<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GeBlep: LINGEGEBIED EN DIEFDIJK zuID (70)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 8 JUNI 2016    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Datum bezoek: 8 juni 2016    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen  zijn die afwijken van datgene waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbereiding  op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eer-  der waargenomen signalen uit het veld.   De voor de PAS relevante verzuringsgevoelige habitattypen zijn de vochtige alluviale bossen  (beekbegeleidend bos, H91E0C en essen-iepenbos, H91E0B) en het kalkmoeras (H7230).    Bevindingen   In verband met de langgerekte vorm van het gebied is het doorkruist via de wegen, met op  representatieve plekken een uitgebreider bezoek te voet door het terrein (zie kaartje met  afgelegde route). Het accent lag op de Gelderse gebiedsdelen. Met Zuid-Holland is de af-  spraak gemaakt om in 2017 de gebieden van Zuid-Hollands Landschap in de route op te ne-  men. Inge de Vos van de provincie Zuid-Holland is daarvoor contactpersoon.    B  . NE  Pd    Segment 2    Het Kalkmoeras (H7230) komt actueel alleen voor in de Put van Bullee en het aangrenzende  perceel nieuwe natuur. Het perceel nieuwe natuur is ca. 10 jaar geleden ingericht en hier  komt al een groot deel van de soorten van het kalkmoeras voor. Waargenomen zijn o.a.  Vleeskleurige orchis, Grote ratelaar, Veldrus, Blauwe zegge, Dwergzegge, Moeraswespenor-  chis en Grote keverorchis. Het oorspronkelijke terreindeel is deels van bos en struweel ont-         0000000436</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         daan en vormt nu een landschappelijk geheel met het nieuwe perceel. In het oudere perceel  zijn veel van de kenmerkende soorten aangetroffen, waaronder de Addertong. Een vrij groot  deel van dit perceel blijkt vorig jaar niet gemaaid te zijn, vanwege te natte terreinomstandig-  heden door overvloedige neerslag in augustus/september. Dit uit zich nu in elzenopslag en  overstaand riet (zie foto). Aandacht voor het beheer is geboden om verruiging geen kans te  geven. In een normaal jaar wordt slechts ca. 10% van het oppervlak niet gemaaid t.b.v. de  (insecten)fauna, zoals de Moeras- en Sabelsprinkhaan.         Langs de Diefdijk ligt een perceel waarin recent het bos is verwijderd t.b.v. de uitbreiding van  kalkmoeras. Hier zijn o.a. Cyperzegge, Koekoeksbloem en Veldrus waargenomen, maar de  kenmerkende soorten van het habitattype ontbreken nog. De vegetatie is nog zeer open,  zodat het opbrengen van geschikt maaisel de gewenste ontwikkeling kan stimuleren. Nood-  zakelijke lijkt dit echter niet, want Hans van Heiningen meldt na afloop van het veldbezoek  dat op het in 2005 ingerichte “Weitje van Welie” in 2010 voor het eerst de Moeraswespenor-  chis is verschenen, naast Rietorchis en Vleeskleurige orchis, zonder dat daar maaisel is opge-  bracht.    Verder langs de Diefdijk en de Nieuwe Zuider Lingedijk is op uitgebreide schaal nieuwe na-  tuur recent ingericht om de verdroging van het alluviale bos te beperken en uitbreiding ervan  mogelijk te maken. Geconstateerd is dat op deze terreintjes inderdaad snel een ontwikkeling  naar alluviaal bos op gang komt. (zie foto).    0000000437</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>         Op andere percelen wordt t.b.v. de variatie in het gebied echter een maaibeheer toegepast,  wat zal uitmonden in typen vochtig hooiland, zoals Dotterbloemhooiland. Dit vormt onder-  deel van het biotoop van de Kamsalamander. Ook op de percelen waar Dotterbloemhooiland  wordt nagestreefd is waargenomen dat maar weinig doelsoorten ontkiemen. Hier kan even-  eens het opbrengen van maaisel van een goed ontwikkeld terrein de ontwikkeling versnellen.    In het alluviale bos komt volgens de beheerder plaatselijk Keverorchis voor. De kwaliteit van  het bos is bij een steekproefgewijs veldbezoek niet goed vast te stellen. Er zijn geen afwijkin-  gen geconstateerd die aanleiding geven tot zorg. Het bos ziet er visueel uit zoals verwacht  mag worden (zie foto)    ed    Langs de Linge is het beheer vooral gericht op behoud van de bestaande waarden. Er zijn  weinig locaties waar verbeteringen mogelijk zijn. Het Zwanendal is een uitzondering. In deze  uiterwaard is het oorspronkelijke cultuurhistorische rabattenpatroon hersteld, onder meer  t.b.v. de uitbreiding van ruigten en zomen. Deze zijn in het kader van de PAS echter niet rele-  vant omdat ze niet verzuringsgevoelig zijn.    J         0000000438</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Conclusie  Er is geen reden dat de behoudsdoelstelling voor de stikstofgevoelige habitattypen in de    eerste PAS-periode niet gehaald zou kunnen worden. Maatregelen die genomen zijn voor  uitbreiding van de habitattypen zullen conform de verwachting pas in de 2° of 3° PAS-periode  leiden tot de beoogde habitattypen.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000439</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>