<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 071 LOEVESTEIN, POMPVELD EN KORNSCHE BOEZEM  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 24 MEI 2017    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 24 mei 2017    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen  zijn die afwijken van datgene waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbereiding  op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eer-  der waargenomen signalen uit het veld. De Gebiedsanalyse voor dit gebied geeft aan dat voor  de PAS relevante verzuringsgevoelige habitattypen (Glanshaverhooiland, H6510A en Stroom-  dalgrasland, H6120) alleen voorkomen in deelgebied Loevestein. Het veldbezoek is daarom  beperkt tot dit deelgebied. Vorig jaar is het veldbezoek vooral gericht geweest op te behouden  en het te ontwikkelen areaal glanshaverhooiland in het oosten. Dit jaar zijn tevens de overige  gebieden bezocht die zijn aangewezen als Glanshaverhooiland of Stroomdalgrasland (H6120)  en is er gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden van deze habitattypen.    Bevindingen  Op onderstaande habitattypenkaart zijn de bezochte locaties genummerd. Op de habitatty-    penkaart staan tevens de aanwezige habitattypen die niet in het aanwijzingsbesluit zijn op-  genomen. Deze habitattypen zijn in dit gebied niet in de PAS opgenomen. Locaties 1, 2 en 3  betreffen habitattypen die wel in de PAS zijn opgenomen.         = provincie    H2K_HK_T4_Loevestein.P ompv eld. Kormse he_Boe zeen _112016_v 10  FT in Home etd. - - al Gelderland    Legenda    WME uss:  EN n::::   HAZE  BES HEIDA   Hers A  EN asc:  EN ex                             0000000533</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Glanshaverhooiland (H6510A)   Ten zuiden van Slot Loevestein zijn enkele langgerekte percelen met dit habitattype op de  habitattypenkaart opgenomen (locatie 1). De beheerder geeft aan dat hier al ruim 10 jaar niet  gemaaid wordt, terwijl dit een vereiste is voor glanshaverhooilanden. Bij het meest oostelijke  snipper wordt geconstateerd dat hier twee jaar geleden een asfaltweg is aangelegd in het  kader van het project Munnikenland. Dit project heeft een Natuurbeschermingswetvergun-  ning gekregen. De provincie geeft aan de habitattypenkaart voor de locatie aan te zullen pas-  sen. In de gebiedsanalyse was al uitgegaan van de situatie in het westelijk deel van het gebied  (locatie 1) zoals aangetroffen (paragraaf 4.3.A van de gebiedsanalyse).   Het grootste areaal Glanshaverhooiland bevindt zich in het oosten (locatie 2). In het kader  van rivierverruimende maatregelen wordt in dat deel conform de verleende natuurbescher-  mingswetvergunning glanshaverhooiland gerealiseerd tussen de nieuw aangelegde geul en  de bandijk en op de landtong tussen de takken van de geul. De inrichting is voltooid en het  beheer is in uitvoering. De verwachting is dat op termijn het areaal glanshaverhooiland , aan  de PAS en Natura 2000 opgave voldoet. De provincie geeft aan de habitattypenkaart voor  deze locatie aan te zullen passen.    De kwaliteit van het areaal Glanshaverhooiland kon tijdens het veldbezoek niet worden be-  oordeeld, omdat het was gemaaid (zie foto). Dit vroege maaien is uitgevoerd ter invulling van  PAS-maatregel M2: hooilandbeheer. De eerste keer maaien gebeurt op het moment dat de  grassen in bloei komen. Beoogd wordt de vegetatie te verschralen zodat meer openheid  wordt verkregen. Hierdoor wordt uitbreiding en vestiging van kenmerkende soorten mogelijk  gemaakt. In de loop van de jaren, wanneer de grassen door verschraling steeds minder do-  minant worden, zal het maaimoment steeds verder opschuiven naar achteren. De beheerder  heeft bij het maaien geen faunastroken gespaard. De reden daarvoor is dat een aantal jaren  (twee keer) integraal maaien noodzakelijk is om het gebied verder te verschralen. De stroken  die niet zouden worden gemaaid, zouden een relatief grote terugval krijgen. Daarom is ervoor  gekozen om het gebied de komende jaren integraal te maaien, daar zullen alle faunasoorten    op termijn van profiteren. Momenteel komen er alleen algemene faunasoorten voor die toe-  vlucht kunnen zoeken in de (niet gemaaide) omgeving. Uiteindelijk zal één maaibeurt genoeg  zijn en komen faunastroken weer in beeld.    Grootste areaal Glanshaverhooiland van het Natura 2000-gebied dat ten tijde van het veld-  bezoek was gemaaid.    Stroomdalgrasland (H6120)   Op de oeverwal langs de Waal is nu op twee locaties als Stroomdalgrasland (H6120) op de  habitattypenkaart aangegeven. De meest westelijk gelegen locatie hiervan is bezocht (locatie  3, zie foto). Langs deze locatie is recent een nevengeul gegraven. De vegetatie lijkt door toe-  name van haakmos te vervilten, mogelijk doordat er te weinig vers kalkrijk materiaal wordt         0000000534</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    aangevoerd. Dit wordt echter niet toegeschreven aan de komst van de nevelgeul. Op de rest  van de oeverwal heeft de vegetatie vergelijkbare kenmerken (locatie 4) en ziet er plaatselijk  zelfs beter uit dan op de aangewezen locatie. Er lijken potenties aanwezig voor de ontwikke-  ling van stroomdalgrasland. Momenteel vindt hier verlengde seizoensbegrazing plaats. Vast-  gesteld wordt dat het voor stroomdalgrasland van belang is dat de vegetatie kort de winter  in gaat. Staatbosbeheer overweegt om in dit gedeelte op korte termijn jaarrondbegrazing te  introduceren. Het is de vraag of dit voor dit habitattype optimaal is. Door SBB zal worden  verkend welke vormen van aanvullend beheer de ontwikkeling naar stroomdalgrasland kun-  nen stimuleren (PAS-maatregel M3: aanvullend maaibeheer) en waar dit wordt ingezet. Mo-  gelijkheden zijn maaien en drukbegrazing. Het type beheer zal onder andere afhangen van de  voorkomende soorten, overstromingsduur en openheid. Daarbij is monitoring van belang om  de kansrijkdom van het beheer vast te leggen (PAS-maatregel M4: monitoring vegetatieont-  wikkeling). Aandachtspunt voor provincie en SBB is de afstemming van deze monitoring met  de PAS-procesmonitoring en SNL-monitoring, om dubbel werk te voorkomen. Bovendien  wordt bij Ewijk momenteel onderzocht welke invloed verschillende, op begrazing aanvul-  lende, beheervormen hebben op de ontwikkeling van stroomdalgrasland. Afstemming van  monitoring en onderzoek is gewenst.    Meest westelijke aangewezen Stroomdalgrasland.    Overige waarnemingen   Tot slot is het habitattype Meren met krabbenscheer (H3150) bezocht. Dit type is niet als  stikstofgevoelig aangemerkt in de gebiedsanalyse. Het habitattype ziet er stabiel uit met soor-  ten van de associatie van groot blaasjeskruid.    Conclusies 2017   De habitattypen in het Natura 2000-gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de  gebiedsanalyse. De habitattypenkaart dient voor de glanshaverhooilanden geactualiseerd te  worden. Dit is in de gebiedsanalyse al aangegeven (4.3.a).    De volgende aandachtspunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:  e Op termijn dient er door de provincie te worden nagegaan of het areaal Glansha-  verhooiland zich voldoende ontwikkelt.  e De verschillende typen monitoring (PAS-procesmonitoring, SNL en aanvullend vanuit  de PAS) dienen goed op elkaar te worden afgestemd.         0000000535</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    SBB verkent dit jaar de mogelijkheden voor aanvullend beheer op de oeverwal langs  de Waal om de ontwikkeling tot stroomdalgrasland te stimuleren en daarmee uit-  breiding van het habitattype te bewerkstelligen. Waarnemingen tijdens het veldbe-  zoek duiden op de aanwezigheid van goede potenties voor de ontwikkeling van dit  habitattype.    Bevindingen uit verslag 2016 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2017  Hieronder zijn de aandachtspunten uit het verslag van vorig jaar opgesomd en is er een reac-    tie gegeven op basis van het veldbezoek van dit jaar (schuingedrukt).   2016: Op het “schiereiland” tussen twee uitlopers van de nevengeul komt Beemd-  kroon en Veldsalie voor. Zij houden goed stand, alhoewel het hier wat droger ge-  worden lijkt te zijn als gevolg van het graven van de strang. Mogelijk is dat de oorzaak    voor het voorkomen hier van Jakobskruiskruid. Deze locatie dient volgend jaar weer  bezocht te worden.   2017: Het grasland wos integraal gemaaid waardoor hier geen zicht op kon worden  gekregen.   2016: Op de oeverwal langs de Waal komt sporadisch stroomdalgrasland (H6120)  voor. Op locaties waar weliswaar geen kwalificerend stroomdalgrasland op de habi-  tattypenkaart staat, is wel een vegetatie aanwezig is met vergelijkbare kenmerken.  Het lijkt mogelijk dat het stroomdalgrasland zich hier uitbreidt onder het begrazings-  beheer. Een tijdige herkartering zal dit moeten uitwijzen.   2017: Er wordt door SBB dit jaar een verkenning gedaan voor aanvullend beheer  waaronder deze vegetaties zich mogelijk kunnen ontwikkelen tot kwalificerend  stroomdalgrasland.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum)    (datum)    0000000536</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>