<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: | LANDGOEREN BRUMMEN (58)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 22 MEI 2017    Aanwezig namens Provincie:   Aanwezig namens Terreinbeheerder:   Overige aanwezigen:   Datum bezoek: 22 mei 2017    Doel  Het doel van het veldbezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in het  Natura 2000-gebied zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de  PAS-Gebiedsanalyse van het gebied. Dit in het licht van de uitgevoerde en voorge-  nomen PAS-maatregelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de  habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en  vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het gebied plaatsvindt.  Voorbereiding:  Als voorbereiding op het veldbezoek is de Gebiedsanalyse bestudeerd en is de be-  heerder bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld. Op basis hiervan  is een selectie van te bezoeken locaties en habitattypen gemaakt. Alle stikstofgevoe-  lige habitattypen waarvoor instandhoudingsdoelen gelden, zijn hierbij in beschou-  wing genomen. Bij de keuze van de te bezoeken locaties is gefocust op:  e signalen van de beheerder dat er mogelijk een onvoorziene ontwikkeling  gaande is op locaties met bestaand habitattype,  nieuwe ontwikkelingen na herinrichting buiten bestaande habitattypen: zijn  hier ontwikkelingen zichtbaar die er op wijzen dat zich hier nieuwe habitat-  typen gaan ontwikkelen door verschuivingen van gradiëntlocaties waar de  huidige staat van het habitattype niet goed bekend is,    locaties waarover onduidelijkheid bestaat over uit te voeren maatregelen  door verschillen tussen de maatregelenkaart uit de Gebiedsanalyse en uit de  uitwerking van het Natura 2000 beheerplan.    Tijdens het veldbezoek waren de habitattypenkaart, maatregelenkaart en AHN2  hoogtekaart beschikbaar. Om het pH-profiel van de bodem in het veld te kunnen  bepalen was er een bodemboor aanwezig, demiwater en Merck pH-strookjes.    Bevindingen  Locatie 1: Hiemberg    In deelgebied Hiemberg is habitattype Vochtige alluviale bossen (H91EOC) ten noor-  den van de Hoevesteeg bezocht (zie Figuur 1).         0000000516</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         Figuur 1: Ligging locatie 1  Deze locatie is bezocht omdat de kwaliteit van het habitattype niet goed bekend is  bij de beheerder. Bovendien is op de maatregelenkaart in het beheerplan aangege-  ven dat de noordelijk van het perceel gelegen Tondensche beek moet worden  verondiept (M1A). Deze maatregel is echter niet aangegeven op de maatregelen-  kaart in de PAS-Gebiedsanalyse (versie 15-2-2017). In de Gebiedsanalyse is wel aan-  gegeven dat in de komende beheerperiode nader onderzoek uitgevoerd dient te  worden naar de eco-hydrologie van de vochtige alluviale bossen en eventueel nood-  zakelijke maatregelen in de nog niet onderzochte delen van het deelgebied Hiem-  berg. Het gaat hier met name om de drainerende werking van de Tondense beek.  Tijdens het veldbezoek was de locatie erg droog, alleen in de diepste rabatsloten  bevond zich water (zie Figuur 2).   - a Hey .    U jef". B  ye         Figuur 2: Vochtig alluviaal bos ten zuiden van Tondense beek    0000000517</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    oe 1 Et eee Nn  Figuur 3: Tondense beek ten noordwesten van locatie 1  Deze lage waterstand wordt voor een belangrijke deel veroorzaakt door de lange  droge winter en voorjaar voorafgaand aan het veldbezoek. In de diepere rabatsloten  bevonden zich grote zeggensoorten (zoals moeraszegge) en gele lis. Op de rabatten  bevond zich o.a. bosanemoon. Met een boring is de basentoestand van de bodem  van een rabat onderzocht. Hieruit bleek dat de bodem licht is aangerijkt met basen  (10 cm: pH 5,2; 30 cm pH 5,4; 50 cm pH:5,6). Het is niet bekend of er nog steeds  sprake is van een periodieke aanvoer van basenrijk grondwater. Met name de sloot  aan de noordzijde van het bos is diep en ontwaterend. De westelijke sloot is minder  diep en niet onderhouden. Om een indruk te krijgen van de mogelijk ontwaterende  werking van de Tondense beek is deze bezocht op een locatie ten noordwesten van  het bosperceel. De beek had hier een forse ontwaterende invloed op de omgeving  (zie Figuur 3).  De conclusie van het bezoek was dat het goed mogelijk is dat het alluviaal bos onder  invloed staat van verdroging en wegvallen van periodieke aanvoer van basenhou-  dend grondwater. Het in de gebiedsanalyse aangegeven nadere onderzoek is nodig.  Hieruit moet blijken of verondiepen/dempen/omleiden van de Tondensche beek of  andere watergangen noodzakelijk is. Provincie zoekt in overleg met Natuurmonu-  menten nader uit of er hier al in de eerste beheerplanperiode herstelmaatregelen  moeten worden uitgevoerd, of dat er, conform de gebiedsanalyse, in deze periode  alleen nader onderzoek plaatsvindt.    Locatie 2: Voorstonden.  In deelgebied Voorstonden is het habitattype Vochtige alluviale bossen (H91EOC) in  het westen bekeken, tussen de Voorstondense straat en Oekense beek (zie Figuur 4).         0000000518</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    AG    COD 7 Ww ,  “ ht m5 as  , gy    iguur 4: Ligging locatie 2 westelijk deel Landgoed Voorstonden  Voor Voorstonden en Leusveld heeft Natuurmonumenten recent een ecohydrolo-  gische systeemanalyse laten uitvoeren en herstelvisie laten opstellen ten behoeve  van het herstel van het habitattype vochtige alluviale bossen. Tevens is een deelplan  opgesteld voor de bezochte locatie: het gebied De Hoeven — Berkendijke. Dit deel-  plan voorziet in het herstel van het slenkensysteem tussen de Voorstondense straat    en Oekense beek (zie Figuur 5).    a =  Plankaart De Hoeven-Berkandgke met de topografke als ondergrond (dafintet. apnt 2017)    Figuur 5: Maatregelkaart deelplan De Hoeven - Berkendijke april 2017         0000000519</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Figuur 6: Droge noordelijke slenk i    Het herstel van de slenken kan gevolgen hebben voor de huidige locaties met habi-  tattype Vochtige alluviale bossen zoals deze nu op de habitattypenkaart staan. Daar-  om zijn deze locaties bezocht evenals de locaties waar de slenken volgens het plan  zullen worden gerealiseerd. De gelopen route is met een rode stippellijn aangegeven  op Figuur 5. Door de droge omstandigheden stonden de noordelijke en zuidelijke  slenk tijdens het veldbezoek droog. Het voorkomen van gele lis in de rabatsloot geeft  echter aan dat er sprake is van langdurig natte omstandigheden. Uit de maatrege-  lenkaart van het deelplan blijkt dat ten behoeve van het herstel van de slenken bo-  men moeten worden verwijderd uit het habitattype en de bodem moet worden af-  gegraven (zie Figuur 6).   Provincie en Natuurmonumenten gaan nader uitzoeken of het habitattype op deze  locatie op het moment nog aanwezig is en of voor de uitvoering van de werkzaam-  heden een vergunning nodig is. Daarnaast is er de behoefte bij de terreinbeheerder  om de PAS-maatregelenkaarten voor de deelgebieden Hiemberg, Voorstonden en  Leusveld te actualiseren op basis van de nadere invulling in de nieuwe plannen.  Locatie 3: Leusveld   Tijdens het veldbezoek zijn de habitattypen Vochtige alluviale bossen (H91E0C) en  Heischrale graslanden (H6230) bezocht in het noordoostelijke deel van het Leusveld,  langs de Vosstraat (zie Figuur 7).         0000000520</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Figuur 7: Looproute locatie 3 Leusveld bij Vosstraat  Locatie 3a en 3C: Tijdens het veldbezoek viel op dat de rabatbossen aan weerzijden    van de Vosstraat die op de habitattypenkaart staan aangegeven als habitattype  Vochtige alluviale bossen (H91E0C) erg droog zijn en vooral uit eik bestaan en er zeer  weinig zwarte els in voorkomt. Het wordt aanbevolen om te controleren of deze  bospercelen vegetatiekundig nog wel voldoen aan het habitattype vochtig alluviaal  bos. Wanneer het waterschap kiest voor omleiding van de Oekense beek via de  bermsloot van de Vosstraat (variant 3) zou het kunnen dat deze percelen verder  verdrogen, omdat de bermsloot moet worden verdiept om het water van de Oeken-  se beek af te voeren. Aangezien de bospercelen nu al erg droog zijn, is dit een poten-  tieel risico voor de instandhouding van het habitattype in deze percelen, er van uit-  gaande dat de percelen kwalificeren als habitattype. De positie van het habitattype  Vochtige alluviale bossen H91EOC zal in het Natura 2000 gebied veranderen na her-  stel van de slenken in deelgebied Voorstonden. Er zullen daar naar verwachting goed  ontwikkelde vochtige alluviale bossen ontstaan in de herstelde slenken, waarbij de  slenken als beek gaan fungeren. Dit betekent dat de habitattypenkaart na herstel  van de slenken geactualiseerd zal moeten worden.   Locatie 3b: Het heischraal grasland (H6230) bevindt zich op een kruispunt van brede  bospaden, die in het verleden als schietbaan zijn gebruikt. De noordoosthoek van de  open plek is aangemerkt als heischraal grasland. Het betreft een kleine oppervlakte  (net meer dan 100 m2) van de droge variant van het habitattype. Hier zijn hertshooi,  tormentil, schapengras, reukgras en hengel aangetroffen. De pH van de bodem is  met pH papier doorgemeten. Hieruit bleek dat de pH H20 over de gehele diepte van  het profiel 5,3 bedroeg (de met het pH papier gemeten waarden zijn met 0,5 ver-  hoogd conform de aanwijzing van Han Runhaar). Het grondwater bevond zich op 100  cm —maaiveld. Het profiel was erg droog met een geschatte GLG van ca. 110 cm -mv  en GHG van 70 cm -mv. De bodem was tot een diepte van 90 cm verstoord, waarbij  zwarte leem door bruin roestig zand, deels grof zand is gewerkt. De donkere boven-  grond was niet verstoord (ca. 40 cm), waaruit blijkt dat de bodem is ontstaan door  ophoging van de paden bij het op rabat leggen van het bos. Hierdoor is enigszins         0000000521</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    lemige en basenhoudende bodem hoog in het profiel aangebracht. Op grond van de  diepe grondwaterspiegel is het de vraag of hier aanrijking plaats kan vinden van ba-  senhoudend grondwater. Het heischraal grasland is kwetsbaar, onder andere door  de kleine oppervlakte. Het lijkt vrij stabiel, maar ligt op een kunstmatig ontstane  groeiplaats die op lange termijn waarschijnlijk langzaam verzuurt. Door de onna-  tuurlijke hoge ligging en kunstmatige ontstaanswijze lijken kansen voor herstel ge-  ring.   Locatie 4: Empese en Tondense heide   In het deelgebied Empese en Tondens heide zijn enkele jaren geleden herstelmaat-  regelen uitgevoerd op landschapsschaal. Hierdoor zijn er veel nieuwe ontwikkelin-  gen, en is er net als vorig jaar voor gekozen om hier bij het veldbezoek veel aandacht  aan te geven. De gelopen route en de ligging van de hieronder besproken locaties op    de Empese en Tondense heide wordt getoond in Figuur 8.  A . ‘ , . *    VON |  _N ap Empescne en Ton wn sche Her 8    LO    -  "   %- ‘   . te .    a  a  >    Figuur 8: Looproute locatie 4 Empese en Tondense heide  Locatie 4A: De bestaande habitattypen zwak gebufferd ven (H3130), zuur ven  (H3160), vochtige heide (H4010A) en blauwgrasland (H6410) lijken op deze locatie  stabiel. Op de overgang van het zwak gebufferde ven naar de dekzandrug aan de  oostzijde hiervan is zich een nieuw vochtig heischraal grasland aan het ontwikkelen  met o.a. blauwe knoop en tormentil. Het blauwgrasland ligt op een oude plagstrook.  Hier is op meerdere plaatsen blauwe zegge en Spaanse ruiter aangetroffen, hetgeen  er op duidt dat dit blauwgrasland zich goed ontwikkelt (zie Figuur 9). De bodem  toonde tekenen van langdurige inundatie, wat erop kan duiden dan de locatie moge-  lijk te nat is geworden. De vegetatie leek hier niet door verstoord, maar het is van  belang om de ontwikkeling goed in de gaten te houden         0000000522</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    do N  Ee  N  Dn  Ni u :    met Spaanse ruiter    Locatie 4B: De Zilvense broekbeek is bezocht. Bij herinrichtingsmaatregelen in het  verleden zijn de Oude Voorsterbeek en de oorspronkelijke Zilvense broekbeek ge-  dempt en is de huidige meanderende Zilvense broekbeek gegraven. Deze is echter  erg diep in het landschap ingesneden (bodemhoogte 8,34 m. +NAP) en heeft met  een bodembreedte van ca. 2,5 m. nog steeds een forse ontwaterende invloed op de  omgeving. Uit recent hydrologisch onderzoek van Hullenaar blijkt dat deze beek ba-  senhoudend kwelwater afvangt en de grondwaterstand verlaagt, zodat het periodiek  uittreden van basenhoudend kwelwater in een deel van de Empese heide wordt  gefrustreerd. Nader onderzoek naar de invloed van deze beek op de ontwikkeling  van de Empese heide wordt aanbevolen.   Locatie 4C: Het blauwgrasland aan de westflank van de dekzandrug van de Empese  heide bleek bij het veldbezoek zeer in kwaliteit te zijn achteruitgaan. In het verleden  was hier een gedegradeerde blauwgraslandvegetatie aanwezig met Spaanse ruiter  (veel vegetatieve planten maar slechts weinig bloeiende exemplaren). Nu is er  slechts één bloeiend exemplaar aangetroffen op een klein heuveltje naast de poel.  Daarnaast zijn draadzegge, zwarte zegge en waterpostelein aangetroffen, die wijzen  op zeer natte en matig zure omstandigheden. Dit blauwgrasland is altijd al erg nat  geweest, maar de bodem zag er nu uit alsof deze nu zeer lang onder water heeft  gestaan (zie Figuur 10).         0000000523</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    Figuur 10: In kwaliteit afgenomen blauwgrasland bij locatie 4C. In 2016 heeft het  blauwgrasland tot augustus onder water gestaan. Ook nu stond het water nog in  het grootste deel van het blauwgrasland vrijwel aan maaiveld    Figuur 11: In kwaliteit afgenomen grasland bij locatie 4C. Het water in de laagte  staat precies tot aan de rand van het blauwgrasland.  In 2016 heeft dit blauwgrasland volgens de beheerder tot augustus onder water    gestaan. Tijdens het veldbezoek stond het water in de laagte nog steeds erg hoog en  exact tot de rand van het blauwgrasland (zie Figuur 11). Dit terwijl de voorafgaande  maanden zeer droog zijn geweest. Naar verwachting zal het blauwgrasland in een  normaal jaar nog onder water hebben gestaan. De pH van het bodemvocht op 10 cm  onder maaiveld bedroeg aan de hoge kant van het blauwgrasland in de gradiënt naar         0000000524</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    de dekzandrug 4,7. Dit wijst er op dat er weinig invloed aanwezig is van basenrijk  grondwater. De oorzaak van de achteruitgang kon niet eenduidig vastgesteld wor-  den. De meest waarschijnlijke oorzaak is een combinatie van:   e Te hoog waterpeil in de laagte, waardoor het blauwgrasland te lang onder   water staat en het waterpeil te hoog is ten opzichte van de kweldruk in de  oostelijke dekzandrug onder de Mestweg.  Onvoldoende periodiek uittredend basenhoudend grondwater in het blauw-  grasland. De onvoldoende opbolling wordt mogelijk veroorzaakt door onvol-  doende opbolling van grondwater onder de dekzandrug in combinatie met  een te sterke drainerende werking van de Zilvense broekbeek en nog niet  gedempte deel van de Veldbeek.   Sterke verzuring van de bodem als gevolg van verdroging in het verleden.    Opvallend is dat het noordelijke blauwgrasland (locatie 4A) minder lang onder water  lijkt te staan en de ontwikkeling hier wel goed gaat. Loopt dit deel van de laagte snel-  ler weg via de gegraven slenk?   Het wordt aanbevolen om op korte termijn met deskundigen het veld te bezoeken  om vast te stellen of deze analyse juist is en of er korte- en lange-termijn maatrege-  len mogelijk zijn om het blauwgrasland bij 4C te herstellen.   Locatie 4D: De oostoever van het ven in het zuidwesten (zoekgebied H3130, zwak  gebufferd ven) is bezocht om na te gaan of hier de exoot watercrassula is gekiemd.  Bij sommige veldbezoeken is hier watercrassula aangetroffen, maar bij andere veld-  bezoeken niet. Ook nu is (gelukkig) geen watercrassula gezien; aanspoelsels die dit  voorjaar zijn verzameld door Stichting Bargerveen blijken echter wel van water-  crassula te zijn. De pH van het ven bedroeg 5,6 , hetgeen duidt op zwakke buffering  (pH 5,5-6,5). De mogelijke uitbreiding van watercrassula vanuit het ven bij de Lage  Steenweg blijft een punt van zorg. Bij dit ven bij Lage Steenweg wordt binnenkort  het zeil weggehaald, zodra afzet voor de grond is gevonden die het zeil op zijn plaats  houdt.   Locatie 4E: In de geplagde laagte ten noorden van de Tondense heide is aan de  noordoever gezocht naar watercrassula, maar deze is ook hier (gelukkig) niet aange-  troffen. In de laagte werd vanaf de vlonderbrug een pH 5,0 gemeten met pH papier,  hetgeen duidt op weinig buffering. Volgens de ecologische vereisten zoals vermeld in  de Gebiedsanalyse en website van Natura 2000 kan er bij deze pH wel sprake zijn van  een zwak gebufferd ven (pH 4,5-5,0). Mogelijk is er door de droge winter van  2016/2017 weinig toevoer van basenhoudend grondwater geweest, waardoor het  water in de laagte voornamelijk uit matig zuur regenwater bestond.   Locatie 4F: De oostflank van de laagte van de Tondense heide is op de habitattype-  kaart aangeduid als blauwgrasland. Op deze flank zijn plaatselijk blauwe zegge,  draadzegge en schildereprijs aanwezig. Op basis van de geringe aantallen aangetrof-  fen soorten kon nog geen uitspraak worden gedaan van de ontwikkeling van dit ha-  bitattype.   Locatie AG: De vochtige heide (H4010A) aan de zuidflank van de dekzandrug van de  Tondense heide is bezocht. Hier is dominant dopheide in mozaïek met struikhei,         0000000525</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    kleine zonnedauw en trekrus aangetroffen. De vochtige heide lijkt zich goed te ont-  wikkelen. Buiten het habitattype, in de geplagde laagte ten noorden van de vochtige  heide, is veel veldrus aangetroffen. Dit duidt op een goede ontwikkeling. Het is nog  niet helemaal duidelijk in welke richting de vegetatie zich in deze laagte gaat ontwik-  kelen.   Locatie 4H: Op de hogere delen van de dekzandrug van de Tondense heide ten oos-  ten van de Mestweg, waar eerst een dicht grove dennenbos stond, heeft zich na het  verwijderen van het bos en de strooisellaag een vochtige heide ontwikkeld met veel  dophei. Het lijkt er op dat vochtige heide zich sterk uitbreidt in dit deel van het ge-  bied.   De laagte ten westen van de Mestweg bij 4H had de hoogste pH die tijdens het veld-  bezoek is gemeten: 6,2. Aan de oostoever waren bacterievliezen en roest in het wa-  ter zichtbaar, die duiden op ijzerhoudende kwel. De gradiënt van de dekzandrug naar  de laagte biedt gunstige mogelijkheden voor herstel van vochtige heide, overgaand  via heischraal grasland naar blauwgrasland. Helaas is de gradiënt vrij kort en is hier  niet geplagd. Hier liggen wel goede potenties.    Conclusie  De bevindingen sluiten grotendeels aan bij die uit het veldbezoek van 2016. In de    landgoederen staat met name het habitattype Vochtige alluviale bossen (H91E0C)  nog onder druk, omdat de hydrologische maatregelen hier nog moeten worden uit-  gevoerd. In de Empese en Tondense heide zijn door de uitgevoerde maatregelen  overwegend gunstige ontwikkelingen op gang gebracht. Kanttekening hierbij is wel,  dat de invloed van basenrijk grondwater met name in delen van de Empese heide  tegen lijkt te vallen, en dat hier een van de bestaande blauwgraslandpercelen in  kwaliteit achteruit is gegaan.   De volgende aandachtpunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:   - De kwaliteit van het vochtig alluviaal bos in deelgebied Hiemberg (locatie 1)  ten noorden van de Hoevesteeg gaat waarschijnlijk achteruit door de invloed  van verdroging en wegvallen van periodieke aanvoer van basenhoudend  grondwater. Nader onderzoek is noodzakelijk (maatregel M14 uit de Ge-  biedsanalyse). Hieruit moet o.a. blijken of verondiepen/dempen/omleiden  van de Tondensche beek of andere watergangen noodzakelijk is. Provincie  zoekt in overleg met Natuurmonumenten nader uit of er hier al in de eerste  beheerplanperiode herstelmaatregelen moeten worden uitgevoerd, of dat  er, conform de gebiedsanalyse, in deze periode alleen nader onderzoek  plaatsvindt.   In het kader van de geplande hydrologische herstelmaatregelen in deelge-  bied Voorstonden (Locatie 2) is het van belang om de afbakening van habi-  tattype vochtige alluviale bossen zoals weergegeven op de habitattypenkaart  op enkele locaties te controleren. Provincie en Natuurmonumenten gaan na  of er voor de uitvoering van de herstelwerkzaamheden vanuit de Provincie  een vergunning nodig is. Na herstel van de slenken zal de invloed zal de habi-  tattypenkaart voor het habitattype Vochtige alluviale bossen geactualiseerd         0000000526</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    zal moeten worden omdat de locaties met beekinvloed dan zijn verschoven.  De PAS-maatregelenkaarten voor Hiemberg, Voorstonden en Leusveld die-  nen geactualiseerd te worden op basis van de uitgewerkte uitvoeringsplan-  nen.   De op Leusveld bezochte bospercelen (locatie 3a en 3c}) lijken te droog voor  het habitattype vochtige alluviale bossen. De rabatbossen ogen als eikenbos-  sen. Het is aan te bevelen om deze bossen nader te onderzoeken om te be-  palen of deze vegetatiekundig voldoen aan de definitie van het habitattype.  In het deelgebied Empese en Tondense heide (locatie 4) is de ontwikkeling  overwegend positief, maar er zijn wel enkele zorgpunten geconstateerd.   Het zuidelijke blauwgrasland in de Empese heide (4C) lijkt te lang onder wa-  ter te staan en te veel verzuurd te zijn. Spaanse ruiter is vrijwel verdwenen.  Aanbeveling is dat de provincie op korte termijn een veldbezoek organiseert  met deskundigen, om een advies te geven over welke herstelmaatregelen  mogelijk zijn voor de korte en lange termijn.   Zoals ook al bij het PAS-veldbezoek in 2016 is geconstateerd, zijn er aanwij-  zingen dat de Zilvense broekbeek een ontwaterende en verzurende (weg-  vang basenrijke kwel) invloed heeft op een deel van de Empese heide.  Waarnemingen tijdens dit veldbezoek ondersteunen dit vermoeden. Nadere  analyse hiervan is wenselijk.   Hoewel watercrassula tijdens het veldbezoek niet is aangetroffen, blijft de  aanwezigheid van deze invasieve soort op grond van eerdere waarnemingen  en risico op snelle verspreiding een punt van aandacht voor de ontwikkeling  van het habitattype zwak gebufferd ven (H3130).   Het gebied in het zuidwesten, ten westen van Mestweg (locatie 4H) heeft  een hoge kweldruk en biedt goede kansen voor verdere ontwikkeling van  heischraal grasland en blauwgrasland buiten bestaande habitattypen. Nade-  re analyse van mogelijke nadere invulling van beheer- en inrichtingsmaatre-  gelen wordt aanbevolen om deze kansen optimaal te benutten.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum)    (datum)    0000000527</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>