<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    Natura 2000-GEBIED: 062 WILLINKS WEUST  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 6 JUL! 2017    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Datum bezoek:    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen  zijn die afwijken van datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de beheerder bevraagd m.b.t. eerder waargenomen  signalen uit het veld. Daarnaast zijn de gebiedsanalyse en het verslag met aandachtspunten  van vorig jaar doorgenomen.    Bevindingen  Alle habitattypen zijn bezocht. Op de habitattypenkaart zijn de locaties aangegeven die hier-  onder worden toegelicht.    Net als vorig jaar zijn er nog geen PAS-maatregelen uitgevoerd. De komende twee jaar wordt  een inrichtingsplan opgesteld door Staatsbosbeheer in samenwerking met de provincie. In  dat plan worden zowel de PAS-maatregelen als de maatregelen uit het Natura 2000-beheer-  plan opgenomen (zowel inrichtings- als beheermaatregelen). Omdat er nog geen maatrege-  len zijn uitgevoerd, lag de focus van het veldbezoek (net als vorig jaar} op de huidige ontwik-  keling van de stikstofgevoelige habitattypen en kansen en knelpunten voor de uitvoering.  Hieronder worden de bevindingen per habitattype toegelicht.    HE 1030. Droge heide  mm H5130, Jeneverbesstruwelen  GER 6.230. Herschrale grasianden  GEE 16410. Blawgasianden  - 7 H9 120, Beuken-eikenbossen met Hulst    H9160A. Eken-haagbeukenbossen  wae {hogere zandgronden }    ggg MOLEOC. Vochtige al’uviaie bossen  + +4 (beekbegeledende bossen)         0000000557</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Jeneverbesstruweel (H5130)    Het habitattype Jeneverbesstruweel, vorm met hondsroos, komt verspreid voor in de Grote  en Kleine Weust (locatie A en B). Het type struweel is bijzonder vanwege de menging met  andere soorten zoals braam en hondsroos, sleedoorn en sporkehout, en vanwege de bijzon-  dere standplaats (kalkrijk en met lokaal een dun substraat). Dit maakt het struweel mede  aantrekkelijk voor fauna (tijdens het veldbezoek zijn keizersmantel en kleine ijsvogelvlinder  (zie foto's) waargenomen). Wel valt op dat er plaatselijk Amerikaanse eik en veel ruwe berk  voorkomt in de struwelen. Om het wegnemen van licht binnen de struwelen te beperken, is  het van belang Amerikaanse eik te verwijderen en de berkenopslag tegen te gaan. De beheer-  der (Staatsbosbeheer) pakt dit op, dit betreft een reguliere beheermaatregel. Binnen de stru-  welen treedt momenteel amper verjonging op. Wel vindt er incidenteel vestiging van nieuwe  jeneverbessen plaats op rand van de voormalige groeve (drie locaties) en op één locatie mid-  den in het braamstruweel tussen schraalland en heksenbos. In de PAS-gebiedsanalyse is een  aantal maatregelen opgenomen met als doel om de verjonging te stimuleren (M2b strooisel  verwijderen, M2d drukbegrazing en M3 zaaien). De beheerder geeft aan dat dit opties zijn,  maar dat er weinig ruimte is voor risico’s gezien het beperkte oppervlak van het habitattype  en dat onderzoek noodzakelijk is (M12a onderzoek kennisleemten: effectiviteit plaggen en  zaaien). Het delen van informatie en ervaringen, opgedaan bij andere terreinen zoals De Bor-  keld en Junner Koeland, is belangrijk om het beheer te kunnen optimaliseren.    4 iN Paak 4    Keizersmantel (links) en Kleine IJsvogelvlinder (rechts) in de jeneverbesstruwelen    Heischraal grasland (H6230) & Blauwegrasland (H6410    Momenteel wordt er door provincie Gelderland en Staatsbosbeheer TETE  ES een inrichtingsplan opgesteld waarbij de maatregelen    uit de PAS-gebiedsanalyse en het Natura 2000-beheerplan zijn uitgewerkt. Dit betreft maat-  regelen op gronden van Staatsbosbeheer en anderen. Daarbij is de volgorde van maatregelen  van belang; afgraven van percelen dient bijvoorbeeld niet te gebeuren voordat de hydrologie  op orde is. De planning is dat in het najaar van 2019 de eerste maatregelen worden uitge-  voerd. In het plan wordt tevens de aanpak van de bosranden uitgewerkt (M4a: periodiek te-  rugdringen van bosranden) en de aanleg van diverse corridors tussen de huidige en te reali-  seren schraallanden (M5a: omvorming bos naar schraalland t.b.v. corridors).    Tijdens het vorige veldbezoek was geconstateerd dat delen van het maaibeheer niet hebben  kunnen plaatsvinden in 2015. Dit is afgelopen jaar wel gebeurd. Het blijft wel een aandachts-  punt: jaarlijks maaien is van belang, tevens vanwege de snelle bosopslag, maar maaien met  relatief zwaar materieel onder natte omstandigheden zorgt voor bodembeschadiging. De be-  heerder zet in het vervolg kleiner/lichter materieel in. Bij het maaien is een strook gespaard  ten behoeve van insecten. Deze strook wordt elke twee jaar van plaats veranderd. De strook  biedt kansen voor soorten zoals struikheide, stekelbrem en vleugeltjesbloem en met name  insecten.         0000000558</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Periodiek terugdringen van oprukkende bosranden (M4a) is van belang om overmatige be-  schaduwing te voorkomen en om bladinval te verminderen (ftokale eutrofiëring) ten behoeve  van de kwaliteit van de schraallanden. Het aanpakken van de bosranden voor het hele Natura  2000-gebied wordt in het inrichtingsplan samen met de overige maatregelen uitgewerkt. Het  perceel ‘“schraalland groeve Il’ (locatie C) dat is aangewezen als habitattype Heischraal gras-  land en Blauwgrasland verdient vooral de aandacht. Vanwege de geringe oppervlakte van dit  perceel zorgt de bosrand in de huidige situatie al voor veel schaduw. Wegens zijn cultuurhis-  torische waarde (het gaat om houtwallen met haagbeuken) is verwijderen onwenselijk, wel  is het belangrijk dat de rand niet verder oprukt. Belangrijk is daarbij dat afgezet hout niet in  de rand achtergelaten wordt (zoals voorheen is gebeurd), dit levert onnodige verruiging op.  De ontwikkeling van het habitattype Heischraal grasland op deze plek in combinatie met het  in stand houden van deze houtwallen blijft een aandachtspunt in het dagelijks beheer.    Het heischraal grasland in de groeve (locatie D) ziet er goed uit, tijdige aanpak van opslag van  bomen is een aandachtspunt in het dagelijks beheer.   Op verschillende percelen is uitbreiding van de oppervlakte habitattypen Heischraal grasland  en Blauwgrasland voorzien, bijvoorbeeld locaties J en K (MS5b: omvorming van bos naar  schraalland en M6a, b & c: ontgronden en plaggen). Na hydrologische maatregelen zal hier  de toplaag of de laag met opgebrachte grond worden verwijderd. De afgelopen jaren is ge-  bleken dat na langdurig verschralingsbeheer zonder afgraven, niet voldoende gewenste doel-  soorten in de vegetatie komen (zie foto).    ve    Vegetatie na een lang  soorten    Vochtig alluviaal bos (H91E0C)  Dit habitattype komt voor in het midden van het Natura 2000-gebied. Er zijn geen aandachts-    punten of opvallendheden met betrekking tot de ontwikkeling van dit bos in relatie tot stik-  stofdepositie. Delen van het bos staan onder invloed van verdroging.    Eiken-haagbeukenbos (H9160A)    De essen zien er momenteel redelijk vitaal uit. Het boomlaag van het bos en de eerste laag   bomen daaronder is gevarieerd met veel boomsoorten zoals haagbeuk en zomereik. Daar-   door is er nu nog geen reden tot bijplanten. De ontwikkeling van het bos met oog op essen-  taksterfte blijft een aandachtspunt. Beoogde opvolgers met goed verteerbaar strooisel         0000000559</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>         waaronder haagbeuk en hazelaar zijn in het bos aanwezig. Het is niet uit te sluiten dat wan-  neer de gewone es over grote oppervlakten wegvalt en wordt opgevolgd door haagbeuk en  hazelaar, dit ook invloed heeft op de ondergroei. De Vossenveldsbeek die door het bos  loopt (locatie G & zie foto) staat op de planning om een halve meter te verondiepen. In  combinatie met het afgraven van het perceel ten zuiden van het habitattype Eiken-haag-  beukenbos (locatie H) kan dit er voor zorgen dat de slootbodem hoger komt te liggen dan  de nieuwe maaiveldhoogte van dit perceel. Daarnaast is er een risico dat het perceel door  de lage ligging de boshabitattypen draineert. Hier is aandacht voor nodig bij de uitwerking  van de maatregelen. Hierbij is lokaal afdammen een voorlopig betere optie dan integraal  verondiepen. Naast gemakkelijker uitvoerbaar is het ook nog mogelijk om water af te laten  mocht de vernatting extreme vormen beginnen aan te nemen. Uit voorzorg is het slim om  de hydrologie in de 1° planperiode regelbaar te houden. Zeker met de veranderende grond-  waterstanden en toename van kwelflux door verwijderen drainage, dempen landbouwslo-  ten en verondieping van de afwatering van Bekeringswieste (locatie H).           k NEK    Te verondiepen Vossenveldsbeek in habitattype Eiken-Haagbeukenbos    Beuken-eikenbos (H9120)   Dit habitattype komt in snippers voor op de wat hogere delen rondom de habitattypen Eiken-  haagbeukenbos en Vochtig alluviaal bos. Het bos ziet er goed uit en er zijn geen opvallendhe-  den of aandachtspunten.    Droge heide (H4030)   Dit habitattype komt voor op ‘Heitje Adamskamp’ (locatie M). Tijdens het vorige veldbezoek  was geconstateerd dat het maaibeheer niet heeft kunnen plaatsvinden in 2015. Dit is afgelo-  pen jaar wel gebeurd. Er zijn geen aandachtspunten.    Overige waarnemingen   Aan de oostkant van het Natura 2000-gebied zijn recentelijk alle bomen geoogst door de par-  ticuliere eigenaar (zie foto). Dit was niet volgens planning, maar de ontwikkelingen in het  gebied lijken gunstig. Provincie Gelderland maakt afspraken met de particulier over het be-  heer (locatie E).    Het bos op locatie F is niet aangewezen als habitattype. Vegetatiekundig voldoet de locatie,  maar dit stuk is geen oude bosgroeiplaats.         0000000560</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Op locatie | heeft vroeger een veentje/verlaten hooiweide gelegen dat door Victor Westhoff  is beschreven (nu aangewezen als habitattype Vochtig alluviaal bos, heeft potenties voor  schraalland danwel kalkmoeras). Er is discussie over het wel of niet herstellen van dit veentje.  Deze discussie wordt opnieuw gevoerd nadat de herstelmaatregelen zijn uitgevoerd.    cn ak A: hi N    Gekapte bosrand aan de oostzijde van het gebied    Conclusies   e Eriseen goed beeld gekregen van de habitattypen in het gebied en er zijn geen op-  vallendheden geconstateerd. De ontwikkelingen van de stikstofgevoelige habitatty-  pen in het gebied is conform de verwachting zoals beschreven in de PAS-gebieds-  analyse.  Momenteel wordt er gewerkt aan het inrichtingsplan waarbij de maatregelen uit de  PAS-gebiedsanalyse en het Natura 2000-beheerplan worden uitgewerkt. Start van  de uitvoering van de werkzaamheden is voorzien in 2019.  Wat betreft de verjonging van jeneverbes gaat de beheerder (Staatsbosbeheer) mo-  gelijkheden verkennen om het onderzoek/monitoring van de effectiviteit van de ver-  schillende beoogde PAS-maatregelen te combineren met andere PAS-gebieden.  Het perceel ‘schraalland groeve Il’ verdient vooral de aandacht als het gaat om bos-  randenbeheer (nu is er veel schaduw in het perceel).  Bij de uitwerking van de maatregelen is er aandacht nodig voor de verondieping van  de sloot die door het habitattype Eiken-haagbeukenbos loopt in combinatie met het  afgraven van het perceel ten zuiden van het bos. Mogelijk zijn er risico's voor drai-  nage doordat het af te graven perceel dan lager komt te liggen.  Provincie Gelderland maakt afspraken met de particuliere eigenaar over het beheer  van de gekapte bosrand in het oosten van het Natura 2000-gebied.  Op één locatie ten midden van habitattype Eiken-haagbeukenbos is het bos niet aan-  gewezen als habitattype. De beheerder gaat na wat hiervoor de reden is geweest.    Conclusies 2016 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2017  e 2016: De regie op de uitvoering van de PAS maatregelen in relatie tot tijdige uit-  voering en volgordelijkheid  2017: Momenteel wordt gewerkt aan het inrichtingsplan, uitvoering is gepland  vanaf najaar 2019. Er wordt rekening gehouden met de volgordelijkheid van de  maatregelen.  2016: Het maaibeheer op natte locaties binnen de schraallanden         0000000561</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    2017: Heeft vorig jaar in tegenstelling tot het jaar daarvoor wel plaats kunnen vin-  den, maar blijft een aandachtspunt m.b.t. insporing onder natte omstandigheden.  2016: De essentaksterfte in H9160A Eiken-haagbeukenbossen   2017: De essen zien er relatief goed uit. Omdat het bos gevarieerd is qua aantal  boomsoorten, is er geen reden tot bijplanten. Het blijft een aandachtspunt.   2016: De beschikbaarheid van gegevens ten behoeve maatregel M12b (in beeld  brengen van de omvang van de hydrologische beïnvloedingszone).    2017: Sibelco heeft de gegevens inmiddels aangeleverd. Provincie is initiatiefnemen  voor het onderzoek.    Voor volgend jaar   Dit jaar lag de focus, net als vorig jaar, op de kwaliteit van de habitattypen. Er zijn nog geen  PAS-maatregelen uitgevoerd, de planning is om in 2019 uit te voeren. Idee voor het PAS-  veldbezoek van volgend jaar is om het te hebben over de discussies die naar voren komen  uit het opstellen van het inrichtingsplan.    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)         0000000562</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>