<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 057 VELUWE  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 4 JULI 2018    Aanwezig namens  Provincie:   Aanwezig namens  Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 4 juli 2018                      Doel  Het jaarlijkse veldbezoek in het kader van het PAS wordt uitgevoerd om de vinger aan de    pols te houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ont-  wikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.   Doordat het Natura 2000-gebied Veluwe een groot gebied is, is het niet mogelijk om alle  locaties met stikstof gevoelige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is gekozen aan-  dacht te besteden aan de stikstofgevoelige habitattypen Heischrale graslanden (H6230) en  Droge heiden (H4030). Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestu-  deerd en samen met de terreinbeheerders het programma samengesteld.                                           Bevindingen  Er zijn twee gebieden bezocht:    * _Oldenbroekse Heide op Artillerie Schietkamp (beheerder: Rijksvastgoedbedrijf):  Droge heide (H4030) en Heischrale graslanden (H6230)  e _Uddeler Buurtveld (beheerder: Kroondomein Het Loo): Droge heide (H4030)  Per locatie is de kwaliteit van de habitattypen en de ontwikkelingen bekeken. Met de be-  heerders zijn genomen en voorgenomen maatregelen en andere thema’s met relatie tot de  PAS-doelen en de Natura 2000-doelen besproken.    Oldenbroekse Heide    Legends  Mabe atryDe ne bear weg              0000000576</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Droge heide (H4030)   Het habitattype Droge heide (H4030) is bezocht op locatie A. De vegetatie wordt sinds  ongeveer 150 jaar beheerd door middel van branden in de winter. Het heideterrein is  opgedeeld in 60 blokken met een oppervlakte van 2 tot 65 ha. Elk blok werd vroeger elke 13  jaar afgebrand, tegenwoordig is dat elke 8 jaar. Het doel is om dit zo ‘rommelig’ mogelijk uit  te voeren, ten behoeve van de structuurvariatie in het gebied. Het heideterrein is rijk  ontwikkeld met onder andere tandjesgras en stekelbrem. Dit zorgt voor een hoge  faunadiversiteit, de Oldenbroekse Heide herbergt één van de weinige populaties van kleine  wrattenbijter (sprinkhaan) van noord-west Europa. Dit komt door een aantal factoren. De  uitgangssituatie is gunstig: de bodem is relatief mineraalrijk en daarnaast is het een groot,  aaneengesloten heideterrein dat al sinds lange tijd in een consequent beheer is. Door de  militaire oefeningen wordt de bodem geregeld plaatselijk omgewoeld, wat ervoor zorgt dat  minerale, licht gebufferde bodem in de wortelzone aanwezig blijft. Het brandbeheer levert  ook een grote bijdrage aan de rijkdom van het heidegebied, doordat de heide verjongt.  Verjonging van de heide is belangrijk voor voedingswaarde ervan. In een gebied moet altijd  een flink deel bestaan uit jonge heide, naast oude heide: een rotatiebeheer met branden is  een uitermate geschikte maatregel hiervoor. Bovendien leidt het tot een betere kwaliteit  net na branden dan bijv. maaien van de heide, door vrijkomen voedingsstoffen uit as. De  afvoer van stikstof en andere voedingsstoffen is zeer beperkt. Dit in tegenstelling tot  plaggen, dat in het verleden vaak is toegepast als maatregel in veel andere heidegebieden.  Met de huidige inzichten en stikstofdepositie is plaggen in droge heide in vrijwel alle  situaties onwenselijk. Na plaggen ontstaan P(fosfor)-tekorten. In combinatie met de hoge  N(stikstof}-depositie en verzuring (tegenwoordig ook sterk door N-depositie bepaald) leidt  dat tot een disbalans in voedingsstoffen, minder vitale planten en uiteindelijk een lagere  biodiversiteit. In de Oldenbroekse Heide is nog nooit geplagd, hetgeen bijdraagt aan de  goede kwaliteit van het habitattype Droge heide (H4030).    De toenemende zware regenval door klimaatverandering (hevigere buien in kortere tijdspe-  riodes, en niet per definitie in het winterseizoen) zorgt plaatselijk voor verdichting van de  bodem (verslemping). Dit zorgt voor stagnerend regenwater gedurende een deel van het  jaar. Gewone dophei krijgt op dit soort locaties de overhand, in plaats van struikhei. Elders  in het Natura 2000-gebied Veluwe doen zelfs blauwe zegge, veenpluis en veenbies hun  intrede op dergelijke plekken. Het fenomeen is bekend in Doornspijk en op de Tongerense  Heide. Deze ontwikkeling wordt niet als negatief gezien omdat het zorgt voor variatie in de  heideterreinen.    Heischraal grasland (H6230)   Van het habitattype Heischrale graslanden (H6230) is weinig gezien tijdens het PAS-  veldbezoek. Een klein vlak langs de weg door de Oldenbroekse Heide (locatie B) kon niet  worden bezocht i.v.m. veiligheid. De beheerder (Rijksvastgoedbedrijf} deelt mee dat de  vegetatie daar goed ontwikkeld is met soorten zoals geelhartje, klokjesgentiaan en jenever-  bes. Het grote vlak op het westelijk deel van de Oldenbroekse Heide dat op de habitatty-  penkaart staat aangegeven als habitattype Heischrale graslanden (H6230) (locatie C), kwali-  ficeert niet of niet volledig volgens de beheerder. Het terrein is waargenomen vanuit de  auto’s i.v.m. veiligheid en de vegetatie lijkt meer op droge heide. Provincie Gelderland is  bezig met het actualiseren van de habitattypenkaart voor de Veluwe. In deze kaart zal zo  nodig een heroverweging plaatsvinden of de vegetatie ter plekke kwalificeert als habitatty-  pe. Verder is een heischrale vegetatie bezocht langs de Heesbergweg (locatie D). Op deze  locatie komt geen aaneengesloten heischrale vegetatie van minimale omvang voor en de  locatie staat dan ook niet als habitattype op de kaart. De vegetatie staat langs een leem-  grindweg. Tegenwoordig wordt de weg onderhouden met gebroken puin. De regelmatige  verstoring als gevolg van weggebruik en de bufferstoffen uit het leem en gebroken puin,  zorgen hier voor geschikte condities voor de groei van onder andere grote tijm, stijve ogen-  troost en hondsviooltje.         0000000577</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>              De algemene indruk van de beheerders is dat het habitattype Heischrale graslanden  (H6230) alleen voorkomt op plekken ‘waar iets gebeurt’: langs wegen, in bermen, enzo-  voorts. Vaak gaat het om kleine oppervlaktes en gelokaliseerde plekken onder gebufferde  omstandigheden. De habitattypenkaart ten tijde van het PAS-veldbezoek is niet actueel:  niet op alle locaties waar het habitattype ís gegeven, is het aanwezig en andersom. Provin-  cie Gelderland is bezig met het actualiseren van de habitattypenkaart. Het is van belang om  de locaties waar het actueel aanwezig is, goed in beeld te hebben. Daarnaast is het belang-  rijk om te verkennen waar ontwikkellocaties zijn: Heischrale graslanden (H6230) zijn een  prioritair habitattype met een uitbreidingsdoelstelling in het Natura 2000-gebied Veluwe.  Bodems met een (historisch) hoge buffercapaciteit zijn het meest kansrijk. Provincie Gelder-  land neemt als uitwerking van het Natura 2000-beheerplan het initiatief om binnen het  ‘leefgebied droog schraalland’ op deze gebufferde locaties te verkennen of ontwikkeling van  het habitattype daar mogelijk is. Het habitattype is zeer gevoelig voor stikstofdepositie.  Door vermesting en verzuring spoelen de basen uit, hetgeen de successie richting heide  versnelt. De buffercapaciteit zit bij veel Heischrale gras!anden op dit moment aan de onder-  grens door uitloging als gevolg van verzuring (door stikstofdepositie). Typische heischrale  soorten zoals rozenkransje, grote tijm en hondsviooltje nemen overal af. Een onderzoeks-  consortium is in opdracht van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bezig  met het opstellen van een actieplan om goed ontwikkelde locaties in beeld te brengen, de  kwaliteit te verbeteren en het oppervlak uit te breiden. Het is van belang om dit actieplan  voor wat betreft de Veluwe goed af te stemmen met activiteiten van de Provincie Gelder-  land als uitwerking van het Natura 2000-beheerplan.                                                                                                                       In de Gebiedsanalyse zijn maatregelen opgenomen ten behoeve van kwaliteitsverbetering  van de Heischrale graslanden, namelijk M7 lken f belemen en M8 Belemen (toe-  voegen basische stoffen). Het toevoegen van steenmeel en/of dolocal helpt de buffercapa-  citeit van de bodem te verhogen. Kleinschalig plaggen, branden, maaien/afvoeren en begra-  zen zijn tevens effectief om successie tegen te gaan. Deze maatregelen worden in de PAS-  gebiedsanalyse voor de Veluwe beschouwd als regulier beheer. Deze maatregelen zijn wel  opgenomen in de herstelstrategie, maar in de PAS-gebiedsanalyse voor de Veluwe niet als  extra maatregelen bovenop het regulier beheer. Het is wenselijk om te onderzoeken of en  zo ja welke van deze maatregelen als (extra) PAS-maatregel toegevoegd zouden moeten  worden in de PAS-gebiedsanalyse.                                                       Uddeler Buurtveld             Wegende  Habiaityoee on veran  11 10010, Savtranenecien mat rupee  E30 Zanovernwaange.  GEB +050. Zoeooutsen enaar  EER +eteo Zee vennen  ERE 010s voerane raaen sogere zamdgranden:  WER +010. Orcon racen                                        HEID Hertrnse jmlamian  GE 2150. mererenraten met orabaan  (EER 20. ommen ooonossan man wa  B 000 oon enaar  GE 2100 vsoogveerdonen  EED 010. vocrge aria bossen oeeimegstecenot votsen                                  0000000578</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Droge heide (H4030)   Het Uddeler Buurtveld bestaat voor een groot deel uit habitattype Droge heide (H4030). Er  werd tot 35 jaar geleden gebrand en gemaaid. Sindsdien wordt er geheel niet meer ge-  brand, beperkt nog wel gemaaid. Geplagd wordt er sinds 1986. In de periode tot 2002 ge-  beurde dit veel, in eerste instantie op grote schaal, later meer kleinschalig en gefaseerd. Er  is de laatste 15 jaar niet meer geplagd vanuit het beheer, wel vanwege de munitie-ruiming  vanaf 2008 tot heden. In 1946, na de Tweede Wereldoorlog, is namelijk getracht om muni-  tie tot ontploffing te brengen op meerdere locaties en springputten, waaronder in het  Uddeler Buurtveld. Een deel is daarbij niet ontploft. Vanwege de aanwezigheid van dergelij-  ke ‘blindgangers’, is door de gemeente besloten dat de munitie moet worden geruimd.  Sinds 2007 is een opruimingsdienst bezig met het vlaksgewijs plaggen/ontgraven van het  gebied. De munitie-opruiming heeft flink ingegrepen op de kwaliteit van het habitattype  Droge heide (H4030), bovendien is het op sommige plekken niet meer aanwezig. Rondom  de springput is de bodem tot op de B-/C-horizont egaal afgegraven. De vegetatie kwalifi-  ceert niet meer als habitattype Droge heide, maar heeft meer weg van habitattypen Stuif-  zandheiden met struikhei (H2310) en Zandverstuiving (H2330) met onder andere buntgras.  Het microreliëf herstelt zich goed en door lokale verstuiving van mineraalhoudend zand met  wat organische stof, zien de heidestruiken er lokaal vitaal uit. Verder van de springput is ca.  10 cm geplagd of is de vegetatie gemaaid alvorens de munitie kon worden uitgegraven. Dit  gebeurt vlaksgewijs waarbij delen in eerste instantie ongemoeid worden gelaten, om fauna  een kans te geven. De vlakken waar 10 cm en meer is afgegraven zijn kaal met hier en daar  struikhei. Op termijn zullen deze delen naar verwachting voor 100 procent uit struikhei  bestaan. Deze situatie is niet uniek voor het Uddeler Buurtveld, veel beheerders hebben te  maken met dergelijke monotone heides als gevolg van plaggen als beheervorm in het verle-  den. Met de huidige kennis is branden en/of drukbegrazing een geschiktere methode om  droge heide te beheren, omdat op dergelijke wijze minder P wordt afgevoerd. Tijdens het  PAS-veldbezoek was te zien dat de struikhei vitaler is op locaties die nooit zijn geplagd ver-  sus locaties die wel zijn geplagd. Mogelijkheden om de kwaliteit van het habitattype Droge  heide te vergroten op dergelijke locaties zijn bijvoorbeeld het opbrengen van plagsel van  rijkere heidegebieden en het toevoegen van mineralen. Het ‘dambord’ van verschillende  plag-/ontgravingsplekken in het Uddeler Buurtveld biedt mogelijkheden voor het uitvoeren  van experimenten: hoe ontwikkelt de heide zich onder verschillende omstandigheden en  ‘behandelingen’ met organische stof en mineralen? Van belang is dat bij het inzetten van  maatregelen rekening wordt gehouden met de landschapsecologische ligging. In het cen-  trum van een heidegebied is de diversiteit relatief laag, naar de randen toe wordt de heide  rijker en afgewisseld met heischrale vegetaties. In het Uddeler Buurtveld zijn die heischrale  vegetaties nog wel te vinden langs de paden, maar het oppervlak is klein. Er liggen hier  lokaal mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van deze vegetaties. Bij het veldbezoek  werd ook opgemerkt dat een deel van wat nu kwalificeert als Droge heide (H4030), in het  verleden wellicht heischraal grasland geweest is (aan de zuidrand van de huidige begrenzing  H4030 tussen locatie A en B in). In de huidige tijd kijken we dus naar een ‘doorverzuurd’  heischraal grasland. Dit is belangrijk omdat deze gebieden de beste potentie hebben voor  herstel en/of uitbreidingsdoelstellingen voor Heischraal grasland (H6230).    Het habitattype Droge heide (H4030) is tevens aanwezig in de hoger gelegen delen van het  ‘Lage Veld’ (locatie B). Dit gebied in 1996/1997 omgevormd van landbouw naar natuur door  de voedselrijke toplaag af te graven. Zowel in de droge heide als in de vochtigere delen met  Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150) is sprake van veel opslag van ruwe berk en  wilgen. Het tegengaan van de opslag is van belang om de oppervlakte van de habitattypen  te behouden/herstellen. In een deel van de Droge heide zijn recent berken uitgetrokken.  Tijdens het PAS-veldbezoek was te zien dat ze wei weer terug komen. De beheerder  (Kroondomein Het Loo) verkent mogelijkheden met geitenbegrazing (schapen laten de bo-  men staan) en het handmatig verwijderen van de opslag. In het verleden is al regelmatig  opslag van berk verwijderd en heeft er gedurende enkele jaren begrazing met koeien  plaatsgevonden.         0000000579</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    De habitattypenkaart is in het Uddeler Buurtveld is niet meer actueel. Door de munitie-  opruiming is lokaal het habitattype Droge heide (H4030) niet meer aanwezig. In het Lage    Veld is de vegetatie in vochtige delen nu aangegeven als habitattype Pioniervegetaties met  snavelbiezen (H7150), terwijl dit zich in een aantal gedeelten ontwikkelt tot habitattype  Vochtige heide (H4010). Bij het actualiseren van de habitattypenkaart worden ook deze  gebieden door Provincie Gelderland onder de loep genomen.                 Conclusies  Op de locaties waar Droge heide (H4030) en Heischrale graslanden (H6230) voorkomen, zijn    de ontwikkelingen in het algemeen conform de verwachting zoals beschreven in de PAS-  gebiedsanalyse. Door munitie-opruimingen is het habitattype Droge heide (H4030) in het  Uddeler Buurtveld plaatselijk verdwenen. Naar aanleiding van dit PAS-veldbezoek zijn de  volgende aandachtspunten naar voren gekomen:   © Kwaliteit en omvang Heischrale graslanden  Het habitattype is kleinschalig aanwezig op locaties ‘waar iets gebeurt’ (wegber-  men e.d). Het is van belang de locaties scherp te hebben om daar te kunnen inzet-  ten op kwaliteit. Provincie Gelderland brengt tijdens het actualiseren van de habi-  tattypenkaart de locaties goed in beeld en neemt daarnaast initiatief voor het ver-  kennen van kansrijke ontwikkellocaties.   e _PAS-maatregelen Heischrale graslanden  De maatregelen kleinschalig plaggen, branden, maaien/afvoeren en begrazen zijn  effectieve maatregelen die van belang zijn om de kwaliteit van de Heischrale gras-  landen te behouden/verbeteren. Ze zijn in de herstelstrategie voor Heischrale gras-  landen (H6230) opgenomen. De maatregelen worden in de PAS-gebiedsanalyse  voor de Veluwe beschouwd als regulier beheer. Het is wenselijk om te onder-  zoeken of en zo ja welke van deze maatregelen als (extra) PAS-maatregel toege-  voegd zouden moeten worden in de PAS-gebiedsanalyse Veluwe.   e _ Afstemming uitwerkin heerplan en actieplan voor Heischrale graslanden  Activiteiten uit het actieplan van LNV en uit de uitwerking van het Natura 2000-  beheerplan door Provincie Gelderland dienen voor de Veluwe goed op elkaar te  worden afgestemd.   ° itei i k  De habitattypenkaart is niet meer actueel voor zowel de Oldenbroekse Heide als  het Uddeler Buurtveld. Provincie Gelderland is bezig met het actualiseren van de  habitattypenkaart.   e Maatregelen Uddeler Buurtveld  Het ‘dambord’ van verschillende plag-/ontgravingsplekken in het Uddeler Buurt-  veld biedt mogelijkheden voor het verkennen van verschillende maatregelen zoals  aanbrengen van organische stof en/of mineralen. Het lokaal uitvoeren van maatre-  gelen is wenselijk om grootschalige ontwikkeling naar monotone struikhei te voor-  komen en biodiversiteit te stimuleren. Om te inventariseren of er ook uitbrei-  ding/herstel van Heischraal grasland (H6230) of floristisch rijke droge heide (zoals  op de Oldenbroekse Heide) terug gebracht kan worden, is het wenselijk om tevens  de bodemopbouw te onderzoeken.   . lag van bomen in het Lage Veld   Het habitattype Droge heide (H4030) maar ook de Pioniervegetaties met snavel-  biezen (H7150) staan onder druk door opslag van berk en wilg. De beheerder  (Kroondomein Het Loo) verkent mogelijkheden met geitenbegrazing (schapen laten  de bomen staan) en het handmatig verwijderen van de opslag.                                                                                                                                                                                                  igen r   Ten aanzien van het PAS-veldbezoek van volgend jaar, zijn er de volgende punten naar vo-  ren gekomen:   e _ Na afloop van het veldbezoek is voorgesteld om volgend jaar de focus te leggen op                      0000000580</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    (een selectie van) vochtige habitattypen: Vochtige heide (H4010), de diverse ven-  habitattypen en natte schraatiandhabitattypen.   Mogelijke te bezoeken locaties zijn het Wisselse Veen (GLK), Leemputten Staver-  den (gemeente Ermelo), Tongerense Heide, Kootwijkerveen (S8B) of Houtbeek  Stroesehelde (SBB). Bij voorkeur terreinen die vanuit het PAS-oogpunt prioritair  zijn.    De definitieve locaties worden gekozen op basis van de thema’s die door de be-  heerders, bij de voorbereiding van het veldbezoek, worden ingebracht. Deze the-  ma's worden bij de beheerders opgehaald door de organisator van het PAS-  veldbezoek volgend jaar.   De aanwezigheid van externe deskundigheid is als nuttig ervaren en wordt aange-  raden voor het volgende veldbezoek.         Dit verslag is vastgesteld door:                                  Handtekenin    (datum) eb- - oid (datum) 2 U _ q - 2UT ©    oondomein Hel Coo         17-09-2010 Oo gucw Gederlaed    ro VMC  owl geet    0000000581</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>