<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Organisatieonderdeel       Juridische Zaken
                           Wob coordlnatiedesk                  p          LITIE
     Behandeld door ~ •••••••••••••••••••••    :
               Functie jurist
         Bezoekadres Nieuwe Uitleg 1
                           2514 BP Den Haag
             Telefoon 0900- 88 44 / 088-1699047
                E-mail Wobcoördinatiedesk@knp.politie.nl
        Ons kenmerk KNP16000538
         Uw kenmerk                                                   Retouradres: Postbus 17107, 2502 CC Den Haag
               Datum
            B1Jlage(n) 2 (twee)                                       Per aanvetekende post                      .
               Pagina 1/2
                              VERZOtmrn 1 6 JUNI 2016
        Onderwerp        Besluit op uw Web-verzoek
                        Geachte mevrouw/mijnheer)                j
                        Bij brief van 23 april 2016, door mij ontvangen op 3 mei 2016, heeft u een verzoek als
                        bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob)
                        ingediend.
                        1:         Wob-verzoek
                       Uw verzoek heeft kort samengevat betrekking op het beleid met betrekking tot het
                       verbaliseren door politieambtenaren buiten diensttijd in het verkeer en waarbij hij zelf is
                       betrokken als partij.
                       2:          Beoordeling en toelichting
                       Uw verzoek is op basis van de Wob in behandeling genomen. De Wob ziet op het
                       verstrekken van in documenten vastgelegde informatie in het bezit van een
                       bestuursorgaan, opdat de burger de overheid kan controleren bij de uitvoering van
                       haar taak. Een verzoek om informatie dient betrekking te hebben op een bestuurlijke
                      aangelegenheid op het gebied van de uitvoering van een door het bestuursorgaan uit
                      te voeren beleid of taak, die bij wet aan haar is opgelegd door de overheid.
                      De Wob is slechts van toepassing op informatie in bestaande documenten. Deze wet
                      bevat geen verplichting om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande
                      documenten zijn neergelegd.
                     Van de Landelijk projectleider Infrastructuur waaronder het onderwerp 'verkeer' valt
                      heb ik twee documenten ontvangen en een inhoudelijke reactie. U zie de twee bijlagen
                     en onderstaande tekst.
                      "Een politieambtenaar mag ook buiten diensttijd bekeuren en is te allen tijde bevoegd.
                     Artikel 6 Politiewet 2012:
                      1. De ambtenaar van politie is bevoegd zijn taak uit te oefenen in het gehele land.
                     2. Hoewel bevoegd in het gehele land, onthoudt de ambtenaar van politie die is
                     tewerkgesteld bij een regionale eenheid, zich van optreden buiten zijn gebied van
                     tewerkstelling, tenzij zijn optreden redelijkerwijs noodzakelijk is, dan wel ingevolge
                                                              «waakzaam en dfenstbaar >>
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>        Datum
  Onderwerp         Besluit op uw Wob-verzoek
                                                                                     p /L IT I E
       Pagina 2/2
                   regels, gesteld bij of krachtens de wet, dan wel in opdracht of met toestemming van
                  het bevoegd gezag over de politie.
                  De begrenzingen staan in bijgevoegde documenten.
                  Dit staat in bijgevoegde aanwijzing onder punt 5 en in de handleiding onder 3. 1 :
                  Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien:
                  a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de
                  gevolgen daarvan betrokken is;
                  b. verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte
                  omtrent de feiten en/of de strafbaarheid;
                  c. het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;
                  d. inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische
                  eindbeslissing over al het beslag is genomen;
                  e. de militaire rechter uitsluitend bevoegd is."
                 3:           Besluit
                 Gelet vorenstaande kan ik aan u twee afschriften van documenten verstrekken.
                 4:          Wettelijke grondslag
                 Dit besluit is gebaseerd op de artikelen 1:3 en 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht
                 (hierna: Awb) en artikel 3 van de Wob.
                 5:          Rechtsbescherming
                 Dit betreft een besluit in de zin van de Awb. Indien u zich niet kunt verenigen met de
                inhoud van dit besluit, kunt u in overeenstemming met de Awb binnen een termijn van
                zes weken na bekendmaking van dit besluit schriftelijk bezwaar maken. U kunt een
                bezwaarschrift niet indienen via de elektronische weg zoals per e-mail en per fax.
                Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de korpschef, ter attentie van de Wob-
                coördinatiedesk, postbus 17107, 2502 CC Den Haag. Het bezwaarschrift moet
                ondertekend zijn en ten minste bevatten: uw naam en adres, dagtekening,
                omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht en de gronden van
                bezwaar. Er dient een volmacht te worden verstrekt, indien het bezwaarschrift niet
                door u, maar namens u wordt ingediend.
                Hoogachtend,                      1 - - - - - - - - -.
                De korpschef,                     :                    :
                namens deze;                     :                     .
    ,-------------------~------~--------~-------
--J-----,
            1:r(('- - - - - - - - - - - . 7- - - - - • - - - - - - - - - - - - - -
            :, · r. E.M. de Vries MPA
 ________   : Directeur Korpsstaf
                                                                                   « waakzaam en dienstbaar >}
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                     l\lr. 46384
     STAATSCOURANT
    Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
                                                                                                    18 december
                                                                                                             2015
    Aanwijzing feitegcodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen
    Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130, lid 4 Wet RO
    Van: College van procureurs-generaal
   Aan: Hoofden van de OM-onderdelen
    Registratienummer: 2015A009
    Datum inwerkingtreding: 01-01-2016
   Publicatie in Stcrt.: PM
   Relevante beleidsregels OM: Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen
   (2015R061)
   Richtlijn bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid Sv)
   Aanwijzing OM-strafbeschikking (2015A004)
   Verval/en:Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (2014A010)
   Wetsbepalingen:Art. 3 lid 4 Wahv, artt. 74,310,311 en 321 Sr, artt. 257a en 257b Sv
   Bijlage(n): 1
   SAMENVATTING
   Deze aanwijzing geeft regels voor de administratiefrechtelijke handhaving van verkeersvoorschriften
   en de feitgecodeerde afdoening van overige feitgecodeerde misdrijven en overtredingen, uitgezon-
  derd de feitgecodeerde zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ex art. 257ba Sv wordt
   uitgevaardigd. Voor die feitgecodeerde zaken is de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikking milieu- en
  keurfeiten van toepassing, dit gelet op de specifieke voorwaarden die gelden bij het toepassen van
  deze modaliteit.
  ACHTERGROND
  Strafbeschikking
  De Wet OM-afdoening is in het Wetboek van Strafvordering (Sv) opgenomen en maakt het kort gezegd
  mogelijk dat de officier van justitie, in plaats van een transactie aan te bieden, op grond van artikel
  257a Sv een zaak zelf buitengerechtelijk kan bestraffen.
  Naast de strafbeschikking, uitgevaardigd door de officier van justitie, kan op grond van artikel 257b Sv
  een strafbeschikking worden uitgevaardigd door de (buitengewoon) opsporingsambtenaar. Dit wordt
 ook wel de politiestrafbeschikking genoemd.
 Hoewel dit buiten de reikwijdte van deze Aanwijzing valt, kan voorts een strafbeschikking worden
 uitgevaardigd door een daartoe aangewezen lichaam of persoon, met een publieke taak belast, op
 grond van artikel 257ba Sv. Tot slot kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd door het bestuur
 van 's Rijksbelastingen (fiscale delicten) op grond van artikel 76, eerste lid, van de Algemene wet
 inzake rijksbelastingen of door de inspecteur van Douane (douanedelicten) op grond van artikel 10:15
 van de Algemene Douanewet, hetgeen eveneens buiten de reikwijdte van deze Aanwijzing valt.
 Politiestrafbeschikking
 De door de opsporingsambtenaar op grond van artikel 257b Sv uitgevaardigde strafbeschikking voor
feiten zoals bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit Olvl-afdoenlnq.
 OM-strafbeschikking
Dit betreft de feiten die in de bijlage bij de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en
overtredingen als "- of OM-feit worden aangeduid. Voor deze feiten kan door (buitengewone)
opsporings_ambtenaren geen geldboete worden opgelegd. Indien bij deze feiten een tarief is vermeld,
dan wordt door de officier van justitie (als sprake is van een recidivegevoelig feit slechts in geval van
een first offender) een strafbeschikking opgelegd welke door het CJIB wordt verzonden. Als op de
plaats van het tarief een * is vermeld, is geen tarief vastgesteld omdat a) de overtreding aan de hand
van de in het proces-verbaal omschreven specifieke omstandigheden van het geval individueel moet
worden beoordeeld of b) de tarieven zijn vastgesteld in een andere richtlijn. In dat geval wordt de zaak
door het CJIB direct aan het OM overgedragen.
Staatscourant 2015 nr. 46384      18 december 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>        Definitie feitgecodeerde zaken:
        Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode, zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet
        administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), de Bijlagen bij het Besluit
        OM-afdoening en de bij deze richtlijn behorende Bijlagen met OM-feiten, geautomatiseerd in de
        strafrechtketen worden verwerkt.
        OPSPORING EN VERVOLGING
        ALGEMENE UITGANGSPUNTEN
        1. Afdoening overeenkomstig de richtlijn
        Feitgecodeerde zaken worden door de opsporingsinstantie of het OM afgedaan overeenkomstig de
        Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
       Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/
       verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbe-
       schikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt.
       Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na .elkaar worden
       geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een
       strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet
       worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en
       moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in
       een proces-verbaal.
      2. Uitgangspunt: Afdoening via één traject
      Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan,
      wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een
      strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het
      uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de adminis-
     tratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk
      melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik
     worden gemaakt.
     3. Artikel 5 WVW 1994
    Als een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeers-
    wet 1994 (WVW 1994) is het niet toegestaan om voor feiten die in een directe relatie staan tot het
    gevaarlijke c.q. het hinderlijke gedrag op de weg ook administratieve sancties op te leggen, of
   strafbeschikkingen uit te vaardigen. Deze bepaling is opgenomen om de volgende reden. Als
    proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast
   administratieve sancties worden opgelegd voor aan dat artikel gerelateerde feiten, bestaat de kans dat
   de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit het in artikel 68 van het Wetboek
   van Strafrecht (Sr) opgenomen ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat niemand andermaal kan
  worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is
   beslist.1
  Als voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, mag deze gedraging op grond van
  het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) niet bij een vervolging wegens overtreding
  van artikel 5 WVW 1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat als is vervolgd
 wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden
  opgelegd voor zover deze gedraging in de vervolging was betrokken. Als voorbeeld kan worden
  aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag vertoont en daarbij tevens een rood
 verkeerslicht negeert. Als hiervoor een proces-verbaal ter zake van artikel 5 WVW 1994 wordt
 opgemaakt, mag voor het negeren van het rode licht (dat is aangemerkt als een Wahv-gedraging)
 geen afzonderlijke aankondiging van beschikking worden uitgereikt.
1      Het voldoen aan de voorwaarden van een transactievoorstel doet op grond van artikel 7 4, eerste lid Sr het recht tot strafvordering
       vervallen en het uitvaardigen van een strafbeschikking (art. 257a Sv) is een daad van vervolging. Zowel bij het voldoen aan de
       voorwaarden van een transactie als bij het uitvaardigen van een strafbeschikking geldt dus het ne bis in idem-beginsel.
•.-.·-· -•···,-·~·., . .,.._.. ,.,~ -·•""•""' ·•~-•.-· .~ - ,.~ .• ·, , . _ ,-. - .. -..,. •... ~,.,--..-~------,·.,~-·,·-..,. -•· ,,-,,~, -~,,·•~,-,,-~·- --.., '·-"-" "..._,.r.,...- .•. ~- .~.-.. , ·- ,-•·,v·r. .··~ ,_ ·•··~•· ·-····-··' •·--••• ·,- ...•• ,.•• ~-,.,.. ,• .. ,..., .. ,..
Staatscourant 2015 nr. 46384                                              18 december 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    "
JJi!!}i~~t            .. ,,... ..,.,...,,...""'~··•"'"....,"-------•<0.,_.__,.,.........._., ... ~~-·_,_.,.,_~,...,._._ .... _..,.._._......
                      4. Technische gebreken voertuig
                                                                                                                                                                                                 ... ,,,.,                         .., __ .._,_ ...,. ..__ .__...__,, .... ..._,_.,._._. __ ,__ ,.,.~,~ ... ,.., . ._     __ .........,.,,,_, __                    v"-
                     Als aan een voertuig technische gebreken worden geconstateerd, wordt aan de bestuurder een sanctie
                     opgelegd of wordt tegen hem proces-verbaal opgemaakt. Hiervan wordt slechts afgeweken als bij de
                      betreffende feitcode uitdrukkelijk is bepaald dat de eigenaar of houder voor het betreffende feit
                     verantwoordelijk is. Naast het opleggen van een sanctie kan zo nodig op basis van artikel 48, zevende
                     lid, WVW 1994 het verbod om met het voertuig op de weg te rijden worden aangezegd. De administra-
                     tieve afwikkeling van het aanzeggen van het verbod om op de weg te rijden dient te geschieden
                     volgens de binnen de politie voorgeschreven werkwijze.
                     5. Begrenzing strafbeschikkingsbevoegdheid opsporingsambtenaren
                    In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren                                                                                                                                                                     aangewezen aan wie
                    strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b Sv is verleend.
                    In de bijlage van het Besluit OM-afdoening zijn de zaken aangewezen die voor een politiestrafbeschik-
                    king in aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkingsbevoegdheid maken van die
                    bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b, derde lid, Sv).
                   Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien:
                  a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan
                                    betrokken is;
                  b. verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten
                                    en/of de strafbaarheid;
                 c. het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;
                  d. inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing
                                   over al het beslag is genomen;
                 e. de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.
                 De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen
                binnen het arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen
                gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening).
                6. Minderjarigen
               Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit kan een strafbe-
               schikking worden uitgevaardigd.
               Parallel aan hetgeen in de Wahv is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16
               jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele Euro's naar boven. Voor
               minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.
              Artikel 489, eerste lid aanhef en onder b, Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking
              van meer dan€ 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze
               bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening. Om deze reden wordt- analoog
              aan artikel 489 eerste lid, aanhef en onder b, Sv - door het CJIB geen politiestrafbeschikking of
              OM-strafbeschikking verzonden als de geldboete meer dan€ 115 bedraagt. Deze zaken worden ter
              beoordeling aan het OM overgedragen.
               7. Kosten inbewaringstelfing of buitengebruikstelling                                                                                                                                    ex. artikel 29 en 31 Wahv
              Nadat de opsporingsambtenaar een voertuig in bewaring of buitengebruik heeft gesteld2, wordt dit zo
              spoedig mogelijk aan de kentekenhouder kenbaar gemaakt. Aan hem wordt de mogelijkheid geboden
              om binnen één week de sanctie(s), de administratiekosten, de verhogingen en de kosten van
             inbewaringstelling of buitengebruikstelling geheel te voldoen. Nadat deze termijn is verlopen, wordt
             het voertuig door de Dienst der Domeinen bij de opsporingsinstantie opgehaald. Daarna kan nog bij
             deze dienst worden betaald. De Dienst der Domeinen taxeert de in bewaring gestelde voertuigen.
             Als een particuliere berger is ingeschakeld voor de inbewaringstelling of buitengebruikstelling van een
            voertuig worden de door de berger in rekening gebrachte kosten vergoed. Wordt de inbewaringstel-
             ling of buitengebruikstelling door de opsporingsinstantie zelf verricht, worden de kosten vergoed
            conform de hierna in bijlage I opgenomen tarieven. Als de opsporingsinstantie heeft gehandeld
            2        Wanneerhet toepassenvan een ander dwangmiddel krachtensde Wahv mogelijk is, moet inbewaringstelling of buitengebruik-
                     stelling achterwege blijven.
           ,,, ... , • ... ,.,.=,..,~,.,·          "'·-•-••••·-··•"~_.,....,... __ . ._._ -"··•-·•-••• _.., .. ,,._,.,_,, ,-, .. _.,.,.~, ........... - .. • . ·•• -~ .. , .. ,..,,. ,h• .. -~,..-.•,••,~· .. ,.,~ .....~- ,,,...., ,.~· .,, .. ,.,,_.,...... ,. -n~-, ., •.• ,~,r~,,.   ,.,,. .. ,..,.,,.,,,.,~• ,  ,,_,_,_..,..~., ~   • .,.,.,.~_,.,..-.._ .• ,....
           Staatscourant 2015 nr. 46384                                                            18 december 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>     e
Jlt!}t[i,      conform deze aanwijzing, kan zij kosten gemaakt voor de inbewaringstelling of buitengebruikstelling,
              zoals door de particuliere berger in rekening gebracht of zoals hierna in bijlage I opgenomen, volgens
              de daarvoor door het CJIB vastgestelde procedure bij het CJIB declareren.
              Na het voertuig bij de politie te hebben opgehaald en getaxeerd, regelt de Dienst der Domeinen de
              vernietiging of de verkoop van het voertuig.
              OVERGANGSRECHT
              Deze aanwijzing geldt vanaf de datum van inwerkingtreding.
          »-• • ,., ... ..,. .,,.,.-.~ • .,._. __ .... ,. •~ -,~, "•• ·•- ,,.., ,,. • .. -,-~v, •• ·••~•-·•·•-••·., , , •••, ,··•·,·,-·--," .-,,, . ,.,, . ..,,-~· •··~.- , _ _.,,., ,,,,•,.• ·•·v.-~~,~----..,,.-...-, · • .,..,..,.,.,, •· "
          Staatscourant                              2015 nr. 46384                           18 december 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>             BIJLAGE 1
            Vergoeding politiekosten                                                       inbewaringstelling                                       of buitengebruikstelling                                                 voertuigen
                 Personenauto's, motorfietsen en bedriJfs'auto's/aanhangwagens met een toegestane maximum massa 1/m
                 3.500 kg
              Uitrijdtarief
              Uitvoeringstarief
                                   (toepasbaar na de eerste wegsleephandeling)
              Opslag plus afgifte (toepasbaar
              Bewaarloon            (toepasbaar
                                                 (toepasbaar bij daadwerkelijk
                                                                                    , - - " • . ,
                                                                                         voor de eerste 24 uur)
                                                                       voor de volgende dagen)
                                                                                                                               wegslepen)
                                                                                                                                             '.                     ,
                                                                                                                                                                                                                                                                             -                               € 65,00
                                                                                                                                                                                                                                                                                                             € 62,00
                                                                                                                                                                                                                                                                                                             € 41,50
                                                                                                                                                                                                                                                                                                             € 15,50
             Wielklemtarlef             voor personenauto's                                          en bedrijfsauto's/aanhangwagens                                                met een toegestane maximum massa t/m
             3.500 kg
            Tarief 1 (werkdagen van 08.00 - 18.00 uur)                                                                                                                                                                                                                                                       € 47,50
            Tarief 2 (tijden buiten uren tarief 1)                                                                                                                                                                                                                                                           € 57,50
            Bedrijfsauto's            en aanhangwagens                                         met een toegestane maximum                                              massa van meer dan 3.500 kg
            Uitrijden                                                                                                                                                                                                                                                                                       € 54,00
            Uitrijden per uur                                                                                                                                                                                                                                                                             € 129,50
           Uitrijden per kilometer                                                                                                                                                                                                                                                                             €0,49
           Stalling per dag                                                                                                                                                                                                                                                                                 € 20,00
          Voor tijden anders dan op werkdagen tussen 08.00 en 18.00 uur geldt een toeslag van                                                                                                                                                                                                               € 34,00
          Bromfietsen
          Sleepkosten                                                                                                                                                                                                                                                                                       € 74,00
         Stallingkosten               per dag                                                                                                                                                                                                                                                                 €5,75
  '•'~'"·"''"''"•,r""'•"••o,n-.., .• ,~., ... ,.,<T•<•••'•·· .. ,.r. •.,.,.,~ ... ~•• ._.,.,.,...,,-,, --,.•u,' ,.-.,r.-,,. "'·'·•-··, • , -. , , .-A• -.·,·-,••r·,.-•  ...... •~ ,·~- • - ,._.,_,,.,-;, ,,-,••-.••- ..,,"'' • -· ,u.,.,, • '•,• ,,_..,,. ,.,.,..w ""·" ""'~ .. - ... ,... ... ,. .. , .,,,. -.•,•,y••.-<,:>•'•""'"',-.. "'"•->"="•
5 Staatscourant 2015 nr. q5334                                                          18 december 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> HANDLEIDING FEITGECODEERDE                     MISDRIJVEN, OVERTREDINGEN               EN
 MULDERGEDRAGINGEN
Uitgegeven     onder verantwoordelijkheid           van de Commissie      Feiten en Tarieven
Versie 1 januari      2015
INHOUDSOPGAVE
       UITGEGEVEN ONDER VERANTWOORDELIJKHEID                              VAN DE COMMISSIE FEITEN EN
       TARIEVEN                                                                                                         1
       SAMENVATTING                                                                                                    2
       ACHTERGROND                                                                                                     2
       OPSPORING EN VERVOLGING                                                                                         3
       ! .ALGEMENE UITGANGSPUNTEN                                                                                      3
       1.1 Afdoeningovereenkomstig de richtlijn                                                                        3
       Feitgecodeerde zaken worden door de politie of het OM afgedaan overeenkomstig de Richtlijn voor strafvordering
       feitgecodeerde misdrijven en overtredingen                                                                      3
       1.2 Afdoening via één traject.. :                                                                               3
       1.3 Artikel 5 WVW 1994                                                                                          3
       1.4 Technische gebreken voertuig                                                                                3
       2 WAHV                                                                                                          4
       2.1 Algemeen                                                                                                    5
       2.1.l Inhoud aankondigingvan beschikking                                                                        5
      2.1.2 Informatieverzoek Openbaar Ministerie                                                                      5
      2.2 Correctie-politie                                                                                            5
      2.3 Vrijwillige betaling                                                                                         6
      2.4 Voorlopige maatregelen                                                                                       6
      2.4.1 Vordering onmiddellijke betaling                                                                           6
      2.4.2 Voorlopige maatregel 'inbewaringstelling'                                                                  6
      2.5 Dwangmiddel 'inneming rijbewijs', artikel 28a WAHV                                                           7
      2.5.1 Mutatie in het Centraal register rijbewijzen (CRR),                                                        7
      2.5.2 Artikel 9, achtste lid, WVW 1994                                                                           7
      2.5.3 Artikel 34 WAHV                                                                                            7
      2.6 Dwangmiddel 'buitengebruikstelling voertuig', artikel 28b rVAHV                                              7
      2.6.1 Algemeen                                                                                                   7
      2.6.2 Het begrip 'soortgelijk voertuig'                                                                          8
      2. 7 Dwangmiddelinbeslagneming                                                                                   8
      2.8 Dwangmiddel 'gijzeling', artikel 28 WAHV                                                                     8
      2.9 Opdracht tot toepassing dwangmiddel (hierna: dwangopdracht)                                                  8
      2.9.l Werkwijze politie dwangopdracht                                                                            8
      2.9.2 Betrokkene onvindbaar, verhuisd of overleden                                                               9
      2.10 Signalering in het OPS                                                                                      9
      3 POLITIESTRAFBESCIDKK.ING                                                                                       9
      3.1 Begrenzing strafbeschikktngsbevoegdheidopóporingsambtenaren                                         ,        9
      3.2 Uitreiken aankondiging strafbeschikking                                                                     10
      3.3 Directe betaling                                                                                            10
      3.4 Intrekken en wijzigen van strafbeschikkingen uitgevaardigd door opsporingsambtenaren                        10
      3.4.1 Vordering na mislukte executie bij de politiestrafheschikking                                             1l
      3.5 Bestuurlijke strajbeschikking overlas/ (BSBO) (art. 257b Sv)                                                11
      3.5.l Melden keuze voor BSBO door bestuur bij lokaal OM                                                         11
      3.5.2 Plaatselijk geldende verordeningen en feitenlijst                                                         11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>           3.5.3 Jaarplan en driehoeksoverleg                                                                       12
           3.5.4 Samenwerking BOA 'sen politie                                                                      12
           3.5.5 Aantasting integriteit BOA                                                                         12
           3.5.6 Intrekken (seponeren) van BSBO's dooi· het OM                                                      12
           3. 7 Polltiestrafbeschikking eenvoudige diefstal en verduistering                                        12
          3. 7.1. Voorwaarden voor het uitvaardigen van de politiestrajbeschikking                                  12
          3. 7.2 Geen politiestrafbeschikking toegestaan                                                            13
          3. 7.3 Procedurele vereisten                                                                              14
          3. 7.4 Beperking bevoegdheid                                                                              14
          3. 7.5 Controle en administratieve verantwoording                                                         14
          3. 7.6 Financiële verantwoording                                                                          16
          4 PROCES-VERBAAL IN FEITGECODEERDE ZAKEN (COMBIBON)                                                      16
          4.1 Combi bon                                                                                             16
          4.2 Opmaken proces-verbaal                                                                               16
          4.3 Kwaliteit strafbeschikking/ proces-verbaal                                                           16
          4.4 Bewaartermijn                                                                                        16
          4.5 Inzendtermijn proces-verbaal na constateren strafbaar/ei/                                            17
          5 OVERTREDINGEN BEGAAN DOOR MILITAIREN OP MILITAIRE TERREINEN                                            17
          5. 1 Beperkte bevoegdheid                                                                                17
          5.2 Specifieke werkwijze                                                                                 17
          BIJLAGE l                                                                                                18
          BIJLAGE 2                                                                                                19
          BIJLAGE 3                                                                                                21
 SAMENVATTING
 Deze handleiding heeft betrekking op de administratiefrechtelijke handhaving van verkeersvoorschriften en de
 feitgecodeerde afdoening van overige feitgecodeerde misdrijven en overtredingen, uitgezonderd de
 feitgecodeerde zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ex art. 257ba Sv wordt uitgevaardigd. Voor die
 feitgecodeerde zaken is naast deze handleiding een Richtlijn bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten
 van toepassing, dit gelet op de specifieke voorwaarden die gelden bij het toepassen van deze modaliteit.
 ACHTERGROND
 Stra fbeschlkking
De Wet OM-afdoening is in het Wetboek van Strafvordering (Sv) opgenomen en maakt het kort gezegd mogelijk
dat de officier van justitie, in plaats van een transactie aan te bieden, op grond van artikel 257a Sv een zaak zelf
buitengerechtelijk kan bestraffen.
Naast de strafbeschikking, uitgevaardigd door de officier van justitie, kan op grond van artikel 257b Sv een
strafbeschikking worden uitgevaardigd door de (buitengewoon) opsporingsambtenaar. Dit wordt ook wel de
politiestrafbeschikking genoemd.
Hoewel dit buiten de reikwijdte van deze Aanwijzing valt, kan voorts een strafbeschikking worden uitgevaardigd
door een daartoe aangewezen lichaam of persoon, met een publieke taak belast, op grond van artikel 257ba Sv.
Tot slot kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd door het bestuur van 's Rijks belastingen (fiscale
delicten) op grond van artikel 76, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of door de inspecteur
van Douane (douanedelicten) op grond van artikel 10:15 van de Algemene Douanewet, hetgeen eveneens buiten
de reikwijdte van deze Aanwijzing valt.
                                                                                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>  Politiestrafbeschikking
  De door de opsporingsambtenaar op grond van artikel 257b Sv uitgevaardigde strafbeschikking voor feiten zoals
  bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit OM-afdoening.
  OM-strafbeschild<ing
  Dit betreft de feiten die in de bijlage bij de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en
  overtredingen als*· of OM-feit worden aangeduid. Voor deze feiten kan door (buitengewone)
  opsporingsambtenaren geen geldboete worden opgelegd. Indien bij deze feiten een tarief is vermeld, dan wordt
  door het CJIB (als sprake is van een recidivegevoelig feit slechts in geval van eenfirst ojfender) een
  strafbeschikking verzonden namens de officier van justitie. Als op de plaats van het tarief een* is vermeld, is
  geen tarief vastgesteld omdat a) de overtreding aan de hand van de in het proces-verbaal omschreven specifieke
 omstandigheden van het geval individueel moet worden beoordeeld ofb) de tarieven zijn vastgesteld in een
  andere richtlijn. In dat geval wordt de zaak door het CJIB direct aan het OM overgedragen.
 Definitie feitgecodeerde zaken:
 Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode, zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet
 administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (W AHV), de Bijlagen bij het Besluit OM-afdoening
 en de bij deze richtlijn behorende Bijlagen met OM-feiten, geautomatiseerd in de strafrechtketen worden
 verwerkt.
 OPSPORING EN VERVOLGING
 l .ALGEMENE UITGANGSPUNTEN
 1.1 Afdoening overeenkomstig de richtlijn
 Feitgecodeerde zaken worden door de politie of het OM afgedaan overeenkomstig de Richtlijn voor
 strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
 Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/verdachte voor
ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een
 proces-verbaal opgemaakt.
Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden
geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een strafbeschikking
uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de
administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de
bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
1.2 Afdoening via één traject
Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan, wordt aan
betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, ófwordt tegen hem een strafbeschikking
uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het uitgangspunt om verwarring van
procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld,
moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag
slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.
1.3 Artikel 5 WVW 1994
Als een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
(WVW 1994) is het niet toegestaan om voor feiten die in een directe relatie staan tot het gevaarlijke c.q. het
belemmerende gedrag op de weg ook administratieve sancties op te leggen, ofstrafbeschikkingen uit te
vaardigen. Deze bepaling is opgenomen om de volgende reden. Als proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake
van overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast administratieve sancties worden opgelegd voor aan dat
                                                                                                                  3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>     artikel gerelateerde feiten, bestaat de kans dat de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit
     het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat
     niemand andermaal kan worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter
                                1
     onherroepelijk is beslist.
    Als voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, mag deze gedraging op grond van het arrest van
    de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) niet bij een vervolging wegens overtreding van artikel 5 WVW
     1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat als is vervolgd wegens overtreding van artikel
    5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden opgelegd voor zover deze gedraging in de
    vervolging was betrokken. Als voorbeeld kan worden aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag
    vertoont en daarbij tevens een rood verkeerslicht negeert. Als hiervoor een proces-verbaal ter zake van artikel 5
    WVW 1994 wordt opgemaakt, mag voor het negeren van het rode licht (dat is aangemerkt als een WAHV-
    gedraging) geen afzonderlijke aankondiging van beschikking worden uitgereikt.
    1. 4 Technische gebreken voertuig
   Als aan een voertuig technische gebreken worden geconstateerd, wordt aan de bestuurder een sanctie opgelegd
   of wordt tegen hem proces-verbaal opgemaakt. Hiervan wordt slechts afgeweken als bij de betreffende feitcode
   uitdrukkelijk is bepaald dat de eigenaar of houder voor het betreffende feit verantwoordelijk is. Naast het
   opleggen van een sanctie kan zo nodig gebruik worden gemaakt van de in artikel 60 van de \VVW 1994
   toegekende bevoegdheid om deel I(A) van het kentekenbewijs in te vorderen als het voertuig niet meer voldoet
   aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen. De in artikel 39 van het Kentekenreglement geregelde procedure
   moet daarbij worden gevolgd.
  2WAHV
  Gelet op de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het van belang dat de (WAHV) door de bij de uitvoering van
  deze wet betrokken instanties op uniforme wijze wordt toegepast. In de memorie van toelichting bij de WAJ:N
  wordt het waarborgen van een deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene immers als een van de drie
  doelstellingen genoemd.
  Bij arrest van 10 januari 2013 (LJN: BY8163) is het Hof teruggekomen op eerdere jurisprudentie. Het Hof stelt
  vast dat op grond van artikel 6 EVRM het zwijgrecht en de daarop gebaseerde cautie ook van toepassing zijn op
  W AHV-zaken. Daaruit volgt dat voortaan in alle WAHV-zaken waarbij sprake is van een staandehouding,
  voorafgaand aan een mondelinge ondervraging de cautie moet worden gegeven. Het enkele feit dat de cautie niet
  is verleend, hoeft niet te leiden tot vernietiging van de sanctie, maar dit heeft wel tot gevolg dat de verklaring
  van betrokkene niet mag worden betrokken bij de beoordeling of de gedraging is komen vast te staan. De
  ambtsedige verklaring van een aangewezen ambtenaar biedt in beginsel voldoende grondslag voor de
  vaststelling van de gedraging. Gelet op het bovenstaande heeft het College bepaalt dat in WAHV-zaken waarbij
  een staandehouding plaats heeft, door een aangewezen ambtenaar aan betrokkene de cautie moet worden
 gegeven.2
 Op grond van artikel 2, eerste lid, WAHV kunnen ter zake van de in de bijlage van die wet omschreven
 gedragingen, administratieve sancties worden opgelegd. Met de inwerkintreding van de Wet OM-afdoening,
 heeft de wetgever nu - in tegenstelling tot de vorige redactie van dit artikel - de mogelijkheid geopend de in de
 bijlage vermelde feiten in plaats van administratief,strafrechtelijk afte doen. Door deze wijziging kunnen
 bijvoorbeeld recidivisten strafrechtelijk worden aangepakt. Uitgangspunt blijft echter vooralsnog dat de feiten
 die in de bijlage bij de W AIN zijn opgenomen, uitsluitend volgens de administratiefrechtelijke weg worden
 afgedaan. In nadere beleidsregels zal op een later tijdstip worden uiteengezet voor welke feiten in welke gevallen
voor de strafrechtelijke weg moet worden gekozen.
1
   Het voldoen aan de voorwaarden van een transactievoorstel doet op grond van artikel 74, eerste lid Sr het recht
tot strafvordering vervallen en het uitvaardigen van een strafbeschikking (art. 257a Sv) is een daad van
vervolging. Zowel bij het voldoen aan de voorwaarden van een transactie als bij het uitvaardigen van een
strafbeschikking geldt dus het ne bis in idem-beginsel.
2
   Beleidsbrief kenmerk PaG/B&S/16658.
                                                                                                                         4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   2.1 Algemeen
   2.1.1 Inhoud aankondiging van beschikking
   Op de aankondiging van beschikking moeten de voor de beroepsprocedure relevante gegevens worden vermeld.
  Als de betrokkene verweer voert en bijvoorbeeld verklaart dat een verkeerslicht niet of niet goed werkt of dat
  een bord ontbreekt/niet zichtbaar is, moet dit verweer k011 worden weergegeven en moet tevens in korte
  bewoordingen op dit verweer worden ingegaan. Hiermee wordt direct recht gedaan aan het beginsel van hoor en
  wederhoor en wordt eveneens bewerkstelligd dat alle omstandigheden waaronder de gedraging heeft
  plaatsgevonden, duidelijk zijn omschreven (zie ook het rapport van de Nationale ombudsman 2003/436). In de
  toelichting op de aankondiging van beschikking moet in voorkomende gevallen melding worden gemaakt van
  teksten van onderborden en het feit dat borden geplaatst zijn in verband met wegwerkzaamheden.
  Indien digitaal proces-verbaal wordt opgemaakt, waarin alle relevante feiten en omstandigheden zijn
  opgenomen, hoeft geen aankondiging van beschikking te worden uitgereikt. Tevens worden foto's gemaakt van
  de betreffende overtredingssituatie. Hiermee wordt de vastlegging van de feitelijke situatie geborgd. Als de
  betrokkene verweer voert en bijvoorbeeld verklaart dat een verkeerslicht niet of niet goed werkt of dat een bord
  ontbreekt/niet zichtbaar is, moet dit verweer kort worden weergegeven en moet tevens in korte bewoordingen op
  dit verweer worden ingegaan. Daarnaast wordt wanneer betrokkene niet bij het voertuig aanwezig is een
 standaardkennisgeving op het voertuig achtergelaten.
 2.1.2 Informatieverzoek Openbaar Ministerie
 Een verzoek van het OM aan de betrokken opsporingsinstantie om nadere informatie te verstrekken naar
 aanleiding van een beroepschrift moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van
 het verzoek van het OM door de betrokken opsporingsinstantie(s) zijn afgehandeld.
 Als de betrokken opsporingsinstantie de gevraagde informatie niet binnen deze termijn kan aanleveren, moet een
 tussenbericht aan het OM worden toegezonden. Niet ofte laat reageren, leidt in beginsel tot vernietiging van de
 beschikking.
2.2 Correctie-politie
De betrokken opsporingsinstantie is uitsluitend met inachtneming van de overeengekomen procedures en
voorwaarden bevoegd een aangeleverde zaak in te trekken (correctie politie). De opsporingsinstantie is in deze
situatie verantwoordelijk voor berichtgeving aan de betrokkene. Een betrokkene die naar aanleiding van een
opgelegde beschikking inhoudelijk verweer voert, wordt verwezen naar de beroepsprocedure, tenzij er sprake is
van een aperte misslag.
A. Wanneer is correctie-politie toegestaan?
       Nadat gebleken is dat een fout heeft geleid tot het opleggen van een sanctie aan een (rechtsjpersoon die de
       gedraging niet heeft verricht.
       Nadat gebleken is dat een fout heeft geleid tot het opleggen van een sanctie aan een betrokkene, die over een
       ter zake dienende geldige ontheffing/vergunning/vrijstelling   beschikt.
       Op verzoek van de beschikkende c.q. de daarvoor aangewezen (sepot)ambtenaar.
B. Voorwaarden
       De correctie vindt plaats binnen zes weken na dagtekening van de beschikking en wordt schriftelijk
       vastgelegd. Als een correctie noodzakelijk wordt geacht na het verstrijken van de periode van zes weken,
       dan moet deze aan het OM worden voorgelegd. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van de in bijlage 1 en
       2 opgenomen formulieren.
De correctie wordt gedaan:
      Door een daartoe bevoegde en aangewezen sepotambtenaar, uitsluitend via de (digitale) postbus bij het
       CJIB. Deze correctie is slechts toegestaan als sprake is van inhoudelijke fouten en/of invoerfouten in het
      bekeuringsafhandelingssysteem.
                                                                                                                   5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>      C. Uitzondering
          De 'correctie-politie' kan ook plaatsvinden op initiatief van het CJIB. Dit kan uitsluitend in die gevallen
          waarin de aanwijzing niet voorziet.
     2.3 Vrijwillige betalin/
     De wet staat toe dat betrokkene bij een staandehouding direct betaalt naar aanleiding van een geconstateerd feit
     waaruit een beschikking volgt.
    Met ingang van 1 januari 2013 is de in het BAI-N 1994 en het Besluit tenuitvoerlegging geldboeten opgenomen
     grondslag voor directe betaling van geldelijke sancties niet langer beperkt tot 'bijzondere gevallen'. Het OM, het
     bevoegde gezag en het CJIB kunnen nu zowel voor WAHV-beschikkingen als voor strafrechtelijke geldboeten
    als algemeen beleid bepaalde plaatsen aanwijzen waar directe betaling van een sanctie mogelijk is. Daarnaast
    maakt de wijziging het mogelijk om de opgelegde geldelijke sanctie in meer gevallen direct ter plaatse - op
    straat of op kantoor- met behulp van een (mobiel) pinapparaat te voldoen. Als de mogelijkheid van pinbetaling
    of betaling met contant geld, door de opleggende instantie wordt geboden en degene die de geldboete
    verschuldigd is daarvan gebruik wil maken, kan betaling van een geldboete direct geschieden door
    overschrijving op een daartoe bestemde bankrekening van de opsporingsinstantie of het CJIB, dan wel door
    overhandiging van het contante geld. Voor alle directe betalingen geldt dat dit alleen kan aan een met de inning
    belaste ambtenaar.
    De verruiming van de mogelijkheden van directe betaling laat de hoofdregel onverlet dat in de meeste gevallen betaling geschiedt door
    overschrijving van de geldboete op de daartoe bestemde bankrekening van het CJIB, nadat betrokkene een
    daartoe strekkende brief van het CJIB heeft ontvangen.
   2.4 Voorlopige maatregelen
   2.4.1 Vordering onmiddellijke betaling
   Bij het constateren van een gedraging, gepleegd door een bestuurder, die geen vaste woon- of verblijfplaats in
   Nederland heeft, wordt dringend aangeraden om de vordering tot onmiddellijke betaling van de sanctie en de
   administratiekosten, die op grond van artikel 31 WAHV mogelijk is te doen. Als door de bestuurder niet wordt
   voldaan aan deze vordering dan is het raadzaam om de voorlopige maatregel inbewaringstelling voertuig, zoals
   is bepaald in artikel 32 WAHV, toe te passen. Het achterwegen laten van deze vordering en het niet toepassen
   van de voorlopige maatregel inbewaringstelling kan tot gevolg hebben dat voorzieningen in het natraject niet
   worden toegewezen door de kantonrechter.
   2.4.2 Voorlopige maatregel 'inbewaringstelling'
  Wanneer het toepassen van een ander dwangmiddel krachtens de WAHV mogelijk is, moet inbewaringstelling
  achterwege blijven.
  Nadat de politie een voertuig in bewaring heeft gesteld, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de kentekenhouder
  kenbaar gemaakt. Aan hem wordt de mogelijkheid geboden om binnen één week de sanctie(s), de
  administratiekosten, de verhogingen en de kosten van inbewaringstelling bij de politie te voldoen. Nadat deze
  termijn is verlopen, wordt het voertuig door de Dienst der Domeinen bij de politie opgehaald. Daarna kan nog bij
  deze dienst worden betaald. De Dienst der Domeinen taxeert de in bewaring gestelde voertuigen. Als de politie
  een particuliere berger inschakelt voor de inbewaringstelling van een voertuig, worden de door de berger aan de
  politie in rekening gebrachte kosten vergoed. Wordt de inbewaringstelling door de politie zelf verricht, worden
  de kosten vergoed conform de in bijlage 3 opgenomen tarieven.
 Na het voertuig bij de politie te hebben opgehaald en getaxeerd, regelt de Dienst der Domeinen de vernietiging
 of de verkoop van het voertuig.
 Als de politie heeft gehandeld conform deze aanwijzing, kan zij kosten gemaakt voor de inbewaringstelling
 volgens de daarvoor door het CJIB vastgestelde procedure bij het CJIB declareren.
3
   Dit is een betaling op een moment dat betrokkene strikt genomen nog niet gehouden is om te betalen.
                                                                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   2.5 Dwangmiddel       'inneming rijbewijs', artikel 28a WAHV
   2.5.1 Mutatie in het Centraal register rijbewijzen (CRR),
   Als de betrokkene niet voldoet aan de vordering het rijbewijs bij het CJIB in te leveren, dan wel het
   sanctiebedrag inclusief de verhogingen en de kosten niet alsnog betaalt, wordt de vordering tot inneming van het
  rijbewijs door het cnB gemuteerd in het CRR.
  2.5.2 Artikel 9, achtste lid, WVW 1994
. Als het rijbewijs niet is ingeleverd bij het CJIB en de betrokkene wordt als bestuurder aangetroffen, moet proces-
  verbaal worden opgemaakt ter zake van overtreding van art. 9, achtste Jid, WVW 1994 en:
  a.     als de betrokkene alsnog het rijbewijs inlevert zal de inneming door de politie in het CRR worden
         gemuteerd. Het rijbewijs moet binnen drie dagen aangetekend naar het CJIB worden verstuurd. Als het
         ingenomen rijbewijs niet binnen tien dagen bij het CJIB is ontvangen, rappelleert het CJIB bij de
        opsporingsinstantie;
  b.    als de betrokkene alsnog de sanctie(s) inclusief verhogingen voldoet, wordt dit door de politie in het CRR
        gemuteerd. Het geïnde bedrag wordt afgedragen aan het CJIB via de daarvoor tussen het CnB en de
        opsporingsinstantie afgesproken procedure;
  c.    als de betrokkene het rijbewijs niet inlevert en ook de sanctie niet betaalt, wordt een beschikking opgemaakt
        ter zake het niet op eerste vordering tonen van het rijbewijs. Ook moet conform artikel 31 W AHV de
        voorlopige maatregel worden toegepast. De politie meldt dit direct bij het CJIB.
 2.5.3 Artikel 34 WAHV
 Als het rijbewijs niet is ingeleverd bij het CnB en de betrokkene wordt anders dan als bestuurder aangetroffen,
 wordt proces-verbaal opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 34, eerste lid, sub c, W AHV:
 a.     als de betrokkene alsnog het rijbewijs inlevert, vindt de afhandeling plaats conform punt 5.2 onder
        a;
 b.     als de betrokkene alsnog betaalt, vindt de afhandeling plaats conform punt 5.2 onder b.
 NB De bevoegdheid tot inneming van het rijbewijs is gecentraliseerd bij de officier van justitie in Leeuwarden.
 Deze heeft zijn bevoegdheid gemandateerd aan het CnB.
2. 6 Dwangmiddel       'buitengebruikstelling  voertuig', artikel 28b WAHV
2.6.1 Algemeen
Het dwangmiddel 'buitengebruikstelling voertuig' kan worden toegepast op personenauto's, bedrijfsauto's,
motorfietsen, kentekenplichtige aanhangwagens/opleggers en brom- en snorfietsen. Het buiten gebruik stellen
van voertuigen is overigens niet beperkt tot voertuigen op naam van natuurlijke personen, ook voertuigen op
naam van rechtspersonen kunnen buiten gebruik worden gesteld. Nadat de politie een voertuig buiten gebruik
heeft gesteld, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de betrokkene c.q. kentekenhouder kenbaar gemaakt. Aan hem
wordt de mogelijkheid geboden om binnen vier weken de sanctie(s), verhogingen en de kosten van overbrenging
en bewaring bij de politie te voldoen. Nadat deze termijn is verlopen, wordt het voertuig door de Dienst der
Domeinen bij de politie opgehaald. Daarna kan er nog bij deze dienst worden betaald.                   ·
De Dienst der Domeinen taxeert de buiten gebruik gestelde voertuigen,
Als de politie een particuliere berger inschakelt voor de inbewaringstelling van een voertuig dan worden de door
de berger aan de politie in rekening gebrachte kosten vergoed. Als de politie de inbewaringstelling zelf verricht,
dan worden de kosten vergoed conform de in bijlage 3 opgenomen tarieven.
Na het voertuig bij de politie te hebben opgehaald en getaxeerd, regelt de Dienst der Domeinen de vernietiging
of de verkoop van het voertuig.
Als de politie heeft gehandeld conform deze aanwijzing kan zij de kosten gemaakt voor de buitengebruikstelling
volgens de daarvoor door het CJIB vastgestelde procedure bij het CJIB declareren.
                                                                                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>       2. 6.2 Het begrip 'soortgelijk voertuig'
      In artikel 28b van de W AJTV is bepaald dat de officier van justitie te Leeuwarden het voertuig waarmee de
      gedraging is gepleegd of een soortgelijk voertuig buiten gebruik kan stellen.
      Om tot een eenduidige uitleg van het begrip 'soortgelijk voertuig' te komen, is bepaald dat aangesloten wordt bij
      de voertuigdefinities, zoals opgenomen in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, Het soortgelijke buiten gebruik
      te stellen voertuig moet in overeenstemming zijn met de in de Regeling voertuigen opgenomen meest specifieke
      voertuigdefinitie van het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld op een taxi is zowel
      de definitie personenauto als taxi van toepassing. De voertuigdefinitie taxi is in dit geval het meest specifiek. Als
      een gedraging dus met een taxi wordt verricht, kan uitsluitend die taxi, dan wel een andere taxi waarover degene
      aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, beschikt, buiten gebruik worden gesteld.
      Voor kentekenplichtige voertuigen wordt daarnaast het volgende bepaald. Als de gedraging is gepleegd met een
     voertuig, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg ;wordt als soortgelijk voertuig
     aangemerkt elk ander voertuig, vallende onder dezelfde voertuigdefinitie, waarvan de toegestane maximum
     massa niet meer bedraagt dan 3500 kg, waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd vermag
     te beschikken. Ditzelfde geldt voor voertuigen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500
     kg.
    2. 7 Dwangmiddel inbeslagneming
    Ook indien sprake is van beslag kan in sommige in de richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijvene en
    overtredingen beschreven gevallen een OM-strafueschikking worden opgelegd.
    Als de hulpofficier van justitie een juridische eindbeslissing4 over het beslag heeft genomen, wordt het beslag als
    afgehandeld beschouwd en kan de feitgecodeerde zaak als 'zaak zonder beslag' bij het CJIB worden
    aangeboden. Op de combibon vermeldt de opsporingsambtenaar onder 'opmerking verbalisant' zijn bevindingen
    met betrekking tot de afdoening van het beslag door de hulpofficier van justitie. Als geen sprake is van een
    contra-indicatie" verzendt het CJIB in geval van een politiestrafbeschikking volgens de gebruikelijke werkwijze
   een strafbeschikking namens de (buitengewoon) opsporingsambtenaar.
   In de gevallen waarin door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over het beslag is genomen,
   wordt de zaak met vermelding van het beslag aangeboden bij het CJIB. Het CJIB zal daarop bij de
   opsporingsinstantie het proces-verbaal (waarbij in elk geval de geactualiseerde KVI moet zijn gevoegd)
   opvragen. Na ontvangst van het proces-verbaal draagt het CJIB de zaak aan de CVOM over voor een
   inhoudelijke beoordeling en een beslissing over de juridische bestemming van het beslag.
  2.8 Dwangmiddel 'gijzeling', artikel 28 WAHV
  Gijzeling wordt pas toegepast als de buitengebruikstelling van het voertuig niet tot betaling heeft geleid, dan wel
  niet toepasbaar is gebleken.
  Als een betrokkene tijdens de gijzeling een of meer sancties inclusief verhogingen en kosten wil betalen, moet
  hij zelf aangeven voor welke zaken hij betaalt.
  Als een betrokkene is gegijzeld voor één zaak, moet hij het volledige bedrag van de sanctie, inclusief de
  verhogingen en kosten voor gijzeling voldoen, ongeacht de duur van de gijzeling op dat moment.
  2. 9 Opdracht tot toepassing dwangmiddel (hierna: dwangopdracht)
  2. 9.1 Werkwijze politie dwangopdracht
 In beginsel moet de politie een dwangopdracht binnen drie maanden ten uitvoer leggen. Na het afhandelen van
 een dwangopdracht meldt de politie de wijze van afloop aan het CJIB. Het CJIB kan de politie verzoeken om een
 dwangopdracht te retourneren. De betrokkene kan aan de politie slechts het volledige bedrag van de sanctie(s),
 de verhogingen en de kosten van de dwangopdracht betalen. Betaling van een gedeelte van het totaalbedrag is
 dus niet mogelijk.
 Het is de politie eveneens niet toegestaan een betalingsregeling aan te gaan met de betrokkene. Bij volledige
 betaling meldt de politie de afloop aan het CJIB onder vermelding van het bedrag dat is geïnd. Dit bedrag wordt
 afgedragen aan het CJIB via de daarvoor tussen het CJIB en de opsporingsinstantie afgesproken procedure.
4
   Zie tevens de Aanwijzing inbeslagneming (artikel 94 WvSv).
5
   Zie de Aanwijzing OM-strafbeschikking.
                                                                                                                         8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>     2.9.2 Betrokkene onvindbaar, verhuisd of overleden
     De onvindbaarheid van betrokkene kan slechts worden geconstateerd als de politie aan een aantal voorwaarden
     heeft voldaan. Is betrokkene ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) of is zijn verblijfplaats
     anderszins bekend, dan kan de politie slechts constateren dat betrokkene onvindbaar is als zij minimaal driemaal
     - waarvan tenminste eenmaal 's avonds - daadwerkelijk dit adres of deze adressen heeft bezocht en betrokkene
     niet heeft aangetroffen. Als de politie concludeert dat de betrokkene onvindbaar is, wordt dit onder opgaaf van
     de bevindingen (vertrokken met onbekende bestemming, niet ingeschreven in de GBA etc.) aan het CJTB
     gemeld. Hierop stuurt de politie het afloop bericht naar het CJTB. Het CJIB zal na ontvangst van het afloop bericht
    de zaak opnieuw aanbieden aan de politie bij een geldig GBA-adres. Als geen geldig GBA-adres beschikbaar is,
    zal het CJIB de zaak aanbieden aan de divisie Centrale Recherche Informatie van het Korps Landelijke
    Politiediensten (KLPD) voor opname in het opsporingsregister (OPS).
    Als de betrokkene is verhuisd binnen de grens van een regiokorps, handelt hetzelfde korps de zaak af. Als de
    betrokkene is verhuisd buiten de grens van een regiokorps, meldt de politie dit in een afloopbericht aan het CJIB.
    Het CJIB zendt in dat geval een nieuwe dwangopdracht aan de politieregio waarin de woon- of verblijfplaats van
    de betrokkene is gelegen. Het is de politie niet toegestaan om de dwangopdracht zelfstandig door te zenden.
    De politie registreert de data en de tijdstippen van de door haar afgelegde bezoeken en een eventuele verhuizing
    buiten de politieregio bij de tenuitvoerlegging van een dwangopdracht.
    Het CJIB kan de politie verzoeken om een dwangopdracht te retourneren o.a. in verband met een nieuw adres of
    het alsnog betalen door (of voor) betrokkene.
    Als de betrokkene is overleden verifieert de politie deze gegevens in de GBA en meldt dit bij het CJIB onder
   vermelding van de overlijdensdatum en de gemeente waar het overlijden van de betrokkene is geregistreerd.
   2. 10 Signalering in het OPS
   Beschikkingen op naam van personen die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland hebben, worden,
   als voldoening van het sanctiebedrag en de administratiekosten niet dan wel niet volledig heeft plaatsgevonden,
   door het CJIB ter opname in het OPS aangeboden aan de divisie CRI van het KLPD. Ook de beschikkingen ten
   laste van niet-ingezetenen die niet, dan wel niet volledig, het sanctiebedrag en de administratiekosten hebben
   betaald, worden ter signalering aangeboden bij de divisie CRI. Bij signalering in het OPS in de fase waarin
   dwangmiddelen (kunnen) worden toegepast, blijven de administratiekosten buiten beschouwing.
  De signalering vermeldt tevens het toegestane dwangmiddel. Dit kan zijn:
  * MB = Mulder Buitengebruikstelling;
  * MG = Mulder Gijzeling;
  * MBG = Mulder Buitengebruikstelling c.q. Gijzeling.
  Bij aanhouding op grond van een GPS-signalering handelt de politie de zaak af conform de procedure voor het
  genoemde dwangmiddel (zie paragraaf2.6 en 2.7).
  De politie draagt zorg voor versluiering van de signalering" bij de divisie CRI. De divisie CRI meldt deze
  versluiering bij het CJTB. De politie meldt de afloop van de GPS-registratie aan het CJIB overeenkomstig de
  afhandeling van de dwangopdrachten.
 3 POLITIESTRAFBESCHIKKING7
 3.1 Begrenzing strafbeschikkingsbevoegdheid opsporingsambtenaren
 In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie
 strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b Sv is verleend.
In de bijlage van het Besluit OM-afdoening zijn de zaken aangewezen die voor een politiestrafbeschikking in
aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkingsbevoegdheid maken van die bevoegdheid
gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b, derde lid, Sv).
6
  De signalering is dan niet meer zichtbaar in de systemen van de opsporingsinstanties.
7
   Met ingang van 1 april 2013 is artikel 74c Sr (politietransactie) vervallen.
                                                                                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>    Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien:
         a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan
              betrokken is;
         b. verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en/of de
              strafbaarheid;
         c. het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;
         d. inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over al
              het beslag is genomen;
         e. de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.
   De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden ofop bepaalde openbare wegen binnen het
   arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van
   de strafbeschikkingsbevoegdheid     (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening).
   3.2 Uitreiken aankondiging strafbeschikking
   In het geval een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd tegen de verdachte, reikt de opsporingsambtenaar de
   verdachte zo mogelijk een aankondiging van de strafbeschikking uit. Deze aankondiging kan bij verdenking van
   een overtreding die met een motorrijtuig is begaan, ook worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Het
   model van de aankondiging wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
  Indien digitaal proces-verbaal wordt opgemaakt, waarin alle relevante feiten en omstandigheden zijn
  opgenomen, hoeft geen aankondiging van strafbeschikking te worden uitgereikt. Tevens worden foto's gemaakt
  indien dit de vastlegging van de feitelijke situatie ten goede komt. Hiermee wordt de vastlegging van de
  feitelijke situatie geborgd. Als de verdachte verweer voert, moet dit verweer kort worden weergegeven en moet
  tevens in korte bewoordingen op dit verweer worden ingegaan. Indien de geconstateerde overtreding ziet op een
  stilstaand voertuig, de verdachte niet bij het voertuig aanwezig is en het feit op kenteken kan worden
  geconstateerd wordt een standaardkennisgeving op het voertuig achtergelaten.
  3. 3 Directe betaling
 De wet staat toe dat een verdachte bij een staandehouding direct betaalt naar aanleiding van een geconstateerd
 feit en daarvan opgemaakt proces-verbaal waaruit een strafbeschikking volgt. Met ingang van 1 januari 2013 is
 de in het BAHV 1994 en het Besluit tenuitvoerlegging geldboeten opgenomen grondslag voor directe betaling
 van geldboeten niet langer beperkt tot 'bijzondere gevallen'. Het OM, het bevoegde gezag en het CJIB kunnen
 nu zowel voor WAHV-beschikkingen als voor strafrechtelijke geldboeten als algemeen beleid bepaalde plaatsen
 aanwijzen waar directe betaling van een geldboete mogelijk is. Daarnaast maakt de wijziging het mogelijk om de
 opgelegde geldelijke sanctie in meer gevallen direct ter plaatse - op straat, op het water of op kantoor - met
 behulp van een (mobiel) pinapparaat te voldoen. Als de mogelijkheid van pinbetaling of betaling met contant
 geld, door de opleggende instantie wordt geboden en degene die de geldboete verschuldigd is daarvan gebruik
 wil maken, kan betaling van een geldboete direct geschieden door overschrijving op een daartoe bestemde
 bankrekening van de opsporingsinstantie of het CJIB, dan wel door overhandiging van het contante geld. Voor
alle directe betalingen geldt dat dit alleen kan aan een met de inning belaste ambtenaar.
De verruiming van de mogelijkheden van directe betaling Iaat de hoofdregel onverlet dat in de meeste gevallen
betaling geschiedt door overschrijving van de geldboete op de daartoe bestemde bankrekening van het CJIB,
nadat betrokkene een daartoe strekkende brief van het CJIB heeft ontvangen.
Een aantal randvoorwaarden geldt voor de afwikkeling van directe betaling. Deze zijn opgesomd in Bijlage 2
van de Aanwijzing OM-strafbeschikking.
3. 4 Intrekken en wijzigen van strafbeschikkingen uitgevaardigd door opsporingsambtenaren
Het Wetboek van Strafvordering geeft de (buitengewoon) opsporingsambtenaar die een strafbeschikking heeft
uitgevaardigd niet de bevoegdheid deze strafbeschikking in te trekken dan wel te wijzigen. Uit artikel 257e,
achtste lid, Sv blijkt dat deze bevoegdheid enkel toekomt aan de officier van justitie. De strafbeschikking kan
volgens de wet schriftelijk worden ingetrokken of gewijzigd door een officier van justitie die bevoegd is om een
daartegen gedaan verzet ter kennis van de rechtbank of de officier van justitie te brengen.
                                                                                                                  10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>    Indien de (buitengewoon) opsporingsambtenaar van oordeel is dat een strafbeschikking ingetrokken dan wel
    gewijzigd moet worden, moet deze daartoe een intrekkings- of wijzigingsverzoek aan het CJIB doen. De
    onbezoldigd ambtenaren van het OM bij het CJIB beoordelen deze verzoeken namens de officier van justitie met
    inachtneming van het daartoe verstrekte mandaat.
    Intrekkings- en wijzigingsverzoeken worden met inachtneming van de afspraken daarover elektronisch dan wel
    met behulp van de juiste formulieren ingediend binnen de daarvoor afgesproken termijnen. Het intrekkings- of
    wijzigingsverzoek moet zijn ondertekend door een daartoe geautoriseerd persoon.
   Indien de zaak dient te worden ingetrokken en nog geen verzet is gedaan of indien de zaak in verband met een
   mislukte executie is overgedragen aan het OM, bepaalt de onbezoldigd ambtenaar van het OM bij het CJIB de
   van toepassing zijnde sepotcode, waarbij de inhoud van het întrekkings- of wijzigingsverzoek als leidraad geldt.
   Afhankelijk van de sepotcode ontvangt de bestrafte de mogelijk al voldane geldboete retour en indien van
   toepassing wordt het sepot verwerkt in de documentatie van verdachte.
   Indien de strafbeschikking dient te worden gewijzigd, vindt dat plaats in opdracht van genoemde onbezoldigd
   ambtenaar vanhet OM bij het CJIB.
   Op grond van artikel 257e, vierde lid, Sv kan tegen een gewijzigde strafbeschikking verzet worden gedaan met
   overeenkomstige toepassing van het tweede tot en met zesde lid van artikel 257e Sv.
  Indien het intrekkingsverzoek    is geaccordeerd, informeert het CJIB de verdachte/bestrafte over het seponeren
  van de zaak.
  3.4.1 Vordering na mislukte executie bij de politiestrafbeschikking
  In zaken waarin sprake is van vervolging ter zake van een politiestrafbeschikking, vordert de officier van justitie
  in beginsel uitsluitend een onvoorwaardelijke sanctie.
  3.5 Bestuurlijke strafbeschikking overlast (BSBO) (art. 257b Sv)
 Naast de politiestrafbeschikkingwordt op grond van artikel 257b Sv nog een andere strafbeschikking
  uitgevaardigd, namelijk de Bestuurlijke strafbeschikking overlast. Deze BSBO wordt uitgevaardigd door
 buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van of werkzaam zijn voor gemeenten die hebben
 gekozen voor de BSBO. De BSBO kan enkel worden uitgevaardigd voor overlastfeiten. Naast het hierboven
 onder "Politiestrafbeschikking" gestelde, geldt met betrekking tot de BSBO nog het volgende.
 3. 5.1 Melden keuze voor BSBO door bestuur bij lokaal Oi'vl
 Alvorens buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst van of werkzaam voor een gemeente gebruik
 kunnen maken van de bevoegdheid om BSBO's uit te vaardigen, dient het bestuur (op politiek-bestuurlijk
 niveau) te kiezen voor de BSBO en deze beslissing schriftelijk te melden bij de hoofdofficier van justitie van het
 parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. Pas na melding bij het lokale parket wordt de
 gemeente als BSE-gemeente aangemerkt waarop het hieronder beschreven restrictieve beleid met betrekking tot
 het intrekken (seponeren) van BSBO's door het OM van toepassing is. Het lokale parket geeft de melding binnen
tien werkdagen door aan de CVOM.
3.5.2 Plaatselijk geldende verordeningen en feitenlijst
De feitteksten zoals die zijn opgenomen in de feitenlijst, die als bijlage is gevoegd bij het Besluit OM-afdoening,
zijn gebaseerd op teksten uit de model-APV en de model afvalstoffenverordening (ASV). De teksten van de
feitomschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de feitenlijst zijn leidend voor een afdoening door middel van
deBSB.
In geval van een relevante wijziging van de model-APV ofmodel-ASV zullen deze wijzigingen daarwaar nodig
(en mogelijk) worden doorgevoerd in de genoemde feitenlijst. De gemeenten dragen zelf de
verantwoordelijkheid om hun verordeningen zodanig in te richten dat de feiten waarvoor een BSB kan worden
aangeboden ook als zodanig in de verordeningen zijn opgenomen.
                                                                                                                  11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>     3. 5. 3 Jaarplan en driehoeksoverleg
    Om tijdig in te kunnen spelen op de aard van en het aantal te verwachten verzetszaken is het voor zowel de
    CVOM als het lokale OM van belang te weten welke prioriteiten het bestuur in de handhaving stelt (op welke
    overlastfeiten wordt met name gehandhaafd), hoeveel BOA 's worden ingezet en - bij benadering- hoeveel
    processen-verbaal het bestuur verwacht in een jaar aan te leveren bij het CJIB. Ook is het van belang dat de door
    het bestuur gestelde prioriteiten in de handhaving worden afgestemd met de prioriteiten die politie en het lokale
    OM hanteren en dat daarbij duidelijke afspraken worden gemaakt over de taakverdeling tussen BOA's en politie.
    Om deze redenen verdient het aanbeveling dat het bestuur een jaarplan opstelt dat in het driehoeksoverlegwordt
   besproken. Ten behoeve van de toezichthoudende taak van het lokale OM geeft het bestuur in het jaarplan ook
   aan op welke wijze aandacht wordt geschonken aan de kwaliteit van de kennis en kunde van de BOA's, door
   middel van bijvoorbeeld opleidingen en trainingen.
   3.5.4 Samenwerking BOA 'sen politie
   Vanwege het feit dat een BOA een beperkte opsporingsbevoegdheidheeft kan het in bepaalde situaties van
   belang zijn dat BOA's en politie gezamenlijk optrekken of afspraken maken over informatie-uitwisseling of
   elkaars bereikbaarheid. Voorbeelden hiervan zijn handhavingacties waarbij het de verwachting is dat de BOA's
   politieondersteuning nodig hebben (bijv. omdat verwacht wordt dat overtredingen of misdrijven worden
   geconstateerd waarvoor een BOA niet bevoegd is) of de inzet van BOA's in de nachtelijke uren of het weekend,
  waarin de kans op escalerende situaties groter is.
  Bestuur en politie dragen er zorg voor dat zij op dit punt samenwerken en afspraken maken.
  3. 5. 5 Aantasting integriteit BOA
  Bij situaties waarin sprake is van aantasting van de persoonlijk integriteit van een BOA door een verdachte, door
  bijvoorbeeld het beletten/belemmeren van ambtshandelingen, het plegen van wederspannigheid of andere
  strafbare feiten (mishandeling, belediging, bedreiging etc.), voert het regionale politiekorps na aangifte een
  opsporingsonderzoek uit en maakt - zo mogelijk- een proces-verbaal op, dat naar het arrondissementsparket
  van het lokale OM wordt gezonden. Het arrondissementsparket gaat in beginsel tot vervolging van deze feiten
  over.
  3. 5. 6 Intrekken (seponeren) van BSBO 's door het OM
 Als een BOA met het oog op het uitvaardigen van een BSBO een proces-verbaal inzendt naar het CJIB en
 vervolgens blijkt dat de bestrafte verzet instelt tegen de door het CJIB verzonden BSBO, wordt de zaak
 overgedragen aan de CVOM. De CVOM gaat in die gevallen in beginsel over tot oproeping van de verdachte ter
 zitting. Dat wil zeggen dat de CVOM de zaak bijde rechter aanbrengt, zodat deze het verzet inhoudelijk kan
 toetsen en uitspraak kan doen.
Er is in beginsel geen ruimte voor de CVOM om zaken op beleidsmatige gronden te seponeren door middel van
 intrekking van de BSBO. De CVOM zal uitsluitend seponeren om juridisch-technische redenen. Op basis van
herbeoordeling kan de strafbeschikking ook worden gewijzigd, mits de feitomschrijving nog hetzelfde feit in de
zin van artikel 68 Sr inhoudt (art. 257', achtste lid, Sv).
3. 7 Politiestrafbeschikking    eenvoudige diefstal en verduistering
3. 7.1. Voorwaarden voor het uitvaardigen van de politiestrafbesehikking
Alvorens een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, dient aan een aantal voorwaarden te zijn
voldaan.
a. Meerderjarige verdachte
De mogelijkheid tot het uitvaardigen van een politiestrafbeschikking voor het in artikel 3.3, aanhef en onder a,
van het Besluit OM-afdoening aangewezen misdrijf is wettelijk beperkt tot de meerderjarige verdachte.
                                                                                                                   12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>      b. Teruggave goed/vergoeding schade
     Het goed moet zijn teruggegeven dan wel de schade moet zijn vergoed. Indien sprake is van inbeslagneming, dan
     mag, ook al zou zijn voldaan aan de nadere voorwaarden, geen politiestrafbeschikking worden uitgevaardigd en
     moet een proces-verbaal worden opgemaakt en ingezonden. Als de hulpofficier van justitie een eindbeslissing
     over het beslag heeft genomen, wordt dit als afgehandeld beschouwd en kan de zaak als 'zaak zonder beslag' bij
     het CJIB worden aangeboden.8
     c. Heterdaad/bekennende verdachte
     Uit het oogpunt van rechtswaarborgen en rechtszekerheid zal geen enkele twijfel mogen bestaan over de
     betrokkenheid van de verdachte bij de winkeldiefstal/verduistering.Om elke twijfel uit te sluiten zal sprake
    moeten zijn van ontdekking op heterdaad, alsmede van een bekennende verdachte.
    d. Eenvoudige winkeldiefstal/verduistering
    Zoals hierboven aangegeven, heeft de regeling alleen betrekking op eenvoudige zaken. Dit brengt met zich mee
    dat geen sprake mag zijn van meerdere gepleegde winkeldiefstallen/-verduisteringen (strooptocht), mededaders,
    enige vorm van geweld of bedreiging, diefstal met enige vorm van raffinement, of andere min of meer
    gelijktijdig gepleegde delicten. In al deze gevallen zal een proces-verbaal moeten worden opgemaakt en
    ingezonden.
   e. Er mag geen sprake zijn van specifieke recidive binnen een periode van vijfjaar na datum van aantekening in
   het HKS (HerKenningsSysteem)
   In het kader van deze aanwijzing is van recidive sprake in geval van aantekening in HKS van enige vorm van
   een eerder gepleegde diefstal, verduistering of heling (derhalve de artikelen 310, 311,321,416 en 417bis Sr). In
   die gevallen kan derhalve geen politiestrafbeschikking worden uitgevaardigd. De specifieke recidive wordt
   bezien over een periode van vijfjaar na datum van aantekening in HKS. Het spreekt voor zich dat eveneens van
   het uitvaardigen van een politiestrafbeschikking wordt afgezien indien de politie op andere wijze kennis draagt
   van een eerdere veroordeling, transactie ofstrafbeschikking voor diefstal, verduistering of heling, binnen een
   periode van vijfjaar voorafgaande aan het gepleegde feit.
 f Waarde goed
  Een politiestrafbeschikking is alleen mogelijk indien het ontvreemde een waarde heeft van maximaal€ 120,-.
  Het streven is erop gericht elke aangehouden verdachte van winkeldiefstal overal in Nederland te confronteren
  met een overheidsreactie. Gelet hierop kan alleen in gevallen van werkelijk zeer geringe waarde worden afgezien
  van het uitvaardigen van een strafbeschikking. Behoudens deze gevallen dient van een politiesepot te worden
  afgezien. Is aan de bovengenoemde voorwaarden voldaan, dan kan een politiestrafbeschikkingworden
  uitgevaardigd.
 De tarieven voor de politiestrafbeschikking zijn weergegeven in de Tekstenbundel voor misdrijven,
 overtredingen en Muldergedragingen.De tarieven voor de OM-strafbeschikking en de eis ter zitting zijn
 vastgelegd in de Richtlijnen voor strafvordering winkeldiefstal/-verduisteringal dan niet met geweld.
 3. 7.2 Geen politiestrafbeschikking toegestaan
 T ndien niet aan de onder punt 3 .5 .1 vermelde voorwaarden wordt voldaan of indien er sprake is van één van de
contra-indicaties die zijn opgenomen in de Aanwijzing OM-strafbeschikking, wordt van het uitvaardigen van een
politiestrafbeschikking afgezien en dient een volledig proces-verbaalte worden opgemaakt en aan het OM te
worden gezonden
8
   Zie de AanwijzingInbeslagneming(art. 94 Sv).
                                                                                                                  13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>      3. 7. 3 Procedurele vereisten
      Tijdens en na het uitvaardigen van een politiestrafbeschikking dienen de volgende vereisten in acht te worden
      genomen.
     3. 7.4 Beperking bevoegdheid
     Artikel 3.2, eerste lid, Besluit OM-afdoening beperkt de bevoegdheid tot het uitvaardigen van een
     strafbeschikking tot de in dit artikel genoemde hulpofficieren van justitie. De bevoegdheid is beperkt tot deze
     functionarissen omdat discussie met de verdachte nooit geheel kan worden uitgesloten en een goede afweging bij
     de toepassing van deze bevoegdheid essentieel is (zie eveneens de Regeling hulpofficieren van justitie 2008).
     3. 7.5 Controle en administratieve verantwoording
    De mogelijkheid om een politiestrafbeschikking uit te vaardigen houdt in dat de opsporingsinstantie een gedegen
    registratie voert van de betreffende zaken.
    Gegevens kunnen immers noodzakelijk zijn ten behoeve van:
    a. het alsnog inzenden van het proces-verbaal, indien tegen de strafbeschikking verzet wordt gedaan of de
    executie mislukt;
    b. de mogelijkheid van controle c.q. toetsing door het OM op het gebruik van de verleende bevoegdheid;
    c. de registratie in het HKS;
   d. de registratie in de justitiële documentatie;
   e. een eventuele toepassing van artikel 12 Sv;
   f. de positie van de benadeelde.
   Ad a: vastleggen en bewaren van gegevens"
  Het onder a gestelde brengt met zich dat in ieder geval die gegevens dienen te worden vastgelegd en bewaard die
  nodig zijn voor het uiteindelijke bewijs van de zaak, te weten de persoonsgegevens van betrokkene, alsmede een
  toedracht van het gebeurde. Mede gelet op het hierna volgende, betekent dit dat de politie een (verkort) proces-
  verbaal zal moeten opmaken.
  Ad b: controle door het OM
  Op grond van artikel 3.7 Besluit OM-afdoening dient de opsporingsambtenaar aantekening te houden van elke
  zaak waarin hij van zijn strafbeschikkingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Daarnaast heeft de officier van
 justitie, hoofd van het arrondissementsparket, de bevoegdheid periodiek rapport in te winnen. Teneinde aan dit
 laatste uitvoering te kunnen geven, dient aantekening te worden gehouden van de volgende gegevens:
 •       het aantal zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd en waarin de opgelegde geldboete is voldaan.
         Dit is vast te stellen aan de hand van het verkorte proces-verbaal;
 •       het aantal en de aard van de klachten dat ter zake van het gebruik van de strafbeschikkingsbevoegdheid is
         ontvangen, alsmede de wijze waarop op de klachten is gereageerd;
•        een overzicht van deze gegevens dient ter beschikking te worden gesteld voor elk overleg tussen OM en
         politie (c.q. Koninklijke Marechaussee) over de wijze waarop de strafbeschikkingsbevoegdheid wordt
         uitgeoefend, en verder op elk gewenst moment. Een dergelijk overleg dient ten minste eenmaal per jaar te
        worden gehouden,
9
   De gegevens die betrekking hebben op de zaak worden vanaf de pleeg datum door de inzenden de instanties bewaard
gedurende een periode groot de vervolgingsverjaringsterrnijn (bij overtredingen drie jaar) en een jaar daarna of tot een jaar na
het afloopbericht van het CJIB, zodat het mogelijk is een uitgebreid proces-verbaal op te maken.
                                                                                                                              14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>     Voor het vaststellen van recidive door het OM, met het oog op het strafvorderingsbeleid, is juiste registratie in de
    justitiële documentatie van belang. Nu ook de politie gegevens zal aanleveren in de justitiële documentatie (zoals
     hierna is beschreven onder d), is steekproefsgewijze controle door het OM hierop in de justitiële documentatie
     aangewezen. Controle door het OM zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden door aan de hand van
     overzichtslijsten met betaalde politiestrafbeschikkingen bij de justitiële documentatie na te vragen of inderdaad
     meldingen zijn binnengekomen.
    Ad c: registratie in het HKS
    Registratie in het HKS blijft van belang voor het vaststellen van specifieke recidive. Gegevens kunnen alleen in
    het HKS worden opgenomen indien een proces-verbaal is opgemaakt. Hiervoor kan het verkorte proces-verbaal
    dienen. Alvorens registratie kan plaatsvinden, dienen de persoonsgegevens bij de GBA te zijn gecontroleerd en
    verwerkt.
    Ad d: registratie in de justitiële documentatie
    Het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens regelt dat uitgevaardigde politiestrafbeschikkingen (met
    uitzondering van de met betrekking tot overtredingen uitgevaardigde strafbeschikkingen waarin een geldboete
    wordt opgelegd die minder dan € 100 beloopt) moeten worden opgenomen in de justitiële documentatie. Het
   Besluit justitiële gegevens legt de politie de verplichting op de uitgevaardigde politiestrafbeschikkingen te
   melden aan de justitiële documentatiedienst te Almelo.
   Bij de melding dienen de volgende gegevens te worden opgegeven:
   personalia van de verdachte:
   • naam
   • voorna(a)m(en) voluit
  • geboortedatum
  • geboorteplaats
  • pleegplaats van het feit
  • pleegdatum van het feit
  • nummer van het proces-verbaal
  • gegevens van het korps
  • aanduiding van het wetsartikel
  • datum waarop de betaling is ontvangen (bij directe betaling)
  • geldboetebedrag
 • aanduiding politiestrafbeschikking
 Indien verzet tegen de strafbeschikking wordt gedaan of indien sprake is van mislukte executie, zendt de politie
 het proces-verbaal naar het CJIB dat het proces-verbaal doorzendt naar het OM. Het OM verzorgt dan de
 mededeling aan de justitiële documentatiedienst.
 Ade: toepassing artikel 12 Sven positie van het slachtoffer
 In geval van winkeldiefstal en/of -verduistering is de voorwaarde dat het gestolen goed moet zijn teruggegeven
 of de schade moet zijn vergoed alvorens een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. Het lijkt dan ook reëel
om te veronderstellen dat de benadeelde in de praktijk zelden of nooit van de mogelijkheid van beklag gebruik
zal maken. Toch moet de mogelijkheid niet uitgesloten worden geacht dat een winkelier, pas nadat de
strafbeschikking is uitgevaardigd, merkt dat er toch nog schade is veroorzaakt. In die gevallen heeft hij de
mogelijkheid beklag te doen. Mede met het oog hierop is het van belang over voldoende gegevens te kunnen
beschikken. In verband met het informeren van slachtoffers is de aanwijzing slachtofferzorg van toepassing.
Concreet betekent dit dat de politie in geval van een politiestrafbeschikking het slachtoffer moet vragen of hij op
de hoogte wil worden gehouden van het verloop van de zaak. Bij een bevestigend antwoord dient relevante
informatie te worden verstrekt, zoals het uitvaardigen van een politiestrafbeschikking. Indien de strafbeschikking
niet wordt uitgevaardigd, dient het OM in kennis te worden gesteld van de wens van het slachtoffer om op de
hoogte te worden gehouden van het verloop van de zaak.
                                                                                                                     15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>     3. 7. 6 Financiële verantwoording
     Voor de financiële verantwoording wordt verwezen naar het Besluit OM-afdoening, alsmede de hierop
     gebaseerde circulaires.
    4 PROCES-VERBAAL IN FEITGECODEERDE ZAKEN (COMBIBON)
    4.1 Combibon
    Voor het aanleveren van feitgecodeerde zaken waarin een strafbeschikking dient te worden uitgevaardigd, dient
    voor zover geen andere afspraken met het OM zijn gemaakt, zoals bijvoorbeeld de verwerking van artikel 8
    WVW 1994 zaken, gebruik te worden gemaakt van een proces-verbaal 10 in de vorm van het model combibon,
                                                                                                           11
    zoals genoemd in de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie.
    4.2 Opmaken proces-verbaal
   Het proces-verbaal moet worden opgemaakt naar aanleiding van een concrete verdenking van en
   schuld vaststelling aan een strafbaar feit. Het proces-verbaal heeft de vorm van een zogenaamd verkort proces-
   verbaal/mini-proces-verbaal ( combibon). Op basis hiervan wordt-via het CJIB - een strafbeschikking
   uitgevaardigd. Er moet te allen tijde rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat een verdachte de
   strafbeschikking niet betaalt en hiertegen verzet doet. Na verzet moet een uitgewerkt proces-verbaal worden
   opgemaakt omdat de gegevens in het verkort proces-verbaal vaak onvoldoende zijn voor de inhoudelijke
   behandeling van het verzet door de rechter. Daarom moeten alle gegevens over het strafbare feit, die nodig zijn
   voor het maken van een uitgewerkt proces-verbaal, worden vastgelegd. Indien een uitgewerkt proces-verbaal
   moet worden opgemaakt, ter zake een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dient de
   opsporingsambtenaar bij dit proces-verbaal de overtreden regelgeving (zoals het overtreden artikel uit de APV
   met voor zover van toepassing het bijbehorende artikel uit een Uitvoeringsbesluit), zoals geldend op de
   pleegdatum, te voegen.
  Dit uitgewerkte proces-verbaal dient via het CJIB ter verdere vervolging te worden ingezonden aan de CVOM.
  4.3 Kwaliteit strafbeschikkingl proces-verbaal
  Het OM houdt toezicht op de kwaliteit van de aangeleverde strafbeschikkingen en processen-verbaal door de
  inzendende instanties. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de strafbeschikkingen en de processen-
 verbaal ligt bij de opsporingsambtenaren en de inzendende instanties, die ervoor moeten zorgen dat de
 strafbeschikkingen en processen-verbaal de kwaliteitstoets doorstaan.
 Afspraken tussen de inzendende instanties en het OM over de benodigde kwaliteit kunnen gaan over aan welke
 eisen het proces-verbaal, naast de wettelijke eisen, moet voldoen en hoe de inzendende instantie de kwaliteit
 waarborgt.
 Hoewel het OM bij het uitvaardigen van een strafbeschikking door een (buitengewoon) opsporingsambtenaar
 zich geen inhoudelijk oordeel kan vormen omtrent de schuld van de te bestraffen persoon, stelt het OM aan die
 uitvaardiging de eis dat de (buitengewoon) opsporingsambtenaar eerst tot uitvaardiging overgaat nadat vast is
 gesteld dat aan alle eisen van strafvordering is voldaan. In die zin mag een op grond van artikel 257b Sv
uitgevaardigde strafbeschikking niet afwijken van een onder artikel 257a Sv uitgevaardigde strafbeschikking.
4.4 Bewaartermijn
De gegevens die betrekking hebben op de zaak worden vanaf de pleegdatum door de gemeente en andere
inzendende instanties bewaard gedurende een periode overeenkomstig de vervolgingsverjaringsterrnijn (bij
overtredingen drie jaar) en een jaar daarna of tot een jaar na het afloop bericht van het CJIB, zodat het mogelijk is
een uitgebreid proces-verbaal op te maken.
10
    Met de term 'proces-verbaal' wordt hier gedoeld op het document dat of de digitale (PDA-)gegevens die leiden tot het
uitvaardigen van een strafbeschikking door het CJIB.
11
    Stcrt. 28 september 2012, nr. 20096.
                                                                                                                         16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>   4. 5 Inzendtermijn proces-verbaal na constateren strafbaar feit
  Het opgemaakte proces-verbaal" dient door de politie en opsporingsinstanties zo spoedig mogelijk na
  pleegdatum aan het CJIB te worden gestuurd, zodat het uiterlijk binnen 60 dagen na pleegdatum is geregistreerd
  bij het CJIB in het geautomatiseerde systeem voor de verwerking van strafbeschikkingen. Via de Commissie
  Feiten en Tarieven kunnen afwijkingen van deze termijn op grond van afwijkende regionale afspraken met het
  lokale arrondissementsparket worden afgesproken.
  5 OVERTREDINGEN BEGAAN DOOR MILITAIREN OP MILITAIRE TERREINEN
  5.1 Beperkte bevoegdheid
  Op grond van het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid, jo. 3.3 onder c, Besluit OM-afdoening is de
  strafbeschikkingsbevoegdheid in handen van de Koninklijke Marechaussee (I<MAR)op militaire terreinen
  beperkt tot verdachten die militair zijn. Voorts beperkt de strafbeschikkingsbevoegdheid zich uitsluitend tot die
  feiten die zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit OM-afdoening. Tevens zijn de gedragingen uit de bijlage
 WAHV met uitzondering van de feitcodes K 035, K 040 at/me, K 075 t/mK 106, K 120, K 140, K 155 niet van
 toepassing op militaire terreinen. Voornoemde feitcodes zijn uitgezonderd, doordat het begrip 'weg' niet van
 toepassing is op deze codes.
 Het is echter gewenst dat de afdoening van deze zaken zoveel mogelijk via de geautomatiseerde systemen bij de
 I<MAR en het CJIB verloopt, waarna de zaakgegevens (bij niet betalen) elektronisch worden overgedragen aan
 het Openbaar Ministerie.
 5.2 Specifieke werkwijze
 Om de verwerking via de geautomatiseerde systemen mogelijk te maken wordt bij het opmaken van een mini
 proces-verbaal gebruik gemaakt van dezelfde feitcodes als in de bijlage bij de WAHV, onder toevoeging van de
 hoofdletter K. Bijv. De feitcode R 549a (niet stoppen bij een stopbord) wordt KR 549a. De verbaliserende
 ambtenaar van de I<MAR maakt na het constateren van een overtreding een mini proces-verbaal op en reikt bij
 staandehouding een afschrift uit aan de verdachte. Vanwege het feit dat het een OM-strafbeschikking betreft
 wordt geen tarief ingevuld op het mini proces-verbaal.
 Als het CJIB geen strafbeschikking kan verzenden, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket
 Oost-Nederland, locatie Arnhem in deze zaken een strafbeschikking uitvaardigen.
12 Met de term 'proces-verbaal' wordt hier gedoeld op het document dat of de digitale gegevens die leiden tot het
uit vaardigen van een strafbeschikking door het CJIB
                                                                                                                  17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>   BIJLAGE 1
    A. Formulier correctieverzoek      ouder dan zes weken
      correctieverzoek ouder dan zes weken         De officier van justitie
                                                   p/a Centraal Justitieel Incasso Bureau
                                                   Postbus 1794
                                                   8901 CB Leeuwarden
   Geachte heer/mevrouw,
   Hierbij verzoek ik,           , (sepot)ambtenaar te          , intrekking/correctie van onderstaande beschikking.
   Het betreft een beschikking ingevolge de WAHV ouder dan 6 weken van de opsporingsinstantie            ..
   ..                                                    (Instantiecode:                   )
   Het betreft de volgende gegevens.
   CJIB beschikkingsnummer:
  Zaaknummer:
  Naam:
  Voorletters:
  Adres:
 Postcode:
 Woonplaats:
 Kenteken:
 REDEN CORRECTIE: (gaarne aankruisen)
 1. ( ) Invulfout op kennisgeving van beschikking, zaak wordt niet opnieuw aangeleverd.
 2. ( ) Invulfout op kennisgeving van beschikking, gevolgd door hernieuwde aanlevering.
 3. () Invoerfout, zaak wordt niet opnieuw aangeleverd.
 4. ( ) lnvoerfout, gevolgd door hernieuwde aanlevering.
 5. ( ) Ontheffing/vrijstelling (geen politie)
6. () Vrijstelling politie"
7. ( ) Op verzoek CJIB
Goedkeuring officier van justitie:
Correctie: () JA () NEE
Autorisatie:
Datum:
Handtekening:
13
   Als het verzoek tot intrekking/sepot gedaan wordt ter zake van de politiële taakvervulling dan
moet het onder B vermelde formulier volledig ingevuld worden bijgevoegd.
                                                                                                                  18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>  BIJLAGE2
  B. Formulier verzoek tot intrekking/sepot van een gedraging/overtreding
  In verband met de politiële taakvervulling kan het nodig zijn, dat ambtenaren van politie, genoemd in art. 2
  Politiewet 2012 afwijken van de normaal geldende regels. Hiertoe heeft de minister van Infrastructuur en Milieu
  (IenM) deze ambtenaren vrijstelling verleend van de bepalingen van het Reglement Verkeersregels en
  Verkeerstekens
  (RVV1990). Aan deze vrijstelling zijn de volgende voorschriften/beperkingenverbonden:
                   a. bij gebruikmaking van aan deze vrijstelling ontleende bevoegdheden dient de
                   veiligheid van het verkeer zoveel mogelijk te worden gewaarborgd en dienen de
                   in de brancherichtlijn verkeer politie opgenomen voorschriftente worden
                   nageleefd;
                   b. bevoegdheden, ontleend aan deze vrijstelling, mogen slechts worden
                   uitgeoefend voor zover dit voor de uitvoering van de opgedragen taak
                  noodzakelijk is.
  Gegevens overtreding/gedraging
 Kenteken:                   Locatie:
 Datum:                   Plaats:
 Tijdstip:
 Omschrijving gedraging/overtreding:
 CJIB (beschikkings)nummer:
 Verklaring politieambtenaar
 Op bovengenoemdedatum en tijd was ik de bestuurder van genoemd politievoertuig.
 De overtreding/gedraging was noodzakelijk voor de uitvoering van de aan mij, als politieambtenaar,
 opgedragen taak. Derhalve doe ik een beroep op de vrijstelling van de bepalingen van het RVV 1990,
zoals door de minister van IenM aangegeven en verzoek tot intrekking/sepot van de gedraging/overtreding.
De aan mij opgedragen taak waarvoor de gedraging /overtreding noodzakelijk was, bestond uit:
 (NB voldoende motiveren /omschrijven)
 ················ ······ ······ ··········· · · ····· · ······ ············ · · ············ ················· ·············· ·······
 ····· ·············································································· ·····················································
Als om welke reden dan ook intrekking of sepot van de gedraging /overtreding, wordt afgewezen, stel ik
hierbij beroep in bij de officier van justitie in het arrondissement waarin de gedraging /overtreding is begaan/
gepleegd.
Plaats:                    Datum:
Naam:                      Verbalisantnummer:
Handtekening:
Verklaring directe chef
Ik verklaar dat op plaats en tijd voornoemd bovengenoemdepolitieambtenaar met genoemd voertuig belast was
met de uitvoering van een aan hem/haar opgedragen taak, waarbij het noodzakelijk was om het RVVI 990 te
overtreden; derhalve verklaar ik mij akkoord met het verzoek tot intrekking/sepot dan wel - bij afwijzing daarvan
- het beroep op de officier van justitie.
                                                                                                                                            19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre> Plaats:       Datum:
 Naam:         Verbalisantnummer:
Handtekening:
            Autorisatie
Ik verklaar geautoriseerd te zijn om een verzoek tot intrekking dan wel sepot in te dienen bij de officier van
justitie.
Ik heb bovenstaande gegevens gecontroleerd en verklaar daarmee akkoord te zijn.
Ik verzoek de officier van justitie bovenstaande gedraging/overtreding in te trekken/te
seponeren.
Plaats:        Datum:
Naam:          Verbalisantnummer:
Handtekening:
Beslissing Officier van Justitie
De Officier van Justitiegaat WEL/NIET akkoord met intrekking/sepot van bovenstaande gedraging/overtreding.
Naam:
Functie:
Handtekening:
Datum/plaats:
                                                                                                               20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>      BIJLAGE3
      Vergoeding politiekosten buitengebruikstelling           voertuigen
      ~·sonenauto's, motorfietsen en bedrijfsauto 'siaanhangwagens met een
          egestane maximum massa tlm 3500 kg                                                              'Tarief       -
     / Uitrijdtarief (toepasbaar na de eerste wegsleephandeling)                                          1 € 65,00
     1 Uitvoeringstarief   (toepasbaar bij daadwerkelijk wegslepen)
                                                                                                    --1€62--€ 62,00
                                                                                --
    j Opslag    plus afgifte (toepasbaar voord~ eerste 24 uur)                                           1 € 41,50
                                                                                                       r-----
                                                                                             -----~--
    1 Bewaarloon (toepasb:~ voor             cl~ volgende dagen)                                            € 15,50
   r
                                                                        -
       Wielklemtarief voor personenauto's en bedrijfsauto 'si
      aanhangwagens met een toegestane maximum massa t/m 3500 kg                                        1
  1
  [rarief 1 (werkdage~ van 08.00 - 18.00 uur)
                                                                                                        1
                                                                                                        1€47:~~
                                                            --
  jTarief2 (tijden buiten uren tarief 1)                                                                j€~7,50
                                                                                                                       --·
                                                                                                       1
     Bedrijfsauto's en aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg
 1 Uitrijden
                                                                                                       1
                                                                                                       1 € 54,00
 1 Uitrijden per uur                                                                                  1    € 129,50
 !Di1-----                                            --
 ~Hing
        trijden per kilometer
                per dag
                              -                      ------------          --------r----- -           1    €0,49
                                                                                                           €20,00
   Voor tijden anders dan op werkdagen tussen 08.00 en 18.00 uur geldt een toeslag van               1    € 34,00
                                                                        ·-
                                                                                                     1
1 Bromfietsen
1 Sleepkosten--
                                                                             --            ·---i-------
                                                                                                     1
                                                                                                          € 74,00
JSt                -------                  . ·------------------- -~------------~-------··
       allingkosten per dag                                                                              € 5,75
--·-·-                        ·-··---· . .-.------------c ··----~-·-=---···-----·•·-------     ,._ _____ .__,, ___ ._. __
                                                                                                                      21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>