<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   De derde
levensfase:
 het geschenk van de eeuw
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  De derde
levensfase:
  het geschenk van de eeuw
             Den Haag, januari 2020
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Voorwoord
Sinds mijn aantreden als voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en
Samenleving heb ik regelmatig verteld over de mantelzorg die ik mijn ouders
verleend heb tijdens hun laatste levensjaren. Die zorg kon ik geven omdat ik
net minister-af was. Het was een heftige tijd, maar zeker ook een bijzondere
ervaring, die me veel inzicht verschafte in de schuring tussen beleid en praktijk
van zorg en ondersteuning. Ik ervoer hoe belangrijk de wisselwerking tussen
professionele en informele zorg is, en ook hoe kwetsbaar die is. En het werd me
eens te meer duidelijk dat er geen pasklaar antwoord is op de vraag hoe ouderen
hun laatste jaren willen doorbrengen.
Eerder, toen ze nog vol in het leven stonden, had ik mijn ouders wel eens
voorgesteld om te verhuizen naar een gelijkvloerse woning met alle gemakken.
Maar daar voelden ze niks voor; ze waren veel te veel gehecht aan hun eigen huis
en vooral aan de buurt en de buren. Ze bleken gelijk te hebben: juist die buurtcon-
tacten maakten dat zij niet alleen heel lang iets voor anderen konden betekenen,
maar die anderen ook voor hen.
Dit illustreert een van de belangrijke boodschappen van dit advies: ouderen
hoeven niks meer en dat is fijn, maar ze willen en kunnen vaak nog wel veel.
Daarvoor maken we als samenleving te weinig ruimte. En als zorg wel aan
de orde is, bieden we niet altijd de flexibiliteit die nodig is.
Natuurlijk is het belangrijk dat we nadenken over hoe we onze derde levensfase
willen inrichten. Tegelijkertijd is die toekomst onvoorspelbaar en lijkt die soms
ver weg. Na onze pensionering hebben we vaak nog vele jaren voor ons waarin
we relatief gezond zijn en die we naar eigen inzicht kunnen invullen. Met de
ondertitel ‘Het geschenk van de eeuw’ benadrukt de Raad in het advies dat voor u
ligt dat deze jaren een cadeautje kunnen zijn. Voor het individu, maar zeker ook
voor de samenleving. Met dit advies willen we laten zien dat de derde levensfase
meer is dan een individuele zaak. Keuzes die mensen maken hebben gevolgen
voor hun eigen toekomst en voor het leven van anderen.
We onderstrepen in dit advies ook het feit dat niet iedereen de derde levensfase
op dezelfde manier ervaart. Dit werd recent zichtbaar in de moeilijkheid om een
geschikte term te vinden voor mensen in de derde levensfase. Prijswinnende
termen vitalo en jagger – hoe mooi ook – doen onvoldoende recht aan de com-
plexiteit van deze levensfase. De derde levensfase kan een tijd van vrijheid zijn,
maar is ook een tijd van verlies: mentale en fysieke functies gaan langzaam
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                 5
achteruit; partners, vrienden en familieleden sterven. Zeker wanneer er finan-
ciële zorgen zijn, kan de derde levensfase een worsteling zijn. En niet iedereen
is even vitaal bij pensionering. Dit advies betreft ook hen. In beleid en arrange-
menten waarin meer rekening gehouden wordt met de derde levensfase, staan
diversiteit en maatwerk voorop.
Toch zien we dat het potentieel van mensen in de derde levensfase vaak onbenut
blijft. Veel mensen willen na hun pensionering graag van betekenis blijven en
deel uitmaken van de samenleving. Ze kunnen en willen nog veel. Door hen te
ondersteunen in hun wensen en te zorgen voor een divers aanbod aan activitei-
ten, woonvormen, zorg en ondersteuning, creëren we als samenleving veel meer
reële opties om actief te blijven en een bijdrage te leveren.
Wanneer het handelingsperspectief in de derde levensfase wordt verruimd, heeft
iedereen daar baat bij. En daarmee de samenleving als geheel. Hoe dat kan, laten
we zien in dit advies.
Jet Bussemaker
Voorzitter RVS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS)
is een onafhankelijk strategisch adviesorgaan.
De RVS heeft tot taak de regering en de Eerste en
Tweede Kamer van de Staten-Generaal te adviseren
over hoofdlijnen van beide beleidsterreinen.
Samenstelling Raad
Voorzitter: Jet Bussemaker
Raadsleden: Erik Dannenberg, Daan Dohmen,
Pieter Hilhorst, Jan Kremer, Bas Leerink, Liesbeth
Noordegraaf-Eelens, Ageeth Ouwehand en
Jeannette Pols.
Directeur: Stannie Driessen
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadRVS
Publicatie 20-01
ISBN: 978-90-5732-287-7
Grafisch ontwerp: Studio Duel
Fotografie: Adobe Stock
Eindredactie: Segeren Tekst, Den Haag
Druk: Xerox
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving,
Den Haag, 2020
Kees Penninx (ActivAge) heeft belangrijk
voorbereidend inhoudelijk werk gedaan voor dit
advies.
Niets in deze uitgave mag worden openbaar gemaakt
of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend
systeem of uitgezonden in enige vorm door middel
van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan
ook zonder toestemming van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website www.raadrvs.nl.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                      7
Voorwoord                                                                6
Samenvatting                                                             8
1    Inleiding                                                          12
1.1  Aanleiding: de derde levensfase als geschenk                       12
1.2  Leeswijzer: inspiratie voor een waardevolle derde levensfase       13
2    Een levensfase rijker                                              15
2.1  Om wie gaat het?                                                   15
2.2 De vele gezichten van de derde levensfase                           18
2.3 Het belang van de derde levensfase                                  20
2.4 Maatschappelijke structuren beïnvloeden het handelingsperspectief   21
3    Een waardevolle derde levensfase                                   24
3.1  Het verlangen naar autonomie                                       24
3.2 Het verlangen naar verbondenheid                                    25
3.3 De behoefte ertoe te doen                                           25
3.4 Het belang van linking                                              26
4    Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers         27
4.1 Inspiratiedossier 1: Activiteiten                                   28
4.2 Inspiratiedossier 2: Wonen                                          38
4.3 Inspiratiedossier 3: Zorg en ondersteuning                          47
4.4 Conclusies: terug naar autonomie, verbondenheid en ertoe doen       51
5    Inspiratieagenda derde levensfase                                  54
Literatuur                                                              57
Voorbereiding                                                           65
Geraadpleegde deskundigen                                               66
Bronvermelding infographic                                              69
Afkortingen                                                             71
Publicaties                                                             72
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>8                                                          RVS – De derde levensfase
Samenvatting
In de afgelopen eeuw kregen we een levensfase cadeau. We worden ouder
en blijven bovendien langer gezond. Hierdoor hebben velen van ons na hun
pensionering nog een flink aantal jaren voor zich die zij naar eigen wens kunnen
besteden. Terwijl men vroeger na pensionering vaak versleten was, in minder
goede gezondheid verkeerde en vooral behoefte had aan rust, geldt dit voor veel
gepensioneerden van nu niet meer. Mensen zijn vaak nog relatief gezond en
vitaal en ze kunnen, willen en doen nog van alles.
Deze nog steeds langer wordende periode tussen het werkende leven en de
periode van gevorderde ouderdom en kwetsbaarheid vormt de derde levensfase.
Deze fase begint na pensionering en gaat uiteindelijk geleidelijk over in de vierde
levensfase, wanneer kwetsbaarheid groter wordt en de behoefte aan hulp en zorg
toeneemt. De derde levensfase is niet strikt aan leeftijden gebonden. Wanneer
deze begint en hoe lang deze duurt, verschilt per persoon.
In deze levensfase is er voor de meeste mensen geen noodzaak meer om een
inkomen te vergaren. Er is meer tijd voor vrienden en familie, hobby’s, reizen
en culturele activiteiten. Er ontstaat ook ruimte om op een nieuwe manier bij te
dragen aan de samenleving. Bijvoorbeeld als vrijwilliger of mantelzorger of door
op de kleinkinderen te passen.
De derde levensfase is niet alleen een geschenk. Het is ook een periode van
verlieservaringen. Het verlies van professionele identiteit is voor sommigen
problematisch, zeker wanneer het moeilijk is om een nieuwe maatschappelijke
rol te vinden. Fysieke en mentale achteruitgang leidt tot teleurstelling en aanpas-
sing. Het verlies van partner, familie of vrienden door ziekte of sterfte verkleint
het sociale netwerk en kan tot eenzaamheid en gevoelens van zinloosheid leiden.
De derde levensfase is ook niet voor iedereen een geschenk. Voor mensen met
financiële zorgen of gezondheidsproblemen is het niet altijd gemakkelijk de jaren
na het pensioen een goede invulling te geven. De derde levensfase zal voor hen
vaak al vroeg overgaan in een periode van grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid.
Ondanks deze moeilijke kanten van de derde levensfase leveren veel mensen
na hun pensionering een grote bijdrage aan de maatschappij. Ze zijn actief
als vrijwilliger of geven mantelzorg. Steeds meer mensen werken door na het
bereiken van de AOW-leeftijd. De komende decennia stijgt het aantal mensen in
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> ﻿                                                                              9
de derde levensfase van 2,4 miljoen (2018) naar 3,2 miljoen in 2040. Het ligt voor
de hand dat de bijdrage van mensen in deze levensfase ook toeneemt.
De keuzes en activiteiten van mensen in de derde levensfase hebben gevolgen
voor hun eigen toekomst. Het vormen en in stand houden van hun sociale net-
werk bijvoorbeeld kan eenzaamheid voorkomen. Tijdig verhuizen naar passende
woonruimte kan bijdragen aan voldoende goede zorg en ondersteuning wanneer
dat nodig wordt.
De keuzes en activiteiten van mensen in de derde levensfase hebben ook
gevolgen voor andere generaties. Grootouders die op kleinkinderen passen,
ontlasten de kinderen in het spitsuur van hun leven. Mensen in de derde
levensfase die verhuizen naar een kleinere woning laten een eengezinswoning
achter. Vrijwilligers in verpleeghuizen zijn een belangrijke aanvulling op
overbelaste beroepskrachten. De derde levensfase is dus óók een geschenk voor
de samenleving.
Hoe mensen hun derde levensfase invullen verschilt sterk. Sommigen, vooral
hoogopgeleiden, gaan nog een tijdje door in het tempo en op het niveau dat ze
gewend waren. Mensen met alleen AOW of met een klein aanvullend pensioen
werken soms nog betaald door om hun inkomen aan te vullen. De één fietst nog
de halve wereld rond, terwijl een ander nog nauwelijks de deur uitkomt vanwege
zijn of haar gezondheid.
Ondanks deze verschillen zijn er ook gemeenschappelijke waarden. We vonden
er drie die voor alle mensen in de derde levensfase in meer of mindere mate
belangrijk zijn. Zij hechten aan hun autonomie, ze willen graag zelf richting
kunnen geven aan hun bestaan. Ook is er behoefte aan verbondenheid en bete-
kenisvol contact met anderen. Tot slot willen mensen ook in deze levensfase het
gevoel te hebben dat ze ertoe te doen. Ze willen van betekenis zijn, voor anderen
of voor de samenleving.
Vanwege de toenemende omvang van de groep mensen in de derde levensfase
en hun (potentiële) bijdrage aan de samenleving vindt de Raad het nodig dat deze
levensfase niet langer vooral gezien wordt als een individuele zaak. De derde
levensfase is ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Te meer omdat
mensen bij het vormgeven van hun derde levensfase obstakels tegenkomen die
samenhangen met de maatschappelijke arrangementen in onze samenleving.
Op dit moment is er in beleid en regels, bij maatschappelijke organisaties en in
de publieke opinie meer aandacht voor wat ouderen nodig hebben dan voor wat
ouderen kunnen en willen bijdragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>10                                                       RVS – De derde levensfase
In drie inspiratiedossiers laten we zien welke wensen mensen in de derde
levensfase hebben, waar ze tegen aanlopen bij het realiseren van die wensen en
wie wat kan doen om obstakels weg te nemen. De dossiers gaan over activiteiten
(betaald en onbetaald), over wonen en over zorg en ondersteuning. Ook staan er
voorbeelden in van hoe het anders kan.
Met het advies presenteert de Raad een inspiratieagenda voor de derde levensfase.
               1 . De derde levensfase is ook een gemeenschappelijke
                verantwoordelijkheid
Op dit moment wordt de inrichting van de derde levensfase vooral als een
individuele zaak gezien. Ieder geeft naar eigen inzicht en binnen de eigen
(on)mogelijkheden vorm aan deze periode van het leven. Hierdoor blijven
kansen liggen voor de deelname en de bijdrage van jonge ouderen aan de
samenleving. Overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven kunnen
er meer dan nu aan bijdragen dat jonge ouderen meer maatschappelijke rollen
vervullen. Dat kan door drempels weg te nemen voor bijvoorbeeld groepswonen
of langer betaald doorwerken. Een goede derde levensfase wordt zo meer een
gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.
                2. Verzilver het maatschappelijk potentieel van mensen
                in de derde levensfase
De grote groep mensen in de derde levensfase die onze samenleving rijk
is, vormt een potentieel dat momenteel onvoldoende wordt benut. De
ambities van jonge ouderen kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing
van maatschappelijke problemen, zoals de woningnood, de krapte op de
arbeidsmarkt in de zorg en het onderwijs en de groeiende behoefte aan hulp
en zorg van ouderen in de vierde levensfase. Jonge ouderen willen en kunnen
op allerlei domeinen een belangrijke bijdrage leveren aan onze samenleving,
zowel direct met hun eigen handelen als indirect door het effect van hun
handelen op andere groepen in de samenleving. Deze bijdrage kunnen zij echter
alleen leveren als beleid en arrangementen hun wensen en betrokkenheid niet
hinderen en die indien nodig faciliteren.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> ﻿                                                                            11
               3. Generatiebewustzijn vereist veranderingen in beleid en
               andere maatschappelijke arrangementen
Om het maatschappelijk potentieel van mensen in de derde levensfase beter
te kunnen benutten, is het nodig dat beleidsmakers, werkgevers, aanbieders
van zorg en welzijn, vrijwilligersorganisaties, de media, maatschappelijke
organsaties en het bedrijfsleven op een andere manier naar jonge ouderen
gaan kijken. De ontwikkeling en implementatie van beleid, de vormgeving
van voorzieningen, de werving van vrijwilligers enzovoort zou vaker gepaard
kunnen gaan met een zeker ‘generatiebewustzijn’: het besef dat er een grote
en groeiende groep mensen in de derde levensfase is en dat wat zij doen (en
laten) gevolgen heeft voor andere generaties en voor hun eigen toekomst. De
Raad pleit voor een toetsing van beleid en voorzieningen waarbij wordt gekeken
naar mogelijkheden om de positie van jonge ouderen in onze maatschappij te
versterken en hun keuzemogelijkheden te verruimen.
Het is essentieel om in beleid en andere maatschappelijke arrangementen
rekening te houden met de verschillen tussen mensen in de derde levensfase,
zoals sociaaleconomische en gezondheidsverschillen. Alleen door daarmee
rekening te houden, kan beleid daadwerkelijk aansluiten op de wensen en
behoeften van mensen in de derde levensfase. Een goede aansluiting vereist
samenwerking tussen lokale overheden en andere partijen, bijvoorbeeld bij het
realiseren van collectieve plannen voor gemeenschappelijk wonen of het delen
van zorg. Een betere afstemming van beleid op de wensen en behoeften van
mensen in de derde levensfase draagt ook bij aan betekenisvolle rollen voor hen
in onze samenleving.
Een goede derde levensfase vraagt natuurlijk primair iets van jonge ouderen
zelf. Áls mensen zich al voorbereiden, dan heeft die voorbereiding voornamelijk
betrekking op hun financiële situatie. De Raad benadrukt dat het juist ook loont
om andere levensdomeinen bij de voorbereiding te betrekken. Door bijtijds op
zoek te gaan naar activiteiten en arrangementen die aansluiten bij de eigen
wensen, talenten en behoeften, vergroten mensen hun eigen handelingsperspec-
tief. Bovendien helpt een tijdige voorbereiding om de scheidslijn te verkleinen
tussen een vitaal en onafhankelijk bestaan en de tijd waarin afhankelijkheid en
kwetsbaarheid toenemen.
Met dit advies hoopt de Raad bij te dragen aan inzicht in de waarde van de derde
levensfase, zowel voor de samenleving als voor ieder individu. De derde levens-
fase is het geschenk van de eeuw. Het is zonde om dat cadeau niet uit te pakken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>12                                                              RVS – De derde levensfase
1 Inleiding
1.1     Aanleiding: de derde levensfase als geschenk
Wie anno 2019 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, gaat de derde levensfase
tegemoet. Terwijl we in 1950 na onze pensionering nog gemiddeld 14 jaar voor
ons hadden, is dit tegenwoordig gemiddeld 20 jaar, waarvan nog een aanzien-
lijk deel in relatief goede gezondheid.1 Deze toename van het aantal gezonde
levensjaren levert een levensfase op waarin veel mensen actief en vitaal zijn en
vrij zijn verplichtingen zoals werken of kinderen opvoeden. De derde levensfase
wordt dan ook wel het geschenk van de eeuw genoemd. Een geschenk aan het
individu dat vrij is van de verplichting om een inkomen te verwerven en daar-
door in de gelegenheid is zichzelf in die vrijheid naar eigen wens te ontplooien
(Laslett 1991). De derde levensfase is ook een geschenk voor de samenleving.
Nooit eerder waren zo veel mensen na hun pensioen in de gelegenheid nog
jarenlang een bijdrage te leveren aan de samenleving. Velen leveren die bijdrage
ook al. Anderen worden gehinderd in hun wens om bij te dragen. Het aanwezige
potentieel zou naar de mening van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVS)
verzilverd moeten worden. Tegelijkertijd is het niet iedereen gegund de derde
levensfase als geschenk te ervaren. Er bestaan grote verschillen tussen gepensi-
oneerden in gezondheid en financiële mogelijkheden (Lemmens et al. 2016; Van
Oostrom et al. 2016). Naar verwachting worden deze verschillen in de toekomst
nog groter (OESO 2017). Voor mensen die kampen met inkomensonzekerheid of
een slechte gezondheid kan de derde levensfase vooral een worsteling zijn om
het hoofd boven water te houden of het leven een zinvolle invulling te geven.
De Raad is van mening dat de waarde van de derde levensfase in het huidige
maatschappelijke debat en in beleid, regelgeving en arrangementen te weinig
aandacht krijgt (Rijkschroeff et al. 2006). In beleid en ook in de media gaat veel
aandacht uit naar kwetsbare, eenzame en afhankelijke veelal oude ouderen.
Tegelijkertijd is er het beeld van de genietende, consumerende en vitale jonge
oudere die net met pensioen is: reizen, concertbezoek, lekker eten, samen
fietsen. Deze clichébeelden dienen volgens de Raad vervangen te worden door
een realistischer en vollediger beeld van de diverse groep jonge ouderen die
onze samenleving rijk is. Mensen in de derde levensfase zouden vaker en op
een passende manier kunnen worden uitgenodigd om deel te blijven nemen aan
de maatschappij. Het gebrek aan maatschappelijke verwachtingen, rollen en
uitdagingen dat mensen in de derde levensfase ten deel kan vallen, is een vorm
1    Geraadpleegd via: www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/levensverwachting/cijfers-
     context/huidige-situatie#node-resterende-levensverwachting
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> 1 — Inleiding                                                                                13
van collectieve verwaarlozing. De derde levensfase is meer dan een vacuüm
tussen andere levensfasen. Die verdient een duidelijk maatschappelijk profiel en
grotere bekendheid.
Het gebrek aan (beleidsmatige) aandacht voor mensen in derde levensfase lijkt
te suggereren dat de manier waarop zij hun leven inrichten in onze samenleving
als een individuele vrijheid en een individuele keuze wordt beschouwd. De RVS
stelt voorop dat iedereen zijn of haar levenswijze zo veel mogelijk naar eigen
wens moet kunnen inrichten. Tegelijkertijd benadrukt de Raad dat de beschik-
baarheid en toegankelijkheid van deze keuzes een collectief belang dient en
ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is. Keuzes die mensen in
de derde levensfase op individueel niveau maken, zijn sterk afhankelijk van
collectieve of maatschappelijke arrangementen, normen en omstandigheden
(Szreter & Woolcock 2004). De mate waarin opties aansluiten bij individuele
wensen en mogelijkheden bepaalt of mensen bepaalde keuzes ook werkelijk
maken (Montfort et al. 2014; Marrangos 2018). Bovendien hebben keuzes van
mensen in de derde levensfase invloed op de mogelijkheden van andere groepen
in de maatschappij. Ook met het oog op de toekomst is het zinvol om aandacht
te besteden aan de derde levensfase. Mensen in de derde levensfase zouden
zelf vaker en eerder kunnen nadenken over hoe ze oud willen worden, zodat ze
maatregelen kunnen nemen.2 Desgewenst zouden werkgevers, ouderenbonden,
gemeenten en anderen hen daarin kunnen faciliteren.
1.2     Leeswijzer: inspiratie voor een waardevolle derde levensfase
Met dit advies hoopt de RVS burgers en beleidsmakers te inspireren. We laten
zien welke mogelijkheden de derde levensfase biedt, zowel voor mensen in deze
levensfase als voor de maatschappij. Hoe kan de samenleving beter aansluiten
bij de wensen en behoeften van mensen in de derde levensfase, zodat zij meer
mogelijkheden hebben om met hun kennis, ervaring en talenten bij te dragen aan
de samenleving? En hoe helpt dit hen om prettig ouder te worden en zich voor te
bereiden op hun vierde levensfase, waarin zij meer hulpbehoevend zullen zijn?
Een andere visie op de derde levensfase heeft consequenties voor verschillende
beleidsterreinen. Voor werk en inkomen, voor vrijwilligerswerk en burgerinitia-
tieven, voor zorg en ondersteuning. In drie inspiratiedossiers doen we suggesties
en geven we voorbeelden van hoe het anders kan. We pretenderen niet daarmee
volledig te zijn; ze zijn bedoeld om te inspireren en te prikkelen tot nadenken.
2    Zie ook het advies van de Raad van Ouderen over de voorbereiding op het ouder worden (Raad
     van Ouderen 2019).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>  14                                                                      RVS – De derde levensfase
  De Raad geeft een doorkijk naar consequenties zonder tot uitgewerkte voor-
  stellen op de verschillende beleidsterreinen te komen. De concrete uitwerking
  ervan dient in de praktijk plaats te vinden in dialoog tussen betrokken partijen.
  Juist door met elkaar in gesprek te gaan en af te stemmen wat waardevol is
  voor mensen in de derde levensfase, kan beleid worden gevormd dat echt effect
  heeft en kunnen innovaties worden ingevoerd die werkelijk zullen leiden tot
  maatschappelijke verschuivingen. Met het voorliggend advies hoopt de Raad bij
  te dragen aan het maatschappelijk debat over de derde levensfase dat de laatste
  tijd is ontstaan.3
  In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op de derde levensfase. Wat ken-
  merkt die levensfase? Wat is er bekend over mensen in die levensfase? Duidelijk
  zal worden hoe divers de groep is. Hoofdstuk 3 gaat over wat mensen in de derde
  levensfase gemeenschappelijk hebben. Wat vinden ze belangrijk? Hoofdstuk 4
  bevat de drie inspiratiedossiers over activiteiten, wonen en zorg en ondersteu-
  ning. Het advies sluit af met een inspiratieagenda: wat staat ons te doen en wie is
  aan zet?
“De derde levensfase is meer dan
  een vacuüm tussen andere levens-
  fasen, en verdient een duidelijk
  maatschappelijk profiel en grotere
  bekendheid.”
  3    Zie bijvoorbeeld de artikelenreeks onder de titel ‘De yep van tegenwoordig’ in Trouw in
       september-oktober 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> 2 — Een levensfase rijker                                                      15
2 Een levensfase rijker
In de jaren vijftig van de vorige eeuw was de levensloop georganiseerd rondom
drie levensfasen: jeugd, volwassenheid en ouderdom. De eerste fase stond in
het teken van leren; daarna werd er gewerkt (mannen) en gezorgd (vrouwen).
Ten slotte was het tijd om uit te rusten en verzorgd te worden. Deze indeling is
inmiddels achterhaald. De spectaculair gestegen (gezonde) levensverwachting,
de invoering van de AOW en goede pensioenregelingen hebben in de laatste
decennia geleid tot het ontstaan van een extra levensfase. De pensionering
vormt het begin van deze nieuwe derde levensfase. De overgang naar de vierde
levensfase gaat geleidelijk wanneer de kwetsbaarheid en de behoefte aan zorg
toenemen. Deze overgang verloopt voor iedereen anders, gaat snel of langzaam,
komt eerder of later.
In dit hoofdstuk laten we zien hoe de mensen in de derde levensfase ervoor
staan. Wat kenmerkt deze groep, wat is de samenstelling? We laten de diversiteit
binnen de groep zien (paragraaf 2.2). Ook gaan we nader in op de betekenis van
de derde levensfase (paragraaf 2.3). We laten zien hoe beleid, wetten en regels,
maar ook informele structuren het doen en laten van mensen in de derde
levensfase beïnvloeden (paragraaf 2.4). We beginnen met de cijfers.
2.1     Om wie gaat het?
Wie zijn de mensen in de derde levensfase? Hoe groot is de groep? Hoe staan ze
ervoor? De infographic op de volgende twee pagina’s geeft daarvan een indruk.
De onderbouwing van de cijfers in de infographic staat in een bijlage achterin
dit advies. Het vinden van statistieken over mensen in de derde levensfase bleek
een uitdaging. Er is weinig informatie over mensen die zich begeven in de fase
tussen pensionering en de intrede van kwetsbaarheid en zorgafhankelijkheid.
Daarbij komt dat in statistieken, bijvoorbeeld van het Centraal Bureau voor de
Statistiek (CBS), leeftijdscohorten worden gehanteerd. Het leeftijdscohort van
65 tot 80 komt het meest overeen met onze omschrijving van de derde levens-
fase. De Raad realiseert zich dat het overnemen van deze indeling geen recht
doet aan de werkelijkheid. Iemand kan al voor het 65e levensjaar binnen de
definitie van de derde levensfase vallen; een ander kan na het 80e levensjaar nog
niet in deze fase zijn beland.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                     Om wie gaat het?
  16                                                  RVS – De derde levensfase
                                        2018                                        2040
  Meer mensen in de
                                        2,4 miljoen                                 3,2 miljoen
   derde levensfase
                                        mensen                                      mensen
                                                   Inkomensverschillen:
2018:
     mensen met een
      Niet-Westerse
migratieachtergrond                   25% heeft minder            25% heeft meer
                                      dan € 21.500/jaar         dan € 44.500/jaar
                          MannenMannen 17,2 17,2            Vrouwen Vrouwen 20,4 20,4
                          19,0 jaar
                                19,0 jaar jaar   jaar
                                               22,4 22,4 21,5 jaar  21,5 jaar jaar 24,7jaar 24,7
  Levensverwachting                            jaar    jaar                           jaar  jaar
 op 65 jarige leeftijd:    laagopgeleiden
                                  laagopgeleiden             laagopgeleiden
                                                                      laagopgeleiden
                           hoogopgeleiden
                                  hoogopgeleiden             hoogopgeleiden
                                                                      hoogopgeleiden
                        Hoe wonen ze?
               Ca. 90% heeft
               drie kamers of meer
               30% in een woning        20% in een                           alleenstaanden
               die aanpasbaar is        seniorenwoning
                                        of appartement
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                2 — Een levensfase rijker                                               17
                                         Wat doen ze?
           43% doet                                  gem.
   vrijwilligerswerk                                 7,4 uur
                                                     per week
                       In 2018 hadden                                   Laagopgeleiden gaan
             255.000
                                                                               8 maanden
                                                                         later met pensioen
                                                                         dan hoogopgeleiden
               van hen een betaalde baan
 Hoe staat het met zorg en ondersteuning?
        84% ontvangt
             geen zorg
    of ondersteuning                                                            350
                                                                                burgerinitiatieven
                                                                                  17% van de
           16% ontvangt zorg                                                  mensen levert
            of ondersteuning                                                      mantelzorg
                                                                                    per week
                                       Mannen           10        Vrouwen        11,3
                                       12,0 jaar       jaar       12,6 jaar      jaar
 Levensverwachting in als                                    15,7                         17,1
                                                             jaar                         jaar
goed ervaren gezondheid                   laagopgeleiden           laagopgeleiden
      op 65 jarige leeftijd:              hoogopgeleiden           hoogopgeleiden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>18                                                                     RVS – De derde levensfase
2.2      De vele gezichten van de derde levensfase
Het lastig is om te spreken van dé derde levensfase. Bij het ouder worden nemen
de verschillen tussen mensen eerder toe dan af (Baars 2017; Van Oostrom et al.
2016; OESO 2017). Behoeften van mensen in hun derde levensfase zijn divers
en complex, en kunnen variëren in de tijd. En in de toekomst zal de variatie in
bijvoorbeeld huishoudensvormen, samenlevingsvormen en zorgarrangementen
verder toenemen (Doorten & Meurs 2015; De Lange & Witter 2014).
De mate waarin mensen na hun pensioen nog kunnen genieten van hun derde
levensfase verschilt sterk. Van de niet-westerse migranten in de derde levens-
fase bijvoorbeeld leeft 40% onder de armoedegrens (Scholte & Lammers 2017).
Lager opgeleiden hebben minder gelegenheid om van hun pensioen te genieten
dan hoogopgeleiden. Zij gaan gemiddeld acht maanden later met pensioen,
zijn vaak op veel jongere leeftijd begonnen met werken, hebben meer last van
gezondheidsproblemen in hun werkende leven en leven minder lang in goede
gezondheid (Bonenkamp et al. 2013; De Beer & Van der Gaag 2018)4. Het oplei-
dingsniveau is daarnaast sterk gerelateerd aan de manier waarop mensen in het
leven staan, de verwachtingen die zij hebben van de overheid en de mate waarin
zij zelf initiatieven ondernemen (WRR 2002).
De overgang naar de derde levensfase kan ingrijpend zijn: niet iedereen beoefent
met gemak de kunst van het succesvol ouder worden. Mensen in de derde
levensfase worden in toenemende mate geconfronteerd met verlieservaringen.
Het gaat om de achteruitgang van fysieke en mentale vermogens of het overlij-
den van partners, familieleden en vrienden. Ook het wegvallen van een profes-
sionele identiteit kan leiden tot een verlieservaring. De professionele identiteit
wordt voor komende generaties jonge ouderen bovendien nog belangrijker dan
voorheen (Dohmen 2018) en wordt minder dan vroeger aangevuld met andere
identiteiten vanuit bijvoorbeeld de kerkgemeenschap, een vereniging of politieke
partij (Machielse 2016). De derde levensfase kan zo gepaard gaan met het gevoel
weinig of geen controle te hebben over het eigen leven, een gebrek aan initiatief
en doelgerichtheid, en zelfs depressies (Knipscheer 2006).
Tegelijkertijd vormt de derde levensfase voor mensen met een relatief goed
pensioen en een nog relatief goede gezondheid een periode waarin zij vrij zijn
van de verplichting om inkomen te vergaren en tijd hebben om zich op andere
manieren te ontwikkelen. Voor hen kan de derde levensfase juist een tijd vormen
4    Zie ook de infographic in https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Policy-
     Brief-2017-10-Langer%20doorwerken-keuzes-voor-nu-en-later.pdf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>   2 — Een levensfase rijker                                                      19
  van een relatief positieve, optimistische ouderdom (Van Tilburg 2005). Ze voelen
  geen verplichting meer om een inkomen te vergaren en zoeken naar nieuwe
  manieren om hun alledaagse leven vorm te geven op een waardevolle manier.
  Deze fase biedt hun de gelegenheid om hun tijd naar eigen voorkeur te besteden,
  zich op andere manieren te ontplooien en vanuit intrinsieke motieven bij te
  dragen aan het welzijn van anderen en bijvoorbeeld vaardigheden, normen of
  waarden over te dragen aan jongere generaties.
  De verschillen in zelfredzaamheid, beschikbare middelen en eigen regie van
  mensen in hun derde levensfase komen naar voren in de vier verschillende
  profielen die het Nivel heeft onderscheiden (Doekhie 2014). Proactieven en
  zorgwensenden – de meest voorkomende profielen – hebben vaak een goed
  sociaal netwerk, veelal een goede opleiding en ruime financiële middelen. Hun
  gezondheid en kwaliteit van leven in de derde levensfase zijn relatief goed. Terwijl
  proactieven (46%) het belangrijk vinden om over hun eigen leven te beslissen en
  zij hun zaken graag zelf willen regelen, is het voor zorgwensenden (28%) meer
  vanzelfsprekend om hulp te krijgen. Tegenover de vele keuzemogelijkheden
  die de derde levensfase biedt aan mensen die in deze profielen passen, staan de
  geringere mogelijkheden van de mensen met de profielen van de machtelozen
  (16%) en de afwachtenden (10%). Zij hebben vaak een lage kwaliteit van leven en
  een slechte gezondheid, een laag opleidingsniveau, minder financiële middelen
  en een beperkter sociaal netwerk. Waar de machtelozen graag zo lang mogelijk
  zelfstandig blijven, hechten de afwachtenden minder waarde aan zelfstandigheid.
  Uit deze profielschetsen blijkt hoe verschillend de uitgangspositie van mensen
  in hun derde levensfase kan zijn en hoe sterk daarmee ook hun behoeften zullen
  verschillen. In het huidige maatschappelijke discours lijkt nog weinig aandacht te
  bestaan voor de diversiteit in behoeften van mensen in hun derde levensfase.
“In het huidige maatschappelijke
  discours lijkt nog weinig aandacht
  te bestaan voor de diversiteit in
  behoeften van mensen in hun
  derde levensfase.”
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>20                                                       RVS – De derde levensfase
2.3     Het belang van de derde levensfase
De manier waarop mensen hun derde levensfase inrichten en zich hierop
voorbereiden, heeft effect op hun persoonlijke welzijn en is van invloed op
andere generaties.
Een goede voorbereiding loont
De kiem voor een actief en bevredigend leven na het pensioen wordt vaak al
(ruim) voor de werkelijke pensionering gelegd (Dingemans & Van Solinge 2011).
Mensen die zich voorbereiden op het ouder worden zijn over het algemeen
gelukkiger en tevredener dan mensen die dit niet hebben gedaan (Boone James
& Wink 2006). Terwijl in de voorbereidingen op de pensionering voornamelijk
aandacht uitgaat naar de financiële kant ervan, laat onderzoek het belang zien
van aandacht voor manieren om het dagelijks leven in de nieuwe levensfase
vorm te geven (Dingemans & Van Solinge 2011). Als mensen de mogelijkheden
om hun derde levensfase in te richten kennen en ook daadwerkelijk kunnen
aanspreken, heeft dat een groot effect op de overgang tussen het werkende en
niet-werkende bestaan (Mofatt & Heaven 2016). Bovendien blijkt dat leefstijl-
factoren zoals voldoende beweging, sociale interactie en cognitieve activiteit
kunnen bijdragen aan het voorkomen van aandoeningen op latere leeftijd, zoals
dementie (Winkelhof et al. 2019), maar ook aan het voorkomen van bijvoorbeeld
eenzaamheid (Van der Zwet & Van de Maat 2018). Een goede voorbereiding op
de derde levensfase kan ervoor zorgen dat deze langer duurt en dat de vierde
levensfase wordt gekenmerkt door minder beperkingen.
Jonge ouderen leveren een onmisbare bijdrage
Veel mensen zijn in hun derde levensfase nog erg actief en leveren zo een grote
bijdrage aan onze samenleving. Vrijwilligerswerk vormt voor een aanzienlijke
groep mensen in de derde levensfase een belangrijk aspect van hun leven,
waarmee zij tegelijkertijd een waardevolle bijdrage leveren aan de maatschappij
(zie bijvoorbeeld Arends & Schmeets 2018; Van de Maat 2008). Veel 65-plussers
leveren mantelzorg (Van den Broek et al. 2016) en verminderen zo de formele
zorgvraag van hulpbehoevenden in hun omgeving (Kooiker et al. 2019). Anderen
passen na hun pensioen regelmatig op hun kleinkinderen (Geurts et al. 2012).
Dit geeft henzelf voldoening, maar zorgt er ook voor dat hun kinderen minder
beroep hoeven te doen op (vaak deels door de overheid gesubsidieerde) formele
kinderopvang.
Ook op het gebied van zorg en wonen beïnvloeden keuzes van mensen in hun
derde levensfase de mogelijkheden van andere groepen in de maatschappij.
Steeds meer ouderen hebben behoefte aan gezamenlijke woonvormen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre> 2 — Een levensfase rijker                                                      21
(Rusinovic et al. 2019). Gemeenschappelijk wonen (of co-wonen) kan bijdragen
aan de veerkracht en weerbaarheid van mensen: gezelligheid maakt gezond
(Jonckheere et al. 2010). Gemeenschappelijke woonvormen voor jonge ouderen
verminderen de zorgvraag van bewoners. Ook zelfstandig wonende ouderen
hebben met hun manier van leven invloed op de samenleving. Door bij het
ontstaan van fysieke gebreken tijdig de woning aan te passen of te verhuizen,
kunnen ouderen zelf bijdragen aan het voorkomen van vervelende incidenten
zoals valpartijen (PBL 2019). Hun tijdige anticipatie vermindert hun beroep op
zorg en ondersteuning. Tot slot kunnen gepensioneerden de doorstroom op de
woningmarkt bevorderen. Door te verhuizen van een eengezinswoning naar een
kleinere woonvorm creëren ze woonruimte voor starters.
De keuzes van mensen in de derde levensfase beïnvloeden de mogelijkheden
van mensen in andere levensfases evenals hun eigen vierde levensfase. Door
deze wisselwerking beter in kaart te brengen, kunnen zowel beleidsmakers als
jonge ouderen deze informatie meenemen bij het maken van keuzes en bij beleid
voor hun tijdsbesteding, wonen of zorg.
2.4 Maatschappelijke structuren beïnvloeden het
       handelingsperspectief
Voor veel mensen in de derde levensfase geldt dat zij graag een volwaardige
bijdrage zouden leveren aan de samenleving, waarin zij zich gestimuleerd
en gewaardeerd voelen. Dit kan in een uitnodigende samenleving die de
verwezenlijking van hun doelen faciliteert zonder hen te betuttelen. Hierbij is
het essentieel dat de samenleving handelingsperspectieven verschaft: reële
mogelijkheden die aansluiten bij persoonlijke wensen, behoeften en capaciteiten
van het individu. Deze aansluiting is van groot belang: niet iedereen wil en kan
hetzelfde, en wetten of regels pakken niet voor iedereen hetzelfde uit.
Echter, in de huidige maatschappij worden keuzes in de derde levensfase nog
voornamelijk als een individuele aangelegenheid beschouwd. Mensen moeten
onafhankelijk en vrij kunnen kiezen hoe zij hun leven inrichten na hun pen-
sioen. Deze vrijheid impliceert dat iemand ongestuurd en vrij kan doen wat hij
of zij belangrijk vindt. De keerzijde van deze benadering is dat niet alleen de
vrijheid, maar ook de verantwoordelijkheid om met eigen kracht en middelen
richting te geven aan de derde levensfase terechtkomt bij het individu. Dit
uitgangspunt is niet voor iedereen wenselijk en haalbaar. Het in ‘individuele
vrijheid kiezen’ is niet altijd en niet voor iedereen mogelijk vanwege belemme-
ringen in procedures en wetten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>22                                                                 RVS – De derde levensfase
Formele wet- en regelgeving als kader voor de invulling van de derde levensfase
Veel wet- en regelgeving ondersteunt mensen in hun derde levensfase. De derde
levensfase bestaat bijvoorbeeld bij gratie van ons recht op een pensioen, dat bij
wet is geregeld. De Wmo maakt het mogelijk om wanneer nodig voorzieningen,
hulp en ondersteuning te ontvangen. Tegelijkertijd is er wetgeving die voor
mensen in de derde levensfase nadelig uitpakt en daarmee hun handelingsper-
spectief belemmert. Sommige mensen die willen doorwerken na hun pensioen,
worden gehinderd door het pensioenbeding in hun cao. Sommige mensen met
een migratie-achtergrond kampen met armoede: zij hebben een AOW-hiaat en
geen aanvullend pensioen. Wetten en regels werpen drempels op voor gemeen-
schappelijk wonen. Hindernissen hangen samen met de spanning tussen de
verzorgingsstaat en de participatiemaatschappij. In de verzorgingsstaat worden
bijvoorbeeld tekorten gecompenseerd; in de participatiesamenleving wordt eigen
initiatief beloond. Dit kan botsen. Als iemand bijvoorbeeld de zorg voor een ander
op zich neemt, kan dat tot gevolg hebben dat de uitkering wordt verlaagd. De
kostendelersnorm ontmoedigt intergenerationeel wonen en belemmert zorgver-
lening aan naasten door mensen die bijstand ontvangen of een aanvulling op de
AOW krijgen op basis van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO).5
Ook het individuele karakter van voorzieningen werpt drempels op. Binnen
de huidige regelgeving is het bijvoorbeeld ingewikkeld om financiering voor
een gemeenschappelijke woonvorm rond te krijgen. Ook kunnen woongroepen
voor ouderen problemen ervaren bij het selecteren van geschikte kandidaten,
bijvoorbeeld vanwege inkomenseisen van verhuurders.
Informele structuren beïnvloeden de invulling van de derde levensfase
Niet alleen formele wetten en procedures, maar ook de fysieke, sociale en
maatschappelijke omgeving heeft invloed op de mate waarin mensen hun
derde levensfase zelf vorm kunnen geven (Bakker et al. 2019; Van de Vijver &
Van Bodegom 2016). De betrokkenheid van een gemeente bij het realiseren van
initiatieven binnen bestaande wet- en regelgeving kan van grote invloed zijn
op de manier waarop initiatieven ook werkelijk kunnen worden gerealiseerd
(Companen 2016). Ook de meer algemene houding binnen de samenleving jegens
(jonge) ouderen speelt een rol. Zij zullen eerder geneigd zijn maatschappelijk
actief te blijven of te worden wanneer ze worden aangesproken op wat ze willen
en kunnen. Relatief welvarende en gezonde jonge ouderen individualiseren eer-
der bij gebrek aan gunstige voorwaarden voor maatschappelijke betrokkenheid
en bij een te beperkt handelingsrepertoire. Wanneer ze geen maatschappelijke of
5   Zie ook https://decorrespondent.nl/8612/de-overheid-wil-dat-we-voor-elkaar-zorgen-maar-
    diezelfde-overheid-maakt-dat-onmogelijk/3530174243860-ac75ad51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre> 2 — Een levensfase rijker                                                     23
andere verbanden vinden die aansluiten bij hun wensen, zoeken ze naar manie-
ren om met eigen middelen invulling te geven aan hun wensen. Mensen met
een lager inkomen of een gebrekkige gezondheid lijken door gebrek aan goede
voorwaarden juist te marginaliseren (Tesser et al. 1998). Anders dan de eerste
groep zijn zij vaak niet goed in staat om met eigen middelen of vanuit eigen
iniatief richting te geven aan hun wensen en behoeften. Jonge ouderen kunnen
de vaardigheden en het zelfvertrouwen missen om effectief en langdurig met
verschillende partijen samen te werken en ontberen wat ook wel participatieca-
paciteit wordt genoemd (Van Houten & Winsemius 2010).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>24                                                           RVS – De derde levensfase
3 Een waardevolle derde
        levensfase
Hoe verschillend mensen in de derde levensfase ook zijn, ze blijken drie waar-
den gemeenschappelijk te hebben, namelijk autonomie, verbondenheid en van
betekenis willen zijn (ertoe doen). In de loop van de derde levensfase kan het
relatieve belang van deze waarden verschuiven. Het vrijblijvende leven zonder
verplichtingen waar mensen meestal naar verlangen vlak na hun pensioen is
veelal een tijdelijk verschijnsel (Van de Rotte 2008; Penninx 2010). Enkele jaren
na het verlaten van de betaalde arbeidsmarkt hebben de meeste mensen genoeg
‘genoten’ van hun vrije leven. Het besef groeit dat men nog jaren voor de boeg
heeft. Er ontstaat vaak een steeds dieper gevoelde behoefte aan verbondenheid,
mits men zelf kan beslissen over de aard en frequentie daarvan. Plezier in
het leven wordt vaker gezocht in de verbondenheid die men met anderen kan
ervaren en in het gevoel ertoe te doen of een doel te hebben in het leven.
Deze drie waarden kunnen als richtinggevend kader dienen voor beleid en
arrangementen voor mensen in de derde levensfase. Daarmee ontstaat een
betere aansluiting op hun wensen en behoeften. Per persoon kan het belang
van de waarden verschillen: niet iedereen vindt alles even belangrijk. Dit belang
kan ook variëren in de tijd. Omdat de verschillen tussen mensen in de derde
levensfase groot zijn, is het voor een werkende aanpak en voor aantrekkelijke
arrangementen essentieel dat er afstemming is op hun behoeften, wensen en
mogelijkheden.
3.1    Het verlangen naar autonomie
Centraal in de derde levensfase staat het verlangen om het leven vorm te geven
in overeenstemming met wie je bent en wat je wilt in een fase die minder
rolzekerheid biedt. Bakker et al. (2019) spreken over autonomie als eigenaarschap
over het eigen leven. Hiervoor zijn erkenning van identiteit, zelfbeschikking en
vrijheid essentieel. Je moet als het ware aan het roer kunnen staan van je eigen
bestaan (Ellerman 2001).
Aan het begin van de derde levensfase verlangen mensen vaak vooral naar
vrijheid zonder verplichtingen, met name vanuit het werk. ‘Doen waar je zin in
hebt’ is het motto. In de loop der tijd krijgt het begrip autonomie een wat bredere
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> 3 — Een waardevolle derde levensfase                                            25
invulling en gaat het steeds meer over richting geven aan hoe je je leven leidt,
ondersteund door of in samenspraak met anderen (Rossler 2018). Autonomie is
in de derde levensfase vooral relationeel. Mensen in de derde levensfase nemen
besluiten niet in abstractie, maar altijd binnen een bepaalde (sociale) context
(Oshana 1998; Mackenzie & Stoljar 2000).
3.2 Het verlangen naar verbondenheid
Ook in hun derde levensfase hechten mensen belang aan betekenisvolle contac-
ten op een dieper niveau: verbondenheid met anderen is van groot belang. Hierbij
gaat het erom het gevoel te hebben deel uit te maken van een gemeenschap,
erbij te horen (Mauss 2002 [1954]; Komter 2003). Het toegenomen verlangen naar
verbondenheid wil men nog steeds op eigen wijze invullen, maar bij velen neemt
daarbinnen het voor anderen van betekenis zijn een belangrijke plaats in. Het
aangaan van relaties met anderen om daarbinnen betekenis toe te voegen aan
het leven van anderen (en daarmee aan dat van jezelf) draagt bij aan zingeving
in de derde levensfase (Heaven et al. 2013).
De waarden autonomie en verbondenheid zijn niet onafhankelijk. Buren die
elkaar ondersteunen wanneer er hulp nodig is, telefooncirkels waarin mensen
elkaar dagelijks bellen om te kijken of alles nog goed gaat en huisgenoten die
naar elkaar omkijken zijn voorbeelden van hoe mensen in hun verbondenheid
hun autonomie kunnen behouden. Tegelijkertijd zijn mensen zo voor elkaar van
betekenis. Eenzaamheid wordt niet alleen versterkt door het verlies van een
partner of andere sociale relaties, maar ook door verlies van regie over het leven
(Van Campen et al. 2018; Zarrinkhameh 2016). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als bij
de vraag of zelfstandig wonen nog wel kan, opvattingen van anderen – kinderen,
zorgverleners – een rol gaan spelen, waardoor het gevoel kan ontstaan dat de
eigen keuzevrijheid wordt beperkt (Van der Zwaard et al. 2018; Ligtenberg 2018).
3.3     De behoefte ertoe te doen
Na het wegvallen van de professionele identiteit is het in de derde levensfase
belangrijk om op een nieuwe manier invulling te geven aan de wens om ertoe
te doen en van betekenis te zijn. Waarvoor kom je je bed uit wanneer je niet
meer op tijd op je werk hoeft te verschijnen? Uit De zorgagenda voor een gezonde
samenleving en ander onderzoek komt naar voren dat het voor jonge ouderen van
belang is om actief deel te (blijven) nemen aan het dagelijkse leven, een doel of
levensplan te hebben en over het vermogen te beschikken om de gestelde doelen
en plannen te realiseren ondanks pech, verlies en tegenslag (RVS 2018; Huijg et
al. 2016). Mensen willen zich na hun pensioen graag nuttig blijven voelen (I&O
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>26                                                           RVS – De derde levensfase
research, 2019). Dat kan bijvoorbeeld door het geven van zorg of hulp aan anderen
(bijv. kinderen, kleinkinderen), door het verrichten van betaalde of onbetaalde
arbeid of vrijwilligerswerk of door het delen van ervaringen en het overbrengen
van kennis, maar soms ook gewoon door een praatje te maken met een bekende
uit de buurt. Deze behoefte krijgt echter niet noodzakelijkerwijs invulling in
contact met anderen. Mensen kunnen ook voldoening halen uit het werken
aan een voorgenomen doel. Een dergelijk project kan helpen om richting te
geven aan het bestaan. Iemand kan het bijvoorbeeld heerlijk vinden om, nu daar
eindelijk tijd voor is, te gaan schrijven of een catalogus aan te leggen van zijn
favoriete muziek.
3.4 Het belang van linking
Een afgestemd aanbod van beleid en arrangementen waarin de wensen en
mogelijkheden van mensen in de derde levensfase centraal staan, is essentieel
voor het vergroten van hun handelingsperspectief. Een belangrijk mechanisme
om aansluiting te borgen tussen arrangementen en de wensen en behoeften
van deze mensen zijn netwerken waarin jonge ouderen een stem en actieve rol
krijgen in het vormgeven van arrangementen. In samenwerkingsverbanden van
(vrijwilligers)organisaties, private partijen en overheden kunnen mensen in de
derde levensfase mede sturing geven aan de inrichting van arrangementen.
Dergelijke netwerken leiden tot resultaten die zowel voor jonge ouderen zelf als
voor de collectiviteit nuttig zijn (Van Tilburg 2005). Binnen de netwerken kunnen
instanties het makkelijk(er) maken om verbanden tussen burgers te versterken,
bijvoorbeeld door lotgenotencontact mogelijk te maken en aan te moedigen. De
(verticale) netwerken tussen burgers, publieke en private instanties beïnvloeden
de (horizontale) verbanden tussen burgers onderling en kunnen deze versterken
(linking social capital) (Woolcock 2001; Szreter 2002). Ze vormen een belangrijke
aanvulling op netwerken tussen gelijkgestemden (bonding social capital) (Putnam
2000) of mensen met verschillende achtergronden (bridging social capital).
Zorgcoöperaties zijn een voorbeeld van linking sociaal kapitaal. Ze worden in gang
gezet door actieve burgers, maar zijn voor hun succes meestal afhankelijk van de
betrokkenheid van professionals en de gemeente. Ook het oprichten van nieuwe
innovatieve woonvormen vanuit Collectief Particulier Opdrachtgeverschap is
een manier om de wensen van mensen in de derde levensfase centraal te stellen
bij het inrichten van arrangementen (Companen 2016). Hierbij houdt een groep
burgers (particulieren) zeggenschap over het project, maar realiseert dit in
gezamenlijkheid met de gemeente en professionele organisaties. Linking is een
effectieve manier om belangrijke waarden voor mensen in de derde levensfase te
borgen in beleid en arrangementen en hen vanuit deze waarden en behoeften te
versterken in hun positie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                 27
4 Aandacht voor de
        derde levensfase: drie
        inspiratiedossiers
De wijze waarop mensen na hun pensionering hun levens invullen zien we in
onze maatschappij nog vaak als een individuele zaak. Na het werkzame leven
kunnen mensen gaan rusten en genieten van hun nieuw verworven vrijheid.
Reizen, fietsen en wandelen, musea en voorstellingen bezoeken. De focus
ligt op negatieve vrijheid: de vrijheid om te kunnen doen wat men wil, zonder
hierbij gehinderd te worden door anderen of door externe factoren (Berlin 1958).
Bijvoorbeeld de mogelijkheid om te leven zonder last te hebben van verplichtin-
gen van werk .
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat mensen in de derde levensfase
hechten aan deze vrijheid, maar dat dit niet voldoende is. Ze hebben ook
behoefte aan betekenisvol contact met anderen, ook uit andere generaties. Ze
willen graag van betekenis zijn voor de samenleving. Soms willen ze zich nog
ontwikkelen en ze willen zeker niet langs de zijlijn staan. Mensen in de derde
levensfase willen naast negatieve vrijheid ook positieve vrijheid: de vrijheid om
richting te geven aan het eigen leven en zich naar eigen wens en behoefte te
kunnen ontwikkelen.
Maatschappelijke arrangementen in onze huidige samenleving lijken mensen in
de derde levensfase onbedoeld te marginaliseren en geven hun slechts beperkt
handelingsperspectief voor het invullen van hun derde levensfase. Hiermee
missen we als samenleving mogelijkheden om mensen in hun derde levensfase
te laten bloeien. Wanneer in maatschappelijke arrangementen (beleid, voorzie-
ningen, wetten en regels) meer aandacht zou zijn voor wat voor hen belangrijk
is, zou dat hun mogelijkheden voor het inrichten van deze periode volgens de
Raad sterk vergroten, en daarmee hun mogelijkheden om naar eigen wens een
maatschappelijke rol te vervullen. Zoals verderop in dit hoofdstuk zal blijken,
vormen bestaande maatschappelijke arrangementen nog regelmatig obstakels
voor een waardevolle invulling van de derde levensfase. Er bestaat bijvoorbeeld
een gebrek aan relevante activiteiten voor mensen in deze fase, de woningmarkt
is vooral gericht op gezinnen en het aanbod voor co-wonen is gering, en zorg en
ondersteuning worden vooral individueel geleverd terwijl het versterken van
sociale netwerken de focus zou kunnen zijn. Obstakels verhinderen autonome
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>28                                                                  RVS – De derde levensfase
keuzes, het vormgeven aan verbondenheid en het van betekenis zijn voor
anderen en de samenleving.
Gegeven de wens van mensen in de derde levensfase om ertoe te blijven doen, is
het een gemiste kans dat huidig beleid hen niet beter ondersteunt in deze wens.
De groeiende groep jonge ouderen biedt waardevol maatschappelijk kapitaal in
een tijd van arbeidsmarkttekorten, van een woningmarkt die onder druk staat
en van toenemende behoefte aan zorg en ondersteuning onder de groeiende
groep kwetsbare ouderen. Er is beleid nodig dat mensen in de derde levensfase
veel meer faciliteert in hun mogelijkheden, wensen en behoeften, of dat die
mogelijkheden in elk geval niet frustreert. De huidige individuele focus in de
maatschappelijke arrangementen en de nadruk op negatieve vrijheid moeten
worden aangevuld met een meer collectief perspectief.
Wat betekent dit pleidooi voor de dagelijkse praktijk van overheden, maatschap-
pelijke organisaties en bedrijven? Stond in hoofdstuk 3 omdenken centraal,
dit hoofdstuk gaat over ‘omdoen’: hoe kunnen we ruimte maken voor de derde
levensfase? We laten zien hoe aandacht voor de derde levensfase eruit kan zien.
Dat doen we aan de hand van drie thema’s: activiteiten, wonen en zorg. Bij ieder
thema laten we zien welke wensen en behoeften er leven bij mensen in de derde
levensfase en welke uitdagingen zij tegenkomen bij het vervullen daarvan.
Onder de titel ‘Wie is aan zet?’ laten we zien welke partijen kunnen bijdragen
aan het creëren van ruimte voor het realiseren van die wensen: beleidsmakers,
werkgevers, woningbouwcorporaties, pensioenfondsen en natuurlijk mensen in
de derde levensfase zelf. En we laten zien hoe zij dit kunnen doen. De invulling
hiervan is niet altijd even concreet. Over sommige onderwerpen is meer speci-
fieke informatie beschikbaar dan over andere.
De voorbeelden in de dossiers laten zien hoe in maatschappelijke arrange-
menten de centrale waarden autonomie, verbondenheid en ertoe doen leidend
kunnen zijn bij het inrichten van beleid en arrangementen voor mensen in de
derde levensfase. De informatie over de drie thema’s is gebaseerd op literatuur-
studie, interviews en bijeenkomsten met deskundigen en met mensen in de
derde levensfase.6
4.1    Inspiratiedossier 1: Activiteiten
Voor veel mensen betekent het bereiken van de pensioenleeftijd niet dat ze ach-
ter de geraniums gaan zitten. In hoofdstuk 2 beschreven we hoe zij betrokken
6    Zie de bijlagen voor een overzicht van geraadpleegde deskundigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                                  29
zijn bij vrijwilligerswerk, voor hun oude ouders zorgen of op hun kleinkinderen
passen. Ze reizen, bezoeken tentoonstellingen en wonen concerten bij, zijn actief
in zorgcoöperaties, buurtinitiatieven of de politiek, of ze werken (deels) door.
Actief zijn na de pensionering is een belangrijke manier om van betekenis te
blijven voor anderen en voor de samenleving. Het is ook een manier om een
sociaal netwerk te behouden en te versterken. Tot slot is het ook nog eens goed
voor de gezondheid (Winsemius et al. 2016, hoofdstuk 5).
In dit eerste inspiratiedossier geven we voorbeelden van activiteiten die mensen
graag zouden voortzetten of ontplooien in de derde levensfase. Daarnaast wijzen
we op potentiële en bestaande struikelblokken bij het realiseren van deze
wensen en suggereren we hoe deze weggenomen kunnen worden. We beginnen
dit dossier – misschien een beetje contra-intuïtief – met betaald werk in de
derde levensfase. Vervolgens komen vrijwilligerswerk in georganiseerd verband
en meer informele vormen van actief burgerschap aan de orde.7
4.1.1 Betaald doorwerken
Er zijn mensen die doorwerken na hun pensioen of dat graag zouden doen.
Meestal willen ze dat wel onder andere omstandigheden dan voor hun pensione-
ring: minder uren, flexibeler, met minder verantwoordelijkheid.8
Flexibele pensioenleeftijd?
De uniforme AOW-leeftijd staat op gespannen voet met de wensen en behoeftes
van de verschillende groepen mensen in de derde levensfase. Velen van hen
hebben moeite met de verhoging van deze leeftijd. Tegelijkertijd zijn er mensen
die na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerken (zie de voorbeelden in het
kader). De Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS laat zien dat steeds
meer 65-plussers doorwerken (zie tabel 1).9 Deze toename is deels te verklaren
door de vergrijzing en de oplopende AOW-leeftijd. Onderzoek van TNO laat zien
dat het vooral mensen met bovengemiddeld lage en met bovengemiddeld hoge
7    De term vrijwilligerswerk wordt doorgaans gereserveerd voor werk dat onbetaald en onverplicht in
     enig georganiseerd verband gedaan wordt voor anderen of voor de samenleving. Daarnaast zetten
     mensen zich buiten organisaties in voor anderen en voor de samenleving. Deze andere vormen
     worden geschaard onder de term actief burgerschap. Zie ook Van Houten & Winsemius (2010).
8    Uit onderzoek van Van der Ouderaa en Lindenberg (2014) blijkt dat bijna 50% van de
     respondenten met een baan wel door zou willen werken na de pensioenleeftijd als dit onder
     eigen voorwaarden kan, zoals meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Een kwart van de
     respondenten zonder baan zou onder die condities wel weer aan de slag willen. Men is in dat
     geval ook bereid significant aan salaris in te leveren.
9    https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/38/ruim-een-kwart-miljoen-werkende-65-plussers
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>30                                                                          RVS – De derde levensfase
inkomens zijn die doorwerken.10 De eerste groep werkt door vanwege financiële
noodzaak, de tweede omdat het hun voldoening biedt.
                                       2003                                2018
  65-70 jaar                           47.000                              167.000
  70-75 jaar                           19.000                              64.000
  75+                                  9.000                               24.000
Tabel 1. Absolute aantallen 65-plussers met een betaalde baan in 2003 en 20018.
In het pensioenakkoord van 2019 en ook in cao’s is aandacht voor de mogelijk-
heid om eerder te stoppen, vooral voor mensen met zware beroepen. In de cao
voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg van oktober 2019 bijvoorbeeld
staan afspraken over maatwerk voor diegenen die vroeg met pensioen willen of
na vroege pensionering in deeltijd willen blijven werken. Regelingen om eerder
te stoppen blijken echter nadelig uit te werken voor mensen met een lagere
sociaaleconomische positie (Montizaan 2017; Van Zon et al. 2018). Gemiddeld
genomen beginnen zij vroeger met werken, hebben ze vaker fysiek zwaar werk,
stoppen ze bijna een jaar later met werken en leven ze korter.11 Door de koppeling
van de AOW-gerechtigde leeftijd aan de levensverwachting neemt dit verschil
tussen mensen met een lagere en hogere sociaaleconomische status verder toe.
Er zijn ook mensen die wel door willen werken, maar dit niet mogen en gefrus-
treerd zijn omdat ze moeten stoppen. Voor werknemers die onder een cao vallen,
is de pensioenleeftijd doorgaans een harde grens. Dan is in de cao een pensioen-
beding opgenomen. Het arbeidscontract eindigt automatisch als de werknemer
de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.12
10   https://www.tno.nl/media/9440/doorwerken_na_de_aow-gerechtigde_leeftijd.pdf
11   Zie ook de infographic in https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Policy-
     Brief-2017-10-Langer%20doorwerken-keuzes-voor-nu-en-later.pdf
12   Zowel het Nederlandse College van de Rechten van de Mens als het Europese Hof heeft zich
     gebogen over de vraag of hier sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Het oordeel is dat dit niet het
     geval is vanwege een ‘objectieve rechtvaardiging’:
     • De leeftijd komt niet uit de lucht vallen; het is namelijk precies de leeftijd waarop iemand als
        het ware een ‘basisinkomen’ krijgt van de staat en dus niet langer geacht wordt te werken.
     • Zonder een pensioenbeding wordt de toegang tot de arbeidsmarkt voor jongere professionals
        belemmerd. Oftewel, potentieel nieuwe werknemers kunnen niet aan de slag omdat
        oudere werknemers hun ‘plek bezet houden’. Dat is des te onrechtvaardiger, omdat deze
        oudere werknemers vaak geen salaris meer nodig hebben door hun recht op een AOW- en
        pensioenuitkering.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                            31
    Tip van taxichauffeur Hennie Westbroek:
    Werken is leuk, maar hou het vrijblijvend
    “Je hoeft niets, maar kijk na je pensioen of er wat aardigs op je pad komt.
    Ik ben tegen mijn werk als taxichauffeur aangelopen en zo hebben we
    allemaal wel iets wat ons interesseert. Af en toe werken doorbreekt de
    sleur, je ontmoet mensen die je inspireren en als je bent weggeweest is
    het ook weer fijn om thuis te zijn. Je doet je vrouw er ook een plezier mee.”
    Uit: Neem de regie over je pensioen13
    Extra inkomsten zijn mooi meegenomen
    Ook Wil Nelen (71) uit Almere werkte door na haar pensionering.
    “Ik vind het fantastisch. Ik ben sowieso niet het type om hele dagen mijn
    huis te poetsen, te fietsen of met andere hobby’s bezig te zijn. Ik vind het
    fijn om aan het eind van de dag verhalen te hebben, onder de mensen te
    zijn geweest. En de extra inkomsten zijn ook mooi meegenomen.”14
De overgang van werk naar pensioen is soms lastig
Het bereiken van de AOW-leeftijd betekent voor veel mensen een abrupte over-
gang van een (druk) werkend bestaan naar een periode van heel veel vrije tijd.
Die abrupte overgang is onwenselijk, zo merkte de Raad voor de Volksgezondheid
en Zorg (RVZ) in 2015 op. De laatste jaren voor het pensioen kunnen fysiek en
mentaal zo zwaar zijn dat ze tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Beter zou
het zijn wanneer de overgang meer geleidelijk zou kunnen plaatsvinden.
Daar komt bij dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen zich voorbereiden
op de overgang van werk naar pensioen. Volgens gerontoloog Kees Knipscheer
overheerst een idee van ‘we zien wel wat ervan komt’, of ‘wie dan leeft wie dan
zorgt’ (Knipscheer & Heldens z.j.). Uit het onderzoek van Knipscheer blijkt dat
de beginperiode van de derde levensfase voor veel mensen confronterend is,
waarbij het definitieve karakter van het pensioen zich “keihard” kan aandienen
en het sterke vrijheidsgevoel hen kan overrompelen. Er ontstaat een leegte
op het gebied van identiteit, structuur, status en sociale contacten die om een
nieuwe opvulling vraagt. Een alternatief draagt zich vaak niet direct aan.
De verse pensionado wordt wel gevraagd om ‘klusjes’ te doen of paraat te staan
voor anderen, maar dat biedt niet altijd dezelfde bevrediging als betaald werk.
13   Trouw, vrijdag 20 september, De Verdieping, p. 6-7.
14   https://www.nrc.nl/nieuws/2019/10/25/de-werkende-aower-is-niet-per-se-zielig-a3978074
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>32                                                                  RVS – De derde levensfase
Wie is aan zet?
Betaald werken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is mogelijk,
maar niet altijd even eenvoudig. Zelfstandigen met of zonder personeel kunnen
doorwerken zo lang zij willen. Mensen in loondienst hebben die mogelijkheid
zeker niet altijd. Soms kan er iets geregeld worden via een uitzendbureau.
Wet- en regelgeving helpen niet altijd om (gedeeltelijk) door te gaan met werken.
Wat zou er meer moeten gebeuren?
Werkgevers, werknemers en de wetgever kunnen meer mogelijkheden creëren
voor flexibel pensioen. Het gaat zowel om eerder of later stoppen met werken
als om gedeeltelijk doorwerken. Hiervoor is aanpassing van cao’s nodig. Voor
mensen met zware beroepen zou het ook financieel mogelijk moeten zijn om
eerder te stoppen met werken. Voor wie dat wil, zou het tegelijkertijd eenvoudi-
ger moeten zijn om langer door te werken. Flexibilisering komt tegemoet aan
de wensen van bepaalde groepen jonge ouderen en kan bijdragen aan de
vermindering van de krapte op de arbeidsmarkt.
Een landelijke campagne vergelijkbaar met ‘Een slimme meid is op haar
toekomst voorbereid’15 zou kunnen helpen om vóór het bereiken van de pensi-
oenleeftijd al na te denken over de invulling van de derde levensfase en de latere
toekomst. Hiervoor zouden er meer en ook meer vanzelfsprekende mogelijk-
heden beschikbaar moeten zijn. Werkgevers, maar ook andere partijen zoals
gemeenten, ouderenbonden of huisartsen, zouden mensen tijdig kunnen wijzen
op het belang van het nadenken over de invulling van de derde levensfase en
hen hierin ondersteunen met passende cursussen.
Aan de behoefte aan zinvol werk kan ook worden tegemoetgekomen door
vormen te ontwikkelen tussen betaald en onbetaald werk. In de VS kennen ze
overbruggingsbanen (CPB 2013), banen tussen een voltijdse carrièrebaan en vol-
ledige pensionering. Veel ‘baanwisselaars’ blijven in hun oude beroep. Mensen
die dit niet doen, gaan ofwel omlaag in status (van witte- naar blauweboorden-
werk bijvoorbeeld) of omhoog. Het loon gaat wel omlaag, maar wordt geheel of
gedeeltelijk gecompenseerd met betere werkomstandigheden.
Een andere mogelijkheid is het senior internship: jonge ouderen inzetten als
ervaren tijdelijke kracht. Bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen
gebruikmaken van de kennis en ervaring van jonge ouderen die op hun beurt
een zinvolle bijdrage kunnen blijven leveren passend bij hun talenten, kennis
15  Dit was een publiekscampagne eind jaren 80 van de vorige eeuw die er op was gericht om meer
    meisjes op de middelbare school te laten kiezen voor exacte vakken in hun vakkenpakket.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                            33
en ervaring. In ruil hiervoor worden jonge ouderen, indien gewenst, beloond met
een vergoeding, fiscale voordelen of andere vormen van beloning.
    Uitzendbureaus voor mensen met pensioen
    Betaald werk na pensionering is te vinden via uitzendbureaus die zich
    richten op mensen die met pensioen zijn. Er zijn er tientallen.
    ‘Vakantiewerk’ na je pensioen
    NU’91, de bond voor mensen in de zorg, deed in 2017 onderzoek naar
    onderbezetting in de zomervakantie. Daaruit kwam naar voren dat er
    instellingen zijn die gepensioneerden vragen om in de zomer te komen
    werken. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij Proteion, een zorgorganisatie in
    Noord- en Midden-Limburg. In de zomer van 2019 zijn daar zes gepensio-
    neerde ex-medewerkers tijdelijk aan de slag gegaan. Sommigen beviel dit
    zo goed dat ze zich hebben aangemeld als invalkracht.16 Welke taken deze
    medewerkers kunnen uitvoeren is afhankelijk van hun BIG-registratie.17
4.1.2 Meer, en meer verschillende, manieren om vrijwillig actief te zijn
Nadat het betaalde werk is gestopt, weet niet iedereen direct een bevredigende
invulling te vinden voor de derde levensfase. Een voor de hand liggende keuze is
om vrijwilligerswerk voort te zetten of uit te breiden of hiermee te beginnen.
Het aanbod aan vrijwilligerswerk sluit echter niet altijd aan bij de wensen, talen-
ten en mogelijkheden van jonge ouderen. Onbetaald werk heeft voor sommigen
minder status dan betaald werk of heeft een negatieve connotatie. Het zou
vrijblijvend zijn, alleen uitvoerend werk betreffen, voor onvoldoende continuïteit
zorgen of juist niet flexibel genoeg zijn.
Aansluiten bij behoeften
Vrijwilligerswerk dient aan te sluiten bij behoeften van mensen die op zoek zijn
naar een zinvolle en leuke activiteit. Niet iedereen wil zich bijvoorbeeld binden
voor een langere tijd en een vast aantal uren per week (Van de Maat 2008).
Flexibel vrijwilligerswerk is ook voor sommige jonge ouderen een uitkomst.
Anderen hebben juist een voorkeur voor een vast moment of voor één orga-
nisatie waar ze zich voor inzetten. Een muziekvereniging bijvoorbeeld of een
16   https://www.limburger.nl/cnt/dmf20190812_00118167/pas-na-werktijd-wordt-riet-weer-mam
17   https://www.nursing.nl/3-vragen-gepensioneerde-verpleegkundigen-die-bijspringen/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>34                                                          RVS – De derde levensfase
zorgcoöperatie. Bij het vinden van geschikt (vrijwilligers)werk of andere acti-
viteiten is het van belang dat mensen weten wat ze willen. Vervolgens moeten
de verschillende mogelijkheden te vinden zijn, wat niet altijd even eenvoudig
is. Het aanbod is vaak niet gebundeld op één website of bij één loket. Er zijn wel
vrijwilligerscentrales, maar die hebben niet altijd zicht op alle mogelijkheden in
een wijk of buurt of daarbuiten. Vooral informele activiteiten en burgerinitiatie-
ven zijn niet vanzelfsprekend in beeld.
In contact blijven met jongere generaties
Het valt niet altijd mee om in contact te blijven met jongere generaties. Zelfs voor
mensen met kinderen en (achter)kleinkinderen is dit niet altijd eenvoudig te
realiseren. Zij wonen bijvoorbeeld niet bij elkaar in de buurt. Bovendien kunnen
mensen ook behoefte hebben aan contacten buiten de eigen familie. Jonge
ouderen hebben jongere generaties veel te bieden: ervaring, kennis, levenswijs-
heid. Andersom kunnen jongeren helpen met digitale vaardigheden, klusjes en
hun onbevangenheid en speelsheid.
Wie is aan zet?
Organisaties die hun aantrekkelijkheid willen vergroten voor mensen in de derde
levensfase, hebben er baat bij om hun aanbod zo goed mogelijk af te stemmen
op de diversiteit die de doelgroep kenmerkt. Organisaties die graag meer vitale
ouderen aan zich zouden binden, doen er daarom goed aan om (Penninx 2010):
>   Kennis te nemen van de motieven en de verschillende achtergronden van
    mensen in de derde levensfase (in geslacht, opleiding, voormalig beroep,
    migratieachtergrond, etc.). Wat willen mensen ‘halen’, wat kunnen ze
    ‘brengen’?
>   Geïnteresseerden te benaderen vanuit gelijkwaardigheid. Dit vraagt om
    een invulling van een rol die zij zouden kunnen vervullen (eventueel naast
    betaalde medewerkers) in plaats van een taak die zij zouden uitvoeren.
>   De wijze van werven en selecteren, alsook het aanbod aan secundaire
    arbeidsvoorwaarden, te professionaliseren (vergeleken met de bestaande
    praktijk voor betaald werk). Dit zorgt voor een betere match en maakt een
    organisatie aantrekkelijk voor vrijwilligers.
>   De professionele aanpak van de organisatie te benadrukken. Mensen in de
    derde levensfase hebben vaak een hekel aan amateurisme. Maak duidelijk
    dat de organisatie een goed platform biedt om eigen doelen te realiseren.
>   Activiteiten te ontwikkelen waarin ondersteunend contact en samenwerking
    met jongere generaties mogelijk is. Voorbeelden zijn activiteiten in de sfeer
    van opvoeding, onderwijs en sociaal mentoraat.
>   Te beseffen dat de oriëntatie op vrijwillige activiteiten tijdig moet beginnen,
    zeker voor mensen die niet eerder vrijwilligerswerk hebben gedaan. Dus al
    voor de pensionering en zeker niet later dan twee jaar daarna.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                   35
>    Te weten dat de meeste mensen actief worden omdat ze gevraagd worden.
     Een wervingscampagne heeft dan ook alleen zin wanneer die herhaald wordt
     en gepaard gaat met flankerende activiteiten, zoals een oriëntatiecursus,
     persoonlijke coaching en stagemogelijkheden.
    POWER Veerkracht op leeftijd18
    POWER biedt deelnemers de mogelijkheid te ontdekken wat voor hen van
    belang is in de derde levensfase. Deelnemers inspireren elkaar om het
    ouder worden op een positieve, prettige manier te beleven. Een belangrijk
    uitgangspunt daarbij is het behouden en versterken van veerkracht en
    zelfstandigheid, in verbondenheid met anderen.
    SESAM academie19
    SESAM academie adviseert en ondersteunt maatschappelijke organisa-
    ties waar vrijwilligers actief zijn. De ruim 70 SESAM adviseurs zijn zelf
    ook vrijwilligers. Zij zijn experts op het gebied van bestuurlijke en organi-
    satorische vraagstukken. SESAM academie is opgezet naar voorbeeld van
    het Amerikaanse project Leadership Institute for Active Aging.
    De Universiteit van Maryland in Washington ontwikkelde dit project in
    1999. SESAM academie bestaat sinds 2002.
    Projects Abroad20
    De organisatie Projects Abroad biedt vrijwilligerswerk in het buitenland
    op maat voor 50-plussers. Deelnemers betalen hun eigen reis, accommo-
    datie enzovoort.
    NL Cares21
    Digitaal platform voor flexibel vrijwilligerswerk NL Cares bemiddelt
    tussen de vraag van maatschappelijke organisaties en het aanbod van
    vooral jonge vrijwilligers. De vrijwilligers doen een activiteit wanneer het
    hen uitkomt en kiezen iets dat bij hen past, zonder vaste verplichting aan
    te gaan.
18   http://powernederland.nl
19   https://www.sesamacademie.nl
20   https://www.projects-abroad.ie/trip-format/grown-up-specials/
21   www.nlcares.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>36                                                                  RVS – De derde levensfase
4.1.3 Informele vormen van maatschappelijke inzet
Mensen zetten zich op veel verschillende manieren onbetaald in voor elkaar en
voor de samenleving. Wanneer ze dat in het georganiseerde verband van ver-
enigingen en stichtingen doen, wordt dat doorgaans vrijwilligerswerk genoemd.
Voor minder geformaliseerde verbanden wordt de term burgerinitiatief gebruikt.
Ook andere termen zijn in omloop: actief burgerschap, burgerkracht, sociaal
doe-het-zelven, de doe-democratie.
Burgerinitiatieven zijn er in tal van vormen en maten. Van buurtcomités
tot wijkraden, van energie- tot zorgcoöperaties, van wijkondernemingen tot
buurtcoöperaties (Ham & Van der Meer z.j.; Hilhorst & Van der Lans 2013).
Vanwege de diversiteit en het vaak informele karakter is het lastig te zeggen
hoeveel initiatieven er zijn in Nederland en wie er actief in zijn (zie ook Van de
Wijdeven et al. 2013). De Initiatievenkaart op de website Nederland Zorgt Voor
Elkaar geeft een indruk van het aantal initiatieven op het terrein van welzijn,
zorg en wonen.22 De diversiteit in initiatieven is te zien op de website van LSA
Bewoners.23 Naar schatting zet ongeveer een kwart van de 65-plussers zich in
voor buurtinitiatieven (Van de Wijdeven 2012: 151-152), in betere wijken meer dan
in de kansarme wijken.
Er zijn ook nog andere informele verbanden waarin mensen actief zijn.
Leesclubs, wandel-, fiets- of hardloopgroepen, kook- en bijbelgroepen, zelfhulp-
groepen en internet community’s bijvoorbeeld vallen hieronder. Mensen van
alle leeftijden verenigen zich in informele groepen: deze verbanden bieden
dus een mogelijkheid om in contact te blijven met andere generaties. Wel
zullen in bepaalde groepen vooral mensen van een bepaalde leeftijd te vinden
zijn. Community’s van gamers bijvoorbeeld zijn waarschijnlijk jonger dan
bridgegroepen.
Verschillende maatschappelijke rollen
Burgerinitiatieven en informele groepen bieden deelnemers een grotere variatie
aan maatschappelijke rollen dan het meeste vrijwilligerswerk. In vrijwilli-
gerswerk wordt de keuze vaak beperkt tussen uitvoerend of bestuurlijk werk.
Voor burgerinitiatieven zijn initiatiefnemers nodig, maar ook mensen die een
initiatief tot bloei kunnen brengen. Van de Wijdeven (2012) onderscheidt vier
rollen die mensen in initiatieven vervullen: als wijkexperts en casusexperts,
die zich vooral richten op beïnvloeding van besluitvormingsprocessen, of als
buurtbouwers en projectentrekkers die vooral projecten opzetten en uitvoeren.
22  https://www.nlzorgtvoorelkaar.nl/initiatievenkaart/default.aspx
23  Het LSA is een netwerk van bewonersgroepen, buurthuizen in zelfbeheer, BewonersBedrijven en
    coöperaties. https://www.lsabewoners.nl/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                      37
Wie is aan zet?
Professionals, beleidsmakers, managers en bestuurders kunnen op verschil-
lende manieren burgerinitiatieven stimuleren en faciliteren of er samen mee
optrekken. Het ACTIE-model (Denters et al. 2013) biedt hiervoor een praktische
handreiking. Een burgerinitiatief heeft de meeste kans van slagen als burgers
en anderen gedreven zijn om het initiatief te verwezenlijken (Animo), als zij
hiervoor gebruik kunnen maken van een netwerk in de buurt (Contacten) en als
ze over de juiste middelen, vaardigheden en hoeveelheid tijd beschikken om hun
doel te realiseren (Toerusting). Ook is het van belang dat de organisatorische
ondersteuning past bij het initiatief (Inbedding). Tot slot is het nodig dat professi-
onals en anderen zich kunnen verplaatsen in de wensen en verwachtingen van
de leden van het burgerinitiatief en dat ze daar adequaat op inspelen (Empathie).
4.1.4 Voorwaarden
De diversiteit in mogelijkheden om onbetaald actief te blijven in de derde
levensfase is groot. Uit de gesprekken die de Raad voerde, kwam naar voren
dat onbetaald actief blijven in de derde levensfase vooral aantrekkelijk is als
hiervoor gepaste erkenning en waardering bestaat. Daarnaast is het belangrijk
dat activiteiten een vrijwillig karakter hebben. Ook is een goede financiële basis
nodig om actief te kunnen blijven na pensionering.
Erkenning en waardering
De bijdrage die mensen in de derde levensfase leveren aan de samenleving
zou wat hen betreft meer erkend en gewaardeerd mogen worden. Wat zou er
gebeuren als zij een dag of een week hun activiteiten zouden staken? Een betere
zichtbaarheid van deze bijdrage kan voor meer mensen een stimulans zijn om
zich in te zetten voor anderen of voor maatschappelijke organisaties. Erkenning
moet passen bij wat mensen willen en belangrijk vinden. De ene groep ervaart
de al bestaande vrijwilligersprijzen als een vorm van erkenning, terwijl anderen
daar niets om geven.
Vrije keuze
Ook al willen veel mensen in de derde levensfase actief blijven of worden, ze
hechten eraan dat het een vrije keuze is. Financiële mogelijkheden of andere
omstandigheden zoals personeelstekorten zouden hen niet mogen dwingen
in de richting van betaald werk, vrijwilligerswerk of informele zorg. Of een
activiteit vrijwillig is of niet, is niet altijd even duidelijk. Wat te denken van het
oppassen op kleinkinderen? Wat kan beginnen uit enthousiasme en betrok-
kenheid, kan op den duur toch als een verplichting gaan voelen. Is het dan nog
mogelijk om terug te komen op gemaakte afspraken zonder de relatie met de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>  38                                                             RVS – De derde levensfase
  kinderen te schaden? Bij mantelzorg is vrijwilligheid nog minder vanzelfspre-
  kend. Veel mensen in (aanloop naar) de derde levensfase zorgen voor ouders, de
  eigen partner of een andere naaste. Dit is vrijwillig noch vrijblijvend en trekt een
  wissel op de tijd en energie die overblijft voor andere activiteiten.
  Financiële basis en vitaliteit helpen om actief te blijven
  Niet iedereen is in de derde levensfase nog vitaal en actief. Voor sommigen komt
  het pensioen maar net op tijd. Of te laat. Hun lichaam is bijvoorbeeld versleten.
  Anderen zien hun pensioen met zorgen tegemoet. Hebben ze wel genoeg geld
  om rond te komen? Ze hebben zorgen vanwege hun financiële situatie en hebben
  soms gewoonweg geen geld voor de bus, een kop koffie of fatsoenlijke kleren.
  Hun handelingsperspectief wordt beperkt door de financiële schaarste.
“Erkenning moet passen bij wat
  mensen willen en belangrijk vinden”
  4.2 Inspiratiedossier 2: Wonen
  In de afgelopen jaren is er een woningtekort ontstaan in Nederland. Naast
  het bouwen van nieuwe woningen is het bevorderen van doorstroming op de
  woningmarkt een van de speerpunten van de Nationale Woonagenda 2018-2021
  (Ministerie van BZK 2018). Veel Nederlanders hebben moeite om een geschikte
  woning te vinden. Tegelijkertijd vinden ouderen die hun eengezinswoning wil-
  len verlaten om kleiner te gaan wonen, niet de betaalbare (gelijkvloerse) woning
  die ze zoeken. Mensen die overwegen om in hun derde levensfase van een
  individuele naar een collectieve woonvorm te verhuizen, hebben vaak moeite om
  hun plannen te realiseren.
  Het aandeel 65-plushuishoudens dat eventueel wel wil verhuizen stijgt: van 6%
  in 2009 naar 16% in 2015.24 Het aandeel dat beslist wil verhuizen is kleiner (3%).
  Dit veranderde niet. Om de kansen op de woningmarkt voor mensen in de derde
  levensfase te vergroten, is er behoefte aan meer flexibiliteit en diversiteit binnen
  het bestaande aanbod. Een divers en flexibel aanbod kan zorgen voor meer
  dynamiek op de woningmarkt. Zo krijgen ook andere generaties die een huis
  zoeken meer mogelijkheden.
  24  https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/18/kamerbrief-over-langer-
      thuis-wonen-en-zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                            39
4.2.1 Meer mogelijkheden voor gemeenschappelijk wonen
Sommige mensen in de derde levensfase gaan op zoek naar mogelijkheden
om gemeenschappelijk te wonen. Gemeenschappelijk wonen – ook wel
co-wonen genoemd – is wonen op grond van de wens om met gelijkgestemden
een gemeenschap te vormen op basis van zelfsturing, groepsvorming en een
zekere mate van nabuurschap (Penninx & Witter 2017). Met zo’n 200 woon-
gemeenschappen kent Nederland een bescheiden traditie op het gebied van
co-wonen. De onbekendheid met dit fenomeen is groot (Bureauvijftig 2015).
Niettemin groeit de vraag naar gemeenschappelijk wonen, hetgeen blijkt uit de
belangstelling voor Knarrenhof en andere initiatieven.25 Ook de inventarisatie
van geclusterde woonvormen, die RIGO maakt in opdracht van de ministeries
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties (BZK), laat deze groei zien.26 Geclusterde woonvormen zijn
vormen waarbij mensen samen wonen in een woning (zoals een woongroep; 268
wooneenheden in Nederland), in een wooncomplex (zoals een serviceflat; 63.472
wooneenheden) of in de wijk (zoals een hofje of aanleunwoning; 1.361 wooneen-
heden). In deze woonvormen wonen leeftijdgenoten onder elkaar. Steeds vaker
kiezen initiatiefnemers er bewust voor om hun gemeenschappelijke woondroom
met andere generaties invulling te geven. Zo ook Woongemeenschap het Eikpunt
in Lent (zie kader). Het zijn uitgerekend mensen in de derde levensfase die aan
de basis van deze ontwikkelingen leidende rollen kunnen vervullen en dat ook
al doen.
Op dit moment zijn er 1,8 miljoen alleenstaanden in Nederland. En circa 90% van
de ouderen heeft een woning met drie of meer kamers (Van Iersel et al. 2009). Het
vergroten van de mogelijkheden voor gemeenschappelijk wonen kan bijdragen
aan het verkleinen van het allocatie- en doorstroomprobleem in de woning-
markt. Dit wordt ook gezien door de regering. “Het bevorderen van doorstroming
begint met het creëren van aantrekkelijke mogelijkheden in de woningmarkt
waardoor mensen uit zichzelf de gewenste verhuisbewegingen maken. Gerichte
maatregelen kunnen dit ondersteunen of een beweging vergroten”, aldus de
Nationale Woonagenda 2018-2021.
25   https://knarrenhof.nl
26   https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2019/10/18/infographic-geclusterde-
     woonvormen-voor-ouderen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>40                                                                RVS – De derde levensfase
   Eikpunt Lent: samenwonen met alle generaties27
   Begin 2016 hebben 89 mensen hun intrek genomen in het duurzame
   meergeneratie-woonproject Eikpunt in Lent, bij Nijmegen. Het project
   bestaat uit 40 huurwoningen en 9 koopwoningen voor in totaal 65
   volwassenen en 24 kinderen. Wooncorporatie Talis heeft de woningen
   gebouwd. Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG) begeleidde de
   bewoners bij het proces, regelt nu de verhuur en zorgt voor het meer-
   jaren-onderhoudsplan. Verder doen de bewoners zo veel mogelijk in
   zelfbeheer. Het initiatief is gestart in 2009, geïnspireerd door het concept
   van de Mehrgenerationshäuser in Duitsland. De drie initiatiefnemers
   richtten een vereniging op die ongeveer zes jaar bezig is geweest met het
   realiseren van hun droom om met meerdere generaties te wonen, een
   bijdrage te leveren aan elkaars welzijn en ieders talenten te benutten.
   De groep streeft naar gemeenschapsvorming met behoud van privacy.
   Er zijn gemeenschappelijke ruimtes waar bewoners elkaar kunnen
   ontmoeten en samen activiteiten kunnen ondernemen, zoals eten,
   dansen, schilderen of mediteren. Bewoners bieden elkaar waar nodig
   hulp en ondersteuning, zowel in de zorg voor de kinderen als voor de
   ouderen. Ook duurzaamheid en ecologie zijn belangrijke pijlers onder het
   woonconcept. De bouw vond plaats met natuurvriendelijke materialen, er
   zijn verschillende moestuinen en de bewoners delen voorzieningen zoals
   gereedschap en auto’s.
Onbekendheid
Gemeenschappelijk wonen is een van de woonvariaties tussen de (veelal te groot
geworden) eengezinswoning en het beschermde institutioneel wonen in een
verzorgings- of verpleeghuis. Andere voorbeelden zijn kangoeroewoningen28,
mantelzorgwoningen en thuishuizen29. Deze nieuwe woonvariaties genieten nog
weinig bekendheid bij het grote publiek.
Samen met de Woonbond en een aantal andere maatschappelijke organisaties
pleit de Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen (LVGO) voor erkenning
van de maatschappelijke betekenis van gemeenschappelijke woonvormen
27  www.woongemeenschapeikpunt.nl
28  Een kangoeroewoning bestaat uit een combinatie van twee (zelfstandige) wooneenheden onder
    één dak. De wooneenheden hebben elk een aparte voordeur en staan met elkaar in verbinding
    via een interne afsluitbare deur. Kangoeroewoningen worden ook wel buidelwoningen of
    meergeneratiewoningen genoemd.
29  Een thuishuis is een gewone woning waarin meerdere alleenstaande 60plussers samen wonen.
    Iedere bewoner heeft een eigen woonkamer, slaapkamer en badkamer/toilet. Er zijn ook een
    gezamenlijke ruimtes, zoals een woonkamer, keuken, logeerkamer, hobbykamer of tuin.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                41
(LVGO et al. 2017). Co-wonen met zelfbeheer houdt mensen redzaam. Bewoners
blijven langer gezond en ervaren meer welbevinden. Dit geeft veiligheid, gaat
eenzaamheid tegen en bevordert collectieve redzaamheid. Landelijk moet er
meer bekendheid worden gegeven aan deze maatschappelijke meerwaarde,
vinden de organisaties.
De onbekendheid met de verschillende mogelijkheden kan een reden zijn voor
mensen in de derde levensfase om niet te verhuizen. Daarnaast komen (star-
tende) woongemeenschappen een scala van belemmeringen tegen op hun pad,
zowel in de regio als op landelijk niveau.
Regionale belemmeringen
Gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars spelen nog maar
mondjesmaat in op de woonwensen van de groeiende groep ondernemende
jonge ouderen die met elkaar woondromen willen realiseren. Startende groepen
ontmoeten stroperigheid en bureaucratie. Het wijzigen van bestemmingsplan-
nen vergt veel tijd, en geregeld blijkt dat gemeenten geschikte grondposities
liever verkopen aan projectontwikkelaars. De gemeente zet zichzelf daarmee
buitenspel als zij grond wil aanbieden aan burgers die zorgzame wooninitiatie-
ven willen realiseren. Daarnaast beschikken groepen niet altijd over voldoende
hulpbronnen, waardoor het wel meer dan tien jaar kan duren voordat een
initiatief eindelijk de opening kan vieren (Penninx & Witter 2017).
Landelijke belemmeringen
Er zijn ook belemmeringen door landelijke wet- en regelgeving (LVGO et al.
2017). Woongemeenschappen ervaren bijvoorbeeld een hindernis op het moment
dat ze een geschikte nieuwe bewoner hebben gevonden voor een vrijgekomen
woning. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een nieuwe bewoner uitstekend past
bij het profiel van de groep te hoog of maar net een te laag inkomen heeft voor de
betreffende woning.
Financiering van initiatieven
Ook financiering van initiatieven is een belemmering, met name voor mensen
met een laag inkomen. Banken, pensioenfondsen en investeerders blijken maar
beperkt middelen ter beschikking te willen stellen voor innovatieve woonvor-
men voor de doelgroep van ouderen met lagere en middeninkomens, vanwege de
risico’s en het beperkte rendement. Ook de financiering van gemeenschappelijke
ruimtes is een obstakel.
Straf op gemeenschappelijk wonen voor migranten en bijstandsgerechtigden
In bepaalde situaties kan de zogenaamde kostendelersnorm een beperking zijn
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>42                                                                  RVS – De derde levensfase
voor gemeenschappelijk wonen. De kostendelersnorm betekent dat wanneer
meerdere volwassenen samen een huis bewonen, een eventuele uitkering wordt
gekort. De AOW kent geen kostendelersnorm voor samenwonen met anderen
dan de echtgenoot of partner.30 De kostendelersnorm geldt wel bij de aanvullende
inkomensvoorziening ouderen (AIO). Deze regeling is er voor mensen die geen
recht hebben op een volledige AOW en die geen aanvullend pensioen hebben.31
Volgens een factsheet van NOOM, het Netwerk van Oudere Migranten, is het
gemiddelde AOW-tekort bij migrantenouderen veel groter dan bij ouderen die
geen migratieachtergrond hebben.32 Ouderen met een migratieachtergrond
worden dan ook harder getroffen door de kostendelersnorm in de AIO en moeten
dus een deel van hun uitkering inleveren als zij bij hun kinderen of andere man-
telzorgers intrekken. Ook een bijstandsuitkering kan gekort worden wanneer
meerdere volwassenen samenwonen.33
Wie is aan zet?
Wanneer gemeenschappelijk wonen makkelijker wordt, zou dat een stimu-
lans kunnen zijn voor mensen in de derde levensfase om te verhuizen. Als
onderdeel van het Programma Langer Thuis heeft het kabinet-Rutte III een
stimuleringsregeling opengesteld om nieuwe woonvormen voor ouderen vlot te
trekken. Bijvoorbeeld voor de bouw van een hofje of de transformatie van een
oud schoolgebouw in appartementen voor een groep ouderen. Met de regeling
worden de risico’s afgedekt die niet in de markt worden gedekt. Nieuwe ‘woon-
zorginitiatieven’ kunnen via deze regeling een beroep doen op subsidie voor
haalbaarheidsonderzoek en borgstelling voor leningen voor planontwikkeling
en stichtingskosten. De regeling wordt vanaf 1 januari 2020 aangepast, zodat
bijvoorbeeld ook initiatieven van mensen met een indicatie vanuit de Wet
langdurige zorg (Wlz) er gebruik van kunnen maken.34
Vooral gemeenten zijn aan zet bij het faciliteren van gemeenschappelijk wonen.
Ze kunnen gebruikmaken van hun mogelijkheden om plannen van projectont-
wikkelaars te beïnvloeden of mede vorm te geven. Bijvoorbeeld bij het bouwrijp
maken van de grond of door te stimuleren dat oude woonzorgcentra geschikt
worden gemaakt voor co-wonen. Gemeenten hebben als uitdaging om over
30  https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/07/07/kostendelersnorm-aow-uit-wet-
    gehaald
31  https://www.svb.nl/int/nl/aio/kostendelersnorm/index.jsp
32  https://netwerknoom.nl/wp-content/uploads/2019/06/NOOM-factsheet-Armoede-onder-oudere-
    migranten-.pdf
33  https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/vraag-en-antwoord/wat-is-de-
    kostendelersnorm-in-de-bijstand. Overigens zijn er wel uitzonderingen mogelijk op deze regel.
34  https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/18/kamerbrief-over-langer-
    thuis-wonen-en-zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre> 4 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                           43
bestaande doctrines op het vlak van ruimtelijke ordening na te denken en
de wensen van de burger centraal te stellen (Companen 2016).
Woningcorporaties spelen natuurlijk een rol bij de realisatie van lokale plannen
en bij het creëren van meer mogelijkheden voor gemeenschappelijk wonen. De
overheid stimuleert woningcorporaties om nieuwe woonvormen te realiseren,
onder andere door een versoepeling van de regeling omtrent passend toewijzen
en door meer mogelijkheden om te investeren in leefbaarheid.35 Hiervoor is ook
samenwerking tussen lokale overheden en woningcorporaties van belang.
Het kan bijvoorbeeld nodig zijn de klassieke kerntaak van de woningcorporatie
te verruimen om passend aanbod te kunnen realiseren, zoals een mix van koop-
en huurwoningen (Rusinovic et al. 2019).
Tot slot kunnen banken en projectontwikkelaars ook hun bijdrage leveren om
gemeenschappelijk wonen mogelijk maken. Bijvoorbeeld door aangepaste
hypotheekvormen voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap36, waarbij
voorwaarden worden gehanteerd die haalbaar zijn voor mensen in de derde
levensfase, of door bij het maken van bouwplannen samen te werken met
(kapitaalkrachtige) initiatiefnemers.
35   https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/18/kamerbrief-over-langer-
     thuis-wonen-en-zorg
36   https://www.eigenhuis.nl/huis-kopen/zelf-bouwen/collectief-een-huis-bouwen#/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>44                                                        RVS – De derde levensfase
4.2.2 Andere woonwensen: de woonomgeving en een steuntje in de rug
Het is voor veel mensen niet vanzelfsprekend om in de derde levensfase alvast
na te denken over hoe ze in de vierde levensfase willen wonen. Ze gaan er pas
over nadenken als het nodig is en soms zelfs dan niet. Het ouder worden gaat
vaak gepaard met vermindering van mentale vermogens. Vooruitkijken, kiezen,
plannen, het kan allemaal lastiger worden. Ook de flexibiliteit kan afnemen.
Dus hoe langer men wacht met nadenken over de toekomst, plannen maken en
maatregelen treffen, des te lastiger wordt het. En navenant ingrijpender wordt
de verandering als die zich dan toch (noodgedwongen) voordoet. Een steuntje in
de rug zou kunnen helpen om hier eerder mee te beginnen.
Woonomgeving
Voor sommige (jonge) ouderen is de woonomgeving een obstakel dat hen in
de weg staat om actief te blijven in de derde levensfase. Dit kan fysiek zijn
(drempels, te smalle stoepen met reclameborden, te druk verkeer, etc.) en sociaal
(onveilig, niet uitnodigend, niet ingericht op ontmoeting). Mensen kunnen zich
opgesloten voelen in hun woonomgeving. De samenleving is soms erg ‘naar
binnen gekeerd’. Sommige mensen met een migratieachtergrond ervaren dit
extra sterk, omdat ze dat vanuit hun cultuur anders gewend zijn.
‘Blijverslening’
Veel mensen willen blijven wonen waar ze wonen. Maar dat kan niet altijd
zonder aanpassingen aan de woning. Een ‘blijverslening’ (de tegenhanger van
de starterslening) helpt mensen om hun huidige woning tijdig aan te passen.
Ook een hypotheek om overwaarde te verzilveren (opeethypotheek) kan helpen
om de eigen woning tijdig aan te passen. Het vermogen dat vastzit in hun huis
gebruiken bewoners om zich voor te bereiden op de vierde levensfase (Taskforce
Verzilveren 2013).
Verhuiscoaches
Mensen zien soms ook op tegen het organiseren van de verhuizing, het verlaten
van het oude huis en mogelijke lastenverhogingen (ANBO & Woonz 2016). Woon-
of verhuiscoaches kunnen mensen helpen bij het formuleren van hun wensen
en het uitzoeken van hun mogelijkheden. Zo zijn ze beter in staat om een
verhuizing in gang te zetten op een moment waarop zij zelf nog volledig kunnen
meebeslissen over hun toekomstige woning.
Wie is aan zet?
Het realiseren van een prettige woonomgeving voor mensen in de derde levens-
fase vereist dat gemeenten zorgen voor aansluiting tussen de leefomgeving in de
wijk en de wensen en behoeften van mensen in de derde levensfase.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                                                                                           45
  Dit betekent niet alleen dat er woningen gebouwd of aangepast moeten worden.
  Er is een leefomgeving nodig die uitnodigt om naar buiten te gaan en dat ook
  mogelijk maakt voor mensen met afnemende mobiliteit. Een leefomgeving die
  motiveert en uitdaagt en kansen biedt voor ontmoeting, ook tussen generaties.
  Die ontmoetingsplekken zijn divers: buurtwinkel, café, bibliotheek, servicepunt,
  voortuintjes of moestuinen, de speeltuin. Gemengde woonvormen zijn essenti-
  eel. Dus niet alleen eengezinswoningen, maar ook gelijkvloerse appartementen
  en mogelijkheden om gemeenschappelijk te wonen. Samenwerking tussen
  alle voorzieningen in de wijk is een voorwaarde. Dit betekent verder kijken dan
  wonen alleen. Ook (gezondheids)zorg, onderwijs, welzijnswerk, de bedrijven
  in de buurt enzovoort leveren een bijdrage aan een leefomgeving voor alle
  generaties. Een wijkvisie biedt bij uitstek de mogelijkheid om netwerkvorming
  te bewerkstelligen en burgers te verbinden met professionele organisaties of de
  gemeente. Onderdeel hiervan kan bijvoorbeeld zijn het in eigen beheer nemen
  van belangrijke gemeenschappelijke voorzieningen of gebouwen in de buurt,
  naar voorbeeld van het Britse Right to Challenge.37
“Een wijkvisie biedt bij uitstek de
  mogelijkheid om netwerkvorming
  te bewerkstelligen en burgers te
  verbinden met professionele
  organisaties of de gemeente.”
  37  https://mycommunity.org.uk/take-action/local-services/; https://www.josvdlans.nl/
      publicaties/2011-06%20TSS%20-%20Toevertrouwen-aan-TRUSTs-UK.pdf; http://horizontalisering.
      ning.com/profiles/blogs/right-to-challenge-in-nederland-een-blik-over-de-noordzee
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>46                                                              RVS – De derde levensfase
   Taskforce Wonen en Zorg
   In deze taskforce werken VNG, Actiz, Aedes en de ministeries van BZK en
   VWS samen om gemeenten te stimuleren en te ondersteunen bij het in
   beeld brengen van wat er lokaal nodig en mogelijk is en om tot uitvoer-
   bare plannen te komen.
   Innovatieprogramma Langer Thuis | Inclusieve wijk
   Via dit programma van de G40 en Platform 31 wordt kennis verzameld
   over hoe gemeenten eraan kunnen bijdragen dat ook de meest kwets-
   bare inwoners in een veilige woonomgeving kunnen (blijven) wonen
   met de juiste zorg in de buurt. Een handreiking voor gemeenten is in
   voorbereiding.
   Voorbeeld van een lokale visie op een veilige woonomgeving voor kwets-
   bare bewoners38
   De gemeente Brielle vindt het belangrijk dat de groeiende groep ouderen
   in de gemeente zelfstandig kan blijven wonen en heeft samen met bewo-
   ners en andere partijen het Uitvoeringsprogramma Ouderen opgesteld.
   Het programma bevat actieplannen van de gemeente en andere partijen,
   zowel voor vitale als voor kwetsbare ouderen. In de plannen worden vijf
   leefgebieden met elkaar verbonden. Het gaat om wonen, gezondheid,
   omgeving en fysieke buitenruimte, participatie en bewegen, en vervoer en
   mobiliteit.
   WHO CARES
   WHO CARES community of practice is een netwerk van ontwerpers en
   professionals uit de domeinen wonen en zorg. Samen met bewoners,
   gemeenten en professionals werken ze aan nieuwe vormen van wonen en
   zorg zodat wijken aantrekkelijk blijven of worden voor ouderen en de wijk
   als geheel verbetert voor iedereen. De community is een vervolg op de
   prijsvraag Who Cares uit 2017.
38  https://www.brielle.nl/bestuur/commissievergaderingen_44444/agenda/commissie-
    samenleving_19388/702-uitvoeringsprogramma-ouderen-briellepdf_3285571.pdf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>   Een steuntje in de rug39
   Amsterdam is een voorbeeld van een gemeente die inwoners ondersteunt
   bij het vinden van een woonvorm die past bij de derde of vierde levens-
   fase. De gemeente heeft een website over ouderenhuisvesting, met onder
   meer informatie over wooncoaches en over de verhuisregelingen Van hoog
   naar laag en Van groot naar beter.
4.3 Inspiratiedossier 3: Zorg en ondersteuning
Een kenmerk van de derde levensfase is dat de behoefte aan zorg en onder-
steuning (nog) relatief beperkt is. Dat betekent niet dat alle mensen in deze
fase vitaal en zonder gebreken zijn; bij de meesten nemen fysieke en mentale
vermogens af. Dat gebeurt niet bij iedereen in hetzelfde tempo. Vooral mensen
met (fysiek of mentaal) zware beroepen bijvoorbeeld hebben hier eerder mee te
maken dan anderen.
Ook al is het beroep dat mensen in de derde levensfase doen op zorg en onder-
steuning beperkt, dat betekent niet dat ze niets met zorg en ondersteuning te
maken hebben. Ze zorgen bijvoorbeeld voor hun oude ouders of doen vrijwilli-
gerswerk in de zorg. Sommigen zijn actief in burgerinitiatieven die zich op zorg
en ondersteuning richten.
De ontwikkelingen die het RIVM (2018) in zijn toekomstverkenning schetst,
benadrukken ook hoe belangrijk het is dat mensen zich tijdig beraden op hun
situatie tegen de tijd dat zorg en ondersteuning noodzakelijk worden. Onderzoek
van I&O Research laat zien dat 70% van de 55- tot 75-jarigen die deelnamen
verwacht dat de overheid zorg en ondersteuning regelt en levert (I&O Research
2019). Die verwachting staat op gespannen voet met het huidige overheidsbeleid.
De opgaven in de zorg en ondersteuning van ouderen vragen om een nieuwe
manier van werken. Volgens het RIVM (2018) zullen de verschillende betrok-
ken partijen meer moeten samenwerken: beleidsmakers, burgers, patiënten,
zorgverleners, onderzoekers én maatschappelijke organisaties. Daarbij staat
de persoonlijke situatie van mensen centraal. Dit betekent ook over de grenzen
van volksgezondheid en zorg heen kijken. Voor de toekomst van mensen in de
derde levensfase is behalve goede medische zorg ook een gezonde en sociale
omgeving van groot belang, evenals genoeg netwerken die voldoende sterk
39  https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/
    ouderenhuisvesting/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>48                                                        RVS – De derde levensfase
zijn, betekenisvolle activiteiten en voldoende mogelijkheden om zelf richting
te geven aan het leven. De oproep van het RIVM komt overeen met het begrip
linking dat wij in hoofdstuk 3 introduceerden. Een constructief samenspel tussen
burgers, overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven is essentieel
voor het slagen van burgerinitiatieven voor zorg en ondersteuning. Deze manier
van werken vormt de kern van een andere manier van kijken naar en werken
aan het sociaal weefsel in een wijk, dat nodig is om aan de toekomstige zorg- en
ondersteuningsbehoefte in onze samenleving te kunnen voldoen.
4.3.1 Burgerinitiatieven voor zorg en ondersteuning
Burgerinitiatieven voor zorg en ondersteuning zijn een voorbeeld van die andere
manier van werken. Deze zijn van groot belang, omdat ze voorzien in de behoefte
van mensen in de derde levensfase om een zinvolle maatschappelijke bijdrage te
leveren, en ook omdat mensen zich hiermee voorbereiden op hun eigen zorg-
vraag in de toekomst. Burgerinitiatieven voor zorg en ondersteuning kunnen zo
de gang naar het verpleeghuis uitstellen.
Een landelijke inventarisatie laat zien dat Nederland in 2016 zo’n 350 van deze
initiatieven rijk is, waarvan het grootste deel georganiseerd is in een zorgcoöpe-
ratie of stadsdorp (Turnhout et al. 2016). Het merendeel van de initiatieven richt
zich op activiteiten en diensten die moeten bijdragen aan een prettige en sociaal
leefbare omgeving waarin met name (kwetsbare) ouderen – en in een aantal
gevallen ook andere kwetsbare groepen – zo lang mogelijk thuis kunnen blijven
wonen. Daarnaast richten de initiatieven zich op ontmoeting en het verbinden
van vraag naar en aanbod van informele zorg. Een relatief kleine groep biedt
ook zorg thuis en enkele bieden zorg in een vanuit het initiatief georganiseerde
woon-zorgvoorziening. Er zijn overigens meer initiatieven waarbinnen de wens
bestaat om dit in de toekomst ook aan te bieden.
Hoewel vanuit veel van deze initiatieven zorg wordt geleverd aan mensen die niet
(meer) in hun derde levensfase zitten, zijn het veelal mensen in de derde levens-
fase die zich inzetten in en voor zorgcoöperaties, stadsdorpen en andere door
burgers gerunde zorgcollectieven. Zij doen dat zowel op bestuurlijk als uitvoerend
niveau. Een belangrijke drijfveer van veel van deze collectieven is de wens van
dorpsbewoners om in het dorp te kunnen blijven wonen als zij ouder worden
en meer voorzieningen nodig hebben. Jonge ouderen die zich actief voor het
collectief inzetten, bereiden zich op deze manier voor op hun latere levensfase.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre> 5 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                 49
Knelpunten bij het realiseren van initiatieven
Bij veel initiatieven worden knelpunten ervaren rond samenwerking, wet- en
regelgeving, financiën en interne organisatie. Ze hebben te kampen met een
gebrek aan erkenning als volwaardige partij door samenwerkingspartners
(Turnhout et al. 2016; Boumans & Swinkels 2015). Daarnaast is de toegang tot
financiële middelen vaak onduidelijk en complex. Tot slot kunnen ook meer
organisatorische punten een hindernis vormen bij het realiseren van burgeri-
nitiatieven voor zorg en ondersteuning. Dit geldt bijvoorbeeld bij een tekort aan
kennis, problemen bij het delen van beschikbare kennis met elkaar of het niet
kunnen binden van betrokkenen aan het initiatief (Turnhout et al. 2006).
    Austerlitz zorgt40
    Deze zorgcoöperatie, die eind 2012 werd opgericht, is inmiddels een
    schoolvoorbeeld. Austerlitz Zorgt beoogt dat oudere inwoners zo lang
    mogelijk zo zelfstandig mogelijk in het dorp kunnen blijven wonen. De
    coöperatie organiseert de steun, zorg en hulp die ouderen en andere
    dorpsbewoners nodig hebben. Leden kunnen bijvoorbeeld geholpen
    worden met vervoer, bij een aanvraag van een Wmo-voorziening en met
    kleine klussen in en om het huis. De dorpsondersteuner – een beroeps-
    kracht – bemiddelt en coördineert. Bij de coöperatie zijn ongeveer 75
    vrijwilligers actief. Inmiddels is 40% van de dorpsbewoners lid.
    NoaberzorgPunt Roggel41
    NoaberzorgPunten zijn plekken in het dorp Roggel (Midden-Limburg)
    waar de inwoners elkaar kunnen ontmoeten, waar ze gezien en gehoord
    worden en waar ze terechtkunnen met vragen over hun dagelijks leven.
    Deze punten zijn er bij voorzieningen, zoals de kerk, de school of de huis-
    arts, bij verenigingen, bij de kruidenier, bij het inloopcafé en ook gewoon
    bij mensen thuis. Ze zijn te herkennen aan een schildje bij de voordeur.
    De vereniging NaoberzorgPunt Roggel organiseert onder meer trainingen
    voor de vrijwilligers, informatieavonden (bijvoorbeeld over schulden en
    lenen) en een inloopcafé.
40   https://www.austerlitzzorgt.nl/
41   www.naoberzorgpunt.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>50                                                         RVS – De derde levensfase
Wie is aan zet?
De Raad beschouwt burgerinitiatieven rond zorg en ondersteuning als potentiële
broedplaatsen waarin de verlangens van de derde levensfase – autonomie,
verbondenheid en ertoe doen – goed kunnen gedijen. En waarin mensen in de
derde levensfase bovendien bijdragen aan een toekomstbestendige ouderenzorg.
Burgerinitiatieven rond zorg en ondersteuning zouden dan ook krachtig onder-
steund moeten worden door gemeenten, zorgverzekeraars, pensioenfondsen en
andere maatschappelijke stakeholders zoals organisaties voor zorg en welzijn en
woningcorporaties. Vanuit een wettelijk kader biedt het Right to Challenge in de
Wmo burgers de mogelijkheid om zorg- en ondersteuningstaken over te nemen
en betrokken te worden bij de uitvoering van Wmo-beleid. Deze mogelijkheid
vormt een concreet aangrijppunt voor partijen om samen te werken en zo
synergie-effecten te behalen.
De knelpunten bij burgerinitiatieven liggen voornamelijk in de samenwerking
tussen betrokken partijen en gaan dus zowel burgers als gemeenten en profes-
sionals aan. Het in dit advies eerder genoemde ACTIE-model (Denters et al. 2013)
biedt hiervoor een praktische handreiking voor gemeenten en professionals.
Daarnaast doen burgers er goed aan om te zoeken naar mogelijkheden voor
professionalisering van hun eigen organisatie. En om hier waar mogelijk externe
expertise bij te betrekken waarmee ze kunnen zorgen dat de kennisdeling en
de binding van mensen aan het initiatief een solide basis vormen om vanuit te
kunnen werken.
4.3.2 Van zorg voor het individu naar zorg voor én door het netwerk
Zorg wordt in onze samenleving vaak geleverd door een professionele zorgverle-
ner aan het individu. In een tijd waarin steeds minder zorgverleners beschikbaar
zullen zijn voor het leveren van zorg, lijkt dit een kostbare en tijdrovende manier
om te zorgen. Verschillende onderzoeken laten zien dat mensen baat kunnen
hebben bij sociale netwerken om te herstellen na bijvoorbeeld een operatie of om
in kwetsbare situaties daadwerkelijke zorgvragen te voorkomen.
Lotgenotencontact als collectieve vorm van zorg
Uit de literatuur blijkt dat mensen na een ingreep of operatie sneller herstellen
als zij tijdens het herstelproces in contact worden gebracht met lotgenoten. Ook
maakten zij in de periode na hun ingreep minder vaak gebruik van formele ver-
volgzorg (Oudenampsen et al. 2008). Bovendien kunnen mensen van lotgenoten
leren hoe ze kunnen omgaan met hun ziekte of aandoening: lotgenotencontact
kan leiden tot empowerment van patiënten en hun naasten (Distelbrink et al.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre> 5 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                51
2008: 18). Het delen van ervaringen en het hebben van rolmodellen kunnen
helpen bij het herstel. Uit onderzoek blijkt dat mensen die anderen helpen zelf
ook profiteren van deze hulp (helper-therapy principle, Riessman 1965).
Netwerken kunnen cliënten sterker maken
Het vanuit Amerika overgewaaide concept van centering pregnancy is een
voorbeeld van het actief betrekken van cliënten bij hun zorgpad. Tegelijkertijd
wordt hun netwerk versterkt. Cliënten met een vergelijkbare zorgvraag worden
met elkaar in contact gebracht. Zo kunnen zij elkaar én de zorgverlener onder-
steunen en aanvullen.42 Cliënten kunnen hun ervaringen, zorgen en vragen
met elkaar delen. De netwerken die ontstaan kunnen latere zorg of ondersteu-
ningsbehoeften voorkomen. Deze vorm van zorg wordt al regelmatig verleend
aan zwangere vrouwen.43 Ook anderen, inclusief mensen in de derde levensfase,
kunnen gebaat zijn bij vormen van zorg- en hulpverlening die gericht zijn op
onderlinge steun en netwerkvorming.
Wie is aan zet?
Het verlenen van zorg aan netwerken vereist een andere manier van behandelen
en organiseren van zorg door zorgverleners. Meer netwerkgericht werken vraagt
een andere aanpak dan een individueel consult. Zorgverleners informeren en
lichten voor, maar hebben vooral ook een belangrijke rol in het faciliteren van
discussies en het begeleiden van groepsprocessen. Ook is samenwerking tussen
vrijwilligers en zorgverleners essentieel. Vrijwilligers organiseren vaak lotgeno-
tencontact. Door deze groepen aan te spreken en in te zetten ter ondersteuning
van de behandeling door de zorgverlener kunnen mensen vanuit deze netwerken
actief worden betrokken bij hun zorgpad en zorgverlening, om zo de zorgverlener
hierin aan te vullen en elkaar te ondersteunen. Hierbij is een match tussen deel-
nemende lotgenoten essentieel en is het belangrijk om te zorgen voor voldoende
deskundigheid onder vrijwilligers, zodat zij het contact tussen lotgenoten goed
kunnen ondersteunen (Distelbrink et al. 2008).
4.4 Conclusies: terug naar autonomie, verbondenheid en ertoe doen
De RVS wil beleid en arrangementen aanmoedigen die de keuzemogelijkheden
en het handelingsperspectief van mensen in de derde levensfase vergroten.
Een divers, passend en toegankelijk aanbod kan hen helpen om hun leven meer
naar wens in te richten en deel te blijven uitmaken van de maatschappij. Bij het
inrichten van beleid of arrangementen dient altijd aandacht uit te gaan naar de
42   https://www.centeringhealthcare.nl/informatie/
43   https://www.centeringhealthcare.nl/zwanger/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>52                                                                 RVS – De derde levensfase
diversiteit binnen de groep mensen in de derde levensfase: niet iedereen heeft
dezelfde wensen en dezelfde mogelijkheden.
Uit de verkenning door de Raad en de inspiratiedossiers komt daarnaast naar
voren dat beleid voor mensen in de derde levensfase moet aansluiten op belang-
rijke waarden voor deze groep. Door beleid te toetsen op de manier waarop het
aansluit bij de behoefte aan autonomie en verbondenheid en het verlangen ertoe
te doen, kan beleid worden gevormd dat ook werkelijk het handelingsrepertoire
vergroot.
Beleidsmakers, maar zeker ook maatschappelijke organisaties, kunnen
autonome keuzes van (jonge) ouderen faciliteren door keuzemogelijkheden te
verruimen en tegelijkertijd keuzes niet te sturen of te bepalen. Het is essentieel
om voorzieningen en maatregelen vorm te geven in samenspraak met verschil-
lende groepen ouderen. Wanneer zij daar nauw bij worden betrokken, is de kans
groter dat voorzieningen of voorgenomen maatregelen hun keuzes niet in de
weg staan of dat ze die zelfs faciliteren. Daarnaast is het van belang om jonge
ouderen te stimuleren hun wensen op het gebied van zeggenschap te bespreken
met naasten vóórdat autonomieverlies daadwerkelijk optreedt. Zo kan worden
voorkomen dat bij plotseling autonomieverlies onduidelijk is wat de wensen van
de oudere zelf zijn. Het opstellen van een levenstestament kan hierbij behulp-
zaam zijn.44
Daarnaast moeten belemmeringen in het versterken van sociale verbanden
vanuit lokaal en landelijk beleid evenals wet- en regelgeving worden beslecht.
Huidig beleid belemmert initiatieven om meer verbondenheid te realiseren.
Dit is vooral van belang bij het realiseren van wensen voor gemeenschappelijk
wonen en bij het aanmoedigen van vormen van informele zorg. Door collectieve
vormen van wonen en zorg financieel aantrekkelijker te maken, worden deze
opties bereikbaar voor een grotere en meer diverse groep. Daarnaast helpt het om
bestaande sociale netwerken van jonge ouderen als uitgangspunt te nemen bij
ontwikkeling en deze netwerken in contact te brengen met formele of profes-
sionele netwerken en organisaties. Dit vergroot het handelingsperspectief van
mensen in de derde levensfase.
Tot slot is het van belang de maatschappelijke bijdrage van mensen in de
derde levensfase beter zichtbaar te maken en hoger te waarderen. Dit kan de
aantrekkelijkheid van maatschappelijk relevante activiteiten voor jonge ouderen
verhogen en de continuïteit van bestaande activiteiten stimuleren.
44   Voor meer informatie over het levenstestament zie https://www.notaris.nl/levenstestament.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>   5 — Aandacht voor de derde levensfase: drie inspiratiedossiers                53
  De maatschappelijke bijdrage van mensen in de derde levensfase kan vrij-
  willig zijn, maar zal ook vaak in bepaalde mate als een verplichting voelen,
  bijvoorbeeld bij mantelzorg en de opvang van kleinkinderen. In die gevallen is
  erkenning en waardering extra belangrijk. Het creëren van meer mogelijkheden
  voor flexibel pensioen (eerder of later stoppen met werken, werken in deeltijd en
  vormen tussen betaald en onbetaald werk) komt tegemoet aan de wensen van
  mensen in de derde levensfase.
“Het is essentieel om voorzienin-
  gen en maatregelen vorm te geven
  in samenspraak met verschillende
  groepen ouderen.”
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>54                                                       RVS – De derde levensfase
5 Inspiratieagenda derde
        levensfase
Met dit advies beoogt de RVS beleidsmakers te inspireren tot een groter bewust-
zijn van de waarde van de derde levensfase, de mogelijkheden die deze levens-
fase biedt en de noodzaak om beleid veel beter af te stemmen op de wensen en
behoeften van mensen in deze levensfase. Ook hoopt de Raad jonge ouderen
te stimuleren zich tijdig te beraden op hun toekomst. Hoe wil ik oud worden?
Hoe richt ik mijn leven nu in? Hoe wil ik van betekenis zijn voor anderen, voor
de samenleving? Om dit te bereiken heeft de Raad de inspiratieagenda derde
levensfase opgesteld. Wij hopen dat deze agenda eraan bijdraagt dat
het potentieel van mensen in de derde levensfase in onze maatschappij ten
volle wordt benut.
De derde levensfase is ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
Huidig beleid voor mensen in hun derde levensfase is schaars en heeft vooral
als uitgangspunt om mensen na hun pensioen de vrijheid te geven om deze
levensfase naar eigen wens in te richten. Hoewel deze benadering recht lijkt te
doen aan de wens van veel mensen, kan de nadruk op het inrichten van de derde
levensfase als individuele verantwoordelijkheid in de praktijk ook beperkend
uitpakken. Door de inrichting van de derde levensfase selectief als individuele
vrijheid en niet als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid te beschouwen,
blijven kansen liggen voor de deelname en de bijdrage van jonge ouderen aan de
samenleving. Overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven kunnen
er meer dan nu het geval is aan bijdragen dat jonge ouderen meer maatschap-
pelijke rollen vervullen. Dat kan door drempels weg te nemen voor bijvoorbeeld
gemeenschappelijk wonen of langer betaald doorwerken.
Verzilver het maatschappelijk potentieel van mensen in de derde levensfase
De groep mensen in de derde levensfase groeit: we blijven na onze pensionering
nog vele jaren gezond en het aantal ouderen neemt toe. De grote groep ouderen
die onze samenleving rijk is, vormt een enorm potentieel dat momenteel niet
wordt benut. Zoals we in hoofdstuk 4 hebben gezien, leveren veel van de ambi-
ties van jonge ouderen een bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke
problemen, zoals de woningnood, de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg en
het onderwijs en de groeiende behoefte aan hulp en zorg van ouderen in de
vierde levensfase. Jonge ouderen willen en kunnen op allerlei domeinen een
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre> 5 — Inspiratieagenda derde levensfase                                                           55
belangrijke bijdrage leveren aan onze samenleving, zowel direct met hun eigen
handelen als indirect door het effect van hun handelen op andere groepen in
de samenleving. Deze bijdrage kunnen zij echter alleen leveren als beleid en
arrangementen hun wensen en betrokkenheid niet hinderen, maar indien nodig
juist faciliteren.
Generatiebewustzijn vereist veranderingen in beleid en andere maatschappelijke
arrangementen
Om het maatschappelijk potentieel van mensen in de derde levensfase beter
te kunnen benutten, is het nodig dat beleidsmakers, werkgevers, aanbieders
van zorg en welzijn, vrijwilligersorganisaties, de media, maatschappelijke
organisaties en het bedrijfsleven op een andere manier naar jonge ouderen
gaan kijken. De ontwikkeling en implementatie van beleid, de vormgeving van
voorzieningen, de werving van vrijwilligers enzovoort zou gepaard moeten gaan
met een zeker ‘generatiebewustzijn’: het besef dat er een grote en groeiende
groep mensen in de derde levensfase is en dat wat zij doen (en laten) gevolgen
heeft voor andere generaties en voor hun eigen toekomst. De Raad pleit voor een
toetsing van beleid en voorzieningen waarbij wordt gekeken naar mogelijkheden
om de positie van jonge ouderen in onze maatschappij te versterken en hun
keuzemogelijkheden te verruimen, en waarmee een ontwikkeling in gang gezet
wordt die ten goede komt aan (keuzemogelijkheden van) alle generaties. Deze
toetsing zou deel kunnen uitmaken van de Generatietoets om beleidseffecten
voor jongeren te toetsen, waar de Sociaal-Economische Raad recent voor pleitte.45
De toets die de RVS voorstelt, is gebaseerd op de drie waarden autonomie, ver-
bondenheid en ertoe doen, en houdt rekening met de diversiteit onder mensen
in de derde levensfase. Een belangrijke boodschap die de Raad wil meegeven,
is dat het essentieel is om in beleid rekening te houden met bijvoorbeeld
sociaaleconomische en gezondheidsverschillen. Alleen door rekening te houden
met deze en andere verschillen kan beleid daadwerkelijk aansluiten op de
behoeften van mensen in de derde levensfase. Maatschappelijke arrangementen
(beleid, voorzieningen, wet- en regelgeving) zouden daarnaast de autonomie van
jonge ouderen moeten faciliteren. De mogelijkheden voor mensen in de derde
levensfase zouden voldoende en divers moeten zijn, zodat zij de keuze hebben
om hun derde levensfase in te richten op een manier die hen past. Daarnaast
moeten maatschappelijke arrangementen beter worden afgestemd op de wens
tot verbondenheid: het gezamenlijke dient te worden gefaciliteerd. Bestaand
beleid werkt individualisering in de hand. Zelfstandig wonen is de standaard,
het vinden van geschikte activiteiten is een verantwoordelijkheid van het
45   SER Magazine, 04 2019, https://www.cnvjongeren.nl/user-files/uploads/2019/04/Generatietoets.pdf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>56                                                       RVS – De derde levensfase
individu en zorg wordt aan een individu geleverd. Tegelijkertijd vereisen veel
wensen en behoeften van jonge ouderen juist een collectieve benadering. Veel
van de wensen van mensen in de derde levensfase vereisen samenwerking
tussen lokale overheden en andere partijen of betreffen collectieve plannen,
zoals het organiseren van gemeenschappelijke woonvormen of het delen van
zorg. Beleid zou hier veel meer ondersteunend in kunnen zijn, bijvoorbeeld door
het aanmoedigen en versterken van de vorming van netwerken waarin burgers
samenwerken met de overheid, private partijen of (vrijwilligers)organisaties.
Een betere afstemming van beleid op de wensen en behoeften van mensen in
de derde levensfase draagt bij aan betekenisvolle rollen voor hen in onze maat-
schappij en steunt hen in het vinden van een rol waarin zij ertoe kunnen doen.
De goede derde levensfase is niet alleen de verantwoordelijkheid van beleidsma-
kers, maatschappelijke organisaties en anderen. Het vraagt natuurlijk ook een
bijdrage van jonge ouderen zelf. Op dit moment heeft de voorbereiding op het
pensioen voornamelijk betrekking op de financiële situatie of verzekeringen.
De Raad benadrukt dat het juist ook loont voor jonge ouderen om zich op andere
levensdomeinen voor te bereiden op de pensionering en na te denken over de
gewenste invulling van wensen en behoeften op het vlak van activiteiten, wonen
en zorg. Door bijtijds op zoek te gaan naar arrangementen die aansluiten bij de
eigen wensen, talenten en behoeften vergroten mensen hun handelingsperspec-
tief. Bovendien helpt een tijdige voorbereiding om de scheidslijn te verkleinen
tussen een vitaal en onafhankelijk bestaan en de tijd waarin afhankelijkheid
en kwetsbaarheid inzetten. Een bewuste en doordachte inrichting van de derde
levensfase genereert een langere periode van onafhankelijkheid en eigen regie,
zelfs wanneer men uiteindelijk toch kwetsbaar en hulpbehoevend wordt.
De Raad hoopt te hebben bijgedragen aan inzicht in de waarde van een goede
voorbereiding op de derde levensfase, om zo de eigen derde en zelfs vierde
levensfase in grote mate naar eigen voorkeur in te richten. De derde levensfase
is het geschenk van de eeuw. Het is zonde om dat cadeau niet uit te pakken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                           57
Literatuur
ANBO & Woonz (2016). Senioren anticiperen weinig op langer zelf-
standig wonen. Geraadpleegd via https://www.anbo.nl/nieuws/
senioren-anticiperen-weinig-op-langer-zelfstandig-wonen
Arends, J. & H. Schmeets (2018). Vrijwilligerswerk: activiteiten, duur en motieven. Den
Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Baars, J. (2017). Essay: Ouder worden, ongelijkheid en rechtvaardigheid. In: Gerōn,
Vol. 19, No. 3, pp. 6-9.
Bakker, F., A. Harps-Timmerman, M. Veerman, A. van den Berg & C. Smits (2019).
Goed leven: een holistische visie op ouder worden. In: Tijdschrift voor Positieve
Psychologie, nr. 3, pp. 35-40.
Beer, J. de & N. van der Gaag (2018). Hoe kunnen verschillen in levensverwachting
uitpakken voor een gedifferentieerde AOW-leeftijd? Geraadpleegd via http://www.
mejudice.nl/artikelen/detail/hoe-kunnen-verschillen-in-levensverwachting-uit-
pakken-voor-een-gedifferentieerde-aowleeftijd
Berg , E. van den, P. van Houwelingen & J. de Hart (red.) (2011). Informele groepen;
verkenningen van eigentijdse bronnen van sociale cohesie. Den Haag: Sociaal en
Cultureel Planbureau.
Berlin, I. (1958). Two concept of liberty. Oxford: Clarendon Press.
Bolhaar, J., R. Dillingh en D. van Vuuren (2017). Langer doorwerken: keuzes voor nu
en later. Den Haag: Centraal Planbureau.
Bonenkamp, J., W. Nusselder, J. Mackenbach, F. Peters & H. ter Rele (2013).
Herverdeling door pensioenregelingen. Netspar Design Paper 16. Tilburg: Tilburg
University.
Boone James & Wink (2006). The Third Age: a rationale for research. In: Annual
Review of Gerontology and Geriatrics, Vol. 26. New York: Springer Publishing
Company.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>58                                                         RVS – De derde levensfase
Boumans, J. & W. Swinkels (2015). Gedeeld eigenbelang: Een verkennend onderzoek
naar werkzame en belemmerende factoren van zorgcoöperaties. Tilburg: Tranzo.
Broek, A. van den, C. van Campen, J. de Haan, A. Roeters, M. Turkenburg & L.
Vermeij (2016). De toekomst tegemoet. Werken, leren, zorgen, samenleven en consu-
meren in het Nederland van later. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Bureauvijftig (2015). Woonmonitor 2015. Geraadpleegd via http://www.bureauvijf-
tig.nl/downloads/Woonmonitor%202015%20-%20openbare%20editie%20V3.pdf
Buys, A. (2018). Demografie en woningmarkt: De gevolgen van het toenemend aantal
alleenstaanden voor de woningmarkt. Amsterdam: RIGO. Geraadpleegd via https://
www.rigo.nl/wp-content/uploads/2018/05/demografie-en-woningmarkt.pdf
Campen, C. van, F. Vonk & T. van Tilburg (2018). Kwetsbaar een eenzaam. Den Haag:
Sociaal en Cultureel Planbureau.
CPB, Centraal Planbureau (2019). Ruim een kwart miljoen werkende
65-plussers. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/38/
ruim-een-kwart-miljoen-werkende-65-plussers
CPB, Centraal Planbureau (2013). Arbeidsmarkt Ouderen en Duurzame Inzetbaarheid.
Geraadpleegd via: https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/
cpb-achtergronddocument-arbeidsmarkt-ouderen-en-duurzame-inzetbaarheid.
pdf
Companen (2016). Nieuwe woonvormen voor de ouderwordende samenleving. Den
Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Denters, B., E. Tonkens, I. Verhoeven & J. Bakker (2013). Burgers maken hun buurt.
Den Haag: Platform31.
Dingemans, E. & H. van Solinge (2011). Met pensioen: wat te doen? Tijdsbesteding
van vroeggepensioneerden. In: Demos, vol. 27, pp. 4-7.
Distelbrink, M., M. de Gruijter & D. Oudenampsen (2008). Effecten van lotgenoten-
contact: Onderzoek bij de Spierziekten Nederland Vereniging. Utrecht: Verwey-Jonker
Instituut.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                           59
Doekhie, K. D., A. J. E. de Veer, J.J.D.J.M. Rademakers, F.G. Schellevis & A. L.
Francke (2014). Ouderen van de toekomst. Verschillen in de wensen en mogelijkheden
voor wonen, welzijn en zorg. Utrecht: Nivel.
Dohmen, A. (2018) Laat werk niet je identiteit bepalen. Geraadpleegd via https://
www.nrc.nl/nieuws/2018/01/05/laat-werk-niet-je-identiteit-bepalen-a1587283
Doorten, I. & P. Meurs (2015). Inrichting van de ruimte kan zelf-
redzaamheid inwoners bevorderen. Sociale Vraagstukken.
Geraadpleegd via https://www.socialevraagstukken.nl/
inrichting-van-de-ruimte-kan-zelfredzaamheid-inwoners-bevorderen/
Ellerman, D. (2001). Helping people help themselves: Towards a Theory of Autonomy-
Compatible Help. The World Bank, Policy Research Working Paper Series.
Eskinasi, M. & F. van Dugteren (2019). De spannende hoekjes van het WoON2018.
Ruimte en Wonen Special WoON2018 - Woononderzoek WoON2018 in opdracht
van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. ’s-Hertogen-
bosch: Aeneas Media B.V.
Geurts, T., A. Poortman & T. G. Van Tilburg (2012). Older parents assisting their
adult children in childcare: Does it pay off in later life? In: Journal of Marriage and
Family, Vol. 74, pp. 239-250.
Ham, M. & J. van der Meer (z.j.). De ondernemende burger; de woelige wereld van
lokale initiatieven. Utrecht: Sociale Vraagstukken.
Heaven, B., L.J.E. Brown, M. White, L. Errington, J.C. Mathers, & S. Moffatt (2013).
Supporting well-being in retirement through meaningful social roles: Systematic
review of intervention studies. In: Milbank Q, Vol. 91, pp. 222-287.
Hilhorst, P. & J. van der Lans (2013). Sociaal doe-het-zelven; de idealen en de politieke
praktijk. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact.
Houten, M. van & A. Winsemius (2010). Participatie ontward; vormen van participatie
uitgelicht. Utrecht: Movisie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>60                                                             RVS – De derde levensfase
Huijg, J.M., A.E.Q. van Delden, F.J.G. van Der Ouderaa, R.G.J. Westendorp,
J.P.J. Slaets & J. Lindenberg (2017). Being active, engaged, and healthy: Older
persons’ plans and wishes to age successfully. In: Journals Gerontology - Series B
Psychological Sciences and Social Sciences, Vol. 72, pp. 228–236.
Iersel, J. van, Liedelmeijer, K., & Buys, A. (2009). Senioren op de woningmarkt,
achtergrondrapportage. RIGO Research en Advies BV, in opdracht van VROM
VWI. Amsterdam: RIGO. Geraadpleegd via https://www.rigo.nl/wp-content/
uploads/2010/04/Senioren-op-de-woningmarkt-achtergrondrapportage.pdf
I&O Research in opdracht van Trouw (2019). De yep van tegenwoordig: de toekomst
van nieuwe ouderen. Amsterdam: Trouw.
Jonckheere, L., R. Kums, H. Maelstaf & T. Maes (2010). Samenhuizen in België :
waar staan we, waar gaan we. Gemeenschappelijk wonen : knelpunten & sporen naar
oplossingen, stand van zaken en behoeften. Antwerpen: Samenhuizen vzv.
Knipscheer, C. P. M. (2006). De uitdaging van de tweede adolescentie. Afscheidsrede
Vrije Universiteit Amsterdam.
Knipscheer, K. & J. Heldens (z.j.). De toekomst van de late middenjaren, naar een
seniore keuzebiografie. Geraadpleegd via http://www.aowscope.nl/publicaties%20
knipscheer/toekomst%20late%20middenjaren.htm
Komter, A.E. (2003). Solidariteit en de gift. Sociale banden en sociale uitsluiting.
Amsterdam: Amsterdam University Press.
Kooiker, S., A. de Jong, D. Verbeek-Oudijk & A. Boer (2019). Toekomstverkenning
mantelzorg aan ouderen in 2040. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Lange, P de & Y. Witter (2014). Hoe ouderen steeds diverser wonen. In: Gerōn, Vol. 3,
pp. 54-57.
Laslett, P. (1991). A fresh map of life: The emergence of the third age. Cambridge,
Massachusetts: Harvard University Press.
Lemmens, L., G-C. Herber, B. Schooneveldt, L. Rietman, A. Blokstra & A.
Spijkerman (2016). Goede preventieve ouderenzorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                            61
Ligtenberg, W. (2018). Interacting perspectives on ‘quality of life’ in decision-making
about ‘ageing in place’. Master Thesis. Utrecht: Utrecht University.
LVGO et al. (2017). Manifest ‘Samen leven, gemeenschappelijk wonen!’ Geraadpleegd
via: https://www.lvgo.nl/cms/wp-content/uploads/2017/11/Manifest-Samen-
Wonen-definitief.pdf.
Maat, J. W. van de (2008). Maatschappelijke participatie in de derde levensfase. ‘Je
wilt nog wel wat, maar je wilt je niet meer binden’. Masterthese. Amsterdam: Vrije
Universiteit.
Machielse, A. (2016). Afgezonderd of ingesloten? Over sociale kwetsbaarheid van
ouderen. Academisch Proefschrift. Utrecht: Universiteit van Humanistiek.
Mackenzie, C. & N. Stoljar (2000). Relational Autonomy: Feminist Perspectives on
Autonomy, Agency, and the Social Self. Oxford: Oxford University Press.
Marrangos, A.M. (2018). Maatschappelijke ondersteuning: keuzes van cliënten en
beleid van gemeenten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Mauss, M. (2002 [1954]) The gift. The form and reason for exchange in archaic socie-
ties. Londen: Routledge Classics. (Oorspronkelijke titel: Essai sur le don (1925)).
Ministerie van Binnenlandse Zaken (2018). Nationale Woonagenda 2018-2021.
Bijlage bij Kamerbrief 23 mei 2018.
Moffatt, S. & B. Heaven (2017). ‘Planning for uncertainty’: Narratives on retirement
transition experiences. In: Ageing & Society, Vol. 37, pp. 879-898.
Montizaan, R. (2017). Statistiek: Lageropgeleiden werken langer door dan
hogeropgeleiden. Geraadpleegd via: https://esb.nu/kort/20028594/
statistiek-lageropgeleiden-werken-langer-door-dan-hogeropgeleiden
Montfort, C. van, H. Griffioen, M. Bokhorst, W. Asbeek Brusse & M. de Visser (2014).
Op maat voor later. Maatschappelijke initiatieven op de snijvlakken van wonen, zorg en
pensioen. Amsterdam: Amsterdam University Press.
OESO (2017). Preventing Ageing Unequally. Parijs: OECD Publishing. Geraadpleegd
via https://doi.org/10.1787/9789264279087-en.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>62                                                             RVS – De derde levensfase
Oostrom, S. van, D. van der A, S. Picavet, L. Rietman, S. de Bruin & A. Spijkerman
(2015). Ouderen van nu en straks: zijn er verschillen in kwetsbaarheid? Bilthoven:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Oshana, M. A. L. (1998). Personal Autonomy and Society. In: Journal of Social
Philosophy, Vol. 29, no. 1, pp. 81-102.
Oudenampsen, D., H. Kamphuis, M. van Dongen, J. Homberg, & E. Kromontono
(2008). Patiënten- en Consumentenbeweging in Beeld: Brancherapport 2007. De
categoriale organisaties. Utrecht: NPCF.
Ouderaa, F. van der & J. Lindenberg (2014). Etic of emic? Vitaliteit en de ambities,
opinies en wensen van 55 plussers. In: Gerōn, vol. 16, nr. 1, pp. 28-31.
PBL (2019). Zelfstandig thuis op hoge leeftijd. Geraadpleegd via https://themasites.
pbl.nl/zelfstandig-thuis-hoge-leeftijd/
Penninx, K. (2010). Zin in meedoen; werkzame principes voor het stimuleren van
vrijwillige inzet van mensen in de derde levensfase. Utrecht: Movisie.
Penninx, K. & Y. Witter (2017). Woondromen 55+: Inspiratie- en doeboek
gemeenschappelijk wonen voor 55-plussers. Amersfoort: ActivAge.
Putnam, R.D. (2000). Bowling alone The Collapse and Revival of American Community.
New York: Simon & Schuster.
RIVM (2018). Volksgezondheid Toekomst Verkenning. Een gezond vooruitzicht.
Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Raad van Ouderen (2019). Advies Voorbereiden op ouder worden. https://www.
beteroud.nl/beteroud/media/documents/Advies-RvO-Voorbereiden-op-Ouder-
worden.pdf
Rotte, I. van de (2008). Senioren voor Zuid-Holland. Sliedrecht: IVO Vereniging van
Instellingen voor Ouderenwerk in Zuid-Holland.
RVS (2018). De zorgagenda voor een gezonde samenleving. Den Haag: Raad voor
Volksgezondheid en Samenleving.
Rijkschroeff, R., M. Stavenuiter & J.C.J. Boutellier (2006). Generatie op komst: Zorg
nu voor later. Assen: Van Gorcum.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                            63
Riessman, F. (1965). The “Helper” Therapy Principle. In: Social Work, Vol. 10, No. 2,
pp. 27-32.
Rossler, B. (2018). Autonomie. Een essay over het vervulde leven. Amsterdam: Boom.
Rusinovic, K., M. Bochove & J. van de Sande (2019). Collectieve woonvormen
voor ouderen. Een urgente opgave voor urban governance. Den Haag: De Haagse
Hogeschool.
Scholte, R. & M. Lammers (2017). Inkomenspositie ouderen. Amsterdam: SEO
Economisch Onderzoek. Geraadpleegd via http://www.seo.nl/uploads/
media/2017-09_Inkomenspositie_ouderen.pdf
Sierkstra, A. (2019). De toekomst van wonen voor ouderen – wonen met technologie in
nieuwe woonvormen. Zwijndrecht: 3Bplus BV. Geraadpleegd via https://3bplus.nl/
wp-content/ebook/OuderenWonenTechniek-gecomprimeerd.pdf
Szreter, S. (2002). The state of social capital: Bringing back in power, politics, and
history. In: Theory and Society, Vol. 31, No. 5, pp. 573-621.
Szreter, S. & M. Woolcock (2004). Health by association? Social capital, social
theory, and the political economy of public health. In: International Journal of
Epidemiology, Vol. 33 (4), pp. 650-667.
Taskforce Verzilveren (2013). Eigen haard is zilver waard. Geraadpleegd via https://
www.duidelijkehypotheek.nl/sites/default/files/downloads/Taskforce%20
Verzilveren.pdf
Tesser, P.T.M., F.A. van Dugteren & J.G.F. Merens (1998). Rapportage minderheden
1998. De eerste generatie in de derde levensfase. Den Haag: Sociaal en Cultureel
Planbureau.
Tilburg, T.G. van. (2005). Gesloten uitbreiding. Sociaal kapitaal in de derde en de vierde
levensfase. Amsterdam: Vrije Universiteit.
TNO (2017). Doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Geraadpleegd via https://
www.tno.nl/media/9440/doorwerken_na_de_aow-gerechtigde_leeftijd.pdf
Turnhout, S., F. de Jong, K. van der Veer, D. Bruijn, S. Nourozi & H. van Xanten
(2016). Wat knelt? Inventarisatie knelpunten bij burgerinitiatieven in zorg en ondersteu-
ning. Utrecht: Vilans, Movisie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>64                                                         RVS – De derde levensfase
Vijver, P. van de & D. van Bodegom (2016). Rol sociale omgeving bij gezond oud
worden. In: Gerōn, Vol. 18, nr. 4, pp. 37-40.
Winkelhof, M. van, G. Wilmink, P. Scheltens, M. Olde Rikkert, E. Scherder, K.
van ’t Land, E. Richard, B. Lahuis, G.J. BIessels & R. Wenselaar. (2019). Laten we
de duurste ziekte aanpakken – dementie. Geraadpleegd via https://www.nrc.nl/
nieuws/2019/10/21/laten-we-de-duurste-ziekte-aanpakken-dementie-a3977408
Winsemius, A.,C. Ballering, R. Scheffel & R. Schoorl (2016). Wat werkt bij sociaal en
gezond? Over de bijdrage van sociale factoren aan gezondheid. Utrecht: Movisie.
Woolcock, M. (2001). The place of social capital in understanding social and
economic outcomes. In: Canadian Journal of Policy Research, Vol. 2, pp. 1-35.
WRR, Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (2002). Weten is nog geen
doen. Een realistisch perspectief op eenzaamheid. Amsterdam: Amsterdam
University Press.
Wijdeven, T.M.F. van de (2012). Doe-democratie. Over Actief burgerschap in stadswij-
ken. Delft: Eburon.tekeneraadpleegd via: https://www.socialevraagstukken.nl/
met-een-flexibele-aow-leeftijd-kunnen-mensen-waardiger-met-pensioen/
Zwaard, W. van der, I. Doorten & A. Zarrinkhameh (2018). Talrijke ideeën over een
gezonde samenleving. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
Zwet, R. van der & J.W. van de Maat (2018). Preventie van eenzaamheid. Utrecht:
Movisie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Voorbereiding                                                                   65
Voorbereiding
De commissie die dit advies heeft voorbereid bestond uit Pieter Hilhorst (com-
missievoorzitter), Ageeth Ouwehand (raadslid, vanaf 15 augustus 2019), Greet
Prins (raadslid, tot 1 juni 2019), Aletta Winsemius en Marlies Vissers (adviseurs).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>66                                                      RVS – De derde levensfase
Geraadpleegde deskundigen
De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding van een
advies hebben niet het karakter van draagvlakverwerving. De gesprekspartners
hebben zich niet aan het advies gecommitteerd.
Sommige mensen hebben op meerdere momenten met ons meegedacht en
worden eenmaal genoemd.
Tijdens het adviestraject zijn de volgende personen geconsulteerd:
Sessie Design Thinking, 25 juli 2018
Jet Creemers			Afterworknet
Irene Edzes			                       Volmer en partners
Robin Fransman			Argumentenfabriek
Anjo Geluk - Bleumink		              Raad van Ouderen
Marlies van Ginneken		               Contour de Twern
Lonneke Gijsbers			Motivaction
Joke Hilhorst - Boot		               Ervaringsdeskundige
Liesbeth Hoogendijk		                MantelzorgNL
Sjef van der Klein			                Contour de Twern
Ieneke Kuijpers			Ervaringsdeskundige
B. Meyboom – de Jong		               Raad van Ouderen
Wieteke Nijkrake			NOHNIK Architecture and Landscapes
Dort Spierings			                    HAN University of Applied Sciences
Marieke van der Waal		Leyden Academy on Vitality and Ageing,
                                     Woonzorg Nederland
Thom van Woerkom		                    LOC zeggenschap in zorg
Denksessie, 20 november 2018
Davide Balestra			Ministerie van Sociale Zaken en
                                      Werkgelegenheid
Rienk Janssens			Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Jasper Klapwijk			                    Kantelingen BV
Lucy Kok			                           SEO Economisch Onderzoek
Lucía Lameiro García		                NOOM
Gerry Lammersen		                     Movisie
Jos van der Lans			                   Publicist
Martin van de Lustgraaf		             NFactory
Aaldert Mellema			                    CNV Publieke Zaak
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen                                      67
Monique Peltenburg		Netwerk Directeuren Sociaal Domein
Jan Smelik			                     Nederland zorgt voor elkaar
Wimjan Vink			ActiZ
Kees Wessels			Argumentenfabriek
Anna de Wit			Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                                  Sport
Gesprek met de Raad van Ouderen, 16 april 2019
M.L.I.E. Ausums – van Herten
Jan Festen
Coen van de Heuvel
Clemens Lambermont
P.M.H.M. van Lin
Ria van Loon
Herman Meinhardt
Geesje Nijhof
Gonny de Vries
Genodigdenconferentie, 8 november 2019
Carlijn van Aalst			              Raad van Ouderen
Franka Bakker			                  Hogeschool Windesheim
Agnes van Balkom		                KBO-PCOB
Sabine Blom van Assendelft        Saar aan Huis
Hennie de Boer			                 POWER Veerkracht op Leeftijd
Joost Bos			                      Raad van Ouderen
Lex van Delden			Leyden Academy on Vitality and Ageing
Marilyn Haimé			                  Raad van Ouderen
Karin Lambrechts		                ANBO
Jolanda Lindenberg		              Leyden Academy
Wim van Minnen			                 Raad van Ouderen
Elisabeth van Oostrum		           Raad van Ouderen
Susan Picavet			Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
                                  Milieu
Jan Pouw			                       Raad van Ouderen
Rohina Raghoebier		               Expert diversiteit
Theo Roes			                      Raad van Ouderen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>68                                                  RVS – De derde levensfase
Overige geraadpleegde personen
Peter Alders			Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                               Sport
Ronald Bellekom			             Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nienke Bleijenberg		           Hogeschool Utrecht
Daan Bultje			Healthy Ageing Network Northern
                               Netherlands (HANNN)
Wilbert van Bijlert		Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                               Koninkrijksrelaties
Crétien van Campen		           Sociaal en Cultureel Planbureau
Merel Gosens			Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                               Sport
Milou Joosten			VeRS
Jordy Huis			Ministerie van Sociale Zaken en
                               Werkgelegenheid
Reinier Koppelaar		Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                               Sport
Monique Leijen			Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
                               Milieu
Fons van der Lucht		Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
                               Milieu
Jan Willem van de Maat		       Movisie
Nico de Neeling			Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                               Sport
Anna Petra Nieboer		Erasmus School of Health Policy &
                               Management
Prescillia van Noort		Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                               Koninkrijksrelaties
Emile de Roy van Zuydewijn     VeRS
Joris Slaets			                Leyden Academy on Vitality and Ageing
Nardi Steverdink			            Rijksuniversiteit Groningen
Gea Sijpkes			                 Humanitas Deventer
Yvonne Witter			Aedes
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Bronvermelding infographic                                                   69
Bronvermelding infographic
Voor de infographic in dit advies zijn diverse bronnen geraadpleegd. Deze
bronnen zijn terug te vinden in onderstaande lijst. Verwijzingen naar publicaties
vindt u in de literatuurlijst bij dit advies.
Om wie gaat het?
>  Meer mensen in de derde levensfase: van 2,4 miljoen in 2018 naar 3,2 miljoen
   in 2040. Bron: CBS Statline 2018.
>  In 2018 telt Nederland 126.685 mensen van 65 jaar en ouder met een Niet-
   Westerse migratieachtergrond. Bron: CBS Statline 2018.
>  Inkomensverschillen onder ouderen: de 25% armste mensen hebben minder
   dan € 21.500 per jaar, de 25% rijkste mensen hebben meer dan € 44.500 per
   jaar (Scholte & Lammers 2017).
>  De levensverwachting van mannen is op 65-jarige leeftijd gemiddeld 19,0 jaar.
   Laagopgeleide mannen leven gemiddeld nog 17,2 jaar; hoogopgeleide mannen
   gemiddeld nog 22,4 jaar. De levensverwachting van vrouwen is op 65-jarige
   leeftijd gemiddeld 21,5 jaar. Laagopgeleide vrouwen leven gemiddeld nog 20,4
   jaar; hoogopgeleide vrouwen gemiddeld nog 24,7 jaar. Bron: CBS StatLine 2018.
Hoe wonen ze?
>  90% heeft een huis van drie kamers of meer. Van de mensen tussen de 65 en
   80 jaar heeft slechts circa 10% een woning met één of twee kamers (Van Iersel
   et al. 2009).
>  30% van de eengezinswoningen die door jonge ouderen worden bewoond is
   aanpasbaar aan eventuele toekomstige fysieke gebreken (Eskinasi & Van
   Dugteren 2019).
>  Zo’n 20% van alle ouderen woont in een seniorenwoning of appartement
   (Sierkstra 2019).
>  In 2017 waren er 1 miljoen alleenstaanden onder Nederlandse 65-plussers
   (Buys 2018).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>70                                                              RVS – De derde levensfase
Wat doen ze?
>  43% van de mensen 65+ doet vrijwilligerswerk, en besteedt hieraan gemid-
   deld 7,4 uur per week (Arends & Schmeets 2018).
>  In 2018 waren er 255.000 65-plussers met een betaalde baan. Bron: CBS 2019.46
>  Laagopgeleiden gaan acht maanden later met pensioen dan hoogopgeleiden
   (Bolhaar et al. 2017).
Hoe staat het met zorg en ondersteuning?
>  84% van de 65-75 jarigen ontvangt geen zorg of ondersteuning. 16% van
   de 65-75 jarigen ontvangt zorg of ondersteuning. Bron: De Staat van
   Volksgezondheid en Zorg.47
>  NL telt ca. 350 burgerinitiatieven (coöperaties en stadsdorpen) op gebied van
   maatschappelijke ondersteuning en zorg (Turnhout et al. 2016).
>  17% van de mensen tussen 65-75 jaar levert mantelzorg, en besteedt hieraan
   gemiddeld 12,5 uur per week. Bron: CBS 2016.48
>  Levensverwachting van mensen op 65-jarige leeftijd, in als goed ervaren
   gezondheid. Bron: Volksgezondheid en Zorg.49
46 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/38/ruim-een-kwart-miljoen-werkende-65-plussers
47 https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/zorg-en-ondersteuning
48 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/45/een-op-zeven-mantelzorgers-vindt-zichzelf-
   zwaarbelast
49 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/sociaaleconomische-status/cijfers-
   context/opleiding#node-opleidingsniveau-naar-leeftijd
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>Afkortingen                                                          71
Afkortingen
AIO		       Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen
AOW		       Algemene Ouderdomswet
BZK		       Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
cao		       Collectieve arbeidsovereenkomst
CBS		       Centraal Bureau voor de Statistiek
CPB		       Centraal Planbureau
EBB 		      Enquête beroepsbevolking
G40		       Netwerk van 40 (middel)grote steden
LVGO		      Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen
NOOM		      Netwerk van Oudere Migranten
OESO		Organisatie voor Economische Samenwerking en
            Ontwikkeling
PBL		       Planbureau voor de Leefomgeving
RIVM		      Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RVS		       Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
RVZ		       Raad voor Volksgezondheid en Zorg
SCP		       Sociaal en Cultureel Planbureau
SER		       Sociaal-Economische Raad
VNG		       Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VWS		       Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wlz		       Wet langdurige zorg
Wmo		       Wet maatschappelijke ondersteuning
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>72                                                             RVS – De derde levensfase
Publicaties
De derde levensfase: het geschenk van de eeuw.
Advies, nummer 20-01, januari 2020
Zorgen voor morgen
Bundel, nummer 19-06, december 2019
Complexe problemen, eenvoudige toegang. Botsende waarden bewuster afwegen.
Essay, nummer 19-05, december 2019
Intensieve vrijwillige hulp. Heldere grenzen aan drang in de jeugdhulp.
Advies, nummer 19-04, november 2019
De B van Bekwaam. Naar een toekomstbestendige Wet BIG.
Advies, nummer 19-03, oktober 2019
Blijk van vertrouwen. Anders verantwoorden voor goede zorg.
Advies, nummer 19-02, mei 2019.
Waarde(n)volle zorgtechnologie. Een verkennend advies over de kansen en risico’s van
kunstmatige intelligentie in de zorg.
Advies, nummer 19-01, februari 2019.
Goed leven.
Bundel, nummer 18-05, december 2018.
Plezier in bewegen.
Advies, september 2018.
Over bezorgd. Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder
jongvolwassenen.
Essay, nummer 18-04, juli 2018.
Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren.
Advies, nummer 18-03, juni 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre> Publicaties                                                                        73
WHO CARES. Ontwerpprijsvraag voor nieuwe vormen van wonen, zorg en
ondersteuning.
Briefadvies, nummer 18-02, maart 2018.
Gezien en gehoord. 17.000 ervaringen met zorg en hulp.
Essay, nummer 18-01, februari 2018.
De wereld thuis. Zeven beeldverhalen.
Bundel, nummer 17-12, december 2017.
Ontwikkeling nieuwe geneesmiddelen. Beter, sneller, goedkoper.
Advies, nummer 17-10, november 2017.
Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen.
Advies, nummer 17-09, oktober 2017.
Zorgrelatie centraal. Partnerschap leidend voor zorginkoop.
Advies, nummer 17-08, oktober 2017.
De vele kanten van eenzaamheid.
Verkenning, nummer 17-07, juli 2017.
Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen.
Advies, nummer 17-06, juni 2017.
Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg.
Advies, nummer 17-05, juni 2017.
De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.
Publicatie, nummer 17-04, april 2017.
Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen.
Advies, nummer 17-03, maart 2017.
Inkoopsafari. Verkenning van de praktijk van zorginkoop.
Verkenning, nummer 17-02, februari 2017.
Implementatie van e-health vraagt om durf en ruimte.
Briefadvies, nummer 17-01, januari 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>74                                                          RVS – De derde levensfase
Wat ik met Kerst mis. Een bundel met wisselende perspectieven over eenzaamheid.
Bundel, nummer 16-04, december 2016.
Grensconflicten. Toegang tot sociale voorzieningen voor vluchtelingen.
Essay, nummer 16-03, oktober 2016.
Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin.
Advies, nummer 16-02, mei 2016.
Verlangen naar samenhang. Over systeemverantwoordelijkheid en pluriformiteit.
Advies, nummer 16-01, april 2016.
Wisseling van perspectief. De werkagenda van de RVS.
Publicatie, nummer 15-01, december 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl       @raadRVS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>