<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 038 RIJNTAKKEN  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 14 JUNI 2016, 15 JUNI 2016 EN 22 JUNI 2016    Aanwezig namens Provincie:  14 juni 2016    Utrecht    15 juni 2016    Gelderland: EN ver see)    Utrecht:  Overijssel:    22 juni 2016  Gelderland  Aanwezig namens Terreinbeheerder:  14 juni 2016  SBB:  15 juni 201    22 juni 201  S88:    Overige aanwezigen: -    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in het gebied Rijn-  takken zich ontwikkelen zoals beschreven in de PAS-gebiedsanalyse voor dit gebied. Omdat  we nog in het begin van de eerste PAS-periode staan, zijn daarnaast ook de voorgenomen  maatregelen besproken en het verwachte effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen.  Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder  bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld. Het veldbezoek is een aanvulling  op de overige monitoring in het kader van PAS. Tijdens het veldbezoek is alleen gekeken naar  visueel waarneembare aspecten.    Bijlage: kaarten met de locaties die zijn bezocht en toelichtende foto’s.              Bevindingen  Doordat de Rijntakken een groot gebied is het niet mogelijk om alle locaties met stikstof    gevoelige habitattypen te bezoeken. Dit jaar is gekozen aandacht te besteden aan de stik-  stofgevoelige typen H6120 Stroomdalgraslanden en H6510A Glanshaver- en vossenstaart-  hooilanden (glanshaver). Door SBB zijn een aantal representatieve locaties uitgekozen. Langs  de IJssel zijn de gebieden Cortenoever en Wilpse Klei bezocht (15 juni) en langs de Waal de  Millingerwaard (22 juni). Langs de Neder-Rijn is de Amerongse Buitenpolder bezocht (14  juni).   Het veldbezoek heeft zich gericht op de actueel aanwezige habitattypen en op de ontwikke-  ling van de habitattypen op nieuwe locaties. Hierbij is door SBB een toelichting gegeven op  de ontwikkelingen in de vegetatie, te nemen maatregelen en beheer.   Het bezoek langs de IJssel en de Neder-Rijn richtte zich op de veelal geperceleerde ontwikke-  ling en beheer van beide habitattypen door middel van maaien en/of beweiding. De focus  van het bezoek aan de Millingerwaard lag op de ontwikkeling van H6120 Stroomdalgraslan-  den binnen grootschalig integraal jaarrond begraasde gebieden. Tijdens de veldbezoeken is in  het bijzonder gekeken naar de PAS-doelstelling behoud van de habitattypen H6120 Stroom-         0000000418</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    dalgraslanden en H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver). Daarnaast is  gekeken naar kwaliteitsverbetering en uitbreiding van beide habitattypen. Uitbreiding en  kwaliteitsverbetering zijn opgaven vanuit het concept ontwerp Natura 2000 beheerplan en    zijn geen PAS opgave.  Onze waarnemingen/bevindingen zijn:    Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op belangrijke veranderingen in het  gebied die afwijken van de in de gebiedsanalyse aangegeven ontwikkeling in de bei-  de habitattypen.   In 2016 brengt SBB Gelderland voor beide habitattypen in beeld welke (PAS) maat-  regelen genomen kunnen worden voor kwaliteitsverbetering en voor nieuw ontwik-  keling. Het onderzoek hiervoor bestaat uit een visuele waarneming van de vegetatie  en bodem in combinatie met gegevens over hoogteligging en overstroming. Het re-  sultaat is per locatie een advies over het te voeren beheer gericht op kwaliteitsver-  betering en nieuw ontwikkeling. De resultaten van het onderzoek zijn op het mo-  ment van het veldbezoek nog niet bekend. Wel zijn in het veld met de onderzoeker  zijn bevindingen besproken.   Het onderzoek levert de verwachting op dat op veel plaatsen de PAS maatregelen  extra maaien kwaliteitswinst en nieuw ontwikkeling van de beide habitattypen op  gaat leveren. De waarnemingen tijdens het veldbezoek hebben deze verwachting  bevestigd. De bezochte habitattypen en te ontwikkelen percelen betroffen in vrijwel  alle gevallen dichte vegetaties met een groot aandeel grassen en een beperkt aan-  deel kruidachtigen. Ervaringen elders met vergelijkbare vegetaties met grasdomi-  nantie (bv. Tolkamerdijk) hebben de beheerder geleerd dat met enkele jaren inten-  sief maaien de bedekking van grassen sterk afneemt en het aandeel kruiden sterk  toeneemt. Door het frequenter, en eerder in de tijd, maaien ontstaat er in de vege-  tatie letterlijk meer ruimte voor kruiden om tot ontwikkeling te komen. Beheerder  spreekt de verwachting uit dat na enkele jaren van intensiever maaibeheer (2 tot 5  jaar, afhankelijk van de uitgangssituatie) een kruidenrijke situatie ontstaat die duur-  zaam behouden blijft.   Bijkomend voordeel van dit beheer is dat de graslanden die hierbij ontstaan beter  geschikt zijn voor Natura 2000 soort kwartelkoning.   De nog te implementeren PAS procesmonitoring is van belang om de vegetatie ont-  wikkeling na intensivering van het maaibeheer te volgen. De provincie heeft samen  met SBB de indicatoren voor de procesmonitoring vastgesteld. Het voornemen van  de provincie en SBB is implementatie van de procesmonitoring voor wat betreft de  SBB terreinen, bij SBB te leggen.   Het onderzoek van SBB heeft zich gericht op de door SBB beheerde terreinen in Gel-  derland. Geconstateerd is dat het zinvol is om ook in de terreinen van SBB in Overijs-  sel en in terreinen van andere beheerders een vergelijkbaar onderzoek te doen. De  verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de terreinbeheerder.   In bezochte gebieden langs de IJssel ligt vanuit het concept ontwerp beheerplan Na-  tura 2000 een uitbreidingsopgave van het habitattype H6430_C Ruigten en zomen  (droge bosranden). Dit betreft geen PAS-opgave. Geconstateerd is dat bv. langs de  struweelhagen in Cortenoever er mogelijkheden liggen voor de gewenste uitbrei-  ding. Hiervoor is in eerste instantie een intensivering van het maaibeheer (met af-  voeren van het maaisel) langs de hagen nodig. SBB zal de implementatie van dit be-  heer op moeten pakken.   Het Natura 2000 gebied Rijntakken kent een uitbreidingsopgave voor H91FO Droge  hardhoutooibossen (geen PAS-opgave). Momenteel is dit type over een klein opper-  vlak in het gebied Cortenoever aanwezig. Ten noorden van dit ‘bosje’ ligt een per-  ceel met goed ontwikkeld stroomdalgrasland met onder andere walstrobremraap. In  de visie die is ontwikkeld voor dit gebied is opgenomen dat dit perceel op langere  termijn doorontwikkeld wordt naar hardhoutooibos. Op korte termijn mag deze  ontwikkel wens niet ten koste gaan van de huidige waarde van het perceel. Op lan-  gere termijn wanneer er op gebiedsniveau voldoende gelijkwaardig habitattype              0000000419</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    aanwezig is (conform Natura 2000 beheerplan} kan doorontwikkeling naar hard-  houtooibos plaats vinden.  In de Millingerwaard is het habitattype H91F0 Droge hardhoutooibossen aanwezig in  het Colenbranderbos. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat het type zich  makkelijk ontwikkelt op meer plaatsen op de oeverwal. Dit verdraagt zich echter niet  met de legger van Rijkswaterstaat. Voor de realisering van de PAS doelstelling vormt  dit echter geen knelpunt.   In de Amerongse Bovenpolder heeft het bezoek zich gericht op het westelijk deel  van de uiteerwaard. Vanaf de Rijnsteeg is het gebied over de zomerkade bezocht.  Geconstateerd is dat de beste glanshaverhooilanden er goed bij liggen met veel  beemdkroon, knoopkruid en karwijvarkenskervel en met een beheer van maaien na  1 juli en nabeweiden. De glanshaverhooilanden liggen hier gedeeltelijk op de zo-  merdijk. Deze dijk is van RWS en wordt beheerd door SBB. Punt van aandacht is het  toekomstig beheer van de zomerdijk: is RWS zich bewust van de aanwezige waarden  en zorgt RWS voor gericht beheer? Contact met RWS hierover is nodig.   Ten behoeve van de uitbreiding van de glanshaverhooilanden (geen PAS-opgave) is  het wenselijk dat het beheer van een aantal percelen wordt geïntensiveerd (extra  maaien) en dat verspreid liggende kleinere percelen met nog een agrarische functie  omgevormd worden naar natuur.   De Millingerwaard is bezocht om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van de  verzuringsgevoelige habitattypen (m.n. stroomdalgrasland) in een situatie met pro-  cesbeheer in grootschalige natuur. Hier vindt geen perceelsbeheer gericht op de in-  standhouding van specifieke vegetaties plaats.   In de Millingerwaard vindt een ingrijpende herinrichting plaats om de doorstroming  van de uiterwaard te verbeteren en tegelijkertijd natuurlijke processen de ruimte te  geven: een stelsel van vertakkende nevengeulen wordt aangelegd, dat beneden-  strooms op de rivier aansluit; langs de winterdijk worden compartimenten met lage  kades afgegrensd om laag-dynamische water- en moerasnatuur weer een kans te  geven; het industrieterrein De Beijer wordt omgevormd tot hoogwatervrije natuur.  Binnen deze veranderende omstandigheden moet het stroomdalgrasland op natuur-  lijke wijze stand houden. Punt van aandacht bij deze sterk wijzigende omstandighe-  den en de daaropvolgende natuurontwikkeling is de Waterwet. De legger van Rijks-  waterstaat fixeert een situatie terwijl een immer doorgaande ontwikkeling eigen is  aan procesnatuur. Cyclisch beheer waarin de successie flink wordt teruggezet kan  zorgen voor voldoende doorstroming bij hoog water, maar vraagt om soepelheid bij  de toepassing van de Waterwet.   Geconstateerd is dat de uitvoering van de maatregelen op tempo ligt. De veldsitua-  tie is al weer beduidend verder dan de situatie op de luchtfoto van 2015. Er zijn rui-  me ontwikkelmogelijkheden voor zowel de hoogdynamische als de laagdynamische  water- en moerashabitattypen en het alluviale bos. Het stroomdalgrasland op de  oeverwal lijkt goed ontwikkeld, daar waar recent zand is afgezet. Hier komen Cy-  preswolfsmelk, Kruisdistel, Muurpeper, Zeepkruid, Handjesgras, Kattendoorn en Sik-  kelklaver algemeen voor. Op delen waar het langer geleden is dat zand is afgezet  heeft Duinriet de neiging te gaan domineren ten koste van kruiden. Deze verruiging  lijkt door het achterwege blijven van voldoende begrazing in de hand gewerkt te  worden. Het is nodig de vinger aan de pols te houden of deze situatie door mogelijke  toekomstige aanzanding weer verbetert. De kans op aanzanding lijkt echter niet  groot gezien de hoge ligging van deze locatie.  Een bosrestant op de oeverwal suggereert goede uitbreidingsmogelijkheden voor  hardhoutooibos. Hiervoor is echter weinig ruimte in verband met de doorstroming  van de rivier.    In de Havikerwaard (H91£0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)) en de Hoen-  waard (H91FO Droge hardhoutooibossen) komen twee habitattypen voor waarvoor PAS  maatregelen opgesteld zijn. Tijdens het veldbezoek 2016 is hieraan geen aandacht besteed.         0000000420</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Tijdens het veldbezoek 2017 zal aan deze beide typen aandacht besteed worden.    Conclusie   De ontwikkelingen van de stikstofgevoelige habitattypen in het gebied is conform de ver-  wachting zoals beschreven in de Gebiedsanalyse PAS.   De volgende aandachtspunten ten aanzien van de stikstofgevoelige typen zijn naar voren  gekomen:    Het onderzoek naar de mogelijkheden voor kwaliteitsverbering en ontwikkeling van  de habitatypen stroomdalgrasland en glanshaverhooiland wordt voor de Gelderse  SBB terreinen uitgevoerd. De verwachting is dat ook in Overijssel en bij andere be-  heerders een dergelijk onderzoek een bijdrage kan leveren aan de kwaliteitsverbete-  ring en uitbreiding van beide habitattypen.   Het toekomstig beheer van het glanshaverhooiland op de zomerkade in de Ame-  rongse Bovenpolder vormt een punt van aandacht. RWS moet gewezen worden op  de aanwezigheid van dit habitattype en gevolgen hiervan voor het onderhoud en  beheer van de zomerkade.   In de grootschalig door integrale begrazing beheerde gebieden kan verruiging van  stroomdalgrasland optreden. Deze verruiging lijkt door onvoldoende begrazing in de  hand te worden gewerkt. Het is nodig om de vinger aan de pols te houden.    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum)    (datum)         0000000421</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Locatie veldbezoek Amerongse Bovenpolder 14 juni 2016                Legend  N2K_HK_38_Rijntakken_HR, 112016_vbb-kaart na verbeterslag 2015  Habitattypen en benaming  KEEN 16510”. Gtanshover- en voorerataarhoodanden (ganehaver)  DEE 191604. Vochige atuviate boesen (zachthoutooboesen)   Hoooo    Locatie veldbezoek Cortenoever 16 juni 2016 (omcirkelde gebied is bezocht)                                    Legend  N2K_HK_38_Rijntakken_HR_112015_v5b-kaart na verbetersiag 2015  Habitattypen en benaming  10120, Stoomdalgrastenden  SRBREE 01206, Rugnen en zomen (droge bosranden)  (EEE 1105104. ctansaaver- on vossenstaartoodansen igtanshaver)  (GI 1205100. Gtananaver- en vossenstaarthoodanden (grote vossenstaart)  [EED O1 EA Voomtige aluvile bossen (zachthosoobossen)  GEE torre. Droge harchoutoobossen  o000          0000000422</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    tocatie veldbezoek Wilpse Klei (blauwe lijn geeft afgelegde route aan)    Legend  N2K_HK_38_Rijntakken_HR_112016_vEb-kaart na verbeterslag 2015 IN  7 Habitattypen en benaming         0000000423</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    Voorbeelden van percelen in Cortenoever met dominantie van grassen. Kruidenrijk-  dom kan verder ontwikkeld worden door intensivering van het maaibeheer.    ;         0000000424</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Goed ontwikkelend stroomdalgrasland met walstrobremraap in Cortenoever (perceel  direct ten noorden van hardhoutooibos)         0000000425</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    Stroomdalgrasland met veldsalie en bevertjes in Cortenoever (ten zuiden van hard-  houtooibos). Ook voor dit perceel is het advies extra maaien.         0000000426</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    Begraasd perceel Cortenoever direct ten noordwesten boederij Heijendaal         0000000427</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    Glanshaverhooilandperceel Wilpse Klei met dominantie van grassen. Kwaliteitsverbe-  tering mogelijk door extra maaibeheer.         Hardhoutooibos Cortenoever         0000000428</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    Grootschalige procesnatuur in de Millingerwaard         Restant hardhoutooibos in Millingerwaard, mogelijke ontwikkellocatie         0000000429</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    Oeverwal met stroomdalgrasland in Millingerwaard         0000000430</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>