<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: LANDGOEREN BRUMMEN (58)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 2 JUNI 2016    Aanwezig namens Provincie:   Aanwezig namens Terreinbeheerder:   Overige aanwezigen: -   Datum bezoek: 2 juni 2016    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen  zijn die afwijken van datgene waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbereiding  op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eer-  der waargenomen signalen uit het veld.    Bevindingen   Het gebied is landschappelijk onder te verdelen in een landgoederengebied en een heide-  ontginningsgebied. In het heide ontginningsgebied zijn twee natte heidekernen intact geble-  ven, te weten de Empese en Tondese heide.    Empese en Tondese heide.         in de 80-er jaren werd er nog vanuit gegaan dat dit gebied slechte herstelmogelijkheden had  vanwege de sterk ontwaterende invloed vanuit de omgeving. De GGOR-studie heeft echter  uitgewezen dat met een omvangrijk pakket aan maatregelen herstel wel degelijk mogelijk is.  Veel van deze maatregelen zijn in het gebied van de Empese en Tondese heide al uitgevoerd.  Het afwateringssysteem is ingrijpend aangepast en er zijn al veel gronden ingericht om het  gebied robuuster te maken. Daarnaast is er veel bos verwijderd om de lage vegetaties meer         0000000431</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    kansen te geven. In de Gebiedsanalyse is er dan ook van uit gegaan dat er in de eerste PAS-  periode uitbreiding van areaal en verbetering van kwaliteit mogelijk is van de meeste voor-  komende habitattypen. Bij het veldbezoek is onder meer onderzocht of hier al tekenen van  zichtbaar zijn. Daarbij is de boven afgebeelde route gelopen.    Geconstateerd is dat de hydrologische herstelmaatregelen leiden tot hogere waterstanden.  De water verzamelt zich in slenken en wordt niet meer afgevoerd via sloten en gegraven  ‘beken’ (zie afbeelding), ook in de nieuw aangelegde natuur. Het oppervlaktewater stroomt  over natuurlijke drempels van de ene laagte naar de andere. Dit was goed te zien door de  overvloedige regenval van de afgelopen dagen. pH-metingen van het water wezen uit dat de  waterkwaliteit van plek tot plek verschilt met pH-waarden tussen 4,7 (regenwater-achtig) tot  5,2 (licht basen-aangerijkt). Het herstelde reliëf met ruggen en slenken lijkt inderdaad de  mogelijkheden te scheppen voor het herstel van habitattypen in een natuurlijke gradiënt. De  verschillende soortensamenstelling van de slenken wijst in dezelfde richting. Vermeldens-  waardige plantensoorten in de nieuwe natuur zijn Veelstengelige waterbies, Waterpostelein,  Draadzegge, Geelgroene zeggen, Pilvaren en Veldrus en bijzondere fauna-waarnemingen  betreffen de Zwervende heidelibel en de Zwervende pantserjuffer. Beide zijn pioniersoorten  die wijzen op een gunstige ontwikkeling. Het opladen van de bodem met basen uit het  grondwater zal de nodige jaren vergen, dus het blijft nodig de vinger aan de pols te houden.  Het is aan te bevelen dit oplaadproces de komende jaren te monitoren.   Besproken is dat recent onderzoek erop wijst dat de Zilverense broekbeek, in het noordwes-  ten van de Empese heide, een ontwaterend effect heeft op deten van het Natura 2000 ge-  bied. Deze beek is in het verleden heringericht (meanderend) maar heeft een diep profiel (tot  2 m diep). Monitoring van de ontwikkeling van de habitattypen moet uitwijzen of in de toe-  komst verondieping van deze beek wenselijk is.   Dwars door het gebied loopt een smalle langgerekte bosstrook, die eigendom is van particu-  lieren. Deze kon slechts gedeeltelijk in het herstel van de slenken betrokken worden, waar-  door de mogelijkheden van het gebied nog niet volledig zijn uitgebuit. Bovendien zijn voor de  ontwatering van de bosstrook langs de randen (ondiepe) ontwateringssloten gegraven die de  natuurlijke afvoer van water uit de slenken verstoren. In het westelijk deel is de bosstrook  wel opener gemaakt zodat er landschappelijk wel meer een eenheid is ontstaan, die ook voor  de fauna gunstig is.   Ook op de van oudsher bewaard gebleven heiderestanten is het bos verwijderd en zijn alleen  verspreide boomgroepen gespaard. Het landschap dat hierdoor is ontstaan is nog steeds  meer gesloten dan het oorspronkelijke heidelandschap maar biedt door de afwisseling veel  mogelijkheden voor de fauna, waaronder de Kamsalamander. De flora is er bij gebaat dat de  natuurlijke gradiënten tussen de drogere kopjes en de natte laagten volledig kunnen worden         0000000432</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    benut, zonder dat er scherpe grenzen aanwezig zijn. Geconstateerd is dat er een opmerkelijk  herstel van het landschapsbeeld heeft plaats gevonden (zie afbeelding), wat verwachtingen  schept t.a.v. de ontwikkeling van flora en fauna.    Er zijn een aantal beheerproblemen besproken:   e Het in de Gebiedsanalyse aangegeven areaal voor uitmijnbeheer in de nieuwe natuur  bleek in de praktijk onwerkbaar. Dit is kansrijk in aaneengesloten percelen (en wordt  daar ook toegepast), maar is onwerkbaar en te veel verstorend in een landschap met na-  tuurlijke gradiënten. Gangbaar verschralingsbeheer door maaien en afvoeren spaart de  plaatselijk verschijnende gewenste flora en fauna, levert voedsel voor de Grauwe klau-  wier en is beter in een afwisselend gebied uit te voeren. Uitmijnbeheer vindt hierdoor op  iets andere locaties plaats dan nu in de Gebiedsanalyse is aangegeven. Dit moet verwerkt  worden in de Gebiedsanalyse.   Voor drukbegrazing door schapen op de Tondense Heide is voor één jaar subsidie toege-  kend. Dit beheer (PAS-maatregel) moet echter in de eerste beheerplanperiode jaarlijks  doorgang vinden ten behoeve van behoud en verbetering van de kwaliteit van het hier  aanwezige habitattype Vochtige heide.   Het opperviaktewater trekt ganzen aan, zowel in de winter als in de zomer. Door poepen  en vertrappen verhinderen ze de ontwikkeling van bijzondere vegetaties. Populatiebe-  heer door jagen en verjagen vindt in het voorjaar plaats tot 1 april.   De invasieve aquariumplant Watercrassula vormt een bedreiging voor de zure en zwak-  gebufferde vennen. Eén zwak gebufferd ven waarin de soort domineerde is in 2013 met  plastic afgedekt in de verwachting dat de Watercrassula afsterft, waarna de gewenste  soorten weer vanuit de zaadbank zullen verschijnen. Vrijwilligers zoeken alle natte ter-  reindelen af om mogelijke nieuwvestiging van de Watercrassula te verwijderen. Natuur-  monumenten is van plan om het afgedekte ven in 2017 weer open te maken. Omdat het  hier om een (nu tijdelijk afwezig) habitattype gaat, is het van belang om de ontwikkeling  na het openmaken goed te volgen.    Landgoederen Leusveld en Voorstonden   In de landgoederen gaat het met name om het vochtige alluviale bos (H91E0C). Hiervan zijn  enkele representatieve locaties bezocht (zie kaartje).   Dit is bos wat van nature voorkomt in laagten (slenken) onder invloed van oppervlaktewater  uit beken. De kwaliteit van dit habitattype staat onder druk als gevold van verdroging. Er is  onder andere een toename van bramen te zien in het Vogelkers-Essenbos en bij een florakar-  tering in 2015 is een afname van Muskuskruid, Sleutelbloem en Aronskelk geconstateerd. De  uitvoering van de geplande herstelmaatregelen is dan ook nodig om de kwaliteit te borgen en         0000000433</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    verbeteren.    Geconstateerd is dat de huidige versie van de habitattypenkaart minder vochtig alluviaal bos  laat zien dan eerdere versies. Deze inperking komt vanwege de afbakening van het type in  relatie tot oppervlaktewater (beekinvloed). Geconstateerd is echter dat de huidige watergan-  gen van het gebied nog maar een zwakke relatie hebben met de van nature voorkomende  laagten. Soms doorsnijden waterlopen zelfs droge koppen. Er is nieuw onderzoek beschik-  baar gekomen over het afwateringssysteem en de ligging en het functioneren van slenkenpa-  tronen. Beter lijkt het om in dit gebied het habitattype af te bakenen in relatie tot de op bo-  demkaart en hoogtekaart zichtbare slenken, in plaats van in relatie tot de gegraven beken. De  provincie zal dit samen met Natuurmonumenten oppakken en kortsluiten met de commissie  die de habitatkaarten beoordeelt. Dit is ook van belang omdat het geplande maatregelen-  pakket er op gericht is de ontwatering minder diep te maken en meer de natuurlijke laagten  te laten volgen.    Op Landgoed Voorstonden is een bosje bezocht dat als hoogveenbos (H91E0D) op de habitat-  typenkaart staat. Dit habitattype zal op grond van het voorkomen op deze locatie in de toe-  komst aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000 gebied worden toegevoegd. Het  hier aanwezige bos lijkt sterk op het bos bij Turfveen, op landgoed Leusveld. Aan de hand van  veldbezoek en beschikbare basisgegevens zal de aanwezigheid en afbakening van het hoog-  veenbos door de provincie worden gecontroleerd.    In het Leusveld is behalve vochtig alluviaal bos ook nog een vochtig heischraal grasland aan-  wezig. Dit is het enige stukje van dit habitattype in het Natura 2000 gebied. Het betreft een  klein perceel dat doorsneden wordt door een diepe watergang, de gekanaliseerde Rhien-         0000000434</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    derense Beek. Deze watergang zorgt voor verdroging. De geplande aanpassing van deze beek  moet deze verdroging opheffen. Bij het veldbezoek is geconstateerd is dat het heischrale  graslandje goed stand lijkt te houden, met soorten als Blauwe knoop en Gevlekte orchis. Het  is echter niet bekend welke invloed de verdroging heeft op de bodem. Als die de buffercapa-  citeit onder een bepaalde grens komt, zou in principe snelle verslechtering kunnen optreden  voordat de herstelmaatregelen zijn uitgevoerd. Of dit risico bestaat, kan opgehelderd worden  via een klein onderzoek naar de buffercapaciteit van de bovengrond.    Conclusie   In de Empese en Tondese heide is met een uitgebreid maatregelenpakket een gunstige ont-  wikkeling op gang gebracht die in de eerste PAS-periode waarschijnlijk zal leiden tot uitbrei-  ding van areaal en toename van kwaliteit van de habitattypen. Landschappelijk is het gebied  nu al veel meer een natuurlijk functionerende eenheid dan het een jaar of 10 geleden was.   In de landgoederen moeten de hydrologische maatregelen nog uitgevoerd worden. Het voch-  tig alluviale bos en het heischraal grasland staan onder druk.    De volgende aandachtspunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:  Monitoring van het verloop van het opladen van de bodem met basen uit het  grondwater in de Empese en Tondense heide,  Aanpassen in de Gebiedsanalyse van de locaties waarop uitmijnbeheer plaatsvindt.  Borgen van de financiering voor jaarlijkse drukbegrazing door schapen op de Ton-  dense Heide gedurende de eerste beheerplanperiode,  Vinger aan de pols houden bij de ontwikkeling van het nu afgedekte zwakgebufferde  ven bij de Empese Heide wanneer dit weer open is gemaakt,  Controleren en zo nodig bijstellen van de afbakening van de habitattypen Vochtige  alluviale bossen (H91EOC) en Hoogveenbos (H91D0) op Leusveld en Voorstonden.  Onderzoeken van de buffercapaciteit van de bovengrond in het heischrale grasland-  perceel op Leusveld.    Dit verslag is vastgesteld door:  Handtekening Handtekening    (datum) (datum)         0000000435</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>