<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   "WE WETEN DAT ALS JE POLITIEMENSEN HEBT DIE EEN BETERE WEERSPIEGELING ZIJN
     VAN DE GEMEENSCHAP WAARIN ZE DIENEN, DAT DAT EEN VERSCHIL MAAKT"
                Ethr iic Profiling                           .~
    Nationale Politie Eenheid Oost Brabant
                                       1 juli 2015
                              W'g CR,              IT TYATD
                 C  t PtPN'T ?ULL.
                            lACAL eRoFui
                                                   MOST C
                                                    u t
                                   ,         I
Een onderzoek naar de rol die etnische achtergrond van burgers speelt bij
overwegingen van een diender op straat en naar de mate van bewustzijn onder
dienders van de effecten die negatieve ervaringen van burgers daaromtrent
kunnen hebben.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> Opdrachtgever:
 Begeleider Politieacademie:
           Docent Hogere Politiekunde
 Opsteller:
          Student Hogere Politiekunde, 310491
           Eenheid Oost-Brabant
Bronvermelding afbeelding voorblad (Obermayer, 2008)
                                                     Pagina
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>   Voorwoord
                                                                                     eenheid Oost-Brabant
   uitgevoerd in het kader van een thesis ter afsluiting van de HBO-bachelor opleiding tot politiekundige
   aan de politieacademie te Apeldoorn.
   Gebaseerd op een surveyonderzoek onder politiemensen van de eenheid Oost Brabant met een
   respons van ruim 38 procent en een aantal interviews van deskundigen en stakeholders wordt een
   beeld geschetst over het thema etnisch profileren binnen de eenheid Oost-Brabant. Een onderzoek
   dat nog nooit is uitgevoerd binnen de eenheid en zeker niet onder zoveel politiemensen. Het thema
   is enorm complex en bulten de specifieke onderzoeksresultaten is ook gebleken dat het veel
   politiemensen raakt als zo een onderwerp bespreekbaar wordt gemaakt. Waar het de een de ogen
   opent stuit het een ander tegen de borst, Die betrokkenheid bij een maatschappelijk thema, bij
   mensen die bij een organisatie werken met activiteiten door de hele samenleving heen, mag ervaren
  worden als een positief signaal, Het doet wat met politiemensen. Die beleving bij het werk moet
  gekoesterd worden, zeker in het licht van dit beladen thema.
  Leeswijzer
  Dit rapport bestaat, behoudens het voor- en dankwoord, de leeswijzer en een samenvatting uit vijf
  hoofdstukken, een literatuurlijst en de bijlagen. In het eerste hoofdstuk treft u de onderdelen zoals
  de aanleiding, relevantie en de doelstelling van dit rapport. In het tweede hoofdstuk worden de
  eerste drie deelvragen behandeld met telkens een korte conclusie als afsluiting. In het derde
  hoofdstuk treft u de methode van onderzoek aan waarin beschreven staat hoe de resultaten zijn
  verkregen. Het vierde hoofdstuk bestaat uit het tweede deel van de deelvragen met na elke
  deelvraag opnieuw een korte conclusie als afsluiting. Het vijfde hoofdstuk geeft een slotconclusie en
  de beantwoording van de hoofdvraag van dit rapport met aansluitend enkele aanbevelingen die
 daaruit volgen.
 In de literatuurlijst treft u de gebruikte bronnen. In de verschillende bijlagen zijn de gebruikte
 vragenlijsten bijgevoegd.
 Dankwoord
 Het schrijven van een thesis klinkt eenvoudiger dan het Is. Het schrijven is maar een enkel onderdeel
 van de thesis. Eerst moet je komen tot een onderwerp wat actueel, relevant en boeiend Is. Dat is al
 best lastig. Je denkt wat, je leest wat en je vraagt eens wat. Gedurende dat proces kom je er meteen
 achter datje alleen nooit zoveel Inzichten kunt verkrijgen als dat je dat samen met anderen krijgt. Op
 een gegeven moment is je onderwerp duidelijk. Daarmee wil je vervolgens de wereld gaan
veranderen. Gelukkig zijn er dan mensen om je heen die in staat zijn om je eigen enthousiasme bij te
sturen zonder die te temperen. Vervolgens moet er een doelstelling en hoofdvraag geformuleerd
worden. Daarna een onderzoeksopzet om vervolgens het onderzoek samen te stellen, uit te voeren
en te interpreteren. Ook dat lijken allemaal eenvoudige en logische stappen maar hebben toch zeker
veel voeten in de aarde. Feedback, kritiek, commentaar, aanmoedigingen, complimentjes en
opmerkingen van anderen zijn daarbij onontbeerlijk om het hele proces van het schrijven van een
thesis met succes te doorlopen.
Voordat het onderwerp van de thesis definitief was en ook tijdens de thesis zelf heb Ik met veel
mensen gesproken die allemaal, soms zonder dat ze het wisten, hebben geholpen bij het
uitkristalliseren van het thema en de verwerking ervan op schrift. 1k denk even terug aan docenten
van de politieacademie, naaste collega's, studiegenoten en collega's uit het hele land. Hierbij gaat
                                                                                              Pagina 1 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   het te ver om iedereen bij naam te noemen. Vooral diegene die mijn concepten van de thesisopzet,
  onderzoeksopzet en surveyopzet hebben becommentarieerd erg bedankt hiervoor. Uiteraard zijn er
  Als eerste mijn opdrachtgever namens de eenheld,                     sectorhoofd
  de eenheid Oost-Braban                                                           Met alleen de term
  'opdrachtgever' doe ii:veel tekort.            aanstekelijke"entuslasme voor het politiewerk in al
  haar facetten maar voor          uitgesproken visie op politiewerk en politiemensen heb ik ervaren als
  een grote steun bij het verwoorden van de thesis. Ondank ~drukbezette agenda kon 11< altijd bij
        terecht en deed dat niets af aa       betrokkenheid,       he           aam verbonden aan het
 onderzoek wat de respons ongetwijfeld een flinke boost heeft gegeven. 1< zou willen dat er meer
  bazen met zo een visie, zelfkritiek en vertrouwen wekkende houding binnen de politie werkten.
 enorm bedanktl ik hoop dat we nog vaker samen mogen werken,
 Als tweede mijn begeleider vanuit de politieacademie,                       Hij was het die mij er steeds
 van doordrong dat 11< mijn plasje water moest indammen om te voorkomen dat het een vijver of
 misschien wel oceaan zou worden.bewaakte tactisch de academische voorwaarden zoals die
 aan een thesis zijn verbonden. Zijn gefundeerde en vaak gedetailleerde kritiek hielp me enorm om te
 schrijven wat ik wilde zeggen en dat op een thesiswaardige wijzeezlt de gave om te zeggen
 dat lets niet goed is, of op een andere manier beter is, zonder dat te zeggen, 1k keek altijd uit naar
 een ontmoeting of e-mail omdat ik wist dat ik daar een betere thesis door kreeg.edankt voor
 alle tijd en moeite]
 Als derde degene die als eerste wist of het gesmeerd liep of even tegen zat In de productie, mijn
vrou              Werkzaam binnen een andere eenheid bij de politie kon Ik bij haar altijd mijn
gedachtegangen 'uitproberen' en was ik daarbij verzekerd van een eerlijk antwoord. Mede hierdoor
 kon ik voorkomen dat ik de nuance van etnisch profileren binnen politiewerk uit het oog verloor.
          bedankt voor je steun en verdraagzaamheid van de maanden waarin de thesis deel uit
maakte van ons gezin,
Als laatste wil ik iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan het onderzoek, in het bijzonder de
teamchefs, de respondenten en geinterviewde personen, Zonder jullie hulp en input was het niet
mogelijk geweest een beeld te geven van etnisch profileren binnen onze eenheid,
                                                                                             Pagina 1 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Samenvatting
    Hieronder-t-reft-u-een-samenvat-ting-van-het-hele-rapport—Ander-s-dan-de-opbouw-v-an-het-rapliad----
    start de samenvatting, na een summiere aanleiding en schets van de relevantie, met een korte
    beschrijving van de toegepaste methode van onderzoek met aansluitend een summiere
    beantwoording van de deelvragen gebaseerd op de tussentijdse conclusies, Voor een volledig en
    onderbouwd inzicht verdient het de voorkeur om het rapport In zijn geheel te lezen.
    Aanleiding, relevantie en doelstelling van het onderzoek
    De aanleiding voor dit onderzoek is onder meer gelegen in het feit dat binnen de maatschappelijke
    ruimte kritiek is op de wijze waarop de politie selecteert. Daar komt bij dat het thema etnisch
    profileren en de definiëring ervan niet eenduidig is en tevens dat er onenigheid bestaat In de
    onderzoekswereld over de mogelijkheden om etnisch profileren door politiemensen vast te stellen.
    Niet duidelijk is of de politie zich schuldig maakt aan etnisch profileren. Tegelijk toont de stroom van
   aandacht die ethnic profiling krijgt, zowel internationaal als ook nationaal, aan, dat het wel van
   enorm belang is om er zicht op te krijgen. Die sense of urgency Is ook aanwezig bij de Nationale
    Politie en zal zijn beslag ook gaan krijgen binnen de eenheden (Ei Achkar, 2015). Dit onderzoek
   draagt bij aan de discussie, of nog te voeren discussie, binnen de eenheid Oost Brabant aangaande
   etnisch profileren, In al zijn complexiteit, door politiemensen binnen de eenheid.
   Aandacht voor etnisch profileren binnen eenheid Oost Brabant is relevant om de informatiepositie
   van de politie niet te verliezen en mogelijk zelfs uit te breiden. Verbinding houden met iedereen in de
   maatschappij speelt daarbij een hoofdrol. Het is ook van belang om de gezagspositie en de mate van
   legitimiteit in een steeds meer diverse samenleving niet aan te tasten. Zoals al eerder aangegeven is
   etnisch profileren binnen de politie lastig vast te stellen. Methodologisch gezien kunnen er vaak
   kanttekeningen worden gemaakt bij onderzoeken. Desalniettemin Is de vraag en dientengevolge de
  aandacht ervoor van het grootste belang, niet in de laatste plaats omdat het onlosmakelijk
  verbonden is met de politie en haar rol en plaats in de samenleving. Een eenvoudige oplossing of
  aanpak lijkt niet direct voorhanden omdat bijvoorbeeld de definiëring van etnisch profileren bij de
  politie wisselend Is. Mede daardoor lijkt de discussie over de mate, wijze en bekendheid met de
  thematiek nog in een te wijde jas te zitten. Meningen en ideeën verschillen. Omdat er over de
  relevantie van het thema voor de politie veel minder verschil bestaat is het wellicht logisch om
  binnen de eenheid Oost Brabant zicht te krijgen op de ideeën en beelden van dienders over etnisch
  profileren en vooraleerst te streven naar aandacht en bewustwording.
  De doelstelling van dit rapport is om inzicht te verschaffen of de etnische achtergrond van mensen
 op straat een rol speelt bij de overweging van politiemensen binnen de eenheid Oost-Brabant om
 over te gaan tot een controle op straat en om inzicht te verschaffen in de mate waarin politiemensen
 zich bewust zijn van de effecten van etnisch profileren. Door een uitgebreid literatuuronderzoek,
 interviews en gesprekken met deskundigen en het bijwonen van een werkconferentie werd het
 thema etnisch profileren nader beschouwd. Vervolgens werd een beeld van de eenheid Oost-Brabant
verkregen door een surveyonderzoek en interviews met basisteamchefs.
Theoretisch kader
Er bestaan verschillende definities voor etnisch profileren. In dit onderzoek is de gehanteerde
definitie:" Het staande houden en controleren van personen mede op grond van hun zichtbare
etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging
voor bestaat." Deze definitie staat het gebruik van etniciteit onder bepaalde aanvullende
voorwaarden wel toe en bant het gebruik van etniciteit niet helemaal uit. Nationaal en internationaal
is veel discussie of etnisch profileren strafbaar is of niet. In Nederland is het niet als zodanig
verboden maar bestaat een lopende discussie of dat het een vorm van discriminatie is en daarmee
                                                                                                Pagina 1 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    dus ook verboden is, Voor de politie zijn de geschetste gevolgen van etnisch profileren dat het
    voorbij gaat aan kernwaarden van de Nationale Politie zoals verbindend zijn in de samenleving. De
   -bieschild)gIng van etnisch oflleren_brengt schade toe aan de toegekende legitinilteit en het
    gestelde vertrouwen in de politie, Het heeft ook tot gevolg dat de informatiepositie van de politie Ir
    gevaar komt. De vraag of binnen de politie sprake Is van structureel etnisch profileren is tot op de
    dag van vandaag actueel en voer voor discussies. Ook de vraag of de politie überhaupt wel goed
    vakmanschap kan tonen zonder etniciteit een rol te laten spelen Is niet eenduidig beantwoord. Wel
   staat vast dat de Nationale Politie aandacht moet hebben voor het thema op enigerlei wijze.
    De individuele diender heeft een discretionaire bevoegdheid en de visie van de Nationale Politie is
   om meer vakmanschap en professionele ruimte toe te kennen aan haar medewerkers. Dat geeft de
   diender meer ruimte om naar eigen inzicht te handelen. Juridisch zijn er voldoende handvatten voor
   een diender om over te gaan tot een controle van personen op straat. Een eerder uitgevoerd
   onderzoek onder dienders in Amsterdam (Cankaya, 2012) geeft een onderbouwd beeld van het
   beslisproces van dienders om een controle op straat uit te voeren. Hierin spelen de 'persoon',
   'voertuig', 'gedrag' en 'tijd/locatie' de grootste rol. Dit onderzoek vormde, samen met andere
   onderzoeken, tevens een basis voor de vragen uit het gehouden survey bij dit onderzoek.
   Het onderzoek en de deelvragen
                                                mchefs binnen de eenheid Oost Brabant leverde
  onderstaande beelden en Inzichten op. De grafieken die worden benoemd zijn terug te vinden in het
  corresponderende hoofdstuk van het rapport.
  Dienders op straat hebben veel contact met burgers en vaak op eigen initiatief. Het onderbuik-gevoel
  Is daarbij in veel gevallen leidend. Op basis van de gegeven antwoorden door de respondenten op de
  verschillende vragen is duidelijk vast komen te staan dat een ruime meerderheid de etnische
  achtergrond van personen een rol laat spelen bij overwegingen om een controle uit te voeren. Wel
  zijn andere factoren, zoals het tijdstip en de locatie, ook zeker van belang. Ook is vast komen te staan
  dat statistisch onderbouwde beweringen met betrekking tot de achtergrond van groepen mensen als
  een correcte aanleiding worden gezien om de etnische achtergrond een rol te laten spelen bij het
 selecteren op straat. Het gebruik van etnische achtergrond bij de overweging om een persoon op
 straat te controleren acht de meerderheid van de respondenten dan ook als geoorloofd. Grafiek 4.3
 geeft goed weer dat etnische achtergrond bij de dienders van Oost-Brabant als een relevante factor
 wordt gezien bij het selecteren op straat. In combinatie met de antwoorden uit Grafiek 4.4 blijkt dat
 de meerderheid de rol van etnische achtergrond als gemiddeld of zelfs groot acht.
 Het beeld dat de antwoorden van de respondenten verder laat zien is steeds een duidelijk verschil In
 de mate waarin etnische achtergrond een rol speelt bij het eigen handelen en bij het handelen van
 collega's. Bij het eigen handelen is de rol die etnische achtergrond van personen krijgt toebedeeld,
 kleiner dan die het krijgt als wordt gevraagd naar het handelen van collega's.
 Dienders van de eenheid Oost-Brabant hebben veelvuldig contacten op straat en ook vaak op basis
 van eigen inzicht en onderbuik-gevoel. Die professionele ruimte wordt genomen. Het is wel zo dat de
 aanleiding voor de controle niet in alle gevallen kan worden verwoord in een proces verbaal. Ook
uitleg verschaffen aan de gecontroleerde gebeurt in een groot deel van de controles niet. Het niet
kunnen uitleggen of verwoorden van de aanleiding tot controle geeft aan dat te weinig rekening
wordt gehouden met de gevolgen of het effect van een controle door de politie. Desgevraagd geeft
het grootste deel van de dienders wel aan dat sprake zal zijn van een afnemende bereidheid om mee
te werken aan het tegengaan van criminaliteit door het verschaffen van informatie indien de
perceptie bij de gecontroleerde bestaat dat etniciteit een duidelijke rol speelt bij de aanleiding. De
verwachte praktische gevolgen bij etnisch profileren komen op dat gebied overeen met de gevolgen
zoals geschetst binnen de literatuur, In hoeverre dienders de doorvertaling maken van praktische
                                                                                             Pagina 1 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    gevolgen naar de gevolgen voor de legitimiteit en het vertrouwen in de politie is hieruit niet op te
    maken. Het beeld is echter wel verontrustend wanneer slechts 20 procent aangeeft in alle gevallen
    de-oprechteaanleidingtoLeeitcontroieijJflegteneïjna even grote groep dat maar In enkele
    gevallen doet. De dienders binnen de eenheid Oost-Brabant geven desgevraagd aan dat zij mogelijke
    negatieve effecten van selecteren op etniciteit erkennen en dat het beeld daarmee overeen komt
    met het geschetste beeld in de literatuur.
    Een grote groep respondenten vindt het maken van excuses of het afleggen van verantwoording niet
   van groot belang. Een kleinere groep acht het geven van uitleg over de aanleiding voor de controle
   van minder belang. Er wordt weinig stilgestaan bij de uitvoering en effecten of gevolgen van
   controles. Opvallend Is dat 90 procent aangeeft te denken dat er personen binnen het werkgebied
   zijn die denken dat etnische afkomst de enige reden was om te worden gecontroleerd. Dat gegeven
   in combinatie met de aanmerkelijke groep die verantwoording niet van groot belang acht en een,
   weliswaar minderheid, maar nog altijd forse groep, die uitleg geven niet altijd nodig vindt laat zien
   dat een grote groep dienders het beeld dat etnische afkomst de enige aanleiding was voor een
   controle, bij de gecontroleerde ook laat bestaan. Bovendien ontstaat op basis van deze antwoorden
   het beeld dat een deel van de dienders onvoldoende beseft dat verantwoording afleggen binnen de
   democratische rechtsstaat en samenleving enorm van belang Is in het kader van de toegekende
   legitimiteit. Daarmee staan veel dienders dus onvoldoende stil bij de gevolgen van een door hen
   uitgevoerde controle op straat. Daarbij komt ook dat een ruime meerderheid statistische gegevens
   over etnische afkomst en criminaliteit, bij het nemen van besluiten op straat, geoorloofd acht. Het is
   goed daarbij te beseffen dat politieresultaten, en daarmee ook politieoptreden, voor een deel de
  statistieken zelf vult, Als politiemensen dus vooral personen controleren met een bepaalde etnische
  afkomst of andere kenmerken zal die afkomst of die kenmerken ook meer terugkomen in
  statistieken.
  Vorenstaande laat zien dat dienders binnen Oost-Brabant, ondanks het besef van het beeld dat een
  deel van de burgers hebben over de politie, onvoldoende stil staan bij wat mogelijke gevolgen zijn,
  Het grote deel van de dienders die statistieken voldoende aanleiding vinden voor een controle geven
  Wijk van onvoldoende inzicht en bewustwording van de mate van generaliseren die handelen naar
  die gedachte met zich mee kan brengen.
  In grote lijnen onderschrijven zowel de teamchefs als de dienders in het survey dezelfde zaken
 omtrent etnisch profileren. Zowel de complexiteit en de aanwezige nuance erin wordt door belde
 doelgroepen herkenbaar In beeld gebracht. Beide dragen ook het beeld uit dat onder een soort van
 voorwaarden het gebruik van etnische achtergrond bij overwegingen mogelijk moet zijn. Teamchefs
 hebben het beeld dat de dienders meer Inzicht moeten tonen voor wat betreft het invoelend
 vermogen, de gedachte dat een controle een middel is en geen taak op zichzelf en het effect van het
 eigen optreden op straat op de samenleving. De respondenten op het survey geven daar minder blijk
 van.
 Conclusie en aanbevelingen
 Etnisch profileren is inderdaad een onderwerp waarover nog niet een grote consensus bestaat
 aangaande de reikwijdte ervan voor de samenleving, overheid of de politie in het bijzonder.
 Desalniettemin kunnen de implicaties dermate groot zijn en raken zij de kern van het bestaan van de
 politie zo duidelijk dat er aandacht voor moet zijn. Om in verbinding te blijven met de hele
samenleving zal de politie zich verre moeten houden van generalisatie en stereotypering. Ook in
tijden van incidenten die door delen van de bevolking eenvoudig aan hele groepen mensen worden
toegeschreven, Het onderzoek laat zien dat etniciteit Inderdaad een aanmerkelijke rol speelt onder
de dienders van de eenheid Oost - Brabant. De politie zal scherp moeten blijven op zichzelf en haar
medewerkers omdat veel invloeden het gebruik van etniciteit lijken te vergoelijken. Het is daarbij van
                                                                                            Pagina     1 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>belang echt stil te staan bij de kernwaarden, kritisch te kijken naar alle belangen en pas dan een
afweging te maken.
De aanbevelingen in dit rapport zijn daar dan ook op gebaseerd. In een dialoog aan de hand va n
duidelijke, maar vooral ook uitgesproken visie, vanuit de leidinggevenden op dit terrein zal meer
vanzelfsprekendheid moeten worden gestimuleerd om, met elkaar, regelmatig stil te staan bij het
werken In en voor een diverse en veeleisende samenleving.
                                                                                          Pagina 1 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> Inhoudsopgave
                                                                                                  -113
 Voorwoord                                                                                                            02
 Leeswijzer........................ . ............................... ............................................... 02
 Dankwoord.....................................................................................................02
 Samenvatting— .................................................................................................. 04
 Inhoudsopgave............................................................................................... 08
 Hoofdstuk 1    Inleiding................................... .................................................. 10
        1.1     Aanleiding..................................................................................10
                1.1,1 Conclusie............................................................................. 12
        1.2     Relevantie............................................... ........... . ....................... 12
                1.2.1 Conclusie .......................................................................... 14
        1.3    Doelstelling.................................................................................15
        1.4    Hoofdvraag............................................................................... 15
        1,5    Deelvragen....... .......................................................................... 15
        1.6    Geoperationaliseerde begrippen.................................................. 16
               Afbakeningonderzoek.................................................................18
Hoofdstuk 2    Theoretisch kader........................................................................19
       2.1     Deelvraag 1 ................................................................................19
               2.1.1 Definitiebepaling...............................................................19
               2.1 .2 Etnisch profileren nader beschouwd                        ., ..................................20
               2.1.3 Juridisch kader etnisch profileren ................................ ........ 22
               2.1.4 Biedt het gebruik van etniciteit voordelen? ............................. ..23
               2.1,5 Beleidsmatig verbinden......................................................25
               2.1.6 Conclusie ................................. .... ..................................... 26
       2.2     Deelvraag 2................................................................................26
              2,2,1 Juridisch kader algemeen .......... . ............. . .......................... 26
              2.2,2 Juridisch kader specifiek- ................................................... 27
              2.2,3 Conclusie..........................................................................29
      2.3     Deelvraag 3................................................................................29
              2.3,1 Discretionaire bevoegdheid................................................29
              2.3,2 Indicatoren bij proactieve controle op straat. .......................29
              2.3.3 Onderzoek naar selecteren bij proactieve controle op straaf.30
              2.3,4 Conclusie..........................................................................33
Hoofdstuk 3   Methode van onderzoek ............................. ................................. 34
      3.1     Algemeen...................................................................................34
      3,2     Eerste deel ... ............................................................................... 34
              3.2.1 Literatuur .............. ............................................................. 34
              3.2,2 Deskundigen.....................................................................35
              3,2,3 Werkconferentie................................................................35
      3.3    Tweede deel .................. .. ........................................................... 35
             3.3.1 Het survey ................... .... .................................................. 35
             3.3.2 Interviews Basisteamchefs ......................................... . ......... 38
     3.4     Slotoverweging............................................................................39
                                                                                                          Pagina 1 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                                              Blz.:
 Hoofdstuk 4    Onderzoeksresultaten ............................ . ..................................... 40
          • I   L.'    •j
                4,1.1 Resultaten.. ...................................................................... 40
                4.1.2 Slotoverweging..................................................................44
        4.2    Deelvraag 5................................................................................45
               4.2.1 Resultaten— ...................................................................... 45
               4,2.2 Slotoverweging..................................................................48
        4.3    Deelvraag 6................................................................................48
               4.3,1 Resultaten.........................................................................48
               4.3.2 Slotoverweging..................................................................52
        4,4    Deelvraag 7................................................................................53
               4.4.1 Resultaten Teamchefs........................................................53
               4,4.1.1 Slotoverweging..................................................................55
               4.4.2 Resultaten teamchefs en dienders..........,,.....,.....,,                                                      56
               4.4.2.1 Slotoverweging— ...............................................................58
Hoofdstuk 5 Conclusie en aanbevelingen ........................................................59
       5.1     Conclusie .. . . . . . ... .. ....... ... . . .. . . .................... . . ............... ........ ........ .... 59
       5.2     Aanbevelingen ............ ........................................... .................... 58
               5.2.1 Algemene aanbeveling Oost-Brabant..,,,............,..,........... 61
               5.2.2 Specifieke aanbevelingen Oost-rabant.. ............... ............. 61
       5.3    Slotoverweging...........................................................................63
Verwijzingen....................................................................................................................... 64
Bijlagen
       1      I nterviewvragen Landelijke Portefeuillehouder variëteit,
              gelijkwaardigheid en Verbinding nationale Politie
       2      lnterviewvragen Teamchefs
       3      Deelnemerslijst werkconferentie Etnisch Profileren
       4      Surveyonderzoek
                                                                                                                       Pagina 1 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   Hoofdstuk 1               Inleiding
   Het thema van de thesis is Ethnic Profiling,                                       (iostUrabant-Under—
   etnisch profileren bij de politie wordt verstaan het staande houden van personen op grond van hun
   etnische achtergrond zonder een rechtvaardigingsgrond. Dus of de politie zonder objectieve
   rechtvaardiging zich anders gedraagt of verhoudt tot bepaalde personen met een andere
   achtergrond binnen dezelfde samenleving. Er zal inzicht verschaft worden in het thema etnisch
   profileren In zijn algemeenheid, het belang ervan voor de politie en in welke mate het voorkomt
   binnen de eenheid Oost-Brabant. Maar er zal ook een beeld worden geschetst van de mate waarin
   de medewerkers zich bewust zijn van de mogelijke gevolgen van ethnic profiling binnen hun werk. De
   mate van dat besef wordt van invloed geacht op het tegengaan van etnisch profileren. Tenslotte is
   het zeer onwenselijk, om redenen die in dit onderzoek nader zullen worden benoemd, als etnisch
   profileren voor komt bij de eenheid Oost Brabant. Op basis van al die bevindingen zullen
  aanbevelingen worden gedaan om het etnisch profileren binnen de eenheid Oost-Brabant te
  voorkomen.
  1.1.     Aanleiding
        eest u hoe het thema voor dit onderzoek aanleiding we
  Een vraag die mij, opsteller van dit rapport, werd gesteld tijdens het schriftelijke psychologische
  onderzoek bij de keuring voor aspirant politieman of—vrouw: "U bent in dienst en loopt over straat.
  U weet van een zojuist gepleegde winkeldiefstal verderop in de straat. Vervolgens ziet u aan de
  overkant van de straat twee personen zichtbaar gehaast uw richting in komen lopen en uit de
  richting van de plaats van diefstal, Belde personen zijn blank. De eerste persoon is gekleed in een net
  pak zonder stropdas, De tweede persoon is gekleed in een spijkerbroek met camouflagejas. Wie van
  de twee spreekt u aan?"
  Politiemensen op straat maken veel afwegingen. Een van die afwegingen betreft de keus wie ter
 controle wel en daarmee impliciet ook wie niet wordt aangesproken op straat. Dienders maken dus
 onderscheid, tenslotte is het onmogelijk om iedereen op straat aan te spreken en vindt er dus een
 selectie plaats. Vaak wordt die keus gemaakt op basis van waargenomen overtredingen of
 bijvoorbeeld op basis van een verspreid signalement. Daarnaast vinden veel controles plaats op basis
 van wat vaak omschreven wordt als het fingerspitzengefühl of het onderbuik gevoel van dienders.
 Vooral bij die laatste categorie van controles ligt het gevaar van ongeoorloofd onderscheid op de
 loer. Speelt de etnische achtergrond van de mensen op straat een rol bij de overweging van de
 dienders om tot een controle zonder waarneembare aanleiding over te gaan?
 Recent barstte de discussie over de vraag of de Nederlandse politiemensen discrimineren weer los.
Amnesty International bracht op 28 oktober 2013 een rapport uit over etnisch profileren door de
 Nederlandse Politie (Amnesty International, 2013). In dat rapport stelt Amnesty International dat
inderdaad sprake is van etnisch profileren door de Nederlandse Politie. In het rapport wordt gesteld
dat voornamelijk leeftijd, huidskleur en etnische achtergrond de overwegingen zijn om wel of niet
over te gaan op het controleren van een persoon of voertuig (Amnesty International, 2013). Amnesty
International en anderen achten etnisch profileren door de politie hetzelfde als discriminatie
(Amnesty International, 2013) (Bovenkerk, 2015).
De korpschef Nationale Politie, de heer Boun'ian, reageerde in zijn blog op de aantijgingen in het
rapport en zijn conclusie was dat hij zich niet herkende In het optreden van politiemensen met een
inslag zoals in het rapport werd geschetst (Bouman, 2013).
                                                                                             Pagina   1 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>     De discussie is niet nieuw. In 2011 kwam er ook al een rapport uit van Politie en Wetenschap over
     proactief handhaven en gelijk behandelen (Svensson, Sollie, & Saharso, 2011). De conclusie daarin
    etniciteiten door de politie. Daar waar sprake was van een verschil in benadering of de frequentie
    van contact kon die discrepantie worden verklaard op grond van eigen gedrag of gedragingen
    (Svensson, Soilie, & Saharso, 2011). Een verkennend onderzoek naar etnisch profileren in Den Haag
    uitgevoerd door observatie van politieagenten bij hun dagelijks werk toonde "bijzonder weinig
    tekenen van etnisch profileren (Van Der Leun, Van Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen,
    Etnisch profileren in Den Haag? Een verkennend onderzoek naar beslissingen en opvattingen op
   straat, 2014)".
    Er lijkt dus geen eenduidig beeld te bestaan over of sprake is van etnisch profileren bij de politie dan
   wel in welke mate daar sprake van Is. Laatstgenoemd verkennend onderzoek toonde aan dat een
    meerderheid onder zowel de politiemedewerkers als ook de Jong volwassenen die als respondent
    hebben meegewerkt aangeven dat er wel degelijk sprake Is van etnisch profileren (Van Der Leun, Van
   Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, 2014), Dit beeld was dus niet In overeenstemming met
   het beeld van de onderzoekers op basis van de observaties. Als een mogelijke verklaring werd door
   de onderzoekers een verschillende uitleg van het begrip etnisch profileren aangegeven (Van Der
   Leun, Van Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, 2014).
   Een thema als etnisch profileren nader beschouwen toont al snel de complexiteit ervan. Zowel in de
   literatuur als onderzoekers als de politiemensen zelf zijn het niet eens over Wat het precies is,
  wanneer er sprake van is en of het überhaupt is te voorkomen. Het belang ervan voor de politie
  wordt wol onderschreven vanuit onderzoekers en binnen de (internationale) literatuur. (Kaldenbach,
  2013) (European Network Against Racism, 2009) (Leun van der & Woude van der, 2014). Binnen de
  dagelijkse politiepraktijk Is het besef en het belang van aandacht voor het tegengaan van etnisch
  profileren niet breed aanwezig (Anne Frank stichting, 2014), Tegelijk is er wel sprake van een In
  ontwikkeling zijnde landelijk geïnitieerd programma bij de Nationale Politie wat etnisch profileren
  tegen moet gaan (EI Achkar, 2015) ij~ 2015). De leiding van de Nationale Politie gaat daarbij
  uit van het feit dat er wel sprake is van etnisch profileren binnen de politie C~Iiiiiiiii 2015). Etnisch
  profileren heeft volgens velen ook te maken met de interne cultuur van het politieapparaat (Anne
  Frank stichting,                    2015) (~       2015). Om binnen een organisatie een
 cultuurverandering teweeg te brengen dient er vooraleerst sprake te zijn van een "sense of urgency"
 (Kotter & Cohen, 2011), Relevant Is derhalve om inzicht te hebben in de gedachten van de dienders
 zelf met betrekking tot etnisch profileren.
 Binnen de wereld van onderzoekers is ook veel onenigheid over de mate waarin etnisch profileren
 door politiemensen Is vast te stellen. Met name de factor disproportionaliteit bij de keuze tot
 staande houden staat onder druk. Wanneer is dat het geval en tegen welke cijfers zet je die conclusie
 af? De 'waarom' vraag Is de kern en laat veel ruimte voor verschillende interpretaties (Leun van der
 & Woude van der, 2014). Een ander gehoord kritiekpunt betreft dat de meeste onderzoeken zich
 baseren op ervaringen van betrokkenen, niet zijnde de politiemedewerkers (Leun van der & Woude
van der, 2014). Dit onderzoek tracht een bijdrage te leveren aan de verdieping en verbreding van de
 kennis op het thema etnisch profileren en belicht daarin met name het beeld van de
 politiemedewerkers.
In de maatschappij blijft er aandacht voor etnisch profileren door politiemensen op straat. In
november 2013 werden er naar aanleiding van het aangehaalde rapport van Amnesty International
Kamervragen gesteld aan de Minister van Veiligheid en Justitie over zijn beeld van de politie In relatie
tot etnisch profileren die in januari 2014 werden beantwoord (Ministerie van Veiligheid en Justitie,
2014). Het hier ook al aangehaalde verkennend onderzoek naar etnisch profileren in Den Haag Is
door de Minister op 16 juni 2014 naar de Tweede Kamer gezonden (Ministerie van Veiligheid en
                                                                                             Pagina     1 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    Justitie, 2014). Het thema blijft onverminderd actueel. Radicalisering, vaak uit naam van de Islam-
    religie, is een relatief nieuwe uitdaging voor de Nationale Politie waarvan de aanpak start bij het
                                                                   van bureers. Inwoners, en de hele
    maatschappij Is daarbij onmisbaar en de aanpak is dan ook gericht op samenwerking en verbinding
    maken. De politie als partner hierin kan het zich niet veroorloven om etnische achtergronden een rol
   te laten spelen bij haar houding ten opzichte van burgers.
   In andere delen van de Westerse wereld zoals In Spanje en Engeland worden al specifieke
   maatregelen doorgevoerd of proefprojecten opgezet die de mate van etnisch profileren moeten
   tegengaan (British Broadcasting Corporation, 2014) (Europese Unie, Europese Commissie, 2015).
   Binnen de Verenigde Staten van Amerika Is het thema Ethnic Profiling door de politie ten gevolge van
   een aantal tragische Incidenten hoog op de agenda terecht gekomen. Gewelddadig politieoptreden
   leidden meermaals tot massale demonstraties en zelfs tot meerdaagse rellen (Kus, 2014). Door
   verschillende media wordt gesproken over een sterk verstoorde verhouding tussen de Amerikaanse
   politie en diens bevolking als gevolg van onder andere etnisch profileren (Wagtendonk van, 2014).
   In het al eerder aangehaalde onderzoek Etnisch Profileren In Den Haag werd door de onderzoekers
  aangegeven dat het gezien de hoge variatie en aantallen van burgers met een andere etniciteit,
   moeilijk was om een scheve verhouding in bijvoorbeeld aantallen controles op te merken tussen
  autochtone en niet-autochtonen. Etniciteit is in de randstad niet meer noodzakelijkerwijs een
  onderscheidend kenmerk (Van Der Leun, Van Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leu pen, 2014).
  Binnen de eenheid Oost-Brabant liggen die verhoudingen anders, Het gemiddelde straatbeeld binnen
  de eenheid Oost-Brabant is anders dan binnen de randstad. De mate waarin de multiculturele
  samenstelling van de maatschappij zichtbaar Is, Is anders. Enkel en alleen kijkend naar cijfermatig
  weergegeven gegevens op provinciaal niveau blijkt in respectievelijk Zuid en Noord-Holland 18,1 en
  16,9 procent van de bevolking een niet-westerse-allochtoon te zijn terwijl dat in Noord-Brabant in
  7,8 procent van de bevolking, dus ten minste de helft minder, het geval is (Centraal Bureau voor de
  Statistiek, 2011). Een andere zichtbare samenstelling van de samenleving maakt dat bevindingen uit
  het voornoemde verkennend onderzoek gehouden in Den Haag niet zonder meer ook van toepassing
 zijn binnen de eenheid Oost Brabant,
 1,1.1      Conclusie
 De aanleiding voor dit onderzoek is dus onder meer gelegen In het felt dat binnen de
 maatschappelijke ruimte kritiek is op de wijze waarop de politie selecteert. Daar komt bij dat het
 thema etnisch profileren en de definiëring ervan niet eenduidig is en tevens dat er onenigheid
 bestaat in de onderzoekswereld over de mogelijkheden om etnisch profileren door politiemensen
 vast te stellen. Niet duidelijk is of de politie zich schuldig maakt aan etnisch profileren. Tegelijk toont
 de stroom van aandacht die ethnic profiling krijgt, zowel internationaal als ook nationaal, aan, dat
 het wel van enorm belang is om er zicht op te krijgen. Die sense of urgency is ook aanwezig bij de
 Nationale Politie en zal zijn beslag ook gaan krijgen binnen de eenheden (El Achkar, 2015). Dit
onderzoek draagt bij aan de discussie, of nog te voeren discussie, binnen de eenheid Oost Brabant
aangaande etnisch profileren, In al zijn complexiteit, door politiemensen binnen de eenheid.
Hier leest u waarom een onderzoek naar etnisch profileren door de politie binnen de eenheid Oost-
Brabant van belang is. Eerst leest u het belang voor Nederland en voor de Nederlandse samenleving
als geheel. Vervolgens de relevantie voor de Nationale Politie In die samenleving en aansluitend de
relevantie voor de eenheid Oost Brabant en haar werkzaamheden. Uit de aanleiding valt op te maken
dat er geen eenduidig standpunt is In de maatschappij of de politie zich schuldig maakt aan etnisch
                                                                                              Pagina 112
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>     profileren. Vervolgens ook niet op welke schaal en ook niet of de reden ervoor wel of niet Is gelegen
     In discriminerende of racistische motieven. Tevens zijn mogelijke regionale verschillen nog
     De vraag of de politie etnisch profileert, dus of de politie zonder objectieve rechtvaardiging zich
    anders gedraagt of verhoudt tot bepaalde personen met een andere achtergrond binnen dezelfde
    samenleving is enorm van belang. Binnen een rechtsstaat als Nederland dient gelijke behandeling
    van alle burgers onder gelijke omstandigheden onomstreden te zijn, Dat Is een van de kernwaarden
    van onze Grondwet. De politie dient er te zijn voor alle burgers.
    Dat het onderwerp wordt besproken in de maatschappij Is wel van enorm belang. Temeer daar cie
    politie wordt beticht van etnisch profileren. De organisatie, die er bij uitstek voor alle burgers hoort
    te zijn, haar legitimiteit haalt uit het door de burgers in haar gestelde vertrouwen. Die een groot deel
   van haar vermogen baseert op haar intieme relatie met alle burgers. Die worden nu geconfronteerd
    met het gegeven dat personen en organisaties met status in de maatschappij, zoals de Nationale
   Ombudsman Brenninkmeljer en Amnesty International, uitspreken dat de Nederlandse Politie zich
   schuldig maakt aan etnisch profileren, aan discrimineren, aan het maken van ongeoorloofd
   onderscheid (Moslimomroep, 2013). De argumenten die zij aanvoeren zijn divers. De Nationale
   Ombudsman legt de nadruk op waarom er juist geen verdenking of beschuldiging van etnisch
   internationaal niveau wordt aangesproken op de verminderde tolerantie in Nederland, niet alleen op
   basis van het aangehaalde rapport van Amnesty International maar ook van andere Internationale
   beschouwingen (Brenninkmeljer, 2013). Hem wordt de vraag gesteld of Nederland nog wel zo
  tolerant is? Dat die vraag zorgelijk is, Is gelegen in onze internationale economische belangen en
   handelscontacten, Een beeld dat Nederland Intolerant zou zijn ten opzichte van buitenlanders doet
  onze internationale positie geen goed (Brenninkmeljer, 2013). Waar of niet waar doet er niet zoveel
  toe. Alleen de schijn tegen brengt al schade toe aan de reputatie van Nederland. Een reputatie van
  tolerantie waar Nederland trots op is, groot mee is geworden in de Gouden Eeuw en nog altijd
  uitdraagt In de wereld (Chua, 2009). Een beschadigde reputatie tast ook onze nationale
  geloofwaardigheid aan.
  Dat er burgers zijn die het optreden van de politie als etnisch profileren ervaren of als zodanig
  beschouwen Is ook ondermijnend voor onze maatschappij. Zoals reeds geschetst ontleent de politie
  haar legitimiteit aan het geschonken vertrouwen van de burgers In de overheid en haar sterke arm,
 de politie. Dat vertrouwen mag niet beschadigen, er is een goede relatie nodig met alle burgers.
 Burgers die zich niet als gelijkwaardig behandeld voelen, ervaren dat hen een andere behandeling
 ten deel valt enkel op basis van hun etniciteit of huidskleur, kunnen zichzelf ook buiten de
 samenleving gaan plaatsen. Daarvan kunnen de gevolgen ondermijnend zijn voor de staat, burgers
 die niet meer meedoen, niet meer bereikt worden, vergroten de kans op ontwrichting van de
 maatschappij (Moslimomroep, 2013). De politie die er voor alle burgers is zou niet zelf
 verantwoordelijk gehouden mogen worden voor het minderwaardige gevoel van een deel van de
 burgers. De politie zou eerder een toonbeeld moeten zijn van hoe de hele samenleving met elkaar
 om dient te gaan (Weiten, 2014).
 Bovendien zal de politie burgers die zich minderwaardig behandeld voelen niet meer kunnen
 bereiken bij een hulpvraag om informatie die kan leiden tot het oplossen of tegengaan van
misdaden. Een politie die haar mate van legitimiteit beschadigd ziet zal meer moeite hebben in het
afdwingen van de naleving van wetten en regels op basis van haar gezag en dientengevolge eerder
naar geweldtoepassing geleid worderrL 2014). De politieman of—vrouw op straat Is het
uithangbord van de politie als geheel en de basis waarop burgers hun ervaringen en meningen
stoelen. Het is daarom van belang voor elke politiemedewerker om zich bewust te zijn van keuzes die
                                                                                               Pagina 1 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>     hij of zij maakt en het effect daarvan op de burger(s), De politie kan geen eerste of tweede indruk
     maken maar haar medewerkers wel.
     Binnen de eenheid Oost-Brabant Is geen goed beeld van het optreden van haar dienders in relatie tot
     het thema etnisch profileren. Hoe is het gesteld met de mate van etnisch profileren door
     medewerkers van de eenheid Oost-Brabant en in hoeverre zijn de medewerkers zich bewust van
    mogelijke (negatieve) gevolgen naar de mening van diezelfde medewerkers? Dat is een nog
    onbeantwoorde vraag. Die kennis hebben we nu niet. Het antwoord op die vraag geeft Inzicht in hoe
    medewerkers omgaan met etnische achtergronden bij hun dagelijkse werk. Het geeft Inzicht in de
    wijze waarop verbinding wordt gemaakt met burgers. Verbinding maken is tenslotte ook een van de
    kernwaarden van de Nationale Politie (Studio Vijfkeerblauw, 2013), De politie als geheel plukt de
    vruchten van een goede band met alle burgers. Het komt de medewerking van mensen aan het
    oplossen van misdrijven ten goede waardoor er meer misdrijven kunnen worden opgelost. Het Is
    bekend dat wijkagenten die goede contacten hebben, breed gedragen worden door de Inwoners en
   veel verbindingen hebben ook meer in samenwerking bereiken. Signalen van bijvoorbeeld
    radicalisering zullen de politie eerder bereiken als zij In goed en nauw contact staat met de
   maatschappij. Niet alleen de wijkagenten moeten die verbinding maken, elke diender op straat Is
   representant van maar 1 Nationale Politie en moet zich bewust zijn van die rol om het mogelijk te
   maken een bijdrage te leveren. "Want het gedrag en de uitlatingen van Iedere politiemedewerker
   bepalen het beeld van heel het korps (Studio Vijfkeerblauw, 2013)". Van alle aanhoudingen wordt 85
   procent van de verdachten op heterdaad aangehouden en 60 procent daarvan wordt geïnitieerd
  door burgers (Os van, Brink van den, & Baardewljk, 2007). Het aantal misdrijven wat de politie oplost
   is dus voor een groot deel afhankelijk van burgers die de politie van informatie voorzien. Een
  afnemend vertrouwen in de politie op basis van haar omgang met andere etnische achtergronden zal
  die verbinding schaden (Leun van der & Woude van der, 2014). Van belang is daarom te weten hoe
  medewerkers binnen de eenheid Oost-Brabant omgaan met etnisch profileren. Een inzicht Wat er nu
  niet Is. Dat inzicht draagt bij aan het kunnen maken van weloverwogen keuzes betreffende het
  thema etnisch profileren binnen de eenheid Oost Brabant. Tenslotte gaan alle voorgaande
  afwegingen die in relatie worden gebracht met de politie als geheel ook zeker op binnen alleen de
 eenheid Oost Brabant als onderdeel van de Nationale Politie.
 In de huidige actualiteit met een bijzondere aandacht voor radicalisering is een goed contact met alle
 burgers enorm van belang, Vertrouwd contact met minderheden met vaak een andere etnische
 achtergrond dan de overheersende Is misschien zelfs wel extra van belang, Signalen van
 radicalisering opgemerkt door burgers zullen de politie (of overheid) eerder bereiken als sprake is
 van een stevige vertrouwensband tussen de politie en alle inwoners waar zij tussen werkt en mee
 samenwerkt, Als de politie daarentegen door haar eigen optreden bepaalde bevolkingsgroepen van
 zich vervreemd schaadt dat het vertrouwen en de medewerking met de politie (Leun van der &
 Woude van der, 2014).
 Het vermogen van de politie om haar werk In, of eigenlijk meer voor, de maatschappij succesvol te
doen hangt sterk samen met de haar toegekende legitimiteit, het vertrouwen in de politie en de
mate van acceptatie van het gezag van de politie. Die drie factoren worden in grote mate beïnvloed
door persoonlijke contacten en ervaringen van inwoners met individuele politiemensen. Daarom is
het van groot belang zich als politieman of—vrouw bewust te zijn van de mogelijke effecten van
etnisch profileren in de maatschappij (Leun van der & Woude van der, 2014).
1.2.1       Conclusie
Aandacht voor etnisch profileren binnen eenheid Oost Brabant is relevant om de informatiepositie
van de politie niet te verliezen en mogelijk zelfs uit te breiden. Verbinding houden met iedereen in de
maatschappij speelt daarbij een hoofdrol. Het is ook van belang om de gezagspositie en de mate van
                                                                                             Pagina   1 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    legitimiteit in een steeds meer diverse samenleving niet aan te tasten, Zoals al eerder aangegeven is
   etnisch profileren binnen de politie lastig vast te stellen. Methodologisch gezien kunnen er vaak
   aandacht ervoor van het grootste belang, niet in de laatste plaats omdat het onlosmakelijk
   verbonden is met de politie en haar rol en plaats in de samenleving. Een eenvoudige oplossing of
   aanpak lijkt niet direct voorhanden omdat bijvoorbeeld de definiëring van etnisch profileren bij de
   politie wisselend Is. Mede daardoor lijkt de discussie over de mate, wijze en bekendheid met de
   thematiek nog in een te wijde jas te zitten. Meningen en Ideeën verschillen. Omdat er over de
   relevantie van het thema voor de politie veel minder verschil bestaat is het wellicht logisch om
   binnen de eenheid Oost Brabant zicht te krijgen op de ideeën en beelden van dienders over etnisch
   profileren en vooraleerst te streven naar aandacht en bewustwording.
  1.3       Doelstelling
  Met dit onderzoek wordt de mate van inzicht in het thema etnisch profileren gemeten alsmede In
  welke mate sprake Is van etnisch profileren onder de medewerkers van de eenheid Oost-Brabant
  naar de ervaring van diezelfde medewerkers.
  Het primaire doel van dit onderzoek is dan ook inzicht verschaffen of de etnische achtergrond van
  mensen op straat een rol speelt bij de overweging van politiemensen binnen de eenheid Oost
  Brabant om over te gaan tot een controle van personen op straat.
  Het secundaire doel van dit onderzoek is om inzicht te verschaffen in de mate waarin politiemensen
  van de eenheid Oost-Brabant op straat zich bewust zijn van de effecten van etnisch profileren.
 Vervolgens kunnen op basis van die bevindingen aanbevelingen gedaan worden aan de
 eenheidsielding van eenheid Oost Brabant om etnisch profileren tegen te gaan ofte voorkomen.
 Bewustwording als eerste stap naar, indien nodig, verbetering of het onderhouden van de verbinding
  met alle burgers,
 1.4 Hoofdvraag
 De voornoemde doelstellingen van dit onderzoek worden bereikt middels beantwoording van een
 hoofdvraag. Op basis van die doelstellingen is de hoofdvraag van dit onderzoek dan ook:
 In hoeverre speelt de etnische achtergrond van burgers een rol bij de overweging van dienders
 binnen de eenheid Oost-Brabant om over te gaan tot een controle van personen op straat zonder
waarneembare aanleiding en in welke mate zijn zij zich bewust van mogelijke gevolgen als dat het
geval zou zijn of wanneer de gecontroleerde dat als zodanig ervaart?
1.5 Deelvragen
De voornoemde hoofdvraag van dit onderzoek zal worden beantwoord middels een uiteenzetting
van de hoofdvraag in twee delen. Het eerste deel zal op basis van bestaande literatuur en afgenomen
interviews een theoretisch inzicht verschaffen in de thematiek etnisch profileren binnen de politie.
Kennis daarvan en inzicht in de complexiteit van etnisch profileren in relatie tot politiewerk is
relevant om het nader te kunnen duiden. Na het eerste deel zal een conclusie dat deel afsluiten. De
deelvragen, en tevens hoofdstukken van het eerste deel zijn:
                                                                                            Pagina 1 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>        1) Wat wordt verstaan onder etnlsch profileren en hoe verhoudt zich dat met de visie van de
             Nationale Politie?
       3)   Welke factoren spelen volgens een onderzoek naar het beslisproces van dienders door
            Cankaya een rol bij de overweging van dienders bij het selecteren op straat?
  Het tweede deel zal een inzicht verschaffen op basis van empirisch onderzoek door middel van
  survey-onderzoek in de vorm van een enquête en interviews In de eenheid Oost Brabant. In welke
  mate denken dienders dat het plaats vindt en staan zij stil bij mogelijke gevolgen zijn vragen die aan
  bod komen. Na dit tweede deel treft u ook een conclusie. De deelvragen van het tweede deel zijn:
       4)   In hoeverre speelt de etnische achtergrond een rol bij de overwegingen onder dienders op
           straat binnen de eenheid Oost-Brabant bij het selecteren, volgens de dienders zelf en achten
           zij het gebruik van etnische achtergrond als wel of niet geoorloofd?
       5) Wat achten de dienders op straat als mogelijke gevolgen van etnisch profileren door
           politiemensen wanneer de gecontroleerde die ervaring heeft en hoe verhouden die gevolgen
           zich met geschetste gevolgen in de literatuur?
       6) In hoeverre staan dienders op straat stil bij, zijn zij zich bewust van, de mogelijke gevolgen
           wanneer een gecontroleerde de ervaring heeft dat zijn of haar etnische achtergrond een rol
      7)   Wat is het beeld van baslsteamchefs binnen de eenheid Oost Brabant met betrekking tot
           etnisch profileren en hoe verhoudt zich dat met het beeld van de dienders?
 1.6       Geoperationaliseerde begrippen
 Etnisch profileren
           Voor de achtergrond en herkomst van deze gebruikte definitie wordt verwezen naar
 hoofdstuk 2,1,1 als beantwoording van de eerste deelvraag. De gehanteerde definitie in dit
 onderzoek, Is:
           Het staande houden en controleren van personen mede op grond van hun zichtbare etnische
 achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor
 bestaat,
 Discrimineren
          Voor de achtergrond van deze omschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2.1,3. Hier treft
 u artikel ivan de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815.
          Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.
 Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke
grond dan ook, is niet toegestaan (Koninkrijk der Nederlanden, 1815).
Eenheid Oost-Brabant
          Ten gevolge van de vorming van de Nationale Politie In 2012 ontstaan uit de samenvoeging
van de eerdere politieregio's Brabant-Noord en Brabant Zuid-Oost. Verdeeld in de districten 's-
Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond en In totaal negen basisteams. Omvat als grotere steden de
gemeente Eindhoven en de gemeente 's-Hertogenbosch. Daarnaast beslaat het geografisch gezien
het oosten van de provincie Noord-Brabant gelegen tussen de gemeenten Heusden, Boxmeer,
Cranendonck en Reusel, Er werken In de Basisteams, van waaruit de noodhulp en wijkzorg wordt
georganiseerd, 1016 personen waarbij de vakgebieden Leiding, Intake en Service,
Administratie/secretariaat, opsporing en Operationeel Specialisme niet zijn meegenomen In verband
                                                                                             Pagina 1 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>   met het feit dat de aard van de werkzaamheden geen directe relatie heeft met hetgeen in dit rapport
   onderzocht wordt. (regieteam Oost-Brabant, 2014)
   Figuur 1 geeft de geografie van de Eenheid Oost Brabant weer, De letters A,B en C staan voor
   respectievelijk de districten 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond. De toegevoegde nummers is
  de nadere onderverdeling in Basisteams (regieteam Oost-Brabant, 2014),
                                                   Figuur I (regieteam Oost-Brabant, 2014)
 Medewerkers of dienders eenheid Oost-Brabant
          Etnisch profileren kan binnen alle geledingen in de eenheid een rol spelen maar voor dit
 onderzoek is gekozen om naar de overwegingen op straat onderzoek te doen, Daar wordt etnisch
 profileren het eerst zichtbaar. Wanneer in dit onderzoek wordt gesproken over medewerkers van de
 eenheid Oost-Brabant worden daarmee de medewerkers van de basisteams bedoeld. Vanuit de
 basisteams werken de geüniformeerde politiemensen op straat. (regieteam Oost-Brabant, 2014)
Basisteamchef
         Eindverantwoordelijke van een van de negen basisteams binnen de eenheid Oost-Brabant.
Veelai een functie die door twee personen wordt vervuld.
Controle van personen op straat
         Een uitgevoerde controle gericht op personen of voertuigen geïnitieerd door de
politieambtenaar zelf. Niet op basis van een verspreid signalement, aandacht vestiging of duidelijke
overreding waartegen opgetreden dient te worden. Een intuïtieve controle noodzakelijk in de ogen
van de diender. Een proactieve vorm van politiewerk.
                                                                                        Pagina     117
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> Etniciteit of etnische achtergrond
          "Etniciteit is een verzameling van culturele kenmerken en gedragingen die door een groep
 mensen worden gedeeld en van generatie op generatie overgedragen worden, Leden van etnische
 groepen identificeren zich met gezamenlijke factoren, zoals herkomst, uiterlijke kenmerken, religie,
 taal, cultuur of geschiedenis (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2014)."
 1.7      Afbakening onderzoek
 Zoals reeds geschetst richt dit onderzoek zich op de eenheid Oost-Brabant en op de medewerkers
 van die eenheid die op straat werkzaam zijn of daar direct ondersteuning aan leveren als officieren
 van dienst of coördinatoren in een executieve functie. De zogenoemde 'blauwe' dienders en dus
geen leden van de rechercheafdelingen, intake en service of administratieve rollen.
Dit onderzoek richt zich op de controles die worden uitgevoerd op straat van personen en/of
voertuigen zonder waarneembare aanleiding. Dus niet naar aanleiding van een melding, actueel
signalement, overtreding, misdrijf, gedraging of opdracht gestuurd. De vraag is gericht op Individuele
dienders in een situatie dat die zelf een afweging kunnen maken, Optreden op basis van een
verstrekt signalement, opdracht of waargenomen overtreding hebben een sterk bepalende factor bij
een overweging en vallen daarom buiten dit onderzoek. De professionele ruimte die dienders op
straat hebben om naar eigen inzicht op te treden brengt met zich mee dat daar de voor dit thema
relevante afwegingen het eerst zichtbaar worden.
De eenheid Oost-Brabant is de eenheid waar opsteller werkzaam is wat de grondslag is voor de keuze
van de eenheid.
                                                                                        Pagina   1 18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   Hoofdstuk 2                 Theoretisch kader
   Elke paragraaf van dit hoofdstuk is onderverdeeld in deelparagrafen met telkens als laatste
   deelparagraaf een korte conclusie over de betreffende deelvraag. Na dit hoofdstuk waar etnisch
   profileren wordt belicht vanuit nationaal en internationaal oogpunt zal in het vierde hoofdstuk het
   beeld voor de eenheid Oost-Brabant specifiek worden behandeld.
   2.1     Deelvraag 1
           Wat wordt verstaan onder etnisch profileren en hoe verhoudt zich dat met de visie
  van de Nationale Politie?
  2,1.1    Definitiebepaling
  Er worden verschillende definities van etnisch profileren gebruikt. Enkele definities zijn:
  "Het gebruik door politiebeambten van generalisaties met betrekking tot ras, etniciteit, godsdienst of
  nationaliteit als uitgangspunt bij het aansturen van discretionaire politieacties, in plaats van te kijken
  naar Individueel gedrag of objectief bewijs (European Network Against Racism, 2009)."
  "Het disproportioneel vaak staande houden van burgers op grond van hun zichtbare etnische
  achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor
  bestaat (Van Der Leun, Van Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, 2014)"
 "Het gebruik door de politie van criteria of overwegingen omtrent, ras, huidskleur, etniciteit,
  nationaliteit, taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving —zowel op operationeel als
 organisatorisch niveau- terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat (Amnesty
 International, 2013),"
 "Het disproportioneel veelvuldig staande houden van mensen op grond van hun zichtbare etnische
 of 'raciale' achtergrond zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat
 (Bovenkerk, 2015)."
 Hoewel de definities verschillen is de gemeenschappelijke factor van deze definities het zonder
 rechtvaardiging gebruiken van etnische kenmerken als onderscheidend element.
 De meest passende definitie binnen dit onderzoek is wellicht de definitie zoals gehanteerd door
Amnesty International echter is deze te ruim omdat dit onderzoek zich enkel richt op een controle op
straat. Omdat er geen onderzoek wordt verricht naar de mate van disproportionaliteit in verband
met de complexiteit van de vaststelling daaromtrent is de definitie van zowel Bovenkerk als Van Der
Leun e.a. ook niet dekkend,
De In dit onderzoek gehanteerde definitie van etnisch profileren door de politie is gebaseerd op een
combinatie van de drie definities en betreft dan:
"Het staande houden en controleren van personen mede op grond van hun zichtbare etnische
achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor
bestaat."
                                                                                             Pagina 1 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>    De definitie zoals hiervoor omschreven is te categoriseren als soft profiling. Soft profiling gaat uit van
    het gebruik van de etnische achtergrond in combinatie met andere factoren die samen dienen als
   aanleiding vormt om een persoon staande te houden spreekt men van hard profiling (Mac Donald,
   2011). In de literatuur is veel onduidelijk over welke vorm precies bedoeld wordt in onderzoeken of
   discussies aangaande etnisch profileren (Dekkers & Van der Woude, 2014), In gesprekken over dit
   thema dient vooraf goed duidelijk te zijn wat men eronder verstaat. Dit onderzoek tracht inzicht te
   geven in het beeld wat de dienders binnen de eenheid Oost-Brabant hebben aangaande het gebruik
   van een zichtbare etnische achtergrond bij overwegingen en in hoeverre dat als gerechtvaardigd
   wordt beschouwd door de dienders zelf.
   2.1.2    Etnisch profileren nader beschouwd
   Etnisch profileren is geen zaak binnen Nederland alleen. Zowel in Europa, Rusland en de Verenigde
   Staten is het onderwerp van onderzoek en gesprek (Open Society Justice Initiative, 2015).
  Het rapport van Amnesty International richt zich met name op het gevaar wat er volgens de
  onderzoekers schuilt in het proactief handhaven met betrekking tot de respectering van
  mensenrechten. Het kan volgens de onderzoekers leiden tot etnisch profileren Onderzoekers
               etnisch profileren als een vorm van discriminatie die bijdraagt aan stigmatisering van
  minderheden. Het is bovendien schadelijk voor de legitimiteit van de politie en is waarschijnlijk niet
  effectief voor de bestrijding van criminaliteit volgens de onderzoekers (Amnesty International, 2013,
  p. 3). Amnesty International stelt verder dat uit het onderzoek is gebleken dat de "praktijk van
  etnisch profileren het niveau van op zichzelf staande incidenten overstijgt (Amnesty International,
  2013, p. 3)."
  De etnische achtergrond van burgers mag aanleiding geven om een controle uit te voeren indien
  daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat. In het geval dat een gegeven
 signalement bijvoorbeeld erg specifiek is op dat punt. Als dat ontbreekt maar er toch sprake Is van
 een controle is sprake van etnisch profileren en mogelijk zelfs discrimineren, Een nadere
  beschouwing van de verschillen, overeenkomsten en Juridische kijk erop treft u in paragaaf 2.1.3 en
 2.1.4. Wat daarbij een rol speelt, waarom de diender een mogelijke voorkeur voor personen met een
 andere etnische achtergrond heeft, is stereotypering. Eerdere onderzoeken zetten uiteen dat
 onbewuste stereotyperingen ontstaan door eerdere ervaringen opgedaan bij personen met een
 bepaalde etnische achtergrond en dat die ervaring vervolgens als representatief wordt gezien voor
 een hele bevolkingsgroep. Die ervaring wordt leidend bij overwegingen en een herbevestiging van
 die ervaring wordt vervolgens overschat en een ontkrachtende ervaring onderschat (Smith & Alpert,
 2007). Een andere reden die bij kan dragen aan etnisch profileren door politiemensen is gelegen in
 het feit wanneer informatie-gestuurd-politiewerk mede wordt gebaseerd op criminaliteitscijfers die
 een oververtegenwoordiging van bepaalde etnische achtergronden binnen een bepaald
crlminalfteitsgebled laten zien. Het gevaar van teveel focus op de etnische achtergrond Is dan reëel
 hetgeen andere onderscheidende kenmerken bij het selecteren door dienders op straat naar de
achtergrond doet verdwijnen (Smith & Alpert, 2007).
Het gebruik van profielen door de politie als instituut maar ook door de individuele diender brengt
ook het gevaar van tunnelvisle met zich mee. Personen die niet aan het profiel voldoen kunnen nog
altijd slechte intenties hebben maar lopen veel minder kans om 'eruit te worden gepikt', Dit kan
ervoor zorgen dat er een scheve verhouding zichtbaar wordt In de criminaliteitscijfers. Als de politie
zich concentreert op een bepaalde groep binnen een samenleving zal die groep als vanzelf
oververtegenwoordigd worden In criminaliteitscijfers, Waardoor het lijkt alsof er binnen die groep
onevenredig veel criminaliteit wordt gepleegd. Dat ken vervolgens nog meer aandacht van de politie
voor die groep legitimeren. De daaruit voortkomende aanhoudingen of strafrechtelijke zaken roepen
                                                                                              Pagina 1 20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre> bevestiging op van het eerdere beeld, het profiel wordt bevestigden als ware het een seiffulfilling
 prophecy houden criminaliteitscijfers en politieaandacht elkaar in stand, (Dekkers & Van der Woude,
 Dekkers en Van der Woude illustreert de tunnelvisle op een andere manier. Het onderzoek van
 Lundman toonde aan dat minderheden vaker werden gestopt dan blanke bestuurders maar dat er
onder de blanke bestuurders relatief vaker aanhoudingen werden verricht. Desalniettemin blijken
minderheden nog altijd vaker te worden gecontroleerd wat de schijn oproept van een vorm van
tunnelvisie (Dekkers & Van der Woude, 2014).
Op een studiemiddag, georganiseerd door de Anne Frankstichting, voor politieprofessionals met als
thema etnisch profileren en politievakmanschap op 21 november 2013 werd door de aanwezigen de
gevolgen benoemd van het vraagstuk 'Bij proactief politiewerk worden mannen uit
minderheidsgroepen er te vaak uitgepikt' (Anne Frank stichting, 2013). Deze gevolgen werden
weergegeven in een schema. Dat schema is hieronder weergegeven in schema 1 e hoewel het
vraagstuk niet precies de definiëring van dit onderzoek weergeeft zijn de overeenkomsten dermate
groot dat de beschreven effecten ook In het licht dit onderzoek kunnen worden gezien.
 Individuele            Werkwijze,           Politie-              Samenleving          Individuele
 Politiemede-           Briefings en          organisatie                               Burger
 werker                 ]bevoegdheden
 Verslechtert het       Leidt tot            Leidt tot meet        Onrust onder         Leidt tot minder
 imago van de           eriminalisering van  afstand tussen        minderheden, kan     bereidheid onder
 politie waardoor       bepaalde groepen,    burger & politie en   leiden tot           minderheden om
 deze minder trots      creëert daders       leidt tot een         radicalisering,      aangifte te doen bij
 kan zijn,              (vicieuze cirkel)    slechtere             vernieling en        de politie
                                             verbinding tussen     rellen, waardoor er
                                             politie en            bij proactief
                                             minderheids-          politiewerk weer
                                             groepen               meer focus ontstaat
                                                                  op deze groepen
                                                                  (vicieuze cirkel)
Politie geeft een      Leidt tot             Tast de legitimiteit Vergroot op den      Creeert
tegenreactie, voelt    contactverlies met    van de politie en    duur de kloof in de  slachtoffers, die
zich aangevallen       minderheids-          het politiewerk aan, samenleving, leidt   mogelijk daders
                       groepen wat weer     Minderheden           tot polarisatie en   worden
                       gebrek aan           krijgen het gevoel    creëert onrust
                       relevante            "De politie is er     onder minder-
                       informatie van       niet voor mij."       heden
                       burgers tot gevolg
                       heeft
Leidt tot agressie    Biedt geen            Verslechtert het      Het aanschouwen      Leidt tot gevoelens
van minderheden       oplossing VOO!' de    imago van de          van de fi'equente    van discriminatie
naar de politie       oorzaak van           politie onder         controles van        onder minder-
                      crimineel gedrag      minderheids-          minderheids-         heden
                      onder bepaalde        groepen wat weer      groepen werkt mee
                      groepen               leidt tot minder      aan de negatieve
                                            vertrouwen in de      beeldvorming van
                                            politie bij deze      deze groepen
                    -
                                                   en
                      Gaat ten koste van    Ondermijnt liet                            Zorgt voor
                      de effectiviteit van  gezag van de                               boosheid en
                      de politie en de      politic                                    agressie onder
                      opsporings-                                                      minderheden
                      resultaten onder
                      allochtonen
                                                    Schema I (Anne Frank stichting, 2013)
                                                                                            Pagina 1 21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>     2.1.3   Juridisch kader etnisch profiteren
                                                                              verbonden, Een rechtsstaat
     houdt voor een staat in dat die het recht als hoogste gezag handhaaft. De burgers van die staat
    genieten bescherming tegen medeburgers en tegen de overheid (Huis voor democratie en
     rechtsstaat, 2015). De macht van een overheid wordt beperkt door wetten, regels en gewoonten en
    de inwoners hebben fundamentele vrijheden en grondrechten. Deze grondrechten zijn, zo mogelijk,
    het belangrijkste onderdeel van een rechtsstaat (Huis voor democratie en rechtsstaat, 2015). De
    grondrechten vinden we In de Grondwet.
    Artikel ivan de Grondwet van Nederland luidt als volgt: "Allen die zich in Nederland bevinden,
    worden In gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging,
    politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan (Koninkrijk der
    Nederlanden, 1815)". Ook de overheid, of politie namens deze, is zelf gehouden aan de wetten en
    regels van de rechtsstaat die zij oplegt en handhaaft, De politie mag dus ook niet discrimineren.
    In het Nederlands Strafrecht Is discriminatie verboden en in artikel 90quarter van het Wetboek van
   Strafrecht omschreven. Het artikel luidt:" Onder discriminatie of discrimineren wordt verstaan elke
   vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft often gevolge kan
   hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de
   mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere
   terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast (Hoekendijk, Wetteksten
  voor de hulpofficier, 2015, pp. 110, art 90quarter SR)." Opzettelijk discrimineren wegens ras
  gepleegd bij de uitvoering van een ambt Is expliciet strafbaar gesteld in artikel 137g van het Wetboek
  van Strafrecht (Hoekendijk, Wetteksten voor de hulpofficier, 2015, pp. 115, art 137g SR)
  Discrimineren is dus onderscheid maken. Ongeoorloofd onderscheid maken tussen mensen (Juridisch
  Woordenboek, 2015). Opgeroepen door kenmerken zoals bijvoorbeeld huidskleur, taal, religie, ras of
  nog andere kenmerken (Juridisch Woordenboek, 2015). Onderscheid maken is wel een dagelijkse
  bezigheid van de politie. Wanneer is dan sprake van ongeoorloofd onderscheid? Die grens ligt niet
  vast en heeft alles te maken met de overwegingen van de Individuele politieman of—vrouw. De
  kernvraag is waarom de diender een onderscheid maakt? Is dat onderscheid gerechtvaardigd? Is in
  het licht van de gedachte van de rechtsstaat in het voorkomende en wellicht specifieke geval sprake
  van een rechtvaardiging in het gemaakte onderscheid? Is sprake van een juiste toepassing van het
 onderscheidende kenmerk 'etnische achtergrond'? Daar is ook nader op ingegaan bij de paragraaf
 2.1,2. Dat, in combinatie met de zuiverheid van de Intentie van de diender in kwestie maakt het
 verschil tussen etnisch profileren en discrimineren. Bewust personen met een andere achtergrond
 anders behandelen maakt discrimineren. Min of meer onbewust, met tenminste met de intentie om
 'boeven te vangen' etniciteit een rol laten spelen bij het selecteren, bij het overwegen om over te
 gaan tot een controle, maakt het etnisch profileren.
 Discrimineren Is dus bij Wet verboden, Internationaal en ook nationaal wordt etnisch profileren niet
 expliciet verboden, De Korpschef Nationale Politie de heer Bouman sprak zich op 29 oktober 2013
wel uit over etnisch profileren en benoemde dat het juridisch en moreel gezien volstrekt verwerpelijk
was om burgers op etnische kenmerken te selecteren (Klos & Delsol, 2013). Internationaal
benadrukten de Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie van de Verenigde Naties en
de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie van de Europese Raad dat etnisch profileren
het internationale verbod op discriminatie schendt (European Network Against Racism, 2009).
Het European Union Fundamental Rights Agency stelde dat:" iedere vorm van etnisch profileren
waarschijnlijk verboden is, ook binnen internationaal recht, omdat het de garanties van het
Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie schendt. Alle
EUlidstaten zijn aan dit verdrag gebonden (European Network Against Racism, 2009)."
                                                                                            Pagina 1 22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>    In het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens is een verbod op discriminatie opgenomen.
    Jurisprudentie daarover stelt dat Indien twee personen In een gelijkwaardige situatie ten aanzien van
    redelijke rechtvaardiging dat er ten aanzien van een van belde personen sprake Is van discriminatie.
    Dat is volgens het Verdrag verboden (European Network Against Racism, 2009),
    Ethisch profileren Is in de Nederlandse Wetgeving niet expliciet verboden. Wel wordt er regelmatig
   gesteld dat etnisch profileren hetzelfde beoordeeld moet worden als discrimineren (Amnesty
   International, 2013). Hiervoor is aangegeven dat ook sprake is van verschil in interpretatie in relatie
   tot de intentie en tot het vaak lastige werk van politiemensen op straat. Dat beide erg nauw met
   elkaar In verband staan is wei evident en een glasheldere scheidslijn blijft onderhevig aan
   interpretatie. Een gedachte die in ogenschouw moet worden genomen is dat de beschuldiging van
   discriminatie door politiemensen wellicht een meer blokkerend effect heeft bij een poging iets te
   veranderen dan een verwijt van etnisch profileren dat heeft. Een discussie of er wel of geen sprake is
   van discriminatie draagt daar niets aan bij. (Leun van der & Woude van der, 2014).
   2.1.4 Biedt het gebruik van etniciteit voordelen?
   Op basis van opgedane ervaringen, vakmanschap en daderprofielen bepaald de individuele
   politieman of —vrouwwelke persoon wordt aangesproken ofgecontrole e rd. in het licht van etnisch
   profileren is de vraag dan ook of het benoemd onderscheid te rechtvaardigen Is? De politie in
  Amsterdam krijgt ondersteuning van Roemeense collega's om zakkenrollerij tegen te gaan (De
  Volkskrant, 2013). Bij een evenement In Amsterdam met 46 aanhoudingen terzake zakkenrollerij
  waren 43 daders van Roemeense komaf (De Volkskrant, 2013). Ook het merendeel van de daders van
  skimming betreffen aljaren Roemenen volgens onderzoek naar het nationaal dreigingsbeeld
                  2012). De politie van de voormalige regio Midden en West Brabant pleitte al In 2009
  voor een speciale BOB-campagne voor mensen uit Polen naar aanleiding van de cijfers van
  ongevallen met dronken bestuurders (Veilig Verkeer Nederland, sd). Hooligans in ons land zijn
  overwegend blank en van autochtone komaf volgens een onderzoek van Spaaij naar internationale
  club- en supportersculturen (Spaaij, 2008). De resultaten van de onderzoeken laten zien dat gedane
  beweringen met betrekking tot profielen vaak wel cijfermatig onderbouwd kunnen worden. BIJ
 gebrek aan relevante informatie zoals een signalement kan de individuele politieman of—vrouw zich
  richten op de veelbelovende personen in de ogen van de diender. Dit alles op basis van ervaringen en
 vakmanschap. De vraag die blijft Is of deze, weliswaar onderbouwde daderprofielen, voldoende in
 zich hebben om enkel op die basis over te gaan tot een gerichte controle van een persoon op straat?
 Volgens bijvoorbeeld l<aldenbach kan de politie niet effectief functioneren zonder te generaliseren
 en hij pleit er dan ook voor om die generalisaties aan een waarheidspercentage te koppelen. in
 hoeverre is het waar dat Roemenen zich schuldig maken aan skimming? Die kennis kan bijdragen aan
 het vakmanschap van een politieman. Het percentage is nimmer 100 procent daar moet de diender
 zich bewust van zijn maar het werkelijke percentage kan wel een effectieve wijze zijn om het
 noodzakelijke selecteren toe te passen. Vooroordelen zijn in de ogen van Kaldenbach dan ook
generalisaties met een ongetoetst waarheidspercentage, l<aldenbach tracht aan te tonen dat de
 politie etnische afkomst mee dient te wegen, daar ook niet aan kan ontkomen in het kader van haar
eigen professionaliteit, maar zich wel moet verontschuldigen in het geval van een controle die
achteraf 'onterecht' blee!'         '  :    2013)
Veel weergegeven criminaliteitscijfers laten een beeld zien waarin het lijkt alsof bepaalde groepen Lilt
de samenleving oververtegenwoordigd zijn binnen criminaliteitsdomeinen. Eerder in paragraaf 2.1,2
is al betoogd dat de redenen voor de cijfermatige uitkomst weleens gelegen kunnen zijn In de mate
van aandacht door de politie voor die bevolkingsgroep en/of dat criminaliteltsdomeln. Anderzijds
blijft het evident dat nimmer Is aangetoond dat ras of etnicitelt samenhangt met het plegen van
                                                                                           Pagina    1  23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    strafbare feiten (European Network Against Racism, 2009). Met andere woorden; Etnische afkomst
    brengt overeenkomsten met zich mee binnen bepaalde bevolkingsgroepen maar crimineel zijn of
    Onderzoeken naar de effectiviteit van etnisch profileren bij het opsporen van strafbare feiten tonen
    aan dat het juist onproductief is bij het politiewerk (European Network Against Racism, 2009).
    Bijvoorbeeld de aanpassing In de wijze van selecteren door de douane van de Verenigde Staten in
    het jaar 2000. Ras en etniciteit werden als criteria geschrapt en letten op gedrag en gebrekkige
    verklaringen van reizigers werd belangrijker. Het gevolg was 75 procent minder fouilleringen en een
   stijging van achteraf terecht gebleken fouilleringen van minder dan 5 procent naar meer dan 13
    procent (European Network Against Racism, 2009).
   Uit onderzoeken in 2007 naar aanleiding van het 'Strategies for Effective Police Stop and Search'
   project (STEPSS) verricht in Bulgarije, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Hongarije bleek dat overal
   minderheden in de samenleving meer kans liepen om staande te worden gehouden dan de
   meerderheidsgroep, De kans dat men betrapt werd op een overtreding was echter nagenoeg
   hetzelfde of zelfs kleiner als binnen de meerderheidsgroep (European Network Against Racism,
   2009). In Spanje bijvoorbeeld werd een daling van het aantal staandehoudingen van personen met
   een Marokkaanse afkomst gerealiseerd van 9,6 keer vaker dan autochtone Spanjaarden tot 3,4 keer
   vaker, Het totale aantal staandehoudingen door de Spaanse politie werd met meer dan de helft
   verminderd terwijl het aantal staandehoudingen met een positieve uitkomst met 300 procent
  toenam. Dat project voorzag in training, korpsbreed aandacht voor etnische afkomst en het gebruik
   ervan In uitvoering en beleid en een beter toezicht op een uitgevoerde surveillance. (European
   Network Against Racism, 2009).
  Bovenkerk geeft aan dat het grootste bezwaar van etnisch profileren het onontkoombare gevolg
  ervan Is dat er heel veel leden van minderheden gecontroleerd worden, Hij illustreert dat met het
  hiernavolgende voorbeeld:" Stel: er rijden op de weg 50% zwarte en 50% blanke bestuurders, We
  nemen aan dat zwarten in werkelijkheid tweemaal zo vaak in overtreding zijn (verkeersovertreding,
  drugs, wapens) dan blanken. Laten we zeggen dat een op de tien blanke bestuurders In overtreding is
  (10%) en dus twee op de tien zwarte (20%). De politie redeneert nu dat ze haar controlecapaciteit
  efficiënter in gaat zetten: men zal bijvoorbeeld viermaal zoveel zwarte automobilisten aanhouden
  dan blanke. Bij de eerstvolgende 100 controles worden op grond van deze verdeling 80 zwarte
  automobilisten aangehouden en 20 blanke. Volgens dit rekenvoorbeeld worden onder de zwarte
 automobilisten 20% van de 80 ofwel 16 personen terecht aangehouden. Onder de blanke
 automobilisten is dat 10% van 20 ofwel 2 (Bovenkerk, 2015, p. 11)." Het rekenvoorbeeld lijkt te
  bevestigen dat de politie terecht heeft gecontroleerd. Dat laat echter onverlet dat er 80 min 16 dus
 64 zwarte automobilisten ten onrechte zijn gecontroleerd en onder de blanke automobilisten 20 min
 2 maakt 18, Een aanmerkelijk verschil. (Bovenkerk, 2015)
 Concluderen dat etnisch profileren geen meerwaarde heeft en wel schadelijk is om de eerder
 benoemde redenen voert de boventoon bij de vele onderzoeken. Tegelijk is de grens van het
toelaatbare, of volgens sommigen zelfs noodzakelijke, gebruik van etnische kenmerken nog niet
eenduidig vastte stellen. Bovendien Is een conclusie in deze voornamelijk onderhevig aan de
 Interpretatie die gegeven wordt en de definiëring van etnisch profileren. Dat laat onverlet dat, zowel
voor als tegenstanders van het mee laten wegen van etnische achtergronden bij overwegingen
onder dienders, onverdeeld aangeven dat de politie meer aandacht moet schenken aan het
tegengaan van de negatieve effecten ervan. Dat past bij de rol die de politie in de samenleving, als
hoeder van die samenleving, heeft (Weiten, 2014). Het onbewust overnemen van heersende
sentimenten in die samenleving door de politie zal leiden tot meer verharding en polarisatie.
Onbewust draagt de politie bij aan cie vorming van stereotypering en vooroordelen door te snel of
                                                                                            Pagina 1 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>    onnodig etniciteit te betrekken ofte benadrukken in haar optreden of aanpakken. (Achkar ei
    de, 2015),
    2.1.5 Beleidsmatig verbinden
    Artikel 3 van de Politiewet 2012 benoemd de taakstelling van de Nationale Politie. "De politie heeft
    tot taak In ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende
    rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van
    hulp aan hen die deze behoeven (Ministerie van Veiligheid en Justitie, 2012)"
   De politie in Nederland is aan het veranderen. Van verschillende korpsen wordt gebouwd aan de
   vorming van een (1) Korps Nationale Politie, De basis hiervoor vormt het inrichtingsplan Nationale
   Politie en de Politiewet 2012 (Ministerie Veiligheid en Justitie, 2012). Het inrichtingsplan is gebaseerd
   op de missie en kernwaarden van de politie. De politie blijft 'waakzaam en dienstbaar' aan de
   waarden van de rechtsstaat. Dit uit de politie door, afhankelijk van de context, te beschermen, te
   begrenzen of te bekrachtigen. Om dit te kunnen doen moet elke individuele politlemedewerker
   integer, betrouwbaar, moedig en verbindend zijn In zijn of haar dagelijkse werk (Ministerie Veiligheid
   en Justitie, 2012). Verbinding maken met burgers wordt dus beschouwd als een absolute voorwaarde
   voor de politie om haar werk te kunnen doen.
   De Nationale Politie wil verder ruimte bieden aan haar eigen professionaliteit en die van haar
   medewerkers. De Nationale Politie moet daarmee leiden tot betere politieprestaties, een groter
  vertrouwen van de burgers in de politie en tot een korps wat als een eenheid functioneert
  (Ministerie Veiligheid en Justitie, 2012). Ook vertrouwen wordt gezien als een van de fundamentele
  kernen voor de politie.
  Dat een term als verbindend in de samenleving geen loos woord is onderschrijft het onderzoek van
  Adang, Van der Wal en Quint naar een verklaring waarom er in Nederland nog geen rellen hebben
  plaatsgevonden zoals in Frankrijk, Engeland, Zweden en België waarbij (migranten)achtergrond een
  belangrijke rol speelde. Een conclusie was dat het te maken had met de goede verbinding die de
  Nederlandse politie heeft met de samenleving en in de wijken (Adang, Wal van der, & Quint, 2010).
  Het verrichtte onderzoek naar etnisch profileren binnen de eenheid Den Haag overweegt ook dat er
  veel meer aandacht moet zijn voor de verbindende kant van het politiewerk dan dat nu het geval is.
  Dat moet dan opgaan voor het beleid, opleiding, leiderschap en alle dienders op straat (Van Der
  Leun, Van Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, 2014), Etnisch Profileren onder de Nationale
 Politie breekt die verbindingen af.
 De ruimte voor eigen professionaliteit wordt vergroot en medewerkers krijgen daarmee meer ruimte
 om naar eigen goeddunken te handelen, Protocollen en regels blijven bestaan maar daarbuiten
 wordt een beroep gedaan op de eigen professionaliteit van de medewerker. Doen Wat nodig is in die
 specifieke situatie op basis van de kernwaarden van de politie en het waakzaam en dienstbaar zijn
 aan de rechtsstaat (Ministerie Veiligheid en Justitie, 2012). De professionele ruimte en met name de
 vergroting daarvan impliceert een grotere Invloed van het Individu als politiemedewerker. intuïtief
 optreden of het fingerspitzengefühlspeeit hierin daarmee ook een grotere rol. Jezelf bewustzijn van
je rol als representant van de Nationale Politie en de gevolgen van je ogenschijnlijk individuele
 keuzes is daarmee extra relevant.
Het beleid van de Nationale Politie is dus onder meer gericht op fundamenten als 'vertrouwen' en
'verbinding'. Etnisch profileren door medewerkers of de beschuldiging daarvan ondermijnen de
Inspanningen op het gebied van beide fundamenten. De meest recente ontwikkeling binnen de
Nationale Politie is de notitie "De kracht van het verschil" die de visie en het beleidskader van
variëteit, gelijkwaardigheid en verbinding beschrijft. Het adagium wat daarbij wordt gebruikt Is
                                                                                             Pagina   1 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>   "Doen wat nodig is om effectief te zijn en te blijven in een veranderende samenleving" (Achkar ei &
              2015). Hoewel de notitie meer behelst dan enkel het thema etnisch profileren hebben alle
   onderdelen In de notitie direct of indirect relaties met etnisch profileren. Er wordt onderkend dat de
                                   ha a r samenhanjonder spanng sta afdoor coThctein 1èfb
   en de uitwassen daarvan die ervaren worden zoals de dreiging van aanslagen en radicalisering door
   eigen Inwoners, Ook geeft de notitie aan dat de politie tot op heden veelal iricidentgericht reageerde
   op een veranderende samenleving en te weinig is geïnvesteerd In een "gedegen grondhouding" van
   collega's in relatie tot de kernwaarden van de politie en het zijn van het fundament, of een van de
   fundamenten, van de samenleving (Achkar ei g#~ 2015). In de notitie wordt verder
   operationeel ook ingezet op het maken van verbinding met de samenleving, met alle groepen binnen
   die samenleving, Meer uitleggen waarom de politie doet wat zij doet, Iedereen Is zich bewust van het
   belang van verbinding en Ieders rol daarin, De burger staat centraal of wellicht staat het vertrouwen
   van de burger in de politie wel centraal, In de notitie wordt daarbij Ingezet op een
   ambassadeurschap om die gedachte en werkwijze uit te dragen op de basisteams (Achkar ei 8dIW
       2015).
   2.1.6 Conclusie
  Wat precies wordt verstaan onder etnisch profileren is niet in elk onderzoek of discussie eenduidig.
  Ook hanteren verschillende organisaties van elkaar verschillende definities van etnisch profileren.
  Dat bemoeilijkt een inhoudelijke discussie en laat bovendien ruimte om een omschrijving te
  gebruiken die het best past bij de boodschap die gebracht wenst te worden in het kader van deze
  thematiek. Het gemeenschappelijke aan alle omschrijvingen is het onrechtvaardig en niet objectieve
  gebruik van etniciteit door, in dit geval, de politie. Etnisch profileren Is in Nederland niet strafbaar,
  Het grenst echter aan discriminatie en voor een aantal mensen en organisaties is het dat zelfs ook en
  daarmee dan ook wel strafbaar. Als sprake is van structureel etnisch profileren is het van belang dat
  ook te erkennen binnen de politie maar ook om niet verzandden In een discussie of sprake is van
 discriminatie. Die discussie voegt niets toe. Van belang is om in te zien dat etnisch profileren geen of
  nauwelijks meerwaarde heeft bij overwegingen om een controle op straat uit te voeren. Evident is,
 hoewel voorstelbaar is dat het beeld bij dienders in eerste aanleg anders kan zijn, de nadelen, de
 schade, die etnisch profileren toebrengt aan de positie van de politie in de samenleving,
 onmiskenbaar nooit opwegen tegen de gepercipieerde voordelen. Bovendien conflicteert zulk
 optreden of handelen door politiemensen enorm met de uitgedragen kernwaarden van de Nationale
 Politie zoals het zijn, of willen zijn, van 'verbindend' in de samenleving.
 2.2      Deelvraag 2
          Wat zijn de juridische grondslagen voor een controle op straat?
 2.2.1 Juridisch kader algemeen
Zelfs zonder juridische bevoegdheid is het mogelijk om personen aan te spreken en wel volgens het
zogenoemde 'vragen staat vrij' principe. Hier wordt mee bedoeld dat het een politieman, net zoals
iedere burger, vrij staat om een ander persoon aan te spreken mits de Inbreuk op diens recht op een
persoonlijke levenssfeer beperkt blijft (Hoekendljk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, pp.
42,43 168),
Een algemene bevoegdheid tot het geven een stopteken is te halen uit artikel 3 van de Politiewet
2012 (Hoekendijk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, p. 168). De tekst van dat artikel luidt:"
De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de
geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het
                                                                                              Pagina 1 26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>    verlenen van hulp aan hen die deze behoeven (Hoekendijk, Wetteksten voor de hulpofficier, 2015,
    pp. 47, art 3 PW). "Indien naar redelijk inzicht In het geval van een verdachte situatie zonder
   van artikel 3 Politiewet 2012. Hierbij mag de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opnieuw niet te
   groot zijn. Een gegeven stopteken wordt niet als zodanig gezien (Hoekendijk, Strafvordering voor de
    hulpoffIcier, 2015, p. 168), In navolging van het stopteken is het mogelijk om personen te vragen
    naar hun identiteit en andere vragen ter vaststelling van de hoedanigheid van de personen
   (Hoekendijk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, p. 168), In het kader van de algemene
   taakstelling van de politie kan een In de ogen van een politleambtenaar afwijkend beeld in de
   gepercipleerde omgeving van de ambtenaar dus aanleiding zijn tot het geven van een stopteken.
   2.2.2    Juridisch kader specifiek
   Op basis van specifieke wetgeving zijn ook stoptekens en controles mogelijk.
   WegenverkeersWet 1994
   Ingevolge artikel 160 van de WegenverkeersWet 1994 is bijvoorbeeld ook een stopteken mogelijk ter
  controle op de naleving van de wetten en regels gesteld In de WegenverkeersWet 1994. Het
   bijzondere aan dit stopteken Is dat er geen sprake hoeft te zijn van een geconstateerde overtreding
  of strafbaar feit anderszins. Deze bevoegdheid is een controlebevoegdheid. Dat houdt In dat enkel en
  alleen alter controle een stopteken gegeven kan worden (Hoekendijk, Strafvordering voor de
  hulpofficier, 2015, p. 515). Eenieder kan dus ter controle op het bezit van bijvoorbeeld een rijbewijs,
  in het geval van een bestuurder waarvoor dat vereist is uiteraard, of het gebruik van alcohol worden
  gevorderd zijn voertuig te doen stilhouden (Hoekendijk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015,
  pp. 515,516).
 Wet Wapens en Munitie
  Ingevolge artikel 51 van de Wet Wapens en Munitie is ook een stopteken aan een bestuurder van
 een voertuig en vervolgens nadere controle mogelijk. In gevallen van een concrete verdenking van
 overtreding van een of meerdere voorschriften uit de Wet Wapens en Munitie is een stopteken
 mogelijk (Hoekendijk, Wetteksten voor de hulpofficier, 2015, pp. 311,312 art 51 WWM). Artikel 52
 van de Wet wapens en Munitie bepaalt dat personen in het geval van een directe aanleiding of
 concrete verdenking van een overtreding In het kader van de Wet Wapens en Munitie aan de kleding
 kunnen worden onderzocht. Verder zegt artikel 50 van dezelfde wet dat gevorderd mag worden om
 reisbagage te openen op basis van een aanleiding of concrete verdenking (Hoekendijk, Wetteksten
 voor de hulpofficier, 2015, pp. 311,312 art 50/52 WWM).
 In het kader van dit onderzoek Is de mogelijkheid tot een stopteken zonder concrete aanleiding of
verdenking relevant. Die ruimte bieden de artikelen 50, 51 en 52 van de Wet Wapens en Munitie
ook, Het tweede lid van artikel 50 van de Wet Wapens en Munitie geeft de Officier van Justitie de
 bevoegdheid om het bedoelde onderzoek jegens eenieder te gelasten. Dus zonder een concrete
aanwijzing jegens een specifiek persoon maar gelegen In een specifieke beweging binnen een
bepaald gebied. Bijvoorbeeld een specifieke reisbeweging in een grenssteek waarvan bekend is dat
daarmee vaak een overtreding van de Wet Wapens en Munitie gepaard gaat. Hetzelfde zegt het
tweede lid van de artikelen 51 en 52 van de Wet Wapens en Munitie (Hoekendijk, Wetteksten voor
de hulpofficier, 2015, pp. 311,312 art 50,51,52 WWM). Omdat niet altijd mogelijk is om
daadwerkelijk eenieder te controleren zal de diender moeten selecteren en onderscheid moeten
maken,
De Wet Wapens en Munitie biedt nog een juridische mogelijkheid tot het controleren van
reisbagage, personen of voertuigen of combinaties van deze. Telkenmale het derde lid van de
hiervoor aangehaalde artikelen geeft de bevoegdheid om eenieder te controleren binnen een
                                                                                            Pagina 1 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>    aangewezen veillgheidsrislcogebled zoals bedoeld In artikel 151b eerste lid of 174b eerste lid van de
    Gemeentewet. Een burgemeester kan een bepaald gebied, onder bepaalde voorwaarden die hier
    niet-nader-behandeld-worden,aanwitze-n-als-veiligheidsrisicogebied—D-at-ge-eft de Officier van Justitie
   de bevoegdheid om te gelasten dat eenieder binnen dat gebied wordt gecontroleerd zoals de
   artikelen 50, 51 en 52 van de Wet Wapens en Munitie bedoelen (Hoekendijk, Wetteksten voor de
   hulpofficier, 2015, pp. 311,312 art 50,51,52 WWM) (Hoekendijk, Strafvordering voor de hulpofficier,
   2015, pp. 548,549,550 art 50,51,52 WWM), Hierbij geldt ook dat niet in alle gevallen het altijd
   mogelijk is daadwerkelijk eenieder te controleren en dat er dus geselecteerd wordt.
   Wet op de economische delicten
   Artikel 23 van de Wet op de Economische delicten geeft de bevoegdheid om zowel voertuigen als
   zaken die personen met zich voeren te doen stilhouden en onderzoeken voor zover dat nodig is ter
   opsporing en dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak (Hoekendijk, Wetteksten
   voor de hulpofficier, 2015, p. 382 art 23 WED). In het eerste artikel van de Wet op de Economische
   Delicten staan de specifieke wetgevingen benoemd waar de bevoegdheden uit de Wet op de
   Economische Delicten zich op richten maar omwille van de leesbaarheid in verband met de
   uitvoerige lijst van wetgeving wordt die lijst hier niet weergegeven maar wordt volstaan met een
   verwijzing naar www.overheid.nl (Rijksoverheid, 2015). Hoewel deze grond van controle juridisch
   wel mogelijk Is in een aantal gevallen, Is de betreffende wetgevende basis zo specifiek dat deze niet
  vaak wordt toegepast binnen de kaders van dit onderzoek.
  Algemene Wet Bestuursrecht
  Artikel 5:19 van de Algemene Wet Bestuursrecht geeft toezichthouders de bevoegdheid om een
  voertuig te doen stilhouden om te kunnen onderzoeken waar de toezichthoudende taak betrekking
  op heeft (Hoekendijk, Wetteksten voor de hulpofficier, 2015, p. 59 art 5:19 AWB). Deze en ook
  andere bevoegdheden uit de Algemene Wet Bestuursrecht zijn relevant en worden voornamelijk
  toegepast bij verkeerstoezicht in het kader van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeer
  ook wel Wet Mulder genoemd, Een relatief licht verkeersvergrijp kan dus ook aanleiding zijn om een
  controle te initiëren.
  Ook binnen het vreemdelingentoezicht worden de bevoegdheden uit de Algemene Wet
  Bestuursrecht toegepast. De VreemdelingenWet schrijft daarbij voor dat in voorkomende gevallen
 sprake moet zijn een redelijk vermoeden van Illegaal verblijf ofwel een redelijk vermoeden dat er in
  het voertuig zich een persoon bevindt die aan het toezicht onderworpen is. Dit naar objectieve
 maatstaven gemeten (Hoekendljk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, pp. 503-509). Bij een
 controle op deze gronden moet dus sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld en zal
 derhalve geen of een marginale rol spelen binnen de kaders van dit onderzoek.
 Wet op de Identificatieplicht
 Artikel 2 van de Wet op de Identificatieplicht stelt dat er een toonplicht is van een geldig
 identiteitsbewijs voor eenieder die de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt op eerste vordering
 van een politieambtenaar (Hoekendijk, Wetteksten voor de hulpofficier, 2015, pp. 65, art 2 WID).
 Een aanwijzing van het college van Procureur Generaals geeft aan dat die vordering enkel mag
worden gedaan als dat in het kader van een redelijke taakuitoefening noodzakelijk is (Hoekendijk,
Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, p. 150). Hetgeen een ruime aan interpretatie onderhevige
aanwijzing is en geenszins duidelijke kaders schept waaraan de diender zich moet houden. Deze
juridische mogelijkheid zal naar alle waarschijnlijkheid een rol spelen binnen dit onderzoek.
Wetboek van Strafvordering
In het geval van concrete verdenkingen aangaande een strafbaar feit en ontdekking op heterdaad of
of een redelijk vermoeden van schuld zijn in bepaalde voorkomende gevallen ook bevoegdheden
toegekend zoals het stilhouden van een voertuig of persoon. Verwezen wordt naar artikel 52 en 96b
                                                                                            Pagina 1 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>   van het Wetboek voor Strafvordering (Hoeken dij k, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015, pp
   176,190 art 52,96b WbSv). Omdat die handelingen gebaseerd zijn op een concrete aanleiding en dus
   geennndercteeli.dtniakeji van dit onderzoek worden deze hier dan ook buiten beschouwing gelaten.
   Hetzelfde geldt voor bepalingen uit Algemene Plaatselijke Verordeningen.
   Tot slot van deze paragraaf Is het van belang te weten dat een oneigenlijk gebruik van een
   bevoegdheid niet is toegestaan. De bevoegdheid moet worden ingezet waarvoor deze Is bedoeld
   anders Is er sprake van onrechtmatigheid bekend onder de term 'detournement de pouvoir'
   (Hoekendijk, Strafvordering voor de hulpofficier, 2015).
   2.2.3   Conclusie
   De voorgaande twee deelparagrafen laten verschillende juridische grondslagen zien waarop een
   diender op straat zich kan beroepen. De wet geeft ruime mogelijkheden en in een aantal gevallen is
  de scheidsgrens tussen rechtmatig gebruik en onrechtmatig gebruik flinterdun. Zo is het eenvoudig
  mogelijk om een controle uit te voeren op grond van artikel 160 van de WegenverkeersWet 1994 en
  na te hebben voldaan aan de verplichting om een van de wetten of regels in die wet gesteld te
  controleren, zoals het bezitten van een rijbewijs, door te gaan met de controle aangaande de
  werkelijke reden of onderbuik-gevoel wat de betreffende diender In eerste aanleg deed besluiten om
  de controle uit te voeren. Dit illustreert de bewegingsvrliheid die dienders op straat hebben. Andere
  gronden voor een controle zijn aan meer voorwaarden verbonden en daarin schuilt het gevaar van
  willekeur minder,
  2.3      Deelvraag 3
          Welke factoren spelen volgens een onderzoek naar het beslisproces van dienders
  door Cankaya een rol bij de overweging van dienders bij het selecteren op straat?
 2.3.1 Discretionaire bevoegdheid
 De politieagent op straat is een street-level-bureaucrat zoals Lipsky dat heeft omschreven. In de sterk
 hiërarchische omgeving van de politie heeft de agent op straat nog veel beslissingsvrijheid in zijn of
 haar directe contact met de burgers. Die Individuele agent maakt de keuze hoe en of het beleid in
 het specifieke geval wordt toegepast of niet wordt toegepast (Lipsky, 1980). Lipsky verklaart hiermee
 de discrepantie tussen beleidsontwerp en de uitvoering ervan. Daaruit volgt dat het van belang is
 inzicht te hebben In de afwegingen die de individuele diender maakt. Naast datgene wat Lipsky
 inzichtelijk maakt hebben dienders in Nederland ook een zogenoemde discretionaire bevoegdheid.
 Die bevoegdheid wordt omschreven als de vrijheid om een situatie te zien als relevant voor de politie
 en/of om een burger te zien als relevant voor de politie en om vervolgens een keus te maken in de
afhandelwijze van die situatie of relevante burger (Aalberts, 1990). De discretionaire bevoegdheid
 behelst dus de vrijheid van een diender om een selectie te maken van wat relevant wordt geacht en
vervolgens ook nog een passende afhandelwijze te bepalen. Dit speelt met name een rol bij de
controles, zoals omschreven in dit onderzoek, zonder een waarneembare aanleiding. Onderzoek in
het Verenigd Koninkrijk in 2007-2008 toonde aan dat waar de discretionaire bevoegdheid het grootst
is en politieambtenaren in staat zijn om eigen ideeën te gebruiken bij wie er gecontroleerd diende te
worden, de kans op discriminatie het grootst is (European Network Against Racism, 2009),
2.3.2 Indicatoren bij proactieve controles op straat
Op basis van een uitgebreide literatuurstudie door Dekkers en Van Der Woude naar de complexiteit
van risicoprofilering worden er drie indicatoren onderscheiden waarde politie haar beslissing op
                                                                                           Pagina 1 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>    baseert om iemand te controleren of te stoppen (Dekkers & Van der Woude, 2014). Als eerste de
    kenmerken van de persoon, als tweede de kenmerken van de situatie en het gedrag en als derde de
    kleding. De omstandigheden van de situatie in combinatie met het gedrag betreft de vraag of het
   gedrag aansluit bij de situatie. Bijvoorbeeld een rondkijkende voetganger op een monumentaal plein
   past beter dan wanneer dat gedrag zich voordoet In een woonwijk. De indicatoren met betrekking
   tot een voertuig zijn bijvoorbeeld de staat waarin deze verkeerd. (Dekkers & Van der Woude, 2014)
   De hiernavolgende paragraaf kijkt hier op basis van een uitgevoerd onderzoek onder politiemensen
   In Amsterdam nader naar en zal een specifieker onderscheid In selectie indicatoren benoemen.
   2,3,3 Onderzoek naar selecteren bij proactieve controles op straat
   Deze theoretische benadering van het beslisproces van een diender bij proactief politieoptreden,
   waaronder het optreden bij een controle zonder waarneembare aanleiding is ontleend aan Dr. Sinan
   Cankaya. In zijn boek 'De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie' gebaseerd op een
  door hem uitgevoerd onderzoek naar het beslisproces tijdens proactief politiewerk in Amsterdam
  stelt hij vast dat het gehele beslisproces bij dienders schematisch kan worden weergegeven zoals in
  figuur 1.
                                          Interactiefase'
                                                              Figuur 1 (Cankaya, 2012, p. 176)
  Elke fase bestaat uit nader uitgewerkte onderdelen. De voorfase bestaat uit onderdelen waarmee de
  diender voor zichzelf uitmaakt of overgegaan wordt tot een controle. De Interactiefase beschrijft de
 onderdelen van het beslisproces gedurende de interactie met de gecontroleerde en de resultaatfase
  beschrijft de onderdelen die de keuze in afwikkeling bepalen. In dit onderzoek Is met name de
 voorfase interessant omdat dit onderzoek zich onder meer richt op de overwegingen van dienders
 om over te gaan op een controle en niet op de controle zelf of de fysieke afwikkeling ervan.
 De voorfase bestaat volgens Cankaya uit de volgende onderdelen, weergegeven in figuur 2, die
 worden gewogen bij het beslisproces van de diender. De verschillende onderdelen krijgen een
 bepaalde waarde volgens Cankaya in relatie met de omgeving zoals de diender die ziet en
 interpreteert. Het uiterlijk, het voertuig, het gedrag van de burger en het tijdstip en de locatie
 vormen daarbij al dan niet In combinatie met elkaar de mate van relevantie In de ogen van de
 diender (Cankaya, 2012),
                                                             Figuur 2 (Cankaya, 2012, p. 176)
Onderdelen kunnen in combinatie met elkaar niet passen In het beeld wat de diender heeft van de
omgeving. De Incongruentlethesis. Een bepaalde persoon in een bepaald voertuig wat naar het
oordeel van de diender geen passende combinatie is. Dat beeld kwam in het onderzoek uitgevoerd
door Cankaya veelvuldig naar voren (Cankaya, 2012, p. 37).
Voornoemde vier onderdelen uit figuur 2 zijn nog nader te specificeren zoals figuur 3 toont voor de
factor persoon. Uit dat figuur volgt op welke wijze de factor persoon wordt beoordeeld door de
diender,
                                                                                            Pagina  1 30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                                                                          IL
                                                                Figuur 3 (Cankaya, 2012, p. 78)
 Uit het voorgaande volgt dus uit de theoretische benadering gebaseerd op het onderzoek van
Cankaya dat etnische uiterlijke kenmerken zoals kleding, sieraden, versieringen maar ook huidskleur
en gezichtsvorm kenmerken zijn waar een diender op selecteert en onderscheid aanbrengt in zijn
waargenomen omgeving. Als die kenmerken vervolgens een grotere invloed hebben op de keuze van
de diender dan de overige kenmerken kan dat een aanwijzing zijn dat etnische achtergrond een rol
speelt bij de overweging.
Voor de factor voertuig stelde Cankaya op basis van zijn onderzoek de kenmerken zoals weergegeven
in figuur 4 vast.
                                                  II;
                                                               Figuur 4 (Cankaya, 2012, p. 78)
                                                                                      Pagina 1 31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>  In het kader van de controle zonder waarneembare aanleiding en de relatie met etnische
  achtergrond is het selectiekenmerk buitenlands kenteken extra relevant voor dit onderzoek. Of dat
  aanwijzing zijn dat etnische achtergrond juist wel of juist niet een rol speelt.
  Voor de factor gedrag stelde Cankaya de In figuur 5 weergegeven kenmerken vast.
 Gedrag kan aanleiding geven voor een diender om over te gaan tot een controle. De wijze waarop
 Iemand loopt, rijdt of kijkt kan een afwijking geven in de geïnterpreteerde omgeving van de diender
 waarna een controle in de ogen van de diender gerechtvaardigd is. Relevant is in deze of de
 vastgestelde kennelijke afwijking van gedrag voortkomt uit een bepaalde etnische achtergrond en op
 een juiste wijze wordt geïnterpreteerd door de diender.
 Als laatste factor stelde Cankaya voor tijd en locatie de In figuur 6 weergegeven kenmerken vast.
                                               -            --
                                                                    Figuur 6 (Cankaya, 2012, p. 78)
In een nacht van zaterdag op zondag zal een diender de omgeving van bijvoorbeeld een
industrieterrein een andere waarde toekennen dan wanneer het een dinsdagmiddag betreft.
Hetzelfde kan opgaan voor een locatie in het werkgebied waarvan is vastgesteld dat zich daar
bepaalde zaken voordoen waarvoor onverdeeld aandacht moet zijn van de politie.
                                                                                         Pagina 1 32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre> 2.3.4 Conclusie
  lie-vorenst-aande-fac-teren-met-daarbij-alle-benoemde-kenmerl<en-blijken-volgens-het-O-nde-rzoek van -
Cankaya relevant bij de af- en overweging die een diender maakt voordat hij of zij In het kader van
een proactieve, zonder direct waarneembare aanleiding, overgaat tot het controleren van een
voertuig en of persoon. Met name de kenmerken die kunnen duiden op een relevantie van etnische
achtergrond bij de afweging zijn in verband met dit onderzoek van belang. De factoren die benoemd
zijn zullen dan ook in het te houden surveyonderzoek binnen de eenheid Oost-Brabant terugkeren.
De bevindingen In het onderzoek naar het beslisproces bij een controle op straat laten zien dat de
factoren allemaal In verbinding staan met elkaar. In het kader van het thema van dit onderzoek, de
rol die etniciteit speelt bij overwegingen op straat, Is het relevant om de onderlinge verhoudingen
van de factoren zoals de dienders binnen de eenheid Oost-Brabant deze toekennen In kaart te
brengen. Een nadere toelichting wordt gegeven in hoofdstuk 3 van dit rapport.
                                                                                         Pagina 1 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 3               Methode van onderzoek
   In dit hoofdstuk leest u de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd.
   3.1 Algemeen
   Over het thema etnisch profileren in zijn algemeenheid en het functioneren van de politie in relatie
   tot dat thema in het bijzonder is al behoorlijk wat onderzoek gedaan, Het accent van die
   onderzoeken ligt vaak op de beleving van burgers en de verklaring die zij geven over de aanleiding
   van het handelen van de politie. De overwegingen die zich in het hoofd van de dienders zelf afspelen
   Is echter hetgeen waaruit blijkt wat de werkelijke aanleiding is geweest, Die overwegingen zijn echter
   moeilijk zichtbaar te maken. Duidelijk is wel dat de dienders degene zijn die de informatie bezitten.
  Daarom is ervoor gekozen dit thema nu te benaderen vanuit de politiemedewerker.
  De hoofdvraag, in hoeverre speelt de etnische achtergrond van burgers een rol bi] de overweging van
  dienders binnen de eenheid Oost-Brabant om over te gaan tot een controle van personen op straat
  zonder waarneembare aanleiding en in welke mate zijn zij zich bewust van mogelijke gevolgen als dat
  het geval zou zijn of wanneer de gecontroleerde dat als zodanig ervaart?,
  Is onderverdeeld in
  De hoofdvraag is een frequentleonderzoeksvraag. Beoogd wordt om Inzicht te geven in de mate
 waarin etnisch profileren voorkomt en tevens om inzicht te geven in de mate waarin dienders zich
  bewust zijn van de effecten van etnisch profileren. Het onderzoek Is verder beschrijvend van aard
  hetgeen ook het best passend is bij een frequentleonderzoeksvraag en zowel kwantitatief als
  kwalitatief (Baarda, et al., 2012, p. 62).
 In de hiernavolgende paragrafen treft u per deel de methode van onderzoek met In de laatste
 paragraaf een korte conclusie verbonden aan de onderzoeksopzet.
 3.2       Eerste deel
 De eerste drie deelvragen zijn onderzocht middels onderzoek In de literatuur en dienen als basis om
 het thema etnisch profileren binnen het politiewerk en in relatie tot de hoofdvraag nader te kunnen
 beschouwen en onderzoeken. Het onderzoek In de literatuur werd aangevuld met ongestructureerde
 open Interviews en semigestructureerde interviews met deskundigen en deelname aan een
werkconferentie Etnisch profileren & politievakmanschap georganiseerd door de Anne Frank
stichting.
3.2.1     Literatuur
Middels een uitgebreide, maar niet uitputtende selectie, van relevante literatuur met betrekking tot
dit thema uit binnen- en buitenland werd onderzoek gedaan naar etnisch profileren. Binnen de
selectie vallen beleidsmatige documenten, wetenschappelijke onderzoeken, ervaringen en
uitgesproken meningen van gerenommeerde onderzoekers of denkers. Zowel felle tegenstanders als
meer genuanceerde schrijvers en denkers over dit thema. Voor de volledige lijst wordt verwezen
naar de bijlage verwijzingen van dit rapport. Met name de benadering zoals onderzocht en
beschreven door Cankaya in zijn boek:" De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie" en
het onderzoek "Etnisch profileren in Den Haag?" vormden input voor het uitgevoerde survey-
onderzoek zoals onder paragraaf 3.3,1 nader wordt toegelicht.
                                                                                          Pagina 1 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>    3.2.2 Deskundigen
   flegemn±eriiewddeskundigeirworden hieronder weerggyen niet de betreffende deskundigheid.
   Voor de namen van de deskundigen wordt verwezen naar de bijgevoegde bronnenlijst onder de
    bijlage verwijzingen van dit rapport. In een aantal gevallen Is de omschrijving 'interview' wellicht een
   te zware aanzetting als omschrijving van het gesprek en Is ook geen sprake van verslaglegging of
   enkel op summiere wijze. De omschrijving van informeel gesprek is echter weer een te minne
   omschrijving (Baarda, Goede de, & Teunissen, 2009, p. 231). Omdat de informatie uit de Interviews
   of gesprekken wel heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit rapport worden zij hieronder wel
   benoemd.
        1) Semigestructureerd geïnterviewd is de landelijk portefeuillehouder variëtelt,
            gelijkwaardigheid en verbinding van de Nationale Politie (El Achkar, 2015). De gebruikte
            vragen vormden een leidraad voor het Interview en zijn als bijlage 1 aan dit rapport
            toegevoegd.
        2) Ongestructureerd open geïnterviewd is het sectorhoofd                          ian de eenheid
            OostBrabantJ             2015), Tevens opdrachtgever voor dit onderzoek,
        3) Ongestructureerd open geïnterviewd Is de Teamleider                                        van
            de eenheid _                      ,2015).
        4) Gesprek met de projectleider                                                           2015).
   Naast voornoemde interviews hebben op verschillende momenten tevens voordrachten plaats
  gevonden waarvan in beperkte mate informatie uit die voordrachten is gebruikt in dit onderzoek. De
  voordrachten vonden plaats In een docerende vorm en de inhoud en aanleiding was niet direct
  gerelateerd aan het thema van dit onderzoek maar bleek later wel waardevol. De namen van de
  betreffenden treft u in de bijgevoegde bronnenlijst onder de bijlage verwijzingen van dit rapport. De
  deskundigheden van hen betroffen:
       1) Voordracht docent Hogere Politiekund€2014)
       2) Voordracht bijzqnder adviseur Nationale Politie (Welten, 2014)
  3.2.3    Werkconferentie
  De deelnemers aan de bezochte werkconferentie zijn in bijlage 4 van dit rapport weergegeven. Het Is
  niet mogelijk om verkregen informatie bij die werkconferentie toe te kennen aan individuele
  deelnemers. Derhalve wordt volstaan met een verwijzing naar de werkconferentie als geheel In die
 gevallen dat verkregen informatie in dit rapport Is gebruikt.
 3.3       Tweede deel
 Het tweede deel Is onderzocht middels een gehouden survey In de vorm van een online-enquête en
 interviews van Basisteamchefs van de eenheid Oost Brabant.
3.3.1 Het survey
Er is gekozen voor het uitvoeren van een survey in de vorm van een online-enquête om een aantal
 redenen, Ten eerste wordt een surveyonderzoek beschouwd als methode die de voorkeur heeft bi)
een beschrijvend onderzoek en een frequentleonderzoeksvraag (Baarda, et al., 2012, P. 66). Ten
tweede Is een geanonimiseerde enquête een goede manier om sociaal wenselijke antwoorden tegen
te gaan (Baarda, et al., 2012, p. 194), Sociaal wenselijke antwoorden kunnen ertoe leiden dat er niet
een waarheidsgetrouw beeld ontstaat. Het gevaar daarop met dit thema is aanwezig. Ten derde en
als laatste Is het een wijze waarop relatief eenvoudig veel data kan worden gegenereerd onder een
                                                                                             Pagina 1 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    groot aantal respondenten (Baarda, et al., 2012, p. 193). Het onderzoek bestond ook niet uit een
    steekproef maar onder de gehele populatie. Hiermee wordt het mogelijk om een beeld te schetsen,
    de eenheid Oost-Brabant waarvan reeds eerder een beschrijving is gegeven. De eenheidsleiding
    ondersteunde het onderzoek en leidinggevenden zijn dan ook direct betrokken bij de verspreiding
    van het survey met daarbij de gedachte dat die steun positief bijdraagt aan de mate van respons op
    het onderzoek. De opdrachtgever van het onderzoek, tevens sectorhoofd, heeft alle basisteamchefs
    aangeschreven met de opdracht om de enquête te verspreiden onder alle medewerkers.
    Tegelijkertijd is de enquête aangekondigd op de interne nieuwssite van de eenheid Oost-Brabant.
    De enquête is gemaakt met behulp van het online programma Surveymonkey. Tot de gebruikers van
   dat enquêtebureau behoren meer dan 80% van alle bedrijven in de Fortune 100 maar daarnaast ook
   onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties,
   Betrouwbaarheid
   Om de betrouwbaarheid van het onderzoek zoveel als mogelijk te waarborgen zullen de resultaten
   anoniem worden verwerkt. Gegeven antwoorden zijn dus nimmer te herleiden naar daadwerkelijke
   personen, Dat draagt bij aan het tegengaan van het geven van sociaal wenselijke antwoorden.
   Daarnaast zal een aantal vragen informeren naar het handelen van collega's en dus niet gaan over
   het handelen van de respondent zelf. Ook daarvan wordt beoogd dat het bijdraagt aan de-mate van
   oprechtheid aangaande dit gevoelig thema.
   Wel dient opgemerkt te worden dat hetgeen respondenten zeggen te doen niet zonder enige twijfel
   betekend dat zij het In de praktijk ook daadwerkelijk zo doen. Er is dus mogelijk sprake van enige
  discrepantie hierin, wat niet wegneemt dat de gegeven respons een inzicht verschaft. Er wordt
  tenslotte ook gevraagd naar percepties. Door de wijze van enquêteren, het anoniem houden van de
  respondenten en het vragen naar het handelen van anderen, wordt de discrepantie tussen zeggen
  iets te doen en het ook daadwerkelijk doen zoveel als mogelijk tegengegaan. Onder de alinea
  'representativiteit' treft u meer gegevens over de reacties op het survey en daarmee meer
  informatie over de betrouwbaarheid van het onderzoek.
 Validiteit
 Om de validiteit van het onderzoek zoveel als mogelijk te waarborgen zijn In het surveyonderzoek de
 vragen zodanig opgesteld dat daar uit kan worden afgeleid in hoeverre etnische achtergrond een rol
 speelt. Vragen in het survey Informeren naar een waardering van lets of naar een frequentie. De
 vragen waren onder meer gebaseerd op de uitgebreide theoretische onderbouwing van het
 beslisproces van politieagenten door Cankaya. Tevens waren de vragen dermate concreet dat deze
 direct betrekking hadden op hetgeen wat werd onderzocht. Zie hiervoor tevens de gestelde vragen
 onder bijlage 4 In combinatie met de hieronder weergegeven tabel 3.1 waarin per deelvraag staat
 vermeld welke enquêtevragen bijdragen aan de beantwoording van de deelvragen. De zevende
 deelvraag staat niet vermeld in de tabel daar nagenoeg alle vragen relevant worden geacht bij de
 beantwoording daarvan.
 De vragen zijn verschillend van aard. Er is sprake van stellingen met een 'eens' of 'oneens'
waardering alsmede stellingen of vraagstellingen waarbij een Likertschaal is gebruikt (Baarda, et al,,
2012, p. 209). De verschillen dragen bij aan nuance en een geven een getrouwer beeld van de
werkelijkheid doordat meerdere verschillende vragen Informatie bieden over hetzelfde onderdeel.
De vragen vier tot en met negen zijn gebaseerd en afgeleid van het onderzoek van Cankaya (Cankaya,
2012). De vragen zeventien tot en met negentien, eenentwintig, drieëntwintig en achtentwintig zijn
onttrokken aan het onderzoek naar etnisch profileren in Den Haag (Van Der Leun, Van Der Woude,
Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, 2014). De vragen elf tot en met vijftien zijn gebaseerd op een
schrijven vana e                           2013, pp 1-9). De vragen vierentwintig, zesentwintig,
                                                                                           Pagina 1 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>    zevenentwintig en negenentwintig zijn gebaseerd op, hetgeen beschreven en eerder aangehaald in
    het tweede hoofdstuk van dit rapport, namelijk de literatuur van Bovenkerk, European Network
    AgainstRacism,Jekkers&vatrdetWode                                       2015) (European Network
    Against Racism, 2009) (Dekkers & Van der Woude, 2O14                    2013).
     4                       2,3,4,5,6,7,8,9,19,20,21,22
                      23,24,25,26,27,29,30,31,32,39
     5                       1,10,11,12,13,14,15,16,17,
                      18,23,28,39
                            1,10,11,12,13,14,15,16,17,
                            ,27.2&39
                                                    Tabel 3.1
   Generaliseerbaarheid / externe validiteit:
   De uitkomsten van dit onderzoek geven In eerste aanleg alleen inzicht In het thema etnisch
   profileren binnen de eenheid Oost-Brabant. In gevallen waarin sprake is van een vergelijkbaar profiel
  in samenstelling van de maatschappij binnen het werkgebied en opbouw van de eenheid zullen de
  uitkomsten van het onderzoek ook daar een beschrijvingswaarde hebben.
  Representativiteit
  De hoofdvraag van het onderzoek richt zich op het werk op straat binnen de eenheid Oost-Brabant.
  Aan de hand van gegevens verkregen uit BasisVoorzleningCapaciteitsManagement, kortweg BVCM, is
  de populatie medewerkers die daadwerkelijk bulten op straat controles uitvoeren bepaald aan de
  hand van de deskundigheden 'noodhulp basis' 'noodhulp all round' en de deskundigheid 'Officier van
  Dienst'. Dat betreffen 1016 personen. Bulten dat aantal zijn de medewerkers werkzaam binnen
  afdelingen van recherche en service en intake gelaten daar zij niet of nauwelijks werkzaam zijn op
 straat, Het aantal 1016 betreft dus de geuniformeerde, blauwe, dienders werkzaam binnen
  bijvoorbeeld noodhulp en wijkzorg en daarmee de doelgroep voor dit onderzoek. Er valt niet uit te
 sluiten dat de registratie van de deskundigheden niet geheel up-to-date is en het cijfer moet dan ook
 gezien worden als een Indicatie van het aantal dienders en niet als een absoluut getal.
 Doordat het technisch niet eenvoudig mogelijk is om alleen voornoemde 1016 personen te
 selecteren voor het onderzoek is de verspreiding van het onderzoek op twee verschillende wijzen
 uitgevoerd, Als eerste Is een nieuwsbericht op de interne internetsite, intranet genoemd, geplaatst
 met daarin de oproep aan alle blauwe dienders om de enquête in te vullen, Specifiek is zowel in het
 nieuwsbericht, maar ook in de eerste pagina van het onderzoek zelf, vermeld dat de enquête Is
 bestemd voor mensen die bulten op straat werkzaam zijn. Als tweede zijn, door het sectorhoofd en
                    van dit onderzoek, alle basisteamchefs aangeschreven en -gesproken, met de
opdracht de enquête te verspreiden onder de medewerkers die buiten op straat werkzaam zijn. Het
is niet geheel uit te sluiten dat de enquête is Ingevuld door medewerkers van de eenheid Oost
Brabant die niet, of niet meer, werkzaam zijn op straat. De verwachting, gebaseerd op de gedachte
dat veel medewerkers te kennen geven 'enquêtemoe' te zijn, is dat het aantal ongewenste reacties
te verwaarlozen is. Tevens wordt opgemerkt dat hoewel medewerkers niet meer daadwerkelijk zelf
werkzaam zijn op straat zich wel een beeld kunnen vormen over hoe er gewerkt wordt op straat aan
                                                                                          Pagina 1 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>   de hand van gesprekken of aangeboden processen-verbaal en dat die respons daarmee niet helemaal
   waardeloos is.
   Uiteindelijk is het survey van 21 april tot en met 15 mei actueel geweest en hebben 507
   medewerkers de enquête gedeeltelijk of helemaal ingevuld. Het aantal medewerkers wat de enquête
   in zijn geheel heeft Ingevuld betreft 281 en de gemiddelde respons per vraag is 342, Gemiddeld per
  vraag dus een respons van 33,6% maar tenminste een respons van 27,7% op elke vraag. Gerelateerd
  aan algemeen aanvaarde steekproef beschouwingen waarbij onder een populatie van 1000, met een
  geaccepteerde foutmarge van 5% en een betrouwbaarheidsinterval van 95%, er een aantal van 278
  respondenten worden voorgeschreven en met een betrouw baarheidsinterva Ivan 90% 215
  respondenten, is het aantal respondenten over het algemeen heel representatief voor de gehele
  populatie te noemen (SurveyMonkey, 2015).
  De verdeling van respons per basisteam ten opzichte van de gehele eenheid is niet overal evenredig
  en daarmee zijn de resultaten dan ook niet voor elk basisteam even representatief maar voor de
  eenheid over de gehele lijn wel. Zie hiervoor onderstaande Grafiek 3.2.
                                            Grafiek 3,2
                        Den Bosch           Eindhoven Zuid    • Meijerij
                        De Kempen         ° Maasland• Eindhoven Noord
                        Peelland            Maas en Leijgroaf' Dommelstroom
 Uit deze tabel valt op te maken dat de respons uit de basisteams Den Bosch en Meijerij lager was en
 dat de resultaten van dit onderzoek daar dan ook minder beschrijvende waarde hebben dan in de
 overige zes basisteams van de eenheid Oost Brabant.
 De analyse van de gegeven antwoorden in het survey zorgen voor beantwoording de deelvragen vier
tot en met zeven.
3.3.2 Interviews Basisteamchefs
Om inzicht te krijgen in het beeld van de nieuwe Basisteamchefs zoals gevraagd onder de zevende
deelvraag zijn alle teamchefs van de negen basisteams binnen Oost-Brabant verzocht mee te werken
aan een interview. Basisteamchefs van zes verschillende teams wilden meewerken en van drie teams
niet. Eike teamchef is voor aanvang van het interview gevraagd of prijs werd gesteld op anonimiteit
in verband met de gevoeligheid van het thema. Enkele geïnterviewde teamchefs gaven aan
gedeeltelijke anonimiteit te willen en/of om vooraf gekend te worden in de gebruikte informatie.
                                                                                         Pagina 1  38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>  Daarom Is wel sprake van vermelding van welke personen zijn geïnterviewd maar is de
  bronvermelding veralgemeniseerd,
  De Interviews zijn afgenomen middels een semigestructureerde opzet aan de hand van een vooraf
  opgestelde vragenlijst die als bijlage 2 is gevoegd bij dit rapport (Baarda, Goede de, & Teunissen,
 2009, p. 230). Hoewel de vragen een leidraad vormde voor elk interview Is ook veel sprake geweest
 van goed doorvragen door de interviewer en konden gegeven antwoorden ook aanleiding zijn om
 een andere vraag te stellen dan alleen de vragen van de vooraf opgestelde vragenlijst. Zoals bedoeld
 wordt met een diepte-interview (Baarda, Goede de, & Teunissen, 2009, p. 231) Er is geen sprake
 geweest van audio opnamen van de Interviews omwille van de tijd die het kost om een letterlijke
 uitwerking ervan te realiseren en tevens omdat een letterlijke weergave van het hele gesprek niets
 toevoegt ten opzichte van gerichte aantekeningen tijdens het gesprek. Daarom is volstaan met het
 maken van uitgebreide notities tijdens de interviews.
 De namen van de basisteamchefs treft u in de bijlage verwijzingen en hierna wordt volstaan met de
 benoeming van de teams.
     1)
     2) Basisteamche
     3) Basisteaniche     -
     4)
     5) Basisteamchel  f=
     6)
 De informatie verkregen uit de interviews zijn geanalyseerd en samengevat weergegeven. De
vergelijking met de analyse van het survey draagt zorg voor beantwoording van de achtste deelvraag.
3.4 Slotoverweging
Uit de veelvoud aan direct of indirecte onderzoeken naar dit thema valt af te leiden dat de volmaakte
onderzoeksmethode (nog) niet bestaat. Er is sprake van onderzoek naar percepties, denkbeelden, die
bestaan maar daarmee niet ontegenzeglijke of feitelijke waarheden verworden. De gebruikte
methode in dit onderzoek levert daarmee dus ook geen feiten op, Dat is evenwel ook niet de
bedoeling. Getracht Is een zekere mate van inzicht te verschaffen in de thematiek zoals die binnen de
eenheid Oost-Brabant door de medewerkers ervaren wordt. De gekozen methode sluit daar, met al
haar beperkingen, op aan.
                                                                                           Pagina 1 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   Hoofdstuk 4                  Onderzoeksresultaten
   In dit hoofdstuk leest u,
  4.1       Deelvraag 4
            In hoeverre speelt de etnische achtergrond een rol bij de overwegingen onder
  dienders op straat binnen de eenheid Oost-Brabant hij het selecteren, volgens de dienders
  zelf en achten zij het gebruik van etnische achtergrond als wel of niet geoorloofd?
  4.1.1 Resultaten
  De respondenten geven aan dat een groot deel van de contacten die zij hebben met burgers op
  straat plaatsvindt op het initiatief van de medewerkers zelf. Zo'n 76 procent vindt dat dat vaak
  voorkomt, Een even zo groot deel van de ruim 500 respondenten geeft aan tenminste twee keer per
  dag contact te hebben met verschillende burgers en zo'n 50 procent zelfs meer dan vier keer per
  dag. Meer dan 60 procent geeft aan dat een controle op straat vaak, meestal of zelfs altijd,
  plaatsvindt op basis van het onderbuik-gevoel. Zie hiervoor ook grafiek 4.1 hieronder.
                                               Grafiek 4.1
               Wat is het aandeel van alle controles op straat die u uitvoert
                                 op basis van uw onderbuik-gevoel?
                                                           49,7%
            50
            45
            40
                                               31,36%
           35
         o
        ,  30
           25                                        H
           20
        2 15                                                           11.05%
                                                                Li
           10
                      27/
                                                                                     118/
                                                                        L
             0
                 Ik voer nooit    Zelden      Soms      Meestal        Vaak     ik voer alleen
                een controle                                                        maar
                uit o.b,v, mijn                                                 controles uit
                  onderbuik                                                      o,b.v. mijn
                                                                                  onderbulk
Veel controles van burgers op straat vinden dus plaats op basis van niet onmiddellijk duidelijk
definieerbaar feiten maar op basis van een individuele, in meer of mindere mate gevoelsmatige,
inschatting van de medewerker,
De factoren, gebaseerd op eerder onderzoek onder de medewerkers van de regio Amsterdam-
Amstelland (Cankaya, 2012), die een rol spelen om een controle uit te voeren geven onderling geen
grote verschillen weer. De kenmerken van het voertuig wordt door 41 procent op de laatste plaats
gezet en 47 procent noemt de kenmerken van het gedrag als belangrijkste overweging. Dat is zowel
                                                                                            Pagina 1 40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   het geval bij de vraag naar de eigen overweging als wel bij de vraag naar de overweging die collega's
   maken, Het gemiddelde van de rangschikkingen levert een beeld op dat alle factoren meewegen
   waarbiIhet-voertui-duidellik-rinder-van-beIaneJ&teaonzichtavan de factoren iersoon. eed rae en
   tijd/locatie. Zie hiervoor grafiek 4.2.
                                              Grafiek 4,2
                Geef een volgorde aan in de mate van relevantie
                 waarin onderstaande factoren een rol spelen bij
                    overwegingen om een controle uit te voeren
           C
          -  3,5
             2,5
         co
             1ç        lol
          00•
          2           Kenmerken                                             Kenmerken
                       voertuig                                              tijd/locatie
 Opvallend in het beeld van de rangschikking is dat 16 procent van de respondenten de factor
 'kenmerken van de persoon' als meest belangrijke overweging noemen bij hun eigen overweging en
 dat die rangschikking stijgt naar 24 procent als gevraagd wordt naar het beeld van collega's. Een
stijging nagenoeg geheel ten koste van de rangschikking van de factor 'kenmerken van het gedrag'
 wat daalt naar 40 procent van de respondenten die de factor als meest belangrijkste overweging ziet.
 In het licht van etnisch profileren is de factor 'kenmerken van de persoon' daar een aanwijzing voor.
Een tweede aanwijzing ervoor is de mate waarin een buitenlands gekentekend voertuig als factor
wordt beschouwd. Ten opzichte van de factoren leeftijd, waarde en lease van het voertuig Is
onderling ook geen sprake van significante verschillen. Wells opnieuw een stijging zichtbaar in de
rangschikking van de factor buitenlands gekentekend als de respondenten wordt gevraagd naar het
beeld van welke factor bij collega's het belangrijkst is.
Hetzelfde Is het geval bij de factoren die naar relevantie worden gerangschikt door de respondenten
bij de overweging om een persoon te controleren. in Grafiek 4,3 staan de factoren genoemd
waaronder de factoren huidskleur en afkomst. Het percentage is vertaald naar een score om een
vergelijking mogelijk te maken.
                                                                                          Pagina   1 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                Grafiek 4.3
               onderstaande factoren een rol spelen bij overwegingen die u
                              maakt om een persoon te controleren
             B
         0
         0
        00
        m
        m
        Co
       (t)
        0
         l)     H
       til
               HH
                       -
            0
                         C,
                                            a Zelfbeeld n Collega'
                                                                 s
 Van de respondenten geeft 93 procent de factor 'vaste klanten' een top drie klassering van in totaal
 acht verschillende factoren en de factor afkomst met 37 procent aanzienlijk minder, wanneer
 gevraagd wordt naar de eigen overweging. Gevraagd naar het beeld wat de respondent heeft van zijn
 of haar collega's is de factor 'afkomst' de op een na belangrijkste factor bij de overweging om een
 persoon te controleren en is het percentage wat de factor afkomst een top drie klassering geeft,
gestegen naar 57 procent. De factor huidskleur stijgt van 13 procent naar 34 procent In de top drie
 klassering. Beide factoren gelden als indicatie In hoeverre etniciteit een rol speelt bij de overweging
om een controle uit te voeren.
Van de respondenten geeft 41 procent aan dat zij soms mensen van bepaalde etnische groepen
staande houden omdat zij denken dat deze groep eerder bepaalde vormen van criminaliteit plegen.
Meer dan 20 procent geeft aan dat regelmatig, vaak of zelfs altijd te doen. Van de respondenten
geeft 14 procent aan dat helemaal nooit te doen. In grafiek 4.4 ziet u een weergave van de gegeven
antwoorden waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen liet zelfbeeld en het beeld van collega's.
                                                                                             Pagina  1 42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                                                 Grafiek 4,4
                  bepaalde etnische groepen staande houden omdat zij
                 denken dat deze groepen eerder bepaalde vormen van
              criminaliteit zouden plegen dan andere groepen. Geldt dat
                                     ook voor u of uw collega's?
                  Dat vindt     Dat vindt   Dat vind soms    Dat vindt Dat vindt vaak  Dat vindt
                 nooit plaats zeiden plaats     plaats      regelmatig     plaats     altijd plaats
                                                               plaats
                                            e Zeifbeeld Ei Collega's
  De vragen zijn gebaseerd op een eerder onderzoek binnen de eenheid Den Haag (Van Der Leun, Van
 Der Woude, Vijverberg, Vrijhoef, & Leupen, Etnisch profileren in Den Haag? Een verkennend
 onderzoek naar beslissingen en opvattingen op straat, 2014). Uit grafiek 4.4 Is op te maken dat het
 beeld over het staande houden van personen uit groepen met een andere etnische achtergrond wat
 dienders binnen de eenheid Oost-Brabant over zichzelf hebben positiever is dan het beeld wat zij
 hebben over collega's, Dat beeld komt overeen met het beeld uit grafiek 4,3, Zo gaf 28 procent van
 de respondenten aan dat collega's regelmatig mensen van bepaalde etnische groepen staande
 houden omdat zij denken dat deze groepen eerder bepaalde vormen van criminaliteit plegen en 12
 procent gaf aan dat het vaak voorkomt. Zie hiervoor ook grafiek 4.4, Gevraagd naar het eigen
 handelen gaf 16 procent van de respondenten aan regelmatig mensen van bepaalde etnische
 groepen staande te houden op basis van de gedachte dat die groep eerder een bepaalde vorm van
 criminaliteit pleegt en 5 procent van de respondenten geeft aan dat vaak te doen,
Van de respondenten geeft ook 34 procent aan dat, etnische afkomst bij personen, bij zijn of haar
collega's een gemiddelde rol speelt bij de overweging om iemand wel of niet te controleren op
straat, bij 20 procent een aanmerkelijke rol en bij 21 procent een kleine rol. Volgens de meeste
respondenten speelt etnische afkomst dus een minstens zo grote rol als andere factoren onder hun
collega's.
Vraag 24 en 26 van het survey vroeg de respondenten aan te geven of statistische kennis over
etnische achtergrond, door de individuele politieman- of vrouw, gebruikt mag worden bij
overwegingen om een controle uit te voeren. De overgrote meerderheid, ruim 78 procent, van de
respondenten was het daar mee eens. Ook een oververtegenwoordiging van een bepaalde etnische
achtergrond In statistieken over criminaliteit vind een minderheid van 28 procent geen grond voor
het staande houden van personen.
                                                                                                    Pagina 1 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   Op de vraag of etnische achtergrond een rol mag spelen bij de overweging van dienders om iemand
   een rol mag spelen. Het deel van de respondenten die etnische achtergrond een kleine rol laat
   spelen Is 39 procent en de overige 43 procent een gemiddelde tot grote rol, Ook hier is het beeld dat
   respondenten over zichzelf zeggen etnische achtergrond minder een rol te laten spelen dan collega's
   dat doen. In combinatie met meerdere factoren geeft 63 procent van de respondenten aan dat
   etnische achtergrond een gemiddelde of grote rol mag spelen bij overwegingen. Zie hiervoor ook
   grafiek 4,5,
                                                Grafiek 4.5
                  Mag in uw ogen de etnische achtergrond van personen, in
                 combinatie met andere factoren of overwegingen, een rol
                spelen bij de overweging onder dienders om te besluiten om
                  iemand op straat wel of niet aan te spreken ter controle?
                                                      3 p1 qle/,
             35
          ei
             30
          0
          o 25
          C                             .
          (20
         miS
                                        H
             10
             :      •'f                .,...
                   mag nooit een mag een kleine     mag een      mag een grote mag de grootste
                    rol spelen      rol spelen   gemiddelde rol   rol spelen      rol spelen
                                                    spelen
 4,1.2 Slotoverweging
 Dienders op straat hebben veel contact met burgers en vaak op eigen initiatief. Het onderbulk-gevoel
 is daarbij in veel gevallen leidend, Op basis van de gegeven antwoorden door de respondenten op de
verschillende vragen Is duidelijk vast komen te staan dat een ruime meerderheid de etnische
achtergrond van personen een rol laat spelen bij overwegingen om een controle uit te voeren. Wel
zijn andere factoren, zoals het tijdstip en de locatie, ook zeker van belang. Ook Is vast komen te staan
dat statistisch onderbouwde beweringen met betrekking tot de achtergrond van groepen mensen als
een correcte aanleiding worden gezien om de etnische achtergrond een rol te laten spelen bij het
selecteren op straat. Het gebruik van etnische achtergrond bij de overweging om een persoon op
straat te controleren acht de meerderheid van de respondenten dan ook als geoorloofd. Grafiek 4.4
geeft goed weer dat etnische achtergrond bij de dienders van Oost-Brabant als een relevante factor
wordt gezien bij het selecteren op straat. In combinatie met de antwoorden uit Grafiek 4,5 blijkt dat
de meerderheid de rol van etnische achtergrond als gemiddeld of zelfs groot acht,
Het beeld dat de antwoorden van de respondenten verder laat zien Is steeds een duidelijk verschil In
de mate waarin etnische achtergrond een rol speelt bij het eigen handelen en bij het handelen van
                                                                                             Pagina 1 44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>  collega's, Bij het eigen handelen is de rol die etnische achtergrond van personen krijgt toebedeeld,
  kleiner dan die het krijgt als wordt gevraagd naar het handelen van collega's. Dat kan verschillende
  dingen-betekenen—Te-n-e-erste-sterkit-het de gedachte dat respondenten minder snel gewenste
  antwoorden geven als gevraagd wordt naar 'anderen', en dat daarmee de antwoorden op vragen
  naar het handelen van anderen, zoals is toegelicht bij de methode van onderzoek, meer de
  werkelijkheid benaderen. Ten tweede roept het vragen op of het zelfbeeld van dienders wel goed is?
  Op die vraag kan dit onderzoek echter geen antwoord geven. Het is wel van belang om die
  wetenschap, de verschillen In antwoorden, in nadere beschouwingen mee te nemen. Dat inzicht kan
  bijdragen aan de juiste interpretaties van reacties op het thema etnisch profileren binnen de politie.
  De noodzaak voor aandacht wordt misschien vooral ingezien voor 'anderen' en niet voor zichzelf,
 4.2      Deelvraag 5
          Wat achten dienders op straat als mogelijke gevolgen van ethisch profileren door
 politiemensen wanneer de gecontroleerde die ervaring heeft en hoe verhouden die
 gevolgen zich met de geschetste gevolgen in de literatuur?
 4.2.1 Resultaten
 Nagenoeg de helft van de respondenten, zo'n 47 procent, geeft aan tussen de elf en dertig keer per
week op straat contact te hebben met burgers. Nog vaker contact met burgers op straat geeft zo'n
 27 procent van de respondenten aan. Dit levert dus veel ervaringen op bij zowel dienders als burgers.
Controles die plaatsvinden op het onderbuik-gevoel kunnen 47 procent van de respondenten, naar
eigen zeggen, in de meeste gevallen in een proces-verbaal verwoorden en 15 procent van de
respondenten kan dat in alle gevallen. Zo'n 20 procent geeft aan dat in geen enkel geval of in enkele
gevallen te kunnen.
Vraag ii van het survey vroeg de respondenten In hoeveel van de gevallen de respondent uitleg gaf
over de oprechte aanleiding van controle aan de gecontroleerde wanneer de controle plaatsvond op
het onderbuik-gevoel. Van de respondenten gaf 21 procent aan dat in geen enkel geval of in enkele
gevallen te doen. De meerderheid, 55 procent, gaf aan dat in de meeste of in alle gevallen te doen.
Zie hiervoor ook grafiek 5.1.
                                                                                         Pagina 1 45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                                                    Grafiek 51
                straat of iemand aanspreekt op straat op basis van uw
              onderbuik-gevoelens legt u uit aan de gecontroleerde wat
                                    de oprechte aanleiding was?
                                                                    44.90%
           45
           40
        C
       -   35
        0 30
           25                                                                        19.83%
       m 20
                                                    12,24%
       C 15                                  I
                     2,62%                                                                          2,04°
               In geen enkel    In enkele      In de helft Van In de meeste       In alle         N.V.T.
                   geval        gevallen        de gevallen      gevallen        gevallen
Gevraagd naar het effect van een controle op basis van etnische afkomst In relatie tot de bereidheid
om mee te werken aan het verminderen van criminaliteit, zoals het verschaffen van informatie denkt
25 procent van de respondenten dat die bereidheid er niet (meer) zal zijn, zoals te zien in grafiek 5.2.
                                                    Grafiek 5,2
               Denkt u dat iemand die gecontroleerd is op basis van zijn
                etnische afkomst, nog bereid is mee te werken aan het
             verminderen van criminaliteit? Bijvoorbeeld door het geven
                                                 van informatie.
                                                            34
          35
                                        28R79'
          30                                                                   25 flflO%
      -o
       o 25
       0
          20
       Ç.L)
      m
          10
                              I
      >                                                                                           28%
               Jawel, dat staat Jawel, maar het Dat weet ik niet Nee, misschien              Nee, In geen
                  er los van      zal extra Inzet                          alleen als      enkel geval meer
                                      vergen                                diegene
                                                                         slachtoffer Is
                                                                                                            Pagina 1 46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>   Extra inzet van de politie zal wel een positieve invloed hebben op die bereidheid denkt 39 procent
   van de respondenten. Van de respondenten geeft 34 procent aan niet te weten of iemand nog bereid
   geeft vraag 18 zoals te zien in grafiek 5.3, Daarin geeft een ruime meerderheid aan een negatief
   effect te verwachten op de bereidheid tot het geven van informatie.
   Gemeten op basis van de verwachte bereidheid tot het geven van informatie geeft het beeld dat de
   dienders desgevraagd deels aangeven dat etnisch profileren daar een negatieve invloed op heeft en
   erkennen dat dan als een gevolg van ethisch profileren. Opvallend blijft de groep van 34 procent die
  aangeeft niet te weten wat de gevolgen zijn voor de bereidheid om mee te werken aan het
  verminderen van criminaliteit zoals te zien In grafiek 5,2,
                                                    Grafiek 5.3
                 Als de gedachte bij een gecontroleerde heerst dat zijn afkomst
                 een rol speelde bij de overweging hem of haar te controleren
                welk effect denkt u dan dat die gedachte heeft op de bereidheid
                             van die persoon tot het geven van informatie?
             70
            60
         C
         ei
        -2  50
         0
         0
            40
         cc
        m
        (T) 30
        m
         C
                       1.
            20                                            12,01°'
            10                                                               90/
                                                                                             no'
             0
                  Sterk negatief   Negatief effect Geen enkel effect Positief effect Sterk positief
                      effect                                                             effect
 In de eerste hoofdstukken van dit rapport wordt de nadruk gelegd op het belang voor de politie van
verbinding maken met de hele maatschappij vanuit het oogpunt van legitimiteit maar ook praktische
belangen zoals het verkrijgen van informatie. Schade aan het imago van de politie en dientengevolge
aan de legitimiteit schaadt het vertrouwen In de politie wat een negatief effect heeft op
verbindingen en daarmee onder meer ook een negatief effect heeft op praktische zaken zoals het
vergaren van informatie over zaken of Incidenten. Het kan daarnaast ook een effect hebben op de
mate van agressie in de richting van politiemensen en de individuele politieman kan zich aangevallen
voelen door de beschuldiging van etnisch profileren zoals weergegeven in paragraaf 2.1.2 schema 1
van dit rapport.
                                                                                               Pagina 1 47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>   4.2.2 Slotoverweging
  van eigen Inzicht en onderbuik-gevoel. Die professionele ruimte wordt genomen. Het Is wel zo dat de
  aanleiding voor de controle niet In alle gevallen kan worden verwoord Ineen proces verbaal. Ook
  uitleg verschaffen aan de gecontroleerde gebeurt in een groot deel van de controles niet. Het niet
   kunnen uitleggen of verwoorden van de aanleiding tot controle geeft aan dat te weinig rekening
  wordt gehouden met de gevolgen of het effect van een controle door de politie. Desgevraagd geeft
  het grootste deel van de dienders wel aan dat sprake zal zijn van een afnemende bereidheid om mee
  te werken aan het tegengaan van criminaliteit door het verschaffen van informatie indien de
  perceptie bij de gecontroleerde bestaat dat etniciteit een duidelijke rol speelt bij de aanleiding. De
 verwachte praktische gevolgen bij etnisch profileren komen op dat gebied overeen met de gevolgen
 zoals geschetst binnen de literatuur, In hoeverre dienders de doorvertaling maken van praktische
 gevolgen naar de gevolgen voor de legitimiteit en het vertrouwen in de politie is hieruit niet op te
 maken, Het beeld is echter wel verontrustend wanneer slechts 20 procent aangeeft in alle gevallen
 de oprechte aanleiding tot een controle uitlegt en een bijna even grote groep dat maar in enkele
 gevallen doet. In een deel van de anonieme open reacties gegeven naar aanleiding van het survey en
 als bijlage bij dit rapport gevoegd, is te lezen dat de schrijver zich inderdaad aangevallen voelt door
 het thema en een reactie wil geven. Dit past dus ook bij het beeld wat In schema ivan paragraaf
 De dienders binnen de eenheid Oost-Brabant geven desgevraagd aan dat zij mogelijke negatieve
 effecten van selecteren op etnicitelt erkennen en dat het beeld daarmee overeen komt met het
 geschetste beeld In de literatuur.
 4.3      Deelvraag 6
          In hoeverre staan dienders op straat stil bij, zijn zij zich bewust van, de mogelijke
gevolgen wanneer een gecontroleerde de ervaring heeft dat zijn of haar etnische
achtergrond een rol speelde?
4.3.1 Resultaten
In een analyse van                               2013), wordt onder andere gepleit voor het felt dat
politiemensen excuses moeten maken als blijkt dat een controle achteraf onterecht was. De
respondenten is gevraagd of zij excuses maken In die gevallen. Dat bleek voor de overgrote
meerderheid van 73 procent van de respondenten niet of nauwelijks het geval te zijn In enkele
gevallen gaf 34 procent aan en in geen enkel geval gaf 39 procent van de respondenten aan.
Gevraagd of de respondenten eigenlijk wel vonden dat het gepast zou zijn om excuses te maken als
de controle onterecht bleek te zijn gaf eenzelfde beeld. Zie hieronder in Grafiek 6.1.
                                                                                            Pagina 1 48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>                                                 Grafiek 6.1
                 als blijkt dat alles in orde is excuses moeten maken?
                         36.47%          37.06%
          -E  40
              35                               1H
           0.
                                                H
              75
           C
           co2.0
          CD
              15
          m
              10                                                            0
          > 5                                  -1
                    In geen enkel   In sommige      In sommige      In sommige In alle gevallen
                        geval     gevallen wel en gevallen wel en gevallen niet
                                    In sommige      in sommige
                                        niet            niet
 Gevraagd of de respondenten vinden dat politiemensen op-straat moeten uitleggen Wat de
 aanleiding voor de controle was geeft een kleine groep, 13 procent, aan dat het altijd nodig is om
 uitleg te verschaffen en 2 procent geeft aan dat dat nooit nodig is. Een grotere groep van 37 procent
 vindt het soms wel en soms niet nodig en 35 procent vindt het meestal wel nodig. Zie hiervoor ook
 Grafiek 6.2.
                                                    Grafiek 6.2
                  Vindt u dat politiemensen bij een controle op straat uit
                 moeten leggen wat de aanleiding was voor de controle?
           40                                               36                    qc/
                                                                                4
        C
          30
          25
       Cu 20
      '-3                                                                                      13,49°
      -3.
        " 15                                   ..  ...
       C
       (U
          10                                                                  H
            5          1.76
            0
                Dat vind Ik nooit    Dat vind ik     Dat vind Ik soms     Dat vind ik   Dat vind ik altijd
                     nodig          meestal niet    wel en soms niet     meestal wel          nodig
                                        nodig             nodig             nodig
Op de vraag of de respondenten vonden dat politiemensen zich niet hoeven te verantwoorden voor
de controles op straat omdat dat onderdeel Is van hun werk gaf 43 procent van de respondenten aan
het daarmee eens te zijn en 37 procent gaf aan het er deels mee eens te zijn. Een kleinere groep van
de respondenten van 20 procent was het niet eens met de stelling.
                                                                                                           Pagina 1 49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>  Vraag 16 van het survey informeerde naar de frequentie over de afgelopen maand waarin de
  respondenten met collega's hadden besproken wat een controle teweeg kan brengen bij personen,
  gaf aan er meerdere keren over te hebben gesproken. De groep die aangaf er helemaal niet over te
  hebben gesproken was 40 procent, Zie hiervoor ook Graflek 6.3,
                                                      Grafiek 6.3
                     e vaak sprak u de afgelopen maand met collega's over
                         wat een politiecontrole teweeg kan brengen bij
                                                      personen?
                                            48 O79
                                                   1,
                                                           97C
                                                                                        O,3O
                       ar heb Ik niet Daar heb ik een Daar sprak Ik Daar sprak Ik  Daar sprak ik
                      ier gesproken     enkele keer meerdere keren elke week wel meerdere keren
                                      over gesproken      over          over      per week over
 De respondenten geven aan dat niet-autochtone burgers voor een groot deel het idee hebben dat
etnische afkomst tenminste een aanmerkelijke rol speelt bij de overwegingen van politiemensen om
een controle uit te voeren, Een groep van 11 procent geeft aan dat gedacht wordt dat het zelfs de
grootste rol speelt. Helemaal duidelijk Is de verhouding van de antwoorden op de vraag of de
respondent denkt dat er binnen het werkgebied personen zijn die het gevoel hebben te zijn staande
gehouden enkel vanwege hun etnische afkomst. De overgrote meerderheid van 90 procent geeft aan
te denken dat er personen zijn in hun werkgebied die het gevoel hebben te zijn staande gehouden op
basis van enkel hun etnische achtergrond zoals blijkt uit grafiek 6,4.
                                                                                                 Pagina 1 50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                                                       Grafiek 6.4
              hebben staande gehouden te zijn enkel vanwege hun etnische
                              Nee, dat denk ik niet
                                                        afkomst?
                                 10% van 306
                                 antwoorden
                                                                                             -   Ja, dat denk ik wel
                                                V                                                   90% van 306
                                                                                                    antwoorden
                                                  -
                                     "Ja, dat denk Ik wel      o Nee, dat denk ik niet
Ook een duidelijke meerderheid van de respondenten acht het gebruik van statistische gegevens
over etnische achtergronden geoorloofd bij de overweging om een controle uit te voeren. 79 procent
van de respondenten vindt het gebruik van statistische kennis terecht. Een controle op basis van
etnicitelt acht 44 procent van de respondenten terecht als de etnische achtergrond is
oververtegenwoordigd In de statistieken die worden bijgehouden over plegers van criminaliteit zoals
is weergegeven in grafiek 6.5,
                                                      Grafiek 6,5
              Het is wel terecht dat politiemensen burgers staande houden
               op basis van hun etnische achtergrond als die etniciteit is
                  oververtegenwoordigd in de statistieken die worden
                         bijgehouden over plegers van criminaliteit.
                                                                              3Rc
           40
           35
        a)                                                   27,
           30                                                                           L
        a
        0                                211°%
           25                                       V
                                                                                       V
           20
       co
      m 15
           10
            5        1        J
            0
                 Helemal niet     Niet mee eens Niet mee eens /          Wei mee eens     Helemaal mee
                  mee eens                            niet mee oneens                          eens
                                                                                                         Pagina      1 51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>   Op de vraag of politiemensen zich dienen te verantwoorden voor een controle op straat vindt een
   groter deel van de respondenten dat het niet nodig Is ten opzichte van het deel dat het wel nodig
                                              Grafiek 6.6
                 Hoe denkt u over de volgende stelling?" Als politiemensen
                 op Straat controles uitvoeren doen zij gewoon hun werk en
                      zij hoeven zich daar niet voor te verantwoorden."
                                                      37
              40
              35
              30                                                  26,18%
          o                                                 t
              25
          c                                                                       16.7°
          (vi 20
         CD                         13.53%
              io       6.18%
                                                    i      t.:           I
                  Helemaal mee   Mee oneens   Deels mee eens /  Mee eens     Helemaal mee
                     oneens                      deels mee                       eens
                                                  oneens
 4.3.2 Slotoverweging
 Een grote groep respondenten vindt het maken van excuses of het afleggen van verantwoording niet
 van groot belang. Een kleinere groep acht het geven van uitleg over de aanleiding voor de controle
 van minder belang. Er wordt weinig stilgestaan bij de uitvoering en effecten of gevolgen van
 controles. Opvallend Is dat 90 procent aangeeft te denken dat er personen binnen het werkgebied
 zijn die denken dat etnische afkomst de enige reden was om te worden gecontroleerd. Dat gegeven
 in combinatie met de aanmerkelijke groep die verantwoording niet van groot belang acht en een,
weliswaar minderheid, maar nog altijd forse groep, die uitleg geven niet altijd nodig vinden laat zien
dat een grote groep dienders het beeld dat etnische afkomst de enige aanleiding was voor een
controle, bij de gecontroleerde ook laat bestaan. Bovendien ontstaat op basis van deze antwoorden
 het beeld dat een deel van de dienders onvoldoende beseft dat verantwoording afleggen binnen de
democratische rechtsstaat en samenleving enorm van belang is in het kader van de toegekende
legitimiteit. Daarmee staan veel dienders dus onvoldoende stil bij de gevolgen van een door hen
uitgevoerde controle op straat. Daarbij komt ook dat een ruime meerderheid statistische gegevens
over etnische afkomst en criminaliteit geoorloofd acht. Het Is goed daarbij te beseffen dat
politieresultaten, en daarmee ook politieoptreden, voor een deel de statistieken zelf vult. Als
politiemensen dus vooral personen controleren met een bepaalde etnische afkomst of andere
kenmerken zal die afkomst of die kenmerken ook meer terugkomen In statistieken.
Vorenstaande laat zien dat dienders binnen Oost-Brabant, ondanks het besef van het beeld wat een
deel van de burgers hebben over de politie, onvoldoende stil staan bij wat mogelijke gevolgen zijn.
Het grote deel van de dienders die statistieken voldoende aanleiding vinden voor een controle geven
                                                                                          Pagina 1 52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>    blijk van onvoldoende Inzicht en bewustwording van de mate van generaliseren die handelen naar
   die gedachte met zich mee kan brengen.
   4.4       Deelvraag 7
            Wat is het beeld van basisteamchefs binnen de eenheid Oost-Brabant met
   betrekking tot etnisch profileren en hoe verhoudt zich dat met het beeld van de dienders?
   4.4.1 Resultaten Teamchefs
   In deze paragraaf wordt ook gebruik gemaakt van uitspraken welke In de interviews gedaan werden.
   De uitspraken worden cursief en geanonimiseerd weergegeven. In dit deel zal het algemene beeld
   worden geschetst van de teamchefs op basis van de gehouden interviews.
   Het beeld wat teamchefs hebben, als gevraagd wordt naar wat zij verstaan onder etnisch profileren,
   past bij de algemene consensus dat een allesomvattende definitie niet eenvoudig Is en bovendien
  onderhevig Is aan verschillende Interpretaties. Alle beelden die werden geschetst door de teamchefs
  waren verschillend maar gaven samen wel een groot aantal van de facetten omtrent etnisch
  profileren weer. Alle teamchefs weten wat ermee bedoeld wordt.
  "Het jachtinstinct van de collega's is gericht op de groep met de hoogste pakkans. Binnen welke
  groep is die kans het grootst?"
  Nagenoeg alle teamchefs gaven duidelijk aan zij veronderstellen dat binnen hun team sprake Is van
  etnisch profileren door dienders, Als kanttekening werd hierbij wel aangegeven dat zij vaak pas
  relatief kort werkzaam zijn op de basisteams en daarom hun beeld deels Is gebaseerd op een
 algemeen gevoel. Zij zien het niet daadwerkelijk gebeuren, Een teamchef kon een concreet
 voorbeeld geven van etnisch profileren binnen het basisteam bij de aanpak van een specifiek
 veiligheidsprobleem. Alle teamchefs waren ook goed in staat om het verband aan te geven tussen
 etnisch profileren en politiewerk. Opvallend was echter het verschil In interpretaties over de
 (on)wenselljkheld van het gebruik van etniciteit door politiemensen.
 "Het is niet zwart of wit."
 "Bewust etnisch profileren heeft ook een goede kant."
 "Ik denk dat we een sterke politiecultuur hebben omdat er een bepaalde mindset nodig Is voor ons
 werk."
Als etniciteit op zichzelf een aanleiding is voor dienders om een controle op straat uit te voeren
vinden alle teamchefs dat kwalijk en onwenselijk. Een enkele teamchef acht het gebruik van
statistische gegevens ook ongepast en ineffectief. De andere teamchefs brengen veel nuance aan.
De meeste teamchefs gaven aan dat het gebruik van de etnische achtergrond van mensen niet
pertinent buiten overwegingen gehouden moet worden door de dienders op straat of bi) het bepalen
van gerichte aanpakken op problemen die zich aandienen. Die gedachte geeft aan dat, vanuit
leidinggevenden, etnicitelt een rol mag spelen, of sterker nog; moet spelen, binnen het politievak.
Handelen op basis van relevante kennis wordt beschouwd als onderdeel van het vakmanschap van
politiemensen. Relevante kennis kan ook Informatie aangaande etnische achtergrond inhouden.
Tegelijk geven de teamchefs ook aan dat de politie zich meer bewust mag zijn van wat zij teweeg kan
brengen In de samenleving. Controleren is een middel en geen taak op zich. Een teamchef
verwoordde het als 'werkblind'. Dienders staan niet stil bij consequenties en verplaatsen zich slecht
                                                                                          Pagina 1 53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>    in burgers. Invoelend vermogen hebben politiemensen onvoldoende doordat bijvoorbeeld een
    controle op straat als normaal wordt gezien.
    Een aanpak formuleren mede op basis van relevante culturele kenmerken en daardoor een grotere
    kans van slagen heeft werd wel omschreven als 'bewust' etnisch profileren. De opmerking illustreert
   de nuance die telkens wordt aangebracht. Een controle op straat op basis van etniciteit achten de
   teamchefs niet legitiem maar een probleemaanpak waarin de etnische achtergrond een rol speelt
   moet wel mogelijk zijn.
   Geen enkele teamchef acht het maken van excuses na een controle op straat en waarbij alles in orde
   bleek, nodig. De politie hoeft zich niet te excuseren voor het doen van haar werk en het maken van
   excuses werd in een enkel geval zelfs belachelijk genoemd. Bij gemaakte fouten zijn excuses wel op
   zijn plaats volgens de teamchefs,
   "De politie moet partijen weten te scheiden maar ook te weten verbinden."
  Als effecten van etnisch profileren werden vooral zaken genoemd zoals dat het in strijd is met de
   Grondwet, dat leefbaarheid voor iedereen is, dat het tegen de kernwaarden van een democratie in
  gaat, dat de politie onbevooroordeeld en objectief moet zijn en de schade die het toebrengt aan de
  legitimiteit van de politie. Een teamchef benoemde de nadelige effecten van etnisch profileren op d
  resultaten van de politie.
  `Als de jeugdgroep bestaat uit Marokkanen is het voor mij een Marokkaanse jeugdgroep."
  "Er is sprake van veel geconditioneerd gedrag. Een jaar lang geen aandacht voor bijvoorbeeld
  Anti/lanen op de briefing zal ertoe leiden dat de aandacht ervoor naar de achtergrond verdwijnt."
  Een groep wel controleren en een andere niet levert andere statistieken op die vervolgens gebruikt
 worden om nieuwe controles gericht op een groep te vergoelijken. Objectiviteit is niet altijd
  makkelijk schetste een teamchef. Volledig blanco de straat opgaan bestaat niet, gaf een ander aan.
 Tegelijk geven de teamchefs wel blijk van de nuance waarmee het thema moet worden benaderd.
 Gelijke behandeling is inderdaad niet altijd dezelfde behandeling als wordt gekeken naar
 omgangsvormen bijvoorbeeld. Cultuur kan daarin een bindende factor zijn en het component moet
 je daarom ook durven benoemen geeft een teamchef aan. Het benoemen en daarmee benaderen
 van een jeugdgroep op basis van de binnen die groep overheersende etnische achtergrond leidt af
 van de daadwerkelijke aanleiding om aandacht te hebben voor de jeugdgroep en dat is het gedrag of
 gepleegde feiten die leden van de groep laten zien of plegen. Het zijn die gedachten en uitgedragen
 denkbeelden die etnisch profileren in de hand werken.
 "Gelijke behandeling is niet per se dezelfde behandeling."
"Als de onderliggende cultuur debet is aan het probleem is etnisch profileren wellicht een bijdrage
aan de oplossing, Dan moeten we het dus niet schuwen."
Deze laatste twee opmerkingen lijken een andere houding ten opzichte van mensen met
verschillende achtergronden aan te moedigen. Hoewel het gevaar aanwezig is dat te weinig naar het
individu wordt gekeken en teveel naar algemene en vaak veronderstelde aspecten van de groep
waartoe het individu wordt gerekend, moeten beide opmerkingen worden gezien in het licht van
maatwerk en daarmee dus juist gericht op het individu, Mits daarbij dus gewaakt wordt voor een
behandeling op basis van algemeenheden. Als blijkt dat binnen bepaalde culturen het meer effect
heeft om corrigerende uitlatingen in een op een situaties te doen in tegenstelling dit te doen ten
overstaan van een groep, moet de ruimte er zijn om daar voor te kiezen,
                                                                                         Pagina 1 54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>    Geen enkele teamchef gaf aan dat er nu actief aandacht is voor het thema binnen zijn of haar
    profileren door politiemensen van groot belang is, Met name de veranderende samenleving wordt
    daarvoor als reden gezien. Zij zien ook een grote rol voor zichzelf als cultuurbepaler van de Nationale
    Politie.
   "Als teamchef hebben we de rol om het te willen zien."
    Deze uitspraak duidt ook op nog te maken stappen binnen de politieorganisatie in het kader van dit
   thema. Het gaat er niet alleen om dat etnisch profileren niet zichtbaar is, of wordt gemaakt, maar de
   stap om te willen zien dat sprake is, of kan zijn, van etnisch profileren, die zal eerst gezet moeten
   worden.
   "De politie is constant bezig zichzelf op te heffen."
   Telkens tracht de politie met nieuwe Initiatieven te komen, te stimuleren of te ondersteunen die
   haar eigen rol onnodig moet maken. Alle preventieadviezen om Inbraken tegen te gaan doen in feite
   afbreuk aan de relevantie voor de politie op dat thema. Zo ook de initiatieven gericht op
  saamhorigheid en verbinding maken binnen (buurt)gemeenschappen en tussen
  (buurt)gemeenschappen kunnen uiteindelijk leiden tot een afname van het belang van het hebben
  en onderhouden van een politieapparaat. Meer saamhorigheid en meer sociale controle kunnen
  ervoor zorgen dat de hele samenleving zelfredzamer wordt in het oplossen van conflicten en het
  voorkomen ervan. Dit lijkt, en is wellicht ook, een utopie maar het is goed om te beseffen dat het
  streven van de politie er onbewust op is gericht zichzelf overbodig te maken. In feite is het
  onnatuurlijk gedrag om jezelf overbodig te willen maken. De uitspraak geeft wel aan dat er diepere
  inzichten bestaan over goed politiewerk onder de baslsteamchefs.
  4.4.1.1 Slotoverweging
  De teamchefs denken dat het uitbannen van het gebruik van etnische achtergrond door
  politiemensen niet mogelijk of wenselijk is, Een teamchef plaatste wel kritische vragen bij de aanpak
 van een veiligheidsprobleem binnen het betreffende basisteam. De teamchef gaf daarmee blijk van
 Inzicht in hetgeen wat de benadrukking van etnicitelt teweeg kan brengen onder dienders en
 dientengevolge in de samenleving. Deze brede kijk op politiewerk te midden van de samenleving, en
 tot in de haarvaten van de samenleving, lijkt niet van toepassing op elke teamchef. Hoewel de
 uitspraak aangaande dat een groep jeugdigen van Marokkaanse komaf een Marokkaanse jeugdgroep
 is, waar kan zijn, is de uitspraak daarmee nog niet automatisch ook goed. Is de duiding van de
 afkomst in deze context van een toegevoegde waarde? In bepaalde gevallen kan de duiding van
etniciteit vervallen of minder expliciet worden benoemd. De meeste teamchefs kunnen, vanuit hun
 rol als leidinggevende en cultuurbepaler, daarin kritischer zijn. De metafoor dat wanneer je mensen
eropuit stuurt om een haas te vangen dat men dan niet terugkomt met een hert is hierbij van
toepassing.
Niet alle teamchefs maken de vertaling van het abstracte niveau, de effecten van etnisch profileren
door politiemensen op de legitimiteit en rechtvaardigheidsgevoelens in de maatschappij, naar het
meer concrete praktische niveau van de gevolgen die het verlies van draagvlak heeft voor de
informatlepositie van de politie. Die positie heeft namelijk ook Invloed op de resultaten van de
politie. Dat inzicht geeft meer belang aan de bewustwording dat het noodzakelijk is om er aandacht
op de werkvloer voor te hebben. De teamchefs zijn goed in staat de nuance te benoemen en de
werkwijze in een passende context te plaatsen. Tegelijk belemmert dat de integratie van de
multiculturele buitenwereld In de politieorganisatie doordat huidige werkwijzen onvoldoende
                                                                                              Pagina 1 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>       kritisch worden benaderd. De eveneens benoemde sterke politiecultuur bemoeilijkt andere
      inzichten.
      In deze conclusie is het ook terecht nuance aan te brengen in de geopperde verwachtingen en het
      geschetste beeld van de teamchefs. Zij zijn pas korte tijd belast met die taak In een sterk
      veranderende organisatie vol onzekerheden voor veel medewerkers en in veel gevallen nog
      bouwende aan die organisatie. In die context Is het wellicht ook niet eenvoudig om in dit stadium al
      actief op verdieping van het politiewerk te sturen.
      4.4,2 De teamchefs en de dienders
      In dit deel zal het beeld van de teamchefs worden vergeleken met het beeld wat de dienders over
     zichzelf schetsen,
     Zoals uit de voorgaande deelvragen is gebleken is etnisch profileren ook onder de dienders geen
     uitgemaakte zaak, Net zoals het beeld van de teamchefs dat geen sluitend antwoord of oplossing
     gegeven kan worden en dat eigen interpretatie, houding en gedachte een rol spelen blijkt dat ook uit
     de gegeven antwoorden in het survey. Slechts bij enkele vragen was een overduidelijke meerderheid
     waarneembaar. Er Is veel sprake van nuance, Ook de gegeven reacties op een afsluitende open vraag
- -- zijn-dlvers.DeInhoud-van die reacties lopen uiteen van-'eindelijk--aandacht hiervoor' tot aan 'onzin'
     en van erkennend tot aan ontkennend voor wat betreft het voorkomen van etnisch profileren.
     Teamchefs geven duidelijk aan de verwachting te hebben dat etnisch profileren inderdaad
     plaatsvindt op de teams. Van de dienders geeft 23 procent aan dat sprake is van bewust etnisch
     profileren en dat percentage stijgt naar 38 procent die ziet dat sprake is van onbewust etnisch
     profileren. Zie hiervoor ook tabel 7.1.
                                                     Grafiek 7.1
                           Binnen de eenheid van Oost- Brabant is sprake van
                   bewust/onbewust etnisch profileren door dienders op straat.
               45
               4°
            5  35
           -o
               3°
               25
           òo 20
           m
           (0 is
            >
              10
                5
               [I
                   Helemaal niet Niet mee eens Niet mee eens   Mee eens    Helemaal mee    N.V.T. er Is
                     mee eens                    / niet mee                    eens       geen sprake
                                                   oneens                                 van etnisch
                                                                                           profileren
                                                fl Bewust t Onbewust
                                                                                               Pagina   1 56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre> Teamchefs geven aan het kwalijk te vinden Indien etnische achtergrond de enkele aanleiding vormt
 om een controle uit te voeren. Geen enkele respondent gaf aan dat etnische achtergrond de enige
 aanleiding mag vormen en dat sluit daarmee aan op wat de teamchefs vinden. Veel dienders, zo'n 90
 procent, denken wel dat zich personen in hun werkgebied bevinden die dat beeld hebben. Ook
 vinden veel dienders statistische gegevens over etnische achtergrond en criminaliteit plegen op
zichzelf een aanleiding om een controle uit te voeren. Die bevindingen illustreren hoe gevaarlijk dicht
veel dienders werken tegen de gevoelsmatige grens om etnische achtergrond als enige overweging
te gebruiken om een controle uit te voeren.
De teamchefs dichten zichzelf een rol toe in het kader van het tegengaan van etnisch profileren.
Hoewel de dienders dat niet ontkennen geven zij leidinggevenden in vergelijking met nog zeven
factoren de kleinste invloed, Zie hiervoor ook grafiek 7.2. Andere zaken zoals cultuur en briefing
kunnen evenwel ook onder invloed van leidinggevenden vallen en vertroebelen daarmee dat beeld
waardoor een goede vergelijking niet mogelijk is.
                                              Grafiek 7.2
              Plaats onderstaande zaken in een volgorde van relevantie ten
                                 aanzien van etnisch profileren.
                               I      I
           Prive-omgeving
              Maatschappij                                       -
                Statistieken
                                                                   I
          Leidinggevenden
                                                                   I
  Opgedane praktijkervaring 1                                                             »
              Politiecultuur
         Politiek Den Haag
                    Briefing
                             0     1        2        3         4        5       5       7         8
                                              Score o,b.v, % van 307 antwoorden
                                                                                        Pagina 1 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>4.4.2.1 Slotoverweging
                                                                            - dezeitde zaken
omtrent etnisch profileren. Zowel de complexiteit en de aanwezige nuance erin wordt door beide
doelgroepen herkenbaar In beeld gebracht. Beide dragen ook het beeld uit dat onder een soort van
voorwaarden het gebruik van etnische achtergrond bij overwegingen mogelijk moet zijn, Teamchefs
hebben het beeld dat de dienders meer inzicht moeten tonen voor wat betreft het invoelend
vermogen, de gedachte dat een controle een middel is en geen taak op zichzelf en het effect van het
eigen optreden op straat op de samenleving. De respondenten op het survey geven daar minder blijk
van.
                                                                                    Pagina    1 58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 5                         Conclusie en aanbevelingen
   II I4I I IIJJI..,I.I.1 IS II Ifl. U L.ij I QUO IUII.I IOU 1011 I¼.IUOIL CII AC QUI IIJCVCIII I,CI I. Ill IOU LVVCUIOI_ •JIJILI5IlIUI
   worden op basis van het onderzoek en de conclusie aanbevelingen gedaan om etnisch profileren
   tegen te gaan. In deelparagraaf 5.2.1 wordt eerst een algemene aanbeveling gedaan met een
   wenselijke gedachtelijn die toegevoegd moet worden aan de politlecultuur. In deelparagraaf 5.2.2
   worden vervolgens enkele concrete aanbevelingen gedaan.
   5.1 Conclusie
   De gegevens verkregen uit de afgenomen interviews en het gehouden survey laten zien dat ook
   binnen de eenheid oost - Brabant sprake is van etnisch profileren, Excuses maken en verantwoording
   afleggen is geen vanzelfsprekendheid. Beter gaat het met uitleg geven aan gecontroleerde personen
   maar ook daar is nog volop ruimte voor verbetering. Die beide aspecten tonen aan dat lang niet alle
   dienders zich bewust zijn van hun rol en invloed op verhoudingen in de maatschappij. Dat wordt
  versterkt door het beeld dat maar 1/5 deel van de respondenten aangeeft dat geen sprake is van
  onbewust etnisch profileren en de overgrote meerderheid het dus deels of geheel onderkend. Ook
  de wetenschap dat 90 procent van de respondenten aanneemt dat personen binnen het werkgebied
  het beeld hebben dat enkel hun etnische achtergrond aanleiding vormt om te worden gecontroleerd
  ondersteunt de gedachte dat dienders onvoldoende aandacht hebben voor de impact van een                                                 -
  controle op personen en dientengevolge de samenleving. Er wordt ook zelden stilgestaan, of
  gesproken over die Impact of gevolgen. Ruim 34 procent van de respondenten geeft aan niet te
  weten of iemand die is gecontroleerd op basis van zijn of haar etnische afkomst nog bereid Is mee te
  werken aan het verminderen van criminaliteit. Hoewel niet gevraagd is naar de reden waarom zij
  aangeven het niet te weten, past het in het beeld van onvoldoende inzicht, onvoldoende bewustzijn,
  onvoldoende invoelend vermogen en dus 'werkbllnd' zoals een teamchef het treffend omschreef.
  Het beeld wat ontstaat op basis van de resultaten van deelvragen vijf en zes Is dat dienders niet bezig
  zijn met welke gevolgen het handelen op straat daarvoor kan hebben. Getuige de schaarse
  momenten dat er samen bij wordt stilgestaan alsmede de kennelijk aanwezige wetenschap over
  negatieve denkbeelden van groepen burgers die daardoor geaccepteerd lijken te worden. Een gevaar
 schuilt ook In het grote deel van de dienders wat statistische gegevens een gerechtvaardigde basis
 acht voor een controle daar die controles ook weer de basis vormen voor diezelfde statistieken.
 Daarmee vormen niet alle statistieken een goede en bovendien rechtvaardige basis voor een
 controle en moeten statistische gegeven heel kritisch worden benaderd en goed op waarde worden
 Ingeschat.
 Alles overziend van het hele proces van totstandkoming van dit rapport, alle gesprekken en
 verkregen reacties tot het onderzoek, de interviews en de koffiemomentjes met verschillende
 collegae Is de algehele conclusie dat het merendeel van de dienders binnen Oost-Brabant etniciteit
 een te grote rol laat spelen en daarbij overtuigt is dat die werkwijze gerechtvaardigd Is. De dienders
 binnen de eenheid hebben de veronderstelling dat hen niets of nauwelijks iets verwijtbaar Is binnen
de thematiek van etnisch profileren. Dat Is te benaderen als onbewust onbekwaam, Daardoor
 houden zij onvoldoende rekening met de effecten die worden veroorzaakt in de samenleving door
 politiemensen waarvan binnen die samenleving het beeld bestaat dat de politie selecteert mede op
basis van etnische afkomst.
Een conclusie op basis van dit rapport is ook dat de zaken die pleiten voor het gebruik van etniciteit
door de politie In een schril contrast staan met de veroorzaakte nadelen op de lange en middellange
termijn op de samenleving, Dat gegeven alleen al moet voldoende aanleiding geven beducht te zijn
op het gebruik van etniciteit door politiemensen.
                                                                                                                           Pagina       1   59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>    Hoewel ook binnen de veelvuldig aanwezige literatuur en denkers over maatschappelijke zaken er
   verschil van inzicht bestaat over de mate van etnisch profileren en de ruimte die er voor de politie Is
   thema. Ofwel meer aandacht schenken aan de veroorzaakte effecten en gevolgen achteraf, zoals het
   aanbieden van excuses, ofwel aandacht schenken aan het tegengaan van het gebruik van etniciteit,
   etnische afkomst, bij overwegingen. Niets doen, het negeren of ontkennen, kan vergaande gevolgen
   hebben op het gebied van legitimiteit, vertrouwen in de politie en daarmee op het vermogen van de
   politie om verbindingen te leggen in de maatschappij. Dat heeft weer tot gevolg dat de politie haar
   rol als hoeder en beschermer van de maatschappij niet waar kan maken en dreigt een vicieuze cirkel
   in een neerwaartse spiraal. Daar komt bij dat de politie tenminste een achterstand op loopt bij het
   vergaren, verkrijgen, van informatie, van broodnodige informatie, om criminaliteit op te lossen en
  tegen te gaan. In het bijzonder, in het kader van etnische achtergrond, in die gevallen dat het gaat
  om radicalisering en of een terroristische dreiging die verband houdt met etnische, culturele of
  geloofsaspecten. Verbinding maken en houden met Iedereen In de samenleving is daarbij van het
  grootste belang. Doordat sprake is van etnisch profileren onder tenminste een aanmerkelijk deel van
  de dienders binnen de eenheid Oost-Brabant is nu sprake van een mismatch met de kernwaarde
  'verbindend'.
  Het inzicht wat dit onderzoek geeft is dat de etnische achtergrond van mensen op straat inderdaad
 -een aanmerkelijke rol speelt-bij-de overweging van veel politiemensen op straat binnen de eenheid
  Oost-Brabant om over te gaan tot een controle op straat. Tevens geeft dit onderzoek inzicht In de
  onwenselijkheid van dat gegeven, Daarnaast geeft dit rapport het Inzicht dat politiemensen binnen
  de eenheid Oost-Brabant onvoldoende blijk geven van het zich bewust zijn van veroorzaakte effecten
  door het gebruik van de etnische achtergrond van personen op straat.
  Het verkregen beeld van etnisch profileren binnen de eenheid Oost-Brabant verschilt niet wezenlijk
 van de onderzoeken in Amsterdam en Den Haag. Het lijkt daarmee dan ook niet uit te maken of
 sprake is van een sterk verstedelijkt gebied of van een meer provinciale omgeving. Het onderzoek
 gehouden In Den Haag kwam weliswaar op basis van observaties tot de conclusie dat niet was na te
 gaan of sprake was van etnisch profileren, de overgrote meerderheid van de bevraagde dienders
 gaven te kennen het wel te zien gebeuren door collega's (Van Der Leun, Van Der Woude, Vijverberg,
 Vrijhoef, & Leupen, 2014), Het onderzoek gehouden in Amsterdam gaf ook blijk van een rol voor
 etnische afkomst binnen het beslisproces van dienders (Cankaya, 2012) Eenzelfde beeld als binnen
 dit onderzoek.
 De laatste deelvraag belichtte de visie en het beeld wat de, relatief pas kort geïnstalleerde,
 basisteamchefs hadden van etnisch profileren binnen de eenheid Oost-Brabant. Getuige de in dit
 rapport opgenomen uitspraken had het merendeel van de teamchefs een eigen beeld van de taak en
opdracht die de politie naar de samenleving heeft of die de politie zichzelf zou moeten toe dichten.
 Uitspraken worden altijd gedaan In een bepaalde context en er moet dan ook voor worden gewaakt
dat losse uitspraken een te kortzichtige weergave geven van de werkelijkheid. Zo ook in dit verband.
Het geheel van de uitspraken laat echter wel zien dat dat het belang van uitgesproken en
gepraktiseerde aandacht voor dit thema nog niet voldoende wordt onderkend. De beelden of eigen
vertalingen van zowel verklaringen voor de toepassing van het gebruik van etnicltelt door de politie
als wel over het functioneren van de politie In zijn geheel, geven blijk van nog te maken
vervolgstappen om een eenduidige, eensluidende, visie te krijgen op dit thema.
Etnisch profileren is inderdaad een onderwerp waarvan nog niet een grote consensus bestaat over
de reikwijdte ervan voor de samenleving, overheid of de politie in het bijzonder. Desalniettemin
kunnen de implicaties dermate groot zijn en raken zij de kern van het bestaan van de politie zo
duidelijk dat er aandacht voor moet zijn. Om In verbinding te blijven met de hele samenleving zal de
politie zich verre moeten houden van generalisatie en stereotypering. Ook In tijden van incidenten
                                                                                           Pagina 1 60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>    die door delen van de bevolking eenvoudig aan hele groepen mensen worden toegeschreven. Het
    onderzoek laat zien dat etniciteit inderdaad een aanmerkelijke rol speelt onder de dienders van de
   veel invloeden het gebruik van etniciteit lijken te vergoelijken. Het Is daarbij van belang echt stil te
   staan bij de kernwaarden, kritisch te kijken naar alle belangen en pas dan een afweging te maken.
   De hiernavolgende aanbevelingen in dit rapport zijn daar dan ook op gebaseerd
   5.2 Aanbevelingen
   5.2.1 Algemene aanbeveling Oost-Brabant
   De diverse gegeven reacties op het onderzoek en daaruit afgeleide inzichten sterken de gedachte dat
   het thema dringend aandacht moet krijgen, Het ontkennen, bagatelliseren, doodzwijgen of negeren
   van zo een thema wat In alles de kern van onze rechtsstaat en daarmee de politieorganisatie raakt is
   een tijdbom. Een eenvoudige oplossing is niet voorhanden en het Is inderdaad een enorm lastig
   onderwerp maar dat mag nooit een reden zijn om het links te laten liggen. De argumenten die
   pleitten voor een actieve houding zijn daarvoor van teveel belang.
   Er zal een gelegenheid moeten worden gecreëerd om van gedachte te wisselen omtrent het gebruik
  van etnische afkomst binnen politiewerk. Er leven enorm verschillende percepties rondom etnisch
  profileren en politiewerk. Politiewerk en vooral de wil om dat 'goed' te doen is hetgeen
  politiemensen bindt. Laat die insteek de boventoon voeren en laat vooral duidelijk worden waar
  'goed politiewerk' uit bestaat. Toegekende legitimiteit, vertrouwen in de politie en er echt zijn voor
  eenieder zijn facetten van het lastige werk In een diverse samenleving. Een open houding die niet
  alleen te zien Is in een voorgehouden spiegel maar de open houding moet daarnaast ook aanleiding
  geven om iets te veranderen, als het beeld in de spiegel daar reden toe geeft. Nu wordt er niet of
  nauwelijks geïnvesteerd in het delen van waarden en normen met betrekking tot de verwezenlijking
 van een kernwaarde als 'verbinding maken' in feitelijk handelen op straat.
 5.2.2 Specifieke aanbevelingen Oost-Brabant
 1)        Op basis van dit onderzoek is het aan te bevelen dat de discussie niet uit de weg wordt
 gegaan. Om bestaande gebruiken, ingesleten gewoonten, te doorbreken verdient het de voorkeur
 om het gebruik van etnische achtergrond bespreekbaar te maken en veel vaker dan nu het geval is
 na te gaan In hoeverre de wetenschap aangaande etnische achtergrond iets toevoegt. Voor wat
 betreft etnische achtergrond als factor bij de overweging om een controle op straat uit te voeren
 moet het streven zelfs zijn om het laten meewegen van etnische achtergrond geheel uitte bannen
 De lijn van hard-profiling, geen gebruik maken van etniciteit, zou bij een controle op het onderbuik-
 gevoel van dienders gevolgd moeten worden. Een andere lijn die gevolgd kan worden is om controles
op basis van onderbuik helemaal uit te bannen, Die gedachte tast de professionele ruimte aan van de
dienders en doet afbreuk aan de ervaringswaarde die deel uit maakt van het vakmanschap van
dienders en is daarom niet verstandig. Dienders willen niet 'etnisch profileren' maar doen simpelweg
wat zij nodig achten om de samenleving veiliger te maken. Daarbij is echter behoefte aan reflectie,
transparantie en een diversiteit aan gedachten en personen om elke diender te ondersteunen bij het
blijven aanvoelen van de vloeibare samenleving en om vervolgens te doen Wat de bedoeling Is.
Concreet betekent dit dat leidinggevenden binnen de eenheid Oost Brabant op zoek moeten naar
een eenduidig standpunt die recht doet aan zowel de complexiteit als diversiteit van 'goed
politiewerk' maar daarbij heel duidelijk maakt dat het gebruik van etniciteit een uitzondering moet
zijn. Dat standpunt zal vervolgens, in gesprekken over 'goed politiewerk' met alle dienders moeten
worden uitgedragen. In briefings, werkoverleggen en dagdagelijkse aansturing zal vervolgens erop
                                                                                             Pagina    1  61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>       moeten worden toegezien dat de uitgesproken waarden ook als zodanig worden Ingebed op alle
       werkvloeren. Daarnaast moeten, in verbinding met elkaar, de leidinggevenden en de dienders op
      Alleen als de labelling van etnische afkomst iets toevoegt moet daar sprake van zijn.
      2)      Voer een scan uit in de organisatie op werkwijzen, projecten, briefings, checklisten etc,
      waarin etniciteit wordt benoemd of gevraagd en beoordeel kritisch aan de hand van de kernwaarden
      en toegevoegde waarde of de wetenschap van etniciteit in elk afzonderlijk geval zinvol is. Als
      voorbeeld wordt verwezen naar de recente jeugdanalyse Oost-Brabant 2015 waarin etniciteit ook
      expliciet wordt vermeld maar waar het belang daarvan niet aanwezig is (Frijters, Ankone, & Neele-
      Jansen, 2015),
      3)      Maak meer gebruik van al beschikbare informatie over criminaliteit, zoals hotspots,
      voorspelkaarten, tijdstippen en modus operandi. Stuur daar meer op door dienders vooraf te
      voorzien van die informatie en achteraf te informeren naar de toepassing ervan waardoor sneller op
      basis van feiten een controle wordt toegepast en minder op basis van onderbuik.
     4)       Bepaal een werkvorm om het gesprek zoals onder de eerste aanbeveling is benoemd aan te
     gaan. Binnen de Nationale Politie wordt gedacht en of geëxperimenteerd met programma's die 'goed
---politiewerk'en etnisch profileren inhetbijzonderverder-uitdraagteneen plaats geeft binnen
     politieprocessen. Er bestaan intenties om te gaan werken met een zogenoemd stopformulier waarin
     na een controle moet worden aangegeven wat de reden was voor een controle. Dat Is een goede
     manier om meer inzicht te krijgen en wellicht dienders te dwingen meer na te denken over de reden
     of aanleiding van de controle. Deze wijze heeft ook nadelen. Zo een methode druist In tegen de
     Ingeslagen weg om de administratieve lasten binnen de politie te verminderen, als de diender het
    zelf invult blijft de vraag of de input juist was en het formulier kan ervaren worden als extra
    verantwoording waardoor het de toekenning van meer ruimte voor professioneel vakmanschap lijkt
    te belemmeren. Daardoor lijkt het invoeren van een formulier minder passend als benadering.
    Andere programma's zoals een collega-diender te laten aansluiten bij de surveillance die verrichte
    handelingen bevraagd en kritisch feedback geeft past bijvoorbeeld beter in een gedachte van
    bewustwording en reflectie. Een programma als 'Blue Eyes, Brown Eyes' wordt ook al toegepast en
    lijkt goed ontvangen te worden. Nog een andere mogelijkheid is het Search Detect React (SDR)
    programma Wat is overgewaaid uit Israël. Daar wordt defocus in zijn geheel gelegd op
   gedragsaspecten binnen de omgeving.
    Een nadere beschouwing van de mogelijkheden moet daarbij leiden tot een keuze van een training of
   interventie In de eenheid.
   5)        Na een interventie gericht op het thema etnisch profileren zoals bedoeld onder de vierde
   aanbeveling moet het gedachtegoed worden geborgd. Binnen de politieorganisatie wordt regelmatig
   stilgestaan bij de impact van het werk op politiemensen. Het moet evenzo vanzelfsprekend worden
   om stil te staan bij de impact van het handelen van politiemensen op individuele burgers alsook de
  samenleving waarde politie een voorname positie In inneemt ten dienst van de samenleving. Creëer
   daarom een Intervisie programma die op structurele basis relevante thematiek bespreekbaar maakt.
   Dit heeft niet alleen betrekking op etnisch profileren maar kan veel breder worden toegepast. Door
  met zich voorgedane casussen uit de dagelijkse praktijk reflectie, feedback en intervisie op te roepen
   kunnen zowel wat abstractere thema's als verbinding maken worden benaderd, maar tevens meer
  concreet praktische zaken als het verbeteren van de kennis en toepassing van jurisprudentie omtrent
  wettelijke bevoegdheden. Hierbij kan de aansluiting worden gezocht binnen bestaande periodieke
  overleggen en rollen zoals Operationeel Expert wijkagenten en praktijkcoaches. Klachten aangaande
  discriminatie binnen de eenheid kunnen als casussen worden besproken en gespiegeld worden aan
  de kernwaarden van de politie binnen de groep,
                                                                                              Pagina    1 62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre> 6)      Monitor de effecten van doorgevoerde aanbevelingen door het surveyonderzoek en de
 klachten van discriminatie binnen de eenheid is niet toereikend door de macht van het kleine getal
 De afgelopen jaren zijn namelijk maar mondjesmaat, vier In 2013, klachten aangaande discriminatie
 geregistreerd binnen de eenheid Oost- Brabant
 5.3 Slotoverweging
Zorg er samen voor dat de samenleving zich kan spiegelen aan de houding, instelling en werkwijzen
die de Nationale Politie toont In plaats van dat de samenleving een spiegel omhoog houdt naar de
Nationale Politie. Streef naar dienders zoals het citaat op de titelpagina van dit rapport deze
beschrijft en beïnvloed daarmee de samenleving.
"We weten dat alsje politiemensen hebt die een betere weerspiegeling zijn
     van de gemeenschap waarin ze dienen, dat dat een verschil maakt"
                           President U.S.A. Barack Obama
                                                                                         Pagina 1 63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                                                                    Bijlage 1
 Vragenlijst landelijk portefeuillehouder variëteit, gelijkwaardigheid en
 verbinding van de Nationale Politie.
1-Wat is de definitie van etnisch profileren zoals die bij de Nationale Politie wordt gehanteerd?
 2-Wat Is de bedoeling van de NatPol met betrekking tot dit thema?
3-Waar baseert de NatPol zich op dat sprake is van etnsich profileren In politieland
5-Richten op de voorkant (benoemen en voorkomen) of meer op de achterkant (uitleg en
verantwoording) van een controle?
                                                                                         Pagina 1 70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>                                                                                 Bijlage 2
  1)    Wat verstaat u onder etnisch profileren bij politiewerk?
  2)    Acht u het thema etnisch profileren van belang bij politiewerk? Waarom?
  3)    Denkt u dat het zich voordoet binnen uw basisteam?
  4)   Wat vind u ervan als het zich zou voordoen?
  4a)  Mag etnische achtergrond een rol spelen bij de overweging van dienders om een controle uit
       te voeren op straat? Wanneer wel/niet?
 5)    Is er nu actief aandacht voor het thema binnen uw basisteam?
 6)    Wat zijn voor u effecten die etnisch profileren bij politiewerk met zich mee brengen In
       positieve zin? Waarom we! doen?
 7)    Wat zijn voor u effecten die etnisch profileren bij politiewerk met zich meebrengen in
       negatieve zin? Waarom niet doen?
 8)    Denkt u dat dienders van uw basisteam uitleggen aan burgers wat de werkelijke reden van
      controle was? Vindt u dat dienders dat moeten kunnen uitleggen?
 9)   Hoe denkt u over excuses maken naar burgers als na een controle niets strafbaars wordt
      vastgesteld of een verdenking daartoe?
10)   Er wordt gezegd dat sommige politieagenten, mensen van bepaalde etnische groepen
      staande houden omdat zij denken dat deze groepen eerder bepaalde vormen van
      criminaliteit zouden plegen dan andere groepen, Vindt dat ook plaats binnen uw basisteam
      naar uw mening? Wat vind u daarvan?
11)   Denkt u dat er binnen uw basisteam sprake is van bewust of onbewust etnisch profileren bij
      politiewerk?
12)   Denkt u dat er meer of minder aandacht gegeven moet worden aan etnisch profileren bij
      politiewerk?
13)   Ziet u een rol weggelegd voor uzelf als leidinggevende hierin?
                                                                                       Pagina 1 71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>  Verwijzingen
  Aalberts, M. (1990). Politie tussen discretie en discriminatie; operationeel
           vreemdelingentoezicht in Nederland. Arnhem, Gelderland, Nederland:
           Gouda Quint.
  Achkar ei, M., &ql§~ (2015). De kracht van het verschil, Nationale Politie,
          Varieteit, gelijkwaardigheid en verbinding. Den Haag: Nationale Politie.
          Opgeroepen op mei 2015
  Adang, 0,, Wal van der, R., & Quint, H. (2010, juni 1). Website voorde politie.
          Opgeroepen op april 2, 2014, van Archief; Waarom Nederland geen
          grootschalige rellen heeft:
          http ://www.websitevoordepolitie.nI/archief/waarom-nederland-geen-
          grootschalIge-etnische-rellen-heeft 1-1 244,html
 Amnesty International, (2013). Neder/and: Proactief politieoptreden vormt risico voor
          mensenrechten in Nederland. Nederland, Amsterdam: Amnesty International.
 Anne Frank stichting. (2013). etnisch profileren en politievakmanschap. In W. Gast de,
          & W. Dinsbach (Red,), doeiboommethocje. Amsterdam: Anne Frank Stichting.
 Anne Frank stichting (Red.). (2014). werkconferentie Etnisch profileren &
          politievakmanschap. Amsterdam: Anne Frank stichting. Opgeroepen op
         september 25, 2014
 Baarda, B., Bakker, E., Hulst van der, M., Fischer, T., Julsing, M., Vianen van, R., &
         Goede de, M. (2012). Basisboek Methoden en Technieken; kwantitatief
         praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis (vijfde druk ed.)
         Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff Uitgevers BV.
 Baarda, D., Goede de, M., & Teunissen, J. (2009), Basisboek Kwalitatief onderzoek
         (tweede geheel herziene druk ed.). Groningen, Groningen, Nederland:
        Noordhoff Uitgevers by.
Bouman. (2013, oktober 30), Etnisch profileren. Blog Bouman: etnisch profileren.
        Nationale Politie.
Bovenkerk, F. (2015). 'Twee Marokkanen op een scooter? Die houd ik aan', Etnisch
        profileren in Nederland. In M. Davidovic, & A. Terlouw (Red.), Diversiteit en
        Discriminatie. Onderzoek naar processen van in- en uitsluiting. Amsterdam,
        Noord Holland, Nederland: Amsterdam University Press. Opgeroepen op
        februari 26, 2015
Brenninkmeijer. (2013, december 10). Nationale Ombudsman. MO actueel de dag
        van de mensenrechten. (Moslimomroep, Interviewer) NPO.
British Broadcasting Corporation, (2014, augustus 26). BBC News UK "Stop and search:
        Police code of conduct launched". Opgeroepen op januari 27, 2015, van
        www.bbc.com: http://www.bbc.com/news/uk-28923242
                                                                                Pagina 1 64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>  Cankaya, S. (2012). De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie. In S.
         Cankaya, De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie (pp.
         176,78). Den Haaa: Boom Lemma.
 Cankaya, S. (2012). De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie. Den
         Haag: Boom Lemma.
 Centraal Bureau voor de Statistiek, (2011). Gemeente op maat. Den Haag: Centraal
        Bureau voor de Statistiek. Opgeroepen op januari 27, 2015, van
        www.cbs.ni/NR/rdonlyres/BF071104-5520-429B-8BB4-
        BCOBB98108A l /0/Eindhoven.pdf
 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2011). Gemeente op maat. Den Haag: Centraal
        Bureau voor de Statistiek, Opgeroepen op januari 27, 2015, van
        www,cbs.nl/N R/rdonlyres/4B047049-9FF6-4DE4-9 125-
        BDDE79O51 40F/0/Amsterdam.pdf
 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2011), Gemeente op maat. Den Haag: Centraal
        Bureau voor de Statistiek. Opgeroepen op januari 27, 2015, van
        www.cbs.nI/N R/rdonlyres/DC3AC22 1 -BCEB-4554-BB26-
 Chua, A. (2009). Wereldrijk voor een dag, over de opkomst en ondergang van
       hypermachten. (M. Huisbosch, Ven.) New Haven, Connecticut, United States
        of America: Nieuw Amsterdam. Opgeroepen op november 1, 2014
De Volkskrant, (2013, augustus 28). Roemeense agenten komen op zakkenrollers
       jagen. De Volkskrant(Nieuws, binnenland), p. 1.
Dekkers, T., & Van der Woude, M. (2014). Staring at the felony forest. Proces, 2014(1),
       52-70, Opgeroepen op februari 18, 2015, van
       https://openaccess.Ieidenuniv. ni/bit strea rn/handle! I 887/24884/Dekkers-Van
       %20der%20Woude_FeIony%20Forest.pdf?sequence= 1
El Achkar, M. (2015, maart 24). Landelijk Portefeuillehouder.             Interviewer)
       Den Haag, Zuid Holland, Nederland.
European Network Against Racism, (2009). ENAR Fact Sheet 40; Etnisch Profileren,
       Open society Justice Initiative. Brussel/Londen: European Network Against
      Racism / Open Society Justice Initiative.
Europese Unie, Europese Commissie. (2015, januari 26). European website on
      integration. Opgeroepen op januari 27, 2015, van www.ec.europa.eu:
      http ://ec.europa .eu/ewsi/en/practice/details.cfm? ID_I1EMS37020
       ft,Ankoe; t;                        (2015). Jeugdanalyse Oost-Brabant 2015
      District's-Hertogenbosch. Dienst Regionale Informatie Organisatie. 's-
      Hertogenbosch: Dienst Regionale Informatie Organisatie. Opgeroepen op juni
      22, 2015
                 2012). Skimmen verslag van een onderzoek voor nationaal
      dreigingsbeeld 2012. Zoetermeer: Dienst IPOL.
                                                                            Pagina 1 65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>                 (2015, april 8). Teamchef                             lnterviewer)
                           (2015, april
                      (2015, mei 6). Teamchef              .  UInterviewer)
  Hoekendijk, M. (2015), Strafvordering voor de hulpofficier (25e ed.). Deventer: Wolters
            Kluwer,
  Hoekendijk, M, (2015), Wetteksten voor de hulpofficier. Deventer: Wolters Kluwer.
  Huis voor democratie en rechtsstaat. (2015, februari 2). Wat is een rechtsstaat?
            Opgeroepen op februari 2, 2015, van ProDemos:
           hftp://www.prodemos,nl/Ken niscentrum/lnformatie-over-poLitiek/Wat-is-een-
           rechtsstaat
                  (2015, februari 13). Sectorhoofd, Eenheid Oost-Brabant.
           Interviewer) Eindhoven, Noord Brabant, Nederland.
  Juridisch Woordenboek. (2015, februari 2). Juridisch Woordenboek. discriminatie.
           Opgeroepen op februari 2, 2015, van
           hftp://jw.juridischwoordenboek.com/contenf Definif ion .asp?termRechtsgebie
           dld=1 005457
                       2013, maart 1). Politie en beeldvorming over etnische groepen.
          Politie en beeldvorming over etnische groepen(concept), 1-10.                .
          Nederland:                           pgeroepen op maart 1, 2015
-&""m—~(2015, februari 13). Teamlefder                          111
          Interviewer)   '                         Eo~ Nederland.
 Klis, H. (2014, november 25). NRC,n//nieuws Rellen in Ferguson na uitspraak volksjury:
         politieagent niet vervolgd. Opgeroepen op januari 27, 2015, van www.nrc.nl:
         http://www.nrc.nl/nieuws/2014/1 1 /25/politieagent4erg uson-niet-vervolgd-
         voor-dood-michael-brown/
 Klos, G., & Delsol, R. (2013, november 28). Gelijkheid onder druk: stelling nemen tegen
         etnisch profileren door de politie. Opgeroepen op juni 30, 2014, van Open
         Society Foundation: http://www,opensocietyfoundations.org/node/51385
 Koninkrijk der Nederlanden, (1815, augustus 24). Overheidsinformatie, Wet en
         Regelgeving, Grondwet. Opgeroepen op augustus 20, 2014, van
         www.wetten .overheid nl:
         hit p :7/wetten .overheid,nl/BWBR000 1 840/geldigheidsdat um2O-08-20 14
 Kotter, J, P., & Cohen, D. S, (2011). Het hart van de verandering. Academic Service.
         Opgeroepen op maart 1, 2015, van
         http:1/1 23management.nl/0/030_cultuur_07_cultuurvera ndering_succesfactor
         en.html
                                                                               Pagina 1 66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>  Leun van der, J,, & Woude van der, M. (2014, november 7). Etnisch profileren in
          Nederland: wat weten we nou echt? Tijdschrift voor de Politie, 2014, 5.
          Opgeroepen op januari 27, 2015
 Lipsky, M. (1980), Street-/eve! bureaucracy; Dilemmas of the individual in public
         services, United States of America: Russel Sage Foundation,
 Mac Donald, H. (2011). The Myth of Racial Profiling. (B. C. Anderson, Red.) City-
         Journal, 11, pp. 14-27. Opgeroepen op februari 23, 2015, van http://www.city-
         journal.org/html/ 11 _2_themyth .hfml
          (2014, januari 15). Docent Hogere Politiekunde,                   lnterviewer)
         Apeldoorn, Gelderland, Nederland.
           M(2015, februari 25). Projectleider
                  Interviewer)                               ederland,
 Ministerie van Veiligheid en Justitie. (2012, juli 12). Politiewet 2012. Politiewet 2012,
        Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Opgeroepen op februari 2,
        2015, van hit p:/!maxius,nl/politiewet-20 1 2/hoofdstuk2
        Universiteit Leiden. Directoraat-Generaal Politie. Den Haag: Directoraat-
        Generaal Politie afd politiele taken.
 Ministerie van Veiligheid en Justitie. (2014, januari 10). Antwoorden Kamervragen
        over het rapport van Amnesty International over etnisch profileren.
        Directoraat-Generaal Politie Den Haag: Directoraat-Generaal Politie afd
                                        .
        Regie en Strategie.
Ministerie Veiligheid en Justitie. (2012), Inrichtingsplan Nationale Politie. Den Haag:
        Ministerie van Veiligheid en Justitie, Opgeroepen op februari 2, 2015
Moslimomroep. (2013, december 10), MO actueel, Dag van de mensenrechten.
        Opgeroepen op december 12,2013, van Moslimomroep:
        www.moslimomroep.nl/?p=449
             (2014, september 9) Thematrekke
                 Interviewer) Apeldoorn, Gelderland, Nederland.
Nationaal Kompas Volksgezondheid. (2014, juni 23). Etniciteit: Definitie en gegevens.
       Opgeroepen op februari 18, 2015, van www.nationaalkompas.nl:
       http://www.nationaalkompas.nl/bevolking/etniclteit/wat-is-etniciteit
Obermeyer, N. (2008, april 15). Stylin' and profilin' .Opgeroepen op april 14, 2015, van
       nealo.com: nealo,com/2008/04/ 1 5/sf ylin-and-prof ilin-april- 15-2008/
Open Society Justice Initiative, (2015, februari 10). Opgeroepen op februari 10, 2015,
       van Open Society Foundation:
       http://www.opensocieiyfoundations.org/search? key=efhnic+profiling&searc
       h
                                                                                  Pagina 1 67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>  Os van, P., Brink van den, G., & Baardewijk, J, (2007). Heterdaadkracht. Aanhoudend
         in de buurt, Politieacademie, Kennis en Onderzoek. Apeldoorn:
         Politieacademie. Ooaeroeoen or) februari 1 2014
  regieteam Oost-Brabant. (2014, maart 5). Inrichting en realisatie Oost-Brabant.
         Opgeroepen op februari 18, 2015, van http://brbant-zo-
         redactie.politie.local/web/show?id=3888605
 Rijksoverheid. (2015, februari 10). Wet- en regelgeving; Wet op de Economische
         Delicten, Opgeroepen op februari 10, 2015, van www.overheid.nl:
         http://wetten ,overheid,nl/BWBR0002O63/Titel 1/Artikel 1 /geldig heidsdatum- 10-
         02-2015
                  (2015, april 1). Teamchef                    .   Interviewer)
 Smith, M. R,, & Alpert, G. P. (2007). Explaining Police Bias: A Theory of Social
         Conditioning and Illusory Correlation. Criminal Justice and Behavior, 1272 e.v.
         doi: 10.1177/0093854807304484
 Spaaij. (2008). Hooligans, fans en fanatisme, In R. Spaaij, Hooligans, fans en fanatisme
        eenjnternationalaveraeliiki'na van club- en su000rtersculturen (Vol. biz 105).
         Amsterdam: Amsterdam University Press.
 Studio Vijfkeerblauw. (2013). Beroepscode Politie, Den Haag: Korps Nationale Politie.
        Opgeroepen op februari 2, 2015, van
        htfps://www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/
        88850.PDF
SurveyMonkey. (2015, april 25). .Steekproefgrootte enquete. Opgehaald van
        surveymonkey.com: www.https://ni.surveymonkey.com/mp/sampie-size/
Svensson, J,, Sollie, H., & Saharso, S. (2011). Proactief handhaven en gelijk
        behandelen, Universiteit Twente, Politie en Wetenschap. Amsterdam: Reed
        Business,
Van Der Leun, J., Van Der Woude, M., Vijverberg, R., Vrijhoef, R., & Leupen, A. (2014).
        Etnisch profileren in Den Haag? Een verkennend onderzoek naar beslissingen
        en opvattingen op straat. Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid,
        afdeling Criminologie, Den Haag: Boom Uitgeverij.
Van Der Leun, J,, Van Der Woude, M., Vijverberg, R., Vrijhoef, R., & Leupen, A. (2014).
       Etnisch profileren in Den Haag? Een verkennend onderzoek naar beslissingen
       en opvattingen op straat, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid,
       afdeling Criminologie. Den Haag: Boom Uitgeverij.
Veilig Verkeer Nederland. (Sd). Opgeroepen op december 1, 2013, van
       http://www.vvn-
       altena ,nl/SiteContenfs/f rmViewSiteltemaspx?l DNumber 1 29&type2
               (2015, april 9), Teamchet                               Interviewer)
H ±015, april15). Teamchef
                                                                               Pagina 1 68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Wagtendonk van, R. (2014, november 27). Buiten Iandnieuws "Zwarte jeugd Ferguson
      groeit op met politie als vijand". Opgeroepen op januari 27, 2015, van
      www,bnr.riLbll:LLwwwbnr,nI/nieuws/buitenland/ 187509-1411 /zwarte-ieund-
      ferguson-groeit-op-mef-polifie-als-vija nd
Welfen, B. (2014, maart 12), Bijzonder Adviseur Nationale Politie.
      Interviewer) Apeldoorn, Gelderland, Nederland.
                j. Jaarverslag 2013. 2013. JAREN~ Samensteller) 's-
      Hertogenbosch, Noord-Brabant, Nederland. Opgeroepen op augustus 25,
      2014
                                                                       Pagina 1 69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>