat deze leeftijdsgrens snel omlaag moet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre> 2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                      31
2.3 Vier belangrijke obstakels
Uit de hierboven beschreven casussen en problemen destilleert de Raad vier
belangrijke obstakels die de ontwikkeling van jongeren in de weg staan. Het is
daarbij opvallend dat deze obstakels vooral van toepassing zijn op de Jeugdwet;
hier zijn de problemen toch het meest talrijk en nijpend.
1. Leeftijdsgrenzen sluiten slecht aan bij de kenmerken en situaties van
    individuele jongeren
Er bestaat in de ontwikkeling van jongeren geen kantelpunt waarop zij van de
ene op de andere dag wilsbekwaam of volwassen worden. Er zijn heel veel ver-
schillen in hoe jongeren zich ontwikkelen. De problemen die een leeftijdsgrens
kan veroorzaken zijn het meest voelbaar bij de harde knip bij 18 jaar. De weg
naar volwassenheid is immers een langdurig proces – soms gradueel, soms met
horten en stoten – dat begint rond het 10de tot 12de jaar en gemiddeld genomen
een ‘eindstation’ kent rond het 25ste levensjaar. In werkelijkheid bestaat er een
fase tussen ‘ kind zijn’ en ‘volwassen zijn’. Een fase die een eigen benadering en
werkwijze behoeft.
Zo stelt professor Therese van Amelsvoort, bijzonder hoogleraar transitiepsychi-
atrie aan de Universiteit van Maastricht: “daar waar de zorgbehoefte het grootst
is, knippen wij ons systeem in tweeën. Als we kijken naar de ontwikkeling van
het brein is er in de periode van de adolescentie een discrepantie tussen de
ontwikkeling van emotieregulatie, impulscontrole en het vermogen tot lange-
termijnplanning – en dan ook nog eens in een levensfase waarin er van alles
gebeurt: jongeren maken zich los van hun ouders, zoeken naar een eigen identi-
teit en moeten zich voorbereiden op een eigen bestaan. Dat betekent stressvolle
keuzes maken op het gebied van opleiding, beroep, sociale contacten of liefdes-
relaties.”20 Deze observatie staat in schril contrast tot een wetgeving waarbij
jongeren, kwetsbaar of niet, van de een op de andere dag alle rechten en plichten
van een volwassene krijgen – en dit op hun 18de, ver voor het eindstation.
Sommige leeftijdsgrenzen passen slecht bij de hele doelgroep, andere zijn wel
geschikt voor de doelgroep, maar niet voor individuen binnen die groep. Neem
de leeftijdsgrens van 12 jaar voor wilsbekwaamheid in de wetten over medische
zorg: waar een patiënt van 11 jaar mogelijk al wilsbekwaam is, kan een andere
patiënt van 15 jaar dat misschien nog niet zijn. Artsen nemen de ruimte om
‘flexibel’ met deze grenzen om te gaan, en als dat niet lukt kan er een kinderrech-
ter aan te pas komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>32                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
Uit de vorige paragraaf blijkt ook dat jongeren automatisch beslissingsbevoegd
worden met 18 jaar, terwijl sommige 18-jarigen daar nog niet goed mee om
kunnen gaan. Zij kunnen zich bijvoorbeeld vrij makkelijk onttrekken van het
gedwongen kader in de jeugdhulp, en dat is niet altijd in hun voordeel. Soms
beseffen jongeren wel dat ze nog niet zelfstandig genoeg zijn en willen ze dat
hun ouders – of andere naasten – betrokken blijven, maar is dat in de praktijk
niet altijd mogelijk.
2. De transitie naar meerderjarigheid gaat moeizaam
Jongeren kunnen een gebrek aan continuïteit ervaren in de transitie van
wettelijke minderjarigheid naar meerderjarigheid. Bijvoorbeeld van de jeugdhulp
naar een dienst of voorziening uit de Wmo of Zvw, of na stopzetting van hulp aan
jongeren die daar nog niet klaar voor zijn.
Jongeren met psychische problemen vallen vanaf hun 18de onder de Zvw,
en sommige jongeren die ondersteuning ontvangen, vallen vanaf die leeftijd
onder de Wmo. Dat betekent vaak dat een andere instelling hun behandeling
overneemt en dat ze een eigen bijdrage moeten betalen. Een andere instelling
kent vaak een andere werkwijze, jongeren moeten opnieuw allemaal vragen
beantwoorden, krijgen weer een screening en soms ook een andere diagnose en/
of behandeling. De Raad heeft ook jongeren gesproken voor wie de transitie van
een jeugd- naar een volwasseneninstelling in de ggz traumatisch was, omdat ze
ineens geconfronteerd werden met agressieve volwassen patiënten.
Het feit dat jongeren op hun 18de geen of andere zorg of ondersteuning krijgen,
hoeft natuurlijk niet altijd een probleem te zijn. Er zijn jongeren die op hun 18de
al redelijk zelfstandig zijn en zich wegwijs kunnen maken in de verschillende
diensten, voorzieningen, rechten en plichten. Alleen moeten ze daar wel goed op
voorbereid worden, anders kunnen we niet verwachten dat het allemaal in orde
komt. Uit de gesprekken die de Raad heeft gevoerd blijkt dat sommige gemeen-
ten en hulpverleners dit (nog) niet als hun taak zien.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre> 2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                      33
3. Zorg en ondersteuning sluiten slecht aan bij de belevingswereld van jongeren
Het ligt niet altijd aan de leeftijdsgrens of aan de gemeente of aan de zorgver-
lener. Sommige jongeren weigeren zelf verdere hulp als ze 18 worden. Waarom
doen ze dat? De Raad heeft verschillende redenen geïnventariseerd:
>> Kwetsbare jongeren, vooral jongeren met gedrags- of cognitieve problemen,
    hebben soms een gebrekkig inzicht in de eigen problematiek en vinden niet
    dat ze hulp nodig hebben (gebrekkig probleeminzicht).
>> Andere jongeren hebben wel inzicht in de eigen problemen, maar vinden
    het lastig om goede ondersteuning en zorg te vinden (gebrek aan informatie
    en onvoldoende zelfstandigheid). Ze weten bijvoorbeeld niet bij welk loket
    ze moeten zijn of begrijpen niet hoe ze de formulieren moeten invullen.
    Sommigen worden daar onzeker van en gaan liever de confrontatie met deze
    onzekerheden uit de weg.
>> Er heerst een groot stigma op ondersteuning en (psychische) zorg onder
    jongeren. Uit schaamte voor het feit dat ze jeugdhulp nodig hebben, gaan
    ze loketten, jongerenwerkers en instellingen uit de weg of stellen ze een
    aanvraag uit.
>> Jongeren kunnen de hulp of het stigma dat daar omheen hangt gewoonweg
    zat zijn, zeker na een lang traject van jeugdhulp. Dan spreken we van
    zorgmoeheid.
>> Jongeren kunnen ook verdere hulp weigeren, omdat ze er slechte ervaringen
    mee hebben. Daarom is het zo belangrijk om oog te hebben voor de kwaliteit
    van de jeugdhulp.
>> Verschillende jongeren en ervaringsdeskundigen vertelden dat er een
    verschil kan bestaan tussen behoeftes van jongeren en de methodes van
    hulpverleners. Sommige jongeren ervaren hulpverlening vooral als eenrich-
    tingsverkeer: zorgverleners kunnen nog wel eens verzuimen om aan jonge-
    ren te vragen waar ze echt behoefte aan hebben, gebruiken onbegrijpelijke
    zorgjargon, of komen met ‘bewezen effectieve oplossingen’ die wellicht juist
    voor hem of haar niet werken. Deze jongeren denken dan dat de zorgprofessi-
    onal hun behoeftes niet op waarde kan schatten, of ervaren dat ze onder druk
    worden gezet om iets tegen hun zin in te doen.
>> Uit de ontwikkelingspsychologie is bekend dat jongeren vooral belang
    hechten aan het oordeel van hun peers; voor verwachtingen van ouders of
    taken die zorgprofessionals opleggen kan een desinteresse bestaan. Ook is
    bekend dat mensen tussen hun 16de en 24ste het minst met hun gezondheid
    bezig zijn. Het boeit ze gewoon niet. Ze hebben andere zorgen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>34                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
   Ontmoet Dorine21
   “[Dorine] woonde tot voor kort in een jeugdzorginstelling. Ze zat ‘gesloten’:
   haar gedragsproblemen waren zodanig dat de rechter instemde met het
   inperken van haar vrijheid. Ze namen haar telefoon in, ze fouilleerden
   haar dagelijks, doorzochten haar kamer op bezit van alcohol of drugs –
   middelen die ze naar eigen zeggen niet gebruikte. Ze bepaalden ook of ze
   wel of niet op verlof mocht om haar familie te zien. Soms weigerden ze
   een verlofaanvraag, en als ze dat onterecht vond kon ze zo boos worden
   dat ze insloeg op deuren en muren zonder dat ze pijn voelde. Dan duwden
   vijf medewerkers haar tegen de grond en stopten haar in een gesloten cel.
   Ze heeft er meerdere nachten doorgebracht.
   Afgelopen november, drie dagen voor ze achttien werd, had Dorine nog
   ruzie met de leiding die ‘moeilijk deed’ toen ze iemand wilde bellen. Twee
   dagen later moest ze uit de instelling weg: als iemand achttien wordt
   lopen rechterlijke machtigingen voor plaatsing in gesloten instellingen
   abrupt af. Dorine wilde niets liever. Ze haalde de kleurplaten van haar
   zusje van de muren, stopte haar spullen in supermarkttassen en verliet de
   instelling voorgoed. Plots was ze – verplicht – zo vrij als een vogel.”
4. Bekostiging belemmert innovatie en preventie
De Raad merkt dat de hiervoor beschreven knelpunten deels ook voortvloeien
uit de huidige bekostiging van zorg en ondersteuning aan jongeren. Verlengde
jeugdhulp is in het leven geroepen om de continuïteit van zorg en ondersteuning
te borgen, maar niet alle gemeenten bieden deze aan. En de gemeenten die dit
wel doen, bieden het vaak niet in dezelfde mate aan. Een belangrijke oorzaak is
het beperkte budget. Met de middelen die gemeenten hebben, kopen zij in eerste
instantie diensten en voorzieningen in om te voldoen aan hun jeugdhulpplicht
en andere basisvoorzieningen. Investeren in verlengde jeugdhulp of brede
preventie komt daarna pas, en vaak is het geld dan al uitgegeven.
Hierbij speelt ook mee dat de invoering van de Jeugdwet gepaard is gegaan
met een mindering op de gemeentelijke begroting (ZonMW, 2017). In de recente
evaluatie van de Jeugdwet wordt benoemd dat het onduidelijk is of de budget-
taire krapte een tijdelijk probleem is, als gevolg van de decentralisatie, of een
meer structureel probleem. Hiervoor ontbreekt nu betrouwbare informatie over
de manier waarop de beschikbare middelen worden besteed.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre> 2 — Lastige leeftijdsgrenzen voor jongeren                                                           35
In elk geval is op korte termijn de ruimte beperkt om te investeren in preventie
en innovatie. Nederland staat wat dat betreft lijnrecht tegenover een land als
Denemarken, waar juist extra budget is vrijgemaakt toen daar een nieuwe
Jeugdwet werd geïntroduceerd. Het idee was dat de herstructurering op de
lange termijn profijt zou opleveren, maar wel eerst een extra investering nodig
zou hebben. Het verbeteren van het toekomstperspectief van jongeren is ook
een investering die zich maatschappelijk gezien waarschijnlijk terugverdient.
Alleen: de baten komen pas op lange termijn en zijn onzeker, terwijl de gemeen-
ten de kosten op korte termijn moeten maken.
Opvallend is dat de jeugdhulp grotendeels wordt gefinancierd via inspannings-
gerichte bekostiging; de zogenaamde p*q-financiering. Dit lijkt minder te passen
bij de in Jeugdwet gestelde doelen als preventie, samenwerken en innovatie. Een
inspanningsgerichte bekostiging kan er immers toe leiden dat zorgaanbieders
hun financiële middelen zien slinken als zij zorg voorkomen, een vernieuwend
concept aanbieden, of terughoudend zijn met behandelen.
2.4 Conclusie
Uit dit hoofdstuk blijkt dat leeftijdsgrenzen discutabel zijn en jongeren in hun keu-
zes en ontwikkeling kunnen beperken. De grootste obstakels zijn wel de leeftijds­
grens van 18 jaar in de Jeugdwet en het BW en die van 27 jaar in de Participatiewet.
Zijn deze leeftijdsgrenzen slecht gekozen of zijn ze wel goed gekozen, maar zorgen
ze onvermijdelijk voor problemen? Daar gaat hoofdstuk 3 op in.
     Noten
6    Deze cijfers komen uit de Jeugdmonitor van CBS Statline. Kinderen met een grotere kans op
     armoede definieert het CBS als kinderen met ouders die minder verdienen dan 120% van het
     sociaal minimum. Zie ook: http://jeugdstatline.cbs.nl/jeugdmonitor/publication/?VW=T&DM=SL
     NL&PA=20233NED&D1=1&D2=0&D3=0-16&D4=a&HD=180319-1655&HDR=G1,T,G3&STB=G2.
7    Dit cijfer is zelf berekend met de gegevens in tabel 1.3.1 van het CBS rapport (CBS 2018).
8    Uit: Maaike Bezemer (2017). Meer kinderen belanden in gesloten zorginstelling. Trouw, 7
     november 2017.
9    Met Thomas is een persoonlijk gesprek gevoerd.
10   Jongeren kunnen wettelijk alleen aanspraak doen op verlengde jeugdhulp als ze al jeugdhulp
     ontvingen voor hun 18de jaar en voortzetting van deze hulp noodzakelijk is, als jeugdhulp vóór
     hun 18de ook noodzakelijk werd geacht, en als – bij eventuele beëindiging van jeugdhulp voor
     de 18de – binnen een termijn van een half jaar is vastgesteld dat hervatting van de jeugdhulp
     noodzakelijk is. Bij wet moeten jongeren die psychische zorg ontvangen overigens in ieder
     geval op hun 18de de transitie maken van de jeugd-ggz naar de volwassen-ggz (via de verlengde
     jeugdhulp is ggz niet mogelijk).
11   Michiel Straub (2018). ‘Pleegzorg houdt nu al niet op bij 18 jaar’. Algemeen Dagblad/Rivierenland, 14
     maart 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>36                                                                         RVS – Leeftijdsgrenzen
12  Dit bleek uit de gesprekken die de Raad voerde.
13  Jop van Kempen (2018). Amsterdam vergoedt eigen risico ggz-behandeling voor jongeren. Parool,
    8 oktober 2017.
14 Arno Heesakkers (2018). Jeugdzorg ‘niet meer te doen’. Brabants Dagblad, 4 april 2018.
15	Respectievelijk uit de volgende berichten: Majda Ouhajji (2018). 1,4 miljoen tekort op jeugdzorg.
    BN/De Stem, 7 april 2018. Mariëtte den Engelse (2018). Rode cijfers vanwege de jeugdzorg. BN/De
    Stem, 7 april 2018. Harald Buit (2018). Miljoenentekort trendbreuk. Dagblad van het Noorden, 11 april
    2018. Cees Beemster (2018). Miljoenentekort Jeugdzorg. Noordhollands Dagblad, 14 april 2018. Wilco
    Louwes (2018). Jeugdhulp gaat naar scholen toe. Tubantia, 24 april 2018.
16 Dit is een hypothetische casus, gebaseerd op gesprekken met een directeur in het
    praktijkonderwijs, beleidsmedewerkers binnen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
    Wetenschap en een wethouder.
17 Deze casus is uit: Jeroen van Setten (2010). Rechter blokkeert niertransplantatie 11-jarige jongen.
    Niernieuws.nl, 15 september 2010. Geraadpleegd op 8 maart 2018 via http://www.niernieuws.nl/
    ?id=3628&loc=1&all=yes&maand=2014-12.
18 Deze casus is beschreven op de website Recht.nl. Geraadpleegd op 10 april 2018 via
    https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=ECLI:NL:RBNNE:2014:5468.
19 Casus uit: Kinderombudsman (2015), pagina’s 15-17.
20 Dit citaat is uit een interview met professor Van Amelsvoort dat de RVS gehouden heeft.
21 Passage uit: Ingmar Vriesema (2018). Dorine (18) staat er alleen voor. NRC (digitaal), 20 april 2018.
    Geraadpleegd op 20 april 2018 via https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/20/18-jaar-nu-zoek-je-het-
    zelf-maar-uit-a1600259.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                                               37
3 Onderbouwing van
        leeftijdsgrenzen
3.1   Waar komen al die leeftijdsgrenzen vandaan?
De vorige hoofdstukken laten zien dat de wet veel verschillende leeftijdsgrenzen
hanteert. Sommige grenzen zijn ‘hard’, zoals de leeftijd waarop een jongere
beslissingsbevoegd wordt. Andere worden meer fluïde gehanteerd, zoals die van
12 en 16 in de wetten over medische handelingen. En het adolescentenstrafrecht
kent een ‘leeftijdsbandbreedte’.
Dit hoofdstuk legt de onderliggende overwegingen van de keuze voor leeftijds-
grenzen bloot. De eerste paragraaf is opgebouwd langs dezelfde domeinen als
paragraaf 2.2. Op basis daarvan volgt een afwegingskader en tot slot plaatst de
Raad nog enkele kanttekeningen bij sommige leeftijdsgrenzen.
Langdurige zorg en ondersteuning
Logischerwijs moet de jeugdhulp een bovengrens kennen qua leeftijd. Jeugdhulp
kent immers een pedagogische inslag, en er komt een (leef)tijd dat deze niet
meer van toepassing is. Iemand van 30 die niet zelfstandig kan wonen, heeft
over het algemeen meer behoefte aan beschermd wonen dan aan een pleeggezin.
De leeftijden van 18 en 23 jaar in de Jeugdwet zijn overgenomen uit de voor-
malige Wet op de jeugdzorg. Bij het instellen van de bovengrens van 18 jaar in
de Jeugdwet zijn in de formele toelichting enkele argumenten genoemd.22 Ten
eerste wordt genoemd dat de bovengrens van 18 jaar goed aansluit op andere
wetgeving. Ondersteuning en zorg aan meerderjarigen vindt in de regel plaats
vanuit de Wmo, de Zvw of de Wlz. Met betrekking tot de Zvw, die van toepassing
is op de transitie van jeugd-ggz naar volwassen-ggz, speelt er nog een extra
argument: als je vanaf je 18de premie betaalt, heb je ook het recht om aanspraak
te maken op de zorg waarvoor je deze premie betaalt.
Het tweede argument is dat de leeftijdsgrens van 18 in het gedwongen kader
noodzakelijkerwijs volgt uit andere wettelijke bepalingen. Zoals het Europees
Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele
vrijheden (EVRM). Hierbij zijn vooral de volgende passages van toepassing:23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>38                                                                 RVS – Leeftijdsgrenzen
“Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon. Niemand mag
  zijn vrijheid worden ontnomen, behalve in de navolgende gevallen en overeen-
  komstig een wettelijk voorgeschreven procedure: […]
     d. in het geval van rechtmatige detentie van een minderjarige met het doel toe te
         zien op zijn opvoeding of in het geval van zijn rechtmatige detentie, teneinde
         hem voor de bevoegde instantie te geleiden;
     e. in het geval van rechtmatige detentie van personen ter voorkoming van de
         verspreiding van besmettelijke ziekten, van geesteszieken, van verslaafden aan
         alcohol of verdovende middelen of van landlopers; […]”
In het EVRM wordt dus beschreven dat er meer ruimte is voor vrijheidsbene-
ming bij minderjarige jongeren op basis van een ‘pedagogische grondslag’.
Vrijheidsbeneming kan bij meerderjarige jongeren niet worden toegepast op
basis van deze pedagogische grondslag.
Het derde argument in de Memorie van toelichting luidt dat 18 jaar praktisch
gezien een goede leeftijd is om de transitie te maken van de jeugd-ggz naar de
volwassen-ggz. Specifiek staat er het volgende: “Voor jongeren met psychische
problemen en stoornissen (jeugd-ggz) wordt in dit wetsvoorstel de leeftijds-
grens op 18 jaar gesteld omdat veel geestelijke stoornissen die zich in de (late)
adolescentie ontwikkelen, doorlopen in de volwassenheid en daarmee in de
volwassen-ggz” (pag. 19).
Ten vierde staat er dat het waardevol is om één uniforme leeftijdsgrens te handha-
ven binnen de Jeugdwet: “Ondanks dat er goede redenen zijn om de leeftijdsgrens
voor jongeren met verstandelijke beperkingen op 23 jaar te stellen, in verband met
hun tragere ontwikkeling, is voor een leeftijdsgrens van 18 jaar gekozen omdat dit
tegemoet komt aan het uitgangspunt van één uniforme leeftijdsgrens” (pag. 19).
Dan is er nog een vijfde argument, namelijk dat ook financiële overwegingen een
rol gespeeld hebben. Dit kwam vooral uit de gesprekken met beleidsmakers naar
voren. Bij een hogere leeftijdsgrens zou het volume, en daarmee de kosten van de
ondersteuning en zorg in het kader van de Jeugdwet toenemen.
Onderwijs, werk en inkomen
De Participatiewet is sinds 2015 van kracht en vervangt onder andere de Wet
werk en bijstand (WWB). De leeftijd van 27 jaar komt van origine uit de Wet
investeren in jongeren (WIJ) die in 2009 in werking trad en in 2012 is opgegaan
in de WWB. In lijn met de naam van de wet, is het doel om een bijdrage te leveren
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre> 3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                          39
aan het idee van de participatiesamenleving. Als je kan werken of onderwijs kan
volgen, hoor je dat te doen. In ieder geval moet je je best doen om een geschikte
baan of opleiding te vinden. De leeftijdsgrens werkt dus als een stok achter
de deur; jongeren moeten eerst hun verantwoordelijkheid nemen om actief te
participeren en bijstand mag niet meer zijn dan een laatste redmiddel.
Bij het beoordelen van het originele wetsvoorstel van de WIJ had de Raad van
State vragen bij deze leeftijdsgrens. Specifiek vroeg deze Raad zich af of dat
niet zou leiden tot een ongelijke behandeling van bijstandsontvangers onder en
boven de 27 jaar. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
heeft heeft de keuze als volgt toegelicht: met deze leeftijdsgrens “is aangesloten
bij de algemene notie dat de verantwoordelijkheid van de samenleving voor de
opleiding van personen afneemt en de eigen verantwoordelijkheid toeneemt
naarmate personen ouder worden. De leeftijdsgrens van 27 jaar sluit daarmee
aan bij het gehanteerde onderscheid in de gemeentelijke praktijk en het beleid,
zoals de jongerenloketten tot 27 jaar. Deze bovengrens sluit bovendien aan bij
bestaande, met name fiscale, wet- en regelgeving” (SZW 2008, pag. 3).24
Het ministerie van SZW heeft ook aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB)
gevraagd om de leeftijdsgrens van 27 jaar te bezien.25 Het oordeel luidde dat het
‘objectief gerechtvaardigd’ is om onderscheid te maken op basis van leeftijd in
deze wet (CGB 2008). Specifiek omdat het doel legitiem is, het middel passend en
noodzakelijk en het beleid proportioneel. Het middel (een leeftijdsgrens) achtte
de commissie noodzakelijk, omdat het doel van de WIJ was om jeugdwerkloos-
heid te voorkomen en er een grens moet worden getrokken waarbij jeugdwerk-
loosheid overgaat in ‘normale’ werkloosheid. Het CGB stelde wel dat de overheid
de vrijheid heeft om te beslissen waar deze leeftijdsgrens ligt. Overigens deed de
commissie zelf de suggestie om de leeftijdsgrens te verhogen naar 30 jaar, omdat
deze beter aansluit bij de bovengrens op de studiefinanciering.
Naast de kwalificatie- en scholingsplicht werpen de leeftijdsgrenzen van 21
en 23 jaar bij respectievelijk de bijstand en de huurtoeslag vragen op. Wat de
bijstand betreft heeft het waarschijnlijk te maken met de onderhoudsplicht van
ouders. In de Memorie van toelichting van de WWB staat dat deze normering is
ingesteld omdat jongeren tot hun 21ste daar een beroep op kunnen doen: “Gezien
het karakter van de bijstand als sluitstukvoorziening is het gerechtvaardigd om
de bijstandsverlening daarop af te stemmen” (TK 2002/2003, pag. 43).
De Raad heeft (vooralsnog) geen formele argumentatie gevonden voor de leef-
tijdsgrens van 23 jaar in de Wet op de huurtoeslag. Deze kan gerelateerd zijn aan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>40                                                           RVS – Leeftijdsgrenzen
het minimumjeugdloon dat lang van toepassing was op jongeren tot 23 jaar. Het
is ook mogelijk dat deze grens gestoeld is op de verwachting dat jongeren tot hun
23ste vaak nog met een opleiding bezig zijn.26 Wellicht is dan de redenering dat
een lagere normhuur gecompenseerd wordt door het recht op studiefinanciering
en de verwachting dat studenten relatief goedkoop wonen.
De bovengrens van het minimumjeugdloon is in 2017 verlaagd naar 22 jaar.
Het voornemen is om deze bovengrens in 2019 verder te verlagen naar 21 jaar.
Deze verschuivingen vinden plaats om meer aansluiting te vinden bij de
onderhoudsplicht, maatschappelijke trends en internationale regelgeving
(TK 2016/2017). Meer specifiek heeft de wetgever gevonden dat er steeds meer
jongeren zijn die op hun 21ste of 22ste een eenpersoonshuishouden vormen,
waardoor ze ook hogere lasten hebben. Ook hechten werkgevers steeds meer
waarde aan opleiding en ervaring dan aan leeftijd, wat zich daadwerkelijk
vertaalt in de veranderende cao’s. Daarnaast is er internationale kritiek op het
Nederlandse stelsel, omdat het “duidelijk oneerlijk” is om mensen op basis van
leeftijd een lagere beloning te geven.27
Medische zorg28
Volgens Irma Hein, kinderpsychiater aan het Academisch Medisch Centrum
in Amsterdam, kent wilsbekwaamheid vier tekenende aspecten waarop artsen
kunnen toetsen, namelijk “begrip hebben van wat je te wachten staat, het vermo-
gen om argumenten aan te dragen, om te kunnen reflecteren op je eigen situatie
en om je keuze uit te leggen”. In onderzoek met 161 zieke kinderen, die vragen
kregen voorgelegd waarmee die vaardigheden werden getoetst, kwam Hein tot
de conclusie dat kinderen over het algemeen vanaf 11,2 jaar in staat zijn om mee
te beslissen over medische zaken. De wettelijke grens van 12 jaar lijkt hiermee
redelijk representatief voor de competenties van jonge patiënten, alhoewel een
grens van 11 jaar meer toepasselijk zou zijn.
De Raad benadrukt dat uit het onderzoek van Hein geen conclusies zijn te
trekken over het begrip wilsbekwaamheid in het algemeen. Daardoor is de
leeftijd van 11 jaar mogelijk niet van toepassing op andere situaties die om
wilsbekwaamheid vragen. Volgens Hein is de frontale cortex, het hersendeel dat
verantwoordelijk is voor uitvoerende taken, dan nog volop in ontwikkeling. Ellen
de Visser van de Volkskrant vat het als volgt samen: “Kinderen zijn impulsief, in
een groep stoere vrienden kunnen ze zomaar domme dingen doen. En toch […]
kunnen diezelfde kinderen weldoordachte beslissingen nemen over hun eigen
medische behandeling. Omdat ze dat in een rustige omgeving doen, daar lang
over nadenken, overleggen met de arts, steun krijgen van hun ouders.”29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre> 3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                          41
Andere deskundigen trekken het nut van de leeftijdsgrens van 12 jaar in twijfel,
zoals medisch ethicus Martine de Vries. Volgens haar moet deze afgeschaft
worden, omdat de doelgroep van jonge patiënten te divers is. Daarbij zou
regelgeving zich niet moeten richten op leeftijden, maar op het kind zelf. Bij het
afschaffen van de leeftijdsgrens komt er wel een ander probleem om de hoek
kijken. Psychiaters en psychologen moeten nu alleen bij twijfel of onenigheid
officieel toetsen of een kind wilsbekwaam is. Maar als men louter wil varen op
de competenties van het kind, dan zal dit vaker moeten gebeuren. Het blijkt
echter een lastige en niet geheel onomstreden taak om wilsbekwaamheid om
te zetten in een vastomlijnde maat. Daarnaast is het de vraag in hoeverre het
afschaffen van de leeftijdsgrens van invloed zal zijn op het welzijn van kinderen.
Euthanasieverzoeken op jonge leeftijd en conflicten over behandelingstrajecten
zijn immers heel schaars. Tussen 2004 en 2014 is er maar één keer euthanasie
toegepast bij een kind onder de 16 jaar (Van Dijk, 2014).
Strafrecht
Kort gezegd heeft het adolescentenstrafrecht het doel om het strafrecht
effectiever te maken voor een doelgroep die oververtegenwoordigd is in de
criminaliteit: jongeren tussen de 16 en de 23. Het adolescentenstrafrecht is met
name geïntroduceerd omdat ook in het strafrecht maatwerk nodig is. Zo heeft de
ene verdachte een vrij kinderlijke wijze waarop het denken en het geweten vorm
krijgt, terwijl de ander een meer volwassen belevingswereld heeft. Rechters
hadden door de ‘knip’ van 18 jaar geen wettelijk instrument om op gepaste wijze
rekening te houden met de kenmerken en de situatie van het individu.
Een belangrijke reden voor de introductie van het adolescentenstrafrecht is
dat de leeftijdsbandbreedte overeenkomt met een periode in de ontwikkeling
op de weg naar volwassenheid waarbij grote veranderingen plaatsvinden in de
hersenen. Veranderingen die tijdelijk antisociaal gedrag kunnen veroorzaken,
met uitschieters richting criminaliteit en delinquent gedrag, wat overigens niet
impliceert dat iemand ook daadwerkelijk het criminele pad opgaat. Daarbij: als
meerderjarige jongeren in de fout gaan, is dat meestal maar één keer. En als
deze meerderjarige jongeren volgens het jeugdstrafrecht worden veroordeeld
kunnen ze met school doorgaan en verspelen zij niet meteen hun kansen op een
passende opleiding en werk (in tegenstelling tot het volwassenenstrafrecht).
In het vorige hoofdstuk staat dat de RSJ voorstander is van verhoging van de
minimumleeftijd waarop jongeren strafrechtelijk zijn te vervolgen (RSJ, 2017).
Daarbij is specifieke aandacht besteed aan de kenmerken van jongeren. Zo stelt
de RSJ dat een jongere pas in aanmerking komt voor strafrechtelijke vervolging
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>42                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
als hij “competent en capabel is om de consequenties van zijn eigen handelen
te overzien” (pag. 4). Ook moet een jongere snappen wat er in een strafrechtelijk
proces gebeurt, vooral omdat het resultaat daarvan levensbepalend is. Daarom
zou 14 jaar volgens de RSJ een betere ondergrens zijn dan 12 jaar. Tot 14 jaar zou
jeugdhulp, al dan niet gedwongen, meer gepast zijn dan een strafrechtelijke
maatregel. Ook het VN-kinderrechtencomité pleit voor een grens van 14 jaar.
In reactie op het RSJ-advies liet minister Dekker van JenV in een brief weten
dat er besprekingen zullen plaatsvinden met betrokken partijen, zoals
gemeenten, om de aanpak van delinquente jongeren te verbeteren (JenV, 2017).
In dezelfde brief staat ook dat het ministerie twijfels heeft over deze verhoging.
Zo stelt Dekker: “Het gaat om het bieden van hulp en ondersteuning om het
voortaan anders te doen én om correctie en het stellen van normen. Daarbij
is het wenselijk de jeugdige te laten inzien wat de gevolgen van zijn strafbaar
handelen zijn geweest en dat genoegdoening aan slachtoffer en maatschappij
plaatsvindt. [ …] In het licht van recent door zeer jeugdige daders gepleegde
ernstige delicten vraag ik mij echter af of het jeugdstrafrecht daarbij uit oogpunt
van genoegdoening, maar ook als middel om noodzakelijke hulp af te dwingen,
gemist kan worden” (pag.2).
Rechten en plichten
De leeftijdsgrens van 18 jaar in het BW als het wettelijke ‘kantelpunt’ van minder-
naar meerderjarigheid heeft effect gehad op andere wetten. Vanaf de leeftijd
van 18 mag een jongere plotsklaps heel veel meer, zoals alcohol, sigaretten en
softdrugs kopen, bijstand aanvragen, (verlengde) jeugdzorg weigeren, of volledig
zelfstandig om euthanasie verzoeken. Iemand wordt als meerderjarige dus als
zelfstandig beschouwd: de toestemming van de ouder of voogd is niet meer
nodig – of het nu bijvoorbeeld gaat om trouwen, op jezelf gaan wonen, of je
ziekmelden op school. Ook wordt er niet langer informatie gedeeld met de ouders
of voogd over zaken als schoolverzuim, de verdenking op wetsovertredingen en
misdrijven.
Hoe is de leeftijdsgrens van 18 jaar tot stand gekomen? In 1804 is 21 jaar als de
leeftijd van wettelijke meerderjarigheid vastgesteld toen het Franse recht werd
toegepast in Nederland. Deze leeftijdsgrens is in 1988 verlaagd naar 18 jaar,
mede op basis van een rapport uit 1971 van de commissie voor de herziening
van het kinderbeschermingsrecht (de zogenaamde commissie Wiarda). Eén van
de overwegingen om de leeftijdsgrens te verlagen is: “het in feite zelfstandig
kunnen optreden van bijvoorbeeld 19 en 20 jarigen maakt het gewenst dat deze
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre> 3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                            43
jongeren eerder dan thans het geval is volledig handelingsbekwaam worden en
niet langer onder ouderlijk gezag of voogdij staan. […] Talrijke, gedragingen en/
of handelingen van zijn 18-, 19-jarig kind zal een ouder mogelijk wel kunnen
(cq. trachten te) beïnvloeden, doch zal hij deze in veel gevallen niet zonder meer
verbieden – hoewel formeel daartoe de bevoegdheid bezittend – omdat een
dergelijk verbod veelal weinig effect heeft” (Commissie Wiarda, 1971, pag. 65).
Met andere woorden, de commissie Wiarda achtte de verlaging van de meer-
derjarigheidsgrens gewenst om de zelfstandigheid van jongeren te kunnen
stimuleren en om te zorgen dat deze leeftijdgrens een goede weerspiegeling is
van de huidige praktijk: leden van commissie zagen dat ouders of voogden hun
19- of 20-jarige kinderen vaak geen zaken meer verbieden.
De commissie heeft zich daarbij ook gericht op een betere aansluiting op
bestaande wetten, en meer overeenstemming met de wetgeving in het buiten-
land: “Gewezen kan worden op vele bestaande wettelijke bepalingen die reeds
een leeftijdsgrens van 18 jaar aangeven, bijvoorbeeld betreffende de dienstplicht,
het besturen van motorrijtuigen, het eindigen van verschillende beschermende
voorschriften uit arbeidswetgeving; voorts op reeds genoemde initiatief – ont-
werp tot een verlaging van de leeftijd voor het actief kiesrecht (van 21 tot 18 jaar),
als uiting van nog in beweging zijnde maatschappelijke opvattingen. Verder
kan geconstateerd worden, dat ontwikkelingen in het buitenland zich eveneens
bewegen in de richting van een verlaging van de meerderjarigheidsgrens”
(Commissie Wiarda, 1971, pag. 68).
Kieswet
Sinds 1917 kent Nederland een algemeen kiesrecht voor mannen en sinds 1919
ook voor vrouwen. De leeftijdsgrens was in eerste instantie 25 jaar. In 1946 is
deze verlaagd naar 23 jaar; in 1963 naar 21; en in 1972 naar 18 jaar. Met die laatste
verlaging sloot Nederland zich aan bij de ontwikkeling in het buitenland.
De Kieswet geeft een mooi voorbeeld van waarom uniforme leeftijdsgrenzen
in bepaalde gevallen van belang zijn, namelijk om de rechtvaardigheid in
een samenleving te bewaken. Om individuele vrijheden in een rechtsstaat te
waarborgen kan een rijksoverheid niet discrimineren: gelijke mensen worden
in gelijke situaties gelijk behandeld. Leeftijdsgrenzen kunnen gebruikt worden
om deze gelijkheid ‘te begrenzen’: verschillende leeftijdsgroepen worden dan
op een bepaald gebied niet als gelijk beschouwd, maar de individuen binnen de
leeftijdsgroepen wel.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>44                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
Een voorbeeld. In veel landen is er een verbod op kinderarbeid. Op dat gebied
zijn kinderen dus niet gelijk aan volwassenen en behoeven dus geen gelijke
behandeling. Kinderen worden hier onderling echter wel gelijk behandeld. Om
gelijkheid te borgen kijkt de rijksoverheid dus niet verder dan leeftijd: het verbod
op kinderarbeid geldt voor alle kinderen, arm of rijk, gezond of niet, enzovoorts.
En daarom maakt de Kieswet geen uitzondering op de leeftijdsgrens van 18 jaar
voor bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking.
De Memorie van toelichting van de Kieswet geeft een andere, meer inhoudelijke
overweging voor de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd: “Onder erkenning
dat een leeftijdsgrens altijd arbitrair is, kan worden gesteld dat, het tijdstip
waarop algemene vorming door het onderwijs gemiddeld een einde neemt en
men in ruimere mate eigen verantwoordelijkheden gaat dragen een goed aankno-
pingspunt vormt voor de toekenning van actief kiesrecht” (TK 1969/1970, pag.2).
Overigens gaan er stemmen op om de kiesgerechtigde leeftijd verder te verlagen.
In verschillende Europese landen mogen burgers al vanaf hun 16de bij lokale
verkiezingen stemmen. Hiervoor zijn verschillende argumenten. Zo krijgen jon-
geren wellicht meer interesse in politiek als zij eerder mogen stemmen. En het is
misschien ook wel vreemd dat minderjarigen niet mogen stemmen over hun eigen
toekomst, terwijl ouderen dat wel mogen, zo luidt een ander argument. Neem het
referendum over de Brexit in het Verenigd Koninkrijk. Hierover zei de oud-voor-
zitter van de Nationale Jeugdraad in 2016: “72 procent van de jongeren tussen de
18 en 24 jaar stemde voor ‘blijven’, maar straks moeten zij langdurig de gevolgen
dragen van de keuze die de oudere generatie maakte om de EU te verlaten.”30
3.2 Afwegingskader voor het instellen van leeftijdsgrenzen
In de vorige paragraaf zijn verschillende overwegingen aan bod gekomen.
Sommige zijn meer principieel van aard, terwijl andere vooral sturen op
gevolgen en meer tijdgebonden zijn. De Raad vat ze samen in drie categorieën:
maatschappelijke, juridische en beheersmatige overwegingen. Daarbij speelt
ook de verhouding tussen verschillende wetten een rol. Deze inventarisatie zal
overigens met voortschrijdend inzicht aangevuld of aangepast moeten worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                                    45
Maatschappelijke overwegingen
 Het kan van belang zijn dat Toelichting/casus
 de leeftijdsgrens …
 (1) Aansluit op de         De bovengrens van het wettelijk minimumjeugdloon is lang
      individuele en         23 jaar geweest, maar wordt verlaagd naar 21 jaar in 2019.
      situationele kenmerken Deels wordt dit gedaan om een betere aansluiting te vinden
      van de doelgroep       met jongeren van 21 en 22 jaar. Zij vormen steeds vaker een
                             eenpersoonshuishouden en hebben daardoor gemiddeld
                             genomen meer financiële lasten dan voorheen.
 (2) Gezondheid van         Alcohol is schadelijk voor kinderen. Ook zijn kinderen
      kwetsbare groepen      kwetsbaarder, omdat ze moeilijker kunnen begrijpen of
      beschermt              inschatten wat de nadelen van consumptie zijn. Tot 18 jaar is
                             het verboden alcohol te verkopen aan jongeren.
 (3) Individuele            In 1988 is de leeftijd van meerderjarigheid verlaagd van
      zelfstandigheid        21 naar 18 jaar. Dit is onder andere gedaan zodat jongeren
      stimuleert             meer ruimte krijgen om te ‘oefenen’ met zelfstandigheid, en
                             omdat een verlaging van deze leeftijd beter aansloot bij de
                             maatschappelijke praktijk.
 (4) Participatie in        In de Participatiewet bestaat er een scholingsplicht
      de maatschappij        tot 27 jaar. Het achterliggende idee van deze maatregel
      stimuleert             was dat meerderjarige jongeren zich hierdoor niet al te
                             makkelijk kunnen onttrekken aan hun maatschappelijke
                             verantwoordelijkheid om te werken of een opleiding te volgen.
 (5) Rekening houdt met     Een te lage ‘drankgerechtigde’ leeftijd kan negatieve
      maatschappelijke       maatschappelijke gevolgen hebben, zoals meer overlast en
      gevolgen               uitgaansgeweld, of lagere verkeersveiligheid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>46                                                                    RVS – Leeftijdsgrenzen
Juridische overwegingen
 Het kan van belang zijn dat   Toelichting/casus
 de leeftijdsgrens …
 (6) Voldoet aan de           In internationale wetgeving over mensenrechten
      minimale plicht van      wordt onderscheid gemaakt tussen minderjarigheid en
      noodzakelijke replicatie meerderjarigheid. Voor minderjarigen en meerderjarigen
                               gelden soms andere regels. Dit is overgenomen in Nederlandse
                               wetgeving.
 (7) Grondrechten             Bij het beschermen van grondrechten, zoals het kiesrecht of
      beschermt of bevordert   het verbod op kinderarbeid, moet een leeftijdsgrens gehanteerd
                               worden. Onderscheid maken op basis van andere kenmerken is
                               te subjectief en kan discriminerend werken.
 (8) Aansluit op andere       De jeugdhulpplicht van gemeenten stopt als jongeren 18 jaar
      wetten                   zijn. Jongeren kunnen vanaf deze leeftijd immers gebruik ma-
                               ken van vergelijkbare voorzieningen uit de Zvw of de Wmo.
Beheersmatige overwegingen
 Het kan van belang zijn dat   Toelichting/casus
 de leeftijdsgrens …
 (9) Doelgroepen afbakent     De Wet Investeren in Jongeren werd tussen 2009 en
      (en daarmee ook de       2012 gebruikt om jongeren te behoeden voor langdurige
      wettelijke kaders en     werkloosheid en sociaal isolement (de ‘bijstandsval’). De grens
      financiële stromen)      van 27 jaar werd hierbij gebruikt om ‘jeugdwerklozen’ van
                               ‘werklozen’ te scheiden.
 (10) Collectieve             Kostenbeheersing is een reden geweest om de jeugdhulpplicht
       uitgaven beperkt        te begrenzen bij 18 jaar. Een hogere grens zou een te groot
       (kostenbeheersing)      beslag leggen op de collectieve middelen.
 (11) De uitvoerbaarheid en   Leeftijdsgrenzen geven een benadering voor de competenties
       handhaafbaarheid van    en/of behoeftes van mensen. Het is weliswaar geen perfecte
       de wet optimaliseert    benadering, maar soms onvermijdelijk omdat een andere
                               objectieve, eenvoudig te hanteren maatstaf niet voorhanden is.
Sommige van deze overwegingen zijn strijdig met elkaar. Zo kan het aan de ene
kant verstandig zijn om de ‘drankgerechtigde’ leeftijd van 18 jaar te verhogen om
de gezondheid van jongeren te beschermen en om de overlast en onveiligheid
verder in te perken (overweging 2 en 5). Aan de andere kant is het de vraag of een
grens van bijvoorbeeld 21 jaar wel handhaafbaar en uitvoerbaar is door politie
en alcoholverkopers (overweging 11). Daarnaast kan men betogen dat het goed is
dat jongeren ook zelf ondervinden wat de gevolgen zijn van drankgebruik, omdat
dergelijke ervaringen nodig zijn om zelfstandig te worden (overweging 3).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre> 3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                            47
3.3 Kanttekeningen bij huidige onderbouwingen
De Raad heeft de indruk dat verschillende leeftijdsgrenzen onvoldoende zijn
doordacht. Vooral de bovengrens van 18 jaar bij de jeugdhulpplicht roept vragen
op. Er zijn ook vraagtekens te zetten bij de andere leeftijdsgrenzen.
Jeugdhulpplicht
De Raad concludeert dat er vooral beheersmatige argumenten worden gegeven
voor de gekozen leeftijdsgrens van 18 jaar in de Jeugdwet en dat argumenten van
een andere aard vragen oproepen. In de Memorie van toelichting en gesprekken
met deskundigen werden de volgende juridische en beheersmatige overwegin-
gen gelezen en gehoord: een aansluiting met andere wetten – zoals het BW en
andere wetten rondom zorg en ondersteuning – het streven naar één uniforme
leeftijdsgrens en kostenbeheersing.
Alhoewel er twee uitzonderingen zijn op deze beheersmatige argumentatie,
vindt de Raad deze twee overwegingen niet afdoende. Ten eerste is er een
juridische overweging, namelijk die van noodzakelijke replicatie. De stelling dat
jongeren in een gesloten instelling onder de huidige wetgeving niet automatisch
doorbehandeld mogen worden als ze 18 jaar zijn, lijkt in de context van onze
huidige wetgeving en internationale verdragen onvermijdelijk. Dat betekent
echter niet dat de grens van 18 jaar dan automatisch ook de bovengrens moet zijn
voor alle andere vormen van jeugdhulp. Zo zou pleegzorg en hulp aan jongeren
met een licht verstandelijke beperking best kunnen doorlopen tot ergens in de
twintig – dat spreken het EVRM en het BW niet tegen.
Ten tweede wordt een argument benoemd waarbij men aansluiting zoekt bij de
kenmerken en situaties van de doelgroep. Dit argument heeft betrekking op de
bovengrens van 18 jaar voor de jeugd-ggz. In de Memorie van toelichting staat
dat “veel geestelijke stoornissen die zich in de (late) adolescentie ontwikkelen,
doorlopen in de volwassenheid en daarmee in de volwassen-ggz.” Het uitgangs-
punt lijkt hier te zijn dat veel jongeren lang in de ggz zitten en het wellicht goed
is om de transitie naar volwassen-ggz niet onnodig uit te stellen. Het nadeel is
echter wel dat patiënten alleen op basis van hun leeftijd verplicht worden om
naar een andere instelling te gaan, ondanks dat ze daar misschien nog niet klaar
voor zijn. Idealiter zouden jongeren met psychische problemen bij de meest
passende ggz-instelling terecht moeten kunnen, ongeacht hun leeftijd. De Raad
is dan ook van mening dat de leeftijd van 18 jaar in de Jeugdwet niet voldoende
doordacht is, en daarom nu ook nadelig uitpakt voor kwetsbare jongeren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>48                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
Huurtoeslag
Het is de Raad niet duidelijk waarom jongeren tot 23 jaar alleen bij een vrij laag
huurbedrag recht hebben op huurtoeslag. Journalist Peter Hendriks schrijft
hierover het volgende: “Het ministerie laat weten dat jongeren aan het begin van
hun wooncarrière staan en heel goed kunnen volstaan met een kleine, goed-
kope woning. De vraag dringt zich op hoeveel het extra zou kosten als jongeren
ook recht op een volledige huurtoeslag zouden hebben. De mogelijkheid bestaat
dat het uiteindelijk gewoon een budgettaire maatregel is.”31 Er zal verder onder-
zoek gedaan moeten worden. Het is al wel duidelijk dat de leeftijdsgrens in de
Wet op de huurtoeslag niet langer aansluit op de leeftijdsgrenzen wat betreft het
minimumjeugdloon, de bijstandsnormering en de onderhoudsplicht.
Scholingsplicht
Ook vraagt de Raad zich af waarom er een door leeftijd begrensde scholings­
plicht bestaat in de Participatiewet. Deze leeftijdsgrens is overgenomen uit de
WIJ; een wet met een ander karakter, die inmiddels afgeschaft is. Het doel van de
WIJ was om te voorkomen dat Nederlanders op jonge leeftijd in de ‘bijstandsval’
terechtkomen. Het gebruik van een leeftijdsgrens was in deze context volgens
de CGB gerechtvaardigd: men kan immers niet specifiek investeren in jeugd-
werkgelegenheid zonder een bovengrens te stellen aan wat men verstaat onder
‘jeugd’. Tegenwoordig wordt de grens van 27 jaar in de Participatiewet echter
voor een ander doel gebruikt, en is het de vraag of deze nog steeds objectief
gerechtvaardigd is. Waar de WIJ gemeenten stimuleerde/dwong om te investeren
in de werkgelegenheid van 27-minners, stimuleert of dwingt de Participatiewet
27-minners om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. De vraag
is wel of het rechtvaardig is dat 27-minners daartoe gestimuleerd c.q. gedwongen
worden en 27-plussers niet.
3.4 Conclusie
Uit dit hoofdstuk blijkt dat veel verschillende overwegingen een rol spelen bij de
totstandkoming van leeftijdsgrenzen. Het is ook opvallend dat leeftijdsgrenzen
door de jaren heen veranderen. Dit kan het gevolg zijn van veranderende sociale
en maatschappelijke normen, wetenschappelijke inzichten en politieke machts-
verhoudingen. De Raad heeft de verschillende overwegingen gedestilleerd
uit de wetten die (vooral) van toepassing zijn op jongeren, maar verwacht dat
deze ook toepasbaar zijn op latere leeftijden. Daarbij merkt de Raad dat de mate
waarin leeftijdsgrenzen onderbouwd en doordacht zijn nogal verschilt. Sommige
overwegingen zijn zeer terecht en worden ten volle benut, andere lijken er met de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre> 3 — Onderbouwing van leeftijdsgrenzen                                                               49
haren bijgesleept. Het is zeer problematisch dat leeftijdsgrenzen soms een goede
en heldere argumentatie ontberen. Vooral omdat dit tot grote problemen kan
leiden voor burgers, zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven.
De vraag is nu: hoe kunnen lastige leeftijdsgrenzen aangepast worden, zodat zij
de ontwikkeling van jongeren niet langer in de weg staan, maar juist ondersteu-
nen? Daarvoor doet de Raad aanbevelingen in het volgende hoofdstuk. Daarbij
ligt een focus op de Jeugdwet, omdat is gebleken dat daar de problemen het
meest talrijk en nijpend zijn.
     Noten
22 TK (2012/2013).
23 EVRM (1950), artikel 5, lid 1, pag. 8.
24 Om welke fiscale regelgeving het hier gaat is echter onduidelijk. Wellicht wordt gedoeld op de
     regeling aftrek zorgkosten kinderen, waarbij ouders de zorgkosten die zij hebben gemaakt voor
     een kind onder de 27 jaar mogen aftrekken van de inkomstenbelasting. Voorheen waren er ook
     regelingen voor het levensonderhoud van kinderen onder de 27 jaar, maar deze is later verlaagd
     naar 21 jaar, en later vrijwel afgeschaft.
25 De CGB is in 2012 overgegaan in het College voor de Rechten van de Mens.
26 De leeftijdsgrens van 23 jaar is bijvoorbeeld ook terug te vinden in de wet over de Regionale
     Meld- en Coördinatiefunctie van gemeenten. Binnen deze functie moeten gemeenten
     vroegtijdige schoolverlaters in kaart brengen en stimuleren om alsnog een startkwalificatie
     te halen. Deze taak geldt voor jongeren tot 23 jaar, omdat zij in de levensfase van zogenaamd
     initieel onderwijs zitten, waarvoor deze wet geldt. Daarnaast: “voor de fase erna ligt de focus
     meer op het ondersteunen van de jongeren bij het vinden en behouden van werk, inkomen en het
     kunnen voorzien in levensonderhoud. Daarvoor komen andere functies van de gemeente meer
     in beeld, zoals de Dienst Werk en Inkomen.” (TK 2017/2018, p 11-12).
27 Meer specifiek noemde de Raad van Europa het manifestly unfair (Raad van Europa 2015, pag. 24).
28 Deze paragraaf is voor een groot deel gebaseerd op het volgende artikel: Ellen de Visser (2017).
     David (12) heeft een hersentumor maar weigert chemo. Volkskrant, 12 mei 2017.
29 Uit: Ellen de Visser. David (12) heeft een hersentumor maar weigert chemo. Volkskrant, 12 mei 2017.
30 Caesar Bast. “Geef jongeren vanaf 16 jaar stemrecht”. Volkskrant, 2 september 2016.
31 Peter Hendriks (2017). De schaduwzijde van de huurtoeslag. Follow the Money, 2 augustus 2017.
     De drempelbedragen gelden voor 2018. Het is overigens niet duidelijk naar welk ministerie wordt
     verwezen in het citaat.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>50 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                                                                                 51
4 Betere kansen voor
        kwetsbare jongeren
   Een tweede ontmoeting met Thomas
   Thomas vertelde al eerder (zie pagina 23) dat hij met 17 jaar dakloos
   raakte en tevergeefs bij jeugdzorg aanklopte. Tijdens het gesprek was het
   ophogen van de leeftijdsgrens voor de pleegzorg in het nieuws, dus er
   is meteen maar gevraagd wat hij daarvan vond. Thomas reageerde daar
   ambivalent op: aan de ene kant is het goed dat leeftijdsgrenzen worden
   verhoogd; sommige jongeren zullen daar echt behoefte en profijt van
   hebben – dus die mogelijkheid moet er zeker zijn – maar er moet ook
   meer gebeuren: “Toen ik zelf in de pleegzorg zat, heb ik niks geleerd over
   zelfstandig zijn, geen vaardigheden meegekregen. Dat was een plek waar
   ik woonde en that’s it. Maar ik had basisdingen moeten leren, over hoe
   ga je met geld om, hoe ga je met je sociale netwerk om, hoe zorg je dat
   jezelf kan onderhouden, hoe doe je het huishouden, dat soort zaken. Als je
   jongeren niet voorbereidt op deze zaken, dan kun je het recht op pleegzorg
   tot in de eeuwigheid verlengen, maar daar schiet niemand wat mee op.”
   Volgens Thomas is het ook belangrijk om jongeren niet te veel de hand
   boven het hoofd te houden: “Af en toe moet je ook tegen de lamp kunnen
   lopen. Door vallen en opstaan leer je ook, of misschien wel beter.”
De vorige hoofdstukken schetsen hoe leeftijdsgrenzen belemmerend kunnen
werken voor de ontwikkeling van jongeren. Meer in het bijzonder is uit de ana-
lyse naar voren gekomen dat de harde knip bij 18 jaar in de Jeugdwet de grootste
zorgen baart. In dit hoofdstuk draagt de Raad daar oplossingen voor aan. Hierbij
staat de vraag centraal wat er nodig is om jongeren beter te begeleiden naar
zelfstandigheid.
De Raad presenteert vijf, met elkaar samenhangende aanbevelingen. Deze
aanbevelingen dienen als één geheel te worden gezien. Onderdeel daarvan is het
verhogen van de jeugdhulpplicht naar 21 jaar. Als dit echter het enige instru-
ment is, worden problemen alleen maar uitgesteld en niet opgelost. Een hogere
leeftijdsgrens zal pas effect sorteren als er tegelijkertijd meer ruimte komt voor
maatwerk middels een ‘leeftijdsbandbreedte’, én als ingezet wordt op overgangs-
budgetten, én als de belevingswereld van jongeren beter in het aanbod en het
professioneel handelen is ingebed.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>52                                                              RVS – Leeftijdsgrenzen
Uit de analyse van de onderbouwing van wettelijke leeftijdsgrenzen is gebleken
dat sommige onvoldoende doordacht zijn, en dat dit deels de oorzaak is van
obstakels die jongeren tegenkomen tijdens hun ontwikkeling. Aan het einde
van dit hoofdstuk (paragraaf 4.6) staat een meer algemene aanbeveling over de
onderbouwing van leeftijdsgrenzen. Deze aanbeveling staat los van de focus
op de Jeugdwet en gaat over het denkproces waarmee leeftijdsgrenzen over
het algemeen gekozen worden. Concreet is de Raad er voorstander van dat het
overzicht uit paragraaf 3.2 door politici en beleidsmakers als expliciet afwe-
gingskader gebruikt gaat worden.
4.1    Verhogen van de jeugdhulpplicht naar 21 jaar
De bovengrens van de jeugdhulpplicht wordt initieel verhoogd van 18 naar 21 jaar, met
een mogelijke uitloop tot 23 jaar. Of een jongere tussen de 18 en 21 jaar – met een
mogelijk uitloop tot 23 – jeugdhulp kan krijgen hangt daarmee niet langer af van het
inkoop­beleid van de gemeente, maar van persoonsgerichte criteria.
Het ophogen van de bovengrens van de jeugdhulpplicht is de eerste, noodza-
kelijke stap naar een betere positie voor kwetsbare jongeren. Op deze manier
ontstaat er meer handelingsruimte om te voorkomen dat kwetsbare jongeren
in een neerwaartse spiraal terechtkomen. De huidige grens van 18 jaar is daar
niet toereikend genoeg voor. Met het ophogen van deze grens hebben kwetsbare
jongeren langer een vangnet, waarmee voorkomen kan worden dat ze in een
neerwaartse spiraal terechtkomen van sociale of psychische problematiek,
schulden, criminaliteit of dakloosheid.
Uit de analyse van de huidige leeftijdsgrens van 18 jaar (hoofdstuk 3) blijkt dat
er onvoldoende aandacht is voor de kenmerken en situaties van jongeren. Met
een initiële bovengrens van 21 jaar – met een mogelijke uitloop tot 23 – is er
meer aandacht voor deze onmisbare overweging. Ook is een betere aansluiting
met andere wetten te verwachten. Zo zijn ouders onderhoudsplichtig totdat hun
kinderen 21 jaar zijn en met de nieuwe leeftijdsgrens zijn voogden dat ook. Deze
leeftijd speelt ook een belangrijke rol in de bijstandsnormering en de kosten-
delersnorm in de Participatiewet. Mocht de kwalificatieplicht verhoogd worden
naar 21 jaar, dan is er met onderwijs ook een betere aansluiting te verwachten.32
Vooral vanuit beheersmatig oogpunt is een algehele grens hoger dan 21 jaar,
bijvoorbeeld 23 jaar, op korte termijn niet haalbaar. Het is de vraag of zo’n grote
stap uitvoerbaar en handhaafbaar is voor gemeenten, zeker gezien het feit dat
zij nog bezig zijn om de recente decentralisatie vorm te geven. Ook vraagt de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre> 4 — Betere kansen voor kwetsbare jongeren                                         53
stap naar een hoge leeftijdsgrens waarschijnlijk een te grote investering vanuit
de collectieve middelen. Hierbij is het echter wel van belang om het argument
van kostenbeheersing op te splitsen in de korte en lange termijn. Op de lange
termijn zullen investeringen zich immers terugverdienen. Zo zullen de kosten
die toenemen in het kader van de Jeugdwet deels gecompenseerd worden door
lagere kosten binnen de Zvw en de Wmo, en wellicht zelfs in de domeinen van
veiligheid en onderwijs, werk en inkomen.
4.2 Werken met levensdoelen en meerdere wetten vanaf 16 jaar
Jeugdhulp moet voor een groot deel gericht zijn op het behalen van ‘levensdoelen’.
Vanaf het 16de levensjaar moeten jongeren begeleid worden in het stellen en behalen
van deze doelen. Om beter maatwerk te kunnen leveren moeten jongeren vanaf deze
leeftijd al aanspraak kunnen maken op voorzieningen vanuit de Wmo, de Wlz of de Zvw.
Idealiter stopt de zorg en ondersteuning voor kwetsbare jongeren op het moment
dat zij zelfstandig zijn – niet op basis van een leeftijdsgrens, die ook nog eens te
vroeg komt. Volgens de Raad moet het uitgangspunt zijn dat jongeren de jeugd-
hulp verlaten als ze bepaalde ‘levensdoelen’ hebben behaald. Zo kan zelfstandig
wonen een doel zijn, maar ook het hebben van werk, het volgen van een oplei-
ding, het behalen van een startkwalificatie, of het afronden van een psychisch
behandelingstraject. Op dit moment verzorgen sommige gemeenten al dergelijke
trajecten. Zij bieden bijvoorbeeld een ‘perspectiefplan’ aan voor jongeren in de
jeugdhulp vanaf 16 jaar, waarbij ze worden voorbereid op hun meerderjarigheid.
De Raad is van mening dat het een standaardwerkwijze moet worden voor
gemeenten en professionals om jongeren vanaf hun 16de voor te bereiden op
hun zelfstandigheid. Daarbij moeten levensdoelen samen met de jongeren en
hun naasten worden uitgedacht. Bij deze werkwijze is een goede samenwerking
tussen al deze partijen vereist. In het advies ‘Een gedurfde ambitie’ stelt de
Raad dat de professional het best toegerust is voor een leidende rol binnen deze
samenwerking (RVS 2016). De hiervoor benodigde kwaliteiten en vaardigheden
reiken verder dan vakinhoudelijke kennis alleen, wat ook weerspiegeld moet
worden in de relevante opleidingen.
De hogere leeftijdsgrens die in de vorige paragraaf centraal staat, biedt een
ruimer wettelijk kader om levensdoelen te verwezenlijken. De Raad denkt dat
een gevarieerder aanbod ook noodzakelijk is. Oftewel, een jongere moet zorg
en ondersteuning krijgen die passend is op basis van individuele kenmerken,
behoeftes en de context. Concreet betekent dit dat jongeren tussen de 16 en
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>54                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
21 jaar – met een uitloop tot 23 jaar – voorzieningen kunnen krijgen uit de
Jeugdwet, de Zvw, de Wmo of de Wlz, afhankelijk van bepaalde criteria. Dit
betekent dus ook dat jongeren tussen de 16 en 18 jaar ggz kunnen krijgen vanuit
de Zvw, of begeleiding/ondersteuning vanuit de Wmo.
Deze criteria kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de aard van de zorgvraag,
gaat het bijvoorbeeld om pedagogische zorgvraag of om chronische zorgvraag;
kenmerken van de jongere zelf, zoals intelligentieniveau en de aard en ernst van
een psychiatrische- of gedragsstoornis; en de context waarin de jongere zich
begeeft, zoals de aanwezigheid van familieleden, mentors of andere belangrijke
steunpilaren in het netwerk.
In principe wordt met de voorgestelde ondergrens van 16 jaar en bovengrens van
21 jaar een leeftijdsbandbreedte gecreëerd in de jeugdhulp. Daarbij verdwijnt
de harde knip bij 18 jaar. Overigens wil de Raad benadrukken dat jeugdhulp
vanaf het 18de levensjaar gestaakt kan worden als een jongere aangeeft er geen
behoefte meer aan te hebben. Door de bandbreedte heeft een jongere dan nog wel
een vertrouwd vangnet, mocht na een paar maanden of jaren blijken dat formele
hulp toch weer gewenst is.
Een grote uitdaging bij deze bandbreedte is dat de verschillende stelsels een
eigen systematiek van betalingen en bekostiging kennen. Bovendien lopen zowel
aanbieders als uitvoerders in verschillende mate financiële risico’s. Dit kan ertoe
leiden dat niet de vraag van de jongere centraal staat bij de keuze voor zorg en
hulp, maar financiële overwegingen leidend zijn. Om maatwerk over de stelsels
heen mogelijk te maken is het daarom volgens de Raad ook nodig om eigen bij-
dragen te harmoniseren en op een andere manier te bekostigen en te financieren.
4.3 Experimenteren met overgangsbudgetten
Gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders experimenteren met een ‘overgangs­
budget’. Ervaring moet vooral leidend zijn in hoe domeinoverschrijdend werken en
financieren vorm krijgt. Daarvoor is een meerjarig perspectief cruciaal.
Als de jeugdhulpplicht opgehoogd wordt naar 21 jaar – met een mogelijke
uitloop tot 23 jaar – en jongeren niet langer afhankelijk zijn van één wettelijk
kader kan dit leiden tot een bekostigingsprobleem. Want wie draait op voor de
kosten als er na het 18de jaar jeugdhulp wordt ingezet, en wie als een minder-
jarige beroep doet op de volwassen-ggz? Dit vraagt om domeinoverschrijdend
werken én financieren. En dat valt of staat met de bereidheid van gemeenten,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre> 4 — Betere kansen voor kwetsbare jongeren                                        55
indicatieorganen, zorgverzekeraars en andere uitvoerende instanties om samen
te werken. Overigens heeft de Raad met domeinoverschrijdend werken niet voor
ogen om de verschillende wetten en stelsels te vangen in één overkoepelende
wet of stelsel.
Er verdwijnt nog een groot obstakel door domeinoverschrijdend financieren.
Namelijk de harde knip bij 18 jaar binnen de financieringsstructuren van de
Jeugdwet, Wmo, Zvw, en Wlz. Jongeren ontvangen gewoonweg de zorg en onder-
steuning die het beste bij hen past. Dit staat in scherp contrast tot de huidige,
bijna Kafkaëske praktijk waarin jongeren van de ene op de andere dag geen hulp
meer kunnen krijgen, of naar een andere instelling moeten, alleen omdat ze 18
jaar zijn geworden.
Concreet beveelt de Raad gemeenten en zorgverzekeraars aan om te experi-
menteren met het bundelen van verschillende financieringsstromen in één
overgangsbudget onder regie van de gemeente. Dit laatste met het oog op de
aanbeveling om de jeugdhulpplicht naar 21 jaar te verhogen. Uit het overgangs-
budget kan een divers aanbod aan zorg en ondersteuning bekostigd worden. De
Raad verwacht dat alleen al de term ‘overgangsbudget’ uitvoerders, aanbieders
en professionals stimuleert om te denken in kansen over het stelsel heen, in
plaats van te denken in schotten en belemmeringen. Ook kan er via deze weg
een oplossing gezocht worden voor de verschillen in de systematiek en de
stapelingen van eigen bijdragen.
Gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders kunnen lering trekken uit de
experimenten met een integraal persoonsgebonden budget in Woerden en Delft
(Steenbeek et al. 2017). Maar ook uit ervaringen van gebundelde bekostiging rond
de chronische aandoeningen als diabetes en COPD (RVS 2017). Verder kunnen
instrumenten als social impact bonds bijdragen aan het financieren van een over-
gangsbudget (Rvf 2017). Verschillende gemeenten, zoals Enschede, Eindhoven,
Hengelo, Utrecht, Leiden en Amsterdam, hebben al een social impact bond voor
jongeren ontwikkeld (Middelkoop et al., 2017).
Tot slot zullen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren duidelijke afspra-
ken moeten maken over de financiële verrekening achteraf. De zoektocht naar
bekostigingsmodellen die meer ruimte bieden voor nieuwe concepten over
stelsels heen is taai en complex, maar volgens de Raad zeer de moeite waard. De
Raad wil hiervoor oplossingsrichtingen aanreiken in het advies over toegang tot
zorg en hulp dat in voorbereiding is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>56                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
4.4 Inspelen op de belevingswereld van jongeren
Gemeenten en aanbieders ontwikkelen of stimuleren een gevarieerder aanbod voor
jongeren tussen de 16 en 21 jaar – met mogelijke uitloop tot 23 jaar. Niet alleen
zodat jongeren meer passende ondersteuning en zorg kunnen krijgen, maar ook
zodat ze meer gemotiveerd en betrokken raken. Voorbeelden zijn laagdrempelige
hulpverleningscentra, begeleid en beschermd wonen, en de inzet van JIMs en
ervaringsdeskundigen.
Uit gesprekken met vooral jongeren en jongerenwerkers is gebleken dat jongeren
een heel andere benaderingswijze nodig hebben dan kinderen en volwassenen.
Jongeren zijn vaak nog niet volledig zelfstandig, maar nemen bepaalde zaken
ook niet meer aan van ouders of professionals. Ouders en professionals krijgen
minder grip en moeten soms met lede ogen aanzien hoe de jongere steeds verder
afglijdt. Als allerlaatste redmiddel is soms zelfs dwang nodig. Daarnaast ligt een
slechte invloed van peers op de loer. Volgens de Raad leidt deze kenmerkende
fase van jongeren niet alleen tot problemen. Peers kunnen ook een goede invloed
uitoefenen op jongeren. En jongeren worden ook zelfstandig als ze ervaringen
opdoen in plaats van dat ze ervoor worden behoed. De Raad denkt dat er ver-
schillende vormen van zorg en ondersteuning bestaan die hier goed op inspelen
en meer aandacht verdienen.
Ten eerste is het verstandig om meer gebruik te maken van laagdrempelige
hulp, zoals informatie- en ontmoetingspunten. Het @ease project in Maastricht
en Amsterdam is hier een goed voorbeeld van. Dit project richt zich op jongeren
tussen de 12 en 25 jaar met psychosociale problemen die een luisterend oor
nodig hebben. Jongeren kunnen vrijblijvend binnenlopen en met jonge vrijwil-
ligers en eventueel professionals praten over liefdesverdriet, ouders die gaan
scheiden, financiële problemen, verslaving of somberheid, zo vaak als ze maar
willen. Dit naar voorbeeld van het succesvolle Headspace project in Australië
waar dergelijke centra als cafés zijn vormgegeven.
Ten tweede zouden gemeenten zich meer moeten richten op begeleid en
beschermd wonen en deze voorzieningen beschikbaar maken voor kwetsbare
jongeren van 16 tot 21 jaar – met een mogelijke uitloop tot 23 jaar. Deze varianten
van ondersteuning zitten tussen zelfstandig wonen en een gesloten instelling in,
en geven jongeren de kans om te oefenen met zelfstandig wonen.
Ten derde is het aan te bevelen om ‘informele mentors’ in te zetten, zoals erva-
ringsdeskundigen en JIMs (Jouw Ingebrachte Mentor). JIMs worden gerespecteerd
doordat ze vaak in dezelfde situatie hebben gezeten en dus weten waar ze het over
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre> 4 — Betere kansen voor kwetsbare jongeren                                         57
hebben: ze spreken dezelfde taal. De jongeren hebben ze zelf uitgezocht. Zij wor-
den ook wel natuurlijke mentors genoemd, omdat jongeren niet naar ze móeten
luisteren, maar omdat jongeren naar ze wíllen luisteren. De JIM zou ook ingezet
kunnen worden tot een jongere 21 jaar is – met een mogelijke uitloop tot 23.
4.5 Versoepelen van de transitie van wettelijke minder- naar
       meerderjarigheid
In de eerste fase van meerderjarigheid (van 18 tot 21 jaar) moeten er handvatten
komen om de ouders meer te betrekken, maar ook om jongeren na de gedwongen
jeugdhulp beter op te vangen. Wat betreft deze laatste doelgroep kunnen maatrege­
len van voorwaardelijke dwang en vrijheidsbeperking als laatste redmiddel wellicht
toegepast worden, maar deze moeten eerst goed onderzocht worden.
In de Nederlandse wet wordt de term ‘jongmeerderjarigheid’ gebruikt om
de levensfase van 18 tot 21 jaar aan te duiden. Het achterliggende idee is dat
jongeren op hun 18de bij wet weliswaar meerderjarig zijn, maar nog niet volledig
zelfstandig. Om deze reden geldt de onderhoudsplicht tot 21 jaar. Dit uitgangs-
punt moet volgens de Raad in ieder geval op twee gebieden toegepast gaan
worden: (1) jongeren die op hun 18de de gedwongen jeugdhulp verlaten, moeten
tot hun 21ste beter opgevangen kunnen worden; (2) ouders/voogden moeten in
deze fase meer betrokken blijven. Ouders/voogden worden nu te veel aan de
zijlijn gezet; ze worden uitgesloten van informatie en participatie, soms zelfs als
een jongere aangeeft hier behoefte aan te hebben.
Wat betreft het gedwongen kader merkt de Raad aan de ene kant op dat het
juridisch gezien niet mogelijk is om de leeftijdsgrens van 18 jaar te verhogen,
omdat dit ingaat tegen het BW en het EVRM.33 Aan de andere kant ziet de Raad in
dat deze casussen zeer schrijnend zijn, omdat jongeren die het gedwongen kader
‘ontvluchten’ op hun 18de een groot risico lopen om dakloos te raken en in de
criminaliteit te belanden. Voor dit probleem bestaan mogelijk twee verschillende
juridische openingen.
Mogelijk kunnen bepaalde combinatieregelingen makkelijker toegepast worden
op jongeren tussen de 18 en 21 jaar. Een voorbeeld is de ‘maatregel van men-
torschap voor […] [jongmeerderjarigen] in combinatie met een voorwaardelijke
Bopz-machtiging, zodat gedwongen opname kan worden ingezet indien een […]
[jongmeerderjarige] zich niet houdt aan de aanwijzingen van de mentor’ (Bruning
et al. 2016, pag. 5). Uit een uitspraak van de Hoge Raad in 2005 blijkt echter dat dit
alleen mogelijk is als de betrokkene zelf inziet dat behandeling noodzakelijk is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>58                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
In het geval een voorwaardelijke Bopz-machtiging niet mogelijk is, kan gedacht
worden aan vrijheidsbeperking in een ambulante setting in plaats van vrijheids-
beneming. Volgens het EVRM is vrijheidsbeperking namelijk toegestaan zolang
er geen grondrechten worden geschonden, zoals het recht op bewegingsvrijheid,
het recht op respect voor privé- en familieleven en het verbod op een vernede-
rende en onmenselijke behandeling. Vrijheidsbeperking zal ook makkelijker toe
te passen zijn als de Wet verplichte ggz in werking treedt in 2020.
Deze twee juridische openingen moeten goed onderzocht worden, aangezien er
zwaarwegende ethische en juridische bezwaren kunnen bestaan en het ondui-
delijk is of er draagkracht is onder professionals en patiënten.
Er zijn al wel genoeg juridische mogelijkheden om ouders en andere belangheb-
benden te blijven betrekken bij het wel en wee van kwetsbare jongeren tussen
de 18 en 21 jaar. Om deling van informatie en ruimte voor participatie van ouders
en andere belanghebbenden te stimuleren zou het van nut kunnen zijn om de
standaardpraktijk om te draaien. Meer concreet zou een opt-out model voorkeur
verdienen boven een opt-in model. Dat betekent dat ouders van jongeren van
18 tot 21 jaar altijd betrokken worden, tenzij de jongere dit expliciet weigert.
Dit staat in contrast tot de huidige praktijk, waarin ouders in principe geweerd
worden tenzij de jongere hier expliciet om vraagt én de betreffende instantie hier
gehoor aan geeft. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat ouders standaard worden
uitgenodigd als een jongere tussen de 18 en 21 een gesprek heeft binnen de ggz of
bij de politie.
In dit advies heeft het accent gelegen op de leeftijdsgrenzen bij de zorg en
ondersteuning voor kwetsbare jongeren. Deze analyse heeft ook zichtbaar
gemaakt dat er zeer uiteenlopende argumenten worden ingezet bij het bepalen
van een leeftijdsgrens. Soms zijn er nauwelijks argumenten te vinden. De Raad
houdt daarom een pleidooi voor een betere onderbouwing van leeftijdsgrenzen
in wet- en regelgeving.
4.6 Kiezen voor passende leeftijdsgrenzen
Beleidsmakers en wetgevers moeten wettelijke leeftijdsgrenzen systematisch
onderbouwen, waarbij zij alle relevante overwegingen betrekken. Het kader met
overwegingen in paragraaf 3.2 kan opgenomen worden in het integrale afwegings­
kader waar beleidsmakers al mee werken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre> 4 — Betere kansen voor kwetsbare jongeren                                       59
Leeftijdsgrenzen zijn noodzakelijke instrumenten in de wetgeving, bijvoorbeeld
om de grondrechten van burgers te kunnen beschermen of ze te kunnen onder-
scheiden in relevante doelgroepen. Maar op welke leeftijd een grens precies
gesteld moet worden is een moeilijk te beantwoorden vraag. Tot op zekere hoogte
is een gekozen grens altijd willekeurig: zelfs als een leeftijdsgrens gemiddeld
genomen een goede weerspiegeling is van de praktijk, dan nog bestaat er zoveel
pluriformiteit onder individuen dat de kans groot is dat de leeftijdsgrens niet goed
inspeelt op de kenmerken van een individu of de context waarin hij zich begeeft.
Daarnaast wordt een grens bepaald door andere factoren, zoals maatschappelijke
veranderingen, nieuwe wetenschappelijke inzichten, politieke overtuigingen,
lobby’s en internationale afspraken. Dat een grens willekeurig is, hoeft op zich
geen probleem te zijn zolang de leeftijdsgrens maar niet tot problemen leidt bij
mensen die afhankelijk zijn van de wet. Helaas is dat wel het geval voor jonge-
ren, vooral als het gaat om zorg en ondersteuning bij kwetsbare jongeren.
Een weging van argumenten bij een bepaalde leeftijdsgrens zou standaard
moeten worden opgenomen bij nieuwe wijzigingen van bestaande wetgeving.
Naar het oordeel van de Raad moet een beslissing over een in te stellen leeftijds-
grens aan drie voorwaarden voldoen: de leeftijdsgrens (1) is te verdedigen vanuit
maatschappelijk, juridisch en beheersmatig oogpunt; (2) is van dien aard en
hoogte dat het problemen voor belanghebbenden zoveel mogelijk voorkomt; en
(3) is niet onderhevig aan een belangrijk verschil van mening in de samenleving.
Een optimale leeftijdsgrens is het resultaat van een solide morele afweging.
Overigens kan het afwegingskader ook gebruikt worden om bestaande leeftijds-
grenzen te toetsen. De Raad denkt dan vooral aan de door leeftijd begrensde
scholingsplicht en huurtoeslag. Ook de kiesgerechtigde leeftijd wekt nieuwsgie-
righeid op. Omdat deze grenzen buiten de focus van dit advies vallen, is de Raad
voornemens om deze separaat te onderzoeken.
4.7 Tot slot
De Raad constateert in dit advies dat sommige leeftijdsgrenzen de ontwikkeling
van jongeren in de weg zitten. Vooral in de jeugdhulp is dit nu het geval, waar-
voor de Raad concrete aanbevelingen heeft gedaan. Om deze aanbevelingen uit
te voeren is politieke wil nodig, maar ook een breed draagvlak onder gemeenten
en professionals. En misschien nog wel belangrijker: jongeren moeten kunnen
beamen dat deze aanbevelingen voor hen ook echt zullen werken. De jongeren
die de Raad hierover heeft getoetst, zijn in ieder geval positief.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>60                                                                       RVS – Leeftijdsgrenzen
De soms schrijnende situaties waar jongeren zich in bevinden door leeftijds-
grenzen – waarvan enkele zijn opgenomen in dit advies – maken de urgentie
duidelijk om deze grenzen in de toekomst veel beter te doordenken en te
beargumenteren. Ook daarbij zullen de ervaringen van jongeren een cruciale
rol spelen. Want wie weet beter welke praktische problemen leeftijdsgrenzen
kunnen opleveren, dan jongeren als Bin, Emma, Thomas, Chris, Jasper, Monika
en Dorine?
    Noten
32  Men kan hier betogen dat de aansluiting met de Zvw, Wmo en Wlz juist slechter zal zijn met
    het ophogen van de leeftijdsgrens naar 21 jaar, vooral omdat men vanaf het 18de levensjaar
    aanspraak kan doen op voorzieningen via deze wetten. Daar gaat paragraaf 4.2 over.
33  Dit is ook in lijn met een juridische verkenning uit 2015 (Kinderombudsman 2015).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>               61
Bijlage 1
Adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>62 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                                                               63
Bijlage 2
Overzicht van leeftijdsgrenzen
in wetgeving                    34
Zorg en ondersteuning
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Via de Zvw is voor alle leeftijden medische zorg geregeld, behalve geestelijke
gezondheidszorg voor minderjarigen (die valt onder de Jeugdwet) en sommige
medische handelingen die vallen onder de langdurige zorg. Vanaf 18 jaar gaan
Nederlanders in principe zelf premie betalen voor hun zorgverzekering. Ook
is het eventuele eigen risico en de eigen bijdragen voor hun rekening. Vanaf
18 jaar hebben Nederlanders ook recht op de zorgtoeslag, als ze daarvoor in
aanmerking komen. Tot hun 18de zijn minderjarigen automatisch meeverzekerd
met hun ouders en worden alle uitgaven voor medische zorg bekostigd door
de overheid – het Rijk levert een speciale bijdrage voor minderjarigen aan het
Zorgverzekeringsfonds.
Wet op langdurige zorg (Wlz)
Sommige mensen hebben blijvend en 24 uur per dag zorg ‘in de nabijheid’ nodig,
of staan onder permanent toezicht. Deze vormen van zorg worden geregeld in de
Wlz; meer specifiek gaat het om persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding
en vervoer. Voor minderjarigen worden sommige vormen van persoonlijke
verzorging, begeleiding en vervoer echter geregeld via de Jeugdwet.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)
Burgers kunnen aanspraak doen op huishoudelijke hulp, woningaanpassingen
en een doventolk, ongeacht hun leeftijd. Ook kan men een aanspraak doen op
opvang, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld; of beschermd wonen, mits dit niet
specifiek voor minderjarigen bedoeld is en daarmee onder de Jeugdwet valt.
Jeugdwet
De Jeugdwet is gestoeld op drie pijlers: jeugdhulp, jeugdbescherming, en jeugdre-
classering. Jeugdhulp omvat ambulante hulp bij opvoed- en opgroeiproblemen;
verblijf in een jeugdinstelling; pleegzorg; jeugdzorgplus (jeugdhulp in een
gesloten inrichting voor minderjarigen met ernstige gedragsproblemen); jeugd-
ggz; en zorg voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Jongeren die
daarvoor in aanmerking komen hebben recht op jeugdhulp totdat ze 18 jaar zijn
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>64                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
(artikel 1.1). Jeugdhulp kan verlengd worden tot 23 jaar, mits (1) de hulp niet onder
een ander wettelijk kader valt (zoals de Wmo, Zvw of Wlz), (2) de meerderjarige
jongere voldoet aan een aantal criteria en (3) gemeenten deze jeugdhulp ook
daadwerkelijk hebben ingekocht voor meerderjarige jongeren – het kan namelijk
zijn dat zij bepaalde voorzieningen niet meer aanbieden voor meerderjarige
jongeren omdat voor gemeenten de jeugdhulpplicht vervalt vanaf 18 jaar.
De criteria voor het verkrijgen van verlengde jeugdhulp zijn als volgt:
>> De jeugdige ontving al jeugdhulp voor 18 jaar en voortzetting van deze hulp
    is noodzakelijk.
>> Voordat de jeugdige 18 jaar werd is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is.
>> Na beëindiging van jeugdhulp die was begonnen voor het bereiken van de
    18-jarige leeftijd, wordt binnen een termijn van een half jaar vastgesteld dat
    hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
Wet publieke gezondheid (Wpg)
In de Wpg zijn onder andere bepaalde vormen van jeugdgezondheidszorg
geregeld. Via de Wpg wordt erop gestuurd dat elke gemeente op systematische
wijze de gezondheidstoestand en behoeftes van zijn minderjarige bewoners in
kaart brengt. Plus belangrijke ontwikkelingen signaleert binnen deze groep die
de gezondheid bevorderen of bedreigen; en maatregelen formuleert voor deze
gezondheidsbedreigingen.
Medische behandelingen
De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) schrijft voor
dat een medische behandeling alleen mag worden uitgevoerd als de patiënt (of
een gemachtigde) daar toestemming voor heeft gegeven. Voor kinderen onder
de 12 jaar moeten de ouders of voogd toestemming geven voor de behandeling.
Het kind heeft wel recht op informatie en de zorgverlener moet deze informatie
afstemmen op het bevattingsvermogen van het kind. Bij jongeren van 12 tot 16
jaar is de toestemming van de ouders of voogd én van de jongere zelf vereist.
Vanaf 16 jaar mogen jongeren zelf beslissen.
Voor de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding wor-
den de leeftijdsgrenzen van 12 en 16 jaar op vergelijkbare wijze gebruikt. Vanaf
12 jaar mag een patiënt een verzoek indienen voor euthanasie, maar tot 16 jaar
is daarvoor wel instemming van de ouders of voogd nodig (artikel 2.4). Jongeren
van 16 en 17 jaar nemen de beslissing in principe zelf, maar artsen moeten de
ouders wel altijd bij het besluit betrekken (artikel 2.3). Vanaf 18 jaar kan iemand
zelf om euthanasie vragen. De arts hoeft de ouders of verzorgers dan niet bij het
verzoek te betrekken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre> Bijlagen                                                                        65
Tot 12 jaar mogen kinderen zich niet als donor registreren. Wel mogen de ouders
of voogd na het overlijden toestemming geven voor donatie (Wet op de orgaan-
donatie, artikel 11.3). Jongeren van 12 tot 16 jaar mogen zich wel registreren als
donor, maar de ouders of voogd mogen bezwaar maken als de jongere is overle-
den (artikel 12) – vanaf 16 jaar vervalt deze mogelijkheid.
Verslavende middelen
Voor de Drank- en horecawet, de Tabaks- en rookwarenwet en de Opiumwet is de
leeftijd van 18 jaar een belangrijk ijkpunt. Aan jongeren onder de 18 jaar mogen
geen alcoholhoudende dranken, rookwaren of softdrugs verkocht worden en zij
mogen deze middelen ook niet bij zich hebben. Jongeren mogen wel al vanaf
hun 16de drank schenken als horecamedewerker, maar pas vanaf hun 21ste
leiding geven aan een horecabedrijf met drankvergunning.
Onderwijs, werk en inkomen
Leer- en kwalificatieplicht
Jongeren zijn leerplichtig vanaf hun 5de tot hun 16de. Daarna hebben ze tot hun
18de een kwalificatieplicht, wat betekent dat ze naar school moeten tenzij ze een
startkwalificatie hebben gehaald. Oftewel minimaal een diploma havo, vwo of
mbo niveau 2. Vanaf hun 18de vervalt voor jongeren de kwalificatieplicht, maar
ze hebben wel een startkwalificatie nodig als ze een bijstandsuitkering willen
aanvragen (zie uitleg over de Participatiewet hieronder).
Voor jongeren die Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) of praktijkonderwijs
(PRO) volgen of succesvol hebben afgerond, is de kwalificatieplicht niet van
toepassing. Het VSO is er voor jongeren met specifieke beperkingen: visuele
beperkingen (cluster 1); auditieve of communicatieve beperkingen (cluster 2);
lichamelijke en/of verstandelijke beperking of langdurige ziekte (cluster 3); en
psychische- of gedragsproblemen (cluster 4).
De leeftijd van 23 jaar speelt een centrale rol in de Wet houdende regels inzake
de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdige Schoolverlaten. Op grond
van hun ‘RMC-taak’ moeten gemeenten de groep jongeren tussen 18 en 23 jaar
zonder startkwalificatie in kaart brengen en hen stimuleren om alsnog een
starkwalificatie te behalen.
Studiefinanciering
Als jongeren gaan studeren hebben zij recht op studiefinanciering (Wet op de
studiefinanciering). Zitten ze op hun 18de nog op het voortgezet onderwijs, dan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>66                                                            RVS – Leeftijdsgrenzen
kunnen zij een ‘tegemoetkoming scholieren’ ontvangen (Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten). Jongeren die een MBO-opleiding volgen
mogen vanaf hun 18de studiefinanciering aanvragen; jongeren die met een
HBO- of WO-opleiding beginnen kunnen ook vóór hun 18de studiefinanciering
aanvragen. Studiefinanciering aanvragen kan tot je 30ste.
Toeslagen en onderhoudsplicht
Als een jongere 18 jaar is geworden stopt de kinderbijslag en het kindgebon-
den budget (Algemene Kinderbijslagwet; Wet op het kindgebonden budget).
Nederlandse burgers worden van hun 18de tot hun 21ste in de wet als ‘jongmeer-
derjarige’ beschouwd. Dit houdt in dat hun ouders in die periode wettelijk ver-
plicht zijn om te voorzien in de kosten van hun levensonderhoud en hun studie:
de zogenaamde onderhoudsplicht. Zijn hun ouders gescheiden, dan kunnen ze
zelf kindalimentatie ontvangen: meerderjarige jongeren krijgen dat op hun eigen
rekening, voor minderjarigen ontvangt de ouder of voogd deze bijdrage.
Jongeren kunnen vanaf hun 18de zorgtoeslag en huurtoeslag aanvragen (Wet op
de zorgtoeslag en Wet op de huurtoeslag). Beide toeslagen worden niet toegekend
als het inkomen of het vermogen te hoog is. Huurtoeslag wordt verder geweigerd
als het huurbedrag te hoog is. Hoe hoog dit huurbedrag mag zijn is afhankelijk
van de leeftijd. In 2018 kunnen jongeren van 18 tot 23 jaar huurtoeslag krijgen als
de huur niet hoger is dan 417,34 euro per maand; vanaf 23 jaar is dit maximum
710,68 euro.
Bijstand
Via de Participatiewet is het recht op bijstand geregeld als ook ondersteuning
bij het vinden van werk. Vanaf je 18de mag je een bijstandsuitkering aanvragen.
De normering van de bijstand is afhankelijk van de leeftijd. Vanaf 21 jaar is het
bedrag een stuk hoger dan bij 18, 19 of 20 jaar. Zo ontvangt een alleenstaande
uitkeringsgerechtigde van 18 tot 21 jaar in 2018 243,52 euro per maand, maar dat
bedrag wordt 986,52 euro als hij 21 is. Vanaf 21 jaar gaat echter wel de ‘kostende-
lersnorm’ in. Dit betekent dat als de bijstandsgerechtigde een woning deelt met
een of meer 21-plussers, hij wordt gekort op de bijstandsuitkering.
In de Participatiewet speelt de leeftijd van 27 jaar een belangrijke rol. Ten eerste
geldt er een scholingsplicht voor jongeren tot 27 jaar. Dit betekent in principe
dat het recht op een bijstandsuitkering en de ondersteuning bij het vinden van
werk vervallen als een jongere geen startkwalificatie heeft maar nog wel naar
school kan gaan en nog recht op studiefinanciering heeft. Als een jongere een
bijstandsuitkering aanvraagt, dan verlangt de gemeente dat hij in een periode
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre> Bijlagen                                                                      67
van vier weken probeert een passende opleiding of een baan te vinden. Als de
gemeente vindt dat een jongere in deze zoekperiode te weinig heeft onderno-
men, dan kan hij of zij vervolgens worden gekort op de uitkering of helemaal
geen uitkering krijgen. In dat laatste geval kan de jongere wel weer opnieuw een
aanvraag indienen voor een bijstandsuitkering, maar moet hij ook opnieuw een
zoekperiode in.
Ten tweede geldt er in de Participatiewet een vrijlatingsregeling vanaf 27 jaar.
De vrijlatingsregeling maakt het mogelijk dat als iemand met een bijstands-
uitkering een baan krijgt, hij of zij voor maximaal 6 maanden een deel van de
inkomsten uit dit werk mag houden. De gemeente kort diegene dan op zijn of
haar bijstandsuitkering met 75% in plaats van 100% van de inkomsten uit het
werk. Het achterliggende idee is dat het aantrekkelijker wordt om te beginnen
met werken voor bijstandsontvangers.
Ten derde kunnen alleen bijstandsgerechtigden van 27 jaar of ouder in aan-
merking komen voor een participatieplaats. Daar werken zij onder begeleiding
tussen de 16 en 32 uur, eventueel met bijscholing. Na een jaar volgt een beoorde-
ling of de kansen op een betaalde baan zijn vergroot.
Het minimumloon
Op het moment van schrijven hebben Nederlanders van 22 jaar of ouder recht
op het minimumloon. Voor 1 juli 2017 lag deze grens nog op 23 jaar. In 2019 wordt
deze grens verder verlaagd naar 21 jaar. Jongeren hebben nu van 15 tot 22 jaar
dus recht op het minimumjeugdloon, dat lager ligt dan het minimumloon. In
2018 ligt het minimumjeugdloon voor 15-jarigen bijvoorbeeld op 2,74 euro per uur.
Dit bedrag stijgt met elk levensjaar tot 7,74 euro voor 21-jarigen. Het minimum-
loon ligt op 9,11 euro.
Overig
Reglement Rijbewijzen
Bij het behalen van het rijbewijs gelden er verschillende leeftijdsgrenzen. Vanaf
16 jaar mag je het rijbewijs voor een snorfiets of brommer halen. En in principe
vanaf 18 jaar het rijbewijs voor personenauto’s. Binnen het project 2todrive
kunnen jongeren echter al vanaf 16½ jaar beginnen met lessen en vanaf 17 jaar
het praktijkexamen afleggen. Hebben zij het gehaald, dan mogen ze wel rijden,
maar alleen met een coach. De rijksoverheid werkt eraan om de leeftijdsgrenzen
uit het 2todrive project over te nemen in landelijke wetgeving.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>68                                                                        RVS – Leeftijdsgrenzen
Strafrecht
Kinderen tot 12 jaar kunnen niet wettelijk vervolgd worden. De argumentatie is dat
zij nog niet oud genoeg zijn om hun daden te begrijpen, waardoor strafrechtelijke
vervolging geen zin heeft. Jongeren van 12 jaar tot 18 jaar worden berecht volgens
het jeugdstrafrecht. Dit kan bijvoorbeeld een taakstraf of jeugddetentie zijn.
De rechter kan door de invoering van het adolescentenstrafrecht in 2014 het
jeugdstrafrecht ook toepassen op meerderjarige jongeren tot 23 jaar. Als het
gaat om rechtszaken over levensdelicten, geweldsdelicten, zedenmisdrijven,
drugsdelicten, of vermogensdelicten (samen ook wel het ‘commune recht’
genoemd) kunnen jongeren van 16 of 17 jaar ook via het volwassenenstrafrecht
berecht worden. Kort gezegd zorgt het adolescentenstrafrecht ervoor dat rechters
bij verdachten tussen de 16 en 23 in veel gevallen kunnen beoordelen of ze het
jeugdstrafrecht of het volwassenenstrafrecht toepassen. Bij deze beoordeling
hanteren rechters vaste criteria, die onder andere gericht zijn op eventuele
verstandelijke beperkingen van de verdachte, de mogelijkheid tot pedagogische
beïnvloeding en een eventuele geschiedenis met justitie.
Aansprakelijkheid
Ouders zijn volledig verantwoordelijk voor de handelingen van hun kinderen
totdat zij 14 jaar zijn. Bij kinderen van 14 en 15 jaar dragen zowel de kinderen als
de ouders verantwoordelijkheid (de ouders zijn schuldaansprakelijk, de kinderen
risicoaansprakelijk). Ze kunnen beide aansprakelijk gesteld worden. Vanaf hun
16de zijn jongeren volledig aansprakelijk. Bij jongeren van 16 en 17 jaar kunnen
de ouders echter nog wel in de tweede plaats verantwoordelijk zijn (als zij zelf
onrechtmatig hebben gehandeld).
     Noten
34   Informatie voor dit overzicht is verzameld uit wetteksten, interviews en toelichtingen die te
     vinden zijn op het internet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>                                                                                    69
Literatuur
Bast, C. (2016). “Geef jongeren vanaf 16 jaar stemrecht”. Volkskrant, 2 september 2016.
Beemster, C. (2018). Miljoenentekort Jeugdzorg. Noordhollands Dagblad, 14 april 2018.
Bergkamp, V, Buijs E., en Heino, T. (2016). Liever door schade en schande wijs
worden. NRC, 27 april 2016.
Beuningen, J. van, en Witt, S (2016). Welzijn van jongeren: geluk en tevredenheid met het
leven onder jongeren van 12 tot 25 jaar. Den Haag: Centraal Bureau van de Statistiek.
Bezemer, M. (2017). Meer kinderen belanden in gesloten zorginstelling. Trouw, 7
november 2017.
Brink, P. van den (2017). HalteZ in Deventer zet autistische Bin (18) op straat. De
Stentor, 22 augustus 2017.
Bruning, M., Liefaard, T., Limbeek, M., en Bahlmann, B. (2016). Verplichte (na)zorg
voor kwetsbare jongvolwassenen? Onderzoek naar de juridische mogelijkheden voor
(verplichte) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen na kinderbescherming. Leiden:
Universiteit Leiden.
Buit, H. (2018). Miljoenentekort trendbreuk. Dagblad van het Noorden, 11 april 2018.
CBS (2015). Jongeren ‘buiten beeld’ 2013. Den Haag: Centraal Bureau van de
Statistiek.
CBS (2017). Vooral onder jongeren daalt werkloosheid. Geraadpleegd
op 7 maart 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/24/
vooral-onder-jongeren-daalt-werkloosheid.
CBS (2018). Jeugdhulp 2017. Den Haag: Centraal Bureau van de Statistiek.
CGB (2008). Advies Commissie Gelijke Behandeling inzake een werkleerplicht voor
jongeren tot 27 jaar. Commissie Gelijke Behandeling.
Commissie Wiarda (1971). Jeugdbeschermingsrecht. Den Haag: State Publisher.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>70                                                               RVS – Leeftijdsgrenzen
Dijk, G. van (2014). Euthanasie bij kinderen: wedstrijd met België? KNMG, 10 maart
2014. Geraadpleegd op 11 mei 2018 via https://www.knmg.nl/actualiteit-opinie/
columns/column/euthanasie-bij-kinderen-wedstrijd-met-belgie.htm.
Engelse, M. den (2018). Rode cijfers vanwege de jeugdzorg. BN/De Stem, 7 april 2018.
EVRM (1950). Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele
Vrijheden. Straatsburg: Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Geraadpleegd
op 15 januari 2018 via https://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf.
Heesakkers, A. (2018). Jeugdzorg ‘niet meer te doen’. Brabants Dagblad, 4 april 2018.
Hendriks, P. (2017). De schaduwzijde van de huurtoeslag. Follow the Money, 2
augustus 2017. Geraadpleegd op 18 mei 2018 via https://www.ftm.nl/artikelen/
de-schaduwzijde-van-de-huurtoeslag-verdient-meer-aandacht?share=1.
Kempen, J. van (2018). Amsterdam vergoedt eigen risico ggz-behandeling voor
jongeren. Parool, 8 oktober 2017.
Kinderombudsman (2015). “Ik kan het (niet) zelf”. Een verkenning van de problematiek
van de continuering van (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongeren die de leeftijd van 18
bereiken. Geraadpleegd op 15 januari 2018 via https://www.dekinderombudsman.
nl/ul/cms/fck-uploaded/2015.KOM010Ikkanhetnietzelf.pdf.
Louwes, W. (2018). Jeugdhulp gaat naar scholen toe. Tubantia, 24 april 2018.
Middelkoop, L. van, Wietmarschen M. van, Hilverdink, P., en Vianen J. (2017).
Samenwerken aan de toekomst van jongeren: 16–27 jaar. Handreiking voor gemeenten.
Geraadpleegd op 18 mei 2018 via http://www.16-27.nl/assets/Toolkit/073-
201755stappenplan-profs-16-27def.pdf.
NJi, VNG, Movisie, Divosa, Ingrado, en diverse Nederlandse gemeenten
(2017). Aanpak 16-27: Voor doorlopende ondersteuning aan kwetsbare jongeren.
Geraadpleegd op 17 mei 2018 via https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/
Werkagenda16-27.pdf.
Ouhajji, M. (2018). 1,4 miljoen tekort op jeugdzorg. BN/De Stem, 7 april 2018.
Raad van Europa (2015). Report concerning conclusions 2014 of the European
Social Charter (revised). Straatsburg: Raad van Europa (European Social Charter
Governmental Committee).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                          71
Rijksoverheid (2017). Opnieuw minder jongeren voortijdig van school. Geraadpleegd
op 7 maart 2018 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vsv/
nieuws/2017/02/21/opnieuw-minder-jongeren-voortijdig-van-school.
RIVM (2014). Gezond opgroeien: Verkenning jeugdgezondheid. Bilthoven:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
RSJ (2017). Verhoging strafrechtelijke minimumleeftijd in context. Advies over verho-
ging van de strafrechtelijke minimumleeftijd en het belang van goede jeugdhulp. Den
Haag: Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Rvf (2017). Geld (om te) zorgen. Naar een toekomstbestendige bekostiging van het
gemeentelijk sociaal domein. Den Haag: Raad voor de financiële verhoudingen.
RVS (2016). Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin. Den
Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
RVS (2017). Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige
problemen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
Setten, J. van (2010). Rechter blokkeert niertransplantatie 11-jarige jongen.
Niernieuws.nl, 15 september 2010. Geraadpleegd op 8 maart 2018 via https://www.
niernieuws.nl/?id=3628&loc=1&all=yes&maand=2014-12.
Steenbeek, R., Eerenbeemt, J. van den, en Mooij R. (2017). Lerende evaluatie inte-
graal PGB. Rapport voor gemeente Woerden en Delft. TNO (digitaal). Geraadpleegd
op 18 mei 2018 via https://www.pgb.nl/wp-content/uploads/2017/10/TNO-i-PGB-
eindrapportage-2017.pdf.
Straub, M. (2018). ‘Pleegzorg houdt nu al niet op bij 18 jaar’. Algemeen Dagblad/
Rivierenland, 14 maart 2018.
SZW (2008). Nader rapport inzake het voorstel van wet tot bevordering duurzame
arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren). Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 12 november 2008, kenmerk: W&B/
URP/08/29753.
TK (1969/1970). Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen
tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de leeftijd voor het passief
kiesrecht. Memorie van toelichting. Tweede Kamer, zitting 1969-1970, 10805, nr. 3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>72                                                                RVS – Leeftijdsgrenzen
TK (2002/2003). Memorie van toelichting. Vaststelling van een wet inzake ondersteu-
ning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en
bijstand). Tweede Kamer, vergaderjaar 2002/2003, 28870, nr. 3.
TK (2012/2013). Memorie van toelichting bij de Jeugdwet. Tweede Kamer, vergader-
jaar 2012/2013, 33684, nr. 3.
TK 2016/2017. Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige
andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op
het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere
wijzigingen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016/2017, 34573, nr. 3.
TK (2017/2018). Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake
regionale samenwerking voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2017/2018, 34812, nr. 6.
VenJ (2017). RSJ advies “Verhoging strafrechtelijke minimumleeftijd in context”.
Ministerie van Justitie en Veiligheid, 20 december 2017, kenmerk: 2162901.
Visser, E. de (2017). David (12) heeft een hersentumor maar weigert chemo.
Volkskrant, 12 mei 2017.
Vriesema, I. (2018). Dorine (18) staat er alleen voor. NRC (digitaal), 20 april 2018.
Geraadpleegd op 20 april 2018 via https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/20/
18-jaar-nu-zoek-je-het-zelf-maar-uit-a1600259.
Westhof, F., en Ruig, L. de (2015). “Voor mijn gevoel had ik veel geld”. Jongvolwassenen
en schulden. Zoetermeer: Panteia.
ZonMW (2018). Eerste evaluatie jeugdwet. Na de transitie nu de transformatie. Den Haag:
ZonMw.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>                                                                             73
Adviesvoorbereiding
De commissie die dit advies heeft voorbereid bestond uit Pauline Meurs
(commissievoorzitter), Jeannette Pols (raadslid), Herbert Rolden en Bart van
de Gevel (adviseurs).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>74 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>                                                                              75
Geraadpleegde deskundigen
De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding van een
advies hebben niet het karakter van draagvlakverwerving. De gesprekspartners
hebben zich niet aan het advies gecommitteerd. Tijdens het adviestraject zijn de
volgende personen geconsulteerd:
Prof. dr. Thérèse van Amelsvoort   Universiteit Maastricht
Drs. Vera Bergkamp                 D66
Mr. Ronald Buitenhuis              Ministerie van VWS
Drs. Carola Bodenstaff             Jeugdzorg Nederland
Drs. Frank Candel                  RSJ
Levi van Dam	Spirit / Kenniscentrum Kinder- en
                                   Jeugdpsychiatrie
Dr. Marion van Dam                 Nationale Ombudsman
Edward Elferink MSc                Ministerie van Financiën
Drs. Nicolet Epker                 Jeugdzorg Nederland
Drs. Alice van Gent                Ministerie van VWS
Dr. Wim Gorissen                   Nederlands Jeugd Instituut
Mr. (Johan) J.C. van der Graaff    Ministerie van SZW
Dr. Peer van der Helm              Hogeschool Leiden
Drs. Mariska ten Heuw              Gemeente Hengelo
Mr. Dorien Höppener                Ministerie van VWS
Drs. Sophie van ’t Hoogerhuijs     Ministerie van OCW
Drs. Astrid Jansen                 VNG
Mr. Coby van der Kooi              Kinderombudsman
Sjors Kieft                        Spirit
Pieter Lammers                     Ministerie van VWS
Prof. dr. Johan Legemaate          Universiteit van Amsterdam
Maria Lourijsen LLM.               RSJ /Ministerie van JenV
Drs. (André) P.G. de Moor          Ministerie van OCW
Patricia Mulder                    Gemeente Rotterdam
Linda van Oudheusden               U-2BHeard
Huub Poels                         Praktijkschool de Rijzert / Sectorraad PRO
Thomas Polenz                      ExpEx (Experienced Experts)
Dieneke de Ruiter, PhD             Jeugdzorg Nederland
Drs. Job Tanis                     Ministerie van VWS
Drs. Nicole Teeuwen                Sectorraad PRO
Drs. Arjan Uwland                  Ministerie van OCW
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>76                                                        RVS – Leeftijdsgrenzen
Marvin de Vos                     U-2BHeard
Petra van Waarden MSc             Ministerie van OCW
Prof. dr. Ido Weijers             Universiteit Utrecht
Mr. Bas Wijnen                    Nederlands Jeugd Instituut
Joop Wikkerink                    Gemeente Hengelo
Jurgen Woudwijk                   Divosa
Een conceptadvies is besproken in een expertmeeting op 16 maart 2018
Prof. dr. Thérèse van Amelsvoort  Universiteit Maastricht
Drs. Frank Candel                 RSJ
Dr. Peer van der Helm             Hogeschool Leiden
Sjors Kieft                       Spirit
Birgit Koers                      Gemeente Hengelo
Drs. José Manshanden	Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio
                                  Amsterdam-Amstelland
Linda van Oudheusden              U-2BHeard
Drs. Job Tanis                    Ministerie van VWS
Mr. Bas Wijnen                    Nederlands Jeugdinstituut
Marvin de Vos                     U-2BHeard
Op 30 maart 2018 is door U-2BHeard en een aantal jongeren in Utrecht een
bijeenkomst georganiseerd in het kader van dit advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>                                                                       77
Afkortingen
AOW    Algemene ouderdomswet
Bopz   Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
BW     Burgerlijk Wetboek
CBS    Centraal Bureau voor de Statistiek
CGB    Commissie Gelijke Behandeling
COPD   Chronic obstructive pulmonary disease
EVRM 	Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
       fundamentele vrijheden
ggz    geestelijke gezondheidszorg
IAK    Integraal afwegingskader beleid en regelgeving
JIM    Jouw ingebrachte mentor
MBO    Middelbaar beroepsonderwijs
MUHP   Machtiging uithuisplaatsing
OTS    Ondertoezichtstelling
PRO    Praktijkonderwijs
RIBW   Regionale instelling voor beschermd wonen
RMC    Regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
RSJ    Raad van Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming
RVS    Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
SZW    Sociale Zaken en Werkgelegenheid
UWV    Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
VenJ   Veiligheid en Justitie
VN     Verenigde Naties
VSO    Voortgezet speciaal onderwijs
VWS    Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WGBO   Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
WIJ    Wet investeren in jongeren
Wlz    Wet langdurige zorg
Wmo    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Wpg    Wet publieke gezondheid
Wvggz  Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
WW     Werkloosheidswet
WWB    Wet werk en bijstand
WZD    Wet Zorg en Dwang
Zvw    Zorgverzekeringswet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>78 RVS – Leeftijdsgrenzen</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>                                                                                    79
Publicaties
Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren.
Advies, nummer 18-03, juni 2018.
WHO CARES. Ontwerpprijsvraag voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning.
Briefadvies, nummer 18-02, maart 2018.
Gezien en gehoord. 17.000 ervaringen met zorg en hulp.
Essay, nummer 18-01, februari 2018.
De wereld thuis. Zeven beeldverhalen.
Bundel, nummer 17-12, december 2017.
Ontwikkeling nieuwe geneesmiddelen. Beter, sneller, goedkoper.
Advies, nummer 17-10, november 2017.
Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen.
Advies, nummer 17-09, oktober 2017.
Zorgrelatie centraal. Partnerschap leidend voor zorginkoop.
Advies, nummer 17-08, oktober 2017.
De vele kanten van eenzaamheid.
Verkenning, nummer 17-07, juli 2017.
Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen.
Advies, nummer 17-06, juni 2017.
Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg.
Advies, nummer 17-05, juni 2017.
De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.
Publicatie, nummer 17-04, april 2017.
Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen.
Advies, nummer 17-03, maart 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>80                                                             RVS – Leeftijdsgrenzen
Inkoopsafari. Verkenning van de praktijk van zorginkoop.
Verkenning, nummer 17-02, februari 2017.
Implementatie van e-health vraagt om durf en ruimte.
Briefadvies, nummer 17-01, januari 2017.
Wat ik met Kerst mis. Een bundel met wisselende perspectieven over eenzaamheid.
Bundel, nummer 16-04, december 2016.
Grensconflicten. Toegang tot sociale voorzieningen voor vluchtelingen.
Essay, nummer 16-03, oktober 2016.
Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin.
Advies, nummer 16-02, mei 2016.
Verlangen naar samenhang. Over systeemverantwoordelijkheid en pluriformiteit.
Advies, nummer 16-01, april 2016.
Wisseling van perspectief. De werkagenda van de RVS.
Publicatie, nummer 15-01, december 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadrvs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>