<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Organisatieonderdeel

Behandeld door
Functie
Bezoekadres

Telefoon
E-mail

Ons kenmerk
Uw kenmerk
Datum
Bijlage(n)
Pagina

Onderwerp

Juridische Zaken
Wob-coördinatiedesk

Juridisch medewerker

Nieuwe Uitleg 1

2514 BP Den Haag

088-1699047
wobcoordinatiedesk@knp.politie.nl

KNP16000324
Retouradres: Postbus 17107, 2502 CC Den Haag

VERZONDEN -3 MEI 2016

Besluit op uw Wob-verzoek

Geachte

Op 16 maart 2016 heb ik uw verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
(Wob) ontvangen. U vraagt om informatie over — kort samengevat — relevante
documenten aangaande de reorganisatie Politiewet 2012.

Uw verzoek
In uw verzoek geeft u aan de volgende documenten aangaande de reorganisatie

Politiewet 2012 te willen ontvangen.

een overzicht van de in het proces van WNT gehanteerde taakgebieden lijst
een afschrift van door u genoemde Van werk naar team"-tabellen

een overzicht ten aanzien van het CFV

het document “Notitie: Aanvullend kader voor de afhandeling van verzoeken
van medewerkers

een overzicht hoeveel Functievolgers naar aanleiding van de
belangstellingsregistratie een +1 functie hebben gekregen

PONS>=

a

Beoordeling en besluit

Uw verzoek is op basis van de Wob in behandeling genomen. De Wob ziet op het
verstrekken van in documenten vastgelegde informatie in het bezit van een
bestuursorgaan, opdat de burger de overheid kan controleren bij de uitvoering van
haar taak. Een verzoek om informatie dient betrekking te hebben op een bestuurlijke
aangelegenheid op het gebied van de uitvoering van een door het bestuursorgaan uit
te voeren beleid of taak, die bij wet aan haar is opgelegd door de overheid.

De Wob is slechts van toepassing op informatie in bestaande documenten. Deze wet
bevat geen verplichting om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande
documenten zijn neergelegd. Volgens artikel 2 van de Wob verstrekt een
bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak informatie en gaat daarbij uit van
algemeen belang van openbaarheid van informatie. Volgens artikel 3 van de Wob kan
een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke
aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van
een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Volgens artikel 10 van de
Wob blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover er sprake is van een
uitzonderingsgrond.

«waakzaam en dienstbaar »

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Datum
Onderwerp Besluit op uw Wob-verzoek
Pagina 2/4

Inventarisatie documenten
Na inventarisatie bij de verschillende politie eenheden en het Landelijke Programma
Personele Reorganisatie blijkt een deel van de door u verzochte informatie bij de

politie te berusten.

In totaal zijn er 2 documenten aangetroffen die betrekking hebben op uw verzoek. Hier
onder treft u een overzicht van de aangetroffen documenten die betrekking hebben op

uw verzoek.

1. Van werk van teamtabel v3.0_ 20150402 Addendum
2. HPK vanwege geestelijke sociale lichamelijke redenen versie 3.doc.msg

Daarnaast zijn een drietal vragen (1, 3 en 5) afzonderlijk beantwoord door het
Landelijke Programma Personele Reorganisatie aangezien hier niet in documenten
wordt voorzien of omdat betrokken documenten reeds openbaar zijn.

Ik zal hieronder de door u gestelde vragen in chronologische volgorde nader uitwerken
en beantwoorden.

1. Het hoofdlijnenakkoord (Aanpak reorganisatie in hoofdlijnen d.d. 20 december
2013, bijlage 1 van het 'Moederdocument’) Is afgesproken dat voor iedere
medewerker op basis van zijn samenstel van opgedragen werkzaamheden
een taakgebied/ werkveld wordt vastgesteld. In het document Werkwijze Werk
naar Team (WNT) (bijlage 5 van het "Moederdocument") wordt verwezen naar
een overzicht van de in het proces van WNT gehanteerde taakgebiedenlijst. U
verzoek een afschrift van deze bijlage - de taakgebieden lijst - toe te zenden.

Het door u gevraagde overzicht met betrekking tot het overzicht van de in het
proces van WNT gehanteerd taakgebiedenlijst zijn reeds openbaar gesteld. Dit
overzicht is reeds te vinden op de volgende link: www. reorgansiatie-politie.nl

Ik verklaar op het document voorzien van nummer 1 de Wob niet van
toepassing, gebleken is dat dit document reeds openbaar is.

2. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat voor de stap van het bepalen van
de taakgebieden/ werkvelden en de vaststelling in welk team in de nieuwe
formatie zij terugkeren, zogenoemde Van werk naar team tabellen worden
gemaakt De korpschef heeft deze tabellen vastgesteld u verzoekt een afschrift
van deze Van werk naar team"-tabellen toe te zenden.

Zoals eerder aangegeven zijn er 2 documenten aangetroffen die betrekking
hebben op uw verzoek, 1 van deze documenten betreft het ‘Van werk naar
tabel v3.0_20150402 Addendum,

Ik wijs uw verzoek op dit document toe. Dit document zal openbaar worden
gemaakt op grond van de Wob.

3. Blijkens het document Werkwijze Commissie Functie Vergelijking (CFV)
(bijlage 7 'Moederdocument) heeft de Commissie Functievergelijking (hierna te
noemen CFV) In het proces van de functievergelijking de taak gekregen in de
volgende gevallen tot een beoordeling te komen:

“In de zogenoemde werk-naar-team beoordeling is vastgesteld dat het
taakgebied werkveld van de opgedragen werkzaamheden op de pel/datum
voor de reorganisatie terugkeert in een team, meer teams, of onderdelen van
teams in de nieuwe formatie, de LFNP-functie (generiek) van de medewerker

«waakzaam en dienstbaar»

</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Datum Dp
Onderwerp Besluit op uw Wob-verzoek
Pagina 3/4

komt niet voor in de formatie van dat team De commissie beoordeelt in deze
geval/en of het feitelijk samenstel van opgedragen werkzaamheden dat is
vastgelegd in de uitgangspositie van de medewerker voor de overgang naar
een LFNP-functie, vergelijkbaar of uitwisselbaar is met een functie in het
desbetreffende team.”

Vanuit het Landelijk Programma Personele Reorganisatie zijn in antwoord op
de door u gestelde vragen de navolgende antwoorden geformuleerd. Deze
antwoorden zijn onder door u gestelde vragen weergegeven. De
beantwoording van deze vragen zijn niet vastgelegd in documenten.

Ik wijs uw verzoek om documenten met betrekking tot nummer 3 af. Op uw
vraag zijn antwoorden geformuleerd die niet in documenten zijn vastgelegd. De
Wob ziet op het verstrekken van in documenten vastgelegde informatie en dit
is op dit punt niet van toepassing.

U verzoekt om een overzicht te verschaffen van de volgende informatie:

- Hoeveel dossiers zijn ter toetsing aan de CFV voorgelegd’?
In totaal zijn er tot 11 april 2016 4609 dossiers voorgelegd

- In hoeveel gevallen heeft de CR' een functie als vergelijkbaar of uitwisselbaar

geadviseerd?
In 1256 dossiers van de gevallen zijn de functies als vergelijkbaar of
uitwisselbaar geadviseerd en in 2997 niet.

- In hoeveel gevallen is een +1-functie als vergelijkbaar of uitwisselbaar

geadviseerd”?
In 427 dossiers zijn de functies als +1 beoordeeld

- In hoeveel gevallen is een -1-functie als vergelijkbaar of uitwisselbaar

geadviseerd?
In 144 dossiers zijn de functies als -1 beoordeeld

4. Inde checklist bedenkingen voor kamers van de PAC (zie bijlage 1) wordt
verwezen naar het document "Notitie: Aanvullend kader voor de afhandeling
van verzoeken van medewerkers om aangewezen te worden als hpk omdat
plaatsing als functievolger om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale
aard niet van hem kan worden gevraagd”, u verzoekt een afschrift van deze
bijlage toe te zenden.

Zoals eerder aangegeven zijn er 2 documenten aangetroffen die betrekking
hebben op uw verzoek. 1 van deze 2 documenten betreft het document HPK
vanwege geestelijke sociale lichamelijke redenen versie 3.doc.msg.

Ik wijs uw verzoek op dit document toe. Dit document zal openbaar worden
gemaakt op grond van de Wob.

5. Eind 2014 heeft iedere mogelijk Functievolger na ontvangst van de
informatieve brief de gelegenheid gekregen te opteren voor een andere
functie, u verzoekt een overzicht te verschaffen van hoeveel Functievolgers
naar aanleiding van deze belangstellingsregistratie een +1 functie hebben

gekregen?

«waakzaam en dienstbaar»

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Datum
Onderwerp Besluit op uw Wob-verzoek
Pagina 4/4

Met betrekking tot het overzicht van hoeveel Functievolgers naar aanleiding
van deze belangstellingregistratie een +1 functie hebben gekregen is reeds
openbaar gesteld. Dit overzicht is te vinden op de volgende link:

www .politie.nl/wob/korpsstaf/2016-PAC-plaatsingen. De cijfers die u hier
aantreft betreffen de conceptplaatsingscijfers van 17 november 2015.
Recentere cijfers zijn nog niet beschikbaar.

Ik verklaar op het document voorzien van nummer 5 de Wob niet van
toepassing, gebleken is dat dit document reeds openbaar is.

Mocht er informatie in documenten worden vastgelegd welke relevantie tonen met uw
verzoek in de periode tussen besluit en openbaar making, dan zal u hiervan op de
hoogte worden gehouden.

Er is getracht volledig aan uw verzoek te voldoen. Mocht u onverhoopt documenten
missen, dan kunt u uiteraard kiezen voor het indienen van een bezwaarschrift
Niettemin geef ik u in overweging in dat geval contact op te nemen met de
behandelend ambtenaar. Nagegaan zal dan worden in hoeverre alsnog aan uw
verzoek kan worden tegemoet te komen

Wettelijke grondslag

Op uw verzoek is de Wob van toepassing. De Wob ziet toe op openbaarmaking van
informatie neergelegd in reeds bestaande documenten. Dit besluit is gebaseerd op de
artikelen 1, 2, 3 en 5 Wob en artikelen 1:3 en 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht

(hierna: Awb).

Rechtsmiddelen

Dit betreft een besluit in de zin van de Awb. Indien u zich niet kunt verenigen met de
inhoud van dit besluit, kunt u in overeenstemming met de Awb binnen een termijn van
zes weken na bekendmaking van dit besluit schriftelijk bezwaar maken. U kunt een
bezwaarschrift niet indienen via de elektronische weg zoals per e-mail.

Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de korpschef, ter attentie van de Wob-
coördinatiedesk, postbus 17107, 2502 CC Den Haag.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten: uw naam en adres,
dagtekening, omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht en
de gronden van bezwaar. Er dient een volmacht te worden verstrekt, indien het
bezwaarschrift niet door u, maar namens u wordt ingediend.

De korpschef van politie, namens deze,

mr. B.N. van Hoek
hoofd Juridische Zaken (plv)

«waakzaam en dienstbaar»

</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Aanvullend kader voor de afhandeling van verzoeken van medewerkers om
aangewezen te worden als hpk omdat plaatsing als functievolger om redenen
van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hen kan worden
gevraagd. (behorend bij paragraaf 3.7 van de Werkinstructie afhandeling reacties
informatieve brief)

Algemeen

Wet- en regelgeving (art 551b lid 3 en 4, jo. Art. 550 lid 1 Barp)

Als er voor een medewerker een vergelijkbare of uitwisselbare functie is gevonden, wordt de
medewerker als functievolger op die functie geplaatst. Bij die plaatsing moet rekening gehouden
worden met hetgeen in artikel 550 lid 1 staat vermeld. Dit betekent dat plaatsing achterwege blijft als
dit vanwege redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd.”

Verzoeken van (mogelijke) functievolgers om aangewezen te worden als hpk met een beroep op
artikel 550 lid 1, zullen in de meeste gevallen een relatie hebben met (het reizen naar) de nieuwe
werkplek en in veel mindere mate met de inhoud van de functie. Verwacht mag worden dat de inhoud
van de functie immers niet wezenlijk verandert nu de medewerker als functievolger wordt geplaatst.

Gemaakte afspraken met medewerkers met betrekking tot reizen naar de werkplek, werktijden,
aanpassingen van de werkomgeving en/of functie-uitoefening die verband houden met lichamelijke,
geestelijke of sociale beperkingen van de functievolger, worden gerespecteerd indien deze
beperkingen nog steeds aan de orde zijn.

Zoals aangegeven in paragraaf 3.7 van de Werkinstructie dient er sprake te zijn van een nieuwe
plaats van tewerkstelling (PTW). Indien de PTW niet wijzigt en de CFV heeft niet geadviseerd de
medewerker als functievolger te plaatsen op een andere, vergelijkbare of uitwisselbare functie, dan is
onderstaande niet van toepassing.

Indien een medewerker zich beroept op een omstandigheid die nog niet bekend is bij het korps, dan
moet het verzoek om aangewezen te worden als herplaatsingskandidaat door de medewerker worden
gemotiveerd. Indien hierom wordt gevraagd moet hij schriftelijk bewijs (bijv. advies van de bedrijfsarts)
kunnen overleggen ter onderbouwing van het verzoek.

Eerste stap: Filtering
Vindt het probleem zijn oorsprong in de reorganisatie?

De eerste vraag die hier moet worden beantwoord is of het probleem van de medewerker het gevolg
is van een onjuiste uitgangspositie. Een medewerker kan ten onrechte zijn aangewezen als
functievolger op zijn oorspronkelijke functie, terwijl hij vanwege lichamelijke, geestelijke of sociale
omstandigheden reeds langere tijd is belast met andere of aangepaste werkzaamheden in afwachting
van herplaatsing op een andere functie. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan medewerkers
van wie:
- de uitgangspositie niet meer ‘passend’ is omdat zij reeds langere tijd zijn belast met andere of
aangepaste werkzaamheden;
- medewerkers die in het kader van de Wet Poortwachter herplaatst moeten worden, dan wel
van wie de herplaatsing nog niet is afgerond.
3
Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor deze herplaatsing. Indien de herplaatsing van deze
categorie medewerkers tot op heden achterwege is gebleken, moet per situatie worden bekeken wat
de oplossing zou moeten zijn. De verzoeken van deze categorie medewerkers moet aan de voorkant
er uit worden gefilterd en per situatie moet worden bekeken w
at de oplossing zou moeten zijn. Zij krijgen niet de status van hpk toegekend, maar worden -rekening
houdende met hun beperkingen- herplaatst in een andere functie.

Per situatie moet worden bekeken wat de oplossing voor het probleem van de medewerker zou
moeten zijn. Echter niet via de weg van de plaatsingsregels, maar via de reguliere regels die gelden
voor herplaatsing in het kader van de Wet Poortwachter.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Tweede stap: inhoudelijke toetsing
Nadat de filtering heeft plaats gevonden, worden de overgebleven dossiers getoetst aan de
regelgeving. Hierbij moeten een aantal vragen worden beantwoord:

1. Beroept de medewerker zich op bepaalde omstandigheden die bekend zijn bij het korps
waardoor plaatsing in de functie van hem niet kan worden gevraagd?

Zo ja, wat is dan nodig om plaatsing wel mogelijk te maken, bijvoorbeeld (bevestigen eerder
gemaakte) afspraken over reizen naar de werkplek, aanpassingen van de werkplek etc. Als het
mogelijk is om afspraken te maken over het passend maken van de functie, wordt het verzoek
om toekenning van de hpk-status afgewezen.

Het kan dus ook zijn dat plaatsing tijdelijk niet mogelijk is, maar dat na aanpassing van de
werkplek plaatsing als FV wel mogelijk is.

2. Is de medewerker (bijvoorbeeld) van oordeel dat hij niet kan reizen naar de nieuwe
werkplek vanwege redenen van lichamelijke of geestelijke aard?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet advies worden gevraagd aan ter zake deskundige,
zoals bijvoorbeeld de bedrijfsarts. Indien de bedrijfsarts gemotiveerd aangeeft dat er sprake is van
(medische) beperkingen waardoor de medewerker niet naar de nieuwe werkplek kan reizen, dan
wordt het verzoek van de medewerker toegewezen. Tevens zal de bedrijfsarts gevraagd worden
welke reisafstand voor de medewerker medisch gezien wel aanvaardbaar is, dan wel of het
mogelijk is met de medewerker afspraken te maken over het aantal dagen dat hij op de nieuwe
werkplek zijn werkzaamheden verricht, en de overige dagen op een alternatieve werkplek.

3. De medewerker kan ook van mening zijn dat er voor hem omstandigheden van sociale aard
gelden, zodat plaatsing als functievolger voor hem niet kan worden gevraagd.

Het zal dan niet kunnen gaan om bepaalde (tijdelijke) praktische onmogelijkheden zoals het
ontbreken van kinderopvang, of lopende contracten met betrekking tot de kinderopvang, maar om
meer dringende sociale verplichtingen, zoals (mantel)zorgtaken binnen en buiten het gezin die
reeds aanwezig zijn, en waarvoor geen andere oplossing voor handen is (bijv. gezinnen met
kinderen met beperkingen waardoor zij niet naar de reguliere opvang kunnen). Het kan ook zijn
dat de sociale redenen die de medewerker aanvoert, van tijdelijke aard zijn. Zodat plaatsing na
een bepaalde termijn wel mogelijk is. In dit geval wordt het verzoek om toewijzing van de hpk-
status afgewezen en met de medewerker gezocht naar een oplossing voor de tussenliggende tijd.

Indien het verzoek van de medewerker wel wordt toegewezen, moet duidelijk zijn welke
beperkingen er zijn, zodat de PAC hiermee rekening kan houden bij het zoeken naar een
passende functie (zie ook art. 550 en 55lb barp).

Bij het doorlopen van stap 1 (filtering) en stap 2 (inhoudelijke toetsing) van de beoordeling kan
gebruik worden gemaakt van onderstaand schema.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Schema:

Status medewerker

Afhandeling

Medewerker is herplaatsbaar ambtenaar om
andere redenen dan de reorganisatie (bijv. artikel
49b Barp) en heeft als uitgangspositie de status
functievolger gekregen

Afwijzen verzoek om hpk-status en oplossen
probleem medewerker via procedure Wet
Poortwachter

Medewerker heeft niet de status herplaatsbaar
ambtenaar om andere redenen dan de
reorganisatie (bijv. artikel 49b Barp), maar er ligt
wel een dossier over de beperkingen (advies
bedrijfsarts, besluit ontheffing nachtdienst, etc.)

Afwijzen verzoek om hpk-status en oplossen
probleem medewerker via conform procedure
Wet Poortwachter

Medewerker heeft niet de status herplaatsbaar
ambtenaar om andere redenen dan de
reorganisatie (bijv. artikel 49b Barp), en er ligt
geen dossier over de beperkingen.

Verzoek aan medewerker om nadere
onderbouwing (advies bedrijfsarts, besluit
ontheffing nachtdienst, etc.)

Afwijzen verzoek om hpk-status, indien het de
medewerker niet lukt om zijn verzoek nader te
onderbouwen, dan wel als de aangeleverde
documenten onvoldoende het verzoek
onderbouwen.

Medewerker heeft niet de status herplaatsbaar
ambtenaar om andere redenen dan de
reorganisatie (bijv. artikel 49b Barp), en er ligt
geen dossier over de beperkingen

Verzoek aan medewerker om nadere
onderbouwing (advies bedrijfsarts, besluit
ontheffing nachtdienst, etc.)

Toewijzen verzoek om hpk-status, indien de
aangeleverde documenten het verzoek van de
medewerker deugdelijk onderbouwen.

Afspraak:

In die situaties waarin de aangeleverde documenten onvoldoende duidelijkheid geven om het
verzoek te beoordelen, wordt het dossier centraal voorgelegd ter advisering.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Nadere toelichting:

In die situaties dat er sprake is van medische of psychische beperkingen zijn er meerdere
groepen te onderscheiden:

a. de medewerker heeft reeds de procedure Wet Poortwachter afgerond; het traject met de
bedrijfsarts is doorlopen, er ligt een advies over de beperking/ inzetbaarheid van de
medewerker en een besluit waaruit de beperking blijkt. De medewerker is echter nog niet
formeel herplaatst in een passen functie in de organisatie,

Deze situatie is veelal te wijten aan achterstallig onderhoud van de organisatie en kan
de medewerker niet worden aangerekend, Vaak zijn deze medewerkers reeds belast
met andere werkzaamheden, maar zijn zij niet formeel in de aangepaste functie
aangewezen.

Afhandeling: in overleg met de medewerker komen tot een passende oplossing voor
herplaatsing in een passende functie.

De PAC wordt geïnformeerd over de gevonden oplossing en verzocht de medeweker als prio-
kandidaat (ex artikel 49b Barp) te herplaatsen in de betreffende functie,

b. de medewerker staat op dit moment als langdurig ziek geregistreerd.

Afhandeling: de procedure wordt gevolgd zoals beschreven in de Wet Poortwachter.

Als vanwege medische redenen de eigen functie niet meer passend is, vindt herplaatsing in
een passende functie plaats op grond van 49b barp. De medewerker krijgt niet de hpk-status.
De PAC wordt geïnformeerd over de gevonden oplossing en verzocht de medeweker als prio-
kandidaat (ex artikel 49b Barp) te herplaatsen in de betreffende functie.

c. de medewerker voor wie het traject met de bedrijfsarts nog niet is opgestart, maar van
wie wel bekend is dat er sprake is van medische of psychische beperkingen en van wie
vaststaat dat hij niet kan terug keren in de eigen (oorspronkelijke) functie. De redenen
waarom dit aan de orde is moet blijken uit de onderliggende dossiers. Vaak is deze
medewerker reeds belast met andere/ aangepaste werkzaamheden, maar zijn zij niet formeel
in de (aangepaste) functie aangewezen.

Afhandeling: alsnog opstarten traject met de bedrijfsarts. Indien de bedrijfsarts van

oordeel is dat er sprake is van medische of psychische beperkingen waardoor de

functie niet kan worden verricht, wordt de hpk- status aan de medewerker

toegewezen.

De PAC wordt geïnformeerd over het feit dat de medewerker reeds langere tijd wordt belast
met andere werkzaamheden (bijv. vanuit een tijdelijke tewerkstelling), waarbij rekening is
gehouden met zijn medische of psychische beperkingen. Tevens wordt de PAG

verzocht het bevoegd gezag te adviseren de medewerker in de betreffende functie te

herplaatsen.

Is er sprake van een sociale beperking? Zo ja, waaruit bestaat deze beperking en welk
probleem wil de medewerker oplossen?

Bij een sociale beperking, ligt het probleem dat opgelost moet worden veelal niet bij de inhoud van
de aangewezen functie, maar is het probleem het gevolg van een wijziging van de werkplek, dan
wel een wijziging in de persoonlijke situatie van de medewerker.

Voorbeeld: een alleenstaande ouder of ouder waarvan de partner in het buitenland werkt met
jonge kinderen. Medewerker kan zich vanwege de financiële situatie geen kinderopvang
veroorloven. In de huidige situatie is dat ook niet nodig omdat de ouder binnen de schooltijden
werkt en de kinderen zelf kan opvangen. De nieuwe werkplek brengt een reistijd met zich mee,
waardoor het direct zelf opvangen van de kinderen na school niet langer mogelijk is.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Het probleem van de medewerker wordt doorgaans niet opgelost door het toekennen van het
verzoek, Immers indien de medewerker de hpk-status krijgt, wordt voor hem gezocht naar een
passende functie. Hierbij dient de PAC rekening te houden met de redenen waarom aan de
medewerker de hpk-status is toegekend. Bij het vinden van een passende functie is de PAC
echter niet gebonden aan het zoeken van een functie in de buurt van het woonadres van de

medewerker.

Het is raadzaam om in gesprek met de medewerker de gevolgen van het verzoek te bespreken en
te zoeken naar alternatieven, die wel tot een oplossing voor het probleem leiden. Bijv. het
uitbrengen van belangstelling voor een ander plaats van tewerkstelling, ruilen met een
medewerker op een andere plaats van tewerkstelling.

In dit geval wordt het verzoek afgewezen. Check ook bij de leidinggevende of de problematiek
‘bekend is en welke afspraken hierover met de medewerker zijn gemaakt.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Leidraad bij behandeling verzoeken tot toewijzing hpk-status

Algemeen

Wet- en regelgeving (art 55lb lid 3 en 4, jo. Art. 550 lid 1 Barp)

Als er voor een medewerker een vergelijkbare of uitwisselbare functie is gevonden, wordt de
medewerker als functievolger op die functie geplaatst. Bij die plaatsing moet rekening gehouden
worden met hetgeen in artikel 550 lid 1 staat vermeld. Dit betekent dat plaatsing achterwege blijft als
dit vanwege redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd.”

Welke criteria gelden voor indienen van een verzoek tot toewijzing hpk-status indienen?

- medewerker heeft de status van functievolger

- medewerker is van oordeel dat de functie niet passend is vanwege lichamelijke, geestelijke of
sociale redenen

~ in combinatie met gewijzigde inhoud van de functie als gevolg van advies CFV, dan wel
gewijzigde plaats van tewerkstelling

Verzoeken van (mogelijke) functievolgers om aangewezen te worden als hpk met een beroep op
artikel 550 lid 1, zullen in de meeste gevallen een relatie hebben met (het reizen naar) de nieuwe
werkplek en in veel mindere mate met de inhoud van de functie. Verwacht mag worden dat de inhoud
van de functie immers niet wezenlijk verandert nu de medewerker als functievolger wordt geplaatst.

Gemaakte afspraken met medewerkers met betrekking tot reizen naar de werkplek, werktijden,
aanpassingen van de werkomgeving en/of functie-uitoefening die verband houden met lichamelijke,
geestelijke of sociale beperkingen van de functievolger, worden gerespecteerd indien deze
beperkingen nog steeds aan de orde zijn.

In alle gevallen dat het verzoek van de medewerker voldoet aan de gestelde criteria én met de
medewerker geen afspraken zijn te maken over zijn inzetbaarheid wordt het verzoek toegewezen.

Het verdient aanbeveling om de medewerker vooraf gedegen te informeren over de consequenties
van het toekennen van de hpk-status en kritisch te bezien of met het toekennen van de hpk-status zijn
probleem ook wordt opgelost.

Stap 1: Filteren functie:

Dossier waarbij sprake is van een onjuiste uitgangspositie worden niet behandeld in het proces van
de personele reorganisatie. Een onjuiste uitgangspositie is veelal het gevolg dat bij het vaststellen
van de uitgangspositie is uitgegaan van de formele (oorspronkelijke) functie van de medewerker,
terwijl de medewerker vanwege lichamelijke, geestelijke of sociale beperkingen sinds langere tijd
aangepaste/ andere werkzaamheden verricht.

Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om een medewerker die zijn formele/
oorspronkelijke functie, niet of maar ten dele kan verrichten te herplaatsen in een andere functie.
Indien dit het geval is er sprake van achterstallig onderhoud en wordt het verzoek tot toewijzing van

de hpk-status afgewezen.

Per dossier moet worden bekeken of de medewerker voorafgaande aan de personele reorganisatie
alsnog kan worden herplaatst in een andere/ aangepaste functie.

Welke criteria gelden voor het filteren van de dossiers?

-__ medewerker verricht sinds langere tijd aangepaste of andere werkzaamheden vanwege
beperkingen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard.

- medewerker heeft een artikel 49b Barp-status maar is nog niet herplaatst in een andere functie.

- met medewerker zijn afspraken gemaakt over de inzetbaarheid/ belastbaarheid in de functie
(bijv. reizen naar de werkplek, werktijden, aanpassing werkomgeving en/of functie- uitoefening).

Afhandeling:
Deze dossier worden afgehandeld volgens de procedure Wet Poortwachter (regulier
herplaatsingstraject). De medewerker wordt voorafgaande aan de personele reorganisatie herplaatst

</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>in een die passende functie, waarbij rekening is gehouden met zijn lichamelijke of psychische
beperkingen.

Stap 2: Inhoudelijke toets:
De dossiers die niet het gevolg zijn van achterstallig onderhoud worden onderworpen aan een
inhoudelijke toets. Hierbij kunnen de volgende vragen worden gesteld:

1) Zijn de beperkingen van de medewerker van tijdelijke aard of van blijvende aard?

2)

3)

4)

Afhandeling:

- ligt er een gemotiveerd advies van (bijv.) de bedrijfsarts waaruit blijkt dat er sprake is van
lichamelijke en geestelijke beperking, alsook van de belastbaarheid van de medewerker gelet
op de beperkingen?

- — is het mogelijk met de medewerker afspraken te maken over de inzetbaarheid, waarbij
rekening kan worden gehouden met de beperkingen? Zo ja, verzoek afwijzen en het
probleem met maatwerk (afspraken) oplossen.

Is er sprake van een gewijzigde functie als gevolg van het advies van de Commissie
Functievergelijking (CFV)?

Afhandeling:

-__ligter een gemotiveerd advies van een ter zake deskundige (bijv. de bedrijfsarts) waaruit
blijkt dat er sprake is van lichamelijke en geestelijke beperking, alsook van de belastbaarheid
van de medewerker gelet op de beperkingen?

- zijn er met de medewerker reeds afspraken gemaakt over zijn inzetbaarheid in de
functie of is het mogelijk met de medewerker afspraken te maken over de inzetbaarheid,
waarbij rekening kan worden gehouden met de beperkingen? Zo ja, verzoek afwijzen en
het probleem met maatwerk (afspraken) oplossen.

Is er sprake van een gewijzigde plaats van tewerkstelling waardoor de medewerker van oordeel is
dat het reizen naar de nieuwe werkplek niet mogelijk is gelet op zijn beperkingen?

Afhandeling:

- ligt er een gemotiveerd advies van een ter zake deskundige (bijv. de bedrijfsarts) waaruit
blijkt dat er sprake is van lichamelijke en geestelijke beperking, alsook van de belastbaarheid
van de medewerker gelet op de beperkingen?

- zijn er met de medewerker reeds afspraken gemaakt over zijn inzetbaarheid in de

functie of is het mogelijk met de medewerker afspraken te maken over de inzetbaarheid,

waarbij rekening kan worden gehouden met de beperkingen? Zo ja, verzoek afwijzen en

het probleem met maatwerk (afspraken) oplossen.

Is er sprake van omstandigheden in de sociale omgeving van de medewerker die een beperking
vormen voor het uitvoeren van de toegewezen functie? Zijn deze sociale beperkingen van
tijdelijke of van blijvende aard?

Bij een sociale beperking ligt het probleem dat opgelost moet worden veelal niet in de inhoud van
de functie, maar is het probleem het gevolg van (een wijziging van) de werkplek, dan wel (een
wijziging in) de persoonlijke situatie van de medewerker.

Afhandeling:

-__ligter een gemotiveerd advies van een ter zake deskundige (bijv. maatschappelijk werk)
waaruit blijkt dat er sprake is van sociale beperkingen (meer dringende sociale
verplichtingen die reeds aanwezig zijn, bijv. mantelzorgtaken)?

- zijn de omstandigheden reeds bekend bij het bevoegd gezag?

- zijn er met de medewerker reeds afspraken gemaakt over zijn inzetbaarheid in de
functie of is het mogelijk met de medewerker afspraken te maken over de inzetbaarheid,
waarbij rekening kan worden gehouden met de beperkingen? Zo ja, verzoek afwijzen en het
probleem met maatwerk (afspraken) oplossen.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>