<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    Natura 2000-GEBIED: 069 BRUUK  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 15 MEI 2017    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 15 mei 2017    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-  gebied Bruuk zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de PAS-gebieds-  analyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen maatregelen en het te verwach-  ten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich daarbij  tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het  gebied plaatsvindt.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse en het verslag van vorig jaar bestu-  deerd. Aan de beheerders is gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen uit het veld-  bezoek in te brengen.    Bevindingen  De Bruuk is in eigendom van Staatsbosbeheer. Alleen voor het habitattype Blauwgraslanden    (H6410) is er een instandhoudingsdoelstelling geformuleerd. Gezien het voornemen om voor  de andere habitattypen die in het Natura 2000-gebied aanwezig zijn ook instandhoudings-  doelen toe te voegen, is hier bij het veldbezoek ook aandacht aan besteed. De gevolgde route  is op de onderstaande kaart in rood aangegeven. Daaronder is een kaart met vaknummers  opgenomen (gehanteerd door Staatsbosbeheer). Het veldbezoek is gericht op de kwaliteit  van de habitattypen en de ontwikkeling hiervan. Daarnaast is gekeken naar de al uitgevoerde  maatregelen in het kader van de PAS. Dit zijn alleen interne maatregelen. Voor de uitvoering  van de overige maatregelen, waaronder veel externe, moet eerst de hydrologische nulsituatie  goed in kaart zijn gebracht. Hiervoor zijn onder andere peilbuizen geplaatst bij omliggende  woningen. Na de zomer worden de resultaten geanalyseerd en besproken met bewoners.  Aan de hand hiervan wordt in voorjaar 2018 bepaald of er mitigerende maatregelen nodig  zijn en zo ja welke. Aansluitend hierop kan de uitvoering van de maatregelen uit de gebieds-  analyse worden opgestart. Het is van belang hierbij een strakke tijdsplanning aan te houden,  aangezien een groot deel van de uitvoering van deze maatregelen staat gepland voor de eer-  ste beheerplanperiode.         0000000498</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         Ape. o  »    et oi  ¢ ai              0000000499</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Slauwgrasland    De Bruuk         HE2I0, Haischraie grasienden  + BED +10, aieuwgracienden  i HIB 116490. Ruigten en zomen (moerasspires)  7 FRR 1171404. overgengs- on vivvenen (trivenen)  ‘ HEEB 117230, Ketcnoeraseen    » _GrM Aes eg . — EE eh eee TO ;  Zoals ook vorig jaar naar voren kwam en in de gebiedsanalyse is beschreven, staan de blauw-  graslandpercelen in het oosten (vak 1C, D en E) als gevolg van verzuring onder druk, hier ko-  men hoge bedekkingen voor met gewoon veenmos (zie foto). Deze verzuring is het gevolg  van de Oostelijke Leigraaf die het kwelwater vanuit het oosten wegvangt. Voor veel blauw-  graslanden in de Bruuk geldt dat het niet zozeer te droog is, maar dat de kwel onvoldoende  hoog en langdurig aan maaiveld komt, waardoor de bodem uitloogt (de basenverzadiging  wordt minder). Verondieping, verbreding en beleming van de Oostelijke Leigraaf staat op de  agenda voor de eerste planperiode (PAS-maatregel M3). Mogelijk zijn er aanvullende, interne  maatregelen nodig in de tweede planperiode zoals lokaal plaggen om de veenmoslaag te ver-  wijderen. Dit kan echter pas zodra de standplaatscondities in orde zijn, anders is het veenmos  snel terug. Het is van belang om een debietmeting van de Oostelijke Leigraaf en Centrale  Leigraaf uit te voeren, zodat een waterbalans kan worden opgesteld en duidelijkheid wordt  verkregen over de effectiviteit van de maatregelen. Daarnaast is het van belang om voor uit-  voering van de maatregelen (bij voorkeur in 2018) een nieuwe vegetatiekartering uit te voe-  ren (laatste keer was in 1997) en aanvullend een soortkartering waarbij alle soorten veenmos  worden meegenomen, om de mate van verzuring in kaart te brengen. De invulling van de  monitoring wordt momenteel uitgewerkt in het kader van de PAS-procesmonitoring. Het mid-  delste deel van deze graslanden is kwalitatief beter (overgang 1C naar D). Het is hier een stuk  natter door de wat lagere ligging. Hier komt ook het zeldzame trilveenveenmos voor, een  echte basenminnende soort. Net als vorig jaar is een aantal vlakken waar moerasviooltje staat  niet gemaaid in verband met de vlinder zilveren maan (zie foto). Dit lijkt effectief want er zijn  de laatste jaren veel exemplaren van deze soort waargenomen.         0000000500</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    ngemaaide strook t.b.v. zilveren maan.    Aan de andere kant van de weg (vakken 2A, B, D en E) speelt de ‘veenmosproblematiek’ niet,  de kwaliteit is hier goed. Er komen zowel vegetaties en soorten voor van veldrusschraalland  als blauwgrasland (twee vormen van habitattype H6410 Blauwgrasland). Typische blauwgras-  landsoorten zijn hier vlozegge, blonde zegge en spaanse ruiter.    Bij vak 9D loopt de Centrate Leigraaf die in 2013/2014 is verondiept en beleemd (PAS-maat-  regel M2). Het vak is in 2007 geplagd en de vegetatie heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een  soortenarme vorm van het veldrusschraalland die nog niet tot beperkt tot H6410 kwalificeert.  Het vak is niet meegenomen bij de uitwerking van PAS-maatregelen omdat de vegetatiesa-  menstelling daar eerder geen aanleiding voor gaf (geen habitattype). De vegetatie ontwikkelt  zich voorzichtig in de richting van het habitattype blauwgrasland, maar wordt nu beperkt door  verdroging en zal geen baat hebben bij de voorgenomen PAS-maatregelen. De naastgelegen  vakken 11A en 10A bevatten wel voorkomens van het habitattype Blauwgrasland. Ongeveer  10% kwalificeerde bij de totstandkoming van de habitattypenkaart (rond 2010), dit percen-  tage neemt geleidelijk aan toe. De leemlaag is hier relatief rijk aan basen, maar ook hier is  uitloging door te lage grondwaterstanden een knelpunt. in deze vakken (en vak 9D) is het aan  te bevelen om extra te maaien (2x per jaar) ten behoeve van verdere verschraling, ook al is  de hydrologie (nog) niet op orde.    Overige habitattypen (zonder instandhoudingsdoelstelling)    Overgangs- en trilveen (H7140A)   In de Bruuk komt dit habitattype op een aantal locaties voor. Vaak gaat het in feite om een  verzuurde variant van het blauwgrasland. Een aanbeveling is daarom, om als voor dit habi-  tattype een instandhoudingsdoel wordt toegevoegd, op te nemen dat er achteruitgang van  overgangs- en trilveen mag zijn ten gunste van blauwgrasland.    Het laagste deel van vak SA bestaat uit dit habitattype, maar blijkt zich te ontwikkelen richting  het habitattype blauwgrasland. Een overweging is om ook hier (pleksgewijs) vaker te maaien  om verschraling te versnellen. Dat geldt vooral voor het zuidelijke deel, wat niet geplagd en  daardoor een productievere en minder soortenrijke vegetatie heeft. Ten noorden hiervan ligt  een greppel die al is verondiept, maar niet voldoende. Het is van belang voor de hydrologie  van deze percelen dat de greppel nog verder wordt verondiept (PAS-maatregel M1: veron-  diepen en belemen interne watergangen). De vegetatie in het noorden van vak SA ontwikkelt  zich, nadat het perceel ongeveer 10 jaar geleden is geplagd, goed en is zeer gevarieerd van-  wege het reliëf (zie foto).         0000000501</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Gevarieerde vegetatie door reliëf in het noorden van vak SA.    De vegetatie in vak 6F bestaat gedeeltelijk uit overgangs- en trilveen, maar de vegetatie ont-  wikkelt zich ook hier richting het habitattype blauwgrasland. Een extra maaibeurt (2x per jaar)  zal ook hier zorgen voor snellere verschraling.    Vochtige alluviale bos (H91E0C)  Dit bos komt voor in vakken 2C en F en lijkt stabiel.    Heischraal grasland (H6230)   Dit habitattype komt alleen voor in vak 7B, waar de oppervlakte zich geleidelijk uitbreidt door  verzuring en verdroging, veroorzaakt door de nabijgelegen Ashorstersloot. Na hydrologische  maatregelen aan de Ashorstersloot (PAS-maatregelen M5a en M5b) zal de vegetatie zich naar  verwachting ontwikkelen naar het habitattype blauwgrasland. Zoals vorig jaar bij het PAS  veldbezoek al is vastgesteld, is de aanbeveling om als voor dit habitattype een instandhou-  dingsdoel wordt toegevoegd, in het aanwijzingsbesluit op te nemen dat heischraal grasland  in oppervlakte mag afnemen ten gunste van het habitattype blauwgrasland. In het omlig-  gende blauwgrasland is, in tegenstelling tot 3-4 jaar geleden, geen grote keverorchis meer  aangetroffen. Dit is een aandachtspunt voor volgend jaar.    Kalkmoeras (H7230)   De enige plek in het Natura 2000-gebied met kalkmoeras is vak 16A. Dit is één van de meest  basenrijke delen van de Bruuk. Het terrein is ca. 10 jaar geleden geplagd en bevindt zich in  een pionierstadium. Een waarneming van een rondvliegende tengere grasjuffer bevestigt dat  beeld. Net als vorig jaar is geconstateerd, ontwikkelt het terrein zich goed met bijzondere  soorten zoals zeegroene zegge en knopbies. De vegetatie wordt gevormd door een arme va-  riant van het kalkmoeras (associatie van eenbloemige waterbies), ambitie is dat ook soorten-  rijkere/ andere vormen tot ontwikkeling komen, bijvoorbeeld met vetblad. Er is geen aanlei-  ding tot een intensiever maaibeheer. De vraag is wel hoe lang de vegetatie in dit pioniersta-  dium zal blijven. De watergang hier is in het verleden verondiept en beleemd, maar zal op-  nieuw worden beleemd omdat de leem plaatselijk is verzakt (PAS-maatregel M7).    Overige waarnemingen   Op de grens tussen de vuilstort en de omliggende natuur groeit veel reuzenberenklauw, van-  wege de geroerde grond. Naar verwachting vormt dit, in verband met het maaibeheer, geen  bedreiging voor het blauwgrastand, maar het verdient wel aandacht. De effecten van de vuil-  stort zijn onduidelijk, er is een onderzoeksmaatregel opgenomen in de gebiedsanalyse. Er  staan peilbuizen rondom de vuilstort die niet meer worden bemonsterd, het is van belang dat         0000000502</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    dit wel gebeurt om inzicht te krijgen in de waterkwaliteit rondom de vuilstort. In de sloot  langs het pad bij de vuilstort is, net als bij de ingang van het gebied in de Oostelijke Leigraaf,  een onbekende exoot waargenomen (zie foto). Het is al bij het waterschap gemeld en het is  van belang om in de gaten te houden hoe deze soort zich ontwikkelt en of hij op meerdere  plekken in het gebied wordt aangetroffen.    re ; R ‘ { x ‘aie! 2 nj  Re ese AO PARE  Links: reuzenberenklauw op de overgang van de vuilstort naar het natuurgebied, rechts: on-  bekende exoot.    Conclusies 2017   De Bruuk is alleen aangewezen voor het habitattype H6410 Blauwgrasland. Dit habitattype)  laat in het Natura 2000-gebied een beeld zien dat overeenkomt met de gebiedsanalyse. Het  habitattype staat onder druk in de oostrand en rond het heischrale grasland (vak 7B). Op    andere locaties is een bestendige of positieve ontwikkeling te zien maar duurzaam blijven  voorkomen staat onder druk door onvoldoende toestroom van basenrijke kwel tot in de  wortelzone. Sommige percelen zijn volgens de habitattypekaart geen habitattype Blauw-  grasland, maar de vegetatie ontwikkelt zich daar wel in de richting van dit habitattype.    De volgende aandachtspunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:   e Diverse hydrologische (externe) maatregelen worden uitgevoerd kort na vaststel-  ling van de hydrologische nulsituatie in 2018. Het is wenselijk dat er dan ook een  nulmeting is gedaan van de vegetatie en plantensoorten. Het wordt daarom aan-  bevolen dat Staatsbosbeheer in 2018 een uitgebreide SNL-vegetatiekartering en  plantensoortenkartering uitvoert. Hierbij dienen ook de veenmossen te worden  geïnventariseerd om een beeld te krijgen van de mate van verzuring (dit speelt  vooral in de blauwgraslanden in het oosten). Ook is het van belang om de ver-  spreiding van exoten mee te nemen. De invulling van de monitoring wordt mo-  menteel uitgewerkt in het kader van de PAS-procesmonitoring. Er is een strakke  planning nodig voor de uitvoering van de resterende hydrologische maatregelen,  die binnen de eerste beheerplanperiode van 6 jaar moet plaatsvinden.   Het is aan te bevelen om een aantal percelen waar de vegetatie zich nog niet  heeft ontwikkeld tot blauwgrasland van goede kwaliteit een extra keer te maaien  zodat ze sneller verschralen, ook al is de hydrologie (nog) niet op orde.   De greppel in vak SA is al verondiept maar niet voldoende, het is van belang dat  hij verder wordt verondiept om verdroging van het perceel tegen te gaan (M1:  verondiepen en belemen interne watergangen).   Het habitattype Heischraal grasland (H6320) zal na uitvoering van de resterende  hydrologische maatregelen door toename van de kwel op de huidige locatie naar  verwachting in oppervlakte afnemen ten gunste van Blauwgrasland (H6410). Als  Heischraal grasland (H6320) als instandhoudingsdoel wordt toegevoegd, is het te         0000000503</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    aan te bevelen om in het aanwijzingsbesluit op te nemen dat het achteruit mag  gaan ten gunste van Blauwgrasland (H6410).   Hetzelfde geldt voor het habitattype Overgangs- en trilveen (H7140A), omdat dit  in feite verzuurde delen zijn van het blauwgrasland. Het is aan te bevelen om in  het aanwijzingsbesluit op te nemen dat dit habitattype achteruit mag gaan ten  gunste van Blauwgrasland (H6410).   In de PAS-gebiedsanalyse is een onderzoeksmaatregel opgenomen ten aanzien  van de effecten van de vuilstort op de waterkwaliteit (M13: onderzoek kennis-  leemten). In verband hiermee is het aan te bevelen om de peilbuizen aan de rand  van de vuilstort weer te gaan opnemen en te bemonsteren (dit is in het verleden  wel gebeurd maar recent niet meer). De provincie is dit momenteel aan het uit-  zoeken.   De watergang in vak 16A (bij het Kalkmoeras) wordt opnieuw beleemd (M7:  verondiepen en belemen) omdat de leem plaatselijk is verzakt.   Er is een onbekende exoot waargenomen bij de vuilstort en in de Oostelijke Lei-  graaf. Het is van belang te achterhalen in hoeverre deze een risico vormt en of hij  zich uitbreidt. Het waterschap is op de hoogte dat de plant in de Oostelijke Leigraaf  voorkomt.    Bevindingen veldbezoek 2016 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2017:  2016: Het habitattype Blauwgrasland staat wel onder druk in de oostrand en rond    het  Heischrale grasland in het midden, maar op andere locaties is een positieve ont-    wikkeling te zien.   2017: deze conclusie blijft overeind. Er zijn wel zorgen over de duurzaamheid van  de ontwikkelingen, daarvoor zijn juist ook de herstelmaatregelen bedoeld (toevoer  basen in de wortelzone). Uitvoering van de geplande externe hydrologische maat-  regelen is van belang om knelpunten op te heffen voor de blauwgraslanden die on-  der druk staan.   2016: Er is een strakke planning nodig voor de uitvoering van de resterende hydro-  logische maatregelen, die binnen de eerste beheerplanperiode van 6 jaar moet  plaatsvinden. Dit omdat eerst een gedegen peilbuizenonderzoek naar effecten op  de waterstanden bij aangrenzende woningen moet zijn afgerond, voordat de res-  terende hydrologische maatregelen conform de Gebiedsanalyse zullen worden uit-  gevoerd.   2017: conclusie blijft overeind. Provincie geeft aan dat peilbuizenonderzoek bij wo-  ningen loopt en dat de resultaten na de zomer van 2017 worden geanalyseerd en  besproken met de bewoners. Initiatief voor uitvoering van de externe hydrologische  maatregelen ligt bij de provincie.   2016: Het habitattype Heischraal grasland (H6320) zal na uitvoering van de reste-  rende hydrologische maatregelen door toename van de kwel op de huidige locatie  naar verwachting afnemen ten gunste van Blauwgrasland (H6410). Als Heischraal  grasland (H6320) als instandhoudingsdoel wordt toegevoegd, is het te aan te be-  velen om in het aanwijzingsbesluit op te nemen dat het achteruit mag gaan ten  gunste van Blauwgrasland (H6410).   2017: conclusie blijft overeind. Zie onder Conclusies 2017.         0000000504</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000505</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>