<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    De splitsing van moeras No5.01    25 februari 2020    Inleiding  Per 1-1-2021 is het ndt No5.01 moeras gesplitst in No5.03 Veenmoeras en N0o5.04 Dynamisch  moeras. Deze splitsing zou ook in de Gelderse beheerkaart doorgevoerd moeten worden.    No5.03 is bedoeld voor de laagveenmoerassen. De afbakening geeft aan:  “verlandingsvegetaties zoals riet- en biezenvegetaties, natte ruigte en grote zeggenvegetaties.  Veenmoeras kan tot 20% uit open water bestaan en tot 10% uit struweel. De zomersituatie geldt  hier als referentiepunt.   De gemiddelde grondwaterstand in het najaar zakt maximaal tot 40 cm. onder het maaiveld,  behoudens eventuele periodieke droogteperioden.   In de nattere delen varieert de grondwaterstand tussen o en -20 cm. Droge rietruigten vallen  niet onder dit beheertype maar onder het beheertype Ruigteveld.   Gebieden waar de waterstanddynamiek groot is (meer dan 20 cm verschil tussen zomer en  winter) en/of waar regelmatig (gemid. minimaal 1 keer jaar) overstroming met  oppervlaktewater plaatsvindt, vallen onder het type No5.04 Dynamisch Moeras.”    Aangezien wij in Gelderland weinig laagveen hebben, zal No5.03 bij ons nauwelijks voorkomen.  Een enkel moeraselement in de polder Oosterwolde en Arkemheen; het galigaanveldje in het    Korenburgerveen.    Voor het overige hebben wij dus No5.04 dynamisch moeras. De afbakening geeft echter weinig  houvast. Die is:   * Het beheertype Dynamisch Moeras omvat verlandingsvegetaties zoals riet- en  biezenvegetaties, natte ruigte en grote zeggenvegetaties.   * Moeras kan tot 20% uit open water bestaan en tot 10% uit struweel. De zomersituatie geldt  hier als referentiepunt.   * De gemiddelde grondwaterstand in het najaar zakt maximaal tot 40 cm onder het maaiveld,  behoudens eventuele periodieke droogteperioden.   * Gebieden waar de waterstanddynamiek beperkt is (minder dan 20 em verschil tussen zomer  en winter) en/of waar niet regelmatig (minimaal 1 keer per jaar) overstroming met  oppervlaktewater plaatsvindt, vallen onder het type No5.03 Veenmoeras.   * Droge rietruigten vallen niet onder dit beheertype maar onder het beheertype Ruigteveld.   * In de nattere delen varieert de grondwaterstand tussen o en -20 cm.   * Gebieden die onderdeel uitmaken van het natuurtype Grootschalige dynamische natuur:  No1.03 Rivier- en Moeraslandschap, vallen niet onder het type Dynamisch Moeras.    Merk op dat tenminste vier bullets van de afbakening letterlijk hetzelfde zijn als bij het vorige  type. Ook de beschrijving van de structuur en zelfs de bijbehorende soortenlijsten zijn voor beide  typen hetzelfde. Zo is in beide typen minimaal 5% krabbescheervelden vereist. Prutswerk dus!    Blijkbaar gaat de afbakening ervan uit dat moerassen waarbij de waterstand verder dan 40 cm  wegzakt, behoren tot het ndt ruigteveld. Desondanks ga ik er maar vanuit dat onze moerassen in  het rivierengebied (Ooijse graaf, Kil van Hurwenen, Oude Rijnstrangen, Munnikeland/Boezem  van Brakel, Nieuwe Zuiderlingedijk, Lingezegen, IJsselarm bij Empe) voldoen aan het ndt    0000000004</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Dynamisch moeras. Ook de oevers van de Randmeren behoren mi. ondanks het statische    omgekeerde peilbeheer tot het dynamisch moeras.  Mijn beoordeling    Ik heb de 969 vlakken met ndt moeras Nos5.o1 beoordeeld en opnieuw toegekend. Verreweg het  grootste deel (613 vlakken) is inderdaad No5.04 geworden. Dit zijn niet alleen de bekende  bovengenoemde moerasgebieden, maar ook kleinere oeverzones van watergangen en wateren.  Het ndt No5.03 heb ik aan 12 vlakjes toegekend: in Oldebroek en Arkemheen, in het  Korenburgerveen, in de oude IJsselarm bij Baak, en op Staverden.    Vaak was het moeras gemaaid. In die gevallen heb ik een graslandtype toegekend: N10.02, 12.02,  12.04, al naar gelang de situatie en hoogteligging.   Vaak was het ook niet beheerd en doorgeschoten naar bos. Dan heb ik een bostype toegekend:  N14.01, 14.02, 14.03, of Lo1.16.   Dikwijls was er helemaal geen moeras, maar water. Dan heb ik al naar de grootte en ligging  No2.01, No4.02, een enkele keer No6.05 toegekend. En vaak Lo1.01.    Het ndt moeras Nos.o1 is in het verleden dikwijls gebruikt voor kleinschalig ingerichte gebiedjes,  m.n. stapstenen in verbindingszones, en poelen met omgeving. Ik heb dan aangegeven in welke    typen deze elementen uitgekarteerd moeten worden.    Verder heb ik van recreatiestrandjes, tuinen, ponyweitjes aangegeven dat ze eruit kunnen: geen  ndt. Sloten, (schouw-)paden: geen ndt of op laten gaan in het aangrenzende vlak.    Tenslotte zijn er nog zo'n 30 vlakken waarover ik nu op grond van alleen kaartinfo geen oordeel    kan geven. Deze zullen in het veld bezocht moeten worden. Dit heb ik aangegeven met: veldcheck.    0000000005</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>