<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Dienstverleningsconcept
        Nationale Politie
              mei 2012 / Versie 1.5
                             J. Biemolt
                             A. Doeser
                         A.G. Glorioso
                      H.M. Hoogebeen
                                 J. Oost
                           O. Wansink
                     Status: Definitief
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Inleiding                                                                                                3
1. Dienstverlening in perspectief                                                                        5
2. Diensten en kanalen                                                                                  10
3. Uitgangspunten                                                                                       13
4. Randvoorwaarden                                                                                      16
      Versie                     Datum                                  Wijzigingen
0.1                      22-11-2011            Eerste opzet
0.2                      10-12-2011            Aanvullingen uit Inrichtingsprincipes
                                                e
0.3                      17-01-2012            1 ruwe concept naar reviewers
                                                              e
0.4                      18-01-2012            Opmerkingen 1 review verwerkt
                                                              e
0.5                      20-01-2012            Opmerkingen 2 review verwerkt
                                                              e
1.0                      20-01-2012            Opmerkingen 3 review verwerkt; definitief concept.
1.1                      24-01-2012            Scenario’s toegevoegd
1.2                      24-01-2012            Laatste review kwartiermaker verwerkt
1.3                      21-04-2012            Aanpassing naar aanleiding van opmerkingen
                                               kwartiermakersoverleg en afspraken over resultaten voor
                                               realisatieplan
1.4                      03-05-2012            Aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen regionale
                                               eenheden
1.5.                     29-05-2012            Aanpassingen naar aanleiding van een laatste consultatie
                                               projectgroep Dienstverlening en kwartiermaker
2    Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inleiding
Wat is het dienstverleningsconcept?
Het dienstverleningsconcept van de Nationale Politie is een uitwerking van de wijze waarop processen,
procedures, systemen, de organisatie en aansturing worden ingericht om politiediensten te kunnen verlenen aan
burgers, bedrijven en instanties. In dit kader is bezien waaraan de burger behoefte heeft en worden concrete
randvoorwaarden, uitgangspunten en kwaliteitsnormen geformuleerd waar de politiedienstverlening aan moet
voldoen. Het concept is van toepassing op alle medewerkers van de politie die in contact staan met burgers.
Het dienstverleningsconcept richt zich op een verdere professionalisering van alle politieprocessen en op de
daarbij behorende competenties, houding en gedrag van alle politiemedewerkers; deze professionalisering richt
zich dus zowel op de ‘buitenkant’ als op de ‘binnenkant’ van de politie. Dit betekent dat de politie niet alleen zo
toegankelijk en ‘klantgericht’ mogelijk haar diensten/hulpverlening aan burgers zal aanbieden (en hiermee
voorziet in de individuele en/of maatschappelijke behoefte naar daadkrachtig politieoptreden), maar ook dat de
politie een en ander stevig in zijn eigen bedrijfsvoering verankert. Met andere woorden: optimale dienstverlening
die door een optimaal ingerichte interne bedrijfsvoering waargemaakt kan worden en die:
      de burger (en rechtspersonen) eerste noodzakelijke hulp en opvang biedt;
      faciliteert in een daadkrachtige aanpak van misdrijven en misstanden in de maatschappij;
      bijdraagt aan de gezagspositie en het aanzien (imago) van de politie in de maatschappij.
Achtergrond
Door veranderingen in de maatschappelijke verhoudingen is de politie gaan nadenken over een andere rol naar
de burger. In het verleden was de politie gewend aan een vanzelfsprekende gezagsrol; de afgelopen decennia
krijgt de politie echter te maken met mondiger burgers die andere, vaak hogere, eisen stellen aan de overheid en
dus ook aan de politie. In de afgelopen jaren heeft dat geleid tot nieuwe beleidsvorming en daadwerkelijke
veranderingen in de wijze waarop de politie de burger tegemoet treedt.
Er gaat wat betreft de dienstverlening bij de politie al veel goed; de politie benadert de burger op een
professionele, betrokken wijze, is toegankelijker geworden via meerdere kanalen, informeert de burger en neemt
aangiften in de meeste gevallen adequaat op. Uit jaarlijkse peilingen in het kader van de Veiligheidsmonitor blijkt
                                                                                      1
dat de burger in zijn algemeenheid tevreden is over het laatste politiecontact .
De afgelopen jaren is geprobeerd nieuwe dienstverleningsconcepten landelijk in te voeren. Met het huidige
politiebestel (26 korpsen) bleek dat vaak een lastige opgave. Dit terwijl juist de burger om een verdere
ontwikkeling en meer uniformiteit (en dus landelijke afspraken) van de politiedienstverlening vraagt. De vorming
van Nationale Politie biedt derhalve kansen om de dienstverlening op een hoger peil te brengen en meer
uniformiteit in de dienstverlening te brengen mede vanuit de behoefte en de vraag van de burger.
In politie Nederland is de afgelopen jaren met name vanuit het proces Intake nagedacht over een verdere
verbetering van de dienstverlening. Immers, het overgrote deel van de eerste contacten die burgers met de politie
hebben, verlopen via dit proces. Dit heeft op strategisch niveau geleid tot een aantal belangrijke visiedocumenten:
     Visie op Dienstverlening (2004)
     Visie op het Digitale Politiebureau (2006)
     Visie op Slachtofferzorg (2008)
     Visie op Intake (2008)
1
  In de IVM steeg de tevredenheid laatste politiecontact van 59,1% in 2008 tot 60,4% in 2011
3     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De verschillende visies hebben de basis gelegd voor het opstellen van de Multichannelaanpak (2010). Hierin
wordt op tactisch niveau beschreven hoe de burger binnen het intakeproces centraal wordt gesteld, hoe de
verschillende kanalen bewust worden ingezet en de standaardisering hiervan (kanalenstrategie).
Dienstverlening: taak voor alle politiemedewerkers
Het besluit om de Multichannelaanpak binnen de Nederlandse politie te gaan invoeren is door de komst van de
Nationale Politie in een ander perspectief komen te staan. De Nationale Politie heeft dienstverlening namelijk tot
strategisch thema benoemd. Een goede ontwikkeling die ertoe moet leiden dat de verbetering van de
politiedienstverlening door burgers daadwerkelijk zal worden ervaren; niet meer fragmentarisch en lokaal vanuit
regionale korpsinitiatieven, maar vanuit het landelijke politieapparaat. Tevens betekent dit dat de focus omtrent
het fenomeen ‘dienstverlening’ verbreed kan en moet worden. Het dienstverleningsconcept is van toepassing op
elke medewerker van de politie.
Een kwalitatief goede dienstverlening is iets dat alleen kan bestaan als alle politiemedewerkers dit vanuit hun
grondhouding laten zien en willen werken aan verbetering van hun competenties op dit vlak. Ook de politieleiding
zal het onderwerp dienstverlening ‘in de haarvaten’ van de organisatie moeten borgen en hier in de (dagelijkse)
aansturing van politiemedewerkers de aandacht op moeten vestigen.
De beloften van politie Nederland op het vlak van dienstverlening (zie hoofdstuk 3) hebben een breder spectrum
dan alleen het proces Intake. De beloften gelden in alle situaties waarbij de politie de burger tegemoet treedt. Het
dienstverleningsconcept heeft al met al dus een brede werking en richt zich op:
     alle diensten die de politie de burger aanbiedt;
     de kanalen die de burger kan gebruiken om contact met de politie te krijgen;
     de vervolgcontacten die in de overige hoofdprocessen plaatsvinden (Handhaving, Noodhulp en Opsporing).
Het uiteindelijke doel van het dienstverleningsconcept is om een kwalitatief hoogwaardige, eenduidige en
uniforme dienstverlening aan burgers te bieden. Er zal dus in elke regionale eenheid van de Nationale Politie
eenzelfde niveau van dienstverlening geleverd moeten worden dat voldoet aan de uitgangspunten en vooraf
vastgestelde kwaliteitseisen.
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 laat aan de hand van voorbeelden zien hoe het dienstverleningsconcept in de praktijk werkt. Elke
casus leidt vervolgens tot een opsomming van wat de politie aan de burger aan dienstverlening biedt en wat hij
daar voor kan verwachten.
In hoofdstuk 2 worden de diensten en vervolgdiensten aan burgers kort beschreven om inzicht te geven in de
situaties waar het om gaat. Ook worden de mogelijke kanalen, waarlangs de contacten met de burger kunnen
verlopen, beschreven.
Hoofdstuk 3 geeft de visie van de politie op dienstverlening weer. Het bevat de uitgangspunten op diensten,
kanalen en vervolgdiensten, inclusief de bijbehorende kwaliteitseisen. Slachtofferzorg krijgt, gelet op het belang
daarvan binnen de dienstverlening, in dit hoofdstuk specifieke aandacht.
In hoofdstuk 4 wordt ten slotte aandacht besteed aan een aantal in te vullen randvoorwaarden.
4     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1. Dienstverlening in perspectief
De politie is ‘waakzaam en dienstbaar’. Dienstbaarheid gaat verder dan het op tijd de telefoon opnemen of snel
ter plaatse komen. Het is, nog belangrijker, een kwestie van het zich goed kunnen verplaatsen in de positie van
de burger. Het besef dat de politie ergens voor staat en dat dit alleen waargemaakt kan worden als het als een
'teameffort' wordt gezien, is essentieel voor een goede uitvoering van de politiedienstverlening. Elke individuele
politiemedewerker speelt hierin een bepalende rol. Het imago van de politie als een betrouwbaar en professioneel
gezagsorgaan wordt grotendeels bepaald door het individu en daarmee ook zijn of haar eigen imago. Alle
politiemedewerkers, of ze burgers nu op straat, aan de balie of telefonisch te woord staan, bepalen gezamenlijk
de uiteindelijke beleving van de burger over de kwaliteit van de geleverde politiedienstverlening.
Het politiewerk in de dagelijkse praktijk is veelomvattend. Dit maakt het vak ook interessant. Het gaat echter te
ver om in dit document de dienstverlening op ieder detail in de dagelijkse werkpraktijk te beschrijven; teveel
actoren, organisatieschakels en situationele aspecten spelen daarbij parten. Vandaar dat gekozen is om het
dienstverleningsconcept met casuïstiek te beschrijven, waarbij per casus concreet wordt aangegeven wat de
politie de burger aan dienstverlening biedt en wat de burger daarvan mag verwachten. Het totaal aan casuïstiek
levert de contouren van de gewenste dienstverlening op. Ofwel: dit hoofdstuk schetst hoe de dienstverlening er in
optimale vorm uit ziet.
In het realisatieplan Nationale Politie en het projectplan Dienstverlening Nationale Politie zijn de te behalen
resultaten concreet beschreven.
Jos van Wijk komt na het sporten om 21.30 uur thuis. Hij steekt de sleutel in het slot van de achterdeur en merkt
dat de sleutel niet meer past. In het donker bekijkt hij de deur bij het licht van z’n mobiele telefoon en ziet dat de
deur geforceerd is. Hij kan zijn eigen woning niet meer in! Jos bekruipt een ongemakkelijk gevoel: Zouden ze nog
binnen zijn? Met zijn mobiele telefoon belt hij 112. Binnen 10 seconden wordt er opgenomen. Hij legt uit wat hem
is overkomen; de politieman vraagt of hij weet of er indringers in de woning zijn. Hij weet dat niet zeker. De
politieman adviseert hem enige afstand te houden en te wachten op de komst van de politie die inmiddels
onderweg is.
Na ongeveer 11 minuten rijdt een politieauto de straat in. Jos meldt zich bij de twee agenten. Even later arriveert
nog een politieauto. Twee agenten verdwijnen naar de achterkant van de woning en twee andere agenten gaan
de woning via de voordeur binnen. Na enkele minuten wordt het sein veilig gegeven en kan Jos naar binnen.
Samen met de politie wordt de woning bekeken en geconstateerd dat er inderdaad is ingebroken en dat de
woning is doorzocht. Diverse apparatuur is verdwenen en er is schade. Twee agenten zijn ondertussen een
onderzoek in de buurt gestart. Ze praten met de buren waar nog licht brandt. Terwijl Jos met de twee agenten
door de woning loopt, ‘noteert’ één van hen de bevindingen in een digitale handheld en worden de vermiste
goederen ingevoerd. Jos heeft op dat moment niet de beschikking over de aankoopbonnen en de serienummers.
Ondanks dat Jos de gevraagde gegevens via internet zelf aan kan vullen wil hij graag naar het bureau komen om
dit persoonlijk te doen. Eén van de agenten belt met het Regionaal Service Centrum en regelt een afspraak om
de volgende dag de aangifte compleet te maken. Jos wordt gevraagd wanneer het sporenonderzoek kan
plaatsvinden. Jos geeft aan dat de volgende dag hem schikt. Zijn woning wordt op de lijst gezet voor een
sporenonderzoek. Op de vraag of er nog naar de geforceerde deur moet worden gekeken, antwoordt Jos dat hij
dit zelf regelt. Jos bedankt de agenten voor deze service. Bij het vertrek van de politie wordt Jos nog door een
van de agenten gewezen op Slachtofferhulp Nederland voor hulp op meerdere terreinen. Hij krijgt een
visitekaartje mee met de naam van de politieman en het zaaksnummer.
Twee dagen later wordt Jos gebeld door een van de agenten die bij hem thuis is geweest. De agent meldt hem
dat de politie een speciaal team heeft ingericht om de woninginbraken in zijn buurt aan te pakken. Tevens vraagt
de agent na of hij Jos eerder heeft verteld dat hij eventueel nieuws over zijn aangifte kan volgen via
www.politie.nl.
5     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De politie biedt de burger:
                24/7 telefonische beschikbaarheid van het alarmnummer 1122;
                het alarmnummer 112 wordt binnen 10 seconden opgenomen;
                                                                                         3
                professionele, geprotocolleerde uitvraag en informatieverstrekking ;
                de 112 melder wordt maximaal eenmaal doorverbonden;
                in geval van spoedeisende meldingen (prio 1) waarbij direct politie-inzet vereist is, komt de politie
                 binnen 15 minuten ter plaatse;
                bij meldingen die enige uitstel kunnen dulden, maar toch politie-inzet vragen (prio 2), is de politie
                 binnen 30 minuten ter plaatse;
                bij overige meldingen (zijnde prio 3 meldingen ) binnen 24 uur een reactie over de wijze van
                 afhandeling;
                de politie vertelt de melder te allen tijde wanneer hij politie ter plaatse mag verwachten;
                                                  4
                politiemedewerkers ter plaatse handelen de zaak zoveel mogelijk direct af. Zij nemen in principe op
                 locatie de aangifte op;
                de mogelijkheid om binnen 2x24 uur aangifte te doen (via internet, telefonisch, op locatie of op
                 afspraak op een bureau);
                indien de burger naar het bureau komt voor het doen van aangifte, wordt via het Regionaal Service
                 Centrum daarvoor een afspraak ingepland;
                indien de situatie of de persoonlijke situatie van de burger daarom vraagt, de mogelijkheid aan om
                 de aangifte op locatie op te nemen);
                sporenonderzoek vindt binnen 24 uur plaats;
                elk slachtoffer van daarvoor bepaalde misdrijven wordt geïnformeerd over de mogelijkheid van
                 ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland en ontvangt daarover informatie;
                de contactverantwoordelijke politiemedewerker laat zijn gegevens en zaaksnummer achter bij een
                 melder/slachtoffer/aangever en blijft voor deze aanspreekbaar voor het vervolg (of meldt aan wie de
                 zaak is overgedragen).
Twee weken later treft Jos een e-mail van de politie in zijn mailbox aan. Hij leest dat de status van zijn zaak is
gewijzigd. Jos surft naar www.politie.nl en logt met zijn DigiD in op zijn persoonlijke politiepagina. Hij zoekt zijn
aangifte op en leest dat er een verdachte is aangehouden. Hij ziet ook nog een handige tip die helpt bij het
voorkomen van inbraken. Dat komt Jos goed uit, want de installateur van het nieuwe hang- en sluitwerk komt
later die week, dus kan hij het er meteen over hebben.
Jos wil graag meer weten en belt het telefoonnummer dat hij van een van de agenten op de bewuste avond heeft
gekregen. Hij krijgt een medewerker van het Regionaal Service Centrum aan de telefoon en hij vraagt naar de
betreffende politieman. De medewerker aan de telefoon meldt dat deze politieman op dat moment geen dienst
heeft, maar biedt aan ervoor te zorgen dat deze zo snel mogelijk terugbelt. Jos geeft aan dit prima te vinden,
waarna de medewerker een terugbelverzoek aanmaakt voor de betreffende collega. De medewerker vraagt
tenslotte of Jos verder nog iets wil weten of nodig heeft en bedankt Jos tenslotte voor zijn telefoontje.
2
  Doven, slechthorenden en spraakgehandicapten kunnen met een teksttelefoon bellen voor spoedeisende hulp
met het alarmnummer 0800-8112 of met het nummer 0900-1844 voor niet-spoedeisende hulp. De landelijke
eenheid van de Nationale Politie faciliteert deze nummers.
3
  Onder professionele, geprotocolleerde uitvraag wordt o.a. verstaan dat (a) de Intake en Service medewerker de
burger vriendelijk en klantgericht te woord staat, (b) de melding wordt geïndiceerd op urgentie en emotionaliteit
van de burger en dat op basis daarvan de burger wordt ondersteund bij zijn keuze van het dienstkanaal, (c)
adequaat gescreend wordt op aanwezigheid van opsporingsindicaties en (d) dat informatie gegeven wordt
waaraan de burger op dat moment behoefte heeft.
4
  bij ‘ter plaatse’ of ‘op locatie’ wordt gedoeld op situaties waarin politiemedewerkers -al dan niet in opdracht van
de meldkamer- bijvoorbeeld op straat, in een bedrijf of bij de aangever/melder/slachtoffer thuis diensten verlenen
6     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De politie biedt de burger:
               actuele informatie over de status van zijn zaak c.q. aangifte. In de meeste gevallen zal dit via
                                                                                 5
                www.politie.nl gebeuren. Slachtoffers van high impact crimes krijgen in ieder geval binnen 2 weken
                een persoonlijke terugkoppeling. Bovendien kunnen slachtoffers van ernstige misdrijven rekenen op
                aanvullend persoonlijk contact, bijvoorbeeld door de inzet van een familierechercheur;
               via www.politie.nl heeft elk(e) slachtoffer/aangever een persoonlijke politiepagina, waarop hij diverse
                informatie kan vinden over bijvoorbeeld de afhandeling van zijn aangifte of melding;
               terugbelverzoeken worden binnen twee werkdagen afgehandeld;
               de mogelijkheid dat voor alle delicten via internet aangifte kan worden gedaan.
Karel de Man, alias @kadema, volgt de wijkagent sinds kort op Twitter. @kadema vindt dit erg handig, want zo
leest hij snel bij over het nieuws in zijn wijk. Karel heeft nu al verschillende keren een vreemde auto in zijn straat
zien rijden. Via een twitterbericht naar de wijkagent geeft hij kenteken, merk en type door.
De wijkagent stuurt een reply met de vraag of @kadema iets kan zeggen over de inzittenden en tijdstippen.
@kadema stuurt hierover nadere informatie. @kadema ziet even later een oproep van de wijkagent aan zijn
volgers om alert te zijn en informatie door te geven.
In de dagen daarna ziet @kadema de wijkagent regelmatig in de wijk. Ook komt hij politiebikers tegen. De
vreemde auto ziet hij niet meer. Enige tijd later verschijnt er een bericht van de wijkagent. Hij meldt dat de door
meerdere buurtbewoners gesignaleerde auto door politiebikers is gecontroleerd. Hij bedankt de twitteraars voor
het meekijken. De auto is hierna niet meer in de wijk gezien.
De politie biedt de burger:
               de mogelijkheid om zijn wijkagent via social media te volgen, informatie met hem en zijn volgers te
                delen en meldingen door te geven.
Mevrouw Bosman ziet in haar straat de laatste tijd een vreemde auto rondrijden. Zij belt naar de politie via 0900-
8844. Aan de medewerker van het Regionaal Service Centrum vertelt zij wat ze gezien heeft. De Intake en
Service medewerker vraagt op een gestructureerde en vriendelijke wijze mevrouw Bosman uit en sluit het
gesprek af met de toezegging haar informatie aan de wijkagent te zullen doorgeven. De politiemedewerker
bedankt haar tot slot voor de melding.
De volgende dag meldt de wijkagent zich bij mevrouw Bosman. De wijkagent bespreekt haar melding en vraagt of
mevrouw Bosman eventuele nieuwe bijzonderheden aan hem wil melden, het liefst via e-mail, maar telefonisch
kan ook. Ondanks haar leeftijd is de e-mail voor haar geen probleem. Met zijn smartphone stuurt de wijkagent
mevrouw Bosman gelijk een e-mail, zodat zij over de juiste contactgegevens beschikt. Mevrouw Bosman ziet de
auto later in de buurt van de supermarkt rijden. Thuis stuurt ze de wijkagent een e-mail. Ze krijgt dezelfde dag
nog een e-mail terug waarin de wijkagent meldt dat de auto door de politie is gezien en gecontroleerd. De
wijkagent bedankt haar voor haar hulp om de wijk veiliger te maken. Het valt mevrouw Bosman op dat zij de auto
daarna niet meer ziet.
5
  High Impact Crimes: overvallen, straatroof, diefstal/inbraak woning, geweld (mishandeling, bedreiging en
openlijk geweld tegen personen)
7    Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De politie biedt de burger:
                24/7 telefonische beschikbaarheid van het Regionaal Service Centrum (0900-8844) voor niet-
                 spoedeisende meldingen, informatie en (telefonische) aangiften;
                het servicenummer 0900-8844 wordt binnen 20 seconden opgenomen;
                professionele, geprotocolleerde uitvraag en informatieverstrekking;
                tenminste 80 procent van de binnenkomende telefoongesprekken wordt direct door het Regionaal
                 Service Centrum afgehandeld;
                directe doorverwijzing naar diverse instellingen;
                terugkoppeling over het resultaat van zijn melding. Dit kan via verschillende communicatiekanalen
                 (telefoon, e-mail, etcetera);
                beantwoording van zijn e-mail binnen twee werkdagen.
Sjoerd drinkt met een aantal vrienden ’s avonds een biertje in de kroeg. Buiten ontstaat tumult; de mannen
nemen buiten een kijkje. Ze belanden plots in een duw- en trekpartij waarbij ook geslagen wordt. De portier grijpt
in; hij trekt één van de raddraaiers uit de groep. De meute keert zich hierdoor tegen de portier. Sjoerd probeert
nog een aanvaller tegen te houden. Er vallen klappen en Sjoerd krijgt uit onverwachte hoek een rechtse directe.
Zijn bril valt op de grond en breekt in tweeën. In een flits ziet hij een man met een blauwe pet. Even later
verschijnt de politie met meerdere agenten. Verschillende figuren worden geboeid afgevoerd. De achterblijvende
agenten vragen naar getuigen waarop Sjoerd zich meldt. Ze vragen hem om naar het bureau te komen, omdat hij
naast getuige ook slachtoffer is. Sjoerd blijkt een lelijke verwonding aan zijn neus te hebben opgelopen. Hij wordt
dan ook door de politie geadviseerd eerst even langs de spoedeisende hulp van het ziekenhuis te gaan. De
politieagent belt vervolgens voor Sjoerd het Regionaal Service Centrum om een afspraak voor aangifte in te laten
plannen voor de volgende dag.
Sjoerd meldt zich de dag daarna op het bureau. Hij wordt daar door een medewerker Intake & Service
opgevangen in een aangiftekamer. Zijn aangifte wordt opgenomen en op basis van het door hem opgegeven
signalement blijkt dat de dader al is aangehouden. Verder is zijn bril stuk; hij heeft daar thuis nog een
aankoopbon van liggen. Sjoerd wordt de mogelijkheid geboden zijn schade direct te verhalen op de dader wat
Sjoerd ook graag wil. De schaderegeling wordt dan ook direct in gang gezet. Sjoerd krijgt een afschrift van zijn
aangifte mee. Later ziet Sjoerd op zijn bankrekening dat het bedrag is gestort en ontvangt hij via zijn persoonlijke
internetpagina op www.politie.nl informatie over het verdere verloop van zijn aangifte.
De politie biedt de burger:
                op meerdere plekken in de regio politiebureaus met een publieksruimte/balie, waar burgers te woord
                 kunnen worden gestaan, aangifte kan worden opgenomen, etc.; deze bureaus zijn uitgerust met een
                 intercom met beeldfunctie voor direct contact met de politie buiten openingstijden;
                balies met professioneel opgeleide en geüniformeerde Intake en Service medewerkers die de
                 burger klantgericht te woord staan;
                de mogelijkheid tot het doen van aangifte via internet, telefoon, in persoon op het bureau, thuis, op
                 locatie dan wel via teleservice (3D of webcam), bij voorkeur op afspraak;
                altijd terugkoppeling over de afhandeling van een aangifte, veelal via www.politie.nl;
                de mogelijkheid om altijd een aangifte op te laten nemen, ongeacht in welke gemeente het misdrijf
                 is gepleegd;
                mogelijkheden voor schaderegeling;
                de mogelijkheid om direct op locatie of in het eerste contact met het Regionaal Service Centrum een
                 afspraak voor het opnemen van een aangifte te laten inplannen.
8     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Monique gaat op de fiets naar het winkelcentrum om boodschappen te doen. Nadat zij klaar is, merkt zij dat haar
fiets weg is. Monique baalt als een stekker en belt 0900-8844 om aan te geven dat haar fiets is gestolen. De
medewerker van het Regionaal Service Centrum vraagt haar op welke wijze zij aangifte wil doen. Internetaangifte
heeft niet de voorkeur van Monique, ook omdat het winkelcentrum vlak bij het politiebureau is. De
politiemedewerker meldt dat dit vandaag helaas niet meer lukt, omdat het betreffende bureau doordeweeks alleen
in de ochtenden geopend is voor publiek. De medewerker attendeert Monique op de mogelijkheid om naar het
gemeentehuis te gaan, omdat daar een digitaal politieloket is ingericht en het gemeentehuis tot 17.00 uur is
geopend. Het gemeentehuis ligt op loopafstand en Monique voelt zich geholpen met de voorgestelde
mogelijkheid. De politiemedewerker plant direct een afspraak voor Monique bij het teleservice loket in.
Eenmaal in het gemeentehuis wordt Monique opgevangen door een receptioniste van de gemeente die haar
begeleidt naar een afzonderlijke ruimte waar het digitale politieloket staat opgesteld. Op een geavanceerd
beeldscherm ziet zij een politiemedewerker die vervolgens op afstand haar aangifte opneemt. Tijdens het
opnemen van de aangifte wordt Monique naar het framenummer van haar fiets gevraagd. Dit heeft ze niet bij de
hand, maar thuis wel beschikbaar. Zij spreekt met de politiemedewerker af dat zij telefonisch nog even het
framenummer doorgeeft om haar aangifte compleet te maken, waarna de politiemedewerker haar aangifte
definitief opmaakt en per post naar haar huisadres stuurt.
De politie biedt de burger:
                teleservice diensten (zoals 3D, webcam, etc.) die plaatsonafhankelijke politiedienstverlening
                 mogelijk maken om zo de bereikbaarheid buiten de openingstijden van politiebureaus en
                 beschikbaarheid tijdens piekmomenten te garanderen.
9     Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>2. Diensten en kanalen
In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven welke diensten en vervolgdiensten de politie aan burgers
biedt. Ook worden de mogelijke dienstkanalen waarlangs de contacten met de burger kunnen verlopen,
beschreven
De diensten
Er zijn meerdere diensten bij gelegenheid waarvan de burger een eerste contact met de politie legt.
      Aangifte
     Het belang van een kwalitatief goede aangifte is groot, omdat deze de basis vormt voor het
     opsporingsproces. Relevante informatie die op wat voor reden dan ook niet in de aangifte wordt
     meegenomen, kan het verdere proces frustreren. Aangifte is voor veel burgers een ingrijpend proces; vaak is
     het de eerste keer dat zij zelf slachtoffer zijn geworden van een vorm van criminaliteit. Naarmate de inbreuk
     op de integriteit groter is (geweldsdelicten, woninginbraak, etc.) zal de impact op de burger groter zijn. De
     burger wordt door de politie optimaal opgevangen. Het opnemen en/of verder verwerken van een aangifte
     vergt empathie van de politiemedewerker en aandacht voor de burger.
      Melding
     Burgers kunnen zeer uiteenlopende meldingen doen bij de politie. Een belangrijk onderscheid daarbij is of
     een melding al dan niet een spoedeisend karakter heeft. Een melding waarbij spoedinzet vereist is, zal direct
     worden doorgezet naar de meldkamer voor verdere afhandeling. Een niet-spoedeisende melding wordt door
     het Regionaal Service Centrum of door het basisteam afgehandeld.
      Informatieverzoek
     De politie ontvangt vele informatieverzoeken van burgers. Het is belangrijk dat de politie de burger daarbij
     adequaat informeert of verwijst naar de juiste instantie. Bij voorbeeld de burger uitleggen hoe het
     aangifteproces verloopt of bij een vraag over verloren voorwerpen direct doorverwijzen naar het loket
     gevonden voorwerpen van de gemeente.
      Aanvraag vergunning
     Voor het aanvragen van een aantal vergunningen vormt de politie het loket voor de overheid. Het gaat
     daarbij bijvoorbeeld om een wapen- of jachtvergunning. Formulieren voor deze vergunningen kunnen op
     internet gedownload worden.
De kanalen
De basisgedachte achter de Multichannelaanpak is dat de burger via verschillende kanalen contact kan leggen
met de politie. De kanalen worden hieronder in de preferente volgorde genoemd. Immers, uitgangspunt is dat de
burger kiest, maar dat de politie verleidt en regisseert. De kanalen zijn:
      Internet
     Internet is een groeiend kanaal voor contacten met de burger. Op dit moment kan al informatie op internet
     worden gezocht en aangifte worden gedaan voor een beperkt aantal delicten. In lijn met de vorming voor de
     Nationale Politie zal www.politie.nl worden verbeterd en uniform worden aangeboden. Algemene informatie
     zal landelijk worden aangeboden, de mogelijkheden voor internetaangifte worden uitgebreid en het wordt
     mogelijk via e-mail contact te zoeken met de politie.
      Telefoon
     Telefonie is vooral het kanaal voor het doen van meldingen en informatievragen. Via het alarmnummer 112
     worden de spoedeisende meldingen snel afgehandeld door de meldkamer. Het servicenummer 0900-8844 is
     het kanaal voor niet-spoedeisende meldingen en informatievragen. Achter dit nummer werkt het Regionaal
10   Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>     Service Centrum aan een adequate afhandeling van melding of vraag. Tevens verwerken de medewerkers
     van het Regionaal Service Centrum de internetaangiften en nemen zij op afspraak telefonisch aangiften op.
      Balie/politiebureau
     De balie is een belangrijk kanaal voor de burger voor het face-to-face contact met de politie. Door dit directe
     burgercontact op een politiebureau is het van belang aandacht te hebben voor de inrichting (zoals voldoende
     wachtruimte (zitplaatsen) en opvangfaciliteiten, waarborgen voor privacy, etc.) en uitstraling van de
     publieksruimte en spreekkamers. Lange wachttijden aan de balie dienen hierbij voorkomen te worden, o.a.
     door het bij voorkeur werken op afspraak. Op het politiebureau worden vooral de meer complexe aangiften
     afgehandeld.
      Teleservice (3D/Webcam)
     Met de 3D-aangiftevoorziening is de afgelopen jaren ervaring opgedaan in Rotterdam-Rijnmond. In een
     aantal regio’s loopt daarnaast momenteel een pilot voor het doen van aangifte of melding via de webcam. De
     mogelijkheid van het gebruik van 3D is omarmd door de Nationale Politie. Na evaluatie en besluitvorming kan
     dit een extra teleservicekanaal vormen met behulp waarvan de burger contact met de politie kan leggen.
      Op locatie
     Veel contacten met de burger vinden plaats op straat of bij de burger thuis. Dergelijke contacten kunnen
     leiden tot een dienst (bijvoorbeeld een melding of aangifte). Uitgangspunt voor de Nationale Politie is dat een
     melding of aangifte door de betreffende politiemedewerker in beginsel direct ter plaatse wordt opgenomen.
     De burger wordt dus niet nodeloos verwezen naar aan ander dienstkanaal. Bovendien kan aan een
     slachtoffer, dat niet in staat is om naar een bureau te komen, aangeboden worden dat een politiemedewerker
     de aangifte (of uitgebreide melding) thuis komt opnemen. Het thuis opnemen van aangiften wordt standaard
     aangeboden aan slachtoffers van high impact crimes (waaronder woninginbraken en geweldsdelicten).
      Social media
     Met diverse vormen van social media doet de politie momenteel ervaring op en legt daarmee op een
     moderne wijze contacten met de burger. Op termijn zal een en ander naar verwachting meer gestructureerd
     worden ingericht en aan burgers worden aangeboden.
Vervolgdiensten
Het intakeproces eindigt in beginsel met het terugmelden aan een burger. Een aangifte, klacht of melding heeft in
veel gevallen echter een vervolg. De kwaliteit van vervolgdiensten is voor wat betreft het burgercontact
grotendeels geborgd binnen de andere hoofdprocessen (Handhaving, Noodhulp en Opsporing). De hiervoor
beschreven beloften gelden onverkort voor deze vervolgdiensten. Voorbeelden zijn:
      opsporing: op misdrijflocaties waar sporen zijn achtergelaten wordt door Forensische Opsporing
          sporenonderzoek verricht;
      opsporing (en slachtofferzorg): bij high impact crimes wordt regelmatig contact met de
          aangever/slachtoffer onderhouden, bij voorbeeld door het bieden van begeleiding van slachtoffers (en/of
          nabestaanden) in de vorm van familierechercheur;
      getuigenverhoor: het eerste contact met een getuige verloopt veelal via een aangifte of melding. Het
          getuigenverhoor wordt bij voorkeur op afspraak ingepland op het politiebureau of op locatie;
      handhaving: een melding van bijvoorbeeld overlast van hangjongeren, geluidsoverlast o.i.d. kan leiden
          tot vervolgcontact met de wijkagent;
      slachtofferzorg: de politie moet slachtoffers informeren over het vervolg (wat gaat de politie met de
          aangifte doen), de mogelijkheden voor schaderegeling en de afdoening van de zaak (wat is er met de
          zaak gebeurd);
      slachtofferzorg: de politie moet slachtoffers wijzen op en informatie verschaffen over de diensten van
          Slachtofferhulp Nederland;
      slachtofferzorg: de politie moet slachtoffers -wanneer relevant- vragen of zij schadevergoeding wensen
          en bevorderen dat de vergoeding daadwerkelijk en zo snel mogelijk plaatsvindt;
11   Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>          klacht: indien een klacht niet door mediation kan worden afgedaan, wordt deze ter behandeling
           doorgeleid naar de klachtencommissie;
          vergunningverlening: door de politie worden op aanvraag diverse vergunningen afgegeven (bijvoorbeeld
           wapenvergunningen).
Klachten
Politiewerk blijft mensenwerk waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Daarom kent de politie, evenals veel
andere overheidsinstanties, een klachtenregeling en -commissie. Uitgangspunt bij de behandeling van klachten is
dat de politie van deze klachten leert en haar dienstverleningsconcept daarop aanscherpt en/of verbetert. De
klachtenregeling van de politie is daarom laagdrempelig, wat inhoudt dat burgers op een eenvoudige wijze een
klacht kunnen indienen, bijvoorbeeld via een e-formulier op www.politie.nl, maar ook mondeling of per brief. De
afhandeling van klachten geschiedt in de eerste plaats via persoonlijk contact en/of bemiddeling. Indien dat niet
leidt tot een goede afhandeling naar de mening van de burger wordt de klacht in behandeling genomen bij de
klachtencommissie.
12   Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>3. Uitgangspunten
Met een verdere professionalisering van de dienstverlening valt er veel te winnen voor zowel de burger als de
politie. De burger mag van de politie verwachten dat hij adequaat en professioneel te woord wordt gestaan en
geholpen. Daar is de burger bij gebaat en voor de politie heeft het als effect dat de burger tevreden is en positief
oordeelt over de dienstverlening van de politie.
De politie heeft een groot belang bij een goede dienstverlening, omdat hiermee haar imago kan worden
gewaarborgd. Bovendien is burgertevredenheid een belangrijke hefboom naar meer vertrouwen. Persoonlijke
ervaringen van burgers met de politie hebben de grootste invloed op het vertrouwen van burgers in de politie.
Vertrouwen bepaalt bovendien in belangrijke mate de legitimiteit van het politieoptreden, waardoor de politie ‘met
gezag’ kan optreden en het beïnvloedt de bereidheid van burgers om de politie te ondersteunen. Dit draagt bij
aan het oplossen van overlast en misdrijven.
De burger staat centraal: beloften voor dienstverlening
Om uitdrukking te geven aan ‘de burger staat centraal’, heeft de politie een aantal beloften opgesteld die zij
hanteert bij de dienstverlening aan de burger. Deze zijn:
          de burger kiest zelf het kanaal, de politie adviseert de burger een voorkeurskanaal te kiezen;
          de burger ervaart de dienstverlening als persoonlijk, betrokken en professioneel;
          de burger ervaart het contact als wederkerig: er wordt altijd een dienst geleverd (die kan variëren van
           een adequate doorverwijzing tot het opnemen van een aangifte);
          de burger hoeft in beginsel maar één keer zijn verhaal te doen. Ofwel: de burger wordt zo min mogelijk
           met de interne politieprocessen belast;
          burgers mogen van de politie verwachten dat de politiemedewerkers hen juist en tijdig informeren en
           gemaakte afspraken of toezeggingen nakomen;
          de politie heeft integere en deskundige medewerkers die op een respectvolle manier met een melding,
           aangifte of informatieverzoek omgaan;
          de politie reageert snel en direct op de vraag of melding van de burger en handelt zoveel mogelijk direct
           af;
          de politie gaat zorgvuldig om met de privacy van de burger;
          de politie geeft altijd de naam van de contactverantwoordelijke politiemedewerker en het zaaksnummer.
De burger staat centraal: uitgangspunten voor dienstverlening
Om uitdrukking te geven aan ‘de burger staat centraal’ heeft de politie een aantal uitgangspunten voor de wijze
waarop de dienstverlening wordt ingericht:
          de kwaliteit van de interactie tussen burger en politiemedewerker is de belangrijkste voorwaarde voor
           een goede dienstverlening (houding en gedrag);
          uniforme dienstverlening voor wat betreft diensten en kanalen;
          eenduidige (kwaliteits-)eisen waaraan de contacten met burgers moeten voldoen (snelheid van
           reageren, terugmelden, bejegening, etcetera);
          de (eerste) contacten verlopen via verschillende kanalen waarvoor een multichannelaanpak en
           kwaliteitseisen zijn vastgesteld (bereikbaarheid, capaciteit, etc.);
          structurele monitoring van de (organisatie)prestaties en de beleving/tevredenheid van burgers met
           betrekking tot de politiedienstverlening;
          kwaliteitsverbetering van de dienstverlening vindt gedegen plaats, waarbij oog is voor klant-,
           medewerker- en organisatiebelangen;
          vertrouwen, ruimte voor de medewerker en uitgaan van het vakmanschap van de politiemedewerker zijn
           leidende principes;
          de kernwaarden van de Nationale Politie, integer, betrouwbaar, moedig en verbindend, zijn leidende
           principes.
13    Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Enkele uitgangspunten nader toegelicht
Actieve wederkerigheid;
                                                                                    6
Een belangrijk aspect in de dienstverlening is het begrip ‘actieve wederkerigheid’ . Burgers zijn in letterlijke zin
geen klanten van de politie, maar dat betekent niet dat de politie geen aandacht moet hebben voor de
serviceaspecten die aan het politiewerk zijn verbonden. Vooral in het kader van het intakeproces zijn deze
serviceaspecten essentieel. In het intakeproces is namelijk sprake van keuzevrijheid: burgers hoeven geen
contact op te nemen met de politie. Door de nadruk te leggen op het dienstverlenende karakter van het
intakeproces wordt de aandacht gericht op de wensen en verwachtingen die burgers ten aanzien van het
optreden van de politie in het intakeproces hebben. De burger neemt de moeite een aangifte te doen of een
misstand in de wijk te melden. Dan is het vanzelfsprekend dat de politie de dader probeert op te sporen of de
misstand aanpakt en op zijn minst de burger informeert over het vervolg.
Bejegening
Een ander belangrijk aspect van de dienstverlening betreft de bejegening van de burger. Bejegening laat zich
minder eenvoudig vastpakken in duidelijke uitgangspunten en laat zich moeilijk vertalen naar meetbare diensten.
Het is echter wel goed mogelijk om aan te geven waaraan bejegening moet voldoen en wat als passend gezien
       7
wordt .
Een goede bejegening valt of staat met de menselijke factor. Het is daarom van groot belang dat op een
samenhangende en structurele wijze aandacht wordt besteed aan cultuur, gedrag, competenties en leiderschap.
Aandacht voor gedrag- en houdingsaspecten van de medewerkers is noodzakelijk. We kunnen aan ‘de voorkant’
allerlei zaken goed regelen, maar als aan ‘de achterkant’ geen adequaat vervolg gegeven wordt aan afspraken en
toezeggingen, leidt dit tot een ontevreden burger. Dit kan een averechts effect hebben op het vertrouwen van de
burger.
Slachtofferzorg
Slachtofferzorg is niet één aparte dienst van de politie. De aandacht voor slachtoffers van misdrijven komt in
diverse diensten van de politie tot uiting. Een professionele dienstverlening leidt ertoe dat ook de zorg voor
slachtoffers goed wordt uitgevoerd. Slachtofferzorg is immers onlosmakelijk verbonden met een aantal diensten,
zoals de aangifte, terugmelden daarop, schaderegeling en inzet familierechercheurs. De politie heeft zich
                                                                8
gecommitteerd aan een goede uitvoering van slachtofferzorg .
Slachtofferzorg heeft een wettelijke verankering in het wetboek van Strafvordering en is nader uitgewerkt in de
Aanwijzing Slachtofferzorg van het Openbaar Ministerie. Kern van beide regelingen is dat het slachtoffer recht
heeft op:
          een correcte en waar nodig persoonlijke bejegening;
          het zorgvuldig opnemen van de aangifte;
          op maat gesneden informatieverstrekking waarbij geldt dat deze informatie zo snel mogelijk moet
           worden verstrekt en dat deze duidelijk en relevant is;
          informatie over de strafrechtelijke procedure met inbegrip van de afloop al dan niet via de
           slachtofferloketten;
          de mogelijkheid tot schaderegeling in het kader van de afhandeling van de strafzaak.
Sturing
Voor een goede implementatie van het dienstverleningsconcept is het noodzakelijk dat de leiding het concept
onderschrijft en stuurt op de procesafspraken en kwaliteitseisen. Ook zal de leiding sturing geven door prioritering
en dus keuzes maken ten gunste van de dienstverlening aan de burger. De leiding vertrouwt de medewerkers,
6
  Het begrip ‘actieve wederkerigheid’ is geïntroduceerd in de Visie op Intake van de Raad van Korpschefs (2008)
7
  In dit verband biedt ‘Code Blauw’, die de beroepscode van de politie bevat, uitgangspunten aan de diender.
8
  Visie op Slachtofferzorg van de Raad van Korpschefs (2008)
14   Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>geeft hen voldoende ruimte om vanuit vakmanschap te handelen. Maar zal medewerkers ook op niet of slecht
geleverde prestaties op het gebied van dienstverlening moeten aanspreken.
15  Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>4. Randvoorwaarden
De invoering van het dienstverleningsconcept staat of valt met het invullen van een aantal randvoorwaarden.
Deze worden in dit hoofdstuk aangegeven en kort uitgewerkt. In het implementatieplan voor de landelijke uitrol
van het dienstverleningsconcept komen de randvoorwaarden uitgebreid aan de orde.
Voor een goede implementatie van het dienstverleningsconcept is een tweetal zaken essentieel:
          houding en gedrag van alle politiemedewerkers;
          sturing vanuit de leiding.
In een aantal randvoorwaarden komen deze zaken in het bijzonder aan de orde.
Opleiding
De basisopleiding voor politiemedewerkers bevat handvatten voor de wijze waarop de burger bejegend wordt.
Daarmee wordt gedurende de gehele opleiding geoefend, zowel binnen de opleiding als ‘on the job’.
Daarnaast komt er een specifieke basisopleiding voor medewerkers Intake en Service beschikbaar. Deze
opleiding is recentelijk in de Politieonderwijsraad goedgekeurd en wordt daarmee met ingang van 2013
toegevoegd aan het opleidingsaanbod van de Politieacademie. Het is mogelijk dat vanuit de (korps-)leiding op
onderdelen verdieping gevraagd wordt. Maatwerk is dus mogelijk. Hiermee krijgen in de toekomst alle
politiemedewerkers op maat gesneden onderwijs en training op het gebied van dienstverlening.
Sturing
Zoals aangegeven staat of valt de dienstverlening met het feit dat de (korps-)leiding het dienstverleningsconcept
onderschrijft en stuurt op de eenduidige procesafspraken en kwaliteitseisen. Het moet gemeengoed worden dat
de leiding de medewerkers daar op aanspreekt. Sturing verdient aandacht bij de verdere implementatie van het
dienstverleningsconcept.
Capaciteit
Een brede procesverkenning binnen de hoofdprocessen is randvoorwaardelijk voor een goede implementatie van
het dienstverleningsconcept. Een berekening van de benodigde capaciteit voor het realiseren van de beschreven
resultaten maakt hier onderdeel van uit.
Kwaliteitssysteem
Het is van belang om continu (bij voorkeur real time) zicht te hebben op de prestaties (servicelevels) rondom
dienstverlening. De Nationale Politie beschikt daartoe over een adequaat kwaliteitssysteem, waarbij management
en medewerkers zicht hebben op de geleverde prestaties, kwaliteit en effect van dienstverlening. De kwaliteit van
de dienstverlening wordt periodiek gemeten met behulp van klanttevredenheidsonderzoeken en de inzet van
mystery guests.
ICT
Adequate ICT-ondersteuning is randvoorwaardelijk voor het uitvoeren van het dienstverleningsconcept en kan
een versneller zijn. De ontwikkeling, implementatie en het beheer van de benodigde ICT-instrumenten zal in
samenspraak met de LCIO worden vormgegeven. Zo dient bijvoorbeeld de aangever of het slachtoffer op
www.politie.nl de beschikking te krijgen over een persoonlijke internetpagina, dient er een goede e-
mailvoorziening te zijn en moet op termijn voor de burger de mogelijkheid bestaan tot het (zelf) inplannen van
aangiften. Op het moment van vervaardigen van dit dienstverleningsconcept loopt een aantal projecten dat hier
samenhang mee heeft.
16    Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Lopende projecten zijn onder andere:
         servicemodule;
         aangiftevolgservice (AVS);
         vernieuwing www.politie.nl;
         e-mailvoorziening;
         social media;
         doorontwikkeling internetaangifte 2012;
         basisvoorziening telefonie;
         contactcenter applicatie;
         teleservice diensten (3D/2D aangifte op afstand).
Projecten waar nog landelijke besluitvorming op plaats moet vinden, zijn onder andere:
         Webcam aangifte;
         FoBo (Frontoffice-Backoffice), waaronder mobiel werken;
         Verbreding internetaangifte;
         meetinstrumenten (klanttevredenheidsonderzoeken, mystery guests, etc.).
Communicatie
Het dienstverleningsconcept vergt in de uitwerking zowel externe als interne communicatie. Bijvoorbeeld een op
het publiek gerichte uitwerking van de beloften aan de burger in samenhang met de waarden van de Nationale
Politie. Dit zal in het kader van de nog uit te werken communicatiestrategie Nationale Politie worden
meegenomen.
Samenwerking externe partners
Een goed dienstverleningsconcept staat of valt met het adequaat kunnen doorverwijzen van hulpvragers naar de
juiste instanties en vice versa. Optimale samenwerking met ketenpartners is dan ook van essentieel belang. In
het kader van bijvoorbeeld slachtofferzorg betekent dit dat de politie de aangifte zorgvuldig opneemt,
Slachtofferhulp Nederland emotionele ondersteuning biedt en het Openbaar Ministerie het slachtoffer onder meer
optimaal informeert over de vervolging en schadevergoeding.
17   Dienstverleningsconcept Nationale Politie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>