<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 071 LOEVESTEIN, POMPVELD EN KORNSCHE BOEZEM  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 22 MEI 2018    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 22 mei 2018   Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t.  zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van dat-  gene waar in de Gebiedsanalyse vanuit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is de Gebiedsana-  lyse bestudeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld. De Ge-  biedsanalyse voor dit gebied geeft aan dat voor de PAS relevante verzuringsgevoelige habitattypen  (H6510A Glanshaverhooiland, H6120 Stroomdaigrasland en H91E0C Vochtige alluviale bossen — beekbe-  geleidend bos) alleen voorkomen in deelgebied Loevestein. Het veldbezoek is daarom beperkt tot dit deel-  gebied.    Bevindingen  Op onderstaande habitattypenkaart zijn de bezochte locaties genummerd.    N2K_HK_71_ Loevestein _Pompveid_Komsche_Boezem_T0_092017_v12 AE nd    Legenda    BB 3:50  GB 3270  H6120    mo - . . TE 164304    SALTS . - UB 65104  oN, To -  y ~ / HEB ovc  A, . oe HM +910  c and! Ee ses * 7 40000  ~ Mae    a         0000000592</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Glanshaverhooilanden (H6510A)    Het habitattype Glanshaverhooiland (H6510A) komt voor in het oosten van het Natura 2000-gebied (loca-  tie A). De begrenzing is anders dan op de habitattypenkaart in dit verslag is weergegeven. De habitattype-  kaart uit dit verslag komt overeen met de kaart zoals die is opgenomen in de PAS gebiedsanalyse 071  Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem. Een deel van het Glanshaverhooiland is verloren gegaan door  de uitvoering van het Ruimte voor de Rivier project Munnikenland. Dit gedeelte is gecompenseerd door  realisatie van Glanshaverhooiland richting het oosten (locatie B). De habitattypenkaart zal worden geac-  tualiseerd na de uitvoering van de volgende vegetatiekartering in 2019 of 2020. De maatregelen in de PAS  gebiedsanalyse gaan uit van de situatie na uitvoering van het Ruimte voor de Rivier project.   Zowel het oude als nieuwe deel van het Glanshaverhooiland worden verschraald door middel van 2 of 3  keer per jaar integraal maaien (M2 hooilandbeheer). De vegetatie heeft een open structuur en de ontwik-  keling ziet er goed uit. In de eerste helft van mei is het hooiland voor het eerst gemaaid. Het is van belang  de eerste maaibeurt vroeg uit te voeren, op het moment dat de hoogproductieve grassen in bloei staan,  om daarmee kruiden te bevoordelen ten opzichte van deze grassen. Ook is het van belang voor verdere  verschraling van de bodem. Voorafgaand aan elke maaibeurt wordt het gebied gecontroleerd op het voor-  komen van broedvogels. Indien er broedvogels aanwezig zijn, wordt daar in het maaibeheer rekening mee  gehouden. Afgelopen jaren waren er weinig broedvogels aanwezig en alleen algemene soorten. Naarmate  de verschraling wordt voortgezet, zal het aandeel gras afnemen en de vegetatie opener worden. Daarmee  wordt het leefgebied steeds geschikter voor onder andere kwartelkoning. Naar verwachting zal de bodem  over 3 tot 5 jaar voldoende schraal zijn om over te gaan naar één of twee keer maaien per jaar. De (eerste)  maaibeurt verschuift dan naar achteren (half juni tot begin juli) en er kunnen meer gedeelten worden  overgeslagen, zodat meer kan worden ingespeeld op insecten en broedvogels. Er worden momenteel bij  het maaien geen faunastroken gespaard ten behoeve van het integrale verschralingsbeheer. Onder de ras-  ters en daar buiten (zie foto) blijft wel vegetatie staan waar een aantal soorten broedvogels zich kan ves-  tigen. Dit oppervlak is wel relatief klein. Staatsbosbeheer overweegt om in het vervolg bij de eerste maai-  beurt een strook aan de rand (ca. 3 meter breed) te laten staan op die delen waar het de ontwikkeling/ver-  schraling van het hooiland niet belemmert. De te sparen delen zullen per jaar bepaald worden.    Huidige strook die wordt gespaard met maaien.    Stroomdalgrasianden (H6120)    Op de oeverwal langs de Waal is op twee locaties Stroomdalgrasland (H6120) op de habitattypenkaart  aangegeven. De meest westelijk gelegen locatie hiervan is vorig jaar bezocht tijdens het veldbezoek. Dit  jaar is het oostelijke deel bezocht (locatie C). De vegetatie ontwikkelt zich op deze locatie goed met onder  andere kruisdistel en brede ereprijs (zie foto). Met het hoog water van afgelopen jaar is veel zand afgezet  op een aantal delen van de oeverwal. Dit is gunstig voor de ontwikkeling van het habitattype Stroomdal-  grasland. Er zijn potenties voor de uitbreiding van het habitattype. Aan de andere kant is op delen van de  oeverwal ook sprake van toenemende verruiging met onder andere brandnetel. Dit heeft enerzijds te ma-  ken met stikstofdepositie, anderzijds met het begrazingsbeheer, waardoor de vegetatie vaak niet kort de  winter in gaat. Dit is niet optimaal voor behoud en ontwikkeling van het habitattype stroomdalgrasland.  Door Staatsbosbeheer QD is afgelopen jaar voor het rivierengebied verkend waar de poten-  ties het hoogst zijn voor de vegetatie om zich te ontwikkelen tot habitattype Stroomdalgrasland. Op en         0000000593</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    nabij de oeverwal zijn hier in Loevestein goede mogelijkheden voor. De bedoeling is om op korte termijn  te starten met het uitvoeren van aanvullend maaibeheer op de kansrijke plekken voor behoud en ontwik-  keling van stroomdalgrasland (PAS-maatregel M3: aanvullend maaibeheer). Ook drukbegrazing is een mo-  gelijke aanvullende maatregel. Drukbegrazing lijkt gunstig, maar moet dan wel op de lange termijn worden  volgehouden. Anders is het effect van korte duur: op termijn ontstaat dan toch verruiging als gevolg van  de reguliere extensieve begrazing. Een belangrijk knelpunt voor uitvoering van het aanvullend maaibeer  (M3) en eventueel drukbegrazing, is dat er onduidelijkheid is ontstaan over wie (Staatsbosbeheer of Rijks-  waterstaat) verantwoordelijk is voor het beheer van de oeverwal. De provincie Gelderland pakt dit op. Het  is van belang dat hierin op korte termijn duidelijkheid komt om op tijd de aanvullende beheermaatregelen  (M3) te kunnen nemen. Gezien het grote oppervlak aan potentieel stroomdalgrasland in Loevestein (terwijl  maar kleine stukken kwalificeren en delen verruigen), is het belangrijk om in Loevestein op korte termijn  met voorziene aanvullende beheermaatregelen te kunnen starten. Het is van belang dat voorafgaand aan  de uitvoering van de maatregelen, de nulsituatie van de vegetatie in kaart wordt gebracht. De SNL-vege-  tatiekartering staat in principe gepland voor 2020, naar voren halen kan wenselijk zijn indien de maatre-  gelen daar aanleiding toe geven. Daarna is monitoring van belang om de effecten van het beheer vast te    leggen (PAS-maatregel M4: monitoring vegetatieontwikkeling).    Brede ereprijs in het habitattype Stroomdalgrasland, een typische plantensoort voor dat habitattype.    Vochtige alluviale bossen (H91E0C)    Op locaties D, E en F in de Boezem van Brakel is het bos op de habitattypenkaart aangegeven als habitat-  type Vochtige alluviale bossen (H91EOC). Voor dit habitattype is in het kader van het recente aanvullende  aanwijzingsbesluit (‘veegbesluit’) nu ook een instandhoudingsdoelstelling geformuleerd. Eventuele knel-  punten en maatregelen moeten bij de actualisatie van de Gebiedsanalyse worden uitgewerkt. Voor loca-  ties D en F zijn geen bijzonderheden waargenomen. Locatie D is bezocht en bestaat uit een vochtig elzen-  bos. Voor locatie F lijkt hetzelfde te gelden, maar dit bosje is op een afstand bekeken. Locatie E kwalificeert  mogelijk niet als habitattype. Het betreft een smalle strook open bos en struweel op een talud aan de rand  van een ‘wiel’ dat recent is vrijgezet. Het bestaat voornamelijk uit populier en wilg met stuiken en een  ruige ondergroei. De volgende vegetatiekartering moet uitwijzen om welk(e) vegetatietype(n) het gaat, en  of de habitattypenkaart hier aangepast dient te worden.              Conclusies 2018    De habitattypen in het Natura 2000-gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebiedsanalyse.  De habitattypenkaart dient voor het Glanshaverhooiland (H6510A) en mogelijk ook voor het Vochtig allu-  viaal bos (H91E0C) geactualiseerd te worden. De actualisatie zal worden uitgevoerd na de uitvoering van  de volgende vegetatiekartering in 2019 of 2020. Voor het bos op locatie E dient de volgende vegetatie-  kartering uit te wijzen om welk vegetatietype het gaat. Het bos kwalificeert mogelijk niet als habitattype  Vochtig alluviaal bos.   De bevindingen van het veldbezoek zijn verder:         0000000594</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Staatsbosbeheer overweeg: om in het vervolg bij oe eerste maaibeurt van het habstattype  G'anshaverhooilard (H6510A) een strook aan de rand (ca. 3 meter breed) te laten staan, mits de  ontw'kke ing/ verscha ing van het hooiand niet belemmert.   Het s wenselijk om te starten met aanvu lende beheermaatregeler voor het behoud er de ont  wikkeling van het stroomdalgrastand Utgegaan wordt van aanvullend maaien (M3) en eventu  ee drukbegrazing. Krelpunt is nu de gerezen ondudelijkheid over wie (Staatsbosbeheer of Ri ks-  waterstaat) verantwoordelijk 15 voor het beheer van de oeverwal. Als dit niet op korte termijn  duidelijk wordt, kunnen aanvullende beheermaatregelen (M3) niet op tija worden uitgevoerd  De provincie pakt dit op   Het is van belarg dat voorafgaand aan maatregelen, de nulsitwatie van de vegetatie in kaert  wordt geprach*. De SNL vegetatiekurtering staat in principe gepland voor 2020, raar voren halen  is wenselijk indier de maatregelen en/of exper menten daar aanleiding toe geven.   Daarna is mon:toring van belang om de effecten var het beheer vast te ‘eggen (PAS-maatregel  M4: monitoring vegetatieontwikkeling).   Bij de actualisatie van de Gebiedsanalyse moet aandacht wordt besteed aan evertuele knelpun  ten en maatregeien voor habitattype Vochtige alluviale bossen (H91E0C), waarvoor as gevolg  var het ‘veegbesiuit’ ru een instandboudirgsdoei van toepassing IS.    Bevindingen uit verslag 2017 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2018    2017: Oo termijn dient er door de provincie te worden nagegaan of het areaal Glanshaverhooi  land zich voldoende on:wikkelt   2018: De provincie zal na uitvoering van een vegetatiekartering (2019 of 2020) een nieuwe nabi  tattypenkaart opstellen.   2017: De verschilende typen monitor ng (PAS-procesmonitoring, SNL en aarvallead vanuit de  PAS) d eren goed op elkaar te worden afgestemd.   2018: Nog steeds van toepassing Een nulmeting van de vegetatiesamenstelling 1s van belang  voorafgaand oan het uitvoeren van maatregelen en/of beheerexperimenten. Indien nodig dient  de SNL-vegetatiekartering die in 2020 gepland staat, naar voren te worden gehaald.   2017: SBB verkent dit ‘aar de mogelijkheden voor aanvullend beheer op de oeverwal langs de  Waa om de ontwikke'ng tot stroomdalgrasiand te stimuleren en daarmee uitbreiding van net  habita:type te vewerkstelligen. Waarnemingen tiidens Fet veldbezoek duiden op de aanwezig  neid van goede potenties voor de ontwikkeling van cit nabitattype   2018: Is verkend door Staatsbosbeheer MN oe vogende stop is het inzettenvan  deze maatregelen (aanvuilend maaien M3, mogelijk drukbegrazing) om de ontwikkeling te st:  muleren. Knelpunt is nu de gerezen onduidelijkheid over wie hier verantwoordelijk js voor het  beheer: Staatsbosbeheer of Riykswaterstaat. Provincie Gelderland neemt het initiatief om deze  onduidelijk op korte termijn weg te nemen.                          DN vars/92 Is vastgesteic door    ar dtekening    (datum)    VE rp (ha O         S Lu aA S oaks eleet    0000000595</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>