<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 063 BEKENDELLE  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 4 MEI 2017    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 4 mei 2017    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-  gebied Bekendelle zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de PAS-ge-  biedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen maatregelen en het te  verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich  daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in  het gebied plaatsvindt. Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse en het ver-  slag van vorig jaar bestudeerd. Aan de beheerders is gevraagd eerder in het veld waargeno-  men signalen uit het veldbezoek in te brengen.              Bevindingen   Bij het veldbezoek zijn de drie voorkomende habitattypen bezocht langs de hieronder in  blauw aangegeven route. Met de rode hoofdletters zijn specifieke locaties aangeduid waar in  het verslag op wordt terug gekomen. Het veldbezoek richtte zich op de drie aanwezige habi-  tattypen en de ontwikkeling hiervan, in relatie tot de maatregelen die in de gebiedsanalyse  zijn opgenomen. Het gebied is voor het grootste deel particulier eigendom en voor een be-  perkt deel in eigendom van Natuurmonumenten. Bosgroep Midden Nederland is voor de uit-  voering van de maatregelen bij de particuliere eigenaren in hun bossen het eerste aanspreek-  punt.         0000000489</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    ‚% “ Legenda  A  — Looproute  GB 9120,  Beuken-eikenbossen  met hulst  AN He oor  Eiken-haagbeukenbossen  {hogere zandgronden)  EE Hol coc,  Vochtige alluviale bossen  (beekbegeleidende bossen)    > [CTI NATURA2000 grens    EEE    En    Vochtige alluviale bossen (H91E0C)   Dit habitattype bevindt zich in het dal van de Boven Slinge (zie foto) en het zijdal van de Lim-  beek. Tijdens het veldbezoek in 2016 was het habitattype niet toegankelijk vanwege het hoge  water door de hevige regenval. Aandachtspunt voor dit jaar is om aandacht te besteden aan  de ontwikkeling van ruigtekruiden in het bos. Lokaal staan er veel brandnetels, daarnaast de  invasieve exoten reuzenberenklauw (zie foto) en groot nagelkruid. Het is onduidelijk in hoe-  verre deze soorten een probleem vormen voor de aanwezige voorjaarsflora. De beheerder  (Bosgroep) geeft aan dit jaar daar waar mogelijk de reuzenberenklauw te zullen verwijderen.  Bij Berenschot’s watermolen staat aan beide zijden van de Boven Slinge Japanse duizend-  knoop (A), een ongewenste, invasieve exoot. Dit is een zorgpunt, het is van belang om in de  gaten te houden of de soort zich ook op andere plekken in het gebied vestigt. De beheerder  van de Bosgroep zal dit doen. Het verwijderen van de Japanse duizendknoop op de huidige  twee locaties kan worden gecombineerd met het verwijderen van de beschoeiing van de beek  (maatregel M1c). De uitvoering van deze maatregel ligt bij het waterschap.    Boven Slinge         0000000490</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>         Als gevolg van afname in vitaliteit en sterfte in het essenbestand (essentaksterfte) komt er  steeds meer licht op de bodem (B). Dit kan leiden tot een toename van ruigtekruiden en een  afname van de voorjaarsflora. Vinger aan de pols houden is van belang; eventueel kan wor-  den bijgeplant om te voorkomen dat het te licht wordt in het bos. Tijdens het veldbezoek in  2018 zal opnieuw naar de gevolgen van essentaksterfte en de noodzaak van bijplanten geke-  ken (moeten) worden.    Lokaal is er veel opslag van gewone esdoorn (B). Het risico is dat deze (invasieve) soort de  kale plekken in het bos gaat innemen. De beheerder (Natuurmonumenten) geeft aan dit jaar  de gewone esdoorns op gerichte plekken weg te halen. Aan de noordoevers van de beek zijn  er open plekken met vooral grote brandnetel: deze worden door de Bosgroep komend jaar  ingeplant met boom- en struikvormers.    De bodem van de Boven Slinge is in de loop van de jaren hoger geworden door sedimentatie  van zand. Het hogere peil van de beek zorgt voor overlast bij de watermolen. Ook vindt bij  hoge piekafvoeren overstroming plaats, waarbij substraat, met daaraan gebonden nutriën-  ten, wordt afgezet in de laagtes van het gebied. Dit kan een negatief effect hebben op de  aanwezige habitattypen. Daarom is in de gebiedsanalyse een beekverdieping voorzien van ca  30-40 cm (maatregel M1a). De komende tijd wordt de effectiviteit van deze maatregel door-  gerekend en worden de effecten op de habitattypen in beeld gebracht. Op basis van de ef-  fectenstudie kan het nodig zijn het maatregelenpakket uit de gebiedsanalyse te heroverwe-  gen. Het traject van de verdieping is in eerste instantie van de watermolen tot de stenen brug,  maar ook zal een verdieping verder in het bos worden doorgerekend.    Over de beuken die langs de Limbeek staan (C) is de vraag is of deze in het systeem te houden  zijn als gevolg van de herinrichting van de Limbeek en daarop volgende hogere grondwater-  standen en periodieke overstromingen. Jaarlijks monitoren van de vitaliteit van de beuken is  van belang.    Opvallend is de grote recreatiedruk. Er zijn veel kleine paadjes en de oevers van de beek wor-  den betreden. Aanwezigen achten het mogelijk dat de intensieve recreatie effect heeft op de  typische soorten uit het habitattypen en daarmee op de kwaliteit van het habitattype. Op  basis van de SNL/PAS monitoring in 2019 zal dit effect in beeld worden gebracht door de  provincie. Aanwezigen constateren dat een eventuele geleiding van de recreatie alleen haal-  baar lijkt middels een integraal plan met draagvlak bij alle betrokkenen. In de gebiedsanalyse  is afgesproken een handhavingsplan op te stellen (maatregel M5). De kwetsbaarheid van de  typische soorten voor betreding zal hierin meegenomen moeten worden. Verderop bij de  Brinkeweg wordt er regelmatig in de berm geparkeerd, waardoor de randen van het bos be-  schadigen. De beheerder (Bosgroep) is in overleg met de eigenaar om maatregelen te nemen  (paaltjes langs de weg, verplaatsen slagboom).    Dood hout in de beek is vanuit ecologisch oogpunt wenselijk voor de variatie in waterstro-  ming en substraat voor diverse soorten. Niet voor iedereen blijkt dit wenselijk. Op één locatie  is de bosbodem sterk beschadigd doordat dood hout vanuit de beek is gesleept door een  lokale bosarbeider. Dit is gebeurd buiten medeweten van de eigenaar en zonder toestem-  ming. De verantwoordelijke is hier op aangesproken door de beheerder (Bosgroep).         0000000491</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Grote recreatiedruk in het gebied leidt tot schade aan de oeverwallen (kale plek)    Beuken-eikenbossen met hulst (H9120)   Het habitattype ziet er over het algemeen kwalitatief goed en stabiel uit. Een aandachts-  punt blijft het verwijderen van opslag van naaldbomen, met name op open plekken. Op  plaatsen waar deze ontwikkeling onwenselijk is zal daar waar mogelijk worden ingegrepen  door de beheerder. Uitbreiding van het habitattype Beuken-eikenbos door naaldbomen te  verwijderen is gepland voor de hogere delen ten westen van de Weg om Ros en Lintum. Op-  gemerkt wordt dat verwijderen van de strooisellaag naast voor Eiken-haagbeukenbos ook  voor het Beuken-eikenbos is opgenomen in de gebiedsanalyse (maatregel M3b). De beheer-  der (Bosgroep) acht deze maatregel risicovol en vraagt bij een herziening van de gebieds-  analyse deze maatregel te heroverwegen (actie provincie).    Op één plek is het bos een aantal jaren geleden omgewaaid (D). In hetzelfde jaar is het bos  opnieuw ingeplant met soorten van het beuken-eikenbos, echter is te zien dat japanse lariks  het gebied overneemt. Dit probleem zal door de beheerder (Bosgroep) met de eigenaar  worden besproken.         0000000492</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Voor het habitattype is een uitbreidingsdoelstelling opgenomen. Ten zuiden van het Eiken-  haagbeukenbos in het zuidoosten, vindt uitbreiding van Beuken-eikenbossen met hulst  plaats, door sparren en lariksen te kappen en eiken te laten staan. Deze uitbreiding valt niet  binnen het zoekgebied dat op de kaart in de gebiedsanalyse staat aangegeven. Aanbevolen  wordt dat de zoekgebieden op de maatregelenkaart in de PAS-gebiedsanalyse worden aan-  gepast/uitgebreid (actie provincie).    Eiken-haagbeukenbos (H9160)   In het zuidoosten is het grootste aaneengesloten vlak met Eiken-Haagbeukenbos in de Be-  kendelle. In de noordwesthoek staat een grote groep Reuzenzilverspar (binnen het aangewe-  zen perceel) (E). Deze bomen worden dit najaar gekapt door de Bosgroep. Vervolgens wordt  plaatselijk het (zure) strooisel verwijderd. Aanbevolen is om voor de kap ook de braam weg  te halen om te voorkomen dat deze gaat domineren. Vorig jaar kwam het aandachtspunt naar  voren dat er meer licht in het bos moet komen. Op de planning staat om enkele beuken te  vellen en daarnaast de opslag van gewone esdoorn aan te pakken. Gewone esdoorn blijft  echter terug komen omdat deze ook in het buurperceel staat en daar niet wordt bestreden.  Dit vraagt bij de beheerder (Bosgroep) blijvend aandacht voor de esdoornproblematiek.    In het zuidelijke deel van de Bekendelie worden hydrologische maatregelen genomen (M2-  maatregelen), waardoor het gebied met onder andere dit eiken-haagbeukenbos zal vernatten  (kwaliteitsverbetering) en het habitattype zich zal kunnen uitbreiden. Als gevolg hiervan zal  lokaal een aantal beuken sterven (dood hout). De maatregelen worden momenteel uitge-  werkt. Aandachtspunt vormt de aan de oostzijde van het habitattype liggende diepe sloot (ca  80 cm) (F) die niet in het oorspronkelijke plan is opgenomen, maar wel moet worden aange-  pakt om verdroging van het aanliggende bos tegen te gaan. Dit kan door een aantal dammen  te plaatsen of door de gehele sloot te dempen. Dempen heeft de voorkeur (beste effect en  visueel het mooist). Verantwoordelijkheid voor het uitwerken van deze maatregel ligt bij het  waterschap. Zo nodig zal de provincie de gebiedsanalyse moeten aanpassen.    Voor dit habitattype is een uitbreidingsdoelstelling voorzien. Het idee is om de watergang  langs de Weg om Ros en Lintum te verondiepen, waarbij voorzichtig moet worden gewerkt  gezien de grote populatie Schaafstro op de oevers. Dempen is niet wenselijk vanwege het  risico op afsterven van bomen in het naastliggende beuken-eikenbos (G) en op vernatting  van de weg. Het idee is om een deel van het water naar het bos aan de westzijde te leiden.  Op deze locatie zal het bos natter worden en is het gebied geschikt als uitbreiding van Ei-  ken-haagbeukenbos. Hiervoor worden de diepe rabatsloten in het bos verondiept. De zure  strooiselsoorten (o.a. grove den, fijnspar en Amerikaanse eik) worden dit jaar verwijderd.  Aansluitend (of het volgende jaar) wordt de strooisellaag plaatselijk verwijderd. Aandachts-  punt is de tijd tussen het verwijderen van de strooisellaag en de hydrologische maatregelen.  Het risico is dat wanneer het gebied nog niet hydrologisch is hersteld minder gewenste  soorten gaan optreden na het verwijderen van de strooisellaag. De beheerder (Bosgroep)  houdt hier rekening mee door de maatregelen zo snel mogelijk na elkaar uit te voeren. Ge-  constateerd wordt dat het zoekgebied op de maatregelenkaart uit de gebiedsanalyse te  hoog lijkt te liggen voor de gewenste ontwikkeling van eiken-haagbeukenbos. Het zoekge-  bied zou meer naar de beek verplaatst moeten worden. Afgesproken is dat de provincie de  gebiedsanalyse hierop zal bezien.         0000000493</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Te verwijderen strooisellaag t.b.v. uitbreiding Eiken-haagbeukenbos    Overige vermeldingen   De weide direct ten zuiden van de Boven Slinge (particulier eigendom) (H)wordt binnenkort   gedeeltelijk omgevormd van agrarisch naar natuur. Het ziet er al goed uit, maar soorten als   guldenroede en reuzenberenklauw moeten wel worden verwijderd om verdere verspreiding  tegen te gaan.    Voor de weide van Natuurmonumenten (Il) was omvorming naar Eiken-haagbeukenbos ge-  pland (maatregel M4). Natuurmonumenten heeft dit ter hand genomen en bodemkundig  onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit van de bodem (Van Mullekom et al, 2015). Uit  dit onderzoek wordt duidelijk dat de concentratie fosfaat tot diep in de grond (minimaal 40-  50 cm) hoog is in dit landbouwperceel. Bovendien is de bodem te zandig en te zuur voor het  beoogde Eiken-Haagbeukenbos. Mede op basis van aanvullend hydrologisch en land-  schapsecologisch onderzoek wordt dan ook geconcludeerd dat omvorming naar bos hier  niet zal leiden tot de realisatie van het gewenste habitattype H9160A Eiken-Haagbeukenbos  (Ketelaar, 2016). Omvorming naar bos zou hier zelfs kunnen leiden tot een verarming van  de vegetatie in het aangrenzende Eiken-Haagbeukenbos als gevolg van toenemende scha-  duw inde ondergroei (Eichhorn, 2017). De beheerder (Natuurmonumenten) vraagt de pro-  vincie de gebiedsanalyse hier aan te passen omdat beheerder andere ontwikkelingswensen  dan eerder voorzien heeft met dit perceel. Als doelstelling voor het grasland is nu gepland:  Ontwikkeling van het voormalige landbouwperceel op een wijze dat deze een optimale  ecologische toevoeging vormt voor de boshabitattypen in Bekendelle.    Conclusies   De waargenomen ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-  gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebiedsanalyse. De drie habitattypen  zijn over het algemeen goed ontwikkeld met kenmerkende flora. Lokaal zijn er verbeterpun-  ten. Daarnaast zijn er enkele ontwikkelingen vastgesteld die aandacht vragen om knelpun-  ten in de toekomst te voorkomen.    De volgende aandachtspunten zijn naar voren gekomen:  Beuken-eikenbossen met hulst (H9120): aandachtspunt blijft het verwijderen van  opslag van naaldbomen.  Eiken-haagbeukenbossen (H9160A): aandachtspunt is het verwijderen van beuken  om meer licht in het bos te krijgen en aanpak van esdoorn.  Vochtige alluviale bossen (H91EOC): ruigtesoorten blijven een aandachtspunt even-  als de sterfte van essen (door essentaksterfte) waardoor het bos lichter wordt.  Voorgenomen beekverdieping van de Boven Slinge kan effecten hebben op de ha-  bitattypen, deze effecten moeten in beeld worden gebracht.         0000000494</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    De grote recreatiedruk kan plaatselijk mogelijk ten koste van de kwaliteit van de  habitattypen. De effecten hiervan moeten in beeld worden gebracht.  Handhaving is van belang om overtreden van de NB-wet te voorkomen (bijvoor-  beeld verwijderen van dood hout).    Actielijst   Bosgroep:  Waar mogelijk maatregelen nemen tegen reuzenberenklauw (2017)  Verwijderen gewone esdoorns op gerichte plekken (2017)  Kale plekken langs de beek inplanten met boom- en struikvormers ten behoeve  van de kwaliteit van de Vochtige alluviale bossen (2017)  Jaarlijks monitoren van de vitaliteit van de beuken langs de Limbeek  Maatregelen nemen tegen het parkeren van auto’s langs de Brinkeweg (2017)  Reuzenzilversparren in Eiken-haagbeukenbos kappen, eventueel braam verwijde-  ren en zure strooisel plaatselijk verwijderen (2017)  Beuken vellen ten behoeve van het verbeteren van lichttoetreding in Eiken-Haag-  beukenbos (2017)  Uitbreiding Eiken-haagbeukenbos naar westzijde door kap zure strooiselsoorten  (2017), plaatselijk verwijderen strooisellaag (2017/2018) en nemen van hydrolo-  gische maatregelen (komende jaren).  Plaatselijk verwijderen van opslag van naaldbomen in Beuken-eikenbos  (2017/2018)    Natuurmonumenten:  e Verwijderen gewone esdoorns op gerichte plekken (2017)    Waterschap:    e Verwijderen Japanse duizendknoop langs beek bij watermolen (waterschap)    Provincie:  Soortenkartering uitvoeren (SNL of PAS) om inzicht te krijgen in relatie recreatie-  druk en voorkomen bijzondere soorten.  Bezien of gebiedsanalyse aangepast moet worden op basis van bevindingen effec-  tenstudie beekverdieping.  Nagaan of de locaties en omvang zoekgebieden voor uitbreiding habitattypen en  uitvoering maatregelen moeten worden aangepast in de gebiedsanalyse.  Overwegen op basis van onderzoek of expert judgement of maatregel strooisel  verwijderen in Beuken-eikenbossen van de maatregelenkaart moet worden ge-  haald. Dit moet niet overal gedaan worden maar wel mogelijk blijven op de plaat-  sen waar dit wenselijk is.  Aanpassen in Gebiedsanalyse van invulling maatregel omvorming perceel gras-  land (M4).    Afspraken uit verslag 2016 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2017  e Bij volgende veldbezoeken vinger aan pols houden bij ontwikkeling ruigtekruiden in   Vochtige alluviale bossen (H91E0C).  2017: met name aandacht besteed aan reuzenberenklauw. Beheerders onderne-  men actie. Volgend jaar extra aandacht besteden aan groot nagelkruid.  Volgen ontwikkeling maaiveldhoogte door opslibbing op enkele plekken in de  Vochtige alluviale bossen (H91E0C).  2017: geconstateerd dat voorgenomen beekverdieping mogelijk effecten heeft op  de habitattypen, mede dankzij het feit dat de bodems waar de habitattypen zijn  aangewezen ook in maaiveldhoogte stijgen (net als de beek op die plek).  Lokaal bestrijden Reuzenberenklauw in Vochtige alluviale bossen (H91EOC)         0000000495</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    2017: acties uitgezet   Zorgvuldig uitwerken maatregel verondiepen detailafwatering (M2A) ten behoeve  van de Eiken-Haagbeukenbossen (H9160A), met aandacht voor wijze van verondie-  pen, behoud walletjes en volledigheid mee te nemen sloten en greppels.   2017: is momenteel aan de gang, extra aandachtspunten worden meengenomen.  Tegengaan verjonging van naaldboomsoorten in (open plekken in) Beuken-Eiken-  bos (H9120) en van esdoorn in Eiken-Haagbeukenbos (H9160A).   2017: wordt aangepakt (zie actielijst)   Bestrijden van Amerikaanse Vogelkers en Groot nagelkruid in gehele bosgebied  2017: dit jaar vooral gefocust op reuzenberenklauw, volgend jaar op deze soorten  focussen   Bij eerstvolgende SNL kartering plantensoorten (invasieve) exoten meenemen, zo-  dat verspreiding hiervan goed in beeld komt.   2017: wordt gepland.   lets meer licht brengen in Eiken-Haagbeukenbos (H9160A) in zuidoosten door vel-  len beuk.   2017: staat gepland.   Schonen poel in zuidoosten na afkoppeling landbouwwater.   2017: niet naar gekeken, aandachtspunt wanneer landbouwwater wordt afgekop-  peld.   Aanpassen in Gebiedsanalyse van invulling maatregel omvorming perceel grasland  (M4).   2017: nog niet aangepast, staat wederom op actielijst.         0000000496</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000497</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>