<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: STELKAMPSVELD (60)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 25 MEI 2016    Aanwezig namens Provincie:   Aanwezig namens Terreinbeheerder: nn  Overige aanwezigen: -   Datum bezoek: 25 mei 2015    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen  zijn die afwijken van datgene waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Omdat we nog in  het begin van de eerste PAS-periode staan, zijn daarnaast ook de voorgenomen maatregelen  besproken en het verwachte effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder  bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld.    Bevindingen  Bij het veldbezoek zijn alle voorkomende habitattypen bezocht langs de onderstaande route    In het Stelkampsveld is nog altijd veel reliéf aanwezig waarlangs zich gradiénten bevinden van  basenarm/droog naar matig basenrijk/nat. Op deze gradiént zijn de volgende habitattypen  gerangschikt: droge heide (H4030), vochtige heide (H4010A) en pioniervegetatie met snavel-  biezen (H7150), heischraal grasland (H6230), blauwgrasland (H6410) en beekbegeleidend bos  (H91E0C), kalkmoeras (H7230) en zwakgebufferd ven (H3130). Deze habitattypen zijn alle  waargenomen. Onderstaande foto geeft een indruk van het reliéf en de verscheidenheid in         0000000415</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    het gebied.    De habitattypen kunnen zich langs de gradiënt verplaatsen bij verslechtering van de condi-  ties, waardoor eventuele achteruitgang van areaal en kwaliteit van de habitattypen niet met-  een in het oog springt. Oplettendheid is daarom geboden. Voor een duurzaam behoud is  aanrijking van de basenvoorraad in de bodem nodig, hetgeen alleen kan geschieden door  hoge grondwaterstanden en voldoende aanvoer van kwel in winter en voorjaar. Om dit te  bereiken is een hydrologisch herstelplan in voorbereiding, waarvan de uitvoering pas tegen  het einde van de eerste PAS-periode plaats kan vinden. Het behoud van areaal en kwaliteit  van habitattypen in de eerste PAS-periode moet daarom vooral komen van lokale, interne  maatregelen, zoals het verwijderen van bosopstag, verondiepen van stoten, creëren van ver-  bindingen en inrichting van nieuwe natuur. Inrichting van nieuwe natuur kan vooralsnog  beperkt plaats vinden, om de zaadvoorraad in de bodem niet uit te putten voordat de hydro-  logische condities op orde zijn.   Het tempo en de volgorde van de maatregelen is daarom een kritische factor om in de eerste  PAS-periode voldoende voortgang te boeken. Betrokken partijen moeten goed samenwerken  en hun eigen maatregelen in de steigers hebben staan om ze opeenvolgend vlot te kunnen  uitvoeren in de juiste volgorde.   Het is nog onbekend wat na het uitvoeren van de hydrologische maatregelen de invloed is  van droogstaande sloten die niet in de legger van het waterschap zijn opgenomen. Als deze  water gaan (af)voeren kan het noodzakelijk zijn om ze te dempen.    Bij het veldbezoek zijn positieve ontwikkelingen waargenomen van het verwijderen van bos.  De ontwikkeling naar droge en vochtige heide is al ingezet en op de randen van vennen zijn  de condities geschapen voor de ontwikkeling van pioniervegetaties van snavelbiezen en  blauwgrasland.   Op één perceel kan nog geen bosomvorming plaatsvinden omdat het bestemmingsplan dit  verhindert. Om dit alsnog mogelijk te maken moet de provincie een inpassingsplan maken.    De potenties van het gebied zijn hoog. Percelen waar nieuwe natuur ingericht moet worden  zijn in het landbouwkundige verleden geégaliseerd en zelfs liggen er hier en daar begraven  vennen, die weer hersteld kunnen worden. Om deze potenties ten volle te benutten zal de  bovengrond conform de Gebiedsanalyse worden afgegraven en in een enkel geval betekent  dat, dat een ontwikkeling die nu al in gang is wordt afgebroken, omdat de huidige ontwikke-         0000000416</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    ling weliswaar een bloemrijke vegetatie oplevert, maar de ontwikkeling van habitattypen  blokkeert.    In het zuidoosten van het gebied zijn al enkele percelen ingericht waar 2 jaar na ingreep nog  nauwelijks vestiging van soorten uit de gewenste vegetaties plaats heeft gevonden (zie bo-    venstaande foto). Dit is niet verontrustend gezien het zeer prille stadium van ontwikkeling.  Deze percelen dienen volgend jaar weer in het veldbezoek opgenomen te worden.    De Vereniging Natuurmonumenten, die een kleinere eigenaar is in het Natura 2000 gebied,  heeft een perceel in eigendom aan de noordzijde, dat niet binnen de begrenzing van het  Gelders Natuurnetwerk is opgenomen. Voor een betere buffering van het gebied is het wen-  selijk dit perceel er alsnog in op te nemen.    Conclusie   e De ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in het Natura  2000-gebied laat een beeld zien dat overeenkomt met de Gebiedsanalyse. De habitats  staan onder druk en lokaal zijn er negatieve verschijnselen en op andere plekken positie-  ve ontwikkelingen. De indruk bestaat dat over-all geen achteruitgang plaats vindt.  Voor het in gang zetten van positieve ontwikkelingen op wat grotere schaal is een goede  samenwerking nodig tussen Provincie, Staatsbosbeheer, Waterschap en Natuurmonu-  menten. De Provincie is hierin verantwoordelijk voor de regie. Het op tijd nemen van de  hydrologische maatregelen is een kritische factor. Maatregelen die hierop volgen dienen  voorbereid te worden om aansluitend snel uitgevoerd te kunnen worden.  Na het nemen van de hydrologische maatregelen is aandacht nodig voor sloten die niet  in de legger van het Waterschap zijn opgenomen.  De Provincie moet beoordelen of het perceel van Natuurmonumenten aan de noordzijde  in het Gelders Natuurnetwerk opgenomen kan worden.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000417</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>