<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Tweede Kamer der Staten-Generaal
                                                                                                                      2
Vergaderjaar 2009–2010
29 628                                           Politie
Nr. 206                                          LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
                                                 Vastgesteld 29 april 2010
                                                 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1,
                                                 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister vanBinnenlandse
                                                 Zaken en Koninkrijksrelatiesover de toeslagen en declaraties van de
                                                 politietop. Een deel van de vragen was reeds eerder beantwoord bij brief
                                                 van 15 december 2009 (kamerstuk 29 628, nr. 175). Bij brief van 27 april
                                                 2010 heeft de minister een aantal nog openstaande vragen beantwoord.
                                                 Deze vragen en antwoorden zijn hieronder afgedrukt.
                                                 De minister heeft in zijn brief van 27 april 2010 (kamerstuk 29 628, nr. 205)
                                                 aangegeven, welke vragen op een nader te bepalen tijdstip zullen worden
                                                 beantwoord.
                                                 De voorzitter van de commissie,
1
                                                 Leerdam
  Samenstelling:
Leden: Beek, W.I.I. van (VVD), Halsema, F.
(GL), Staaij, C.G. van der (SGP), Pater-van der  De griffie van de commissie,
Meer, M.L. de (CDA), Bochove, B.J. Van (CDA),    Van Leiden
Gerkens, A.M.V. (SP), Sterk, W.R.C. (CDA),
Leerdam, J.A.W.J. (PvdA), Voorzitter, Krom, P.
de (VVD), Ondervoorzitter, Griffith, L.J. (VVD),
Boelhouwer, A.J.W. (PvdA), Algra, R.H. (CDA),
Irrgang, E. (SP), Kalma, P. (PvdA), Schinkels-
hoek, J. (CDA), Burg, B.I. van der (VVD),
Brinkman, H. (PVV), Pechtold, A. (D66), Raak,
A.A.G.M. van (SP), Thieme, M.L. (PvdD),
Leijten, R.M. (SP), Heijnen, P.M.M. (PvdA),
Bilder, E.J. (CDA), Anker, E.W. (CU) en
Vacature, (PvdA).
Plv. leden: Teeven, F. (VVD), Azough, N. (GL),
Vlies, B.J. van der (SGP), Joldersma, F. (CDA),
Smilde, M.C.A. (CDA), Polderman, H.J. (SP),
Spies, J.W.E. (CDA), Wolbert, A.G. (PvdA),
Aptroot, Ch.B. (VVD), Zijlstra, H. (VVD),
Vermeij, R. (PvdA), Knops, R.W. (CDA),
Gerven, H.P.J. Van (SP), Heerts, A.J.M. (PvdA),
Çörüz, C. (CDA), Remkes, J.W. (VVD), Roon, R.
de (PVV), Ham, B. van der (D66), Bommel, H.
van (SP), Ouwehand, E. (PvdD), Wit, J.M.A.M.
de (SP), Kraneveldt-van der Veen, M. (PvdA),
Haersma Buma, S. van (CDA), Cramer, E.A.
(CU) en Timmer, A.J. (PvdA).
kst-29628-206
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2010                               Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                        1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Hoeveel politiemensen hebben de afgelopen jaren disciplinaire maatre-
gelen /ontslag gekregen voor het onterecht declareren? Voor welk bedrag
is er in de afgelopen jaren teruggevorderd?
Antwoord 29:
In de afgelopen jaren (2006 t/m 2009) is bij alle politiekorpsen tezamen
aan 54 medewerkers een disciplinaire maatregel opgelegd. Hierbij is van
15 medewerkers een bedrag teruggevorderd. Het teruggevorderde bedrag
per gesanctioneerde medewerker verschilt; het totaal teruggevorderde
bedrag bedraagt circa € 15.000.
In de periode 2006 t/m 2009 is aan één medewerker strafontslag opgelegd
wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder – en niet alleen vanwege –
onterecht declareren.
Vraag 33
Is het waar dat verschillende politiekorpsen de inkomstenbelasting over
toelagen vergoed hebben? Hoe verhoudt dat zich tot de beloningsregels?
Antwoord 33:
Aan de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland en de
korpschef van regiopolitie Fryslân is een fiscale woonvergoeding
toegekend. Bij de regiopolitie Brabant Zuid-Oost krijgt een medewerker
van de korpsleiding vanaf 1 september 2009 een tijdelijke woonver-
goeding totdat verhuizing naar de regio heeft plaatsgevonden. De
rechtmatigheid van deze vergoedingen in relatie tot de politierechtspositie
wordt onderzocht door de Rijksauditdienst.
Vraag 35
In hoeverre passen de verschillende woonvergoedingen binnen de
toenmalige en huidige regelgeving? Welke mogelijkheden ziet u om het
beleid rond woonvergoedingen nader uit te werken, om discussies over
rechtmatigheid in de toekomst te voorkomen?
Antwoord 35:
Het rechtmatigheidsonderzoek dat door de Rijksauditdienst wordt
uitgevoerd moet uitwijzen in hoeverre deze vergoedingen passen binnen
de regelgeving. In het nieuwe arbeidsvoorwaardenpakket dat ik voor de
politietop tot stand zal brengen, is het toekennen van woonvergoedingen
mogelijk, mits dit in overeenstemming is met het Besluit reis-, verblijf- en
verhuiskosten politie.
Ter uitvoering van de motie Çörüz zal ik overgaan tot het instellen van een
woonplaatsvereiste voor korpschefs behoudens ontheffing te verlenen
door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Daarnaast onderzoek ik nog of een aparte huisvestingskostenregeling
ontwikkeld moet worden, vergelijkbaar met de regeling huisvestings-
kosten voor burgemeesters.
Vraag 68
Kunt u aangeven waarom de gemeente Amsterdam de belasting betaalt
over de regeling aangaande de woontoelage (helft van woning korpschef
is eigendom gemeente), gezien het feit dat de belasting dit terecht als
«loon in natura» beschouwt, terwijl het Beleidskader Arbeidsvoorwaarden
Politietop aangeeft dat er geen situaties aan de orde zijn bij de sector
Politie die op enig moment de conclusie rechtvaardigen dat de betrokkene
zou moeten worden gecompenseerd voor de belastingheffing die hem
treft?
Kunt u aangeven waarom de gemeente Amsterdam, in haar brief van
2 december 2009 aangeeft dat sinds de belastingdienst deze regeling als
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>de destijds met de korpschef gesloten overeenkomst», dit terwijl destijds
niet bekend was dat de belastingdienst deze regeling als «loon in natura»
zou aanmerken. Is het niet de verantwoordelijkheid van iedere werknemer,
dus ook van een korpschef is, haar inkomsten eerlijk op te geven aan de
belastingdienst en vervolgens niet haar werkgever met de gevolgen op te
zadelen?
Indien u van mening bent dat de feitelijke situatie niet strookt met de
regelgeving, bent u dan bereid de korpsbeheerder een aanwijzing te
geven, ten einde het onterecht geheven bedrag bij de korpschef van
Amsterdam-Amstelland terug te vorderen? Zo nee, waarom niet? Kunnen
in het algemeen bestuurders en ambtenaren privé-aanslagen van
inkomstenbelasting afwentelen op de belastingbetaler? Zo ja, waarom?
Antwoord 68:
Zie tevens antwoord op vraag 33
De korpschef van Amsterdam-Amstelland ontvangt sinds zijn aanstelling
in 2003 een fiscale woonvergoeding. De heer Welten is benaderd om
korpschef te worden van de regio Amsterdam-Amstelland. Bij zijn
aanstelling is overeengekomen dat de heer Welten geen negatieve
financiële gevolgen mocht ondervinden ten aanzien van zijn vermogens-
en inkomenspositie en dat eventuele negatieve financiële gevolgen door
zijn aanstelling als korpschef voor rekening komen van het korps. In de
aanstellingsovereenkomst van de heer Welten is bepaald dat het korps
mede-eigenaar zou worden van de nieuwe woning van de korpschef. Ten
aanzien van de huisvestingskosten is ondermeer afgesproken dat de
zogenaamde excedentkosten die voortkomen uit de nieuwe woning voor
rekening van het korps komen. Tot deze kosten worden op grond van de
aanstellingsovereenkomst ook begrepen de inkomstenbelasting/
loonheffing die verband houdt met de mede-eigendom van de woning.
Uiteraard dient iedere medewerker conform de vigerende wet- en
regelgeving inkomsten aan de Belastingdienst op te geven. Belasting-
heffing geschiedt van overheidswege en geldt voor iedereen. In het
Beleidskader Arbeidsvoorwaarden Politietop is vanaf 2007 opgenomen
dat de werkgever geen heffingen compenseert. Dit uitgangspunt zal
tevens een belangrijk onderdeel zijn van het nieuwe arbeidsvoorwaarden-
beleid voor de politietop.
Indien uit het onderzoek van de Rijksauditdienst blijkt dat er betalingen
zijn verricht die niet rechtmatig zijn, ga ik ervan uit dat deze door het
bevoegd gezag zullen worden teruggevorderd. Uiteraard zal bij de
beoordeling van die conformiteit wel het tijdstip waarop de arbeidsvoor-
waardelijke afspraken zijn gemaakt een rol spelen.
Vraag 69 en 70
Kunt u aangeven waarom de gemeente Leeuwarden de huur betaalt voor
het appartement van de korpschef, terwijl de regel is dat korpschefs in de
gemeente van dienststelling wonen? Kunt u aangeven of deze betaling,
net als onder vraag 68 in strijd is met voornoemde regeling en welke
uitwerking zou dit volgens u moeten hebben voor de korpschef van
Friesland?
Kunt u aangeven of de gemeente Leeuwarden nog steeds deze
huurgelden betaalt, gezien het feit dat de korpschef van Leeuwarden een
huis in de buurt van Leeuwarden heeft gekocht?
Antwoord vraag 69 en 70:
Er is op dit moment geen woonplaatsvereiste voor korpschefs.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>richting Leeuwarden niet voor de hand. Het korps Fryslân (en niet de
gemeente Leeuwarden) heeft toen besloten de huur van een appartement
voor de korpschef te betalen. De huurbetalingen zijn per 1 januari 2010
beëindigd.
Vraag 71
Kunt u aangeven of de voormalige korpschef van Limburg-Zuid inderdaad
een jaar lang op kosten van de gemeente in Maastricht heeft gewoond?
Zo ja, kunt u aangeven hoeveel de gemeente Maastricht hiervoor heeft
betaald? Op grond van welke regeling is deze schikking bepaald en hoe is
deze regeling met de belastingdienst afgewikkeld?
Antwoord 71:
De voormalig korpschef van Limburg-Zuid is een jaar langer dan
aanvankelijk was beoogd aan het roer gebleven om een aantal belangrijke
zaken af te ronden, zoals de herstructurering van de politieregio, het
vormgeven van de aanpak van internationale drugscriminaliteit, en de
doorontwikkeling van de Veiligheidsregio. Wegens zijn bereidheid om één
jaar langer aan te blijven heeft het korps (en niet de gemeente Maastricht)
met hem de aanvullende arbeidsvoorwaardelijke afspraak gemaakt om
gedurende deze periode de huurkosten van het appartement ten bedrage
van € 800 per maand te betalen. De fiscalisering van deze vorm van loon
in natura dient nog plaats te vinden. Dergelijke arbeidsvoorwaardelijke
afspraken worden onderzocht door de Rijksauditdienst.
Vraag 72
Klopt het dat de korpschef van Zaanstreek-Waterland de portefeuille
integriteit onder zich heeft binnen de Raad van Hoofdcommissarissen?
Hoe komt het dat deze korpschef naast een representatietoelage van ruim
8000 euro, nog eens ruim 4000 euro apart declareert? Deelt u de mening
dat door dergelijk declaratiegedrag de integriteit van de korpschefs onder
spanning komt te staan? Heeft de korpschef van Zaanstreek-Waterland
zichzelf hierop aangesproken?
Antwoord 72:
De korpschef van Zaanstreek-Waterland was van 2001 tot begin 2008
portefeuillehouder Integriteit binnen de Raad van Korpschefs. De
korpschef ontvangt sinds zijn aanstelling in 2000 een representatiekosten-
tegemoetkoming van 5% van het salaris.
Volgens de informatie die ik van de korpsbeheerder heb verkregen
hebben de kosten van de apart ingediende declaraties geen directe relatie
met de representatiekostentegemoetkoming, met uitzondering van één
ingediende declaratie tijdens een dienstreis. De rechtmatigheid van deze
vergoedingen en declaraties in relatie tot de politierechtspositie wordt
onderzocht door de Rijksauditdienst.
Vraag 73
Kunt u aangeven hoe vaak de korpschef van Hollands-Midden op
werkbezoek is geweest naar Suriname, voor hoe lang en hoe vaak hij
hierbij werd vergezeld door zijn partner of anderszins iemand uit de
privésfeer? Kunt u aangeven hoeveel dagen dergelijke bezoeken hebben
geduurd en of deze werkbezoeken werden voorafgegaan, gevolgd of
gemixt met privétijd? Zo ja hoe is dit administratief/financieel afgehandeld
en gescheiden? Voor wie zijn de vliegtickets en de overnachtingkosten
betaald? Deelt u de mening dat een korpschef in het algemeen de indruk
van een mogelijke belangenverstrengeling moet vermijden, indien
dergelijke werkbezoeken van een korpschef aan een land waarmee hij
persoonlijk sterk is verbonden plaats vinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>sproken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 73:
Sinds 2007 is de korpschef van Hollands-Midden, vergezeld door
medewerkers van het korps, 4 keer op werkbezoek geweest in Suriname.
Bij deze reizen is tevens de partner van de korpschef op eigen kosten
meegereisd. De duur van deze bezoeken bedroeg respectievelijk 8, 14, 12
en 13 dagen. Bij de laatstgenoemde 2 reizen van respectievelijk 12 en 13
dagen waren ook 3 dagen privé-tijd inbegrepen; de kosten daarvan
(inclusief kosten partner) zijn ter plaatse direct uit eigen middelen door de
korpschef betaald zonder tussenkomst van het korps.
De reizen zijn gemaakt in het kader van de verbetering van de politiële
samenwerking met Suriname. De ondersteuning ten behoeve van het
Korps Politie Suriname is gericht op de opbouw van een beheersorgani-
satie en een integrale aanpak van verkeersonveiligheid en woningcrimina-
liteit. De landenprogramma’s worden vastgesteld in de Stuurgroep
Internationale Politie Samenwerking, waarin vertegenwoordigers van de
Raad van Korpschefs, het Korpsbeheerdersberaad, het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Justitie, het
Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken
participeren. Zie ook mijn reactie op vraag 34.
De kosten voor vliegtickets en overnachtingen van de korpschef zijn door
het korps betaald, met uitzondering van de overnachtingskosten die
betrekking hadden op de 3 dagen privé-tijd die waren inbegrepen bij de
laatste 2 reizen. Het ticket van één reis is vergoed door de voormalige
Dienst Internationale Politiesamenwerking (DINPOL). De tickets en
verblijfskosten van de partner van de korpschef zijn zonder tussenkomst
van het korps geheel privé door de korpschef betaald.
Bij de verdere totstandkoming van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de
politietop zal ik ook het onderwerp buitenlandse (dienst)reizen van
(plaatsvervangend) korpschefs betrekken, waarbij ik kritisch zal kijken naar
zaken als de doelmatigheid van de te maken reizen, de grootte van het
gezelschap, het combineren van privé-tijd met buitenlandse zakenreizen
en het al dan niet meereizen van de partner. Zo mogelijk kan daarbij
aansluiting worden gezocht bij de aanpak voor de sector Rijk, waarbij een
gedragscode wordt gehanteerd.
Vraag 74
Kunt u precies aangeven hoe vaak de korpschefs de laatste vier jaar op
studiereis zijn geweest, waar naar toe en wie hierbij aanwezig waren?
Kunt u aangeven welke korpschefs hun partner hebben meegenomen en
kunt u aangeven wat hier de meerwaarde van was? Kunt u precies
aangeven wat uiteindelijk het nut is geweest van deze studiereizen? Wat
heeft de politie Nederland er precies aan gehad en was een dergelijke
studiereis met partner de enige manier dit op die wijze verkrijgen? Kunt u
aangeven hoeveel deze reisjes hebben gekost, uitgesplitst in korpschefs
en partners en van welk budget deze bedragen zijn opgenomen? Kunt u
aangeven of de Korpschef van Zaanstreek-Waterland zijn collega’s op
grond van integriteit hierop heeft aangesproken? Indien hij dit niet heeft
gedaan, waarom niet?
Antwoord 74:
In de afgelopen vier jaar heeft de Raad van Korpschefs twee internationale
studiereizen gemaakt naar Zweden (2006) en Turkije (2008). Voor
participerende korpschefs was het bij beide reizen toegestaan de partner
mee te nemen. Aan de reis naar Zweden hebben 25 korpschefs deelge-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>deelnemersbijdrage per korpschef bedroeg € 2.543,57. Iedere meerei-
zende partner betaalde een eigen bijdrage van € 350.
De reis naar Turkije kende eveneens 25 deelnemende korpschefs; van 15
korpschefs is de partner meegereisd. De deelnemersbijdrage van deze reis
bedroeg per korpschef € 5.131,93 en partners betaalden een eigen
bijdrage van € 350.
De deelnemersbijdragen voor korpschefs zijn gefinancierd ten laste van
het betreffende korpsbudget.
De voornaamste bereikte doelen waren: internationale oriëntatie en leren
van ervaringen in het buitenland, het onderhouden van bestaande en
leggen van nieuwe informele contacten, en teambuilding van de Raad van
Korpschefs in relatie tot de toenemende landelijke en concerngerichte
samenwerking. De keuze om partners mee te laten reizen was voor
versterking van de onderlinge band. Naar aanleiding van de evaluatie van
de laatste reis heeft de RKC het beleid voor gezamenlijke internationale
studiereizen gewijzigd. Bij de evaluatie is gekeken naar de oorspronkelijke
doelen en de bezuinigingen binnen de politiesector. Een en ander heeft
ertoe geleid dat bij komende internationale studiereizen een klein
gezelschap (5 à 6 personen) namens de RKC zal afreizen, zonder de
mogelijkheid partners mee te nemen.
Vraag 43 en 75
Hoe beoordeelt u de zogenaamde «bisschoppenregeling» in Amsterdam,
waarin de piketvergoedingen zijn vastgelegd? Is de «bisschoppenre-
geling» toegestaan?
Krijgen o.a. in Amsterdam bepaalde rangen en functies aan het einde van
het jaar, naast een 13e maand, ook een soort functioneringstoelage? Zo ja,
welke functies en rangen komen hiervoor in aanmerking, hoe hoog is die
toelage en welke criteria en concrete regeling ligt ten grondslag aan het
verstrekken van een dergelijke toelage? Zijn er naast Amsterdam ook
andere korpsen die een dergelijke toelage hanteren? Zo ja, welke? Om
hoeveel geld gaat dit in totaal over de afgelopen drie jaar?
Antwoord vraag 43 en 75:
De zogenaamde «bisschoppenregeling» is bedoeld voor leden van de
korpsleiding, (plv) districts- en dienstchefs, de wijkteamchefs, enkele
bureauchefs en de buurtregisseurs. Deze regeling is tot stand gebracht
om zorg te dragen voor goed werkgeverschap, vermindering van de
externe aantrekkingskracht op deskundige medewerkers op sleutelposities
en het versterken van de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt. Op het
moment dat de «bisschoppenregeling» in het leven werd geroepen was er
nog geen Beleidskader Arbeidsvoorwaarden Politietop.
Om transparantie en eenduidigheid in de salariëring van de politietop tot
stand te brengen zal ik, zoals ik kenbaar heb gemaakt, komen tot een
nieuw arbeidsvoorwaardenpakket voor deze doelgroep waardoor
dergelijke regionale voorzieningen zullen verdwijnen.
Conform de zogenaamde «bisschoppenregeling» bij Amsterdam-
Amstelland kunnen districts- en dienstchefs en beoogd programmama-
nagers in aanmerking komen voor een eenmalige bonus indien vooraf
vastgelegde prestaties in een bepaald jaar in voldoende mate zijn
gerealiseerd. De toelage is maximaal 8% van het jaarsalaris en
overschrijdt de normen van de functioneringstoelage conform het Besluit
Bezoldiging Politie niet. De hoogte van het percentage is afhankelijk van
de realisatie van het korpsresultaat, van de realisatie op het jaarplan van
het decentraal onderdeel en van het persoonlijk functioneren van de
betreffende functionaris.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Amstelland. Bij andere korpsen wordt ook de functioneringstoelage
toegekend, maar dan rechtstreeks gebaseerd op het Besluit Bezoldiging
Politie. De hoogte daarvan hangt af per functie en van de geleverde
prestaties.
Vraag 34 en 78
Klopt het beeld in de media dat korpschefs vaak, veel en ver reizen? Zo ja,
wat gaat u daar aan doen?
Kunt u aangeven of ook andere korpsen allerlei buitenlandse projecten
zijn gestart? Zo ja, welke korpsen zijn dit en kunt u ook de vragen gesteld
bij vraag 76 en 77 hiervoor beantwoorden?
Antwoord vraag 34 en 78:
Internationale samenwerking is als gevolg van de toenemende globali-
sering en de verdere uitbreiding van de Europese Unie moeilijk weg te
denken voor de Nederlandse Politie. Met het wegvallen van grenzen heeft
de Nederlandse Politie daarom veel geïnvesteerd op het gebied van
internationale samenwerking. Deze samenwerking richt zich onder meer
op Europese operationele en niet operationele samenwerking, politie-inzet
bij missies in EU-, VN- en OVSE-verband (Organisatie voor Veiligheid en
Samenwerking in Europa), informatie-uitwisseling in het kader van
opsporing en handhaving, de aanpak van grensregionale veiligheids-
vraagstukken, samenwerkingsverbanden met EU-landen en zogeheten
derdenlanden, EU-regelgeving die het politievak raakt, en de ontwikkeling
van politiemedewerkers in het internationale domein. Het overgrote deel
van de korpsen kent één of meer van bovengenoemde vormen van
internationale samenwerking, die zowel een projectmatig als een
structureel karakter kunnen hebben.
De gegevens die voortvloeien uit het AD Wob-verzoek met betrekking tot
buitenlandse dienstreizen (zie mijn brief inclusief bijlagen van 16 maart
jongstleden met kenmerk 2010-0000175352) geven een afdoend beeld van
de reisomvang, -frequentie en -bestemmingen van korpschefs.
Vraag 79
Kunt u aangeven waarom de oud-commissaris van Politie de heer Van
Riessen, vlak voor zijn pensionering is bevorderd tot Hoofdcommissaris
van Politie, dit terwijl het korps Amsterdam-Amstelland reeds een
Hoofdcommissaris van Politie had? Welke regeling ligt hieraan ten
grondslag?
Antwoord 79:
Op voordracht van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties is bij Koninklijk Besluit aan de betrokkene de titulaire
rang van hoofdcommissaris toegekend. De aanleiding hiervoor was dat hij
op uitzonderlijke wijze heeft bijgedragen aan de behartiging van de
belangen van de Nederlandse politie. Uit deze toekenning zijn geen
rechtspositionele dan wel financiële gevolgen voortgevloeid.
Vraag 80
Klopt het dat zowel de Hoofdcommissaris van Politie de heer Van Riessen
als de Hoofdcommissaris van Politie de heer Kuiper, beiden na vertrek
binnen de politieregio Amsterdam-Amstelland, hun dienstauto van het
merk Audi konden meenemen? Zo ja, welke financiële regeling is hiervoor
afgesproken en welke juridische regeling ligt hieraan ten grondslag?
Antwoord 80:
Tot eind 2004 was het op grond van de Autoregeling regionaal politie-
korps Amsterdam-Amstelland mogelijk om in onderling overleg de
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                        7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>bepaling ter zake is echter eind 2004 uit de betreffende regeling geschrapt.
De heer Van Riessen heeft zijn dienstauto (merk BMW) op 1 oktober 2004
privé overgenomen. De verkoopprijs is bepaald op basis van een taxatie
van de BMW-dealer.
De heer Kuiper heeft zijn dienstvoertuig van het merk Audi niet privé
overgenomen.
Vraag 81
Klopt het dat de Hoofdcommissaris van Politie de heer Van Riessen lange
tijd privé heeft doorgereden met een zogenaamde transponder waardoor
hij gratis in een parkeergarage bij het hoofdbureau van politie in
Amsterdam kon parkeren. Klopt het dat de heer Van Riessen toen in de
buurt van het hoofdbureau van politie woonde en dat parkeren aldaar in
de stad 5 euro per uur kost? Zo ja, kunt u aangeven of hiervan aangifte is
gedaan en of de Rijksrecherche deze feiten heeft onderzocht? Zo nee, bent
u bereid de Rijksrecherche dit te laten onderzoeken?
Antwoord 81:
De heer Van Riessen, aldus het korps Amsterdam-Amstelland, beschikte
privé niet over een transponder van het korps om op kosten van de
werkgever te parkeren in een commerciële parkeergarage.
Vraag 82
Klopt het dat de Hoofdcommissaris van Politie, de heer Welten een
zogenaamde «burger»boot heeft aangeschaft voor de waterpolitie,
kennelijk met de bedoeling met deze boot «in burger» te surveilleren? Zo
ja, hoeveel heeft deze boot gekost? Is deze boot hiervoor nog nooit
gebruikt, maar alleen gebruikt voor het rondvaren van bezoek van de
korpschef? Staat deze uitgave in verhouding tot het gewenste doel?
Antwoord 82:
Sinds 1 januari 2005 is de rol van de Dienst Waterpolitie van het KLPD
binnen het werkgebied van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland als
gevolg van nationale regelgeving beperkt. Dit betekent dat een deel van
de werkzaamheden op en rond het water sindsdien zelf door Amsterdam-
Amstelland moet worden uitgevoerd. Deze taak is binnen het korps bij de
Dienst Controle Infrastructuur Verkeer (DCIV) belegd, waarvoor vanuit het
ministerie van BZK sinds 2007 een specifieke bijdrage wordt verstrekt. De
DCIV heeft voor het uitvoeren van deze taak een aantal surveillancevaar-
tuigen tot zijn beschikking, die ingezet kunnen worden voor (on)opval-
lende surveillance. Eén vaartuig kan in voorkomende gevallen tevens
worden ingezet voor representatieve doeleinden. Dit vaartuig is in de
praktijk daadwerkelijk voor zowel surveillancetaken als voor representa-
tieve doeleinden ingezet. Het vaartuig heeft 117 500 euro gekost.
Vraag 83
Klopt het dat de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, geen demonstratie
heeft willen geven aan gehandicapte kinderen in verband met bezuini-
gingen? Klopt het dat ondanks deze weigering de regiopolitie Amsterdam-
Amstelland wel een demonstratie op het PTO terrein heeft gegeven aan
de schoolklas van de zoon van de Hoofdcommissaris van Politie, de heer
Welten, waarvoor ongeveer 30 politiemensen moesten overwerken? Klopt
het dat enkele politiemensen weigerden deze demonstratie te geven,
maar dat hen verstaan werd gegeven dat «het voor je verdere loopbaan
beter is te verschijnen»? Zo ja, wat vind u hiervan? Is het Bureau Interne
Onderzoeken van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland van deze situatie
op de hoogte gebracht en wat heeft zij hiermee gedaan?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De vraag over het weigeren van een demonstratie aan gehandicapte
kinderen is in onvoldoende mate gespecificeerd om daar een concreet
antwoord op te kunnen geven.
De algemene lijn van het korps is echter dat, rekening houdend met de
praktische mogelijkheden, in beginsel altijd gevolg wordt gegeven aan
verzoeken tot inkijk en werkbezoeken.
Op 19 januari 2007 heeft een klas van het Rijnland College op verzoek en
onder begeleiding van een leerkracht een bezoek gebracht aan het korps.
De zoon van de heer Welten zat destijds in die klas. De klas heeft gekeken
naar een oefening van de ME en de honden- en paardenbrigade en er is
een bezoek gebracht aan het cellencomplex. Het is de korpsbeheerder niet
gebleken dat medewerkers op welke wijze dan ook onder druk zijn gezet
om deel te nemen aan deze activiteiten.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 628, nr. 206                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>