<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: WOOLDSE VEEN (064)  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 22 JUNI 2017    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:   Datum bezoek:    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t.  zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene  waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse be-  studeerd en is de beheerder bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld.    Bevindingen  In het Wooldse veen komen 3 habitattypen voor (zie bijlage 1):   e Herstellende Hoogvenen H7120   e Actieve Hoogvenen H7110A   e _Heischrale graslanden H6230  Voor alle drie de habitattypen gelden instandhoudingsdoelstellingen: H7120 Herstellende hoogvenen behoud  oppervlak (achteruitgang ten gunste van H7110A is toegestaan) en verbetering van de kwaliteit, H7110A Actief  hoogveen uitbreiding oppervlak en verbetering kwaliteit, H6230 heischraal grasland behoud oppervlak en be-  houd kwaliteit. Het in de gebiedsanalyse beschreven maatregelenpakket is voor een deel al uitgevoerd.    Het habitattype Herstellende hoogvenen komt over een groot oppervlakte voor, de andere twee habitattypen  over een klein oppervlak. Figuur 1 toont de habitattypen en de looproute van het PAS-veldbezoek. Figuur 2  toont de PAS-maatregelen uit de Gebiedsanalyse van 2016.    Legenda    2 teepore se  as Meee gens ar en  OD ee eee eoorener moop oemante vec    ER tt vrereerencercoovenen    Figuur 1: Habitattypen en looproute         0000000563</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         Figuur 2: PAS-maatregelen en looproute    H7120: Actieve hoogvenen   Dit habitattype is tijdens het PAS-veldbezoek in 2016 bezocht. Volgens de beheerder ontwikkelt het habitat-  type Actieve Hoogvenen zich goed en zijn er ten opzichte van het vorige veldbezoek geen veranderingen zicht-  baar. Omdat dit habitattype zeer moeilijk bereikbaar is en zich goed ontwikkelt, is in overleg met de terrein-  beheerder besloten om dit habitattype dit jaar niet te bezoeken.    H7110A: Herstellende Hoogvenen  De looproute doorsnijdt dit habitattype van zuid naar noord, waardoor een goede indruk is verkregen van de  huidige staat van dit habitattype en het effect van de genomen maatregelen.    q    Figuur AN. op ontwikkeling van fraai veenmos in voorheen kale veenputten         0000000564</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    In het gebied vindt in kleine veenputjes op grote schaal groei van fraai veenmos (Sphagnum fallax) plaats (zie  Figuur 3). In de jaren ’70 waren dit nog nauwelijks begroeide veenputjes met een zwarte modderige bodem.  Ook recenter gegraven wateren (ontstaan bij de aanleg van de damwanden) groeien snel dicht met Fraai veen-  mos. Het feit dat deze successie optreedt is een indicatie dat de veenwaterstand hoger en vooral stabieler is  geworden. In de veenputjes wordt bij het veldbezoek ook kleine veenbes aangetroffen. Tijdens het veldbezoek  wordt door Robert Ketelaar een hoogveenglanslibel gevonden. Deze soort is exclusief gebonden aan hoog-  veenvegetaties.    Het verwijderen van opslag in het herstellend hoogveen (M4) wordt gefaseerd uitgevoerd. De verschillen tus-  sen de vorig jaar behandelde delen en de onbehandelde delen zijn duidelijk in het landschap zichtbaar. De  maatregel en gekozen frequentie van 5 jaar wordt in het veld als effectief beoordeeld. Wanneer zich in de  toekomst vleksgewijs in het herstellend hoogveen, op steeds meer plaatsen actief hoogveen gaat vormen, zal  verwijderen van de opslag naar verwachting van de beheerder steeds minder nodig zijn. Het vrijkomende hout  wordt niet afgevoerd, maar blijft in het gebied achter.    De onderzoeksvraag met betrekking tot de invloed van het aanwezige bos aan de westzijde van het veenge-  bied is nog niet opgepakt. Natuurmonumenten en EEE hebben de onderzoeksstrategie samen door-  gesproken en zullen met een voorstel in de richting van de provincie komen. (maatregel M8).    Het effect van de noord-zuid georiënteerde damwanden (maatregel M3A) is goed zichtbaar in de vegetatie-  ontwikkeling aan de natte westzijde en drogere oostzijde van de dammen (zie Figuur 4).    Figuur 4: Effect van de noord-zuid georiënteerde damwanden is zichtbaar aan afsterven bos aan de westzijde  en dicht bos aan de oostzijde    In het Duitse deel is als gevolg van de hogere zomerwaterstanden het bos op vrij grote schaal aan het afster-  ven. Door de Duitse beheerder wordt dit ook gezien als een gewenst eindresultaat van de vernattingsmaatre-  gen. Er worden door Natuurmonumenten goede contacten onderhouden met de beheerders van het Duitse  deel van het veengebied. Aan de Duitse kant is evenals aan de Nederlandse kant een N2000 beheerplan be-  schikbaar. Beide plannen hebben echter als nadeel dat ze voornamelijk zijn geschreven voor het “eigen” deel.  Er ontbreekt momenteel een grensoverschrijdende visie voor het hoogveenlandschap als geheel. Aangezien  het Nederlandse en Duitse deel van het Wooldse veen op landschapsschaal één geheel vormen, kan dit een  risico vormen voor het Nederlandse deel. De suggestie wordt gedaan om met de Duitse beheerder een geza-  menlijke visie op te stellen, waar herstel van het veen op landschapsschaal centraal staat.         0000000565</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Nu is er een duidelijk verschil tussen de drogere westzijde langs de dammen en de nattere westzijde. Op ter-  mijn zal door veenherstel de grondwaterstand ten westen en ten oosten van de noord-zuid georiënteerde  dammen meer geleidelijk moeten gaan verlopen. Het effect van de schotten is dan niet langer in de vegetatie  zichtbaar.   Bij de aanleg van de kade aan de zuidzijde van het veengebied in Duitsland is grond aan de kant van het veen  uitgegraven. Hierdoor is hier een breed open water ontstaan, waardoor water versneld oostwaarts wordt  afgevoerd. Deze ongewenste shortcut van het water heeft een negatieve invloed op het beoogde geleidelijke  verloop van de grondwaterstand tussen de dammen. Natuurmonumenten probeert deze ongewenste water-  stroming af te remmen door bomen en plagsel in te werpen (M7). Deze maatregel lijkt niet overal voldoende  te werken (zie Figuur 5). Natuurmonumenten wil de ongewenste waterstroming langs de zuidelijke kade ver-  der voorkomen door aanvullend plagsel en bomen in het water te werpen. Het reeds opgevulde deel dient  nog verder te worden opgevuld.    Figuur 5: Door de beheerder is het open water langs de zuidelijke kade geworpen bomen en plaggen.   De beheerder ziet als risicofactor voor het veenherstel dat het folie dat in de jaren ‘70 gebruikt is voor de  aanleg van de kade aan de zuidzijde van het veen verouderd is en kan gaan lekken. Momenteel is dit nog niet  waargenomen.    In het beheerplan Natura 2000 is (als niet PAS-maatregel) aangegeven dat een experiment zal worden uitge-  voerd met het enten van veenmossen om op deze wijze de vorming van een acrotelm te bevorderen. Het  experiment vormt geen concrete PAS-maatregel, maar kan wel leiden tot een PAS-maatregel die ingezet kan  worden om de veenvorming te versnellen. De beheerder wil dit experiment uitvoeren in een klein gebied ten  zuiden van de grote kade. In het buitenland heeft deze wijze van het enten van veenmos tot goede resultaten  geleid. Aandachtspunten zijn wel dat een zeer constante grondwaterstand nodig is, die momenteel op die  locatie waarschijnlijk niet aanwezig is. Mogelijk kan een constant grondwaterpeil worden verkregen door het  aanbrengen van leem in combinatie met het aftappen van een kleine hoeveelheid water uit het hoogste veen-  compartiment. Dit mag uiteraard niet leiden tot een vergroting van de fluctuatie van de grondwaterstand in  het veen.    In de zuidoostelijke hoek van het gebied is vraatschade aangetroffen veroorzaakt door ganzen. Oevers zijn  kaalgevreten, kiemplanten worden gegeten en op de dijk liggen veel uitwerpselen. In het gebied zijn bij het  veldbezoek vooral grauwe ganzen aangetroffen. De ganzenvraat kan in combinatie met de vernatting van het  bos resulteren in steeds meer open water (zie Figuur 6). Hierdoor kalven steeds meer oevers af en wordt het         0000000566</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    aanwezige veen weggeslagen doordat de wind meer grip krijgt op de aanwezige vegetaties. Een deskundigen-  overleg is nodig om de risico’s in te schatten en maatregelen te bepalen. JME zal hiervoor het  initiatief nemen.    Lv a    Ea ee De En 7 EN pn 7 A Pa)  Figuur 6: Ganzenvraat en vorming van open water in de oosthoek van het veengebied na vernatting van  aanwezige berkenbos    ES Nek    Dit probleem is momenteel het grootste probleem in het gebied. Het doel van het deskundigenoverteg is:   1. Vaststellen van het risico,   2. Vaststellen van de urgentie van het probleem,   3. Formuleren van oplossingen.  H6230 Heischrale graslanden:  Ter hoogte van locatie 2 van de looproute is het bestaande heischraal grasland bezocht (zie Figuur 7). In de  Gebiedsanalyse is aangegeven dat dit habitattype recent is ontstaan onder invloed van de vernatting van het  kerngebied van het hoogveen in combinatie met begrazing door schapen. Het heischraat grasland wordt be-  graasd door schapen (ca 50, ongeveer een week per jaar).  De verwachting is dat het bestaande habitattype op deze locatie door de verdere vernatting van het hoogveen  te nat zal worden en geleidelijk zal verdwijnen. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat de kwaliteit van  dit habitattype nog niet door vernatting is achteruitgegaan. De korte begrazing door schapen heeft goed uit-  gepakt. In de omgeving worden tijdens het veldbezoek ook basenminnende soorten aangetroffen zoals holpijp  en duizendknoopfonteinkruid. De pH is hier ongeveer 5.2, de GWS is 80 cm —-MV.         0000000567</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Figu    In de Gebiedsanalyse is aangegeven dat de verwachte oppervlakte verdwijnend heischraal grasland in de toe-  komst zal worden gecompenseerd door ontwikkeling van nieuwe heischrale graslanden lager op de gradiënt  aan de noord- en noordwestzijde van de veenkern. Tijdens het veldbezoek in 2016 is de locatie aan de noord-  westzijde bezocht, waar naar verwachting na inrichting nieuw heischraal grasland en trilveen kan ontstaan,  door aanvoer van water vanuit de zich ontwikkelende hoogveenkern. Dit grondwater wordt aangerijkt met  basen doordat het over een hoger in het terrein aanwezige keileemondergrond stroomt. De maatregelen zijn  gebaseerd op aanvullend onderzoek door Bell Hullenaar. Met de maatregelen (plaggen, dempen sloot, veron-  diepen bermsloot Kuipersweg en aanbrengen duiker) wordt naar verwachting in 2019 een start gemaakt.    Figuur 8: Zicht op de slenk vanaf het pad         0000000568</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    Ook tijdens dit veldbezoek is de slenk aan de noordzijde van het veen bezocht (zie locatie 1 in Figuur 1 en  Figuur 8), waar na herstel van de veenkern ontwikkeling van heischraal grasland is voorzien. Op basis van  onderzoek door Bell-Hullenaar zijn de volgende maatregelen voorzien:  De watergang langs de weg Kuipersweg wordt verondiept.  Het water dat uit de slenk zal treden wordt via een nieuwe duiker onder de Kuipersweg geleid.  Rabatten worden in het hart van de slenk over een breedte van 5-10 m. doorgraven, zodat water via  de slenk kan afstromen.  Bomen worden verwijderd.  Maaisel uit graslanden in de omgeving zal dan worden gebruikt om de vestiging van kenmerkende  soorten van heischrale graslanden te versnellen.  Sloten aan de noordzijde van de Kuipersweg worden in overleg met de eigenaar verondiept.  Aanleg foliescherm tot aan de keileem om ongewenste vernatting van woningen en percelen aan de  noordkant van de Kuipersweg en noordoostzijde van het gebied te voorkomen.  Deze maatregelen worden in de eerstvolgende herziening van de Gebiedsanalyse meegenomen.    Heischraal grasland zal zich naar verwachting ontwikkelen in de slenk onder invloed van basenhoudend grond-  water dat vanuit het grondwater onder het veengebied richting de randzone stroomt. Hoe met de rabatten  moet worden omgegaan is nog niet bepaald. De rabatten bemoeilijken toekomstig maaibeheer maar geven  daarnaast wel lokaal reliëf.    Conclusie    schreven in de Gebiedsanalyse PAS.    De volgende aandachtspunten zijn naar voren gekomen:  Het habitattype Actieve hoogvenen (H7120) ontwikkelt zich volgens de beheerder goed. Het habi-  tattype is door zijn moeilijke bereikbaarheid dit jaar niet bezocht.  Het habitattype Herstellend hoogvenen (H7110A) ontwikkelt zich ook goed.  Een belangrijk aandachtspunt voor dit habitattype is de ongewenste ganzenvraat in en rondom dit  open water. Met name in het laagste meest oostelijke compartiment leidt dit in combinatie met  het vernatten van het berkenbos tot het ontstaan van een groot open water. Het is niet duidelijk  hoe dit open water zich in de toekomst gaat ontwikkelen en in hoeverre aanvullende maatregelen  (verjagen ganzen, tijdelijke verlaging stuwpeil) nodig zijn. De beheerder zal hierover een deskundi-  genoverleg organiseren.  Een kleiner aandachtspunt is de ongewenste versnelde afvoer van water vanuit de westelijke delen  van de veencompartimenten naar de oostelijke delen van de veencompartimenten via het open  water langs de kade in Duitsland.  In het bestaande habitattype Heischrale graslanden (H6230) is de verwachte achteruitgang door  vernatting nog niet waargenomen. Op basis van aanvullend onderzoek door Bell-Hullenaar wordt  zal in 2019 een start worden gemaakt met de maatregelen, waardoor dit habitattype zich naar ver-  wachting op een andere locatie in twee natuurlijke slenken aan de zuidzijde van de Kuipersweg kan  ontwikkelen.  Het ontbreken van een breed gedragen visie op landschapsschaal aan de Duitse zijde van het  Wooldse veen wordt als een algemeen risico voor het gehele gebied gezien. Dit omdat herstel aan  de Nederlandse zijde sterk wordt bepaald door de maatregelen aan de Duitse zijde en omgekeerd.  Mogelijk kan de Provincie een stimulerende rol spelen in het opzetten van een gezamenlijke (grens-  overschrijdende) visie op het gebied.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000569</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    0000000570</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>