<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 063 BEKENDELLE  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 24 JUNI 2016    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 24 juni 2016    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000  gebied Bekendelle zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de PAS-  Gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen maatregelen en het te  verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich  daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in  het gebied plaatsvindt.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is aan de beheer-  ders gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen uit het veld bij het veldbezoek in te  brengen.    Bevindingen  Bij het veldbezoek zijn alle voorkomende habitattypen bezocht langs de hieronder in blauw  aangegeven route.    Bekendelle    Groote Veld   . mm H9120, Beuken-ekendossen met huist  evene 4 wee . - 1 4 ~ BIE 1101604, Exen-nssoderkenbossen  o® ©. * garant ee a, :  “ woei Brent * : PRE Ho 1E0C. vochtige atuvate bossen    Bij het veldbezoek hebben we ons gericht op de drie aanwezige habitattypen en de ontwikke-  ling hiervan, in relatie tot de maatregelen die in de Gebiedsanalyse zijn opgenomen. Het         0000000458</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    gebied is voor het grootste deel particulier eigendom en voor een beperkt deel in eigendom  van Natuurmonumenten. In verband hiermee is Bosgroep Midden-Nederland eerste aan-  spreekpunt voor uitvoering van maatregelen in dit gebied.    Het habitattype Vochtige alluviale bossen (H91E0C) bevindt zich in het dal van de Boven  Slinge en het zijdal van de Limbeek. Door de hevige regenval in de dagen voor het veldbe-  zoek, staat dit habitattype tijdens het veldbezoek volledig onder water en is het niet toegan-  kelijk. Het beekwater loopt langs de brug over de Klandermansweg, en verderop over het  verhoogde pad naar de Stenen Brug heen, waardoor de beek niet kan worden overgestoken.  Het habitattype is daarom alleen vanaf de hoge noordoever van de Boven Slinge bekeken en  er kan geen gedetailleerde indruk worden gekregen van de vegetatieontwikkeling. Wel zijn  de effecten van de beekdynamiek goed te zien: er is slib afgezet, zijn stukken oever afgesla-  gen en bomen in de beek terecht gekomen. Ook zijn langs de beekoever Bosbeekjuffers,  Boommarters en een lepenpage waargenomen.    +    De dynamiek van het beeksysteem met afzetting van fijn sediment functioneert vrij goed,  ondanks onnatuurlijk hoge en korte waterpieken. Om effecten van waterkwaliteit en beek-  dynamiek op de kwaliteit van het habitattype te volgen, is het van belang om bij het volgende  veldbezoek aandacht te besteden aan de ontwikkeling van ruigtekruiden in het bos. Hoewel  niet verwacht wordt dat opslibbing van de bosbodem door beekafzettingen een probleem is  voor het hier aanwezige elzenbroekbos, is het aan te bevelen om de ontwikkeling van de  maaiveldhoogte op enkele plekken te gaan volgen. Voor de natuurwaarden van beek- en  bossysteem, is het wenselijke om in de beek gevallen bomen waar mogelijk te laten liggen.  Voor de lange termijn is het uitvoeren van een beeksysteem-analyse te overwegen, om hel-  der te krijgen hoe het huidige systeem functioneert ten opzichte van een natuurlijk beeksys-  teem, en welke kansen er liggen.    Op enkele plekken zijn groepen van Reuzenberenklauw opgekomen. Het betreft lichte plek-  ken in het bos, aan de oever van de Boven Slinge. Deze zetten plaatselijk de kwaliteit van het  habitattype onder druk. Om dit tegen te gaan en verdere uitbreiding te voorkomen, is het  wenselijk om deze soort te bestrijden. Dit kan door enkele jaren lang maaien en volgen van  de ontwikkeling.         0000000459</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    In de zuidelijke helft van het gebied bezoeken we de locaties met de habitattypen Beuken-  Eikenbossen met Hulst (H9120) en Eiken-Haagbeukenbossen (H9160A). Daarbij besteden we  speciale aandacht aan de hier aanwezige sloten en greppels en de aan de bossamenstelling  en -structuur.    Verondieping van de aanwezige sloten en greppels is een belangrijke maatregel voor realisa-  tie van de uitbreidingsdoelstelling voor het Eiken-haagbeukenbos, dat hier van nature in  afwisseling voorkomt met het Beuken-eikenbos. Deze maatregel moet nog nader worden  uitgewerkt. Er wordt voorgesteld om te verondiepen door eerst op te schonen (bagger eruit)  en dan de bodem tot dicht onder maaiveld op te hogen met lemig materiaal dat goed aan-  sluit bij de bodemsamenstelling van het gebied. Het is daarbij voor de eigenaren en vanuit  cultuurhistorische waarde van belang om de walletjes langs de watergangen in stand te hou-  den. Floristisch is de waarde van deze walletjes beperkt. Ook behoud van vitaliteit van bomen  is een belangrijke overweging bij de wijze van uitvoering van deze maatregel.   Tijdens het veldbezoek wordt vastgesteld dat niet alle watergangen op de maatregelenkaart  staan. Het is van belang om deze sloten en greppels bij de voorbereiding van de uitvoering  volledig in kaart te brengen. Midden in het bosgebied gaat het water nu via een duiker onder  een zandweg met fietspad door. Deze duiker is nu verstopt, waardoor de weg en het fietspad  deels zijn ondergelopen. In samenhang met verondieping van de watergangen in het bosge-  bied, lijkt het aanleggen van een ondiepe voorde in de weg als alternatief voor een duiker  een goede oplossing.    In een deel van het habitattype Beuken-eikenbossen met hulst is in 2010 een zestal dikke  beuken omgewaaid. Deze bomen zijn blijven liggen en zorgen voor dik dood hout en een  toename van de natuurwaarde in dit bosgedeelte. In open plekken staat plaatselijk vrij veel  verjonging van lariks en andere naaldboomsoorten. Het is wenselijk om deze te verwijderen  (uittrekken) en waar mogelijk zaadbomen in de omgeving te vellen. Op een aantal plaatsen  verspreid over de drogere delen van het bosgebied komt Amerikaanse vogelkers voor. Vooral  voor behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van habitattype Beuken-eikenbossen met hulst  is het gewenst om de Amerikaanse vogelkers te bestrijden en daarmee (verdere) verspreiding  in het habitattype te voorkomen. Ook de uitheemse soort Groot nagelkruid heeft zich op een  aantal plekken gevestigd. Deze soort kan zich snel uitbreiden en ook kruisen met de inheem-  se bosplant Geel nagelkruid. Hierdoor kan deze soort mogelijk een bedreiging gaan vormen  voor de kwaliteit van boshabitattypen.    Het Eiken-haagbeukenbos-gedeelte in het zuidoosten is door aanwezigheid van enkele grote  beuken donker. Er wordt voorgesteld om voorzichtig iets meer licht in het bos te brengen  door het vellen van een grote beuk in het Eiken-haagbeukengedeelte en van een andere  grote beuk in het aangrenzende bos. Naast Bosanemoon, Witte Klaverzuring, Gele dovenetel  en Gulden boterbloem is hier ook verjonging van Haagbeuk aanwezig. Maar er staat ook  verjonging van Gewone esdoorn, die de Haagbeukverjonging kan gaan verdringen. Het is  wenselijk om de jonge esdoornopslag te verwijderen (uittrekken) en esdoornzaadbomen in  de omgeving te vellen.         0000000460</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Buiten het habitattype, aan de zuidoostrand van het Natura 2000 gebied, is de hier aanwezi-  ge poel vrijgesteld door alle grote randbomen (beuken) te vellen. Het water in de poel is  afkomstig uit het aangrenzende landbouwgebied, en kan van hieruit via boswatergangen het  bos in. Door de aanvoer van voedselrijk water, is de poel eutroof (kroos) en door het licht zijn  de oevers verruigd. Als de geplande afkoppeling van de poel (en daarmee het aangrenzende  bos) van het landbouwwater (M28) is gerealiseerd, is het wenselijk om de poel ook te scho-  nen, zodat het voedselrijke materiaal hier wordt afgevoerd.    Een graslandperceel tussen de Wooldse Weg en de Boven Slinge wordt op basis van voort-  schrijdend inzicht door Natuurmonumenten anders ingericht dan was voorzien. De herin-  richting zal ten goede komen aan de kwaliteit van de aangrenzende boshabitattypen, maar er  zal geen omvorming naar bos plaatsvinden, zoals nu in de Gebiedsanalyse is aangegeven.    Conclusie   De waargenomen ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000  gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de Gebiedsanalyse. Er zijn geen aanwijzin-  gen gevonden dat de aanwezige habitattypen op dit moment achteruitgang laten zien in  kwaliteit of oppervlakte. Wel zijn enkele ontwikkelingen vastgesteld die aandacht vragen om  knelpunten in de toekomst te voorkomen.    De volgende aandachtspunten en aanbevelingen zijn naar voren gekomen:  Bij volgende veldbezoeken vinger aan pols houden bij ontwikkeling ruigtekruiden in  Vochtige alluviale bossen (H91EOC).  Volgen ontwikkeling maaiveldhoogte daor opslibbing op enkele plekken in de Voch-  tige alluviale bossen (H91E0C).  Lokaal bestrijden Reuzenberenklauw in Vochtige alluviale bossen (H91EOC),  Zorgvuldig uitwerken maatregel verondiepen detailafwatering (M2A) ten behoeve  van de Eiken-Haagbeukenbossen (H9160A), met aandacht voor wijze van verondie-  pen, behoud walletjes en volledigheid mee te nemen sloten en greppels.  Tegengaan verjonging van naaldboomsoorten in (open plekken in) Beuken-Eikenbos  (H9120) en van esdoorn in Eiken-Haagbeukenbos (H9160A).  Bestrijden van Amerikaanse Vogelkers en Groot nagelkruid in gehele bosgebied,  Bij eerstvolgende SNL kartering plantensoorten (invasieve) exoten meenemen, zodat  verspreiding hiervan goed in beeld komt.  lets meer licht brengen in Eiken-Haagbeukenbos (H9160A) in zuidoosten door vellen  beuk.  Schonen poel in zuidoosten na afkoppeling landbouwwater.  Aanpassen in Gebiedsanalyse van invulling maatregel omvorming perceel grasland  (M4).         Dit verslag is vastgesteld door:    0000000461</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000462</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>