<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    5,6
5,6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU p 4 L | T | E

Werkgroep 2 Juridische zaken

Internetmonitorspecialist

7 Ka) Jurist / adviseur LE
NN

Privacy Officer LE

NN Recherchekundige

NN OM (als adviseur / gezag) PM

Taken, De werkgroep is verantwoordelijk voor:
Verantwoordelijkheden,

Bevoegdheden - een juridisch toetskader waarmee het NL IRU basisteam de

legitimiteit van een NTA-melding kan beoordelen. Dit
toetskader is gebaseerd op het strafrecht.

- een overzicht van gebruikersvoorwaarden van de relevante
sociale media waarmee het NL IRU basisteam de
effectiviteit, of het nut van een NTA-metding kan
beoordelen;

- het opstellen van handvatten voor de NTD-procedure. Deze
omvatten een globaal werkproces, kennis of voorbeelden
van succesvolle NTD-zaken en een update van
ontwikkelingen op het gebied van wetgeving.

- Een overzicht van (Wpg) regels m.b.t. verwerking van, en
bewaartermijnen voor (mogelijk) strafbare content die in het
NTA-werkproces dienen te worden geïntegreerd

- Een overzicht van (Wpg) regels m.b.t. het delen van
(mogelijk) strafbare content waarop NTA is toegepast, met
CTER- en OSINT- afdelingen en inlichtingendiensten.

Werkgroep 3 Automatisering

7 MADE PT en Internetmonitorspecialist (voorzitter)
POE Systeemanalist

Recherchekundige

Taken, De werkgroep is verantwoordelijk voor
Verantwoordelijkheden,
Bevoegdheden - Inrichten van soft- en hardware waarmee de NL IRU haar

taken kan uitvoeren

- __ Automatisering werkprocessen
ontwikkeling workflowmanagementsysteem waarin zoveel
mogelijk processtappen zijn geïntegreerd, incl.
Bewaartermijnen

- Borging werkprocessen
schrijven van protocollen
incl. contactpersonen, telefoonnummers, emailadressen, ect.

Datum: 7 maart 2016
Versie; 0.3
pagina 28 301
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU

7.5 Overlegstructuren

NL IRU-stuurgroep
Persoon (organisatie)

Frequentie

Projectteam

Persoon

Doel

Frequentie

Werkgroepen
Persoon (organisatie)

Frequentie

Deelnemers NL IRU-stuurgroep

Minimaal bij de start en voor elke faseovergang, voorts naar
behoefte

In de uitvoerings- en implementatiefase door de NL IRU-
stuurgroep nader te bepalen.

- Projectleider (voorzitter)
- Werkgroepvoorzitters
- Administratieve ondersteuning

In het projectteamoverleg zijn alle werkgroepvoorzitters
vertegenwoordigd. In het overleg wordt voortgang en planning
van het project besproken en wordt besloten over (knel)punten
die geen gevolgen hebben voor de planning, budget en kwaliteit.

Wekelijks

- Deelnemers werkgroepen

Wordt afgesproken in het projectoverleg en is afhankelijk van de
fase waarin het project zich bevindt.

Datum: 7 maart 2016
Versie: 0.3

pagina 29

302
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU p G L (TI E

8 Planning

In dit hoofdstuk wordt het project eerst in fasen ingedeeld. Daarna volgt een planning in de tijd.

8.1 Fasering

8.1.1 1¢ Initiatiefase (1 januari 2016 - 29 februari 2016)

Het doel van de initiatie is het scheppen van de randvoorwaarden om het project te kunnen uitvoeren.
In deze fase wordt een plan geschreven, de projectorganisatie ingericht en worden de financiéle mid-
delen beschikbaar gesteld. Deze fase wordt afgesioten met een beslissing van de NL IRU-stuurgroep
om fase 2 van het project uit te voeren.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Ontwikkelen project plan PL ALI / DLIO
Opzetten overige projectdocumentatie PL ALI / DLIO
Inrichten projectorganisatie PL ALI / DLIO
Verkrijgen draagvlak bij partners PL ALI / DLIO
Inrichten NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO

8.1.2 Definitiefase (1 januari 2016 - 29 februari 2016)

Doel

Doel van de definitiefase is het inventariseren, afstemmen en vaststellen van de eisen en wensen
waaraan de projectresultaten moeten voldoen. Tevens vindt bijstelling van de business case plaats.
Deze fase wordt afgesloten met een beslissing van de Landelijke NL IRU-stuurgroep om de volgende
fase uit te voeren.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Verder uitwerken projectrisico's PL ALI / DLIO
Schrijven faseplan volgende fase PL ALI / DLIO
Opstellen Business Case PL ALI / DLIO
Voorbereiden besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO

Datum: 7 maart 2016
Versie: 0.3
pagina 30

303
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU p & L | T | E

8.1.3 Inrichtingsfase (1 januari 2016 — 29 februari 2016)

Het doel van de inrichtingsfase is het inrichten van een projectteam en een ruimte voor de NL IRU

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Inrichten werkplekken ALI DLIO
Werven medewerkers ALI DLIO

8.1.4 Pilotfase (1 maart 2016 - 31 augustus 2016)

Doel van pilotfase is het opzetten van het NTA-werkproces. Aan de hand van casuistiek worden

protocollen ontwikkeld. De systematiek wordt gaandeweg geautomatiseerd.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Casuistiek behandelen PL ALI / DLIO
Ontwikkeling NTA-werkproces PL ALI / DLIO

- ‘Handmatige’ opstart, geleidelijke
automatisering
- _ Borging / Protocollen schrijven

Samenwerkingsverbanden met interne en PL ALI / DLIO
externe partners tot stand brengen

Schrijven faseplan volgende fase PL ALI / DLIO
Voorbereiden besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Opstellen fase-evaluatie t.b.v. D.O. PL ALI / DLIO

8.1.5 1° operationele fase (1 september 2016 - 31 december 2016)

Doel van de 1° operationele fase is het ‘proefdraaien’ met de ontwikkelde systematiek. Het aantal
‘referrals’ wordt gaandeweg opgehoogd en het geautomatiseerde workflowmanagementsysteem wordt

in de praktijk verder afgestemd op de NTA-taak.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Ontwikkelde systematiek hanteren PL ALI / DLIO
Doorontwikkeling NTA-werkproces PL ALI / DLIO

- Geautomatiseerd proces uitbouwen
- Doorontwikkeling van protocollen

Schrijven faseplan volgende fase PL ALI / DLIO
Voorbereiden besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Opstellen fase-evaluatie t.b.v. D.O. PL ALI / DLIO

Datum: 7 maart 2016
Versie: 0.3
pagina 31

304
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU p % L | T | E

8.1.6 2° operationele fase (1 januari 2017 — 30 juni 2017)

Doel van de 2° operationele fase is het ‘borgen’ van de ontwikkelde systematiek. De ontwikkeling van
de protocollen en het automatiseringsproces worden afgerond. De unit gaat op volle sterkte draaien
en kan aan het einde van deze fase autonoom, buiten de projectcontext, functioneren.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk
Ontwikkelde systematiek vastleggen in PL ALI / DLIO
werkprocessen / protocollen

Afronden automatiseringsproces PL ALI / DLIO
Afronden ontwikkeling protocollen PL ALI / DLIO
Schrijven faseplan volgende fase PL ALI / DLIO
Voorbereiden besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Besluitvorming NL IRU-stuurgroep PL ALI / DLIO
Opstellen fase-evaluatie t.b.v. D.O. PL ALI / DLIO

8.1.7 Afsluiting project

In deze fase wordt het project afgesloten. De geplande doorlooptijd van het project is 18 maanden (1
januari 2016 - 30 juni 2017). De NL IRU moet volledig operationeel zijn op 30 juni 2017. Dat is
tevens de einddatum van het project. Daarna zullen de kernleden van het team de unit zelfstandig
operationeel kunnen houden.

Activiteiten Uitvoering Verantwoordelijk

Inventariseren ‘lessons learned’, opstellen lessons PL ALI / DLIO
learned rapportage en communicatie ervan naar
de stakeholders.

Afsluitende bijeenkomst met NL IRU-stuurgroep, PL ALI / DLIO
verkrijgen decharge.

Afsluitende bijeenkomst met projectteam. PL ALI / DLIO
Archiveren projectdocumentatie. PL ALI / DLIO
Opstellen eindrapportage. PL ALI / DLIO

Datum: 7 maart 2016
Versie: 0.3
pagina 32

305
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU

9 Kosten
9.1 Kosten
Personeel Functie LFNP Aantal fte Prijs Totaal
Internetm onitorspecialist Senior Intelligence 3 3.51843] € 145.663,00
Recherchekundige Operationeel expert Intelligence 2 3.518,43] € 97.108,67
Analist Operationeel specialist B 1,5 4.191,21| € 86.758 05
Projectleider Operationeel specialist C 1 4.737,84| € 65.382,19
Communicatiemedewerker [Bedrijfsvoeringsspecialist B 0,2 408083} € 11.263,09
Arabist Operationeel specialist C 1 4,737 84| € 65.382,19
Jurist Operationeel specialist C 0,5 4.737 ,84| € 32.691,10
Totaal fte 9,2
Hardware Werkplek Aantal
Kantoorautomatisering ee
r ew sil
dubbele 24 # monitoren (x2) EE
Koptelefoon
TV on the wall (stelpost) — =m
Toolin 7
Opleidingskosten oe
3,4,5,6
Beheer Representatie
Gedrukte vakliteratuur e.d. (stelpost)
Abonnementen (stelpost)
Overige projectkosten
Reis- en verblijfskosten Binnenland 3
Bezoeken buitenlandse counterparts
Totaal generaal a: 4,5,6

Datum:
Versie: 0.3

7 maart 2016

ina 33
pagina 306
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Project Initiatie Document Opzet NL IRU p of L | T { E

Toelichting op kosten

Op deze begroting geldt een tolerantie van 10%, hetgeen wil zeggen dat de projectmanager pas
escaleert naar de NL IRU-stuurgroep als de werkelijke besteding minder dan 90% of meer dan 110%
wordt of dreigt te worden.

Functie en schalen

Voor de berekening van de salariskosten is uitgegaan van een maandsalaris vermeerderd met de
secundaire arbeidsvoorwaarden (13e maand, verloftoeslag e.d.) 13,8

Cursussen

Tools (stelpost)

Literatuur (stelpost)

3,5,6

Abonnementen (stelpost)

9.2 Financiële dekking
De in de vorige paragraaf begrote kosten van het project worden als volgt gefinancierd:

Datum: 7 maart 2016
Versie: 0.3
pagina 34 307
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Van: @politie.nl] 7
Verzonden: donderdag 31 maart 2016 16:45

Aan: MN | andelijk Parket Rotterdam); KEN (Landelijk Parket Rotterdam OON (Landelijk 7
Parket)
Onderwerp: NTA

al ENE >

7 Na telefonisch overleg met neem ik jullie alle drie mee in deze mail. Zoals bekend hebben we afgelopen dinsdag
in het DO opnieuw de ontwikkeling van Notice and Take Action (NTA) als politietaak besproken. Namens het OM was
7 NN <=.

Wellicht overbodig, maar in het kort nog even de aanloop en achtergrond...

NTA is als politietaak geformuleerd in maatregel 29 van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme (29
augustus 2014). De NTA-taak zal worden uitgevoerd door de Nederlandse Internet Referral Unit (NL RU), die voor dit
doel momenteel door de LE wordt opgericht in Driebergen.

3
. Op vrijdag
ebruari is dit probieem geagendeerd op he - Daarin is op noofdiijnen bepaald hoe de politie invulling moet

geven aan de NTA-taak. Afgelopen dinsdag is tijdens het DO a.d.h.v. een concept-projectplan van de politie verder
besproken hoe we het gaan aanpakken.

Belangrijkste uitkomsten van het BWO en het DO zijn dat

Om de NTA-taak op basis van deze uitgangspunten verder te ontwikkelen wil ik graag met jullie afspreken. Een
aantal zaken wil ik dan graag bespreken/

Hopelijk kunnen we elkaar z.s.m. treffen om alles op de rails te krijgen. Opties:

- Ma.04-04 na 12.00 uur

- Di.05-04 na 12.00 uur

- Wo. 06-04 voor 12.00 uur
- Do. 07-04 hele dag

- Ma. 11-04 na 13.00 uur

Ter voorbereiding in de bijlage de laatste versie van het concept-plan.

Vriendelijke groet,

en 7

308
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Van: om.nl] 7
Verzonden: vrijdag 1 april 2016 13:28

@ politie.nl>

Onderwerp: RE: NTA

Holi 7

Dankjewel voor je email.

Ik heb even in orize agenda’s gekeken en donderdag 7 april van 13u tot 14u is een moment waarop zowel 7
7 il kunnen. Ik kan helaas zelf niet.

Zou jij naar Rotterdam kunnen komen?

Groet, ill 7

309
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>b
A

Organisatieonderdeel Landelijke Eenheid (> L | T ; E
Dienst DLIO U)

Afdeling Landelijke Informatie

Behandeld door
Functie Operationeel Specialist A
Postadres

Bezoekadres Hoofdstraat Driebergen

Telefoon MN 7 aan:
E-mail NN @ politie.n!
medal 7

Ons kenmerk
Uw kenmerk
In afschrift aan
Datum 01-04-2016
Bijlage(n)
Pagina 1

Onderwerp Rapport onderbrengen workflow-tool NL-IRU

Opdracht
7 Op verzoek van BENN breng ik in kaart of en hoe het proces rondom NL-IRU te
automatiseren.

Achtergrond
Deze opdracht ligt binnen het kader van de aanpak van Jihadisme op sociale media. Uitgangspunt

is dat sociale media bijdragen bij aan de snelle verspreiding van het Jihadistische gedachtegoed
dat ook door haatpredikers wordt verkondigd.

De kern van deze maatregel is de opdracht aan de Nationale Politie tot de oprichting van een
specialistische afdeling ter bestrijding van Jinadisme op sociale media. Centraal staat de oprichting
van een Nederlandse Internet Referral Unit (NL IRU) onder de vlag van de Landelijke Eenheid met
als lokatie Driebergen, ter identificatie en bestrijding van Jihadistische content op sociale media.

De NL IRU rapporteert geschikte Jihadistische content aan de faciliterende internetbedrijven. Hen
wordt vrijblijvend verzocht om de:eontent zelf te toetsen aan de eigen gebruikersvoorwaarden, met
het oog op verwijdering van de content of blokkering van de accounts (Notice and Take Action :
(NTA)) in samenwerking met afdelingen OSINT Nationaal en indien nodig internationaal. De
ontwikkeling van de in deze rapportage bedoelde software moet dit werkproces gaan begeleiden.

Referentiekader

Kd
fons

|
Ww

«waakzaam en dienstbaar »
310
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Datum 01-04-2016
Onderwerp Rapport onderbrengen workflow-
tool NL-IRU
Pagina 2/2

Eerste scan

De Metropolitan Police Londen heeft een proces ingericht hoe Internet Referrals op te sporen, te
beoordelen en een verzoek te doen tot verwijdering bij de hosting providers. Collega i is 7
hoofd van deze afdeling en geeft een uitgebreide introductie van de afdeling en het werkproces.

EN geeft aan waarmee onderzoek gedaan 6

wordt naar internetdata die aan eisen voldoet om tot een referral-request te komen. Naast eigen
onderzoek en interne meldingen heeft de overheid ook voor de burger een meldpunt opgericht
waar burgers potentieel strafbaar materiaal kunnen melden bij de overheid. Middels e-mail komen

deze meldingen bij de afdeling binnen.

5 we
2 a

ae
oN

a
@
=)
Oo

EEE
RE
EEN

| EE a] 3,6
"EE EE |
| EE Ee a ES
L EERDE NEE ee ea a
n EEE NNC
BES DN)

nn

"ENNE EEEN
ES SS ee ne ed ld PY EE |
neee
nn 3,5,6,7
nel
ENE ge
Re
oe

«waakzaam en dienstbaar »
311
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Datum 01-04-2016
Onderwerp Rapport onderbrengen workflow-

tool NL-IRU
Pagina 3/3

EE
| emme =|
1 Green
u ss tn > 3 Vor ee Re ee :
1 (TMi |
| I= iii iris eel
on |

Inventarisatie
In de periode januari tot en met begin april 2016 heb ik een inventarisatieronde gedaan waar de

tooling fysiek technisch onder te brengen zodat aan de applicatie-eisen kan worden voldaan.
Ik heb daartoe met verschillende belanghebbenden en partijen gesproken.

3

Contactpersonen
De onderstaande contactpersonen heb ik benaderd binnen deze inventarisatieronde

Mn

Deze inventarisatie heeft geresulteerd in onderstaande tabel met opties en mogelijkheden gezien
de gestelde eisen: Is 3,5,6

1. Onderbrengen bij ie

«waakzaam en dienstbaar»

312
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Datum 01-04-2016
Onderwerp Rapport onderbrengen workflow- p
tool NL-IRU
Pagina 4/4

Onderbrengen say

Onderbrengen bij iy

«waakzaam en dienstbaar »

</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Datum 01-04-2016
Onderwerp Rapport onderbrengen workflow-
tool NL-IRU
Pagina 5/5

; en

4. Onderbrengen bij jy

- oe ae

5. Onderbrengen bij iy aan

3,6

«waakzaam en dienstbaar x
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>A

Datum 01-04-2016 a>
Onderwerp Rapport onderbrengen workflow- i) neg L T | E
too! NL-IRU
Pagina 6/6

3,6,7

Conclusie en advies

a ie
ar a,

«Waakzaam en dienstbaar»

315
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>vor: 7
Verzonden: maandag 4 april 2016 10:34

Onderwerp: RE: NTA

Primal!

ene men

316
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>van: NN 7

Verzonden: dinsdag 5 april 2016 14:54
Aan:

orn EN C°

@om.nl> 7

Onderwerp: NTA-stukken

7

Bijgevoegd het concept-toetskader voor NTA en conceptteksten voor melding bij internetserviceproviders.

Groet,

| Mi

317
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Richtlijnen voor NTA

Auteur: NL IRU

Status: Concept

Versie 0.1

04-04-2016

Rubricering: Politie Intern

»
«waakzaam en dienstbaar » pi? L | T 1 E

318
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Toelichting voor gebruik van rubricering.

Deze code is verplicht voor ICT documenten.
Deze informatie is naar eigen inzicht te verwijderen. (klik in de tabel/plaatje en delete)

Rubricering

Vertrouwelijk
(GEEL)

Politie
Geheim
(ROOD)

Politie Zeer
Geheim
iPAAR SE

Pagina 2 van 15

Hieronder valt informatie

© = die betrekking heeft op de politie en de door de politie
uitgevoerde werkzaamheden

* _ waarvan wegang door niet-gerechtigden kan enof zal
leiden tot nadeel aan het koms, andere
pofitieorganisaties, de ketenpartners, de dienstverlening
ervot het partnerdomein van de politie

Toelichting

Onder nadeel wordt verstaan de
schending van privacy van personen,
doordat naam, adres en/of anders

gevoelige gegevens openbaar worden,

danwel het bekend worden van
gegevens. waardoor de uitvoering van
de politietaak kan worden aangetast
en waarvan de gevolgen lastig zijn te
herstellen

» die betrekking heeft op de politie en door de politie
uitgevoerde werkzaamheden

 _ waarvan toegang doar niet-gerechtigden kan en/of zal
leiden bot schade aan het korps, andere
poktieorganisaties, de ketenpartners, de dienstverlening
en(of het partnerdomein van de politie.

« waarvan inzage door nietgerechögden, kan leiden tot
schadelijke gevolgen voor onderzoek naar de zware en
georganiseerde criminaliteit

Onder schade kan onder meer
verstaan worden de openbaarmaking
van gegevens, waardoor de
uitoefening van de dienstverlening
en/of taken van de politie, de
ketenpartners en/of in het
partnerdamein van de polie zodanig
in gevaar komen, dat de gevolgen
daarvan nauwelijks herstelbaar zuilen
zijn

® die betrekking heeft op de pofitie en de door de polie
uitgevoerde werkzaamheden en

e _ waarvan toegang door niet-gerschtigden kan en/of zal
leiden tot erstge schade aan het korps, andere
poktieorganisaties, de ketenpartners, de dienstverlening
eníof het partnerdomein van de politic.

© _ waarvan inzage door niet gerechtigden kan leiden tot
het toebrengen van emstige schade aan de opsponng
van, en de opsporingsmethodieken inzake ernstige
inbreuken op de rechtsorde, of ernstige schade kan
toebrengen aan het belang van de Staat of zijn
bondgenoten

Onder ernstige schade kan onder
meer verstaan worden de
openbaarmaking van gegevens,
waardoor de uitoefening van de taken
van de polie zodanig gevaar
komen, dat deze onherstelbaar zuilen
zijn

e die betrekking heeft op de politie en de door de politie
uitgevoerde werkzaamheden en

®  waarvan toegang door niet-gerechtigden kan en/of zal
leiden tot zeer emsbge schade aan het korps, andere
pokticorganizaties, de ketenpartners, de dienstverlening
en/of het parinerdomein van de politie

» _ waarvan inzage door niet gerechtigden zeer ernstige

schadelijke gevolgen heeft voor het onderzoek naar

‘georganiseerde zware criminaliteit, of zeer emstige
schade kan toebrengen aan het belang van de Staat of
zijn bondgenoten.

Onder zeer emst ige schade kan
onder meer verstaan worden de
openbaarmaking van gegevens,
waardoor de uitoefening van de taken
van de polite zodanig in gevaar
komen, dat deze onherstelbaar zuilen
zijn en mensenievenstin het geding
zijn (infiltranten, infor manten en
beschermde getuigs }.

319
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Documentinformatie

Versiegeschiedenis
Gemarkeerde

Samenvatting van de aanpassing

wijzigingen

0.1 04-04-2016

Distributie

Versie Kerzerid Afdeling / Functie

datum

05-04-2016 OM / ovj

0.1 05-04-2016 EEE: 7 OM / ovj
0.1 5-04-2016 WN 7 OM / beleidsmedewerker

Review commentaar

Versie Wanneer Wie Functie

©2016 Politie, all rights reserved.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op geautomatiseerde wijze opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op
enigerlei wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke

toestemming van de Politie.

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 3 van 15

320
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave

Documentinformatie … nsv erenser eener eerseneneeneennneensenrnnnenreneneeneverennnensneveennenenenvenenvnnennnensneenenennen: 3
Voorwoord annanensennenresenurensennevannsennsensnsannnernenssanneentensonennennevenseernnnenwensvensennenennedandvernenhesendendeannensennenveern 5
1. Uitingsdelicten … anneer eneneeenserenvenenennverennverenenenne err ennnenenverensvensnerenenneerenvennerennvenenennneenenanns 6
Uitingsdelicten en vrijheid van meningsuiting … nnn enennereneevenserens err venvervenneesennenenevennennnensee eeens 6
Context-specifiek … ONE NN 6
Uitingen op internet .........cccccccssscceesececssecececessesesneeeseaeeteeesesnensesseueenseeasnseseaseersnerassueseeeisersatseeeenneeseeneeanas as 7
Mondeling, bij geschrift of afbeelding … … nennen nennen venen even servenvensnnveveensersevenvenevenvennnnvenenennneer nen if
IN het openbaarwenmurennvmnennsnm terne misten Reenen nnn enen se nes 7
2. Opruüngianssrrevsneres seiner Aa adenine de iedeen dee win weneeversenngenenennnnennnnennengendenennen 8
Opruiing en vrijheid van meningsuiting … nonnen evene ernverreermen eneen senreenennenvenennvennvennennvennneennn 8
Omstandigheden van het geval... unne ernneernnoenrenenserenenervenneeenvanrsennerennerenneennnnnn emmen 9
Samenhang tussen uitingen … … ……unnsnnnennennnnerseeersen ven onnveeneerereneeeeneenveneeevenenseesnnnenenerennenennenenneene nennen: 9
Overtuiging & verlangen opwekken … nnen eee etree eenseeveanenenrreerverenenenenenneemeneeenneneneennvenvennenenn 9
Verheerlijking & steunbetuiging … … … nnn nnee onenreenener ennen venen verersenennnveennenenennnsennneensnensnnennnnnnnnenenneneenn 9
Opruiing en verspreiding … … nana sonveneerenreerseereneenensenerseeervennnnenvennenenvennensveevennvenenennnvenneneenneendnn 10
Beoordelingskader voor opruiende en wervende content in ‘Context-Zaale’ … … nnen 10
a) de inhoud van de uiting … … anneer eneen enerven oe seneenvenvenvervenversenenenvnnnensnenennnenennnenen vennen: 10

b) de context waarin de uiting heeft plaatsgevonden … unsure oer sevens venservennenennensenennnsenennnenns 10

c) de plaats of gelegenheid waar de uiting wordt gedaan … nn nnnnsnarsvennsersenreneereneeennnvennennnenns 11

d) de doelgroep waarop de uiting kennelijk was gericht anno ooneeeeneevensneersennsennennenennne nennen 11

e) de kennelijke bedoeling van de uiting … … nnen eernenervenerevervenevnnrsvenneersnnenenenennnenennsendenennns 11
Mogelijke categorieën van opruiende content in context van jihadgang … … … nnen vennen 11
3. Belediging van bepaalde groepen … … ….……..nnnnnrnnerne ennen ner venensersensersnnesennserenenneerennerrnnerenvenrennenvennenen 12
Groepsbelediging en vrijheid van meningsuiting … ee cee eenereeveneneneneeevenvenrveneneenneneen vennen 12
Samenhang tussen uitingen … nnen verennnenvennverervnnvennervensnerrnenenn eenen nenenenvenennnenenenenn: 12

Belediging van een groep; niet van kenmerk of eigenschap van die groep … nnen neee 12

4. Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen groepen … nun nanarrennn vennnenreneerensenenenenseennnens 13
Aanzetten tc! haat, discriminatie of geweld en vrijheid van meningsuiting … … ane Ne 13
Samenhang tussen uitingen … nnee eere venennvenver ener vennensenenvenenen enaar vennenenenensnenvennenkennneensen: 13

5. Werven voor de gewapende strijd … annen eeevennerennserrnneerenennveersnnenenerennnennnenensenennenn 14
Bespelen, beïnvloeden, ideologisch rijp maken … …...nnnnennerneneren sensor ene vesnsevenvensnevenennnennvensenvenenennn 14
Geen concreet verzoek, maar eenduidig complex van gedragingen … ….…nnnnnnnnnnnnennenennennnerveneennn eenn 14
Geen eenmalige handeling, maar proc®s nnen ennneneerenversennverreneesenenenenennvvenennsevnnvennnerennvennenenenn: 14
Werven van reeds ‘geworven’ personen … ee nnsrsenrerneenenrverserssnvervennnervennnnensnnnennnnrvenenenneensnvenenns 15
Werving voor rechtstreekse inzet voor de gewapende strijd … …… ………nnanonrsennenersennenenevenneeenneeennvenens 15

Richtlijnen voor NTA Pagina 4 van 15

Versie 0.1

321
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Voorwoord

Dit document geeft richtlijnen voor de beoordeling van ontine content in het kader van Notice and Take
Action (NTA).

NTA houdt in dat internetbedrijven door de politie worden geattendeerd op bepaalde content en verzocht
deze te toetsen aan de eigen gebruikersvoorwaarden, met het oog op verwijdering van de content.
Verwijdering is in de NTA-procedure niet afdwingbaar. Internetbedrijven maken een eigenstandige
afweging.

De NTA-taak wordt uitgevoerd door internetmonitorspecialisten van de Nederlandse Internet Referral Unit
(NL IRU) die voor dit doel door de LE is opgericht op 1 maart 2016. De NL {RU identificeert (mogelijk)
strafbare content op het openbare internet en beoordeelt deze op geschiktheid voor NTA.

Uitgangspunt is dat NTA door de politie alleen legitiem kan worden toegepast op online content, als de
politie van mening is dat plaatsing van deze content een strafbaar feit heeft opgeleverd. NTA wordt hier
opgevat als vorm van strafrechtshandhaving, onder gezag van het OM. Het gaat daarbij niet om opsporing
of vervolging, maar om voorkoming en/of beëindiging van strafbare feiten. Content wordt daarom steeds
beoordeeld in het licht van uitings- of verspreidingsdelicten (zoals opruiing, haat zaaien, of
groepsbelediging).

Dit document geeft een overzicht van de belangrijkste delicten die in dit kader een rol kunnen spelen. Eerst
wordt een korte, algemene toelichting gegeven op uitingsdelicten. Deze is voor alle delicten relevant.
Daaronder worden de belangrijkste delicten per stuk nader toegelicht aan de hand van passages uit de
wetsgeschiedenis en/of jurisprudentie. Hiermee schetst dit document de kaders waarbinnen de politie de
legitimiteit van een NTA-melding kan beoordelen.

Als de politie van mening is dat bepaalde content een strafbaar feit oplevert, wordt deze content vervolgens
nog beoordeeld in het licht van de gebruikersvoorwaarden van het faciliterende internetbedrijf. Een NTA-
melding heeft immers weinig zin als geen gebruikersvoorwaarden worden geschonden. De
gebruikersvoorwaarden zijn online raadpleegbaar, op de site van het betreffende forum. f

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 5 van 15

322
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>1. Uitingsdelicten

Uitingsdelicten kunnen worden omschreven als delicten die uitingen vanwege hun inhoud strafbaar stellen.
Bij vervolging wordt steeds een inbreuk gemaakt op de vrijheid van meningsuiting.

Uitingsdelicten en vrijheid van meningsuiting

Het vervolgen van uitingen op grond van hun inhoud kan botsen met het recht op vrijheid van meningsuiting,
zoals onder meer neergelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM).

Het 1° deel van dit artikel luidt:

Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en
de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig
openbaar gezag en ongeacht grenzen. Volgens het laatste deel van dit artikel is een beperking van dit
grondrecht alleen toegestaan indien deze:

(a.) bij wet is voorzien,

(b.) een geoorloofd doel dient (zoals de nationale veiligheid, of het voorkomen van wanordelijkheden,
of strafbare feiten) en

(c.) noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Uitingsdelicten zijn vanzelfsprekend bij wet voorzien. Ze staan immers in het wetboek van strafrecht. Of
een beperking ook noodzakelijk is in een democratische samenleving, in het belang van eén van genoemde
doelen hangt volgens vaste rechtspraak af van de vraag of de beperking proportioneel is ten opzichte van
het te bereiken doel. Daarbij geldt dat uitlatingen die kwetsen, choqueren of verontrusten (‘shock, offend or
disturb’) niet zonder meer onder het bereik van de strafwet vallen. Voor de beperking moet een dwingende
maatschappelijke noodzaak (‘pressing social need’) bestaan.? De toepassing van dit abstracte
beoordelingskader wordt hieronder voor zover mogelijk per artike! nader toegelicht.

Context-specifiek
In december:2015 speelde de ‘Context-zaak’ voor de rechtbank te Den Haag. In deze zaak stonden tien

verdachten terecht voor o.m. ronselen en opruiing (grotendeels via internet). in deze zaak benadrukte de
rechter dat de vraag in hoeverre de overheid gerechtigd is een inbreuk te maken op de vrijheid ‘van
meningsuiting (artikel 10 EVRM) niet in algemene zin valt te beantwoorden. Naast de letterlijke betekenis
van de uiting of boodschap, zullen de omstandigheden van het geval steeds uitsluitsel moeten geven.* De
rechter gaf aan dat uitspraken van het EHRM op dit gebied sterk ‘casuistisch’ van aard waren. De rechter
benadrukte dat artikel 10 EVRM ‘een grote ruimte biedt tot het vrijelijk uitdragen van meningen, ook als die
meningen choqueren, kwetsen of verontrusten. Dat vereisen het pluralisme, de tolerantie en
ruimdenkendheid, die een democratische samenleving kenmerken. De grens ligt evenwel bij uitingen die
aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. Bij de beoordeling of die grens is overschreden spelen vele
factoren spelen een rol. Het is de wisselwerking tussen de diverse factoren, veeleer dan één enkele factor,
die “context-specifiek” de uitkomst van die beoordeling bepaalt.>

1 Janssens en Nieuwenhuis, Uitingsdelicten, 2011

2 o.a. EHRM 7 december 1976; Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

3 o.a. EHRM 25 november 1996; EHRM 31 januari 2006; Rechtbank Den Haag, 10 december 2015,
ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

4 Gerechtshof Den Haag 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082 (LTTE)

5 EHRM 15 oktober 2015, nr. 27510/08 (Peringek t. Zwitserland), in Rechtbank Den Haag, 10 december 2015,
ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

Richtlijnen voor NTA Pagina 6 van 15
Versie 0.1

323
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Uitingen op internet

Uitingen op internet vallen in principe binnen het bereik van uitingsdelicten. Zo zijn uitingen op websites,
msn en twitter opgevat als schriftelijke bedreiging en zo zijn op sociale media geplaatste filmpjes, teksten
en discussies erkend als uitingen die konden worden opgevat als opruiing.’

Mondeling, bij geschrift of afbeelding

Uit de wet(sgeschiedenis) blijkt dat uitingen mondeling, bij geschrift, of afbeelding kunnen worden gedaan.
Mondelinge en schriftelijke uitingen moeten verstaanbaar zijn geweest. In welke taal het geschrevene of
gezegde tot uitdrukking is gebracht is niet van belang. Ook of het publiek het gesprokene heeft begrepen
doet er niet toe. Onder schriftelijke uitingen valt alles wat gelezen kan worden, zoals gedrukte en
geschreven stukken en op muren gekalkte teksten, maar ook geluidsdragers en uitingen op internet. Onder
afbeelding valt alles waarin een bedoeling in beeldende vorm is neergelegd. Het is voldoende dat de
gedachte in de afbeelding kan worden gelezen.®

In het openbaar

Uit de wet blijkt dat uitingen in het openbaar moeten zijn gedaan om als uitingsdelict te kunnen worden
aangemerkt (op dit punt wijkt werven voor de gewapende strijd af van de klassieke opvatting van
uitingsdelicten). Het internet kan worden beschouwd als een openbare plaats als het publiek toegang heeft
tot de internetpagina waarop de uitingen staan.® Uitingen zijn niet in het openbaar gedaan indien
aannemelijk is dat verdachte, door de keuze de uitlatingen tijdens e-mailcontacten, chatsessies of contacten
via msn-messenger te doen, in de veronderstelling verkeerde (en de bedoeling had) dat zijn uitlatingen
slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. 1

8 Hoge Raad 15 december 2009; Hof Amsterdam 17 december 2010; Rechtbank Leeuwarden 17 februari 2009,

Rechtbank Den Haag 9 juni 2011
7 Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2013a; Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2013b; Rechtbank Den Haag 1

december 2014a; Rechtbank Den Haag 1 december 2014b

8 Cleiren & Verpalen, 2010
9 Hof Amsterdam, 23 november 2009; Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007; Rechtbank Middelburg 14 februari

2005
10 Hof te 's-Gravenhage, 23 januari 2008

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 7 van 15

324
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>2.Opruiing

Artikel 131 Sr. (opruien)

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot
gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Indien het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf
ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de
gevangenisstraf gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

| Artikel 132 Sr. (verspreiden)

1. Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden
tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om
verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien
hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige
opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van
de vierde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot
vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.

3. Indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch

misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch
misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit,

met een derde verhoogd.

Strafbare opruiing is het aanzetten tot enig strafbaar feit of gewelddadig optreden tegen het openbaar
gezag. Tussen de opruiing en het strafbare feit waartoe wordt opgeruid dient een rechtstreeks verband te
bestaan. De opruiing kan op directe of indirecte wijze plaatsvinden. '! Er geldt een verhoogde strafdreiging
als wordt epgeruid tot een terroristisch misdrijf. 12

Opruiing en vrijheid van meningsuiting

De rechtbank te Den Haag bepaalde in december 2014 dat artikel 10 EVRM, waarin het recht op vrijheid
van meningsuiting is neergelegd, ‘geen schuilplaats biedt’ aan hen die opruien tot terroristische misdrijven,
dan wel geschriften die daartoe opruien verspreiden. 19

1 Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
12 De Wet op de Terroristische Misdrijven heeft als doel een aantal gedragingen in het bijzonder strafbaar te stellen bij
aanwezigheid van een terroristisch oogmerk. Er geldt dan een verhoogde strafdreiging en er kunnen ruimere
opsporingsbevoegdheden worden ingezet. De definitie van terroristisch oogmerk staat omschreven in artikel 83a Sr.
Bedoeld wordt het oogmerk om:
- de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel
-__een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden,
dan wel
- de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een
internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen
Artikel 83 Sr. somt op welke delicten gelden als terroristische misdrijven bij aanwezigheid van dit oogmerk. Het gaat
om onder meer (samenspanning tot) moord, doodslag en/of zware mishandeling, vernieling van publieke werken, het
veroorzaken van brand en/of ontploffing en deelname aan een terroristische organisatie.

19 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a
De rechtbank verwees hier naar artikel 17 EVRM (verbod van misbruik van het recht): ‘Geen der bepalingen van dit

Verdrag mag worden uitgelegd als zou zij voor een staat, een groep of een persoon een recht inhouden enige
activiteit aan de dag te leggen of enige daad te verrichten met als doel de rechten of vrijheden die in die Verdrag zijn
vermeld teniet te doen of deze verdergaand te beperken dan bij dit Verdrag voorzien’

Richtlijnen voor NTA Pagina 8 van 15
Versie 0.1

325
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>In januari 2013 overwoog de rechtbank Noord Holland in de zaak tegen activiste ‘Joke Kaviaar’ dat zij niet
alleen had getracht om ‘op kritische en prikkelende wijze het maatschappelijk debat of de politieke discussie
[over asielbeleid, red.] aan te zwengelen’, maar in dat kader ook had opgeroepen tot het plegen van
strafbare feiten om de door haar gewenste doelen te bereiken. Dat maakte een inbreuk op haar vrijheid van

meningsuiting noodzakelijk. 4

Omstandigheden van het geval

Of sprake is van opruiing hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen in aanmerking
worden genomen eerdere ervaringen en gewelddadige gebeurtenissen die grote maatschappelijke en
politieke onrust hebben veroorzaakt en geleid tot angst bij gezagsdragers. '®

Samenhang tussen uitingen

De combinatie van een aantal handelingen kan leiden tot opruiing. Zo oordeelde de rechtbank te Rotterdam
in oktober 2013 in de ‘Dior’-zaak dat een Syriëganger had opgeruid tot een terroristisch misdrijf, door het
op openbare websites plaatsen van films over gewelddadige aanslagen en een tekst met als tite! ‘Jihad is
fard al-ayn’ [Jihad is een individuele plicht] en het starten van een discussie over gewapende jihad. 1

En zo oordeelde de rechtbank te Den Haag in december 2014 over verschillende films, foto's en
documenten dat zij, mits openbaar gemaakt of verspreid, in samenhang leiden tot opruiing tot een
terroristisch misdrijf. Het betrof hier:
a. Artikelen over de verplichting van jinad voor moslims. Namelijk:
o Een artikel met de titel ‘Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht
o Een artikel met de titel ‘Raad der Verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië
individueel verplicht”;
b. Afbeeldingen waarop verdachte staat afgebeeld met een Kalasjnikov in zijn handen en andere
afbeeldingen die gelieerd kunnen worden aan de jihadstrijd en/of terroristische groeperingen;
c. Een poster of vlag die met name door terroristische organisaties wordt gebruikt
Jihadistische YouTube-films en jihadistische documentaires
Afbeeldingen van vlaggen van het Islamitisch Kalifaat (IS) en/of al-Qaida, althans vlaggen die
gelieerd kunnen worden aan de jihadstrijd en/of terroristische organisaties. 17

Overtuiging & verlangen opwekken

In december 2014 overwoog de rechtbank te Den Haag dat opruiing ‘niet het dwingen is van iemand tot

een feit, maar veeleer het opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat '

dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen. Zij is een
zodanige voorstelling van de wenselijkheid of noodzakelijkheid als geschikt is om de overtuiging daarvan
bij anderen op te wekken’. De rechtbank gaf daarbij aan dat opruiing de vorm van een verzoek of een
aansporing kan aannemen, maar ook in een imperatieve vorm kan worden gegoten. Opruiing kon volgens
de rechter ook liggen in het uiting geven aan hoge morele waardering voor een handeling. '®

Verheerlijking & steunbetuiging

De rechtbank te Den Haag benadrukte in december 2012 in de Context-zaak dat het verheerlijken van de
gewapende strijd of het betuigen van steun aan een terroristische organisatie op zich zelf niet valt onder de
reikwijdte van artikel 131 en 132 Sr. Bijkomende omstandigheden kunnen dat anders maken. Een aantal
van de toen ten laste gelegde uitingen betroffen het enkele gebruik of bezit van de zegelvlag of tawheedvlag

14 Rechtbank Noord Holland, 22 januari 2013
18 Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

16 Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 201 3a
17 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a
18 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 9 van 15

326
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>of een afbeelding daarvan, zonder bijkomende omstandigheden. In die gevallen kwam de rechtbank tot
vrijspraak. 19

Opruiing en verspreiding

Verspreiding van opruiende geschriften of afbeeldingen en opruiing liggen veelal in elkaars verlengde. Daar
waar de rechtbank in de Context-zaak opruiing bewezen achtte, kwam zij in de meeste gevallen tevens tot
bewezenverklaring van verspreiding. 2°

Beoordelingskader voor opruiende en wervende content in ‘Context-zaak’

In de ‘Context-zaak’, die op 10 december 2015 speelde voor de rechtbank te Den Haag, diende de rechter
te beoordelen of tien verdachten zich hadden schuldig gemaakt aan o.m. ronselen en opruiing (grotendeels
via internet). De rechter gaf in die zaak een ‘beoordelingskader’ aan de hand waarvan de ten laste gelegde,
op internet geopenbaarde uitingen werden beoordeeld. Daarin werden navolgende omstandigheden en
factoren in aanmerking genomen:

a) de inhoud van de uiting
De rechtbank beoordeelde uitingen in de eerste plaats op hun letterlijke inhoud. Daarbij werd opgemerkt
dat het verheerlijken of vergoelijken van (terroristische) misdrijven of terroristische organisaties in
Nederland op zichzelf niet strafbaar is. Ook het voeren van propaganda, in de zin van het geven van
eenzijdige informatie om aanhangers te winnen voor een bepaalde zaak, valt in beginsel niet onder de
reikwijdte van artikel 131 en 132 Sr.

b) de context waarin de uiting heeft plaatsgevonden
Aan uitingen van specifiek godsdienstige aard, zoals het verkondigen van het geloof of uitingen gedaan
tijdens een religieuze bijeenkomst komt onder artikel 9 EVRM [Vrijheid van gedachte, geweten en
godsdienst] een grote mate van bescherming toe.?! Uitingen in een andere context, bijvoorbeeld tijdens
openbare demonstraties, worden — ook indien zij religieus zijn geïnspireerd — in beginsel beoordeeld onder
artikel 10 EVRM. 22

Uitingen die worden gedaan in het kader van het maatschappelijk debat kunnen rekenen op een grotere
mate van bescherming onder artikel 10 EVRM. Staten hebben betrekkelijk weinig ruimte om strafrechtelijk
op te treden tegen degenen die zich mengen in het politieke of maatschappelijk debat, zeker als het gaat
om kritiek op de overheid of maatschappelijke misstanden. Het zal dan moeten gaan om uitingen die in een
democratie van publiek belang zijn. Wanneer deelnemers aan het maatschappelijke debat stijlmiddelen
gebruiken. als overdrijving, provocatie, satire en het uitlokken van reacties om aldus aandacht te vragen of
te trekken voor hun visie op een maatschappelijk discussiepunt komt hen daarin een ruime mate van vrijheid
toe.

Media spelen in een democratie een essentiële rol.2 Aan de inhoud van journalistieke uitingen, zoals
feitelijke berichtgeving, interviews of nieuwsanalyses komt daarom onder artikel 10 EVRM een ruime mate
van bescherming toe. Bij de beoordeling of deze uitingen de grens van de vrijheid van meningsuiting
hebben overschreden, spelen de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid een grote

rol. 25

19 Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
20 Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
21 Zie bijv. EHRM 14 december 1999, nr. 38178/97 (Serif t. Griekenland)

22 Zie bijv. EHRM 20 september 1994, nr. 13470/87 (Otto Preminger Institut t. Oostenrijk)
23 Zie bijv. EHRM 8 juli 1999 nr. 26682/95 (Sürek t. Turkije |)

24 Zie bijv. EHRM 8 juli 1996, nr. 9815/82 (Lingens t. Oostenrijk)

25 Zie bijv. EHRM 20 mei 1999, nr. 21980/93 (Bladet Tromsg t. Noorwegen)

Richtlijnen voor NTA Pagina 10 van 15
Versie 0.1

327
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>c) de plaats of gelegenheid waar de uiting wordt gedaan

De rechtbank herkent de vluchtigheid van het berichtenverkeer op sociale media als Twitter en Facebook.
Dit is echter geen vrijbrief om berichten met een opruiende inhoud op het internet te slingeren. Er is meestal
sprake van korte berichten, vaak voorzien van een plaatje of een hyperlink. De berichten worden snel
geconsumeerd, meestal na oppervlakkige lezing. Voor nuance of analyse is geen tijd of ruimte. Dit
relativeert enerzijds de diepte van de indruk die het bericht achterlaat, anderzijds legt het ook een grote
verantwoordelijkheid bij de verzender. Immers, de boodschap die het bericht bij eerste, oppervlakkige
kennisname lijkt te verkondigen, is de boodschap die beklijft. Zeker wanneer in een kort tijdsbestek
veelvuldig berichten met een bepaalde strekking worden verstuurd, heeft dit een versterkend effect op de
boodschap die wordt uitgedragen.

In een aantal gevallen is de ten laste gelegde uiting een retweet van een bericht van een ander, al dan niet
voorzien van commentaar van verdachte. De rechtbank onderschrijft dat op Twitter het uitgangspunt geldt:
retweet is not endorsement. Dat brengt mee dat het retweeten van een bericht dat op zich als opruiend
wordt beoordeeld in beginsel niet strafbaar is ingevolge artikel 131 Sr. Wel valt deze gedraging onder de
reikwijdte van artikel 132 Sr. Dat is anders indien uit het commentaar van verdachte bij de retweet blijkt dat
hij de inhoud onderschrijft, of wanneer het geretweete bericht past binnen een reeks van berichten van
verdachte van dezelfde aard en/of strekking, binnen een bepaalde periode. Hetzelfde geldt ook voor het
delen van een hyperlink.

d) de doelgroep waarop de uiting kennelijk was gericht
De rechtbank stelde telkens per gebruikt medium vast op welk publiek de uiting kennelijk was gericht.

e) de kennelijke bedoeling van de uiting
Niet nader toegelicht

Mogelijke categorieën van opruiende content in context van jihadgang

In de Context-zaak oordeelde de rechter dat een groot aantal berichten direct of indirect opruiend waren tot

het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië. De rechtbank onderscheidde in de berichten die zij
als opruiend beoordeelde de volgende categorieën:

- Berichten waarin direct wordt opgeroepen af te reizen naar Syrië en/of deel te nemen aan de
gewapende jihadstrijd.

- Berichten waarin martelaren of-de martelaarsdood wordt verheerlijkt. In deze berichten krijgt niet
alleen de jihadstrijd een hoge morele waardering, maar wordt ook gesuggereerd dat het «=
deelnemen aan die strijd een nastrevenswaardig doel is en dat het sterven in die strijd het hoogst
haalbare is, en dus navolging verdient. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel van de
rechtbank een aansporing om deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

- Berichten over (Nederlandse) mujahidun (jihadstrijders). In deze berichten krijgt niet alleen de
jihadstrijd een hoge morele waardering, maar wordt die waardering tevens uitgesproken voor
deelnemers aan die strijd. Deze berichten wekken de suggestie dat deze deelnemers navolging
verdienen. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel van de rechtbank een aansporing
om deel te nemen aan de gewapende jinadstrijd in Syrië.

- Berichten over of met afbeeldingen van kinderen met wapens. Met deze berichten wordt
geappelleerd aan de mannelijkheid van jongeren die reeds deelnemen aan de gewapende
jihadstrijd. Deze berichten wekken de suggestie dat deze jongeren navolging verdienen. In die zin
bevatten deze berichten naar het oordeel van de rechtbank een aansporing om deel te nemen
aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

- Berichten met afbeeldingen van hartverscheurende taferelen. Deze berichten suggereren dat de
kijker iets aan deze situatie moet gaan doen. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel
van de rechtbank een aansporing om deel te nemen aan de gewapende jinadstrijd in Syrië.

3. Berichten met afbeeldingen van de zegelvlag, in combinatie met wapens of strijdtaferelen. Deze
berichten verheerlijken niet alleen de gewapende strijd, maar bevatten door de directe link met de
actuele strijd in Syrië naar het oordeel van de rechtbank tevens een aansporing om deel te
nemen aan de gewapende jinadstrijd in Syrië.

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 11 van 15

328
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>3. Belediging van bepaalde groepen

Artikel 137c Sr. (beledigen)

1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend
uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun
hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke
handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de
derde categorie.

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt
of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren
of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Dit artikel stelt een specifieke vorm van belediging strafbaar, namelijk discriminatie. Het gaat om het
aantasten van de eigenwaarde van een mens, of het openlijk in diskrediet brengen van een groep mensen.
Kenmerkend onderscheid met klassieke belediging is het ongerechtvaardigd maken van onderscheid
tussen groepen mensen. 2

Groepsbelediging en vrijheid van meningsuiting

Of een uitlating valt onder groepsbelediging hangt af van de bewoordingen en de context (dit geldt ook voor
aanzetten tot haat, zie hieronder). Daarbij wordt onder anderen meegewogen of de uitlating een ‘bijdrage
kan leveren aan het publieke debat’ en in dat verband ‘niet onnodig grievend! is.27

Op zichzelf grievende en kwetsende uitlatingen die kenbaar in direct verband staan met de geloofsopvatting
van een verdachte, wiens stellingname daaromtrent in beginsel niet door de rechter wordt getoetst, zijn niet
beledigend als de uitlatingen voor de gelovige van betekenis zijn voor een maatschappelijk debat en de

gebezigde terminologie niet onnodig grievend is. 2

Het gebruik van woorden als ‘kakkerlakken’, ‘berberapen’ en ‘ratten’ zal al snel als onnodig grievend zijn te
beschouwen. Hetzelfde geldt voor het aanduiden van een bevolkingsgroep als ‘parasieten’.

Samenhang tussen uitingen

In mei 2011 bepaalde de rechtbank te Den Haag dat een cd met daarop een lied waarin herhaaldelijk het
woord ‘kut-Marokkaan’ voorkomt, in combinatie met het geluid van een luchtalarm, is op te vatten als een
‘waarschuwing voor naderend onheil’, hetgeen de uiting ‘evident beledigend’ maakt.

Belediging van een groep; niet van kenmerk of eigenschap van die groep

Belediging in de zin van art. 137c Sr ziet slechts op het zich nodeloos krenkend uitlaten over een groep
mensen vanwege een bepaald kenmerk of een bepaalde eigenschap. Belediging van dat kenmerk of die
eigenschap op zichzelf is niet strafbaar. ®1

28 Cleiren & Verpalen, 2010
27 Hoge Raad, 16 december 2014; Hoge Raad 14 januari 2003; Hoge Raad, 9 januari 2001a; Hoge Raad, 9 januari

2001b

28 Hoge Raad, 9 januari 2001a; Hoge Raad, 9 januari 2001b; Hoge Raad, 14 januari 2003, NJ 2003
29 Hof Amsterdam, 11 oktober 2010

3° Rechtbank Den Haag 12 mei 2011

31 Hoge Raad, 10 maart 2009

Richtlijnen voor NTA Pagina 12 van 15

Versie 0.1

329
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>4. Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld
tegen groepen

Artikel 137d Sr. (aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen groepen)

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of
discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen
wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of
homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt
of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren
of geldboete van de vierde categorie opgelegd

Artikel 137e Sr. (openbaar maken)

1. Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving:
1°. een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep
mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele
gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap beledigend is, of aanzet tot haat
tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen
wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele
gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap;
2°. een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, zulk een uitlating is vervat,
aan iemand, anders dan op diens verzoek, doet toekomen, dan wel verspreidt of ter openbaarmaking
van die uitlating of verspreiding in voorraad heett;

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde
categorie.

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt
of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of
geldboete van de vierde categorie opgelegd

Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en vrijheid van meningsuiting

Net als bij groepsbelediging komt het hier aan op de bewoordingen en de context van de uitlating. Daarbij
wordt onder anderen meegewogen of de uitlating een ‘bijdrage kan leveren aan het publieke debat’ en in
dat verband ‘niet onnodig grievend!’ is. %

Samenhang tussen uitingen

Uitingen dienen niet uitsluitend op zichzelf te worden bezien, maar in de gegeven omstandigheden van het
geval en in het licht van de mogelijke associaties die de termen wekken. Zo vallen de woorden ‘Combat 18’
en ‘Whatever it takes’ (begrippen verwijzen naar een Engelse rechts-extremistische beweging) onder
aanzetten tot haat.3 Een mogelijk op zichzelf nog neutrale mededeling van een verdachte: ‘Wij schaffen
de multiculturele samenleving af’, kan in verband met uitlatingen van mededaders: ‘Nederland voor de
Nederlanders’, ‘Eigen volk eerst’ en ‘Vol is vol’ het medeplegen van aanzetten tot discriminatie opleveren. %

2 Hoge Raad, 16 december 2014; Hoge Raad, 14 januari 2003; Hoge Raad, 9 januari 2001a; Hoge Raad, 9 januari
2001b

338 Hoge Raad, 23 november 2010

34 Hoge Raad, 18 mei 1999

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

Pagina 13 van 15

330
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>5. Werven voor de gewapende strijd

Artikel 205 Sr.

1. Hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende
strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de
vijfde categorie.

2. Indien de schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in het eerste lid, in zijn beroep
begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

3. Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch
misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit,
met een derde verhoogd.

Bespelen, beïnvloeden, ideologisch rijp maken

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met ‘werven’ in artikel 205 Sr bedoeld wordt het ‘bespelen’ en
‘beïnvloeden, het ideologisch rijp maken, bewegen of vergelijkbare handelingen’. Daarvan kan sprake zijn
wanneer mensen vis-a-vis worden benaderd teneinde hen te overreden deel te nemen aan een gewapende
strijdgroep. Te denken valt aan schoolpleinen, clubhuizen en uitgaansgelegenheden. Ook zal het bespelen
van personen met behulp van communicatiemiddelen, zoals bijvoorbeeld een internetsite, werven in de zin
van dit artikel kunnen opleveren. 3

Geen concreet verzoek, maar eenduidig complex van gedragingen

Het delict is voltooid als een handeling die ertoe strekt om iemand tot aansluiting te bewegen, zich heeft
geopenbaard. Het hoeft niet te gaan om een concreet verzoek tot het deelnemen aan de gewapende

strijd. 36

Voor werven is niet noodzakelijkerwijs een concreet verzoek vereist. Werven betreft eerder een eenduidig
complex van gedragingen, zoals het tonen van films over aanslagen en over een zelfmoordgordel in
combinatie met het kracht bijzetten van denkbeelden door intimidatie en lezingen en het met vuurwapens
schieten en daarin trainen. Minder eenduidige gedragingen, zoals veel over het betreffende geloof spreken
en uitleggen, zijn onvoldoende?

Geen eenmalige handeling, maar proces

Voor werven valt geen algemene stelregel te geven. Per concreet geval zal moeten worden beoordeeld of
de feitelijke handelingen gericht zijn geweest op het werven. Voor werven is meer nodig dan het enkele
praten over het geloof, over het al dan niet gerechtvaardigd zijn van een gewapende strijd, dan wel het
verheerlijken van een gewapende strijd of van het uitspreken van steun daarvoor. Er dient een zekere
stimulering van een persoon tot deelname aan de gewapende strijd te zijn beoogd. In het algemeen zal het
daarbij niet gaan om een eenmalige gedraging, doch betreft dit veeleer een proces. %

Het wegnemen van een mogelijk gerezen twijfe! over het strijden in Syrië zou kunnen worden opgevat als
een handeling met een zeker wervend karakter, maar is als eenmalige handeling niet voldoende. 3

35 TK, 2003-2004

36 Gerechtshof Den Haag, 2 oktober 2008
3? Gerechtshof Den Haag, 2 oktober 2008
38 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014b
39 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014b

Richtlijnen voor NTA Pagina 14 van 15

Versie 0.1

331
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Werven van reeds ‘geworven’ personen

De strafbaarheid van werven ligt in de gedraging van degene die werft, zonder dat op zichzelf van belang
is hoe degene die wordt geworven, op dat moment tegenover die strijd staat, en of het werven resultaat
heeft of niet. Ook personen die reeds in zekere mate het idee hadden opgevat om deel te gaan nemen
aan de gewelddadige jihad, kunnen worden geworven. In die situatie kan immers ook sprake zijn van het
trachten te overreden, dan wel beïnvloeden, ideologisch rijp maken om aan de gewapende strijd deel te
gaan nemen.*

Werving voor rechtstreekse inzet voor de gewapende strijd

Niet alleen deelname aan de eigenlijke gevechtshandelingen maar ook het verlenen van concrete hand- en
spandiensten, zoals bijvoorbeeld het fouilleren van personen, het controleren van voertuigen en het
verlenen van hulp bij het plegen van een aanslag, vallen onder het deelnemen aan de gewapende strijd.
Wat er niet onder valt is het enkele moreel, ideologisch of financieel ondersteunen van de strijd of strijders,
het trouwen met een strijder en/of het zorgen voor de bezittingen, het huishouden en de kinderen van een
strijder. Dergelijke ondersteunende activiteiten kunnen niet worden aangemerkt als rechtstreekse inzet ten
behoeve van en daadwerkelijke deelname aan de gewapende strijd.“

40 Hoge Raad, 15 november 2011
“1 Rechtbank Rotterdam, 30 oktober 2007; Hoge Raad, 15 november 2011
42 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014b

Pagina 15 van 15 Richtlijnen voor NTA
Versie 0.1

332
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Standaard-teksten voor NTA

De politie heeft online content aangetroffen die, naar opvatting van de politie, tot doel heeft:

- aanzetten tot haat, discriminatie of geweld
- beledigen van een bepaalde groep

hetgeen strafbaar is onder zowel de Nederlandse strafwet als onder kaderbesluit 2008/919/JBZ
van de Raad van 28 november 2008.

[En/ of}

- opruiing (tot een terroristisch misdrijf)
- werven voor de gewapende strijd met een terroristisch oogmerk

hetgeen strafbaar is onder de Nederlandse strafwet.
[Inhoudelijke omschrijving van content ter onderbouwing. Zie voorbeeldzinnen op volgende pagina]

De politie verzoekt [naam internetserviceprovider] om deze content te beoordelen in het licht van
de eigen gebruikersvoorwaarden.

Met vriendelijke groet,

De Nederlandse Internet Referral Unit (NL IRU)

The Dutch police have found online content that, according to the police, has the intent to

- incite to hatred, discrimination, or violence
- insult a group

which is an offence according to the Dutch criminal law
[and /or]

- public provocation (to commit a terrorist offence)
- recruit for terrorism

which is an offence both according to the Dutch criminal law and Council Framework decision
2008/919/JHA of 28 November 2008.

[Inhoudelijke omschrijving van content ter onderbouwing. Zie voorbeeldzinnen op volgende pagina]

The police kindly request [naam internetserviceprovider] to evaluate this content with due
consideration for own Terms of Service.

With kind regards

The Dutch Internet Referral Unit (NL IRU)

333
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Voorbeeldzinnen

Oproep tot deelname
In dit bericht worden jihadisten direct opgeroepen om af te reizen naar Syrië
This postdirectly calls on jihadists to travel to Syria

In dit bericht wordt direct opgeroepen tot deelname aan de gewapende jihadstrijd.
This postdirectly calls on jihadists to join the armed jihad

Martelaarsdood
In dit bericht wordt de martelaarsdood verheerlijkt
This postglorifies martyrdom

Jihadstrijd

In dit bericht krijgt de jihadstrijd een hoge morele waardering. Ook wordt gesuggereerd dat het
deelnemen aan de jihadstrijd een nastrevenswaardig doel is en dat sterven in die strijd het
hoogst haalbare is.

This postassigns a high moral value to the violent jihad. It also suggests that taking part in the
violent jihad is an aim worth pursuing and that martyrdom for the cause of violent jihad is the
highest goal that can be attained.

(Nederlandse) jihadstrijders

Dit bericht gaat over (Nederlandse) jihadstrijders. De jihadstrijd en de Nederlandse
jihadstrijders krijgen een hoge morele waardering. Het bericht wekt de suggestie dat deze
deelnemers navolging verdienen.

This postis about (Dutch) jihadists fighters. A high moral value is assigned to the violent jihad
and to the Dutch jihadists fighters. The postsuggests that these participants deserve imitation.

Kinderen

Dit bericht bevat afbeeldingen van kinderen met wapens. Dit bericht appelleert aan de
mannelijkheid van kinderen die deelnemen aan de gewapende jihadstrijd. Het bericht wekt de
suggestie dat deze jongeren navolging verdienen. '

This postcontains images of children with weaponry. The postrefers to the supposed manhood
of children who take part in the violent jihad, thereby suggesting that they deserve imitation.

Schuldgevoel
Dit bericht bevat afbeeldingen van hartverscheurende taferelen en suggereert dat de kijker iets
aan deze situatie moet gaan doen, door deel te nemen aan de gewelddadige jihad.

This post contains images of heartbreaking scenes and suggests that the viewer must do
something about this situation, by participating to the violent jihad.

Zegelvlag
Dit bericht bevat afbeeldingen van de jihadistische zwarte vlag, in combinatie met wapens of

sfrijdtaferelen. Dit bericht verheerlijkt de gewapende strijd en bevat een directe links met de
actuele strijd in Syrië.

This post contains images of the jihadists black flag, combined with weapons and battle
scenes. The post glorifies armed struggle and contains direct links to the current conflict in

Syria.

334
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Van fg
Verzonden: woensdag 6 april 2016 12:35
Aan:

Onderwerp: RE: NTA-stukken

aT

Tot morgen!

Groet,

3

+
oom. EN <>

@om.nl> 7

335
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>OM, 7-4-2016, 13.00 — 14.00 uur Rotterdam
Aare EN
Gesprek n.a.v. uitkomst DO (29-03-2016). Onderwerpen:

- NTA-toetskader

- Standaard-teksten voor berichtgeving aan ISP's.
7 = stelde een goede wijziging voor in de standaard-tekst: Oorspronkelijke voorstel:

De politie heeft online content aangetroffen die, naar opvatting van de politie, tot doel heeft:

o Delict (opruien of werven)

hetgeen strafbaar is onder zowel de Nederlandse strafwet als onder kaderbesluit
2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008.

Voorgestelde wijziging:

De politie heeft online content aangetroffen die mogelijk tot doel heeft:

o aanzetten tot haat, discriminatie of geweld
o beledigen van een bepaalde groep

hetgeen strafbaar is onder zowel de Nederlandse strafwet als onder kaderbesluit |:
2008/919/JB7 van de Raad van 28 november 2008. :

- Werkwijze en contactpersonen

3,7

336
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Overleg

Onderwerp: URL's in) 4,5,6,8
Datum: 07/04/2016
Plaats: Zoetermeer

‘overs es ;

4,5,6,7,8

4,5,6,7,8

Op 27 juni 2015 is reeds een wijzigingsverzoek ingediend bij

4,5,6,8

3,4,5,6,8 Functioneel beheer moet op basis van het wijzigingsverzoek samen mot (iti sere

een kosten impact analyse maken.
Doorgaans is doorlooptijd voor realisatie van functiewijzigingen ongeveer 1 jaar. ammel

4,5,6,8
O.M. Verzamel- en themaregistraties (mensenhandel etc.)

WPG-technisch zouden URL's onder art. 13(1) of 13(2) kunnen worden opgenomen.

(gewenste) plaatje:
O-schijf voor onderzoeken
P-schijf voor projecten
M-schijf voor mail

Etc.

337
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>var: NN

Verzonden: dinsdag 19 april 2016 13:59
Aan: MN (Landelijk Parket Rotterdam) MN @ orn: MY (Landelijk Parket ,
Rotterdam) [EY @ om.nl>

Onderwerp: NTA-kader

‘7

Bijgevoegd het laatste concept NTA-toetskader.

Groet,

| 7

338
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Richtlijnen voor NTA

Auteur: NL IRU

Status: Concept

Versie 0.2

04-04-2016

Rubricering: Politie Intern

hk
)
« Waakzaam en dienstbaar » p ay L | T | E

339
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Toelichting voor gebruik van rubricering.

Deze code is verplicht voor ICT documenten.
Deze informatie is naar eigen inzicht te verwijderen. (klik in de tabel/plaatje en delete)

Rubricering

Politie Zeer
Vertrouwelijk
(GEEL)

Politie
Gehetm
(ROOD)

Politie Zeer
Geheim
PAARS]

Pagina 2 van 16

Hieronder valt informatie

e die betrekking heeft op de politie en de door de politie
uitgevoerde werkzaamheden

e waarvan toegang door nief-gerechtigden kan en/of zal
leiden tot nadeel aan het korps, andere
poktieorgantsaties, de ketenpartners, de dienstverlening
eníof het partnerdomein van de politie

Toelichting

Onder nadeel wordt verstaan de
schending van privacy van personen,
doordat naam, adres enof andere
gevoelige gegevens openbaar worden,
danwel het bekend worden van
gegevens, waardoor de uitvoering van
de politietaak kan worden aangetast
en waarvan de gevolgen lastig zijn te
herstellen

e = die betrekking heeft op de politie en door de politie
uitgevoerde werkzaamheden

waarvan tegang door niet-gerechtigden kan en/of zal
leiden tot schade aan het korps. andere
politicorganisaties, de ketenpartners, de dienstverlening
en/of het partnerdomein van de politic.

» _ waarvan inzage door nietgerechtigden, kan leiden tot
schadefijke gevolgen voor onderzoek naar de zware en
georganiseerde criminaliteit

Onder schade kan onder meer
verslaan worden de openbaarmaking
van gegevens, waardoor de
uitoefening van de dienstverlening
en/of taken van de politie, de
ketenpartners en/of in het
partnerdomein van de polis zodanig
in gevaar komen, dat de gevolgen
daarvan nauwelijks herstelbaar zuilen
zijn

e die betrekking heeft op de politie en de door de politie
uitgevoerde werkzaamheden en

° waarvan begang door niet-gerechtigden kan en/of zal
leiden fot ernstige schade aan het korps, andere
politieorganizaties, de ketenpartners, de dienstverlening
en/of het partnerdomein van de politie.

e _ waarvan mzage door niet gerechtigden kan leiden tot
het toebrengen van emstige schade aan de opsponng
van, en de cpsporingsmethodieken inzake smstige
inbreuken op de rechtsorde, of ernstige schade kan
toebrengen aan het belang van de Staat of zijn
bondgenoten

Onder emstige schade kan onder
meer verstaan worden de
openbaarmaking van gegevens,
waardoor de uitoefening van de taken
van de polifie zodanig mn gevaar
komen, dat deze onherstelbaar zuilen
zijn

* die betrekking heeft op de politie en de door de politie
uitgevoerde werkzaamheden en

e waarvan toegang door niet-gerechtigden kan enof zal
leiden tot zeer emstige schade aan het koms, andere
politieorganisaties, de ketenpartners, de dienstverlening
en/of het partnerdomein van de polie

© waarvan inzage door niet gerechtgden zeer ernstige
schadelijke gevolgen heeft voor het onderzoek naar
georganiseerde zware criminaliteit, of zeer emstige
schade kan toebrengen aan het belang van de Staat of
zijn bondgenoten.

Onder zeer emst ige schade kan
onder meer verstaan worden de
openbaarmaking van gegevens,
waardoor de uitoefenmg van de taken
van de palife zodanig in gevaar
kamen, dat deze onherstelbaar zuilen
zijn en mensenkevens in het geding
zijn (infilwranten, informanten en
beschermde getuigen).

</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Documentinformatie

Versiegeschiedenis
Gemarkeerde

Samenvatting van de aanpassing

wijzigingen

0.1 04-04-2016
0.2 19-04-2016

Distributie

Verzend Afdeling / Functie

Versie

datum
0.1 05-04-2016 OM / ovj
0.1 05-04-2016 OM / beleidsmedewerker
0.1 05-04-2016 OM / beleidsmedewerker

Review commentaar

Versie Wanneer Wie Functie

©2016 Politie, all rights reserved.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op geautomatiseerde wijze opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op
enigerlei wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke

toestemming van de Politie.

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.2

Pagina 3 van 16

341
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave

Documentinformatie ......cceesencocrecreeeserecesnesensserenecscenscsecesencnnnnssdsdivddcuiyeusededeasnss+sdeedbdedecheatnasnssseeeecetauceeressuneasds
Voorwoord ..........0.senyssenewensensaeconeaeascaesceunanesuennaaeanenraauaauaneanoarressesenceneaesnnsesranneses cin ned ignem neennend voice nad ademen

1. Uitingsdelicten … … … … versernmnverrverserneesenivervns ensen anness antennen nen menner ee renderer ennensnnennnnensenn
Uitingsdelicten en vrijheid van meningsuiting … … …..nnnnrnnersenneren eener venenensnersnnrvennerennennnnneennnenennenrnennnn
Context-specifiek una ennen onnenensnennseerenenrvenenneeven enen wennen nn
Uitingen op internet … nnen nnenvervensenenvennvereensnserennermevensrenvevn vanen dendvenndnedsedaneinennnevennsnandvennd end vannnnn
Mondeling, bij geschrift of afbeelding … … …..nnnnveene enen sees veren vereen eeen vervennenenserennenrenensvnveenneereneenenenen.

In het openbaar … … nanne vann erveneer svenn annen

2. Opruing-essorserrsvrerenvernsiernseiedeniivarseeeevinsdecnendennd oaaanstnesiavdserinddienserwernseeusvenvendeivejensenennensenn sne
Opruiing en vrijheid van meningsuiting … ee cece eee oneerenennsenservereeeensereennenerenennen ennen ennennnenrnennnnn:
Omstandigheden van het geval … nnen rnnnsenneernerenereneer eer veneerenseeneenensevenrennensenennveneneensvenvenneenens
Samenhang tussen uitingen … … nanne ennen vererenenevenseneenenervenenverseneenemvnrvenneernnenrsenervnnvennneneneennnnenn
Overtuiging & verlangen opwekken … nnn nnnnvennnveenserenennerseereevenenserennerenneersnnnensennenne nennen annen
Verheerlijking & steunbetuiging … … … … nnn oere snnnenneernversverveerennerenesennenennevenevenneeseeennvenvenenvenervenvenseenn

Opruiing en verspreiding … … nn aannenensneeneenennesenrenerrenvenvernenvennsververensenenseennrvenevenrennevensvenvenneennenenen. 10
Beoordelingskader voor opruiende en wervende content in ‘Context-Zaak’ … nn nsnenonenornennen 10
a) de inhoud van de uiting … annae seeree sneren eener seeneereeneeneveneerenenvenenevensenvensenvenserennenvennenenn 10
b) de context waarin de uiting heeft plaatsgevonden … ………..nnnsnrnneesennrneneneneennvenneenevennvennensneenenn 10
c) de plaats of gelegenheid waar de uiting wordt gedaan …unssunseenennennnenenvenvenenrenvenveeveenen TA
d) de doelgroep waarop de uiting kennelijk was gericht … sne ornernneennververenneenenenneeneneneennn 11
e) de kennelijke bedoeling van de uiting … … …… …….….nnvenennnnren ser vnenenneerseerenvensverenerserrnseensennnvene vennen: fi
Mogelijke categorieën van opruiende content in context van jINAdGANG......... ccc TA

3. Werven voor de gewapende strijd anneer versnenennersensennerrsonnensersneeennensneennennnvennvennvenenn 12
Bespelen, beïnvloeden, ideologisch rijp maken … ……….nnnnnnenrennsenseneensenrseennensennennensennnennennennnnenenenennn 12
Geen concreet verzoek, maar eenduidig complex van gedragingen … … nuu sennrsnrsnreneenerennennvennnnn 12
Geen eenmalige handeling, maar proc@S … …… eee ee evens ee eeenaenesereesseeseeeseessestteeseneessneseonererenterecrars 12
Werven van reeds ‘geworven’ personen … … nn onorenveneersnnerennnnersenersennnnnrvennnsennennennennennenennnensensenens 13
Werving voor rechtstreekse inzet voor de gewapende strijd … … … nnn norssenrseenenennenennnennnenenn oenen: 13

4. Communicatie Met ISP'S.asununsenseverrsseersstvonswenersendwani dev wendesvaideadanknordsens is eoneneneneknndeteddepen enenkinseenens einen 14
Standaard tekst voor NTA-melding … nennen oneneneeereeneensersenvenenenenene sereen genes 14
Voorbeeldzinnen ter onderbouwing van NT A-melding nnn nansrsnerenenvenneensenenseenerenneenneneensennennneen 15

Richtlijnen voor NTA Pagina 4 van 16

Versie 0.2

342
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Voorwoord.

Dit document geeft richtlijnen voor de beoordeling en melding van online content in het kader van Notice
and Take Action (NTA). NTA houdt in dat internetbedrijven door de politie worden geattendeerd op
bepaalde content en verzocht deze te toetsen aan de eigen gebruikersvoorwaarden, met het oog op
verwijdering van de content. Verwijdering van content is hier niet afdwingbaar. Internetbedrijven maken een
eigen afweging.

NTA door de NL IRU
De NTA-taak wordt uitgevoerd door internetmonitorspecialisten van de Nederlandse Internet Referral Unit

(NL IRU) die voor dit doel door de LE is opgericht op 1 maart 2016. De NL IRU identificeert (mogelijk)
strafbare content op het openbare internet en beoordeelt deze op geschiktheid voor NTA.

NTA als vorm van strafrechtshandhaving

Uitgangspunt is dat NTA door de politie alleen legitiem kan worden toegepast op online content, als de
politie van mening is dat plaatsing van deze content een bepaald strafbaar feit heeft opgeleverd. NTA wordt
hier opgevat als vorm van strafrechtshandhaving, onder gezag van het OM. Het gaat daarbij niet om
opsporing of vervolging, maar om voorkoming en/of beëindiging van strafbare feiten.

NTA in relatie tot NTD

NTA is niets meer dan een vrijblijvende melding van mogelijk strafbare content aan faciliterende
internetserviceproviders. Als NTA niet leidt tot verwijdering van de content, dan kan de officier van justitie,
met machtiging van de rechter-commissaris, mogelijk een bevel tot ontoegankelijkmaking van de content
afgeven aan de betreffende internetserviceprovider (art. 54a Sr & het voorgestelde art. 125p Sv wet
computercriminaliteit III). In dat geval is sprake van afdwingbare Notice and take Down (NTD). Deze
bevoegdheid is beperkt tot strafbare feiten waarop ten minste 4 jaar gevangenisstraf is gesteld (art. 67 Sv
feiten). Daarmee wordt, mede in het licht van de vrijheid van meningsuiting, voorkomen dat NTD wordt

bevolen in bagatelzaken.

Een groot aantal internetserviceproviders heeft op basis van vrijwilligheid een gedragscode voor Notice and
Take Down (NTD) opgesteld en ondertekend. Deze gedragscode bevat een procedure voor het omgaan
met meldingen van onrechtmatige en strafbare informatie op het internet. Indien er naar het oordeel van de
internetserviceprovider sprake is van onmiskenbaar onrechtmatige of strafbare content, zorgt de deze
ervoor dat de betreffende content wordt verwijderd.

Toetskader voor NTA

In aansluiting op de NTD-regeling wordt NTA beperkt tot de (uitings)delicten waarop ten minste 4 jaar
gevangenisstraf is gesteld. Het gaat dan om opruiing en werven voor de gewapende strijd. Zo worden
moeilijke afwegingen omtrent discriminatie en belediging vermeden en wordt tevens ‘voorgesorteerd’ op
een mogelijk NTD-traject.

Als de politie van mening is dat bepaalde content een strafbaar feit oplevert, wordt de content vervolgens
nog beoordeeld in het licht van de gebruikersvoorwaarden van het faciliterende internetbedrijf. Een NTA-
melding heeft immers weinig zin als geen gebruikersvoorwaarden worden geschonden. De
gebruikersvoorwaarden zijn online raadpleegbaar, op de site van het betreffende forum.

Dit document geeft allereerst een korte, algemene toelichting op uitingsdelicten (1.). Dan volgt een
toelichting op de delicten opruiing (2.) en werven voor de gewapende strijd (3.). Hiermee schetst dit
document de kaders waarbinnen de politie de legitimiteit van een NTA-melding kan beoordelen. Als laatste
(4.) worden standaardteksten geven voor communicatie met Internetserviceproividers (ISP's) omtrent NTA.

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.2

Pagina 5 van 16

343
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>1.Uitingsdelicten

Uitingsdelicten kunnen worden omschreven als delicten die uitingen vanwege hun inhoud strafbaar stellen.
Bij vervolging wordt steeds een inbreuk gemaakt op de vrijheid van meningsuiting.'

Uitingsdelicten en vrijheid van meningsuiting

Het vervolgen van uitingen op grond van hun inhoud kan botsen met het recht op vrijheid van meningsuiting,
zoals onder meer neergelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM).
Het 1° deel van dit artikel luidt:

Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en
de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig
openbaar gezag en ongeacht grenzen. Volgens het laatste deel van dit artikel is een beperking van dit
grondrecht alleen toegestaan indien deze:

(a.) bij wet is voorzien,

(b.) een geoorloofd doel dient (zoals de nationale veiligheid, of het voorkomen van wanordelijkheden,
of strafbare feiten) en

(c.) noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Uitingsdelicten zijn vanzelfsprekend bij wet voorzien. Ze staan immers in het wetboek van strafrecht. Of
een beperking ook noodzakelijk is in een democratische samenleving, in het belang van eén van genoemde
doelen hangt volgens vaste rechtspraak af van de vraag of de beperking proportioneel is ten opzichte van
het te bereiken doel. Daarbij geldt dat uitlatingen die kwetsen, choqueren of verontrusten (‘shock, offend or
disturb’) niet zonder meer onder het bereik van de strafwet vallen.2 Voor de beperking moet een dwingende
maatschappelijke noodzaak (‘pressing social need’) bestaan.® De toepassing van dit abstracte
beoordelingskader wordt hieronder voor zover mogelijk per artikel nader toegelicht.

Context-specifiek
In december 2015 speelde de ‘Context-zaak’ voor de rechtbank te Den Haag. In deze zaak stonden tien

verdachten terecht voor o.m. ronselen en opruiing (grotendeels via internet). In deze zaak benadrukte de
rechter dat de vraag in hoeverre de overheid gerechtigd is een inbreuk te maken op de vrijheid van
meningsuiting (artikel 10 EVRM) niet in algemene zin valt te beantwoorden. Naast de letterlijke betekenis
van de uiting of boodschap, zuilen de omstandigheden van het geval steeds uitsluitsel moeten geven.* De
rechter gaf aan dat uitspraken van het EHRM op dit gebied sterk ‘casuistisch’ van aard waren. De rechter
benadrukte dat artikel 10 EVRM ‘een grote ruimte biedt tot het vrijelijk uitdragen van meningen, ook als die
meningen choqueren, kwetsen of verontrusten. Dat vereisen het pluralisme, de tolerantie en
ruimdenkendheid, die een democratische samenleving kenmerken. De grens ligt evenwel bij uitingen die
aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. Bij de beoordeling of die grens is overschreden spelen vele
factoren een rol. Het is de wisselwerking tussen de diverse factoren, veeleer dan één enkele factor, die
“context-specifiek” de uitkomst van die beoordeling bepaalt.”

1 Janssens en Nieuwenhuis, Uitingsdelicten, 2011

2 o.a. EHRM 7 december 1976; Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

$ o.a. EHRM 25 november 1996; EHRM 31 januari 2006; Rechtbank Den Haag, 10 december 2015,
ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

4 Gerechtshof Den Haag 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082 (LTTE)

5 EHRM 15 oktober 2015, nr. 27510/08 (Peringek t. Zwitserland), in Rechtbank Den Haag, 10 december 2015,
ECLI:NL:RBDHA:2015:14365

Richtlijnen voor NTA Pagina 6 van 16

Versie 0.2
344
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Uitingen op internet

Uitingen op internet vallen in principe binnen het bereik van uitingsdelicten. Zo zijn uitingen op websites,
msn en twitter opgevat als schriftelijke bedreiging? en zo zijn op sociale media geplaatste filmpjes, teksten
en discussies erkend als uitingen die konden worden opgevat als opruiing. 7

Mondeling, bij geschrift of afbeelding

Uit de wet(sgeschiedenis) blijkt dat uitingen mondefing, bij geschrift, of afbeelding kunnen worden gedaan.
Mondelinge en schriftelijke uitingen moeten verstaanbaar zijn geweest. In welke taal het geschrevene of
gezegde tot uitdrukking is gebracht is niet van belang. Ook of het publiek het gesprokene heeft begrepen
doet er niet toe. Onder schriftelijke uitingen valt alles wat gelezen kan worden, zoals gedrukte en
geschreven stukken en op muren gekalkte teksten, maar ook geluidsdragers en uitingen op internet. Onder
afbeelding valt alles waarin een bedoeling in beeldende vorm is neergelegd. Het is voldoende dat de
gedachte in de afbeelding kan worden gelezen.®

In het openbaar

Uit de wet blijkt dat uitingen in het openbaar moeten zijn gedaan om als uitingsdelict te kunnen worden
aangemerkt (op dit punt wijkt werven voor de gewapende strijd af van de klassieke opvatting van
uitingsdelicten). Het internet kan worden beschouwd als een openbare plaats als het publiek toegang heeft
tot de internetpagina waarop de uitingen staan.® Uitingen zijn niet in het openbaar gedaan indien
aannemelijk is dat verdachte, door de keuze de uitlatingen tijdens e-mailcontacten, chatsessies of contacten
via msn-messenger te doen, in de veronderstelling verkeerde (en de bedoeling had) dat zijn uitlatingen
slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. 1

8 Hoge Raad 15 december 2009; Hof Amsterdam 17 december 2010; Rechtbank Leeuwarden 17 februari 2009,

Rechtbank Den Haag 9 juni 2011
7 Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2013a; Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2013b; Rechtbank Den Haag 1

december 2014a; Rechtbank Den Haag 1 december 2014b

8 Cleiren & Verpalen, 2010
9 Hof Amsterdam, 23 november 2009; Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007; Rechtbank Middelburg 14 februari

2005
10 Hof te 's-Gravenhage, 23 januari 2008

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.2

Pagina 7 van 16

345
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>2.Opruiing

Artikel 131 Sr. (opruien)

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot
gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoagste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Indien het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf
ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de
gevangenisstraf gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

Artikel 132 Sr. (verspreiden)

1. Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden
tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om
verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien
hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige
opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van
de vierde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot
vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.

3. Indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch
misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch
misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit,
met een derde verhoogd.

Strafbare opruiing is het aanzetten tot enig strafbaar feit of gewelddadig optreden tegen het openbaar
gezag. Tussen de opruiing en het strafbare feit waartoe wordt opgeruid dient een rechtstreeks verband te
bestaan, De opruiing kan op directe of indirecte wijze plaatsvinden! Er geldt een verhoogde strafdreiging

als wordt opgeruid tot een terroristisch misdrijf. 12

Opruiing en vrijheid van meningsuiting

De rechtbank te Den Haag bepaalde in december 2014 dat artikel 10 EVRM, waarin het recht op vrijheid
van meningsuiting is neergelegd, ‘geen schuilplaats biedt’ aan hen die opruien tot terroristische misdrijven,
dan wel geschriften die daartoe opruien verspreiden. 13

‘t Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
12 De Wet op de Terroristische Misdrijven heeft als doel een aantal gedragingen in het bijzonder strafbaar te stellen bij
aanwezigheid van een terroristisch oogmerk. Er geldt dan een verhoogde strafdreiging en er kunnen ruimere
opsporingsbevoegdheden worden ingezet. De definitie van terroristisch oogmerk staat omschreven in artikel 83a Sr.
Bedoeld wordt het oogmerk om:
- de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel
- een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden,
dan wel
- de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een
internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen
Artikel 83 Sr. somt op welke delicten gelden als terroristische misdrijven bij aanwezigheid van dit oogmerk. Het gaat
om onder meer (samenspanning tot) moord, doodslag en/of zware mishandeling, vernieling van publieke werken, het
veroorzaken van brand en/of ontploffing en deelname aan een terroristische organisatie.

13 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a
De rechtbank verwees hier naar artikel 17 EVRM (verbod van misbruik van het recht): ‘Geen der bepalingen van dit

Verdrag mag worden uitgelegd als zou zij voor een staat, een groep of een persoon een recht inhouden enige
activiteit aan de dag te leggen of enige daad te verrichten met als doel de rechten of vrijheden die in die Verdrag zijn
vermeld teniet te doen of deze verdergaand te beperken dan bij dit Verdrag voorzien’

Richtlijnen voor NTA Pagina 8 van 16

Versie 0.2
346
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>In januari 2013 overwoog de rechtbank Noord Holland in de zaak tegen activiste ‘Joke Kaviaar’ dat zij niet
alleen had getracht om ‘op kritische en prikkelende wijze het maatschappelijk debat of de politieke discussie
[over asielbeleid, red.] aan te zwengelen’, maar in dat kader ook had opgeroepen tot het plegen van
strafbare feiten om de door haar gewenste doelen te bereiken. Dat maakte een inbreuk op haar vrijheid van
meningsuiting noodzakelijk. 4

Omstandigheden van het geval

Of sprake is van opruiing hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen in aanmerking
worden genomen eerdere ervaringen en gewelddadige gebeurtenissen die grote maatschappelijke en
politieke onrust hebben veroorzaakt en geleid tot angst bij gezagsdragers. ©

Samenhang tussen uitingen

De combinatie van een aantal handelingen kan leiden tot opruiing. Zo oordeelde de rechtbank te Rotterdam
in oktober 2013 in de ‘Dior’-zaak dat een Syriëganger had opgeruid tot een terroristisch misdrijf, door het
op openbare websites plaatsen van films over gewelddadige aanslagen en een tekst met als titel ‘Jihad is
fard al-ayr’ [Jihad is een individuele plicht] en het starten van een discussie over gewapende jihad. 16

En zo oordeelde de rechtbank te Den Haag in december 2014 over verschillende films, foto’s en
documenten dat zij, mits openbaar gemaakt of verspreid, in samenhang leiden tot opruiing tot een
terroristisch misdrijf. Het betrof hier:
a. Artikelen over de verplichting van jinad voor moslims. Namelijk:
o Een artikel met de titel ‘Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht
o Een artikel met de titel ‘Raad der Verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië
individueel verplicht’
b. Afbeeldingen waarop verdachte staat afgebeeld met een Kalasjnikov in zijn handen en andere
afbeeldingen die gelieerd kunnen worden aan de jihadstrijd en/of terroristische groeperingen;
c. Een poster of vlag die met name door terroristische organisaties wordt gebruikt
. dJihadistische YouTube-films en jinadistische documentaires
e. Afbeeldingen van vlaggen van het Islamitisch Kalifaat (IS) en/of al-Qaida, althans vlaggen die
gelieerd kunnen worden aan de jihadstrijd en/of terroristische organisaties. 17

Overtuiging & verlangen opwekken

In december 2014 overwoog de rechtbank te Den Haag dat opruiing ‘niet het dwingen is van iemand tot
een feit, maar veeleer het opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat
dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen. Zij is een
zodanige voorstelling van de wenselijkheid of noodzakelijkheid als geschikt is om de overtuiging daarvan
bij anderen op te wekken’. De rechtbank gaf daarbij aan dat opruiing de vorm van een verzoek of een
aansporing kan aannemen, maar ook in een imperatieve vorm kan worden gegoten. Opruiing kon volgens
de rechter ook liggen in het uiting geven aan hoge morele waardering voor een handeling. 18

Verheerlijking & steunbetuiging

De rechtbank te Den Haag benadrukte in december 2012 in de Context-zaak dat het verheerlijken van de
gewapende strijd of het betuigen van steun aan een terroristische organisatie op zich zelf niet valt onder de
reikwijdte van artikel 131 en 132 Sr. Bijkomende omstandigheden kunnen dat anders maken. Een aantal
van de toen ten laste gelegde uitingen betroffen het enkele gebruik of bezit van de zegelvlag of tawheedvlag

14 Rechtbank Noord Holland, 22 januari 2013
15 Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

16 Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2013a
17 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a
18 Rechtbank Den Haag, 1 december 2014a

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.2

Pagina 9 van 16

347
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>of een afbeelding daarvan, zonder bijkomende omstandigheden. In die gevallen kwam de rechtbank tot
vrijspraak. 19

Opruiing en verspreiding

Verspreiding van opruiende geschriften of afbeeldingen en opruiing liggen veelal in elkaars verlengde. Daar
waar de rechtbank in de Context-zaak opruiing bewezen achtte, kwam zij in de meeste gevallen tevens tot
bewezenverklaring van verspreiding. 2%

Beoordelingskader voor opruiende en wervende content in ‘Context-zaak’

In de ‘Context-zaak’, die op 10 december 2015 speelde voor de rechtbank te Den Haag, diende de rechter
te beoordelen of tien verdachten zich hadden schuldig gemaakt aan o.m. ronselen en opruiing (grotendeels
via internet). De rechter gaf in die zaak een ‘beoordelingskader’ aan de hand waarvan de ten laste gelegde,
op internet geopenbaarde uitingen werden beoordeeld. Daarin werden navolgende omstandigheden en
factoren in aanmerking genomen:

a) de inhoud van de uiting
De rechtbank beoordeelde uitingen in de eerste plaats op hun letterlijke inhoud. Daarbij werd opgemerkt
dat het verheerlijken of vergoelijken van (terroristische) misdrijven of terroristische organisaties in
Nederland op zichzelf niet strafbaar is. Ook het voeren van propaganda, in de zin van het geven van
eenzijdige informatie om aanhangers te winnen voor een bepaalde zaak, valt in beginsel niet onder de
reikwijdte van artikel 131 en 132 Sr.

b) de context waarin de uiting heeft plaatsgevonden
Aan uitingen van specifiek godsdienstige aard, zoals het verkondigen van het geloof of uitingen gedaan
tijdens een religieuze bijeenkomst komt onder artikel 9 EVRM [Vrijheid van gedachte, geweten en
godsdienst] een grote mate van bescherming toe.?! Uitingen in een andere context, bijvoorbeeld tijdens
openbare demonstraties, worden — ook indien zij religieus zijn geïnspireerd — in beginsel beoordeeld onder
artikel 10 EVRM.22

Uitingen die worden gedaan in het kader van het maatschappelijk debat kunnen rekenen op een grotere
mate van bescherming onder artikel 10 EVRM.23 Staten hebben betrekkelijk weinig ruimte om strafrechtelijk
op te treden tegen degenen die zich mengen in het politieke of maatschappelijk debat, zeker als het gaat
om kritiek op de overheid of maatschappelijke misstanden. Het zal dan moeten gaan om uitingen die in een
democratie van publiek belang zijn. Wanneer deelnemers aan het maatschappelijke debat stijlmiddelen
gebruiken als overdrijving, provocatie, satire en het uitlokken van reacties om aldus aandacht te vragen of
te trekken voor hun visie op een maatschappelijk discussiepunt komt hen daarin een ruime mate van vrijheid
toe.

Media spelen in een democratie een essentiële rol.2 Aan de inhoud van journalistieke uitingen, zoals
feitelijke berichtgeving, interviews of nieuwsanalyses komt daarom onder artikel 10 EVRM een ruime mate
van bescherming toe. Bij de beoordeling of deze uitingen de grens van de vrijheid van meningsuiting
hebben overschreden, spelen de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid een grote
rol. 25

19 Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
20 Rechtbank Den Haag, 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
21 Zie bijv. EHRM 14 december 1999, nr. 38178/97 (Serif t. Griekenland)

22 Zie bijv. EHRM 20 september 1994, nr. 13470/87 (Otto Preminger Institut t. Oostenrijk)
23 Zie bijv. EHRM 8 juli 1999 nr. 26682/95 (Sürek t. Turkije I)

24 Zie bijv. EHRM 8 juli 1996, nr. 9815/82 (Lingens t. Oostenrijk)

25 Zie bijv. EHRM 20 mei 1999, nr. 21980/93 (Bladet Tromsg t. Noorwegen)

Richtlijnen voor NTA Pagina 10 van 16
Versie 0.2

348
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>c) de plaats of gelegenheid waar de uiting wordt gedaan

De rechtbank herkent de vluchtigheid van het berichtenverkeer op sociale media als Twitter en Facebook.
Dit is echter geen vrijbrief om berichten met een opruiende inhoud op het internet te slingeren. Er is meestal
sprake van korte berichten, vaak voorzien van een plaatje of een hyperlink. De berichten worden snel
geconsumeerd, meestal na oppervlakkige lezing. Voor nuance of analyse is geen tijd of ruimte. Dit
relativeert enerzijds de diepte van de indruk die het bericht achterlaat, anderzijds legt het ook een grote
verantwoordelijkheid bij de verzender. Immers, de boodschap die het bericht bij eerste, oppervlakkige
kennisname lijkt te verkondigen, is de boodschap die beklijft. Zeker wanneer in een kort tijdsbestek
veelvuldig berichten met een bepaalde strekking worden verstuurd, heeft dit een versterkend effect op de
boodschap die wordt uitgedragen.

In een aantal gevallen is de ten laste gelegde uiting een refweet van een bericht van een ander, al dan niet
voorzien van commentaar van verdachte. De rechtbank onderschrijft dat op Twitter het uitgangspunt geldt:
retweet is not endorsement. Dat brengt mee dat het retweeten van een bericht dat op zich als opruiend
wordt beoordeeld in beginsel niet strafbaar is ingevolge artikel 131 Sr. Wel valt deze gedraging onder de
reikwijdte van artikel 132 Sr. Dat is anders indien uit het commentaar van verdachte bij de retweet blijkt dat
hij de inhoud onderschrijft, of wanneer het geretweete bericht past binnen een reeks van berichten van
verdachte van dezelfde aard en/of strekking, binnen een bepaalde periode. Hetzelfde geldt ook voor het
delen van een hyperlink.

d) de doelgroep waarop de uiting kennelijk was gericht
De rechtbank stelde telkens per gebruikt medium vast op welk publiek de uiting kennelijk was gericht.

e) de kennelijke bedoeling van de uiting
Niet nader toegelicht

Mogelijke categorieën van opruiende content in context van jihadgang

In de Context-zaak oordeelde de rechter dat een groot aantal berichten direct of indirect opruiend waren tot
het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië. De rechtbank onderscheidde in de berichten die zij
als opruiend beoordeelde de volgende categorieën:

Pagina 11 van 16

Berichten waarin direct wordt opgeroepen af te reizen naar Syrië en/of deel te nemen aan de
gewapende jihadstrijd.

Berichten waarin martelaren of de martelaarsdood!wordt verheerlijkt. In deze berichten krijgt niet
alleen de jihadstrijd een hoge morele waardering, maar wordt ook gesuggereerd dat het
deelnemen aan die strijd een nastrevenswaardig doel is en dat het sterven in die strijd het hoogst
haalbare is; en dus navolging verdient. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel van de
rechtbank een aansporing om deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

Berichten over (Nederlandse) mujahidun (jihadstrijders). In deze berichten krijgt niet alleen de
jihadstrijd een hoge morele waardering, maar wordt die waardering tevens uitgesproken voor
deelnemers aan die strijd. Deze berichten wekken de suggestie dat deze deelnemers navolging
verdienen. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel van de rechtbank een aansporing
om deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

Berichten over of met afbeeldingen van kinderen met wapens. Met deze berichten wordt
geappelleerd aan de mannelijkheid van jongeren die reeds deelnemen aan de gewapende
jihadstrijd. Deze berichten wekken de suggestie dat deze jongeren navolging verdienen. In die zin
bevatten deze berichten naar het oordeel van de rechtbank een aansporing om deel te nemen
aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

Berichten met afbeeldingen van hartverscheurende taferelen. Deze berichten suggereren dat de
kijker iets aan deze situatie moet gaan doen. In die zin bevatten deze berichten naar het oordeel
van de rechtbank een aansporing om deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

Berichten met afbeeldingen van de zegelvlag, in combinatie met wapens of strijdtaferelen. Deze
berichten verheerlijken niet alleen de gewapende strijd, maar bevatten door de directe link met de
actuele strijd in Syrië naar het oordeel van de rechtbank tevens een aansporing om deel te
nemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.

Richtlijnen voor NTA
Versie 0.2
349
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>