<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>               De B van
             Bekwaam
Naar een toekomstbestendige Wet BIG
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>         De B van
      Bekwaam
Naar een toekomstbestendige Wet BIG
                      Den Haag, oktober 2019
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6                                                            RVS – De B van Bekwaam
Voorwoord
Beroepenregulering vervult een belangrijke functie in het bewaken en
bevorderen van de kwaliteit van zorg. De Wet BIG heeft ons in de ruim twintig
jaar van zijn bestaan veel goeds gebracht en staat ook internationaal in hoog
aanzien. Een aantal onomkeerbare maatschappelijke ontwikkelingen noopt
echter tot herbezinning op de wijze waarop we in Nederland beroepen in de
zorg reguleren. De zorgvraag van burgers in Nederland wordt steeds complexer,
reikt over grenzen van stelsels en domeinen heen en vraagt van zorgverleners
meer samenwerking in teamverband.
Daarnaast komen er mede als gevolg van nieuwe technologieën steeds meer
nieuwe beroepen bij, die graag willen worden opgenomen in het BIG-register.
Maar een groei naar steeds meer specialistische beroepen in de Wet BIG is een
doodlopende weg en strijdig met de roep om meer samenwerking in teamver-
band over grenzen van specialisaties heen.
Het credo zou volgens ons moeten zijn: ‘minder beroepen en meer bekwaam-
heden reguleren in de zorg’. Dat kan door in de wet alleen basisberoepen op
te nemen en zorgverleners een persoonlijk bekwaamhedenportfolio te laten
bijhouden. Als een zorgverlener heeft aangetoond een specifieke bekwaamheid
te beheersen dan verdient dit erkenning en waardering, ongeacht of hij of zij
dit tijdens zijn opleiding heeft geleerd of later in de praktijk heeft verworven.
Zo kan ingespeeld worden op veranderingen in de zorg en samenleving.
Het geeft mogelijkheden voor de zorgverlener om zich gericht te bekwamen
en zich een leven lang te blijven ontwikkelen. Dat draagt niet alleen bij aan
erkenning van vakmanschap, maar ook aan onderlinge samenwerking.
Dat voldoet aan de zorgvraag van patiënten, en biedt soelaas bij de oplopende
personeelstekorten in de zorg.
Deze toekomstige richting van beroepenregulering sluit naadloos aan bij meer
algemene stimulansen als een leven lang ontwikkelen, nieuwe kwalificatie-
structuren en skills-paspoorten. Zo hield het World Economic Forum onlangs
een pleidooi om skills-paspoorten in te zetten om het disfunctioneren van de
huidige arbeidsmarkt tegen te gaan.
Om deze nieuwe richting in de praktijk te brengen, moet de overheid terug-
houdend zijn met het opnemen van nieuwe beroepen in de wet BIG, en de Wet op
een aantal punten aanpassen. Daarnaast zouden beroepsorganisaties samen met
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>﻿                                                                           7
patiënten(vertegenwoordigers), werkgevers en de overheid moeten werken aan
de definitie en inrichting van een portfolio van bekwaamheden. Ten slotte heeft
deze nieuwe richting ook gevolgen voor de opleiding van zorgverleners.
Wij beogen met dit advies een aanzet te geven voor een verdiepende discussie
over de toekomst van beroepenregulering in de zorg en gaan graag met u
hierover in gesprek.
Jet Bussemaker
Voorzitter RVS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS)
is een onafhankelijk strategisch adviesorgaan.
De RVS heeft tot taak de regering en de Eerste en
Tweede Kamer van de Staten-Generaal te adviseren
over hoofdlijnen van beide beleidsterreinen.
Samenstelling Raad
Voorzitter: Jet Bussemaker
Raadsleden: Erik Dannenberg, Daan Dohmen,
Pieter Hilhorst, Jan Kremer, Bas Leerink, Liesbeth
Noordegraaf-Eelens, Ageeth Ouwehand en
Jeannette Pols.
Directeur: Stannie Driessen
Adjunct-directeur: Marieke ten Have
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadRVS
Publicatie 19-03
ISBN: 978-90-5732-284-6
Grafisch ontwerp: Studio Duel
Fotografie: Stocksy / Mosuno
Eindredactie: MC Communicatie, Renesse
Druk: Xerox
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving,
Den Haag, 2019
Niets in deze uitgave mag worden openbaar gemaakt
of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend
systeem of uitgezonden in enige vorm door middel
van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan
ook zonder toestemming van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website www.raadrvs.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                  9
Voorwoord                                                             6
Samenvatting                                                         11
1   Inleiding                                                       15
    1.1   Aanleiding en urgentie                                    16
    1.2   Vraagstelling, doel en reikwijdte van dit advies          17
    1.3   Aanpak                                                    18
    1.4   Leeswijzer                                                19
2   Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg   20
    2.1   Inleiding                                                 20
    2.2 Regulering van kwaliteit van zorg                           20
    2.3 De Wet BIG                                                  23
    2.4 Beroepenregulering in andere landen                         31
    2.5 Conclusie                                                   35
3   Knelpunten in de praktijk                                       36
    3.1   Inleiding                                                 36
    3.2 Knelpunten door de systematiek van de Wet BIG               36
    3.3 Knelpunten door maatschappelijke ontwikkelingen             40
    3.4 Conclusie                                                   46
4   Oplossingsrichtingen                                            47
    4.1   Inleiding                                                 47
    4.2 Drie vergezichten verkend en gewogen                        47
    4.3 Model voor een toekomstbestendige Wet BIG                   49
    4.4 Nader uit te werken punten                                  56
    4.5 Conclusie                                                   58
5   Aanbevelingen                                                   59
Literatuur                                                          60
Voorbereiding                                                       64
Geraadpleegde deskundigen                                           66
Afkortingen                                                         68
Publicaties                                                         70
Bijlage 1                                                           72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10 RVS – De B van Bekwaam</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                               11
Samenvatting
De minister van Medische Zorg en Sport heeft de Raad voor Volksgezondheid en
Samenleving (RVS) advies gevraagd over de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg (Wet BIG). Zijn vraag luidt: Is deze wet, gegeven een aantal maat-
schappelijke ontwikkelingen, toekomstbestendig? Met dit advies beantwoordt de
Raad deze vraag en geeft een model voor een oplossingsrichting. Daarmee wil hij
een aanzet geven voor een verdiepende discussie over dit onderwerp.
Om de vraag van de minister te beantwoorden geeft de Raad eerst een globaal
overzicht van het geheel aan kwaliteit regulerende regelgeving en mechanismen.
Dat blijkt een complex geheel te zijn, waar de Wet BIG een klein, maar wel
belangrijk onderdeel van uitmaakt. Vervolgens vergelijkt hij de Nederlandse
beroepenregulering in de zorg met de wijze waarop dat in andere landen is
geregeld. Het lijkt verleidelijk om delen uit buitenlandse voorbeelden over te
nemen in de Wet BIG, maar er is geen hard bewijs dat deze voorbeelden leiden
tot een betere kwaliteit van zorg.
Doel en uitgangspunt Wet BIG
Voor een goed begrip van het advies is een korte toelichting op de Wet BIG
nodig. Met de invoering van deze wet in 1997 kwam een eind aan het monopolie
van met name artsen op het behandelen van patiënten. Het doel van de wet is
tweeledig: ten eerste het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de beroeps-
uitoefening. En ten tweede: het beschermen van de patiënt tegen ondeskundig
en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren. Daarnaast is er nog een
afgeleide doelstelling, namelijk inzichtelijkheid voor derden.
Het uitgangspunt van de Wet BIG was: niet méér reguleren dan nodig is.
Patiënten mochten voortaan zelf de zorgverlener kiezen die zij wensten. Maar
niet alles werd vrijgegeven. Een aantal (zorg)handelingen, de zogenoemde voor-
behouden handelingen, bleven voorbehouden aan specifieke beroepsgroepen,
omdat die handelingen grote risico’s opleveren voor patiënten indien ondeskun-
dig of onzorgvuldig uitgevoerd. Denk aan een operatie of het voorschrijven van
geneesmiddelen.
Momenteel zijn er negen beroepsgroepen met voorbehouden handelingen.
Per beroepsgroep is aangegeven welke voorbehouden handelingen zij
zelfstandig mogen uitvoeren en aan welke eisen zij moeten voldoen, zoals
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12                                                          RVS – De B van Bekwaam
opleidingsvereisten, inschrijving in het BIG-register, vijfjaarlijkse herregis-
tratie en zich onderwerpen aan het tuchtrecht. Iedereen kan via internet het
BIG-register raadplegen en controleren of een zorgverlener een van de negen
beschermde beroepstitels mag voeren en eventueel een eveneens beschermde
specialismetitel mag dragen. Zo kunnen patiënten controleren of een beroeps-
beoefenaar bevoegd is.
Knelpunten in de praktijk
De vraag of de Wet BIG toekomstbestendig is, komt niet uit de lucht vallen.
In de praktijk zijn er eigenlijk al vanaf het begin van de invoering knelpunten
met de systematiek van de wet zelf: de registratiecriteria worden niet conse-
quent toegepast; de voorbehouden handelingen dekken de risico’s onvoldoende
af; herregistratie toetst bekwaamheid onvoldoende en het
tuchtrecht geeft te weinig ruimte om te kunnen leren en verbeteren.
Door allerlei ontwikkelingen in de zorg en samenleving komen er steeds meer
knelpunten bij. Zo verandert de zorgvraag onder andere door een betere gezond-
heidszorg, betere diagnostiek en nieuwe technologieën, toenemende vergrijzing
en daardoor steeds meer mensen met chronische aandoeningen en meerdere
gezondheidsproblemen tegelijkertijd. Daarnaast blijven ouderen steeds langer
thuis wonen. Bovendien willen steeds meer patiënten inzicht in opleiding,
ervaring en competenties van zorgprofessionals, zodat zij een weloverwogen
keuze kunnen maken voor de juiste zorg op de juiste plek.
Dit vraagt om zorgverlening in multidisciplinaire, flexibel inzetbare teams,
samenwerking in netwerken, nieuwe zorgvormen, generalistische én specia-
listische zorg, zorg dichtbij én zorg op afstand, nieuwe beroepen op het snijvlak
van ‘care’ en ‘cure’, meer taakherschikking tussen zorgprofessionals en nieuwe
vormen van technologie. En dat tegen een achtergrond van een toenemend tekort
aan personeel en middelen.
De statische Wet BIG, gericht op de individuele zorgprofessional, kan deze ont-
wikkelingen maar moeilijk bijbenen. Bovendien laat de inzichtelijkheid ook te
wensen over. Tot nu toe wordt geprobeerd de knelpunten gedeeltelijk op te lossen
door steeds meer nieuwe beroepen in de Wet BIG op te nemen. Het ministerie van
VWS wordt de laatste jaren overstelpt met aanvragen hiervoor.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                                    13
Voorbeelden zijn de klinisch technoloog, de orthopedagoog-generalist en de
anesthesiemedewerker. Deze vraag komt vooral van de beroepsverenigingen
zelf. Op die manier willen ze laten zien dat de beroepsbeoefenaren zelfstandig
zorg kunnen leveren volgens de eisen die de Wet BIG stelt.
BIG-registratie wordt soms ook gezien als middel om werken in de zorg aantrek-
kelijker te maken, zoals recentelijk bleek uit schriftelijke Kamervragen naar
aanleiding van het Kamerdebat over arbeidstekorten in de zorg. Verschillende
leden van de Tweede Kamer lijken vanuit dat idee meer beroepen toe te willen
laten tot de Wet BIG en van deze wet een zogenoemd kwaliteitsregistratie-
instrument te maken. Dit zou betekenen dat een oorspronkelijk uitgangspunt
van de wet wordt verlaten, namelijk: niet méér reguleren dan strikt noodzakelijk
is. De Raad constateert in dit advies dat een toename van beroepen in de Wet BIG
zelfs bijdraagt aan arbeidstekorten en inefficiënt werken in de zorg.
Een meer recente ontwikkeling onderstreept de urgentie van dit advies.
Dit betreft de commotie over het wetsvoorstel BIG2 van minister Bruins om het
beroep van regieverpleegkundige in de Wet BIG te reguleren naast het beroep
van verpleegkundige. De overgangsregeling voor de huidige verpleegkundigen,
zoals geschetst in de Kamerbrief van 5 juni 2019, heeft tot groot protest geleid.
De B van Bekwaam
Samenvattend zijn er verschillende ontwikkelingen die het belang onderstrepen
van een nieuw (middel)lange termijn perspectief op de beroepenregulering
in de zorg. De Raad concludeert dat de Wet BIG ons veel heeft gebracht maar
niet toekomstbestendig is. Na een verkenning en weging van verschillende
oplossingsrichtingen adviseert de Raad om te komen tot de Wet BIG als Wet op
de Bekwaamheden in de gezondheidszorg, in plaats van Wet op de Beroepen in
de individuele gezondheidszorg. Dit is op hoofdlijnen uitgewerkt in een model
waarmee de gesignaleerde knelpunten ook voor de lange termijn opgelost worden.
Dit model is gebaseerd op regulering van de basisberoepen door middel van
de opleiding en registratie; een bekwaamhedenportfolio en de inzichtelijkheid
daarvan; en een vorm van tuchtrecht gericht op leren en verbeteren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14                                                        RVS – De B van Bekwaam
De voorgestelde oplossing behoudt het goede van de Wet BIG en biedt tegelijkertijd
ruimte voor ontwikkelingen in de zorg en samenleving. Het maakt een flexibele
inzet mogelijk van zorgprofessionals voor taken waartoe zij bekwaam zijn en
het past goed bij vernieuwingen in opleidingen die reeds gaande zijn (modulair
opleiden). Bovendien wordt de burger beter beschermd en beschikken patiënten
over betere informatie om een weloverwogen keuze te kunnen maken voor de
juiste zorg op de juiste plek.
De Raad adviseert de minister om het model Wet op de Bekwaamheden in
de gezondheidszorg met belanghebbende partijen nader te verkennen en op
draagvlak te toetsen. Voor de korte termijn adviseert de Raad de minister om
terughoudend te zijn met het opnemen van nieuwe beroepen in de (huidige)
Wet BIG, zoals de regieverpleegkundige. De wijze waarop beroepen gereguleerd
zijn of worden hangt nauw samen met de opleidingen en opleidingsstructuur.
De Raad adviseert de minister tenslotte om hierover een vervolgadvies aan de
RVS te vragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                              15
1 Inleiding
1.1    Aanleiding en urgentie
De zorgvraag en zorgverlening veranderen in rap tempo: de bevolking wordt ouder
en heeft vaker te kampen met meerdere gezondheidsproblemen tegelijkertijd en
met problemen op het sociaal-maatschappelijke vlak die elkaar beïnvloeden.
Dit vraagt om een discipline-overstijgende benadering van het organiseren van
zorg, het ontwikkelen van nieuwe zorgvormen op het snijvlak van ‘care’ en ‘cure’
en samenwerking tussen zorgverleners. Zorg wordt steeds meer in teamverband
geleverd. Daarnaast doen nieuwe vormen van technologie hun intrede,
die - tegen de achtergrond van een krimpende beroepsbevolking - de zorgver-
lening ingrijpend veranderen. Deze ontwikkelingen roepen de vraag op hoe
de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (hierna: Wet BIG),
die zich richt op de kwaliteit van de individuele beroepsbeoefenaar, zich tot
deze ontwikkelingen verhoudt.
In de praktijk zien we druk ontstaan op de Wet BIG en de principes die daaraan
ten grondslag liggen: patiënten willen het liefst een vaste zorg- of hulpverlener,
terwijl de Wet BIG zorgprofessionals dwingt om voor verschillende taken ver-
schillende collega’s in te zetten. Het ministerie van VWS wordt de laatste jaren
overstelpt met aanvragen voor opname in het BIG-register. Voorbeelden zijn de
klinisch technoloog, de orthopedagoog-generalist en de anesthesiemedewerker.
Het zijn vooral de beroepsverenigingen zelf die hierom vragen. Zij zijn bereid
zich aan de (her)registratievereisten en aan het tuchtrecht te onderwerpen om te
laten zien dat ze zelfstandig zorg kunnen leveren die direct gevolgen heeft voor
de patiënt indien niet kundig uitgevoerd.
Een BIG-registratie wordt soms ook gezien als middel om werken in de zorg
aantrekkelijker te maken, zoals recentelijk naar voren kwam in schriftelijke
Kamervragen naar aanleiding van het Kamerdebat over arbeidstekorten in
de zorg, in het bijzonder de (dreigende) tekorten aan operatieassistenten en
doktersassistenten. De achterliggende gedachte is dat een BIG-registratie het
beroep aantrekkelijker maakt doordat het statusverhogend werkt en bovendien
financieel aantrekkelijk is, omdat veelal een BIG-registratie is vereist om zelfstan-
dig te mogen declareren1. Dit laatste is overigens geen regel uit de Wet BIG,
maar vloeit voort uit het inkoopbeleid van zorgverzekeraars.
1   wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid,
    Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2019 (35000-XVI): https://www.tweedekamer.nl/
    kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/cbafc233-9a95-46d0-81f5-67224810e7e5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16                                                                     RVS – De B van Bekwaam
Verschillende leden van de Tweede Kamer lijken in dit verband geporteerd te
zijn van het idee om meer beroepen toe te laten tot de Wet BIG en van deze wet
een zogenoemd kwaliteitsregistratie-instrument2 te maken. Dit zou overigens
betekenen dat een oorspronkelijk uitgangspunt van de wet wordt verlaten,
namelijk: niet méér reguleren dan strikt noodzakelijk is.
Commotie over wetsvoorstel BIG2
Hoewel het advies van de Raad een bredere problematiek betreft, besteedt hij
in dit advies expliciet aandacht aan het wetsvoorstel BIG2 dat minister Bruins
in december 2017 in internetconsultatie heeft gebracht. Daarin is voorgesteld
om het beroep van regieverpleegkundige in de Wet BIG te reguleren naast het
beroep van verpleegkundige. In dit wetsvoorstel was aangekondigd dat er
een overgangsregeling komt voor de zittende groep verpleegkundigen. In de
Kamerbrief van 5 juni 2019 zijn daar de contouren van geschetst. Deze regeling
heeft tot groot protest van verpleegkundigen en andere zorgprofessionals
geleid. Inmiddels heeft de minister een verkenner (Prof. Dr. A.H.G. Rinnooy Kan)
gevraagd om licht op deze zaak te werpen.
Samenvattend zijn er verschillende ontwikkelingen die het belang onderstrepen
om een (middel)lange termijn perspectief te ontwikkelen op de beroepenregule-
ring in de zorg. Een perspectief dat past bij de ervaren knelpunten van vandaag
en recht doet aan de ontwikkelingen in de zorg en samenleving.
Adviesvraag
De minister voor Medische Zorg en Sport heeft de RVS op 28 juni 2018 gevraagd
een advies uit te brengen over de toekomstbestendigheid van de Wet BIG in
relatie tot enkele maatschappelijke ontwikkelingen. Daarna, in december 2018,
heeft hij de RVS twee aanvullende adviesvragen voorgelegd naar aanleiding van
toezeggingen aan de Tweede Kamer.
De eerste aanvullende adviesvraag betreft de toezegging van de minister
om nader in te gaan op de Wet BIG als kwaliteitsregistratie-instrument.
Deze vraag wordt meegenomen in het onderhavige advies van de RVS.
De tweede vraag betreft de toezegging van de minister om een voorstel te
doen voor een toekomstbestendige regulering van de behandeling van de
huid met laser- en IPL-apparatuur3.
2   Zie onder meer https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-868505.pdf; en bijlage2
    begrotingsbehandeling VWS 18-10-18-toezegging Wet BIG (003)
3   Tweede Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 31 765, nr. 292 https://www.tweedekamer.nl/
    kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z18327&did=2017D37794
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> 1 — Inleiding                                                                  17
Deze tweede, meer concrete vraag hangt uiteraard samen met de overkoepelende
vraag naar de toekomstbestendigheid van de Wet BIG, maar wordt uitgewerkt in
een apart deeladvies dat begin 2020 verschijnt. Belangrijke overwegingen hierbij
zijn dat het (hoofd)advies is gericht op de (middel)lange termijn, terwijl het
onderwerp van het deeladvies reeds onderdeel is van een lopend beleidsproces.
1.2     Vraagstelling, doel en reikwijdte van dit advies
In dit advies staan de volgende vragen centraal: Is de Wet BIG, gegeven recente
maatschappelijke ontwikkelingen, berekend op de toekomst of is een herziening
van de beroepenregulering in de zorg nodig? In het laatste geval: in welke
richting moet dan gedacht worden?
De Raad reikt in dit advies verschillende vergezichten aan voor de toekomstige
beroepenregulering. De Raad spreekt zich uit voor een voorkeursrichting en
adviseert die in overleg met veldpartijen nader uit te werken. De Raad wil
hiermee een aanzet geven voor een verdiepende discussie over dit onderwerp.
Dit advies richt zich primair op het terrein van de individuele curatieve en
langdurige gezondheidszorg. Niettemin zullen de principes ook vertaald moeten
(kunnen) worden naar andere (deel)sectoren en domeinen, zoals de jeugdzorg en
het sociaal domein.
De Wet BIG bevat behalve een regulering van beroepen ook een regulering van
opleidingstitels. In dit advies richt de Raad zich met name op de regulering van
beroepen. Dit sluit aan bij de adviesaanvraag van de minister. Een uitgebreide
analyse en beschouwing van het opleidingsstelsel en de daaruit voortvloeiende
opleidingstitels voert in het kader van dit advies te ver. Dat is een advies op
zichzelf waard.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>18                                                                 RVS – De B van Bekwaam
1.3    Aanpak
De Raad heeft literatuur bestudeerd en gesprekken met een breed scala
aan betrokkenen en andere deskundigen gevoerd en op basis hiervan een
discussienotitie opgesteld over de principes van beroepenregulering in de zorg,
huidige knelpunten in de praktijk en te verwachten knelpunten.
De Raad heeft voorts een internationaal vergelijkend onderzoek uitgevoerd
naar de wijze waarop in verschillende landen beroepen in de zorg gereguleerd
zijn. Daarnaast heeft hij een intersectorale vergelijking uitgevoerd, waarin is
nagegaan hoe beroepenregulering in de jeugdzorg, het onderwijs en het sociaal
domein gestalte heeft gekregen. Tenslotte heeft de Raad de Erasmus School
of Health Policy & Management (EHSPM) in Rotterdam gevraagd een essay te
schrijven over het tuchtrecht en de effecten daarvan.
Op basis van deze informatie is een eerste bijeenkomst met experts gehouden,
waarin verkend is welke principes van de beroepenregulering behouden moeten
blijven, welke toegevoegd moeten worden en welke weggelaten kunnen worden.
De discussienotitie is hierop bijgesteld en als input gebruikt voor een brede veld-
raadpleging, die ruim 1400 reacties heeft opgeleverd vanuit vele verschillende
beroepsmatige achtergronden en werkterreinen4.
Mede op basis van deze input heeft de Raad verschillende richtingen uitgewerkt
voor de toekomstige beroepenregulering en deze voorgelegd tijdens een tweede
bijeenkomst met experts en beleidsmakers van het ministerie van VWS.
Hierop heeft de Raad deze richtingen verder uitgewerkt en zijn advies opgesteld.
Het conceptadvies is voor commentaar voorgelegd aan verschillende deskundigen.
4   Zie achtergrondstudie RVS Veldraadpleging beroepenregulering in de zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> 1 — Inleiding                                                               19
1.4     Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft op hoofdlijnen hoe de kwaliteit van zorg in Nederland
geregeld is en welke plaats de Wet BIG in dit systeem inneemt. De Raad geeft
vervolgens een korte toelichting op de Wet BIG en hoe de wet in de praktijk
werkt. Tevens beschrijft dit hoofdstuk hoe zorgberoepen in verschillende andere
landen zijn gereguleerd.
Hoofdstuk 3 analyseert tot welke knelpunten de Wet BIG in de praktijk leidt.
De Raad maakt hierin onderscheid tussen knelpunten die een gevolg zijn van de
systematiek van de Wet BIG en knelpunten die voortvloeien uit ontwikkelingen
in de zorg en samenleving.
In hoofdstuk 4 verkent de Raad drie oplossingsrichtingen en werkt een model uit
van zijn voorkeursrichting.
Hoofdstuk 5 tenslotte bevat het advies en de aanbevelingen van de Raad.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>20                                                                  RVS – De B van Bekwaam
2 Plaats van de Wet BIG in
         de regulering van kwaliteit
         van zorg
2.1    Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een globaal overzicht van het geheel aan kwaliteit regule-
rende regelgeving en mechanismen en welke positie beroepenregulering hierin
inneemt. Vervolgens vergelijkt de Raad beroepenregulering in Nederland met de
wijze waarop beroepen in de zorg in andere landen is geregeld.
2.2 Regulering van kwaliteit van zorg
De kwaliteitsregulering omvat veel meer dan de basale kwaliteit van de
beroepsuitoefening die door de opleiding en specialisatie worden verzekerd.
Kwaliteitsregulering heeft ook betrekking op de organisatie van het zorgstelsel
als geheel5. De Wet BIG is dus onderdeel van een meer omvattende structuur
van kwaliteitsborging gericht op individuele zorgprofessionals, zorgaanbieders,
zorgverzekeraars en het zorgstelsel. Deze structuur bestaat uit verschillende
wetten, professionele standaarden, overheidsconvenanten en interne en externe
toezichthouders.
Sommige regelingen en mechanismen bewaken de kwaliteit van zorg aan de
voorkant (zoals de Wet BIG, maar ook de WTZi en zorginkoop), terwijl andere
gericht zijn op de kwaliteit tijdens de zorgverlening (bijv. kwaliteitsstandaarden)
of op toetsing van de kwaliteit achteraf (bijv. klachtrecht in de Wkkgz). Hieronder
wordt dit toegelicht.
WGBO en BIG: gericht op zorgprofessionals
Wettelijke regelingen die de kwaliteit van zorg willen bewaken en bevorderen én
gericht zijn op de individuele zorgprofessional zijn de Wet op de Geneeskundige
Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg (Wet BIG).
5   Tweede evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ZonMw, 2013 Wet BIG
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg             21
De WGBO verplicht een zorgprofessional om zich als een goed hulpverlener te
gedragen en te handelen in overeenstemming met de op hem rustende verant-
woordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele
standaard6. De Wet BIG schept voorwaarden voor het bewaken en bevorderen van
de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg
(zie hierna in paragraaf 2.3).
WTZi en Wkkgz: gericht op zorgaanbieders
Andere wettelijke regelingen die beogen de kwaliteit van zorg te bewaken en te
bevorderen richten zich op de zorgaanbieder, dat wil zeggen de rechtspersoon
die formeel gesproken de zorg levert. Dit zijn de Wet Toelating Zorginstellingen
(WTZi) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de gezondheidszorg
(Wkkgz).
Zorgaanbieders die zorg willen verlenen die onder de Zorgverzekeringswet of
Wet langdurige zorg (WLZ) valt, hebben een toelating nodig op grond van de
WTZi. De WTZi stelt diverse wettelijke eisen aan toelating. De belangrijkste eisen
gaan over de transparantie van de bestuursstructuur, de bedrijfsvoering en de
bereikbaarheid van acute zorg. Zo zijn er eisen aan de inrichting van het bestuur
van een zorginstelling, zoals het hebben van een onafhankelijk toezichthoudend
orgaan en aan de financiële administratie. Ook bepaalt de wet in welke gevallen
er winst mag worden uitgekeerd. Daarnaast zijn de zorgorganisaties verplicht
jaarlijks verantwoording af te leggen over de manier waarop de instelling het
geld uit de WLZ en Zorgverzekeringswet besteedt7.
De Wkkgz legt zorgaanbieders de verplichting op om ‘goede zorg’ aan te bieden.
Daaronder wordt volgens de wet verstaan: zorg van goede kwaliteit en van goed
niveau die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt; waarbij zorgverleners
handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid; de
rechten van de cliënt zorgvuldig in acht nemen; en de cliënt met respect behan-
delen8. Daarnaast verplicht de Wkkgz de zorgaanbieder tot het systematisch
bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van zorg.
6    Artikel 7:453 BW
7    Uitvoeringsbesluit WTZi
8    Artikel 2 Wkkgz
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22                                                         RVS – De B van Bekwaam
ZiNL: register van standaarden en meetinstrumenten
Om aan de wettelijke eisen te kunnen voldoen, moeten zorgaanbieders kunnen
beoordelen of de individuele zorgprofessionals binnen de organisatie zich aan
de professionele standaard houden. Daartoe houdt het Zorginstituut Nederland
(ZiN), op grond van de Zorgverzekeringswet, een openbaar register bij van
kwaliteitsstandaarden en meetinstrumenten die zijn opgesteld door patiënten-
organisaties, zorgverleners en zorgverzekeraars gezamenlijk. ZiNL beoordeelt
aan de hand van een toetsingskader of een aangeboden kwaliteitsstandaard,
informatiestandaard of meetinstrument kan worden aangemerkt als een
verantwoorde beschrijving of meetinstrument van de kwaliteit van zorg9.
Zvw en Wmg: gericht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars
Ook de wetten die het zorgstelsel vorm geven, de Zorgverzekeringswet (Zvw)
en de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) beogen de bevordering en
bewaking van kwaliteit van zorg.
Sinds de stelselwijziging van 2006, waarbij gereguleerde marktwerking werd
ingevoerd, vervullen ook zorgverzekeraars op grond van de Zvw een rol in de
kwaliteitsbewaking en -bevordering. Zij kopen zorg in bij zorgaanbieders en
onderhandelen zowel over volume en prijs als over kwaliteit van zorg.
Zij stellen niet alleen eisen waaraan de operationele kwaliteit van zorg moet
voldoen, maar ook aan individuele zorgverleners. Zij eisen bijvoorbeeld dat
een zorgverlener die zorg indiceert BIG-geregistreerd is en/of is aangesloten
bij een beroepsvereniging.
De Wmg verplicht zorgaanbieders en zorgverzekeraars tot het verschaffen van
informatie over hun aanbod, tarieven, kwaliteit en andere eigenschappen van
aangeboden zorg. Zo kan de cliënt bewust kiezen voor een bepaalde behandeling,
een bepaald ziekenhuis of een verzekering. De wet regelt ook hoe de tarieven in
de zorg tot stand komen en de wet maakt het mogelijk om in de gaten te houden
of de zorgmarkten (zorgverzekering, zorginkoop én zorgverlening) goed werken
en om in te grijpen als dat niet zo is. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is de
markttoezichthouder in de zorg. Hij ziet erop toe dat alle partijen zich aan de
regels houden en dat de zorgmarkten goed blijven functioneren.
Beroepsverenigingen en overheid
Tenslotte zijn er ook vele initiatieven en mechanismen vanuit de veldpartijen en
overheid om kwaliteit van zorg te borgen. De wetenschappelijke verenigingen en
9    Artikel 66b Zorgverzekeringswet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg             23
beroepsverenigingen vervullen een rol in de kwaliteitsbewaking en -bevordering
van de beroepsgroepen: zij ontwikkelen professionele standaarden en stellen
eisen aan het lidmaatschap van de vereniging, die beogen te bevorderen dat
leden zich aan de voor hen geldende professionele standaard houden.
Tegelijkertijd sluit de rijksoverheid convenanten (hoofdlijnenakkoorden) af met
het veld, waarbij vraagstukken van financiering direct verbonden worden met
kwaliteits- en doelmatigheidsaspecten (o.a. spreiding en concentratie van zorg,
terugdringen van praktijkvariatie en voorschrijfgedrag).
2.3 De Wet BIG
Met de invoering van de Wet BIG in 1997 is het absolute verbod op onbevoegde uit-
oefening van de geneeskunde komen te vervallen zoals dat in de Wet Uitoefening
Geneeskunst (WUG) van Thorbecke (1865) was vastgelegd. Alle niet-artsen
functioneerden toen in de zorg volgens de ‘verlengde-arm-constructie’,
waarbij handelingen door niet-artsen werden gezien als uitgevoerd door de
‘verlengde arm’ van de arts. Dit verbod paste niet meer in die tijd. Patiënten
moesten terecht kunnen bij die hulpverlener waarvan zij het meeste heil
verwachtten. Daarmee zou ieders vrijheid om de hulpverlener te kiezen die
hij of zij wenste worden vergroot.
De Wet BIG is ingevoerd vanuit de behoefte om de uitoefening van individuele
gezondheidszorg meer vrij te geven en zo veel mogelijk mensen in staat te
stellen zorg te verlenen met een eigen verantwoordelijkheid en alleen datgene
te reguleren wat vanuit een oogpunt van ‘veilige zorg’ echt noodzakelijk is.
Daarbij had men het oog op handelingen van beroepsbeoefenaren die,
indien ondeskundig of onzorgvuldig uitgevoerd, grote risico’s opleveren
voor patiënten. Het logische aangrijpingspunt voor een wettelijke regeling
was dan ook borging vooraf van de kwaliteit van de beroepsuitoefening.
De doelstelling van de Wet BIG is tweeledig:
>> het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en
>> het beschermen van de patiënt tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen
   door beroepsbeoefenaren.
Een afgeleide doelstelling is:
>> inzichtelijkheid voor derden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>24                                                         RVS – De B van Bekwaam
2.3.1 Kernelementen van de Wet BIG
Voor een goed begrip van de knelpunten die in de praktijk ervaren worden met de
Wet BIG en mogelijke oplossingen is enige toelichting op de wet nodig. Allereerst
bespreken we de kernelementen van de wet en tot slot gaan we in op het beroep
van de verpleegkundige in deze wet naar aanleiding van het wetsvoorstel voor
opname van de regieverpleegkundige in de Wet BIG en de discussie die daarover
ontstaan is.
In bijlage 1 is een meer gedetailleerde toelichting opgenomen. Deze paragraaf is
een samenvatting daarvan.
De kernelementen van de Wet BIG zijn:
   1 Registratie
   2 Herregistratie
   3 Voorbehouden handelingen
   4 Tuchtrecht
1 Registratie
Licht en zwaar regime
De wet onderscheidt een licht en een zwaar regime van titelbescherming.
Beroepen in het lichte regime, gebaseerd op artikel 34, kennen een beschermde
opleidingstitel. Deze titel mag gevoerd worden als een wettelijk vastgelegde
opleiding afgerond is. Er zijn vijftien beroepen gereguleerd volgens het lichte
regime. Deze beroepen zijn niet onderworpen aan publiek tuchtrecht en ze zijn
niet vindbaar in het BIG-register. Voorbeelden zijn apothekersassistent, diëtist,
ergotherapeut, logopedist en mondhygiënist.
Beroepen in het zware regime, gebaseerd op artikel 3, kennen een beschermde
beroepstitel. Het is momenteel van toepassing op negen basisberoepen.
Voor deze beroepen zijn registers ingesteld en zij vallen onder het publieke
tuchtrecht. De beroepsgroepen die onder het zware regime vallen moeten ook
aan herregistratie-eisen voldoen. Voorbeelden zijn: arts, tandarts, verloskundige,
verpleegkundige en gezondheidszorg-psycholoog.
Specialismen
Bij de beroepen die onder het zware regime vallen kan de minister daarnaast
specialismen erkennen, op grond van artikel 14 van de Wet BIG. Bijvoorbeeld
longarts als specialisme van het basisberoep arts en Verpleegkundig specialist
acute zorg als specialisme van het basisberoep verpleegkundige.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg                              25
Deskundigheidsgebieden
In de Wet BIG zijn de deskundigheidsgebieden van de beroepen in het zware
regime vastgelegd10. Zo wordt tot het gebied van deskundigheid van de arts gere-
kend ‘het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst’ (artikel
19 lid 1). Voor sommige van deze beroepen wordt een nadere uitwerking gegeven
bij algemene maatregel van bestuur (AMvB), zoals voor de psychotherapeut.
Criteria voor het wettelijk reguleren van beroepen
De criteria voor het wettelijk reguleren van beroepen zijn niet opgenomen in de
Wet BIG. In de tweede wettelijke evaluatie is de aanbeveling gedaan de criteria
voor regulering van beroepen expliciet in de Wet BIG op te nemen. Het kabinet
heeft dit voorstel niet overgenomen. In plaats daarvan heeft de (vorige) minister
van VWS op hoofdlijnen de volgende beleidslijn opgesteld11:
    A. D e beroepsuitoefening moet gericht zijn op de individuele gezondheids-
        zorg. Het betreft hierbij de directe patiëntenzorg en er moet daadwerkelijk
        regelmatig contact zijn met patiënten.
    B. Het moet gaan om een basisberoep (en geen functie of specialisme) dat
        voldoende onderscheidend is. Een (basis-)beroep is duidelijk gekoppeld
        aan een landelijke beroepsopleiding, die ook aan bepaalde voorwaarden
        moet voldoen. Verpleegkundige of arts is een voorbeeld van een (basis-)
        beroep; praktijkondersteuner is een voorbeeld van een functie.
        Ook moet het deskundigheidsgebied van het beroep voldoende uitont-
        wikkeld zijn en moet het onderscheidend zijn van andere beroepen.
        Voor patiënten en andere beroepsgroepen moet immers helder zijn
        welke beroepsgroep deskundig is op welk terrein.
    C. Wettelijke regulering moet noodzakelijk zijn om patiënten adequaat
        te beschermen.
    Als aan deze criteria is voldaan, komt de vraag aan de orde of het lichte dan
    wel zware regime van toepassing is. Het zware regime geldt als de beroeps-
    groep zelfstandig voorbehouden handelingen moet kunnen verrichten
    (=het voorbehouden handelingen criterium) of als er om andere redenen
    noodzaak is tot toepassing van het publiekrecht (het tuchtrechtcriterium).
10   De deskundigheidsgebieden van de art. 34 beroepen zijn vastgelegd in de opleidingsbesluiten
11   Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2014-2015, 29282, nr. 211. Arbeidsmarktbeleid en
     opleidingen zorgsector
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>26                                                                       RVS – De B van Bekwaam
Alternatieve route tot opname in Wet BIG
In de praktijk zien we dat vooral een alternatieve route wordt bewandeld om tot
opname in de Wet BIG te komen, namelijk via het zogenoemde experimenteer-
artikel, art 36a Wet BIG. Dit maakt het mogelijk om bij AMvB (al dan niet nieuwe)
beroepsgroepen, op tijdelijke basis en onder voorwaarden, zelfstandig bevoegd
te verklaren tot het verrichten van een aantal aangewezen voorbehouden
handelingen. Bij een positieve evaluatie kunnen deze beroepsbeoefenaren
worden opgenomen in de Wet BIG en/of het BIG-register. Voorbeelden: klinisch
technoloog, geregistreerd-mondhygiënist, Verpleegkundig specialist, physician
assistant en Bachelor Medisch Hulpverlener.
Erkenning van specialismen
Specialismen van basisberoepen worden erkend op voordracht van de betref-
fende beroepsorganisatie. Zo kan de KNMG bijvoorbeeld specialismen voor-
dragen voor het beroep arts. De minister beoordeelt vervolgens of een titel als
wettelijk erkende specialistentitel aangemerkt wordt. Ook hierover adviseert het
ZiNL de minister. Hierbij wordt het specialisme getoetst aan de formele eisen uit
artikel 14 van de Wet BIG12.
2 Herregistratie
Beroepsbeoefenaren die onder het zware regime vallen, moet zich elke vijf jaar
herregistreren om te waarborgen dat zij over actuele kennis en vaardigheden
blijven beschikken13. Hiervoor is relevante werkervaring (‘vlieguren’) vereist
of een periodiek registratiecertificaat, desgewenst voorafgegaan door een
scholingsprogramma.
3 Voorbehouden handelingen
De Wet BIG regelt ‘voorbehouden handelingen’. Dit zijn bepaalde risicovolle
handelingen die onbevoegden niet zelfstandig mogen verrichten. Voorbeelden zijn
het verrichten van endoscopieën, katheterisaties en puncties, geven van injecties,
onder narcose brengen en voorschrijven van UR-geneesmiddelen.
In de wet worden beroepsgroepen aangewezen die zelfstandig bevoegd zijn;
functioneel zelfstandig bevoegd; of alleen in opdracht en onder toezicht deze
handelingen mogen uitvoeren.
12  Beleidsregels wettelijke erkenning specialistentitel Wet BIG https://wetten.overheid.nl/
    BWBR0035674/2014-10-25
13  Dit is uitgewerkt in het Besluit periodieke registratie Wet BIG van 24 november 2008 en Regeling
    van 18 maart 2009 (minister van VWS, MEVA/BO-2819721)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg                       27
Tabel: regeling voorbehouden handelingen
                        Opdracht       Zelfstandig               Wie?
                        geven?         uitvoeren?
  Zelfstandige          Ja             Ja                        Artsen, tandartsen,
  bevoegdheid                                                    verloskundigen,
                                                                 Verpleegkundig spe-
                                                                 cialisten, physician
                                                                 assistents, klinisch
                                                                 technologen en bachelors
                                                                 Medisch Hulpverlener;
                                                                 allen voor zover
                                                                 bekwaam.
  Functioneel           Nee            Ja, in opdracht           Verpleegkundigen,
  zelfstandige                         van zelfstandig           ambulanceverpleeg-
  bevoegdheid                          bevoegde                  kundigen en mondhy-
                                                                 giënisten; allen voor
                                                                 zover bekwaam. Ook de
                                                                 regieverpleegkundige zou
                                                                 bij deze categorie horen
                                                                 volgens het wetsvoorstel
                                                                 in voorbereiding.
  In opdracht           Nee            Nee, er moet              Iedereen die bekwaam is.
                                       toezicht en
                                       tussenkomst zijn
Bron: bijlage bij brief van de minister van VWS aan de Tweede Kamer d.d. 2
december 2014, met zijn reactie op de tweede wettelijke evaluatie van de Wet BIG
(vergaderjaar 2014–2015, 29 282, nr. 211)
Naar aanleiding van de tweede wettelijke evaluatie van de Wet BIG is de
regeling van voorbehouden handelingen op een aantal punten verduidelijkt.
Zo is inmiddels verduidelijkt dat de regeling van voorbehouden handelingen
van toepassing is ongeacht het doel waarmee handelingen verricht worden.
Voorbehouden handelingen mogen dus ook buiten de gezondheidszorg,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>28                                                         RVS – De B van Bekwaam
bijvoorbeeld in de cosmetische sector, alleen door bevoegden verricht worden14.
Voorts neemt de minister zich voor een wetsvoorstel in procedure te brengen
om laser- en IPL-behandelingen van de huid aan te merken als voorbehouden
handeling.
4 Tuchtrecht
Beroepsbeoefenaren die ingeschreven zijn in het BIG-register vallen onder
het tuchtrecht. Het tuchtrecht vervult twee functies. Ten eerste, het bevorderen
van het lerend vermogen van de sector. Door het tuchtrecht worden de normen
van het professionele handelen verduidelijkt en aangescherpt. Ten tweede het
corrigeren van slecht functionerende beroepsbeoefenaren. Zij kunnen van de
tuchtrechter een aantekening in het register krijgen als zij zich niet houden
aan de professionele standaard die voor hun beroepsgroep geldt, of zo nodig
uitgesloten worden van de beroepsuitoefening.
2.3.2 Verpleegkundige in de Wet BIG
Recent is een brede maatschappelijke discussie ontstaan over het voorstel van
de minister om de regieverpleegkundige als nieuw beroep met voorbehouden
handelingen in de Wet BIG op te nemen. Daarom geeft deze paragraaf een
toelichting op de huidige regulering in de Wet BIG van deze beroepsgroep en de
discussie over het wetsvoorstel.
Basisberoep en Verpleegkundig specialist
De Wet BIG maakt geen onderscheid tussen verpleegkundigen met verschillende
opleidingsniveaus, terwijl de niveaus sterk verschillen. Daar waar vroeger veel
verpleegkundigen een inservice opleiding hebben gevolgd in een ziekenhuis,
hebben tegenwoordig verpleegkundigen een mbo-v of een hbo-v diploma.
In de Wet BIG worden binnen de verpleegkunde de volgende beroepen en
specialismen onderscheiden:
>> basisberoep is verpleegkundige (art. 3);
>> met specialisatie Verpleegkundig specialist (art 14), enkele jaren geleden door
   de minister erkend.
14  Zie ook prg. 2.3.3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg            29
Het basisberoep verpleegkundige is op grond van de Wet BIG functioneel
zelfstandig bevoegd tot de volgende voorbehouden handelingen: het toedienen
van injecties, uitvoeren van blaaskatheterisaties en het verrichten van bepaald
typen puncties.
Een bepaald type gespecialiseerde verpleegkundigen (niet te verwarren met
de Verpleegkundig specialist) heeft een functionele zelfstandigheid voor meer
soorten voorbehouden handelingen, bijv. ambulanceverpleegkundigen, COPD-,
diabetes- en oncologieverpleegkundigen. Zij zijn, na diagnose door de arts,
bevoegd tot het voorschrijven van specifieke UR-geneesmiddelen (artikel 36
lid 14d). Deze verpleegkundigen zijn niet als zodanig opgenomen in de Wet BIG.
De Verpleegkundig specialist is zelfstandig bevoegd bepaalde voorbehouden
handelingen uit te voeren binnen het specialisme waarin de Verpleegkundig
specialist werkzaam is. Er zijn namelijk vijf verschillende specialismen:
VS Preventieve Zorg bij Somatische aandoeningen, VS Acute Zorg bij somatische
aandoeningen, VS Intensieve zorg bij somatische aandoeningen, VS chronische
zorg bij somatische aandoeningen en VS Geestelijke gezondheidszorg.
Wetsvoorstel regieverpleegkundige
In december 2017 heeft minister Bruins een wetsvoorstel in internetconsultatie
gebracht waarin de overgang naar de nieuwe beroepen geregeld wordt. Zo is voor-
gesteld om het beroep van regieverpleegkundige te reguleren, naast het beroep
van verpleegkundige. De regieverpleegkundige zou volgens het wetsvoorstel
een artikel 3 beroep worden, naast het artikel 3 basisberoep verpleegkundige.
Dat wil zeggen dat de regieverpleegkundige functioneel zelfstandig dezelfde
voorbehouden handelingen zou mogen uitvoeren als de verpleegkundige (basis-
beroep). De onderscheidende competenties van de regieverpleegkundige liggen
veeleer op organisatorisch terrein, klinisch redeneren, onderzoek en evidence
based werken.
Overgangsregeling
In het wetsvoorstel staat dat er zal worden voorzien in een overgangsregeling
voor de zittende groep verpleegkundigen. In de Kamerbrief van 5 juni 2019 zijn de
contouren daarvan geschetst. Volgens deze overgangsregeling kunnen verpleeg-
kundigen die vanaf 2012 het hbo-v diploma hebben gehaald direct instromen in
het register voor regieverpleegkundigen. Hbo-v opgeleiden vóór 2012 zouden een
landelijke toets moeten doen als voorwaarde voor inschrijving in het register
van regieverpleegkundigen. Mbo-/inservice-opgeleiden met een verpleeg-
kundige vervolgopleiding op niveau NLQF-6 zouden een scholingsprogramma
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>30                                                                   RVS – De B van Bekwaam
moeten volgen, als voorwaarde voor inschrijving in het register van regieverpleeg-
kundigen. Mbo-/inservice-opgeleiden zonder verpleegkundige vervolgopleiding
op niveau NLQF-6 zouden niet in aanmerking komen voor inschrijving in het
register van regieverpleegkundigen. De onvrede over deze overgangsregeling bij
verpleegkundigen heeft geleid tot een verpleegkundig actiecomité dat pleit om het
wetsvoorstel helemaal van tafel te laten verdwijnen.
2.3.3 Reikwijdte BIG: individuele gezondheidszorg
De wet spitst zich toe op de ‘individuele gezondheidszorg’. Hieronder wordt
verstaan ‘zorg die rechtstreeks betrekking heeft op een persoon en ertoe strekt
diens gezondheid te bevorderen of te bewaken, het onderzoeken en het geven
van raad daaronder begrepen, waaronder geneeskunst’ (art. 1 Wet BIG).
Het gaat hierbij om activiteiten die rechtstreeks betrekking hebben op een
persoon en die gericht zijn op het bevorderen en bewaken van de gezondheid van
een individuele patiënt. Het is hierbij van belang dat de kern van het beroep de
directe patiëntenzorg betreft; er moet daadwerkelijk regelmatig contact zijn met
patiënten, zo staat beschreven in de beleidslijn van de minister van VWS
uit 201415.
Onder het ‘gebied van de geneeskunst’ werd in de Wet BIG verstaan
‘alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen
–, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem
van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden
of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel verloskundige bijstand te
verlenen’ (art. 1 lid 2 sub a Wet BIG). Met deze bepaling werd de reikwijdte van
de Wet BIG weergegeven. Vielen bepaalde (be)handelingen niet onder dit artikel,
dan vielen deze buiten de werking van de Wet BIG.
Omdat onduidelijkheid bestond over de vraag of ook cosmetische handelingen
onder de reikwijdte van deze definitie vallen is de Wet BIG op dit punt verduidelijkt.
Er mag volgens de wetgever geen misverstand meer over bestaan dat het beroeps-
matig zelfstandig verrichten van de in de Wet BIG aangewezen handelingen altijd
is voorbehouden aan daartoe in de Wet BIG aangewezen beroepsbeoefenaren,
ongeacht met welk doel de handelingen worden verricht. Hiertoe is (onder meer)
het begrip ‘geneeskunst’ in artikel 1 Wet BIG aangepast en verduidelijkt.
15  Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2014-2015, 29282, nr 211
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg                        31
Onder ‘geneeskunst’ wordt begrepen:
‘het gebied van de individuele gezondheidszorg in het kader waarvan
 handelingen worden verricht, die:
a. ertoe strekken een persoon van een ziekte te genezen;
b. een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden;
c. ertoe strekken de gezondheidstoestand van een persoon te beoordelen;
d. ertoe strekken verloskundige bijstand bij een persoon te verlenen;
[…]
g. gericht zijn op het aanbrengen, modificeren, herstructureren en wegnemen
van weefsel bij een persoon, voor andere doeleinden dan die bedoeld onder a tot
en met d. Met de toevoeging van ‘voor andere doeleinden’ (sub g) wordt beoogd
definitief in de wet duidelijk te maken dat ook de ‘in de geneeskunde gebruikelijke
handelingen’, die alleen met een cosmetisch doel worden verricht, werkelijk zijn
voorbehouden aan deskundige beroepsbeoefenaren.
2.4 Beroepenregulering in andere landen
De Raad heeft een internationaal vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de
wijze waarop zorgberoepen in andere landen zijn gereguleerd16. Hierin is geke-
ken naar de situatie in België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (VK), Estland,
Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Deze landen verschillen onderling aan-
zienlijk in welke elementen zijn gereguleerd; de wijze waarop en de mate waarin
dat is gedaan; hoe de regelgeving wordt uitgevoerd; en welke partijen hiervoor
verantwoordelijk zijn. Sommige landen reguleren minder dan Nederland en
andere weer meer. Ze kennen wel allemaal titelbescherming voor zorgberoepen,
behalve België: daar zijn de beroepen van onder meer artsen, apothekers en ver-
pleegkundigen beschermd en is het verboden handelingen uit te voeren binnen
hun deskundigheidsgebied voor diegenen die niet tot deze beroepen behoren.
Registratie
Wat allereerst opvalt is dat in het VK, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland aan-
zienlijk meer zorgberoepen gereguleerd zijn dan in Nederland. Zowel in de zorg
als in het sociaal domein. Voor deze beroepen gelden verplichte registratie in
een centraal beroepsregister, herregistratie-eisen en tuchtrecht. De verantwoor-
delijkheden zijn daarbij anders geregeld dan in Nederland, omdat deze landen
een vorm zelfregulering kennen die door de wetgever gemandateerd is. Councils
of boards, die de beroepsgroepen vertegenwoordigen, zijn verantwoordelijk voor
16   Zie achtergrondstudie RVS, Internationale vergelijking beroepenregulering in de zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>32                                                          RVS – De B van Bekwaam
het beheren van de registers, het vaststellen van deskundigheidsgebieden,
het opstellen van toelatingseisen en herregistratie-eisen, en voor tuchtrecht-
procedures. De overheid, doorgaans vertegenwoordigd door een van de ministers,
houdt zeggenschap over deze organen, onder meer door (een deel van) de
bestuursleden te benoemen en - in het VK en Australië - door centraal toezicht.
In het VK is dit de Professional Standards Authority for Health and Social Care
(PSA). Deze stelt onder meer richtlijnen en standaarden op voor de beroeps-
registers en de herregistratie-eisen.
Vergeleken met het VK, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland bevinden België,
Estland en vooral Duitsland zich aan de andere kant van het spectrum.
In deze landen zijn slechts enkele zorgberoepen gereguleerd, ook minder dan
in Nederland. Estland kent een systeem dat vergelijkbaar is met het lichte
regime in de Wet BIG, want voor de gereguleerde zorgberoepen bestaan geen
verplichte herregistratie-eisen, geen regeling van voorbehouden handelingen
en ook geen tuchtrecht.
Herregistratie
In Nieuw-Zeeland en het VK gaan ook de herregistratie-eisen voor artsen verder
dan in Nederland. In Nieuw-Zeeland zijn artsen verplicht een digitaal portfolio
bij te houden met deskundigheidsbevorderende activiteiten. De minimumeisen
die jaarlijks worden getoetst zijn: een professioneel ontwikkelingsplan, een
audit, geaccrediteerde nascholing, evaluerende gesprekken met collega’s, en het
bijwonen van een aantal bijeenkomsten met collega’s. Bovendien is elke drie
jaar een toets van essentiële kennis vereist, net als feedback van collega’s en
patiënten, en een praktijkbeoordeling. Medisch specialisten volgen een eigen
nascholingsprogramma dat is vastgesteld door hun eigen specialisme.
De herregistratie-eisen voor artsen in het VK zijn elders in dit advies beschreven.
Een opvallend verschil met Nederland is dat in Nieuw-Zeeland en het VK niet
alleen de eigen beroepsgroep, maar ook andere collega’s en patiënten betrokken
zijn bij de evaluatie van het eigen functioneren. Dit biedt ruimte om ook aan de
teamsamenwerking en het patiëntenperspectief aandacht te besteden.
In België en Estland is dat heel anders geregeld. Daar is het onderhouden van de
eigen bekwaamheid vrijwillig en dit wordt aan de zorgverlener zelf overgelaten.
Overigens bestaan in België wel plannen voor een verplicht portfolio waarin
artsen hun deskundigheidsbevorderende activiteiten bijhouden. In Duitsland is
nascholing alleen voor ambulant werkende artsen verplicht.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre> 2 — Plaats van de Wet BIG in de regulering van kwaliteit van zorg                33
Voorbehouden handelingen
In meerdere landen bestaat een regeling van voorbehouden handelingen die
risicovol zijn voor patiënten indien onzorgvuldig of ondeskundig uitgevoerd.
In vergelijking met de uitgebreide regeling in Nederland is de situatie in het VK
geheel verschillend. In het VK bestaat een dergelijke regeling niet; daar is het
deskundigheidsgebied van het beroep zoals omschreven in standaarden en
codes van de beroepsgroepen het uitgangspunt van de bevoegdheden van een
beroepsbeoefenaar.
Dit laat in de eerste plaats zien dat het ook anders kan. Een mogelijk voordeel is
dat het in de praktijk meer flexibiliteit biedt en ruimte laat voor taakherschik-
king. Hiervoor bestaan echter onvoldoende aanwijzingen. Wat betreft de mate
van taakherschikking tussen artsen en verpleegkundigen lijkt Nederland niet
onder te doen voor het VK. Het ontbreken van een regeling veronderstelt in elk
geval dat beroepsbeoefenaren in het VK weten wat zij wel en niet mogen en
dat hun deskundigheidsgebied voldoende scherp is omschreven. Een voordeel
van een regeling van voorbehouden handelingen is dat het voor burgers,
met name patiënten en werkgevers, inzicht geeft in de bevoegdheden van
beroepsbeoefenaren.
Taakherschikking
Nederland past, net als enkele andere landen, relatief vaker herschikking toe
tussen artsen en verpleegkundigen. Nederland is overigens het enige land met
een experimenteerartikel in de Wet BIG, mogelijk dat dit daaraan bijdraagt.
Taakherschikking gaat echter over meer dan alleen voorbehouden handelingen.
Bovendien is de mate van taakherschikking ook, en wellicht nog meer,
afhankelijk van andere factoren, zoals het opleidingsniveau en de druk om
kosten te besparen.
Tuchtrecht
Hoewel de tuchtprocedures en de bevoegdheden van tuchtcolleges internationaal
zeer uiteenlopen, wordt de tuchtpraktijk in meerdere landen als repressief en
straffend ervaren. Er is minder ruimte dan bedoeld (en mogelijk) is voor leren
(individueel of collectief door de beroepsgroep); voor verbeteren van het profes-
sioneel handelen; en voor eerherstel. De (onbedoelde) neveneffecten hiervan op
zorgverleners zijn elders in dit advies beschreven. Wel lijken sommige landen,
waaronder België, meer ruimte te bieden voor leren en verbeteren. In België en
het VK, en wellicht in meerdere landen, is men op zoek naar meer ruimte in de
tuchtrechtelijke procedures voor het leren van fouten en eerherstel.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34                                                          RVS – De B van Bekwaam
Bijvoorbeeld door een tuchtmaatregel gepaard te laten gaan met een verbeter-
plan en de mogelijkheid om bepaalde tuchtmaatregelen uitwisbaar te maken
nadat een aangeklaagde zorgprofessional verbetering heeft aangetoond.
Goede voorbeelden?
Deze internationale vergelijking laat zien dat er overeenkomsten, maar ook
grote verschillen bestaan. De verleiding is groot om ‘goede voorbeelden’
te ontlenen aan andere landen. Maar daarbij past een relativerende opmerking.
Er is namelijk geen hard bewijs dat het ene systeem, of onderdelen hiervan,
beter is dan het andere. Het lijkt weliswaar ook zonder onderzoek aannemelijk
dat het verdergaand reguleren van meer zorgberoepen of het stellen van eisen
aan de bevoegdheden van zorgprofessionals bevorderlijk is voor de kwaliteit van
het professioneel handelen. Maar de praktijk laat (onbedoeld) nadelige effecten
zien van verdergaande regulering, zoals het risico van schijnzekerheid, van een
‘afvinkcultuur’, en hoge uitvoeringskosten. Dus eigenlijk is het vreemd dat er
zo weinig onderzoek naar gedaan wordt. De beroepenregulering in de landen
uit deze internationale vergelijking kent, net als in Nederland, soms een ad hoc
en inconsistent karakter, vaak als antwoord op incidenten of lobbydruk van
beroepsverenigingen. Het risico op (onbedoeld) nadelige effecten neemt
hierdoor toe.
Het is overigens ook weer niet zo dat een grotere rol van de overheid in de
(uitvoering van de) beroepenregulering per definitie nadelig is. Illustratief is
de situatie in het VK waar een grote rol is weggelegd voor de negen councils
die eigen regels en procedures ontwikkelen voor de bij hen aangesloten
beroepsgroepen. Dit stelsel is voor werkgevers en patiënten verwarrend,
vertoont inconsistenties, en bovendien zijn veel procedures gedateerd en traag.
Deze ervaringen zijn aanleiding voor de regering in het VK om de beroepenregu-
lering te hervormen, maar door de voorgenomen Brexit staat dit voorlopig op een
laag pitje. Een ander voorbeeld betreft de rol van de overheid bij taakherschikking
tussen zorgberoepen. Wettelijke regulering kan een remmende factor zijn,
maar kan ook helpen om een dominante rol van beroepsgroepen te doorbreken,
zoals de situatie in Duitsland laat zien.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                               35
2.5 Conclusie
Dit hoofdstuk beschrijft de positie van beroepenregulering in het geheel
van kwaliteit bevorderende en -bewakende regelgeving en mechanismen.
Vervolgens heeft de Raad de systematiek van de Wet BIG op hoofdlijnen
geschetst. Ook is op hoofdlijnen - en zeker niet uitputtend - weergegeven
op welke punten de wet in zijn ruim 20-jarige bestaan is geactualiseerd.
En tenslotte laat dit hoofdstuk aan de hand van een internationaal vergelijkend
onderzoek zien dat er verschillen zijn in beroepenregulering tussen de landen.
Maar we kunnen geen conclusies trekken over het effect ervan op de kwaliteit
van de zorgverlening, aangezien beroepenregulering maar een klein onderdeel
uitmaakt van een groter geheel aan kwaliteit regulerende maatregelen in een land.
Dit betekent overigens niet dat de Wet BIG nog jarenlang mee kan. Er zijn
weliswaar ook in Nederland veel andere wetten en maatregelen die de kwaliteit
van zorg reguleren, maar de Wet BIG neemt daarbij een belangrijke positie in.
Het volgende hoofdstuk laat zien waar de Wet BIG wringt met de praktijk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>36                                                        RVS – De B van Bekwaam
3 Knelpunten in de praktijk
3.1    Inleiding
De Wet BIG functioneert inmiddels ruim 20 jaar en is tot voor kort redelijk con-
stant gebleven wat betreft de beroepen die eronder vallen. Er zijn evenmin grote
wijzigingen geweest in de regeling van voorbehouden handelingen. Dit gold ook
voor het tuchtrecht, maar dat is onlangs gewijzigd17.
Dit neemt niet weg dat er in de praktijk knelpunten zijn. Dit is reeds uitvoerig
aan de orde gesteld in de tweede wettelijke evaluatie van de wet in 2013. Hoewel
meerdere voorstellen van de evaluatiecommissie ter verbetering van de wet
inmiddels hun beslag hebben gekregen in wetswijziging BIG1 blijft een aantal
knelpunten bestaan. Paragraaf 3.2 schetst deze en andere knelpunten die
voortvloeien uit de systematiek van de Wet BIG.
Daarnaast zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die leiden tot fricties met
de huidige wijze van beroepenregulering. In paragraaf 3.3 schetsen we welke
(autonome) ontwikkelingen dat zijn en analyseren we waar de Wet BIG wringt
met deze ontwikkelingen . In de analyse van de knelpunten betrekt de Raad de
ervaringen en opvattingen van betrokkenen uit de praktijk die uit de veldraad-
pleging naar voren zijn gekomen.
3.2 Knelpunten door de systematiek van de Wet BIG
Knelpunt 1: Registratiecriteria niet consequent toegepast
In paragraaf 2.3.1 hebben we laten zien welke criteria de minister hanteert voor
regulering van beroepen in de Wet BIG. Deze criteria bieden in meer of mindere
mate ruimte voor verschillen in interpretatie en afbakening. Het meest pregnant
komt dat naar voren in het criterium dat ‘wettelijke regulering noodzakelijk moet
zijn om patiënten adequaat te beschermen’ en vervolgens bij het bepalen of het
lichte dan wel zware regime van toepassing is in het zogenoemde tuchtrechtcri-
terium. Dit criterium behelst ‘de wens om bepaalde beroepen onder het tucht-
recht te brengen’, bijvoorbeeld omdat patiënten in een afhankelijkheidspositie
verkeren.
17  zie bijlage 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>  3 — Knelpunten in de praktijk                                                  37
 Dit zijn lastig werkbare criteria, omdat ze (te) algemeen en open geformuleerd
 zijn en daarmee onduidelijk blijft op grond van welke overwegingen wordt
 bepaald wanneer hieraan voldaan is. In de praktijk blijkt dan ook dat deze
 criteria de deur voor opname in de Wet BIG openzetten voor allerlei beroepen die
 niet zelfstandig voorbehouden handelingen verrichten. Soms gebeurt dit onder
 politieke druk. Dit gegeven komt de consistentie van de wet niet ten goede.
     Voorbeelden:
     >> Fysiotherapeut: voert geen voorbehouden handelingen uit, maar is wel
        opgenomen in art. 3 van de Wet BIG.
     >> Orthopedagoog-Generalist (OG): voert geen voorbehouden handelingen uit,
        maar wordt wel opgenomen in de Wet BIG.
Knelpunt 2: Voorbehouden handelingen dekken risico’s onvoldoende af
 De Wet BIG koppelt bevoegdheden aan specifieke beroepen (artsen, tandartsen et
 cetera). Zij mogen zelfstandig in de wet omschreven voorbehouden handelingen
 indiceren, uitvoeren en delegeren, voor zover deze liggen binnen hun deskundig-
heidsgebied. Dit is nodig geacht omdat bepaalde handelingen tot onaanvaard-
bare risico’s voor patiënten leiden indien ondeskundig uitgevoerd.
De voorbehouden handelingen in de Wet BIG leggen sterk de nadruk op fysieke
handelingen op, aan of in het lichaam. Andere dan ‘fysieke’ handelingen vallen
buiten deze regeling, terwijl deze minstens zoveel risico’s met zich meebrengen
voor patiënten. Zo vraagt personalisering van zorg om het inzetten van con-
textuele kennis. Vaardigheden zoals het betrekken van de specifieke situatie
van de patiënt/cliënt bij de oordeelsvorming, het gemotiveerd kunnen afwijken
van protocollen, zijn echter moeilijk te omschrijven in concrete, opeenvolgende
handelingen. Het risico schuilt dan ook niet alleen in de uitvoering van (fysieke)
voorbehouden handelingen, maar in het beleid dat ten aanzien van de patiënt
wordt gevoerd. In de (tucht)rechtspraak gaat het zelden om concrete voorbehou-
den handelingen. Vooral het inschatten van de gezondheidstoestand van de
patiënt (triage en indicatiestelling) is belangrijk. Dit is echter geen voorbehou-
den handeling.
Een ander knelpunt is dat sommige voorbehouden handelingen algemeen
omschreven zijn. Zo algemeen soms, dat er meer handelingen onder vallen
dan nodig is. Een voorbeeld zijn de heelkundige handelingen, die variëren
van simpele tot zeer complexe ingrepen met verschillende risico’s. Om vast
te kunnen stellen tot welke van die algemeen omschreven handelingen een
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>38                                                         RVS – De B van Bekwaam
beroepsbeoefenaar bevoegd is, moet men te rade gaan bij zijn omschreven
deskundigheidsgebied. Deskundigheidsgebieden vervagen en overlappen echter
steeds vaker18.
In dit licht bezien is de casus van IPL- en laserbehandeling interessant. Een van
de redenen om te pleiten voor een aparte definitie van deze handelingen is juist
om te voorkomen dat een meer algemene omschrijving ‘ongewenste bijvangst’
met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat fysiotherapeuten niet meer met lasers
zouden mogen werken. In het deeladvies dat begin 2020 verschijnt gaat de Raad
hierop nader in.
Knelpunt 3: Herregistratie toetst bekwaamheid onvoldoende
Aan de hand van het BIG-register kan worden achterhaald of een zorgverlener
is opgeleid tot een bepaald beroep en bevoegd is om bepaalde voorbehouden
handelingen zelfstandig uit te voeren. Registratie is echter een momentopname
waaruit wel de bevoegdheid blijkt, maar niet zonder meer de bekwaamheid.
Herregistratie beoogt louter te voorzien of iemand bevoegd is, niet of hij
bekwaam is. De vereisten voor herregistratie hebben dan ook geen betrekking
op het daadwerkelijke functioneren van zorgverleners in de praktijk. Dit is een
probleem omdat de wet ervan uitgaat dat een zorgverlener zelf beoordeelt en kan
beoordelen of hij bekwaam is. Maar daarvoor heeft een zorgverlener voldoende
zelfreflectie nodig. Dit maakt de beoordeling kwetsbaar.
Knelpunt 4: Tuchtrecht heeft ook averechtse werking
Het tuchtrecht is gericht op de kwaliteit van het handelen van de individuele
beroepsbeoefenaar. Het strekt tot normontwikkeling en -verduidelijking en
andere beroepsbeoefenaren kunnen hiervan leren. De tuchtrechter beoordeelt of
de betreffende zorgverlener heeft gehandeld zoals van hem of haar in de gegeven
omstandigheden mocht worden verwacht. Hoewel het tuchtrecht individueel
gericht is terwijl kwaliteit van zorg steeds vaker een teamprestatie is, vervult het
tuchtrecht als zodanig een nuttige functie als sluitstuk van de kwaliteitsbewa-
king van de beroepsuitoefening.
Het tuchtrecht heeft echter ook averechtse werking. Het strekt tot normont-
wikkeling en -verduidelijking en is mede om deze reden openbaar, in de ver-
onderstelling dat andere beroepsbeoefenaren hiervan kunnen en zullen leren.
Het tuchtrecht heeft echter – mede door de media – een hoog schandpaaleffect
18  Zie ook hierna onder knelpunt 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre> 3 — Knelpunten in de praktijk                                                              39
en kan leiden tot risico-avers handelen; het zet de openheid die nodig is om te
kunnen leren en verbeteren onder druk. Onderzoek wijst uit dat een tuchtzaak
als zeer belastend wordt ervaren door zorgverleners. Het heeft impact op de
mentale gezondheidstoestand en vaak ook het privéleven, en daarnaast heeft het
gevolgen voor het professioneel functioneren van de zorgverlener. Die impact is
relevant in relatie tot de kwaliteit en veiligheid van zorg. Zo geven artsen aan na
een tuchtklacht defensiever te handelen door onder meer risicovolle patiënten te
vermijden en uit voorzorg extra diagnostiek aan te vragen om zo een eventuele
nieuwe klacht te voorkomen. Zorgverleners gaan patiënten ook geregeld zien als
potentiële klager19.
Factoren die bijdragen aan de negatieve impact van een tuchtzaak zijn onder
meer de openbaarheid, de lange duur van het proces en de eventuele aandacht
die de (social) media schenken aan de zaak. Dit draagt niet bij aan een veilig
klimaat waarbinnen de individuele zorgverlener kan leren en verbeteren.
Integendeel, het professioneel functioneren van de zorgverlener ten tijde en na
afloop van de tuchtzaak is in veel gevallen juist niet optimaal. Hiermee komt in
het tuchtrecht een spanningsveld tussen leren en controleren tot uiting20.
Daarnaast lijkt het tuchtrecht vaak te worden gebruikt voor andere doelen dan
de oorspronkelijke doelen: het overgrote deel van de tuchtklachten wordt aan-
hangig gemaakt door patiënten die een vorm van erkenning of (niet-financiële)
genoegdoening zoeken voor in hun ogen gemaakte fouten in de behandeling. Het
tuchtrecht is echter niet bedoeld om een oordeel te verkrijgen over de kwaliteit
van de totaal geleverde zorg. Het merendeel van die klachten wordt overigens
ongegrond verklaard, maar schaadt het vertrouwen en de reputatie van de
betreffende zorgverleners en kan leiden tot defensieve geneeskunde21. De recente
aanpassing van de Wet BIG, waarbij een tuchtklachtfunctionaris is ingesteld,
kan helpen om patiënten te ondersteunen bij het formuleren en juist adresseren
van hun klacht. Dat kan overigens ook een andere instantie zijn, bijvoorbeeld
een regionale geschillencommissie.
19  Tussen Leren, Samenwerken en Straf: de Verschuivende Rol van Wet- en Regelgeving in de
     Beroepsuitoefening van de Zorg, Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), 2019
20 idem
21 Tussen Leren, Samenwerken en Straf: de Verschuivende Rol van Wet- en Regelgeving in de
     Beroepsuitoefening van de Zorg, Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), 2019
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>40                                                         RVS – De B van Bekwaam
Een ander punt betreft het repressieve karakter van het tuchtrecht: maatregelen
die opgelegd kunnen worden (waarschuwing, berisping, geldboete, schorsing
van de inschrijving, gedeeltelijke ontzegging, doorhalen van de inschrijving) zijn
te weinig gericht op verbetering van het functioneren en worden als bestraffend
ervaren22.
3.3 Knelpunten door maatschappelijke ontwikkelingen
Er zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen waardoor de Wet BIG
steeds meer gaat wringen. Deze ontwikkelingen veranderen de onderlinge
verhoudingen tussen zorgprofessionals en de manier waarop zij taken uitvoeren,
onder andere door middel van taakherschikking.
Veranderende zorgvraag
De zorgvraag neemt toe, wordt steeds complexer en zal ook de komende tien-
tallen jaren blijven veranderen. Oorzaken daarvan zijn onder andere een betere
gezondheidszorg, meer mogelijkheden door een betere diagnostiek en nieuwe
technologieën, toenemende vergrijzing en daaraan gepaard steeds meer mensen
met chronische aandoeningen en meerdere gezondheidsproblemen tegelijker-
tijd. Daarnaast blijven ouderen steeds langer thuis wonen.
Daardoor neemt de vraag toe naar generalistische én specialistische zorg,
ouderenzorg, langdurige zorg, zorg dichtbij én zorg op afstand. Patiënten hebben
behoefte aan een vaste zorg- of hulpverlener, zoals in de verpleeghuiszorg en
thuiszorg, maar ook in de polikliniek en aan het bed. Een andere belangrijke
ontwikkeling is dat patiënten inzicht willen in opleiding, ervaring en compe-
tenties van zorgprofessionals, zodat zij, eventueel samen met de verwijzer,
een weloverwogen keuze kunnen maken voor de juiste zorg op de juiste plek.
Andere manier van werken
Door de veranderende zorgvraag verandert ook de manier van werken van zorg-
professionals. Werken in multidisciplinaire teams en netwerken wordt steeds
meer de praktijk zowel binnen als buiten de muren van de zorgorganisatie.
Generalistische zorg en de behoefte aan een vaste zorg- of hulpverlener vereisen
dat zorgprofessionals zich bekwamen in het uitvoeren van verschillende taken.
Maar het vraagt ook om flexibiliteit en het kunnen overnemen van elkaars taken
als dat nodig is. Het werken in teams strekt zich uit tot naasten, vrijwilligers
22 idem
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre> 3 — Knelpunten in de praktijk                                                           41
en beroepsbeoefenaren uit het sociale domein. In toenemende mate wordt bij
het verlenen van zorg ook de sociale situatie van de patiënt of cliënt betrokken.
Tegelijkertijd vergt de veranderende vraag ook, paradoxaal genoeg, meer specia-
lisatie en diepgaande expertise op een steeds smaller gebied23.
Door de inzet van nieuwe technologieën in de zorg verandert ook de manier van
werken. Denk aan zelfdenkende, -sturende en -handelende technologieën, zoals
kunstmatige intelligentie en robots. Robots kunnen wellicht beter dan mensen
een lumbaalpunctie uitvoeren. Medische beslissystemen op basis van artificiële
intelligentie kunnen wellicht beter dan mensen diagnoses stellen en triageren.
Robots of medische expertsystemen worden nu al door zorgverleners ingezet
en vallen daarmee doorgaans onder hun verantwoordelijkheid. Steeds meer
van deze technologieën worden echter gevoed door zelflerende AI-systemen
die daarmee steeds autonomer kunnen functioneren (vgl. zelfrijdende auto’s).
Nieuwe technologieën kunnen hierdoor ook het concept van toezicht en tussen-
komst veranderen. Door de inzet van nieuwe technologieën ontstaan nieuwe
beroepen in de zorg. Een recent voorbeeld is de klinisch technoloog die inmiddels
bevoegd is bepaalde voorbehouden handelingen zelfstandig uit te voeren.
Tekort aan zorgprofessionals
Een andere maatschappelijke ontwikkeling is het schrijnende tekort aan
zorgprofessionals. Onder meer door de hoge werkdruk verlaten jaarlijks meer
dan 80 duizend mensen hun baan in de zorg. In 2022 dreigt een tekort van 100 tot
125 duizend zorgmedewerkers. De moeilijk vervulbare vacatures betreft vooral
verzorgenden en verpleegkundigen, maar ook specialisten ouderengeneeskunde,
psychiaters en in sommige regio’s huisartsen24. Het ministerie van VWS heeft
een actieplan ontwikkeld om meer medewerkers aan te trekken. Daarvoor moet
werken in de zorg een beter imago krijgen en moeten er meer stageplaatsen
komen25.
23 Smith R, Doctors and patients heading in opposite directions. British Medical Journal
24 Actieprogramma Werken in de zorg, Ministerie van VWS, maart 2018
25 idem
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>42                                                                     RVS – De B van Bekwaam
Uit deze maatschappelijke ontwikkelingen vloeien de volgende knelpunten met
de Wet BIG voort:
Knelpunt 5: Inzichtelijkheid laat te wensen over
De inzichtelijkheid van het BIG-register is gering. Het register bevat de naam en
het registratienummer van de zorgverlener en eventuele tuchtrechtelijke maat-
regelen. Dit is onvoldoende informatie voor patiënten en cliënten om keuzes te
kunnen maken voor een zorgverlener. Het recente voornemen om een verplich-
ting in te voeren om het BIG-nummer op meerdere plekken te vermelden, biedt
voor patiënten dan ook naar verwachting weinig soelaas. Ook voor potentiële
werkgevers biedt het BIG-register onvoldoende aanknopingspunten. Het register
wordt dan ook nauwelijks geraadpleegd door patiënten26. Dit gold aanvankelijk
ook voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars, maar zorgaanbieders raadplegen
thans het BIG-register standaard bij sollicitanten, niet omdat ze er veel wijzer
van worden, maar vooral om zich juridisch in te dekken.
Naast het (publiekrechtelijke) BIG-register zijn er meerdere privaatrechte-
lijke registers, bijvoorbeeld de registers van het Nederlands Instituut voor
Psychologen (NIP). Het bestaan van meerdere verschillende registers leidt er
soms toe dat zorgverleners in meer dan één register staan opgenomen. Dat is
voor burgers en andere betrokkenen verwarrend en ook dit gegeven draagt niet
bij aan de inzichtelijkheid.
De behoefte aan inzichtelijkheid is groot, aangezien patiënten in de praktijk te
maken krijgen met allerlei verschillende professionals, van wie ze niet precies
weten wie wat doet en waar verantwoordelijk voor is. Op hoofdlijnen is wel dui-
delijk wat men van een arts, verpleegkundige of fysiotherapeut mag verwachten,
maar wat te denken van nieuwe beroepen als de bachelor medisch hulpverlener
of de klinisch technoloog? Bosch, Smulders en Hendriks27 wijzen op het fenomeen
dat de benamingen die gaandeweg ontstaan zijn voor allerhande functies in de
zorg een bron van misverstanden oplevert. Zo valt aan patiënten amper nog uit
te leggen wat het verschil is tussen alle ‘assistenten’. In de ziekenhuizen werken
bijvoorbeeld arts-assistenten, co-assistenten, artsen in opleiding tot specialist
(aios) en artsen niet in opleiding tot specialist (anios). Voor buitenstaanders is
dit onderscheid niet helder. De verwarring wordt gevoed door de aanduiding van
nieuwe functies van gespecialiseerd verpleegkundigen. Sinds september 2018
is bijvoorbeeld ‘physician assistant’ een officiële door de Wet BIG beschermde
26 Tweede evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ZonMw, 2013
27 Bosch F., Smulders Y. en Hendriks, A. Weg met al die verwarrende functienamen, Medisch Contact,
     20 februari 2019
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre> 3 — Knelpunten in de praktijk                                                  43
beroepstitel en daarmee vergelijkbaar met de titel van arts. Maar de letterlijke
vertaling van ‘physician assistant’ is ‘arts-assistent’, terwijl hun taken en
bevoegdheden hemelsbreed verschillen. En wat kan of mag een ‘Verpleegkundig
specialist’ wat een ‘gespecialiseerd verpleegkundige’ niet kan of mag doen?
Knelpunt 6: Individuele beroepsbeoefenaar niet langer logisch aangrijpingspunt
De Wet BIG heeft het handelen van individuele beroepsbeoefenaren als aangrij-
pingspunt. Dit verhoudt zich moeizaam tot de ontwikkeling van zorg in team- of
netwerkverband. Dit omdat slechts een beperkt aantal leden van zo’n team of
netwerk onder de werking van de Wet BIG valt, maar ook vanwege het handelen
van anderen in het team of de organisatie. Zorgverleners worden steeds meer
afhankelijk van elkaar om goede zorg te leveren. De Wet BIG sluit echter een
meer collectieve verantwoordelijkheid uit. Hoewel in de praktijk bepaalde
beroepsbeoefenaren verantwoordelijk kunnen zijn voor het handelen van andere
zorgverleners in een team (denk aan een hoofdbehandelaar), legt de wet de
verantwoordelijkheid hiervoor bij een individuele zorgverlener.
Knelpunt 7: Beroep als uitgangspunt voldoet steeds minder
De deskundigheidsgebieden (zoals per beroep omschreven) zijn dynamisch door
scholing en praktijkervaring en ze overlappen elkaar. Hierdoor is het beroep een
steeds minder goed uitgangspunt om iemands bevoegdheid en bekwaamheid te
bepalen.
De deskundigheid van professionals is een belangrijke maatstaf om de kwaliteit
van de door hen verleende zorg te bepalen, dat wil zeggen bevoegdheden en
bekwaamheden met daarbij horende opleidingseisen, registratie van diploma’s
en periodieke herregistratie op basis van werkervarings- of nascholingseisen.
In de praktijk vindt een ‘grensvervaging’ plaats tussen deskundigheidsgebieden,
doordat zorgprofessionals zich steeds verder specialiseren en verdiepen.
Taakherschikking
Eén van de gevolgen van deze (super)specialisatie en verdieping van zorgprofes-
sionals is een herschikking van taken en verantwoordelijkheden. Dat wil zeggen
dat de meer routinematige taken worden gedelegeerd aan minder gespecialiseerde
professionals. Dit proces van taakherschikking vindt continu plaats en zal
afhankelijk van de kennis en context zich steeds verder ontwikkelen. Kortom het
‘vastzetten’ en strak omlijnen van het deskundigheidsgebied van de professional
is wellicht nog maar voor een klein deel van het totale takenpakket mogelijk
en wenselijk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>44                                                          RVS – De B van Bekwaam
Deskundigheidsgebieden overlappen
Omschrijvingen van deskundigheidsgebieden zijn veelal per deelgebied in
algemene termen vervat, waardoor ze onvoldoende onderscheidend zijn en ook
overlap vertonen. Tegelijkertijd neemt de noodzaak en behoefte toe om te weten
wat andere zorgverleners kunnen, juist omdat zorgverlening in toenemende
mate door teams geleverd wordt. Dit heeft ook te maken met de complexiteit van
de zorgvraag; in die gevallen is de standaardrichtlijn vaak niet van toepassing en
moeten professionals afwijken van de standaard en maatwerk leveren. Ook hier
zien we een spanning ontstaan: zorgprofessionals moeten steeds beter weten
wanneer zij anderen erbij moeten halen; zij moeten dus de deskundigheidsge-
bieden van andere professionals beter leren kennen, terwijl die gebieden steeds
minder vast omlijnd zullen zijn.
Aanpassing wet duurt lang
Daar komt bij dat deze ontwikkelingen in het veld snel gaan; taken worden
herschikt en nieuwe beroepen doen hun intrede onder meer door nieuwe techno-
logie. De wet kan dat niet bijbenen; een wetswijziging duurt minstens twee jaar.
Bovendien kan daar nog een experimenteerfase van vijf jaar aan vooraf gaan voor
een beroep dat zelfstandig voorbehouden handelingen moet kunnen uitvoeren.
Knelpunt 8: Steeds meer nieuwe beroepen in de Wet BIG
Het oorspronkelijke uitgangspunt van de Wet BIG is niet méér reguleren dan
nodig is. Het idee in de jaren negentig was dat iedereen zorg kan en mag leveren,
behalve als er ernstige en zwaarwegende risico’s zijn voor de patiëntveiligheid.
Steeds meer beroepsverenigingen vragen echter om opname in de Wet BIG.
Zij zien hierin een mogelijkheid om zich te profileren en te laten zien dat zij
ertoe doen. Opname in de Wet BIG werkt in deze zin statusverhogend.
Deze aanzuigende werking van de Wet BIG wordt versterkt door de doorwerking
in de financiering van de geleverde zorg. Een BIG-registratie levert doorgaans
een betaaltitel op, of geldt als vereiste om bepaalde activiteiten te mogen
declareren. Opname in het BIG-register fungeert dus ook als bescherming van
de belangen van een beroepsgroep. Dit kan leiden tot een domeinenstrijd onder
zorgberoepen en beroepsverenigingen, wat ten koste kan gaan van samenwer-
king in teamverband.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre> 3 — Knelpunten in de praktijk                                                               45
Het gegeven dat opname in de Wet BIG statusverhogend werkt en doorwerkt in de
financiering maakt het voor enkele Kamerleden verleidelijk om de Wet BIG in te
zetten in de strijd tegen (dreigende) arbeidstekorten28. Ook beroepsverenigingen
maken zich hier sterk voor. Zo is concreet gevraagd om doktersassistenten toe
te laten tot de Wet BIG in de hoop dat dit beroep hierdoor aantrekkelijker wordt,
terwijl zij niet aan de gestelde criteria voor opname voldoen.
Deze toenemende specialisatie, afbakening en daarmee versnippering van
zorgberoepen in de Wet BIG is een probleem, omdat patiënten juist in toenemende
mate behoefte hebben aan een generalistische blik in het proces en een vaste
zorg- of hulpverlener. De toenemende versnippering leidt daarnaast tot
inefficiënt werken in de praktijk. Dit geldt dus ook voor opname in de Wet BIG
van de regieverpleegkundige als nieuw beroep.
Knelpunt 9: Nieuwe technologieën zetten uitgangspunt ‘individuele gezond-
heidszorg’ onder druk
De reikwijdte van de Wet BIG, de individuele gezondheidszorg, veronderstelt een
direct contact tussen zorgverlener en patiënt. Daarmee vallen strikt genomen
veel van de meer technische beroepen buiten het bereik van de Wet BIG; deze
professionals hebben vaak geen direct patiëntencontact en werken soms zelfs
op afstand van de patiënt. Hun handelen kan echter minstens zoveel risico’s
inhouden voor een individuele patiënt indien ondeskundig of onzorgvuldig
uitgevoerd.
Knelpunt 10: Huidige beroepenregulering draagt bij aan arbeidstekorten en
inefficiënt werken
Medewerkers kunnen niet altijd op de gewenste plaatsen worden ingezet omdat
zij niet ‘het juiste’ beroep hebben volgens de Wet BIG. De huidige regulering
beperkt daarmee de mogelijkheden tot substitutie en draagt in deze zin juist bij
aan arbeidsmarkttekorten en inefficiënt werken. Een voorbeeld hiervan is de
situatie waarin een bepaalde handeling vanwege de zorgvraag ‘24/7’ uitgeoefend
moet worden. Indien deze handeling is voorbehouden aan een verpleegkundige
moet elke dienst tenminste één verpleegkundige ingeroosterd worden. Als
die handeling door meer verschillende beroepsbeoefenaren uitgeoefend mag
worden, is de personele inzet flexibeler te maken.
28 wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid,
     Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2019 (35000-XVI): https://www.tweedekamer.nl/
     kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/cbafc233-9a95-46d0-81f5-67224810e7e5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>46                                                        RVS – De B van Bekwaam
Dit probleem zal alleen maar toenemen als de Wet BIG ruimer opengesteld
zou worden voor nieuwe beroepen met afgebakende bevoegdheden.
Dan dreigt een terugkeer naar het oorspronkelijk gefixeerde systeem waarin
verschillende bevoegdheden exclusief zijn toebedeeld aan (vele) verschillende
beroepsgroepen.
3.4 Conclusie
Ook na de recente wetswijziging BIG1 blijven er knelpunten bestaan.
Door voortschrijdende ontwikkelingen in de zorg en samenleving dienen zich
daarnaast nieuwe knelpunten aan. De overeenkomst tussen alle geconstateerde
knelpunten is dat de Wet BIG niet geheel strookt met de behoefte van patiënten
en de werkwijze van professionals. In sommige gevallen beperkt de wet zelfs de
mogelijkheden om betere en efficiëntere zorg te bieden. Ook de manier waarop
het tuchtrecht ingezet wordt, verdient een heroverweging.
De eerste vier knelpunten die voortvloeien uit de systematiek van de Wet BIG zijn
in beginsel binnen de huidige Wet BIG op te lossen. Dit geldt echter niet zonder
meer voor de overige knelpunten die voortvloeien uit bredere ontwikkelingen in
de zorg en samenleving. Deze knelpunten raken aan de principes of uitgangs-
punten van de wet en vragen om fundamentele doordenking en een andere
wijze van regulering. In het volgende hoofdstuk verkent de Raad verschillende
oplossingsrichtingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre> 3 — Oplossingsrichtingen                                                       47
4 Oplossingsrichtingen
4.1    Inleiding
De vraag van de minister aan de Raad luidt of de Wet BIG toekomstbestendig is in
het licht van de eerder genoemde maatschappelijke ontwikkelingen. Het vorige
hoofdstuk laat zien welke knelpunten daaruit voortvloeien in de praktijk. Op basis
daarvan heeft de Raad verschillende oplossingsrichtingen verkend en gewogen.
In dit hoofdstuk werkt de Raad het vergezicht van zijn voorkeur verder uit.
4.2 Drie vergezichten verkend en gewogen
In zijn zoektocht naar oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten heeft de
Raad drie vergezichten opgesteld. Het eerste vergezicht bestaat uit een kwaliteits-
systeem gebaseerd op brede beroepenregulering. Daartegenover staat het tweede
vergezicht: een kwaliteitssysteem conform de Wkkgz dat vooral toetst op proces
en uitkomsten. Tot slot komt de Raad uit op een derde vergezicht dat zich in het
midden bevindt: het brengt de beroepenregulering terug naar de basis en gaat uit
van bekwaamheden in plaats van een veelheid aan afgegrensde beroepen.
1. Wet BIG als kwaliteitsregistratie-instrument:
Het eerste vergezicht komt voort uit de aanvullende adviesvraag die de
minister heeft gesteld en geeft antwoord op de hierover gestelde Kamervragen.
Het behelst het op onderdelen repareren van de Wet BIG en het ruim openstellen
van de wet voor de opname van nieuwe beroepen, zodat iedere beroepsgroep
toegelaten wordt die bereid is zich te onderwerpen aan de eisen die de wet stelt.
De essentie is dat er geen toetsing plaatsvindt aan inhoudelijke toelatingscriteria.
Herregistratie, voorbehouden handelingen en tuchtrecht veranderen in dit
vergezicht niet ten opzichte van de huidige Wet BIG.
De Raad wijst dit vergezicht af, omdat het zou leiden tot een (nog grotere) wild-
groei aan (nieuwe) beroepen en een rigide systeem van beroepenregulering dat
haaks staat op de behoeften van de zorgpraktijk. Bovendien zou het omvormen
van de Wet BIG tot een kwaliteitsregistratie-instrument primair de bescherming
van beroepsbelangen dienen, niet de bescherming van patiënten. Ook bieden de
praktijken in andere landen die (veel) meer zorgberoepen hebben gereguleerd
dan Nederland hiervoor onvoldoende grond.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>48                                                          RVS – De B van Bekwaam
In de kern betekent het dat we hier staan voor een principiële keuze ten aanzien
van het gewenste sturingsparadigma: dat van ruimte bieden of dat van controle
en toezicht. De Raad is voorstander van het eerste: niet méér reguleren dan nodig
is en dus niet de Wet BIG omvormen tot een kwaliteitsregistratie-instrument.
2. Wet BIG als onderdeel van de Wkkgz
Het tweede vergezicht is ingegeven door de ontwikkeling dat werken in teamver-
band steeds meer de praktijk wordt en dat de knelpunten die hieruit voortvloeien
niet opgelost kunnen worden in een wet die de individuele zorgverlener als aan-
grijpingspunt heeft. Deze oplossingsrichting houdt in dat de Wet BIG opgeheven
wordt en relevante onderdelen elders ondergebracht worden: publieke registratie
vervalt en wordt overgenomen door private (kwaliteits-)registers; herregistratie
is een zaak van de private registers en/of beroepsorganisaties; de regeling van
voorbehouden handelingen kan worden ondergebracht in de Wkkgz; en het
tuchtrecht kan in een aparte wet geregeld worden, zoals vroeger het geval was.
Het idee om onderdelen in de Wkkgz onder te brengen is gebaseerd op het feit
dat deze wet bij uitstek geschikt is om patiënten in de gelegenheid te stellen
een oordeel te verkrijgen over de kwaliteit van de zorg die aan hen geleverd is
en daaraan eventueel consequenties te verbinden. De kwaliteit van de beroeps-
uitoefening van individuele zorgverleners vormt hier een onderdeel van,
maar wordt bezien in een bredere context. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan
het gegeven dat werken in teamverband steeds meer de norm wordt waardoor
zorgverleners steeds meer op elkaar aangewezen zijn en met elkaar moeten
samenwerken om goede zorg te leveren aan een individuele patiënt. Daarnaast
biedt dit vergezicht ook zorgaanbieders meer invloed op de ontwikkeling van
beroepen en de deskundigheden waaraan in de praktijk behoefte is en die lokaal
of per instelling kunnen verschillen.
Ondanks bovengenoemde voordelen wijst de Raad dit vergezicht af, omdat
hiermee het goede van de Wet BIG overboord gezet wordt: allereerst zou de
‘ingangstoets’ op de opleiding vervallen, terwijl patiënten en werkgevers deze
toetsing nodig hebben. Bescherming van de patiënt tegen onzorgvuldig en
ondeskundig handelen van een individuele zorgverlener cq. borging van de
bekwaamheid blijft nodig en is in dit vergezicht onvoldoende geborgd. Ten tweede
is het moeilijk om toezicht van overheidswege te realiseren op verschillende
private registers in plaats van een publiek register. En ten derde is de counter-
vailing power vanuit zorgaanbieders onvoldoende robuust en onafhankelijk.
Werkgevers kunnen immers terughoudend zijn met het indienen van een
tuchtklacht, zeker gezien de huidige arbeidstekorten in de zorg.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre> 4 — Oplossingsrichtingen                                                       49
3. Wet BIG als wet op de Bekwaamheden in de gezondheidszorg
In het derde vergezicht worden alleen de basisberoepen gereguleerd daarnaast
borgt een persoonlijk portfolio de verworven bekwaamheden van zowel gere-
gistreerde als niet-geregistreerde beroepsbeoefenaren: Wet BIG als wet op de
Bekwaamheden in de gezondheidszorg. Herregistratie vervalt door de introductie van
het portfolio. De voorbehouden handelingen worden in de basis gereguleerd in de
Wet BIG (hoofdgroepen); specificaties en bevoegdhedenregeling bij AMvB en in
het portfolio. En het tuchtrecht richt zich meer op kwaliteitsbevordering dan nu.
De Raad geeft de voorkeur aan dit derde vergezicht, omdat het goede van de Wet
BIG behouden blijft en het tegelijkertijd ruimte biedt voor ontwikkelingen in
technologie en in de zorgpraktijk. Doordat bekwaamheden worden geobjecti-
veerd en gevalideerd in een portfolio zijn deze beter inzichtelijk en wordt de bur-
ger beter beschermd dan nu het geval is. Door de specificaties van voorbehouden
handelingen naar een lager regelniveau te brengen, kan flexibeler worden
ingespeeld op de zorgvraag en nieuwe (technologische) ontwikkelingen. Het
maakt een flexibele inzet van zorgprofessionals mogelijk voor taken waartoe zij
bekwaam zijn en het past goed bij vernieuwingen in opleidingen zoals modulair
opleiden. Daarnaast biedt het vergezicht ook mogelijkheden om de uitoefening
van andere risicovolle handelingen te bewaken.
Aantrekkelijk aan dit vergezicht is bovendien dat het ontwikkelmogelijkhe-
den voor zorgprofessionals biedt, doordat zij minder vastzitten aan een ooit
gemaakte beroepskeuze. Weliswaar kunnen zij zich nu al omscholen, maar dat
is een lange weg. Een internist die bijvoorbeeld KNO-arts wil worden, moet een
opleidingsplaats bemachtigen en weer van voren af aan beginnen als arts in
opleiding tot specialist (aios). Zorgprofessionals kunnen zo een leven lang leren
en nieuwe bekwaamheden verwerven die erkend worden. Tegelijkertijd biedt het
ook mogelijkheden voor zorgverleners, al dan niet opgelegd, om een stap terug te
doen in hun functie als zij aan het einde van hun werkzame leven niet meer alle
aspecten van hun oorspronkelijke beroep willen of kunnen uitoefenen.
4.3 Model voor een toekomstbestendige Wet BIG
Een beroepsregister dat uitgaat van uniformiteit van beroepen zal ook in
de toekomst steeds meer gaan knellen. Want de veranderende zorgvraag en
zorgpraktijk vragen om een meer flexibel aanbod aan zorgverleners die beter zijn
toegerust op specifieke taken in een team of lokale setting. De variatie binnen
beroepen neemt toe; bekwaamheden gaan per type zorgverlener meer verschillen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>50                                                                    RVS – De B van Bekwaam
Zorgverleners verwerven in de loop van hun werkzame leven nieuwe bekwaam-
heden. En tot slot bewegen beroepen zich meer richting functies, afgestemd op
de specifieke setting waarin zorgverleners werkzaam zijn.
De Wet BIG kan zich onvoldoende aanpassen aan de geschetste ontwikkelingen.
De wet is statisch, nog geënt op de oude situatie: het behalen van een diploma en
het onderhouden van een status quo. De doelstellingen van de wet worden echter
nog altijd onderschreven, namelijk: het bewaken en bevorderen van de kwaliteit
van de beroepsuitoefening; het beschermen van de patiënt tegen ondeskundig
en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren (middels toetsing vooraf);
en inzichtelijkheid van bekwaamheden van zorgprofessionals voor derden.
De Raad is van mening dat de sleutel voor een oplossing ligt in een model dat is
gebaseerd op wettelijke registratie van basisberoepen in combinatie met een ver-
plicht bekwaamhedenportfolio voor zowel geregistreerde als niet geregistreerde
zorgverleners29. Het leidend principe is hier: wettelijk geregelde borging van
bekwaamheden in plaats van aan beroepen gekoppelde algemene bevoegdheden.
De Wet BIG zou moeten worden omgevormd tot een toekomstbestendige Wet op
de Bekwaamheden in de gezondheidszorg.
In deze paragraaf lichten we het model uitgebreid toe, samengevat ziet het er als
volgt uit:
  Registratie                          Alleen basisberoepen + portfolio van bekwaam-
                                       heden (ook voor niet geregistreerde beroepen)
  Herregistratie                       Vervalt (want up to date portfolio)
  Voorbehouden en                      Hoofdgroepen in Wet; uitwerking niveaus/risi-
  risicovolle handelingen              coklassen naar lager regelniveau
  Tuchtrecht                           Aanpassen: als laatste redmiddel (indien niet
                                       gemeld); in beginsel besloten zittingen; ander
                                       arsenaal aan maatregelen gericht op leren en
                                       verbeteren
29 Niet-geregistreerde zorgverleners zijn zorgverleners die een basisberoep hebben waarin geen
     (functioneel) zelfstandig uit te voeren voorbehouden handelingen aan de orde zijn
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre> 4 — Oplossingsrichtingen                                                        51
Registratie
Het BIG-register blijft in dit model in stand voor de zogenoemde basisberoepen.
Daarnaast leggen alle zorgverleners (zowel geregistreerde als niet-geregistreerde)
een portfolio aan waarin zij na validatie door een assessor vastleggen welke
bekwaamheden zij beheersen. In de optiek van de Raad zou dit een zorgverlener
moeten zijn die andere zorgverleners opleidt. Het gaat in eerste instantie over
verworven ‘vaardigheden’: handelingen of activiteiten die een zorgverlener
zelfstandig of functioneel zelfstandig kan verrichten, te beginnen met de voorbe-
houden handelingen die de beroepsbeoefenaar regelmatig uitoefent.
Dit sluit aan bij de manier waarop (nieuwe) beroepen zich thans professionali-
seren. Zij registreren vaak voor zichzelf al welke bekwaamheden zij in opleiding
en praktijk verwerven. Vertrekpunt zijn de bestaande basis- of hoofdberoepen
(arts, verpleegkundige, et cetera). De beoefenaren van deze beroepen hebben
welbepaalde basisvaardigheden geleerd tijdens hun opleiding. Deze vaardigheden
worden opgenomen en gevalideerd in het portfolio. In het portfolio worden
daarnaast verworven vaardigheden opgenomen die zorgverleners in de praktijk
verwerven en niet reeds onderdeel zijn van het deskundigheidsgebied van het
basisberoep.
Consequenties voor regieverpleegkundige
Wat is de consequentie van dit model voor de voorbehouden handelingen van de
regieverpleegkundige uit het wetsvoorstel BIG2? In het door de Raad voorgestelde
model is er één basisberoep: verpleegkundige. Aanvullende voorbehouden hande-
lingen en/of andere competenties bovenop het basisniveau worden opgenomen in
het portfolio. Het beroep regieverpleegkundige komt in dit model niet voor in het
BIG-register. Met andere woorden, functiedifferentiaties of specialisaties worden in
dit model niet wettelijk geregeld; het is aan zorgaanbieders en beroepsverenigingen
zelf hier invulling aan te geven. Kwaliteitsstandaarden kunnen hierbij een rol
vervullen. Een actueel voorbeeld is de cosmetische zorg, waarbij in kwaliteits-
standaarden zal worden vastgelegd welke competenties voor welke verrichtingen
nodig zijn.
De reden hiervoor is dat de algemene toedeling van bevoegdheden tot het
uitvoeren van voorbehouden handelingen in de Wet BIG aan het beroep
‘verpleegkundige’ niet zoveel zegt over de bekwaamheden van de individuele
verpleegkundigen; dit hangt sterk af van specialisaties en settings waarin zij
werkzaam zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>52                                                            RVS – De B van Bekwaam
Nu is de reflex of het mechanisme van de Wet BIG om subgroepen te erkennen
die net iets meer voorbehouden handelingen zelfstandig mogen uitvoeren, maar
dat leidt tot een steeds verder uitdijend geheel. De Raad draait dit om: ga uit van
bekwaamheid in praktijk; bekwaam is bevoegd.
Samenvattend: het basisberoep blijft vertrekpunt voor registratie; en in het
portfolio kunnen de competenties worden opgenomen die verpleegkundigen in
de praktijk verwerven, bovenop de gemeenschappelijke bekwaamheden.
   Voorbeeld wijkverpleging
   Het is in de praktijk van organisaties die wijkverpleging leveren zo gere-
   geld dat bijvoorbeeld een medewerker niveau 2 geen medicatie mag delen.
   Of dat een medewerker niveau 4 voor het toekennen van wijkverpleging
   niet mag indiceren (dit mag alleen niveau 5 doen, conform afspraken
   die de veldpartijen hierover met elkaar hebben gemaakt). Dat is dus een
   afspraak voor het collectief van beroepen/functies.
   Gevolgen hiervan zijn:
   >> Door al deze differentiaties komen in bepaalde situaties veel
      verschillende mensen ‘aan het bed’, met flexwerkers en toename
      van het aantal zzp’ers. Dit is voor cliënten niet prettig; het bieden van
      continuïteit wordt hierdoor bemoeilijkt.
   >> Het is arbeidsintensief: extra reistijd = geen cliëntentijd. Dus minder
      cliënten kunnen bediend worden.
   >> Veel ervaring van medewerkers, bijvoorbeeld niveau 4, wordt hierdoor
      onderschat en ondergewaardeerd (dit gevolg komt deels overeen met
      het bezwaar tegen de invoering van het beroep regieverpleegkundige).
Bijhouden portfolio
De verantwoordelijkheid voor het bijhouden van het portfolio dient bij de beroeps-
beoefenaar te liggen en niet bij de zorgaanbieder. Dit omdat er veel zzp’ers in de
zorg werkzaam zijn die tegelijkertijd worden ingezet bij een aantal zorgaanbieders,
of snel van zorgaanbieder wisselen. Dit kan bijvoorbeeld gefaciliteerd worden door
beroepsverenigingen.
De Raad bepleit niet dat iedereen allerlei handelingen zo maar moet kunnen
uitvoeren. Wel biedt het model van basisberoepen in de Wet BIG met bekwaamhe-
denportfolio de mogelijkheid dat medewerkers die meer bekwaamheden hebben,
deze ook kunnen gebruiken in de praktijk. Temeer daar geldt dat naasten en
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre> 4 — Oplossingsrichtingen                                                       53
mantelzorgers van bijvoorbeeld chronisch zieke kinderen allerlei voorbehouden
handelingen mogen aanleren en uitvoeren, zoals injecteren, trachea canule
verzorgen, et cetera. Zij vallen niet onder de Wet BIG omdat zij niet beroepsmatig
handelen.
Dit zal indirect ook bijdragen aan het concept van het huidige overheidsbeleid:
‘de juiste zorg op de juiste plaats’ (vooral ingegeven doordat ouderen zolang
mogelijk thuis blijven wonen) in relatie met het arbeidsmarkttekort. Namelijk,
hoe meer schotten en differentiatie in bevoegdheden, hoe moeilijker de zorg te
realiseren is in een krimpende arbeidsmarkt. Kortom, een zekere mate van fluïde
mechanismen (onder voorwaarden), biedt ruimte en kans om zorg op maat te
organiseren.
Alleen basisberoepen met voorbehouden handelingen
Een vraag is welke basisberoepen in de Wet BIG gereguleerd moeten worden.
De Raad vindt dat alleen beroepen in de Wet BIG opgenomen moeten worden,
die zelfstandig of functioneel zelfstandig voorbehouden handelingen mogen
en kunnen verrichten. Het dient de duidelijkheid en consistentie van de wet als
vastgehouden wordt aan dit inhoudelijke criterium. Wellicht moeten dan wel
méér handelingen voorbehouden worden, omdat niet uitsluitend technische dan
wel fysieke handelingen bijzondere risico’s voor patiënten met zich mee brengen.
Hiertoe zouden de redenen om bepaalde beroepsgroepen onder het tuchtrecht te
brengen (zoals de fysiotherapeuten) of te houden (zoals verpleegkundigen) als het
ware vertaald moeten worden in voorbehouden handelingen die behoren tot het
arsenaal van die beroepsgroepen.
Specialismen
Verder is de vraag hoe in dit model met specialismen moet worden omgegaan.
Er zijn thans 9 basisberoepen; indien medisch specialisten als basisberoep
zouden moeten worden aangemerkt, dan komen daar maar liefst 37 beroepen bij.
Dit lijkt de Raad niet de aangewezen weg. De Raad trekt hier een parallel met de
profielartsen die de KNMG onderscheidt. Deze 12 profielartsen zijn niet door de
minister als specialisme erkend; ze staan ook niet in de Wet BIG. De KNMG heeft
de titel van deze profielartsen privaatrechtelijk beschermd via het merkenrecht.
Hier heeft de overheid dus al helemaal geen bemoeienis mee. Dit kan naar alle
specialismen doorgetrokken worden, waarbij wellicht wel de opleidingstitels
beschermd zouden kunnen worden, zodat de merkenrechtconstructie niet
nodig is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>54                                                                        RVS – De B van Bekwaam
Met en zonder direct patiëntencontact
De Raad acht het daarnaast wenselijk dat de wet verder reikt dan de individuele
gezondheidszorg in strikte zin. Het vereiste dat er sprake moet zijn van ‘direct
patiëntencontact’ is in het licht van opkomende technologieën niet langer
houdbaar, terwijl het ook de preventieve gezondheidszorg buitensluit. In een
toekomstbestendige Wet BIG kunnen dus ook beroepen met voorbehouden
handelingen maar zonder direct patiëntencontact geregistreerd zijn.
Herregistratie
Het functioneren van geregistreerde zorgverleners (bekwaamheid) zou meer
continu en volgens een eenduidige systematiek in de praktijk gemonitord
moeten worden. Dat kan gerealiseerd worden door een periodieke inhoudelijke
beoordeling van het functioneren van een individuele zorgverlener door een
zogenaamde appraiser, zoals dat bijvoorbeeld in Engeland gebeurt en zoals de
medisch specialisten in Nederland doen. Daarnaast kan gedacht worden aan een
(online) systeem van continue registratie waarmee de essentiële (parate) kennis
van een zorgprofessional getoetst wordt30. Periodieke herregistratie is dan niet
meer nodig, de zorgprofessional blijft geregistreerd zolang de essentiële kennis
en vaardigheden bijgehouden worden. Een assessor kan vaardigheden valideren,
tijdelijk laten vervallen of doorhalen.
Voorbehouden handelingen: BIG of AMvB?
Voorbehouden handelingen vervullen een belangrijke functie in de bescherming
tegen ondeskundig handelen. Om meer flexibiliteit mogelijk te maken zou het
beter zijn deze handelingen naar een lager regelniveau (AMvB) te brengen.
De Raad van State heeft echter duidelijk gemaakt dat voorbehouden handelingen
in de Wet BIG moeten (blijven) staan, omdat het om verbodsbepalingen gaat die
tot de kern van de betreffende wettelijke regeling behoren31.
Een tussenvorm is het opnemen (c.q. laten staan) van de hoofdgroepen aan
voorbehouden handelingen in de Wet BIG en de specificaties daarvan in lagere
regelgeving op te nemen. Deze specificaties differentiëren naar risico van de
handeling zelf (bijvoorbeeld: onderscheid in heelkundige handelingen van licht
30  Ottes L. en Kremer J. Vervang BIG-herregistratie door continue kennispeiling. Medisch Contact, 27
    augustus 2018
31  Advies Raad van State inzake het voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet op de
    beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de verbeteringen die worden
    doorgevoerd in het tuchtrecht alsmede verbeteringen ten aanzien van het functioneren van de
    wet. Staatscourant, nr. 46706, 21 augustus 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre> 4 — Oplossingsrichtingen                                                       55
tot zwaar); en van de omstandigheden waaronder deze worden uitgevoerd (bijv.
het toedienen van injecties bij hoogrisico-patiënten op een intensive care is van
andere orde dan bij poliklinische patiënten). Hierbij kunnen kwaliteitsstandaarden
behulpzaam zijn, omdat hierin steeds vaker wordt vastgelegd welke competenties
nodig zijn voor welke groep verrichtingen. Een voorbeeld is de kwaliteitsstandaard
cosmetische zorg die thans in ontwikkeling is. Ook in de standaarden over
intensive care en geboortezorg is dit al in bepaalde mate vastgelegd.
Daaraan gekoppeld zou de aanwijzing tot welke voorbehouden handelingen
iemand bevoegd is, en of dit een zelfstandige dan wel functionele bevoegdheid
betreft, geïntegreerd moeten worden in de omschrijving per AMvB van het des-
kundigheidsgebied van de betreffende beroepsbeoefenaar. Hiermee kan ook het
probleem opgelost worden dat deskundigheidsgebieden steeds vaker overlappen
en grenzen daartussen vervagen. Ook risicovolle handelingen kunnen volgens
deze systematiek opgenomen worden in de nieuwe Wet BIG.
Meer dan alleen fysieke handelingen
Aan bestaande hoofdgroepen zouden ook handelingen moeten worden toege-
voegd die moeilijk te vangen zijn in concrete fysieke handelingen, maar minstens
zoveel risico’s inhouden voor patiënten indien ondeskundig uitgevoerd.
Wij denken hierbij (tenminste) aan:
>> triage, risicotaxatie en stellen van indicaties;
>> stellen van (medische) diagnoses.
Met bovenstaande wijzigingen is de regeling van voorbehouden handelingen
sneller aan te passen aan veranderende inzichten en ontwikkelingen in de praktijk:
nieuwe risicovolle handelingen kunnen gemakkelijker worden toegevoegd,
terwijl bepaalde handelingen ook eenvoudiger zijn te verwijderen als het risico
van de betreffende handeling afneemt, bijvoorbeeld door de inzet van artificiële
intelligentie.
Tuchtrecht
Het tuchtrecht zou meer dan nu gericht moeten zijn op kwaliteitsbevordering;
zorgverleners moeten kunnen leren en verbeteren, zowel op individueel als op
collectief niveau. Hiertoe dient meer werk gemaakt te worden van het syste-
matisch analyseren van tuchtrechtuitspraken en het vertalen daarvan naar de
professionele standaarden van verschillende beroepsgroepen.
Om het kwaliteitsbevorderende effect van het tuchtrecht te versterken zouden
andere, op leren en verbeteren gerichte, maatregelen overwogen moeten worden,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>56                                                                      RVS – De B van Bekwaam
zoals een verplichting om een bepaalde bij- of nascholing te volgen. De wet biedt
overigens sinds 1 april 2019 de tuchtrechter de mogelijkheid om ‘bijzondere voor-
waarden’ op te leggen aan de beroepsbeoefenaar om het beroep uit te oefenen
waarvoor hij in het register is ingeschreven32. Het is vooralsnog de vraag of de
tuchtrechter hiervan in de praktijk voldoende gebruik zal maken.
Daarnaast is het wenselijk dat het tuchtrecht minder als een openbare terecht-
stelling van individuele zorgverleners fungeert. Het lijkt daarom raadzaam
beslotenheid van zittingen als uitgangspunt te nemen. Om te voorkomen dat
dit in strijd komt met het beginsel van openbaarheid van rechtspraak33 dient dit
wettelijk geregeld te worden. Het verdient daarbij aanbeveling om de klagende
partij het recht toe te kennen om een met redenen onderbouwd verzoek te doen
om openbaarheid van een zitting. Uitspraken van de tuchtrechter dienen wel
in het openbaar te worden uitgesproken en kunnen (geanonimiseerd) worden
gepubliceerd.
Ook verdient het overweging om prudent met het tuchtrecht om te gaan.
Als uitgangspunt hanteert de IGJ al geruime tijd dat geen tuchtzaak volgt indien
een zorgverlener een incident gemeld heeft bij de instelling of bij de IGJ34; heeft
een zorgverlener verzuimd te melden, dan kan een tuchtzaak volgen. Daar valt
voor te zeggen dat als een incident gemeld wordt, de instelling reeds verplicht
is onderzoek in te stellen naar de toedracht en de IGJ hierover te informeren. Dit
ligt vooralsnog anders wanneer sprake is van een calamiteit, omdat dan ook een
publiek belang in het geding is. Ook in dat geval is echter terughoudendheid bij
de inzet van het tuchtrecht tegen een individuele zorgverlener aangewezen; een
calamiteit is niet altijd te wijten aan het handelen van één enkele zorgverlener.
4.4 Nader uit te werken punten
Het model dat in de vorige paragraaf toegelicht is, moet op een aantal punten
nader uitgewerkt worden. Deze komen hieronder aan bod.
Systematiek en borging bekwaamheden
In de eerste plaats moet de systematiek van bekwaamheden nader bepaald
worden, net als de wijze waarop bekwaamheden geborgd worden. Het gaat
32 Artikel 48 lid 1 onder g Wet BIG
33 Zie bijvoorbeeld art. 121 Grondwet en artikel 6, eerste lid EVRM
34 Leistikow IP, Tuijn Y van der, Diemen R van. IGZ promoot just culture. Medisch Contact
     2015;70(38):1742-4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre> 4 — Oplossingsrichtingen                                                                     57
hier om de vraag welke bekwaamheden in aanmerking komen (te beginnen
met bekwaamheden voor voorbehouden handelingen); eventuele hiërarchie
tussen bekwaamheden (sommige bekwaamheden zijn voorliggend aan andere);
en clustering van bekwaamheden gekoppeld aan voorbehouden handelingen.
Algemeen leidend principe kan een systematiek zijn die aansluit bij de zorgbe-
hoefte, bijvoorbeeld volgens de indeling: preventie, diagnose, behandeling, nazorg.
En vooral ook hoe procesmatig wordt geborgd dat bekwaamheden (en opleidingen)
aansluiten op de zorgbehoefte.
Bekwaamheden valideren
Bekwaamheden worden zowel in de opleiding als in de praktijk verworven.
Voordat deze in het portfolio van een zorgverlener mogen worden opgenomen
moet iemand vaststellen dat de betreffende persoon deze bekwaamheid beheerst.
Er moet dus een assessor zijn die de bekwaamheden valideert. Dit kan op ver-
schillende manieren worden vormgegeven, denk bijvoorbeeld aan het werken met
Entrustable Professional Activities, EPA35. Verschillende zorgaanbieders hebben
dit met hun medewerkers reeds georganiseerd. De best practice van die reeds
bestaande praktijken kan tot basismodel verheven worden.
Ook moet worden geregeld wat ervoor nodig is om de bekwaamheid te behouden
(bijv. periodieke intercollegiale toetsing) en wanneer bekwaamheden vervallen of
worden doorgehaald (bijvoorbeeld automatisch indien geen periodieke toetsing is
ingevoerd). Dit systeem dient nader uitgewerkt te worden in samenwerking met
betrokken beroepsorganisaties, wetenschappelijke verenigingen, patiëntenorgani-
saties en opleidingsinstituten. Hierbij kan gedacht worden aan: de NVvTG: OSATs
en PE-online; kwaliteitsregisters van de beroepsverenigingen; en opleidingen die
leerpleinen met specifieke scholingen hebben ingericht (bijv. is een medewerker
bekwaam om met een bepaald type insulinepomp te werken?).
Publiek of privaat?
Een volgend punt betreft de vraag of het portfolio een publiek of privaat karakter
moet krijgen. Een publiek karakter impliceert dat de IGJ hierop toezicht houdt.
Zeker indien ook niet geregistreerde zorgprofessionals een portfolio bijhouden
is dat een (te) veelomvattende taak. Er lijkt daarom meer voor te zeggen om in de
wet een verplichting op te nemen voor zorgprofessionals om een portfolio bij te
houden. Het portfolio is dan privaat van karakter. Het is dan wel van belang dat het
portfolio (of welbepaalde onderdelen daarvan) voor het publiek inzichtelijk is.
Het portfolio dient dus openbaar gemaakt te worden.
35   Zie https://www.medischevervolgopleidingen.nl/ondersteuningsmateriaal/webinars-olle-ten-cate
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>58                                                         RVS – De B van Bekwaam
Standaardisatie en inzichtelijkheid portfolio
Voorts zal er een zekere uniformering of standaardisatie moeten zijn van het
portfolio. Aanvankelijk is dat nog relatief gemakkelijk te realiseren; dan gaat het
immers vooral om de bekwaamheid voorbehouden handelingen uit te voeren.
Maar op termijn is dit uit te breiden naar andere (risicovolle) handelingen en
competenties. Hierin is wellicht een clustering nodig of wenselijk. Ook hier zijn
beroepsorganisaties, wetenschappelijke verenigingen en zorgaanbieders aan
zet. Om het portfolio inzichtelijk te maken is het van belang dat deze bekwaam-
heden concreet geformuleerd zijn en aansluiten bij de belevingswereld van
patiënten.
Gevolgen voor de opleidingen
Tenslotte is een vraag wat precies een basisberoep is en hoe om te gaan met
specialismen. Dit raakt aan het systeem van opleidingen in de zorg. Het lijkt
de Raad evident dat dit nieuwe model gevolgen heeft of moet hebben voor de
wijze waarop zorgprofessionals worden opgeleid. De Raad denkt hierbij aan een
basisopleiding op het niveau van mbo, hbo of universiteit, met daarna verschil-
lende modules die opleiden voor specifieke bekwaamheden en die te combineren
zijn tot verschillende (uitstroom)profielen. Het voert in het kader van dit advies
echter te ver om hierover uitspraken te doen.
4.5 Conclusie
De Raad stelt voor de Wet BIG om te vormen tot een toekomstbestendige Wet
op de Bekwaamheden in de gezondheidszorg. Dit is op hoofdlijnen uitgewerkt
in een model waarmee de gesignaleerde knelpunten ook voor de lange termijn
opgelost worden. Dit model is gebaseerd op regulering van de basisberoepen
door middel van: de opleiding en registratie, een bekwaamhedenportfolio en
de inzichtelijkheid daarvan, en een vorm van tuchtrecht gericht op leren en
verbeteren.
Het geschetste model biedt verschillende voordelen ten opzichte van de andere
vergezichten. Het speelt flexibel in op de veranderende zorgvraag en de manier
van werken in de zorgpraktijk; het maakt bekwaamheden inzichtelijk voor
patiënten, werkgevers en andere betrokkenen; het maakt werken in de zorg
aantrekkelijker; het geeft meer carrièremogelijkheden aan zorgprofessionals;
en tot slot hoeft de overheid niet meer allerlei nieuwe beroepen in de Wet BIG te
reguleren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre> 5 — Aanbevelingen en advies                                                    59
5 Aanbevelingen en advies
Het vorige hoofdstuk beschrijft een model om te komen tot een toekomstbesten-
dige Wet BIG. Maar het geeft nog niet op alle vragen gedetailleerd antwoord.
In dit laatste hoofdstuk doet de Raad aanbevelingen om de transitie naar dit
model te maken.
De overheid dient nu alvast stappen te zetten om de regulering van beroepen in
de zorg te laten aansluiten bij de snel veranderende zorgvraag en zorgpraktijk.
Voor de implementatie van ‘de nieuwe Wet BIG’ – Wet op de Bekwaamheden in de
gezondheidszorg – kan het bekwaamhedenportfolio in eerste instantie gebaseerd
worden op de werkzaamheden uitgevoerd door de huidige in de Wet BIG opge-
nomen beroepen. Langzaam maar zeker kan het beroepenmodel vervolgens
vervangen worden door het bekwaamhedenmodel.
De Raad adviseert de minister om het geschetste model Wet op de
Bekwaamheden in de gezondheidszorg met belanghebbende partijen nader te
verkennen en het draagvlak voor dit model te onderzoeken.
In aansluiting hierop adviseert de Raad de minister om in overleg met betrokken
partijen nadere uitwerking te geven aan het model en de nog uit te werken punten
die hij in hoofdstuk 4 heeft gegeven.
Voor de korte termijn luidt het advies aan de minister om terughoudend te zijn
met het toelaten van nieuwe beroepen tot de Wet BIG. Dit betreft concreet het
voorstel tot invoering van de regieverpleegkundige (BIG2).
De wijze waarop beroepen gereguleerd zijn of worden hangt nauw samen met de
opleidingen en opleidingsstructuur. De Raad adviseert de minister hierover een
vervolgadvies aan de RVS te vragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>60                                                              RVS – De B van Bekwaam
Literatuurlijst
Beleidsregels wettelijke erkenning specialistentitel Wet BIG
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035674/2014-10-25
Blom, M. en Kok, D. Achtergrondstudie Veldraadpleging beroepenregulering in de
zorg, RVS, Den Haag, 2019
Bosch, F., Smulders, Y. en Hendriks, A. Weg met al die verwarrende functienamen,
Medisch Contact, 20 februari 2019
Bruijn de-Geraets, D.P., et al. (2016), ‘VoorBIGhouden: Eindrapportage evaluatieonder-
zoek art.36a Wet BIG met betrekking tot de inzet van de Verpleegkundig Specialist en de
Physician Assistant’, Maastricht: Maastricht University.
Dorscheidt, J.H.H.M. en Die de, A.C. Preadvies De toekomst van de Wet BIG.
Vereniging voor Gezondheidsrecht, 2008, Den Haag, 2008
Dute, J.C.J., Verkaik, R. en Friele, R.D., Gevers, J.K.M. Voorbehouden handelingen
tegen het licht. De regeling van artikel 35-39 Wet BIG heroverwogen. AMC/Universiteit
van Amsterdam, Instituut voor Sociale Geneeskunde, 2009
Friele, R., et al., ‘Zorgverleners en burgers over het openbaar maken van door de
tuchtrechter opgelegde berispingen en geldboetes’ Utrecht: Nivel, 2017
Hendriks, A.C., ‘Tuchtrecht – meer tucht dan recht’, Tijdschrift voor
Gezondheidsrecht, 2015, 39 (5), 322-28.
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-868505.pdf;en bijlage2 begrotings-
behandeling VWS 18-10-18-toezegging Wet BIG (003)
https://www.medischevervolgopleidingen.nl/ondersteuningsmateriaal/
webinars-olle-ten-cate
Kaljouw, M. and van Vliet, K., ‘Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren’,
Diemen: Zorginstituut Nederland, 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre> Literatuurlijst                                                                    61
Kervezee, K. Commissie, ‘Anders kijken, anders leren, anders doen.
Grensoverschrijdend leren en opleiden in zorg en welzijn in het digitale tijdperk’,
Zorginstituut Nederland, Diemen, 2016
Leistikow IP, Tuijn Y van der, Diemen R van. IGZ promoot just culture. Medisch
Contact 2015;70(38):1742-4
Leistikow, I., van der Tuijn, Y., and van Diemen-Steenvoorde, R.
IGZ promoot just culture: Onveilig gedrag aanpakken om de zorg veilig te maken,
Medisch Contact, 2015.
Meerding, W.J. en Kok, D. Achtergrondstudie Internationale vergelijking beroepenre-
gulering in de zorg, RVS, Den Haag, 2019
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, wetsvoorstel Vaststelling
van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (XVI) voor het jaar 2019 (35000-XVI); https://www.tweedekamer.nl/
kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/cbafc233-9a95-46d0-81f5-67224810e7e5
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Actieprogramma Werken in de
zorg, Den Haag, 2018
Orde van Medisch Specialisten, Individueel Functioneren van Medisch Specialisten.
Persoonlijk beter, Utrecht, 2005
Ottes, L. en Kremer, J. Vervang BIG-herregistratie door continue
kennispeiling, Medisch Contact, 27 augustus 2018;
https://www.medischcontact.nl
Raad van State, Advies inzake het voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet
op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de verbeteringen
die worden doorgevoerd in het tuchtrecht alsmede verbeteringen ten aanzien van
het functioneren van de wet. Staatscourant, nr. 46706, 21 augustus 2018
Raad voor Volksgezondheid en Zorg, Vertrouwen in de arts, Den Haag, 2007
Raad voor Volksgezondheid en Zorg, Medische diagnose: kiezen voor deskundigheid,
Zoetermeer, 2005
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>62                                                          RVS – De B van Bekwaam
Raad voor Volksgezondheid en Zorg, Bekwaam is bevoegd. Innovatieve opleidingen
en nieuwe beroepen in de zorg, Den Haag, 2011
Sijmons, J.G., Winter, H.B. en Hubben, J.H. Nieuwe context voor de wet BIG.
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2014; 158: A7577
Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2017-2018, 31 765, nr.
292; https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/
detail?id=2017Z18327&did=2017D37794
Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2014-2015, 29282, nr. 211.
Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorZonMw, Tweede evaluatie Wet op
de beroepen in de individuele gezondheidszorg, Den Haag, 2013
Tweede Kamer der Staten-Generaal, 32 261 Wijziging van de Wet op de beroepen
in de individuele gezondheidszorg onder andere in verband met de opneming
van de mogelijkheid tot taakherschikking.
Wallenburg, Weenink en Bal, Tussen Leren, Samenwerken en Straf: de Verschuivende
Rol van Wet- en Regelgeving in de Beroepsuitoefening van de Zorg, Erasmus School of
Health Policy & Management (ESHPM), 2019
Wallenburg, I., Janssen, M., de Bont, A., Taakherschikking pakt overal anders uit,
Medisch Contact, 2016, 10, 34-36.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Literatuurlijst 63</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>64                                                       RVS – De B van Bekwaam
Voorbereiding
De commissie die dit advies heeft voorbereid bestond uit Bas Leerink
(commissievoorzitter), Jeannette Pols (raadslid), Marina de Lint, Leo Ottes,
Marjolijn Blom, Dorle Kok, Willem Jan Meerding (adviseurs).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Voorbereiding 65</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>66                                                     RVS – De B van Bekwaam
Geraadpleegde deskundigen
De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding van een
advies hebben niet het karakter van draagvlakverwerving. De gesprekspartners
hebben zich niet aan het advies gecommitteerd. Tijdens het adviestraject zijn de
volgende personen geconsulteerd:
Expertbijeenkomst, 12 juli 2018
Tjitte Alkema 				Nederlandse Vereniging van 		
                                            Ziekenhuizen
René Arends 				                            GGZ Nederland
Francis Bolle 				                          V&VN
Joyce Deggens 				                          NFU
Swanehilde Kooij 			                        LHV
Margriet Martin				Patiëntenfederatie
Lucie Martijn				IGJ
Caroline van Mierlo 			                     V&VN
Petrie Roodbol				UMCG
Robinetta de Roode 			                      KNMG
Karin de Poorter				ActiZ			
Vivienne Schelfhout			                      Federatie Medisch specialisten
Lode Wigersma 				KAMG
Bijeenkomst beleidsdirecties VWS, 28 januari 2019
IJnze Burger 				WJZ
Carina Furnée 				CIBG
Gustaaf Ganpat 				ZiNL
Maarten de Haan 				                        ZiNL
Tjimkie de Haan 				                        WJZ
Iris Hinnen 				MEVA
Eline Huisman 				CZ
Jules Houben 				DMO
Margré Jongeling 			                        MEVA
Nele Kootstra 				ZiNL
Jurian Luiten 				MEVA
Mirjam Pankras 				PZo
Undine Mazureck 			                         MEVA
Tom Wijnands 				                           WJZ
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre> Geraadpleegde deskundigen                                              67
Bijeenkomst beleidsdirecties en experts 14 mei 2019
Zie deelnemers bijeenkomsten 12 juli 2018 en 28 januari 2019
Bijeenkomst Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)
26 september 2019
Prof. Dr. Jaap Sijmons
Prof. Dr. Olle ten Cate
Prof. Dr. Mirko Noordergraaf
Marlot Kuiper
Voogt, J.J.
Pool, I.A.
Freda Vasse
Nicole Mastenbroek
Jurriaan Jacobs
Overige geraadpleegde personen
Prof. Dr. Roland Bal			Erasmus School of Health Policy &
                                            Management
Mr. M.D.(Marian) Barendrecht-Deelen         CTG
Monique van Bekkum			                       NVH
Frank Bosch				                             Rijnstate ziekenhuis Arnhem
Pedro Facon 				                            KU Leuven
Prof. Dr. Tom Goffin 			                    KU Leuven
Patrick Groenewegen 			                     NVH
René Heman				KNMG
Prof. Dr. Johan Legemaate			                AMC
Prof. Dr. Peter van Lieshout 		             Universiteit Utrecht
Mr. J.M. (Jenneke) Rowel-van der Linde      CTG
Mike Rozijn				KNMG
Doekle Terpstra				                         Zorgpact
Iris Wallenburg				Erasmus School of Health Policy &
                                            Management
Jan Willem Weenink			Erasmus School of Health Policy &
                                            Management
Deelnemers veldraadpleging
Zie Achtergrondstudie RVS Veldraadpleging beroepenregulering in de zorg
In totaal hebben 1401 respondenten gereageerd op de veldraadpleging. De
1401 respondenten vertegenwoordigen minimaal 43 koepels, branches en
beroepsverenigingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>68                                               RVS – De B van Bekwaam
Afkortingen
Wet BIG			Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
WTZi			           Wet Toelating Zorginstellingen
Wkkgz			Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg
WGBO			Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
Zvw			Zorgverzekeringswet
WLZ			            Wet Langdurige Zorg
ZiNL			Zorginstituut Nederland
Wmg			Wet marktordening gezondheidszorg
NZa			Nederlandse Zorgautoriteit
WUG			            Wet Uitoefening Geneeskunst
AMvB			           Algemene Maatregel van Bestuur
VWS			            Volksgezondheid, Welzijn en Sport
UR-geneesmiddelen Uitsluitend op Recept
IPL			            Intense Pulse Light
COPD			           Chronic Obstructive Pulmonary Disease
VS			Verpleegkundig specialist
Mbo			Middelbaar beroepsonderwijs
NLQF			           Netherlands Qualification Framework
OG			orthopedagoog-generalist
Aios			           Arts in opleiding tot specialist
Anios			          Arts niet in opleiding tot specialist
Zzp-er			         Zelfstandige zonder personeel
KNMG			Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter
                  Bevordering der Geneeskunst
EVRM			           Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
IGJ			Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
EPA			            Entrustable Professional Activities
NVvTG			          Nederlandse Vereniging voor Technische Geneeskunde
RVS			Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Afkortingen 69</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>70                                                          RVS – De B van Bekwaam
Publicaties
Blijk van vertrouwen – Anders verantwoorden voor goede zorg.
Advies, nummer 19-02, mei 2019.
Waarde(n)volle zorgtechnologie. Een verkennend advies over de kansen en risico’s van
kunstmatige intelligentie in de zorg.
Advies, nummer 19-01, februari 2019.
Goed leven.
Bundel, nummer 18-05, december 2018.
Plezier in bewegen.
Advies, september 2018.
Over bezorgd. Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder
jongvolwassenen.
Essay, nummer 18-04, juli 2018.
Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren.
Advies, nummer 18-03, juni 2018.
WHO CARES. Ontwerpprijsvraag voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning.
Briefadvies, nummer 18-02, maart 2018.
Gezien en gehoord. 17.000 ervaringen met zorg en hulp.
Essay, nummer 18-01, februari 2018.
De wereld thuis. Zeven beeldverhalen.
Bundel, nummer 17-12, december 2017.
Ontwikkeling nieuwe geneesmiddelen. Beter, sneller, goedkoper.
Advies, nummer 17-10, november 2017.
Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen.
Advies, nummer 17-09, oktober 2017.
Zorgrelatie centraal. Partnerschap leidend voor zorginkoop.
Advies, nummer 17-08, oktober 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre> Publicaties                                                                        71
De vele kanten van eenzaamheid.
Verkenning, nummer 17-07, juli 2017.
Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen.
Advies, nummer 17-06, juni 2017.
Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg.
Advies, nummer 17-05, juni 2017.
De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.
Publicatie, nummer 17-04, april 2017.
Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen.
Advies, nummer 17-03, maart 2017.
Inkoopsafari. Verkenning van de praktijk van zorginkoop.
Verkenning, nummer 17-02, februari 2017.
Implementatie van e-health vraagt om durf en ruimte.
Briefadvies, nummer 17-01, januari 2017.
Wat ik met Kerst mis. Een bundel met wisselende perspectieven over eenzaamheid.
Bundel, nummer 16-04, december 2016.
Grensconflicten. Toegang tot sociale voorzieningen voor vluchtelingen.
Essay, nummer 16-03, oktober 2016.
Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin.
Advies, nummer 16-02, mei 2016.
Verlangen naar samenhang. Over systeemverantwoordelijkheid en pluriformiteit.
Advies, nummer 16-01, april 2016.
Wisseling van perspectief. De werkagenda van de RVS.
Publicatie, nummer 15-01, december 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>72                                                          RVS – De B van Bekwaam
Bijlage 1
Kernelementen van de Wet BIG
De Wet BIG laat de uitoefening van de individuele gezondheidszorg in principe
vrij voor iedereen. Dit betekent dat niet-BIG-geregistreerde beroepsgroepen zorg
mogen verlenen, maar niet dat iedereen alles mag. Bepaalde beroepen kennen
een beschermde titel en bepaalde handelingen zijn voorbehouden aan bevoegde
beroepsbeoefenaren (bijvoorbeeld de artsen en verloskundigen). De belangrijkste
onderdelen van de Wet BIG zijn beroepenregulering en tuchtrecht. De beroepen-
regulering betreft de beroepen met een beschermde beroepstitel en de daaraan
verbonden opleidingseisen en (her)registratie van de betreffende beroeps-
beoefenaren in het BIG register. Het BIG-register is openbaar en dient ertoe
dat voor eenieder, waaronder patiënten, zorgaanbieders, en zorgverzekeraars,
kenbaar is welke beroepsbeoefenaren geregistreerd zijn en daarmee voldoen aan
de gestelde opleidingseisen en waartoe zij bevoegd zijn. Daarnaast regelt de Wet
BIG ‘voorbehouden handelingen’. Dit zijn bepaalde risicovolle handelingen,
die beroepsmatig zelfstandig slechts mogen worden verricht door in de Wet
BIG aangewezen beroepsbeoefenaren. In de Wet BIG is opgenomen welke
beroepsgroepen bevoegd zijn voor deze handelingen. De Wet BIG regelt verder
dat beroepsbeoefenaren die ingeschreven zijn in een BIG-register, onder het
tuchtrecht vallen.
De wet bevat derhalve de volgende kernelementen:
Registratie
Via de Wet BIG zijn beroepen gereguleerd waarvan de titel beschermd is. De wet
onderscheidt een licht en een zwaar regime van titelbescherming. Beroepen in
het lichte regime kennen een beschermde opleidingstitel. Deze titel mag gevoerd
worden indien een wettelijk vastgelegde opleiding afgerond is. Beroepen in
het zware regime kennen een beschermde beroepstitel. Deze titel mag gevoerd
worden indien een wettelijk vastgelegde opleiding afgerond is en de beroeps-
beoefenaar daarnaast in het BIG-register geregistreerd staat. Door registratie
in het BIG-register is voor het publiek controleerbaar of iemand terecht een
beschermde titel voert.
Het lichte regime is gebaseerd op artikel 34 van de wet. Er zijn vijftien beroepen
gereguleerd volgens het lichte regime. Het gaat vooral om voor het publiek direct
toegankelijke beroepen, zoals ergotherapeut en huidtherapeut. Ten aanzien
van deze beroepen worden de opleidingseisen en het deskundigheidsgebied op
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre> Bijlage 1                                                                                     73
grond van de wet vastgesteld. Deze beroepen zijn niet onderworpen aan publiek
tuchtrecht en ze zijn niet vindbaar in het BIG-register. Zij kunnen zich wel
vrijwillig registreren in één van de private beroepsregisters36.
    Lichte regime:
    Apothekers-assistent, diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist,
    oefentherapeut, orthoptist, huidtherapeut, podotherapeut, radiotherapeu-
    tisch laborant, radiodiagnostisch laborant, tandprotheticus, optometrist,
    klinisch fysicus en verzorgende (individuele gezondheidszorg)
Het zware regime is gebaseerd op artikel 3 van de wet. Het is momenteel van
toepassing op negen basisberoepen. Voor deze beroepen zijn registers ingesteld
en zij vallen onder het publieke tuchtrecht. De beroepsgroepen die onder het
zware regime vallen moeten ook aan herregistratie-eisen voldoen. Aan beroepen
die onder dit regime vallen kan de bevoegdheid tot het zelfstandig of functioneel
zelfstandig uitvoeren van voorbehouden handelingen toegekend worden.
Sommige beroepen die onder het lichte regime vallen kennen alleen functionele
zelfstandigheid. Zie voor het verschil hiertussen hierna onder ‘regeling voorbe-
houden handelingen’).
    Zware regime:
    Arts, tandarts, verloskundige, apotheker, verpleegkundige, physi-
    cian assistant, fysiotherapeut, gezondheidszorg-psycholoog en
    psychotherapeut
Bij de beroepen die onder het zware regime vallen kan de Minister daarnaast
specialismen erkennen, op grond van artikel 14 van de wet BIG. Bijvoorbeeld
longarts als specialisme van het basisberoep arts en Verpleegkundig specialist
acute zorg als specialisme van het basisberoep verpleegkundige.
Deskundigheidsgebieden
In de Wet BIG zijn de deskundigheidsgebieden van de beroepen in het zware
regime vastgelegd37. Zo wordt tot het gebied van deskundigheid van de arts gere-
kend ‘het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst’ (artikel
19 lid 1). Voor sommige van deze beroepen wordt een nadere uitwerking daarvan
36   Overigens kunnen ook de art. 3 beroepen behalve in het BIG-register in private
      kwaliteitsregisters ingeschreven staan
37   De deskundigheidsgebieden van de art. 34 beroepen zijn vastgelegd in de opleidingsbesluiten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>74                                                             RVS – De B van Bekwaam
gegeven bij AMvB. Zo wordt tot het gebied van deskundigheid van de psychothe-
rapeut gerekend ‘het onderzoeken en het volgens bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen methoden beïnvloeden van stemmingen, gedragingen en
houdingen van een persoon met een psychische stoornis, afwijking of klacht,
teneinde deze te doen verdwijnen of te verminderen’ (artikel 27).
Criteria voor het wettelijk reguleren van beroepen
De criteria voor het wettelijk reguleren van beroepen zijn niet opgenomen in de
Wet BIG. In de tweede wettelijke evaluatie is de aanbeveling gedaan de criteria
voor regulering van beroepen expliciet in de Wet BIG op te nemen. Het kabinet
heeft dit voorstel niet overgenomen. In plaats daarvan heeft de (vorige) minister
van VWS de volgende beleidslijn opgesteld:
a. De beroepsuitoefening moet gericht zijn op de individuele gezondheidszorg.
    Het gaat hierbij om activiteiten die rechtstreeks betrekking hebben op een
    persoon en die gericht zijn op het bevorderen en bewaken van de gezondheid
    van een individuele patiënt. Het is hierbij van belang dat de kern van het beroep
    de directe patiëntenzorg betreft. Er moet daadwerkelijk regelmatig contact zijn
    met patiënten.
b. Het moet gaan om een basisberoep, dat voldoende onderscheidend is.
    Van belang is dat het beroep een breed basisberoep is en geen functie of
    specialisme. Bij een beroep is er een duidelijke koppeling tussen een landelijke
    bepaalde beroepsopleiding en het beroep, terwijl de eisen aan een functie
    binnen een instelling worden vastgesteld en een functie door mensen met
    verschillende professionele achtergronden ingevuld kan worden. Zo is praktijk-
    ondersteuner een functie en geen beroep, omdat deze functie door mensen met
    verschillende opleidingen kan worden uitgevoerd.
    Ook moet het deskundigheidsgebied van het beroep voldoende uitontwikkeld
    zijn en moet het onderscheidend zijn van andere beroepen. Voor patiënten en
    andere beroepsgroepen moet immers helder zijn welke beroepsgroep deskun-
    dig is op welk terrein. Zo is recentelijk het beroep klinisch technoloog, na een
    experimenteerperiode van vijf jaren, opgenomen in de Wet BIG. Een belangrijke
    overweging hierbij was dat deze beroepsgroep deskundig is op het terrein van
    complexe technisch medische problematiek, wat een te onderscheiden deskun-
    digheidsgebied is van dat van de arts. Grote overlap in deskundigheidsgebied
    en werkveld van een beroepsgroep, zoals dit bijvoorbeeld in de GGZ bij sommige
    beroepsgroepen het geval is, kan een reden zijn om een beroep niet wettelijk te
    reguleren. Dit zou immers onduidelijkheid voor patiënten in de hand werken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>                                                                                   75
    In het verlengde van bovenstaande moet een eenduidige, brede opleiding voor
    het beroep gespecificeerd kunnen worden, waarvan de kwaliteit afdoende
    en onafhankelijk geborgd is. Het dient hierbij te gaan om een Nederlandse
    opleiding, omdat de Nederlandse overheid geen controle kan uitoefenen op
    buitenlandse opleidingen en het voor de beroepsuitoefening nodig is kennis
    te nemen van in Nederland geldende eisen. Ook het aantal beroepsbeoefenaren
    is van belang. De beroepsgroep moet van voldoende omvang zijn om een
    afzonderlijke regeling te rechtvaardigen.
c. Wettelijke regulering moet noodzakelijk zijn om patiënten adequaat te
   beschermen. Als de kwaliteit van de beroepsuitoefening op andere wijze
   geborgd kan worden of er geen substantiële risico’s voor de patiëntveiligheid
   zijn, is wettelijke regulering van het beroep niet noodzakelijk. Alternatieve
   vormen van kwaliteitsborging zijn bijvoorbeeld kwaliteitsborging binnen een
   instelling of private regulering. Hierbij is de mate van professionele zelfstan-
   digheid van de beroepsgroep een belangrijk aspect. Zo is het niet nodig het
   beroep van tandartsassistent op te nemen in de Wet BIG, omdat deze onder de
   verantwoordelijkheid van een tandarts werkt en de kwaliteit van de beroeps-
   uitoefening binnen de mondzorgpraktijk geborgd kan worden. Ook is relevant
   of de beroepsgroep vrij toegankelijk is, omdat bij deze beroepsbeoefenaren in
   het bijzonder van belang is dat ze een voor het publiek herkenbare titel hebben.
Indien aan deze criteria is voldaan, is vervolgens de vraag aan de orde of het
lichte dan wel het zware regime van toepassing is.
Voor beide regimes geldt dat er noodzaak moet zijn tot publiekrechtelijke
regeling van de opleiding, een voor het publiek herkenbare titel of het toekennen
van functionele zelfstandigheid aan het beroep.
De noodzaak tot toepassing van het zware regime is aanwezig wanneer de
beroepsgroep voorbehouden handelingen zelfstandig moet kunnen verrichten
(het «voorbehouden handelingen criterium»). Voorbehouden handelingen zijn
handelingen die zo risicovol zijn voor patiënten, dat ze alleen veilig zelfstandig
verricht kunnen worden door beroepsbeoefenaren met een bepaalde opleiding.
Ook is er bij deze beroepsgroepen evidente noodzaak tot de toepassing van het
tuchtrecht, omdat zo beroepsbeoefenaren van de beroepsuitoefening uitgesloten
kunnen worden en daarmee de bevoegdheid voor de voorbehouden handelingen
komt te vervallen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>76                                                          RVS – De B van Bekwaam
Het zware regime is ook aan de orde als de beroepsgroep geen voorbehouden
handelingen verricht, maar er wel om andere redenen noodzaak is tot toepassing
van publiek tuchtrecht (het «tuchtrechtcriterium»). Dit is onder andere het geval
indien de patiënt zich in een zeer afhankelijk en kwetsbare positie ten opzichte
van de beroepsbeoefenaar bevindt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij fysiothera-
peuten en gezondheidszorgpsychologen (GZ-psychologen).
Besluitvorming over opname
Zoals hiervoor geschetst besluit de minister over opname van beroepen in de
Wet BIG aan de hand van de geschetste beleidslijn. In het wetsvoorstel BIG2
is het voornemen opgenomen om hiervoor een adviestaak te beleggen bij het
Zorginstituut Nederland, waarbij de minister het ZiNL om advies kan vragen
omtrent nieuwe aanvragen tot opname van beroepen en specialistentitels in de
Wet BIG. Dit wetsvoorstel is nog niet voorgelegd aan de Tweede Kamer.
    Voorbeelden:
    ZiNL heeft momenteel adviezen in voorbereiding m.b.t. de klinisch
    fysicus, de klinisch chemicus, de anesthesiemedewerker, de operatie-
    assistent (artikel 3) en de klinisch verloskundige (artikel 14).
In de praktijk zien we dat vooral een alternatieve route wordt bewandeld om tot
opname in de Wet BIG te komen, namelijk via het zgn. experimenteerartikel,
art 36a Wet BIG. Dit is een wettelijke voorziening die het mogelijk maakt om
bij AMvB bepaalde (al dan niet nieuwe) beroepsgroepen, op tijdelijke basis en
onder voorwaarden, zelfstandig bevoegd te verklaren tot het verrichten van een
aantal aangewezen voorbehouden handelingen. Op flexibele wijze zouden aldus
bevoegdheden kunnen worden toegekend aan (nog) niet geregelde, in ontwikke-
ling zijnde, beroepen alsook aan bestaande beroepen waarbinnen competentie-
verschuivingen plaatsvinden. Het is de bedoeling dat na afloop van deze periode
bij een positieve evaluatie deze beroepsbeoefenaren worden opgenomen in de
Wet BIG en/of het BIG-register.
    Voorbeelden:
    Klinisch technoloog, geregistreerd mondhygiënist, Verpleegkundig
    Specialist, Physician Assistant, Bachelor Medisch Hulpverlener.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>                                                                                                 77
Erkenning van specialismen
Specialismen van basisberoepen worden erkend op voordracht van de betreffende
beroepsorganisatie. Zo kan de KNMG bijvoorbeeld specialismen voordragen
voor het beroep arts. De Minister beoordeelt vervolgens of een titel als wettelijk
erkende specialistentitel aangemerkt wordt. Ook hierover adviseert het ZiNL de
minister. Hierbij wordt het specialisme getoetst aan de formele eisen uit artikel 14
van de Wet BIG. Zo moet de organisatie die het specialisme voordraagt voldoende
representatief zijn voor het betreffende beroep. Daarnaast wordt onder meer
beoordeeld door de Minister of aanwijzing van het specialisme wenselijk is voor
een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Dit betekent bijvoor-
beeld dat het specialisme voldoende uitgekristalliseerd moet zijn, zich moet
onderscheiden van het basisberoep en andere wettelijk erkende specialismen en
toegevoegde waarde moet hebben ten opzichte hiervan38.
Periodieke registratie of herregistratie
In de Wet BIG is vastgelegd dat beroepsbeoefenaren die onder het zware regime
vallen zich periodiek dienen te herregistreren om te waarborgen dat zij over
actuele kennis en vaardigheden blijven beschikken39. BIG-geregistreerde zorg-
verleners moeten elke vijf jaar hun registratie verlengen. Momenteel kan aan
de herregistratie-eisen voldaan worden door voldoende relevante werkervaring
(‘vlieguren’) op te doen. Indien een zorgverlener geen of onvoldoende werkervaring
heeft opgedaan dan dient hij of zij een periodiek registratiecertificaat (prc) door
middel van een toets te behalen, eventueel voorafgegaan door een scholings-
programma, om zich te kunnen laten herregistreren.
Wie als specialist staat ingeschreven bij de Registratiecommissie Geneeskundig
Specialismen (RGS) hoeft geen herregistratie als basisarts bij het BIG-register
aan te vragen. Voor inschrijving in het specialistenregister gelden namelijk
hogere eisen. Wel moet de specialist ingeschreven blijven in het BIG-register.
Zolang de specialist geregistreerd staat in het register van het specialisme
behoudt hij automatisch de registratie in het BIG-register.
Het BIG-register wordt uitgevoerd door het CIBG, een uitvoeringsorganisatie van
het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het CIBG verzorgt in dit
kader ook de herregistratie. Aanvragen tot herregistratie kunnen digitaal worden
ingediend. Hierin dient de beroepsbeoefenaar gegevens over werkervaring
of scholing in te vullen. Een aanvraag voor herregistratie kost 85 euro. Als dit
38   Beleidsregels wettelijke erkenning specialistentitels wet BIG
39   Dit is uitgewerkt in het Besluit periodieke registratie Wet BIG van 24 November 2008 en Regeling
     van 18 maart 2009 (minister van VWS, MEVA/BO-2819721)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>78                                                                      RVS – De B van Bekwaam
bedrag is voldaan en de aanvraag niet geselecteerd is voor controle ontvangt de
aanvrager een besluit waarin staat dat hij/zij opnieuw geregistreerd is en wat de
nieuwe herregistratiedatum is.
Ten behoeve van de herregistratie gebruiken medisch specialisten een persoon-
lijk dossier, GAIA40, waarin zij alle deskundigheidsbevorderende activiteiten
opnemen. Nederlandse scholingen komen automatisch in het dossier, andere
deskundigheidsbevordering kan zelf toegevoegd worden. Voor de herregistratie
kan het GAIA-dossier rechtstreeks aangeboden worden bij de Registratie
Geneeskundig specialisten (RGS), die belast is met de herregistratie van medisch
specialisten.
Dit systeem betreft derhalve niet de herregistratie van de basisberoepen van
artikel 3, omdat zij nog geen verplichting hebben tot deelname aan deskundig-
heidsbevordering. Dit systeem wordt thans alleen gebruikt binnen de artikel 14
beroepen (specialismen); de uitvoering hiervan ligt bij de beroepsverenigingen
en niet bij het CIBG.
Naar aanleiding van de tweede wettelijke evaluatie van de Wet BIG (2013) is er
een voornemen om de eisen aan de periodieke herregistratie aan te scherpen.
Naast voldoende relevante werkervaring zal deelname aan bij- en nascholing
en het volgen van andere deskundigheidsbevorderende activiteiten verplicht
worden. De Wet BIG zal op dit punt worden aangepast (BIG2). Het wetsvoorstel
hiervoor (BIG2) moet nog worden ingediend bij de Tweede Kamer41.
40 Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie
41 Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet BIG2 is tot nader order uitgesteld
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre> Bijlage 1                                                                      79
Voorbehouden handelingen
De Wet BIG regelt ‘voorbehouden handelingen’. Dit zijn bepaalde risicovolle
handelingen, die onbevoegden niet zelfstandig mogen verrichten.
    Voorbehouden handelingen:
    heelkundige handelingen, verloskundige handelingen, verrichten van
    endoscopieën, verrichten van catheterisaties, geven van injecties, ver-
    richten van puncties, brengen onder narcose, verrichten van handelingen
    met gebruikmaking van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende
    stralen uitzenden, verrichten van electieve cardioversie, toepassen van
    defibrillatie, toepassen van electroconvulsieve therapie, steenvergruizing
    voor geneeskundige doeleinden, handelingen ten aanzien van menselijke
    geslachtscellen en embryo’s en voorschrijven van UR-geneesmiddelen.
In de wet worden beroepsgroepen aangewezen die zelfstandig bevoegd zijn voor
deze handelingen. Zij mogen deze handelingen zelfstandig indiceren, uitvoeren
en delegeren. Beroepsbeoefenaren die niet als zelfstandig bevoegd zijn aange-
wezen, mogen de handelingen alleen in opdracht uitvoeren. Hierbij moet voldaan
worden aan bepaalde voorwaarden. Zo moet o.a. de mogelijkheid tot toezicht en
tussenkomst door de opdrachtgever geborgd zijn en moet de opdrachtgever zich
ervan overtuigen dat de opdrachtnemer bekwaam is om de handeling te verrich-
ten. De Wet BIG regelt voor enkele beroepsgroepen functionele zelfstandigheid.
Deze beroepsgroepen mogen geen opdracht geven voor het verrichten van een
voorbehouden handeling, maar mogen deze wel zonder toezicht en tussenkomst
van een bevoegde beroepsbeoefenaar uitvoeren. In dat geval moet een zelfstandig
bevoegde beroepsbeoefenaar wel de opdracht geven. In alle gevallen geldt dat
degene die de handeling uitvoert bekwaam moet zijn voor deze handeling.
Veel van deze handelingen zijn met de nodige training goed aan te leren. Denk
bijvoorbeeld aan het toedienen van injecties, bloed of andere infuusvloeistoffen.
Of ze worden (mettertijd) uitgevoerd door robots.
Het is om die reden dat in de wet onderscheid gemaakt wordt tussen zelfstandig
en functioneel bevoegd. Het zelfstandig bevoegd zijn tot het verrichten van
voorbehouden handelingen omvat tevens de deskundigheid tot het stellen van
de indicatie voor de betreffende handelingen, het kunnen overzien van mogelijke
complicaties e.d. Bij functionele bevoegdheid handelt iemand in opdracht van een
zelfstandig bevoegde, volgens diens aanwijzingen, maar is ‘toezicht en tussen-
komst’ van de opdrachtgever niet vereist.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>80                                                         RVS – De B van Bekwaam
Tabel: regeling voorbehouden handelingen
                       Opdracht    Zelfstandig         Wie?
                       geven?      uitvoeren?
  Zelfstandige         Ja          Ja                  Artsen, tandartsen,
  bevoegdheid                                          verloskundigen,
                                                       Verpleegkundig specia-
                                                       listen, physician assis-
                                                       tents, klinisch technolo-
                                                       gen en bachelors Medisch
                                                       Hulpverlener; allen voor
                                                       zover bekwaam.
  Functioneel          Nee         Ja, in opdracht     Verpleegkundigen,
  zelfstandige                     van zelfstandig     ambulanceverpleeg-
  bevoegdheid                      bevoegde            kundigen, en mondhy-
                                                       giënisten; allen voor
                                                       zover bekwaam. Ook de
                                                       regieverpleegkundige zou
                                                       bij deze categorie horen
                                                       volgens het wetsvoorstel
                                                       in voorbereiding.
  In opdracht          Nee         Nee, er moet        Iedereen die bekwaam is.
                                   toezicht en
                                   tussenkomst zijn
Bron: bijlage bij brief van de minister van VWS aan de Tweede Kamer d.d. 2
december 2014, met zijn reactie op de tweede wettelijke evaluatie van de Wet BIG
(vergaderjaar 2014–2015, 29 282, nr. 211)
Naar aanleiding van de tweede wettelijke evaluatie van de Wet BIG is de
regeling van voorbehouden handelingen op een aantal punten verduidelijkt
of aangepast. Zo is inmiddels verduidelijkt dat de regeling van voorbehouden
handelingen van toepassing is ongeacht het doel waarmee handelingen verricht
worden. Voorbehouden handelingen mogen dus ook buiten de gezondheidszorg,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre> Bijlage 1                                                                     81
bijvoorbeeld in de cosmetische sector, alleen door bevoegden verricht worden42.
Voorts neemt de minister zich voor laser- en IPL-behandelingen van de huid aan
te merken als voorbehouden handeling.
Tuchtrecht
De Wet BIG regelt dat beroepsbeoefenaren die ingeschreven zijn in het BIG-
register onder het tuchtrecht vallen. Het tuchtrecht vervult twee functies.
Ten eerste, het bevorderen van het lerend vermogen van de sector. Door het
tuchtrecht worden de normen van het professionele handelen verduidelijkt en
aangescherpt. Ten tweede de repressieve functie om disfunctionerende beroeps-
beoefenaren te corrigeren en zo nodig van de beroepsuitoefening uit te sluiten.
Het tuchtrecht in de Wet BIG biedt de mogelijkheid om gedragingen van beroeps-
beoefenaren te toetsen aan specifieke beroepsnormen. Tuchtcolleges bestaan uit
juristen, meestal afkomstig uit de rechterlijke macht, en leden beroepsgenoten.
Er zijn vijf regionale tuchtcolleges en een Centraal Tuchtcollege als beroepsin-
stantie. Doordat beroepsgenoten over beroepsgenoten oordelen draagt het tucht-
recht bij aan normontwikkeling binnen de beroepsgroepen (lerende functie).
Een tuchtmaatregel is geen strafmaatregel maar beoogt primair correctie van
professioneel handelen om herhaling van gemaakte fouten te voorkomen.
De Wet BIG bevat ook een aantal specifieke strafbepalingen voor individuele
gezondheidszorg verricht door BIG-geregistreerden en niet BIG-geregistreerden.
Het doel van die bepalingen is om de zorgverlener die schade of een aanmerke-
lijke kans daarop doet ontstaan, strafrechtelijk te kunnen vervolgen. De inzet
van het strafrecht staat los van de toepassing van het tuchtrecht. Het tuchtrecht
is bedoeld om de burger te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig
handelen door zorgverleners, terwijl het strafrecht dient ter bescherming van de
maatschappij als geheel.
42 Zie ook prg. 2.3.2 van het advies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>82                                                                    RVS – De B van Bekwaam
Met ingang van 1 april 2019 is het tuchtrecht in de Wet BIG op een aantal punten
gewijzigd43. De belangrijkste veranderingen zijn de volgende:
>> Voorzittersbeslissing
   Voorzitters van de tuchtcolleges hebben de mogelijkheid gekregen om
   klachten waarvan onmiddellijk duidelijk is dat zij eenvoudig kunnen worden
   afgehandeld44, zelf af te doen. Dit kan de duur van de procedure verkorten.
>> Tuchtklachtfunctionaris
   De klager kan een tuchtklachtfunctionaris inschakelen. Deze functionaris
   kan de klager adviseren of de klacht tegen de juiste persoon is gericht, of
   tuchtrecht de aangewezen route is voor een klacht en helpen bij het formule-
   ren van het klaagschrift. De verwachting is dat hiermee de kwaliteit van de
   procedure wordt verbeterd.
>> Wijzigen van de klacht
   De klager krijgt de bevoegdheid om zijn klacht tot uiterlijk twee weken voor de
   behandeling van de zaak op de terechtzitting schriftelijk te wijzigen of aan te
   vullen.
>> Tuchtrechtelijk beroepsverbod en Last tot Onmiddellijke Onthouding van de
   Beroepsuitoefening (LOB)
   De tuchtrechter kan een beroepsverbod opleggen als de veiligheid dat vereist,
   waardoor de betrokkene niet meer (volledig) in de individuele gezondheids-
   zorg mag werken. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan een zorgverle-
   ner vanwege ernstig gedrag direct op non-actief stellen in afwachting van het
   oordeel van de tuchtrechter.
>> Tweede tuchtnorm
   Handelingen in de privésfeer en het organisatorisch handelen van een
   arts-bestuurder vallen nu (in bepaalde gevallen) officieel onder het tuchtrecht
   (Tweede tuchtnorm). Door een wijziging van de tweede tuchtnorm wordt de
   ruimere interpretatie die de oude norm al in de jurisprudentie had gekregen,
   vastgelegd in de wet.
43   https://www.knmg.nl › nieuws › nieuwsbericht › Wetswijziging tuchtrecht in de gezondheidszorg:
     de belangrijkste wijzigingen op een rij
44 Omdat het college kennelijk onbevoegd is, de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk
     ongegrond of kennelijk van onvoldoende gewicht is; artikel 67a wet BIG
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Bijlage 1                                                                           83
>> Berispingen en boetes niet meer standaard gepubliceerd
   Berispingen en boetes worden alleen nog openbaar gemaakt als de tuchtrechter
   dat nodig vindt in het belang van de individuele gezondheidszorg.
>> Introductie griffierecht en veroordeling in kosten.
   De klager is een griffierecht van € 50,- verschuldigd, dat hij terugkrijgt indien de
   klacht gegrond wordt verklaard. Daarnaast kan het tuchtcollege als een klacht
   geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard de aangeklaagde veroordelen in de
   kosten die de klager heeft moeten maken, bijvoorbeeld voor een advocaat.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>84 RVS – De B van Bekwaam</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl       @raadRVS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>