<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Van schuld naar schone lei</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Van schuld naar schone lei</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving inspireert
en adviseert over hoe we morgen kunnen leven & zorgen.
Samenstelling Raad
Jet Bussemaker, voorzitter
Godfried Bogaerts
Erik Dannenberg
Pieter Hilhorst
Hafez Ismaili M'hamdi
Marleen Kraaij-Dirkzwager
Jan Kremer
Bas Leerink
Ageeth Ouwehand
Martijn van der Steen
Stannie Driessen, directeur
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
mail@raadrvs.nl
www.raadrvs.nl
Twitter: @raadRVS
Publicatie 2022-3
ISBN: 978-90-5732-316-4
© Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Den Haag, 2022
Niets in deze uitgave mag worden openbaar
gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een
dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige
vorm door middel van druk, fotokopie, microfilm
of op welke wijze dan ook zonder toestemming
van de RVS.
U kunt deze publicatie ook downloaden via onze
website     www.raadrvs.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
  Voorwoord                                                                                      6
  Samenvatting                                                                                   7
  Inleiding                                                                                     10
1 Risicovolle en problematische schulden: wat weten we?                                         12
  1.1    Problematische schulden: een opeenstapeling van factoren                               13
  1.2    Het schuldhulpverleningstraject: hoe ziet het eruit en hoe effectief is het?           19
  1.3    Schulden zijn ook een (volks)gezondheidsprobleem                                       22
2 Schulden en schuldhulpverlening: waar staan we nu?                                            26
  2.1    Wat is er de afgelopen jaren veranderd?                                                27
  2.2    Samenvattend                                                                           32
3 Wat zou er anders moeten?                                                                     33
  3.1    Problematische schulden: een symptoom van een groter maatschappelijk vraagstuk         33
  3.2    Er is veel ten goede veranderd, maar er kan nog meer                                   33
  3.3    Naar een andere manier om met problematische schulden om te gaan                       34
  3.4    De beweging naar technisch ontzorgen heeft versnelling en versterking nodig            35
  3.5    Bestaande initiatieven rond sociaal ontzorgen moeten worden versterkt en gefaciliteerd 36
  3.6    De aanpak van problematische schulden vraagt om een heldere zorgplicht                 37
  3.7    Verbeteren van schuldhulpverlening is investeren in de volksgezondheid                 39
  Voorbereiding                                                                                 40
  Lijst met geraadpleegde personen                                                              41
  Publicaties                                                                                   42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6
                                       Voorwoord
                                       Schulden zijn de normaalste zaak van de wereld. Onze economie kan niet functioneren zonder schulden.
                                       Voor een groot deel van de Nederlandse bevolking vormen schulden dan ook geen probleem. Maar voor
                                       ongeveer een derde van de Nederlandse huishoudens is het een ander verhaal. Ze hebben structureel
                                       moeite met rondkomen, weten maar net de eindjes aan elkaar knopen en kunnen daardoor rekeningen voor
                                       basisbehoeften zoals de huur, gas, elektriciteit en een zorgverzekering niet altijd op tijd betalen. Ze houden
                                       hun hoofd net boven water, maar een kleine tegenslag kan leiden tot een domino-effect waardoor schulden
                                       snel kunnen toenemen.
                                       Voor ongeveer 8% van de Nederlandse huishoudens zijn de schulden zelfs zo groot geworden dat ze er niet
                                       meer op eigen kracht vanaf kunnen komen. Zij hebben zogenoemde problematische schulden. Dit zijn
                                       schokkende cijfers. Hoe kan dat in een welvarend land als Nederland?
                                       Schulden hebben een grote impact op de volksgezondheid. We weten dat financiële problemen, waarvan
                                       problematische schulden de meest extreme uiting zijn, sterk samenhangen met gezondheidsproblemen. Zo
                                       leiden problematische schulden vaak tot ongezondheid, maar leidt ongezondheid op haar beurt vaak ook tot
                                       problematische schulden.
                                       De uitwerking van problematische schulden op de gezondheid is groot, zoals we ook hebben gezien in een
                                       eerdere publicatie: Gezichten en een onzeker bestaan.1 Mensen die ermee te maken krijgen, hebben meer
                                       en vaker psychische klachten en stoornissen, ze ervaren meer en vaker lichamelijke klachten en
                                       beperkingen, en ze overlijden eerder dan mensen zonder schulden. De gevolgen van problematische
                                       schulden treffen de hele samenleving.
                                       Cijfers laten bovendien zien dat problematische schulden iedereen kunnen overkomen en dat ze vaak niets
                                       te maken hebben met financieel wanbeheer of verkwisting. Een onvoorziene terugval in het inkomen,
                                       bijvoorbeeld door verlies van werk of een scheiding, maar ook inkomensonzekerheid en
                                       inkomensonvoorspelbaarheid, vooral bij zelfstandigen en mensen met een flexibel contract, zijn de
                                       belangrijkste redenen voor het ontstaan van problematische schulden. Dat maakt dat problematische
                                       schulden eerder een structureel en collectief probleem zijn dan een individueel probleem.
                                       Problematische schulden zijn hoofdzakelijk een symptoom van een toenemende bestaansonzekerheid in de
                                       samenleving. De oplossing voor het maatschappelijke probleem die problematische schulden zijn, begint
                                       dan bij werk dat loont, betaalbare huisvesting, toegankelijk onderwijs en een betrouwbare én voorspelbare
                                       overheid. Echter, voor mensen die nu met problematische schulden worden geconfronteerd, schiet –
                                       ondanks de grote inspanning die de afgelopen jaren geleverd is – de hulpverlening vaak nog tekort. Ook dat
                                       moet anders.
                                       In dit advies pleit de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) voor een collectieve inspanning om
                                       de groep mensen die door schulden in een perspectiefloze situatie verkeert, weer perspectief te bieden op
                                       een (ook financieel) gezonde toekomst. Dit kan door de toegankelijkheid van het schuldhulpverleningstraject
                                       te vergroten en altijd zicht te geven op een schuldenvrije toekomst. Dat vergt een nationale
                                       saneringsopgave.
                                       Prof. dr. Jet Bussemaker,
    RVS | Van schuld naar schone lei
                                       Voorzitter RVS
                                       1
                                           RVS (2021). Gezichten van een onzeker bestaan. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                            7
Samenvatting
 Problematische schulden zijn een maatschappelijk probleem. Ruim een derde van alle Nederlandse
 huishoudens heeft moeite met rondkomen. De helft hiervan – 1,4 miljoen huishoudens – heeft risicovolle
 schulden. Bij minimaal 614.000 huishoudens zijn de schulden zo groot dat ze er niet op eigen kracht vanaf
 kunnen komen. We spreken in dat geval van problematische schulden.
 Problematische schulden kunnen iedereen treffen. Weliswaar zijn een laag inkomen en een laag
 opleidingsniveau grote risicofactoren, evenals psychische problemen, laaggeletterdheid of een lichte
 verstandelijke beperking. Maar problematische schulden beperken zich niet uitsluitend tot kwetsbare
 groepen. Een onvoorziene inkomensval, inkomensonzekerheid en inkomensonvoorspelbaarheid zijn de
 belangrijkste oorzaken van het ontstaan van problematische schulden.
Schulden zijn ook een (volks)gezondheidsprobleem
 Financiële problemen en gezondheidsklachten beïnvloeden elkaar in twee richtingen. Problematische
 schulden leiden vaak tot ongezondheid, maar ongezondheid leidt op haar beurt vaak ook tot problematische
 schulden. De gezondheidseffecten van schulden zijn niet gering: mensen met schulden krijgen meer en
 vaker psychische klachten en stoornissen, ze ervaren meer en vaker lichamelijke klachten en beperkingen,
 en ze overlijden eerder dan mensen zonder schulden.
 Dit was in 2017 reden voor de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) om het toenmalige stelsel
 van schuldhulpverlening kritisch onder de loep te nemen in het advies Eenvoud loont. Sindsdien hebben er
 veel ontwikkelingen plaatsgevonden in de wereld van schulden en schuldhulpverlening. Zo lanceerde het
 kabinet in 2018 het Actieplan brede schuldenaanpak. In dit advies kijken we terug op de afgelopen 5 jaar.
 Hoe passen de ontwikkelingen in die periode binnen de 3 vormen van ontzorgen die we destijds in Eenvoud
 loont voorstelden? En is dit alles voldoende voor de huidige schuldenproblematiek?
Problematische schulden zijn een symptoom van een grotere maatschappelijke opgave
 In dit advies constateert de RVS dat schulden niet langer een individueel probleem van verkwisting of
 financieel wanbeheer zijn. Problematische schulden zijn een symptoom van het feit dat steeds meer mensen
 moeite hebben met rondkomen en niet mee kunnen komen in de samenleving. Complexe regelgeving in
 combinatie met een toenemende bestaansonzekerheid, waarbij het inkomen structureel ontoereikend is voor
 het betalen van normale vaste lasten, zoals huur, energie, levensonderhoud en zorg, draagt hieraan bij.
 De individuele en maatschappelijke kosten van schulden zijn in termen van geld, gezondheid, welbevinden
 en toekomstperspectief vele malen groter dan de baten van het innen ervan. Voor wie eenmaal in de
 schulden zit, blijkt het huidige systeem van schuldhulpverlening inefficiënt: een klein deel van de mensen
 met problemen wordt daadwerkelijk geholpen, het traject duurt lang en er is geen garantie op een
 schuldenvrije toekomst. Door het ontbreken van nazorg staan mensen er na aflossing of kwijtschelding weer
 alleen voor. Het krijgen en behouden van een schone lei is erg moeilijk.
Er is veel ten goede veranderd, maar een nationale saneringsopgave is nodig
 De RVS erkent de enorme inspanning van de afgelopen jaren om de basis van schuldhulpverlening te
 verleggen van schuld en boete naar oog voor de menselijke maat. Zo is het juridische raamwerk voor
 schulden en schuldhulpverlening in 2021 fors aangepast en wordt er druk geëxperimenteerd met andere
 manieren van schuldhulpverlening. De Raad heeft ook waardering voor de toenemende aandacht voor
 proactieve en preventieve hulp die gemeenten, vrijwilligers en schuldeisers steeds vaker aanbieden. Het
 vormgeven van een heldere zorgplicht die het collectieve (samenlevings)belang centraal stelt, staat echter
 nog in de kinderschoenen.
 De Raad realiseert zich dat de omslag die tussen 2018 en 2021 is ingezet, nog tijd nodig heeft om zijn
 waarde bewijzen. Tegelijkertijd signaleert de RVS dat de keten van schulden en schuldhulpverlening op
 onderdelen versterking behoeft. Daarom roept de Raad op tot een nationale saneringsopgave, met naast
 inspanningen voor het voorkomen en verhelpen van schulden, een focus op het verbeteren van
 (volks)gezondheid en welzijn en het (direct en indirect) voorkomen van zorggebruik. Daarbij zijn 2 sporen
 nodig:
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8
                                        1.   Voor de lange termijn moet er gewerkt worden aan de onderliggende oorzaken van problematische
                                             schulden. Dit betekent dat de bestaanszekerheid van een groot deel van de Nederlandse bevolking
                                             structureel moet worden verstrekt: met werk dat loont, betaalbare huisvesting, toegankelijk onderwijs en
                                             een betrouwbare en voorspelbare overheid. De Raad bereidt momenteel een advies voor over dit
                                             grotere maatschappelijke vraagstuk.
                                        2.   Voor de korte termijn is er een nationale saneringsopgave nodig. De omslag die binnen het systeem van
                                             schuldhulpverlening in gang is gezet, moet verder worden versterkt en versneld. De Raad ziet hiervoor
                                             twee leidende beginselen, namelijk: a. de norm dat de overheid niemand in een perspectiefloze situatie
                                             mag brengen of houden; b. dat de overheid haar burgers die met schulden te maken hebben altijd een
                                             menswaardig bestaan moet garanderen. Dit betekent onder andere dat de zorg voor inwoners in
                                             kwetsbare omstandigheden bij de overheid voorrang moet krijgen boven de angst voor individuele
                                             fraude.
                                       Wat betekent dit?
                                        De groep mensen die nu in een perspectiefloze situatie verkeert, moet volgens de RVS perspectief krijgen
                                        op een (ook financieel) gezonde toekomst. Dat vergt een collectieve inspanning. Met name als het gaat om
                                        preventie en nazorg is er nog het nodige te winnen. Ook binnen de curatie – de eigenlijke schuldsanering –
                                        kan er anders worden gewerkt.
                                        Ten aanzien van preventie van schulden pleit de Raad onder andere voor het volgende:
                                            Bied goede technische ondersteuning bij het aanvragen en bijstellen van toeslagen en
                                             inkomensondersteunende voorzieningen of bij het terugvragen van belastingen. Dit helpt voorkomen dat
                                             burgers onverhoopt te laat of verkeerde of tegenstrijdige informatie doorgeven en daarvoor worden
                                             gestraft.
                                            Zet een centraal schuldenregister op waar burgers snel en eenvoudig informatie kunnen vinden over
                                             openstaande schulden, boetes en eventueel dagvaardingen.
                                            Verleg financiële prikkels bij deurwaarders en bewindvoerders van het innen en (ondersteunen bij het)
                                             aflossen van schulden naar het voorkomen daarvan.
                                            Faciliteer nauwere samenwerking en creëer meer samenwerkingsbereidheid tussen zorgverleners,
                                             werkgevers, schuldhulpverlening en gemeenten bij het signaleren en doorverwijzen bij beginnende
                                             schulden. En heb meer aandacht voor verborgen beperkingen, zoals laaggeletterdheid of een lichte
                                             verstandelijke beperking.
                                            Zorg voor een wettelijk recht op betalingsregelingen, zeker waar (semi)publieke instellingen de
                                             schuldeisers zijn.
                                            Voorkom het snel toenemen van kleine schulden. Dit kan door aanpassing van het systeem van boetes,
                                             naheffingen en bijkomende kosten, bij zowel publieke als private schuldeisers.
                                            Scherp de zorgplicht van kredietverstrekkers verder aan, óók bij kleine kredieten.
                                            Beperk de mogelijkheid om schulden te gebruiken als verdienmodel. Dit kan bijvoorbeeld door een deel
                                             van de incassokosten in rekening te brengen bij de schuldeiser in plaats van bij de schuldenaar.
                                        Ten aanzien van de curatiefase pleit de Raad onder andere voor het volgende:
    RVS | Van schuld naar schone lei
                                            Maak collectief schuldregelen eenvoudiger door schuldhulpverleners de bevoegdheid te geven om een
                                             schuldsaneringsregeling dwingend op te leggen als de meerderheid van de schuldeisers akkoord is.
                                            Geef het saneringskrediet altijd primaat boven schuldbemiddeling. Dit kan verder versneld worden door
                                             gebruik te maken van schattingen van het inkomen en de openstaande schulden. En verbreed het
                                             nationale waarborgfonds, zodat ook vormen van nacalculatie mogelijk worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                                             9
     Creëer een ‘nationaal’ perspectieffonds voor mensen die geen toegang hebben tot ‘normale’
      schuldhulpverlening, zoals jongeren zonder inkomen, mensen met verwijtbare fraudeschulden bij de
      overheid of mensen die een schadevergoedingsmaatregel opgelegd hebben gekregen.
  Wat betreft de nazorg pleit de Raad onder andere voor het volgende:
     Laat gemeenten actief vinger-aan-de-pols-hulp aanbieden, zoals (digitale) budgetondersteuning,
      budgetbeheer of coaching aan mensen die schuldenvrij zijn.
     Maak ruimte voor zwaardere vormen van hulp, bijvoorbeeld een vorm van vrijwillige bewindvoering die
      stapsgewijs wordt afgebouwd en waarbij de bewindvoerder in overleg met de cliënt een beperkt (en
      afnemend) aantal taken overneemt.
Investeren in schuldhulpverlening is investeren in gezondheid
  De hiervoor besproken voorstellen hebben vrijwel allemaal betrekking op het verbeteren en versnellen van
  het bestaande systeem van schuldhulpverlening. Gezondheid en problematische schulden hangen echter zo
  nauw met elkaar samen dat investeringen in een betere en snellere schuldhulpverlening óók investeringen in
  onze volksgezondheid zijn. Schuldhulp is een vorm van gezondheidsbescherming en -bevordering.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10
                                        Inleiding
                                        Schulden zijn de normaalste zaak van de wereld. Vrijwel iedereen in Nederland heeft schulden, en we
                                        kunnen ook niet zonder. Elke transactie waarbij niet meteen het volledige bedrag wordt betaald, is immers
                                        een schuld (of wat officiëler: een krediet). De schulden van bedrijven, overheden en overheidsinstanties
                                        buiten beschouwing gelaten, hadden alle huishoudens in Nederland samen in 2020 voor ongeveer
                                        € 866,3 miljard aan schulden uitstaan. Dat is net iets minder dan € 158.000 per huishouden. Geleend geld
                                        wordt vooral gebruikt om belangrijke zaken te financieren, zoals woningen: het grootste deel van de totale
                                        particuliere schuldenlast, zo’n € 723 miljard, bestaat uit hypotheken. Maar ook opleidingen worden voor een
                                        belangrijk deel via leningen gefinancierd: in 2020 stond er voor bijna € 23 miljard aan studieschulden uit. Als
                                        schulden voor de financiering van een woning of studie van de genoemde € 866,3 miljard worden
                                        afgetrokken, blijft er nog een groot bedrag over: zo’n € 120 miljard. Dit bestaat voor een belangrijk deel uit
                                        hypotheekschulden voor tweede woningen of ander onroerend goed en voor consumptieve leningen,
                                        bijvoorbeeld voor financiering van beleggingen, het leasen van een auto of de aanschaf van een
                                        telefoonabonnement met een nieuwe smartphone.2
                                        Binnen deze schuldenberg nemen schulden die ontstaan door betalingsachterstanden voor belastingen,
                                        premies, huur en energie of de terugvordering van toeslagen een bijzondere plaats in. Het zijn schulden die,
                                        anders dan een hypotheek of een studieschuld, meestal niet zo hoog zijn, maar wel op korte termijn – veelal
                                        binnen enkele maanden of een paar jaar – moeten worden afgelost. Als dat niet lukt, loopt de schuld snel op
                                        door bijkomende boetes en incassokosten. Het zijn meestal deze schulden die mensen snel en in veel
                                        gevallen blijvend in de problemen brengen. Als dat het geval is, praten we over problematische schulden.3
                                        Box 1. Henk heeft permanent een knoop in zijn buik
                                        Na jarenlang werken bij de politie besluit Henk in 2012 om als taxichauffeur aan de slag te gaan. Hij wil een
                                        nare periode in zijn leven afsluiten. Een echtscheiding, slecht contact met zijn kinderen en een stukgelopen
                                        nieuwe relatie. Zonder het zelf te weten bouwt Henk een schuld op, omdat het beslag dat op zijn loont
                                        wordt gelegd, nooit wordt uitgekeerd aan zijn ex-vrouw en kinderen. Blind duikt Henk een zzp-avontuur in.
                                        Dat wordt een glijbaan naar beneden.
                                        Als zelfstandige neemt hij diensten af bij een taxibedrijf: de auto, boekhouding, de naam, de
                                        telefooncentrale. Hij moet hiervoor € 75 per dag betalen, ook als hij met vakantie gaat. “Dat heb ik 2 jaar
                                        volgehouden. Ik werkte alleen maar ’s nachts. Soms verdiende je goed, maar meestal verdiende je geen
                                        ruk.” Als Henk thuiskomt, ligt de brievenbus vaak vol met post. De brieven verdwijnen ongeopend in een la.
                                        “Het is niet eens ontkenning, want je weet het. Uiteindelijk weet je dat de realiteit voor je voordeur gaat
                                        staan.” In dit geval in de vorm van een deurwaarder.
                                        Henk heeft het altijd gered, dus het komt nu ook wel goed, denkt hij. Maar het komt niet meer goed. Hij
                                        raakt steeds vaker in paniek als de deurbel gaat. “Je weet dat dat niet de buurvrouw is voor een kopje
                                        suiker.” Henk klampt zich vast aan zijn nachtdiensten. Soms heeft hij een goede nacht, dan betaalt hij weer
                                        wat. Maar de schulden stapelen zich op en Henk zakt dieper weg in een depressie. Hij eet slecht en slaapt
                                        slecht. Stress is een constante factor: “Er zit altijd een knoop in je buik.”
                                        In het najaar van 2015 stop Henk met zijn taxiritjes en klopt hij via het wijkcentrum aan bij de Gemeentelijke
                                        Kredietbank van Groningen. “Dat was een hele stap. Je gaat naar een wildvreemde toe en je zegt: ik ben
                                        Henk, ik ben 55 en ik heb het verkloot. Dit zijn mijn schulden.” Henk krijgt hulp. Hij moet al zijn ongeopende
                                        post open maken en in een map stoppen. “Ik kan niet omschrijven hoe dat voelt… Dat doet gewoon pijn.”
                                        Hij krijgt een bewindvoerder. “Ondanks dat je geen reet te besteden hebt, geeft dat enorm veel rust. Je kan
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                        gewoon de deur weer opendoen.” Er valt een last van zijn schouders, ondanks dat hij moet leven van € 50
                                        per week.
                                        Als alles goed gaat, is Henk in 2022 helemaal schuldenvrij. “Het is eigenlijk heel gek,” aldus ex-politieagent
                                        Henk, “maar als je in dit land iets met schulden hebt, word je heel zwaar aangepakt. Als ik iemand had
                                        2
                                            Alle bedragen komen van het CBS via: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?dl=5AE11
                                        3
                                            Er bestaan verschillende definities van ‘problematische schulden’. In dit briefadvies volgen we de definitie van het CBS (zie noot 9). Dit
                                            is de minimale variant. In de praktijk gaat het dus eerder om meer dan om minder mensen met problematische schulden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                                                         11
 beroofd, had ik misschien 2 jaar gekregen. Ik heb nu 7 jaar, terwijl ik alleen mijn rekeningen niet heb
 betaald.”
 Lees het hele verhaal van Henk in Gezichten van een onzeker bestaan4
 Het hebben van problematische schulden heeft directe en indirecte effecten op de gezondheid en het
 welbevinden van mensen, zoals we ook uit het verhaal van Henk (Box 1) kunnen opmaken. Bovendien
 kosten schulden niet alleen de mensen zelf, maar ook de maatschappij veel geld. Dat was in 2017 reden
 voor de RVS om het toenmalige stelsel van schuldhulpverlening kritisch onder de loep te nemen. In het
 advies Eenvoud loont stelde de Raad voor om vooral in te zetten op preventie: het voorkomen dat kleine
 schulden snel escaleren. De sleutel lag volgens de Raad in het vereenvoudigen van het kluwen van
 bestaande regelgeving en voorzieningen.5
 Er is tussen 2017 en 2021 veel gebeurd in de wereld van schulden en schuldhulpverlening. Zo lanceerde het
 kabinet in 2018 het Actieplan brede schuldenaanpak. In dit actieplan staan in totaal 40 maatregelen die het
 kabinet tussen 2018-2021 wilde nemen om het systeem van voorkomen en aanpakken van problematische
 schulden te verbeteren.6 Een deel van de maatregelen heeft betrekking op het verbeteren van de bestaande
 wet- en regelgeving, maar ook bewustwording en preventie van schulden stonden hoog op de agenda.
Hoofdvraag
 In dit advies kijken we – door de bril van Eenvoud loont – terug op de afgelopen 5 jaar. Wat is er veranderd
 in de wereld van schulden en schuldhulpverlening, en hoe past dat binnen de 3 vormen van ontzorgen die
 we destijds voorstelden? Wat heeft het Actieplan brede schuldenaanpak dat het kabinet in 2018 heeft
 ingezet, opgeleverd? Wat gaat er goed en waar is misschien extra inzet nodig? En hoe zou die extra inzet
 eruit kunnen zien? Aan de hand van deze vragen zijn we de beleidsstukken en de literatuur ingedoken. Ook
 zijn we het veld van experts, (ervarings)deskundigen en professionals ingetrokken.
Leeswijzer
 Het advies is als volgt opgebouwd. We geven in het eerste hoofdstuk een kort overzicht van de aard en de
 omvang van problematische schulden in Nederland. Om hoeveel mensen gaat het? Wat weten we van hun
 achtergrond? Hoe groot is hun schuld? Wat kost schuldhulpverlening de samenleving? Hoe ziet het
 schuldhulpverleningstraject er op hoofdlijnen uit? En wat weten we over de relatie tussen schulden en
 gezondheid? In het tweede hoofdstuk behandelen we de 3 vormen van vereenvoudiging en ontzorging die in
 Eenvoud loont over het voetlicht zijn gebracht. We gebruiken die als lens om te kijken naar de belangrijkste
 ontwikkelingen rond schulden en schuldhulpverlening in de afgelopen jaren. Voor wie bekend is met
 schuldhulpverlening bevat dit hoofdstuk waarschijnlijk weinig verrassends. In het derde en laatste hoofdstuk
 zetten we onze ideeën over wat er anders kan en moet verder uiteen.
 4
     RVS (2021). Gezichten van een onzeker bestaan. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.
 5
     RVS (2017). Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.
 6
     Rijksoverheid.nl (2021). Schulden aanpakken. Website. Geraadpleegd op 24 november 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12
                                        1 Risicovolle en problematische
                                          schulden: wat weten we?
                                        Veel Nederlanders hebben geldzorgen, zoals we ook in figuur 1 kunnen zien. Volgens peilingen van het
                                        Nibud had in 2019 zo’n 38% van de Nederlandse huishoudens – circa 2,8 miljoen huishoudens – moeite met
                                        het betalen van alle rekeningen.7 Dit beeld is door recent onderzoek van Deloitte in samenwerking met de
                                        Universiteit Leiden, ING en het Nibud nog eens bevestigd.8 Een deel van de mensen die moeite hebben met
                                        het betalen van rekeningen, heeft ook te maken met risicovolle of problematische schulden.
                                        Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Nibud schatten dat ongeveer 1,4 miljoen Nederlandse
                                        huishoudens te maken hebben met risicovolle schulden of betalingsproblemen. Dit komt neer op grofweg
                                        1 op de 5 huishoudens.9 Bij risicovolle schulden gaat het bijvoorbeeld om gezinnen die vaak en veel rood
                                        staan, veel aanmaningen ontvangen of meer dan 3 achterstallige rekeningen hebben, waarvan ten minste
                                        1 rekening de huur, hypotheek, energierekening of zorgverzekering betreft.10 Bij deze groep is er niet per
                                        direct sprake van een probleem. Vaak is de situatie tijdelijk en komen deze mensen er op eigen kracht weer
                                        bovenop.
                                                         Figuur 1. Financiële situatie van het totaal aantal huishoudens (8 miljoen) in Nederland in 2019/2020
                                                                                          (Bron: Deloitte, SCP, NIBUD, NVVK)
                                        Binnen de groep van 1,4 miljoen mensen met risicovolle schulden heeft een aanzienlijk deel te maken met
                                        problematische schulden, oftewel schulden die zo hoog zijn dat ze daar niet meer op eigen kracht vanaf
                                        komen. Volgens recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft ongeveer 1 op de
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                        13 huishoudens – circa 614.000 – problematische schulden.11 Daarbij baseert het CBS zich op
                                        7
                                             Schors A. van der, C. Crijnen en G. Schonewille (2019). Geldzaken in de praktijk 2018-2019. Utrecht: Nibud, pp. 16-18.
                                        8
                                             Deloitte (2021). In balans. Samen op weg naar een financieel gezond Nederland. Rotterdam: Deloitte.
                                        9
                                             SCP (2020). Maatschappelijke gevolgen van corona. Verwachte gevolgen van corona voor scholing, werk en armoede. Den Haag:
                                             Sociaal en Cultureel Planbureau, p. 21; Nibud (2019). Financiële problemen 2018. Geldzaken in de praktijk 2018-2019. Deel 1. Utrecht:
                                             Nibud.
                                        10
                                             Voor de definitie van risicovolle schulden, zie: SCP (2016). Armoede in kaart 2016. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; Vgl.
                                             Nibud (2019). Financiële problemen 2018. Geldzaken in de praktijk 2018-2019. Deel 1. Utrecht: Nibud, p. 4, noot 1 en 2.
                                        11
                                             CBS (2021). Aantal huishoudens met problematische schulden niet toegenomen. Website. Geraadpleegd op 14 oktober 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                       13
  registratiedata van onder andere de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het Centraal
  Justitieel Incassobureau (CJIB) en het Bureau Kredietregistratie (BKR).12 Omdat niet iedere schuld wordt
  geregistreerd, zoals onderhandse leningen en veel consumptieve kredieten, ligt het werkelijke aantal
  huishoudens met problematische schulden waarschijnlijk hoger. Volgens schattingen van de
  Argumentenfabriek bedroegen de problematische schulden in Nederland in 2018 ongeveer € 3 miljard tot
  € 3,5 miljard13, oftewel iets minder dan 0,4% van de totale schuldenlast van huishoudens in Nederland op
  dat moment.
1.1       Problematische schulden: een opeenstapeling van factoren
Schulden komen in alle lagen van de bevolking voor
  Hoe ontstaan problematische schulden? Vaak gaat het om een samenspel van persoonlijke
  omstandigheden en omgevingsfactoren. Hoewel factoren als opleidingsniveau, financiële vaardigheden en
  inkomen zeker een rol spelen, voert het te ver om te stellen dat problematische schulden altijd of helemaal
  het gevolg zijn van eigen handelen of onkunde. Problematische schulden komen immers in alle lagen van de
  samenleving voor (zie figuur 3). Ongeveer 33% van de groep huishoudens met problematische schulden
  verdient meer dan het minimumloon, ongeveer 45% van deze groep is middelbaar of hoger opgeleid, circa
  42% werkt en zo’n 20% van de huishoudens met problematische schulden heeft een koopwoning. Het risico
  om in problematische schulden terecht te komen is echter wel het hoogst voor huishoudens met een laag
  inkomen en een lager opleidingsniveau.14 Dit komt vooral doordat juist deze groep vaak geen of slechts
  kleine buffers heeft om een plotseling verlies aan inkomen – waarover in de volgende paragraaf meer – op
  te vangen. Er zijn echter ook factoren die het risico op problematische schulden sterk kunnen doen
  toenemen. Figuur 4 laat bijvoorbeeld zien dat psychische problemen, laaggeletterdheid en een lichte
  verstandelijke beperking een belangrijke rol kunnen spelen.15 Dit geldt voor ongeveer twee derde van de
  groep met problematische schulden. Bij een derde van de huishoudens die te maken krijgen met
  problematische schulden is geen sprake van dit soort onderliggende problematiek. Bij hen gaat het louter om
  geldgebrek.16
     Werkend maar met substantiële afname inkomen
                                  Werkend naar WW
                       Werkend naar Ziektewet of
                   Arbeidsongeschiktheidsvoorziening
                               Werkend naar Bijstand
                                                       0       1       2       3      4      5        6       7       8
                    Figuur 2. Toename van het risico op problematische schulden als factor van het gemiddelde risico
                                          bij een verandering van de inkomenssituatie (Bron: CBS)
Inkomensonzekerheid en een plotselinge inkomensval spelen een belangrijke rol
  Een grote afname van het inkomen (inkomensval) of schommelingen in het inkomen (inkomensonzekerheid)
  vergroten de kans op het escaleren van kleine schulden en zodoende het ontstaan van problematische
  schulden, zeker bij mensen in extra kwetsbare omstandigheden. Deze schommelingen kunnen veroorzaakt
  worden door levensgebeurtenissen als baanverlies, ziekte, arbeidsongeschiktheid of scheiding. De
  gegevens van het CBS over de kenmerken van de mensen die instromen in de groep met problematische
  schulden maken de impact van dit soort gebeurtenissen goed zichtbaar (zie figuur 2). De overgang van een
  12
      Zie voor een uitgebreide beschrijving van de CBS-definitie: CBS (2020). Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met
      geregistreerde problematische schulden, 2015-2018. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. Bijlage 1. Zie ook: CBS (2021).
      Aantal huishoudens met problematische schulden niet toegenomen. Website. Geraadpleegd op 14 oktober 2021.
  13
      Fransman R. en T. Bakker (2020). Minder schade door schuld. Beleidsvoorstellen om slimmer met problematische schulden om te gaan
      en zo miljarden te besparen. Den Haag: Argumentenfabriek.
  14
      CBS (2020). Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden, 2015-2018. Den Haag:
      Centraal Bureau voor de Statistiek, pp. 22-27; ook het CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld geeft een overzicht van
      kenmerken. Die dataset voor 2018 is het meest uitgebreid.
  15
      CBS (2020). Idem, pp. 28-31.
  16
      CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld: Cijfers over 2018: Kenmerken/Kwetsbare groepen; Zie ook: R. Fransman en T. Bakker
      (2020). Minder schade door schuld. Beleidsvoorstellen om slimmer met problematische schulden om te gaan en zo miljarden te
      besparen. Den Haag: Argumentenfabriek, p. 22, afbeelding 3.1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14
                                        werkend bestaan naar de Ziektewet of een arbeidsongeschiktheidsvoorziening verhoogt de kans om in
                                        problematische schulden te komen met een factor 3. Bij de overgang van een werkend bestaan naar de WW
                                        neemt het risico met een factor 2,5 toe, en bij instroom naar de bijstand stijgt het risico zelfs met meer dan
                                        een factor 7.17
                                        Het risico op problematische schulden wordt door een substantiële afname van het huishoudinkomen 2 keer
                                        hoger dan bij een stabiel inkomen. In het geval van een scheiding wordt het risico op problematische
                                        schulden 3 keer hoger.18 Inkomensonzekerheid speelt vooral bij mensen met een flexibel contract
                                        (1,7 miljoen mensen) en bij ZZP’ers (1,1 miljoen mensen). Bij elkaar genomen vertegenwoordigen zij 32%
                                        van de totale beroepsbevolking.19 Voor hen is het vaak moeilijk om van tevoren goed te weten wat de
                                        inkomsten zullen zijn. Een onzeker inkomen is in combinatie met inkomensondersteunende maatregelen
                                        vaak funest – daarover in de volgende paragraaf meer.
                                                                                                  Bovenmodaal
                                                                                                      7%
                                                                                 Minimumloon
                                                                                  tot modaal
                                                                                      26%
                                                                                                                           Minimumloon
                                                                                                                             of lager
                                                                                                                               67%
                                                             Figuur 3. Inkomensniveau van huishoudens met problematische schulden 2020 (Bron: CBS)
                                                                                   Laaggeletterd
                                                                                       27%
                                                                                                                             Geen
                                                                                                                             36%
                                                                                      GGZ-
                                                                                   problematiek                           (licht) Verstandelijke
                                                                                       18%                                    beperking 19%
                                                      Figuur 4. Onderliggende problematiek bij huishoudens met problematische schulden in 2020 (Bron: CBS)
                                        Kortom, een plotselinge inkomensval of grote inkomensonzekerheid verhoogt de kans op problematische
                                        schulden. Dat is zeker het geval voor groepen met lagere inkomens en weinig financiële buffers of bij
                                        zelfstandigen met een middeninkomen en hoge vaste lasten. Niet voor niets waarschuwden onder andere
                                        het SCP, Nibud en TNO de afgelopen maanden voor het desastreuze effect dat de huidige coronapandemie
                                        en de economische ontwikkelingen, zoals veranderingen op de arbeidsmarkt en sterk stijgende gasprijzen,
                                        kunnen hebben op het ontstaan van problematische schulden.20 Dit is ook terug te zien in de cijfers. Van het
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                        aantal mensen dat tussen 1 januari en 1 oktober 2020 te maken kreeg met problematische schulden, was
                                        17
                                             CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld: Cijfers over 2018: Life Events
                                        18
                                             CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld: Cijfers over 2018: Life Events
                                        19
                                             Data beschikbaar via: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/82646NED/table?dl=5B052
                                        20
                                             SCP (2020). Verwachte gevolgen van corona voor scholing, werk en armoede. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, pp. 18-22;
                                             Bosch J, N. Houtsma en C. van Horssen (2020). Coronabarometer. De financiële gevolgen van de coronacrisis voor werkenden.
                                             Utrecht: Nibud; Mulder P., F. Dalla Longa en K. Straver (2021). Over het effect van hoge gasprijzen op energiearmoede. Amsterdam:
                                             TNO.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                               15
 het aandeel huishoudens zonder werknemer of met een zelfstandige in het huishouden groter dan het jaar
 daarvoor. Het aandeel huishoudens uit de laagste inkomensgroepen nam juist iets af.21
Het systeem van inkomensondersteunende maatregelen vraagt (te) veel van mensen
 Juist de combinatie van een flexibel inkomen en toeslagen is een bron van veel problemen. De
 toeslagensystematiek werkt immers met name goed voor mensen met een voorspelbaar of stabiel inkomen.
 Voor de groep mensen met wisselende inkomens werkt het toeslagensysteem vaak averechts vanwege de
 correcties achteraf. Een niet-ingecalculeerde meevaller of een mutatie in de inkomsten leidt dan tot een
 terugvordering van een gedeelte van de ontvangen toeslagen of het volledige bedrag. Dat geld is dan vaak
 al uitgegeven.22 Heel concreet: als iemand met een WW- of bijstandsuitkering in de loop van een jaar –
 bijvoorbeeld op 1 september – gaat werken, telt de Belastingdienst de verhoging van het inkomen mee in de
 herberekening over het hele jaar. Dat betekent bijna altijd dat deze persoon (een deel van) de toeslagen die
 diegene heeft ontvangen in de 8 maanden voordat hij of zij ging werken, moet terugbetalen. Terwijl de
 toeslagen in de periode tot september wel degelijk nodig waren om rond te komen. Dat voelt niet alleen
 onrechtvaardig, maar betekent ook dat het netto-effect van een inkomensstijging op voorhand nauwelijks te
 voorspellen is. Het komt dus geregeld voor dat mensen in de schulden belanden door te gaan werken.
 Nederland kent een uitgebreid systeem van 27 verschillende inkomensondersteunende maatregelen,
 waarvan 4 toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget). Dit
 systeem is tijdens de coronapandemie fors uitgebreid met bijvoorbeeld de tijdelijke overbruggingsregeling
 zelfstandige ondernemers (TOZO). Vóór de pandemie ontvingen jaarlijks ruim 6 miljoen mensen één of
 meerdere toeslagen als tegemoetkoming in de kosten voor de zorgverzekering, de kinderopvang, een
 huurhuis of kinderen. Volgens onderzoek van de Algemene Rekenkamer bestond het inkomen van mensen
 met een inkomen lager dan het wettelijk minimumloon voor gemiddeld 13% uit toeslagen; hierbij zijn de
 kwijtscheldingen van gemeentelijke en/of waterschapsbelasting niet meegenomen.23 Alle toeslagen en
 andere inkomensondersteunende maatregelen zijn inkomensafhankelijk of kennen een vermogenstoets.
 Daarbij worden 8 verschillende – en soms ook tegenstrijdige – definities van partner, inkomen en vermogen
 gebruikt.24 Voor alle maatregelen geldt een informatieverplichting die burgers dwingt om elke verandering die
 invloed heeft op de hoogte van de toeslag of ondersteuning direct door te geven aan de overheid. Wat
 relevante wijzigingen zijn, verschilt weer per toeslag of ondersteuningsregeling. Mensen verdwalen soms
 eenvoudigweg in de regelgeving, waardoor zij onopzettelijk en soms zelfs zich niet bewust van de noodzaak
 een wijziging niet of te laat doorgeven. Het niet-informeren van de overheid leidt in veel gevallen wel tot het
 label ‘fraude’. De toeslagenaffaire heeft laten zien tot welke schrijnende situaties dit kan leiden.25
 De wirwar van verschillende inkomensvoorzieningen en toeslagen met verschillende criteria en
 toetsingskaders en verschillende momenten van correctie is voor veel mensen, zo niet iedereen, nauwelijks
 nog te doorgronden. Het veroorzaakt bovendien vaak het tegenovergestelde van wat het beoogt, namelijk
 inkomensonzekerheid. Zo kunnen huishoudens die toeslagen ontvangen gedurende het jaar te maken
 krijgen met verlagingen van toeslagen. Volgens de Algemene Rekenkamer gebeurde dat tussen 2012 en
 2017 bijna 4,7 miljoen keer. In dezelfde periode werd 7,8 miljoen keer een deel of het geheel van de
 ontvangen toeslagen teruggevorderd. Bovendien kan deze ‘retrospectieve correctie’ ook jaren later nog
 plaatsvinden. Tussen 2012 en 2017 werd er ongeveer 15 miljoen keer pas na afloop van het toeslagjaar een
 terugvordering geëist. In zo’n 3,8 miljoen gevallen kwam dat bericht pas 2 tot 4 jaar na het toeslagjaar.26
 De meeste terugvorderingen worden snel betaald. Maar huishoudens met een inkomen dat ligt tussen het
 wettelijke minimumloon en 2 keer modaal (circa € 71.000 bruto) en eenpersoonshuishoudens met kinderen
 hebben vaak de hoogste toeslagschuld en doen er het langst over om die af te betalen.27
 21
     CBS (2021). Aantal huishoudens met problematische schulden niet toegenomen. Website. Geraadpleegd op 14 oktober 2021.
 22
     Olsthoorn M., P. Koot, S. Hoff, M. Ras, B. van Hulst , J. Wildeboer Schut, J. Arts, B. Goderis, L. Thijssen, M. de Haard, M. Vlekke en W.
     Verkade (2020). Kansrijk armoedebeleid. Den Haag: Centraal Planbureau & Sociaal en Cultureel Planbureau; IBO toeslagen
     deelonderzoek 1 (2019). IBO toeslagen deelonderzoek 1, Eenvoud of maatwerk: Uitruilen binnen het bestaande toeslagenstelsel. Den
     Haag: Ministerie van Financiën en Inspectie der Rijksfinanciën.
 23
     Algemene Rekenkamer (2019). Toeslagen terugbetalen. Den Haag: Algemene Rekenkamer, p. 10.
 24
     Divosa (2018). Armoede en schulden in Nederland. Feiten & cijfers uit 2013-2017. Utrecht: Divosa.
 25
     Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (2020). Ongekend onrecht. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-
     Generaal.
 26
     Algemene Rekenkamer (2019). Toeslagen terugbetalen. Den Haag: Algemene Rekenkamer, pp. 31-39.
 27
     Algemene Rekenkamer (2019). Toeslagen terugbetalen. Den Haag: Algemene Rekenkamer, pp. 40-50.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16
                                         Zoals de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman recentelijk nog over het
                                         voetlicht brachten, is het vaak de combinatie van soms onbegrijpelijke en tegenstrijdige regelgeving en
                                         stringente uitvoering en handhaving zonder oog voor de menselijke maat die mensen in ernstige problemen
                                         brengen. Juist de mensen die het kwetsbaarst zijn, krijgen te maken met de meest ingewikkelde
                                         regelgeving.28
                                         Het huidige systeem van inkomensondersteunende maatregelen en toeslagen houdt onvoldoende rekening
                                         met verschillen in doenvermogen van mensen en hun financiële redzaamheid.29 Het overvraagt niet alleen
                                         hun bureaucratische vaardigheden, zoals regels begrijpen en inzicht hebben in rechten en plichten, maar
                                         ook hun lees-, schrijf- en rekenvaardigheid. Het overvraagt óók hun financiële vaardigheden, zoals het
                                         vermogen om belangrijke informatie te overzien en te onthouden, prioriteiten te stellen, plannen te maken en
                                         deze weer aan te passen aan veranderende situaties, focus te houden op (soms vervelende) taken en het
                                         overzien van de gevolgen van het eigen gedrag.30
                                                                                       Banken                       8%
                                                                                          CJIB                           10%
                                                        Gemeenten/Woningbouwcorporaties                                         14%
                                                                            Zorgverzekeraars                                            18%
                                                                               Belastingdienst                                                           26%
                                                                     Incasso-ondernemingen                                                                   28%
                                                                                                 0%       5%        10%        15%      20%       25%        30%
                                              Figuur 5. Gemiddeld aandeel van de grootste schuldeiser in de totale schuld bij huishoudens in de schuldhulpverlening in 2019-
                                                              2020 (Bron: Gegevens van het CBS en de NVVK, bewerkt door Fransman en Bakker (2020))
                                        Jongeren zijn vaak extra kwetsbaar
                                         Het aantal jongeren tussen de 18 en 25 jaar met betalingsproblemen, zoals Tyrell uit Box 2 (zie hierna), is de
                                         afgelopen jaren licht gestegen, van 32.000 in 2019 naar 34.000 in 2020. Dit is niet verwonderlijk als we ons
                                         realiseren dat deze groep veel meer dan andere groepen afhankelijk is van flexibel werk in sectoren die hard
                                         door de coronapandemie zijn getroffen. Daarnaast hebben jongeren vaak slechts kleine financiële buffers.31
                                         Bij jongeren zien we ook dat studieschulden een belangrijke rol spelen. Ongeveer 1 op de 5 jongeren met
                                         een studieschuld bij DUO heeft betalingsachterstanden.32 Binnen het geheel van problematische schulden
                                         nemen studieschulden echter vooralsnog een kleine plaats in: bij ongeveer 15% van de mensen met
                                         problematische schulden (dat zijn ongeveer 90.000 huishoudens) bestaat een deel van de problematische
                                         schuld uit achterstallige betalingen aan DUO.33
                                        Box 2. Tyrell wil beginnen met een schone lei
                                        Na een turbulente jeugd weet Tyrell zijn draai te vinden in het leven en hij gaat samenwonen met zijn vriendin.
                                        Hij heeft dan al schulden gemaakt, onder andere door zijn collegegeld niet te betalen. Zijn vriendin heeft ook
                                        schulden. De schuldsanering ingaan is de enige optie. Samen moeten ze rondkomen van € 15 per week. Om
                                        toch aan eten te komen, stopt Tyrell met het betalen van de maandelijkse premie voor de zorgverzekering. Zo
                                         28
                                               Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman (2021). Zorgvuldig, rechtsstatelijk en met vertrouwen in de burger. Den
                                               Haag: Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman. Zie ook: Nationale Ombudsman (2021). Ombudsagenda 2021.
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                               Den Haag: Nationale Ombudsman, Veteranenombudsman, Kinderombudsman; Nationale Ombudsman (2021).
                                         29
                                               Tiemeijer W. (2021). Begrensde burgers. Over de bijdrage van gedragswetenschappen aan bestuur en beleid. Rotterdam: Erasmus
                                               School of Social and Behavioural Sciences (ESSB); WRR (2017). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid.
                                               Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid; Tiemeijer, W. (2016). Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk
                                               perspectief op schulden. Amsterdam: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
                                         30
                                               RVS (2017). Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, pp. 17-
                                               18.
                                         31
                                               BKR (2021). Schuldenmonitor. Jaarrapport. Tiel: Bureau Kredietregistratie, pp. 29-30.
                                         32
                                               BKR (2021). Idem, pp. 29-30.
                                         33
                                               CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld: Cijfers over 2020-10: Schuldenregistraties.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                    17
komen er nieuwe schulden bij. Hij gaat te rade bij het jongerenloket, waar hij op een wachtlijst komt te staan.
Het kan wel 6 tot 8 maanden duren voordat hij hulp krijgt.
Zijn vriendin zet Tyrell al snel het huis uit. Hij kan nergens heen en belandt op straat. Na lang zoeken vindt hij
hulp. Tyrells schulden worden geïnventariseerd. De brieven met incasso’s en schulden heeft hij nooit
opengemaakt. Nu móét hij wel. De schulden zijn enorm opgelopen: € 8.000 in totaal.
Hij moet nu kiezen: gaat hij naar school voor het behalen van een startkwalificatie of gaat hij werken voor het
afbetalen van zijn schulden? Hij kiest voor het laatste en vindt werk als logistiek medewerker. Nare ervaringen
volgen. Hij krijgt last van zijn hart. Op een dag wordt hij wakker met een deels verlamd gezicht, symptomen
van een herseninfarct. Hij schrikt er erg van. Er blijkt lichamelijk gezien niets aan de hand te zijn. Zou het een
symptoom zijn van stress? Hij verliest hierdoor wel zijn baan.
Het zoeken naar werk levert niet veel op. Uiteindelijk is het zijn begeleider die hem er weer bovenop helpt. Hij
gaat werken bij een fietsenmaker. Daar start hij met zijn opleiding en krijgt hij een baangarantie. Zijn
begeleider schrijft ook een fonds aan, zodat hij € 1.000 krijgt voor het afbetalen van huurschulden. Tyrell is
23 jaar oud en wil dolgraag met een schone lei beginnen, maar de schulden afbetalen zal nog minstens 4 jaar
duren.
Lees het hele verhaal van Tyrell in Gezichten van een onzeker bestaan
De overheid is een grote schuldeiser
 De gemiddelde problematische schuld van een huishouden, inclusief boetes en incassokosten, bedraagt op
 het moment dat hulp wordt gevraagd meestal iets meer dan € 43.000. Bij voormalig ondernemers is dit
 gemiddeld € 100.000. Een belangrijk deel van de problematische schulden vindt zijn oorsprong in
 vorderingen van de overheid, organisaties met een publieke functie zoals woningbouwcorporaties en
 zorgverzekeraars, en bedrijven uit de sfeer van de vaste lasten, zoals aanbieders van energie, water en
 telefonie34 (figuur 5). Op het moment dat mensen aankloppen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening zijn
 er gemiddeld genomen ongeveer 14 schuldeisers, waarvan de meeste – zoals woningbouwcorporaties en
 energiemaatschappijen – private ondernemingen zijn. Recent onderzoek van Panteia, de Hogeschool
 Utrecht en de Kredietbank Nederland laat zien dat gemiddeld 71% van de openstaande schuldenlast van
 huishoudens met problematische schulden wordt opgeëist door private partijen.35
 Dit is één kant van het verhaal. De overheid is in veel gevallen wel degelijk een belangrijke schuldeiser. Bij
 huishoudens met problematische schulden is de Belastingdienst de meest voorkomende schuldeiser. Bijna
 de helft van het bedrag dat huishoudens met problematische schulden hebben uitstaan bij de overheid komt
 voor rekening van de Belastingdienst. In veel gevallen zijn 2 overheidsdiensten samen verantwoordelijk voor
 meer dan 90% van het bedrag dat openstaat aan de overheid. Het gaat daarbij vaak om combinaties van de
 Belastingdienst, het CJIB, DUO, gemeenten en waterschappen.36 Bovendien is de overheid als schuldeiser
 preferent, wat betekent dat de overheid bij het aflossen van de schulden – ook bij een kleine omvang van de
 schuld – als eerste aan de beurt is om te vorderen.
 Daarnaast hebben de overheid en aan de overheid gelieerde instanties de beschikking over een uitgebreid
 systeem van wettelijk vastgelegde boetes, automatische verhogingen en naheffingen (hoewel een groeiend
 aantal overheidsinstanties probeert dit te voorkomen). Dit systeem is gebaseerd op het idee dat (negatieve)
 financiële prikkels mensen aanzetten tot het gewenste gedrag. Deze prikkel werkt bij veel mensen goed,
 maar voor naar schatting 450.000 à 475.000 huishoudens werkt die juist averechts en brengt een boete of
 wettelijke ophoging de schuldenaar alleen maar verder in de problemen.37
Aan schulden wordt ook geld verdiend
 Niet alleen de overheid kan via boetes en bijkomende kosten zorgen voor het snel escaleren van kleine
 schulden. Ook andere instanties ‘verdienen’ geld met het innen en verhandelen van openstaande schulden,
 waardoor die snel in omvang kunnen toenemen. Meestal gaat het hierbij om normale vergoedingen voor
 geleverde diensten. Zo berekenen gerechtsdeurwaarders kosten voor hun werk. Voor hen liggen de tarieven
 34
     Omdat veel energie-, water-, telecom- en verzekeringsondernemingen uitstaande rekeningen innen via of doorverkopen aan derden,
     vallen deze vaste lasten in figuur 5 grotendeels onder incasso-ondernemingen.
 35
     Jungmann N., R. Oomkens, T. Madern en M. Bartsch (2021). Ophogingen. Eindrapport. Zoetermeer: Panteia, Hogeschool Utrecht en
     Kredietbank Nederland, pp. 102-103.
 36
     Jungmann N., R. Oomkens, T. Madern en M. Bartsch (2021). Idem, pp. 102-103.
 37
     Jungmann N., R. Oomkens, T. Madern en M. Bartsch (2021). Idem, pp. 102-103.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>18
                                         vast, aangezien het gaat om diensten die zij uitvoeren als openbaar ambtenaar met wettelijke
                                         bevoegdheden, zoals de mogelijkheid om beslag te leggen op iemands loon, vermogen of bezittingen. Dit
                                         ligt anders bij incassobureaus. Dit zijn bedrijven die schulden innen, maar geen wettelijke bevoegdheden
                                         hebben. Incassobureaus vragen vaak een percentage van het geïnde bedrag als beloning. Een deel van de
                                         beloning kan ook worden gehaald uit het doorberekenen van extra rente op de schuld of extra
                                         incassokosten. Dit gebeurt vaker als een pakket van openstaande vorderingen door het bedrijf is verkocht
                                         aan incassobureaus, aangezien hier een investering van het incassobureau moet worden terugverdiend. Het
                                         liefst met winst. Deze ‘buitengerechtelijke incassokosten’ zijn sinds 2012 aan een wettelijk maximum
                                         gebonden.38 Toch wijst de Autoriteit Consument en Markt (ACM) er al jaren op dat een substantiële groep
                                         incassobureaus incasso’s verhoogt met bedragen waar geen rechtsgrond voor bestaat.39 Het nog te
                                         behandelen wetsvoorstel voor de Wet kwaliteit incassodienstverlening, dat overigens al sinds 2019 op de
                                         wetgevingskalender staat, is erop gericht om deze praktijken aan te pakken door kwaliteitseisen en toezicht
                                         in te stellen voor deze sector.40 Het formele verschil tussen gerechtsdeurwaarders en incassobureaus is in
                                         de praktijk soms lastig te maken, omdat gerechtsdeurwaarders vaak ook een private incassopraktijk ernaast
                                         hebben.
                                        De rol van consumptieve kredieten bij het ontstaan van problematische schulden
                                         In 2020 hadden Nederlandse huishoudens voor ongeveer € 43 miljard aan consumptieve kredieten
                                         uitstaan.41 Dat is ongeveer 35% van de € 120 miljard aan particuliere schulden die overblijven als we de
                                         schuld door hypotheken voor eerste woningen en de studieschulden van de totale particuliere schuld
                                         aftrekken. Consumptieve kredieten zijn leningen voor de aanschaf van goederen of diensten waar (meestal)
                                         geen onderpand voor hoeft te worden gegeven. Hieronder vallen bijvoorbeeld een persoonlijke lening,
                                         huurkoop, financial lease, een doorlopend krediet bij een bank, kopen op afbetaling (bij webshops en
                                         postorderbedrijven heet dit een ‘verzendhuiskrediet’), lease van een auto, rood staan op de rekening of een
                                         creditcard met bestedingslimiet. Maar ook restschulden – de hypotheekschuld die overblijft na de verkoop
                                         van de eigen woning – en saneringskredieten vallen onder consumptieve leningen.42
                                         De hoofdmoot, ruim 91%, van deze schulden bestaat uit aflopende en doorlopende leningen. Dit bedrag is
                                         hoog, maar loopt volgens het BKR al enige jaren structureel terug. Nederlanders lenen dus minder voor
                                         consumptieve doeleinden. Het bedrag dat jaarlijks ‘geleend’ wordt voor het leasen van een auto neemt
                                         echter gestaag toe, evenals de openstaande restschuld.43
                                         Voor veel huishoudens zijn consumptieve kredieten niet de oorzaak van schuldenproblemen.44 Tegelijkertijd
                                         zijn consumptieve kredieten met een hoge rente vaak wel onderdeel van het probleem. De bijna fameuze
                                         schuld bij een postorderbedrijf is hierbij overigens maar een klein onderdeel. Het aantal
                                         verzendhuiskredieten met betalingsachterstanden neemt de afgelopen jaren immers gestaag af.
                                         Tegelijkertijd zijn verzendhuiskredieten waarbij betalingsachterstanden zijn ontstaan wel hardnekkig.
                                         Ongeveer 75% van de verzendhuiskredieten met een betalingsachterstand is afgesloten vóór 2015. Bijna
                                         40% is afgesloten voor 2010. Dat is opmerkelijk gezien het vaak lage bedrag van de oorspronkelijke
                                         schuld.45
                                         Daarnaast heeft het afsluiten van leningen via een online omgeving de afgelopen jaren een grote vlucht
                                         genomen. Hierin schuilt een extra risico, omdat een dergelijke lening vaak (voor het gevoel) anoniem, snel
                                         en eenvoudig kan worden aangegaan. Op aandringen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de
                                         online beslisomgeving voor consumptief krediet de afgelopen jaren bij verschillende partijen aangepast en is
                                         38
                                              De Rechtspraak (2020) Buitengerechtelijke Incassokosten (BIK) Website. Geraadpleegd op 23 november 2021.
                                         39
                                              ACM (2019). ACM waarschuwt voor netwerk van agressieve incassobureaus. Website: Geraadpleegd op 21 oktober 2021; ACM (2016).
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                              ACM zet volgende stap in aanpak oneerlijke incassopraktijken. Website. Geraadpleegd op 21 oktober 2021; ACM (2015). Een
                                              onderzoek naar de handelspraktijken van incassobureaus. Website. Geraadpleegd op 21 oktober 2021.
                                         40
                                              Overheid.nl (2021). Wetgevingskalender: Wet kwaliteit incassodienstverlening. Website. Geraadpleegd op 23 november 2021.
                                         41
                                              BKR (2021). Schuldenmonitor Jaarrapport. Bijlage. Tiel: Bureau Kredietregistratie, p. 10.
                                         42
                                              BKR (2021). Schuldenmonitor. Jaarrapport. Tiel: Bureau Kredietregistratie p. 49.
                                         43
                                              BKR (2021). Schuldenmonitor Jaarrapport. Bijlage. Tiel: Bureau Kredietregistratie p. 10; BKR (2021). Schuldenmonitor. Jaarrapport.
                                              Tiel: Bureau Kredietregistratie, p.10
                                         44
                                              Ministerie van Financiën (2018). ‘Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer aangaande de preventie en bestrijding van
                                              stille armoede en sociale uitsluiting’, d.d. 11 september 2018. Den Haag: Ministerie van Financiën.
                                         45
                                              Ministerie van Financiën (2020). ‘Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer over het vervolg ontwikkelingen
                                              consumptiefkredietmarkt’, d.d. 11 februari 2021. Den Haag: Ministerie van Financiën.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                      19
 het acceptatie- en beheerbeleid van aanbieders verbeterd.46 Dit zijn goede ontwikkelingen. Toch is hier nog
 veel te winnen. Nog steeds zijn er voorbeelden van bedrijven die met online en offline nudging hun
 marketing en verdienmodellen richten op mensen in wijken met een lage sociaaleconomische status.
1.2     Het schuldhulpverleningstraject: hoe ziet het eruit en hoe effectief is het?
 Om weer schuldenvrij te worden, zijn huishoudens met problematische schulden vaak afhankelijk van hulp
 van buitenaf. Hulp begint vaak bij maatschappelijke organisatie. De formele hulp begint bij de gemeente.
 Van de groep van 614.000 huishoudens met problematische schulden bevindt ongeveer een zesde zich aan
 de beginfase van het hulptraject. Naar schatting melden elk jaar een kleine 100.000 huishoudens zich bij
 hun gemeente aan voor schuldhulpverlening.47 Daarnaast bevinden jaarlijks 200.000 tot 250.000
 huishoudens zich in de ‘curatiefase’, waarbij er in een schuldhulpverleningstraject gewerkt wordt aan een
 weg uit de schulden.48 De overige mensen wachten gemiddeld 2 jaar op het starten met de curatiefase, de
 weg uit de schulden. Zij krijgen ondertussen meestal relatief lichte hulp aangeboden door gemeenten, zoals
 advies en begeleiding. Soms wordt intensievere hulp geboden, zoals een vorm van budgetbeheer of
 beschermingsbewind. De wachttijd tussen aanmelding en curatie, de zogenoemde stabilisatiefase, is
 onderdeel van het traject. Bij veel mensen die zich aanmelden voor schuldhulpverlening liggen de inkomsten
 immers vaak aanzienlijk lager dan de uitgaven, waardoor de schulden blijven toenemen. Tijdens de
 stabilisatiefase wordt gewerkt aan het in kaart brengen van de schulden, het verhogen van de inkomsten en
 het verlagen van de uitgaven.49
 Als inkomsten en uitgaven zijn gestabiliseerd, kunnen de schulden worden aangepakt. Hiervoor bestaan
 grofweg 3 routes: via een minnelijke regeling, via een wettelijke schuldsanering en via schuldenbewind. De
 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) geeft gemeenten, als eerste aanspreekpunt voor burgers, de
 opdracht om inwoners te “ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing” voor hun
 problematische schulden.50 Gemeenten hebben veel ruimte om deze hulp zelf in te vullen, maar vrijwel alle
 gemeenten bieden naast lichtere vormen van steun ook een driejarige schuldenregeling aan – soms met een
 saneringskrediet – die uiteindelijk eindigt met kwijtschelding van de overgebleven schulden. Deze regelingen
 komen tot stand op basis van vrijwilligheid (minnelijke regeling). Schuldeisers moeten dus actief instemmen
 met de voorgestelde regeling.51 Als dit niet lukt, kunnen burgers terugvallen op de Wet schuldsanering
 natuurlijke personen (Wsnp). Deze wet geeft de rechter de bevoegdheid om schuldeisers te dwingen mee te
 werken aan een schuldsaneringstraject. Dit traject duurt eveneens 3 jaar. In deze periode krijgt de
 schuldenaar een bewindvoerder toegewezen die erop toeziet dat de schuldenaar niet alleen maximaal aflost,
 maar zich ook aan de afgesproken voorwaarden houdt (bijvoorbeeld een sollicitatieplicht).52
 Sinds 2014 bestaat ook de mogelijkheid voor mensen om zich vrijwillig onder schuldenbewind te laten
 plaatsen door de kantonrechter. Het gaat hierbij om een vorm van beschermingsbewind die oorspronkelijk
 alleen bedoeld was voor mensen die niet zelf hun financiën kunnen regelen vanwege hun lichamelijke of
 geestelijke conditie, bijvoorbeeld een ontwikkelingsachterstand of een psychische stoornis. De
 schuldenbewindvoerder heeft als belangrijkste taak om de financiële situatie van zijn cliënt te stabiliseren.
 De bewindvoerder beheert de inkomsten en uitgaven, keert leefgeld uit, maakt namens zijn cliënt aanspraak
 op voorzieningen, onderhandelt met schuldeisers en bewaakt dat schuldeisers de beslagvrije voet (dat deel
 van het inkomen waarop geen beslag mag worden gelegd en dat dus niet gebruikt kan worden om de
 schulden af te lossen) respecteren. Daarnaast heeft de bewindvoerder de taak om zijn cliënt, zodra het
 46
    AFM (2018). Leengedrag onder de loep. Een analyse van keuzegedrag en denkrichtingen voor interventies op de
    consumptiefkredietmarkt. Amsterdam: Autoriteit Financiële Markten.
 47
    CBS (2020). Sociale uitsluiting in Nederland: wie staat aan de kant? Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, p. 14.
 48
    Fransman, R. en T. Bakker (2020). Minder schade door schuld. Beleidsvoorstellen om slimmer met problematische schulden om te
    gaan en zo miljarden te besparen. Den Haag: Argumentenfabriek, p. 23, figuur 3.4. Vgl. Westhof, F.L., L. de Ruig en A. Kerckhaert
    (2015). Huishoudens in de rode cijfers 2015. Over schulden van Nederlandse huishoudens en preventiemogelijkheden. Zoetermeer:
    Panteia, pp. 15-16.
 49
    Fransman, R. en T. Bakker (2020). Idem, pp. 22-23.
 50
    Overheid.nl (2021c) Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Website. Geraadpleegd op 23 november 2021.
 51
    Jungmann, N., T. Madern, R. van Geuns en A. Moerman (2018). Knellende schuldenwetgeving. Utrecht: Hogeschool Utrecht,
    Hogeschool van Amsterdam, Sociaal Werk Nederland, pp. 20-21.
 52
    Jungmann, N., T. Madern, R. van Geuns en A. Moerman (2018). Idem, pp. 29-31.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>20
                                         mogelijk is, door te geleiden naar het minnelijke of wettelijke traject. De bewindvoerder moet jaarlijks
                                         verantwoording afleggen aan de kantonrechter.53
                                         Beschermingsbewind is echter primair gericht op het voorkomen van erger en dus niet per se op het
                                         oplossen van het schuldenprobleem. Hier ligt de oorzaak van een deel van de kritiek die private
                                         bewindvoerders krijgen. Veel mensen onder bewind verwachten dat bewindvoerders het schuldenprobleem
                                         oplossen, terwijl hiervoor nog steeds het minnelijke of wettelijke traject moet worden bewandeld.
                                         Tegelijkertijd bevat de financieringsgrondslag van bewindvoering, namelijk een vast bedrag per jaar, ook
                                         weinig prikkels voor versnelling. Recent constateerde de Nationale Ombudsman nog dat deze manier van
                                         financieren veel onduidelijkheid creëert over de vraag of bewindvoerders altijd handelen in het belang van
                                         hun cliënt. Soms duurt bewindvoering te lang, aldus de Ombudsman.54 Een aantal gemeenten heeft de
                                         afgelopen jaren een deel van de schuldenbewindvoering in eigen hand genomen.55
                                        Box 3. Sandra: elke stap vooruit heeft gevolgen
                                        Sandra is een echte horecadame. Ze heeft er verschillende bijbaantjes en ook wanneer ze vroegtijdig stopt
                                        met haar studies, is de horeca het alternatief. Uiteindelijk opent ze zelf een café. Op aanraden van de bank
                                        sluit ze een doorlopend krediet af: ze mag € 25.000 rood staan. De zaken gaan aanvankelijk voorspoedig,
                                        maar lopen op een gegeven moment terug. Na 3 jaar wordt ze ongepland zwanger en zit ze ook nog
                                        opgescheept met een schuld van € 75.000.
                                        Deurwaarders kloppen aan. Sandra wil het regelen, maar hulp krijgt ze niet, want dan moet ze 36 uur per
                                        week gaan werken en dat gaat niet vanwege haar zwangerschap. Met schuldeisers maakt ze zelf afspraken.
                                        Elke maand betaalt ze ruim € 400 af. Sandra ervaart veel stress en haar wereld wordt kleiner en kleiner.
                                        Niemand vertelt haar dat er een beslagvrije voet bestaat. Het voelt allemaal oneerlijk vanwege de oplopende
                                        incasso- en deurwaarderskosten. Uit angst blijft ze betalen, maar eigenlijk trekt ze het niet langer. Ten einde
                                        raad zoekt ze nog een keer hulp bij de schuldhulpverlening. Ze wordt van het kastje naar de muur gestuurd en
                                        heeft het gevoel dat er geen maatwerk geleverd wordt.
                                        Het duurt jaren voordat Sandra er weer wat bovenop komt. Maar elke stap vooruit heeft zo zijn gevolgen. Een
                                        hoger inkomen betekent meer schulden afbetalen en het verlies van recht op huurtoeslag. Het is zwaar. In de
                                        winter is ze standaard ziek door een verlaagde weerstand. Ook heeft ze astma-aanvallen. Nu, 15 jaar later,
                                        gaat het goed met haar. Al heeft haar lichaam erg geleden onder de stress.
                                        Lees het hele verhaal van Sandra in Gezichten van een onzeker bestaan
                                        Hindernissen, belemmeringen en drempels in de schuldhulpverlening
                                         In theorie ziet dit bouwwerk van schuldhulpverlening er helder uit. Er zijn echter nogal wat hindernissen en
                                         belemmeringen waar mensen tegenaan lopen als ze hulp zoeken bij de schuldhulpverlening, zoals
                                         bijvoorbeeld blijkt uit het verhaal van Sandra (Box 3). Het minnelijke traject loopt vaak veel vertraging op
                                         doordat schuldeisers – al dan niet opzettelijk – niet meewerken aan een minnelijke regeling. De schuld en
                                         het verschuldigde rentebedrag worden immers hoger naarmate de periode dat er gewerkt wordt aan een
                                         minnelijke regeling langer duurt, en dat kan voor schuldeisers financieel aantrekkelijk zijn. Bovendien
                                         beschikt volgens de Ombudsman niet elke gemeente over evenveel kennis, deskundigheid en
                                         communicatieve vaardigheden, waardoor burgers vaak van het kastje naar de muur gestuurd worden, geen
                                         toegang krijgen tot gemeentelijke schuldhulpverlening of niet worden doorverwezen of ondersteund bij
                                         wettelijke schuldsanering via de Wsnp.56 Toelating tot een Wsnp-traject vereist bovendien een mate van
                                         kennis van de regels (en vaardigheden om daarmee om te gaan) die je moeilijk van schuldenaren kunt
                                         verwachten. Toch is professionele hulp bij een toelatingsaanvraag geen vanzelfsprekendheid. Daarnaast
                                         signaleert de Ombudsman dat Wsnp-bewindvoerders onvoldoende rekening lijken te houden met de
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         53
                                              Berg W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar
                                              knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman, p. 14.
                                         54
                                              Berg W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Idem, pp. 31-36; Vgl. Tuzgöl-Broekhoven A.J.H.,
                                              W.C.P. van den Berg, E.J.E. Govers en D.J. Hanse (2016). Burgerperspectief op schuldhulpverlening. Een onderzoek naar de
                                              ervaringen van burgers met schuldhulpverlening. Den Haag: Nationale Ombudsman.
                                         55
                                              ACM (2020). Rechtbank: afwijzing handhavingsverzoek tegen beschermingsbewind gemeente Groningen was terecht. Website.
                                              Geraadpleegd op 21 oktober 2021.
                                         56
                                              Berg, W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar
                                              knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman, pp. 16-24; Tuzgöl-
                                              Broekhoven A., R. Atalikyayi, E. ten Berge, W. van den Berg en D. Hanse (2018). Een open deur? Een onderzoek naar de toegang tot
                                              de gemeentelijke schuldhulpverlening. Den Haag: Nationale Ombudsman, pp. 45-56.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                        21
 persoonlijke omstandigheden van de mensen onder hun bewind, met alle gevolgen van dien. Hierbij gaat het
 om zaken als ziekte, reiskosten en zorgtaken.57
 Er zijn veel drempels op de weg naar hulp en een schuldenvrije toekomst voor mensen die hulp het hardste
 nodig hebben. Lopende echtscheidingsprocedures en psychosociale problemen kunnen bijvoorbeeld
 redenen zijn voor gemeenten of andere instanties om een aanvraag voor schuldhulpverlening niet in
 behandeling te nemen. Dit gebeurt ook als er geen zicht is op stabilisatie van inkomen en schulden of op
 structurele verbetering.58 Tegelijkertijd zijn gemeenten vaak erg streng als het gaat om het gedrag van
 mensen in de hulpverlening, waarbij lang niet altijd rekening wordt gehouden met het doenvermogen. Zo
 mogen ze bijvoorbeeld geen nieuwe schulden maken. Doen ze dit wel, dan worden ze uit de hulpverlening
 gezet en wordt hen de toegang tot verdere hulp ontzegd. Dit wordt ook wel de entry-exit-paradox genoemd:
 het probleem waarvoor je in hulpverlening zit, wordt dan de reden dat je die hulp niet meer krijgt.59
 Tot 1 januari 2022 waren ‘fraudeschulden’ vaak een belangrijke drempel voor instroom in de
 schuldhulpverlening. Het ging hier om schulden als gevolg van teruggevorderde toeslagen op grond van het
 ‘niet nakomen van de informatieverplichting’. Dit vormde, ongeacht de verwijtbaarheid en hoogte van de
 boete, altijd reden tot uitsluiting van het minnelijke traject, waardoor gemeenten, UWV, Sociale
 Verzekeringsbank (SVB) en andere overheidsinstanties niet mochten meewerken aan schuldsanering.60 Dit
 medewerkingsverbod is met de Verzamelwet SZW 2022, die per 1 januari 2022 van kracht werd, beperkt tot
 de gevallen waarbij sprake is van opzet of grove schuld.61 Dit is een belangrijke verbetering. Daar waar de
 deur naar schuldhulpverlening voor veel mensen eerder door de overheid zelf nog werd dichtgehouden, lijkt
 die voor veel mensen nu in ieder geval op een kier te staan.
Hoe effectief is het huidige systeem van schuldhulpverlening?
 Er is een aantal manieren om de effectiviteit van schuldhulpverlening bij problematische schulden te
 beoordelen. Dit kan bijvoorbeeld door te kijken naar het aantal mensen dat er via schuldhulpverlening in
 slaagt om schuldenvrij te worden. In de verkenning Aansluiting gezocht uit 2019 constateerde Berenschot
 dat er wat betreft de gemeentelijke schuldhulpverlening al jaren sprake is van een stagnatie van de
 toestroom naar de minnelijke schuldregeling (met finale kwijting). Veel schuldhulpvragen blijven binnen de
 schuldhulpverlening steken in andere vormen dan de minnelijke schuldenregeling en leiden niet (direct) naar
 een schuldenvrije toekomst.62 In de periode tussen 2014 en 2019 is het aantal aanvragen én toelatingen tot
 de Wsnp met 62% gedaald63, terwijl in dezelfde periode het aantal schulden bewinden sterk is gestegen. In
 totaal werden 85.270 personen onder schuldenbewind geplaatst en werden 17.717 schulden bewinden
 beëindigd. Eind 2019 stonden in totaal 67.096 personen onder schuldenbewind. Berenschot spreekt daarom
 van een ‘stuwmeer’ van burgers die schuldproblemen hebben, maar van wie onduidelijk is of zij inmiddels in
 een traject richting schone lei zitten.64
 Er kan ook gekeken worden naar de kosten en de baten van het huidige systeem van schuldhulpverlening.
 Volgens schattingen van de Argumentenfabriek was de omvang van problematische schulden in Nederland
 in 2018 ongeveer € 3 miljard tot € 3,5 miljard. In hetzelfde rapport schatte de Argumentenfabriek dat de
 jaarlijkse kosten van (de aanpak van) problematische schulden ongeveer € 17 miljard zijn. Hierbij werd niet
 alleen naar de directe kosten van schuldhulpverlening gekeken (circa € 8 miljard), maar ook naar indirecte
 maatschappelijke kosten van problematiek geassocieerd met de problematische schulden (€ 9 miljard),
 57
    Berg, W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Idem, pp. 25-31.
 58
    RVS (2017), Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, pp. 19-
    20; Tuzgöl-Broekhoven A., R. Atalikyayi, E. ten Berge, W. van den Berg en D. Hanse (2018). Een open deur? Een onderzoek naar de
    toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. Den Haag: Nationale Ombudsman, pp. 40-41.
 59
    Meer voorbeelden van uitsluitingsmechanismen in het sociale domein zijn te vinden in: Kruiter, H. en F. Kellerman (2019).
    Stapelingsproblematiek in het sociale domein. Eefde: Instituut voor Publieke Waarden.
 60
    Berg W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar
    knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman, pp. 40-41.
 61
    SZW (2021a). Gemeentenieuws van SZW 2021-7. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
 62
    Berkhout, B., A. Baan, L. Broeks, N. Jungmann en W. Wierenga (2019). Aansluiting gezocht! Verkenning aansluiting minnelijke
    schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering Utrecht: Bureau Berenschot, pp. 50-51.
 63
    Berg, W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar
    knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman, p. 12.
 64
    Berkhout, B., A. Baan, L. Broeks, N. Jungmann en W. Wierenga (2019). Aansluiting gezocht! Verkenning aansluiting minnelijke
    schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering Utrecht: Bureau Berenschot, p. 29.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22
                                         zoals extra zorguitgaven, en de economische effecten van een hoger ziekteverzuim en een lagere
                                         arbeidsparticipatie.65 Bovendien lukt het meestal niet om deze schulden daadwerkelijk te innen.
                                        Box 4. Antoon: een kale kip die melkkoe werd
                                        Na een echtscheiding begint Antoon een nieuw leven in Duitsland. Hij start er een eigen bedrijfje als
                                        elektromonteur en ontmoet er een nieuwe vrouw. De problemen beginnen als het bedrijf dat voor hem als
                                        intermediair werk regelt, failliet gaat.
                                        Al snel weten de schuldeisers Antoon te vinden en hij moet 258.000 Duitse mark terugbetalen. Een bedrag
                                        dat binnen een jaar verdubbelt. Uiteindelijk zal hij er 15 jaar over doen om een schuld van 1,5 miljoen Duitse
                                        mark terug te betalen. Hij krijgt een hartaanval. Het is een tijd van overleven. Het gezin komt in diepe armoede
                                        terecht. Antoon en zijn gezin keren terug naar Nederland.
                                        Omdat zijn Duitse schulden hier niet tellen, krijgt Antoon een uitkering, maar hij vindt al snel werk met een
                                        goed salaris. De Duitse schuldeisers weten hem daarop echter weer te vinden. Als hij een
                                        schuldsaneringstraject wil aanvragen, krijgt hij de boodschap dat dit niet kan, omdat Nederland geen rekening
                                        houdt met zijn Duitse schulden. En omdat zijn brutosalaris relatief hoog is, komt hij ook niet in aanmerking
                                        voor toeslagen. De ene na de andere deurwaarder klopt aan. Antoon leeft van de beslagvrije voet, het uiterste
                                        minimum waar schuldeisers niet aan mogen komen.
                                        Door 15 jaar schulden voelt Antoon zich 30 jaar ouder. Het vreet aan zijn gezondheid, want de hele toestand
                                        gaat gepaard met veel stress, slapeloze nachten en gepieker, en een maagzweer. Antoon verliest gewicht. Op
                                        de dagen dat hij ziek is, gaat hij toch werken. Het geld is nodig. Griep of een longontsteking zijn daar
                                        ondergeschikt aan. Tot hij op een nacht met een half ingezakt gezicht wakker wordt: er zit een bloedprop in
                                        zijn hersenen. Zijn herstel duurt een half jaar. Antoon slikt veel medicijnen waarop hij niet altijd even goed
                                        reageert, en door het gebruik van penicilline vallen zijn tanden uit. Sindsdien gaat hij zonder gebit door het
                                        leven. Een kunstgebit kan hij niet betalen.
                                        Begin 2016 heeft Antoon een restschuld van € 42.000. Een bedrag dat niet kleiner wordt, want hij kan hooguit
                                        de rente betalen. Uiteindelijk komt hij in aanraking met een maatschappelijke organisatie die hem wil helpen.
                                        Intussen wordt zijn gezondheid alleen maar slechter, de aandoeningen stapelen zich op. Maagklachten omdat
                                        hij niet meer kan kauwen. Tweemaal een hartstilstand. Een tumor in de longen. Een bypass. En een
                                        chronische ontsteking aan het tandvlees en verhemelte. Meer dan een basispakket in de zorgverzekering kan
                                        hij zich niet veroorloven, dus de fysio die hij nodig heeft laat hij voor wat die is. Zijn toestand baart Antoon
                                        grote zorgen, want met deze gezondheid haalt hij nooit de pensioenleeftijd. Dat is nog 14 jaar werken.
                                        Lees het hele verhaal van Antoon in Gezichten van een onzeker bestaan
                                        1.3      Schulden zijn ook een (volks)gezondheidsprobleem
                                         Problematische schulden vormen niet alleen een financieel en juridisch vraagstuk, maar ook een
                                         volksgezondheidsprobleem. Financiële problemen en gezondheidsklachten hangen immers nauw met elkaar
                                         samen. Deze relatie gaat bovendien 2 kanten op: problematische schulden leiden vaak tot ongezondheid,
                                         maar ongezondheid leidt op haar beurt vaak ook tot problematische schulden. Dit mondt in sommige
                                         gevallen uit in een negatieve spiraal, zoals onder andere blijkt uit het verhaal van Antoon (Box 4). De
                                         gezondheidseffecten van schulden kunnen kort worden samengevat: mensen met schulden krijgen meer en
                                         vaker psychische klachten en stoornissen, ze ervaren meer en vaker lichamelijke klachten en beperkingen,
                                         en ze overlijden eerder dan mensen zonder schulden. Wat hierbij vooral opvalt, is dat het niet alleen gaat om
                                         vaker en meer (bijvoorbeeld in het voorkomen van klachten en aandoeningen), maar ook om een grotere
                                         variëteit: het gaat om veel meer verschillende aandoeningen tegelijkertijd. Hierna zetten we de relaties
                                         verder uiteen.
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         65
                                              Fransman, R. en T. Bakker (2020), Minder schade door schuld. Beleidsvoorstellen om slimmer met problematische schulden om te
                                              gaan en zo miljarden te besparen. Den Haag: Argumentenfabriek, p. 34. Enige voorzichtigheid is geboden met deze extrapolatie. Het
                                              Nibud kwam in 2014 op een totaalbedrag van € 11 miljard uit. De schatting van de Argumentenfabriek en die van het Nibud zijn
                                              gebaseerd op dezelfde voorstudie in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit 2011. Vgl: Madern, T.
                                              (2014). Overkoepelende blik op de omvang en preventie van schulden in Nederland. Utrecht: Nibud, pp. 30-31; Aarts. L., K. Douma, R.
                                              Friperson, C. Schrijvershof en M. Schut (2011). Kosten en baten van schuldhulpverlening. Den Haag: Aarts De Jong Wilms Goudriaan
                                              Public Economics BV. Wel kan met recht gesteld worden dat de directe en indirecte maatschappelijke kosten van het innen van
                                              problematische schulden het oorspronkelijke schuldenbedrag ver overstijgen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                            23
Mensen met problematische schulden hebben een lagere levensverwachting
 We weten uit wetenschappelijk onderzoek dat er een sterke samenhang bestaat tussen het hebben of
 krijgen van schulden, een dalende levensverwachting en vroegtijdig overlijden.66 Dit hangt met name samen
 met een sterk verslechterde gezondheid, soms in combinatie met zorgmijding. Ook het risico op suïcide
 neemt sterk toe bij mensen met problematische schulden in vergelijking met mensen zonder schulden.67
 Recent onderzoek laat zien dat de kans op een suïcidepoging zelfs met een factor 20 stijgt als er naast
 problematische schulden ook nog sprake is van werkloosheid, een sterke daling van het inkomen of
 (voormalige) dakloosheid.68 In de literatuur wordt suïcide vaak in verband gebracht met (acute) psychische
 nood en gevoelens van entrapment (in de val zitten). Dit is ook te zien bij mensen met problematische
 schulden.69
Problematische schulden hebben een grote impact op de psychische gezondheid
 Psychische problemen en aandoeningen komen relatief vaak voor onder schuldenaren. Uit internationaal
 onderzoek is al enige tijd bekend dat er vrij sterke relaties bestaan tussen risicovolle en problematische
 schulden en het ontwikkelen van depressie, alcohol- en drugsverslaving, angst- en dwangstoornissen en
 psychotische aandoeningen.70 Dit beeld is door recent onderzoek van het Trimbos Instituut ook voor
 Nederland bevestigd.71
 De relatie tussen schulden en psychische gezondheid vinden we niet alleen terug in de epidemiologische
 cijfers. Ze is ook terug te vinden in de gegevens over zorggebruik. Onderzoeken in andere landen wijzen
 bijvoorbeeld op een toename van het gebruik van geestelijke gezondheidszorg en psychofarmaca (zoals
 antidepressiva), maar ook van slaap- en pijnmedicatie bij mensen met schulden.72 In Nederland heeft het
 Centraal Planbureau (CPB) recentelijk aan de hand van de gegevens over zorguitgaven van mensen in de
 Regeling Wanbetalers gekeken naar het effect van problematische schulden op zorggebruik in de periode
 2011 tot 2015. Deze gegevens werden vergeleken met zorguitgavengegevens van mensen die in deze
 periode geen zorgverzekeringsschuld hadden. Daaruit bleek dat de uitgaven aan geestelijke
 gezondheidszorg voor mensen met problematische schulden gemiddeld met € 200 toenamen; een stijging
 van 30% ten opzichte van de controlegroep. Verder nam de kans op ggz-gebruik voor deze groep met 7%
 toe en die op gebruik van sociale en/of financiële hulpverlening met 40%. Het CPB trok daaruit de volgende
 66
     Clayton, M., J. Liñares-Zegarra en J.O. Wilson (2015). Does debt affect health? Cross country evidence on the debt-health nexus. In:
     Social Science & Medicine 130, pp. 51-58. https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2015.02.002
 67
     Rojas, Y. (2021). Financial indebtedness and suicide: A 1-year follow-up study of a population registered at the Swedish Enforcement
     Authority. The International journal of social psychiatry (Advance online publication) https://doi.org/10.1177/00207640211036166;
 68
     Elbogen, E.B., M. Lanier, A.E. Montgomery, S. Strickland, H.R. Wagner en J. Tsai (2020). Financial Strain and Suicide Attempts in a
     Nationally Representative Sample of US Adults. In: American Journal of Epidemiology, 189(11), pp. 1266-1274.
     https://doi.org/10.1093/aje/kwaa146; Gilissen, R., K. de Bruin, I. Burger en B. van Hemert (2013). Kenmerken van personen overleden
     door zelfdoding. In: Epidemiologisch bulletin -48(4), 7-14.
 69
     Richardson, T., P. Elliott en R. Roberts (2013). The relationship between personal unsecured debt and mental and physical health: a
     systematic review and meta-analysis. In: Clinical Psychology Review, 33(8), pp. 1148-1162. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2013.08.009;
     Beurs, D. de, E.I. Fried, K. Wetherall, S. Cleare, D.B. O'Connor, E. Ferguson, R.E. O'Carroll en R.C. O'Connor (2019). Exploring the
     psychology of suicidal ideation: A theory driven network analysis. In: Behaviour Research and Therapy, 120, 103419.
     https://doi.org/10.1016/j.brat.2019.103419
 70
     Bialowolski, P., D. Weziak-Bialowolska, M.T. Lee, Y. Chen, T.J. VanderWeele en E. McNeely (2021). The role of financial conditions for
     physical and mental health. Evidence from a longitudinal survey and insurance claims data. In: Social Science & Medicine, 281, 114041.
     https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2021.114041; Frasquilho, D., M.G. Matos, F. Salonna, D. Guerreiro, C.C. Storti, T. Gaspar en J.M.
     Caldas-de-Almeida (2016). Mental health outcomes in times of economic recession: a systematic literature review. In: BMC public
     health, 16, p. 115. https://doi.org/10.1186/s12889-016-2720-y; Bridges S., Disney R. (2010). Debt and depression. Journal of Health
     Economics, 29(3), pp. 388-403. https://doi.org/10.1016/j.jhealeco.2010.02.003.
 71
     Have, M. ten, M. Tuithof, S. van Dorsselaer, D. de Beurs, B. Jeronimus, P. de Jonge en R. de Graaf (2021). The Bidirectional
     Relationship Between Debts and Common Mental Disorders: Results of a longitudinal Population-Based Study. In: Administration and
     Policy in Mental Health, 48(5), pp. 810-820. https://doi.org/10.1007/s10488-021-01131-9
 72
     Warth, J., M.T. Puth, J. Tillmann, J. Porz, U. Zier, K. Weckbecker en E. Münster (2019). Over-indebtedness and its association with
     sleep and sleep medication use. In: BMC Public Health, 19(1), p. 957. https://doi.org/10.1186/s12889-019-7231-1; Warth, J., N.
     Beckmann, M.T. Puth, J. Tillmann, J. Porz, U. Zier, K. Weckbecker, B. Weltermann en E. Münster (2020). Association between over-
     indebtedness and antidepressant use: A cross-sectional analysis. In: PloS one, 15(7), e0236393.
     https://doi.org/10.1371/journal.pone.0236393; Dackehag, M., L.M. Ellegard, U.G. Gerdtham en T. Nilsson (2018). Debt and mental
     health: New insights about the relationship and the importance of the measure of mental health. In: The European Journal of Public
     Health, 29:488-493. https://doi.org/10.1093/eurpub/ckz002; Gunasinghe, C., B. Gazard, L. Aschan, S. MacCrimmon, M. Hotopf en S.L.
     Hatch (2018). Debt, common mental disorders and mental health service use. In: Journal of Mental Health, 27(6), pp. 520-528.
     https://doi.org/10.1080/09638237.2018.1487541
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>24
                                         conclusie: “Als mentale problemen ontstaan door schulden, dan heeft beleid dat problematische schulden
                                         voorkomt een dubbel effect: minder schuldenproblematiek en lagere zorguitgaven.”73
                                        Mensen met schulden hebben vaker en meer chronische aandoeningen en leven ongezonder
                                         Hoewel de relatie tussen fysieke gezondheidsproblemen en schulden niet zo vaak onderwerp van studie is
                                         als de relatie tussen schulden en psychische aandoeningen, is ook hierover de laatste jaren meer bekend
                                         geworden. De relatie tussen schulden en een toename van nek- en rugklachten is al langer bekend74, maar
                                         Fins en Amerikaans onderzoek laten ook zien dat langdurige schuldenlast (van ten minste 15 jaar) leidt tot
                                         verhoogde risico’s op een fors aantal chronische aandoeningen, zoals diabetes type 2.75 Wat hierbij opvalt,
                                         is dat deze fysieke gevolgen – anders dan de psychische gevolgen – zich vaak veel later in het leven
                                         openbaren. Dit hangt voor een deel samen met het feit dat mensen met schulden – vaak noodgedwongen –
                                         ongezonder leven. Meer mensen met financiële problemen roken, eten ongezonder en hebben last van
                                         overgewicht dan mensen zonder financiële problemen.76
                                        Chronische stress, verlies van autonomie en uitsluiting spelen een belangrijke rol
                                         Er zijn verschillende mechanismen die een rol spelen bij het ontstaan van gezondheidsproblemen bij
                                         mensen met risicovolle of problematische schulden. Ten eerste ervaren veel mensen met problematische
                                         schulden chronische stress, zeker als de schuld lang aanhoudt. Chronische (of toxische) stress en daaruit
                                         voortvloeiende slapeloosheid en aspecifieke pijnklachten kunnen leiden tot psychische problemen of
                                         stoornissen.77 Langdurige stress verstoort de hormoonhuishouding, wat kan leiden tot overgewicht, diabetes,
                                         hart- en vaatziekten en een verminderde weerstand. Stress beïnvloedt ook het gedrag en leidt ertoe dat
                                         mensen (nog meer) moeite hebben met de leefstijl veranderen, plannen, prioriteiten stellen en informatie
                                         verwerken. Stress kan ook leiden tot verminderde denkkracht en impulsief gedrag.78 Mensen zijn hierdoor
                                         niet langer in staat goede financiële afwegingen te maken. Chronische stress vernauwt de focus tot acute
                                         problemen, waardoor bijvoorbeeld het ene gat met het andere gevuld wordt (‘overlevingsgedrag’). Het raakt
                                         daarnaast ook de kinderen, bijvoorbeeld door sociale uitsluiting of een toename van huiselijk geweld in
                                         gezinnen waar de spanningen oplopen. Kinderen nemen bovendien het ‘overlevingsgedrag’ van hun ouders
                                         over, waardoor zij later ook eerder in problematische schulden kunnen belanden.79
                                         Naast chronische stress speelt ook het (ervaren) verlies van zelfvertrouwen en autonomie, een kleiner
                                         wordend sociaal netwerk, eenzaamheid en sociale uitsluiting een rol bij het ontstaan van
                                         gezondheidsproblemen door problematische schulden. Recent onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat
                                         gevoelens van machteloosheid en falen en relatieve deprivatie (het gevoel het slechter te hebben dan
                                         anderen in de samenleving) onder schuldenaren het ontstaan van psychische gezondheidsproblemen in de
                                         hand werkt.80
                                        Tegelijkertijd speelt ongezondheid vaak een cruciale rol bij het ontstaan van problematische schulden
                                         Ongezondheid leidt vaak ook tot het krijgen van schulden. Zo blijkt uit onderzoek dat het hebben van een
                                         psychische stoornis en het gebruik van psychofarmaca goede voorspellers zijn voor het ontwikkelen van
                                         73
                                              Roos, A.F., M. Diepstraten en R. Douven (2021) When financials get tough, life gets rough? Problematic debts and ill health. CPB
                                              discussion-paper 428. Den Haag: Centraal Planbureau.
                                         74
                                              Ochsmann, E.B., H. Rueger, S. Letzel, H. Drexler en E. Muenster (2009). Over-indebtedness and its association with the prevalence of
                                              back pain. In: BMC Public Health, 9, p. 451. https://doi.org/10.1186/1471-2458-9-451
                                         75
                                              Blomgren, J., N. Maunula en H. Hiilamo (2016). Over-indebtedness and chronic disease: a linked register-based study of Finnish men
                                              and women during 1995-2010. International Journal of Public Health, 61(5), pp. 535-544. https://doi.org/10.1007/s00038-015-0778-4;
                                              Wolfe, J.D., E.H. Baker, J. Uddin en S. Kirkland (2021). Varieties of Financial Stressors and Midlife Health Problems, 1996-2016. In: The
                                              Journals of Gerontology. Series B, Psychological Sciences and Social Sciences. Advance online publication.
                                              https://doi.org/10.1093/geronb/gbab108
                                         76
                                              Rijnsoever, M.P. van, E. Tromp, W.E. Waterlander, F.M. Schütz en I.H.M. Steenhuis (2012). Verschillen in leefstijl en gezondheid
                                              tussen mensen met en zonder schulden. In: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 89(1):43-50; Münster, E., H. Rüger, E.
                                              Ochsmann, S. Letzel en A.M. Toschke (2009). Over-indebtedness as a marker of socioeconomic status and its association with obesity:
                                              a cross-sectional study. In: BMC Public Health, 9, p. 286. https://doi.org/10.1186/1471-2458-9-286
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         77
                                              Drentea, P. en J.R. Reynolds (2015). Where Does Debt Fit in the Stress Process Model? In: Society and mental health, 5(1), pp. 16-32.
                                              https://doi.org/10.1177/2156869314554486
                                         78
                                              Shern, D.L., A.K. Blanch en S.M. Steverman (2016) Toxic stress, behavioral health, and the next major era in public health. In: American
                                              Journal of Orthopsychiatry, 86(2), pp. 109-123. https://doi.org/10.1037/ort0000120; American Psychological Association (2020). Work,
                                              Stress, and Health & Socioeconomic Status. Website. Geraadpleegd op 11 november 2021.
                                         79
                                              French, D. en S. Vigne (2019). The causes en consequences of household financial strain: a systematic review. In: International Review
                                              of Financial Analysis 62: pp. 150-156. https://doi.org/10.1016/j.irfa.2018.09.008; Vgl. Mullainathan, S. en E. Shafir (2013). Schaarste.
                                              Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Amsterdam: Maven Publishing.
                                         80
                                              Sweet E. (2018). "Like you failed at life": Debt, health and neoliberal subjectivity. In: Social Science & Medicine (1982), 212, pp. 86-93.
                                              https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2018.07.017; Drentea, P. en J.R. Reynolds (2012). Neither a borrower nor a lender be: the relative
                                              importance of debt and SES for mental health among older adults. In: Journal of Aging and Health, 24(4), pp. 673-695.
                                              https://doi.org/10.1177/0898264311431304; CBS (2020b) Sociale uitsluiting in Nederland: wie staat aan de kant? Den Haag: Centraal
                                              Bureau voor de Statistiek.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                         25
betalingsproblemen en schulden81 of het bestendigen van bestaande schulden.82 In Nederland heeft
ongeveer een vijfde van de mensen met problematische schulden ook problematiek waarvoor zorg in de ggz
wordt gezocht.83 Een slechte psychische of lichamelijke gezondheid kan zorgen voor een plotse
inkomensval, bijvoorbeeld door arbeidsongeschiktheid, uitstroom naar de ziektewet of ontslag. Zoals we
hiervoor hebben gezien, stijgt bij dit soort life events het risico op schulden aanzienlijk.84 Afgaande op cijfers
van het CBS is in Nederland ongeveer 14% van de mensen met problematische schulden arbeidsongeschikt
of langdurige ziek.85
81
    Dackehag, M., L.M. Ellegard, U.G. Gerdtham en T. Nilsson (2018). Debt and mental health: New insights about the relationship and the
    importance of the measure of mental health. In: The European Journal of Public Health, 29:488-493.
    https://doi.org/10.1093/eurpub/ckz002
82
    Have, M. ten, M. Tuithof, S. van Dorsselaer, D. de Beurs, B. Jeronimus, P. de Jonge en R. de Graaf (2021). The Bidirectional
    Relationship Between Debts and Common Mental Disorders: Results of a longitudinal Population-Based Study. In: Administration and
    Policy in Mental Health, 48(5), pp. 810-820. https://doi.org/10.1007/s10488-021-01131-9
83
    Fransman, R. en T. Bakker (2020), Minder schade door schuld. Beleidsvoorstellen om slimmer met problematische schulden om te
    gaan en zo miljarden te besparen. Den Haag: Argumentenfabriek, pp. 22-23.
84
    Voor Nederland, zie o.a. Jungmann, N., M. van der Veer en H. Koper (2016). Impact van financiële problemen op gezondheid. En wat
    de zorgprofessional te doen staat; Vgl: Pharos en Platform31 (2018). Armoede, schulden en gezondheid. Den Haag en Utrecht: Pharos
    en Platform31, pp. 43-45.
85
    CBS-dashboard Schuldenproblematiek in Beeld: Cijfers over 2020-10: Kwetsbare groepen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>26
                                        2 Schulden en schuldhulpverlening:
                                          waar staan we nu?
                                         In Eenvoud loont (2017) stelde de RVS voor om vooral in te zetten op het voorkomen van het ontstaan van
                                         problematische schulden en de escalatie daarvan. Het uitgangspunt bij deze preventieve benadering van
                                         schulden was de notie van vereenvoudiging: het reduceren van de complexiteit die ontstaat door de vele
                                         regels, de tegenstrijdige werking van deze regels en de ingewikkelde werkwijzen van instanties.86 Deze
                                         boodschap gaat – zeker gezien hetgeen in het vorige hoofdstuk is besproken – voor een belangrijk deel nog
                                         onverkort op. Tegelijkertijd is er tussen 2017 en 2021 veel veranderd in de wereld van schulden en
                                         schuldhulpverlening. Hierna schetsen we deze omslag op hoofdlijnen. Voor de ingewijden in de wereld van
                                         schuldhulpverlening bevat dit hoofdstuk waarschijnlijk niet veel nieuwe inzichten. Tegelijkertijd willen we
                                         recht doen aan de grote en kleine inspanningen die overheden, publieke instellingen, bedrijven en
                                         maatschappelijke organisaties de afgelopen jaren hebben gedaan.
                                        2.1      Vereenvoudiging: ontzorgen langs drie lijnen
                                         In dit hoofdstuk kijken we door de lens van Eenvoud loont terug op de belangrijkste ontwikkelingen van de
                                         afgelopen jaren in het voorkomen en verhelpen van problematische schulden. De lens richt zich op 3 vormen
                                         van ontzorgen die betrekking hebben op het hele traject van schulden en schuldhulpverlening dat bestaat uit
                                         preventie, vroegsignalering, ondersteuning, curatie en nazorg. De 3 vormen zijn: technisch ontzorgen,
                                         sociaal ontzorgen en zorgplicht. Hierna leggen we uit wat we daarmee bedoelen.
                                         Technisch ontzorgen betreft met name het aanpassen van bestaande wet- en regelgeving en de
                                         uitvoering, bijvoorbeeld door inkomensvoorzieningen en schuldhulpverlening zo in te richten dat er meer
                                         rekening wordt gehouden met de kennis en vaardigheden van de gebruikers van deze voorzieningen. Ook
                                         het beter afstemmen van publieke voorzieningen op de toegenomen instabiliteit rond werk, de samenstelling
                                         van het huishouden en veranderingen in de levensloop vallen onder technisch ontzorgen.
                                         Het ondersteunen van mensen bij hun financiële huishouding, bijvoorbeeld door laagdrempelige
                                         voorzieningen te creëren waar mensen terechtkunnen met financiële vragen, kan worden gevangen onder
                                         de term sociaal ontzorgen. Preventie van schulden vraagt niet alleen iets van ‘het systeem’, maar ook iets
                                         van de omgeving van de mens die steun nodig heeft. Om je financiën op orde te houden, is goed inzicht in
                                         de verhouding tussen inkomsten en uitgaven van groot belang. Net als het tijdig en laagdrempelig kunnen
                                         krijgen van steun en advies bij het beheren van die inkomsten en uitgaven.
                                         Een heldere zorgplicht betekent vooral een betere balans tussen de verantwoordelijkheden van
                                         schuldeisers en die van schuldenaren. Schuldeisers kunnen in de problemen komen als betalingen
                                         uitblijven. Het risico ligt echter voornamelijk bij de schuldenaar. Van (potentiële) schuldeisers en
                                         maatschappelijke organisaties mag meer verantwoordelijkheid worden gevraagd. Dit betekent dat alle
                                         partijen een maximale inspanning moeten leveren om problematische schulden te voorkomen en aan te
                                         pakken.
                                         Alle veranderingen in het traject van schulden en schuldhulpverlening die de afgelopen jaren hebben
                                         plaatsgevonden, kunnen langs deze 3 vormen van ontzorgen worden gelegd. Zo wordt vanzelf duidelijk waar
                                         het zwaartepunt van de veranderingen ligt en waar er wellicht meer energie nodig is.
                                         Vereenvoudigen is niet simpel
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         Geen enkele terugblik is echter compleet zonder een kritisch noot. Hoewel de RVS in Eenvoud loont stelde
                                         dat vereenvoudiging vaak makkelijker gezegd is dan gedaan, keken we in sommige gevallen ook wat te
                                         rooskleurig naar de door ons voorgestelde oplossingen. Zo pleitte de Raad in 2017 voor het afschaffen van
                                         het toeslagensysteem – een oplossing voor de lange termijn – en het direct overmaken van toeslagen aan
                                         86
                                              RVS (2017). Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, pp. 24-
                                              25.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                    27
 instanties zoals woningbouwcorporaties en zorgverzekeraars – een oplossing voor de korte termijn. Bij het
 pleidooi voor het afschaffen van het toeslagensysteem stonden we niet expliciet stil bij de achterliggende
 gedachte achter toeslagen: namelijk recht willen doen aan (inkomens)verschillen. Voor het merendeel van
 de mensen die toeslagen ontvangen werkt deze vorm van nivellering redelijk goed. De toeslagenaffaire heeft
 echter laten zien dat op het moment dat het niet goed gaat, mensen ook heel snel in zeer grote problemen
 kunnen komen. Het instrument van toeslagen is inmiddels echter zo verankerd in ons belastingsysteem dat
 het afschaffen daarvan een volledige hervorming van het Nederlandse belastingsysteem zou betekenen. Het
 nieuwe coalitieakkoord gaat deze uitdaging echter niet uit de weg.87 Dat juicht de Raad toe. Maar, als deze
 route wordt gevolgd, moet er ook worden gezocht naar andere manieren om binnen het belastingsysteem
 recht te doen aan sociale en economische verschillen tussen mensen. Eén ding staat immers vast: als
 alleen de toeslagensystematiek wordt afgeschaft zonder dat hier andere vormen van inkomensoverdracht
 voor in de plaats komen, werkt dat de verschillen tussen sociaaleconomische klassen alleen maar in de
 hand. Het laatste voorstel – het direct overmaken van toeslagen aan innende instanties – is in feite niets
 meer dan een verschuiving van het probleem, want er zal linksom of rechtsom toch getoetst moeten worden
 of de toeslag rechtmatig was en eventueel gecorrigeerd moeten worden. Dit ligt dan niet meer in handen van
 de Belastingdienst, maar van een woningbouwcorporatie of zorgverzekeraar. Het is de vraag of die
 organisaties hiervoor wel voldoende geëquipeerd zijn. Kortom: het advies voor vereenvoudigen van het
 systeem is onveranderd; de aanpassingen in de afgelopen jaren bieden meer inzicht in hoe deze
 vereenvoudigingen kunnen worden uitgebreid. Dat lichten we hierna toe.
2.2      Wat is er de afgelopen jaren veranderd?
 Er is sinds 2017 veel veranderd in het systeem van schuldhulpverlening: van verandering in wetgeving tot
 kennis- en expertiseontwikkeling, technische innovaties en experimenten met nieuwe interventies. Vrijwel
 alle betrokken partijen hebben zich hiervoor ingezet, en met resultaat. Het in 2018 gepresenteerde Actieplan
 brede schuldenaanpak was hierbij leidend.88 Dit actieplan omvatte 40 maatregelen die het kabinet in 2018-
 2021 wilde nemen om het hele traject van schuldhulpverlening te verbeteren. Hierna bespreken we in grote
 lijnen wat er is veranderd, tegen het licht van de 3 vormen van ontzorgen uit Eenvoud loont. We hebben
 hierbij niet de pretentie een uitputtend overzicht van alle veranderingen te presenteren. Wel willen we de
 varieteit aan mogelijkheden om (nog verder) te interveniëren inzichtelijk maken.
Technisch ontzorgen door wetgeving
 Binnen de kaders van Actieplan brede schuldenaanpak is veel werk gemaakt van het stroomlijnen van
 wetgeving en het wegnemen van juridische drempels voor meer mensgericht beleid en hulpverlening.
 Hoewel veel wetgeving pas recent – in 2021 – is doorgevoerd en de resultaten daarvan nu nog niet precies
 kunnen worden ingeschat, gaat het hierbij om een majeure koerswijziging die de Raad ook als zodanig
 erkent. De taaiheid van wetgevingsprocessen heeft het kabinet er niet van weerhouden om enkele grote
 wijzigingen door te voeren.
 Zo werden op 1 januari 2021 een aantal wetten en wetswijzigingen van kracht die het technisch ontzorgen
 binnen de schuldhulpverlening verder gestalte hebben gegeven. Het gaat hierbij om de invoering van de Wet
 vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv), de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)
 en de invoering van het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (een wijziging van het Burgerlijk
 Wetboek).
 Met de Wvbvv zijn regels ingevoerd die een eenduidige manier van berekenen van de beslagvrije voet
 mogelijk moeten maken.89 De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar de deurwaarder geen
 beslag op mag leggen en dat dus niet gebruikt kan worden om de schulden af te lossen. De wet wil
 garanderen dat de beslagvrije voet hoog genoeg is om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te
 kunnen voorzien. Verder bevat de wet regels over wie de beslagvrije voet kan vaststellen en wie zich
 daaraan moet houden. De (loon)gegevens die daarvoor nodig zijn, worden niet meer bij de schuldenaar
 uitgevraagd, maar worden geautomatiseerd opgehaald uit de polisadministratie van het UWV. De
 87
     VVD, D66, CDA en ChristenUnie (2021). Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Coalitieakkoord 2021-2025. Den Haag,
     p. 3.
 88
     SZW (2018). Actieplan brede schuldenaanpak. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
 89
     Overheid.nl (2021) Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>28
                                         persoonsgegevens waaruit de gezinssituatie kan worden afgeleid, worden uit de Basisregistratie Personen
                                         gehaald. Mensen hoeven niet langer zelf een inschatting te maken van hun inkomen en relevante
                                         wijzigingen in hun gezinssituatie. Bovendien is het mogelijk voor de schuldenaar om de beslagvrije voet te
                                         controleren met een rekentool.90
                                         Met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening per 1 januari 2021 hebben gemeenten de
                                         mogelijkheid gekregen om gegevens van hun inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium te
                                         delen met woningcorporaties, zorgverzekeraars en energie- en drinkwaterbedrijven, en vice versa.91 Het
                                         idee hierachter is dat gemeenten, als eerst aangewezen punt van hulpverlening, mensen met dreigende
                                         schulden tijdig in beeld krijgen en proactief schuldhulpverlening kunnen aanbieden, nog voordat de escalatie
                                         richting problematische schulden is ingezet. Bij deze vorm van vroegsignalering gaat het om personen die
                                         nog niet in beeld zijn bij de gemeente en die mogelijk ook niet weten dat ze hulp kunnen krijgen.92
                                         Het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind, eveneens van kracht geworden op 1 januari 2021, regelt
                                         dat gemeenten 3 maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner
                                         het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind of door een lichtere vorm van
                                         gemeentelijke ondersteuning. Het idee is dat gemeenten op deze manier hun regierol bij schuldhulpverlening
                                         beter kunnen invullen. Bovendien moet dit de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en
                                         bewindvoerders verbeteren. Daarnaast regelt de wet dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan
                                         worden ingesteld, zodat een schuldenbewind niet langer duurt dan noodzakelijk.93
                                         Binnen dit kader van technisch ontzorgen past ook de gefaseerde wijziging van het beslag- en executierecht
                                         vanaf 1 oktober 2020. Deze wijziging heeft als doel om het bestaansminimum van schuldenaren wettelijk te
                                         borgen. Hiervoor is bijvoorbeeld vastgelegd dat bij beslag op een bankrekening de schuldenaar over een
                                         bepaald bedrag kan blijven beschikken om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien. Daarnaast is verder
                                         gespecificeerd wat een deurwaarder wel en niet in beslag mag nemen. Zo zijn zaken die nodig zijn voor
                                         dagelijkse levensbehoeften en gezelschapsdieren van beslag uitgesloten. Tegelijkertijd zijn beslaglegging en
                                         executie vereenvoudigd. Er mogen geen beslag en executie plaatsvinden als te verwachten is dat de kosten
                                         hiervan hoger zijn dan de opbrengsten en de schuld hierdoor dus niet wordt afgelost, maar juist groter
                                         wordt.94
                                         Naast de al doorgevoerde wetswijzigingen zijn er nog een aantal relevante wetsvoorstellen in voorbereiding.
                                         Zo beoogt het wetsvoorstel Wet kwaliteit incassodienstverlening de incassosector te reguleren door de
                                         invoering van kwaliteitseisen en toezicht, om te komen tot beperking van agressieve en onwenselijke
                                         vormen incasseren.95 Het wetsvoorstel Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag heeft als doel om het
                                         bestaansminimum van mensen met schulden verder te borgen door verhoging van bestaande schulden met
                                         onnodige kosten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit moet gebeuren door een betere gegevensuitwisseling
                                         tussen beslagleggende partijen.96
                                        Sociaal incasseren van schulden: technisch ontzorgen in de praktijk
                                         De hiervoor genoemde doorgevoerde wetten en wetswijzigingen moeten ervoor zorgen dat de juridische
                                         kaders van schuldhulpverlening tijdiger en betere hulpverlening niet in de weg zitten. Tegelijkertijd signaleert
                                         de Raad dat overheidsinstanties, het bedrijfsleven, gemeenten en het maatschappelijk middenveld de
                                         afgelopen jaren veel werk hebben gemaakt van ‘sociaal incasseren’. Dit betekent dat ook in de praktijk van
                                         het innen van schulden steeds vaker rekening wordt gehouden met de kennis en vaardigheden en de
                                         mogelijkheden (het doenvermogen) van schuldenaren, en dat is zonder meer positief.
                                         Zowel bij de Sociale Verekeringsbank (SVB) als het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) wordt bij het
                                         innen van problematische schulden steeds meer en steeds vaker maatwerk toegepast. De SVB heeft
                                         hiervoor de Werkplaats Maatwerk in Dienstverlening in het leven geroepen die onderzoekt hoe de
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         90
                                             Dat kan via: https://www.uwbeslagvrijevoet.nl/
                                         91
                                             Rijksoverheid.nl (2021). ‘Eerste Kamer stemt in met wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening’. Geraadpleegd op 1 december
                                             2021.
                                         92
                                             SZW (2019). Memorie van Toelichting bij Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van
                                             persoonsgegevens. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                                         93
                                             Rijksoverheid.nl (2020). ‘Adviesrecht voor gemeenten bij schuldenbewind per 1 januari 2021’. Geraadpleegd op 1 december 2021.
                                         94
                                             Rijksoverheid.nl (2020). ‘Herziening van beslag- en executierecht biedt schuldenaar meer zekerheid’. Geraadpleegd op 1 december
                                             2021.
                                         95
                                            Overheid.nl (2021). Wetgevingskalender: Wet kwaliteit incassodienstverlening. Website. Geraadpleegd op 23 november 2021.
                                         96
                                             Overheid.nl (2021). Wetgevingskalender: Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag. Website. Geraadpleegd 23 november 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                          29
 organisatie kan bijdragen aan het voorkomen, oplossen of terugdringen van schulden.97 De SVB kijkt zowel
 naar eigen verbeterpunten als naar manieren om gemakkelijk te kunnen doorverwijzen naar gemeenten.
 Deze aanpak leverde de SVB in 2020 het predicaat ‘Beste Overheidsorganisatie van het Jaar’ op.98 Ook het
 CJIB biedt steeds meer maatwerkmogelijkheden voor mensen die hun boetes wel willen betalen, maar dat
 niet kunnen. Zo bestaat er een betalingsregelingenbeleid, waar de noodstopprocedure en een
 draagkrachtregeling deel van uitmaken.99 Ook zorgverzekeraars, zoals Menzis, Zilveren Kruis en CZ,
 hebben de afgelopen jaren hun achterstandsbeheer anders ingericht, bijvoorbeeld door verzekerden met
 betalingsachterstanden actief hulp aan te bieden in plaats van een incassobureau in te schakelen.100 Zonder
 compleet te willen zijn, laten we met deze voorbeelden zien dat veel grote schuldeisers steeds meer ruimte
 maken voor maatwerk, waarbij de schuldenaar actief wordt benaderd en minder zelf hoeft uit te zoeken en te
 regelen en waar mogelijk ondersteund wordt bij het behouden, ervaren en inzetten van zijn eigen autonomie.
 Sociaal incasseren is echter zeker nog niet de norm bij overheidsorganisaties.
 Ook de AFM heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op het verspreiden van een socialere manier van
 schuldeninning in de markt van consumptieve leningen. Zo wil de AFM dat kredietaanbieders (waaronder
 postorderbedrijven en webshops) in hun achterstandsbeheer duurzame oplossingen aanreiken en hierbij
 gebruikmaken van inzichten uit de gedragswetenschappen. Dit betekent bijvoorbeeld het aanbieden van
 betalingsregelingen die rekening houden met de financiële mogelijkheden van de schuldenaar, waarbij een
 schuldenvrije toekomst op een redelijke termijn het uitgangspunt zou moeten zijn. Ook worden
 kredietaanbieders gestimuleerd op een constructievere manier voor en met consumenten over hun schulden
 te communiceren. Deze oproep vindt veel weerklank bij grotere aanbieders. Tegelijkertijd signaleert de AFM
 dat er grote verschillen bestaan tussen de aanbieders van consumptieve leningen. Bij sommige aanbieders
 zijn flinke verbeteringen nodig om te borgen dat het klantbelang centraal staat; andere aanbieders zijn al
 goed op weg.101 Om het bedrijfsleven verder aan te sporen tot aanpassing van de manier van omgaan met
 schuldenaren, is het bovendien beter als de overheid zelf het goede voorbeeld geeft.
 De zoektocht naar snelle en sociale manieren van afbetalen van schulden, bijvoorbeeld door betere
 gegevensdeling, proactief handelen (dus niet wachten op initiatief van de schuldenaar) en vereenvoudigde
 systemen, vindt ook brede weerklank in het maatschappelijk middenveld. Een voorbeeld hiervan is het idee
 voor een Nederlands Instituut voor Betalingsregelingen, een initiatief dat het Nibud, de koepelorganisatie
 voor schuldhulpverleners NVVK en de sociale onderneming Buddy Payment in 2021 willen opstarten.102 Dit
 initiatief richt zich op het voorkomen van escalatie van schulden door het opstellen van realistische
 betalingsregelingen op basis van een snelle en geautomatiseerde inschatting van de aflossingscapaciteit
 van de schuldenaar. Ook het Schuldenknooppunt van de NVVK is een vorm van technisch ontzorgen: het
 maakt op een veilige en overzichtelijke manier digitaal verkeer tussen betrokken instanties en professionals
 mogelijk. Bij het Schuldenknooppunt zijn minder handmatige handelingen nodig. Zo is het sneller mogelijk
 om tot een regeling te komen.103
 Technisch ontzorgen kan echter ook al worden ingezet voordat er sprake is van schulden. Bijvoorbeeld door
 de Automatische Toeslagcheck die het Nederlands Instituut voor Sociale Innovatie, kennisinstituut
 Stimulansz en Buddy Payment ontwikkelen. Deze app moet mensen helpen bij het beter inschatten van hun
 eigen inkomen en geeft ook inzicht in de toeslagen die zij kunnen aanvragen op basis van hun inkomen en
 persoonlijke situatie.104 De app moet daarnaast inzicht geven in de bestedingsruimte die mensen hebben na
 aftrek van de vaste lasten.
Eenvoudiger van schulden af: technisch ontzorgen in de praktijk
 Ook binnen het schuldhulpverleningstraject zelf zijn veel vormen van technisch ontzorgen ontstaan die het
 aflossen en saneren van problematische schulden eenvoudiger hebben gemaakt. We lichten er een aantal
 97
     SVB (2020). Dienstverlening op maat. Persoonlijk contact maakt verschil. Amstelveen: Sociale Verzekeringsbank.
 98
     De verkiezing van de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar is een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) en
     het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
 99
     CJIB (2020). ‘CJIB verruimt medewerking aan minnelijke schuldenregeling’. Groningen: Centraal Justitieel Incassobureau.
     Geraadpleegd op 25 november 2021.
 100
     Menzis (2021). ‘Schuldenaanpak’. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
 101
     AFM (2021). Achterstandsbeheer bij consumptief krediet. Amsterdam: Autoriteit Financiële Markten; AFM (2021). Principes voor gebruik
     van consumentengedragsinzichten. Amsterdam: Autoriteit Financiële Markten.
 102
     NVVK (2021). ‘NVVK werkt met Nibud en Buddy Payment aan 'Nederlands Instituut voor Betalingsregelingen’’. Website. Geraadpleegd
     op 1 december 2021.
 103
     NVVK (2021). Schuldenknooppunt. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
 104
     VNG (2021). Werkgroep (Nieuwe) Armoede. Notitie t.b.v. regietafel 2 maart 2021. Utrecht: Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>30
                                        voorbeelden uit: het Jongerenperspectieffonds, het Droommoeders-programma, het instrument van het
                                        saneringskrediet en de collectieve schuldenregeling.
                                        Het Jongerenperspectieffonds in Den Haag is een initiatief van Schuldenlab070 dat verder is
                                        doorontwikkeld door SchuldenlabNL. Het fonds is vooral bedoeld om een oplossing te bieden voor een
                                        bijzondere groep schuldenaren: jongeren. Zoals eerder aangestipt neemt het aantal jongeren met schulden
                                        de laatste jaren toe. De traditionele route van schuldhulpverlening is echter voor jongeren vaak slecht
                                        toegankelijk, bijvoorbeeld omdat ze geen inkomen hebben en daardoor niet voor schuldhulpverlening in
                                        aanmerking komen. Bovendien beperkt het schuldhulpverleningstraject, als jongeren wel worden geholpen,
                                        vaak de mogelijkheden voor hun verdere ontwikkeling, bijvoorbeeld omdat er geen geld is voor het volgen
                                        van een opleiding. Het Jongerenperspectieffonds biedt jongeren met schulden een alternatief. Het
                                        uitgangspunt is om snel schulden(zorg)vrij te zijn en te werken aan een toekomstperspectief. Het
                                        Jongerenperspectieffonds lost de schulden van jongeren af via een saneringskrediet. Vervolgens worden de
                                        jongeren waar mogelijk begeleid naar werk of school, of ondersteund bij het volhouden daarvan. De jongere
                                        betaalt de restschuld, afhankelijk van het inkomen, terug aan het perspectieffonds. Dit kan ook in de vorm
                                        van een tegenprestatie in natura, bijvoorbeeld een maatschappelijke stage. Maatschappelijke partijen die
                                        van deze aanpak profiteren, waaronder de gemeente, betalen een deel van hun besparing terug aan het
                                        fonds. Ook schuldeisers betalen een kleine bijdrage aan het fonds.105
                                        Deze aanpak van schulden is succesvol. De effectevaluatie van het Jongerenperspectieffonds laat
                                        bijvoorbeeld zien dat de aanpak niet alleen zorgt voor een afname van de schulden, maar ook een positief
                                        effect heeft op de gezondheid en de psychische gesteldheid van jongeren en de eventuele
                                        verslavingsproblematiek waarmee ze kampen. Voor de gemeente levert de aanpak een besparing op van
                                        € 10.000 per jongere.106 Het Jongerenperspectieffonds wordt momenteel ook ingezet in andere gemeenten,
                                        zoals Almelo en Den Bosch.
                                        Het project Droommoeders van de Kredietbank Limburg, MIK Kinderopvang, Trajekt, Bureau Jeugdzorg
                                        Limburg en coöperatie De Droomfabriek kent een vergelijkbare aanpak. Dit programma richt zich op jonge
                                        alleenstaande moeders (tot 27 jaar) met schulden, die het lastig vinden om zelfredzaam te zijn. De schulden
                                        worden door de kredietbank afgelost en overgenomen. De restschuld moet binnen 3 jaar worden afbetaald
                                        aan de kredietbank. In de tussentijd wordt er via coaching, kinderopvang en ondersteuning ook gewerkt aan
                                        het verbeteren van de woonsituatie, opleiding, werk en inkomen en de psychosociale gezondheid. Deze
                                        aanpak komt niet alleen de moeders, maar ook de kinderen ten goede.107
                                        Het Jongerenperspectieffonds en Droommoeders kunnen gezien worden als een verbijzondering van een
                                        regulier instrument in de schuldhulpverlening: het saneringskrediet. Met een saneringskrediet, meestal
                                        verleend door gemeentelijke kredietbanken, worden alle openstaande schulden in één keer afgelost. Dit gaat
                                        soms gepaard met een collectieve schuldenregeling, waarover later meer. Het krediet is het startpunt van
                                        een schuldhulpverleningstraject. Het is goed om hierbij aan te stippen dat het saneringskrediet óók een
                                        lening is en geen gift. Het krediet moet door de schuldenaar binnen 3 jaar worden afgelost. Maar omdat er
                                        niet langer met een veelvoud van schuldeisers hoeft te worden onderhandeld en de kredietbank de enige
                                        schuldeiser is, geeft dit niet alleen meer rust en overzicht, maar ook meer ruimte voor maatwerk. Dit leidt tot
                                        een veel grotere effectiviteit. Het saneringskrediet kent weinig uitval: 92% van de burgers haalt de
                                        eindstreep; bij ‘normale’ schuldbemiddelingen slaagt ongeveer 75%. Volgens de Nationale Ombudsman
                                        geven burgers de voorkeur aan een saneringskrediet boven een schuldbemiddeling met een driejarig traject.
                                        Veel gemeenten zijn echter terughoudend met het aanbieden van een saneringskrediet: slechts 7% van alle
                                        lopende schuldregelingen bestaat uit een saneringskrediet.108 Deze terughoudendheid is echter aan het
                                        veranderen: in 2020 lag het aantal saneringskredieten (9.870) voor het eerst hoger dan het aantal
                                        schuldbemiddelingen (7.592).109
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                        105
                                              Logtestijn, B. van, F. van Jeveren en S. Spinder (2021). JPF Effectmeting 2021. Een praktijkmeting die de effecten van het Jongeren
                                              Perspectief Fonds in beeld brengt. Den Haag: Purpose.
                                        106
                                              Logtestijn, B. van, F. van Jeveren en S. Spinder (2021). Idem.
                                        107
                                              Christensen, M. en P. Thomassen (2021). Handboek Droommoeders. Werken met een beproefde methode. Maastricht: Coöperatie De
                                              Droomfabriek.
                                        108
                                              Berg W. van den, F. El Aziz, D. Grot-Pieters, K. van der Leij en M. Mulder (2020). Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar
                                              knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman, p. 11.
                                        109
                                              NVVK (2021). Jaarverslag 2020. Utrecht: NVVK. Geraadpleegd op 1 december 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                      31
 De reden waarom veel gemeenten nu geen saneringskredieten aanbieden, is het financiële risico ervan. Als
 iemand het saneringskrediet niet kan terugbetalen aan de kredietbank, staat de gemeente immers garant
 voor het verlies. Om hieraan tegemoet te komen, zijn de NVVK, kredietbanken en maatschappelijke
 organisaties als Schuldhulpmaatje en het Jongerenperspectieffonds, met steun van het ministerie van
 Sociale Zaken, bezig met het ontwikkelen van een Landelijk Waarborgfonds Saneringskredieten. Dit fonds
 moet gemeenten en kredietbanken de mogelijkheid geven om het financiële risico van saneringskredieten
 goed af te dekken. Het beheer van het waarborgfonds zal worden ondergebracht bij een stichting.110
 Een saneringskrediet gaat vaak samen met een collectieve schuldregeling. Dit is een specifieke uitwerking
 voor de fase van het schuldregelen die in vrijwel iedere vorm van schuldhulpverlening plaatsvindt. Bij
 collectief schuldregelen gaan schuldeisers op voorhand akkoord met een voorstel van de schuldhulpverlener
 voor de omvang en voorwaarden van aflossen voor alle schuldenaren, tenzij er bijzonderheden zijn. Dit
 versnelt het proces van schuldregelen met ongeveer 90 dagen, omdat er bijvoorbeeld geen
 geïndividualiseerde beoordeling van het betalingsvoorstel wordt uitgevoerd. Dit maakt het voor gemeenten
 ook eenvoudiger om saneringskredieten en budgetbegeleiding in te zetten. Doordat schulden op een
 gestandaardiseerde manier worden afgewikkeld, kan een saneringskrediet ook snel worden ingezet.111
Sociaal ontzorgen: toegankelijke en goede hulpverlening
 Een groot deel van de schuldhulp wordt verleend door gemeenten en maatschappelijke organisaties. De
 RVS ziet dat er op het lokale niveau van schuldhulpverlening veel energie is gestoken in het vormgeven van
 sociaal ontzorgen, zowel tijdens het schuldhulpverleningstraject – door oog te hebben voor de menselijke
 maat – als preventief door vroegsignalering en tijdige en laagdrempelige steun en advies bij het beheren van
 inkomsten en uitgaven nog voordat er sprake is van problematische schulden.
 In het kader van het landelijke Actieplan brede schuldenaanpak hebben zowel maatschappelijke
 organisaties als gemeenten veel geinvesteerd in expertiseontwikkeling en professionalisering bij vrijwilligers
 én gemeentelijke schuldhulpverleners. Zo biedt de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp trainingen, bijvoorbeeld in
 cultuursensitief handelen, aan vrijwilligers die werken in de wijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om leren
 signaleren van geldzorgen en handvatten bieden voor een open gesprek hierover, maar ook om kennis over
 welke vormen van hulp en ondersteuning er beschikbaar zijn. Voor gemeenten zijn er vergelijkbare
 professionaliseringsprogramma’s beschikbaar, zoals het programma Schouders eronder van Divosa, de
 Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
 (VNG).112 Dit programma heeft als doel om de hele keten van gemeentelijke schuldhulpverlening
 kennisrijker, vernieuwender en professioneler te maken en kennisuitwisseling te bevorderen.
 Daarnaast hebben veel gemeenten eigen initiatieven ontwikkeld. We lichten er wederom een aantal uit. In
 Utrecht hebben bijvoorbeeld buurtteams een grote rol bij het signaleren van beginnende problemen en
 beantwoorden van vragen over schulden. De online-tool Geldwijzer 030 geeft bijvoorbeeld informatie over de
 impact van grote levensveranderingen (denk aan 18 jaar worden, trouwen en kinderen krijgen) op de
 financiële situatie en over de vormen van ondersteuning en hulp die er zijn.113 Het initiatief Huishoudboekje
 biedt inwoners de mogelijkheid om het inkomen op een rekening van de gemeente te laten storten, zodat de
 gemeente zorg kan dragen voor het tijdig betalen van de vaste lasten. Het bedrag dat overblijft, wordt per
 week of per maand overgemaakt aan de desbetreffende inwoner.114
 De genoemde voorbeelden illustreren de inzet op het laagdrempelig aanbieden van hulp en duidelijke
 communicatie over schulden en schuldhulpverlening. Niet alleen gemeenten hebben veel geïnvesteerd in
 toegankelijke hulp, ook grote schuldeisers, zoals zorgverzekeraars, woningbouwcorporaties en banken,
 hebben samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties de afgelopen jaren werk gemaakt van het
 beter toeleiden van ‘wanbetalers’ naar hulp. De Nederlandse Schuldhulproute is hiervan een goed
 voorbeeld. De Schuldhulproute stelt bedrijven, banken, verzekeraars en andere organisaties in staat om
 mensen laagdrempelig naar hulp te verwijzen. Er zijn verschillende online tools, zoals geldfit.nl, voor mensen
 én ondernemers om een eerste (anonieme) inschatting te maken van hun financiële situatie. Er is ook de
 110
     SZW (2021). ‘Brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangaande de preventie en bestrijding van stille
     armoede en sociale uitsluiting, d.d. 13 september 2021’. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
 111
     NVVK (2021). Het NVVK Arrangement voor schuldhulpverlening. Utrecht: NVVK. pp. 6-7.
 112
     Divosa, Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en VNG (2021). Schouders eronder. Website. Geraadpleegd op
     1 december 2021.
 113
     Gemeente Utrecht (2021). Geldwijzer 030. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
 114
     Gemeente Utrecht (2021). Huishoudboekje. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>32
                                         mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen of om een van de lokale spreekuren te bezoeken. Het doel
                                         is om mensen met beginnende schulden of geldzorgen snel hulp op maat te bieden.
                                         Naast het verbeteren van hulpverlening is er in het kader van het Actieplan brede schuldenaanpak ook
                                         aandacht uitgegaan naar het doorbreken van het maatschappelijke taboe rond schulden. Een voorbeeld
                                         hiervan is de campagne ‘Kom uit je schuld’.115 Ervaringsdeskundigen met verschillende achtergronden
                                         vertelden hun verhaal.
                                        2.3       Samenvattend
                                         Er is de afgelopen jaren veel veranderd in de wereld van schulden en schuldhulpverlening, en vrijwel alle
                                         betrokken partijen hebben hierbij grote inzet geleverd. De meeste wetswijzigingen die met de lancering van
                                         het Actieplan brede schuldenaanpak in 2018 werden aangekondigd, zijn ook daadwerkelijk doorgevoerd. Dit
                                         geldt ook voor de pilots, onderzoeken en experimenten die in het actieplan werden genoemd. Hoe de lessen
                                         die uit de pilots en onderzoeken zijn gehaald verder vorm krijgen in beleid, moet de komende jaren blijken. In
                                         het volgende hoofdstuk beschrijven we de zaken die volgens de RVS sowieso aangepakt moeten worden.
                                         Wat teleurstelt is dat juist de voorstellen die betrekking hadden op de rijksoverheid zelf, als schuldeiser, nog
                                         weinig concreet zijn geworden. Er wordt bijvoorbeeld door enkele overheidsinstanties zoals de SVB en het
                                         UWV weliswaar druk geëxperimenteerd met socialere vormen van incasseren, maar dit is zeker nog geen
                                         landelijk beleid voor alle overheidsinstanties.
                                         Als we naar de veranderingen die tussen 2017 en 2021 zijn gerealiseerd kijken door de bril van Eenvoud
                                         loont, kunnen we vaststellen dat een groot deel van deze veranderingen betrekking hadden op aspecten van
                                         technisch ontzorgen. Het juridische raamwerk voor schulden en schuldhulpverlening is in 2021 fors
                                         aangepast, waarbij de focus weer meer is komen te liggen op de menselijke maat. Of dit ook de verwachte
                                         vruchten afwerpt, zal de komende jaren moeten blijken. Ook wordt er geëxperimenteerd met andere vormen
                                         van schuldhulpverlening. Dit wordt versterkt door de toenemende aandacht voor sociaal ontzorgen in de
                                         proactieve en preventieve hulp die gemeenten, vrijwilligers en schuldeisers steeds meer aanbieden. Het
                                         vormgeven van een heldere zorgplicht, waarbij het collectieve (samenlevings)belang centraal staat bij de
                                         afspraken die moeten worden vormgegeven tussen schuldeiser en schuldenaar, staat echter nog in de
                                         kinderschoenen.
                                         Als we kijken door de bril van het schuldhulpverleningstraject116, zien we andere highlights. Er is daarin veel
                                         veranderd en er gaat veel aandacht uit naar het beter bereiken en helpen van de groep die zich op de
                                         drempel van problematische schulden bevindt. Het gaat bijvoorbeeld om vroegsignalering en het voorkomen
                                         van escalatie van kleine schulden naar problematische schulden door maatwerkoplossingen.
                                         Saneringskredieten en collectieve schuldenregelingen hebben echter vooral betrekking op nieuwe
                                         schuldenaren. Voor de groep die al in hulpverlening zit, zijn wat betreft het verzekeren van het
                                         bestaansminimum en stroomlijnen van bewindvoering weliswaar grote verbeteringen doorgevoerd. Maar het
                                         is de vraag of voor deze groep echt sprake is van versnelling of verbetering van het hulpverleningstraject.
                                         Hoewel er wel degelijk veel aandacht is voor preventie, lijkt ook hier de meeste aandacht uit te gaan naar de
                                         groepen die aan de voordeur van schuldhulpverlening staan. Nazorg is als gemeentelijke taak opgenomen in
                                         de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, maar ondersteuning van mensen die uit de schuldhulpverlening
                                         komen blijft in de praktijk vaak beperkt tot een telefoontje, terwijl juist hier een vinger-aan-de-pols-beleid kan
                                         voorkomen dat iemand terugvalt in schulden. Ook is nazorg cruciaal om te garanderen dat mensen zich
                                         weer autonoom en met eigenwaarde en zelfrespect kunnen richten op het vervolg van hun leven.
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         115
                                               SZW (2021). Kom uit je schuld. Website. Geraadpleegd op 1 december 2021.
                                         116
                                               Preventie, vroegsignalering, ondersteuning, curatie en nazorg.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                                                                              33
3 Wat zou er anders moeten?
 Problematische schulden zijn een maatschappelijk probleem. De cijfers laten zien dat mensen met
 problematische schulden er zijn in alle soorten en maten. Weliswaar zijn een laag inkomen en een laag
 opleidingsniveau grote risicofactoren, evenals psychische problemen, laaggeletterdheid of een lichte
 verstandelijke beperking, maar problematische schulden beperken zich zeker niet tot deze kwetsbare
 groepen. Ongeveer 42% van de huishoudens met problematische schulden heeft inkomen uit werk, en 36%
 van de huishoudens met problematische schulden heeft geen andere onderliggende problematiek dan een
 (plots) gebrek aan geld. Een onvoorziene inkomensval, inkomensonzekerheid en
 inkomensonvoorspelbaarheid zijn de belangrijkste redenen voor het ontstaan van problematische schulden.
 Het treft kwetsbare groepen daarom meer en harder vanwege het ontbreken van financiële buffers om
 schommelingen in het inkomen op te vangen, terwijl zij daar wel vaak mee te maken hebben.
3.1    Problematische schulden: een symptoom van een groter maatschappelijk vraagstuk
 Ruim 2,8 miljoen huishoudens hebben moeite met rondkomen, een derde van het totale aantal huishoudens
 in Nederland. De helft van deze groep heeft risicovolle schulden. Van deze laatste groep hebben minimaal
 614.000 huishoudens schulden die zo hoog zijn dat ze er niet op eigen kracht vanaf kunnen komen. Het gaat
 dus om een aanzienlijk deel van de bevolking. Met deze aantallen is er naar de mening van de RVS geen
 sprake meer van een individueel probleem van verkwisting of financieel wanbeheer. Problematische
 schulden zijn eerder een symptoom van een groter maatschappelijk probleem: het feit dat steeds meer
 mensen moeite hebben met rondkomen en niet mee kunnen met de samenleving. Er is voor een steeds
 groter deel van de bevolking sprake van te complexe regelgeving in combinatie met toenemende
 bestaansonzekerheid, waarbij het inkomen structureel ontoereikend is voor het betalen van normale vaste
 lasten, zoals huur, energie, levensonderhoud en zorg.
 Bovendien ziet de Raad dat het huidige systeem van schuldhulpverlening erg inefficiënt is: een klein deel
 van de mensen in problemen wordt ook daadwerkelijk geholpen (tussen de 200.000 tot 250.000
 huishoudens), het traject duurt lang en er is voor de deelnemers geen garantie op een schuldenvrije
 toekomst. Zoals in paragraaf 1.2 is aangestipt, zit het hulpverleningstraject zelf vol voetangels en klemmen
 en onnavolgbare tegenstrijdigheden. Nazorg ontbreekt eveneens. Bovendien kost het zowel de schuldenaar
 als de maatschappij te veel, zowel in termen van geld als van gezondheid, welbevinden en
 toekomstperspectief. Dit terwijl het aan de batenkant weinig oplevert: het grootste deel van de
 problematische schulden wordt uiteindelijk niet geïnd. Het lijkt erop dat in de manier waarop wij als
 samenleving met problematische schulden omgaan, ‘straf’ belangrijker is dan terugbetalen:
 schuldhulpverlening als een langdurig proces van schuld en boete, waarbij de loutering van een
 schuldenvrije toekomst veelal ontbreekt. Dit uitgangspunt strook niet met de realiteit waarin schulden
 ontstaan.
3.2    Er is veel ten goede veranderd, maar er kan nog meer
 De RVS erkent echter ook de enorme inspanning die – zoals in het vorige hoofdstuk aan bod is gekomen –
 de afgelopen jaren is geleverd door zowel overheden, schuldhulpverleners en bedrijven als het
 maatschappelijk middenveld om de basis van schuldhulpverlening te verleggen van schuld en boete naar
 oog voor de menselijke maat. De Raad realiseert zich dat deze initiatieven tijd nodig hebben om hun waarde
 te bewijzen. Die tijd moeten we ze ook gunnen. Tegelijkertijd signaleert de Raad, tegen de achtergrond van
 de ingezette verbeteringen, dat de keten van schulden en schuldhulpverlening op onderdelen versterking
 behoeft. Met name bij preventie (aan de voorkant) en nazorg (aan de achterkant) is nog het nodige te
 winnen. Ook binnen de curatie – de eigenlijke schuldsanering – kan er anders worden gewerkt, vooral door
 de stabilisatiefase en de wachttijd die hiermee gepaard gaat anders in te richten.
 De nazorg die gemeenten volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zouden moeten bieden aan
 mensen die uit een schuldsaneringstraject komen, is in de praktijk vaak afwezig. Ondanks de grote en goede
 stappen die de voorbije jaren zijn gezet in het voorkomen en vroeg signaleren van schulden, ontbreekt voor
 te veel mensen binnen de schuldhulpverlening het perspectief op financiële en bestaanszekerheid op de
 langere termijn. Daarnaast is er nog geen zorgplicht voor schuldeisers. De rechten en plichten van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34
                                         schuldeisers en schuldenaren kunnen meer in balans worden gebracht omwille van het recht op een
                                         menswaardig leven voor iedereen en een gezonde samenleving voor ons allen.
                                        3.3       Naar een andere manier om met problematische schulden om te gaan
                                         De RVS ziet een grote urgentie voor een collectieve inspanning om de groep mensen die nu in een
                                         perspectiefloze situatie verkeert weer perspectief te bieden op een (ook financieel) gezonde toekomst. De
                                         Raad pleit dan ook voor twee sporen. Een nieuwe manier van omgaan met schulden en schuldhulpverlening
                                         zou volgens de Raad gebaseerd moeten zijn op de norm dat de overheid niemand in een perspectiefloze
                                         situatie mag brengen of houden en haar burgers altijd een menswaardig bestaan zou moeten garanderen.
                                         Dit begint bij het versterken van bestaanszekerheid van een groot deel van de Nederlandse bevolking: werk
                                         dat loont, betaalbare huisvesting, toegankelijk onderwijs en een betrouwbare en voorspelbare overheid. Dat
                                         is spoor één. Dit spoor kost tijd, maar is van fundamenteel belang. De Raad bereidt momenteel een advies
                                         voor over dit grotere maatschappelijke vraagstuk.
                                         Grote veranderingen in systemen, zoals de afschaffing van de toeslagensystematiek, zijn intrinsiek
                                         verbonden met grotere hervormingen, zoals die van het belastingsysteem. Het creëren van
                                         bestaanszekerheid is bovendien onlosmakelijk verbonden met vraagstukken rond de arbeids- en
                                         woningmarkt en het onderwijs. Grote transformaties kosten veel tijd, geduld en geld. Dat mag echter nooit
                                         een reden zijn om de hete aardappel voor ons uit te schuiven. Zonder een ander belastingsysteem en een
                                         overheid die in sociale voorzieningen bestaanszekerheid vooropstelt, is het aanpakken van problematische
                                         schulden niet meer dan symptoombestrijding. De RVS juicht dan ook toe dat in het recent gepubliceerde
                                         coalitieakkoord de hervorming van de toeslagensystematiek, de vereenvoudiging van het belastingsysteem,
                                         de verkleining van de armoedeval, de verhoging van het minimumloon en de aanpak van de woningmarkt
                                         expliciet worden benoemd als speerpunten voor de komende kabinetsperiode.117 Hierbij tekent de Raad
                                         echter aan dat vereenvoudiging niet vanzelfsprekend samengaat met het maken van onderscheid, waardoor
                                         versimpeling ook kan leiden tot toenemende verschillen tussen sociaaleconomische klassen.
                                         Niet alleen de instrumenten moeten worden aangepast, maar ook – en zelfs bovenal – de manier waarop de
                                         overheid omgaat met instrumenten én de mensen die daarvan afhankelijk zijn. In het essay Machtige
                                         Mensbeelden heeft de RVS laten zien hoe het dominante mensbeeld van de frauderende burger de zorg
                                         voor kwetsbare burgers in de weg heeft gestaan.118 Dat is ook in de omgang met problematische schulden
                                         te zien. De Raad benadrukt daarom de wens en de noodzaak om het zorgen voor inwoners in kwetsbare
                                         omstandigheden te laten prevaleren boven de angst voor fraude van individuen in onze samenleving. Dat is
                                         spoor twee. En dat betekent het verbeteren van het bestaande systeem van schuldhulpverlening, want
                                         belastinghervormingen helpen de 1,4 miljoen huishoudens die nu op de rand van problemen balanceren of
                                         al diep in de problemen zitten niet verder. Bestaanszekerheid borgen en perspectief bieden binnen
                                         schuldhulpverlening betekent kortweg dat deze hulp toegankelijker, sneller en beter moet.
                                         Een schuldhulpverleningstraject moet voor iedereen toegankelijk zijn en moet altijd zicht geven op een
                                         schuldenvrije toekomst. De toegankelijkheid mag daarbij niet worden beperkt. Heel concreet: ook voor
                                         mensen die nu nog niet-saneerbare (fraude)schulden hebben (bij de overheid), schulden door boetes
                                         hebben of nog niet in een financieel stabiele situatie verkeren, moet schuldhulpverlening en schuldsanering
                                         toegankelijk worden. Het principe van een menswaardig bestaan betekent ook dat er echt anders gekeken
                                         moet worden naar de manier waarop mensen in de schuldhulpverlening en -sanering worden behandeld. Is
                                         het bijvoorbeeld normaal om mensen te laten leven van gemiddeld € 50 tot € 100 per week en dan ook nog
                                         van ze te verwachten dat zij – en hun gezinsleden – gezond leven of meedoen met de energietransitie?
                                         Hebben ze daar niet meer financiële ruimte en ademruimte voor nodig?
                                         De RVS pleit daarom voor een nationale saneringsopgave en verdere versterking van de omslag richting
                                         technisch en sociaal ontzorgen. De omvang van het probleem vraagt immers een langdurige en
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         maatschappij brede inzet waarmee we in potentie niet alleen mensen uit de schulden helpen, maar ook de
                                         (volks)gezondheid en het welzijn verbeteren en (direct en indirect) zorggebruik voorkomen. Daarnaast is de
                                         Raad van mening dat de zorgplicht voor publieke en private partijen nu echt gestalte moet krijgen. Ook
                                         hiervoor biedt het nieuwe coalitieakkoord, en met name de daarin genoemde aanpak van het brede
                                         armoede- en schuldenvraagstuk, veel aanknopingspunten. Bijvoorbeeld als het gaat om financiële educatie,
                                         117
                                               VVD, D66, CDA en ChristenUnie (2021). Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Coalitieakkoord 2021-2025. Den Haag.
                                         118
                                               RVS (2021). Machtige Mensbeelden. Kiezen voor menswaardig bestaan. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                    35
 preventie en vroegsignalering, strengere regelgeving voor schuldhulpverleners, verdere beperking van de
 opstapeling van schulden, en het verdienmodel achter schulden.119 De RVS juicht dit toe en geeft hierna aan
 hoe dit praktisch vorm zou kunnen krijgen.
 Tegelijkertijd zou de Raad graag zien dat de overheid vooral als het over de overheid zelf gaat wat meer
 ambitie aan de dag zou leggen. Immers, een “een betere, verantwoorde overheidsincasso met oog voor de
 menselijke maat”120 – genoemd in het coalitieakkoord – stond in 2017 ook al met evenzoveel woorden in het
 Actieplan brede schuldenaanpak. Hopelijk blijft het in deze kabinetsperiode op dit vlak niet bij ambities
 alleen.
 Tot slot erkent de RVS dat er een zekere spanning bestaat tussen aan de ene kant de vrijheid van burgers
 om schulden aan te gaan en de verantwoordelijkheid van burgers om hun schulden te voldoen, en aan de
 andere kant de plicht van de overheid om burgers niet in een perspectiefloze situatie te brengen of houden.
 Een systeem waarin schuldhulpverlening altijd uitzicht biedt op een schone lei is volgens de Raad echter
 bovenal een manier om de vrijheid en de verantwoordelijkheid van burgers te bevorderen. Het geeft mensen
 immers geen carte blanche en neemt geen verantwoordelijkheid weg, maar biedt wel uitzicht op een betere
 toekomst.
3.4 De beweging naar technisch ontzorgen heeft versnelling en versterking nodig
 Ook bij schulden geldt: voorkomen is beter dan genezen. Er moet daarom meer geïnvesteerd worden in
 toegankelijke hulp en ondersteuning bij financiële vragen. Ondanks de ambitie om het belastingsysteem te
 hervormen, blijft het huidige onnavolgbare systeem van toeslagen en andere vormen van
 inkomensondersteuning voorlopig nog bestaan. Mensen die hierin de weg niet kunnen vinden, zouden altijd
 toegang moeten hebben tot goede informatie en laagdrempelige vormen van (proactieve) hulp.
Bied actieve en eenvoudige ondersteuning bij het aanvragen van inkomensvoorzieningen
 Een helpende overheid kan in het geval van toeslagen gestalte krijgen door het breed aanbieden van goede
 technische ondersteuning bij het aanvragen en bijstellen van toeslagen en inkomensondersteunende
 voorzieningen of het terugvragen van belastingen. Een systeem waarbij inkomensgegevens en persoonlijke
 gegevens realtime kunnen worden gekoppeld aan de eisen voor het aanvragen van toeslagen, helpt
 voorkomen dat mensen onverhoopt te laat of juist verkeerde of tegenstrijdige informatie doorgeven. Deze
 vormen van ondersteuning bestaan al, zij het op kleine schaal. Denk bijvoorbeeld aan apps als de
 Automatische Toeslagencheck, de Buddy App of de Voorzieningenwijzer die diverse maatschappelijke
 organisaties aanbieden, al dan niet in combinatie met een persoonlijk traject. Dit zou in feite een service
 moeten zijn die – zeker gezien de complexiteit van het toeslagensysteem – de rijksoverheid zelf standaard
 zou moeten aanbieden aan al haar burgers, zéker aan degenen die sterk afhankelijk zijn van toeslagen en
 voorzieningen en moeite hebben met de eisen die het systeem aan hen stelt.
Richt een centraal schuldenregister op en breid vroegsignalering uit
 Het verkrijgen van het overzicht van alle schulden van iemand met problematische schulden is een enorme
 belemmering voor snelle schuldsanering. Het opzetten en automatiseren van een centraal register dat dit
 overzicht biedt, helpt dit op te lossen. Daarom pleit de RVS voor een centraal punt, zoals dat bij
 pensioeninformatie (mijnpensioenoverzicht.nl) of overheidscommunicatie (mijnoverheid.nl) al bestaat, waar
 burgers snel en eenvoudig informatie kunnen vinden over openstaande schulden, boetes en eventueel
 dagvaardingen. Idealiter wordt dit register gekoppeld aan een overzicht van openstaande private schulden,
 met inachtneming van de daarvoor geldende privacy bepalingen. Het zou naar de mening van de Raad in
 ieder geval gerealiseerd moeten worden voor alle schulden die mensen bij de overheid hebben uitstaan. Als
 deze informatie – na toestemming van de burger zelf – ook voor intermediairs of hulpverleners toegankelijk
 is, kan het bovendien onnodige escalatie van kleine schulden helpen voorkomen.
 Daarnaast kan een dergelijk overzicht worden aangevuld met een systeem van vroegsignalering, zoals ook
 genoemd in het coalitieakkoord. Dit zou dan wel verder moeten gaan dan nu het geval is. De rijksoverheid
 kan immers op basis van haar eigen systemen heel goed achterhalen wie risico loopt, bijvoorbeeld iemand
 119
     VVD, D66, CDA en ChristenUnie (2021). Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Coalitieakkoord 2021-2025. Den Haag,
     p. 3, pp. 23-25
 120
     VVD, D66, CDA en ChristenUnie (2021). Idem, p. 3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>36
                                         die geen zorgverzekering heeft, meerdere boetes of dagvaardingen heeft én geen vast adres heeft. Dit zou
                                         een signaal moeten zijn om proactief hulp aan te bieden of maatwerk te leveren. Het is vreemd en
                                         onwenselijk dat woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars en energiemaatschappijen deze informatie wel
                                         delen met gemeenten, maar de rijksoverheid zelf verstek laat gaan.
                                        Creëer financiële prikkels voor preventie en maatwerk bij beginnende schulden
                                         Preventie hoeft niet alleen een taak te zijn van de rijksoverheid, gemeenten of maatschappelijke
                                         organisaties. Ook gerechtsdeurwaarders en bewindvoering kunnen worden ingezet bij het voorkomen van
                                         escalatie van schulden. Dit vergt wel een verandering in het systeem die verder gaat dan het ‘strenger
                                         reguleren’ van deze sectoren, zoals in het coalitieakkoord staat. Het is immer ook de bestaande regelgeving
                                         die een andere rol van deurwaarders en bewindvoerders in de weg zit. Zo geeft het wettelijke takenpakket
                                         van gerechtsdeurwaarders nu geen ruimte om maatwerk te bieden of preventie in te zetten, en dat vertaalt
                                         zich in de bekostiging van hun werk. Door deze groep wel een wettelijke taak of opdracht voor
                                         schuldpreventie te geven en daar ook een vaste vergoeding voor te geven, komt er bij deurwaarders meer
                                         ruimte voor het voorkomen van escalatie van schulden. De Raad signaleert ook dat binnen de wereld van
                                         bewindvoering ideeën leven over het mogelijk maken van lichtere vormen van vrijwillige bewindvoering
                                         gericht op het voorkomen van problematische schulden, bijvoorbeeld bij mensen die door vroegsignalering
                                         bij gemeenten in beeld zijn gekomen of bij mensen die ingrijpende life events meemaken zoals
                                         echtscheiding, faillissement of verlies van werk. Dit kan zwaardere vormen van bewindvoering later in het
                                         proces, als er al sprake is van hoge schulden, helpen voorkomen. Ook hiervoor zijn nieuwe
                                         financieringsstructuren nodig, maar het verleggen van financiële prikkels bij het innen en (ondersteunen bij
                                         het) aflossen van schulden naar het voorkomen daarvan zou volgens de Raad veel kunnen bijdragen aan
                                         schuldpreventie.
                                        Maak echt werk van nazorg
                                         Hoewel de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ook nazorg verplicht, blijft deze vaak uit als mensen het
                                         schuldhulpverleningstraject eenmaal verlaten hebben. Dit leidt tot onnodige terugval, waardoor de juridische
                                         en sociale drempel om weer hulp in te schakelen groter wordt. De Raad vindt het moeilijk uit te leggen dat
                                         deze vorm van preventie achteraf nu niet goed wordt vormgegeven. Het bieden van perspectief vergt soms
                                         ook een vinger-aan-de-pols-beleid. Voor een deel van deze groep kunnen vormen van lichte (digitale)
                                         budgetondersteuning, budgetbeheer of coaching goed werken, maar dan moeten gemeenten deze steun wel
                                         actief aanbieden. Voor anderen zijn wat zwaardere vormen van hulp nodig, bijvoorbeeld een vorm van
                                         vrijwillige bewindvoering die stapsgewijs wordt afgebouwd en waarbij de bewindvoerder in overleg met de
                                         cliënt een beperkt (en afnemend) aantal taken overneemt. Deze vorm van bewindvoering kan op dezelfde
                                         manier worden ingesteld en gecontroleerd (door de kantonrechter) als andere vormen van bewindvoering.
                                         De kosten hiervoor worden op termijn gecompenseerd door het uitblijven van zwaardere vormen van
                                         ondersteuning bij terugval.
                                        3.5    Bestaande initiatieven rond sociaal ontzorgen moeten worden versterkt en
                                               gefaciliteerd
                                         Maatschappelijke organisaties en gemeenten spelen een cruciale rol in de schuldhulpverlening. Zoals
                                         hiervoor geschetst hebben zij een deel van de taken die logischerwijs bij de rijksoverheid zouden moeten
                                         liggen, met verve opgepakt. Lokale uitvoering en nabijheid zijn ook bij schuldhulpverlening belangrijke
                                         factoren die bijdragen aan effectieve hulpverlening. De Raad vindt dit waardevol. Tegelijkertijd brengt dit
                                         onvermijdelijk het dilemma van lokale variatie en versnippering op tafel. Het wiel hoeft volgens de RVS ook
                                         niet iedere keer opnieuw te worden uitgevonden. Er zijn inmiddels veel initiatieven en programma’s waarvan
                                         bekend is dat ze goed werken. Daarvan kan gebruik worden gemaakt.
                                         Dit vergt wel effectieve en structurele ondersteuning. Het blijvend ondersteunen en faciliteren van de
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke organisaties op dit thema – die mede door het Actieplan
                                         brede schuldenaanpak is ontstaan – behoort naar de mening van de RVS tot de kerntaken van het ministerie
                                         van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hierbij denkt de Raad onder andere aan initiatieven als de
                                         Nederlandse Schuldhulproute en de initiatieven van SchuldenlabNL en de Alliantie Vrijwillige
                                         Schuldenaanpak.
                                        Laat zorgverleners en werkgevers hun taak bij signalering en doorverwijzing bij schulden oppakken
                                         De Raad signaleert dat het zwaartepunt van alle initiatieven rond schuldhulpverlening vooral bij het sociaal
                                         domein ligt. Dat is begrijpelijk, omdat het hier gaat om een thema dat bovenal om inkomen gaat.
                                         Tegelijkertijd ziet de Raad dat schulden een volksgezondheidsvraagstuk zijn. Problematische schulden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                    37
 vertalen zich snel naar gezondheidsproblemen die zowel bij de huisarts als bij de jeugdgezondheidszorg
 terechtkomen. Het is voor deze zorgverleners echter niet vanzelfsprekend om het gesprek over financiële
 zorgen aan te gaan. Daartegenover staat dat het voor schuldhulpverleners en sociaal werkers niet
 vanzelfsprekend is om over dit thema contact te leggen met zorgverleners. Er zou over en weer meer naar
 elkaar verwezen kunnen worden. Dit vergt nauwere samenwerking (en samenwerkingsbereidheid) tussen
 zorgverleners, schuldhulpverlening en gemeenten. Huisartsen en de jeugdgezondheidszorg kunnen
 schulden weliswaar niet oplossen, maar ze hebben wel degelijk een taak in het signaleren en doorverwijzen.
 Daarbij moeten ze ook ondersteund worden. Het wetsvoorstel voor de Wet aanpak meervoudige
 problematiek in het sociaal domein (Wams) biedt hiervoor aanknopingspunten, onder andere door de
 gemeenten een coördinerende rol te geven en de uitwisseling van gegevens tussen verschillende partijen in
 zorg en sociaal domein eenvoudiger te maken.121
 Ook werkgevers zouden volgens de RVS een rol kunnen spelen bij het doorverwijzen naar
 schuldhulpverlening bij beginnende schulden. Net als zorgverleners worden werkgevers vaak in een vroeg
 stadium geconfronteerd met eventuele loonbeslagen door schuldeisers. De huidige regelgeving rond privacy
 laat niet toe dat deze gegevens worden gedeeld met bijvoorbeeld de leidinggevende van de werknemer met
 loonbeslag, terwijl financiële problemen en schulden ook een bron zijn van bijvoorbeeld slechter functioneren
 op de werkvloer en ziekteverzuim. Het vroegtijdig delen van informatie, met medeweten en instemming van
 de werknemer, kan leiden tot meer begrip op de werkvloer en kan onnodig ontslag voorkomen. Het vormt
 ook een aanknopingspunt voor hulp of doorverwijzing naar hulp. Daarbij erkent de Raad dat er nooit sprake
 kan zijn van een plicht om dergelijke persoonlijke informatie te delen.
Heb aandacht voor verborgen beperkingen bij toegankelijke ondersteuning en hulpverlening
 De toegankelijkheid en de effectiviteit van zowel ondersteuning bij financiële zorgen als schuldhulpverlening
 worden groter als er meer en explicieter rekening wordt gehouden met achterliggende problematiek. In
 hoofdstuk 1 (figuur 4) zagen we bijvoorbeeld dat bij ongeveer 27% van de huishoudens met problematische
 schulden sprake is van laaggeletterdheid en bij 19% van een (lichte) verstandelijke beperking. Bij elkaar gaat
 het om minimaal 283.000 huishoudens. Laaggeletterdheid en een (lichte) verstandelijke beperking zijn vaak
 verborgen beperkingen die niet direct – en vaak helemaal niet – opvallen in het alledaagse contact met
 kredietverstrekkers, deurwaarders of hulpverleners. Effectieve ondersteuning van en hulp aan deze groep
 kan naar de mening van de Raad worden versterkt door het trainen van bijvoorbeeld gemeenteambtenaren,
 kredietverstrekkers, deurwaarders en hulpverleners in het herkennen van dit soort verborgen beperkingen.
 Daarnaast is er veel te winnen met laagdrempelige vormen van hulp. Zelfredzaam zijn is voor deze mensen
 erg lastig en dat vergt extra ondersteuning, bijvoorbeeld door een coach, een mentor, een vriend of een
 hulpverlener standaard te laten meedenken en -helpen.
3.6      De aanpak van problematische schulden vraagt om een heldere zorgplicht
 In het coalitieakkoord spreekt het kabinet de ambitie uit om schuldhulpverlening eenvoudiger, sneller en
 toegankelijker te maken.122 Hoewel met het versterken en versnellen van technisch en sociaal ontzorgen,
 zoals hiervoor uiteen is gezet, op dit vlak veel kan worden gewonnen, liggen volgens de RVS de meest
 urgente uitdagingen op het vlak van een heldere zorgplicht. Het voornemen om niemand in een
 perspectiefloze situatie te brengen of te houden en iedereen een menswaardig bestaan te garanderen, komt
 het sterkst naar voren in de manier waarop we rechten en plichten van schuldeisers en schuldenaren
 vormgeven. De zorgplicht raakt alle partijen, maar misschien wel het meest de rijksoverheid. De Raad is
 daarom blij met de ambities die het kabinet in het coalitieakkoord uitspreekt rond het bevorderen van sociaal
 incasseren en het tegengaan van de stapeling van schulden en kosten. Hierbij spoort de Raad het kabinet
 aan om hierbij ook naar de rijksoverheid zelf te kijken. De RVS constateert dat er in het huidige systeem veel
 verwacht wordt van het bedrijfsleven, gemeenten en maatschappelijke organisaties, maar dat de
 rijksoverheid zichzelf vaak onttrekt aan zaken die zij van andere partijen wel verwacht. Dit moet anders.
 Daarom stelt de Raad het volgende voor.
 121
     Overheid.nl (2021). Wetgevingskalender: Wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams). Website.
     Geraadpleegd op 21 januari 2022.
 122
     VVD, D66, CDA en ChristenUnie (2021). Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Coalitieakkoord 2021-2025. Den Haag,
     pp. 24-25.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>38
                                        Voorkom escalatie van kleine schulden
                                         De zorgplicht begint bij preventie. Een deel van de escalatie van schulden tot problematische schulden kan,
                                         zeker waar (semi)publieke instellingen de schuldeiser zijn, worden voorkomen door altijd een
                                         betalingsregeling aan te bieden of te accepteren. Dit kan bijvoorbeeld gevat worden in een wettelijk recht op
                                         betalingsregelingen; iets dat nu nog niet bestaat. In het verlengde daarvan moet ook worden gekeken naar
                                         het systeem van boetes, naheffingen en bijkomende kosten die ervoor kunnen zorgen dat kleine schulden
                                         snel toenemen. Zo beoogt de voorgenomen Wet kwaliteit incassodienstverlening het oneigenlijk in rekening
                                         brengen van kosten door incassobedrijven aan banden te leggen. Het zou goed zijn als deze wet – die al
                                         sinds 2019 in behandeling is – voorrang te geven in de Tweede en Eerste Kamer. Maar de rijksoverheid
                                         dient hier ook in de spiegel te kijken: het systeem van boetes en naheffingen zorgt bij een groot aantal
                                         huishoudens niet voor het gewenste betaalgedrag, maar duwt hen verder in de problemen. Daarnaast kan
                                         kritisch worden gekeken naar de impact van formele processtappen die bij het innen van kleine schulden
                                         zorgen voor hoge kosten. Bij het innen van schulden door gerechtsdeurwaarders kunnen bijvoorbeeld
                                         schulden van enkele tientjes vlug stijgen tot enkele honderden euro’s vanwege de verplichte gang langs de
                                         rechtbank.
                                        Breid zorgplicht van kredietverstrekkers en incassobureaus uit
                                         Hoewel er op dit vlak al veel is veranderd – zoals het aan banden leggen van het aanbieden van
                                         doorlopende kredieten – kan de zorgplicht van kredietverstrekkers nog verder worden aangescherpt. Dit
                                         vergt echter ook harmonisatie van wetgeving op Europees niveau: de private kredietmarkt is immers een
                                         Europese markt. Tegelijkertijd signaleert de RVS dat voor kleine kredieten, onder de € 1.000, veel minder
                                         stringente regels rond toetsing van kredietwaardigheid van de aanvrager gelden dan voor hogere bedragen.
                                         Dit terwijl juist kleine leningen – en een stapeling daarvan – vaak leiden tot grote problemen. Dit zou
                                         gelijkgetrokken moeten worden. Ook kunnen volgens de Raad de mogelijkheden om schulden te gebruiken
                                         als verdienmodel verder aan banden worden gelegd. Dit kan bijvoorbeeld door incassobureaus bij het innen
                                         van schulden die in bulk (als pakket van openstaande schulden) zijn aangekocht123, te verplichten om voor
                                         elke schuld aan te tonen dat deze nog rechtsgeldig is en bijvoorbeeld niet verjaard. Dit staat ook in het
                                         coalitieakkoord. Maar er kan meer. Het opzettelijk mikken op het ontstaan van betaalachterstanden door
                                         bedrijven kan worden ontmoedigd door hier het profijtbeginsel toe te passen: door een deel van de
                                         incassokosten – bijvoorbeeld 50% – in rekening te brengen bij de schuldeiser in plaats van de schuldenaar.
                                         Ook gerichte marketing met kopen op afbetaling – bijvoorbeeld op postcodeniveau – moet aan banden
                                         worden gelegd.
                                        Maak schuldenregelingen wettelijke afdwingbaar
                                         In het huidige systeem van het innen van schulden, ligt het zwaartepunt van de (rechts)bescherming
                                         grotendeels bij de schuldeiser. Daar is veel voor te zeggen. Tegelijkertijd ziet de RVS dat sommige
                                         schuldeisers hier ook misbruik van maken, bijvoorbeeld door schuldsaneringstrajecten nodeloos te rekken -
                                         om zo de schuld te laten oplopen – of door niet mee te werken aan sanering. Bij het saneren van schulden
                                         kan naar de mening van de Raad veel aan snelheid worden gewonnen door collectief schuldregelen
                                         eenvoudiger te maken. Gemiddeld hebben mensen met problematische schulden 14 verschillende
                                         schuldeisers. Deze schuldeisers moeten allemaal instemmen met de schuldenregeling. Dit kan worden
                                         versneld door schuldhulpverleners de bevoegdheid te geven om een schuldsaneringsregeling dwingend op
                                         te leggen als de meerderheid van de schuldeisers akkoord is. Mocht een individuele schuldeiser het daar
                                         niet mee eens zijn, dan kan hij naar de rechter stappen, die vervolgens de regeling op billijkheid toetst. Het is
                                         nu nog zo dat als één schuldeiser niet akkoord gaat, de schuldhulpverlener namens de schuldenaar naar de
                                         rechter moet stappen om een dwangakkoord aan te vragen. Het voorbereiden van een dwangakkoord kost
                                         schuldhulpverleners veel werk en in veel gevallen gaan schuldeisers vlak voor de zitting alsnog akkoord.
                                        Geef saneringskrediet primaat boven schuldbemiddeling
                                         Collectief schuldregelen maakt de inzet van saneringskredieten eenvoudiger. Saneringskredieten zijn snel
                                         en sociaal en er is meer ruimte voor maatwerk. Maar belangrijker nog, deze vorm van schuldhulp is
     RVS | Van schuld naar schone lei
                                         uitermate effectief. Het saneringskrediet kent weinig uitval: 92% van de burgers haalt de eindstreep. Bij
                                         ‘normale’ schuldbemiddelingen slaagt ongeveer 75%. De Raad stelt voor om het saneringskrediet altijd
                                         voorrang te geven boven schuldbemiddeling. De Raad realiseert zich dat het breder inzetten van
                                         saneringskredieten ook een andere manier van omgaan met ‘stabilisatie’ vergt. Nu kan sanering alleen als er
                                         een volledig overzicht is van de schuld en als iemand met succes de stabilisatiefase heeft doorlopen waarbij
                                         123
                                               Zie pagina 18 van dit adviesrapport.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                                                                                39
 alle schulden én alle inkomsten (en daarmee ook de afloscapaciteit) in beeld zijn. Dit kan sneller door
 gebruik te maken van schattingen van zowel het inkomen als de openstaande schulden. Dit kan bijvoorbeeld
 door het nationale waarborgfonds, dat het risico van risicovolle saneringskredieten voor gemeenten moet
 afdekken, in toepassing te verbreden, zodat ook vormen van nacalculatie mogelijk worden.
Creëer een ‘nationaal’ perspectieffonds voor (nu nog) uitzichtloze situaties
 Met het stimuleren van saneringskredieten bereiken we echter niet de mensen die nu in de meest
 uitzichtloze positie verkeren, namelijk degenen die nu nog geen toegang hebben tot ‘normale’
 schuldhulpverlening: jongeren zonder inkomen, mensen met verwijtbare fraudeschulden bij de overheid of
 mensen die een schadevergoedingsmaatregel opgelegd hebben gekregen. Hun schulden zijn vaak niet-
 saneerbaar, enerzijds omdat ze vaak geen toegang krijgen tot hulp vanwege een gebrek aan inkomen
 (jongeren) of omdat de overheid hun schuld verwijtbaar of opzettelijk vindt. Deze groepen blijven daardoor te
 lang in een uitzichtloze situatie zitten, terwijl het weinig oplevert. De schulden worden niet (en zeker niet
 sneller) afgelost en de directe en indirecte kosten voor zowel de schuldenaar als de samenleving zijn hoog.
 Dit kan anders. Verschillende gemeenten in Nederland werken bijvoorbeeld in het geval van jongeren of
 gedupeerden van de toeslagenaffaire al op een andere manier. Zo werkt het Jongerenperspectieffonds met
 een methode waarbij schulden worden overgenomen en er wordt gewerkt met alternatieve manieren van
 terugbetalen wanneer aflossing op de normale manier niet lukt. Daarnaast worden deze jongeren
 ondersteund in verschillende levensgebieden, bijvoorbeeld met hulp bij het vinden van huisvesting, het
 starten van een opleiding of het vinden van een baan. Dit biedt perspectief voor de lange termijn. Jongeren
 kunnen óf de schuld terugbetalen óf in natura diensten verlenen zoals vrijwilligerswerk of een stage. De
 doelstellingen van het fonds zijn enerzijds de maatschappelijke kosten tot het minimum reduceren en
 anderzijds nieuwe perspectieven bieden. Onderzoek laat zien dat deze aanpak snel en goed werkt.
 Ook voor andere groepen met problematische schulden die geen toegang hebben tot normale
 schuldhulpverlening kan deze aanpak goed werken. Het is dan wel nodig om manieren te vinden om de
 financiële afhandeling – zeker bij schadevergoedingsmaatregelen waar derden in het spel zijn – goed in te
 richten, zodat de schadevergoeding (voor derden) in zichzelf in stand blijft. De Raad wil hierbij expliciet
 vermelden dat er niet gepleit wordt voor een pardonregeling. De schuld wordt opgekocht, maar niet zomaar
 kwijtgescholden. De aflossing van de schuld wordt echter op andere manieren vormgegeven. Bovendien kan
 deze aanpak leunen op gelijksoortige initiatieven waarmee een aantal gemeenten al experimenteren. De
 Raad stelt voor om deze initiatieven op te schalen en uit te breiden, met financiële rugdekking waar dit nodig
 is.
3.7    Verbeteren van schuldhulpverlening is investeren in de volksgezondheid
 De hiervoor besproken voorstellen hebben vrijwel allemaal betrekking op het verbeteren en versnellen van
 het bestaande systeem van schuldhulpverlening. Wellicht rijst de vraag waarom de RVS zich hierover
 uitspreekt. Het schuldenvraagstuk laat bijna als geen ander vraagstuk zien hoe de manier waarop de
 samenleving is ingericht onze gezondheid beïnvloedt. Gezondheid en problematische schulden hangen zo
 nauw met elkaar samen dat investeringen in een betere en snellere schuldhulpverlening óók een investering
 in onze volksgezondheid is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>40
                                        Voorbereiding
                                        De commissie die dit advies heeft voorbereid bestond uit raadsleden Erik Dannenberg en Marleen Kraaij-
                                        Dirkzwager, adviseurs Robert Vonk, Tim ’S Jongers en VNG-trainee Koen Gruijters.
     RVS | Van schuld naar schone lei
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                                                                         41
Lijst met geraadpleegde personen
De Raad adviseert onafhankelijk. Gesprekken tijdens de voorbereiding van een advies hebben niet het
karakter van draagvlakverwerving. De gesprekspartners hebben zich niet aan het advies gecommitteerd.
Sommige mensen hebben op meerdere momenten met ons meegedacht en worden eenmaal genoemd.
Tijdens het adviestraject zijn de volgende personen geconsulteerd.
Arjen Baan                                              Alliantie Vrijwillige Schuldhulpverlening
Bregje Bekers                                           Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Cora van Horssen                                        Nibud
Eva-Lotte Bakker                                        Autoriteit Financiële Markten
Geert van Dijk                                          NVVK
Gert Boeve                                              Horus
Ilva van der Gragt                                      Autoriteit Financiële Markten
Joke de Kock                                            Gemeente Tilburg
Laura Koppens                                           Autoriteit Financiële Markten
Lisa van Paaschen                                       Nationale Ombudsman
Marleen Smit                                            Divosa
Martijn Snoep                                           Autoriteit Consument en Markt
Meike Bokhorst                                          Nationale Ombudsman
Michael Brouwer                                         Koninklijke Beroepsvereniging van
                                                        Gerechtsdeurwaarders
Nadja Jungmann                                          Universiteit van Amsterdam / Hogeschool Utrecht
Nathalie Boerebach                                      Stichting Urgente Noden Nederland
Ruud van den Tillaar                                    Kredietbank Limburg
Sadik Harchaoui                                         SchuldenlabNL
Soler Berk                                              Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid
Steven Oppenheim                                        Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Winnie van Heesch                                       Autoriteit Consument en Markt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>42
                                        Publicaties
                                        Voor een volledig overzicht kijk op: https://www.raadrvs.nl/
     RVS | Van schuld naar schone lei
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Parnassusplein 5
Postbus 19404
2500 CK Den Haag
T +31 (0)70 340 5060
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>