<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: KORENBURGERVEEN (061)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 30 AUGUSTUS 2017    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Afwezig met afmelding:    Datum bezoek: 30 augustus 2017         Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t.  zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene  waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse be-  studeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld.         Bevindingen   In het Korenburgerveen zijn 9 habitattypen aanwezig (zie figuur 1). Bij het veldbezoek zijn alle habitattypen  bezocht en op locatie besproken, met uitzondering van het habitattype Actieve hoogvenen (H7110A}) (in ver-  band met bereikbaarheid).    Figuur 1 toont de habitattypen en looproute. Figuur 2 toont de PAS-maatregelen uit de Gebiedsanalyse van  2016. De bezochte locaties zijn aangeduid met locatienummers. De bevindingen van het veldbezoek worden  hieronder per habitattype besproken op basis van de ligging in de landschappelijke gradiënt: van zuur naar  basenhoudend en van hoog naar laag.         ze    ET :  ne tee tre ttt  A cea 20 tart rr, fore ena  * Re hl og    Figuur 1: Habitattypen en looproute Korenburgerveen         0000000506</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    + Derpes stootpesppe it"!  een Kade vern scenes (MIN  M1 Fostorite oeleag afleggen    zene ING Dampen omeran  ee MIT Dampen booktemernoon  weeer bars: Kaas varwoeen  «MID: Zenger sosangrmoe's   * «+ MIG Moge orang wegen tens   mn LE: Oerend of gerne   2+ MOA, Deepen socmpaepel   A MOB Altara weet   «MOB Dorpe staar an Zieke Seoosioat  Mac vende  Ph me 1228 verser eter verander van voorveren   mm MGT. Aasioggen ak mpg isloot   090 zon cep torre dempen eenmrocy   A vente ten wertancies  Me Zande mantronges   EJ MIA neder oecelen   [L_ Jans mmemer oercosen win oamarter natoervehect vanag ol aars oon:   ET Jaz. echo percelen voe verweten ratvorberoe, neben of eanuoce)   A1 iS: Bontorwacen verwideren   ZZ MID Foofvgie loolaag atiaggen   DERE WE Moptine mentor ef on veren sei oercalen:   DEE MIE Afacster spvermooerr   ZE MIN Powers wotsen ehaaver   EE MIG Osbegen   MRB 1e Beeocsieg vorwgtaes ob | IT Werwaaieed Hoogveen   NN MIT Boeaomeg verwitsren Gel ameeroeran   ILEL  Boerm wee verevenen  Opoaren. dennchoig staogan, cra: ramen an etvamren (MEA LAD)  Opvoeren: Klemcnang EASQQER: ‘ene: waaien on svaerun (A8 USC   ENE openen: Bcsorsiag verw asen oren) ramen ee abvoaren NH. MED!    ory a  . Em. Necerang, Jon Gede or matt won melt En    Actieve hoogvenen (H7110A):   Dit habitattype bevindt zich met een kleine oppervlakte in het Vragenderveen en is tijdens het PAS-veldbezoek  niet bezocht in verband met de ontoegankelijkheid (zonder waadpakken niet te controleren). Volgens de be-  heerder is er geen aanleiding te veronderstellen dat het type zich in negatieve zin zou ontwikkelen. De hydro-  logie op deze locatie is goed, en in de omgeving is sprake van een sterke veenmosgroei.    Herstellende hoogvenen (H7120):   Het habitattype herstellend hoogveen bevindt zich over een grote oppervlakte in het Vragenderveen, Meddo-  sche veen en met een kleine opperviakte in het Corlese veen. Herstellend hoogveen is bezocht in locatie 4 bij  de Middeldijk en locatie 15 in het Meddosche veen.   Het herstellend hoogveen ontwikkeld zich in het Vragenderveen volgens de beheerder goed. Natuurmonu-  menten en de Stichting Vragenderveen melden wel dat één van de damwanden in het veen tek is geraakt.  Hierdoor is de waterstand in het bovenstroomse compartiment enigszins gedaald. Reparatie van dit lek is  kostbaar. In het algemeen is het repareren van lekkende damwanden moeilijk te begroten, omdat vooraf  moeilijk kan worden ingeschat wanneer lekkage zal optreden en op welke schaal. Natuurmonumenten zal  contact opnemen met de Provincie en de Stichting Vragenderveen om een oplossing te vinden.   In het herstellend hoogveen in de natte schraaltanden ten zuiden van de Middeldijk (locatie 4) is een fijnschalig  mozaïek aanwezig van vegetatietypen met basenminnende soorten zoals parnassia en in de lagere delen dui-  zendknoopfonteinkruid en wateraardbei. Dit perceel staat onder invloed van vernatting en toename van de  invloed van basenhoudend grondwater. Er ontwikkelt zich hier een nieuwe gradiënt tussen hoogveenkern en  basenrijke nat schraalland. Op tandschapsschaal zijn daarmee goede stappen gezet naar herstel van de basen-  rijke lagg van dit hoogveenlandschap. In het veld is vast te stellen dat er sprake is van verschuivingen in de  fijnmazige mozaïek van de vegetatie. Het is niet te voorspellen in welke richting de vegetatie zich hier precies  zal ontwikkelen.   Het herstellend hoogveen in het Meddosche veen ontwikkelt zich volgens de beheerder over het algemeen  goed. Ter hoogte van locatie 15 is een compartiment bezocht waar de grondwaterstand de laatste jaren con-  stanter is geworden door herstel van bestaande veendijken en aanleg van damwanden. Fraai veenmos en  lavendetheide zijn hier inmiddels al aanwezig en ontwikkelen zich goed. Er zijn echter nog geen typische hoog-  veensoorten zoals wrattig veenmos of hoogveenveenmos. Het verwijderen van berkopslag in het herstellend  hoogveen wordt cyclisch uitgevoerd. Een aandachtpunt is het al of niet verwijderen van berkopstag na afza-  gen. Volgens de beheerder zou het afvoeren van de afgezaagde bomen veel schade aan de veenvegetatie  kunnen veroorzaken. Het is voor de hoogveenontwikkeling ook niet nodig om de boompjes en takken af te  voeren. Het blijkt dat deze makkelijk worden opgenomen in de veenvegetatie en na enkele jaren niet meer         0000000507</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    zichtbaar zijn. De takken veroorzaken geen verruiging, omdat het houtige materiaal goed in het veen wordt  geconserveerd. De beheerder gaat de provincie toestemming vragen om de regels voor het verwijderen van  berkenopslag zodanig aan te passen dat het gemaaide hout kan blijven liggen. De ontwikkeling van het lager  gelegen oostelijke veencompartiment verloopt minder goed. Hier is de fluctuatie van de waterstand groter  door wegzijging van water naar een particulier perceel aan de Meekertweg, waar het waterpeil van randsloten  wordt verlaagd door bemaling. Hiervoor wordt door de Provincie in het kader van PAS-maatregel M1E aan  een oplossing gewerkt.    rong a! EE PRN    in het Meddosche veen met o.a. fraai veenmos en lavendelheide    Hoogveenbossen (H91D0):   Op de habitattypenkaart is één hoogveenbos aangegeven in een grasland aan de noordzijde van het Meddo-  sche veen (locatie 14). Hier bevindt zich een laagte met berkenbos op een gooreerdgrond met een ca. 20-25  cm dunne moerige bovenlaag. Het profiel is gediepploegd. De vegetatie bestaat uit zachte berk met wat  grauwe wilg en een ondergroei van pijpenstrootje en pitrus. Op basis van de landschappelijke ligging in de  hoge randzone van de kom van het Korenburgerveen, wordt verwacht dat deze locatie onderdeel heeft uitge-  maakt van een relatief droge en relatief basenarme lagg. Hoogveenontwikkeling heeft hier vermoedelijk niet  plaats gevonden Op basis van hydromorfe kenmerken van twee bodemprofielen is de GLG geschat op ca. 90  cm -mv en GHG op ca. 50 cm -mv. Dit is te droog voor een hoogveenbos met ontwikkeling van veenmossen.  Gezien de huidige en vroegere grondwaterstand betreft het geen kansrijke locatie voor ontwikkeling van een  veenmosrijk berkenbroekbos. Het betreft hooguit een soortenarme berkenbroekbos-rompgemeenschap met  pijpenstrootje. De Provincie gaat nog na of de kwalificatie matig ontwikkeld hoogveenbos H91D0 hierbij past.         0000000508</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Legends  tecpruam “rrturperveen  © become cates  Habitattypen  0-30. Zeekoedelteas vanme  VOZ mersbrain gremdenden  HAD Beuepraniandes  HEIR 40-104, score noagvarien (hoog veoriamdscher:  I +020 erntettnnts nocgvenen  EB 10-498, Overoenoe- on rivarern itrdvenen)  RRR 10218 Gengmncemssen  KEE +0600. vorntgs stunets cost Resktepeiocienss boneen)    - . \,   . . . eanss, te,  ì oye wo  Eon Medermva, Jan-Willem vor haber were    Legenda  toagants Kamonmungerwenn  © pezecihe rotates  ee ae)    eam WIE Doman otregoren  en WOE Alder soot  © MED Deeper ofterman Zoitatsas Soon woot  = = MOB Kade verwijderen  6. Zewnets anrtrvenes  LZ Wn enenien peroeion  [C7] WB trchien peroeten (va martoobe mamastseteer. roder ol ark oon)  UIC beicnien oorceien (ra orb: aauuberae: rating ef maehocn)  FF 0 WE Bowencedten verweren  = UID Forten mpisen steiner  FBI rie wenen aantoe ten mevcuning met serveren:  Zn WIE Michie rbot  BEER wo ooocoeme verwateren m.n HT Harstapend Hoonvant  NNS MC: Bosopsieg verrecere Galguanmoerm  AID a. waanirewen vormgdeen  Optonet Kerecheng pragssa! tre) mente se ncoren INGA, MBB]  Cptonest oerschekg pegger’ lasts) meses w atmceren (MB. NEC)  ER opronenr Bosousg varngseren; (escma: metatn on dronten RAC. MEO;                        Eri Nma, Ja Wien var Aat vene    Figuur 5: PAS-maatregelen en looproute in het zuidoostelijke deel    Heischraal grasland (H6230}   Het habitattype heischraal grasland bevindt zich ten westen van het beheerkantoor de Oppas (locatie 2, zie  Figuur 4 en Figuur 5). De schrale graslanden tangs de Middeldijk en spoorlijn, waar dit perceel ook toe behoort,  zijn de laatste jaren vernat door het verwijderen van stuwen (M1C/M2B) en dempen van de afvoerstoten  richting de Schaarsbeek (M1D). Het dempen van de sloten heeft bovendien geleid tot een grotere invloed van  basenhoudend grondwater. In het veld is te zien dat het heischraal grastand zich over het algemeen op de  hogere delen van de NO-ZW georiënteerde dekzandrug in dit perceel bevindt (zie AHN hoogtekaart in Figuur         0000000509</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    6). Met soorten als welriekende nachtorchis, gevlekte orchis, gewone dopheide, tormentil, borstelgras en  blauwe knoop is het heischraal grasland goed ontwikkeld. Door de beheerder is geconstateerd dat het natuur-  lijke fijnmazige mozaïek zich in de percelen aan het herstellen is. Dat betekent dat de heischrale graslanden  zich goed lijken te ontwikkelen en stand houden op de (subtiele) dekzandruggen. In de slenken is sprake van  een sterkere invloed van basenrijk water, zichtbaar in de uitbreiding van soorten als Veldrus, Moeraskartelblad  en Parnassia. Haarmossen verdwijnen ten gunste van veenmossen (met name Sphagnum palustre) en gewoon  puntmos.    Figuur 6: AHN2 hoogtekaart graslanden Middeldijk    eee  a namens menemen Ki A en,    ~    Figuur 7: Heischraal grasland met dopheide en blauwe knoop op de dekzandrug in het schraalgrasland bij Den  Oppas    De beheerder geeft aan dat het nu nog niet helemaal duidelijk is in welke richting de vegetatie van de gras-  landen bij de Middeldijk en Den Oppas zich uiteindelijk zullen ontwikkelen. In het Korenburgerveen wordt  gestreefd naar herstel van het hoogveenlandschap op landschapsschaal. Dit betekent dat er in de toekomst         0000000510</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    naar verwachting een nieuw evenwicht zal ontstaan tussen het zure veenwater van de hoogveenkern en het  basenrijke grondwater aan de zuidoostzijde van het Korenburgerveen. De graslanden worden na het dempen  van de watergangen in het zuidoosten natter. Hierdoor zal in de lage delen meer veenmosgroei plaatsvinden.  De genomen maatregelen zorgen aan de ene kant voor een toename van de invloed van regenwater. Aan de  andere kant zullen de watergangen geen of minder basenhoudend grondwater afvoeren, waardoor de invloed  van basenhoudend grondwater zal toenemen. Het is nu niet goed te voorspellen hoe de balans tussen de  invloed van zwak zuur regenwater en basenhoudend grondwater op welke locatie zal uitvallen. De indruk  bestaat dat er een verschuiving van het fijne mozaïek van vegetatiegordels plaatsvindt, waarin op de laagste  delen veenmosgroei plaatsvindt, de middelhoge delen zich ontwikkelen tot met basenhoudend grondwater  gevoede blauwgraslanden en dat de heischrale graslanden zich zullen beperken tot de hoogste denkzandkop-  jes. Bij de evaluatie van het N2000 beheerplan dient op basis van de voorziene vegetatiekartering van 2019  de ligging en omvang van het heischraal grasland nader te worden herzien. De omvang kan mogelijk afnemen  ten koste van het blauwgrasland. Dit is echter geen negatief gegeven, maar een teken dat de invloed van  basenhoudend grondwater in het zich herstellende Korenburgerveen in deze zone toeneemt.    Blauwgrasland (H6410):   Het blauwgrasland ten westen van het beheerkantoor Den Oppas is bezocht (locatie 1). Het op de habitatty-  pekaart aangegeven blauwgrasland bevindt zich op een middelhoog deel van de noord-zuid georiënteerde  dekzandrug (zie AHN-hoogtekaart in Figuur 6). In het veld is geconstateerd dat het blauwgrasland zich goed  ontwikkelt met soorten als blauwe zegge, parnassia, veldrus, melkeppe en op de overgangen naar het hei-  schraal grasland veel blauwe knoop. Het vegetatiepatroon van het hele perceel is bijzonder gevarieerd. De  hoogste delen van de dekzandrug worden minder goed door het basenrijke grondwater bereikt, waardoor  de vegetatie vooral wordt gevormd door heischraal grasland (H6230). In de lagere delen, zoals de terreinde-  pressie aan de noordzijde, vindt veenmosgroei plaats (herstellend hoogveen (H7120) of trilveen (H7140A).  Soorten als duizendknoopfonteinkruid geven aan dat hier ook toestroming van basenrijk grondwater plaats-  vindt. Op basis van het veldbezoek lijkt de invloed van basenhoudend grondwater op de graslanden toe te  nemen, getuige de grote verspreiding van bijvoorbeeld parnassia en blauwe zegge. Dit kan betekenen dat de  omvang van het blauwgrasland hier in de toekomst kan toenemen ten koste van heischraal grasland en her-  stellend hoogveen bij locatie 4.    Figuur 8: Parnassia en blauwe knoop in de graslanden bij de Middeldijk en Oppas    Een tweede blauwgrasland bevindt zich in het grasland aan de noordoever van de Schaarsbeek (Jagerinks-  weitjes, locatie 11). Dit grasland bevindt zich op een dekzandrug aan de noordoostzijde van het perceel (zie  Figuur 6). De Schaarsbeek is 3 jaar geleden fors gestuwd en zal uiteindelijk worden gedempt of afgedamd.  Ook dit grasland is onder invloed van het dempen van sloten vernat en de invloed van basenhoudend grond-  water lijkt te zijn toegenomen. Dit blauwgrasland is met blauwe zegge, veldrus, blauwe knoop en veenmos  (sphagnum palustre} goed ontwikkeld. Parnassia ontbreekt. De hydrologische maatregelen zijn pas recent  uitgevoerd. In de nabije toekomst zal de hydrologie nog verder veranderen wanneer de Schaarsbeek en Pa-  rallelsloot zijn gedempt. Hierdoor is de situatie nog niet stabiel, waardoor de balans tussen zuur regenwater  en basenhoudend grondwater nog niet duidelijk is. Hierdoor kunnen verschuivende gradiëntgrenzen nog         0000000511</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    niet goed worden geïnterpreteerd. Door de lagere ligging op de gradiënt zouden zich hier soorten van kalk-  moerassen kunnen vestigen zoals vlozegge, tweehuizige zegge en parnassia. Bij de evaluatie van het N2000  beheerplan dient op basis van de volgende vegetatiekartering de exacte ligging van het habitattype blauw-  grasland te worden herzien.    Overgangs- en trilvenen H7140A:   Het overgangs- en trilveen is bezocht bij locaties 3, 5 en 10. Het bevindt zich op de laagste terreindelen van de  graslanden bij de Middeldijk, Den Oppas en ten noorden van de Schaarsbeek (zie AHN-hoogtekaart in Figuur  6). Ook deze locaties zijn vernat en de invloed van basenhoudend grondwater is toegenomen. Met name bij  locatie 5 is het perceel sterk vernat na het verwijderen van de pomp die deze lage hoek van het grasland  ontwaterde. Hier ontwikkelt zich een drijvend veendek met o.a. waterdrieblad en grote boterbloem. Ook bij  locaties 1 en 10 constateert de beheerder een toename van de bedekking met veenmossen, ten koste van  haarmos, dat hier vroeger volop aanwezig was. De ontwikkeling van de trilvenen verloopt naar wens. De veen-  mossen zijn ook in een fijn mozaïek aanwezig in de aangrenzende habitattypen.    Zwak gebufferde ven (H3130)   In het Korenburgerveen bevindt zich in een voormalige grasland aan de noordzijde van de Middeldijk een  perceel dat op de habitattypekaart is aangeduid als zwak gebufferd ven (locatie 6). Dit perceel is in het verle-  den geplagd om verzuring tegen te gaan. Door de resulterende maaiveldverlaging is hier nu periodiek sprake  van water boven maaiveld. Dit heeft geresulteerd in het voorkomen van soorten van gebufferde vennen zo-  als wateraardbei en draadzegge. Volgens de beheerder is het momenteel niet duidelijk in welke richting de  vegetatie zich zal ontwikkelen. Bij de evaluatie van het N2000 beheerplan dient te worden bezien of de ve-  getatie zich, zoals is aangegeven in de Gebiedsanalyse, in de richting van een trilveen (H7140A) of herstel-  lend hoogveen (H7120) ontwikkelt.    In de Gebiedsanalyse wordt uitgegaan van de instandhouding van de kwaliteit en oppervlakte van het habi-  tattype Zwak gebufferde vennen. Er wordt verwacht dat afname van oppervlakte en kwaliteit op locatie 6 zal  worden gecompenseerd door herstel van zwak gebufferde vennen in poelen aan de oostzijde. Op een aantal  locaties in de randzone vindt inderdaad na inrichting momenteel ontwikkeling plaats in de richting van habi-  tattype zwakgebufferd ven (locatie 12, 13). Bij de evaluatie van het N2000 beheerplan dient te worden be-  zien in hoeverre zich hier daadwerkelijk vegetatie ontwikkelt die kwalificeert voor dit habitattype.    Galigaanmoeras (H7210):   Het galigaanmoeras is bezocht (locatie 8). Dit is het nieuwe broedgebied van een paartje kraanvogels. In dit  gebied is in het verleden wilgenstruweel en bosopslag verwijderd. Door het opstuwen van de waterstand is  het aanzienlijk vernat. De opslag van bomen en struiken lijkt in de huidige omstandigheden mee te vallen. Met  het verwijderen van opslag is inmiddels door de beheerder goede ervaring opgedaan met een zeer bekwame  aannemer (actiepunt verslag veldbezoek 2016). Het galigaanmoeras ontwikkelt zich goed. In de toekomst  wordt geleidelijke uitbreiding van de soort galigaan verwacht in combinatie met vergroting oppervlakte grote  zeggenmoeras.         0000000512</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Figuur 9: Zicht op galigaanmoeras vanaf vlonderpad    Vochtig alluviaal bos (beek begeleidende bossen; H91E0C):   In de laaggelegen slenk van de Schaarsbeek bevinden zich beek begeleidende alluviale bossen. Deze elzen-  broekbossen zijn door het opstuwen van een deel van de Schaarsbeek en dempen van sloten vernat. Doordat  deze watergangen minder basenhoudend grondwater afvoeren is de toevoer van basenhoudend grondwater  waarschijnlijk toegenomen. Op termijn zal de Schaarsbeek worden afgedamd en Parallelsloot worden ge-  dempt, waardoor de bossen verder worden vernat en de toestroming van basenhoudend grondwater verder  kan toenemen. Het vochtig alluviaal bos is ter hoogte van locatie 9 bezocht. Het betreft hier een goed ontwik-  keld elzenbroekbos met een ondergroei bestaande uit moeras- of stijve zegge. Na het dempen van de water-  gangen zal de “Schaarslenk” zich als een doorstroommoeras ontwikkelen met hier en daar subtiele dekzand-  ruggetjes. De “Schaarslenk” heeft een voldoende grote hoogtegradiënt, waardoor de beheerder geen stagna-  tie van afstromende oppervlaktewater verwacht. Dit zou een risico kunnen zijn wanneer het toestromende  grondwater teveel sulfaat bevat en er sulfaatreductie kan optreden gevolgd door het vrijkomen van aan ijzer  gebonden fosfaat. Volgens de beheerder zijn er geen tekenen dat de kwaliteit van het vochtig alluviaal bos  afneemt.    Overig:   Op locatie 16 is de bodem van het hier gelegen ven door Natuurmonumenten beleemd om wegzijging richting  het zuidelijk deel van de spoorbaan op te heffen. Bij dit ven bevindt zich een populatie speerwaterjuffer en  vermoedelijk een kleine populatie gevlekte witsnuitlibel.    Opvolging resterende punten veldverslag 2016:   1. In navolging van het actiepunt van het veldbezoek van 2016 met betrekking tot het intensief volgen  van de vegetatieontwikkeling in de schraalgraslanden bij Den Oppas en Jagerinksweide, heeft de Pro-  vincie opdracht gegeven tot het opstellen van een meetplan PAS-indicatoren. Hierin wordt in een raai  van noord naar zuid ter plaatse van een aantal geselecteerde peilbuizen, het verloop van de grond-  waterstand gemonitord in samenhang met de water- en bodemkwaliteit en vegetatie in een pq. Dit  meetnet kan ontwikkelingen op landschapsschaal volgen, maar is te grof om de ontwikkelingen in  het fijne mozaïek van vegetaties in de graslanden in beeld te brengen. Voor dit laatste is de in 2019  voorziene vlakdekkende vegetatiekartering van belang.   Het maaibeheer in de schraallanden is volgens de beheerder goed geoptimaliseerd. Schapen zijn al-  leen tijdelijk ingezet als overgangsmaatregel op plekken waar bos is verwijderd. Zij komen niet meer  in de schraallanden, deze worden geheel met aangepaste apparatuur gemaaid.   De afspraken tussen de Stichting Vragenderveen en Natuurmonumenten met betrekking tot het ver-  wijderen van met name berk in het herstellende hoogveen lopen momenteel.   Met het verwijderen van opslag in het galigaanmoeras is inmiddels door de beheerder goede ervaring  opgedaan met een zeer bekwame aannemer.         0000000513</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    In navolging op het aandachtpunt van het veldbezoek van 2016 over invasieve exoten (met name  watercrassula) heeft Hein van Kleef van de Stichting Bargerveen het veldbezoek bijgewoond. Op de  drie jaar geleden geplagde locatie aan de zuidoever van de Schaarsbeek is gezocht naar watercrassula  (locatie 12). Watercrassula komt volgens Hein vooral tot dominantie op droogvallende geplagde ter-  reindelen. Op de bezochte locatie is gelukkig slechts één kleine groeiplek gevonden. De indruk be-  staat dat watercrassula hier niet tot dominantie kan komen, doordat het met basenhoudend grond-  water gevoede gebied na afplaggen sne! begroeid is geraakt met pilvaren en veelstengelige water-  bies. Deze soorten bieden hier blijkbaar voldoende concurrentie. Vervolgens is een plaglocatie in de  randzone ten noorden van het Vragenderveen bezocht (locatie 13). Op deze locatie bevindt zich veel  meer watercrassula dan aan de zuidkant van het Korenburgerveen. Er is volgens de beheerder ook  meer watercrassula aanwezig dan vorig jaar. Er is echter geen sprake van dikke pakketten. Dit gebied  is 4 jaar geleden afgegraven en de watercrassula bevindt zich met name de droogvaltende delen.  Opvallend is dat op stukken waar de bouwvoor nog deels aanwezig is (zwarte toplaag van ca. 15 cm  bij de grondboringen), soorten als moerasrolklaver en pitrus de ontwikkeling van watercrassula lijken  te remmen.    Figuur 10: Watercrassula en pilzegge in geplagde laagte aan de noordzijde van het Vragenderveen (locatie 13)    6. De Provincie meldt dat vorderingen worden gemaakt met de functieverandering van de percelen in  de zuidelijke en oostelijke randzone. Dit is noodzakelijk om de benodigde inrichtingsmaatregelen in  de waterhuishouding te kunnen uitvoeren.    Conclusie   De waargenomen ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura2000 gebied laten een  beeld zien dat overeenkomt met de gebiedsanalyse. Het gebied wordt natter en de invloed van basenhou-  dend grondwater is aan de zuidoostzijde zichtbaar in de vegetatie.    In relatie tot de PAS-gebiedsanalyse zijn de volgende aandachtpunten en aanbevelingen naar voren geko-  men:    Na controle is gebleken dat de laagte aan de noordzijde van het Meddosche veen hooguit kwalifi-  ceert als matig ontwikkeld habitattype Hoogveenbossen (H91D0). De Provincie gaat na of het hier  gaat om matig ontwikkeld habitattype H91D0, of dat de vegetatie niet als zodanig kwalificeert.   Mogelijk vinden er in de schraalgraslanden bij Den Oppas, Middeldijk en ten noorden van de  Schaarsbeek verschuivingen plaats in het oppervlak heischraal grasland (H6230), Blauwgrasland  (H6410), Overgangs- en trilvenen (H7140A) en Herstellend hoogveen (H7120). Het is momenteel in         0000000514</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    het zich herstellende hoogveenlandschap niet helemaal duidelijk op welke locaties zich welke habi-  tattypen zullen ontwikkelen.   Het zwak gebufferde ven in het grasland ten noorden van de Middeldijk is waarschijnlijk een tijde-  lijke vegetatie, aangezien het is ontstaan door het plaggen van het grasland. Waarschijnlijk zal dit  perceel zich evenals het aangrenzende perceel ontwikkelen tot een trilveen (H7140A) of Herstellend  hoogveen (H7120).   De vegetatie in de droogvallende laagte met soorten zoals veelstengelige waterbies, pilvaren en  waterpostelein in de zuidoostelijke randzone (locatie 13) kan mogelijk kwalificeren als zwak gebuf-  ferd ven H3130. De oppervlakte is voldoende groot om te kwalificeren (> 100 m2).Ook in de noord-  westelijke randzone (locatie 12) kan zich mogelijk habitattype zwak gebufferd ven H3130 ontwikke-  len.   Op basis van de in 2018 voorziene vegetatiekartering dienen de locaties en oppervlakten van de  habitattypen te worden geactualiseerd.   Natuurmonumenten treedt in overleg met de Provincie over de aanpak en financiering van het dich-  ten van het lek in de damwand in het Vragenderveen.   Natuurmonumenten geeft aan dat de negatieve effecten van het afvoeren van afgezaagde berken  în herstellend hoogveen groter zijn dan het laten liggen hiervan (wordt hoogveen). In overleg met  de provincie wordt onderzocht of de maatregel kan worden aangepast, zodat afgemaaide opslag  kan blijven liggen.   Watercrassula vormt momenteel een bedreiging voor de ontwikkeling van het habitattype Zwak  gebufferde vennen H3130 op nieuwe locaties. Om de verbreiding van watercrassula op de bezochte  locaties 12 en 13 te monitoren en eventuele bestrijdingsmogelijkheden te onderzoeken zal H. van  Kleef (St. Bargerveen) een voorstel uitwerken voor Natuurmonumenten en de Provincie. Provincie  en Natuurmonumenten onderzoeken mogelijkheden om het onderzoek en eventuele maatregelen  die daar uit volgen te kunnen financieren. Het onderzoek zal zich richten op: monitoring van de  ontwikkeling van watercrassula op de bezochte locaties; onderzoeken van standplaatsfactoren die  het succes van watercrassula en concurrerende gewenste soorten bepalen; zoeken van donorloca-  ties van soorten die met watercrassula kunnen concurreren.   De Provincie meldt dat vorderingen worden gemaakt met de functieverandering van de percelen in  de zuidelijke en oostelijke randzone. Dit is noodzakelijk om de benodigde inrichtingsmaatregelen in  de waterhuishouding te kunnen uitvoeren.    Daarnaast is het volgende naar voren gekomen:    Natuurmonumenten spreekt de wens uit voor een update van een onderzoek van de macrofauna  in het hoogveen. Dit onderzoek is eind jaren ‘90 reeds uitgevoerd door Stichting Bargerveen, er is  dus een nul-situatie voorhanden. Natuurmonumenten zal hiervoor een voorstel indienen bij de Pro-  vincie.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum)    (datum)    0000000515</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>