<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 061 KORENBURGERVEEN  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 29 AUGUSTUS 2016    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen: Geen  Datum bezoek: 29 augustus 2016    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000  gebied Korenburgerveen zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de  PAS-Gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de uitgevoerde en voorgenomen  maatregelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het  veldbezoek beperkt zich daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de  overige monitoring die in het gebied plaatsvindt.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is aan de beheer-  ders gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen bij het veldbezoek in te brengen.  Tijdens het veldbezoek waren de habitattypenkaart en maatregelenkaart beschikbaar.              Bevindingen   In het Korenburgerveen zijn 9 habitattypen aanwezig. De ligging ervan is aangegeven op  onderstaande habitattypenkaart. Voor al deze habitattypen zijn in het Natura 2000 aanwij-  zingsbesluit instandhoudingsdoelen geformuleerd. Met uitzondering van Hoogveenbossen  (H91DO) is bij alle habitattypen sprake van een overschrijding van de kritische depositiewaar-  de (KDW) voor stikstof.    Korenburgerveen    OTN    Legenda                                         H3130. Zwakgebulferse vennen  _ vr ~- 7 4 ‘ 7 er , H6230. Herschrale graslanden  Ni oe toverde EN H6410. Blauworasiancen   * EE 71104. acteve noogvenen  (EB 17120. Herstetende hoogvenen  < ON . | | H7 1404, Overgangs- en tnivenen    re  oe  wr ON 7210. Gatonanmoerassen  w  Ven mm HS1D0. Hoogveenbossen  A 7 H91E0C, Vochnge alunale bossen  . neet  arte.  os  Sacasmpng a  Fr           f . oy ‘ Vn Hete’  \ a: . HetDote = as ao  * 3 f opteer aed         0000000452</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Het maatregelenpakket dat in de Gebiedsanalyse is beschreven, is voor een deel al uitge-  voerd. Monitoringgegevens van de effecten waren tijdens het veldbezoek nog niet beschik-  baar. Tijdens het veldbezoek is gelet op de effecten van de genomen maatregelen. Voor een  deel moeten de PAS maatregelen nog worden uitgevoerd. In het veld zijn deze maatregelen  besproken. De bij het veldbezoek gevolgde route is op de onderstaande kaart aangegeven.    \    Het Natura 2000 gebied is voor het grootste deel eigendom van Natuurmonumenten, maar  een aanzienlijk deel van het westelijke deelgebied Vragenderveen is eigendom van de Stich-  ting Marke Vragenderveen (SMV). Maatregelen worden in goed overleg tussen beide be-  heerders uitgevoerd, waarbij Natuurmonumenten voor de provincie eerste aanspreekpunt is  voor het hele gebied.    In de schraallanden bij Den Oppas zijn meerdere habitattypen aanwezig (H6230 Heischrale  graslanden; H6410 Blauwgraslanden; H3130 Zwakgebufferde vennen; H7120 Herstellende  hoogvenen; H7140A Overgangs- en Trilvenen) en vinden mede onder invloed van de herstel-  maatregelen verschuivingen plaats in de vegetatiesamenstelling. Daarom is tijdens het veld-  bezoek uitgebreid aandacht besteed aan deze percelen. In het meest oostelijke deel duidt de  vegetatieontwikkeling vooral op een toename van de invloed van basenrijk grondwater. Er is  een toename van Veldrus, Blauwe knoop en andere schraallandsoorten en een afname van  Pitrus. Er is veel kleinschalige variatie in groeiplaatsomstandigheden. We vonden Veenpluis  bij een pH van 4 en Parnassia bij een pH van ruim 5 op 5 meter afstand van elkaar. In het  westelijke deel lijken de schraallanden vooral natter te worden, maar mogelijk worden ze ook  zuurder onder invloed van de zich steeds verder ontwikkelende hoogveenkern. Vanuit de  kenmerken van het hydrologisch systeem geredeneerd is dit een gunstige en gewenste ont-  wikkeling. Het doel is te werken naar een stabiele en duurzame basengradiënt van de (zure)  hoogveenkern naar de (basische) afvoerslenk (waar nu de Schaarsbeek doorheen loopt).    Enkele tussen de schraallanden gelegen bosjes en struwelen zijn recent geveld, een aantal  andere delen moet nog geveld worden (M7). Hierdoor ontstaat een aaneengesloten open  gebied, wat soorten meer mogelijkheden biedt om zich te verplaatsen en de voor de soort  natuurlijke plek op de basengradiënt op te zoeken. De gevelde delen worden tijdelijk be-  graasd (drukbegrazing), en zullen in de toekomst meegenomen worden in maaibeheer. De  uitvoering van de combinatie van maai- en begrazingsbeheer is in de praktijk ingewikkeld         0000000453</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    vanwege de kleine schaal en natte omstandigheden. De beheerder wil met nieuwe en kleine-  re apparatuur het maaibeheer optimaliseren en zou maaien en begrazen flexibeler willen  kunnen afwisselen. Voor drukbegrazing worden de vergoedingen in deze kleinschalige, com-  plexe gebieden als erg krap ervaren.    De ontwikkeling in de schraallanden lijkt overwegend positief. Het is echter onderdeel van  het herstel van het hele systeem, wat geleidelijke verschuivingen in vegetatie- en habitatty-  pen met zich mee kan brengen. Het is van belang om deze ontwikkelingen goed te volgen,  om mogelijke gevolgen voor de afzonderlijke habitattypen tijdig te kunnen signaleren.    In de hoogveenkern Vragenderveen, het westelijke deel van het Natura 2000 gebied, zijn  enkele jaren geleden lekken gedicht in de damwanden die het water vasthouden. De ontwik-  keling in het hoogveen is positief. De afgelopen jaren heeft zich op kleine schaal het habitat-  type Actieve hoogvenen (H7110A) ontwikkeld. Tijdens het veldbezoek was het te nat en in-  stabiel om deze locatie te bezoeken. Voor de lange termijn is het doel dat het hoogveensys-  teem zonder de hulp van de damwanden kan. Hoe een dergelijke situatie bereikt kan wor-  den, zal nog nader moeten worden onderzocht.    Door de hogere waterstanden na het dichten van de lekken in de damwanden, hebben de  berken het in de natste delen erg moeilijk. Maar in de drogere delen van de compartimenten  en ten oosten van de Nijenhuisdijk (op de grens tussen het Vragenderveen en het Korenbur-  gerveen ss) ontwikkelt zich nog wel berkenbos. Voor deze gedeelten moet in overleg tussen  Natuurmonumenten en de Stichting Marke Vragenderveen uitgezocht worden hoe hier op  een effectieve en praktisch uitvoerbare manier berkenopslag verwijderd gaat worden (M4B).  Dit zou kunnen worden opgepakt door komend jaar als pilot pleksgewijs de effectiviteit van  de maatregel uit te proberen. Verwijderen van de berkenopslag leidt tot kwaliteitsverbete-  ring van het herstellende hoogveen, maar ook tot herstel op landschapsschaal doordat weer  één open gebied ontstaat van het Vragenderveen naar het Galigaanmoeras en de zuidelijke  zandzone van het Natura 2000 gebied.    In het Galigaanmoeras (H7210) is enkele jaren geleden het aanwezige wilgenstruweel ver-  wijderd. De uitvoering ging samen met het herstel van de damwanden in het hoogveen,  waardoor het hier tijdelijk relatief droog was en de werkzaamheden goed uitgevoerd konden  worden. Aan de dichte wilgenstruwelen om het galigaanmoeras heen is te zien hoe het ook         0000000454</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    hier is geweest. Het galigaanmoeras ontwikkelt zich goed en is na enkele jaren nog altijd  grotendeels open. Er is echter wel weer een geleidelijke verbossing aan de gang via opslag  van grauwe wilg en zwarte els. Het is daarom van belang om op korte termijn een aanpak te  bedenken voor het open houden van dit gebied onder de gegeven zeer natte omstandighe-  den.    De schraallanden Jagerinksweitjes, in het zuidoosten, waren 10 jaar geleden verdroogd,  waardoor de aanwezige habitattypen onder druk stonden. Het terrein is nu natter. In het  perceel staan onder andere veel Veldrus, Moeraskartelblad en veenmossen. Om de isolatie  en kwetsbaarheid van deze schraallanden te verminderen, zal een bosperceel in het noorden  worden geveld (M1C). Daarmee wordt een open verbinding gemaakt met de schraallanden  bij Den Oppas. Natuurmonumenten gaat de uitvoering hiervan komend jaar voorbereiden.    Net als bij de schraallanden ten westen van Den Oppas, is het ook bij de Jagerinksweitjes van  belang om de ontwikkelingen in vegetatie en standplaatsfactoren goed te volgen, om moge-  lijke gevolgen voor habitattypen tijdig te kunnen signaleren.    We bekijken een gedeelte van de voormalige landbouwgronden in de zuidoostelijke randzone  bij Kolenberg dat enkele jaren geleden is ingericht als natuurterrein (M1C). Het terrein ont-  wikkelt zich positief, met ontwikkelingen die wijzen in de richting van overgangen van natte  schraallanden naar droge heiden. Er zijn hier 3 zones te zien: ondiep water (10-15 cm), een  zone met bodems die onder invloed staan van basenrijk grondwater en een iets drogere  zuurdere zone die buiten de grondwaterinvloed ligt. In de delen met ondiep water en aan de         0000000455</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    randen daarvan staat veel Pilvaren, en zijn ook Groot Blaasjeskruid en fonteinkruiden te vin-  den. De pH in het water is hoog: 7. De zone zonder kwelinvloed kenmerkt zich door veel  haarmossen. De min of meer vochtige en basenrijke delen worden hier jaarlijks gemaaid, de  hogere delen begraasd. Plaatselijk is er veel opslag van Zwarte els. Deze zullen met het maai-  beheer onderdrukt worden.    In het Korenburgerveen wordt plaatselijk hinder ondervonden van invasieve exoten. Reu-  zenbalsemien en Late en Canadese guldenroede hebben lokaal een dichte vegetatie ge-  vormd, waarbij ze inheemse soorten verdringen. Watercrassula heeft zich gevestigd op een  aantal recent ingerichte percelen in de randzone, zowel in het noordwesten als zuidoosten.  Deze soort is heel moeilijk te bestrijden.    Op twee locaties in de zuidelijke en oostelijke randzone, moet de verwerving nog rond ko-  men voordat de in de eerste beheerplanperiode geplande inrichtingsmaatregelen uitgevoerd  kunnen worden. Dit proces loopt op zich constructief, maar het is van groot belang om het  tempo ervan te bewaken.    Conclusie   De waargenomen ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000  gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de Gebiedsanalyse. Er zijn geen aanwijzin-  gen gevonden dat de aanwezige habitattypen op dit moment achteruitgang laten zien in  kwaliteit of oppervlakte. Wel zijn enkele ontwikkelingen vastgesteld die aandacht vragen om  knelpunten in de toekomst te voorkomen.    De volgende aandachtspunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:   -__ Komende jaren intensief volgen van de vegetatieontwikkeling en hydrologie in de  schraallanden bij Den Oppas en de Jagerinksweitjes, zodat inzichtelijk is welke con-  sequenties het herstel van het hydrologische systeem heeft voor de aanwezige habi-  tattypen.   Optimaliseren van flexibele mix van maai- en drukbegrazingsbeheer in de schraal-  landen.   Starten van een gezamenlijk pilotproject van Natuurmonumenten en Stichting Mar-  ke Vragenderveen voor uitvoering van effectieve verwijdering berkenopslag uit Vra-  genderveen en bij Nijenhuisdijk.   Bepalen aanpak verwijdering van nieuwe opslag van wilg en els in Galigaanmoeras.  Volgen van ontwikkeling invasieve exoten en waar nodig bestrijden. Nieuw OBN on-  derzoek moet meer inzicht gaan bieden in mogelijkheden voor bestrijding Water-  crassula. Bestrijding van invasieve soorten kan in de toekomst noodzakelijk blijken te  zijn als extra maatregel.   Snelle afronding functieverandering percelen in zuidelijke en oostelijke randzone  nodig ten behoeve van tijdige uitvoering geplande inrichtingsmaatregelen (in eerste  beheerplanperiode).         0000000456</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000457</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>