<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Regionalisering ontrafeld
          Huidige plannen voor meer
          regionaal werken rond
          gezondheid en zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Regionalisering ontrafeld
           Huidige plannen voor meer
    regionaal werken rond gezondheid
                             en zorg
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving inspireert
en adviseert over hoe we morgen kunnen leven & zorgen.
Samenstelling Raad
Jet Bussemaker, voorzitter
Godfried Bogaerts
Erik Dannenberg
Pieter Hilhorst
Hafez Ismaili M'hamdi
Marleen Kraaij-Dirkzwager
Jan Kremer
Bas Leerink
Ageeth Ouwehand
Martijn van der Steen
Stannie Driessen, directeur
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadRVS
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Den Haag, 2022
Niets in deze uitgave mag worden openbaar
gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een
dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige
vorm door middel van druk, fotokopie, microfilm
of op welke wijze dan ook zonder toestemming
van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website      www.raadrvs.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
  Inleiding                                                           6
1 Brede inzet vanuit de zorg                                          7
2 Binnen de zorg                                                     11
  2.1   Acute zorg                                                   11
  2.2   Ambulancezorg                                                11
  2.3   Basiszorg                                                    11
  2.4   Geestelijke gezondheidszorg                                  12
  2.5   Paramedische zorg                                            13
  2.6   Farmacie                                                     13
  2.7   Geboortezorg                                                 13
  2.8   Langdurende zorg                                             13
  2.9   Netwerken rond specifieke zorgvragen                         14
3 Sociaal domein en jeugdhulp                                        16
  3.1   Jeugd                                                        16
  3.2   Beschermd wonen                                              17
  3.3   Veilig Thuis regio’s                                         17
  3.4   Centrumgemeenten vrouwenopvang en geweld in huiselijke kring 17
  3.5   Zorg- en Veiligheidshuizen                                   17
4 Gezondheidsbevordering en preventie                                18
  4.1   Publieke gezondheidszorg en crisisbestrijding                18
  4.2   Regionale preventie infrastructuur                           18
5 Overige thema’s                                                    20
  5.1   Antibioticaresistentie                                       20
  5.2   ICT                                                          20
  5.3   Aanpak arbeidsmarkttekorten                                  20
  5.4   Regionale patiënten vertegenwoordiging                       21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6
                                      Inleiding
                                      Over de volle breedte van gezondheid, zorg en sociaal domein zien we in de praktijk regionale
                                      samenwerkingsverbanden ontstaan. Daarnaast keert ‘de regio’ ook steeds vaker terug in visies,
                                      voornemens en voorstellen op nationaal niveau. Dit achtergronddocument bij het essay De regio
                                      als redding? gaat over deze uiteenlopende plannen om meer regionaal te gaan werken. Om
                                      voorbij het algemene discours van ‘meer regio’ te ontrafelen wat ze precies behelzen. Welke
                                      verandering wordt bepleit, en waarom? Liggen plannen in elkaars verlengde, of verschillen ze
                                      van elkaar? En hoe werken ze in elkaar door?
                                      Onze focus ligt op de recente plannen van nationale actoren, dus van het Rijk (ministerie van
                                      VWS), van landelijke politieke partijen en van de koepel- en brancheorganisaties van
                                      belangrijke stakeholders. We beschrijven waar en hoe er op dit moment (september 2022)
                                      regionaal wordt gewerkt en welke plannen er zijn om dit verder uit te breiden of te verstevigen.
                                      We beschrijven in dit document dus niet de beweging naar de regio die ook op veel plekken in
                                      de praktijk te zien is. Het gaat ons hier primair om de top down trend om vanuit het nationale
                                      niveau meer taken en opgaven ‘in de regio’ te beleggen of om ‘de regio’ verder te bestendigen.
                                      Zonder volledig te willen zijn geeft dit overzicht wel een zo breed mogelijk beeld.
                                      We hebben de uiteenlopende regionale plannen – een beetje kunstmatig – ingedeeld naar
                                      sectoren. We starten bij plannen om vanuit het zorgdomein domeinoverstijgende samenwerking
                                      op regionaal niveau vorm te geven. Dat gebeurde lang vooral onder de vlag van ‘De Juiste Zorg
                                      op de Juiste Plek’ en meer recent vooral via de inzet op passende zorg en het Integraal
                                      Zorgakkoord (§1). Vervolgens ontrafelen we de regionaliseringsplannen binnen afzonderlijke
                                      sectoren van de zorg (§2), het sociaal domein (§3) en het veld van gezondheidsbevordering en
                                      preventie (§4), en rond overige thema’s als ICT en clientparticipatie (§5).
                                      Deze achtergrondanalyse laat niet alleen zien hoe wijdverspreid en divers de huidige
                                      regionaliseringstendens is. Ook wordt duidelijk hoe divers de plannen zijn. Er bestaan en
                                      ontstaan parallel aan elkaar vele regionale verbanden rond verschillende thema’s, zorgvragen of
                                      zorgvormen, waarin verschillende spelers de regie hebben of zoeken. Ze groeien organisch of
                                      komen voort uit wat rond een specifiek onderwerp logisch is. De schaal van al die regionale
                                      verbanden verschilt sterk. Soms scherp afgebakend, en soms ook helemaal niet. Daarbij zien
                                      we dat de aandacht vooral uitgaat naar het opzetten van samenwerkingsverbanden tussen
                                      zorgpartijen – tussen zorgaanbieders onderling, of samen met betalers. Burgers hebben
                                      eigenlijk maar heel beperkt een plek aan tafel, en er wordt ook nog weinig ingezet op
                                      samenwerking met partijen die niet primair werken aan zorg of gezondheid.
                                      De laatste tijd lijkt daarbij de aandacht toe te groeien naar het integreren van alle regionale
                                      verbanden tot een meer gestructureerde en geïntegreerde regionale indeling. Er klinkt een
                                      meerstemmige roep om meer regio uit zowel het politieke en het ambtelijke domein als uit het
                                      veld – waarbij de zorgkantoorregio vaak wordt genoemd als logische schaal om vanuit verder te
                                      denken.
                                      Door de oogharen bezien komt regionaal werken zo steeds meer naar voren als een alternatief
                                      inrichtingsprincipe binnen de huidige stelsels. Samenwerking in de regio als tegenwicht voor de
    RVS | Regionalisering ontrafeld
                                      keerzijden van concurrentie in de zorg. Aanbieders en betalers niet langer als concurrenten van
                                      elkaar, maar als partners die samen werken aan opgaven of gedeelde uitdagingen. En in het
                                      sociaal domein lijken de plannen voor meer regionaal werken een bijstelling van het
                                      uitgangspunt van decentralisaties naar het gemeentelijke niveau. De uiteenlopende specifieke
                                      plannen dragen gezamenlijk dus ook een sluipende, maar wel fundamentele verschuiving in hoe
                                      zorg en gezondheidsbevordering zijn georganiseerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                               7
1 Brede inzet vanuit de zorg
Regio is belangrijke pijler zorgbeleid
Regionaal werken is een belangrijke pijler onder verschillende grote verandererbewegingen in
de zorg. De regio is “een belangrijke hoeksteen” in de inzet op De Juiste Zorg op de Juiste
Plek, 1 een van de vijf “richtingwijzers” voor het Kader Passende Zorg, 2 en een van de centrale
thema’s in recente Integraal Zorgakkoord. Daarbij wordt telkens de ambitie benoemd ook de
verbinding te leggen met naar het sociaal domein, preventie en gezondheidsbevordering.
Regiobeelden als basis voor de Juiste Zorg op de Juiste Plek
Centraal in de inzet op meer regionale samenwerking is sinds 2018 de ontwikkeling van
regiobeelden en regiovisies. Het rapport van de Taskforce Zorg op de Juiste Plek vormt daarbij
een ankerpunt en bouwt voort op eerdere visies van zorgverzekeraars en op de ervaringen van
regionale proeftuinen Toekomstbestendige Zorg (zie kader). Dat rapport stelt dat “een
gemeenschappelijk beeld van de opgave in de regio” essentieel is voor commitment en richting
voor de beoogde transitie. Hoewel er landelijk commitment moet zijn “dát het gebeurt” moet
het volgende auteurs in de regio gebeuren. In het rapport van de taskforce wordt ‘de regio’
overigens niet verder uitgewerkt. Er wordt losjes gesproken over “regio, gemeenten en/of wijk”
als schaalniveaus. 3
Richting de regio: toekomstbeelden van zorgverzekeraars
Sinds 2014 pleiten zorgverzekeraars voor meer “regioregie” ofwel: “een ander zorgsysteem
dat de zorg écht beter en weer betaalbaar maakt [door] de zorg anders te organiseren [en]
samen met zorgprofessionals, patienten, patientenorganisaties, inwoners, gemeenten en
werkgevers op regionaal niveau [te komen tot een nieuwe vorm van] gestructureerde
marktsamenwerking”. 4
Zo pleiten zorgverzekeraars CZ, Menzis en Zilveren Kruis in februari 2021 voor gezamenlijke,
meerjarige regionale afspraken om uitvoering te geven aan ‘de vijf zorgwetten’. Het idee is: de
twee grootste zorgverzekeraars in een regio nemen daartoe het initiatief, de verschillende
betalers (gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars) stemmen hun inkoopbeleid af, en
zorgaanbieders en welzijnsorganisaties, patientenorganisaties en burgerinitiatieven
(burgerraden) organiseren hun eigen vertegenwoordiging met mandaat. De regionale ‘tafels’
die zo ontstaan bewaken vervolgens de voortgang. Gezamenlijke (feitelijke) regiobeelden en
regiovisies zouden de onderleggers moeten vormen voor een dergelijke regionale aanpak. 5
Deze visie bouwt voort op de historische ‘kernwerkgebieden’ van verzekeraars waar ze – op
basis van de ziekenfondstijd – een sterke positie hebben. Daar contracteren verzekeraars
immers ook nu al anders, met bijvoorbeeld meer aandacht voor transities en meerjarige
contracten.
Ook in de visies van koepelorganisatie ZN nemen “zorgverzekeraars het voortouw om samen
met zorgaanbieders (regionale) plannen op te stellen voor een toekomstbestendig
zorglandschap”. 6 Al zou dit niet moeten leiden tot een publiek regionaal bestuur met
 1
    Kuipers, E. en C. Helder (2022). Visie en agenda kwaliteit van zorg: toegang tot goede zorg voor iedereen.
    Kamerstukken II, 31765 nr. 648.
 2
    Zorginstituut Nederland (2022). Kader Passende zorg.
 3
    Taskforce Zorg op de Juiste Plek (2018). De juiste zorg op de juiste plek. Wie durft?
 4
    CZ (2014). Regioregie. De weg naar betere en betaalbare zorg
 5
    CZ, Menzis & Zilveren Kruis (2021). Samenwerken aan een gezonder Nederland met goede zorg voor
    iedereen.
 6
    ZN (2020. Blijvend verzekerd van goede zorg; ZN (2022). Perspectief voor verandering. Visie
    Zorgverzekeraars Nederland op de medisch specialistische zorg.
                                                                                                             7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8
                                      ‘doorzettingsmacht’. Wel vragen de verschillende visies van zorgverzekeraars om onderzoek
                                      naar een door de overheid vastgelegde, congruente en uniforme regioafbakening.
                                      Deze richting in de toekomstbeelden van zorgverzekeraars is al eens concreet uitgewerkt door
                                      het ondersteunen en monitoren van verschillende regionale proeftuinen Toekomstbestendige
                                      Zorg aan. Het RIVM heeft de proeftuinen gedurende de jaren 2013-2018 gevolgd in de
                                      Landelijke Monitor Proeftuinen Populatiemanagement.
                                      Het rapport van de Taskforce vormt de inhoudelijke onderlegger van de hoofdlijnenakkoorden in
                                      de curatieve zorg voor de periode 2019-2022. Daarin spreken vertegenwoordigers van
                                      zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patienten ook daadwerkelijk met het ministerie van VWS
                                      af om te komen tot “een feitelijk beeld […] van de sociale en gezondheidssituatie en opgave in
                                      [ook hier nog] een regio, gemeente of wijk”. Het idee is vervolgens dat “dit beeld wordt vertaald
                                      in individuele contractering”. 7 Partijen houden daarbij dus hun eigen verantwoordelijkheid in het
                                      zorgstelsel, al is het streven voor zowel aanbieders als inkopers om daarbij congruentie na te
                                      streven.
                                      In 2019 maken ZN en VNG aanvullende bestuurlijke afspraken over de uitvoering van de
                                      hoofdlijnenakkoorden via een ‘regionale werkstructuur’. Daarin krijgen zorgverzekeraars een
                                      trekkersrol om per zorgkantoorregio te komen tot een “sluitend netwerk waarmee in elke regio
                                      de samenwerking tussen het zorgdomein en het sociaal domein tot stand komt”. 8
                                      De afgelopen jaren heeft het Rijk de ontwikkeling van regiobeelden op verschillende manieren
                                      ondersteund en gestimuleerd. De ACM heeft een beleidsregel opgesteld waarin de voorwaarden staan
                                      voor regionale samenwerking binnen de kaders van het huidige zorgstelsel. Het opstellen van een
                                      regiobeeld maakt daarin de weg vrij voor meer mogelijkheden tot samenwerking. Via regionetwerken,
                                      expertsessies, themabijeenkomsten en kennisdeling biedt het ministerie van VWS regionale verbanden advies
                                      op maat. Sinds 2019 ondersteunt en stimuleert de NZa negen specifieke regionale
                                      samenwerkingsexperimenten. 9 Het ZonMw-programma Juiste Zorg Op de Juiste Plek biedt regionale
                                      samenwerkingsverbanden daarnaast financiële ondersteuning. Specifiek voor het inhuren van externe
                                      expertise bij het ontwikkelen van een regiobeeld kon in 2019/2020 subsidie worden aangevraagd in de vorm
                                      van een voucher. RIVM voert ten slotte een lerende evaluatie uit van het proces van regionale samenwerking.
                                      Op 31 juli 2020 publiceert Berenschot in opdracht van VWS een stand van zaken van dit proces.
                                      Er waren toen 241 regiobeelden ontwikkeld, met grote verschillen in opzet, reikwijdte en
                                      thematiek. Wel concluderen de onderzoekers dat verzekeraars een leidende rol hebben en dat
                                      veel regiobeelden vooral een ‘medisch-curatief’ perspectief hebben. Vooral ziekenhuizen,
                                      huisartsen en vvt-instellingen zijn aangehaakt, maar ggz, ggd en welzijnsinstellingen “minder
                                      vanzelfsprekend”. Gemeenten en clienten zijn slechts “soms actief betrokken”. Regiobeelden
                                      zijn dan ook “niet altijd door alle partijen gedragen” en de stap om van regiobeelden via
                                      regiovisies naar een regionale aanpak te komen is veelal nog niet in de praktijk gebracht.
                                      Verdergaande plannen
                                      Een aantal recente moties in de Tweede Kamer vraagt aandacht van de minister van VWS voor
                                      de gebleken tekortkomingen in het proces rond de ontwikkeling van regiobeelden, zoals de
                                      gebrekkige betrokkenheid van inwoners, 10 het belang van heldere voorwaarden waaraan een
                                      regiobeeld moet voldoen 11 en een meer effectieve en congruente regio-indeling. 12 De oplossing
                                      wordt zo in verdere formalisering van de regio van bovenaf gezocht.
    RVS | Regionalisering ontrafeld
                                       7
                                            Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022 (4 juni 2018)
                                       8
                                            VNG (2019) Ledenbrief over regionale samenwerking gemeenten en zorgverzekeraars.
                                       9
                                            Regionale experimenten | Nederlandse Zorgautoriteit (nza.nl)
                                       10
                                            Motie van het lid Van den Berg (CDA)over inwoners actief betrekken bij het opstellen van regiobeelden c.q.
                                            regiovisies, Kamerstukken II 29689 nr. 1117
                                       11
                                            Gewijzigde motie van het lid Bergkamp c.s. over heldere voorwaarden aan ieder regiobeeld, Kamerstukken II
                                            31016, nr.
                                       12
                                            Motie van het lid Bergkamp c.s. over onderzoek naar een meer effectieve en congruente bestuurlijke regio-
                                            indeling, Kamerstukken II 35570 XI, nr. 138
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                                                      9
Het ministerie van VWS schetst in de discussienota Zorg voor de Toekomst (december 2020)
een aantal mogelijke beleidsopties voor het nieuwe kabinet, in meer of mindere mate
ingrijpend, om de inzet op regiobeelden verder door te ontwikkelen. Ook pleiten de
verkiezingsprogramma’s van uiteenlopende politieke partijen voor de Tweede
Kamerverkiezingen van 2021 in verschillende vormen voor verdergaande regionale
samenwerking. Bijvoorbeld via ‘regionale regisseurs met doorzettingsmacht’ (PvdA), een
‘regionaal zorgplan- en budget’ (GroenLinks, D66) of ‘regionale zorgraden’ (CU). 13 De plannen
van de rechtse partijen draaien daarbij vooral op het stimuleren van regionale samenwerking
binnen het stelsel, de linkse partijen bepleiten meer actieve overheidsbemoeienis. Hun plannen
om meer met de regio te doen lijken dus ook een ingrijpende stelselverandering in te houden.
Tegen deze achtergrond is in het huidige coalitieakkoord afgesproken: “De planbare en acute
zorg moet toekomstbestendig gemaakt worden. Aan de hand van de juiste zorg op de juiste
plek vragen wij de Nationale Zorgautoriteit (NZa) regiobeelden op te stellen, die kunnen leiden
tot een herschikking van het zorglandschap waarbij een integraal aanbod en passende zorg over
domeinen heen voor iedereen in Nederland ongeacht woonplaats de normen zijn.” De NZa lijkt
hierin dus de leidende rol van verzekeraars over te moeten gaan nemen.
In een voortgangsbrief van 18 oktober 2021 schrijft de minister van VWS op basis van deze
frase in het regeerakkoord dat nu de omslag moet worden gemaakt van “zaken in gang zetten,
enthousiasmeren en pionieren, [naar] echte transformatie in de praktijk, implementatie en
organiseerbaarheid”. Ook in zijn hoofdlijnenbrief stelt hij dat “regionaal samenwerken minder
vrijblijvend moet worden”. Daarbij kondigt hij aan “samen met de NZa, Zin en RIVM, de regio’s
beter [te gaan] ondersteunen in de domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden. Met kennis,
aanpassen van kaders waar nodig en opschalen van goede initiatieven, onder andere ook op het
gebied van data”. In een onderliggend, eigen onderzoek trekt VWS zelf ook eigen lessen, met
o.a. als aanbevelingen (aan zichzelf) om voor de zorgkantoorregio te kiezen “als herkenbaar
knooppunt en uitgangspunt voor regionaal beleid”, nieuwe financiele prikkels en
bekostigingsvormen in te stellen en versneld te werken aan gegevensuitwisseling.
In deze uitwerking van het coalitieakkoord lijkt de voorziene spelverdeling dus wel iets te zijn
veranderd. Anders dan dat de NZa het opstellen van regiobeelden gaat overnemen van
veldpartijen, zal de NZa vooral actiever gaan monitoren hoe het gaat, en komt zij met
“aanvullende minimumeisen over de inhoud en opzet van de regiobeelden”, onder andere ten
aanzien van deelnemende partijen en te behandelen onderwerpen. 14
Kader Passende Zorg en Integraal Zorgakkoord geven nieuwe impuls
Als nieuw ankerpunt voor nieuw zorgebeleid heeft de minister van VWS het Zorginstituut
Nederland verzocht om een door het veld gedragen Kader Passende Zorg op te stellen. Dit
beschrijft de beoogde beweging en wat de overheid daarbij van iedereen verwacht. Het vormt
de basis voor wat er te doen staat, inclusief het af te sluiten Integraal Zorgakkoord. In zijn
opdracht geeft de minister regionale samenwerking als een van de vijf richtingwijzers voor een
toekomstbestendig zorgstelsel, en ook het kader stelt dat passende zorg vraagt om “regionale
samenwerking tussen zorgverleners, zorgorganistaties, patienten, zorgverzekeraars en
zorgkantoren, burgers en overheden”. Voor zorgorganisaties bepleit het kader “(mee)werken
aan (regionale) netwerkvorming met partners binnen en buiten de zorg” en zorgverzekeraars
moeten dit via hun inkoop stimuleren, onder andere via onderling volgbeleid en het belonen van
regionale samenwerking die bijdraagt aan passende zorg. Ook komt opnieuw het belang van
regiobeelden en regionale afspraken terug, waarop de overheid actief regie zal nemen op de
voortgang.
De lijn uit het Kader Passende Zorg en de inzet van de minister van VWS komen terug in het
recent ondertekende Integraal Zorgakkoord. Daarin wordt afgesproken dat partijen
  13
     De verkiezingsprogramma’s en de Zorg (Deel I): Marktwerking of samenwerking: van functionele naar territoriale
     decentralisatie? - Guus Schrijvers
  14
     Kuipers, E. (2022). Kamerbrief met reactie op rapport domeinoverstijgende samenwerking in de zorg.
                                                                                                                    9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10
                                   regiobeelden maken (nu expliciet per zorgkantooregio) op basis waarvan zij “concrete
                                   regioplannen” opstellen.
                                   Dat proces wordt in het akkoord verder uitgewerkt. Voor zowel regiobeelden als regioplannen
                                   zullen nu “criteria” worden opgesteld over beschikbare data, onderwerpen die aan bod moeten
                                   komen, koppeling met het gemeentelijk domein en hoe ze transparant worden gemaakt, die
                                   uiteindelijk moeten leiden tot een “beleidskader regionale samenwerking”. Partijen zullen “door
                                   middel van mandaat” vertegenwoordigd zijn, waarbij ook expliciet welzijnsorganisaties,
                                   gemeenten en patientenorganisaties benoemd worden. Waarbij “zorgverzekeraars,
                                   zorgprofessionals, zorgaanbieders en gemeenten [een] gedeelde verantwoordelijkheid” hebben,
                                   het bewonersperspectief moet worden betrokken, maar waarbij de marktleider verzekeraar in
                                   een regio het initiatief neemt samen met de leidende gemeente in een regio. Als ze er in een
                                   regio niet uitkomen, wordt dit in een “bestuurlijk IZA kwartaaloverleg” besproken en kunnen zij
                                   “escaleren naar de NZa”. De overheid “verbindt zich tot een aantal randvoowaarden, zoals het
                                   oplossen van knelpunten zoals bekostiging, het (financieel) ondersteunen van
                                   (domeinoverstijgende) samenwerkingsverbanden en het beschikbaar stellen van basisdata en
                                   regioanalyse.
 RVS | Regionalisering ontrafeld
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                                  11
2 Binnen de zorg
2.1     Acute zorg
Aanbieders betrokken bij acute zorg nemen deel aan Regionale Overleggen Acute Zorg
(ROAZ). Deze overleggen zijn sinds juni 2021 wettelijk verankerd in het Uitvoeringsbesluit
Wkkgz. Met deze nieuwe juridische ophanging zijn de wettelijke regels uitgebreid “om de
huidige gang van zaken rondom de [gegroeide] regionale samenwerking vast te leggen”. Het
zijn nu “rechtstreeks werkende verplichtingen” voor zorgaanbieders.
De regio wordt gedefinieerd als “het gebied waarbinnen een traumacentrum verantwoordelijk is
voor het organiseren van traumazorg”. Omdat er elf ziekenhuizen zijn met een functie als
traumacentrum, zijn er ook 11 ROAZ-regio’s. Deze regionale verbanden zijn verenigd in het
Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ). De elf traumacentra zijn voorzitter van de ROAZ regio’s
en organiseren een regionaal overleg, met als doel afspraken te maken over de beschikbaarheid
en bereikbaarheid van acute zorg. Het besluit uit 2021 schrijft voor welke andere aanbieders bij
dit overleg zijn betrokken, en behelst regels over de betrokkenheid en het informeren van
zorgverzekeraars en van ketenpartners rond de instroom en uitstroom van acute zorg, zoals
huisartsen en verpleeghuizen.
Het ministerie van VWS heeft in juli 2020 een houtskoolschets (discussiestuk) gepubliceerd voor
de toekomst van de acute zorg. Daarin staat opnieuw “een regionale benadering” centraal, op
basis van de bestaande ROAZ-regio’s. Ook in die toekomstplannen hebben de traumacentra de
regierol. Aanvullend wordt gesproken over het oprichten van “regionale meldkamers” om triage
te stroomlijnen en een regionaal aanbod van “integrale spoedposten”. De afgelopen jaren is in
verschillende regio’s al geëxperimenteerd met dergelijke operationele regionale samenwerking
in de acute zorg. Recent heeft minister Kuipers aangekondigd regionale samenwerking rond
triage en doorverwijzing vanaf 1 juli 2023 structureel te willen beleggen bij op te richten
‘regionale zorgcoördinatiecentra’ (ZCC), gekoppeld aan de ROAZ regio’s. In het Integraal
Zorgakkoord is afgesproken dat hiervoor verschillende scenario’s zullen worden uitgewerkt.
2.2     Ambulancezorg
Sinds 1971 is er een landelijke dekkende structuur van ambulanceregio’s. Tot 2013 in veertig
Centrale Posten Ambulancezorg (CPA), waarbij provincies verantwoordelijk zijn voor spreiding
en capaciteit. Sindsdien, met de inwerkingtreding van de Wet Ambulancevoorzieningen in de
vorm 25 Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV). 15 Met deze wet (in 2020 zonder
tijdelijke tijdsspanne vastgelegd) wordt één organisatie verantwoordelijk is voor het verlenen
van ambulancezorg en het in stand houden van de Meldkamer Ambulancezorg in een regio. De
25 ambulanceregio’s sluiten aan bij de 25 veiligheidsregio’s in Nederland.16
2.3     Basiszorg
De eerste lijn is van zichzelf versnipperd: huisartsen, diverse paramedische professionals,
steeds meer ook digitale zorg. Om structuur in die versnippering te brengen, de
“organisatiegraad te verhogen”, werken steeds meer eerstelijnsprofessionals en organisaties
met elkaar samen in de regio. 17 De intensiteit van samenwerking verschilt wel sterk door het
land.
Eerstelijnsorganisaties worden bij deze samenwerking ondersteund door onafhankelijke
Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS). Daarvan zijn er vijftien, voor vijftien regio’s,
  15
     https://www.ambulancezorg.nl/nieuws/wet-ambulancezorgvoorzieningen-na-7-jaar-een-feit
  16
     Ambulancezorg in Nederland - Witte Kruis
  17
     De oplossing ligt soms een deur verder - Morgens
                                                                                               11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12
                                   samenwerkend in een landelijk ROS-netwerk. Zij ontvangen daarvoor een vergoeding van de
                                   preferente verzekeraar in hun regio op basis van premiegelden van verzekerden.
                                   Daarnaast hebben preferente verzekeraars de mogelijkheid om regionale samenwerking in de
                                   eerste lijn te versterken op basis van de Beleidsregel regionale ondersteuning eerste lijn. 18 Voor
                                   de huisartsenzorg bestaat sinds 2018 een betaaltitel Organisatie & Infrastructuur (O&I)
                                   Regiomanagement “om afspraken te maken over aanvullende investeringen in
                                   multidisciplinaire samenwerkingsverbanden met bijbehorende ondersteuningsstructuur met als
                                   doel de optimalisatie van samenwerking tussen eerstelijns zorgaanbieders op regioniveau”. 19
                                   Door de brancheorganisaties in de eerste lijn (InEen, LHV en NHG) is eind 2019 een visie
                                   ontwikkeld op verdere ‘Regionale samenwerking en organisatievorming in de huisartsenzorg’.
                                   Ze stellen dat “structurele samenwerking in de regio niet langer vrijblijvend kan zijn. Structurele
                                   samenwerking en regionale planvorming krijgen bij voorkeur vorm binnen één regionale
                                   huisartsenorganisatie, waar mogelijk en gewenst kan deze worden uitgebreid met andere
                                   ketenpartners in de eerste lijn, met de tweede lijn, GGZ, Wlz-aanbieders en/of het sociaal
                                   domein.” In deze visie werken ze de kernpunten van hoe zo’n “regionaal huisartsenzorgnetwerk
                                   (RHN) of liefst in een regionale huisartsenorganisatie (RHO)” eruit zou moeten zien. Onderdeel
                                   daarvan is de functie van “gemandateerd aanspreekpunt” in besprekingen met zorgverzekeraars
                                   en andere partners.
                                   2.4      Geestelijke gezondheidszorg
                                   Sinds 2020 vindt de inkoop van acute ggz regionaal plaats via representatie. Eén
                                   zorgverzekeraar voert de gesprekken namens de andere zorgverzekeraars met de grootste ggz-
                                   instelling in een regio als budgethouder. Bekostiging loopt vervolgens via een
                                   beschikbaarheidsvergoeding voor de benodigde capaciteit in een regio. 20 Zo wordt inhoud
                                   gegeven aan de zorgstandaard Acute psychiatrie of Generieke Module acute psychiatrie (GMAP).
                                   Daarin wordt structureel bestuurlijk overleg op regionaal niveau tussen betrokken ketenpartners
                                   genoemd als belangrijke randvoorwaarde voor goede zorg, onder andere over processen van
                                   triage en beschikbaarheid van crisisvoorzieningen. In 2018 zijn er 28 regio’s acute psychiatrie,
                                   waarbij het voornemen uit de zorgstandaard is om betere aansluiting te zoeken bij bestaande
                                   overlegstructuren in de acute zorg (ROAZ). De NZa heeft recent geadviseerd om regionaal (ook)
                                   meer werk te maken van duidelijke “regioplannen” met een langetermijnvisie over bijvoorbeeld
                                   preventie en arbeidsmarktproblematiek. 21
                                   Ook op andere plekken binnen de ggz wordt al regionaal gewerkt. Ten aanzien van de hoog
                                   complexe ggz is in 2020 gestart met de uitvoering van een plan voor een “landelijk sluitend
                                   netwerk van regiotafels, waarin experts vanuit bijvoorbeeld zorgaanbieders en zorgverzekeraars
                                   samen mensen met hoog complexe zorgvragen gaan helpen aan een geschikte behandelplek in
                                   het licht van lange wachtlijsten. 22 Daarbij is ook een mechanisme voor regionale
                                   doorzettingsmacht opgenomen. Dat betekent dat de minister van VWS kan ingrijpen als partijen
                                   in de regio er zelf niet uitkomen. 23 Ook rond de ambulantisering in de ggz wordt regionaal
                                   samengewerkt, zoals de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen laat zien. Deze studiegroep
                                   adviseert dergelijke regionale samenwerking landelijk meer te faciliteren, onder ander door
                                   betere bekostiging, doorzettingsmacht te beleggen en bijv. een rol voor centrumgemeenten om
                                   gesprekken regionaal te faciliteren.
                                   In de Discussienota toekomst zorglandschap ggz stelt het ministerie van VWS ook in algemene
 RVS | Regionalisering ontrafeld
                                   zin tot doel dat op regionaal niveau het zorgaanbod goed afgestemd op de zorgvraag, waar
                                   mogelijk door te werken in netwerken. Een concrete invulling daarvan zijn “regionale
                                    18
                                         Beleidsregel regionale ondersteuning eerstelijnszorg (BR/REG-20146)
                                    19
                                         https://ineen.nl/thema/regionale-samenwerking/organisatie-infrastructuur/
                                    20
                                         NZa wil duidelijkere regioplannen voor acute ggz - Skipr
                                    21
                                         NZa wil duidelijkere regioplannen voor acute ggz - Skipr
                                    22
                                         Ooijen, M. van (2022). Kamerbrief over ggz. Kamerstukken II 25424 nr. 525.
                                    23
                                         https://www.zn.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht?newsitemid=7361593344
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                 13
voorzieningen om triage en toegang tot de ggz te verbeteren, zogenaamde screenteams [die]
instroom, doorstroom en uitstroom optimaal coördineren [en] inhoudelijk adviseren over
passend zorgaanbod (denk aan zorgverzekeraars, gemeenten”. Ze worden geacht “hét
schakelpunt tussen verschillend zorgaanbod […] in een regio” te vormen.
2.5     Paramedische zorg
Het “verhogen van de organisatiegraad” van de paramedische zorg is één van de afspraken uit
het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord 2019-2022 voor deze sector. Daarvoor is het programma
‘Organisatiegraad paramedische zorg. Samen sterk in de regio’ in april 2020 van start gegaan
(van VWS, ZN, NZa en paramedische organisaties). Vanuit het doel “om in de regio effectieve
afspraken te kunnen maken over het leveren van de Juiste Zorg op de Juiste Plek, is het
wenselijk dat paramedici georganiseerd zijn en gezamenlijk een visie op de (paramedische) zorg
in de regio kunnen vormen.” 24 Daarbij gaat het om “mandaat voor de paramedie, zodat
zorgvraagstukken in de regio gezamenlijk kunnen worden aangepakt”. Daartoe zijn in 2020 vier
pilotregio’s gestart, die, ondersteund door het landelijke ROS-netwerk, “een regiobeeld”
opgesteld hebben voor de paramedische zorg.
2.6      Farmacie
De KNMP publiceerde onlangs de Visie regionale samenwerking in de farmaceutische zorg 2022.
Daarin reageert de brancheorganisatie op het feit dat partners als zorgverzekeraars en
huisartsengroepen zich steeds meer op de regio richten. Het creëert voor hen het belang “in een
soortgelijke schaalgrootte en met hetzelfde mandaat [te] acteren als andere partijen” om zo
hun positie te versterken. Daartoe wordt gepleit om uiterlijk eind 2023 te komen tot regionale
apothekersorganisaties (RAO) met in ieder geval “één juridische entiteit met elkaar, één
aanspreekbare eenheid in de regio [en] een gezamenlijk doel”. Dit als wenselijke, meest
intensieve niveau van vier geschetste niveaus van samenwerking. In december 2021 is 87%
van de openbare apotheken al lid van in totaal 51 regionale organisatie van diverse omvang. D
2.7     Geboortezorg
In de vorm van Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV) bestaan regionale
netwerken van organisaties van verloskundigen, kraamzorg, gynaecologen en andere
geboortezorgprofessionals. Gezamenlijk stellen zij het kwaliteitsbeleid rondom uitvoering van de
zorg rond zwangerschap en geboorte vast. VSV’s zijn veelal gecentreerd rond ziekenhuizen. Op
dit moment zijn er 71 VSV’s in Nederland, waarvan er zich acht hebben doorontwikkeld tot
‘integrale geboortezorgorganisatie’. Het ministerie van VWS heeft plannen om deze ontwikkeling
verder te stimuleren door de invoering van integrale bekostiging in de geboortezorg. Naast deze
VSV’s bestaan er in veel regio’s ook Kraamzorg Samenwerkingsverbanden (KSV), die de
kraamzorgorganisaties met één stem (mandaat) vertegenwoordigen in het VSV. Ook bestaat er
in de vorm van het Landelijk Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg een netwerk van 7
regionale consortia geboortezorg, gericht op kennis en onderzoek, gestimuleerd door het
ZonMw programma Zwangerschap en geboorte.
2.8     Langdurende zorg
In algemene zin bestaan er 31 zorgkantoorregio’s, de regionale indeling waarbinnen
zorgkantoren langdurige zorg inkopen.
Sinds 2019 ondersteunt het ministerie van VWS ook regionale samenwerking in de
verpleeghuiszorg via het Actieprogramma Waardigheid en trots in de regio. De focus ligt op
instelling overstijgende vraagstukken in deze sector, zoals arbeidsmarktproblematiek. Daartoe
wordt onder andere op basis van een monitor over de geplande zorgcapaciteit versus de
verwachte vraagontwikkeling gewerkt aan “regioplannen”. 25
  24
     Programma ‘Organisatiegraad Paramedische Zorg’ van start - ZONH
  25
     ZN brengt plannen verpleegzorgopgave regionaal in kaart - Zorg&Sociaalweb
                                                                                              13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14
                                   Ouderenzorg thuis wordt gefaciliteerd door netwerken integrale ouderenzorg, waarin
                                   aanbieders regionaal “een samenhangend aanbod van zorg en ondersteuning bieden, inclusief
                                   welzijnsactiviteiten”. Deze netwerken zijn veelal bottom-up ontstaan, en uit een recente
                                   inventarisatie van RIVM blijkt dan ook een grote diversiteit: ze zijn soms lokaal of op
                                   wijkniveau, vaak op regionaal niveau. Soms zijn ze specifiek gericht op ouderen, soms zijn ze
                                   ook breder, en omvatten ze bijvoorbeeld ook aanbieders van gehandicaptenzorg. Vaak zijn het
                                   vooral verbanden van aanbieders, soms zijn ook cliënten en betalers betrokken. Verschillende
                                   netwerken streven uiteenlopende doelen na en werken met een scala aan interventies. Vanuit
                                   het Netwerkbureau Langer Thuis (VWS-programma Langer Thuis) worden deze netwerken
                                   ondersteund. 26
                                   Na de coronacrisis zijn onder andere in Noord-Brabant en Rotterdam-Rijnmond – naar analogie
                                   van de ROAZ overleggen in de acute zorg – Regionale Overleggen Niet Acute Zorg
                                   (RONAZ) opgetuigd. Deze overleggen richten zich op het coördineren van de zorg van
                                   organisaties voor de langdurige zorg in verpleeghuizen en thuiszorg. Alzheimer Nederland pleit
                                   naar aanleiding van het OVV-rapport over de eerste maanden van de coronacrisis ook voor het
                                   opzetten van “regionale thuishulpcoördinatiepunten” voor thuiszorg (dementie), naar
                                   analogie van de rol die LNAZ en ROAZ hebben gespeeld bij spreiding patiënten tijdens
                                   coronacrisis en voortbouwend op een voorbeeld hiervan in Zuid-Limburg. 27
                                   2.9     Netwerken rond specifieke zorgvragen
                                   Intensive Care netwerken
                                   De nieuwe kwaliteitsstandaard Organisatie van Intensive Care (2016) beschrijft de voorwaarden
                                   voor de organisatie van IC-zorg. Daarin is regionale samenwerking een belangrijk onderdeel,
                                   tegen de achtergrond van kwaliteitsborging bij schaarse mensen en middelen. In de zomer van
                                   2019 is het Zorginstituut Nederland een onderzoek gestart naar regionale netwerkvorming van
                                   IC’s. Vanwege corona is publicatie echter uitgesteld. 28
                                   Transmurale samenwerking
                                   Er zijn de afgelopen jaren uiteenlopende regionale transmurale netwerken ontstaan rond
                                   specifieke zorgvragen of typen zorg. Die zijn vaak gestimuleerd door nieuwe bekostigingstitels,
                                   zoals keten-dbc’s. Ook bouwen ze voort op het idee van netwerkgeneeskunde zoals
                                   gepropageerd door onder andere de Federatie Medisch Specialisten, met de “medisch specialist
                                   onderdeel van een netwerk rondom de patiënt”, waarbij digitale en fysieke netwerken
                                   [ontstaan] op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau”. Voorbeelden zijn:
                                    •     Regionale oncologienetwerken. NFU (Citrienfonds) en ZonMw investeren vanaf 2019 in
                                          het opzetten van netwerken tussen oncologische specialisten uit meerdere regionale
                                          ziekenhuizen en de eerste lijn. Dit proces wordt begeleid door de Taskforce Oncologie.
                                          Aanleiding zijn te behalen volumenormen. De zorgstandaard Kanker schetst ook een visie
                                          van (regionale) transmurale netwerken. Voldoen netwerken ook aan internationale
                                          standaarden rond bijv. onderzoek en expertise, dan dragen zij ook wel de internationale
                                          titel Comprehensive Cancer Networks (CCN).
                                    •     Regionale paramedische en psychosociale oncologienetwerken of
                                          Oncologiezorgnetwerken 29 zijn regionale netwerken voor het opvangen van de gevolgen
 RVS | Regionalisering ontrafeld
                                          van kanker in de thuissituatie. Deze worden gestimuleerd met een subsidie van ZonMw.
                                          Binnen het Nationaal Actieplan Kanker en de Taskforce Cancer Survivorship Care gaat het
                                          Landelijk Overleg Paramedische en Psychosociale Oncologische Zorg (LOPPSOZ) aan de
                                    26
                                         Regionale Zorgnetwerken - Netwerkbureau Langer Thuis
                                    27
                                         'Overheid moet regionale zorgcoördinatiepunten opzetten als voorbereiding op volgende crises' - Skipr
                                    28
                                         Onderzoek naar regionale netwerkvorming IC’s | Publicatie | Zorginstituut Nederland
                                    29
                                         Oncologiezorgnetwerk - IKNL | Verwijsgids Kanker
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                                         15
       slag met het verder opzetten van deze regionale netwerken. Op dit moment bestaan er
       zo’n 40 van deze netwerken, vooral in Gelderland en Zuid-Holland.
  •    Netwerken Oogheelkunde. In 2016 hebben betrokken brancheorganisaties een
       handreiking opgesteld voor regionale samenwerking in de oog zorg. Met een
       informatiekaart stimuleert JUMP (JZOJP programma van NVZ) regionale netwerkvorming
       binnen oogheelkunde (huisarts, optometrist, oogarts). In verschillende regio’s lopen
       pilots. 30
  •    Regionale cardiologienetwerken of NVVC Connect zijn gericht op acute hartschade,
       zoals hartfalen, acuut coronair syndroom en atriumfibrilleren.
  •    ParkinsonNet bestaat uit 70 regionale, zelfstandige (digitale) netwerken waarin
       zorgverleners samenwerken, bijeenkomsten organiseren en werken aan betere Parkinson
       zorg. Iedere regio heeft een of meerdere regiocoördinatoren.
  •    Ook in de MS zorg (op dit moment zo’n 20 regionale netwerken) en zorg rond CVA/NAH
       wordt regionale netwerkvorming van betrokken zorgverleners door voortrekkers op
       landelijk niveau gestimuleerd.
Palliatieve zorg
Voor palliatieve zorg zijn 65 regionale Netwerken Palliatieve Zorg (NPZ) ontstaan om
tegenwicht te bieden tegen versnippering in het zorglandschap. Deze “formele en duurzame
samenwerkingsverbanden” 31 hebben tot doel interdisciplinaire palliatieve netwerkzorg in een
bepaalde regio te bevorderen, bijvoorbeeld door te zorgen voor voldoende (gevarieerd)
zorgaanbod, of door aanbod op elkaar af te stemmen. De palliatieve zorgnetwerken hebben vier
kerntaken: coördineren, knelpunten signaleren, belanghebbenden informeren en oplossingen
faciliteren. Ze opereren op zowel operationeel, tactisch en strategisch niveau. De netwerken zijn
landelijk dekkend en hebben Stichting Fibula als landelijke koepelorganisatie. Sinds 2007
worden de netwerken gefinancierd uit de Regeling Palliatieve Terminale Zorg van het ministerie
van VWS (instellingssubsidie). Deze regeling is in 2021 opnieuw met vijf jaar verlengd. In 2019
is een rapport uitgekomen van de Denktank Netwerken Palliatieve Zorg, waarin wordt gepleit
voor stevigere institutionalisering van de netwerken. Onder andere via kwaliteitscriteria
waaraan elk netwerk zou moeten voldoen, het leggen van verbindingen met andere regionale
netwerken en het opzetten van transmuraal werkende teams onder het netwerk.
Dementiezorg
Tegen de achtergrond van het groeiend aantal mensen met dementie is vanaf 2004 in
opeenvolgende landelijke beleidsprogramma’s gericht op dementie(zorg) regionale
samenwerking tussen aanbieders van dementiezorg in Zvw, Wmo en Wlz een belangrijke
pijler. Bijvoorbeeld via een handreiking voor het opzetten van netwerken en nieuwe betaaltitels
is ondersteuning geweest voor de oprichting van regionale dementienetwerken. De netwerken
verschillen onderling op het gebied van governance, duurzaamheid en financiering. Vaak
worden ze bekostigd door zorgverzekeraars. Voor de periode 2021-2025 ontvangen de
regionale netwerken subsidie van het ministerie van VWS. 32 De netwerken worden sinds 2017
ondersteund door het overkoepelende Dementie Netwerk Nederland (DNN). In de Nationale
Dementiestrategie 2021-2030 is onder andere de verdere professionalisering en ontwikkeling
van de regionale netwerken voor dementiezorg voorzien. Hiervoor heeft DNN in november 2020
een plan van aanpak ingeleverd bij VWS. Dat plan schetst als toekomstbeeld de netwerken als
“eigenstandige samenwerkingsverbanden” met alle partijen vertegenwoordigd en structureel
gefinancierd.
  30
     Taakverschuiving | Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (oogheelkunde.org)
  31
     Netwerken Palliatieve Zorg (palliaweb.nl)
  32
     Kamerbrief over Voortgang Nationale Dementiestrategie 2021 – 2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
                                                                                                      15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16
                                   3 Sociaal domein en jeugdhulp
                                   Gemeenten werken intensief samen bij de uitvoering van hun taken in het sociaal domein. Dat
                                   heeft geleid tot in totaal 260 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, vaak als
                                   zelfstandige regionale organisatie in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
                                   Ze richten zich vooral op de uitvoering van gemeentelijke taken, zoals inkoop of administratie. 33
                                   In een Kamerbrief over de toekomst van het openbaar bestuur beschrijft minister Ollongren van
                                   Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties haar zorgen over dit “sluimerende proces van
                                   regiovorming”. Ze ziet een risico dat de regio juist verder van de burger af komt te staan.
                                   Daarbij is haar strategie: “Ik kies er […] niet voor om een bestuurlijk eindbeeld te schetsen voor
                                   de regio, maar om gemeenten (en daar waar nodig ook provincies en waterschappen) beter toe
                                   te rusten en daarmee de positie van gemeenten te versterken binnen de bestaande bestuurlijke
                                   hoofdstructuur. Op die manier wil ik het proces van regiovorming bijsturen.” Daarbij gaat het
                                   onder andere om een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) om
                                   democratische legitimatie te versterken (per 1 juli 2022 in werking). Ook maakt ze meer
                                   varianten voor samenwerking mogelijk, wil ze verplichte samenwerking rond specifieke
                                   onderwerpen beperken en kijkt ze naar minder ingrijpende vormen van samenwerking tussen
                                   gemeenten.
                                   Aan de andere kant schetst staatssecretaris Van Ooijen in zijn hoofdlijnenbrief over de Wmo in
                                   maart 2022 juist als lange termijn vraagstuk voor de Wmo: “sommige taken kunnen mogelijk
                                   beter op (boven)regionaal niveau georganiseerd worden, bijvoorbeeld omdat ze specifieke
                                   kennis en expertise vereisen, of omdat uitvoering van met name zwaardere vormen van
                                   ondersteuning te grote financiële risico’s met zich meebrengt voor kleinere gemeenten.”
                                   3.1     Jeugd
                                   Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn individuele gemeenten verantwoordelijk voor
                                   alle vormen van jeugdhulp. De schaal van individuele gemeenten bleek echter vaak te klein om
                                   met name gespecialiseerde jeugdhulp goed te organiseren. Daardoor zijn zij gaan samenwerken
                                   in 42 jeugdregio’s voor de inkoop van specialistische jeugdhulp. In de Jeugdwet is opgenomen
                                   dat gemeenten (kunnen) samenwerken als dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering
                                   van de wet aangewezen is. Maar ook dat als het gemeenten in dat geval niet lukt tot
                                   samenwerking te komen, zij hiertoe kunnen worden verplicht. In 2016 volgden bestuurlijke
                                   afspraken tussen de ministeries van VWS, VenJ en de VNG om te komen tot “stabiele
                                   jeugdregio’s”, waarin een regionale visie en agenda de basis moet vormen voor de inrichting,
                                   transformatie en bekostiging van het specialistische zorglandschap. 34
                                   In 2020 wordt door de VNG de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd aangenomen. Daarmee
                                   committeren gemeenten zichzelf nog sterker aan acht afspraken omtrent regionale
                                   samenwerking. Druk vanuit de Tweede Kamer over schrijnende situaties in de jeugdhulp leidt
                                   tot het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’, waarmee de eisen rond
                                   regiovorming in de Jeugdwet een verplicht karakter krijgen. Ook is ‘Regionalisering’ een van de
                                   hoofdthema’s in de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028, waarover sinds kort weer wordt
                                   onderhandeld. Er wordt nog onderzocht of er ook eisen moeten komen ten aanzien van de
                                   gewenste schaal en indeling van jeugdhulpregio’s.
 RVS | Regionalisering ontrafeld
                                   Naast de regionale samenwerking rond de inkoop van specialistische jeugdhulp wordt er in het
                                   jeugddomein ook op andere manieren regionaal samengewerkt. Er zijn 15 Regionale
                                   kenniswerkplaatsen Jeugd, 12 Regionale Expertiseteams (REX) om complexe zaken op te
                                   pakken, ‘accounthoudende regio’s’ van gemeenten voor grote landelijke aanbieders in de
                                    33
                                         inventarisatie-regionale-samenwerkingsverbanden-decentrale-overheden-2020.pdf
                                         (kennisopenbaarbestuur.nl)
                                    34
                                         Kamerstukken II 2016/17, 31893, nr. 554, p. 4.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                                      17
jeugdbescherming, en bestaat ook de Raad voor de Kinderbescherming als landelijke
organisatie met regionale gebiedsteams. Daarnaast bestaan ook in het passend en speciaal
onderwijs 74 regio’s om elk kind een passende onderwijsplek te bieden. 35 Regionale
samenwerking tussen scholen en gemeenten wordt door het Rijk gestimuleerd via de subsidie
‘Regionale samenwerking ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs’. 36 Ook is een
‘regionaal dashboard’ ontwikkeld dat regionale partijen inzicht biedt in specifieke vraagstukken
in hun regio.
3.2     Beschermd wonen
Vanaf de invoering van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen
en maatschappelijke opvang, zoals daklozenopvang, vrouwenopvang en crisisopvang. Dat is
georganiseerd via regionale samenwerking met een leidende rol voor 43 centrumgemeenten.37
Alle regio’s maken een plan hoe zij beschermd wonen en maatschappelijke opvang samen
vormgeven. Het ministerie van VWS heeft die plannen ondersteund via een ZonMw
subsidieprogramma en een Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT).
Op advies van de commissie Dannenberg (2019) wordt vanaf 1 januari 2022 wordt gestart met
de zogenaamde ‘doordecentralisatie’ van beschermd wonen. Dat wil zeggen dat geld niet langer
via de historisch gegroeide centrumgemeenten vloeit, maar objectief verdeeld wordt over alle
gemeenten. Zij moeten wel regionaal blijven samenwerken, nu dus ook over samen
(her)verdelen van gezamenlijke middelen. Vanaf 1 januari 2022 nemen gemeenten in een regio
de beslissingen samen en werken ze met een gezamenlijke begroting.38 Een ‘transitieteam’ zal
de regio’s daarbij vanuit VWS ondersteunen.
3.3     Veilig Thuis regio’s
Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. De
organisatie is regionaal opgezet. In de regionale Veilig Thuis organisaties kunnen slachtoffers,
daders en omstanders terecht voor deskundige hulp en advies.
3.4     Centrumgemeenten vrouwenopvang en geweld in huiselijke kring
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring. Voor deze
taak zijn er in Nederland centrumgemeenten en regiogemeenten. Formeel gezien bestaat er geen
onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten, maar centrumgemeenten hebben een regierol en
ontvangen aanvullende financiële middelen van het Rijk.
3.5     Zorg- en Veiligheidshuizen
Nederland kent 30 Zorg- en Veiligheidshuizen. Dit zijn samenwerkingsverbanden, waarin
justitie, zorg en openbaar bestuur samenwerken bij de aanpak van complexe problematiek rond
overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. De partners die in de Zorg- en Veiligheid participeren,
verschillen per regio. In alle Zorg- en Veiligheidshuizen participeren in ieder geval gemeenten,
de politie, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming en Reclasserings- en
Welzijnsorganisaties.
  35
     Passend Onderwijs - Voortgezet Onderwijs - Regio-indelingen - RegioAtlas brengt regionale
     samenwerking in kaart
  36
     Staatscourant 26 juni 2019, nr. 34862 (Besluit vaststelling Beleidsregels subsidie regionale samenwerking ter
     bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs)
  37
     Geokaarten (vng.nl)
  38
     Kamerbrief over voortgangsrapportage beschermd wonen en maatschappelijke opvang | Kamerstuk |
     Rijksoverheid.nl; Beschermd wonen wordt vanaf 1 januari 2022 taak van elke gemeente | Nieuwsbericht
     | Rijksoverheid.nl
                                                                                                                   17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>18
                                   4 Gezondheidsbevordering en
                                     preventie
                                   4.1      Publieke gezondheidszorg en crisisbestrijding
                                   Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) moet elke gemeente in Nederland over een
                                   GGD beschikken om taken op het gebied van de publieke volksgezondheid uit te voeren.
                                   Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de instelling en instandhouding van de GGD-en. Dit
                                   betekent niet dat elke gemeente een ‘eigen’ GGD heeft - dat is alleen voor de gemeente
                                   Amsterdam het geval. Met de komst van de Wpg in 2008 en een herziening daarvan in 2011 is
                                   het aantal GGD-en landelijk teruggebracht tot 25, gelijk aan het aantal veiligheidsregio’s.
                                   Hulpdiensten, brandweer en GGD werden hiermee gestimuleerd nauwer met elkaar samen te
                                   werken. Inmiddels vallen de GGD-regio’s bijna overal samen met de veiligheidsregio’s. De
                                   organisatorische vorm van GGD-en is per regio verschillend. In sommige regio’s werken de
                                   GGD-en samen met een veiligheidsregio binnen 1 organisatie, in andere regio’s niet.
                                   Tegen de achtergrond van de coronacrisis heeft het Verwey Jonker Instituut geadviseerd over
                                   het versterken van de publieke gezondheidszorg. Onderdeel van dat advies is het vormen van
                                   een “landelijke functionaliteit” om de landelijke sturing vanuit het ministerie van VWS op de
                                   GGD’en op het gebied van infectieziektebestrijding te versterken. Vervolgens heeft de Minister
                                   van VWS heeft het RIVM gevraagd verkennend onderzoek te doen naar de vorming een
                                   dergelijke landelijke functionaliteit. Op 3 juni 2022 laat de nieuwe minister de Tweede Kamer
                                   weten dat deze landelijke functionaliteit er komt. 39
                                   4.2      Regionale preventie infrastructuur
                                   Het ministerie van VWS is al geruime tijd in overleg met de VNG en ZN over een regionale
                                   aanpak van preventie. Een kamerbrief van 26 januari 2021 schetst daarvoor de gezamenlijk
                                   bepaalde uitgangspunten:
                                    •      De financiers van preventie [gemeenten, zorgverzekeraars en eventueel ook zorgkantoren]
                                           maken in regionaal verband niet-vrijblijvende afspraken met elkaar, voorzien van een
                                           gezamenlijke financiële basis.
                                    •      Deze partijen geven vorm aan een regionale preventie infrastructuur ten aanzien van
                                           gezondheidsbevordering, waarbinnen afspraken worden gemaakt over preventieketens
                                           voor risicogroepen en – voor zover van toepassing voor zorgverzekeraars en zorgkantoren
                                           – programma’s voor (doelgroepen) van gezonde mensen.
                                    •      Er komt een heldere regioafbakening.
                                    •      De afspraken komen tot stand op basis van een gedeelde regioanalyse.
                                    •      Vanwege de taken van de GGD met betrekking tot gezondheidsbevordering en zijn positie
                                           als publieke én regionaal georganiseerde gezondheidsorganisatie, zal de GGD ook een
 RVS | Regionalisering ontrafeld
                                           belangrijke rol spelen in de totstandkoming van de regio-analyse, het maken van de
                                           afspraken en de coördinatie van de uitvoering hiervan.
                                    •      De preventietaken van gemeenten en verzekeraars zullen (beter) wettelijk verankerd
                                           moeten worden. Het idee daarbij is dat gemeenten een regisserende rol krijgen bij de
                                           totstandkoming van de regionale preventie-infrastructuur. De wettelijke
                                    39
                                         kamerbrief-over-instelling-landelijke-functionaliteit-infectieziektebestrijding.pdf (overheid.nl)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                                 19
     verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars blijft op hoofdlijnen zoals deze nu is
     (verantwoordelijk voor geïndiceerde en zorg gerelateerde preventie). Wel krijgen de
     zorgverzekeraars de verplichting om samen te werken met gemeenten om tot
     samenwerkingsafspraken te komen over gezondheidsbevordering.
  •  En er worden passende financiële middelen gekoppeld worden aan de beoogde taken van
     de regionale preventie-infrastructuur.
Tijdens de begrotingsbehandeling van VWS in de Tweede Kamer over 2021 pleitte onder andere
de PvdA voor een “regionaal preventiefonds” als wenselijke financiering voor deze
infrastructuur, zoals ook bijvoorbeeld genoemd in het verkiezingsprogramma van het CDA. AEF
heeft onderzoek gedaan naar mogelijke financieringsvormen voor preventie die zich onder
andere richten op het stimuleren van regionale samenwerking. Het onderzoek onderscheidt vier
hoofdvarianten: niet geoormerkte financiering via het gemeentefonds, gerichte financiering via
een specifieke uitkering aan gemeenten, via een subsidie, eventueel ook aan andere partijen
dan gemeenten, of vanuit een landelijk fonds. Hoewel ze niet specifiek heeft gekeken naar de
mogelijkheden voor een regionaal preventiefonds, zou dat wel met de derde optie van een
subsidie kunnen, aldus AEF. In het nieuwe coalitieakkoord zijn hierover nog geen plannen
gepresenteerd.
Ook de discussienota Zorg voor de Toekomst van VWS beschrijft een gewenste ontwikkeling
“naar een regionale aanpak voor de uitvoering en financiering van preventieactiviteiten”. Daarin
wordt dit gekoppeld aan de ontwikkeling van regiobeelden (zie eerder). Ook hier wordt de optie
geschetst van een aanvullende wettelijke taak voor zorgverzekeraars om mee te werken aan
een regionale samenwerkingsstructuur die zich richt op gezondheidsbevordering. Ook komt het
verkennen van nieuwe financieringsvormen terug, bijvoorbeeld via populaties of een regionaal
preventiefonds.
De relatie tussen gezondheidsbevordering en de ontwikkeling van regiobeelden wordt ook
gelegd in het verkiezingspaper van zorgverzekeraars CZ, Menzis en Zilveren Kruis uit 2021.
Daaraan pleiten zij voor een ‘gezondheidsdoel per regio’, met een tijdsspanne van 5 jaar, met
onderlinge afspraken over verantwoordelijkheden en aanspreekbaarheid, en regelmatige
monitoring en bijstelling. Zij stellen voor dat het Rijk zorgverzekeraars en overige partijen
hiervoor ‘gezamenlijk een gestapeld preventiebudget’ beschikbaar stelt.
In april 2022 kondigen ZN en VNG in een gezamenlijk Preventiestatement de komst van de
regionale preventie infrastructuur ook zelf aan, als “een niet-vrijblijvende regionale
samenwerkingsagenda voor het bevorderen van de gezondheid” tussen gemeenten,
zorgverzekeraars, GGD, zorgaanbieders, sociale partners en opleidingsinstituten.
                                                                                              19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>20
                                   5 Overige thema’s
                                   5.1     Antibioticaresistentie
                                   Het ministerie van VWS is in 2016 een regionale aanpak antibioticaresistentie gestart. Een
                                   belangrijk onderdeel van deze aanpak is de oprichting van tien Regionale Zorgnetwerken
                                   Antibioticaresistentie (ABR). Die netwerken hebben als doel om op regionaal niveau
                                   antibioticaresistentie te voorkomen en verspreiding te bestrijden. De taken van de netwerken
                                   richten zich op het inzichtelijk maken van regionale risico’s en beheersmaatregelen, het
                                   uitwisselen van informatie binnen en tussen de regio’s, het in kaart brengen en verbeteren van
                                   infectiepreventie en het stimuleren van juist gebruik. Het Landelijk Netwerk Acute zorg (LNAZ)
                                   ondersteunt en adviseert deze tien zorgnetwerken.
                                   In 2017 startte een tweejarige pilot voor deze regionale zorgnetwerken. Die proef is per mei
                                   2019 met 2 jaar verlengd. De periode 2019-2023 wordt gesubsidieerd door het ministerie van
                                   VWS, via het RIVM. Tot 2023 zullen de regio’s zich verder ontwikkelen in een vorm die
                                   bestendiging van de zorgnetwerken mogelijk maakt. Er wordt nog onderzocht hoe de
                                   zorgnetwerken vanaf medio 2023 structureel bekostigd zouden kunnen worden.
                                   5.2     ICT
                                   In de meeste delen van Nederland bestaan in de zorg Regionale
                                   Samenwerkingsorganisaties (RSO’s) op het gebied van ICT en digitale communicatie. Ze zijn
                                   opgericht en gemandateerd door aanbieders in een regio, soms ook door gemeenten en het
                                   CIZ. Ze leveren vooral diensten aan ziekenhuizen en huisartsen. Ook bestaan er plannen om
                                   deze dienstverlening uit te breiden naar bijvoorbeeld de langdurige zorg, jeugd en welzijn. De
                                   verschillende RSO’s zijn verenigd in koepelorganisatie RSO Nederland. 40
                                   5.3     Aanpak arbeidsmarkttekorten
                                   Sinds 2005 worden werkgeversorganisaties in zorg en welzijn ondersteund door RegioPlus. Dit is
                                   een samenwerkingsverband van veertien regionale werkgeversorganisaties, die zelf ook weer
                                   regionale netwerken zijn van aangesloten organisaties in zorg en welzijn. Deze regionale
                                   werkgeversorganisaties ondersteunen hun leden door bijvoorbeeld regionaal
                                   arbeidsmarktonderzoek, als platform voor discussie en kennisuitwisseling en via het aanbieden
                                   van instrumenten en diensten voor strategisch personeelsbeleid. Deze 14
                                   werkgeversorganisaties zijn de drijvende krachten in 28 RegioPlus-arbeidsmarktregio’s.
                                   Gericht op de aanpak van arbeidsmarkttekorten in de zorg wordt sinds 2017 voortgebouwd op
                                   deze regionale werkgeversstructuur via Regionale Actieplannen Aanpak Tekorten (RAAT). 41
                                   Deze actieplannen zijn door het ministerie van VWS als voorwaarde gesteld om deel te kunnen
                                   nemen aan SectorPlanPlus (2017-2022), een meerjarige subsidie van 420 miljoen euro voor
                                   werkgevers, als impuls voor extra opleidingsprojecten. Daarmee wordt ook beoogd deze
                                   netwerken “een extra boost” te geven en regionale werkgevers aan deze aanpak te
                                   committeren. De afgelopen jaren heeft VWS zichzelf zo opgesteld als “oliemannetje” om via het
                                   ‘haakje’ van de RAAT te werken aan structurele, lerende, regionale samenwerkingsverbanden,
 RVS | Regionalisering ontrafeld
                                   bijvoorbeeld door partijen die nog niet meedoen aan te sporen aan te haken, en lastige
                                   vraagstukken die moeten worden opgelost te agenderen.
                                    40
                                         https://www.kennisnetgeboortezorg.nl/geboortezorg-landschap/rso-netwerk/ en
                                         https://www.nictiz.nl/samenwerking/regionale-samenwerking/rso/
                                    41
                                         RAAT als katalysator bij arbeidsmarktuitdagingen - RegioPlus; RAAT-rapportage-2020.pdf (regioplus.nl)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                                   21
5.4      Regionale patiënten vertegenwoordiging
Er zijn in Nederland 8 regionale Zorgbelangorganisaties als verbindende schakel tussen
zorgaanbieders en cliënten, patiënten en naasten. Enerzijds door zorgaanbieders te helpen aan
te sluiten bij behoeften van cliënten, anderzijds om cliënten te helpen hun stem te laten horen.
Zorgbelang is de opvolger van vroegere regionale patiënten- en cliëntenplatforms. 42
Daarnaast ontstaan de afgelopen jaren in specifieke gebieden regionale
samenwerkingsverbanden van pg-organisaties die zich richten op kwaliteit van leven en
meedoen in de samenleving. Voorbeelden zijn de Flevolandse Patiëntenfederatie, Stichting
ZaVie Groningen, Clientbelang Amsterdam en Federatie Gehandicapten Limburg. Een recent
onderzoek van Xpertisezorg in opdracht van VWS concludeert “dat er regionaal soms wel [pg-
]organisaties actief zijn, maar dat het nog ontbreekt aan samenwerking en coördinatie”. Zij
stellen daarom voor te “investeren in de regionale coördinatie” door het instellen van “regionale
coördinatiepunten” van patiëntenparticipatie in regio’s als schakel tussen patiënten/burgers en
de verschillende regionale verbanden die nu (vooral bestuurlijk) ontstaan, bijvoorbeeld
gefinancierd vanuit het Landelijke beleidskader PG. In haar brief naar de Tweede Kamer van juli
2021 over dit onderzoek stelt demissionair Minister van Ark dat het nieuwe kabinet dient te
investeren in versterking van de regionale clientparticipatie. 43
  42
      https://guusschrijvers.nl/patientenparticipatie-in-de-regio/
  43
     Zie voor het vervolg kamerbrief-over-het-rapport-burgers-in-de-boardroom.pdf (overheid.nl)
                                                                                                21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>