<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Reiken naar de regio
          Achtergrondstudie over de casus
          van regionalisering in de
          jeugdhulp
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Reiken naar de regio
 Achtergrondstudie over de casus van
       regionalisering in de jeugdhulp
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving inspireert
en adviseert over hoe we morgen kunnen leven & zorgen.
Samenstelling Raad
Jet Bussemaker, voorzitter
Godfried Bogaerts
Erik Dannenberg
Pieter Hilhorst
Hafez Ismaili M'hamdi
Marleen Kraaij-Dirkzwager
Jan Kremer
Bas Leerink
Ageeth Ouwehand
Martijn van der Steen
Stannie Driessen, directeur
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadRVS
© Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Den Haag, 2022
Niets in deze uitgave mag worden openbaar
gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een
dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige
vorm door middel van druk, fotokopie, microfilm
of op welke wijze dan ook zonder toestemming
van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website     www.raadrvs.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
   Inleiding                                            6
 1 Regionaal werken in de jeugdzorg: een ‘regio-legio’  7
 2 De weg naar regionaal werken                         9
   2.1    De aanleiding voor de Jeugdwet                9
   2.2    De jeugdregio in de Jeugdwet                 10
   2.3    De zoektocht naar stabiele jeugdregio’s      10
   2.4    Plannen voor de toekomstige jeugdregio       12
 3 De belofte van de regio                             14
 4 Reflectie                                           15
   Literatuurlijst                                     16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6
                                 Inleiding
                                 Met de ingang van de Jeugdwet in 2015 werd de jeugdzorg gedecentraliseerd en kregen gemeenten de
                                 financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid over alle vormen van jeugdzorg. Doordat de gemeente als
                                 bestuurslaag het dichtst bij de burger staat, en daarnaast verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld participatie,
                                 welzijn en schuldhulpverlening, zouden kinderen en gezinnen zorg krijgen die aansluit op lokale
                                 voorzieningen, waarbij ruimte is voor maatwerk en integrale zorg. Daarbij zouden lichtere en zwaardere
                                 vormen van jeugdhulp aan elkaar kunnen worden verbonden. Omdat de schaal van veel individuele
                                 gemeenten te klein is om met name gespecialiseerde zorg goed te kunnen organiseren, werken gemeenten
                                 samen in regionale samenwerkingsverbanden. Deze zijn verdeeld over 42 jeugdregio’s.
                                 Vanuit verschillende kanten wordt benadrukt dat stabiele regionale samenwerkingsverbanden nodig zijn om
                                 de kwaliteit en continuïteit van (specialistische) jeugdzorg te borgen. Dit wordt bijvoorbeeld aangegeven door
                                 de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de minister voor Rechtsbescherming, 1 de
                                 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2 de Branches Zorg voor Jeugd (BGZJ) 3 en het Nederlands
                                 Jeugdinstituut (NJi). 4 De minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming geven hierin aan dat
                                 stabiele regionale samenwerkingsverbanden tussen gemeenten noodzakelijk zijn en de VNG noemt de
                                 samenwerkingsverbanden essentieel. De regio zou namelijk slagkracht bieden, waarin efficiënter en
                                 goedkoper wordt gewerkt. Ook zou de regio de ruimte bieden voor voldoende kennis en expertise die nodig
                                 is om bepaalde taken uit te kunnen voeren, en kunnen gemeenten kennis en ervaringen delen en van elkaar
                                 leren. Hoge verwachtingen van de regio dus.
                                 Jeugdzorg is één van de vele terreinen rond zorg en gezondheid waar wordt gekeken naar de regio als
                                 oplossing voor maatschappelijke vraagstukken. Deze achtergrondstudie bij het essay De regio als redding?
                                 focust specifiek op deze casus. We laten zien hoe regionalisering op dit terrein de afgelopen jaren beweegt
                                 en vorm aanneemt, welke beloften worden gedaan en welke knelpunten worden ervaren. Daarnaast geeft
                                 het spanningen weer tussen van onderop gegroeide regionale samenwerking en samenwerking die door het
                                 Rijk wordt opgelegd.
                                 In deze casusbeschrijving wordt eerst een overzicht gegeven van “de regio” in het jeugdzorgdomein.
                                 Vervolgens wordt door verschillende beleidsontwikkelingen te laten zien ingegaan op de beweging naar de
                                 regio en hoe de huidige situatie tot stand is gekomen. Daarna wordt besproken welke beloften schuilgaan
                                 achter deze beweging, met tot slot een korte reflectie.
    RVS | Reiken naar de regio
                                 1
                                     Ministerie van VWS en ministerie voor Rechtsbescherming (2020). Kamerbief over Perspectief voor de Jeugd. Den Haag, p. 3.
                                 2
                                     VNG (2020). Ledenbrief resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd. Den Haag: VNG, p.2.
                                 3
                                     BGZJ (2020). 9-puntenplan Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ): Bij voorstellen voor een ‘betere organisatie van
                                     jeugdhulp & jeugdbescherming. Utrecht: BGZJ, pp. 1-3.
                                 4
                                     Van Yperen, T., A. van de Maat en J. Prakken (2019). Het groeiend jeugdzorggebruik: duiding en aanpak, Utrecht: NJi, p. 13; Van
                                     Yperen, T., et al. (2022). Vasthoudend transformeren. Utrecht: NJi, p. 8.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                                7
1 Regionaal werken in de jeugdzorg:
       een ‘regio-legio’
De 352 gemeenten in Nederland werken samen in 42 jeugdregio’s. Preventieve en lichte vormen van
jeugdzorg worden lokaal geregeld. Specialistische jeugdzorg wordt georganiseerd en ingekocht in regionale
en bovenregionale samenwerkingsverbanden. Iedere regio kiest zijn eigen schaalgrootte. Zo zijn de grenzen
van de jeugdhulpregio Drenthe gelijk aan de grenzen van de provincie Drenthe, maar bestaat de
jeugdhulpregio uit de twee inkoopregio’s Zuid-Drenthe en Noord en Midden-Drenthe. Voor de inkoop van
hoog specialistische zorg maken zij samen met de jeugdregio’s Groningen en Friesland deel uit van het
Drie-Noordverband. Regelmatig sluiten regio’s hierbij ook aan bij samenwerkingsverbanden op andere
(beleids)terreinen, zoals beschermd wonen of de Wmo.
Het jeugdzorgdomein is een complex veld, met veel spelers en veel verschillende soorten
samenwerkingsverbanden. Individuele gemeenten en jeugdregio’s hebben te maken met
jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die soms lokaal werken, maar soms ook regionaal of
zelfs landelijk. Daarnaast zijn in Nederland 26 Veilig Thuis regio’s, 15 GGD regio’s, 18 Raad voor de
Kinderbescherming regio’s, 25 veiligheidsregio’s, 14 accounthoudende regio’s voor de jeugdbescherming en
jeugdreclassering en 13 Halt-regio’s. Er zijn 16 gecertificeerde instellingen (GI), 12 regionale expertiseteams
en honderden jeugdhulpaanbieders.
Regionaal samenwerken kan op die manier ingewikkelde constructies met zich meebrengen. Vele
gemeenten ervaren de regionale samenwerking dan ook als lastig, moeizaam of complex. Het is geen
uitzondering dat regio’s opsplitsen en de kaders van de regio’s veranderen. Waar landelijk wordt uitgegaan
van 42 jeugdregio’s, bestaan binnen die regio’s vaak ook weer kleinere verbanden. 5
5
   Hans Spigt (2022). Jeugdzorg nog lang niet uit de problemen [podcastaflevering]. In Beter | BNR.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                             8
RVS | Reiken naar de regio
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                    9
2 De weg naar regionaal werken
 De beweging naar de regio binnen het jeugdzorgdomein is niet iets van de laatste tijd. Al in 1974 stond de
 regionalisering van de jeugdzorg op de agenda, met als doel de verschillende verzorgingsgebieden beter op
 elkaar af te stemmen. 6 De regionalisering kwam toen echter niet van de grond. In 1984 is opnieuw een
 advies uitgebracht om de jeugdzorg te regionaliseren 7 en in 1989 werden regionale
 samenwerkingsverbanden verankerd in de Wet op de jeugdhulpverlening. 8 Later bleek dat de beoogde
 regionalisering onvoldoende tot stand was gekomen. 9
 Deze zoektocht naar de passende schaalgrootte duurt nog altijd voort. Terwijl met de decentralisaties in
 2015 werd toegewerkt naar kleinschaligheid, is tegelijkertijd steeds meer aandacht gekomen voor
 schaalvergroting. De schaal van vele individuele gemeenten is te klein om de specialistische jeugdzorg goed
 te kunnen organiseren, wat maakt dat gemeenten elkaar opzoeken om de draagkracht te vergroten. Daarbij
 hebben jeugdhulpaanbieders behoefte aan duidelijkheid en uniformiteit, maar behouden gemeenten graag
 hun autonomie, bijvoorbeeld om maatwerk te kunnen bieden. Dit leidt tot een zoektocht naar de mate van
 vrijblijvendheid aan de ene kant, en de mate van kaders, normen en afspraken aan de andere.
 Om na te gaan hoe deze situatie tot stand is gekomen zal eerst worden teruggegaan naar de aanleiding om
 de jeugdzorg te decentraliseren en de huidige Jeugdwet in te voeren. Vervolgens wordt beschreven welke
 plek regionale samenwerkingsverbanden kregen in deze decentralisatieplannen en hoe op dit moment wordt
 gezocht naar een manier om stabiele jeugdregio’s te vormen, inclusief de beloften die daarin naar voren
 komen. Dit wordt afgesloten met de plannen voor de toekomst wat betreft de regionalisering van de
 jeugdzorg.
2.1      De aanleiding voor de Jeugdwet
 Uit de evaluaties van de Wet op de Jeugdzorg 10 kwamen meerdere grote knelpunten naar voren: financiële
 prikkels werkten richting dure gespecialiseerde zorg, er was sprake van een tekortschietende samenwerking
 rond kinderen en gezinnen en afwijkend gedrag werd onnodig gemedicaliseerd. Daarbij hadden deze
 tekortkomingen samen een kosten opdrijvend effect. De minister voor Jeugd en Gezin en de minister van
 Justitie stelden dat het bestaande wettelijk kader geen oplossing bood voor deze tekortkomingen. 11 Om die
 reden moest er een nieuwe wet komen, die perspectief zou bieden om aan te sluiten bij de eigen kracht van
 gezinnen en om ouders en jeugdigen laagdrempelig en dicht bij huis te kunnen ondersteunen. Om dit voor
 elkaar te krijgen stelde het kabinet dat (1) perverse prikkels moesten worden weggenomen; (2) het aantal
 bestuurslagen en financieringsstromen moesten worden beperkt; en (3) de kwaliteit van zorg beter moest
 worden geborgd. 12
 Deze uitgangspunten leidden tot verschillende voorstellen. Ten eerste een prikkel om te investeren in
 vroeghulp en preventie, waardoor dure specialistische zorg zou kunnen worden voorkomen. Ten tweede het
 beperken van het aantal bestuurslagen naar één: de gemeente. Het kabinet zag de gemeente als meest
 geschikte bestuurslaag om de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg te dragen, omdat de gemeente het
 dichtst bij de burger staat. 13 De gemeente zou om die reden het beste kunnen aansluiten bij de individuele
 behoeften, waardoor de eigen kracht van jeugdigen en gezinnen zou worden gestimuleerd en
 laagdrempelige zorg zou kunnen worden geboden. Ook zou er worden gewerkt naar één integraal
 financieringssysteem, wat het stelsel eenvoudiger en doelmatiger zou maken. Door verschillende vormen
 van jeugdzorg bij elkaar te brengen onder regie van één partij die ook verantwoordelijk is voor welzijn,
 6
     Gemengde interdepartementale werkgroep jeugdwelzijnsbeleid (1976). Jeugdwelzijn: op weg naar samenhangend beleid. Den Haag, p.
     13.
 7
     Interdepartementale Werkgroep Ambulante en Preventieve Voorzieningen voor hulpverlening aan jeugdigen (1984). Tussen droom en
     daad. Rijswijk, pp. 50-71.
 8
     Wet van 8 augustus 1989, houdende regelen ten aanzien van de jeugdhulpverlening,
 9
     Kamerstukken II 2001/02, 28168, nr. 3, p. 2
 10
     Baecke, J.A.H., et al. (2009). Evaluatieonderzoek Wet op de Jeugdzorg: Eindrapport. Amersfoort: BMC; Parlementaire Werkgroep
     Toekomstverkenning Jeugdzorg (2010). Jeugdzorg dichterbij. Den Haag.
 11
     Kamerstukken II 2009/10, 32 202, nr. 4, p. 2.
 12
     Kamerstukken II 2009/10, 32 202, nr. 4, p. 5.
 13
     Kamerstukken II 2009/10, 32 202, nr. 4, p. 33.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10
                               onderwijs, schuldhulpverlening en werk en inkomen, zou bovendien makkelijker samenhangende zorg tot
                               stand moeten komen, waardoor meer naar het principe “’één gezin, één plan, één regisseur” zou kunnen
                               worden toegewerkt. Ten slotte zouden voor gemeenten kwaliteitseisen worden opgesteld. Deze voorstellen
                               vormden de aanleiding om het jeugdzorgstelsel te decentraliseren en creëerden daarmee het begin van de
                               huidige Jeugdwet.
                              2.2      De jeugdregio in de Jeugdwet
                               In de Jeugdwet, die op 1 januari 2015 is ingevoerd, is opgenomen dat gemeenten met elkaar samenwerken
                               indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is (art. 2.8 lid 1
                               Jeugdwet). In het geval dat het gemeenten niet lukt tot een samenwerking te komen, kunnen zij hiertoe
                               worden verplicht (art. 2.8 lid 2 Jeugdwet).
                               In de memorie van toelichting bij de Jeugdwet wordt benadrukt dat gemeenten de jeugdhulp zo veel mogelijk
                               dichtbij de jeugdige en het gezin moeten organiseren. 14 Wanneer een kind of jongere specialistische
                               jeugdzorg nodig heeft en dit niet lokaal kan worden georganiseerd, zal de gemeente de bestuurskracht
                               moeten versterken door op regionaal niveau samen te werken met andere gemeenten. Ook wordt vermeld
                               dat samenwerken leidt tot meer specialistische kennis en capaciteit om een toereikend
                               hulpverleningsaanbod te organiseren, een verhoogde draagkracht om financiële fluctuaties op te vangen en
                               meer slagkracht richting aanbieders. Hierin zijn beloften van draagkracht (zie box 1), integraliteit (zie box 2)
                               en samen delen (zie box 3) terug te zien. Daarnaast zou een regionale samenwerking de mogelijkheid
                               bieden om kwalitatief hoogwaardige contracten aan te gaan met professionele hulpverleners. Ten slotte
                               wordt gesteld dat gezamenlijke inkoop en organisatie kan worden gezien als de backoffice van gemeentelijk
                               maatwerk. Om die reden zou regionale samenwerking het bieden van integrale hulp een maatwerk niet
                               beperken.
                               Om uit te lichten welke beloften schuilen achter het willen bewegen naar de regio, worden deze uiteengezet
                               in tekstboxen zoals hieronder. Op deze manier wordt duidelijk wat de verwachtingen zijn van de regio en op
                               basis waarvan de regio wordt aangehaald als (deel van de) oplossing.
                                        1. De regio biedt volume                        2. De regio is veelomvattend     3. De regio brengt partijen sa-
                                        De belofte van draagkracht                        De belofte van integraliteit                 men
                                                                                                                           De belofte van samen delen
                                    Wanneer zorgvragen het lokale                  Door kennis, middelen en capaci-
                                    overschrijden,    biedt      het               teit te delen, heeft dit een posi-    De regio maakt het mogelijk sa-
                                                                                   tieve uitwerking op de lokale zorg.
                                    schaalvoordeel van de regio een                                                      men te delen in kosten en op-
                                    oplossing.                                                                           brengsten.
                               In de Decentralisatiebrief van 2013 gaat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in op het
                               proces om tot een samenwerkingsverband te komen. In beginsel hebben de gemeenten de mogelijkheid om
                               zelf afspraken te maken over met welke gemeenten zij een samenwerkingsverband aangaan, over de vorm
                               van samenwerking en voor welke taken zij gebruik zullen maken van het samenwerkingsverband. Wel
                               benadrukt het kabinet dat congruentie binnen verschillende intergemeentelijke samenwerkingsverbanden
                               bijdraagt aan een krachtige samenwerking.
                               Kortom, in de Jeugdwet wordt de noodzaak tot samenwerking tussen gemeenten wel benoemd, maar er
                               worden geen verdere eisen gesteld aan de inhoud en de schaal van de samenwerking. Ook in de memorie
                               van toelichting en de Decentralisatiebrief wordt op het belang van regionale samenwerking ingegaan, maar
                               ook op de vrijheid van gemeenten om de samenwerking zelf te regelen en vorm te geven.
                              2.3      De zoektocht naar stabiele jeugdregio’s
 RVS | Reiken naar de regio
                               Na invoering van de Jeugdwet bestaat overeenstemming tussen het Rijk, de VNG en de branches dat er
                               problemen zijn op het gebied van de continuïteit in de jeugdbescherming en jeugdreclassering, de
                               beschikbaarheid van (hoog) specialistische zorg, de schaal waarop zorg wordt ingekocht, de administratieve
                               14
                                    Kamerstukken II 2012/13, 33684, nr. 3, pp. 23-25.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                         11
lasten en de kwaliteit van zorg. 15 De urgentie om de problemen op te lossen wordt door de verschillende
partijen gedeeld en stabiliteit in de jeugdregio’s wordt door de verschillende partijen als (deel van) de
oplossing gezien. Echter, de visie op de manier waarop stabiele jeugdregio’s gevormd worden en wat een
stabiele jeugdregio precies inhoudt, verschilt per partij. Waar het Rijk en de branches meer behoefte krijgen
aan sturing vanuit het Rijk, hebben gemeenten behoefte aan zelfsturing.
In 2016 spreken het ministerie van VWS en het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) met de VNG en
branches af dat gemeenten gaan samenwerken binnen stabiele jeugdregio’s. 16 Binnen deze regio’s moeten
de gemeenten een regionale visie en agenda opstellen, waarin zij invulling geven aan een meerjarenvisie en
de inrichting, transformatie en bekostiging van het specialistische zorglandschap. Op die manier zou een
meerjarenaanpak tot stand komen, wat nodig is om de transformatie verder te helpen. Hierin schuilt een
belofte van duurzaamheid (zie box 4).
                             4. De regio schept structuur                      5. De regio biedt volume
                              De belofte van duurzaamheid                       De belofte van efficiëntie
                           De regio schept de ruimte voor                  Regionale samenwerking brengt
                           een proces van lange adem. Door                 schaalvoordelen met zich mee,
                           samen te werken kan een aanpak                  waardoor efficiënter kan worden
                           in gang worden gezet die de                     gewerkt. Dit kan onder andere
                           transformatie stap voor stap kan                minder administratieve lasten tot
                           laten groeien.                                  gevolg hebben.
Voor de branches is dit onvoldoende, schrijven zij een half jaar later in een brandbrief naar de Vaste
commissie voor VWS en VenJ. 17 De branches hebben behoefte aan meer sturing vanuit het Rijk. Ten eerste
omdat zij hopen dat het Rijk de zorgaanbieders steunt bij het realiseren van continuïteit van de zorg, en
daarmee continuïteit in bedrijfsvoering. Ten tweede zouden zij graag zien dat de inkoop op grotere schaal
plaatsvindt, zodat de aanbieders niet met iedere individuele gemeente contracten hoeven af te sluiten. Hierin
is een belofte van efficiëntie te zien (zie box 5). Verder stellen de branches dat er een kloof bestaat tussen
de landelijke overlegtafels en de werkelijkheid in de regio’s. Zo is in de praktijk de samenwerking en
visievorming op veel plekken nog onvoldoende en zijn sommige regio’s zelfs uit elkaar gevallen. Ten
behoeve van het behoud van specialistische zorgfuncties, bepleiten zij dat het Rijk vanuit de
stelselverantwoordelijkheid actief moet bevorderen dat de VNG-samenwerking binnen regio’s moet
stimuleren, en dat slecht functionerende jeugdregio’s bestuurlijk
moeten worden aangesproken.                                                                                6. De regio is bekend
                                                                                                          De belofte van nabijheid
Ook binnen gemeenten worden knelpunten onderkend. Gemeenten
moeten groeien in het dragen van de verantwoordelijkheid voor de                                   Voor vele individuele gemeenten is
                                                                                                   de zorgvraag naar specialistische
jeugdzorg. Knelpunten zijn bijvoorbeeld verschillende financieringen                               jeugdzorg te klein om met specia-
en regelgeving tussen schotten van verschillende domeinen, en een                                  listische jeugdhulpaanbieders een
te krap budget. 18 Daarnaast moeten gemeenten ook groeien in het                                   contract te sluiten. Hierdoor drei-
samenwerken met andere gemeenten. Gemeenten moeten elkaar                                          gen jeugdhulpaanbieders om te
leren kennen en elkaar leren vertrouwen, wat tijd kost. Veel                                       vallen, of verdwijnen zij uit gebie-
                                                                                                   den waar onvoldoende vraag is.
buurgemeenten hebben al een samenwerkingsgeschiedenis, wat een                                     Door regionaal samen te werken
voordeel kan zijn. Dit kan echter ook nadelig werken, wanneer                                      vergroot de schaalgrootte van de
bijvoorbeeld in het verleden het vertrouwen is geschaad. Ten slotte                                gemeenten, waardoor zij de speci-
vormen uiteenlopende visies en belangen een knelpunt in de                                         alistische zorg samen kunnen inko-
regionale samenwerking. 19                                                                         pen. Dit helpt zorgaanbieders hun
                                                                                                   hoofd boven water te houden. Door
                                                                                                   de schaalvergroting die voortkomt
Gemeenten zien echter ook het belang in van een stabiele                                           uit de regionale samenwerking,
samenwerking. In dat licht nemen in juni 2020 alle gemeenten in                                    kan de zorg dichter bij het kind wor-
VNG-verband de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd aan.                                       den gehouden.
De VNG stelt dat regionale samenwerking tussen gemeenten
15
    Smit, M. en I. Visscher (2016). Collectief opdrachtgeverschap voor transformatie specialistische jeugdhulp: Advies kwartiermaker
    zorglandschap. Den Haag: VNG, pp. 6; 11-14.
16
    Kamerstukken II 2016/17, 31893, nr. 554, p. 4
17
    Epker, N. (2017). Beoogde verbeteringen in jeugdhulp nog ver weg. AO Jeugdhulp 23 februari a.s.. Utrecht: BGZJ.
18
    Friele et al. (2018). Eerste evaluatie Jeugdwet. Den Haag: ZonMw, pp. 218-21.
19
    Friele et al. (2018). Eerste evaluatie Jeugdwet. Den Haag: ZonMw, p. 408
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12
                               essentieel is voor de beschikbaarheid van zorgfuncties, een zorgvuldige transformatie van het
                               zorglandschap en de vermindering van bureaucratie. 20 Hierin zijn de belofte van nabijheid (zie box 6), de
                               belofte van draagkracht (zie box 7), de belofte van duurzaamheid (zie box 4) en de belofte van efficiëntie (zie
                               box 5) terug te vinden. Het NvO Jeugd bestaat uit acht afspraken. De eerste afspraak betreft het opstellen
                               van een regiovisie, de andere afspraken gaan over wie bij het proces betrokken moet worden en wat in de
                               regiovisie moet komen te staan. Dit gaat bijvoorbeeld over het opdrachtgeverschap van gemeenten en
                               zorgvuldigheidseisen voor de inkoop van zorg. Hiermee laten de gemeenten zien dat zij zichzelf op de
                               ontwikkelingen konden organiseren, en niet alleen in beweging komen wanneer het Rijk wetgeving bedenkt.
                               Toch ontstaat binnen het ministerie van VWS behoefte aan meer sturing, mogelijk voortkomend uit hoge
                               politieke druk en alarmsignalen over de jeugdzorg vanuit de Jeugdautoriteit en de Inspectie
                               Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV). 21 Het ministerie van VWS en
                               het ministerie voor Rechtsbescherming maken plannen om in de Jeugdwet de positie van de jeugdregio’s
                               beter op te nemen. Dit leidt tot het wetsvoorstel “Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen”. In dit
                                                                     wetsvoorstel staat onder andere dat het opdrachtgeverschap van
                                      7. De regio biedt volume       gemeenten wordt versterkt door samenwerkingsverbanden tussen
                                      De belofte van draagkracht     gemeenten te verplichten voor het organiseren van specialistische
                                   Door samen te werken vergro-      jeugdzorg, wat de continuïteit van bepaalde zorgfuncties zou moeten
                                   ten gemeenten hun bestuurs-       borgen. Hierin schuilt de belofte van draagkracht (zie box 7) en de
                                   en slagkracht en versterken zij   belofte van nabijheid (zie box 6). Ook wordt bepaald waarover
                                   hun opdrachtgeverschap. Hier-     bovenregionale afstemming nodig is en zal meer inzicht moeten komen
                                   door hebben zij meer grip op de   in de naleving van wettelijke taken van gemeenten en jeugdregio’s om
                                   transformatie en de ontwikke-
                                   lingen.                           meer samenhang in de zorg te organiseren. Op deze manier wordt de
                                                                     NvO alsnog geformaliseerd en vertaald naar wetgeving.
                              2.4      Plannen voor de toekomstige jeugdregio
                               In 2021 zijn het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de
                               VNG begonnen aan het opstellen van de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. Het doel van deze agenda
                               was zowel het jeugdzorgstelsel verbeteren als de uitvoering versterken. Er werd gewerkt aan de hand van
                               zeven thema’s, waaronder het thema “Regionalisering”. De doelstelling van dit thema was het versterken
                               van de uitvoeringskracht van gemeenten, waarmee dus met name naar de belofte van draagkracht wordt
                               verwezen (zie box 1 en 7). Daarnaast moest zicht komen op het totale zorglandschap en moest duidelijk
                               worden wat op lokaal en (boven)regionaal of landelijk moest worden geregeld en ingekocht, wat de belofte
                               van samenhang laten zien (zie box 8).
                                                                                                                                 8. De regio schept structuur
                               Nadat de agenda tijdelijk door de VNG is opgeschort toen het kabinet de                            De belofte van samenhang
                               bezuinigingen op de jeugdzorg had aangekondigd, is sinds 13 mei 2022
                                                                                                                                Door inzicht te krijgen in de
                               de agenda weer opgepakt. De komende maanden wordt aan de nieuwe                                  wettelijke taken van gemeen-
                               agenda gewerkt. Naar verwachting zal in november 2022 de agenda                                  ten en jeugdregio’s kan regie
                               rond zijn die leidend is voor de periode tot 2028. 22                                            en samenhang in de zorg wor-
                                                                                                                                den georganiseerd, wat tevens
                                                                                                                                de transformatie faciliteert.
                               In de kamerbrief Hervormingen jeugdzorg van 13 mei 2022 wordt gesteld
                               dat (zeer) specialistische jeugdzorg niet door individuele gemeenten georganiseerd zou moeten worden. 23
                               Voor specialistische jeugdzorg moet daarom worden gekeken naar de meest passende schaal. Om die
                               reden worden de plannen om regionale inkoop van specialistische zorg te verplichten voortgezet en zijn er
                               plannen bijgekomen om de organisatie van sommige vormen van hoog specialistische zorg te
                               recentraliseren. Gemeenten zullen daarvoor een gemeenschappelijke rekening treffen, zoals bedoeld in de
                               Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast wordt gekeken naar een wijziging van de buitengrenzen van
                               de jeugdregio’s. Omdat sommige jeugdregio’s te klein zijn om specifieke vormen van specialistische
                               jeugdzorg goed te kunnen organiseren, wordt gekeken naar een indeling van minder regio’s waarbij de
 RVS | Reiken naar de regio
                               20
                                    VNG (2020). Ledenbrief resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap. Den Haag: VNG, p. 2.
                               21
                                    IGJ en IJenV (2019). Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd. Den Haag: IGJ en IJenV.
                               22
                                    VNG (2022). Doorstart Hervormingsagenda na kabinetsbesluit €511 mln. [website].
                               23
                                    Ministerie van VWS en het ministerie Rechtsbescherming (2022). Hervormingen jeugdzorg. Den Haag, pp. 3; 10-12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                             13
buitengrenzen congruent zijn aan andere regio’s. Hierbij is te denken aan bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s
of de zorgkantoorregio’s.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14
                              3 De belofte van de regio
                              In de hiervoor aangehaalde stukken komen verschillende beloften van de regio naar voren. Om verder te
                              onderzoeken welke beloften voorkomen in (advies)rapporten en (kamer)brieven is een analyse uitgevoerd
                              onder 31 stukken die gaan over het jeugdzorgstelsel, van 2013 tot nu. Hieruit blijkt welke beloften wij het
                              meest terugzien, in welke stukken wij deze het vaakst vinden en hoe de beloften over de tijd heen
                              veranderen.
                              In de stukken komt de belofte van draagkracht het meest voor. Dat is niet verwonderlijk. De schaal van vele
                              individuele gemeenten is te klein om met name de specialistische zorg goed te kunnen organiseren. Door
                              samen te werken, hoeven gemeenten niet individueel met iedere jeugdzorgaanbieder een contract af te
                              sluiten, maar kunnen zij hun krachten bundelen. Hierdoor delen zij hun tijd, financiële middelen en expertise,
                              wat de werkdruk en administratieve lasten verlaagt en de slagkracht, bestuurskracht en uitvoeringskracht
                              verhoogt.
                              Daarnaast wordt regionalisering vaak aangehaald als oplossing wanneer het gaat om de borging van de
                              continuïteit van zorg. Binnen individuele gemeenten is te weinig vraag naar specialistische jeugdzorg,
                              waardoor contracten met die jeugdzorgaanbieders uitblijven, de aanbieders dreigen om te vallen en dus de
                              continuïteit van zorg in gevaar loopt. Wanneer gemeenten hun krachten bundelen kunnen de specialistische
                              jeugdhulpaanbieders wél worden gecontracteerd, zodat zij het hoofd boven water kunnen houden en de zorg
                              dus nabij blijft.
                              In de analyse valt een duidelijk onderscheid op tussen aan de ene kant de VNG en het Rijk, en aan de
                              andere kant partijen als adviesbureaus en -organen, intituten, commissies en de branches. Zo is er te zien
                              dat met name de VNG en het Rijk het hebben over de organiseerbaarheid van de jeugdzorg, terwijl partijen
                              als adviesbureaus en -organen, intituten, commissies en branches meer aandacht besteden aan lerende
                              netwerken, integraal samenwerken en innovatie. Deze partijen kijken daarbij zowel naar het stelsel als de
                              geleverde zorg. Hoewel in kamerbrieven over jeugdzorg bijvoorbeeld wel wordt ingegaan op het opstellen
                              van blijvende lerende netwerken, worden de kansen voor innovatie die de regio met zich mee kan brengen
                              niet expliciet benoemd. De nadruk blijft voornamelijk liggen bij (het opstellen van nieuwe) regels en normen
                              in de regio, in het kader van de organiseerbaarheid van de jeugdzorg.
                              Daarnaast is een verandering van beloften door de tijd heen te zien. In 2013, toen de eerste
                              decentralisatieplannen in gang waren gezet, zijn naast de draagkracht en de continuïteit die kan worden
                              geborgd middels de schaalvoordelen ook beloften van integraliteit, duurzaamheid en gerichtheid terug te
                              vinden in de stukken. In de jaren rondom de invoering van de Jeugdwet werd de regio vooral aangehaald
                              wanneer het ging over organiseerbaarheid: met schaalvoordelen is de slagkracht groter en werken we aan
                              het behoud van de specialistische zorgfuncties. In de laatste jaren is daarentegen te zien dat er ook op
                              andere manieren naar de regio wordt gekeken. Bijvoorbeeld als een plek waar de efficiëntie kan worden
                              vergroot, waar duidelijkheid kan worden geboden en waar gemeenten en aanbieders van elkaar kunnen
                              leren in netwerken om innovatie te stimuleren. Ook in bijvoorbeeld kamerstukken is te zien dat hier in de
                              laatste jaren toch meer aandacht voor is gekomen.
 RVS | Reiken naar de regio
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                                              15
4 Reflectie
In het reiken naar de regio in de jeugdhulp zien we twee bewegingen. Ten eerste de beweging van
schaalverkleining naar schaalvergroting. Waar de ambities van de Jeugdwet lagen bij kleinschaligheid om zo
jeugdigen en gezinnen van maatwerk en integrale hulp te kunnen voorzien, is tegelijkertijd steeds meer
aandacht gekomen voor schaalvergroting om de (specialistische) jeugdzorg beter te kunnen organiseren.
Voor het geval van specialistische jeugdzorg zou gesteld kunnen worden dat de organiseerbaarheid in deze
beweging de overhand heeft gekregen. De beloften voor maatwerk en integrale zorg lijken voor de
specialistische jeugdzorg ondergeschikt geworden aan het belang dat aan continuïteit en beschikbaarheid
van specialistische jeugdhulp wordt gehecht.
Ten tweede is een beweging van vrijblijvendheid naar inkadering te zien. De Jeugdwet heeft een open
karakter, zodat gemeenten vanuit hun eigen autonomie en beleidsvrijheid de jeugdzorg zo kunnen inrichten
dat deze aansluit bij de lokale voorzieningen en ander lokaal beleid, zoals het armoedebeleid of het
welzijnsbeleid. Ook de regionale samenwerkingsverbanden konden gemeenten in dit licht voorheen
organisch laten ontstaan. De laatste jaren neemt die vrijblijvendheid steeds meer af. Dit gebeurde onder
andere door het NvO Jeugd dat de gemeenten zelf in VNG-verband aannamen en wordt versterkt door het
wetsvoorstel waarmee, indien aangenomen, regionale samenwerking verplicht zal worden gemaakt. Hierbij
is te zien dat binnen VWS een kentering in het denken is aangebracht over de passende mate van
beleidsvrijheid voor gemeenten en een zoektocht bestaat naar de juiste (mate van) kaders en uniformering.
Door regionale samenwerking te verplichten zullen individuele gemeenten zich niet meer kunnen onttrekken
aan de gezamenlijke inkoop van een specifieke vorm van specialistische jeugdzorg. Ook zal het niet meer
mogelijk zijn voor regio’s om zich op te splitsen in sub regio’s en kunnen gemeenten niet meer beslissen zich
aan te sluiten bij een andere regio. De consistentie van een verplicht samenwerkingsverband zou rust
moeten brengen in het zorglandschap en voor (specialistische) jeugdhulpaanbieders. Echter, de problemen
die spelen in regio’s en vaak de oorzaak zijn van de onrust in een regio, zoals een geschaad vertrouwen
tussen gemeenten, het ontbreken van een gemeenschappelijke visie, tegenstrijdige belangen, budgettaire
problemen bij gemeenten en verschillende financieringen en regelgeving tussen schotten van verschillende
domeinen, zullen door een verplichte samenwerking niet worden verholpen. Het is hierbij dan ook de vraag
of de gemeenten in de uitvoering van hun wettelijke taken ook geholpen worden door het wetsvoorstel, of
dat vooral het Rijk gebaat is bij meer kaders en meer mogelijkheid om te sturen.
Samenwerken is altijd en voor iedereen een lastige klus. Zeker in een domein zo complex en uitgeput als het
jeugdzorgdomein, welke in het middelpunt van de belangstelling staat van vele politici, opiniemakers en
mediakanalen en bovenal van directe invloed is op de levens van al kwetsbare kinderen en gezinnen. Ook al
zonder dit gewicht dat aan een samenwerking wordt gehangen, kost het opzetten van een goede
samenwerking tijd en moeite. Het duurt even voordat iedereen zijn of haar weg daarin gevonden heeft. In het
geval dat de buitengrenzen van regio’s worden gewijzigd, zal dit proces in sommige gevallen bovendien
opnieuw moeten worden gestart. Voor de slagkracht en de borging van de zorgcontinuïteit in de jeugdzorg
kan de regio zeker veel opleveren, maar de regionale samenwerking aan strakkere banden leggen zal niet
zomaar de weg openen om dichter bij de doelen van de Jeugdwet te komen. Realistische verwachtingen van
de regio zijn hierbij dan ook op hun plaats.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16
                              Literatuurlijst
                              Ministerie van VWS en ministerie voor Rechtsbescherming (2020). Perspectief voor de Jeugd.
                              https://open.overheid.nl/repository/ronl-6b6bad7f-af58-49a3-86a9-b1f7f7de2ef3/1/pdf/kamerbrief-over-perspectief-
                              voor-de-jeugd.pdf.
                              VNG (2020). Ledenbrief resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd.
                              https://vng.nl/sites/default/files/2020-06/5_resolutie_norm_voor_opdrachtgeverschap.pdf.
                              BGZJ (2020). 9-puntenplan Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ): Bij voorstellen voor een ‘betere
                              organisatie van jeugdhulp & jeugdbescherming. Utrecht: BGZJ. https://www.jeugdzorgnederland.nl/wp-
                              content/uploads/2020/02/9-puntenplan-BGZJ-stelseldiscussie.pdf.
                              Van Yperen, T., A. van de Maat en J. Prakken (2019). Het groeiend jeugdzorggebruik: duiding en aanpak,
                              Utrecht: NJi. https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Het-groeiend-jeugdzorggebruik-Duiding-en-aanpak.pdf.
                              Van Yperen, T., K. Hofstede, R. Hageraats, A. Kraak en A. van de Maat (2022). Vasthoudend transformeren.
                              Utrecht: NJi. https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Vasthoudend-transformeren.pdf.
                              Hans Spigt (2022). Jeugdzorg nog lang niet uit de problemen [podcastaflevering]. In Beter | BNR.
                              https://www.bnr.nl/podcast/beter/10468392/jeugdzorg-nog-lang-niet-uit-de-problemen.
                              Gemengde interdepartementale werkgroep jeugdwelzijnsbeleid (1976). Jeugdwelzijn: op weg naar
                              samenhangend beleid. Den Haag. https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-
                              05/Jeugdzorg_Eindrapport_GIJW_1976.pdf.
                              Interdepartementale Werkgroep Ambulante en Preventieve Voorzieningen voor hulpverlening aan jeugdigen
                              (1984). Tussen droom en daad. Rijswijk. https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-
                              05/Jeugdzorg_Eindrapport_IWAPV_Tussen_droom_en_daad.pdf.
                              Baecke, J.A.H., R. de Boer, P.J.J. Bremmer, M. Duenk, D.J.J. Kroon, M.M. Loeffen, C.E. Mobach en
                              M.Schuyt (2009). Evaluatieonderzoek Wet op de Jeugdzorg: Eindrapport. Amersfoort, BMC.
                              https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Jeugdzorg_Evaluatieonderzoek_Wet_091103.pdf
                              Parlementaire Werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg (2010). Jeugdzorg dichterbij. Den Haag.
                              https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Jeugdzorg_dichterbij_Eindrapport_werkgroep_geheel.pdf.
                              Smit, M. en I. Visscher (2016). Collectief opdrachtgeverschap voor transformatie specialistische jeugdhulp:
                              Advies kwartiermaker zorglandschap. Den Haag: VNG.
                              https://vng.nl/files/vng/20161018_advies_kwartiermaker_over_collectief_opdrachtgeverschap_transfromatie_zorgla
                              ndschap.pdf.
                              Epker, N. (2017). Beoogde verbeteringen in jeugdhulp nog ver weg. AO Jeugdhulp 23 februari a.s. Utrecht:
                              BGZJ. https://www.jeugdzorgnederland.nl/contents/documents/brief-bgzj-inzake-ao-jeugdhulp-van-23-feb-
                              2017.pdf.
                              Friele, R.D., M.R. Bruning, I.L.W. Bastiaanssen,, R. De Boer, A.J.E.H. Bucx, J.F. De Groot, T. Pehlivan, L.
                              Rutjes, F. Sondeijker, T.A. Van Yperen en R. Hageraats (2018). Eerste evaluatie Jeugdwet. Den Haag:
                              ZonMw.
                              https://publicaties.zonmw.nl/fileadmin/zonmw/documenten/Jeugd/Evaluatie_Regelgeving/evaluatie_jeugdwet_webv
 RVS | Reiken naar de regio
                              ersie_2.pdf.
                              IGJ en IJenV (2019). Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd. Den Haag: IGJ en IJenV.
                              https://www.igj.nl/binaries/igj/documenten/rapporten/2019/11/08/kwetsbare-kinderen-onvoldoende-
                              beschermd/Kwestbare+kinderen+onvoldoende+beschermd.pdf.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                      17
VNG (2022). Doorstart Hervormingsagenda na kabinetsbesluit €511 mln. https://vng.nl/nieuws/doorstart-
hervormingsagenda-na-kabinetsbesluit-eu-511-mln.
Ministerie van VWS en ministerie voor Rechtsbescherming (2022). Hervormingen jeugdzorg.
https://open.overheid.nl/repository/ronl-96acd69e7f1a0a40c7fc6789826b34a4a6c4f917/1/pdf/kamerbrief-
hervormingen-jeugdzorg.pdf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>